logo
circle image

Organisatieontwikkeling en Governance

Dit programma richt zich op vraagstukken rond de ontwikkeling en inrichting van organisaties: welke ondersteuning van het primaire (zorg)proces is nodig, hoe richt je die in, hoe vindt besluitvorming plaats en, niet in de laatste plaats, hoe zijn de professionals hierbij betrokken? Binnen het programma is ook aandacht voor scholing en leiderschap. En alle juridische vraagstukken en verkenning van nieuwe wetgeving worden binnen dit programma opgepakt.

Beoogde resultaten:

  • Omschrijving van kenmerken en varianten van de brede eerstelijnsorganisatie en van de benodigde infrastructuur
  • Verantwoorde governance voor de eerste lijn beschreven
  • Markering van de positie van de professional ten opzichte van de zorgorganisatie
  • Scholingswensen en -mogelijkheden voor bestuur en leiderschap in kaart gebracht

Beter worden met goed toezicht

30 november 2016

toezichtDe samenleving vraagt om nieuwe organisatievormen en meer maatschappelijke verantwoording. Hoe kunnen eerstelijnsorganisaties de toezichtfunctie op een goede manier vormgeven? Deze vraag stond centraal op de werkconferentie ‘Beter worden met goed toezicht’ die InEen eind oktober organiseerde samen met de Nederlandse Vereniging van Toezichthouders (NVTZ). Doel was bestuurders en toezichthouders te informeren over actuele ontwikkelingen rond good governance. Drie deelnemers vertellen met welke eyeopeners zij naar huis gingen.


ton-weberTon Weber, voorzitter Raad van Toezicht Cohesie
Vijf jaar geleden koos de Coöperatie Cohesie, die onder meer de Stichting Huisartsenposten Noord-Limburg en Cohesie Cure & Care BV voor chronische ketenzorg omvat, voor een Raad van Toezicht. Op de werkconferentie was Ton Weber zeer te spreken over Bas Baanders (NVTZ) die in zijn zeven principes de maatschappelijk doelstelling van de organisatie (‘het bieden van goede zorg aan cliënten’) centraal stelt. Ook diens aanbeveling om in de organisatie van tijd tot tijd ‘een stevige strategiediscussie’ te voeren neemt hij zich ter harte. ‘Voor mij was de kwintessens van de werkconferentie dat je bewust bezig moet zijn met de kwaliteit van de organisatie en dus van de mensen die in die organisatie werken en dat je de klant werkelijk centraal stelt. Bij dat laatste is nog best wel wat werk aan de winkel’, aldus Weber.

Vooralsnog heeft Cohesie de patiënteninspraak geïnstitutionaliseerd in Huis voor de Zorg. De andere pijler naast de Raad van Bestuur en het Huis voor de Zorg is de Raad van Afgevaardigden (huisartsen). Weber: ‘Dat geeft een driehoek waarmee je probeert de organisatie en het maatschappelijk omveld met elkaar in contact te brengen.’ Bewust kiest de Raad van Toezicht voor een actieve opstelling, naar de verschillende raden en ook door acte de présence te geven op formele en informele bijeenkomsten. Weber: ‘Je moet als Raad van Toezicht gevoel ontwikkelen voor wat er werkelijk aan de orde is in de organisatie, zodat je niet óver, maar mét mensen praat.’ Overigens, zegt hij, maakte Paul Zwietering (IGZ) die ook sprak op de conferentie, hem weer bewust van de kwetsbaarheid van de mensen die in de zorg werken ‘vanuit een enorme gedrevenheid en met meer dan gemiddelde motivatie’. ‘Hoe kunnen we hen ondersteunen als er iets gebeurt wat voor verbetering vatbaar is?’ aldus Weber.


eugen-zuiderwijkEugen Zuiderwijk, directeur KetenzorgNU
Voor Eugen Zuiderwijk betekende het vierdimensionale governance model van Dite Husselman, dat de verschillende niveaus van governance toont, een mooie theoretische onderbouwing van de keuzes die zijn organisatie maakte. Zuiderwijk: ‘Naarmate je als huisartsenorganisatie professionaliseert, ontstaat er automatisch een opwaartse kracht, waarbij het bestuur en het toezicht verder van de werkvloer af komen te staan.’ De grote vraag, zegt Zuiderwijk, is hoe je enerzijds de maatschappelijke verantwoording en anderzijds het draagvlak bij de achterban, de zorgverleners, met elkaar in balans brengt. ‘Elke huisartsenorganisatie heeft daarmee te maken.’

Met een raad van commissarissen voor KetenzorgNU, de werk-bv van de coöperatie ZorgNU, is het toezicht laag in de organisatie belegd. Door de maatschappelijke verantwoording en de professionele waarden op te nemen in de missie en de visie waaraan de algemene ledenvergadering van de coöperatie zich heeft gecommitteerd, ontstaat een organische wisselwerking. Daarin zijn de belangen van de zorgverleners en de organisatie gelijkwaardig betrokken. ‘Af en toe is er wrijving tussen de toezichthouder en de coöperatie die aandeelhouder is in de werk-bv. Als het bijvoorbeeld gaat om de winstuitkering ontstaat de discussie over wat voor de leden is en wat voor de zorg, maar dat zijn gezonde discussies.’ De organisatie heeft een jaar nodig gehad om op deze structuur uit te komen. ‘Neem die tijd’, adviseert Zuiderwijk. ‘Praat vanuit je visie over je wensen voor de toekomst, gegeven de stakeholders waar je mee te maken hebt, de zorgverleners, de verzekeraar et cetera. Dat moet goed aansluiten. Als je een goede organisatiestructuur hebt en een goede visie, dan volgt daaruit vanzelf het goede governance model.’


susan-wiegmanSusan Wiegman, huisarts-bestuurslid ROHA
Voor Susan Wiegman was deelname aan de werkconferentie, samen met een medebestuurslid en de directeur, vooral oriënterend aangezien ROHA, Zorggroep Amsterdam op dit moment nog niet met interne toezichthouders werkt. De discussie daarover ontstond afgelopen periode uit een discussie over het toedelen van de eindverantwoordelijkheden in de organisatie. ‘Bovendien’, aldus Wiegman, ‘heeft onze directie soms behoefte aan een blik van buiten de zorg’. Die kan je los inhuren, maar als het vaak voorkomt, kun je beter iemand in de organisatie hebben’. De werkconferentie gaf haar vooral inzicht in de mogelijkheden van de verschillende governance modellen: ‘We werken met 180 huisartsen en we willen graag dat de neuzen in de organisatie en van de huisartsen dezelfde kant op staan.’ De werkconferentie heeft van de optie om naar toezichthouders toe te gaan, een serieuze overweging gemaakt. Maar, zegt Wiegman, de belangrijkste eyeopener was dat – mochten we die keuze maken – we dat in een langzaam tempo moeten doen. ‘Weloverwogen en stap voor stap.’


[...]

toezichtDe samenleving vraagt om nieuwe organisatievormen en meer maatschappelijke verantwoording. Hoe kunnen eerstelijnsorganisaties de toezichtfunctie op een goede manier vormgeven? Deze vraag stond centraal op de werkconferentie ‘Beter worden met goed toezicht’ die InEen eind oktober organiseerde samen met de Nederlandse Vereniging van Toezichthouders (NVTZ). Doel was bestuurders en toezichthouders te informeren over actuele ontwikkelingen rond good governance. Drie deelnemers vertellen met welke eyeopeners zij naar huis gingen.


ton-weberTon Weber, voorzitter Raad van Toezicht Cohesie
Vijf jaar geleden koos de Coöperatie Cohesie, die onder meer de Stichting Huisartsenposten Noord-Limburg en Cohesie Cure & Care BV voor chronische ketenzorg omvat, voor een Raad van Toezicht. Op de werkconferentie was Ton Weber zeer te spreken over Bas Baanders (NVTZ) die in zijn zeven principes de maatschappelijk doelstelling van de organisatie (‘het bieden van goede zorg aan cliënten’) centraal stelt. Ook diens aanbeveling om in de organisatie van tijd tot tijd ‘een stevige strategiediscussie’ te voeren neemt hij zich ter harte. ‘Voor mij was de kwintessens van de werkconferentie dat je bewust bezig moet zijn met de kwaliteit van de organisatie en dus van de mensen die in die organisatie werken en dat je de klant werkelijk centraal stelt. Bij dat laatste is nog best wel wat werk aan de winkel’, aldus Weber.

