logo
circle image

Multidisciplinaire Zorg

De ontwikkeling van multidisciplinaire zorg is volop in beweging. Op meerdere niveaus wordt aan het thema gewerkt. Het doorontwikkelen van de multidisciplinaire zorg is één van de prioriteiten uit het Bestuurlijk Akkoord eerste lijn. Op landelijk niveau lopen er grote trajecten, zoals: de hervorming van de langdurige zorg, Zelfzorg Ondersteund! en de herpositionering van de wijkverpleegkundige in de eerste lijn. Sinds hun ontstaan enige decennia terug bieden gezondheidscentra multidisciplinaire zorg. Op lokaal en regionaal niveau werken veel van onze leden in projecten en pilots actief aan het doorontwikkelen van multidisciplinaire zorg.

Met het programma multidisciplinaire zorg geeft InEen samen met de leden een impuls aan de activiteiten op dit terrein. De doorontwikkeling van multidisciplinaire zorg levert een bijdrage aan de omslag van aandoeningsgerichte naar persoonsgerichte zorg. Deze omslag verloopt volgens drie sporen van verbreding, versterking en verdieping. Het programma ondersteunt de beweging op deze  sporen en draagt bij aan de  uitbreiding van de multidisciplinaire zorg.

Beoogde resultaten:

  • de bekostiging van zorgprogramma’s voor kwetsbare ouderen
  • diagnostiek en farmaceutische zorg als integraal onderdeel van ketenzorgprogramma’s
  • het werken met een digitaal Individueel Zorgplan
  • het ondersteunen van patiënten bij zelfmanagement

ZorgImpuls: Samenwerken anno 2017

09 maart 2017

puzzel‘Samenwerken’ is een veelgebruikt woord zowel als het gaat om de organisatie van de Nederlandse gezondheidszorg, als om de kwaliteit van de geboden zorg. Samenwerking is dan ook onontbeerlijk voor goede zorg. We praten met Robert Waterreus, directeur van de ROS ZorgImpuls, over het belang van samenwerken anno 2017 en de manier waarop zijn organisatie daarmee bezig is.

De zorg ontwikkelt zich in de richting van een populatiegerichte en persoonsgerichte aanpak, waarin mensen steeds meer zelf de regie nemen over hun gezondheid. Een integrale benadering over de domeinen heen is een logisch gevolg. Waterreus: ‘Ik zie in het veld heel veel bereidheid en initiatief tot samenwerken. Veel problematiek is niet enkelvoudig en overstijgt de eigen beroepsuitoefening en domein. Goede verbindingen met andere disciplines en zorgdomeinen zijn dan van belang.’

Verbindingen maken is een kerntaak van de ROS. In de eerste jaren, zegt Waterreus, werd gefocust op het stimuleren van multidisciplinaire samenwerking tussen eerstelijnszorgverleners in de eerste lijn, onder meer door begeleiding bij de realisatie van gezondheidscentra en samenwerkingsverbanden zoals GEZ. Inmiddels ligt het accent meer op samenwerkingsvraagstukken over de domeinen heen. De ontwikkelingen in de zorg vragen nieuwe samenwerkingscoalities en concepten, aldus het Jaarplan 2017 van ZorgImpuls, gericht op verschillende populaties en thema’s. Waterreus: ‘Betere gezondheid, hogere ervaren kwaliteit van zorg en lagere kosten zijn daarbij voor ons een belangrijk uitgangspunt.’

In het Rotterdamse krijgt samenwerking behalve in concrete projecten en programma’s vorm in een scala van platforms en netwerken, vaak ook gefaciliteerd en begeleid door ZorgImpuls: brede regionale overleggen, lokale netwerken en samenwerkingen rondom specifieke thema’s. Waterreus ziet aan verschillende ‘tafels’ de ontwikkeling om niet alleen kennis te delen en te verdiepen, maar ook om gezamenlijk initiatieven op te pakken. Bijvoorbeeld in het Eerstelijnsoverleg met CHPR, de koepels van gezondheidscentra Gezond op Zuid en ZON/Boog zorggroep, IZER en de LHV kring op onderwerpen als gegevensuitwisseling, inzet verpleegkundig specialist en samenwerking met grote stakeholders als gemeenten en ziekenhuizen. ‘Dat versterkt ook de aanspreekbaarheid van de eerste lijn. Door méér een gemeenschappelijk perspectief neer te zetten, worden eerstelijnspartijen een veel duidelijker partner voor andere partijen.’

Waterreus noemt verder de regionale pilot rond het Meekijkconsult, voortkomend uit de Regiotafel waarin alle kleine en grote partijen van de georganiseerde eerste lijn (14), de LHV kring, Zilveren Kruis en ZorgImpuls deelnemen. Daarin experimenteren zorggroepen en gezondheidscentra samen met de ziekenhuizen met verschillende vormen van het meekijkconsult. ‘Een mooi voorbeeld van hoe we aan de tafels zoeken naar manieren om tot regionale en gedragen keuzes te komen.’ Behalve de constructieve samenwerking is kenmerkend dat er bij planvorming zowel aandacht is voor de noodzaak van organisatie als voor de autonomie van de professional. Waterreus: ‘De pilot Meekijkconsult is zo ingericht dat de professionals bepalen met wie zij samenwerken en hoe. Daaromheen worden gezamenlijke systeem- en procesafspraken gemaakt. Er moet immers altijd gedeclareerd en gemonitord worden’.

Samenwerkingscoalities zijn continue in ontwikkeling. Het gaat erom dat de professional in de praktijk meer voor een concrete patiënt kan doen.
Waterreus: ‘De nieuwe O&I financiering kan hier een extra impuls toe geven. Voor en met eerstelijns zorgorganisaties gaan we graag op pad om uitwerking te geven aan nieuwe opgaven op gebied van populatiegerichte zorg. Ook zetten we de komende periode nog meer in op de wijkinfrastructuur: hoe kunnen we de samenhang en samenwerking tussen de domeinen op lokaal niveau sterker en duurzamer maken. ’Hij noemt een project in Rotterdam-Delfshaven waar een groep huisartsen onder begeleiding van ZorgImpuls een samenwerkingsverband heeft opgericht rond het thema overgewicht. Inmiddels is de gedachte ontstaan om de coalitie van veel verschillende partijen breder in te zetten dan alleen rond overgewicht. ‘Zo krijg je samenwerkingsafspraken op wijkniveau, gericht op de specifieke wijkpopulatie, die zich weer kunnen verbinden met regionale samenwerkingen rondom specifieke thema’s. Dat is samenwerken anno 2017.’

[...]

puzzel‘Samenwerken’ is een veelgebruikt woord zowel als het gaat om de organisatie van de Nederlandse gezondheidszorg, als om de kwaliteit van de geboden zorg. Samenwerking is dan ook onontbeerlijk voor goede zorg. We praten met Robert Waterreus, directeur van de ROS ZorgImpuls, over het belang van samenwerken anno 2017 en de manier waarop zijn organisatie daarmee bezig is.

De zorg ontwikkelt zich in de richting van een populatiegerichte en persoonsgerichte aanpak, waarin mensen steeds meer zelf de regie nemen over hun gezondheid. Een integrale benadering over de domeinen heen is een logisch gevolg. Waterreus: ‘Ik zie in het veld heel veel bereidheid en initiatief tot samenwerken. Veel problematiek is niet enkelvoudig en overstijgt de eigen beroepsuitoefening en domein. Goede verbindingen met andere disciplines en zorgdomeinen zijn dan van belang.’

Verbindingen maken is een kerntaak van de ROS. In de eerste jaren, zegt Waterreus, werd gefocust op het stimuleren van multidisciplinaire samenwerking tussen eerstelijnszorgverleners in de eerste lijn, onder meer door begeleiding bij de realisatie van gezondheidscentra en samenwerkingsverbanden zoals GEZ. Inmiddels ligt het accent meer op samenwerkingsvraagstukken over de domeinen heen. De ontwikkelingen in de zorg vragen nieuwe samenwerkingscoalities en concepten, aldus het Jaarplan 2017 van ZorgImpuls, gericht op verschillende populaties en thema’s. Waterreus: ‘Betere gezondheid, hogere ervaren kwaliteit van zorg en lagere kosten zijn daarbij voor ons een belangrijk uitgangspunt.’

In het Rotterdamse krijgt samenwerking behalve in concrete projecten en programma’s vorm in een scala van platforms en netwerken, vaak ook gefaciliteerd en begeleid door ZorgImpuls: brede regionale overleggen, lokale netwerken en samenwerkingen rondom specifieke thema’s. Waterreus ziet aan verschillende ‘tafels’ de ontwikkeling om niet alleen kennis te delen en te verdiepen, maar ook om gezamenlijk initiatieven op te pakken. Bijvoorbeeld in het Eerstelijnsoverleg met CHPR, de koepels van gezondheidscentra Gezond op Zuid en ZON/Boog zorggroep, IZER en de LHV kring op onderwerpen als gegevensuitwisseling, inzet verpleegkundig specialist en samenwerking met grote stakeholders als gemeenten en ziekenhuizen. ‘Dat versterkt ook de aanspreekbaarheid van de eerste lijn. Door méér een gemeenschappelijk perspectief neer te zetten, worden eerstelijnspartijen een veel duidelijker partner voor andere partijen.’

Waterreus noemt verder de regionale pilot rond het Meekijkconsult, voortkomend uit de Regiotafel waarin alle kleine en grote partijen van de georganiseerde eerste lijn (14), de LHV kring, Zilveren Kruis en ZorgImpuls deelnemen. Daarin experimenteren zorggroepen en gezondheidscentra samen met de ziekenhuizen met verschillende vormen van het meekijkconsult. ‘Een mooi voorbeeld van hoe we aan de tafels zoeken naar manieren om tot regionale en gedragen keuzes te komen.’ Behalve de constructieve samenwerking is kenmerkend dat er bij planvorming zowel aandacht is voor de noodzaak van organisatie als voor de autonomie van de professional. Waterreus: ‘De pilot Meekijkconsult is zo ingericht dat de professionals bepalen met wie zij samenwerken en hoe. Daaromheen worden gezamenlijke systeem- en procesafspraken gemaakt. Er moet immers altijd gedeclareerd en gemonitord worden’.

Samenwerkingscoalities zijn continue in ontwikkeling. Het gaat erom dat de professional in de praktijk meer voor een concrete patiënt kan doen.
Waterreus: ‘De nieuwe O&I financiering kan hier een extra impuls toe geven. Voor en met eerstelijns zorgorganisaties gaan we graag op pad om uitwerking te geven aan nieuwe opgaven op gebied van populatiegerichte zorg. Ook zetten we de komende periode nog meer in op de wijkinfrastructuur: hoe kunnen we de samenhang en samenwerking tussen de domeinen op lokaal niveau sterker en duurzamer maken. ’Hij noemt een project in Rotterdam-Delfshaven waar een groep huisartsen onder begeleiding van ZorgImpuls een samenwerkingsverband heeft opgericht rond het thema overgewicht. Inmiddels is de gedachte ontstaan om de coalitie van veel verschillende partijen breder in te zetten dan alleen rond overgewicht. ‘Zo krijg je samenwerkingsafspraken op wijkniveau, gericht op de specifieke wijkpopulatie, die zich weer kunnen verbinden met regionale samenwerkingen rondom specifieke thema’s. Dat is samenwerken anno 2017.’

Digitale palliatieve overdracht naar de huisartsenpost

09 maart 2017

checklistDe Huisartsenposten Rijnmond en het Netwerk Palliatieve Zorg Rotterdam hebben een digitaal formulier ontwikkeld voor een goede overdracht van palliatieve patiënten. Zowel de medische feiten als informatie over de context vinden nu beter hun weg naar de huisartsenpost. ‘Een succes’, zegt Adri van der Born, huisarts en medisch directeur Huisartsenposten Rijnmond.

‘Waar we als huisartsen in de dagzorg tegenaan liepen, was dat het maken van een overdracht best een bewerkelijk zaak is’, legt Van der Born uit. Huisartsen deden het onvoldoende of te laat, en als ze het deden ging het vooral over zaken als medicatie en de stand van zaken. Informatie over de context van de patiënt, bijvoorbeeld diens standpunt over palliatieve sedatie, ontbrak meestal. Daarbij komt dat patiënten op de huisartsenpost met verschillende huisartsen te maken krijgen, waardoor het overzicht afneemt. Een werkgroep ging aan de slag om uit te denken hoe een ideale palliatieve overdracht eruit moet zien en hoe je zorgt dat huisartsen daar makkelijk gebruik van kunnen maken.

De werkgroep, met vertegenwoordigers van elke huisartsenpost en de aandachtsfunctionaris palliatieve zorg, kwam uit op een digitaal invulformulier in Topicus, het systeem waarmee de huisartsenposten werken. Van der Born: ‘Niet alle vragen zijn altijd relevant, soms doet het er bijvoorbeeld niet toe welk geloof iemand heeft. Maar het formulier leidt je langs alle medische essentialia en de zorg eromheen. Zijn er speciale afspraken, hoe zit het met de mantelzorg, wil de patiënt opgenomen worden, enzovoort.’ In maart 2017 wordt een volgende drempel genomen. Tot nu toe konden huisartsen die het formulier wilden invullen dat alleen doen door via de website van Topicus in te loggen. Van der Born: ‘Daar heb je een UZI-pas bij nodig en maar weinig huisartsen werken daar overdag mee. Gelukkig hebben we nu via het platform van Star MDC een koppeling kunnen afspreken. Dat is een technisch verhaal, maar het betekent dat huisartsen die werken met Star en dat is in Rotterdam zo’n 70%, nu direct vanuit hun HIS in Topicus kunnen komen om het formulier in te vullen.’

Het overdrachtsformulier is bedoeld voor terminale patiënten. Van der Born: ‘Huisartsen zitten daar nogal verschillend in. Zelf maak ik de overdracht op het moment dat iemand de eerste klachten krijgt, andere wachten tot de laatste fase.’ Met het netwerk Palliatieve Zorg Rotterdam is afgesproken om via de PaTz-bijeenkomsten (huisartsen, wijkverpleegkundigen en consulenten palliatieve zorg) te pleiten voor een vroegtijdige start van de overdracht. ‘Eigenlijk moet je jezelf de vraag stellen: haalt mijn patiënt het eind van het jaar? Zo nee, dan start je met het formulier. Er kunnen altijd onverwachte dingen gebeuren, een terminale longpatiënt met COPD kan best in het weekend een exacerbatie krijgen die je niet ziet aankomen.’

Het formulier, zegt Van der Born, is nu al een succes. Bovendien moedigt het ook de aanmelding van patiënten bij het LSP aan. ‘Waar we naartoe willen is dat je als huisarts een goeie overdracht in het systeem zet bij Topicus en daarnaast zorgt dat je patiënt bij het LSP is aangemeld. De combinatie van een goeie overdracht met de beschikbaarheid van het waarneemdossier via het LSP houdt de informatie up to date.’

Meer informatie bij Adri van der Born (Huisartsenposten Rijnmond).

[...]

checklistDe Huisartsenposten Rijnmond en het Netwerk Palliatieve Zorg Rotterdam hebben een digitaal formulier ontwikkeld voor een goede overdracht van palliatieve patiënten. Zowel de medische feiten als informatie over de context vinden nu beter hun weg naar de huisartsenpost. ‘Een succes’, zegt Adri van der Born, huisarts en medisch directeur Huisartsenposten Rijnmond.

‘Waar we als huisartsen in de dagzorg tegenaan liepen, was dat het maken van een overdracht best een bewerkelijk zaak is’, legt Van der Born uit. Huisartsen deden het onvoldoende of te laat, en als ze het deden ging het vooral over zaken als medicatie en de stand van zaken. Informatie over de context van de patiënt, bijvoorbeeld diens standpunt over palliatieve sedatie, ontbrak meestal. Daarbij komt dat patiënten op de huisartsenpost met verschillende huisartsen te maken krijgen, waardoor het overzicht afneemt. Een werkgroep ging aan de slag om uit te denken hoe een ideale palliatieve overdracht eruit moet zien en hoe je zorgt dat huisartsen daar makkelijk gebruik van kunnen maken.

De werkgroep, met vertegenwoordigers van elke huisartsenpost en de aandachtsfunctionaris palliatieve zorg, kwam uit op een digitaal invulformulier in Topicus, het systeem waarmee de huisartsenposten werken. Van der Born: ‘Niet alle vragen zijn altijd relevant, soms doet het er bijvoorbeeld niet toe welk geloof iemand heeft. Maar het formulier leidt je langs alle medische essentialia en de zorg eromheen. Zijn er speciale afspraken, hoe zit het met de mantelzorg, wil de patiënt opgenomen worden, enzovoort.’ In maart 2017 wordt een volgende drempel genomen. Tot nu toe konden huisartsen die het formulier wilden invullen dat alleen doen door via de website van Topicus in te loggen. Van der Born: ‘Daar heb je een UZI-pas bij nodig en maar weinig huisartsen werken daar overdag mee. Gelukkig hebben we nu via het platform van Star MDC een koppeling kunnen afspreken. Dat is een technisch verhaal, maar het betekent dat huisartsen die werken met Star en dat is in Rotterdam zo’n 70%, nu direct vanuit hun HIS in Topicus kunnen komen om het formulier in te vullen.’

Het overdrachtsformulier is bedoeld voor terminale patiënten. Van der Born: ‘Huisartsen zitten daar nogal verschillend in. Zelf maak ik de overdracht op het moment dat iemand de eerste klachten krijgt, andere wachten tot de laatste fase.’ Met het netwerk Palliatieve Zorg Rotterdam is afgesproken om via de PaTz-bijeenkomsten (huisartsen, wijkverpleegkundigen en consulenten palliatieve zorg) te pleiten voor een vroegtijdige start van de overdracht. ‘Eigenlijk moet je jezelf de vraag stellen: haalt mijn patiënt het eind van het jaar? Zo nee, dan start je met het formulier. Er kunnen altijd onverwachte dingen gebeuren, een terminale longpatiënt met COPD kan best in het weekend een exacerbatie krijgen die je niet ziet aankomen.’

Het formulier, zegt Van der Born, is nu al een succes. Bovendien moedigt het ook de aanmelding van patiënten bij het LSP aan. ‘Waar we naartoe willen is dat je als huisarts een goeie overdracht in het systeem zet bij Topicus en daarnaast zorgt dat je patiënt bij het LSP is aangemeld. De combinatie van een goeie overdracht met de beschikbaarheid van het waarneemdossier via het LSP houdt de informatie up to date.’

Meer informatie bij Adri van der Born (Huisartsenposten Rijnmond).

Aanmelden voor Nationale Diabetes Challenge gestart

10 februari 2017

Sinds afgelopen woensdag kunnen zorgprofessionals hun lokale wandelchallenge aanmelden voor de Nationale Diabetes Challenge 2017. Vorige week vonden de laatste informatiebijeenkomsten plaats en de belangstelling was groot. Inmiddels lieten al 30 zorgprofessionals weten dat ze komende zomer met een groep gaan meelopen, veel van hen voor de eerste keer. De Challenge is bestemd voor mensen met diabetes én voor alle anderen die het nodig hebben om in beweging te komen. InEen wil deelname aan de NDC graag aanbevelen. Uit onderzoek na de Challenge van vorig jaar (ruim 3000 deelnemers op 125 locaties) blijkt dat de gezondheidswinst zowel fysiek als mentaal groot is. Dit jaar hoopt de Bas van de Goor Foundation (organisator) op 5000 deelnemers. Alle informatie is te vinden op de website van de NDC, Facebook en Twitter.

Dit bericht is overgenomen uit het berichtgeving aan leden.

[...]

Sinds afgelopen woensdag kunnen zorgprofessionals hun lokale wandelchallenge aanmelden voor de Nationale Diabetes Challenge 2017. Vorige week vonden de laatste informatiebijeenkomsten plaats en de belangstelling was groot. Inmiddels lieten al 30 zorgprofessionals weten dat ze komende zomer met een groep gaan meelopen, veel van hen voor de eerste keer. De Challenge is bestemd voor mensen met diabetes én voor alle anderen die het nodig hebben om in beweging te komen. InEen wil deelname aan de NDC graag aanbevelen. Uit onderzoek na de Challenge van vorig jaar (ruim 3000 deelnemers op 125 locaties) blijkt dat de gezondheidswinst zowel fysiek als mentaal groot is. Dit jaar hoopt de Bas van de Goor Foundation (organisator) op 5000 deelnemers. Alle informatie is te vinden op de website van de NDC, Facebook en Twitter.

Dit bericht is overgenomen uit het berichtgeving aan leden.

Generieke module Psychische klachten huisartsenpraktijk beschikbaar

27 januari 2017

De Generieke module psychische klachten huisartsenpraktijk is beschikbaar. De module is ontwikkeld in opdracht van het Netwerk Kwaliteitsontwikkeling GGZ en biedt handvatten waarmee de huisarts en de POH-GGZ samen met volwassen patiënten tot passende zorg kunnen komen. Bij de samenstelling is samengewerkt met zowel professionals als cliëntvertegenwoordigers. Enkele leden van InEen hebben in de commentaarfase meegelezen. Op Thuisarts.nl is inmiddels de patiëntinformatie over psychische klachten aangepast en aangevuld. In de afgelopen periode zijn nog meer generieke modules beschikbaar gekomen: Zelfmanagement, Samenwerking en ondersteuning naasten van mensen met psychische problematiek en Landelijke GGZ samenwerkingsafspraken. Het Netwerk Kwaliteitsontwikkeling GGZ streeft ernaar in 2017 alle zorgstandaarden en generieke modules waaraan wordt gewerkt op te leveren. Volg dit via de nieuwsbrief van het netwerk.

[...]

De Generieke module psychische klachten huisartsenpraktijk is beschikbaar. De module is ontwikkeld in opdracht van het Netwerk Kwaliteitsontwikkeling GGZ en biedt handvatten waarmee de huisarts en de POH-GGZ samen met volwassen patiënten tot passende zorg kunnen komen. Bij de samenstelling is samengewerkt met zowel professionals als cliëntvertegenwoordigers. Enkele leden van InEen hebben in de commentaarfase meegelezen. Op Thuisarts.nl is inmiddels de patiëntinformatie over psychische klachten aangepast en aangevuld. In de afgelopen periode zijn nog meer generieke modules beschikbaar gekomen: Zelfmanagement, Samenwerking en ondersteuning naasten van mensen met psychische problematiek en Landelijke GGZ samenwerkingsafspraken. Het Netwerk Kwaliteitsontwikkeling GGZ streeft ernaar in 2017 alle zorgstandaarden en generieke modules waaraan wordt gewerkt op te leveren. Volg dit via de nieuwsbrief van het netwerk.

Zelfmanagement: Op weg naar eenheid van taal

20 januari 2017

Er blijken rondom onderwerpen zoals zelfmanagement en persoonsgerichte zorg verschillende definities en invullingen naast elkaar te bestaan. In de praktijk werkt dit verwarrend. De verschillende begrippen en de uiteenlopende definities kunnen zelfs een succesvolle implementatie van bijvoorbeeld zelfmanagement belemmeren. Zelfzorg Ondersteund en InEen hebben daarom samen met een aantal andere partijen een eerste versie van een gezamenlijk begrippenkader ‘op weg naar eenheid van taal’ opgesteld. Het is bedoeld om meer overzicht en samenhang te bieden in zelfmanagement en de begrippen die daarbij horen, zoals positieve gezondheid, persoonsgerichte zorg en ondersteunende zelfzorg. Het zijn ten slotte allemaal activiteiten met hetzelfde achterliggende doel: bevorderen van eigen regie van mensen (met chronische aandoeningen). Het gezondheidsconcept van Machteld Huber dat de afgelopen jaren steeds meer ingang heeft gevonden vormt hierbij een belangrijk uitgangspunt.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Er blijken rondom onderwerpen zoals zelfmanagement en persoonsgerichte zorg verschillende definities en invullingen naast elkaar te bestaan. In de praktijk werkt dit verwarrend. De verschillende begrippen en de uiteenlopende definities kunnen zelfs een succesvolle implementatie van bijvoorbeeld zelfmanagement belemmeren. Zelfzorg Ondersteund en InEen hebben daarom samen met een aantal andere partijen een eerste versie van een gezamenlijk begrippenkader ‘op weg naar eenheid van taal’ opgesteld. Het is bedoeld om meer overzicht en samenhang te bieden in zelfmanagement en de begrippen die daarbij horen, zoals positieve gezondheid, persoonsgerichte zorg en ondersteunende zelfzorg. Het zijn ten slotte allemaal activiteiten met hetzelfde achterliggende doel: bevorderen van eigen regie van mensen (met chronische aandoeningen). Het gezondheidsconcept van Machteld Huber dat de afgelopen jaren steeds meer ingang heeft gevonden vormt hierbij een belangrijk uitgangspunt.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Informatiebijeenkomsten Nationale Diabetes Challenge 2017

13 januari 2017

Nationale Diabetes Challenge 2017 De Nationale Diabetes Challenge was in 2016 een groot succes. Niet alleen omdat er ruim drie duizend mensen met diabetes en hun zorgverleners 20 weken gewandeld hebben, maar ook omdat uit het onderzoek van internist Henk Bilo bleek dat in die periode hun gezondheid aanzienlijk verbeterde.

Voor de betrokken eerstelijnszorgverleners was het een bijzondere ervaring om hun patiënten letterlijk in beweging te zien komen. Mensen die daar, ondanks regelmatig aandringen, jaren niet in geïnteresseerd waren. Die patiënten zagen hun gewicht verminderen en hun glucoseregulatie verbeteren; hun medicatie verminderde en hun welbevinden nam toe. Daarnaast namen ze een actievere rol in het omgaan met hun aandoening. Al met al spectaculaire resultaten.

In 2017 organiseert de Bas van de Goor Foundation opnieuw een Nationale Diabetes Challenge. Het doel is om in 2017 10.000 mensen met diabetes aan het wandelen te krijgen. In de periode mei tot en met september wordt er gewandeld met op 30 september een landelijke afsluiting op sportcentrum Papendal. Dit kan alleen een succes worden als huisartsen, POH’s, gezondheidscentra en zorggroepen diabetespatiënten uitnodigen om mee te wandelen. Als 1 op de 100 mensen met diabetes meedoet zijn we er al.

De Bas van de Goor Foundation verzorgt de logistiek op de achtergrond (website, draaiboek, enzovoort) zodat zorgverleners er weinig werk aan hebben. De komende periode organiseert de BvdGF informatiebijeenkomsten voor zorgverleners die overwegen mee te doen. De BvdGF nodigt met name gezondheidscentra en zorggroepen uit om deel te nemen aan de NDC 2017.

  • 19 januari 2017: Philips Stadion, Eindhoven
  • 26 januari 2017: Sportstad Heerenveen
  • 27 januari 2017: Van der Valk Hotel, Ridderkerk
  • 2 februari 2017: Sportcentrum Papendal, Arnhem
  • 3 februari 2017: Amsterdam Arena

Mocht het niet lukken om aanwezig te zijn of zijn er vragen, neem dan contact op met Jeroen Flim (BvdGF).

 

[...]

Nationale Diabetes Challenge 2017 De Nationale Diabetes Challenge was in 2016 een groot succes. Niet alleen omdat er ruim drie duizend mensen met diabetes en hun zorgverleners 20 weken gewandeld hebben, maar ook omdat uit het onderzoek van internist Henk Bilo bleek dat in die periode hun gezondheid aanzienlijk verbeterde.

Voor de betrokken eerstelijnszorgverleners was het een bijzondere ervaring om hun patiënten letterlijk in beweging te zien komen. Mensen die daar, ondanks regelmatig aandringen, jaren niet in geïnteresseerd waren. Die patiënten zagen hun gewicht verminderen en hun glucoseregulatie verbeteren; hun medicatie verminderde en hun welbevinden nam toe. Daarnaast namen ze een actievere rol in het omgaan met hun aandoening. Al met al spectaculaire resultaten.

In 2017 organiseert de Bas van de Goor Foundation opnieuw een Nationale Diabetes Challenge. Het doel is om in 2017 10.000 mensen met diabetes aan het wandelen te krijgen. In de periode mei tot en met september wordt er gewandeld met op 30 september een landelijke afsluiting op sportcentrum Papendal. Dit kan alleen een succes worden als huisartsen, POH’s, gezondheidscentra en zorggroepen diabetespatiënten uitnodigen om mee te wandelen. Als 1 op de 100 mensen met diabetes meedoet zijn we er al.

De Bas van de Goor Foundation verzorgt de logistiek op de achtergrond (website, draaiboek, enzovoort) zodat zorgverleners er weinig werk aan hebben. De komende periode organiseert de BvdGF informatiebijeenkomsten voor zorgverleners die overwegen mee te doen. De BvdGF nodigt met name gezondheidscentra en zorggroepen uit om deel te nemen aan de NDC 2017.

  • 19 januari 2017: Philips Stadion, Eindhoven
  • 26 januari 2017: Sportstad Heerenveen
  • 27 januari 2017: Van der Valk Hotel, Ridderkerk
  • 2 februari 2017: Sportcentrum Papendal, Arnhem
  • 3 februari 2017: Amsterdam Arena

Mocht het niet lukken om aanwezig te zijn of zijn er vragen, neem dan contact op met Jeroen Flim (BvdGF).

 

Start Nationale Diabetes Challenge 2017

06 januari 2017

De eerste stappen in de Nationale Diabetes Challenge 2017  zijn gezet. Voor professionals die overwegen om mee te gaan doen organiseert de Bas van de Goor Foundation in januari en februari verspreid over Nederland een vijftal informatiebijeenkomsten. Eind april of begin mei starten de wandeltrainingen, om eind september klaar te zijn voor de vierdaagse finale. Vorig jaar deden er in oktober meer dan 3100 wandelaars mee aan deze finale. ‘We zagen mensen die hun grenzen hebben verlegd, die hun zelfvertrouwen terug hebben gevonden en die weer plezier in bewegen hebben gekregen. En vooral zagen we mensen die op een positieve manier aan hun eigen gezondheid gewerkt hebben. Iets waar geen medicijn tegenop kan’, aldus de organisatoren.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

De eerste stappen in de Nationale Diabetes Challenge 2017  zijn gezet. Voor professionals die overwegen om mee te gaan doen organiseert de Bas van de Goor Foundation in januari en februari verspreid over Nederland een vijftal informatiebijeenkomsten. Eind april of begin mei starten de wandeltrainingen, om eind september klaar te zijn voor de vierdaagse finale. Vorig jaar deden er in oktober meer dan 3100 wandelaars mee aan deze finale. ‘We zagen mensen die hun grenzen hebben verlegd, die hun zelfvertrouwen terug hebben gevonden en die weer plezier in bewegen hebben gekregen. En vooral zagen we mensen die op een positieve manier aan hun eigen gezondheid gewerkt hebben. Iets waar geen medicijn tegenop kan’, aldus de organisatoren.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Contracten zorginkoop deels geüniformeerd

23 december 2016

Zorgverzekeraars, huisartsen en zorggroepen hebben de algemene bepalingen in de overeenkomsten voor een belangrijk deel geüniformeerd. Voor de contracten van 2018 (en waar mogelijk 2017) gelden uniforme landelijke afspraken over onder meer beschikbaarheid, bereikbaarheid en controles. Het gebruik van deze bepalingen moet de contractering eenvoudiger en eenduidiger maken.

Waarom
Het was één van de afspraken uit ‘Het Roer Gaat Om’ om de samenwerking en gelijkwaardigheid tussen huisartsen en zorgverzekeraars te verbeteren. De betrokken partijen hebben gezamenlijk de contracten beoordeeld. Vervolgens zijn de algemene bepalingen zo veel mogelijk geüniformeerd. De uniformering zorgt er ook voor dat het contracteringsproces gestroomlijnder verloopt.

In de contracten van 2018 worden er uniforme bepalingen opgenomen die onder andere gaan over beschikbaarheid en bereikbaarheid, continuïteit van zorg, controle en fraudebestrijding. Er is afgesproken dat er in de contracten voldoende ruimte blijft voor regionale of lokale afspraken tussen zorgverzekeraar en zorgverlener. Ook is overeengekomen dat huisartsen en zorgverzekeraars komend jaar gaan kijken naar andere aandachtspunten, zoals het declaratie- en controleproces en financiële en kwalitatieve verantwoording in de ketenzorg.

Wat betekent dit voor huisartsen(organisaties)
De uniforme bepalingen worden door alle zorgverzekeraars (met uitzondering van DSW) overgenomen en toegevoegd aan de contracten voor 2018 (en waar nog mogelijk voor 2017). Huisartsen en zorggroepen/gezondheidscentra die ketenzorg aanbieden, zien dit dus terug in hun overeenkomst of in het contracteringsportaal van de preferente zorgverzekeraar.

Leden zijn betrokken en geconsulteerd bij de ontwikkeling van de geüniformeerde bepalingen. Wij danken eenieder voor hun inbreng. Als er nog vragen zijn vernemen wij dat graag Judith van Duren (InEen).

 

[...]

Zorgverzekeraars, huisartsen en zorggroepen hebben de algemene bepalingen in de overeenkomsten voor een belangrijk deel geüniformeerd. Voor de contracten van 2018 (en waar mogelijk 2017) gelden uniforme landelijke afspraken over onder meer beschikbaarheid, bereikbaarheid en controles. Het gebruik van deze bepalingen moet de contractering eenvoudiger en eenduidiger maken.

Waarom
Het was één van de afspraken uit ‘Het Roer Gaat Om’ om de samenwerking en gelijkwaardigheid tussen huisartsen en zorgverzekeraars te verbeteren. De betrokken partijen hebben gezamenlijk de contracten beoordeeld. Vervolgens zijn de algemene bepalingen zo veel mogelijk geüniformeerd. De uniformering zorgt er ook voor dat het contracteringsproces gestroomlijnder verloopt.

In de contracten van 2018 worden er uniforme bepalingen opgenomen die onder andere gaan over beschikbaarheid en bereikbaarheid, continuïteit van zorg, controle en fraudebestrijding. Er is afgesproken dat er in de contracten voldoende ruimte blijft voor regionale of lokale afspraken tussen zorgverzekeraar en zorgverlener. Ook is overeengekomen dat huisartsen en zorgverzekeraars komend jaar gaan kijken naar andere aandachtspunten, zoals het declaratie- en controleproces en financiële en kwalitatieve verantwoording in de ketenzorg.

Wat betekent dit voor huisartsen(organisaties)
De uniforme bepalingen worden door alle zorgverzekeraars (met uitzondering van DSW) overgenomen en toegevoegd aan de contracten voor 2018 (en waar nog mogelijk voor 2017). Huisartsen en zorggroepen/gezondheidscentra die ketenzorg aanbieden, zien dit dus terug in hun overeenkomst of in het contracteringsportaal van de preferente zorgverzekeraar.

Leden zijn betrokken en geconsulteerd bij de ontwikkeling van de geüniformeerde bepalingen. Wij danken eenieder voor hun inbreng. Als er nog vragen zijn vernemen wij dat graag Judith van Duren (InEen).

 

Generieke module Zelfmanagement GGz beschikbaar

16 december 2016

De Generieke module Zelfmanagement GGz  is beschikbaar. De module is ontwikkeld in opdracht van het Netwerk Kwaliteitsontwikkeling GGz. Deze module geeft zorgverleners handvatten om het proces van zelfmanagement in de ggz inhoudelijk en organisatorisch beter vorm te geven. Het doel is iedereen de informatie en de ruimte te geven om zelfstandig beslissingen te kunnen nemen. Bij de samenstelling is samengewerkt met zowel professionals als cliënt- en familievertegenwoordigers in de ggz. InEen en enkele leden van InEen hebben meegelezen in de commentaarfase. Meer informatie.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

De Generieke module Zelfmanagement GGz  is beschikbaar. De module is ontwikkeld in opdracht van het Netwerk Kwaliteitsontwikkeling GGz. Deze module geeft zorgverleners handvatten om het proces van zelfmanagement in de ggz inhoudelijk en organisatorisch beter vorm te geven. Het doel is iedereen de informatie en de ruimte te geven om zelfstandig beslissingen te kunnen nemen. Bij de samenstelling is samengewerkt met zowel professionals als cliënt- en familievertegenwoordigers in de ggz. InEen en enkele leden van InEen hebben meegelezen in de commentaarfase. Meer informatie.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Nationaal debat Politieke keuzes in de zorg

16 december 2016

Op zaterdag 21 januari organiseren Het Roer Moet Om en Nieuwe Zorg met het oog op de verkiezingen een groot zorgdebat in Theater Carré in Amsterdam. Van 10.00-15.30 uur worden er acht prikkelende ‘zorgverklaringen’ afgelegd en nemen de lijsttrekkers van negen politieke partijen het woord. Het spreekt vanzelf dat zij daarbij het debat met elkaar en de aanwezigen niet uit de weg gaan. Meer informatie en aanmelden.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Op zaterdag 21 januari organiseren Het Roer Moet Om en Nieuwe Zorg met het oog op de verkiezingen een groot zorgdebat in Theater Carré in Amsterdam. Van 10.00-15.30 uur worden er acht prikkelende ‘zorgverklaringen’ afgelegd en nemen de lijsttrekkers van negen politieke partijen het woord. Het spreekt vanzelf dat zij daarbij het debat met elkaar en de aanwezigen niet uit de weg gaan. Meer informatie en aanmelden.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Training professionele effectiviteit in persoonsgerichte zorg - leden zorggroepen InEen

08 december 2016

Zorggroepen (lid van InEen) krijgen de mogelijkheid deel te nemen aan een pilot van de training ‘Professionele effectiviteit in persoonsgerichte zorg. Samen beslissen, het hoe en waarom’. Deze pilottraining is beschikbaar voor koppels huisarts – praktijkondersteuner/verpleegkundige. Hieronder informeren wij jullie over de mogelijkheden.

Doel

Het doel van de pilot is het testen van de training Professionele effectiviteit in persoonsgerichte zorg. Deze training is ontwikkeld als vervolg op de Handreiking Gezamenlijke besluitvorming. Het NHG en InEen hebben de training opgezet met subsidie vanuit het Zorginstituut Nederland. De training is voor het duo huisarts en praktijkondersteuner/verpleegkundige. Zie de folder voor meer informatie.

Opzet pilot

De pilot training vindt plaats op donderdag 2 februari én donderdag 23 maart, van 15.30 (inloop vanaf 15.00 uur) tot 20.00 uur, in Soesterberg. Hiervan bestaat vier uur uit training en een half uur pauze. Per training zijn er 4 accreditatiepunten aangevraagd en voor de E-learning is 1 accreditatiepunt aangevraagd. Tussen de twee trainingsdata zitten enkele weken zodat in de tussentijd aan huiswerkopdrachten gewerkt kan worden. Er kunnen maximaal 9 koppels (18 personen) deelnemen. In de pilot wordt de basistraining behandeld, de vervolgtraining is geen onderdeel van de pilot.

Kosten

De pilot training is kosteloos te volgen. Gevraagd wordt als duo huisarts en praktijkondersteuner actief deel te nemen aan de training. Tijdens de pilot wordt aandacht besteed aan de evaluatie van de training om de definitieve training zo aansprekend mogelijk te maken. Bij opgave wordt ook verwacht dat je aanwezig bent. Mocht je niet aanwezig zijn dan wordt 60 euro onkostenvergoeding, achteraf, bij je in rekening gebracht.

De training

In deze training wordt de basiskennis van de huisarts en praktijkondersteuner/verpleegkundige als uitgangspunt genomen. Tijdens deze training worden huisarts en praktijkondersteuner/ verpleegkundige meegenomen in het hoe en waarom van het samen beslissen. Scholing is gericht op gespreksvaardigheden, werken met hulpmiddelen om de geleverde zorg persoonsgericht, efficiënt en effectief te maken.

Vragen

Heb je vragen neem dan contact op met Marjan Verschuur – Veltman, of via 06-4153 37 47. Zij is inhoudelijk betrokken bij de opzet van de training.

Aanmelden

Wil je je aanmelden voor de pilot training? Geef je dan als duo op (één of meerdere) bij mij, Mariska Smit m.smit@ineen.nl.

Meer informatie

Download voor meer informatie de Scholingsfolder.

[...]

Zorggroepen (lid van InEen) krijgen de mogelijkheid deel te nemen aan een pilot van de training ‘Professionele effectiviteit in persoonsgerichte zorg. Samen beslissen, het hoe en waarom’. Deze pilottraining is beschikbaar voor koppels huisarts – praktijkondersteuner/verpleegkundige. Hieronder informeren wij jullie over de mogelijkheden.

Doel

Het doel van de pilot is het testen van de training Professionele effectiviteit in persoonsgerichte zorg. Deze training is ontwikkeld als vervolg op de Handreiking Gezamenlijke besluitvorming. Het NHG en InEen hebben de training opgezet met subsidie vanuit het Zorginstituut Nederland. De training is voor het duo huisarts en praktijkondersteuner/verpleegkundige. Zie de folder voor meer informatie.

Opzet pilot

De pilot training vindt plaats op donderdag 2 februari én donderdag 23 maart, van 15.30 (inloop vanaf 15.00 uur) tot 20.00 uur, in Soesterberg. Hiervan bestaat vier uur uit training en een half uur pauze. Per training zijn er 4 accreditatiepunten aangevraagd en voor de E-learning is 1 accreditatiepunt aangevraagd. Tussen de twee trainingsdata zitten enkele weken zodat in de tussentijd aan huiswerkopdrachten gewerkt kan worden. Er kunnen maximaal 9 koppels (18 personen) deelnemen. In de pilot wordt de basistraining behandeld, de vervolgtraining is geen onderdeel van de pilot.

Kosten

De pilot training is kosteloos te volgen. Gevraagd wordt als duo huisarts en praktijkondersteuner actief deel te nemen aan de training. Tijdens de pilot wordt aandacht besteed aan de evaluatie van de training om de definitieve training zo aansprekend mogelijk te maken. Bij opgave wordt ook verwacht dat je aanwezig bent. Mocht je niet aanwezig zijn dan wordt 60 euro onkostenvergoeding, achteraf, bij je in rekening gebracht.

De training

In deze training wordt de basiskennis van de huisarts en praktijkondersteuner/verpleegkundige als uitgangspunt genomen. Tijdens deze training worden huisarts en praktijkondersteuner/ verpleegkundige meegenomen in het hoe en waarom van het samen beslissen. Scholing is gericht op gespreksvaardigheden, werken met hulpmiddelen om de geleverde zorg persoonsgericht, efficiënt en effectief te maken.

Vragen

Heb je vragen neem dan contact op met Marjan Verschuur – Veltman, of via 06-4153 37 47. Zij is inhoudelijk betrokken bij de opzet van de training.

Aanmelden

Wil je je aanmelden voor de pilot training? Geef je dan als duo op (één of meerdere) bij mij, Mariska Smit m.smit@ineen.nl.

Meer informatie

Download voor meer informatie de Scholingsfolder.

Gezocht: succesvolle voorbeelden inzet POH-jeugd

02 december 2016

In toenemende mate rijzen er vragen over de inzet van de POH GGZ-jeugd. Valt de zorg door deze POH onder jeugdzorg, huisartsenzorg of een combinatie van beiden? Anders gezegd: valt het onder de financiering door de gemeente, de zorgverzekeraar of een combinatie? InEen is op zoek naar succesvolle (regionale) voorbeelden over afspraken die hierover met de gemeente of de zorgverzekeraar zijn gemaakt. Graag toesturen aan Mariska Smit of Ella Benedictus (beide InEen).

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

In toenemende mate rijzen er vragen over de inzet van de POH GGZ-jeugd. Valt de zorg door deze POH onder jeugdzorg, huisartsenzorg of een combinatie van beiden? Anders gezegd: valt het onder de financiering door de gemeente, de zorgverzekeraar of een combinatie? InEen is op zoek naar succesvolle (regionale) voorbeelden over afspraken die hierover met de gemeente of de zorgverzekeraar zijn gemaakt. Graag toesturen aan Mariska Smit of Ella Benedictus (beide InEen).

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Regio Rotterdam experimenteert met meekijkconsult

30 november 2016

meekijkenAfgelopen september startte in de regio Rotterdam een bijzondere pilot rond het Meekijkconsult. In deze pilot wordt het meekijkconsult georganiseerd vanuit het primaire proces van de betrokken huisarts en wordt recht gedaan aan de eigenheid en diversiteit van de betrokken organisaties, aldus de initiatiefnemers. Matine van Schie, projectleider vanuit de ROS ZorgImpuls: ‘We hebben hier in de regio alleen al twaalf soorten zorggroepen.’

Een regionale infrastructuur waarlangs huisartsen en huisartsorganisaties op maat hun meekijkconsulten vorm kunnen geven, is het uiteindelijk doel van de pilot, een initiatief van de Regiotafel Zuidwest waaraan Zilveren Kruis, LHV en huisartsenorganisaties in de regio overleggen over zorgvernieuwing. Het meekijkconsult – consultatie van een medisch specialist waarbij de huisarts de hoofdbehandelaar blijft – stond op de agenda als een manier om onnodige doorverwijzingen naar de tweede lijn te voorkomen, elkaars wereld te leren kennen en de deskundigheid in de eerste lijn te verhogen. Huisartsen, specialisten en patiënten zijn het erover eens dat het meekijkconsult de kwaliteit van de zorg verbetert. Maar hoe kan dit het beste georganiseerd worden? Welke afspraken zijn nodig?

Aan de Regietafel concludeerde men al snel dat het ontwikkelen van één blauwdruk voor iedereen geen kans van slagen heeft. Van Schie: ‘De diversiteit in onze regio is heel groot. Qua omvang variëren onze zorggroepen van 200 tot vier huisartsen. Elke organisatie heeft zijn eigen visie en manier van werken. Bovendien hebben we ook nog eens zeven ziekenhuizen met allemaal hun eigen netwerk en invulling.’ Besloten werd deze diversiteit uit te buiten en een uitdagend experiment aan te gaan waarin 40 praktijken elk anderhalf jaar gaan proefdraaien met verschillende vormen van het meekijkconsult. Zij doen dat binnen een regionaal kader dat de begeleidingsgroep die de pilot monitort, heeft ontwikkeld.

Van Schie: ‘Niet alleen de organisaties verschillen, ook zorgverleners hebben elk hun eigen affiniteit en aanpak. Daarom wilden we een open pilot met een regionaal kader waarbinnen de huisartsen hun eigen proces inrichten.’ In het regionale kader zijn vier consultvormen benoemd: telefonisch, digitaal, beeldbellen en fysiek. De deelnemende organisaties bepalen zelf welke vorm het beste aansluit bij de werkwijze en de behoefte. In het regionaal kader vinden zij verder afspraken over de financiering, de (digitale) gegevensuitwisseling en de verdeling van verantwoordelijkheden. Deze punten zijn inmiddels vertaald tot een samenwerkingsovereenkomst die huisartsen en medisch specialisten als basis kunnen gebruiken. Van Schie: ‘Met de zorgverzekeraar is nu een tarief afgesproken dat de huisarts vanuit de S3-gelden betaalt aan de medische specialist.’ Over deze keuze bestaat nog wel discussie, vertelt ze. Is dit huisartsengeld wel bedoeld om de medisch specialist te financieren? ‘Sommige huisartsen doen daarom niet mee aan de pilot.’

Van Schie verwacht dat de ‘kracht van diversiteit’ vruchten gaat afwerpen. Het feit dat elke zorggroep of huisartspraktijk vanuit eigen kracht en werkwijze aan de slag gaat, levert veel kennis op. ‘In het experiment gaan we met elkaar leren wat in welke situatie het eenvoudigst aansluit bij het primaire proces.’ Aan de hand van de ervaringen past de begeleidingsgroep het regiokader aan. Aangevuld met afspraken met de zeven ziekenhuizen in de regio ontstaat zo in 2018 de gewenste regionale infrastructuur. Ook de ervaringen van patiënten wordt onderzocht: wat zijn hun ervaringen? Sluit het minder snel doorgestuurd worden naar een specialist ook aan bij de behoefte van patienten? In hoeverre speelt het (niet belasten van het) eigen risico een rol?

De begeleidingsgroep bestaat uit vertegenwoordigers van zorggroep IZER, gezondheidscentrum Gezond op Zuid, de hoed Nieuwerkerk a/d IJssel en gezondheidscentrum Parkzoom. Zorgimpuls is facilitator van de pilot.

[...]

meekijkenAfgelopen september startte in de regio Rotterdam een bijzondere pilot rond het Meekijkconsult. In deze pilot wordt het meekijkconsult georganiseerd vanuit het primaire proces van de betrokken huisarts en wordt recht gedaan aan de eigenheid en diversiteit van de betrokken organisaties, aldus de initiatiefnemers. Matine van Schie, projectleider vanuit de ROS ZorgImpuls: ‘We hebben hier in de regio alleen al twaalf soorten zorggroepen.’

Een regionale infrastructuur waarlangs huisartsen en huisartsorganisaties op maat hun meekijkconsulten vorm kunnen geven, is het uiteindelijk doel van de pilot, een initiatief van de Regiotafel Zuidwest waaraan Zilveren Kruis, LHV en huisartsenorganisaties in de regio overleggen over zorgvernieuwing. Het meekijkconsult – consultatie van een medisch specialist waarbij de huisarts de hoofdbehandelaar blijft – stond op de agenda als een manier om onnodige doorverwijzingen naar de tweede lijn te voorkomen, elkaars wereld te leren kennen en de deskundigheid in de eerste lijn te verhogen. Huisartsen, specialisten en patiënten zijn het erover eens dat het meekijkconsult de kwaliteit van de zorg verbetert. Maar hoe kan dit het beste georganiseerd worden? Welke afspraken zijn nodig?

Aan de Regietafel concludeerde men al snel dat het ontwikkelen van één blauwdruk voor iedereen geen kans van slagen heeft. Van Schie: ‘De diversiteit in onze regio is heel groot. Qua omvang variëren onze zorggroepen van 200 tot vier huisartsen. Elke organisatie heeft zijn eigen visie en manier van werken. Bovendien hebben we ook nog eens zeven ziekenhuizen met allemaal hun eigen netwerk en invulling.’ Besloten werd deze diversiteit uit te buiten en een uitdagend experiment aan te gaan waarin 40 praktijken elk anderhalf jaar gaan proefdraaien met verschillende vormen van het meekijkconsult. Zij doen dat binnen een regionaal kader dat de begeleidingsgroep die de pilot monitort, heeft ontwikkeld.

Van Schie: ‘Niet alleen de organisaties verschillen, ook zorgverleners hebben elk hun eigen affiniteit en aanpak. Daarom wilden we een open pilot met een regionaal kader waarbinnen de huisartsen hun eigen proces inrichten.’ In het regionale kader zijn vier consultvormen benoemd: telefonisch, digitaal, beeldbellen en fysiek. De deelnemende organisaties bepalen zelf welke vorm het beste aansluit bij de werkwijze en de behoefte. In het regionaal kader vinden zij verder afspraken over de financiering, de (digitale) gegevensuitwisseling en de verdeling van verantwoordelijkheden. Deze punten zijn inmiddels vertaald tot een samenwerkingsovereenkomst die huisartsen en medisch specialisten als basis kunnen gebruiken. Van Schie: ‘Met de zorgverzekeraar is nu een tarief afgesproken dat de huisarts vanuit de S3-gelden betaalt aan de medische specialist.’ Over deze keuze bestaat nog wel discussie, vertelt ze. Is dit huisartsengeld wel bedoeld om de medisch specialist te financieren? ‘Sommige huisartsen doen daarom niet mee aan de pilot.’

Van Schie verwacht dat de ‘kracht van diversiteit’ vruchten gaat afwerpen. Het feit dat elke zorggroep of huisartspraktijk vanuit eigen kracht en werkwijze aan de slag gaat, levert veel kennis op. ‘In het experiment gaan we met elkaar leren wat in welke situatie het eenvoudigst aansluit bij het primaire proces.’ Aan de hand van de ervaringen past de begeleidingsgroep het regiokader aan. Aangevuld met afspraken met de zeven ziekenhuizen in de regio ontstaat zo in 2018 de gewenste regionale infrastructuur. Ook de ervaringen van patiënten wordt onderzocht: wat zijn hun ervaringen? Sluit het minder snel doorgestuurd worden naar een specialist ook aan bij de behoefte van patienten? In hoeverre speelt het (niet belasten van het) eigen risico een rol?

De begeleidingsgroep bestaat uit vertegenwoordigers van zorggroep IZER, gezondheidscentrum Gezond op Zuid, de hoed Nieuwerkerk a/d IJssel en gezondheidscentrum Parkzoom. Zorgimpuls is facilitator van de pilot.

Kostenonderzoek huisartsenzorg van start

18 november 2016

De NZa is gestart met het kostenonderzoek huisartsenzorg, gericht op het herijken van de tarieven voor de basishuisartsenzorg. Alle huisartspraktijken, ook in gezondheidscentra, ontvangen een dezer dagen een toelichting op het onderzoek. De uiteindelijke steekproef omvat ruim 200 praktijken. Begin december krijgen de geselecteerde praktijken een informatieverzoek. In het kostenonderzoek huisartsenzorg worden ook inkomsten uit en afspraken over multidisciplinaire zorg meegenomen. InEen maakt deel uit van de klankbordgroep voor dit onderzoek.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

De NZa is gestart met het kostenonderzoek huisartsenzorg, gericht op het herijken van de tarieven voor de basishuisartsenzorg. Alle huisartspraktijken, ook in gezondheidscentra, ontvangen een dezer dagen een toelichting op het onderzoek. De uiteindelijke steekproef omvat ruim 200 praktijken. Begin december krijgen de geselecteerde praktijken een informatieverzoek. In het kostenonderzoek huisartsenzorg worden ook inkomsten uit en afspraken over multidisciplinaire zorg meegenomen. InEen maakt deel uit van de klankbordgroep voor dit onderzoek.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Oproep ZonMw: aanpak sociaaleconomische gezondheidsverschillen

18 november 2016

Mensen met een lage sociaaleconomische status (SES) hebben vaker gezondheidsproblemen en vaak ook meerdere problemen op verschillende gebieden. De multiproblematiek maakt aanpak lastig, waardoor de gezondheidsachterstanden blijven bestaan. ZonMw zoekt daarom projectideeën die de kennis en inzicht over dit onderwerp vergroten. De ene subsidiegroep richt zich op de ondersteuning en evaluatie van lokale multidisciplinaire programma’s (zorg en welzijn) en de andere op voorstellen voor nieuw breed onderzoek naar het verband tussen gezondheid en sociaaleconomische gezondheidsverschillen.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Mensen met een lage sociaaleconomische status (SES) hebben vaker gezondheidsproblemen en vaak ook meerdere problemen op verschillende gebieden. De multiproblematiek maakt aanpak lastig, waardoor de gezondheidsachterstanden blijven bestaan. ZonMw zoekt daarom projectideeën die de kennis en inzicht over dit onderwerp vergroten. De ene subsidiegroep richt zich op de ondersteuning en evaluatie van lokale multidisciplinaire programma’s (zorg en welzijn) en de andere op voorstellen voor nieuw breed onderzoek naar het verband tussen gezondheid en sociaaleconomische gezondheidsverschillen.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Afwegingsinstrument voor opname eerstelijns verblijf 2.0

18 november 2016

In opdracht van VWS is het afwegingsinstrument voor opname in een eerstelijns verblijf (ELV) herzien, zodat het aansluit bij de overheveling van het ELV naar de Zorgverzekeringswet. Het beknopte instrument ondersteunt de inhoudelijke professionele afwegingen bij het samen met de patiënt vinden van passende zorg (gedeelde besluitvorming). Er zijn twee delen:

  1. de afwegingsondersteuning in situaties waarin geen medische interventie nodig is, maar wél aanvullende zorg en
  2. een vertaling van de verschillende voorzieningen naar de financiële kaders.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

In opdracht van VWS is het afwegingsinstrument voor opname in een eerstelijns verblijf (ELV) herzien, zodat het aansluit bij de overheveling van het ELV naar de Zorgverzekeringswet. Het beknopte instrument ondersteunt de inhoudelijke professionele afwegingen bij het samen met de patiënt vinden van passende zorg (gedeelde besluitvorming). Er zijn twee delen:

  1. de afwegingsondersteuning in situaties waarin geen medische interventie nodig is, maar wél aanvullende zorg en
  2. een vertaling van de verschillende voorzieningen naar de financiële kaders.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Stappen zetten met persoonsgerichte zorg - De Eerstelijns, oktober 2016

09 november 2016

De Eerstelijns, oktober 2016 – Werk maken van persoonsgerichte zorg. Die ambitie zijn InEen en haar leden eind september overeengekomen tijdens een tweedaags congres van de brancheorganisatie in St. Michielsgestel. Vanaf nu moet het streven worden vertaald in concrete activiteiten. Van ambitie naar actie.

[...]

De Eerstelijns, oktober 2016 – Werk maken van persoonsgerichte zorg. Die ambitie zijn InEen en haar leden eind september overeengekomen tijdens een tweedaags congres van de brancheorganisatie in St. Michielsgestel. Vanaf nu moet het streven worden vertaald in concrete activiteiten. Van ambitie naar actie.

Nieuw: GEZ Netwerk Utrecht

27 oktober 2016

gez
De elf GEZ’en in de stad Utrecht presenteren hun activiteiten op een gezamenlijke website. Gezutrecht.nl
biedt zo een overzicht van alle lopende projecten, zowel aan huisartsen, als aan bewoners. Huisarts in Oog in Al en mede-initiatiefnemer Bart van Pinxteren: ‘We hopen dat de projecten zo goed op elkaar afgestemd raken.’

De website is belangrijk voor zorgprofessionals en hun (multidisciplinaire) samenwerking, maar richt zich ook nadrukkelijk op bewoners. Van Pinxteren: ‘Je ziet dat moderne ondernemingen zich tegenwoordig online met hun klanten verbinden. Ook als zorg stoeien we met de vraag hoe we onze patiënten kunnen laten weten waar we mee bezig zijn. Ik vind dat wel belangrijk, het gaat toch om het besteden van zorggelden. Maar we willen het niet op een commerciële manier aanpakken. Hoe dan wel? De website is een stap in die zoektocht.’

Vooralsnog vormen zorgprofessionals echter de primaire doelgroep. In de wandelgangen, zegt Van Pinxteren, kwamen vaak mooie initiatieven voorbij, maar het overzicht ontbrak waardoor het voorkwam dat organisaties gelijktijdig met hetzelfde bezig waren. De website, die ontstond op de jaarlijkse heidag van de GEZ’en in Utrecht en de HUS (Huisartsen Utrecht Stad), geeft het gewenste overzicht en voorkomt zo hopelijk dubbel werk. ‘In feite is het dus ook een middel om zorggelden zuinig in te zetten,’ aldus Van Pinxteren. Dit voorjaar ging gezutrecht.nl live en de eerste reacties zijn positief. Ook de gemeente is bijvoorbeeld blij met het overzicht dat hen meer grip geeft op de materie.

Bezoekers kunnen via verschillende ingangen zoeken: op project, op thema of op GEZ, en op een kaart. Van Pinxteren stelt zich voor dat als een GEZ een activiteit wil ontwikkelen, zij als eerste de website raadplegen. Met het contactformulier kunnen zij direct contact opnemen als er al een vergelijkbaar project bestaat. Van Pinxteren: ‘Kunnen we met jullie meedoen? Kunnen we van jullie leren? Mogen we het kopiëren? We hopen dat de projecten zo goed op elkaar afgestemd raken.’ De kosten voor de website – €2.500 voor ontwerp en bouw, € 1.000 voor hosting en onderhoud – worden gedragen door de elf deelnemende GEZ’en.

Bij het lanceren van de website kozen de GEZ’en het meest aansprekende project van 2016 (de cursus In Beeld van Blauwlicht samen met Overvecht Gezond en de Hogeschool Utrecht) en de bedoeling is deze verkiezing jaarlijks te herhalen. Ook gaan de initiatiefnemers vier keer per jaar bij een project op bezoek en plaatsen daarvan een videoverslag op de website. Van Pinxteren: ‘Manieren om de activiteiten meer te laten leven en te verbinden. Ik denk en merk ook bij de mensen in onze GEZ dat je meer trots gaat voelen als je terugziet wat je doet.’

Meer informatie bij Bart van Pinxteren, huisarts en mede-initiatiefnemer.

[...]

gez
De elf GEZ’en in de stad Utrecht presenteren hun activiteiten op een gezamenlijke website. Gezutrecht.nl
biedt zo een overzicht van alle lopende projecten, zowel aan huisartsen, als aan bewoners. Huisarts in Oog in Al en mede-initiatiefnemer Bart van Pinxteren: ‘We hopen dat de projecten zo goed op elkaar afgestemd raken.’

De website is belangrijk voor zorgprofessionals en hun (multidisciplinaire) samenwerking, maar richt zich ook nadrukkelijk op bewoners. Van Pinxteren: ‘Je ziet dat moderne ondernemingen zich tegenwoordig online met hun klanten verbinden. Ook als zorg stoeien we met de vraag hoe we onze patiënten kunnen laten weten waar we mee bezig zijn. Ik vind dat wel belangrijk, het gaat toch om het besteden van zorggelden. Maar we willen het niet op een commerciële manier aanpakken. Hoe dan wel? De website is een stap in die zoektocht.’

Vooralsnog vormen zorgprofessionals echter de primaire doelgroep. In de wandelgangen, zegt Van Pinxteren, kwamen vaak mooie initiatieven voorbij, maar het overzicht ontbrak waardoor het voorkwam dat organisaties gelijktijdig met hetzelfde bezig waren. De website, die ontstond op de jaarlijkse heidag van de GEZ’en in Utrecht en de HUS (Huisartsen Utrecht Stad), geeft het gewenste overzicht en voorkomt zo hopelijk dubbel werk. ‘In feite is het dus ook een middel om zorggelden zuinig in te zetten,’ aldus Van Pinxteren. Dit voorjaar ging gezutrecht.nl live en de eerste reacties zijn positief. Ook de gemeente is bijvoorbeeld blij met het overzicht dat hen meer grip geeft op de materie.

Bezoekers kunnen via verschillende ingangen zoeken: op project, op thema of op GEZ, en op een kaart. Van Pinxteren stelt zich voor dat als een GEZ een activiteit wil ontwikkelen, zij als eerste de website raadplegen. Met het contactformulier kunnen zij direct contact opnemen als er al een vergelijkbaar project bestaat. Van Pinxteren: ‘Kunnen we met jullie meedoen? Kunnen we van jullie leren? Mogen we het kopiëren? We hopen dat de projecten zo goed op elkaar afgestemd raken.’ De kosten voor de website – €2.500 voor ontwerp en bouw, € 1.000 voor hosting en onderhoud – worden gedragen door de elf deelnemende GEZ’en.

Bij het lanceren van de website kozen de GEZ’en het meest aansprekende project van 2016 (de cursus In Beeld van Blauwlicht samen met Overvecht Gezond en de Hogeschool Utrecht) en de bedoeling is deze verkiezing jaarlijks te herhalen. Ook gaan de initiatiefnemers vier keer per jaar bij een project op bezoek en plaatsen daarvan een videoverslag op de website. Van Pinxteren: ‘Manieren om de activiteiten meer te laten leven en te verbinden. Ik denk en merk ook bij de mensen in onze GEZ dat je meer trots gaat voelen als je terugziet wat je doet.’

Meer informatie bij Bart van Pinxteren, huisarts en mede-initiatiefnemer.

Vilans (onder)zoekt zorggroepen, zorgketens en -netwerken

21 oktober 2016

Met een eenmalige digitale enquête in november gaan Vilans en TIAS (Universiteit Tilburg en TU Eindhoven) in kaart brengen hoe de samenwerking in de zorg- en welzijnssector is ingericht. Het onderzoek richt zich met name op de governance (sturing, verantwoording, toezicht, inkoop). Ook de effectiviteit daarvan en mogelijke verbeteringen worden onderzocht. De onderzoekers roepen de coördinatoren of andere vertegenwoordigers van samenwerkingsverbanden op om mee te doen. Deelnemen betekent bijdragen aan de algemene kennis over samenwerking en de governance van samenwerkingsverbanden en kan ook leiden tot meer inzicht in de eigen samenwerking. Meer informatie en aanmelden (uiterlijk 3 november) bij Vilans-onderzoeker Anne Deelen.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Met een eenmalige digitale enquête in november gaan Vilans en TIAS (Universiteit Tilburg en TU Eindhoven) in kaart brengen hoe de samenwerking in de zorg- en welzijnssector is ingericht. Het onderzoek richt zich met name op de governance (sturing, verantwoording, toezicht, inkoop). Ook de effectiviteit daarvan en mogelijke verbeteringen worden onderzocht. De onderzoekers roepen de coördinatoren of andere vertegenwoordigers van samenwerkingsverbanden op om mee te doen. Deelnemen betekent bijdragen aan de algemene kennis over samenwerking en de governance van samenwerkingsverbanden en kan ook leiden tot meer inzicht in de eigen samenwerking. Meer informatie en aanmelden (uiterlijk 3 november) bij Vilans-onderzoeker Anne Deelen.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Subsidie voor valpreventie in Midden-Kennemerland

30 september 2016

In-balansMeer Veerkracht, Langer Thuis is het subsidieprogramma van Fonds NutsOhra (FNO) dat zich richt op initiatieven waardoor ouderen langer en prettiger thuis kunnen blijven wonen. De vijfde en laatste call loopt tot 10 oktober. In eerdere calls werden al 79 projecten gehonoreerd, waaronder dat van de ROS ZONH: implementatie van de valpreventiecursus In Balans in Midden-Kennemerland. ‘Daar zijn we blij mee, want veel van onze zorgaanbieders willen graag iets doen met valpreventie, maar de zorgverzekeraar vergoedt dit meestal niet’, aldus projectmanager Ineke Zekveld.

In de regio Midden-Kennemerland blijken bovengemiddeld veel ouderen te vallen en letsel op te lopen. De oorzaak is onbekend, maar de narigheid niet minder. Naast het langdurige fysieke ongemak ontstaat er vaak een blijvende angst om te vallen. Bovendien, zegt Zekveld, veroorzaakt een val met letsel hoge zorgkosten, gemiddeld € 9.100 per valincident. Reden genoeg om de call van FNO op te pakken. ZONH besloot niet zelf een project te ontwikkelen, maar te kiezen uit de shortlist van FNO. Zekveld: ‘We wilden niet nog een keer het wiel uitvinden en bovendien zijn er aanwijzingen dat de effectiviteit van de projecten op de shortlist goed is. Dat vinden we belangrijk.’

In de groepscursus In Balans sprak vooral de claim dat het valrisico met 60% afneemt aan, evenals de erkenning door RIVM Centrum Gezond Leven. Het programma In Balans is van Veiligheid.nl en wordt gegeven door getrainde fysiotherapeuten en oefentherapeuten. De cursus – voor thuiswonende 70-plussers met een hoog valrisico – bestaat uit enkele voorlichtingsbijeenkomsten en een beweegprogramma (tien bijeenkomsten) dat is gebaseerd op Tai Chi. Het is gericht op het verbeteren van de algehele fitheid, spierkracht en balans en biedt een gerichte training voor opstaan en lopen. Behalve de fysiotherapeuten in de regio (via de regionale afdeling van de KNGF) waren in de voorbereiding de huisartsenvereniging Midden-Kennemerland en het Rode Kruis Ziekenhuis in Beverwijk belangrijke partners.

Zekveld: ‘Het gezag van de huisarts die adviseert om de cursus te doen heeft voor veel patiënten belangrijke meerwaarde. Ook omdat ouderen vaak een verkeerd idee hebben over valpreventie. Ze denken dat ze moeten leren vallen en schamen zich daarvoor in een groep.’ Deelname van de huisarts biedt bovendien de kans de doelgroep gericht te benaderen. De bedoeling is om de POH te trainen het valrisico van oudere patiënten te screenen. Screening gebeurt al in het Rode Kruis Ziekenhuis waar alle 70-plussers bezoek krijgen van een geriatrieteam. Samenwerking met dit team gaat zorgen voor een goede en warme overdracht naar de eerste lijn en eventueel de cursus In Balans. ‘Nu zien we nog wel eens dat een patiënt helemaal gericht is op bijvoorbeeld zijn hartkwaal, waardoor – eenmaal weer thuis – het bijbehorende valrisico tussen wal en schip belandt’, aldus Zekveld.

Ook de betrokkenheid van de ouderen zelf is een waardevol aspect van In Balans. In de voorlichtingsfase spelen zij een cruciale rol als ervaringsdeskundige, beantwoorden ze vragen en helpen ze collega-ouderen de drempel over. En elke cursus leidt weer nieuwe ervaringsdeskundigen op. In Midden-Kennemerland staat men inmiddels in de startblokken. Nog dit najaar begint de training van fysiotherapeuten, oefentherapeuten en de POH’s van de 26 deelnemende huisartspraktijken. Daarna, begin 2017, start de eerste cursus. ‘Best spannend’, zegt Zekveld, ‘het is een langlopend project waar we veel van verwachten!’

Informatie

  • Met vragen kunt u contact opnemen met Ineke Zekveld, projectmanager ZONH
  • De 5e call van het Fonds NutsOhra programma Meer Veerkracht, Langer Thuis loopt nog tot maandag 10 oktober, 15:00 uur. Lees verder
[...]

In-balansMeer Veerkracht, Langer Thuis is het subsidieprogramma van Fonds NutsOhra (FNO) dat zich richt op initiatieven waardoor ouderen langer en prettiger thuis kunnen blijven wonen. De vijfde en laatste call loopt tot 10 oktober. In eerdere calls werden al 79 projecten gehonoreerd, waaronder dat van de ROS ZONH: implementatie van de valpreventiecursus In Balans in Midden-Kennemerland. ‘Daar zijn we blij mee, want veel van onze zorgaanbieders willen graag iets doen met valpreventie, maar de zorgverzekeraar vergoedt dit meestal niet’, aldus projectmanager Ineke Zekveld.

In de regio Midden-Kennemerland blijken bovengemiddeld veel ouderen te vallen en letsel op te lopen. De oorzaak is onbekend, maar de narigheid niet minder. Naast het langdurige fysieke ongemak ontstaat er vaak een blijvende angst om te vallen. Bovendien, zegt Zekveld, veroorzaakt een val met letsel hoge zorgkosten, gemiddeld € 9.100 per valincident. Reden genoeg om de call van FNO op te pakken. ZONH besloot niet zelf een project te ontwikkelen, maar te kiezen uit de shortlist van FNO. Zekveld: ‘We wilden niet nog een keer het wiel uitvinden en bovendien zijn er aanwijzingen dat de effectiviteit van de projecten op de shortlist goed is. Dat vinden we belangrijk.’

In de groepscursus In Balans sprak vooral de claim dat het valrisico met 60% afneemt aan, evenals de erkenning door RIVM Centrum Gezond Leven. Het programma In Balans is van Veiligheid.nl en wordt gegeven door getrainde fysiotherapeuten en oefentherapeuten. De cursus – voor thuiswonende 70-plussers met een hoog valrisico – bestaat uit enkele voorlichtingsbijeenkomsten en een beweegprogramma (tien bijeenkomsten) dat is gebaseerd op Tai Chi. Het is gericht op het verbeteren van de algehele fitheid, spierkracht en balans en biedt een gerichte training voor opstaan en lopen. Behalve de fysiotherapeuten in de regio (via de regionale afdeling van de KNGF) waren in de voorbereiding de huisartsenvereniging Midden-Kennemerland en het Rode Kruis Ziekenhuis in Beverwijk belangrijke partners.

Zekveld: ‘Het gezag van de huisarts die adviseert om de cursus te doen heeft voor veel patiënten belangrijke meerwaarde. Ook omdat ouderen vaak een verkeerd idee hebben over valpreventie. Ze denken dat ze moeten leren vallen en schamen zich daarvoor in een groep.’ Deelname van de huisarts biedt bovendien de kans de doelgroep gericht te benaderen. De bedoeling is om de POH te trainen het valrisico van oudere patiënten te screenen. Screening gebeurt al in het Rode Kruis Ziekenhuis waar alle 70-plussers bezoek krijgen van een geriatrieteam. Samenwerking met dit team gaat zorgen voor een goede en warme overdracht naar de eerste lijn en eventueel de cursus In Balans. ‘Nu zien we nog wel eens dat een patiënt helemaal gericht is op bijvoorbeeld zijn hartkwaal, waardoor – eenmaal weer thuis – het bijbehorende valrisico tussen wal en schip belandt’, aldus Zekveld.

