logo
circle image

Informatiebeleid

Benchmarks en het managen van data is de laatste jaren een steeds belangrijker thema geworden voor goede bedrijfsvoering en uitwisseling van gegevens.

Het gaat bijvoorbeeld om benchmarks van bedrijfsvoering en zorg, om uitwisseling van patiëntgegevens en behandelingsresultaten, maar ook om technische, organisatorische en privacyaspecten die hiermee samenhangen. InEen zet zich in om verschillende ervaringen en beleidslijnen samen te brengen in een gemeenschappelijke visie en programma.

Acitiviteiten

  • Een geleidelijke uitbouw en harmonisatie benchmarks en samenhang met andere gegevensverzamelingen (onder andere NIVEL).
  • Uitbrengen van jaarrapporten ketenzorg en huisartsenposten.
  • Gemeenschappelijke en eenduidige afspraken met zorg verzekeraars en IGZ over aan te leveren informatie.
  • Gegevensuitwisseling, VZVZ en LSP; waarneemdossier en medicatiedossier ingevoerd, uitwisseling keteninformatie en koppeling HIS-KIS.
  • Toetsen HIS, KIS en HAP-systemen op effectiviteit en veiligheid.

Nieuwe versie modelbewerkersovereenkomst NVZ

10 februari 2017

De NVZ heeft een nieuwe versie van zijn modelbewerkersovereenkomst gepubliceerd. De KNMG beveelt deze overeenkomst aan als standaard modelbewerkersovereenkomst. De nieuwe versie is aangepast aan de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) die in mei 2018 van kracht wordt en daarmee de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) vervangt. De Wbp vereist dat een aantal afspraken tussen de uitbestedende partij en de bewerker van gegevens schriftelijk wordt vastgelegd. De bewerkersovereenkomst is daarvoor een geschikt instrument. De modelovereenkomst van de NVZ voldoet aan de eisen die de Autoriteit Persoonsgegevens daaraan stelt. Het is de bedoeling dat een ieder de overeenkomst aan zijn eigen omstandigheden aanpast. Meer informatie in het InEen-dossier Handreiking meldplicht datalekken. Neem met vragen contact op met Emiel Kerpershoek (InEen).

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

De NVZ heeft een nieuwe versie van zijn modelbewerkersovereenkomst gepubliceerd. De KNMG beveelt deze overeenkomst aan als standaard modelbewerkersovereenkomst. De nieuwe versie is aangepast aan de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) die in mei 2018 van kracht wordt en daarmee de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) vervangt. De Wbp vereist dat een aantal afspraken tussen de uitbestedende partij en de bewerker van gegevens schriftelijk wordt vastgelegd. De bewerkersovereenkomst is daarvoor een geschikt instrument. De modelovereenkomst van de NVZ voldoet aan de eisen die de Autoriteit Persoonsgegevens daaraan stelt. Het is de bedoeling dat een ieder de overeenkomst aan zijn eigen omstandigheden aanpast. Meer informatie in het InEen-dossier Handreiking meldplicht datalekken. Neem met vragen contact op met Emiel Kerpershoek (InEen).

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

E-healthweek 2017

13 januari 2017

De derde week van januari (21-27 januari) is het e-healthweek. Verspreid over het land vinden deze week allerhande activiteiten plaats op het terrein van e-health. Naar verwachting zullen ruim 200 partijen hun initiatieven demonstreren, masterclasses verzorgen of discussiebijeenkomsten organiseren. De initiatiefnemers – VWS en ECP | Platform voor de InformatieSamenleving – willen zoveel mogelijk mensen met e-health in contact brengen en hen de mogelijkheden laten ervaren. Iedereen kan meedoen van eerste lijn tot GGD, van thuiszorg tot UMC, van ICT-leverancier tot patiënten. Zie voor meer informatie en een activiteitenkalender ehealthweek.net

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

De derde week van januari (21-27 januari) is het e-healthweek. Verspreid over het land vinden deze week allerhande activiteiten plaats op het terrein van e-health. Naar verwachting zullen ruim 200 partijen hun initiatieven demonstreren, masterclasses verzorgen of discussiebijeenkomsten organiseren. De initiatiefnemers – VWS en ECP | Platform voor de InformatieSamenleving – willen zoveel mogelijk mensen met e-health in contact brengen en hen de mogelijkheden laten ervaren. Iedereen kan meedoen van eerste lijn tot GGD, van thuiszorg tot UMC, van ICT-leverancier tot patiënten. Zie voor meer informatie en een activiteitenkalender ehealthweek.net

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Gedragscode Elektronische Gegevensverwerking in de Zorg (EGiZ)

09 januari 2017

In 2013 verscheen de eerste versie van de Gedragscode Elektronische Gegevensverwerking in de Zorg (EGiZ). De Gedragscode EGiZ  geeft handvatten aan zorgaanbieders voor een veilige elektronische uitwisseling van patiëntgegevens met andere zorgaanbieders. De gedragscode EGiZ bevat geen nieuwe regels, maar bevordert, helpt zorgaanbieders en samenwerkingsverbanden onder andere bij het geven van een goede invulling aan patiëntenrechten rond informatieverstrekking en toestemming en verheldert verantwoordelijkheden.

Het wetsvoorstel Cliëntenrechten bij elektronische verwerking van persoonsgegevens is inmiddels aangenomen. Deze wet zal, samen met het Besluit elektronische gegevensverwerking door zorgaanbieders, op 1 juli 2017 in werking treden. Met het oog daarop hebben de opstellers van de EGiZ besloten om de inwerkingtreding van de hoofdstukken 3 en 4 van de  Gedragscode EGiZ uit te stellen tot 1 juli 2017. Dit is ook vastgelegd in een nieuwe versie van de gedragscode (december 2016).


Deze gedragscode wordt onderschreven door:

  • InEen
  • Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst (KNMG), inclusief de federatiepartners:
    • Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV)
    • Federatie van Medisch Specialisten (FMS)
    • Specialisten in ouderengeneeskunde (Verenso)
    • Nederlandse Vereniging voor Arbeids- en Bedrijfsgeneeskunde (NVAB)
    • Koepel Artsen Maatschappij en Gezondheid (KAMG)
    • Landelijke vereniging van Artsen in Dienstverband (LAD)
    • Nederlandse Vereniging voor Verzekeringsgeneeskunde (NVVG)
    • De Geneeskundestudent
    • Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG)
  • Koninklijke Nederlandse Maatschappij ter bevordering der Pharmacie (KNMP)
  • Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ)
  • De samenwerkende regio-organisaties: EZDA, Rijnmondnet, Zorgring NHN, Sleutelnet, SpitZ Midden-Holland, RSO Haaglanden, IZIT en GERRIT
[...]

In 2013 verscheen de eerste versie van de Gedragscode Elektronische Gegevensverwerking in de Zorg (EGiZ). De Gedragscode EGiZ  geeft handvatten aan zorgaanbieders voor een veilige elektronische uitwisseling van patiëntgegevens met andere zorgaanbieders. De gedragscode EGiZ bevat geen nieuwe regels, maar bevordert, helpt zorgaanbieders en samenwerkingsverbanden onder andere bij het geven van een goede invulling aan patiëntenrechten rond informatieverstrekking en toestemming en verheldert verantwoordelijkheden.

Het wetsvoorstel Cliëntenrechten bij elektronische verwerking van persoonsgegevens is inmiddels aangenomen. Deze wet zal, samen met het Besluit elektronische gegevensverwerking door zorgaanbieders, op 1 juli 2017 in werking treden. Met het oog daarop hebben de opstellers van de EGiZ besloten om de inwerkingtreding van de hoofdstukken 3 en 4 van de  Gedragscode EGiZ uit te stellen tot 1 juli 2017. Dit is ook vastgelegd in een nieuwe versie van de gedragscode (december 2016).


Deze gedragscode wordt onderschreven door:

  • InEen
  • Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst (KNMG), inclusief de federatiepartners:
    • Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV)
    • Federatie van Medisch Specialisten (FMS)
    • Specialisten in ouderengeneeskunde (Verenso)
    • Nederlandse Vereniging voor Arbeids- en Bedrijfsgeneeskunde (NVAB)
    • Koepel Artsen Maatschappij en Gezondheid (KAMG)
    • Landelijke vereniging van Artsen in Dienstverband (LAD)
    • Nederlandse Vereniging voor Verzekeringsgeneeskunde (NVVG)
    • De Geneeskundestudent
    • Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG)
  • Koninklijke Nederlandse Maatschappij ter bevordering der Pharmacie (KNMP)
  • Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ)
  • De samenwerkende regio-organisaties: EZDA, Rijnmondnet, Zorgring NHN, Sleutelnet, SpitZ Midden-Holland, RSO Haaglanden, IZIT en GERRIT

Indicatoren 2016 landelijke benchmark ketenzorg

09 januari 2017

Hieronder treft u de specificaties van indicatoren aan voor de benchmark ketenzorg over verslagjaar 2016. Dit zijn de operationalisaties van tellers en noemers om de indicatoren te kunnen berekenen. Ook treft u de indicatoren aan voor de landelijke benchmark ketenzorg over verslagjaar 2016. Deze indicatorenset sluit aan op de afspraken uit Het Roer Gaat Om.

Download specificaties

Indicatoren

Formats voor upload MeetpuntKwaliteit

[...]

Hieronder treft u de specificaties van indicatoren aan voor de benchmark ketenzorg over verslagjaar 2016. Dit zijn de operationalisaties van tellers en noemers om de indicatoren te kunnen berekenen. Ook treft u de indicatoren aan voor de landelijke benchmark ketenzorg over verslagjaar 2016. Deze indicatorenset sluit aan op de afspraken uit Het Roer Gaat Om.

Download specificaties

Indicatoren

Formats voor upload MeetpuntKwaliteit

Aanscherping specificatie indicatoren benchmark ketenzorg 2016

09 december 2016

Afgelopen week is, zoals aangekondigd, de definitieve aanscherping van de specificaties van de indicatoren voor de benchmark ketenzorg 2016 gepubliceerd. De indicatoren waren begin dit jaar al  vastgesteld. Vervolgens is in detail uitgewerkt hoe de indicatoren worden bepaald. Na een open review ronde, waarin waardevolle opmerkingen zijn verzameld, heeft InEen samen met het NHG, enkele kaderartsen en (kwaliteits)medewerkers van zorggroepen en gezondheidscentra de definitieve specificaties beschreven. In het document ‘Aanscherping specificaties indicatoren landelijke benchmark 2016’ staan de wijzigingen ten opzichte van 2015 beschreven. De KIS-leveranciers en de RDC’s zijn over de wijzigingen geïnformeerd. Vóór 1 april kunnen de indicatoren, conform de specificaties worden ingediend. Meer informatie volgt.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Afgelopen week is, zoals aangekondigd, de definitieve aanscherping van de specificaties van de indicatoren voor de benchmark ketenzorg 2016 gepubliceerd. De indicatoren waren begin dit jaar al  vastgesteld. Vervolgens is in detail uitgewerkt hoe de indicatoren worden bepaald. Na een open review ronde, waarin waardevolle opmerkingen zijn verzameld, heeft InEen samen met het NHG, enkele kaderartsen en (kwaliteits)medewerkers van zorggroepen en gezondheidscentra de definitieve specificaties beschreven. In het document ‘Aanscherping specificaties indicatoren landelijke benchmark 2016’ staan de wijzigingen ten opzichte van 2015 beschreven. De KIS-leveranciers en de RDC’s zijn over de wijzigingen geïnformeerd. Vóór 1 april kunnen de indicatoren, conform de specificaties worden ingediend. Meer informatie volgt.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Praktische handreiking bij meldplicht datalekken

08 december 2016

Hoe om te gaan met een datalek? Dat staat in een praktische handreiking voor  huisartsen, huisartsenposten, zorggroepen, gezondheidscentra en apothekers. De handreiking geeft aan hoe een datalek te melden en beantwoordt veel gestelde vragen, zoals wanneer er sprake is van een datalek en welke acties dan zijn aan te raden.

De handreiking is bedoeld om eerstelijns zorgverleners en zorgorganisaties te ondersteunen bij het omgaan met de meldplicht datalekken die op 1 januari 2016 is ingevoerd. De handreiking bestaat uit drie onderdelen:

Voor een zorgvuldige omgang met persoonsgegevens van patiënten, is het erg belangrijk dat de zorgverlener weet hoe te handelen in geval een datalek zich onverhoopt voordoet. Daarom bieden de LHV, NHG, InEen, KNMP en KNMG met de handreiking nuttige handvatten waarmee een datalek herkenbaar is en deze indien nodig gemeld kan worden.

Lees meer over

 

[...]

Hoe om te gaan met een datalek? Dat staat in een praktische handreiking voor  huisartsen, huisartsenposten, zorggroepen, gezondheidscentra en apothekers. De handreiking geeft aan hoe een datalek te melden en beantwoordt veel gestelde vragen, zoals wanneer er sprake is van een datalek en welke acties dan zijn aan te raden.

De handreiking is bedoeld om eerstelijns zorgverleners en zorgorganisaties te ondersteunen bij het omgaan met de meldplicht datalekken die op 1 januari 2016 is ingevoerd. De handreiking bestaat uit drie onderdelen:

Voor een zorgvuldige omgang met persoonsgegevens van patiënten, is het erg belangrijk dat de zorgverlener weet hoe te handelen in geval een datalek zich onverhoopt voordoet. Daarom bieden de LHV, NHG, InEen, KNMP en KNMG met de handreiking nuttige handvatten waarmee een datalek herkenbaar is en deze indien nodig gemeld kan worden.

Lees meer over

 

Huisartsen gezocht voor groepsgesprek protocollaire boeken

25 november 2016

Het NHG gaat een kort onderzoek doen naar het gebruik van de protocollaire boeken en zoekt huisartsen om daaraan deel te nemen. Hoe kunnen de protocollaire boeken beter aansluiten op de informatiebehoefte van de huisarts en de praktijkondersteuner? Het onderzoek bestaat uit twee groepsgesprekken met per gesprek twee huisartsen en zes praktijkondersteuners die één of meer protocollaire boeken in hun praktijk gebruiken. Er hebben zich voldoende praktijkondersteuners aangemeld, gezocht wordt nog naar huisartsen. De gesprekken vinden plaats in Utrecht (’s avonds). De deelnemers ontvangen een vacatievergoeding (€ 110) en de huisartsen daarnaast twee accreditatiepunten. Belangstellenden kunnen dit aan Job de Boer (NHG) laten weten.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Het NHG gaat een kort onderzoek doen naar het gebruik van de protocollaire boeken en zoekt huisartsen om daaraan deel te nemen. Hoe kunnen de protocollaire boeken beter aansluiten op de informatiebehoefte van de huisarts en de praktijkondersteuner? Het onderzoek bestaat uit twee groepsgesprekken met per gesprek twee huisartsen en zes praktijkondersteuners die één of meer protocollaire boeken in hun praktijk gebruiken. Er hebben zich voldoende praktijkondersteuners aangemeld, gezocht wordt nog naar huisartsen. De gesprekken vinden plaats in Utrecht (’s avonds). De deelnemers ontvangen een vacatievergoeding (€ 110) en de huisartsen daarnaast twee accreditatiepunten. Belangstellenden kunnen dit aan Job de Boer (NHG) laten weten.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Tweede KIS Goedgekeurd

04 november 2016

In 2016 zijn in het kader van het toestinstrument de meeste KIS’en gekeurd. De keuring ondersteunt leveranciers en zorggroepen bij het verzorgen van een goede rapportage voor de benchmark Ketenzorg. Na de keuring krijgen de KIS-leveranciers aanbevelingen voor verbetering. Wanneer deze aanbevelingen zijn doorgevoerd, ontvangt de KIS een certificaat van goedkeuring. De zorggroepen die van een goedgekeurde KIS gebruik maken, kunnen er vanuit gaan dat de rapportage voor de benchmark Ketenzorg vergelijkbare en betrouwbare gegevens oplevert. Na de goedkeuring van Caresharing in juni, is nu ook Care2U goedgekeurd. Op de website van Insights staat een volledig overzicht van de status van de verschillende KIS’en.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

In 2016 zijn in het kader van het toestinstrument de meeste KIS’en gekeurd. De keuring ondersteunt leveranciers en zorggroepen bij het verzorgen van een goede rapportage voor de benchmark Ketenzorg. Na de keuring krijgen de KIS-leveranciers aanbevelingen voor verbetering. Wanneer deze aanbevelingen zijn doorgevoerd, ontvangt de KIS een certificaat van goedkeuring. De zorggroepen die van een goedgekeurde KIS gebruik maken, kunnen er vanuit gaan dat de rapportage voor de benchmark Ketenzorg vergelijkbare en betrouwbare gegevens oplevert. Na de goedkeuring van Caresharing in juni, is nu ook Care2U goedgekeurd. Op de website van Insights staat een volledig overzicht van de status van de verschillende KIS’en.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Wet Cliëntenrechten - InEen: extra werkbelasting voorkomen

27 oktober 2016

digitaalNa een lange voorgeschiedenis heeft de Eerste Kamer op 4 oktober 2016 het wetsvoorstel ‘Cliëntenrechten bij elektronische verwerking van gegevens’ geaccordeerd. De wet regelt, onder meer, de (gespecificeerde) toestemming van patiënten voor de uitwisseling van hun medische gegevens en ten tweede het recht van patiënten om langs elektronische weg hun medische gegevens in te zien. De verplichting om deze toestemming en inzage te regelen wordt over drie jaar van kracht. InEen zet zich in voor een toepassing die geen nodeloze belasting van zorgverleners met zich meebrengt.

Ondanks alle voorbehouden is de nieuwe wet, zo vindt InEen, een belangrijke ontwikkeling. Met het digitaliseren van de samenleving, digitaliseert de zorg onvermijdelijk ook. Rechten, plichten en randvoorwaarden moeten daarom goed geregeld worden. Samen met de andere zorgkoepels, zoals LHV en KNMG, en de Patiëntenfederatie werkt InEen aan technische oplossingen die enerzijds de praktijken ontlasten en anderzijds patiënten verantwoordelijk maken voor het beheer van hun toestemmingen.

De gespecificeerde toestemming voor gegevensuitwisseling moet uitvoerbaar zijn. Dat is nog niet zo eenvoudig omdat het de bedoeling was om patiënten het recht te geven om op persoonsniveau (fysiotherapeut A wel, maar fysiotherapeut B niet) te differentiëren. Een dergelijke aanpak verwordt echter snel tot een spaghetti van toestemmingen die noch voor patiënten, noch voor zorgverleners is te overzien: voor iedereen onwenselijk en onwerkbaar. Hoe dan te voldoen aan de wettelijke eisen? Met die vraag zijn de zorgkoepels nu aan het werk. Eind 2016 moet duidelijk zijn wat de meest kansrijke manier is om de ‘gespecificeerde toestemming’ in de zorgpraktijk vorm te geven.

De elektronische inzage van patiënten in de eigen medische gegevens is in feite een uitbreiding van het recht om het (papieren) dossier in te zien ingevolge de Wet op de geneeskundige behandelovereenkomst (Wgbo). Om dit recht te kunnen effectueren is het nodig dat de informatie in de elektronische systemen van huisartsen, ziekenhuizen, fysiotherapeuten en apotheken toegankelijk wordt. De Patiëntenfederatie heeft hiervoor het voortouw genomen. In het project MedMij werken de Patiëntenfederatie en de zorgkoepels samen om een set van eisen, standaarden en afspraken op te leveren waarmee de medische gegevens in digitale persoonlijke gezondheidsomgevingen (portaal) van hun huisarts, fysiotherapeut, apotheek of ziekenhuis toegankelijk worden. Het portaal moet patiënten ook in staat stellen om bijvoorbeeld zelfmeetgegevens en gebruikte medicatie voor hun zorgverleners toegankelijk te maken, en uiteraard moet MedMij toegang bieden tot het toestemmingenportaal.

InEen verwacht dat een dergelijke aanpak ook bijdraagt aan de betrokkenheid van patiënten bij hun omgang met ziekte en zorg, met name van chronische patiënten. De mogelijkheid om de eigen informatie in te zien en te corrigeren versterkt het nemen van eigen verantwoordelijkheid en vergroot de patiëntveiligheid, denk aan een actueel medicatieoverzicht.

De komende drie jaar is nog veel werk nodig. InEen houdt hierover nauw contact met de achterban. Uitgangspunt is en blijft dat de digitalisering geen onnodige bureaucratie of extra werkbelasting voor zorgverleners met zich mee mag brengen.

[...]

digitaalNa een lange voorgeschiedenis heeft de Eerste Kamer op 4 oktober 2016 het wetsvoorstel ‘Cliëntenrechten bij elektronische verwerking van gegevens’ geaccordeerd. De wet regelt, onder meer, de (gespecificeerde) toestemming van patiënten voor de uitwisseling van hun medische gegevens en ten tweede het recht van patiënten om langs elektronische weg hun medische gegevens in te zien. De verplichting om deze toestemming en inzage te regelen wordt over drie jaar van kracht. InEen zet zich in voor een toepassing die geen nodeloze belasting van zorgverleners met zich meebrengt.

Ondanks alle voorbehouden is de nieuwe wet, zo vindt InEen, een belangrijke ontwikkeling. Met het digitaliseren van de samenleving, digitaliseert de zorg onvermijdelijk ook. Rechten, plichten en randvoorwaarden moeten daarom goed geregeld worden. Samen met de andere zorgkoepels, zoals LHV en KNMG, en de Patiëntenfederatie werkt InEen aan technische oplossingen die enerzijds de praktijken ontlasten en anderzijds patiënten verantwoordelijk maken voor het beheer van hun toestemmingen.

De gespecificeerde toestemming voor gegevensuitwisseling moet uitvoerbaar zijn. Dat is nog niet zo eenvoudig omdat het de bedoeling was om patiënten het recht te geven om op persoonsniveau (fysiotherapeut A wel, maar fysiotherapeut B niet) te differentiëren. Een dergelijke aanpak verwordt echter snel tot een spaghetti van toestemmingen die noch voor patiënten, noch voor zorgverleners is te overzien: voor iedereen onwenselijk en onwerkbaar. Hoe dan te voldoen aan de wettelijke eisen? Met die vraag zijn de zorgkoepels nu aan het werk. Eind 2016 moet duidelijk zijn wat de meest kansrijke manier is om de ‘gespecificeerde toestemming’ in de zorgpraktijk vorm te geven.

De elektronische inzage van patiënten in de eigen medische gegevens is in feite een uitbreiding van het recht om het (papieren) dossier in te zien ingevolge de Wet op de geneeskundige behandelovereenkomst (Wgbo). Om dit recht te kunnen effectueren is het nodig dat de informatie in de elektronische systemen van huisartsen, ziekenhuizen, fysiotherapeuten en apotheken toegankelijk wordt. De Patiëntenfederatie heeft hiervoor het voortouw genomen. In het project MedMij werken de Patiëntenfederatie en de zorgkoepels samen om een set van eisen, standaarden en afspraken op te leveren waarmee de medische gegevens in digitale persoonlijke gezondheidsomgevingen (portaal) van hun huisarts, fysiotherapeut, apotheek of ziekenhuis toegankelijk worden. Het portaal moet patiënten ook in staat stellen om bijvoorbeeld zelfmeetgegevens en gebruikte medicatie voor hun zorgverleners toegankelijk te maken, en uiteraard moet MedMij toegang bieden tot het toestemmingenportaal.

InEen verwacht dat een dergelijke aanpak ook bijdraagt aan de betrokkenheid van patiënten bij hun omgang met ziekte en zorg, met name van chronische patiënten. De mogelijkheid om de eigen informatie in te zien en te corrigeren versterkt het nemen van eigen verantwoordelijkheid en vergroot de patiëntveiligheid, denk aan een actueel medicatieoverzicht.

De komende drie jaar is nog veel werk nodig. InEen houdt hierover nauw contact met de achterban. Uitgangspunt is en blijft dat de digitalisering geen onnodige bureaucratie of extra werkbelasting voor zorgverleners met zich mee mag brengen.

Specificatie en operationalisering indicatoren 2016

14 oktober 2016

Op 22 april zijn de indicatoren voor de Benchmark Transparante Ketenzorg over het verslagjaar 2016 gepubliceerd. InEen en NHG hebben de omschrijvingen en specificaties van deze indicatoren inmiddels uitgewerkt. Het NHG publiceerde vorige week de aangepaste omschrijving en specificaties die zorggroepen en leveranciers in hun systemen kunnen verwerken. Begin deze week publiceerde InEen de invulformats en de voorlopige versie van de ‘Aanscherping specificaties indicatoren 2016’ op haar website.

Harmoniseren
De benchmark-indicatoren zijn onderdeel van de NHG indicatorenset. In de indicatorenset 2016 is een volgende stap gemaakt om de omschrijvingen en de specificaties te harmoniseren. Hoewel het NHG en InEen gebruik maken van dezelfde zorginhoudelijke indicatoren, is er verschil in de populatie waarover wordt gerapporteerd. Een eerste stap is nu gezet om de aansluiting tussen beide populatiedefinities te verbeteren. Het is de bedoeling de omschrijvingen en specificaties vanaf 2017 verder in elkaar te schuiven, zodat de zorggroeppopulatie een duidelijk af te bakenen onderdeel vormt van de huisartsenpraktijkpopulatie die het NHG hanteert.

Operationaliseren
Om de zorggroepen en leveranciers te ondersteunen bij de operationalisatie van de benchmark-indicatoren, zijn de invulformats voor de Benchmark Transparante Ketenzorg 2016 alvast op de website van InEen gezet. Als toelichting op deze invulformats is ook een aangepaste versie van het document ‘Aanscherping specificaties indicatoren 2016’ gepubliceerd. Deze documenten hebben tot 1 november 2016 nog een review status, zodat eventuele onduidelijkheden vroegtijdig kunnen worden aangegeven en weggenomen. Neem voor het doorgeven van opmerkingen contact op met benchmarkketenzorg@ineen.nl. Na het verwerken van de reacties worden de definitieve documenten voor het einde van het jaar gereed gemaakt. Jullie kunnen ze dan voor de Benchmark Transparante Ketenzorg 2017 gebruiken.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Op 22 april zijn de indicatoren voor de Benchmark Transparante Ketenzorg over het verslagjaar 2016 gepubliceerd. InEen en NHG hebben de omschrijvingen en specificaties van deze indicatoren inmiddels uitgewerkt. Het NHG publiceerde vorige week de aangepaste omschrijving en specificaties die zorggroepen en leveranciers in hun systemen kunnen verwerken. Begin deze week publiceerde InEen de invulformats en de voorlopige versie van de ‘Aanscherping specificaties indicatoren 2016’ op haar website.

Harmoniseren
De benchmark-indicatoren zijn onderdeel van de NHG indicatorenset. In de indicatorenset 2016 is een volgende stap gemaakt om de omschrijvingen en de specificaties te harmoniseren. Hoewel het NHG en InEen gebruik maken van dezelfde zorginhoudelijke indicatoren, is er verschil in de populatie waarover wordt gerapporteerd. Een eerste stap is nu gezet om de aansluiting tussen beide populatiedefinities te verbeteren. Het is de bedoeling de omschrijvingen en specificaties vanaf 2017 verder in elkaar te schuiven, zodat de zorggroeppopulatie een duidelijk af te bakenen onderdeel vormt van de huisartsenpraktijkpopulatie die het NHG hanteert.

Operationaliseren
Om de zorggroepen en leveranciers te ondersteunen bij de operationalisatie van de benchmark-indicatoren, zijn de invulformats voor de Benchmark Transparante Ketenzorg 2016 alvast op de website van InEen gezet. Als toelichting op deze invulformats is ook een aangepaste versie van het document ‘Aanscherping specificaties indicatoren 2016’ gepubliceerd. Deze documenten hebben tot 1 november 2016 nog een review status, zodat eventuele onduidelijkheden vroegtijdig kunnen worden aangegeven en weggenomen. Neem voor het doorgeven van opmerkingen contact op met benchmarkketenzorg@ineen.nl. Na het verwerken van de reacties worden de definitieve documenten voor het einde van het jaar gereed gemaakt. Jullie kunnen ze dan voor de Benchmark Transparante Ketenzorg 2017 gebruiken.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Wet Cliëntenrechten bij elektronische verwerking van gegevens

07 oktober 2016

1 Wet Cliëntenrechten bij elektronische verwerking van gegevens Na een lange voorgeschiedenis heeft de Eerste Kamer op 4 oktober de wet ‘Cliëntenrechten bij elektronische verwerking van gegevens’ aangenomen. De nieuwe wet regelt, onder meer, het recht van patiënten om inzage te krijgen in hun dossiers. Een heet hangijzer voor de zorg was lange tijd het vereiste van de gespecificeerde toestemming. Patiënten moeten gericht en gespecificeerd toestemming geven voor het delen van gegevens tussen zorgprofessionals. Er waren grote zorgen over de uitvoerbaarheid in de zorgpraktijk. Daarom is de inwerkingtreding van deze twee onderdelen van de wet drie jaar uitgesteld zodat het veld de noodzakelijke technische voorzieningen kan treffen.

InEen is samen met andere koepels nauw betrokken bij het ontwikkelen van een praktische manier waarop patiënten hun toestemmingen voor gegevensuitwisseling kunnen beheren, zowel voor de langere termijn als voor de overgangsperiode de komende drie jaar. Het voordeel van het beheer van de toestemming door de patiënt zelf is dat deze last niet (ten volle) bij de zorgverleners komt te liggen.

Onder titel MedMij ontwikkelen de Patiëntenfederatie en de zorgpartijen samen de mogelijkheid voor een betrouwbare en verantwoorde wijze van inzage in zorgen medicatiedossiers. MedMij moet uitgroeien tot een set van eisen, standaarden en afspraken voor ‘persoonlijke gezondheidsomgevingen’ waarin, naast de inzage, patiënten ook de mogelijkheid krijgen om informatie met zorgverleners te delen. Meer informatie over de nieuwe wet vinden jullie op website van de KNMG. Neem met vragen contact op met Arthur Eyck (InEen).

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

1 Wet Cliëntenrechten bij elektronische verwerking van gegevens Na een lange voorgeschiedenis heeft de Eerste Kamer op 4 oktober de wet ‘Cliëntenrechten bij elektronische verwerking van gegevens’ aangenomen. De nieuwe wet regelt, onder meer, het recht van patiënten om inzage te krijgen in hun dossiers. Een heet hangijzer voor de zorg was lange tijd het vereiste van de gespecificeerde toestemming. Patiënten moeten gericht en gespecificeerd toestemming geven voor het delen van gegevens tussen zorgprofessionals. Er waren grote zorgen over de uitvoerbaarheid in de zorgpraktijk. Daarom is de inwerkingtreding van deze twee onderdelen van de wet drie jaar uitgesteld zodat het veld de noodzakelijke technische voorzieningen kan treffen.

InEen is samen met andere koepels nauw betrokken bij het ontwikkelen van een praktische manier waarop patiënten hun toestemmingen voor gegevensuitwisseling kunnen beheren, zowel voor de langere termijn als voor de overgangsperiode de komende drie jaar. Het voordeel van het beheer van de toestemming door de patiënt zelf is dat deze last niet (ten volle) bij de zorgverleners komt te liggen.

Onder titel MedMij ontwikkelen de Patiëntenfederatie en de zorgpartijen samen de mogelijkheid voor een betrouwbare en verantwoorde wijze van inzage in zorgen medicatiedossiers. MedMij moet uitgroeien tot een set van eisen, standaarden en afspraken voor ‘persoonlijke gezondheidsomgevingen’ waarin, naast de inzage, patiënten ook de mogelijkheid krijgen om informatie met zorgverleners te delen. Meer informatie over de nieuwe wet vinden jullie op website van de KNMG. Neem met vragen contact op met Arthur Eyck (InEen).

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

In januari 2017 extra aandacht voor eHealth

07 oktober 2016

De eHealthweek van 21 tot en met 27 januari 2017 biedt de gelegenheid om te kijken wat er op het terrein van de e-health zoal gebeurt, maar het biedt ook een platform om interessante initiatieven in het zonnetje te zetten. ECP | Platform voor de InformatieSamenleving en het ministerie van VWS zijn nog op zoek naar mooie voorbeelden vanuit de praktijk van de zorg. Er worden verschillende mogelijkheden geboden om die voorbeelden naar voren te brengen. Meer informatie: www.ehealthweek.net. In de publicatie ‘Beginnen met eHealth? Dit moet u weten’ vinden jullie de gebundelde ervaringen van de stichting Zorg binnen Bereik. Aan bod komen alle onderwerpen die van belang zijn voor het succesvol ontwerpen, implementeren en opschalen van eHealth-toepassingen: van de ontwikkeling van een platform tot samenwerking tussen disciplines, succesvol projectmanagement en onderzoeksmethodieken. Meer informatie over de stichting Zorg binnen Bereik.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

De eHealthweek van 21 tot en met 27 januari 2017 biedt de gelegenheid om te kijken wat er op het terrein van de e-health zoal gebeurt, maar het biedt ook een platform om interessante initiatieven in het zonnetje te zetten. ECP | Platform voor de InformatieSamenleving en het ministerie van VWS zijn nog op zoek naar mooie voorbeelden vanuit de praktijk van de zorg. Er worden verschillende mogelijkheden geboden om die voorbeelden naar voren te brengen. Meer informatie: www.ehealthweek.net. In de publicatie ‘Beginnen met eHealth? Dit moet u weten’ vinden jullie de gebundelde ervaringen van de stichting Zorg binnen Bereik. Aan bod komen alle onderwerpen die van belang zijn voor het succesvol ontwerpen, implementeren en opschalen van eHealth-toepassingen: van de ontwikkeling van een platform tot samenwerking tussen disciplines, succesvol projectmanagement en onderzoeksmethodieken. Meer informatie over de stichting Zorg binnen Bereik.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Resultaten eHealth-monitor 2016

07 oktober 2016

De eHealth Monitor 2016 van Nictiz en Nivel laat zien dat eHealth in de zorg is geland, maar dat er nog veel mogelijkheden onbenut blijven. Zorgverleners moeten patiënten actief stimuleren om gebruik te maken van online zorgdiensten, zoals het maken van een afspraak, het inzien van gegevens of online consulten. Veel mensen blijken niet te weten dat hun zorgverlener deze diensten aanbiedt. Om de voordelen van eHealth voluit te benutten is kortom méér nodig dan techniek. Patiënten moeten eHealth ook gaan omarmen en de mogelijkheden op het netvlies krijgen. De monitor laat verder zien dat voor artsen het feit dat systemen slecht op elkaar aansluiten een drempel vormt. Volgens Nictiz ligt hier een regierol voor de overheid. De eHealth monitor wordt jaarlijks gepubliceerd.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

De eHealth Monitor 2016 van Nictiz en Nivel laat zien dat eHealth in de zorg is geland, maar dat er nog veel mogelijkheden onbenut blijven. Zorgverleners moeten patiënten actief stimuleren om gebruik te maken van online zorgdiensten, zoals het maken van een afspraak, het inzien van gegevens of online consulten. Veel mensen blijken niet te weten dat hun zorgverlener deze diensten aanbiedt. Om de voordelen van eHealth voluit te benutten is kortom méér nodig dan techniek. Patiënten moeten eHealth ook gaan omarmen en de mogelijkheden op het netvlies krijgen. De monitor laat verder zien dat voor artsen het feit dat systemen slecht op elkaar aansluiten een drempel vormt. Volgens Nictiz ligt hier een regierol voor de overheid. De eHealth monitor wordt jaarlijks gepubliceerd.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Transparant, laagdrempelig en oplossingsgericht

30 september 2016

samen-eensOp 1 januari 2017 is elke zorgaanbieder verplicht aangesloten te zijn bij een erkende geschilleninstantie en daarnaast een onafhankelijke klachtenfunctionaris beschikbaar te hebben. Zo staat het in de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz). Doel van deze wet is een transparante, laagdrempelige en oplossingsgerichte klachtenafhandeling met als uiteindelijk doel verbetering van de kwaliteit van de zorg door van klachten te leren.

Nieuw in de Wkkgz is de geschilleninstantie. De afgelopen maanden hebben LHV, InEen en andere eerstelijnsorganisaties gewerkt aan een landelijke geschilleninstantie waar alle huisartsen en huisartsenorganisaties zich bij kunnen aansluiten. Hiertoe vormt de al bestaande Stichting Klachtenregeling Huisartsenzorg Zuid-Nederland, gebruik makend van haar grote ervaring met klachtenafhandeling, zich om tot de Stichting Klachten en Geschillen Eerstelijnszorg (SKGE). Voor twee commissies van de landelijke geschilleninstantie die SKGE inrichtte is onlangs erkenning aangevraagd bij de minister. Jiske Prinsen (directeur SKHZN/SKGE): ‘We vragen nu erkenning voor de geschillencommissie huisartsenzorg en de geschillencommissie apothekers. De E van eerstelijnszorg staat er niet voor niets. We hebben de organisaties dusdanig ingericht dat in de toekomst ook andere takken van zorg zich kunnen aansluiten. Daar komen de aanvragen al voor binnen’.

In het kort: de Wkkgz presenteert een drietrapsraket. Idealiter komen patiënt en zorgverlener er in de spreekkamer uit, lukt dat niet dan moet de patiënt zich kunnen wenden tot een klachtenfunctionaris die onafhankelijk en onpartijdig werkt en adviseert en bemiddelt tussen zorgverlener en klager. Als ook dat geen soelaas biedt, staat als tenslotte de deur naar de geschillencommissie open. De wet geeft de relatie tussen zorgverlener en patiënt dus een belangrijk accent en dat sluit aan bij het adagium zorg dichtbij huis. Wat betreft de klachtenafhandeling in de eerste twee fasen verandert er niet ingrijpend veel. Veel zorgaanbieders werken al volgens deze uitgangspunten. Voor zorgaanbieders die nog geen beschikking hebben over een klachtenfunctionaris die onafhankelijk kan opereren, zijn er verschillende mogelijkheden.

Regionale oplossing
De Huisartsenposten Oost-Brabant werkt al sinds vorig jaar aan een regionaal initiatief dat voortkwam uit een bestuurlijke conferentie over patiëntveiligheid. Directeur Harrie Geboers: ‘We willen toe naar goed veiligheidsbeleid voor de patiënt. Onderdeel daarvan is leren van klachten. We hebben al heel wat jaren een klachtenfunctionaris en dus al belangrijke ervaring opgedaan.’ Vanuit die ervaring gaat Huisartsenposten Oost-Brabant aanbieden ook de klachtbemiddeling in de dagzorg voor hun rekening nemen.

Geboers zet zijn aanbod breed in: hij richt zich nadrukkelijk ook op ondersteuning bij het onderzoek naar incidenten en calamiteiten en de ondersteuning van zorgverleners in geval van ernstige gebeurtenissen. Ook het registratiesysteem wordt van meet af aan breed opgezet: niet alleen voor het registreren van klachten, maar ook van incidenten en VIM-meldingen, en ook geschikt voor benchmarking. ‘Voor de ANW-uren functioneert het al zo, maar het is natuurlijk veel interessanter om het 24/7 in te zetten’, aldus Geboers. De meerwaarde van een regionale oplossing is wat hem betreft ‘dat we heel dicht bij de dagelijkse praktijk werken.’ ‘We kennen de huisartsen uit de ANW-uren en zijn geworteld in de regio. We zijn dus goed in staat in de beslotenheid van de relatie tussen patiënt en huisarts, aan de keukentafel bij wijze van spreken, een klacht te bespreken en te bemiddelen. Ook de leermomenten komen in die beslotenheid naar voren. Dat geeft een directe waarde.’

Netwerk klachtenfunctionarissen
Huisartsen en huisartsenorganisatie die nog niet zelf een klachtenfunctionaris hebben, kunnen ervoor kiezen een klachtenfunctionaris in te huren. Dat kan bijvoorbeeld regionaal (zie het voorbeeld van de Huisartsenposten Oost Brabant), via de SKGE, maar zeker ook via het netwerk dat SKGE aan het opzetten is en dat openstaat voor alle klachtenfunctionarissen in Nederland. Prinsen: ‘We moeten er tenslotte samen voor zorgen dat de uitgangspunten van de Wkkgz tot hun recht komen. In een netwerk is plaats voor kennisuitwisseling, intervisie, scholing, enzovoort.’ Ze denkt aan netwerkbijeenkomsten op verschillende plaatsen in het land, zodat men elkaar goed leert kennen. ‘Zorgaanbieders kunnen dan makkelijk een klachtenfunctionaris in het netwerk benaderen voor hun klachtenafhandeling. Dat zou zelfs tijdelijk kunnen, als bijvoorbeeld de eigen klachtenfunctionaris door ziekte niet beschikbaar is.’

Vanaf half oktober gaat de SKGE alle huisartsen, huisartsenorganisaties en apothekers informeren over de geschilleninstantie en het landelijke netwerk klachtenfunctionarissen. Prinsen ziet het netwerk ook als een van de wegen om te komen tot een uniforme manier van werken. ‘Het moet in principe niet zo zijn dat de klager in Groningen volstrekt anders uitkomt dan de patiënt die een klacht neerlegt in Maastricht.’ Kijkend naar de toekomst zou Prinsen daarom ook willen streven naar een landelijk registratiesysteem voor klachten. ‘Het ultieme doel van de Wkkgz is toch het verbeteren van de zorg door te leren van klachten. We hebben nu een kans om de analyse van klachten naar een hoger niveau te trekken en daar qua beleid zowel regionaal als landelijk iets mee te doen.’

Modelklachtenregeling
Als sluitstuk zijn InEen en LHV bezig met het opstellen van een model klachtenregeling, om de leden te ondersteunen en om te borgen dat klachten binnen de wettelijke kaders worden behandeld. Een klachtenregeling is bovendien noodzakelijk om de onafhankelijkheid van de klachtenfunctionaris te borgen. Geboers: ‘Klachtbemiddeling moet gebeuren in de veiligheid tussen patiënt en zorgverlener, maar het proces moet wel transparant worden ingericht. Een goede klachtenregeling verschaft duidelijkheid en borgt de onafhankelijke rol van de klachtenfunctionaris’. Naar verwachting is de modelklachtenregeling in oktober beschikbaar.

[...]

samen-eensOp 1 januari 2017 is elke zorgaanbieder verplicht aangesloten te zijn bij een erkende geschilleninstantie en daarnaast een onafhankelijke klachtenfunctionaris beschikbaar te hebben. Zo staat het in de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz). Doel van deze wet is een transparante, laagdrempelige en oplossingsgerichte klachtenafhandeling met als uiteindelijk doel verbetering van de kwaliteit van de zorg door van klachten te leren.

Nieuw in de Wkkgz is de geschilleninstantie. De afgelopen maanden hebben LHV, InEen en andere eerstelijnsorganisaties gewerkt aan een landelijke geschilleninstantie waar alle huisartsen en huisartsenorganisaties zich bij kunnen aansluiten. Hiertoe vormt de al bestaande Stichting Klachtenregeling Huisartsenzorg Zuid-Nederland, gebruik makend van haar grote ervaring met klachtenafhandeling, zich om tot de Stichting Klachten en Geschillen Eerstelijnszorg (SKGE). Voor twee commissies van de landelijke geschilleninstantie die SKGE inrichtte is onlangs erkenning aangevraagd bij de minister. Jiske Prinsen (directeur SKHZN/SKGE): ‘We vragen nu erkenning voor de geschillencommissie huisartsenzorg en de geschillencommissie apothekers. De E van eerstelijnszorg staat er niet voor niets. We hebben de organisaties dusdanig ingericht dat in de toekomst ook andere takken van zorg zich kunnen aansluiten. Daar komen de aanvragen al voor binnen’.

