logo

Over InEen

Een ijzersterke eerste lijn: daar wordt iedereen beter van!

Deze uitspraak is de leidraad van InEen. Wij geloven namelijk in de kracht van samenwerking in de eerste lijn. Die is essentieel voor kwalitatief goede zorg, waar de patiënt centraal staat. Samenhang in de sector vraagt om een gestroomlijnde organisatie.

Samen met leden
InEen wil de organisatiegraad van de eerste lijn verhogen. En eerstelijnszorgorganisaties versterken. Dat doen we door organisatie, samenwerken en innovatie. Daarbij werken we nauw samen met onze leden: gezondheidscentra/eerstelijnscentra, zorggroepen, ROS’en, eerstelijns diagnostische centra en huisartsenposten.  De leden bestrijken met elkaar het gehele eerstelijnszorgveld. De diversiteit van leden versterkt de kracht van de vereniging.

InEen is een vereniging die verenigt. We bouwen doorlopend aan een sterke  band tussen de gedeelde belangen van de leden onderling. Gezamenlijk ontwikkelen we kennis, kunde en vernieuwende know how op de kerngebieden van de eerstelijnszorg.

Met gezag
InEen heeft een gezaghebbende positie opgebouwd bij de politiek en in de zorgsector. Daardoor kan InEen de thema’s, vragen en zorgen van leden op het juiste moment bij de juiste overlegtafels behartigen. Daarnaast helpt InEen zorgorganisaties bij financiering, contractering, innovatie, onderzoek, bedrijfsvoering, kwaliteitsbeleid en governance.

Wat doen we?
InEen versterkt, vernieuwt en verbindt de eerste lijn en behartigt de belangen van de georganiseerde eerste lijn.

 

ZorgImpuls: Samenwerken anno 2017

09 maart 2017

puzzel‘Samenwerken’ is een veelgebruikt woord zowel als het gaat om de organisatie van de Nederlandse gezondheidszorg, als om de kwaliteit van de geboden zorg. Samenwerking is dan ook onontbeerlijk voor goede zorg. We praten met Robert Waterreus, directeur van de ROS ZorgImpuls, over het belang van samenwerken anno 2017 en de manier waarop zijn organisatie daarmee bezig is.

De zorg ontwikkelt zich in de richting van een populatiegerichte en persoonsgerichte aanpak, waarin mensen steeds meer zelf de regie nemen over hun gezondheid. Een integrale benadering over de domeinen heen is een logisch gevolg. Waterreus: ‘Ik zie in het veld heel veel bereidheid en initiatief tot samenwerken. Veel problematiek is niet enkelvoudig en overstijgt de eigen beroepsuitoefening en domein. Goede verbindingen met andere disciplines en zorgdomeinen zijn dan van belang.’

Verbindingen maken is een kerntaak van de ROS. In de eerste jaren, zegt Waterreus, werd gefocust op het stimuleren van multidisciplinaire samenwerking tussen eerstelijnszorgverleners in de eerste lijn, onder meer door begeleiding bij de realisatie van gezondheidscentra en samenwerkingsverbanden zoals GEZ. Inmiddels ligt het accent meer op samenwerkingsvraagstukken over de domeinen heen. De ontwikkelingen in de zorg vragen nieuwe samenwerkingscoalities en concepten, aldus het Jaarplan 2017 van ZorgImpuls, gericht op verschillende populaties en thema’s. Waterreus: ‘Betere gezondheid, hogere ervaren kwaliteit van zorg en lagere kosten zijn daarbij voor ons een belangrijk uitgangspunt.’

In het Rotterdamse krijgt samenwerking behalve in concrete projecten en programma’s vorm in een scala van platforms en netwerken, vaak ook gefaciliteerd en begeleid door ZorgImpuls: brede regionale overleggen, lokale netwerken en samenwerkingen rondom specifieke thema’s. Waterreus ziet aan verschillende ‘tafels’ de ontwikkeling om niet alleen kennis te delen en te verdiepen, maar ook om gezamenlijk initiatieven op te pakken. Bijvoorbeeld in het Eerstelijnsoverleg met CHPR, de koepels van gezondheidscentra Gezond op Zuid en ZON/Boog zorggroep, IZER en de LHV kring op onderwerpen als gegevensuitwisseling, inzet verpleegkundig specialist en samenwerking met grote stakeholders als gemeenten en ziekenhuizen. ‘Dat versterkt ook de aanspreekbaarheid van de eerste lijn. Door méér een gemeenschappelijk perspectief neer te zetten, worden eerstelijnspartijen een veel duidelijker partner voor andere partijen.’

Waterreus noemt verder de regionale pilot rond het Meekijkconsult, voortkomend uit de Regiotafel waarin alle kleine en grote partijen van de georganiseerde eerste lijn (14), de LHV kring, Zilveren Kruis en ZorgImpuls deelnemen. Daarin experimenteren zorggroepen en gezondheidscentra samen met de ziekenhuizen met verschillende vormen van het meekijkconsult. ‘Een mooi voorbeeld van hoe we aan de tafels zoeken naar manieren om tot regionale en gedragen keuzes te komen.’ Behalve de constructieve samenwerking is kenmerkend dat er bij planvorming zowel aandacht is voor de noodzaak van organisatie als voor de autonomie van de professional. Waterreus: ‘De pilot Meekijkconsult is zo ingericht dat de professionals bepalen met wie zij samenwerken en hoe. Daaromheen worden gezamenlijke systeem- en procesafspraken gemaakt. Er moet immers altijd gedeclareerd en gemonitord worden’.

Samenwerkingscoalities zijn continue in ontwikkeling. Het gaat erom dat de professional in de praktijk meer voor een concrete patiënt kan doen.
Waterreus: ‘De nieuwe O&I financiering kan hier een extra impuls toe geven. Voor en met eerstelijns zorgorganisaties gaan we graag op pad om uitwerking te geven aan nieuwe opgaven op gebied van populatiegerichte zorg. Ook zetten we de komende periode nog meer in op de wijkinfrastructuur: hoe kunnen we de samenhang en samenwerking tussen de domeinen op lokaal niveau sterker en duurzamer maken. ’Hij noemt een project in Rotterdam-Delfshaven waar een groep huisartsen onder begeleiding van ZorgImpuls een samenwerkingsverband heeft opgericht rond het thema overgewicht. Inmiddels is de gedachte ontstaan om de coalitie van veel verschillende partijen breder in te zetten dan alleen rond overgewicht. ‘Zo krijg je samenwerkingsafspraken op wijkniveau, gericht op de specifieke wijkpopulatie, die zich weer kunnen verbinden met regionale samenwerkingen rondom specifieke thema’s. Dat is samenwerken anno 2017.’

[...]

puzzel‘Samenwerken’ is een veelgebruikt woord zowel als het gaat om de organisatie van de Nederlandse gezondheidszorg, als om de kwaliteit van de geboden zorg. Samenwerking is dan ook onontbeerlijk voor goede zorg. We praten met Robert Waterreus, directeur van de ROS ZorgImpuls, over het belang van samenwerken anno 2017 en de manier waarop zijn organisatie daarmee bezig is.

De zorg ontwikkelt zich in de richting van een populatiegerichte en persoonsgerichte aanpak, waarin mensen steeds meer zelf de regie nemen over hun gezondheid. Een integrale benadering over de domeinen heen is een logisch gevolg. Waterreus: ‘Ik zie in het veld heel veel bereidheid en initiatief tot samenwerken. Veel problematiek is niet enkelvoudig en overstijgt de eigen beroepsuitoefening en domein. Goede verbindingen met andere disciplines en zorgdomeinen zijn dan van belang.’

Verbindingen maken is een kerntaak van de ROS. In de eerste jaren, zegt Waterreus, werd gefocust op het stimuleren van multidisciplinaire samenwerking tussen eerstelijnszorgverleners in de eerste lijn, onder meer door begeleiding bij de realisatie van gezondheidscentra en samenwerkingsverbanden zoals GEZ. Inmiddels ligt het accent meer op samenwerkingsvraagstukken over de domeinen heen. De ontwikkelingen in de zorg vragen nieuwe samenwerkingscoalities en concepten, aldus het Jaarplan 2017 van ZorgImpuls, gericht op verschillende populaties en thema’s. Waterreus: ‘Betere gezondheid, hogere ervaren kwaliteit van zorg en lagere kosten zijn daarbij voor ons een belangrijk uitgangspunt.’

In het Rotterdamse krijgt samenwerking behalve in concrete projecten en programma’s vorm in een scala van platforms en netwerken, vaak ook gefaciliteerd en begeleid door ZorgImpuls: brede regionale overleggen, lokale netwerken en samenwerkingen rondom specifieke thema’s. Waterreus ziet aan verschillende ‘tafels’ de ontwikkeling om niet alleen kennis te delen en te verdiepen, maar ook om gezamenlijk initiatieven op te pakken. Bijvoorbeeld in het Eerstelijnsoverleg met CHPR, de koepels van gezondheidscentra Gezond op Zuid en ZON/Boog zorggroep, IZER en de LHV kring op onderwerpen als gegevensuitwisseling, inzet verpleegkundig specialist en samenwerking met grote stakeholders als gemeenten en ziekenhuizen. ‘Dat versterkt ook de aanspreekbaarheid van de eerste lijn. Door méér een gemeenschappelijk perspectief neer te zetten, worden eerstelijnspartijen een veel duidelijker partner voor andere partijen.’

Waterreus noemt verder de regionale pilot rond het Meekijkconsult, voortkomend uit de Regiotafel waarin alle kleine en grote partijen van de georganiseerde eerste lijn (14), de LHV kring, Zilveren Kruis en ZorgImpuls deelnemen. Daarin experimenteren zorggroepen en gezondheidscentra samen met de ziekenhuizen met verschillende vormen van het meekijkconsult. ‘Een mooi voorbeeld van hoe we aan de tafels zoeken naar manieren om tot regionale en gedragen keuzes te komen.’ Behalve de constructieve samenwerking is kenmerkend dat er bij planvorming zowel aandacht is voor de noodzaak van organisatie als voor de autonomie van de professional. Waterreus: ‘De pilot Meekijkconsult is zo ingericht dat de professionals bepalen met wie zij samenwerken en hoe. Daaromheen worden gezamenlijke systeem- en procesafspraken gemaakt. Er moet immers altijd gedeclareerd en gemonitord worden’.

Samenwerkingscoalities zijn continue in ontwikkeling. Het gaat erom dat de professional in de praktijk meer voor een concrete patiënt kan doen.
Waterreus: ‘De nieuwe O&I financiering kan hier een extra impuls toe geven. Voor en met eerstelijns zorgorganisaties gaan we graag op pad om uitwerking te geven aan nieuwe opgaven op gebied van populatiegerichte zorg. Ook zetten we de komende periode nog meer in op de wijkinfrastructuur: hoe kunnen we de samenhang en samenwerking tussen de domeinen op lokaal niveau sterker en duurzamer maken. ’Hij noemt een project in Rotterdam-Delfshaven waar een groep huisartsen onder begeleiding van ZorgImpuls een samenwerkingsverband heeft opgericht rond het thema overgewicht. Inmiddels is de gedachte ontstaan om de coalitie van veel verschillende partijen breder in te zetten dan alleen rond overgewicht. ‘Zo krijg je samenwerkingsafspraken op wijkniveau, gericht op de specifieke wijkpopulatie, die zich weer kunnen verbinden met regionale samenwerkingen rondom specifieke thema’s. Dat is samenwerken anno 2017.’

Digitale palliatieve overdracht naar de huisartsenpost

09 maart 2017

checklistDe Huisartsenposten Rijnmond en het Netwerk Palliatieve Zorg Rotterdam hebben een digitaal formulier ontwikkeld voor een goede overdracht van palliatieve patiënten. Zowel de medische feiten als informatie over de context vinden nu beter hun weg naar de huisartsenpost. ‘Een succes’, zegt Adri van der Born, huisarts en medisch directeur Huisartsenposten Rijnmond.

‘Waar we als huisartsen in de dagzorg tegenaan liepen, was dat het maken van een overdracht best een bewerkelijk zaak is’, legt Van der Born uit. Huisartsen deden het onvoldoende of te laat, en als ze het deden ging het vooral over zaken als medicatie en de stand van zaken. Informatie over de context van de patiënt, bijvoorbeeld diens standpunt over palliatieve sedatie, ontbrak meestal. Daarbij komt dat patiënten op de huisartsenpost met verschillende huisartsen te maken krijgen, waardoor het overzicht afneemt. Een werkgroep ging aan de slag om uit te denken hoe een ideale palliatieve overdracht eruit moet zien en hoe je zorgt dat huisartsen daar makkelijk gebruik van kunnen maken.

De werkgroep, met vertegenwoordigers van elke huisartsenpost en de aandachtsfunctionaris palliatieve zorg, kwam uit op een digitaal invulformulier in Topicus, het systeem waarmee de huisartsenposten werken. Van der Born: ‘Niet alle vragen zijn altijd relevant, soms doet het er bijvoorbeeld niet toe welk geloof iemand heeft. Maar het formulier leidt je langs alle medische essentialia en de zorg eromheen. Zijn er speciale afspraken, hoe zit het met de mantelzorg, wil de patiënt opgenomen worden, enzovoort.’ In maart 2017 wordt een volgende drempel genomen. Tot nu toe konden huisartsen die het formulier wilden invullen dat alleen doen door via de website van Topicus in te loggen. Van der Born: ‘Daar heb je een UZI-pas bij nodig en maar weinig huisartsen werken daar overdag mee. Gelukkig hebben we nu via het platform van Star MDC een koppeling kunnen afspreken. Dat is een technisch verhaal, maar het betekent dat huisartsen die werken met Star en dat is in Rotterdam zo’n 70%, nu direct vanuit hun HIS in Topicus kunnen komen om het formulier in te vullen.’

Het overdrachtsformulier is bedoeld voor terminale patiënten. Van der Born: ‘Huisartsen zitten daar nogal verschillend in. Zelf maak ik de overdracht op het moment dat iemand de eerste klachten krijgt, andere wachten tot de laatste fase.’ Met het netwerk Palliatieve Zorg Rotterdam is afgesproken om via de PaTz-bijeenkomsten (huisartsen, wijkverpleegkundigen en consulenten palliatieve zorg) te pleiten voor een vroegtijdige start van de overdracht. ‘Eigenlijk moet je jezelf de vraag stellen: haalt mijn patiënt het eind van het jaar? Zo nee, dan start je met het formulier. Er kunnen altijd onverwachte dingen gebeuren, een terminale longpatiënt met COPD kan best in het weekend een exacerbatie krijgen die je niet ziet aankomen.’

Het formulier, zegt Van der Born, is nu al een succes. Bovendien moedigt het ook de aanmelding van patiënten bij het LSP aan. ‘Waar we naartoe willen is dat je als huisarts een goeie overdracht in het systeem zet bij Topicus en daarnaast zorgt dat je patiënt bij het LSP is aangemeld. De combinatie van een goeie overdracht met de beschikbaarheid van het waarneemdossier via het LSP houdt de informatie up to date.’

Meer informatie bij Adri van der Born (Huisartsenposten Rijnmond).

[...]

checklistDe Huisartsenposten Rijnmond en het Netwerk Palliatieve Zorg Rotterdam hebben een digitaal formulier ontwikkeld voor een goede overdracht van palliatieve patiënten. Zowel de medische feiten als informatie over de context vinden nu beter hun weg naar de huisartsenpost. ‘Een succes’, zegt Adri van der Born, huisarts en medisch directeur Huisartsenposten Rijnmond.

‘Waar we als huisartsen in de dagzorg tegenaan liepen, was dat het maken van een overdracht best een bewerkelijk zaak is’, legt Van der Born uit. Huisartsen deden het onvoldoende of te laat, en als ze het deden ging het vooral over zaken als medicatie en de stand van zaken. Informatie over de context van de patiënt, bijvoorbeeld diens standpunt over palliatieve sedatie, ontbrak meestal. Daarbij komt dat patiënten op de huisartsenpost met verschillende huisartsen te maken krijgen, waardoor het overzicht afneemt. Een werkgroep ging aan de slag om uit te denken hoe een ideale palliatieve overdracht eruit moet zien en hoe je zorgt dat huisartsen daar makkelijk gebruik van kunnen maken.

De werkgroep, met vertegenwoordigers van elke huisartsenpost en de aandachtsfunctionaris palliatieve zorg, kwam uit op een digitaal invulformulier in Topicus, het systeem waarmee de huisartsenposten werken. Van der Born: ‘Niet alle vragen zijn altijd relevant, soms doet het er bijvoorbeeld niet toe welk geloof iemand heeft. Maar het formulier leidt je langs alle medische essentialia en de zorg eromheen. Zijn er speciale afspraken, hoe zit het met de mantelzorg, wil de patiënt opgenomen worden, enzovoort.’ In maart 2017 wordt een volgende drempel genomen. Tot nu toe konden huisartsen die het formulier wilden invullen dat alleen doen door via de website van Topicus in te loggen. Van der Born: ‘Daar heb je een UZI-pas bij nodig en maar weinig huisartsen werken daar overdag mee. Gelukkig hebben we nu via het platform van Star MDC een koppeling kunnen afspreken. Dat is een technisch verhaal, maar het betekent dat huisartsen die werken met Star en dat is in Rotterdam zo’n 70%, nu direct vanuit hun HIS in Topicus kunnen komen om het formulier in te vullen.’

Het overdrachtsformulier is bedoeld voor terminale patiënten. Van der Born: ‘Huisartsen zitten daar nogal verschillend in. Zelf maak ik de overdracht op het moment dat iemand de eerste klachten krijgt, andere wachten tot de laatste fase.’ Met het netwerk Palliatieve Zorg Rotterdam is afgesproken om via de PaTz-bijeenkomsten (huisartsen, wijkverpleegkundigen en consulenten palliatieve zorg) te pleiten voor een vroegtijdige start van de overdracht. ‘Eigenlijk moet je jezelf de vraag stellen: haalt mijn patiënt het eind van het jaar? Zo nee, dan start je met het formulier. Er kunnen altijd onverwachte dingen gebeuren, een terminale longpatiënt met COPD kan best in het weekend een exacerbatie krijgen die je niet ziet aankomen.’

Het formulier, zegt Van der Born, is nu al een succes. Bovendien moedigt het ook de aanmelding van patiënten bij het LSP aan. ‘Waar we naartoe willen is dat je als huisarts een goeie overdracht in het systeem zet bij Topicus en daarnaast zorgt dat je patiënt bij het LSP is aangemeld. De combinatie van een goeie overdracht met de beschikbaarheid van het waarneemdossier via het LSP houdt de informatie up to date.’

Meer informatie bij Adri van der Born (Huisartsenposten Rijnmond).

SSFH-rapport over werkbeleving triagist biedt aanknopingspunten

09 maart 2017

SSFHDe steeds terugkerende discussie over het werk en de arbeidsvoorwaarden van triagisten waren voor de Cao-partijen aanleiding aan bureau Leeuwendaal te vragen de werkbeleving en functie van triagisten in beeld te brengen. Nu, aan de vooravond van de onderhandelingen over de nieuwe Cao, ligt de ‘foto’ op tafel. Leden van InEen concludeerden in een extra deelledenvergadering dat het rapport goede aanknopingspunten biedt voor verbeteringen. De NVDA, de beroepsvereniging van de triagisten, sluit zich daarbij aan.

Het rapport, zegt Jane Kramer (NVDA), laat zien dat triagisten trots zijn op hun werk. ‘Ze vinden dat ze belangrijk werk doen en zijn blij met de mensen met wie ze samenwerken, zowel hun directe collega’s als de huisartsen.’ Ludeke van der Es (InEen): ‘De aanwezigen op de deelledenvergadering waren verrast dat de communicatie over veranderingen, het beoordelen, dingen waar men vaak snel ontevreden over is, door triagisten positief worden gewaardeerd.’ Kramer: ‘Triagisten zeggen in feite dat de huisartsenposten een open cultuur hebben en dat is heel mooi.’ Naast deze verheugende uitkomsten, is er ook kritiek, bijvoorbeeld op de hoge werkdruk, knellende regels, de kernset en de beloning. Belangrijke thema’s, zeggen de onderzoekers van Leeuwendaal in een concluderend hoofdstuk, die elk voor zich invloed hebben op de werkbeleving en aanknopingspunten bieden voor verbetering.

De kritiek op de kernset is inmiddels aangepakt. De kritiek betrof niet het beoordelen zelf, maar de aanpak en vooral het directe effect op de herregistratie. De voortdurende druk die dit gaf in het dagelijkse werk, zorgde voor een mindere werkbeleving en verzwaarde de toch al hoge werkdruk. In december vorig jaar besloot de deelledenvergadering van InEen de derde herregistratie-eis te laten vervallen en de criteria voor de audits te verduidelijken. Ook het NTS wordt door sommige triagisten als knellend ervaren hetgeen de werkbeleving negatief beïnvloedt. Hetzelfde geldt voor het gebrek aan variatie in het werk. Van der Es: ‘Verreweg de meeste onderwerpen kan de post zelf samen met de triagisten en de huisartsen oppakken. Het rapport biedt vooral een goed handvat om intern met elkaar en met de OR of PVT in gesprek te gaan.’

Werkdruk heeft ook een belangrijke arbeidsmarktcomponent. Veel huisartsenposten hebben wervingsproblemen door onvoldoende aanbod van triagisten en een relatief hoog verloop. Vanuit SSFH wordt daarom hard getrokken aan een gericht arbeidsmarktbeleid dat inzet op het creëren van stageplaatsen en scholing. Het rapport suggereert dat wellicht het beroepsbeeld onduidelijk is, maar dat de triagistenfunctie een hbo-niveau zou moeten krijgen, wijst het rapport van de hand. Van der Es: ‘De mbo-opgeleide triagisten zijn goed geëquipeerd en doen hun werk goed en met veel plezier. Verwacht wordt dat hbo-opgeleide mensen sneller op het werk uitgekeken zullen zijn. Bovendien wordt de vijver waaruit je kan vissen dan nóg kleiner.’ Meer profijt wordt verwacht van het nader bekijken van de specifieke kerncompetenties die triagisten nodig hebben. Van der Es: ‘En van een beter beroepsbeeld. Dat is iets wat we vanuit InEen gaan oppakken.’

Tot slot gaat werkdruk ook over waardering, aldus Kramer. ‘En dat is méér dan alleen geld.’ Ze doelt onder andere op een duidelijk personeelsbeleid, waarin de werkbelasting wordt gemonitord. Ook diversiteit in het werk en het zelf mogen roosteren hoort daar wat haar betreft bij. ‘Als je zelf kunt zorgen voor een goede balans tussen werk en privé en je tussendoor niet te vaak wordt gebeld om acuut een dienst over te nemen, wat onze zeer loyale achterban toch vaak doet, dan heb je als triagist niet altijd het gevoel dat je hijgend van de ene dienst naar de andere loopt.’ Natuurlijk zal het in de Cao-onderhandelingen ook over geld gaan. Volgens het rapport is het effect van een hogere beloning op de werkbeleving meestal van korte duur. Bovendien, zo blijkt, is de salariëring niet de reden waarom triagisten uitstromen. Van der Es: ‘Het laat zien dat mensen uiteindelijk blijer worden van andere dingen.’ Kramer: ‘Het werken in de nacht, patiënten die je niet kent, het continue moeten filteren van echte spoed en niet-spoed, maakt de functie zwaar en daar hoor wat ons betreft een hoger salaris bij. Triagisten vinden dat al heel lang.’

Informatie

[...]

SSFHDe steeds terugkerende discussie over het werk en de arbeidsvoorwaarden van triagisten waren voor de Cao-partijen aanleiding aan bureau Leeuwendaal te vragen de werkbeleving en functie van triagisten in beeld te brengen. Nu, aan de vooravond van de onderhandelingen over de nieuwe Cao, ligt de ‘foto’ op tafel. Leden van InEen concludeerden in een extra deelledenvergadering dat het rapport goede aanknopingspunten biedt voor verbeteringen. De NVDA, de beroepsvereniging van de triagisten, sluit zich daarbij aan.

Het rapport, zegt Jane Kramer (NVDA), laat zien dat triagisten trots zijn op hun werk. ‘Ze vinden dat ze belangrijk werk doen en zijn blij met de mensen met wie ze samenwerken, zowel hun directe collega’s als de huisartsen.’ Ludeke van der Es (InEen): ‘De aanwezigen op de deelledenvergadering waren verrast dat de communicatie over veranderingen, het beoordelen, dingen waar men vaak snel ontevreden over is, door triagisten positief worden gewaardeerd.’ Kramer: ‘Triagisten zeggen in feite dat de huisartsenposten een open cultuur hebben en dat is heel mooi.’ Naast deze verheugende uitkomsten, is er ook kritiek, bijvoorbeeld op de hoge werkdruk, knellende regels, de kernset en de beloning. Belangrijke thema’s, zeggen de onderzoekers van Leeuwendaal in een concluderend hoofdstuk, die elk voor zich invloed hebben op de werkbeleving en aanknopingspunten bieden voor verbetering.

De kritiek op de kernset is inmiddels aangepakt. De kritiek betrof niet het beoordelen zelf, maar de aanpak en vooral het directe effect op de herregistratie. De voortdurende druk die dit gaf in het dagelijkse werk, zorgde voor een mindere werkbeleving en verzwaarde de toch al hoge werkdruk. In december vorig jaar besloot de deelledenvergadering van InEen de derde herregistratie-eis te laten vervallen en de criteria voor de audits te verduidelijken. Ook het NTS wordt door sommige triagisten als knellend ervaren hetgeen de werkbeleving negatief beïnvloedt. Hetzelfde geldt voor het gebrek aan variatie in het werk. Van der Es: ‘Verreweg de meeste onderwerpen kan de post zelf samen met de triagisten en de huisartsen oppakken. Het rapport biedt vooral een goed handvat om intern met elkaar en met de OR of PVT in gesprek te gaan.’

Werkdruk heeft ook een belangrijke arbeidsmarktcomponent. Veel huisartsenposten hebben wervingsproblemen door onvoldoende aanbod van triagisten en een relatief hoog verloop. Vanuit SSFH wordt daarom hard getrokken aan een gericht arbeidsmarktbeleid dat inzet op het creëren van stageplaatsen en scholing. Het rapport suggereert dat wellicht het beroepsbeeld onduidelijk is, maar dat de triagistenfunctie een hbo-niveau zou moeten krijgen, wijst het rapport van de hand. Van der Es: ‘De mbo-opgeleide triagisten zijn goed geëquipeerd en doen hun werk goed en met veel plezier. Verwacht wordt dat hbo-opgeleide mensen sneller op het werk uitgekeken zullen zijn. Bovendien wordt de vijver waaruit je kan vissen dan nóg kleiner.’ Meer profijt wordt verwacht van het nader bekijken van de specifieke kerncompetenties die triagisten nodig hebben. Van der Es: ‘En van een beter beroepsbeeld. Dat is iets wat we vanuit InEen gaan oppakken.’

Tot slot gaat werkdruk ook over waardering, aldus Kramer. ‘En dat is méér dan alleen geld.’ Ze doelt onder andere op een duidelijk personeelsbeleid, waarin de werkbelasting wordt gemonitord. Ook diversiteit in het werk en het zelf mogen roosteren hoort daar wat haar betreft bij. ‘Als je zelf kunt zorgen voor een goede balans tussen werk en privé en je tussendoor niet te vaak wordt gebeld om acuut een dienst over te nemen, wat onze zeer loyale achterban toch vaak doet, dan heb je als triagist niet altijd het gevoel dat je hijgend van de ene dienst naar de andere loopt.’ Natuurlijk zal het in de Cao-onderhandelingen ook over geld gaan. Volgens het rapport is het effect van een hogere beloning op de werkbeleving meestal van korte duur. Bovendien, zo blijkt, is de salariëring niet de reden waarom triagisten uitstromen. Van der Es: ‘Het laat zien dat mensen uiteindelijk blijer worden van andere dingen.’ Kramer: ‘Het werken in de nacht, patiënten die je niet kent, het continue moeten filteren van echte spoed en niet-spoed, maakt de functie zwaar en daar hoor wat ons betreft een hoger salaris bij. Triagisten vinden dat al heel lang.’

Informatie

Discussie over O&I in volle gang

09 maart 2017

OenI-nieuwsbriefNa een intensief traject, waarbij zowel de zorgverzekeraars, als het veld betrokken waren, ligt sinds oktober vorig jaar een voorstel voor een nieuwe bekostigingsstructuur in de eerste lijn op tafel. Deze is het resultaat van fase 2 van het O&I-traject dat in 2014 van start ging. Op dit moment wordt gewerkt aan fase 3, de impactanalyse. InEen heeft haar leden opgeroepen de uitkomsten van fase 2 intern op de agenda te zetten. Eind januari gaven drie Rotterdamse organisaties aan die oproep gehoor: Charley Toorop, Zevenkamp en Zorg op Noord. Twaalf huisartsen spraken over wat de O&I-ontwikkelingen en de concept ‘visie notitie lokale en regionale huisartsen- en eerstelijnsorganisaties’ voor hen kunnen betekenen. InEen gaf bij die gelegenheid een toelichting op beide trajecten.

Goede ondersteuning en organisatiekracht zijn noodzakelijk om de veranderingen die zich in de eerste lijn voltrekken blijvend het hoofd te bieden. De vraag is nu of de nieuwe bekostigingsstructuur die nu op tafel ligt, daarvoor voldoende aanknopingspunten biedt. De nieuwe structuur moet in de plaats komen van de huidige bekostigingsvormen voor de GEZ en de organisatie van de ketenzorg. Met een impactanalyse wordt onderzocht of de nieuwe structuur leidt tot betere gesprekken over samenwerking, organisatie en vernieuwing en daarmee tot meer versterking in de eerste lijn (fase 3). Het O&I-traject is een initiatief van het bestuurlijk overleg eerste lijn.

Puck Fillekes, directeur Zorg op Noord/BOOG: ‘De discussie over O&I is gestart als een oplossing voor al het werk dat op ons af komt. We onderschrijven allemaal dat dat nodig is. Tegelijk zeggen de huisartsen in Rotterdam: let op! Gezondheidscentra doen van oudsher al heel veel aan de organisatie en samenwerking in de eerste lijn in de wijken. Veel van de gewenste ontwikkelingen zijn al aanwezig in de Rotterdamse gezondheidscentra. Gooi niet weg wat we hebben, behoud het goede en bouw van daaruit verder waar het nodig is.’

Als praktisch voorbeeld noemt zij het feit dat de werkgebieden van gezondheidscentra meestal niet synchroon lopen met de afbakening van de wijk. Ze hebben te maken met verschillende ziekenhuizen en VVT instellingen. Er zijn in Rotterdam geen grote eenduidige regioverbanden (100.000 inwoners of meer) te maken, zegt Fillekes. Ze stelt vast dat er de afgelopen jaren veel samenwerkingsstructuren zijn gebouwd en belangrijke contacten zijn bestendigd. De vrees bestaat dat de nieuwe structuur hier geen rekening mee houdt en dat de onderlinge samenwerking door de financiering zelfs bemoeilijkt kan worden. Van belang is dat landelijk wordt aangegeven dat de inrichting van de lokale en regionale organisaties de indeling volgt die voor inwoners van een buurt, wijk, dorp of regio een logisch samenhangend geheel vormt. Ook wat InEen betreft is de schaalgrootte die in het O&I-voorstel wordt genoemd richtinggevend en niet in beton gegoten.

Naast de waarschuwing is men in Rotterdam blij met de kansen die ook ontstaan. Bijvoorbeeld de mogelijkheid om op regioniveau de ICT te versterken. ‘Binnen Zorg op Noord’, aldus Fillekes, ‘is al tien jaar geleden vanuit de behoefte van de eigen organisatie ICT opgezet die ook andere centra in de regio bedient om bepalingen te maken op populatieniveau. Het is echt een kans om dat samen te versterken.’ Ze adviseert collega-organisaties van harte in discussie te gaan met huisartsen en andere zorgverleners, ook om dezelfde taal te blijven spreken. ‘Dat kwam in onze discussie duidelijk naar voren: een verschil in taal. O&I heeft het over betaaltitels en huisartsen hebben het over kwaliteit van zorg. Ook gemeenten, wijkteams, apothekers hebben hun eigen focus. Tussen deze werelden mag geen splitsing ontstaan.’

Vooralsnog gaat de O&I-discussie met name over het versterken van de samenhang, samenwerking en vernieuwing van de eerste lijn waarbij ook wordt gekeken naar resultaten. De (financiële) randvoorwaarden zijn nog niet benoemd. Essentieel is, aldus InEen, dat er voor de versterking van de eerste lijn voldoende budget beschikbaar komt. Dat betekent ook extra investeringen: er kan geen sprake zijn van alleen herverdelen van de bestaande middelen. Er is ruimte nodig om in te kunnen spelen op de maatschappelijke veranderingen.

De volgende stap in het O&I-traject wordt in april gezet als de resultaten van de impactanalyse (fase 3) ter beschikking komen.

[...]

OenI-nieuwsbriefNa een intensief traject, waarbij zowel de zorgverzekeraars, als het veld betrokken waren, ligt sinds oktober vorig jaar een voorstel voor een nieuwe bekostigingsstructuur in de eerste lijn op tafel. Deze is het resultaat van fase 2 van het O&I-traject dat in 2014 van start ging. Op dit moment wordt gewerkt aan fase 3, de impactanalyse. InEen heeft haar leden opgeroepen de uitkomsten van fase 2 intern op de agenda te zetten. Eind januari gaven drie Rotterdamse organisaties aan die oproep gehoor: Charley Toorop, Zevenkamp en Zorg op Noord. Twaalf huisartsen spraken over wat de O&I-ontwikkelingen en de concept ‘visie notitie lokale en regionale huisartsen- en eerstelijnsorganisaties’ voor hen kunnen betekenen. InEen gaf bij die gelegenheid een toelichting op beide trajecten.

Goede ondersteuning en organisatiekracht zijn noodzakelijk om de veranderingen die zich in de eerste lijn voltrekken blijvend het hoofd te bieden. De vraag is nu of de nieuwe bekostigingsstructuur die nu op tafel ligt, daarvoor voldoende aanknopingspunten biedt. De nieuwe structuur moet in de plaats komen van de huidige bekostigingsvormen voor de GEZ en de organisatie van de ketenzorg. Met een impactanalyse wordt onderzocht of de nieuwe structuur leidt tot betere gesprekken over samenwerking, organisatie en vernieuwing en daarmee tot meer versterking in de eerste lijn (fase 3). Het O&I-traject is een initiatief van het bestuurlijk overleg eerste lijn.

Puck Fillekes, directeur Zorg op Noord/BOOG: ‘De discussie over O&I is gestart als een oplossing voor al het werk dat op ons af komt. We onderschrijven allemaal dat dat nodig is. Tegelijk zeggen de huisartsen in Rotterdam: let op! Gezondheidscentra doen van oudsher al heel veel aan de organisatie en samenwerking in de eerste lijn in de wijken. Veel van de gewenste ontwikkelingen zijn al aanwezig in de Rotterdamse gezondheidscentra. Gooi niet weg wat we hebben, behoud het goede en bouw van daaruit verder waar het nodig is.’

Als praktisch voorbeeld noemt zij het feit dat de werkgebieden van gezondheidscentra meestal niet synchroon lopen met de afbakening van de wijk. Ze hebben te maken met verschillende ziekenhuizen en VVT instellingen. Er zijn in Rotterdam geen grote eenduidige regioverbanden (100.000 inwoners of meer) te maken, zegt Fillekes. Ze stelt vast dat er de afgelopen jaren veel samenwerkingsstructuren zijn gebouwd en belangrijke contacten zijn bestendigd. De vrees bestaat dat de nieuwe structuur hier geen rekening mee houdt en dat de onderlinge samenwerking door de financiering zelfs bemoeilijkt kan worden. Van belang is dat landelijk wordt aangegeven dat de inrichting van de lokale en regionale organisaties de indeling volgt die voor inwoners van een buurt, wijk, dorp of regio een logisch samenhangend geheel vormt. Ook wat InEen betreft is de schaalgrootte die in het O&I-voorstel wordt genoemd richtinggevend en niet in beton gegoten.

Naast de waarschuwing is men in Rotterdam blij met de kansen die ook ontstaan. Bijvoorbeeld de mogelijkheid om op regioniveau de ICT te versterken. ‘Binnen Zorg op Noord’, aldus Fillekes, ‘is al tien jaar geleden vanuit de behoefte van de eigen organisatie ICT opgezet die ook andere centra in de regio bedient om bepalingen te maken op populatieniveau. Het is echt een kans om dat samen te versterken.’ Ze adviseert collega-organisaties van harte in discussie te gaan met huisartsen en andere zorgverleners, ook om dezelfde taal te blijven spreken. ‘Dat kwam in onze discussie duidelijk naar voren: een verschil in taal. O&I heeft het over betaaltitels en huisartsen hebben het over kwaliteit van zorg. Ook gemeenten, wijkteams, apothekers hebben hun eigen focus. Tussen deze werelden mag geen splitsing ontstaan.’

Vooralsnog gaat de O&I-discussie met name over het versterken van de samenhang, samenwerking en vernieuwing van de eerste lijn waarbij ook wordt gekeken naar resultaten. De (financiële) randvoorwaarden zijn nog niet benoemd. Essentieel is, aldus InEen, dat er voor de versterking van de eerste lijn voldoende budget beschikbaar komt. Dat betekent ook extra investeringen: er kan geen sprake zijn van alleen herverdelen van de bestaande middelen. Er is ruimte nodig om in te kunnen spelen op de maatschappelijke veranderingen.

De volgende stap in het O&I-traject wordt in april gezet als de resultaten van de impactanalyse (fase 3) ter beschikking komen.

Patiënten en huisartsen samen op bres voor spoedzorg

10 februari 2017

Patiënten maken zich zorgen om de drukte en de wachttijden in de spoedzorg. Dat blijkt vandaag uit een peiling van de Patiëntenfederatie over de spoedzorg. De waardering van patiënten voor de spoedzorg blijft desondanks vrij hoog. Signalen over de werkdruk op de huisartsenpost kwamen recent ook uit een enquête van de Landelijke Huisartsen Vereniging. Driekwart van alle huisartsen geeft aan de werkdruk tijdens diensten als een probleem te ervaren. Uit onderzoek naar de werkbeleving van triagisten blijkt dat ook zij te kampen hebben met werkdruk.

De drukte op de huisartsenpost staat niet op zich. Ook overdag wordt het steeds drukker, nu er meer en complexere zorg op de huisarts en zijn team afkomt. Denk aan zorg voor langer thuiswonende ouderen, jeugd en GGZ. Een deel van die patiënten doet ook een beroep op de zorg in de avond-, nacht- en weekenduren. Daarnaast is er een maatschappelijke trend dat mensen zich vaker voor minder spoedeisende zaken tot de huisartsenpost wenden.

Eigen huisarts waar het kan, spoedzorg waar het moet
Huisartsenorganisaties LHV en InEen werken op dit moment hard aan oplossingen voor de werkdruk op de huisartsenpost in belang van zowel de patiënt als de zorgverleners. Dat vergt een combinatie van maatregelen, zowel voor overdag als buiten kantooruren.
Het is allereerst belangrijk dat patiënten overdag terecht kunnen bij hun eigen huisarts, zodat mensen niet onnodig uitwijken naar de huisartsenpost. De eigen huisarts kent de situatie en omstandigheden van de patiënten immers het beste. Essentieel daarvoor is dat de huisarts en zijn team meer tijd krijgen voor de patiënt. Dat kan door te kiezen voor minder patiënten per huisarts, te investeren in een goed ondersteunend team of de zorg op onderdelen anders te organiseren. Door meer ruimte te creëren overdag zorgen we dat patiënten overdag optimaal terecht kunnen bij hun eigen huisarts. Echte spoedvragen kunnen dan op de huisartsenpost sneller worden geholpen.

Wat verder goed geregeld moet zijn is de samenwerking tussen de huisartsenpost en andere partners in de spoedzorg. Denk aan de SEH, maar ook de crisisdienst van de GGZ en de acute thuiszorg. Ouderen wonen langer thuis en GGZ-patiënten worden vaker ambulant behandeld. In acute zorgsituaties gaat de zorgvraag vaak verder dan hetgeen de huisartsen op de huisartsenpost kunnen bieden, daarom is goede samenwerking met ketenpartners essentieel.

[...]

Patiënten maken zich zorgen om de drukte en de wachttijden in de spoedzorg. Dat blijkt vandaag uit een peiling van de Patiëntenfederatie over de spoedzorg. De waardering van patiënten voor de spoedzorg blijft desondanks vrij hoog. Signalen over de werkdruk op de huisartsenpost kwamen recent ook uit een enquête van de Landelijke Huisartsen Vereniging. Driekwart van alle huisartsen geeft aan de werkdruk tijdens diensten als een probleem te ervaren. Uit onderzoek naar de werkbeleving van triagisten blijkt dat ook zij te kampen hebben met werkdruk.

De drukte op de huisartsenpost staat niet op zich. Ook overdag wordt het steeds drukker, nu er meer en complexere zorg op de huisarts en zijn team afkomt. Denk aan zorg voor langer thuiswonende ouderen, jeugd en GGZ. Een deel van die patiënten doet ook een beroep op de zorg in de avond-, nacht- en weekenduren. Daarnaast is er een maatschappelijke trend dat mensen zich vaker voor minder spoedeisende zaken tot de huisartsenpost wenden.

Eigen huisarts waar het kan, spoedzorg waar het moet
Huisartsenorganisaties LHV en InEen werken op dit moment hard aan oplossingen voor de werkdruk op de huisartsenpost in belang van zowel de patiënt als de zorgverleners. Dat vergt een combinatie van maatregelen, zowel voor overdag als buiten kantooruren.
Het is allereerst belangrijk dat patiënten overdag terecht kunnen bij hun eigen huisarts, zodat mensen niet onnodig uitwijken naar de huisartsenpost. De eigen huisarts kent de situatie en omstandigheden van de patiënten immers het beste. Essentieel daarvoor is dat de huisarts en zijn team meer tijd krijgen voor de patiënt. Dat kan door te kiezen voor minder patiënten per huisarts, te investeren in een goed ondersteunend team of de zorg op onderdelen anders te organiseren. Door meer ruimte te creëren overdag zorgen we dat patiënten overdag optimaal terecht kunnen bij hun eigen huisarts. Echte spoedvragen kunnen dan op de huisartsenpost sneller worden geholpen.

Wat verder goed geregeld moet zijn is de samenwerking tussen de huisartsenpost en andere partners in de spoedzorg. Denk aan de SEH, maar ook de crisisdienst van de GGZ en de acute thuiszorg. Ouderen wonen langer thuis en GGZ-patiënten worden vaker ambulant behandeld. In acute zorgsituaties gaat de zorgvraag vaak verder dan hetgeen de huisartsen op de huisartsenpost kunnen bieden, daarom is goede samenwerking met ketenpartners essentieel.

Zorgvisie MKB Nederland

03 februari 2017

VNO-MCW/MKB Nederland heeft afgelopen donderdag zijn visie op de gezondheidszorg aangeboden aan minister Schippers. Als lid van MKB-commissie gezondheidszorg heeft InEen op de achtergrond meegedacht over de inhoud. Belangrijke bron voor de visie is het onderzoek dat SiRM heeft uitgevoerd naar ontschotting in de zorg. SiRM kwam daarin tot de conclusie dat het afbreken van schotten en het verschuiven van de zorg van ziekenhuizen en ggz-instellingen naar huisartsen, eerstelijnsvoorzieningen en de patiënt zelf een besparing van minstens 1,5 miljard euro op kan leveren. InEen gebruikt het onderzoek ook in contacten met de Kamercommissie VWS. Lees het persbericht en rapport.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

VNO-MCW/MKB Nederland heeft afgelopen donderdag zijn visie op de gezondheidszorg aangeboden aan minister Schippers. Als lid van MKB-commissie gezondheidszorg heeft InEen op de achtergrond meegedacht over de inhoud. Belangrijke bron voor de visie is het onderzoek dat SiRM heeft uitgevoerd naar ontschotting in de zorg. SiRM kwam daarin tot de conclusie dat het afbreken van schotten en het verschuiven van de zorg van ziekenhuizen en ggz-instellingen naar huisartsen, eerstelijnsvoorzieningen en de patiënt zelf een besparing van minstens 1,5 miljard euro op kan leveren. InEen gebruikt het onderzoek ook in contacten met de Kamercommissie VWS. Lees het persbericht en rapport.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Werving leden voor beleidsadviescommissies

20 januari 2017

InEen is op zoek naar leden die willen meedraaien in onze beleidsadviescommissies (BAC) en zo onze kwaliteit als organisatie willen versterken. In de ALV van november is besloten de BAC’s vanaf 2017 meer strategisch in te zetten. Ook is het aantal commissies teruggebracht. InEen heeft nu twee meer inhoudelijk/sectorale en vier functiegerichte BAC’s. De onderwerpen waar een commissie over adviseert zijn terug te vinden in het InEen-werkplan 2017. Meer informatie over de vacatures.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

InEen is op zoek naar leden die willen meedraaien in onze beleidsadviescommissies (BAC) en zo onze kwaliteit als organisatie willen versterken. In de ALV van november is besloten de BAC’s vanaf 2017 meer strategisch in te zetten. Ook is het aantal commissies teruggebracht. InEen heeft nu twee meer inhoudelijk/sectorale en vier functiegerichte BAC’s. De onderwerpen waar een commissie over adviseert zijn terug te vinden in het InEen-werkplan 2017. Meer informatie over de vacatures.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Benut de kracht van de eerstelijnszorg

12 januari 2017

Met het oog op de verkiezingen in maart geeft VELO – beste zorg in de buurt (VELO) tien aanbevelingen waarmee betere zorg dichtbij de patiënt tegen lagere kosten georganiseerd kan worden. VELO is het samenwerkingsverband van ActiZ – InEen – KNGF – KNMP – KNMT – KNOV – LHV – LVVP – V&VN.

Klaar voor de toekomst
Bij toekomstbestendige zorg staat de wens van de patiënt centraal. Bestaande organisatorische en verzekeringstechnische belemmeringen moeten worden weggenomen en samenwerking met de tweede lijn en beroepsgroep-overstijgende samenwerking gefaciliteerd. Het gaat om samenwerken, afstemmen en coördineren – in plaats van hinderen. Dan kan iedereen zijn of haar bijdrage leveren. Alle eerstelijns professionals vanuit hun eigen expertise. Zij kunnen snel handelen bij uiteenlopende zorgvragen en zijn bij uitstek in staat om in samenspraak met patiënten, mantelzorgers en collega’s zinnige zorg te bieden. Bovendien maken zij deel uit van lokale netwerken van zorg- en hulpverleners, waardoor de meest passende zorg of ondersteuning kan worden ingezet. Dit stelt burgers veel meer dan voorheen in staat om zo zelfstandig mogelijk thuis te blijven functioneren – zelfs met chronische en/of meervoudige gezondheidsproblemen.

Door veranderingen in de zorg en het verplaatsen van zorg en welzijnstaken naar de gemeente zijn steeds meer mensen in hun thuissituatie aangewezen op zorg. Huisartsen, wijkverpleegkundigen, apothekers, verloskundigen, fysiotherapeuten, eerstelijnspsychologen en tandartsen leveren dag in dag uit deze eerstelijns zorg op maat. De afgelopen jaren is met succes gewerkt aan verdere versterking en vernieuwing van de eerstelijnszorg. Uit vele lokale en regionale praktijkvoorbeelden blijkt dat deze zogeheten ‘substitutie’ – verplaatsing van zorg – goed mogelijk én effectief is. Maar om substitutie te versnellen, is wel een aantal randvoorwaarden nodig.

Tien concrete aanbevelingen
VELO geeft tien aanbevelingen voor betere zorg, dichtbij de patiënt tegen lagere kosten. Aandachtspunten zijn bijvoorbeeld het zorgen voor goede opleiding en bijscholing en het belonen van samenwerking. De tien punten hebben vooral te maken met het verbeteren van samenwerking en het versnellen van verplaatsing van zorg naar de eerste lijn. Lees de brief met alle tien aanbevelingen.

[...]

Met het oog op de verkiezingen in maart geeft VELO – beste zorg in de buurt (VELO) tien aanbevelingen waarmee betere zorg dichtbij de patiënt tegen lagere kosten georganiseerd kan worden. VELO is het samenwerkingsverband van ActiZ – InEen – KNGF – KNMP – KNMT – KNOV – LHV – LVVP – V&VN.

Klaar voor de toekomst
Bij toekomstbestendige zorg staat de wens van de patiënt centraal. Bestaande organisatorische en verzekeringstechnische belemmeringen moeten worden weggenomen en samenwerking met de tweede lijn en beroepsgroep-overstijgende samenwerking gefaciliteerd. Het gaat om samenwerken, afstemmen en coördineren – in plaats van hinderen. Dan kan iedereen zijn of haar bijdrage leveren. Alle eerstelijns professionals vanuit hun eigen expertise. Zij kunnen snel handelen bij uiteenlopende zorgvragen en zijn bij uitstek in staat om in samenspraak met patiënten, mantelzorgers en collega’s zinnige zorg te bieden. Bovendien maken zij deel uit van lokale netwerken van zorg- en hulpverleners, waardoor de meest passende zorg of ondersteuning kan worden ingezet. Dit stelt burgers veel meer dan voorheen in staat om zo zelfstandig mogelijk thuis te blijven functioneren – zelfs met chronische en/of meervoudige gezondheidsproblemen.

Door veranderingen in de zorg en het verplaatsen van zorg en welzijnstaken naar de gemeente zijn steeds meer mensen in hun thuissituatie aangewezen op zorg. Huisartsen, wijkverpleegkundigen, apothekers, verloskundigen, fysiotherapeuten, eerstelijnspsychologen en tandartsen leveren dag in dag uit deze eerstelijns zorg op maat. De afgelopen jaren is met succes gewerkt aan verdere versterking en vernieuwing van de eerstelijnszorg. Uit vele lokale en regionale praktijkvoorbeelden blijkt dat deze zogeheten ‘substitutie’ – verplaatsing van zorg – goed mogelijk én effectief is. Maar om substitutie te versnellen, is wel een aantal randvoorwaarden nodig.

Tien concrete aanbevelingen
VELO geeft tien aanbevelingen voor betere zorg, dichtbij de patiënt tegen lagere kosten. Aandachtspunten zijn bijvoorbeeld het zorgen voor goede opleiding en bijscholing en het belonen van samenwerking. De tien punten hebben vooral te maken met het verbeteren van samenwerking en het versnellen van verplaatsing van zorg naar de eerste lijn. Lees de brief met alle tien aanbevelingen.

2016 » 2017: Thijs Veerman, per eind augustus 2016 interim-directeur bij de SHG-groep

22 december 2016

2016 is bijna voorbij. Een jaar waarin opnieuw en op veel fronten hard is gewerkt aan het versterken van de eerste lijn. De ambitie om te komen tot persoonsgerichte zorg brengt nieuwe vormen van samenwerking en organisatie met zich mee. Dat geldt ook voor het opvangen van zorg uit de tweede lijn en de ggz. Ook daarvoor vormen huisartsen en andere zorgprofessionals samen met bestuurders nieuwe organisatie- en netwerkverbanden. Steeds duidelijker wordt dat afwachten geen optie meer is als we als eerste lijn onze hoge kwaliteit van zorg voor de komende generaties willen waarborgen. Het meest gebezigde woord in dit verband is zonder twijfel ‘uitdaging’. In 2016 traden diverse nieuwe bestuurders aan. Hoe kijken ze terug op 2016 en wat zijn hun speerpunten voor 2017?


Thijs-zwThijs Veerman, per eind augustus 2016 interim-directeur bij de SHG-groep, acht gezondheidscentra en zes apotheken in de regio Haaglanden

Wat waren je eerste indrukken bij SHG?
‘Hiervoor was ik onder meer bestuurder bij het medisch diagnostisch centrum Star-MDC. Ik heb jaren gewerkt in de buurt van huisartsen, als dienstverlener van huisartsen en nu zit ik er voor de eerste keer middenin. Ik ben vooral gegrepen door hoe de SHG overal in het Haagse functioneert, in Vinex-wijken en in achterstandsbuurten, en door de inzet van de huisartsen en andere zorgprofessionals om voor hun patiënten te zorgen. Dat gaat echt diep en ver.’

‘Tegelijkertijd zie ik ook de worsteling van dezelfde huisartsen om om te gaan met het vele werk dat op ze afkomt. Huisartsen vinden ook dat mensen zo lang mogelijk in de eerste lijn moeten blijven, maar dat gaat wel gepaard met grote extra inspanningen. Ik zie een worsteling met de eigen verantwoordelijkheid. Hoe kan ik als huisarts bepaalde dingen met een gerust hart overlaten aan anderen? Want daar gaat het steeds meer naartoe. Zo zie ik als mijn taak als leidinggevende: hoe kunnen we de zorgverleners ondersteunen zodat zij gemotiveerd en trots blijven én het gevoel hebben dat ze de verantwoordelijkheid kunnen nemen voor patiënten, in de wijk, in de ketenzorg.’

Hoe ga je in 2017 met dit gegeven aan de slag?
‘Mijn opdracht is om samen met de organisatie een bedrijfsplan te maken voor hoe we het de komende jaren gaan doen. De nieuwe O&I financiering geeft mij als interim een duidelijke leidraad. Daarin komt alles samen wat wij als maatschappij, als organisatie en als overheid belangrijk vinden. Een punt voor SHG is dat we meer willen gaan samenwerken met partijen om ons heen. We hebben als multidisciplinaire organisatie veel zelf in huis, maar we gaan ons nu ook richten op samenwerking met collega-organisaties, de gemeente en de thuiszorg.’

‘In Den Haag heb je tientallen thuiszorgaanbieders, daar kan je onmogelijk allemaal stevige relaties mee hebben. Dat beter organiseren is één van de opgaven voor 2017. Misschien dat we er een paar selecteren en de relatie daarmee intensiveren. Natuurlijk heeft de patiënt eigen vrije keuze, maar dan hebben we een paar partijen waarvan we weten: daar zit het goed, daar kan ik mijn patiënt met een gerust hart op attenderen.’

‘Binnen de nieuwe financiering biedt populatiebekostiging belangrijke kansen. We gaan van de huidige situatie waarin we ons voor elke handeling moeten verantwoorden naar een systeem dat meer beleidsruimte geeft om te kunnen doen wat we nodig vinden om betere zorg te verlenen. Denk aan preventie, iets wat in het huidige systeem lastig te financieren is. Een voorbeeld is ook de ketenzorg. Dat is nu strak geprotocolleerd. Het gaat er niet om dat onze zorgverleners weerstand hebben tegen het afleggen van verantwoording, maar je kunt nu rustig alle lijstjes afvinken zonder ooit een goed gesprek met de patiënt te voeren. We zijn daar al mee bezig en gaan ermee door om samen met andere partijen in De Haag ruimte voor dat gesprek te zoeken.’

Je hebt een achtergrond in de diagnostiek. Zou de eerste lijn op dat vlak prioriteiten moeten stellen in 2017?
‘Dat hangt ervan af. Ik zou elke huisarts en elk gezondheidscentrum willen aanraden eens te gaan praten met een paar dienstverleners van diagnostiek. En dan niet over hoe ze de glucose meten, want dat doen ze allemaal goed. Maar wat voor extra diensten leveren ze en wat voor tarieven hanteren ze? Daarin onderscheiden de diagnostische centra zich. Bieden ze bijvoorbeeld een goed diagnostisch toets overleg (DTO) aan? Ik zie bij ons de enorme meerwaarde die dat kan opleveren!’

Wat is de rol van InEen?
‘Ze doen heel veel dingen, maar voor mij is de voortrekkersrol die ze nemen in het structureren van de nieuwe financiering een hele belangrijke. Daarmee ondersteunt InEen de gezondheidscentra in de opgave waar zij voor staan en dat is precies wat ik nodig heb.’


Lees de andere interviews:

  • Annemiek Beukman, per 1 januari 2016 Raad van Bestuur bij Gezond op Zuid
  • Stijn Strous, per 15 juni 2016 directeur van IZER
  • Thijs Veerman, per eind augustus 2016 interim-directeur bij de SHG-groep
  • Roderick Runne, per 1 juni 2016 voorzitter Raad van Bestuur bij Primair Huisartsenposten
  • Lucas Fraza, per 1 oktober 2016 directeur Huisartsen Coöperatie Deventer en Omstreken (HCDO)

 

[...]

2016 is bijna voorbij. Een jaar waarin opnieuw en op veel fronten hard is gewerkt aan het versterken van de eerste lijn. De ambitie om te komen tot persoonsgerichte zorg brengt nieuwe vormen van samenwerking en organisatie met zich mee. Dat geldt ook voor het opvangen van zorg uit de tweede lijn en de ggz. Ook daarvoor vormen huisartsen en andere zorgprofessionals samen met bestuurders nieuwe organisatie- en netwerkverbanden. Steeds duidelijker wordt dat afwachten geen optie meer is als we als eerste lijn onze hoge kwaliteit van zorg voor de komende generaties willen waarborgen. Het meest gebezigde woord in dit verband is zonder twijfel ‘uitdaging’. In 2016 traden diverse nieuwe bestuurders aan. Hoe kijken ze terug op 2016 en wat zijn hun speerpunten voor 2017?


Thijs-zwThijs Veerman, per eind augustus 2016 interim-directeur bij de SHG-groep, acht gezondheidscentra en zes apotheken in de regio Haaglanden

Wat waren je eerste indrukken bij SHG?
‘Hiervoor was ik onder meer bestuurder bij het medisch diagnostisch centrum Star-MDC. Ik heb jaren gewerkt in de buurt van huisartsen, als dienstverlener van huisartsen en nu zit ik er voor de eerste keer middenin. Ik ben vooral gegrepen door hoe de SHG overal in het Haagse functioneert, in Vinex-wijken en in achterstandsbuurten, en door de inzet van de huisartsen en andere zorgprofessionals om voor hun patiënten te zorgen. Dat gaat echt diep en ver.’

‘Tegelijkertijd zie ik ook de worsteling van dezelfde huisartsen om om te gaan met het vele werk dat op ze afkomt. Huisartsen vinden ook dat mensen zo lang mogelijk in de eerste lijn moeten blijven, maar dat gaat wel gepaard met grote extra inspanningen. Ik zie een worsteling met de eigen verantwoordelijkheid. Hoe kan ik als huisarts bepaalde dingen met een gerust hart overlaten aan anderen? Want daar gaat het steeds meer naartoe. Zo zie ik als mijn taak als leidinggevende: hoe kunnen we de zorgverleners ondersteunen zodat zij gemotiveerd en trots blijven én het gevoel hebben dat ze de verantwoordelijkheid kunnen nemen voor patiënten, in de wijk, in de ketenzorg.’

Hoe ga je in 2017 met dit gegeven aan de slag?
‘Mijn opdracht is om samen met de organisatie een bedrijfsplan te maken voor hoe we het de komende jaren gaan doen. De nieuwe O&I financiering geeft mij als interim een duidelijke leidraad. Daarin komt alles samen wat wij als maatschappij, als organisatie en als overheid belangrijk vinden. Een punt voor SHG is dat we meer willen gaan samenwerken met partijen om ons heen. We hebben als multidisciplinaire organisatie veel zelf in huis, maar we gaan ons nu ook richten op samenwerking met collega-organisaties, de gemeente en de thuiszorg.’

‘In Den Haag heb je tientallen thuiszorgaanbieders, daar kan je onmogelijk allemaal stevige relaties mee hebben. Dat beter organiseren is één van de opgaven voor 2017. Misschien dat we er een paar selecteren en de relatie daarmee intensiveren. Natuurlijk heeft de patiënt eigen vrije keuze, maar dan hebben we een paar partijen waarvan we weten: daar zit het goed, daar kan ik mijn patiënt met een gerust hart op attenderen.’

‘Binnen de nieuwe financiering biedt populatiebekostiging belangrijke kansen. We gaan van de huidige situatie waarin we ons voor elke handeling moeten verantwoorden naar een systeem dat meer beleidsruimte geeft om te kunnen doen wat we nodig vinden om betere zorg te verlenen. Denk aan preventie, iets wat in het huidige systeem lastig te financieren is. Een voorbeeld is ook de ketenzorg. Dat is nu strak geprotocolleerd. Het gaat er niet om dat onze zorgverleners weerstand hebben tegen het afleggen van verantwoording, maar je kunt nu rustig alle lijstjes afvinken zonder ooit een goed gesprek met de patiënt te voeren. We zijn daar al mee bezig en gaan ermee door om samen met andere partijen in De Haag ruimte voor dat gesprek te zoeken.’

Je hebt een achtergrond in de diagnostiek. Zou de eerste lijn op dat vlak prioriteiten moeten stellen in 2017?
‘Dat hangt ervan af. Ik zou elke huisarts en elk gezondheidscentrum willen aanraden eens te gaan praten met een paar dienstverleners van diagnostiek. En dan niet over hoe ze de glucose meten, want dat doen ze allemaal goed. Maar wat voor extra diensten leveren ze en wat voor tarieven hanteren ze? Daarin onderscheiden de diagnostische centra zich. Bieden ze bijvoorbeeld een goed diagnostisch toets overleg (DTO) aan? Ik zie bij ons de enorme meerwaarde die dat kan opleveren!’

Wat is de rol van InEen?
‘Ze doen heel veel dingen, maar voor mij is de voortrekkersrol die ze nemen in het structureren van de nieuwe financiering een hele belangrijke. Daarmee ondersteunt InEen de gezondheidscentra in de opgave waar zij voor staan en dat is precies wat ik nodig heb.’


Lees de andere interviews:

  • Annemiek Beukman, per 1 januari 2016 Raad van Bestuur bij Gezond op Zuid
  • Stijn Strous, per 15 juni 2016 directeur van IZER
  • Thijs Veerman, per eind augustus 2016 interim-directeur bij de SHG-groep
  • Roderick Runne, per 1 juni 2016 voorzitter Raad van Bestuur bij Primair Huisartsenposten
  • Lucas Fraza, per 1 oktober 2016 directeur Huisartsen Coöperatie Deventer en Omstreken (HCDO)

 

2016 » 2017: Stijn Strous, per 15 juni 2016 directeur van IZER, zorggroep in de regio Rotterdam Rijnmond

22 december 2016

2016 is bijna voorbij. Een jaar waarin opnieuw en op veel fronten hard is gewerkt aan het versterken van de eerste lijn. De ambitie om te komen tot persoonsgerichte zorg brengt nieuwe vormen van samenwerking en organisatie met zich mee. Dat geldt ook voor het opvangen van zorg uit de tweede lijn en de ggz. Ook daarvoor vormen huisartsen en andere zorgprofessionals samen met bestuurders nieuwe organisatie- en netwerkverbanden. Steeds duidelijker wordt dat afwachten geen optie meer is als we als eerste lijn onze hoge kwaliteit van zorg voor de komende generaties willen waarborgen. Het meest gebezigde woord in dit verband is zonder twijfel ‘uitdaging’. In 2016 traden diverse nieuwe bestuurders aan. Hoe kijken ze terug op 2016 en wat zijn hun speerpunten voor 2017?


Stijn-zwStijn Strous, per 15 juni 2016 directeur van IZER, zorggroep in de regio Rotterdam Rijnmond

Hiervoor was je achtenhalf jaar manager bij het diagnostisch centrum Star-MDC. Hoe was je start bij IZER?
‘Een diagnostisch centrum is vooral een productieorganisatie, een zorggroep is meer een ondersteuningsstructuur, dat is een andere tak van sport. Je hebt te maken met een ander punt in het proces van de patiënt. Maar in beide gevallen ben je ondersteunend aan huisartsen. De zorggroepen zijn in een fase gekomen waarin we onszelf opnieuw moeten uitvinden. Zorggroepen zijn heel belangrijk geweest voor de emancipatie van de eerste lijn. De ketenzorg staat, maar is dat voldoende? Kunnen we onze organisatiekracht gaan aanwenden om de eerste lijn breder te ondersteunen en nog krachtiger te maken? Als directeur van een ambitieuze organisatie is het  leuk om in deze fase op de trein te stappen.’

‘Star-MDC, en ik denk meer EDC’s, heeft al veel geïnvesteerd in informatisering en zaken als lean management. Die ervaring neem ik mee natuurlijk. Als het gaat om het optimaliseren van processen liggen er nog wel veel kansen, bij IZER en ook in de eerste lijn als geheel. Als ik kijk naar de uitdaging waar de eerste lijn voor staat – wijkgericht werken, substitutie – dan moeten we zorgen niet zomaar allemaal nieuwe taken over professionals uit te storten. Ik vind het belangrijk om eerst datgene wat we al doen te optimaliseren. Zo creëer je ruimte voor nieuwe initiatieven.

Wat zijn jullie speerpunten voor 2017?
‘We zijn ons jaarplan aan het afronden. Een pijler wordt het doorontwikkelen van programmatische zorg naar persoonsgerichte zorg in de wijk. Kijken hoe we de aansluiting met andere professionals in de wijk kunnen ondersteunen met moderne middelen, netwerken waarin professionals informatie kunnen uitwisselen. Scholing kan daaraan bijdragen. Daarom willen we investeren in een digitale leeromgeving. Ook willen we substitutie projecten ondersteunen. We zijn met een aantal projecten bezig, zoals het regionale meekijkconsult, waarbij we de huisarts willen ontlasten van alle registratie en declaratie, zodat hij of zij zich op de inhoud kan richten en met een druk op de knop contact kan maken met de juiste medisch specialist. Vooral dus ruimte maken voor de inhoud, door optimaal gebruik te maken van moderne communicatietechnologie.’

‘Ik las recent een onderzoek waaruit bleek dat huisartsen meer werktijd doorbrengen aan hun HIS dan aan hun patiënten. Wat ik zie is dat we in de zorg veel registreren en soms nog dubbel ook. Iets wordt in een HIS gezet en dan ook in een KIS, je hebt de NHG-praktijkaccreditatie en het kwaliteitsbeleid bij de zorggroep. Kunnen we dat niet slimmer oppakken? Ik ken geen beroepsgroep waar kwaliteit zo sterk wordt gekwantificeerd, terwijl de aard van waar we mee bezig zijn, de gezondheid en het welzijn van patiënten, juist heel lastig te kwantificeren is. Voor projecten die we indienen bij de zorgverzekeraar moet er een interne businesscase komen waarbij ik in de looptijd van het project de resultaten moet kwantificeren. Natuurlijk moet je niet zomaar wat doen, maar je mag wel met iets meer afstand kijken. Als je een aantal jaren gaat investeren in bijvoorbeeld nieuwe leefstijlprogramma’s, kun je niet alles in het eerste jaar verwachten. Soms moet je ook een beetje vertrouwen hebben en geduld. En ja, dat staat soms op gespannen voet met het economische karakter van het verzekeringswezen.’

Wat zou wat jou betreft voor 2017 het speerpunt van InEen moeten zijn?
‘Ik zie InEen vooral als een platform voor informatie-uitwisseling. InEen kan daarmee een katalysator zijn voor vernieuwing en verbetering. Iedereen deelt graag informatie en is met dezelfde doelstellingen bezig. We zijn geen concurrenten van elkaar. Zaken als O&I zijn belangrijk, maar energie krijg ik van zien waar mensen mee bezig zijn en dan te kijken welke elementen ik kan inzetten in onze context. Aan dat platform mag InEen nog verder bouwen.’


Lees de andere interviews:

  • Annemiek Beukman, per 1 januari 2016 Raad van Bestuur bij Gezond op Zuid
  • Stijn Strous, per 15 juni 2016 directeur van IZER
  • Thijs Veerman, per eind augustus 2016 interim-directeur bij de SHG-groep
  • Roderick Runne, per 1 juni 2016 voorzitter Raad van Bestuur bij Primair Huisartsenposten
  • Lucas Fraza, per 1 oktober 2016 directeur Huisartsen Coöperatie Deventer en Omstreken (HCDO)

 

[...]

2016 is bijna voorbij. Een jaar waarin opnieuw en op veel fronten hard is gewerkt aan het versterken van de eerste lijn. De ambitie om te komen tot persoonsgerichte zorg brengt nieuwe vormen van samenwerking en organisatie met zich mee. Dat geldt ook voor het opvangen van zorg uit de tweede lijn en de ggz. Ook daarvoor vormen huisartsen en andere zorgprofessionals samen met bestuurders nieuwe organisatie- en netwerkverbanden. Steeds duidelijker wordt dat afwachten geen optie meer is als we als eerste lijn onze hoge kwaliteit van zorg voor de komende generaties willen waarborgen. Het meest gebezigde woord in dit verband is zonder twijfel ‘uitdaging’. In 2016 traden diverse nieuwe bestuurders aan. Hoe kijken ze terug op 2016 en wat zijn hun speerpunten voor 2017?


Stijn-zwStijn Strous, per 15 juni 2016 directeur van IZER, zorggroep in de regio Rotterdam Rijnmond

Hiervoor was je achtenhalf jaar manager bij het diagnostisch centrum Star-MDC. Hoe was je start bij IZER?
‘Een diagnostisch centrum is vooral een productieorganisatie, een zorggroep is meer een ondersteuningsstructuur, dat is een andere tak van sport. Je hebt te maken met een ander punt in het proces van de patiënt. Maar in beide gevallen ben je ondersteunend aan huisartsen. De zorggroepen zijn in een fase gekomen waarin we onszelf opnieuw moeten uitvinden. Zorggroepen zijn heel belangrijk geweest voor de emancipatie van de eerste lijn. De ketenzorg staat, maar is dat voldoende? Kunnen we onze organisatiekracht gaan aanwenden om de eerste lijn breder te ondersteunen en nog krachtiger te maken? Als directeur van een ambitieuze organisatie is het  leuk om in deze fase op de trein te stappen.’

‘Star-MDC, en ik denk meer EDC’s, heeft al veel geïnvesteerd in informatisering en zaken als lean management. Die ervaring neem ik mee natuurlijk. Als het gaat om het optimaliseren van processen liggen er nog wel veel kansen, bij IZER en ook in de eerste lijn als geheel. Als ik kijk naar de uitdaging waar de eerste lijn voor staat – wijkgericht werken, substitutie – dan moeten we zorgen niet zomaar allemaal nieuwe taken over professionals uit te storten. Ik vind het belangrijk om eerst datgene wat we al doen te optimaliseren. Zo creëer je ruimte voor nieuwe initiatieven.

Wat zijn jullie speerpunten voor 2017?
‘We zijn ons jaarplan aan het afronden. Een pijler wordt het doorontwikkelen van programmatische zorg naar persoonsgerichte zorg in de wijk. Kijken hoe we de aansluiting met andere professionals in de wijk kunnen ondersteunen met moderne middelen, netwerken waarin professionals informatie kunnen uitwisselen. Scholing kan daaraan bijdragen. Daarom willen we investeren in een digitale leeromgeving. Ook willen we substitutie projecten ondersteunen. We zijn met een aantal projecten bezig, zoals het regionale meekijkconsult, waarbij we de huisarts willen ontlasten van alle registratie en declaratie, zodat hij of zij zich op de inhoud kan richten en met een druk op de knop contact kan maken met de juiste medisch specialist. Vooral dus ruimte maken voor de inhoud, door optimaal gebruik te maken van moderne communicatietechnologie.’

‘Ik las recent een onderzoek waaruit bleek dat huisartsen meer werktijd doorbrengen aan hun HIS dan aan hun patiënten. Wat ik zie is dat we in de zorg veel registreren en soms nog dubbel ook. Iets wordt in een HIS gezet en dan ook in een KIS, je hebt de NHG-praktijkaccreditatie en het kwaliteitsbeleid bij de zorggroep. Kunnen we dat niet slimmer oppakken? Ik ken geen beroepsgroep waar kwaliteit zo sterk wordt gekwantificeerd, terwijl de aard van waar we mee bezig zijn, de gezondheid en het welzijn van patiënten, juist heel lastig te kwantificeren is. Voor projecten die we indienen bij de zorgverzekeraar moet er een interne businesscase komen waarbij ik in de looptijd van het project de resultaten moet kwantificeren. Natuurlijk moet je niet zomaar wat doen, maar je mag wel met iets meer afstand kijken. Als je een aantal jaren gaat investeren in bijvoorbeeld nieuwe leefstijlprogramma’s, kun je niet alles in het eerste jaar verwachten. Soms moet je ook een beetje vertrouwen hebben en geduld. En ja, dat staat soms op gespannen voet met het economische karakter van het verzekeringswezen.’

Wat zou wat jou betreft voor 2017 het speerpunt van InEen moeten zijn?
‘Ik zie InEen vooral als een platform voor informatie-uitwisseling. InEen kan daarmee een katalysator zijn voor vernieuwing en verbetering. Iedereen deelt graag informatie en is met dezelfde doelstellingen bezig. We zijn geen concurrenten van elkaar. Zaken als O&I zijn belangrijk, maar energie krijg ik van zien waar mensen mee bezig zijn en dan te kijken welke elementen ik kan inzetten in onze context. Aan dat platform mag InEen nog verder bouwen.’


Lees de andere interviews:

  • Annemiek Beukman, per 1 januari 2016 Raad van Bestuur bij Gezond op Zuid
  • Stijn Strous, per 15 juni 2016 directeur van IZER
  • Thijs Veerman, per eind augustus 2016 interim-directeur bij de SHG-groep
  • Roderick Runne, per 1 juni 2016 voorzitter Raad van Bestuur bij Primair Huisartsenposten
  • Lucas Fraza, per 1 oktober 2016 directeur Huisartsen Coöperatie Deventer en Omstreken (HCDO)

 

2016 » 2017: Roderick Runne, per 1 juni 2016 voorzitter Raad van Bestuur bij Primair Huisartsenposten

22 december 2016

2016 is bijna voorbij. Een jaar waarin opnieuw en op veel fronten hard is gewerkt aan het versterken van de eerste lijn. De ambitie om te komen tot persoonsgerichte zorg brengt nieuwe vormen van samenwerking en organisatie met zich mee. Dat geldt ook voor het opvangen van zorg uit de tweede lijn en de ggz. Ook daarvoor vormen huisartsen en andere zorgprofessionals samen met bestuurders nieuwe organisatie- en netwerkverbanden. Steeds duidelijker wordt dat afwachten geen optie meer is als we als eerste lijn onze hoge kwaliteit van zorg voor de komende generaties willen waarborgen. Het meest gebezigde woord in dit verband is zonder twijfel ‘uitdaging’. In 2016 traden diverse nieuwe bestuurders aan. Hoe kijken ze terug op 2016 en wat zijn hun speerpunten voor 2017?


Roderick-zwRoderick Runne, per 1 juni 2016 voorzitter Raad van Bestuur bij Primair Huisartsenposten in de regio Utrecht

Wat zijn je eerste indrukken bij Primair?
‘Als arts en bedrijfskundige was ik de afgelopen anderhalf jaar hoofd maag-darm-leverziekten bij het UMCU. Daarvoor ben ik ook bestuurder van een gezondheidscentrum geweest, dus de huisartsenzorg is me bekend. Wel is Primair voor mij de kennismaking met ANW-zorg. Interessant omdat het zorg is die voor de maatschappij heel zichtbaar is en direct iets toevoegt, die meteen reageert op de behoefte van de patiënt. Ik ben zelf ouder met jonge kindjes en weet hoe je na vijven plotseling toch behoefte kunt hebben aan die huisarts. Dat hebben we in Nederland goed geregeld.’