Ook de betrokkenheid van de ouderen zelf is een waardevol aspect van In Balans. In de voorlichtingsfase spelen zij een cruciale rol als ervaringsdeskundige, beantwoorden ze vragen en helpen ze collega-ouderen de drempel over. En elke cursus leidt weer nieuwe ervaringsdeskundigen op. In Midden-Kennemerland staat men inmiddels in de startblokken. Nog dit najaar begint de training van fysiotherapeuten, oefentherapeuten en de POH’s van de 26 deelnemende huisartspraktijken. Daarna, begin 2017, start de eerste cursus. ‘Best spannend’, zegt Zekveld, ‘het is een langlopend project waar we veel van verwachten!’

Informatie

  • Met vragen kunt u contact opnemen met Ineke Zekveld, projectmanager ZONH
  • De 5e call van het Fonds NutsOhra programma Meer Veerkracht, Langer Thuis loopt nog tot maandag 10 oktober, 15:00 uur. Lees verder

Meld je aan voor de Leesservice

30 september 2016

De stichting Lezen & Schrijven heeft een nieuwe campagne: de Leesservice. De stichting organiseert programma’s en campagnes om laaggeletterdheid een halt toe te roepen. De effecten van laaggeletterdheid op de gezondheid zijn bekend: laaggeletterde mensen hebben meestal ook lage gezondheidsvaardigheden (met onder meer een gemiddeld zes jaar kortere levensduur als gevolg). De Leesservice heeft als doel het promoten van lekker lezen voor iedereen. Organisaties die zich aanmelden krijgen elk jaar acht leuke verhalen van bekende schrijvers (onder andere Floortje Dessing en Kader Abdolah) voor medewerkers en patiënten. Iets voor jullie? Meer informatie.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

De stichting Lezen & Schrijven heeft een nieuwe campagne: de Leesservice. De stichting organiseert programma’s en campagnes om laaggeletterdheid een halt toe te roepen. De effecten van laaggeletterdheid op de gezondheid zijn bekend: laaggeletterde mensen hebben meestal ook lage gezondheidsvaardigheden (met onder meer een gemiddeld zes jaar kortere levensduur als gevolg). De Leesservice heeft als doel het promoten van lekker lezen voor iedereen. Organisaties die zich aanmelden krijgen elk jaar acht leuke verhalen van bekende schrijvers (onder andere Floortje Dessing en Kader Abdolah) voor medewerkers en patiënten. Iets voor jullie? Meer informatie.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

ZonMw organiseert digitale raadpleging 'Gezond ouder worden’

30 september 2016

Hoe geef je ondersteunend beleid voor gezond ouder worden effectief vorm? ZonMw werkt aan een agenda voor dit belangrijke thema en heeft daarvoor input nodig uit het veld. De agenda moet duidelijk maken op welke thema’s het beleid zich zou moeten richten, over ministeries en domeinen heen. Doel is een integraal levensloopbeleid voor Nederland, dat alle generaties meeneemt. Op 5 oktober publiceert ZonMw de conceptagenda ‘Gezond ouder worden’ en tot en met 12 oktober kunnen zorgverleners en zorgorganisaties daarop reageren via een digitale vragenlijst. Als InEen juichen we deelname aan deze raadpleging toe. Meer informatie.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Hoe geef je ondersteunend beleid voor gezond ouder worden effectief vorm? ZonMw werkt aan een agenda voor dit belangrijke thema en heeft daarvoor input nodig uit het veld. De agenda moet duidelijk maken op welke thema’s het beleid zich zou moeten richten, over ministeries en domeinen heen. Doel is een integraal levensloopbeleid voor Nederland, dat alle generaties meeneemt. Op 5 oktober publiceert ZonMw de conceptagenda ‘Gezond ouder worden’ en tot en met 12 oktober kunnen zorgverleners en zorgorganisaties daarop reageren via een digitale vragenlijst. Als InEen juichen we deelname aan deze raadpleging toe. Meer informatie.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Samenwerken met de wijkverpleging en het sociale domein

23 september 2016

Op een boeiende inspiratiebijeenkomst (15 september) wisselden ruim 30 leden van gedachten over de samenwerking met de wijkverpleging en het sociale domein. Welke knelpunten worden ervaren, waar liggen de kansen en hoe is het de al bestaande projecten gelukt tot samenwerking te komen? Martien Bouwmans, beleidsadviseur van ZN gaf een toelichting op de totstandkoming van de samenwerkingsagenda die ZN samen met VNG ontwikkelde. Aansluitend vertelden Marjan Hoeijmakers (Coöperatie Wijkverpleegkundige Zorg Rotterdam) en Edith de la Fuente (Raedelijn) hoe de tripartite samenwerking in hun regio vorm krijgt. InEen gaat op basis van alle input aan de slag met de uitvoering van het plan van aanpak voor het bevorderen van samenwerking in de driehoek eerstelijnszorg, wijkverpleging en het sociale domein. Verder attenderen we jullie op de recente Monitor Wijkverpleging waarin verslag wordt gedaan van een onderzoek naar de contractering van wijkverpleging.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Op een boeiende inspiratiebijeenkomst (15 september) wisselden ruim 30 leden van gedachten over de samenwerking met de wijkverpleging en het sociale domein. Welke knelpunten worden ervaren, waar liggen de kansen en hoe is het de al bestaande projecten gelukt tot samenwerking te komen? Martien Bouwmans, beleidsadviseur van ZN gaf een toelichting op de totstandkoming van de samenwerkingsagenda die ZN samen met VNG ontwikkelde. Aansluitend vertelden Marjan Hoeijmakers (Coöperatie Wijkverpleegkundige Zorg Rotterdam) en Edith de la Fuente (Raedelijn) hoe de tripartite samenwerking in hun regio vorm krijgt. InEen gaat op basis van alle input aan de slag met de uitvoering van het plan van aanpak voor het bevorderen van samenwerking in de driehoek eerstelijnszorg, wijkverpleging en het sociale domein. Verder attenderen we jullie op de recente Monitor Wijkverpleging waarin verslag wordt gedaan van een onderzoek naar de contractering van wijkverpleging.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Terugblik op Europees Congres EFPC in Riga

09 september 2016

Van 4-6 september vond in Riga (Letland) de Europese Forum for Primary Care  (EFPC) conferentie plaats, waaraan ook InEen en enkele leden een bijdrage leverden. Het conferentiethema was ‘Crosscutting Informal Care and Professional Primary Care’. Voorbeelden van zorg en onderzoeksresultaten uit Europa en zelfs daarbuiten werden in diverse sessies besproken. Samen met Herma Barnhoorn (stichting EenPlus, Velp), Wim Klein Nagelvoort (Ros Almere/Amsterdam)  en Veerle Piessens (Wijkgezondheidscentra Vlaanderen) verzorgde InEen een sessie over de verschillende organisatievormen voor de complexe zorg voor ouderen. We wilden laten zien dat er afhankelijk van de omstandigheden verschillende organisatievormen van zorg mogelijk zijn, en dat er in verschillende mate beroep wordt gedaan op informele zorg. In onze sessie hebben we enkele cruciale factoren onderscheiden naar de betrokkenheid van patiënt, professional, organisatie en financiering. Onze deelname was een interessante ervaring voor InEen en onze leden, een goede gelegenheid om ons netwerk uit te breiden en expertise te delen met professionals uit Engeland, Frankijk, België, Duitsland en Nederland.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Van 4-6 september vond in Riga (Letland) de Europese Forum for Primary Care  (EFPC) conferentie plaats, waaraan ook InEen en enkele leden een bijdrage leverden. Het conferentiethema was ‘Crosscutting Informal Care and Professional Primary Care’. Voorbeelden van zorg en onderzoeksresultaten uit Europa en zelfs daarbuiten werden in diverse sessies besproken. Samen met Herma Barnhoorn (stichting EenPlus, Velp), Wim Klein Nagelvoort (Ros Almere/Amsterdam)  en Veerle Piessens (Wijkgezondheidscentra Vlaanderen) verzorgde InEen een sessie over de verschillende organisatievormen voor de complexe zorg voor ouderen. We wilden laten zien dat er afhankelijk van de omstandigheden verschillende organisatievormen van zorg mogelijk zijn, en dat er in verschillende mate beroep wordt gedaan op informele zorg. In onze sessie hebben we enkele cruciale factoren onderscheiden naar de betrokkenheid van patiënt, professional, organisatie en financiering. Onze deelname was een interessante ervaring voor InEen en onze leden, een goede gelegenheid om ons netwerk uit te breiden en expertise te delen met professionals uit Engeland, Frankijk, België, Duitsland en Nederland.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Aandacht voor het manifest ‘Betere Geestelijke Gezondheid’

09 september 2016

We attenderen jullie op een artikel op de website Mijngezondheidsgids.nl met opnieuw aandacht voor het manifest ‘Betere Geestelijke Gezondheid’ dat partijen in en om de GGZ, waaronder InEen, dit voorjaar lanceerden. Het manifest roept zorgaanbieders, politiek en maatschappelijke organisaties op de krachten te bundelen en in te zetten op het tijdig herkennen van psychische problemen onder jongeren en betere leefomstandigheden voor mensen die psychisch kwetsbaar zijn. Investeren in een kwalitatief goede en toegankelijke geestelijke gezondheidszorg die zich zoveel mogelijk richt op herstel, kan de samenleving tot 20 miljard euro opleveren (minder ziekteverzuim, lagere zorgkosten, meer veiligheid)! Het artikel belicht onder meer de functie van de POH-ggz. Initiatiefnemers voor het manifest zijn Federatie Opvang, GGZ Nederland, InEen, LHV, LVVP, MeerGGZ, P3NL, RIBW Alliantie en V&VN.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

We attenderen jullie op een artikel op de website Mijngezondheidsgids.nl met opnieuw aandacht voor het manifest ‘Betere Geestelijke Gezondheid’ dat partijen in en om de GGZ, waaronder InEen, dit voorjaar lanceerden. Het manifest roept zorgaanbieders, politiek en maatschappelijke organisaties op de krachten te bundelen en in te zetten op het tijdig herkennen van psychische problemen onder jongeren en betere leefomstandigheden voor mensen die psychisch kwetsbaar zijn. Investeren in een kwalitatief goede en toegankelijke geestelijke gezondheidszorg die zich zoveel mogelijk richt op herstel, kan de samenleving tot 20 miljard euro opleveren (minder ziekteverzuim, lagere zorgkosten, meer veiligheid)! Het artikel belicht onder meer de functie van de POH-ggz. Initiatiefnemers voor het manifest zijn Federatie Opvang, GGZ Nederland, InEen, LHV, LVVP, MeerGGZ, P3NL, RIBW Alliantie en V&VN.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Reminder: bijeenkomst samenwerking eerste lijn, wijkverpleging en welzijn

26 augustus 2016

Wijkverpleging, welzijn en eerste lijn: op tal van plaatsen werken ze al met elkaar samen. Door het delen van elkaars ervaringen kan er over die samenwerking nog meer ontdekt worden. Op 15 september organiseren we daarom een inspiratiebijeenkomst (17:00-19:30 uur in Utrecht). Als InEen willen we experimenten op het grensvlak van huisartsenzorg, wijkverpleging en sociaal domein ondersteunen en landelijk verspreiden. Doel van de inspiratiebijeenkomst is dan ook leren van elkaars ervaringen en elkaar verder helpen. Alle leden zijn welkom (ook als je nog niet of nog maar net met de samenwerking tussen domeinen bezig bent). Graag even aanmelden.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Wijkverpleging, welzijn en eerste lijn: op tal van plaatsen werken ze al met elkaar samen. Door het delen van elkaars ervaringen kan er over die samenwerking nog meer ontdekt worden. Op 15 september organiseren we daarom een inspiratiebijeenkomst (17:00-19:30 uur in Utrecht). Als InEen willen we experimenten op het grensvlak van huisartsenzorg, wijkverpleging en sociaal domein ondersteunen en landelijk verspreiden. Doel van de inspiratiebijeenkomst is dan ook leren van elkaars ervaringen en elkaar verder helpen. Alle leden zijn welkom (ook als je nog niet of nog maar net met de samenwerking tussen domeinen bezig bent). Graag even aanmelden.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

ZonMw kennisvouchers voor positieve gezondheid

19 augustus 2016

In het Nationaal Programma Preventie ‘Alles is gezondheid (NPP/AiG)’ wordt het concept Positieve Gezondheid omarmd en wordt uitwerking van het concept naar de praktijk gestimuleerd. Organisaties die zich met een pledge (belofte) verbinden aan de doelen van ‘Alles is Gezondheid…’, kunnen bij ZonMw een aanvraag indienen voor een kennisvoucher. Deze voucher is bedoeld voor het (door)ontwikkelen van tools en werkvormen voor Positieve Gezondheid. Daarbij moet een ‘pledgehouder’ samenwerken met een praktijk- en kennisorganisatie, en een gemeente. Meer informatie is te vinden op de website van ZonMw.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

In het Nationaal Programma Preventie ‘Alles is gezondheid (NPP/AiG)’ wordt het concept Positieve Gezondheid omarmd en wordt uitwerking van het concept naar de praktijk gestimuleerd. Organisaties die zich met een pledge (belofte) verbinden aan de doelen van ‘Alles is Gezondheid…’, kunnen bij ZonMw een aanvraag indienen voor een kennisvoucher. Deze voucher is bedoeld voor het (door)ontwikkelen van tools en werkvormen voor Positieve Gezondheid. Daarbij moet een ‘pledgehouder’ samenwerken met een praktijk- en kennisorganisatie, en een gemeente. Meer informatie is te vinden op de website van ZonMw.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Start vijfde subsidieronde Meer Veerkracht, Langer Thuis

12 augustus 2016

Half augustus start de vijfde en laatste subsidieronde van het programma Meer Veerkracht, Langer Thuis, waarvoor projecten een aanvraag in kunnen dienen. Die ronde is bedoeld voor projecten die zich richten op meedoen en bewegen van alleenstaande ouderen. De inschrijving van deze vijfde call loopt tot 10 oktober 15.00 uur. De tekst waarin de voorwaarden en criteria vermeld staan en een overzicht van alle tot nu toe gefinancierde projecten worden weergegeven op de website van Fonds NutsOhra.

Meer Veerkracht, Langer Thuis is een programma van Fonds Nuts Ohra dat zich richt op alleenstaande thuiswonende ouderen met een beperking. Het programma steunt projecten die ouderen in staat stellen om zo lang mogelijk zelfstandig en op een prettige manier thuis te blijven wonen. Meer Veerkracht, Langer Thuis richt zich specifiek op de thema’s Bewegen en Meedoen, omdat dit belangrijke leefgebieden zijn die ook op langere termijn bijdragen aan zelfstandigheid. Tot dusver zijn er in het programma vier subsidierondes geweest, waarin 79 projecten zijn toegekend.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Half augustus start de vijfde en laatste subsidieronde van het programma Meer Veerkracht, Langer Thuis, waarvoor projecten een aanvraag in kunnen dienen. Die ronde is bedoeld voor projecten die zich richten op meedoen en bewegen van alleenstaande ouderen. De inschrijving van deze vijfde call loopt tot 10 oktober 15.00 uur. De tekst waarin de voorwaarden en criteria vermeld staan en een overzicht van alle tot nu toe gefinancierde projecten worden weergegeven op de website van Fonds NutsOhra.

Meer Veerkracht, Langer Thuis is een programma van Fonds Nuts Ohra dat zich richt op alleenstaande thuiswonende ouderen met een beperking. Het programma steunt projecten die ouderen in staat stellen om zo lang mogelijk zelfstandig en op een prettige manier thuis te blijven wonen. Meer Veerkracht, Langer Thuis richt zich specifiek op de thema’s Bewegen en Meedoen, omdat dit belangrijke leefgebieden zijn die ook op langere termijn bijdragen aan zelfstandigheid. Tot dusver zijn er in het programma vier subsidierondes geweest, waarin 79 projecten zijn toegekend.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Accreditatie aangevraagd voor de Tweedaagse

12 augustus 2016

Vorige week gaven we aan dat het programma van de Tweedaagse zeer geschikt is om tijdens de tweede dag een zorgverlener vanuit uw organisatie mee te nemen. Voor deelnemende huisartsen is ondertussen accreditatie aangevraagd. Dit maakt het voor hen waarschijnlijk extra aantrekkelijk om tijdens de tweede dag aanwezig te zijn. Over de toekenning van de accreditatie en het precieze aantal punten hopen we jullie binnenkort te kunnen berichten. Inschrijven voor de Tweedaagse kan nog. Ook voor zorgverleners op dag twee.

Meer informatie over de Tweedaagse.


Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Vorige week gaven we aan dat het programma van de Tweedaagse zeer geschikt is om tijdens de tweede dag een zorgverlener vanuit uw organisatie mee te nemen. Voor deelnemende huisartsen is ondertussen accreditatie aangevraagd. Dit maakt het voor hen waarschijnlijk extra aantrekkelijk om tijdens de tweede dag aanwezig te zijn. Over de toekenning van de accreditatie en het precieze aantal punten hopen we jullie binnenkort te kunnen berichten. Inschrijven voor de Tweedaagse kan nog. Ook voor zorgverleners op dag twee.

Meer informatie over de Tweedaagse.


Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Programma Tweedaagse beschikbaar

05 augustus 2016

Het programma van de Tweedaagse van InEen is bekend. Het was een boeiende uitdaging het thema persoonsgerichte zorg in een breder perspectief  te plaatsen, zodat het alle ledengroepen van InEen aanspreekt. Wij denken daarin geslaagd te zijn met inspirerende sprekers op de eerste dag en maar liefst 27 sub-sessies om uit te kiezen op dag twee. Met dit programma valt er zeker voor alle leden voldoende te halen en we zien u dan ook graag op 28 en 29 september bij congreshotel de Ruwenberg. We nodigen u uit om tijdens de tweede dag een collega, ketenpartner of zorgprofessional van uw organisatie mee te nemen, zodat u de reis ook na de Tweedaagse gezamenlijk kunt voortzetten. Meer informatie over de Tweedaagse.


Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Het programma van de Tweedaagse van InEen is bekend. Het was een boeiende uitdaging het thema persoonsgerichte zorg in een breder perspectief  te plaatsen, zodat het alle ledengroepen van InEen aanspreekt. Wij denken daarin geslaagd te zijn met inspirerende sprekers op de eerste dag en maar liefst 27 sub-sessies om uit te kiezen op dag twee. Met dit programma valt er zeker voor alle leden voldoende te halen en we zien u dan ook graag op 28 en 29 september bij congreshotel de Ruwenberg. We nodigen u uit om tijdens de tweede dag een collega, ketenpartner of zorgprofessional van uw organisatie mee te nemen, zodat u de reis ook na de Tweedaagse gezamenlijk kunt voortzetten. Meer informatie over de Tweedaagse.


Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Scholingsaanbod Astma en COPD

29 juli 2016

Naast zorgprogramma’s voor COPD wordt er op steeds meer plaatsen in het land nu ook een zorgprogramma voor astma aangeboden. De CAHAG (COPD en Astma Huisartsen Advies Groep) helpt zorggroepen en gezondheidscentra met gerichte scholingsprogramma’s bij het opzetten en implementeren van deze zorgprogramma’s in de dagelijkse praktijk. Naast de welbekende CASPIR-cursussen biedt CAHAG een breed aanbod aan onderwijs op het gebied van astma en COPD. Benieuwd naar het scholingsaanbod voor 2016-2017? Lees de digitale brochure.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Naast zorgprogramma’s voor COPD wordt er op steeds meer plaatsen in het land nu ook een zorgprogramma voor astma aangeboden. De CAHAG (COPD en Astma Huisartsen Advies Groep) helpt zorggroepen en gezondheidscentra met gerichte scholingsprogramma’s bij het opzetten en implementeren van deze zorgprogramma’s in de dagelijkse praktijk. Naast de welbekende CASPIR-cursussen biedt CAHAG een breed aanbod aan onderwijs op het gebied van astma en COPD. Benieuwd naar het scholingsaanbod voor 2016-2017? Lees de digitale brochure.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Samenvattingskaart voetzorg

29 juli 2016

Multidisciplinaire zorg vraagt om duidelijke afspraken over de kwaliteit van zorg. Daarom heeft de Nederlandse Vereniging voor Podotherapie (NvvP) onderzocht hoe eelt op of onder de voeten van mensen met diabetes het best kan worden beoordeeld in het kader van de Simm’s classificatie. Aan de consensus-studie werkten pedicures, kaderartsen, podologen, diabetespodotherapeuten, huisartsen, praktijkondersteuners, internisten en vaatchirurgen mee. Het resultaat is een samenvattingskaart die een duidelijke leidraad geeft voor alle betrokken zorgprofessionals. Dit draagt bij aan de eenduidigheid op het gebied van eelt en de daarvoor medisch noodzakelijke voetzorg.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Multidisciplinaire zorg vraagt om duidelijke afspraken over de kwaliteit van zorg. Daarom heeft de Nederlandse Vereniging voor Podotherapie (NvvP) onderzocht hoe eelt op of onder de voeten van mensen met diabetes het best kan worden beoordeeld in het kader van de Simm’s classificatie. Aan de consensus-studie werkten pedicures, kaderartsen, podologen, diabetespodotherapeuten, huisartsen, praktijkondersteuners, internisten en vaatchirurgen mee. Het resultaat is een samenvattingskaart die een duidelijke leidraad geeft voor alle betrokken zorgprofessionals. Dit draagt bij aan de eenduidigheid op het gebied van eelt en de daarvoor medisch noodzakelijke voetzorg.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Kennis over gevaren (mee)roken laag in Nederland

15 juli 2016

Omdat in veel van jullie zorgprogramma’s roken een probleem met impact is, attenderen we jullie op een onderzoek van TNS Nipo waaruit blijkt dat de kennis over de gevaren van (mee)roken gering is. Zowel rokers als niet rokers schatten de risico’s te laag in. Zo weet maar 51% van de Nederlanders bijvoorbeeld dat een hartinfarct het gevolg kan zijn van meeroken. Het onderzoek werd uitgevoerd in opdracht van VWS.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Omdat in veel van jullie zorgprogramma’s roken een probleem met impact is, attenderen we jullie op een onderzoek van TNS Nipo waaruit blijkt dat de kennis over de gevaren van (mee)roken gering is. Zowel rokers als niet rokers schatten de risico’s te laag in. Zo weet maar 51% van de Nederlanders bijvoorbeeld dat een hartinfarct het gevolg kan zijn van meeroken. Het onderzoek werd uitgevoerd in opdracht van VWS.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Inspiratiebijeenkomst samenwerking eerste lijn, wijkverpleging en welzijn

08 juli 2016

In verband met ‘code oranje’ hebben we de inspiratiebijeenkomst van 23 juni moeten afblazen. Gelukkig is er op 15 september een herkansing. Nog even waar het om gaat: InEen heeft het initiatief genomen experimenten op het grensvlak van huisartsenzorg, wijkverpleging en sociaal domein te ondersteunen en landelijk op te schalen. Diverse leden van InEen willen graag hun ervaringen met samenwerkingstrajecten van eerste lijn, wijkverpleging en sociaal domein uitwisselen. Dat gaat nu gebeuren op donderdag 15 september (17:00-19:30 uur in Utrecht), aansluitend aan de VIM-bijeenkomst. Naast de presentaties vanuit de regio’s is er op de inspiratiebijeenkomst volop ruimte voor het uitwisselen van ervaringen en het inventariseren van (landelijke) knelpunten. Alle leden van InEen zijn welkom, zowel leden die zich al met samenwerking tussen domeinen bezig houden, als leden die graag hierover in gesprek willen gaan. Stel je vragen aan Mariska Smit (InEen)  en meld je aan  (voor de zekerheid vragen we iedereen zich opnieuw aan te melden).

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

In verband met ‘code oranje’ hebben we de inspiratiebijeenkomst van 23 juni moeten afblazen. Gelukkig is er op 15 september een herkansing. Nog even waar het om gaat: InEen heeft het initiatief genomen experimenten op het grensvlak van huisartsenzorg, wijkverpleging en sociaal domein te ondersteunen en landelijk op te schalen. Diverse leden van InEen willen graag hun ervaringen met samenwerkingstrajecten van eerste lijn, wijkverpleging en sociaal domein uitwisselen. Dat gaat nu gebeuren op donderdag 15 september (17:00-19:30 uur in Utrecht), aansluitend aan de VIM-bijeenkomst. Naast de presentaties vanuit de regio’s is er op de inspiratiebijeenkomst volop ruimte voor het uitwisselen van ervaringen en het inventariseren van (landelijke) knelpunten. Alle leden van InEen zijn welkom, zowel leden die zich al met samenwerking tussen domeinen bezig houden, als leden die graag hierover in gesprek willen gaan. Stel je vragen aan Mariska Smit (InEen)  en meld je aan  (voor de zekerheid vragen we iedereen zich opnieuw aan te melden).

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Gezond op Zuid toont meerwaarde van gezondheidscentra

30 juni 2016


5De vijf gezondheidscentra van Gezond op Zuid leveren multidisciplinaire zorg aan bij elkaar zo’n 36.500 patiënten in de kwetsbare multiculturele wijken van Rotterdam Zuid. Gezond op Zuid ontstond op 1 januari 2016 door een fusie van drie afzonderlijke stichtingen en werd daarmee een belangrijke speler in de Maasstad. Bestuurder Annemiek Beukman: ‘We zijn een spil in de wijken en hebben heel veel expertise standaard in huis. Dat is onze grote meerwaarde.’

Multidisciplinair samenwerken gaat in het gezondheidscentrum bijna automatisch. De ontzorgde huisartsen en andere zorgverleners – het gezondheidscentrum neemt tijdrovende taken over op het gebied van administratie en HRM – vinden elkaar makkelijk, delen kennis & expertise en – heel belangrijk – inspireren elkaar. Het is een vliegwiel, zegt Beukman. En dat vliegwiel werkt ook in de wijk. ‘Ik noem maar een voorbeeld. Een POH somatiek gaat wandelen met diabetespatiënten, dat doet ze in de wijk, waardoor andere wijkbewoners aansluiten, ook als ze geen patiënt van ons zijn. Zo komen we als gezondheidscentrum middenin de wijk te staan. We worden door de gemeente ook gezien als een belangrijke partner.’

Bijna tien jaar geleden alweer nam gezondheidscentrum ’t Slag, nu onderdeel van Gezond op Zuid, het initiatief voor Samen Een in Feijenoord, een samenwerking van 33 organisaties. Eerstelijns zorgverleners, ziekenhuizen, onderwijs en ook woningcorporaties en de bibliotheek vormen een netwerk waarin ze sparren, uitwisselen en van elkaar leren. ‘Elke twee maanden hebben we een topontmoeting waarop een onderwerp centraal staat. In mei ging het bijvoorbeeld over laag geletterden en de afgelopen keer over geboortezorg. Wat doet de gemeente, hoeveel geeft de zorgverzekeraar uit, wat kunnen we als eerste lijn doen? Zo verbinden we in Feyenoord mensen en ideeën en voorkomen we dubbelingen.’

Beukman: ‘Onze geïntegreerde aanpak helpt mensen greep te krijgen op achterliggende oorzaken van hun gezondheidsproblemen. Op zo’n manier werken we aan de stap van curatie naar preventie.’ Met het project Zichtbare Schakels en de Coöperatie Wijkverpleegkundige Zorg Rotterdam die daaruit is voortgekomen, hebben de gezondheidscentra intensief meegewerkt aan een structuur, waarin deze achterliggende oorzaken makkelijker op tafel komen. De wijkverpleegkundigen die vanuit de thuiszorg en de ouderenzorg in de coöperatie gedetacheerd zijn, vormen de essentiële schakel tussen huisartsenzorg en de wijkteams. ‘Ze komen bij de mensen thuis en vullen ook de niet geïndiceerde zorg in. Wijkverpleegkundigen hebben de contacten en het inzicht om iemand die schulden heeft, slecht eet en ziek wordt, naar de schuldhulpverlening te begeleiden en vervolgens het voedingspatroon onder de loep te nemen.’

Beukman: ‘Om geïntegreerde zorg en ondersteuning aan te bieden zoals wij dat doen is onvermijdelijk extra geld nodig. Het netwerk Samen Een bedruipt nu zichzelf, alle leden geven een deelnamebijdrage en verder sluiten we aan bij bestaande financiering. Zo is vanuit het netwerk en contacten met de Nederlandse Diabetesfederatie de Expeditie Duurzame Zorg ontstaan. Maar alléén met de deelnamebijdrage gaat het niet. Hiervoor is vanuit VWS meer aandacht nodig. Ik vind het een goede ontwikkeling als de S1-financiering wordt omgebouwd tot een prestatiebeloning op maat om coördinatie en samenwerking te financieren. Er is nou eenmaal tijd nodig om te overleggen en te organiseren. In de tijd die daarvoor nodig is, kunnen huisartsen geen patiënt zien. Heel simpel.’’

[...]


5De vijf gezondheidscentra van Gezond op Zuid leveren multidisciplinaire zorg aan bij elkaar zo’n 36.500 patiënten in de kwetsbare multiculturele wijken van Rotterdam Zuid. Gezond op Zuid ontstond op 1 januari 2016 door een fusie van drie afzonderlijke stichtingen en werd daarmee een belangrijke speler in de Maasstad. Bestuurder Annemiek Beukman: ‘We zijn een spil in de wijken en hebben heel veel expertise standaard in huis. Dat is onze grote meerwaarde.’

Multidisciplinair samenwerken gaat in het gezondheidscentrum bijna automatisch. De ontzorgde huisartsen en andere zorgverleners – het gezondheidscentrum neemt tijdrovende taken over op het gebied van administratie en HRM – vinden elkaar makkelijk, delen kennis & expertise en – heel belangrijk – inspireren elkaar. Het is een vliegwiel, zegt Beukman. En dat vliegwiel werkt ook in de wijk. ‘Ik noem maar een voorbeeld. Een POH somatiek gaat wandelen met diabetespatiënten, dat doet ze in de wijk, waardoor andere wijkbewoners aansluiten, ook als ze geen patiënt van ons zijn. Zo komen we als gezondheidscentrum middenin de wijk te staan. We worden door de gemeente ook gezien als een belangrijke partner.’

Bijna tien jaar geleden alweer nam gezondheidscentrum ’t Slag, nu onderdeel van Gezond op Zuid, het initiatief voor Samen Een in Feijenoord, een samenwerking van 33 organisaties. Eerstelijns zorgverleners, ziekenhuizen, onderwijs en ook woningcorporaties en de bibliotheek vormen een netwerk waarin ze sparren, uitwisselen en van elkaar leren. ‘Elke twee maanden hebben we een topontmoeting waarop een onderwerp centraal staat. In mei ging het bijvoorbeeld over laag geletterden en de afgelopen keer over geboortezorg. Wat doet de gemeente, hoeveel geeft de zorgverzekeraar uit, wat kunnen we als eerste lijn doen? Zo verbinden we in Feyenoord mensen en ideeën en voorkomen we dubbelingen.’

Beukman: ‘Onze geïntegreerde aanpak helpt mensen greep te krijgen op achterliggende oorzaken van hun gezondheidsproblemen. Op zo’n manier werken we aan de stap van curatie naar preventie.’ Met het project Zichtbare Schakels en de Coöperatie Wijkverpleegkundige Zorg Rotterdam die daaruit is voortgekomen, hebben de gezondheidscentra intensief meegewerkt aan een structuur, waarin deze achterliggende oorzaken makkelijker op tafel komen. De wijkverpleegkundigen die vanuit de thuiszorg en de ouderenzorg in de coöperatie gedetacheerd zijn, vormen de essentiële schakel tussen huisartsenzorg en de wijkteams. ‘Ze komen bij de mensen thuis en vullen ook de niet geïndiceerde zorg in. Wijkverpleegkundigen hebben de contacten en het inzicht om iemand die schulden heeft, slecht eet en ziek wordt, naar de schuldhulpverlening te begeleiden en vervolgens het voedingspatroon onder de loep te nemen.’

Beukman: ‘Om geïntegreerde zorg en ondersteuning aan te bieden zoals wij dat doen is onvermijdelijk extra geld nodig. Het netwerk Samen Een bedruipt nu zichzelf, alle leden geven een deelnamebijdrage en verder sluiten we aan bij bestaande financiering. Zo is vanuit het netwerk en contacten met de Nederlandse Diabetesfederatie de Expeditie Duurzame Zorg ontstaan. Maar alléén met de deelnamebijdrage gaat het niet. Hiervoor is vanuit VWS meer aandacht nodig. Ik vind het een goede ontwikkeling als de S1-financiering wordt omgebouwd tot een prestatiebeloning op maat om coördinatie en samenwerking te financieren. Er is nou eenmaal tijd nodig om te overleggen en te organiseren. In de tijd die daarvoor nodig is, kunnen huisartsen geen patiënt zien. Heel simpel.’’

Groepsworkshops voor diabetici: Hé, die mevrouw zit bij ons op de bridge

30 juni 2016

spelElke zorggroep zal het beamen: er zijn altijd diabetespatiënten die niet voelen voor begeleiding door een diëtiste, terwijl daarvoor wel aanleiding is. Speciaal voor deze groep ontwikkelden de Samenwerkende diëtistes Hoeksewaard  op verzoek van de zorggroep Hoeksewaard een groepsaanpak. Diëtiste Marjolein de Haas en POH Sophia Batenburg-Van Vliet hebben de succesvolle groepsworkshop Feiten en Fabels over voeding nu een paar keer gegeven.

Batenburg: ‘Een groep voelt wat anoniemer. Je kunt je een beetje verschuilen in de groep, je hoeft niet één op één met de billen bloot. In een groep kun je ook ervaren dat je niet de enige bent. Er is, zeker bij ouderen, nog wel eens schaamte. In een groep leer je elkaar kennen: hé die mevrouw zit bij ons op de bridge. Dat maakt het allemaal wat makkelijker.’ De Haas: ‘We hopen door de workshop mensen die we anders missen toch te bereiken met adviezen en kennis over voeding.’

De workshop Voeding duurt anderhalf uur en heeft een bijzondere aanpak. De 20 deelnemers doen samen vier spellen waarin ze spelenderwijs kennis over voeding opdoen. De spellen werden ontwikkeld door De Haas samen met een collega. Ze maakte daarbij gebruik van haar ervaring als diëtiste en haar aanvullende PABO-scholing. ‘Het was zoeken naar een manier waarop je mensen bruikbare kennis kunt meegeven. Ik heb gekozen voor spel omdat het interactief is. Dat maakt het boeiender dan anderhalf uur naar iemand moeten luisteren.’

In het spel ‘Wat staat er op het etiket’ leren de deelnemers in kleine groepjes de etiketten op voedingswaren lezen en interpreteren. Wat denkt u dat de term Light op de verpakking van Dubbel Friss betekent? Wat is het verschil tussen halva-jam en gewone jam? Het spel Feit of Fabel brengt misverstanden aan het licht. Mensen met diabetes mogen geen suiker. Waar of niet waar? Roomboter is even vet als dieetmargarine. Waar of niet waar? Ook in het Koolhydratenspel testen de deelnemersgroepjes hun kennis. Hoeveel koolhydraten bevat een pakje Sultana? Het vierde spel tenslotte is een kwartet met groepen als ‘Snelle suikers’, ‘Langzame koolhydraten’ en ‘Diëten’.

Een workshop heeft 20 deelnemers. Om de drempel te verlagen zijn ook partners welkom. De werving, zegt Batenburg, was niet moeilijk en gebeurt vooral bij de driemaandelijkse controle. Behalve de POH en de diëtiste doet ook de huisarts mee. Batenburg vindt dat belangrijk: ‘Zo laten we onze samenwerking zien. Niet iedereen kent de diëtiste, maar de huisarts en de POH meestal wel. Dat maakt het vertrouwd.’

Na een pilot in één van de Hoeksewaard-praktijken wordt de cursus nu verder in de zorggroep uitgerold. Ook vanuit de regio is er belangstelling. Op de evaluatieformulieren zijn de deelnemers uitermate positief. De Haas: ‘Bijna iedereen vond het leuk. Sommigen zeggen dat ze nu toch naar de diëtiste gaan, omdat ze ontdekt hebben dat ze nog wel wat kunnen leren. Maar ook als ze dat niet doen, hebben ze er bijna allemaal iets van opgestoken.’ Ze werkt nu aan een follow-up. ‘Daarin richten we ons op het thema voeding tijdens de feestdagen.’

[...]

spelElke zorggroep zal het beamen: er zijn altijd diabetespatiënten die niet voelen voor begeleiding door een diëtiste, terwijl daarvoor wel aanleiding is. Speciaal voor deze groep ontwikkelden de Samenwerkende diëtistes Hoeksewaard  op verzoek van de zorggroep Hoeksewaard een groepsaanpak. Diëtiste Marjolein de Haas en POH Sophia Batenburg-Van Vliet hebben de succesvolle groepsworkshop Feiten en Fabels over voeding nu een paar keer gegeven.

Batenburg: ‘Een groep voelt wat anoniemer. Je kunt je een beetje verschuilen in de groep, je hoeft niet één op één met de billen bloot. In een groep kun je ook ervaren dat je niet de enige bent. Er is, zeker bij ouderen, nog wel eens schaamte. In een groep leer je elkaar kennen: hé die mevrouw zit bij ons op de bridge. Dat maakt het allemaal wat makkelijker.’ De Haas: ‘We hopen door de workshop mensen die we anders missen toch te bereiken met adviezen en kennis over voeding.’

De workshop Voeding duurt anderhalf uur en heeft een bijzondere aanpak. De 20 deelnemers doen samen vier spellen waarin ze spelenderwijs kennis over voeding opdoen. De spellen werden ontwikkeld door De Haas samen met een collega. Ze maakte daarbij gebruik van haar ervaring als diëtiste en haar aanvullende PABO-scholing. ‘Het was zoeken naar een manier waarop je mensen bruikbare kennis kunt meegeven. Ik heb gekozen voor spel omdat het interactief is. Dat maakt het boeiender dan anderhalf uur naar iemand moeten luisteren.’

In het spel ‘Wat staat er op het etiket’ leren de deelnemers in kleine groepjes de etiketten op voedingswaren lezen en interpreteren. Wat denkt u dat de term Light op de verpakking van Dubbel Friss betekent? Wat is het verschil tussen halva-jam en gewone jam? Het spel Feit of Fabel brengt misverstanden aan het licht. Mensen met diabetes mogen geen suiker. Waar of niet waar? Roomboter is even vet als dieetmargarine. Waar of niet waar? Ook in het Koolhydratenspel testen de deelnemersgroepjes hun kennis. Hoeveel koolhydraten bevat een pakje Sultana? Het vierde spel tenslotte is een kwartet met groepen als ‘Snelle suikers’, ‘Langzame koolhydraten’ en ‘Diëten’.

Een workshop heeft 20 deelnemers. Om de drempel te verlagen zijn ook partners welkom. De werving, zegt Batenburg, was niet moeilijk en gebeurt vooral bij de driemaandelijkse controle. Behalve de POH en de diëtiste doet ook de huisarts mee. Batenburg vindt dat belangrijk: ‘Zo laten we onze samenwerking zien. Niet iedereen kent de diëtiste, maar de huisarts en de POH meestal wel. Dat maakt het vertrouwd.’

Na een pilot in één van de Hoeksewaard-praktijken wordt de cursus nu verder in de zorggroep uitgerold. Ook vanuit de regio is er belangstelling. Op de evaluatieformulieren zijn de deelnemers uitermate positief. De Haas: ‘Bijna iedereen vond het leuk. Sommigen zeggen dat ze nu toch naar de diëtiste gaan, omdat ze ontdekt hebben dat ze nog wel wat kunnen leren. Maar ook als ze dat niet doen, hebben ze er bijna allemaal iets van opgestoken.’ Ze werkt nu aan een follow-up. ‘Daarin richten we ons op het thema voeding tijdens de feestdagen.’

Zomer inspiratie samenwerking tussen domeinen op 23 juni

15 juni 2016

InEen heeft het initiatief genomen experimenten op het grensvlak van huisarts, wijkverpleging en sociaal domein te ondersteunen en landelijk te verspreiden. We hebben een plan van aanpak gemaakt en experimenten hebben zich aangemeld. Op donderdagmiddag 23 juni zijn jullie van harte welkom op een inspiratiebijeenkomst waar diverse regio’s hun werkwijze presenteren. Deze middag staan aan de hand van voorbeelden uit de praktijk verschillende vormen van samenwerking centraal. Er is volop ruimte voor het uitwisselen van ervaringen en we nodigen de aanwezigen uit om gezamenlijk landelijke knelpunten te inventariseren. De opbrengsten van de bijeenkomst helpen InEen een route te bepalen. Noteer dus: 23 juni (16:00-18:30 uur) in Utrecht. De bijeenkomst staat open voor alle leden van InEen die zich bezig houden met samenwerking tussen domeinen, of daarover in gesprek willen gaan. Aanmelden bij Mariska Smit (InEen).

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 10 juni 2016.

[...]

InEen heeft het initiatief genomen experimenten op het grensvlak van huisarts, wijkverpleging en sociaal domein te ondersteunen en landelijk te verspreiden. We hebben een plan van aanpak gemaakt en experimenten hebben zich aangemeld. Op donderdagmiddag 23 juni zijn jullie van harte welkom op een inspiratiebijeenkomst waar diverse regio’s hun werkwijze presenteren. Deze middag staan aan de hand van voorbeelden uit de praktijk verschillende vormen van samenwerking centraal. Er is volop ruimte voor het uitwisselen van ervaringen en we nodigen de aanwezigen uit om gezamenlijk landelijke knelpunten te inventariseren. De opbrengsten van de bijeenkomst helpen InEen een route te bepalen. Noteer dus: 23 juni (16:00-18:30 uur) in Utrecht. De bijeenkomst staat open voor alle leden van InEen die zich bezig houden met samenwerking tussen domeinen, of daarover in gesprek willen gaan. Aanmelden bij Mariska Smit (InEen).

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 10 juni 2016.

Werkconferentie ‘Zorg voor kwetsbare ouderen: wat werkt?’

10 juni 2016

Maandagmiddag hadden we een mooie opkomst bij de werkconferentie rond goede initiatieven in de zorg voor kwetsbare ouderen. Voortkomend uit overleg met de partijen van het bestuurlijk akkoord organiseerde InEen, LHV en NHG samen met andere organisaties uit het bestuurlijk overleg eerste lijn een werkconferentie om vier best practices op het podium te zetten en ruim baan te geven aan hun ervaringen. Dit niet alleen ter vermaak maar vooral om te bespreken hoe we deze initiatieven met elkaar verder kunnen brengen. Naast de best practices presenteerde Jacobijn Gussekloo (Universiteit Leiden en NHG) een nieuwe studie rond behoud van zelfredzaamheid en de elementen van het nieuwe NHG standpunt. Martijn Heyens (Curamus) inspireerde met een ontwapend verhaal rondom de samenwerking tussen de Specialist Ouderengeneeskunde en de huisarts. Manon Vanderkaa (unie KBO) bracht de diversiteit van de wensen vanuit het ouderenperspectief naar voren. Onderzoeksbureau ARGO voert een landelijke inventarisatie van initiatieven van multidisciplinaire samenwerking voor kwetsbare ouderen uit en presenteerde zijn eerste resultaten. Opvallend was dat circa 80% van de initiatieven onzekerheid ervaart over hun financiering. Op BeterOud.nl kunt u tal van bruikbare initiatieven vinden. De definitieve uitkomsten van de landelijke inventarisatie krijgen na zomer samen met de bevindingen uit de werkconferentie een vervolg in het bestuurlijk overleg. Het benutten van inzichten uit de praktijk staat hierbij voorop, waarmee we in gezamenlijkheid met alle partijen de multidisciplinaire aanpak voor zorg voor kwetsbare ouderen willen onderstrepen.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 10 juni 2016.

[...]

Maandagmiddag hadden we een mooie opkomst bij de werkconferentie rond goede initiatieven in de zorg voor kwetsbare ouderen. Voortkomend uit overleg met de partijen van het bestuurlijk akkoord organiseerde InEen, LHV en NHG samen met andere organisaties uit het bestuurlijk overleg eerste lijn een werkconferentie om vier best practices op het podium te zetten en ruim baan te geven aan hun ervaringen. Dit niet alleen ter vermaak maar vooral om te bespreken hoe we deze initiatieven met elkaar verder kunnen brengen. Naast de best practices presenteerde Jacobijn Gussekloo (Universiteit Leiden en NHG) een nieuwe studie rond behoud van zelfredzaamheid en de elementen van het nieuwe NHG standpunt. Martijn Heyens (Curamus) inspireerde met een ontwapend verhaal rondom de samenwerking tussen de Specialist Ouderengeneeskunde en de huisarts. Manon Vanderkaa (unie KBO) bracht de diversiteit van de wensen vanuit het ouderenperspectief naar voren. Onderzoeksbureau ARGO voert een landelijke inventarisatie van initiatieven van multidisciplinaire samenwerking voor kwetsbare ouderen uit en presenteerde zijn eerste resultaten. Opvallend was dat circa 80% van de initiatieven onzekerheid ervaart over hun financiering. Op BeterOud.nl kunt u tal van bruikbare initiatieven vinden. De definitieve uitkomsten van de landelijke inventarisatie krijgen na zomer samen met de bevindingen uit de werkconferentie een vervolg in het bestuurlijk overleg. Het benutten van inzichten uit de praktijk staat hierbij voorop, waarmee we in gezamenlijkheid met alle partijen de multidisciplinaire aanpak voor zorg voor kwetsbare ouderen willen onderstrepen.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 10 juni 2016.

Experimenteerruimte integraal zorgaanbod GGZ niet meer in de knel

08 juni 2016

Op 26 mei vond een Algemeen Overleg van de vaste Kamercommissie VWS plaats. Op de agenda stond onder andere de experimenteerruimte in relatie tot het kwaliteitsstatuut ggz. In de ‘Voorhangbrief kwaliteitsstatuut ggz’ zagen we helaas weinig meer terug van de experimenteerruimte voor een integraal aanbod van huisartsenzorg en generalistische basis ggz die de betrokken partijen eerder met elkaar afspraken. InEen heeft daarom een  brief naar de commissie gestuurd. Met effect, want Pia Dijkstra (D’66) pikte de boodschap van de brief goed op en stelde een vraag over de experimenteerruimte die we graag voor de leden willen behouden. Naar aanleiding van deze vraag heeft de minister toegezegd met de NZa te zullen kijken naar de mogelijkheden voor het oprekken van de experimenteerruimte. Vanwege de groeiende groep mensen met psychische klachten in de eerste lijn is het belangrijk de samenwerking tussen huisartsenzorg en generalistische basis ggz verder te bevorderen.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 3 juni 2016.

[...]

Op 26 mei vond een Algemeen Overleg van de vaste Kamercommissie VWS plaats. Op de agenda stond onder andere de experimenteerruimte in relatie tot het kwaliteitsstatuut ggz. In de ‘Voorhangbrief kwaliteitsstatuut ggz’ zagen we helaas weinig meer terug van de experimenteerruimte voor een integraal aanbod van huisartsenzorg en generalistische basis ggz die de betrokken partijen eerder met elkaar afspraken. InEen heeft daarom een  brief naar de commissie gestuurd. Met effect, want Pia Dijkstra (D’66) pikte de boodschap van de brief goed op en stelde een vraag over de experimenteerruimte die we graag voor de leden willen behouden. Naar aanleiding van deze vraag heeft de minister toegezegd met de NZa te zullen kijken naar de mogelijkheden voor het oprekken van de experimenteerruimte. Vanwege de groeiende groep mensen met psychische klachten in de eerste lijn is het belangrijk de samenwerking tussen huisartsenzorg en generalistische basis ggz verder te bevorderen.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 3 juni 2016.

Eerstelijnsverblijf vanaf 2017 in Zorgverzekeringswet

08 juni 2016

VWS stuurde deze week een brief met bijlagen aan de Tweede Kamer over het eerstelijnsverblijf (ELV). Vanaf 2017 is het ELV structureel onderdeel van de Zorgverzekeringswet. Het biedt zorgaanbieders (onder meer verpleeghuizen en eerstelijnsorganisaties) de mogelijkheid om een voorziening voor kortdurende opnames te organiseren. De NZa stelt op dit moment een beleidsregel op voor drie ELV-producten, gebaseerd op de producten in de huidige subsidieregeling:

  1. ELV laag complex
  2. ELV hoog complex
  3. ELV palliatief terminale zorg.

We nemen de beleidsregel in het weekbericht op zodra de NZa deze publiceert (uiterlijk 30 juni). Het budgettaire kader voor het ELV wordt samengevoegd met het kader voor geriatrische revalidatiezorg. De hoogte wordt in september bekend gemaakt in de Miljoenennota. De inzet van de huisarts (overdag en in de ANW-uren) in het ELV hoort bij het budgettaire kader huisartsenzorg.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 3 juni 2016.

[...]

VWS stuurde deze week een brief met bijlagen aan de Tweede Kamer over het eerstelijnsverblijf (ELV). Vanaf 2017 is het ELV structureel onderdeel van de Zorgverzekeringswet. Het biedt zorgaanbieders (onder meer verpleeghuizen en eerstelijnsorganisaties) de mogelijkheid om een voorziening voor kortdurende opnames te organiseren. De NZa stelt op dit moment een beleidsregel op voor drie ELV-producten, gebaseerd op de producten in de huidige subsidieregeling:

  1. ELV laag complex
  2. ELV hoog complex
  3. ELV palliatief terminale zorg.

We nemen de beleidsregel in het weekbericht op zodra de NZa deze publiceert (uiterlijk 30 juni). Het budgettaire kader voor het ELV wordt samengevoegd met het kader voor geriatrische revalidatiezorg. De hoogte wordt in september bekend gemaakt in de Miljoenennota. De inzet van de huisarts (overdag en in de ANW-uren) in het ELV hoort bij het budgettaire kader huisartsenzorg.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 3 juni 2016.

Voorbeelden van zelfzorg in Noord-Holland

30 mei 2016

Graag attenderen we jullie op het tweede online magazine van ZONH dat onlangs verscheen. Het staat boordevol voorbeelden van zelfzorg bij het oplossen en voorkomen van incidentele gezondheidsproblemen. Interessant is dat het onderwerp vanuit verschillende partijen wordt belicht: gemeente, zorgverzekeraar, patiënten en ook huisartsen.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 27 mei 2016.

[...]

Graag attenderen we jullie op het tweede online magazine van ZONH dat onlangs verscheen. Het staat boordevol voorbeelden van zelfzorg bij het oplossen en voorkomen van incidentele gezondheidsproblemen. Interessant is dat het onderwerp vanuit verschillende partijen wordt belicht: gemeente, zorgverzekeraar, patiënten en ook huisartsen.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 27 mei 2016.

Huishoudelijk hulp onder Wmo

30 mei 2016

De Centrale Raad van Beroep heeft bevestigd dat huishoudelijke hulp valt onder de reikwijdte van de Wmo 2015. Dat blijkt uit drie uitspraken die de Raad op 18 mei deed. De onduidelijkheid die door eerdere uitspraken van lagere rechters was ontstaan, is nu opgelost. De Raad oordeelt dat de gemeente het aantal normuren voor huishoudelijke hulp niet meer met louter budgettaire argumenten mag onderbouwen. Ook mag het vaststellen van de eigen bijdrage niet worden gedelegeerd aan B&W; dit moet gebeuren door de gemeenteraad. Lees verder

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 27 mei 2016.

[...]

De Centrale Raad van Beroep heeft bevestigd dat huishoudelijke hulp valt onder de reikwijdte van de Wmo 2015. Dat blijkt uit drie uitspraken die de Raad op 18 mei deed. De onduidelijkheid die door eerdere uitspraken van lagere rechters was ontstaan, is nu opgelost. De Raad oordeelt dat de gemeente het aantal normuren voor huishoudelijke hulp niet meer met louter budgettaire argumenten mag onderbouwen. Ook mag het vaststellen van de eigen bijdrage niet worden gedelegeerd aan B&W; dit moet gebeuren door de gemeenteraad. Lees verder

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 27 mei 2016.

Zorg voor kwetsbare ouderen: kijken met nieuwe ogen

26 mei 2016


handHet vormgeven van zorgprogramma’s voor de groeiende groep kwetsbare ouderen staat in Nederland hoog op de agenda. Samen met de partijen van het Bestuurlijk Akkoord Huisartsenzorg wil InEen hieraan een impuls geven. Eerder gaven we de zorggroep Diamuraal in de regio Eemland, de zorggroep Huisartsen Zorg Noord Kennemerland (HZNK) en de ROS Friesland het woord. Deze maand richten we de blik op zuidoost Brabant waar drie organisaties – de zorggroepen POZOB en DOH en de gezondheidscentra SGE – in het project Kompleet een ketenzorgprogramma voor kwetsbare ouderen ontwikkelen en uitvoeren.

‘Ons belangrijkste vertrekpunt was dat de oudere zelf, alleen of samen met de mantelzorger, in het zorgproces de lead moest krijgen’, zegt Rolf van den Bogaerde, huisarts/kaderhuisarts ouderen geneeskunde bij DOH. ‘De kwetsbare oudere is immers bij uitstek iemand die de regie over zijn leven aan het verliezen is en daarbij ondersteund moet worden.’ Kompleet ging, gefinancierd door ZonMw, in 2011 van start op initiatief van POZOB. DOH, en iets later ook SGE, sloten zich aan. Alle drie begrepen dat het netwerk rondom de kwetsbare oudere te veelomvattend is om het alleen of met een enkele partner te kunnen redden. ‘Het gaat bovendien over cure én care. Het kan voor de oudere belangrijker zijn dat er bijvoorbeeld een wekelijks uitje wordt georganiseerd, dan dat de suiker optimaal is gereguleerd, uiteraard met in achtneming van de medische grenzen.’

‘Kijken met nieuwe ogen’ noemt Van den Bogaerde de aanpak van Kompleet, waarbij in de eerste plaats functioneel wordt gekeken in plaats van louter probleemoplossend. En dat kan alleen, zegt hij, als je héél goed luistert naar de wensen en overwegingen van de oudere zelf. Daarom doen in zuidoost Brabant de ouderen en hun mantelzorgers mee aan het MDO (multidisciplinair overleg). Vooraf krijgen ze een vragenlijst thuisgestuurd. De voor de patiënt en mantelzorger belangrijke items worden tijdens het MDO meegenomen in het op basis van een vragenlijst (TRAZAG) opgestelde concept-zorgplan. Van den Bogaerde: ‘De tevredenheid over deze aanpak is groot. De ouderen merken dat ze beter overzicht hebben over wat er speelt. Ze zien wie er allemaal betrokken is en dat deze mensen ook onderling afstemmen. Daardoor snappen ze beter wie wat doet. En in feite geldt dat allemaal precies zo voor de zorgverleners.’ De aandacht voor care is voor ouderen een groot pluspunt. ‘Misschien is de care in de kwetsbare ouderenzorg wel een groter probleem dan het medische aspect’, aldus Van den Bogaerde.

Het ketenzorgprogramma wordt momenteel na een pilotperiode uitgerold in de drie deelnemende organisaties. De zorg en het zorgproces zijn omschreven in een protocol; de eisen waaraan de praktijken moeten voldoen zijn daarmee duidelijk. Een voorwaarde is bijvoorbeeld dat elk MDO wordt bijgewoond door een specialist ouderengeneeskunde, naast de huisarts, de POH, de wijkverpleegkundige en de oudere zelf. Afgesproken is dat voor nieuwe patiënten tweemaal per jaar een MDO plaats vindt, voor patiënten die al wat langer meedoen kan één keer voldoende zijn. Ook een jaarlijkse medicatie-review met de apotheker vormt een vast programmaonderdeel. De inclusie vindt plaats op basis van casefinding in het eerstelijns kernteam waarin de ketenpartners verenigd zijn. Van den Bogaerde: ‘Het is al met al een forse taak, wat betekent dat de inclusie van patiënten zorgvuldig moet zijn. Als praktijk heb je er geen baat bij om 70 mensen aan te melden, nog los van het feit dat de ouderen en mantelzorgers zelf echt gemotiveerd moeten zijn. We gaan nu uit van gemiddeld 1% per praktijk. In een normpraktijk praat je dan over zo’n 25 patiënten.’

In zijn eigen praktijk blokt Van den Bogaerde maandelijks een dagdeel voor MDO’s, daarnaast zijn er voorbesprekingen en elke twee weken is er een netwerkbijeenkomst waarin met de overige eerstelijns zorgverleners wordt afgestemd: welzijn, wijkverpleegkundigen, politie, maatschappelijk werk, gemeente, fysiotherapeuten, ergotherapeuten, dementiebegeleiders. ‘Tijdens zo’n bijeenkomst zoeken we elkaar op, één, twee, soms drie partners bij elkaar, bespreken een casus en gaan door met de volgende.’ Een webbased digitaal systeem faciliteert de informatieoverdracht en afstemming. ‘De huisarts en de POH zijn dossierhouder, maar alle andere hulpverleners hebben – met restricties natuurlijk en alleen na toestemming van de oudere – ook toegang en kennen dus het individueel zorgplan.’ De aansluiting bij de andere zorgprogramma’s is naadloos. ‘Ook die uitslagen en bevindingen zijn meteen beschikbaar in het complexe ouderentraject’, aldus Van den Bogaerde.

Het ouderenprogramma staat, maar is niet klaar. De financiering gebeurt bij wijze van proef in een DBC die valt onder de reguliere populatiebekostiging. Of dit uiteindelijk dekkend is moet nog blijken. Van den Bogaerde spreekt over een ongoing project. ‘We zitten nog middenin het implementatietraject en zijn bezig de automatisering verder te verfijnen. Essentieel is dat we gaan ervaren dat de oudere met goede en verantwoorde zorg in de eerste lijn thuis kan blijven ondanks de complexiteit van de problematiek en dat dit goed wordt gemonitord. En levert het ook financieel wat op? We verwachten dat zeker, maar dat meetbaar maken, wordt nog een hele uitdaging.’

[...]


handHet vormgeven van zorgprogramma’s voor de groeiende groep kwetsbare ouderen staat in Nederland hoog op de agenda. Samen met de partijen van het Bestuurlijk Akkoord Huisartsenzorg wil InEen hieraan een impuls geven. Eerder gaven we de zorggroep Diamuraal in de regio Eemland, de zorggroep Huisartsen Zorg Noord Kennemerland (HZNK) en de ROS Friesland het woord. Deze maand richten we de blik op zuidoost Brabant waar drie organisaties – de zorggroepen POZOB en DOH en de gezondheidscentra SGE – in het project Kompleet een ketenzorgprogramma voor kwetsbare ouderen ontwikkelen en uitvoeren.

‘Ons belangrijkste vertrekpunt was dat de oudere zelf, alleen of samen met de mantelzorger, in het zorgproces de lead moest krijgen’, zegt Rolf van den Bogaerde, huisarts/kaderhuisarts ouderen geneeskunde bij DOH. ‘De kwetsbare oudere is immers bij uitstek iemand die de regie over zijn leven aan het verliezen is en daarbij ondersteund moet worden.’ Kompleet ging, gefinancierd door ZonMw, in 2011 van start op initiatief van POZOB. DOH, en iets later ook SGE, sloten zich aan. Alle drie begrepen dat het netwerk rondom de kwetsbare oudere te veelomvattend is om het alleen of met een enkele partner te kunnen redden. ‘Het gaat bovendien over cure én care. Het kan voor de oudere belangrijker zijn dat er bijvoorbeeld een wekelijks uitje wordt georganiseerd, dan dat de suiker optimaal is gereguleerd, uiteraard met in achtneming van de medische grenzen.’

‘Kijken met nieuwe ogen’ noemt Van den Bogaerde de aanpak van Kompleet, waarbij in de eerste plaats functioneel wordt gekeken in plaats van louter probleemoplossend. En dat kan alleen, zegt hij, als je héél goed luistert naar de wensen en overwegingen van de oudere zelf. Daarom doen in zuidoost Brabant de ouderen en hun mantelzorgers mee aan het MDO (multidisciplinair overleg). Vooraf krijgen ze een vragenlijst thuisgestuurd. De voor de patiënt en mantelzorger belangrijke items worden tijdens het MDO meegenomen in het op basis van een vragenlijst (TRAZAG) opgestelde concept-zorgplan. Van den Bogaerde: ‘De tevredenheid over deze aanpak is groot. De ouderen merken dat ze beter overzicht hebben over wat er speelt. Ze zien wie er allemaal betrokken is en dat deze mensen ook onderling afstemmen. Daardoor snappen ze beter wie wat doet. En in feite geldt dat allemaal precies zo voor de zorgverleners.’ De aandacht voor care is voor ouderen een groot pluspunt. ‘Misschien is de care in de kwetsbare ouderenzorg wel een groter probleem dan het medische aspect’, aldus Van den Bogaerde.

Het ketenzorgprogramma wordt momenteel na een pilotperiode uitgerold in de drie deelnemende organisaties. De zorg en het zorgproces zijn omschreven in een protocol; de eisen waaraan de praktijken moeten voldoen zijn daarmee duidelijk. Een voorwaarde is bijvoorbeeld dat elk MDO wordt bijgewoond door een specialist ouderengeneeskunde, naast de huisarts, de POH, de wijkverpleegkundige en de oudere zelf. Afgesproken is dat voor nieuwe patiënten tweemaal per jaar een MDO plaats vindt, voor patiënten die al wat langer meedoen kan één keer voldoende zijn. Ook een jaarlijkse medicatie-review met de apotheker vormt een vast programmaonderdeel. De inclusie vindt plaats op basis van casefinding in het eerstelijns kernteam waarin de ketenpartners verenigd zijn. Van den Bogaerde: ‘Het is al met al een forse taak, wat betekent dat de inclusie van patiënten zorgvuldig moet zijn. Als praktijk heb je er geen baat bij om 70 mensen aan te melden, nog los van het feit dat de ouderen en mantelzorgers zelf echt gemotiveerd moeten zijn. We gaan nu uit van gemiddeld 1% per praktijk. In een normpraktijk praat je dan over zo’n 25 patiënten.’

In zijn eigen praktijk blokt Van den Bogaerde maandelijks een dagdeel voor MDO’s, daarnaast zijn er voorbesprekingen en elke twee weken is er een netwerkbijeenkomst waarin met de overige eerstelijns zorgverleners wordt afgestemd: welzijn, wijkverpleegkundigen, politie, maatschappelijk werk, gemeente, fysiotherapeuten, ergotherapeuten, dementiebegeleiders. ‘Tijdens zo’n bijeenkomst zoeken we elkaar op, één, twee, soms drie partners bij elkaar, bespreken een casus en gaan door met de volgende.’ Een webbased digitaal systeem faciliteert de informatieoverdracht en afstemming. ‘De huisarts en de POH zijn dossierhouder, maar alle andere hulpverleners hebben – met restricties natuurlijk en alleen na toestemming van de oudere – ook toegang en kennen dus het individueel zorgplan.’ De aansluiting bij de andere zorgprogramma’s is naadloos. ‘Ook die uitslagen en bevindingen zijn meteen beschikbaar in het complexe ouderentraject’, aldus Van den Bogaerde.

Het ouderenprogramma staat, maar is niet klaar. De financiering gebeurt bij wijze van proef in een DBC die valt onder de reguliere populatiebekostiging. Of dit uiteindelijk dekkend is moet nog blijken. Van den Bogaerde spreekt over een ongoing project. ‘We zitten nog middenin het implementatietraject en zijn bezig de automatisering verder te verfijnen. Essentieel is dat we gaan ervaren dat de oudere met goede en verantwoorde zorg in de eerste lijn thuis kan blijven ondanks de complexiteit van de problematiek en dat dit goed wordt gemonitord. En levert het ook financieel wat op? We verwachten dat zeker, maar dat meetbaar maken, wordt nog een hele uitdaging.’

Oproep: onderzoek naar gespreksmodel voor zorg op maat

11 mei 2016

Graag attenderen we jullie op de oproep van de Nederlandse Diabetes Federatie (NDF). Ze zoeken huisartsen en praktijkondersteuners voor het onderzoek naar de bruikbaarheid en toepasbaarheid van het gespreksmodel voor zorg op maat. Ook de effecten van persoonsgerichte zorg worden meegenomen. Een zeer actueel onderwerp dat aansluit bij de ontwikkeling van persoonsgerichte zorg waar veel zorggroepen en gezondheidscentra al mee bezig zijn. Bekijk voor meer informatie de uitgebreide informatiebrief. Aanmelden bij projectleider Heidi van Vugt (NDF) . Brengen jullie deze oproep onder de aandacht van de huisartsenpraktijken in jullie zorggroep?

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 6 mei 2016.

[...]

Graag attenderen we jullie op de oproep van de Nederlandse Diabetes Federatie (NDF). Ze zoeken huisartsen en praktijkondersteuners voor het onderzoek naar de bruikbaarheid en toepasbaarheid van het gespreksmodel voor zorg op maat. Ook de effecten van persoonsgerichte zorg worden meegenomen. Een zeer actueel onderwerp dat aansluit bij de ontwikkeling van persoonsgerichte zorg waar veel zorggroepen en gezondheidscentra al mee bezig zijn. Bekijk voor meer informatie de uitgebreide informatiebrief. Aanmelden bij projectleider Heidi van Vugt (NDF) . Brengen jullie deze oproep onder de aandacht van de huisartsenpraktijken in jullie zorggroep?

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 6 mei 2016.

Hulp bij palliatieve zorg

09 mei 2016

Onlangs ontvingen we van VWS een  brief over hulp bij palliatieve zorg. Vanwege het toenemend aantal vragen op dit gebied brengen we deze brief graag bij jullie onder de aandacht. Zorgverleners met vragen over het regelen van palliatieve zorg waar ze zelf niet uitkomen kunnen terecht bij de helpdesk zorgaanbieders, telefoon 030 273 99 00. In de helpdesk is een apart onderdeel voor palliatieve zorg opgenomen. De helpdesk kan vragen direct beantwoorden. We hopen dat jullie de zorgverleners in jullie organisatie op deze mogelijkheid willen attenderen.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 6 mei 2016.

[...]

Onlangs ontvingen we van VWS een  brief over hulp bij palliatieve zorg. Vanwege het toenemend aantal vragen op dit gebied brengen we deze brief graag bij jullie onder de aandacht. Zorgverleners met vragen over het regelen van palliatieve zorg waar ze zelf niet uitkomen kunnen terecht bij de helpdesk zorgaanbieders, telefoon 030 273 99 00. In de helpdesk is een apart onderdeel voor palliatieve zorg opgenomen. De helpdesk kan vragen direct beantwoorden. We hopen dat jullie de zorgverleners in jullie organisatie op deze mogelijkheid willen attenderen.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 6 mei 2016.

Oproep: onderzoek naar gespreksmodel voor zorg op maat

09 mei 2016

Graag attenderen we jullie op de oproep van de Nederlandse Diabetes Federatie (NDF). Ze zoeken huisartsen en praktijkondersteuners voor het onderzoek naar de bruikbaarheid en toepasbaarheid van het gespreksmodel voor zorg op maat. Ook de effecten van persoonsgerichte zorg worden meegenomen. Een zeer actueel onderwerp dat aansluit bij de ontwikkeling van persoonsgerichte zorg waar veel zorggroepen en gezondheidscentra al mee bezig zijn. Bekijk voor meer informatie de uitgebreide informatiebrief. Aanmelden bij projectleider Heidi van Vugt (NDF) . Brengen jullie deze oproep onder de aandacht van de huisartsenpraktijken in jullie zorggroep?

Overgenomen uit het weekbericht van 6 mei 2016.

[...]

Graag attenderen we jullie op de oproep van de Nederlandse Diabetes Federatie (NDF). Ze zoeken huisartsen en praktijkondersteuners voor het onderzoek naar de bruikbaarheid en toepasbaarheid van het gespreksmodel voor zorg op maat. Ook de effecten van persoonsgerichte zorg worden meegenomen. Een zeer actueel onderwerp dat aansluit bij de ontwikkeling van persoonsgerichte zorg waar veel zorggroepen en gezondheidscentra al mee bezig zijn. Bekijk voor meer informatie de uitgebreide informatiebrief. Aanmelden bij projectleider Heidi van Vugt (NDF) . Brengen jullie deze oproep onder de aandacht van de huisartsenpraktijken in jullie zorggroep?

Overgenomen uit het weekbericht van 6 mei 2016.

Doe mee: landelijke inventarisatie multidisciplinaire zorginitiatieven kwetsbare ouderen

19 april 2016

Vanwege de naderende meivakantie attenderen we nogmaals op de landelijke inventarisatie van multidisciplinaire zorginitiatieven rondom kwetsbare ouderen. Ben je betrokken bij een multidisciplinair samenwerkingsverband die ouderen op medisch, psychisch of sociaal vlak ondersteuning biedt? Deel je ervaringen dan in de landelijke inventarisatie van onderzoeksbureau ARGO. Dit onderzoek in opdracht van het ministerie van VWS, NPCF, InEen, LHV, KNMP, V&VN en ZN inventariseert multidisciplinaire initiatieven op het gebied van de ouderenzorg en geeft inzicht in de succes- en faalfactoren van de samenwerking. De resultaten van het onderzoek worden ingezet om de zorg voor kwetsbare ouderen verder te versterken. Geef vóór 22 april 2016 de gegevens van een contactpersoon of coördinator door aan ARGO. Deze persoon wordt in mei benaderd met een online vragenlijst. Ook ROS’en die zicht hebben op initiatieven rondom kwetsbare ouderen zijn van harte uitgenodigd deze initiatieven op de oproep te attenderen. Na afloop van het onderzoek is er de mogelijkheid om de resultaten van het onderzoek te ontvangen. Meer informatie.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 15 april 2016.

[...]

Vanwege de naderende meivakantie attenderen we nogmaals op de landelijke inventarisatie van multidisciplinaire zorginitiatieven rondom kwetsbare ouderen. Ben je betrokken bij een multidisciplinair samenwerkingsverband die ouderen op medisch, psychisch of sociaal vlak ondersteuning biedt? Deel je ervaringen dan in de landelijke inventarisatie van onderzoeksbureau ARGO. Dit onderzoek in opdracht van het ministerie van VWS, NPCF, InEen, LHV, KNMP, V&VN en ZN inventariseert multidisciplinaire initiatieven op het gebied van de ouderenzorg en geeft inzicht in de succes- en faalfactoren van de samenwerking. De resultaten van het onderzoek worden ingezet om de zorg voor kwetsbare ouderen verder te versterken. Geef vóór 22 april 2016 de gegevens van een contactpersoon of coördinator door aan ARGO. Deze persoon wordt in mei benaderd met een online vragenlijst. Ook ROS’en die zicht hebben op initiatieven rondom kwetsbare ouderen zijn van harte uitgenodigd deze initiatieven op de oproep te attenderen. Na afloop van het onderzoek is er de mogelijkheid om de resultaten van het onderzoek te ontvangen. Meer informatie.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 15 april 2016.

Betere geestelijke gezondheid kan! Manifest Betere Geestelijke Gezondheid

14 april 2016

Geestelijke gezondheid raakt ons allemaal. Een goede geestelijke gezondheid is voor ieder mens persoonlijk van belang, is een economische factor van betekenis en een belangrijke voorwaarde voor een vitale en veilige samenleving. Vanuit deze overtuiging namen Federatie Opvang, GGZ Nederland, InEen, LHV, LVVP, Platform MeerGGZ, P3NL, RIBW Alliantie en V&VN het initiatief tot een manifest ‘Betere Geestelijke Gezondheid’.

Dit manifest is een oproep aan zorgaanbieders, de politiek en maatschappelijke partners om de krachten te bundelen en in te zetten op:

  • Het tijdig herkennen en behandelen van psychische problemen onder jongeren;
  • Betere leefomstandigheden voor mensen met psychische kwetsbaarheid;
  • Kwalitatief goede, toegankelijke en gepaste geestelijke gezondheidszorg zoveel mogelijk gericht op herstel;
  • Effectieve samenwerking op verschillende niveaus.