In het kort: de Wkkgz presenteert een drietrapsraket. Idealiter komen patiënt en zorgverlener er in de spreekkamer uit, lukt dat niet dan moet de patiënt zich kunnen wenden tot een klachtenfunctionaris die onafhankelijk en onpartijdig werkt en adviseert en bemiddelt tussen zorgverlener en klager. Als ook dat geen soelaas biedt, staat als tenslotte de deur naar de geschillencommissie open. De wet geeft de relatie tussen zorgverlener en patiënt dus een belangrijk accent en dat sluit aan bij het adagium zorg dichtbij huis. Wat betreft de klachtenafhandeling in de eerste twee fasen verandert er niet ingrijpend veel. Veel zorgaanbieders werken al volgens deze uitgangspunten. Voor zorgaanbieders die nog geen beschikking hebben over een klachtenfunctionaris die onafhankelijk kan opereren, zijn er verschillende mogelijkheden.

Regionale oplossing
De Huisartsenposten Oost-Brabant werkt al sinds vorig jaar aan een regionaal initiatief dat voortkwam uit een bestuurlijke conferentie over patiëntveiligheid. Directeur Harrie Geboers: ‘We willen toe naar goed veiligheidsbeleid voor de patiënt. Onderdeel daarvan is leren van klachten. We hebben al heel wat jaren een klachtenfunctionaris en dus al belangrijke ervaring opgedaan.’ Vanuit die ervaring gaat Huisartsenposten Oost-Brabant aanbieden ook de klachtbemiddeling in de dagzorg voor hun rekening nemen.

Geboers zet zijn aanbod breed in: hij richt zich nadrukkelijk ook op ondersteuning bij het onderzoek naar incidenten en calamiteiten en de ondersteuning van zorgverleners in geval van ernstige gebeurtenissen. Ook het registratiesysteem wordt van meet af aan breed opgezet: niet alleen voor het registreren van klachten, maar ook van incidenten en VIM-meldingen, en ook geschikt voor benchmarking. ‘Voor de ANW-uren functioneert het al zo, maar het is natuurlijk veel interessanter om het 24/7 in te zetten’, aldus Geboers. De meerwaarde van een regionale oplossing is wat hem betreft ‘dat we heel dicht bij de dagelijkse praktijk werken.’ ‘We kennen de huisartsen uit de ANW-uren en zijn geworteld in de regio. We zijn dus goed in staat in de beslotenheid van de relatie tussen patiënt en huisarts, aan de keukentafel bij wijze van spreken, een klacht te bespreken en te bemiddelen. Ook de leermomenten komen in die beslotenheid naar voren. Dat geeft een directe waarde.’

Netwerk klachtenfunctionarissen
Huisartsen en huisartsenorganisatie die nog niet zelf een klachtenfunctionaris hebben, kunnen ervoor kiezen een klachtenfunctionaris in te huren. Dat kan bijvoorbeeld regionaal (zie het voorbeeld van de Huisartsenposten Oost Brabant), via de SKGE, maar zeker ook via het netwerk dat SKGE aan het opzetten is en dat openstaat voor alle klachtenfunctionarissen in Nederland. Prinsen: ‘We moeten er tenslotte samen voor zorgen dat de uitgangspunten van de Wkkgz tot hun recht komen. In een netwerk is plaats voor kennisuitwisseling, intervisie, scholing, enzovoort.’ Ze denkt aan netwerkbijeenkomsten op verschillende plaatsen in het land, zodat men elkaar goed leert kennen. ‘Zorgaanbieders kunnen dan makkelijk een klachtenfunctionaris in het netwerk benaderen voor hun klachtenafhandeling. Dat zou zelfs tijdelijk kunnen, als bijvoorbeeld de eigen klachtenfunctionaris door ziekte niet beschikbaar is.’

Vanaf half oktober gaat de SKGE alle huisartsen, huisartsenorganisaties en apothekers informeren over de geschilleninstantie en het landelijke netwerk klachtenfunctionarissen. Prinsen ziet het netwerk ook als een van de wegen om te komen tot een uniforme manier van werken. ‘Het moet in principe niet zo zijn dat de klager in Groningen volstrekt anders uitkomt dan de patiënt die een klacht neerlegt in Maastricht.’ Kijkend naar de toekomst zou Prinsen daarom ook willen streven naar een landelijk registratiesysteem voor klachten. ‘Het ultieme doel van de Wkkgz is toch het verbeteren van de zorg door te leren van klachten. We hebben nu een kans om de analyse van klachten naar een hoger niveau te trekken en daar qua beleid zowel regionaal als landelijk iets mee te doen.’

Modelklachtenregeling
Als sluitstuk zijn InEen en LHV bezig met het opstellen van een model klachtenregeling, om de leden te ondersteunen en om te borgen dat klachten binnen de wettelijke kaders worden behandeld. Een klachtenregeling is bovendien noodzakelijk om de onafhankelijkheid van de klachtenfunctionaris te borgen. Geboers: ‘Klachtbemiddeling moet gebeuren in de veiligheid tussen patiënt en zorgverlener, maar het proces moet wel transparant worden ingericht. Een goede klachtenregeling verschaft duidelijkheid en borgt de onafhankelijke rol van de klachtenfunctionaris’. Naar verwachting is de modelklachtenregeling in oktober beschikbaar.

Vruchtbare werkbijeenkomst Veilig Incident Melden

23 september 2016

Veilig Incident Melden (VIM) is een onderdeel uit de Wkkgz en sinds 1 juli 2016 verplicht voor elke zorgaanbieder. In dit kader organiseerde InEen op 15 september een interactieve werkbijeenkomst Veilig Incident Melden. Bijna 50 leden uit verschillende geledingen van InEen kwamen samen om kennis te halen, kennis te delen en elkaar te moeten. De bijeenkomst beantwoordde vragen en leverde ook nieuwe vragen op over bijvoorbeeld de verantwoordelijkheid van de zorggroep en het anonimiseren van meldingen. We gaan met deze vragen aan de slag; in oktober kunnen jullie tips en antwoorden verwachten. Daarnaast roepen we jullie op om je ervaringen en vragen rond het implementeren van VIM op de werkvloer te delen via het  netwerk Kwaliteit of door te geven via Ludeke van der Es (InEen).

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Veilig Incident Melden (VIM) is een onderdeel uit de Wkkgz en sinds 1 juli 2016 verplicht voor elke zorgaanbieder. In dit kader organiseerde InEen op 15 september een interactieve werkbijeenkomst Veilig Incident Melden. Bijna 50 leden uit verschillende geledingen van InEen kwamen samen om kennis te halen, kennis te delen en elkaar te moeten. De bijeenkomst beantwoordde vragen en leverde ook nieuwe vragen op over bijvoorbeeld de verantwoordelijkheid van de zorggroep en het anonimiseren van meldingen. We gaan met deze vragen aan de slag; in oktober kunnen jullie tips en antwoorden verwachten. Daarnaast roepen we jullie op om je ervaringen en vragen rond het implementeren van VIM op de werkvloer te delen via het  netwerk Kwaliteit of door te geven via Ludeke van der Es (InEen).

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

KNMG-richtlijn ‘Omgaan met medische gegevens’ herzien

09 september 2016

De richtlijn ‘Omgaan met medische gegevens’ is herzien. De richtlijn geeft artsen helderheid over de uitwisseling, opslag en vernietiging van medische gegevens. De belangrijkste wijzigingen zijn de verwerking van nieuwe wetten en actuele jurisprudentie, zoals de Wkkgz (Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg) en de nieuwe Jeugdwet. Daarnaast geeft de richtlijn advies over verschillende ‘klassieke’ situaties waarvoor de arts kan komen te staan.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

De richtlijn ‘Omgaan met medische gegevens’ is herzien. De richtlijn geeft artsen helderheid over de uitwisseling, opslag en vernietiging van medische gegevens. De belangrijkste wijzigingen zijn de verwerking van nieuwe wetten en actuele jurisprudentie, zoals de Wkkgz (Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg) en de nieuwe Jeugdwet. Daarnaast geeft de richtlijn advies over verschillende ‘klassieke’ situaties waarvoor de arts kan komen te staan.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Persbericht - Huisartsenposten zien een toename van de zorgvraag

19 augustus 2016

Uit de landelijke benchmark van huisartsenposten blijkt een toename van de dringende zorgvragen.

Utrecht, 19 augustus 2016 – De jaarlijkse benchmark van huisartsenposten laat een stijging zien van de zorgvraag tijdens avond-, nacht- en weekenduren. Het aantal telefoontjes, consulten op de huisartsenpost en visites neemt toe. De zorgvragen op de huisartsenpost krijgen daarnaast een meer dringend karakter. De gestegen zorgvraag heeft zijn weerslag op de telefonische bereikbaarheid van huisartsenposten. Huisartsenposten zoeken de verklaring in een veranderende patiëntenpopulatie. Kwetsbare patiëntengroepen zoals ouderen en mensen met psychische klachten wonen langer thuis en doen buiten kantooruren een beroep op de huisartsenpost. Het goed organiseren van de zorg voor deze kwetsbare doelgroepen tijdens kantooruren draagt bij aan betere zorg, ook in de avond-, nacht- en weekenduren.

De huisartsenposten in Nederland deden in 2015 ruim 4,1 miljoen verrichtingen. Dat is een duidelijke stijging in vergelijking met de cijfers uit 2013 en 2014. Vooral de consulten en telefonische contacten laten ten opzichte van 2014 een stijging zien (+ 4,4%). Het aantal visites is toegenomen met 1,9%.

Naast deze stijgende zorgvraag blijkt dat ook de urgentie van de zorgvragen waarmee huisartsenposten tijdens avond, nacht, en weekenduren (ANW-uren) worden benaderd verder toeneemt. Voor alle consultvormen is sprake van een stijging van zorgvragen met een meer dringend karakter. De verdere verschuiving naar meer dringende zorgvragen betekent een grotere belasting voor de huisartsenposten .

De toenemende zorgvraag bij huisartsenposten komt onder meer tot uitdrukking in de telefonische bereikbaarheid. Vooral de telefonische bereikbaarheid bij niet-spoedeisende oproepen staat onder druk. 67% van de telefonische oproepen zonder spoed wordt binnen 2 minuten opgenomen en bij 5 % van de niet-spoedoproepen duurt het langer dan 10 minuten voordat de telefoon wordt opgenomen. In 2014 bedroegen deze percentages 74% resp. 2%.

De huisartsenposten en branchevereniging InEen maken zich zorgen over deze ontwikkeling. InEen directeur Anoeska Mosterdijk: “We merken dat het gaat knellen en kunnen de druk op de telefonische bereikbaarheid niet los zien van de toenemende zorgvraag in relatie tot de beschikbare mensen en middelen.” Op dit moment vindt onderzoek plaats naar de veranderende patiëntenpopulatie op huisartsenposten. Mosterdijk: “Onze inschatting op grond van signalen van huisartsenposten is dat er sprake is van een toename van kwetsbare patiëntengroepen, zoals kwetsbare ouderen en mensen met psychische klachten, die nu langer thuis wonen. Om betere zorg te kunnen bieden voor deze kwetsbare mensen zijn onze leden bezig met het organiseren van gestructureerde en proactieve zorg overdag voor deze specifieke doelgroepen. We verwachten hiervan ook positieve effecten op de zorg tijdens ANW-uren.”
De branchevereniging maakt zich ook zorgen over de signalen van huisartsenposten over de toenemende werkdruk en de afnemende beschikbaarheid van waarnemers. Mosterdijk: “Samen met onze leden zullen we de knelpunten analyseren en daarover ook in gesprek gaan met belangrijke stakeholders als de patiëntenorganisaties, Landelijke Huisartsen Vereniging, zorgverzekeraars en de overheid.”

[...]

Uit de landelijke benchmark van huisartsenposten blijkt een toename van de dringende zorgvragen.

Utrecht, 19 augustus 2016 – De jaarlijkse benchmark van huisartsenposten laat een stijging zien van de zorgvraag tijdens avond-, nacht- en weekenduren. Het aantal telefoontjes, consulten op de huisartsenpost en visites neemt toe. De zorgvragen op de huisartsenpost krijgen daarnaast een meer dringend karakter. De gestegen zorgvraag heeft zijn weerslag op de telefonische bereikbaarheid van huisartsenposten. Huisartsenposten zoeken de verklaring in een veranderende patiëntenpopulatie. Kwetsbare patiëntengroepen zoals ouderen en mensen met psychische klachten wonen langer thuis en doen buiten kantooruren een beroep op de huisartsenpost. Het goed organiseren van de zorg voor deze kwetsbare doelgroepen tijdens kantooruren draagt bij aan betere zorg, ook in de avond-, nacht- en weekenduren.

De huisartsenposten in Nederland deden in 2015 ruim 4,1 miljoen verrichtingen. Dat is een duidelijke stijging in vergelijking met de cijfers uit 2013 en 2014. Vooral de consulten en telefonische contacten laten ten opzichte van 2014 een stijging zien (+ 4,4%). Het aantal visites is toegenomen met 1,9%.

Naast deze stijgende zorgvraag blijkt dat ook de urgentie van de zorgvragen waarmee huisartsenposten tijdens avond, nacht, en weekenduren (ANW-uren) worden benaderd verder toeneemt. Voor alle consultvormen is sprake van een stijging van zorgvragen met een meer dringend karakter. De verdere verschuiving naar meer dringende zorgvragen betekent een grotere belasting voor de huisartsenposten .

De toenemende zorgvraag bij huisartsenposten komt onder meer tot uitdrukking in de telefonische bereikbaarheid. Vooral de telefonische bereikbaarheid bij niet-spoedeisende oproepen staat onder druk. 67% van de telefonische oproepen zonder spoed wordt binnen 2 minuten opgenomen en bij 5 % van de niet-spoedoproepen duurt het langer dan 10 minuten voordat de telefoon wordt opgenomen. In 2014 bedroegen deze percentages 74% resp. 2%.

De huisartsenposten en branchevereniging InEen maken zich zorgen over deze ontwikkeling. InEen directeur Anoeska Mosterdijk: “We merken dat het gaat knellen en kunnen de druk op de telefonische bereikbaarheid niet los zien van de toenemende zorgvraag in relatie tot de beschikbare mensen en middelen.” Op dit moment vindt onderzoek plaats naar de veranderende patiëntenpopulatie op huisartsenposten. Mosterdijk: “Onze inschatting op grond van signalen van huisartsenposten is dat er sprake is van een toename van kwetsbare patiëntengroepen, zoals kwetsbare ouderen en mensen met psychische klachten, die nu langer thuis wonen. Om betere zorg te kunnen bieden voor deze kwetsbare mensen zijn onze leden bezig met het organiseren van gestructureerde en proactieve zorg overdag voor deze specifieke doelgroepen. We verwachten hiervan ook positieve effecten op de zorg tijdens ANW-uren.”
De branchevereniging maakt zich ook zorgen over de signalen van huisartsenposten over de toenemende werkdruk en de afnemende beschikbaarheid van waarnemers. Mosterdijk: “Samen met onze leden zullen we de knelpunten analyseren en daarover ook in gesprek gaan met belangrijke stakeholders als de patiëntenorganisaties, Landelijke Huisartsen Vereniging, zorgverzekeraars en de overheid.”

15 september: nascholing informatiebeveiliging

29 juli 2016

Informatiebeveiliging is niet alleen een verantwoordelijkheid van het management of de ICT-leverancier. Verstandig omgaan met informatie geldt voor alle betrokkenen. Techniek, gedragsaspecten en een adequate organisatie zijn even belangrijk. De LHV Academie heeft een gewaardeerde en geaccrediteerde inleidende cursus over informatiebeveiliging en biedt deze op 15 september (16.00-21.00 uur) speciaal voor InEen-leden aan (in Zwolle). Er zijn nog een paar plaatsen: informatie en inschrijven. Managers, medewerkers van eerstelijns organisaties en huisartsen zijn van harte welkom. Informatie ook bij Arthur Eyck (InEen). 

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Informatiebeveiliging is niet alleen een verantwoordelijkheid van het management of de ICT-leverancier. Verstandig omgaan met informatie geldt voor alle betrokkenen. Techniek, gedragsaspecten en een adequate organisatie zijn even belangrijk. De LHV Academie heeft een gewaardeerde en geaccrediteerde inleidende cursus over informatiebeveiliging en biedt deze op 15 september (16.00-21.00 uur) speciaal voor InEen-leden aan (in Zwolle). Er zijn nog een paar plaatsen: informatie en inschrijven. Managers, medewerkers van eerstelijns organisaties en huisartsen zijn van harte welkom. Informatie ook bij Arthur Eyck (InEen). 

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Betrouwbaarheid gegevens voor benchmark ketenzorg blijkt goed op orde

08 juli 2016

De eerste uitkomsten van het toetsingstraject laten zien dat tenminste 75% van de getoetste zorggroepen en gezondheidscentra aantoonbaar vergelijkbare en betrouwbare benchmarkgegevens aanleveren. In totaal hebben 115 zorggroepen en gezondheidscentra deelgenomen aan de toetsing. Zeker gezien deze omvang van deelname aan de toetsing is dat een uitstekend resultaat! Natuurlijk zijn er altijd verbeterpunten, zoals bijvoorbeeld de benchmarkgegevens die nu soms nog handmatig worden ingevoerd. Desalniettemin is het algehele beeld van het toetsingstraject is dat de datakwaliteit van de benchmarkgegevens voor het eigen kwaliteitsbeleid en voor externe verantwoording in het algemeen goed is. Lees verder.

[...]

De eerste uitkomsten van het toetsingstraject laten zien dat tenminste 75% van de getoetste zorggroepen en gezondheidscentra aantoonbaar vergelijkbare en betrouwbare benchmarkgegevens aanleveren. In totaal hebben 115 zorggroepen en gezondheidscentra deelgenomen aan de toetsing. Zeker gezien deze omvang van deelname aan de toetsing is dat een uitstekend resultaat! Natuurlijk zijn er altijd verbeterpunten, zoals bijvoorbeeld de benchmarkgegevens die nu soms nog handmatig worden ingevoerd. Desalniettemin is het algehele beeld van het toetsingstraject is dat de datakwaliteit van de benchmarkgegevens voor het eigen kwaliteitsbeleid en voor externe verantwoording in het algemeen goed is. Lees verder.

Handreiking voor naleving meldplicht datalekken

01 juli 2016

De meldplicht datalekken, die geldt sinds 1 januari 2016, roept in de praktijk veel vragen op. Wanneer is precies sprake van een datalek? Welke informatie moet een apotheker, huisarts of huisartsenorganisatie aan de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) en aan betrokken patiënten melden? InEen ontwikkelt met de eerstelijnskoepels een handreiking die duidelijkheid moet bieden.

De eerstelijnskoepels InEen, NHG, LHV en KNMP werken samen met de KNMG aan ondersteuning voor apothekers, huisartsen en huisartsenorganisaties bij een correcte naleving van de meldplicht datalekken. De handreiking geeft aan hoe je een datalek meldt en beantwoordt veel gestelde vragen zoals wanneer er sprake is van een datalek en welke acties men dan kan of moet ondernemen. De koepels toetsen de inhoud van de handreikingen bij zorgaanbieders om ze af te stemmen op de dagelijkse praktijk. De set wordt zodoende stapsgewijs opgebouwd. Er wordt naar gestreefd om de handreiking in november gereed te hebben.

Een datalek is een inbreuk op de beveiliging van persoonsgegevens waardoor deze persoonsgegevens zijn blootgesteld aan verlies of onrechtmatige verwerking. Hieronder valt niet alleen het vrijkomen (lekken) van persoonsgegevens, maar ook vernietiging of kwijtraken daarvan en andere vormen van onrechtmatige verwerking, zoals onbevoegde toegang. Hoewel datalekken voorkomen moeten worden, kan er zich een incident voordoen: een inbraak in de apotheek of huisartsenpraktijk, een kwijtgeraakte USB-stick met patiëntgegevens of een verkeerd verstuurde e-mail met medische informatie. De meldplicht datalekken is ingevoerd om tot een betere bescherming van persoonsgegevens te komen. De Autoriteit Persoonsgegevens stelde eerder al beleidsregels op voor organisaties om hen te helpen bij het omgaan met de meldplicht datalekken.

Informatie

[...]

De meldplicht datalekken, die geldt sinds 1 januari 2016, roept in de praktijk veel vragen op. Wanneer is precies sprake van een datalek? Welke informatie moet een apotheker, huisarts of huisartsenorganisatie aan de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) en aan betrokken patiënten melden? InEen ontwikkelt met de eerstelijnskoepels een handreiking die duidelijkheid moet bieden.

De eerstelijnskoepels InEen, NHG, LHV en KNMP werken samen met de KNMG aan ondersteuning voor apothekers, huisartsen en huisartsenorganisaties bij een correcte naleving van de meldplicht datalekken. De handreiking geeft aan hoe je een datalek meldt en beantwoordt veel gestelde vragen zoals wanneer er sprake is van een datalek en welke acties men dan kan of moet ondernemen. De koepels toetsen de inhoud van de handreikingen bij zorgaanbieders om ze af te stemmen op de dagelijkse praktijk. De set wordt zodoende stapsgewijs opgebouwd. Er wordt naar gestreefd om de handreiking in november gereed te hebben.

Een datalek is een inbreuk op de beveiliging van persoonsgegevens waardoor deze persoonsgegevens zijn blootgesteld aan verlies of onrechtmatige verwerking. Hieronder valt niet alleen het vrijkomen (lekken) van persoonsgegevens, maar ook vernietiging of kwijtraken daarvan en andere vormen van onrechtmatige verwerking, zoals onbevoegde toegang. Hoewel datalekken voorkomen moeten worden, kan er zich een incident voordoen: een inbraak in de apotheek of huisartsenpraktijk, een kwijtgeraakte USB-stick met patiëntgegevens of een verkeerd verstuurde e-mail met medische informatie. De meldplicht datalekken is ingevoerd om tot een betere bescherming van persoonsgegevens te komen. De Autoriteit Persoonsgegevens stelde eerder al beleidsregels op voor organisaties om hen te helpen bij het omgaan met de meldplicht datalekken.

Informatie

InEen zoekt nog meer praktijkvoorbeelden van datalekken

01 juli 2016

Na onze oproep in het weekbericht van 17 juni hebben wij enkele aansprekende beschrijvingen van potentiele datalekken ontvangen. Dank daarvoor! Het is een goed begin van de inventarisatie en wij zouden graag nog meer voorbeelden van jullie ontvangen. Wij zijn geïnteresseerd in zowel zekere als mogelijke datalekken; datalekken die zijn gemeld bij de Autoriteit Persoonsgegevens inclusief de maatregelen die zijn getroffen en verbeteracties die in gang zijn gezet, maar ook voorbeelden van informatiebeveiligingsincidenten waarbij getwijfeld is: melden of niet. Wat zijn jullie ervaringen? Welke argumenten speelden een rol in de afweging om wel of juist niet te melden?  Uiteraard gaan we vertrouwelijk met de gegevens om. Beschrijvingen kunnen jullie sturen naar info@ineen.nl (onder vermelding van ‘casus meldplicht datalekken’).

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Na onze oproep in het weekbericht van 17 juni hebben wij enkele aansprekende beschrijvingen van potentiele datalekken ontvangen. Dank daarvoor! Het is een goed begin van de inventarisatie en wij zouden graag nog meer voorbeelden van jullie ontvangen. Wij zijn geïnteresseerd in zowel zekere als mogelijke datalekken; datalekken die zijn gemeld bij de Autoriteit Persoonsgegevens inclusief de maatregelen die zijn getroffen en verbeteracties die in gang zijn gezet, maar ook voorbeelden van informatiebeveiligingsincidenten waarbij getwijfeld is: melden of niet. Wat zijn jullie ervaringen? Welke argumenten speelden een rol in de afweging om wel of juist niet te melden?  Uiteraard gaan we vertrouwelijk met de gegevens om. Beschrijvingen kunnen jullie sturen naar info@ineen.nl (onder vermelding van ‘casus meldplicht datalekken’).

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Roland Ekkelenkamp (Medicamus): ‘Wat is wezenlijk belangrijk voor zorgverleners?’

30 juni 2016

ictICT is méér dan alleen techniek, vinden ze in de regio Noordwest-Veluwe en Zeewolde. Drie jaar geleden implementeerde de huisartsenorganisatie Medicamus het MEdicamus Informatie Systeem, MEIS. De keuze voor dit systeem, waarbij alle huisartsen in de regio zijn aangesloten en dat zowel de dagzorg, als de ketenzorg en de ANW-zorg bedient, werd gemaakt vanuit één gezamenlijke regiovisie op ICT. De gezamenlijkheid is, zegt directeur Roland Ekkelenkamp, een belangrijke stap op weg naar een digitale samenwerkingsstructuur die aansluit bij de persoonsgerichte zorg die zich nu overal in Nederland aan het ontwikkelen is.

Ekkelenkamp schetst de versnippering van het huidige ICT-landschap. Zorgaanbieders hebben elk een eigen systeem en ook binnen deze groepen zijn verschillende systemen in gebruik. ‘Terwijl we toch samen multidisciplinaire zorg willen leveren en het in feite steeds om dezelfde patiënten gaat.’ Als gevolg van de versnippering wordt er veel energie gestoken in het organiseren van uitwisseling tussen de verschillende systemen en het oplossen van de bijkomende uitwisselproblemen. Ekkelenkamp is er echter van overtuigd dat dit de strategische problemen waar de zorg voor staat uiteindelijk niet gaat oplossen.

Ekkelenkamp: ‘Een voorbeeld. Kwetsbare ouderen zijn een probleem aan het worden zowel op de huisartsenpost als op de SEH. We weten vaak niet wie er nou eigenlijk bij deze oudere hoort. Welke mantelzorger, wie is de wettelijk bevoegde voor deze man of vrouw, welke thuiszorginstelling heeft de sleutel om binnen te komen? Maar ook: hoe moet ik factureren, is er een CIZ-indicatie? Voor dit soort vragen automatiseren we nog veel te weinig.’ Dit, stelt hij, is alleen op regionaal niveau op te lossen. ‘Ik vind dat we niet teveel moeten focussen op de huidige uitwisselproblemen. Mijn pleidooi is: verlaat de focus op technische oplossingen, dat komt wel. Laten we ons eerst afvragen wat wezenlijk belangrijk is voor de huisarts en de multidisciplinaire organisaties. Wat hebben zij aan functionaliteit nodig? Welke ICT-oplossing hoort daarbij? Dan volgt de ICT-structuur vanzelf.’

‘In de toekomst’, zegt Ekkelenkamp, ‘gaat het niet meer over informatie uitwisselen, maar over informatie délen.’ Een goede ICT-oplossing voor de eerste lijn heeft drie lagen, legt hij uit. Een laag voor de basis huisartsenzorg, een samenwerkingslaag en een netwerklaag. In de toekomst vervagen deze drie lagen tot één hybride geheel waarin de informatie is georganiseerd rondom de patiënt. Ekkelenkamp: ‘Nu nog kijkt de patiënt op het patiëntenportaal in het his, straks is het andersom en kijken zowel de arts als de patiënt in hetzelfde systeem en voert de patiënt de regie over de informatie: wie mag waar inkijken, klopt het medicatiedossier, et cetera?’ Deze derde laag is ook voor Medicamus nog toekomstmuziek, maar de tweede samenwerkingslaag is volop in ontwikkeling, onder andere in het recente gestarte GezondVeluwe.

Het samenwerkingsproject GezondVeluwe richt op de zorg voor kwetsbare ouderen. Eén van de drie onderdelen is de implementatie van OZO verbindzorg, ‘een hele simpele ICT-oplossing’ waarmee ouderen, mantelzorgers, huisartsen, specialisten, wijkverpleegkundigen, thuiszorgmedewerkers en andere betrokkenen met elkaar kunnen communiceren en waarin de afspraken rondom een oudere kunnen worden vastgelegd. Vitale informatie zoals wie in het medicatiedossier mag kijken, wie de mantelzorger is, welke zorgverleners betrokken zijn, komt daarmee digitaal beschikbaar onder regie van de oudere zelf of een casemanager. ‘Simpel, maar het is wat we nodig hebben en heeft veel potentie. Ouderen kunnen bijvoorbeeld hun oude maar meer kwetsbare buren helpen en zelf mantelzorger worden. Zo ontstaan er praktische verbindingen.’ Overigens, zegt hij, gebeuren deze dingen in de praktijk vaak al, en kunnen ze nu met OZO verbindzorg beter afspraken maken en informatie delen. Zo wordt werkelijk bijgedragen aan een nieuwe invulling van nulde, eerste en tweede lijn.

Ekkelenkamp vat nog eens samen. MEIS past bij het streven om geïntegreerde 24/7 zorg te verlenen. Met MEIS werken alle artsen in de regio op hetzelfde systeem en sluiten his, kis en hapsysteem goed op elkaar aan, zonder uitwisselingsproblematiek. Het gezamenlijke systeem biedt bovendien substantieel inkoopvoordeel dat kan worden vertaald in ondersteuning. ‘We hebben mensen op de loonlijst van Medicamus die onze huisartsen op de werkplek kunnen helpen, maar ook in de ketenzorg en op de huisartsenpost.’ Vanuit deze ervaring is Medicamus continu aan het verbeteren en optimaliseren. ‘We realiseerden ons bijvoorbeeld dat acute zorg in feite een vorm van ketenzorg is en dat het dus eigenlijk gek is dat we geen kis hadden op de hap. Nu gebruiken we ’s avonds net als overdag Zorgdomein op de post.’ Ook noemt hij de ontdekking dat de huisartsenpost, anders dan de dagzorg, meestal niet digitaal met de apotheek communiceert. ‘Daar overleggen we nu over, of het sturen van een digitaal bericht niet de 24/7 standaard kan worden.’ Het is een geïntegreerde manier van werken, aldus Ekkelenkamp, waarbij ICT niet alleen een hulpmiddel is, maar een aanjager van ontwikkelingen in de zorg kan zijn.

[...]

ictICT is méér dan alleen techniek, vinden ze in de regio Noordwest-Veluwe en Zeewolde. Drie jaar geleden implementeerde de huisartsenorganisatie Medicamus het MEdicamus Informatie Systeem, MEIS. De keuze voor dit systeem, waarbij alle huisartsen in de regio zijn aangesloten en dat zowel de dagzorg, als de ketenzorg en de ANW-zorg bedient, werd gemaakt vanuit één gezamenlijke regiovisie op ICT. De gezamenlijkheid is, zegt directeur Roland Ekkelenkamp, een belangrijke stap op weg naar een digitale samenwerkingsstructuur die aansluit bij de persoonsgerichte zorg die zich nu overal in Nederland aan het ontwikkelen is.

Ekkelenkamp schetst de versnippering van het huidige ICT-landschap. Zorgaanbieders hebben elk een eigen systeem en ook binnen deze groepen zijn verschillende systemen in gebruik. ‘Terwijl we toch samen multidisciplinaire zorg willen leveren en het in feite steeds om dezelfde patiënten gaat.’ Als gevolg van de versnippering wordt er veel energie gestoken in het organiseren van uitwisseling tussen de verschillende systemen en het oplossen van de bijkomende uitwisselproblemen. Ekkelenkamp is er echter van overtuigd dat dit de strategische problemen waar de zorg voor staat uiteindelijk niet gaat oplossen.

Ekkelenkamp: ‘Een voorbeeld. Kwetsbare ouderen zijn een probleem aan het worden zowel op de huisartsenpost als op de SEH. We weten vaak niet wie er nou eigenlijk bij deze oudere hoort. Welke mantelzorger, wie is de wettelijk bevoegde voor deze man of vrouw, welke thuiszorginstelling heeft de sleutel om binnen te komen? Maar ook: hoe moet ik factureren, is er een CIZ-indicatie? Voor dit soort vragen automatiseren we nog veel te weinig.’ Dit, stelt hij, is alleen op regionaal niveau op te lossen. ‘Ik vind dat we niet teveel moeten focussen op de huidige uitwisselproblemen. Mijn pleidooi is: verlaat de focus op technische oplossingen, dat komt wel. Laten we ons eerst afvragen wat wezenlijk belangrijk is voor de huisarts en de multidisciplinaire organisaties. Wat hebben zij aan functionaliteit nodig? Welke ICT-oplossing hoort daarbij? Dan volgt de ICT-structuur vanzelf.’

‘In de toekomst’, zegt Ekkelenkamp, ‘gaat het niet meer over informatie uitwisselen, maar over informatie délen.’ Een goede ICT-oplossing voor de eerste lijn heeft drie lagen, legt hij uit. Een laag voor de basis huisartsenzorg, een samenwerkingslaag en een netwerklaag. In de toekomst vervagen deze drie lagen tot één hybride geheel waarin de informatie is georganiseerd rondom de patiënt. Ekkelenkamp: ‘Nu nog kijkt de patiënt op het patiëntenportaal in het his, straks is het andersom en kijken zowel de arts als de patiënt in hetzelfde systeem en voert de patiënt de regie over de informatie: wie mag waar inkijken, klopt het medicatiedossier, et cetera?’ Deze derde laag is ook voor Medicamus nog toekomstmuziek, maar de tweede samenwerkingslaag is volop in ontwikkeling, onder andere in het recente gestarte GezondVeluwe.

Het samenwerkingsproject GezondVeluwe richt op de zorg voor kwetsbare ouderen. Eén van de drie onderdelen is de implementatie van OZO verbindzorg, ‘een hele simpele ICT-oplossing’ waarmee ouderen, mantelzorgers, huisartsen, specialisten, wijkverpleegkundigen, thuiszorgmedewerkers en andere betrokkenen met elkaar kunnen communiceren en waarin de afspraken rondom een oudere kunnen worden vastgelegd. Vitale informatie zoals wie in het medicatiedossier mag kijken, wie de mantelzorger is, welke zorgverleners betrokken zijn, komt daarmee digitaal beschikbaar onder regie van de oudere zelf of een casemanager. ‘Simpel, maar het is wat we nodig hebben en heeft veel potentie. Ouderen kunnen bijvoorbeeld hun oude maar meer kwetsbare buren helpen en zelf mantelzorger worden. Zo ontstaan er praktische verbindingen.’ Overigens, zegt hij, gebeuren deze dingen in de praktijk vaak al, en kunnen ze nu met OZO verbindzorg beter afspraken maken en informatie delen. Zo wordt werkelijk bijgedragen aan een nieuwe invulling van nulde, eerste en tweede lijn.

Ekkelenkamp vat nog eens samen. MEIS past bij het streven om geïntegreerde 24/7 zorg te verlenen. Met MEIS werken alle artsen in de regio op hetzelfde systeem en sluiten his, kis en hapsysteem goed op elkaar aan, zonder uitwisselingsproblematiek. Het gezamenlijke systeem biedt bovendien substantieel inkoopvoordeel dat kan worden vertaald in ondersteuning. ‘We hebben mensen op de loonlijst van Medicamus die onze huisartsen op de werkplek kunnen helpen, maar ook in de ketenzorg en op de huisartsenpost.’ Vanuit deze ervaring is Medicamus continu aan het verbeteren en optimaliseren. ‘We realiseerden ons bijvoorbeeld dat acute zorg in feite een vorm van ketenzorg is en dat het dus eigenlijk gek is dat we geen kis hadden op de hap. Nu gebruiken we ’s avonds net als overdag Zorgdomein op de post.’ Ook noemt hij de ontdekking dat de huisartsenpost, anders dan de dagzorg, meestal niet digitaal met de apotheek communiceert. ‘Daar overleggen we nu over, of het sturen van een digitaal bericht niet de 24/7 standaard kan worden.’ Het is een geïntegreerde manier van werken, aldus Ekkelenkamp, waarbij ICT niet alleen een hulpmiddel is, maar een aanjager van ontwikkelingen in de zorg kan zijn.

Data-koppeling HAP+SEP geeft meer vertrouwen

30 juni 2016

data-koppelingVerdergaande samenwerking HAP+SEH staat al geruime tijd op de agenda. Als eersten in Nederland hebben de huisartsenpost en de spoedeisende hulp in ziekenhuis Gelderse Vallei in Ede een data-koppeling voor triagegegevens gerealiseerd. Doorverwijzing van huisartsenpost naar spoedeisende hulp  gebeurt voortaan volledig digitaal. Alle partijen zijn enthousiast.

‘Je wilt voorkomen dat een patiënt steeds hetzelfde verhaal moet afsteken’, zegt Aleida Schouten teamleider van Huisartsenpost Gelderse Vallei. ‘Het moet al aan de telefoon, dan bij de huisarts en dan vaak nog één of twee keer als je wordt doorverwezen.’ ‘Het is veel patiëntvriendelijker’, zegt ook Corine Scholtus-Van den Broek, verpleegkundige op de spoedeisende hulp, ‘en het geeft meer vertrouwen als we na een doorverwijzing meteen weten wat er met je aan de hand is en doorgaan op de gegevens die je al hebt verteld.’ Digitale doorverwijzing houdt in dat doorverwezen patiënten geen papieren uitdraai meer meekrijgen. Bij de inschrijving op de spoedeisende hulp krijgt de verpleegkundige in het NTS meteen de verwijsbrief en de triagegegevens op het scherm. De informatie daarin kan eenvoudig gesleept en verplaatst worden. Scholtus: ‘Je hoeft het hele verhaal dus niet opnieuw in te toetsen, dat werkt snel en veilig.’ Schouten: ‘Bovendien zwerven er geen losse papieren meer rond, dat is uit oogpunt van privacy ook beter.’

Het digitaal doorsturen van triagegegevens is een nieuwe stap in de (seriële) samenwerking die huisartsenpost en SEH zijn aangegaan. Beiden maken gebruik van het NTS en de data-koppeling voorkomt dat zij elkaars werk gaan overdoen, waardoor de behandeling van de patiënt vertraging oploopt. Scholtus: ‘Je leest wat er al bekend is en iedere verpleegkundige bepaalt zelf of dat voldoende is. Het is belangrijk om als verpleegkundige blanco te blijven kijken en niet in diagnoses te denken. Ook verschilt het per aandoening. Een breuk neem je makkelijker over dan iets vagers als buikklachten.’

Over de informatie die de digitale verwijzing moet bevatten is in een werkgroep grondig nagedacht. Stap voor stap is het hele proces nagelopen en steeds is de vraag gesteld: wat moet de spoedeisende hulp echt weten om door te kunnen gaan. De digitale verwijsbrief wordt opgebouwd volgens de SOEP-methodiek en bevat in feite de samenvatting van de huisarts: voorgeschiedenis, eventueel lichamelijk onderzoek op de post, een medicatieoverzicht. Scholtus: ‘Je wil niet te weinig informatie, maar zeker ook niet teveel. Als het teveel is en overbodig, wordt het niet meer gelezen. Hoe langer de tekst, hoe sneller je denkt: laat maar, ik doe het zelf wel.’ Scholtus’ eerste ervaringen – de datakoppeling bestaat nu een maand – zijn positief. ‘Ik heb er absoluut profijt van. Het is handig en efficiënt, bijna alsof het altijd al zo was.’ Ook Schouten beveelt de data-koppeling van harte aan. Ze is bovendien te spreken over het daaraan voorafgaande proces. ‘Het op dezelfde manier gaan denken over urgenties is mooi. Je hoopt natuurlijk dat dat verder gaat en dat we straks ook een goeie koppeling krijgen met bijvoorbeeld de ambulance.’

Het tot stand brengen van de koppeling duurde een jaar. Vooral de technische kant had veel voeten in de aarde. Drie systemen, zegt Ruud Kuipéri, projectleider van Topicus, de ICT-leverancier van de huisartsenpost, moeten met elkaar gaan praten: het ICT-systeem van de huisartsenpost, het ICT-systeem van de SEH en de communicatieserver van het ziekenhuis. ‘Stel je voor dat ik jou al die dingen ga vertellen in het Italiaans en jij kent geen Italiaans, dan wordt het voor jou wel moeilijk om de informatie die je krijgt op de goeie plek te zetten.’ Bovendien, gaat hij verder, gaat het over ongelofelijk veel verschillende informatie. ‘Je test 30 berichten zonder probleem en het 31e is toch net weer anders. Het is dus heel veel praten en testen geweest.’ Uiteindelijk is Kuipéri zeer tevreden. ‘Alle berichten komen goed door. En zoals altijd weten we achteraf dat bepaalde dingen sneller hadden gekund. Maar we waren de eersten en konden dus vooraf niet voorspellen waar we tegenaan zouden lopen. We hebben kortom een heel mooi resultaat bereikt.’

[...]

data-koppelingVerdergaande samenwerking HAP+SEH staat al geruime tijd op de agenda. Als eersten in Nederland hebben de huisartsenpost en de spoedeisende hulp in ziekenhuis Gelderse Vallei in Ede een data-koppeling voor triagegegevens gerealiseerd. Doorverwijzing van huisartsenpost naar spoedeisende hulp  gebeurt voortaan volledig digitaal. Alle partijen zijn enthousiast.

‘Je wilt voorkomen dat een patiënt steeds hetzelfde verhaal moet afsteken’, zegt Aleida Schouten teamleider van Huisartsenpost Gelderse Vallei. ‘Het moet al aan de telefoon, dan bij de huisarts en dan vaak nog één of twee keer als je wordt doorverwezen.’ ‘Het is veel patiëntvriendelijker’, zegt ook Corine Scholtus-Van den Broek, verpleegkundige op de spoedeisende hulp, ‘en het geeft meer vertrouwen als we na een doorverwijzing meteen weten wat er met je aan de hand is en doorgaan op de gegevens die je al hebt verteld.’ Digitale doorverwijzing houdt in dat doorverwezen patiënten geen papieren uitdraai meer meekrijgen. Bij de inschrijving op de spoedeisende hulp krijgt de verpleegkundige in het NTS meteen de verwijsbrief en de triagegegevens op het scherm. De informatie daarin kan eenvoudig gesleept en verplaatst worden. Scholtus: ‘Je hoeft het hele verhaal dus niet opnieuw in te toetsen, dat werkt snel en veilig.’ Schouten: ‘Bovendien zwerven er geen losse papieren meer rond, dat is uit oogpunt van privacy ook beter.’

Het digitaal doorsturen van triagegegevens is een nieuwe stap in de (seriële) samenwerking die huisartsenpost en SEH zijn aangegaan. Beiden maken gebruik van het NTS en de data-koppeling voorkomt dat zij elkaars werk gaan overdoen, waardoor de behandeling van de patiënt vertraging oploopt. Scholtus: ‘Je leest wat er al bekend is en iedere verpleegkundige bepaalt zelf of dat voldoende is. Het is belangrijk om als verpleegkundige blanco te blijven kijken en niet in diagnoses te denken. Ook verschilt het per aandoening. Een breuk neem je makkelijker over dan iets vagers als buikklachten.’

Over de informatie die de digitale verwijzing moet bevatten is in een werkgroep grondig nagedacht. Stap voor stap is het hele proces nagelopen en steeds is de vraag gesteld: wat moet de spoedeisende hulp echt weten om door te kunnen gaan. De digitale verwijsbrief wordt opgebouwd volgens de SOEP-methodiek en bevat in feite de samenvatting van de huisarts: voorgeschiedenis, eventueel lichamelijk onderzoek op de post, een medicatieoverzicht. Scholtus: ‘Je wil niet te weinig informatie, maar zeker ook niet teveel. Als het teveel is en overbodig, wordt het niet meer gelezen. Hoe langer de tekst, hoe sneller je denkt: laat maar, ik doe het zelf wel.’ Scholtus’ eerste ervaringen – de datakoppeling bestaat nu een maand – zijn positief. ‘Ik heb er absoluut profijt van. Het is handig en efficiënt, bijna alsof het altijd al zo was.’ Ook Schouten beveelt de data-koppeling van harte aan. Ze is bovendien te spreken over het daaraan voorafgaande proces. ‘Het op dezelfde manier gaan denken over urgenties is mooi. Je hoopt natuurlijk dat dat verder gaat en dat we straks ook een goeie koppeling krijgen met bijvoorbeeld de ambulance.’