‘Wat me positief is opgevallen bij mijn kennismaking met Primair is het hoge kwaliteitsniveau, zowel van de zorg zelf als van de organisatie. Mensen werken hier met hart en ziel. Je ziet dat bijvoorbeeld aan de manier waarop klachten en incidenten worden behandeld. Heel consciëntieus en door de mensen op de locaties zelf, het wordt geen dingetje van de kwaliteitsmedewerker. Daarnaast heeft Primair roerige tijden achter de rug. Er is behoefte aan een duidelijke nieuwe koers. Er loopt een regionalisatietraject waarin we met onze huisartsenposten naar meer zelfsturing streven.’

Wat is voor Primair het speerpunt in 2017?
‘Het grote onderwerp is het probleem van de werkdruk van de huisarts en het waarneemtekort. We zijn daar als Primair mee bezig, maar ook in de bredere context van InEen. Hoe kunnen we onze toekomst borgen? Hoe kunnen we het anders inrichten en duurzaam maken, zodat het stelsel overeind blijft. Dat is belangrijk. Dat je niet als reflex zegt: ik gooi het kind met het badwater weg, het systeem moet maar overhoop. Het systeem zelf is goed. Het is een probleem van resources: te weinig zorgprofessionals. Ik denk dat het ook goed is dat de waarnemer een andere positie krijgt in het speelveld, actiever betrokken bij het delen van problemen en oplossingen.’

‘Ik heb hier natuurlijk veel contact over met collega-bestuurders. We zien het risico van een afnemende kwaliteit van zorg op de huisartsenpost op ons afkomen. De huisartsenposten zijn ontstaan om het werk buiten kantooruren terug te brengen; ook huisartsen willen graag naast hun werk een privéleven. In eerste instantie werkte dat heel goed, maar we zagen vervolgens een toename van de zorgvraag. Omdat ook de werkdruk overdag de afgelopen jaren steeds is toegenomen, nam de bereidheid om diensten te draaien gestaag af. In mijn visie, en dat geldt ook voor mijn collega’s, zijn we nu zover dat de kwaliteit van de patiëntenzorg in gevaar dreigt te komen. We krijgen bijvoorbeeld teveel signalen van huisartsen dat ze ‘niet fit’ aan hun dienst beginnen.’

‘We hebben geanalyseerd waardoor deze situatie is ontstaan en kwamen tot zo’n tien ontwikkelingen die een rol spelen. Graag willen we met alle betrokkenen in gesprek over oplossingen. Dat is natuurlijk niet één ei van Columbus. Denklijnen zijn bijvoorbeeld het stimuleren van digitale zelfhulpmogelijkheden, de zogenaamde nulde-lijn. Ook het inzetten van bijvoorbeeld specialisten psychiatrie en ouderenzorg kan zorgen voor het behoud van de kwaliteit van zorg. Verder vinden we het van belang dat er naar het hele proces van triage wordt gekeken. Hiervoor kiezen we samen met InEen de benadering van een nadere analyse van de instroom, doorstroom, uitstroom en de benodigde capaciteit.’

Hoe zie je de rol van InEen?
‘We zijn zelf InEen. In InEen-verband kunnen we een koers uitzetten en bepalen waar we op willen focussen, niet teveel willen. InEen biedt op strategisch niveau het voordeel dat je onderwerpen die organisatie overstijgend zijn kunt bundelen en voor elkaar kunt krijgen. Lobby is belangrijk, richting VWS, maar ook bijvoorbeeld de VNG zal meer een gesprekspartner moeten worden dan ze tot nu toe waren.’


Lees de andere interviews:

  • Annemiek Beukman, per 1 januari 2016 Raad van Bestuur bij Gezond op Zuid
  • Stijn Strous, per 15 juni 2016 directeur van IZER
  • Thijs Veerman, per eind augustus 2016 interim-directeur bij de SHG-groep
  • Roderick Runne, per 1 juni 2016 voorzitter Raad van Bestuur bij Primair Huisartsenposten
  • Lucas Fraza, per 1 oktober 2016 directeur Huisartsen Coöperatie Deventer en Omstreken (HCDO)

 

[...]

2016 is bijna voorbij. Een jaar waarin opnieuw en op veel fronten hard is gewerkt aan het versterken van de eerste lijn. De ambitie om te komen tot persoonsgerichte zorg brengt nieuwe vormen van samenwerking en organisatie met zich mee. Dat geldt ook voor het opvangen van zorg uit de tweede lijn en de ggz. Ook daarvoor vormen huisartsen en andere zorgprofessionals samen met bestuurders nieuwe organisatie- en netwerkverbanden. Steeds duidelijker wordt dat afwachten geen optie meer is als we als eerste lijn onze hoge kwaliteit van zorg voor de komende generaties willen waarborgen. Het meest gebezigde woord in dit verband is zonder twijfel ‘uitdaging’. In 2016 traden diverse nieuwe bestuurders aan. Hoe kijken ze terug op 2016 en wat zijn hun speerpunten voor 2017?


Roderick-zwRoderick Runne, per 1 juni 2016 voorzitter Raad van Bestuur bij Primair Huisartsenposten in de regio Utrecht

Wat zijn je eerste indrukken bij Primair?
‘Als arts en bedrijfskundige was ik de afgelopen anderhalf jaar hoofd maag-darm-leverziekten bij het UMCU. Daarvoor ben ik ook bestuurder van een gezondheidscentrum geweest, dus de huisartsenzorg is me bekend. Wel is Primair voor mij de kennismaking met ANW-zorg. Interessant omdat het zorg is die voor de maatschappij heel zichtbaar is en direct iets toevoegt, die meteen reageert op de behoefte van de patiënt. Ik ben zelf ouder met jonge kindjes en weet hoe je na vijven plotseling toch behoefte kunt hebben aan die huisarts. Dat hebben we in Nederland goed geregeld.’

‘Wat me positief is opgevallen bij mijn kennismaking met Primair is het hoge kwaliteitsniveau, zowel van de zorg zelf als van de organisatie. Mensen werken hier met hart en ziel. Je ziet dat bijvoorbeeld aan de manier waarop klachten en incidenten worden behandeld. Heel consciëntieus en door de mensen op de locaties zelf, het wordt geen dingetje van de kwaliteitsmedewerker. Daarnaast heeft Primair roerige tijden achter de rug. Er is behoefte aan een duidelijke nieuwe koers. Er loopt een regionalisatietraject waarin we met onze huisartsenposten naar meer zelfsturing streven.’

Wat is voor Primair het speerpunt in 2017?
‘Het grote onderwerp is het probleem van de werkdruk van de huisarts en het waarneemtekort. We zijn daar als Primair mee bezig, maar ook in de bredere context van InEen. Hoe kunnen we onze toekomst borgen? Hoe kunnen we het anders inrichten en duurzaam maken, zodat het stelsel overeind blijft. Dat is belangrijk. Dat je niet als reflex zegt: ik gooi het kind met het badwater weg, het systeem moet maar overhoop. Het systeem zelf is goed. Het is een probleem van resources: te weinig zorgprofessionals. Ik denk dat het ook goed is dat de waarnemer een andere positie krijgt in het speelveld, actiever betrokken bij het delen van problemen en oplossingen.’

‘Ik heb hier natuurlijk veel contact over met collega-bestuurders. We zien het risico van een afnemende kwaliteit van zorg op de huisartsenpost op ons afkomen. De huisartsenposten zijn ontstaan om het werk buiten kantooruren terug te brengen; ook huisartsen willen graag naast hun werk een privéleven. In eerste instantie werkte dat heel goed, maar we zagen vervolgens een toename van de zorgvraag. Omdat ook de werkdruk overdag de afgelopen jaren steeds is toegenomen, nam de bereidheid om diensten te draaien gestaag af. In mijn visie, en dat geldt ook voor mijn collega’s, zijn we nu zover dat de kwaliteit van de patiëntenzorg in gevaar dreigt te komen. We krijgen bijvoorbeeld teveel signalen van huisartsen dat ze ‘niet fit’ aan hun dienst beginnen.’

‘We hebben geanalyseerd waardoor deze situatie is ontstaan en kwamen tot zo’n tien ontwikkelingen die een rol spelen. Graag willen we met alle betrokkenen in gesprek over oplossingen. Dat is natuurlijk niet één ei van Columbus. Denklijnen zijn bijvoorbeeld het stimuleren van digitale zelfhulpmogelijkheden, de zogenaamde nulde-lijn. Ook het inzetten van bijvoorbeeld specialisten psychiatrie en ouderenzorg kan zorgen voor het behoud van de kwaliteit van zorg. Verder vinden we het van belang dat er naar het hele proces van triage wordt gekeken. Hiervoor kiezen we samen met InEen de benadering van een nadere analyse van de instroom, doorstroom, uitstroom en de benodigde capaciteit.’

Hoe zie je de rol van InEen?
‘We zijn zelf InEen. In InEen-verband kunnen we een koers uitzetten en bepalen waar we op willen focussen, niet teveel willen. InEen biedt op strategisch niveau het voordeel dat je onderwerpen die organisatie overstijgend zijn kunt bundelen en voor elkaar kunt krijgen. Lobby is belangrijk, richting VWS, maar ook bijvoorbeeld de VNG zal meer een gesprekspartner moeten worden dan ze tot nu toe waren.’


Lees de andere interviews:

  • Annemiek Beukman, per 1 januari 2016 Raad van Bestuur bij Gezond op Zuid
  • Stijn Strous, per 15 juni 2016 directeur van IZER
  • Thijs Veerman, per eind augustus 2016 interim-directeur bij de SHG-groep
  • Roderick Runne, per 1 juni 2016 voorzitter Raad van Bestuur bij Primair Huisartsenposten
  • Lucas Fraza, per 1 oktober 2016 directeur Huisartsen Coöperatie Deventer en Omstreken (HCDO)

 

2016 » 2017: Annemiek Beukman, per 1 januari 2016 Raad van Bestuur bij Gezond op Zuid

22 december 2016

2016 is bijna voorbij. Een jaar waarin opnieuw en op veel fronten hard is gewerkt aan het versterken van de eerste lijn. De ambitie om te komen tot persoonsgerichte zorg brengt nieuwe vormen van samenwerking en organisatie met zich mee. Dat geldt ook voor het opvangen van zorg uit de tweede lijn en de ggz. Ook daarvoor vormen huisartsen en andere zorgprofessionals samen met bestuurders nieuwe organisatie- en netwerkverbanden. Steeds duidelijker wordt dat afwachten geen optie meer is als we als eerste lijn onze hoge kwaliteit van zorg voor de komende generaties willen waarborgen. Het meest gebezigde woord in dit verband is zonder twijfel ‘uitdaging’. In 2016 traden diverse nieuwe bestuurders aan. Hoe kijken ze terug op 2016 en wat zijn hun speerpunten voor 2017?


Annemiek-zwAnnemiek Beukman, per 1 januari 2016 Raad van Bestuur bij Gezond op Zuid, een organisatie met vijf gezondheidscentra in Rotterdam

‘Ik vind de zorg een heel mooi werkveld. De dynamiek in de eerste lijn is groot en er is veel te doen. In mijn vorige functie in de ouderenzorg was ik verantwoordelijk voor de intramurale zorg en vooral intern gericht. Nu heb ik via de huisartsen een directere lijn met burgers en kan ik over de volle breedte van de zorg met andere partijen in gesprek en echt iets toevoegen aan hoe je met elkaar goede zorg biedt. Gezond op Zuid ontstond een jaar geleden uit drie stichtingen. We zijn dit jaar dus druk geweest onze organisatie samen te smelten. Begin april lag de strategische notitie op tafel en die hebben we in elk centrum met iedereen besproken. Daarna hebben we hetzelfde gedaan met de nota kwaliteitsbeleid. Bottom up. Zo bereiken we draagvlak voor de plannen en raken we intensief met elkaar in gesprek. Dat vind ik heel belangrijk.

Kwaliteit is méér dan accreditatie en wettelijke regels. Kwaliteit is ook hoe we met onze klanten omgaan, de kwaliteit van onze medewerkers en de kwaliteit van de organisatie. Met elkaar hebben we speerpunten benoemd op elk van deze drie punten. Denk aan patiënttevredenheidsonderzoek en regelmatige tevredenheidsenquêtes onder onze medewerkers. Sinds de zomer zijn we bezig met de ontwikkeling van één systeem voor Gezond op Zuid, voor de kantoorautomatisering, de financiën en P&O.’

Wat is jullie speerpunt voor 2017?
‘Extern ligt onze focus bij samenwerking. Met andere eerstelijns organisaties praat ik over de vraag hoe we kunnen zorgen beter als eenheid naar buiten te treden. Voor een gemeente is het gewoon lastig om met meer dan 300 huisartsen te maken te hebben. Daarbij vind ik het belangrijk dat we ons als eerstelijns organisaties een keer uitspreken: wat willen nou eigenlijk met elkaar en hoe kunnen we elkaar versterken? Dat is echt een speerpunt voor de komende tijd.’

‘Een ander speerpunt is de samenwerking met de wijk. We zijn trekker in twee belangrijke projecten in Rotterdam Zuid. In het project Samen Eén in Feyenoord werken we samen met 45 organisaties. Elke twee maanden hebben we een Topontmoeting rondom een thema, bijvoorbeeld geboortezorg of positieve gezondheid. Daar komen mooie initiatieven uit voort. Verder werken we in de coöperatie Wijkverpleegkundige Zorg samen met de thuiszorgorganisaties. Daarin vervult de wijkverpleegkundige als de vooruitgeschoven post in de wijk een belangrijke preventieve taak. Maar met het oog op bijvoorbeeld substitutie is ook samenwerking met de tweede lijn nodig. Daarmee zijn we sinds 2015 actief, bijvoorbeeld met het Ikazia ziekenhuis in een pilot met meeloopconsulten van de longarts. Ook doen we mee met het onlangs gestarte project van Zilveren Kruis waarin het meekijkconsult wordt gefaciliteerd om te kijken hoe we dat in de toekomst structureel kunnen organiseren.’’

‘Als professionals zijn we op allerlei niveaus en manieren met elkaar in gesprek, maar de echte ervaringsdeskundigen wonen in de wijk. De wijkbewoners kunnen ons veel vertellen, een andere cultuur brengt ook mee dat mensen anders naar dingen kijken. Die dialoog met de wijk blijft nog een beetje steken. Daarom hebben we met Samen Eén afgesproken om daar volgend jaar iets mee te doen. Bijvoorbeeld door wijkbewoners uit te nodigen voor onze Topontmoeting.’

‘Intern wil ik volgend jaar werken aan het draagvlak bij huisartsen. Dat het moeilijk is om artsen in loondienst te krijgen, is wel een zorgpunt. De nieuwe cao voor gezondheidscentra is voor hen financieel een verbetering, dus ik hoop dat dat helpt. Maar ik zou artsen ook meer willen betrekken bij de bedrijfsvoering, met meer zeggenschap.’

Wat verwacht je van InEen volgend jaar?
‘Wat we nu doen. Mensen bij elkaar brengen, samenwerken, thema’s aan de orde stellen, vraagbaak zijn. Allemaal heel belangrijk.’


Lees de andere interviews:

  • Annemiek Beukman, per 1 januari 2016 Raad van Bestuur bij Gezond op Zuid
  • Stijn Strous, per 15 juni 2016 directeur van IZER
  • Thijs Veerman, per eind augustus 2016 interim-directeur bij de SHG-groep
  • Roderick Runne, per 1 juni 2016 voorzitter Raad van Bestuur bij Primair Huisartsenposten
  • Lucas Fraza, per 1 oktober 2016 directeur Huisartsen Coöperatie Deventer en Omstreken (HCDO)

 

[...]

2016 is bijna voorbij. Een jaar waarin opnieuw en op veel fronten hard is gewerkt aan het versterken van de eerste lijn. De ambitie om te komen tot persoonsgerichte zorg brengt nieuwe vormen van samenwerking en organisatie met zich mee. Dat geldt ook voor het opvangen van zorg uit de tweede lijn en de ggz. Ook daarvoor vormen huisartsen en andere zorgprofessionals samen met bestuurders nieuwe organisatie- en netwerkverbanden. Steeds duidelijker wordt dat afwachten geen optie meer is als we als eerste lijn onze hoge kwaliteit van zorg voor de komende generaties willen waarborgen. Het meest gebezigde woord in dit verband is zonder twijfel ‘uitdaging’. In 2016 traden diverse nieuwe bestuurders aan. Hoe kijken ze terug op 2016 en wat zijn hun speerpunten voor 2017?


Annemiek-zwAnnemiek Beukman, per 1 januari 2016 Raad van Bestuur bij Gezond op Zuid, een organisatie met vijf gezondheidscentra in Rotterdam

‘Ik vind de zorg een heel mooi werkveld. De dynamiek in de eerste lijn is groot en er is veel te doen. In mijn vorige functie in de ouderenzorg was ik verantwoordelijk voor de intramurale zorg en vooral intern gericht. Nu heb ik via de huisartsen een directere lijn met burgers en kan ik over de volle breedte van de zorg met andere partijen in gesprek en echt iets toevoegen aan hoe je met elkaar goede zorg biedt. Gezond op Zuid ontstond een jaar geleden uit drie stichtingen. We zijn dit jaar dus druk geweest onze organisatie samen te smelten. Begin april lag de strategische notitie op tafel en die hebben we in elk centrum met iedereen besproken. Daarna hebben we hetzelfde gedaan met de nota kwaliteitsbeleid. Bottom up. Zo bereiken we draagvlak voor de plannen en raken we intensief met elkaar in gesprek. Dat vind ik heel belangrijk.

Kwaliteit is méér dan accreditatie en wettelijke regels. Kwaliteit is ook hoe we met onze klanten omgaan, de kwaliteit van onze medewerkers en de kwaliteit van de organisatie. Met elkaar hebben we speerpunten benoemd op elk van deze drie punten. Denk aan patiënttevredenheidsonderzoek en regelmatige tevredenheidsenquêtes onder onze medewerkers. Sinds de zomer zijn we bezig met de ontwikkeling van één systeem voor Gezond op Zuid, voor de kantoorautomatisering, de financiën en P&O.’

Wat is jullie speerpunt voor 2017?
‘Extern ligt onze focus bij samenwerking. Met andere eerstelijns organisaties praat ik over de vraag hoe we kunnen zorgen beter als eenheid naar buiten te treden. Voor een gemeente is het gewoon lastig om met meer dan 300 huisartsen te maken te hebben. Daarbij vind ik het belangrijk dat we ons als eerstelijns organisaties een keer uitspreken: wat willen nou eigenlijk met elkaar en hoe kunnen we elkaar versterken? Dat is echt een speerpunt voor de komende tijd.’

‘Een ander speerpunt is de samenwerking met de wijk. We zijn trekker in twee belangrijke projecten in Rotterdam Zuid. In het project Samen Eén in Feyenoord werken we samen met 45 organisaties. Elke twee maanden hebben we een Topontmoeting rondom een thema, bijvoorbeeld geboortezorg of positieve gezondheid. Daar komen mooie initiatieven uit voort. Verder werken we in de coöperatie Wijkverpleegkundige Zorg samen met de thuiszorgorganisaties. Daarin vervult de wijkverpleegkundige als de vooruitgeschoven post in de wijk een belangrijke preventieve taak. Maar met het oog op bijvoorbeeld substitutie is ook samenwerking met de tweede lijn nodig. Daarmee zijn we sinds 2015 actief, bijvoorbeeld met het Ikazia ziekenhuis in een pilot met meeloopconsulten van de longarts. Ook doen we mee met het onlangs gestarte project van Zilveren Kruis waarin het meekijkconsult wordt gefaciliteerd om te kijken hoe we dat in de toekomst structureel kunnen organiseren.’’

‘Als professionals zijn we op allerlei niveaus en manieren met elkaar in gesprek, maar de echte ervaringsdeskundigen wonen in de wijk. De wijkbewoners kunnen ons veel vertellen, een andere cultuur brengt ook mee dat mensen anders naar dingen kijken. Die dialoog met de wijk blijft nog een beetje steken. Daarom hebben we met Samen Eén afgesproken om daar volgend jaar iets mee te doen. Bijvoorbeeld door wijkbewoners uit te nodigen voor onze Topontmoeting.’

‘Intern wil ik volgend jaar werken aan het draagvlak bij huisartsen. Dat het moeilijk is om artsen in loondienst te krijgen, is wel een zorgpunt. De nieuwe cao voor gezondheidscentra is voor hen financieel een verbetering, dus ik hoop dat dat helpt. Maar ik zou artsen ook meer willen betrekken bij de bedrijfsvoering, met meer zeggenschap.’

Wat verwacht je van InEen volgend jaar?
‘Wat we nu doen. Mensen bij elkaar brengen, samenwerken, thema’s aan de orde stellen, vraagbaak zijn. Allemaal heel belangrijk.’


Lees de andere interviews:

  • Annemiek Beukman, per 1 januari 2016 Raad van Bestuur bij Gezond op Zuid
  • Stijn Strous, per 15 juni 2016 directeur van IZER
  • Thijs Veerman, per eind augustus 2016 interim-directeur bij de SHG-groep
  • Roderick Runne, per 1 juni 2016 voorzitter Raad van Bestuur bij Primair Huisartsenposten
  • Lucas Fraza, per 1 oktober 2016 directeur Huisartsen Coöperatie Deventer en Omstreken (HCDO)

 

2016 » 2017: Lucas Fraza, per 1 oktober 2016 directeur Huisartsen Coöperatie Deventer en Omstreken (HCDO)

22 december 2016

2016 is bijna voorbij. Een jaar waarin opnieuw en op veel fronten hard is gewerkt aan het versterken van de eerste lijn. De ambitie om te komen tot persoonsgerichte zorg brengt nieuwe vormen van samenwerking en organisatie met zich mee. Dat geldt ook voor het opvangen van zorg uit de tweede lijn en de ggz. Ook daarvoor vormen huisartsen en andere zorgprofessionals samen met bestuurders nieuwe organisatie- en netwerkverbanden. Steeds duidelijker wordt dat afwachten geen optie meer is als we als eerste lijn onze hoge kwaliteit van zorg voor de komende generaties willen waarborgen. Het meest gebezigde woord in dit verband is zonder twijfel ‘uitdaging’. In 2016 traden diverse nieuwe bestuurders aan. Hoe kijken ze terug op 2016 en wat zijn hun speerpunten voor 2017?


Lucas-zwLucas Fraza, per 1 oktober 2016 directeur Huisartsen Coöperatie Deventer en Omstreken (HCDO)

De afgelopen jaren was je lid van de Raad van Bestuur van Primair Huisartsenposten. Nu heb je gekozen voor een bredere organisatie. Hoe heb je het eerste half jaar bij HCDO ervaren?
‘Ik vind het een uitgelezen kans om daar te mogen directeuren. HCDO past helemaal bij hoe ik denk dat een organisatie van huisartsenzorg eruit zou moeten zien. Gedreven door de motivatie van huisartsen en met de reikwijdte van de regio. Er zijn in totaal zo’n 130 huisartsen aangesloten bij HCDO. Dat zijn aantallen die passen bij een regionale organisatie die ertoe kan doen. Een voordeel is ook dat we als HCDO met één zorgverzekeraar te maken hebben, Salland Verzekeringen van ENO. Salland Verzekeringen heeft een lokale geschiedenis, begrijpt de taal van de regio en vindt het leuk om de regionale zorg verder vorm te geven. Daar komt bij dat we te maken hebben met maar één ziekenhuis.’

‘Ik ben altijd voorstander geweest van het stapelen van de huisartsenzorg in de regio. Niet een apart bedrijf voor de huisartsenposten, een apart bedrijf voor de ketenzorg enzovoort. In de regio Deventer hangen alle regionale huisartsenactiviteiten in de holding HCDO. Er is geen lappendeken van instellingen en dat betekent dat je makkelijk tot kruisbestuiving komt. Er is een prettige cohesie van huisartsen die zich uit in een grote betrokkenheid bij projecten. Belangrijk vind ik dat ook de waarnemers een duidelijke plek hebben in de coöperatie, zodat er een verbinding ontstaat tussen oudere en gevestigde huisartsen en nieuw aanstormend talent. Wat de ketenzorg betreft hebben we een driejarig contract afgesloten en is de zorgverzekeraar coöperatief in wat we daarvoor nodig hebben. Daardoor is voor 2017 de toekomst van de ketenzorg eigenlijk geen issue. Op dit moment zijn de huisartsen tevreden. Dat komt ook doordat zij als coöperatie eigenaar zijn van de holding waarin dit gebeurt. Daarmee hebben ze greep op de keuzes die worden gemaakt.’

Wat zijn speerpunten voor het komende jaar?
‘We gaan in 2017 nadenken over de huisartsenpost. Gezien de grote werkdruk waarmee de huisartsenpost te maken heeft, is het de vraag of we geen andere wegen moeten bewandelen. Recent hebben we een werkgroep in het leven geroepen die daarover gaat nadenken. Heel interessant om dat ook samen met de waarnemers te gaan doen. Ik denk niet dat we gaan uitkomen op een heel nieuwe aanpak van de spoedzorg, maar we hebben een open blik op alle scenario’s.’

‘Een primeur in 2017 wordt onze regionale huisartsenapp. Doordat we met één HIS werken in de regio hebben we een makkelijk ICT-platform voor zulke ontwikkelingen. Met de app krijgen patiënten toegang tot de praktijk van hun eigen huisarts, om afspraken te maken, vragen te stellen of herhaalrecepten aan te vragen. Doordat we dit onder de vlag van HCDO doen, hebben alle huisartsen en daarmee alle inwoners van de regio toegang tot deze dienst.’

Wat zou wat jou betreft voor 2017 het speerpunt voor InEen moeten zijn?
‘We moeten met elkaar een nieuwe verbinding leggen tussen huisartsen op zoek naar ondersteuning en InEen als intermediair om die ondersteuning verder vorm te geven. Meer brengen, minder halen. Daarbij zou het goed zijn als InEen een organisatie is waarin huisartsen zich thuis voelen. Ik vind dat nog niet het geval. InEen staat er absoluut voor open, maar hun referentiepunt zou veel meer de huisarts moeten zijn. De huisarts is de meest onafhankelijke en minst markt-afhankelijke zorgverlener in de omgeving van de patiënt. Als burger met zorgen om je gezondheid heb je geen relatie met ‘de eerste lijn’, maar met je huisarts. Ondersteun de rol van de huisarts als anker en verbinder voor de zorgvragen van patiënten. Laat ik het zo zeggen: als InEen de kant op gaat van een bestuurdersvereniging, dan verliezen ze de cruciale link met waar het om gaat uit het oog, namelijk hoe huisartsen en patiënten samen op zoek zijn naar betere vormen van zorg. Natuurlijk, huisartsen moeten zélf in actie komen, maar InEen moet huisartsen de kans geven dat te doen.’


Lees de andere interviews:

  • Annemiek Beukman, per 1 januari 2016 Raad van Bestuur bij Gezond op Zuid
  • Stijn Strous, per 15 juni 2016 directeur van IZER
  • Thijs Veerman, per eind augustus 2016 interim-directeur bij de SHG-groep
  • Roderick Runne, per 1 juni 2016 voorzitter Raad van Bestuur bij Primair Huisartsenposten
  • Lucas Fraza, per 1 oktober 2016 directeur Huisartsen Coöperatie Deventer en Omstreken (HCDO)

 

[...]

2016 is bijna voorbij. Een jaar waarin opnieuw en op veel fronten hard is gewerkt aan het versterken van de eerste lijn. De ambitie om te komen tot persoonsgerichte zorg brengt nieuwe vormen van samenwerking en organisatie met zich mee. Dat geldt ook voor het opvangen van zorg uit de tweede lijn en de ggz. Ook daarvoor vormen huisartsen en andere zorgprofessionals samen met bestuurders nieuwe organisatie- en netwerkverbanden. Steeds duidelijker wordt dat afwachten geen optie meer is als we als eerste lijn onze hoge kwaliteit van zorg voor de komende generaties willen waarborgen. Het meest gebezigde woord in dit verband is zonder twijfel ‘uitdaging’. In 2016 traden diverse nieuwe bestuurders aan. Hoe kijken ze terug op 2016 en wat zijn hun speerpunten voor 2017?


Lucas-zwLucas Fraza, per 1 oktober 2016 directeur Huisartsen Coöperatie Deventer en Omstreken (HCDO)

De afgelopen jaren was je lid van de Raad van Bestuur van Primair Huisartsenposten. Nu heb je gekozen voor een bredere organisatie. Hoe heb je het eerste half jaar bij HCDO ervaren?
‘Ik vind het een uitgelezen kans om daar te mogen directeuren. HCDO past helemaal bij hoe ik denk dat een organisatie van huisartsenzorg eruit zou moeten zien. Gedreven door de motivatie van huisartsen en met de reikwijdte van de regio. Er zijn in totaal zo’n 130 huisartsen aangesloten bij HCDO. Dat zijn aantallen die passen bij een regionale organisatie die ertoe kan doen. Een voordeel is ook dat we als HCDO met één zorgverzekeraar te maken hebben, Salland Verzekeringen van ENO. Salland Verzekeringen heeft een lokale geschiedenis, begrijpt de taal van de regio en vindt het leuk om de regionale zorg verder vorm te geven. Daar komt bij dat we te maken hebben met maar één ziekenhuis.’

‘Ik ben altijd voorstander geweest van het stapelen van de huisartsenzorg in de regio. Niet een apart bedrijf voor de huisartsenposten, een apart bedrijf voor de ketenzorg enzovoort. In de regio Deventer hangen alle regionale huisartsenactiviteiten in de holding HCDO. Er is geen lappendeken van instellingen en dat betekent dat je makkelijk tot kruisbestuiving komt. Er is een prettige cohesie van huisartsen die zich uit in een grote betrokkenheid bij projecten. Belangrijk vind ik dat ook de waarnemers een duidelijke plek hebben in de coöperatie, zodat er een verbinding ontstaat tussen oudere en gevestigde huisartsen en nieuw aanstormend talent. Wat de ketenzorg betreft hebben we een driejarig contract afgesloten en is de zorgverzekeraar coöperatief in wat we daarvoor nodig hebben. Daardoor is voor 2017 de toekomst van de ketenzorg eigenlijk geen issue. Op dit moment zijn de huisartsen tevreden. Dat komt ook doordat zij als coöperatie eigenaar zijn van de holding waarin dit gebeurt. Daarmee hebben ze greep op de keuzes die worden gemaakt.’

Wat zijn speerpunten voor het komende jaar?
‘We gaan in 2017 nadenken over de huisartsenpost. Gezien de grote werkdruk waarmee de huisartsenpost te maken heeft, is het de vraag of we geen andere wegen moeten bewandelen. Recent hebben we een werkgroep in het leven geroepen die daarover gaat nadenken. Heel interessant om dat ook samen met de waarnemers te gaan doen. Ik denk niet dat we gaan uitkomen op een heel nieuwe aanpak van de spoedzorg, maar we hebben een open blik op alle scenario’s.’

‘Een primeur in 2017 wordt onze regionale huisartsenapp. Doordat we met één HIS werken in de regio hebben we een makkelijk ICT-platform voor zulke ontwikkelingen. Met de app krijgen patiënten toegang tot de praktijk van hun eigen huisarts, om afspraken te maken, vragen te stellen of herhaalrecepten aan te vragen. Doordat we dit onder de vlag van HCDO doen, hebben alle huisartsen en daarmee alle inwoners van de regio toegang tot deze dienst.’

Wat zou wat jou betreft voor 2017 het speerpunt voor InEen moeten zijn?
‘We moeten met elkaar een nieuwe verbinding leggen tussen huisartsen op zoek naar ondersteuning en InEen als intermediair om die ondersteuning verder vorm te geven. Meer brengen, minder halen. Daarbij zou het goed zijn als InEen een organisatie is waarin huisartsen zich thuis voelen. Ik vind dat nog niet het geval. InEen staat er absoluut voor open, maar hun referentiepunt zou veel meer de huisarts moeten zijn. De huisarts is de meest onafhankelijke en minst markt-afhankelijke zorgverlener in de omgeving van de patiënt. Als burger met zorgen om je gezondheid heb je geen relatie met ‘de eerste lijn’, maar met je huisarts. Ondersteun de rol van de huisarts als anker en verbinder voor de zorgvragen van patiënten. Laat ik het zo zeggen: als InEen de kant op gaat van een bestuurdersvereniging, dan verliezen ze de cruciale link met waar het om gaat uit het oog, namelijk hoe huisartsen en patiënten samen op zoek zijn naar betere vormen van zorg. Natuurlijk, huisartsen moeten zélf in actie komen, maar InEen moet huisartsen de kans geven dat te doen.’


Lees de andere interviews:

  • Annemiek Beukman, per 1 januari 2016 Raad van Bestuur bij Gezond op Zuid
  • Stijn Strous, per 15 juni 2016 directeur van IZER
  • Thijs Veerman, per eind augustus 2016 interim-directeur bij de SHG-groep
  • Roderick Runne, per 1 juni 2016 voorzitter Raad van Bestuur bij Primair Huisartsenposten
  • Lucas Fraza, per 1 oktober 2016 directeur Huisartsen Coöperatie Deventer en Omstreken (HCDO)

 

Weekbericht – 9 december 2016

09 december 2016

Overzicht van de belangrijkste berichten uit het weekbericht van 9 december 2016.

Het integrale weekbericht staat ook op het  Ledenplatform van InEen.

[...]

Overzicht van de belangrijkste berichten uit het weekbericht van 9 december 2016.

Het integrale weekbericht staat ook op het  Ledenplatform van InEen.

SKGE zoekt huisartsen voor geschillencommissies

09 december 2016

De Stichting Klachten Geschillen Eerstelijnszorg (SKGE) is op zoek naar deskundigen huisartsen voor drie geschillencommissies. Hun werkzaamheden bestaan uit het voorbereiden van geschillen, overleggen tijdens een vergadering en het zo nodig bijwonen van hoorzittingen. Een geschillencommissie bestaat uit vijf leden, waarvan twee voorgedragen door Patiëntenfederatie Nederland, twee door de LHV en InEen, en een onafhankelijk voorzitter. Belangstellenden kunnen vóór 17 december een sollicitatie met cv sturen naar Stefanie van Haaften (LHV). Meer informatie in de vacature.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

De Stichting Klachten Geschillen Eerstelijnszorg (SKGE) is op zoek naar deskundigen huisartsen voor drie geschillencommissies. Hun werkzaamheden bestaan uit het voorbereiden van geschillen, overleggen tijdens een vergadering en het zo nodig bijwonen van hoorzittingen. Een geschillencommissie bestaat uit vijf leden, waarvan twee voorgedragen door Patiëntenfederatie Nederland, twee door de LHV en InEen, en een onafhankelijk voorzitter. Belangstellenden kunnen vóór 17 december een sollicitatie met cv sturen naar Stefanie van Haaften (LHV). Meer informatie in de vacature.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Online vragenlijst WNT hoeft niet ingevuld

02 december 2016

Eerstelijnszorgverleners en apothekers hoeven de online vragenlijst over de Wet Normering Topinkomens niet in te vullen. Na spoedoverleg met KNMP, LHV, KNMT en KNGF heeft de minister het CIBG opdracht gegeven de uitvraag van 11 november voorlopig on hold te zetten. Eerst wil minister Schippers de gerezen vragen beantwoorden. Voor zorgverleners die de lijst al hebben ingevuld zijn er geen consequenties

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Eerstelijnszorgverleners en apothekers hoeven de online vragenlijst over de Wet Normering Topinkomens niet in te vullen. Na spoedoverleg met KNMP, LHV, KNMT en KNGF heeft de minister het CIBG opdracht gegeven de uitvraag van 11 november voorlopig on hold te zetten. Eerst wil minister Schippers de gerezen vragen beantwoorden. Voor zorgverleners die de lijst al hebben ingevuld zijn er geen consequenties

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

InEen-meldweek houdt vinger aan de pols

30 november 2016

uitvraagJaarlijks organiseert InEen voor haar leden een meldweek contractering, met ook dit jaar waardevolle signalen. Bijvoorbeeld over de werkdruk van huisartsen op de huisartsenpost. Het afgelopen jaar werd dit onderwerp weer actueel, in het veld en in de media. Verschillende ontwikkelingen grijpen in elkaar en onderzoek – recent nog de LHV-enquête over de ANW-uren  – laat zien dat het dienstdoen in de ANW-uren in toenemende mate zijn tol vraagt. De InEen-meldweek 2017 toont dat niet alle zorgverzekeraars doordrongen lijken van de ernst van de zaak. Om dergelijke signalen op te vangen is de jaarlijkse meldweek belangrijk.

De nieuwe bekostiging van de huisartszorg in 2015 was aanleiding voor het instellen van een jaarlijkse meldweek. Hoe verloopt de contractering? Tegen welke grote en kleine problemen lopen InEen-leden aan tijdens het contracteringsproces? Wat gaat goed? Zo ontstaat in een vroeg stadium – de week wordt in het najaar gehouden – een beeld van het verloop van de contractering voor het daaropvolgende jaar. Voor InEen is het een middel om tijdens de lopende contracteringsronde te beoordelen welke ondersteuning de leden nodig hebben. De meldingen kunnen bijvoorbeeld aanleiding zijn om met specifieke zorgverzekeraars om de tafel te gaan zitten.

Veel zorggroepen sloten in 2015 een tweejarig contract en hoefden in 2016 niet te onderhandelen. Voor gezondheidscentra gold – in afwachting van de uitkomsten van het O&I-traject – in principe hetzelfde. Ook kwamen er positieve meldingen over vruchtbare onderhandelingen. Al met al kreeg InEen – zoals verwacht – minder meldingen binnen dan vorig jaar, wat niet betekent dat er geen signalen naar voren kwamen. Onder meer vanuit de huisartsenposten.

Bij een aantal verzekeraars lijkt er sprake van onwil de aanvraag van extra budget te honoreren, budget dat huisartsenposten in staat stelt de toegenomen werkdruk op te vangen. Zorgverzekeraars verlangen een sluitende businesscase waarin de oorzaak van de toegenomen werkdruk wordt aangetoond. Deze businesscase valt op dit moment niet hard te maken, terwijl enquêtes en onderzoek ondubbelzinnig wijzen in de richting van een toename van de zorgvraag. InEen vindt het belangrijk dat zorgverzekeraars maatschappelijke trends tijdig onderkennen en de bewijslast daarvoor niet in het veld leggen: de toenemende complexiteit van de zorg, de toenemende urgentie van de zorgvragen, de toenemende ervaren werkdruk, het toenemende tekort aan waarnemers, de signalen zijn meer dan duidelijk. Voorkomen moet worden dat huisartsen en huisartsenorganisaties, en uiteindelijk patiënten de prijs betalen. Wanneer gesignaleerde problematiek geen oplossing krijgt en in de contractering voor een daaropvolgend jaar (of twee jaar) blijft bestaan, gaan maatschappelijke veranderingen een risico vormen voor de kwaliteit van zorg.

De meldweek leverde meer signalen. Zo neemt de druk op de tarieven van eerstelijns diagnostische centra verder toe en ervaren de EDC’s weinig ruimte bij zorgverzekeraars om te praten over nieuwe vormen van diagnostiek en innovatieve methodieken waarmee in Nederland de diagnostiek ook in de toekomst op een hoogwaardig niveau blijft. Ook dit vormt een bedreiging van de kwaliteit van de eerstelijnszorg.

InEen gaat zorgverzekeraars en VWS informeren over de geconstateerde knelpunten, en met de meest genoemde zorgverzekeraars over de gemelde kritiekpunten overleggen.

[...]

uitvraagJaarlijks organiseert InEen voor haar leden een meldweek contractering, met ook dit jaar waardevolle signalen. Bijvoorbeeld over de werkdruk van huisartsen op de huisartsenpost. Het afgelopen jaar werd dit onderwerp weer actueel, in het veld en in de media. Verschillende ontwikkelingen grijpen in elkaar en onderzoek – recent nog de LHV-enquête over de ANW-uren  – laat zien dat het dienstdoen in de ANW-uren in toenemende mate zijn tol vraagt. De InEen-meldweek 2017 toont dat niet alle zorgverzekeraars doordrongen lijken van de ernst van de zaak. Om dergelijke signalen op te vangen is de jaarlijkse meldweek belangrijk.

De nieuwe bekostiging van de huisartszorg in 2015 was aanleiding voor het instellen van een jaarlijkse meldweek. Hoe verloopt de contractering? Tegen welke grote en kleine problemen lopen InEen-leden aan tijdens het contracteringsproces? Wat gaat goed? Zo ontstaat in een vroeg stadium – de week wordt in het najaar gehouden – een beeld van het verloop van de contractering voor het daaropvolgende jaar. Voor InEen is het een middel om tijdens de lopende contracteringsronde te beoordelen welke ondersteuning de leden nodig hebben. De meldingen kunnen bijvoorbeeld aanleiding zijn om met specifieke zorgverzekeraars om de tafel te gaan zitten.

Veel zorggroepen sloten in 2015 een tweejarig contract en hoefden in 2016 niet te onderhandelen. Voor gezondheidscentra gold – in afwachting van de uitkomsten van het O&I-traject – in principe hetzelfde. Ook kwamen er positieve meldingen over vruchtbare onderhandelingen. Al met al kreeg InEen – zoals verwacht – minder meldingen binnen dan vorig jaar, wat niet betekent dat er geen signalen naar voren kwamen. Onder meer vanuit de huisartsenposten.

Bij een aantal verzekeraars lijkt er sprake van onwil de aanvraag van extra budget te honoreren, budget dat huisartsenposten in staat stelt de toegenomen werkdruk op te vangen. Zorgverzekeraars verlangen een sluitende businesscase waarin de oorzaak van de toegenomen werkdruk wordt aangetoond. Deze businesscase valt op dit moment niet hard te maken, terwijl enquêtes en onderzoek ondubbelzinnig wijzen in de richting van een toename van de zorgvraag. InEen vindt het belangrijk dat zorgverzekeraars maatschappelijke trends tijdig onderkennen en de bewijslast daarvoor niet in het veld leggen: de toenemende complexiteit van de zorg, de toenemende urgentie van de zorgvragen, de toenemende ervaren werkdruk, het toenemende tekort aan waarnemers, de signalen zijn meer dan duidelijk. Voorkomen moet worden dat huisartsen en huisartsenorganisaties, en uiteindelijk patiënten de prijs betalen. Wanneer gesignaleerde problematiek geen oplossing krijgt en in de contractering voor een daaropvolgend jaar (of twee jaar) blijft bestaan, gaan maatschappelijke veranderingen een risico vormen voor de kwaliteit van zorg.

De meldweek leverde meer signalen. Zo neemt de druk op de tarieven van eerstelijns diagnostische centra verder toe en ervaren de EDC’s weinig ruimte bij zorgverzekeraars om te praten over nieuwe vormen van diagnostiek en innovatieve methodieken waarmee in Nederland de diagnostiek ook in de toekomst op een hoogwaardig niveau blijft. Ook dit vormt een bedreiging van de kwaliteit van de eerstelijnszorg.

InEen gaat zorgverzekeraars en VWS informeren over de geconstateerde knelpunten, en met de meest genoemde zorgverzekeraars over de gemelde kritiekpunten overleggen.

De Nederlandse zorg scoort hoog in internationaal onderzoek

18 november 2016

De Amerikaanse denktank The Commonwealth Fund (CWF) heeft tien hoogontwikkelde Westerse landen langs de meetlat gelegd. De Nederlandse zorg scoort onder andere als hoogste als het gaat om snelle toegankelijkheid van zorg en toegang tot zorg buiten kantooruren. Ook hebben Nederlanders het patiëntendossier het beste op orde. Hoge scores ook voor het beperkte gebruik van de spoedeisende hulp door goede alternatieven. Nederland zit in de middenmoot als het gaat om leefstijladvisering en de gezamenlijke besluitvorming van arts en patiënt. Gisteren nam minister Schippers in Washington een rapport van een Amerikaanse denktank op het gebied van zorg in ontvangst, waarbij de Nederlandse zorg geïntroduceerd werd als het ‘voorbeeld van een stelsel dat werkt’. Het CWF is een private stichting en zet zich in de VS in voor een toegankelijk en efficiënt zorgstelsel van goede kwaliteit. Meer informatie en het rapport.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

De Amerikaanse denktank The Commonwealth Fund (CWF) heeft tien hoogontwikkelde Westerse landen langs de meetlat gelegd. De Nederlandse zorg scoort onder andere als hoogste als het gaat om snelle toegankelijkheid van zorg en toegang tot zorg buiten kantooruren. Ook hebben Nederlanders het patiëntendossier het beste op orde. Hoge scores ook voor het beperkte gebruik van de spoedeisende hulp door goede alternatieven. Nederland zit in de middenmoot als het gaat om leefstijladvisering en de gezamenlijke besluitvorming van arts en patiënt. Gisteren nam minister Schippers in Washington een rapport van een Amerikaanse denktank op het gebied van zorg in ontvangst, waarbij de Nederlandse zorg geïntroduceerd werd als het ‘voorbeeld van een stelsel dat werkt’. Het CWF is een private stichting en zet zich in de VS in voor een toegankelijk en efficiënt zorgstelsel van goede kwaliteit. Meer informatie en het rapport.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Stappen zetten met persoonsgerichte zorg - De Eerstelijns, oktober 2016

09 november 2016

De Eerstelijns, oktober 2016 – Werk maken van persoonsgerichte zorg. Die ambitie zijn InEen en haar leden eind september overeengekomen tijdens een tweedaags congres van de brancheorganisatie in St. Michielsgestel. Vanaf nu moet het streven worden vertaald in concrete activiteiten. Van ambitie naar actie.

[...]

De Eerstelijns, oktober 2016 – Werk maken van persoonsgerichte zorg. Die ambitie zijn InEen en haar leden eind september overeengekomen tijdens een tweedaags congres van de brancheorganisatie in St. Michielsgestel. Vanaf nu moet het streven worden vertaald in concrete activiteiten. Van ambitie naar actie.

Aanmelden voor de Algemene Ledenvergadering op 29 november 

04 november 2016

Welke gevolgen heeft de Wkkgz (invoering per 1 januari 2017) voor de inrichting van organisaties? Tijdens de ALV van 29 november besteden we hier aandacht aan. Voorts presenteert het bestuur het InEen-werkplan 2017, waarbij een aantal actuele thema’s worden uitgelicht: goed werkgeverschap, vertrouwen in professionals en de ontwikkeling van de organisaties. Na de pauze staat de verenigings- en bestuurskracht van InEen centraal. Hoe sterk staan we als InEen en wat is er voor nodig om onze kracht te versterken? Daarvoor is in de ALV van mei extra aandacht gevraagd. Alle leden van InEen zijn van harte uitgenodigd op 29 november aanwezig te zijn.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Welke gevolgen heeft de Wkkgz (invoering per 1 januari 2017) voor de inrichting van organisaties? Tijdens de ALV van 29 november besteden we hier aandacht aan. Voorts presenteert het bestuur het InEen-werkplan 2017, waarbij een aantal actuele thema’s worden uitgelicht: goed werkgeverschap, vertrouwen in professionals en de ontwikkeling van de organisaties. Na de pauze staat de verenigings- en bestuurskracht van InEen centraal. Hoe sterk staan we als InEen en wat is er voor nodig om onze kracht te versterken? Daarvoor is in de ALV van mei extra aandacht gevraagd. Alle leden van InEen zijn van harte uitgenodigd op 29 november aanwezig te zijn.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Reactie InEen op uitspraak CBb tariefbeschikkingen voor huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg

03 november 2016

Utrecht, 3 november 2016 — Donderdag 3 november heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven uitspraak gedaan in de procedure die de VPH en de LHV hadden aangespannen tegen de NZa. De procedure ging over het bezwaar van VPH en LHV tegen de contractvereiste voor huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg en tegen de 24-uursverplichting als voorwaarde bij het inschrijvingstarief. Het CBb heeft geoordeeld dat de NZa het contractvereiste bij enkele verrichtingen moet schrappen waaronder de ketenzorg. InEen maakt zich zorgen over de  consequenties van de uitspraak voor de kwaliteit en samenhang in de chronische zorg.

Het CBb stelt dat de contractvereiste voor enkele zorgprestaties, zoals ketenzorg,  een hinderpaal vormen voor de verzekerde/patiënt bij de uitoefening van zijn recht op vrije keuze van zorgverlener. InEen onderschrijft het belang van de vrije artsenkeuze. Echter, onduidelijk is of met deze uitspraak het huidige hoge kwaliteitsniveau van zorg voor mensen met een chronische aandoening  in de toekomst gehandhaafd blijft. Verder maken wij ons zorgen over mogelijke versnippering van het aanbod. Goed nieuws is dat het CBb onderkent dat enkel samenwerkingsverbanden in aanmerking komen voor een declaratietitel en dus uitvoering van multidisciplinaire zorg.

In het persbericht dat het CBb inmiddels heeft uitgebracht wordt alleen gerept over multidisciplinaire zorg voor bepaalde chronische aandoeningen (DM, VRM, COPD, astma). De interpretatie van InEen is dan ook dat de GEZ buiten de reikwijdte van de uitspraak valt.

Verder heeft de uitspraak van het CBb ook betrekking op de verantwoordelijkheid van huisartsen voor het regelen van 24-uurs zorg. Het CBb heeft enkele tekstuele aanpassingen in de prestatiebeschrijving aangebracht, maar de verbinding tussen de ANW én het inschrijftarief in stand gehouden. InEen hecht aan het vastleggen van de 24/7 verantwoordelijkheid voor de zorg en het CBb lijkt dit te erkennen.

Wij zullen de uitspraak verder bestuderen. De volledige uitspraak is te lezen op rechtspraak.nl

[...]

Utrecht, 3 november 2016 — Donderdag 3 november heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven uitspraak gedaan in de procedure die de VPH en de LHV hadden aangespannen tegen de NZa. De procedure ging over het bezwaar van VPH en LHV tegen de contractvereiste voor huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg en tegen de 24-uursverplichting als voorwaarde bij het inschrijvingstarief. Het CBb heeft geoordeeld dat de NZa het contractvereiste bij enkele verrichtingen moet schrappen waaronder de ketenzorg. InEen maakt zich zorgen over de  consequenties van de uitspraak voor de kwaliteit en samenhang in de chronische zorg.

Het CBb stelt dat de contractvereiste voor enkele zorgprestaties, zoals ketenzorg,  een hinderpaal vormen voor de verzekerde/patiënt bij de uitoefening van zijn recht op vrije keuze van zorgverlener. InEen onderschrijft het belang van de vrije artsenkeuze. Echter, onduidelijk is of met deze uitspraak het huidige hoge kwaliteitsniveau van zorg voor mensen met een chronische aandoening  in de toekomst gehandhaafd blijft. Verder maken wij ons zorgen over mogelijke versnippering van het aanbod. Goed nieuws is dat het CBb onderkent dat enkel samenwerkingsverbanden in aanmerking komen voor een declaratietitel en dus uitvoering van multidisciplinaire zorg.

In het persbericht dat het CBb inmiddels heeft uitgebracht wordt alleen gerept over multidisciplinaire zorg voor bepaalde chronische aandoeningen (DM, VRM, COPD, astma). De interpretatie van InEen is dan ook dat de GEZ buiten de reikwijdte van de uitspraak valt.

Verder heeft de uitspraak van het CBb ook betrekking op de verantwoordelijkheid van huisartsen voor het regelen van 24-uurs zorg. Het CBb heeft enkele tekstuele aanpassingen in de prestatiebeschrijving aangebracht, maar de verbinding tussen de ANW én het inschrijftarief in stand gehouden. InEen hecht aan het vastleggen van de 24/7 verantwoordelijkheid voor de zorg en het CBb lijkt dit te erkennen.

Wij zullen de uitspraak verder bestuderen. De volledige uitspraak is te lezen op rechtspraak.nl

Presentaties InEen Tweedaagse - 28 en 29 september 2016

06 oktober 2016

Hieronder vindt u de tot nu toe beschikbare presentaties van de InEen Tweedaagse Persoonsgerichte zorg op woensdag 28 en donderdag 29 september 2016:


Woensdag 28 september

Plenaire sessie


Donderdag 29 september

Workshopsessies

Ronde 1

  1. Anderstaligheid, Laaggeletterdheid en e-Health, persoonlijke zorg op maat, een reis van droom naar werkelijkheid | Hans Nederhof, huisarts en initiatiefnemer Nedtalk
  2. Community participatie | Peter Groenewegen, onderzoeker Nivel en Community participatie |Jan van Dongen, huisarts Gezondheidscentrum America
  3. Dag bureaucratie, hallo zelfregie! | Siert Wieringa, Initiatiefnemer en Voorzitter Wijzelf Achterhoek Wijzelf Zorgcoöperatie en Willemien Visser, Initiatiefnemer Wijzelf in Nederland Wijzelf Zorgcoöperatie
  4. Patiënt centraal, hoe doe je dat nu echt? | Anouk Knops, beleidsmedewerker Patiëntenfederatie Nederland en Nathalie Koopman, senior projectleider Zorgbelang
  5. Persoonsgerichte zorg op de huisartsenpost, wat kan er wel? | Frank Roos, marketingcommunicatiestrateeg Roos & van de Werk
  6. Toekomst van de financiering | Guy Schulpen, medisch directeur ZIO
  7. Toekomstverkenning eerste lijn tot in 2030 – sessie 1 | Stephan Hermsen, senior adviseur Vilans
  8. Toekomstverkenning eerste lijn tot in 2030 – sessie 2 | Jeroen Havers, senior adviseur Vilans
  9. Zien en gezien worden – persoonsgerichte consultvoering In de chronische zorg | Petra Wopereis, Huisartsopleiding Radboud UMC en Nathalie Eikelenboom, stafmedewerker zelfmanagement & eHealth Zorggroep DOH

Ronde 2

  1. Financieringsvraagstukken en -mogelijkheden bij persoonsgerichte zorg | Sander Kooiman, Relatiemanager Zorg en Welzijn, Triodos Bank en Patty Zuidhoek, senior relatiemanager bij Triodos Bank
  2. Inzicht in de effecten van vernieuwing | Marian Schoone, senior projectmanager en consultant, TNO
  3. Oefenen met het Mentalitymodel | Pieter Paul Verheggen, algemeen directeur Motivaction
  4. Positieve gezondheid: hoe verder? | Matthijs Zwier, senior adviseur Raedelijn
  5. Project Medische Ouderenzorg de klok rond | Gerben Welling, voorzitter Raad van Bestuur Coöperatieve Huisartsenposten Oost-Brabant U.A. en Jorrit van Kampen, specialist Ouderengeneeskunde Novicare
  6. Toekomstverkenning eerste lijn tot in 2030 – sessie 3 | Stephan Hermsen, senior adviseur Vilans
  7. Toekomstverkenning eerste lijn tot in 2030 – sessie 4 | Jeroen Havers, senior adviseur Vilans
  8. Why me? Jouw persoonlijke missie in de persoonsgerichte zorg | Marjan Verschuur en Ilonka Brugemann, beiden projectleiders training persoonsgerichte zorg NHG-InEen
  9. eHealth visie en praktijk | Jan Erik de Wildt, directeur De Eerstelijns en Barbara Breeuwer, secretaris RvB Saltro

Ronde 3

  1. Cliëntenraden, wettelijk en/of wenselijk in de eerste lijn? | Tiske Boonstra, adviseur LOC zeggenschap in zorg
  2. Hoera, een nieuwe samenwerkingspartner!? | Annette Pietersen, Wethouder Samenleving, Dienstverlening, Duurzaamheid Gemeente Nieuwkoop (presentatie niet aanwezig)
  3. Toekomstverkenning eerste lijn tot in 2030 – sessie 5 | Stephan Hermsen, senior adviseur Vilans
  4. Waar is de afslag zelfzorg? Routes naar meer eigen regie door patiënten | John Hoenen, adviseur Reos
  5. Wat maakt gepersonaliseerde zorg succesvol? | Janneke Steijns, adviseur Samenwerken Common Eye en Diek Scholten, directeur EMC Nieuwegein (geen presentatie gebruikt)
  6. Zorg op maat door implementatie op maat Van visie naar implementatie en borging; hoe doe je dat? | Corinne Stoop, Projectmanager, PoZoB en Jolanda Haegens, Praktijkondersteuner PoZoB
  7. Zorgverlener of coach? Wat is het verschil? | Bas van de Goor, Bas van de Goor Foundation
  8. Hoe ziet persoonsgerichte zorginkoop in 2025 eruit?| Lynn Rulkens, programmamanager zorginnovatie CZ
  9. Zorg voor kwetsbare ouderen | Peter van Linschoten, directeur ARGO, en Eugen Zuiderwijk, directeur en huisarts Ketenzorg NU en Helga Koelemij, manager GHO-GO
[...]

Hieronder vindt u de tot nu toe beschikbare presentaties van de InEen Tweedaagse Persoonsgerichte zorg op woensdag 28 en donderdag 29 september 2016:


Woensdag 28 september

Plenaire sessie


Donderdag 29 september

Workshopsessies

Ronde 1

  1. Anderstaligheid, Laaggeletterdheid en e-Health, persoonlijke zorg op maat, een reis van droom naar werkelijkheid | Hans Nederhof, huisarts en initiatiefnemer Nedtalk
  2. Community participatie | Peter Groenewegen, onderzoeker Nivel en Community participatie |Jan van Dongen, huisarts Gezondheidscentrum America
  3. Dag bureaucratie, hallo zelfregie! | Siert Wieringa, Initiatiefnemer en Voorzitter Wijzelf Achterhoek Wijzelf Zorgcoöperatie en Willemien Visser, Initiatiefnemer Wijzelf in Nederland Wijzelf Zorgcoöperatie
  4. Patiënt centraal, hoe doe je dat nu echt? | Anouk Knops, beleidsmedewerker Patiëntenfederatie Nederland en Nathalie Koopman, senior projectleider Zorgbelang
  5. Persoonsgerichte zorg op de huisartsenpost, wat kan er wel? | Frank Roos, marketingcommunicatiestrateeg Roos & van de Werk
  6. Toekomst van de financiering | Guy Schulpen, medisch directeur ZIO
  7. Toekomstverkenning eerste lijn tot in 2030 – sessie 1 | Stephan Hermsen, senior adviseur Vilans
  8. Toekomstverkenning eerste lijn tot in 2030 – sessie 2 | Jeroen Havers, senior adviseur Vilans
  9. Zien en gezien worden – persoonsgerichte consultvoering In de chronische zorg | Petra Wopereis, Huisartsopleiding Radboud UMC en Nathalie Eikelenboom, stafmedewerker zelfmanagement & eHealth Zorggroep DOH

Ronde 2

  1. Financieringsvraagstukken en -mogelijkheden bij persoonsgerichte zorg | Sander Kooiman, Relatiemanager Zorg en Welzijn, Triodos Bank en Patty Zuidhoek, senior relatiemanager bij Triodos Bank
  2. Inzicht in de effecten van vernieuwing | Marian Schoone, senior projectmanager en consultant, TNO
  3. Oefenen met het Mentalitymodel | Pieter Paul Verheggen, algemeen directeur Motivaction
  4. Positieve gezondheid: hoe verder? | Matthijs Zwier, senior adviseur Raedelijn
  5. Project Medische Ouderenzorg de klok rond | Gerben Welling, voorzitter Raad van Bestuur Coöperatieve Huisartsenposten Oost-Brabant U.A. en Jorrit van Kampen, specialist Ouderengeneeskunde Novicare
  6. Toekomstverkenning eerste lijn tot in 2030 – sessie 3 | Stephan Hermsen, senior adviseur Vilans
  7. Toekomstverkenning eerste lijn tot in 2030 – sessie 4 | Jeroen Havers, senior adviseur Vilans
  8. Why me? Jouw persoonlijke missie in de persoonsgerichte zorg | Marjan Verschuur en Ilonka Brugemann, beiden projectleiders training persoonsgerichte zorg NHG-InEen
  9. eHealth visie en praktijk | Jan Erik de Wildt, directeur De Eerstelijns en Barbara Breeuwer, secretaris RvB Saltro

Ronde 3

  1. Cliëntenraden, wettelijk en/of wenselijk in de eerste lijn? | Tiske Boonstra, adviseur LOC zeggenschap in zorg
  2. Hoera, een nieuwe samenwerkingspartner!? | Annette Pietersen, Wethouder Samenleving, Dienstverlening, Duurzaamheid Gemeente Nieuwkoop (presentatie niet aanwezig)
  3. Toekomstverkenning eerste lijn tot in 2030 – sessie 5 | Stephan Hermsen, senior adviseur Vilans
  4. Waar is de afslag zelfzorg? Routes naar meer eigen regie door patiënten | John Hoenen, adviseur Reos
  5. Wat maakt gepersonaliseerde zorg succesvol? | Janneke Steijns, adviseur Samenwerken Common Eye en Diek Scholten, directeur EMC Nieuwegein (geen presentatie gebruikt)
  6. Zorg op maat door implementatie op maat Van visie naar implementatie en borging; hoe doe je dat? | Corinne Stoop, Projectmanager, PoZoB en Jolanda Haegens, Praktijkondersteuner PoZoB
  7. Zorgverlener of coach? Wat is het verschil? | Bas van de Goor, Bas van de Goor Foundation
  8. Hoe ziet persoonsgerichte zorginkoop in 2025 eruit?| Lynn Rulkens, programmamanager zorginnovatie CZ
  9. Zorg voor kwetsbare ouderen | Peter van Linschoten, directeur ARGO, en Eugen Zuiderwijk, directeur en huisarts Ketenzorg NU en Helga Koelemij, manager GHO-GO

InEen en haar leden gaan voor persoonsgerichte zorg

30 september 2016

Leden van InEen formuleren gezamenlijke ambities voor het organiseren van persoonsgerichte zorg
Utrecht, 29 september 2016 — De leden van InEen hebben tijdens een tweedaags congres de ambitie uitgesproken werk te maken van het organiseren van persoonsgerichte zorg. De eerstelijnszorgorganisaties nemen daarbij het gedachtegoed van positieve gezondheid als uitgangspunt. De komende tijd vindt de vertaalslag plaats naar concrete activiteiten.

Persoonsgerichte zorg draait om de interactie tussen patiënt en zorgverlener. De leden van InEen willen hieraan een bijdrage leveren. Het gedachtegoed van Machteld Huber over positieve gezondheid nemen ze daarbij als uitgangspunt. Huber beschrijft positieve gezondheid als het vermogen om je aan te passen en je eigen regie te voeren, in het licht van de sociale, fysieke en emotionele uitdagingen van het leven. In het huidige tijdsgewricht verwachten veel patiënten in toenemende mate een behandelbeleid dat rekening houdt met hun eigen wensen en omstandigheden. Eigen regie is een sleutelwoord. Ook maatschappelijke ontwikkelingen als vergrijzing, het toenemend aantal chronisch zieken en beperkte budgettaire middelen vragen om nieuwe oplossingen.

De leden van InEen leveren een bijdrage aan het realiseren van persoonsgerichte zorg door:

  • patiënten en patiëntervaringen actief te betrekken bij het inrichten van de organisatie van de zorg;
  • te vertrouwen op de professionaliteit van zorgverleners en hen te motiveren en te inspireren om maatwerk aan patiënten te bieden;
  • passende ondersteuning te bieden gericht op gezamenlijke besluitvorming en een effectieve samenwerking tussen patiënt en zorgverleners;
  • ruimte te creëren voor de benodigde capaciteit aan tijd, mensen en middelen en deze gericht in te zetten voor het vormgeven van persoonsgerichte zorg.

InEen en de leden zijn met elkaar in gesprek geweest over dit thema tijdens een tweedaagse bijeenkomst. De komende periode gaan de aangesloten organisaties en InEen aan de slag met de verdere uitwerking van deze gezamenlijke ambities. Als eerste stap publiceert InEen volgende week een special over persoonsgerichte zorg met een toelichting op bestaande en voorgenomen activiteiten.

Lees alvast meer over gezamenlijke besluitvorming.

Lees ook

[...]

Leden van InEen formuleren gezamenlijke ambities voor het organiseren van persoonsgerichte zorg
Utrecht, 29 september 2016 — De leden van InEen hebben tijdens een tweedaags congres de ambitie uitgesproken werk te maken van het organiseren van persoonsgerichte zorg. De eerstelijnszorgorganisaties nemen daarbij het gedachtegoed van positieve gezondheid als uitgangspunt. De komende tijd vindt de vertaalslag plaats naar concrete activiteiten.

Persoonsgerichte zorg draait om de interactie tussen patiënt en zorgverlener. De leden van InEen willen hieraan een bijdrage leveren. Het gedachtegoed van Machteld Huber over positieve gezondheid nemen ze daarbij als uitgangspunt. Huber beschrijft positieve gezondheid als het vermogen om je aan te passen en je eigen regie te voeren, in het licht van de sociale, fysieke en emotionele uitdagingen van het leven. In het huidige tijdsgewricht verwachten veel patiënten in toenemende mate een behandelbeleid dat rekening houdt met hun eigen wensen en omstandigheden. Eigen regie is een sleutelwoord. Ook maatschappelijke ontwikkelingen als vergrijzing, het toenemend aantal chronisch zieken en beperkte budgettaire middelen vragen om nieuwe oplossingen.

De leden van InEen leveren een bijdrage aan het realiseren van persoonsgerichte zorg door:

  • patiënten en patiëntervaringen actief te betrekken bij het inrichten van de organisatie van de zorg;
  • te vertrouwen op de professionaliteit van zorgverleners en hen te motiveren en te inspireren om maatwerk aan patiënten te bieden;
  • passende ondersteuning te bieden gericht op gezamenlijke besluitvorming en een effectieve samenwerking tussen patiënt en zorgverleners;
  • ruimte te creëren voor de benodigde capaciteit aan tijd, mensen en middelen en deze gericht in te zetten voor het vormgeven van persoonsgerichte zorg.

InEen en de leden zijn met elkaar in gesprek geweest over dit thema tijdens een tweedaagse bijeenkomst. De komende periode gaan de aangesloten organisaties en InEen aan de slag met de verdere uitwerking van deze gezamenlijke ambities. Als eerste stap publiceert InEen volgende week een special over persoonsgerichte zorg met een toelichting op bestaande en voorgenomen activiteiten.

Lees alvast meer over gezamenlijke besluitvorming.

Lees ook

InEen en haar leden gaan voor persoonsgerichte zorg

30 september 2016

gaan-voor-klAan het slot van de InEen-Tweedaagse spraken de aanwezige leden de gezamenlijke ambitie uit zich in te zetten voor het organiseren van persoonsgerichte zorg. Zij achten voor de toekomst het vormgeven van persoonsgerichte zorg cruciaal voor een kwalitatief hoogwaardige eerstelijnszorg.

Persoonsgerichte zorg draait om de interactie tussen patiënt en zorgverlener. Het concept positieve gezondheid van Machteld Huber vormt, wat InEen en haar leden betreft, de basis voor persoonsgerichte zorg. Gezondheid is, aldus Huber, het vermogen je aan te passen en je eigen regie te voeren, in het licht van de sociale, fysieke en emotionele uitdagingen van het leven. In het huidige tijdsgewricht verwachten veel patiënten in toenemende mate een behandelbeleid dat rekening houdt met hun eigen wensen en omstandigheden. Eigen regie is een sleutelwoord. Ook maatschappelijke ontwikkelingen als vergrijzing, het toenemend aantal chronisch zieken en beperkte budgettaire middelen vragen om nieuwe oplossingen.

De leden van InEen leveren een bijdrage aan het realiseren van persoonsgerichte zorg door:

  • patiënten en patiëntervaringen actief te betrekken bij het inrichten van de organisatie van de zorg.
  • te vertrouwen op de professionaliteit van zorgverleners en hen verder te motiveren en te inspireren om patiënten maatwerk te bieden.
  • passende ondersteuning te bieden gericht op gezamenlijke besluitvorming en een effectieve samenwerking tussen patiënt en zorgverleners.
  • ruimte te creëren voor de benodigde capaciteit aan tijd, mensen en middelen en deze gericht in te zetten voor het vormgeven van persoonsgerichte zorg.

Het formuleren van deze gezamenlijke ambities betekent niet dat er geen discussiepunten meer zijn. Want hoe weten we hoeveel capaciteit er precies voor nodig is? En wat is eigenlijk de rol van de mantelzorger bij persoonsgerichte zorg, hoe kan die het beste betrokken worden? In elk geval moet duidelijk zijn dat de concrete vormgeving van persoonsgerichte zorg in de spreekkamer gebeurt. De inzet van de leden van InEen is gericht op het realiseren van de bovenstaande elementen.

Het komende voorjaar komt er een vervolg op deze Tweedaagse en de uitgesproken ambities. Lees het nieuwsbericht dat is uitgegaan. Voor leden en relaties van InEen verschijnt begin oktober ook een Special.

[...]

gaan-voor-klAan het slot van de InEen-Tweedaagse spraken de aanwezige leden de gezamenlijke ambitie uit zich in te zetten voor het organiseren van persoonsgerichte zorg. Zij achten voor de toekomst het vormgeven van persoonsgerichte zorg cruciaal voor een kwalitatief hoogwaardige eerstelijnszorg.

Persoonsgerichte zorg draait om de interactie tussen patiënt en zorgverlener. Het concept positieve gezondheid van Machteld Huber vormt, wat InEen en haar leden betreft, de basis voor persoonsgerichte zorg. Gezondheid is, aldus Huber, het vermogen je aan te passen en je eigen regie te voeren, in het licht van de sociale, fysieke en emotionele uitdagingen van het leven. In het huidige tijdsgewricht verwachten veel patiënten in toenemende mate een behandelbeleid dat rekening houdt met hun eigen wensen en omstandigheden. Eigen regie is een sleutelwoord. Ook maatschappelijke ontwikkelingen als vergrijzing, het toenemend aantal chronisch zieken en beperkte budgettaire middelen vragen om nieuwe oplossingen.

De leden van InEen leveren een bijdrage aan het realiseren van persoonsgerichte zorg door:

  • patiënten en patiëntervaringen actief te betrekken bij het inrichten van de organisatie van de zorg.
  • te vertrouwen op de professionaliteit van zorgverleners en hen verder te motiveren en te inspireren om patiënten maatwerk te bieden.
  • passende ondersteuning te bieden gericht op gezamenlijke besluitvorming en een effectieve samenwerking tussen patiënt en zorgverleners.
  • ruimte te creëren voor de benodigde capaciteit aan tijd, mensen en middelen en deze gericht in te zetten voor het vormgeven van persoonsgerichte zorg.

Het formuleren van deze gezamenlijke ambities betekent niet dat er geen discussiepunten meer zijn. Want hoe weten we hoeveel capaciteit er precies voor nodig is? En wat is eigenlijk de rol van de mantelzorger bij persoonsgerichte zorg, hoe kan die het beste betrokken worden? In elk geval moet duidelijk zijn dat de concrete vormgeving van persoonsgerichte zorg in de spreekkamer gebeurt. De inzet van de leden van InEen is gericht op het realiseren van de bovenstaande elementen.

Het komende voorjaar komt er een vervolg op deze Tweedaagse en de uitgesproken ambities. Lees het nieuwsbericht dat is uitgegaan. Voor leden en relaties van InEen verschijnt begin oktober ook een Special.

InEen-werkconferentie Good Governance geaccrediteerd voor 4 punten

30 september 2016

De accreditatieaanvraag voor de interactieve werkconferentie Good Governance ‘Beter worden met goed toezicht’ op donderdag 27 oktober heeft 4 punten opgeleverd voor de deelnemende huisartsen. De werkconferentie, die we samen met de Nederlandse Vereniging van Toezichthouders (NVTZ) organiseren, is bedoeld voor directeuren/bestuurders en hun toezichthouders. De middag bestaat uit enkele korte inleidingen en een afwisselend interactief carrouselprogramma. Laat je inspireren: hoe kunnen organisaties in de eerste lijn (nog) beter worden met goed toezicht? Meer informatie en aanmelden.

[...]

De accreditatieaanvraag voor de interactieve werkconferentie Good Governance ‘Beter worden met goed toezicht’ op donderdag 27 oktober heeft 4 punten opgeleverd voor de deelnemende huisartsen. De werkconferentie, die we samen met de Nederlandse Vereniging van Toezichthouders (NVTZ) organiseren, is bedoeld voor directeuren/bestuurders en hun toezichthouders. De middag bestaat uit enkele korte inleidingen en een afwisselend interactief carrouselprogramma. Laat je inspireren: hoe kunnen organisaties in de eerste lijn (nog) beter worden met goed toezicht? Meer informatie en aanmelden.

Uitverkocht huis tijdens Tweedaagse

23 september 2016

Alle stoelen tijdens de Tweedaagse zijn bezet. Meer dan 200 mensen komen volgende week naar De Ruwenberg in Sint Michielsgestel om aan de Tweedaagse deel te nemen. We zijn heel blij met deze grote belangstelling. Sinds gisteren staat het volledige programma inclusief alle 27 deelsessies op de Tweedaagse-app. Aan het begin van de tweede dag kunnen deelnemers zich via de app inschrijven voor drie rondes. Gelijke kansen dus voor iedereen. Voor het maken van een gerichte keuze is het verstandig de app alvast even te bekijken. Je ziet dan meteen welke collega’s nog meer aanwezig zijn. Je kunt de app ook gebruiken om onderling afspraken te maken. Tot volgende week!

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Alle stoelen tijdens de Tweedaagse zijn bezet. Meer dan 200 mensen komen volgende week naar De Ruwenberg in Sint Michielsgestel om aan de Tweedaagse deel te nemen. We zijn heel blij met deze grote belangstelling. Sinds gisteren staat het volledige programma inclusief alle 27 deelsessies op de Tweedaagse-app. Aan het begin van de tweede dag kunnen deelnemers zich via de app inschrijven voor drie rondes. Gelijke kansen dus voor iedereen. Voor het maken van een gerichte keuze is het verstandig de app alvast even te bekijken. Je ziet dan meteen welke collega’s nog meer aanwezig zijn. Je kunt de app ook gebruiken om onderling afspraken te maken. Tot volgende week!

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Prinsjesdag

23 september 2016

De Miljoenennota en de Beleidsagenda van VWS die afgelopen dinsdag weer werden gepresenteerd bevatte niet heel veel nieuws. Er zijn bijna geen nieuwe beleidslijnen uitgezet. Er wordt duidelijk voorgesorteerd op de verkiezingen, waarbij aan het nieuwe kabinet veel ruimte wordt gelaten. De titel van de VWS plannen – ‘Wat heb je nodig’ – toont de nadruk op persoonsgerichte zorg. De indruk wordt gewekt alsof er voor alles oplossingen op maat te krijgen zijn. Wat verder opvalt is dat er veel de nadruk op preventie wordt gelegd, zonder het overigens preventie te noemen: gesproken wordt over ‘gezonde keuzes’. Relevante zaken voor InEen en haar leden zijn dat de minister en staatssecretaris:

  • nog vóór hun vertrek aanbieders van zelftesten wil aanpakken.
  • extra geld voor wijkverpleging uittrekken.
  • meer aandacht wil voor verwarde personen.
  • de preventiecoalities tussen zorgverzekeraars en gemeenten willen versterken (een initiatief waar gezondheidscentra en zorggroepen goed bij kunnen aansluiten).
  • meer handen en voeten willen geven aan ‘samen beslissen’ in de huisartsenpraktijk.
  • de regeling voor het Eerstelijns Verblijf structureel maken.
  • ondanks de onderschrijding in het huisartsenkader en de kleine overschrijding in het kader multidisciplinaire zorg nog geen maatregelen nemen vanwege de afspraken uit het Bestuurlijk akkoord.