Het uitgangspunt van het manifest zijn mensen met en zonder psychische aandoening of verslavingsgevoeligheid voor wie we een verschil kunnen maken. Dat willen de initiatiefnemers van het manifest doen vanuit hun eigen expertise met elkaar én met andere partners. Met de soms kleine aanknopingspunten die in het manifest worden voorgesteld, kunnen we de levens van miljoenen Nederlanders verbeteren én een bijdrage leveren aan de economische ontwikkeling van Nederland. Mensen met een goede geestelijke conditie presteren beter, zijn innovatiever, verdienen gemiddeld meer en zijn ook fysiek gezonder.

Het loont om te investeren in goede en toegankelijke geestelijke gezondheidszorg en verslavingszorg. Op jaarbasis levert dit onze samenleving tot wel 20 miljard euro op, door minder ziekteverzuim, lagere zorgkosten, meer veiligheid en minder overlast op straat. Het manifest staat niet op zichzelf maar sluit aan op ontwikkelingen in de sector zoals de ‘Agenda voor transparantie en gepast gebruik’ en de ‘Onderzoeksagenda ggz’. Betere geestelijke gezondheid is in het belang van de mensen om wie het gaat, toekomstige generaties, onze samenleving en onze economie.

[...]

Geestelijke gezondheid raakt ons allemaal. Een goede geestelijke gezondheid is voor ieder mens persoonlijk van belang, is een economische factor van betekenis en een belangrijke voorwaarde voor een vitale en veilige samenleving. Vanuit deze overtuiging namen Federatie Opvang, GGZ Nederland, InEen, LHV, LVVP, Platform MeerGGZ, P3NL, RIBW Alliantie en V&VN het initiatief tot een manifest ‘Betere Geestelijke Gezondheid’.

Dit manifest is een oproep aan zorgaanbieders, de politiek en maatschappelijke partners om de krachten te bundelen en in te zetten op:

  • Het tijdig herkennen en behandelen van psychische problemen onder jongeren;
  • Betere leefomstandigheden voor mensen met psychische kwetsbaarheid;
  • Kwalitatief goede, toegankelijke en gepaste geestelijke gezondheidszorg zoveel mogelijk gericht op herstel;
  • Effectieve samenwerking op verschillende niveaus.

Het uitgangspunt van het manifest zijn mensen met en zonder psychische aandoening of verslavingsgevoeligheid voor wie we een verschil kunnen maken. Dat willen de initiatiefnemers van het manifest doen vanuit hun eigen expertise met elkaar én met andere partners. Met de soms kleine aanknopingspunten die in het manifest worden voorgesteld, kunnen we de levens van miljoenen Nederlanders verbeteren én een bijdrage leveren aan de economische ontwikkeling van Nederland. Mensen met een goede geestelijke conditie presteren beter, zijn innovatiever, verdienen gemiddeld meer en zijn ook fysiek gezonder.

Het loont om te investeren in goede en toegankelijke geestelijke gezondheidszorg en verslavingszorg. Op jaarbasis levert dit onze samenleving tot wel 20 miljard euro op, door minder ziekteverzuim, lagere zorgkosten, meer veiligheid en minder overlast op straat. Het manifest staat niet op zichzelf maar sluit aan op ontwikkelingen in de sector zoals de ‘Agenda voor transparantie en gepast gebruik’ en de ‘Onderzoeksagenda ggz’. Betere geestelijke gezondheid is in het belang van de mensen om wie het gaat, toekomstige generaties, onze samenleving en onze economie.

Oproep inventarisatie initiatieven kwetsbare ouderen

11 april 2016

In het bestuurlijk overleg eerstelijnszorg is afgesproken bestaande initiatieven van multidisciplinaire samenwerking rondom kwetsbare ouderen te inventariseren. Via verschillende kanalen zullen lopende experimenten en initiatieven worden verzameld. Het doel is om op grond van opgedane ervaringen te ontdekken wat succes- en faalfactoren zijn in de samenwerking. Onderzoeksbureau Argo voert de inventarisatie en de analyse uit. De analyse moet meer inzicht geven in de benodigde randvoorwaarden en de bijdrage die het bestuurlijk overleg hieraan kan leveren. Jullie kunnen je aanmelden voor deelname aan de inventarisatie. ROS’en die zicht hebben op initiatieven voor kwetsbare ouderen nodigen we uit deze initiatieven op de oproep te attenderen. De resultaten van de inventarisatie en analyse zullen worden benut voor verdere uitwisseling en verspreiding.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 8 april 2016.

[...]

In het bestuurlijk overleg eerstelijnszorg is afgesproken bestaande initiatieven van multidisciplinaire samenwerking rondom kwetsbare ouderen te inventariseren. Via verschillende kanalen zullen lopende experimenten en initiatieven worden verzameld. Het doel is om op grond van opgedane ervaringen te ontdekken wat succes- en faalfactoren zijn in de samenwerking. Onderzoeksbureau Argo voert de inventarisatie en de analyse uit. De analyse moet meer inzicht geven in de benodigde randvoorwaarden en de bijdrage die het bestuurlijk overleg hieraan kan leveren. Jullie kunnen je aanmelden voor deelname aan de inventarisatie. ROS’en die zicht hebben op initiatieven voor kwetsbare ouderen nodigen we uit deze initiatieven op de oproep te attenderen. De resultaten van de inventarisatie en analyse zullen worden benut voor verdere uitwisseling en verspreiding.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 8 april 2016.

Bericht VWS over reikwijdte BTW

11 april 2016

Afgelopen week kregen we veel vragen over de btw-vrijstelling multidisciplinaire zorg. Het gaat om vragen over de reikwijdte van de vrijstelling vanaf 1 januari 2016, maar ook over de terugwerkende kracht van de vrijstelling over de periode voor 2016. Met name de laatste problematiek is complex, onder meer door de regionale verschillen die er tot nu toe bestaan. Volgende week treden we hierover ook in overleg met verzekeraars, we proberen jullie volgende week verder te informeren. Over de reikwijdte informeerden we jullie in het weekbericht van 26 februari. Ook hebben we een en ander inmiddels besproken met VWS. VWS heeft ons laten weten dat de vrijstelling alleen van toepassing is op de activiteiten die door het samenwerkingsverband zelf worden verricht. Dat betekent dat inhuur van bijvoorbeeld kaderartsen btw-plichtig is. Zie de  berichtgeving van VWS.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 8 april 2016.

[...]

Afgelopen week kregen we veel vragen over de btw-vrijstelling multidisciplinaire zorg. Het gaat om vragen over de reikwijdte van de vrijstelling vanaf 1 januari 2016, maar ook over de terugwerkende kracht van de vrijstelling over de periode voor 2016. Met name de laatste problematiek is complex, onder meer door de regionale verschillen die er tot nu toe bestaan. Volgende week treden we hierover ook in overleg met verzekeraars, we proberen jullie volgende week verder te informeren. Over de reikwijdte informeerden we jullie in het weekbericht van 26 februari. Ook hebben we een en ander inmiddels besproken met VWS. VWS heeft ons laten weten dat de vrijstelling alleen van toepassing is op de activiteiten die door het samenwerkingsverband zelf worden verricht. Dat betekent dat inhuur van bijvoorbeeld kaderartsen btw-plichtig is. Zie de  berichtgeving van VWS.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 8 april 2016.

Ouderenzorg is meer dan huisartsenzorg alleen

31 maart 2016

ouderenSamen met de partijen uit het Bestuurlijk Akkoord Huisartsenzorg wil InEen een impuls geven aan de zorg voor kwetsbare ouderen. In heel Nederland wordt gewerkt aan het vormgeven van zorgprogramma’s voor deze groeiende groep. Eerder gaven we de zorggroep Diamuraal in de regio Eemland en de zorggroep Huisartsen Zorg Noord Kennemerland (HZNK) het woord om te vertellen over hun aanpak. Deze maand kijken we naar bijzondere pilot in de gemeente Leeuwarderadeel, begeleid door ROS Friesland.

Naar verwachting stijgt de komende tien jaar het aantal 65-plussers in de gemeente Leeuwarderadeel met 36% (23% in heel Friesland). Zo’n 25% van de ouderen is kwetsbaar en heeft daardoor een complexe hulp- en zorgvraag. Reden voor de huisartsen om deze groep beter en eerder in kaart te willen brengen. Ook de gemeente wilde met het oog op toekomstig welzijnsbeleid meer te weten komen over hun ouderen. ROS Friesland bracht gemeente en huisartsen met elkaar in contact en andere partijen haakten aan. Er kwam een samenwerkingsovereenkomst en in 2013 startte een pilot rondom de ongeveer 750 ouderen van één huisartsenpraktijk. De pilot bestond uit twee componenten: een zorgvuldige screening van de doelgroep en een multidisciplinair overleg (MDO). Doel was zorgvraag en zorgaanbod op elkaar af te stemmen op zowel medisch als sociaal terrein.

‘Ouderenzorg is meer dan huisartsenzorg alleen’, zegt regioadviseur Tryntsje Haga (ROS Friesland). ‘We vonden het dus belangrijk vanaf het begin de welzijnskant goed aan te haken.’ Daarom ook werd gekozen voor het screeningsinstrument ‘Behoefte als kompas, de ouderen aan het woord’, ontwikkeld door het UMC Groningen. Haga: ‘Dat is een meer uitgebreide lijst dan veel praktijken gebruiken. Deze lijst stelt de eigen ervaring en behoefte van de oudere centraal en gaat verder dan alleen het medische.’ Ouderen vulden de vragenlijst zelf in, al dan niet met hulp van vrijwilligers van de ouderenbonden die bij de pilot werden ingeschakeld. De screening richtte zich onder andere op het boven tafel brengen van copingproblematiek, zodat door gerichte ondersteuning kwetsbaarheid kan worden uitgesteld. Ook kwam uit de screening (85% van formulieren werd geretourneerd) veel eenzaamheidsproblematiek naar voren. De vrijwilligers werden ingezet om in deze gevallen huisbezoeken af te leggen en te proberen het isolement te doorbreken. Haga: ‘De bijdrage van vrijwilligers was uniek. Ze hebben laten zien, en nog steeds, dat ze heel ondersteunend kunnen zijn.’

Als tweede component van de pilot organiseerde de POH elke zes weken een MDO waarbij ook de huisarts, de specialist ouderengeneeskunde, de wijkverpleegkundige en de ouderenadviseur aanschoven. Haga: ‘Het is echt de gezamenlijkheid die dit project bijzonder maakt. Dan bedoel ik zowel de nauwe samenwerking met welzijn als de inzet van de specialist ouderengeneeskunde die ook een bredere blik heeft dan alleen het medische.’

De pilot heeft voor ouderenadviseur Ingrid Postma (Stichting Welzijn Middelsee) een grote meerwaarde gehad. ‘Ik had al regelmatig overleg met andere organisaties en de POH, maar er is wel degelijk wat veranderd. Als ouderenadviseur voel je je vooral een belangenbehartiger en bel je niet snel een huisarts. Ze hebben het druk en de privacy van patiënten speelt ook een rol. Sinds de pilot is het contact veel vanzelfsprekender en makkelijker. De MDO’s leveren echt iets op. Als ik nu bij ouderen ben zie ik meer invalshoeken en weet ik beter wat de anderen in het MDO voor een oudere kunnen betekenen. Het heeft de kwaliteit van mijn werk verhoogd.’ Kern van de zaak is volgens Postma het elkaar leren kennen, niet alleen als persoon, maar ook werkinhoudelijk. Ook het punt van de privacy staat nu in een ander licht. ‘Als je echt weet wat je aan elkaar hebt, ga je daar minder gespannen mee om.’

Bij de start van de pilot werd een digitaal systeem ingezet waarvoor de deelnemers een financiële bijdrage hebben geleverd . Dit systeem zorgde voor een goed overzicht van alle screeningsresultaten, wat de opvolging vergemakkelijkte. Helaas ontbreken voor het gebruik van dit systeem op langere termijn de middelen. Haga: ‘Dat is jammer, maar het is niet de essentie. Uiteindelijk gaat het niet om het systeem, maar om de screening zelf en vooral om de samenwerking en de kracht van het MDO.’ Postma onderschrijft dit: ‘De MDO’s gaan gewoon door. En er zijn ontwikkelingen om een volgende stap te maken. De gemeente vindt samenwerking tussen de gebiedsteams en de huisarts belangrijk. Zelf heb ik ook plannen om het preventieve huisbezoek met de vrijwilligers weer op te pakken.’

[...]

ouderenSamen met de partijen uit het Bestuurlijk Akkoord Huisartsenzorg wil InEen een impuls geven aan de zorg voor kwetsbare ouderen. In heel Nederland wordt gewerkt aan het vormgeven van zorgprogramma’s voor deze groeiende groep. Eerder gaven we de zorggroep Diamuraal in de regio Eemland en de zorggroep Huisartsen Zorg Noord Kennemerland (HZNK) het woord om te vertellen over hun aanpak. Deze maand kijken we naar bijzondere pilot in de gemeente Leeuwarderadeel, begeleid door ROS Friesland.

Naar verwachting stijgt de komende tien jaar het aantal 65-plussers in de gemeente Leeuwarderadeel met 36% (23% in heel Friesland). Zo’n 25% van de ouderen is kwetsbaar en heeft daardoor een complexe hulp- en zorgvraag. Reden voor de huisartsen om deze groep beter en eerder in kaart te willen brengen. Ook de gemeente wilde met het oog op toekomstig welzijnsbeleid meer te weten komen over hun ouderen. ROS Friesland bracht gemeente en huisartsen met elkaar in contact en andere partijen haakten aan. Er kwam een samenwerkingsovereenkomst en in 2013 startte een pilot rondom de ongeveer 750 ouderen van één huisartsenpraktijk. De pilot bestond uit twee componenten: een zorgvuldige screening van de doelgroep en een multidisciplinair overleg (MDO). Doel was zorgvraag en zorgaanbod op elkaar af te stemmen op zowel medisch als sociaal terrein.

‘Ouderenzorg is meer dan huisartsenzorg alleen’, zegt regioadviseur Tryntsje Haga (ROS Friesland). ‘We vonden het dus belangrijk vanaf het begin de welzijnskant goed aan te haken.’ Daarom ook werd gekozen voor het screeningsinstrument ‘Behoefte als kompas, de ouderen aan het woord’, ontwikkeld door het UMC Groningen. Haga: ‘Dat is een meer uitgebreide lijst dan veel praktijken gebruiken. Deze lijst stelt de eigen ervaring en behoefte van de oudere centraal en gaat verder dan alleen het medische.’ Ouderen vulden de vragenlijst zelf in, al dan niet met hulp van vrijwilligers van de ouderenbonden die bij de pilot werden ingeschakeld. De screening richtte zich onder andere op het boven tafel brengen van copingproblematiek, zodat door gerichte ondersteuning kwetsbaarheid kan worden uitgesteld. Ook kwam uit de screening (85% van formulieren werd geretourneerd) veel eenzaamheidsproblematiek naar voren. De vrijwilligers werden ingezet om in deze gevallen huisbezoeken af te leggen en te proberen het isolement te doorbreken. Haga: ‘De bijdrage van vrijwilligers was uniek. Ze hebben laten zien, en nog steeds, dat ze heel ondersteunend kunnen zijn.’

Als tweede component van de pilot organiseerde de POH elke zes weken een MDO waarbij ook de huisarts, de specialist ouderengeneeskunde, de wijkverpleegkundige en de ouderenadviseur aanschoven. Haga: ‘Het is echt de gezamenlijkheid die dit project bijzonder maakt. Dan bedoel ik zowel de nauwe samenwerking met welzijn als de inzet van de specialist ouderengeneeskunde die ook een bredere blik heeft dan alleen het medische.’

De pilot heeft voor ouderenadviseur Ingrid Postma (Stichting Welzijn Middelsee) een grote meerwaarde gehad. ‘Ik had al regelmatig overleg met andere organisaties en de POH, maar er is wel degelijk wat veranderd. Als ouderenadviseur voel je je vooral een belangenbehartiger en bel je niet snel een huisarts. Ze hebben het druk en de privacy van patiënten speelt ook een rol. Sinds de pilot is het contact veel vanzelfsprekender en makkelijker. De MDO’s leveren echt iets op. Als ik nu bij ouderen ben zie ik meer invalshoeken en weet ik beter wat de anderen in het MDO voor een oudere kunnen betekenen. Het heeft de kwaliteit van mijn werk verhoogd.’ Kern van de zaak is volgens Postma het elkaar leren kennen, niet alleen als persoon, maar ook werkinhoudelijk. Ook het punt van de privacy staat nu in een ander licht. ‘Als je echt weet wat je aan elkaar hebt, ga je daar minder gespannen mee om.’

Bij de start van de pilot werd een digitaal systeem ingezet waarvoor de deelnemers een financiële bijdrage hebben geleverd . Dit systeem zorgde voor een goed overzicht van alle screeningsresultaten, wat de opvolging vergemakkelijkte. Helaas ontbreken voor het gebruik van dit systeem op langere termijn de middelen. Haga: ‘Dat is jammer, maar het is niet de essentie. Uiteindelijk gaat het niet om het systeem, maar om de screening zelf en vooral om de samenwerking en de kracht van het MDO.’ Postma onderschrijft dit: ‘De MDO’s gaan gewoon door. En er zijn ontwikkelingen om een volgende stap te maken. De gemeente vindt samenwerking tussen de gebiedsteams en de huisarts belangrijk. Zelf heb ik ook plannen om het preventieve huisbezoek met de vrijwilligers weer op te pakken.’

Specialistisch Spreekuur Diabetes in Almere

31 maart 2016

adviesSinds eind oktober 2015 kunnen huisartsen in Almere patiënten met diabetes éénmalig verwijzen naar het Specialistisch Spreekuur Diabetes, een samenwerking tussen de Zorggroep Almere en het Flevoziekenhuis. Op het spreekuur geeft de internist huisarts en patiënt advies over complexe situaties. Het spreekuur zorgt voor de juiste zorg op de juiste plek door de juiste zorgverlener. Inge Beers, adviseur chronische zorgprogramma’s Zorggroep Almere: ‘Inmiddels hebben 20 patiënten het spreekuur bezocht. De internist adviseerde slechts in één geval verwijzing naar de tweede lijn.

Bij moeilijke casuïstiek consulteert de huisarts eerst één van de twee kaderhuisartsen diabetes die een groot deel van de vragen zelf kunnen beantwoorden. Soms adviseert de kaderhuisarts een éénmalige verwijzing naar het specialistisch spreekuur. Dit wekelijkse spreekuur (in de Spoedpost van het ziekenhuis: ‘die ruimte huren we immers al’, aldus Beers) bestaat uit twee delen. Eerst bereidt de POH het consult voor (vragen over leefstijl, metingen,) en daarna gaat de patiënt naar de internist die per patiënt een half uur reserveert. Beers: ‘Dat is ruim. Het geeft de tijd om alle aspecten van de patiënt aandacht te geven, maar waarschijnlijk kan het ook in 20 minuten, dat gaan we bijstellen.’ De internist beperkt zich tot adviezen en neemt de behandeling in principe niet over. Nadat het advies met de patiënt is besproken, gaat de huisarts daarmee verder. Overigens kunnen ook andere huisartsen dan die van Zorggroep Almere gebruikmaken van het spreekuur.

Uit de eerste tussenevaluatie blijkt dat sinds oktober 2015 twintig patiënten het spreekuur hebben bezocht (per spreekuur is ruimte voor vier tot zes patiënten). ‘De vragen lopen uiteen’, zegt Beers, ‘het gaat over niet gehaalde doelen van de glucoseinstelling, bijkomende ziektes en complicaties, nieuwe medicatie, het al dan niet uitvoeren van een gastric bypass et cetera, er is geen patroon te zien. Negentien van de twintig patiënten zijn na het advies van de internist in de eerste lijn gebleven. We zijn als Zorggroep Almere druk bezig met substitutie van tweede naar eerste lijn, dus dit is belangrijke winst.’

Iedereen is enthousiast. Beers: ‘De internisten waren er gelijk voor in, het maken van de afspraken ging makkelijk. De groep mensen met diabetes groeit en er zijn meer complexe patiënten dan tien jaar geleden. Internisten willen ook graag patiënten die bij hen passen.’ Voor huisartsen vormt het spreekuur een welkome aanvulling op de adviezen van de kaderhuisarts. Beers: ‘Hiervoor hadden we met de internisten een multidisciplinair overleg (MDO) waarvoor huisarts en POH moesten reizen om een patiënt te bespreken. Dit kostte veel tijd. Bovendien was de patiënt niet fysiek aanwezig en dat is nu wel het geval’ Patiënten tenslotte vinden het prettig hun probleem zélf met de internist te kunnen bespreken en het spreekuur gaat niet ten koste van het eigen risico.

Financiering vindt plaats op basis van een overeenkomst tussen de zorggroep en de drie deelnemende internisten die een bepaald aantal uren ter beschikking stellen. De kosten zijn vervolgens onderdeel van het ketenzorgcontract van de zorggroep met de zorgverzekeraar. Over een jaar gaan Zorggroep Almere en het Flevoziekenhuis het spreekuur evalueren. Mogelijk is het concept ook toe te passen op andere zorgketens.

[...]

adviesSinds eind oktober 2015 kunnen huisartsen in Almere patiënten met diabetes éénmalig verwijzen naar het Specialistisch Spreekuur Diabetes, een samenwerking tussen de Zorggroep Almere en het Flevoziekenhuis. Op het spreekuur geeft de internist huisarts en patiënt advies over complexe situaties. Het spreekuur zorgt voor de juiste zorg op de juiste plek door de juiste zorgverlener. Inge Beers, adviseur chronische zorgprogramma’s Zorggroep Almere: ‘Inmiddels hebben 20 patiënten het spreekuur bezocht. De internist adviseerde slechts in één geval verwijzing naar de tweede lijn.

Bij moeilijke casuïstiek consulteert de huisarts eerst één van de twee kaderhuisartsen diabetes die een groot deel van de vragen zelf kunnen beantwoorden. Soms adviseert de kaderhuisarts een éénmalige verwijzing naar het specialistisch spreekuur. Dit wekelijkse spreekuur (in de Spoedpost van het ziekenhuis: ‘die ruimte huren we immers al’, aldus Beers) bestaat uit twee delen. Eerst bereidt de POH het consult voor (vragen over leefstijl, metingen,) en daarna gaat de patiënt naar de internist die per patiënt een half uur reserveert. Beers: ‘Dat is ruim. Het geeft de tijd om alle aspecten van de patiënt aandacht te geven, maar waarschijnlijk kan het ook in 20 minuten, dat gaan we bijstellen.’ De internist beperkt zich tot adviezen en neemt de behandeling in principe niet over. Nadat het advies met de patiënt is besproken, gaat de huisarts daarmee verder. Overigens kunnen ook andere huisartsen dan die van Zorggroep Almere gebruikmaken van het spreekuur.

Uit de eerste tussenevaluatie blijkt dat sinds oktober 2015 twintig patiënten het spreekuur hebben bezocht (per spreekuur is ruimte voor vier tot zes patiënten). ‘De vragen lopen uiteen’, zegt Beers, ‘het gaat over niet gehaalde doelen van de glucoseinstelling, bijkomende ziektes en complicaties, nieuwe medicatie, het al dan niet uitvoeren van een gastric bypass et cetera, er is geen patroon te zien. Negentien van de twintig patiënten zijn na het advies van de internist in de eerste lijn gebleven. We zijn als Zorggroep Almere druk bezig met substitutie van tweede naar eerste lijn, dus dit is belangrijke winst.’

Iedereen is enthousiast. Beers: ‘De internisten waren er gelijk voor in, het maken van de afspraken ging makkelijk. De groep mensen met diabetes groeit en er zijn meer complexe patiënten dan tien jaar geleden. Internisten willen ook graag patiënten die bij hen passen.’ Voor huisartsen vormt het spreekuur een welkome aanvulling op de adviezen van de kaderhuisarts. Beers: ‘Hiervoor hadden we met de internisten een multidisciplinair overleg (MDO) waarvoor huisarts en POH moesten reizen om een patiënt te bespreken. Dit kostte veel tijd. Bovendien was de patiënt niet fysiek aanwezig en dat is nu wel het geval’ Patiënten tenslotte vinden het prettig hun probleem zélf met de internist te kunnen bespreken en het spreekuur gaat niet ten koste van het eigen risico.

Financiering vindt plaats op basis van een overeenkomst tussen de zorggroep en de drie deelnemende internisten die een bepaald aantal uren ter beschikking stellen. De kosten zijn vervolgens onderdeel van het ketenzorgcontract van de zorggroep met de zorgverzekeraar. Over een jaar gaan Zorggroep Almere en het Flevoziekenhuis het spreekuur evalueren. Mogelijk is het concept ook toe te passen op andere zorgketens.

VPH gaat opnieuw naar rechter

22 maart 2016

De Vereniging Praktijkhoudende Huisartsen (VPH) is het niet eens met de keuzes die de NZa heeft gemaakt in de aangepaste beleidsregel huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg. Daarom gaat VPH opnieuw naar de rechter (het CBB). VPH heeft onder andere moeite met het contractvereiste voor ketenzorg en praktijkondersteuning. Bovendien zijn ze het oneens met de voorwaarde dat de praktijkhouder 24/7 zorg moet waarborgen om het inschrijvingstarief te kunnen declareren. Zie ook Medisch Contact van afgelopen week. VPH lijkt te suggereren dat de NZa een praktijkhouder verplicht zich aan te sluiten bij een huisartsenpost. Dat is volgens ons niet het geval, conform de beleidsregel kan een huisarts de 24/7 zorg namelijk ook in kleiner verband waarborgen. We volgen de ontwikkelingen rond deze zaak uiteraard op de voet.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 18 maart 2016.

[...]

De Vereniging Praktijkhoudende Huisartsen (VPH) is het niet eens met de keuzes die de NZa heeft gemaakt in de aangepaste beleidsregel huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg. Daarom gaat VPH opnieuw naar de rechter (het CBB). VPH heeft onder andere moeite met het contractvereiste voor ketenzorg en praktijkondersteuning. Bovendien zijn ze het oneens met de voorwaarde dat de praktijkhouder 24/7 zorg moet waarborgen om het inschrijvingstarief te kunnen declareren. Zie ook Medisch Contact van afgelopen week. VPH lijkt te suggereren dat de NZa een praktijkhouder verplicht zich aan te sluiten bij een huisartsenpost. Dat is volgens ons niet het geval, conform de beleidsregel kan een huisarts de 24/7 zorg namelijk ook in kleiner verband waarborgen. We volgen de ontwikkelingen rond deze zaak uiteraard op de voet.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 18 maart 2016.

Enquête over persoonsgerichte zorg

22 maart 2016

We attenderen jullie nog even op onze enquête over persoonsgerichte zorg. De enquête is ter voorbereiding van de Tweedaagse (28 en 29 september) waar dit jaar persoonsgerichte zorg centraal staat. Graag horen we wat er al bekend is over dit onderwerp, welke vragen er leven en wat jullie uit de Tweedaagse willen halen aan nieuwe kennis. We zijn benieuwd naar jullie antwoorden, juist ook als je nog zoekende bent op dit terrein. Zo kunnen we het programma gericht invullen. De enquête vraagt vijf minuten van jullie tijd en staat nog een week open. Voor degenen die hem al invulden: dank!

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 18 maart 2016.

[...]

We attenderen jullie nog even op onze enquête over persoonsgerichte zorg. De enquête is ter voorbereiding van de Tweedaagse (28 en 29 september) waar dit jaar persoonsgerichte zorg centraal staat. Graag horen we wat er al bekend is over dit onderwerp, welke vragen er leven en wat jullie uit de Tweedaagse willen halen aan nieuwe kennis. We zijn benieuwd naar jullie antwoorden, juist ook als je nog zoekende bent op dit terrein. Zo kunnen we het programma gericht invullen. De enquête vraagt vijf minuten van jullie tijd en staat nog een week open. Voor degenen die hem al invulden: dank!

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 18 maart 2016.

‘We kunnen niet allemaal coördineren’

25 februari 2016

arts en oudere manSamen met de partijen uit het Bestuurlijk Akkoord Huisartsenzorg wil InEen een impuls geven aan de zorg voor kwetsbare ouderen. In heel Nederland werken zorggroepen aan het vormgeven van zorgprogramma’s voor deze groeiende groep. We geven drie zorggroepen het woord. Vorige maand was dat Diamuraal in de regio Eemland. Deze maand: Huisartsen Zorg Noord Kennemerland (HZNK).

Sinds juni 2015 experimenteert HZNK met het in elkaar vlechten van het huisartsenprogramma voor kwetsbare ouderen en de aanpak van Geriant, een grote aanbieder van dementiezorg in Noord-Holland. Het huisartsenprogramma en het programma van Geriant bestaan nu naast elkaar, waarbij de patiënten met dementie voor een belangrijk deel uit het zicht van de huisartsenpraktijk verdwijnen. Daarnaast neemt het aantal zorgverleners rondom de oudere toe. Jacco Rempe, directeur HZNK: ‘De laatste jaren zijn ook in de eerste lijn nieuwe specialismen ontstaan. Als kwetsbare oudere kun je nu naast de huisarts te maken hebben met de POH-S voor bijvoorbeeld diabetes, de verpleegkundige Ouderenzorg voor valpreventie, de wijkverpleegkundige voor thuiszorg en de casemanager van Geriant omdat je dementie hebt. En alle vier hebben ze ook coördinerende taken. Ik begrijp wel dat je als oudere zo af en toe het overzicht verliest.’

De pilot van HZNK en Geriant wordt uitgevoerd in drie huisartsenpraktijken en bestaat eruit dat de casemanager van Geriant en de verpleegkundige Ouderenzorg samen de als kwetsbaar gesignaleerde oudere bezoeken en een inventarisatie maken van wat er speelt. Rempe: ‘Het is niet de intentie dat ze dit structureel samen doen, maar we willen in de pilot vaststellen waar de overlap zit.’ Essentieel is dat elke casemanager van Geriant, net als de verpleegkundige Ouderenzorg wordt gekoppeld aan een of meer praktijken. Voorheen verwees de huisarts zijn patiënt voor diagnostiek naar Geriant en als er dementie werd vastgesteld, bleef de oudere daar. ‘We willen nu toe naar een model in de eerste lijn. De voorspelling is dat we in deze regio de komende jaren met ongeveer 75% méér 75-plussers te maken krijgen. We moeten dus opzoek naar toekomstbestendige oplossingen, waar bij we kwalitatief hoogstaande zorg en ondersteuning voor kwetsbare ouderen kunnen blijven bieden, met voldoende steun aan de eerstelijns zorgprofessionals om dit te kunnen realiseren.’

Hoewel de pilot nog niet is afgerond, valt al op dat het beter gaat met de coördinatie. Het proces rondom de oudere wordt nu helemaal vanuit de huisartsenpraktijk georganiseerd. Dat betekent dat betere afstemming mogelijk is en dat er beter zicht is op de patiëntengroep en hun behoeften. Rempe noemt als belangrijke succesfactor dat de verpleegkundigen Ouderenzorg centraal bij HZNK in dienst zijn en vandaaruit één of meer huisartspraktijken ondersteunen. De ouderenzorg krijgt zo op wijkniveau gestalte in plaats van alleen op praktijkniveau. Door het grotere volume, zowel qua werkgebied als qua inzetbare tijd, kunnen de verpleegkundigen een gedegen netwerk opbouwen in de wijk. Bovendien vult HZNK de functie zo mogelijk in met wijkverpleegkundigen die vanuit de thuiszorg worden gedetacheerd. Rempe: ‘Zo ontstaat er ook waardevolle synergie met de reguliere wijkverpleegkundigen.’

De resultaten van de pilot in Noord Kennemerland zijn nog dit jaar te verwachten. Neem voor meer informatie contact op Jacco Rempe (HZNK).

[...]

arts en oudere manSamen met de partijen uit het Bestuurlijk Akkoord Huisartsenzorg wil InEen een impuls geven aan de zorg voor kwetsbare ouderen. In heel Nederland werken zorggroepen aan het vormgeven van zorgprogramma’s voor deze groeiende groep. We geven drie zorggroepen het woord. Vorige maand was dat Diamuraal in de regio Eemland. Deze maand: Huisartsen Zorg Noord Kennemerland (HZNK).

Sinds juni 2015 experimenteert HZNK met het in elkaar vlechten van het huisartsenprogramma voor kwetsbare ouderen en de aanpak van Geriant, een grote aanbieder van dementiezorg in Noord-Holland. Het huisartsenprogramma en het programma van Geriant bestaan nu naast elkaar, waarbij de patiënten met dementie voor een belangrijk deel uit het zicht van de huisartsenpraktijk verdwijnen. Daarnaast neemt het aantal zorgverleners rondom de oudere toe. Jacco Rempe, directeur HZNK: ‘De laatste jaren zijn ook in de eerste lijn nieuwe specialismen ontstaan. Als kwetsbare oudere kun je nu naast de huisarts te maken hebben met de POH-S voor bijvoorbeeld diabetes, de verpleegkundige Ouderenzorg voor valpreventie, de wijkverpleegkundige voor thuiszorg en de casemanager van Geriant omdat je dementie hebt. En alle vier hebben ze ook coördinerende taken. Ik begrijp wel dat je als oudere zo af en toe het overzicht verliest.’

De pilot van HZNK en Geriant wordt uitgevoerd in drie huisartsenpraktijken en bestaat eruit dat de casemanager van Geriant en de verpleegkundige Ouderenzorg samen de als kwetsbaar gesignaleerde oudere bezoeken en een inventarisatie maken van wat er speelt. Rempe: ‘Het is niet de intentie dat ze dit structureel samen doen, maar we willen in de pilot vaststellen waar de overlap zit.’ Essentieel is dat elke casemanager van Geriant, net als de verpleegkundige Ouderenzorg wordt gekoppeld aan een of meer praktijken. Voorheen verwees de huisarts zijn patiënt voor diagnostiek naar Geriant en als er dementie werd vastgesteld, bleef de oudere daar. ‘We willen nu toe naar een model in de eerste lijn. De voorspelling is dat we in deze regio de komende jaren met ongeveer 75% méér 75-plussers te maken krijgen. We moeten dus opzoek naar toekomstbestendige oplossingen, waar bij we kwalitatief hoogstaande zorg en ondersteuning voor kwetsbare ouderen kunnen blijven bieden, met voldoende steun aan de eerstelijns zorgprofessionals om dit te kunnen realiseren.’

Hoewel de pilot nog niet is afgerond, valt al op dat het beter gaat met de coördinatie. Het proces rondom de oudere wordt nu helemaal vanuit de huisartsenpraktijk georganiseerd. Dat betekent dat betere afstemming mogelijk is en dat er beter zicht is op de patiëntengroep en hun behoeften. Rempe noemt als belangrijke succesfactor dat de verpleegkundigen Ouderenzorg centraal bij HZNK in dienst zijn en vandaaruit één of meer huisartspraktijken ondersteunen. De ouderenzorg krijgt zo op wijkniveau gestalte in plaats van alleen op praktijkniveau. Door het grotere volume, zowel qua werkgebied als qua inzetbare tijd, kunnen de verpleegkundigen een gedegen netwerk opbouwen in de wijk. Bovendien vult HZNK de functie zo mogelijk in met wijkverpleegkundigen die vanuit de thuiszorg worden gedetacheerd. Rempe: ‘Zo ontstaat er ook waardevolle synergie met de reguliere wijkverpleegkundigen.’

De resultaten van de pilot in Noord Kennemerland zijn nog dit jaar te verwachten. Neem voor meer informatie contact op Jacco Rempe (HZNK).

Opvang zelfverwijzers overdag: Regio Haaglanden kiest ervoor

25 februari 2016

triageOp twee locaties in de regio Haaglanden is de SMASH huisartsenpost ook overdag open voor de opvang van zelfverwijzers. Hiertoe startte in 2012 een project waaraan niet alleen de huisartsen en de ziekenhuizen, maar ook de zorgverzekeraars zich committeerden. Willem Regout, directeur SMASH: ‘We kunnen de pilot op beide locaties als succesvol kwalificeren.’

De locaties zijn het HAGA-ziekenhuis en het Westeinde ziekenhuis. Regout: ‘Op de HAGA-locatie lopen we voorop. Daar doen we als huisartsen de triage van alle zelfverwijzers. We behandelen daar driekwart van de patiënten in de eerste lijn.’ In het Westeinde is het nog niet zover en gebeurt de triage nog door de SEH. Maar ook daar wordt meer dan de helft van de patiënten verwezen naar de huisartsenpost. Regout: ‘Je weet altijd beter wat je eigen beroepsgroep aankan, dus als de triage onder verantwoordelijkheid van de huisarts gebeurt, gaat er meer naar de eerste lijn.’ Het succes op de HAGA-locatie laat zien, zegt hij, dat het logisch is om de triage door de huisartsenpost te laten doen.

Alle partijen ervaren voordeel, vervolgt Regout. Laag-urgente patiënten raken hun eigen risico niet kwijt. De ziekenhuizen kunnen zich toeleggen op de hoog-urgente zaken waar hun medisch-specialistische teams voor zijn. De huisarts kan de patiënten nogmaals uitleggen dat ze een volgende keer overdag beter eerst naar de eigen huisarts kunnen gaan, waardoor de zelfverwijzers hun weg naar de huisarts hervinden. Voor de zorgverzekeraar is een substantiële verschuiving naar de eerste lijn lucratief.

Een evidente voorwaarde is dat de huisartsenpost overdag open gaat, zowel voor de triage als voor de eventuele behandeling. Regout: ‘Overdag werken we niet met deelnemende huisartsen, maar altijd met waarnemers. Anders kan het niet.’ Daarnaast worden verpleegkundig specialisten ingezet om de extra toeloop, ook in de ANW-uren, op te vangen. ‘Zo voorkomen we dat de deelnemende huisartsen dit werk er bovenop krijgen.’ Dat betekent dat na de triage de behandeling in principe wordt gedaan door de verpleegkundig specialist. Regout: ‘Cijfermatig klopt het, per saldo ligt het aantal diensten voor de deelnemend huisartsen als gevolg van de zelfverwijzers niet hoger dan voorheen.’

Wat Regout betreft zijn er drie succesfactoren. Eén: gezamenlijkheid. ‘Trek als huisartsen gezamenlijk op, anders kan je elkaar in de wielen rijden, en het ziekenhuis moet bereid zijn de omzet van de laagurgente patiënten niet langer te boeken. Sámen moet je de zorgverzekeraar ervan overtuigen dat deze aanpak heel veel geld gaat opleveren voor Nederland.’ Het zijn afspraken over en weer, zegt Regout: de huisartsenpost investeert, maar moet dan wel de patiënten krijgen; het ziekenhuis wil de patiënten laten gaan, maar dan moet de huisartsenpost ze ook echt allemaal opvangen. Twee: regionale afspraken. ‘Het is voor patiënten verwarrend als het in ziekenhuis A anders gaat dan in ziekenhuis B.’ Drie: ‘Zorg voor een goed opgeleide formatie verpleegkundig specialisten. Dat opleiden moet je zelf doen en kost tijd.’

Regout is trots op de resultaten, waarvoor op dit moment veel belangstelling bestaat. ‘Ik denk dat deze aanpak met name in grootstedelijke gebieden, waar men toch sneller naar een ziekenhuis gaat, van flinke toegevoegde waarde kan zijn.’

Neem voor meer informatie contact op met Willem Regout (SMASH).

[...]

triageOp twee locaties in de regio Haaglanden is de SMASH huisartsenpost ook overdag open voor de opvang van zelfverwijzers. Hiertoe startte in 2012 een project waaraan niet alleen de huisartsen en de ziekenhuizen, maar ook de zorgverzekeraars zich committeerden. Willem Regout, directeur SMASH: ‘We kunnen de pilot op beide locaties als succesvol kwalificeren.’

De locaties zijn het HAGA-ziekenhuis en het Westeinde ziekenhuis. Regout: ‘Op de HAGA-locatie lopen we voorop. Daar doen we als huisartsen de triage van alle zelfverwijzers. We behandelen daar driekwart van de patiënten in de eerste lijn.’ In het Westeinde is het nog niet zover en gebeurt de triage nog door de SEH. Maar ook daar wordt meer dan de helft van de patiënten verwezen naar de huisartsenpost. Regout: ‘Je weet altijd beter wat je eigen beroepsgroep aankan, dus als de triage onder verantwoordelijkheid van de huisarts gebeurt, gaat er meer naar de eerste lijn.’ Het succes op de HAGA-locatie laat zien, zegt hij, dat het logisch is om de triage door de huisartsenpost te laten doen.

Alle partijen ervaren voordeel, vervolgt Regout. Laag-urgente patiënten raken hun eigen risico niet kwijt. De ziekenhuizen kunnen zich toeleggen op de hoog-urgente zaken waar hun medisch-specialistische teams voor zijn. De huisarts kan de patiënten nogmaals uitleggen dat ze een volgende keer overdag beter eerst naar de eigen huisarts kunnen gaan, waardoor de zelfverwijzers hun weg naar de huisarts hervinden. Voor de zorgverzekeraar is een substantiële verschuiving naar de eerste lijn lucratief.

Een evidente voorwaarde is dat de huisartsenpost overdag open gaat, zowel voor de triage als voor de eventuele behandeling. Regout: ‘Overdag werken we niet met deelnemende huisartsen, maar altijd met waarnemers. Anders kan het niet.’ Daarnaast worden verpleegkundig specialisten ingezet om de extra toeloop, ook in de ANW-uren, op te vangen. ‘Zo voorkomen we dat de deelnemende huisartsen dit werk er bovenop krijgen.’ Dat betekent dat na de triage de behandeling in principe wordt gedaan door de verpleegkundig specialist. Regout: ‘Cijfermatig klopt het, per saldo ligt het aantal diensten voor de deelnemend huisartsen als gevolg van de zelfverwijzers niet hoger dan voorheen.’

Wat Regout betreft zijn er drie succesfactoren. Eén: gezamenlijkheid. ‘Trek als huisartsen gezamenlijk op, anders kan je elkaar in de wielen rijden, en het ziekenhuis moet bereid zijn de omzet van de laagurgente patiënten niet langer te boeken. Sámen moet je de zorgverzekeraar ervan overtuigen dat deze aanpak heel veel geld gaat opleveren voor Nederland.’ Het zijn afspraken over en weer, zegt Regout: de huisartsenpost investeert, maar moet dan wel de patiënten krijgen; het ziekenhuis wil de patiënten laten gaan, maar dan moet de huisartsenpost ze ook echt allemaal opvangen. Twee: regionale afspraken. ‘Het is voor patiënten verwarrend als het in ziekenhuis A anders gaat dan in ziekenhuis B.’ Drie: ‘Zorg voor een goed opgeleide formatie verpleegkundig specialisten. Dat opleiden moet je zelf doen en kost tijd.’

Regout is trots op de resultaten, waarvoor op dit moment veel belangstelling bestaat. ‘Ik denk dat deze aanpak met name in grootstedelijke gebieden, waar men toch sneller naar een ziekenhuis gaat, van flinke toegevoegde waarde kan zijn.’

Neem voor meer informatie contact op met Willem Regout (SMASH).

Patiëntenportaal: een ondersteuning van zelfmanagement

25 februari 2016

tablet met kalenderZorggroep de Bevelanden voert momenteel een pilot uit met een patiëntenportaal voor mensen met diabetes. Niet alleen wordt gekeken naar wat implementatie van een portaal met zich meebrengt, maar vooral naar wat de meerwaarde ervan kan zijn. Manager Maria van der Sluis: ‘Heel leuk is dat het project door de zorgverleners zelf wordt getrokken in samenwerking met de cliëntenraad.’

Een patiënttevredenheidsonderzoek zorgde in 2013 voor bewustwording, zegt Van der Sluis. Het onderzoek liet zien dat zaken als het ‘individueel behandelplan’ en de ‘persoonlijke streefwaarden’ onvoldoende bekend waren onder de patiënten. Niet helemaal duidelijk was of dit alleen een kwestie van terminologie was. Een training voor huisartsen en POH’s over zelfmanagement was de eerste stap om te komen tot een aanpak die meer duidelijkheid zou bieden aan de patiënten. Daarna werden zorgwijzers met informatie over diabetes en de zorgpas voor het bijhouden van de streefwaarden ingevoerd. Meer scholing volgde, onder andere samen met Vilans en de NDF het verdiepende traject ‘Train de trainer’ voor alle POH’s. Van der Sluis: ‘We waren al begonnen in het KIS veilig relevante gegevens van patiënten met betrokken zorgverleners uit te wisselen en echt de zorg rondom de patiënt te organiseren. Het patiëntenportaal is een volgende stap om zelfmanagement te stimuleren.’

De Bevelanden is nadrukkelijk op zoek naar meerwaarde. Van der Sluis: ‘EHealth is een beetje een hype met heel goede kanten. Onze vraag is of het ons echt brengt wat we zoeken. We zijn op zoek naar échte samenwerking tussen zorgverlener en patiënt, die voor beiden wat oplevert.’ Daarom is gekozen voor een ‘lerende’ pilot. Gaande de rit wordt het portaal naar aanleiding van de ervaringen van patiënten en zorgverleners aangepast. De projectleider van de zorggroep houdt daarvoor wekelijks contact met de vijf deelnemende praktijken én met Vital Health (de ICT-leverancier) en de SHL-groep die het datamanagement voor zijn rekening neemt.

Zo is bijvoorbeeld de mogelijkheid voor de POH om berichten te sturen aangepast. Voor patiënten zijn de labuitslagen meer inzichtelijk gemaakt en ook hebben zij nu de mogelijkheid dagelijks de glucosedagcurves insuline in te voeren. Interessant zijn de korte filmpjes gemaakt door de stichting September met informatie over diabetes. Telkens worden na afloop een paar vragen gesteld om te checken of de informatie is begrepen. De POH kan dit volgen en er zo nodig op terugkomen.

Van der Sluis: ‘Ik durf te stellen dat we tevreden zijn. Het is nog het begin van de pilot, maar de POH’s en de patiënten zijn enthousiast.’ Maar het is, zegt Van der Sluis, nog te vroeg om te kunnen aangeven wat er daadwerkelijk verandert voor zowel de POH als de patiënt. De pilot loopt nog tot juli 2016. Daarna worden aan de hand van enquêtes onder de deelnemers conclusies getrokken over de verdere uitrol.

De Cliëntenraad was vanaf het eerste moment betrokken. Van der Sluis: ‘Zij staan hier helemaal achter. Ze zijn net als wij nieuwsgierig naar wat het oplevert en of het een beweging is die we breder in de zorggroep willen inzetten. Ze waren aanwezig bij de demo’s en denken dat patiënten hiermee kunnen werken. Samen met de Cliëntenraad hebben we de patiëntenbijeenkomst georganiseerd, waar zij ook hun visie over deze ontwikkeling hebben gegeven.’

Meer informatie

  • Neem voor meer informatie over de pilot contact op met Maria van der Sluis (De Bevelanden).
  • Op donderdag 25 februari is vanaf 17 uur elk uur een reportage over het patiëntenportaal te zien bij Omroep Zeeland. Dit wordt ieder uur herhaald. De reportage kan na 25 februari teruggezien worden op de website van Omroep Zeeland.
  • Veel informatie over zelfmanagement is te vinden bij Zelfzorg Ondersteund, een krachtenbundeling waaraan ook InEen deelneemt.
[...]

tablet met kalenderZorggroep de Bevelanden voert momenteel een pilot uit met een patiëntenportaal voor mensen met diabetes. Niet alleen wordt gekeken naar wat implementatie van een portaal met zich meebrengt, maar vooral naar wat de meerwaarde ervan kan zijn. Manager Maria van der Sluis: ‘Heel leuk is dat het project door de zorgverleners zelf wordt getrokken in samenwerking met de cliëntenraad.’

Een patiënttevredenheidsonderzoek zorgde in 2013 voor bewustwording, zegt Van der Sluis. Het onderzoek liet zien dat zaken als het ‘individueel behandelplan’ en de ‘persoonlijke streefwaarden’ onvoldoende bekend waren onder de patiënten. Niet helemaal duidelijk was of dit alleen een kwestie van terminologie was. Een training voor huisartsen en POH’s over zelfmanagement was de eerste stap om te komen tot een aanpak die meer duidelijkheid zou bieden aan de patiënten. Daarna werden zorgwijzers met informatie over diabetes en de zorgpas voor het bijhouden van de streefwaarden ingevoerd. Meer scholing volgde, onder andere samen met Vilans en de NDF het verdiepende traject ‘Train de trainer’ voor alle POH’s. Van der Sluis: ‘We waren al begonnen in het KIS veilig relevante gegevens van patiënten met betrokken zorgverleners uit te wisselen en echt de zorg rondom de patiënt te organiseren. Het patiëntenportaal is een volgende stap om zelfmanagement te stimuleren.’

De Bevelanden is nadrukkelijk op zoek naar meerwaarde. Van der Sluis: ‘EHealth is een beetje een hype met heel goede kanten. Onze vraag is of het ons echt brengt wat we zoeken. We zijn op zoek naar échte samenwerking tussen zorgverlener en patiënt, die voor beiden wat oplevert.’ Daarom is gekozen voor een ‘lerende’ pilot. Gaande de rit wordt het portaal naar aanleiding van de ervaringen van patiënten en zorgverleners aangepast. De projectleider van de zorggroep houdt daarvoor wekelijks contact met de vijf deelnemende praktijken én met Vital Health (de ICT-leverancier) en de SHL-groep die het datamanagement voor zijn rekening neemt.

Zo is bijvoorbeeld de mogelijkheid voor de POH om berichten te sturen aangepast. Voor patiënten zijn de labuitslagen meer inzichtelijk gemaakt en ook hebben zij nu de mogelijkheid dagelijks de glucosedagcurves insuline in te voeren. Interessant zijn de korte filmpjes gemaakt door de stichting September met informatie over diabetes. Telkens worden na afloop een paar vragen gesteld om te checken of de informatie is begrepen. De POH kan dit volgen en er zo nodig op terugkomen.

Van der Sluis: ‘Ik durf te stellen dat we tevreden zijn. Het is nog het begin van de pilot, maar de POH’s en de patiënten zijn enthousiast.’ Maar het is, zegt Van der Sluis, nog te vroeg om te kunnen aangeven wat er daadwerkelijk verandert voor zowel de POH als de patiënt. De pilot loopt nog tot juli 2016. Daarna worden aan de hand van enquêtes onder de deelnemers conclusies getrokken over de verdere uitrol.

De Cliëntenraad was vanaf het eerste moment betrokken. Van der Sluis: ‘Zij staan hier helemaal achter. Ze zijn net als wij nieuwsgierig naar wat het oplevert en of het een beweging is die we breder in de zorggroep willen inzetten. Ze waren aanwezig bij de demo’s en denken dat patiënten hiermee kunnen werken. Samen met de Cliëntenraad hebben we de patiëntenbijeenkomst georganiseerd, waar zij ook hun visie over deze ontwikkeling hebben gegeven.’

Meer informatie

  • Neem voor meer informatie over de pilot contact op met Maria van der Sluis (De Bevelanden).
  • Op donderdag 25 februari is vanaf 17 uur elk uur een reportage over het patiëntenportaal te zien bij Omroep Zeeland. Dit wordt ieder uur herhaald. De reportage kan na 25 februari teruggezien worden op de website van Omroep Zeeland.
  • Veel informatie over zelfmanagement is te vinden bij Zelfzorg Ondersteund, een krachtenbundeling waaraan ook InEen deelneemt.

De eerste honderd dagen, deel 2

25 februari 2016

anoeskaIn de tweede 30 dagen van Anoeska Mosterdijk, de nieuwe directeur van InEen, komt onmiskenbaar hét onderwerp van de komende periode bovendrijven: de toekomst van de eerstelijns organisaties. Mosterdijk: ‘Ik merk in al mijn gesprekken dat dit thema iedereen bezig houdt.’

Mosterdijk benut haar eerste 100 dagen om veel mensen te spreken. Op haar kennismakingsronde bezocht ze onder andere de CIHN in Nijmegen, Huisartsenpost HOV in Den Bosch, de Stichting Haagse Gezondheidscentra, HKN Huisartsen in de Kop van Noord-Holland en de ROS Raedelijn in Utrecht. ‘Telkens weer erg leerzaam’, zegt ze daarover. ‘Ik hoor goed wat er speelt in het veld, en ook wat mensen wel en niet van InEen verwachten’. Verder maakte ze haar eerste deelledenvergaderingen mee. Onder de indruk was ze van de grote opkomst voor de gezamenlijke bijeenkomst van zorggroepen en gezondheidscentra. Ook de veel kleinere bijeenkomst van de EDC-leden was voor haar een waardevolle kennismaking. Mosterdijk: ‘Het is mooi om te zien hoe daar kennis wordt uitgewisseld, bijvoorbeeld over de ervaringen met het contracteringsproces 2016. Ook fijn om te constateren dat een onderwerp als eerstelijns diagnostiek op de huisartsenpost daar op de agenda staat, een mooi voorbeeld van samenhang tussen onze verschillende ledengroepen.’

Aansluitend aan de DLV zorggroepen en gezondheidscentra werd actief en uitgebreid gediscussieerd over de toekomst en de positionering van de ketenzorgorganisaties. Mosterdijk: ‘Een veelbelovende aftrap voor het visietraject dat we met elkaar willen doorlopen. De vijf kernthema’s* die we hadden gekozen werkten goed om de discussie op gang te brengen.’ Wat haar betreft vormen de toekomst en positionering van eerstelijns organisaties het grote onderwerp van de komende periode. ‘Vanochtend hadden we een gesprek met verzekeraar CZ en dan gaat het daar ook meteen over. Ik merk in al mijn gesprekken dat dit iedereen bezig houdt. Het gaat dan uiteindelijk ook over wat precies de rol van InEen wordt om die organisaties te ondersteunen.’ Met vragen als Wat is precies de opdracht van een zorggroep of een gezondheidscentrum? Hoe verhouden de verschillende organisaties zich tot elkaar? Wat is een ideale structuur? Hoe houden we huisartsen aan de organisaties gebonden? is Mosterdijk zich er terdege van bewust dat ze voor een uitdaging staat. ‘Er zijn ideeën en belangen, ook de opvattingen in onze achterban zijn verschillend.

Mosterdijk besluit haar tweede maand met een heisessie van VELO, de vereniging waarin koepels van zorgaanbieders samenwerken: huisartsen, apothekers, tandartsen, verloskundigen, fysiotherapeuten, psychologen, verpleegkundigen, Actiz en sinds kort ook InEen. Met name het multidisciplinaire karakter spreekt Mosterdijk aan. In 2012 vormde het zgn. Pact van Garderen tussen de eerstelijnszorgaanbieders een eerste stap op weg naar een gedeelde visie op multidisciplinaire zorg. ‘Op de heisessie gaan we kijken of we echt iets kunnen neerzetten waaraan iedereen zich committeert.’

Het slotdeel van ‘De eerste honderd dagen’ volgt in maart.


* 1. Omslag van aandoeningsgerichte naar persoonsgerichte zorg, 2. De (gebleken) effectiviteit van de ketenzorg, 3. Mogelijkheden voor verdere doorontwikkeling en verbreding, 4. Houdbaarheid van de bekostiging, 5. Aanpreekbaarheid en governance van ketenzorgorganisaties.

[...]

anoeskaIn de tweede 30 dagen van Anoeska Mosterdijk, de nieuwe directeur van InEen, komt onmiskenbaar hét onderwerp van de komende periode bovendrijven: de toekomst van de eerstelijns organisaties. Mosterdijk: ‘Ik merk in al mijn gesprekken dat dit thema iedereen bezig houdt.’

Mosterdijk benut haar eerste 100 dagen om veel mensen te spreken. Op haar kennismakingsronde bezocht ze onder andere de CIHN in Nijmegen, Huisartsenpost HOV in Den Bosch, de Stichting Haagse Gezondheidscentra, HKN Huisartsen in de Kop van Noord-Holland en de ROS Raedelijn in Utrecht. ‘Telkens weer erg leerzaam’, zegt ze daarover. ‘Ik hoor goed wat er speelt in het veld, en ook wat mensen wel en niet van InEen verwachten’. Verder maakte ze haar eerste deelledenvergaderingen mee. Onder de indruk was ze van de grote opkomst voor de gezamenlijke bijeenkomst van zorggroepen en gezondheidscentra. Ook de veel kleinere bijeenkomst van de EDC-leden was voor haar een waardevolle kennismaking. Mosterdijk: ‘Het is mooi om te zien hoe daar kennis wordt uitgewisseld, bijvoorbeeld over de ervaringen met het contracteringsproces 2016. Ook fijn om te constateren dat een onderwerp als eerstelijns diagnostiek op de huisartsenpost daar op de agenda staat, een mooi voorbeeld van samenhang tussen onze verschillende ledengroepen.’

Aansluitend aan de DLV zorggroepen en gezondheidscentra werd actief en uitgebreid gediscussieerd over de toekomst en de positionering van de ketenzorgorganisaties. Mosterdijk: ‘Een veelbelovende aftrap voor het visietraject dat we met elkaar willen doorlopen. De vijf kernthema’s* die we hadden gekozen werkten goed om de discussie op gang te brengen.’ Wat haar betreft vormen de toekomst en positionering van eerstelijns organisaties het grote onderwerp van de komende periode. ‘Vanochtend hadden we een gesprek met verzekeraar CZ en dan gaat het daar ook meteen over. Ik merk in al mijn gesprekken dat dit iedereen bezig houdt. Het gaat dan uiteindelijk ook over wat precies de rol van InEen wordt om die organisaties te ondersteunen.’ Met vragen als Wat is precies de opdracht van een zorggroep of een gezondheidscentrum? Hoe verhouden de verschillende organisaties zich tot elkaar? Wat is een ideale structuur? Hoe houden we huisartsen aan de organisaties gebonden? is Mosterdijk zich er terdege van bewust dat ze voor een uitdaging staat. ‘Er zijn ideeën en belangen, ook de opvattingen in onze achterban zijn verschillend.

Mosterdijk besluit haar tweede maand met een heisessie van VELO, de vereniging waarin koepels van zorgaanbieders samenwerken: huisartsen, apothekers, tandartsen, verloskundigen, fysiotherapeuten, psychologen, verpleegkundigen, Actiz en sinds kort ook InEen. Met name het multidisciplinaire karakter spreekt Mosterdijk aan. In 2012 vormde het zgn. Pact van Garderen tussen de eerstelijnszorgaanbieders een eerste stap op weg naar een gedeelde visie op multidisciplinaire zorg. ‘Op de heisessie gaan we kijken of we echt iets kunnen neerzetten waaraan iedereen zich committeert.’

Het slotdeel van ‘De eerste honderd dagen’ volgt in maart.


* 1. Omslag van aandoeningsgerichte naar persoonsgerichte zorg, 2. De (gebleken) effectiviteit van de ketenzorg, 3. Mogelijkheden voor verdere doorontwikkeling en verbreding, 4. Houdbaarheid van de bekostiging, 5. Aanpreekbaarheid en governance van ketenzorgorganisaties.

Drempel taakherschikking weggenomen

25 februari 2016

met stethoscoop bij patientOp 1 maart 2016 sluit de aanmeldingstermijn voor de Stimuleringsregeling Taakherschikking. Het inzetten van een verpleegkundige specialist (VS) en physician assistant (PA) versterkt de huisartsenpraktijk, zegt Emmy Derckx bestuurder van KOH, Landelijk Kenniscentrum Taakherschikking Eerste Lijn. Taakherschikking krijgt nu ook een definitieve wettelijke basis. Hiermee is een belangrijke drempel weggenomen. De wetswijziging volgt op een zeer positieve evaluatie van een experiment dat in 2012 begon.

‘Het bord van de huisarts wordt steeds voller’, zegt Derckx. Al meer dan twintig jaar versterken ook andere zorgverleners de huisartsenpraktijken, de gezondheidscentra, bij zorggroepen en op de huisartsenposten. Samen als team leveren zij de benodigde zorg. Zaak is goed te kijken naar ieders kwaliteiten en die optimaal in te zetten voor patiëntenzorg en de organisatie daarvan. ‘Het begon met de doktersassistente en daarna kwam de POH. Zij zijn onmisbaar in hun werk in aanvulling op wat de dokter doet. VS’en en PA’s zijn master opgeleide zorgverleners. Zij nemen sinds een jaar of tien taken over van de huisarts, zoals diagnostiek en behandeling van patiënten met vaak voorkomende klachten of patiënten in het verzorgingshuis. Ze zijn daartoe juridisch bevoegd. De huisarts krijgt dan meer ruimte voor de complexere zorgvragen. Zo behouden we kwaliteit, buigen we kosten af en zetten we de huisarts meer in zijn kracht.’

De wettelijke bevoegdheden van de VS en de PA betreffen het indiceren en verrichten van voorbehouden handelingen zoals katheterisaties, heelkundige handelingen, injecties, puncties en het voorschrijven van UR-geneesmiddelen. Daarnaast brengen zij vanuit hun opleiding en ervaring ook andere kwaliteiten mee. Derckx: ‘Ze zijn niet puur een substituut. Ze nemen zorg over van de huisarts, en voegen daar een andere expertise aan toe. Dat doet recht aan het feit dat we niet alleen méér zorgvragen krijgen in de eerste lijn, maar ook ándere zorgvragen.’

In 2012 werden de zelfstandige bevoegdheden van de VS en de PA tijdelijk bij wet vastgelegd. In opdracht van VWS voerde het Maastricht UMC+ een wetenschappelijke evaluatie uit van dit experiment, met als slotconclusie een 100% positief advies aan de minister. Derckx was bij deze evaluatie lid van de begeleidingscommissie. ‘Wat je ziet is dat het zorgverleningsproces vlotter verloopt: sneller, efficiënter en effectiever’, vat ze samen. Een wettelijke basis blijkt het vertrouwen te versterken. Enerzijds pakken VS en PA hun rol meer zelfverzekerd op en anderzijds kunnen de huisartsen het werk makkelijker overdragen en loslaten. Een belangrijk effect daarvan is dat de functie van de VS en de PA zich verder kan ontwikkelen. Het team op de huisartsenpraktijk wordt daardoor sterker en kan meer en meer zorg op maat leveren.

Maar alleen de wettelijke basis, die nu definitief gaat worden, is onvoldoende. Het onderzoek constateert dat er nog niet genoeg aandacht is voor het maken van samenwerkingsafspraken. Afspraken over de concrete taakverdeling, afstemming en implementatie zijn nodig om de taakherschikking veilig en effectief te maken. In 2012 al ontwikkelde de KNMG daarom samen met de twee brancheorganisaties, NAPA en V&VN VS, de ‘Handreiking Implementatie Taakherschikking’, bedoeld om alle betrokken partijen te ondersteunen bij het invoeren van de nieuwe verdeling van bevoegdheden.

Voor een succesvolle implementatie is het goed informeren van de patiënten belangrijk. Als dat gebeurt, zo blijkt uit de evaluatie, geven zij hoge rapportcijfers. Zowel de VS als de PA scoren ruim een 8 voor kennis en resultaat van de behandeling. Derckx: ‘Patiënten willen graag deskundig en snel worden geholpen. De wettelijk verankering biedt nu perspectief voor zowel de patiënt alsook de huisarts.’

Meer informatie

[...]

met stethoscoop bij patientOp 1 maart 2016 sluit de aanmeldingstermijn voor de Stimuleringsregeling Taakherschikking. Het inzetten van een verpleegkundige specialist (VS) en physician assistant (PA) versterkt de huisartsenpraktijk, zegt Emmy Derckx bestuurder van KOH, Landelijk Kenniscentrum Taakherschikking Eerste Lijn. Taakherschikking krijgt nu ook een definitieve wettelijke basis. Hiermee is een belangrijke drempel weggenomen. De wetswijziging volgt op een zeer positieve evaluatie van een experiment dat in 2012 begon.

‘Het bord van de huisarts wordt steeds voller’, zegt Derckx. Al meer dan twintig jaar versterken ook andere zorgverleners de huisartsenpraktijken, de gezondheidscentra, bij zorggroepen en op de huisartsenposten. Samen als team leveren zij de benodigde zorg. Zaak is goed te kijken naar ieders kwaliteiten en die optimaal in te zetten voor patiëntenzorg en de organisatie daarvan. ‘Het begon met de doktersassistente en daarna kwam de POH. Zij zijn onmisbaar in hun werk in aanvulling op wat de dokter doet. VS’en en PA’s zijn master opgeleide zorgverleners. Zij nemen sinds een jaar of tien taken over van de huisarts, zoals diagnostiek en behandeling van patiënten met vaak voorkomende klachten of patiënten in het verzorgingshuis. Ze zijn daartoe juridisch bevoegd. De huisarts krijgt dan meer ruimte voor de complexere zorgvragen. Zo behouden we kwaliteit, buigen we kosten af en zetten we de huisarts meer in zijn kracht.’

De wettelijke bevoegdheden van de VS en de PA betreffen het indiceren en verrichten van voorbehouden handelingen zoals katheterisaties, heelkundige handelingen, injecties, puncties en het voorschrijven van UR-geneesmiddelen. Daarnaast brengen zij vanuit hun opleiding en ervaring ook andere kwaliteiten mee. Derckx: ‘Ze zijn niet puur een substituut. Ze nemen zorg over van de huisarts, en voegen daar een andere expertise aan toe. Dat doet recht aan het feit dat we niet alleen méér zorgvragen krijgen in de eerste lijn, maar ook ándere zorgvragen.’

In 2012 werden de zelfstandige bevoegdheden van de VS en de PA tijdelijk bij wet vastgelegd. In opdracht van VWS voerde het Maastricht UMC+ een wetenschappelijke evaluatie uit van dit experiment, met als slotconclusie een 100% positief advies aan de minister. Derckx was bij deze evaluatie lid van de begeleidingscommissie. ‘Wat je ziet is dat het zorgverleningsproces vlotter verloopt: sneller, efficiënter en effectiever’, vat ze samen. Een wettelijke basis blijkt het vertrouwen te versterken. Enerzijds pakken VS en PA hun rol meer zelfverzekerd op en anderzijds kunnen de huisartsen het werk makkelijker overdragen en loslaten. Een belangrijk effect daarvan is dat de functie van de VS en de PA zich verder kan ontwikkelen. Het team op de huisartsenpraktijk wordt daardoor sterker en kan meer en meer zorg op maat leveren.

Maar alleen de wettelijke basis, die nu definitief gaat worden, is onvoldoende. Het onderzoek constateert dat er nog niet genoeg aandacht is voor het maken van samenwerkingsafspraken. Afspraken over de concrete taakverdeling, afstemming en implementatie zijn nodig om de taakherschikking veilig en effectief te maken. In 2012 al ontwikkelde de KNMG daarom samen met de twee brancheorganisaties, NAPA en V&VN VS, de ‘Handreiking Implementatie Taakherschikking’, bedoeld om alle betrokken partijen te ondersteunen bij het invoeren van de nieuwe verdeling van bevoegdheden.

Voor een succesvolle implementatie is het goed informeren van de patiënten belangrijk. Als dat gebeurt, zo blijkt uit de evaluatie, geven zij hoge rapportcijfers. Zowel de VS als de PA scoren ruim een 8 voor kennis en resultaat van de behandeling. Derckx: ‘Patiënten willen graag deskundig en snel worden geholpen. De wettelijk verankering biedt nu perspectief voor zowel de patiënt alsook de huisarts.’

Meer informatie

Gevraagd: informatie over salarisschaal POH Jeugd GGZ

02 februari 2016

Zorggroep DOH heeft een aantal praktijkondersteuners Jeugd GGZ in dienst. In de Cao Huisartsenzorg 2015-2017 is de functie van POH GGZ (niet gespecialiseerd in jeugd) ingedeeld in schaal 8. We zijn op zoek naar leden van InEen die een POH Jeugd GGZ in loondienst hebben, om zo een beter beeld van de toegepaste salarisschalen te krijgen. We horen graag van jullie via info@ineen.nl. Of laat het weten via ons  digitale netwerk Personeel en Arbeidsmarkt. Desgewenst stelt DOH graag een beschrijving van de functie POH Jeugd GGZ ter beschikking aan de andere leden van InEen.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 29 januari 2016.

[...]

Zorggroep DOH heeft een aantal praktijkondersteuners Jeugd GGZ in dienst. In de Cao Huisartsenzorg 2015-2017 is de functie van POH GGZ (niet gespecialiseerd in jeugd) ingedeeld in schaal 8. We zijn op zoek naar leden van InEen die een POH Jeugd GGZ in loondienst hebben, om zo een beter beeld van de toegepaste salarisschalen te krijgen. We horen graag van jullie via info@ineen.nl. Of laat het weten via ons  digitale netwerk Personeel en Arbeidsmarkt. Desgewenst stelt DOH graag een beschrijving van de functie POH Jeugd GGZ ter beschikking aan de andere leden van InEen.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 29 januari 2016.

De VAAM is geactualiseerd

02 februari 2016

Vanaf vandaag staat de geactualiseerde VAAM (4.1) online. Met behulp van de Vraag en Aanbod Analyse Monitor (VAAM) kan een huisartsenpraktijk of een zorginstelling een inschatting maken van de verwachte zorgvraag op regio-, gemeente- en postcodeniveau. Aan de hand daarvan kan bijvoorbeeld, aldus het nieuwsbericht van het Nivel, beoordeeld worden of een extra POH GGZ nodig is. Een goed instrument dus ter ondersteuning van het lokaal organiseren van de zorg. De VAAM wordt ontwikkeld door het Nivel in samenwerking met de patiëntenfederatie NPCF en het CBB.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 29 januari 2016.

[...]

Vanaf vandaag staat de geactualiseerde VAAM (4.1) online. Met behulp van de Vraag en Aanbod Analyse Monitor (VAAM) kan een huisartsenpraktijk of een zorginstelling een inschatting maken van de verwachte zorgvraag op regio-, gemeente- en postcodeniveau. Aan de hand daarvan kan bijvoorbeeld, aldus het nieuwsbericht van het Nivel, beoordeeld worden of een extra POH GGZ nodig is. Een goed instrument dus ter ondersteuning van het lokaal organiseren van de zorg. De VAAM wordt ontwikkeld door het Nivel in samenwerking met de patiëntenfederatie NPCF en het CBB.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 29 januari 2016.

Zinvol: Handreiking Gezamenlijke Besluitvorming

28 januari 2016

zinvolPersoonsgerichte zorg vraagt van zowel patiënt als huisarts een andere houding. Sámen worden ze geacht te zoeken naar wat gezien alle persoonlijke omstandigheden de beste aanpak is bij een zorgvraag. Voor dit proces van gezamenlijke besluitvorming is nu op basis van bestaande kennis en expertise een handreiking ontwikkeld die vorig jaar is getest, onder meer in de praktijk van huisarts Toine Schuivens in Venlo.

De handreiking Gezamenlijke Besluitvorming is een methode om het persoonlijke doel van de patiënt te benoemen en af te spreken hoe dat doel bereikt kan worden. Schuivens vond het een uitdaging om te onderzoeken of hij de consultvoering bij chronische problematiek zou kunnen verbeteren en deed mee met de pilot.  Hij stelde vast dat de methode inderdaad iets te bieden heeft en maakt er tot op de dag van vandaag gebruik van.

De methode helpt om het gesprek te verbreden en stimuleert de patiënt zelf over zijn of haar situatie na te denken. Ook de huisarts wordt uitgedaagd buiten de gebaande paden te treden en de mogelijk achterliggende (zorg)vraag in beeld te brengen. Schuivens geeft als voorbeeld een patiënte met voortdurende pijnklachten. ‘Nadat ze zich thuis had voorbereid op het consult  bleek dat het woord ‘pijn’ in haar hele beschrijving niet voorkwam. We waren allebei verrast. De problemen rond de werksituatie bleken veel dieper door te werken dan ik had gedacht. We hebben toen gekeken naar de mogelijkheden op het werk en ze is met de werkgever gaan praten. Daarnáást hebben we ook gekeken wat er verder nog aan de pijn kan worden gedaan.’ Het voorbeeld maakt duidelijk dat de handreiking een goede manier is om voor beiden tot onverwachte invalshoeken te komen.