Vooralsnog heeft Cohesie de patiënteninspraak geïnstitutionaliseerd in Huis voor de Zorg. De andere pijler naast de Raad van Bestuur en het Huis voor de Zorg is de Raad van Afgevaardigden (huisartsen). Weber: ‘Dat geeft een driehoek waarmee je probeert de organisatie en het maatschappelijk omveld met elkaar in contact te brengen.’ Bewust kiest de Raad van Toezicht voor een actieve opstelling, naar de verschillende raden en ook door acte de présence te geven op formele en informele bijeenkomsten. Weber: ‘Je moet als Raad van Toezicht gevoel ontwikkelen voor wat er werkelijk aan de orde is in de organisatie, zodat je niet óver, maar mét mensen praat.’ Overigens, zegt hij, maakte Paul Zwietering (IGZ) die ook sprak op de conferentie, hem weer bewust van de kwetsbaarheid van de mensen die in de zorg werken ‘vanuit een enorme gedrevenheid en met meer dan gemiddelde motivatie’. ‘Hoe kunnen we hen ondersteunen als er iets gebeurt wat voor verbetering vatbaar is?’ aldus Weber.


eugen-zuiderwijkEugen Zuiderwijk, directeur KetenzorgNU
Voor Eugen Zuiderwijk betekende het vierdimensionale governance model van Dite Husselman, dat de verschillende niveaus van governance toont, een mooie theoretische onderbouwing van de keuzes die zijn organisatie maakte. Zuiderwijk: ‘Naarmate je als huisartsenorganisatie professionaliseert, ontstaat er automatisch een opwaartse kracht, waarbij het bestuur en het toezicht verder van de werkvloer af komen te staan.’ De grote vraag, zegt Zuiderwijk, is hoe je enerzijds de maatschappelijke verantwoording en anderzijds het draagvlak bij de achterban, de zorgverleners, met elkaar in balans brengt. ‘Elke huisartsenorganisatie heeft daarmee te maken.’

Met een raad van commissarissen voor KetenzorgNU, de werk-bv van de coöperatie ZorgNU, is het toezicht laag in de organisatie belegd. Door de maatschappelijke verantwoording en de professionele waarden op te nemen in de missie en de visie waaraan de algemene ledenvergadering van de coöperatie zich heeft gecommitteerd, ontstaat een organische wisselwerking. Daarin zijn de belangen van de zorgverleners en de organisatie gelijkwaardig betrokken. ‘Af en toe is er wrijving tussen de toezichthouder en de coöperatie die aandeelhouder is in de werk-bv. Als het bijvoorbeeld gaat om de winstuitkering ontstaat de discussie over wat voor de leden is en wat voor de zorg, maar dat zijn gezonde discussies.’ De organisatie heeft een jaar nodig gehad om op deze structuur uit te komen. ‘Neem die tijd’, adviseert Zuiderwijk. ‘Praat vanuit je visie over je wensen voor de toekomst, gegeven de stakeholders waar je mee te maken hebt, de zorgverleners, de verzekeraar et cetera. Dat moet goed aansluiten. Als je een goede organisatiestructuur hebt en een goede visie, dan volgt daaruit vanzelf het goede governance model.’


susan-wiegmanSusan Wiegman, huisarts-bestuurslid ROHA
Voor Susan Wiegman was deelname aan de werkconferentie, samen met een medebestuurslid en de directeur, vooral oriënterend aangezien ROHA, Zorggroep Amsterdam op dit moment nog niet met interne toezichthouders werkt. De discussie daarover ontstond afgelopen periode uit een discussie over het toedelen van de eindverantwoordelijkheden in de organisatie. ‘Bovendien’, aldus Wiegman, ‘heeft onze directie soms behoefte aan een blik van buiten de zorg’. Die kan je los inhuren, maar als het vaak voorkomt, kun je beter iemand in de organisatie hebben’. De werkconferentie gaf haar vooral inzicht in de mogelijkheden van de verschillende governance modellen: ‘We werken met 180 huisartsen en we willen graag dat de neuzen in de organisatie en van de huisartsen dezelfde kant op staan.’ De werkconferentie heeft van de optie om naar toezichthouders toe te gaan, een serieuze overweging gemaakt. Maar, zegt Wiegman, de belangrijkste eyeopener was dat – mochten we die keuze maken – we dat in een langzaam tempo moeten doen. ‘Weloverwogen en stap voor stap.’


Presentaties Werkconferentie Good Governance 'Beter worden met goed toezicht'

02 november 2016

Hieronder vindt u de beschikbare presentaties van de Werkconferentie Good Governance georganiseerd door InEen en NVTZ op donderdag 27 oktober 2016:

Plenair

  • Dite Husselman, adviseur Husselmanadvies, geeft een terugkoppeling van haar onderzoek dat ze in opdracht van InEen heeft gedaan naar governance in de eerste lijn. Door vanuit een breder perspectief naar governance te kijken wordt duidelijk op welke gebieden en op welke dimensies je van andere collega’s kunt leren. Bekijk hier de presentatie.

Carrousselsessies

[...]

Hieronder vindt u de beschikbare presentaties van de Werkconferentie Good Governance georganiseerd door InEen en NVTZ op donderdag 27 oktober 2016:

Plenair

  • Dite Husselman, adviseur Husselmanadvies, geeft een terugkoppeling van haar onderzoek dat ze in opdracht van InEen heeft gedaan naar governance in de eerste lijn. Door vanuit een breder perspectief naar governance te kijken wordt duidelijk op welke gebieden en op welke dimensies je van andere collega’s kunt leren. Bekijk hier de presentatie.

Carrousselsessies

Bestuur in beeld

02 november 2016

In dit rapport wordt het onderzoek naar de feitelijke situatie van governance bij de leden van InEen en de daarbij voorkomende dilemma’s uiteengezet en geduid. Conclusie van het onderzoek is dat voor de leden van InEen door de onderlinge verschillen veel te leren van elkaar is. Verder wordt in dit rapport geconcludeerd dat het interne debat zich kan richten op de wijze waarop er een verbinding aangebracht kan worden tussen de formele governance-eisen en de waarden die bij professionals in het klinische proces dominant zijn. Het ‘hoe gaan we dit doen?’ vormt de kern van het gesprek met als doel de kwaliteit, de toegankelijkheid en de betaalbaarheid van de zorg in de eerste lijn te stimuleren en te borgen.

[...]

In dit rapport wordt het onderzoek naar de feitelijke situatie van governance bij de leden van InEen en de daarbij voorkomende dilemma’s uiteengezet en geduid. Conclusie van het onderzoek is dat voor de leden van InEen door de onderlinge verschillen veel te leren van elkaar is. Verder wordt in dit rapport geconcludeerd dat het interne debat zich kan richten op de wijze waarop er een verbinding aangebracht kan worden tussen de formele governance-eisen en de waarden die bij professionals in het klinische proces dominant zijn. Het ‘hoe gaan we dit doen?’ vormt de kern van het gesprek met als doel de kwaliteit, de toegankelijkheid en de betaalbaarheid van de zorg in de eerste lijn te stimuleren en te borgen.