Natuurlijk houdt InEen het beleid van VWS in de gaten. Vragen of opmerkingen kun je sturen naar Lisa Tiggelaar (InEen).

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

De Miljoenennota en de Beleidsagenda van VWS die afgelopen dinsdag weer werden gepresenteerd bevatte niet heel veel nieuws. Er zijn bijna geen nieuwe beleidslijnen uitgezet. Er wordt duidelijk voorgesorteerd op de verkiezingen, waarbij aan het nieuwe kabinet veel ruimte wordt gelaten. De titel van de VWS plannen – ‘Wat heb je nodig’ – toont de nadruk op persoonsgerichte zorg. De indruk wordt gewekt alsof er voor alles oplossingen op maat te krijgen zijn. Wat verder opvalt is dat er veel de nadruk op preventie wordt gelegd, zonder het overigens preventie te noemen: gesproken wordt over ‘gezonde keuzes’. Relevante zaken voor InEen en haar leden zijn dat de minister en staatssecretaris:

  • nog vóór hun vertrek aanbieders van zelftesten wil aanpakken.
  • extra geld voor wijkverpleging uittrekken.
  • meer aandacht wil voor verwarde personen.
  • de preventiecoalities tussen zorgverzekeraars en gemeenten willen versterken (een initiatief waar gezondheidscentra en zorggroepen goed bij kunnen aansluiten).
  • meer handen en voeten willen geven aan ‘samen beslissen’ in de huisartsenpraktijk.
  • de regeling voor het Eerstelijns Verblijf structureel maken.
  • ondanks de onderschrijding in het huisartsenkader en de kleine overschrijding in het kader multidisciplinaire zorg nog geen maatregelen nemen vanwege de afspraken uit het Bestuurlijk akkoord.

Natuurlijk houdt InEen het beleid van VWS in de gaten. Vragen of opmerkingen kun je sturen naar Lisa Tiggelaar (InEen).

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Inschrijving InEen-werkconferentie Good Governance gestart

16 september 2016

Vorige week informeerden wij jullie al over de interactieve Werkconferentie Good Governance ‘Beter worden met goed toezicht’ op donderdagmiddag 27 oktober. We organiseren de conferentie samen met de Nederlandse Vereniging van Toezichthouders (NVTZ) en richten ons daarbij op directeuren/bestuurders en hun toezichthouders. Je krijgt deze middag enkele korte inleidingen en een afwisselend interactief carrouselprogramma aangeboden. In één middag ben je zo op de hoogte van de actuele ontwikkelingen. Laat je inspireren: hoe kunnen organisaties in de eerste lijn (nog) beter worden met goed toezicht? Meer informatie en aanmelden.

[...]

Vorige week informeerden wij jullie al over de interactieve Werkconferentie Good Governance ‘Beter worden met goed toezicht’ op donderdagmiddag 27 oktober. We organiseren de conferentie samen met de Nederlandse Vereniging van Toezichthouders (NVTZ) en richten ons daarbij op directeuren/bestuurders en hun toezichthouders. Je krijgt deze middag enkele korte inleidingen en een afwisselend interactief carrouselprogramma aangeboden. In één middag ben je zo op de hoogte van de actuele ontwikkelingen. Laat je inspireren: hoe kunnen organisaties in de eerste lijn (nog) beter worden met goed toezicht? Meer informatie en aanmelden.

Tweedaagse: nog twee weken (vergeet de app niet)

16 september 2016

Over minder dan twee weken is het zover en gaat de Tweedaagse van start. Afgelopen week hebben we weer nieuwe workshops aan de Tweedaagse-app toegevoegd, onder andere vijf workshops waarin de toekomstverkenning naar de eerstelijnszorg in 2030 centraal staat en ook een sessie van voormalig top-volleyballer Bas van de Goor over de parallellen tussen coaching in de zorg en in de sport. Gelukkig melden steeds meer deelnemers zich aan op de Tweedaagse-app. Dat is belangrijk want je hebt de app nodig om je op de tweede dag te kunnen inschrijven voor de workshops. Intussen komt het maximale bezoekersaantal in zicht. Er zijn nog een paar plaatsen. Wees er dus snel bij (de hotelkamers op De Ruwenberg zijn inmiddels bezet; voor nieuwe overnachters zoeken we een mogelijkheid in de omgeving). De downloadinstructie voor de app ontvangen jullie bij de bevestiging van de inschrijving.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden. 

[...]

Over minder dan twee weken is het zover en gaat de Tweedaagse van start. Afgelopen week hebben we weer nieuwe workshops aan de Tweedaagse-app toegevoegd, onder andere vijf workshops waarin de toekomstverkenning naar de eerstelijnszorg in 2030 centraal staat en ook een sessie van voormalig top-volleyballer Bas van de Goor over de parallellen tussen coaching in de zorg en in de sport. Gelukkig melden steeds meer deelnemers zich aan op de Tweedaagse-app. Dat is belangrijk want je hebt de app nodig om je op de tweede dag te kunnen inschrijven voor de workshops. Intussen komt het maximale bezoekersaantal in zicht. Er zijn nog een paar plaatsen. Wees er dus snel bij (de hotelkamers op De Ruwenberg zijn inmiddels bezet; voor nieuwe overnachters zoeken we een mogelijkheid in de omgeving). De downloadinstructie voor de app ontvangen jullie bij de bevestiging van de inschrijving.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden. 

InEen ondersteunt visie Patiëntenfederatie

12 september 2016

InEen herkent zich  in belangrijke mate in de net gepubliceerde nieuwe visie van de Patiëntenfederatie. De Patiëntenfederatie zet in op een sterke eerste lijn, zorg dichtbij de patiënt georganiseerd en geleverd door nauw samenwerkende zorgverleners met de huisarts in een centrale rol. Dit sluit goed aan bij waar ook de leden van InEen en hun achterban zich sterk voor maken.

InEen deelt de mening van de Patiëntenfederatie dat gezien de toenemende zorgvraag van kwetsbare doelgroepen (o.a. thuiswonende ouderen en ambulante GGz) de eerstelijnszorg voor een aanzienlijke uitdaging staat. Er is nog veel werk te doen op het gebied van samenwerking, transparantie, innovatie en persoonsgerichtheid. Dit gaat niet altijd vanzelf, goede samenwerking met adequate gegevensuitwisseling zodat elke zorgverlener de juiste informatie over de patiënt tot zijn beschikking heeft vraagt ondersteuning en organisatie.

‘Bij het realiseren van samenwerking helpen onze leden professionals in de eerste lijn op het gebied van ICT, kwaliteit, afstemming en praktijkmanagement. Deze ondersteuning en organisatie kan het beste op regionaal- en wijkniveau gebeuren’, aldus Anoeska Mosterdijk, directeur van InEen.

Bij het organiseren van deze ondersteuning richten InEen en haar leden zich in de eerste plaats op de wensen en behoeften van patiënten en hun directe omgeving. Het werken aan positieve gezondheid met aandacht voor het  geestelijk en sociaal welbevinden vormt het vertrekpunt. Net als de Patiëntenfederatie onderschrijft InEen de brede definitie van gezondheid zoals Machteld Huber die gedefinieerd heeft. Eind september zullen de leden van InEen deze dimensies van gezondheid in een tweedaagse ledenbijeenkomst vertalen naar de eigen dagelijkse praktijk.

Meer informatie op patientenfederatie.nl

[...]

InEen herkent zich  in belangrijke mate in de net gepubliceerde nieuwe visie van de Patiëntenfederatie. De Patiëntenfederatie zet in op een sterke eerste lijn, zorg dichtbij de patiënt georganiseerd en geleverd door nauw samenwerkende zorgverleners met de huisarts in een centrale rol. Dit sluit goed aan bij waar ook de leden van InEen en hun achterban zich sterk voor maken.

InEen deelt de mening van de Patiëntenfederatie dat gezien de toenemende zorgvraag van kwetsbare doelgroepen (o.a. thuiswonende ouderen en ambulante GGz) de eerstelijnszorg voor een aanzienlijke uitdaging staat. Er is nog veel werk te doen op het gebied van samenwerking, transparantie, innovatie en persoonsgerichtheid. Dit gaat niet altijd vanzelf, goede samenwerking met adequate gegevensuitwisseling zodat elke zorgverlener de juiste informatie over de patiënt tot zijn beschikking heeft vraagt ondersteuning en organisatie.

‘Bij het realiseren van samenwerking helpen onze leden professionals in de eerste lijn op het gebied van ICT, kwaliteit, afstemming en praktijkmanagement. Deze ondersteuning en organisatie kan het beste op regionaal- en wijkniveau gebeuren’, aldus Anoeska Mosterdijk, directeur van InEen.

Bij het organiseren van deze ondersteuning richten InEen en haar leden zich in de eerste plaats op de wensen en behoeften van patiënten en hun directe omgeving. Het werken aan positieve gezondheid met aandacht voor het  geestelijk en sociaal welbevinden vormt het vertrekpunt. Net als de Patiëntenfederatie onderschrijft InEen de brede definitie van gezondheid zoals Machteld Huber die gedefinieerd heeft. Eind september zullen de leden van InEen deze dimensies van gezondheid in een tweedaagse ledenbijeenkomst vertalen naar de eigen dagelijkse praktijk.

Meer informatie op patientenfederatie.nl

Persbericht - Huisartsenposten zien een toename van de zorgvraag

19 augustus 2016

Uit de landelijke benchmark van huisartsenposten blijkt een toename van de dringende zorgvragen.

Utrecht, 19 augustus 2016 – De jaarlijkse benchmark van huisartsenposten laat een stijging zien van de zorgvraag tijdens avond-, nacht- en weekenduren. Het aantal telefoontjes, consulten op de huisartsenpost en visites neemt toe. De zorgvragen op de huisartsenpost krijgen daarnaast een meer dringend karakter. De gestegen zorgvraag heeft zijn weerslag op de telefonische bereikbaarheid van huisartsenposten. Huisartsenposten zoeken de verklaring in een veranderende patiëntenpopulatie. Kwetsbare patiëntengroepen zoals ouderen en mensen met psychische klachten wonen langer thuis en doen buiten kantooruren een beroep op de huisartsenpost. Het goed organiseren van de zorg voor deze kwetsbare doelgroepen tijdens kantooruren draagt bij aan betere zorg, ook in de avond-, nacht- en weekenduren.

De huisartsenposten in Nederland deden in 2015 ruim 4,1 miljoen verrichtingen. Dat is een duidelijke stijging in vergelijking met de cijfers uit 2013 en 2014. Vooral de consulten en telefonische contacten laten ten opzichte van 2014 een stijging zien (+ 4,4%). Het aantal visites is toegenomen met 1,9%.

Naast deze stijgende zorgvraag blijkt dat ook de urgentie van de zorgvragen waarmee huisartsenposten tijdens avond, nacht, en weekenduren (ANW-uren) worden benaderd verder toeneemt. Voor alle consultvormen is sprake van een stijging van zorgvragen met een meer dringend karakter. De verdere verschuiving naar meer dringende zorgvragen betekent een grotere belasting voor de huisartsenposten .

De toenemende zorgvraag bij huisartsenposten komt onder meer tot uitdrukking in de telefonische bereikbaarheid. Vooral de telefonische bereikbaarheid bij niet-spoedeisende oproepen staat onder druk. 67% van de telefonische oproepen zonder spoed wordt binnen 2 minuten opgenomen en bij 5 % van de niet-spoedoproepen duurt het langer dan 10 minuten voordat de telefoon wordt opgenomen. In 2014 bedroegen deze percentages 74% resp. 2%.

De huisartsenposten en branchevereniging InEen maken zich zorgen over deze ontwikkeling. InEen directeur Anoeska Mosterdijk: “We merken dat het gaat knellen en kunnen de druk op de telefonische bereikbaarheid niet los zien van de toenemende zorgvraag in relatie tot de beschikbare mensen en middelen.” Op dit moment vindt onderzoek plaats naar de veranderende patiëntenpopulatie op huisartsenposten. Mosterdijk: “Onze inschatting op grond van signalen van huisartsenposten is dat er sprake is van een toename van kwetsbare patiëntengroepen, zoals kwetsbare ouderen en mensen met psychische klachten, die nu langer thuis wonen. Om betere zorg te kunnen bieden voor deze kwetsbare mensen zijn onze leden bezig met het organiseren van gestructureerde en proactieve zorg overdag voor deze specifieke doelgroepen. We verwachten hiervan ook positieve effecten op de zorg tijdens ANW-uren.”
De branchevereniging maakt zich ook zorgen over de signalen van huisartsenposten over de toenemende werkdruk en de afnemende beschikbaarheid van waarnemers. Mosterdijk: “Samen met onze leden zullen we de knelpunten analyseren en daarover ook in gesprek gaan met belangrijke stakeholders als de patiëntenorganisaties, Landelijke Huisartsen Vereniging, zorgverzekeraars en de overheid.”

[...]

Uit de landelijke benchmark van huisartsenposten blijkt een toename van de dringende zorgvragen.

Utrecht, 19 augustus 2016 – De jaarlijkse benchmark van huisartsenposten laat een stijging zien van de zorgvraag tijdens avond-, nacht- en weekenduren. Het aantal telefoontjes, consulten op de huisartsenpost en visites neemt toe. De zorgvragen op de huisartsenpost krijgen daarnaast een meer dringend karakter. De gestegen zorgvraag heeft zijn weerslag op de telefonische bereikbaarheid van huisartsenposten. Huisartsenposten zoeken de verklaring in een veranderende patiëntenpopulatie. Kwetsbare patiëntengroepen zoals ouderen en mensen met psychische klachten wonen langer thuis en doen buiten kantooruren een beroep op de huisartsenpost. Het goed organiseren van de zorg voor deze kwetsbare doelgroepen tijdens kantooruren draagt bij aan betere zorg, ook in de avond-, nacht- en weekenduren.

De huisartsenposten in Nederland deden in 2015 ruim 4,1 miljoen verrichtingen. Dat is een duidelijke stijging in vergelijking met de cijfers uit 2013 en 2014. Vooral de consulten en telefonische contacten laten ten opzichte van 2014 een stijging zien (+ 4,4%). Het aantal visites is toegenomen met 1,9%.

Naast deze stijgende zorgvraag blijkt dat ook de urgentie van de zorgvragen waarmee huisartsenposten tijdens avond, nacht, en weekenduren (ANW-uren) worden benaderd verder toeneemt. Voor alle consultvormen is sprake van een stijging van zorgvragen met een meer dringend karakter. De verdere verschuiving naar meer dringende zorgvragen betekent een grotere belasting voor de huisartsenposten .

De toenemende zorgvraag bij huisartsenposten komt onder meer tot uitdrukking in de telefonische bereikbaarheid. Vooral de telefonische bereikbaarheid bij niet-spoedeisende oproepen staat onder druk. 67% van de telefonische oproepen zonder spoed wordt binnen 2 minuten opgenomen en bij 5 % van de niet-spoedoproepen duurt het langer dan 10 minuten voordat de telefoon wordt opgenomen. In 2014 bedroegen deze percentages 74% resp. 2%.

De huisartsenposten en branchevereniging InEen maken zich zorgen over deze ontwikkeling. InEen directeur Anoeska Mosterdijk: “We merken dat het gaat knellen en kunnen de druk op de telefonische bereikbaarheid niet los zien van de toenemende zorgvraag in relatie tot de beschikbare mensen en middelen.” Op dit moment vindt onderzoek plaats naar de veranderende patiëntenpopulatie op huisartsenposten. Mosterdijk: “Onze inschatting op grond van signalen van huisartsenposten is dat er sprake is van een toename van kwetsbare patiëntengroepen, zoals kwetsbare ouderen en mensen met psychische klachten, die nu langer thuis wonen. Om betere zorg te kunnen bieden voor deze kwetsbare mensen zijn onze leden bezig met het organiseren van gestructureerde en proactieve zorg overdag voor deze specifieke doelgroepen. We verwachten hiervan ook positieve effecten op de zorg tijdens ANW-uren.”
De branchevereniging maakt zich ook zorgen over de signalen van huisartsenposten over de toenemende werkdruk en de afnemende beschikbaarheid van waarnemers. Mosterdijk: “Samen met onze leden zullen we de knelpunten analyseren en daarover ook in gesprek gaan met belangrijke stakeholders als de patiëntenorganisaties, Landelijke Huisartsen Vereniging, zorgverzekeraars en de overheid.”

Tweedaagse uitdagingen

19 augustus 2016

Meer dan andere jaren hebben we leden vóór het opstellen van het programma van de Tweedaagse gevraagd naar suggesties om de twee dagen in te vullen. We hebben een enquête uitgezet, een klankbordgroep samengesteld en diverse beleidsadviescommissies om advies gevraagd. Uiteraard met als doel het onderwerp aansprekend te maken voor alle ledengroepen van InEen. Zo kwamen we tot het bijgevoegde programma met als thema ‘De patiënt als vertrekpunt’.

Het programma biedt inspirerende sprekers op de eerste dag, een theaterprogramma in de avonduren en 27 sub-sessies om uit te kiezen op dag twee. Naast dat er voor u veel te halen is aan kennis, netwerkmogelijkheden en inspiratie, nodigen we u uit uw vragen, suggesties of twijfels met ons te delen. Dit jaar sluiten we de Tweedaagse af met een slotverklaring. Een verklaring waar alle leden van InEen zich in kunnen vinden, en die ons allen uitdaagt verder te kijken én verder te denken dan de Tweedaagse alleen. Meepraten over de verdere organisatie van persoonsgerichte zorg begint dus op de Tweedaagse. We hopen dat u allen komt, juist ook als u nog veel vragen heeft. We hebben uw input nodig om de volgende stap te zetten!

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving naar leden.

[...]

Meer dan andere jaren hebben we leden vóór het opstellen van het programma van de Tweedaagse gevraagd naar suggesties om de twee dagen in te vullen. We hebben een enquête uitgezet, een klankbordgroep samengesteld en diverse beleidsadviescommissies om advies gevraagd. Uiteraard met als doel het onderwerp aansprekend te maken voor alle ledengroepen van InEen. Zo kwamen we tot het bijgevoegde programma met als thema ‘De patiënt als vertrekpunt’.

Het programma biedt inspirerende sprekers op de eerste dag, een theaterprogramma in de avonduren en 27 sub-sessies om uit te kiezen op dag twee. Naast dat er voor u veel te halen is aan kennis, netwerkmogelijkheden en inspiratie, nodigen we u uit uw vragen, suggesties of twijfels met ons te delen. Dit jaar sluiten we de Tweedaagse af met een slotverklaring. Een verklaring waar alle leden van InEen zich in kunnen vinden, en die ons allen uitdaagt verder te kijken én verder te denken dan de Tweedaagse alleen. Meepraten over de verdere organisatie van persoonsgerichte zorg begint dus op de Tweedaagse. We hopen dat u allen komt, juist ook als u nog veel vragen heeft. We hebben uw input nodig om de volgende stap te zetten!

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving naar leden.

Accreditatie aangevraagd voor de Tweedaagse

12 augustus 2016

Vorige week gaven we aan dat het programma van de Tweedaagse zeer geschikt is om tijdens de tweede dag een zorgverlener vanuit uw organisatie mee te nemen. Voor deelnemende huisartsen is ondertussen accreditatie aangevraagd. Dit maakt het voor hen waarschijnlijk extra aantrekkelijk om tijdens de tweede dag aanwezig te zijn. Over de toekenning van de accreditatie en het precieze aantal punten hopen we jullie binnenkort te kunnen berichten. Inschrijven voor de Tweedaagse kan nog. Ook voor zorgverleners op dag twee.

Meer informatie over de Tweedaagse.


Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Vorige week gaven we aan dat het programma van de Tweedaagse zeer geschikt is om tijdens de tweede dag een zorgverlener vanuit uw organisatie mee te nemen. Voor deelnemende huisartsen is ondertussen accreditatie aangevraagd. Dit maakt het voor hen waarschijnlijk extra aantrekkelijk om tijdens de tweede dag aanwezig te zijn. Over de toekenning van de accreditatie en het precieze aantal punten hopen we jullie binnenkort te kunnen berichten. Inschrijven voor de Tweedaagse kan nog. Ook voor zorgverleners op dag twee.

Meer informatie over de Tweedaagse.


Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Programma Tweedaagse beschikbaar

05 augustus 2016

Het programma van de Tweedaagse van InEen is bekend. Het was een boeiende uitdaging het thema persoonsgerichte zorg in een breder perspectief  te plaatsen, zodat het alle ledengroepen van InEen aanspreekt. Wij denken daarin geslaagd te zijn met inspirerende sprekers op de eerste dag en maar liefst 27 sub-sessies om uit te kiezen op dag twee. Met dit programma valt er zeker voor alle leden voldoende te halen en we zien u dan ook graag op 28 en 29 september bij congreshotel de Ruwenberg. We nodigen u uit om tijdens de tweede dag een collega, ketenpartner of zorgprofessional van uw organisatie mee te nemen, zodat u de reis ook na de Tweedaagse gezamenlijk kunt voortzetten. Meer informatie over de Tweedaagse.


Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Het programma van de Tweedaagse van InEen is bekend. Het was een boeiende uitdaging het thema persoonsgerichte zorg in een breder perspectief  te plaatsen, zodat het alle ledengroepen van InEen aanspreekt. Wij denken daarin geslaagd te zijn met inspirerende sprekers op de eerste dag en maar liefst 27 sub-sessies om uit te kiezen op dag twee. Met dit programma valt er zeker voor alle leden voldoende te halen en we zien u dan ook graag op 28 en 29 september bij congreshotel de Ruwenberg. We nodigen u uit om tijdens de tweede dag een collega, ketenpartner of zorgprofessional van uw organisatie mee te nemen, zodat u de reis ook na de Tweedaagse gezamenlijk kunt voortzetten. Meer informatie over de Tweedaagse.


Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Gaat u ook twee dagen mee op reis?

22 juli 2016

De Tweedaagse van InEen zien we dit jaar als een ontdekkingsreis op zoek naar relevante vragen én antwoorden rondom de organisatie van zorg waarbij de patiënt het vertrekpunt is. Het programma krijgt steeds meer vorm. Corine Jansen is zoals u weet tijdens de Tweedaagse onze dagvoorzitter. Ze leidt ons als reisgids langs de verschillende programmaonderdelen. Op de eerste dag stellen vier aansprekende personen vier belangrijke elementen centraal.

  1. Dé patiënt bestaat niet, maar kunnen we toch een poging doen de patiënt te classificeren?
  2. Hoe kan de professional weer dienend zijn aan zijn drijfveren?  Wat hebben professionals daarvoor nodig?
  3. Naast de patiënt en de professional zijn organisatie en financiering de belangrijke elementen. Kunnen of willen we wel of niet écht de omslag naar persoonsgerichte zorg maken?
  4. Tot slot, hoe komen we tot de inrichting van gepersonaliseerde financiering waarbij de zorgvraag leidend is en die toch leidt tot de gevraagde efficiëntie en doelmatigheid?

In de avonduren biedt het theaterprogramma van Plezant ruimte voor reflectie en ontspanning.
Tijdens de tweede reisdag gaan we verder de diepte in met een gevarieerd aanbod aan subsessies waarin de vier invalshoeken uit de eerste dag teugkomen. Diverse leden van InEen vertellen hier over hun ervaringen en succes- en faalfactoren, maar ook zijn hier (verrassende) externe partijen aanwezig. Op dag twee kunt zelf de drie workshops uitkiezen die u het meeste aanspreken en u in uw dagelijkse bezigheden verder helpen. Volgende week maken we meer over programma bekend, inschrijven kan al wel. Schrijf je vast in

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

De Tweedaagse van InEen zien we dit jaar als een ontdekkingsreis op zoek naar relevante vragen én antwoorden rondom de organisatie van zorg waarbij de patiënt het vertrekpunt is. Het programma krijgt steeds meer vorm. Corine Jansen is zoals u weet tijdens de Tweedaagse onze dagvoorzitter. Ze leidt ons als reisgids langs de verschillende programmaonderdelen. Op de eerste dag stellen vier aansprekende personen vier belangrijke elementen centraal.

  1. Dé patiënt bestaat niet, maar kunnen we toch een poging doen de patiënt te classificeren?
  2. Hoe kan de professional weer dienend zijn aan zijn drijfveren?  Wat hebben professionals daarvoor nodig?
  3. Naast de patiënt en de professional zijn organisatie en financiering de belangrijke elementen. Kunnen of willen we wel of niet écht de omslag naar persoonsgerichte zorg maken?
  4. Tot slot, hoe komen we tot de inrichting van gepersonaliseerde financiering waarbij de zorgvraag leidend is en die toch leidt tot de gevraagde efficiëntie en doelmatigheid?

In de avonduren biedt het theaterprogramma van Plezant ruimte voor reflectie en ontspanning.
Tijdens de tweede reisdag gaan we verder de diepte in met een gevarieerd aanbod aan subsessies waarin de vier invalshoeken uit de eerste dag teugkomen. Diverse leden van InEen vertellen hier over hun ervaringen en succes- en faalfactoren, maar ook zijn hier (verrassende) externe partijen aanwezig. Op dag twee kunt zelf de drie workshops uitkiezen die u het meeste aanspreken en u in uw dagelijkse bezigheden verder helpen. Volgende week maken we meer over programma bekend, inschrijven kan al wel. Schrijf je vast in

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Ideeën over organisatie van de zorg in 2030?

15 juli 2016

Tijdens onze Tweedaagse (28 en 29 september) willen we het in een van de workshops hebben over de organisatie van basisgezondheidszorg in 2030. Hoe ziet die er uit? We kunnen er vanuit gaan dat tot die tijd de vergrijzing en ontgroening zal doorzetten. Ook het aantal chronische zieken zal blijven stijgen, net als het aantal mensen met meerdere aandoeningen (multi morbiditeit). Regionale verschillen in de bevolkingsontwikkeling en het voorkomen van aandoeningen worden groter, de digitalisering en de opkomst van nieuwe technologieën om de zorgvraag te beantwoorden zijn niet meer te stoppen. Een gezamenlijk toekomst(v)herkenning lijkt ons waardevol. Hoe ziet  de organisatie van de zorg in 2030 er uit, wat gebeurt er straks in de spreekkamer, wie is verantwoordelijk voor het online gezondheidsdossier en op welke manier is de zorg verzekerd? Heb je ideeën? Laat ze nu al aan ons weten, zodat we jullie input kunnen gebruiken om de discussie tijdens de Tweedaagse te verdiepen.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Tijdens onze Tweedaagse (28 en 29 september) willen we het in een van de workshops hebben over de organisatie van basisgezondheidszorg in 2030. Hoe ziet die er uit? We kunnen er vanuit gaan dat tot die tijd de vergrijzing en ontgroening zal doorzetten. Ook het aantal chronische zieken zal blijven stijgen, net als het aantal mensen met meerdere aandoeningen (multi morbiditeit). Regionale verschillen in de bevolkingsontwikkeling en het voorkomen van aandoeningen worden groter, de digitalisering en de opkomst van nieuwe technologieën om de zorgvraag te beantwoorden zijn niet meer te stoppen. Een gezamenlijk toekomst(v)herkenning lijkt ons waardevol. Hoe ziet  de organisatie van de zorg in 2030 er uit, wat gebeurt er straks in de spreekkamer, wie is verantwoordelijk voor het online gezondheidsdossier en op welke manier is de zorg verzekerd? Heb je ideeën? Laat ze nu al aan ons weten, zodat we jullie input kunnen gebruiken om de discussie tijdens de Tweedaagse te verdiepen.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Fraude in de zorg

08 juli 2016

Om fraude in de zorg effectief te kunnen bestrijden is gezocht naar een aanpak die het medisch beroepsgeheim respecteert en tegelijkertijd ingrijpen mogelijk maakt. KNMG, Openbaar Ministerie, FIOD, Inspectie en VWS hebben afgesproken dat er bij ernstig vermoeden van fraude een onafhankelijke deskundige arts wordt ingeschakeld. Een overzichtelijk infographic  laat zien wat deze deskundige arts mag doen.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Om fraude in de zorg effectief te kunnen bestrijden is gezocht naar een aanpak die het medisch beroepsgeheim respecteert en tegelijkertijd ingrijpen mogelijk maakt. KNMG, Openbaar Ministerie, FIOD, Inspectie en VWS hebben afgesproken dat er bij ernstig vermoeden van fraude een onafhankelijke deskundige arts wordt ingeschakeld. Een overzichtelijk infographic  laat zien wat deze deskundige arts mag doen.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Tweedaagse dagvoorzitter met een luisterend oor

01 juli 2016

Een professioneel luisteraar, zo omschrijft dagvoorzitter van de Tweedaagse 2016 Corine Jansen haar werkzaamheden. In september 2009 begon Corine haar werkzaamheden als chief listening officer, alias professioneel luisteraar, bij het Radboudumc. De Tweedaagse gaat dit jaar over het organiseren van zorg rondom de patiënt. Verbinden en luisteren in combinatie met jarenlange managementervaring is wat Corine meeneemt en ons helpt een stap te zetten in het vormgeven van deze zorg. De komende weken geven we jullie af en toe een doorkijkje in het programma van de Tweedaagse. Inschrijven kan alvast.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

[...]

Een professioneel luisteraar, zo omschrijft dagvoorzitter van de Tweedaagse 2016 Corine Jansen haar werkzaamheden. In september 2009 begon Corine haar werkzaamheden als chief listening officer, alias professioneel luisteraar, bij het Radboudumc. De Tweedaagse gaat dit jaar over het organiseren van zorg rondom de patiënt. Verbinden en luisteren in combinatie met jarenlange managementervaring is wat Corine meeneemt en ons helpt een stap te zetten in het vormgeven van deze zorg. De komende weken geven we jullie af en toe een doorkijkje in het programma van de Tweedaagse. Inschrijven kan alvast.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

Zeer geslaagd EerstelijnsCafé

24 juni 2016

Woensdagavond 22 juni jl. wisselden politiek, professionals en koepels in een levendige discussie kennis uit over eerstelijnszorg voor asielzoekers tijdens het eerste EerstelijnsCafé. Knelpunten, bijvoorbeeld rondom de beperkte financiering van de tolkentelefoon, werden voorgelegd aan de aanwezige Kamerleden van D’66, GroenLinks en de SP. Zij toonden veel interesse in de ervaringen van huisartsen, fysiotherapeuten, de POH GGZ en van een Libische trauma-arts. Ook Pharos, VNG en i-Psy waren erbij. Behalve kennis werden ook zeer bruikbare tips uitgewisseld. Bijvoorbeeld dat via het Rode Kruis Medische Buddy’s kunnen worden ingezet als vrijwilliger zodat een vluchteling niet helemaal alleen het Nederlandse zorgstelsel hoeft te doorgronden. Het EerstelijnsCafé is een initiatief van Actiz, KNGF, KNMT, KNMP, NHG, LHV en InEen.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

[...]

Woensdagavond 22 juni jl. wisselden politiek, professionals en koepels in een levendige discussie kennis uit over eerstelijnszorg voor asielzoekers tijdens het eerste EerstelijnsCafé. Knelpunten, bijvoorbeeld rondom de beperkte financiering van de tolkentelefoon, werden voorgelegd aan de aanwezige Kamerleden van D’66, GroenLinks en de SP. Zij toonden veel interesse in de ervaringen van huisartsen, fysiotherapeuten, de POH GGZ en van een Libische trauma-arts. Ook Pharos, VNG en i-Psy waren erbij. Behalve kennis werden ook zeer bruikbare tips uitgewisseld. Bijvoorbeeld dat via het Rode Kruis Medische Buddy’s kunnen worden ingezet als vrijwilliger zodat een vluchteling niet helemaal alleen het Nederlandse zorgstelsel hoeft te doorgronden. Het EerstelijnsCafé is een initiatief van Actiz, KNGF, KNMT, KNMP, NHG, LHV en InEen.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

Inschrijven Tweedaagse InEen 2016 gestart

22 juni 2016

Op 28 en 29 september is de Ruwenberg in St. Michielsgestel het toneel van de Tweedaagse 2016. Jullie kunnen je nu voor de Tweedaagse inschrijven! Het centrale thema dit jaar is het organiseren van zorg waarbij gezondheid centraal staat en niet de ziekte. Dit jaar dagen we jullie uit jezelf en je collega eerstelijnsorganisaties vragen te stellen over essentiële onderdelen van het organiseren van zorg met de patiënt als vertrekpunt. Hierbij zijn de patiënt, de zorgverlener, de financiering en de organisatie de belangrijke spelers. Niet op alle vragen is er meteen een antwoord. We zien de Tweedaagse als een gezamenlijke ontdekkingstocht die concrete voornemens kan opleveren. Gaande de Tweedaagse werken we toe naar een gezamenlijke slotverklaring. De komende weken blijven we jullie informeren over het programma.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

[...]

Op 28 en 29 september is de Ruwenberg in St. Michielsgestel het toneel van de Tweedaagse 2016. Jullie kunnen je nu voor de Tweedaagse inschrijven! Het centrale thema dit jaar is het organiseren van zorg waarbij gezondheid centraal staat en niet de ziekte. Dit jaar dagen we jullie uit jezelf en je collega eerstelijnsorganisaties vragen te stellen over essentiële onderdelen van het organiseren van zorg met de patiënt als vertrekpunt. Hierbij zijn de patiënt, de zorgverlener, de financiering en de organisatie de belangrijke spelers. Niet op alle vragen is er meteen een antwoord. We zien de Tweedaagse als een gezamenlijke ontdekkingstocht die concrete voornemens kan opleveren. Gaande de Tweedaagse werken we toe naar een gezamenlijke slotverklaring. De komende weken blijven we jullie informeren over het programma.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

Patiëntenparticipatie in de 1e lijn, vraag van het Nivel

17 juni 2016

Patiëntenparticipatie in de eerste lijn heeft drie niveau’s: het landelijke macro niveau, het wijkniveau en het micro niveau in de spreekkamer. Het Nivel wil samen met Zorgbelang Brabant de participatieactiviteiten op wijkniveau in kaart brengen. Daarmee doelt Nivel op activiteiten waarbij burgers wordt gevraagd mee te denken over de ontwikkeling van zorg, nog voordat zij daadwerkelijk met die zorg te maken hebben (community participation). Denk aan structurele of ad hoc activiteiten voor doelgroepen als mantelzorgers, jeugd of chronisch zieken. Het Nivel wil graag bestaande initiatieven leren kennen, met bijkomende succesfactoren en knelpunten. Herken je een project in je omgeving, of heb je hier zelf ervaring mee? Stuur een berichtje aan Mariska Smit (InEen).

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

[...]

Patiëntenparticipatie in de eerste lijn heeft drie niveau’s: het landelijke macro niveau, het wijkniveau en het micro niveau in de spreekkamer. Het Nivel wil samen met Zorgbelang Brabant de participatieactiviteiten op wijkniveau in kaart brengen. Daarmee doelt Nivel op activiteiten waarbij burgers wordt gevraagd mee te denken over de ontwikkeling van zorg, nog voordat zij daadwerkelijk met die zorg te maken hebben (community participation). Denk aan structurele of ad hoc activiteiten voor doelgroepen als mantelzorgers, jeugd of chronisch zieken. Het Nivel wil graag bestaande initiatieven leren kennen, met bijkomende succesfactoren en knelpunten. Herken je een project in je omgeving, of heb je hier zelf ervaring mee? Stuur een berichtje aan Mariska Smit (InEen).

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

Vacatures bij InEen

17 juni 2016

Het bureau van InEen is op zoek naar versterking. We hebben plaats voor een nieuwe (tijdelijke) programmanager Acute Zorg/Verenigingszaken (38 uur per week) en een beleidsmedewerker Informatiebeleid & Bekostiging (ook 38 uur per week).

[...]

Het bureau van InEen is op zoek naar versterking. We hebben plaats voor een nieuwe (tijdelijke) programmanager Acute Zorg/Verenigingszaken (38 uur per week) en een beleidsmedewerker Informatiebeleid & Bekostiging (ook 38 uur per week).

Tweedaagse InEen 2016 - 28 en 29 september in St. Michielsgestel

16 juni 2016

Sparren met andere InEen-leden, uitwisselen van goede voorbeelden, inspiratie door visionaire verhalen en samen creëren. Dit zijn uitkomsten van de enquête over de Tweedaagse, ingevuld door 56 leden. Waarvoor hartelijk dank. Op de Tweedaagse nemen we dit jaar naast deze uitkomsten de patiënt als vertrekpunt. Hiermee bedoelen we de organisatie van zorg rondom de patiënt en zijn of haar hulpvraag en belevingswereld. Vanaf volgende week kunnen jullie je inschrijven. Staat de Tweedaagse al wel in je agenda? 28 en 29 september in St. Michielsgestel (hotel de Ruwenberg).

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 10 juni 2016.

[...]

Sparren met andere InEen-leden, uitwisselen van goede voorbeelden, inspiratie door visionaire verhalen en samen creëren. Dit zijn uitkomsten van de enquête over de Tweedaagse, ingevuld door 56 leden. Waarvoor hartelijk dank. Op de Tweedaagse nemen we dit jaar naast deze uitkomsten de patiënt als vertrekpunt. Hiermee bedoelen we de organisatie van zorg rondom de patiënt en zijn of haar hulpvraag en belevingswereld. Vanaf volgende week kunnen jullie je inschrijven. Staat de Tweedaagse al wel in je agenda? 28 en 29 september in St. Michielsgestel (hotel de Ruwenberg).

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 10 juni 2016.

InEen en LHV werken aan landelijke geschilleninstantie huisartsenzorg

03 juni 2016

Op de algemene ledenvergadering van afgelopen dinsdag gaf bestuurslid Jan Frans Mutsaerts een toelichting op  de stappen die InEen zet om leden te ondersteunen bij de implementatie van de Wet kwaliteit klachten en geschillen zorg (Wkkgz). Eén van de verplichtingen die voortkomen uit de Wkkgz is de aansluiting bij een onafhankelijke geschilleninstantie. InEen werkt samen met de LHV toe naar één landelijke geschilleninstantie huisartsenzorg waar leden zich bij kunnen aansluiten. Bewust kiezen we voor één landelijke instantie voor de hele huisartsenzorg. Dit zorgt voor uniformiteit, eenduidigheid en kwaliteit. InEen en de LHV hebben de Stichting Klachtenregeling Huisartsenzorg Zuid-Nederland inmiddels gevraagd zich om te vormen tot de gewenste landelijke instantie. In overleg met de NPCF proberen we te komen tot een verbreding met de apothekers en fysiotherapeuten, zodat ook de meeste ketengeschillen intern kunnen worden opgelost. De implementatie van de Wkkgz brengt nog veel andere veranderingen en vragen met zich mee. We hebben  een overzicht gemaakt van de meest gestelde vragen en antwoorden. Ook attenderen we je nog een keer op het factsheet op onze website. Met tips of vragen kun je contact opnemen met Ludeke van der Es (InEen).

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 3 juni 2016.

[...]

Op de algemene ledenvergadering van afgelopen dinsdag gaf bestuurslid Jan Frans Mutsaerts een toelichting op  de stappen die InEen zet om leden te ondersteunen bij de implementatie van de Wet kwaliteit klachten en geschillen zorg (Wkkgz). Eén van de verplichtingen die voortkomen uit de Wkkgz is de aansluiting bij een onafhankelijke geschilleninstantie. InEen werkt samen met de LHV toe naar één landelijke geschilleninstantie huisartsenzorg waar leden zich bij kunnen aansluiten. Bewust kiezen we voor één landelijke instantie voor de hele huisartsenzorg. Dit zorgt voor uniformiteit, eenduidigheid en kwaliteit. InEen en de LHV hebben de Stichting Klachtenregeling Huisartsenzorg Zuid-Nederland inmiddels gevraagd zich om te vormen tot de gewenste landelijke instantie. In overleg met de NPCF proberen we te komen tot een verbreding met de apothekers en fysiotherapeuten, zodat ook de meeste ketengeschillen intern kunnen worden opgelost. De implementatie van de Wkkgz brengt nog veel andere veranderingen en vragen met zich mee. We hebben  een overzicht gemaakt van de meest gestelde vragen en antwoorden. Ook attenderen we je nog een keer op het factsheet op onze website. Met tips of vragen kun je contact opnemen met Ludeke van der Es (InEen).

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 3 juni 2016.

Gezocht: tijdelijke versterking op het dossier Acute Zorg

24 mei 2016

InEen is per direct op zoek naar tijdelijke beleidsmatige versterking op het dossier Acute Zorg. Ben jij of ken je iemand (in jouw organisatie) die zich beleidsmatig wil inzetten op onder andere de dossiers triage, diagnostiek op de huisartsenpost en samenwerking in de keten van acute zorg, neem dan contact op met Anoeska Mosterdijk (InEen). De vacature is voor minimaal twee dagen in de week, maar de omvang en duur van de overeenkomst worden in overleg bepaald.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 20 mei 2016.

[...]

InEen is per direct op zoek naar tijdelijke beleidsmatige versterking op het dossier Acute Zorg. Ben jij of ken je iemand (in jouw organisatie) die zich beleidsmatig wil inzetten op onder andere de dossiers triage, diagnostiek op de huisartsenpost en samenwerking in de keten van acute zorg, neem dan contact op met Anoeska Mosterdijk (InEen). De vacature is voor minimaal twee dagen in de week, maar de omvang en duur van de overeenkomst worden in overleg bepaald.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 20 mei 2016.

Ontwikkeling patiëntervaringsvragenlijst chronische zorg

02 mei 2016

Eén van de werkgroepen van Het Roer Gaat Om heeft de mogelijkheden verkend voor het gebruik van één patiëntervaringsvragenlijst voor de huisartsenzorg. Afgesproken is dat in de huisartsenzorg de patiëntervaringsvragenlijst voor de visitatie zal worden gebruikt. De lijst komt verbeterd en aangevuld met modules beschikbaar in een speciale toolbox patiëntervaringen (zie tussenrapportage HRGO). Parallel aan het traject van Het Roer Gaat Om werd in samenspraak met patiëntenorganisaties en zorgverzekeraars een concept-patiëntervaringsvragenlijst voor de chronische zorg samengesteld: een compacte generieke vragenlijst die inzicht kan geven in de kenmerkende aspecten van de chronische zorg, zoals persoonlijke behandeldoelen, een duidelijk aanspreekpunt en onderlinge samenwerking. Binnenkort start in twee zorggroepen een pilot met deze concept-vragenlijst. We verwachten de resultaten na de zomer.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 29 april 2016.

[...]

Eén van de werkgroepen van Het Roer Gaat Om heeft de mogelijkheden verkend voor het gebruik van één patiëntervaringsvragenlijst voor de huisartsenzorg. Afgesproken is dat in de huisartsenzorg de patiëntervaringsvragenlijst voor de visitatie zal worden gebruikt. De lijst komt verbeterd en aangevuld met modules beschikbaar in een speciale toolbox patiëntervaringen (zie tussenrapportage HRGO). Parallel aan het traject van Het Roer Gaat Om werd in samenspraak met patiëntenorganisaties en zorgverzekeraars een concept-patiëntervaringsvragenlijst voor de chronische zorg samengesteld: een compacte generieke vragenlijst die inzicht kan geven in de kenmerkende aspecten van de chronische zorg, zoals persoonlijke behandeldoelen, een duidelijk aanspreekpunt en onderlinge samenwerking. Binnenkort start in twee zorggroepen een pilot met deze concept-vragenlijst. We verwachten de resultaten na de zomer.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 29 april 2016.

InEen-directeur brengt werkbezoek aan Den Haag

28 april 2016

DenHaagOp uitnodiging van de zorggroep Haaglanden (Elzha) bracht InEen-directeur Anoeska Mosterdijk een werkbezoek aan Den Haag. Ze kreeg een rondleiding in verschillende geledingen van de Haagse eerste lijn en ging in gesprek met huisartsen, POH’s en wijkverpleegkundigen. Ook de ROS Lijn 1 was erbij.

Elzha hecht grote waarde aan innovatie, zowel intern gericht (bijvoorbeeld het klantgroepbeleid dat meet hoe de 212 aangesloten huisartsen ervoor staan), als patiëntgericht. Het vinden van de benodigde ruimte, zowel financieel als organisatorisch, is het resultaat van een nauwe samenwerking met Lijn1. ‘Lijn1 stimuleert vooral het proces van verandering, wij zorgen voor de inhoud’, zegt directeur Leonie van Son. Graag laat ze Mosterdijk kennis maken met de activiteiten van Elzha. Een greep:

  • Het afgelopen jaar is Elzha een samenwerking aangegaan met het LUMC. In het project ‘Protocol los’ krijgen huisartsen de kans bij goed ingestelde diabetespatiënten het ketenzorgprotocol los te laten en een zelfgekozen zelfmanagementinterventie te implementeren. Doel is de patiënt meer eigen regie te geven over zijn leven met diabetes. Sytske van Bruggen (Elzha en LUMC): ‘De huisartsen kunnen de standaardlijstjes dus loslaten, en dat vraagt om durf en creativiteit.’ Inmiddels loopt het project een aantal maanden en leidt het tot zeer enthousiaste reacties in de praktijk én het LUMC.
  • Vanuit gezondheidscentrum Zonneoord in de Haagse achterstandswijk Escamp, een prachtig en zeer functioneel verbouwde kerk waar 16.000 Hagenaren zorg ontvangen, geeft kaderhuisarts Erik van Duin vorm aan een innovatief project op het gebied van primaire preventie bij CVRM. Het project, met leefstijlverbetering als doel, is inmiddels vertaald in een gezamenlijke ZonMW-onderzoeksaanvraag met het LUMC. Collega Timmerman lichtte het ‘insulineproject’ toe, waarbij het behoud en de verbetering van de kwaliteit  van zorg voor diabetespatiënten met insulinetherapie in de eerste lijn centraal staat. Een bijkomend gevolg kan substitutie van de tweede naar de eerste lijn betekenen: ‘Insulinezorg vraagt op organisatorisch vlak het nodige van de huisartsenpraktijk. Voorzichtig opbouwen is het credo’, aldus Timmerman.
  • In 2015 stelde Elzha het Fonds Grote stadsproblematiek in. Het fonds is bestemd voor projecten die als doel hebben patiënten met grote stadsproblematiek beter te bereiken. Alle bij Elzha aangesloten huisartsen kunnen er een beroep op doen. In het eerste jaar zijn zes initiatieven van de grond gekomen, waaronder het project cultuur-sensitieve thuiseducatie bij mensen met een Surinaamse achtergrond. Tweemaal daags een meting thuis door de POH en vooral het bijkomende gesprek leverde goede inzichten op. Van Son: ‘Het fonds is een mooie stimulans om creatief na te denken.’
  • Huisarts Jacobine Bos is betrokken bij een ouderenzorgproject in Scheveningen waarbij de POH en assistenten alle ouderen thuis bezoeken. De band die zo met de POH en assistenten is ontstaan, maakt het in een later stadium voor de patiënt makkelijker om hulp te accepteren. ‘Het is soms wel zoeken naar de balans met bemoeizorg’, aldus Bos. Ouderen zijn ook voor wijkverpleegkundige Martina Zuurmond een belangrijk aandachtspunt. Zij realiseert proactieve wijkzorg voor kwetsbare ouderen en benadrukt hoe belangrijk het is dat iemand daarbij de regie neemt. De vraag hoe de ouderen-wijkverpleegkundige het beste ingebed worden – in de huisartsenpraktijk met lijntjes naar de wijk of juist als intermediair die zich vrij kan bewegen tussen alle betrokken zorgverleners – staat nog ter discussie.
  • Regelmatig komt het gesprek op de toekomst van ketenzorg. Welke richting gaan we op? Net als InEen vindt Elzha dat het blijven ontwikkelen van nieuwe ketens niet het antwoord is. Bovendien lukt dat niet altijd. Zo ziet Bos weinig kans de ouderenzorg in een ketenprogramma te gieten. ‘Ouderenzorg is netwerkzorg’, stelt ze vast. Mosterdijk: ‘De ontwikkeling naar een meer persoonsgerichte benadering van patiënten heeft sterk de aandacht van InEen, zowel binnen de bestaande ketenzorgprogramma’s, als in bijvoorbeeld de ouderenzorg.’
[...]

DenHaagOp uitnodiging van de zorggroep Haaglanden (Elzha) bracht InEen-directeur Anoeska Mosterdijk een werkbezoek aan Den Haag. Ze kreeg een rondleiding in verschillende geledingen van de Haagse eerste lijn en ging in gesprek met huisartsen, POH’s en wijkverpleegkundigen. Ook de ROS Lijn 1 was erbij.

Elzha hecht grote waarde aan innovatie, zowel intern gericht (bijvoorbeeld het klantgroepbeleid dat meet hoe de 212 aangesloten huisartsen ervoor staan), als patiëntgericht. Het vinden van de benodigde ruimte, zowel financieel als organisatorisch, is het resultaat van een nauwe samenwerking met Lijn1. ‘Lijn1 stimuleert vooral het proces van verandering, wij zorgen voor de inhoud’, zegt directeur Leonie van Son. Graag laat ze Mosterdijk kennis maken met de activiteiten van Elzha. Een greep:

  • Het afgelopen jaar is Elzha een samenwerking aangegaan met het LUMC. In het project ‘Protocol los’ krijgen huisartsen de kans bij goed ingestelde diabetespatiënten het ketenzorgprotocol los te laten en een zelfgekozen zelfmanagementinterventie te implementeren. Doel is de patiënt meer eigen regie te geven over zijn leven met diabetes. Sytske van Bruggen (Elzha en LUMC): ‘De huisartsen kunnen de standaardlijstjes dus loslaten, en dat vraagt om durf en creativiteit.’ Inmiddels loopt het project een aantal maanden en leidt het tot zeer enthousiaste reacties in de praktijk én het LUMC.
  • Vanuit gezondheidscentrum Zonneoord in de Haagse achterstandswijk Escamp, een prachtig en zeer functioneel verbouwde kerk waar 16.000 Hagenaren zorg ontvangen, geeft kaderhuisarts Erik van Duin vorm aan een innovatief project op het gebied van primaire preventie bij CVRM. Het project, met leefstijlverbetering als doel, is inmiddels vertaald in een gezamenlijke ZonMW-onderzoeksaanvraag met het LUMC. Collega Timmerman lichtte het ‘insulineproject’ toe, waarbij het behoud en de verbetering van de kwaliteit  van zorg voor diabetespatiënten met insulinetherapie in de eerste lijn centraal staat. Een bijkomend gevolg kan substitutie van de tweede naar de eerste lijn betekenen: ‘Insulinezorg vraagt op organisatorisch vlak het nodige van de huisartsenpraktijk. Voorzichtig opbouwen is het credo’, aldus Timmerman.
  • In 2015 stelde Elzha het Fonds Grote stadsproblematiek in. Het fonds is bestemd voor projecten die als doel hebben patiënten met grote stadsproblematiek beter te bereiken. Alle bij Elzha aangesloten huisartsen kunnen er een beroep op doen. In het eerste jaar zijn zes initiatieven van de grond gekomen, waaronder het project cultuur-sensitieve thuiseducatie bij mensen met een Surinaamse achtergrond. Tweemaal daags een meting thuis door de POH en vooral het bijkomende gesprek leverde goede inzichten op. Van Son: ‘Het fonds is een mooie stimulans om creatief na te denken.’
  • Huisarts Jacobine Bos is betrokken bij een ouderenzorgproject in Scheveningen waarbij de POH en assistenten alle ouderen thuis bezoeken. De band die zo met de POH en assistenten is ontstaan, maakt het in een later stadium voor de patiënt makkelijker om hulp te accepteren. ‘Het is soms wel zoeken naar de balans met bemoeizorg’, aldus Bos. Ouderen zijn ook voor wijkverpleegkundige Martina Zuurmond een belangrijk aandachtspunt. Zij realiseert proactieve wijkzorg voor kwetsbare ouderen en benadrukt hoe belangrijk het is dat iemand daarbij de regie neemt. De vraag hoe de ouderen-wijkverpleegkundige het beste ingebed worden – in de huisartsenpraktijk met lijntjes naar de wijk of juist als intermediair die zich vrij kan bewegen tussen alle betrokken zorgverleners – staat nog ter discussie.
  • Regelmatig komt het gesprek op de toekomst van ketenzorg. Welke richting gaan we op? Net als InEen vindt Elzha dat het blijven ontwikkelen van nieuwe ketens niet het antwoord is. Bovendien lukt dat niet altijd. Zo ziet Bos weinig kans de ouderenzorg in een ketenprogramma te gieten. ‘Ouderenzorg is netwerkzorg’, stelt ze vast. Mosterdijk: ‘De ontwikkeling naar een meer persoonsgerichte benadering van patiënten heeft sterk de aandacht van InEen, zowel binnen de bestaande ketenzorgprogramma’s, als in bijvoorbeeld de ouderenzorg.’

Weekberichten op ledenplatform

19 april 2016

Uit gesprekken weten we dat jullie de weekberichten die we elke vrijdag versturen, erg waarderen. Het zijn handige overzichten waarmee je weer even bent bijgepraat over de meest actuele zaken. We sturen het weekbericht naar alle leden, om precies te zijn naar degene die bij ons is aangemerkt als hoofdcontactpersoon; meestal is dat de bestuurder. Vaak sturen zij het bericht dan weer door naar anderen in de organisatie. Mailtjes kunnen echter makkelijk overspoeld raken, daarom zetten we de weekberichten vanaf nu ook op het ledenplatform (met terugwerkende kracht vanaf 2014). Je vindt ze terug onder het programma  Communicatie en Verenigingszaken (Kennisbank).

Bericht overgenomen uit het weekbericht van 15 april 2016.

 

[...]

Uit gesprekken weten we dat jullie de weekberichten die we elke vrijdag versturen, erg waarderen. Het zijn handige overzichten waarmee je weer even bent bijgepraat over de meest actuele zaken. We sturen het weekbericht naar alle leden, om precies te zijn naar degene die bij ons is aangemerkt als hoofdcontactpersoon; meestal is dat de bestuurder. Vaak sturen zij het bericht dan weer door naar anderen in de organisatie. Mailtjes kunnen echter makkelijk overspoeld raken, daarom zetten we de weekberichten vanaf nu ook op het ledenplatform (met terugwerkende kracht vanaf 2014). Je vindt ze terug onder het programma  Communicatie en Verenigingszaken (Kennisbank).

Bericht overgenomen uit het weekbericht van 15 april 2016.

 

HRMO – afspraken Good Contracting Practices

11 april 2016

Afgelopen zaterdag werd tijdens de Huisartsenbeurs een groot onderdeel ingevuld met een presentatie en een debat over de resultaten die tot nu toe zijn geboekt in de werkgroepen van Het Roer Moet Om. Daarvan willen we de afspraken die zijn gemaakt in de werkgroep Good Contracting Practices even speciaal onder jullie aandacht brengen. Hoe kan het jaarlijks terugkerende proces van contractering soepeler verlopen? Dat was een belangrijke vraag die in deze werkgroep voorlag. Huisartsenorganisaties, eerstelijnsorganisaties en zorgverzekeraars hebben elf nieuwe afspraken gemaakt. De basis voor de afspraken is dat alle partijen voldoende tijd en ruimte hebben voor evaluatie, overleg, afwegingen, eventuele aanpassingen en administratieve verwerking. Meer informatie vind je op hetroergaatom.nl.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 8 april 2016.

 

 

[...]

Afgelopen zaterdag werd tijdens de Huisartsenbeurs een groot onderdeel ingevuld met een presentatie en een debat over de resultaten die tot nu toe zijn geboekt in de werkgroepen van Het Roer Moet Om. Daarvan willen we de afspraken die zijn gemaakt in de werkgroep Good Contracting Practices even speciaal onder jullie aandacht brengen. Hoe kan het jaarlijks terugkerende proces van contractering soepeler verlopen? Dat was een belangrijke vraag die in deze werkgroep voorlag. Huisartsenorganisaties, eerstelijnsorganisaties en zorgverzekeraars hebben elf nieuwe afspraken gemaakt. De basis voor de afspraken is dat alle partijen voldoende tijd en ruimte hebben voor evaluatie, overleg, afwegingen, eventuele aanpassingen en administratieve verwerking. Meer informatie vind je op hetroergaatom.nl.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 8 april 2016.

 

 

Tussenstand Het Roer Gaat Om

02 april 2016

Huisartsen, eerstelijns- en patiëntenorganisaties en zorgverzekeraars, hebben de tussenstand van Het Roer Gaat Om gepresenteerd. Dit gebeurde tijdens de LHV-Huisartsbeurs. In aanwezigheid van minister Schippers is de balans opgemaakt én zijn er nieuwe veranderingen aangekondigd op het gebied van meer gelijkwaardigheid, minder bureaucratie en kwaliteit.

Huisartsenorganisaties InEen, LHV, NHG en VPhuisartsen vinden dat er – net als op 5 oktober – mooie resultaten zijn geboekt die het werk van huisartsen makkelijker en weer aantrekkelijker maken. “Natuurlijk waren er pittige discussies tussen huisartsen, zorgverzekeraars, patiëntenorganisaties en de overheid. En op sommige thema’s hadden we verder willen zijn. Maar het belangrijkste is dat we resultaten geboekt hebben die we een jaar geleden niet durfden hopen. Daarom gaan we door en komen we eind dit jaar opnieuw met een tussenrapportage”.

Grootste stappen
De grootste stappen zijn tot nu toe gezet in het verminderen van administratieve lasten. Een groot aantal overbodige formulieren werd afgeschaft. Ook ging in januari hetroergaatom.nl live, de website met alle oplossingen voor het verminderen van de bureaucratie. Hetroergaatom.nl is al meer dan 8000 keer geraadpleegd. Een nieuwe mijlpaal is de afspraak dat het CIZ de indicatie van patiënten in de langdurige zorg gaat verstrekken aan hun huisarts, zodat huisartsen en instellingen weten wie welke zorg kan en mag leveren. Hiervoor worden de komende tijd de nodige technische stappen gezet.

Elf afspraken voor een gelijkwaardiger contracteringsproces
We maken het contracteringsproces tussen huisartsen en zorgverzekeraars gelijkwaardiger. Met elf concrete afspraken over zaken als het volgbeleid, de oplossing van geschillen en wederzijdse bereikbaarheid,  met een tijdspad waar iedereen zich aan houdt. Ook onderzoeken we of het mogelijk is de NZa-beleidsregel eerder te publiceren dan 1 juli, zodat huisartsen, huisartsenorganisaties en zorgverzekeraars meer tijd hebben om goede afspraken te maken. Tot slot uniformeren we een deel van het contract. De laatste juridische hordes hiervoor worden nu genomen.

Kwaliteit
In oktober 2015 is een taskforce opgericht om het kwaliteitsbeleid te moderniseren. De kwaliteit van de praktijk en de huisarts zijn goed geborgd. Maar het moet voor huisartsen minder belastend worden een goed kwaliteitsbeleid te voeren. Een lastige klus, maar ook hier zijn belangrijke stappen gezet.

De kwaliteitseisen zijn uitgebreid beschreven. Centraal staan intercollegiale toetsing en intervisie. Van de 40 uur nascholing per jaar, kan hier tot wel 20 uur aan worden besteed. Dat maakt de nascholingstijd relevanter en meer inspirerend. Deze verandering wordt nu ingebed in de herregistratie-eisen.

Per 1 januari 2016 is het aantal indicatoren in de ketenzorg teruggebracht naar acht per keten. Voor de rest van de huisartsenzorg, is er nog geen lijst vastgesteld met valide, relevante en onderscheidende kwaliteitsindicatoren. Hier werken we aan verder.

Aandacht voor patiëntervaringen en -informatie
We gaan het makkelijker maken om patiëntervaringen op te halen en te delen. De patiënten enquête die onderdeel is van de verplichte visitatie, wordt hiervoor aangepast en komt in een speciale toolbox. Ook zorgen we voor betere keuze-informatie voor de patiënt, zodat huisarts en patiënt makkelijker een ‘match’ maken. Dit gebeurt via een gesprekshulp voor het kennismakingsgesprek op thuisarts.nl en door huisartsen te helpen betere informatie over de praktijk op internet te zetten.

Eind van het jaar volgt opnieuw een tussenrapportage.

[...]

Huisartsen, eerstelijns- en patiëntenorganisaties en zorgverzekeraars, hebben de tussenstand van Het Roer Gaat Om gepresenteerd. Dit gebeurde tijdens de LHV-Huisartsbeurs. In aanwezigheid van minister Schippers is de balans opgemaakt én zijn er nieuwe veranderingen aangekondigd op het gebied van meer gelijkwaardigheid, minder bureaucratie en kwaliteit.

Huisartsenorganisaties InEen, LHV, NHG en VPhuisartsen vinden dat er – net als op 5 oktober – mooie resultaten zijn geboekt die het werk van huisartsen makkelijker en weer aantrekkelijker maken. “Natuurlijk waren er pittige discussies tussen huisartsen, zorgverzekeraars, patiëntenorganisaties en de overheid. En op sommige thema’s hadden we verder willen zijn. Maar het belangrijkste is dat we resultaten geboekt hebben die we een jaar geleden niet durfden hopen. Daarom gaan we door en komen we eind dit jaar opnieuw met een tussenrapportage”.

Grootste stappen
De grootste stappen zijn tot nu toe gezet in het verminderen van administratieve lasten. Een groot aantal overbodige formulieren werd afgeschaft. Ook ging in januari hetroergaatom.nl live, de website met alle oplossingen voor het verminderen van de bureaucratie. Hetroergaatom.nl is al meer dan 8000 keer geraadpleegd. Een nieuwe mijlpaal is de afspraak dat het CIZ de indicatie van patiënten in de langdurige zorg gaat verstrekken aan hun huisarts, zodat huisartsen en instellingen weten wie welke zorg kan en mag leveren. Hiervoor worden de komende tijd de nodige technische stappen gezet.

Elf afspraken voor een gelijkwaardiger contracteringsproces
We maken het contracteringsproces tussen huisartsen en zorgverzekeraars gelijkwaardiger. Met elf concrete afspraken over zaken als het volgbeleid, de oplossing van geschillen en wederzijdse bereikbaarheid,  met een tijdspad waar iedereen zich aan houdt. Ook onderzoeken we of het mogelijk is de NZa-beleidsregel eerder te publiceren dan 1 juli, zodat huisartsen, huisartsenorganisaties en zorgverzekeraars meer tijd hebben om goede afspraken te maken. Tot slot uniformeren we een deel van het contract. De laatste juridische hordes hiervoor worden nu genomen.

Kwaliteit
In oktober 2015 is een taskforce opgericht om het kwaliteitsbeleid te moderniseren. De kwaliteit van de praktijk en de huisarts zijn goed geborgd. Maar het moet voor huisartsen minder belastend worden een goed kwaliteitsbeleid te voeren. Een lastige klus, maar ook hier zijn belangrijke stappen gezet.

De kwaliteitseisen zijn uitgebreid beschreven. Centraal staan intercollegiale toetsing en intervisie. Van de 40 uur nascholing per jaar, kan hier tot wel 20 uur aan worden besteed. Dat maakt de nascholingstijd relevanter en meer inspirerend. Deze verandering wordt nu ingebed in de herregistratie-eisen.

Per 1 januari 2016 is het aantal indicatoren in de ketenzorg teruggebracht naar acht per keten. Voor de rest van de huisartsenzorg, is er nog geen lijst vastgesteld met valide, relevante en onderscheidende kwaliteitsindicatoren. Hier werken we aan verder.

Aandacht voor patiëntervaringen en -informatie
We gaan het makkelijker maken om patiëntervaringen op te halen en te delen. De patiënten enquête die onderdeel is van de verplichte visitatie, wordt hiervoor aangepast en komt in een speciale toolbox. Ook zorgen we voor betere keuze-informatie voor de patiënt, zodat huisarts en patiënt makkelijker een ‘match’ maken. Dit gebeurt via een gesprekshulp voor het kennismakingsgesprek op thuisarts.nl en door huisartsen te helpen betere informatie over de praktijk op internet te zetten.

Eind van het jaar volgt opnieuw een tussenrapportage.

[Acute] Zorg 3.0. Zou het zó ook kunnen?

31 maart 2016

KAZOnder de titel ‘[Acute] Zorg 3.0. Zou het zó ook kunnen?’ schreven Hansmaarten Bolle en Hannie van der Hoeven op persoonlijke titel een aantal overwegingen bij de (acute) zorg in Nederland. Beiden nemen dit jaar – Bolle in maart en Van der Hoeven deze zomer – afscheid van InEen en hebben de afgelopen decennia de grote ontwikkelingen in zorg van nabij meegemaakt. Bolle koos voor zijn afscheidsrede op 14 maart enkele highlights uit het artikel. We vragen Van der Hoeven hetzelfde te doen, nog steeds op persoonlijke titel.

De acute zorg in Nederland is niet slecht geregeld, stelt Van der Hoeven vast, maar het systeem dat zo’n 15 jaar geleden ontstond, begint te knellen. Door de manier waarop de maatschappij zich ontwikkelt en onder invloed daarvan door de grote omwentelingen in de zorg, denk aan de recente transities, is er anno 2016 sprake van ‘een lappendeken met flink wat gaten’. Het artikel geeft na een analyse van de situatie zeven actiepunten om op korte termijn tot verbetering te komen. Voor de langere termijn wordt in zeven punten een eerste aanzet gegeven voor een grondige herinrichting. Twee aspecten wil Van der Hoeven graag extra benoemen.

Het eerste punt is een betere verdeling van de bereikbaarheidsuren. Ze rekent voor dat van de 168 uren die een week telt er maximaal 50 voor rekening komen van de reguliere zorg; de resterende 118 uren – meer dan tweemaal zoveel – van de (acute) ANW-zorg. In deze 118 uren zijn in de eerste lijn vooral de huisartsenposten actief. Van der Hoeven: ‘Het WMO-loket, veel ggz diensten,, en al de andere ondersteunende diensten sluiten om vijf uur. De dienstdoende huisarts moet het dan zelf maar zien te rooien. Dat is vragen om moeilijkheden.’ Er moet kortom nagedacht worden over andere openingsuren in zorg en welzijn, die beter passen bij de huidige tijd. ‘Ik vind dat we ons als zorg in deze 24-uurs maatschappij nog erg strak aan nine-to-five houden. Als bijvoorbeeld de reguliere zorg méér uren bereikbaar is, vermindert dat de druk op de ANW-zorg.’ Van ervaringen dat patiënten weinig gebruik maken van avondspreekuren, is ze niet onder de indruk. ‘Experimenten op dat vlak worden vaak geïsoleerd uitgevoerd. Het gaat erom dat de hele zorg breder en langer beschikbaar is, zodat je daarna ook naar de apotheek kan, zodat de huisarts als dat nodig is nog een specialist kan consulteren of diagnostiek kan aanvragen. Dat vraagt om tijd en meer samenwerking. Daar moeten we met z’n allen naartoe groeien.’ Overigens brengt een betere verdeling van openingsuren met zich mee, aldus Van der Hoeven, dat de gebouwen en apparatuur beter worden benut en de wachttijden voor allerlei zaken, denk aan een MRI, korter worden.

Van der Hoevens tweede hartenkreet betreft de rol en de positie van de patiënt. Ook de patiënten zijn veranderd onder invloed van de maatschappelijke veranderingen. ‘Zonder iemand tekort te willen doen, heb ik het gevoel dat de patiënt in de zorg nog steeds vaak als een last wordt gezien, zeker in de ANW-uren.’ Van der Hoeven sluit van harte aan bij Machteld Hubers pleidooi voor persoonsgerichte zorg. ‘Véél meer nog moeten we nadenken over wat we als zorg voor mensen willen betekenen’. Er is, aldus Van der Hoeven, ‘een breed maatschappelijk en politiek debat over hoe we in deze samenleving willen leven en voor elkaar willen zorgen’ nodig. Dat klinkt inderdaad vaag, zegt ze. ‘Toch is dat wat er moet gebeuren. Wat we in elk geval niet moeten doen is elk voor zich achter onze eigen bezuinigingstaakstelling aanrennen. We moeten om te beginnen met elkaar de handschoen oppakken en ons afvragen hoe we voor de patiënt de bereikbaarheid en beschikbaarheid van zorg en welzijn 24/7 het beste kunnen regelen. Wat kunnen we nog meer samen doen?’

Van der Hoeven: ‘Als ik kijk naar twee jaar geleden, toen we begonnen met het project ‘Bevorderen samenhang en samenwerking in de keten van acute zorg’, en ik kijk naar waar we nu staan, dan zie ik dat er al heel erg veel meer samenwerking wordt gezocht. Mensen zijn heel duidelijk met elkaar in gesprek. De bereidheid om van elkaar te leren is groot en het besef dat we véél meer moeten nadenken over wat we nu eigenlijk willen als zorg, wordt steeds groter. Dat stemt hoopvol.’

  • Het artikel ‘[Acute] Zorg 3.0. Zou het zó ook kunnen?’ is tijdens het afscheid van Hansmaarten Bolle op 14 maart uitgereikt aan de aanwezigen. Degenen die het hebben gemist, kunnen de digitale versie downloaden.

 

[...]

KAZOnder de titel ‘[Acute] Zorg 3.0. Zou het zó ook kunnen?’ schreven Hansmaarten Bolle en Hannie van der Hoeven op persoonlijke titel een aantal overwegingen bij de (acute) zorg in Nederland. Beiden nemen dit jaar – Bolle in maart en Van der Hoeven deze zomer – afscheid van InEen en hebben de afgelopen decennia de grote ontwikkelingen in zorg van nabij meegemaakt. Bolle koos voor zijn afscheidsrede op 14 maart enkele highlights uit het artikel. We vragen Van der Hoeven hetzelfde te doen, nog steeds op persoonlijke titel.

De acute zorg in Nederland is niet slecht geregeld, stelt Van der Hoeven vast, maar het systeem dat zo’n 15 jaar geleden ontstond, begint te knellen. Door de manier waarop de maatschappij zich ontwikkelt en onder invloed daarvan door de grote omwentelingen in de zorg, denk aan de recente transities, is er anno 2016 sprake van ‘een lappendeken met flink wat gaten’. Het artikel geeft na een analyse van de situatie zeven actiepunten om op korte termijn tot verbetering te komen. Voor de langere termijn wordt in zeven punten een eerste aanzet gegeven voor een grondige herinrichting. Twee aspecten wil Van der Hoeven graag extra benoemen.

Het eerste punt is een betere verdeling van de bereikbaarheidsuren. Ze rekent voor dat van de 168 uren die een week telt er maximaal 50 voor rekening komen van de reguliere zorg; de resterende 118 uren – meer dan tweemaal zoveel – van de (acute) ANW-zorg. In deze 118 uren zijn in de eerste lijn vooral de huisartsenposten actief. Van der Hoeven: ‘Het WMO-loket, veel ggz diensten,, en al de andere ondersteunende diensten sluiten om vijf uur. De dienstdoende huisarts moet het dan zelf maar zien te rooien. Dat is vragen om moeilijkheden.’ Er moet kortom nagedacht worden over andere openingsuren in zorg en welzijn, die beter passen bij de huidige tijd. ‘Ik vind dat we ons als zorg in deze 24-uurs maatschappij nog erg strak aan nine-to-five houden. Als bijvoorbeeld de reguliere zorg méér uren bereikbaar is, vermindert dat de druk op de ANW-zorg.’ Van ervaringen dat patiënten weinig gebruik maken van avondspreekuren, is ze niet onder de indruk. ‘Experimenten op dat vlak worden vaak geïsoleerd uitgevoerd. Het gaat erom dat de hele zorg breder en langer beschikbaar is, zodat je daarna ook naar de apotheek kan, zodat de huisarts als dat nodig is nog een specialist kan consulteren of diagnostiek kan aanvragen. Dat vraagt om tijd en meer samenwerking. Daar moeten we met z’n allen naartoe groeien.’ Overigens brengt een betere verdeling van openingsuren met zich mee, aldus Van der Hoeven, dat de gebouwen en apparatuur beter worden benut en de wachttijden voor allerlei zaken, denk aan een MRI, korter worden.

Van der Hoevens tweede hartenkreet betreft de rol en de positie van de patiënt. Ook de patiënten zijn veranderd onder invloed van de maatschappelijke veranderingen. ‘Zonder iemand tekort te willen doen, heb ik het gevoel dat de patiënt in de zorg nog steeds vaak als een last wordt gezien, zeker in de ANW-uren.’ Van der Hoeven sluit van harte aan bij Machteld Hubers pleidooi voor persoonsgerichte zorg. ‘Véél meer nog moeten we nadenken over wat we als zorg voor mensen willen betekenen’. Er is, aldus Van der Hoeven, ‘een breed maatschappelijk en politiek debat over hoe we in deze samenleving willen leven en voor elkaar willen zorgen’ nodig. Dat klinkt inderdaad vaag, zegt ze. ‘Toch is dat wat er moet gebeuren. Wat we in elk geval niet moeten doen is elk voor zich achter onze eigen bezuinigingstaakstelling aanrennen. We moeten om te beginnen met elkaar de handschoen oppakken en ons afvragen hoe we voor de patiënt de bereikbaarheid en beschikbaarheid van zorg en welzijn 24/7 het beste kunnen regelen. Wat kunnen we nog meer samen doen?’

Van der Hoeven: ‘Als ik kijk naar twee jaar geleden, toen we begonnen met het project ‘Bevorderen samenhang en samenwerking in de keten van acute zorg’, en ik kijk naar waar we nu staan, dan zie ik dat er al heel erg veel meer samenwerking wordt gezocht. Mensen zijn heel duidelijk met elkaar in gesprek. De bereidheid om van elkaar te leren is groot en het besef dat we véél meer moeten nadenken over wat we nu eigenlijk willen als zorg, wordt steeds groter. Dat stemt hoopvol.’

  • Het artikel ‘[Acute] Zorg 3.0. Zou het zó ook kunnen?’ is tijdens het afscheid van Hansmaarten Bolle op 14 maart uitgereikt aan de aanwezigen. Degenen die het hebben gemist, kunnen de digitale versie downloaden.

 

‘Een groep mensen van goede wil kan veel en snel dingen bereiken’

31 maart 2016

hetroergaatomOp 2 april 2016 wordt tijdens een debat op de LHV-Huisartsbeurs de balans opgemaakt van één jaar Het Roer Moet Om. Nadat per 1 januari de eerste formulieren voor huisartsen zijn afgeschaft, vroegen we eerst huisartsen en vervolgens zorgverzekeraars om terug te kijken op het proces in de werkgroep Bureaucratie & administratieve lasten. Deze maand stellen we dezelfde vragen aan Wouter Hobbelink (NZa) en VWS.

Er zijn belangrijke resultaten geboekt, laat VWS weten. Als eerste worden genoemd de ‘tastbare afspraken’ waarmee formulieren zijn afgeschaft. ‘Daarnaast hebben we meer ruimte voor samenwerking gecreëerd en de basis gelegd voor een nieuw kwaliteitssysteem in de huisartsenzorg. Maar misschien wel een even belangrijk resultaat is het gegroeide vertrouwen en het feit dat we dit samen – huisartsen, verzekeraars, patiënten, overheid – hebben bereikt. Het toont aan dat een groep mensen van goede wil, veel en snel dingen kan bereiken.’