Ondanks de benodigde tijdsinvestering (‘Het kost je gewoon meer tijd dan het normale 10-minuten-consult’) vindt Schuivens het zinvol dat hij de handreiking heeft leren kennen. ‘Ik gebruik het nu gedoseerd. Het is een aanpak die goed werkt bij mensen met een chronische recidiverende problematiek. Dan is het de tijdsinvestering helemaal waard.’ Ook is er een belangrijk neveneffect: ‘Ik merk dat ik ook aan andere patiënten vaker vragen stel als: ‘goh, en hoe reageert je omgeving daar nu op?’ of ‘wat zou je zelf nou graag bereiken?’ Die vraag komt tegenwoordig beslist vaker aan de orde in het spreekuur.’

De handreiking is ontwikkeld in een gezamenlijk project van InEen, het NHG en Universiteit Maastricht/Zuyd Hogeschool Heerlen en Zorginstituut Nederland.

[...]

zinvolPersoonsgerichte zorg vraagt van zowel patiënt als huisarts een andere houding. Sámen worden ze geacht te zoeken naar wat gezien alle persoonlijke omstandigheden de beste aanpak is bij een zorgvraag. Voor dit proces van gezamenlijke besluitvorming is nu op basis van bestaande kennis en expertise een handreiking ontwikkeld die vorig jaar is getest, onder meer in de praktijk van huisarts Toine Schuivens in Venlo.

De handreiking Gezamenlijke Besluitvorming is een methode om het persoonlijke doel van de patiënt te benoemen en af te spreken hoe dat doel bereikt kan worden. Schuivens vond het een uitdaging om te onderzoeken of hij de consultvoering bij chronische problematiek zou kunnen verbeteren en deed mee met de pilot.  Hij stelde vast dat de methode inderdaad iets te bieden heeft en maakt er tot op de dag van vandaag gebruik van.

De methode helpt om het gesprek te verbreden en stimuleert de patiënt zelf over zijn of haar situatie na te denken. Ook de huisarts wordt uitgedaagd buiten de gebaande paden te treden en de mogelijk achterliggende (zorg)vraag in beeld te brengen. Schuivens geeft als voorbeeld een patiënte met voortdurende pijnklachten. ‘Nadat ze zich thuis had voorbereid op het consult  bleek dat het woord ‘pijn’ in haar hele beschrijving niet voorkwam. We waren allebei verrast. De problemen rond de werksituatie bleken veel dieper door te werken dan ik had gedacht. We hebben toen gekeken naar de mogelijkheden op het werk en ze is met de werkgever gaan praten. Daarnáást hebben we ook gekeken wat er verder nog aan de pijn kan worden gedaan.’ Het voorbeeld maakt duidelijk dat de handreiking een goede manier is om voor beiden tot onverwachte invalshoeken te komen.

Ondanks de benodigde tijdsinvestering (‘Het kost je gewoon meer tijd dan het normale 10-minuten-consult’) vindt Schuivens het zinvol dat hij de handreiking heeft leren kennen. ‘Ik gebruik het nu gedoseerd. Het is een aanpak die goed werkt bij mensen met een chronische recidiverende problematiek. Dan is het de tijdsinvestering helemaal waard.’ Ook is er een belangrijk neveneffect: ‘Ik merk dat ik ook aan andere patiënten vaker vragen stel als: ‘goh, en hoe reageert je omgeving daar nu op?’ of ‘wat zou je zelf nou graag bereiken?’ Die vraag komt tegenwoordig beslist vaker aan de orde in het spreekuur.’

De handreiking is ontwikkeld in een gezamenlijk project van InEen, het NHG en Universiteit Maastricht/Zuyd Hogeschool Heerlen en Zorginstituut Nederland.

Zorg voor kwetsbare ouderen - Diamuraal: ‘Professionals in hun kracht zetten’

28 januari 2016

ouderenSamen met de partijen uit het Bestuurlijk Akkoord Huisartsenzorg wil InEen een impuls  geven aan de bestaande initiatieven rond de zorg voor kwetsbare ouderen. Een betaaltitel zou bijvoorbeeld helpen de domeinoverstijgende samenwerkingen die nodig zijn te realiseren. In heel Nederland werken zorggroepen aan het vormgeven van zorgprogramma’s voor kwetsbare ouderen. We geven drie zorggroepen het woord. Deze maand: Diamuraal.

‘Onder constructie’ noemt Leo Boom, medisch directeur van Diamuraal, de stand van zaken in de regio Eemland (333.000 patiënten, waarvan naar schatting 5-10% 75+). Afgelopen november ondertekenden Diamuraal en enkele grote thuiszorgaanbieders een intentieverklaring om de zorg voor kwetsbare ouderen te verbeteren. In 2016 krijgt het projectplan dat aan de basis van deze intentieverklaring ligt, verder handen en voeten.

Het traject startte in 2015 met het in beeld brengen van de doelgroep. Dat overzicht ontbrak doordat de ene praktijk veel verder was met gestructureerde zorg voor kwetsbare ouderen dan de andere. ‘Nu weten we dus hoeveel werk er op ons af komt en ook dat huisartsen dat niet alleen af kunnen’, stelt projectleider Martijn Smit vast. De volgende stap was de betrokken professionals bij elkaar brengen.

Smit: ‘We hebben ervoor gekozen eerst met de kernspelers aan tafel te gaan, dat wil zeggen de grote thuiszorgaanbieders waaraan ook een specialist ouderenzorg is verbonden, en de huisartsen.’ Boom: ‘We sturen aan op een zwaan-kleef-aan effect waardoor uiteindelijk alle aanbieders van wijkzorg meedoen.’ Om het behapbaar te houden zijn het sociale domein en het ziekenhuis ‘nog even geparkeerd’, aldus Boom. Maar ook deze partijen gaan betrokken worden.

De intentieverklaring zorgt voor bestuurlijk commitment. Smit: ‘Je wilt in zo’n proces niet afhankelijk zijn van individuen. Bovendien willen we, bijvoorbeeld richting Zilveren Kruis en de tweede lijn, de samenwerking naar buiten uitdragen.’ De stuurgroep komt elk kwartaal bijeen om het proces te volgen. Boom: ‘We gaan zeker nog hobbels tegenkomen. Welke ICT-keuze maken we? Hoe gaan we de kwaliteit monitoren? Hoe zorgen we dat een huisartsenpraktijk niet met twintig thuiszorgorganisaties te maken krijgt?’

Smit: ‘Dat is nog een groot punt. In onze regio zijn de huisartsen per wijk georganiseerd en de thuiszorg per gebied. Wij als huisartsen willen natuurlijk idealiter maar één aanspreekpunt. Ook daarom zijn we eerst met de grote aanbieders aan tafel gegaan.’ Maar een punt van échte zorg, zegt Smit, is de financiering. ‘We zijn nu niet duurzaam gefinancierd. Pas laat vorig jaar kwam Zilveren Kruis met een oplossing om ouderenzorg financieel wat te ondersteunen.’ Anderzijds: ‘We geloven dat alle partijen bij ons plan gebaat zijn. Uiteindelijk zou de financiering dus rond moeten kunnen komen.’ Vooralsnog wordt het project betaald uit de beschikbare module Ouderenzorg en een ‘grote duit’ uit de ontwikkelingsgelden van de zorggroep. Boom: ‘We kunnen draaien, maar bestendig is het niet.’

De rode draad in het projectplan dat aan de basis van de intentieverklaring ligt, wordt gevormd door afspraken over de rolverdeling en een gedifferentieerde aanpak van het multidisciplinaire overleg (MDO). De wijkverpleging krijgt een prominente rol. Zo worden de ingangslijsten door de wijkverpleging afgenomen. ‘We denken dat zij dat beter kunnen dan de huisarts of POH-s. Zij zijn sterk in preventie en signalering.’ Na de signalering overlegt de wijkverpleegkundige met de POH-s in een klein MDO. Smit: ‘Als blijkt dat de patiënt niet alleen kwetsbaar is, maar ook complexe problemen heeft, wordt hij of zij besproken in een groot MDO waarbij ook een specialist ouderenzorg aanschuift.’ Boom: ‘Zo proberen we elke professional in zijn kracht te zetten en je hoeft niet voor elke patiënt een compleet MDO op te tuigen.’

Zijn ouderen zelf bij het proces betrokken? Boom: ‘Goede vraag. Het idee is nu om dat te doen als we het sociale domein erbij gaan betrekken. Het is overigens lastig om te bepalen hoe je dat het beste kan doen. Daar zijn we nog niet uit.’

[...]

ouderenSamen met de partijen uit het Bestuurlijk Akkoord Huisartsenzorg wil InEen een impuls  geven aan de bestaande initiatieven rond de zorg voor kwetsbare ouderen. Een betaaltitel zou bijvoorbeeld helpen de domeinoverstijgende samenwerkingen die nodig zijn te realiseren. In heel Nederland werken zorggroepen aan het vormgeven van zorgprogramma’s voor kwetsbare ouderen. We geven drie zorggroepen het woord. Deze maand: Diamuraal.

‘Onder constructie’ noemt Leo Boom, medisch directeur van Diamuraal, de stand van zaken in de regio Eemland (333.000 patiënten, waarvan naar schatting 5-10% 75+). Afgelopen november ondertekenden Diamuraal en enkele grote thuiszorgaanbieders een intentieverklaring om de zorg voor kwetsbare ouderen te verbeteren. In 2016 krijgt het projectplan dat aan de basis van deze intentieverklaring ligt, verder handen en voeten.

Het traject startte in 2015 met het in beeld brengen van de doelgroep. Dat overzicht ontbrak doordat de ene praktijk veel verder was met gestructureerde zorg voor kwetsbare ouderen dan de andere. ‘Nu weten we dus hoeveel werk er op ons af komt en ook dat huisartsen dat niet alleen af kunnen’, stelt projectleider Martijn Smit vast. De volgende stap was de betrokken professionals bij elkaar brengen.

Smit: ‘We hebben ervoor gekozen eerst met de kernspelers aan tafel te gaan, dat wil zeggen de grote thuiszorgaanbieders waaraan ook een specialist ouderenzorg is verbonden, en de huisartsen.’ Boom: ‘We sturen aan op een zwaan-kleef-aan effect waardoor uiteindelijk alle aanbieders van wijkzorg meedoen.’ Om het behapbaar te houden zijn het sociale domein en het ziekenhuis ‘nog even geparkeerd’, aldus Boom. Maar ook deze partijen gaan betrokken worden.

De intentieverklaring zorgt voor bestuurlijk commitment. Smit: ‘Je wilt in zo’n proces niet afhankelijk zijn van individuen. Bovendien willen we, bijvoorbeeld richting Zilveren Kruis en de tweede lijn, de samenwerking naar buiten uitdragen.’ De stuurgroep komt elk kwartaal bijeen om het proces te volgen. Boom: ‘We gaan zeker nog hobbels tegenkomen. Welke ICT-keuze maken we? Hoe gaan we de kwaliteit monitoren? Hoe zorgen we dat een huisartsenpraktijk niet met twintig thuiszorgorganisaties te maken krijgt?’

Smit: ‘Dat is nog een groot punt. In onze regio zijn de huisartsen per wijk georganiseerd en de thuiszorg per gebied. Wij als huisartsen willen natuurlijk idealiter maar één aanspreekpunt. Ook daarom zijn we eerst met de grote aanbieders aan tafel gegaan.’ Maar een punt van échte zorg, zegt Smit, is de financiering. ‘We zijn nu niet duurzaam gefinancierd. Pas laat vorig jaar kwam Zilveren Kruis met een oplossing om ouderenzorg financieel wat te ondersteunen.’ Anderzijds: ‘We geloven dat alle partijen bij ons plan gebaat zijn. Uiteindelijk zou de financiering dus rond moeten kunnen komen.’ Vooralsnog wordt het project betaald uit de beschikbare module Ouderenzorg en een ‘grote duit’ uit de ontwikkelingsgelden van de zorggroep. Boom: ‘We kunnen draaien, maar bestendig is het niet.’

De rode draad in het projectplan dat aan de basis van de intentieverklaring ligt, wordt gevormd door afspraken over de rolverdeling en een gedifferentieerde aanpak van het multidisciplinaire overleg (MDO). De wijkverpleging krijgt een prominente rol. Zo worden de ingangslijsten door de wijkverpleging afgenomen. ‘We denken dat zij dat beter kunnen dan de huisarts of POH-s. Zij zijn sterk in preventie en signalering.’ Na de signalering overlegt de wijkverpleegkundige met de POH-s in een klein MDO. Smit: ‘Als blijkt dat de patiënt niet alleen kwetsbaar is, maar ook complexe problemen heeft, wordt hij of zij besproken in een groot MDO waarbij ook een specialist ouderenzorg aanschuift.’ Boom: ‘Zo proberen we elke professional in zijn kracht te zetten en je hoeft niet voor elke patiënt een compleet MDO op te tuigen.’

Zijn ouderen zelf bij het proces betrokken? Boom: ‘Goede vraag. Het idee is nu om dat te doen als we het sociale domein erbij gaan betrekken. Het is overigens lastig om te bepalen hoe je dat het beste kan doen. Daar zijn we nog niet uit.’

Registratieplicht bij aanpak kindermishandeling

18 januari 2016

In een voortgangsrapportage die VWS deze week uitbracht is sprake van een registratievereiste in stap 5 van de meldcode Huiselijk geweld en kindermishandeling. Samen met KNMG, LHV, NHG en andere artsenorganisaties is InEen van mening dat een meld/registratieplicht onder meer het grote risico meebrengt dat ouders artsen gaan mijden. Het is kortom schadelijk voor het vertrouwen in de hulpverlening. De voorgestelde registratieplicht heeft ook een averechts effect op het gezamenlijk actieplan dat de artsencoalitie (inclusief InEen) afgelopen september presenteerde. Het actieplan zet juist in op laagdrempeligheid bij het signaleren en aanpakken van (vermoedens van) kindermishandeling en laagdrempeligheid in de samenwerking met de vertrouwensartsen van Veilig Thuis. Door een registratieplicht wordt de meldcode zodanig verzwaard, dat de laagdrempeligheid in het gedrang komt.

Overgenomen uit het weekbericht van 15 januari 2016.

[...]

In een voortgangsrapportage die VWS deze week uitbracht is sprake van een registratievereiste in stap 5 van de meldcode Huiselijk geweld en kindermishandeling. Samen met KNMG, LHV, NHG en andere artsenorganisaties is InEen van mening dat een meld/registratieplicht onder meer het grote risico meebrengt dat ouders artsen gaan mijden. Het is kortom schadelijk voor het vertrouwen in de hulpverlening. De voorgestelde registratieplicht heeft ook een averechts effect op het gezamenlijk actieplan dat de artsencoalitie (inclusief InEen) afgelopen september presenteerde. Het actieplan zet juist in op laagdrempeligheid bij het signaleren en aanpakken van (vermoedens van) kindermishandeling en laagdrempeligheid in de samenwerking met de vertrouwensartsen van Veilig Thuis. Door een registratieplicht wordt de meldcode zodanig verzwaard, dat de laagdrempeligheid in het gedrang komt.

Overgenomen uit het weekbericht van 15 januari 2016.

Artsenorganisaties: verkapte meldplicht kindermishandeling onaanvaardbaar

14 januari 2016

Artsenorganisaties zijn verbijsterd dat staatssecretaris Van Rijn een registratieplicht wil invoeren bij de aanpak van kindermishandeling en niets doet met de kritiek van artsenorganisaties. Deze verkapte meldplicht zal een averechts effect hebben, omdat het kind geheel uit beeld kan raken. Dat is niet in het belang van het kind. De voorgestelde wetswijziging kan daarom niet rekenen op steun van de artsen die dagelijks in de praktijk met deze kinderen en gezinnen te maken hebben. Lees het hele artikel op de site van onze partner de LHV.

[...]

Artsenorganisaties zijn verbijsterd dat staatssecretaris Van Rijn een registratieplicht wil invoeren bij de aanpak van kindermishandeling en niets doet met de kritiek van artsenorganisaties. Deze verkapte meldplicht zal een averechts effect hebben, omdat het kind geheel uit beeld kan raken. Dat is niet in het belang van het kind. De voorgestelde wetswijziging kan daarom niet rekenen op steun van de artsen die dagelijks in de praktijk met deze kinderen en gezinnen te maken hebben. Lees het hele artikel op de site van onze partner de LHV.

Multidisciplinaire integrale zorg bij multimorbiditeit

22 december 2015

Sinds september 2015 is een groot EU-Horizon2020 project, genaamd SELFIE, gestart. SELFIE richt zich op de evaluatie van multidisciplinaire integrale zorg bij multimorbiditeit. Aan dit internationale project doen acht landen mee die elk een inventarisatie maken van voorbeelden van multidisciplinaire integrale aanpakken voor multimorbiditeit. Twee daarvan worden geselecteerd voor nader onderzoek. Meer informatie vinden jullie in de flyer en op de website van SELFIE. Werk je aan een project op dit terrein en vind je het leuk om mee te doen, stuur dan een e-mail aan Fenna Leijten (iBMG). De coördinatie van het SELFIE project is in handen van het instituut Beleid & Management Gezondheidszorg (iBMG) van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 17 december 2015.

[...]

Sinds september 2015 is een groot EU-Horizon2020 project, genaamd SELFIE, gestart. SELFIE richt zich op de evaluatie van multidisciplinaire integrale zorg bij multimorbiditeit. Aan dit internationale project doen acht landen mee die elk een inventarisatie maken van voorbeelden van multidisciplinaire integrale aanpakken voor multimorbiditeit. Twee daarvan worden geselecteerd voor nader onderzoek. Meer informatie vinden jullie in de flyer en op de website van SELFIE. Werk je aan een project op dit terrein en vind je het leuk om mee te doen, stuur dan een e-mail aan Fenna Leijten (iBMG). De coördinatie van het SELFIE project is in handen van het instituut Beleid & Management Gezondheidszorg (iBMG) van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 17 december 2015.

Geen extra geld voor inzet POH-GGZ

07 december 2015

Minister Schippers heeft vorige week definitief laten weten geen extra geld vrij te maken voor de inzet van de POH-GGZ in de huisartsenpraktijk. Wel wordt in 2016 gekeken of er geld vanuit het GGZ-budget kan worden overgeheveld naar het huisartsenbudget, op basis van de zorg die huisartsen van de GGZ overnemen. Volgens InEen kan het principe ‘geld volgt zorg’ ook een bijdrage leveren aan de samenwerking tussen huisartsenzorg en de generalistische basis GGZ. Vorige week informeerden we jullie over de ‘Toekomstagenda GGZ – Agenda voor transparantie en gepast gebruik’ waarin het experimenteren met deze samenwerkingsvormen voor InEen één van de speerpunten vormt. Lees ook de berichten van ZorgenZ en de LHV.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 4 december 2015.

[...]

Minister Schippers heeft vorige week definitief laten weten geen extra geld vrij te maken voor de inzet van de POH-GGZ in de huisartsenpraktijk. Wel wordt in 2016 gekeken of er geld vanuit het GGZ-budget kan worden overgeheveld naar het huisartsenbudget, op basis van de zorg die huisartsen van de GGZ overnemen. Volgens InEen kan het principe ‘geld volgt zorg’ ook een bijdrage leveren aan de samenwerking tussen huisartsenzorg en de generalistische basis GGZ. Vorige week informeerden we jullie over de ‘Toekomstagenda GGZ – Agenda voor transparantie en gepast gebruik’ waarin het experimenteren met deze samenwerkingsvormen voor InEen één van de speerpunten vormt. Lees ook de berichten van ZorgenZ en de LHV.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 4 december 2015.

Nieuwe Toekomstagenda GGZ

02 december 2015

In de vernieuwing van de GGZ in Nederland is vandaag een grote en belangrijke stap gezet door aanbieding van de ‘Agenda voor transparantie en gepast gebruik‘ aan minister Schippers. Kern van de Agenda is het vroeger signaleren van psychische klachten, gezamenlijke besluitvorming tussen patiënt en professional over de behandeling, meer zorg op maat en goede keuze-informatie voor mensen die psychische zorg nodig hebben. De agenda is opgesteld door het Landelijk Platform GGz (cliëntenorganisatie), de landelijke beroeps- en brancheorganisaties in de GGZ, V&VN, LHV en InEen als vervolg op het Bestuurlijk Akkoord GGZ. Drie belangrijke speerpunten van InEen hebben een plek gekregen in de toekomstagenda:

  • De mogelijkheden om te experimenteren met samenwerking tussen de huisartsen en de generalistische basis GGZ.
  • Aandacht voor samenwerking tussen huisartsenposten en crisisdiensten in de GGZ tijdens ANW-uren.
  • Het benutten van de mogelijkheden voor e-mental health in de GGZ.

De komende tijd zullen we er voor zorgen dat deze punten worden opgepakt en uitgewerkt. Meer informatie in de achtergrondnotitie bij de Agenda GGZ.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

In de vernieuwing van de GGZ in Nederland is vandaag een grote en belangrijke stap gezet door aanbieding van de ‘Agenda voor transparantie en gepast gebruik‘ aan minister Schippers. Kern van de Agenda is het vroeger signaleren van psychische klachten, gezamenlijke besluitvorming tussen patiënt en professional over de behandeling, meer zorg op maat en goede keuze-informatie voor mensen die psychische zorg nodig hebben. De agenda is opgesteld door het Landelijk Platform GGz (cliëntenorganisatie), de landelijke beroeps- en brancheorganisaties in de GGZ, V&VN, LHV en InEen als vervolg op het Bestuurlijk Akkoord GGZ. Drie belangrijke speerpunten van InEen hebben een plek gekregen in de toekomstagenda:

  • De mogelijkheden om te experimenteren met samenwerking tussen de huisartsen en de generalistische basis GGZ.
  • Aandacht voor samenwerking tussen huisartsenposten en crisisdiensten in de GGZ tijdens ANW-uren.
  • Het benutten van de mogelijkheden voor e-mental health in de GGZ.

De komende tijd zullen we er voor zorgen dat deze punten worden opgepakt en uitgewerkt. Meer informatie in de achtergrondnotitie bij de Agenda GGZ.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

'Hoe gezond bent u? Check het op de gezondheidsmarkt'

26 november 2015

gezondheidsmarktIn de missie van Zorgroep Katwijk, waarin huisartsen, apothekers, diëtisten, fysiotherapeuten en praktijkondersteuners GGZ samenwerken, staat nadrukkelijk ook ‘gezondheidsbevordering’. In dat kader organiseerde de zorggroep onder het motto ‘Hoe gezond bent u? Check het op de gezondheidsmarkt’ op zaterdag 31 oktober een informatiemarkt.

De bezoekers van de Katwijkse gezondheidsmarkt kregen op allerlei manieren de kans hun gezondheid te testen en meer over chronische ziekten te weten te komen. De markt combineerde brede voorlichting met laagdrempelige metingen zoals onder andere het bepalen van gewicht en vetpercentage, het meten van bloedglucose, bloeddruk, longfunctie en een conditietest. Het was mogelijk om kennis te maken met Mijngezondheid.net en een prijsvraag zette bezoekers aan het denken: hoe lang moet ik bewegen om een gevulde koek te verteren? Hoeveel zout zit er in deze maaltijd? Directeur Philip de Roos: ‘Patiënten moeten leren het ownership van hun ziekte op te pakken. Het is erg van belang dat mensen zich bewust zijn van wat ze kunnen doen om zichzelf een betere kwaliteit van leven te geven.’

De markt was ingedeeld rond de zorgprogramma’s. Gekoppeld daaraan gaven lokale vertegenwoordigers van landelijke patiëntenverenigingen – de Diabetesvereniging, het Longfonds, de Hart & Vaatgroep – acte de présence met voorlichtingsmateriaal en ervaringsdeskundigheid. ‘Nadrukkelijk hebben we met de markt ook invulling willen geven aan onze relatie met de gemeente’, zegt De Roos. ‘We vinden het belangrijk om de relatie te leggen tussen gezondheid en sociaal maatschappelijke factoren. Vanuit de welzijnsorganisatie was er informatie over beweegprogramma’s, maar ook zaken als eenzaamheidsproblemen, mantelzorgondersteuning en schuldhulpverlening.’ Ook de praktijkondersteuners GGZ waren daarom aanwezig. In Katwijk zijn zij in dienst van de zorggroep; de markt gaf hen de kans zichzelf te presenteren.

Afgaande op de intensiteit waarmee de bezoekers de marktkramen bezochten en gebruik maakten van de metingen, waren zij zeer tevreden over het aanbod. De Roos: ‘We hebben besproken dat we het een volgende keer nog breder maken samen met andere partijen, zoals bijvoorbeeld de gemeente de wijkverpleging en de thuiszorg en iets groter aanpakken, zodat we meer bezoekers trekken. Wel hebben we gemerkt dat niet iedereen de zorggroep goed kan plaatsen. Daar hebben we nog wel wat missionariswerk te doen.’

Tot slot: ‘Door de gezamenlijke voorbereiding hebben onze praktijkondersteuners, diëtisten, apothekers, fysiotherapeuten en huisartsen elkaar eens op een andere manier leren kennen. De zorgmarkt heeft daardoor ook onverwacht veel voor de teamspirit gedaan!’

[...]

gezondheidsmarktIn de missie van Zorgroep Katwijk, waarin huisartsen, apothekers, diëtisten, fysiotherapeuten en praktijkondersteuners GGZ samenwerken, staat nadrukkelijk ook ‘gezondheidsbevordering’. In dat kader organiseerde de zorggroep onder het motto ‘Hoe gezond bent u? Check het op de gezondheidsmarkt’ op zaterdag 31 oktober een informatiemarkt.

De bezoekers van de Katwijkse gezondheidsmarkt kregen op allerlei manieren de kans hun gezondheid te testen en meer over chronische ziekten te weten te komen. De markt combineerde brede voorlichting met laagdrempelige metingen zoals onder andere het bepalen van gewicht en vetpercentage, het meten van bloedglucose, bloeddruk, longfunctie en een conditietest. Het was mogelijk om kennis te maken met Mijngezondheid.net en een prijsvraag zette bezoekers aan het denken: hoe lang moet ik bewegen om een gevulde koek te verteren? Hoeveel zout zit er in deze maaltijd? Directeur Philip de Roos: ‘Patiënten moeten leren het ownership van hun ziekte op te pakken. Het is erg van belang dat mensen zich bewust zijn van wat ze kunnen doen om zichzelf een betere kwaliteit van leven te geven.’

De markt was ingedeeld rond de zorgprogramma’s. Gekoppeld daaraan gaven lokale vertegenwoordigers van landelijke patiëntenverenigingen – de Diabetesvereniging, het Longfonds, de Hart & Vaatgroep – acte de présence met voorlichtingsmateriaal en ervaringsdeskundigheid. ‘Nadrukkelijk hebben we met de markt ook invulling willen geven aan onze relatie met de gemeente’, zegt De Roos. ‘We vinden het belangrijk om de relatie te leggen tussen gezondheid en sociaal maatschappelijke factoren. Vanuit de welzijnsorganisatie was er informatie over beweegprogramma’s, maar ook zaken als eenzaamheidsproblemen, mantelzorgondersteuning en schuldhulpverlening.’ Ook de praktijkondersteuners GGZ waren daarom aanwezig. In Katwijk zijn zij in dienst van de zorggroep; de markt gaf hen de kans zichzelf te presenteren.

Afgaande op de intensiteit waarmee de bezoekers de marktkramen bezochten en gebruik maakten van de metingen, waren zij zeer tevreden over het aanbod. De Roos: ‘We hebben besproken dat we het een volgende keer nog breder maken samen met andere partijen, zoals bijvoorbeeld de gemeente de wijkverpleging en de thuiszorg en iets groter aanpakken, zodat we meer bezoekers trekken. Wel hebben we gemerkt dat niet iedereen de zorggroep goed kan plaatsen. Daar hebben we nog wel wat missionariswerk te doen.’

Tot slot: ‘Door de gezamenlijke voorbereiding hebben onze praktijkondersteuners, diëtisten, apothekers, fysiotherapeuten en huisartsen elkaar eens op een andere manier leren kennen. De zorgmarkt heeft daardoor ook onverwacht veel voor de teamspirit gedaan!’

Samenwerken voor samenhangende wijkzorg

26 november 2015

samenwerkingOp meerdere plaatsen in Nederland is er belangstelling om te experimenteren met de samenwerking tussen huisarts, wijkverpleegkundige en sociaal wijkteam. Op zoek naar goede voorbeelden wil InEen deze samenwerkingsinitiatieven volgen en ondersteunen: ter onderlinge inspiratie, maar ook om het pleidooi voor een betere bekostiging kracht bij te zetten. Bestuursvoorzitter Mieke Reynen gaat in op het succes van de Coöperatie Wijkverpleegkundige Zorg Rotterdam.

De Coöperatie in Rotterdam bestaat nu ruim een jaar, maar is de formalisering van het samenwerkingsproject Zichtbare Schakels dat al zes jaar geleden van start ging. In ongeveer 30 Rotterdamse wijken wordt de wijkverpleegkundige zorg vanuit de coöperatie ingezet. De wijkverpleegkundige is een zelfstandige professional, thuis in de wijk, schakel naar het sociaal wijkteam en een korte lijn met de huisarts. Partners in de coöperatie zijn het samenwerkingsverband voor eerstelijnszorg OSER en de VVT-instellingen. Met de gemeente en zorgverzekeraar Achmea wordt nauw samengewerkt. Reynen: ‘De gemeente koopt voor een half miljoen extra wijkverpleging bij ons in, dat wil zeggen bij OSER, OSER brengt het geld in bij de coöperatie. Door in te kopen bij de georganiseerde eerste lijn toont de gemeente hoe belangrijk ze het vinden dat de tandem huisarts-wijkverpleging en verbinding met sociaal wijkteam vorm krijgt in hun gebied.’

De coöperatie is het Rotterdamse antwoord op de vraag hoe wijkzorg geregeld moet worden. De coöperatie maakt het mogelijk dat de georganiseerde eerstelijnszorg- de gezondheidscentra – nauw verbonden is met de wijkverpleegkundigen in de coöperatie. Reynen: ‘Als coöperatie laten we zien dat het niet uitmaakt hoe je georganiseerd bent: je bent een onafhankelijke professional en afhankelijk van de verlengde arm van een organisatie.’ Een coöperatie is echter niet het enige antwoord, aldus Reynen. ‘In een stedelijke omgeving met veel aanbieders is het een model dat werkt, maar in West-Brabant of Zwolle hoeft dat niet zo te zijn. Met bijvoorbeeld een zorgverzekeraar die één aanbieder toewijst aan een gebied, moet je andere antwoorden vinden.’

Succesfactor
De succesfactor is volgens Reynen te beginnen bij wat burgers in de wijken nodig hebben. ‘Laat je niet leiden door wat de zorgverzekeraar of de overheid bekostigd, maar door wat je zelf als professionals nodig acht, vanuit het principe: bieden van goede, zinnige en zuinige zorg. Wat is er nodig om de zorg voor de burger goed te organiseren en te legitimeren? Dáár ga je met elkaar over in gesprek en pas dáárna ga je kijken naar de benodigde financiering en een passend juridisch construct. Of partij A, B of C het geld ontvangt, maakt dan niet meer uit, je brengt het in omdat je met elkaar ervan overtuigd bent dat dit nodig is voor de burger en je dit als professional kunt legitimeren.’ De coöperatie puzzelt nu op de gevolgen van de nieuwe financiering na 2016. Dat gebeurt volgens hetzelfde principe: wat vinden wij goede organisatie van zorg, dicht bij de burger en hoe passen we de mogelijkheden daarop aan? Voor het gesprek met VWS en de zorgverzekeraars vindt Reynen de samenwerkingsexperimenten die InEen gaat volgen van groot belang. ‘Ik zie het als een taak van InEen om die tien projecten goed te faciliteren. Organiseren dat ze bij elkaar komen, kennis uitwisselen, vervolgens de hoofdlijnen eruit halen en dan de verbinding leggen met de noodzakelijk voorwaarden en financiën

Informatie

[...]

samenwerkingOp meerdere plaatsen in Nederland is er belangstelling om te experimenteren met de samenwerking tussen huisarts, wijkverpleegkundige en sociaal wijkteam. Op zoek naar goede voorbeelden wil InEen deze samenwerkingsinitiatieven volgen en ondersteunen: ter onderlinge inspiratie, maar ook om het pleidooi voor een betere bekostiging kracht bij te zetten. Bestuursvoorzitter Mieke Reynen gaat in op het succes van de Coöperatie Wijkverpleegkundige Zorg Rotterdam.

De Coöperatie in Rotterdam bestaat nu ruim een jaar, maar is de formalisering van het samenwerkingsproject Zichtbare Schakels dat al zes jaar geleden van start ging. In ongeveer 30 Rotterdamse wijken wordt de wijkverpleegkundige zorg vanuit de coöperatie ingezet. De wijkverpleegkundige is een zelfstandige professional, thuis in de wijk, schakel naar het sociaal wijkteam en een korte lijn met de huisarts. Partners in de coöperatie zijn het samenwerkingsverband voor eerstelijnszorg OSER en de VVT-instellingen. Met de gemeente en zorgverzekeraar Achmea wordt nauw samengewerkt. Reynen: ‘De gemeente koopt voor een half miljoen extra wijkverpleging bij ons in, dat wil zeggen bij OSER, OSER brengt het geld in bij de coöperatie. Door in te kopen bij de georganiseerde eerste lijn toont de gemeente hoe belangrijk ze het vinden dat de tandem huisarts-wijkverpleging en verbinding met sociaal wijkteam vorm krijgt in hun gebied.’

De coöperatie is het Rotterdamse antwoord op de vraag hoe wijkzorg geregeld moet worden. De coöperatie maakt het mogelijk dat de georganiseerde eerstelijnszorg- de gezondheidscentra – nauw verbonden is met de wijkverpleegkundigen in de coöperatie. Reynen: ‘Als coöperatie laten we zien dat het niet uitmaakt hoe je georganiseerd bent: je bent een onafhankelijke professional en afhankelijk van de verlengde arm van een organisatie.’ Een coöperatie is echter niet het enige antwoord, aldus Reynen. ‘In een stedelijke omgeving met veel aanbieders is het een model dat werkt, maar in West-Brabant of Zwolle hoeft dat niet zo te zijn. Met bijvoorbeeld een zorgverzekeraar die één aanbieder toewijst aan een gebied, moet je andere antwoorden vinden.’

Succesfactor
De succesfactor is volgens Reynen te beginnen bij wat burgers in de wijken nodig hebben. ‘Laat je niet leiden door wat de zorgverzekeraar of de overheid bekostigd, maar door wat je zelf als professionals nodig acht, vanuit het principe: bieden van goede, zinnige en zuinige zorg. Wat is er nodig om de zorg voor de burger goed te organiseren en te legitimeren? Dáár ga je met elkaar over in gesprek en pas dáárna ga je kijken naar de benodigde financiering en een passend juridisch construct. Of partij A, B of C het geld ontvangt, maakt dan niet meer uit, je brengt het in omdat je met elkaar ervan overtuigd bent dat dit nodig is voor de burger en je dit als professional kunt legitimeren.’ De coöperatie puzzelt nu op de gevolgen van de nieuwe financiering na 2016. Dat gebeurt volgens hetzelfde principe: wat vinden wij goede organisatie van zorg, dicht bij de burger en hoe passen we de mogelijkheden daarop aan? Voor het gesprek met VWS en de zorgverzekeraars vindt Reynen de samenwerkingsexperimenten die InEen gaat volgen van groot belang. ‘Ik zie het als een taak van InEen om die tien projecten goed te faciliteren. Organiseren dat ze bij elkaar komen, kennis uitwisselen, vervolgens de hoofdlijnen eruit halen en dan de verbinding leggen met de noodzakelijk voorwaarden en financiën

Informatie

In wording: Buurtpension Malburgen

26 november 2015

pensionIn de Arnhemse wijk Malburgen beraadt het GEZ-bestuur zich op het ontwikkelen van een ‘buurtpension’. Een werktitel waarmee gedoeld wordt op een wijkvoorziening die kan dienen als ‘stepping stone’ tussen het ziekenhuis en de thuissituatie. Maar, zegt GEZ-voorzitter Hans Tönjes met nadruk: ‘Het moet geen soloproductie van de zorg te zijn.’

Het zou niet zo mogen zijn, vindt Tönjes, dat mensen langer in een ziekenhuis blijven, alleen omdat er thuis net iets te weinig voorzieningen zijn. Nog los van de kosten, werkt een lange ziekenhuisopname voor iedereen ontregelend, en zeker voor mensen – zoals veel ouderen – die moeite hebben met oriëntatie in tijd en plaats. Tönjes: ‘In Malburgen, een voormalige krachtwijk, speelt nog een argument. Bijna 50% van de bevolking is van allochtone afkomst waarvan een groot gedeelte een Marokkaanse of Turkse achtergrond heeft. De ouderen in deze groep hebben vaak een kleine actieradius en kennen ook qua taligheid beperkingen. Het is voor hen een beproeving om ver buiten de wijk naar het ziekenhuis te gaan.’ Een buurtlocatie waar je onder supervisie van de eigen vertrouwde huisarts kan herstellen is dan een goede oplossing.

Maar de visie van de GEZ Malburgen gaat verder dan het in ere herstellen van het vroegere huisartsenbed. ‘Wij denken dat, juist omdat het een buurtvoorziening is, ook het normale sociale weefsel van de patiënten een rol zou moeten spelen.’ Het GEZ-bestuur wil op een andere manier aankijken tegen gezondheid en de rol van de zorg. ‘We zoeken verbinding met iedereen in de buurt die kan bijdragen aan gezondheid dichtbij huis. De professionele zorg, zegt Tönjes meer dan eens, moet goed zijn en beantwoorden aan de standaarden die daarvoor gelden, maar daarnaast kunnen familie, buren, vrijwilligers of mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt een rol spelen in het buurtpension. ‘Het moet geen soloproductie van de zorg te zijn.’

De GEZ Malburgen is uit op een coproductie, een netwerk van mensen die kunnen en willen bijdragen: de buurtbewoners zelf, de gemeente, de wijkteams en ook verenigingen, kerken en de moskee. ‘Gezondheid is niet alleen het domein van de zorg. We zijn als zorg heel goed geworden in zorgketens, dat hebben we prima geregeld, maar we zijn nog niet goed geoefend in de wat meer beweeglijke netwerken, waaraan behalve de zorg ook niet-zorgorganisaties, informele organisaties of burgernetwerken volwaardig meedoen en waarde creëren. Willen we iets doen aan de zorgkosten, dan moeten we weg bij het idee dat alleen zorg door betaalde professionals waarde heeft.’

Het idee van het buurtpension werd concreet geboren op de invitational conference over de Regionale Zorgagenda ‘Arnhem, Gelderse Vallei en Gelders Rivierenland’ die eind september plaats vond en georganiseerd werd door de Regionale Ondersteuningsstructuren Caransscoop en Stichting OOGG in samenwerking met Menzis.

[...]

pensionIn de Arnhemse wijk Malburgen beraadt het GEZ-bestuur zich op het ontwikkelen van een ‘buurtpension’. Een werktitel waarmee gedoeld wordt op een wijkvoorziening die kan dienen als ‘stepping stone’ tussen het ziekenhuis en de thuissituatie. Maar, zegt GEZ-voorzitter Hans Tönjes met nadruk: ‘Het moet geen soloproductie van de zorg te zijn.’

Het zou niet zo mogen zijn, vindt Tönjes, dat mensen langer in een ziekenhuis blijven, alleen omdat er thuis net iets te weinig voorzieningen zijn. Nog los van de kosten, werkt een lange ziekenhuisopname voor iedereen ontregelend, en zeker voor mensen – zoals veel ouderen – die moeite hebben met oriëntatie in tijd en plaats. Tönjes: ‘In Malburgen, een voormalige krachtwijk, speelt nog een argument. Bijna 50% van de bevolking is van allochtone afkomst waarvan een groot gedeelte een Marokkaanse of Turkse achtergrond heeft. De ouderen in deze groep hebben vaak een kleine actieradius en kennen ook qua taligheid beperkingen. Het is voor hen een beproeving om ver buiten de wijk naar het ziekenhuis te gaan.’ Een buurtlocatie waar je onder supervisie van de eigen vertrouwde huisarts kan herstellen is dan een goede oplossing.

Maar de visie van de GEZ Malburgen gaat verder dan het in ere herstellen van het vroegere huisartsenbed. ‘Wij denken dat, juist omdat het een buurtvoorziening is, ook het normale sociale weefsel van de patiënten een rol zou moeten spelen.’ Het GEZ-bestuur wil op een andere manier aankijken tegen gezondheid en de rol van de zorg. ‘We zoeken verbinding met iedereen in de buurt die kan bijdragen aan gezondheid dichtbij huis. De professionele zorg, zegt Tönjes meer dan eens, moet goed zijn en beantwoorden aan de standaarden die daarvoor gelden, maar daarnaast kunnen familie, buren, vrijwilligers of mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt een rol spelen in het buurtpension. ‘Het moet geen soloproductie van de zorg te zijn.’

De GEZ Malburgen is uit op een coproductie, een netwerk van mensen die kunnen en willen bijdragen: de buurtbewoners zelf, de gemeente, de wijkteams en ook verenigingen, kerken en de moskee. ‘Gezondheid is niet alleen het domein van de zorg. We zijn als zorg heel goed geworden in zorgketens, dat hebben we prima geregeld, maar we zijn nog niet goed geoefend in de wat meer beweeglijke netwerken, waaraan behalve de zorg ook niet-zorgorganisaties, informele organisaties of burgernetwerken volwaardig meedoen en waarde creëren. Willen we iets doen aan de zorgkosten, dan moeten we weg bij het idee dat alleen zorg door betaalde professionals waarde heeft.’

Het idee van het buurtpension werd concreet geboren op de invitational conference over de Regionale Zorgagenda ‘Arnhem, Gelderse Vallei en Gelders Rivierenland’ die eind september plaats vond en georganiseerd werd door de Regionale Ondersteuningsstructuren Caransscoop en Stichting OOGG in samenwerking met Menzis.

Meldplicht bij vermoeden van kindermishandeling komt dichterbij

24 november 2015

Deze week presenteerde de VVD een initiatiefnota ter verbetering van de aanpak van kindermishandeling. Een van de voorstellen is het invoeren van een meldplicht, omdat de partij vindt dat de huidige wettelijk verplichte meldcode Huiselijk geweld en kindermishandeling niet goed werkt. Tijdens een debat over de aanpak van kindermishandeling in de Tweede Kamer bleek dat de PvdA het voorstel van de VVD steunt. Samen met KNMG, LHV, NHG en andere artsenorganisaties is InEen van mening dat een aanpassing van de meldcode onnodig en overbodig is. In september 2015 heeft de artsencoalitie een actieplan gelanceerd, waarin huisartsen en jeugdartsen samen met kinderartsen en vertrouwensartsen van Veilig Thuis een betere implementatie van de KNMG-meldcode vormgeven. Deze aanpak is veel effectiever voor de hulp aan het kind dan een verplichte registratie/melding.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Deze week presenteerde de VVD een initiatiefnota ter verbetering van de aanpak van kindermishandeling. Een van de voorstellen is het invoeren van een meldplicht, omdat de partij vindt dat de huidige wettelijk verplichte meldcode Huiselijk geweld en kindermishandeling niet goed werkt. Tijdens een debat over de aanpak van kindermishandeling in de Tweede Kamer bleek dat de PvdA het voorstel van de VVD steunt. Samen met KNMG, LHV, NHG en andere artsenorganisaties is InEen van mening dat een aanpassing van de meldcode onnodig en overbodig is. In september 2015 heeft de artsencoalitie een actieplan gelanceerd, waarin huisartsen en jeugdartsen samen met kinderartsen en vertrouwensartsen van Veilig Thuis een betere implementatie van de KNMG-meldcode vormgeven. Deze aanpak is veel effectiever voor de hulp aan het kind dan een verplichte registratie/melding.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Call implementatieprojecten zorgstandaarden GGZ

10 november 2015

Het Netwerk Kwaliteitsontwikkeling GGZ nodigt organisaties en zorgverleners uit projectvoorstellen in te dienen voor de implementatie van zorgstandaarden GGZ. Deze projecten kunnen in aanmerking komen voor financiële ondersteuning van maximaal € 50.000. Het Netwerk Kwaliteitsontwikkeling GGZ werkt aan de ontwikkeling van zorgstandaarden en generieke modules in de volle breedte van de GGZ-zorg, van huisartsenzorg naar de generalistische basis-GGZ tot aan de gespecialiseerde GGZ. Op dit moment lopen er maar liefst 42 trajecten, waarvan de eerste resultaten komend voorjaar te verwachten zijn. Lees meer over de call op de website van het Netwerk of download de pdf.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Het Netwerk Kwaliteitsontwikkeling GGZ nodigt organisaties en zorgverleners uit projectvoorstellen in te dienen voor de implementatie van zorgstandaarden GGZ. Deze projecten kunnen in aanmerking komen voor financiële ondersteuning van maximaal € 50.000. Het Netwerk Kwaliteitsontwikkeling GGZ werkt aan de ontwikkeling van zorgstandaarden en generieke modules in de volle breedte van de GGZ-zorg, van huisartsenzorg naar de generalistische basis-GGZ tot aan de gespecialiseerde GGZ. Op dit moment lopen er maar liefst 42 trajecten, waarvan de eerste resultaten komend voorjaar te verwachten zijn. Lees meer over de call op de website van het Netwerk of download de pdf.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Aanpassing contractvoorwaarden ondersteunde zelfzorg Zilveren Kruis

10 november 2015

Tijdens de dlv Gezondheidscentra en Zorggroepen op 29 oktober hebben we laten weten dat Zilveren Kruis de contractvoorwaarden met betrekking tot ondersteunde zelfzorg op ons verzoek heeft aangepast. De oorspronkelijke tekst zorgde voor onduidelijkheid over de wijze waarop de aanpak van Zelfzorg Ondersteund in de contractering vorm krijgt. Deze onduidelijkheid is weggenomen en Zilveren Kruis heeft de formulering van de contractvoorwaarden intussen aangepast. Ook is informatie op de website van Zelfzorg Ondersteund! verduidelijkt.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Tijdens de dlv Gezondheidscentra en Zorggroepen op 29 oktober hebben we laten weten dat Zilveren Kruis de contractvoorwaarden met betrekking tot ondersteunde zelfzorg op ons verzoek heeft aangepast. De oorspronkelijke tekst zorgde voor onduidelijkheid over de wijze waarop de aanpak van Zelfzorg Ondersteund in de contractering vorm krijgt. Deze onduidelijkheid is weggenomen en Zilveren Kruis heeft de formulering van de contractvoorwaarden intussen aangepast. Ook is informatie op de website van Zelfzorg Ondersteund! verduidelijkt.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Juridische beoordeling contracten VGZ en Zilveren Kruis 

04 november 2015

Op verzoek van InEen heeft Dirkzwager Advocaten de contracten multidisciplinaire zorg van VGZ en Zilveren Kruis voor 2016 juridisch beoordeeld. De beoordelingen geven een opsomming van de belangrijkste aandachtspunten bij drie beoordeelde overeenkomsten te weten: de overeenkomst van VGZ met de titel ‘Overeenkomst multidisciplinaire zorg 2016/2017’ en twee voorbeeldovereenkomsten van Zilveren Kruis met de titel ‘Zilveren Kruis –zorgaanbieder 2016. Multidisciplinaire zorg (DM, COPD, GEZ, Pre GEZ, OWZ)’. Zoals bekend moet InEen bij het adviseren over de inhoud van overeenkomsten rekening houden met de beperkingen van het mededingingsrecht. Jullie kunnen de juridische aandachtspunten gebruiken bij jullie beoordeling van de overeenkomsten en zelf bepalen of ze in jullie situatie gelden en of jullie hieraan acties willen verbinden. InEen bespreekt de bevindingen van Dirkzwager ook met de betreffende verzekeraars. Met vragen kunnen jullie terecht bij Margot Lenos of Judith van Duren. Op dit moment beschikken wij niet over contracten 2016 van andere verzekeraars. Als jullie deze aan ons toesturen laten we ze ook juridisch beoordelen.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Op verzoek van InEen heeft Dirkzwager Advocaten de contracten multidisciplinaire zorg van VGZ en Zilveren Kruis voor 2016 juridisch beoordeeld. De beoordelingen geven een opsomming van de belangrijkste aandachtspunten bij drie beoordeelde overeenkomsten te weten: de overeenkomst van VGZ met de titel ‘Overeenkomst multidisciplinaire zorg 2016/2017’ en twee voorbeeldovereenkomsten van Zilveren Kruis met de titel ‘Zilveren Kruis –zorgaanbieder 2016. Multidisciplinaire zorg (DM, COPD, GEZ, Pre GEZ, OWZ)’. Zoals bekend moet InEen bij het adviseren over de inhoud van overeenkomsten rekening houden met de beperkingen van het mededingingsrecht. Jullie kunnen de juridische aandachtspunten gebruiken bij jullie beoordeling van de overeenkomsten en zelf bepalen of ze in jullie situatie gelden en of jullie hieraan acties willen verbinden. InEen bespreekt de bevindingen van Dirkzwager ook met de betreffende verzekeraars. Met vragen kunnen jullie terecht bij Margot Lenos of Judith van Duren. Op dit moment beschikken wij niet over contracten 2016 van andere verzekeraars. Als jullie deze aan ons toesturen laten we ze ook juridisch beoordelen.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Gemeente Groesbeek gaat wijkteams versterken

04 november 2015

De POH GGZ heeft een duidelijke meerwaarde in het sociaal wijkteam. Dat blijkt uit een recente evaluatie door OCE Praktijkondersteuning in Nijmegen. Alleen de financiering ervan is lastig. De gemeente Groesbeek heeft nu als eerste besloten om de inzet van de POH-GGZ in de wijkteams te financieren, voorlopig voor een proefperiode van een half jaar. De betrokken wethouder noemt de POH GGZ ‘een waardevolle, verbindende schakel tussen welzijn en zorg’. In onze nieuwsbrief van oktober die jullie gisteren kregen, geeft Marion Borghuis, directeur OCE Praktijkondersteuning, haar visie op de POH GGZ in het wijkteam.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

De POH GGZ heeft een duidelijke meerwaarde in het sociaal wijkteam. Dat blijkt uit een recente evaluatie door OCE Praktijkondersteuning in Nijmegen. Alleen de financiering ervan is lastig. De gemeente Groesbeek heeft nu als eerste besloten om de inzet van de POH-GGZ in de wijkteams te financieren, voorlopig voor een proefperiode van een half jaar. De betrokken wethouder noemt de POH GGZ ‘een waardevolle, verbindende schakel tussen welzijn en zorg’. In onze nieuwsbrief van oktober die jullie gisteren kregen, geeft Marion Borghuis, directeur OCE Praktijkondersteuning, haar visie op de POH GGZ in het wijkteam.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Nieuw: handvat voor samenwerking tussen patiënt en zorgverlener

29 oktober 2015

handreiking-samenwerkingHet bieden van persoonsgerichte zorg is een kernwaarde van de huisartsenzorg in Nederland. Hierbij is steeds vaker sprake van gezamenlijke besluitvorming, met een actieve rol voor de patiënt. Bij persoonsgericht zorg nemen zorgverlener en patiënt samen besluiten. Dit vraagt van zorgverleners een andere aanpak. Om deze nieuwe werkwijze eigen te maken is een praktische handreiking ontwikkeld.

De basis van de handreiking is het Raamwerk Individueel Zorgplan van Zorginstituut Nederland (ZIN). Daarin was de gezamenlijke besluitvorming niet of nauwelijks uitgewerkt. De nu verschenen handreiking komt hieraan tegemoet. Het is praktisch en breed toepasbaar: te gebruiken bij zowel mensen met één chronische aandoening, als bij mensen met multimorbiditeit en bij kwetsbare ouderen. De gezamenlijk vastgestelde behandeldoelen en zorgafspraken krijgen een plek in het individueel zorgplan (izp). De handreiking gezamenlijke besluitvorming maakt het makkelijker om het generiek individueel zorgplan in te zetten als onderdeel van persoonsgerichte zorg.

De handreiking bestaat uit vier onderdelen: voorbereiding consult; samen doelen vaststellen; samen zorgafspraken maken; en evalueren. Het expliciete onderscheid tussen doelen en zorgafspraken zorgt voor meer bewuste aandacht voor doelen vanuit het patiëntenperspectief, en – als gevolg daarvan – voor een actievere inbreng van de patiënt. De opzet sluit aan bij de professionele normen van huisartsen en praktijkondersteuners. De handreiking kan flexibel worden toegepast: diepgravend als het moet, globaler als het kan.

De handreiking voor gezamenlijke besluitvorming werd ontwikkeld door NHG, Zuyd Hogeschool Heerlen, Universiteit Maastricht en ZIN. Het is gebaseerd op bestaande kennis en expertise en is in een kleinschalige pilot door huisartsen en POH getoetst.

Het project leverde ook aandachtspunten op. De zorgverleners gaven aan behoefte te hebben aan beslissingsondersteunende informatie en ook aan scholing. Denk aan praktische trainingen met aandacht voor onder andere gesprekstechnieken, zelfreflectie en het creëren van de juiste randvoorwaarden. Meer aandacht is nodig voor de praktijkondersteuner. De handreiking kan dienen als basis voor een consultvoeringsmodel, zo luidde de conclusie, en worden betrokken in de POH-opleidingen. Ook patiënten moeten zich bewust worden van hun nieuwe rol, bijvoorbeeld via een bewustwordingscampage.

Verder onderzoek naar de hanteerbaarheid en het effect van de handreiking blijft nodig. Momenteel toetsen Zuyd Hogeschool en de Universiteit Maastricht delen van de handreiking bij diverse zorggroepen. Daarnaast zetten het NHG, InEen en ZIN dit najaar samen de volgende stappen om de implementatie van het izp te bevorderen:

  • Training, scholing en coaching van zorgverleners bij gezamenlijke besluitvorming, dit aanbod wordt aanbevolen bij de opleidingen voor huisarts en POH.
  • Om het gebruik van het izp te stimuleren wordt een instrument ontwikkeld voor het kwaliteitsbeleid in de huisartsenvoorziening.
  • Onderzoek naar de bijdrage van het izp aan integrale en persoonsgerichte zorg.
[...]

handreiking-samenwerkingHet bieden van persoonsgerichte zorg is een kernwaarde van de huisartsenzorg in Nederland. Hierbij is steeds vaker sprake van gezamenlijke besluitvorming, met een actieve rol voor de patiënt. Bij persoonsgericht zorg nemen zorgverlener en patiënt samen besluiten. Dit vraagt van zorgverleners een andere aanpak. Om deze nieuwe werkwijze eigen te maken is een praktische handreiking ontwikkeld.

De basis van de handreiking is het Raamwerk Individueel Zorgplan van Zorginstituut Nederland (ZIN). Daarin was de gezamenlijke besluitvorming niet of nauwelijks uitgewerkt. De nu verschenen handreiking komt hieraan tegemoet. Het is praktisch en breed toepasbaar: te gebruiken bij zowel mensen met één chronische aandoening, als bij mensen met multimorbiditeit en bij kwetsbare ouderen. De gezamenlijk vastgestelde behandeldoelen en zorgafspraken krijgen een plek in het individueel zorgplan (izp). De handreiking gezamenlijke besluitvorming maakt het makkelijker om het generiek individueel zorgplan in te zetten als onderdeel van persoonsgerichte zorg.

De handreiking bestaat uit vier onderdelen: voorbereiding consult; samen doelen vaststellen; samen zorgafspraken maken; en evalueren. Het expliciete onderscheid tussen doelen en zorgafspraken zorgt voor meer bewuste aandacht voor doelen vanuit het patiëntenperspectief, en – als gevolg daarvan – voor een actievere inbreng van de patiënt. De opzet sluit aan bij de professionele normen van huisartsen en praktijkondersteuners. De handreiking kan flexibel worden toegepast: diepgravend als het moet, globaler als het kan.

De handreiking voor gezamenlijke besluitvorming werd ontwikkeld door NHG, Zuyd Hogeschool Heerlen, Universiteit Maastricht en ZIN. Het is gebaseerd op bestaande kennis en expertise en is in een kleinschalige pilot door huisartsen en POH getoetst.

Het project leverde ook aandachtspunten op. De zorgverleners gaven aan behoefte te hebben aan beslissingsondersteunende informatie en ook aan scholing. Denk aan praktische trainingen met aandacht voor onder andere gesprekstechnieken, zelfreflectie en het creëren van de juiste randvoorwaarden. Meer aandacht is nodig voor de praktijkondersteuner. De handreiking kan dienen als basis voor een consultvoeringsmodel, zo luidde de conclusie, en worden betrokken in de POH-opleidingen. Ook patiënten moeten zich bewust worden van hun nieuwe rol, bijvoorbeeld via een bewustwordingscampage.

Verder onderzoek naar de hanteerbaarheid en het effect van de handreiking blijft nodig. Momenteel toetsen Zuyd Hogeschool en de Universiteit Maastricht delen van de handreiking bij diverse zorggroepen. Daarnaast zetten het NHG, InEen en ZIN dit najaar samen de volgende stappen om de implementatie van het izp te bevorderen:

  • Training, scholing en coaching van zorgverleners bij gezamenlijke besluitvorming, dit aanbod wordt aanbevolen bij de opleidingen voor huisarts en POH.
  • Om het gebruik van het izp te stimuleren wordt een instrument ontwikkeld voor het kwaliteitsbeleid in de huisartsenvoorziening.
  • Onderzoek naar de bijdrage van het izp aan integrale en persoonsgerichte zorg.

Samenhang en samenwerking moet je structureel organiseren

29 oktober 2015

borghuisNa anderhalf jaar ervaring heeft OCE Praktijkondersteuning, dochter van OCE Nijmegen, vastgesteld dat de inzet van een POH GGZ in de sociale wijkteams grote meerwaarde heeft. De gemeente Groesbeek besloot als eerste gemeente deze inzet te gaan financieren, voorlopig voor een periode van een half jaar. Directeur OCE Nijmegen, Marion Borghuis: ‘Daar zijn we heel blij mee. De POH GGZ in het sociaal wijkteam zorgt voor een betere verbinding tussen zorg en welzijn. Dat is goed voor het functioneren van het wijkteam, en dus voor de mensen in de wijken.’

Borghuis: ‘Wat we zien is dat de POH GGZ de linking pin vormt tussen het zorgdomein en het sociale domein. De POH GGZ komt uit de huisartsenpraktijk en wordt geschoold vanuit een huisartsgeneeskundige visie. Ze hebben een expertise die het maatschappelijk werk en de wijkverpleging niet hebben. POH’s GGZ kunnen een bepaalde problematiek eerder herkennen of juist relativeren. Een van onze huisartsen legde uit dat er niet altijd meteen sprake is van een aandoening. Soms zijn een paar gesprekken met de POH GGZ voldoende om iemand weer op gang te krijgen. Maar dan moet je het wel goed en op tijd herkennen.’ De sterke indruk bestaat dat de POH GGZ in het sociaal wijkteam zorgt voor minder doorverwijzingen naar de tweede lijn. Dat wil OCE Praktijkondersteuning de komende periode verder onderzoeken.

Ook de betrokken huisartsen zijn tevreden. Borghuis: ‘Een huisartsen merkte terecht op dat je wel kunt besluiten dat de POH GGZ ad hoc inspringt in een wijkteam, maar door overvolle agenda’s lukt dat meestal maar half. Samenhang en samenwerking moet je structureel organiseren.’ OCE Praktijkondersteuning heeft negentien POH’s GGZ in dienst; drie daarvan draaien sinds 2014 vier uur per week mee in een sociaal wijkteam. OCE legde de taken van de POH GGZ vast in een functie- en competentieprofiel. ‘Deelname aan het sociaal wijkteam is geen basistaak van de POH GGZ’, zegt Borghuis. ‘Hun taak is coachend, adviserend en af en toe meegaan naar een keukentafelgesprek bij moeilijke problematiek.’

Juist omdat het geen basistaak is, vormde de financiering van de POH GGZ in het sociaalwijkteam vanaf het begin een probleem. Aanvankelijk werd afgesproken hiervoor het onbenutte deel van de tariefmodule POH GGZ te gebruiken, maar hiervoor is geen ruimte meer. Daarom heeft OCE Praktijkondersteuning nu besloten gemeentes en zorgverzekeraars het aanbod te doen waar de gemeente Groesbeek als eerste instapte. Borghuis: ‘Als men niet voor 1 januari tot een besluit kan komen, zijn we genoodzaakt onze POH’s GGZ uit de wijkteams terug te halen.’ Ze besluit: ‘Als de mensen uit de wijkteams zo duidelijk laten weten dat zij de expertise van de POH GGZ noodzakelijk achten, waarom ondersteunen we dit dan niet? We zouden toch gaan kantelen? Dat betekent dat je ook vertrouwen moet hebben in de mensen die de zorg leveren.’

[...]

borghuisNa anderhalf jaar ervaring heeft OCE Praktijkondersteuning, dochter van OCE Nijmegen, vastgesteld dat de inzet van een POH GGZ in de sociale wijkteams grote meerwaarde heeft. De gemeente Groesbeek besloot als eerste gemeente deze inzet te gaan financieren, voorlopig voor een periode van een half jaar. Directeur OCE Nijmegen, Marion Borghuis: ‘Daar zijn we heel blij mee. De POH GGZ in het sociaal wijkteam zorgt voor een betere verbinding tussen zorg en welzijn. Dat is goed voor het functioneren van het wijkteam, en dus voor de mensen in de wijken.’

Borghuis: ‘Wat we zien is dat de POH GGZ de linking pin vormt tussen het zorgdomein en het sociale domein. De POH GGZ komt uit de huisartsenpraktijk en wordt geschoold vanuit een huisartsgeneeskundige visie. Ze hebben een expertise die het maatschappelijk werk en de wijkverpleging niet hebben. POH’s GGZ kunnen een bepaalde problematiek eerder herkennen of juist relativeren. Een van onze huisartsen legde uit dat er niet altijd meteen sprake is van een aandoening. Soms zijn een paar gesprekken met de POH GGZ voldoende om iemand weer op gang te krijgen. Maar dan moet je het wel goed en op tijd herkennen.’ De sterke indruk bestaat dat de POH GGZ in het sociaal wijkteam zorgt voor minder doorverwijzingen naar de tweede lijn. Dat wil OCE Praktijkondersteuning de komende periode verder onderzoeken.

Ook de betrokken huisartsen zijn tevreden. Borghuis: ‘Een huisartsen merkte terecht op dat je wel kunt besluiten dat de POH GGZ ad hoc inspringt in een wijkteam, maar door overvolle agenda’s lukt dat meestal maar half. Samenhang en samenwerking moet je structureel organiseren.’ OCE Praktijkondersteuning heeft negentien POH’s GGZ in dienst; drie daarvan draaien sinds 2014 vier uur per week mee in een sociaal wijkteam. OCE legde de taken van de POH GGZ vast in een functie- en competentieprofiel. ‘Deelname aan het sociaal wijkteam is geen basistaak van de POH GGZ’, zegt Borghuis. ‘Hun taak is coachend, adviserend en af en toe meegaan naar een keukentafelgesprek bij moeilijke problematiek.’

Juist omdat het geen basistaak is, vormde de financiering van de POH GGZ in het sociaalwijkteam vanaf het begin een probleem. Aanvankelijk werd afgesproken hiervoor het onbenutte deel van de tariefmodule POH GGZ te gebruiken, maar hiervoor is geen ruimte meer. Daarom heeft OCE Praktijkondersteuning nu besloten gemeentes en zorgverzekeraars het aanbod te doen waar de gemeente Groesbeek als eerste instapte. Borghuis: ‘Als men niet voor 1 januari tot een besluit kan komen, zijn we genoodzaakt onze POH’s GGZ uit de wijkteams terug te halen.’ Ze besluit: ‘Als de mensen uit de wijkteams zo duidelijk laten weten dat zij de expertise van de POH GGZ noodzakelijk achten, waarom ondersteunen we dit dan niet? We zouden toch gaan kantelen? Dat betekent dat je ook vertrouwen moet hebben in de mensen die de zorg leveren.’

Huisartsenklinieken in Zeeuws Vlaanderen: een prachtige oplossing

29 oktober 2015

frequinWe worden geacht zo lang mogelijk thuis te blijven wonen. Verzorgingshuizen sluiten hun deuren en het aantal verpleeghuisbedden vermindert. Met name in krimpgebieden komt door de leemte tussen ziekenhuis en thuissituatie het uitgangspunt ‘zorg dichtbij huis’ onder druk te staan. In antwoord daarop ontwikkelde Nucleus Zorg samen met ZorgSaam enkele jaren geleden twee huisartsklinieken in Zeeuws Vlaanderen. ‘Een prachtige oplossing’, zegt directeur Jeroen Frequin. De oplossing gaat door de veranderde bekostiging nu echter gebukt onder administratieve rompslomp en is elk jaar opnieuw onzeker.

De huisartsklinieken in Hulst en Oostburg vormen een oplossing voor patiënten die ‘te goed zijn voor het ziekenhuis en te slecht voor thuis’, aldus Frequin. In de klinieken (acht bedden in Oostburg en tien in Hulst) werken verpleegkundigen en roulerende huisartsen; rond de klok kan een specialist ouderengeneeskunde geconsulteerd worden. Veel aandacht gaat uit naar het terugkeren naar de thuissituatie. Meer en meer worden de klinieken ook gebruikt voor ‘verplaatste ziekenhuiszorg’: patiënten keren zo eerder terug naar de eerste lijn en krijgen de begeleiding naar huis die het ziekenhuis niet meer kan geven.

‘In krimpgebieden’, zegt Frequin, ‘leidt het verdwijnen van verpleeghuisbedden snel tot onnodige ziekenhuisopnames. Er zijn minder voorzieningen en de kinderen wonen vaak op uren afstand.’ De huisartsen zijn zowel medisch als organisatorisch heel tevreden. Ze houden de patiënt onder hun eigen toezicht en bovendien gaan mensen beter de thuissituatie in. ‘Niet meer hoeven ‘leuren’ met mensen, bijvoorbeeld op vrijdagmiddag, scheelt ook veel regeltijd.’ Een belangrijke succesfactor is wel, zegt hij, dat er een groep huisartsen is die tijd wil investeren. De huisartsenkliniek vergt een extra inspanning, ook overdag. Frequin: ‘Als je er geen lol in hebt, lukt het niet. Het is ook geen verdienmodel. Het is een prima functionerende maar basale opvang voor noodgevallen. En dat moet het in onze optiek ook blijven. Ga je het luxer maken dan kom je in een andere omgeving, dan wordt het een zorghotel of een verzorgingshuis.’

Tot voor anderhalf jaar geleden werden de klinieken lumpsum gefinancierd vanuit de inmiddels afgeschafte NZa-beleidsregel voor kortdurend verblijf. ‘Sinds die tijd zijn we afhankelijk van een jaarlijkse AWBZ-subsidie waar een enorme papierwinkel en administratie aan vastzit. Het is niet zo dat men de aantoonbare winst van minder ziekenhuisopnames niet ziet, maar de besparing is op dit moment niet aan te wenden. De huisartsen doen echter wel het werk.

Gelukkig heeft het ministerie nu laten weten onze klinieken te waarderen en wordt er met de zorgverzekeraar en de NZa gesproken over een bestendige oplossing.’

Frequin wil toe naar het ontwikkelen van een standaard voor een basale huisartsenkliniek en op basis daarvan naar een zorgprestatie die ingekocht kan worden. InEen ondersteunt dit streven van harte.

[...]

frequinWe worden geacht zo lang mogelijk thuis te blijven wonen. Verzorgingshuizen sluiten hun deuren en het aantal verpleeghuisbedden vermindert. Met name in krimpgebieden komt door de leemte tussen ziekenhuis en thuissituatie het uitgangspunt ‘zorg dichtbij huis’ onder druk te staan. In antwoord daarop ontwikkelde Nucleus Zorg samen met ZorgSaam enkele jaren geleden twee huisartsklinieken in Zeeuws Vlaanderen. ‘Een prachtige oplossing’, zegt directeur Jeroen Frequin. De oplossing gaat door de veranderde bekostiging nu echter gebukt onder administratieve rompslomp en is elk jaar opnieuw onzeker.

De huisartsklinieken in Hulst en Oostburg vormen een oplossing voor patiënten die ‘te goed zijn voor het ziekenhuis en te slecht voor thuis’, aldus Frequin. In de klinieken (acht bedden in Oostburg en tien in Hulst) werken verpleegkundigen en roulerende huisartsen; rond de klok kan een specialist ouderengeneeskunde geconsulteerd worden. Veel aandacht gaat uit naar het terugkeren naar de thuissituatie. Meer en meer worden de klinieken ook gebruikt voor ‘verplaatste ziekenhuiszorg’: patiënten keren zo eerder terug naar de eerste lijn en krijgen de begeleiding naar huis die het ziekenhuis niet meer kan geven.

‘In krimpgebieden’, zegt Frequin, ‘leidt het verdwijnen van verpleeghuisbedden snel tot onnodige ziekenhuisopnames. Er zijn minder voorzieningen en de kinderen wonen vaak op uren afstand.’ De huisartsen zijn zowel medisch als organisatorisch heel tevreden. Ze houden de patiënt onder hun eigen toezicht en bovendien gaan mensen beter de thuissituatie in. ‘Niet meer hoeven ‘leuren’ met mensen, bijvoorbeeld op vrijdagmiddag, scheelt ook veel regeltijd.’ Een belangrijke succesfactor is wel, zegt hij, dat er een groep huisartsen is die tijd wil investeren. De huisartsenkliniek vergt een extra inspanning, ook overdag. Frequin: ‘Als je er geen lol in hebt, lukt het niet. Het is ook geen verdienmodel. Het is een prima functionerende maar basale opvang voor noodgevallen. En dat moet het in onze optiek ook blijven. Ga je het luxer maken dan kom je in een andere omgeving, dan wordt het een zorghotel of een verzorgingshuis.’

Tot voor anderhalf jaar geleden werden de klinieken lumpsum gefinancierd vanuit de inmiddels afgeschafte NZa-beleidsregel voor kortdurend verblijf. ‘Sinds die tijd zijn we afhankelijk van een jaarlijkse AWBZ-subsidie waar een enorme papierwinkel en administratie aan vastzit. Het is niet zo dat men de aantoonbare winst van minder ziekenhuisopnames niet ziet, maar de besparing is op dit moment niet aan te wenden. De huisartsen doen echter wel het werk.

Gelukkig heeft het ministerie nu laten weten onze klinieken te waarderen en wordt er met de zorgverzekeraar en de NZa gesproken over een bestendige oplossing.’

Frequin wil toe naar het ontwikkelen van een standaard voor een basale huisartsenkliniek en op basis daarvan naar een zorgprestatie die ingekocht kan worden. InEen ondersteunt dit streven van harte.

Ketenzorg GGZ: persoonlijke benadering is belangrijk

29 oktober 2015

persoonlijkAls gevolg van de transitie in de GGZ, heeft de huisarts een spilrol gekregen in de GGZ-zorg. Veel zorggroepen werken momenteel aan de implementatie van deze nieuwe rol. Zo nam de zorggroep West Brabant het voortouw bij de ontwikkeling van een programma voor GGZ. InEen sprak uitgebreid met projectleider Vivian van Raaij over het in West-Brabant gevolgde proces: ‘Wat goed gaat is dat in deze regio alle partners in de GGZ-zorg willen samenwerken.’

In de regio West-Brabant bestond in 2013 al een breed en goed functionerend GGZ-afstemmingsoverleg. In dit overleg ontstond de behoefte – en met het oog op de naderende transitie ook de noodzaak – om een stap verder te gaan en tot structurele samenwerkingsafspraken te komen. De zorggroep West Brabant besloot de regie naar zich toe te trekken.