Werkconferentie Good Governance van InEen succesvol

28 oktober 2016

Gistermiddag op 27 oktober organiseerde InEen samen met de Nederlandse Vereniging van Toezichthouders (NVTZ) de interactieve werkconferentie Good Governance ‘Beter worden met goed toezicht’.  Ongeveer 100 bestuurders en toezichthouders lieten zich onder leiding van dagvoorzitter Han Mulder, zelf huisarts en toezichthouder, op interactieve wijze informeren over de actuele ontwikkelingen. Veel aandacht ging uit naar een terugkoppeling van het onderzoek naar governance in de eerste lijn dat Husselman Advies uitvoerde in opdracht van InEen. Een van de conclusies luidde dat de interne discussie zich zou moeten richten op het aanbrengen van een verbinding tussen de formele governance-eisen en de professionele waarden van de professionals. Ruimschoots is gebruik gemaakt van de gelegenheid te netwerken met collega bestuurders en toezichthouders. De komende week worden de verschillende presentaties op de website van InEen geplaatst.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Gistermiddag op 27 oktober organiseerde InEen samen met de Nederlandse Vereniging van Toezichthouders (NVTZ) de interactieve werkconferentie Good Governance ‘Beter worden met goed toezicht’.  Ongeveer 100 bestuurders en toezichthouders lieten zich onder leiding van dagvoorzitter Han Mulder, zelf huisarts en toezichthouder, op interactieve wijze informeren over de actuele ontwikkelingen. Veel aandacht ging uit naar een terugkoppeling van het onderzoek naar governance in de eerste lijn dat Husselman Advies uitvoerde in opdracht van InEen. Een van de conclusies luidde dat de interne discussie zich zou moeten richten op het aanbrengen van een verbinding tussen de formele governance-eisen en de professionele waarden van de professionals. Ruimschoots is gebruik gemaakt van de gelegenheid te netwerken met collega bestuurders en toezichthouders. De komende week worden de verschillende presentaties op de website van InEen geplaatst.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Vilans (onder)zoekt zorggroepen, zorgketens en -netwerken

21 oktober 2016

Met een eenmalige digitale enquête in november gaan Vilans en TIAS (Universiteit Tilburg en TU Eindhoven) in kaart brengen hoe de samenwerking in de zorg- en welzijnssector is ingericht. Het onderzoek richt zich met name op de governance (sturing, verantwoording, toezicht, inkoop). Ook de effectiviteit daarvan en mogelijke verbeteringen worden onderzocht. De onderzoekers roepen de coördinatoren of andere vertegenwoordigers van samenwerkingsverbanden op om mee te doen. Deelnemen betekent bijdragen aan de algemene kennis over samenwerking en de governance van samenwerkingsverbanden en kan ook leiden tot meer inzicht in de eigen samenwerking. Meer informatie en aanmelden (uiterlijk 3 november) bij Vilans-onderzoeker Anne Deelen.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Met een eenmalige digitale enquête in november gaan Vilans en TIAS (Universiteit Tilburg en TU Eindhoven) in kaart brengen hoe de samenwerking in de zorg- en welzijnssector is ingericht. Het onderzoek richt zich met name op de governance (sturing, verantwoording, toezicht, inkoop). Ook de effectiviteit daarvan en mogelijke verbeteringen worden onderzocht. De onderzoekers roepen de coördinatoren of andere vertegenwoordigers van samenwerkingsverbanden op om mee te doen. Deelnemen betekent bijdragen aan de algemene kennis over samenwerking en de governance van samenwerkingsverbanden en kan ook leiden tot meer inzicht in de eigen samenwerking. Meer informatie en aanmelden (uiterlijk 3 november) bij Vilans-onderzoeker Anne Deelen.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Vernieuwde zorgbrede governance-code

14 oktober 2016

Eind september is een nieuwe Zorgbrede Governance Code (ZGC)  gepresenteerd. Dit najaar leggen de leden van de initiatiefnemer (BoZ) de tekst voor aan hun achterban. Naar verwachting vervangt de nieuwe code per 1 januari 2017 de huidige ZGC 2010. De minister heeft laten weten dat de code na goedkeuring ook voor andere zorgaanbieders in de eerstelijnszorg zal gelden. De actuele ontwikkelingen rond good governance zijn ook het onderwerp van onze werkconferentie ‘Beter worden met goed toezicht’ op 27 oktober (12.00-18.00 uur) in Zeist. De middag is bedoeld voor directeuren/bestuurders en hun toezichthouders. Meer informatie en aanmeldenLees verder over de nieuwe ZGC 2017.

[...]

Eind september is een nieuwe Zorgbrede Governance Code (ZGC)  gepresenteerd. Dit najaar leggen de leden van de initiatiefnemer (BoZ) de tekst voor aan hun achterban. Naar verwachting vervangt de nieuwe code per 1 januari 2017 de huidige ZGC 2010. De minister heeft laten weten dat de code na goedkeuring ook voor andere zorgaanbieders in de eerstelijnszorg zal gelden. De actuele ontwikkelingen rond good governance zijn ook het onderwerp van onze werkconferentie ‘Beter worden met goed toezicht’ op 27 oktober (12.00-18.00 uur) in Zeist. De middag is bedoeld voor directeuren/bestuurders en hun toezichthouders. Meer informatie en aanmeldenLees verder over de nieuwe ZGC 2017.

InEen-werkconferentie Good Governance geaccrediteerd voor 4 punten

30 september 2016

De accreditatieaanvraag voor de interactieve werkconferentie Good Governance ‘Beter worden met goed toezicht’ op donderdag 27 oktober heeft 4 punten opgeleverd voor de deelnemende huisartsen. De werkconferentie, die we samen met de Nederlandse Vereniging van Toezichthouders (NVTZ) organiseren, is bedoeld voor directeuren/bestuurders en hun toezichthouders. De middag bestaat uit enkele korte inleidingen en een afwisselend interactief carrouselprogramma. Laat je inspireren: hoe kunnen organisaties in de eerste lijn (nog) beter worden met goed toezicht? Meer informatie en aanmelden.

[...]

De accreditatieaanvraag voor de interactieve werkconferentie Good Governance ‘Beter worden met goed toezicht’ op donderdag 27 oktober heeft 4 punten opgeleverd voor de deelnemende huisartsen. De werkconferentie, die we samen met de Nederlandse Vereniging van Toezichthouders (NVTZ) organiseren, is bedoeld voor directeuren/bestuurders en hun toezichthouders. De middag bestaat uit enkele korte inleidingen en een afwisselend interactief carrouselprogramma. Laat je inspireren: hoe kunnen organisaties in de eerste lijn (nog) beter worden met goed toezicht? Meer informatie en aanmelden.

Modelovereenkomsten van opdracht

19 september 2016

Opdrachtgevers en ZZP’ers die samenwerken moeten weten of de Belastingdienst de opdrachtnemer ziet als ondernemer of als werknemer in loondienst. Vroeger gebeurde dat met de inmiddels afgeschafte VAR. Sinds 1 mei van dit jaar kunnen opdrachtgevers en ZZP’ers gebruik maken van overeenkomsten die de Belastingdienst heeft opgesteld of beoordeeld. Deze zgn. modelovereenkomsten zijn onderdeel van de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (Wet DBA). InEen en de LHV hebben afgelopen juni twee modelovereenkomsten ter beoordeling en goedkeuring ingediend bij de Belastingdienst: één voor het inhuren van ANW-diensten van waarnemend huisartsen door individuele huisartsen en een tweede voor het inhuren van ANW-diensten van waarnemend huisartsen door de HDS. Het overleg met de Belastingdienst hierover is inmiddels gestart. Op korte termijn gaan we ook een modelovereenkomst voor kaderartsen ter beoordeling aan de Belastingdienst voorleggen. We attenderen jullie op het document ‘Veel gestelde vragen en antwoorden modelovereenkomsten’ op onze website. Met vragen kun je terecht bij Michaela de Gelder (InEen).