Het tot stand brengen van de koppeling duurde een jaar. Vooral de technische kant had veel voeten in de aarde. Drie systemen, zegt Ruud Kuipéri, projectleider van Topicus, de ICT-leverancier van de huisartsenpost, moeten met elkaar gaan praten: het ICT-systeem van de huisartsenpost, het ICT-systeem van de SEH en de communicatieserver van het ziekenhuis. ‘Stel je voor dat ik jou al die dingen ga vertellen in het Italiaans en jij kent geen Italiaans, dan wordt het voor jou wel moeilijk om de informatie die je krijgt op de goeie plek te zetten.’ Bovendien, gaat hij verder, gaat het over ongelofelijk veel verschillende informatie. ‘Je test 30 berichten zonder probleem en het 31e is toch net weer anders. Het is dus heel veel praten en testen geweest.’ Uiteindelijk is Kuipéri zeer tevreden. ‘Alle berichten komen goed door. En zoals altijd weten we achteraf dat bepaalde dingen sneller hadden gekund. Maar we waren de eersten en konden dus vooraf niet voorspellen waar we tegenaan zouden lopen. We hebben kortom een heel mooi resultaat bereikt.’

Persoonlijk Gezondheids Dossier (PGD): start MedMij

17 juni 2016

In het kader van het NPCF-programma Meer Regie over Gezondheid is afgelopen week het PGD-programma MedMij gelanceerd. NPCF, zorgaanbieders, ICT-ontwikkelaars, zorgverzekeraars en overheid gaan MedMij verder ontwikkelen tot een set van eisen, standaarden en afspraken voor digitale persoonlijke gezondheidsomgevingen. In de zorg worden op veel verschillende plaatsen gegevens over patiënten vastgelegd, zowel in de eerste- als in de tweede lijn. Het uitwisselen van deze gegevens ten behoeve van de zorg verloopt in veel gevallen niet optimaal. Vooral chronische patiënten hebben behoefte aan toegang tot de gegevens, bij voorbeeld over hun medicatie. Onder auspiciën van het zorgbrede Informatieberaad van VWS worden nu de eerste stappen gezet om patiënten daadwerkelijk toegang te geven tot hun gegevens. InEen ondersteunt deze ontwikkeling die bijdraagt aan meer grip van patiënten op hun gezondheid. Lees ook het bericht op de website de NPCF.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

[...]

In het kader van het NPCF-programma Meer Regie over Gezondheid is afgelopen week het PGD-programma MedMij gelanceerd. NPCF, zorgaanbieders, ICT-ontwikkelaars, zorgverzekeraars en overheid gaan MedMij verder ontwikkelen tot een set van eisen, standaarden en afspraken voor digitale persoonlijke gezondheidsomgevingen. In de zorg worden op veel verschillende plaatsen gegevens over patiënten vastgelegd, zowel in de eerste- als in de tweede lijn. Het uitwisselen van deze gegevens ten behoeve van de zorg verloopt in veel gevallen niet optimaal. Vooral chronische patiënten hebben behoefte aan toegang tot de gegevens, bij voorbeeld over hun medicatie. Onder auspiciën van het zorgbrede Informatieberaad van VWS worden nu de eerste stappen gezet om patiënten daadwerkelijk toegang te geven tot hun gegevens. InEen ondersteunt deze ontwikkeling die bijdraagt aan meer grip van patiënten op hun gezondheid. Lees ook het bericht op de website de NPCF.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

Vacatures bij InEen

17 juni 2016

Het bureau van InEen is op zoek naar versterking. We hebben plaats voor een nieuwe (tijdelijke) programmanager Acute Zorg/Verenigingszaken (38 uur per week) en een beleidsmedewerker Informatiebeleid & Bekostiging (ook 38 uur per week).

[...]

Het bureau van InEen is op zoek naar versterking. We hebben plaats voor een nieuwe (tijdelijke) programmanager Acute Zorg/Verenigingszaken (38 uur per week) en een beleidsmedewerker Informatiebeleid & Bekostiging (ook 38 uur per week).

15 september: nascholing informatiebeveiliging

16 juni 2016

Informatiebeveiliging is niet alleen een kwestie van systemen en techniek. Gedragsaspecten en een adequate organisatie zijn minstens zo belangrijk. Dat betekent dat informatiebeveiliging niet alleen een verantwoordelijkheid is van het management of de ICT-leverancier. Verstandig omgaan met informatie geldt voor alle betrokkenen. Waar te beginnen? InEen biedt in samenwerking met de LHV Academie al langer een gewaardeerde en geaccrediteerde inleidende cursus over informatiebeveiliging. Op 15 september (16.00-21.00 uur) wordt de cursus speciaal voor leden van InEen aangeboden (in Zwolle). In de cursus worden verschillende aspecten van informatiebeveiliging op een handzame wijze toegelicht en uitgediept. Dit biedt, zo leert de ervaring, veel eyeopeners. De focus ligt op het bieden van concrete handvatten in de omgang met vraagstukken op het gebied van informatiebeveiliging: datalekken, NEN-normen, organisatie en gedrag. Managers, medewerkers van eerstelijns organisaties, en ook huisartsen zijn van harte welkom. Onder bepaalde voorwaarden kan de cursus ook op maat en in-company worden aangeboden (maximaal 20 deelnemers). Meer informatie bij Arthur Eyck of Emiel Kerpershoek (beiden InEen). Informatie over de nascholing.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 10 juni 2016.

[...]

Informatiebeveiliging is niet alleen een kwestie van systemen en techniek. Gedragsaspecten en een adequate organisatie zijn minstens zo belangrijk. Dat betekent dat informatiebeveiliging niet alleen een verantwoordelijkheid is van het management of de ICT-leverancier. Verstandig omgaan met informatie geldt voor alle betrokkenen. Waar te beginnen? InEen biedt in samenwerking met de LHV Academie al langer een gewaardeerde en geaccrediteerde inleidende cursus over informatiebeveiliging. Op 15 september (16.00-21.00 uur) wordt de cursus speciaal voor leden van InEen aangeboden (in Zwolle). In de cursus worden verschillende aspecten van informatiebeveiliging op een handzame wijze toegelicht en uitgediept. Dit biedt, zo leert de ervaring, veel eyeopeners. De focus ligt op het bieden van concrete handvatten in de omgang met vraagstukken op het gebied van informatiebeveiliging: datalekken, NEN-normen, organisatie en gedrag. Managers, medewerkers van eerstelijns organisaties, en ook huisartsen zijn van harte welkom. Onder bepaalde voorwaarden kan de cursus ook op maat en in-company worden aangeboden (maximaal 20 deelnemers). Meer informatie bij Arthur Eyck of Emiel Kerpershoek (beiden InEen). Informatie over de nascholing.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 10 juni 2016.

Bijeenkomst Veilig Incident Melden op 15 september

16 juni 2016

Per 1 juli 2016 is iedere zorgaanbieder verplicht ervoor te zorgen dat in de eigen organisatie op een veilige manier onzorgvuldigheden en incidenten in de zorgverlening kunnen worden gemeld. De uitvoering van deze verplichting in de Wet Kwaliteit Klachten en Geschillen Zorg (Wkkgz) roept de nodige vragen op bij onze leden. Daarom organiseren we samen met het NHG op 15 september een werkbijeenkomst (13.00-16.30 uur). Aan bod komen vragen als: wat is Veilig Incident Melden (VIM), waarom VIM-en we, hoe werkt VIM in de praktijk, wat heeft de patiënt aan VIM? In kleine groepen inventariseren en verdiepen we de knelpunten rondom VIM op de werkvloer en werken we toe naar oplossingen en nog te nemen stappen (door jullie en door InEen). Op de bijeenkomst is veel ruimte voor het stellen van vragen en kennisuitwisseling. Graag horen we van jullie welk onderwerp we beslist niet mogen missen en welke specifieke vragen er leven. Zo kunnen we het programma goed op jullie behoefte afstemmen. Laat het ons weten!

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 10 juni 2016.

[...]

Per 1 juli 2016 is iedere zorgaanbieder verplicht ervoor te zorgen dat in de eigen organisatie op een veilige manier onzorgvuldigheden en incidenten in de zorgverlening kunnen worden gemeld. De uitvoering van deze verplichting in de Wet Kwaliteit Klachten en Geschillen Zorg (Wkkgz) roept de nodige vragen op bij onze leden. Daarom organiseren we samen met het NHG op 15 september een werkbijeenkomst (13.00-16.30 uur). Aan bod komen vragen als: wat is Veilig Incident Melden (VIM), waarom VIM-en we, hoe werkt VIM in de praktijk, wat heeft de patiënt aan VIM? In kleine groepen inventariseren en verdiepen we de knelpunten rondom VIM op de werkvloer en werken we toe naar oplossingen en nog te nemen stappen (door jullie en door InEen). Op de bijeenkomst is veel ruimte voor het stellen van vragen en kennisuitwisseling. Graag horen we van jullie welk onderwerp we beslist niet mogen missen en welke specifieke vragen er leven. Zo kunnen we het programma goed op jullie behoefte afstemmen. Laat het ons weten!

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 10 juni 2016.

Rapportage benchmark ketenzorg 2015 is beschikbaar

16 juni 2016

Begin deze maand verscheen de zesde rapportage Transparante Ketenzorg. InEen maakt de jaarlijkse rapportage op basis van gegevens die zorggroepen verstrekken over programmatische ketenzorg. Net als vorig jaar bevat de rapportage gegevens over de zorgprogramma’s DM type 2, COPD en VRM bij patiënten met een hartvaatziekte (HVZ) en zonder een hartvaatziekte (VVR). Nieuw dit jaar is het zorgprogramma Astma. Dit jaar leverden 105 zorggroepen gegevens aan die gezamenlijk ongeveer 14,5 miljoen inwoners van Nederland vertegenwoordigen, circa 85% van de Nederlandse bevolking. Hieruit blijkt opnieuw dat de benchmark ketenzorg als instrument breed wordt gedragen in het veld. Lees verder voor enkele highlights uit de rapportage.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 10 juni 2016.

[...]

Begin deze maand verscheen de zesde rapportage Transparante Ketenzorg. InEen maakt de jaarlijkse rapportage op basis van gegevens die zorggroepen verstrekken over programmatische ketenzorg. Net als vorig jaar bevat de rapportage gegevens over de zorgprogramma’s DM type 2, COPD en VRM bij patiënten met een hartvaatziekte (HVZ) en zonder een hartvaatziekte (VVR). Nieuw dit jaar is het zorgprogramma Astma. Dit jaar leverden 105 zorggroepen gegevens aan die gezamenlijk ongeveer 14,5 miljoen inwoners van Nederland vertegenwoordigen, circa 85% van de Nederlandse bevolking. Hieruit blijkt opnieuw dat de benchmark ketenzorg als instrument breed wordt gedragen in het veld. Lees verder voor enkele highlights uit de rapportage.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 10 juni 2016.

IGZ: Jaarbeeld 2015 verschenen

06 juni 2016

Onlangs publiceerde de Inspectie haar Jaarbeeld 2015. Nieuw daarin is het Factsheet IGZ in 2015, een beknopte weergave van hoe de inspectie werkt met daarbij de aantallen bezoeken, meldingen en maatregelen in 2015. In het Jaarbeeld verder aandacht voor zaken als de nieuwe manieren van toezicht houden waar IGZ in 2015 mee experimenteerde en de vraag hoe goed instellingen en hun medewerkers leren van fouten.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 3 juni 2016.

[...]

Onlangs publiceerde de Inspectie haar Jaarbeeld 2015. Nieuw daarin is het Factsheet IGZ in 2015, een beknopte weergave van hoe de inspectie werkt met daarbij de aantallen bezoeken, meldingen en maatregelen in 2015. In het Jaarbeeld verder aandacht voor zaken als de nieuwe manieren van toezicht houden waar IGZ in 2015 mee experimenteerde en de vraag hoe goed instellingen en hun medewerkers leren van fouten.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 3 juni 2016.

Aanleveren toetsrapport en verbeterplan vóór 15 juni

30 mei 2016

In verband met vertraging in de aanlevering van de definitieve rapportages hebben ZN en InEen afgesproken de deadline voor het aanleveren van het toetsrapport en het verbeterplan te verplaatsen van 1 juni naar 15 juni. Lees verder over de wijze van aanleveren en de wijze waarop het resultaat van de indicatoren- en/of registratietoets kan worden opgevraagd.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 27 mei 2016.

[...]

In verband met vertraging in de aanlevering van de definitieve rapportages hebben ZN en InEen afgesproken de deadline voor het aanleveren van het toetsrapport en het verbeterplan te verplaatsen van 1 juni naar 15 juni. Lees verder over de wijze van aanleveren en de wijze waarop het resultaat van de indicatoren- en/of registratietoets kan worden opgevraagd.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 27 mei 2016.

De benchmark huisartsenposten 2015 is geopend

26 april 2016

benchmarkhuisartsenposten-bannerAfgelopen week (19 april) is de jaarlijkse benchmark huisartsenposten geopend. De uitvraag voor de benchmark loopt via de website benchmark huisartsenposten en sluit op 1 juni. Alle directeuren van huisartsenposten hebben hiervan per e-mail bericht gekregen. Net als in voorgaande jaren ontvangen alleen de directeuren invoerrechten. Zij kunnen zelf rechten toekennen aan hun medewerkers voor het invullen van de Benchmark 2015. In de brief die is verstuurd wordt dit nader toegelicht. We rekenen erop dat ook dit jaar weer alle huisartsenposten deelnemen aan de benchmark. Neem met vragen gerust contact met ons op via benchmark@ineen.nl.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 22 april 2016.

[...]

benchmarkhuisartsenposten-bannerAfgelopen week (19 april) is de jaarlijkse benchmark huisartsenposten geopend. De uitvraag voor de benchmark loopt via de website benchmark huisartsenposten en sluit op 1 juni. Alle directeuren van huisartsenposten hebben hiervan per e-mail bericht gekregen. Net als in voorgaande jaren ontvangen alleen de directeuren invoerrechten. Zij kunnen zelf rechten toekennen aan hun medewerkers voor het invullen van de Benchmark 2015. In de brief die is verstuurd wordt dit nader toegelicht. We rekenen erop dat ook dit jaar weer alle huisartsenposten deelnemen aan de benchmark. Neem met vragen gerust contact met ons op via benchmark@ineen.nl.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 22 april 2016.

Start enquête behoeften informatiebeleid huisartsenposten

11 april 2016

In het weekbericht van 12 februari hebben aandacht besteed aan de start van een pilot voor een inventarisatie van behoeften in ICT- en Informatiebeleid onder huisartsenposten. Aanstaande maandag 11 april zetten we de definitieve enquête breed uit onder de huisartsenposten; alle directeuren ontvangen per e-mail een uitnodiging voor deelname. Doel van de enquête is informatie te verzamelen voor de ondersteuning van huisartsenposten bij het vormgeven van hun strategisch informatiebeleid. De vragenlijst gaat daarom niet alleen over ICT, maar vooral over de organisatorische inbedding. Met alle ontwikkelingen op het gebied van gegevensuitwisseling en informatiebeveiliging staat informatiebeleid aan vele overlegtafels hoog op de agenda. Met de informatie die deze enquête oplevert kan InEen de belangen van huisartsenposten beter behartigen. We rekenen op jullie deelname en we houden jullie op de hoogte.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 8 april 2016.

[...]

In het weekbericht van 12 februari hebben aandacht besteed aan de start van een pilot voor een inventarisatie van behoeften in ICT- en Informatiebeleid onder huisartsenposten. Aanstaande maandag 11 april zetten we de definitieve enquête breed uit onder de huisartsenposten; alle directeuren ontvangen per e-mail een uitnodiging voor deelname. Doel van de enquête is informatie te verzamelen voor de ondersteuning van huisartsenposten bij het vormgeven van hun strategisch informatiebeleid. De vragenlijst gaat daarom niet alleen over ICT, maar vooral over de organisatorische inbedding. Met alle ontwikkelingen op het gebied van gegevensuitwisseling en informatiebeveiliging staat informatiebeleid aan vele overlegtafels hoog op de agenda. Met de informatie die deze enquête oplevert kan InEen de belangen van huisartsenposten beter behartigen. We rekenen op jullie deelname en we houden jullie op de hoogte.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 8 april 2016.

Instrumentenkiezer zelfmanagementondersteuning geactualiseerd

22 maart 2016

Deze week lanceerden de NDF en Zelfzorg Ondersteund (ZO!) de nieuwe online versie van de Instrumentenkiezer Zelfmanagementondersteuning. Er zijn inmiddels flink wat instrumenten, methoden en tools beschikbaar voor het ondersteunen van zelfmanagement. De Instrumentenkiezer geeft een handig overzicht zodat je kan kiezen wat het beste past. Er kan gezocht worden op categorie en op (tref)woord; relevante informatie is dus snel en eenvoudig gevonden. De aangeboden tools richten zich in de eerste plaats op de dagelijkse zorgpraktijk. Tegelijk is de instrumentenkiezer geschikt voor bijvoorbeeld kwaliteitsfunctionarissen of andere medewerkers die trajecten op het gebied van zelfmanagement begeleiden. Meer informatie.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 18 maart 2016.

[...]

Deze week lanceerden de NDF en Zelfzorg Ondersteund (ZO!) de nieuwe online versie van de Instrumentenkiezer Zelfmanagementondersteuning. Er zijn inmiddels flink wat instrumenten, methoden en tools beschikbaar voor het ondersteunen van zelfmanagement. De Instrumentenkiezer geeft een handig overzicht zodat je kan kiezen wat het beste past. Er kan gezocht worden op categorie en op (tref)woord; relevante informatie is dus snel en eenvoudig gevonden. De aangeboden tools richten zich in de eerste plaats op de dagelijkse zorgpraktijk. Tegelijk is de instrumentenkiezer geschikt voor bijvoorbeeld kwaliteitsfunctionarissen of andere medewerkers die trajecten op het gebied van zelfmanagement begeleiden. Meer informatie.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 18 maart 2016.

Patiëntenportaal: een ondersteuning van zelfmanagement

25 februari 2016

tablet met kalenderZorggroep de Bevelanden voert momenteel een pilot uit met een patiëntenportaal voor mensen met diabetes. Niet alleen wordt gekeken naar wat implementatie van een portaal met zich meebrengt, maar vooral naar wat de meerwaarde ervan kan zijn. Manager Maria van der Sluis: ‘Heel leuk is dat het project door de zorgverleners zelf wordt getrokken in samenwerking met de cliëntenraad.’

Een patiënttevredenheidsonderzoek zorgde in 2013 voor bewustwording, zegt Van der Sluis. Het onderzoek liet zien dat zaken als het ‘individueel behandelplan’ en de ‘persoonlijke streefwaarden’ onvoldoende bekend waren onder de patiënten. Niet helemaal duidelijk was of dit alleen een kwestie van terminologie was. Een training voor huisartsen en POH’s over zelfmanagement was de eerste stap om te komen tot een aanpak die meer duidelijkheid zou bieden aan de patiënten. Daarna werden zorgwijzers met informatie over diabetes en de zorgpas voor het bijhouden van de streefwaarden ingevoerd. Meer scholing volgde, onder andere samen met Vilans en de NDF het verdiepende traject ‘Train de trainer’ voor alle POH’s. Van der Sluis: ‘We waren al begonnen in het KIS veilig relevante gegevens van patiënten met betrokken zorgverleners uit te wisselen en echt de zorg rondom de patiënt te organiseren. Het patiëntenportaal is een volgende stap om zelfmanagement te stimuleren.’

De Bevelanden is nadrukkelijk op zoek naar meerwaarde. Van der Sluis: ‘EHealth is een beetje een hype met heel goede kanten. Onze vraag is of het ons echt brengt wat we zoeken. We zijn op zoek naar échte samenwerking tussen zorgverlener en patiënt, die voor beiden wat oplevert.’ Daarom is gekozen voor een ‘lerende’ pilot. Gaande de rit wordt het portaal naar aanleiding van de ervaringen van patiënten en zorgverleners aangepast. De projectleider van de zorggroep houdt daarvoor wekelijks contact met de vijf deelnemende praktijken én met Vital Health (de ICT-leverancier) en de SHL-groep die het datamanagement voor zijn rekening neemt.

Zo is bijvoorbeeld de mogelijkheid voor de POH om berichten te sturen aangepast. Voor patiënten zijn de labuitslagen meer inzichtelijk gemaakt en ook hebben zij nu de mogelijkheid dagelijks de glucosedagcurves insuline in te voeren. Interessant zijn de korte filmpjes gemaakt door de stichting September met informatie over diabetes. Telkens worden na afloop een paar vragen gesteld om te checken of de informatie is begrepen. De POH kan dit volgen en er zo nodig op terugkomen.

Van der Sluis: ‘Ik durf te stellen dat we tevreden zijn. Het is nog het begin van de pilot, maar de POH’s en de patiënten zijn enthousiast.’ Maar het is, zegt Van der Sluis, nog te vroeg om te kunnen aangeven wat er daadwerkelijk verandert voor zowel de POH als de patiënt. De pilot loopt nog tot juli 2016. Daarna worden aan de hand van enquêtes onder de deelnemers conclusies getrokken over de verdere uitrol.

De Cliëntenraad was vanaf het eerste moment betrokken. Van der Sluis: ‘Zij staan hier helemaal achter. Ze zijn net als wij nieuwsgierig naar wat het oplevert en of het een beweging is die we breder in de zorggroep willen inzetten. Ze waren aanwezig bij de demo’s en denken dat patiënten hiermee kunnen werken. Samen met de Cliëntenraad hebben we de patiëntenbijeenkomst georganiseerd, waar zij ook hun visie over deze ontwikkeling hebben gegeven.’

Meer informatie

  • Neem voor meer informatie over de pilot contact op met Maria van der Sluis (De Bevelanden).
  • Op donderdag 25 februari is vanaf 17 uur elk uur een reportage over het patiëntenportaal te zien bij Omroep Zeeland. Dit wordt ieder uur herhaald. De reportage kan na 25 februari teruggezien worden op de website van Omroep Zeeland.
  • Veel informatie over zelfmanagement is te vinden bij Zelfzorg Ondersteund, een krachtenbundeling waaraan ook InEen deelneemt.
[...]

tablet met kalenderZorggroep de Bevelanden voert momenteel een pilot uit met een patiëntenportaal voor mensen met diabetes. Niet alleen wordt gekeken naar wat implementatie van een portaal met zich meebrengt, maar vooral naar wat de meerwaarde ervan kan zijn. Manager Maria van der Sluis: ‘Heel leuk is dat het project door de zorgverleners zelf wordt getrokken in samenwerking met de cliëntenraad.’

Een patiënttevredenheidsonderzoek zorgde in 2013 voor bewustwording, zegt Van der Sluis. Het onderzoek liet zien dat zaken als het ‘individueel behandelplan’ en de ‘persoonlijke streefwaarden’ onvoldoende bekend waren onder de patiënten. Niet helemaal duidelijk was of dit alleen een kwestie van terminologie was. Een training voor huisartsen en POH’s over zelfmanagement was de eerste stap om te komen tot een aanpak die meer duidelijkheid zou bieden aan de patiënten. Daarna werden zorgwijzers met informatie over diabetes en de zorgpas voor het bijhouden van de streefwaarden ingevoerd. Meer scholing volgde, onder andere samen met Vilans en de NDF het verdiepende traject ‘Train de trainer’ voor alle POH’s. Van der Sluis: ‘We waren al begonnen in het KIS veilig relevante gegevens van patiënten met betrokken zorgverleners uit te wisselen en echt de zorg rondom de patiënt te organiseren. Het patiëntenportaal is een volgende stap om zelfmanagement te stimuleren.’

De Bevelanden is nadrukkelijk op zoek naar meerwaarde. Van der Sluis: ‘EHealth is een beetje een hype met heel goede kanten. Onze vraag is of het ons echt brengt wat we zoeken. We zijn op zoek naar échte samenwerking tussen zorgverlener en patiënt, die voor beiden wat oplevert.’ Daarom is gekozen voor een ‘lerende’ pilot. Gaande de rit wordt het portaal naar aanleiding van de ervaringen van patiënten en zorgverleners aangepast. De projectleider van de zorggroep houdt daarvoor wekelijks contact met de vijf deelnemende praktijken én met Vital Health (de ICT-leverancier) en de SHL-groep die het datamanagement voor zijn rekening neemt.

Zo is bijvoorbeeld de mogelijkheid voor de POH om berichten te sturen aangepast. Voor patiënten zijn de labuitslagen meer inzichtelijk gemaakt en ook hebben zij nu de mogelijkheid dagelijks de glucosedagcurves insuline in te voeren. Interessant zijn de korte filmpjes gemaakt door de stichting September met informatie over diabetes. Telkens worden na afloop een paar vragen gesteld om te checken of de informatie is begrepen. De POH kan dit volgen en er zo nodig op terugkomen.

Van der Sluis: ‘Ik durf te stellen dat we tevreden zijn. Het is nog het begin van de pilot, maar de POH’s en de patiënten zijn enthousiast.’ Maar het is, zegt Van der Sluis, nog te vroeg om te kunnen aangeven wat er daadwerkelijk verandert voor zowel de POH als de patiënt. De pilot loopt nog tot juli 2016. Daarna worden aan de hand van enquêtes onder de deelnemers conclusies getrokken over de verdere uitrol.

De Cliëntenraad was vanaf het eerste moment betrokken. Van der Sluis: ‘Zij staan hier helemaal achter. Ze zijn net als wij nieuwsgierig naar wat het oplevert en of het een beweging is die we breder in de zorggroep willen inzetten. Ze waren aanwezig bij de demo’s en denken dat patiënten hiermee kunnen werken. Samen met de Cliëntenraad hebben we de patiëntenbijeenkomst georganiseerd, waar zij ook hun visie over deze ontwikkeling hebben gegeven.’

Meer informatie

  • Neem voor meer informatie over de pilot contact op met Maria van der Sluis (De Bevelanden).
  • Op donderdag 25 februari is vanaf 17 uur elk uur een reportage over het patiëntenportaal te zien bij Omroep Zeeland. Dit wordt ieder uur herhaald. De reportage kan na 25 februari teruggezien worden op de website van Omroep Zeeland.
  • Veel informatie over zelfmanagement is te vinden bij Zelfzorg Ondersteund, een krachtenbundeling waaraan ook InEen deelneemt.

Digitaal aanvragen van UZI-passen nu mogelijk

17 februari 2016

Vanaf deze week kunnen UZI-passen volledig digitaal worden aangevraagd door abonnees van het UZI-register. Dit levert een aanzienlijke tijdsbesparing op. De levering van UZI-passen bij papieren aanvraag kon oplopen tot zeven weken en zelfs langer in de periode voor 2015. Via de digitale aanvraagfaciliteit (DAF) moet de pas binnen zeven werkdagen klaar liggen voor uitgifte. Afgezien van de aanvraagprocedure en de snelheid van uitgifte verandert er niets. De digitale aanvraagprocedure is nog niet voor alle profielen beschikbaar. Voor apotheekhoudende huisartsen, jeugdartsen, spoedeisende hulpartsen en zorgverleners art.34 Wet BIG moeten de UZI-passen nog via het papieren proces worden aangevraagd. De UZI-passen hebben een zeer hoog beveiligingsniveau. Voor het ontvangen van de pas blijft identificatie met een fysiek paspoort of identiteitsbewijs noodzakelijk.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 12 februari 2016.

[...]

Vanaf deze week kunnen UZI-passen volledig digitaal worden aangevraagd door abonnees van het UZI-register. Dit levert een aanzienlijke tijdsbesparing op. De levering van UZI-passen bij papieren aanvraag kon oplopen tot zeven weken en zelfs langer in de periode voor 2015. Via de digitale aanvraagfaciliteit (DAF) moet de pas binnen zeven werkdagen klaar liggen voor uitgifte. Afgezien van de aanvraagprocedure en de snelheid van uitgifte verandert er niets. De digitale aanvraagprocedure is nog niet voor alle profielen beschikbaar. Voor apotheekhoudende huisartsen, jeugdartsen, spoedeisende hulpartsen en zorgverleners art.34 Wet BIG moeten de UZI-passen nog via het papieren proces worden aangevraagd. De UZI-passen hebben een zeer hoog beveiligingsniveau. Voor het ontvangen van de pas blijft identificatie met een fysiek paspoort of identiteitsbewijs noodzakelijk.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 12 februari 2016.

Toezichtsagenda gegevensbeheer 2016

02 februari 2016

De Autoriteit Persoonsgegevens heeft gisteren, de Internationale Dag van de Privacy, de toezichtsagenda voor 2016 bekend gemaakt.  Met zes pagina’s is dit qua omvang een opvallend bescheiden document. Een van de vijf thema’s waar men zich in 2016 op richt is de omgang met medische gegevens, in het bijzonder ‘E-health en wetenschap’. Dat betreft onder meer op het verzamelen van gegevens via apps op mobiele apparaten.

Gezondheidsgegevens die via apps op mobiele apparaten worden verzameld, vormen – vaak buiten medeweten van de verstrekker – een interessante bron voor commerciële datamining zonder dat de gegevens door het medisch beroepsgeheim beschermd zijn.

Een punt van zorg betreft ook het opslaan van medische gegevens in de cloud. In het toezicht ligt de nadruk hier vooral op bewustwording en adequate beveiliging. Om de zorgpraktijk te helpen gaat de Autoriteit Persoonsgegevens handreikingen opstellen voor veilig en verantwoord gebruik van persoonsgegevens in de zorg.

Overigens heeft de IGZ onlangs in het werkplan voor 2016 gemeld aandacht te zullen besteden aan informatiebeveiliging. Voor de IGZ staat het werken conform de NEN-normen centraal. Binnenkort publiceert het Nictiz, in opdracht van de eerstelijnskoepels InEen, LHV, NHG en KNMP, het programma van eisen voor informatiebeveiliging voor eerstelijnsinformatiesystemen. Als informatiesystemen aan deze eisen voldoen, kunnen de eerstelijnszorgverleners er op vertrouwen dat daarmee al aan een aantal belangrijke NEN-normen wordt voldaan.

Meer informatie:

Voor vragen en opmerkingen: Arthur Eyck en Emiel Kerpershoek (beiden InEen)
Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 29 januari 2016

[...]

De Autoriteit Persoonsgegevens heeft gisteren, de Internationale Dag van de Privacy, de toezichtsagenda voor 2016 bekend gemaakt.  Met zes pagina’s is dit qua omvang een opvallend bescheiden document. Een van de vijf thema’s waar men zich in 2016 op richt is de omgang met medische gegevens, in het bijzonder ‘E-health en wetenschap’. Dat betreft onder meer op het verzamelen van gegevens via apps op mobiele apparaten.

Gezondheidsgegevens die via apps op mobiele apparaten worden verzameld, vormen – vaak buiten medeweten van de verstrekker – een interessante bron voor commerciële datamining zonder dat de gegevens door het medisch beroepsgeheim beschermd zijn.

Een punt van zorg betreft ook het opslaan van medische gegevens in de cloud. In het toezicht ligt de nadruk hier vooral op bewustwording en adequate beveiliging. Om de zorgpraktijk te helpen gaat de Autoriteit Persoonsgegevens handreikingen opstellen voor veilig en verantwoord gebruik van persoonsgegevens in de zorg.

Overigens heeft de IGZ onlangs in het werkplan voor 2016 gemeld aandacht te zullen besteden aan informatiebeveiliging. Voor de IGZ staat het werken conform de NEN-normen centraal. Binnenkort publiceert het Nictiz, in opdracht van de eerstelijnskoepels InEen, LHV, NHG en KNMP, het programma van eisen voor informatiebeveiliging voor eerstelijnsinformatiesystemen. Als informatiesystemen aan deze eisen voldoen, kunnen de eerstelijnszorgverleners er op vertrouwen dat daarmee al aan een aantal belangrijke NEN-normen wordt voldaan.

Meer informatie:

Voor vragen en opmerkingen: Arthur Eyck en Emiel Kerpershoek (beiden InEen)
Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 29 januari 2016

Meerjarenbeleidsplan IGZ gepubliceerd (2016-2019)

25 januari 2016

Afgelopen week stuurde de Inspectie ons de definitieve versie van hun meerjarenbeleidsplan ‘Gezond vertrouwen’. De IGZ benoemt het gezond vertrouwen in het lerend vermogen en professioneel handelen van de zorgaanbieder als het uitgangspunt bij haar toezicht. Een ander belangrijk uitgangspunt is het perspectief van de mensen in de samenleving. Hun waardering van en ervaring met de zorg ziet de IGZ als belangrijke maatstaf voor de kwaliteit van de zorg. Met het meerjarenbeleidsplan geeft de IGZ richting aan de ontwikkeling van haar toezicht, organisatie en medewerkers. Op strategisch niveau biedt het document een handvat voor afstemming over doelen en verwachtingen. Op een consultatiebijeenkomst leverde InEen input voor het meerjarenbeleidsplan.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 22 januari 2016.

[...]

Afgelopen week stuurde de Inspectie ons de definitieve versie van hun meerjarenbeleidsplan ‘Gezond vertrouwen’. De IGZ benoemt het gezond vertrouwen in het lerend vermogen en professioneel handelen van de zorgaanbieder als het uitgangspunt bij haar toezicht. Een ander belangrijk uitgangspunt is het perspectief van de mensen in de samenleving. Hun waardering van en ervaring met de zorg ziet de IGZ als belangrijke maatstaf voor de kwaliteit van de zorg. Met het meerjarenbeleidsplan geeft de IGZ richting aan de ontwikkeling van haar toezicht, organisatie en medewerkers. Op strategisch niveau biedt het document een handvat voor afstemming over doelen en verwachtingen. Op een consultatiebijeenkomst leverde InEen input voor het meerjarenbeleidsplan.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 22 januari 2016.

Indicatoren benchmark ketenzorg verslagjaar 2015 bekend

22 december 2015

Vandaag ontvangen de zorggroepen en gezondheidscentra een brief met de indicatoren voor de benchmark ketenzorg over verslagjaar 2015. Deze indicatorenset sluit aan op de afspraken uit Het Roer Gaat Om. Volgens de afspraken sluiten zorgverzekeraars zich aan bij de indicatoren die door de beroepsgroep zelf worden gemaakt. Verder is afgesproken dat het aantal indicatoren tot maximaal 8 per aandoening wordt teruggebracht. De afgelopen periode werd deze reductie verder uitgewerkt. Voor de rapportage over het verslagjaar 2015 is de indicatorenset teruggebracht tot:

  • 8 indicatoren voor Diabetes Mellitus type 2
  • 8 indicatoren voor COPD
  • 6 indicatoren voor Astma bij volwassenen
  • 6 indicatoren voor Hart- en vaatziekten
  • 8 indicatoren voor VVR (patiënten met hypertensie of hypercholesterolemie)

Voor de jaarwisseling maken we de specificaties van de indicatoren via onze website bekend. De indicatorenset over het verslagjaar 2016 wordt volgend jaar vastgesteld. De bestaande registraties van de onderliggende gegevens vormen hiervoor de basis.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 18 december 2105.

[...]

Vandaag ontvangen de zorggroepen en gezondheidscentra een brief met de indicatoren voor de benchmark ketenzorg over verslagjaar 2015. Deze indicatorenset sluit aan op de afspraken uit Het Roer Gaat Om. Volgens de afspraken sluiten zorgverzekeraars zich aan bij de indicatoren die door de beroepsgroep zelf worden gemaakt. Verder is afgesproken dat het aantal indicatoren tot maximaal 8 per aandoening wordt teruggebracht. De afgelopen periode werd deze reductie verder uitgewerkt. Voor de rapportage over het verslagjaar 2015 is de indicatorenset teruggebracht tot:

  • 8 indicatoren voor Diabetes Mellitus type 2
  • 8 indicatoren voor COPD
  • 6 indicatoren voor Astma bij volwassenen
  • 6 indicatoren voor Hart- en vaatziekten
  • 8 indicatoren voor VVR (patiënten met hypertensie of hypercholesterolemie)

Voor de jaarwisseling maken we de specificaties van de indicatoren via onze website bekend. De indicatorenset over het verslagjaar 2016 wordt volgend jaar vastgesteld. De bestaande registraties van de onderliggende gegevens vormen hiervoor de basis.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 18 december 2105.

Beleidsregel meldplicht datalekken gepubliceerd

15 december 2015

In het weekbericht van 20 november informeerden we jullie over de meldplicht datalekken die per 1 januari aanstaande in werking treedt. Het CBP, dat vanaf volgend jaar Autoriteit Persoonsgegevens heet, heeft de beleidsregels meldplicht datalekken nu op haar website gepubliceerd. Dit document vervangt het consultatiedocument waarnaar we in het weekbericht van 20 november verwezen. De gepubliceerde beleidsregels hebben een heldere leeswijzer en bieden een overzicht van mogelijke en benodigde stappen in de voorbereiding en in de omgang met de meldplicht datalekken. We denken dat het document jullie zeer kan helpen in de aanloop naar 1 januari 2016. Ter inspiratie staat op de website van de Regionale Commissie Privacy Gezondheidszorg een voorbeeld van een bewerkersovereenkomst van de NVZ waarin al rekening is gehouden met de meldplicht datalekken (gratis te downloaden).

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 11 december 2015.

[...]

In het weekbericht van 20 november informeerden we jullie over de meldplicht datalekken die per 1 januari aanstaande in werking treedt. Het CBP, dat vanaf volgend jaar Autoriteit Persoonsgegevens heet, heeft de beleidsregels meldplicht datalekken nu op haar website gepubliceerd. Dit document vervangt het consultatiedocument waarnaar we in het weekbericht van 20 november verwezen. De gepubliceerde beleidsregels hebben een heldere leeswijzer en bieden een overzicht van mogelijke en benodigde stappen in de voorbereiding en in de omgang met de meldplicht datalekken. We denken dat het document jullie zeer kan helpen in de aanloop naar 1 januari 2016. Ter inspiratie staat op de website van de Regionale Commissie Privacy Gezondheidszorg een voorbeeld van een bewerkersovereenkomst van de NVZ waarin al rekening is gehouden met de meldplicht datalekken (gratis te downloaden).

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 11 december 2015.

Meldplicht Datalekken in werking per 1 januari 2016

24 november 2015

Ook voor eerstelijnsorganisaties geldt dat informatieverwerking gaandeweg een centrale rol in de zorgverlening en de ondersteunende processen heeft gekregen. De beveiliging van de informatiesystemen verdient daarom net zoveel aandacht als de deugdelijke beveiliging van het gebouw. Ook wet- en regelgeving eist de beveiliging van informatiesystemen. Vanaf 2016 geldt een meldplicht in geval van ‘datalekken’. Meer informatie

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Ook voor eerstelijnsorganisaties geldt dat informatieverwerking gaandeweg een centrale rol in de zorgverlening en de ondersteunende processen heeft gekregen. De beveiliging van de informatiesystemen verdient daarom net zoveel aandacht als de deugdelijke beveiliging van het gebouw. Ook wet- en regelgeving eist de beveiliging van informatiesystemen. Vanaf 2016 geldt een meldplicht in geval van ‘datalekken’. Meer informatie

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Wanneer komen de indicatoren en voor de benchmark over 2015 beschikbaar?

09 november 2015

De bekendmaking van de indicatoren voor de benchmark ketenzorg over 2015 is dit jaar later dan wij aanvankelijk hadden voorzien. Vanwege de uitkomsten van ‘Het Roer Moet Om’ komen de eerdere afspraken met zorgverzekeraars over 2015 en 2016 in een ander licht te staan. Zoals aangegeven in het eindrapport ‘Het Roer Gaat Om’ wordt de lijst van indicatoren voor chronische aandoeningen in de benchmark voor de ketenzorg  teruggebracht tot 8 indicatoren per keten. Welke indicatoren dit gaan worden is nog onderwerp van gesprek. Tijdens een werkbijeenkomst in november zullen inhoudelijk deskundigen, waaronder kaderhuisartsen, zich buigen over het aanpassen van de indicatorenset. Zodra duidelijk is welke indicatoren met bijbehorende specificaties een plek krijgen in de benchmark over 2015 zullen wij onze leden hierover informeren. Houd hiervoor de berichtgeving via onze website en het weekbericht in de gaten.

[...]

De bekendmaking van de indicatoren voor de benchmark ketenzorg over 2015 is dit jaar later dan wij aanvankelijk hadden voorzien. Vanwege de uitkomsten van ‘Het Roer Moet Om’ komen de eerdere afspraken met zorgverzekeraars over 2015 en 2016 in een ander licht te staan. Zoals aangegeven in het eindrapport ‘Het Roer Gaat Om’ wordt de lijst van indicatoren voor chronische aandoeningen in de benchmark voor de ketenzorg  teruggebracht tot 8 indicatoren per keten. Welke indicatoren dit gaan worden is nog onderwerp van gesprek. Tijdens een werkbijeenkomst in november zullen inhoudelijk deskundigen, waaronder kaderhuisartsen, zich buigen over het aanpassen van de indicatorenset. Zodra duidelijk is welke indicatoren met bijbehorende specificaties een plek krijgen in de benchmark over 2015 zullen wij onze leden hierover informeren. Houd hiervoor de berichtgeving via onze website en het weekbericht in de gaten.

Tarieven financiering rapportage benchmark ketenzorg 2016

04 november 2015

Sinds 2010 voeren we de benchmark ketenzorg uit en publiceren we jaarlijks een rapportage. Tot en met 2015 waren zorgverzekeraars bereid de kosten hiervan centraal via Zorgverzekeraars Nederland (ZN) voor hun rekening te nemen. ZN heeft ons echter laten weten dat deze jaarlijkse subsidie per 1 januari 2016 komt te vervallen. Verzekeraars hechten wel aan de benchmark maar willen dat de kosten ervan via de reguliere bekostiging (tarieven ketenzorg) gaan lopen. Wij adviseren je dan ook de kosten voor de benchmark mee te nemen in de tariefberekening voor 2016. Vanaf 1 januari 2016 brengt InEen de kosten ten laste van de deelnemers. Inmiddels is besloten dat we deze kosten opnemen in de contributie voor 2016. Voor de hoogte van de tarieven 2016 wordt een onderscheid aangebracht naar de grootte van de zorggroep en is er een verschil in tarief voor leden en niet-leden:
ec41554d-f0f6-444f-8864-dd3fe9b68c87

[...]