Hobbelink sluit zich hierbij aan: ‘Het belangrijkste is denk ik dat de werkgroepleden constructief met elkaar om de tafel zijn gaan zitten, vanuit een gedeelde overtuiging dat als je de afspraken tussen huisartsen en zorgverzekeraars soepel laat verlopen, dit voor zowel de verzekeraars als voor de zorgaanbieders voordelig is.’ Zowel VWS als Hobbelink vinden het een goede zaak dat de werkgroep wordt voorgezet. ‘Dit is niet het eindstation. Het blijft nodig om er met elkaar alert op te zijn dat wat is ingezet, ook wordt doorgezet’, verwoordt VWS. Hobbelink benadrukt daarbij de bijzondere positie van NZa in de werkgroep. ‘Wij zijn in de eerste plaats toehoorder. Wij kijken of wat partijen willen afspreken strookt met wat in onze regelgeving is vastgelegd. En in hoeverre de regelgeving hierin onnodig belemmerend is.’

Hobbelink noemt het proces ‘een voorbeeld voor hoe overleg tussen zorgverzekeraars en zorgaanbieders zou moeten lopen’. ‘Het inzicht is gekomen dat een aantal contractvoorwaarden die zorgverzekeraars stellen, zijn opgestapeld in de loop der jaren. Het was nodig samen kritisch te bekijken of al deze voorwaarden noodzakelijk zijn. Alleen die constatering al en de bereidheid om eraan te werken is grote winst. Heel positief!’ Het ging niet vanzelf, aldus VWS: ‘Je moet samen hard werken om een uitkomst te vinden die voor iedereen een verbetering oplevert. Wat ons positief opviel is de bereidheid om over de eigen schaduw heen te stappen in combinatie met een grote inzet. Iedereen met wie we in dit traject zitten, lijkt echt klaar te zijn om nu forse stappen te zetten.’

VWS: ‘Met dit traject zijn we vaak voorbij het hoe gegaan en hebben we echt naar de achterliggende motivatie gekeken.’ Voor Hobbelink was het een leerzame confrontatie met de praktijk. ‘Zorgaanbieders en zorgverzekeraars blijken vaak een andere taal te spreken. Het is gewoon goed dat partijen met elkaar praten over wat hun gezamenlijke doel is en wat noodzakelijk is om dat doel te bereiken.’

  • De afspraken die zijn gemaakt om de bureaucratische en administratieve lasten van husartsen te verminderen staan op hetroergaatom.nl.

 

[...]

hetroergaatomOp 2 april 2016 wordt tijdens een debat op de LHV-Huisartsbeurs de balans opgemaakt van één jaar Het Roer Moet Om. Nadat per 1 januari de eerste formulieren voor huisartsen zijn afgeschaft, vroegen we eerst huisartsen en vervolgens zorgverzekeraars om terug te kijken op het proces in de werkgroep Bureaucratie & administratieve lasten. Deze maand stellen we dezelfde vragen aan Wouter Hobbelink (NZa) en VWS.

Er zijn belangrijke resultaten geboekt, laat VWS weten. Als eerste worden genoemd de ‘tastbare afspraken’ waarmee formulieren zijn afgeschaft. ‘Daarnaast hebben we meer ruimte voor samenwerking gecreëerd en de basis gelegd voor een nieuw kwaliteitssysteem in de huisartsenzorg. Maar misschien wel een even belangrijk resultaat is het gegroeide vertrouwen en het feit dat we dit samen – huisartsen, verzekeraars, patiënten, overheid – hebben bereikt. Het toont aan dat een groep mensen van goede wil, veel en snel dingen kan bereiken.’

Hobbelink sluit zich hierbij aan: ‘Het belangrijkste is denk ik dat de werkgroepleden constructief met elkaar om de tafel zijn gaan zitten, vanuit een gedeelde overtuiging dat als je de afspraken tussen huisartsen en zorgverzekeraars soepel laat verlopen, dit voor zowel de verzekeraars als voor de zorgaanbieders voordelig is.’ Zowel VWS als Hobbelink vinden het een goede zaak dat de werkgroep wordt voorgezet. ‘Dit is niet het eindstation. Het blijft nodig om er met elkaar alert op te zijn dat wat is ingezet, ook wordt doorgezet’, verwoordt VWS. Hobbelink benadrukt daarbij de bijzondere positie van NZa in de werkgroep. ‘Wij zijn in de eerste plaats toehoorder. Wij kijken of wat partijen willen afspreken strookt met wat in onze regelgeving is vastgelegd. En in hoeverre de regelgeving hierin onnodig belemmerend is.’

Hobbelink noemt het proces ‘een voorbeeld voor hoe overleg tussen zorgverzekeraars en zorgaanbieders zou moeten lopen’. ‘Het inzicht is gekomen dat een aantal contractvoorwaarden die zorgverzekeraars stellen, zijn opgestapeld in de loop der jaren. Het was nodig samen kritisch te bekijken of al deze voorwaarden noodzakelijk zijn. Alleen die constatering al en de bereidheid om eraan te werken is grote winst. Heel positief!’ Het ging niet vanzelf, aldus VWS: ‘Je moet samen hard werken om een uitkomst te vinden die voor iedereen een verbetering oplevert. Wat ons positief opviel is de bereidheid om over de eigen schaduw heen te stappen in combinatie met een grote inzet. Iedereen met wie we in dit traject zitten, lijkt echt klaar te zijn om nu forse stappen te zetten.’

VWS: ‘Met dit traject zijn we vaak voorbij het hoe gegaan en hebben we echt naar de achterliggende motivatie gekeken.’ Voor Hobbelink was het een leerzame confrontatie met de praktijk. ‘Zorgaanbieders en zorgverzekeraars blijken vaak een andere taal te spreken. Het is gewoon goed dat partijen met elkaar praten over wat hun gezamenlijke doel is en wat noodzakelijk is om dat doel te bereiken.’

  • De afspraken die zijn gemaakt om de bureaucratische en administratieve lasten van husartsen te verminderen staan op hetroergaatom.nl.

 

De eerste honderd dagen, deel 3

31 maart 2016

anoeskaZe zitten erop, de eerste honderd dagen van Anoeska Mosterdijk. Hoewel ze nog regelmatig wordt verrast met nieuwe onderwerpen, is ze inmiddels helemaal geland. Mosterdijk: ‘Het is geweldig zo goed als ik overal ben geïnformeerd. Ik heb me tijdens de werkbezoeken, gesprekken met stakeholders, op het symposium Samen in Acute Zorg en op talloze andere momenten een goed beeld kunnen vormen van waar we staan.’

‘We zijn een jonge vereniging in een dynamische tijd en we zijn enthousiast. Veel leden zijn bezig met vernieuwingen in de eerste lijn, zoals de implementatie van zelfmanagement en e-health, de samenwerking met ketenpartners, anderhalvelijnszorg, eerstelijnsverblijf en het organiseren van ouderenzorg en ggz-zorg. Het liefst zou ik alles wat op ons af komt oppakken met het bureau. Maar dat zou teveel zijn. Zeker als je de lopende zaken – zoals de ondersteuning van het jaarlijkse contracteringsproces, de implementatie van wetgeving en het vormgeven van informatiebeleid – daarbij optelt.’ De afgelopen honderd dagen hoorde Mosterdijk ook kritische geluiden, van leden en stakeholders. Dat sterkte haar in de overtuiging dat een open vizier belangrijk is. ‘Ik was vorige week op een werkbezoek waar dat expliciet naar voren kwam: je kunt beter iets minder doen en góed, dan van alles een beetje waardoor het steeds net te weinig is. Dat ga ik me echt aantrekken.’

Het komt er wat haar betreft op aan samen met de leden de goede keuzes te maken. Essentieel is een heldere visie op de toekomst van de eerstelijnszorg en de positionering van eerstelijnsorganisaties. De discussie over de toekomst staat daarom met stip bovenaan: de toekomst van de zorggroep en de ROS, de bekostiging van de infrastructuur in de eerste lijn en niet in de laatste plaats de visie op acute zorg. ‘Ik zie het als een volgende fase in onze ontwikkeling als vereniging: waar zijn we van als InEen, waar staan we voor?’ In februari zijn we op de DLV voor zorggroepen en gezondheidscentra met veel energie begonnen aan de discussie over de toekomst en de positionering van eerstelijns organisaties. Zulke discussies gaan ook richting geven aan onze inzet als InEen. Op 7 april gaan we verder. Ik kijk daar echt naar uit!’

Op Mosterdijks overzicht van belangrijke inhoudelijke thema’s staan het kwaliteitsbeleid (indicatoren!), ouderenzorg en de samenwerking tussen eerstelijnszorg, wijkverpleging en het sociale domein. ‘Ik denk dat we als georganiseerde eerste lijn een belangrijke rol kunnen spelen bij het laten slagen van de transities in de langdurige zorg en het sociale domein. Mensen met multimorbiditeit of multiproblematiek, kwetsbare ouderen, verwarde mensen met ggz-problematiek, allemaal hebben zij baat bij samenhangende zorg, afgestemd op de populatie. Maar dat vereist wel de juiste randvoorwaarden voor eerstelijnsorganisaties, daarvoor maken we ons hard als InEen’.

Ook de communicatie vanuit InEen is een belangrijke prioriteit, zoals het verbeteren van de website. Op de digitale enquête die afgelopen maand werd uitgezet komen inmiddels veel reacties binnen. ‘Heel belangrijk vind ik het ontwikkelen van de digitale platforms. Dat kunnen goede kanalen worden om informatie uit te wisselen.’ Verder is er, blijkt uit haar ronde langs de leden, behoefte aan meer procesinformatie. ‘Mensen wil graag weten wanneer ze bepaalde producten kunnen verwachten en wat dat dan is, zodat ze kunnen beoordelen of ze daarop gaan wachten of zelf aan de slag gaan.’ Ze tekent daarbij aan dat bij dergelijke informatie altijd een slag om de arm nodig is. Het halen van een planning is immers in veel gevallen mede afhankelijk van derden.

Mosterdijk heeft inmiddels ook kennis gemaakt met het ‘verenigingsleven’: ‘Sommige leden vinden dat we als InEen te hard gaan en teveel opleggen, anderen vinden dat we juist te weinig innovatief zijn, weer anderen vinden dat we het precies goed doen nu. Dat is de dynamiek waar je als vereniging mee te maken hebt en dat is nieuw voor me. InEen is in dat opzicht echt een andere organisatie dan een ministerie.’ De vereniging, zegt ze, bestaat nu twee jaar, een mooi moment om op het bureau en ook in het bestuur de balans op te maken: hoe is alles georganiseerd, worden de leden goed betrokken, welke activiteiten zouden moeten stoppen en wat moet juist worden opgepakt. Aan het bureau van InEen zal het niet liggen. ‘Ik zie elke dag hoe hard er gewerkt wordt en hoe bereid iedereen is om van InEen een sterke brancheorganisatie te maken. Bij onze leden heb ik dezelfde energie ervaren. En ik wil die energie heel graag gebruiken om samen InEen nog beter op de kaart te zetten!’

[...]

anoeskaZe zitten erop, de eerste honderd dagen van Anoeska Mosterdijk. Hoewel ze nog regelmatig wordt verrast met nieuwe onderwerpen, is ze inmiddels helemaal geland. Mosterdijk: ‘Het is geweldig zo goed als ik overal ben geïnformeerd. Ik heb me tijdens de werkbezoeken, gesprekken met stakeholders, op het symposium Samen in Acute Zorg en op talloze andere momenten een goed beeld kunnen vormen van waar we staan.’

‘We zijn een jonge vereniging in een dynamische tijd en we zijn enthousiast. Veel leden zijn bezig met vernieuwingen in de eerste lijn, zoals de implementatie van zelfmanagement en e-health, de samenwerking met ketenpartners, anderhalvelijnszorg, eerstelijnsverblijf en het organiseren van ouderenzorg en ggz-zorg. Het liefst zou ik alles wat op ons af komt oppakken met het bureau. Maar dat zou teveel zijn. Zeker als je de lopende zaken – zoals de ondersteuning van het jaarlijkse contracteringsproces, de implementatie van wetgeving en het vormgeven van informatiebeleid – daarbij optelt.’ De afgelopen honderd dagen hoorde Mosterdijk ook kritische geluiden, van leden en stakeholders. Dat sterkte haar in de overtuiging dat een open vizier belangrijk is. ‘Ik was vorige week op een werkbezoek waar dat expliciet naar voren kwam: je kunt beter iets minder doen en góed, dan van alles een beetje waardoor het steeds net te weinig is. Dat ga ik me echt aantrekken.’

Het komt er wat haar betreft op aan samen met de leden de goede keuzes te maken. Essentieel is een heldere visie op de toekomst van de eerstelijnszorg en de positionering van eerstelijnsorganisaties. De discussie over de toekomst staat daarom met stip bovenaan: de toekomst van de zorggroep en de ROS, de bekostiging van de infrastructuur in de eerste lijn en niet in de laatste plaats de visie op acute zorg. ‘Ik zie het als een volgende fase in onze ontwikkeling als vereniging: waar zijn we van als InEen, waar staan we voor?’ In februari zijn we op de DLV voor zorggroepen en gezondheidscentra met veel energie begonnen aan de discussie over de toekomst en de positionering van eerstelijns organisaties. Zulke discussies gaan ook richting geven aan onze inzet als InEen. Op 7 april gaan we verder. Ik kijk daar echt naar uit!’

Op Mosterdijks overzicht van belangrijke inhoudelijke thema’s staan het kwaliteitsbeleid (indicatoren!), ouderenzorg en de samenwerking tussen eerstelijnszorg, wijkverpleging en het sociale domein. ‘Ik denk dat we als georganiseerde eerste lijn een belangrijke rol kunnen spelen bij het laten slagen van de transities in de langdurige zorg en het sociale domein. Mensen met multimorbiditeit of multiproblematiek, kwetsbare ouderen, verwarde mensen met ggz-problematiek, allemaal hebben zij baat bij samenhangende zorg, afgestemd op de populatie. Maar dat vereist wel de juiste randvoorwaarden voor eerstelijnsorganisaties, daarvoor maken we ons hard als InEen’.

Ook de communicatie vanuit InEen is een belangrijke prioriteit, zoals het verbeteren van de website. Op de digitale enquête die afgelopen maand werd uitgezet komen inmiddels veel reacties binnen. ‘Heel belangrijk vind ik het ontwikkelen van de digitale platforms. Dat kunnen goede kanalen worden om informatie uit te wisselen.’ Verder is er, blijkt uit haar ronde langs de leden, behoefte aan meer procesinformatie. ‘Mensen wil graag weten wanneer ze bepaalde producten kunnen verwachten en wat dat dan is, zodat ze kunnen beoordelen of ze daarop gaan wachten of zelf aan de slag gaan.’ Ze tekent daarbij aan dat bij dergelijke informatie altijd een slag om de arm nodig is. Het halen van een planning is immers in veel gevallen mede afhankelijk van derden.

Mosterdijk heeft inmiddels ook kennis gemaakt met het ‘verenigingsleven’: ‘Sommige leden vinden dat we als InEen te hard gaan en teveel opleggen, anderen vinden dat we juist te weinig innovatief zijn, weer anderen vinden dat we het precies goed doen nu. Dat is de dynamiek waar je als vereniging mee te maken hebt en dat is nieuw voor me. InEen is in dat opzicht echt een andere organisatie dan een ministerie.’ De vereniging, zegt ze, bestaat nu twee jaar, een mooi moment om op het bureau en ook in het bestuur de balans op te maken: hoe is alles georganiseerd, worden de leden goed betrokken, welke activiteiten zouden moeten stoppen en wat moet juist worden opgepakt. Aan het bureau van InEen zal het niet liggen. ‘Ik zie elke dag hoe hard er gewerkt wordt en hoe bereid iedereen is om van InEen een sterke brancheorganisatie te maken. Bij onze leden heb ik dezelfde energie ervaren. En ik wil die energie heel graag gebruiken om samen InEen nog beter op de kaart te zetten!’

Presentaties Symposium Samen in Acute Zorg - 14 maart 2016

22 maart 2016

Hieronder vindt u de beschikbare presentaties van het Symposium Samen in Acute Zorg van 14 maart 2016. Daarnaast is er ook een verslag van deze dag gemaakt en is er een fotocollage.

Plenair programma

Deelsessies

1 HAP-SEH

2 HAP-RAV

3 HAP-Acute ggz

4 HAP-Acute thuiszorg/ouderenzorg

5 Creatief denken

6 Processen rond samenwerking

[...]

Hieronder vindt u de beschikbare presentaties van het Symposium Samen in Acute Zorg van 14 maart 2016. Daarnaast is er ook een verslag van deze dag gemaakt en is er een fotocollage.

Plenair programma

Deelsessies

1 HAP-SEH

2 HAP-RAV

3 HAP-Acute ggz

4 HAP-Acute thuiszorg/ouderenzorg

5 Creatief denken

6 Processen rond samenwerking

Enquête over persoonsgerichte zorg

22 maart 2016

We attenderen jullie nog even op onze enquête over persoonsgerichte zorg. De enquête is ter voorbereiding van de Tweedaagse (28 en 29 september) waar dit jaar persoonsgerichte zorg centraal staat. Graag horen we wat er al bekend is over dit onderwerp, welke vragen er leven en wat jullie uit de Tweedaagse willen halen aan nieuwe kennis. We zijn benieuwd naar jullie antwoorden, juist ook als je nog zoekende bent op dit terrein. Zo kunnen we het programma gericht invullen. De enquête vraagt vijf minuten van jullie tijd en staat nog een week open. Voor degenen die hem al invulden: dank!

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 18 maart 2016.

[...]

We attenderen jullie nog even op onze enquête over persoonsgerichte zorg. De enquête is ter voorbereiding van de Tweedaagse (28 en 29 september) waar dit jaar persoonsgerichte zorg centraal staat. Graag horen we wat er al bekend is over dit onderwerp, welke vragen er leven en wat jullie uit de Tweedaagse willen halen aan nieuwe kennis. We zijn benieuwd naar jullie antwoorden, juist ook als je nog zoekende bent op dit terrein. Zo kunnen we het programma gericht invullen. De enquête vraagt vijf minuten van jullie tijd en staat nog een week open. Voor degenen die hem al invulden: dank!

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 18 maart 2016.

Wederzijds respect leidt tot administratieve lastenverlichting huisartsen

25 februari 2016

hetroergaatomVorige maand gaven twee huisartsen een reactie op de eerste resultaten van de werkgroep Bureaucratie & Administratieve lasten. Als concreet uitvloeisel van de huisartsenactie Het Roer Moet Om wisten huisartsen, zorgverzekeraars en overheid een flink aantal formulieren af te schaffen. De resultaten staan op hetroergaatom.nl. Deze maand vragen we een reactie aan twee werkgroepleden van verzekeraarszijde: Peter Jansen, beleidsadviseur ZN en Sanne van Rooij, beleidsadviseur ONVZ.

Jansen en Van Rooij vinden de neveneffecten minstens zo belangrijk als de concrete resultaten. ‘Door los van de waan van de dag en in alle openheid van gedachten te wisselen’, zegt Jansen, ‘hebben we elkaar beter leren kennen.’ Van Rooij beaamt dat volledig: ‘We begonnen met een opdracht van buiten, maar uiteindelijk hebben we een gezamenlijke opdracht aan onszelf geformuleerd. Waar zitten de problemen écht?’ En met resultaat. Behalve op de afgeschafte formulieren wijst Van Rooij op het volgbeleid dat de zorgverzekeraars nu onderling regelen. ‘Dat is ook lastenverlichting voor de huisarts. Bovendien loopt het declaratieverkeer daardoor soepeler.’

Het werk is nog niet klaar. Naast de werkgroep die bezig is met de bureaucratie rond CIZ-indicaties, gaat er nu ook een werkgroep aan tafel met de his-leveranciers. Jansen: ‘Als aan het eind van het jaar de gegevens volgens de spelregels zijn vastgelegd in het his, zijn daar geen formulieren en standaard controles meer voor nodig.’ Natuurlijk wijzen beiden op het vervolgtraject dat ZN afgelopen januari startte om ook in de andere eerstelijnssectoren tot lastenvermindering te komen. De eerste resultaten worden al in april 2016 verwacht.

Overleggen kost vaak veel energie, zegt Jansen, maar uit het proces in de werkgroep B&AL kwam juist energie vóórt. De deelname van de NZa en VWS noemt hij een pluspunt. ‘Ook voor hen was het bewustwording om te merken dat de zaken die zij opstellen niet altijd werkbaar zijn, niet voor huisartsen en ook niet voor verzekeraars.’ Verder vond hij de deelname van individuele huisartsen ‘heel goed’ voor het proces, doordat zij direct vanuit de dagelijkse praktijk hun inbreng gaven. De druk op de ketel had ook een nadeel. Van Rooij: ‘We hebben we als werkgroep onvoldoende tijd gehad voor de effecten van de maatregelen voor andere branches. Daar komen nu veel vragen over. Dat moet de volgende keer beter.’

Van Rooij: ‘Ik realiseer me nu dat huisartsen ook veel administratieve lasten opgelegd krijgen vanuit anderen, bijvoorbeeld het gemeentelijk domein. Als verzekeraars zijn we gericht op het doorvertalen van regelgeving, zonder daar altijd voldoende bij stil te staan.’ Jansen zegt dat hij nu goed in beeld heeft hoe anderen, zoals hulpmiddelenleveranciers en apothekers, afspraken met de zorgverzekeraar soms doorschuiven naar de huisarts. ‘Ook als dat dingen zijn waar deze zorgaanbieder zelf verantwoordelijk voor is.’ Van Rooij tot slot: ‘De zorgverzekeraar moet hoe dan ook toezien op de kostenontwikkeling en de uitvoering van zorg.’ Ze heeft het gevoel dat er ook voor die rol meer begrip is ontstaan.

[...]

hetroergaatomVorige maand gaven twee huisartsen een reactie op de eerste resultaten van de werkgroep Bureaucratie & Administratieve lasten. Als concreet uitvloeisel van de huisartsenactie Het Roer Moet Om wisten huisartsen, zorgverzekeraars en overheid een flink aantal formulieren af te schaffen. De resultaten staan op hetroergaatom.nl. Deze maand vragen we een reactie aan twee werkgroepleden van verzekeraarszijde: Peter Jansen, beleidsadviseur ZN en Sanne van Rooij, beleidsadviseur ONVZ.

Jansen en Van Rooij vinden de neveneffecten minstens zo belangrijk als de concrete resultaten. ‘Door los van de waan van de dag en in alle openheid van gedachten te wisselen’, zegt Jansen, ‘hebben we elkaar beter leren kennen.’ Van Rooij beaamt dat volledig: ‘We begonnen met een opdracht van buiten, maar uiteindelijk hebben we een gezamenlijke opdracht aan onszelf geformuleerd. Waar zitten de problemen écht?’ En met resultaat. Behalve op de afgeschafte formulieren wijst Van Rooij op het volgbeleid dat de zorgverzekeraars nu onderling regelen. ‘Dat is ook lastenverlichting voor de huisarts. Bovendien loopt het declaratieverkeer daardoor soepeler.’

Het werk is nog niet klaar. Naast de werkgroep die bezig is met de bureaucratie rond CIZ-indicaties, gaat er nu ook een werkgroep aan tafel met de his-leveranciers. Jansen: ‘Als aan het eind van het jaar de gegevens volgens de spelregels zijn vastgelegd in het his, zijn daar geen formulieren en standaard controles meer voor nodig.’ Natuurlijk wijzen beiden op het vervolgtraject dat ZN afgelopen januari startte om ook in de andere eerstelijnssectoren tot lastenvermindering te komen. De eerste resultaten worden al in april 2016 verwacht.

Overleggen kost vaak veel energie, zegt Jansen, maar uit het proces in de werkgroep B&AL kwam juist energie vóórt. De deelname van de NZa en VWS noemt hij een pluspunt. ‘Ook voor hen was het bewustwording om te merken dat de zaken die zij opstellen niet altijd werkbaar zijn, niet voor huisartsen en ook niet voor verzekeraars.’ Verder vond hij de deelname van individuele huisartsen ‘heel goed’ voor het proces, doordat zij direct vanuit de dagelijkse praktijk hun inbreng gaven. De druk op de ketel had ook een nadeel. Van Rooij: ‘We hebben we als werkgroep onvoldoende tijd gehad voor de effecten van de maatregelen voor andere branches. Daar komen nu veel vragen over. Dat moet de volgende keer beter.’

Van Rooij: ‘Ik realiseer me nu dat huisartsen ook veel administratieve lasten opgelegd krijgen vanuit anderen, bijvoorbeeld het gemeentelijk domein. Als verzekeraars zijn we gericht op het doorvertalen van regelgeving, zonder daar altijd voldoende bij stil te staan.’ Jansen zegt dat hij nu goed in beeld heeft hoe anderen, zoals hulpmiddelenleveranciers en apothekers, afspraken met de zorgverzekeraar soms doorschuiven naar de huisarts. ‘Ook als dat dingen zijn waar deze zorgaanbieder zelf verantwoordelijk voor is.’ Van Rooij tot slot: ‘De zorgverzekeraar moet hoe dan ook toezien op de kostenontwikkeling en de uitvoering van zorg.’ Ze heeft het gevoel dat er ook voor die rol meer begrip is ontstaan.

De eerste honderd dagen, deel 2

25 februari 2016

anoeskaIn de tweede 30 dagen van Anoeska Mosterdijk, de nieuwe directeur van InEen, komt onmiskenbaar hét onderwerp van de komende periode bovendrijven: de toekomst van de eerstelijns organisaties. Mosterdijk: ‘Ik merk in al mijn gesprekken dat dit thema iedereen bezig houdt.’

Mosterdijk benut haar eerste 100 dagen om veel mensen te spreken. Op haar kennismakingsronde bezocht ze onder andere de CIHN in Nijmegen, Huisartsenpost HOV in Den Bosch, de Stichting Haagse Gezondheidscentra, HKN Huisartsen in de Kop van Noord-Holland en de ROS Raedelijn in Utrecht. ‘Telkens weer erg leerzaam’, zegt ze daarover. ‘Ik hoor goed wat er speelt in het veld, en ook wat mensen wel en niet van InEen verwachten’. Verder maakte ze haar eerste deelledenvergaderingen mee. Onder de indruk was ze van de grote opkomst voor de gezamenlijke bijeenkomst van zorggroepen en gezondheidscentra. Ook de veel kleinere bijeenkomst van de EDC-leden was voor haar een waardevolle kennismaking. Mosterdijk: ‘Het is mooi om te zien hoe daar kennis wordt uitgewisseld, bijvoorbeeld over de ervaringen met het contracteringsproces 2016. Ook fijn om te constateren dat een onderwerp als eerstelijns diagnostiek op de huisartsenpost daar op de agenda staat, een mooi voorbeeld van samenhang tussen onze verschillende ledengroepen.’

Aansluitend aan de DLV zorggroepen en gezondheidscentra werd actief en uitgebreid gediscussieerd over de toekomst en de positionering van de ketenzorgorganisaties. Mosterdijk: ‘Een veelbelovende aftrap voor het visietraject dat we met elkaar willen doorlopen. De vijf kernthema’s* die we hadden gekozen werkten goed om de discussie op gang te brengen.’ Wat haar betreft vormen de toekomst en positionering van eerstelijns organisaties het grote onderwerp van de komende periode. ‘Vanochtend hadden we een gesprek met verzekeraar CZ en dan gaat het daar ook meteen over. Ik merk in al mijn gesprekken dat dit iedereen bezig houdt. Het gaat dan uiteindelijk ook over wat precies de rol van InEen wordt om die organisaties te ondersteunen.’ Met vragen als Wat is precies de opdracht van een zorggroep of een gezondheidscentrum? Hoe verhouden de verschillende organisaties zich tot elkaar? Wat is een ideale structuur? Hoe houden we huisartsen aan de organisaties gebonden? is Mosterdijk zich er terdege van bewust dat ze voor een uitdaging staat. ‘Er zijn ideeën en belangen, ook de opvattingen in onze achterban zijn verschillend.

Mosterdijk besluit haar tweede maand met een heisessie van VELO, de vereniging waarin koepels van zorgaanbieders samenwerken: huisartsen, apothekers, tandartsen, verloskundigen, fysiotherapeuten, psychologen, verpleegkundigen, Actiz en sinds kort ook InEen. Met name het multidisciplinaire karakter spreekt Mosterdijk aan. In 2012 vormde het zgn. Pact van Garderen tussen de eerstelijnszorgaanbieders een eerste stap op weg naar een gedeelde visie op multidisciplinaire zorg. ‘Op de heisessie gaan we kijken of we echt iets kunnen neerzetten waaraan iedereen zich committeert.’

Het slotdeel van ‘De eerste honderd dagen’ volgt in maart.


* 1. Omslag van aandoeningsgerichte naar persoonsgerichte zorg, 2. De (gebleken) effectiviteit van de ketenzorg, 3. Mogelijkheden voor verdere doorontwikkeling en verbreding, 4. Houdbaarheid van de bekostiging, 5. Aanpreekbaarheid en governance van ketenzorgorganisaties.

[...]

anoeskaIn de tweede 30 dagen van Anoeska Mosterdijk, de nieuwe directeur van InEen, komt onmiskenbaar hét onderwerp van de komende periode bovendrijven: de toekomst van de eerstelijns organisaties. Mosterdijk: ‘Ik merk in al mijn gesprekken dat dit thema iedereen bezig houdt.’

Mosterdijk benut haar eerste 100 dagen om veel mensen te spreken. Op haar kennismakingsronde bezocht ze onder andere de CIHN in Nijmegen, Huisartsenpost HOV in Den Bosch, de Stichting Haagse Gezondheidscentra, HKN Huisartsen in de Kop van Noord-Holland en de ROS Raedelijn in Utrecht. ‘Telkens weer erg leerzaam’, zegt ze daarover. ‘Ik hoor goed wat er speelt in het veld, en ook wat mensen wel en niet van InEen verwachten’. Verder maakte ze haar eerste deelledenvergaderingen mee. Onder de indruk was ze van de grote opkomst voor de gezamenlijke bijeenkomst van zorggroepen en gezondheidscentra. Ook de veel kleinere bijeenkomst van de EDC-leden was voor haar een waardevolle kennismaking. Mosterdijk: ‘Het is mooi om te zien hoe daar kennis wordt uitgewisseld, bijvoorbeeld over de ervaringen met het contracteringsproces 2016. Ook fijn om te constateren dat een onderwerp als eerstelijns diagnostiek op de huisartsenpost daar op de agenda staat, een mooi voorbeeld van samenhang tussen onze verschillende ledengroepen.’

Aansluitend aan de DLV zorggroepen en gezondheidscentra werd actief en uitgebreid gediscussieerd over de toekomst en de positionering van de ketenzorgorganisaties. Mosterdijk: ‘Een veelbelovende aftrap voor het visietraject dat we met elkaar willen doorlopen. De vijf kernthema’s* die we hadden gekozen werkten goed om de discussie op gang te brengen.’ Wat haar betreft vormen de toekomst en positionering van eerstelijns organisaties het grote onderwerp van de komende periode. ‘Vanochtend hadden we een gesprek met verzekeraar CZ en dan gaat het daar ook meteen over. Ik merk in al mijn gesprekken dat dit iedereen bezig houdt. Het gaat dan uiteindelijk ook over wat precies de rol van InEen wordt om die organisaties te ondersteunen.’ Met vragen als Wat is precies de opdracht van een zorggroep of een gezondheidscentrum? Hoe verhouden de verschillende organisaties zich tot elkaar? Wat is een ideale structuur? Hoe houden we huisartsen aan de organisaties gebonden? is Mosterdijk zich er terdege van bewust dat ze voor een uitdaging staat. ‘Er zijn ideeën en belangen, ook de opvattingen in onze achterban zijn verschillend.

Mosterdijk besluit haar tweede maand met een heisessie van VELO, de vereniging waarin koepels van zorgaanbieders samenwerken: huisartsen, apothekers, tandartsen, verloskundigen, fysiotherapeuten, psychologen, verpleegkundigen, Actiz en sinds kort ook InEen. Met name het multidisciplinaire karakter spreekt Mosterdijk aan. In 2012 vormde het zgn. Pact van Garderen tussen de eerstelijnszorgaanbieders een eerste stap op weg naar een gedeelde visie op multidisciplinaire zorg. ‘Op de heisessie gaan we kijken of we echt iets kunnen neerzetten waaraan iedereen zich committeert.’

Het slotdeel van ‘De eerste honderd dagen’ volgt in maart.


* 1. Omslag van aandoeningsgerichte naar persoonsgerichte zorg, 2. De (gebleken) effectiviteit van de ketenzorg, 3. Mogelijkheden voor verdere doorontwikkeling en verbreding, 4. Houdbaarheid van de bekostiging, 5. Aanpreekbaarheid en governance van ketenzorgorganisaties.

Handig en snel: de digitale netwerken InEen

17 februari 2016

Meer contact met onze leden is voor ons een belangrijke doelstelling in het werkplan 2016. Dat betekent dat we jullie nog intensiever willen betrekken bij wat we als InEen ondernemen en aanbieden. Ook willen we het onderlinge contact tussen leden versterken. Kennisuitwisseling is belangrijk. Tijd die niet hoeft te worden besteed aan zelf het wiel uitvinden, kan worden besteed aan de patiënt of aan innovatie. Een behulpzaam instrument daarbij is ons digitale ledenplatform. Digitaal contact voelt misschien niet zo persoonlijk, maar is wel handig en snel. Veel van jullie hebben de weg naar het platform al ontdekt, maar er worden nog regelmatig vragen gesteld waarop weinig respons komt. Dat is jammer!  Ga dus eens kijken (inloggegevens aanvragen hoef maar één keer).

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 12 februari 2016.

[...]

Meer contact met onze leden is voor ons een belangrijke doelstelling in het werkplan 2016. Dat betekent dat we jullie nog intensiever willen betrekken bij wat we als InEen ondernemen en aanbieden. Ook willen we het onderlinge contact tussen leden versterken. Kennisuitwisseling is belangrijk. Tijd die niet hoeft te worden besteed aan zelf het wiel uitvinden, kan worden besteed aan de patiënt of aan innovatie. Een behulpzaam instrument daarbij is ons digitale ledenplatform. Digitaal contact voelt misschien niet zo persoonlijk, maar is wel handig en snel. Veel van jullie hebben de weg naar het platform al ontdekt, maar er worden nog regelmatig vragen gesteld waarop weinig respons komt. Dat is jammer!  Ga dus eens kijken (inloggegevens aanvragen hoef maar één keer).

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 12 februari 2016.

InEen-symposium Samen in Acute Zorg

02 februari 2016

Vorige week is de inschrijving voor het slotsymposium van het project ‘Verbetering samenhang en samenwerking in de keten van acute zorg’ gestart. De aanmeldingen komen gestaag binnen. Graag attenderen we jullie erop dat er voor dit InEen-symposium accreditatie voor huisartsen is aangevraagd. Verder is er een spreker toegevoegd aan het programma, te weten Piet Huizinga, directeur-bestuurder Ambulance Oost, hij gaat het in deelsessie 2 (HAP-RAV) hebben over het thema Eerste Hulp Geen Vervoer. Het symposium vindt plaats op 14 maart in Theater De Kom in Nieuwegein (9.30-15.15 uur) en het programma sluit aan op het officiële afscheid van Hansmaarten Bolle.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 29 januari 2016.

[...]

Vorige week is de inschrijving voor het slotsymposium van het project ‘Verbetering samenhang en samenwerking in de keten van acute zorg’ gestart. De aanmeldingen komen gestaag binnen. Graag attenderen we jullie erop dat er voor dit InEen-symposium accreditatie voor huisartsen is aangevraagd. Verder is er een spreker toegevoegd aan het programma, te weten Piet Huizinga, directeur-bestuurder Ambulance Oost, hij gaat het in deelsessie 2 (HAP-RAV) hebben over het thema Eerste Hulp Geen Vervoer. Het symposium vindt plaats op 14 maart in Theater De Kom in Nieuwegein (9.30-15.15 uur) en het programma sluit aan op het officiële afscheid van Hansmaarten Bolle.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 29 januari 2016.

De eerste honderd dagen, deel 1

28 januari 2016

anoeskaZe begon op 1 januari. De komende jaren is directeur Anoeska Mosterdijk het gezicht van InEen. Wie is zij? Wat zijn haar plannen? Tot en met 30 maart doen we verslag van haar eerste 100 dagen. We beginnen met  januari

In haar allereerste weekbericht riep Mosterdijk de leden van InEen op haar uit te nodigen voor een nadere kennismaking. ‘Dat heeft veel reacties gegeven, echt heel erg leuk’, vertelt ze. Als eerste was de huisartsenorganisatie Noord-Kennemerland (HONK) aan de beurt. ‘Ik vond het vooral indrukwekkend om te horen met hoeveel verschillende onderwerpen HONK bezig is. Ketenzorg, acute zorg, GGZ, ouderenzorg, jeugdzorg, het sociale domein… Ze gaven daarbij wel aan dat het bord van de huisarts echt vol begint te raken. Verder kreeg ik een dringende oproep om werk te gaan maken van nieuw onderzoek naar de effecten van ketenzorg.’ Meer afspraken worden ingepland.

Heel belangrijk was natuurlijk de nadere kennismaking met het bureau van InEen: ‘Een enthousiaste club mensen, die zeer betrokken zijn bij de inhoud van hun werk en die heel graag van waarde willen zijn voor de leden en zich daarvoor inspannen. We werden helaas opgeschrikt door het plotseling uitvallen van een van de programmamanagers. Dat heeft op het kleine bureau een grote impact, zowel emotioneel, als qua werkdruk. Maar je ziet dat men onmiddellijk naar oplossingen zoekt om te voorkomen dat er gaten vallen.’

Ook maakte ze kennis met de belangrijke actuele dossiers. ‘Voor ik iets kan zeggen over de koers die we als InEen zouden moeten varen wil ik me eerst de inhoudelijke dossiers en discussies eigen maken. Het was dus ook leerzaam de jaarlijkse eerstelijns conferentie op Terschelling voor te bereiden.’ Onder het motto ‘Je krijgt méér als je het organiseert’ breekt InEen-voorzitter Martin Bontje daar op 28 januari opnieuw een lans voor een goede organisatie van de eerste lijn. ‘Naast de vele transities waar de zorg deze dagen mee te maken heeft,  is de belangrijkste transitie die van de eerste lijn. We staan echt voor een enorme opgave die we alleen met goed organiseren en vooral goed samenwerken voor elkaar kunnen krijgen’, bevestigt Mosterdijk.

Belangrijk vindt ze verder het lidmaatschap van VELO – de Verenigde Eerste Lijns Organisaties van zorgaanbieders – dat sinds 21 januari een feit is. ‘Het lidmaatschap laat vooral onze verbondenheid met de eerste lijn zien’, zegt Mosterdijk. Bovendien – niet onbelangrijk – levert VELO input voor de Agenda voor de Zorg, het wensenlijstje van de zorg voor het nieuwe regeerakkoord dat volgend jaar zal moeten worden gesloten.

En welke dossiers liggen op dit moment bovenop? Mosterdijk: ‘Deze eerste maand is mijn aandacht vooral uitgegaan naar het onderzoek naar de organisatie & infrastructuur voor de eerste lijn, het toetsingsinstrument voor de zorggroepen, het kwaliteitsstatuut voor de GGZ en de overleggen en ontwikkelingen in het kader van Het Roer Moet Om. Wat dat laatste betreft: ik vraag me af of iedereen beseft hoe groot de inzet van het bureau is voor dit dossier!’ Tussen de bedrijven door zat ze nog aan bij een Zorgdiner met Tweede Kamerleden en overlegde ze met de NVZ, de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen. ‘Daar staan belangrijk onderwerpen als de verplaatsing van zorg op de agenda.

‘De eerste honderd dagen, deel 2’ volgt in februari.

[...]

anoeskaZe begon op 1 januari. De komende jaren is directeur Anoeska Mosterdijk het gezicht van InEen. Wie is zij? Wat zijn haar plannen? Tot en met 30 maart doen we verslag van haar eerste 100 dagen. We beginnen met  januari

In haar allereerste weekbericht riep Mosterdijk de leden van InEen op haar uit te nodigen voor een nadere kennismaking. ‘Dat heeft veel reacties gegeven, echt heel erg leuk’, vertelt ze. Als eerste was de huisartsenorganisatie Noord-Kennemerland (HONK) aan de beurt. ‘Ik vond het vooral indrukwekkend om te horen met hoeveel verschillende onderwerpen HONK bezig is. Ketenzorg, acute zorg, GGZ, ouderenzorg, jeugdzorg, het sociale domein… Ze gaven daarbij wel aan dat het bord van de huisarts echt vol begint te raken. Verder kreeg ik een dringende oproep om werk te gaan maken van nieuw onderzoek naar de effecten van ketenzorg.’ Meer afspraken worden ingepland.

Heel belangrijk was natuurlijk de nadere kennismaking met het bureau van InEen: ‘Een enthousiaste club mensen, die zeer betrokken zijn bij de inhoud van hun werk en die heel graag van waarde willen zijn voor de leden en zich daarvoor inspannen. We werden helaas opgeschrikt door het plotseling uitvallen van een van de programmamanagers. Dat heeft op het kleine bureau een grote impact, zowel emotioneel, als qua werkdruk. Maar je ziet dat men onmiddellijk naar oplossingen zoekt om te voorkomen dat er gaten vallen.’

Ook maakte ze kennis met de belangrijke actuele dossiers. ‘Voor ik iets kan zeggen over de koers die we als InEen zouden moeten varen wil ik me eerst de inhoudelijke dossiers en discussies eigen maken. Het was dus ook leerzaam de jaarlijkse eerstelijns conferentie op Terschelling voor te bereiden.’ Onder het motto ‘Je krijgt méér als je het organiseert’ breekt InEen-voorzitter Martin Bontje daar op 28 januari opnieuw een lans voor een goede organisatie van de eerste lijn. ‘Naast de vele transities waar de zorg deze dagen mee te maken heeft,  is de belangrijkste transitie die van de eerste lijn. We staan echt voor een enorme opgave die we alleen met goed organiseren en vooral goed samenwerken voor elkaar kunnen krijgen’, bevestigt Mosterdijk.

Belangrijk vindt ze verder het lidmaatschap van VELO – de Verenigde Eerste Lijns Organisaties van zorgaanbieders – dat sinds 21 januari een feit is. ‘Het lidmaatschap laat vooral onze verbondenheid met de eerste lijn zien’, zegt Mosterdijk. Bovendien – niet onbelangrijk – levert VELO input voor de Agenda voor de Zorg, het wensenlijstje van de zorg voor het nieuwe regeerakkoord dat volgend jaar zal moeten worden gesloten.

En welke dossiers liggen op dit moment bovenop? Mosterdijk: ‘Deze eerste maand is mijn aandacht vooral uitgegaan naar het onderzoek naar de organisatie & infrastructuur voor de eerste lijn, het toetsingsinstrument voor de zorggroepen, het kwaliteitsstatuut voor de GGZ en de overleggen en ontwikkelingen in het kader van Het Roer Moet Om. Wat dat laatste betreft: ik vraag me af of iedereen beseft hoe groot de inzet van het bureau is voor dit dossier!’ Tussen de bedrijven door zat ze nog aan bij een Zorgdiner met Tweede Kamerleden en overlegde ze met de NVZ, de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen. ‘Daar staan belangrijk onderwerpen als de verplaatsing van zorg op de agenda.

‘De eerste honderd dagen, deel 2’ volgt in februari.

Zinvol: Handreiking Gezamenlijke Besluitvorming

28 januari 2016

zinvolPersoonsgerichte zorg vraagt van zowel patiënt als huisarts een andere houding. Sámen worden ze geacht te zoeken naar wat gezien alle persoonlijke omstandigheden de beste aanpak is bij een zorgvraag. Voor dit proces van gezamenlijke besluitvorming is nu op basis van bestaande kennis en expertise een handreiking ontwikkeld die vorig jaar is getest, onder meer in de praktijk van huisarts Toine Schuivens in Venlo.

De handreiking Gezamenlijke Besluitvorming is een methode om het persoonlijke doel van de patiënt te benoemen en af te spreken hoe dat doel bereikt kan worden. Schuivens vond het een uitdaging om te onderzoeken of hij de consultvoering bij chronische problematiek zou kunnen verbeteren en deed mee met de pilot.  Hij stelde vast dat de methode inderdaad iets te bieden heeft en maakt er tot op de dag van vandaag gebruik van.

De methode helpt om het gesprek te verbreden en stimuleert de patiënt zelf over zijn of haar situatie na te denken. Ook de huisarts wordt uitgedaagd buiten de gebaande paden te treden en de mogelijk achterliggende (zorg)vraag in beeld te brengen. Schuivens geeft als voorbeeld een patiënte met voortdurende pijnklachten. ‘Nadat ze zich thuis had voorbereid op het consult  bleek dat het woord ‘pijn’ in haar hele beschrijving niet voorkwam. We waren allebei verrast. De problemen rond de werksituatie bleken veel dieper door te werken dan ik had gedacht. We hebben toen gekeken naar de mogelijkheden op het werk en ze is met de werkgever gaan praten. Daarnáást hebben we ook gekeken wat er verder nog aan de pijn kan worden gedaan.’ Het voorbeeld maakt duidelijk dat de handreiking een goede manier is om voor beiden tot onverwachte invalshoeken te komen.

Ondanks de benodigde tijdsinvestering (‘Het kost je gewoon meer tijd dan het normale 10-minuten-consult’) vindt Schuivens het zinvol dat hij de handreiking heeft leren kennen. ‘Ik gebruik het nu gedoseerd. Het is een aanpak die goed werkt bij mensen met een chronische recidiverende problematiek. Dan is het de tijdsinvestering helemaal waard.’ Ook is er een belangrijk neveneffect: ‘Ik merk dat ik ook aan andere patiënten vaker vragen stel als: ‘goh, en hoe reageert je omgeving daar nu op?’ of ‘wat zou je zelf nou graag bereiken?’ Die vraag komt tegenwoordig beslist vaker aan de orde in het spreekuur.’

De handreiking is ontwikkeld in een gezamenlijk project van InEen, het NHG en Universiteit Maastricht/Zuyd Hogeschool Heerlen en Zorginstituut Nederland.

[...]

zinvolPersoonsgerichte zorg vraagt van zowel patiënt als huisarts een andere houding. Sámen worden ze geacht te zoeken naar wat gezien alle persoonlijke omstandigheden de beste aanpak is bij een zorgvraag. Voor dit proces van gezamenlijke besluitvorming is nu op basis van bestaande kennis en expertise een handreiking ontwikkeld die vorig jaar is getest, onder meer in de praktijk van huisarts Toine Schuivens in Venlo.

De handreiking Gezamenlijke Besluitvorming is een methode om het persoonlijke doel van de patiënt te benoemen en af te spreken hoe dat doel bereikt kan worden. Schuivens vond het een uitdaging om te onderzoeken of hij de consultvoering bij chronische problematiek zou kunnen verbeteren en deed mee met de pilot.  Hij stelde vast dat de methode inderdaad iets te bieden heeft en maakt er tot op de dag van vandaag gebruik van.

De methode helpt om het gesprek te verbreden en stimuleert de patiënt zelf over zijn of haar situatie na te denken. Ook de huisarts wordt uitgedaagd buiten de gebaande paden te treden en de mogelijk achterliggende (zorg)vraag in beeld te brengen. Schuivens geeft als voorbeeld een patiënte met voortdurende pijnklachten. ‘Nadat ze zich thuis had voorbereid op het consult  bleek dat het woord ‘pijn’ in haar hele beschrijving niet voorkwam. We waren allebei verrast. De problemen rond de werksituatie bleken veel dieper door te werken dan ik had gedacht. We hebben toen gekeken naar de mogelijkheden op het werk en ze is met de werkgever gaan praten. Daarnáást hebben we ook gekeken wat er verder nog aan de pijn kan worden gedaan.’ Het voorbeeld maakt duidelijk dat de handreiking een goede manier is om voor beiden tot onverwachte invalshoeken te komen.

Ondanks de benodigde tijdsinvestering (‘Het kost je gewoon meer tijd dan het normale 10-minuten-consult’) vindt Schuivens het zinvol dat hij de handreiking heeft leren kennen. ‘Ik gebruik het nu gedoseerd. Het is een aanpak die goed werkt bij mensen met een chronische recidiverende problematiek. Dan is het de tijdsinvestering helemaal waard.’ Ook is er een belangrijk neveneffect: ‘Ik merk dat ik ook aan andere patiënten vaker vragen stel als: ‘goh, en hoe reageert je omgeving daar nu op?’ of ‘wat zou je zelf nou graag bereiken?’ Die vraag komt tegenwoordig beslist vaker aan de orde in het spreekuur.’

De handreiking is ontwikkeld in een gezamenlijk project van InEen, het NHG en Universiteit Maastricht/Zuyd Hogeschool Heerlen en Zorginstituut Nederland.

Administratieve lastenverlichting huisartsen: ‘Verzekeraars weten nu goed waar onze ergernissen liggen.’

28 januari 2016

hetroergaatomPer 1 januari werd een administratieve lastenverlichting doorgevoerd voor huisartsen: het eerste concrete uitvloeisel van de huisartsenactiegroep Het Roer Moet Om. Onder voorzitterschap van InEen maakten in de werkgroep Bureaucratie & Administratieve lasten huisartsen, zorgverzekeraars (Zorgverzekeraars Nederland) en overheid (VWS) afspraken voor minder formulieren. Twee huisartsen uit de werkgroep – Karel Rosmalen, tevens hoofd afdeling Beleid & ontwikkeling LHV, en Dick Groot, tevens bestuurslid van VPHuisartsen – geven een reactie.

Rosmalen en Groot vinden dat er veel is bereikt. Rosmalen: ‘Het vervallen van veel formulieren en machtigingen scheelt tijd en ergernis, vooral in de dagelijkse praktijkvoering. Het recept is nu voldoende. Het scheelt ook tijd voor patiënten die niet meer met formulieren op en neer hoeven van de apotheek naar ons.’ Voor Groot telt ook het herstel van vertrouwen tussen de verschillende partijen. ‘Dat is misschien wel het belangrijkste resultaat.’ Het hernieuwde vertrouwen gaat, verwacht hij, doorwerken bij de implementatie van de afspraken. ‘Er zal zeker sprake zijn constructieve frictie, maar ik heb er vertrouwen in dat we onze afspraken gaan realiseren.’

Beiden zijn ook tevreden over het proces. Groot: ‘Ja, erg tevreden. De discussie in de werkgroep is altijd open en eerlijk geweest. Ook de samenwerking tussen LHV, VPH en InEen was zeer succesvol.’ Rosmalen: ‘We hadden vanaf het begin een goede sfeer. Dat is een belangrijke succesfactor. Er is met humor en respect samengewerkt en de inzet van alle partijen was groot, zeker ook van de zorgverzekeraars. Dat stemt optimistisch voor de volgende stappen. We hebben rond de CIZ-machtigingen nog het nodige te doen. En we gaan kijken of we ook met de machtigingen voor de gemeente een slag kunnen maken.’

Is er ook meer begrip ontstaan voor de zorgverzekeraars? Groot: ‘Ja, al zijn hun drijfveren me nog niet helemaal duidelijk. Enerzijds wordt aangegeven dat zij graag van formulieren af willen, maar men vindt het ook moeilijk om andere partijen daarvoor aan te spreken. Ik bespeur soms een verschuilen achter wettelijke regels, niet altijd terecht. Vooral ligt er nog een probleem bij de toeleveranciers van verband- en wondmiddelen en dieetpreparaten. Dat gaat vooral over controle op geleverde middelen. Het vertrouwen mag daar nog wel groeien. In elk geval moet het niet de huisarts zijn die de controles op geleverde diensten uitvoert namens de verzekeraars.’

Rosmalen: ‘Het is belangrijk dat alle partijen van elkaar gehoord hebben waar ze tegenaan lopen. Verzekeraars weten nu waar onze ergernissen liggen. En wij hebben inzicht in hun verplichtingen. Ik begrijp meer, maar dat betekent niet dat ik nu overal in meega. We moeten kritisch blijven op administratieve processen. Die hebben namelijk voor iedereen effect en sommige dingen zijn nutteloos. Als iemand een beenprothese heeft en je moest elke keer opnieuw een machtiging afgeven… ja, dat is vreemd.’

Behalve de werkgroep Bureaucratie & Administratieve lasten, zijn ook de werkgroep Kwaliteit en de werkgroep Samenwerking & Gelijkwaardigheid aan het werk. In de loop van 2016 volgen meer resultaten die bekend worden gemaakt op de website hetroergaatom.nl.

[...]

hetroergaatomPer 1 januari werd een administratieve lastenverlichting doorgevoerd voor huisartsen: het eerste concrete uitvloeisel van de huisartsenactiegroep Het Roer Moet Om. Onder voorzitterschap van InEen maakten in de werkgroep Bureaucratie & Administratieve lasten huisartsen, zorgverzekeraars (Zorgverzekeraars Nederland) en overheid (VWS) afspraken voor minder formulieren. Twee huisartsen uit de werkgroep – Karel Rosmalen, tevens hoofd afdeling Beleid & ontwikkeling LHV, en Dick Groot, tevens bestuurslid van VPHuisartsen – geven een reactie.

Rosmalen en Groot vinden dat er veel is bereikt. Rosmalen: ‘Het vervallen van veel formulieren en machtigingen scheelt tijd en ergernis, vooral in de dagelijkse praktijkvoering. Het recept is nu voldoende. Het scheelt ook tijd voor patiënten die niet meer met formulieren op en neer hoeven van de apotheek naar ons.’ Voor Groot telt ook het herstel van vertrouwen tussen de verschillende partijen. ‘Dat is misschien wel het belangrijkste resultaat.’ Het hernieuwde vertrouwen gaat, verwacht hij, doorwerken bij de implementatie van de afspraken. ‘Er zal zeker sprake zijn constructieve frictie, maar ik heb er vertrouwen in dat we onze afspraken gaan realiseren.’

Beiden zijn ook tevreden over het proces. Groot: ‘Ja, erg tevreden. De discussie in de werkgroep is altijd open en eerlijk geweest. Ook de samenwerking tussen LHV, VPH en InEen was zeer succesvol.’ Rosmalen: ‘We hadden vanaf het begin een goede sfeer. Dat is een belangrijke succesfactor. Er is met humor en respect samengewerkt en de inzet van alle partijen was groot, zeker ook van de zorgverzekeraars. Dat stemt optimistisch voor de volgende stappen. We hebben rond de CIZ-machtigingen nog het nodige te doen. En we gaan kijken of we ook met de machtigingen voor de gemeente een slag kunnen maken.’

Is er ook meer begrip ontstaan voor de zorgverzekeraars? Groot: ‘Ja, al zijn hun drijfveren me nog niet helemaal duidelijk. Enerzijds wordt aangegeven dat zij graag van formulieren af willen, maar men vindt het ook moeilijk om andere partijen daarvoor aan te spreken. Ik bespeur soms een verschuilen achter wettelijke regels, niet altijd terecht. Vooral ligt er nog een probleem bij de toeleveranciers van verband- en wondmiddelen en dieetpreparaten. Dat gaat vooral over controle op geleverde middelen. Het vertrouwen mag daar nog wel groeien. In elk geval moet het niet de huisarts zijn die de controles op geleverde diensten uitvoert namens de verzekeraars.’

Rosmalen: ‘Het is belangrijk dat alle partijen van elkaar gehoord hebben waar ze tegenaan lopen. Verzekeraars weten nu waar onze ergernissen liggen. En wij hebben inzicht in hun verplichtingen. Ik begrijp meer, maar dat betekent niet dat ik nu overal in meega. We moeten kritisch blijven op administratieve processen. Die hebben namelijk voor iedereen effect en sommige dingen zijn nutteloos. Als iemand een beenprothese heeft en je moest elke keer opnieuw een machtiging afgeven… ja, dat is vreemd.’

Behalve de werkgroep Bureaucratie & Administratieve lasten, zijn ook de werkgroep Kwaliteit en de werkgroep Samenwerking & Gelijkwaardigheid aan het werk. In de loop van 2016 volgen meer resultaten die bekend worden gemaakt op de website hetroergaatom.nl.

Artsenorganisaties: verkapte meldplicht kindermishandeling onaanvaardbaar

14 januari 2016

Artsenorganisaties zijn verbijsterd dat staatssecretaris Van Rijn een registratieplicht wil invoeren bij de aanpak van kindermishandeling en niets doet met de kritiek van artsenorganisaties. Deze verkapte meldplicht zal een averechts effect hebben, omdat het kind geheel uit beeld kan raken. Dat is niet in het belang van het kind. De voorgestelde wetswijziging kan daarom niet rekenen op steun van de artsen die dagelijks in de praktijk met deze kinderen en gezinnen te maken hebben. Lees het hele artikel op de site van onze partner de LHV.

[...]

Artsenorganisaties zijn verbijsterd dat staatssecretaris Van Rijn een registratieplicht wil invoeren bij de aanpak van kindermishandeling en niets doet met de kritiek van artsenorganisaties. Deze verkapte meldplicht zal een averechts effect hebben, omdat het kind geheel uit beeld kan raken. Dat is niet in het belang van het kind. De voorgestelde wetswijziging kan daarom niet rekenen op steun van de artsen die dagelijks in de praktijk met deze kinderen en gezinnen te maken hebben. Lees het hele artikel op de site van onze partner de LHV.

Het Roer Gaat Om per 1 januari 2016

22 december 2015

Een gezamenlijke website gaat huisartsen en andere partijen in de zorg op de hoogte houden van concrete maatregelen om de bureaucratie in de huisartsenzorg te verminderen. Per 1 januari 2016 staat de nieuwe website www.hetroergaatom.nl volledig online. De eerste afspraken om de administratieve overbelasting van huisartsen terug te dringen worden per die datum van kracht. Lees verder

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 17 december 2015

[...]

Een gezamenlijke website gaat huisartsen en andere partijen in de zorg op de hoogte houden van concrete maatregelen om de bureaucratie in de huisartsenzorg te verminderen. Per 1 januari 2016 staat de nieuwe website www.hetroergaatom.nl volledig online. De eerste afspraken om de administratieve overbelasting van huisartsen terug te dringen worden per die datum van kracht. Lees verder

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 17 december 2015

Anoeska Mosterdijk (InEen): ‘Ik wil de komende tijd gaan kijken waar we als InEen staan’

17 december 2015

anoeska-mosterdijkAls plaatsvervangend directeur Curatieve zorg en afdelingshoofd eerstelijns- en ketenzorg bij VWS was zij nauw betrokken bij de totstandkomng en uitwerking van de hoofdlijnakkoorden in de eerste lijn en de ziekenhuissector. Per 1 januari 2016 zit ze als de nieuwe directeur van InEen aan de andere kant van de tafel: Anoeska Mosterdijk.

Mosterdijk: ‘Het gedachtengoed van InEen heb ik bij VWS ook altijd nagestreefd, denk aan versterking van de eerste lijn en multidisciplinair en geïntegreerd werken. Bovendien heb ik InEen leren kennen als een vereniging met leden die graag vooruit willen en willen innoveren. Dat spreekt me aan.’ Twee jaar geleden maakte zij het ontstaan van InEen mee, een belangwekkend feit. ‘De eerste lijn staat voor enorme uitdagingen. Iedereen is het er wel over eens dat de individuele zorgverlener hierbij een vorm van ondersteuning en organisatie nodig heeft. InEen heeft daar een gezicht aan gegeven.’

Ze vindt dat ze op een mooi moment aantreedt, twee jaar na de fusie. ‘Ik wil de komende tijd gaan kijken waar we als InEen nu staan. De organisatie staat, maar hoe kijken andere partijen naar InEen, hoe verhouden we ons tot andere partijen? Wat InEen bijvoorbeeld onderscheidt van een huisartsenorganisatie is dat we toe willen naar multidisciplinaire zorg. Ervaren andere partijen dat ook zo? Zijn we ook echt al van de multidisciplinaire zorg?’

De afgelopen maanden keek Mosterdijk al mee bij het opstellen van het InEen-werkplan voor 2016, dat eind november door de algemene ledenvergadering is vastgesteld. Als belangrijke speerpunten noemt ze onder andere de ontwikkeling van de nu nog overwegend protocollaire ketenzorg naar persoonsgerichte zorg, de vormgeving van ondersteuning en infrastructuur, innovatie en het informatiebeleid. Ook de lobby in het Haagse vindt ze belangrijk. ‘Hebben we toegang tot Kamerleden, zijn we bekend genoeg? Lukt het ons om iets op de politieke agenda te krijgen en zorgen we dat de juiste vragen worden gesteld? Mijn ervaring in Den Haag kan daarbij behulpzaam zijn.

Mosterdijk: ‘Ik ben iemand die graag wil verbinden. Ik vind het bijvoorbeeld een uitdaging om het beleid van InEen sámen met de leden vorm te geven. De afgelopen periode heb ik her en der al mensen gesproken en mijn indruk is dat het samen beleid maken nog verder versterkt kan worden. De structuur van InEen met de ledenvergaderingen en de beleidsadviescommissies is een prima basis. Maar ik zou willen kijken of we niet nog mensen missen die een mooie bijdrage kunnen leveren. Ik wil me actief inzetten om deze mensen erbij te halen.’ Mosterdijk start haar directeurschap met een kennismakingsronde en ze hoort het graag als leden van InEen haar willen ontvangen om te laten zien waar ze mee bezig zijn en welke rol InEen daarbij kan spelen.

[...]

anoeska-mosterdijkAls plaatsvervangend directeur Curatieve zorg en afdelingshoofd eerstelijns- en ketenzorg bij VWS was zij nauw betrokken bij de totstandkomng en uitwerking van de hoofdlijnakkoorden in de eerste lijn en de ziekenhuissector. Per 1 januari 2016 zit ze als de nieuwe directeur van InEen aan de andere kant van de tafel: Anoeska Mosterdijk.

Mosterdijk: ‘Het gedachtengoed van InEen heb ik bij VWS ook altijd nagestreefd, denk aan versterking van de eerste lijn en multidisciplinair en geïntegreerd werken. Bovendien heb ik InEen leren kennen als een vereniging met leden die graag vooruit willen en willen innoveren. Dat spreekt me aan.’ Twee jaar geleden maakte zij het ontstaan van InEen mee, een belangwekkend feit. ‘De eerste lijn staat voor enorme uitdagingen. Iedereen is het er wel over eens dat de individuele zorgverlener hierbij een vorm van ondersteuning en organisatie nodig heeft. InEen heeft daar een gezicht aan gegeven.’

Ze vindt dat ze op een mooi moment aantreedt, twee jaar na de fusie. ‘Ik wil de komende tijd gaan kijken waar we als InEen nu staan. De organisatie staat, maar hoe kijken andere partijen naar InEen, hoe verhouden we ons tot andere partijen? Wat InEen bijvoorbeeld onderscheidt van een huisartsenorganisatie is dat we toe willen naar multidisciplinaire zorg. Ervaren andere partijen dat ook zo? Zijn we ook echt al van de multidisciplinaire zorg?’

De afgelopen maanden keek Mosterdijk al mee bij het opstellen van het InEen-werkplan voor 2016, dat eind november door de algemene ledenvergadering is vastgesteld. Als belangrijke speerpunten noemt ze onder andere de ontwikkeling van de nu nog overwegend protocollaire ketenzorg naar persoonsgerichte zorg, de vormgeving van ondersteuning en infrastructuur, innovatie en het informatiebeleid. Ook de lobby in het Haagse vindt ze belangrijk. ‘Hebben we toegang tot Kamerleden, zijn we bekend genoeg? Lukt het ons om iets op de politieke agenda te krijgen en zorgen we dat de juiste vragen worden gesteld? Mijn ervaring in Den Haag kan daarbij behulpzaam zijn.

Mosterdijk: ‘Ik ben iemand die graag wil verbinden. Ik vind het bijvoorbeeld een uitdaging om het beleid van InEen sámen met de leden vorm te geven. De afgelopen periode heb ik her en der al mensen gesproken en mijn indruk is dat het samen beleid maken nog verder versterkt kan worden. De structuur van InEen met de ledenvergaderingen en de beleidsadviescommissies is een prima basis. Maar ik zou willen kijken of we niet nog mensen missen die een mooie bijdrage kunnen leveren. Ik wil me actief inzetten om deze mensen erbij te halen.’ Mosterdijk start haar directeurschap met een kennismakingsronde en ze hoort het graag als leden van InEen haar willen ontvangen om te laten zien waar ze mee bezig zijn en welke rol InEen daarbij kan spelen.

Update Het Roer Gaat Om: vermindering administratieve lasten

26 november 2015

Begin oktober is bekendgemaakt dat de bureaucratie en de administratieve lasten voor huisartsen voor een belangrijk deel worden teruggedrongen. Het gaat met name om de extra formulieren voor medicijnen, hulpmiddelen en verwijzingen. Op dit moment zijn vertegenwoordigers van huisartsen (InEen, LHV, VPH), overheid (NZa, VWS) en verzekeraars (ZN), druk bezig om deze afspraken om te zetten in concrete daden. Zodat huisartsen per 1 januari 2016 daadwerkelijk verlichting kunnen ervaren. We merken echter dat andere zorgverleners waaronder apothekers en leveranciers van verband- en hulpmiddelen, de tot-op-heden gebruikelijke informatie nu al niet meer ontvangen. Dat is niet de bedoeling. We vragen alle betrokkenen om tot 1 januari 2016 de gebruikelijke formulieren en informatie te blijven aanleveren, zodat collega zorgverleners niet in de problemen komen. Belangrijk is dat de aangekondigde veranderingen niet ter discussie staan. Echter niet alle aangekondigde maatregelen kunnen ook per 1 januari 2016 worden ingevoerd. Voor half december zullen we concreet aangeven welke maatregelen per 1 januari 2016 van kracht zijn en hoe de tijdslijn eruitziet voor de overige maatregelen.

Dit bericht  is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Begin oktober is bekendgemaakt dat de bureaucratie en de administratieve lasten voor huisartsen voor een belangrijk deel worden teruggedrongen. Het gaat met name om de extra formulieren voor medicijnen, hulpmiddelen en verwijzingen. Op dit moment zijn vertegenwoordigers van huisartsen (InEen, LHV, VPH), overheid (NZa, VWS) en verzekeraars (ZN), druk bezig om deze afspraken om te zetten in concrete daden. Zodat huisartsen per 1 januari 2016 daadwerkelijk verlichting kunnen ervaren. We merken echter dat andere zorgverleners waaronder apothekers en leveranciers van verband- en hulpmiddelen, de tot-op-heden gebruikelijke informatie nu al niet meer ontvangen. Dat is niet de bedoeling. We vragen alle betrokkenen om tot 1 januari 2016 de gebruikelijke formulieren en informatie te blijven aanleveren, zodat collega zorgverleners niet in de problemen komen. Belangrijk is dat de aangekondigde veranderingen niet ter discussie staan. Echter niet alle aangekondigde maatregelen kunnen ook per 1 januari 2016 worden ingevoerd. Voor half december zullen we concreet aangeven welke maatregelen per 1 januari 2016 van kracht zijn en hoe de tijdslijn eruitziet voor de overige maatregelen.

Dit bericht  is overgenomen uit het weekbericht.

Vertrekkend directeur Marnix de Romph: ‘Het is tijd om als InEen een scherper profiel te krijgen’

26 november 2015

marnixPer 1 januari 2016 maakt de huidige (fusie)directie van InEen ruimte voor een nieuwe directeur. Ter gelegenheid van zijn afscheid houdt Marnix de Romph opnieuw een vurig pleidooi voor multidisciplinaire samenwerking: ‘Het vergroot in alle opzichten de mogelijkheden.’

‘Goede zorg is multidisciplinaire zorg’, vindt De Romph. Maar, zegt hij er meteen bij: ‘Dat betekent niet automatisch dat deze zorg in één organisatorisch verband moet worden verleend. Een gezondheidscentrum of zorggroep heeft daarin een grote toegevoegde waarde, maar er zijn ook andere geschikte samenwerkingsvormen.’

De Romph gelooft in de kracht van samenwerking, of omgekeerd: ‘de beperking van de solist’. Goed samenwerken leidt tot de best passende zorg voor patiënten. ‘Het brengt afzonderlijke geïsoleerde deskundigheid bij elkaar. Maar het brengt ook verschillende karakters bij elkaar zodat er altijd wel een verbinding kan ontstaan met de patiënt, het wijkteam, de gemeente en ga zo maar verder. Samenwerken vergroot in alle opzichten de mogelijkheden.’ De Romph gaat voor het leggen van verbindingen, het doorbreken van vastgeroeste patronen en het scheppen van nieuw perspectief. ‘En ik vind het leuk dat in verenigingsverband te doen. Verenigingen hebben een heel eigen dynamiek.’

Gezamenlijke opvattingen
Toen begin 2013 de directeur van de LVG terugtrad, werd De Romph gevraagd om vanuit de LVG de voorbereiding van de fusie verder op zich te nemen. Als directeur van een aantal gezondheidscentra en ook van ONT, de organisatie van tandprothetici, was hij vertrouwd met zowel de eerste lijn als de dynamiek die een vereniging met zich meebrengt. Samen met Hansmaarten Bolle vormde hij de fusiedirectie van InEen. Nu, na twee jaar, stelt hij tevreden vast dat er een flinke slag is gemaakt in het loslaten van de bloedgroepen en het ontwikkelen van gezamenlijke opvattingen. ‘In mijn visie is dat de basis voor een succesvol InEen’, aldus De Romph. Belangrijker dan de afzonderlijke belangen vindt hij het stellen van gezamenlijke doelen. Hij hoopt dat de zorg steeds multidisciplinairder zal worden en dat op termijn behalve zorggroepen van huisartsen ook andere disciplines aan kunnen schuiven. ‘Dat is de uitdaging voor InEen: dat we een brede blik op de eerste lijn krijgen. Dat mag nóg vanzelfsprekender worden.’

Profiel
‘Het is van tweeën één’, zegt De Romph over de rol van InEen bij het stimuleren en faciliteren van multidisciplinaire samenwerking. ‘Je helpt de leden verder op de weg die ze zelf inslaan, maar je bent als vereniging ook sturend. Dan zeg je: volgens ons moet het die kant op. En ‘ons’ is dan de vereniging, de leden bij elkaar.’ InEen heeft de afgelopen twee jaar een organisatie neergezet die ‘staat’ en die zich ‘met de charme van de nieuwkomer’ een positie heeft verworven, aldus De Romph. ‘Nu is het tijd om als InEen een scherper profiel te krijgen. We mogen met ons eigen verhaal komen. Dus niet lui op de bagagedrager van bijvoorbeeld de LHV gaan zitten, maar iets toevoegen. We hoeven geen vakbond te zijn voor huisartsen of fysiotherapeuten want die zijn er al. InEen is voorvechter van multidisciplinaire samenwerking en georganiseerde eerstelijnszorg. We moeten niet bang zijn dat eigen geluid nadrukkelijk te laten horen. Ook al geeft het soms spanning met de verschillende beroepsgroepen omdat hun perspectief net iets anders is, maar dat is een gesprek meer dan waard.’

Mondzorg
Er is, zegt De Romph, geen grens aan multidisciplinaire samenwerking: het gaat iedereen aan die nodig is voor optimale zorg. Hij noemt het project voor kwetsbare ouderen. ‘Binnen de mondzorg gaan we tegelijkertijd een module mondzorg ontwikkelen die daarop aansluit. Ik vind dat we vanuit de eerste lijn – of dat nou de tandarts is, de huisarts of de wijkverpleegkundige – met elkaar moeten zorgen dat mensen ouder worden met een betere mondgezondheid. Dat is een verwaarloosd terrein. Het belang van de mond wordt – ook door de leden van InEen – ongelofelijk onderschat. Daar is dus een wereld te winnen.’

[...]

marnixPer 1 januari 2016 maakt de huidige (fusie)directie van InEen ruimte voor een nieuwe directeur. Ter gelegenheid van zijn afscheid houdt Marnix de Romph opnieuw een vurig pleidooi voor multidisciplinaire samenwerking: ‘Het vergroot in alle opzichten de mogelijkheden.’

‘Goede zorg is multidisciplinaire zorg’, vindt De Romph. Maar, zegt hij er meteen bij: ‘Dat betekent niet automatisch dat deze zorg in één organisatorisch verband moet worden verleend. Een gezondheidscentrum of zorggroep heeft daarin een grote toegevoegde waarde, maar er zijn ook andere geschikte samenwerkingsvormen.’

De Romph gelooft in de kracht van samenwerking, of omgekeerd: ‘de beperking van de solist’. Goed samenwerken leidt tot de best passende zorg voor patiënten. ‘Het brengt afzonderlijke geïsoleerde deskundigheid bij elkaar. Maar het brengt ook verschillende karakters bij elkaar zodat er altijd wel een verbinding kan ontstaan met de patiënt, het wijkteam, de gemeente en ga zo maar verder. Samenwerken vergroot in alle opzichten de mogelijkheden.’ De Romph gaat voor het leggen van verbindingen, het doorbreken van vastgeroeste patronen en het scheppen van nieuw perspectief. ‘En ik vind het leuk dat in verenigingsverband te doen. Verenigingen hebben een heel eigen dynamiek.’

Gezamenlijke opvattingen
Toen begin 2013 de directeur van de LVG terugtrad, werd De Romph gevraagd om vanuit de LVG de voorbereiding van de fusie verder op zich te nemen. Als directeur van een aantal gezondheidscentra en ook van ONT, de organisatie van tandprothetici, was hij vertrouwd met zowel de eerste lijn als de dynamiek die een vereniging met zich meebrengt. Samen met Hansmaarten Bolle vormde hij de fusiedirectie van InEen. Nu, na twee jaar, stelt hij tevreden vast dat er een flinke slag is gemaakt in het loslaten van de bloedgroepen en het ontwikkelen van gezamenlijke opvattingen. ‘In mijn visie is dat de basis voor een succesvol InEen’, aldus De Romph. Belangrijker dan de afzonderlijke belangen vindt hij het stellen van gezamenlijke doelen. Hij hoopt dat de zorg steeds multidisciplinairder zal worden en dat op termijn behalve zorggroepen van huisartsen ook andere disciplines aan kunnen schuiven. ‘Dat is de uitdaging voor InEen: dat we een brede blik op de eerste lijn krijgen. Dat mag nóg vanzelfsprekender worden.’

Profiel
‘Het is van tweeën één’, zegt De Romph over de rol van InEen bij het stimuleren en faciliteren van multidisciplinaire samenwerking. ‘Je helpt de leden verder op de weg die ze zelf inslaan, maar je bent als vereniging ook sturend. Dan zeg je: volgens ons moet het die kant op. En ‘ons’ is dan de vereniging, de leden bij elkaar.’ InEen heeft de afgelopen twee jaar een organisatie neergezet die ‘staat’ en die zich ‘met de charme van de nieuwkomer’ een positie heeft verworven, aldus De Romph. ‘Nu is het tijd om als InEen een scherper profiel te krijgen. We mogen met ons eigen verhaal komen. Dus niet lui op de bagagedrager van bijvoorbeeld de LHV gaan zitten, maar iets toevoegen. We hoeven geen vakbond te zijn voor huisartsen of fysiotherapeuten want die zijn er al. InEen is voorvechter van multidisciplinaire samenwerking en georganiseerde eerstelijnszorg. We moeten niet bang zijn dat eigen geluid nadrukkelijk te laten horen. Ook al geeft het soms spanning met de verschillende beroepsgroepen omdat hun perspectief net iets anders is, maar dat is een gesprek meer dan waard.’