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Opdrachtgevers en ZZP’ers die samenwerken moeten weten of de Belastingdienst de opdrachtnemer ziet als ondernemer of als werknemer in loondienst. Vroeger gebeurde dat met de inmiddels afgeschafte VAR. Sinds 1 mei van dit jaar kunnen opdrachtgevers en ZZP’ers gebruik maken van overeenkomsten die de Belastingdienst heeft opgesteld of beoordeeld. Deze zgn. modelovereenkomsten zijn onderdeel van de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (Wet DBA). InEen en de LHV hebben afgelopen juni twee modelovereenkomsten ter beoordeling en goedkeuring ingediend bij de Belastingdienst: één voor het inhuren van ANW-diensten van waarnemend huisartsen door individuele huisartsen en een tweede voor het inhuren van ANW-diensten van waarnemend huisartsen door de HDS. Het overleg met de Belastingdienst hierover is inmiddels gestart. Op korte termijn gaan we ook een modelovereenkomst voor kaderartsen ter beoordeling aan de Belastingdienst voorleggen. We attenderen jullie op het document ‘Veel gestelde vragen en antwoorden modelovereenkomsten’ op onze website. Met vragen kun je terecht bij Michaela de Gelder (InEen).

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Inschrijving InEen-werkconferentie Good Governance gestart

16 september 2016

Vorige week informeerden wij jullie al over de interactieve Werkconferentie Good Governance ‘Beter worden met goed toezicht’ op donderdagmiddag 27 oktober. We organiseren de conferentie samen met de Nederlandse Vereniging van Toezichthouders (NVTZ) en richten ons daarbij op directeuren/bestuurders en hun toezichthouders. Je krijgt deze middag enkele korte inleidingen en een afwisselend interactief carrouselprogramma aangeboden. In één middag ben je zo op de hoogte van de actuele ontwikkelingen. Laat je inspireren: hoe kunnen organisaties in de eerste lijn (nog) beter worden met goed toezicht? Meer informatie en aanmelden.

[...]

Vorige week informeerden wij jullie al over de interactieve Werkconferentie Good Governance ‘Beter worden met goed toezicht’ op donderdagmiddag 27 oktober. We organiseren de conferentie samen met de Nederlandse Vereniging van Toezichthouders (NVTZ) en richten ons daarbij op directeuren/bestuurders en hun toezichthouders. Je krijgt deze middag enkele korte inleidingen en een afwisselend interactief carrouselprogramma aangeboden. In één middag ben je zo op de hoogte van de actuele ontwikkelingen. Laat je inspireren: hoe kunnen organisaties in de eerste lijn (nog) beter worden met goed toezicht? Meer informatie en aanmelden.

Afspraken InEen en ZN over afhandeling BTW vóór 2016

15 juni 2016

We zijn weer een stap verder met de informatie over de BTW voor zorggroepen en gezondheidscentra. Zoals vorige week aangekondigd hebben we uniforme afspraken gemaakt met ZN over de BTW vóór 2016. Ook de preferente zorgverzekeraars brengen de gezondheidscentra en zorggroepen op de hoogte van deze afspraken. Op een later moment volgen de FAQ’s rond BTW en een overzicht met de contactpersonen van de zorgverzekeraars.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 10 juni 2016.

[...]

We zijn weer een stap verder met de informatie over de BTW voor zorggroepen en gezondheidscentra. Zoals vorige week aangekondigd hebben we uniforme afspraken gemaakt met ZN over de BTW vóór 2016. Ook de preferente zorgverzekeraars brengen de gezondheidscentra en zorggroepen op de hoogte van deze afspraken. Op een later moment volgen de FAQ’s rond BTW en een overzicht met de contactpersonen van de zorgverzekeraars.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 10 juni 2016.

Terugblik informatiebijeenkomst BTW

06 juni 2016

Er was veel belangstelling voor de informatiebijeenkomst BTW van afgelopen dinsdag. Na een introductie door Anoeska Mosterdijk, hebben Ad van Gorp (extern adviseur van diverse gezondheidscentra en Raedelijn) en Theo Bisschops (directeur zorggroep RCH Midden-Brabant) de ins en outs van de BTW in de zorg en de lopende juridische procedure toegelicht. Judith van Duren (programmamanager InEen) sloot de bijeenkomst af met een doorkijkje naar de concept afspraken met de zorgverzekeraars over de uniforme afhandeling van de BTW vóór 1 januari 2016. Zodra de uniforme afspraken van ZN en de zorgverzekeraars definitief uitgewerkt zijn, laten we dat via het weekbericht weten.  Zie de presentaties van de bijeenkomst.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 3 juni 2016.

[...]

Er was veel belangstelling voor de informatiebijeenkomst BTW van afgelopen dinsdag. Na een introductie door Anoeska Mosterdijk, hebben Ad van Gorp (extern adviseur van diverse gezondheidscentra en Raedelijn) en Theo Bisschops (directeur zorggroep RCH Midden-Brabant) de ins en outs van de BTW in de zorg en de lopende juridische procedure toegelicht. Judith van Duren (programmamanager InEen) sloot de bijeenkomst af met een doorkijkje naar de concept afspraken met de zorgverzekeraars over de uniforme afhandeling van de BTW vóór 1 januari 2016. Zodra de uniforme afspraken van ZN en de zorgverzekeraars definitief uitgewerkt zijn, laten we dat via het weekbericht weten.  Zie de presentaties van de bijeenkomst.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 3 juni 2016.

Een gezonde praktijk als basis voor goede samenwerking

26 mei 2016


De-Gezonde-PraktijkMet de Zorgondernemersscan van De Gezonde Praktijk, een initiatief van Caransscoop en Progez, kunnen zorgondernemers hun ondernemerschap toetsen. De Zorgondernemersscan is een van de middelen waarmee zorgverleners hun praktijk zo gezond en effectief mogelijk kunnen laten functioneren. Daarnaast biedt De Gezonde Praktijk workshops, coaching, intervisie en een praktijkscan (gericht op zorgaanbod en populatie).

‘Zorgverleners zijn zich vaak niet bewust dat ze ook ondernemer zijn. Ze voelen zich vooral zorgverlener’, zegt Boy Zwartjes adviseur bij Caransscoop. De blinde vlek kan leiden tot het onvoldoende inzetten van sterke en zwakke kanten. De scan biedt een moment van reflectie en geeft impulsen voor verbetering. Onlangs gingen de ROS’en Caransscoop en Progez een bestuurlijke fusie aan. Alle activiteiten gericht op de ondernemerskant van de praktijken zijn gebundeld in De Gezonde Praktijk. ‘Ons uitgangspunt is’, aldus Zwartjes, ‘dat een gezonde praktijk de beste basis is voor goede samenwerking, zowel in de praktijk als daarbuiten. Met De Gezonde Praktijk willen we deze samenwerking faciliteren.’

De Zorgondernemersscan is ontwikkeld in samenwerking met Entrepeneur Consultancy die een dergelijke scan eerder ontwikkelde voor het MKB. Wat maakt een zorgondernemer specifiek? Zwartjes: ‘Een verschil zit bijvoorbeeld in de financieringsstructuur. De risicobereidheid van de zorgondernemer zit anders in elkaar. Ook werken zorgondernemers anders met elkaar samen. We hebben daarom in de Zorgondernemersscan de competentie samenwerken toegevoegd. In de zorg gaat het bijvoorbeeld veel sterker over kwaliteit en inhoud dan over resultaten halen.’

De scan bestaat uit een valide wetenschappelijk onderbouwde vragenlijst, een analyse en een gesprek. De mogelijkheid van wederzijdse feedback met een collega (360 graden feedback) is ingebouwd en ook een teamanalyse is mogelijk. Zwartjes: ‘We bouwen het gesprek op via de methode data-dialoog-doen. Vanuit de resultaten van de scan gaan we het gesprek aan en dat leidt bijna altijd tot leerdoelen. Het is aan de zorgverlener om hier actie in te ondernemen.’ De scan richt zich op de kwaliteiten, de eigenschappen, de competenties en de denkstijlen van de ondernemer. Een leerdoel kan zijn dat je bepaalde dingen beter aan een collega kunt overlaten. Of hoe je beter kunt netwerken.’ Ook de teamscan, zegt Zwartjes, is leerzaam. ‘De scan laat mooi ieders kwaliteiten in het team zien. Als die teveel op elkaar lijken, kom je misschien ergens iets tekort.’ Desgewenst kunnen deelnemers bij De Gezonde Praktijk aanvullende scholing doen.

