24 september 2026

Anoeska Mosterdijk verruilt landelijk speelveld voor de regio

Anoeska Mosterdijk vertrekt eind september bij InEen, maar blijft verbonden aan de vereniging. Niet langer in de rol van directeur, maar als lid, namens EerstelijnsZorg Zoetermeer. “Beleid dat we hebben ontwikkeld voor alle regio’s in het land, mag ik nu uitvoeren in de praktijk.”

directeur Anoeska Mosterdijk

“Voor de komende jaren is een mooie koers uitgezet. De Visie eerstelijnszorg 2030 en de Visie Huisartsenzorg 2035 voorzien in versterking en continuïteit van de eerstelijnszorg. Tegelijkertijd merk ik dat menig huisarts de beschreven multidisciplinaire samenwerking in wijk en regio best nog spannend vindt. Vooral de komst van het regionaal eerstelijnssamenwerkingsverband (RESV) roept vragen op. Maar huisartsen, apothekers, wijkverpleegkundigen, andere professionals in de eerste lijn én het sociaal domein hebben elkaar nodig. En die samenwerking gaat niet altijd vanzelf, dat moet je helpen organiseren. Als je goed weet wat je aan elkaar hebt en het werk op de juiste manier verdeelt, wordt het werk leuker en beter behapbaar en krijgt het nog meer kwaliteit.”

Dat zegt Anoeska Mosterdijk bij haar afscheid van InEen. Op 1 januari 2016 begon ze er als directeur en op 1 oktober aanstaande stapt ze over naar EerstelijnsZorg Zoetermeer (EZZ). Bij deze organisatie, die huisartsen, apothekers en andere eerstelijnszorgverleners ondersteunt, treedt Mosterdijk toe tot de raad van bestuur. Op 1 januari 2027 volgt ze André Louwen op als voorzitter. “Mijn uitdaging is straks om met alle EZZ-collega’s dát uit te voeren wat we in mijn InEen-tijd op papier hebben gezet.”

Samengevloeid

Terugblikkend op haar bijna elf jaar bij InEen is Mosterdijk vooral trots op de ontwikkeling die de leden en de vereniging hebben doorgemaakt. In 2014 smolten drie verenigingen samen tot InEen: de LVG (Landelijke Vereniging Georganiseerde eerste lijn), VHN (Vereniging Huisartsenposten Nederland) en LOK (Landelijke Organisatie voor Ketenzorg). Mosterdijk: “Bij mijn komst in 2016 waren er best nog veel deelvergaderingen, bedoeld voor de specifieke leden: huisartsenspoedposten, zorggroepen en gezondheidscentra. Maar in de loop der tijd zijn die samengevloeid, omdat leden steeds meer gingen fuseren en de samenhang tussen de dagzorg en de ANW-zorg steeds duidelijker werd. Tegenwoordig worden vrijwel alle belangrijke onderwerpen besproken tijdens de algemene ledenvergadering. In het begin moest InEen nog ontdekken: wat voor vereniging zijn we precies, waar moeten we wel en niet aandacht aan besteden? Nu is dat voor iedereen duidelijk, zowel intern als extern. Op die ontwikkeling kijk ik tevreden terug.”

Toekomstige positie zorggroepen

Ze vervolgt: “In 2016 was er al een landelijke dekking van zorggroepen en huisartsenspoedposten. Een belangrijke reden voor het ontstaan van zorggroepen was de opkomst van ketenzorg bij chronische aandoeningen. In 2016 en 2017 hebben we binnen de vereniging volop gediscussieerd over de toekomstige positie van zorggroepen. Ze hadden de potentie méér te doen, rondom bijvoorbeeld ouderenzorg, jeugdzorg en ggz. Maar ook in de ondersteuning van zorgprofessionals en hun praktijk. Dat resulteerde in 2018 in de komst van de O&I-financiering (organisatie & infrastructuur) en eind 2019 in de Visie Regionale samenwerking en organisatievorming in de huisartsenzorg, die InEen opstelde in samenwerking met de LHV en het NHG.”