Mondzorg
Er is, zegt De Romph, geen grens aan multidisciplinaire samenwerking: het gaat iedereen aan die nodig is voor optimale zorg. Hij noemt het project voor kwetsbare ouderen. ‘Binnen de mondzorg gaan we tegelijkertijd een module mondzorg ontwikkelen die daarop aansluit. Ik vind dat we vanuit de eerste lijn – of dat nou de tandarts is, de huisarts of de wijkverpleegkundige – met elkaar moeten zorgen dat mensen ouder worden met een betere mondgezondheid. Dat is een verwaarloosd terrein. Het belang van de mond wordt – ook door de leden van InEen – ongelofelijk onderschat. Daar is dus een wereld te winnen.’

Gezocht: leden beleidsadviescommissies

18 november 2015

Voor de uitwisseling van kennis en de toetsing van het beleid van InEen houden we nauw contact met onze beleidsadviescommissies (BAC’s). In deze commissies zitten leden en ook de voorzitter is lid van InEen. We streven naar een gelijke afspiegeling van de verschillende ledengroepen. Op dit moment is er in een aantal beleidsadviescommissies plaats voor nieuwe leden. Lees over welke BAC’s het gaat en wat er van een BAC-lid wordt verwacht

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Voor de uitwisseling van kennis en de toetsing van het beleid van InEen houden we nauw contact met onze beleidsadviescommissies (BAC’s). In deze commissies zitten leden en ook de voorzitter is lid van InEen. We streven naar een gelijke afspiegeling van de verschillende ledengroepen. Op dit moment is er in een aantal beleidsadviescommissies plaats voor nieuwe leden. Lees over welke BAC’s het gaat en wat er van een BAC-lid wordt verwacht

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Bijstelling budgettaire kaders wegens substitutie

19 oktober 2015

De minister heeft in een Kamerbrief laten weten financiële middelen te verschuiven van tweede naar eerste lijn. Dat is goed nieuws. Het kader multidisciplinaire zorg en huisartsenzorg wordt met 24,9 miljoen verhoogd (respectievelijk 14 miljoen en 10,9 miljoen). Dit gaat af van het kader medisch specialistische zorg. In het bestuurlijk akkoord eerste lijn is afgesproken de eerste lijn te versterken. We hebben ons er hard voor ingezet om zoveel mogelijk zorg in de eerste te laten plaats vinden, specifiek ook de zorggroepen en de gezondheidscentra met de programmatische zorg. We zijn dan ook blij met deze eerste stap van de minister. De afspraak ‘budget volgt zorg’ krijgt nu inhoud. Eerder dit jaar liet ook de substitutiemonitor zien dat er zorg verschuift van tweede naar eerste lijn; dat er een verschuiving in budget plaatsvindt was dan ook voorzien. We weten dat er nog meer zorg verschoven is dan de nu overgehevelde 24,9 miljoen. De ambitie is dan ook groter. Om het enorme verschil tussen het budgettaire kader tweede lijn (medisch specialistisch zorg 23.000 miljoen) en dat van de eerste lijn (huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg 2.700 miljoen) meer in balans te brengen zijn verdere stappen noodzakelijk. Maar deze terechte stap van de minister sterkt ons in de gedachte dat we op de goede weg zijn.

[...]

De minister heeft in een Kamerbrief laten weten financiële middelen te verschuiven van tweede naar eerste lijn. Dat is goed nieuws. Het kader multidisciplinaire zorg en huisartsenzorg wordt met 24,9 miljoen verhoogd (respectievelijk 14 miljoen en 10,9 miljoen). Dit gaat af van het kader medisch specialistische zorg. In het bestuurlijk akkoord eerste lijn is afgesproken de eerste lijn te versterken. We hebben ons er hard voor ingezet om zoveel mogelijk zorg in de eerste te laten plaats vinden, specifiek ook de zorggroepen en de gezondheidscentra met de programmatische zorg. We zijn dan ook blij met deze eerste stap van de minister. De afspraak ‘budget volgt zorg’ krijgt nu inhoud. Eerder dit jaar liet ook de substitutiemonitor zien dat er zorg verschuift van tweede naar eerste lijn; dat er een verschuiving in budget plaatsvindt was dan ook voorzien. We weten dat er nog meer zorg verschoven is dan de nu overgehevelde 24,9 miljoen. De ambitie is dan ook groter. Om het enorme verschil tussen het budgettaire kader tweede lijn (medisch specialistisch zorg 23.000 miljoen) en dat van de eerste lijn (huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg 2.700 miljoen) meer in balans te brengen zijn verdere stappen noodzakelijk. Maar deze terechte stap van de minister sterkt ons in de gedachte dat we op de goede weg zijn.

Echte verandering in het belang van huisarts en patiënt

05 oktober 2015

Echte verandering in het belang van de huisarts en zijn patiënten. Dat is volgens huisartsenorganisaties (LHV, NHG, VPH) en eerstelijns brancheorganisatie InEen, de uitkomst van de Het Roer Moet Om werkgroepen. Op het gebied van meer gelijkwaardigheid, minder bureaucratie en kwaliteit zijn belangrijke stappen gezet die het werk van huisartsen en eerstelijnsorganisaties makkelijker en ook weer leuker moeten maken. Zodat zij meer tijd kunnen besteden aan de patiënt.

Eerder dit jaar liepen de spanningen van huisartsen en eerstelijnsorganisaties met verzekeraars hoog op. Actiecomité Het Roer Moet Om raakte met hun Manifest een gevoelige snaar. Het moest anders, in het belang van huisarts en patiënt. Daarop stelden Het Roer Moet Om en Minister Schippers een deadline: 1 oktober 2015 moesten er concrete verandervoorstellen liggen. Huisartsen- en patiëntenorganisaties, zorgverzekeraars, toezichthouders en de overheid hebben gehoor gegeven aan de duidelijke boodschap van ruim 8.000 huisartsen. Die concrete verandervoorstellen liggen er nu:

Verbeterd contracteringsproces

Eerder dit jaar lieten huisartsen massaal weten ontevreden te zijn over het contact en contract met de verzekeraar. In de contractering voor 2016 zien we dat er al veel verandert. Maar we willen een stap verder gaan. Door voor 2017 onderdelen van het contract te uniformeren. Verzekeraars gaan meerjarige overeenkomsten afsluiten. En we gaan het contracteringsproces verbeteren en vereenvoudigen. Dat doen we met jaarlijkse evaluaties, betere bereikbaarheid zowel aan de kant van verzekeraars als huisartsen en een onafhankelijke geschillencommissie.

Meer ruimte voor samenwerking
Huisartsen zijn door de Mededingingswet en de handhaving terughoudend geworden om samen te werken. Dat vindt iedereen een slechte zaak. Er zijn verschillende afspraken gemaakt om deze situatie te verbeteren. De ACM biedt meer ruimte voor samenwerking die in het belang is van patiënt en verzekerde. Door terughoudend te zijn bij eventuele overtredingen van de Mededingingswet, zolang alle betrokken partijen (patiënten, zorgverleners en verzekeraars) tevreden zijn. Ook onderzoeken we mogelijkheden van een groepsvrijstelling in de Mededingingswet en de verhoging van het bagatel.

Bureaucratie structureel terugdringen
Het klinkt eenvoudig: verminder de administratieve belasting en schaf regels en formulieren af. Maar administratieve verplichtingen zijn tot op zekere hoogte onvermijdelijk. Toch is het gelukt om een aantal belangrijke veranderingen af te spreken:

  • Bij het voorschrijven van genees- en hulpmiddelen volstaat het recept. Bijna alle extra formulieren vervallen. Een recept is immers een recept.
  • Het herhalen van machtigingen voor materialen bij chronische aandoeningen, maar ook bij Baxter-afgifte door de apotheek, wordt geschrapt.
  • Worden merkgeneesmiddelen voorgeschreven, dan volstaat de vermelding ‘medische noodzaak’ op het recept. Extra formulieren vervallen.
  • En voor een doorlopende medisch-specialistische behandeling is het volgende jaar geen nieuwe verwijzing nodig .
  • De komende tijd gaan we de resterende formuleren vereenvoudigen, het declaratieverkeer verbeteren en een plan maken om bureaucratie structureel terug te dringen.

Modernisering kwaliteitsbeleid
Goed kwaliteitsbeleid in de huisartsenzorg is essentieel. Voor huisartsen zelf, maar ook voor patiënten en zorgverzekeraars. Toch werd het voor huisartsen steeds belastender om kwaliteitsbeleid uit te voeren. Daar willen we een einde aan maken. Daarom komt er een taskforce met vertegenwoordigers van huisartsen, patiënten en verzekeraars die het kwaliteitsbeleid gaat moderniseren.

  • Huisartsenorganisaties ontwerpen een nieuw kwaliteitssysteem met basiskwaliteitseisen.
  • Het aantal indicatoren in de ketenzorg gaat terug naar acht per keten. Verzekeraars zetten niet langer eigen vragenlijsten uit, zij sluiten aan bij de nieuwe set indicatoren.
  • Er komt een lijst met zinvolle en valide kwaliteitsindicatoren die alle partijen onderschrijven.
  • En er komt een methode om patiëntervaringen beter te meten en evalueren.

Startpunt geen eindpunt
Al deze veranderingen zijn niet van de ene op de andere dag doorgevoerd en er was ook niet van de een op de andere dag overeenstemming. Maar er is door alle partijen hard gewerkt en  we gaan de bereikte overeenkomsten zo snel mogelijk realiseren. Dit is een startpunt, geen eindpunt,  een aantal werkgroepen gaat door. Zo zorgen we ervoor dat deze verbeteringen niet incidenteel maar structureel zijn.

[...]

Echte verandering in het belang van de huisarts en zijn patiënten. Dat is volgens huisartsenorganisaties (LHV, NHG, VPH) en eerstelijns brancheorganisatie InEen, de uitkomst van de Het Roer Moet Om werkgroepen. Op het gebied van meer gelijkwaardigheid, minder bureaucratie en kwaliteit zijn belangrijke stappen gezet die het werk van huisartsen en eerstelijnsorganisaties makkelijker en ook weer leuker moeten maken. Zodat zij meer tijd kunnen besteden aan de patiënt.

Eerder dit jaar liepen de spanningen van huisartsen en eerstelijnsorganisaties met verzekeraars hoog op. Actiecomité Het Roer Moet Om raakte met hun Manifest een gevoelige snaar. Het moest anders, in het belang van huisarts en patiënt. Daarop stelden Het Roer Moet Om en Minister Schippers een deadline: 1 oktober 2015 moesten er concrete verandervoorstellen liggen. Huisartsen- en patiëntenorganisaties, zorgverzekeraars, toezichthouders en de overheid hebben gehoor gegeven aan de duidelijke boodschap van ruim 8.000 huisartsen. Die concrete verandervoorstellen liggen er nu:

Verbeterd contracteringsproces

Eerder dit jaar lieten huisartsen massaal weten ontevreden te zijn over het contact en contract met de verzekeraar. In de contractering voor 2016 zien we dat er al veel verandert. Maar we willen een stap verder gaan. Door voor 2017 onderdelen van het contract te uniformeren. Verzekeraars gaan meerjarige overeenkomsten afsluiten. En we gaan het contracteringsproces verbeteren en vereenvoudigen. Dat doen we met jaarlijkse evaluaties, betere bereikbaarheid zowel aan de kant van verzekeraars als huisartsen en een onafhankelijke geschillencommissie.

Meer ruimte voor samenwerking
Huisartsen zijn door de Mededingingswet en de handhaving terughoudend geworden om samen te werken. Dat vindt iedereen een slechte zaak. Er zijn verschillende afspraken gemaakt om deze situatie te verbeteren. De ACM biedt meer ruimte voor samenwerking die in het belang is van patiënt en verzekerde. Door terughoudend te zijn bij eventuele overtredingen van de Mededingingswet, zolang alle betrokken partijen (patiënten, zorgverleners en verzekeraars) tevreden zijn. Ook onderzoeken we mogelijkheden van een groepsvrijstelling in de Mededingingswet en de verhoging van het bagatel.

Bureaucratie structureel terugdringen
Het klinkt eenvoudig: verminder de administratieve belasting en schaf regels en formulieren af. Maar administratieve verplichtingen zijn tot op zekere hoogte onvermijdelijk. Toch is het gelukt om een aantal belangrijke veranderingen af te spreken:

  • Bij het voorschrijven van genees- en hulpmiddelen volstaat het recept. Bijna alle extra formulieren vervallen. Een recept is immers een recept.
  • Het herhalen van machtigingen voor materialen bij chronische aandoeningen, maar ook bij Baxter-afgifte door de apotheek, wordt geschrapt.
  • Worden merkgeneesmiddelen voorgeschreven, dan volstaat de vermelding ‘medische noodzaak’ op het recept. Extra formulieren vervallen.
  • En voor een doorlopende medisch-specialistische behandeling is het volgende jaar geen nieuwe verwijzing nodig .
  • De komende tijd gaan we de resterende formuleren vereenvoudigen, het declaratieverkeer verbeteren en een plan maken om bureaucratie structureel terug te dringen.

Modernisering kwaliteitsbeleid
Goed kwaliteitsbeleid in de huisartsenzorg is essentieel. Voor huisartsen zelf, maar ook voor patiënten en zorgverzekeraars. Toch werd het voor huisartsen steeds belastender om kwaliteitsbeleid uit te voeren. Daar willen we een einde aan maken. Daarom komt er een taskforce met vertegenwoordigers van huisartsen, patiënten en verzekeraars die het kwaliteitsbeleid gaat moderniseren.

  • Huisartsenorganisaties ontwerpen een nieuw kwaliteitssysteem met basiskwaliteitseisen.
  • Het aantal indicatoren in de ketenzorg gaat terug naar acht per keten. Verzekeraars zetten niet langer eigen vragenlijsten uit, zij sluiten aan bij de nieuwe set indicatoren.
  • Er komt een lijst met zinvolle en valide kwaliteitsindicatoren die alle partijen onderschrijven.
  • En er komt een methode om patiëntervaringen beter te meten en evalueren.

Startpunt geen eindpunt
Al deze veranderingen zijn niet van de ene op de andere dag doorgevoerd en er was ook niet van de een op de andere dag overeenstemming. Maar er is door alle partijen hard gewerkt en  we gaan de bereikte overeenkomsten zo snel mogelijk realiseren. Dit is een startpunt, geen eindpunt,  een aantal werkgroepen gaat door. Zo zorgen we ervoor dat deze verbeteringen niet incidenteel maar structureel zijn.

NZa-advies domein-overstijgende experimenten

01 oktober 2015

De NZa heeft onderzocht wat er geregeld moet worden om een integraal zorgpakket aan te bieden aan cliënten en patiënten uit verschillende zorgdomeinen. De schotten tussen de verschillende wetten (Wet langdurige zorg, Zorgverzekeringswet, Wet maatschappelijke ondersteuning en Jeugdwet) bemoeilijkt het experimenteren met dergelijke integrale zorgpakketten. Omdat zij de meerwaarde inzien van integrale pakketten over de domeinen heen, gaan VWS en NZa aan de hand van een concrete casus de meerwaarde van het zgn. experimenteerartikel in Wlz onderzoeken. Dit artikel 10.1.2 biedt de mogelijkheid voor domeinoverstijgende experimenten. Lees het NZa-advies.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

De NZa heeft onderzocht wat er geregeld moet worden om een integraal zorgpakket aan te bieden aan cliënten en patiënten uit verschillende zorgdomeinen. De schotten tussen de verschillende wetten (Wet langdurige zorg, Zorgverzekeringswet, Wet maatschappelijke ondersteuning en Jeugdwet) bemoeilijkt het experimenteren met dergelijke integrale zorgpakketten. Omdat zij de meerwaarde inzien van integrale pakketten over de domeinen heen, gaan VWS en NZa aan de hand van een concrete casus de meerwaarde van het zgn. experimenteerartikel in Wlz onderzoeken. Dit artikel 10.1.2 biedt de mogelijkheid voor domeinoverstijgende experimenten. Lees het NZa-advies.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

VWS-begroting 2016

01 oktober 2015

In 2016 moeten we de verbeteringen in de zorg echt gaan merken, aldus de VWS-paragraaf in de Miljoenennota 2016. We moeten ondervinden dat de zorg aansluit op onze wensen, behoeften en mogelijkheden. Zorgverleners krijgen te maken met minder regeldruk; alle inspanningen zijn gericht op het terugdringen van de bureaucratie in de zorg, zodat ze hun werk met plezier kunnen doen en geen tijd kwijt zijn aan overbodig papierwerk. Door slimmer samen te werken en regels eenvoudiger te maken wordt de zorg gemakkelijker. Ook preventie krijgt meer aandacht: van nazorg naar voorzorg. Ga voor het hele verhaal naar Begroting Volksgezondheid, Welzijn en Sport 2016 of lees de samenvatting.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

In 2016 moeten we de verbeteringen in de zorg echt gaan merken, aldus de VWS-paragraaf in de Miljoenennota 2016. We moeten ondervinden dat de zorg aansluit op onze wensen, behoeften en mogelijkheden. Zorgverleners krijgen te maken met minder regeldruk; alle inspanningen zijn gericht op het terugdringen van de bureaucratie in de zorg, zodat ze hun werk met plezier kunnen doen en geen tijd kwijt zijn aan overbodig papierwerk. Door slimmer samen te werken en regels eenvoudiger te maken wordt de zorg gemakkelijker. Ook preventie krijgt meer aandacht: van nazorg naar voorzorg. Ga voor het hele verhaal naar Begroting Volksgezondheid, Welzijn en Sport 2016 of lees de samenvatting.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

ACM publiceert uitgangspunten voor toezicht

01 oktober 2015

InEen is blij dat de Autoriteit Consument & Markt (ACM) – mede door de acties van ‘Het Roer Moet Om’ – haar uitgangspunten voor toezicht heeft gepubliceerd. Het is belangrijk, aldus het persbericht,dat er voldoende ruimte is voor innovatie en zorginhoudelijke samenwerking. ACM moedigt het veld aan om met de belangen van patiënten en verzekerden voor ogen, de zorg op een hoger plan te brengen. In veel gevallen wegen de voordelen voor patiënten en verzekerden op tegen de nadelen en kan een initiatief gewoon worden uitgevoerd. Komen er toch signalen dat de samenwerking mogelijk schadelijk uitpakt, dan kan ACM bijstelling van het initiatief eisen. Wanneer dat voortvarend en snel gebeurt, is er geen aanleiding voor verdere actie. ACM wil niet in theoretische discussies blijven hangen. Hun motto is: weg uit de verkramping, werk samen voor betere zorg!

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

InEen is blij dat de Autoriteit Consument & Markt (ACM) – mede door de acties van ‘Het Roer Moet Om’ – haar uitgangspunten voor toezicht heeft gepubliceerd. Het is belangrijk, aldus het persbericht,dat er voldoende ruimte is voor innovatie en zorginhoudelijke samenwerking. ACM moedigt het veld aan om met de belangen van patiënten en verzekerden voor ogen, de zorg op een hoger plan te brengen. In veel gevallen wegen de voordelen voor patiënten en verzekerden op tegen de nadelen en kan een initiatief gewoon worden uitgevoerd. Komen er toch signalen dat de samenwerking mogelijk schadelijk uitpakt, dan kan ACM bijstelling van het initiatief eisen. Wanneer dat voortvarend en snel gebeurt, is er geen aanleiding voor verdere actie. ACM wil niet in theoretische discussies blijven hangen. Hun motto is: weg uit de verkramping, werk samen voor betere zorg!

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Tweedaagse heeft de juiste snaar geraakt

30 september 2015

snaar Op 16 en 17 september was er weer een InEen-Tweedaagse, met als thema Informatiebeleid. InEen wilde met deze keuze dit belangrijke onderwerp dat in toenemende mate aan gewicht wint, voor de leden duidelijk in beeld brengen. Blijkens de 202 deelnemers uit alle geledingen was het een schot in de roos. In plenaire lezingen en deelsessies werden onderwerpen als e-health, zelfmanagementondersteuning en informatiebeveiliging van alle kanten belicht. De toekomst die misschien dichterbij is dan hij soms lijkt, kreeg ruim aandacht. Daan Dohmen kreeg zijn toehoorders stil met een filmpje over een oudere dame in gesprek met een robotje dat haar permanent gezelschap houd. Terwijl Machteld Huber de zaal juist in rep en roer bracht door de dimensies van haar nieuwe definitie van gezondheid op zichzelf toe te passen. Op de website vindt u korte impressies van de elf deelsessies en de presentaties van de plenaire sessies. Ook vroegen we vier deelnemers om een korte reactie.
InEen blijft de komende periode aandacht aan het informatiebeleid besteden, van datalekken tot e-health.


 

Peter Aben, directeur Stichting Huisartsenposten West Brabant

Peter-Aben‘Dit jaar heb ik meerdere dingen mee naar huis genomen, bijvoorbeeld het begrip blended care. Dat draait, wat mij betreft, om het versmelten van de technische en de menselijke kant, de mix tussen fysiek contact en e-health. Ik zie vooral de dagpraktijk veranderen. Het oude 10-minuten consult voor elke patiënt wordt een achterhaald begrip. Een belangrijke boodschap was ook dat we in de zorg meer uit moeten gaan van wat in de maatschappij ‘gewoon’ is. Foto’s maken, appjes versturen, enzovoort. Dat betekent voor mij dat we ons moeten oriënteren op beeldschermzorg. Kijk naar de bankenwereld waar de consument steeds meer handelingen zelf verricht en uitzoekt. Zo kunnen we op de huisartsenpost ons werkproces bekijken: wat kan de patiënt zelf doen, bijvoorbeeld als consultvoorbereiding. We hebben het niet morgen ingevoerd. Een groep enthousiaste huisartsen moet het voortouw nemen. Een Tweedaagse als deze draagt daaraan bij.’


Jacqueline van Bree, directeur Huisartsenpost ‘t Hellegat

jacqueline-van-bree‘Allereerst een compliment aan de organisatie. Het programma was voor iedereen interessant, uit welke ledengroep je ook kwam. Bovendien waren de sprekers – vond ik – van uitzonderlijk hoog niveau. Wat de deelsessies betreft was ik erg aangesproken door het verhaal van de huisartsenpost in Apeldoorn. Zij lopen voorop met het ontwikkelen van apps en het gebruik van andere pragmatische e-health-toepassingen op de huisartsenpost, bijvoorbeeld de toepassing als ‘Mag ik meekijken’. Heel inspirerend, want ik kan er morgen meteen mee aan de slag. We hebben op de Zuid-Hollandse eilanden een kleine post, dus het is voor ons wel een budgettaire uitdaging. Ook het bestuur en de achterban zullen nog wel wat tijd nodig hebben om te wennen. Dus daar kan ik beter maar mee beginnen. De Tweedaagse is voor mij vooral een goede gelegenheid om collega’s buiten de regio te spreken. Als dan de content ook nog aantrekkelijk is, zoals dit jaar, dan is dat een dubbele plus.’


Erik Scheppink, algemeen directeur Onze Huisartsen

erik-scheppink‘De plenaire sprekers waren enorm inspirerend en daarbij sprongen Machteld Huber en Daan Dohmen er voor mij uit. Ze lieten zien dat eHealth niet over techniek gaat, maar over anders organiseren. Je organisatie onder de loep nemen en dingen anders aanpakken. De ontwikkelingen gaan snel. De twee deelsessies die ik bijwoonde – EHealth, morgen begin ik echt en Hoe ziet de toekomst eruit? – begonnen niet voor niets met hetzelfde filmpje, namelijk hoe mensen nog niet zo lang geleden tegen de komst van de mobiele telefoon en de smartphone aankeken: dat heb ik niet nodig, ik kan wel zonder, et cetera. Een waarschuwing! Laten we niet met vooringenomenheid naar nieuwe ontwikkelingen kijken en ons open stellen. En zoals altijd: het gaat om de kennis en de kennissen. Op de Tweedaagse ontmoet ik mensen uit allerlei takken van sport en dat is prettig. Ik zoek bijvoorbeeld een accountant en heb nu vier namen in m’n binnenzak.’


Sander Gerritsen, bestuursadviseur Doktersdienst Groningen

sander-gerritsen‘Ik werk nog maar net bij de Doktersdienst. De Tweedaagse was voor mij dus nieuw, zowel de mensen als de formule. Wat mij betreft is de kennismaking geslaagd. De lezing van Machteld Huber en Esther Talboom heeft echt indruk op me gemaakt. Je kunt dit onderwerp niet genoeg met elkaar delen. Uit de deelsessies heb ik vooral opgepikt dat we binnen de eerstelijn focussen op relevante vraagstukken, maar dat we moeten zorgen niet links en rechts ingehaald te worden door de patiënt. Vanochtend las ik in de krant hoe wispelturig de informatie-uitwisseling tussen gemeente en wijkteams verloopt. Toen moest ik denken aan de opmerking van Daan Dohmen die zegt dat de patiënt op een goed moment zelf de regie gaat nemen met bijvoorbeeld de smartphone en wat daar allemaal mee kan. Wat mij betreft was dat een wake-up call. Als eerstelijn moeten we een open oor houden voor nieuwe geluiden.’


 

[...]

snaar Op 16 en 17 september was er weer een InEen-Tweedaagse, met als thema Informatiebeleid. InEen wilde met deze keuze dit belangrijke onderwerp dat in toenemende mate aan gewicht wint, voor de leden duidelijk in beeld brengen. Blijkens de 202 deelnemers uit alle geledingen was het een schot in de roos. In plenaire lezingen en deelsessies werden onderwerpen als e-health, zelfmanagementondersteuning en informatiebeveiliging van alle kanten belicht. De toekomst die misschien dichterbij is dan hij soms lijkt, kreeg ruim aandacht. Daan Dohmen kreeg zijn toehoorders stil met een filmpje over een oudere dame in gesprek met een robotje dat haar permanent gezelschap houd. Terwijl Machteld Huber de zaal juist in rep en roer bracht door de dimensies van haar nieuwe definitie van gezondheid op zichzelf toe te passen. Op de website vindt u korte impressies van de elf deelsessies en de presentaties van de plenaire sessies. Ook vroegen we vier deelnemers om een korte reactie.
InEen blijft de komende periode aandacht aan het informatiebeleid besteden, van datalekken tot e-health.


 

Peter Aben, directeur Stichting Huisartsenposten West Brabant

Peter-Aben‘Dit jaar heb ik meerdere dingen mee naar huis genomen, bijvoorbeeld het begrip blended care. Dat draait, wat mij betreft, om het versmelten van de technische en de menselijke kant, de mix tussen fysiek contact en e-health. Ik zie vooral de dagpraktijk veranderen. Het oude 10-minuten consult voor elke patiënt wordt een achterhaald begrip. Een belangrijke boodschap was ook dat we in de zorg meer uit moeten gaan van wat in de maatschappij ‘gewoon’ is. Foto’s maken, appjes versturen, enzovoort. Dat betekent voor mij dat we ons moeten oriënteren op beeldschermzorg. Kijk naar de bankenwereld waar de consument steeds meer handelingen zelf verricht en uitzoekt. Zo kunnen we op de huisartsenpost ons werkproces bekijken: wat kan de patiënt zelf doen, bijvoorbeeld als consultvoorbereiding. We hebben het niet morgen ingevoerd. Een groep enthousiaste huisartsen moet het voortouw nemen. Een Tweedaagse als deze draagt daaraan bij.’


Jacqueline van Bree, directeur Huisartsenpost ‘t Hellegat

jacqueline-van-bree‘Allereerst een compliment aan de organisatie. Het programma was voor iedereen interessant, uit welke ledengroep je ook kwam. Bovendien waren de sprekers – vond ik – van uitzonderlijk hoog niveau. Wat de deelsessies betreft was ik erg aangesproken door het verhaal van de huisartsenpost in Apeldoorn. Zij lopen voorop met het ontwikkelen van apps en het gebruik van andere pragmatische e-health-toepassingen op de huisartsenpost, bijvoorbeeld de toepassing als ‘Mag ik meekijken’. Heel inspirerend, want ik kan er morgen meteen mee aan de slag. We hebben op de Zuid-Hollandse eilanden een kleine post, dus het is voor ons wel een budgettaire uitdaging. Ook het bestuur en de achterban zullen nog wel wat tijd nodig hebben om te wennen. Dus daar kan ik beter maar mee beginnen. De Tweedaagse is voor mij vooral een goede gelegenheid om collega’s buiten de regio te spreken. Als dan de content ook nog aantrekkelijk is, zoals dit jaar, dan is dat een dubbele plus.’


Erik Scheppink, algemeen directeur Onze Huisartsen

erik-scheppink‘De plenaire sprekers waren enorm inspirerend en daarbij sprongen Machteld Huber en Daan Dohmen er voor mij uit. Ze lieten zien dat eHealth niet over techniek gaat, maar over anders organiseren. Je organisatie onder de loep nemen en dingen anders aanpakken. De ontwikkelingen gaan snel. De twee deelsessies die ik bijwoonde – EHealth, morgen begin ik echt en Hoe ziet de toekomst eruit? – begonnen niet voor niets met hetzelfde filmpje, namelijk hoe mensen nog niet zo lang geleden tegen de komst van de mobiele telefoon en de smartphone aankeken: dat heb ik niet nodig, ik kan wel zonder, et cetera. Een waarschuwing! Laten we niet met vooringenomenheid naar nieuwe ontwikkelingen kijken en ons open stellen. En zoals altijd: het gaat om de kennis en de kennissen. Op de Tweedaagse ontmoet ik mensen uit allerlei takken van sport en dat is prettig. Ik zoek bijvoorbeeld een accountant en heb nu vier namen in m’n binnenzak.’


Sander Gerritsen, bestuursadviseur Doktersdienst Groningen

sander-gerritsen‘Ik werk nog maar net bij de Doktersdienst. De Tweedaagse was voor mij dus nieuw, zowel de mensen als de formule. Wat mij betreft is de kennismaking geslaagd. De lezing van Machteld Huber en Esther Talboom heeft echt indruk op me gemaakt. Je kunt dit onderwerp niet genoeg met elkaar delen. Uit de deelsessies heb ik vooral opgepikt dat we binnen de eerstelijn focussen op relevante vraagstukken, maar dat we moeten zorgen niet links en rechts ingehaald te worden door de patiënt. Vanochtend las ik in de krant hoe wispelturig de informatie-uitwisseling tussen gemeente en wijkteams verloopt. Toen moest ik denken aan de opmerking van Daan Dohmen die zegt dat de patiënt op een goed moment zelf de regie gaat nemen met bijvoorbeeld de smartphone en wat daar allemaal mee kan. Wat mij betreft was dat een wake-up call. Als eerstelijn moeten we een open oor houden voor nieuwe geluiden.’


 

Gezamenlijk actieplan kindermishandeling

21 september 2015

De Tweede Kamer volgt het onderwerp kindermishandeling op de voet. Bij het informeren van de Kamerleden trekken de koepelorganisaties LHV, KNMG, NHG en InEen zoveel mogelijk samen op. Volgende week heeft de Vaste Kamercommissie een overleg waarin het gezamenlijke actieplan ‘Lopende en nieuwe acties kindermishandeling van de koepelorganisaties wordt besproken (zie ook de aanbiedingsbrief aan de Vaste Kamercommissie). Uiteraard houden we jullie na volgende week op de hoogte van het vervolg. Daarnaast loopt het implementatietraject kindcheck huisartsenposten op haar einde. De definitieve resultaten worden binnenkort verwacht en door de onderzoeker met de huisartsenposten gecommuniceerd.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van InEen.

[...]

De Tweede Kamer volgt het onderwerp kindermishandeling op de voet. Bij het informeren van de Kamerleden trekken de koepelorganisaties LHV, KNMG, NHG en InEen zoveel mogelijk samen op. Volgende week heeft de Vaste Kamercommissie een overleg waarin het gezamenlijke actieplan ‘Lopende en nieuwe acties kindermishandeling van de koepelorganisaties wordt besproken (zie ook de aanbiedingsbrief aan de Vaste Kamercommissie). Uiteraard houden we jullie na volgende week op de hoogte van het vervolg. Daarnaast loopt het implementatietraject kindcheck huisartsenposten op haar einde. De definitieve resultaten worden binnenkort verwacht en door de onderzoeker met de huisartsenposten gecommuniceerd.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van InEen.

Anoeska Mosterdijk per 1 januari nieuwe directeur van InEen

16 september 2015

Anoeska-MosterdijkInEen is verheugd te kunnen melden dat per 1 januari 2016 Anoeska Mosterdijk de dagelijkse leiding van het bureau overneemt. De huidige directie treedt op dat moment terug. Mosterdijk is in haar rol als plaatsvervangend directeur Curatieve zorg en afdelingshoofd eerstelijns- en ketenzorg nauw betrokken geweest bij onder meer de totstandkoming en uitwerking van de hoofdlijnakkoorden in de eerstelijn en de ziekenhuissector. Deze jarenlange ervaring van Anoeska Mosterdijk bij het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport is van grote waarde voor InEen.

De eerstelijnszorg is een sector die vol op in beweging is. Mosterdijk wil met InEen koersen op een verdere doorontwikkeling van de eerstelijnzorg in Nederland, vanuit een heldere en gedragen visie op de inhoud en organisatie daarvan. Zorg in de buurt, multidisciplinaire samenwerking en een sterke organisatiegraad zijn daarbij speerpunten voor bestuur en directie.

Anoeska Mosterdijk (1970) is moeder van drie kinderen, woonachtig in Den Haag, studeerde Farmacie in Groningen en is haar loopbaan begonnen als openbaar apotheker.

[...]

Anoeska-MosterdijkInEen is verheugd te kunnen melden dat per 1 januari 2016 Anoeska Mosterdijk de dagelijkse leiding van het bureau overneemt. De huidige directie treedt op dat moment terug. Mosterdijk is in haar rol als plaatsvervangend directeur Curatieve zorg en afdelingshoofd eerstelijns- en ketenzorg nauw betrokken geweest bij onder meer de totstandkoming en uitwerking van de hoofdlijnakkoorden in de eerstelijn en de ziekenhuissector. Deze jarenlange ervaring van Anoeska Mosterdijk bij het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport is van grote waarde voor InEen.

De eerstelijnszorg is een sector die vol op in beweging is. Mosterdijk wil met InEen koersen op een verdere doorontwikkeling van de eerstelijnzorg in Nederland, vanuit een heldere en gedragen visie op de inhoud en organisatie daarvan. Zorg in de buurt, multidisciplinaire samenwerking en een sterke organisatiegraad zijn daarbij speerpunten voor bestuur en directie.

Anoeska Mosterdijk (1970) is moeder van drie kinderen, woonachtig in Den Haag, studeerde Farmacie in Groningen en is haar loopbaan begonnen als openbaar apotheker.

Tweedaagse 2015 - Informatiebeleid

15 september 2015

De afgelopen tien jaar zijn veel aspecten van het dagelijkse leven veranderd onder invloed van internet, smartphones, apps, tablets en de cloud. We vinden deze veranderingen vanzelfsprekend. Maar hoe zit het met de eerstelijns-zorg en de daarmee verbonden processen? Maken we wel ten volle gebruik van de nieuwe mogelijkheden? En hoe verhoudt de steeds groeiende vraag naar transparantie zich tot onze mogelijkheden? Feit is dat er op het terrein van de informatie-uitwisseling, -bewerking en- analyse het afgelopen decen-nium veel nieuwe ontwikkelingen zijn geweest. Die lijn zet zich alleen maar sterker voort. Tot nu blijken de beloften die mee kwamen toch maar mond-jesmaat echt in de spreekkamers door te dringen en verlichten ze het werk voor de professional nauwelijks. Dit thema gaan we tijdens de Tweedaagse op verschillende manieren met elkaar aan. Goede interne managementinformatie en gegevensuitwisseling kunnen de professional én patiënt immers wel degelijk van dienst zijn.

De Tweedaagse staat op woensdag 16 en donderdag 17 september op de agenda. Het centrale thema is Informatiebeleid, een veelkoppig en bijna on-grijpbaar monster. De programmamanagers van InEen zijn te rade gegaan bij de BAC Informatiebeleid, het InEen Bestuur en verschillende leden van InEen. Informatiebeleid bleek actueel en relevant voor onze leden en er kwam een veelheid aan inhoudelijke onderwerpen naar voren die bij onze leden spelen.

Algemene Ledenvergadering
Net als vorig jaar wordt de september Algemene Ledenvergadering (ALV) van InEen gecombineerd met de Tweedaagse. De ALV vindt plaats op 16 september voorafgaand aan de Tweedaagse op dezelfde locatie, de Cantharel,  Van der Valk Hotel, Apeldoorn. Wij heten u van harte welkom. Voor de Ledenvergadering geldt een apart aanmeldformulier. De agenda en stukken van de vergadering ontvangt u zoals gebruikelijk twee weken van tevoren. In ieder geval staat het contributiemodel op de agenda en ook zullen we u bijpraten over de voortgang rondom de werkgroepen uit de Het Roer Moet Om beweging.

Nieuwsberichten

Aanmelding is gesloten.

[...]

De afgelopen tien jaar zijn veel aspecten van het dagelijkse leven veranderd onder invloed van internet, smartphones, apps, tablets en de cloud. We vinden deze veranderingen vanzelfsprekend. Maar hoe zit het met de eerstelijns-zorg en de daarmee verbonden processen? Maken we wel ten volle gebruik van de nieuwe mogelijkheden? En hoe verhoudt de steeds groeiende vraag naar transparantie zich tot onze mogelijkheden? Feit is dat er op het terrein van de informatie-uitwisseling, -bewerking en- analyse het afgelopen decen-nium veel nieuwe ontwikkelingen zijn geweest. Die lijn zet zich alleen maar sterker voort. Tot nu blijken de beloften die mee kwamen toch maar mond-jesmaat echt in de spreekkamers door te dringen en verlichten ze het werk voor de professional nauwelijks. Dit thema gaan we tijdens de Tweedaagse op verschillende manieren met elkaar aan. Goede interne managementinformatie en gegevensuitwisseling kunnen de professional én patiënt immers wel degelijk van dienst zijn.

De Tweedaagse staat op woensdag 16 en donderdag 17 september op de agenda. Het centrale thema is Informatiebeleid, een veelkoppig en bijna on-grijpbaar monster. De programmamanagers van InEen zijn te rade gegaan bij de BAC Informatiebeleid, het InEen Bestuur en verschillende leden van InEen. Informatiebeleid bleek actueel en relevant voor onze leden en er kwam een veelheid aan inhoudelijke onderwerpen naar voren die bij onze leden spelen.

Algemene Ledenvergadering
Net als vorig jaar wordt de september Algemene Ledenvergadering (ALV) van InEen gecombineerd met de Tweedaagse. De ALV vindt plaats op 16 september voorafgaand aan de Tweedaagse op dezelfde locatie, de Cantharel,  Van der Valk Hotel, Apeldoorn. Wij heten u van harte welkom. Voor de Ledenvergadering geldt een apart aanmeldformulier. De agenda en stukken van de vergadering ontvangt u zoals gebruikelijk twee weken van tevoren. In ieder geval staat het contributiemodel op de agenda en ook zullen we u bijpraten over de voortgang rondom de werkgroepen uit de Het Roer Moet Om beweging.

Nieuwsberichten

Aanmelding is gesloten.

Programma Tweedaagse is rond!

04 september 2015

Het programma voor de Tweedaagse is helemaal rond en het programmaboekje is af. Deze week hebben we al onze leden het linkje toegestuurd. Op de Tweedaagse (16 en 17 september) krijgen jullie het boekje op papier. De digitale versie kun je gebruiken om je in het programma te verdiepen en alvast te bekijken welke deelsessies je zou willen volgen. Elke sessie staat uitgebreid beschreven. Veel plezier daarmee! Vooraf opgeven voor de sessies hoeft niet, dat regelen we op de dag zelf.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Het programma voor de Tweedaagse is helemaal rond en het programmaboekje is af. Deze week hebben we al onze leden het linkje toegestuurd. Op de Tweedaagse (16 en 17 september) krijgen jullie het boekje op papier. De digitale versie kun je gebruiken om je in het programma te verdiepen en alvast te bekijken welke deelsessies je zou willen volgen. Elke sessie staat uitgebreid beschreven. Veel plezier daarmee! Vooraf opgeven voor de sessies hoeft niet, dat regelen we op de dag zelf.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Praat mee op de Tweedaagse 

28 augustus 2015

De discussie over de vele aspecten van Informatiebeleid – het Tweedaagse-thema van dit jaar – is bijna dagelijks in de media te volgen. Op Skipr deze week een column van Wouter van der Kam (bestuursvoorzitter Zaans Medisch Centrum). Hij citeert met instemming het pleidooi van InEen-voorzitter Martin Bontje voor aanpassing van de regels rond informatie-uitwisseling. De huidige regels zitten efficiënte ketenzorg in de weg, aldus Bontje. Van der Kam is het hiermee eens. Het stelt vast dat de regelgeving ook zorgt voor onnodige barrières tussen eerste, tweede en derde lijn. Hij pleit daarom voor het nationaliseren van de zorg-ICT. Kortom: kom naar de Tweedaagse en praat mee!

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

De discussie over de vele aspecten van Informatiebeleid – het Tweedaagse-thema van dit jaar – is bijna dagelijks in de media te volgen. Op Skipr deze week een column van Wouter van der Kam (bestuursvoorzitter Zaans Medisch Centrum). Hij citeert met instemming het pleidooi van InEen-voorzitter Martin Bontje voor aanpassing van de regels rond informatie-uitwisseling. De huidige regels zitten efficiënte ketenzorg in de weg, aldus Bontje. Van der Kam is het hiermee eens. Het stelt vast dat de regelgeving ook zorgt voor onnodige barrières tussen eerste, tweede en derde lijn. Hij pleit daarom voor het nationaliseren van de zorg-ICT. Kortom: kom naar de Tweedaagse en praat mee!

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Deelname Tweedaagse geaccrediteerd

21 augustus 2015

Er is goed nieuws voor huisartsen die op 16 en 17 september onze Tweedaagse bijwonen. Deelname aan beide dagen is deze week geaccrediteerd met 7 punten: drie voor dag 1 en vier voor dag 2. ‘Een relevant en interessant programma’ oordeelde het Accreditatie Bureau. Kortom: een extra stimulans om je in te schrijven en samen met collega’s, bestuurders en anderen het informatiebeleid bij de horens te vatten: voor veel van ons nog een veelkoppig monster, maar wel belangrijk en actueel. Meer informatie en inschrijven

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Er is goed nieuws voor huisartsen die op 16 en 17 september onze Tweedaagse bijwonen. Deelname aan beide dagen is deze week geaccrediteerd met 7 punten: drie voor dag 1 en vier voor dag 2. ‘Een relevant en interessant programma’ oordeelde het Accreditatie Bureau. Kortom: een extra stimulans om je in te schrijven en samen met collega’s, bestuurders en anderen het informatiebeleid bij de horens te vatten: voor veel van ons nog een veelkoppig monster, maar wel belangrijk en actueel. Meer informatie en inschrijven

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Ontspanning tijdens Tweedaagse

13 augustus 2015

Tijdens de Tweedaagse delen we veel nieuwe kennis en praktijkcasussen, maar daarnaast organiseren we ook meer creatieve activiteiten. In de vroege ochtend van de 17 september kunnen jullie met de boswachter op vogeltocht. En voor en na de lunch kan je speeddaten met andere leden, middels yoga even helemaal tot rust komen of je collega met petanque verslaan. Van der Valk Apeldoorn heeft een prachtige tuin waar we (bij mooi weer) zeker gebruik van zullen maken. Meer informatie en aanmelden.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Tijdens de Tweedaagse delen we veel nieuwe kennis en praktijkcasussen, maar daarnaast organiseren we ook meer creatieve activiteiten. In de vroege ochtend van de 17 september kunnen jullie met de boswachter op vogeltocht. En voor en na de lunch kan je speeddaten met andere leden, middels yoga even helemaal tot rust komen of je collega met petanque verslaan. Van der Valk Apeldoorn heeft een prachtige tuin waar we (bij mooi weer) zeker gebruik van zullen maken. Meer informatie en aanmelden.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

‘Better safe than sorry’: Informatiebeveiliging in de eerste lijn

31 juli 2015

Als de informatiebeveiliging van zorginstellingen niet op orde is, kunnen de gevolgen groot zijn. Iedereen herinnert zich nog wel het Groene Hart ziekenhuis waar een hacker in 2012 de beschikking had over de medische gegevens van een half miljoen patiënten. In 2014 oordeelde het CPB dat het ziekenhuis nalatig was geweest in de beveiliging van de computersystemen en daarmee zelfs de wet had overtreden. Ook bij eerstelijnszorginstellingen krijgt informatiebeveiliging niet altijd de aandacht die nodig is. Om dit op de rit te krijgen kan de informatiebeveiligingsnorm NEN 7510 behulpzaam zijn. De norm biedt een overzicht aan onderwerpen die bij het oppakken van dit vaak onderschatte thema van belang zijn. Veel gestelde vragen over het werken met NEN 7510 en meer informatie over implementatie van de norm staan op www.werkenmetnen7510.nl. Ook kunnen jullie op de Tweedaagse in september deelnemen aan een praktische workshop over informatiebeveiliging.

Dit bericht is  overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Als de informatiebeveiliging van zorginstellingen niet op orde is, kunnen de gevolgen groot zijn. Iedereen herinnert zich nog wel het Groene Hart ziekenhuis waar een hacker in 2012 de beschikking had over de medische gegevens van een half miljoen patiënten. In 2014 oordeelde het CPB dat het ziekenhuis nalatig was geweest in de beveiliging van de computersystemen en daarmee zelfs de wet had overtreden. Ook bij eerstelijnszorginstellingen krijgt informatiebeveiliging niet altijd de aandacht die nodig is. Om dit op de rit te krijgen kan de informatiebeveiligingsnorm NEN 7510 behulpzaam zijn. De norm biedt een overzicht aan onderwerpen die bij het oppakken van dit vaak onderschatte thema van belang zijn. Veel gestelde vragen over het werken met NEN 7510 en meer informatie over implementatie van de norm staan op www.werkenmetnen7510.nl. Ook kunnen jullie op de Tweedaagse in september deelnemen aan een praktische workshop over informatiebeveiliging.

Dit bericht is  overgenomen uit het weekbericht.

Tweedaagse 16-17 september

31 juli 2015

Zoals gezegd,  Pauline Meurs zien we ook terug op de Tweedaagse. Inmiddels heeft een groot deel van de sprekers toegezegd. Onder andere Rob Dijkstra (NHG), Daan Dohmen (FocusCura), Marcel Heldoorn (NPCF), Henk Bilo (Isala), Ronald Luijk (ZN), Nienke Beekers (Nictiz), Doortje Boshuizen (Vilans) en Marcia Bos (HAP CIHN) gaan onderdelen verzorgen. Het beloven interessante bijdragen te worden. Binnenkort volgt het totale programma.
Voor nu attenderen we jullie vast op de woensdag. We beginnen die dag om 15:30 uur met de opening door Martin Bontje en de bijdrage van Pauline Meurs. Ook de lezing van Marcel Heldoorn is nog vóór de borrel en het diner. De bijdrage van Machteld Hubert en Esther Talboom staat aansluitend aan het diner op het programma.

[...]

Zoals gezegd,  Pauline Meurs zien we ook terug op de Tweedaagse. Inmiddels heeft een groot deel van de sprekers toegezegd. Onder andere Rob Dijkstra (NHG), Daan Dohmen (FocusCura), Marcel Heldoorn (NPCF), Henk Bilo (Isala), Ronald Luijk (ZN), Nienke Beekers (Nictiz), Doortje Boshuizen (Vilans) en Marcia Bos (HAP CIHN) gaan onderdelen verzorgen. Het beloven interessante bijdragen te worden. Binnenkort volgt het totale programma.
Voor nu attenderen we jullie vast op de woensdag. We beginnen die dag om 15:30 uur met de opening door Martin Bontje en de bijdrage van Pauline Meurs. Ook de lezing van Marcel Heldoorn is nog vóór de borrel en het diner. De bijdrage van Machteld Hubert en Esther Talboom staat aansluitend aan het diner op het programma.

“Wees niet zenuwachtig voor een audit, maar doe het op je eigen tempo”

30 juli 2015

twee mannen in overlegStichting Mobiele Artsen Service Haaglanden (SMASH) wil zichzelf scherp en wakker houden. Naast de HKZ certificering die gaat over de inhoudelijke kant van zorgverlening, behaalde SMASH de NEN 7510-certificering voor informatiebeveiliging. Een interview met directeur Willem Regout over zijn aanpak en zijn wensen voor de tweedaagse.

De drie pijlers van informatieveiligheid
Veilige en verantwoorde zorg bieden bij elke zorgvraag, dat is het hogere doel van SMASH. Een certificering is hierbij geen doel op zichzelf, maar wel een middel om scherp te blijven. Al enige tijd is SMASH gecertificeerd voor HKZ en NEN 7510. De laatste betreft de standaard voor informatiebeveiliging in de zorg. De norm leunt op drie pijlers en gaat niet alleen over de technische kant. Om te voldoen aan de eisen voor 1. vertrouwelijkheid, 2. integriteit en 3. beschikbaarheid moet de hele organisatie zich hieraan committeren. Van de technische ICT-inrichting tot het A4’tje dat niet bij de printer mag blijven liggen.

Op je eigen tempo kwaliteit verbeteren
Regout geeft toe dat SMASH in het begin zoekend was naar een manier hoe om te gaan met een audit. “Het wordt nu steeds makkelijker en wij weten nu precies wat wij kunnen verwachten.” Voor andere zorginstellingen heeft Regout een aantal tips: “Zorg dat je eerst draagvlak creëert binnen de organisatie en bereid iedereen goed voor op een audit. Je kunt er ook voor kiezen om niet meteen voor alle onderwerpen tegelijk te gaan. Door eerst een aantal thema’s te definiëren, is het beter behapbaar. Zodra je het ene op de rit hebt, kun je daarna het pakket verbreden.”

Tweedaagse: het glas is halfvol, maar we schenken graag de tweede helft erbij
Regout onderkent dat ontwikkelingen op ICT-gebied, met name op het gebied van dossier raadpleging via het LSP, uitermate traag verlopen vanwege de complexiteit. Wel ziet hij het positief in: “Het glas is zeker half vol, maar laten we de andere helft ook volschenken en optimaal gebruik maken van de mogelijkheden.” SMASH is graag vertegenwoordigd op de tweedaagse om het proces op gang te krijgen en het gebruik van digitale hulpmiddelen te stimuleren. Het uitwisselen van succeservaringen met collega’s hoort hierbij. Tenslotte onderkent hij net als velen in het werkveld, dat het Opt-in systeem een vertekend beeld geeft van het aantal mensen dat werkelijk geen toestemming wil geven voor gegevensuitwisseling. Regout is niet de enige die hiermee worstelt. ‘Hoe kunnen we meer patiënten op een goede, praktische manier toestemming laten geven?’ is de meest gestelde vraag tijdens deze interviewserie en verdient een plek op het programma.

 

 


Lees ook de andere artikelen uit de nieuwsbriefspecial Tweedaagse.

[...]

twee mannen in overlegStichting Mobiele Artsen Service Haaglanden (SMASH) wil zichzelf scherp en wakker houden. Naast de HKZ certificering die gaat over de inhoudelijke kant van zorgverlening, behaalde SMASH de NEN 7510-certificering voor informatiebeveiliging. Een interview met directeur Willem Regout over zijn aanpak en zijn wensen voor de tweedaagse.

De drie pijlers van informatieveiligheid
Veilige en verantwoorde zorg bieden bij elke zorgvraag, dat is het hogere doel van SMASH. Een certificering is hierbij geen doel op zichzelf, maar wel een middel om scherp te blijven. Al enige tijd is SMASH gecertificeerd voor HKZ en NEN 7510. De laatste betreft de standaard voor informatiebeveiliging in de zorg. De norm leunt op drie pijlers en gaat niet alleen over de technische kant. Om te voldoen aan de eisen voor 1. vertrouwelijkheid, 2. integriteit en 3. beschikbaarheid moet de hele organisatie zich hieraan committeren. Van de technische ICT-inrichting tot het A4’tje dat niet bij de printer mag blijven liggen.

Op je eigen tempo kwaliteit verbeteren
Regout geeft toe dat SMASH in het begin zoekend was naar een manier hoe om te gaan met een audit. “Het wordt nu steeds makkelijker en wij weten nu precies wat wij kunnen verwachten.” Voor andere zorginstellingen heeft Regout een aantal tips: “Zorg dat je eerst draagvlak creëert binnen de organisatie en bereid iedereen goed voor op een audit. Je kunt er ook voor kiezen om niet meteen voor alle onderwerpen tegelijk te gaan. Door eerst een aantal thema’s te definiëren, is het beter behapbaar. Zodra je het ene op de rit hebt, kun je daarna het pakket verbreden.”

Tweedaagse: het glas is halfvol, maar we schenken graag de tweede helft erbij
Regout onderkent dat ontwikkelingen op ICT-gebied, met name op het gebied van dossier raadpleging via het LSP, uitermate traag verlopen vanwege de complexiteit. Wel ziet hij het positief in: “Het glas is zeker half vol, maar laten we de andere helft ook volschenken en optimaal gebruik maken van de mogelijkheden.” SMASH is graag vertegenwoordigd op de tweedaagse om het proces op gang te krijgen en het gebruik van digitale hulpmiddelen te stimuleren. Het uitwisselen van succeservaringen met collega’s hoort hierbij. Tenslotte onderkent hij net als velen in het werkveld, dat het Opt-in systeem een vertekend beeld geeft van het aantal mensen dat werkelijk geen toestemming wil geven voor gegevensuitwisseling. Regout is niet de enige die hiermee worstelt. ‘Hoe kunnen we meer patiënten op een goede, praktische manier toestemming laten geven?’ is de meest gestelde vraag tijdens deze interviewserie en verdient een plek op het programma.

 

 


Lees ook de andere artikelen uit de nieuwsbriefspecial Tweedaagse.

“Informatiebeleid is veel meer dan gegevens uit een systeem halen”

30 juli 2015

vandenhoevenDe Stichting Georganiseerde eerstlijnszorg Zoetermeer (SGZ) is vooruitstrevend in informatiebeleid. Niet alleen houdt de SGZ zich bezig met de uitwisseling van gegevens, ook worden data breed ingezet om zorg en bedrijfsvoering te verbeteren. Hoe ziet directeur Harry van den Hoeven de toekomst van ICT in de zorg en wat zou hij graag tijdens de tweedaagse van InEen aan de kaak willen stellen?

Waarom SGZ vaak als koploper wordt genoemd? Volgens Van den Hoeven heeft Zoetermeerse stichting ‘de meest geïntegreerde zorg binnen één rechtspersoon’. De SGZ ondersteunt onder meer 13 gezondheidscentra met in totaal 52 huisartsenpraktijken en 11 apotheken en de huisartsenpost in de regio Zoetermeer. Samenwerking tussen de disciplines en efficiënte zorg is waar de stichting zich hard voor maakt. Uitwisseling van informatie is hierbij onontbeerlijk. Bij SGZ staat informatiebeleid hoog op de agenda.

De 5 informatiespeerpunten van SGZ
Allereerst investeert de SGZ in laagdrempelige communicatie tussen patiënt en huisarts, in het bijzonder via het patiëntenportaal MijnGezondheid.net (MGn). Ten tweede streeft de SGZ ernaar om de elektronische communicatie tussen alle zorg- en hulpverleners te optimaliseren. De SGZ zet ook in op elektronische beslisondersteuning (3) en informatiebeveiligingsbeleid (4). Waar SGZ uniek in is, is de ondersteuning van hulpverleners door managementinformatie: SGZ gebruikt de geëxtraheerde gegevens van bijvoorbeeld de huisartsendossiers om feedback aan huisartsen te organiseren over bijvoorbeeld hun verwijsgedrag, en om beslissingen op managementniveau te schragen. Van den Hoeven: “Wij gebruiken de data voor zowel bedrijfsmatige als zorginhoudelijke doelen. Een recent voorbeeld is dat SGZ het effect van de gewijzigde financieringsvormen voor huisartsen heeft geanalyseerd, om te kijken wat het met de omzet van de praktijken doet. Er is veel mogelijk, en informatiebeleid is veel meer dan gegevens uit een systeem halen.”

Tweedaagse: einde aan de lappendeken
Ondanks de vele mogelijkheden die Van den Hoeven ziet, onderkent hij dat de huidige ICT te wensen overlaat: “De lappendeken van verschillende systemen en wet- en regelgeving maakt de communicatie met patiënten complex.” Op de tweedaagse van InEen zou hij het nuttig vinden om vragen van InEen leden te bundelen en een duidelijke richting te communiceren, zodat leveranciers kunnen investeren op wat in de toekomst nodig is.

 

 


Lees ook de andere artikelen uit de nieuwsbriefspecial Tweedaagse.

[...]

vandenhoevenDe Stichting Georganiseerde eerstlijnszorg Zoetermeer (SGZ) is vooruitstrevend in informatiebeleid. Niet alleen houdt de SGZ zich bezig met de uitwisseling van gegevens, ook worden data breed ingezet om zorg en bedrijfsvoering te verbeteren. Hoe ziet directeur Harry van den Hoeven de toekomst van ICT in de zorg en wat zou hij graag tijdens de tweedaagse van InEen aan de kaak willen stellen?

Waarom SGZ vaak als koploper wordt genoemd? Volgens Van den Hoeven heeft Zoetermeerse stichting ‘de meest geïntegreerde zorg binnen één rechtspersoon’. De SGZ ondersteunt onder meer 13 gezondheidscentra met in totaal 52 huisartsenpraktijken en 11 apotheken en de huisartsenpost in de regio Zoetermeer. Samenwerking tussen de disciplines en efficiënte zorg is waar de stichting zich hard voor maakt. Uitwisseling van informatie is hierbij onontbeerlijk. Bij SGZ staat informatiebeleid hoog op de agenda.

De 5 informatiespeerpunten van SGZ
Allereerst investeert de SGZ in laagdrempelige communicatie tussen patiënt en huisarts, in het bijzonder via het patiëntenportaal MijnGezondheid.net (MGn). Ten tweede streeft de SGZ ernaar om de elektronische communicatie tussen alle zorg- en hulpverleners te optimaliseren. De SGZ zet ook in op elektronische beslisondersteuning (3) en informatiebeveiligingsbeleid (4). Waar SGZ uniek in is, is de ondersteuning van hulpverleners door managementinformatie: SGZ gebruikt de geëxtraheerde gegevens van bijvoorbeeld de huisartsendossiers om feedback aan huisartsen te organiseren over bijvoorbeeld hun verwijsgedrag, en om beslissingen op managementniveau te schragen. Van den Hoeven: “Wij gebruiken de data voor zowel bedrijfsmatige als zorginhoudelijke doelen. Een recent voorbeeld is dat SGZ het effect van de gewijzigde financieringsvormen voor huisartsen heeft geanalyseerd, om te kijken wat het met de omzet van de praktijken doet. Er is veel mogelijk, en informatiebeleid is veel meer dan gegevens uit een systeem halen.”

Tweedaagse: einde aan de lappendeken
Ondanks de vele mogelijkheden die Van den Hoeven ziet, onderkent hij dat de huidige ICT te wensen overlaat: “De lappendeken van verschillende systemen en wet- en regelgeving maakt de communicatie met patiënten complex.” Op de tweedaagse van InEen zou hij het nuttig vinden om vragen van InEen leden te bundelen en een duidelijke richting te communiceren, zodat leveranciers kunnen investeren op wat in de toekomst nodig is.

 

 


Lees ook de andere artikelen uit de nieuwsbriefspecial Tweedaagse.

“Moet de veiligheid van de patiënt niet prevaleren boven de privacy?”

30 juli 2015

bosMarcia Bos is adjunct-directeur van de CIHN (Coöperatie Integrale Huisartsenzorg Nijmegen) en  verantwoordelijk voor de Huisartsenposten Nijmegen en Boxmeer en voor ICT. Vanuit die rol is zij betrokken bij de implementatie van het LSP, het Landelijk Schakelpunt, dat verschillende informatiesystemen aan elkaar verbindt. In de aanloop naar de tweedaagse over Informatiebeleid van InEen vertelt Bos over de voordelen van het LSP en huidige knelpunten.

De Huisartsenposten Nijmegen en Boxmeer is een van de koplopers op het gebied van gegevensuitwisseling. In 2005 werkten de huisartsenposten al met het toenmalige EPD. Volgens Bos is gegevensuitwisseling essentieel voor de kwaliteit van zorg. Nu het LSP er is, is er voldaan aan een belangrijke randvoorwaarde. Namelijk dat het mogelijk is de benodigde informatie ook daadwerkelijk uit te wisselen. Dan komt het nog aan op doen. Zorgverleners en patiënten moeten hun gegevens willen delen. Daarom doet Bos er alles aan om een wijdverbreid gebruik te stimuleren. Een task force is in het leven geroepen waarbij de CIHN in samenwerking met de Huisartsenkring en apothekersvereniging uit de regio de gegevensuitwisseling stimuleert bij patiënten en zorgverleners met koudwatervrees. Met name de kwetsbare patiënt staat hierbij hoog op de agenda, omdat voor hen de uitwisseling van medische en medicatie-informatie het meest relevant is.

Daling aantal dossiers
Voordat het LSP er was, was OZIS de schakel. Zeker 80 % van de dossiers was dankzij de OZIS-omgeving beschikbaar. Bij het uitzetten van OZIS en de nieuwe wetgeving die de Opt-in van patiënten behoefde, moesten de dossiers weer vanaf het 0-punt worden opgebouwd. Bos: “Wij hebben verschillende acties gedaan, zoals een mailing vanuit de huisartsen en apothekers en de ontwikkeling van folders en posters. Dankzij onze acties zitten we nu weer op 45%, maar het kost veel tijd en inspanning om mensen te bewegen actief toestemming te geven.”

Geen reden tot zorgen over veiligheid
Is het terecht dat de patiënt zich zorgen maakt over zijn privacy vanwege het LSP? Bos ziet geen aanleiding om de technische veiligheid van het LSP in twijfel te trekken. Niet iedereen krijgt en heeft zomaar toegang tot het LSP. Hiervoor is een UZI-pas op naam nodig waarvoor je moet voldoen aan diverse vereisten. Ook heeft de CIHN het systeem laten hacken (een niet geslaagde poging) voor een extra veiligheidscheck. Omdat de CIHN voldoet aan de NEN 7510-norm voor informatiebeveiliging , is niet alleen de technische kant van de veiligheid gewaarborgd, maar ook de gedragsmatige kant. Bos: ”Het LSP is afgeschermd voor gebruik door onbevoegden, maar daarnaast wordt het gebruik door bevoegden ook gemonitord. Zo kunnen we controleren of de inzage rechtmatig is.”

Tweedaagse: techniek is het middel, niet het doel?
Tijdens de tweedaagse wil Bos de focus terugleggen van een discussie over techniek en alles wat (nog) niet werkt, naar het doel, namelijk: hoe kunnen we informatie-uitwisseling inzetten om kwalitatieve zorg te leveren?’

 

 


Lees ook de andere artikelen uit de nieuwsbriefspecial Tweedaagse.

[...]

bosMarcia Bos is adjunct-directeur van de CIHN (Coöperatie Integrale Huisartsenzorg Nijmegen) en  verantwoordelijk voor de Huisartsenposten Nijmegen en Boxmeer en voor ICT. Vanuit die rol is zij betrokken bij de implementatie van het LSP, het Landelijk Schakelpunt, dat verschillende informatiesystemen aan elkaar verbindt. In de aanloop naar de tweedaagse over Informatiebeleid van InEen vertelt Bos over de voordelen van het LSP en huidige knelpunten.

De Huisartsenposten Nijmegen en Boxmeer is een van de koplopers op het gebied van gegevensuitwisseling. In 2005 werkten de huisartsenposten al met het toenmalige EPD. Volgens Bos is gegevensuitwisseling essentieel voor de kwaliteit van zorg. Nu het LSP er is, is er voldaan aan een belangrijke randvoorwaarde. Namelijk dat het mogelijk is de benodigde informatie ook daadwerkelijk uit te wisselen. Dan komt het nog aan op doen. Zorgverleners en patiënten moeten hun gegevens willen delen. Daarom doet Bos er alles aan om een wijdverbreid gebruik te stimuleren. Een task force is in het leven geroepen waarbij de CIHN in samenwerking met de Huisartsenkring en apothekersvereniging uit de regio de gegevensuitwisseling stimuleert bij patiënten en zorgverleners met koudwatervrees. Met name de kwetsbare patiënt staat hierbij hoog op de agenda, omdat voor hen de uitwisseling van medische en medicatie-informatie het meest relevant is.

Daling aantal dossiers
Voordat het LSP er was, was OZIS de schakel. Zeker 80 % van de dossiers was dankzij de OZIS-omgeving beschikbaar. Bij het uitzetten van OZIS en de nieuwe wetgeving die de Opt-in van patiënten behoefde, moesten de dossiers weer vanaf het 0-punt worden opgebouwd. Bos: “Wij hebben verschillende acties gedaan, zoals een mailing vanuit de huisartsen en apothekers en de ontwikkeling van folders en posters. Dankzij onze acties zitten we nu weer op 45%, maar het kost veel tijd en inspanning om mensen te bewegen actief toestemming te geven.”

Geen reden tot zorgen over veiligheid
Is het terecht dat de patiënt zich zorgen maakt over zijn privacy vanwege het LSP? Bos ziet geen aanleiding om de technische veiligheid van het LSP in twijfel te trekken. Niet iedereen krijgt en heeft zomaar toegang tot het LSP. Hiervoor is een UZI-pas op naam nodig waarvoor je moet voldoen aan diverse vereisten. Ook heeft de CIHN het systeem laten hacken (een niet geslaagde poging) voor een extra veiligheidscheck. Omdat de CIHN voldoet aan de NEN 7510-norm voor informatiebeveiliging , is niet alleen de technische kant van de veiligheid gewaarborgd, maar ook de gedragsmatige kant. Bos: ”Het LSP is afgeschermd voor gebruik door onbevoegden, maar daarnaast wordt het gebruik door bevoegden ook gemonitord. Zo kunnen we controleren of de inzage rechtmatig is.”

Tweedaagse: techniek is het middel, niet het doel?
Tijdens de tweedaagse wil Bos de focus terugleggen van een discussie over techniek en alles wat (nog) niet werkt, naar het doel, namelijk: hoe kunnen we informatie-uitwisseling inzetten om kwalitatieve zorg te leveren?’

 

 


Lees ook de andere artikelen uit de nieuwsbriefspecial Tweedaagse.

“Veel mogelijkheden van ICT blijven onbenut in de huisartsenpraktijk”

30 juli 2015

dijkstraRob Dijkstra is bestuursvoorzitter van de NHG. Hij is zeer enthousiast over nieuwe ontwikkelingen als Thuisarts.nl en zelfregistratie-apps, maar betreurt dat er niet meer mee gedaan wordt. Hij ziet dat er volop kansen liggen voor betere, completere zorg en meer betrokkenheid van de patiënt.

 

Kinderschoenen
Volgens Dijkstra staat eHealth eigenlijk nog maar in de kinderschoenen. “Technisch is veel mogelijk en er ligt al veel klaar. In de GGZ zijn succesvolle zelfhulpprogramma’s in gebruik. Zoiets zou ook in de eerste lijn door huisartsen moeten worden ingezet. De patiënt omarmt zelfzorg. De website Thuisarts.nl wordt jaarlijks 13 miljoen keer bezocht en is de meest bezochte medische website. ICT biedt volop kansen voor ketenzorg en zelfmanagement. Ik zou graag zien dat iedere patiënt een informatierecept met een zoekterm meekrijgt, zoals vroeger het recept voor medicatie.”

Data overtypen
Volgens Dijkstra krijgt de huisarts nu met veel verschillende apps te maken die niet aansluiten bij het HIS waardoor de huisarts soms handmatig de zelfregistratie van de patiënt aan het invoeren is. Volgens de NHG-voorzitter zou dat veel handiger kunnen, maar huisartsen weten nu niet welke gegevens betrouwbaar zijn. Zodra deze obstakels verdwijnen, blijft er meer tijd over om andere zaken te spreken zoals de behandelkeuzes van de patiënt. Volgens Dijkstra leeft er bij huisartsen behoefte aan een lijst met betrouwbare apps waarmee ze kunnen werken.

Gegevens als basis voor kwaliteitsverbetering
Dijkstra kan veel onbenutte voorbeelden noemen van eHealth. Het makkelijker digitaal of via een video verbinding in contact komen met patiënten die slecht ter been zijn bijvoorbeeld. Daarnaast kijkt hij nog iets breder naar de mogelijkheden van ICT. Door de gegevens gestructureerd te verzamelen kunnen huisartsen inzicht krijgen in hun eigen handelen. Deze informatie is goed te gebruiken in intervisiegroepen.

Tweedaagse: zelf bepalen welke techniek nodig is
Dijkstra is van mening dat ICT of dataverzameling nooit een doel an sich mag worden. Tijdens de tweedaagse voert hij graag het gesprek over de keuzes die samen moeten worden gemaakt. “ICT kan de zorg beter en completer maken, maar behandeling van de patiënt is het doel en ICT het middel en niet andersom. Dataverzameling dient voor intern gebruik in het kader van de kwaliteit en niet voor inkoop van zorg.”

 

 


Lees ook de andere artikelen uit de nieuwsbriefspecial Tweedaagse.

[...]

dijkstraRob Dijkstra is bestuursvoorzitter van de NHG. Hij is zeer enthousiast over nieuwe ontwikkelingen als Thuisarts.nl en zelfregistratie-apps, maar betreurt dat er niet meer mee gedaan wordt. Hij ziet dat er volop kansen liggen voor betere, completere zorg en meer betrokkenheid van de patiënt.

 

Kinderschoenen
Volgens Dijkstra staat eHealth eigenlijk nog maar in de kinderschoenen. “Technisch is veel mogelijk en er ligt al veel klaar. In de GGZ zijn succesvolle zelfhulpprogramma’s in gebruik. Zoiets zou ook in de eerste lijn door huisartsen moeten worden ingezet. De patiënt omarmt zelfzorg. De website Thuisarts.nl wordt jaarlijks 13 miljoen keer bezocht en is de meest bezochte medische website. ICT biedt volop kansen voor ketenzorg en zelfmanagement. Ik zou graag zien dat iedere patiënt een informatierecept met een zoekterm meekrijgt, zoals vroeger het recept voor medicatie.”

Data overtypen
Volgens Dijkstra krijgt de huisarts nu met veel verschillende apps te maken die niet aansluiten bij het HIS waardoor de huisarts soms handmatig de zelfregistratie van de patiënt aan het invoeren is. Volgens de NHG-voorzitter zou dat veel handiger kunnen, maar huisartsen weten nu niet welke gegevens betrouwbaar zijn. Zodra deze obstakels verdwijnen, blijft er meer tijd over om andere zaken te spreken zoals de behandelkeuzes van de patiënt. Volgens Dijkstra leeft er bij huisartsen behoefte aan een lijst met betrouwbare apps waarmee ze kunnen werken.

Gegevens als basis voor kwaliteitsverbetering
Dijkstra kan veel onbenutte voorbeelden noemen van eHealth. Het makkelijker digitaal of via een video verbinding in contact komen met patiënten die slecht ter been zijn bijvoorbeeld. Daarnaast kijkt hij nog iets breder naar de mogelijkheden van ICT. Door de gegevens gestructureerd te verzamelen kunnen huisartsen inzicht krijgen in hun eigen handelen. Deze informatie is goed te gebruiken in intervisiegroepen.

Tweedaagse: zelf bepalen welke techniek nodig is
Dijkstra is van mening dat ICT of dataverzameling nooit een doel an sich mag worden. Tijdens de tweedaagse voert hij graag het gesprek over de keuzes die samen moeten worden gemaakt. “ICT kan de zorg beter en completer maken, maar behandeling van de patiënt is het doel en ICT het middel en niet andersom. Dataverzameling dient voor intern gebruik in het kader van de kwaliteit en niet voor inkoop van zorg.”

 

 


Lees ook de andere artikelen uit de nieuwsbriefspecial Tweedaagse.

“Informatiebeleid is onmisbaar voor goede samenwerking”

30 juli 2015

bontjeMartin Bontje (voorzitter InEen) is gastheer van de Tweedaagse over Informatiebeleid. Tijdens deze dagen zal er ruimte zijn voor de uitwisseling van kennis en ervaringen. Elke organisatie blinkt uit in iets anders en staat op een ander punt in zijn ontwikkeling, maar de knelpunten vertonen veel overlap. Bontje geeft een vooruitblik.

 

Steeds opnieuw toestemming vragen
Om met een knelpunt te beginnen: Bontje vindt de huidige Opt-in een rare maatregel. De bureaucratie gaat nu zelfs zo ver dat een patiënt die eerder toestemming gaf voor een COPD-programma, opnieuw toestemming moet geven voor de ketenbehandeling voor hart- en vaatziekten. “Wanneer je van de Opt-in een Opt-out zou maken, schiet het percentage toestemmers omhoog. Natuurlijk zijn er tal van middelen om de patiënt in beweging te krijgen, maar dit is erg omslachtig.”

Wildgroei aan software
ICT in de zorg en e-health is sterk in opmars, er is een woud aan apps en toepassingen ontstaan. Voor de  huisarts is het bijna niet meer bij te houden. “Huisartsen begonnen vroeg met ICT, wat natuurlijk positief is. Het nadeel is dat de diverse software slecht op elkaar aansluit. Er zijn diverse kleine spelers. Een probleem hierbij is dat kleinschalige software-ontwikkelaars niet snel zullen investeren in verbeteringen. Tijdens de tweedaagse wil ik het besef kweken bij alle betrokkenen dat er uniformiteit moet komen, niet per se in merken, maar in elk geval in gebruiksmogelijkheden. De toepassingen moeten -als het ware -dezelfde stekker krijgen.”

Tweedaagse: samenhangend beleid maken
De leden van InEen hebben multidisciplinaire samenwerking hoog in het vaandel staan, maar het huidige informatiebeleid schiet hierin te kort. InEen streeft naar een maximaal beleid zodat samenwerking niet langer gedwarsboomd wordt. Op 16 en 17 september krijgen de volgende zaken de aandacht:

  • Blik op vooruit. Een plenaire lezing over de trend in een breed perspectief.  Wat zijn de verwachtingen op landelijk– en mondiaal niveau?
  • Techniek. Hoe kunnen we een geluid vormen waar ICT-ontwikkelaars op in kunnen spelen?
  • Draagvlak creëren. Samen toewerken naar een samenhangend beleid om de kwaliteit van zorg te verbeteren.

 

 


Lees ook de andere artikelen uit de nieuwsbriefspecial Tweedaagse.

[...]

bontjeMartin Bontje (voorzitter InEen) is gastheer van de Tweedaagse over Informatiebeleid. Tijdens deze dagen zal er ruimte zijn voor de uitwisseling van kennis en ervaringen. Elke organisatie blinkt uit in iets anders en staat op een ander punt in zijn ontwikkeling, maar de knelpunten vertonen veel overlap. Bontje geeft een vooruitblik.