In de nieuwsbrief die De Gezonde Praktijk in april heeft verspreid, vertellen zorgverleners over hun ervaringen met de scan. Meer informatie: Boy Zwartjes (Caransscoop) en Anniek Appelman (Progez).

[...]


De-Gezonde-PraktijkMet de Zorgondernemersscan van De Gezonde Praktijk, een initiatief van Caransscoop en Progez, kunnen zorgondernemers hun ondernemerschap toetsen. De Zorgondernemersscan is een van de middelen waarmee zorgverleners hun praktijk zo gezond en effectief mogelijk kunnen laten functioneren. Daarnaast biedt De Gezonde Praktijk workshops, coaching, intervisie en een praktijkscan (gericht op zorgaanbod en populatie).

‘Zorgverleners zijn zich vaak niet bewust dat ze ook ondernemer zijn. Ze voelen zich vooral zorgverlener’, zegt Boy Zwartjes adviseur bij Caransscoop. De blinde vlek kan leiden tot het onvoldoende inzetten van sterke en zwakke kanten. De scan biedt een moment van reflectie en geeft impulsen voor verbetering. Onlangs gingen de ROS’en Caransscoop en Progez een bestuurlijke fusie aan. Alle activiteiten gericht op de ondernemerskant van de praktijken zijn gebundeld in De Gezonde Praktijk. ‘Ons uitgangspunt is’, aldus Zwartjes, ‘dat een gezonde praktijk de beste basis is voor goede samenwerking, zowel in de praktijk als daarbuiten. Met De Gezonde Praktijk willen we deze samenwerking faciliteren.’

De Zorgondernemersscan is ontwikkeld in samenwerking met Entrepeneur Consultancy die een dergelijke scan eerder ontwikkelde voor het MKB. Wat maakt een zorgondernemer specifiek? Zwartjes: ‘Een verschil zit bijvoorbeeld in de financieringsstructuur. De risicobereidheid van de zorgondernemer zit anders in elkaar. Ook werken zorgondernemers anders met elkaar samen. We hebben daarom in de Zorgondernemersscan de competentie samenwerken toegevoegd. In de zorg gaat het bijvoorbeeld veel sterker over kwaliteit en inhoud dan over resultaten halen.’

De scan bestaat uit een valide wetenschappelijk onderbouwde vragenlijst, een analyse en een gesprek. De mogelijkheid van wederzijdse feedback met een collega (360 graden feedback) is ingebouwd en ook een teamanalyse is mogelijk. Zwartjes: ‘We bouwen het gesprek op via de methode data-dialoog-doen. Vanuit de resultaten van de scan gaan we het gesprek aan en dat leidt bijna altijd tot leerdoelen. Het is aan de zorgverlener om hier actie in te ondernemen.’ De scan richt zich op de kwaliteiten, de eigenschappen, de competenties en de denkstijlen van de ondernemer. Een leerdoel kan zijn dat je bepaalde dingen beter aan een collega kunt overlaten. Of hoe je beter kunt netwerken.’ Ook de teamscan, zegt Zwartjes, is leerzaam. ‘De scan laat mooi ieders kwaliteiten in het team zien. Als die teveel op elkaar lijken, kom je misschien ergens iets tekort.’ Desgewenst kunnen deelnemers bij De Gezonde Praktijk aanvullende scholing doen.

In de nieuwsbrief die De Gezonde Praktijk in april heeft verspreid, vertellen zorgverleners over hun ervaringen met de scan. Meer informatie: Boy Zwartjes (Caransscoop) en Anniek Appelman (Progez).

Geactualiseerd voorbeeldtekst bezwaarschrift btw

19 mei 2016

Naar aanleiding van recente ontwikkelingen en het feit dat een zorggroep in hoger beroep is gegaan tegen nabetaling btw over de periode voor 1 januari 2016 heeft InEen de voorbeeldtekst bezwaarschrift tegen het afdragen van btw over de (overheadcomponent van de) ketenzorg- en GEZ-tarieven over de jaren 2011 t/m 2015 door BDO laten actualiseren.  Voorbeeldtekst bezwaarschrift

[...]

Naar aanleiding van recente ontwikkelingen en het feit dat een zorggroep in hoger beroep is gegaan tegen nabetaling btw over de periode voor 1 januari 2016 heeft InEen de voorbeeldtekst bezwaarschrift tegen het afdragen van btw over de (overheadcomponent van de) ketenzorg- en GEZ-tarieven over de jaren 2011 t/m 2015 door BDO laten actualiseren.  Voorbeeldtekst bezwaarschrift

Overeenstemming met zorgverzekeraars over BTW voor 2016

27 april 2016

Per 1 januari 2016 is er een btw-vrijstelling voor samenwerkingsverbanden op gebied van eerstelijnszorg van kracht. In de InEen-weekberichten van 26 februari en 8 april hebben we bericht over de reikwijdte van de vrijstelling en het BDO-advies hierover. InEen bereiken echter ook vragen van zorggroepen en gezondheidscentra over de terugwerkende kracht van de regeling. We hebben hierover overleg gevoerd met ZN/verzekeraars en de ministeries van VWS/Financiën. Met de verzekeraars hebben we inmiddels overeenstemming bereikt over vergoeding van btw-kosten over de periode vóór 1 januari 2016.  Klik hier voor de stand van zaken. Daarnaast blijft InEen zich in Den Haag tot in laatste en hoogste instantie verzetten tegen de plicht van zorggroepen en gezondheidscentra om met terugwerkende kracht btw-aangifte te doen over de O&I component in ketenzorgtarieven en GEZ-tarieven over de jaren 2011-2015. We hopen jullie binnen enkele weken meer informatie te kunnen geven over de uitkomsten van het gesprek met VWS/Financiën. Dat doen we tijdens een informatiebijeenkomst op 31 mei (13.30-15.30 uur). Tijdens deze bijeenkomst geven we ook een nadere toelichting op de overeenstemming met ZN. Zet deze datum alvast in je agenda. We adviseren jullie, voor zover dit nog niet gebeurd is, over de btw in overleg te treden met de eigen accountant en met hem te bespreken wat in jouw situatie de meest geëigende beslissing is ten aan zien van het doen van aangifte en het verwerken in de jaarrekening. Mogelijk is uitstel daarbij ook een optie.

Dit weekbericht is overgenomen uit het weekbericht van 22 april 2016.

[...]

Per 1 januari 2016 is er een btw-vrijstelling voor samenwerkingsverbanden op gebied van eerstelijnszorg van kracht. In de InEen-weekberichten van 26 februari en 8 april hebben we bericht over de reikwijdte van de vrijstelling en het BDO-advies hierover. InEen bereiken echter ook vragen van zorggroepen en gezondheidscentra over de terugwerkende kracht van de regeling. We hebben hierover overleg gevoerd met ZN/verzekeraars en de ministeries van VWS/Financiën. Met de verzekeraars hebben we inmiddels overeenstemming bereikt over vergoeding van btw-kosten over de periode vóór 1 januari 2016.  Klik hier voor de stand van zaken. Daarnaast blijft InEen zich in Den Haag tot in laatste en hoogste instantie verzetten tegen de plicht van zorggroepen en gezondheidscentra om met terugwerkende kracht btw-aangifte te doen over de O&I component in ketenzorgtarieven en GEZ-tarieven over de jaren 2011-2015. We hopen jullie binnen enkele weken meer informatie te kunnen geven over de uitkomsten van het gesprek met VWS/Financiën. Dat doen we tijdens een informatiebijeenkomst op 31 mei (13.30-15.30 uur). Tijdens deze bijeenkomst geven we ook een nadere toelichting op de overeenstemming met ZN. Zet deze datum alvast in je agenda. We adviseren jullie, voor zover dit nog niet gebeurd is, over de btw in overleg te treden met de eigen accountant en met hem te bespreken wat in jouw situatie de meest geëigende beslissing is ten aan zien van het doen van aangifte en het verwerken in de jaarrekening. Mogelijk is uitstel daarbij ook een optie.