Slagkracht huisartsenspoedposten

Ook voor de huisartsenspoedposten is er – naast de benaming – veel veranderd in die jaren. Mosterdijk: “Denk aan de ontwikkeling van spoedpleinen en zorgcoördinatie, maar ook aan de grote uitdagingen op de arbeidsmarkt en het moeten sluiten van posten.” Een bijzondere herinnering heeft Mosterdijk aan de samenwerking met de huisartsenspoedposten tijdens de coronatijd. “De posten hebben toen de handschoen opgepakt door onder meer kwetsbare ouderen te vaccineren tegen Covid-19. Het RIVM had InEen – als schakel tussen landelijke beleidsmakers en regionale uitvoerders – gevraagd of de huisartsenspoedposten een rol konden spelen bij het vaccineren. Daarna zag je de slagkracht en no nonsens-mentaliteit van de huisartsenspoedposten.”

Uitdaging: samenhang dagzorg en ANW-zorg

Wat soms wel een uitdaging is gebleven, is het beleidsmatig goed verbinden van de dagzorg en de ANW-zorg, aldus Mosterdijk. “Nog te vaak komen nieuwe ontwikkelingen los van elkaar tot stand. Denk aan de ontwikkeling van RESV’s, mentale gezondheidsnetwerken, ouderenzorg en zorgcoördinatie. Het liefst wil je dat alles vanaf het begin integraal ontwikkeld wordt. Maar als je alles met alles verbindt, bestaat de kans dat het te complex wordt en niets van de grond komt. Het is wel essentieel de zaken weer tijdig aan elkaar te knopen, want de dagzorg en de spoedzorg zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.”

‘Ondanks de bescheiden omvang heeft InEen een volwaardige rol in het landelijke speelveld’

Digitalisering en continuïteit

Anno 2026 zijn digitalisering en continuïteit van huisartsenzorg grote thema’s binnen de meeste regionale huisartsenorganisaties, vervolgt Mosterdijk. Over continuïteit zegt ze: “Dit is ingegeven door het arbeidsmarktvraagstuk en de stijgende zorgvraag. InEen-leden regelen bijvoorbeeld opvolging van stoppende huisartsen, nemen – al dan niet tijdelijk – praktijken over of werven medewerkers voor huisartsenpraktijken. Of ze zetten trajecten op voor zij-instromers in de huisartsenpraktijk. Binnen InEen kennen we een enthousiast en stimulerend netwerk met leden: het netwerk continuïteit. Een aantal leden deelt daarin ideeën. Wat werkt in jullie regio? Niet voor niets is InEen ooit opgericht als een vereniging van, voor en door leden.”

InEen meegegroeid

InEen is meegegroeid met het takenpakket van de leden, zegt Mosterdijk. “De rol van leden in regio’s werd groter en daarmee werd de landelijke rol van InEen groter. We spraken bijvoorbeeld mee over het Integraal Zorgakkoord (IZA) en het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA), en we zijn vertegenwoordigd aan digitaliserings- en arbeidsmarkttafels. Ondanks de bescheiden omvang van de vereniging hebben we een volwaardige rol in het landelijke speelveld.”

Verbinding met de leden

Als directeur gaf Anoeska leiding aan het InEen-bureau, dat ongeveer 20 fte telt. “Ik ben ook trots dat we in al die jaren ondanks het relatief kleine bureau een goede verbinding met de leden hebben gehad. En ondanks deze omvang is onze invloed aan landelijke tafels groot. Het InEen-netwerk is ook flink gegroeid. Eerst trokken we vooral op met het NHG en de LHV. Onder invloed van bijvoorbeeld het IZA, AZWA en de Visie eerstelijnszorg 2030 zijn nu ook onder meer ActiZ en Sociaal Werk Nederland natuurlijke partners geworden.”

Goed samenspel

Wat is de volgende stap die InEen-leden kunnen zetten? Wat is hun positie in de toekomst? Mosterdijk heeft er tijdens haar directeurschap naar gestreefd dat InEen de discussie hierover voortdurend stimuleerde en zo het takenpakket van de leden werd verbreed. “Maar op een natuurlijke manier, niet geforceerd. De vereniging moet vermijden voor de muziek uit te lopen.” Om in die metafoor te blijven: iemand noemde Mosterdijk ooit een dirigent, en dat vatte ze op als compliment. “Ik heb het ontzettend leuk gevonden om te zorgen voor een goed samenspel tussen het bureau, het bestuur en de leden van InEen.”

Bekijk ook