 

Steeds opnieuw toestemming vragen
Om met een knelpunt te beginnen: Bontje vindt de huidige Opt-in een rare maatregel. De bureaucratie gaat nu zelfs zo ver dat een patiënt die eerder toestemming gaf voor een COPD-programma, opnieuw toestemming moet geven voor de ketenbehandeling voor hart- en vaatziekten. “Wanneer je van de Opt-in een Opt-out zou maken, schiet het percentage toestemmers omhoog. Natuurlijk zijn er tal van middelen om de patiënt in beweging te krijgen, maar dit is erg omslachtig.”

Wildgroei aan software
ICT in de zorg en e-health is sterk in opmars, er is een woud aan apps en toepassingen ontstaan. Voor de  huisarts is het bijna niet meer bij te houden. “Huisartsen begonnen vroeg met ICT, wat natuurlijk positief is. Het nadeel is dat de diverse software slecht op elkaar aansluit. Er zijn diverse kleine spelers. Een probleem hierbij is dat kleinschalige software-ontwikkelaars niet snel zullen investeren in verbeteringen. Tijdens de tweedaagse wil ik het besef kweken bij alle betrokkenen dat er uniformiteit moet komen, niet per se in merken, maar in elk geval in gebruiksmogelijkheden. De toepassingen moeten -als het ware -dezelfde stekker krijgen.”

Tweedaagse: samenhangend beleid maken
De leden van InEen hebben multidisciplinaire samenwerking hoog in het vaandel staan, maar het huidige informatiebeleid schiet hierin te kort. InEen streeft naar een maximaal beleid zodat samenwerking niet langer gedwarsboomd wordt. Op 16 en 17 september krijgen de volgende zaken de aandacht:

  • Blik op vooruit. Een plenaire lezing over de trend in een breed perspectief.  Wat zijn de verwachtingen op landelijk– en mondiaal niveau?
  • Techniek. Hoe kunnen we een geluid vormen waar ICT-ontwikkelaars op in kunnen spelen?
  • Draagvlak creëren. Samen toewerken naar een samenhangend beleid om de kwaliteit van zorg te verbeteren.

 

 


Lees ook de andere artikelen uit de nieuwsbriefspecial Tweedaagse.

“De patiënttoestemming moet vereenvoudigd worden”

30 juli 2015

vanderkraanWillem van der Kraan is voorzitter van de door InEen in het leven geroepen beleidsadviescommissie (BAC) Informatiebeleid. Als voorzitter van de BAC pleit hij voor één eenvoudig systeem waarmee de patiënt toestemming geeft voor de uitwisseling van informatie tussen zorgverleners. Op 16 en 17 september gooit hij graag een balletje op over dit onderwerp tijdens de InEen Tweedaagse over Informatiebeleid.

Technologie biedt mogelijkheden
Van der Kraan wordt enthousiast van de mogelijkheden die de technologie biedt: “ten eerste vind ik de techniek interessant en leuk, maar er zijn tal van rationele argumenten te bedenken hoe ICT een positieve bijdrage kan leveren aan de kwaliteit van zorg. Als huisarts krijg je meer inzicht in je eigen praktijk. Je kunt patiënten beter individueel in de gaten houden, door bijvoorbeeld te zien dat patiënt A zijn medicatie niet heeft genomen of geen bloed heeft geprikt. Ook dat de patiënt afspraken online kan maken kan zeer handig zijn als huisarts. De huidige trend is ook zelfzorg, de technologie biedt volop kansen om patiënten hun zorg zelf te laten managen.”

Onderlinge communicatie tussen tools
“Veel bedrijven houden zich bezig met eHealth: Microsoft, Google, maar ook kleine spelers in de markt en starters. Cruciaal is dat de verschillende tools kunnen communiceren met de software die aanwezig is, zoals een HIS. Wanneer een huisarts de verzamelde digitale gegevens van een patiënt moet uitprinten en vervolgens moet invoeren, is dat geen wenselijke situatie.” Van der Kraan zou willen dat er een lijst is met software , tools en apps die veilig en betrouwbaar zijn en met elkaar kunnen communiceren.

Een breder omschreven Opt-in
Zoals velen in het eerstelijns speelveld, erkent Van der Kraan het probleem van de actieve Opt-in. Namelijk, wanneer je patiënten gericht zou vragen om toestemming voor gegevensuitwisseling zeggen ze meestal ja, maar op een schriftelijk verzoek van de huisarts wordt nauwelijks gereageerd. “Dit zou in de toekomst een nog groter probleem kunnen opleveren, omdat het aantal toepassingen groeiende is en zodoende voor elke situatie met gegevensuitwisseling opnieuw een Opt-in nodig is”. Van der Kraan maakt zich zorgen over hoe dit in de toekomst zal gaan, zoals bij de zorgportalen. “Veiligheid is belangrijk, maar hoe houd je het praktisch hanteerbaar? Dat is een grote uitdaging voor de toekomst.”

Tweedaagse: prikkelend programma
Tijdens de tweedaagse hoopt Van der Kraan op een prikkelend programma, waarbij inspirerende, goed werkende programma’s worden getoond door professionals. “Het lijkt me interessant als niet alleen de regels en protocollen worden besproken, of dat er luchtkastelen worden getoond, maar praktijkvoorbeelden aan bod komen waar we in de nabije toekomst van kunnen leren”.

 

 


Lees ook de andere artikelen uit de nieuwsbriefspecial Tweedaagse.

[...]

vanderkraanWillem van der Kraan is voorzitter van de door InEen in het leven geroepen beleidsadviescommissie (BAC) Informatiebeleid. Als voorzitter van de BAC pleit hij voor één eenvoudig systeem waarmee de patiënt toestemming geeft voor de uitwisseling van informatie tussen zorgverleners. Op 16 en 17 september gooit hij graag een balletje op over dit onderwerp tijdens de InEen Tweedaagse over Informatiebeleid.

Technologie biedt mogelijkheden
Van der Kraan wordt enthousiast van de mogelijkheden die de technologie biedt: “ten eerste vind ik de techniek interessant en leuk, maar er zijn tal van rationele argumenten te bedenken hoe ICT een positieve bijdrage kan leveren aan de kwaliteit van zorg. Als huisarts krijg je meer inzicht in je eigen praktijk. Je kunt patiënten beter individueel in de gaten houden, door bijvoorbeeld te zien dat patiënt A zijn medicatie niet heeft genomen of geen bloed heeft geprikt. Ook dat de patiënt afspraken online kan maken kan zeer handig zijn als huisarts. De huidige trend is ook zelfzorg, de technologie biedt volop kansen om patiënten hun zorg zelf te laten managen.”

Onderlinge communicatie tussen tools
“Veel bedrijven houden zich bezig met eHealth: Microsoft, Google, maar ook kleine spelers in de markt en starters. Cruciaal is dat de verschillende tools kunnen communiceren met de software die aanwezig is, zoals een HIS. Wanneer een huisarts de verzamelde digitale gegevens van een patiënt moet uitprinten en vervolgens moet invoeren, is dat geen wenselijke situatie.” Van der Kraan zou willen dat er een lijst is met software , tools en apps die veilig en betrouwbaar zijn en met elkaar kunnen communiceren.

Een breder omschreven Opt-in
Zoals velen in het eerstelijns speelveld, erkent Van der Kraan het probleem van de actieve Opt-in. Namelijk, wanneer je patiënten gericht zou vragen om toestemming voor gegevensuitwisseling zeggen ze meestal ja, maar op een schriftelijk verzoek van de huisarts wordt nauwelijks gereageerd. “Dit zou in de toekomst een nog groter probleem kunnen opleveren, omdat het aantal toepassingen groeiende is en zodoende voor elke situatie met gegevensuitwisseling opnieuw een Opt-in nodig is”. Van der Kraan maakt zich zorgen over hoe dit in de toekomst zal gaan, zoals bij de zorgportalen. “Veiligheid is belangrijk, maar hoe houd je het praktisch hanteerbaar? Dat is een grote uitdaging voor de toekomst.”

Tweedaagse: prikkelend programma
Tijdens de tweedaagse hoopt Van der Kraan op een prikkelend programma, waarbij inspirerende, goed werkende programma’s worden getoond door professionals. “Het lijkt me interessant als niet alleen de regels en protocollen worden besproken, of dat er luchtkastelen worden getoond, maar praktijkvoorbeelden aan bod komen waar we in de nabije toekomst van kunnen leren”.

 

 


Lees ook de andere artikelen uit de nieuwsbriefspecial Tweedaagse.

Zomerbeloftes Het Roer Moet Om

29 juli 2015

Na de toezeggingen tijdens het congres in de Rode Hoed (10 juni) zijn VWS, Zorgverzekeraars, InEen, LHV en Het Roer Moet Om op 1 juli bij elkaar gekomen. Besloten is drie werkgroepen te installeren om de beoogde doelen vóór 1 oktober aanstaande dichterbij te brengen. Inmiddels zijn de drie werkgroepen bij elkaar geweest en wordt er enthousiast gewerkt aan het terugdringen van onnodige bureaucratie, een gelijkwaardige onderhandelingspositie van huisartsen(organisaties) met verzekeraars en het zinvol meten van kwaliteit in de huisartsenzorg. De werkgroepen werken deze zomer gewoon door. Begin september komen alle betrokken partijen weer bijeen om de resultaten van de werkgroepen te bespreken. Daarna worden de definitieve afspraken en besluiten vastgelegd in het ‘Zomerakkoord’. Dat gebeurt in een slotbijeenkomst. Uiteraard houden we jullie op de hoogte.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Na de toezeggingen tijdens het congres in de Rode Hoed (10 juni) zijn VWS, Zorgverzekeraars, InEen, LHV en Het Roer Moet Om op 1 juli bij elkaar gekomen. Besloten is drie werkgroepen te installeren om de beoogde doelen vóór 1 oktober aanstaande dichterbij te brengen. Inmiddels zijn de drie werkgroepen bij elkaar geweest en wordt er enthousiast gewerkt aan het terugdringen van onnodige bureaucratie, een gelijkwaardige onderhandelingspositie van huisartsen(organisaties) met verzekeraars en het zinvol meten van kwaliteit in de huisartsenzorg. De werkgroepen werken deze zomer gewoon door. Begin september komen alle betrokken partijen weer bijeen om de resultaten van de werkgroepen te bespreken. Daarna worden de definitieve afspraken en besluiten vastgelegd in het ‘Zomerakkoord’. Dat gebeurt in een slotbijeenkomst. Uiteraard houden we jullie op de hoogte.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Inspirational afternoon op 30 augustus | European Forum of Primary Care (EFPC)

29 juli 2015

Voorafgaand aan het congres van het European Forum of Primary Care (EFPC) op 31 augustus en 1 september in Amsterdam, organiseert InEen samen met het EFPC een onderdeel van de pre-conference op zondagmiddag 30 augustus (ook in Amsterdam). We willen onze leden de gelegenheid bieden zich te laten inspireren door ervaringen elders in Europa en met elkaar een actueel thema uit te diepen. Jullie zijn van harte uitgenodigd samen met enkele Europese collega’s de volgende thema’s te bespreken:
▪    Kwetsbare ouderen (frail elderly)
▪    Persoonsgerichte zorg (patient centred care)
▪    Huisartsenzorg in ANW-uren (out-of-hours-service)
▪    GGZ (mental health)
Inschrijven voor deze middag is vanaf nu mogelijk. De kosten bedragen € 50 per persoon, voor de tweede persoon (of meer) is het inschrijftarief € 25.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Voorafgaand aan het congres van het European Forum of Primary Care (EFPC) op 31 augustus en 1 september in Amsterdam, organiseert InEen samen met het EFPC een onderdeel van de pre-conference op zondagmiddag 30 augustus (ook in Amsterdam). We willen onze leden de gelegenheid bieden zich te laten inspireren door ervaringen elders in Europa en met elkaar een actueel thema uit te diepen. Jullie zijn van harte uitgenodigd samen met enkele Europese collega’s de volgende thema’s te bespreken:
▪    Kwetsbare ouderen (frail elderly)
▪    Persoonsgerichte zorg (patient centred care)
▪    Huisartsenzorg in ANW-uren (out-of-hours-service)
▪    GGZ (mental health)
Inschrijven voor deze middag is vanaf nu mogelijk. De kosten bedragen € 50 per persoon, voor de tweede persoon (of meer) is het inschrijftarief € 25.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

“Je moet patiënten actief naar de digitale voordeur begeleiden”

09 juli 2015

ConradiGCM is de overkoepelende organisatie voor gezondheidscentra in Maarssenbroek. In 2009 ontwikkelde GCM een heldere visie op ICT die ervoor heeft gezorgd dat zij is waar zij nu is. In de aanloop naar de tweedaagse over Informatiebeleid sprak InEen met directeur Gré Conradi.

Eén look en feel voor de patiënt
Voor bewoners van de regio Maarssenbroek gaat het als volgt: zij loggen in op het patiëntenportaal via ‘MijnGCM’ en hebben vervolgens tal van mogelijkheden. Zo kunnen zij hun eigen dossier inzien, recepten opvragen, een elektronisch consult doen of een fysieke afspraak maken. Ook de fysiomanager en de website Thuisarts.nl zijn vanuit hetzelfde portaal te bereiken. Conradi: “Wij vinden het belangrijk dat de digitale omgeving één look en feel heeft. Mensen krijgen dan het gevoel in een vertrouwde omgeving te zijn.”

Gedragsverandering: van cadeaubonnen tot studentenvoorlichters
Een heikel punt bij eHealth is het stimuleren van het gebruik bij de patiënt. Volgens Conradi helpt het om zowel bij het patiëntenportaal als bij Opt-ins een actieve houding aan te nemen als aanbieder. GCM heeft in het jaar 2014 wat dat betreft hard aan de weg getimmerd. Een aantal patiënten kreeg een cadeaubon wanneer zij voor het eerst het portaal gebruikten. Er is een aantrekkelijke promotiekaart ontworpen met een korte krachtige uitleg. Ook heeft GCM gewerkt met studentenvoorlichters in de wachtkamers van huisartsen. De jaarlijks terugkerende griepprik is aangegrepen om patiënten op hun eHealth mogelijkheden te wijzen. Het resultaat mag er zijn: in het GCM jaarverslag 2014 is duidelijk te zien hoe de inspanningen hebben geresulteerd in meer gebruik van het portaal.

Afbeelding bij interview Gre Conradi GCM

Aantal (cumulatief) eConsulten, eAfspraken, eRecepten en eLab (gepubliceerde labuitslagen via MGn) in 2014 van het MijnGCM portaal. Bron: GCM Jaarverslag 2014.

Kosten licenties lopen snel op
GCM is een innovatieve organisatie en wil dit ook blijven, maar volgens directeur Conradi brengt digitale innovatie zowel incidentele als structurele kosten met zich mee. Om ieder softwareprogramma te laten draaien en te koppelen aan de systemen, lopen de licentiekosten hoog op. “Vanuit de overheid wordt zelfzorg en zelfredzaamheid gestimuleerd, maar om dit te faciliteren moet je goede middelen hebben. Zonder aanvullende subsidies hadden wij dit portaal niet kunnen verwezenlijken.”

Tweedaagse: hoe faciliteren we zorg dicht bij huis?
Tijdens de tweedaagse zou Conradi graag een gesprek voeren over de mogelijkheden in de eerste lijn, met name rondom diagnostiek. “Bekend is dat sommige huisartsen- en fysiotherapiepraktijk beschikken over een echo. Niet elke praktijk beschikt over dezelfde kennis en kunde, of het benodigde patiëntenvolume, maar deze vorm van diagnostiek bespaart de patiënt aanzienlijk in de eigen bijdrage. Als de trend is: ‘meer dicht bij huis doen’, hoe kunnen we dat vorm gaan geven? Op dit moment zijn bepaalde tarieven niet bekend, waardoor het onduidelijk is wat de eerste lijn zou kunnen doen. Het zou fijn zijn als er duidelijke besluitvorming is op dit gebied, zodat er een langetermijnplan kan worden opgesteld”

 

 


Lees ook de andere artikelen uit de nieuwsbriefspecial Tweedaagse.

[...]

ConradiGCM is de overkoepelende organisatie voor gezondheidscentra in Maarssenbroek. In 2009 ontwikkelde GCM een heldere visie op ICT die ervoor heeft gezorgd dat zij is waar zij nu is. In de aanloop naar de tweedaagse over Informatiebeleid sprak InEen met directeur Gré Conradi.

Eén look en feel voor de patiënt
Voor bewoners van de regio Maarssenbroek gaat het als volgt: zij loggen in op het patiëntenportaal via ‘MijnGCM’ en hebben vervolgens tal van mogelijkheden. Zo kunnen zij hun eigen dossier inzien, recepten opvragen, een elektronisch consult doen of een fysieke afspraak maken. Ook de fysiomanager en de website Thuisarts.nl zijn vanuit hetzelfde portaal te bereiken. Conradi: “Wij vinden het belangrijk dat de digitale omgeving één look en feel heeft. Mensen krijgen dan het gevoel in een vertrouwde omgeving te zijn.”

Gedragsverandering: van cadeaubonnen tot studentenvoorlichters
Een heikel punt bij eHealth is het stimuleren van het gebruik bij de patiënt. Volgens Conradi helpt het om zowel bij het patiëntenportaal als bij Opt-ins een actieve houding aan te nemen als aanbieder. GCM heeft in het jaar 2014 wat dat betreft hard aan de weg getimmerd. Een aantal patiënten kreeg een cadeaubon wanneer zij voor het eerst het portaal gebruikten. Er is een aantrekkelijke promotiekaart ontworpen met een korte krachtige uitleg. Ook heeft GCM gewerkt met studentenvoorlichters in de wachtkamers van huisartsen. De jaarlijks terugkerende griepprik is aangegrepen om patiënten op hun eHealth mogelijkheden te wijzen. Het resultaat mag er zijn: in het GCM jaarverslag 2014 is duidelijk te zien hoe de inspanningen hebben geresulteerd in meer gebruik van het portaal.

Afbeelding bij interview Gre Conradi GCM

Aantal (cumulatief) eConsulten, eAfspraken, eRecepten en eLab (gepubliceerde labuitslagen via MGn) in 2014 van het MijnGCM portaal. Bron: GCM Jaarverslag 2014.

Kosten licenties lopen snel op
GCM is een innovatieve organisatie en wil dit ook blijven, maar volgens directeur Conradi brengt digitale innovatie zowel incidentele als structurele kosten met zich mee. Om ieder softwareprogramma te laten draaien en te koppelen aan de systemen, lopen de licentiekosten hoog op. “Vanuit de overheid wordt zelfzorg en zelfredzaamheid gestimuleerd, maar om dit te faciliteren moet je goede middelen hebben. Zonder aanvullende subsidies hadden wij dit portaal niet kunnen verwezenlijken.”

Tweedaagse: hoe faciliteren we zorg dicht bij huis?
Tijdens de tweedaagse zou Conradi graag een gesprek voeren over de mogelijkheden in de eerste lijn, met name rondom diagnostiek. “Bekend is dat sommige huisartsen- en fysiotherapiepraktijk beschikken over een echo. Niet elke praktijk beschikt over dezelfde kennis en kunde, of het benodigde patiëntenvolume, maar deze vorm van diagnostiek bespaart de patiënt aanzienlijk in de eigen bijdrage. Als de trend is: ‘meer dicht bij huis doen’, hoe kunnen we dat vorm gaan geven? Op dit moment zijn bepaalde tarieven niet bekend, waardoor het onduidelijk is wat de eerste lijn zou kunnen doen. Het zou fijn zijn als er duidelijke besluitvorming is op dit gebied, zodat er een langetermijnplan kan worden opgesteld”

 

 


Lees ook de andere artikelen uit de nieuwsbriefspecial Tweedaagse.

Zorgveld aan de slag met actiepunten Het Roer Moet Om

03 juli 2015

Een startbijeenkomst op 1 juli, georganiseerd door huisartsenorganisaties InEen, LHV en NHG markeerde het moment om aan de slag te gaan met de actiepunten van Het Roer Moet Om. Bij deze bijeenkomsten was natuurlijk het actiecomité Het Roer Moet Om aanwezig, maar ook vertegenwoordigers van de ACM, InEen, LHV, NHG, NPCF, NZa, Zorgverzekeraars en het ministerie van VWS. Alle partijen nemen de oproep van het actiecomité serieus en gaan deze zomermaanden concreet aan de slag met de problemen die in de huisartsenzorg worden ervaren. De actiepunten, besproken tijdens het debat in De Rode Hoed op 10 juni, worden de komende maanden ter hand genomen.

Oplossingen binnen handbereik
Tijdens het debat in De Rode Hoed bleek verrassend veel overeenstemming tussen overheid, zorgverleners en zorgverzekeraars te bestaan. De deelnemers aan de startbijeenkomst geloven dan ook dat het opruimen van veel knelpunten binnen handbereik ligt. Iedereen is bovendien van mening dat de uitgangspunten van het bestuurlijk akkoord voor de eerste lijn nog stevig overeind staan, ook al is de praktijk soms weerbarstig.

Tijdens de zomermaanden gaan drie werkgroepen hard aan de slag met de knelpunten:
1) De Werkgroep Samenwerking en gelijkwaardigheid. Deze gaat uitwerken welke maatregelen zowel op korte als langere termijn genomen moeten worden om de nadelige effecten van marktwerking en mededinging voor de huisartsenzorg op te heffen.
2) De Werkgroep Bureaucratie en administratieve Lasten. Deze werkgroep brengt regels, voorschriften en formulieren in kaart om te bezien welke onzin zijn en vereenvoudigd of afgeschaft kunnen worden. Ook wordt gekeken naar onderliggende oorzaken van de regelgeving.
3) De Werkgroep Kwaliteit. Deze werkgroep gaat aan de slag met de vraag hoe kwaliteit het best geborgd kan worden. Kan de huisartsenbranche dat zelf? De werkgroep kijkt hoe een beperkte, door iedereen geaccepteerde, set van indicatoren kan worden vastgesteld. Aan de hand waarvan zorg gecontracteerd kan worden.

1 oktober
Op 1 oktober moeten er duidelijke afspraken en voorstellen liggen. Daarmee kan vervolgens gewerkt worden aan meer vertrouwen tussen huisartsen en zorgverzekeraars, minder bureaucratie en een gelijkwaardige onderhandelingspositie.

De Werkgroep Bureaucratie en administratieve lasten wordt getrokken door InEen (Hansmaarten Bolle en Emiel Kerpershoek). Verzekeraars, ZN, NZa, VWS en LHV zullen aan de werkgroep deelnemen. We gaan snel ervaren knelpunten verzamelen. Als jullie voorbeelden hebben houden we ons aanbevolen (info@ineen.nl).

[...]

Een startbijeenkomst op 1 juli, georganiseerd door huisartsenorganisaties InEen, LHV en NHG markeerde het moment om aan de slag te gaan met de actiepunten van Het Roer Moet Om. Bij deze bijeenkomsten was natuurlijk het actiecomité Het Roer Moet Om aanwezig, maar ook vertegenwoordigers van de ACM, InEen, LHV, NHG, NPCF, NZa, Zorgverzekeraars en het ministerie van VWS. Alle partijen nemen de oproep van het actiecomité serieus en gaan deze zomermaanden concreet aan de slag met de problemen die in de huisartsenzorg worden ervaren. De actiepunten, besproken tijdens het debat in De Rode Hoed op 10 juni, worden de komende maanden ter hand genomen.

Oplossingen binnen handbereik
Tijdens het debat in De Rode Hoed bleek verrassend veel overeenstemming tussen overheid, zorgverleners en zorgverzekeraars te bestaan. De deelnemers aan de startbijeenkomst geloven dan ook dat het opruimen van veel knelpunten binnen handbereik ligt. Iedereen is bovendien van mening dat de uitgangspunten van het bestuurlijk akkoord voor de eerste lijn nog stevig overeind staan, ook al is de praktijk soms weerbarstig.

Tijdens de zomermaanden gaan drie werkgroepen hard aan de slag met de knelpunten:
1) De Werkgroep Samenwerking en gelijkwaardigheid. Deze gaat uitwerken welke maatregelen zowel op korte als langere termijn genomen moeten worden om de nadelige effecten van marktwerking en mededinging voor de huisartsenzorg op te heffen.
2) De Werkgroep Bureaucratie en administratieve Lasten. Deze werkgroep brengt regels, voorschriften en formulieren in kaart om te bezien welke onzin zijn en vereenvoudigd of afgeschaft kunnen worden. Ook wordt gekeken naar onderliggende oorzaken van de regelgeving.
3) De Werkgroep Kwaliteit. Deze werkgroep gaat aan de slag met de vraag hoe kwaliteit het best geborgd kan worden. Kan de huisartsenbranche dat zelf? De werkgroep kijkt hoe een beperkte, door iedereen geaccepteerde, set van indicatoren kan worden vastgesteld. Aan de hand waarvan zorg gecontracteerd kan worden.

1 oktober
Op 1 oktober moeten er duidelijke afspraken en voorstellen liggen. Daarmee kan vervolgens gewerkt worden aan meer vertrouwen tussen huisartsen en zorgverzekeraars, minder bureaucratie en een gelijkwaardige onderhandelingspositie.

De Werkgroep Bureaucratie en administratieve lasten wordt getrokken door InEen (Hansmaarten Bolle en Emiel Kerpershoek). Verzekeraars, ZN, NZa, VWS en LHV zullen aan de werkgroep deelnemen. We gaan snel ervaren knelpunten verzamelen. Als jullie voorbeelden hebben houden we ons aanbevolen (info@ineen.nl).

‘Harder zitten op het naleven van gemaakte afspraken’

26 juni 2015

AdriAdri van der Born, huisarts en directeur van de Huisartsenposten Rijnmond, neemt per 1 juli 2015 afscheid als bestuurslid van InEen. Na anderhalf jaar is het tijd dat het grote fusiebestuur afslankt. Volgens het aftreedschema is nu Van der Born aan de beurt. ‘Uit de grond van m’n hart jammer!’

Hoe kijk je terug op de afgelopen anderhalf jaar?
‘De meesten weten dat ik wel wat aarzelingen had bij de verbreding van de toenmalige VHN. Dat had ermee te maken dat de huisartsenposten eigenlijk alleen over kwaliteit en organisatie gaan, terwijl bij zorggroepen en gezondheidscentra de financiële aspecten ook een grote rol spelen. Maar ik kan zeggen dat ondanks het feit dat de bekostiging de afgelopen periode de grootste rol heeft gespeeld, ik heb gemerkt dat er veel meer eenheid is ontstaan in het veld. Het besef dat we allemaal staan voor een sterke eerstelijnszorg en dat we elkaar kunnen versterken. En dat is pure winst. Want politiek en maatschappelijk is men het er wel over eens dat de eerste lijn zich moet ontwikkelen, er liggen dus veel kansen voor de eerste lijn. Dat inzicht heeft bij mij en in het hele InEen-bestuur stevig voet aan de grond gekregen. Met mijn vertrek blijven er trouwens nog maar twee bestuursleden over met een huisartsenpostachtergrond. Daarom ben ik blij met de beleidsadviescommissie (BAC) Acute Zorg, waar de thema’s van de huisartsenposten scherp kunnen worden uitgewerkt.’

Wat wil je het InEen-bestuur vooral op het hart drukken?
‘Het is belangrijk dat InEen bij het maken van afspraken ervoor waakt dat de hele beroepsgroep mee kan komen in de ontwikkelingen en verschuivingen die zich voordoen. Niet alleen de enthousiaste hardlopers, maar ook de achterblijvers. Er zijn altijd hekkensluiters, maar die groep mag niet te groot worden. Gebeurt dat wel, dan worden we een onbetrouwbare partij, in de ogen van onze eigen achterban en in de ogen van de overheid. Dat betekent dat InEen – samen met de LHV en gebruik makend van de organisatorische kennis en ervaring in de eigen achterban – nog harder moet werken aan een sterke infrastructuur in de eerste lijn.’

‘Verder vind ik dat InEen zich in de toekomst krachtiger mag opstellen. Meer een vuist maken en harder zitten op het naleven van gemaakte afspraken. We maken het mee in de bestuurlijke akkoorden dat waar de top van de zorgverzekeraars dingen afspreekt er op de werkvloer heel andere dingen mee worden gedaan. De huisartsen zitten dan met nodeloze formaliteiten. Ik zie hetzelfde in de transities. Goede plannen, maar er komen geen middelen en gemeentes volgen allemaal weer hun eigen bureaucratische lijn. Huisartsen zijn dus steeds meer tijd kwijt aan de overheid en steeds minder aan patiëntenzorg, terwijl in de patiëntenzorg de druk alleen maar toeneemt. Een voorbeeld is ook de verkleining van de normpraktijk die ons is beloofd, van 2350 naar 2160. Die lijn is inderdaad ingezet, maar voor bijvoorbeeld de bekostiging van de POH-GGZ wordt nog steeds gerekend met de norm 2350…

 

[...]

AdriAdri van der Born, huisarts en directeur van de Huisartsenposten Rijnmond, neemt per 1 juli 2015 afscheid als bestuurslid van InEen. Na anderhalf jaar is het tijd dat het grote fusiebestuur afslankt. Volgens het aftreedschema is nu Van der Born aan de beurt. ‘Uit de grond van m’n hart jammer!’

Hoe kijk je terug op de afgelopen anderhalf jaar?
‘De meesten weten dat ik wel wat aarzelingen had bij de verbreding van de toenmalige VHN. Dat had ermee te maken dat de huisartsenposten eigenlijk alleen over kwaliteit en organisatie gaan, terwijl bij zorggroepen en gezondheidscentra de financiële aspecten ook een grote rol spelen. Maar ik kan zeggen dat ondanks het feit dat de bekostiging de afgelopen periode de grootste rol heeft gespeeld, ik heb gemerkt dat er veel meer eenheid is ontstaan in het veld. Het besef dat we allemaal staan voor een sterke eerstelijnszorg en dat we elkaar kunnen versterken. En dat is pure winst. Want politiek en maatschappelijk is men het er wel over eens dat de eerste lijn zich moet ontwikkelen, er liggen dus veel kansen voor de eerste lijn. Dat inzicht heeft bij mij en in het hele InEen-bestuur stevig voet aan de grond gekregen. Met mijn vertrek blijven er trouwens nog maar twee bestuursleden over met een huisartsenpostachtergrond. Daarom ben ik blij met de beleidsadviescommissie (BAC) Acute Zorg, waar de thema’s van de huisartsenposten scherp kunnen worden uitgewerkt.’

Wat wil je het InEen-bestuur vooral op het hart drukken?
‘Het is belangrijk dat InEen bij het maken van afspraken ervoor waakt dat de hele beroepsgroep mee kan komen in de ontwikkelingen en verschuivingen die zich voordoen. Niet alleen de enthousiaste hardlopers, maar ook de achterblijvers. Er zijn altijd hekkensluiters, maar die groep mag niet te groot worden. Gebeurt dat wel, dan worden we een onbetrouwbare partij, in de ogen van onze eigen achterban en in de ogen van de overheid. Dat betekent dat InEen – samen met de LHV en gebruik makend van de organisatorische kennis en ervaring in de eigen achterban – nog harder moet werken aan een sterke infrastructuur in de eerste lijn.’

‘Verder vind ik dat InEen zich in de toekomst krachtiger mag opstellen. Meer een vuist maken en harder zitten op het naleven van gemaakte afspraken. We maken het mee in de bestuurlijke akkoorden dat waar de top van de zorgverzekeraars dingen afspreekt er op de werkvloer heel andere dingen mee worden gedaan. De huisartsen zitten dan met nodeloze formaliteiten. Ik zie hetzelfde in de transities. Goede plannen, maar er komen geen middelen en gemeentes volgen allemaal weer hun eigen bureaucratische lijn. Huisartsen zijn dus steeds meer tijd kwijt aan de overheid en steeds minder aan patiëntenzorg, terwijl in de patiëntenzorg de druk alleen maar toeneemt. Een voorbeeld is ook de verkleining van de normpraktijk die ons is beloofd, van 2350 naar 2160. Die lijn is inderdaad ingezet, maar voor bijvoorbeeld de bekostiging van de POH-GGZ wordt nog steeds gerekend met de norm 2350…

 

Lucas Fraza, Het Roer Moet Om: ‘De mededinging moet eruit’

26 juni 2015

het-roer-moet-omIn de nacht van 4 op 5 maart 2015 ‘spijkerde’ een groep huisartsen een manifest op de deuren van het ministerie van VWS en de hoofdkantoren van enkele grote verzekeraars. Binnen de kortste keren betuigden bijna 8.000 van de 11.000 Nederlandse huisartsen hun steun aan het manifest. Ook InEen steunt het uitgangspunt dat ‘samenhang door samenwerking’ het leidende principe in de zorg moet zijn en niet de mededingingswet. De Hilversumse huisarts en directeur van Primair Huisartsenposten Lucas Fraza is één van de initiatiefnemers in het actiecomité Het Roer Moet Om.

Wat heeft je bewogen om actie te gaan voeren?
Fraza: ‘De huisartsenzorg is in een vacuüm terechtgekomen. Iedereen doet zijn best de consequenties van de mededingingswet hanteerbaar te vertalen naar de praktijk, maar zonder succes. Integendeel, het is een patstelling geworden. Er zijn alleen maar loopgraven, iedereen verdedigt vooral zijn eigen belang. Er wordt steeds meer in de eerste lijn geschoven zonder dat de rol van de huisarts wordt erkend. Met Het Roer Moet Om creëren we een platform waar huisartsen zich in herkennen.

Waar ga je voor?
Fraza: ‘Het hoogste doel: de mededinging moet eruit. Geen kleine aanpassingen, maar opnieuw onderzoeken wat werkt en wat niet. In het debat in de Rode Hoed zat heel veel energie. Schippers zegt de mededingingswet te willen aanpassen als dat nodig is, maar niet als doel op zich. Dat is een krachtig bestuurlijk standpunt, maar tot nu toe zijn het woorden, iedereen wacht nog op daden. Het actiecomité heeft daarom een begrenzing aangebracht en de datum van 1 oktober genoemd. Het aardige is dat de minister die datum heeft overgenomen, waardoor ze voor alle partijen de druk flink heeft opgevoerd.’

Wat verwacht je van InEen?
Fraza: ‘Het is belangrijk dat InEen geen vereniging voor bestuurders wordt, geen doorgeefluik van wat overheid en zorgverzekeraars willen, maar een vereniging die samen met huisartsen georganiseerde zorg mogelijk maakt. In veel spreekkamers wordt dat nog niet zo gevoeld. Het Roer Moet Om komt vanuit die spreekkamer en biedt voor InEen dus een belangrijke kans om zich sterk te maken voor het veld en dat als referentiepunt te nemen.’

Hoe zie je de toekomst?
Fraza: ‘We moeten met elkaar gaan nadenken of de ketenzorg geen doodlopende weg is. Ik zie ketenzorg als een uitwerking van de marktwerking, als een extern frame, ingegeven door het succes van de diabeteszorg, terwijl dat succes in andere zorgketens uitblijft. Als de marktwerking minder het format wordt en we weer meer met elkaar mogen samenwerken, dan zou ik willen nadenken hoe we de samenwerkingsgraad van de zorggroepen kunnen aanwenden voor de ontwikkeling van nieuw denken voor de huisartsenzorg en dat is niet noodzakelijkerwijs een zorgketen.’

Meer informatie

 

[...]

het-roer-moet-omIn de nacht van 4 op 5 maart 2015 ‘spijkerde’ een groep huisartsen een manifest op de deuren van het ministerie van VWS en de hoofdkantoren van enkele grote verzekeraars. Binnen de kortste keren betuigden bijna 8.000 van de 11.000 Nederlandse huisartsen hun steun aan het manifest. Ook InEen steunt het uitgangspunt dat ‘samenhang door samenwerking’ het leidende principe in de zorg moet zijn en niet de mededingingswet. De Hilversumse huisarts en directeur van Primair Huisartsenposten Lucas Fraza is één van de initiatiefnemers in het actiecomité Het Roer Moet Om.

Wat heeft je bewogen om actie te gaan voeren?
Fraza: ‘De huisartsenzorg is in een vacuüm terechtgekomen. Iedereen doet zijn best de consequenties van de mededingingswet hanteerbaar te vertalen naar de praktijk, maar zonder succes. Integendeel, het is een patstelling geworden. Er zijn alleen maar loopgraven, iedereen verdedigt vooral zijn eigen belang. Er wordt steeds meer in de eerste lijn geschoven zonder dat de rol van de huisarts wordt erkend. Met Het Roer Moet Om creëren we een platform waar huisartsen zich in herkennen.

Waar ga je voor?
Fraza: ‘Het hoogste doel: de mededinging moet eruit. Geen kleine aanpassingen, maar opnieuw onderzoeken wat werkt en wat niet. In het debat in de Rode Hoed zat heel veel energie. Schippers zegt de mededingingswet te willen aanpassen als dat nodig is, maar niet als doel op zich. Dat is een krachtig bestuurlijk standpunt, maar tot nu toe zijn het woorden, iedereen wacht nog op daden. Het actiecomité heeft daarom een begrenzing aangebracht en de datum van 1 oktober genoemd. Het aardige is dat de minister die datum heeft overgenomen, waardoor ze voor alle partijen de druk flink heeft opgevoerd.’

Wat verwacht je van InEen?
Fraza: ‘Het is belangrijk dat InEen geen vereniging voor bestuurders wordt, geen doorgeefluik van wat overheid en zorgverzekeraars willen, maar een vereniging die samen met huisartsen georganiseerde zorg mogelijk maakt. In veel spreekkamers wordt dat nog niet zo gevoeld. Het Roer Moet Om komt vanuit die spreekkamer en biedt voor InEen dus een belangrijke kans om zich sterk te maken voor het veld en dat als referentiepunt te nemen.’

Hoe zie je de toekomst?
Fraza: ‘We moeten met elkaar gaan nadenken of de ketenzorg geen doodlopende weg is. Ik zie ketenzorg als een uitwerking van de marktwerking, als een extern frame, ingegeven door het succes van de diabeteszorg, terwijl dat succes in andere zorgketens uitblijft. Als de marktwerking minder het format wordt en we weer meer met elkaar mogen samenwerken, dan zou ik willen nadenken hoe we de samenwerkingsgraad van de zorggroepen kunnen aanwenden voor de ontwikkeling van nieuw denken voor de huisartsenzorg en dat is niet noodzakelijkerwijs een zorgketen.’

Meer informatie

 

Stevig debat in de Amsterdamse Rode Hoed

18 juni 2015

Peter de Groof van actiecomité Het roer moet om begon de avond pittig: ‘we weten als sinds de tijd van de Romeinen dat het wegsnijden van een voortwoekerend gezwel eigenlijk de enige remedie is’. Met andere woorden: het is tijd om iets te doen. Ook columnist Marc Chavannes zette de verschillen op scherp en sprak over ‘3-letter kantoren die de vingerafdrukken van de Minister moeten wissen’. Na de inleidingen kwamen de aanwezigen tot een interessante uitwisseling met nog interessantere toezeggingen op de drie door het actiecomité geformuleerde stellingen. Minister Schippers gaf onder meer aan dat het niet de bedoeling van de Zorgverzekeringswet is geweest dat huisartsen niet regionaal kunnen samenwerken of samen kunnen optrekken in onderhandelingen. Zorgverzekeraars sloten zich aan bij de wens om de bureaucratie minimaal te halveren en gaven aan ook graag meerjarencontracten te willen afsluiten. En over het monitoren van kwaliteit werd men het eens dat de professional die rol het beste zelf kan vervullen. Kortom, een heel aantal veel belovende uitspraken die NHG, LHV en InEen zo snel mogelijk willen oppakken. Daarom hebben ze direct een vervolg aan de avond gegeven door de betrokken partijen bij elkaar te roepen voor het opstellen van een plan de campagne. Want nog voor 1 oktober willen we de toezeggingen hebben geconcretiseerd.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Peter de Groof van actiecomité Het roer moet om begon de avond pittig: ‘we weten als sinds de tijd van de Romeinen dat het wegsnijden van een voortwoekerend gezwel eigenlijk de enige remedie is’. Met andere woorden: het is tijd om iets te doen. Ook columnist Marc Chavannes zette de verschillen op scherp en sprak over ‘3-letter kantoren die de vingerafdrukken van de Minister moeten wissen’. Na de inleidingen kwamen de aanwezigen tot een interessante uitwisseling met nog interessantere toezeggingen op de drie door het actiecomité geformuleerde stellingen. Minister Schippers gaf onder meer aan dat het niet de bedoeling van de Zorgverzekeringswet is geweest dat huisartsen niet regionaal kunnen samenwerken of samen kunnen optrekken in onderhandelingen. Zorgverzekeraars sloten zich aan bij de wens om de bureaucratie minimaal te halveren en gaven aan ook graag meerjarencontracten te willen afsluiten. En over het monitoren van kwaliteit werd men het eens dat de professional die rol het beste zelf kan vervullen. Kortom, een heel aantal veel belovende uitspraken die NHG, LHV en InEen zo snel mogelijk willen oppakken. Daarom hebben ze direct een vervolg aan de avond gegeven door de betrokken partijen bij elkaar te roepen voor het opstellen van een plan de campagne. Want nog voor 1 oktober willen we de toezeggingen hebben geconcretiseerd.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Resultaten Nivel-onderzoek baren zorgen

18 mei 2015

Afgelopen woensdag brachten we een persbericht uit over het Nivel-onderzoek naar de contractering 2015 waarin we onze zorgen onder woorden brengen. Voor een sterke innoverende eerste lijn moet er iets veranderen, want de huidige koers betekent – mede door de achterblijvende substitutie – een rem op innovatie en maakt de broodnodige versterking van de eerste lijn niet waar. We gaan snel in gesprek met VWS en de verzekeraars om in de komende periode belangrijke en substantiële stappen te zetten om het doel van de nieuwe bekostigings-systematiek te bereiken. InEen gaat met name inzetten op 1. uitbreiding van het kader voor ketenzorg, 2. nieuwe bekostiging voor gezondheidscentra en 3. stimuleren van substitutieruimte. De uitkomsten van het onderzoek vormen hiervoor zeer duidelijke input.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Afgelopen woensdag brachten we een persbericht uit over het Nivel-onderzoek naar de contractering 2015 waarin we onze zorgen onder woorden brengen. Voor een sterke innoverende eerste lijn moet er iets veranderen, want de huidige koers betekent – mede door de achterblijvende substitutie – een rem op innovatie en maakt de broodnodige versterking van de eerste lijn niet waar. We gaan snel in gesprek met VWS en de verzekeraars om in de komende periode belangrijke en substantiële stappen te zetten om het doel van de nieuwe bekostigings-systematiek te bereiken. InEen gaat met name inzetten op 1. uitbreiding van het kader voor ketenzorg, 2. nieuwe bekostiging voor gezondheidscentra en 3. stimuleren van substitutieruimte. De uitkomsten van het onderzoek vormen hiervoor zeer duidelijke input.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

InEen: ambitieuze plannen vragen ruimte

30 april 2015

InEenIn de aanloop naar de contractering 2016 lopen de gemoederen soms hoog op. Hoe kunnen de nieuwe bekostigingsafspraken die vorig jaar met de zorgverzekeraars en VWS zijn gemaakt, het beoogde effect krijgen? Dat is de vraag waar het om draait. Hoe komen we tot een sterke eerste lijn die ruimte heeft om te vernieuwen zodat het zijn centrale plek in de zorg kan innemen? Natuurlijk mengt ook InEen zich volop in deze discussie.

  • De huisartsenactiegroep ‘Het roer moet om’ maakt zich met acht actiepunten sterk voor ‘samenhang door samenwerking, als leidend principe in de eerstelijns zorg’. Van dat principe dreigen we, vindt de actiegroep, ver af te drijven. InEen onderschrijft onder meer hun streven naar minder controle en meer vertrouwen en ook de wensen voor langlopende contracten met verzekeraars en vooral ruimte in de contracteringsregels steunen we van harte. Inmiddels staat er een afspraak met de actiegroep in de agenda.
  • Als input voor het rondetafelgesprek dat de Vaste Kamercommissie van VWS heeft gepland over de brief ‘Kwaliteit loont’ van minister Schippers, stuurde InEen de commissie eveneens een stevige brief: ‘Kwaliteit loont, uiteraard, maar ambitieuze plannen voor goede en betaalbare zorg vergen ruimte, daadkracht en consistentie bij de uitvoering ervan.’ Hoewel de eerste lijn laat zien hoe integrale zorgverlening de zorg inderdaad dichter bij de patiënt brengt, aldus InEen, komt de substitutie die voor de financiële ruimte moet zorgen onvoldoende terug in de bekostiging en het inkoopbeleid. ‘Ook zijn er nog geen concrete plannen voor de versterking van de organisatiegraad van de eerste lijn.’
  • Al sinds 2009 voert het Nivel jaarlijks een enquête uit onder zorggroepen en gezondheidscentra. Ook dit jaar heeft InEen opdracht daartoe gegeven. In de actuele discussie over substitutie en contractering zijn de resultaten meer dan ooit relevant. De bevindingen worden een belangrijke basis voor de gesprekken met de bestuurlijke partners. Uit de eerste onderzoeksgegevens blijkt inmiddels dat 51% van de zorggroepen en 80% van de gezondheidscentra zich zorgen maken over hun toekomst. Dat dit een slechte voedingsbodem is voor de zo noodzakelijke innovatie, hoeft geen betoog. Binnenkort zijn alle onderzoeksresultaten beschikbaar. Wordt vervolgd!
[...]

InEenIn de aanloop naar de contractering 2016 lopen de gemoederen soms hoog op. Hoe kunnen de nieuwe bekostigingsafspraken die vorig jaar met de zorgverzekeraars en VWS zijn gemaakt, het beoogde effect krijgen? Dat is de vraag waar het om draait. Hoe komen we tot een sterke eerste lijn die ruimte heeft om te vernieuwen zodat het zijn centrale plek in de zorg kan innemen? Natuurlijk mengt ook InEen zich volop in deze discussie.

  • De huisartsenactiegroep ‘Het roer moet om’ maakt zich met acht actiepunten sterk voor ‘samenhang door samenwerking, als leidend principe in de eerstelijns zorg’. Van dat principe dreigen we, vindt de actiegroep, ver af te drijven. InEen onderschrijft onder meer hun streven naar minder controle en meer vertrouwen en ook de wensen voor langlopende contracten met verzekeraars en vooral ruimte in de contracteringsregels steunen we van harte. Inmiddels staat er een afspraak met de actiegroep in de agenda.
  • Als input voor het rondetafelgesprek dat de Vaste Kamercommissie van VWS heeft gepland over de brief ‘Kwaliteit loont’ van minister Schippers, stuurde InEen de commissie eveneens een stevige brief: ‘Kwaliteit loont, uiteraard, maar ambitieuze plannen voor goede en betaalbare zorg vergen ruimte, daadkracht en consistentie bij de uitvoering ervan.’ Hoewel de eerste lijn laat zien hoe integrale zorgverlening de zorg inderdaad dichter bij de patiënt brengt, aldus InEen, komt de substitutie die voor de financiële ruimte moet zorgen onvoldoende terug in de bekostiging en het inkoopbeleid. ‘Ook zijn er nog geen concrete plannen voor de versterking van de organisatiegraad van de eerste lijn.’
  • Al sinds 2009 voert het Nivel jaarlijks een enquête uit onder zorggroepen en gezondheidscentra. Ook dit jaar heeft InEen opdracht daartoe gegeven. In de actuele discussie over substitutie en contractering zijn de resultaten meer dan ooit relevant. De bevindingen worden een belangrijke basis voor de gesprekken met de bestuurlijke partners. Uit de eerste onderzoeksgegevens blijkt inmiddels dat 51% van de zorggroepen en 80% van de gezondheidscentra zich zorgen maken over hun toekomst. Dat dit een slechte voedingsbodem is voor de zo noodzakelijke innovatie, hoeft geen betoog. Binnenkort zijn alle onderzoeksresultaten beschikbaar. Wordt vervolgd!

Terugblik Regiobijeenkomst Eindhoven

21 april 2015

Afgelopen dinsdag, op 14 april, ging het InEen-bestuur in Eindhoven voor de vierde keer in gesprek met de leden. Diezelfde avond organiseerde Gezondheidscentra Zuid Nederland een kennismarkt met best practices rond wijkgericht werken. De regiobijeenkomst kon daarvan een graantje meepikken en meegenieten van de feestelijke sfeer op de Kennismarkt. Het was een goed gesprek tussen bestuur, ROS’en en de aanwezige leden, alleen waren er jammer genoeg weinig leden. Binnenkort evalueren we de regiobijeenkomsten om te bekijken of dit de juiste manier is om te horen waar de leden regionaal tegen aan lopen.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Afgelopen dinsdag, op 14 april, ging het InEen-bestuur in Eindhoven voor de vierde keer in gesprek met de leden. Diezelfde avond organiseerde Gezondheidscentra Zuid Nederland een kennismarkt met best practices rond wijkgericht werken. De regiobijeenkomst kon daarvan een graantje meepikken en meegenieten van de feestelijke sfeer op de Kennismarkt. Het was een goed gesprek tussen bestuur, ROS’en en de aanwezige leden, alleen waren er jammer genoeg weinig leden. Binnenkort evalueren we de regiobijeenkomsten om te bekijken of dit de juiste manier is om te horen waar de leden regionaal tegen aan lopen.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Resultaten eerste fase substitutiemonitor

21 april 2015

KPMG heeft de eerste fase van de substitutiemonitor opgeleverd. De minister heeft de kamer inmiddels geïnformeerd. De substitutiemonitor vloeit voort uit de landelijke afspraken over versterking van de eerste lijn. Uit deze eerste fase – waar verzekeraars ex ante (vooraf op basis van gemaakte afspraken) hebben aangegeven welke contractafspraken zijn gemaakt – blijkt dat eerst kleine stappen zijn gezet in de substitutie van tweede naar eerste lijn. De minister vindt het een belangrijke eerste stap. InEen is in het licht van de landelijke afspraken echter teleurgesteld over de beperkte omvang van de substitutie. De voorgenomen substantiële verschuiving van tweede naar eerste lijn is in de contractperiode 2015 nog niet goed van de grond gekomen. Dat betekent dat er naast de geplande 2,5% nauwelijks extra geld beschikbaar is gekomen voor vernieuwing in de eerste lijn en uitbreiding van de segmenten 2 en 3.  Dit spoort met signalen die we van leden hebben ontvangen en uit de eerste resultaten van de enquêtes onder leden. Uitbreiding van ketenzorg zoals astma stagneert en vernieuwingstrajecten worden mondjesmaat goedgekeurd. InEen bespreekt momenteel met de landelijke partijen hoe de substitutie wél een boost kan krijgen zodat versterking van de eerste lijn beter van de grond komt. Lees de reactie van de minister.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

KPMG heeft de eerste fase van de substitutiemonitor opgeleverd. De minister heeft de kamer inmiddels geïnformeerd. De substitutiemonitor vloeit voort uit de landelijke afspraken over versterking van de eerste lijn. Uit deze eerste fase – waar verzekeraars ex ante (vooraf op basis van gemaakte afspraken) hebben aangegeven welke contractafspraken zijn gemaakt – blijkt dat eerst kleine stappen zijn gezet in de substitutie van tweede naar eerste lijn. De minister vindt het een belangrijke eerste stap. InEen is in het licht van de landelijke afspraken echter teleurgesteld over de beperkte omvang van de substitutie. De voorgenomen substantiële verschuiving van tweede naar eerste lijn is in de contractperiode 2015 nog niet goed van de grond gekomen. Dat betekent dat er naast de geplande 2,5% nauwelijks extra geld beschikbaar is gekomen voor vernieuwing in de eerste lijn en uitbreiding van de segmenten 2 en 3.  Dit spoort met signalen die we van leden hebben ontvangen en uit de eerste resultaten van de enquêtes onder leden. Uitbreiding van ketenzorg zoals astma stagneert en vernieuwingstrajecten worden mondjesmaat goedgekeurd. InEen bespreekt momenteel met de landelijke partijen hoe de substitutie wél een boost kan krijgen zodat versterking van de eerste lijn beter van de grond komt. Lees de reactie van de minister.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Terugblik regiobijeenkomst in Harderwijk (31 maart)

13 april 2015

Als derde in een reeks van vier kwamen afgelopen dinsdag de leden uit regio Midden bij elkaar in Harderwijk voor een ontmoeting met vertegenwoordigers van het bestuur en het bureau van InEen. De aanwezigen vormden een mooie dwarsdoorsnede van de aangesloten organisaties bij InEen. Uiteenlopende onderwerpen kwamen in het gesprek aan de orde, zoals de relatie tussen huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg, het meten en transparant maken van de kwaliteit, het bevorderen van ondersteunde zelfzorg en de gevolgen van knellende financiering voor innovatie. Deze thema’s vragen maatwerk oplossingen die niet in een blauwdruk te vangen zijn. In het gesprek bleek de betrokkenheid van de leden uit de bereidheid om in een vroegtijdig stadium mee te denken over oplossingsrichtingen. Juist regionale bijeenkomsten bieden de mogelijkheid om met elkaar de verdieping te zoeken.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Als derde in een reeks van vier kwamen afgelopen dinsdag de leden uit regio Midden bij elkaar in Harderwijk voor een ontmoeting met vertegenwoordigers van het bestuur en het bureau van InEen. De aanwezigen vormden een mooie dwarsdoorsnede van de aangesloten organisaties bij InEen. Uiteenlopende onderwerpen kwamen in het gesprek aan de orde, zoals de relatie tussen huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg, het meten en transparant maken van de kwaliteit, het bevorderen van ondersteunde zelfzorg en de gevolgen van knellende financiering voor innovatie. Deze thema’s vragen maatwerk oplossingen die niet in een blauwdruk te vangen zijn. In het gesprek bleek de betrokkenheid van de leden uit de bereidheid om in een vroegtijdig stadium mee te denken over oplossingsrichtingen. Juist regionale bijeenkomsten bieden de mogelijkheid om met elkaar de verdieping te zoeken.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

16 en 17 september: Tweedaagse 2015

13 april 2015

De data kunnen jullie alvast noteren: onze Tweedaagse vindt dit jaar plaats op 16 en 17 september. Locatie en programma volgen nog. Over het thema zijn we het al eens: de zorg en nieuwe media. De afgelopen tien jaar zijn veel aspecten van het dagelijkse leven veranderd onder invloed van internet, smartphones, apps, tablets en de cloud. We vinden deze veranderingen vanzelfsprekend. Maar hoe zit het met de eerstelijnszorg en de daarmee verbonden processen? Maken we wel ten volle gebruik van de nieuwe mogelijkheden? En hoe verhoudt de steeds groeiende vraag naar transparantie zich tot onze mogelijkheden? Feit is dat er op het terrein van de informatie-uitwisseling, -bewerking en- analyse het afgelopen decennium veel nieuwe ontwikkelingen zijn geweest. Die lijn zet zich alleen maar sterker voort. Tot nu blijken die beloften toch maar mondjesmaat echt in de spreekkamers door te dringen en verlichten ze het werk voor de professional nauwelijks. Zoals jullie van ons gewend zijn, gaan we dit thema tijdens de Tweedaagse op verschillende manieren met elkaar aan. Goede interne managementinformatie en gegevensuitwisseling kunnen de professional én patiënt immers wel degelijk van dienst zijn.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

De data kunnen jullie alvast noteren: onze Tweedaagse vindt dit jaar plaats op 16 en 17 september. Locatie en programma volgen nog. Over het thema zijn we het al eens: de zorg en nieuwe media. De afgelopen tien jaar zijn veel aspecten van het dagelijkse leven veranderd onder invloed van internet, smartphones, apps, tablets en de cloud. We vinden deze veranderingen vanzelfsprekend. Maar hoe zit het met de eerstelijnszorg en de daarmee verbonden processen? Maken we wel ten volle gebruik van de nieuwe mogelijkheden? En hoe verhoudt de steeds groeiende vraag naar transparantie zich tot onze mogelijkheden? Feit is dat er op het terrein van de informatie-uitwisseling, -bewerking en- analyse het afgelopen decennium veel nieuwe ontwikkelingen zijn geweest. Die lijn zet zich alleen maar sterker voort. Tot nu blijken die beloften toch maar mondjesmaat echt in de spreekkamers door te dringen en verlichten ze het werk voor de professional nauwelijks. Zoals jullie van ons gewend zijn, gaan we dit thema tijdens de Tweedaagse op verschillende manieren met elkaar aan. Goede interne managementinformatie en gegevensuitwisseling kunnen de professional én patiënt immers wel degelijk van dienst zijn.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Terugblik regiobijeenkomst in Rotterdam (24 maart)

07 april 2015

Afgelopen dinsdag vond regiobijeenkomst West plaats in Rotterdam. Aan grote tafels op het kantoor van Zorgimpuls ontstond een geanimeerd gesprek. Er was veel interesse in ‘hoe anderen het nou doen’. Voor InEen was het belangrijk te horen hoe de leden zich voelen bij de vereniging. Lukt het balanceren tussen de verschillende maar anderzijds ook de gezamenlijke opgaven waar de leden voor staan? De aanwezige leden grepen de gelegenheid ook aan voor feedback op de InEen/LHV notitie ‘De beste zorg in de eerste lijn’. Volgende week dinsdag vindt de regiobijeenkomst zuid plaats in Harderwijk (18:30-20:30 uur bij Bouw&Infra park). We zien u graag!

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Afgelopen dinsdag vond regiobijeenkomst West plaats in Rotterdam. Aan grote tafels op het kantoor van Zorgimpuls ontstond een geanimeerd gesprek. Er was veel interesse in ‘hoe anderen het nou doen’. Voor InEen was het belangrijk te horen hoe de leden zich voelen bij de vereniging. Lukt het balanceren tussen de verschillende maar anderzijds ook de gezamenlijke opgaven waar de leden voor staan? De aanwezige leden grepen de gelegenheid ook aan voor feedback op de InEen/LHV notitie ‘De beste zorg in de eerste lijn’. Volgende week dinsdag vindt de regiobijeenkomst zuid plaats in Harderwijk (18:30-20:30 uur bij Bouw&Infra park). We zien u graag!

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Bericht rapport Tuitjenhorn

31 maart 2015

Vandaag is het calamiteitenrapport van de IGZ en het evaluatierapport van commissie Bleichrodt over de casus Tuitjenhorn uitgebracht en overhandigd aan de bewindspersonen van Veiligheid en Justitie en Volksgezondheid, Welzijn en Sport. De bewindslieden hebben de rapporten met hun reactie vandaag ook aan de Tweede Kamer gezonden.

Beide rapporten hebben we aan het einde van deze middag ontvangen. Wij gaan de rapporten grondig bestuderen om te kijken of er conclusies in staan die voor onze leden van belang zijn.

Voor meer informatie: Lisa Tiggelaar, coördinator communicatie en verenigingszaken InEen, l.tiggelaar@ineen.nl of 06 27 46 64 09.

[...]

Vandaag is het calamiteitenrapport van de IGZ en het evaluatierapport van commissie Bleichrodt over de casus Tuitjenhorn uitgebracht en overhandigd aan de bewindspersonen van Veiligheid en Justitie en Volksgezondheid, Welzijn en Sport. De bewindslieden hebben de rapporten met hun reactie vandaag ook aan de Tweede Kamer gezonden.

Beide rapporten hebben we aan het einde van deze middag ontvangen. Wij gaan de rapporten grondig bestuderen om te kijken of er conclusies in staan die voor onze leden van belang zijn.

Voor meer informatie: Lisa Tiggelaar, coördinator communicatie en verenigingszaken InEen, l.tiggelaar@ineen.nl of 06 27 46 64 09.

Nieuwe collega InEen

24 maart 2015

Graag stellen we Lisa Tiggelaar aan jullie voor. Zij is afgelopen maandag 9 maart bij ons is begonnen als Coördinator Communicatie en Verenigingszaken (CCV). Vorige week was ze al aanwezig bij de deelledenvergaderingen om ‘inhoudelijk gevoel’ te krijgen bij InEen. Ze heeft communicatie gestudeerd, maar ook iBMG afgerond en ruime ervaring in het communicatievak opgedaan o.a. bij soa Aids Nederland, Laurens en via haar eigen bedrijf. Zij is te bereiken via l.tiggelaar@ineen.nl. De komende maanden zullen jullie haar ongetwijfeld op de verschillende bijeenkomsten leren kennen.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Graag stellen we Lisa Tiggelaar aan jullie voor. Zij is afgelopen maandag 9 maart bij ons is begonnen als Coördinator Communicatie en Verenigingszaken (CCV). Vorige week was ze al aanwezig bij de deelledenvergaderingen om ‘inhoudelijk gevoel’ te krijgen bij InEen. Ze heeft communicatie gestudeerd, maar ook iBMG afgerond en ruime ervaring in het communicatievak opgedaan o.a. bij soa Aids Nederland, Laurens en via haar eigen bedrijf. Zij is te bereiken via l.tiggelaar@ineen.nl. De komende maanden zullen jullie haar ongetwijfeld op de verschillende bijeenkomsten leren kennen.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Terugblik InEen-regiobijeenkomst Zwolle

20 maart 2015

Afgelopen dinsdag vond in Zwolle onze eerste regiobijeenkomst plaats. Ongeveer vijftien leden en zes vertegenwoordigers van bestuur en bureau wisselden in een informele setting van gedachten over tal van onderwerpen. Waaronder: de perikelen rondom de bekostiging in S3, de ouderenzorg en de wijkverpleging, maar ook over de binding van zorgprofessionals met hun organisatie en de notitie ‘De beste zorg in de eerste lijn’ die hierboven al wordt genoemd. Een geslaagde avond die met medewerking van de ROS ProGez is georganiseerd en waarop met name het ‘clubhuisgevoel’ binnen InEen kon worden ervaren. Dinsdag 24 maart de tweede regiobijeenkomst, dit keer in Rotterdam.

[...]

Afgelopen dinsdag vond in Zwolle onze eerste regiobijeenkomst plaats. Ongeveer vijftien leden en zes vertegenwoordigers van bestuur en bureau wisselden in een informele setting van gedachten over tal van onderwerpen. Waaronder: de perikelen rondom de bekostiging in S3, de ouderenzorg en de wijkverpleging, maar ook over de binding van zorgprofessionals met hun organisatie en de notitie ‘De beste zorg in de eerste lijn’ die hierboven al wordt genoemd. Een geslaagde avond die met medewerking van de ROS ProGez is georganiseerd en waarop met name het ‘clubhuisgevoel’ binnen InEen kon worden ervaren. Dinsdag 24 maart de tweede regiobijeenkomst, dit keer in Rotterdam.

Regiobijeenkomsten met het bestuur van InEen

12 maart 2015

De voorbereiding van de regiobijeenkomsten is in volle gang. Primaire doel is het versterken van de binding met de leden, maar ook het geven van een impuls aan de samenwerking in de regio. Een goede uitwisseling tussen bestuur en leden versterkt onze slagvaardigheid. We hopen daarom dat jullie in grote getale gehoor geven aan de uitnodiging. Het bestuur van InEen wil in elk geval praten over het effect van de versterking van eerstelijnsorganisaties voor de positie van individuele zorgprofessionals. Verder komen actuele onderwerpen zoals de wijkverpleging, GGZ en ouderenzorg aan de orde. Ook de ROS’en en huisartsenposten zijn betrokken bij het invullen van het programma. De regiobijeenkomsten (18.00-20.30 uur) vinden plaats op:

17 maart – Regio Noord, locatie omgeving Zwolle
24 maart – Regio West, locatie omgeving Rotterdam
31 maart – Regio Midden, locatie omgeving Harderwijk
14 april – Regio Zuid, locatie omgeving Eindhoven

Je kunt je hier aanmelden

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

De voorbereiding van de regiobijeenkomsten is in volle gang. Primaire doel is het versterken van de binding met de leden, maar ook het geven van een impuls aan de samenwerking in de regio. Een goede uitwisseling tussen bestuur en leden versterkt onze slagvaardigheid. We hopen daarom dat jullie in grote getale gehoor geven aan de uitnodiging. Het bestuur van InEen wil in elk geval praten over het effect van de versterking van eerstelijnsorganisaties voor de positie van individuele zorgprofessionals. Verder komen actuele onderwerpen zoals de wijkverpleging, GGZ en ouderenzorg aan de orde. Ook de ROS’en en huisartsenposten zijn betrokken bij het invullen van het programma. De regiobijeenkomsten (18.00-20.30 uur) vinden plaats op:

17 maart – Regio Noord, locatie omgeving Zwolle
24 maart – Regio West, locatie omgeving Rotterdam
31 maart – Regio Midden, locatie omgeving Harderwijk
14 april – Regio Zuid, locatie omgeving Eindhoven

Je kunt je hier aanmelden

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Regiobijeenkomsten

20 februari 2015

Dit voorjaar wil het bestuur van InEen graag een aantal regiobijeenkomsten organiseren. Primaire doel is het versterken van de binding met de leden, maar ook het geven van een impuls aan de samenwerking in de regio. Het onderwerp dat het bestuur in elk geval aan de orde wil stellen is het effect van het versterken van de organisaties voor eerstelijns zorg voor de positie van de individuele zorgprofessional. Dat is namelijk een terugkerend thema en blijft actueel. Volgende week zullen we jullie verder informeren over het programma van de bijeenkomsten maar we vragen je om nu alvast de datum in je agenda vast te leggen. De regiobijeenkomsten vinden plaats op:
17 maart – Regio Noord, locatie omgeving Zwolle
4 maart – Regio West, locatie omgeving Rotterdam
31 maart – Regio Midden, locatie omgeving Harderwijk
14    april – Regio Zuid, locatie omgeving Eindhoven
De regiobijeenkomsten starten om 18.00 uur en duren naar verwachting tot ca. 20.30 uur.
Je kunt je hier aanmelden.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Dit voorjaar wil het bestuur van InEen graag een aantal regiobijeenkomsten organiseren. Primaire doel is het versterken van de binding met de leden, maar ook het geven van een impuls aan de samenwerking in de regio. Het onderwerp dat het bestuur in elk geval aan de orde wil stellen is het effect van het versterken van de organisaties voor eerstelijns zorg voor de positie van de individuele zorgprofessional. Dat is namelijk een terugkerend thema en blijft actueel. Volgende week zullen we jullie verder informeren over het programma van de bijeenkomsten maar we vragen je om nu alvast de datum in je agenda vast te leggen. De regiobijeenkomsten vinden plaats op:
17 maart – Regio Noord, locatie omgeving Zwolle
4 maart – Regio West, locatie omgeving Rotterdam
31 maart – Regio Midden, locatie omgeving Harderwijk
14    april – Regio Zuid, locatie omgeving Eindhoven
De regiobijeenkomsten starten om 18.00 uur en duren naar verwachting tot ca. 20.30 uur.
Je kunt je hier aanmelden.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Programma themabijeenkomst implementatie zorgstandaard CVRM 

18 februari 2015

Aansluitend aan de Deelledenvergadering voor zorggroepen op dinsdag 3 maart is er vanaf 18.30 uur een themabijeenkomst over de implementatie van de zorgstandaard Cardiovasculair Risicomanagement (CVRM). Deze themabijeenkomst is een gezamenlijk initiatief van het Platform Vitale Vaten en InEen ter afsluiting van het implementatieproject Innovatie CVRM. Tijdens de bijeenkomst blikken we terug op de projectresultaten en wisselen we ervaringen uit die andere zorggroepen helpen bij de introductie van CVRM-zorgprogramma’s volgens  de zorgstandaard. Het programma is interessant voor mensen met inhoudelijke belangstelling voor de implementatie van zorgprogramma’s voor CVRM. We rekenen op de komst van bestuurders, managers, kwaliteitsmedewerkers en kaderhuisartsen van zorggroepen en gezondheidscentra.

[...]

Aansluitend aan de Deelledenvergadering voor zorggroepen op dinsdag 3 maart is er vanaf 18.30 uur een themabijeenkomst over de implementatie van de zorgstandaard Cardiovasculair Risicomanagement (CVRM). Deze themabijeenkomst is een gezamenlijk initiatief van het Platform Vitale Vaten en InEen ter afsluiting van het implementatieproject Innovatie CVRM. Tijdens de bijeenkomst blikken we terug op de projectresultaten en wisselen we ervaringen uit die andere zorggroepen helpen bij de introductie van CVRM-zorgprogramma’s volgens  de zorgstandaard. Het programma is interessant voor mensen met inhoudelijke belangstelling voor de implementatie van zorgprogramma’s voor CVRM. We rekenen op de komst van bestuurders, managers, kwaliteitsmedewerkers en kaderhuisartsen van zorggroepen en gezondheidscentra.

Save the date: European Forum for Primary Care

18 februari 2015

Deze zomer vindt in Amsterdam het tweejaarlijkse congres plaats van het European Forum for Primary Care (EFPC). Innovatieve eerstelijners uit heel Europa komen dan bij elkaar om ideeën en ervaringen uit te wisselen. Samen met InEen verzorgt het EFPC op 30 augustus 2015 tijdens de pre-conference een inhoudelijk programma over voor Nederland relevante thema’s. Daarbij gaat het om inspiratie opdoen en uitwisselen van informatie op Europese schaal. Denk bijvoorbeeld aan het inzetten van verpleegkundigen in de eerstelijns zorg, een onderwerp waarmee in andere landen al veel ervaring is opgedaan. Noteer de datum alvast in je agenda! Meer informatie volgt. Het EFPC kwam in 2006 in Utrecht voor het eerst bijeen en heeft als doel het verbeteren van the health of the population by promoting a strong Primary Care.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Deze zomer vindt in Amsterdam het tweejaarlijkse congres plaats van het European Forum for Primary Care (EFPC). Innovatieve eerstelijners uit heel Europa komen dan bij elkaar om ideeën en ervaringen uit te wisselen. Samen met InEen verzorgt het EFPC op 30 augustus 2015 tijdens de pre-conference een inhoudelijk programma over voor Nederland relevante thema’s. Daarbij gaat het om inspiratie opdoen en uitwisselen van informatie op Europese schaal. Denk bijvoorbeeld aan het inzetten van verpleegkundigen in de eerstelijns zorg, een onderwerp waarmee in andere landen al veel ervaring is opgedaan. Noteer de datum alvast in je agenda! Meer informatie volgt. Het EFPC kwam in 2006 in Utrecht voor het eerst bijeen en heeft als doel het verbeteren van the health of the population by promoting a strong Primary Care.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

InEen zoekt een beleidsmedewerker informatiebeleid en bekostiging

12 februari 2015

Voor ons bureau zoeken we een beleidsmedewerker die de voorbereiding en uitvoering op het
gebied van informatiebeleid en bekostiging op zich kan nemen. Denk daarbij aan onderwerpen als de benchmarks, datamanagement, gegevensuitwisseling, privacy en informatiebeleid. Het gaat om een functie van 38 uur per week

[...]

Voor ons bureau zoeken we een beleidsmedewerker die de voorbereiding en uitvoering op het
gebied van informatiebeleid en bekostiging op zich kan nemen. Denk daarbij aan onderwerpen als de benchmarks, datamanagement, gegevensuitwisseling, privacy en informatiebeleid. Het gaat om een functie van 38 uur per week

InEen zoekt een beleidsmedewerker kwaliteit en acute zorg

02 februari 2015

Wegens vertrek per 1 maart van Ellen Spierings naar de Inspectie voor de Gezondheidszorg  zoeken we een beleidsmedewerker op het gebied van kwaliteit en acute zorg. Onze nieuwe collega gaat zich bezighouden met onderwerpen als het samen met de leden ontwikkelen van een systematisch kwaliteitsbeleid,  samenwerking in de acute zorg en triage. Het gaat om een functie van 38 uur per week.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Wegens vertrek per 1 maart van Ellen Spierings naar de Inspectie voor de Gezondheidszorg  zoeken we een beleidsmedewerker op het gebied van kwaliteit en acute zorg. Onze nieuwe collega gaat zich bezighouden met onderwerpen als het samen met de leden ontwikkelen van een systematisch kwaliteitsbeleid,  samenwerking in de acute zorg en triage. Het gaat om een functie van 38 uur per week.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Voorzitter Martin Bontje: Zo niet nog een keer!

29 januari 2015

contracteringWat leren we van de contractering 2015 

De contractering voor 2015 is nagenoeg afgerond. De meeste zorgaanbieders hebben een contract met hun verzekeraars getekend. In maart kijken de partijen van het Bestuurlijk Overleg Eerste Lijn samen terug op deze eerste contracteringsronde sinds in juli 2014 een akkoord tot stand kwam over de nieuwe bekostigingssystematiek voor huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg. InEen-voorzitter Martin Bontje: ‘Het is echt heel moeilijk geweest. Deze eerste ronde heeft niet gebracht waar we op basis van de afspraken op hoopten. We gaan met VWS en de verzekeraars aan tafel om te kijken wat er nodig is om onze gezamenlijke ambities voor de eerstelijnszorg wél te realiseren.’

De bestuurlijke partijen – VWS, verzekeraars, InEen en de LHV – formuleerden de gezamenlijke ambities al in 2013: een centrale rol voor de eerste lijn in de grote transities, versterken van de organisatiegraad, doorontwikkelen van multidisciplinaire zorg en ruimte voor innovatie. De financiële ruimte moet komen uit substitutie van tweede naar eerste lijn. Ook werd gekozen voor een stevig fundament van de basishuisartsenzorg. De eerste stap op weg naar realisering van de gezamenlijke ambities was het samen ontwikkelen van een nieuw bekostigingsmodel. Afgelopen zomer lag het er. Op basis van de nieuwe systematiek ging de contractering voor 2015 van start. Tegelijkertijd biedt 2015 een unieke kans voor integratie van huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg door de vernieuwing van de wijkverpleging.

‘We zijn de contractering voor 2015 verwachtingsvol ingegaan,’ aldus Bontje. ‘Helaas zijn veel van onze leden daar met grote teleurstelling uitgekomen. De versterking van de eerste lijn die we hadden afgesproken is niet of nauwelijks van de grond gekomen.’ Wat is er gebeurd? Hoe komt het dat partijen zijn beland in moeizame discussies in plaats van met elkaar de schouders te zetten onder het realiseren van de ambities? Bontje is van plan om in het Bestuurlijk Overleg een paar hoofdoorzaken naar voren te brengen:

  • Verzekeraars zijn er niet in geslaagd om in de tweede lijn financiële substitutie te realiseren met als gevolg te nauwe budgettaire kaders voor de eerste lijn. Bij innovatie gaat de kost voor de baat uit en daarvoor was geen enkele ruimte en ook geen begrip.
  • Er gaapt bij verzekeraars een kloof tussen de bestuurders met wie we afspraken hebben gemaakt en degenen die de financiële kaders bewaken en met de zorgverleners onderhandelen. In het veld zijn de leden van InEen daar hard tegenaan gelopen.
  • Verzekeraars hebben – ondanks de afspraken daarover – het onderzoek naar een sterkere infrastructuur voor de eerste lijn on hold gezet.
  • Verzekeraars hebben kansen voor vernieuwing van de wijkverpleging en de samenhang in de eerste lijn niet benut.

