Wanneer er dagenlang geen stroom is…
Huisartsen treffen regionaal voorbereidingen om meer crisisparaatheid te creëren in de praktijk en daarmee de wijk.
Invoering van een loondienstmodel op de huisartsenspoedpost heeft een grote impact op de organisatie van de huisartsenzorg in Nederland. Dat concluderen InEen en de aangesloten huisartsenspoedposten na een intensieve verkenning. De effecten van dit model op de continuïteit en de toegankelijkheid van de huisartsenspoedzorg in avond, nacht en weekend voor alle burgers zijn ongewis. Huisartsenspoedposten en hun bestuurders voelen zich verantwoordelijk voor naleving van fiscale wetgeving. Maar in de afweging tussen voldoen aan fiscale wetgeving en verantwoordelijkheid voor de continuïteit van zorg, valt de balans uit naar het laatste. InEen blijft zoeken naar andere oplossingen.
In 2025 werd bekend dat bij de inzet van zzp-huisartsen op de huisartsenspoedpost (HAP) vermoedelijk sprake is van schijnzelfstandigheid in het kader van de Wet DBA. Tot dit oordeel kwamen de ministeries van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) en Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en de Belastingdienst op basis van door de LHV aangeleverde casusposities. InEen kan zich niet vinden in de onderbouwing en motivering van dit oordeel. Toch heeft InEen samen met de leden gekeken naar alternatieven voor de inzet van zzp-huisartsen op de huisartsenspoedpost. Niet in de laatste plaats omdat huisartsenspoedposten en hun bestuurders een steeds groter risico lopen op hoge naheffingen en boetes bij een controle van de Belastingdienst.
Bij het onderzoeken van alternatieven is goed gekeken naar de juridische, organisatorische en financiële consequenties van de verschillende modellen. We hebben in Nederland een goed werkend systeem voor de huisartsenspoedzorg, dat nauw verweven is met de huisartsenzorg overdag. Uit de verkenning kwamen twee modellen naar voren: een regionaal coöperatiemodel en een loondienstmodel.
Dit model gaat uit van de oprichting van coöperaties op (sub)regionaal niveau, die verantwoordelijk zijn voor het leveren van huisartsenspoedzorg in avond, nacht en weekend (ANW). Praktijkhouders en waarnemers sluiten zich aan bij deze coöperaties en zijn in die rol gezamenlijk verantwoordelijk voor het leveren van ANW-huisartsenspoedzorg. Dit model ligt ter beoordeling bij de Belastingdienst. Bij een positief oordeel werkt InEen dit model verder uit.
Bij een loondienstmodel neemt de huisartsenspoedpost huisartsen in dienst. Organisatorisch is dit een grote verandering, omdat een huisartsenspoedpost tot nu toe vooral een facilitaire rol heeft voor de praktijkhoudend huisartsen. De praktijkhoudend huisartsen dragen de verantwoordelijkheid voor 24/7 huisartsenzorg, een huisartsenspoedpost biedt hen de faciliteiten om de huisartsenspoedzorg in de ANW-uren te leveren. Omdat dit het enige alternatief is waarvan vaststaat dat het in lijn is met de huidige fiscale wetgeving, heeft InEen dit model wel verkend.
Uit de verkenning van het loondienstmodel op de huisartsenspoedpost blijkt dat de invoering een grote impact heeft op de organisatie van de huisartsenzorg in Nederland:
InEen heeft de implicaties van de introductie van het loondienstmodel uitgebreid besproken met haar leden. De conclusie is dat de huisartsenspoedposten geen bestuurlijke verantwoordelijkheid kunnen nemen voor het invoeren van een model dat de continuïteit en toegankelijkheid van de huisartsenzorg in de ANW-uren en overdag in gevaar kan brengen. Huisartsenspoedposten en hun bestuurders voelen zich verantwoordelijk voor naleving van fiscale wetgeving. Maar in de afweging tussen voldoen aan fiscale wetgeving en verantwoordelijkheid voor de continuïteit van zorg, valt de balans uit naar het laatste. InEen is in overleg met andere partijen – waaronder de LHV, ZN en het ministerie van VWS – over de consequenties van deze conclusie.
Uiteraard blijft het de intentie om te handelen in lijn met de Wet DBA. InEen en haar leden blijven zoeken naar mogelijkheden hiervoor. Als de Belastingdienst positief oordeelt over het regionaal coöperatiemodel, dan zullen we dit model verder uitwerken.
Huisartsen treffen regionaal voorbereidingen om meer crisisparaatheid te creëren in de praktijk en daarmee de wijk.
Ruim 180 eerstelijns- en huisartsenzorgbestuurders en managers gingen op 15 en 16 april met elkaar aan de slag met één centrale vraag: hoe houd je regie en draagvlak in een zorg die steeds sneller digitaliseert?
Bovenregionale samenwerking helpt bij werving, behoud en doorgroei zorgmedewerkers in Zuid-Holland-Zuid.