Dit weekbericht is overgenomen uit het weekbericht van 22 april 2016.

Stand van zaken voorbeeldovereenkomsten (VBO’s)

15 april 2016

Eerder al informeerden we jullie over de afschaffing van de Verklaring arbeidsrelatie (VAR) en de ontwikkeling van voorbeeldovereenkomsten (VBO’s). Samen met de LHV werkt InEen aan voorbeeldovereenkomsten die gebruikt kunnen worden bij de inhuur van waarnemers op de huisartsenposten. Inmiddels is er ook een voorbeeldovereenkomst voor de inhuur van de POH-GGZ.

  1. De laatste hand wordt gelegd aan voorbeeldovereenkomsten (VBO’s) voor de diensten op de huisartsenpost. Er is een versie voor diensten die worden verkocht door individuele huisartsen en een versie voor diensten die worden verkocht door huisartsenposten. De laatste conceptversies zijn gereed en worden momenteel voorgelegd aan een aantal leden. De planning is om deze overeenkomsten volgende week ter toetsing in te sturen aan de Belastingdienst.
  2. De LHV heeft vorige week goedkeuring voor een voorbeeldovereenkomst gekregen voor de zelfstandige POH-GGZ. Download de overeenkomst.
  3. LHV en InEen zijn vooralsnog niet voornemens meer voorbeeldovereenkomst in te dienen, omdat het lastig is gebleken een model te ontwikkelen dat breed toepasbaar is voor alle denkbare situaties , en bovendien de kans groot is dat de praktijk afwijkt van de gehanteerde voorbeelden en toepassing van de modelovereenkomst het risico met zich mee brengt dat alsnog inkomstenbelasting afgedragen moet worden.
  4. Op de website van de Belastingdienst staat reeds een aantal door de Belastingdienst beoordeelde en goedgekeurde VBO’s. Bij het beoordelen van de overeenkomsten heeft de Belastingdienst alleen gekeken naar fiscaal relevante bepalingen. Dit zijn de voorwaarden die van belang zijn bij het bepalen of er sprake is van loondienst. Deze bepalingen in de modelovereenkomst zijn geel gemarkeerd en mogen niet worden aanpast! De niet-gemarkeerde artikelen kunt u aanvullen en aanpassen aan de eigen situatie, mits niet in strijd met de gemarkeerde artikelen. De aanpassingen in de niet-gemarkeerde artikelen hoeven niet ter goedkeuring aan de Belastingdienst voorgelegd te worden.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 15 april 2016.

[...]

Eerder al informeerden we jullie over de afschaffing van de Verklaring arbeidsrelatie (VAR) en de ontwikkeling van voorbeeldovereenkomsten (VBO’s). Samen met de LHV werkt InEen aan voorbeeldovereenkomsten die gebruikt kunnen worden bij de inhuur van waarnemers op de huisartsenposten. Inmiddels is er ook een voorbeeldovereenkomst voor de inhuur van de POH-GGZ.

  1. De laatste hand wordt gelegd aan voorbeeldovereenkomsten (VBO’s) voor de diensten op de huisartsenpost. Er is een versie voor diensten die worden verkocht door individuele huisartsen en een versie voor diensten die worden verkocht door huisartsenposten. De laatste conceptversies zijn gereed en worden momenteel voorgelegd aan een aantal leden. De planning is om deze overeenkomsten volgende week ter toetsing in te sturen aan de Belastingdienst.
  2. De LHV heeft vorige week goedkeuring voor een voorbeeldovereenkomst gekregen voor de zelfstandige POH-GGZ. Download de overeenkomst.
  3. LHV en InEen zijn vooralsnog niet voornemens meer voorbeeldovereenkomst in te dienen, omdat het lastig is gebleken een model te ontwikkelen dat breed toepasbaar is voor alle denkbare situaties , en bovendien de kans groot is dat de praktijk afwijkt van de gehanteerde voorbeelden en toepassing van de modelovereenkomst het risico met zich mee brengt dat alsnog inkomstenbelasting afgedragen moet worden.
  4. Op de website van de Belastingdienst staat reeds een aantal door de Belastingdienst beoordeelde en goedgekeurde VBO’s. Bij het beoordelen van de overeenkomsten heeft de Belastingdienst alleen gekeken naar fiscaal relevante bepalingen. Dit zijn de voorwaarden die van belang zijn bij het bepalen of er sprake is van loondienst. Deze bepalingen in de modelovereenkomst zijn geel gemarkeerd en mogen niet worden aanpast! De niet-gemarkeerde artikelen kunt u aanvullen en aanpassen aan de eigen situatie, mits niet in strijd met de gemarkeerde artikelen. De aanpassingen in de niet-gemarkeerde artikelen hoeven niet ter goedkeuring aan de Belastingdienst voorgelegd te worden.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 15 april 2016.

Verschenen: WTZi-special 5 over besturing en toezicht in de eerste lijn

11 april 2016

Afgelopen week is de vijfde WTZi-special verschenen. Zorggroepen, gezondheidscentra, huisartsenposten en eerstelijnsdiagnostische centra zijn zorginstellingen en hebben te maken met regelgeving als de Wet toelating zorginstellingen (WTZi). De opvattingen over onderwerpen als governance en toezicht staan momenteel weer sterk in de aandacht. Dat heeft te maken met het ontstaan van nieuwe samenwerkingsvormen, tussen organisaties en tussen verschillende disciplines, zoals wijkteams en zorgnetwerken. De grenzen en invloedssferen van de individuele organisaties vervagen. Hoe richt je in een netwerk het bestuur en toezicht adequaat in? Wat vraagt dit van het toezicht? In WTZi-special 5 informeren we jullie – samen met de Nederlandse Vereniging van Toezichthouders in Zorg en Welzijn (NVTZ) – over de actuele ontwikkelingen.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 8 april 2016.

[...]

Afgelopen week is de vijfde WTZi-special verschenen. Zorggroepen, gezondheidscentra, huisartsenposten en eerstelijnsdiagnostische centra zijn zorginstellingen en hebben te maken met regelgeving als de Wet toelating zorginstellingen (WTZi). De opvattingen over onderwerpen als governance en toezicht staan momenteel weer sterk in de aandacht. Dat heeft te maken met het ontstaan van nieuwe samenwerkingsvormen, tussen organisaties en tussen verschillende disciplines, zoals wijkteams en zorgnetwerken. De grenzen en invloedssferen van de individuele organisaties vervagen. Hoe richt je in een netwerk het bestuur en toezicht adequaat in? Wat vraagt dit van het toezicht? In WTZi-special 5 informeren we jullie – samen met de Nederlandse Vereniging van Toezichthouders in Zorg en Welzijn (NVTZ) – over de actuele ontwikkelingen.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 8 april 2016.

Overgangsjaar 2017 GEZ financiering geregeld

22 maart 2016

InEen heeft met ZN, LHV en VWS overeenstemming bereikt over een overgangsjaar in de GEZ financiering voor het contractjaar 2017. In het project Organisatie & Infrastructuur (O&I) worden momenteel onder leiding van Edwin Velzel bouwstenen ontwikkeld voor een nieuwe bekostiging voor organisatie en infrastructuur. De nieuwe bekostiging zou per 1 januari 2018 in werking moeten treden. De afspraken voor het overgangsjaar moeten een stukje rust en continuïteit bieden in de contractering GEZ voor 2017. Eerder ontvingen we signalen van leden dat verzekeraars GEZ willen afbouwen voordat de nieuwe bekostigingssystematiek is ingevoerd. Lees daarom de gemaakte afspraken over het overgangsjaar GEZ en de informatie over het project O&I. Met vragen kunnen jullie contact opnemen met Judith van Duren (InEen).

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 18 maart 2016.

[...]