‘Niemand wil het afgelopen proces in 2016 herhalen’, stelt Bontje nuchter vast. ‘Maar we hebben veel geleerd en gaan nu met VWS en de verzekeraars aan tafel. Wat is er nodig om onze gezamenlijke ambities wél te realiseren? Wat ons betreft zijn dat geen grote wijzigingen in het bekostigingsmodel. Wel is er ruimte nodig voor ontwikkeling in de eerste lijn en het vertrouwen dat de kosten ervan op termijn dubbel en dwars worden terugverdiend. Misschien moeten we de verzekeraars helpen de te verwachten opbrengsten van substitutie beter duidelijk te maken. Ons doel is duidelijkheid voor het veld en afspraken die het contracteringsproces 2016 voor alle partijen beter laten verlopen.’

InEen heeft aan het Nivel gevraagd om – net als in voorgaande jaren – een enquête uit te voeren onder de leden van InEen naar hun ervaringen met de contractering 2015. Ook beraadt InEen zich op manieren om leden te ondersteunen bij de contractonderhandeling. Bijvoorbeeld in de vorm van trainingen, maar ook door de leden intensief op de hoogte houden van de politieke en maatschappelijke realiteit en de mogelijkheden die dat biedt. Bontje: ‘Sowieso heeft het contact met onze achterban een hoge prioriteit in onze vereniging. Nog beter luisteren, elkaar nog vaker opzoeken en de discussie aangaan. Ook dat is nodig voor een sterke eerste lijn.’

[...]

contracteringWat leren we van de contractering 2015 

De contractering voor 2015 is nagenoeg afgerond. De meeste zorgaanbieders hebben een contract met hun verzekeraars getekend. In maart kijken de partijen van het Bestuurlijk Overleg Eerste Lijn samen terug op deze eerste contracteringsronde sinds in juli 2014 een akkoord tot stand kwam over de nieuwe bekostigingssystematiek voor huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg. InEen-voorzitter Martin Bontje: ‘Het is echt heel moeilijk geweest. Deze eerste ronde heeft niet gebracht waar we op basis van de afspraken op hoopten. We gaan met VWS en de verzekeraars aan tafel om te kijken wat er nodig is om onze gezamenlijke ambities voor de eerstelijnszorg wél te realiseren.’

De bestuurlijke partijen – VWS, verzekeraars, InEen en de LHV – formuleerden de gezamenlijke ambities al in 2013: een centrale rol voor de eerste lijn in de grote transities, versterken van de organisatiegraad, doorontwikkelen van multidisciplinaire zorg en ruimte voor innovatie. De financiële ruimte moet komen uit substitutie van tweede naar eerste lijn. Ook werd gekozen voor een stevig fundament van de basishuisartsenzorg. De eerste stap op weg naar realisering van de gezamenlijke ambities was het samen ontwikkelen van een nieuw bekostigingsmodel. Afgelopen zomer lag het er. Op basis van de nieuwe systematiek ging de contractering voor 2015 van start. Tegelijkertijd biedt 2015 een unieke kans voor integratie van huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg door de vernieuwing van de wijkverpleging.

‘We zijn de contractering voor 2015 verwachtingsvol ingegaan,’ aldus Bontje. ‘Helaas zijn veel van onze leden daar met grote teleurstelling uitgekomen. De versterking van de eerste lijn die we hadden afgesproken is niet of nauwelijks van de grond gekomen.’ Wat is er gebeurd? Hoe komt het dat partijen zijn beland in moeizame discussies in plaats van met elkaar de schouders te zetten onder het realiseren van de ambities? Bontje is van plan om in het Bestuurlijk Overleg een paar hoofdoorzaken naar voren te brengen:

  • Verzekeraars zijn er niet in geslaagd om in de tweede lijn financiële substitutie te realiseren met als gevolg te nauwe budgettaire kaders voor de eerste lijn. Bij innovatie gaat de kost voor de baat uit en daarvoor was geen enkele ruimte en ook geen begrip.
  • Er gaapt bij verzekeraars een kloof tussen de bestuurders met wie we afspraken hebben gemaakt en degenen die de financiële kaders bewaken en met de zorgverleners onderhandelen. In het veld zijn de leden van InEen daar hard tegenaan gelopen.
  • Verzekeraars hebben – ondanks de afspraken daarover – het onderzoek naar een sterkere infrastructuur voor de eerste lijn on hold gezet.
  • Verzekeraars hebben kansen voor vernieuwing van de wijkverpleging en de samenhang in de eerste lijn niet benut.

‘Niemand wil het afgelopen proces in 2016 herhalen’, stelt Bontje nuchter vast. ‘Maar we hebben veel geleerd en gaan nu met VWS en de verzekeraars aan tafel. Wat is er nodig om onze gezamenlijke ambities wél te realiseren? Wat ons betreft zijn dat geen grote wijzigingen in het bekostigingsmodel. Wel is er ruimte nodig voor ontwikkeling in de eerste lijn en het vertrouwen dat de kosten ervan op termijn dubbel en dwars worden terugverdiend. Misschien moeten we de verzekeraars helpen de te verwachten opbrengsten van substitutie beter duidelijk te maken. Ons doel is duidelijkheid voor het veld en afspraken die het contracteringsproces 2016 voor alle partijen beter laten verlopen.’

InEen heeft aan het Nivel gevraagd om – net als in voorgaande jaren – een enquête uit te voeren onder de leden van InEen naar hun ervaringen met de contractering 2015. Ook beraadt InEen zich op manieren om leden te ondersteunen bij de contractonderhandeling. Bijvoorbeeld in de vorm van trainingen, maar ook door de leden intensief op de hoogte houden van de politieke en maatschappelijke realiteit en de mogelijkheden die dat biedt. Bontje: ‘Sowieso heeft het contact met onze achterban een hoge prioriteit in onze vereniging. Nog beter luisteren, elkaar nog vaker opzoeken en de discussie aangaan. Ook dat is nodig voor een sterke eerste lijn.’

Wkkgz veroorzaakt lastenverzwaring    

27 januari 2015

De eerstelijnspartijen, waaronder InEen, hebben nog een keer hun bezwaren tegen de nieuwe klachtenwet (Wkkgz) bij de Eerste Kamer onder de aandacht gebracht. Dit is gebeurd met een gezamenlijke brief d.d. 14 januari 2015 als achtergrondinformatie voor de Kamerleden bij de tweede schriftelijke vragenronde op 27 januari. Meer informatie over dit onderwerp in het KNMG-dossier Klachtrecht en het nieuwsbericht op de website van de LHV.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

De eerstelijnspartijen, waaronder InEen, hebben nog een keer hun bezwaren tegen de nieuwe klachtenwet (Wkkgz) bij de Eerste Kamer onder de aandacht gebracht. Dit is gebeurd met een gezamenlijke brief d.d. 14 januari 2015 als achtergrondinformatie voor de Kamerleden bij de tweede schriftelijke vragenronde op 27 januari. Meer informatie over dit onderwerp in het KNMG-dossier Klachtrecht en het nieuwsbericht op de website van de LHV.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Marnix de Romph, directeur InEen

06 januari 2015

marnix‘In deze tijd vraagt het creativiteit om je ambities waar te maken’

‘Eigenlijk kan niemand zich meer voorstellen dat InEen er niet altijd al was’, constateert Marnix de Romph met genoegen namens de directie van InEen. ‘Nu we een jaar bezig zijn merken we dat het voor onze stakeholders, denk aan het ministerie, verzekeraars en anderen met wie we aan de overlegtafels zitten, volkomen vanzelfsprekend is dat InEen bestaat. Als dat na een jaar je constatering mag zijn, dan heb je het niet verkeerd gedaan.’

Naast het opvangen van de grote dynamiek die de eerste lijn momenteel kenmerkt is het – en ook daar is De Romph blij mee – gelukt om het goede van vóór de fusie te behouden. ‘Of het nou uit de VHN kwam, de LVG of de LOK, aan de waardevolle zaken hebben we een vervolg kunnen geven.’ Hij noemt de benchmarks (zorggroepen en huisartsenposten), de ontwikkeling van kwaliteitsindicatoren, triage, na- en bijscholingsactiviteiten en ook de Cao’s. ‘Die voor de gezondheidscentra/AHG zat een beetje in het slop vorig jaar, maar lijkt dankzij de inzet van mijn collega Hansmaarten Bolle nu weer een goede beweging te hebben gevonden.’ De volgende stap wordt het vinden van de juiste balans. ‘Dat is de les die we nu moeten leren. We zijn een sterk team geworden, maar kunnen niet alles zelf blijven doen. Op onderdelen nemen we als InEen het voortouw, op andere onderdelen worden we de partij die het pleidooi ondersteunt. We gaan in 2015 nadrukkelijker het samenspel zoeken met leden. In deze tijd vraagt het creativiteit om je ambities waar te maken en die is er juist bij onze leden volop.’

‘Topprioriteit voor 2015’ noemt De Romph het cluster acute zorg, en dan met name ook het samenspel met de dagzorg. ‘Daar zijn al grote stappen in gezet en dit jaar hebben we een beeldmerk kunnen presenteren om de sector beter zichtbaar te maken.’ Heel belangrijk vindt hij ook het doorontwikkelen van de multidisciplinaire zorg en daarbinnen de zorg voor kwetsbare ouderen, een goede positionering van de wijkverpleegkundige, het verder uitwerken van de nieuwe bekostigingssystematiek (‘daar liggen nog wel een paar stevige discussies’) en niet in de laatste plaats het informatiebeleid. De Romph: ‘Dat wordt steeds belangrijker, denk alleen al aan de gegevensuitwisseling in het kader van de zelfzorg wanneer de samenwerking tussen de verschillende domeinen verder vorm krijgt. Het gaat nog een enorme opgave worden om dat doen zonder verstrikt te raken in een gigantisch complex systeem. De bedoelingen moeten niet bezwijken onder alle goede ideeën, het moet voor zorgverleners werkbaar blijven. Dat geldt voor alle vormen van innovatie!’

De Romph kijkt uit naar het nieuwe jaar. ‘Hansmaarten en ik verheugen ons erop om als InEen door te groeien, het bureau en ook bijvoorbeeld de Beleidsadviescommissies, daar verwachten we veel van.’ De grote meerwaarde van de BAC’s zijn, aldus De Romph, de dwarsverbanden die hier kunnen ontstaan tussen de verschillende ledengroepen. ‘Ik was onlangs bij de BAC Innovatie en Onderzoek. Waanzinnig inspirerend, zoveel denkkracht als daar ontstaat.’ Ook naar buiten toe ziet hij ‘een hele mooie beweging’ op gang komen in de samenwerking met LHV en NHG. ‘We werken elk vanuit onze eigen invalshoek met een ander perspectief, maar doen dat samen. Dat klinkt soft, maar het is gewoon noodzaak: we zullen het met elkaar moeten doen. En ik heb de overtuiging dat dat gaat lukken.’

[...]

marnix‘In deze tijd vraagt het creativiteit om je ambities waar te maken’

‘Eigenlijk kan niemand zich meer voorstellen dat InEen er niet altijd al was’, constateert Marnix de Romph met genoegen namens de directie van InEen. ‘Nu we een jaar bezig zijn merken we dat het voor onze stakeholders, denk aan het ministerie, verzekeraars en anderen met wie we aan de overlegtafels zitten, volkomen vanzelfsprekend is dat InEen bestaat. Als dat na een jaar je constatering mag zijn, dan heb je het niet verkeerd gedaan.’

Naast het opvangen van de grote dynamiek die de eerste lijn momenteel kenmerkt is het – en ook daar is De Romph blij mee – gelukt om het goede van vóór de fusie te behouden. ‘Of het nou uit de VHN kwam, de LVG of de LOK, aan de waardevolle zaken hebben we een vervolg kunnen geven.’ Hij noemt de benchmarks (zorggroepen en huisartsenposten), de ontwikkeling van kwaliteitsindicatoren, triage, na- en bijscholingsactiviteiten en ook de Cao’s. ‘Die voor de gezondheidscentra/AHG zat een beetje in het slop vorig jaar, maar lijkt dankzij de inzet van mijn collega Hansmaarten Bolle nu weer een goede beweging te hebben gevonden.’ De volgende stap wordt het vinden van de juiste balans. ‘Dat is de les die we nu moeten leren. We zijn een sterk team geworden, maar kunnen niet alles zelf blijven doen. Op onderdelen nemen we als InEen het voortouw, op andere onderdelen worden we de partij die het pleidooi ondersteunt. We gaan in 2015 nadrukkelijker het samenspel zoeken met leden. In deze tijd vraagt het creativiteit om je ambities waar te maken en die is er juist bij onze leden volop.’

‘Topprioriteit voor 2015’ noemt De Romph het cluster acute zorg, en dan met name ook het samenspel met de dagzorg. ‘Daar zijn al grote stappen in gezet en dit jaar hebben we een beeldmerk kunnen presenteren om de sector beter zichtbaar te maken.’ Heel belangrijk vindt hij ook het doorontwikkelen van de multidisciplinaire zorg en daarbinnen de zorg voor kwetsbare ouderen, een goede positionering van de wijkverpleegkundige, het verder uitwerken van de nieuwe bekostigingssystematiek (‘daar liggen nog wel een paar stevige discussies’) en niet in de laatste plaats het informatiebeleid. De Romph: ‘Dat wordt steeds belangrijker, denk alleen al aan de gegevensuitwisseling in het kader van de zelfzorg wanneer de samenwerking tussen de verschillende domeinen verder vorm krijgt. Het gaat nog een enorme opgave worden om dat doen zonder verstrikt te raken in een gigantisch complex systeem. De bedoelingen moeten niet bezwijken onder alle goede ideeën, het moet voor zorgverleners werkbaar blijven. Dat geldt voor alle vormen van innovatie!’

De Romph kijkt uit naar het nieuwe jaar. ‘Hansmaarten en ik verheugen ons erop om als InEen door te groeien, het bureau en ook bijvoorbeeld de Beleidsadviescommissies, daar verwachten we veel van.’ De grote meerwaarde van de BAC’s zijn, aldus De Romph, de dwarsverbanden die hier kunnen ontstaan tussen de verschillende ledengroepen. ‘Ik was onlangs bij de BAC Innovatie en Onderzoek. Waanzinnig inspirerend, zoveel denkkracht als daar ontstaat.’ Ook naar buiten toe ziet hij ‘een hele mooie beweging’ op gang komen in de samenwerking met LHV en NHG. ‘We werken elk vanuit onze eigen invalshoek met een ander perspectief, maar doen dat samen. Dat klinkt soft, maar het is gewoon noodzaak: we zullen het met elkaar moeten doen. En ik heb de overtuiging dat dat gaat lukken.’

Martin Bontje, voorzitter bestuur InEen

06 januari 2015

martin‘Er is veel dat ons bindt’

‘Het allerbelangrijkste is dat we als InEen een serieuze partij zijn geworden in het krachtenspel van de zorg. We zijn nu een invloedrijke organisatie die zaken op de agenda kan zetten. Als er een probleem is met een verzekeraar, dan bellen we op en zitten we de volgende dag bij ze aan tafel.’ InEen-voorzitter Martin Bontje hoeft niet na te denken om de winst van InEen te benoemen. ‘Andere partijen luisteren naar ons, ook – en dat is niet onbelangrijk – als het gaat om zaken die hen niet welgevallig zijn.’

In 2014 is er de nodige tijd besteed om de fusieorganisaties in elkaar te vlechten. Op bureauniveau is dat wat Bontje betreft prima geslaagd. ‘Als bestuur moet je aan elkaar wennen, maar dat gaat goed en we zijn erin geslaagd om alle erfenissen uit het verleden op te lossen.’ Graag wil het bestuur in 2015 meer en directer standpunten en informatie uitwisselen met de leden in de verschillende regio’s. ‘We vinden het als bestuur belangrijk om goed te weten wat onze leden willen en vooral wat ze van InEen verwachten. En we willen graag rechtstreeks teruggeven wat Ineen daaraan doet. De goede manier om dat te doen, is nog een zoektocht. Ik houd me aanbevolen voor suggesties!’

Ook wordt in 2015 met zekerheid opnieuw een Tweedaagse georganiseerd. Bontje: ‘Afgelopen jaar was dat voor mij een hoogtepunt. De Tweedaagse is een heel goede manier om leden met elkaar in contact te brengen en synergie te laten onstaan tussen de gezondheidscentra, huisartsenposten, diagnostische centra, zorggroepen en ROS’en. We zijn een vereniging met verschillende groepen die verschillende doelen en belangen hebben, maar er is veel dat ons bindt. Dat heeft de Tweedaagse ons nadrukkelijk laten zien. Er zijn veel gezamenlijke thema’s waarmee we aan de slag moeten gaan.’

Wat staat er in 2015 op de actielijst van InEen?
‘In willekeurige volgorde denk ik aan het doorgaan met de samenwerking van de SEH’s en de huisartsenposten. Daarmee kunnen we laten zien dat een betere positionering van de huisartsenpost leidt tot betere en goedkopere acute zorg. Laatst stond weer in de krant dat ambulances zo vaak onnodig worden gebruikt en dat huisartsen en huisartsenposten dat veel beter kunnen. Als InEen hebben we rol bij het verbeteren van die situatie. Mede in het verlengde daarvan denk ik ook aan het veel beter zichtbaar maken van de substitutie vanuit de tweede lijn. Een heel belangrijk punt.’

‘En als derde moeten we met verzekeraars afspraken gaan maken over de structurele financiering van de organisatiekosten die we allemaal hebben. In 2015 moeten we daarover tot beslissingen komen. Dat hoort bij wat wel de belangrijkste doelstelling is van InEen: het vergroten van de organisatiekracht in de eerste lijn. Dat is onze rode draad.’

[...]

martin‘Er is veel dat ons bindt’

‘Het allerbelangrijkste is dat we als InEen een serieuze partij zijn geworden in het krachtenspel van de zorg. We zijn nu een invloedrijke organisatie die zaken op de agenda kan zetten. Als er een probleem is met een verzekeraar, dan bellen we op en zitten we de volgende dag bij ze aan tafel.’ InEen-voorzitter Martin Bontje hoeft niet na te denken om de winst van InEen te benoemen. ‘Andere partijen luisteren naar ons, ook – en dat is niet onbelangrijk – als het gaat om zaken die hen niet welgevallig zijn.’

In 2014 is er de nodige tijd besteed om de fusieorganisaties in elkaar te vlechten. Op bureauniveau is dat wat Bontje betreft prima geslaagd. ‘Als bestuur moet je aan elkaar wennen, maar dat gaat goed en we zijn erin geslaagd om alle erfenissen uit het verleden op te lossen.’ Graag wil het bestuur in 2015 meer en directer standpunten en informatie uitwisselen met de leden in de verschillende regio’s. ‘We vinden het als bestuur belangrijk om goed te weten wat onze leden willen en vooral wat ze van InEen verwachten. En we willen graag rechtstreeks teruggeven wat Ineen daaraan doet. De goede manier om dat te doen, is nog een zoektocht. Ik houd me aanbevolen voor suggesties!’

Ook wordt in 2015 met zekerheid opnieuw een Tweedaagse georganiseerd. Bontje: ‘Afgelopen jaar was dat voor mij een hoogtepunt. De Tweedaagse is een heel goede manier om leden met elkaar in contact te brengen en synergie te laten onstaan tussen de gezondheidscentra, huisartsenposten, diagnostische centra, zorggroepen en ROS’en. We zijn een vereniging met verschillende groepen die verschillende doelen en belangen hebben, maar er is veel dat ons bindt. Dat heeft de Tweedaagse ons nadrukkelijk laten zien. Er zijn veel gezamenlijke thema’s waarmee we aan de slag moeten gaan.’

Wat staat er in 2015 op de actielijst van InEen?
‘In willekeurige volgorde denk ik aan het doorgaan met de samenwerking van de SEH’s en de huisartsenposten. Daarmee kunnen we laten zien dat een betere positionering van de huisartsenpost leidt tot betere en goedkopere acute zorg. Laatst stond weer in de krant dat ambulances zo vaak onnodig worden gebruikt en dat huisartsen en huisartsenposten dat veel beter kunnen. Als InEen hebben we rol bij het verbeteren van die situatie. Mede in het verlengde daarvan denk ik ook aan het veel beter zichtbaar maken van de substitutie vanuit de tweede lijn. Een heel belangrijk punt.’

‘En als derde moeten we met verzekeraars afspraken gaan maken over de structurele financiering van de organisatiekosten die we allemaal hebben. In 2015 moeten we daarover tot beslissingen komen. Dat hoort bij wat wel de belangrijkste doelstelling is van InEen: het vergroten van de organisatiekracht in de eerste lijn. Dat is onze rode draad.’

Femke Gronheid, directeur ZorgImpuls

06 januari 2015

femke‘Naar mijn idee kan de eerste lijn best een PR-boost gebruiken’

‘InEen is wat de geïntegreerde lijn zelf ook is: een bundeling van krachten’, aldus Femke Gronheid, directeur van ZorgImpuls, de ROS van Rotterdam en omgeving. ‘Ik zie InEen als een waardevolle nieuwe vereniging die landelijk een onderscheidend geluid kan overbrengen over het belang van de georganiseerde zorg. Juist de diversiteit van de leden leidt ertoe dat de krachten gebundeld kunnen worden.’

Net als de ROS’en maakt InEen zich sterk voor het verbinden van deelgroepen en is daarin, vindt Gronheid, veelbelovend bezig. ‘Het is nu nog de fase van aftasten en verkennen van ieders potentiële meerwaarde, maar ik heb al mooie dingen gezien.’ Als lid van de BAC Organisatieontwikkeling en Governance ondervond ze hoe het is om over inhoudelijke thema’s te spreken met collega-leden die een net iets andere achtergrond in de eerste lijn hebben. Een ‘verrijking’ volgens Gronheid. Ook de Tweedaagse vindt zij een interessante manier om gezamenlijke thema’s bij de kop te nemen. ‘De volgende keer zou ik graag zien dat vooral de leden het programma samenstellen. Het is belangrijk om podium te geven aan de expertise in het veld zelf.’

Enthousiast is Gronheid over de bijeenkomst die ZorgImpuls samen met gemeente Rotterdam en Achmea organiseerde in Zorg Poort, waarvan InEen een van de partners is. ‘Dat is een goed voorbeeld van hoe je partijen kunt verbinden. We hebben daar aan de hand van casuïstiek van de Rotterdamse wijk Delfshaven gesproken over de huidige manier van werken en de naderende transitie. Zoals altijd op deze bijeenkomsten waren er ook de nodige Kamerleden. Zo verbind je beleidsbepalers uit Den Haag met de praktijk van de zorgverlener. De beleidsbepalers doorvoelen waar een huisarts in Delfshaven tegenaan loopt en andersom krijgen de zorgverleners iets mee van het perspectief vanuit Den Haag. Leerzaam.’

Doorgaan op de ingeslagen weg, zegt Gronheid, enerzijds gesprekspartner blijven aan de landelijke tafels en anderzijds leden en ledengroepen verbinden. Uitwisseling blijft zinvol, regionaal en landelijk. ‘Wat in Limburg allang is uitgevonden, kan in Noord-Holland juist vernieuwend zijn.’ Ook zouden de ROS’en en InEen manieren kunnen vinden om elkaar te versterken. ‘Naar mijn idee kan de eerste lijn best een PR-boost gebruiken. Je leest nu in de krant weinig vernieuwends over de eerste lijn, meestal gaat het over geld. Terwijl er toch voldoende moois te melden is. Maar veel mensen denken nog steeds dat ze naar een specialist moeten om goed geholpen te worden. En als je HBOV-studenten vraagt hoe ze hun toekomst zien, denken ze allemaal aan het werken in een ziekenhuis. Terwijl de kans groot is dat ze straks een uitdaging vinden in de wijkverpleging. De kansen van de eerste lijn mogen we met z’n allen beter over het voetlicht brengen. Zo zijn we in Rotterdam begonnen met een regionale redactie. Met kant en klare artikelen over (verbeter)projecten in de eerste lijn bieden wij regionale media concrete voorbeelden aan.’

Hoe gaat het met ZorgImpuls?
‘We zijn een organisatie die vernieuwing ondersteunt. Onze agenda is nu dus uitermate uitdagend! In het verleden waren ROS’en puur van de geïntegreerde eerstelijnszorg, maar we helpen steeds meer ook verbindingen realiseren met andere domeinen zoals tweede lijn, nulde lijn, wonen/welzijn. Als de stelselwijziging een feit is, vervullen wij als ROS’en graag een rol bij het realiseren van de gewenste cultuurverandering en resultaten.’

[...]

femke‘Naar mijn idee kan de eerste lijn best een PR-boost gebruiken’

‘InEen is wat de geïntegreerde lijn zelf ook is: een bundeling van krachten’, aldus Femke Gronheid, directeur van ZorgImpuls, de ROS van Rotterdam en omgeving. ‘Ik zie InEen als een waardevolle nieuwe vereniging die landelijk een onderscheidend geluid kan overbrengen over het belang van de georganiseerde zorg. Juist de diversiteit van de leden leidt ertoe dat de krachten gebundeld kunnen worden.’

Net als de ROS’en maakt InEen zich sterk voor het verbinden van deelgroepen en is daarin, vindt Gronheid, veelbelovend bezig. ‘Het is nu nog de fase van aftasten en verkennen van ieders potentiële meerwaarde, maar ik heb al mooie dingen gezien.’ Als lid van de BAC Organisatieontwikkeling en Governance ondervond ze hoe het is om over inhoudelijke thema’s te spreken met collega-leden die een net iets andere achtergrond in de eerste lijn hebben. Een ‘verrijking’ volgens Gronheid. Ook de Tweedaagse vindt zij een interessante manier om gezamenlijke thema’s bij de kop te nemen. ‘De volgende keer zou ik graag zien dat vooral de leden het programma samenstellen. Het is belangrijk om podium te geven aan de expertise in het veld zelf.’

Enthousiast is Gronheid over de bijeenkomst die ZorgImpuls samen met gemeente Rotterdam en Achmea organiseerde in Zorg Poort, waarvan InEen een van de partners is. ‘Dat is een goed voorbeeld van hoe je partijen kunt verbinden. We hebben daar aan de hand van casuïstiek van de Rotterdamse wijk Delfshaven gesproken over de huidige manier van werken en de naderende transitie. Zoals altijd op deze bijeenkomsten waren er ook de nodige Kamerleden. Zo verbind je beleidsbepalers uit Den Haag met de praktijk van de zorgverlener. De beleidsbepalers doorvoelen waar een huisarts in Delfshaven tegenaan loopt en andersom krijgen de zorgverleners iets mee van het perspectief vanuit Den Haag. Leerzaam.’

Doorgaan op de ingeslagen weg, zegt Gronheid, enerzijds gesprekspartner blijven aan de landelijke tafels en anderzijds leden en ledengroepen verbinden. Uitwisseling blijft zinvol, regionaal en landelijk. ‘Wat in Limburg allang is uitgevonden, kan in Noord-Holland juist vernieuwend zijn.’ Ook zouden de ROS’en en InEen manieren kunnen vinden om elkaar te versterken. ‘Naar mijn idee kan de eerste lijn best een PR-boost gebruiken. Je leest nu in de krant weinig vernieuwends over de eerste lijn, meestal gaat het over geld. Terwijl er toch voldoende moois te melden is. Maar veel mensen denken nog steeds dat ze naar een specialist moeten om goed geholpen te worden. En als je HBOV-studenten vraagt hoe ze hun toekomst zien, denken ze allemaal aan het werken in een ziekenhuis. Terwijl de kans groot is dat ze straks een uitdaging vinden in de wijkverpleging. De kansen van de eerste lijn mogen we met z’n allen beter over het voetlicht brengen. Zo zijn we in Rotterdam begonnen met een regionale redactie. Met kant en klare artikelen over (verbeter)projecten in de eerste lijn bieden wij regionale media concrete voorbeelden aan.’

Hoe gaat het met ZorgImpuls?
‘We zijn een organisatie die vernieuwing ondersteunt. Onze agenda is nu dus uitermate uitdagend! In het verleden waren ROS’en puur van de geïntegreerde eerstelijnszorg, maar we helpen steeds meer ook verbindingen realiseren met andere domeinen zoals tweede lijn, nulde lijn, wonen/welzijn. Als de stelselwijziging een feit is, vervullen wij als ROS’en graag een rol bij het realiseren van de gewenste cultuurverandering en resultaten.’

Martijn Leeflang, algemeen manager Eerstelijns Centrum Tiel (ECT)

06 januari 2015

martijn‘Het belang van de huisarts is één op één ook het belang van onze organisatie’

‘Als ik InEen beoordeel op de output, dan ben ik blij verrast’ steekt Martin Leeflang, algemeen manager van het Eerstelijns Centrum in Tiel van wal. ‘Ik had verwacht dat er na de fusie meer tijd en energie naar de interne organisatie zou gaan.’ Vooralsnog is hij zeer te spreken over zowel het optreden van InEen aan de onderhandeltafels, als de ondersteunende dienstverlening aan de leden.

The proof of the pudding is in the eating en het laatste woord over de contractering is nog niet gezegd, aldus Leeflang. ‘Maar ik voel me wel gesteund in mijn gesprekken met de zorgverzekeraar en ik merk in die gesprekken dat men aan de landelijke tafel goed naar InEen luistert. Ik heb het idee dat de multidisciplinaire zorg en in de slipstream daarvan ook de huisartsenzorg daar goed vertegenwoordigd wordt.’ Leeflang vindt het belangrijk dat InEen beide belangen, van zorggroepen en huisartsen, goed over het voetlicht brengt. ‘Het belang van de huisarts is één op één ook het belang van onze organisatie. De kern van wat we doen komt altijd uit bij de huisarts en tegelijk zien we in de financiering dat huisartsen, als koploper in de veranderingen die worden gevraagd, juist gestraft worden voor het feit dat ze voorop lopen.’ Voorts heeft Leeflang de indruk dat het in de fusie samenvoegen van de bedrijfsbureaus heeft gezorgd voor meer power om de ondersteuning van leden vorm te geven. Zo is hij erg te spreken over het weekbericht (‘heel praktisch, het sluit goed aan bij waar ik elke dag mee bezig ben’) en de (netwerk)bijeenkomsten (‘niet alleen ikzelf, maar ook onze bestuurders en bijvoorbeeld de kwaliteitsmedewerker vinden daar behoorlijk wat van hun gading’).

Voor 2015 verwacht Leeflang van InEen in elk geval ondersteuning bij het regionaal organiseren van de 24/7 zorg. ‘Ik geloof sterk in de horizontale benadering. We moeten ons als zorgverleners niet organiseren als een landelijke kolom van gezondheidscentra of een landelijke kolom van ROS’en, maar horizontaal: wat doen we in deze regio? Onze dominante zorgverzekeraar heeft wel eens gesuggereerd om een regionale inkoop in te stellen. In de praktijk werkt het bepaald nog niet zo, maar de gedachte is goed. InEen kan een belangrijke rol spelen in de horizontale verbinding.’ Als lid van de BAC Bekostiging en Bedrijfsvoering zal Leeflang zich daar zelf ook voor inzetten. ‘Het gaat uiteindelijk om het regelen van 24/7 zorg. Daar zijn we allemaal speler in.’

Hoe gaat het met het ECT?
‘Ons centrum – we zijn geen loondienstcentrum, ieder werkt voor eigen rekening – bestaat nu acht jaar en er zit waanzinnig veel energie bij alle professionals. Onlangs hadden we een avond met als thema: ‘hoe zorgen we in 2017 het meest innovatieve centrum van Nederland te zijn?’ En dan zit daar 100 man in eigen tijd een avond lang te discussiëren. Het is een slechte zaak dat deze energie drastisch getemperd lijkt te worden door een zorgverzekeraar die zegt ‘gemiddeld’ te willen betalen voor ‘gemiddelde’ zorg. Maar los daarvan zijn we een goed draaiende, financieel gezonde en ambitieuze club.’

 

[...]

martijn‘Het belang van de huisarts is één op één ook het belang van onze organisatie’

‘Als ik InEen beoordeel op de output, dan ben ik blij verrast’ steekt Martin Leeflang, algemeen manager van het Eerstelijns Centrum in Tiel van wal. ‘Ik had verwacht dat er na de fusie meer tijd en energie naar de interne organisatie zou gaan.’ Vooralsnog is hij zeer te spreken over zowel het optreden van InEen aan de onderhandeltafels, als de ondersteunende dienstverlening aan de leden.

The proof of the pudding is in the eating en het laatste woord over de contractering is nog niet gezegd, aldus Leeflang. ‘Maar ik voel me wel gesteund in mijn gesprekken met de zorgverzekeraar en ik merk in die gesprekken dat men aan de landelijke tafel goed naar InEen luistert. Ik heb het idee dat de multidisciplinaire zorg en in de slipstream daarvan ook de huisartsenzorg daar goed vertegenwoordigd wordt.’ Leeflang vindt het belangrijk dat InEen beide belangen, van zorggroepen en huisartsen, goed over het voetlicht brengt. ‘Het belang van de huisarts is één op één ook het belang van onze organisatie. De kern van wat we doen komt altijd uit bij de huisarts en tegelijk zien we in de financiering dat huisartsen, als koploper in de veranderingen die worden gevraagd, juist gestraft worden voor het feit dat ze voorop lopen.’ Voorts heeft Leeflang de indruk dat het in de fusie samenvoegen van de bedrijfsbureaus heeft gezorgd voor meer power om de ondersteuning van leden vorm te geven. Zo is hij erg te spreken over het weekbericht (‘heel praktisch, het sluit goed aan bij waar ik elke dag mee bezig ben’) en de (netwerk)bijeenkomsten (‘niet alleen ikzelf, maar ook onze bestuurders en bijvoorbeeld de kwaliteitsmedewerker vinden daar behoorlijk wat van hun gading’).

Voor 2015 verwacht Leeflang van InEen in elk geval ondersteuning bij het regionaal organiseren van de 24/7 zorg. ‘Ik geloof sterk in de horizontale benadering. We moeten ons als zorgverleners niet organiseren als een landelijke kolom van gezondheidscentra of een landelijke kolom van ROS’en, maar horizontaal: wat doen we in deze regio? Onze dominante zorgverzekeraar heeft wel eens gesuggereerd om een regionale inkoop in te stellen. In de praktijk werkt het bepaald nog niet zo, maar de gedachte is goed. InEen kan een belangrijke rol spelen in de horizontale verbinding.’ Als lid van de BAC Bekostiging en Bedrijfsvoering zal Leeflang zich daar zelf ook voor inzetten. ‘Het gaat uiteindelijk om het regelen van 24/7 zorg. Daar zijn we allemaal speler in.’

Hoe gaat het met het ECT?
‘Ons centrum – we zijn geen loondienstcentrum, ieder werkt voor eigen rekening – bestaat nu acht jaar en er zit waanzinnig veel energie bij alle professionals. Onlangs hadden we een avond met als thema: ‘hoe zorgen we in 2017 het meest innovatieve centrum van Nederland te zijn?’ En dan zit daar 100 man in eigen tijd een avond lang te discussiëren. Het is een slechte zaak dat deze energie drastisch getemperd lijkt te worden door een zorgverzekeraar die zegt ‘gemiddeld’ te willen betalen voor ‘gemiddelde’ zorg. Maar los daarvan zijn we een goed draaiende, financieel gezonde en ambitieuze club.’

 

Lucas Fraza, voorzitter raad van bestuur Primair Huisartsenposten

06 januari 2015

lucas‘Het gaat erom dat we een nieuw vergezicht scheppen’

‘InEen gaat het cement worden van de innovatie in de eerste lijn.’ Aan het woord is Lucas Fraza, bestuursvoorzitter van Primair Huisartsenposten. ‘Het is dus heel goed dat er – waar InEen voor staat – meer synchroniteit komt tussen huisartsenposten, zorggroepen, diagnostische centra, gezondheidscentra en de ondersteuning via de ROS’en. In die beweging moet het gaan om de kwaliteit van zorg, veel meer dan om de belangen van een specifieke groep.’ Fraza is kortom blij met InEen, maar beziet de nieuwe organisatie tegelijk met een mild kritische blik.

‘Wat we allemaal willen is dat er in de regio’s samenwerkingsverbanden ontstaan die een eenheid vormen, zeg maar: één keer drie in plaats van drie keer één. Dat gaat niet vanzelf. Op dit moment ligt bijvoorbeeld de focus van de huisartsenposten en die van de zorggroepen nog ver uit elkaar.’ Hij vervolgt: ‘Ik hoop dat InEen geen deelbelangen-vereniging wordt van zorggroepen of huisartsenposten of een andere deelgroep. Brancheverenigingen hebben bijna van nature die neiging, maar het gaat er juist om dat we een nieuw vergezicht scheppen, namelijk dat van verbinding en samenwerking. Daarvoor is het in mijn visie nodig thema’s te destilleren die voor alle ledengroepen interessant zijn om zich op te richten. De wil is er wel denk ik, maar het heeft in mijn ogen nog onvoldoende prioriteit.’

Als mogelijk gemeenschappelijk thema noemt Fraza de wijkgerichte zorg. ‘Dat zou een vliegwiel kunnen zijn, een nieuwe focus van waaruit de verschillende organisaties met elkaar inzoomen op waar de zorg echt nodig is, namelijk de wijk. De uitvoering van de wijkgerichte zorg zit bij de organisaties in de regio. InEen zou als faciliterende organisatie moeten zorgen voor de bovenregionale infrastructuur: ICT, bovenregionale samenwerking, personeelsbeleid, wetenschappelijke indicatoren, afspraken met zorgverzekeraars. Stuk voor stuk heel belangrijke onderwerpen.’

Fraza hoopt verder dat InEen de focus op de individuele huisarts als spil in de zorg niet verliest. ‘Dat is echt cruciaal. InEen wil zich inzetten voor de georganiseerde eerste lijn en dat moet ook. Maar daarbij is het juist interessant om individuele huisartsen te betrekken bij InEen. Dat betekent zoeken naar de balans tussen het perspectief van de huisarts en dat van de patiënt. Ik zou het een succes vinden als álle huisartsen zich thuis voelen onder het dak van InEen.’

Hoe gaat het met Primair Huisartsenposten?
‘Goed! Tegelijk is de zoektocht van InEen ook de zoektocht van Primair. Dat heeft ook bij ons te maken met het zoeken naar een gemeenschappelijke focus. Dus als InEen als brancheorganisatie daarmee aan de slag gaat, helpt dat. Het helpt partijen om in een nieuw spoor te komen en als men kan refereren aan de visie van de brancheorganisatie vergemakkelijkt dat de dialoog.’

[...]

lucas‘Het gaat erom dat we een nieuw vergezicht scheppen’

‘InEen gaat het cement worden van de innovatie in de eerste lijn.’ Aan het woord is Lucas Fraza, bestuursvoorzitter van Primair Huisartsenposten. ‘Het is dus heel goed dat er – waar InEen voor staat – meer synchroniteit komt tussen huisartsenposten, zorggroepen, diagnostische centra, gezondheidscentra en de ondersteuning via de ROS’en. In die beweging moet het gaan om de kwaliteit van zorg, veel meer dan om de belangen van een specifieke groep.’ Fraza is kortom blij met InEen, maar beziet de nieuwe organisatie tegelijk met een mild kritische blik.

‘Wat we allemaal willen is dat er in de regio’s samenwerkingsverbanden ontstaan die een eenheid vormen, zeg maar: één keer drie in plaats van drie keer één. Dat gaat niet vanzelf. Op dit moment ligt bijvoorbeeld de focus van de huisartsenposten en die van de zorggroepen nog ver uit elkaar.’ Hij vervolgt: ‘Ik hoop dat InEen geen deelbelangen-vereniging wordt van zorggroepen of huisartsenposten of een andere deelgroep. Brancheverenigingen hebben bijna van nature die neiging, maar het gaat er juist om dat we een nieuw vergezicht scheppen, namelijk dat van verbinding en samenwerking. Daarvoor is het in mijn visie nodig thema’s te destilleren die voor alle ledengroepen interessant zijn om zich op te richten. De wil is er wel denk ik, maar het heeft in mijn ogen nog onvoldoende prioriteit.’

Als mogelijk gemeenschappelijk thema noemt Fraza de wijkgerichte zorg. ‘Dat zou een vliegwiel kunnen zijn, een nieuwe focus van waaruit de verschillende organisaties met elkaar inzoomen op waar de zorg echt nodig is, namelijk de wijk. De uitvoering van de wijkgerichte zorg zit bij de organisaties in de regio. InEen zou als faciliterende organisatie moeten zorgen voor de bovenregionale infrastructuur: ICT, bovenregionale samenwerking, personeelsbeleid, wetenschappelijke indicatoren, afspraken met zorgverzekeraars. Stuk voor stuk heel belangrijke onderwerpen.’

Fraza hoopt verder dat InEen de focus op de individuele huisarts als spil in de zorg niet verliest. ‘Dat is echt cruciaal. InEen wil zich inzetten voor de georganiseerde eerste lijn en dat moet ook. Maar daarbij is het juist interessant om individuele huisartsen te betrekken bij InEen. Dat betekent zoeken naar de balans tussen het perspectief van de huisarts en dat van de patiënt. Ik zou het een succes vinden als álle huisartsen zich thuis voelen onder het dak van InEen.’

Hoe gaat het met Primair Huisartsenposten?
‘Goed! Tegelijk is de zoektocht van InEen ook de zoektocht van Primair. Dat heeft ook bij ons te maken met het zoeken naar een gemeenschappelijke focus. Dus als InEen als brancheorganisatie daarmee aan de slag gaat, helpt dat. Het helpt partijen om in een nieuw spoor te komen en als men kan refereren aan de visie van de brancheorganisatie vergemakkelijkt dat de dialoog.’

Leonie van Son, directeur Eerstelijns Zorggroep Haaglanden (ELZHA)

06 januari 2015

leonie‘Ik ervaar InEen en de producten die worden ontwikkeld als van ons’

‘Ja, ik ben blij met InEen. In elk geval hebben we nu één organisatie die voor het belang van de zorggroepen staat, vroeger waren dat er twee, de LVG en de LOK.’ Leonie van Son, directeur Eerstelijns Zorggroep Haaglanden, vindt dat InEen bezig is met de juiste onderwerpen en aan de juiste tafels zit. ‘Belangrijk vind ik alles rondom het kwaliteitsbeleid. Dat we dat als branche zelf neerzetten, in plaats van de zorgverzekeraar of het ministerie. Daar komen we verder mee dan dat we ons de wet laten voorschrijven.’ Als tweede onderwerp noemt ze de contractering. ‘Ook daar is InEen goed bezig, al hebben ze nog niet de stem die zouden mogen hebben, daar is meer tijd voor nodig.’

‘InEen is als vereniging dusdanig open dat je zelf invloed kunt hebben. Ik ervaar InEen en de producten die worden ontwikkeld als van ‘ons’. Tenslotte zit één van mijn mensen in de werkgroep die gaat over het kwaliteitsbeleid en de Kritische Kwaliteits Kenmerken en de indicatoren. We zitten er dichtbij en dan wordt het iets van jezelf.’ Tegelijk vindt Van Son het waardevol om bijvoorbeeld in gesprekken met verzekeraars te kunnen refereren aan landelijke afspraken. ‘Daarmee laten we onze kracht als beroepsgroep zien.’

Voor de toekomst moet InEen zich wat haar betreft richten op de ondersteunende en verbindende rol. ‘Ik ben laatst bij een InEen-bijeenkomst geweest over wijkverpleging. Het wordt een interessante uitdaging hoe we de verschillende partners binnen InEen op dit onderwerp gaan verbinden. Hoe gaan we elkaar vinden in een gezamenlijke inhoudelijke agenda? Daar ben ik benieuwd naar. Als ik nu het jaarplan van InEen zie, ligt de focus nog erg op de verschillende groepen, daar mag wel wat meer verbinding in.’ Behalve aan de inhoudelijke agenda met betrekking tot de grote transities – de kanteling van AWBZ naar Zorgverzekeringswet, en van het medische naar het sociale domein – denkt Van Son daarbij ook aan het samenwerken op regionaal niveau. ‘In mijn eigen regio is dat ook een interessante uitdaging, dat gaat nog lang niet zoals we willen. InEen is daarin wel een voorbeeld voor mij.’

Hoe gaat het met ELZHA?
‘Met meer dan 200 aangesloten huisartsen is Haaglanden een grote organisatie en ons werkgebied is divers: van achterstandswijken in de Haagse binnenstad tot de Wassenaarse buitenwijken. Dat maakt dat we niet een doorsnee zorggroep kunnen zijn met doorsneebeleid. We hebben ook te maken met veel verschillende eerstelijns partijen en veel zorgverzekeraars. We werken kortom in een dynamisch concurrerend veld! Maar het ontwikkelpotentieel is enorm en we zijn met mooie dingen bezig op het gebied van ouderenzorg, oncologische nazorg, substitutieprojecten, sociale wijkteams, leefstijlpilots, enorm veel. De rol van InEen zie ik vooral op het vlak van kennisuitwisseling en ons als zorggroep steunen in onze nieuwe rol. Over vijf jaar moeten we echt een ander soort organisatie zijn. Dat heeft met visie te maken. Ik verwacht daarin van InEen een voortrekkersrol, de partij die daar een landelijke visie op ontwikkelt.’

[...]

leonie‘Ik ervaar InEen en de producten die worden ontwikkeld als van ons’

‘Ja, ik ben blij met InEen. In elk geval hebben we nu één organisatie die voor het belang van de zorggroepen staat, vroeger waren dat er twee, de LVG en de LOK.’ Leonie van Son, directeur Eerstelijns Zorggroep Haaglanden, vindt dat InEen bezig is met de juiste onderwerpen en aan de juiste tafels zit. ‘Belangrijk vind ik alles rondom het kwaliteitsbeleid. Dat we dat als branche zelf neerzetten, in plaats van de zorgverzekeraar of het ministerie. Daar komen we verder mee dan dat we ons de wet laten voorschrijven.’ Als tweede onderwerp noemt ze de contractering. ‘Ook daar is InEen goed bezig, al hebben ze nog niet de stem die zouden mogen hebben, daar is meer tijd voor nodig.’

‘InEen is als vereniging dusdanig open dat je zelf invloed kunt hebben. Ik ervaar InEen en de producten die worden ontwikkeld als van ‘ons’. Tenslotte zit één van mijn mensen in de werkgroep die gaat over het kwaliteitsbeleid en de Kritische Kwaliteits Kenmerken en de indicatoren. We zitten er dichtbij en dan wordt het iets van jezelf.’ Tegelijk vindt Van Son het waardevol om bijvoorbeeld in gesprekken met verzekeraars te kunnen refereren aan landelijke afspraken. ‘Daarmee laten we onze kracht als beroepsgroep zien.’

Voor de toekomst moet InEen zich wat haar betreft richten op de ondersteunende en verbindende rol. ‘Ik ben laatst bij een InEen-bijeenkomst geweest over wijkverpleging. Het wordt een interessante uitdaging hoe we de verschillende partners binnen InEen op dit onderwerp gaan verbinden. Hoe gaan we elkaar vinden in een gezamenlijke inhoudelijke agenda? Daar ben ik benieuwd naar. Als ik nu het jaarplan van InEen zie, ligt de focus nog erg op de verschillende groepen, daar mag wel wat meer verbinding in.’ Behalve aan de inhoudelijke agenda met betrekking tot de grote transities – de kanteling van AWBZ naar Zorgverzekeringswet, en van het medische naar het sociale domein – denkt Van Son daarbij ook aan het samenwerken op regionaal niveau. ‘In mijn eigen regio is dat ook een interessante uitdaging, dat gaat nog lang niet zoals we willen. InEen is daarin wel een voorbeeld voor mij.’

Hoe gaat het met ELZHA?
‘Met meer dan 200 aangesloten huisartsen is Haaglanden een grote organisatie en ons werkgebied is divers: van achterstandswijken in de Haagse binnenstad tot de Wassenaarse buitenwijken. Dat maakt dat we niet een doorsnee zorggroep kunnen zijn met doorsneebeleid. We hebben ook te maken met veel verschillende eerstelijns partijen en veel zorgverzekeraars. We werken kortom in een dynamisch concurrerend veld! Maar het ontwikkelpotentieel is enorm en we zijn met mooie dingen bezig op het gebied van ouderenzorg, oncologische nazorg, substitutieprojecten, sociale wijkteams, leefstijlpilots, enorm veel. De rol van InEen zie ik vooral op het vlak van kennisuitwisseling en ons als zorggroep steunen in onze nieuwe rol. Over vijf jaar moeten we echt een ander soort organisatie zijn. Dat heeft met visie te maken. Ik verwacht daarin van InEen een voortrekkersrol, de partij die daar een landelijke visie op ontwikkelt.’

Jules Keyzer, directeur Diagnostiek voor U

06 januari 2015

jules‘We moeten er naartoe dat we elkaar niet meer laten uitspelen’

‘InEen biedt een krachtig geluid voor een sterke gezondheidszorg. De eerste lijn is altijd een sterk versnipperd landschap geweest in vergelijking met de tweede lijn. In zekere zin is dat nog steeds zo want de fysiotherapeuten en de apothekers zijn er ook nog, maar InEen heeft wel een forse verbetering aangebracht in de samenhang van de eerste lijn en daarmee ook in de lobby en de kracht van de eerste lijn’, aldus Jules Keyzer, voorzitter Raad van Bestuur van het eerstelijns diagnostisch centrum Diagnostiek voor U (Zuid-Oost Brabant en Limburg).

Waar het op koepelniveau al heel goed gaat, is er wat Keyzer betreft op decentraal niveau nog werk aan de winkel. Op zijn wensenlijstje staat allereerst méér samenwerking in de regio’s. ‘Op decentraal niveau sluit iedereen zijn eigen contracten en daar zet de verzekeraar druk op de prijzen. Voor je het weet werk je elkaar tegen in plaats van samen op te trekken.’ Zorgverzekeraars, aldus Keyzer, dagen zorggroepen uit diagnostiek goedkoper in te kopen en werken zo onderlinge concurrentie in de hand. ‘We moeten veel meer samenwerken. Eigenlijk moeten we zeggen: als we iets in ketenvorm leveren, gaan we het ook als keten contracteren en samen de onderhandelingen in. Ik zie een rol voor InEen om daar te komen.’

Op koepelniveau pleit Keyzer voor het rechttrekken van het huidige scheve speelveld. ‘De tweede lijn heeft een buitengewoon sterke lobby bij de minister met gegarandeerde budgetafspraken. Als je iets substitueert vanuit het ziekenhuis naar de eerste lijn, is daarmee het geld nog niet weg uit het ziekenhuis. Ik vind dat een oneerlijk krachtenveld. De minister zit met een kaasschaaf op de eerste lijn en in de tweede lijn gebeurt veel te weinig.’ Het liefst wil Keyzer de zaken omdraaien. ‘Kijk eerst eens wat de eerste lijn nodig heeft. Nu wordt eerst naar de tweede lijn gekeken en dan wat er nog over is voor de eerste lijn.’ Innovatie is voor Keyzer een derde belangrijke taak voor InEen. Hij pleit onder andere voor het creëren van een anderhalfde lijn. ‘Je kunt in de eerste lijn een stukje specialistische kennis inhuren vanuit de tweede lijn met als resultaat minder beroep op dure ziekenhuizen. Let op: het moet wel vanuit de eerste lijn georganiseerd worden, want anders wordt het een strijd in plaats van het opzetten van een mooi nieuw product.’

Hoe gaat het met Diagnostiek voor U?
‘Ondanks de turbulente omgeving, gaat het goed. In de contractonderhandelingen voor 2015 worden zeer stevige kortingen verwacht door de verzekeraars, maar wij hebben ons hier met onder meer ons nieuwe efficiënte laboratorium tijdig op voorbereid. Daarnaast maken we goede stappen met de ontwikkeling van diverse anderhalfdelijnsonderzoeken, zoals het cardiale pakket. Dat doen we in constructief overleg met verzekeraars, zorggroepen en specialisten: dit zijn vruchtbare samenwerkingen die zich in de toekomst verder zullen intensiveren. ‘

[...]

jules‘We moeten er naartoe dat we elkaar niet meer laten uitspelen’

‘InEen biedt een krachtig geluid voor een sterke gezondheidszorg. De eerste lijn is altijd een sterk versnipperd landschap geweest in vergelijking met de tweede lijn. In zekere zin is dat nog steeds zo want de fysiotherapeuten en de apothekers zijn er ook nog, maar InEen heeft wel een forse verbetering aangebracht in de samenhang van de eerste lijn en daarmee ook in de lobby en de kracht van de eerste lijn’, aldus Jules Keyzer, voorzitter Raad van Bestuur van het eerstelijns diagnostisch centrum Diagnostiek voor U (Zuid-Oost Brabant en Limburg).

Waar het op koepelniveau al heel goed gaat, is er wat Keyzer betreft op decentraal niveau nog werk aan de winkel. Op zijn wensenlijstje staat allereerst méér samenwerking in de regio’s. ‘Op decentraal niveau sluit iedereen zijn eigen contracten en daar zet de verzekeraar druk op de prijzen. Voor je het weet werk je elkaar tegen in plaats van samen op te trekken.’ Zorgverzekeraars, aldus Keyzer, dagen zorggroepen uit diagnostiek goedkoper in te kopen en werken zo onderlinge concurrentie in de hand. ‘We moeten veel meer samenwerken. Eigenlijk moeten we zeggen: als we iets in ketenvorm leveren, gaan we het ook als keten contracteren en samen de onderhandelingen in. Ik zie een rol voor InEen om daar te komen.’

Op koepelniveau pleit Keyzer voor het rechttrekken van het huidige scheve speelveld. ‘De tweede lijn heeft een buitengewoon sterke lobby bij de minister met gegarandeerde budgetafspraken. Als je iets substitueert vanuit het ziekenhuis naar de eerste lijn, is daarmee het geld nog niet weg uit het ziekenhuis. Ik vind dat een oneerlijk krachtenveld. De minister zit met een kaasschaaf op de eerste lijn en in de tweede lijn gebeurt veel te weinig.’ Het liefst wil Keyzer de zaken omdraaien. ‘Kijk eerst eens wat de eerste lijn nodig heeft. Nu wordt eerst naar de tweede lijn gekeken en dan wat er nog over is voor de eerste lijn.’ Innovatie is voor Keyzer een derde belangrijke taak voor InEen. Hij pleit onder andere voor het creëren van een anderhalfde lijn. ‘Je kunt in de eerste lijn een stukje specialistische kennis inhuren vanuit de tweede lijn met als resultaat minder beroep op dure ziekenhuizen. Let op: het moet wel vanuit de eerste lijn georganiseerd worden, want anders wordt het een strijd in plaats van het opzetten van een mooi nieuw product.’

Hoe gaat het met Diagnostiek voor U?
‘Ondanks de turbulente omgeving, gaat het goed. In de contractonderhandelingen voor 2015 worden zeer stevige kortingen verwacht door de verzekeraars, maar wij hebben ons hier met onder meer ons nieuwe efficiënte laboratorium tijdig op voorbereid. Daarnaast maken we goede stappen met de ontwikkeling van diverse anderhalfdelijnsonderzoeken, zoals het cardiale pakket. Dat doen we in constructief overleg met verzekeraars, zorggroepen en specialisten: dit zijn vruchtbare samenwerkingen die zich in de toekomst verder zullen intensiveren. ‘

Kamer wil dat zorgverzekeraars zich publiek verantwoorden

02 december 2014

Individuele zorgverzekeraars moeten zich vanaf nu jaarlijks openbaar verantwoorden over de manier waarop ze invulling geven aan de code Goed Zorgverzekeraarschap. Dat is de strekking van de motie van Lea Bouwmeester (PvdA) die deze week – met brede steun van zowel regerings- als niet regeringspartijen – door de Tweede Kamer is aangenomen. Deze code gaat ondermeer over het misbruik van de machtspositie, inkoopgedrag, voorwaarden in contractering en communicatie richting verzekerden. De motie van Bouwmeester was een van de meest opvallende uitkomsten bij de behandeling van de begroting van VWS voor 2015.

De PvdA vindt dat verzekeraars nu onvoldoende invulling geven aan hun publieke taak. Uit onderzoek van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) blijkt bijvoorbeeld dat zorgverzekeraars momenteel inkopen op prijs en niet op kwaliteit. De motie maakt dat de NZa vanaf nu ook de code moet betrekken bij haar oordeel over het functioneren van de zorgverzekeraars.

Deze boodschap komt op een moment dat veel zorgverleners en hun belangenorganisaties hun zorgen uit over de manier waarop verzekeraars de zorg voor 2015 inkopen. Huisartsenorganisaties LHV en InEen stuurden hierover recent een brief aan de Tweede Kamer. Zij maken zich er zorgen over dat verzekeraars ‘met de hand op de knip’ huisartsenzorg inkopen. Terwijl huisartsen, verzekeraars en ministerie hebben afgesproken dat de huisartsenzorg ruim baan moet krijgen.

[...]

Individuele zorgverzekeraars moeten zich vanaf nu jaarlijks openbaar verantwoorden over de manier waarop ze invulling geven aan de code Goed Zorgverzekeraarschap. Dat is de strekking van de motie van Lea Bouwmeester (PvdA) die deze week – met brede steun van zowel regerings- als niet regeringspartijen – door de Tweede Kamer is aangenomen. Deze code gaat ondermeer over het misbruik van de machtspositie, inkoopgedrag, voorwaarden in contractering en communicatie richting verzekerden. De motie van Bouwmeester was een van de meest opvallende uitkomsten bij de behandeling van de begroting van VWS voor 2015.

De PvdA vindt dat verzekeraars nu onvoldoende invulling geven aan hun publieke taak. Uit onderzoek van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) blijkt bijvoorbeeld dat zorgverzekeraars momenteel inkopen op prijs en niet op kwaliteit. De motie maakt dat de NZa vanaf nu ook de code moet betrekken bij haar oordeel over het functioneren van de zorgverzekeraars.

Deze boodschap komt op een moment dat veel zorgverleners en hun belangenorganisaties hun zorgen uit over de manier waarop verzekeraars de zorg voor 2015 inkopen. Huisartsenorganisaties LHV en InEen stuurden hierover recent een brief aan de Tweede Kamer. Zij maken zich er zorgen over dat verzekeraars ‘met de hand op de knip’ huisartsenzorg inkopen. Terwijl huisartsen, verzekeraars en ministerie hebben afgesproken dat de huisartsenzorg ruim baan moet krijgen.

Niet alleen de organisatorische kant, maar ook de beleving

27 november 2014

studiereisEind oktober vond de jaarlijkse studiereis plaats van bestuurders en beleidsmedewerkers van LHV, NHG en InEen. Ditmaal reisde men af naar Friesland, Groningen en Drenthe. Op het programma stond onder meer een werkbezoek aan InEen-lid Dokterszorg Friesland. Directeur Willem Groenevelt gaf een inkijkje in de betrokkenheid en zeggenschap van huisartsen bij de organisatie.

Het lijkt erop dat Dokterszorg Friesland, waarin behalve de huisartsenposten ook een viertal huisartsondersteunende organisaties zijn ondergebracht, het goed heeft geregeld. De organisatie krijgt veel vertrouwen; huisartsen ervaren de organisatie als van hen. Toch blijft Groenevelt liever voorzichtig: ‘In 2011 kwam uit een tevredenheidsonderzoek onder de huisartsen bij de toenmalige Dokterswacht een positief beeld naar voren. Binnenkort hebben we weer een onderzoek en dan zal blijken of dat nog gegroeid is.’ Het is, zegt hij, een kwestie van blijven investeren in ondersteuning en goed in contact blijven met de aandeelhouders. ‘Als de aandeelhouders zeggen ‘doe maar niet’, dan doe ik het tenzij onze bedrijfsvoering echt in gevaar komt, in principe ook niet.’ ‘Onze valkuil’, vervolgt hij, ‘is dat we onszelf overeten. Dat we denken dat we alles kunnen. Dat we zeggen die anderhalve lijn, waar we nu intensief mee bezig zijn, dat regelen we wel even. Maar zo werkt het niet. Het is blijven zoeken naar de balans tussen realiseren wat de huisartsen graag willen en wat realistisch gezien mogelijk is.’

De in 2009 gekozen BV-structuur (zie kader) zorgt voor een heldere zeggenschap van huisartsen in alle beleidsaangelegenheden. Ook zet Groenevelt zich in om op alle algemene ledenvergaderingen aanwezig te zijn om het contact met de vertegenwoordigers van de Friese huisartsengroepen constant te houden.. ‘Heel belangrijk’ noemt hij het brandingtraject dat de organisatie in 2012 uitvoerde. Samen met de aandeelhouders/huisartsen en enkele leden van de Raad van Commissarissen ging Groenevelt op zoek naar de identiteit van de organisatie. Wat voor organisatie willen we zijn? Wat zijn onze kernwaarden? Wat is onze missie? ‘Daar zijn we misschien wel het dichtst bij elkaar gekomen. Branding heeft ons geholpen niet alleen een mechanische organisatie te zijn, maar ook een organisatie die snapt en steeds wil blijven snappen hoe huisartsen hun ondersteuning willen beleven en hoe ze willen dat er naar hen geluisterd wordt.’ Groenevelt: ‘Tijdens het werkbezoek zei men het zo: je hebt niet alleen de organisatie en de fusie geregeld, maar met de branding ook de zachte kant, de beleving meegenomen in het geheel. Men herkende het zoeken naar de identiteit als een mooie aanvulling op het maken van een organisatiemodel.’

Groenevelt benadrukt dat er niet sprake is van één succesfactor. Hij ziet het proces van de afgelopen vijf jaar als een ‘mooie combinatie van factoren’. ‘We hebben geluk met een aantal besturende huisartsen die dit soort trajecten aandurven.’ Bovendien, zegt hij, is het een tijd waarin veel van huisartsen wordt gevraagd, er is dus veel vraag naar ondersteuning. ‘Als je elkaar dan weet te vinden en het elkaar gunt, kun je veel kracht maken.’

Dokterszorg Friesland Holding BV

Na een moeilijke tijd werd Dokterswacht Friesland met zijn vijf huisartsenposten, eind 2009 een BV met de huisartsen als aandeelhouders en een governance-proof Raad van Commissarissen. Kort daarna greep de vernieuwde Dokterswacht de vraag van huisartsen om de deskundigheidsbevordering beter te organiseren met beide handen aan. Groenevelt: ‘Dat werd de Doktersacademie.’ Dokterspraktijken Friesland en Doktersdiensten Friesland (ondersteunende diensten op het gebied van praktijkvoering en praktijkovername) volgden. Ketenzorg Friesland is de jongste loot aan de stam. ‘Ik weet niet waar de grens van onze provinciebrede organisatie ligt’, zegt Groenevelt, maar bereikt is-ie zeker nog niet.

Dokterspost-friesland

 

 

 

 

 

 

Lees ook: Jaarverslag 2013 Dokterszorg Friesland

 

[...]

studiereisEind oktober vond de jaarlijkse studiereis plaats van bestuurders en beleidsmedewerkers van LHV, NHG en InEen. Ditmaal reisde men af naar Friesland, Groningen en Drenthe. Op het programma stond onder meer een werkbezoek aan InEen-lid Dokterszorg Friesland. Directeur Willem Groenevelt gaf een inkijkje in de betrokkenheid en zeggenschap van huisartsen bij de organisatie.

Het lijkt erop dat Dokterszorg Friesland, waarin behalve de huisartsenposten ook een viertal huisartsondersteunende organisaties zijn ondergebracht, het goed heeft geregeld. De organisatie krijgt veel vertrouwen; huisartsen ervaren de organisatie als van hen. Toch blijft Groenevelt liever voorzichtig: ‘In 2011 kwam uit een tevredenheidsonderzoek onder de huisartsen bij de toenmalige Dokterswacht een positief beeld naar voren. Binnenkort hebben we weer een onderzoek en dan zal blijken of dat nog gegroeid is.’ Het is, zegt hij, een kwestie van blijven investeren in ondersteuning en goed in contact blijven met de aandeelhouders. ‘Als de aandeelhouders zeggen ‘doe maar niet’, dan doe ik het tenzij onze bedrijfsvoering echt in gevaar komt, in principe ook niet.’ ‘Onze valkuil’, vervolgt hij, ‘is dat we onszelf overeten. Dat we denken dat we alles kunnen. Dat we zeggen die anderhalve lijn, waar we nu intensief mee bezig zijn, dat regelen we wel even. Maar zo werkt het niet. Het is blijven zoeken naar de balans tussen realiseren wat de huisartsen graag willen en wat realistisch gezien mogelijk is.’

De in 2009 gekozen BV-structuur (zie kader) zorgt voor een heldere zeggenschap van huisartsen in alle beleidsaangelegenheden. Ook zet Groenevelt zich in om op alle algemene ledenvergaderingen aanwezig te zijn om het contact met de vertegenwoordigers van de Friese huisartsengroepen constant te houden.. ‘Heel belangrijk’ noemt hij het brandingtraject dat de organisatie in 2012 uitvoerde. Samen met de aandeelhouders/huisartsen en enkele leden van de Raad van Commissarissen ging Groenevelt op zoek naar de identiteit van de organisatie. Wat voor organisatie willen we zijn? Wat zijn onze kernwaarden? Wat is onze missie? ‘Daar zijn we misschien wel het dichtst bij elkaar gekomen. Branding heeft ons geholpen niet alleen een mechanische organisatie te zijn, maar ook een organisatie die snapt en steeds wil blijven snappen hoe huisartsen hun ondersteuning willen beleven en hoe ze willen dat er naar hen geluisterd wordt.’ Groenevelt: ‘Tijdens het werkbezoek zei men het zo: je hebt niet alleen de organisatie en de fusie geregeld, maar met de branding ook de zachte kant, de beleving meegenomen in het geheel. Men herkende het zoeken naar de identiteit als een mooie aanvulling op het maken van een organisatiemodel.’

Groenevelt benadrukt dat er niet sprake is van één succesfactor. Hij ziet het proces van de afgelopen vijf jaar als een ‘mooie combinatie van factoren’. ‘We hebben geluk met een aantal besturende huisartsen die dit soort trajecten aandurven.’ Bovendien, zegt hij, is het een tijd waarin veel van huisartsen wordt gevraagd, er is dus veel vraag naar ondersteuning. ‘Als je elkaar dan weet te vinden en het elkaar gunt, kun je veel kracht maken.’

Dokterszorg Friesland Holding BV

Na een moeilijke tijd werd Dokterswacht Friesland met zijn vijf huisartsenposten, eind 2009 een BV met de huisartsen als aandeelhouders en een governance-proof Raad van Commissarissen. Kort daarna greep de vernieuwde Dokterswacht de vraag van huisartsen om de deskundigheidsbevordering beter te organiseren met beide handen aan. Groenevelt: ‘Dat werd de Doktersacademie.’ Dokterspraktijken Friesland en Doktersdiensten Friesland (ondersteunende diensten op het gebied van praktijkvoering en praktijkovername) volgden. Ketenzorg Friesland is de jongste loot aan de stam. ‘Ik weet niet waar de grens van onze provinciebrede organisatie ligt’, zegt Groenevelt, maar bereikt is-ie zeker nog niet.

Dokterspost-friesland

 

 

 

 

 

 

Lees ook: Jaarverslag 2013 Dokterszorg Friesland

 

Themabijeenkomst wijkverpleging - De goede voornemens voorbij

25 november 2014

Vanwege de aanstaande herpositionering van de wijkverpleging in de eerste lijn en de bijbehorende overheveling naar de Zorgverzekeringswet en gemeente staat het thema ook bij de leden van InEen hoog op de agenda.

Hoe zit het met de bekostiging en de contractering van wijkverpleging? Wat zijn onze wensen en mogelijkheden voor 2016 en verder? Welke ontwikkelingen en voorbeeldprojecten kennen we in de regio? Enkele sprekers informeren ons en leveren input voor de discussie. Ter informatie sturen we u vast een notitie toe van het ROS-netwerk met de visie van de ROS’en op hun rol bij de integratie van de wijkverpleging.

PROGRAMMA (ONDER VOORBEHOUD)

14.00 – 14.10
Wijkverpleging: leerzame ervaringen uit de praktijk en de volgende stap
door Mieke Reynen, bestuurder OSER/Coöperatie Wijkverpleging  Rotterdam e.o.

14.10 – 14.20
De wijkverpleegkundige: wie is dat?
Door Helma Zijlstra, directeur V&VN

14.20 – 14.30
Het contracteren van wijkverpleging
door Francine Willemse-Baas, projectleider overheveling ZVW Achmea

14.30 – 14.40
De rol van de ROS’en en InEen bij de herpositionering van de wijkverpleging
door Jeroen van der Noordaa, ROS-netwerk

14.40 – 14.50
verleg met de leden en inventariseren van vragen
aan de hand van prikkelende stellingen onder leiding van André Louwen

[...]

Vanwege de aanstaande herpositionering van de wijkverpleging in de eerste lijn en de bijbehorende overheveling naar de Zorgverzekeringswet en gemeente staat het thema ook bij de leden van InEen hoog op de agenda.

Hoe zit het met de bekostiging en de contractering van wijkverpleging? Wat zijn onze wensen en mogelijkheden voor 2016 en verder? Welke ontwikkelingen en voorbeeldprojecten kennen we in de regio? Enkele sprekers informeren ons en leveren input voor de discussie. Ter informatie sturen we u vast een notitie toe van het ROS-netwerk met de visie van de ROS’en op hun rol bij de integratie van de wijkverpleging.

PROGRAMMA (ONDER VOORBEHOUD)

14.00 – 14.10
Wijkverpleging: leerzame ervaringen uit de praktijk en de volgende stap
door Mieke Reynen, bestuurder OSER/Coöperatie Wijkverpleging  Rotterdam e.o.

14.10 – 14.20
De wijkverpleegkundige: wie is dat?
Door Helma Zijlstra, directeur V&VN

14.20 – 14.30
Het contracteren van wijkverpleging
door Francine Willemse-Baas, projectleider overheveling ZVW Achmea

14.30 – 14.40
De rol van de ROS’en en InEen bij de herpositionering van de wijkverpleging
door Jeroen van der Noordaa, ROS-netwerk

14.40 – 14.50
verleg met de leden en inventariseren van vragen
aan de hand van prikkelende stellingen onder leiding van André Louwen

Bontje: ‘Verzekeraar remt substitutie tweedelijnszorg’

24 november 2014

InEen voorzitter Martin Bontje liet begin november op een invitational conference voor KNMP-leden weten dat zorgverzekeraars kostenbesparingen belemmeren. Substitutie vanuit de tweede lijn komt daardoor onvoldoende van de grond. ‘Verzekeraars worden beloond voor nietsdoen. Wie het minst inkoopt, verdient het meest. Dus blijven ze op hun handen zitten, ook al levert elke in de eerste lijn bestede euro er tien op aan besparingen in de tweede lijn’, aldus Bontje op de website van het Pharmaceutisch weekblad. Lees meer.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van InEen.

[...]

InEen voorzitter Martin Bontje liet begin november op een invitational conference voor KNMP-leden weten dat zorgverzekeraars kostenbesparingen belemmeren. Substitutie vanuit de tweede lijn komt daardoor onvoldoende van de grond. ‘Verzekeraars worden beloond voor nietsdoen. Wie het minst inkoopt, verdient het meest. Dus blijven ze op hun handen zitten, ook al levert elke in de eerste lijn bestede euro er tien op aan besparingen in de tweede lijn’, aldus Bontje op de website van het Pharmaceutisch weekblad. Lees meer.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van InEen.

Regiobijeenkomsten verplaatst naar begin 2015

13 november 2014

Twee weken geleden lieten we weten dat ons bestuur op regio-bijeenkomsten in gesprek wil gaan met de leden. De bijeenkomsten zijn bedoeld voor alle ledengroepen gezamenlijk en bieden ook de mogelijkheid voor onderling contact en het leggen van dwarsverbanden. Helaas moeten we, gezien de beperkte aanmeldingen en de reacties, constateren dat we de bijeenkomsten niet handig en te kort dag hebben gepland. We gaan daarom eerst onze ideeën over de regio-bijeenkomsten tijdens de ALV van 25 november aan jullie toelichten en een nieuwe planning maken voor begin 2015. De geplande data van 11 november, 2 en 16 december kunnen dus uit de agenda’s worden gehaald (degenen die zich hebben aangemeld krijgen actief bericht).

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Twee weken geleden lieten we weten dat ons bestuur op regio-bijeenkomsten in gesprek wil gaan met de leden. De bijeenkomsten zijn bedoeld voor alle ledengroepen gezamenlijk en bieden ook de mogelijkheid voor onderling contact en het leggen van dwarsverbanden. Helaas moeten we, gezien de beperkte aanmeldingen en de reacties, constateren dat we de bijeenkomsten niet handig en te kort dag hebben gepland. We gaan daarom eerst onze ideeën over de regio-bijeenkomsten tijdens de ALV van 25 november aan jullie toelichten en een nieuwe planning maken voor begin 2015. De geplande data van 11 november, 2 en 16 december kunnen dus uit de agenda’s worden gehaald (degenen die zich hebben aangemeld krijgen actief bericht).

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Themabijeenkomst wijkverpleging en Algemene Ledenvergadering op 25 november 2014

13 november 2014

Op 25 november 2014 vindt de derde ALV van InEen plaats (16.00-19.00 uur). Naast het werkplan en de begroting voor 2015 is bekostiging een belangrijk onderwerp. Volgende week versturen we de stukken aan de afgevaardigden en hun plaatsvervangers. Oorspronkelijk stond voorafgaand aan de ALV een deelledenvergadering Gezondheidscentra gepland. Alle voor deze ledengroep belangrijke bespreekpunten komen echter al aan de orde in de ALV en bovendien zijn er recent enkele ledenbijeenkomsten van gezondheidscentra geweest. Daarom hebben we besloten deze DLV te schrappen en in plaats daarvan (14.00- 15.45 uur) voor alle ledengroepen een themabijeenkomst te organiseren over wijkverpleging: hoe zit het met de bekostiging en de contractering? Wat zijn onze wensen en mogelijkheden voor 2016 en verder? Welke ontwikkelingen en voorbeeldprojecten kennen we in de regio? Enkele sprekers uit eigen kring informeren ons nader en leveren input voor de discussie.

[...]

Op 25 november 2014 vindt de derde ALV van InEen plaats (16.00-19.00 uur). Naast het werkplan en de begroting voor 2015 is bekostiging een belangrijk onderwerp. Volgende week versturen we de stukken aan de afgevaardigden en hun plaatsvervangers. Oorspronkelijk stond voorafgaand aan de ALV een deelledenvergadering Gezondheidscentra gepland. Alle voor deze ledengroep belangrijke bespreekpunten komen echter al aan de orde in de ALV en bovendien zijn er recent enkele ledenbijeenkomsten van gezondheidscentra geweest. Daarom hebben we besloten deze DLV te schrappen en in plaats daarvan (14.00- 15.45 uur) voor alle ledengroepen een themabijeenkomst te organiseren over wijkverpleging: hoe zit het met de bekostiging en de contractering? Wat zijn onze wensen en mogelijkheden voor 2016 en verder? Welke ontwikkelingen en voorbeeldprojecten kennen we in de regio? Enkele sprekers uit eigen kring informeren ons nader en leveren input voor de discussie.