Opzet van het project
Gekozen werd voor een kerngroep met dezelfde organisaties als het afstemmingsoverleg: een grote GGZ-aanbieder, een afvaardiging psychologen uit de regio, het maatschappelijk werk, een organisatie voor verslavingszorg, het regionale ziekenhuis en de zorggroep. Vanuit deze kerngroep werkten drie werkgroepen inhoudelijke thema’s uit: 1. Terugverwijzen en d0orverwijzen, 2. E-health en zelfmanagement 3. Samenwerking in het sociale domein beschreven in een regioplan. Tegelijkertijd werd het keteninformatiesysteem (KIS) uitgebreid met een module GGZ. Tot besluit van het project is een pilot ingericht om de resultaten uit de werkgroepen te toetsen. De financiering van het project gebeurde door VEZN (Versterking Eerstelijn Zuid Nederland, een samenwerking tussen CZ en VGZ).

Het programma ketenzorg in West Brabant omvat de volgende aspecten (sommige onderdelen zijn nog in ontwikkeling):

  • Verwijsafspraken en MDO-structuur
  • Afspraken over scholing en intervisie
  • Afspraken over collegiale consultatie
  • GGZ-module in het keteninformatiesysteem (KIS)
  • Digitale screener
  • Sociale kaart van de regio
  • Patiëntenprofiel e-health
  • Kwaliteitsprofiel POH GGZ

Inmiddels is het project formeel afgesloten. Van Raaij: ‘Wat heel goed gaat is dat in deze regio alle partners in de GGZ-zorg willen samenwerken en dat ook doen. Het project is formeel afgelopen en er ligt een structuur die we nu helemaal (digitaal) gaan uitwerken.’ De afspraken houden in dat de huisarts per patiënt bekijkt waar deze thuishoort: in de praktijk bij de POH GGZ, in de basis-GGZ of in de specialistische GGZ. Zo mogelijk wordt daarbij een digitale screener ingezet. Voor deze screening, en voor de registratie en doorverwijzing wordt gewerkt met een GGZ-module in het KIS van VitalHealth.

Succesfactoren
Van Raaij noemt voor haar collega-zorggroepen vier basale succesfactoren. De eerste: zorg voor een persoonlijke aanpak. Benader elke huisarts persoonlijk en ga in geval van vragen of weerstand persoonlijk met hen in gesprek. Twee: weet waar de behoefte van je huisartsen ligt. Binnen de zorggroep is daarom een menukaart uitgezet. Van Raaij: ‘We weten van veel individuele huisartsen wat hij of zij wil aan hulpmiddelen en ondersteuning en kunnen nu maatwerk leveren. Drie: wil niet te snel, geef tijd. En vier: verplicht tot niets. ‘We hebben het programma niet ingekocht, althans nog niet. Dat willen onze huisartsen niet. Zij willen de vrijheid om te bepalen of ze wel of niet ergens instappen. Ze doen standaard mee met de verwijsafspraken en de sociale kaart, maar willen ze verder met e-health, consultatie of scholing, dan moeten ze daarvoor individueel gelden aanvragen bij de zorgverzekeraar. In de menukaart blijkt grappig genoeg dat al bijna de helft toch wel graag meer dingen centraal geregeld wil zien. Huisartsen lopen vaak over, het gaat niet over óf ze willen meedoen, maar over wannéér’, aldus Van Raaij.

Hoe verder?
In de komende periode gaan de partners in West-Brabant verder met het uitrollen van het regioplan dat parallel aan de ontwikkeling van het programma is opgesteld. De kerngroep is omgevormd tot adviesgroep. Naast de implementatie in de praktijken wordt er verder gewerkt aan onderwerpen als intervisie, consultatie en e-health. Ook scholing is een belangrijke: van zowel het voorliggend veld (welzijnsorganisaties en maatschappelijk werk), als huisartsen en POH GGZ. De scholing wordt regionaal aangepakt om werkwijzen af te stemmen en eenduidige achtergronden te creëren.

Van InEen verwacht Van Raaij vooral actie in het verbinden met andere zorggroepen en stakeholders, zoals dat nu al ruimschoots gebeurt met themabijeenkomsten en in de samenwerking met Zelfzorg Ondersteund. ‘Contact met anderen helpt, zien dat ze dezelfde problemen hebben, en ook successen waar je van kan leren!’

[...]

persoonlijkAls gevolg van de transitie in de GGZ, heeft de huisarts een spilrol gekregen in de GGZ-zorg. Veel zorggroepen werken momenteel aan de implementatie van deze nieuwe rol. Zo nam de zorggroep West Brabant het voortouw bij de ontwikkeling van een programma voor GGZ. InEen sprak uitgebreid met projectleider Vivian van Raaij over het in West-Brabant gevolgde proces: ‘Wat goed gaat is dat in deze regio alle partners in de GGZ-zorg willen samenwerken.’

In de regio West-Brabant bestond in 2013 al een breed en goed functionerend GGZ-afstemmingsoverleg. In dit overleg ontstond de behoefte – en met het oog op de naderende transitie ook de noodzaak – om een stap verder te gaan en tot structurele samenwerkingsafspraken te komen. De zorggroep West Brabant besloot de regie naar zich toe te trekken.

Opzet van het project
Gekozen werd voor een kerngroep met dezelfde organisaties als het afstemmingsoverleg: een grote GGZ-aanbieder, een afvaardiging psychologen uit de regio, het maatschappelijk werk, een organisatie voor verslavingszorg, het regionale ziekenhuis en de zorggroep. Vanuit deze kerngroep werkten drie werkgroepen inhoudelijke thema’s uit: 1. Terugverwijzen en d0orverwijzen, 2. E-health en zelfmanagement 3. Samenwerking in het sociale domein beschreven in een regioplan. Tegelijkertijd werd het keteninformatiesysteem (KIS) uitgebreid met een module GGZ. Tot besluit van het project is een pilot ingericht om de resultaten uit de werkgroepen te toetsen. De financiering van het project gebeurde door VEZN (Versterking Eerstelijn Zuid Nederland, een samenwerking tussen CZ en VGZ).

Het programma ketenzorg in West Brabant omvat de volgende aspecten (sommige onderdelen zijn nog in ontwikkeling):

  • Verwijsafspraken en MDO-structuur
  • Afspraken over scholing en intervisie
  • Afspraken over collegiale consultatie
  • GGZ-module in het keteninformatiesysteem (KIS)
  • Digitale screener
  • Sociale kaart van de regio
  • Patiëntenprofiel e-health
  • Kwaliteitsprofiel POH GGZ

Inmiddels is het project formeel afgesloten. Van Raaij: ‘Wat heel goed gaat is dat in deze regio alle partners in de GGZ-zorg willen samenwerken en dat ook doen. Het project is formeel afgelopen en er ligt een structuur die we nu helemaal (digitaal) gaan uitwerken.’ De afspraken houden in dat de huisarts per patiënt bekijkt waar deze thuishoort: in de praktijk bij de POH GGZ, in de basis-GGZ of in de specialistische GGZ. Zo mogelijk wordt daarbij een digitale screener ingezet. Voor deze screening, en voor de registratie en doorverwijzing wordt gewerkt met een GGZ-module in het KIS van VitalHealth.

Succesfactoren
Van Raaij noemt voor haar collega-zorggroepen vier basale succesfactoren. De eerste: zorg voor een persoonlijke aanpak. Benader elke huisarts persoonlijk en ga in geval van vragen of weerstand persoonlijk met hen in gesprek. Twee: weet waar de behoefte van je huisartsen ligt. Binnen de zorggroep is daarom een menukaart uitgezet. Van Raaij: ‘We weten van veel individuele huisartsen wat hij of zij wil aan hulpmiddelen en ondersteuning en kunnen nu maatwerk leveren. Drie: wil niet te snel, geef tijd. En vier: verplicht tot niets. ‘We hebben het programma niet ingekocht, althans nog niet. Dat willen onze huisartsen niet. Zij willen de vrijheid om te bepalen of ze wel of niet ergens instappen. Ze doen standaard mee met de verwijsafspraken en de sociale kaart, maar willen ze verder met e-health, consultatie of scholing, dan moeten ze daarvoor individueel gelden aanvragen bij de zorgverzekeraar. In de menukaart blijkt grappig genoeg dat al bijna de helft toch wel graag meer dingen centraal geregeld wil zien. Huisartsen lopen vaak over, het gaat niet over óf ze willen meedoen, maar over wannéér’, aldus Van Raaij.

Hoe verder?
In de komende periode gaan de partners in West-Brabant verder met het uitrollen van het regioplan dat parallel aan de ontwikkeling van het programma is opgesteld. De kerngroep is omgevormd tot adviesgroep. Naast de implementatie in de praktijken wordt er verder gewerkt aan onderwerpen als intervisie, consultatie en e-health. Ook scholing is een belangrijke: van zowel het voorliggend veld (welzijnsorganisaties en maatschappelijk werk), als huisartsen en POH GGZ. De scholing wordt regionaal aangepakt om werkwijzen af te stemmen en eenduidige achtergronden te creëren.

Van InEen verwacht Van Raaij vooral actie in het verbinden met andere zorggroepen en stakeholders, zoals dat nu al ruimschoots gebeurt met themabijeenkomsten en in de samenwerking met Zelfzorg Ondersteund. ‘Contact met anderen helpt, zien dat ze dezelfde problemen hebben, en ook successen waar je van kan leren!’

‘Dan ontdek je dat de patiënt de vragenlijst te ingewikkeld vindt’

29 oktober 2015

leertrajectZelfmanagement gaat in de (persoonsgerichte) zorg een steeds grotere rol spelen. De implementatie van zelfmanagementondersteuning in de huisartspraktijken is een belangrijk onderwerp op de agenda van InEen en haar leden. Zo ontwikkelde de ROS Reos (Amstelland, Haarlemmermeer, Midden-Holland en Zuid-Holland Noord) een leertraject zelfmanagement voor multidisciplinaire samenwerkingsverbanden, een traject waarin leren en praktijk hand in hand gaan.

Fysiotherapeute Ingeborg Geerling volgt het leertraject in het eerstelijns samenwerkingsverband (GEZ) De Florijn in Leiderdorp: ‘Soms zit je vastgeroest in je huidige werkpatroon en verandering brengt weerstand met zich mee. Bijvoorbeeld als je een patiënt vraagt een vragenlijst in te vullen en hij heeft er niets mee gedaan. Daar kun je gefrustreerd van raken. In het leertraject krijgen we mee dat dit juist een handvat is om door te vragen. Dan ontdek je dat de patiënt de vragenlijst te ingewikkeld vindt of iets niet begrijpt. Daar kun je dan weer een vervolgactie op ondernemen.’ Geerling vindt het een goede zaak dat de scholing multidisciplinair wordt aangeboden. ‘Het voordeel van deze aanpak is dat je zorginhoudelijk beter van elkaar weet wat je doet. Dat creëert meer samenhang en je kunt beter verwijzen naar andere disciplines.’

Het traject omvat scholing, het maken van een plan van aanpak, coaching-on-the-job, intervisie en evaluatie. Geerling: ‘Voor een goede implementatie in het samenwerkingsverband is het belangrijk dat ondersteuning bij zelfmanagement een onderdeel gaat uitmaken van het dagelijkse werk. Een voorwaarde daarvoor is dat het onderwerp blijft leven. Goed om het regelmatig terug te laten keren, bijvoorbeeld tijdens een lunch.’ Het delen van praktijkervaringen is ook een belangrijk onderdeel van het leertraject: ‘Veel had ik aan een tip van een praktijkverpleegkundige in ons samenwerkingsverband. Zij gaf aan dat de tijd te kort is om tijdens een consult het hele individuele zorgplan met de patiënt door te nemen. Daarom besloot ze het zorgplan eerst mee te geven, zodat de patiënt het thuis door kon lezen. Bij een volgend consult was de patiënt al beter geïnformeerd en kon zij daar gericht op terugkomen’, aldus Geerling

Als onderdeel van leren in de praktijk begint De Florijn ook met peercoaching. Een consult wordt daarbij – met toestemming van de patiënt – op video opgenomen en samen met een collega teruggekeken. Zo leren beiden, de collega die het consult heeft gegeven en de collega die feedback geeft.

Meer informatie over het leertraject van Reos.

[...]

leertrajectZelfmanagement gaat in de (persoonsgerichte) zorg een steeds grotere rol spelen. De implementatie van zelfmanagementondersteuning in de huisartspraktijken is een belangrijk onderwerp op de agenda van InEen en haar leden. Zo ontwikkelde de ROS Reos (Amstelland, Haarlemmermeer, Midden-Holland en Zuid-Holland Noord) een leertraject zelfmanagement voor multidisciplinaire samenwerkingsverbanden, een traject waarin leren en praktijk hand in hand gaan.

Fysiotherapeute Ingeborg Geerling volgt het leertraject in het eerstelijns samenwerkingsverband (GEZ) De Florijn in Leiderdorp: ‘Soms zit je vastgeroest in je huidige werkpatroon en verandering brengt weerstand met zich mee. Bijvoorbeeld als je een patiënt vraagt een vragenlijst in te vullen en hij heeft er niets mee gedaan. Daar kun je gefrustreerd van raken. In het leertraject krijgen we mee dat dit juist een handvat is om door te vragen. Dan ontdek je dat de patiënt de vragenlijst te ingewikkeld vindt of iets niet begrijpt. Daar kun je dan weer een vervolgactie op ondernemen.’ Geerling vindt het een goede zaak dat de scholing multidisciplinair wordt aangeboden. ‘Het voordeel van deze aanpak is dat je zorginhoudelijk beter van elkaar weet wat je doet. Dat creëert meer samenhang en je kunt beter verwijzen naar andere disciplines.’

Het traject omvat scholing, het maken van een plan van aanpak, coaching-on-the-job, intervisie en evaluatie. Geerling: ‘Voor een goede implementatie in het samenwerkingsverband is het belangrijk dat ondersteuning bij zelfmanagement een onderdeel gaat uitmaken van het dagelijkse werk. Een voorwaarde daarvoor is dat het onderwerp blijft leven. Goed om het regelmatig terug te laten keren, bijvoorbeeld tijdens een lunch.’ Het delen van praktijkervaringen is ook een belangrijk onderdeel van het leertraject: ‘Veel had ik aan een tip van een praktijkverpleegkundige in ons samenwerkingsverband. Zij gaf aan dat de tijd te kort is om tijdens een consult het hele individuele zorgplan met de patiënt door te nemen. Daarom besloot ze het zorgplan eerst mee te geven, zodat de patiënt het thuis door kon lezen. Bij een volgend consult was de patiënt al beter geïnformeerd en kon zij daar gericht op terugkomen’, aldus Geerling

Als onderdeel van leren in de praktijk begint De Florijn ook met peercoaching. Een consult wordt daarbij – met toestemming van de patiënt – op video opgenomen en samen met een collega teruggekeken. Zo leren beiden, de collega die het consult heeft gegeven en de collega die feedback geeft.

Meer informatie over het leertraject van Reos.

E-learning Taal maakt gezonder: 45 minuten kunnen het verschil maken

29 oktober 2015

lezenGoede gezondheidsvaardigheden zijn essentieel voor een goede gezondheid. InEen ondersteunt de doelstellingen van de stichting Lezen & Schrijven onder meer door daarvoor bij haar leden extra aandacht te vragen. Dat geldt ook voor de e-learning die nu is ontwikkeld voor zowel bestuurders als professionals. De 45 minuten die de e-learning kost leveren veel op: inzicht in de problematiek en tools om er mee om te gaan.

1 op de 9 mensen heeft moeite met lezen en schrijven. Zij maken veelvuldig gebruik van zorg, meer dan taalvaardige mensen. Onderzoek wijst uit dat de gezondheidssituatie van geletterde mensen in veel opzichten beter is dan die van mensen die moeite hebben met lezen en schrijven. Laaggeletterden missen vaak de vaardigheden goed om te gaan met informatie over gezondheid, ziekte en zorg. De gevolgen daarvan kunnen groot zijn, zeker nu van patiënten steeds meer zelfmanagement wordt verwacht.

Met hoeveel laaggeletterden heb je in je praktijk te maken? Weet je zeker dat je cliënten écht begrijpen wat je bedoelt, informatie in brochures goed interpreteren, de juiste vragen stellen en goede beslissingen nemen? Hoe kun je als zorgverlener mensen die moeite hebben met lezen en schrijven herkennen en motiveren tot taalscholing? Daarvoor heeft de Stichting Lezen & Schrijven nu de e-learning ‘Taal maakt gezonder’ ontwikkeld. De e-learning kost 45 minuten die daadwerkelijk het verschil kunnen maken. ‘Het gaat om relevante kennis, die je direct kunt toepassen in de praktijk; en het handige aan de e-learning is dat je eraan kunt werken als het jou uitkomt, bijvoorbeeld in een nachtdienst’, aldus Hilke Mulder Bouter, verpleegkundige bij de Antes Groep die als een van de eersten de e-learning aan zijn medewerkers aanbood.

Ter aanvulling biedt Stichting Lezen & Schrijven de verdiepende workshop ‘Bespreken van laaggeletterdheid’. Aan de hand van de principes van motiverende gespreksvoering, oefenen de deelnemers gesprekken over het verbeteren van lees- en schrijfvaardigheden van patiënten.

Interesse?
Ga naar: www.taalmaaktgezonder.nl of elearning-taalmaaktgezonder.nl. Of neem contact op met de stichting Lezen & Schrijven: info@lezenenschrijven.nl.

[...]

lezenGoede gezondheidsvaardigheden zijn essentieel voor een goede gezondheid. InEen ondersteunt de doelstellingen van de stichting Lezen & Schrijven onder meer door daarvoor bij haar leden extra aandacht te vragen. Dat geldt ook voor de e-learning die nu is ontwikkeld voor zowel bestuurders als professionals. De 45 minuten die de e-learning kost leveren veel op: inzicht in de problematiek en tools om er mee om te gaan.

1 op de 9 mensen heeft moeite met lezen en schrijven. Zij maken veelvuldig gebruik van zorg, meer dan taalvaardige mensen. Onderzoek wijst uit dat de gezondheidssituatie van geletterde mensen in veel opzichten beter is dan die van mensen die moeite hebben met lezen en schrijven. Laaggeletterden missen vaak de vaardigheden goed om te gaan met informatie over gezondheid, ziekte en zorg. De gevolgen daarvan kunnen groot zijn, zeker nu van patiënten steeds meer zelfmanagement wordt verwacht.

Met hoeveel laaggeletterden heb je in je praktijk te maken? Weet je zeker dat je cliënten écht begrijpen wat je bedoelt, informatie in brochures goed interpreteren, de juiste vragen stellen en goede beslissingen nemen? Hoe kun je als zorgverlener mensen die moeite hebben met lezen en schrijven herkennen en motiveren tot taalscholing? Daarvoor heeft de Stichting Lezen & Schrijven nu de e-learning ‘Taal maakt gezonder’ ontwikkeld. De e-learning kost 45 minuten die daadwerkelijk het verschil kunnen maken. ‘Het gaat om relevante kennis, die je direct kunt toepassen in de praktijk; en het handige aan de e-learning is dat je eraan kunt werken als het jou uitkomt, bijvoorbeeld in een nachtdienst’, aldus Hilke Mulder Bouter, verpleegkundige bij de Antes Groep die als een van de eersten de e-learning aan zijn medewerkers aanbood.

Ter aanvulling biedt Stichting Lezen & Schrijven de verdiepende workshop ‘Bespreken van laaggeletterdheid’. Aan de hand van de principes van motiverende gespreksvoering, oefenen de deelnemers gesprekken over het verbeteren van lees- en schrijfvaardigheden van patiënten.

Interesse?
Ga naar: www.taalmaaktgezonder.nl of elearning-taalmaaktgezonder.nl. Of neem contact op met de stichting Lezen & Schrijven: info@lezenenschrijven.nl.

Persbericht - Nieuw handvat voor samenwerking tussen patiënt en zorgverlener

29 oktober 2015

Het bieden van persoonsgerichte zorg is een kernwaarde van de huisartsenzorg in Nederland. Hierbij is steeds vaker sprake van gezamenlijke besluitvorming, met een actieve rol voor de patiënt. Bij persoonsgericht zorg nemen zorgverlener en patiënt samen besluiten. Dit vraagt van zorgverleners een andere aanpak. Om deze nieuwe werkwijze eigen te maken is een praktische handreiking ontwikkeld.

De basis van de handreiking is het Raamwerk Individueel Zorgplan van Zorginstituut Nederland (ZIN). Daarin was de gezamenlijke besluitvorming niet of nauwelijks  uitgewerkt. De nu verschenen handreiking komt hieraan tegemoet. Het is praktisch en breed toepasbaar:  te gebruiken bij zowel mensen met één chronische aandoening, als bij  mensen met multimorbiditeit en bij kwetsbare ouderen. De gezamenlijk vastgestelde behandeldoelen  en zorgafspraken krijgen een plek in het individueel zorgplan.  De handreiking gezamenlijke besluitvorming maakt het makkelijker om het generiek individueel zorgplan in te zetten als onderdeel van persoonsgerichte zorg.

De handreiking bestaat uit vier onderdelen: voorbereiding consult; samen doelen vaststellen; samen zorgafspraken maken; en evalueren. Het expliciete onderscheid tussen doelen en zorgafspraken zorgt voor meer bewuste aandacht voor doelen vanuit het patiëntenperspectief, en – als gevolg daarvan – voor een actievere inbreng van de patiënt. De opzet sluit aan bij de professionele normen van huisartsen en praktijkondersteuners. De handreiking kan flexibel worden toegepast: diepgravend als het moet, globaler als het kan.

De handreiking voor gezamenlijke besluitvorming werd ontwikkeld door het NHG, Zuyd Hogeschool Heerlen, Universiteit Maastricht, InEen en Zorginstituut Nederland (ZIN). Het is gebaseerd op bestaande kennis en expertise en in een kleinschalige pilot door huisartsen en POH getoetst. Verder onderzoek naar de hanteerbaarheid en het effect van de handreiking blijft nodig.

Momenteel toetsen Zuyd Hogeschool en de Universiteit Maastricht delen van de handreiking bij diverse zorggroepen. Daarnaast zetten het NHG, InEen en ZIN dit najaar samen de volgende  stappen om de implementatie van het individueel zorgplan (izp) te bevorderen:

  • training, scholing en coaching van zorgverleners bij gezamenlijke besluitvorming, dit aanbod wordt  aanbevolen bij de opleidingen voor huisarts en POH;
  • om het gebruik van het izp te stimuleren wordt een instrument ontwikkeld voor het kwaliteitsbeleid in de huisartsenvoorziening;
  • onderzoek naar de bijdrage van het izp aan integrale en persoonsgerichte zorg.

Bijlagen
Handreiking gezamenlijke besluitvorming
Samenvatting handreiking gezamenlijke besluitvorming

[...]

Het bieden van persoonsgerichte zorg is een kernwaarde van de huisartsenzorg in Nederland. Hierbij is steeds vaker sprake van gezamenlijke besluitvorming, met een actieve rol voor de patiënt. Bij persoonsgericht zorg nemen zorgverlener en patiënt samen besluiten. Dit vraagt van zorgverleners een andere aanpak. Om deze nieuwe werkwijze eigen te maken is een praktische handreiking ontwikkeld.

De basis van de handreiking is het Raamwerk Individueel Zorgplan van Zorginstituut Nederland (ZIN). Daarin was de gezamenlijke besluitvorming niet of nauwelijks  uitgewerkt. De nu verschenen handreiking komt hieraan tegemoet. Het is praktisch en breed toepasbaar:  te gebruiken bij zowel mensen met één chronische aandoening, als bij  mensen met multimorbiditeit en bij kwetsbare ouderen. De gezamenlijk vastgestelde behandeldoelen  en zorgafspraken krijgen een plek in het individueel zorgplan.  De handreiking gezamenlijke besluitvorming maakt het makkelijker om het generiek individueel zorgplan in te zetten als onderdeel van persoonsgerichte zorg.

De handreiking bestaat uit vier onderdelen: voorbereiding consult; samen doelen vaststellen; samen zorgafspraken maken; en evalueren. Het expliciete onderscheid tussen doelen en zorgafspraken zorgt voor meer bewuste aandacht voor doelen vanuit het patiëntenperspectief, en – als gevolg daarvan – voor een actievere inbreng van de patiënt. De opzet sluit aan bij de professionele normen van huisartsen en praktijkondersteuners. De handreiking kan flexibel worden toegepast: diepgravend als het moet, globaler als het kan.

De handreiking voor gezamenlijke besluitvorming werd ontwikkeld door het NHG, Zuyd Hogeschool Heerlen, Universiteit Maastricht, InEen en Zorginstituut Nederland (ZIN). Het is gebaseerd op bestaande kennis en expertise en in een kleinschalige pilot door huisartsen en POH getoetst. Verder onderzoek naar de hanteerbaarheid en het effect van de handreiking blijft nodig.

Momenteel toetsen Zuyd Hogeschool en de Universiteit Maastricht delen van de handreiking bij diverse zorggroepen. Daarnaast zetten het NHG, InEen en ZIN dit najaar samen de volgende  stappen om de implementatie van het individueel zorgplan (izp) te bevorderen:

  • training, scholing en coaching van zorgverleners bij gezamenlijke besluitvorming, dit aanbod wordt  aanbevolen bij de opleidingen voor huisarts en POH;
  • om het gebruik van het izp te stimuleren wordt een instrument ontwikkeld voor het kwaliteitsbeleid in de huisartsenvoorziening;
  • onderzoek naar de bijdrage van het izp aan integrale en persoonsgerichte zorg.

Bijlagen
Handreiking gezamenlijke besluitvorming
Samenvatting handreiking gezamenlijke besluitvorming

29 oktober: Thema Persoonsgerichte zorg

27 oktober 2015

Aanstaande donderdag 29 oktober organiseren we na de DLV Zorggroepen en Gezondheidscentra (15.00-17.30 uur) een themabijeenkomst rond persoonsgerichte zorg (18.30-20.00 uur). Met deze bijeenkomst willen we jullie informeren over de ontwikkeling van persoonsgerichte zorg en hoe dit een toegevoegde waarde kan zijn voor patiënt én organisatie. Het vormgeven van persoonsgerichte zorg vanuit het perspectief van de huisartsen wordt door Ivo Smeele (NHG) ingeleid. Praktijkervaringen en voorbeelden van persoonsgerichte zorg en hoe dit vorm te geven binnen de organisatie delen Stephen Hermsen (Vilans) en Marielle Nellen (SGE) met ons. Alle leden zijn van harte welkom! Melden jullie je even aan? Voor de goede orde: tussen de DLV en de themabijeenkomst hebben we broodjes.

[...]

Aanstaande donderdag 29 oktober organiseren we na de DLV Zorggroepen en Gezondheidscentra (15.00-17.30 uur) een themabijeenkomst rond persoonsgerichte zorg (18.30-20.00 uur). Met deze bijeenkomst willen we jullie informeren over de ontwikkeling van persoonsgerichte zorg en hoe dit een toegevoegde waarde kan zijn voor patiënt én organisatie. Het vormgeven van persoonsgerichte zorg vanuit het perspectief van de huisartsen wordt door Ivo Smeele (NHG) ingeleid. Praktijkervaringen en voorbeelden van persoonsgerichte zorg en hoe dit vorm te geven binnen de organisatie delen Stephen Hermsen (Vilans) en Marielle Nellen (SGE) met ons. Alle leden zijn van harte welkom! Melden jullie je even aan? Voor de goede orde: tussen de DLV en de themabijeenkomst hebben we broodjes.

Bekostiging wijkverpleging

21 oktober 2015

Deze week stuurden we een bericht aan de leden van de Vaste Kamercommissie die op 15 oktober een Algemeen Overleg had met de staatssecretaris. Daarin pleiten we voor ruimte om te experimenteren met nieuwe vormen van organisatie en bekostiging van wijkverpleging. In onze visie vervult de wijkverpleegkundige een belangrijk brugfunctie die nodig is voor samenhang en samenwerking in de wijk. Daarvoor is nodig dat ook eerstelijns zorgorganisaties de wijkverpleegkundige functie kunnen contracteren. We hebben de Coöperatie Wijkverpleegkundige Zorg Rotterdam als goed voorbeeld aangedragen. Lees het bericht aan de commissie.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Deze week stuurden we een bericht aan de leden van de Vaste Kamercommissie die op 15 oktober een Algemeen Overleg had met de staatssecretaris. Daarin pleiten we voor ruimte om te experimenteren met nieuwe vormen van organisatie en bekostiging van wijkverpleging. In onze visie vervult de wijkverpleegkundige een belangrijk brugfunctie die nodig is voor samenhang en samenwerking in de wijk. Daarvoor is nodig dat ook eerstelijns zorgorganisaties de wijkverpleegkundige functie kunnen contracteren. We hebben de Coöperatie Wijkverpleegkundige Zorg Rotterdam als goed voorbeeld aangedragen. Lees het bericht aan de commissie.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Nieuwe website voor ggz-professionals met zelftest en informatie over zelfmanagement

21 oktober 2015

‘Wat vinden cliënten belangrijk bij het werken aan zelfmanagement en sluit mijn manier van werken daar op aan?’ Het Landelijk Platform GGz introduceert de website www.zelfmanagementggz.nl, voor professionals in de ggz die meer willen doen met zelfmanagement in hun behandeling of begeleiding. Professionals kunnen via de website testen in hoeverre hun aanpak aansluit bij de visie van cliënten op zelfregie. Op basis van de resultaten verschijnen relevante tips, informatie en instrumenten om (nog beter) te werken aan zelfmanagement. Ook via de toolkit is allerlei informatie te vinden over zelfregie, van goede voorbeelden tot trainingen en instrumenten. Heb je vragen of opmerkingen over de zelftest en/of de toolkit? Neem dan contact op met Marieke Haitsma: m.haitsma@platformggz.nl

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

‘Wat vinden cliënten belangrijk bij het werken aan zelfmanagement en sluit mijn manier van werken daar op aan?’ Het Landelijk Platform GGz introduceert de website www.zelfmanagementggz.nl, voor professionals in de ggz die meer willen doen met zelfmanagement in hun behandeling of begeleiding. Professionals kunnen via de website testen in hoeverre hun aanpak aansluit bij de visie van cliënten op zelfregie. Op basis van de resultaten verschijnen relevante tips, informatie en instrumenten om (nog beter) te werken aan zelfmanagement. Ook via de toolkit is allerlei informatie te vinden over zelfregie, van goede voorbeelden tot trainingen en instrumenten. Heb je vragen of opmerkingen over de zelftest en/of de toolkit? Neem dan contact op met Marieke Haitsma: m.haitsma@platformggz.nl

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Bijstelling budgettaire kaders wegens substitutie

19 oktober 2015

De minister heeft in een Kamerbrief laten weten financiële middelen te verschuiven van tweede naar eerste lijn. Dat is goed nieuws. Het kader multidisciplinaire zorg en huisartsenzorg wordt met 24,9 miljoen verhoogd (respectievelijk 14 miljoen en 10,9 miljoen). Dit gaat af van het kader medisch specialistische zorg. In het bestuurlijk akkoord eerste lijn is afgesproken de eerste lijn te versterken. We hebben ons er hard voor ingezet om zoveel mogelijk zorg in de eerste te laten plaats vinden, specifiek ook de zorggroepen en de gezondheidscentra met de programmatische zorg. We zijn dan ook blij met deze eerste stap van de minister. De afspraak ‘budget volgt zorg’ krijgt nu inhoud. Eerder dit jaar liet ook de substitutiemonitor zien dat er zorg verschuift van tweede naar eerste lijn; dat er een verschuiving in budget plaatsvindt was dan ook voorzien. We weten dat er nog meer zorg verschoven is dan de nu overgehevelde 24,9 miljoen. De ambitie is dan ook groter. Om het enorme verschil tussen het budgettaire kader tweede lijn (medisch specialistisch zorg 23.000 miljoen) en dat van de eerste lijn (huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg 2.700 miljoen) meer in balans te brengen zijn verdere stappen noodzakelijk. Maar deze terechte stap van de minister sterkt ons in de gedachte dat we op de goede weg zijn.

[...]

De minister heeft in een Kamerbrief laten weten financiële middelen te verschuiven van tweede naar eerste lijn. Dat is goed nieuws. Het kader multidisciplinaire zorg en huisartsenzorg wordt met 24,9 miljoen verhoogd (respectievelijk 14 miljoen en 10,9 miljoen). Dit gaat af van het kader medisch specialistische zorg. In het bestuurlijk akkoord eerste lijn is afgesproken de eerste lijn te versterken. We hebben ons er hard voor ingezet om zoveel mogelijk zorg in de eerste te laten plaats vinden, specifiek ook de zorggroepen en de gezondheidscentra met de programmatische zorg. We zijn dan ook blij met deze eerste stap van de minister. De afspraak ‘budget volgt zorg’ krijgt nu inhoud. Eerder dit jaar liet ook de substitutiemonitor zien dat er zorg verschuift van tweede naar eerste lijn; dat er een verschuiving in budget plaatsvindt was dan ook voorzien. We weten dat er nog meer zorg verschoven is dan de nu overgehevelde 24,9 miljoen. De ambitie is dan ook groter. Om het enorme verschil tussen het budgettaire kader tweede lijn (medisch specialistisch zorg 23.000 miljoen) en dat van de eerste lijn (huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg 2.700 miljoen) meer in balans te brengen zijn verdere stappen noodzakelijk. Maar deze terechte stap van de minister sterkt ons in de gedachte dat we op de goede weg zijn.

E-learning Taal maakt gezonder

05 oktober 2015

De Stichting Lezen & Schrijven heeft voor zorgverleners de e-learning ‘Taal maakt gezonder’ ontwikkeld. Met deze praktische e-learning leer je mensen die moeite hebben met lezen en schrijven herkennen en motiveren tot taalscholing. ‘Met een investering van slechts 45 minuten kunt u voor hen daadwerkelijk het verschil maken’, aldus de Stichting. Ter aanvulling op de e-learning bieden zij de verdiepende workshop ‘Bespreken van laaggeletterdheid’ om gebruik makend van de principes van motivational interviewing te oefenen met het voeren van gesprekken over over dit niet altijd makkelijke onderwerp. Informatie over de e-learning en de workshop, en ook over laaggeletterdheid in het algemeen op www.taalmaaktgezonder.nl of elearning-taalmaaktgezonder.nl.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht. 

[...]

De Stichting Lezen & Schrijven heeft voor zorgverleners de e-learning ‘Taal maakt gezonder’ ontwikkeld. Met deze praktische e-learning leer je mensen die moeite hebben met lezen en schrijven herkennen en motiveren tot taalscholing. ‘Met een investering van slechts 45 minuten kunt u voor hen daadwerkelijk het verschil maken’, aldus de Stichting. Ter aanvulling op de e-learning bieden zij de verdiepende workshop ‘Bespreken van laaggeletterdheid’ om gebruik makend van de principes van motivational interviewing te oefenen met het voeren van gesprekken over over dit niet altijd makkelijke onderwerp. Informatie over de e-learning en de workshop, en ook over laaggeletterdheid in het algemeen op www.taalmaaktgezonder.nl of elearning-taalmaaktgezonder.nl.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht. 

POH GGZ en jeugd

05 oktober 2015

De POH GGZ kan ook ingezet worden voor jeugd. De behandeling van jeugdigen met een psychisch probleem valt onder huisartsenzorg en de Zvw. De behandeling van jeugdigen met een psychische stoornis is overgeheveld naar de gemeente; hiervoor zijn financiële afspraken met de gemeente nodig. Over inzet van de POH GGZ voor jeugd organiseert de LHV voor haar leden op 15 oktober een bijeenkomst. Er zijn signalen dat de afspraken met de gemeente moeilijk tot stand komen. Voor de problematiek bij de gemeenten hebben InEen en de LHV aandacht gevraagd bij VWS. Meer informatie bij Margot Lenos.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

De POH GGZ kan ook ingezet worden voor jeugd. De behandeling van jeugdigen met een psychisch probleem valt onder huisartsenzorg en de Zvw. De behandeling van jeugdigen met een psychische stoornis is overgeheveld naar de gemeente; hiervoor zijn financiële afspraken met de gemeente nodig. Over inzet van de POH GGZ voor jeugd organiseert de LHV voor haar leden op 15 oktober een bijeenkomst. Er zijn signalen dat de afspraken met de gemeente moeilijk tot stand komen. Voor de problematiek bij de gemeenten hebben InEen en de LHV aandacht gevraagd bij VWS. Meer informatie bij Margot Lenos.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Bekostiging POH-GGZ

05 oktober 2015

De NZa heeft de ruimte in de bekostigingsystematiek voor POH GGZ opgerekt van 1/3 fte naar 1 fte per 2350 patiënten. Daarmee is natuurlijk niet gezegd dat elke praktijk behoefte heeft aan een grotere inzet van de POH GGZ. De NZa wil echter dat de beleidsregels geen beperking vormen voor lokale initiatieven rond de POH GGZ. Het budgettair kader huisartsenzorg is overigens niet opgehoogd. Hiervoor hebben InEen en de LHV aandacht gevraagd bij VWS. Extra inzet van de POH GGZ  is vooralsnog onderdeel van de onderhandeling tussen verzekeraar en aanbieder. De extra inzet kan worden gefinancierd uit de verhoging van het kader 2016 met 2,5% (ten opzichte van 2015), substitutieruimte óf de voorgenomen verhoging van de kaders huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg in 2016 met 24 miljoen euro als gevolg van gemaakte landelijke substitutieafspraken in 2015 (budget volgt zorg). Over deze laatste 24 miljoen euro moet de minister nog formeel haar goedkeuring geven.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

De NZa heeft de ruimte in de bekostigingsystematiek voor POH GGZ opgerekt van 1/3 fte naar 1 fte per 2350 patiënten. Daarmee is natuurlijk niet gezegd dat elke praktijk behoefte heeft aan een grotere inzet van de POH GGZ. De NZa wil echter dat de beleidsregels geen beperking vormen voor lokale initiatieven rond de POH GGZ. Het budgettair kader huisartsenzorg is overigens niet opgehoogd. Hiervoor hebben InEen en de LHV aandacht gevraagd bij VWS. Extra inzet van de POH GGZ  is vooralsnog onderdeel van de onderhandeling tussen verzekeraar en aanbieder. De extra inzet kan worden gefinancierd uit de verhoging van het kader 2016 met 2,5% (ten opzichte van 2015), substitutieruimte óf de voorgenomen verhoging van de kaders huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg in 2016 met 24 miljoen euro als gevolg van gemaakte landelijke substitutieafspraken in 2015 (budget volgt zorg). Over deze laatste 24 miljoen euro moet de minister nog formeel haar goedkeuring geven.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Signalering kindermishandeling

01 oktober 2015

In situaties waarbij kindermishandeling niet kan worden uitgesloten, pleit de Taskforce kindermishandeling en seksueel misbruik voor uitbreiding van de meldcode met een meldplicht. Kinderen die mishandeld worden komen nu vaak niet in beeld bij Veilig Thuis, stelt de Taskforce. De KNMG verwacht geen positief effect van dit voorstel en heeft in haar reactie namens de beroepsorganisaties aandacht gevraagd voor de vertrouwensrelatie tussen arts en gezin. Een meldplicht werkt volgens de KNMG averechts. Vanuit InEen onderschrijven we de reactie van de KNMG. We trekken samen op om via het stimuleren van adviesaanvragen bij Veilig Thuis het signaleren van kindermishandeling te bevorderen. Het gezamenlijke actieplan dat we vorige week samen met LHV, KNMG en NHG aan de Tweede Kamer aanboden, past in deze lijn.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

 

[...]

In situaties waarbij kindermishandeling niet kan worden uitgesloten, pleit de Taskforce kindermishandeling en seksueel misbruik voor uitbreiding van de meldcode met een meldplicht. Kinderen die mishandeld worden komen nu vaak niet in beeld bij Veilig Thuis, stelt de Taskforce. De KNMG verwacht geen positief effect van dit voorstel en heeft in haar reactie namens de beroepsorganisaties aandacht gevraagd voor de vertrouwensrelatie tussen arts en gezin. Een meldplicht werkt volgens de KNMG averechts. Vanuit InEen onderschrijven we de reactie van de KNMG. We trekken samen op om via het stimuleren van adviesaanvragen bij Veilig Thuis het signaleren van kindermishandeling te bevorderen. Het gezamenlijke actieplan dat we vorige week samen met LHV, KNMG en NHG aan de Tweede Kamer aanboden, past in deze lijn.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

 

Omgekeerde wereld: eerst de praktijk, dan het plan

30 september 2015

zorgen-voor-zelfzorgVoor de uitvoering en implementatie van zelfmanagement bestaan inmiddels de nodige hulpmiddelen en tools. Maar waar te beginnen? De handleiding Zorgen voor Zelfzorg die eind augustus verscheen gaat precies daarover: hoe kun je in je organisatie een goede start maken met dit weerbarstige onderwerp?

De handleiding Zorgen voor Zelfzorg is het resultaat van de werkplaats zelfmanagement, een initiatief van Vilans, Zelfzorg Ondersteund! en InEen (met financiering van ZonMw). Drie zorggroepen deden aan de werkplaats mee: de Eerstelijns Zorggroep Haaglanden (ELZHA), SGE uit Eindhoven en Zorggroep Almere. Samen gingen zij een jaar praktisch aan de slag. Dat leverde een keur aan inzichten en tips op, en ook een concreet 10-stappenplan.

Marielle Nellen, manager strategische ontwikkeling bij SGE, met tien gezondheidscentra in Eindhoven, vertelt dat de implementatie van zelfmanagement aanvankelijk niet echt van de grond kwam. ‘We waren gestart met een scholingstraject, maar men voelde zich overvallen en niet betrokken.’ Zich beradend over de volgende stap kreeg SGE de kans om deel te nemen aan de werkplaats zelfmanagement. Nellen: ‘Het idee van de werkplaats was dat we vanuit de praktijk op zoek gingen. Dus niet eerst een lange termijnplan maken, met doelen, uitgangspunten en scholingen. Maar gewoon een paar zorgverleners die met elkaar in gesprek gaan: waarom meer aandacht voor zelfzorg bij patiënten, waar liggen onze knelpunten, wat zijn onze ervaringen, waar kan je wat mee, sterker nog: wat zouden we morgen als we onze patiënten zien direct kunnen toepassen? We haalden het dus dichtbij en maakten het klein. Ik ben erg enthousiast over die vorm, want het inspireert en het werkt.’

‘Zelfmanagement vraagt zorgverleners om uit hun comfortzone te komen’, zegt Nellen. ‘Er is een andere consultvoering nodig die aansluit bij de drijfveren van een patiënt. Ook de werkwijze van de zorgverleners verandert. Als patiënten bijvoorbeeld digitaal informatie kunnen doorgeven, moet je dat als zorgverlener bijhouden. Anders mis je belangrijke informatie. Ook uit oogpunt van kwaliteit en veiligheid is het eng om de verantwoordelijkheid voor een stukje terug te leggen bij de patiënt .’ Gaandeweg ontstonden in de organisatie kleine projectjes, waarbij de initiatiefnemer fungeert als ambassadeur naar de collega’s. Nellen noemt de consultvoorbereiding, waarbij de praktijkondersteuner voorafgaand aan een controle een vragenlijst stuurt aan de patiënt om aan te geven hoe het gaat en welke punten hij aan de orde zou willen stellen. Nellen: ‘Soms blijkt er dan weinig reden om elkaar te zien en is telefonisch contact voldoende. Een ander moment is er behoefte aan tussentijds contact. Zo krijg je een werkwijze op maat, waarbij zowel de zorgverlener als de patiënt gebaat is.’

De werkplaats keert de zaken om: eerst ervaring opdoen in de praktijk en dan het plan maken. Want uiteindelijk is er wel een plan nodig, zegt Nellen. ‘Bijvoorbeeld als onderlegger voor een scholingsplan. Mensen hebben toch behoefte aan scholing. Denk aan gespreksvoering. We zijn nu in de fase waarin we kijken of het proces in elke discipline goed loopt. Bovendien moeten we zorgen dat het motortje blijft draaien. Ook daarvoor heb je een onderlegger nodig. Het verschil is dat dit plan wordt gedragen door de praktijk.’

[...]

zorgen-voor-zelfzorgVoor de uitvoering en implementatie van zelfmanagement bestaan inmiddels de nodige hulpmiddelen en tools. Maar waar te beginnen? De handleiding Zorgen voor Zelfzorg die eind augustus verscheen gaat precies daarover: hoe kun je in je organisatie een goede start maken met dit weerbarstige onderwerp?

De handleiding Zorgen voor Zelfzorg is het resultaat van de werkplaats zelfmanagement, een initiatief van Vilans, Zelfzorg Ondersteund! en InEen (met financiering van ZonMw). Drie zorggroepen deden aan de werkplaats mee: de Eerstelijns Zorggroep Haaglanden (ELZHA), SGE uit Eindhoven en Zorggroep Almere. Samen gingen zij een jaar praktisch aan de slag. Dat leverde een keur aan inzichten en tips op, en ook een concreet 10-stappenplan.

Marielle Nellen, manager strategische ontwikkeling bij SGE, met tien gezondheidscentra in Eindhoven, vertelt dat de implementatie van zelfmanagement aanvankelijk niet echt van de grond kwam. ‘We waren gestart met een scholingstraject, maar men voelde zich overvallen en niet betrokken.’ Zich beradend over de volgende stap kreeg SGE de kans om deel te nemen aan de werkplaats zelfmanagement. Nellen: ‘Het idee van de werkplaats was dat we vanuit de praktijk op zoek gingen. Dus niet eerst een lange termijnplan maken, met doelen, uitgangspunten en scholingen. Maar gewoon een paar zorgverleners die met elkaar in gesprek gaan: waarom meer aandacht voor zelfzorg bij patiënten, waar liggen onze knelpunten, wat zijn onze ervaringen, waar kan je wat mee, sterker nog: wat zouden we morgen als we onze patiënten zien direct kunnen toepassen? We haalden het dus dichtbij en maakten het klein. Ik ben erg enthousiast over die vorm, want het inspireert en het werkt.’

‘Zelfmanagement vraagt zorgverleners om uit hun comfortzone te komen’, zegt Nellen. ‘Er is een andere consultvoering nodig die aansluit bij de drijfveren van een patiënt. Ook de werkwijze van de zorgverleners verandert. Als patiënten bijvoorbeeld digitaal informatie kunnen doorgeven, moet je dat als zorgverlener bijhouden. Anders mis je belangrijke informatie. Ook uit oogpunt van kwaliteit en veiligheid is het eng om de verantwoordelijkheid voor een stukje terug te leggen bij de patiënt .’ Gaandeweg ontstonden in de organisatie kleine projectjes, waarbij de initiatiefnemer fungeert als ambassadeur naar de collega’s. Nellen noemt de consultvoorbereiding, waarbij de praktijkondersteuner voorafgaand aan een controle een vragenlijst stuurt aan de patiënt om aan te geven hoe het gaat en welke punten hij aan de orde zou willen stellen. Nellen: ‘Soms blijkt er dan weinig reden om elkaar te zien en is telefonisch contact voldoende. Een ander moment is er behoefte aan tussentijds contact. Zo krijg je een werkwijze op maat, waarbij zowel de zorgverlener als de patiënt gebaat is.’

De werkplaats keert de zaken om: eerst ervaring opdoen in de praktijk en dan het plan maken. Want uiteindelijk is er wel een plan nodig, zegt Nellen. ‘Bijvoorbeeld als onderlegger voor een scholingsplan. Mensen hebben toch behoefte aan scholing. Denk aan gespreksvoering. We zijn nu in de fase waarin we kijken of het proces in elke discipline goed loopt. Bovendien moeten we zorgen dat het motortje blijft draaien. Ook daarvoor heb je een onderlegger nodig. Het verschil is dat dit plan wordt gedragen door de praktijk.’

Leefstijlbegeleiding in Leidsche Rijn werkt

30 september 2015

lifestyleHet NHG presenteerde onlangs de Zorgmodules Leefstijl. De vier modules – roken, alcohol, bewegen en voeding – geven richtlijnen voor leefstijladvisering en begeleiding. Elke module behandelt ook algemene aspecten als motiverende gespreksvoering, stimuleren van zelfmanagement, samenwerkingsafspraken en het opzetten van een sociale kaart. Als huisarts en consulent Preventie bij de Julius Gezondheidscentra Leidsche Rijn deed Karolien van den Brekel met dit onderwerp al de nodige ervaring op.

Alle disciplines van de Gezondheidscentra Leidsche Rijn zijn betrokken bij de geïntegreerde leefstijlprogramma’s die de afgelopen jaren ontstonden voor patiënten met (risico op) een chronische ziekte. Van den Brekel: ‘We hebben net geëvalueerd en zien dat mensen die nu een half jaar meedoen significant zijn afgevallen, dat hun BMI naar beneden gaat, dat hun vitaliteit verbetert en dat ze een betere conditie krijgen. Dus als ze gemotiveerd blijven en doorgaan, dan werkt het.’

Essentieel is, zegt Van den Brekel, om als zorgverlener het gesprek met de patiënt aan te gaan, ook als bijvoorbeeld overgewicht of stoppen met roken niet de vraag is. Patiënten, vermoedt ze, verwachten dat ook van hun huisarts en Brits onderzoek bevestigt haar vermoeden. ‘Mijn persoonlijke mening is dat onze beroepsvereniging, niet duidelijk genoeg kan zijn: dit is wat we van jullie verwachten.’ Van den Brekel: ‘Het punt is dat we er als huisartsen niet voor zijn opgeleid. We zijn gewend ziektegericht en vraag gestuurd te werken. Het is niet vanzelfsprekend om te denken vanuit gezondheid: hoe kunnen we onze patiënten gezond houden en hoe kunnen we ze daarin begeleiden.’

‘Het was ook bij ons niet makkelijk’, zegt Van den Brekel. Maar met veel inzet van de POH’s kregen de programma’s een duidelijke plek in het aanbod, onder andere door te werken in kleine settings per gezondheidscentrum en aandacht te geven aan successen. Dit najaar gaan de zorgverleners in Leidsche Rijn laten zien dat ze zelf ook gezondheidsbewuste professionals zijn. ‘We gaan allemaal een persoonlijke gezondheidscheck invullen, persoonlijke doelen stellen en aan de slag met dezelfde tools die we onze patiënten aanbieden. Door zelf te ervaren hoe gezond je eigenlijk bent, kunnen we ons ook bewuster worden van hoe we onze patiënten kunnen helpen.’

Over de nieuwe NHG-modules en de bijbehorende patiëntinformatie op Thuisarts.nl is Van den Brekel zeer te spreken. De modules lijken sterk op de aanpak die in Leidsche Rijn wordt toegepast. Ze vraagt wel nadrukkelijk aandacht voor de implementatie. ‘De modules kunnen de huisarts ondersteunen om het gesprek aan te gaan, maar voor zorg op maat zijn ook samenwerkingsafspraken en een goede sociale kaart nodig. Dit is niet in elke praktijk vanzelfsprekend aanwezig.’ In Leidsche Rijn was er tijd nodig om te zorgen dat alle disciplines op één lijn zaten, dat de doorverwijzingen klopten en men aan elkaar terugkoppelde. ‘Waar we ook tegenaan liepen is dat er bij patiënten valse verwachtingen ontstonden. Dan kwamen ze naar de balie met hun sporttas in de veronderstelling dat ze bij ons gratis konden sporten. Ze hadden niet goed begrepen dat wij gedragsverandering ondersteunen, maar dat het beweeg- of sportaanbod bij de fysiotherapeut of in de wijk plaatsvindt. Daar was dus een andere gespreksvoering nodig.’

[...]

lifestyleHet NHG presenteerde onlangs de Zorgmodules Leefstijl. De vier modules – roken, alcohol, bewegen en voeding – geven richtlijnen voor leefstijladvisering en begeleiding. Elke module behandelt ook algemene aspecten als motiverende gespreksvoering, stimuleren van zelfmanagement, samenwerkingsafspraken en het opzetten van een sociale kaart. Als huisarts en consulent Preventie bij de Julius Gezondheidscentra Leidsche Rijn deed Karolien van den Brekel met dit onderwerp al de nodige ervaring op.

Alle disciplines van de Gezondheidscentra Leidsche Rijn zijn betrokken bij de geïntegreerde leefstijlprogramma’s die de afgelopen jaren ontstonden voor patiënten met (risico op) een chronische ziekte. Van den Brekel: ‘We hebben net geëvalueerd en zien dat mensen die nu een half jaar meedoen significant zijn afgevallen, dat hun BMI naar beneden gaat, dat hun vitaliteit verbetert en dat ze een betere conditie krijgen. Dus als ze gemotiveerd blijven en doorgaan, dan werkt het.’

Essentieel is, zegt Van den Brekel, om als zorgverlener het gesprek met de patiënt aan te gaan, ook als bijvoorbeeld overgewicht of stoppen met roken niet de vraag is. Patiënten, vermoedt ze, verwachten dat ook van hun huisarts en Brits onderzoek bevestigt haar vermoeden. ‘Mijn persoonlijke mening is dat onze beroepsvereniging, niet duidelijk genoeg kan zijn: dit is wat we van jullie verwachten.’ Van den Brekel: ‘Het punt is dat we er als huisartsen niet voor zijn opgeleid. We zijn gewend ziektegericht en vraag gestuurd te werken. Het is niet vanzelfsprekend om te denken vanuit gezondheid: hoe kunnen we onze patiënten gezond houden en hoe kunnen we ze daarin begeleiden.’

‘Het was ook bij ons niet makkelijk’, zegt Van den Brekel. Maar met veel inzet van de POH’s kregen de programma’s een duidelijke plek in het aanbod, onder andere door te werken in kleine settings per gezondheidscentrum en aandacht te geven aan successen. Dit najaar gaan de zorgverleners in Leidsche Rijn laten zien dat ze zelf ook gezondheidsbewuste professionals zijn. ‘We gaan allemaal een persoonlijke gezondheidscheck invullen, persoonlijke doelen stellen en aan de slag met dezelfde tools die we onze patiënten aanbieden. Door zelf te ervaren hoe gezond je eigenlijk bent, kunnen we ons ook bewuster worden van hoe we onze patiënten kunnen helpen.’

Over de nieuwe NHG-modules en de bijbehorende patiëntinformatie op Thuisarts.nl is Van den Brekel zeer te spreken. De modules lijken sterk op de aanpak die in Leidsche Rijn wordt toegepast. Ze vraagt wel nadrukkelijk aandacht voor de implementatie. ‘De modules kunnen de huisarts ondersteunen om het gesprek aan te gaan, maar voor zorg op maat zijn ook samenwerkingsafspraken en een goede sociale kaart nodig. Dit is niet in elke praktijk vanzelfsprekend aanwezig.’ In Leidsche Rijn was er tijd nodig om te zorgen dat alle disciplines op één lijn zaten, dat de doorverwijzingen klopten en men aan elkaar terugkoppelde. ‘Waar we ook tegenaan liepen is dat er bij patiënten valse verwachtingen ontstonden. Dan kwamen ze naar de balie met hun sporttas in de veronderstelling dat ze bij ons gratis konden sporten. Ze hadden niet goed begrepen dat wij gedragsverandering ondersteunen, maar dat het beweeg- of sportaanbod bij de fysiotherapeut of in de wijk plaatsvindt. Daar was dus een andere gespreksvoering nodig.’

Zelfzorg Ondersteund! en ROS’en: hand in hand bij implementatie

29 september 2015

In vrijwel alle regio’s wordt gewerkt aan het vormgeven van zelfmanagement. In een aantal gevallen leveren ROS’en daaraan een actieve bijdrage. Zelfzorg Ondersteund! wil met de Scan & Plan trajecten zorggroepen een stap verder helpen op het pad naar meer ondersteunde zelfzorg voor mensen met een chronische aandoening. Vilans heeft het afgelopen jaar met een aantal zorggroepen geëxperimenteerd met werkwijzen om dit goed in de praktijk te laten landen. Afgelopen week hebben het ROS Netwerk en InEen een bijeenkomst belegd waarin ROS-adviseurs, Zelfzorg Ondersteund! en Vilans hun kennis en ervaring hebben uitgewisseld in het licht van de implementatie van ondersteunde zelfzorg in 2016. De conclusie luidt dat nauwe samenwerking in de regio ten behoeve van de implementatie voor elke partij een duidelijke meerwaarde heeft. Meer informatie bij Arthur Eyck (InEen) en Anneke Venema ( ROS FRIESLAND).

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

In vrijwel alle regio’s wordt gewerkt aan het vormgeven van zelfmanagement. In een aantal gevallen leveren ROS’en daaraan een actieve bijdrage. Zelfzorg Ondersteund! wil met de Scan & Plan trajecten zorggroepen een stap verder helpen op het pad naar meer ondersteunde zelfzorg voor mensen met een chronische aandoening. Vilans heeft het afgelopen jaar met een aantal zorggroepen geëxperimenteerd met werkwijzen om dit goed in de praktijk te laten landen. Afgelopen week hebben het ROS Netwerk en InEen een bijeenkomst belegd waarin ROS-adviseurs, Zelfzorg Ondersteund! en Vilans hun kennis en ervaring hebben uitgewisseld in het licht van de implementatie van ondersteunde zelfzorg in 2016. De conclusie luidt dat nauwe samenwerking in de regio ten behoeve van de implementatie voor elke partij een duidelijke meerwaarde heeft. Meer informatie bij Arthur Eyck (InEen) en Anneke Venema ( ROS FRIESLAND).

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Gezamenlijk actieplan kindermishandeling

21 september 2015

De Tweede Kamer volgt het onderwerp kindermishandeling op de voet. Bij het informeren van de Kamerleden trekken de koepelorganisaties LHV, KNMG, NHG en InEen zoveel mogelijk samen op. Volgende week heeft de Vaste Kamercommissie een overleg waarin het gezamenlijke actieplan ‘Lopende en nieuwe acties kindermishandeling van de koepelorganisaties wordt besproken (zie ook de aanbiedingsbrief aan de Vaste Kamercommissie). Uiteraard houden we jullie na volgende week op de hoogte van het vervolg. Daarnaast loopt het implementatietraject kindcheck huisartsenposten op haar einde. De definitieve resultaten worden binnenkort verwacht en door de onderzoeker met de huisartsenposten gecommuniceerd.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van InEen.

[...]

De Tweede Kamer volgt het onderwerp kindermishandeling op de voet. Bij het informeren van de Kamerleden trekken de koepelorganisaties LHV, KNMG, NHG en InEen zoveel mogelijk samen op. Volgende week heeft de Vaste Kamercommissie een overleg waarin het gezamenlijke actieplan ‘Lopende en nieuwe acties kindermishandeling van de koepelorganisaties wordt besproken (zie ook de aanbiedingsbrief aan de Vaste Kamercommissie). Uiteraard houden we jullie na volgende week op de hoogte van het vervolg. Daarnaast loopt het implementatietraject kindcheck huisartsenposten op haar einde. De definitieve resultaten worden binnenkort verwacht en door de onderzoeker met de huisartsenposten gecommuniceerd.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van InEen.

Financiering POH jeugd GGZ

05 september 2015

Naar aanleiding van een ledenvraag zijn we in de financiering van de POH jeugd GGZ gedoken. De NZa maakt onderscheid tussen de zorg aan jongeren met een psychische stoornis en jeugdigen met een psychisch probleem. De zorg voor jongeren met een psychische stoornis is overgeheveld naar de gemeente. De gemeente kan daarvoor afspraken maken met huisartsen. Huisartsen zijn dan niet gehouden aan de prestatie en tariefregulering van de NZa. De behandeling van jeugdigen met psychische problemen blijft daarentegen onder de Zvw vallen. Wanneer de POH GGZ jeugdigen met een psychisch probleem behandelt, stuurt de huisarts de declaratie naar de patiënt of diens zorgverzekeraar. De huisarts declareert dan wél op grond van de prestaties uit de tariefbeschikking huisartsenzorg. Zie ook het LHV bericht.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht. 

[...]

Naar aanleiding van een ledenvraag zijn we in de financiering van de POH jeugd GGZ gedoken. De NZa maakt onderscheid tussen de zorg aan jongeren met een psychische stoornis en jeugdigen met een psychisch probleem. De zorg voor jongeren met een psychische stoornis is overgeheveld naar de gemeente. De gemeente kan daarvoor afspraken maken met huisartsen. Huisartsen zijn dan niet gehouden aan de prestatie en tariefregulering van de NZa. De behandeling van jeugdigen met psychische problemen blijft daarentegen onder de Zvw vallen. Wanneer de POH GGZ jeugdigen met een psychisch probleem behandelt, stuurt de huisarts de declaratie naar de patiënt of diens zorgverzekeraar. De huisarts declareert dan wél op grond van de prestaties uit de tariefbeschikking huisartsenzorg. Zie ook het LHV bericht.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht. 

Actuele NDF Zorgstandaard staat online

05 september 2015

De NDF Zorgstandaard is geactualiseerd en staat online op www.zorgstandaarddiabetes.nl. Behalve de integrale standaard vinden jullie op deze website ook handige downloads met alle informatie per doelgroep, zoals type 1 kinderen, type 2 volwassenen. Patiënten en behandelaars actualiseren de zorgstandaard regelmatig. Let op: de papieren versie van de zorgstandaard die nog steeds in omloop is, is inmiddels sterk verouderd!  Meer informatie in het NDF-nieuwsbericht.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

De NDF Zorgstandaard is geactualiseerd en staat online op www.zorgstandaarddiabetes.nl. Behalve de integrale standaard vinden jullie op deze website ook handige downloads met alle informatie per doelgroep, zoals type 1 kinderen, type 2 volwassenen. Patiënten en behandelaars actualiseren de zorgstandaard regelmatig. Let op: de papieren versie van de zorgstandaard die nog steeds in omloop is, is inmiddels sterk verouderd!  Meer informatie in het NDF-nieuwsbericht.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Leefstijladvisering

05 september 2015

Het NHG heeft richtlijnen opgesteld voor leefstijladvisering op het gebied van roken, alcoholgebruik, bewegen en voeding. De vier nieuwe Zorgmodules Leefstijl staan op de website van het NHG. Elke module gaat ook in op algemene aspecten als motiverende gespreksvoering, het stimuleren van zelfmanagement, het maken van samenwerkingsafspraken in de zorggroep en het opzetten van een sociale kaart. Samen met de patiëntenfederatie NPCF zijn er bovendien voorlichtingsfilmpjes gemaakt voor patiënten om het werken met de zorgmodules te ondersteunen.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht. 

[...]

Het NHG heeft richtlijnen opgesteld voor leefstijladvisering op het gebied van roken, alcoholgebruik, bewegen en voeding. De vier nieuwe Zorgmodules Leefstijl staan op de website van het NHG. Elke module gaat ook in op algemene aspecten als motiverende gespreksvoering, het stimuleren van zelfmanagement, het maken van samenwerkingsafspraken in de zorggroep en het opzetten van een sociale kaart. Samen met de patiëntenfederatie NPCF zijn er bovendien voorlichtingsfilmpjes gemaakt voor patiënten om het werken met de zorgmodules te ondersteunen.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht. 

Trajecten van Zorginstituut Nederland

13 augustus 2015

Het opstellen van een kwaliteitskader voor de spoedzorgketen (inclusief schakels) is een van de trajecten waarmee Zorginstituut Nederland actief is in de spoedzorg. InEen, NHG en LHV zijn hierbij vanaf het begin betrokken. Op 30 juni organiseerde ZorginstituutNL een invitational conference waar we als InEen een actieve inbreng in de discussie hebben gehad. Bij de volgende stap – het schrijven van het Kwaliteitskader – worden de veldpartijen opnieuw betrokken. De verdere inbreng van InEen staat 8 september op de agenda van de BAC Acute Zorg. ZorginstituutNL is verder bezig met het opstellen van indicatoren en (optimum)normen voor zes spoedindicaties uit hun kwaliteitsvisie. Een expertgroep heeft inmiddels voor vijf indicaties adviezen opgesteld en voor commentaar voorgelegd aan een groot aantal partijen. Omdat dit zorgprocessen betreft in de tweedelijns intramurale zorg, zijn eerstelijnspartijen hier niet expliciet bij betrokken. InEen, NHG en LHV lijkt het niet zinvol om vanuit de landelijke eerstelijnskoepels een reactie te maken. In sommige regio’s echter legt het ROAZ de indicatoren voor aan alle deelnemers in het ROAZ. Daardoor kan de vraag om commentaar toch bij sommige huisartsenposten en LHV-afdelingen terechtkomen.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Het opstellen van een kwaliteitskader voor de spoedzorgketen (inclusief schakels) is een van de trajecten waarmee Zorginstituut Nederland actief is in de spoedzorg. InEen, NHG en LHV zijn hierbij vanaf het begin betrokken. Op 30 juni organiseerde ZorginstituutNL een invitational conference waar we als InEen een actieve inbreng in de discussie hebben gehad. Bij de volgende stap – het schrijven van het Kwaliteitskader – worden de veldpartijen opnieuw betrokken. De verdere inbreng van InEen staat 8 september op de agenda van de BAC Acute Zorg. ZorginstituutNL is verder bezig met het opstellen van indicatoren en (optimum)normen voor zes spoedindicaties uit hun kwaliteitsvisie. Een expertgroep heeft inmiddels voor vijf indicaties adviezen opgesteld en voor commentaar voorgelegd aan een groot aantal partijen. Omdat dit zorgprocessen betreft in de tweedelijns intramurale zorg, zijn eerstelijnspartijen hier niet expliciet bij betrokken. InEen, NHG en LHV lijkt het niet zinvol om vanuit de landelijke eerstelijnskoepels een reactie te maken. In sommige regio’s echter legt het ROAZ de indicatoren voor aan alle deelnemers in het ROAZ. Daardoor kan de vraag om commentaar toch bij sommige huisartsenposten en LHV-afdelingen terechtkomen.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

European Forum for Primary Care (EFPC): Persoonsgerichte zorg

13 augustus 2015

Recent onderzoek van het NIVEL bij zorggroep RCH Midden-Brabant laat zien dat aandacht voor zelfmanagement en het aanbieden van training en scholing een positief effect hebben op de attitude en ervaringen van zorgverleners: ze gaan zelfmanagement belangrijker vinden, bieden de ondersteuning van zelfmanagement meer geïntegreerd aan en maken meer gebruik van het Individueel Zorgplan (IZP) als instrument om zelfmanagement vorm te geven. Een meerderheid van de zorgverleners in Midden-Brabant ziet zelfmanagement nu als een speerpunt voor kwaliteitsbeleid, aldus het onderzoeksrapport. Ook elders in Europa zijn eerstelijnszorgverleners bezig met dit onderwerp. Zij zien zich gesteld voor vergelijkbare vraagstukken. De oplossingen en ervaringen uit het buitenland kunnen ons helpen bij het vinden van nieuwe arrangementen.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Recent onderzoek van het NIVEL bij zorggroep RCH Midden-Brabant laat zien dat aandacht voor zelfmanagement en het aanbieden van training en scholing een positief effect hebben op de attitude en ervaringen van zorgverleners: ze gaan zelfmanagement belangrijker vinden, bieden de ondersteuning van zelfmanagement meer geïntegreerd aan en maken meer gebruik van het Individueel Zorgplan (IZP) als instrument om zelfmanagement vorm te geven. Een meerderheid van de zorgverleners in Midden-Brabant ziet zelfmanagement nu als een speerpunt voor kwaliteitsbeleid, aldus het onderzoeksrapport. Ook elders in Europa zijn eerstelijnszorgverleners bezig met dit onderwerp. Zij zien zich gesteld voor vergelijkbare vraagstukken. De oplossingen en ervaringen uit het buitenland kunnen ons helpen bij het vinden van nieuwe arrangementen.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Handhavingsnormen medicatiebeoordeling

05 augustus 2015

Als vervolg op eerdere berichtgeving over het Inspectie-toezicht op rationale farmacotherapie brengen we de handhavingsnormen voor medicatiebeoordeling graag nog even onder jullie aandacht. Kort samengevat toetst de Inspectie vanaf 1 juli 2015 op de volgende normen:

  1. Samenwerkingsafspraken over medicatiebeoordeling tussen voorschrijvers en apothekers zijn vastgelegd.
  2. Voorschrijvers en apothekers voeren medicatiebeoordelingen uit bij patiënten die voldoen aan de selectiecriteria op basis van de richtlijn ‘Polyfarmacie bij ouderen’. In ieder geval alle patiënten van 75 jaar en ouder, die 7 of meer geneesmiddelen gebruiken en een verminderde nierfunctie [(eGFR < 50 ml/min/ 1,73m2] hebben krijgen een medicatiebeoordeling.
  3. Zorgverleners voeren systematisch en aantoonbaar medicatiebeoordelingen uit.
  4. Het minimum aantal medicatiebeoordelingen dat zorgverleners jaarlijks uitvoeren is gebaseerd op het gedefinieerde groeimodel voor 2015-2017. Het groeimodel bevat de minimumnormen voor huisartsen, apotheekhoudende huisartsen, openbare en poliklinische apotheken. Voor huisartsen gaat het om respectievelijk 5 patiënten in 2015, 15 patiënten in 2016 en 25 patiënten in 2017.

Meer informatie over de handhavingskader vinden jullie bij de IGZ en in de brief van de Inspectie d.d. 8 mei 2015.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Als vervolg op eerdere berichtgeving over het Inspectie-toezicht op rationale farmacotherapie brengen we de handhavingsnormen voor medicatiebeoordeling graag nog even onder jullie aandacht. Kort samengevat toetst de Inspectie vanaf 1 juli 2015 op de volgende normen:

  1. Samenwerkingsafspraken over medicatiebeoordeling tussen voorschrijvers en apothekers zijn vastgelegd.
  2. Voorschrijvers en apothekers voeren medicatiebeoordelingen uit bij patiënten die voldoen aan de selectiecriteria op basis van de richtlijn ‘Polyfarmacie bij ouderen’. In ieder geval alle patiënten van 75 jaar en ouder, die 7 of meer geneesmiddelen gebruiken en een verminderde nierfunctie [(eGFR < 50 ml/min/ 1,73m2] hebben krijgen een medicatiebeoordeling.
  3. Zorgverleners voeren systematisch en aantoonbaar medicatiebeoordelingen uit.
  4. Het minimum aantal medicatiebeoordelingen dat zorgverleners jaarlijks uitvoeren is gebaseerd op het gedefinieerde groeimodel voor 2015-2017. Het groeimodel bevat de minimumnormen voor huisartsen, apotheekhoudende huisartsen, openbare en poliklinische apotheken. Voor huisartsen gaat het om respectievelijk 5 patiënten in 2015, 15 patiënten in 2016 en 25 patiënten in 2017.