Sinds 2010 voeren we de benchmark ketenzorg uit en publiceren we jaarlijks een rapportage. Tot en met 2015 waren zorgverzekeraars bereid de kosten hiervan centraal via Zorgverzekeraars Nederland (ZN) voor hun rekening te nemen. ZN heeft ons echter laten weten dat deze jaarlijkse subsidie per 1 januari 2016 komt te vervallen. Verzekeraars hechten wel aan de benchmark maar willen dat de kosten ervan via de reguliere bekostiging (tarieven ketenzorg) gaan lopen. Wij adviseren je dan ook de kosten voor de benchmark mee te nemen in de tariefberekening voor 2016. Vanaf 1 januari 2016 brengt InEen de kosten ten laste van de deelnemers. Inmiddels is besloten dat we deze kosten opnemen in de contributie voor 2016. Voor de hoogte van de tarieven 2016 wordt een onderscheid aangebracht naar de grootte van de zorggroep en is er een verschil in tarief voor leden en niet-leden:
ec41554d-f0f6-444f-8864-dd3fe9b68c87

Addendum over aansprakelijkheid LSP

13 oktober 2015

Het spreekt vanzelf dat professionals uitermate zorgvuldig te werk gaan bij de uitwisseling van informatie, ook wanneer zij ondersteunende systemen inschakelen zoals een HIS, een KIS, HAPIS of het LSP. Voor het onverhoopte geval dat het LSP uitvalt, hebben LHV en VZVZ deze zomer een akkoord bereikt om het risico van aansprakelijkheid voor schade door een storing van het LSP goed af te dekken. Met InEen en de KNMP is overeengekomen dat dit akkoord ook geldt voor apotheken en huisartsenposten. De aanvullende afspraken staan in een addendum bij de bestaande gebruiksovereenkomst. VZVZ draagt de kosten voor deze polis. De nieuwe dekking gaat in vanaf 2016. Dit najaar krijgen de zorgaanbieders het addendum toegestuurd. De belangrijkste veranderingen zijn:

  • Er geldt een vergoedingsmaximum van € 2,5 miljoen per aanspraak (maximaal € 5 miljoen per jaar); de claimdrempel van € 10.000 vervalt.
  • Stilstandschade (het stil komen te liggen van de praktijk door niet-functioneren van het LSP) komt voor vergoeding in aanmerking.
  • Schade door het tekortschieten van VZVZ bij het nakomen van de overeenkomst, legt de zorgaanbieder eerst voor aan de eigen aansprakelijkheidsverzekeraar.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Het spreekt vanzelf dat professionals uitermate zorgvuldig te werk gaan bij de uitwisseling van informatie, ook wanneer zij ondersteunende systemen inschakelen zoals een HIS, een KIS, HAPIS of het LSP. Voor het onverhoopte geval dat het LSP uitvalt, hebben LHV en VZVZ deze zomer een akkoord bereikt om het risico van aansprakelijkheid voor schade door een storing van het LSP goed af te dekken. Met InEen en de KNMP is overeengekomen dat dit akkoord ook geldt voor apotheken en huisartsenposten. De aanvullende afspraken staan in een addendum bij de bestaande gebruiksovereenkomst. VZVZ draagt de kosten voor deze polis. De nieuwe dekking gaat in vanaf 2016. Dit najaar krijgen de zorgaanbieders het addendum toegestuurd. De belangrijkste veranderingen zijn:

  • Er geldt een vergoedingsmaximum van € 2,5 miljoen per aanspraak (maximaal € 5 miljoen per jaar); de claimdrempel van € 10.000 vervalt.
  • Stilstandschade (het stil komen te liggen van de praktijk door niet-functioneren van het LSP) komt voor vergoeding in aanmerking.
  • Schade door het tekortschieten van VZVZ bij het nakomen van de overeenkomst, legt de zorgaanbieder eerst voor aan de eigen aansprakelijkheidsverzekeraar.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Zelfmanagementondersteuning moet bijdragen aan meer bezieling

30 september 2015

Structurele aandacht voor zelfmanagementondersteuning en het aanbieden van scholing hebben een positief effect op de attitude en het bewustzijn van zorgverleners. Dat blijkt uit een evaluatieonderzoek van het NIVEL bij zorggroep RCH Midden-Brabant. Medisch directeur Angela van Liempd: ‘We waren op zoek naar een wetenschappelijke onderbouwing van nut en noodzaak van zelfmanagementondersteuning.’

Ook in Midden-Brabant is de implementatie van zelfmanagementondersteuning een zoektocht.  Van Liempd: ‘We liepen er bijvoorbeeld tegenaan dat zelfmanagementondersteuning snel gezien wordt als een ‘speeltje’, het zoveelste vinkje. Terwijl het juist moet bijdragen aan meer bezieling, meer verdieping in de relatie tussen zorgverlener en patiënt door gezamenlijke besluitvorming.’ Dat is een proces, zegt ze, waar ook de zorgverlener energie in moet steken, kortom een attitudeverandering die begint met bewustwording.

Het evaluatieonderzoek beslaat de (korte) periode van een jaar: oktober 2013 – oktober 2014. Het toont aan dat een aanpak met structurele aandacht en scholing ertoe leidt dat de zorgverleners zelfmanagementondersteuning belangrijker gaan vinden en beter begrijpen waar het om gaat. Dat blijkt onder andere uit het flink toenemende gebruik van het Individueel Zorgplan (IZP). Maar niet alleen de zorgverlener moet zich bewust worden, dat geldt ook voor de patiënt. Van Liempd: ‘We hebben ook meer zicht gekregen op de beperkende factoren. Niet elke patiënt is gemotiveerd of heeft voldoende mogelijkheden. Dat aspect heeft nog wel verdieping nodig. In  elk geval is het een proces van jaren om ook de patiënt daadwerkelijk mee te krijgen, eerder vijf tot tien jaar dan twee jaar.’ Van Liempd vertelt dat de evaluatie ook liet zien dat zorgverleners vaker aangaven dat er een IZP beschikbaar is, dan de patiënt. ‘Nog lang niet alle digitale IZP’s worden uitgeprint en meegegeven. Ook een belangrijke uitkomst. Het maakt duidelijk dat een gebruikersvriendelijk digitaal systeem echt een noodzakelijke doorontwikkeling is. We zijn dit jaar in een paar praktijken begonnen met een pilot voor een patiëntenportaal.’

Omdat zelfmanagement één van de zes kernelementen is van het Chronic Care model, krijgt het onderwerp veel structurele aandacht in de zorggroep. Het is bijvoorbeeld een vast aandachtspunt bij de halfjaarlijkse visitaties en ook is zelfmanagementondersteuning een vanzelfsprekend onderdeel in de uitrol van het nieuwe zorgprogramma voor Astma. ‘Het gebruik van het IZP is in de afgelopen twee jaar meer dan vervijfvoudigd. Over enige tijd willen we graag onderzoek doen naar de inhoud en de kwaliteit van de IZP’s: waar gaan ze over, welke doelen worden gesteld, op welke leefdomeinen liggen deze doelen, hoe is de opvolging? In het verleden ging het gesprek tussen zorgverlener en patiënt vooral over proces- en uitkomstindicatoren: hbA1c te hoog? plan: afvallen. Maar het zou veel meer moeten gaan over waarom wil die patiënt afvallen en hoe denkt hij dat te kunnen doen. Hoe krijgt deze manier van werken vorm?’

[...]

Structurele aandacht voor zelfmanagementondersteuning en het aanbieden van scholing hebben een positief effect op de attitude en het bewustzijn van zorgverleners. Dat blijkt uit een evaluatieonderzoek van het NIVEL bij zorggroep RCH Midden-Brabant. Medisch directeur Angela van Liempd: ‘We waren op zoek naar een wetenschappelijke onderbouwing van nut en noodzaak van zelfmanagementondersteuning.’

Ook in Midden-Brabant is de implementatie van zelfmanagementondersteuning een zoektocht.  Van Liempd: ‘We liepen er bijvoorbeeld tegenaan dat zelfmanagementondersteuning snel gezien wordt als een ‘speeltje’, het zoveelste vinkje. Terwijl het juist moet bijdragen aan meer bezieling, meer verdieping in de relatie tussen zorgverlener en patiënt door gezamenlijke besluitvorming.’ Dat is een proces, zegt ze, waar ook de zorgverlener energie in moet steken, kortom een attitudeverandering die begint met bewustwording.

Het evaluatieonderzoek beslaat de (korte) periode van een jaar: oktober 2013 – oktober 2014. Het toont aan dat een aanpak met structurele aandacht en scholing ertoe leidt dat de zorgverleners zelfmanagementondersteuning belangrijker gaan vinden en beter begrijpen waar het om gaat. Dat blijkt onder andere uit het flink toenemende gebruik van het Individueel Zorgplan (IZP). Maar niet alleen de zorgverlener moet zich bewust worden, dat geldt ook voor de patiënt. Van Liempd: ‘We hebben ook meer zicht gekregen op de beperkende factoren. Niet elke patiënt is gemotiveerd of heeft voldoende mogelijkheden. Dat aspect heeft nog wel verdieping nodig. In  elk geval is het een proces van jaren om ook de patiënt daadwerkelijk mee te krijgen, eerder vijf tot tien jaar dan twee jaar.’ Van Liempd vertelt dat de evaluatie ook liet zien dat zorgverleners vaker aangaven dat er een IZP beschikbaar is, dan de patiënt. ‘Nog lang niet alle digitale IZP’s worden uitgeprint en meegegeven. Ook een belangrijke uitkomst. Het maakt duidelijk dat een gebruikersvriendelijk digitaal systeem echt een noodzakelijke doorontwikkeling is. We zijn dit jaar in een paar praktijken begonnen met een pilot voor een patiëntenportaal.’

Omdat zelfmanagement één van de zes kernelementen is van het Chronic Care model, krijgt het onderwerp veel structurele aandacht in de zorggroep. Het is bijvoorbeeld een vast aandachtspunt bij de halfjaarlijkse visitaties en ook is zelfmanagementondersteuning een vanzelfsprekend onderdeel in de uitrol van het nieuwe zorgprogramma voor Astma. ‘Het gebruik van het IZP is in de afgelopen twee jaar meer dan vervijfvoudigd. Over enige tijd willen we graag onderzoek doen naar de inhoud en de kwaliteit van de IZP’s: waar gaan ze over, welke doelen worden gesteld, op welke leefdomeinen liggen deze doelen, hoe is de opvolging? In het verleden ging het gesprek tussen zorgverlener en patiënt vooral over proces- en uitkomstindicatoren: hbA1c te hoog? plan: afvallen. Maar het zou veel meer moeten gaan over waarom wil die patiënt afvallen en hoe denkt hij dat te kunnen doen. Hoe krijgt deze manier van werken vorm?’

Tweedaagse heeft de juiste snaar geraakt

30 september 2015

snaar Op 16 en 17 september was er weer een InEen-Tweedaagse, met als thema Informatiebeleid. InEen wilde met deze keuze dit belangrijke onderwerp dat in toenemende mate aan gewicht wint, voor de leden duidelijk in beeld brengen. Blijkens de 202 deelnemers uit alle geledingen was het een schot in de roos. In plenaire lezingen en deelsessies werden onderwerpen als e-health, zelfmanagementondersteuning en informatiebeveiliging van alle kanten belicht. De toekomst die misschien dichterbij is dan hij soms lijkt, kreeg ruim aandacht. Daan Dohmen kreeg zijn toehoorders stil met een filmpje over een oudere dame in gesprek met een robotje dat haar permanent gezelschap houd. Terwijl Machteld Huber de zaal juist in rep en roer bracht door de dimensies van haar nieuwe definitie van gezondheid op zichzelf toe te passen. Op de website vindt u korte impressies van de elf deelsessies en de presentaties van de plenaire sessies. Ook vroegen we vier deelnemers om een korte reactie.
InEen blijft de komende periode aandacht aan het informatiebeleid besteden, van datalekken tot e-health.


 

Peter Aben, directeur Stichting Huisartsenposten West Brabant

Peter-Aben‘Dit jaar heb ik meerdere dingen mee naar huis genomen, bijvoorbeeld het begrip blended care. Dat draait, wat mij betreft, om het versmelten van de technische en de menselijke kant, de mix tussen fysiek contact en e-health. Ik zie vooral de dagpraktijk veranderen. Het oude 10-minuten consult voor elke patiënt wordt een achterhaald begrip. Een belangrijke boodschap was ook dat we in de zorg meer uit moeten gaan van wat in de maatschappij ‘gewoon’ is. Foto’s maken, appjes versturen, enzovoort. Dat betekent voor mij dat we ons moeten oriënteren op beeldschermzorg. Kijk naar de bankenwereld waar de consument steeds meer handelingen zelf verricht en uitzoekt. Zo kunnen we op de huisartsenpost ons werkproces bekijken: wat kan de patiënt zelf doen, bijvoorbeeld als consultvoorbereiding. We hebben het niet morgen ingevoerd. Een groep enthousiaste huisartsen moet het voortouw nemen. Een Tweedaagse als deze draagt daaraan bij.’


Jacqueline van Bree, directeur Huisartsenpost ‘t Hellegat

jacqueline-van-bree‘Allereerst een compliment aan de organisatie. Het programma was voor iedereen interessant, uit welke ledengroep je ook kwam. Bovendien waren de sprekers – vond ik – van uitzonderlijk hoog niveau. Wat de deelsessies betreft was ik erg aangesproken door het verhaal van de huisartsenpost in Apeldoorn. Zij lopen voorop met het ontwikkelen van apps en het gebruik van andere pragmatische e-health-toepassingen op de huisartsenpost, bijvoorbeeld de toepassing als ‘Mag ik meekijken’. Heel inspirerend, want ik kan er morgen meteen mee aan de slag. We hebben op de Zuid-Hollandse eilanden een kleine post, dus het is voor ons wel een budgettaire uitdaging. Ook het bestuur en de achterban zullen nog wel wat tijd nodig hebben om te wennen. Dus daar kan ik beter maar mee beginnen. De Tweedaagse is voor mij vooral een goede gelegenheid om collega’s buiten de regio te spreken. Als dan de content ook nog aantrekkelijk is, zoals dit jaar, dan is dat een dubbele plus.’


Erik Scheppink, algemeen directeur Onze Huisartsen

erik-scheppink‘De plenaire sprekers waren enorm inspirerend en daarbij sprongen Machteld Huber en Daan Dohmen er voor mij uit. Ze lieten zien dat eHealth niet over techniek gaat, maar over anders organiseren. Je organisatie onder de loep nemen en dingen anders aanpakken. De ontwikkelingen gaan snel. De twee deelsessies die ik bijwoonde – EHealth, morgen begin ik echt en Hoe ziet de toekomst eruit? – begonnen niet voor niets met hetzelfde filmpje, namelijk hoe mensen nog niet zo lang geleden tegen de komst van de mobiele telefoon en de smartphone aankeken: dat heb ik niet nodig, ik kan wel zonder, et cetera. Een waarschuwing! Laten we niet met vooringenomenheid naar nieuwe ontwikkelingen kijken en ons open stellen. En zoals altijd: het gaat om de kennis en de kennissen. Op de Tweedaagse ontmoet ik mensen uit allerlei takken van sport en dat is prettig. Ik zoek bijvoorbeeld een accountant en heb nu vier namen in m’n binnenzak.’


Sander Gerritsen, bestuursadviseur Doktersdienst Groningen

sander-gerritsen‘Ik werk nog maar net bij de Doktersdienst. De Tweedaagse was voor mij dus nieuw, zowel de mensen als de formule. Wat mij betreft is de kennismaking geslaagd. De lezing van Machteld Huber en Esther Talboom heeft echt indruk op me gemaakt. Je kunt dit onderwerp niet genoeg met elkaar delen. Uit de deelsessies heb ik vooral opgepikt dat we binnen de eerstelijn focussen op relevante vraagstukken, maar dat we moeten zorgen niet links en rechts ingehaald te worden door de patiënt. Vanochtend las ik in de krant hoe wispelturig de informatie-uitwisseling tussen gemeente en wijkteams verloopt. Toen moest ik denken aan de opmerking van Daan Dohmen die zegt dat de patiënt op een goed moment zelf de regie gaat nemen met bijvoorbeeld de smartphone en wat daar allemaal mee kan. Wat mij betreft was dat een wake-up call. Als eerstelijn moeten we een open oor houden voor nieuwe geluiden.’


 

[...]

snaar Op 16 en 17 september was er weer een InEen-Tweedaagse, met als thema Informatiebeleid. InEen wilde met deze keuze dit belangrijke onderwerp dat in toenemende mate aan gewicht wint, voor de leden duidelijk in beeld brengen. Blijkens de 202 deelnemers uit alle geledingen was het een schot in de roos. In plenaire lezingen en deelsessies werden onderwerpen als e-health, zelfmanagementondersteuning en informatiebeveiliging van alle kanten belicht. De toekomst die misschien dichterbij is dan hij soms lijkt, kreeg ruim aandacht. Daan Dohmen kreeg zijn toehoorders stil met een filmpje over een oudere dame in gesprek met een robotje dat haar permanent gezelschap houd. Terwijl Machteld Huber de zaal juist in rep en roer bracht door de dimensies van haar nieuwe definitie van gezondheid op zichzelf toe te passen. Op de website vindt u korte impressies van de elf deelsessies en de presentaties van de plenaire sessies. Ook vroegen we vier deelnemers om een korte reactie.
InEen blijft de komende periode aandacht aan het informatiebeleid besteden, van datalekken tot e-health.


 

Peter Aben, directeur Stichting Huisartsenposten West Brabant

Peter-Aben‘Dit jaar heb ik meerdere dingen mee naar huis genomen, bijvoorbeeld het begrip blended care. Dat draait, wat mij betreft, om het versmelten van de technische en de menselijke kant, de mix tussen fysiek contact en e-health. Ik zie vooral de dagpraktijk veranderen. Het oude 10-minuten consult voor elke patiënt wordt een achterhaald begrip. Een belangrijke boodschap was ook dat we in de zorg meer uit moeten gaan van wat in de maatschappij ‘gewoon’ is. Foto’s maken, appjes versturen, enzovoort. Dat betekent voor mij dat we ons moeten oriënteren op beeldschermzorg. Kijk naar de bankenwereld waar de consument steeds meer handelingen zelf verricht en uitzoekt. Zo kunnen we op de huisartsenpost ons werkproces bekijken: wat kan de patiënt zelf doen, bijvoorbeeld als consultvoorbereiding. We hebben het niet morgen ingevoerd. Een groep enthousiaste huisartsen moet het voortouw nemen. Een Tweedaagse als deze draagt daaraan bij.’


Jacqueline van Bree, directeur Huisartsenpost ‘t Hellegat

jacqueline-van-bree‘Allereerst een compliment aan de organisatie. Het programma was voor iedereen interessant, uit welke ledengroep je ook kwam. Bovendien waren de sprekers – vond ik – van uitzonderlijk hoog niveau. Wat de deelsessies betreft was ik erg aangesproken door het verhaal van de huisartsenpost in Apeldoorn. Zij lopen voorop met het ontwikkelen van apps en het gebruik van andere pragmatische e-health-toepassingen op de huisartsenpost, bijvoorbeeld de toepassing als ‘Mag ik meekijken’. Heel inspirerend, want ik kan er morgen meteen mee aan de slag. We hebben op de Zuid-Hollandse eilanden een kleine post, dus het is voor ons wel een budgettaire uitdaging. Ook het bestuur en de achterban zullen nog wel wat tijd nodig hebben om te wennen. Dus daar kan ik beter maar mee beginnen. De Tweedaagse is voor mij vooral een goede gelegenheid om collega’s buiten de regio te spreken. Als dan de content ook nog aantrekkelijk is, zoals dit jaar, dan is dat een dubbele plus.’


Erik Scheppink, algemeen directeur Onze Huisartsen

erik-scheppink‘De plenaire sprekers waren enorm inspirerend en daarbij sprongen Machteld Huber en Daan Dohmen er voor mij uit. Ze lieten zien dat eHealth niet over techniek gaat, maar over anders organiseren. Je organisatie onder de loep nemen en dingen anders aanpakken. De ontwikkelingen gaan snel. De twee deelsessies die ik bijwoonde – EHealth, morgen begin ik echt en Hoe ziet de toekomst eruit? – begonnen niet voor niets met hetzelfde filmpje, namelijk hoe mensen nog niet zo lang geleden tegen de komst van de mobiele telefoon en de smartphone aankeken: dat heb ik niet nodig, ik kan wel zonder, et cetera. Een waarschuwing! Laten we niet met vooringenomenheid naar nieuwe ontwikkelingen kijken en ons open stellen. En zoals altijd: het gaat om de kennis en de kennissen. Op de Tweedaagse ontmoet ik mensen uit allerlei takken van sport en dat is prettig. Ik zoek bijvoorbeeld een accountant en heb nu vier namen in m’n binnenzak.’


Sander Gerritsen, bestuursadviseur Doktersdienst Groningen

sander-gerritsen‘Ik werk nog maar net bij de Doktersdienst. De Tweedaagse was voor mij dus nieuw, zowel de mensen als de formule. Wat mij betreft is de kennismaking geslaagd. De lezing van Machteld Huber en Esther Talboom heeft echt indruk op me gemaakt. Je kunt dit onderwerp niet genoeg met elkaar delen. Uit de deelsessies heb ik vooral opgepikt dat we binnen de eerstelijn focussen op relevante vraagstukken, maar dat we moeten zorgen niet links en rechts ingehaald te worden door de patiënt. Vanochtend las ik in de krant hoe wispelturig de informatie-uitwisseling tussen gemeente en wijkteams verloopt. Toen moest ik denken aan de opmerking van Daan Dohmen die zegt dat de patiënt op een goed moment zelf de regie gaat nemen met bijvoorbeeld de smartphone en wat daar allemaal mee kan. Wat mij betreft was dat een wake-up call. Als eerstelijn moeten we een open oor houden voor nieuwe geluiden.’


 

Presentaties InEen Tweedaagse 16 en 17 september 2015

24 september 2015

Hieronder vindt u de tot nu toe beschikbare presentaties van de InEen Tweedaagse Informatiebeleid op woensdag 16 en donderdag 17 september 2015:


Woensdag 16 september

Plenaire sessie


Donderdag 17 september

Plenaire sessie

Deelsessies


deelsessie-1

Edc’s staan aan de vooravond van grote veranderingen, zeggen Sam Siemssen (Saltro), Paul Best (STAR) en Ivo Tienhoven (SHL). Ze benoemden drie trends:

  1. Toename van PoCT (Point of Care Testing) in de huisartsenpraktijk, thuis en op andere plaatsen. Dat betekent op termijn minder werk voor de laboratoria.
  2. Toenemende rekencapaciteit (big data). Een machine kan in feite beter diagnosticeren dan een arts. Wat betekent dat voor de toekomst? Ofwel: wat doet de piloot als het vliegtuig zichzelf bestuurt?
  3. Informatie-uitwisseling en bijvoorbeeld privacy.

Aan de hand van concrete voorbeelden uit drie edc’s lieten de inleiders zien dat edc’s veel meer doen dan alleen laboratoriumwerk. Voorbij kwamen een app voor zelfdiagnostiek voor trombosepatiënten, een digitaal platform waarop patiënten zelf de uitslagen van laboratoriumonderzoek kunnen inzien en een digitaal platform om huisartsen te ondersteunen bij de aanvraag van diagnostiek volgens het protocol voor chronische patiënten. Er waren veel vragen over de privacy en over de behoefte van patiënten om op deze manier hun gegevens te delen. Een deelnemer: zorgverleners moeten zélf gaan omdenken en ophouden om namens de patiënt te willen denken.


deelsessie-2

Er worden steeds meer gegevens vastgelegd, zowel over de zorg als over het zorgproces. Henk Bilo (Kenniscentrum Ketenzorg en Isala Klinieken) en Ronald Luijk (Zorgverzekeraars Nederland) onderzochten samen met de deelnemers hoe deze informatie kan worden ingezet voor het eigen kwaliteitsbeleid. Hoe kunnen ook eerstelijns zorgverleners bruikbare informatie destilleren? Aan de hand van de gegevens van één zorggroepen werd uitgebreid ingegaan op de toepasbaarheid van de praktijkvariatiestudie Diabetes van Zorgverzekeraars Nederland (ZN). Welke informatie vind je waar? Twee uitspraken:

  • ‘Een patiënt met diabetes is geen diabeet’, stelt Henk Bilo. Want de kosten voor een diabetespatiënt zijn voor maar een klein deel toe te wijzen aan diabetes.
  • ‘Substitutiepotentieel is niet maar zo te verzilveren’, stelt Ronald Luijk (en toen de aanwezigen zich afvroegen of de zorgverzekeraars dat ook begrijpen: ‘Dan kunnen ze ons bellen’).

deelsessie-3

Boy Zwartjes (Caransscoop), Frank Benne (Caransscoop) en Stefan Ottenheijm (Nictiz) verkenden samen met deelnemers hoe de meest relevante e-health-trends aansluiten bij de huidige praktijkvoering en organisatie in de zorg. Aan bod kwam wat er nu technisch al mogelijk is op het gebied van e-health en hoe dat kan worden gebruikt. Denk aan online zorgconsulten, online beoordelingen, zelfmetingen, populatiemanagement in de wijk en het persoonlijk gezondheidsdossier: voorbeelden uit Trendboek eHealth in de eerste lijn (‘Spelen met de zorg van morgen’).

In de discussie kwamen de nieuwe waarden van gezondheid terug die Machteld Huber eerder introduceerde. Bijvoorbeeld: hoe kun je de nieuwe waarden verwerken in e-health? Apps en sneltests gaan tot nu toe vooral over fysieke gezondheid terwijl we juist op een andere manier willen kijken. En ook: wat is voor patiënten het nut van toegang tot hun eigen gegevens. Een belangrijke vaststelling was dat het bij e-health niet zozeer gaat over informatie en communicatie, maar over een heel andere werkwijze in de zorg.


deelsessie-4

Doortje Boshuizen (Vilans) en Gijsje Duyzer (Medisch Centrum Herenstaete in Voorhout) lieten aan de hand van het concrete voorbeeld van Medisch Centrum Herenstaete zien hoe e-health in de praktijk kan worden geïmplementeerd. Wat kun je ervan verwachten? Hoe pak je het aan? Hoe integreer je e-health in het bestaande zorgproces en de praktijkvoering? Hoe betrek je de patiënten?

De deelnemers kregen onder andere deze tips:

  • Ken je klant. Om e-health te laten slagen, is het belangrijk eerst te bepalen waar je klanten vraag naar hebben.
  • Blijf je patiënten informeren op verschillende manieren en via verschillende kanalen; één keer een folder of poster volstaat niet.
  • Als je besluit iets aan te bieden, ga er dan ook voor. Niet één keer per dag een uurtje open zijn voor het online inplannen van afspraken. Maar zet gewoon standaard je hele agenda open. Wees niet bang dat het te storm loopt, dat gebeurt heus niet.
  • Het is niet alleen maar positief, het is goed je te realiseren dat je onverwachte en lastige zaken tegenkomt.

deelsessie-5

ICT-ondersteuning is voor de eerste lijn cruciaal. Voor eerstelijnsorganisaties is het echter niet eenvoudig om tot een samenhangend en volwassen ICT-beleid te komen. Hoe krijg je grip op dit veelkoppige monster? Bart van Pinxteren (Spindok, docent bij Changing Healthcare en huisarts bij Gezondheidscentrum Oog in Al in Utrecht) presenteerde de ICT-ladder die kan helpen meer houvast op ICT te krijgen. Doel: ICT wordt een middel om inhoudelijke doelstellingen te bereiken. Een getrapt model brengt structuur en samenhang in de ontwikkeling naar een volwassen ICT-omgeving. De deelnemers beleefden de sessie als een wake-up call om aan de slag te gaan. De ICT ladder blijkt een nuttige opstap naar een meer samenhangend ICT-beleid in eerstelijnszorgorganisaties.


deelsessie-6

Jan de Wit (ZONH), Bas Kremer (Berenschot), Jasper Hofenk (Berenschot) en Matine van Schie (ZorgImpuls) presenteerden twee regionale e-health projecten. 1. ZONH ontwikkelde de Rode vlaggen app waarmee thuiszorgmedewerkers medicatieproblemen bij ouderen kunnen signaleren en delen met de apotheker of de huisarts.

2. ZorgImpuls werkt samen met Berenschot aan een snelle en efficiënte opschaling van bestaande e-health zorginitiatieven in de regio Rotterdam. Doel: minimaal 10.000 gebruikers van e-health applicaties enthousiast maken en enthousiast houden.

De discussie leverde de nodige conclusies en suggesties op:

  • Regionale implementatie is belangrijk om van elkaar te leren, om te weten welk aanbod er is, en ook om ervaringen op te schalen. Zo ontdek je kansen: dat wat er nog niet is en waar wel vraag naar is.
  • ROS’en zijn goede partijen om de projecten in de regio te verkennen en samenwerking te bevorderen
  • Ga proactief te werk in plaats van reactief. Daarmee krijg je iedereen beter enthousiast.
  • Kies om te beginnen een goede doelgroep voor een grote slagingskans.

deelsessie-7

Gert-Jo van Doornik (HAP Apeldoorn) en Steven Stolp (Onze Huisartsen) presenteerden concrete innovatieve oplossingen als online afspraken maken, zelftriage & zelfmanagement, e-samenwerken in de regio, beeldschermzorg.

In de discussie kwam onder meer de vraag aan de orde wat je kan vragen aan een patiënt die wacht op behandeling. Denk aan het invullen van een vragenlijst om het ziektebeeld te verduidelijken en daarmee zichzelf ook voor te bereiden op het aanstaande consult. Een advies voor de implementatie van e-Health luidde  om te starten met een kleine groep van welwillenden en niet te wachten op algehele consensus. Door klein te beginnen hou je zelf de regie en kunnen de pioniers het pad banen.


deelsessie-8

Hoeveel zicht heb je op je patiëntenbestand? In de praktijk blijkt dat vaak tegen te vallen. Jantien Heideman (Coöperatie Basiszorg in de Buurt) en Frank Benne (Caransscoop) begonnen met de stelling: ‘HIS data zijn essentieel voor het leveren van kwalitatief goede patiëntenzorg’. Vervolgens werd ingezoomd op de ontwikkeling van de ROS-praktijkscan. Deze geeft inzicht in zowel het huidige als het gewenste aanbod van zorg in een praktijk. Aan de hand van data uit een pilot van drie gezondheidscentra in de regio Almere werd getoond welke informatie een praktijk terugkrijgt na de scan. Belangrijk: een analyse van data zonder vervolgacties te bepalen is niet nuttig. Het rapport belandt in de la.


deelsessie-9

Aan het werken met ICT kleven risico’s. Ook de beveiliging van systemen moet waterdicht zijn. Daniel Goncalves (coördinator informatiebeveiliging SMASH), Willem Regout (SMASH) en Marcia Bos (CIHN) gingen in op de stappen die moeten worden gezet voor een succesvolle implementatie van de informatiebeveiligingsnorm NEN 7510. In het begin vraagt het zeker moeite om je deze norm eigen te maken, maar deze moeite loont. Het uitvoeren van interne audits in dit proces heeft een gunstig effect voor de organisatie doordat iedereen de organisatie beter leert kennen en ook kennis uit de haarvaten van de organisatie leert te plaatsen.


deelsessie-10

Patiëntgericht zorg is het buzz-woord in de eerste lijn. De zorggroep PreventZorg heeft de doelstelling patiëntgerichte zorg in het beleid voor de komende jaren opgenomen en werkt nu aan de realisering. Huisartsen Willem van Stempvoort en Miriam de Kleijn (beiden PreventZorg) introduceerden het onderwerp aan de hand van een pakkend filmpje over een diabetespatiënt. De sessiedeelnemers benoemden in vier groepen argumenten vóór (toejuichers) en tégen (afschieters) experimenten met persoonsgericht werken. Sommigen vonden dat de implementatie van persoonsgerichte zorg vooral gebaat is bij planmatige benadering vanuit de organisatie. Anderen gaven de voorkeur aan een vernieuwing die ontstaat vanuit voorlopers. Maar voor beide benaderingen geldt: ‘beginnen met experimenteren en vervolgens bijsturen’.


deelsessie-11

Gegevensuitwisseling in de keten is niet vrijblijvend. Eind 2016 kunnen de eerste ketenprogramma’s via het LSP uitwisselen. OZIS wordt op enig moment vervangen. Harrie Geboers (VZVZ) en Miranda Leurink (VZVZ) wilden horen wat zorggroepen belangrijk vinden in die uitwisseling via het LSP. Het delen van meningen en ervaringen stond centraal in deze workshop. VZVZ werkt aan een autorisatieschema waarbij rollen en functies in een matrix worden gezet en autorisatie op maat kan worden georganiseerd.


[...]

Hieronder vindt u de tot nu toe beschikbare presentaties van de InEen Tweedaagse Informatiebeleid op woensdag 16 en donderdag 17 september 2015:


Woensdag 16 september

Plenaire sessie


Donderdag 17 september

Plenaire sessie

Deelsessies


deelsessie-1

Edc’s staan aan de vooravond van grote veranderingen, zeggen Sam Siemssen (Saltro), Paul Best (STAR) en Ivo Tienhoven (SHL). Ze benoemden drie trends:

  1. Toename van PoCT (Point of Care Testing) in de huisartsenpraktijk, thuis en op andere plaatsen. Dat betekent op termijn minder werk voor de laboratoria.
  2. Toenemende rekencapaciteit (big data). Een machine kan in feite beter diagnosticeren dan een arts. Wat betekent dat voor de toekomst? Ofwel: wat doet de piloot als het vliegtuig zichzelf bestuurt?
  3. Informatie-uitwisseling en bijvoorbeeld privacy.

Aan de hand van concrete voorbeelden uit drie edc’s lieten de inleiders zien dat edc’s veel meer doen dan alleen laboratoriumwerk. Voorbij kwamen een app voor zelfdiagnostiek voor trombosepatiënten, een digitaal platform waarop patiënten zelf de uitslagen van laboratoriumonderzoek kunnen inzien en een digitaal platform om huisartsen te ondersteunen bij de aanvraag van diagnostiek volgens het protocol voor chronische patiënten. Er waren veel vragen over de privacy en over de behoefte van patiënten om op deze manier hun gegevens te delen. Een deelnemer: zorgverleners moeten zélf gaan omdenken en ophouden om namens de patiënt te willen denken.


deelsessie-2

Er worden steeds meer gegevens vastgelegd, zowel over de zorg als over het zorgproces. Henk Bilo (Kenniscentrum Ketenzorg en Isala Klinieken) en Ronald Luijk (Zorgverzekeraars Nederland) onderzochten samen met de deelnemers hoe deze informatie kan worden ingezet voor het eigen kwaliteitsbeleid. Hoe kunnen ook eerstelijns zorgverleners bruikbare informatie destilleren? Aan de hand van de gegevens van één zorggroepen werd uitgebreid ingegaan op de toepasbaarheid van de praktijkvariatiestudie Diabetes van Zorgverzekeraars Nederland (ZN). Welke informatie vind je waar? Twee uitspraken:

  • ‘Een patiënt met diabetes is geen diabeet’, stelt Henk Bilo. Want de kosten voor een diabetespatiënt zijn voor maar een klein deel toe te wijzen aan diabetes.
  • ‘Substitutiepotentieel is niet maar zo te verzilveren’, stelt Ronald Luijk (en toen de aanwezigen zich afvroegen of de zorgverzekeraars dat ook begrijpen: ‘Dan kunnen ze ons bellen’).

deelsessie-3

Boy Zwartjes (Caransscoop), Frank Benne (Caransscoop) en Stefan Ottenheijm (Nictiz) verkenden samen met deelnemers hoe de meest relevante e-health-trends aansluiten bij de huidige praktijkvoering en organisatie in de zorg. Aan bod kwam wat er nu technisch al mogelijk is op het gebied van e-health en hoe dat kan worden gebruikt. Denk aan online zorgconsulten, online beoordelingen, zelfmetingen, populatiemanagement in de wijk en het persoonlijk gezondheidsdossier: voorbeelden uit Trendboek eHealth in de eerste lijn (‘Spelen met de zorg van morgen’).

In de discussie kwamen de nieuwe waarden van gezondheid terug die Machteld Huber eerder introduceerde. Bijvoorbeeld: hoe kun je de nieuwe waarden verwerken in e-health? Apps en sneltests gaan tot nu toe vooral over fysieke gezondheid terwijl we juist op een andere manier willen kijken. En ook: wat is voor patiënten het nut van toegang tot hun eigen gegevens. Een belangrijke vaststelling was dat het bij e-health niet zozeer gaat over informatie en communicatie, maar over een heel andere werkwijze in de zorg.


deelsessie-4

Doortje Boshuizen (Vilans) en Gijsje Duyzer (Medisch Centrum Herenstaete in Voorhout) lieten aan de hand van het concrete voorbeeld van Medisch Centrum Herenstaete zien hoe e-health in de praktijk kan worden geïmplementeerd. Wat kun je ervan verwachten? Hoe pak je het aan? Hoe integreer je e-health in het bestaande zorgproces en de praktijkvoering? Hoe betrek je de patiënten?

De deelnemers kregen onder andere deze tips:

  • Ken je klant. Om e-health te laten slagen, is het belangrijk eerst te bepalen waar je klanten vraag naar hebben.
  • Blijf je patiënten informeren op verschillende manieren en via verschillende kanalen; één keer een folder of poster volstaat niet.
  • Als je besluit iets aan te bieden, ga er dan ook voor. Niet één keer per dag een uurtje open zijn voor het online inplannen van afspraken. Maar zet gewoon standaard je hele agenda open. Wees niet bang dat het te storm loopt, dat gebeurt heus niet.
  • Het is niet alleen maar positief, het is goed je te realiseren dat je onverwachte en lastige zaken tegenkomt.

deelsessie-5

ICT-ondersteuning is voor de eerste lijn cruciaal. Voor eerstelijnsorganisaties is het echter niet eenvoudig om tot een samenhangend en volwassen ICT-beleid te komen. Hoe krijg je grip op dit veelkoppige monster? Bart van Pinxteren (Spindok, docent bij Changing Healthcare en huisarts bij Gezondheidscentrum Oog in Al in Utrecht) presenteerde de ICT-ladder die kan helpen meer houvast op ICT te krijgen. Doel: ICT wordt een middel om inhoudelijke doelstellingen te bereiken. Een getrapt model brengt structuur en samenhang in de ontwikkeling naar een volwassen ICT-omgeving. De deelnemers beleefden de sessie als een wake-up call om aan de slag te gaan. De ICT ladder blijkt een nuttige opstap naar een meer samenhangend ICT-beleid in eerstelijnszorgorganisaties.


deelsessie-6

Jan de Wit (ZONH), Bas Kremer (Berenschot), Jasper Hofenk (Berenschot) en Matine van Schie (ZorgImpuls) presenteerden twee regionale e-health projecten. 1. ZONH ontwikkelde de Rode vlaggen app waarmee thuiszorgmedewerkers medicatieproblemen bij ouderen kunnen signaleren en delen met de apotheker of de huisarts.

2. ZorgImpuls werkt samen met Berenschot aan een snelle en efficiënte opschaling van bestaande e-health zorginitiatieven in de regio Rotterdam. Doel: minimaal 10.000 gebruikers van e-health applicaties enthousiast maken en enthousiast houden.

De discussie leverde de nodige conclusies en suggesties op:

  • Regionale implementatie is belangrijk om van elkaar te leren, om te weten welk aanbod er is, en ook om ervaringen op te schalen. Zo ontdek je kansen: dat wat er nog niet is en waar wel vraag naar is.
  • ROS’en zijn goede partijen om de projecten in de regio te verkennen en samenwerking te bevorderen
  • Ga proactief te werk in plaats van reactief. Daarmee krijg je iedereen beter enthousiast.
  • Kies om te beginnen een goede doelgroep voor een grote slagingskans.

deelsessie-7

Gert-Jo van Doornik (HAP Apeldoorn) en Steven Stolp (Onze Huisartsen) presenteerden concrete innovatieve oplossingen als online afspraken maken, zelftriage & zelfmanagement, e-samenwerken in de regio, beeldschermzorg.

In de discussie kwam onder meer de vraag aan de orde wat je kan vragen aan een patiënt die wacht op behandeling. Denk aan het invullen van een vragenlijst om het ziektebeeld te verduidelijken en daarmee zichzelf ook voor te bereiden op het aanstaande consult. Een advies voor de implementatie van e-Health luidde  om te starten met een kleine groep van welwillenden en niet te wachten op algehele consensus. Door klein te beginnen hou je zelf de regie en kunnen de pioniers het pad banen.


deelsessie-8

Hoeveel zicht heb je op je patiëntenbestand? In de praktijk blijkt dat vaak tegen te vallen. Jantien Heideman (Coöperatie Basiszorg in de Buurt) en Frank Benne (Caransscoop) begonnen met de stelling: ‘HIS data zijn essentieel voor het leveren van kwalitatief goede patiëntenzorg’. Vervolgens werd ingezoomd op de ontwikkeling van de ROS-praktijkscan. Deze geeft inzicht in zowel het huidige als het gewenste aanbod van zorg in een praktijk. Aan de hand van data uit een pilot van drie gezondheidscentra in de regio Almere werd getoond welke informatie een praktijk terugkrijgt na de scan. Belangrijk: een analyse van data zonder vervolgacties te bepalen is niet nuttig. Het rapport belandt in de la.


deelsessie-9

Aan het werken met ICT kleven risico’s. Ook de beveiliging van systemen moet waterdicht zijn. Daniel Goncalves (coördinator informatiebeveiliging SMASH), Willem Regout (SMASH) en Marcia Bos (CIHN) gingen in op de stappen die moeten worden gezet voor een succesvolle implementatie van de informatiebeveiligingsnorm NEN 7510. In het begin vraagt het zeker moeite om je deze norm eigen te maken, maar deze moeite loont. Het uitvoeren van interne audits in dit proces heeft een gunstig effect voor de organisatie doordat iedereen de organisatie beter leert kennen en ook kennis uit de haarvaten van de organisatie leert te plaatsen.


deelsessie-10

Patiëntgericht zorg is het buzz-woord in de eerste lijn. De zorggroep PreventZorg heeft de doelstelling patiëntgerichte zorg in het beleid voor de komende jaren opgenomen en werkt nu aan de realisering. Huisartsen Willem van Stempvoort en Miriam de Kleijn (beiden PreventZorg) introduceerden het onderwerp aan de hand van een pakkend filmpje over een diabetespatiënt. De sessiedeelnemers benoemden in vier groepen argumenten vóór (toejuichers) en tégen (afschieters) experimenten met persoonsgericht werken. Sommigen vonden dat de implementatie van persoonsgerichte zorg vooral gebaat is bij planmatige benadering vanuit de organisatie. Anderen gaven de voorkeur aan een vernieuwing die ontstaat vanuit voorlopers. Maar voor beide benaderingen geldt: ‘beginnen met experimenteren en vervolgens bijsturen’.


deelsessie-11

Gegevensuitwisseling in de keten is niet vrijblijvend. Eind 2016 kunnen de eerste ketenprogramma’s via het LSP uitwisselen. OZIS wordt op enig moment vervangen. Harrie Geboers (VZVZ) en Miranda Leurink (VZVZ) wilden horen wat zorggroepen belangrijk vinden in die uitwisseling via het LSP. Het delen van meningen en ervaringen stond centraal in deze workshop. VZVZ werkt aan een autorisatieschema waarbij rollen en functies in een matrix worden gezet en autorisatie op maat kan worden georganiseerd.


Tweedaagse 2015 - Informatiebeleid

15 september 2015

De afgelopen tien jaar zijn veel aspecten van het dagelijkse leven veranderd onder invloed van internet, smartphones, apps, tablets en de cloud. We vinden deze veranderingen vanzelfsprekend. Maar hoe zit het met de eerstelijns-zorg en de daarmee verbonden processen? Maken we wel ten volle gebruik van de nieuwe mogelijkheden? En hoe verhoudt de steeds groeiende vraag naar transparantie zich tot onze mogelijkheden? Feit is dat er op het terrein van de informatie-uitwisseling, -bewerking en- analyse het afgelopen decen-nium veel nieuwe ontwikkelingen zijn geweest. Die lijn zet zich alleen maar sterker voort. Tot nu blijken de beloften die mee kwamen toch maar mond-jesmaat echt in de spreekkamers door te dringen en verlichten ze het werk voor de professional nauwelijks. Dit thema gaan we tijdens de Tweedaagse op verschillende manieren met elkaar aan. Goede interne managementinformatie en gegevensuitwisseling kunnen de professional én patiënt immers wel degelijk van dienst zijn.

De Tweedaagse staat op woensdag 16 en donderdag 17 september op de agenda. Het centrale thema is Informatiebeleid, een veelkoppig en bijna on-grijpbaar monster. De programmamanagers van InEen zijn te rade gegaan bij de BAC Informatiebeleid, het InEen Bestuur en verschillende leden van InEen. Informatiebeleid bleek actueel en relevant voor onze leden en er kwam een veelheid aan inhoudelijke onderwerpen naar voren die bij onze leden spelen.

Algemene Ledenvergadering
Net als vorig jaar wordt de september Algemene Ledenvergadering (ALV) van InEen gecombineerd met de Tweedaagse. De ALV vindt plaats op 16 september voorafgaand aan de Tweedaagse op dezelfde locatie, de Cantharel,  Van der Valk Hotel, Apeldoorn. Wij heten u van harte welkom. Voor de Ledenvergadering geldt een apart aanmeldformulier. De agenda en stukken van de vergadering ontvangt u zoals gebruikelijk twee weken van tevoren. In ieder geval staat het contributiemodel op de agenda en ook zullen we u bijpraten over de voortgang rondom de werkgroepen uit de Het Roer Moet Om beweging.