Transformatieprijs uitgereikt

13 november 2014

Op 31 oktober is tijdens het Eerstelijnscongres de derde Eerstelijns Transformatieprijs uitgereikt. De winnaar was ditmaal eGPO van WZH Haaglanden; eGPO staat voor elektronisch Gestructureerd Patiënten Overleg. Het instrument is bedoeld voor de communicatie over zorgplannen tussen patiënten, mantelzorgers en professionals. De jury, waarin ook InEen deelneemt, roemt onder andere het duidelijk aanwezige patiënten-perspectief en het grote draagvlak bij eerstelijnsorganisaties, ‘waardoor de kans op verduurzaming erg groot is’. De prijs voor de high potential ging naar eLabEL. Ook het Eerstelijnscongres over de herinrichting van het zorglandschap was ondanks de bescheiden omvang een succes.

[...]

Op 31 oktober is tijdens het Eerstelijnscongres de derde Eerstelijns Transformatieprijs uitgereikt. De winnaar was ditmaal eGPO van WZH Haaglanden; eGPO staat voor elektronisch Gestructureerd Patiënten Overleg. Het instrument is bedoeld voor de communicatie over zorgplannen tussen patiënten, mantelzorgers en professionals. De jury, waarin ook InEen deelneemt, roemt onder andere het duidelijk aanwezige patiënten-perspectief en het grote draagvlak bij eerstelijnsorganisaties, ‘waardoor de kans op verduurzaming erg groot is’. De prijs voor de high potential ging naar eLabEL. Ook het Eerstelijnscongres over de herinrichting van het zorglandschap was ondanks de bescheiden omvang een succes.

LHV en InEen uiten zorgen over afgesproken ambities in akkoord eerste lijn

12 november 2014

In de week van 18 november behandelt de Tweede Kamer de begroting van het ministerie van VWS 2015. LHV en InEen hebben in een gezamenlijke brief hun zorgen kenbaar gemaakt aan de Tweede Kamer over de afgesproken ambities in het hoofdlijnenakkoord eerste lijn. De huisartsenorganisaties laten weten dat de contracten van zorgverzekeraars voor huisartsen, zorggroepen en gezondheidscentra, nu een tegenstelde beweging laten zien. Hierdoor zijn er grote twijfels of de afgesproken beweging naar meer zorg in de eerste lijn wel gaat plaats vinden.

In het Bestuurlijk Akkoord eerste lijn 2014-2017 hebben LHV, InEen, Zorgverzekeraars Nederland (ZN) en het ministerie van VWS gezamenlijk een aantal ambities afgesproken:

  1. de kosten van de gezondheidszorg binnen de perken houden;
  2. meer zorg uit het ziekenhuis (tweede lijn) in de huisartsenpraktijk (eerste lijn) laten plaatsvinden;
  3. verhogen van de organisatiegraad binnen de eerste lijn en het versterken ervan.

Expliciet zijn afspraken gemaakt om substitutie de komende tijd een forse impuls te geven en om extra inspanningen door huisartsen beter te kunnen belonen. Hiervoor moest er een nieuw systeem voor bekostiging van huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg komen. Dit nieuwe systeem biedt diverse mogelijkheden voor verzekeraars en aanbieders om (financiële) afspraken te maken over het verplaatsen van zorg van de tweede naar de eerste lijn en het voorkomen van onnodige doorverwijzingen. Nu de contracten van zorgverzekeraars bij huisartsen, zorggroepen en gezondheidscentra op de mat vallen, zien de huisartsenorganisaties echter bij verschillende zorgverzekeraars een tegenstelde beweging. Wij hebben hierdoor grote twijfels of de beweging naar meer zorg in de eerste lijn wel gaat plaatsvinden.

Twee opvallende zaken vallen op in de koers die zorgverzekeraars op dit moment varen:

  1. Zorgverzekeraars kopen eerder minder dan meer huisartsenzorg in.

Via het Meldpunt Contractering, het telefonisch spreekuur voor huisartsen en bijeenkomsten in het land ontvangen de LHV en InEen signalen van huisartsen, zorggroepen en gezondheidscentra dat zorgverzekeraars op dit moment veel minder zorg inkopen dan je zou verwachten als je de beweging naar substitutie wilt maken. Terwijl alle ondertekende partijen van het Bestuurlijk Akkoord eerste lijn 2014-2017, ook de zorgverzekeraars, hebben afgesproken dat de eerste lijn ruim baan moet krijgen en in ieder geval met 2,5% mag groeien.

  1. Zorgverzekeraars stimuleren huisartsen, zorggroepen en gezondheidscentra onvoldoende tot substitutie.

Een belangrijk doel van de nieuwe huisartsenbekostiging is dat eerstelijnspartijen meer kunnen investeren in nieuwe zorgvormen en dat er meer werk wordt gemaakt van substitutie van zorg. Uiteindelijk bedoeld om de zorgverlening te verbeteren en deze dichter bij de patiënt te brengen. Substitutie van zorg betreft echter ook het waar mogelijk voorkomen dat mensen in de tweede lijn terecht komen of verplaatsing van zorg uit andere domeinen (zoals de GGZ of ouderenzorg). Dit feit alleen impliceert dat er goede ideeën of voorstellen in de eerste lijn kunnen bestaan die bijdragen aan substitutie of zorgvernieuwing zonder dat daar tweedelijnszorgaanbieders bij betrokken zijn. Bij de inkoop van bestaande ketenzorgprogramma’s merken we dat zorgverzekeraars huisartsen, zorggroepen en gezondheidscentra niet belonen voor de inspanning die is geleverd inzake substitutie van zorg.

[...]

In de week van 18 november behandelt de Tweede Kamer de begroting van het ministerie van VWS 2015. LHV en InEen hebben in een gezamenlijke brief hun zorgen kenbaar gemaakt aan de Tweede Kamer over de afgesproken ambities in het hoofdlijnenakkoord eerste lijn. De huisartsenorganisaties laten weten dat de contracten van zorgverzekeraars voor huisartsen, zorggroepen en gezondheidscentra, nu een tegenstelde beweging laten zien. Hierdoor zijn er grote twijfels of de afgesproken beweging naar meer zorg in de eerste lijn wel gaat plaats vinden.

In het Bestuurlijk Akkoord eerste lijn 2014-2017 hebben LHV, InEen, Zorgverzekeraars Nederland (ZN) en het ministerie van VWS gezamenlijk een aantal ambities afgesproken:

  1. de kosten van de gezondheidszorg binnen de perken houden;
  2. meer zorg uit het ziekenhuis (tweede lijn) in de huisartsenpraktijk (eerste lijn) laten plaatsvinden;
  3. verhogen van de organisatiegraad binnen de eerste lijn en het versterken ervan.

Expliciet zijn afspraken gemaakt om substitutie de komende tijd een forse impuls te geven en om extra inspanningen door huisartsen beter te kunnen belonen. Hiervoor moest er een nieuw systeem voor bekostiging van huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg komen. Dit nieuwe systeem biedt diverse mogelijkheden voor verzekeraars en aanbieders om (financiële) afspraken te maken over het verplaatsen van zorg van de tweede naar de eerste lijn en het voorkomen van onnodige doorverwijzingen. Nu de contracten van zorgverzekeraars bij huisartsen, zorggroepen en gezondheidscentra op de mat vallen, zien de huisartsenorganisaties echter bij verschillende zorgverzekeraars een tegenstelde beweging. Wij hebben hierdoor grote twijfels of de beweging naar meer zorg in de eerste lijn wel gaat plaatsvinden.

Twee opvallende zaken vallen op in de koers die zorgverzekeraars op dit moment varen:

  1. Zorgverzekeraars kopen eerder minder dan meer huisartsenzorg in.

Via het Meldpunt Contractering, het telefonisch spreekuur voor huisartsen en bijeenkomsten in het land ontvangen de LHV en InEen signalen van huisartsen, zorggroepen en gezondheidscentra dat zorgverzekeraars op dit moment veel minder zorg inkopen dan je zou verwachten als je de beweging naar substitutie wilt maken. Terwijl alle ondertekende partijen van het Bestuurlijk Akkoord eerste lijn 2014-2017, ook de zorgverzekeraars, hebben afgesproken dat de eerste lijn ruim baan moet krijgen en in ieder geval met 2,5% mag groeien.

  1. Zorgverzekeraars stimuleren huisartsen, zorggroepen en gezondheidscentra onvoldoende tot substitutie.

Een belangrijk doel van de nieuwe huisartsenbekostiging is dat eerstelijnspartijen meer kunnen investeren in nieuwe zorgvormen en dat er meer werk wordt gemaakt van substitutie van zorg. Uiteindelijk bedoeld om de zorgverlening te verbeteren en deze dichter bij de patiënt te brengen. Substitutie van zorg betreft echter ook het waar mogelijk voorkomen dat mensen in de tweede lijn terecht komen of verplaatsing van zorg uit andere domeinen (zoals de GGZ of ouderenzorg). Dit feit alleen impliceert dat er goede ideeën of voorstellen in de eerste lijn kunnen bestaan die bijdragen aan substitutie of zorgvernieuwing zonder dat daar tweedelijnszorgaanbieders bij betrokken zijn. Bij de inkoop van bestaande ketenzorgprogramma’s merken we dat zorgverzekeraars huisartsen, zorggroepen en gezondheidscentra niet belonen voor de inspanning die is geleverd inzake substitutie van zorg.

Regiobijeenkomsten met het bestuur van InEen

03 november 2014

Juist in deze roerige tijden wil het bestuur van InEen graag contact houden met de leden van onze vereniging. Op vier regio-bijeenkomsten gaan we daarom met elkaar in gesprek over actuele onderwerpen. Alle ledengroepen zijn welkom, het is ook een goede gelegenheid voor onderling contact en het leggen van dwarsverbanden. Er zijn nu drie bijeenkomsten gepland. De bijeenkomst voor regio west (Noord-Holland, Zuid-Holland en Zeeland) volgt in januari 2015.

  • 11 november (18.00-20.30 uur) regio noord (Friesland, Groningen, Drenthe en Overijssel)
    Locatie: Zwolle, Mercure  Hertsenbergweg 1 (naast A28, afslag 18)
    Bestuur: Martin Bontje en André Louwen.
    Directie: Hansmaarten Bolle
  • 2 december (18.00-20.30 uur) regio midden (Flevoland, Gelderland en Utrecht)
    Locatie: Van der Valk Harderwijk, Leuvenumseweg 7, (naast A28, afslag 13)
    Bestuur: Jan Frans Mutsaerts en Adri van der Born.
    Directie: Marnix de Romph en Hansmaarten Bolle
  • 16 december (18.00-20.30 uur) regio zuid (Noord-Brabant en Limburg)
    Locatie: Van der Valk Eindhoven, Aalsterweg 322, (Naast A2, afslag 33)
    Bestuur: André Louwen en Maarten Klomp
    Directie: Marnix de Romph en Hansmaarten Bolle

Als je verhinderd bent op de bijeenkomst in je eigen regio, ben je natuurlijk van harte welkom op één van de andere data.

[...]

Juist in deze roerige tijden wil het bestuur van InEen graag contact houden met de leden van onze vereniging. Op vier regio-bijeenkomsten gaan we daarom met elkaar in gesprek over actuele onderwerpen. Alle ledengroepen zijn welkom, het is ook een goede gelegenheid voor onderling contact en het leggen van dwarsverbanden. Er zijn nu drie bijeenkomsten gepland. De bijeenkomst voor regio west (Noord-Holland, Zuid-Holland en Zeeland) volgt in januari 2015.

  • 11 november (18.00-20.30 uur) regio noord (Friesland, Groningen, Drenthe en Overijssel)
    Locatie: Zwolle, Mercure  Hertsenbergweg 1 (naast A28, afslag 18)
    Bestuur: Martin Bontje en André Louwen.
    Directie: Hansmaarten Bolle
  • 2 december (18.00-20.30 uur) regio midden (Flevoland, Gelderland en Utrecht)
    Locatie: Van der Valk Harderwijk, Leuvenumseweg 7, (naast A28, afslag 13)
    Bestuur: Jan Frans Mutsaerts en Adri van der Born.
    Directie: Marnix de Romph en Hansmaarten Bolle
  • 16 december (18.00-20.30 uur) regio zuid (Noord-Brabant en Limburg)
    Locatie: Van der Valk Eindhoven, Aalsterweg 322, (Naast A2, afslag 33)
    Bestuur: André Louwen en Maarten Klomp
    Directie: Marnix de Romph en Hansmaarten Bolle

Als je verhinderd bent op de bijeenkomst in je eigen regio, ben je natuurlijk van harte welkom op één van de andere data.

Martin Bontje: ‘Papier is geduldig maar onze leden willen boter bij de vis!’

30 oktober 2014

martinZorgverzekeraars maken bij de inkoop voor 2015 de ambities en verwachtingen voor de eerste lijn nog lang niet waar. Het inkoopbeleid van de verzekeraars ziet er op papier doorgaans prima uit, maar het feitelijke inkoopgedrag stelt veel leden van InEen nog erg teleur. LHV en InEen trekken samen op richting ZN en verzekeraars. In een gezamenlijke brief roepen zij hen op de ambities voor een sterke eerste lijn ook echt waar te maken.

Ambities
Alom wordt de eerstelijnszorg gezien als sleutel naar betere, doelmatige en vooral patiëntgerichte zorg in de buurt. Alleen een sterke eerste lijn maakt substitutie goed mogelijk. InEen en LHV sloten in juli 2013 een bestuurlijk akkoord met VWS. Daarin staan grote ambities voor groei en versterking van de organisatiekracht van de eerste lijn. In juli 2014 werden we het vervolgens eens over de eerste stappen in de vernieuwing van de bekostiging voor de huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg.

En toen kwam de inkoop van de zorgverzekeraars op gang. Zij publiceerden een na de ander hun inkoopbeleid en op papier ziet dat er niet slecht uit. Wat bar tegenvalt is het inkoopgedrag in het veld. De ambities en verwachtingen zijn voor veel van onze leden niet meer herkenbaar. InEen-voorzitter Martin Bontje van InEen: ‘Bij alle partijen, zorgaanbieders, verzekeraars, ZN en VWS is sprake van veel ambities om de eerste lijn te versterken en te laten groeien; om de eerste lijn als het ware klaar te maken voor de grote transities in de zorg, zorg in de buurt, samenwerking en integratie met de wijkverpleging en het sociale domein van de gemeenten. Bij de contractering voor 2015 worden die ambities volgens onze leden nog onvoldoende waargemaakt.’

Knelpunten
LHV en InEen signaleren een aantal knelpunten in de contractering en dringen er bij verzekeraars op aan de afspraken uit het eerstelijns convenant duidelijk na te komen.

  • Geeft ruimte voor substitutie

Zorgaanbieders in de eerste lijn ontwikkelen programma’s voor goede zorg die leidt tot substitutie. De verantwoordelijkheid om de substitutie in financiële zin ook daadwerkelijk te realiseren ligt bij de verzekeraar als inkopers van zorg en kan niet bij de eerstelijns aanbieder gelegd worden.

  • Kies voor een bonus- in plaats van een malussyteem

Prestatiebeloning in S3 die begint met het verlagen van de tarieven in S2 en die je dan vervolgens kan terugverdienen, is een malussysteem en kan niet worden beschouwd als een bonus voor geleverde prestaties, zeker niet als de uitbetaling van de vergoeding verder in de toekomst ligt. Eerst inleveren en maar zien of je het kan terugverdienen lijkt op een sigaar uit eigen doos.

  • Handhaaf de benodigde infrastructuur en de GEZ

We spraken af dat de bestaande infrastructuur in stand blijft en de continuïteit van de eerstelijns organisaties wordt gewaarborgd in afwachting van nieuwe afspraken voor 2016 en daarna. Gezondheidscentra vervullen een wezenlijke rol in het ontwikkelen van wijkgerichte multidisci-plinaire samenwerking en samenwerking met gemeenten, wijkverpleging en GGZ. Ze  zijn kortom broodnodig om de complexe zorg in de wijk vormgeven. De huidige contractvoorstellen liggen soms ver af van de verwachtingen. De toekomst van menig gezondheidscentrum staat op het spel.

  • Hanteer integrale tarieven voor de ketenzorg

In de ingewikkelde systematiek van de NZa is er samenhang tussen de contracten in S1 en S2/S3. De NZa gaat er bij de gereguleerde tarieven voor S1 van uit dat gemiddeld 77% van de omzet en inkomen in S1 verdiend kan worden en 23% uit S2/S3, waar vrije tarieven gelden. Deze systematiek werkt alleen als de contractering in S2/S3 voldoende helder plaats vindt en op basis van integrale tarieven. Anders weet je niet waarvoor je wordt gehonoreerd.

  • Beloon resultaten niet met het kwartielen-systeem

Het door verzekeraars gehanteerde kwartielen-systeem werkt onrechtvaardig uit en stimuleert achterblijvers niet om beter hun best te doen. In deze systematiek zijn er namelijk altijd verliezers, hoe goed ze ook zijn. Dat kan toch niet de bedoeling zijn van een systeem dat kwaliteit en doelmatigheid wil bevorderen?

  • Wees transparant over de inzet voor versterking en groei van de eerste lijn

We zijn met elkaar een traject aangegaan ter versterking van de eerste lijn en de daarvoor noodzakelijke groei. Zorgaanbieders willen dan ook graag zien en ervaren dat het verzekeraars menens is deze gezamenlijke ambities waarmaken. De aanbieders doen hun stinkende beste het extra werk en de vereiste kwaliteit te leveren. Dat willen ze dan wel graag terug zien in serieus overleg over de financiële afspraken en de continuïteit van de geïntegreerde en multidisciplinaire zorg.

Het moet beter!
Martin Bontje: “We blijven aandringen en bestoken verzekeraars met alle ervaringen van de leden van InEen. Het moet echt nog een slag beter, willen we met vertrouwen 2015 tegemoet kunnen zien. Per slot: een sterke eerste lijn, daar wordt iedereen beter van!”

 

[...]

martinZorgverzekeraars maken bij de inkoop voor 2015 de ambities en verwachtingen voor de eerste lijn nog lang niet waar. Het inkoopbeleid van de verzekeraars ziet er op papier doorgaans prima uit, maar het feitelijke inkoopgedrag stelt veel leden van InEen nog erg teleur. LHV en InEen trekken samen op richting ZN en verzekeraars. In een gezamenlijke brief roepen zij hen op de ambities voor een sterke eerste lijn ook echt waar te maken.

Ambities
Alom wordt de eerstelijnszorg gezien als sleutel naar betere, doelmatige en vooral patiëntgerichte zorg in de buurt. Alleen een sterke eerste lijn maakt substitutie goed mogelijk. InEen en LHV sloten in juli 2013 een bestuurlijk akkoord met VWS. Daarin staan grote ambities voor groei en versterking van de organisatiekracht van de eerste lijn. In juli 2014 werden we het vervolgens eens over de eerste stappen in de vernieuwing van de bekostiging voor de huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg.

En toen kwam de inkoop van de zorgverzekeraars op gang. Zij publiceerden een na de ander hun inkoopbeleid en op papier ziet dat er niet slecht uit. Wat bar tegenvalt is het inkoopgedrag in het veld. De ambities en verwachtingen zijn voor veel van onze leden niet meer herkenbaar. InEen-voorzitter Martin Bontje van InEen: ‘Bij alle partijen, zorgaanbieders, verzekeraars, ZN en VWS is sprake van veel ambities om de eerste lijn te versterken en te laten groeien; om de eerste lijn als het ware klaar te maken voor de grote transities in de zorg, zorg in de buurt, samenwerking en integratie met de wijkverpleging en het sociale domein van de gemeenten. Bij de contractering voor 2015 worden die ambities volgens onze leden nog onvoldoende waargemaakt.’

Knelpunten
LHV en InEen signaleren een aantal knelpunten in de contractering en dringen er bij verzekeraars op aan de afspraken uit het eerstelijns convenant duidelijk na te komen.

  • Geeft ruimte voor substitutie

Zorgaanbieders in de eerste lijn ontwikkelen programma’s voor goede zorg die leidt tot substitutie. De verantwoordelijkheid om de substitutie in financiële zin ook daadwerkelijk te realiseren ligt bij de verzekeraar als inkopers van zorg en kan niet bij de eerstelijns aanbieder gelegd worden.

  • Kies voor een bonus- in plaats van een malussyteem

Prestatiebeloning in S3 die begint met het verlagen van de tarieven in S2 en die je dan vervolgens kan terugverdienen, is een malussysteem en kan niet worden beschouwd als een bonus voor geleverde prestaties, zeker niet als de uitbetaling van de vergoeding verder in de toekomst ligt. Eerst inleveren en maar zien of je het kan terugverdienen lijkt op een sigaar uit eigen doos.

  • Handhaaf de benodigde infrastructuur en de GEZ

We spraken af dat de bestaande infrastructuur in stand blijft en de continuïteit van de eerstelijns organisaties wordt gewaarborgd in afwachting van nieuwe afspraken voor 2016 en daarna. Gezondheidscentra vervullen een wezenlijke rol in het ontwikkelen van wijkgerichte multidisci-plinaire samenwerking en samenwerking met gemeenten, wijkverpleging en GGZ. Ze  zijn kortom broodnodig om de complexe zorg in de wijk vormgeven. De huidige contractvoorstellen liggen soms ver af van de verwachtingen. De toekomst van menig gezondheidscentrum staat op het spel.

  • Hanteer integrale tarieven voor de ketenzorg

In de ingewikkelde systematiek van de NZa is er samenhang tussen de contracten in S1 en S2/S3. De NZa gaat er bij de gereguleerde tarieven voor S1 van uit dat gemiddeld 77% van de omzet en inkomen in S1 verdiend kan worden en 23% uit S2/S3, waar vrije tarieven gelden. Deze systematiek werkt alleen als de contractering in S2/S3 voldoende helder plaats vindt en op basis van integrale tarieven. Anders weet je niet waarvoor je wordt gehonoreerd.

  • Beloon resultaten niet met het kwartielen-systeem

Het door verzekeraars gehanteerde kwartielen-systeem werkt onrechtvaardig uit en stimuleert achterblijvers niet om beter hun best te doen. In deze systematiek zijn er namelijk altijd verliezers, hoe goed ze ook zijn. Dat kan toch niet de bedoeling zijn van een systeem dat kwaliteit en doelmatigheid wil bevorderen?

  • Wees transparant over de inzet voor versterking en groei van de eerste lijn

We zijn met elkaar een traject aangegaan ter versterking van de eerste lijn en de daarvoor noodzakelijke groei. Zorgaanbieders willen dan ook graag zien en ervaren dat het verzekeraars menens is deze gezamenlijke ambities waarmaken. De aanbieders doen hun stinkende beste het extra werk en de vereiste kwaliteit te leveren. Dat willen ze dan wel graag terug zien in serieus overleg over de financiële afspraken en de continuïteit van de geïntegreerde en multidisciplinaire zorg.

Het moet beter!
Martin Bontje: “We blijven aandringen en bestoken verzekeraars met alle ervaringen van de leden van InEen. Het moet echt nog een slag beter, willen we met vertrouwen 2015 tegemoet kunnen zien. Per slot: een sterke eerste lijn, daar wordt iedereen beter van!”

 

Regiobijeenkomsten met het bestuur van InEen

30 oktober 2014

Het bestuur van InEen hecht veel waarde aan contact met de leden van onze vereniging; juist in deze roerige tijden. Om die reden gaan we tijdens vier regio-bijeenkomsten in gesprek met elkaar over de onderwerpen die nu spelen of die we zelf op de agenda zouden willen zetten. Deze bijeenkomsten zijn bedoeld voor alle ledengroepen en bieden zo ook de mogelijkheid voor onderling contact en het leggen van dwarsverbanden. We hebben tot nu toe drie regiobijeenkomsten gepland. De bijeenkomst voor regio west (Noord-Holland, Zuid-Holland en Zeeland) volgt in januari 2015; we laten de datum zo snel mogelijk weten.

11 november (18.00-20.30 uur) regio noord (Friesland, Groningen, Drenthe en Overijssel)
Locatie: Zwolle, Mercure  Hertsenbergweg 1 (naast A28, afslag 18).
Bestuur: Martin Bontje en André Louwen.
Directie: Hansmaarten Bolle.

2 december (18.00-20.30 uur) regio midden (Flevoland, Gelderland en Utrecht)
Locatie: Van der Valk Harderwijk, Leuvenumseweg 7, (naast A28, afslag 13).
Bestuur: Jan Frans Mutsaerts en Adri van der Born.
Directie: Marnix de Romph en Hansmaarten Bolle

16 december (18.00-20.30 uur) regio zuid (Noord-Brabant en Limburg)
Locatie: Van der Valk Eindhoven, Aalsterweg 322, (Naast A2, afslag 33).
Bestuur: André Louwen en Maarten Klomp.
Directie: Marnix de Romph en Hansmaarten Bolle.

Mocht je niet in de gelegenheid zijn om de bijeenkomst van je eigen regio bij te wonen, dan ben je natuurlijk van harte welkom op één van de andere data. Aanmelden voor de regiobijeenkomsten kan hier.

[...]

Het bestuur van InEen hecht veel waarde aan contact met de leden van onze vereniging; juist in deze roerige tijden. Om die reden gaan we tijdens vier regio-bijeenkomsten in gesprek met elkaar over de onderwerpen die nu spelen of die we zelf op de agenda zouden willen zetten. Deze bijeenkomsten zijn bedoeld voor alle ledengroepen en bieden zo ook de mogelijkheid voor onderling contact en het leggen van dwarsverbanden. We hebben tot nu toe drie regiobijeenkomsten gepland. De bijeenkomst voor regio west (Noord-Holland, Zuid-Holland en Zeeland) volgt in januari 2015; we laten de datum zo snel mogelijk weten.

11 november (18.00-20.30 uur) regio noord (Friesland, Groningen, Drenthe en Overijssel)
Locatie: Zwolle, Mercure  Hertsenbergweg 1 (naast A28, afslag 18).
Bestuur: Martin Bontje en André Louwen.
Directie: Hansmaarten Bolle.

2 december (18.00-20.30 uur) regio midden (Flevoland, Gelderland en Utrecht)
Locatie: Van der Valk Harderwijk, Leuvenumseweg 7, (naast A28, afslag 13).
Bestuur: Jan Frans Mutsaerts en Adri van der Born.
Directie: Marnix de Romph en Hansmaarten Bolle

16 december (18.00-20.30 uur) regio zuid (Noord-Brabant en Limburg)
Locatie: Van der Valk Eindhoven, Aalsterweg 322, (Naast A2, afslag 33).
Bestuur: André Louwen en Maarten Klomp.
Directie: Marnix de Romph en Hansmaarten Bolle.

Mocht je niet in de gelegenheid zijn om de bijeenkomst van je eigen regio bij te wonen, dan ben je natuurlijk van harte welkom op één van de andere data. Aanmelden voor de regiobijeenkomsten kan hier.

InEen en LHV: zorgverzekeraars maak ambities voor een sterke eerste lijn ook waar

20 oktober 2014

Recent zijn belangrijke veranderingen in de bekostiging 2015 doorgevoerd op basis van afspraken tussen eerstelijns aanbieders, verzekeraars en VWS. Dit om de eerstelijns zorg te versterken en ruimte voor groei te bieden. De contractering loopt echter nog niet van een leien dakje. In een gezamenlijke brief aan de zorgverzekeraars en VWS signaleren LHV en InEen een aantal knelpunten in de contractering en dringen er bij verzekeraars op aan de afspraken uit het eerstelijns convenant duidelijk na te komen.

“Bij alle partijen, zorgaanbieders, verzekeraars, ZN en VWS is sprake van veel ambities om de eerste lijn te versterken en te laten groeien; om de eerste lijn als het ware klaar te maken voor de grote transities in de zorg, zorg in de buurt, samenwerking en integratie met de wijkverpleging en het sociale domein van de gemeenten. Bij de contractering voor 2015 worden die ambities volgens onze leden nog onvoldoende waargemaakt”, zegt voorzitter Martin Bontje van InEen.

Geeft ruimte voor substitutie
Zorgaanbieders in de eerste lijn ontwikkelen programma’s voor goede zorg, die leidt tot substitutie. De verantwoordelijkheid om de substitutie in financiele zin ook daadwerkelijk te realiseren ligt bij de verzekeraar als inkopers van zorg  en kan niet bij de eerstelijns aanbieder gelegd worden.

Kies voor een bonus- in plaats van een malussysteem
Prestatiebeloning in S3, die begint met het verlagen van de tarieven in S2, die je dan vervolgens kan terugverdienen is een malussysteem en kan niet worden beschouwd als een bonus voor geleverde prestaties, zeker niet als de uitbetaling van de vergoeding verder in de toekomst ligt. Eerst inleveren en maar zien of je het kan terugverdienen lijkt meer op een sigaar uit eigen doos.

Handhaaf de benodigd infrastructuur en de GEZ
We spraken af dat de bestaande infrastructuur in stand gehouden wordt en de continuïteit van de eerstelijns organisaties gewaarborgd wordt in afwachting van nieuwe afspraken voor 2016 en volgende jaren. Gezondheidscentra vervullen een wezenlijke rol in het ontwikkelen van wijkgerichte multidisciplinaire samenwerking en samenwerking met gemeenten, wijkverpleging en de GGZ, kortom ze zijn broodnodig om de complexe zorg in de wijk vormgeven. De huidige contractvoorstellen liggen soms ver af van de verwachtingen en staat de toekomst van menig gezondheidscentrum op het spel.

Hanteer integrale tarieven voor de ketenzorg
In de ingewikkelde systematiek van de NZa is er samenhang tussen de contracten in S1 en S2/S3. De NZa gaat er bij de gereguleerde tarieven voor S1 van uit dat gemiddeld 77% van de omzet en inkomen in S1 verdient kan worden en dat 23% uit S2/S3 verdiend kan worden, waar vrije tarieven gelden. Deze systematiek werkt alleen maar als de contractering in S2/S3 op basis van integrale tarieven en voldoende helder plaats vindt. Anders weet je niet waarvoor je wordt gehonoreerd.

Beloon resultaten niet met het kwartielen-systeem
De door verzekeraars gehanteerde kwartielen-systeem werkt onrechtvaardig uit en stimuleert achterblijvers niet om beter hun best te doen. In deze systematiek zijn er namelijk altijd verliezers, hoe goed ze ook zijn. Dat kan toch niet de bedoeling zijn van een systeem om kwaliteit en doelmatigheid te bevorderen?

Wees transparant over de inzet voor versterking en groei van de eerste lijn
We zijn met elkaar een traject aangegaan ter versterking van de eerste lijn en de daarvoor noodzakelijke groei. Zorgaanbieders willen dan ook graag zien en ervaren dat het verzekeraars menens is de gezamenlijke ambities waar te maken. De aanbieders doen hun stinkende beste het extra werk en de vereiste kwaliteit te leveren. Dat willen ze dan wel graag terug zien in serieus overleg over de financiele afspraken en de continuïteit van de geïntegreerde en multidisciplinaire zorg.

[...]

Recent zijn belangrijke veranderingen in de bekostiging 2015 doorgevoerd op basis van afspraken tussen eerstelijns aanbieders, verzekeraars en VWS. Dit om de eerstelijns zorg te versterken en ruimte voor groei te bieden. De contractering loopt echter nog niet van een leien dakje. In een gezamenlijke brief aan de zorgverzekeraars en VWS signaleren LHV en InEen een aantal knelpunten in de contractering en dringen er bij verzekeraars op aan de afspraken uit het eerstelijns convenant duidelijk na te komen.

“Bij alle partijen, zorgaanbieders, verzekeraars, ZN en VWS is sprake van veel ambities om de eerste lijn te versterken en te laten groeien; om de eerste lijn als het ware klaar te maken voor de grote transities in de zorg, zorg in de buurt, samenwerking en integratie met de wijkverpleging en het sociale domein van de gemeenten. Bij de contractering voor 2015 worden die ambities volgens onze leden nog onvoldoende waargemaakt”, zegt voorzitter Martin Bontje van InEen.

Geeft ruimte voor substitutie
Zorgaanbieders in de eerste lijn ontwikkelen programma’s voor goede zorg, die leidt tot substitutie. De verantwoordelijkheid om de substitutie in financiele zin ook daadwerkelijk te realiseren ligt bij de verzekeraar als inkopers van zorg  en kan niet bij de eerstelijns aanbieder gelegd worden.

Kies voor een bonus- in plaats van een malussysteem
Prestatiebeloning in S3, die begint met het verlagen van de tarieven in S2, die je dan vervolgens kan terugverdienen is een malussysteem en kan niet worden beschouwd als een bonus voor geleverde prestaties, zeker niet als de uitbetaling van de vergoeding verder in de toekomst ligt. Eerst inleveren en maar zien of je het kan terugverdienen lijkt meer op een sigaar uit eigen doos.

Handhaaf de benodigd infrastructuur en de GEZ
We spraken af dat de bestaande infrastructuur in stand gehouden wordt en de continuïteit van de eerstelijns organisaties gewaarborgd wordt in afwachting van nieuwe afspraken voor 2016 en volgende jaren. Gezondheidscentra vervullen een wezenlijke rol in het ontwikkelen van wijkgerichte multidisciplinaire samenwerking en samenwerking met gemeenten, wijkverpleging en de GGZ, kortom ze zijn broodnodig om de complexe zorg in de wijk vormgeven. De huidige contractvoorstellen liggen soms ver af van de verwachtingen en staat de toekomst van menig gezondheidscentrum op het spel.

Hanteer integrale tarieven voor de ketenzorg
In de ingewikkelde systematiek van de NZa is er samenhang tussen de contracten in S1 en S2/S3. De NZa gaat er bij de gereguleerde tarieven voor S1 van uit dat gemiddeld 77% van de omzet en inkomen in S1 verdient kan worden en dat 23% uit S2/S3 verdiend kan worden, waar vrije tarieven gelden. Deze systematiek werkt alleen maar als de contractering in S2/S3 op basis van integrale tarieven en voldoende helder plaats vindt. Anders weet je niet waarvoor je wordt gehonoreerd.

Beloon resultaten niet met het kwartielen-systeem
De door verzekeraars gehanteerde kwartielen-systeem werkt onrechtvaardig uit en stimuleert achterblijvers niet om beter hun best te doen. In deze systematiek zijn er namelijk altijd verliezers, hoe goed ze ook zijn. Dat kan toch niet de bedoeling zijn van een systeem om kwaliteit en doelmatigheid te bevorderen?

Wees transparant over de inzet voor versterking en groei van de eerste lijn
We zijn met elkaar een traject aangegaan ter versterking van de eerste lijn en de daarvoor noodzakelijke groei. Zorgaanbieders willen dan ook graag zien en ervaren dat het verzekeraars menens is de gezamenlijke ambities waar te maken. De aanbieders doen hun stinkende beste het extra werk en de vereiste kwaliteit te leveren. Dat willen ze dan wel graag terug zien in serieus overleg over de financiele afspraken en de continuïteit van de geïntegreerde en multidisciplinaire zorg.

Conclusies signaleringsplatform eerste lijn

17 oktober 2014

Zoals we hebben vermeld in het weekbericht van vorige week was er grote zorg en verontwaardiging over de eerste contractvoorstellen van zorgverzekeraars 2015. Dit kwam ook naar voren in de bijeenkomst met de leden-gezondheidscentra. VWS heeft op 2 oktober jl. op initiatief van InEen het signaleringsplatform bijeen geroepen om de geuite problemen te bespreken. Hierbij hebben we de belangen van al de ledengroepen van InEen op het netvlies. Bijgaand tref je de definitieve afspraken aan die daarbij zijn gemaakt. ZN heeft de verzekeraars geïnformeerd over deze afspraken. Wij gaan ervan uit dat je merkt dat deze afspraken worden meegenomen in het contracteringsproces. We horen graag je ervaringen. Deze kun je doorgeven via info@ineen.nl

De LHV en InEen sturen vandaag nog een brief aan VWS en de verzekeraars om nog eens nadrukkelijk te wijzen op de problemen met de contractering. Zodra de brief verstuurd is zullen we hem ook publiceren.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Zoals we hebben vermeld in het weekbericht van vorige week was er grote zorg en verontwaardiging over de eerste contractvoorstellen van zorgverzekeraars 2015. Dit kwam ook naar voren in de bijeenkomst met de leden-gezondheidscentra. VWS heeft op 2 oktober jl. op initiatief van InEen het signaleringsplatform bijeen geroepen om de geuite problemen te bespreken. Hierbij hebben we de belangen van al de ledengroepen van InEen op het netvlies. Bijgaand tref je de definitieve afspraken aan die daarbij zijn gemaakt. ZN heeft de verzekeraars geïnformeerd over deze afspraken. Wij gaan ervan uit dat je merkt dat deze afspraken worden meegenomen in het contracteringsproces. We horen graag je ervaringen. Deze kun je doorgeven via info@ineen.nl

De LHV en InEen sturen vandaag nog een brief aan VWS en de verzekeraars om nog eens nadrukkelijk te wijzen op de problemen met de contractering. Zodra de brief verstuurd is zullen we hem ook publiceren.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Presentaties Tweedaagse InEen

16 oktober 2014

Bijeenkomst voor gezondheidscentra

26 september 2014

We hebben afgelopen week gesproken met Anne van Popta (SGH), Jan Willem Gort (GC Huizen) en André Louwen (bestuurslid InEen en GC Zoetermeer). Geconcludeerd is dat het goed is om op korte termijn speciaal voor Gezondheidscentra een bijeenkomst te organiseren. We kunnen dan een paar actuele vraagstukken bespreken, en de onderlinge band en de band met InEen versterken. We denken onder andere aan actuele bekostigingsvragen, de GEZ-financiering en mogelijk andere vraagstukken. Jullie zijn welkom op dinsdag 7 oktober 2014 van 18:00 tot 20:30 uur in Utrecht (Domus Medica). We zorgen voor een broodje. Laten jullie weten of je wel of niet komt? Graag even een e-mail.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

[...]

We hebben afgelopen week gesproken met Anne van Popta (SGH), Jan Willem Gort (GC Huizen) en André Louwen (bestuurslid InEen en GC Zoetermeer). Geconcludeerd is dat het goed is om op korte termijn speciaal voor Gezondheidscentra een bijeenkomst te organiseren. We kunnen dan een paar actuele vraagstukken bespreken, en de onderlinge band en de band met InEen versterken. We denken onder andere aan actuele bekostigingsvragen, de GEZ-financiering en mogelijk andere vraagstukken. Jullie zijn welkom op dinsdag 7 oktober 2014 van 18:00 tot 20:30 uur in Utrecht (Domus Medica). We zorgen voor een broodje. Laten jullie weten of je wel of niet komt? Graag even een e-mail.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

Contractering

26 september 2014

InEen heeft VWS laten weten behoefte te hebben aan een bijeenkomst van het zogenaamde signaleringsplatform om de actuele vragen rond de contractering te bespreken met zorgverzekeraars, LHV en VWS. Dit naar aanleiding van de vele en zorgelijke signalen die InEen heeft ontvangen van leden over het contracteringsproces. We houden jullie op de hoogte.

Bijgaand een artikel van De Eerstelijns, waarin de contractering en het onderhandelingsproces helder uiteen gezet wordt: van harte in jullie aandacht aanbevolen. Ook wij wijzen graag op de samenhang tussen de contracten van de huisartsen in S1 met de afspraken in S2 en S3. Het geheel bepaalt de omzet van de huisartsenvoorziening en het inkomen van de huisarts. Wij vragen u uw signalen, vragen en ervaringen te melden bij InEen via info@ineen.nl.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

[...]

InEen heeft VWS laten weten behoefte te hebben aan een bijeenkomst van het zogenaamde signaleringsplatform om de actuele vragen rond de contractering te bespreken met zorgverzekeraars, LHV en VWS. Dit naar aanleiding van de vele en zorgelijke signalen die InEen heeft ontvangen van leden over het contracteringsproces. We houden jullie op de hoogte.

Bijgaand een artikel van De Eerstelijns, waarin de contractering en het onderhandelingsproces helder uiteen gezet wordt: van harte in jullie aandacht aanbevolen. Ook wij wijzen graag op de samenhang tussen de contracten van de huisartsen in S1 met de afspraken in S2 en S3. Het geheel bepaalt de omzet van de huisartsenvoorziening en het inkomen van de huisarts. Wij vragen u uw signalen, vragen en ervaringen te melden bij InEen via info@ineen.nl.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

Onderzoek naar organisatiekracht regionale eerstelijnsorganisaties

24 september 2014

organisatiekrachtWelke factoren versterken de organisatiekracht van regionale eerstelijns-organisaties? Om daar meer inzicht in te krijgen voerde het Jan van Es Instituut – in opdracht van de VHN, nu InEen – samen met TNO een veldonderzoek uit.

Met name de verbinding tussen enerzijds de zorgprofessionals en anderzijds de eerstelijnsorganisatie, de externe partijen en het zorgsysteem is cruciaal, zo blijkt uit het onderzoek ‘Elementen van organisatiekracht van regionale Eerstelijnsorganisaties’. Zorgprofessionals hebben een sterk zorginhoudelijke focus, terwijl de organisatie en de externe wereld meer worden bepaald door regels en rationele prestatienormen. Het verbinden van deze verschillende werelden vormt de uitdaging. Uit het onderzoek komen zeven aspecten naar voren die helpen om deze verbinding op een goede manier tot stand te brengen:

  1. Verbinden op basis van zorginhoud, de drijfveer van de zorgprofessional.
  2. Werken aan gevoeld eigenaarschap als basis voor betrokkenheid.
  3. Belangrijk: zorginhoudelijk kwaliteitsbeleid en een uniform kwaliteitssysteem
  4. Professionaliseren van bedrijfsmatig en klinisch leiderschap
  5. Eerst interne organisatie op orde
  6. Passende organisatiestructuur en governance model?
  7. Ook belangrijk: persoonlijke relaties van zorgprofessionals en bestuurders
[...]

organisatiekrachtWelke factoren versterken de organisatiekracht van regionale eerstelijns-organisaties? Om daar meer inzicht in te krijgen voerde het Jan van Es Instituut – in opdracht van de VHN, nu InEen – samen met TNO een veldonderzoek uit.

Met name de verbinding tussen enerzijds de zorgprofessionals en anderzijds de eerstelijnsorganisatie, de externe partijen en het zorgsysteem is cruciaal, zo blijkt uit het onderzoek ‘Elementen van organisatiekracht van regionale Eerstelijnsorganisaties’. Zorgprofessionals hebben een sterk zorginhoudelijke focus, terwijl de organisatie en de externe wereld meer worden bepaald door regels en rationele prestatienormen. Het verbinden van deze verschillende werelden vormt de uitdaging. Uit het onderzoek komen zeven aspecten naar voren die helpen om deze verbinding op een goede manier tot stand te brengen:

  1. Verbinden op basis van zorginhoud, de drijfveer van de zorgprofessional.
  2. Werken aan gevoeld eigenaarschap als basis voor betrokkenheid.
  3. Belangrijk: zorginhoudelijk kwaliteitsbeleid en een uniform kwaliteitssysteem
  4. Professionaliseren van bedrijfsmatig en klinisch leiderschap
  5. Eerst interne organisatie op orde
  6. Passende organisatiestructuur en governance model?
  7. Ook belangrijk: persoonlijke relaties van zorgprofessionals en bestuurders

Tweedaagse een succes

24 september 2014

tweedaagseRuim 200 leden van InEen hebben op 17 en 18 september te tijd genomen om stil te staan bij de belangrijke issues van de zorg. Wat komt er aan vernieuwing en verandering op ons af? Zijn we voldoende toegerust om dit op te vangen? Aspecten als strategie, governance, professionele betrokkenheid, leiderschap en organisatiekracht kregen ruim aandacht. Gezien het hoge deelnemersaantal en de geïnspireerde discussies kan de eerste InEen-Tweedaagse zonder meer een succes worden genoemd.

Op 17 september 2014, de eerste dag van de Tweedaagse, kregen de aanwezigen door Nico de Boer en Erik Dannenberg een beeld geschetst van wat er met de transities op de eerste lijn afkomt. Carl Verheijen, directeur van twee gezondheidscentra, nam hen vervolgens mee in hoe je daarop vanuit een eerstelijnsorganisatie kunt inspelen. Geïnspireerd, maar ook met enig urgentiebesef, pakte men op dag twee de draad weer op. Negen parallelsessies leverden een verdere bijdrage aan de inspiratie, nadat eerst Wouter ten Have orde bracht in het hoe en waarom van veranderen.

Behalve dat de leden van InEen inzicht en inspiratie kregen, leerden zij elkaar deze twee dagen beter kennen. En passant leverden zij met elkaar ook nog input voor het werkplan 2015 van InEen. En niet in de laatste plaats lieten de ROS’en aan de hand van mooie en informatieve posters zien welke nieuwe zorginitiatieven in de regio’s al genomen worden. De informatie over deze zorginitiatieven gaat InEen in een nieuwsbrief nader verspreiden.

[...]

tweedaagseRuim 200 leden van InEen hebben op 17 en 18 september te tijd genomen om stil te staan bij de belangrijke issues van de zorg. Wat komt er aan vernieuwing en verandering op ons af? Zijn we voldoende toegerust om dit op te vangen? Aspecten als strategie, governance, professionele betrokkenheid, leiderschap en organisatiekracht kregen ruim aandacht. Gezien het hoge deelnemersaantal en de geïnspireerde discussies kan de eerste InEen-Tweedaagse zonder meer een succes worden genoemd.

Op 17 september 2014, de eerste dag van de Tweedaagse, kregen de aanwezigen door Nico de Boer en Erik Dannenberg een beeld geschetst van wat er met de transities op de eerste lijn afkomt. Carl Verheijen, directeur van twee gezondheidscentra, nam hen vervolgens mee in hoe je daarop vanuit een eerstelijnsorganisatie kunt inspelen. Geïnspireerd, maar ook met enig urgentiebesef, pakte men op dag twee de draad weer op. Negen parallelsessies leverden een verdere bijdrage aan de inspiratie, nadat eerst Wouter ten Have orde bracht in het hoe en waarom van veranderen.

Behalve dat de leden van InEen inzicht en inspiratie kregen, leerden zij elkaar deze twee dagen beter kennen. En passant leverden zij met elkaar ook nog input voor het werkplan 2015 van InEen. En niet in de laatste plaats lieten de ROS’en aan de hand van mooie en informatieve posters zien welke nieuwe zorginitiatieven in de regio’s al genomen worden. De informatie over deze zorginitiatieven gaat InEen in een nieuwsbrief nader verspreiden.

Deelledenvergadering Huisartsenposten en Algemene Ledenvergadering

23 september 2014

Voor de zekerheid noemen we nog even de tijden van de verschillende bijeenkomsten op woensdag 17 september, alle in het Postillion Hotel in Bunnik. De Deelledenvergadering Huisartsenposten vindt plaats van 12.00 tot 13.30 uur. Na een korte pauze start de Algemene Ledenvergadering om 13.45 uur en die duurt tot 15.15 uur. Om 16.00 uur gaat de Tweedaagse van start. Wij hopen al onze leden bij de verschillende bijeenkomsten te zien en uitgebreid te spreken. Heeft u zich nog niet aangemeld voor de Deelledenvergadering Huisartsenposten en/of de Algemene Ledenvergadering InEen dan kunt zich u hier aanmelden voor beide vergaderingen.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

[...]

Voor de zekerheid noemen we nog even de tijden van de verschillende bijeenkomsten op woensdag 17 september, alle in het Postillion Hotel in Bunnik. De Deelledenvergadering Huisartsenposten vindt plaats van 12.00 tot 13.30 uur. Na een korte pauze start de Algemene Ledenvergadering om 13.45 uur en die duurt tot 15.15 uur. Om 16.00 uur gaat de Tweedaagse van start. Wij hopen al onze leden bij de verschillende bijeenkomsten te zien en uitgebreid te spreken. Heeft u zich nog niet aangemeld voor de Deelledenvergadering Huisartsenposten en/of de Algemene Ledenvergadering InEen dan kunt zich u hier aanmelden voor beide vergaderingen.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

Nieuwe InEen-collega’s

23 september 2014

Graag stellen we drie nieuwe InEen-collega’s aan jullie voor:

Ella Benedictus: beleidsmedewerker
Ella werkt sinds juni aan het project ‘Verbetering samenwerking en samenhang in de keten van acute zorg’. Daarnaast is ze betrokken bij het programma ‘Zorgvernieuwing & onderzoek’. In haar vorige werkkring heef ze gewerkt aan het oprichten en borgen van het netwerk samenwerking in de zorg voor jeugd. Het project ‘Verbetering samenwerking en samenhang’ is inmiddels op stoom. Binnenkort worden de huisartsenposten benaderd over de samenwerking met ketenpartners.

Judith van Duren, programmamanager
Judith is sinds 1 september programmamanager bij InEen en accountmanager voor de gezondheidscentra. Haar aandachtsgebieden zijn bekostiging, praktijkvoering en contractering, en informatiebeleid (benchmarking, gegevens-uitwisseling, enzovoort). De afgelopen jaren deed ze belangrijke ervaring op bij de KNMT (Koninklijke Vereniging tot bevordering van de tandheelkunde), ZN en de NZa.

Rianne van Pijkeren, beleidsmedewerker
Rianne doet sinds 1 september voor een half jaar ervaring op als beleidsmedewerker in het project ‘Verbetering samenwerking en samenhang in de keten van acute zorg’. Ze is van huis uit ergotherapeut en behaalde onlangs haar master Gezondheidswetenschappen (richting beleid en organisatie van de zorg) aan de Vrije Universiteit in Amsterdam.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

[...]

Graag stellen we drie nieuwe InEen-collega’s aan jullie voor:

Ella Benedictus: beleidsmedewerker
Ella werkt sinds juni aan het project ‘Verbetering samenwerking en samenhang in de keten van acute zorg’. Daarnaast is ze betrokken bij het programma ‘Zorgvernieuwing & onderzoek’. In haar vorige werkkring heef ze gewerkt aan het oprichten en borgen van het netwerk samenwerking in de zorg voor jeugd. Het project ‘Verbetering samenwerking en samenhang’ is inmiddels op stoom. Binnenkort worden de huisartsenposten benaderd over de samenwerking met ketenpartners.

Judith van Duren, programmamanager
Judith is sinds 1 september programmamanager bij InEen en accountmanager voor de gezondheidscentra. Haar aandachtsgebieden zijn bekostiging, praktijkvoering en contractering, en informatiebeleid (benchmarking, gegevens-uitwisseling, enzovoort). De afgelopen jaren deed ze belangrijke ervaring op bij de KNMT (Koninklijke Vereniging tot bevordering van de tandheelkunde), ZN en de NZa.

Rianne van Pijkeren, beleidsmedewerker
Rianne doet sinds 1 september voor een half jaar ervaring op als beleidsmedewerker in het project ‘Verbetering samenwerking en samenhang in de keten van acute zorg’. Ze is van huis uit ergotherapeut en behaalde onlangs haar master Gezondheidswetenschappen (richting beleid en organisatie van de zorg) aan de Vrije Universiteit in Amsterdam.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

Ontspanning tijdens Tweedaagse

16 september 2014

Tijdens de Tweedaagse organiseren we op de tweede dag (18 september) een ontspannende activiteit voor vroege vogels. Ditmaal wordt dat een rondleiding door Fort Rijnauwen, vlakbij het Postillion Hotel, van 07.00 tot 08.15 uur. Vervoer wordt geregeld en je bent een half uur voor aanvang van de eerste bijeenkomst terug in het hotel. Aanmelden kan tot en met donderdag 11 september via info@ineen.nl. Je ontvangt dan een voucher als deelnamebewijs.

[...]

Tijdens de Tweedaagse organiseren we op de tweede dag (18 september) een ontspannende activiteit voor vroege vogels. Ditmaal wordt dat een rondleiding door Fort Rijnauwen, vlakbij het Postillion Hotel, van 07.00 tot 08.15 uur. Vervoer wordt geregeld en je bent een half uur voor aanvang van de eerste bijeenkomst terug in het hotel. Aanmelden kan tot en met donderdag 11 september via info@ineen.nl. Je ontvangt dan een voucher als deelnamebewijs.

Vergaderplanning DLV en ALV

08 september 2014

We hebben de vergaderplanning voor de komende periode vastgesteld. In  bijgaand schema vinden jullie de planning voor de deelledenvergadering (DLV) 2014 en voor de DLV en ALV 2015.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

[...]

We hebben de vergaderplanning voor de komende periode vastgesteld. In  bijgaand schema vinden jullie de planning voor de deelledenvergadering (DLV) 2014 en voor de DLV en ALV 2015.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

Nieuw programma multidisciplinaire zorg bij InEen

08 september 2014

Het programma multidisciplinaire zorg is een nieuwe loot aan de boom van InEen. We merken dat de ontwikkeling van multidisciplinaire zorg volop in beweging is. Op meerdere niveaus wordt aan het thema gewerkt. Op lokaal en regionaal niveau zijn veel van onze leden in projecten en pilots actief met het doorontwikkelen ervan, bijvoorbeeld op het gebied van de zorg voor kwetsbare ouderen en GGZ. Doorontwikkelen van multidisciplinaire zorg is één van de prioriteiten uit het Bestuurlijk Akkoord eerste lijn. Op landelijk niveau lopen er grote trajecten, zoals de hervorming van de langdurige zorg, Zelfzorg Ondersteund en de uitwerking van het Bestuurlijk Akkoord GGZ.

InEen wil deze de doorontwikkeling van multidisciplinaire zorg graag stimuleren en daarmee een bijdrage leveren aan de omslag van aandoeningsgerichte naar persoonsgerichte zorg. De inhoud en opzet van het programma wordt de komende tijd verder uitgewerkt. Jullie ideeën zijn van harte welkom. Neem daarvoor contact op met Frederik Vogelzang of Mariska Sijstermans die vanuit het bureau met het programma aan de slag gaan.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

[...]

Het programma multidisciplinaire zorg is een nieuwe loot aan de boom van InEen. We merken dat de ontwikkeling van multidisciplinaire zorg volop in beweging is. Op meerdere niveaus wordt aan het thema gewerkt. Op lokaal en regionaal niveau zijn veel van onze leden in projecten en pilots actief met het doorontwikkelen ervan, bijvoorbeeld op het gebied van de zorg voor kwetsbare ouderen en GGZ. Doorontwikkelen van multidisciplinaire zorg is één van de prioriteiten uit het Bestuurlijk Akkoord eerste lijn. Op landelijk niveau lopen er grote trajecten, zoals de hervorming van de langdurige zorg, Zelfzorg Ondersteund en de uitwerking van het Bestuurlijk Akkoord GGZ.

InEen wil deze de doorontwikkeling van multidisciplinaire zorg graag stimuleren en daarmee een bijdrage leveren aan de omslag van aandoeningsgerichte naar persoonsgerichte zorg. De inhoud en opzet van het programma wordt de komende tijd verder uitgewerkt. Jullie ideeën zijn van harte welkom. Neem daarvoor contact op met Frederik Vogelzang of Mariska Sijstermans die vanuit het bureau met het programma aan de slag gaan.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

Special nieuwe bekostiging

04 september 2014

Op 1 juli van dit jaar werden InEen, LHV, zorgverzekeraars en VWS het eens over de nieuwe bekostiging van de huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg. In deze special zetten we de hoofdzaken op een rij. In een interview met Jan Frans Mutsaerts, bestuur InEen, geeft hij aan hoe de nieuwe bekostiging een belangrijke erkenning is. Conny Helder vertelt in een interview dat we behoedzaam, maar niet te voorzichtig moeten zijn. Anoeska Mosterdijk, VWS, geeft aan dat er commitment is. Eric de Laat, NZa: het schip is los van de wal en Ronald van Breugel, Coöperatie VGZ: recht doen aan verschillen tussen praktijken.

We hopen dat de special jullie voldoende informatie biedt. We horen graag de ervaringen uit de praktijk.

[...]

Op 1 juli van dit jaar werden InEen, LHV, zorgverzekeraars en VWS het eens over de nieuwe bekostiging van de huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg. In deze special zetten we de hoofdzaken op een rij. In een interview met Jan Frans Mutsaerts, bestuur InEen, geeft hij aan hoe de nieuwe bekostiging een belangrijke erkenning is. Conny Helder vertelt in een interview dat we behoedzaam, maar niet te voorzichtig moeten zijn. Anoeska Mosterdijk, VWS, geeft aan dat er commitment is. Eric de Laat, NZa: het schip is los van de wal en Ronald van Breugel, Coöperatie VGZ: recht doen aan verschillen tussen praktijken.

We hopen dat de special jullie voldoende informatie biedt. We horen graag de ervaringen uit de praktijk.

Tweedaagse: stilstaan bij de grote issues

01 september 2014

De veranderingen in de zorg volgen elkaar in hoog tempo op. De grote transities – langdurige zorg, GGZ, zorg voor ouderen – naderen snel en de voorbereidingen vragen veel van de eerste lijn. Op de InEen-Tweedaagse – 17 en 18 september 2014 – staan meer dan 200 georganiseerde zorgaanbieders stil bij de grote issues in de zorg.

Samenwerking en verdere professionalisering zijn anno 2014 de  sleutelwoorden. Niet voor niets heeft de georganiseerde eerste lijn met de oprichting van InEen haar krachten gebundeld. InEen staat voor samenwerking en versterking van de organisatiegraad in de eerste lijn. Belangrijk daarbij is om af en toe in alle rust een stap op de plaats te maken. Wat komt er op ons af? Zijn we voldoende toegerust om dit op te vangen? Bij de voorgangers van InEen (VHN en LVG) is hiermee veel positieve ervaring opgedaan.

Urgentie
Op 17 en 18 september staan gedurende anderhalve dag de telefoons uit en staat de inhoud centraal. InEen beschouwt de Tweedaagse als een belangrijk ijkpunt. Programmamanager Christel van Vugt: ‘Natuurlijk mailen we, overleggen we en wisselen we het hele jaar documenten uit. Maar daarnaast nemen we eens per jaar ruim te tijd om de diepte in te gaan. Op de Tweedaagse hebben we tijd om elkaar echt te ontmoeten en ideeën en standpunten uit te wisselen.’ Het grote deelnemersaantal voor de Tweedaagse 2014 – meer dan 200 – onderstreept de gevoelde urgentie daarvoor.

De komende Tweedaagse legt een accent op de toenemende rol van de gemeenten. In de maar liefst negen parallelsessies komen ook onderwerpen als strategie, governance, professionele betrokkenheid, leiderschap en organisatiekracht aan de orde.

Informatie
De Tweedaagse is bestemd voor huisartsen, bestuurders, toezichthouders en directeuren die werken voor of aangesloten zijn bij leden van InEen. De Tweedaagse vindt plaats in Bunnik van donderdag 17 september 16.00 uur tot 18 september 16.00 uur. Bekijk het uitgebreide programma. De deelname voor huisartsen is geaccrediteerd.

[...]

De veranderingen in de zorg volgen elkaar in hoog tempo op. De grote transities – langdurige zorg, GGZ, zorg voor ouderen – naderen snel en de voorbereidingen vragen veel van de eerste lijn. Op de InEen-Tweedaagse – 17 en 18 september 2014 – staan meer dan 200 georganiseerde zorgaanbieders stil bij de grote issues in de zorg.

Samenwerking en verdere professionalisering zijn anno 2014 de  sleutelwoorden. Niet voor niets heeft de georganiseerde eerste lijn met de oprichting van InEen haar krachten gebundeld. InEen staat voor samenwerking en versterking van de organisatiegraad in de eerste lijn. Belangrijk daarbij is om af en toe in alle rust een stap op de plaats te maken. Wat komt er op ons af? Zijn we voldoende toegerust om dit op te vangen? Bij de voorgangers van InEen (VHN en LVG) is hiermee veel positieve ervaring opgedaan.

Urgentie
Op 17 en 18 september staan gedurende anderhalve dag de telefoons uit en staat de inhoud centraal. InEen beschouwt de Tweedaagse als een belangrijk ijkpunt. Programmamanager Christel van Vugt: ‘Natuurlijk mailen we, overleggen we en wisselen we het hele jaar documenten uit. Maar daarnaast nemen we eens per jaar ruim te tijd om de diepte in te gaan. Op de Tweedaagse hebben we tijd om elkaar echt te ontmoeten en ideeën en standpunten uit te wisselen.’ Het grote deelnemersaantal voor de Tweedaagse 2014 – meer dan 200 – onderstreept de gevoelde urgentie daarvoor.

De komende Tweedaagse legt een accent op de toenemende rol van de gemeenten. In de maar liefst negen parallelsessies komen ook onderwerpen als strategie, governance, professionele betrokkenheid, leiderschap en organisatiekracht aan de orde.

Informatie
De Tweedaagse is bestemd voor huisartsen, bestuurders, toezichthouders en directeuren die werken voor of aangesloten zijn bij leden van InEen. De Tweedaagse vindt plaats in Bunnik van donderdag 17 september 16.00 uur tot 18 september 16.00 uur. Bekijk het uitgebreide programma. De deelname voor huisartsen is geaccrediteerd.

Tweedaagse geaccrediteerd

19 augustus 2014

De inschrijving voor de Tweedaagse op 17 en 18 september aanstaande loopt gestaag door en hetzelfde geldt voor de voorbereidingen. Inmiddels is voor huisartsen accreditatie verleend: 2 punten voor dag één en 5 punten voor dag twee. Zie het programma en het inschrijvingsformulier  voor nadere informatie. Ook is er een speciale nieuwsbrief over de Tweedaagse verschenen. Wacht niet te lang met inschrijven, want sommige parallelsessies lopen vol en het maximum aantal deelnemers komt in zicht. Al doen we uiteraard ons uiterste best om voor elk InEen-lid een stoel vrij te houden.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

[...]

De inschrijving voor de Tweedaagse op 17 en 18 september aanstaande loopt gestaag door en hetzelfde geldt voor de voorbereidingen. Inmiddels is voor huisartsen accreditatie verleend: 2 punten voor dag één en 5 punten voor dag twee. Zie het programma en het inschrijvingsformulier  voor nadere informatie. Ook is er een speciale nieuwsbrief over de Tweedaagse verschenen. Wacht niet te lang met inschrijven, want sommige parallelsessies lopen vol en het maximum aantal deelnemers komt in zicht. Al doen we uiteraard ons uiterste best om voor elk InEen-lid een stoel vrij te houden.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

Persbericht InEen - Toename van de zorgzwaarte op huisartsenposten

15 augustus 2014

Resultaten benchmark huisartenposten 2013

Utrecht, 14 augustus 2014 — De ernst van zorgvragen op huisartsenposten neemt  verder toe. Dit blijkt uit de landelijke benchmark onder huisartsenposten die brancheorganisatie InEen vandaag presenteert. Deze toename van de zorgzwaarte komt tot uitdrukking in de verdeling tussen telefonische contacten en het aantal visites en consulten. Bij een dalende trend van het totale gebruik van zorg buiten kantooruren op de huisartsenpost, stijgt het aandeel face-to-face contacten. InEen ziet in de cijfers aanwijzingen voor de gewenste verschuiving van de zorg vanuit het ziekenhuis naar de huisartsenpost.

Toename urgentie zorgvraag
De beoordeling van de zorgvraag ofwel triage, de toegang tot de acute huisartsenzorg, gebeurt door gediplomeerde triagisten op basis van de Nederlandse Triage Standaard of de NHG-TriageWijzer. De triage leidt net als voorgaande jaren vaker tot een zorgvraag met een hogere urgentie (U0, U1 en U2). De toegenomen zorgzwaarte heeft zijn weerslag op de geleverde zorg. Tegenover een daling van het aantal telefonische contacten bij lagere urgenties, blijft het aantal consulten en visites van de huisartsenposten vrijwel gelijk. Dit betekent dat er relatief gezien vaker face-to-face contact nodig is tussen de huisarts en de patiënt.

Aanwijzingen voor substitutie
De cijfers bevestigen het beeld dat de verschuiving van de zelfverwijzers van de ziekenhuiszorg  gestaag doorzet. Hoewel cijfers over de financiële effecten van deze substitutie bij ziekenhuizen ontbreken, is het zeer waarschijnlijk dat een groeiend deel van de kosten van huisartsenposten voortkomt uit substitutie van tweedelijnszorg. Huisartsenposten vormen steeds nadrukkelijker de spil in de acute ANW-zorg en blijven daarbij oog houden voor zinnige, zuinige en veilige zorg.

Gepast gebruik van zorg op huisartsenposten
De huisartsenposten laten zien dat ze gepast omgaan met het gebruik van de ANW-zorg. De huisartsenposten declareerden bijna vier miljoen verrichtingen, gemiddeld 239 verrichten per 1.000 inwoners (met een grote regionale variatie). Dat is 1,8% minder dan in 2012. Ter vergelijking, het aantal consulten in de huisartsendagzorg is vrijwel constant gebleven.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met:
Christel van Vugt, Programmamanager, telefoon 06-22516995, e-mail c.vanvugt@ineen.nl

[...]

Resultaten benchmark huisartenposten 2013

Utrecht, 14 augustus 2014 — De ernst van zorgvragen op huisartsenposten neemt  verder toe. Dit blijkt uit de landelijke benchmark onder huisartsenposten die brancheorganisatie InEen vandaag presenteert. Deze toename van de zorgzwaarte komt tot uitdrukking in de verdeling tussen telefonische contacten en het aantal visites en consulten. Bij een dalende trend van het totale gebruik van zorg buiten kantooruren op de huisartsenpost, stijgt het aandeel face-to-face contacten. InEen ziet in de cijfers aanwijzingen voor de gewenste verschuiving van de zorg vanuit het ziekenhuis naar de huisartsenpost.

Toename urgentie zorgvraag
De beoordeling van de zorgvraag ofwel triage, de toegang tot de acute huisartsenzorg, gebeurt door gediplomeerde triagisten op basis van de Nederlandse Triage Standaard of de NHG-TriageWijzer. De triage leidt net als voorgaande jaren vaker tot een zorgvraag met een hogere urgentie (U0, U1 en U2). De toegenomen zorgzwaarte heeft zijn weerslag op de geleverde zorg. Tegenover een daling van het aantal telefonische contacten bij lagere urgenties, blijft het aantal consulten en visites van de huisartsenposten vrijwel gelijk. Dit betekent dat er relatief gezien vaker face-to-face contact nodig is tussen de huisarts en de patiënt.

Aanwijzingen voor substitutie
De cijfers bevestigen het beeld dat de verschuiving van de zelfverwijzers van de ziekenhuiszorg  gestaag doorzet. Hoewel cijfers over de financiële effecten van deze substitutie bij ziekenhuizen ontbreken, is het zeer waarschijnlijk dat een groeiend deel van de kosten van huisartsenposten voortkomt uit substitutie van tweedelijnszorg. Huisartsenposten vormen steeds nadrukkelijker de spil in de acute ANW-zorg en blijven daarbij oog houden voor zinnige, zuinige en veilige zorg.

Gepast gebruik van zorg op huisartsenposten
De huisartsenposten laten zien dat ze gepast omgaan met het gebruik van de ANW-zorg. De huisartsenposten declareerden bijna vier miljoen verrichtingen, gemiddeld 239 verrichten per 1.000 inwoners (met een grote regionale variatie). Dat is 1,8% minder dan in 2012. Ter vergelijking, het aantal consulten in de huisartsendagzorg is vrijwel constant gebleven.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met:
Christel van Vugt, Programmamanager, telefoon 06-22516995, e-mail c.vanvugt@ineen.nl

Bijeenkomsten over contracteren

11 augustus 2014

Signalen uit het veld maken duidelijk dat het contracteerproces met de zorgverzekeraar soms moeizaam verloopt. Wat mag nu wel en niet tijdens het onderhandelen? Wat is je positie als eerstelijns organisatie? Ben je verplicht te onderhandelen? Wat als je niet tot overeenstemming komt? Rond deze en andere vragen organiseren de Eerstelijns en zorgmakelaar Elderman & Geerts op 2 en 3 september twee bijeenkomsten voor bestuurders van zorggroepen. Aan de orde komen de kaders van het contracteren en in subgroepen gaan de deelnemers met elkaar in discussie over de verschillende aspecten van het contracteerproces. Advocaten van Elderman & Geerts geven daarbij feedback en juridisch advies. Informatie over het programma en praktische informatie vinden jullie bij de Eerstelijns. Hier kun je je ook inschrijven. Let op: er is een maximum aantal deelnemers (50 voor elke bijeenkomst). De bijeenkomsten vinden plaats in Zeist.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

[...]

Signalen uit het veld maken duidelijk dat het contracteerproces met de zorgverzekeraar soms moeizaam verloopt. Wat mag nu wel en niet tijdens het onderhandelen? Wat is je positie als eerstelijns organisatie? Ben je verplicht te onderhandelen? Wat als je niet tot overeenstemming komt? Rond deze en andere vragen organiseren de Eerstelijns en zorgmakelaar Elderman & Geerts op 2 en 3 september twee bijeenkomsten voor bestuurders van zorggroepen. Aan de orde komen de kaders van het contracteren en in subgroepen gaan de deelnemers met elkaar in discussie over de verschillende aspecten van het contracteerproces. Advocaten van Elderman & Geerts geven daarbij feedback en juridisch advies. Informatie over het programma en praktische informatie vinden jullie bij de Eerstelijns. Hier kun je je ook inschrijven. Let op: er is een maximum aantal deelnemers (50 voor elke bijeenkomst). De bijeenkomsten vinden plaats in Zeist.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

Tweedaagse accreditatie voor huisartsen

11 augustus 2014

In het weekbericht van afgelopen week is  het programma van de Tweedaagse gepresenteerd. De speciale Tweedaagse Nieuwsbrief  gaat in drie artikelen in op thema’s die aan de orde zullen komen: de betekenis van de transities voor de eerstelijnszorg, organisatiekracht en een voorbeeld van samenwerking met een gemeente.
Inmiddels kunnen we melden dat de accreditatieaanvraag voor het programma waarschijnlijk met zeven punten voor huisartsen zal worden gehonoreerd.
Wie zich nog niet heeft aangemeld voor de Tweedaagse, kan dat alsnog  hier doen.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

[...]

In het weekbericht van afgelopen week is  het programma van de Tweedaagse gepresenteerd. De speciale Tweedaagse Nieuwsbrief  gaat in drie artikelen in op thema’s die aan de orde zullen komen: de betekenis van de transities voor de eerstelijnszorg, organisatiekracht en een voorbeeld van samenwerking met een gemeente.
Inmiddels kunnen we melden dat de accreditatieaanvraag voor het programma waarschijnlijk met zeven punten voor huisartsen zal worden gehonoreerd.
Wie zich nog niet heeft aangemeld voor de Tweedaagse, kan dat alsnog  hier doen.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

InEen Tweedaagse: 17-18 september 2014. Ben jij klaar voor de grote transities?

30 juli 2014

We maken het elke dag mee. De veranderingen in de zorg volgen elkaar in hoog tempo op. Is de eerste lijn voldoende toegerust om in te kunnen spelen op wat er ook de komende jaren nog op ons af zal komen? Is ons huis wel op orde? Deze vagen staan centraal op dag 2 van de InEen Tweedaagse op 17 en 18 september aanstaande. Op dag 1 staan we stil bij het feit dat ook de veranderingen die zich in het sociale en gemeentelijke domein voltrekken gevolgen hebben voor de eerstelijnszorg.

Beter en goedkoper
Wat betekent de toenemende rol van de gemeenten voor de organisatie van de eerstelijnszorg? Welke prioriteiten levert dit op? De vergaande rolverandering bij de gemeenten, betoogt publicist Nico de Boer, staat niet op zichzelf. Het maakt deel uit van een bredere ontwikkeling waarbij, onder het motto ‘beter en goedkoper’, de centrale (detail)sturing van de rijksoverheid afneemt en de verantwoordelijkheden voor de lokale overheden toenemen. Wat zijn de achtergronden, de gevolgen en de kansen? De Boer opent de Tweedaagse.

Gemeentelijke bril
De relatie tussen eerstelijnszorgverleners en de gemeente is over en weer niet altijd een gemakkelijke. Door een gemeentelijke bril wordt anders naar de eerstelijnszorg gekeken dan we gewend zijn. Met het oog op de toekomst is het belangrijk meer zicht te krijgen op de nieuwe taken van de gemeente en de verwachtingen die er bij de gemeente leven. Oud-wethouder Erik Dannenberg was als voorzitter van Commissie Gezondheid & Welzijn van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) nauw betrokken bij totstandkoming van de decentralisatie van taken naar gemeenten. Hij gaat in op de betekenis hiervan voor de eerstelijnszorg vanuit gemeentelijk perspectief.

Meerwaarde
De vraag die veel eerstelijnszorgverleners en -bestuurders bezig houdt is: hoe raakt deze decentralisatie ons en wat moeten we er mee aan? Hebben we het niet al druk genoeg? Carl Verheijen, directeur van twee gezondheidscentra in Nijkerk, laat zien hoe vanuit een heldere eigen visie de samenwerking met de gemeente een meerwaarde heeft voor patiënten, burgers en eerstelijnszorgverleners. Daarbij gaat hij ook in op de vraagstukken die zich onderweg voordoen.

Huis op orde
Dag 2 is gewijd aan de organisatiekracht die onontbeerlijk is om de gewenste positie in de (eerstelijns) zorg te kunnen innemen. Na een inleiding door Wouter ten Have (universitair docent Organisatie en Verandering) over het belang van systematisch besturen, komen in negen workshops de verschillende aspecten van organisatiekracht aan de orde. Wat bepaalt onze organisatiekracht? Wie staan in je organisatie aan het roer? Hoe benut je de kracht van professionals en hoe houd je ze betrokken? Hoe doe je je voordeel met governance? Welke ondersteuning en infrastructuur hebben de organisaties nodig? Wat is een passende juridische constructie? De workshops combineren theorie en praktijk, externe deskundigheid en ervaringen van InEen-leden.

Elkaar leren kennen
Op de InEen Tweedaagse nemen we eens per jaar ruim de tijd actuele vraagstukken nader te verkennen, en kennis en ervaringen te delen. Deze eerste Tweedaagse heeft daarnaast een extra doel, namelijk het beter leren kennen van de ‘andere’ leden. De organisatoren hopen op veel inhoudelijke discussie na de plenaire inleidingen, tijdens de parallelsessies en vooral ook in de tussentijdse informele contacten. De ROS’en leveren daaraan een bijdrage door aan de hand van een poster voorbeeldprojecten uit hun regio te presenteren. De onderlinge kennismaking krijgt nóg een extra impuls, maar daarover laten we nu nog niks los.

Praktische informatie

  • Woensdag 17 september 16.00 uur tot donderdag 18 september 17.00 uur Postillion  Hotel in Bunnik.
  • Download het uitgebreide programma
  • Hier kunt u zich aanmelden
  • Op 17 september vindt direct voorafgaand aan de start van de InEen Tweedaagse de tweede Algemene Ledenvergadering plaats (12.00-15.00 uur)

Lees ook het interview met Carl Verheijen en Marc Bruijnzeels

 

[...]

We maken het elke dag mee. De veranderingen in de zorg volgen elkaar in hoog tempo op. Is de eerste lijn voldoende toegerust om in te kunnen spelen op wat er ook de komende jaren nog op ons af zal komen? Is ons huis wel op orde? Deze vagen staan centraal op dag 2 van de InEen Tweedaagse op 17 en 18 september aanstaande. Op dag 1 staan we stil bij het feit dat ook de veranderingen die zich in het sociale en gemeentelijke domein voltrekken gevolgen hebben voor de eerstelijnszorg.

Beter en goedkoper
Wat betekent de toenemende rol van de gemeenten voor de organisatie van de eerstelijnszorg? Welke prioriteiten levert dit op? De vergaande rolverandering bij de gemeenten, betoogt publ