InEen heeft met ZN, LHV en VWS overeenstemming bereikt over een overgangsjaar in de GEZ financiering voor het contractjaar 2017. In het project Organisatie & Infrastructuur (O&I) worden momenteel onder leiding van Edwin Velzel bouwstenen ontwikkeld voor een nieuwe bekostiging voor organisatie en infrastructuur. De nieuwe bekostiging zou per 1 januari 2018 in werking moeten treden. De afspraken voor het overgangsjaar moeten een stukje rust en continuïteit bieden in de contractering GEZ voor 2017. Eerder ontvingen we signalen van leden dat verzekeraars GEZ willen afbouwen voordat de nieuwe bekostigingssystematiek is ingevoerd. Lees daarom de gemaakte afspraken over het overgangsjaar GEZ en de informatie over het project O&I. Met vragen kunnen jullie contact opnemen met Judith van Duren (InEen).

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 18 maart 2016.

Reikwijdte btw-vrijstelling multidisciplinaire eerstelijnszorg

29 februari 2016

Op verzoek van InEen heeft BDO een  memo gemaakt over de reikwijdte van de per 1 januari 2016 ingevoerde btw-vrijstelling voor samenwerkingsverbanden op het gebied van multidisciplinaire eerstelijnszorg. De btw-vrijstelling betreft de ketenzorg voor patiënten met een chronische aandoening (vooralsnog beperkt tot diabetes mellitus type 2, CVRM, en COPD/astma) en activiteiten in het kader van de GEZ-module. Aangegeven wordt wat wel en niet onder de nieuwe btw-vrijstelling valt. Ook wijzen we jullie in dit verband op de praktische notitie van Raedelijn ‘Btw in de zorg’. Daarin beschrijft Raedelijn onder andere de consequenties van de wetswijziging voor eerstelijnssamenwerkingsverbanden en worden mogelijke oplossingsrichtingen aangegeven.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 26 februari 2016.

[...]

Op verzoek van InEen heeft BDO een  memo gemaakt over de reikwijdte van de per 1 januari 2016 ingevoerde btw-vrijstelling voor samenwerkingsverbanden op het gebied van multidisciplinaire eerstelijnszorg. De btw-vrijstelling betreft de ketenzorg voor patiënten met een chronische aandoening (vooralsnog beperkt tot diabetes mellitus type 2, CVRM, en COPD/astma) en activiteiten in het kader van de GEZ-module. Aangegeven wordt wat wel en niet onder de nieuwe btw-vrijstelling valt. Ook wijzen we jullie in dit verband op de praktische notitie van Raedelijn ‘Btw in de zorg’. Daarin beschrijft Raedelijn onder andere de consequenties van de wetswijziging voor eerstelijnssamenwerkingsverbanden en worden mogelijke oplossingsrichtingen aangegeven.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 26 februari 2016.

Opvang zelfverwijzers overdag: Regio Haaglanden kiest ervoor

25 februari 2016

triageOp twee locaties in de regio Haaglanden is de SMASH huisartsenpost ook overdag open voor de opvang van zelfverwijzers. Hiertoe startte in 2012 een project waaraan niet alleen de huisartsen en de ziekenhuizen, maar ook de zorgverzekeraars zich committeerden. Willem Regout, directeur SMASH: ‘We kunnen de pilot op beide locaties als succesvol kwalificeren.’

De locaties zijn het HAGA-ziekenhuis en het Westeinde ziekenhuis. Regout: ‘Op de HAGA-locatie lopen we voorop. Daar doen we als huisartsen de triage van alle zelfverwijzers. We behandelen daar driekwart van de patiënten in de eerste lijn.’ In het Westeinde is het nog niet zover en gebeurt de triage nog door de SEH. Maar ook daar wordt meer dan de helft van de patiënten verwezen naar de huisartsenpost. Regout: ‘Je weet altijd beter wat je eigen beroepsgroep aankan, dus als de triage onder verantwoordelijkheid van de huisarts gebeurt, gaat er meer naar de eerste lijn.’ Het succes op de HAGA-locatie laat zien, zegt hij, dat het logisch is om de triage door de huisartsenpost te laten doen.

Alle partijen ervaren voordeel, vervolgt Regout. Laag-urgente patiënten raken hun eigen risico niet kwijt. De ziekenhuizen kunnen zich toeleggen op de hoog-urgente zaken waar hun medisch-specialistische teams voor zijn. De huisarts kan de patiënten nogmaals uitleggen dat ze een volgende keer overdag beter eerst naar de eigen huisarts kunnen gaan, waardoor de zelfverwijzers hun weg naar de huisarts hervinden. Voor de zorgverzekeraar is een substantiële verschuiving naar de eerste lijn lucratief.

Een evidente voorwaarde is dat de huisartsenpost overdag open gaat, zowel voor de triage als voor de eventuele behandeling. Regout: ‘Overdag werken we niet met deelnemende huisartsen, maar altijd met waarnemers. Anders kan het niet.’ Daarnaast worden verpleegkundig specialisten ingezet om de extra toeloop, ook in de ANW-uren, op te vangen. ‘Zo voorkomen we dat de deelnemende huisartsen dit werk er bovenop krijgen.’ Dat betekent dat na de triage de behandeling in principe wordt gedaan door de verpleegkundig specialist. Regout: ‘Cijfermatig klopt het, per saldo ligt het aantal diensten voor de deelnemend huisartsen als gevolg van de zelfverwijzers niet hoger dan voorheen.’

Wat Regout betreft zijn er drie succesfactoren. Eén: gezamenlijkheid. ‘Trek als huisartsen gezamenlijk op, anders kan je elkaar in de wielen rijden, en het ziekenhuis moet bereid zijn de omzet van de laagurgente patiënten niet langer te boeken. Sámen moet je de zorgverzekeraar ervan overtuigen dat deze aanpak heel veel geld gaat opleveren voor Nederland.’ Het zijn afspraken over en weer, zegt Regout: de huisartsenpost investeert, maar moet dan wel de patiënten krijgen; het ziekenhuis wil de patiënten laten gaan, maar dan moet de huisartsenpost ze ook echt allemaal opvangen. Twee: regionale afspraken. ‘Het is voor patiënten verwarrend als het in ziekenhuis A anders gaat dan in ziekenhuis B.’ Drie: ‘Zorg voor een goed opgeleide formatie verpleegkundig specialisten. Dat opleiden moet je zelf doen en kost tijd.’

Regout is trots op de resultaten, waarvoor op dit moment veel belangstelling bestaat. ‘Ik denk dat deze aanpak met name in grootstedelijke gebieden, waar men toch sneller naar een ziekenhuis gaat, van flinke toegevoegde waarde kan zijn.’

Neem voor meer informatie contact op met Willem Regout (SMASH).

[...]

triageOp twee locaties in de regio Haaglanden is de SMASH huisartsenpost ook overdag open voor de opvang van zelfverwijzers. Hiertoe startte in 2012 een project waaraan niet alleen de huisartsen en de ziekenhuizen, maar ook de zorgverzekeraars zich committeerden. Willem Regout, directeur SMASH: ‘We kunnen de pilot op beide locaties als succesvol kwalificeren.’

De locaties zijn het HAGA-ziekenhuis en het Westeinde ziekenhuis. Regout: ‘Op de HAGA-locatie lopen we voorop. Daar doen we als huisartsen de triage van alle zelfverwijzers. We behandelen daar driekwart van de patiënten in de eerste lijn.’ In het Westeinde is het nog niet zover en gebeurt de triage nog door de SEH. Maar ook daar wordt meer dan de helft van de patiënten verwezen naar de huisartsenpost. Regout: ‘Je weet altijd beter wat je eigen beroepsgroep aankan, dus als de triage onder verantwoordelijkheid van de huisarts gebeurt, gaat er meer naar de eerste lijn.’ Het succes op de HAGA-locatie laat zien, zegt hij, dat het logisch is om de triage door de huisartsenpost te laten doen.