Nieuwsberichten

Aanmelding is gesloten.

[...]

De afgelopen tien jaar zijn veel aspecten van het dagelijkse leven veranderd onder invloed van internet, smartphones, apps, tablets en de cloud. We vinden deze veranderingen vanzelfsprekend. Maar hoe zit het met de eerstelijns-zorg en de daarmee verbonden processen? Maken we wel ten volle gebruik van de nieuwe mogelijkheden? En hoe verhoudt de steeds groeiende vraag naar transparantie zich tot onze mogelijkheden? Feit is dat er op het terrein van de informatie-uitwisseling, -bewerking en- analyse het afgelopen decen-nium veel nieuwe ontwikkelingen zijn geweest. Die lijn zet zich alleen maar sterker voort. Tot nu blijken de beloften die mee kwamen toch maar mond-jesmaat echt in de spreekkamers door te dringen en verlichten ze het werk voor de professional nauwelijks. Dit thema gaan we tijdens de Tweedaagse op verschillende manieren met elkaar aan. Goede interne managementinformatie en gegevensuitwisseling kunnen de professional én patiënt immers wel degelijk van dienst zijn.

De Tweedaagse staat op woensdag 16 en donderdag 17 september op de agenda. Het centrale thema is Informatiebeleid, een veelkoppig en bijna on-grijpbaar monster. De programmamanagers van InEen zijn te rade gegaan bij de BAC Informatiebeleid, het InEen Bestuur en verschillende leden van InEen. Informatiebeleid bleek actueel en relevant voor onze leden en er kwam een veelheid aan inhoudelijke onderwerpen naar voren die bij onze leden spelen.

Algemene Ledenvergadering
Net als vorig jaar wordt de september Algemene Ledenvergadering (ALV) van InEen gecombineerd met de Tweedaagse. De ALV vindt plaats op 16 september voorafgaand aan de Tweedaagse op dezelfde locatie, de Cantharel,  Van der Valk Hotel, Apeldoorn. Wij heten u van harte welkom. Voor de Ledenvergadering geldt een apart aanmeldformulier. De agenda en stukken van de vergadering ontvangt u zoals gebruikelijk twee weken van tevoren. In ieder geval staat het contributiemodel op de agenda en ook zullen we u bijpraten over de voortgang rondom de werkgroepen uit de Het Roer Moet Om beweging.

Nieuwsberichten

Aanmelding is gesloten.

Informatiebeveiliging: Leren van de ervaringen van anderen

11 september 2015

Zorginstellingen zijn grootverwerkers van privacygevoelige gegevens en liggen daarom onder de loep. Een recent onderzoek van adviesbureau BDO laat zien dat een aanzienlijk deel van de zorginstellingen zelf vindt dat hun eigen informatiebeveiligingsbeleid onvoldoende op orde is. Ook blijkt een meerderheid niet op de hoogte te zijn van aanstaande wijzigingen in wet- en regelgeving op dit gebied. Naast regelgeving vormen onvoorziene voorvallen als bijvoorbeeld de huidige calamiteiten bij het VUmc een uitdaging voor informatiebeveiliging: hoe continuïteit bij calamiteiten te waarborgen? Tijdens de Tweedaagse houden we een workshop over het thema informatiebeveiliging. Marcia Bos (CIHN), Willem Regout (SMASH) en/of Daniel Goncalves (SMASH) bieden jullie de gelegenheid om  te leren van hun ervaringen met het implementatietraject van NEN 7510.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Zorginstellingen zijn grootverwerkers van privacygevoelige gegevens en liggen daarom onder de loep. Een recent onderzoek van adviesbureau BDO laat zien dat een aanzienlijk deel van de zorginstellingen zelf vindt dat hun eigen informatiebeveiligingsbeleid onvoldoende op orde is. Ook blijkt een meerderheid niet op de hoogte te zijn van aanstaande wijzigingen in wet- en regelgeving op dit gebied. Naast regelgeving vormen onvoorziene voorvallen als bijvoorbeeld de huidige calamiteiten bij het VUmc een uitdaging voor informatiebeveiliging: hoe continuïteit bij calamiteiten te waarborgen? Tijdens de Tweedaagse houden we een workshop over het thema informatiebeveiliging. Marcia Bos (CIHN), Willem Regout (SMASH) en/of Daniel Goncalves (SMASH) bieden jullie de gelegenheid om  te leren van hun ervaringen met het implementatietraject van NEN 7510.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Benchmark Huisartsenposten 2014

05 september 2015

Het Benchmarkbulletin Huisartsenposten 2014 is gereed. De belangrijkste cijfers uit de benchmark 2014 zijn daarin samengevat en het geheel geeft een beeld van de ontwikkelingen van de acute huisartsenzorg tijdens ANW-uren. De lijn van 2013 heeft zich voortgezet. Uit de cijfers blijkt opnieuw dat het gebruik van de ANW-zorg bij huisartsenposten licht is afgenomen, dat de ernst van de zorgvraag is toegenomen (hogere urgenties) en dat de face-to-facecontacten ook zijn toegenomen. Tegelijkertijd is de substitutie van ziekenhuiszorg naar huisartsenzorg verder toegenomen. We danken alle huisartsenposten voor het aanleveren van hun benchmarkgegevens.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht. 

[...]

Het Benchmarkbulletin Huisartsenposten 2014 is gereed. De belangrijkste cijfers uit de benchmark 2014 zijn daarin samengevat en het geheel geeft een beeld van de ontwikkelingen van de acute huisartsenzorg tijdens ANW-uren. De lijn van 2013 heeft zich voortgezet. Uit de cijfers blijkt opnieuw dat het gebruik van de ANW-zorg bij huisartsenposten licht is afgenomen, dat de ernst van de zorgvraag is toegenomen (hogere urgenties) en dat de face-to-facecontacten ook zijn toegenomen. Tegelijkertijd is de substitutie van ziekenhuiszorg naar huisartsenzorg verder toegenomen. We danken alle huisartsenposten voor het aanleveren van hun benchmarkgegevens.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht. 

Ronde tafel VZVZ-InEen

05 september 2015

Sinds dit jaar maken vrijwel alle huisartsenposten voor hun gegevensuitwisseling gebruik van het Landelijke Schakelpunt (LSP). Tijd om een eerste balans op te maken. Op uitnodiging van VZVZ en InEen wisselden een aantal bestuurders van huisartsenposten en huisartsen afgelopen week hun ervaringen uit. Onder leiding van Adriaan Mol kwamen uiteenlopende vraagstukken aan bod, onder andere verschillen in werkwijzen op de huisartsenposten, de ervaringen met de verschillende call-managementsystemen en de terugrapportage naar het HIS. Een lastige vraag is hoe je de balans kan vinden tussen medisch-inhoudelijke overwegingen, werkbaarheid en de eisen rond beveiliging. Duidelijk werd dat een helder medisch-inhoudelijke beleid van de huisartsenpost leidend moet zijn voor de inrichting van de processen rond het gebruik van de gegevensuitwisseling. Er is dan vaak meer mogelijk dan gedacht. De deelnemers vonden het nuttig om op deze manier kennis en ervaring te delen. Voor VZVZ was het een nuttige bijeenkomst om beter te kunnen begrijpen tegen welke problemen de huisartsenposten in de praktijk aanlopen.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht. 

[...]

Sinds dit jaar maken vrijwel alle huisartsenposten voor hun gegevensuitwisseling gebruik van het Landelijke Schakelpunt (LSP). Tijd om een eerste balans op te maken. Op uitnodiging van VZVZ en InEen wisselden een aantal bestuurders van huisartsenposten en huisartsen afgelopen week hun ervaringen uit. Onder leiding van Adriaan Mol kwamen uiteenlopende vraagstukken aan bod, onder andere verschillen in werkwijzen op de huisartsenposten, de ervaringen met de verschillende call-managementsystemen en de terugrapportage naar het HIS. Een lastige vraag is hoe je de balans kan vinden tussen medisch-inhoudelijke overwegingen, werkbaarheid en de eisen rond beveiliging. Duidelijk werd dat een helder medisch-inhoudelijke beleid van de huisartsenpost leidend moet zijn voor de inrichting van de processen rond het gebruik van de gegevensuitwisseling. Er is dan vaak meer mogelijk dan gedacht. De deelnemers vonden het nuttig om op deze manier kennis en ervaring te delen. Voor VZVZ was het een nuttige bijeenkomst om beter te kunnen begrijpen tegen welke problemen de huisartsenposten in de praktijk aanlopen.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht. 

Programma Tweedaagse is rond!

04 september 2015

Het programma voor de Tweedaagse is helemaal rond en het programmaboekje is af. Deze week hebben we al onze leden het linkje toegestuurd. Op de Tweedaagse (16 en 17 september) krijgen jullie het boekje op papier. De digitale versie kun je gebruiken om je in het programma te verdiepen en alvast te bekijken welke deelsessies je zou willen volgen. Elke sessie staat uitgebreid beschreven. Veel plezier daarmee! Vooraf opgeven voor de sessies hoeft niet, dat regelen we op de dag zelf.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Het programma voor de Tweedaagse is helemaal rond en het programmaboekje is af. Deze week hebben we al onze leden het linkje toegestuurd. Op de Tweedaagse (16 en 17 september) krijgen jullie het boekje op papier. De digitale versie kun je gebruiken om je in het programma te verdiepen en alvast te bekijken welke deelsessies je zou willen volgen. Elke sessie staat uitgebreid beschreven. Veel plezier daarmee! Vooraf opgeven voor de sessies hoeft niet, dat regelen we op de dag zelf.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Praat mee op de Tweedaagse 

28 augustus 2015

De discussie over de vele aspecten van Informatiebeleid – het Tweedaagse-thema van dit jaar – is bijna dagelijks in de media te volgen. Op Skipr deze week een column van Wouter van der Kam (bestuursvoorzitter Zaans Medisch Centrum). Hij citeert met instemming het pleidooi van InEen-voorzitter Martin Bontje voor aanpassing van de regels rond informatie-uitwisseling. De huidige regels zitten efficiënte ketenzorg in de weg, aldus Bontje. Van der Kam is het hiermee eens. Het stelt vast dat de regelgeving ook zorgt voor onnodige barrières tussen eerste, tweede en derde lijn. Hij pleit daarom voor het nationaliseren van de zorg-ICT. Kortom: kom naar de Tweedaagse en praat mee!

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

De discussie over de vele aspecten van Informatiebeleid – het Tweedaagse-thema van dit jaar – is bijna dagelijks in de media te volgen. Op Skipr deze week een column van Wouter van der Kam (bestuursvoorzitter Zaans Medisch Centrum). Hij citeert met instemming het pleidooi van InEen-voorzitter Martin Bontje voor aanpassing van de regels rond informatie-uitwisseling. De huidige regels zitten efficiënte ketenzorg in de weg, aldus Bontje. Van der Kam is het hiermee eens. Het stelt vast dat de regelgeving ook zorgt voor onnodige barrières tussen eerste, tweede en derde lijn. Hij pleit daarom voor het nationaliseren van de zorg-ICT. Kortom: kom naar de Tweedaagse en praat mee!

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Deelname Tweedaagse geaccrediteerd

21 augustus 2015

Er is goed nieuws voor huisartsen die op 16 en 17 september onze Tweedaagse bijwonen. Deelname aan beide dagen is deze week geaccrediteerd met 7 punten: drie voor dag 1 en vier voor dag 2. ‘Een relevant en interessant programma’ oordeelde het Accreditatie Bureau. Kortom: een extra stimulans om je in te schrijven en samen met collega’s, bestuurders en anderen het informatiebeleid bij de horens te vatten: voor veel van ons nog een veelkoppig monster, maar wel belangrijk en actueel. Meer informatie en inschrijven

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Er is goed nieuws voor huisartsen die op 16 en 17 september onze Tweedaagse bijwonen. Deelname aan beide dagen is deze week geaccrediteerd met 7 punten: drie voor dag 1 en vier voor dag 2. ‘Een relevant en interessant programma’ oordeelde het Accreditatie Bureau. Kortom: een extra stimulans om je in te schrijven en samen met collega’s, bestuurders en anderen het informatiebeleid bij de horens te vatten: voor veel van ons nog een veelkoppig monster, maar wel belangrijk en actueel. Meer informatie en inschrijven

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

“Wees niet zenuwachtig voor een audit, maar doe het op je eigen tempo”

30 juli 2015

twee mannen in overlegStichting Mobiele Artsen Service Haaglanden (SMASH) wil zichzelf scherp en wakker houden. Naast de HKZ certificering die gaat over de inhoudelijke kant van zorgverlening, behaalde SMASH de NEN 7510-certificering voor informatiebeveiliging. Een interview met directeur Willem Regout over zijn aanpak en zijn wensen voor de tweedaagse.

De drie pijlers van informatieveiligheid
Veilige en verantwoorde zorg bieden bij elke zorgvraag, dat is het hogere doel van SMASH. Een certificering is hierbij geen doel op zichzelf, maar wel een middel om scherp te blijven. Al enige tijd is SMASH gecertificeerd voor HKZ en NEN 7510. De laatste betreft de standaard voor informatiebeveiliging in de zorg. De norm leunt op drie pijlers en gaat niet alleen over de technische kant. Om te voldoen aan de eisen voor 1. vertrouwelijkheid, 2. integriteit en 3. beschikbaarheid moet de hele organisatie zich hieraan committeren. Van de technische ICT-inrichting tot het A4’tje dat niet bij de printer mag blijven liggen.

Op je eigen tempo kwaliteit verbeteren
Regout geeft toe dat SMASH in het begin zoekend was naar een manier hoe om te gaan met een audit. “Het wordt nu steeds makkelijker en wij weten nu precies wat wij kunnen verwachten.” Voor andere zorginstellingen heeft Regout een aantal tips: “Zorg dat je eerst draagvlak creëert binnen de organisatie en bereid iedereen goed voor op een audit. Je kunt er ook voor kiezen om niet meteen voor alle onderwerpen tegelijk te gaan. Door eerst een aantal thema’s te definiëren, is het beter behapbaar. Zodra je het ene op de rit hebt, kun je daarna het pakket verbreden.”

Tweedaagse: het glas is halfvol, maar we schenken graag de tweede helft erbij
Regout onderkent dat ontwikkelingen op ICT-gebied, met name op het gebied van dossier raadpleging via het LSP, uitermate traag verlopen vanwege de complexiteit. Wel ziet hij het positief in: “Het glas is zeker half vol, maar laten we de andere helft ook volschenken en optimaal gebruik maken van de mogelijkheden.” SMASH is graag vertegenwoordigd op de tweedaagse om het proces op gang te krijgen en het gebruik van digitale hulpmiddelen te stimuleren. Het uitwisselen van succeservaringen met collega’s hoort hierbij. Tenslotte onderkent hij net als velen in het werkveld, dat het Opt-in systeem een vertekend beeld geeft van het aantal mensen dat werkelijk geen toestemming wil geven voor gegevensuitwisseling. Regout is niet de enige die hiermee worstelt. ‘Hoe kunnen we meer patiënten op een goede, praktische manier toestemming laten geven?’ is de meest gestelde vraag tijdens deze interviewserie en verdient een plek op het programma.

 

 


Lees ook de andere artikelen uit de nieuwsbriefspecial Tweedaagse.

[...]

twee mannen in overlegStichting Mobiele Artsen Service Haaglanden (SMASH) wil zichzelf scherp en wakker houden. Naast de HKZ certificering die gaat over de inhoudelijke kant van zorgverlening, behaalde SMASH de NEN 7510-certificering voor informatiebeveiliging. Een interview met directeur Willem Regout over zijn aanpak en zijn wensen voor de tweedaagse.

De drie pijlers van informatieveiligheid
Veilige en verantwoorde zorg bieden bij elke zorgvraag, dat is het hogere doel van SMASH. Een certificering is hierbij geen doel op zichzelf, maar wel een middel om scherp te blijven. Al enige tijd is SMASH gecertificeerd voor HKZ en NEN 7510. De laatste betreft de standaard voor informatiebeveiliging in de zorg. De norm leunt op drie pijlers en gaat niet alleen over de technische kant. Om te voldoen aan de eisen voor 1. vertrouwelijkheid, 2. integriteit en 3. beschikbaarheid moet de hele organisatie zich hieraan committeren. Van de technische ICT-inrichting tot het A4’tje dat niet bij de printer mag blijven liggen.

Op je eigen tempo kwaliteit verbeteren
Regout geeft toe dat SMASH in het begin zoekend was naar een manier hoe om te gaan met een audit. “Het wordt nu steeds makkelijker en wij weten nu precies wat wij kunnen verwachten.” Voor andere zorginstellingen heeft Regout een aantal tips: “Zorg dat je eerst draagvlak creëert binnen de organisatie en bereid iedereen goed voor op een audit. Je kunt er ook voor kiezen om niet meteen voor alle onderwerpen tegelijk te gaan. Door eerst een aantal thema’s te definiëren, is het beter behapbaar. Zodra je het ene op de rit hebt, kun je daarna het pakket verbreden.”

Tweedaagse: het glas is halfvol, maar we schenken graag de tweede helft erbij
Regout onderkent dat ontwikkelingen op ICT-gebied, met name op het gebied van dossier raadpleging via het LSP, uitermate traag verlopen vanwege de complexiteit. Wel ziet hij het positief in: “Het glas is zeker half vol, maar laten we de andere helft ook volschenken en optimaal gebruik maken van de mogelijkheden.” SMASH is graag vertegenwoordigd op de tweedaagse om het proces op gang te krijgen en het gebruik van digitale hulpmiddelen te stimuleren. Het uitwisselen van succeservaringen met collega’s hoort hierbij. Tenslotte onderkent hij net als velen in het werkveld, dat het Opt-in systeem een vertekend beeld geeft van het aantal mensen dat werkelijk geen toestemming wil geven voor gegevensuitwisseling. Regout is niet de enige die hiermee worstelt. ‘Hoe kunnen we meer patiënten op een goede, praktische manier toestemming laten geven?’ is de meest gestelde vraag tijdens deze interviewserie en verdient een plek op het programma.

 

 


Lees ook de andere artikelen uit de nieuwsbriefspecial Tweedaagse.

“Informatiebeleid is veel meer dan gegevens uit een systeem halen”

30 juli 2015

vandenhoevenDe Stichting Georganiseerde eerstlijnszorg Zoetermeer (SGZ) is vooruitstrevend in informatiebeleid. Niet alleen houdt de SGZ zich bezig met de uitwisseling van gegevens, ook worden data breed ingezet om zorg en bedrijfsvoering te verbeteren. Hoe ziet directeur Harry van den Hoeven de toekomst van ICT in de zorg en wat zou hij graag tijdens de tweedaagse van InEen aan de kaak willen stellen?

Waarom SGZ vaak als koploper wordt genoemd? Volgens Van den Hoeven heeft Zoetermeerse stichting ‘de meest geïntegreerde zorg binnen één rechtspersoon’. De SGZ ondersteunt onder meer 13 gezondheidscentra met in totaal 52 huisartsenpraktijken en 11 apotheken en de huisartsenpost in de regio Zoetermeer. Samenwerking tussen de disciplines en efficiënte zorg is waar de stichting zich hard voor maakt. Uitwisseling van informatie is hierbij onontbeerlijk. Bij SGZ staat informatiebeleid hoog op de agenda.

De 5 informatiespeerpunten van SGZ
Allereerst investeert de SGZ in laagdrempelige communicatie tussen patiënt en huisarts, in het bijzonder via het patiëntenportaal MijnGezondheid.net (MGn). Ten tweede streeft de SGZ ernaar om de elektronische communicatie tussen alle zorg- en hulpverleners te optimaliseren. De SGZ zet ook in op elektronische beslisondersteuning (3) en informatiebeveiligingsbeleid (4). Waar SGZ uniek in is, is de ondersteuning van hulpverleners door managementinformatie: SGZ gebruikt de geëxtraheerde gegevens van bijvoorbeeld de huisartsendossiers om feedback aan huisartsen te organiseren over bijvoorbeeld hun verwijsgedrag, en om beslissingen op managementniveau te schragen. Van den Hoeven: “Wij gebruiken de data voor zowel bedrijfsmatige als zorginhoudelijke doelen. Een recent voorbeeld is dat SGZ het effect van de gewijzigde financieringsvormen voor huisartsen heeft geanalyseerd, om te kijken wat het met de omzet van de praktijken doet. Er is veel mogelijk, en informatiebeleid is veel meer dan gegevens uit een systeem halen.”

Tweedaagse: einde aan de lappendeken
Ondanks de vele mogelijkheden die Van den Hoeven ziet, onderkent hij dat de huidige ICT te wensen overlaat: “De lappendeken van verschillende systemen en wet- en regelgeving maakt de communicatie met patiënten complex.” Op de tweedaagse van InEen zou hij het nuttig vinden om vragen van InEen leden te bundelen en een duidelijke richting te communiceren, zodat leveranciers kunnen investeren op wat in de toekomst nodig is.

 

 


Lees ook de andere artikelen uit de nieuwsbriefspecial Tweedaagse.

[...]

vandenhoevenDe Stichting Georganiseerde eerstlijnszorg Zoetermeer (SGZ) is vooruitstrevend in informatiebeleid. Niet alleen houdt de SGZ zich bezig met de uitwisseling van gegevens, ook worden data breed ingezet om zorg en bedrijfsvoering te verbeteren. Hoe ziet directeur Harry van den Hoeven de toekomst van ICT in de zorg en wat zou hij graag tijdens de tweedaagse van InEen aan de kaak willen stellen?

Waarom SGZ vaak als koploper wordt genoemd? Volgens Van den Hoeven heeft Zoetermeerse stichting ‘de meest geïntegreerde zorg binnen één rechtspersoon’. De SGZ ondersteunt onder meer 13 gezondheidscentra met in totaal 52 huisartsenpraktijken en 11 apotheken en de huisartsenpost in de regio Zoetermeer. Samenwerking tussen de disciplines en efficiënte zorg is waar de stichting zich hard voor maakt. Uitwisseling van informatie is hierbij onontbeerlijk. Bij SGZ staat informatiebeleid hoog op de agenda.

De 5 informatiespeerpunten van SGZ
Allereerst investeert de SGZ in laagdrempelige communicatie tussen patiënt en huisarts, in het bijzonder via het patiëntenportaal MijnGezondheid.net (MGn). Ten tweede streeft de SGZ ernaar om de elektronische communicatie tussen alle zorg- en hulpverleners te optimaliseren. De SGZ zet ook in op elektronische beslisondersteuning (3) en informatiebeveiligingsbeleid (4). Waar SGZ uniek in is, is de ondersteuning van hulpverleners door managementinformatie: SGZ gebruikt de geëxtraheerde gegevens van bijvoorbeeld de huisartsendossiers om feedback aan huisartsen te organiseren over bijvoorbeeld hun verwijsgedrag, en om beslissingen op managementniveau te schragen. Van den Hoeven: “Wij gebruiken de data voor zowel bedrijfsmatige als zorginhoudelijke doelen. Een recent voorbeeld is dat SGZ het effect van de gewijzigde financieringsvormen voor huisartsen heeft geanalyseerd, om te kijken wat het met de omzet van de praktijken doet. Er is veel mogelijk, en informatiebeleid is veel meer dan gegevens uit een systeem halen.”

Tweedaagse: einde aan de lappendeken
Ondanks de vele mogelijkheden die Van den Hoeven ziet, onderkent hij dat de huidige ICT te wensen overlaat: “De lappendeken van verschillende systemen en wet- en regelgeving maakt de communicatie met patiënten complex.” Op de tweedaagse van InEen zou hij het nuttig vinden om vragen van InEen leden te bundelen en een duidelijke richting te communiceren, zodat leveranciers kunnen investeren op wat in de toekomst nodig is.

 

 


Lees ook de andere artikelen uit de nieuwsbriefspecial Tweedaagse.

“Moet de veiligheid van de patiënt niet prevaleren boven de privacy?”

30 juli 2015

bosMarcia Bos is adjunct-directeur van de CIHN (Coöperatie Integrale Huisartsenzorg Nijmegen) en  verantwoordelijk voor de Huisartsenposten Nijmegen en Boxmeer en voor ICT. Vanuit die rol is zij betrokken bij de implementatie van het LSP, het Landelijk Schakelpunt, dat verschillende informatiesystemen aan elkaar verbindt. In de aanloop naar de tweedaagse over Informatiebeleid van InEen vertelt Bos over de voordelen van het LSP en huidige knelpunten.

De Huisartsenposten Nijmegen en Boxmeer is een van de koplopers op het gebied van gegevensuitwisseling. In 2005 werkten de huisartsenposten al met het toenmalige EPD. Volgens Bos is gegevensuitwisseling essentieel voor de kwaliteit van zorg. Nu het LSP er is, is er voldaan aan een belangrijke randvoorwaarde. Namelijk dat het mogelijk is de benodigde informatie ook daadwerkelijk uit te wisselen. Dan komt het nog aan op doen. Zorgverleners en patiënten moeten hun gegevens willen delen. Daarom doet Bos er alles aan om een wijdverbreid gebruik te stimuleren. Een task force is in het leven geroepen waarbij de CIHN in samenwerking met de Huisartsenkring en apothekersvereniging uit de regio de gegevensuitwisseling stimuleert bij patiënten en zorgverleners met koudwatervrees. Met name de kwetsbare patiënt staat hierbij hoog op de agenda, omdat voor hen de uitwisseling van medische en medicatie-informatie het meest relevant is.

Daling aantal dossiers
Voordat het LSP er was, was OZIS de schakel. Zeker 80 % van de dossiers was dankzij de OZIS-omgeving beschikbaar. Bij het uitzetten van OZIS en de nieuwe wetgeving die de Opt-in van patiënten behoefde, moesten de dossiers weer vanaf het 0-punt worden opgebouwd. Bos: “Wij hebben verschillende acties gedaan, zoals een mailing vanuit de huisartsen en apothekers en de ontwikkeling van folders en posters. Dankzij onze acties zitten we nu weer op 45%, maar het kost veel tijd en inspanning om mensen te bewegen actief toestemming te geven.”

Geen reden tot zorgen over veiligheid
Is het terecht dat de patiënt zich zorgen maakt over zijn privacy vanwege het LSP? Bos ziet geen aanleiding om de technische veiligheid van het LSP in twijfel te trekken. Niet iedereen krijgt en heeft zomaar toegang tot het LSP. Hiervoor is een UZI-pas op naam nodig waarvoor je moet voldoen aan diverse vereisten. Ook heeft de CIHN het systeem laten hacken (een niet geslaagde poging) voor een extra veiligheidscheck. Omdat de CIHN voldoet aan de NEN 7510-norm voor informatiebeveiliging , is niet alleen de technische kant van de veiligheid gewaarborgd, maar ook de gedragsmatige kant. Bos: ”Het LSP is afgeschermd voor gebruik door onbevoegden, maar daarnaast wordt het gebruik door bevoegden ook gemonitord. Zo kunnen we controleren of de inzage rechtmatig is.”

Tweedaagse: techniek is het middel, niet het doel?
Tijdens de tweedaagse wil Bos de focus terugleggen van een discussie over techniek en alles wat (nog) niet werkt, naar het doel, namelijk: hoe kunnen we informatie-uitwisseling inzetten om kwalitatieve zorg te leveren?’

 

 


Lees ook de andere artikelen uit de nieuwsbriefspecial Tweedaagse.

[...]

bosMarcia Bos is adjunct-directeur van de CIHN (Coöperatie Integrale Huisartsenzorg Nijmegen) en  verantwoordelijk voor de Huisartsenposten Nijmegen en Boxmeer en voor ICT. Vanuit die rol is zij betrokken bij de implementatie van het LSP, het Landelijk Schakelpunt, dat verschillende informatiesystemen aan elkaar verbindt. In de aanloop naar de tweedaagse over Informatiebeleid van InEen vertelt Bos over de voordelen van het LSP en huidige knelpunten.

De Huisartsenposten Nijmegen en Boxmeer is een van de koplopers op het gebied van gegevensuitwisseling. In 2005 werkten de huisartsenposten al met het toenmalige EPD. Volgens Bos is gegevensuitwisseling essentieel voor de kwaliteit van zorg. Nu het LSP er is, is er voldaan aan een belangrijke randvoorwaarde. Namelijk dat het mogelijk is de benodigde informatie ook daadwerkelijk uit te wisselen. Dan komt het nog aan op doen. Zorgverleners en patiënten moeten hun gegevens willen delen. Daarom doet Bos er alles aan om een wijdverbreid gebruik te stimuleren. Een task force is in het leven geroepen waarbij de CIHN in samenwerking met de Huisartsenkring en apothekersvereniging uit de regio de gegevensuitwisseling stimuleert bij patiënten en zorgverleners met koudwatervrees. Met name de kwetsbare patiënt staat hierbij hoog op de agenda, omdat voor hen de uitwisseling van medische en medicatie-informatie het meest relevant is.

Daling aantal dossiers
Voordat het LSP er was, was OZIS de schakel. Zeker 80 % van de dossiers was dankzij de OZIS-omgeving beschikbaar. Bij het uitzetten van OZIS en de nieuwe wetgeving die de Opt-in van patiënten behoefde, moesten de dossiers weer vanaf het 0-punt worden opgebouwd. Bos: “Wij hebben verschillende acties gedaan, zoals een mailing vanuit de huisartsen en apothekers en de ontwikkeling van folders en posters. Dankzij onze acties zitten we nu weer op 45%, maar het kost veel tijd en inspanning om mensen te bewegen actief toestemming te geven.”

Geen reden tot zorgen over veiligheid
Is het terecht dat de patiënt zich zorgen maakt over zijn privacy vanwege het LSP? Bos ziet geen aanleiding om de technische veiligheid van het LSP in twijfel te trekken. Niet iedereen krijgt en heeft zomaar toegang tot het LSP. Hiervoor is een UZI-pas op naam nodig waarvoor je moet voldoen aan diverse vereisten. Ook heeft de CIHN het systeem laten hacken (een niet geslaagde poging) voor een extra veiligheidscheck. Omdat de CIHN voldoet aan de NEN 7510-norm voor informatiebeveiliging , is niet alleen de technische kant van de veiligheid gewaarborgd, maar ook de gedragsmatige kant. Bos: ”Het LSP is afgeschermd voor gebruik door onbevoegden, maar daarnaast wordt het gebruik door bevoegden ook gemonitord. Zo kunnen we controleren of de inzage rechtmatig is.”

Tweedaagse: techniek is het middel, niet het doel?
Tijdens de tweedaagse wil Bos de focus terugleggen van een discussie over techniek en alles wat (nog) niet werkt, naar het doel, namelijk: hoe kunnen we informatie-uitwisseling inzetten om kwalitatieve zorg te leveren?’

 

 


Lees ook de andere artikelen uit de nieuwsbriefspecial Tweedaagse.

“Veel mogelijkheden van ICT blijven onbenut in de huisartsenpraktijk”

30 juli 2015

dijkstraRob Dijkstra is bestuursvoorzitter van de NHG. Hij is zeer enthousiast over nieuwe ontwikkelingen als Thuisarts.nl en zelfregistratie-apps, maar betreurt dat er niet meer mee gedaan wordt. Hij ziet dat er volop kansen liggen voor betere, completere zorg en meer betrokkenheid van de patiënt.

 

Kinderschoenen
Volgens Dijkstra staat eHealth eigenlijk nog maar in de kinderschoenen. “Technisch is veel mogelijk en er ligt al veel klaar. In de GGZ zijn succesvolle zelfhulpprogramma’s in gebruik. Zoiets zou ook in de eerste lijn door huisartsen moeten worden ingezet. De patiënt omarmt zelfzorg. De website Thuisarts.nl wordt jaarlijks 13 miljoen keer bezocht en is de meest bezochte medische website. ICT biedt volop kansen voor ketenzorg en zelfmanagement. Ik zou graag zien dat iedere patiënt een informatierecept met een zoekterm meekrijgt, zoals vroeger het recept voor medicatie.”

Data overtypen
Volgens Dijkstra krijgt de huisarts nu met veel verschillende apps te maken die niet aansluiten bij het HIS waardoor de huisarts soms handmatig de zelfregistratie van de patiënt aan het invoeren is. Volgens de NHG-voorzitter zou dat veel handiger kunnen, maar huisartsen weten nu niet welke gegevens betrouwbaar zijn. Zodra deze obstakels verdwijnen, blijft er meer tijd over om andere zaken te spreken zoals de behandelkeuzes van de patiënt. Volgens Dijkstra leeft er bij huisartsen behoefte aan een lijst met betrouwbare apps waarmee ze kunnen werken.

Gegevens als basis voor kwaliteitsverbetering
Dijkstra kan veel onbenutte voorbeelden noemen van eHealth. Het makkelijker digitaal of via een video verbinding in contact komen met patiënten die slecht ter been zijn bijvoorbeeld. Daarnaast kijkt hij nog iets breder naar de mogelijkheden van ICT. Door de gegevens gestructureerd te verzamelen kunnen huisartsen inzicht krijgen in hun eigen handelen. Deze informatie is goed te gebruiken in intervisiegroepen.

Tweedaagse: zelf bepalen welke techniek nodig is
Dijkstra is van mening dat ICT of dataverzameling nooit een doel an sich mag worden. Tijdens de tweedaagse voert hij graag het gesprek over de keuzes die samen moeten worden gemaakt. “ICT kan de zorg beter en completer maken, maar behandeling van de patiënt is het doel en ICT het middel en niet andersom. Dataverzameling dient voor intern gebruik in het kader van de kwaliteit en niet voor inkoop van zorg.”

 

 


Lees ook de andere artikelen uit de nieuwsbriefspecial Tweedaagse.

[...]

dijkstraRob Dijkstra is bestuursvoorzitter van de NHG. Hij is zeer enthousiast over nieuwe ontwikkelingen als Thuisarts.nl en zelfregistratie-apps, maar betreurt dat er niet meer mee gedaan wordt. Hij ziet dat er volop kansen liggen voor betere, completere zorg en meer betrokkenheid van de patiënt.

 

Kinderschoenen
Volgens Dijkstra staat eHealth eigenlijk nog maar in de kinderschoenen. “Technisch is veel mogelijk en er ligt al veel klaar. In de GGZ zijn succesvolle zelfhulpprogramma’s in gebruik. Zoiets zou ook in de eerste lijn door huisartsen moeten worden ingezet. De patiënt omarmt zelfzorg. De website Thuisarts.nl wordt jaarlijks 13 miljoen keer bezocht en is de meest bezochte medische website. ICT biedt volop kansen voor ketenzorg en zelfmanagement. Ik zou graag zien dat iedere patiënt een informatierecept met een zoekterm meekrijgt, zoals vroeger het recept voor medicatie.”

Data overtypen
Volgens Dijkstra krijgt de huisarts nu met veel verschillende apps te maken die niet aansluiten bij het HIS waardoor de huisarts soms handmatig de zelfregistratie van de patiënt aan het invoeren is. Volgens de NHG-voorzitter zou dat veel handiger kunnen, maar huisartsen weten nu niet welke gegevens betrouwbaar zijn. Zodra deze obstakels verdwijnen, blijft er meer tijd over om andere zaken te spreken zoals de behandelkeuzes van de patiënt. Volgens Dijkstra leeft er bij huisartsen behoefte aan een lijst met betrouwbare apps waarmee ze kunnen werken.

Gegevens als basis voor kwaliteitsverbetering
Dijkstra kan veel onbenutte voorbeelden noemen van eHealth. Het makkelijker digitaal of via een video verbinding in contact komen met patiënten die slecht ter been zijn bijvoorbeeld. Daarnaast kijkt hij nog iets breder naar de mogelijkheden van ICT. Door de gegevens gestructureerd te verzamelen kunnen huisartsen inzicht krijgen in hun eigen handelen. Deze informatie is goed te gebruiken in intervisiegroepen.

Tweedaagse: zelf bepalen welke techniek nodig is
Dijkstra is van mening dat ICT of dataverzameling nooit een doel an sich mag worden. Tijdens de tweedaagse voert hij graag het gesprek over de keuzes die samen moeten worden gemaakt. “ICT kan de zorg beter en completer maken, maar behandeling van de patiënt is het doel en ICT het middel en niet andersom. Dataverzameling dient voor intern gebruik in het kader van de kwaliteit en niet voor inkoop van zorg.”

 

 


Lees ook de andere artikelen uit de nieuwsbriefspecial Tweedaagse.

“Informatiebeleid is onmisbaar voor goede samenwerking”

30 juli 2015

bontjeMartin Bontje (voorzitter InEen) is gastheer van de Tweedaagse over Informatiebeleid. Tijdens deze dagen zal er ruimte zijn voor de uitwisseling van kennis en ervaringen. Elke organisatie blinkt uit in iets anders en staat op een ander punt in zijn ontwikkeling, maar de knelpunten vertonen veel overlap. Bontje geeft een vooruitblik.

 

Steeds opnieuw toestemming vragen
Om met een knelpunt te beginnen: Bontje vindt de huidige Opt-in een rare maatregel. De bureaucratie gaat nu zelfs zo ver dat een patiënt die eerder toestemming gaf voor een COPD-programma, opnieuw toestemming moet geven voor de ketenbehandeling voor hart- en vaatziekten. “Wanneer je van de Opt-in een Opt-out zou maken, schiet het percentage toestemmers omhoog. Natuurlijk zijn er tal van middelen om de patiënt in beweging te krijgen, maar dit is erg omslachtig.”

Wildgroei aan software
ICT in de zorg en e-health is sterk in opmars, er is een woud aan apps en toepassingen ontstaan. Voor de  huisarts is het bijna niet meer bij te houden. “Huisartsen begonnen vroeg met ICT, wat natuurlijk positief is. Het nadeel is dat de diverse software slecht op elkaar aansluit. Er zijn diverse kleine spelers. Een probleem hierbij is dat kleinschalige software-ontwikkelaars niet snel zullen investeren in verbeteringen. Tijdens de tweedaagse wil ik het besef kweken bij alle betrokkenen dat er uniformiteit moet komen, niet per se in merken, maar in elk geval in gebruiksmogelijkheden. De toepassingen moeten -als het ware -dezelfde stekker krijgen.”

Tweedaagse: samenhangend beleid maken
De leden van InEen hebben multidisciplinaire samenwerking hoog in het vaandel staan, maar het huidige informatiebeleid schiet hierin te kort. InEen streeft naar een maximaal beleid zodat samenwerking niet langer gedwarsboomd wordt. Op 16 en 17 september krijgen de volgende zaken de aandacht:

  • Blik op vooruit. Een plenaire lezing over de trend in een breed perspectief.  Wat zijn de verwachtingen op landelijk– en mondiaal niveau?
  • Techniek. Hoe kunnen we een geluid vormen waar ICT-ontwikkelaars op in kunnen spelen?
  • Draagvlak creëren. Samen toewerken naar een samenhangend beleid om de kwaliteit van zorg te verbeteren.

 

 


Lees ook de andere artikelen uit de nieuwsbriefspecial Tweedaagse.

[...]

bontjeMartin Bontje (voorzitter InEen) is gastheer van de Tweedaagse over Informatiebeleid. Tijdens deze dagen zal er ruimte zijn voor de uitwisseling van kennis en ervaringen. Elke organisatie blinkt uit in iets anders en staat op een ander punt in zijn ontwikkeling, maar de knelpunten vertonen veel overlap. Bontje geeft een vooruitblik.

 

Steeds opnieuw toestemming vragen
Om met een knelpunt te beginnen: Bontje vindt de huidige Opt-in een rare maatregel. De bureaucratie gaat nu zelfs zo ver dat een patiënt die eerder toestemming gaf voor een COPD-programma, opnieuw toestemming moet geven voor de ketenbehandeling voor hart- en vaatziekten. “Wanneer je van de Opt-in een Opt-out zou maken, schiet het percentage toestemmers omhoog. Natuurlijk zijn er tal van middelen om de patiënt in beweging te krijgen, maar dit is erg omslachtig.”

Wildgroei aan software
ICT in de zorg en e-health is sterk in opmars, er is een woud aan apps en toepassingen ontstaan. Voor de  huisarts is het bijna niet meer bij te houden. “Huisartsen begonnen vroeg met ICT, wat natuurlijk positief is. Het nadeel is dat de diverse software slecht op elkaar aansluit. Er zijn diverse kleine spelers. Een probleem hierbij is dat kleinschalige software-ontwikkelaars niet snel zullen investeren in verbeteringen. Tijdens de tweedaagse wil ik het besef kweken bij alle betrokkenen dat er uniformiteit moet komen, niet per se in merken, maar in elk geval in gebruiksmogelijkheden. De toepassingen moeten -als het ware -dezelfde stekker krijgen.”

Tweedaagse: samenhangend beleid maken
De leden van InEen hebben multidisciplinaire samenwerking hoog in het vaandel staan, maar het huidige informatiebeleid schiet hierin te kort. InEen streeft naar een maximaal beleid zodat samenwerking niet langer gedwarsboomd wordt. Op 16 en 17 september krijgen de volgende zaken de aandacht:

  • Blik op vooruit. Een plenaire lezing over de trend in een breed perspectief.  Wat zijn de verwachtingen op landelijk– en mondiaal niveau?
  • Techniek. Hoe kunnen we een geluid vormen waar ICT-ontwikkelaars op in kunnen spelen?
  • Draagvlak creëren. Samen toewerken naar een samenhangend beleid om de kwaliteit van zorg te verbeteren.

 

 


Lees ook de andere artikelen uit de nieuwsbriefspecial Tweedaagse.

“De patiënttoestemming moet vereenvoudigd worden”

30 juli 2015

vanderkraanWillem van der Kraan is voorzitter van de door InEen in het leven geroepen beleidsadviescommissie (BAC) Informatiebeleid. Als voorzitter van de BAC pleit hij voor één eenvoudig systeem waarmee de patiënt toestemming geeft voor de uitwisseling van informatie tussen zorgverleners. Op 16 en 17 september gooit hij graag een balletje op over dit onderwerp tijdens de InEen Tweedaagse over Informatiebeleid.

Technologie biedt mogelijkheden
Van der Kraan wordt enthousiast van de mogelijkheden die de technologie biedt: “ten eerste vind ik de techniek interessant en leuk, maar er zijn tal van rationele argumenten te bedenken hoe ICT een positieve bijdrage kan leveren aan de kwaliteit van zorg. Als huisarts krijg je meer inzicht in je eigen praktijk. Je kunt patiënten beter individueel in de gaten houden, door bijvoorbeeld te zien dat patiënt A zijn medicatie niet heeft genomen of geen bloed heeft geprikt. Ook dat de patiënt afspraken online kan maken kan zeer handig zijn als huisarts. De huidige trend is ook zelfzorg, de technologie biedt volop kansen om patiënten hun zorg zelf te laten managen.”

Onderlinge communicatie tussen tools
“Veel bedrijven houden zich bezig met eHealth: Microsoft, Google, maar ook kleine spelers in de markt en starters. Cruciaal is dat de verschillende tools kunnen communiceren met de software die aanwezig is, zoals een HIS. Wanneer een huisarts de verzamelde digitale gegevens van een patiënt moet uitprinten en vervolgens moet invoeren, is dat geen wenselijke situatie.” Van der Kraan zou willen dat er een lijst is met software , tools en apps die veilig en betrouwbaar zijn en met elkaar kunnen communiceren.

Een breder omschreven Opt-in
Zoals velen in het eerstelijns speelveld, erkent Van der Kraan het probleem van de actieve Opt-in. Namelijk, wanneer je patiënten gericht zou vragen om toestemming voor gegevensuitwisseling zeggen ze meestal ja, maar op een schriftelijk verzoek van de huisarts wordt nauwelijks gereageerd. “Dit zou in de toekomst een nog groter probleem kunnen opleveren, omdat het aantal toepassingen groeiende is en zodoende voor elke situatie met gegevensuitwisseling opnieuw een Opt-in nodig is”. Van der Kraan maakt zich zorgen over hoe dit in de toekomst zal gaan, zoals bij de zorgportalen. “Veiligheid is belangrijk, maar hoe houd je het praktisch hanteerbaar? Dat is een grote uitdaging voor de toekomst.”

