Ruim een half jaar geleden verliet Ine Scholten na 16 jaar de Doktersdienst Groningen, waar ze de eerstelijnsspoedzorg mede vorm gaf. Nu ze niet meer met haar neus op de dagelijkse praktijk zit, kijkt ze met een meer beschouwende blik naar de effecten van het beleid van de afgelopen jaren. “Bij alle veranderingen in de zorg hebben we twee dingen ernstig onderschat.”

“Ja”, zegt Scholten, “mensen kunnen langer thuisblijven. Maar als je oud wordt heb je meer ondersteuning nodig, zo eenvoudig is het. Tegelijkertijd moeten we allemaal aan het werk, ook de mantelzorgers. Ik weet uit ervaring dat het afbreukrisico hoog is als je medewerkers hebt die veel mantelzorg verlenen. Een ander effect is de grotere complexiteit van de hulpvraag van ouderen thuis. De zorg is hier onvoldoende op ingericht. Zie de problemen die spoedposten en de SEH’s hebben om ouderen onder te brengen, de beddenproblematiek van de ziekenhuizen en instellingen. En niet te vergeten de moeite die het kost om vacatures te vervullen, we moeten echt innovatiever worden.”

Groninger Zorgakkoord

In dit verband is Scholten blij met het Groninger Zorgakkoord, de overeenkomst tussen zorgaanbieders, gemeenten, woningcorporaties, de zorgverzekeraar, de provincie en het Rijk om te investeren in toekomstbestendige en aardbevingsbestendige zorggebouwen en daarmee in de kwaliteit van de zorg in Groningen. “Het akkoord geeft ruimte voor innovatie; nadenken over nieuwe woonvormen, andere zorgconcepten, maar ook het aangaan van nieuwe partnerschappen”, zegt ze. “Ik hoop dat het iets oplevert waar andere regio’s inspiratie aan kunnen ontlenen.”

Ontschotten

Ook voor haar is meer regionale samenwerking het sleutelwoord. “Maar daarvoor moet je wel de ruimte krijgen”, vervolgt ze. “Door de marktwerking in de zorg zijn we meer voor onszélf gaan denken. Van dat marktdenken moeten we weer af. Als je de schotten tussen de partijen uit kunt halen, ben je veel beter in staat om samen werkelijk nieuwe dingen te ontwikkelen. Dat is precies het mooie van het Groninger Zorgakkoord.” Ontschotten, minder marktwerking, het is een oplossingsrichting die eigenlijk al jaren wordt geroepen, constateert Scholten. “Ik vertel niks nieuws.” Ook het terugbrengen van bureaucratie staat op haar lijstje. “Ik las deze week dat in sommige thuiszorgorganisaties nog steeds ongeveer elke vijf minuten verantwoord moeten worden. Is het nou zo moeilijk om mensen meer vertrouwen te geven?”

Scholten: “Misschien ben ik te positief, maar ik geloof er vast in dat mensen graag willen samenwerken. Ik heb altijd gezien dat bij een crisis niemand te beroerd is om de handen uit de mouwen te steken. Maar mensen moeten de ruimte krijgen. Misschien krijgen ze in hun dagelijks handelen te weinig vrijheid om verantwoordelijkheid te nemen. Ook daardoor wordt het steeds moeilijker om ouderen met acute problemen onder te brengen. Als iemand ‘ja’ zegt, zadelt hij zijn organisatie op met een probleem, want het is nóóit simpel.”

Vluchtelingen

Scholten wil graag weer terug naar de bedoeling. “Dan kun je veel gedoe achterwege laten. Waarom deden we dit ook alweer? Het zou goed zijn als we ons die vraag elke ochtend stellen. Het zou helpen.” En ook: “Ik zou willen dat we veel meer gebruikmaken van mensen die heel graag iets willen doen. Vluchtelingen bijvoorbeeld. Geef ze stageplekken zodat ze inzetbaar worden voor de zorg. Ze kunnen niet terug (geen papieren) maar mogen ook niks dóen. Dat is werkelijk niet meer van deze tijd.”


Dit artikel is afkomstig uit de Nieuwsbriefspecial InEen – december 2019

ine scholten
Ine Scholten