Meer informatie over de handhavingskader vinden jullie bij de IGZ en in de brief van de Inspectie d.d. 8 mei 2015.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Inspirational afternoon op 30 augustus | European Forum of Primary Care (EFPC)

29 juli 2015

Voorafgaand aan het congres van het European Forum of Primary Care (EFPC) op 31 augustus en 1 september in Amsterdam, organiseert InEen samen met het EFPC een onderdeel van de pre-conference op zondagmiddag 30 augustus (ook in Amsterdam). We willen onze leden de gelegenheid bieden zich te laten inspireren door ervaringen elders in Europa en met elkaar een actueel thema uit te diepen. Jullie zijn van harte uitgenodigd samen met enkele Europese collega’s de volgende thema’s te bespreken:
▪    Kwetsbare ouderen (frail elderly)
▪    Persoonsgerichte zorg (patient centred care)
▪    Huisartsenzorg in ANW-uren (out-of-hours-service)
▪    GGZ (mental health)
Inschrijven voor deze middag is vanaf nu mogelijk. De kosten bedragen € 50 per persoon, voor de tweede persoon (of meer) is het inschrijftarief € 25.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Voorafgaand aan het congres van het European Forum of Primary Care (EFPC) op 31 augustus en 1 september in Amsterdam, organiseert InEen samen met het EFPC een onderdeel van de pre-conference op zondagmiddag 30 augustus (ook in Amsterdam). We willen onze leden de gelegenheid bieden zich te laten inspireren door ervaringen elders in Europa en met elkaar een actueel thema uit te diepen. Jullie zijn van harte uitgenodigd samen met enkele Europese collega’s de volgende thema’s te bespreken:
▪    Kwetsbare ouderen (frail elderly)
▪    Persoonsgerichte zorg (patient centred care)
▪    Huisartsenzorg in ANW-uren (out-of-hours-service)
▪    GGZ (mental health)
Inschrijven voor deze middag is vanaf nu mogelijk. De kosten bedragen € 50 per persoon, voor de tweede persoon (of meer) is het inschrijftarief € 25.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Start project ‘Zorg voor kwetsbare ouderen’

21 juli 2015

Eerder informeerden we jullie op ledenvergaderingen over het project ‘Zorg voor kwetsbare ouderen’ dat voortkomt uit het Bestuurlijk Akkoord eerste lijn. Doel van het project is een impuls te geven aan bestaande initiatieven rond de zorg voor kwetsbare ouderen. Dit vraagt naast aansluiting op de bestaande huisartsenzorg een bredere inbedding in de eerstelijnszorg via de wijkverpleging. Ook nauwe relaties met het sociale domein vanuit welzijn en gemeenten zijn nodig. Inmiddels kunnen we jullie laten weten dat de partijen uit het bestuurlijk overleg een projectleider hebben aangesteld: Marleen van Amersfoort van Capgemini. Als eerste stap gaat ze het projectvoorstel samen met de betrokken partijen vertalen in een plan van aanpak. We willen zoveel mogelijk gebruik maken van bestaande kennis en ervaring. Vandaar onze oproep om bestaande initiatieven en ervaringen met ons te delen. Bruikbare documenten en informatie zijn van harte welkom! Stuur ze aan Mariska Sijstermans.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Eerder informeerden we jullie op ledenvergaderingen over het project ‘Zorg voor kwetsbare ouderen’ dat voortkomt uit het Bestuurlijk Akkoord eerste lijn. Doel van het project is een impuls te geven aan bestaande initiatieven rond de zorg voor kwetsbare ouderen. Dit vraagt naast aansluiting op de bestaande huisartsenzorg een bredere inbedding in de eerstelijnszorg via de wijkverpleging. Ook nauwe relaties met het sociale domein vanuit welzijn en gemeenten zijn nodig. Inmiddels kunnen we jullie laten weten dat de partijen uit het bestuurlijk overleg een projectleider hebben aangesteld: Marleen van Amersfoort van Capgemini. Als eerste stap gaat ze het projectvoorstel samen met de betrokken partijen vertalen in een plan van aanpak. We willen zoveel mogelijk gebruik maken van bestaande kennis en ervaring. Vandaar onze oproep om bestaande initiatieven en ervaringen met ons te delen. Bruikbare documenten en informatie zijn van harte welkom! Stuur ze aan Mariska Sijstermans.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Inzichtelijk maken van effectieve interventies

21 juli 2015

Het Centrum Gezond Leven werkt met zijn Loket Gezond Leven al enige jaren aan het inzichtelijk maken van bewezen effectieve interventies. Realiseert een interventie daadwerkelijk gezondheidswinst en gebeurt dat kosteneffectief? Het loket richt zich met name op preventie en openbare gezondheidszorg maar er zijn nu ook verschillende pagina’s toegevoegd over en voor de eerstelijnszorg. En dan vooral over samenwerken in de eerstelijnszorg met de gemeente. Je vindt er voorbeelden van onder andere de ROS’en Lijn1Haaglanden en Robuust, en van gezondheidscentrum De Roerdomp. Denk aan voorbeelden op het terrein van wijkverpleging en de zorg voor mensen met een lage sociaaleconomische status.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Het Centrum Gezond Leven werkt met zijn Loket Gezond Leven al enige jaren aan het inzichtelijk maken van bewezen effectieve interventies. Realiseert een interventie daadwerkelijk gezondheidswinst en gebeurt dat kosteneffectief? Het loket richt zich met name op preventie en openbare gezondheidszorg maar er zijn nu ook verschillende pagina’s toegevoegd over en voor de eerstelijnszorg. En dan vooral over samenwerken in de eerstelijnszorg met de gemeente. Je vindt er voorbeelden van onder andere de ROS’en Lijn1Haaglanden en Robuust, en van gezondheidscentrum De Roerdomp. Denk aan voorbeelden op het terrein van wijkverpleging en de zorg voor mensen met een lage sociaaleconomische status.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Aanpassingen regels generalistische basis-GGZ

15 juli 2015

De NZa heeft de beleidsregel en nadere regel voor de Generalistische basis GGZ (GB-GGZ) per 1 januari 2016 gepubliceerd. Een belangrijke aanpassing is dat patiënten die de zorg zelf betalen, vanaf 2016 geen verwijsbrief meer nodig hebben van de huisarts. Verwijzing blijft waarschijnlijk wel een voorwaarde voor vergoeding door verzekeraars. Dit hangt af van de polisvoorwaarden van een verzekeraar.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

De NZa heeft de beleidsregel en nadere regel voor de Generalistische basis GGZ (GB-GGZ) per 1 januari 2016 gepubliceerd. Een belangrijke aanpassing is dat patiënten die de zorg zelf betalen, vanaf 2016 geen verwijsbrief meer nodig hebben van de huisarts. Verwijzing blijft waarschijnlijk wel een voorwaarde voor vergoeding door verzekeraars. Dit hangt af van de polisvoorwaarden van een verzekeraar.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Call Meer Veerkracht, Langer Thuis

15 juli 2015

De tweede call van Meer Veerkracht, Langer Thuis is geopend. Jullie kunnen projectaanvragen indienen tot 1 oktober 2015, 15.00 uur. Het totale budget van deze call is € 1,15 miljoen. Met het programma Meer Veerkracht, Langer Thuis ondersteunt Fonds NutsOhra projecten die de kansen voor kwetsbare ouderen vergroten. Doel is om ouderen die een of meer beperkingen hebben en niet dementerend zijn, in staat te stellen zo lang mogelijk zelfstandig en op een prettige manier thuis te laten wonen. Dit door specifiek in te zetten op bewegen en meedoen. Op de site staan tips van de programmacommissieleden voor indieners van een projectaanvraag.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

De tweede call van Meer Veerkracht, Langer Thuis is geopend. Jullie kunnen projectaanvragen indienen tot 1 oktober 2015, 15.00 uur. Het totale budget van deze call is € 1,15 miljoen. Met het programma Meer Veerkracht, Langer Thuis ondersteunt Fonds NutsOhra projecten die de kansen voor kwetsbare ouderen vergroten. Doel is om ouderen die een of meer beperkingen hebben en niet dementerend zijn, in staat te stellen zo lang mogelijk zelfstandig en op een prettige manier thuis te laten wonen. Dit door specifiek in te zetten op bewegen en meedoen. Op de site staan tips van de programmacommissieleden voor indieners van een projectaanvraag.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Rapport evaluatie Huisarts in de praktijk van de jeugdzorg

09 juli 2015

De huisartspraktijk kan een belangrijke rol spelen bij het signaleren en behandelen van jeugd met lichte psychosociale problematiek. Dit lijkt noodzakelijk na de invoering van de basis GGZ per 2014 en de transitie van de jeugdzorg van het rijk naar gemeentes per 2015. Een evaluatie van het NIVEL laat zien hoe de huisarts die rol gestalte kan geven. Het NIVEL evalueerde met subsidie van zorggroep Huisarts en Zorg een pilot waarbij zes huisartspraktijken in en rondom Gorinchem gebruik konden maken van uitgebreide huisartsconsulten en een praktijkondersteuner jeugd-GGZ konden inzetten.

Huisartspraktijken konden gedurende 8 maanden gebruikmaken van extra lange huisartsconsulten van 40 minuten (‘Scharnierconsulten’) en 4 tot 8 uur per week een POH-jeugd-GGZ inzetten. Op deze manier konden ze ongeveer de helft van de kinderen met psychische klachten binnen de praktijk behandelen. Dit leidde niet tot meer verwijzingen of het voorschrijven van meer psychofarmaca. Bij kinderen die nog werden doorverwezen, was de kwaliteit van de verwijzing verbeterd.

[...]

De huisartspraktijk kan een belangrijke rol spelen bij het signaleren en behandelen van jeugd met lichte psychosociale problematiek. Dit lijkt noodzakelijk na de invoering van de basis GGZ per 2014 en de transitie van de jeugdzorg van het rijk naar gemeentes per 2015. Een evaluatie van het NIVEL laat zien hoe de huisarts die rol gestalte kan geven. Het NIVEL evalueerde met subsidie van zorggroep Huisarts en Zorg een pilot waarbij zes huisartspraktijken in en rondom Gorinchem gebruik konden maken van uitgebreide huisartsconsulten en een praktijkondersteuner jeugd-GGZ konden inzetten.

Huisartspraktijken konden gedurende 8 maanden gebruikmaken van extra lange huisartsconsulten van 40 minuten (‘Scharnierconsulten’) en 4 tot 8 uur per week een POH-jeugd-GGZ inzetten. Op deze manier konden ze ongeveer de helft van de kinderen met psychische klachten binnen de praktijk behandelen. Dit leidde niet tot meer verwijzingen of het voorschrijven van meer psychofarmaca. Bij kinderen die nog werden doorverwezen, was de kwaliteit van de verwijzing verbeterd.

NZa beleidsregel huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg vanaf 2016

09 juli 2015

De NZa heeft deze week de nieuwe beleidsregel ‘huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg’  en een toelichtende circulaire gepubliceerd. Er verandert relatief weinig ten opzichte van 2015. De grotere mutaties in deze beleidsregel zijn:

  1. de onderhandelruimte over de inzet van de POH GGZ is verruimd
  2. het spiraaltje en de cyriaxinjectie zijn toegevoegd aan de S1-verrichtingen
  3. de prestatie ‘Resultaatbeloning stimulering huisartsenzorg in krimpregio’s’ is toegevoegd aan S3.

De NZa zal de bijbehorende tariefbeschikking op korte termijn publiceren.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

De NZa heeft deze week de nieuwe beleidsregel ‘huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg’  en een toelichtende circulaire gepubliceerd. Er verandert relatief weinig ten opzichte van 2015. De grotere mutaties in deze beleidsregel zijn:

  1. de onderhandelruimte over de inzet van de POH GGZ is verruimd
  2. het spiraaltje en de cyriaxinjectie zijn toegevoegd aan de S1-verrichtingen
  3. de prestatie ‘Resultaatbeloning stimulering huisartsenzorg in krimpregio’s’ is toegevoegd aan S3.

De NZa zal de bijbehorende tariefbeschikking op korte termijn publiceren.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Handboek voor bouw gezondheidscentrum verschenen

02 juli 2015

De LHV heeft het handboek van de Bouwadviesgroep voor de bouw van een gezondheidscentrum uitgebracht. Het is de opvolger van de publicatie ‘Bouw eerste lijn’ van de LVG en de Bouwadviesgroep-LHV uit 2006, waarvan in 2008 een herdruk verscheen. Het nieuwe handboek wil alle actuele kennis voor de bouw van een gezondheidscentra bundelen.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

De LHV heeft het handboek van de Bouwadviesgroep voor de bouw van een gezondheidscentrum uitgebracht. Het is de opvolger van de publicatie ‘Bouw eerste lijn’ van de LVG en de Bouwadviesgroep-LHV uit 2006, waarvan in 2008 een herdruk verscheen. Het nieuwe handboek wil alle actuele kennis voor de bouw van een gezondheidscentra bundelen.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Advies bekostiging eerstelijns verblijf

02 juli 2015

Staatssecretaris van Rijn van VWS stuurde 17 juni een brief aan de tweede kamer over het zogeheten eerstelijns verblijf. De minister volgt het advies van de NZa en zet de de subsidieregeling onder de Wlz in 2016 voort met het oog op overheveling van het eerstelijns verblijf naar de Zvw per 2017. Meer informatie: NZa-advies en de kamerbrief.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Staatssecretaris van Rijn van VWS stuurde 17 juni een brief aan de tweede kamer over het zogeheten eerstelijns verblijf. De minister volgt het advies van de NZa en zet de de subsidieregeling onder de Wlz in 2016 voort met het oog op overheveling van het eerstelijns verblijf naar de Zvw per 2017. Meer informatie: NZa-advies en de kamerbrief.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Vrije tarieven voor huisartsenzorg in Jeugdwet en Wet langdurige zorg

29 juni 2015

Er bestond onduidelijkheid over de ruimte die huisartsen hebben om met een gemeente afspraken te maken over de zorg voor kinderen en jongeren die onder de Jeugdwet vallen en de vergoedingen daarvoor. Denk bijvoorbeeld aan de inzet van een POH-GGZ of vergoedingen voor de deelname aan activiteiten die strikt genomen niet onder huisartsenzorg vallen (afstemming in wijkteams, overleg over wijkplannen). De LHV stelde vragen hierover aan de NZa en kreeg antwoord. Lees het bericht op de LHV-site.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Er bestond onduidelijkheid over de ruimte die huisartsen hebben om met een gemeente afspraken te maken over de zorg voor kinderen en jongeren die onder de Jeugdwet vallen en de vergoedingen daarvoor. Denk bijvoorbeeld aan de inzet van een POH-GGZ of vergoedingen voor de deelname aan activiteiten die strikt genomen niet onder huisartsenzorg vallen (afstemming in wijkteams, overleg over wijkplannen). De LHV stelde vragen hierover aan de NZa en kreeg antwoord. Lees het bericht op de LHV-site.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Inventarisatie van initiatieven integratie van welzijn, preventie en zorg

29 juni 2015

Het RIVM is in opdracht van VWS bezig te inventariseren welke initiatieven er in Nederland bestaan op het gebied van integratie van welzijn, preventie en zorg. Gekeken wordt naar initiatieven buiten de negen proeftuinen die in de Landelijke Monitor Populatiemanagement worden geëvalueerd. De inventarisatie moet uiteindelijk resulteren in een overzicht waarin de verschillende initiatieven kort worden beschreven. Ben je betrokken bij een initiatief waarin welzijn, preventie en/of zorg worden geïntegreerd en wil je dat dit wordt opgenomen in de inventarisatie? Neem dan contact op met de onderzoekers van het RIVM. Je krijgt dan enkele vragen over het initiatief toegestuurd.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht. 

[...]

Het RIVM is in opdracht van VWS bezig te inventariseren welke initiatieven er in Nederland bestaan op het gebied van integratie van welzijn, preventie en zorg. Gekeken wordt naar initiatieven buiten de negen proeftuinen die in de Landelijke Monitor Populatiemanagement worden geëvalueerd. De inventarisatie moet uiteindelijk resulteren in een overzicht waarin de verschillende initiatieven kort worden beschreven. Ben je betrokken bij een initiatief waarin welzijn, preventie en/of zorg worden geïntegreerd en wil je dat dit wordt opgenomen in de inventarisatie? Neem dan contact op met de onderzoekers van het RIVM. Je krijgt dan enkele vragen over het initiatief toegestuurd.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht. 

Krachtige basiszorg, een sterk voorbeeld van integrale zorg

26 juni 2015

krachtige-basiszorgNaar aanleiding van de recent verschenen animatiefilm over Krachtige Basiszorg: samenwerking huisartsenpraktijk, wijkverpleegkundigen en buurtteams spreken we met Jacqueline van Riet, praktijkhoudend huisarts van Huisartsenkliniek Overvecht en bestuurder van de Stichting Overvecht Gezond. De film verbeeldt en verwoordt wat zorgprofessionals in de drie Utrechtse wijken Kanaleneiland, Zuilen/Ondiep en Overvecht hebben geleerd over samenwerken voor kwetsbare bewoners met gestapelde problematiek. Wijkverpleegkundigen, huisartsen, praktijkverpleegkundigen en buurtteamwerkers leggen uit hoe zij met een juiste samenwerking weten aan te sluiten bij de cliënt en overlap en ondoelmatige zorg voorkomen.

Het enthousiasme over de samenwerking is volgens Van Riet merkbaar bij alle betrokken disciplines. ‘Door samen te werken krijg je meer voor elkaar in deze complexe zorg die vaak veel energie van je vraagt. Het is een groep die je graag wilt helpen maar waarbij je alléén moeilijk verder komt of eigenlijk helemaal geen vooruitgang boekt. Reguliere zorg werkt niet goed voor mensen met een slecht ervaren gezondheid en sociale problemen. Financiële problemen bijvoorbeeld hebben echt invloed op de beleving van je gezondheid. De problemen stapelen zich: psychische problemen, fysieke klachten, je krijgt een glijbaan van ongezondheid en voor je het weet glij je steeds verder door. Wat in het filmpje duidelijk wordt is dat voor deze cliënten een andere aanpak nodig is en dat dit ook iets vraagt van de houding van professionals.’

Hoewel de samenwerking tussen mensen tot stand komt en er dus echt sprake is van maatwerk, was het belang van de samenwerking tussen organisaties en met de gemeente en de zorgverzekeraar een bepalende factor. In de afgelopen jaren werd in de genoemde wijken de Gezonde Wijk aanpak geïntroduceerd. Vanuit projecten zoals de Zichtbare Schakel en de pilots naar de samenwerking tussen de huisartsenpraktijken en de buurtteams is het concept ‘krachtige basiszorg’ ontwikkeld. Er ontstonden partnerships tussen huisartsenpraktijen, thuiszorgorganisaties, de buurtteams en andere partners in de wijk. De rol van de GEZ organisatie was daarbij van belang voor de aanspreekbaarheid van de huisartsenpraktijken en het ondersteunen van de vormgeving van de samenwerking met wijkverpleging en buurtteam. De laagdrempelige en gerichte inzet van de praktijkverpleegkundigen GGZ en ouderen is geïntroduceerd in de samenwerking van de huisartsenpraktijk met wijkverpleegkundigen en buurtteammedewerkers. Hierdoor werd proactieve en meer gestructureerde zorg mogelijk voor deze complexe groep.

In het filmpje zie je de samenwerking met buurtteams, de wijkverpleging en de huisartsenzorg. De aanpak gaat echter nog verder, het loopt van nulde tot derde lijn, van de patiënt en zijn netwerk tot de wijkspecialist. Van Riet: ‘Het gaat voorbij alle organisatiebelangen, dit concept verbindt doordat je je richt op die groep waar je het allemaal over eens bent dat het nu niet goed werkt, dus je moet echt iets anders.’ Professionals die hun populatie kennen weten precies over welke mensen het gaat. Organisaties zouden tijd vrij moeten maken om de professionals samen naar een oplossing voor die bewoners te laten zoeken. Van Riet: ‘Het begint bij een brede visie op gezondheidsverschillen en ondersteuning van regie van cliënten. Het gaat om netwerksamenwerking door professionals in een wijk. Buiten de kaders denken, motivatie en visie, dat zijn echt keywords. Je moet voor jezelf weten dat je het anders wilt. Het is geen gemakkelijke weg maar uiteindelijk wordt iedereen er blij van.’

De ervaringen over deze samenwerking voor kwetsbare bewoners in de drie wijken zijn onderling en met de gemeente Utrecht en zorgverzekeraar Zilveren Kruis gedeeld. De complexiteit van samenwerken met verschillende partijen en de soms belemmerde regelgeving zijn besproken. Van Riet: ‘De aanpak sluit aan bij de verschillende belangen; De gemeente wil niet dat deze kwetsbare groep buiten de boot valt. De zorgverzekeraar wil de kosten beperken. Zorgverleners willen geen tijd zinloos inzetten en last but not least de cliënt wil optimale zorg’. De ervaringen vanuit de praktijk leveren input voor het gesprek over structurele oplossingen en geven inzichten in een nieuwe manier van inrichting in de zorg. Het Utrechtse model voor de inrichting van de medisch en sociale basiszorg is gebaseerd op deze ervaringen. We staan er nu voor om dit ook echt samen in de wijken in de stad verder te brengen.’

Het filmpje kwam tot stand met subsidie van het project Zichtbare Schakel gefinancierd door de gemeente Utrecht in samenwerking met de GEZ organisaties en professionals van de huisartsenpraktijken, Buurtzorg, Careyn en Incluzio/Buurtteam Organisatie Sociaal in de wijken Kanaleneiland, Overvecht en Zuilen/Ondiep. Meer informatie op de website van Overvecht Gezond.

[...]

krachtige-basiszorgNaar aanleiding van de recent verschenen animatiefilm over Krachtige Basiszorg: samenwerking huisartsenpraktijk, wijkverpleegkundigen en buurtteams spreken we met Jacqueline van Riet, praktijkhoudend huisarts van Huisartsenkliniek Overvecht en bestuurder van de Stichting Overvecht Gezond. De film verbeeldt en verwoordt wat zorgprofessionals in de drie Utrechtse wijken Kanaleneiland, Zuilen/Ondiep en Overvecht hebben geleerd over samenwerken voor kwetsbare bewoners met gestapelde problematiek. Wijkverpleegkundigen, huisartsen, praktijkverpleegkundigen en buurtteamwerkers leggen uit hoe zij met een juiste samenwerking weten aan te sluiten bij de cliënt en overlap en ondoelmatige zorg voorkomen.

Het enthousiasme over de samenwerking is volgens Van Riet merkbaar bij alle betrokken disciplines. ‘Door samen te werken krijg je meer voor elkaar in deze complexe zorg die vaak veel energie van je vraagt. Het is een groep die je graag wilt helpen maar waarbij je alléén moeilijk verder komt of eigenlijk helemaal geen vooruitgang boekt. Reguliere zorg werkt niet goed voor mensen met een slecht ervaren gezondheid en sociale problemen. Financiële problemen bijvoorbeeld hebben echt invloed op de beleving van je gezondheid. De problemen stapelen zich: psychische problemen, fysieke klachten, je krijgt een glijbaan van ongezondheid en voor je het weet glij je steeds verder door. Wat in het filmpje duidelijk wordt is dat voor deze cliënten een andere aanpak nodig is en dat dit ook iets vraagt van de houding van professionals.’

Hoewel de samenwerking tussen mensen tot stand komt en er dus echt sprake is van maatwerk, was het belang van de samenwerking tussen organisaties en met de gemeente en de zorgverzekeraar een bepalende factor. In de afgelopen jaren werd in de genoemde wijken de Gezonde Wijk aanpak geïntroduceerd. Vanuit projecten zoals de Zichtbare Schakel en de pilots naar de samenwerking tussen de huisartsenpraktijken en de buurtteams is het concept ‘krachtige basiszorg’ ontwikkeld. Er ontstonden partnerships tussen huisartsenpraktijen, thuiszorgorganisaties, de buurtteams en andere partners in de wijk. De rol van de GEZ organisatie was daarbij van belang voor de aanspreekbaarheid van de huisartsenpraktijken en het ondersteunen van de vormgeving van de samenwerking met wijkverpleging en buurtteam. De laagdrempelige en gerichte inzet van de praktijkverpleegkundigen GGZ en ouderen is geïntroduceerd in de samenwerking van de huisartsenpraktijk met wijkverpleegkundigen en buurtteammedewerkers. Hierdoor werd proactieve en meer gestructureerde zorg mogelijk voor deze complexe groep.

In het filmpje zie je de samenwerking met buurtteams, de wijkverpleging en de huisartsenzorg. De aanpak gaat echter nog verder, het loopt van nulde tot derde lijn, van de patiënt en zijn netwerk tot de wijkspecialist. Van Riet: ‘Het gaat voorbij alle organisatiebelangen, dit concept verbindt doordat je je richt op die groep waar je het allemaal over eens bent dat het nu niet goed werkt, dus je moet echt iets anders.’ Professionals die hun populatie kennen weten precies over welke mensen het gaat. Organisaties zouden tijd vrij moeten maken om de professionals samen naar een oplossing voor die bewoners te laten zoeken. Van Riet: ‘Het begint bij een brede visie op gezondheidsverschillen en ondersteuning van regie van cliënten. Het gaat om netwerksamenwerking door professionals in een wijk. Buiten de kaders denken, motivatie en visie, dat zijn echt keywords. Je moet voor jezelf weten dat je het anders wilt. Het is geen gemakkelijke weg maar uiteindelijk wordt iedereen er blij van.’

De ervaringen over deze samenwerking voor kwetsbare bewoners in de drie wijken zijn onderling en met de gemeente Utrecht en zorgverzekeraar Zilveren Kruis gedeeld. De complexiteit van samenwerken met verschillende partijen en de soms belemmerde regelgeving zijn besproken. Van Riet: ‘De aanpak sluit aan bij de verschillende belangen; De gemeente wil niet dat deze kwetsbare groep buiten de boot valt. De zorgverzekeraar wil de kosten beperken. Zorgverleners willen geen tijd zinloos inzetten en last but not least de cliënt wil optimale zorg’. De ervaringen vanuit de praktijk leveren input voor het gesprek over structurele oplossingen en geven inzichten in een nieuwe manier van inrichting in de zorg. Het Utrechtse model voor de inrichting van de medisch en sociale basiszorg is gebaseerd op deze ervaringen. We staan er nu voor om dit ook echt samen in de wijken in de stad verder te brengen.’

Het filmpje kwam tot stand met subsidie van het project Zichtbare Schakel gefinancierd door de gemeente Utrecht in samenwerking met de GEZ organisaties en professionals van de huisartsenpraktijken, Buurtzorg, Careyn en Incluzio/Buurtteam Organisatie Sociaal in de wijken Kanaleneiland, Overvecht en Zuilen/Ondiep. Meer informatie op de website van Overvecht Gezond.

Beleidsregel ketenzorg dementie

04 juni 2015

Onderzoek van het Nivel toont aan dat er onduidelijkheid bestaat over het inkoopproces van ketenzorg en casemanagement dementie. Als gevolg hiervan zou de inkoop bij een aantal ketens moeizaam verlopen. De NZa heeft daarom een circulaire uitgebracht waarin de beleidsregel ketenzorg dementie Zvw nogmaals wordt toegelicht.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Onderzoek van het Nivel toont aan dat er onduidelijkheid bestaat over het inkoopproces van ketenzorg en casemanagement dementie. Als gevolg hiervan zou de inkoop bij een aantal ketens moeizaam verlopen. De NZa heeft daarom een circulaire uitgebracht waarin de beleidsregel ketenzorg dementie Zvw nogmaals wordt toegelicht.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Jeugd-GGZ in de huisartsenpraktijk een verrijking

28 mei 2015

jeugdggzTer voorbereiding van de transitie van de jeugdzorg naar de gemeente voerde Huisarts en Zorg in de regio Alblasserwaard en Vijfheerenlanden een pilot uit rond de rol van de huisarts in de jeugdzorg. Alle partijen – de huisartsen, de POH, de patiënten en hun ouders – hebben het aanbieden van jeugd-GGZ vanuit de huisartsenpraktijk als verrijkend ervaren, zo blijkt uit een evaluatie door het Nivel.

Het idee voor de pilot ontstond begin 2013 in gesprekken tussen Huisarts en Zorg en een beleidsmedewerker van de gemeente. ‘Er waren toen nog veel vragen, ook bij ons’, zegt directeur Puck Fillekes. ‘Daarom werkten we ondanks de korte doorlooptijd graag mee aan een pilot die de gemeentes, met financiering van de provincie, wilden uitvoeren.’

De pilot liep van april tot met december 2014 en kreeg vorm aan de hand van het vergelijkbare Enschedese Eurekaproject. Doel van de pilot was de signalerende- en verwijzende rol van de huisarts te verstevigen en het aantal doorverwijzingen naar specialistische zorg te verminderen. De aanpak bestond uit drie elementen: een langer scharnierconsult door de huisarts om vast te kunnen stellen wat er met het kind aan de hand is (diagnostisch consult), de inzet van een POH jeugd-GGZ voor maximaal acht consulten en de mogelijkheid een kinderpsychiater te consulteren. Maandelijks vond een bijeenkomst plaats voor de huisartsen en de POH’s om geschoold te worden, casuïstiek te bespreken en kennis uit te wisselen, waarbij ook de jeugdpsychiater, medewerkers van de schoolgezondheidszorg en andere jeugdprofessionals werden betrokken.

In totaal zijn in de zes deelnemende praktijken 110 kinderen bereikt. Ongeveer twee derde van hen kreeg één of meer gesprekken met de POH jeugd-GGZ. Het aantal verwijzingen naar de basis-GGZ nam af, en er lijkt een indicatie te zijn dat ook het voorschrijven van psychofarmaca afnam ten tijde van de pilot. Fillekes: ‘De evaluatie van het Nivel bevestigde wat wij zelf ook al signaleerden. De huisarts is voor ouders en kinderen een logische plaats om ook J-GGZ problematiek te bespreken. Het scharnierconsult met de mogelijkheid van consulten door de POH jeugd-GGZ geeft de huisarts hier ruimte voor. En dat wordt als een verrijking ervaren.’ Zeker jeugdige patiënten en hun ouders die soms huiverig zijn voor het stempel van de GGZ, aldus de Nivel-evaluatie, waren blij met het zorgaanbod dichtbij.

Natuurlijk betekent de aanpak een nieuw element in het werk van de huisarts. Fillekes: ‘Pilothuisartsen vinden het een meerwaarde hebben om kinderen met enkelvoudige problematiek in de eigen praktijk te kunnen begeleiden. Maar het betekent ook meer werk op het toch al volle bord van de huisarts. Er is nog veel onduidelijk. Wat wordt de rol van de sociale jeugdteams? Hoe verhouden de gesprekken bij de POH GGZ zich tot de basis -GGZ? Vraagstukken waarover we met de zorgverzekeraar en de gemeente om de tafel zitten.’ Ze benadrukt de complexiteit van de ‘puzzel’, ook qua financiering. ‘De zorgverzekeraar geeft aan dat een POH GGZ mogelijk een percentage van haar tijd kan inzetten voor jeugd-GGZ, maar vanuit de pilot hebben we al gezien dat begeleiding van jeugd meer tijd vraagt dan de begeleiding van 18+ GGZ, ook omdat je niet alleen met het kind praat, maar ook met ouders en vaak ook met bijvoorbeeld de school of jeugdprofessional.’

Dat we door de pilot weten dat inbedding van jeugd-GGZ in de huisartsenpraktijk een verrijking kan zijn, is de motivatie om verder te zoeken naar oplossingen, zegt Fillekes. ‘Er is echt enthousiasme voor’. Ze roept haar collega’s in den lande op om kennis over het vraagstuk te delen. Voor meer informatie kan men bij haar terecht.

[...]

jeugdggzTer voorbereiding van de transitie van de jeugdzorg naar de gemeente voerde Huisarts en Zorg in de regio Alblasserwaard en Vijfheerenlanden een pilot uit rond de rol van de huisarts in de jeugdzorg. Alle partijen – de huisartsen, de POH, de patiënten en hun ouders – hebben het aanbieden van jeugd-GGZ vanuit de huisartsenpraktijk als verrijkend ervaren, zo blijkt uit een evaluatie door het Nivel.

Het idee voor de pilot ontstond begin 2013 in gesprekken tussen Huisarts en Zorg en een beleidsmedewerker van de gemeente. ‘Er waren toen nog veel vragen, ook bij ons’, zegt directeur Puck Fillekes. ‘Daarom werkten we ondanks de korte doorlooptijd graag mee aan een pilot die de gemeentes, met financiering van de provincie, wilden uitvoeren.’

De pilot liep van april tot met december 2014 en kreeg vorm aan de hand van het vergelijkbare Enschedese Eurekaproject. Doel van de pilot was de signalerende- en verwijzende rol van de huisarts te verstevigen en het aantal doorverwijzingen naar specialistische zorg te verminderen. De aanpak bestond uit drie elementen: een langer scharnierconsult door de huisarts om vast te kunnen stellen wat er met het kind aan de hand is (diagnostisch consult), de inzet van een POH jeugd-GGZ voor maximaal acht consulten en de mogelijkheid een kinderpsychiater te consulteren. Maandelijks vond een bijeenkomst plaats voor de huisartsen en de POH’s om geschoold te worden, casuïstiek te bespreken en kennis uit te wisselen, waarbij ook de jeugdpsychiater, medewerkers van de schoolgezondheidszorg en andere jeugdprofessionals werden betrokken.

In totaal zijn in de zes deelnemende praktijken 110 kinderen bereikt. Ongeveer twee derde van hen kreeg één of meer gesprekken met de POH jeugd-GGZ. Het aantal verwijzingen naar de basis-GGZ nam af, en er lijkt een indicatie te zijn dat ook het voorschrijven van psychofarmaca afnam ten tijde van de pilot. Fillekes: ‘De evaluatie van het Nivel bevestigde wat wij zelf ook al signaleerden. De huisarts is voor ouders en kinderen een logische plaats om ook J-GGZ problematiek te bespreken. Het scharnierconsult met de mogelijkheid van consulten door de POH jeugd-GGZ geeft de huisarts hier ruimte voor. En dat wordt als een verrijking ervaren.’ Zeker jeugdige patiënten en hun ouders die soms huiverig zijn voor het stempel van de GGZ, aldus de Nivel-evaluatie, waren blij met het zorgaanbod dichtbij.

Natuurlijk betekent de aanpak een nieuw element in het werk van de huisarts. Fillekes: ‘Pilothuisartsen vinden het een meerwaarde hebben om kinderen met enkelvoudige problematiek in de eigen praktijk te kunnen begeleiden. Maar het betekent ook meer werk op het toch al volle bord van de huisarts. Er is nog veel onduidelijk. Wat wordt de rol van de sociale jeugdteams? Hoe verhouden de gesprekken bij de POH GGZ zich tot de basis -GGZ? Vraagstukken waarover we met de zorgverzekeraar en de gemeente om de tafel zitten.’ Ze benadrukt de complexiteit van de ‘puzzel’, ook qua financiering. ‘De zorgverzekeraar geeft aan dat een POH GGZ mogelijk een percentage van haar tijd kan inzetten voor jeugd-GGZ, maar vanuit de pilot hebben we al gezien dat begeleiding van jeugd meer tijd vraagt dan de begeleiding van 18+ GGZ, ook omdat je niet alleen met het kind praat, maar ook met ouders en vaak ook met bijvoorbeeld de school of jeugdprofessional.’

Dat we door de pilot weten dat inbedding van jeugd-GGZ in de huisartsenpraktijk een verrijking kan zijn, is de motivatie om verder te zoeken naar oplossingen, zegt Fillekes. ‘Er is echt enthousiasme voor’. Ze roept haar collega’s in den lande op om kennis over het vraagstuk te delen. Voor meer informatie kan men bij haar terecht.

Aanbieding advies hoofdbehandelaarschap ggz

18 mei 2015

Vandaag hebben de opdrachtgevende partijen het advies ontvangen van de commissie Meurs over invulling van het hoofdbehandelaarschap in de ggz. In het advies wordt het concept van de regiebehandelaar geïntroduceerd als het centrale aanspreekpunt voor de patiënt, zijn naasten en andere bij de behandeling betrokken behandelaren. De commissie adviseert de invoering van een kwaliteitsstatuut dat daarbij de kaders aangeeft waarbinnen de zorg in de ggz wordt verleend en beschrijft de te onderscheiden verantwoordelijkheden van alle betrokken zorgverleners.

Als opdrachtgevers spreken we onze dank en waardering uit voor het werk dat de commissie Meurs de afgelopen periode heeft verricht en voor het eindresultaat wat er ligt. De scheiding die is aangebracht tussen de invulling van het hoofdbehandelaarschap en de bekostiging van zorg brengt het onderwerp terug naar de inhoud en kwaliteit van zorg. De invalshoek die de commissie heeft gekozen, om het perspectief van de patiënt als leidend perspectief te nemen en de regiebehandelaar te positioneren als het centrale aanspreekpunt in de behandeling, is in onze ogen een goede keuze. Het rapport is voor de sector daarmee helder en ondersteunend bij het realiseren van goede kwaliteit van zorg voor de patiënt en bij het verantwoord handelen door de professional.

Naast een beschrijving van de oplossing die de commissie voorstelt bevat het advies bovendien een aantal duidelijke actiepunten die ons als ggz-partijen helpen om het advies daadwerkelijk te gaan implementeren. Want om het daadwerkelijk tot uitvoer te kunnen brengen zijn veel acties nodig en dat vraagt betrokkenheid en commitment van alle partijen. Voor de sector is het van vitaal belang dat de ontwikkeling van het kwaliteitsstatuut actief wordt opgepakt om op juiste wijze invulling te kunnen geven aan het regiebehandelaarschap; het advies van de commissie biedt daarvoor de aanknopingspunten.

 

[...]

Vandaag hebben de opdrachtgevende partijen het advies ontvangen van de commissie Meurs over invulling van het hoofdbehandelaarschap in de ggz. In het advies wordt het concept van de regiebehandelaar geïntroduceerd als het centrale aanspreekpunt voor de patiënt, zijn naasten en andere bij de behandeling betrokken behandelaren. De commissie adviseert de invoering van een kwaliteitsstatuut dat daarbij de kaders aangeeft waarbinnen de zorg in de ggz wordt verleend en beschrijft de te onderscheiden verantwoordelijkheden van alle betrokken zorgverleners.

Als opdrachtgevers spreken we onze dank en waardering uit voor het werk dat de commissie Meurs de afgelopen periode heeft verricht en voor het eindresultaat wat er ligt. De scheiding die is aangebracht tussen de invulling van het hoofdbehandelaarschap en de bekostiging van zorg brengt het onderwerp terug naar de inhoud en kwaliteit van zorg. De invalshoek die de commissie heeft gekozen, om het perspectief van de patiënt als leidend perspectief te nemen en de regiebehandelaar te positioneren als het centrale aanspreekpunt in de behandeling, is in onze ogen een goede keuze. Het rapport is voor de sector daarmee helder en ondersteunend bij het realiseren van goede kwaliteit van zorg voor de patiënt en bij het verantwoord handelen door de professional.

Naast een beschrijving van de oplossing die de commissie voorstelt bevat het advies bovendien een aantal duidelijke actiepunten die ons als ggz-partijen helpen om het advies daadwerkelijk te gaan implementeren. Want om het daadwerkelijk tot uitvoer te kunnen brengen zijn veel acties nodig en dat vraagt betrokkenheid en commitment van alle partijen. Voor de sector is het van vitaal belang dat de ontwikkeling van het kwaliteitsstatuut actief wordt opgepakt om op juiste wijze invulling te kunnen geven aan het regiebehandelaarschap; het advies van de commissie biedt daarvoor de aanknopingspunten.

 

Resultaten Nivel-onderzoek baren zorgen

18 mei 2015

Afgelopen woensdag brachten we een persbericht uit over het Nivel-onderzoek naar de contractering 2015 waarin we onze zorgen onder woorden brengen. Voor een sterke innoverende eerste lijn moet er iets veranderen, want de huidige koers betekent – mede door de achterblijvende substitutie – een rem op innovatie en maakt de broodnodige versterking van de eerste lijn niet waar. We gaan snel in gesprek met VWS en de verzekeraars om in de komende periode belangrijke en substantiële stappen te zetten om het doel van de nieuwe bekostigings-systematiek te bereiken. InEen gaat met name inzetten op 1. uitbreiding van het kader voor ketenzorg, 2. nieuwe bekostiging voor gezondheidscentra en 3. stimuleren van substitutieruimte. De uitkomsten van het onderzoek vormen hiervoor zeer duidelijke input.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Afgelopen woensdag brachten we een persbericht uit over het Nivel-onderzoek naar de contractering 2015 waarin we onze zorgen onder woorden brengen. Voor een sterke innoverende eerste lijn moet er iets veranderen, want de huidige koers betekent – mede door de achterblijvende substitutie – een rem op innovatie en maakt de broodnodige versterking van de eerste lijn niet waar. We gaan snel in gesprek met VWS en de verzekeraars om in de komende periode belangrijke en substantiële stappen te zetten om het doel van de nieuwe bekostigings-systematiek te bereiken. InEen gaat met name inzetten op 1. uitbreiding van het kader voor ketenzorg, 2. nieuwe bekostiging voor gezondheidscentra en 3. stimuleren van substitutieruimte. De uitkomsten van het onderzoek vormen hiervoor zeer duidelijke input.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Akkoord transmurale zorg in Nijmegen

30 april 2015

transmurale-zorgDe Organisatie voor Chronische Eerstelijnszorg (OCE) Nijmegen heeft met de cardiologen, neurologen en vaatchirurgen van de twee Nijmeegse ziekenhuizen transmurale afspraken gemaakt over de terugverwijzing van CVRM-patiënten naar de huisarts. Een belangrijke stap in het realiseren van substitutie van de tweede naar de eerste lijn. OCE-kaderarts CVRM Claudia Lobo: ‘Start klein, stel kleine doelen en heb geduld.’

‘Toen ik begon had ik geen idee dat het zo groot zou worden’, zegt Lobo die twee jaar geleden een afspraak inplande met de vasculaire specialisten van het Canisius Wilhelmina Ziekenhuis.  Stap voor stap zijn ook de specialismen van het Radboudumc aangehaakt. ‘Wat hielp was dat ik kon praten vanuit een grote groep huisartsen, namelijk mijn zorggroep. Belangrijk was ook dat we behalve  op de inhoud van de zorg, vooral ook de nadruk hebben gelegd op het  proces: waar kunnen we elkaar vinden?’

Op scholingsbijeenkomsten gaven huisartsen telkens weer het signaal af dat er een patiëntengroep tussen wal en schip valt. Namelijk de patiënten waarvan de huisarts denkt dat zij in behandeling zijn in het ziekenhuis. Lobo: ‘Vaak  blijven patiënten daar terugkomen, alleen voor controle. Dat gebeurt bijna automatisch. Mijn vraag was: is het niet beter om afscheid te nemen van deze patiënten? En wat ik terug hoor is dat de specialisten het prettig vinden om zich te kunnen focussen op patiënten die hun expertise echt nodig hebben.’

Een goede aansluiting op elkaars zorg vormde voor Lobo de belangrijkste insteek. ‘Een goede binnenkomer, denk ik. Niet: ik wil je patiënten hebben, maar: waar kan ik het weer van je overnemen?’ Eerst is per specialisme vastgesteld over welke patiëntengroep de afspraken zouden moet gaan. Soms met een ruime omschrijving, zoals bij de neurologen: patiënten die een TIA of een CVA hebben gehad waarbij er geen restverschijnselen meer zijn; soms meer precies, zoals bij de cardiologen: patiënten die na een infarct een jaar cardiaal stabiel zijn. Vervolgens is gesproken over de communicatie: welke informatie is over en weer nodig? De multidisciplinaire richtlijn CVRM vormde het uitgangspunt voor de gesprekken: is deze ook voor de betreffende patiënt van toepassing  of zijn er aanvullingen nodig?

Lobo is ervan overtuigd dat de gemaakte afspraken niet alleen leiden tot meer doelmatigheid, maar ook tot betere zorg: ‘De orgaan specifieke aandoening laat ik heel graag bij de specialist, daar hoort het thuis. Maar op het moment dat het kan, wil ik als huisarts graag weer kijken naar wat deze ziekte betekent voor het leven van de patiënt. Daarover hebben we nu afspraken en ik denk dat patiënten daar beter van worden.’

Het akkoord wordt na een jaar geëvalueerd.

[...]

transmurale-zorgDe Organisatie voor Chronische Eerstelijnszorg (OCE) Nijmegen heeft met de cardiologen, neurologen en vaatchirurgen van de twee Nijmeegse ziekenhuizen transmurale afspraken gemaakt over de terugverwijzing van CVRM-patiënten naar de huisarts. Een belangrijke stap in het realiseren van substitutie van de tweede naar de eerste lijn. OCE-kaderarts CVRM Claudia Lobo: ‘Start klein, stel kleine doelen en heb geduld.’

‘Toen ik begon had ik geen idee dat het zo groot zou worden’, zegt Lobo die twee jaar geleden een afspraak inplande met de vasculaire specialisten van het Canisius Wilhelmina Ziekenhuis.  Stap voor stap zijn ook de specialismen van het Radboudumc aangehaakt. ‘Wat hielp was dat ik kon praten vanuit een grote groep huisartsen, namelijk mijn zorggroep. Belangrijk was ook dat we behalve  op de inhoud van de zorg, vooral ook de nadruk hebben gelegd op het  proces: waar kunnen we elkaar vinden?’

Op scholingsbijeenkomsten gaven huisartsen telkens weer het signaal af dat er een patiëntengroep tussen wal en schip valt. Namelijk de patiënten waarvan de huisarts denkt dat zij in behandeling zijn in het ziekenhuis. Lobo: ‘Vaak  blijven patiënten daar terugkomen, alleen voor controle. Dat gebeurt bijna automatisch. Mijn vraag was: is het niet beter om afscheid te nemen van deze patiënten? En wat ik terug hoor is dat de specialisten het prettig vinden om zich te kunnen focussen op patiënten die hun expertise echt nodig hebben.’

Een goede aansluiting op elkaars zorg vormde voor Lobo de belangrijkste insteek. ‘Een goede binnenkomer, denk ik. Niet: ik wil je patiënten hebben, maar: waar kan ik het weer van je overnemen?’ Eerst is per specialisme vastgesteld over welke patiëntengroep de afspraken zouden moet gaan. Soms met een ruime omschrijving, zoals bij de neurologen: patiënten die een TIA of een CVA hebben gehad waarbij er geen restverschijnselen meer zijn; soms meer precies, zoals bij de cardiologen: patiënten die na een infarct een jaar cardiaal stabiel zijn. Vervolgens is gesproken over de communicatie: welke informatie is over en weer nodig? De multidisciplinaire richtlijn CVRM vormde het uitgangspunt voor de gesprekken: is deze ook voor de betreffende patiënt van toepassing  of zijn er aanvullingen nodig?

Lobo is ervan overtuigd dat de gemaakte afspraken niet alleen leiden tot meer doelmatigheid, maar ook tot betere zorg: ‘De orgaan specifieke aandoening laat ik heel graag bij de specialist, daar hoort het thuis. Maar op het moment dat het kan, wil ik als huisarts graag weer kijken naar wat deze ziekte betekent voor het leven van de patiënt. Daarover hebben we nu afspraken en ik denk dat patiënten daar beter van worden.’

Het akkoord wordt na een jaar geëvalueerd.

‘Ik had vaak het gevoel dat mijn uitleg gewoon niet aankwam’

30 april 2015

laaggeletterdheidLaaggeletterdheid – niet of nauwelijks kunnen lezen of schrijven – komt vaker voor dan we denken. In achterstandswijken, maar ook daarbuiten. Mensen die hiermee kampen zijn bewezen ongezonder. Ze hebben vaker lifestyle-ziekten (diabetes, overgewicht), worden vaker opgenomen en hebben vaker problemen met medicatie. Om daar iets aan te kunnen doen ontwikkelde de LHV voor huisartsen de Toolkit Laaggeletterdheid. Hoe kun je het herkennen en hoe hou je er rekening mee?

Nienke van der Bij, huisarts in het Haagse gezondheidscentrum de Rubenshoek, spreekt liever over gezondheidsvaardigheden. ‘Dat gaat niet alleen over lezen en schrijven, maar ook over informatie kunnen begrijpen en verwerken.’ In de Rubenshoek, gevestigd in de Schilderswijk, liep ze vooral tegen dat aspect op: ‘Ik had vaak het gevoel dat mijn uitleg gewoon niet aankwam’. De cursus voor huisartsen in achterstandswijken gaf haar een eyeopener. ‘Als je nooit naar school ben geweest, weet je weinig van hoe het menselijk lichaam werkt. Een heel verhaal vertellen waar je dan nog een ingewikkeld tekeningetje bijmaakt, is veel te veel informatie. De patiënt denkt alleen maar: ‘waar gáát dit over’?’

Van der Bij: ‘Als iemand geen Nederlands spreekt en boven de 65 is, weet je eigenlijk wel waar je aan toe bent. Veel moeilijker is de groep bij wie het niet zo duidelijk ligt, die een beetje kan lezen en het een beetje begrijpt. Die mensen overschat je snel.’ Alertheid is dan belangrijk. ‘Ik ben meer gaan vragen. Ik zeg bijvoorbeeld: ‘veel mensen vinden dit een moeilijk formulier, hoe is dat voor u? En ik ben concreter geworden, leg minder uit. Als mensen bij me weggaan moeten ze weten wat ze hebben, wat er moet gebeuren en waarom dat belangrijk is. Daar concentreer ik me op. Het uitgangspunt in Nederland is informed consent, uitgebreid uitleggen hoe iets in elkaar zit, wat mogelijke complicaties zijn. Heel goed, maar bij deze groep lukt dat vaak niet en moet je directiever zijn. De patiënt is er blij mee, want het is duidelijk, daar hebben ze meer aan dan aan uitleg waar ze zich het hoofd over breken.’

De Rubenshoek is bezig al het informatiemateriaal door te lichten: folders, posters, formulieren. Van der Bij: ‘Ook in folders staat vaak teveel informatie. En we gebruiken graag gezegden en uitdrukkingen. Daar ga je de mist mee in. Bijvoorbeeld ‘de draad weer oppakken’. Je zegt het automatisch, maar voor veel mensen is het verwarrend.’ Daarnaast start het gezondheidscentrum met een Taalpunt van de Stichting Lezen & Schrijven. Om te beginnen eens per week helpen vrijwilligers patiënten bij het lezen van bijsluiters, folders en andere informatie. Ook attenderen ze mensen op de mogelijkheid om alsnog te leren lezen en schrijven. ‘Het is zo de moeite waard om dat te proberen. De winst is enorm. Ze gaan zich zelfstandiger voelen en dat is meteen ook een stap om je gezonder te voelen.’

Van der Bij maakt graag reclame voor de LHV-Toolkit Laaggeletterdheid. ‘Alle huisartsen hebben die ontvangen, maar veel hebben hem nog niet gebruikt. Het is een makkelijk instrument om je praktijk eens goed na te kijken: wat kan ik verbeteren? En het effect voor je werk is groot. Patiënten begrijpen je beter en houden zich beter aan het afgesproken beleid. Dat is voor hen fijn, maar voor jezelf ook.’

[...]

laaggeletterdheidLaaggeletterdheid – niet of nauwelijks kunnen lezen of schrijven – komt vaker voor dan we denken. In achterstandswijken, maar ook daarbuiten. Mensen die hiermee kampen zijn bewezen ongezonder. Ze hebben vaker lifestyle-ziekten (diabetes, overgewicht), worden vaker opgenomen en hebben vaker problemen met medicatie. Om daar iets aan te kunnen doen ontwikkelde de LHV voor huisartsen de Toolkit Laaggeletterdheid. Hoe kun je het herkennen en hoe hou je er rekening mee?

Nienke van der Bij, huisarts in het Haagse gezondheidscentrum de Rubenshoek, spreekt liever over gezondheidsvaardigheden. ‘Dat gaat niet alleen over lezen en schrijven, maar ook over informatie kunnen begrijpen en verwerken.’ In de Rubenshoek, gevestigd in de Schilderswijk, liep ze vooral tegen dat aspect op: ‘Ik had vaak het gevoel dat mijn uitleg gewoon niet aankwam’. De cursus voor huisartsen in achterstandswijken gaf haar een eyeopener. ‘Als je nooit naar school ben geweest, weet je weinig van hoe het menselijk lichaam werkt. Een heel verhaal vertellen waar je dan nog een ingewikkeld tekeningetje bijmaakt, is veel te veel informatie. De patiënt denkt alleen maar: ‘waar gáát dit over’?’

Van der Bij: ‘Als iemand geen Nederlands spreekt en boven de 65 is, weet je eigenlijk wel waar je aan toe bent. Veel moeilijker is de groep bij wie het niet zo duidelijk ligt, die een beetje kan lezen en het een beetje begrijpt. Die mensen overschat je snel.’ Alertheid is dan belangrijk. ‘Ik ben meer gaan vragen. Ik zeg bijvoorbeeld: ‘veel mensen vinden dit een moeilijk formulier, hoe is dat voor u? En ik ben concreter geworden, leg minder uit. Als mensen bij me weggaan moeten ze weten wat ze hebben, wat er moet gebeuren en waarom dat belangrijk is. Daar concentreer ik me op. Het uitgangspunt in Nederland is informed consent, uitgebreid uitleggen hoe iets in elkaar zit, wat mogelijke complicaties zijn. Heel goed, maar bij deze groep lukt dat vaak niet en moet je directiever zijn. De patiënt is er blij mee, want het is duidelijk, daar hebben ze meer aan dan aan uitleg waar ze zich het hoofd over breken.’

De Rubenshoek is bezig al het informatiemateriaal door te lichten: folders, posters, formulieren. Van der Bij: ‘Ook in folders staat vaak teveel informatie. En we gebruiken graag gezegden en uitdrukkingen. Daar ga je de mist mee in. Bijvoorbeeld ‘de draad weer oppakken’. Je zegt het automatisch, maar voor veel mensen is het verwarrend.’ Daarnaast start het gezondheidscentrum met een Taalpunt van de Stichting Lezen & Schrijven. Om te beginnen eens per week helpen vrijwilligers patiënten bij het lezen van bijsluiters, folders en andere informatie. Ook attenderen ze mensen op de mogelijkheid om alsnog te leren lezen en schrijven. ‘Het is zo de moeite waard om dat te proberen. De winst is enorm. Ze gaan zich zelfstandiger voelen en dat is meteen ook een stap om je gezonder te voelen.’

Van der Bij maakt graag reclame voor de LHV-Toolkit Laaggeletterdheid. ‘Alle huisartsen hebben die ontvangen, maar veel hebben hem nog niet gebruikt. Het is een makkelijk instrument om je praktijk eens goed na te kijken: wat kan ik verbeteren? En het effect voor je werk is groot. Patiënten begrijpen je beter en houden zich beter aan het afgesproken beleid. Dat is voor hen fijn, maar voor jezelf ook.’

Multizorg strenger 

21 april 2015

Afgelopen week heeft InEen gesproken met verzekeraar Multizorg over de ervaringen met de contractering 2015 en het inkoopdocument 2016. Multizorg gaf aan strenger te worden in het volgbeleid: (volg)contracten gaan voortaan in vanaf het kwartaal van ontvangst. Wij vragen jullie daarom het getekende contract met de preferente verzekeraar (volgformat) zo snel mogelijk aan de verre verzekeraars, waaronder Multizorg, toe te sturen. We hebben bij Multizorg aangedrongen op coulance met de ingangsdatum contractering 2015 omdat de contracteercyclus pas laat (vaak pas in 2015) is afgesloten.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Afgelopen week heeft InEen gesproken met verzekeraar Multizorg over de ervaringen met de contractering 2015 en het inkoopdocument 2016. Multizorg gaf aan strenger te worden in het volgbeleid: (volg)contracten gaan voortaan in vanaf het kwartaal van ontvangst. Wij vragen jullie daarom het getekende contract met de preferente verzekeraar (volgformat) zo snel mogelijk aan de verre verzekeraars, waaronder Multizorg, toe te sturen. We hebben bij Multizorg aangedrongen op coulance met de ingangsdatum contractering 2015 omdat de contracteercyclus pas laat (vaak pas in 2015) is afgesloten.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Palliatieve zorg

01 april 2015

ZonMw heeft twee calls voor de verbetering van de palliatieve zorg.

  • Tot 12 mei kunnen zorginstellingen projectideeën insturen voor het programma ‘Palliantie. Meer dan zorg’. Doel van dit programma is het verbeteren van de kwaliteit van leven van mensen in hun laatste levensfase. Dat betekent ook het voorkomen van versnippering en het verbeteren van de kwaliteit van de palliatieve zorg. Er zijn vier thema’s: bewustwording en cultuur, organisatie en continuïteit van zorg, zorginnovaties en kwaliteit, en participatie door patiënten en naasten. Meer informatie.
  • Tot 30 april kunnen zorginstellingen goede voorbeelden aanleveren voor het Verbeterprogramma Palliatieve Zorg (VPZ). Dit programma richt zich op borging van de bestaande kennis in de praktijk van de palliatieve zorg. Het uiteindelijke doel is het subsidiëren van projecten waarbij goed uitgewerkte en bewezen methodieken worden geïmplementeerd. Meer informatie.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

ZonMw heeft twee calls voor de verbetering van de palliatieve zorg.

  • Tot 12 mei kunnen zorginstellingen projectideeën insturen voor het programma ‘Palliantie. Meer dan zorg’. Doel van dit programma is het verbeteren van de kwaliteit van leven van mensen in hun laatste levensfase. Dat betekent ook het voorkomen van versnippering en het verbeteren van de kwaliteit van de palliatieve zorg. Er zijn vier thema’s: bewustwording en cultuur, organisatie en continuïteit van zorg, zorginnovaties en kwaliteit, en participatie door patiënten en naasten. Meer informatie.
  • Tot 30 april kunnen zorginstellingen goede voorbeelden aanleveren voor het Verbeterprogramma Palliatieve Zorg (VPZ). Dit programma richt zich op borging van de bestaande kennis in de praktijk van de palliatieve zorg. Het uiteindelijke doel is het subsidiëren van projecten waarbij goed uitgewerkte en bewezen methodieken worden geïmplementeerd. Meer informatie.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Toepassen van IZP vraagt meer onderzoek

26 maart 2015

IZPVerbetert werken met een Individueel Zorgplan (IZP) inderdaad de kwaliteit van leven voor de patiënt? Verbetert het de kwaliteit van zorg? Is toepassen van het IZP in de praktijk werkbaar? In een pilotproject gingen de zorggroepen Huisartsen Utrecht Stad (HUS) en PreventZorg (midden Nederland) samen met Vilans en Nivel op zoek naar een antwoord op deze vragen. Projectleider en kaderarts Mariska Brinkers (PreventZorg): ‘Het doel ‘90% van de mensen moet een IZP hebben’ is in de fase waarin we nu zitten niet haalbaar’.

Over de opzet van de pilot en de resultaten verscheen in februari 2015 een informatief artikel in Medisch Contact. Voor een succesvol IZP, aldus de onderzoekers, moet nog het nodige gebeuren, onder meer op het gebied van scholing en de organisatie van zorg. Ook vanuit de zorgverzekeraars is extra inzet nodig.

‘Zeker in het begin’, zegt Brinkers, ‘hadden de zorgverleners minimaal tien minuten extra nodig om de thematiek te introduceren en uit te leggen aan de patiënt. En ook daarna was extra consulttijd nodig, wil je het echt goed doen. Veel zorgverleners hadden bovendien behoefte aan meer scholing om de manier van consultvoeren te veranderen.’ Aan de patiëntenkant waren de resultaten opvallend: de gemeten kwaliteit van leven daalde licht (met als aantekening dat verbetering van de in Nederland al hoge kwaliteit van leven voor mensen met diabetes meer tijd vraagt). Anderzijds stéég de kwaliteit van de zorg in de ogen van de deelnemende patiënten. Brinkers: ‘Het op een andere manier consult voeren heeft dus wel resultaat.’

Hoe nu verder? ‘Er is sowieso meer onderzoek nodig. Dat we de richting van meer zelfmanagement op moeten staat eigenlijk niet ter discussie. Maar deze pilot, en ook ander onderzoek, laat zien dat toepassen van het IZP niet zonder meer betere gezondheidsresultaten geeft.’ Wat betreft de organisatie van zorg pleit Brinkers voor een andere opstelling vanuit de verzekeraars bij het hanteren van de verplichte set procesindicatoren. ‘Als zorggroep wil je even de pen kunnen neerleggen en gaan zitten met een patiënt. Waar staat hij voor open? Misschien heeft hij door een zieke partner geen tijd om met zijn eigen diabetes aan de slag te gaan. Die tijd kan je dan beter steken in een patiënt die wel graag wil. Als je zo flexibel kan zijn in je consultvoering, kun je zorg op maat leveren. In elk geval is de inzet ‘als je de proces-indicatoren haalt, krijg je een stukje geld terug’ een slechte zaak en het doel ‘90% van de mensen moet een IZP hebben’ is in de fase waarin we nu zitten niet haalbaar .’

‘Als HUS en PreventZorg zijn we ons nu aan het oriënteren, ook op andere initiatieven. Denk aan het screeningsinstrument SeMaS van zorggroep DOH of het traject gezamenlijke besluitvorming van InEen, de NDF is bezig met patiëntprofielen. Er gebeurt genoeg in het land. De kunst is daar zoveel mogelijk uit te halen en een eigen koers te kiezen die het beste van alles in zich geeft.’

Het pilotproject werd uitgevoerd tussen oktober 2012 en april 2014 door de zorggroepen HUS en PreventZorg, in samenwerking met Vilans. Thuiszorgorganisatie Careyn en Diabetesvereniging Nederland (DVN) namen deel aan de projectgroep. Het Nivel voerde de patiëntevaluatie uit en Stichting Achmea Gezondheidszorg zorgde deels voor financiering.

[...]

IZPVerbetert werken met een Individueel Zorgplan (IZP) inderdaad de kwaliteit van leven voor de patiënt? Verbetert het de kwaliteit van zorg? Is toepassen van het IZP in de praktijk werkbaar? In een pilotproject gingen de zorggroepen Huisartsen Utrecht Stad (HUS) en PreventZorg (midden Nederland) samen met Vilans en Nivel op zoek naar een antwoord op deze vragen. Projectleider en kaderarts Mariska Brinkers (PreventZorg): ‘Het doel ‘90% van de mensen moet een IZP hebben’ is in de fase waarin we nu zitten niet haalbaar’.

Over de opzet van de pilot en de resultaten verscheen in februari 2015 een informatief artikel in Medisch Contact. Voor een succesvol IZP, aldus de onderzoekers, moet nog het nodige gebeuren, onder meer op het gebied van scholing en de organisatie van zorg. Ook vanuit de zorgverzekeraars is extra inzet nodig.

‘Zeker in het begin’, zegt Brinkers, ‘hadden de zorgverleners minimaal tien minuten extra nodig om de thematiek te introduceren en uit te leggen aan de patiënt. En ook daarna was extra consulttijd nodig, wil je het echt goed doen. Veel zorgverleners hadden bovendien behoefte aan meer scholing om de manier van consultvoeren te veranderen.’ Aan de patiëntenkant waren de resultaten opvallend: de gemeten kwaliteit van leven daalde licht (met als aantekening dat verbetering van de in Nederland al hoge kwaliteit van leven voor mensen met diabetes meer tijd vraagt). Anderzijds stéég de kwaliteit van de zorg in de ogen van de deelnemende patiënten. Brinkers: ‘Het op een andere manier consult voeren heeft dus wel resultaat.’

Hoe nu verder? ‘Er is sowieso meer onderzoek nodig. Dat we de richting van meer zelfmanagement op moeten staat eigenlijk niet ter discussie. Maar deze pilot, en ook ander onderzoek, laat zien dat toepassen van het IZP niet zonder meer betere gezondheidsresultaten geeft.’ Wat betreft de organisatie van zorg pleit Brinkers voor een andere opstelling vanuit de verzekeraars bij het hanteren van de verplichte set procesindicatoren. ‘Als zorggroep wil je even de pen kunnen neerleggen en gaan zitten met een patiënt. Waar staat hij voor open? Misschien heeft hij door een zieke partner geen tijd om met zijn eigen diabetes aan de slag te gaan. Die tijd kan je dan beter steken in een patiënt die wel graag wil. Als je zo flexibel kan zijn in je consultvoering, kun je zorg op maat leveren. In elk geval is de inzet ‘als je de proces-indicatoren haalt, krijg je een stukje geld terug’ een slechte zaak en het doel ‘90% van de mensen moet een IZP hebben’ is in de fase waarin we nu zitten niet haalbaar .’

‘Als HUS en PreventZorg zijn we ons nu aan het oriënteren, ook op andere initiatieven. Denk aan het screeningsinstrument SeMaS van zorggroep DOH of het traject gezamenlijke besluitvorming van InEen, de NDF is bezig met patiëntprofielen. Er gebeurt genoeg in het land. De kunst is daar zoveel mogelijk uit te halen en een eigen koers te kiezen die het beste van alles in zich geeft.’

Het pilotproject werd uitgevoerd tussen oktober 2012 en april 2014 door de zorggroepen HUS en PreventZorg, in samenwerking met Vilans. Thuiszorgorganisatie Careyn en Diabetesvereniging Nederland (DVN) namen deel aan de projectgroep. Het Nivel voerde de patiëntevaluatie uit en Stichting Achmea Gezondheidszorg zorgde deels voor financiering.

RIVM publiceert gezondheidsprofiel per gemeente

24 maart 2015

De gemeentelijke gezondheidsprofielen van het RIVM vergelijken informatie over de volksgezondheid per gemeente met het GGD-gemiddelde en landelijke trends. Vergeleken worden onder meer demografische gegevens (bevolkingsgroei, geboorteoverschot, migratiesaldo, bevolkingspiramiden), doodsoorzaken, gezondheidsdeterminanten (roken, drinken, overgewicht), vaccinatiegraad, sociale ongelijkheid. De gezondheidsprofielen worden opgebouwd uit bestaande gegevens die op gemeentelijk niveau naast elkaar zijn gezet. 

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

De gemeentelijke gezondheidsprofielen van het RIVM vergelijken informatie over de volksgezondheid per gemeente met het GGD-gemiddelde en landelijke trends. Vergeleken worden onder meer demografische gegevens (bevolkingsgroei, geboorteoverschot, migratiesaldo, bevolkingspiramiden), doodsoorzaken, gezondheidsdeterminanten (roken, drinken, overgewicht), vaccinatiegraad, sociale ongelijkheid. De gezondheidsprofielen worden opgebouwd uit bestaande gegevens die op gemeentelijk niveau naast elkaar zijn gezet. 

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

VAAM 4.0 beschikbaar

24 maart 2015

Er is een nieuwe versie van de VAAM (Vraag Aanbod Analyse Monitor Eerstelijn). Met de VAAM, een product van het Nivel en de NPCF (in samenwerking met VWS en het ROS-netwerk), kun je zowel de demografische gegevens als de eerstelijns zorgcijfers van een bepaald gebied opvragen (gemeente, postcodegebied, COROP- en GGD-regio). Ook de informatiestructuur en de cartografische weergave van de VAAM zijn verbeterd. Let op: de monitor geef geen toekomstramingen meer. Samen met researchbureau ABF werkt het Nivel aan verbeterde ramingen (binnenkort beschikbaar).

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Er is een nieuwe versie van de VAAM (Vraag Aanbod Analyse Monitor Eerstelijn). Met de VAAM, een product van het Nivel en de NPCF (in samenwerking met VWS en het ROS-netwerk), kun je zowel de demografische gegevens als de eerstelijns zorgcijfers van een bepaald gebied opvragen (gemeente, postcodegebied, COROP- en GGD-regio). Ook de informatiestructuur en de cartografische weergave van de VAAM zijn verbeterd. Let op: de monitor geef geen toekomstramingen meer. Samen met researchbureau ABF werkt het Nivel aan verbeterde ramingen (binnenkort beschikbaar).

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

COPD meer dan alleen luchtwegproblemen

24 maart 2015

COPD-patiënten hebben in 98 procent van de gevallen minstens één andere aandoening onder de leden en bijna de helft van deze patiënten heeft minstens vier andere ziekteklachten.
Dat is één van de conclusies uit het proefschrift van Lowie Vanfleteren van het Maastricht UMC en expertisecentrum CIRO in Horn. Hij onderzocht de bijkomende problemen bij patiënten die werden doorverwezen voor longrevalidatie. De problemen bij COPD-patiënten variëren van hoge bloeddruk en hartfalen tot botontkalking en depressie. “COPD is tegenwoordig veel meer dan alleen een longziekte,” aldus Vanfleteren. Lees meer

[...]

COPD-patiënten hebben in 98 procent van de gevallen minstens één andere aandoening onder de leden en bijna de helft van deze patiënten heeft minstens vier andere ziekteklachten.
Dat is één van de conclusies uit het proefschrift van Lowie Vanfleteren van het Maastricht UMC en expertisecentrum CIRO in Horn. Hij onderzocht de bijkomende problemen bij patiënten die werden doorverwezen voor longrevalidatie. De problemen bij COPD-patiënten variëren van hoge bloeddruk en hartfalen tot botontkalking en depressie. “COPD is tegenwoordig veel meer dan alleen een longziekte,” aldus Vanfleteren. Lees meer

Ondersteuning & Infrastructuur

13 maart 2015

De ontwikkelingen rond Ondersteuning & Infrastructuur (O&I ofwel ‘de nieuwe GEZ’) zijn begin november 2014 gestokt toen ZN aangaf tijd nodig te hebben voor interne bezinning. Inmiddels zijn we vier maanden verder en wil InEen, hoe dan ook, weer voortvarend aan de slag met O&I:
– We hebben de LHV en ZN uitgenodigd om het project gedrieën weer op te pakken waar we vorig jaar november zijn gebleven. De volgende stap is om alle kennis die op tafel is gekomen uit te testen (‘proef op de som’) in enkele regio’s en met behulp van werkelijke cijfers. De opzet voor deze proef op de som ligt klaar en enkele regio’s hebben zich hiervoor al aangemeld.
– InEen laat een positioningpaper opstellen over de meerwaarde van de geïntegreerde, georganiseerde eerstelijns zorg, inclusief de manier waarop deze meerwaarde kan worden aangetoond. Zo laten we concreet zien wat je krijgt als je voor O&I betaalt. Hiermee komen we tegemoet aan de behoefte van verzekeraars om te weten waarvoor ze betalen en aan onze eigen behoefte om onze meerwaarde zichtbaar te maken.

We willen niet langer wachten met de verspreiding van het Rapport dat het project O&I heeft opgeleverd (het rapport heeft een uitstekende managementsamenvatting). Tot slot de GEZ 2016, waarover we veel vragen krijgen. ZN heeft mondeling toegezegd dat die wordt voortgezet en gelijk is aan de GEZ 2015 plus indexering. De gevraagde schriftelijke bevestiging hebben we nog niet gekregen.
Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

De ontwikkelingen rond Ondersteuning & Infrastructuur (O&I ofwel ‘de nieuwe GEZ’) zijn begin november 2014 gestokt toen ZN aangaf tijd nodig te hebben voor interne bezinning. Inmiddels zijn we vier maanden verder en wil InEen, hoe dan ook, weer voortvarend aan de slag met O&I:
– We hebben de LHV en ZN uitgenodigd om het project gedrieën weer op te pakken waar we vorig jaar november zijn gebleven. De volgende stap is om alle kennis die op tafel is gekomen uit te testen (‘proef op de som’) in enkele regio’s en met behulp van werkelijke cijfers. De opzet voor deze proef op de som ligt klaar en enkele regio’s hebben zich hiervoor al aangemeld.
– InEen laat een positioningpaper opstellen over de meerwaarde van de geïntegreerde, georganiseerde eerstelijns zorg, inclusief de manier waarop deze meerwaarde kan worden aangetoond. Zo laten we concreet zien wat je krijgt als je voor O&I betaalt. Hiermee komen we tegemoet aan de behoefte van verzekeraars om te weten waarvoor ze betalen en aan onze eigen behoefte om onze meerwaarde zichtbaar te maken.

We willen niet langer wachten met de verspreiding van het Rapport dat het project O&I heeft opgeleverd (het rapport heeft een uitstekende managementsamenvatting). Tot slot de GEZ 2016, waarover we veel vragen krijgen. ZN heeft mondeling toegezegd dat die wordt voortgezet en gelijk is aan de GEZ 2015 plus indexering. De gevraagde schriftelijke bevestiging hebben we nog niet gekregen.
Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

2015: Jaar van de transparantie in de zorg

12 maart 2015

Minister Schippers heeft een plan gepresenteerd dat patiënten het komend jaar meer informatie geeft over de kwaliteit en de kosten van hun zorg. Nu in haar visie kwaliteit van zorg en lagere kosten hand in hand lijken te gaan, wil zij ‘op de weg dat de keuze voor kwaliteit leidend en lonend wordt voor patiënten, zorgaanbieders en verzekeraars.’ Voorwaarde daarvoor is dat alle partijen helder hebben wat de kwaliteit van zorg is. Hiervoor is Schippers met verschillende partijen in de zorg een intensief programma gestart met een groot aantal acties Jaarlijks trekt zij hiervoor 5 miljoen euro extra uit. Voor 2015 zijn 53 activiteiten gepland, waaronder een forse uitbreiding van de websites Kies Beter en Zorgkaart. Verder moet de patiënt via DigitaleZorgGids straks informatie vinden over digitale tools voor zelfmanagement. Wachtkamers moeten patiënten voorzien van voorlichtingsmateriaal over ‘Samen Beslissen’. En eind 2015 is er een portal gereed (ontwikkeld door zorgverzekeraars) waarmee zorgaanbieders kunnen zien welke polis de patiënt heeft en welke gevolgen dit heeft voor de vergoeding. Zie de Kamerbrief en de bijlagen (alle acties staan in bijlage 2).