Tweedaagse: prikkelend programma
Tijdens de tweedaagse hoopt Van der Kraan op een prikkelend programma, waarbij inspirerende, goed werkende programma’s worden getoond door professionals. “Het lijkt me interessant als niet alleen de regels en protocollen worden besproken, of dat er luchtkastelen worden getoond, maar praktijkvoorbeelden aan bod komen waar we in de nabije toekomst van kunnen leren”.

 

 


Lees ook de andere artikelen uit de nieuwsbriefspecial Tweedaagse.

[...]

vanderkraanWillem van der Kraan is voorzitter van de door InEen in het leven geroepen beleidsadviescommissie (BAC) Informatiebeleid. Als voorzitter van de BAC pleit hij voor één eenvoudig systeem waarmee de patiënt toestemming geeft voor de uitwisseling van informatie tussen zorgverleners. Op 16 en 17 september gooit hij graag een balletje op over dit onderwerp tijdens de InEen Tweedaagse over Informatiebeleid.

Technologie biedt mogelijkheden
Van der Kraan wordt enthousiast van de mogelijkheden die de technologie biedt: “ten eerste vind ik de techniek interessant en leuk, maar er zijn tal van rationele argumenten te bedenken hoe ICT een positieve bijdrage kan leveren aan de kwaliteit van zorg. Als huisarts krijg je meer inzicht in je eigen praktijk. Je kunt patiënten beter individueel in de gaten houden, door bijvoorbeeld te zien dat patiënt A zijn medicatie niet heeft genomen of geen bloed heeft geprikt. Ook dat de patiënt afspraken online kan maken kan zeer handig zijn als huisarts. De huidige trend is ook zelfzorg, de technologie biedt volop kansen om patiënten hun zorg zelf te laten managen.”

Onderlinge communicatie tussen tools
“Veel bedrijven houden zich bezig met eHealth: Microsoft, Google, maar ook kleine spelers in de markt en starters. Cruciaal is dat de verschillende tools kunnen communiceren met de software die aanwezig is, zoals een HIS. Wanneer een huisarts de verzamelde digitale gegevens van een patiënt moet uitprinten en vervolgens moet invoeren, is dat geen wenselijke situatie.” Van der Kraan zou willen dat er een lijst is met software , tools en apps die veilig en betrouwbaar zijn en met elkaar kunnen communiceren.

Een breder omschreven Opt-in
Zoals velen in het eerstelijns speelveld, erkent Van der Kraan het probleem van de actieve Opt-in. Namelijk, wanneer je patiënten gericht zou vragen om toestemming voor gegevensuitwisseling zeggen ze meestal ja, maar op een schriftelijk verzoek van de huisarts wordt nauwelijks gereageerd. “Dit zou in de toekomst een nog groter probleem kunnen opleveren, omdat het aantal toepassingen groeiende is en zodoende voor elke situatie met gegevensuitwisseling opnieuw een Opt-in nodig is”. Van der Kraan maakt zich zorgen over hoe dit in de toekomst zal gaan, zoals bij de zorgportalen. “Veiligheid is belangrijk, maar hoe houd je het praktisch hanteerbaar? Dat is een grote uitdaging voor de toekomst.”

Tweedaagse: prikkelend programma
Tijdens de tweedaagse hoopt Van der Kraan op een prikkelend programma, waarbij inspirerende, goed werkende programma’s worden getoond door professionals. “Het lijkt me interessant als niet alleen de regels en protocollen worden besproken, of dat er luchtkastelen worden getoond, maar praktijkvoorbeelden aan bod komen waar we in de nabije toekomst van kunnen leren”.

 

 


Lees ook de andere artikelen uit de nieuwsbriefspecial Tweedaagse.

Tweedaagse en e-health doelstellingen

21 juli 2015

In 2014 heeft VWS drie ambitieuze doelstellingen geformuleerd om door middel van e-health toepassingen patiënten meer regie over hun gezondheid en ziekte te geven, onder meer door inzage in medische gegevens mogelijk te maken en zelfmetingen met hun zorgverleners te delen. Het Nivel en Nictiz hebben met een nulmeting geanalyseerd waar we nu staan. De nulmeting laat zien dat er een voorzichtig en heel bescheiden begin is gemaakt, maar dat er nog veel te winnen is. Deze constatering is, onder meer, input voor de discussie op de Tweedaagse. Hoe kunnen de gezondheidscentra, zorggroepen en de andere ledengroepen van InEen samen bijdragen aan de gewenste doelen? Hoe draagt dit bij aan een betere zorg voor (chronische) patiënten en aan meer werkplezier voor zorgverleners? De Tweedaagse vindt plaats op 16 en 17 september in Apeldoorn. Meld je aan.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

In 2014 heeft VWS drie ambitieuze doelstellingen geformuleerd om door middel van e-health toepassingen patiënten meer regie over hun gezondheid en ziekte te geven, onder meer door inzage in medische gegevens mogelijk te maken en zelfmetingen met hun zorgverleners te delen. Het Nivel en Nictiz hebben met een nulmeting geanalyseerd waar we nu staan. De nulmeting laat zien dat er een voorzichtig en heel bescheiden begin is gemaakt, maar dat er nog veel te winnen is. Deze constatering is, onder meer, input voor de discussie op de Tweedaagse. Hoe kunnen de gezondheidscentra, zorggroepen en de andere ledengroepen van InEen samen bijdragen aan de gewenste doelen? Hoe draagt dit bij aan een betere zorg voor (chronische) patiënten en aan meer werkplezier voor zorgverleners? De Tweedaagse vindt plaats op 16 en 17 september in Apeldoorn. Meld je aan.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

“Je moet patiënten actief naar de digitale voordeur begeleiden”

09 juli 2015

ConradiGCM is de overkoepelende organisatie voor gezondheidscentra in Maarssenbroek. In 2009 ontwikkelde GCM een heldere visie op ICT die ervoor heeft gezorgd dat zij is waar zij nu is. In de aanloop naar de tweedaagse over Informatiebeleid sprak InEen met directeur Gré Conradi.

Eén look en feel voor de patiënt
Voor bewoners van de regio Maarssenbroek gaat het als volgt: zij loggen in op het patiëntenportaal via ‘MijnGCM’ en hebben vervolgens tal van mogelijkheden. Zo kunnen zij hun eigen dossier inzien, recepten opvragen, een elektronisch consult doen of een fysieke afspraak maken. Ook de fysiomanager en de website Thuisarts.nl zijn vanuit hetzelfde portaal te bereiken. Conradi: “Wij vinden het belangrijk dat de digitale omgeving één look en feel heeft. Mensen krijgen dan het gevoel in een vertrouwde omgeving te zijn.”

Gedragsverandering: van cadeaubonnen tot studentenvoorlichters
Een heikel punt bij eHealth is het stimuleren van het gebruik bij de patiënt. Volgens Conradi helpt het om zowel bij het patiëntenportaal als bij Opt-ins een actieve houding aan te nemen als aanbieder. GCM heeft in het jaar 2014 wat dat betreft hard aan de weg getimmerd. Een aantal patiënten kreeg een cadeaubon wanneer zij voor het eerst het portaal gebruikten. Er is een aantrekkelijke promotiekaart ontworpen met een korte krachtige uitleg. Ook heeft GCM gewerkt met studentenvoorlichters in de wachtkamers van huisartsen. De jaarlijks terugkerende griepprik is aangegrepen om patiënten op hun eHealth mogelijkheden te wijzen. Het resultaat mag er zijn: in het GCM jaarverslag 2014 is duidelijk te zien hoe de inspanningen hebben geresulteerd in meer gebruik van het portaal.

Afbeelding bij interview Gre Conradi GCM

Aantal (cumulatief) eConsulten, eAfspraken, eRecepten en eLab (gepubliceerde labuitslagen via MGn) in 2014 van het MijnGCM portaal. Bron: GCM Jaarverslag 2014.

Kosten licenties lopen snel op
GCM is een innovatieve organisatie en wil dit ook blijven, maar volgens directeur Conradi brengt digitale innovatie zowel incidentele als structurele kosten met zich mee. Om ieder softwareprogramma te laten draaien en te koppelen aan de systemen, lopen de licentiekosten hoog op. “Vanuit de overheid wordt zelfzorg en zelfredzaamheid gestimuleerd, maar om dit te faciliteren moet je goede middelen hebben. Zonder aanvullende subsidies hadden wij dit portaal niet kunnen verwezenlijken.”

Tweedaagse: hoe faciliteren we zorg dicht bij huis?
Tijdens de tweedaagse zou Conradi graag een gesprek voeren over de mogelijkheden in de eerste lijn, met name rondom diagnostiek. “Bekend is dat sommige huisartsen- en fysiotherapiepraktijk beschikken over een echo. Niet elke praktijk beschikt over dezelfde kennis en kunde, of het benodigde patiëntenvolume, maar deze vorm van diagnostiek bespaart de patiënt aanzienlijk in de eigen bijdrage. Als de trend is: ‘meer dicht bij huis doen’, hoe kunnen we dat vorm gaan geven? Op dit moment zijn bepaalde tarieven niet bekend, waardoor het onduidelijk is wat de eerste lijn zou kunnen doen. Het zou fijn zijn als er duidelijke besluitvorming is op dit gebied, zodat er een langetermijnplan kan worden opgesteld”

 

 


Lees ook de andere artikelen uit de nieuwsbriefspecial Tweedaagse.

[...]

ConradiGCM is de overkoepelende organisatie voor gezondheidscentra in Maarssenbroek. In 2009 ontwikkelde GCM een heldere visie op ICT die ervoor heeft gezorgd dat zij is waar zij nu is. In de aanloop naar de tweedaagse over Informatiebeleid sprak InEen met directeur Gré Conradi.

Eén look en feel voor de patiënt
Voor bewoners van de regio Maarssenbroek gaat het als volgt: zij loggen in op het patiëntenportaal via ‘MijnGCM’ en hebben vervolgens tal van mogelijkheden. Zo kunnen zij hun eigen dossier inzien, recepten opvragen, een elektronisch consult doen of een fysieke afspraak maken. Ook de fysiomanager en de website Thuisarts.nl zijn vanuit hetzelfde portaal te bereiken. Conradi: “Wij vinden het belangrijk dat de digitale omgeving één look en feel heeft. Mensen krijgen dan het gevoel in een vertrouwde omgeving te zijn.”

Gedragsverandering: van cadeaubonnen tot studentenvoorlichters
Een heikel punt bij eHealth is het stimuleren van het gebruik bij de patiënt. Volgens Conradi helpt het om zowel bij het patiëntenportaal als bij Opt-ins een actieve houding aan te nemen als aanbieder. GCM heeft in het jaar 2014 wat dat betreft hard aan de weg getimmerd. Een aantal patiënten kreeg een cadeaubon wanneer zij voor het eerst het portaal gebruikten. Er is een aantrekkelijke promotiekaart ontworpen met een korte krachtige uitleg. Ook heeft GCM gewerkt met studentenvoorlichters in de wachtkamers van huisartsen. De jaarlijks terugkerende griepprik is aangegrepen om patiënten op hun eHealth mogelijkheden te wijzen. Het resultaat mag er zijn: in het GCM jaarverslag 2014 is duidelijk te zien hoe de inspanningen hebben geresulteerd in meer gebruik van het portaal.

Afbeelding bij interview Gre Conradi GCM

Aantal (cumulatief) eConsulten, eAfspraken, eRecepten en eLab (gepubliceerde labuitslagen via MGn) in 2014 van het MijnGCM portaal. Bron: GCM Jaarverslag 2014.

Kosten licenties lopen snel op
GCM is een innovatieve organisatie en wil dit ook blijven, maar volgens directeur Conradi brengt digitale innovatie zowel incidentele als structurele kosten met zich mee. Om ieder softwareprogramma te laten draaien en te koppelen aan de systemen, lopen de licentiekosten hoog op. “Vanuit de overheid wordt zelfzorg en zelfredzaamheid gestimuleerd, maar om dit te faciliteren moet je goede middelen hebben. Zonder aanvullende subsidies hadden wij dit portaal niet kunnen verwezenlijken.”

Tweedaagse: hoe faciliteren we zorg dicht bij huis?
Tijdens de tweedaagse zou Conradi graag een gesprek voeren over de mogelijkheden in de eerste lijn, met name rondom diagnostiek. “Bekend is dat sommige huisartsen- en fysiotherapiepraktijk beschikken over een echo. Niet elke praktijk beschikt over dezelfde kennis en kunde, of het benodigde patiëntenvolume, maar deze vorm van diagnostiek bespaart de patiënt aanzienlijk in de eigen bijdrage. Als de trend is: ‘meer dicht bij huis doen’, hoe kunnen we dat vorm gaan geven? Op dit moment zijn bepaalde tarieven niet bekend, waardoor het onduidelijk is wat de eerste lijn zou kunnen doen. Het zou fijn zijn als er duidelijke besluitvorming is op dit gebied, zodat er een langetermijnplan kan worden opgesteld”

 

 


Lees ook de andere artikelen uit de nieuwsbriefspecial Tweedaagse.

Effectmeting LSP

09 juli 2015

VZVZ, ZN en de convenantpartijen InEen, LHV, NPCF, KNMP en NVZ hebben besloten gezamenlijk een effectmeting uit te laten voeren naar de effecten van het gebruik van het Landelijk Schakelpunt (LSP). Dit in het kader van een nieuw af te sluiten convenant. Significant voert de effectmeting uit. Eén van de gebruikte onderzoeksmiddelen is een korte vragenlijst. Het doel van deze vragenlijst is om een beeld te krijgen van de ervaringen en opvattingen van gebruikers over het huidig gebruik van het LSP en in het bijzonder de (eventuele) effecten hiervan. Significant zet deze vragenlijst uit onder een steekproef van leden van VZVZ, onder wie ook huisartsenposten. Mogelijk wordt u hiervoor benaderd. InEen ondersteunt dit onderzoek en hoopt dat u mee wil werken. De vragenlijst bestaat uit ongeveer 10 vragen, en zal naar inschatting ongeveer 10 minuten van uw tijd in beslag nemen. Meer informatie via onderzoekers Loes Koster (loes.koster@significant.nl/ 06 – 47 86 74 14) of Reneé van der Zanden (renee.van.der.zanden@significant.nl / 06 – 83 16 33 49).

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

VZVZ, ZN en de convenantpartijen InEen, LHV, NPCF, KNMP en NVZ hebben besloten gezamenlijk een effectmeting uit te laten voeren naar de effecten van het gebruik van het Landelijk Schakelpunt (LSP). Dit in het kader van een nieuw af te sluiten convenant. Significant voert de effectmeting uit. Eén van de gebruikte onderzoeksmiddelen is een korte vragenlijst. Het doel van deze vragenlijst is om een beeld te krijgen van de ervaringen en opvattingen van gebruikers over het huidig gebruik van het LSP en in het bijzonder de (eventuele) effecten hiervan. Significant zet deze vragenlijst uit onder een steekproef van leden van VZVZ, onder wie ook huisartsenposten. Mogelijk wordt u hiervoor benaderd. InEen ondersteunt dit onderzoek en hoopt dat u mee wil werken. De vragenlijst bestaat uit ongeveer 10 vragen, en zal naar inschatting ongeveer 10 minuten van uw tijd in beslag nemen. Meer informatie via onderzoekers Loes Koster (loes.koster@significant.nl/ 06 – 47 86 74 14) of Reneé van der Zanden (renee.van.der.zanden@significant.nl / 06 – 83 16 33 49).

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Nictiz zoekt ontwikkelaars patiëntenportalen

09 juli 2015

Veel huisartsenpraktijken, gezondheidscentra en apotheken geven patiënten op enigerlei wijze toegang tot (een deel van) hun medisch dossier. Veelal op een eigen wijze. Nictiz wil daarom een overzicht opstellen van deze softwareproducten. Daarmee wil ze instellingen die patiënten toegang willen geven tot hun medische gegevens een handvat te bieden bij het maken van een keuze. Daarnaast geeft het overzicht inzicht in de stand van zaken van dergelijke toepassingen en het gebruik daarvan. Aanmelden kan bij Nienke Beekers, adviseur eHealth, via beekers@nictiz.nl.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Veel huisartsenpraktijken, gezondheidscentra en apotheken geven patiënten op enigerlei wijze toegang tot (een deel van) hun medisch dossier. Veelal op een eigen wijze. Nictiz wil daarom een overzicht opstellen van deze softwareproducten. Daarmee wil ze instellingen die patiënten toegang willen geven tot hun medische gegevens een handvat te bieden bij het maken van een keuze. Daarnaast geeft het overzicht inzicht in de stand van zaken van dergelijke toepassingen en het gebruik daarvan. Aanmelden kan bij Nienke Beekers, adviseur eHealth, via beekers@nictiz.nl.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Vier vragen en antwoorden over de ZN benchmark praktijkvariatie DM

03 juli 2015

Op 15 mei van dit jaar is de eerste fase van de ZN benchmark praktijkvariatie DM in het weekbericht aan de orde gesteld. Zoals toegezegd komen wij nu terug op de tweede fase van dit onderzoek die onlangs is verschenen en gaan wij in op de belangrijkste uitkomst, het “substitutiepotentieel DM”. Om de betekenis van dit substitutiepotentieel toe te lichten, hebben we een viertal vragen voorgelegd aan internist Henk Bilo, expert op het gebied van transmurale diabeteszorg en directeur van het Kenniscentrum Ketenzorg.
1. Wat is het substitutiepotentieel in de ZN rekenmethode en waarom wordt het vastgesteld?
In de ZN benchmark praktijkvariatie DM die wordt uitgevoerd door Vektis staat de berekening van het substitutiepotentieel voor zorggroepen en voor ziekenhuizen centraal. Vanuit het oogpunt van ZN geeft dit substitutiepotentieel aan dat binnen de populatie van een zorggroep een te groot aandeel van de mensen met DM wordt gezien in de tweede lijn. In de eerste fase van dit onderzoek is het substitutie potentieel in kaart gebracht. In de tweede fase ligt de nadruk op het in kaart brengen van totale – en niet-diabetes gerelateerde zorgkosten. Bij de betekenis van het substitutiepotentieel en de relatie die wordt gesuggereerd met zorgkostenverschillen moeten echter wel een aantal kanttekeningen worden geplaatst.

2. Welke kanttekeningen kunnen worden geplaatst bij het substitutiepotentieel DM?
Door de aard van de gegevens en de keuzes die in de opzet van de benchmark zijn gemaakt, moeten een aantal kanttekeningen worden geplaatst bij de uitkomsten. Door exclusiecriteria als de exclusie van DM patiënten met intramurale AWBZ zorg, van DM patiënten die zijn ingeschreven bij een huisartsenpraktijk die geen onderdeel uitmaakt van een zorggroep, door onduidelijkheid over percentage DM patiënten binnen de GEZ module en door het onvermogen om te corrigeren voor type 1 DM zitten er verschillende onzekerheden en potentiele vertekeningen in de data. De inschatting is dat deze stapeling van onzekerheden eenvoudig kan leiden tot een beduidende foutmarge in de berekening van het substitutiepotentieel binnen een regio als van de nu voorliggende cijfers gebruik gemaakt wordt.

3. Wat moeten wij van dit onderzoek vinden?
De gegevens van de benchmark moeten zeker serieus worden genomen, maar zijn door onzekerheden in de data nu hooguit indicatief voor het vormen van gedachten over de omgang met substitutie. De uitkomsten ondersteunen brede conclusies over substitutie van DM patiënten, maar zijn ieder geval niet geschikt om te vertalen in harde conclusies voor een specifieke zorggroep of ziekenhuisregio.

4. Wat kunnen zorggroepen ermee als het substitutiepotentieel in de contractering aan de orde komt?
Het is te verwachten dat het substitutiepotentieel DM in de contractering aan de orde komt. Een aandachtspunt hierbij is dat in de ZN benchmark niet alleen naar diabetes-gerelateerde zorgkosten wordt gekeken, maar ook naar de totale zorgkosten voor diabetespatiënten. Zo worden bijvoorbeeld alle zorgkosten voor het specialisme cardiologie geïnterpreteerd als een complicatie van diabetes. Uit de benchmark kan echter niet worden opgemaakt dat deze zorgkosten ook kunnen worden verklaard door DM of een tekortschietende behandeling daarvan.
In het algemeen is het advies om als zorggroep voorzichtig te zijn met toezeggingen om de juiste cijfers tot in detail uit te zoeken en te delen met de zorgverzekeraar(s). Dat zou de uitkomsten een meer absoluut karakter geven. Het ligt meer voor de hand om de zorgverzekeraar te wijzen op het feit dat de uitkomsten in de huidige vorm onvoldoende nauwkeurig zijn voor beoordeling van een individuele zorggroep, maar wel goed kunnen dienen als input voor gesprekken waarin de betekenis van de cijfers gezamenlijk wordt verkend.

De stukken van de ZN benchmark praktijkvariatie diabetes fase 2 vindt u hier:

[...]

Op 15 mei van dit jaar is de eerste fase van de ZN benchmark praktijkvariatie DM in het weekbericht aan de orde gesteld. Zoals toegezegd komen wij nu terug op de tweede fase van dit onderzoek die onlangs is verschenen en gaan wij in op de belangrijkste uitkomst, het “substitutiepotentieel DM”. Om de betekenis van dit substitutiepotentieel toe te lichten, hebben we een viertal vragen voorgelegd aan internist Henk Bilo, expert op het gebied van transmurale diabeteszorg en directeur van het Kenniscentrum Ketenzorg.
1. Wat is het substitutiepotentieel in de ZN rekenmethode en waarom wordt het vastgesteld?
In de ZN benchmark praktijkvariatie DM die wordt uitgevoerd door Vektis staat de berekening van het substitutiepotentieel voor zorggroepen en voor ziekenhuizen centraal. Vanuit het oogpunt van ZN geeft dit substitutiepotentieel aan dat binnen de populatie van een zorggroep een te groot aandeel van de mensen met DM wordt gezien in de tweede lijn. In de eerste fase van dit onderzoek is het substitutie potentieel in kaart gebracht. In de tweede fase ligt de nadruk op het in kaart brengen van totale – en niet-diabetes gerelateerde zorgkosten. Bij de betekenis van het substitutiepotentieel en de relatie die wordt gesuggereerd met zorgkostenverschillen moeten echter wel een aantal kanttekeningen worden geplaatst.

2. Welke kanttekeningen kunnen worden geplaatst bij het substitutiepotentieel DM?
Door de aard van de gegevens en de keuzes die in de opzet van de benchmark zijn gemaakt, moeten een aantal kanttekeningen worden geplaatst bij de uitkomsten. Door exclusiecriteria als de exclusie van DM patiënten met intramurale AWBZ zorg, van DM patiënten die zijn ingeschreven bij een huisartsenpraktijk die geen onderdeel uitmaakt van een zorggroep, door onduidelijkheid over percentage DM patiënten binnen de GEZ module en door het onvermogen om te corrigeren voor type 1 DM zitten er verschillende onzekerheden en potentiele vertekeningen in de data. De inschatting is dat deze stapeling van onzekerheden eenvoudig kan leiden tot een beduidende foutmarge in de berekening van het substitutiepotentieel binnen een regio als van de nu voorliggende cijfers gebruik gemaakt wordt.

3. Wat moeten wij van dit onderzoek vinden?
De gegevens van de benchmark moeten zeker serieus worden genomen, maar zijn door onzekerheden in de data nu hooguit indicatief voor het vormen van gedachten over de omgang met substitutie. De uitkomsten ondersteunen brede conclusies over substitutie van DM patiënten, maar zijn ieder geval niet geschikt om te vertalen in harde conclusies voor een specifieke zorggroep of ziekenhuisregio.

4. Wat kunnen zorggroepen ermee als het substitutiepotentieel in de contractering aan de orde komt?
Het is te verwachten dat het substitutiepotentieel DM in de contractering aan de orde komt. Een aandachtspunt hierbij is dat in de ZN benchmark niet alleen naar diabetes-gerelateerde zorgkosten wordt gekeken, maar ook naar de totale zorgkosten voor diabetespatiënten. Zo worden bijvoorbeeld alle zorgkosten voor het specialisme cardiologie geïnterpreteerd als een complicatie van diabetes. Uit de benchmark kan echter niet worden opgemaakt dat deze zorgkosten ook kunnen worden verklaard door DM of een tekortschietende behandeling daarvan.
In het algemeen is het advies om als zorggroep voorzichtig te zijn met toezeggingen om de juiste cijfers tot in detail uit te zoeken en te delen met de zorgverzekeraar(s). Dat zou de uitkomsten een meer absoluut karakter geven. Het ligt meer voor de hand om de zorgverzekeraar te wijzen op het feit dat de uitkomsten in de huidige vorm onvoldoende nauwkeurig zijn voor beoordeling van een individuele zorggroep, maar wel goed kunnen dienen als input voor gesprekken waarin de betekenis van de cijfers gezamenlijk wordt verkend.

De stukken van de ZN benchmark praktijkvariatie diabetes fase 2 vindt u hier:

Rapportage benchmark ketenzorg 2014 is beschikbaar

05 juni 2015

Begin deze maand verscheen de vijfde rapportage Transparante Ketenzorg. InEen stelt de rapportage jaarlijks samen op basis van gegevens die zorggroepen verstrekken over ketenzorg in 2014 aan patiënten met diabetes, COPD, hartvaatziekte of verhoogd vasculair risico. Het aantal zorggroepen dat dit jaar gegevens aanleverde steeg naar 113, tegen 92 vorig jaar. Dit betekent dat vrijwel alle zorggroepen in Nederland deelnemen aan onze benchmark. Een resultaat waar we blij mee zijn! Met elkaar vertegenwoordigen de deelnemende zorggroepen ongeveer 15 miljoen inwoners van Nederland, 88% van de totale bevolking.

Een paar resultaten:
De zorggroepen laten voor de diabeteszorg een verdere verbetering zien op belangrijke uitkomstmaten zoals bloeddruk, cholesterol en roken. Deze uitkomsten veronderstellen dat het risico op macro-vasculaire complicaties voor patiënten met diabetes in de komende jaren gaat dalen. Ook ontwikkelingen in substitutie van diabeteszorg lijken verder vorm te krijgen. Dit jaar is 11,9% van de patiënten met diabetes onder behandeling bij een specialist, tegen 12,4% vorig jaar.

In het programma vasculair risicomanagement laten de uitkomstindicatoren ook fraaie verbeteringen zien. Onder de patiënten met een hartvaatziekte is in 71% van de gevallen de bloeddruk op streefwaarde (tegenover 68% vorig jaar) en is in 50% van de gevallen het LDL-cholesterol op streefwaarde (tegenover 42% vorig jaar). Onder patiënten met een verhoogd vasculair risico zonder hartvaatziekte rookt 15%, een veel kleiner percentage dan de 26% van de totale bevolking.

Bij COPD is het percentage rokers opnieuw licht gedaald, naar 40%. Dat is nog altijd een stuk hoger dan het gemiddelde onder de Nederlandse bevolking, maar beduidend minder dan de 80-90% die rookte op het moment dat de diagnose COPD werd gesteld. Verder laat de analyse van de benchmark COPD zien dat de kwaliteit van de registratie is toegenomen, ondanks het grote aantal nieuwe zorggroepen dat deelnam aan de benchmark dit jaar.

Hier treft u het volledige Rapport transparante Ketenzorg 2014.

[...]

Begin deze maand verscheen de vijfde rapportage Transparante Ketenzorg. InEen stelt de rapportage jaarlijks samen op basis van gegevens die zorggroepen verstrekken over ketenzorg in 2014 aan patiënten met diabetes, COPD, hartvaatziekte of verhoogd vasculair risico. Het aantal zorggroepen dat dit jaar gegevens aanleverde steeg naar 113, tegen 92 vorig jaar. Dit betekent dat vrijwel alle zorggroepen in Nederland deelnemen aan onze benchmark. Een resultaat waar we blij mee zijn! Met elkaar vertegenwoordigen de deelnemende zorggroepen ongeveer 15 miljoen inwoners van Nederland, 88% van de totale bevolking.

Een paar resultaten:
De zorggroepen laten voor de diabeteszorg een verdere verbetering zien op belangrijke uitkomstmaten zoals bloeddruk, cholesterol en roken. Deze uitkomsten veronderstellen dat het risico op macro-vasculaire complicaties voor patiënten met diabetes in de komende jaren gaat dalen. Ook ontwikkelingen in substitutie van diabeteszorg lijken verder vorm te krijgen. Dit jaar is 11,9% van de patiënten met diabetes onder behandeling bij een specialist, tegen 12,4% vorig jaar.

In het programma vasculair risicomanagement laten de uitkomstindicatoren ook fraaie verbeteringen zien. Onder de patiënten met een hartvaatziekte is in 71% van de gevallen de bloeddruk op streefwaarde (tegenover 68% vorig jaar) en is in 50% van de gevallen het LDL-cholesterol op streefwaarde (tegenover 42% vorig jaar). Onder patiënten met een verhoogd vasculair risico zonder hartvaatziekte rookt 15%, een veel kleiner percentage dan de 26% van de totale bevolking.

Bij COPD is het percentage rokers opnieuw licht gedaald, naar 40%. Dat is nog altijd een stuk hoger dan het gemiddelde onder de Nederlandse bevolking, maar beduidend minder dan de 80-90% die rookte op het moment dat de diagnose COPD werd gesteld. Verder laat de analyse van de benchmark COPD zien dat de kwaliteit van de registratie is toegenomen, ondanks het grote aantal nieuwe zorggroepen dat deelnam aan de benchmark dit jaar.

Hier treft u het volledige Rapport transparante Ketenzorg 2014.

Brief IGZ over toezichtbeleid overdracht medicatiegegevens 

04 juni 2015

Afgelopen week reageerde de Inspectie met een brief op de nadere toelichting van de richtlijn ‘Overdracht van medicatiegegevens in de keten’. De veldpartijen onderschreven deze nadere toelichting eind maart. De nadere toelichting is een stap op weg naar de herziening van de richtlijn die voorjaar 2016 wordt verwacht. De belangrijkste aanpassingen in de nadere toelichting hebben betrekking op de risicoafweging, het actueel medicatieoverzicht, medicatiehistorie en medicatieoverzicht. In de brief gaat de  Inspectie in op het toezichtbeleid op basis van de richtlijn en de nadere toelichting. Dit toezichtbeleid is geldig tot de herziene versie van de richtlijn van kracht wordt. Daarna stelt de IGZ het toezichtbeleid jaarlijks opnieuw vast. InEen gaat de komende maanden de nadere toelichting in de ‘Handreiking medicatiebeheer op de huisartsenpost’ verwerken.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Afgelopen week reageerde de Inspectie met een brief op de nadere toelichting van de richtlijn ‘Overdracht van medicatiegegevens in de keten’. De veldpartijen onderschreven deze nadere toelichting eind maart. De nadere toelichting is een stap op weg naar de herziening van de richtlijn die voorjaar 2016 wordt verwacht. De belangrijkste aanpassingen in de nadere toelichting hebben betrekking op de risicoafweging, het actueel medicatieoverzicht, medicatiehistorie en medicatieoverzicht. In de brief gaat de  Inspectie in op het toezichtbeleid op basis van de richtlijn en de nadere toelichting. Dit toezichtbeleid is geldig tot de herziene versie van de richtlijn van kracht wordt. Daarna stelt de IGZ het toezichtbeleid jaarlijks opnieuw vast. InEen gaat de komende maanden de nadere toelichting in de ‘Handreiking medicatiebeheer op de huisartsenpost’ verwerken.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Terugblik informatiebijeenkomst toetsingsinstrument 24 april

04 mei 2015

Vrijdag 24 april hebben we een informatiebijeenkomst over de ontwikkeling van het toetsingsinstrument gehouden. Maarten Klomp en Erik van Es hebben een presentatie gegeven en samen met Willem van der Kraan veel vragen en opmerkingen van de aanwezigen beantwoord. De presentaties en een kort verslag vinden jullie hierbij.

InEen heeft goede nota genomen van alle zorgen en opmerkingen over onder andere het HIS als bron voor de toetsing, de HIS-KIS koppeling en het verwachte privacyissue. InEen zal deze meenemen in overleg met de Stuurgroep benchmark ketenzorg om tot een werkbare oplossing te komen. Komende periode zal overleg plaatsvinden met het NHG/LHV over de ontwikkelingen en zal een extra technische excercitie worden uitgevoerd om de (on)mogelijkheden van de instrument en het gebruik van KIS en HIS nogmaals op een rij te zetten. Het toetsingsinstrument staat geagendeerd voor de deelledenvergadering zorggroepen op 19 mei a.s. (14 uur Domus Medica).

 

[...]

Vrijdag 24 april hebben we een informatiebijeenkomst over de ontwikkeling van het toetsingsinstrument gehouden. Maarten Klomp en Erik van Es hebben een presentatie gegeven en samen met Willem van der Kraan veel vragen en opmerkingen van de aanwezigen beantwoord. De presentaties en een kort verslag vinden jullie hierbij.

InEen heeft goede nota genomen van alle zorgen en opmerkingen over onder andere het HIS als bron voor de toetsing, de HIS-KIS koppeling en het verwachte privacyissue. InEen zal deze meenemen in overleg met de Stuurgroep benchmark ketenzorg om tot een werkbare oplossing te komen. Komende periode zal overleg plaatsvinden met het NHG/LHV over de ontwikkelingen en zal een extra technische excercitie worden uitgevoerd om de (on)mogelijkheden van de instrument en het gebruik van KIS en HIS nogmaals op een rij te zetten. Het toetsingsinstrument staat geagendeerd voor de deelledenvergadering zorggroepen op 19 mei a.s. (14 uur Domus Medica).

 

Rechten benchmark huisartsenposten

07 april 2015

De invoer van de benchmark 2014 huisartsenposten is 10 maart van start gegaan. In eerste instantie hebben alleen de directeuren invoer- en inleverrechten gekregen. Zij kunnen ook andere medewerkers in de organisatie rechten geven. Wij krijgen regelmatig vragen van medewerkers die nog niet de juiste rechten hebben. Daarom vragen we de directeuren om in te loggen en de rechten binnen de organisatie te verdelen. Sinds de start van de invoer heeft inmiddels de helft van de directeuren ingelogd op het benchmarksysteem. Huisartsenpost Medicamus was super snel. Zij hadden binnen een paar dagen de benchmark compleet ingeleverd. Wie volgt?

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

De invoer van de benchmark 2014 huisartsenposten is 10 maart van start gegaan. In eerste instantie hebben alleen de directeuren invoer- en inleverrechten gekregen. Zij kunnen ook andere medewerkers in de organisatie rechten geven. Wij krijgen regelmatig vragen van medewerkers die nog niet de juiste rechten hebben. Daarom vragen we de directeuren om in te loggen en de rechten binnen de organisatie te verdelen. Sinds de start van de invoer heeft inmiddels de helft van de directeuren ingelogd op het benchmarksysteem. Huisartsenpost Medicamus was super snel. Zij hadden binnen een paar dagen de benchmark compleet ingeleverd. Wie volgt?

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Indicatoren 2014 landelijke benchmark ketenzorg

26 maart 2015

De Stuurgroep benchmark Ketenzorg heeft op 1 juli 2015 de specificaties voor de berekening van de indicatoren DM, COPD, HVZ en VRR vastgesteld. Het betreft de indicatoren uit de indicatorenset 2014 van de landelijke benchmark ketenzorg. Deze specificaties worden gehanteerd voor het integrale toetsinstrument ketenzorg.

Download specificaties

Nieuwsberichten

[...]

De Stuurgroep benchmark Ketenzorg heeft op 1 juli 2015 de specificaties voor de berekening van de indicatoren DM, COPD, HVZ en VRR vastgesteld. Het betreft de indicatoren uit de indicatorenset 2014 van de landelijke benchmark ketenzorg. Deze specificaties worden gehanteerd voor het integrale toetsinstrument ketenzorg.

Download specificaties

Nieuwsberichten

‘De Inspectie staat in principe aan onze kant’

26 maart 2015

werkplanDe Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) heeft in februari het werkplan voor 2015 gepubliceerd. Adri van der Born, medisch directeur Huisartsenposten Rijnmond en bestuurslid van InEen, inventariseert drie opvallende punten.

  1. Bestuurlijke verantwoordelijkheid (governance)

‘Het jaarplan steekt sterk in op bestuurlijke verantwoordelijkheid. Het is een van de vijf prioriteiten in het werkplan. Bestuurders moeten zich realiseren dat hun werk ondersteunend is aan de zorgverleners in de organisatie om vanuit hun intrinsieke motivatie hun werkzaamheden te kunnen uitoefenen. Zo staat het letterlijk op pagina 5. Ik vind dat een prima uitgangspunt wat wij als InEen helemaal onderschrijven. De belangrijke boodschap voor onze leden is dat de Inspectie bestuurders verantwoordelijk maakt voor het kunnen functioneren van de professionals in de organisatie. Het valt me wel op dat ik niks lees over de verhouding tussen de zorggroep en de individuele zorgverlener. Het woord zorggroep komt in het hele stuk niet voor. Dit is dus een aandachtspunt.’

  1. Medicatiebeleid

‘Jammer dat de Inspectie geen analyse geeft en met maar één zinnetje zegt dat ze zich zorgen maken over de trage introductie van het LSP voor de overdracht van medische gegevens, maar geen woord over de falende techniek waardoor veel van onze leden lang hebben moeten wachten. En dat de huisarts als hij iets voorschrijft een volledig overzicht moet hebben van iemands medicatie, daaraan kleven nogal wat praktische randvoorwaarden. Maar medicatieveiligheid is een belangrijk punt. In de dienstenstructuren hebben we er last van dat we onvoldoende zicht hebben op wat iemand nou wel of niet gebruikt.’

  1. Grote veranderingen in de zorgsector

‘Heel verstandig vind ik de focus op de forse veranderingen die op dit moment in de zorg gaande zijn, de transities, nieuwe wetten. Wat levert dat voor nieuwe risico’s op in de zorg? Ze zijn ook eerlijk: een aantal dingen krijgen een nieuwe vorm, dus daar moet een toetsingskader voor komen. Dat past bij hoe InEen ernaar kijkt. Tussen de regels door lees je dat de Inspectie zich zorgen maakt over de extramuralisering. Gaat het langer thuisblijven met zwaardere zorgpakketten niet tot problemen leiden? Ze hebben geen formele bevoegdheden richting mantelzorgers of familie, maar zijn wel voornemens om ook niet-professionals te betrekken bij hun toetsing. Een reële vraag is natuurlijk wel: hoe ga je dat doen? Maar ik vind het goed dat ze het zich realiseren als een risico.’

‘InEen heeft jaarlijks een gesprek met de Inspectie, waarin dit soort onderwerpen op de agenda staan. Net als InEen maakt de Inspectie zich sterk voor een goede kwaliteit van de zorg. Je kunt op bepaalde punten het werkplan kritiseren, maar de positieve kant is dat ze proberen er bovenop te zitten. Ikzelf maak me wel zorgen over de gevolgen van de bezuinigingen, de GGZ, de extramuralisering, enzovoort. In de loop van dit jaar gaan we merken wat daarvan de lasten zijn. Het werkplan maakt duidelijk dat de Inspectie in principe aan onze kant staat als het gaat om het signaleren van problemen en knelpunten.’

[...]

werkplanDe Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) heeft in februari het werkplan voor 2015 gepubliceerd. Adri van der Born, medisch directeur Huisartsenposten Rijnmond en bestuurslid van InEen, inventariseert drie opvallende punten.

  1. Bestuurlijke verantwoordelijkheid (governance)

‘Het jaarplan steekt sterk in op bestuurlijke verantwoordelijkheid. Het is een van de vijf prioriteiten in het werkplan. Bestuurders moeten zich realiseren dat hun werk ondersteunend is aan de zorgverleners in de organisatie om vanuit hun intrinsieke motivatie hun werkzaamheden te kunnen uitoefenen. Zo staat het letterlijk op pagina 5. Ik vind dat een prima uitgangspunt wat wij als InEen helemaal onderschrijven. De belangrijke boodschap voor onze leden is dat de Inspectie bestuurders verantwoordelijk maakt voor het kunnen functioneren van de professionals in de organisatie. Het valt me wel op dat ik niks lees over de verhouding tussen de zorggroep en de individuele zorgverlener. Het woord zorggroep komt in het hele stuk niet voor. Dit is dus een aandachtspunt.’

  1. Medicatiebeleid

‘Jammer dat de Inspectie geen analyse geeft en met maar één zinnetje zegt dat ze zich zorgen maken over de trage introductie van het LSP voor de overdracht van medische gegevens, maar geen woord over de falende techniek waardoor veel van onze leden lang hebben moeten wachten. En dat de huisarts als hij iets voorschrijft een volledig overzicht moet hebben van iemands medicatie, daaraan kleven nogal wat praktische randvoorwaarden. Maar medicatieveiligheid is een belangrijk punt. In de dienstenstructuren hebben we er last van dat we onvoldoende zicht hebben op wat iemand nou wel of niet gebruikt.’

  1. Grote veranderingen in de zorgsector

‘Heel verstandig vind ik de focus op de forse veranderingen die op dit moment in de zorg gaande zijn, de transities, nieuwe wetten. Wat levert dat voor nieuwe risico’s op in de zorg? Ze zijn ook eerlijk: een aantal dingen krijgen een nieuwe vorm, dus daar moet een toetsingskader voor komen. Dat past bij hoe InEen ernaar kijkt. Tussen de regels door lees je dat de Inspectie zich zorgen maakt over de extramuralisering. Gaat het langer thuisblijven met zwaardere zorgpakketten niet tot problemen leiden? Ze hebben geen formele bevoegdheden richting mantelzorgers of familie, maar zijn wel voornemens om ook niet-professionals te betrekken bij hun toetsing. Een reële vraag is natuurlijk wel: hoe ga je dat doen? Maar ik vind het goed dat ze het zich realiseren als een risico.’

‘InEen heeft jaarlijks een gesprek met de Inspectie, waarin dit soort onderwerpen op de agenda staan. Net als InEen maakt de Inspectie zich sterk voor een goede kwaliteit van de zorg. Je kunt op bepaalde punten het werkplan kritiseren, maar de positieve kant is dat ze proberen er bovenop te zitten. Ikzelf maak me wel zorgen over de gevolgen van de bezuinigingen, de GGZ, de extramuralisering, enzovoort. In de loop van dit jaar gaan we merken wat daarvan de lasten zijn. Het werkplan maakt duidelijk dat de Inspectie in principe aan onze kant staat als het gaat om het signaleren van problemen en knelpunten.’

InEen zoekt een beleidsmedewerker informatiebeleid en bekostiging

12 februari 2015

Voor ons bureau zoeken we een beleidsmedewerker die de voorbereiding en uitvoering op het
gebied van informatiebeleid en bekostiging op zich kan nemen. Denk daarbij aan onderwerpen als de benchmarks, datamanagement, gegevensuitwisseling, privacy en informatiebeleid. Het gaat om een functie van 38 uur per week

[...]

Voor ons bureau zoeken we een beleidsmedewerker die de voorbereiding en uitvoering op het
gebied van informatiebeleid en bekostiging op zich kan nemen. Denk daarbij aan onderwerpen als de benchmarks, datamanagement, gegevensuitwisseling, privacy en informatiebeleid. Het gaat om een functie van 38 uur per week

Transmuraal convenant medicatieoverdracht in de regio Rijnmond

29 januari 2015

medicatieoverdrachtMedicatieveiligheid vormt in 2015 het speerpunt van het Inspectie-toezicht. De regio Rijnmond is daarop voorbereid. Daar ondertekenden eerstelijns zorgverleners, de ziekenhuizen en de patiëntenorganisatie Zorgbelang eind vorig jaar een convenant met afspraken voor een veilige medicatieoverdracht. Procesbegeleider Matine van Schie (Zorgimpuls): ‘Winst is ook dat er een goede basis voor verdere samenwerking is ontstaan.’

