Na de Tweedaagse verder met JZOJP in de eigen regio

10 oktober 2019

Juiste Zorg op de Juiste Plek (JZOJP) gaat over het voorkomen van (duurdere) zorg, zorg dichter bij mensen thuis en het vervangen van zorg door andere zorg, bijvoorbeeld e-health. Tijdens de InEen Tweedaagse eind september verdiepten ruim 200 bestuurders, managers en medewerkers uit de huisartsenzorg zich in de stand van zaken. Hoe ver zijn we met JZOJP in de huisartsenzorg? Wat hebben we nodig? Hoe kan de eerste lijn regie nemen in deze voor de toekomst van de zorg zo belangrijke beweging?


Twee kanten op
Roland Ekkelenkamp is voorzitter van de raad van bestuur van Medicamus, de regionale huisartsenorganisatie (Noordwest-Veluwe en Zeewolde). Alle 51 huisartsenpraktijken zijn aangesloten, inclusief de chronische zorg en de huisartsenpost. Ekkelenkamp is onder de indruk van hoe JZOJP en de regionalisering zich in den lande ontwikkelen, maar vindt ook dat de discussie teveel focust op verplaatsing van zorg één kant op, namelijk naar de huisarts. “Er gebeurt ook het nodige bij de huisarts wat eigenlijk ergens anders thuishoort”, zegt hij. “We moeten beter definiëren wat bij de huisarts hoort en wat niet. Soms is het voor een kwetsbare oudere echt beter even in het ziekenhuis te blijven in plaats van in de hectiek van het eerstelijnsverblijf.” Ook het doorschuiven van bijvoorbeeld cardiologische of oncologische controles naar de eerste lijn kan niet klakkeloos gebeuren. “Soms kan het, als de groepen groot genoeg zijn, maar wees voorzichtig, huisartsen zijn geen specialisten. Het zijn generalisten en willen dat blijven, zoals we vorig jaar in Woudschoten hebben uitgesproken.” Om als huisartsen de eigen rol te claimen en te bewaken zijn regionale huisartsenorganisaties urgent, vindt Ekkelenkamp. De juiste zorg op de juiste plek organiseren kan immers ook buiten de huisartsen om gebeuren. “Als huisartsen dat uit handen geven, raken we onze regierol kwijt.”

Alle zorgaanbieders
Veronique Bekendam faciliteert als directeur van Zorggroep Almere negentien gezondheidscentra, acht woonzorgcentra en een centrum voor revalidatie. Bekendam zou met haar organisatie graag een regiofunctie vervullen. “We hebben niet alle disciplines 100% in huis, maar kunnen de ondersteuning goed oppakken.” De Tweedaagse bracht haar het inzicht dat gekoerst moet worden op regioplannen waarbij alle zorgverleners in de regio betrokken zijn. Dat zou kunnen in netwerkorganisaties waarin de huisartsenorganisaties zich op thema verbinden met andere disciplines en domeinen. “Binnen de Zorggroep Almere hebben we de multidisciplinaire samenwerking al goed georganiseerd”, zegt ze. “Ook werken we aan de versteviging van de relatie met het ziekenhuis. Tevens zijn wij de contacten met de gemeente en de GGD aan het intensiveren.” Een belangrijk aandachtspunt is wat haar betreft de verbetering van de digitale infrastructuur in de regio. “Vooral de digitale communicatie tussen verschillende disciplines is nog niet goed genoeg”, zegt ze, “zoals huisartsen-wijkverpleging, of huisartsen-ziekenhuis. Veilige en goede onderlinge communicatie is een basisvoorwaarde voor samenwerking en JZOJP.”

Voor de patiënt
Robert Boersma is directeur-bestuurder van Stichting Wijkgezondheidscentra Huizen en heeft twee gezondheidscentra onder zijn hoede. Boersma werkt in zijn eigen wijken hard aan JZOJP en de verbindingen met de gemeente en de tweede lijn. Ook is hij samen met andere zorgverleners in gesprek met het Tergooi Ziekenhuis over het realiseren van een anderhalvelijnsvoorziening omdat het ziekenhuis de vestiging in Blaricum gaat sluiten. Zaken die op regionaal niveau spelen moeten als regio worden opgepakt, zegt hij. Zo is Gho-go, de regio-organisatie in het Gooi, gesprekspartner in het ambitieuze traject van Ziekenhuis Tergooi om samen met Zilveren Kruis 20% van de toekomstige ziekenhuiszorg terug te brengen naar zorg thuis. “Je kunt bang zijn voor wat hierdoor over de schutting bij de huisarts terechtkomt”, zegt Boersma over dit ziekenhuis-initiatief, “maar je kunt het ook zien als een káns. We hebben elkaar nodig. Als de tweede lijn een initiatief neemt en je werkt goed samen, is dat uiteindelijk goed voor de patiënt.”

Gerelateerd nieuws


Bekijk meer

Contactpersonen