Medisch-generalistische zorg betreft de zorg die huisartsen en artsen voor verstandelijk gehandicapten (AVG) in onderlinge afstemming en samenwerking geven. De organisatie van medische zorg voor mensen met een beperking moet verbeteren. Met dat doel voor ogen ondertekenden op 29 oktober jl. acht organisaties, waaronder de Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland (VGN), de Landelijke Huisartsenvereniging (LHV), InEen en de Nederlandse Vereniging van Artsen voor Verstandelijk Gehandicapten (NVAVG), het convenant ‘Randvoorwaarden en facilitering medisch-generalistische zorg voor mensen met een beperking’.

Het convenant beoogt goede randvoorwaarden te creëren voor deze zorg en de zorgverleners beter te faciliteren. De LHV en InEen hebben in een aanvullende brief aan alle partijen van het convenant het belang benadrukt van het goed invullen van die randvoorwaarden voor de organisatie van de zorg. Dat en betere samenwerking met specialistische zorg (Artsen Verstandelijk Gehandicapten) zijn de uitgangspunten waarmee dit convenant is opgesteld. 
Ook mensen met een beperking hebben recht op goede medische zorg, ongeacht of ze thuis of in een zorginstelling wonen. LHV en InEen zien dat VG-instellingen worstelen met het geregeld krijgen van de medische zorg door oplopende tekorten aan Artsen Verstandelijk Gehandicapten (AVG), een veranderde rol van de AVG en de complexiteit van wet- en regelgeving. Daardoor neemt de druk op huisartsen en huisartsenposten toe om ook in VG-instellingen medische zorg te leveren. Voor de betrokken partijen was dit aanleiding om bij elkaar te komen en de handen ineen te slaan. Geïnspireerd door de voorbeelden uit het land waarbij het wel is gelukt om deze zorg te organiseren, en vanuit de gemeenschappelijke wens om de organisatie van deze zorg voor mensen met een beperking te verbeteren, is het convenant tot stand gekomen.

Goede randvoorwaarden voor lokaal samenwerken

“Mensen met een verstandelijke beperking in een VG-instelling hebben niet alleen recht op medisch-generalistische zorg, maar op veel meer dan dat: ze hebben recht op de beste specialistische zorg. Juist die zorg kun je niet van de huisarts eisen en dat is precies wat er dreigde te gebeuren”, aldus LHV-bestuurslid Guus Jaspar.

Elke individuele huisarts heeft de vrijheid zelf de afweging te maken of hij of zij zorg wil en kan verlenen aan mensen met een beperking. De huisarts zal daarbij uitgaan van de eigen bekwaamheid en de beschikbare tijd binnen de praktijk om de huisartsenzorg voor deze specifieke doelgroep op zich te nemen. Mochten de voorwaarden in het convenant niet ingevuld worden door zorgaanbieders óf mocht hier in de loop van de tijd verandering in komen, dan is de huisarts(enpost) niet langer gebonden aan het nakomen van de afspraken en zal naar andere oplossingen moeten worden gezocht. Zorgaanbieder en huisarts(enpost) zullen daarover in gesprek gaan en naar een oplossing moeten zoeken, waarbij ook de zorgverzekeraar en het zorgkantoor betrokken kunnen worden vanuit de zorgplicht. InEen-bestuurslid Eugen Zuiderwijk: “Dit convenant is een mooie handreiking en aanmoediging voor regionale huisartsenorganisatie en huisartsenposten om actief samenwerkingsafspraken met instellingen in de regio voor deze kwetsbare doelgroep vorm te geven.”

Er zijn nu nieuwe, betere afspraken gemaakt om samen de benodigde randvoorwaarden te creëren en de facilitering van zorgverleners te verbeteren. Wij hopen dat het hiermee beter lukt om tot afspraken te komen tussen betrokken zorgverleners, zoals de huisartsen en de AVG’s en het makkelijker wordt om lokaal samen te werken. Het is duidelijk dat geen van de partijen het alleen kan oplossen, en dat de organisatie van de zorg alleen verbetert als er goed samengewerkt wordt.

De betrokken partijen zijn:

  • Ieder(in), Netwerk voor mensen met een beperking of chronische ziekte
  • InEen, vereniging van organisaties in de eerstelijnszorg
  • KansPlus, Belangennetwerk voor mensen met een verstandelijke beperking
  • Landelijke Huisartsenvereniging (LHV)
  • Nederlandse Vereniging van Artsen voor Verstandelijk Gehandicapten (NVAVG)
  • Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland (VGN)
  • Verpleegkundigen en Verzorgenden Nederland (V&VN)
  • Zorgverzekeraars Nederland (ZN)

De Inspectie voor Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ), het Zorginstituut Nederland (ZINL) en de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) waren in hun rol als toehoorder actief betrokken bij de totstandkoming van het convenant. Het ministerie van Volksgezondheid Welzijn en Sport (VWS) ondersteunt de strekking van het convenant.

Bekijk ook

Aanmelden nieuwsbrief

Ontvang updates en nieuws over de eerstelijnszorg.
  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.