Het regionale convenant richt zich op het voorkomen van fouten in de medicatieoverdracht en het verbeteren van de patiëntveiligheid. De eerste aanzetten daarvoor werden al in 2011 gegeven door huisartsen, apothekers en Star-MDC. In 2014 ontstond vanuit apothekers de behoefte om ook de ziekenhuizen in de regio te betrekken. De brede stuurgroep bestond uiteindelijk uit vertegenwoordigers van huisartsen, apothekers, gezondheidscentra, ziekenhuizen, diagnostische centra en patiënten*. Het proces werd getrokken door de ROS Zorgimpuls.

Het convenant is gebaseerd op de landelijke richtlijn ‘Overdracht van medicatiegegevens in de keten’. Om zoals de richtlijn voorschrijft altijd een actueel medicatieoverzicht beschikbaar te hebben, zegt Van Schie, zijn afspraken en praktische protocollen onontbeerlijk. Het convenant legt de rol en verantwoordelijkheid van de verschillende zorgverleners op dit punt vast. Ook de verantwoordelijkheid van de patiënt wordt duidelijk benoemd. Wanneer patiënten bijvoorbeeld op vakantie medicijnen hebben gekregen, horen ze dat aan hun huisarts of apotheker te melden. Van Schie: ‘Anders kunnen zorgverleners niet voldoen aan de landelijke richtlijn . We hebben daarom afgesproken patiënten actiever te gaan motiveren om dit te doen. Dat doen we in gesprek met Zorgbelang.’ De vereiste beschikbaarheid van het medicatieoverzicht staat overigens ook op gespannen voet met de eveneens vereiste toestemming van de patiënt om gegevens uit te wisselen. Landelijk en regionaal is hierover nog discussie gaande.

De kernafspraken in het convenant richten zich op de vijf kritische overdrachtsmomenten: voorschrijven door de huisarts, de huisartsenpost, opname in het ziekenhuis of een andere instelling (inclusief interne overplaatsing), ontslag, en voorschrijven door de polikliniek. Voor elk moment komt een gedetailleerde procesbeschrijving in een regionaal protocol, waarbij zowel het normale pad als het acute pad worden beschreven. Deze protocollen zijn naar verwachting in het najaar van 2015 beschikbaar.

Van Schie: ‘Het belang van het project is natuurlijk dat de veiligheid toeneemt, met minder risico’s voor patiënten. De kwaliteit van zorg wordt dus groter. Maar er is ook een goede basis voor verdere samenwerking ontstaan. Dat is een belangrijke winst. Het is een unicum dat we met al deze partijen aan tafel zitten en afspraken maken. Er is een brug geslagen tussen de eerste lijn en de ziekenhuizen. Ik zie dit als een belangrijke stap in een brede transmurale samen werking in de regio Rijnmond.’

Meer informatie


* Samenstelling Stuurgroep Medicatieoverdracht: LHV Huisartsenkring Rotterdam, Centrale Huisartsenpost Rijnmond (CHPR), Samenwerkende Gezondheidscentra (OSER), Combinatie Apothekers Vereniging Rijnmond (CAVR), Samenwerkende Ziekenhuizen Rijnmond (SRZ), Trombosedienst Star MDC en het patiënten- en consumentenplatform Zorgbelang Zuid-Holland. Procesbegeleiding: ROS Zorgimpuls.

 

[...]

medicatieoverdrachtMedicatieveiligheid vormt in 2015 het speerpunt van het Inspectie-toezicht. De regio Rijnmond is daarop voorbereid. Daar ondertekenden eerstelijns zorgverleners, de ziekenhuizen en de patiëntenorganisatie Zorgbelang eind vorig jaar een convenant met afspraken voor een veilige medicatieoverdracht. Procesbegeleider Matine van Schie (Zorgimpuls): ‘Winst is ook dat er een goede basis voor verdere samenwerking is ontstaan.’

Het regionale convenant richt zich op het voorkomen van fouten in de medicatieoverdracht en het verbeteren van de patiëntveiligheid. De eerste aanzetten daarvoor werden al in 2011 gegeven door huisartsen, apothekers en Star-MDC. In 2014 ontstond vanuit apothekers de behoefte om ook de ziekenhuizen in de regio te betrekken. De brede stuurgroep bestond uiteindelijk uit vertegenwoordigers van huisartsen, apothekers, gezondheidscentra, ziekenhuizen, diagnostische centra en patiënten*. Het proces werd getrokken door de ROS Zorgimpuls.

Het convenant is gebaseerd op de landelijke richtlijn ‘Overdracht van medicatiegegevens in de keten’. Om zoals de richtlijn voorschrijft altijd een actueel medicatieoverzicht beschikbaar te hebben, zegt Van Schie, zijn afspraken en praktische protocollen onontbeerlijk. Het convenant legt de rol en verantwoordelijkheid van de verschillende zorgverleners op dit punt vast. Ook de verantwoordelijkheid van de patiënt wordt duidelijk benoemd. Wanneer patiënten bijvoorbeeld op vakantie medicijnen hebben gekregen, horen ze dat aan hun huisarts of apotheker te melden. Van Schie: ‘Anders kunnen zorgverleners niet voldoen aan de landelijke richtlijn . We hebben daarom afgesproken patiënten actiever te gaan motiveren om dit te doen. Dat doen we in gesprek met Zorgbelang.’ De vereiste beschikbaarheid van het medicatieoverzicht staat overigens ook op gespannen voet met de eveneens vereiste toestemming van de patiënt om gegevens uit te wisselen. Landelijk en regionaal is hierover nog discussie gaande.

De kernafspraken in het convenant richten zich op de vijf kritische overdrachtsmomenten: voorschrijven door de huisarts, de huisartsenpost, opname in het ziekenhuis of een andere instelling (inclusief interne overplaatsing), ontslag, en voorschrijven door de polikliniek. Voor elk moment komt een gedetailleerde procesbeschrijving in een regionaal protocol, waarbij zowel het normale pad als het acute pad worden beschreven. Deze protocollen zijn naar verwachting in het najaar van 2015 beschikbaar.

Van Schie: ‘Het belang van het project is natuurlijk dat de veiligheid toeneemt, met minder risico’s voor patiënten. De kwaliteit van zorg wordt dus groter. Maar er is ook een goede basis voor verdere samenwerking ontstaan. Dat is een belangrijke winst. Het is een unicum dat we met al deze partijen aan tafel zitten en afspraken maken. Er is een brug geslagen tussen de eerste lijn en de ziekenhuizen. Ik zie dit als een belangrijke stap in een brede transmurale samen werking in de regio Rijnmond.’

Meer informatie


* Samenstelling Stuurgroep Medicatieoverdracht: LHV Huisartsenkring Rotterdam, Centrale Huisartsenpost Rijnmond (CHPR), Samenwerkende Gezondheidscentra (OSER), Combinatie Apothekers Vereniging Rijnmond (CAVR), Samenwerkende Ziekenhuizen Rijnmond (SRZ), Trombosedienst Star MDC en het patiënten- en consumentenplatform Zorgbelang Zuid-Holland. Procesbegeleiding: ROS Zorgimpuls.

 

Patiënten en zorgverleners positief over elektronische gegevensuitwisseling 

27 januari 2015

Het Nivel heeft onderzoek gedaan naar de opvattingen over elektronische gegevensuitwisseling. Uit het onderzoek blijkt dat patiënten en zorgverleners op zichzelf positief zijn over het nut ervan. Toch is het gebruik van het LSP voor het uitwisselen van medische gegevens nog beperkt doordat er nog betrekkelijk weinig opt-in toestemmingen zijn gevraagd. Drie van de vier mensen die nog niet zijn gevraagd, zeggen bereid te zijn toestemming te geven. Zorgverleners vragen aandacht voor veiligheid en gebruiksvriendelijkheid. Lees het artikel op de website van het Nivel.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Het Nivel heeft onderzoek gedaan naar de opvattingen over elektronische gegevensuitwisseling. Uit het onderzoek blijkt dat patiënten en zorgverleners op zichzelf positief zijn over het nut ervan. Toch is het gebruik van het LSP voor het uitwisselen van medische gegevens nog beperkt doordat er nog betrekkelijk weinig opt-in toestemmingen zijn gevraagd. Drie van de vier mensen die nog niet zijn gevraagd, zeggen bereid te zijn toestemming te geven. Zorgverleners vragen aandacht voor veiligheid en gebruiksvriendelijkheid. Lees het artikel op de website van het Nivel.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Extra tijd voor behalen opt-in-percentage 2014

23 december 2014

Huisartsen en apotheken krijgen meer tijd om het opt-in percentage van 40% van alle patiëntendossiers te behalen. Dit percentage is nodig om in aanmerking te komen voor de jaarlijkse, structurele vergoeding. Op 31 januari 2015 stellen de zorgverzekeraars vast of een huisartsenpraktijk het percentage heeft behaald of niet. Lees ook het bericht van de LHV.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Huisartsen en apotheken krijgen meer tijd om het opt-in percentage van 40% van alle patiëntendossiers te behalen. Dit percentage is nodig om in aanmerking te komen voor de jaarlijkse, structurele vergoeding. Op 31 januari 2015 stellen de zorgverzekeraars vast of een huisartsenpraktijk het percentage heeft behaald of niet. Lees ook het bericht van de LHV.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Benchmark ketenzorg: Stand van zaken

04 december 2014

De benchmark ketenzorg: succesvol met ambitie
De benchmark ‘Transparante Ketenzorg’ maakt tot nu toe een succesvolle ontwikkeling door. Daarnaast heeft InEen een ambitieuze agenda voor een verdere doorontwikkeling van de benchmark.
In de deelledenvergadering voor zorggroepen op 28 oktober j.l. werd de doorontwikkeling van de benchmark ketenzorg besproken. Verschillende onderwerpen kwamen daarbij aan de orde, zoals: het doel van de benchmark, de jaarlijkse benchmarkrapportage (set en inclusiecriteria), de betrouwbaarheid en de doorontwikkeling. InEen ziet als doelen van de benchmark het zelf verantwoordelijkheid nemen als branche voor het datamanagement, primair een instrument voor eigen kwaliteitsbeleid, een middel om je als branche en zorggroep extern te verantwoorden en ambitie te tonen als het gaat om de doorontwikkeling ervan.

InEen en Zorgverzekeraars Nederland (ZN) werken samen aan de doorontwikkeling
Ook ZN vindt de benchmark belangrijk. Naast inzicht in de kwaliteit van de geboden zorg voor de branche, de zorgverzekeraars en de patiënten dienen indicatoren handvatten te bieden voor prestatiebekostiging. Verzekeraars zoeken aansluiting bij de benchmark, zodat deze te gebruiken is voor de zorginkoop en voor informatie aan verzekerden.
Op de agenda voor doorontwikkeling staat in ieder geval het meten van patiëntervaringen en het ontwikkelen van indicatoren voor prestatiebekostiging volgens het ‘Triple Aim principe’ (o.a. verbetering van de gezondheid zoals kwaliteit van leven en andere uitkomsten van zorg, patiëntervaringen en kosten van de zorg). In september 2014 heeft ZN, als aanloop naar de reguliere financiering via de contractering, subsidie beschikbaar gesteld voor de benchmarkrapportage over rapportagejaar 2014, de ontwikkeling van een toetsingsinstrument en de doorontwikkeling van de benchmark. Een stuurgroep, bestaande uit vertegenwoordigers van InEen en ZN, zorgt ervoor dat de gezamenlijke activiteiten op tijd de gewenste resultaten opleveren. Begin december dit jaar is de stuurgroep voor het eerst bijeen geweest.

Toetsingsinstrument
Het toetsingsinstrument wordt uiterlijk 31 mei 2015 opgeleverd. Het is in ieder geval de bedoeling dat alle zorggroepen en regionale datacentra (waarvan veel zorggroepen gebruik maken) in 2015 in staat zijn zich te laten toetsen. Uit de toetsing met het toetsingsinstrument blijkt welke maatregelen nodig zijn om aan de eisen van betrouwbaarheid te kunnen voldoen voor de benchmark over 2015. Het streven is om in het voorjaar van 2015 de zorggroepen te informeren over de eisen die gesteld worden, zodat zij zich alvast kunnen voorbereiden op de toetsing in de loop van 2015. Een zorggroep die met positief resultaat de toets doorstaat en zorggroepen die gebruik maken van een regionaal datacentrum dat aan de toetsingscriteria voldoet zou volgens de huidige presentatiewijze als ’donker blauw’ te herkennen zijn.

Insights Zorg heeft de projectopdracht verworven voor de ontwikkeling van het toetsingsinstrument. Het instrument richt zich op drie onderdelen te weten de registratie, extractie en bewerking van data voor de benchmark. Het project bestaat uit drie fases: het opstellen van specificaties, de ontwikkeling en validatie van het instrument. Fase 1 is al vergevorderd. In januari 2015 wordt, na een akkoord van de stuurgroep, gestart met de ontwikkeling van het instrument (fase 2).

In het subsidiebedrag van ZN is geen bedrag opgenomen voor de toetsing zelf. Dat betekent dat regionale datacentra en zorggroepen die de dataverzameling in eigen beheer uitvoeren er rekening mee moeten houden dat ze de kosten van het toetsen zelf moeten betalen in 2015.

We houden u via het weekbericht en de website op de hoogte van de verdere ontwikkelingen en (tussentijdse) resultaten.

 

[...]

De benchmark ketenzorg: succesvol met ambitie
De benchmark ‘Transparante Ketenzorg’ maakt tot nu toe een succesvolle ontwikkeling door. Daarnaast heeft InEen een ambitieuze agenda voor een verdere doorontwikkeling van de benchmark.
In de deelledenvergadering voor zorggroepen op 28 oktober j.l. werd de doorontwikkeling van de benchmark ketenzorg besproken. Verschillende onderwerpen kwamen daarbij aan de orde, zoals: het doel van de benchmark, de jaarlijkse benchmarkrapportage (set en inclusiecriteria), de betrouwbaarheid en de doorontwikkeling. InEen ziet als doelen van de benchmark het zelf verantwoordelijkheid nemen als branche voor het datamanagement, primair een instrument voor eigen kwaliteitsbeleid, een middel om je als branche en zorggroep extern te verantwoorden en ambitie te tonen als het gaat om de doorontwikkeling ervan.

InEen en Zorgverzekeraars Nederland (ZN) werken samen aan de doorontwikkeling
Ook ZN vindt de benchmark belangrijk. Naast inzicht in de kwaliteit van de geboden zorg voor de branche, de zorgverzekeraars en de patiënten dienen indicatoren handvatten te bieden voor prestatiebekostiging. Verzekeraars zoeken aansluiting bij de benchmark, zodat deze te gebruiken is voor de zorginkoop en voor informatie aan verzekerden.
Op de agenda voor doorontwikkeling staat in ieder geval het meten van patiëntervaringen en het ontwikkelen van indicatoren voor prestatiebekostiging volgens het ‘Triple Aim principe’ (o.a. verbetering van de gezondheid zoals kwaliteit van leven en andere uitkomsten van zorg, patiëntervaringen en kosten van de zorg). In september 2014 heeft ZN, als aanloop naar de reguliere financiering via de contractering, subsidie beschikbaar gesteld voor de benchmarkrapportage over rapportagejaar 2014, de ontwikkeling van een toetsingsinstrument en de doorontwikkeling van de benchmark. Een stuurgroep, bestaande uit vertegenwoordigers van InEen en ZN, zorgt ervoor dat de gezamenlijke activiteiten op tijd de gewenste resultaten opleveren. Begin december dit jaar is de stuurgroep voor het eerst bijeen geweest.

Toetsingsinstrument
Het toetsingsinstrument wordt uiterlijk 31 mei 2015 opgeleverd. Het is in ieder geval de bedoeling dat alle zorggroepen en regionale datacentra (waarvan veel zorggroepen gebruik maken) in 2015 in staat zijn zich te laten toetsen. Uit de toetsing met het toetsingsinstrument blijkt welke maatregelen nodig zijn om aan de eisen van betrouwbaarheid te kunnen voldoen voor de benchmark over 2015. Het streven is om in het voorjaar van 2015 de zorggroepen te informeren over de eisen die gesteld worden, zodat zij zich alvast kunnen voorbereiden op de toetsing in de loop van 2015. Een zorggroep die met positief resultaat de toets doorstaat en zorggroepen die gebruik maken van een regionaal datacentrum dat aan de toetsingscriteria voldoet zou volgens de huidige presentatiewijze als ’donker blauw’ te herkennen zijn.

Insights Zorg heeft de projectopdracht verworven voor de ontwikkeling van het toetsingsinstrument. Het instrument richt zich op drie onderdelen te weten de registratie, extractie en bewerking van data voor de benchmark. Het project bestaat uit drie fases: het opstellen van specificaties, de ontwikkeling en validatie van het instrument. Fase 1 is al vergevorderd. In januari 2015 wordt, na een akkoord van de stuurgroep, gestart met de ontwikkeling van het instrument (fase 2).

In het subsidiebedrag van ZN is geen bedrag opgenomen voor de toetsing zelf. Dat betekent dat regionale datacentra en zorggroepen die de dataverzameling in eigen beheer uitvoeren er rekening mee moeten houden dat ze de kosten van het toetsen zelf moeten betalen in 2015.

We houden u via het weekbericht en de website op de hoogte van de verdere ontwikkelingen en (tussentijdse) resultaten.

 

Voortgang LSP

02 december 2014

Afgelopen woensdag heeft InEen samen met de andere convenantpartijen opnieuw steun en medewerking aan het LSP bevestigd. Tijdens de jaarlijkse bestuurlijke evaluatie is een intentieverklaring getekend waarin VZVZ gevraagd wordt om ook na 2015 door te gaan met het LSP. Zie ook het persbericht van VZVZ.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Afgelopen woensdag heeft InEen samen met de andere convenantpartijen opnieuw steun en medewerking aan het LSP bevestigd. Tijdens de jaarlijkse bestuurlijke evaluatie is een intentieverklaring getekend waarin VZVZ gevraagd wordt om ook na 2015 door te gaan met het LSP. Zie ook het persbericht van VZVZ.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Indicatoren landelijke benchmark voor zorggroepen 2014 gereed

27 november 2014

De indicatoren 2014 voor Transparante Ketenzorg, de landelijke benchmark voor zorggroepen, zijn gereed. Anders dan in voorgaande jaren worden de indicatoren voor diabetes, COPD, VVR en HVZ voorafgaand aan de oproep tot het aanleveren van de gegevens bekend gemaakt.

De indicatoren zijn afgeleid van de richtlijnen en indicatoren van het NHG. De belangrijkste wijziging ten opzichte van voorgaande jaren betreft de groep waarover wordt gerapporteerd. Vanaf dit jaar zijn dat alle patiënten die gedurende het hele jaar 2014 aan het zorgprogramma deelnamen. Let op: vorig jaar had de rapportage nog betrekking op iedereen die op peildatum 1 januari aan het zorgprogramma deelnam. De andere, meer inhoudelijke, wijzigingen hebben als doel de indicatoren tussen de zorgprogramma’s zoveel mogelijk gelijk te trekken.

De komende weken ontvangen de zorggroepen van InEen of de zorgverzekeraar een uitnodiging om de gegevens over 2014 aan te leveren via de website Transparante Ketenzorg. De website wordt vanaf 1 januari 2015 daarvoor opengesteld. De sluitingsdatum is 1 april 2015. Daarna worden de gegevens geanalyseerd en wordt het rapport Transparante Ketenzorg over 2014 opgesteld. Heeft u vragen over de nieuwe indicatoren over 2014? Neem in dat geval contact op met InEen (info@ineen.nl).

[...]

De indicatoren 2014 voor Transparante Ketenzorg, de landelijke benchmark voor zorggroepen, zijn gereed. Anders dan in voorgaande jaren worden de indicatoren voor diabetes, COPD, VVR en HVZ voorafgaand aan de oproep tot het aanleveren van de gegevens bekend gemaakt.

De indicatoren zijn afgeleid van de richtlijnen en indicatoren van het NHG. De belangrijkste wijziging ten opzichte van voorgaande jaren betreft de groep waarover wordt gerapporteerd. Vanaf dit jaar zijn dat alle patiënten die gedurende het hele jaar 2014 aan het zorgprogramma deelnamen. Let op: vorig jaar had de rapportage nog betrekking op iedereen die op peildatum 1 januari aan het zorgprogramma deelnam. De andere, meer inhoudelijke, wijzigingen hebben als doel de indicatoren tussen de zorgprogramma’s zoveel mogelijk gelijk te trekken.

De komende weken ontvangen de zorggroepen van InEen of de zorgverzekeraar een uitnodiging om de gegevens over 2014 aan te leveren via de website Transparante Ketenzorg. De website wordt vanaf 1 januari 2015 daarvoor opengesteld. De sluitingsdatum is 1 april 2015. Daarna worden de gegevens geanalyseerd en wordt het rapport Transparante Ketenzorg over 2014 opgesteld. Heeft u vragen over de nieuwe indicatoren over 2014? Neem in dat geval contact op met InEen (info@ineen.nl).

OZIS uitgeschakeld per 1 januari 2015

24 november 2014

In verschillende regio’s in Nederland worden via OZIS medische gegevens uitgewisseld tussen zorgverleners. Zoals eerder bericht wordt OZIS per 1 januari 2015 uitgeschakeld. Het systeem kan niet langer worden onderhouden, is technisch verouderd en voldoet niet aan privacywetgeving.

Het uitschakelen van OZIS is een lokale aangelegenheid en moet voor het einde van het jaar geregeld zijn.  In verschillende regio’s hebben lokale beheerders hierover al afspraken gemaakt en op andere plekken is de uitschakeling al en feit. Huisartsen in regio’s waar OZIS wordt gebruikt, krijgen bericht van de lokale beheerders. Inmiddels is op veel plekken in het land het LSP in gebruik genomen en draait het stabiel. Daarmee is het LSP dus een goed en beschikbaar alternatief voor het uitwisseling van medische gegevens tussen huisartsen, huisartsenposten en (dienst)apotheken. Het CBP heeft aangegeven dat de verwerking van gegevens via het LSP voldoet aan de Wet bescherming persoonsgegevens. Let op: uitwisseling van gegevens kan altijd alleen plaatsvinden als de patiënt daar expliciet en goed geïnformeerd toestemming voor heeft gegeven.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

In verschillende regio’s in Nederland worden via OZIS medische gegevens uitgewisseld tussen zorgverleners. Zoals eerder bericht wordt OZIS per 1 januari 2015 uitgeschakeld. Het systeem kan niet langer worden onderhouden, is technisch verouderd en voldoet niet aan privacywetgeving.

Het uitschakelen van OZIS is een lokale aangelegenheid en moet voor het einde van het jaar geregeld zijn.  In verschillende regio’s hebben lokale beheerders hierover al afspraken gemaakt en op andere plekken is de uitschakeling al en feit. Huisartsen in regio’s waar OZIS wordt gebruikt, krijgen bericht van de lokale beheerders. Inmiddels is op veel plekken in het land het LSP in gebruik genomen en draait het stabiel. Daarmee is het LSP dus een goed en beschikbaar alternatief voor het uitwisseling van medische gegevens tussen huisartsen, huisartsenposten en (dienst)apotheken. Het CBP heeft aangegeven dat de verwerking van gegevens via het LSP voldoet aan de Wet bescherming persoonsgegevens. Let op: uitwisseling van gegevens kan altijd alleen plaatsvinden als de patiënt daar expliciet en goed geïnformeerd toestemming voor heeft gegeven.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Pauline Meurs: ‘Regels zijn nuttig en nodig’

24 september 2014

regeldrukOp verzoek van de minister en de Agenda voor de Zorg1 schreef Pauline Meurs2 dit voorjaar een notitie over regeldruk in de zorg: wat is nou eigenlijk regeldruk en waar komt het vandaan? Het stuk verscheen begin juni en maakt discussie los. Het is inmiddels toegestuurd aan de Tweede Kamer.

Pauline Meurs stelt in haar stuk een aantal misverstanden aan de orde die op dit moment het debat over regeldruk vaak bepalen. Denk aan ‘regeldruk leidt tot vrijheidsbeperking’, ‘regeldruk gaat ten koste van de kwaliteit van zorg’ en ‘de overheid zorgt voor regeldruk’. Meurs onderkent de ervaren regeldruk, maar pleit voor een meer diepgaande zoektocht naar wat er aan de hand is. Haar notitie ‘Van regeldruk naar passende regels’ is een pleidooi voor vertrouwen (in elkaars competenties en intenties), veerkracht (trial & error), verantwoordelijkheid (als deugd) en vrijheid. Over dat laatste schrijft ze: ‘Regels kunnen vrijheid begrenzen ten gunste van andere waarden zoals recht en veiligheid. Regels kunnen ook ruimte bieden en als randvoorwaarde gelden voor zelfontplooiing, keuzevrijheid, verbetering van de kwaliteit van de zorg en aldus bijdragen aan de positieve vrijheid.’

Waarom heeft u voor deze vorm gekozen?

Meurs: ‘VWS en de Agenda voor de Zorg hadden behoefte aan een perspectief. Niet meteen oplossingen zoeken, maar stilstaan bij de vraag waar we het over hebben als we over regeldruk praten. Overheid, instellingen, zorgverzekeraars, zorgprofessionals hebben nu de neiging om naar elkaar te wijzen. Dat was de aanleiding om te zoeken naar een hoger abstractieniveau, kijken of we de situatie kunnen definiëren op een manier die partijen niet uit elkaar speelt, maar bindt.’

Wat is de kern van uw boodschap?

Meurs: ‘Het lijkt een sport om te klagen over een teveel aan regels. Problemen worden snel aan regeldruk toegeschreven. Iedereen heeft het er over dat er teveel regels zijn en dat dat foute boel is. Ik wilde laten zien dat regels op zichzelf niet slecht zijn, maar wel het al dan niet gepast inzetten ervan. Regels en vrijheid van handelen worden nu heel erg tegenover elkaar geplaatst. Maar je hebt ook regels nodig om vrijheid te kunnen betrachten. Het is niet zo dat alles goed komt als we de regels maar afschaffen.’

Hoe nu verder?

Meurs: ‘Het is dit kabinet in elk geval ernst om werk te maken van regeldruk en te onderzoeken hoe we op een andere manier met elkaar kunnen omgaan. Waar laten we elkaar vrij en waar binden we elkaar? Dát is waar het om gaat. Ik zeg dus niet dat er geen regels moeten zijn, integendeel, die zijn nuttig en nodig. Wel moeten we bezien of we – in plaats van nieuwe regels te stellen – onze relatie niet op een andere manier kunnen inrichten.’

Wat kunnen zorgverleners uit uw stuk leren?

Meurs: ‘Alle partijen kunnen bij zichzelf te rade gaan. Ook zorgverleners leggen elkaar behoorlijk wat regels op. In het stuk geef ik het voorbeeld van verpleegkundigen die problemen moeten registreren die op dat moment niet aan de orde zijn en ook niet relevant voor de patiënt. Dit komt vaak voort uit onzekerheid: wat wil de medisch specialist weten? Dat gaat dus niet over regeldruk, maar over onheldere afspraken. Of als je elkaar in een multidisciplinair team niet vertrouwt en het werk steeds wordt overgedaan omdat een andere zorgverlener er net even anders tegenaan kijkt, kunnen de administratieve lasten behoorlijk oplopen. Dat is regeldruk die niet van de overheid of de zorgverzekeraar afkomt.’

Meurs geeft in haar notitie vijf vuistregels die bij de zoektocht naar oplossingen behulpzaam kunnen zijn:

  1. Investeer in de onderlinge relaties. Ingewikkelde vraagstukken worden zelden opgelost door procedures en lastenberekeningen.
  2. Laat de inhoud leidend zijn, regels zijn een middel om een doel te bereiken. Vraag wat je wil bereiken met een registratie.
  3. Wees bescheiden, zoek geen ‘totaal oplossing’, maar ga stap voor stap.
  4. Experimenteer en leer, en blijf de regels periodiek ter discussie stellen.
  5. Kies voor gepaste verantwoording gericht op verbetering van kwaliteit en verbetering van zorg, met ruimte voor het delen van informatie zonder dat deze meteen openbaar wordt om lastige afwegingen te bespreken.

1Agenda voor de Zorg is een overleg van de voorzitters van de brancheverenigingen in de zorg onder voorzitterschap van Alexander Rinnooy Kan. Zij spannen zich in om belangrijke issues in de zorg op de agenda te houden. Namens InEen neemt Martin Bontje deel aan de Agenda voor de Zorg. Lees ook.

2Pauline Meurs is hoogleraar Bestuur van de gezondheidszorg aan de Erasmus Universiteit en voorzitter van ZonMw. Per 1 september 2014 is ze bovendien benoemd tot voorzitter van de Raad voor de Volksgezondheid en zorg (RVZ).

[...]

regeldrukOp verzoek van de minister en de Agenda voor de Zorg1 schreef Pauline Meurs2 dit voorjaar een notitie over regeldruk in de zorg: wat is nou eigenlijk regeldruk en waar komt het vandaan? Het stuk verscheen begin juni en maakt discussie los. Het is inmiddels toegestuurd aan de Tweede Kamer.

Pauline Meurs stelt in haar stuk een aantal misverstanden aan de orde die op dit moment het debat over regeldruk vaak bepalen. Denk aan ‘regeldruk leidt tot vrijheidsbeperking’, ‘regeldruk gaat ten koste van de kwaliteit van zorg’ en ‘de overheid zorgt voor regeldruk’. Meurs onderkent de ervaren regeldruk, maar pleit voor een meer diepgaande zoektocht naar wat er aan de hand is. Haar notitie ‘Van regeldruk naar passende regels’ is een pleidooi voor vertrouwen (in elkaars competenties en intenties), veerkracht (trial & error), verantwoordelijkheid (als deugd) en vrijheid. Over dat laatste schrijft ze: ‘Regels kunnen vrijheid begrenzen ten gunste van andere waarden zoals recht en veiligheid. Regels kunnen ook ruimte bieden en als randvoorwaarde gelden voor zelfontplooiing, keuzevrijheid, verbetering van de kwaliteit van de zorg en aldus bijdragen aan de positieve vrijheid.’

Waarom heeft u voor deze vorm gekozen?

Meurs: ‘VWS en de Agenda voor de Zorg hadden behoefte aan een perspectief. Niet meteen oplossingen zoeken, maar stilstaan bij de vraag waar we het over hebben als we over regeldruk praten. Overheid, instellingen, zorgverzekeraars, zorgprofessionals hebben nu de neiging om naar elkaar te wijzen. Dat was de aanleiding om te zoeken naar een hoger abstractieniveau, kijken of we de situatie kunnen definiëren op een manier die partijen niet uit elkaar speelt, maar bindt.’

Wat is de kern van uw boodschap?

Meurs: ‘Het lijkt een sport om te klagen over een teveel aan regels. Problemen worden snel aan regeldruk toegeschreven. Iedereen heeft het er over dat er teveel regels zijn en dat dat foute boel is. Ik wilde laten zien dat regels op zichzelf niet slecht zijn, maar wel het al dan niet gepast inzetten ervan. Regels en vrijheid van handelen worden nu heel erg tegenover elkaar geplaatst. Maar je hebt ook regels nodig om vrijheid te kunnen betrachten. Het is niet zo dat alles goed komt als we de regels maar afschaffen.’

Hoe nu verder?

Meurs: ‘Het is dit kabinet in elk geval ernst om werk te maken van regeldruk en te onderzoeken hoe we op een andere manier met elkaar kunnen omgaan. Waar laten we elkaar vrij en waar binden we elkaar? Dát is waar het om gaat. Ik zeg dus niet dat er geen regels moeten zijn, integendeel, die zijn nuttig en nodig. Wel moeten we bezien of we – in plaats van nieuwe regels te stellen – onze relatie niet op een andere manier kunnen inrichten.’

Wat kunnen zorgverleners uit uw stuk leren?

Meurs: ‘Alle partijen kunnen bij zichzelf te rade gaan. Ook zorgverleners leggen elkaar behoorlijk wat regels op. In het stuk geef ik het voorbeeld van verpleegkundigen die problemen moeten registreren die op dat moment niet aan de orde zijn en ook niet relevant voor de patiënt. Dit komt vaak voort uit onzekerheid: wat wil de medisch specialist weten? Dat gaat dus niet over regeldruk, maar over onheldere afspraken. Of als je elkaar in een multidisciplinair team niet vertrouwt en het werk steeds wordt overgedaan omdat een andere zorgverlener er net even anders tegenaan kijkt, kunnen de administratieve lasten behoorlijk oplopen. Dat is regeldruk die niet van de overheid of de zorgverzekeraar afkomt.’

Meurs geeft in haar notitie vijf vuistregels die bij de zoektocht naar oplossingen behulpzaam kunnen zijn:

  1. Investeer in de onderlinge relaties. Ingewikkelde vraagstukken worden zelden opgelost door procedures en lastenberekeningen.
  2. Laat de inhoud leidend zijn, regels zijn een middel om een doel te bereiken. Vraag wat je wil bereiken met een registratie.
  3. Wees bescheiden, zoek geen ‘totaal oplossing’, maar ga stap voor stap.
  4. Experimenteer en leer, en blijf de regels periodiek ter discussie stellen.
  5. Kies voor gepaste verantwoording gericht op verbetering van kwaliteit en verbetering van zorg, met ruimte voor het delen van informatie zonder dat deze meteen openbaar wordt om lastige afwegingen te bespreken.

1Agenda voor de Zorg is een overleg van de voorzitters van de brancheverenigingen in de zorg onder voorzitterschap van Alexander Rinnooy Kan. Zij spannen zich in om belangrijke issues in de zorg op de agenda te houden. Namens InEen neemt Martin Bontje deel aan de Agenda voor de Zorg. Lees ook.

2Pauline Meurs is hoogleraar Bestuur van de gezondheidszorg aan de Erasmus Universiteit en voorzitter van ZonMw. Per 1 september 2014 is ze bovendien benoemd tot voorzitter van de Raad voor de Volksgezondheid en zorg (RVZ).

Nieuwe InEen-collega’s

23 september 2014

Graag stellen we drie nieuwe InEen-collega’s aan jullie voor:

Ella Benedictus: beleidsmedewerker
Ella werkt sinds juni aan het project ‘Verbetering samenwerking en samenhang in de keten van acute zorg’. Daarnaast is ze betrokken bij het programma ‘Zorgvernieuwing & onderzoek’. In haar vorige werkkring heef ze gewerkt aan het oprichten en borgen van het netwerk samenwerking in de zorg voor jeugd. Het project ‘Verbetering samenwerking en samenhang’ is inmiddels op stoom. Binnenkort worden de huisartsenposten benaderd over de samenwerking met ketenpartners.

Judith van Duren, programmamanager
Judith is sinds 1 september programmamanager bij InEen en accountmanager voor de gezondheidscentra. Haar aandachtsgebieden zijn bekostiging, praktijkvoering en contractering, en informatiebeleid (benchmarking, gegevens-uitwisseling, enzovoort). De afgelopen jaren deed ze belangrijke ervaring op bij de KNMT (Koninklijke Vereniging tot bevordering van de tandheelkunde), ZN en de NZa.

Rianne van Pijkeren, beleidsmedewerker
Rianne doet sinds 1 september voor een half jaar ervaring op als beleidsmedewerker in het project ‘Verbetering samenwerking en samenhang in de keten van acute zorg’. Ze is van huis uit ergotherapeut en behaalde onlangs haar master Gezondheidswetenschappen (richting beleid en organisatie van de zorg) aan de Vrije Universiteit in Amsterdam.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

[...]

Graag stellen we drie nieuwe InEen-collega’s aan jullie voor:

Ella Benedictus: beleidsmedewerker
Ella werkt sinds juni aan het project ‘Verbetering samenwerking en samenhang in de keten van acute zorg’. Daarnaast is ze betrokken bij het programma ‘Zorgvernieuwing & onderzoek’. In haar vorige werkkring heef ze gewerkt aan het oprichten en borgen van het netwerk samenwerking in de zorg voor jeugd. Het project ‘Verbetering samenwerking en samenhang’ is inmiddels op stoom. Binnenkort worden de huisartsenposten benaderd over de samenwerking met ketenpartners.

Judith van Duren, programmamanager
Judith is sinds 1 september programmamanager bij InEen en accountmanager voor de gezondheidscentra. Haar aandachtsgebieden zijn bekostiging, praktijkvoering en contractering, en informatiebeleid (benchmarking, gegevens-uitwisseling, enzovoort). De afgelopen jaren deed ze belangrijke ervaring op bij de KNMT (Koninklijke Vereniging tot bevordering van de tandheelkunde), ZN en de NZa.

Rianne van Pijkeren, beleidsmedewerker
Rianne doet sinds 1 september voor een half jaar ervaring op als beleidsmedewerker in het project ‘Verbetering samenwerking en samenhang in de keten van acute zorg’. Ze is van huis uit ergotherapeut en behaalde onlangs haar master Gezondheidswetenschappen (richting beleid en organisatie van de zorg) aan de Vrije Universiteit in Amsterdam.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

Benchmarkbulletin Huisartsenposten 2013

11 augustus 2014

Het jaarlijkse Benchmarkbulletin Huisartsenposten  is gereed. De belangrijkste cijfers over 2013 zijn in daarin samengevat en het geheel geeft een beeld van de ontwikkelingen van de acute huisartsenzorg tijdens ANW-uren. Uit de cijfers blijkt dat het gebruik van de ANW-zorg bij huisartsenposten opnieuw licht is afgenomen, dat de ernst van de zorgvraag relatief is toegenomen (hogere urgenties) en dat de face-to-face-contacten ook zijn toegenomen. Dit terwijl tegelijkertijd de substitutie van ziekenhuiszorg naar eerstelijnshuisartsenzorg ook is toegenomen.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

[...]

Het jaarlijkse Benchmarkbulletin Huisartsenposten  is gereed. De belangrijkste cijfers over 2013 zijn in daarin samengevat en het geheel geeft een beeld van de ontwikkelingen van de acute huisartsenzorg tijdens ANW-uren. Uit de cijfers blijkt dat het gebruik van de ANW-zorg bij huisartsenposten opnieuw licht is afgenomen, dat de ernst van de zorgvraag relatief is toegenomen (hogere urgenties) en dat de face-to-face-contacten ook zijn toegenomen. Dit terwijl tegelijkertijd de substitutie van ziekenhuiszorg naar eerstelijnshuisartsenzorg ook is toegenomen.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

Richtlijn gegevensoverdracht acute zorg staat online

06 juli 2014

Nictiz (het expertisecentrum voor ICT in de zorg) heeft de nieuwe beroepsrichtlijn voor gegevensuitwisseling in de acute zorg online gezet. De richtlijn is samen met alle betrokken ketenpartijen ontwikkeld, waaronder InEen, AZN (ambulancezorg), de NVSHA (spoedeisende hulp artsen) en de NVZ (ziekenhuizen). De nieuwe versie is aangevuld met elektronische verwijzingen tussen de meldkamer, spoedeisende hulp, huisarts en de huisartsenpost. Nu zijn alle betrokken ketenpartijen in de acute zorg opgenomen.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

[...]

Nictiz (het expertisecentrum voor ICT in de zorg) heeft de nieuwe beroepsrichtlijn voor gegevensuitwisseling in de acute zorg online gezet. De richtlijn is samen met alle betrokken ketenpartijen ontwikkeld, waaronder InEen, AZN (ambulancezorg), de NVSHA (spoedeisende hulp artsen) en de NVZ (ziekenhuizen). De nieuwe versie is aangevuld met elektronische verwijzingen tussen de meldkamer, spoedeisende hulp, huisarts en de huisartsenpost. Nu zijn alle betrokken ketenpartijen in de acute zorg opgenomen.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

VTV: Nederland gezonder ondanks meer chronisch zieken

30 juni 2014

Deze week is de VTV 2014 (Volksgezondheid Toekomst Verkenning) uitgebracht. De VTV geeft een overzicht van de huidige stand van de volksgezondheid en beschrijft trends uit het verleden en in de toekomst. Ook komen er op basis van vier perspectieven vier toekomstscenario’s aan de orde. Het RIVM brengt iedere vier jaar een VTV uit. De VTV 2014 ‘Een gezonder Nederland’ vermeldt dat Nederlanders steeds ouder worden. In 2030 is de levensverwachting van mannen 82 (nu 79) jaar, die van vrouwen 85 (nu 83) jaar. De vergrijzing leidt wel tot circa 7 miljoen Nederlanders in 2030 met een chronische ziekte. Dat is ongeveer 40% van de bevolking. Nu is dat nog 32%. Deze stijging betekent overigens niet dat meer mensen buiten de maatschappij komen te staan. De meeste chronisch zieken van 20-65 jaar werken net zo veel als mensen zonder chronische ziekte. Het percentage volwassenen met overgewicht (48%) neemt naar verwachting niet verder toe. Het lijkt erop dat de daling van sterfte aan coronaire hartziekten en beroerte verder doorzet. De sterfte aan longkanker en dementie daarentegen stijgt: in 2030 is dementie de belangrijkste doodsoorzaak. Lees meer in de VTV 2014 ‘Een gezonder Nederland’.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

[...]

Deze week is de VTV 2014 (Volksgezondheid Toekomst Verkenning) uitgebracht. De VTV geeft een overzicht van de huidige stand van de volksgezondheid en beschrijft trends uit het verleden en in de toekomst. Ook komen er op basis van vier perspectieven vier toekomstscenario’s aan de orde. Het RIVM brengt iedere vier jaar een VTV uit. De VTV 2014 ‘Een gezonder Nederland’ vermeldt dat Nederlanders steeds ouder worden. In 2030 is de levensverwachting van mannen 82 (nu 79) jaar, die van vrouwen 85 (nu 83) jaar. De vergrijzing leidt wel tot circa 7 miljoen Nederlanders in 2030 met een chronische ziekte. Dat is ongeveer 40% van de bevolking. Nu is dat nog 32%. Deze stijging betekent overigens niet dat meer mensen buiten de maatschappij komen te staan. De meeste chronisch zieken van 20-65 jaar werken net zo veel als mensen zonder chronische ziekte. Het percentage volwassenen met overgewicht (48%) neemt naar verwachting niet verder toe. Het lijkt erop dat de daling van sterfte aan coronaire hartziekten en beroerte verder doorzet. De sterfte aan longkanker en dementie daarentegen stijgt: in 2030 is dementie de belangrijkste doodsoorzaak. Lees meer in de VTV 2014 ‘Een gezonder Nederland’.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

Terugblik werkconferentie Kwaliteit voor zorggroepen

01 mei 2014

Dat de zorggroepen kwaliteit hoog in het vaandel hebben, bleek wel uit de ruim 60 mensen die zich hebben aangemeld voor de werkconferentie kwaliteit voor zorggroepen van 24 april jl.

Professor Niek de Wit, lid van de Adviesraad kwaliteit van het ZorgInstituut Nederland, geeft aan dat het uitgangspunt van het ZorgInstutuut is het inrichten van zinnige en zuinige zorg. Gepast zorggebruik dus en dat kan alleen bij goede kwaliteit van zorg en de bijbehorende transparantie van kwaliteit. De Wit benadrukte de belangrijke rol die zorggroepen hebben bij de implementatie van kwaliteit in de ketenzorg. Hij deed een nadrukkelijk appel op de zorggroepen:  ‘Vanuit het Zorginstituut Nederland zie ik een goede samenwerking met InEen en de zorggroepen voor me. We hebben jullie nodig, dáár moet het gebeuren!’ Download de presentatie (6 mb)

Zelfevaluatie zorggroepen
Ellen Spierings, beleidsmedewerker InEen ging in op de resultaten van de vragenlijst zelfevaluatie zorggroepen. Met 51 hoofdinvullers was de respons hoog. Zorggroepen houden van openheid: er waren slechts 14 anoniem ingevulde vragenlijsten. Uit de antwoorden bleek dat de meeste zorggroepen de KKK’s (Kritische KwaliteitsKenmerken) hebben geïmplementeerd of hard werken aan die implementatie. Nog niet veel zorggroepen hebben het vastleggen van persoonlijke zorgdoelen al volledig geïmplementeerd, maar voor veel zorggroepen heeft het duidelijk prioriteit. Ook zelfmanagement is een aandachtpunt waar veel energie naar uitgaat.

