De verkennende gesprekken zijn een essentieel onderdeel van het Mentaal Gezondheidsnetwerk om een inschatting te geven welke hulp passend is voor de patiënt. Is dat bijvoorbeeld een behandeling in de Basis-GGZ of hulp in het sociaal domein? De uitkomst van het verkennend gesprek is een advies aan de huisarts, die vervolgens besluit om wel of niet te verwijzen.
De eerste resultaten van het verkennend gesprek voor de regio Zaanstreek-Waterland zijn positief, vertelt Masha Wight, projectleider namens de GGZ. “In deze regio is lef getoond, al vóór het landelijke programma Mentale Gezondheidsnetwerken. We hebben gezegd: we gaan dit gewoon doen, want we geloven hiermee problemen op te lossen. Grote winst is dat GGZ-behandelaren zich bewust worden van welke ondersteuning het sociaal domein te bieden heeft.”
Kaderhuisarts GGZ Karin Wittkampf ziet ook in de regio Amstelland de goede gevolgen van het verkennend gesprek. In deze regio sluit ook een ervaringsdeskundige aan bij het gesprek. “Dat kan ongelofelijk ondersteunend werken.” En hoe blij de partijen ook zijn met de eerste gesprekken, de zorg kan vooralsnog niet worden afgeschaald. Wittkampf: “Een belangrijk doel van het verkennende gesprek is dat huisartsen minder mensen zien. Een bottleneck is dat ook ná het verkennend gesprek een verwijzing van de huisarts vereist is. Als bijvoorbeeld uit het verkennend gesprek blijkt dat iemand een angststoornis heeft en moet worden behandeld in de GGZ, moet de patiënt eerst terug naar de huisarts voor een verwijzing.” Marijn Donkervliet, programmamanager Ouderenzorg en GGZ bij Amstelland Zorg sluit af: “Inhoudelijk heeft het verkennend gesprek meerwaarde, maar op deze manier kunnen wij helaas niet tegen huisartsen zeggen dat het tijdwinst gaat opleveren.”













