Incidentenmanagement en doorontwikkeling Vcare
Vcare deelt opgedane lessen en neemt de deelnemers mee in de status en ontwikkeling van het platform.
En toen was er geen stroom meer. 72 uur lang. Huisartsen in de regio’s Apeldoorn, Zutphen en de Oost-Achterhoek gaan regionaal voorbereidingen treffen om meer crisisparaatheid te creëren in de praktijk en daarmee de wijk. Daarbij kunnen ze rekenen op hun regionale huisartsenorganisatie (HOOG), die bijvoorbeeld wil ondersteunen bij het formuleren van hun hulpvraag.
Geen stroom, telefonie en watervoorziening. Geen computer, medicatie, koffie en contactmogelijkheden met collega-praktijken en belangrijke zorgverleners. Het kan ineens gebeuren. Denk aan de stroomstoring die vorig jaar Spanje urenlang lamlegde en de recente storm in Portugal. Ook bijvoorbeeld een cyberaanval kan de raderen tot stilstand brengen.
“In deze roerige tijd staan veel mensen ervoor open om zich voor te bereiden op dit soort scenario’s”, zegt Bart Smit, voorzitter Raad van Bestuur bij de regionale huisartsenorganisatie (RHO) HOOG. “Op 2000 kilometer van Nederland woedt een oorlog. Zekerheden in NAVO-verband staan onder druk. Ieder huishouden heeft vorig jaar het informatieboekje Bereid je voor op een noodsituatie ontvangen van de landelijke overheid. Onze ROH wil het momentum benutten en huisartsenpraktijken ondersteunen weerbaar te worden.”
In januari hebben daarom vijf praktijken uit de Oost-Achterhoek samen met het crisisteam van HuisartsenZorgTwente, een andere RHO, meegedaan aan een simulatie van een noodsituatie: 72 uur geen stroom. Ook bijvoorbeeld ziekenhuizen, zorgcentra en een ambulancedienst namen deel aan deze regionale ‘realistische ketenoefening’, gecoördineerd door GHOR Twente, GHOR Noord- en Oost-Gelderland en Bureau Acute Zorg Euregio (Twente, Oost-Achterhoek en de Duitse grensstreek).
Smit: “Na de evaluatie van de oefening gaan we een leidraad maken voor alle praktijken. Daarna bekijken we hoe en wat we samen met de praktijken oppakken in een informatiepakket of format voor de praktijken. Het uitgangspunt: welke voorwaarden en faciliteiten hebben huisartsen nodig om bij een stroomuitval van 72 uur zo snel mogelijk up and running te zijn? Hoe laat je bijvoorbeeld weten aan iedereen die staat ingeschreven bij je praktijk wat jullie werkwijze is in een noodsituatie? En hoe werk je als praktijken en met je ketenpartners samen wanneer iedereen op zichzelf is aangewezen? Onze RHO wil dit faciliteren. Het zou zonde zijn als de 147 aangesloten praktijken zelf en afzonderlijk het wiel moesten uitvinden. Het wordt overigens geen standaardpakket, maar meer een format: iedere praktijk kan voor zijn eigen situatie het optimale pakket samenstellen door aan de slag te gaan met de zaken die de praktijk het meest toepasselijk vindt en waarmee een krachtige verbinding mogelijk is met de zorgvragers in de wijk.”
HOOG ondersteunt drie regio’s, met gezamenlijk 430.000 bewoners. Elke regio heeft een coöperatie die aandeelhouder is van deze RHO. Elke regio kent ook een huisartsenspoedpost (HASP): Zutphen en Apeldoorn in de gelijknamige gemeente en de Oost-Achterhoek in Winterswijk. Smit: “Vooral met de HASPen doen we regelmatig regionale crisisoefeningen. Drie jaar geleden was het scenario: de digitale omgeving van de HASPen is gehackt, hoe gaan we daarmee om? Daaruit leerden we bijvoorbeeld dat sommige zaken niet sub-regionaal moeten worden opgepakt, zoals de crisisteams deden. Neem persvoorlichting. Dat moet je centraal organiseren. Anders hoort een journalist misschien van twee HASPen een ander verhaal, waardoor bij het publiek de indruk kan ontstaan dat we niet in control zijn.”
De huisartsendienstenstructuur is volgens Smit beter op noodsituaties voorbereid dan de gemiddelde dag-praktijk. “Dat komt door het rijke verleden aan oefeningen én door integratie van HASP en SEH. In Streekziekenhuis Koningin Beatrix in Winterswijk is dat al gerealiseerd: één gezamenlijk werkvloer, één balie en direct naar elkaar verwijzen. In Gelre ziekenhuizen, locatie Zutphen wordt dit jaar ook zo’n spoedplein ingericht. Het voordeel is dat je werkt als één organisatie, ook tijdens een crisis. Iedereen weet wie waarvoor verantwoordelijk is.”
De dag-praktijken moeten straks ook stappen zetten, dankzij het format van HOOG. Smit geeft er de voorkeur aan dat huisartsen elkaar enthousiasmeren – en in het verlengde daarvan poh’s, doktersassistenten en hun andere medewerkers. “In de week na de ketenoefening waaraan praktijken uit de Oost-Achterhoek hadden meegedaan, was er een algemene ledenvergadering voor de leden uit deze regio. We hadden een aantal deelnemende praktijken uitgenodigd. Die vertelden over de oefening en het nut van een goede voorbereiding op een noodsituatie. Als een huisarts zoiets hoort van collega’s, komt de boodschap beter over dan wanneer ik er als bestuurder over begin.”
Een ander advies van Smit: wil je zorgverleners warm maken voor een gedegen crisisvoorbereiding, voorkom dan dat ze tijdens een oefening in de anonimiteit verdwijnen. “Dat risico is aanwezig bij een oefening in de complete regio. Ik pleit voor een schaal waarin iedereen elkaar nog weet te vinden en het idee heeft een bijdrage te kunnen leveren.”
De meeste mensen vinden het lastig routines los te laten. Het wordt daarom een uitdaging om in nieuwe kaders te leren denken, zegt Smit. “Ik heb het zelf ondervonden tijdens de voorbereiding op een noodoefening in Zutphen, waarbij een oud-militair ons begeleidt namens de Veiligheidsregio Noord- en Oost Gelderland. Hij stelde me vragen over hoe te handelen bij 72 uur zonder stroom. Na elke suggestie zei hij: ‘Leuk antwoord, maar dat is er dan niet meer’. Ik bleek voortdurend te redeneren vanuit het bekende systeem dat werkt. Totdat ik een oplossing aandroeg voor mensen in kleinschalige woonzorgvormen: een vrachtwagentransporteur regelen die de mensen en belangrijkste voorzieningen verhuist naar een gymzaal, en voeding organiseren via een gaarkeuken.”
Vcare deelt opgedane lessen en neemt de deelnemers mee in de status en ontwikkeling van het platform.
Hoe krijgen regionale eerstelijnssamenwerkingsverbanden (RESV) vorm in de regio? En zorgen we dat de eerste lijn digitaal weerbaar blijft? Dit en meer in de nieuwste editie!