Pieter Boon van Totta Research verzorgde een korte preview van de website waar de zorggroepen straks de eigen uitkomsten kunnen vergelijken met andere zorggroepen. Voor onderdelen waarmee ze aan de slag willen, zijn handreikingen beschikbaar. Ook kunnen ze ervaringen ophalen bij andere zorggroepen die al verder zijn op dat thema. De site is binnenkort operationeel.

Leren van elkaar
Lidewij Vat, adviseur Vilans en Harrie Geboers benadrukken het belang van het delen van ervaringen tussen zorggroepen. ‘Kennis delen helpt om zaken helder te krijgen, op een gelijkwaardig niveau.’ Beiden gingen met de aanwezigen in gesprek over peer-to-peer reviews. Daaruit kwam naar voren dat de deelnemers niet uit zijn op normerende, waardebepalende reviews, maar ze zien het als middel om van elkaar te kunnen leren door kennis en ervaringen uit te wisselen. Het gaat juist om het leren van elkaar. ‘Het mag niet fungeren als afrekening, je doet het om verder te komen’, aldus de deelnemers.

Kritische Kwaliteitskenmerken
Na de pauze is het aanpassen van de KKK’s (Kritische Kwaliteitskenmerken) voor 2014 aan de orde geweest, evenals mogelijke nieuwe KKK’s in 2015. In 2014 betreft het een bijstelling op teksten, maar er komen geen nieuwe KKK’s bij. InEen zet wel in op het meten van patiëntervaringen, daarover is overleg met de zorgverzekeraars. Mogelijk kunnen er dit jaar stappen worden gezet, waardoor er per 2015 daartoe een nieuwe generiek instrument is.

Zelfzorg Ondersteund
Tot slot ging InEen-bestuurder Maarten Klomp in op Zelfzorg Ondersteund!, de organisatie waarvan InEen ook lid is. Hij ging daarbij in op de inkoopvoorwaarden in 2015 ten aanzien van zelfmanagement. Een onderwerp dat de komende jaren steeds meer aandacht zal krijgen. Overigens is er op 5 juni a.s. een bijeenkomst van ZO! van 16.00 – 20.00 uur. Zie de uitnodiging hiervoor.

[...]

Dat de zorggroepen kwaliteit hoog in het vaandel hebben, bleek wel uit de ruim 60 mensen die zich hebben aangemeld voor de werkconferentie kwaliteit voor zorggroepen van 24 april jl.

Professor Niek de Wit, lid van de Adviesraad kwaliteit van het ZorgInstituut Nederland, geeft aan dat het uitgangspunt van het ZorgInstutuut is het inrichten van zinnige en zuinige zorg. Gepast zorggebruik dus en dat kan alleen bij goede kwaliteit van zorg en de bijbehorende transparantie van kwaliteit. De Wit benadrukte de belangrijke rol die zorggroepen hebben bij de implementatie van kwaliteit in de ketenzorg. Hij deed een nadrukkelijk appel op de zorggroepen:  ‘Vanuit het Zorginstituut Nederland zie ik een goede samenwerking met InEen en de zorggroepen voor me. We hebben jullie nodig, dáár moet het gebeuren!’ Download de presentatie (6 mb)

Zelfevaluatie zorggroepen
Ellen Spierings, beleidsmedewerker InEen ging in op de resultaten van de vragenlijst zelfevaluatie zorggroepen. Met 51 hoofdinvullers was de respons hoog. Zorggroepen houden van openheid: er waren slechts 14 anoniem ingevulde vragenlijsten. Uit de antwoorden bleek dat de meeste zorggroepen de KKK’s (Kritische KwaliteitsKenmerken) hebben geïmplementeerd of hard werken aan die implementatie. Nog niet veel zorggroepen hebben het vastleggen van persoonlijke zorgdoelen al volledig geïmplementeerd, maar voor veel zorggroepen heeft het duidelijk prioriteit. Ook zelfmanagement is een aandachtpunt waar veel energie naar uitgaat.

Pieter Boon van Totta Research verzorgde een korte preview van de website waar de zorggroepen straks de eigen uitkomsten kunnen vergelijken met andere zorggroepen. Voor onderdelen waarmee ze aan de slag willen, zijn handreikingen beschikbaar. Ook kunnen ze ervaringen ophalen bij andere zorggroepen die al verder zijn op dat thema. De site is binnenkort operationeel.

Leren van elkaar
Lidewij Vat, adviseur Vilans en Harrie Geboers benadrukken het belang van het delen van ervaringen tussen zorggroepen. ‘Kennis delen helpt om zaken helder te krijgen, op een gelijkwaardig niveau.’ Beiden gingen met de aanwezigen in gesprek over peer-to-peer reviews. Daaruit kwam naar voren dat de deelnemers niet uit zijn op normerende, waardebepalende reviews, maar ze zien het als middel om van elkaar te kunnen leren door kennis en ervaringen uit te wisselen. Het gaat juist om het leren van elkaar. ‘Het mag niet fungeren als afrekening, je doet het om verder te komen’, aldus de deelnemers.

Kritische Kwaliteitskenmerken
Na de pauze is het aanpassen van de KKK’s (Kritische Kwaliteitskenmerken) voor 2014 aan de orde geweest, evenals mogelijke nieuwe KKK’s in 2015. In 2014 betreft het een bijstelling op teksten, maar er komen geen nieuwe KKK’s bij. InEen zet wel in op het meten van patiëntervaringen, daarover is overleg met de zorgverzekeraars. Mogelijk kunnen er dit jaar stappen worden gezet, waardoor er per 2015 daartoe een nieuwe generiek instrument is.

Zelfzorg Ondersteund
Tot slot ging InEen-bestuurder Maarten Klomp in op Zelfzorg Ondersteund!, de organisatie waarvan InEen ook lid is. Hij ging daarbij in op de inkoopvoorwaarden in 2015 ten aanzien van zelfmanagement. Een onderwerp dat de komende jaren steeds meer aandacht zal krijgen. Overigens is er op 5 juni a.s. een bijeenkomst van ZO! van 16.00 – 20.00 uur. Zie de uitnodiging hiervoor.

Beleidsvisie gegevensdeling en privacy in het sociaal domein

09 april 2014

Op 13 maart 2014 heeft het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties een ‘Beleidsvisie gegevensdeling en privacy in het sociaal domein’ voor consultatie vrijgegeven op de website www.internetconsultatie.nl.

Dit onderwerp betreft veel leden van InEen, met name gezondheidscentra. Daarom heeft InEen in een reactie haar visie op deze problematiek weergegeven. Daarin bepleiten we onder andere grote aandacht voor de toepassing van de in het beleidsdocument geformuleerde principes. De professionals moeten zich door de systemen van gegevensontwikkeling ondersteund voelen in de uitvoering van hun werk. Het “dichtregelen” van de uitwisselingssystemen moet worden voorkomen.

InEen bepleit het instellen van een laagdrempelige ondersteuningsinfrastructuur. Daarbij is het gebruikersperspectief belangrijker dan het perspectief van de techniek. Naast een helpdeskfunctie moet de ondersteuningsinfrastructuur ook een signaleringsfunctie krijgen.

[...]

Op 13 maart 2014 heeft het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties een ‘Beleidsvisie gegevensdeling en privacy in het sociaal domein’ voor consultatie vrijgegeven op de website www.internetconsultatie.nl.

Dit onderwerp betreft veel leden van InEen, met name gezondheidscentra. Daarom heeft InEen in een reactie haar visie op deze problematiek weergegeven. Daarin bepleiten we onder andere grote aandacht voor de toepassing van de in het beleidsdocument geformuleerde principes. De professionals moeten zich door de systemen van gegevensontwikkeling ondersteund voelen in de uitvoering van hun werk. Het “dichtregelen” van de uitwisselingssystemen moet worden voorkomen.

InEen bepleit het instellen van een laagdrempelige ondersteuningsinfrastructuur. Daarbij is het gebruikersperspectief belangrijker dan het perspectief van de techniek. Naast een helpdeskfunctie moet de ondersteuningsinfrastructuur ook een signaleringsfunctie krijgen.

SHO werkt aan digitalisering

25 maart 2014

DiagnostiekE-health neemt een steeds grotere plaats in in de zorgverlening, ook bij de leden van InEen. SHO (lid van InEen) werkt hard aan verdere digitalisering. Zo is het voor huisartsen in Dieren en Losser mogelijk om digitaal laboratoriumonderzoek aan te vragen. Dit betreft nog een pilot, maar het is nu reeds een succes. Er worden nauwelijks meer papieren aanvraagformulieren gebruikt. Zodra de software verder is aangescherpt kan deze methode op grotere schaal worden ingevoerd.

Daarnaast wordt er gewerkt aan het cliëntenportal Mijnsho.nl. De eerste stap in dit systeem is de mogelijkheid voor patiënten om digitaal afspraken te kunnen maken. Het kunnen inzien van uitslagen wordt mogelijk een volgende stap. En tot slot gaat SHO per juni 2014 over op volledig elektronisch verzenden van uitslagen van ECG, ABPM en spirometrie. Nu worden deze nog digitaal en op papier verstuurd. Een ECG, ABPM of spirometrie kan de aanvrager te allen tijde visueel raadplegen via SHO Uitslagen Online.

[...]

DiagnostiekE-health neemt een steeds grotere plaats in in de zorgverlening, ook bij de leden van InEen. SHO (lid van InEen) werkt hard aan verdere digitalisering. Zo is het voor huisartsen in Dieren en Losser mogelijk om digitaal laboratoriumonderzoek aan te vragen. Dit betreft nog een pilot, maar het is nu reeds een succes. Er worden nauwelijks meer papieren aanvraagformulieren gebruikt. Zodra de software verder is aangescherpt kan deze methode op grotere schaal worden ingevoerd.

Daarnaast wordt er gewerkt aan het cliëntenportal Mijnsho.nl. De eerste stap in dit systeem is de mogelijkheid voor patiënten om digitaal afspraken te kunnen maken. Het kunnen inzien van uitslagen wordt mogelijk een volgende stap. En tot slot gaat SHO per juni 2014 over op volledig elektronisch verzenden van uitslagen van ECG, ABPM en spirometrie. Nu worden deze nog digitaal en op papier verstuurd. Een ECG, ABPM of spirometrie kan de aanvrager te allen tijde visueel raadplegen via SHO Uitslagen Online.

Tips voor opzet patiëntenportaal

28 februari 2014

Steeds meer eerstelijnszorggroepen en gezondheidscentra bieden hun patiënten een online portaal aan. Patiënten kunnen daarmee bijvoorbeeld een deel van hun medisch dossier inzien, gezondheidszaken regelen, met zelfmanagementtools aan de slag gaan en online afspraken maken. Vilans heeft samen met zorggroep DOH (De Ondernemende Huisarts) en Zorggroep Almere zeven tips opgesteld. Zorggroep DOH werkt met Mijn GezondheidsPlatform van Medicinfo en Zorggroep Almere werkt met Mijn Gezondheid.net van Pharmapartners.

[...]

Steeds meer eerstelijnszorggroepen en gezondheidscentra bieden hun patiënten een online portaal aan. Patiënten kunnen daarmee bijvoorbeeld een deel van hun medisch dossier inzien, gezondheidszaken regelen, met zelfmanagementtools aan de slag gaan en online afspraken maken. Vilans heeft samen met zorggroep DOH (De Ondernemende Huisarts) en Zorggroep Almere zeven tips opgesteld. Zorggroep DOH werkt met Mijn GezondheidsPlatform van Medicinfo en Zorggroep Almere werkt met Mijn Gezondheid.net van Pharmapartners.

InEen lid van het European Forum for Primary Care

28 februari 2014

De LVG heeft in 2005 mede aan de wieg gestaan van het European Forum for Primary Care (EFPC). De oprichters uit verschillende Europese landen hadden de overtuiging dat een sterke (multidisciplinaire) eerstelijnszorg leidt tot verbetering van de gezondheid van de Europese burgers. Het EFPC bouwt aan verbindingen tussen voorlopers in de eerstelijnszorg binnen en buiten Europa.

InEen heeft het lidmaatschap van EFPC voortgezet. We vinden het belangrijk samen te staan voor een sterke eerstelijnszorg die tegemoet komt aan de behoefte van de bevolking. Dit gebeurt onder andere door uitwisseling binnen de groep van gezondheidscentra, verbonden aan het EFPC (International Federation of Community Health Centres). Tevens bevordert EFPC de belangen van de georganiseerde eerstelijnszorg bij multilaterale organisaties, zoals de Europese Commissie en de WHO in Kopenhagen. Overigens zijn verschillende InEen-leden ook lid van EFPC.

Meer informatie hierover bij Arthur Eyck: a.eyck@ineen.nl.

[...]

De LVG heeft in 2005 mede aan de wieg gestaan van het European Forum for Primary Care (EFPC). De oprichters uit verschillende Europese landen hadden de overtuiging dat een sterke (multidisciplinaire) eerstelijnszorg leidt tot verbetering van de gezondheid van de Europese burgers. Het EFPC bouwt aan verbindingen tussen voorlopers in de eerstelijnszorg binnen en buiten Europa.

InEen heeft het lidmaatschap van EFPC voortgezet. We vinden het belangrijk samen te staan voor een sterke eerstelijnszorg die tegemoet komt aan de behoefte van de bevolking. Dit gebeurt onder andere door uitwisseling binnen de groep van gezondheidscentra, verbonden aan het EFPC (International Federation of Community Health Centres). Tevens bevordert EFPC de belangen van de georganiseerde eerstelijnszorg bij multilaterale organisaties, zoals de Europese Commissie en de WHO in Kopenhagen. Overigens zijn verschillende InEen-leden ook lid van EFPC.

Meer informatie hierover bij Arthur Eyck: a.eyck@ineen.nl.

Resultaten van de NTS-webenquête

21 februari 2014

Positief, praktisch, kwaliteitswinst, bewerkelijk en de indruk van verschuiving in de urgentietoekenning van de zorgvragen. Triagisten noemen deze ervaringen met het gebruik van de digitale NTS-applicatie het meest. Huisartsen hebben vooral de indruk dat verschuiving in urgentie plaatsvinden met de bijkomende werkdruk. Het urgentiedenken in plaats van het diagnosegericht denken vraagt ook nog wat gewenning.

NTS-applicatie
Deze ervaringen van triagisten en huisartsen komen uit de webenquête die de InEen (toen nog VHN) in september 2013 uitzette onder haar leden-huisartsenposten. Daarmee wil InEen meer inzicht krijgen in de ervaringen met de implementatie en het gebruik van de triagestandaard en dan vooral de digitaal ondersteunde versie daarvan. Door ervaringen en suggesties in kaart te brengen, streeft InEen naar een betere onderlinge verdeling van kennis en ervaringen rondom het gebruik van de digitale NTS-applicatie.

Daarnaast bieden de resultaten van de enquête een basis voor verder overleg van InEen met de Stichting NTS. In totaal hebben 38 HDS’en de webenquête ingevuld. Daarvan werken er momenteel 26 met de digitale NTS-applicatie, 5 HDS’en werken met de NHG-TriageWijzer uit 2011, 5 HDS’en werken met de NHG-TelefoonWijzer en 2 met TAS. Van de 12 gebruikers die niet met de digitale NTS-applicatie werken, geven er 10 aan daarop te zullen overstappen.

Trends
Op basis van de resultaten uit de webenquête en de opmerkingen lijken er enkele trends zichtbaar. Zo geven huisartsenposten aan dat er meer overleg (discussie?) tussen huisarts en triagist plaats lijkt te vinden over de urgentietoekenning van een zorgvraag. Hierdoor lijken de aanrijdtijden langer te worden. Ook worden communicatiestoornissen tussen de huisarts (die om een diagnose vraagt) en de triagist (die wil overleggen over urgentie) genoemd. Verder geeft een deel van de huisartsenposten aan dat er huisartsen zijn die de digitale NTS-applicatie in twijfel trekken omdat ze (voor hun gevoel) vaker onterecht een patiënt zien. Er wordt een verschuiving in urgentie ervaren en daardoor een toename van het aantal consulten. Of dit ook daadwerkelijk het geval is, is niet eenduidig af te leiden uit de kwantitatieve data die enkele huisartsenposten hebben meegestuurd. Hiernaar is nader onderzoek wenselijk. Behalve voorzien in meer kwantitatieve data wil InEen in vervolg op de NTS-enquête een platform creëren voor uitwisseling van ervaringen van gebruikers, waarbij ook een meer gestructureerde verzameling van vragen plaatsvindt. Zie voor de volledige resultaten het eindrapport.

Themabijeenkomst over triage
InEen heeft voor haar leden op 18 maart 2014 een themabijeenkomst gehouden over triage. Daarbij stonden drie onderwerpen centraal: 1. een verdieping op de resultaten uit de NTS-enquête 2. de ontwikkeling van een standaard om de kwaliteit van triage te meten 3. aanpassingen in de diplomerings- en herregistratie-eisen van triagisten. Aan de bijeenkomst namen ruim 80 mensen deel die zich bij een huisartsenpost op enige wijze met triage bezighouden: kwaliteitsfunctionarissen, locatiemanagers, P&O-ers, directeuren. Behalve de acties die InEen oppakt in vervolg op de NTS-enquête gaan we ook verder aan de slag met verduidelijking en vereenvoudiging van de spelregels rond het diplomeren en herregistreren van de triagist. En de resultaten van de opdracht aan IQ healthcare tot het ontwikkelen van een standaard voor het meten van de kwaliteit van triage komen terug in een ledenbijeenkomst van huisartsenposten. Voorlopig is de werkagenda van InEen rond het thema triage dus goed gevuld.

[...]

Positief, praktisch, kwaliteitswinst, bewerkelijk en de indruk van verschuiving in de urgentietoekenning van de zorgvragen. Triagisten noemen deze ervaringen met het gebruik van de digitale NTS-applicatie het meest. Huisartsen hebben vooral de indruk dat verschuiving in urgentie plaatsvinden met de bijkomende werkdruk. Het urgentiedenken in plaats van het diagnosegericht denken vraagt ook nog wat gewenning.

NTS-applicatie
Deze ervaringen van triagisten en huisartsen komen uit de webenquête die de InEen (toen nog VHN) in september 2013 uitzette onder haar leden-huisartsenposten. Daarmee wil InEen meer inzicht krijgen in de ervaringen met de implementatie en het gebruik van de triagestandaard en dan vooral de digitaal ondersteunde versie daarvan. Door ervaringen en suggesties in kaart te brengen, streeft InEen naar een betere onderlinge verdeling van kennis en ervaringen rondom het gebruik van de digitale NTS-applicatie.

Daarnaast bieden de resultaten van de enquête een basis voor verder overleg van InEen met de Stichting NTS. In totaal hebben 38 HDS’en de webenquête ingevuld. Daarvan werken er momenteel 26 met de digitale NTS-applicatie, 5 HDS’en werken met de NHG-TriageWijzer uit 2011, 5 HDS’en werken met de NHG-TelefoonWijzer en 2 met TAS. Van de 12 gebruikers die niet met de digitale NTS-applicatie werken, geven er 10 aan daarop te zullen overstappen.

Trends
Op basis van de resultaten uit de webenquête en de opmerkingen lijken er enkele trends zichtbaar. Zo geven huisartsenposten aan dat er meer overleg (discussie?) tussen huisarts en triagist plaats lijkt te vinden over de urgentietoekenning van een zorgvraag. Hierdoor lijken de aanrijdtijden langer te worden. Ook worden communicatiestoornissen tussen de huisarts (die om een diagnose vraagt) en de triagist (die wil overleggen over urgentie) genoemd. Verder geeft een deel van de huisartsenposten aan dat er huisartsen zijn die de digitale NTS-applicatie in twijfel trekken omdat ze (voor hun gevoel) vaker onterecht een patiënt zien. Er wordt een verschuiving in urgentie ervaren en daardoor een toename van het aantal consulten. Of dit ook daadwerkelijk het geval is, is niet eenduidig af te leiden uit de kwantitatieve data die enkele huisartsenposten hebben meegestuurd. Hiernaar is nader onderzoek wenselijk. Behalve voorzien in meer kwantitatieve data wil InEen in vervolg op de NTS-enquête een platform creëren voor uitwisseling van ervaringen van gebruikers, waarbij ook een meer gestructureerde verzameling van vragen plaatsvindt. Zie voor de volledige resultaten het eindrapport.

Themabijeenkomst over triage
InEen heeft voor haar leden op 18 maart 2014 een themabijeenkomst gehouden over triage. Daarbij stonden drie onderwerpen centraal: 1. een verdieping op de resultaten uit de NTS-enquête 2. de ontwikkeling van een standaard om de kwaliteit van triage te meten 3. aanpassingen in de diplomerings- en herregistratie-eisen van triagisten. Aan de bijeenkomst namen ruim 80 mensen deel die zich bij een huisartsenpost op enige wijze met triage bezighouden: kwaliteitsfunctionarissen, locatiemanagers, P&O-ers, directeuren. Behalve de acties die InEen oppakt in vervolg op de NTS-enquête gaan we ook verder aan de slag met verduidelijking en vereenvoudiging van de spelregels rond het diplomeren en herregistreren van de triagist. En de resultaten van de opdracht aan IQ healthcare tot het ontwikkelen van een standaard voor het meten van de kwaliteit van triage komen terug in een ledenbijeenkomst van huisartsenposten. Voorlopig is de werkagenda van InEen rond het thema triage dus goed gevuld.

Ontwikkeling zelfevaluatie-instrument

20 februari 2014

InEen maakt een zelfevaluatie-instrument waarmee zorggroepen voor zichzelf kunnen bepalen hoever ze zijn met het invoeren van de Kritische Kwaliteitskenmerken (KKK’s). ‘De methodiek ontwikkelt InEen samen met Vilans’’, geeft projectleider Harrie Geboers aan. ‘De zorggroepen hebben behoefte aan een gezamenlijk kwaliteitsbeleid waarin ze zelf de regie hebben, niet een die van bovenaf wordt opgelegd. Dat heeft geleid tot de inmiddels 21 Kritische Kwaliteitskenmerken (KKK’s), waarmee de zorggroepen aan de slag gaan. Om de eigen aanpak te toetsen is zelfevaluatie onontbeerlijk. Daarin kiezen zorggroepen voor een eigen ontwerp. Een keuze voor bijvoorbeeld HKZ of NEN is op dit moment niet aan de orde.’

Vragenlijst
Een projectgroep van InEen is in samenwerking met Vilans aan de slag gegaan. ‘Voor zelfevaluatie is een vragenlijst zinvol’, geeft Geboers aan. ‘Als een aantal mensen van een zorggroep deze invullen, biedt dat inzicht in de status van de kwaliteit op dat moment. Bovendien leidt het tot discussie over de verschillen.’ Deze vragenlijst is ontwikkeld en getoetst bij 7 zorggroepen. De feedback daarvan hebben we meegenomen. Ook zijn we bezig met het ontwikkelen van een peer-to-peer review module voor onderlinge vergelijking.’

Dynamisch model
Dit alles komt digitaal beschikbaar voor de leden zorggroepen van InEen. ‘Samen met een handreiking én met feedbackrapportage op maat, gebaseerd op de antwoorden van de vragenlijsten’, geeft Geboers aan. ‘Totta, de leverancier van het benchmarksysteem van de huisartsenposten, is daar nu mee aan de slag. Naar verwachting is dit alles half april operationeel. Op de site komen ook een aantal materialen en voorbeelden rondom de KKK’s.’ Geboers benadrukt: ‘Het is zeker geen statisch geheel, het gaat om een dynamisch model, dat we door de tijd samen met de zorggroepen verder kunnen verbeteren en verrijken.’

 

 

 

 

[...]

InEen maakt een zelfevaluatie-instrument waarmee zorggroepen voor zichzelf kunnen bepalen hoever ze zijn met het invoeren van de Kritische Kwaliteitskenmerken (KKK’s). ‘De methodiek ontwikkelt InEen samen met Vilans’’, geeft projectleider Harrie Geboers aan. ‘De zorggroepen hebben behoefte aan een gezamenlijk kwaliteitsbeleid waarin ze zelf de regie hebben, niet een die van bovenaf wordt opgelegd. Dat heeft geleid tot de inmiddels 21 Kritische Kwaliteitskenmerken (KKK’s), waarmee de zorggroepen aan de slag gaan. Om de eigen aanpak te toetsen is zelfevaluatie onontbeerlijk. Daarin kiezen zorggroepen voor een eigen ontwerp. Een keuze voor bijvoorbeeld HKZ of NEN is op dit moment niet aan de orde.’

Vragenlijst
Een projectgroep van InEen is in samenwerking met Vilans aan de slag gegaan. ‘Voor zelfevaluatie is een vragenlijst zinvol’, geeft Geboers aan. ‘Als een aantal mensen van een zorggroep deze invullen, biedt dat inzicht in de status van de kwaliteit op dat moment. Bovendien leidt het tot discussie over de verschillen.’ Deze vragenlijst is ontwikkeld en getoetst bij 7 zorggroepen. De feedback daarvan hebben we meegenomen. Ook zijn we bezig met het ontwikkelen van een peer-to-peer review module voor onderlinge vergelijking.’

Dynamisch model
Dit alles komt digitaal beschikbaar voor de leden zorggroepen van InEen. ‘Samen met een handreiking én met feedbackrapportage op maat, gebaseerd op de antwoorden van de vragenlijsten’, geeft Geboers aan. ‘Totta, de leverancier van het benchmarksysteem van de huisartsenposten, is daar nu mee aan de slag. Naar verwachting is dit alles half april operationeel. Op de site komen ook een aantal materialen en voorbeelden rondom de KKK’s.’ Geboers benadrukt: ‘Het is zeker geen statisch geheel, het gaat om een dynamisch model, dat we door de tijd samen met de zorggroepen verder kunnen verbeteren en verrijken.’

 

 

 

 

SHO biedt patiëntenportaal

14 februari 2014

SHO Centra voor medische diagnostiek heeft ervoor gekozen om haar dienstverlening aan patiënten verder te verbeteren door de inzet van een patiëntenportaal. Met ruim 130 locaties in de regio Arnhem/Nijmegen, Twente en Amsterdam brengt SHO haar dienstverlening nog dichter bij de patiënt. Het patiëntenportaal is gebaseerd op het VitalHealth Platform en ontwikkeld door VitalHealth Solutions.

‘Het is een prima samenwerking, vlot en tegelijk gedegen’, aldus een tevreden Erik Bos, manager ICT van SHO. Er zit vaart in, begin april moet het eerste deel van het patiëntenportaal operationeel zijn. Dat betreft het zelf kunnen plannen van afspraken.

‘SHO is voor het maken van afspraken tijdens kantooruren bereikbaar, straks kunnen patiënten dus 24 uur per dag een afspraak maken’, vermeldt Bos. ‘De tweede stap is het zelf kunnen inzien van uitslagen, vanzelfsprekend in afstemming met onze aanvragers (huisartsen). Dat past in deze tijd, waarin er steeds meer regie komt te liggen bij patiënten. Wij geloven in die ontwikkeling. Voor het toepasbaar maken ervan in de praktijk  is een goed patiëntenportaal noodzakelijk. Dat is een passend onderdeel van onze service.’

 

[...]

SHO Centra voor medische diagnostiek heeft ervoor gekozen om haar dienstverlening aan patiënten verder te verbeteren door de inzet van een patiëntenportaal. Met ruim 130 locaties in de regio Arnhem/Nijmegen, Twente en Amsterdam brengt SHO haar dienstverlening nog dichter bij de patiënt. Het patiëntenportaal is gebaseerd op het VitalHealth Platform en ontwikkeld door VitalHealth Solutions.

‘Het is een prima samenwerking, vlot en tegelijk gedegen’, aldus een tevreden Erik Bos, manager ICT van SHO. Er zit vaart in, begin april moet het eerste deel van het patiëntenportaal operationeel zijn. Dat betreft het zelf kunnen plannen van afspraken.

‘SHO is voor het maken van afspraken tijdens kantooruren bereikbaar, straks kunnen patiënten dus 24 uur per dag een afspraak maken’, vermeldt Bos. ‘De tweede stap is het zelf kunnen inzien van uitslagen, vanzelfsprekend in afstemming met onze aanvragers (huisartsen). Dat past in deze tijd, waarin er steeds meer regie komt te liggen bij patiënten. Wij geloven in die ontwikkeling. Voor het toepasbaar maken ervan in de praktijk  is een goed patiëntenportaal noodzakelijk. Dat is een passend onderdeel van onze service.’

 

Onderzoek naar patiëntportalen

13 februari 2014

Er komen steeds meer regionale patiëntportalen. Deze bieden informatie en diensten voor inwoners van een bepaald gebied. Het instituut Beleid & Management Gezondheidzorg (iBMG) onderzocht hoe de ontwikkeling van regionale patiëntportalen verloopt. Dat deed ze in 4 regio’s: Den Haag, Rotterdam, Utrecht en Almere. Zowel in Almere als in Utrecht zijn daarbij leden van InEen betrokken, te weten  Zorggroep Almere (MijnGezondheid.net) als Gezondheidscentra Maarssenbroek (GCM) (PAZIO).

Time to go online
GCM hield op 28 januari een congres met de titel: ‘Time to go online’. Er waren ruim 150 belangstellenden.’Met ‘Mijn GCM’ is er één digitale voordeur voor onze cliënten. Het PAZIO-portaal geeft met één beveiligde code toegang tot alle software-systemen van de geïntegreerde zorg, waaronder MijnGezondheid.net, Portavita en Fysiomanage’, stelt directeur Gré Conradi tevreden vast. Ze benadrukt dat een patiëntenportaal uitstekend is voor het stimuleren van zelfmanagement van patiënten. ‘De patiënt als regisseur, de zorgverlener als adviseur’, vatte een patiënt het helder samen op Twitter.

Ook kunnen patiënten afspraken maken en uitslagen inzien, daardoor neemt het telefoontjes naar het centrum af. ‘Maar dat gaat niet vanzelf. Je moet patiënten echt stimuleren om ermee aan de slag te gaan. Dat gebeurt door huisartsen maar we hadden ook tijdelijk ‘promo-dames’ in de praktijk. Digitalisering vereist echt een gedragsverandering’, aldus Conradi.

Lessons Learned
Het onderzoek van iBMG brengt de technische, juridische, financiële en organisatorische aspecten in kaart. Zoals de koppeling van verschillende informatiesystemen & infrastructuren en de gegevensbeveiliging & verantwoordelijkheden. Het geeft ook aan hoe lastig is het te komen tot een businesscase voor portalen die expliciet zijn gericht op de patiënt.  Het uitgebreide rapport van iBMG sluit af met praktische hulpmiddelen voor een oriëntatietraject over patiëntportalen, met een overzicht van discussiepunten en lessons learned.

[...]

Er komen steeds meer regionale patiëntportalen. Deze bieden informatie en diensten voor inwoners van een bepaald gebied. Het instituut Beleid & Management Gezondheidzorg (iBMG) onderzocht hoe de ontwikkeling van regionale patiëntportalen verloopt. Dat deed ze in 4 regio’s: Den Haag, Rotterdam, Utrecht en Almere. Zowel in Almere als in Utrecht zijn daarbij leden van InEen betrokken, te weten  Zorggroep Almere (MijnGezondheid.net) als Gezondheidscentra Maarssenbroek (GCM) (PAZIO).

Time to go online
GCM hield op 28 januari een congres met de titel: ‘Time to go online’. Er waren ruim 150 belangstellenden.’Met ‘Mijn GCM’ is er één digitale voordeur voor onze cliënten. Het PAZIO-portaal geeft met één beveiligde code toegang tot alle software-systemen van de geïntegreerde zorg, waaronder MijnGezondheid.net, Portavita en Fysiomanage’, stelt directeur Gré Conradi tevreden vast. Ze benadrukt dat een patiëntenportaal uitstekend is voor het stimuleren van zelfmanagement van patiënten. ‘De patiënt als regisseur, de zorgverlener als adviseur’, vatte een patiënt het helder samen op Twitter.

Ook kunnen patiënten afspraken maken en uitslagen inzien, daardoor neemt het telefoontjes naar het centrum af. ‘Maar dat gaat niet vanzelf. Je moet patiënten echt stimuleren om ermee aan de slag te gaan. Dat gebeurt door huisartsen maar we hadden ook tijdelijk ‘promo-dames’ in de praktijk. Digitalisering vereist echt een gedragsverandering’, aldus Conradi.

Lessons Learned
Het onderzoek van iBMG brengt de technische, juridische, financiële en organisatorische aspecten in kaart. Zoals de koppeling van verschillende informatiesystemen & infrastructuren en de gegevensbeveiliging & verantwoordelijkheden. Het geeft ook aan hoe lastig is het te komen tot een businesscase voor portalen die expliciet zijn gericht op de patiënt.  Het uitgebreide rapport van iBMG sluit af met praktische hulpmiddelen voor een oriëntatietraject over patiëntportalen, met een overzicht van discussiepunten en lessons learned.

Zorgatlas 2020: inzicht in regio Achterhoek

11 februari 2014

Wat hebben inwoners van de Achterhoek nodig om volwaardig deel te nemen aan de maatschappij? Welke vormen van hulp en ondersteuning zijn noodzakelijk? Hiervoor is inzicht nodig in de huidige en verwachte toekomstige situatie: zorgbreed en vanuit de infrastructuur.

In het project Zorgatlas Achterhoek 2020 hebben InEen-lid Caransscoop, GGD NOG en Werk-plaats Vitale Leefomgeving Regio Achterhoek de beschikbare data over demografie, zorgvraag en zorgaanbod bij elkaar gebracht. Tijdens de presentatie daarvan bogen zorgvragers, zorgaanbieders, zorgverzekeraar, bestuurders/beleidsmakers van de gemeente, de provincie, van zorg- en woonorganisaties en vertegenwoordigers van belangengroepen zich over de resultaten van de analyses.

De analyses zijn tot stand gekomen door verschillende beschikbare data aan elkaar te koppelen. De cijfers en uitkomsten zijn overzichtelijk weergegeven in diagrammen, grafieken en plaatjes. De uitkomsten gaan op deze manier steeds meer leven. Verbindingen worden duidelijk en zo kan er samen naar oplossingen worden gezocht.

[...]

Wat hebben inwoners van de Achterhoek nodig om volwaardig deel te nemen aan de maatschappij? Welke vormen van hulp en ondersteuning zijn noodzakelijk? Hiervoor is inzicht nodig in de huidige en verwachte toekomstige situatie: zorgbreed en vanuit de infrastructuur.

In het project Zorgatlas Achterhoek 2020 hebben InEen-lid Caransscoop, GGD NOG en Werk-plaats Vitale Leefomgeving Regio Achterhoek de beschikbare data over demografie, zorgvraag en zorgaanbod bij elkaar gebracht. Tijdens de presentatie daarvan bogen zorgvragers, zorgaanbieders, zorgverzekeraar, bestuurders/beleidsmakers van de gemeente, de provincie, van zorg- en woonorganisaties en vertegenwoordigers van belangengroepen zich over de resultaten van de analyses.

De analyses zijn tot stand gekomen door verschillende beschikbare data aan elkaar te koppelen. De cijfers en uitkomsten zijn overzichtelijk weergegeven in diagrammen, grafieken en plaatjes. De uitkomsten gaan op deze manier steeds meer leven. Verbindingen worden duidelijk en zo kan er samen naar oplossingen worden gezocht.

Publicatie indicatoren ketenzorg

04 februari 2014

Er zijn nieuwe versies gepubliceerd van indicatoren huisartsenzorg voor diabetes mellitus, astma bij volwassenen, COPD en patiënten met hart- en vaatziekten. De indicatoren voor diabetes zijn aangepast aan de nieuwe NHG-Standaard diabetes Mellitus type 2 van oktober 2013. Bij de andere sets van indicatoren is er voornamelijk sprake van correcties en aanvullingen. Deze documentatie vindt u op de website van het NHG.

De indicatorensets worden ook als basis gebruikt voor de landelijke benchmark transparante ketenzorg. Om misverstanden te voorkomen: de reeds verspreide indicatorensets gelden daarbij voor 2013 . De nieuwe indicatorensets worden pas relevant voor de benchmark van 2014.

[...]

Er zijn nieuwe versies gepubliceerd van indicatoren huisartsenzorg voor diabetes mellitus, astma bij volwassenen, COPD en patiënten met hart- en vaatziekten. De indicatoren voor diabetes zijn aangepast aan de nieuwe NHG-Standaard diabetes Mellitus type 2 van oktober 2013. Bij de andere sets van indicatoren is er voornamelijk sprake van correcties en aanvullingen. Deze documentatie vindt u op de website van het NHG.

De indicatorensets worden ook als basis gebruikt voor de landelijke benchmark transparante ketenzorg. Om misverstanden te voorkomen: de reeds verspreide indicatorensets gelden daarbij voor 2013 . De nieuwe indicatorensets worden pas relevant voor de benchmark van 2014.

NIVEL-website en symposium over big data eerste lijn

22 januari 2014

NIVEL Zorgregistraties biedt inzicht in de rol en de bijdrage die de verschillende disciplines aan de eerste lijn leveren.  De website van het NIVEL biedt antwoord op de volgende vragen:

  • Welke gezondheidsproblemen spelen er in de Nederlandse bevolking?
  • Hoeveel eerstelijnszorg gebruikt de Nederlandse bevolking voor welke gezondheidsproblemen en bij welke zorgdisciplines?

De registraties bevatten een schat aan informatie over actuele thema’s. Waaronder: zorg in de buurt, substitutie, kwaliteit en toegankelijkheid van de zorg, gezondheid en leefomgeving, taakherschikking, zorgbekostiging en de basis-GGZ. Een aantal van deze thema’s komt tijdens het symposium aan de orde. Dit vindt plaats op 18 maart a.s. van 12.30-18.00 uur in Amersfoort. Toegang is gratis.

Bezoekers van het symposium kunnen kennismaken met de database en de toepassingsmogelijkheden. Sprekers zijn o.a. Veronique Esman, directeur curatieve zorg VWS en Brendan Delaney, professor of primary care, King’s College, Londen. Zie het programma van het symposium en het aanmeldingsformulier.

 

[...]

NIVEL Zorgregistraties biedt inzicht in de rol en de bijdrage die de verschillende disciplines aan de eerste lijn leveren.  De website van het NIVEL biedt antwoord op de volgende vragen:

  • Welke gezondheidsproblemen spelen er in de Nederlandse bevolking?
  • Hoeveel eerstelijnszorg gebruikt de Nederlandse bevolking voor welke gezondheidsproblemen en bij welke zorgdisciplines?

De registraties bevatten een schat aan informatie over actuele thema’s. Waaronder: zorg in de buurt, substitutie, kwaliteit en toegankelijkheid van de zorg, gezondheid en leefomgeving, taakherschikking, zorgbekostiging en de basis-GGZ. Een aantal van deze thema’s komt tijdens het symposium aan de orde. Dit vindt plaats op 18 maart a.s. van 12.30-18.00 uur in Amersfoort. Toegang is gratis.

Bezoekers van het symposium kunnen kennismaken met de database en de toepassingsmogelijkheden. Sprekers zijn o.a. Veronique Esman, directeur curatieve zorg VWS en Brendan Delaney, professor of primary care, King’s College, Londen. Zie het programma van het symposium en het aanmeldingsformulier.

 

Brief Agenda voor de Zorg over Regeldruk

17 januari 2014

In ‘Agenda van de Zorg’ (AvdZ) is een groot aantal zorgpartijen verenigd, waaronder InEen. Ze werken gezamenlijk aan een plan van aanpak voor het terugdringen van administratieve lasten en regeldruk. AvdZ gaat voor een voortvarende, niet-vrijblijvende aanpak. Een aantal gezamenlijke uitgangspunten vormt de basis van dit plan van aanpak. Zo zijn er quick wins te boeken door het aantal uitvragen te beperken tot wat echt nodig is.

De AvdZ heeft een brief naar minister Schippers (pdf) gestuurd en wil graag met de minister van gedachten wisselen om zo te kunnen komen tot een succesvol traject.

[...]

In ‘Agenda van de Zorg’ (AvdZ) is een groot aantal zorgpartijen verenigd, waaronder InEen. Ze werken gezamenlijk aan een plan van aanpak voor het terugdringen van administratieve lasten en regeldruk. AvdZ gaat voor een voortvarende, niet-vrijblijvende aanpak. Een aantal gezamenlijke uitgangspunten vormt de basis van dit plan van aanpak. Zo zijn er quick wins te boeken door het aantal uitvragen te beperken tot wat echt nodig is.

De AvdZ heeft een brief naar minister Schippers (pdf) gestuurd en wil graag met de minister van gedachten wisselen om zo te kunnen komen tot een succesvol traject.

Aanbod ROS in 60 seconden

05 januari 2014
Wat doet een ROS? Veel. Heel veel. Dat kan je omstandig uitleggen in een folder. Maar je kunt het ook kort verwoorden in een video. Want beeld zegt soms meer dan 1000 woorden tekst. Vanuit die gedachte heeft de ROS Zorgimpuls een video gemaakt. In slechts 60 seconden wordt duidelijk wat ze doet. En waarin ze eerstelijnszorgverleners kunnen adviseren en begeleiden.

De video is specifiek bedoeld voor de  werkregio van Zorgimpuls, maar maakt tegelijk duidelijk wat elke ROS in de eigen regio doet. Kijk op www.zorgimpuls.nl 

[...]
Wat doet een ROS? Veel. Heel veel. Dat kan je omstandig uitleggen in een folder. Maar je kunt het ook kort verwoorden in een video. Want beeld zegt soms meer dan 1000 woorden tekst. Vanuit die gedachte heeft de ROS Zorgimpuls een video gemaakt. In slechts 60 seconden wordt duidelijk wat ze doet. En waarin ze eerstelijnszorgverleners kunnen adviseren en begeleiden.

De video is specifiek bedoeld voor de  werkregio van Zorgimpuls, maar maakt tegelijk duidelijk wat elke ROS in de eigen regio doet. Kijk op www.zorgimpuls.nl 

Convenant informatie-uitwisseling ketenzorg

19 december 2013

Informatie-uitwisseling bij  ketenzorg is van groot belang voor de kwaliteit en effectiviteit van de zorg. Tussen zorgverleners onderling. En tussen zorgverleners en patiënten. Daarvoor is een consistente toepassing van standaarden bij informatie-uitwisseling noodzakelijk. Er is een gezamenlijk programma: “informatie-uitwisseling ketenzorg”. Doel is het realiseren van een adequate en integrale oplossing voor informatie-uitwisseling ketenzorg.  LOK en LVG hebben dit convenant ondertekend. Evenals NPCF, KNMG, NHG, Nedhis, VZVZ, de leveranciers van HIS/KIS systemen, St. OZIS, NDF, ZN, Nictiz en VZVZ.

[...]

Informatie-uitwisseling bij  ketenzorg is van groot belang voor de kwaliteit en effectiviteit van de zorg. Tussen zorgverleners onderling. En tussen zorgverleners en patiënten. Daarvoor is een consistente toepassing van standaarden bij informatie-uitwisseling noodzakelijk. Er is een gezamenlijk programma: “informatie-uitwisseling ketenzorg”. Doel is het realiseren van een adequate en integrale oplossing voor informatie-uitwisseling ketenzorg.  LOK en LVG hebben dit convenant ondertekend. Evenals NPCF, KNMG, NHG, Nedhis, VZVZ, de leveranciers van HIS/KIS systemen, St. OZIS, NDF, ZN, Nictiz en VZVZ.

Pagina
1
van
1