Corona onderstreept noodzaak van een georganiseerde eerste lijn

11 juni 2020

Regionalisering, ofwel het organiseren en aanspreekbaar maken van de eerste lijn op regionaal niveau, is anno 2020 één van de grote prioriteiten in de huisartsenzorg. Corona heeft het belang daarvan nog eens onderstreept. “De regionale lijnen voor overleg en samenwerking lagen er en kwamen enorm van pas”, zeggen Astrid Scholl en Arthur Eyck, programmamanagers bij InEen. Organisaties wisten elkaar gemakkelijk te vinden en er konden snel stappen worden gezet. En in de slipstream werd, bijvoorbeeld op het gebied van digitalisering, ook koudwatervrees de wereld uit geholpen.

De eerste discussies zijn al begonnen, in de media, in de Tweede Kamer en ook in de zorg: was het niet allemaal een beetje te veel? “Belangrijke discussies”, zegt Astrid Scholl, programmamanager acute zorg, “maar laten we niet vergeten dat het de eerste weken, voordat alles goed was ingeregeld, juist op de huisartsenposten en in veel dagpraktijken totale gekte was. Alle vragen, onzekerheden en ongerustheid van burgers kwamen bij de huisartsenzorg terecht. Vooral in de avond, nacht en weekenden was de telefonische drukte enorm.

Gericht

Bij het in goede banen leiden van die gekte heeft het Huisartsenzorg Rampen Opvangplan (HAROP) zijn nut bewezen, stelt Scholl vast. Het plan, waarmee jaarlijks wordt geoefend, zorgde ervoor dat men in de regio meteen gericht aan het werk kon. Via de crisisteams sprak de huisartsenzorg met één mond en kon ook in het ROAZ efficiënt worden samengewerkt met de ziekenhuizen, GGD en de VVT (Verpleging, Verzorging en Thuiszorg). Scholl: “In dit soort situaties moet je de krachten bundelen als individuele huisartsen, huisartsenposten en regionale organisaties. Anders ben je geen partij in het grote geheel.” Ze benadrukt dat de LHV-regiokantoren, ook vertegenwoordigd in de crisisteams, een belangrijk rol speelden, onder meer in het contact met de achterban, de individuele huisartsen.

Verdubbelen

Wat er op de agenda stond was niet gering. Om te beginnen dus het opvangen van buitensporig veel telefonische vragen. “Dat wil zeggen”, zegt Scholl, “het in no time verdubbelen van het aantal triagisten op de huisartsenpost, mensen die goed kunnen triëren, gerust kunnen stellen en iemand op het juiste spoor kunnen zetten.” Voorts het scheiden van de patiëntenstromen, mensen mét en zónder verdenking van corona, eveneens een verdubbeling van capaciteit en fysieke ruimtes. Het organiseren van voldoende persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM). En niet in de laatste plaats het aanbieden van actuele medisch-inhoudelijke informatie. Landelijk voerden InEen, NHG en LHV elke morgen om acht uur een crisisoverleg, waarin de beschikbare wetenschappelijke en randvoorwaardelijke informatie bij elkaar werd gebracht. De koepels sluisden deze kennis door naar hun achterban, waar het via de crisisteams en de lokale HAROP-coördinatoren te bestemder plaatse kwam. Scholl citeert de tweet van een Limburgse huisarts: ‘we komen er nu wel achter hoe belangrijk het is dat er organisatiekracht onder huisartsen is’.

Corona opt-in

“Een belangrijke vraag die we vrijwel meteen kregen vanuit huisartsen en huisartsenposten was: zorg dat er informatie over patiënten beschikbaar is!”, zegt Arthur Eyck, programmamanager informatiebeleid. Het ontbreken van een samenvatting van het patiëntendossier op de huisartsenpost maakte een intensieve triage noodzakelijk, wat leidde tot grote vertraging op de toch al overspoelde telefoonlijnen. Ook hier maakten de bestaande overlegkanalen snelle voortgang mogelijk. In minder dan een paar weken was met ondersteuning van VWS, de Autoriteit Persoonsgegevens en het Openbaar Ministerie de corona opt-in voor huisartsenpost en SEH een feit. Eyck: “Het is gelukkig niet nodig geweest om deze mogelijkheid ten volle te gebruiken, maar waar dit wel gebeurd is, was het een uitkomst en we zijn nu klaar voor een eventuele volgende golf.”

Organisatiekracht

Profijt van de inzet van de afgelopen jaren is voorts getrokken bij het intensiveren van telefonische en videoconsulten, en het organiseren van e-health-oplossingen. “We hebben gezien”, zegt Eyck, “dat praktijken die er nog niet veel energie in hadden gestoken, nu vaak minder goed waren toegerust met de geschikte applicaties. Soms ook bleek werken vanuit huis lastig te zijn.” Hij ziet het beleid, zoals InEen dat de laatste jaren heeft ingezet, bevestigd: het op regionaal niveau realiseren van de ambities en de randvoorwaarden voor verdere digitalisering. Eyck: “Daar zit de organisatiekracht en de capaciteit om dat mogelijk te maken, waarbij de huisartsenpraktijken natuurlijk meedenken over de ambities en de prioriteiten.” Hij hoort terug dat de afgelopen periode voor sceptische huisartsen een eyeopener is geweest. De welwillendheid om de eigen werkprocessen onder de loep te nemen en meer digitalisering in de praktijk te introduceren, is toegenomen.

Dit artikel is afkomstig uit de InEen-nieuwsbrief - juni 2020

Gerelateerde artikelen


Bekijk meer artikelen

Gerelateerd nieuws


Bekijk meer

Contactpersonen