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Minister Schippers heeft een plan gepresenteerd dat patiënten het komend jaar meer informatie geeft over de kwaliteit en de kosten van hun zorg. Nu in haar visie kwaliteit van zorg en lagere kosten hand in hand lijken te gaan, wil zij ‘op de weg dat de keuze voor kwaliteit leidend en lonend wordt voor patiënten, zorgaanbieders en verzekeraars.’ Voorwaarde daarvoor is dat alle partijen helder hebben wat de kwaliteit van zorg is. Hiervoor is Schippers met verschillende partijen in de zorg een intensief programma gestart met een groot aantal acties Jaarlijks trekt zij hiervoor 5 miljoen euro extra uit. Voor 2015 zijn 53 activiteiten gepland, waaronder een forse uitbreiding van de websites Kies Beter en Zorgkaart. Verder moet de patiënt via DigitaleZorgGids straks informatie vinden over digitale tools voor zelfmanagement. Wachtkamers moeten patiënten voorzien van voorlichtingsmateriaal over ‘Samen Beslissen’. En eind 2015 is er een portal gereed (ontwikkeld door zorgverzekeraars) waarmee zorgaanbieders kunnen zien welke polis de patiënt heeft en welke gevolgen dit heeft voor de vergoeding. Zie de Kamerbrief en de bijlagen (alle acties staan in bijlage 2).

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Deelnemers gezocht voor aanbieden zelfhulpprogramma's overmatig alcoholgebruik

12 maart 2015

Binnenkort start het Trimbos-instituut samenwerking met het NHG een implementatieonderzoek naar het begeleid aanbieden van online zelfhulpprogramma’s voor alcohol, zoals drinktest.nl en minderdrinken.nl, in de huisartsenzorg. Het Trimbos-instituut zoekt huisartsen/zorggroepen en POH’s-GGZ die aan deze implementatiestudie willen meedoen. Ook praktijken die al online zelfhulpprogramma’s voor alcohol aanbieden zijn van harte welkom. De deelnemers worden begeleid vanuit het Trimbos-instituut en krijgen een gratis STiP-cursus Problematisch alcoholgebruik. De startbijeenkomst vindt plaats op 14 april van 17.00 uur – 21.00 uur in Utrecht. Meer informatie over het onderzoek en informatie over deelname.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Binnenkort start het Trimbos-instituut samenwerking met het NHG een implementatieonderzoek naar het begeleid aanbieden van online zelfhulpprogramma’s voor alcohol, zoals drinktest.nl en minderdrinken.nl, in de huisartsenzorg. Het Trimbos-instituut zoekt huisartsen/zorggroepen en POH’s-GGZ die aan deze implementatiestudie willen meedoen. Ook praktijken die al online zelfhulpprogramma’s voor alcohol aanbieden zijn van harte welkom. De deelnemers worden begeleid vanuit het Trimbos-instituut en krijgen een gratis STiP-cursus Problematisch alcoholgebruik. De startbijeenkomst vindt plaats op 14 april van 17.00 uur – 21.00 uur in Utrecht. Meer informatie over het onderzoek en informatie over deelname.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Impressie: themabijeenkomst implementatie zorgstandard CVRM

11 maart 2015

Aansluitend op de deelledenvergadering organiseerden het Platform Vitale Vaten en InEen op 3 maart een druk bezochte themabijeenkomst over de implementatie van de zorgstandaard cardiovasculair risicomanagement. De presentatie van Angelien Borgdorff van Huisartsen Utrecht Stad over gedeelde zorg tussen huisarts en cardioloog bleek een belangrijke smaakmaker. Ze liet zien dat gedeelde zorg mogelijk is bij 95% van de mensen met een cardiovasculair risico na angina pectoris en myocardinfarct. Voldoende mogelijkheden voor substitutie dus!

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Aansluitend op de deelledenvergadering organiseerden het Platform Vitale Vaten en InEen op 3 maart een druk bezochte themabijeenkomst over de implementatie van de zorgstandaard cardiovasculair risicomanagement. De presentatie van Angelien Borgdorff van Huisartsen Utrecht Stad over gedeelde zorg tussen huisarts en cardioloog bleek een belangrijke smaakmaker. Ze liet zien dat gedeelde zorg mogelijk is bij 95% van de mensen met een cardiovasculair risico na angina pectoris en myocardinfarct. Voldoende mogelijkheden voor substitutie dus!

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Eerstelijnszorg en sport

03 maart 2015

beweegtuinIn het kader van het nationale programma ‘Alles is Gezondheid’ spraken afgelopen januari vertegenwoordigers uit de sport, gezondheidszorg, zorgverzekeraars en overheid met elkaar over de verbinding tussen eerstelijnszorg en sport. Hoe krijgen we mensen in beweging en wie neemt het voortouw? Voor gezondheidscentrum De Nije Veste in Nijkerk is stimuleren van beweging al een belangrijk onderdeel van het zorgaanbod.

Directeur Carl Verheijen: ‘Dat je door mensen in beweging te zetten een gezondere populatie krijgt, dat is zeker. Maar in ons Nederlandse zorgsysteem is de aandacht vooral gericht op nazorg, het behandelen van zieke mensen, en niet op voorzorg, het gezond houden van mensen.’ Er zijn kortom te weinig prikkels nu om beweegprogramma’s te gaan financieren. Helaas, vindt Verheijen; hij citeert Erik Scherder: zitten is het nieuwe roken. ‘Het is gewoon bewezen dat je door meer te bewegen meer productieve jaren meer krijgt.’

Ondanks de lastige financieringsmogelijkheden heeft De Nije Veste de afgelopen jaren het nodige gerealiseerd. Naast het centrum is een Beweegplein aangelegd waar de fysiotherapeuten van De Nije Veste, maar ook andere (sport)organisaties beweegprogramma’s aanbieden. Ook wordt er viermaal per week een uur gewandeld vanuit het gezondheidscentrum: WandelFit (en soms: RollatorFit). Trots is Verheijen op de Diabetes Challenge die dit jaar voor de tweede maal op poten wordt gezet samen met de Bas van der Goor Foundation, met ditmaal zo’n 40-50 deelnemers. ‘De resultaten van zo’n challenge zijn groot. Het mooiste is de gedragsverandering die de deelnemers bereiken. Ze worden zich bewust van wat activiteit met hun ziekte doet en met hun sociale leven.’ Een niet onbelangrijk resultaat is ook dat voor deze groep de gemiddelde zorgkosten omlaag zijn gegaan. ‘Onze investeringen in de challenge zijn terugverdiend, al belandt dat rendement nu bij de zorgverzekeraar en niet bij de fysiotherapeuten of de mensen zelf!’

Verheijen beschouwt de collectieve preventie niet als een verantwoordelijkheid van het gezondheidscentrum, maar ziet voor het gezondheidscentrum wel een rol als aanjager. ‘Het is een mindset’, vervolgt hij, ‘we krijgen er energie van en dat geeft ruimte om het naast onze andere werkzaamheden op te pakken. De kartrekkers in onze organisatie zijn de fysiotherapeuten, die de huisartsen, de directie en alle andere medewerkers hebben meegekregen. We ervaren het als een stukje zingeving. We zijn allemaal de gezondheidszorg ingegaan om mensen gezond te houden. Het is fijn om te zien hoe je letterlijk het verschil kan maken!’ Aan collega’s die nog op de drempel staan: ‘Begin met het leren kennen van je lokale sportnetwerk. Wat er gebeurt er in jouw omgeving? Waar zit de energie? Of dat nou kaatsen is, wandelen of jeu de boules, dat maakt niet uit, het gaat erom dat je mensen verleidt om uit hun patroon van niet bewegen te stappen.’

Meer informatie

[...]

beweegtuinIn het kader van het nationale programma ‘Alles is Gezondheid’ spraken afgelopen januari vertegenwoordigers uit de sport, gezondheidszorg, zorgverzekeraars en overheid met elkaar over de verbinding tussen eerstelijnszorg en sport. Hoe krijgen we mensen in beweging en wie neemt het voortouw? Voor gezondheidscentrum De Nije Veste in Nijkerk is stimuleren van beweging al een belangrijk onderdeel van het zorgaanbod.

Directeur Carl Verheijen: ‘Dat je door mensen in beweging te zetten een gezondere populatie krijgt, dat is zeker. Maar in ons Nederlandse zorgsysteem is de aandacht vooral gericht op nazorg, het behandelen van zieke mensen, en niet op voorzorg, het gezond houden van mensen.’ Er zijn kortom te weinig prikkels nu om beweegprogramma’s te gaan financieren. Helaas, vindt Verheijen; hij citeert Erik Scherder: zitten is het nieuwe roken. ‘Het is gewoon bewezen dat je door meer te bewegen meer productieve jaren meer krijgt.’

Ondanks de lastige financieringsmogelijkheden heeft De Nije Veste de afgelopen jaren het nodige gerealiseerd. Naast het centrum is een Beweegplein aangelegd waar de fysiotherapeuten van De Nije Veste, maar ook andere (sport)organisaties beweegprogramma’s aanbieden. Ook wordt er viermaal per week een uur gewandeld vanuit het gezondheidscentrum: WandelFit (en soms: RollatorFit). Trots is Verheijen op de Diabetes Challenge die dit jaar voor de tweede maal op poten wordt gezet samen met de Bas van der Goor Foundation, met ditmaal zo’n 40-50 deelnemers. ‘De resultaten van zo’n challenge zijn groot. Het mooiste is de gedragsverandering die de deelnemers bereiken. Ze worden zich bewust van wat activiteit met hun ziekte doet en met hun sociale leven.’ Een niet onbelangrijk resultaat is ook dat voor deze groep de gemiddelde zorgkosten omlaag zijn gegaan. ‘Onze investeringen in de challenge zijn terugverdiend, al belandt dat rendement nu bij de zorgverzekeraar en niet bij de fysiotherapeuten of de mensen zelf!’

Verheijen beschouwt de collectieve preventie niet als een verantwoordelijkheid van het gezondheidscentrum, maar ziet voor het gezondheidscentrum wel een rol als aanjager. ‘Het is een mindset’, vervolgt hij, ‘we krijgen er energie van en dat geeft ruimte om het naast onze andere werkzaamheden op te pakken. De kartrekkers in onze organisatie zijn de fysiotherapeuten, die de huisartsen, de directie en alle andere medewerkers hebben meegekregen. We ervaren het als een stukje zingeving. We zijn allemaal de gezondheidszorg ingegaan om mensen gezond te houden. Het is fijn om te zien hoe je letterlijk het verschil kan maken!’ Aan collega’s die nog op de drempel staan: ‘Begin met het leren kennen van je lokale sportnetwerk. Wat er gebeurt er in jouw omgeving? Waar zit de energie? Of dat nou kaatsen is, wandelen of jeu de boules, dat maakt niet uit, het gaat erom dat je mensen verleidt om uit hun patroon van niet bewegen te stappen.’

Meer informatie

Physician assistant (PA) biedt veel voordelen

03 maart 2015

Physician-assistantHet inzetten van een physician assistant (PA) is een kansrijke manier om taakherschikking in de huisartspraktijk vorm te geven. Het veld zette vorig jaar samen via de Nederlandse Associatie Physician Assistants (NAPA) praktische handvatten daarvoor op papier.

Quinten van den Driesschen is PA en tevens voorzitter van de NAPA-vakgroep Huisartsgeneeskunde. ‘Door de zorgverlening in de praktijk of de organisatie anders te organiseren heb je als huisarts tijd voor complexe zorg en kun je nieuwe ontwikkelingen beter aan, zoals het naar je toehalen van zorg uit de tweede lijn.’ de PA, wiens bevoegdheden in de wet BIG geregeld zijn, ziet, diagnosticeert en behandelt patiënten als zelfstandig zorgverlener, maar het is een misverstand dat de PA de regie bij de huisarts weghaalt. ‘Juist niet. De huisarts blijft altijd eindverantwoordelijk, maar er is in de minder complexe zorg veel wat de huisarts aan een anders geschoolde zorgverlener kan overlaten’, aldus Van den Driesschen die in de praktijk waaraan hij zelf is verbonden de voordelen dagelijks ziet. ‘Bij ons doet de huisarts standaard langere consulten met meer tijd om de diepte in te gaan. Bij spoed kunnen patiënten meteen bij ons terecht. Er worden meer verrichtingen gedaan en er is meer ruimte voor M&I-verrichtingen.’ De eerste onderzoeken bevestigen dat beeld.

De bevoegdheden van de PA zijn sinds 2012 wettelijk geregeld. In datzelfde jaar stelden KNMG, NAPA en V&VN de Handreiking Implementatie Taakherschikking op voor het inzetten van een PA of een verpleegkundig specialist. Vorig jaar werkte NAPA deze handreiking samen met het veld* verder uit voor de PA. ‘De uitwerking laat zien’, zegt Van den Driesschen, ‘hoe het veld op dit moment invulling geeft aan de taakherschikking met een PA. Wat moet je samen vastleggen? Wat ons betref in elk geval wie welke patiëntencategorieën ziet en hoe de onderlinge afstemming en ruggenspraak is geregeld.’

Op dit moment werken in Nederland ongeveer 100o PA’s, waarvan ongeveer 100 in de eerste lijn: individuele huisartspraktijken, gezondheidscentra en huisartsenposten. Deze PA’s worden meestal intern opgeleid op een leerwerkplek, deels omdat er geen opleiding bestaat die specifiek op de huisartsenzorg is gericht, maar ook omdat dit aan de huisarts de kans biedt de competenties van de PA goed te leren kennen, waardoor hij niet alleen een goed geschoolde zelfstandige zorgverlener krijgt, maar ook een waardevolle sparring partner.

Om taakherschikking te stimuleren is de stimuleringsregeling ‘Versterking Opleiding VS PA Huisartsenzorg’ verlengd. Onder bepaalde voorwaarden komen huisartsen(organisaties) die een verpleegkundig specialist of PA willen opleiden in aanmerking voor een financiële tegemoetkoming, bovenop de bestaande subsidieregeling. Voor het eerstvolgende cohort moet de aanvraag binnen zijn op 1 april 2015 (start in september 2015). Meer informatie.

Met vragen over de PA of de handreiking kunt u contact opnemen met Quinten van den Driesschen.


De uitwerking is een samenwerking van: NAPA (vakgroep huisartsgeneeskunde), stichting KOH, Arts en Zorg, Dokterswacht Friesland, Centrale Huisartsendienst Drenthe, Zorggroep Almere en enkele individuele huisartspraktijken.

[...]

Physician-assistantHet inzetten van een physician assistant (PA) is een kansrijke manier om taakherschikking in de huisartspraktijk vorm te geven. Het veld zette vorig jaar samen via de Nederlandse Associatie Physician Assistants (NAPA) praktische handvatten daarvoor op papier.

Quinten van den Driesschen is PA en tevens voorzitter van de NAPA-vakgroep Huisartsgeneeskunde. ‘Door de zorgverlening in de praktijk of de organisatie anders te organiseren heb je als huisarts tijd voor complexe zorg en kun je nieuwe ontwikkelingen beter aan, zoals het naar je toehalen van zorg uit de tweede lijn.’ de PA, wiens bevoegdheden in de wet BIG geregeld zijn, ziet, diagnosticeert en behandelt patiënten als zelfstandig zorgverlener, maar het is een misverstand dat de PA de regie bij de huisarts weghaalt. ‘Juist niet. De huisarts blijft altijd eindverantwoordelijk, maar er is in de minder complexe zorg veel wat de huisarts aan een anders geschoolde zorgverlener kan overlaten’, aldus Van den Driesschen die in de praktijk waaraan hij zelf is verbonden de voordelen dagelijks ziet. ‘Bij ons doet de huisarts standaard langere consulten met meer tijd om de diepte in te gaan. Bij spoed kunnen patiënten meteen bij ons terecht. Er worden meer verrichtingen gedaan en er is meer ruimte voor M&I-verrichtingen.’ De eerste onderzoeken bevestigen dat beeld.

De bevoegdheden van de PA zijn sinds 2012 wettelijk geregeld. In datzelfde jaar stelden KNMG, NAPA en V&VN de Handreiking Implementatie Taakherschikking op voor het inzetten van een PA of een verpleegkundig specialist. Vorig jaar werkte NAPA deze handreiking samen met het veld* verder uit voor de PA. ‘De uitwerking laat zien’, zegt Van den Driesschen, ‘hoe het veld op dit moment invulling geeft aan de taakherschikking met een PA. Wat moet je samen vastleggen? Wat ons betref in elk geval wie welke patiëntencategorieën ziet en hoe de onderlinge afstemming en ruggenspraak is geregeld.’

Op dit moment werken in Nederland ongeveer 100o PA’s, waarvan ongeveer 100 in de eerste lijn: individuele huisartspraktijken, gezondheidscentra en huisartsenposten. Deze PA’s worden meestal intern opgeleid op een leerwerkplek, deels omdat er geen opleiding bestaat die specifiek op de huisartsenzorg is gericht, maar ook omdat dit aan de huisarts de kans biedt de competenties van de PA goed te leren kennen, waardoor hij niet alleen een goed geschoolde zelfstandige zorgverlener krijgt, maar ook een waardevolle sparring partner.

Om taakherschikking te stimuleren is de stimuleringsregeling ‘Versterking Opleiding VS PA Huisartsenzorg’ verlengd. Onder bepaalde voorwaarden komen huisartsen(organisaties) die een verpleegkundig specialist of PA willen opleiden in aanmerking voor een financiële tegemoetkoming, bovenop de bestaande subsidieregeling. Voor het eerstvolgende cohort moet de aanvraag binnen zijn op 1 april 2015 (start in september 2015). Meer informatie.

Met vragen over de PA of de handreiking kunt u contact opnemen met Quinten van den Driesschen.


De uitwerking is een samenwerking van: NAPA (vakgroep huisartsgeneeskunde), stichting KOH, Arts en Zorg, Dokterswacht Friesland, Centrale Huisartsendienst Drenthe, Zorggroep Almere en enkele individuele huisartspraktijken.

POH-GGZ van grote waarde in het sociaal wijkteam

03 maart 2015

poh-ggz

Onlangs verscheen het functie- en competentieprofiel voor de POH-GGZ*. In Nijmegen legde zorggroep OCE Nijmegen toen net de laatste hand aan de omschrijving van de taken en verantwoordelijkheden van de POH-GGZ binnen het sociaal wijkteam. Het Nijmeegse profiel blijkt een mooie aanvulling te zijn op het functie- en competentieprofiel. OCE gaat hun profiel nu aan de praktijk toetsen.

Voor de duidelijkheid: deelname aan het sociaal wijkteam behoort niet tot de basistaken van de POH-GGZ. OCE had echter al drie POH’s GGZ die deelnamen in wijkteams en  besloot hiervoor een taakomschrijving op te stellen.

Signaleren, adviseren en coachen
Kaderhuisarts Claudia Meulemans legt uit dat – hoewel teams in samenstelling, aanpak en kennis verschillen – de leden van de sociale wijkteams meestal niet over voldoende expertise op het GGZ-gebied beschikken. ‘We zien de POH-GGZ niet als een casemanager; hij of zij heeft een adviserende, signalerende en coachende taak. Dat is nodig omdat er door de nieuwe GGZ-regeling en de transitie naar de gemeente steeds meer GGZ-problematiek in het sociale wijkteam te verwachten is. Het is niet altijd makkelijk om GGZ-problematiek te zien. De POH-GGZ kan signaleren: ik zie hier een depressief iemand. Of: dit is ernstige problematiek, dit moet echt terug naar de huisarts.’ Zo vormt de POH-GGZ, als vooruitgeschoven post vanuit de huisartsenzorg in het sociaal wijkteam, een brug tussen zorg en welzijn.

Duidelijkheid
De aanvullende taakomschrijving schept zowel voor de POH-GGZ zelf als voor de andere partijen in het sociaal wijkteam duidelijkheid over rollen, taken en verantwoordelijkheden van de POH-GGZ. Meulemans: ‘We willen ook graag dat de functie in alle wijkteams op een uniforme manier wordt uitgevoerd, in Nijmegen en – idealiter – in de rest van Nederland. In de pilot testen we de werkbaarheid van ons profiel. Na afloop van de pilot kunnen andere gemeenten er hun voordeel mee doen.’

Financiering
De pilot moet uitwijzen of de beschrijving werkbaar is en voldoet aan de verwachtingen. Daarnaast ligt er nog een opgave in de financiering. Aanvankelijk werd de inzet van de POH-GGZ in het sociaal wijkteam met goedvinden van de zorgverzekeraar betaald uit het niet volledig benutte moduletarief POH-GGZ. Inmiddels is er geen extra ruimte meer; OCE is daarover in gesprek met zorgverzekeraars en gemeenten. Meulemans: ‘We zijn ervan overtuigd dat de inzet van POH-GGZ in sociale wijkteams zal leiden tot verbetering van de patiëntenzorg en versterking van de eerstelijnszorg. En tot kostenbesparing, onder meer door de solide lijn met de huisartsenpraktijk waardoor eerste opvang en triage vaker in de eerste lijn plaats zal vinden.’ Dat er goede onderbouwing is voor een structurele financiering, is voor OCE Nijmegen meer dan duidelijk.


*Ontwikkeld door LHV, NHG, PsyHAG, InEen en vertegenwoordigers van samenwerkende hogescholen op het gebied van POH-GGZ scholing. Besproken met de V&VN en de Landelijke Vereniging POH-GGZ.

 

[...]

poh-ggz

Onlangs verscheen het functie- en competentieprofiel voor de POH-GGZ*. In Nijmegen legde zorggroep OCE Nijmegen toen net de laatste hand aan de omschrijving van de taken en verantwoordelijkheden van de POH-GGZ binnen het sociaal wijkteam. Het Nijmeegse profiel blijkt een mooie aanvulling te zijn op het functie- en competentieprofiel. OCE gaat hun profiel nu aan de praktijk toetsen.

Voor de duidelijkheid: deelname aan het sociaal wijkteam behoort niet tot de basistaken van de POH-GGZ. OCE had echter al drie POH’s GGZ die deelnamen in wijkteams en  besloot hiervoor een taakomschrijving op te stellen.

Signaleren, adviseren en coachen
Kaderhuisarts Claudia Meulemans legt uit dat – hoewel teams in samenstelling, aanpak en kennis verschillen – de leden van de sociale wijkteams meestal niet over voldoende expertise op het GGZ-gebied beschikken. ‘We zien de POH-GGZ niet als een casemanager; hij of zij heeft een adviserende, signalerende en coachende taak. Dat is nodig omdat er door de nieuwe GGZ-regeling en de transitie naar de gemeente steeds meer GGZ-problematiek in het sociale wijkteam te verwachten is. Het is niet altijd makkelijk om GGZ-problematiek te zien. De POH-GGZ kan signaleren: ik zie hier een depressief iemand. Of: dit is ernstige problematiek, dit moet echt terug naar de huisarts.’ Zo vormt de POH-GGZ, als vooruitgeschoven post vanuit de huisartsenzorg in het sociaal wijkteam, een brug tussen zorg en welzijn.

Duidelijkheid
De aanvullende taakomschrijving schept zowel voor de POH-GGZ zelf als voor de andere partijen in het sociaal wijkteam duidelijkheid over rollen, taken en verantwoordelijkheden van de POH-GGZ. Meulemans: ‘We willen ook graag dat de functie in alle wijkteams op een uniforme manier wordt uitgevoerd, in Nijmegen en – idealiter – in de rest van Nederland. In de pilot testen we de werkbaarheid van ons profiel. Na afloop van de pilot kunnen andere gemeenten er hun voordeel mee doen.’

Financiering
De pilot moet uitwijzen of de beschrijving werkbaar is en voldoet aan de verwachtingen. Daarnaast ligt er nog een opgave in de financiering. Aanvankelijk werd de inzet van de POH-GGZ in het sociaal wijkteam met goedvinden van de zorgverzekeraar betaald uit het niet volledig benutte moduletarief POH-GGZ. Inmiddels is er geen extra ruimte meer; OCE is daarover in gesprek met zorgverzekeraars en gemeenten. Meulemans: ‘We zijn ervan overtuigd dat de inzet van POH-GGZ in sociale wijkteams zal leiden tot verbetering van de patiëntenzorg en versterking van de eerstelijnszorg. En tot kostenbesparing, onder meer door de solide lijn met de huisartsenpraktijk waardoor eerste opvang en triage vaker in de eerste lijn plaats zal vinden.’ Dat er goede onderbouwing is voor een structurele financiering, is voor OCE Nijmegen meer dan duidelijk.


*Ontwikkeld door LHV, NHG, PsyHAG, InEen en vertegenwoordigers van samenwerkende hogescholen op het gebied van POH-GGZ scholing. Besproken met de V&VN en de Landelijke Vereniging POH-GGZ.

 

Functie- en competentieprofiel voor praktijkondersteuner GGZ 

20 februari 2015

Twee weken terug maakten we al melding van het nieuwe functie- en competentieprofiel voor de POH-GGZ. De meeste huisartsen werken tegenwoordig samen met deze praktijkondersteuner die hen ondersteunt bij de begeleiding en behandeling van patiënten met psychische, psychosociale of psychosomatische problematiek. Er ligt nu een mooi opgemaakte versie van het functie- en competentieprofiel, daarom voegen we het nog een keer bij. In deze nieuwe versie kun je vanuit de inhoudsopgave makkelijk doorklikken naar het gewenste onderwerp (en weer terug). Als InEen beschouwen we het nieuwe profiel als een belangrijke stap op weg naar verdere professionalisering van de functie POH-GGZ.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Twee weken terug maakten we al melding van het nieuwe functie- en competentieprofiel voor de POH-GGZ. De meeste huisartsen werken tegenwoordig samen met deze praktijkondersteuner die hen ondersteunt bij de begeleiding en behandeling van patiënten met psychische, psychosociale of psychosomatische problematiek. Er ligt nu een mooi opgemaakte versie van het functie- en competentieprofiel, daarom voegen we het nog een keer bij. In deze nieuwe versie kun je vanuit de inhoudsopgave makkelijk doorklikken naar het gewenste onderwerp (en weer terug). Als InEen beschouwen we het nieuwe profiel als een belangrijke stap op weg naar verdere professionalisering van de functie POH-GGZ.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Casemanagement dementie

20 februari 2015

Met ingang van 2015 maakt casemanagement dementie deel uit van de aanspraak Wijkverpleging. Menzis heeft met zorgaanbieders contracten afgesloten voor het bieden van wijkverpleging, inclusief casemanagement dementie. Hierbij is het budget voor casemanagement niet specifiek geoormerkt, om zorgaanbieders de ruimte te geven deze zorg zo goed en efficiënt mogelijk te regelen voor klanten. Zorgaanbieders kiezen zelf hoe zij casemanagement dementie inrichten: met aparte casemanagers dementie, of als onderdeel van het werk van de reguliere wijkverpleegkundige.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Met ingang van 2015 maakt casemanagement dementie deel uit van de aanspraak Wijkverpleging. Menzis heeft met zorgaanbieders contracten afgesloten voor het bieden van wijkverpleging, inclusief casemanagement dementie. Hierbij is het budget voor casemanagement niet specifiek geoormerkt, om zorgaanbieders de ruimte te geven deze zorg zo goed en efficiënt mogelijk te regelen voor klanten. Zorgaanbieders kiezen zelf hoe zij casemanagement dementie inrichten: met aparte casemanagers dementie, of als onderdeel van het werk van de reguliere wijkverpleegkundige.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Programma themabijeenkomst implementatie zorgstandaard CVRM 

18 februari 2015

Aansluitend aan de Deelledenvergadering voor zorggroepen op dinsdag 3 maart is er vanaf 18.30 uur een themabijeenkomst over de implementatie van de zorgstandaard Cardiovasculair Risicomanagement (CVRM). Deze themabijeenkomst is een gezamenlijk initiatief van het Platform Vitale Vaten en InEen ter afsluiting van het implementatieproject Innovatie CVRM. Tijdens de bijeenkomst blikken we terug op de projectresultaten en wisselen we ervaringen uit die andere zorggroepen helpen bij de introductie van CVRM-zorgprogramma’s volgens  de zorgstandaard. Het programma is interessant voor mensen met inhoudelijke belangstelling voor de implementatie van zorgprogramma’s voor CVRM. We rekenen op de komst van bestuurders, managers, kwaliteitsmedewerkers en kaderhuisartsen van zorggroepen en gezondheidscentra.

[...]

Aansluitend aan de Deelledenvergadering voor zorggroepen op dinsdag 3 maart is er vanaf 18.30 uur een themabijeenkomst over de implementatie van de zorgstandaard Cardiovasculair Risicomanagement (CVRM). Deze themabijeenkomst is een gezamenlijk initiatief van het Platform Vitale Vaten en InEen ter afsluiting van het implementatieproject Innovatie CVRM. Tijdens de bijeenkomst blikken we terug op de projectresultaten en wisselen we ervaringen uit die andere zorggroepen helpen bij de introductie van CVRM-zorgprogramma’s volgens  de zorgstandaard. Het programma is interessant voor mensen met inhoudelijke belangstelling voor de implementatie van zorgprogramma’s voor CVRM. We rekenen op de komst van bestuurders, managers, kwaliteitsmedewerkers en kaderhuisartsen van zorggroepen en gezondheidscentra.

Save the date: European Forum for Primary Care

18 februari 2015

Deze zomer vindt in Amsterdam het tweejaarlijkse congres plaats van het European Forum for Primary Care (EFPC). Innovatieve eerstelijners uit heel Europa komen dan bij elkaar om ideeën en ervaringen uit te wisselen. Samen met InEen verzorgt het EFPC op 30 augustus 2015 tijdens de pre-conference een inhoudelijk programma over voor Nederland relevante thema’s. Daarbij gaat het om inspiratie opdoen en uitwisselen van informatie op Europese schaal. Denk bijvoorbeeld aan het inzetten van verpleegkundigen in de eerstelijns zorg, een onderwerp waarmee in andere landen al veel ervaring is opgedaan. Noteer de datum alvast in je agenda! Meer informatie volgt. Het EFPC kwam in 2006 in Utrecht voor het eerst bijeen en heeft als doel het verbeteren van the health of the population by promoting a strong Primary Care.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Deze zomer vindt in Amsterdam het tweejaarlijkse congres plaats van het European Forum for Primary Care (EFPC). Innovatieve eerstelijners uit heel Europa komen dan bij elkaar om ideeën en ervaringen uit te wisselen. Samen met InEen verzorgt het EFPC op 30 augustus 2015 tijdens de pre-conference een inhoudelijk programma over voor Nederland relevante thema’s. Daarbij gaat het om inspiratie opdoen en uitwisselen van informatie op Europese schaal. Denk bijvoorbeeld aan het inzetten van verpleegkundigen in de eerstelijns zorg, een onderwerp waarmee in andere landen al veel ervaring is opgedaan. Noteer de datum alvast in je agenda! Meer informatie volgt. Het EFPC kwam in 2006 in Utrecht voor het eerst bijeen en heeft als doel het verbeteren van the health of the population by promoting a strong Primary Care.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Nieuw: functie- en competentieprofiel voor praktijkondersteuner GGZ

30 januari 2015

De meeste huisartsen werken tegenwoordig samen met de praktijkondersteuner huisartsenzorg GGZ (POH-GGZ) die hen ondersteunt bij de begeleiding en behandeling van patiënten met psychische, psychosociale of psychosomatische problematiek. Vanaf vandaag ligt er een actueel, eenduidig functie- en competentieprofiel, dat aansluit op de huisartsenzorg voor deze patiënten . Een belangrijke stap op weg naar de verdere professionalisering van de functie van POH-GGZ en voor de kwaliteit van zorg voor patiënten met psychische klachten bij de huisarts.

De POH-GGZ is bijna niet meer weg te denken uit de meeste huisartsenpraktijken. Het is een relatief nieuwe functie en volop in beweging. De functie wordt door diverse beroepsbeoefenaren uitgeoefend. En allen hebben een verschillende achtergrond en vooropleidingen. Daardoor ontstaan verschillen in begeleidingmogelijkheiden en behandelaanpak, kennis en taakopvatting. Om meer transparantie en houvast te bieden over de functie POH-GGZ is door een werkgroep bestaande uit LHV, InEen, PsyHAG en vertegenwoordigers van samenwerkende hogescholen op het gebied van POH-GGZ scholing, een functie- en competentieprofiel ontwikkeld dat ter consultatie aan de verschillende samenwerkingspartners is voorgelegd.

Het huidige functieprofiel is een levend document, dat zo nodig weer kan worden aangepast aan nieuwste inzichten, standaarden en richtlijnen. In het profiel wordt de functie POH-GGZ beschreven als functionaris binnen de huisartsenvoorziening ter ondersteuning aan en onder regie van de huisarts. Het profiel omvat de competenties waarover een POH-GGZ dient te beschikken en verduidelijkt de rol en invulling van de functie. Het profiel helpt ook de huisarts in wat hij of zij van de POH-GGZ kan verwachten.

De POH-GGZ is een generalistische GGZ-functie in de huisartsenpraktijk op hbo werk- en denkniveau. De functie kan worden uitgevoerd door een hbo-opgeleide functionaris voor de sector zorg en welzijn, die een aanvullende POH-GGZ scholing heeft gevolgd. Het competentieprofiel is bedoeld voor deze scholing en komt overeen met (minimaal) 20 lesdagen. Eerder verworven competenties kunnen worden bekeken om zo een korter leertraject mogelijk te maken. Het is belangrijk dat er voldoende aandacht is voor het werken in de praktijk en samenwerking met de huisarts. Daarom is een stage van 8 uur per week gedurende de looptijd van de opleiding (40-48 weken) verplicht.

Meer informatie

Het functie- en competentieprofiel praktijkondersteuner GGZ is ontwikkeld door de Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV), InEen, het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG) en PsyHAG. Het profiel is vervolgens voorgelegd aan verschillende samenwerkingspartners en besproken met de Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland (V&VN) en Landelijke Vereniging POH-GGZ.

[...]

De meeste huisartsen werken tegenwoordig samen met de praktijkondersteuner huisartsenzorg GGZ (POH-GGZ) die hen ondersteunt bij de begeleiding en behandeling van patiënten met psychische, psychosociale of psychosomatische problematiek. Vanaf vandaag ligt er een actueel, eenduidig functie- en competentieprofiel, dat aansluit op de huisartsenzorg voor deze patiënten . Een belangrijke stap op weg naar de verdere professionalisering van de functie van POH-GGZ en voor de kwaliteit van zorg voor patiënten met psychische klachten bij de huisarts.

De POH-GGZ is bijna niet meer weg te denken uit de meeste huisartsenpraktijken. Het is een relatief nieuwe functie en volop in beweging. De functie wordt door diverse beroepsbeoefenaren uitgeoefend. En allen hebben een verschillende achtergrond en vooropleidingen. Daardoor ontstaan verschillen in begeleidingmogelijkheiden en behandelaanpak, kennis en taakopvatting. Om meer transparantie en houvast te bieden over de functie POH-GGZ is door een werkgroep bestaande uit LHV, InEen, PsyHAG en vertegenwoordigers van samenwerkende hogescholen op het gebied van POH-GGZ scholing, een functie- en competentieprofiel ontwikkeld dat ter consultatie aan de verschillende samenwerkingspartners is voorgelegd.

Het huidige functieprofiel is een levend document, dat zo nodig weer kan worden aangepast aan nieuwste inzichten, standaarden en richtlijnen. In het profiel wordt de functie POH-GGZ beschreven als functionaris binnen de huisartsenvoorziening ter ondersteuning aan en onder regie van de huisarts. Het profiel omvat de competenties waarover een POH-GGZ dient te beschikken en verduidelijkt de rol en invulling van de functie. Het profiel helpt ook de huisarts in wat hij of zij van de POH-GGZ kan verwachten.

De POH-GGZ is een generalistische GGZ-functie in de huisartsenpraktijk op hbo werk- en denkniveau. De functie kan worden uitgevoerd door een hbo-opgeleide functionaris voor de sector zorg en welzijn, die een aanvullende POH-GGZ scholing heeft gevolgd. Het competentieprofiel is bedoeld voor deze scholing en komt overeen met (minimaal) 20 lesdagen. Eerder verworven competenties kunnen worden bekeken om zo een korter leertraject mogelijk te maken. Het is belangrijk dat er voldoende aandacht is voor het werken in de praktijk en samenwerking met de huisarts. Daarom is een stage van 8 uur per week gedurende de looptijd van de opleiding (40-48 weken) verplicht.

Meer informatie

Het functie- en competentieprofiel praktijkondersteuner GGZ is ontwikkeld door de Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV), InEen, het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG) en PsyHAG. Het profiel is vervolgens voorgelegd aan verschillende samenwerkingspartners en besproken met de Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland (V&VN) en Landelijke Vereniging POH-GGZ.

Doelmatig doorverwijzen en zorg op maat in Overvecht

29 januari 2015

Wijkspecialist

In de Utrechtse wijk Overvecht introduceerde de stichting Overvecht Gezond samen met het St. Antonius Ziekenhuis en Achmea vorig jaar de wijkspecialist, een innovatieve samenwerking tussen eerste en tweede lijn bedoeld om doelmatig doorverwijzen naar de tweede lijn een extra impuls te geven. De consultatieafspraken blijken een vruchtbare basis voor het ontwikkelen van duurzame zorg op maat. Deze ontwikkeling maakt deel uit van de gezamenlijke doelstelling van huisartsen en ziekenhuizen in de regio Utrecht om te werken aan het realiseren van ‘zorg op de juiste plek’.

In het concept wijkspecialist is per specialisme een specialist beschikbaar als vaste contactpersoon voor iedere huisartsenpraktijk in Overvecht. Er zijn inmiddels wijkspecialisten op het gebied van neurologie, kindergeneeskunde, interne geneeskunde, orthopedie en longziekten. Petra van Wezel is manager bij Overvecht Gezond en mede-initiator van deze aanpak. ‘Toen het St. Antonius Ziekenhuis aankondigde de locatie in Overvecht te sluiten, zijn we met het ziekenhuis gaan bedenken hoe we de specialistische zorg dichter bij de eerste lijn gaan brengen en hoe wij het doelmatig doorverwijzen naar het ziekenhuis verder kunnen verbeteren.’ Een ambitie die nauw aansluit bij het integrale zorgconcept dat Overvecht Gezond samen met haar netwerkpartners ontwikkelt.

Consultatie van de dienstdoende specialist was altijd al mogelijk, maar de wijkspecialist gaat een wezenlijke stap verder. Alle medische problemen kunnen worden besproken en niet alleen spoedzaken of bepaalde de aandoeningen. Doordat de wijkspecialist een vaste persoon is, ontstaat er tussen huisarts en specialist een relatie waarbinnen eerder en betere afspraken worden gemaakt over het beleid voor een bepaalde patiënt, zoals een kort behandeltraject bij de specialist en dan weer terug naar de eerste lijn. Ook logistieke afspraken zijn mogelijk. Van Wezel: ‘Laagdrempelige consultatie is de basis, maar deze aanpak is ook de basis om meer en betere zorg op maat te bieden met als winst het doelmatig inzetten van de specialist en de huisarts en meer zorg dichtbij huis.’

Tijdens de pilot in 2014 werd binnen de vijf deelnemende specialismen in een derde van de situaties doorverwijzing voorkomen. Wanneer er wel doorverwijzing plaatsvond, was deze kwalitatief beter. Patiënten konden na overleg met de wijkspecialist ook direct terecht bij de specialist die ze nodig hadden. Van Wezel: ‘Huisartsen kunnen meer regie nemen in de zorg voor hun patiënt. En specialisten sluiten beter aan op wat de eerste lijn allemaal kan en doet. Daarmee groeit ook het vertrouwen om eerder en meer terug te verwijzen naar de eerste lijn. De adviezen van de specialist versterken het ingezette beleid van de huisarts waardoor de compliance groter wordt. Patiënten waarderen het omdat er grondiger wordt gekeken naar hun probleem en voelen zich daardoor meer serieus genomen.’

De aanpak vraagt van zowel specialisten als huisartsen een andere manier van werken. Ze verdiepen zich in elkaars werkwijze en er is sprake van extra contacten. Daarom, zegt Van Wezel, is er meer nodig dan het uitwisselen van telefoonnummers.’ Om elkaar te leren kennen gaan de specialisten langs de huisartsenpraktijken en zijn er bijeenkomsten over de voortgang van de nieuwe aanpak of geeft een van de specialisten een scholing. Deze nieuwe aanpak wijkspecialist past niet meteen in de huidige bekostigingssystematiek. Overvecht Gezond, het St. Antonius Ziekenhuis, en Achmea zijn in onderhandeling over hoe ook de gewenste financiële substitutie gerealiseerd kan worden. Inzet is om dit in de contractering 2016 structureel te regelen. Hierbij wordt onder andere ook gekeken hoe dit bij een andere aanpak zoals de Stadspoli van ZIO in Maastricht wordt gedaan. Intussen ontwikkelt de wijkspecialist zich gestaag verder. Er haken nieuwe specialismen aan en vanaf 2015 gaan twee specialismen actief patiënten geheel of gedeeltelijk terugverwijzen naar de eerste lijn.

Meer informatie

[...]

Wijkspecialist

In de Utrechtse wijk Overvecht introduceerde de stichting Overvecht Gezond samen met het St. Antonius Ziekenhuis en Achmea vorig jaar de wijkspecialist, een innovatieve samenwerking tussen eerste en tweede lijn bedoeld om doelmatig doorverwijzen naar de tweede lijn een extra impuls te geven. De consultatieafspraken blijken een vruchtbare basis voor het ontwikkelen van duurzame zorg op maat. Deze ontwikkeling maakt deel uit van de gezamenlijke doelstelling van huisartsen en ziekenhuizen in de regio Utrecht om te werken aan het realiseren van ‘zorg op de juiste plek’.

In het concept wijkspecialist is per specialisme een specialist beschikbaar als vaste contactpersoon voor iedere huisartsenpraktijk in Overvecht. Er zijn inmiddels wijkspecialisten op het gebied van neurologie, kindergeneeskunde, interne geneeskunde, orthopedie en longziekten. Petra van Wezel is manager bij Overvecht Gezond en mede-initiator van deze aanpak. ‘Toen het St. Antonius Ziekenhuis aankondigde de locatie in Overvecht te sluiten, zijn we met het ziekenhuis gaan bedenken hoe we de specialistische zorg dichter bij de eerste lijn gaan brengen en hoe wij het doelmatig doorverwijzen naar het ziekenhuis verder kunnen verbeteren.’ Een ambitie die nauw aansluit bij het integrale zorgconcept dat Overvecht Gezond samen met haar netwerkpartners ontwikkelt.

Consultatie van de dienstdoende specialist was altijd al mogelijk, maar de wijkspecialist gaat een wezenlijke stap verder. Alle medische problemen kunnen worden besproken en niet alleen spoedzaken of bepaalde de aandoeningen. Doordat de wijkspecialist een vaste persoon is, ontstaat er tussen huisarts en specialist een relatie waarbinnen eerder en betere afspraken worden gemaakt over het beleid voor een bepaalde patiënt, zoals een kort behandeltraject bij de specialist en dan weer terug naar de eerste lijn. Ook logistieke afspraken zijn mogelijk. Van Wezel: ‘Laagdrempelige consultatie is de basis, maar deze aanpak is ook de basis om meer en betere zorg op maat te bieden met als winst het doelmatig inzetten van de specialist en de huisarts en meer zorg dichtbij huis.’

Tijdens de pilot in 2014 werd binnen de vijf deelnemende specialismen in een derde van de situaties doorverwijzing voorkomen. Wanneer er wel doorverwijzing plaatsvond, was deze kwalitatief beter. Patiënten konden na overleg met de wijkspecialist ook direct terecht bij de specialist die ze nodig hadden. Van Wezel: ‘Huisartsen kunnen meer regie nemen in de zorg voor hun patiënt. En specialisten sluiten beter aan op wat de eerste lijn allemaal kan en doet. Daarmee groeit ook het vertrouwen om eerder en meer terug te verwijzen naar de eerste lijn. De adviezen van de specialist versterken het ingezette beleid van de huisarts waardoor de compliance groter wordt. Patiënten waarderen het omdat er grondiger wordt gekeken naar hun probleem en voelen zich daardoor meer serieus genomen.’

De aanpak vraagt van zowel specialisten als huisartsen een andere manier van werken. Ze verdiepen zich in elkaars werkwijze en er is sprake van extra contacten. Daarom, zegt Van Wezel, is er meer nodig dan het uitwisselen van telefoonnummers.’ Om elkaar te leren kennen gaan de specialisten langs de huisartsenpraktijken en zijn er bijeenkomsten over de voortgang van de nieuwe aanpak of geeft een van de specialisten een scholing. Deze nieuwe aanpak wijkspecialist past niet meteen in de huidige bekostigingssystematiek. Overvecht Gezond, het St. Antonius Ziekenhuis, en Achmea zijn in onderhandeling over hoe ook de gewenste financiële substitutie gerealiseerd kan worden. Inzet is om dit in de contractering 2016 structureel te regelen. Hierbij wordt onder andere ook gekeken hoe dit bij een andere aanpak zoals de Stadspoli van ZIO in Maastricht wordt gedaan. Intussen ontwikkelt de wijkspecialist zich gestaag verder. Er haken nieuwe specialismen aan en vanaf 2015 gaan twee specialismen actief patiënten geheel of gedeeltelijk terugverwijzen naar de eerste lijn.

Meer informatie

Call Fonds NutsOhra-programma alleenstaande ouderen

27 januari 2015

We attenderen jullie op het programma ‘Meer Veerkracht, Langer Thuis’ van het Fonds NutsOhra. Dit programma (looptijd drie jaar) richt zich op kwetsbare alleenstaande ouderen met één of meer beperkingen. Voor dit programma is Fonds NutsOhra op zoek naar nieuwe ideeën en aanpakken op het terrein van meedoen/netwerk en mobiliteit/bewegen. Gezocht wordt naar vernieuwende projecten, maar ook projecten die bestaande succesvolle aanpakken verspreiden. Om partijen bij elkaar te brengen, ideeën te bespreken en elkaar te inspireren organiseert Fonds NutsOhra begin februari vijf regiobijeenkomsten in Rotterdam, Eindhoven, Utrecht, Zwolle en Amsterdam. Vor het programma is 12 miljoen euro beschikbaar.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

We attenderen jullie op het programma ‘Meer Veerkracht, Langer Thuis’ van het Fonds NutsOhra. Dit programma (looptijd drie jaar) richt zich op kwetsbare alleenstaande ouderen met één of meer beperkingen. Voor dit programma is Fonds NutsOhra op zoek naar nieuwe ideeën en aanpakken op het terrein van meedoen/netwerk en mobiliteit/bewegen. Gezocht wordt naar vernieuwende projecten, maar ook projecten die bestaande succesvolle aanpakken verspreiden. Om partijen bij elkaar te brengen, ideeën te bespreken en elkaar te inspireren organiseert Fonds NutsOhra begin februari vijf regiobijeenkomsten in Rotterdam, Eindhoven, Utrecht, Zwolle en Amsterdam. Vor het programma is 12 miljoen euro beschikbaar.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Er wordt een hele hoop verwacht van de eerste lijn

20 januari 2015

“De patiënt moet samen met de eerste lijn de regie over zijn of haar zorg houden; dat is mogelijk, met name door in de ‘drie-eenheid’ diagnostiek-preventie-innovatie uit te gaan van de patiënt.” Hiermee werd door SHL-Groep bestuurder drs. Astrid van der Put in één zin het symposium ‘Diagnostiek, preventie en innovatie: dichter bij de patiënt’ neergezet.

[...]

“De patiënt moet samen met de eerste lijn de regie over zijn of haar zorg houden; dat is mogelijk, met name door in de ‘drie-eenheid’ diagnostiek-preventie-innovatie uit te gaan van de patiënt.” Hiermee werd door SHL-Groep bestuurder drs. Astrid van der Put in één zin het symposium ‘Diagnostiek, preventie en innovatie: dichter bij de patiënt’ neergezet.

NZA-beleidsregel: macrobeheersinstrumenten

20 januari 2015

Op 17 december 2014 heef de NZa een brief gestuurd aan InEen, LHV en ZN over de macrobeheersinstrumenten (MBI) huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg. In de beleidsregels en de nadere regels staat hoe de MBI ingezet zou kunnen worden. Het inzetten van een MBI is geen automatisme, maar een laatste middel van de minister om grote overschrijdingen tegen te gaan. Een eventuele overschrijding wordt eerst onderzocht op de precieze oorzaak en de beleidsmatige wenselijkheid. Het lijkt onwaarschijnlijk dat het MBI ingezet wordt. In het signaleringsplatform van 2 oktober 2014 is afgesproken dat de minister het totaal van de uitgaven aan curatieve zorg binnen de budgettaire kaders zal bezien. Een overschrijding binnen het ene kader kan gecompenseerd worden door een onderschrijding op het andere kader. Meer toelichting in de brief, de beleidsregels (huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg) en de nadere regels (huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg).

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 9 januari 2015.

[...]

Op 17 december 2014 heef de NZa een brief gestuurd aan InEen, LHV en ZN over de macrobeheersinstrumenten (MBI) huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg. In de beleidsregels en de nadere regels staat hoe de MBI ingezet zou kunnen worden. Het inzetten van een MBI is geen automatisme, maar een laatste middel van de minister om grote overschrijdingen tegen te gaan. Een eventuele overschrijding wordt eerst onderzocht op de precieze oorzaak en de beleidsmatige wenselijkheid. Het lijkt onwaarschijnlijk dat het MBI ingezet wordt. In het signaleringsplatform van 2 oktober 2014 is afgesproken dat de minister het totaal van de uitgaven aan curatieve zorg binnen de budgettaire kaders zal bezien. Een overschrijding binnen het ene kader kan gecompenseerd worden door een onderschrijding op het andere kader. Meer toelichting in de brief, de beleidsregels (huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg) en de nadere regels (huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg).

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 9 januari 2015.

Nieuwe versie beleidsregels huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg

20 januari 2015

Op 23 december 2014 heeft de NZa een brief gestuurd aan InEen, LHV, ZN en VPH over de beleidsregels huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg. Het betreft de correctie van enkele onvolkomenheden in de regels die in juli 2014 zijn gepubliceerd. De wijzingen hebben betrekking op internetconsulten, gemoedsbezwaarden, toelichting consultloos experiment, toelichting POH-S en GEZ, M&I’s niet basisverzekerde zorg, inclusiecriteria, MDS/benchmark, verantwoordingsdocument, tariefonderbouwing POH-GGZ, tariefbeschikking achterstandsfonds en prestaties buiten segmenten. De wijzigingen hebben geen impact op de zorginkoop. Ze dienen alleen om helderheid te verschaffen. Een uitgebreidere beschrijving vinden jullie in de brief, de nieuwe beleidsregel, de nieuwe nadere regel en de nieuwe tariefbeschikking.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 9 januari 2015.

[...]

Op 23 december 2014 heeft de NZa een brief gestuurd aan InEen, LHV, ZN en VPH over de beleidsregels huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg. Het betreft de correctie van enkele onvolkomenheden in de regels die in juli 2014 zijn gepubliceerd. De wijzingen hebben betrekking op internetconsulten, gemoedsbezwaarden, toelichting consultloos experiment, toelichting POH-S en GEZ, M&I’s niet basisverzekerde zorg, inclusiecriteria, MDS/benchmark, verantwoordingsdocument, tariefonderbouwing POH-GGZ, tariefbeschikking achterstandsfonds en prestaties buiten segmenten. De wijzigingen hebben geen impact op de zorginkoop. Ze dienen alleen om helderheid te verschaffen. Een uitgebreidere beschrijving vinden jullie in de brief, de nieuwe beleidsregel, de nieuwe nadere regel en de nieuwe tariefbeschikking.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 9 januari 2015.

Pgb wijkverpleging in Zorgverzekeringswet

20 januari 2015

In de Zorgverzekeringswet (Zvw) is het mogelijk om een persoonsgebondenbudget (pgb) voor de wijkverpleging (persoonlijke verzorging en verpleging) aan te vragen. Het CIZ speelt geen rol meer bij de indicatiestelling onder de Zvw. Dit gebeurt door de professional (verpleegkundige) conform het normenkader V&VN. De cliënt die met een Zvw-pgb zorg inkoopt, moet zich daarbij houden aan de voorwaarden van zijn zorgverzekeraar. Lees ook.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 9 januari 2015.

[...]

In de Zorgverzekeringswet (Zvw) is het mogelijk om een persoonsgebondenbudget (pgb) voor de wijkverpleging (persoonlijke verzorging en verpleging) aan te vragen. Het CIZ speelt geen rol meer bij de indicatiestelling onder de Zvw. Dit gebeurt door de professional (verpleegkundige) conform het normenkader V&VN. De cliënt die met een Zvw-pgb zorg inkoopt, moet zich daarbij houden aan de voorwaarden van zijn zorgverzekeraar. Lees ook.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 9 januari 2015.

Vragenlijst zelfevaluatie voor ketenzorgorganisaties

20 januari 2015

In december hebben we de gezondheidscentra per email gevraagd kenbaar te maken of zij ketenzorg aanbieden. Zo ja en bij interesse zijn medewerkers van deze centra welkom in het bestaande kwaliteitsnetwerk en uitgenodigd deel te nemen aan kwaliteitsinitiatieven voor ketenzorggroepen. Zo wordt over twee weken de digitale vragenlijst zelfevaluatie voor ketenzorgorganisaties opengesteld. Deze vragenlijst is onderdeel van een methodiek waarmee zorggroepen voor zichzelf kunnen bepalen in hoeverre ze voldoen aan de 21 Kritische Kwaliteitskenmerken (KKK’s). Vanaf 2015 stelt InEen, op verzoek van leden, de digitale vragenlijst ook open voor gezondheidscentra die ketenzorg leveren. Mogelijk zijn niet alle 21 kwaliteitskenmerken volledig toepasbaar op de organisatie van ketenzorg door gezondheidscentra. Toch biedt het een eerste stap om het kwaliteitsbeleid rondom de organisatie van ketenzorg te verkennen. Er zijn al diverse reacties op deze uitnodiging binnen gekomen. Gezondheidscentra die belangstelling hebben, maar de email nog niet hebben beantwoord, kunnen tot aanstaande woensdag 14 januari hier hun gegevens achterlaten.
Voor vragen hierover kunt u terecht bij Mariska Sijstermans.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 9 januari 2015.

[...]

In december hebben we de gezondheidscentra per email gevraagd kenbaar te maken of zij ketenzorg aanbieden. Zo ja en bij interesse zijn medewerkers van deze centra welkom in het bestaande kwaliteitsnetwerk en uitgenodigd deel te nemen aan kwaliteitsinitiatieven voor ketenzorggroepen. Zo wordt over twee weken de digitale vragenlijst zelfevaluatie voor ketenzorgorganisaties opengesteld. Deze vragenlijst is onderdeel van een methodiek waarmee zorggroepen voor zichzelf kunnen bepalen in hoeverre ze voldoen aan de 21 Kritische Kwaliteitskenmerken (KKK’s). Vanaf 2015 stelt InEen, op verzoek van leden, de digitale vragenlijst ook open voor gezondheidscentra die ketenzorg leveren. Mogelijk zijn niet alle 21 kwaliteitskenmerken volledig toepasbaar op de organisatie van ketenzorg door gezondheidscentra. Toch biedt het een eerste stap om het kwaliteitsbeleid rondom de organisatie van ketenzorg te verkennen. Er zijn al diverse reacties op deze uitnodiging binnen gekomen. Gezondheidscentra die belangstelling hebben, maar de email nog niet hebben beantwoord, kunnen tot aanstaande woensdag 14 januari hier hun gegevens achterlaten.
Voor vragen hierover kunt u terecht bij Mariska Sijstermans.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 9 januari 2015.

Uitreiking koffer met zelfzorgtools

23 december 2014

Afgelopen woensdag reikte directeur-generaal Bas van den Dungen de zogenaamde Zelfzorg Ondersteund Implementatiekoffer uit aan Eugen Zuiderwijk (Gezondheidscentrum Maarssenbroek en zorggroep Ketenzorgnu) en één van de patiënten. Daarmee werd het startsein gegeven voor het vergroten van meer eigen regie voor patiënten in Nederland. De koffer bevat praktische tools voor zorggroepen die willen beginnen met ondersteunde zelfzorg of die deze vorm van zorg willen verbeteren of uitbreiden. Gebaseerd op de ervaringen van ruim veertig zorggroepen en  de leden van ZO! biedt de koffer samenvattingen van ervaringen, tips en tricks vanuit vijf ontwikkelpilots van ZO! en resultaten van wetenschappelijk onderzoek. Ook biedt de koffer een overzicht van ICT-platforms die door ZO! zijn beoordeeld en informatie over het contracteren van zelfzorginterventies. De meeste informatie in de koffer staat op de website van ZO! Lees ook het persbericht.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Afgelopen woensdag reikte directeur-generaal Bas van den Dungen de zogenaamde Zelfzorg Ondersteund Implementatiekoffer uit aan Eugen Zuiderwijk (Gezondheidscentrum Maarssenbroek en zorggroep Ketenzorgnu) en één van de patiënten. Daarmee werd het startsein gegeven voor het vergroten van meer eigen regie voor patiënten in Nederland. De koffer bevat praktische tools voor zorggroepen die willen beginnen met ondersteunde zelfzorg of die deze vorm van zorg willen verbeteren of uitbreiden. Gebaseerd op de ervaringen van ruim veertig zorggroepen en  de leden van ZO! biedt de koffer samenvattingen van ervaringen, tips en tricks vanuit vijf ontwikkelpilots van ZO! en resultaten van wetenschappelijk onderzoek. Ook biedt de koffer een overzicht van ICT-platforms die door ZO! zijn beoordeeld en informatie over het contracteren van zelfzorginterventies. De meeste informatie in de koffer staat op de website van ZO! Lees ook het persbericht.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Financiering specialist ouderengeneeskunde in eerstelijnszorg

23 december 2014

Minister Schippers heeft een Kamerbrief verstuurd over de financieringsstructuur van de specialist ouderengeneeskunde in de eerstelijnszorg. In de samenhangende zorg dicht bij huis hebben verschillende professionals een rol. Waar de huisarts specialistische kennis nodig heeft, bijvoorbeeld bij kwetsbare ouderen, kan de specialist ouderengeneeskunde inspringen, aldus de minister. Het betrekken van deze specialist is mogelijk via de subsidieregeling extramurale behandeling. Op termijn wordt deze behandeling ondergebracht in de Zorgverzekeringswet, al of niet onder een aparte aanspraak. De specialist ouderengeneeskunde vervult ook in de zorgprogramma’s voor kwetsbare ouderen een cruciale rol. Vorige week ging het bestuurlijk overleg eerste lijn akkoord met het voorstel van InEen voor de ontwikkeling van persoonsgerichte programmatische ketenzorg voor kwetsbare ouderen. Zoals de minister aangeeft gaan we in dit traject samen met zorgaanbieders, zorgverzekeraars en patiëntenorganisaties aan de slag met het ontwikkelen van een generiek zorgprogramma voor kwetsbare ouderen, dat landelijk gebruikt kan worden. Het projectvoorstel voorziet onder meer in de ontwikkeling van een aanvullende zorgmodule voor consultatie van medisch-specialistische ouderenzorg.
Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Minister Schippers heeft een Kamerbrief verstuurd over de financieringsstructuur van de specialist ouderengeneeskunde in de eerstelijnszorg. In de samenhangende zorg dicht bij huis hebben verschillende professionals een rol. Waar de huisarts specialistische kennis nodig heeft, bijvoorbeeld bij kwetsbare ouderen, kan de specialist ouderengeneeskunde inspringen, aldus de minister. Het betrekken van deze specialist is mogelijk via de subsidieregeling extramurale behandeling. Op termijn wordt deze behandeling ondergebracht in de Zorgverzekeringswet, al of niet onder een aparte aanspraak. De specialist ouderengeneeskunde vervult ook in de zorgprogramma’s voor kwetsbare ouderen een cruciale rol. Vorige week ging het bestuurlijk overleg eerste lijn akkoord met het voorstel van InEen voor de ontwikkeling van persoonsgerichte programmatische ketenzorg voor kwetsbare ouderen. Zoals de minister aangeeft gaan we in dit traject samen met zorgaanbieders, zorgverzekeraars en patiëntenorganisaties aan de slag met het ontwikkelen van een generiek zorgprogramma voor kwetsbare ouderen, dat landelijk gebruikt kan worden. Het projectvoorstel voorziet onder meer in de ontwikkeling van een aanvullende zorgmodule voor consultatie van medisch-specialistische ouderenzorg.
Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Film over zelfmanagement verkrijgbaar

15 december 2014

Eind september is in het kader van Zorg Poort  de film ‘Ik ben patiënt… heb ik zelf ook nog iets te zeggen?’vertoond. De film laat zien dat er op het punt van zelfmanagement door patiënten nog veel te winnen is. Het was een interessante bijeenkomst, waarvan jullie het verslag op de website van Zorg Poort kunnen nalezen. Ook kunnen jullie de film bij ons opvragen, zodat je hem in eigen kring kunt vertonen. Stuur daarvoor een email naar communicatie@ineen.nl. De volgende bijeenkomst van Zorg Poort staat gepland voor februari 2015 (in Nieuws Poort in Den Haag).

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Eind september is in het kader van Zorg Poort  de film ‘Ik ben patiënt… heb ik zelf ook nog iets te zeggen?’vertoond. De film laat zien dat er op het punt van zelfmanagement door patiënten nog veel te winnen is. Het was een interessante bijeenkomst, waarvan jullie het verslag op de website van Zorg Poort kunnen nalezen. Ook kunnen jullie de film bij ons opvragen, zodat je hem in eigen kring kunt vertonen. Stuur daarvoor een email naar communicatie@ineen.nl. De volgende bijeenkomst van Zorg Poort staat gepland voor februari 2015 (in Nieuws Poort in Den Haag).

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Praktijkondersteuners steeds belangrijker 

15 december 2014

De behoefte aan meer en goedopgeleide praktijkondersteuners in de huisartsvoorzieningen groeit. Ouderen wonen langer thuis en hebben vaker een specifieke multi-problematiek. De rol van de huisartsenzorg in wijken wordt prominenter en ziekenhuizen gaan patiënten vaker terugverwijzen naar de eerstelijnszorg. Praktijkondersteuners krijgen met meer en ingewikkelder zorgvragen te maken, en gaan werken in een kernteam van huisarts, doktersassistent en praktijkverpleegkundige. Binnen het ‘Transitieproject POH’ vragen de sociale partners van de SSFH zich af hoe deze veranderingen goed zijn vorm te geven. Kunnen doktersassistenten en praktijkondersteuners straks doorgroeien naar nieuwe functies? Welk opleidingscurriculum is passend? In 2015 worden de antwoorden op dit soort vragen bekend. De SSFH richt zich ook op extra instroom van doktersassistenten, praktijkondersteuners somatiek/praktijkverpleegkundigen en praktijkondersteuners-GGZ. Voor 250 praktijkondersteuners wordt een verkort scholings- en assessmentprogramma ontwikkeld. Om alle activiteiten met elkaar te verbinden, heeft de SSFH het Centrum Arbeidsmarkt en Beroepsopleiding voor de Huisartsenzorg (CAB-H) opgericht. Lees hier meer over de activiteiten.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

De behoefte aan meer en goedopgeleide praktijkondersteuners in de huisartsvoorzieningen groeit. Ouderen wonen langer thuis en hebben vaker een specifieke multi-problematiek. De rol van de huisartsenzorg in wijken wordt prominenter en ziekenhuizen gaan patiënten vaker terugverwijzen naar de eerstelijnszorg. Praktijkondersteuners krijgen met meer en ingewikkelder zorgvragen te maken, en gaan werken in een kernteam van huisarts, doktersassistent en praktijkverpleegkundige. Binnen het ‘Transitieproject POH’ vragen de sociale partners van de SSFH zich af hoe deze veranderingen goed zijn vorm te geven. Kunnen doktersassistenten en praktijkondersteuners straks doorgroeien naar nieuwe functies? Welk opleidingscurriculum is passend? In 2015 worden de antwoorden op dit soort vragen bekend. De SSFH richt zich ook op extra instroom van doktersassistenten, praktijkondersteuners somatiek/praktijkverpleegkundigen en praktijkondersteuners-GGZ. Voor 250 praktijkondersteuners wordt een verkort scholings- en assessmentprogramma ontwikkeld. Om alle activiteiten met elkaar te verbinden, heeft de SSFH het Centrum Arbeidsmarkt en Beroepsopleiding voor de Huisartsenzorg (CAB-H) opgericht. Lees hier meer over de activiteiten.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Themabijeenkomst wijkverpleging

02 december 2014

Afgelopen dinsdag voorafgaand aan de Algemene Ledenvergadering organiseerden we een goed bezochte themabijeenkomst over de wijkverpleging met een mooie mix van deelnemers uit de achterban. Mieke Reynen (bestuurder Oser/Coöperatie Wijkverpleging Rotterdam e.o.) verzorgde de aftrap met een inspirerend verhaal waaruit blijkt dat eerstelijnszorgorganisaties prima in staat zijn om samen met thuiszorgorganisaties de organisatie van de wijkverpleging op te pakken. Kijk voor een terugblik en de presentaties van de themabijeenkomst op onze website.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Afgelopen dinsdag voorafgaand aan de Algemene Ledenvergadering organiseerden we een goed bezochte themabijeenkomst over de wijkverpleging met een mooie mix van deelnemers uit de achterban. Mieke Reynen (bestuurder Oser/Coöperatie Wijkverpleging Rotterdam e.o.) verzorgde de aftrap met een inspirerend verhaal waaruit blijkt dat eerstelijnszorgorganisaties prima in staat zijn om samen met thuiszorgorganisaties de organisatie van de wijkverpleging op te pakken. Kijk voor een terugblik en de presentaties van de themabijeenkomst op onze website.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Zorgpaden Depressie, Angst en Alcohol voor huisartsenzorg en  GBGGZ vernieuwd

27 november 2014

ggzDe zorgpaden voor veel voorkomende psychische problemen (angst, depressie, problematisch alcoholgebruik) in de huisartsenpraktijk en de generalistische basis GGZ (GBGGZ) zijn geactualiseerd en in overeenstemming gebracht met de nieuwe regelgeving.

De zorgpaden – een uitgave van het ROS-netwerk en het Trimbos-instituut – geven bouwstenen voor goede zorg door huisarts, POH-GGZ en psychologen en zijn gebaseerd op de bestaande evidentie. Zorggroepen of samenwerkingsverbanden kunnen de zorgpaden gebruiken en hiermee de vertaalslag naar hun lokale praktijken maken. De manier waarop het lokale zorgpad wordt ingericht is afhankelijk zijn van diverse factoren, zoals de visie van huisartsen op hun rol in GGZ-zorg, de competenties van de POH-GGZ, de aanwezigheid van een ondersteunende management infrastructuur, het innovatief vermogen van de zorggroep, het inkoopbeleid van de plaatselijke zorgverzekeraar, en de relatie met psychologen en de gespecialiseerde zorg.

De teksten met een beschrijving van de verschillende zorgpaden per aandoening en een schema waarin de verschillende interventies als bouwstenen zijn geïntegreerd, kunnen als pdf gedownload worden op de website www.eerstelijnsggz.nl.

[...]

ggzDe zorgpaden voor veel voorkomende psychische problemen (angst, depressie, problematisch alcoholgebruik) in de huisartsenpraktijk en de generalistische basis GGZ (GBGGZ) zijn geactualiseerd en in overeenstemming gebracht met de nieuwe regelgeving.

De zorgpaden – een uitgave van het ROS-netwerk en het Trimbos-instituut – geven bouwstenen voor goede zorg door huisarts, POH-GGZ en psychologen en zijn gebaseerd op de bestaande evidentie. Zorggroepen of samenwerkingsverbanden kunnen de zorgpaden gebruiken en hiermee de vertaalslag naar hun lokale praktijken maken. De manier waarop het lokale zorgpad wordt ingericht is afhankelijk zijn van diverse factoren, zoals de visie van huisartsen op hun rol in GGZ-zorg, de competenties van de POH-GGZ, de aanwezigheid van een ondersteunende management infrastructuur, het innovatief vermogen van de zorggroep, het inkoopbeleid van de plaatselijke zorgverzekeraar, en de relatie met psychologen en de gespecialiseerde zorg.

De teksten met een beschrijving van de verschillende zorgpaden per aandoening en een schema waarin de verschillende interventies als bouwstenen zijn geïntegreerd, kunnen als pdf gedownload worden op de website www.eerstelijnsggz.nl.

Zorgstandaard Kanker 2014: stevige rol voor huisarts in de oncologische zorgketen

27 november 2014

zorgstandaard-kankerHet aantal mensen met kanker neemt de komende jaren alleen maar toe, evenals het aantal mensen dat lange tijd met de ziekte moet leren leven. Mede met het oog daarop is eind oktober 2014 de Zorgstandaard Kanker 2014 aangeboden aan het Zorginstituut Nederland met het verzoek de standaard op te nemen in het landelijke register voor kwaliteitsinstrumenten. Een belangrijk element in de zorgstandaard is de prominente rol van de eerste lijn, met name de huisarts, in de oncologische zorgketen.

Sinds 2010 hebben patiëntenbeweging Leven met Kanker (voorheen NFK), KWF Kankerbestrijding en het Integraal Kankercentrum Nederland (IKNL) aan de zorgstandaard gewerkt. Samen gingen zij het gesprek aan met huisartsen, medisch specialisten, verpleegkundigen, fysiotherapeuten en vele andere professionals in de eerste en tweede lijn. Projectleider Hans Blaauwbroek noemt het proces ‘intensief’: ‘Een kernvraag was: wat is de rol van de eerste lijn in de oncologische zorg? Huisartsen hebben in die discussie een flinke draai gemaakt.’ In 2013 publiceerde het NHG , eveneens gesprekspartner, het Standpunt Oncologische Zorg in de Huisartsenpraktijk, een keerpunt. Daarmee schaarde het NHG zich achter het uitgangspunt dat – onder voorwaarden – de huisarts een grote rol gaat spelen in de begeleiding van mensen die te maken krijgen met de diagnose kanker en in de nazorg.

De zorgstandaard beschrijft vanuit het perspectief van patiënten de ideale inhoud en organisatie van de oncologische zorg. ‘Oncologische zorg’, aldus de preambule van de zorgstandaard, ‘die aansluit op de behoefte en verwachtingen van patiënten en die bijdraagt aan de kwaliteit van leven.’ Blaauwbroek: ‘De rol van de huisartsenzorg in de oncologische zorgketen is nu stevig neergezet, een belangrijke meeropbrengst van de zorgstandaard. Vernieuwend is ook de nadruk op gezamenlijke besluitvorming en het zelfmanagement dat daaruit voortkomt.’

Wat wordt de volgende stap? Blaauwbroek: ‘Een flink deel van de voorstellen is al geregeld. Bijvoorbeeld dat er voor elke patiënt een oncologieverpleegkundige beschikbaar is in het ziekenhuis. Het Individueel Zorgplan dat er voor elke patiënt moet komen is nog in ontwikkeling.’ Ook, zegt hij, moeten huisartsen natuurlijk voldoende toegerust zijn om de ideale zorg ook werkelijk te kunnen leveren. ‘Denk aan goede logistieke ondersteuning, zoals de registratie van nazorguitslagen en bij twijfelachtige uitslag, moet de huisarts snel een specialist kunnen raadplegen.’ Op dit moment worden daarom pilots voorbereid om de zorgstandaard samen met huisartsen en ziekenhuizen aan de praktijk te toetsen.

Niet onbelangrijk is de bekostiging. Blaauwbroek: ‘Zorgverzekeraars begrijpen waar het om gaat, maar stellen vast dat sommige voorstellen nu nog niet onder de verzekerde zorg vallen. We gaan uitrekenen wat het kost als we de zorg volgens de zorgstandaard inrichten. Meer of minder dan de huidige kosten? Dat zijn lastige discussies. Hoe druk je de kwaliteit van leven uit in euro’s?’

[...]

zorgstandaard-kankerHet aantal mensen met kanker neemt de komende jaren alleen maar toe, evenals het aantal mensen dat lange tijd met de ziekte moet leren leven. Mede met het oog daarop is eind oktober 2014 de Zorgstandaard Kanker 2014 aangeboden aan het Zorginstituut Nederland met het verzoek de standaard op te nemen in het landelijke register voor kwaliteitsinstrumenten. Een belangrijk element in de zorgstandaard is de prominente rol van de eerste lijn, met name de huisarts, in de oncologische zorgketen.

Sinds 2010 hebben patiëntenbeweging Leven met Kanker (voorheen NFK), KWF Kankerbestrijding en het Integraal Kankercentrum Nederland (IKNL) aan de zorgstandaard gewerkt. Samen gingen zij het gesprek aan met huisartsen, medisch specialisten, verpleegkundigen, fysiotherapeuten en vele andere professionals in de eerste en tweede lijn. Projectleider Hans Blaauwbroek noemt het proces ‘intensief’: ‘Een kernvraag was: wat is de rol van de eerste lijn in de oncologische zorg? Huisartsen hebben in die discussie een flinke draai gemaakt.’ In 2013 publiceerde het NHG , eveneens gesprekspartner, het Standpunt Oncologische Zorg in de Huisartsenpraktijk, een keerpunt. Daarmee schaarde het NHG zich achter het uitgangspunt dat – onder voorwaarden – de huisarts een grote rol gaat spelen in de begeleiding van mensen die te maken krijgen met de diagnose kanker en in de nazorg.

De zorgstandaard beschrijft vanuit het perspectief van patiënten de ideale inhoud en organisatie van de oncologische zorg. ‘Oncologische zorg’, aldus de preambule van de zorgstandaard, ‘die aansluit op de behoefte en verwachtingen van patiënten en die bijdraagt aan de kwaliteit van leven.’ Blaauwbroek: ‘De rol van de huisartsenzorg in de oncologische zorgketen is nu stevig neergezet, een belangrijke meeropbrengst van de zorgstandaard. Vernieuwend is ook de nadruk op gezamenlijke besluitvorming en het zelfmanagement dat daaruit voortkomt.’

Wat wordt de volgende stap? Blaauwbroek: ‘Een flink deel van de voorstellen is al geregeld. Bijvoorbeeld dat er voor elke patiënt een oncologieverpleegkundige beschikbaar is in het ziekenhuis. Het Individueel Zorgplan dat er voor elke patiënt moet komen is nog in ontwikkeling.’ Ook, zegt hij, moeten huisartsen natuurlijk voldoende toegerust zijn om de ideale zorg ook werkelijk te kunnen leveren. ‘Denk aan goede logistieke ondersteuning, zoals de registratie van nazorguitslagen en bij twijfelachtige uitslag, moet de huisarts snel een specialist kunnen raadplegen.’ Op dit moment worden daarom pilots voorbereid om de zorgstandaard samen met huisartsen en ziekenhuizen aan de praktijk te toetsen.

Niet onbelangrijk is de bekostiging. Blaauwbroek: ‘Zorgverzekeraars begrijpen waar het om gaat, maar stellen vast dat sommige voorstellen nu nog niet onder de verzekerde zorg vallen. We gaan uitrekenen wat het kost als we de zorg volgens de zorgstandaard inrichten. Meer of minder dan de huidige kosten? Dat zijn lastige discussies. Hoe druk je de kwaliteit van leven uit in euro’s?’

Nederlandse diabeteszorg scoort hoog in Europa

27 november 2014

euro-diabetes-indexIn de Euro Diabetes Index 2014, een onderzoek naar de diabeteszorg in 30 Europese landen, staat Nederland op de tweede plaats, nipt achter Zweden die de hoogste score ooit behaalde. Nederland scoort met name op de sterke multidisciplinaire aanpak van de zorg in zorggroepen. Het Europese onderzoek bevestigt opnieuw dat ketenzorgaanpak succesvol is. Eerder bleek dat al uit de landelijke benchmark voor zorggroepen die zowel in 2012 als in 2013 een constante stijgende lijn laat zien in de uitkomsten van de zorg voor mensen met diabetes.

De Euro Diabetes Index 2014 werd gepresenteerd tijdens het 50e congres van de European Association for the Study of Diabetes in Wenen. De Nederlandse diabeteszorg kan gezien worden, aldus het rapport, als een absoluut rolmodel voor Europa. ‘Nederland heeft de beste multidisciplinaire teambenadering en een goed gecoördineerde aanpak van diabetes. De sterke Nederlandse eerstelijnszorg dicht bij de patiënt met goed ontwikkelde gezondheidsprogramma’s is een andere belangrijke factor.’ Nederland verloor op één punt van Zweden, namelijk het ontbreken van een goed nationaal diabetesregister. Zaken als bijvoorbeeld het aantal voetamputaties als gevolg van diabetes blijven daardoor nog onduidelijk. Het strikt hanteren van een goede zorgstandaard ziet het onderzoek als een pluspunt van de Nederlandse diabeteszorg. Tegelijk adviseert het rapport om binnen de protocollen wel te zorgen voor voldoende innovatieruimte, een belangrijk advies mede in het licht van de huidige contracteringsprocessen.

In 2013, zo blijkt uit het onderzoek, telde Europa 32 miljoen gediagnosticeerde diabetes patiënten, bij een vermoedelijk zeer hoog aantal niet gediagnosticeerde patiënten. Bij elkaar bedroegen de zorgkosten 106 biljoen euro. Gezien het nog steeds stijgende aantal gediagnosticeerde patiënten noemt het rapport het versterken en verder ontwikkelen van de diabeteszorg urgent.

Het onderzoek is uitgevoerd door de Zweeds onderzoeksorganisatie Health Consumer Powerhouse (HCP). Er is gescoord op 28 indicatoren op het terrein van preventie, opsporen, bereik van de zorg, toegang van de zorg, procedures en resultaat. De Euro Diabetes Index wordt sinds 2008 uitgevoerd.

[...]

euro-diabetes-indexIn de Euro Diabetes Index 2014, een onderzoek naar de diabeteszorg in 30 Europese landen, staat Nederland op de tweede plaats, nipt achter Zweden die de hoogste score ooit behaalde. Nederland scoort met name op de sterke multidisciplinaire aanpak van de zorg in zorggroepen. Het Europese onderzoek bevestigt opnieuw dat ketenzorgaanpak succesvol is. Eerder bleek dat al uit de landelijke benchmark voor zorggroepen die zowel in 2012 als in 2013 een constante stijgende lijn laat zien in de uitkomsten van de zorg voor mensen met diabetes.

De Euro Diabetes Index 2014 werd gepresenteerd tijdens het 50e congres van de European Association for the Study of Diabetes in Wenen. De Nederlandse diabeteszorg kan gezien worden, aldus het rapport, als een absoluut rolmodel voor Europa. ‘Nederland heeft de beste multidisciplinaire teambenadering en een goed gecoördineerde aanpak van diabetes. De sterke Nederlandse eerstelijnszorg dicht bij de patiënt met goed ontwikkelde gezondheidsprogramma’s is een andere belangrijke factor.’ Nederland verloor op één punt van Zweden, namelijk het ontbreken van een goed nationaal diabetesregister. Zaken als bijvoorbeeld het aantal voetamputaties als gevolg van diabetes blijven daardoor nog onduidelijk. Het strikt hanteren van een goede zorgstandaard ziet het onderzoek als een pluspunt van de Nederlandse diabeteszorg. Tegelijk adviseert het rapport om binnen de protocollen wel te zorgen voor voldoende innovatieruimte, een belangrijk advies mede in het licht van de huidige contracteringsprocessen.

In 2013, zo blijkt uit het onderzoek, telde Europa 32 miljoen gediagnosticeerde diabetes patiënten, bij een vermoedelijk zeer hoog aantal niet gediagnosticeerde patiënten. Bij elkaar bedroegen de zorgkosten 106 biljoen euro. Gezien het nog steeds stijgende aantal gediagnosticeerde patiënten noemt het rapport het versterken en verder ontwikkelen van de diabeteszorg urgent.

Het onderzoek is uitgevoerd door de Zweeds onderzoeksorganisatie Health Consumer Powerhouse (HCP). Er is gescoord op 28 indicatoren op het terrein van preventie, opsporen, bereik van de zorg, toegang van de zorg, procedures en resultaat. De Euro Diabetes Index wordt sinds 2008 uitgevoerd.

Dialoog over inzet wijkverpleegkundigen

27 november 2014

wijkverpleegkundigenPer 1 januari 2015 valt de bekostiging van de wijkverpleegkundige zorg onder de zorgverzekeringswet. Dat betekent in de praktijk dat de wijkverpleegkundige zorg dichter bij de huisarts komt te staan. Hoe zal de toekomstige samenwerking eruit zien? Mede in de wetenschap dat het aantal thuiswonende ouderen de komende jaren explosief zal toenemen.

Eind september bracht de ROS Raedelijn huisartsen, wijkverpleegkundigen en managers in een invitational conference bij elkaar voor een dialoog. Het werd volgens Nienke Hulshof, directeur van Raedelijn, een inspirerende bijeenkomst ‘met soms heftige discussies tussen huisartsen en verpleegkundigen. Je ziet hier in het klein, wat in het groot ook speelt’. Een interessante samenvatting van de bijeenkomst is te zien in een korte video (3,5 min). Doel van de bijeenkomst en het vervolg ervan in november is om samen met professionals uit de praktijk te komen tot een breed gedragen visie op de ontwikkelopgaven die voor ons liggen. Meer informatie bij Raedelijn.

[...]

wijkverpleegkundigenPer 1 januari 2015 valt de bekostiging van de wijkverpleegkundige zorg onder de zorgverzekeringswet. Dat betekent in de praktijk dat de wijkverpleegkundige zorg dichter bij de huisarts komt te staan. Hoe zal de toekomstige samenwerking eruit zien? Mede in de wetenschap dat het aantal thuiswonende ouderen de komende jaren explosief zal toenemen.

Eind september bracht de ROS Raedelijn huisartsen, wijkverpleegkundigen en managers in een invitational conference bij elkaar voor een dialoog. Het werd volgens Nienke Hulshof, directeur van Raedelijn, een inspirerende bijeenkomst ‘met soms heftige discussies tussen huisartsen en verpleegkundigen. Je ziet hier in het klein, wat in het groot ook speelt’. Een interessante samenvatting van de bijeenkomst is te zien in een korte video (3,5 min). Doel van de bijeenkomst en het vervolg ervan in november is om samen met professionals uit de praktijk te komen tot een breed gedragen visie op de ontwikkelopgaven die voor ons liggen. Meer informatie bij Raedelijn.

‘Sociaal wijkteam vormt mijn ‘ogen en oren’ in het sociaal domein’

27 november 2014

lintjeDe Nijmeegse huisarts Wim van Beurden ontving op 30 oktober 2014 een ridderorde voor zijn grote bijdrage aan de verbetering van de eerstelijns zorg. Een van zijn belangrijke verdiensten is het sociaal wijkteam in de Nijmeegse wijk Hatert waarin hij een voortrekkersrol vervulde. InEen feliciteert Van Beurden van harte met de eervolle onderscheiding.

In het sociaal wijkteam Hatert werken het maatschappelijk werk, het opbouwwerk, de Wmo-consulent, de wijkverpleging, de POH-GGZ en jeugdzorg op wijkniveau samen. Het is één van de vier pilotprojecten die in Nijmegen functioneren op initiatief van de gemeente, het zorgkantoor en de zorgverzekeraar. Vanuit het zorgdomein maakte Wim van Beurden, huisarts in Hatert, zich sterk voor het team. ‘Het is ons gelukt de verbinding te maken tussen het zorgdomein en het sociale domein’, stelt hij vast. ‘Een paar jaar terug verwees ik mensen die steeds terugkwamen met allerlei lichamelijke klachten uit armoede maar weer door naar de internist of de neuroloog, terwijl ik wist dat daar de oplossing ook niet zat. Nu kan ik deze mensen verwijzen naar het sociaal wijkteam, dat meer naar de oorzaken in de context van de patiënt kijkt. Daardoor zie ik deze mensen minder terug dan voorheen.’

De koppeling van de twee domeinen ontstaat in Hatert via de POH-GGZ en de wijkverpleegkundige. ‘De POH werkt voor ons en de wijkverpleegkundige komt elke week bij ons overleggen. Zo maak je verbindingen die in het belang zijn van de patiënt.’ Het is begonnen, aldus Van Beurden, met de zichtbare schakels, de wijkverpleegkundige die weer fungeert als ogen en oren van de huisarts in het zorgdomein. Op dezelfde manier wordt het sociaal wijkteam de ogen en oren van de huisarts, maar dan in het sociaal domein. ‘Het is niet meer voldoende’, zegt hij, ‘om een goede professional in de spreekkamer te zijn. Je moet ook een goeie teamspeler in eerstelijns samenwerking zijn, de spelverdeler of misschien wel de aanvoerder. Niet alles zelf doen, maar wel betrokken zijn en meedenken. Voor huisartsen is dat niet iets nieuws. We zijn van huis uit gewend om te kijken wat mensen zelf kunnen en ze in hun kracht te zetten. Het keukentafelgesprek bijvoorbeeld deden we nog niet zo lang geleden vanzelfsprekend. Je kwam achter de voordeur bij mensen thuis, ging even zitten en besprak dingen. Daar hebben we nu geen tijd meer voor, maar in samenwerking met het sociaal wijkteam komen alle eindjes weer bij elkaar.’

Behalve huisarts is Van Beurden bestuurslid van de Organisatie voor Chronische Eerstelijnszorg (OCE Nijmegen) en de Coöperatie Integrale Huisartsenzorg Nijmegen (CIHN).

Lees ook

  • In Medisch Contact verscheen in september 2013 een uitgebreide reportage (Rijke zorg in de arme wijk) over de samenwerking in Nijmegen, de samenwerking tussen eerstelijnszorgverleners onderling en de samenwerking met het sociaal domein. De reportage geeft een goed beeld van de werkwijze van het sociaal wijkteam in Hatert.
  • Bericht CIHN over de koninklijke onderscheiding (31 oktober 2014)
[...]

lintjeDe Nijmeegse huisarts Wim van Beurden ontving op 30 oktober 2014 een ridderorde voor zijn grote bijdrage aan de verbetering van de eerstelijns zorg. Een van zijn belangrijke verdiensten is het sociaal wijkteam in de Nijmeegse wijk Hatert waarin hij een voortrekkersrol vervulde. InEen feliciteert Van Beurden van harte met de eervolle onderscheiding.

In het sociaal wijkteam Hatert werken het maatschappelijk werk, het opbouwwerk, de Wmo-consulent, de wijkverpleging, de POH-GGZ en jeugdzorg op wijkniveau samen. Het is één van de vier pilotprojecten die in Nijmegen functioneren op initiatief van de gemeente, het zorgkantoor en de zorgverzekeraar. Vanuit het zorgdomein maakte Wim van Beurden, huisarts in Hatert, zich sterk voor het team. ‘Het is ons gelukt de verbinding te maken tussen het zorgdomein en het sociale domein’, stelt hij vast. ‘Een paar jaar terug verwees ik mensen die steeds terugkwamen met allerlei lichamelijke klachten uit armoede maar weer door naar de internist of de neuroloog, terwijl ik wist dat daar de oplossing ook niet zat. Nu kan ik deze mensen verwijzen naar het sociaal wijkteam, dat meer naar de oorzaken in de context van de patiënt kijkt. Daardoor zie ik deze mensen minder terug dan voorheen.’

De koppeling van de twee domeinen ontstaat in Hatert via de POH-GGZ en de wijkverpleegkundige. ‘De POH werkt voor ons en de wijkverpleegkundige komt elke week bij ons overleggen. Zo maak je verbindingen die in het belang zijn van de patiënt.’ Het is begonnen, aldus Van Beurden, met de zichtbare schakels, de wijkverpleegkundige die weer fungeert als ogen en oren van de huisarts in het zorgdomein. Op dezelfde manier wordt het sociaal wijkteam de ogen en oren van de huisarts, maar dan in het sociaal domein. ‘Het is niet meer voldoende’, zegt hij, ‘om een goede professional in de spreekkamer te zijn. Je moet ook een goeie teamspeler in eerstelijns samenwerking zijn, de spelverdeler of misschien wel de aanvoerder. Niet alles zelf doen, maar wel betrokken zijn en meedenken. Voor huisartsen is dat niet iets nieuws. We zijn van huis uit gewend om te kijken wat mensen zelf kunnen en ze in hun kracht te zetten. Het keukentafelgesprek bijvoorbeeld deden we nog niet zo lang geleden vanzelfsprekend. Je kwam achter de voordeur bij mensen thuis, ging even zitten en besprak dingen. Daar hebben we nu geen tijd meer voor, maar in samenwerking met het sociaal wijkteam komen alle eindjes weer bij elkaar.’

Behalve huisarts is Van Beurden bestuurslid van de Organisatie voor Chronische Eerstelijnszorg (OCE Nijmegen) en de Coöperatie Integrale Huisartsenzorg Nijmegen (CIHN).

Lees ook

  • In Medisch Contact verscheen in september 2013 een uitgebreide reportage (Rijke zorg in de arme wijk) over de samenwerking in Nijmegen, de samenwerking tussen eerstelijnszorgverleners onderling en de samenwerking met het sociaal domein. De reportage geeft een goed beeld van de werkwijze van het sociaal wijkteam in Hatert.
  • Bericht CIHN over de koninklijke onderscheiding (31 oktober 2014)

Verbinden van preventie en zorg in de praktijk

24 november 2014

Over de samenwerking tussen zorg en welzijn en tussen patiënten en professionals op wijk- en buurtniveau is op www.loketgezondleven.nl een praktische handreiking verschenen in de vorm van een e-boek: Preventie en zorg verbinden in de praktijk. Wijkgezondheidsprofiel en beleidsdialoog als handvatten. Het e-book bundelt informatie, ervaringen, voorbeelden en tips. Het is samengesteld aan de hand van ervaringen in zeven Brabantse pilotwijken en gefinancierd door ZonMw. Ook InEen was betrokken. ‘Samenwerking tussen en afstemming met professionals is daarom voor burgers van groot belang. Tegelijkertijd weten we dat het overbruggen van de verschillen in de denk- en doewerelden lang niet altijd eenvoudig is’, aldus directeur Marnix de Romph in de introductie van de handreiking.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Over de samenwerking tussen zorg en welzijn en tussen patiënten en professionals op wijk- en buurtniveau is op www.loketgezondleven.nl een praktische handreiking verschenen in de vorm van een e-boek: Preventie en zorg verbinden in de praktijk. Wijkgezondheidsprofiel en beleidsdialoog als handvatten. Het e-book bundelt informatie, ervaringen, voorbeelden en tips. Het is samengesteld aan de hand van ervaringen in zeven Brabantse pilotwijken en gefinancierd door ZonMw. Ook InEen was betrokken. ‘Samenwerking tussen en afstemming met professionals is daarom voor burgers van groot belang. Tegelijkertijd weten we dat het overbruggen van de verschillen in de denk- en doewerelden lang niet altijd eenvoudig is’, aldus directeur Marnix de Romph in de introductie van de handreiking.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Ontwikkelen substitutiemonitor

13 november 2014

ZN heeft KPMG plexus opdracht gegeven de substitutiemonitor vorm te geven. Daarvoor is een werkgroep ingesteld waarin Ineen deelneemt naast onder andere de ziekenhuizen, LHV, verzekeraars, Vektis en VWS.
Het ziet ernaar uit dat de substitutiemonitor nu echt van de grond komt. Begin 2015 is het eerste inzicht te verwachten in de gemaakte afspraken (macrocijfers) van verzekeraars met ziekenhuizen en eerste lijn. In de loop van 2015 worden deze cijfers aangevuld met de realisatiecijfers in 2015 in de verschillende sectoren. Zo krijgen we een goed beeld van of de verwachte groei van de eerste lijn plaats vindt en of verzekeraars succesvol zijn geweest (na afstemming met de eerste lijn) in het maken van substitutieafspraken – en lagere budgetafspraken – met ziekenhuizen. Ook kan tijdig gemonitord worden of er sprake is van onder- of overschrijding van de macrokaders.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

ZN heeft KPMG plexus opdracht gegeven de substitutiemonitor vorm te geven. Daarvoor is een werkgroep ingesteld waarin Ineen deelneemt naast onder andere de ziekenhuizen, LHV, verzekeraars, Vektis en VWS.
Het ziet ernaar uit dat de substitutiemonitor nu echt van de grond komt. Begin 2015 is het eerste inzicht te verwachten in de gemaakte afspraken (macrocijfers) van verzekeraars met ziekenhuizen en eerste lijn. In de loop van 2015 worden deze cijfers aangevuld met de realisatiecijfers in 2015 in de verschillende sectoren. Zo krijgen we een goed beeld van of de verwachte groei van de eerste lijn plaats vindt en of verzekeraars succesvol zijn geweest (na afstemming met de eerste lijn) in het maken van substitutieafspraken – en lagere budgetafspraken – met ziekenhuizen. Ook kan tijdig gemonitord worden of er sprake is van onder- of overschrijding van de macrokaders.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Rekenmodel 2015 beschikbaar voor zorggroepen en gezondheidscentra

13 november 2014

In opdracht van InEen heeft SiRM een rekenmodel ontwikkeld. Zorggroepen en gezondheidscentra kunnen het model in de week van 17 november verwachten. Gezien de complexiteit van het model organiseren we twee bijeenkomsten waarop SiRM het model zal toelichten. Als je van plan bent om het model te gaan gebruiken adviseren we je een bijeenkomst bij te wonen. De informatiebijeenkomsten vinden plaats in Utrecht (Domus Medica) op 18 november (14.00-16.00 uur) en 20 november (15.00-17.00 uur).  Directeuren, controllers en financieel beleidsmakers van gezondheidscentra en zorggroepen zijn van harte welkom. Laat even weten of en met wie je komt via info@ineen.nl.

[...]

In opdracht van InEen heeft SiRM een rekenmodel ontwikkeld. Zorggroepen en gezondheidscentra kunnen het model in de week van 17 november verwachten. Gezien de complexiteit van het model organiseren we twee bijeenkomsten waarop SiRM het model zal toelichten. Als je van plan bent om het model te gaan gebruiken adviseren we je een bijeenkomst bij te wonen. De informatiebijeenkomsten vinden plaats in Utrecht (Domus Medica) op 18 november (14.00-16.00 uur) en 20 november (15.00-17.00 uur).  Directeuren, controllers en financieel beleidsmakers van gezondheidscentra en zorggroepen zijn van harte welkom. Laat even weten of en met wie je komt via info@ineen.nl.

Terugblik bijeenkomst gezondheidscentra

03 november 2014

Afgelopen maandag 27 oktober hebben we in een extra bijeenkomst de gezondheidscentra uitvoering bijgepraat over de stand van zaken rondom de bekostiging en de contractering. De 40 aanwezigen hebben vervolgens vanuit het hele land hun ervaringen kunnen delen. Duidelijk werd weer dat er een groot verschil is tussen het inkoopbeleid van zorgverzekeraars en de contracteerpraktijk. Waar het beleid over het algemeen goed aansluit bij de afspraken die in het bestuurlijk akkoord zijn vastgelegd, wijkt de praktijk daar soms sterk van af (zie het bericht over het Sirm-onderzoek elders in dit weekbericht). Wil je je ervaringen delen? Mail naarinfo@ineen.nl Je kunt ook mailen als je duidelijke voorbeelden hebt die illustreren wat er onder druk komt te staan (bijvoorbeeld goede, lopende initiatieven vanuit de centra, voorbeelden van wijkgerichte samenwerking of innovaties) als de contractering niet conform de afspraken verloopt. We willen deze voorbeelden graag gebruiken in onze lobby.

We hebben de aanwezigen ook bijgepraat over het onderzoek naar de organisatie en infrastructuur in de georganiseerde eerste lijn die nodig is om de ambities waar te kunnen maken. Dit onderzoek wordt uitgevoerd door Sirm en Common eye, onder leiding van een stuurgroep met daarin alle partijen die het bestuurlijk akkoord hebben ondertekend. Onderwerp van het onderzoek is het opleveren van input voor de nieuwe bekostiging. De volgende fase is het in de praktijk uitproberen van het concept. Hierbij wordt niet perse gestreefd naar een blauwdruk: leidend zijn een aantal organisatieprincipes. Wil je meewerken aan de ‘proof of concept’? Laat het ons weten: info@ineen.nl.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Afgelopen maandag 27 oktober hebben we in een extra bijeenkomst de gezondheidscentra uitvoering bijgepraat over de stand van zaken rondom de bekostiging en de contractering. De 40 aanwezigen hebben vervolgens vanuit het hele land hun ervaringen kunnen delen. Duidelijk werd weer dat er een groot verschil is tussen het inkoopbeleid van zorgverzekeraars en de contracteerpraktijk. Waar het beleid over het algemeen goed aansluit bij de afspraken die in het bestuurlijk akkoord zijn vastgelegd, wijkt de praktijk daar soms sterk van af (zie het bericht over het Sirm-onderzoek elders in dit weekbericht). Wil je je ervaringen delen? Mail naarinfo@ineen.nl Je kunt ook mailen als je duidelijke voorbeelden hebt die illustreren wat er onder druk komt te staan (bijvoorbeeld goede, lopende initiatieven vanuit de centra, voorbeelden van wijkgerichte samenwerking of innovaties) als de contractering niet conform de afspraken verloopt. We willen deze voorbeelden graag gebruiken in onze lobby.

We hebben de aanwezigen ook bijgepraat over het onderzoek naar de organisatie en infrastructuur in de georganiseerde eerste lijn die nodig is om de ambities waar te kunnen maken. Dit onderzoek wordt uitgevoerd door Sirm en Common eye, onder leiding van een stuurgroep met daarin alle partijen die het bestuurlijk akkoord hebben ondertekend. Onderwerp van het onderzoek is het opleveren van input voor de nieuwe bekostiging. De volgende fase is het in de praktijk uitproberen van het concept. Hierbij wordt niet perse gestreefd naar een blauwdruk: leidend zijn een aantal organisatieprincipes. Wil je meewerken aan de ‘proof of concept’? Laat het ons weten: info@ineen.nl.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Inspirerende projecten in de regio

30 oktober 2014

ROS-netwerkIn de regio gebeurt het. Daar werken de eerste lijn en andere betrokkenen aan samenhangende zinnige en zuinige zorg in de wijk. Aansprekende regionale projecten zijn te vinden op de geheel vernieuwde website van het ROS-netwerk. Eerder werden deze projecten gepresenteerd op de InEen-Tweedaagse in september van dit jaar:

  • In het Knooppunt Ketenzorg maken eerstelijnssamenwerkingsverbanden in Zuid-Holland Noord goede multidisciplinaire afspraken met de tweede lijn met substitutie naar de eerste lijn tot gevolg.
    Lees verder
  • In Midden-Nederland houden specialisten consultatieve spreekuren in het gezondheidscentrum waardoor in 60-80% van de gevallen doorverwijzing naar de tweede lijn wordt voorkomen.
    Lees verder
  • In het District Verloskundig Platform Rijnmond realiseren 45 organisaties uit de geboorteketen integrale geboortezorg met behoud van de professionele autonomie.
    Lees verder
  • De ROS-Wijkscan in Almere geeft inzicht in zorgvraag- en aanbod waardoor voor elke wijk een zorgaanbodplan kan worden gemaakt dat aansluit bij de populatie en het karakter van de wijk.
    Lees verder
  • In de Haagse Rivierenbuurt werken bewoners en professionals vanuit een geïntegreerd eerstelijnscentrum samen aan een gezonde buurt.
    Lees verder
  • In Middelburg wordt in het project Fit en Food wijkgerichte gewerkt aan de bestrijding van overgewicht, bewegingsarmoede en ongezonde voeding.
    Lees verder
  • Het project substitutie cardiologie in Zuid-Holland Zuid probeert het aantal verwijzingen naar de tweede lijn te verminderen door huisartsen gericht te scholen en bij de diagnostiek te ondersteunen via een consultatief te benaderen cardioloog.
    Lees verder
  • In Amsterdam worden zorgverleners klaargestoomd voor de toekomst door de training ‘Het nieuwe zorg verlenen’, gericht op meer eigen kracht en eigen verantwoordelijkheden voor cliënten.
    Lees verder
  • Het koppelen van verschillende netwerken in de regio Oost Veluwe – Dementie, Geriatrie en Palliatieve zorg – en deze onderbrengen in één bestuurlijke structuur draagt verder bij aan integrale en samenhangende ouderenzorg.
    Lees verder
  • Netwerkbijeenkomsten voor huisartsen en GGZ-partijen in de Gelderse Vallei bevorderen samenwerking en een afgestemd zorgaanbod.
    Lees verder
  • In negen pilots is succesvol gewerkt aan het ontstaan van geriatrische netwerken rond de zorg voor kwetsbare ouderen in Friesland.
    Lees verder
  • De gemeente Enschede werkt met een aantal pilots aan een werkbaar format Jeugdzorg 2015 voor alle huisartsen in de gemeente. Samenwerking tussen huisarts en wijkteam staat centraal.
    Lees verder
  • Dankzij het ZonMw-project Zichtbare Schakel fungeert in Groningen de wijkverpleegkundige als belangrijke schakel tussen zorg en sociaal domein, met cofinanciering door huisartsen.
    Lees verder
  • In Noord-Holland werkt een eenvoudige app – Het Rode Vlaggen Instrument – doeltreffend bij het vroegsignaleren en monitoren van (mogelijke) medicatieproblemen thuis.
    Lees verder
[...]

ROS-netwerkIn de regio gebeurt het. Daar werken de eerste lijn en andere betrokkenen aan samenhangende zinnige en zuinige zorg in de wijk. Aansprekende regionale projecten zijn te vinden op de geheel vernieuwde website van het ROS-netwerk. Eerder werden deze projecten gepresenteerd op de InEen-Tweedaagse in september van dit jaar:

  • In het Knooppunt Ketenzorg maken eerstelijnssamenwerkingsverbanden in Zuid-Holland Noord goede multidisciplinaire afspraken met de tweede lijn met substitutie naar de eerste lijn tot gevolg.
    Lees verder
  • In Midden-Nederland houden specialisten consultatieve spreekuren in het gezondheidscentrum waardoor in 60-80% van de gevallen doorverwijzing naar de tweede lijn wordt voorkomen.
    Lees verder
  • In het District Verloskundig Platform Rijnmond realiseren 45 organisaties uit de geboorteketen integrale geboortezorg met behoud van de professionele autonomie.
    Lees verder
  • De ROS-Wijkscan in Almere geeft inzicht in zorgvraag- en aanbod waardoor voor elke wijk een zorgaanbodplan kan worden gemaakt dat aansluit bij de populatie en het karakter van de wijk.
    Lees verder
  • In de Haagse Rivierenbuurt werken bewoners en professionals vanuit een geïntegreerd eerstelijnscentrum samen aan een gezonde buurt.
    Lees verder
  • In Middelburg wordt in het project Fit en Food wijkgerichte gewerkt aan de bestrijding van overgewicht, bewegingsarmoede en ongezonde voeding.
    Lees verder
  • Het project substitutie cardiologie in Zuid-Holland Zuid probeert het aantal verwijzingen naar de tweede lijn te verminderen door huisartsen gericht te scholen en bij de diagnostiek te ondersteunen via een consultatief te benaderen cardioloog.
    Lees verder
  • In Amsterdam worden zorgverleners klaargestoomd voor de toekomst door de training ‘Het nieuwe zorg verlenen’, gericht op meer eigen kracht en eigen verantwoordelijkheden voor cliënten.
    Lees verder
  • Het koppelen van verschillende netwerken in de regio Oost Veluwe – Dementie, Geriatrie en Palliatieve zorg – en deze onderbrengen in één bestuurlijke structuur draagt verder bij aan integrale en samenhangende ouderenzorg.
    Lees verder
  • Netwerkbijeenkomsten voor huisartsen en GGZ-partijen in de Gelderse Vallei bevorderen samenwerking en een afgestemd zorgaanbod.
    Lees verder
  • In negen pilots is succesvol gewerkt aan het ontstaan van geriatrische netwerken rond de zorg voor kwetsbare ouderen in Friesland.
    Lees verder
  • De gemeente Enschede werkt met een aantal pilots aan een werkbaar format Jeugdzorg 2015 voor alle huisartsen in de gemeente. Samenwerking tussen huisarts en wijkteam staat centraal.
    Lees verder
  • Dankzij het ZonMw-project Zichtbare Schakel fungeert in Groningen de wijkverpleegkundige als belangrijke schakel tussen zorg en sociaal domein, met cofinanciering door huisartsen.
    Lees verder
  • In Noord-Holland werkt een eenvoudige app – Het Rode Vlaggen Instrument – doeltreffend bij het vroegsignaleren en monitoren van (mogelijke) medicatieproblemen thuis.
    Lees verder

SCP-rapport Hulp geboden

30 oktober 2014

Mensen die zorg en/of hulp nodig hebben, moeten meer een beroep doen op personen in hun directe omgeving. Wat zijn de mogelijkheden van mantelzorgers en vrijwilligers? Maar ook: waar liggen de grenzen? Gemeenten en zorgorganisaties hebben mantelzorgers nog onvoldoende in beeld. Zeker bij langdurige intensieve zorg kunnen mantelzorgers overbelast raken. Bij mantelzorg valt een reeks van 11 “o-omschrijvingen”  op: onbegrip; onbekend; onbetaald; ondergewaardeerd; onmisbaar; onplanbaar; onvrijwillig; onzichtbaar; opoffering; overbelasting; overbezorgd. Zorgprofessionals, zoals huisartsen, zouden hiervoor meer oog moeten hebben, aldus het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP). Het SCP raadt zorgverleners aan meer tijd te investeren in mantelzorgondersteuning. Dit staat in het rapport Hulp geboden: een verkenning van de mogelijkheden en grenzen van (meer) informele hulp. Het onderzoek is gedaan in opdracht van het ministerie van VWS. U kunt dit lijvige rapport hier downloaden of bestellen via de site van SCP.

[...]

Mensen die zorg en/of hulp nodig hebben, moeten meer een beroep doen op personen in hun directe omgeving. Wat zijn de mogelijkheden van mantelzorgers en vrijwilligers? Maar ook: waar liggen de grenzen? Gemeenten en zorgorganisaties hebben mantelzorgers nog onvoldoende in beeld. Zeker bij langdurige intensieve zorg kunnen mantelzorgers overbelast raken. Bij mantelzorg valt een reeks van 11 “o-omschrijvingen”  op: onbegrip; onbekend; onbetaald; ondergewaardeerd; onmisbaar; onplanbaar; onvrijwillig; onzichtbaar; opoffering; overbelasting; overbezorgd. Zorgprofessionals, zoals huisartsen, zouden hiervoor meer oog moeten hebben, aldus het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP). Het SCP raadt zorgverleners aan meer tijd te investeren in mantelzorgondersteuning. Dit staat in het rapport Hulp geboden: een verkenning van de mogelijkheden en grenzen van (meer) informele hulp. Het onderzoek is gedaan in opdracht van het ministerie van VWS. U kunt dit lijvige rapport hier downloaden of bestellen via de site van SCP.

Patiënten helpen zorg op maat te bieden

30 oktober 2014

zorg-op-maatMensen met diabetes kunnen goed benoemen waar ze in het omgaan met hun aandoening tegenaan lopen; bij de stap naar verandering heeft een deel van hen echter hulp nodig. Dat blijkt uit het onderzoek dat zorggroep Meditta samen met het kennisinstituut Vilans in 2013 uitvoerde onder 450 diabetespatiënten. Het onderzoek vormde de basis voor een pilot zelfmanagementondersteuning in vijf huisartsenpraktijken in de Westelijke Mijnstreek en Midden-Limburg.

Zelfzorg is zorg op maat, daarom wilde Meditta weten wat diabetes betekent in het dagelijks leven van de patiënten. Projectmedewerker Nikola Metzger: ‘We kenden de cijfers uit de huisartspraktijk en wat informatie uit de patiënttevredenheidsonderzoeken, maar eigenlijk wisten we weinig over hoe de patiënt in zijn thuisomgeving met diabetes omgaat. Het onderzoek heeft ons ervan bewust gemaakt dat patiënten goed kunnen benoemen waar ze tegenaan lopen en ondersteuning vragen voor de stap naar verandering. En ook dat de huisarts of de POH een belangrijke rol heeft bij het maken van plannen om tot verandering van leefstijl te komen. Voor de daadwerkelijke uitvoering van de plannen hebben zij behoefte aan extra ondersteuning thuis – in het dagelijkse leven.’

Digitaal platform
Het onderzoek wees verder uit dat patiënten wel voelen voor digitale ondersteuning. Ook de patiëntenfederatie NPCF ondersteunt dit project. Intussen stellen al meer dan 40 huisartsenpraktijken een digitaal platform beschikbaar. Metzger: ‘Patiënten willen informatie thuis kunnen bekijken op een handig moment. Juist in de avonduren en de weekenden maken ze gebruik van het systeem. Een digitaal platform werkt voor patiënten ook als een stok achter de deur. Vooral voor voedingsgewoonten. Dat is een van de grote ervaren knelpunten.’ Een digitaal platform kan ook in de behoefte aan betrouwbare informatie voorzien. Veel patiënten googlen, maar komen niet altijd terecht bij de juiste of betrouwbare informatie, zo blijkt. Metzger benadrukt dat een platform twee kanten op werkt. ‘Het mee kunnen kijken in een eetdagboek betekent dat het eetpatroon thuis geen black box meer is. Het monitoren op afstand maakt ook een andere consultvoering mogelijk, het maakt de zorg flexibeler.’

Om patiënten te stimuleren zelf regie te nemen en daarbij het digitale platform te gebruiken, organiseert Meditta – met hulp van het landelijk samenwerkingsverband Zelfzorg Ondersteund! – patiëntbijeenkomsten die met 180 aanwezigen goed bezocht worden. Huisarts en POH spelen een actieve rol op deze meetings. Na afloop zijn 9 van de 10 patiënten enthousiast. Metzger: ‘Wat uiteindelijk het effect is, weten we nog niet, maar het spreekt in elk geval aan. Patiënten willen graag bezig zijn met hun gezondheid, ze weten waar ze aan willen werken. De patiënten helpen zelf zorg op maat te bieden.’

In maart 2015 evalueert Meditta de pilot. In vervolg hierop vindt een onderzoek plaats bij de bovengenoemde 40 huisartsenpraktijken in samenwerking met de Universiteit van Twente; in dit onderzoek wordt specifiek het effect van het werken met een digitaal platform onder de loep genomen. Voor meer informatie over het onderzoek en de pilot van Meditta kunt u contact opnemen met Paula Verkoelen (Meditta).

Lees ook

[...]

zorg-op-maatMensen met diabetes kunnen goed benoemen waar ze in het omgaan met hun aandoening tegenaan lopen; bij de stap naar verandering heeft een deel van hen echter hulp nodig. Dat blijkt uit het onderzoek dat zorggroep Meditta samen met het kennisinstituut Vilans in 2013 uitvoerde onder 450 diabetespatiënten. Het onderzoek vormde de basis voor een pilot zelfmanagementondersteuning in vijf huisartsenpraktijken in de Westelijke Mijnstreek en Midden-Limburg.

Zelfzorg is zorg op maat, daarom wilde Meditta weten wat diabetes betekent in het dagelijks leven van de patiënten. Projectmedewerker Nikola Metzger: ‘We kenden de cijfers uit de huisartspraktijk en wat informatie uit de patiënttevredenheidsonderzoeken, maar eigenlijk wisten we weinig over hoe de patiënt in zijn thuisomgeving met diabetes omgaat. Het onderzoek heeft ons ervan bewust gemaakt dat patiënten goed kunnen benoemen waar ze tegenaan lopen en ondersteuning vragen voor de stap naar verandering. En ook dat de huisarts of de POH een belangrijke rol heeft bij het maken van plannen om tot verandering van leefstijl te komen. Voor de daadwerkelijke uitvoering van de plannen hebben zij behoefte aan extra ondersteuning thuis – in het dagelijkse leven.’

Digitaal platform
Het onderzoek wees verder uit dat patiënten wel voelen voor digitale ondersteuning. Ook de patiëntenfederatie NPCF ondersteunt dit project. Intussen stellen al meer dan 40 huisartsenpraktijken een digitaal platform beschikbaar. Metzger: ‘Patiënten willen informatie thuis kunnen bekijken op een handig moment. Juist in de avonduren en de weekenden maken ze gebruik van het systeem. Een digitaal platform werkt voor patiënten ook als een stok achter de deur. Vooral voor voedingsgewoonten. Dat is een van de grote ervaren knelpunten.’ Een digitaal platform kan ook in de behoefte aan betrouwbare informatie voorzien. Veel patiënten googlen, maar komen niet altijd terecht bij de juiste of betrouwbare informatie, zo blijkt. Metzger benadrukt dat een platform twee kanten op werkt. ‘Het mee kunnen kijken in een eetdagboek betekent dat het eetpatroon thuis geen black box meer is. Het monitoren op afstand maakt ook een andere consultvoering mogelijk, het maakt de zorg flexibeler.’

Om patiënten te stimuleren zelf regie te nemen en daarbij het digitale platform te gebruiken, organiseert Meditta – met hulp van het landelijk samenwerkingsverband Zelfzorg Ondersteund! – patiëntbijeenkomsten die met 180 aanwezigen goed bezocht worden. Huisarts en POH spelen een actieve rol op deze meetings. Na afloop zijn 9 van de 10 patiënten enthousiast. Metzger: ‘Wat uiteindelijk het effect is, weten we nog niet, maar het spreekt in elk geval aan. Patiënten willen graag bezig zijn met hun gezondheid, ze weten waar ze aan willen werken. De patiënten helpen zelf zorg op maat te bieden.’

In maart 2015 evalueert Meditta de pilot. In vervolg hierop vindt een onderzoek plaats bij de bovengenoemde 40 huisartsenpraktijken in samenwerking met de Universiteit van Twente; in dit onderzoek wordt specifiek het effect van het werken met een digitaal platform onder de loep genomen. Voor meer informatie over het onderzoek en de pilot van Meditta kunt u contact opnemen met Paula Verkoelen (Meditta).

Lees ook

Het Persoonlijk Gezondheidsdossier (PGD) komt er aan

30 oktober 2014

PGDMinister Schippers en staatssecretaris Van Rijn willen dat patiënten binnen vijf jaar online hun eigen dossier kunnen inzien. In juli heeft de Raad voor Volksgezondheid en Zorg (RVZ) een advies hierover aangeboden aan VWS. In een Persoonlijk Gezondheidsdossier (PGD) kan iedereen die dat wil de beschikking krijgen over de eigen gezondheidsinformatie.

Inmiddels hebben KNMG, Zorgverzekeraars Nederland en de patiëntenfederatie NPCF de gezamenlijke projectsite PGD Kader 2020 ontwikkeld. Omdat de kennis over PGD’s op dit moment nogal versnipperd is, willen de drie organisaties een kader maken voor de ontwikkeling en invoering van het PGD. Het waarborgen van de privacy door het creëren van een patiëntgeheim en het inbouwen van privacynormen (privacy by design), is daarvan een belangrijk onderdeel. De projectsite houdt zorgverleners op de hoogte over de voortgang.

Volgens het RVZ-advies bevat een PGD kopieën van elektronische medische dossiers van zorgaanbieders en de gegevens die de patiënt daar zelf aan toevoegt; de patiënt bepaalt zelf of hij/zij een PGD wil hebben. Uit onderzoek blijkt dat ruim 60% van de Nederlanders deze mogelijkheid om alle gezondheidsinformatie onder één knop te hebben, aantrekkelijk vindt. Volgens de RVZ is VWS de meest geëigende partij om de ontwikkeling van het PGD te trekken.

[...]

PGDMinister Schippers en staatssecretaris Van Rijn willen dat patiënten binnen vijf jaar online hun eigen dossier kunnen inzien. In juli heeft de Raad voor Volksgezondheid en Zorg (RVZ) een advies hierover aangeboden aan VWS. In een Persoonlijk Gezondheidsdossier (PGD) kan iedereen die dat wil de beschikking krijgen over de eigen gezondheidsinformatie.

Inmiddels hebben KNMG, Zorgverzekeraars Nederland en de patiëntenfederatie NPCF de gezamenlijke projectsite PGD Kader 2020 ontwikkeld. Omdat de kennis over PGD’s op dit moment nogal versnipperd is, willen de drie organisaties een kader maken voor de ontwikkeling en invoering van het PGD. Het waarborgen van de privacy door het creëren van een patiëntgeheim en het inbouwen van privacynormen (privacy by design), is daarvan een belangrijk onderdeel. De projectsite houdt zorgverleners op de hoogte over de voortgang.

Volgens het RVZ-advies bevat een PGD kopieën van elektronische medische dossiers van zorgaanbieders en de gegevens die de patiënt daar zelf aan toevoegt; de patiënt bepaalt zelf of hij/zij een PGD wil hebben. Uit onderzoek blijkt dat ruim 60% van de Nederlanders deze mogelijkheid om alle gezondheidsinformatie onder één knop te hebben, aantrekkelijk vindt. Volgens de RVZ is VWS de meest geëigende partij om de ontwikkeling van het PGD te trekken.

Programma ‘In voor Mantelzorg’ van start

30 oktober 2014

logo_ivm80 zorgorganisaties gaan een jaar lang aan de slag met het programma ‘In voor Mantelzorg’. Dit programma wil de positie van mantelzorgers versterken en de samenwerking met de zorgprofessionals verbeteren. Een doelstelling die InEen van harte ondersteunt. In alle 80 projecten staan implementatie en innovatie centraal. Zij krijgen advies op maat en delen hun opgedane kennis op www.invoormantelzorg.nl.

De 80 organisaties zijn afkomstig uit verschillende sectoren, zoals ouderenzorg, gehandicaptenzorg, GGZ, ziekenhuizen, revalidatiecentra en thuiszorg. Ook projecten op het snijvlak van eerste en tweede lijn en van zorg en welzijn zijn vertegenwoordigd. In de 80 projecten komen uiteenlopende vraagstukken aan bod: de kennismaking met mantelzorgers, het verhelderen van de wederzijdse verwachtingen, digitale communicatie, visie en beleid, implementatie van de nieuwe werkwijze. ‘Bij alle inzendingen zien we hoe de organisaties hun mensen uitnodigen om anders naar een nieuwe of soms al jarenlang bestaande situatie te kijken. Hoe wordt er nu bijvoorbeeld afstemming gezocht tussen de zorgprofessional, een mantelzorger en de cliënt. Wat kan er anders, beter, sneller of extra gedaan worden?’, aldus de projectleiders Cecil Scholten en Anita Peters. Op de website www.invoormantelzorg.nl zijn nu al veel praktische tools te vinden die de samenwerking tussen professionals en mantelzorgers ondersteunen. Gebruik wordt gemaakt van de kennis die al is verzameld door het Expertisecentrum Mantelzorg.

Een speciale campagne daagt zorgmedewerkers uit zich aan te melden als ambassadeur. Rond 10 november 2014, de dag van de mantelzorg, doen zij iets extra’s om de samenwerking met mantelzorgers te verstevigen. Meer informatie en aanmelden op www.ikbeninvoormantelzorg.nl.

Het programma ‘In voor Mantelzorg’ wordt gecoördineerd door Vilans en Movisie en gefinancierd door het ministerie van VWS. Het geeft uitvoering aan de motie Van der Staaij d.d. 30 oktober 2013.

[...]

logo_ivm80 zorgorganisaties gaan een jaar lang aan de slag met het programma ‘In voor Mantelzorg’. Dit programma wil de positie van mantelzorgers versterken en de samenwerking met de zorgprofessionals verbeteren. Een doelstelling die InEen van harte ondersteunt. In alle 80 projecten staan implementatie en innovatie centraal. Zij krijgen advies op maat en delen hun opgedane kennis op www.invoormantelzorg.nl.

De 80 organisaties zijn afkomstig uit verschillende sectoren, zoals ouderenzorg, gehandicaptenzorg, GGZ, ziekenhuizen, revalidatiecentra en thuiszorg. Ook projecten op het snijvlak van eerste en tweede lijn en van zorg en welzijn zijn vertegenwoordigd. In de 80 projecten komen uiteenlopende vraagstukken aan bod: de kennismaking met mantelzorgers, het verhelderen van de wederzijdse verwachtingen, digitale communicatie, visie en beleid, implementatie van de nieuwe werkwijze. ‘Bij alle inzendingen zien we hoe de organisaties hun mensen uitnodigen om anders naar een nieuwe of soms al jarenlang bestaande situatie te kijken. Hoe wordt er nu bijvoorbeeld afstemming gezocht tussen de zorgprofessional, een mantelzorger en de cliënt. Wat kan er anders, beter, sneller of extra gedaan worden?’, aldus de projectleiders Cecil Scholten en Anita Peters. Op de website www.invoormantelzorg.nl zijn nu al veel praktische tools te vinden die de samenwerking tussen professionals en mantelzorgers ondersteunen. Gebruik wordt gemaakt van de kennis die al is verzameld door het Expertisecentrum Mantelzorg.

Een speciale campagne daagt zorgmedewerkers uit zich aan te melden als ambassadeur. Rond 10 november 2014, de dag van de mantelzorg, doen zij iets extra’s om de samenwerking met mantelzorgers te verstevigen. Meer informatie en aanmelden op www.ikbeninvoormantelzorg.nl.

Het programma ‘In voor Mantelzorg’ wordt gecoördineerd door Vilans en Movisie en gefinancierd door het ministerie van VWS. Het geeft uitvoering aan de motie Van der Staaij d.d. 30 oktober 2013.

Huisartsenorganisaties tegen verplicht stellen screeningsinstrument GGZ

24 oktober 2014

We krijgen signalen van huisartsen dat in contracten voor 2015 het gebruik van een door de verzekeraar aangedragen screeningsinstrument verplicht wordt gesteld voor patiënten met psychische problematiek. In een brief hebben LHV, NHG en InEen de verzekeraar opgeroepen te respecteren dat de beroepsgroep handelt op basis van professionele autonomie die gefundeerd is op wetenschappelijke richtlijnen. De NHG-Standaarden en multidisciplinaire richtlijnen vormen de basis voor het goed kunnen uitoefenen van de poortwachtersrol, ook voor de GGZ. Instrumenten die niet gevalideerd zijn, kunnen niet bijdragen aan een zorgvuldige zorgverlening. Het verplicht stellen van een (ongevalideerd) screeningsinstrument is daarom volgens LHV, NHG en InEen ongewenst.
Aangegeven wordt ook dat het niet de rol van de verzekeraar is een antwoord te formuleren op de vraag wat medisch-inhoudelijk gezien een juiste verwijzing is. Het verwijzingsinstrument voor de huisarts is de verwijsbrief. Volgens de beroepsstandaard van de huisartsen bevat een verwijsbrief een duidelijke vraag aan de vervolgbehandelaar, gebaseerd op de richtlijnen voor verslaglegging en gegevensuitwisseling. Is dat niet het geval, dan heeft de verzekeraar de mogelijkheid om de huisarts op basis van spiegelinformatie daarop aan te spreken.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

We krijgen signalen van huisartsen dat in contracten voor 2015 het gebruik van een door de verzekeraar aangedragen screeningsinstrument verplicht wordt gesteld voor patiënten met psychische problematiek. In een brief hebben LHV, NHG en InEen de verzekeraar opgeroepen te respecteren dat de beroepsgroep handelt op basis van professionele autonomie die gefundeerd is op wetenschappelijke richtlijnen. De NHG-Standaarden en multidisciplinaire richtlijnen vormen de basis voor het goed kunnen uitoefenen van de poortwachtersrol, ook voor de GGZ. Instrumenten die niet gevalideerd zijn, kunnen niet bijdragen aan een zorgvuldige zorgverlening. Het verplicht stellen van een (ongevalideerd) screeningsinstrument is daarom volgens LHV, NHG en InEen ongewenst.
Aangegeven wordt ook dat het niet de rol van de verzekeraar is een antwoord te formuleren op de vraag wat medisch-inhoudelijk gezien een juiste verwijzing is. Het verwijzingsinstrument voor de huisarts is de verwijsbrief. Volgens de beroepsstandaard van de huisartsen bevat een verwijsbrief een duidelijke vraag aan de vervolgbehandelaar, gebaseerd op de richtlijnen voor verslaglegging en gegevensuitwisseling. Is dat niet het geval, dan heeft de verzekeraar de mogelijkheid om de huisarts op basis van spiegelinformatie daarop aan te spreken.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Zorgstandaard Kanker 2014

24 oktober 2014

De zorgstandaard Kanker 2014  is verschenen. Het document, opgesteld door zorgprofessionals en patiënten, beschrijft de wenselijke inhoud en organisatie van de oncologische zorg vanuit het perspectief van de patiënt. Het is een kwaliteitskader met streefnormen. De zorgstandaard is aangeboden aan het Zorginstituut Nederland voor opname in het landelijk register van kwaliteitsinstrumenten en vormt daarmee een openbaar toetsingskader voor goede kwaliteit.

Het Zorginstituut Nederland heeft ook het initiatief genomen om ontwikkelingen rond inhoud en organisatie van oncologische zorg bij elkaar te brengen. Geconstateerd is dat er veel initiatieven zijn, maar dat juridische en financiële knelpunten de voortgang belemmeren. Dit geldt ook voor de implementatie van de zorgstandaard Kanker. Het instituut gaat de knelpunten inventariseren en organiseert in januari 2015 een vervolgbijeenkomst om tot een plan van aanpak te komen.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

De zorgstandaard Kanker 2014  is verschenen. Het document, opgesteld door zorgprofessionals en patiënten, beschrijft de wenselijke inhoud en organisatie van de oncologische zorg vanuit het perspectief van de patiënt. Het is een kwaliteitskader met streefnormen. De zorgstandaard is aangeboden aan het Zorginstituut Nederland voor opname in het landelijk register van kwaliteitsinstrumenten en vormt daarmee een openbaar toetsingskader voor goede kwaliteit.

Het Zorginstituut Nederland heeft ook het initiatief genomen om ontwikkelingen rond inhoud en organisatie van oncologische zorg bij elkaar te brengen. Geconstateerd is dat er veel initiatieven zijn, maar dat juridische en financiële knelpunten de voortgang belemmeren. Dit geldt ook voor de implementatie van de zorgstandaard Kanker. Het instituut gaat de knelpunten inventariseren en organiseert in januari 2015 een vervolgbijeenkomst om tot een plan van aanpak te komen.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Zorggroep Almere en Saltro werken samen

24 oktober 2014

Vanaf 1 januari 2015 gaan de Zorggroep Almere en het diagnostisch centrum Saltro samenwerken. Vanaf dat moment kunnen patiënten van de Zorggroep Almere in de meeste gezondheidscentra van de zorggroep bloed laten prikken. Daarnaast worden enkele diagnostische centra geopend waar ook functieonderzoeken, zoals hartfilmpjes en diverse echo’s gemaakt kunnen worden. Ook verzorgt Saltro huisbezoeken aan patiënten die niet naar een bloedafnamelocatie kunnen komen. ‘Saltro’s missie is de eerste lijn te versterken. Dat doen wij door uitstekende diagnostiek zo dicht mogelijk bij de patiënt te leveren. Het belang van de patiënt staat voorop en wij maken ons sterk voor een verantwoorde regierol bij de patiënt. Onze organisaties delen die visie en samen kunnen wij de eerstelijns zorg in Almere versterken’, aldus Esther Talboom, lid van de Raad van Bestuur van Saltro en bestuurslid van InEen. Lees het persbericht 

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Vanaf 1 januari 2015 gaan de Zorggroep Almere en het diagnostisch centrum Saltro samenwerken. Vanaf dat moment kunnen patiënten van de Zorggroep Almere in de meeste gezondheidscentra van de zorggroep bloed laten prikken. Daarnaast worden enkele diagnostische centra geopend waar ook functieonderzoeken, zoals hartfilmpjes en diverse echo’s gemaakt kunnen worden. Ook verzorgt Saltro huisbezoeken aan patiënten die niet naar een bloedafnamelocatie kunnen komen. ‘Saltro’s missie is de eerste lijn te versterken. Dat doen wij door uitstekende diagnostiek zo dicht mogelijk bij de patiënt te leveren. Het belang van de patiënt staat voorop en wij maken ons sterk voor een verantwoorde regierol bij de patiënt. Onze organisaties delen die visie en samen kunnen wij de eerstelijns zorg in Almere versterken’, aldus Esther Talboom, lid van de Raad van Bestuur van Saltro en bestuurslid van InEen. Lees het persbericht 

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

ZonMw-congres Kennis in de buurt

22 oktober 2014

Zorg en ondersteuning in de buurt is een actueel thema. ZonMw organiseert in samenwerking met de kennisinstituten een congres dat antwoorden geeft op praktijk- en beleidsvragen. Met veel interactieve sessies om samen te komen tot oplossingen in de praktijk. De eerste lijn is een van de hoofdthema’s in het programma. Het congres vindt plaats op 1 december a.s. van 12.00-20.15 uur in het Beatrixgebouw te Utrecht. De toegang is gratis, inschrijving vooraf is dan wel een vereiste. Meer informatie vind je op www.zonmw.nl/kennisindebuurt.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Zorg en ondersteuning in de buurt is een actueel thema. ZonMw organiseert in samenwerking met de kennisinstituten een congres dat antwoorden geeft op praktijk- en beleidsvragen. Met veel interactieve sessies om samen te komen tot oplossingen in de praktijk. De eerste lijn is een van de hoofdthema’s in het programma. Het congres vindt plaats op 1 december a.s. van 12.00-20.15 uur in het Beatrixgebouw te Utrecht. De toegang is gratis, inschrijving vooraf is dan wel een vereiste. Meer informatie vind je op www.zonmw.nl/kennisindebuurt.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Gezonde wijk voortaan in Handreiking Gezonde Gemeente

22 oktober 2014

Mensen die werken met de Handreiking Gezonde Wijk kunnen vanaf nu terecht in de vernieuwde Handreiking Gezonde Gemeente. Op deze pagina staat voortaan ook alles over wijkgerichte gezondheidsbevordering bij elkaar, denk aan informatie over het wijkgezondheidsprofiel, het interventieoverzicht Gezonde Wijk, maar ook aan onderwerpen als evalueren, burgerparticipatie en samenwerken. Let op:  door de vernieuwing zijn de oude links naar Handreiking Gezonde Wijk en Handreiking Gezonde Gemeente vervallen.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Mensen die werken met de Handreiking Gezonde Wijk kunnen vanaf nu terecht in de vernieuwde Handreiking Gezonde Gemeente. Op deze pagina staat voortaan ook alles over wijkgerichte gezondheidsbevordering bij elkaar, denk aan informatie over het wijkgezondheidsprofiel, het interventieoverzicht Gezonde Wijk, maar ook aan onderwerpen als evalueren, burgerparticipatie en samenwerken. Let op:  door de vernieuwing zijn de oude links naar Handreiking Gezonde Wijk en Handreiking Gezonde Gemeente vervallen.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Gezondheidscentra hijsen stormbal over contractering 2015

22 oktober 2014

In een speciale bijeenkomst van leden-gezondheidscentra van InEen werd afgelopen dinsdagavond grote zorg en verontwaardiging geuit over de eerste contractvoorstellen van zorgverzekeraars voor 2015. De contractering is net op gang gekomen maar de eerste voorstellen van de verzekeraars liggen meestal ver af van de verwachtingen die gezondheidscentra hebben op basis van het bestuurlijk akkoord eerste lijn zoals dat juli vorig jaar werd gesloten en deze zomer werd bekrachtigd. Lees verder. Voor de leden-gezondheidscentra zal er op 27 oktober aanstaande, een vervolgbijeenkomst worden gehouden van 18.00 uur tot 20.00 uur in Domus Medica. U kunt zich aanmelden via info@ineen.nl.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht

[...]

In een speciale bijeenkomst van leden-gezondheidscentra van InEen werd afgelopen dinsdagavond grote zorg en verontwaardiging geuit over de eerste contractvoorstellen van zorgverzekeraars voor 2015. De contractering is net op gang gekomen maar de eerste voorstellen van de verzekeraars liggen meestal ver af van de verwachtingen die gezondheidscentra hebben op basis van het bestuurlijk akkoord eerste lijn zoals dat juli vorig jaar werd gesloten en deze zomer werd bekrachtigd. Lees verder. Voor de leden-gezondheidscentra zal er op 27 oktober aanstaande, een vervolgbijeenkomst worden gehouden van 18.00 uur tot 20.00 uur in Domus Medica. U kunt zich aanmelden via info@ineen.nl.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht

ZorgNL2014: Zicht op goede zorg

22 oktober 2014

Voor de tweede maal organiseert Zorgverzekeraars Nederland (ZN) op 3 november een congres waarop zorgverzekeraars (bestuurders, directieleden en zorginkopers) in gesprek gaan met patiënten, verzekerden en zorgaanbieders. Het thema dit jaar is kwaliteit en transparantie: wat betekent dit voor de zorg en de zorginkoop. Pauline Meurs (voorzitter Raad voor de Volksgezondheid en Zorg) geeft haar visie op dit thema. Daarna bestaat het programma uit deelsessies voor de eerstelijnszorg, de langdurige intramurale zorg, GGZ (eerste en tweede lijn) en ziekenhuizen. Het congres vindt plaats in Groenekan (bij Utrecht) van 12.00-18.00 uur. Informatie over het programma en aanmelden.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht

[...]

Voor de tweede maal organiseert Zorgverzekeraars Nederland (ZN) op 3 november een congres waarop zorgverzekeraars (bestuurders, directieleden en zorginkopers) in gesprek gaan met patiënten, verzekerden en zorgaanbieders. Het thema dit jaar is kwaliteit en transparantie: wat betekent dit voor de zorg en de zorginkoop. Pauline Meurs (voorzitter Raad voor de Volksgezondheid en Zorg) geeft haar visie op dit thema. Daarna bestaat het programma uit deelsessies voor de eerstelijnszorg, de langdurige intramurale zorg, GGZ (eerste en tweede lijn) en ziekenhuizen. Het congres vindt plaats in Groenekan (bij Utrecht) van 12.00-18.00 uur. Informatie over het programma en aanmelden.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht

Stand van zaken GGZ in de eerste lijn

17 oktober 2014

In de afgelopen week zijn zes rapporten over de geestelijke gezondheidszorg naar de Kamer gestuurd. Het rapport “Versterking van de GGZ in de huisartsenpraktijk” en de “Monitor Generalistische Basis GGZ” geven een beeld van de verschuivingen van zorg in respectievelijk de afgelopen jaren en in het eerste half jaar van 2014 als gevolg van de stelselwijziging.

Trimbos-rapport
Het lijvige Trimbos-rapport over de versterking van de GGZ in de huisartspraktijk geeft een terugblik over 15 jaar. Met een beschrijving van de consultatieregeling en opbrengsten van stimuleringsprogramma’s als Diabolo (tot 2007), de introductie van de POH-GGZ in 2008, ontwikkeling van richtlijnen op het gebied van GGZ (NHG-Standaarden, Multidisciplinaire richtlijnen en Samenwerkingsrichtlijnen) en de resultaten van projecten als Doorbraak in de jaren die volgden. Het rapport noemt maatregelen voor verdere versterking van GGZ in de huisartsenpraktijk – zoals de financiering van de consultatie en toepassing van e-health – en geeft voorbeelden van initiatieven op deze terreinen. In de ontwikkeling van de functie POH-GGZ is aandacht voor de implementatie (inzet en spreiding), het dienstverband, de achtergrond van de POH en de werkzaamheden in de praktijk.

Het tweede deel van het rapport geeft uitgebreide overzichten van initiatieven gericht op het versterken van de GGZ in de huisartsenpraktijk. Vanuit de huisartsenzorg betreffen deze veelal zorggroepen, met gebruik van de NZa-beleidsregel zorginnovatie, en in de vorm van zorgprogramma’s. DOH, ZIO, PoZoB en SGE worden als voorbeelden beschreven.
Verder is er aandacht voor initiatieven vanuit GGZ-aanbieders, waaronder Vicino, Denk en Transparant Next. Met het nieuwe stelsel en de nieuwe financiering (o.a. contactering POH-GGZ door derden) is het veld van GGZ-aanbieders volop in beweging gekomen.
Tot slot is er aandacht voor initiatieven van niet-zorgverleners: organisaties die de inzet van POH-GGZ faciliteren, en aanbieders van screeningsinstrumenten en e-health-interventies gericht op preventie en behandeling van GGZ-problematiek in de huisartsenpraktijk. In het rapport wordt geconcludeerd dat de sturing van de zorgverzekeraars invloed heeft op de variatie in aanbod en ontwikkelingen.

Monitor Generalistische BasisGGZ
De monitor van KPMG/Plexus geeft een indruk van de ontwikkelingen sinds 1 januari 2014. De pilotrapportage schetst een eerste voorzichtig beeld, op basis van kwantitatieve (eerste kwartaal 2014) en kwalitatieve data. Data van Vektis en vanuit zorgaanbieders zijn gecombineerd met ervaringen uit het veld (huisartsen, behandelaren in de GB en gespecialiseerde GGZ, zorgverzekeraars en patiënten). De eerste kwantitatieve bevindingen zijn nog niet geëxtrapoleerd naar landelijk niveau en hebben daarmee alleen betrekking op de betrokken aanbieders bij de monitor – in de regio’s Friesland, Utrecht en Zuid-Limburg. Het percentage huisartsen met een POH-GGZ is sterk gestegen (landelijk: voorjaar 2013 46%, voorjaar 2014 61%).
In de komende jaren blijft KPMG in opdracht van VWS de ontwikkelingen vastleggen in vervolgstudies. De volgende monitor verschijnt begin 2015. Dan zijn naar verwachting de cijfers voldoende betrouwbaar om conclusies te trekken van de gevolgen van de invoering van de Generalistische Basis GGZ.

Naast bovenstaande rapporten zijn er rapporten over de groep EPA (mensen met ernstige psychiatrische aandoeningen) en de jaarcijfers over de GGZ.

Zie de rapporten, en de bijbehorende brief aan de Kamer.

[...]

In de afgelopen week zijn zes rapporten over de geestelijke gezondheidszorg naar de Kamer gestuurd. Het rapport “Versterking van de GGZ in de huisartsenpraktijk” en de “Monitor Generalistische Basis GGZ” geven een beeld van de verschuivingen van zorg in respectievelijk de afgelopen jaren en in het eerste half jaar van 2014 als gevolg van de stelselwijziging.

Trimbos-rapport
Het lijvige Trimbos-rapport over de versterking van de GGZ in de huisartspraktijk geeft een terugblik over 15 jaar. Met een beschrijving van de consultatieregeling en opbrengsten van stimuleringsprogramma’s als Diabolo (tot 2007), de introductie van de POH-GGZ in 2008, ontwikkeling van richtlijnen op het gebied van GGZ (NHG-Standaarden, Multidisciplinaire richtlijnen en Samenwerkingsrichtlijnen) en de resultaten van projecten als Doorbraak in de jaren die volgden. Het rapport noemt maatregelen voor verdere versterking van GGZ in de huisartsenpraktijk – zoals de financiering van de consultatie en toepassing van e-health – en geeft voorbeelden van initiatieven op deze terreinen. In de ontwikkeling van de functie POH-GGZ is aandacht voor de implementatie (inzet en spreiding), het dienstverband, de achtergrond van de POH en de werkzaamheden in de praktijk.

Het tweede deel van het rapport geeft uitgebreide overzichten van initiatieven gericht op het versterken van de GGZ in de huisartsenpraktijk. Vanuit de huisartsenzorg betreffen deze veelal zorggroepen, met gebruik van de NZa-beleidsregel zorginnovatie, en in de vorm van zorgprogramma’s. DOH, ZIO, PoZoB en SGE worden als voorbeelden beschreven.
Verder is er aandacht voor initiatieven vanuit GGZ-aanbieders, waaronder Vicino, Denk en Transparant Next. Met het nieuwe stelsel en de nieuwe financiering (o.a. contactering POH-GGZ door derden) is het veld van GGZ-aanbieders volop in beweging gekomen.
Tot slot is er aandacht voor initiatieven van niet-zorgverleners: organisaties die de inzet van POH-GGZ faciliteren, en aanbieders van screeningsinstrumenten en e-health-interventies gericht op preventie en behandeling van GGZ-problematiek in de huisartsenpraktijk. In het rapport wordt geconcludeerd dat de sturing van de zorgverzekeraars invloed heeft op de variatie in aanbod en ontwikkelingen.

Monitor Generalistische BasisGGZ
De monitor van KPMG/Plexus geeft een indruk van de ontwikkelingen sinds 1 januari 2014. De pilotrapportage schetst een eerste voorzichtig beeld, op basis van kwantitatieve (eerste kwartaal 2014) en kwalitatieve data. Data van Vektis en vanuit zorgaanbieders zijn gecombineerd met ervaringen uit het veld (huisartsen, behandelaren in de GB en gespecialiseerde GGZ, zorgverzekeraars en patiënten). De eerste kwantitatieve bevindingen zijn nog niet geëxtrapoleerd naar landelijk niveau en hebben daarmee alleen betrekking op de betrokken aanbieders bij de monitor – in de regio’s Friesland, Utrecht en Zuid-Limburg. Het percentage huisartsen met een POH-GGZ is sterk gestegen (landelijk: voorjaar 2013 46%, voorjaar 2014 61%).
In de komende jaren blijft KPMG in opdracht van VWS de ontwikkelingen vastleggen in vervolgstudies. De volgende monitor verschijnt begin 2015. Dan zijn naar verwachting de cijfers voldoende betrouwbaar om conclusies te trekken van de gevolgen van de invoering van de Generalistische Basis GGZ.

Naast bovenstaande rapporten zijn er rapporten over de groep EPA (mensen met ernstige psychiatrische aandoeningen) en de jaarcijfers over de GGZ.

Zie de rapporten, en de bijbehorende brief aan de Kamer.

ZonMw-congres Kennis in de buurt

17 oktober 2014

Zorg en ondersteuning in de buurt is een actueel thema. ZonMw organiseert in samenwerking met de kennisinstituten een congres dat antwoorden geeft op praktijk- en beleidsvragen. Met veel interactieve sessies om samen te komen tot oplossingen in de praktijk. De eerste lijn is een van de hoofdthema’s in het programma. Het congres vindt plaats op 1 december a.s. van 12.00-20.15 uur in het Beatrixgebouw te Utrecht. De toegang is gratis, inschrijving vooraf is dan wel een vereiste. Meer informatie vind je op www.zonmw.nl/kennisindebuurt.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Zorg en ondersteuning in de buurt is een actueel thema. ZonMw organiseert in samenwerking met de kennisinstituten een congres dat antwoorden geeft op praktijk- en beleidsvragen. Met veel interactieve sessies om samen te komen tot oplossingen in de praktijk. De eerste lijn is een van de hoofdthema’s in het programma. Het congres vindt plaats op 1 december a.s. van 12.00-20.15 uur in het Beatrixgebouw te Utrecht. De toegang is gratis, inschrijving vooraf is dan wel een vereiste. Meer informatie vind je op www.zonmw.nl/kennisindebuurt.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Inspectie ziet af van handhaving ‘integrale aanpak leefstijlondersteuning’

17 oktober 2014

IGZ heeft onderzoek gedaan naar de aanpak van leefstijlondersteuning in achterstandswijken. Daar waar deze aanpak volgens IGZ nog onvoldoende was, werden eerstelijnscentra aangewezen als verantwoordelijke voor de verbetering. De betreffende gezondheidscentra werden gesommeerd voor hun wijk een plan op te stellen en te rapporteren aan de IGZ, met handhaving als ultiem remedium.
Naar aanleiding van vragen van enkele leden is InEen hierover met IGZ in gesprek gegaan. Het eenzijdig neerleggen van de verantwoordelijkheid bij gezondheidscentra leek ons niet terecht. Daarnaast zagen we net als de LHV (juridische) knelpunten in het voorgestelde toetsingskader. Vanwege voortschrijdend inzicht en een accentverschuiving naar risicotoezicht heeft de IGZ haar beoogde handhavingsbeleid herzien. Dit betekent dat