Alle partijen ervaren voordeel, vervolgt Regout. Laag-urgente patiënten raken hun eigen risico niet kwijt. De ziekenhuizen kunnen zich toeleggen op de hoog-urgente zaken waar hun medisch-specialistische teams voor zijn. De huisarts kan de patiënten nogmaals uitleggen dat ze een volgende keer overdag beter eerst naar de eigen huisarts kunnen gaan, waardoor de zelfverwijzers hun weg naar de huisarts hervinden. Voor de zorgverzekeraar is een substantiële verschuiving naar de eerste lijn lucratief.

Een evidente voorwaarde is dat de huisartsenpost overdag open gaat, zowel voor de triage als voor de eventuele behandeling. Regout: ‘Overdag werken we niet met deelnemende huisartsen, maar altijd met waarnemers. Anders kan het niet.’ Daarnaast worden verpleegkundig specialisten ingezet om de extra toeloop, ook in de ANW-uren, op te vangen. ‘Zo voorkomen we dat de deelnemende huisartsen dit werk er bovenop krijgen.’ Dat betekent dat na de triage de behandeling in principe wordt gedaan door de verpleegkundig specialist. Regout: ‘Cijfermatig klopt het, per saldo ligt het aantal diensten voor de deelnemend huisartsen als gevolg van de zelfverwijzers niet hoger dan voorheen.’

Wat Regout betreft zijn er drie succesfactoren. Eén: gezamenlijkheid. ‘Trek als huisartsen gezamenlijk op, anders kan je elkaar in de wielen rijden, en het ziekenhuis moet bereid zijn de omzet van de laagurgente patiënten niet langer te boeken. Sámen moet je de zorgverzekeraar ervan overtuigen dat deze aanpak heel veel geld gaat opleveren voor Nederland.’ Het zijn afspraken over en weer, zegt Regout: de huisartsenpost investeert, maar moet dan wel de patiënten krijgen; het ziekenhuis wil de patiënten laten gaan, maar dan moet de huisartsenpost ze ook echt allemaal opvangen. Twee: regionale afspraken. ‘Het is voor patiënten verwarrend als het in ziekenhuis A anders gaat dan in ziekenhuis B.’ Drie: ‘Zorg voor een goed opgeleide formatie verpleegkundig specialisten. Dat opleiden moet je zelf doen en kost tijd.’

Regout is trots op de resultaten, waarvoor op dit moment veel belangstelling bestaat. ‘Ik denk dat deze aanpak met name in grootstedelijke gebieden, waar men toch sneller naar een ziekenhuis gaat, van flinke toegevoegde waarde kan zijn.’

Neem voor meer informatie contact op met Willem Regout (SMASH).

VAR verdwijnt definitief

09 februari 2016

Deze week heeft de Eerste Kamer de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties aangenomen. Dit betekent dat de verklaring arbeidsrelatie (VAR) per 1 mei 2016 wordt afgeschaft. In plaats daarvan komt de vooraf beoordeelde overeenkomst (VBO). Daarvoor heeft de Belastingdienst overeenkomsten opgesteld of beoordeeld, en op hun website gepubliceerd:

InEen zoekt uit of een aparte voorbeeldovereenkomst voor de leden van InEen noodzakelijk is. Een bestaande VAR is geldig tot 1 mei 2016. Tot 1 mei 2017 geldt er een implementatietermijn. Tot die tijd houdt de Belastingdienst wel toezicht, maar neemt men nog geen repressieve handhavingsmaatregelen. Zo hebben jullie de tijd om werkwijze en overeenkomsten aan te passen aan het nieuwe systeem. Meer informatie in de legal update van Van Benthem & Keulen advocaten en op de website van de LHV. VNO-NCW organiseert in maart een serie voorlichtingsbijeenkomsten ‘Van VAR naar modelovereenkomst’.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 5 februari 2016.

[...]

Deze week heeft de Eerste Kamer de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties aangenomen. Dit betekent dat de verklaring arbeidsrelatie (VAR) per 1 mei 2016 wordt afgeschaft. In plaats daarvan komt de vooraf beoordeelde overeenkomst (VBO). Daarvoor heeft de Belastingdienst overeenkomsten opgesteld of beoordeeld, en op hun website gepubliceerd:

InEen zoekt uit of een aparte voorbeeldovereenkomst voor de leden van InEen noodzakelijk is. Een bestaande VAR is geldig tot 1 mei 2016. Tot 1 mei 2017 geldt er een implementatietermijn. Tot die tijd houdt de Belastingdienst wel toezicht, maar neemt men nog geen repressieve handhavingsmaatregelen. Zo hebben jullie de tijd om werkwijze en overeenkomsten aan te passen aan het nieuwe systeem. Meer informatie in de legal update van Van Benthem & Keulen advocaten en op de website van de LHV. VNO-NCW organiseert in maart een serie voorlichtingsbijeenkomsten ‘Van VAR naar modelovereenkomst’.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 5 februari 2016.

Bezwaarbrief btw

04 februari 2016

Begin januari hebben we jullie geïnformeerd over de sociaal culturele btw-vrijstelling voor samenwerkingsverbanden op het gebied van multidisciplinaire eerstelijnszorg. De ingangsdatum van deze btw-vrijstelling is 1 januari 2016. Er is vooralsnog geen terugwerkende kracht toegekend aan deze btw-vrijstelling. Zoals bekend lopen er nog diverse bezwaarprocedures en een rechtszaak over de periode tot 1 januari 2016. Wij volgen die uiteraard nauw en houden jullie op de hoogte van de uitkomsten. Het advies van InEen is en blijft dus om bezwaar aan te (blijven) tekenen tegen de btw die is afgedragen middels de btw-aangiften en/of naheffingsaanslagen over de periode voorafgaand aan 2016 (2015 en eerder). In verband met de nieuwe regelgeving heeft InEen aan BDO gevraagd de voorbeeldtekst bezwaarschrift btw te actualiseren. Gebruik derhalve deze geactualiseerde voorbeeldtekst.

[...]

Begin januari hebben we jullie geïnformeerd over de sociaal culturele btw-vrijstelling voor samenwerkingsverbanden op het gebied van multidisciplinaire eerstelijnszorg. De ingangsdatum van deze btw-vrijstelling is 1 januari 2016. Er is vooralsnog geen terugwerkende kracht toegekend aan deze btw-vrijstelling. Zoals bekend lopen er nog diverse bezwaarprocedures en een rechtszaak over de periode tot 1 januari 2016. Wij volgen die uiteraard nauw en houden jullie op de hoogte van de uitkomsten. Het advies van InEen is en blijft dus om bezwaar aan te (blijven) tekenen tegen de btw die is afgedragen middels de btw-aangiften en/of naheffingsaanslagen over de periode voorafgaand aan 2016 (2015 en eerder). In verband met de nieuwe regelgeving heeft InEen aan BDO gevraagd de voorbeeldtekst bezwaarschrift btw te actualiseren. Gebruik derhalve deze geactualiseerde voorbeeldtekst.

Btw

10 november 2015

De btw-perikelen lopen nog steeds door. Daarom wijzen we jullie er nog een keer op vooral bezwaar te maken als de Belastingdienst jullie btw-plichtig stelt. Gebruik daarvoor de (geactualiseerde) voorbeeldbrief. Overigens plaatste Medisch Contact eind oktober een lezenswaardig artikel over btw: ‘Zorggroepen in de knel door btw’. Ook het hoofdredactioneel commentaar haakte hierop in en legde een verband met Het Roer Moet Om en het streven naar minder bureaucratie in de zorg.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht. 

[...]

De btw-perikelen lopen nog steeds door. Daarom wijzen we jullie er nog een keer op vooral bezwaar te maken als de Belastingdienst jullie btw-plichtig stelt. Gebruik daarvoor de (geactualiseerde) voorbeeldbrief. Overigens plaatste Medisch Contact eind oktober een lezenswaardig artikel over btw: ‘Zorggroepen in de knel door btw’. Ook het hoofdredactioneel commentaar haakte hierop in en legde een verband met Het Roer Moet Om en het streven naar minder bureaucratie in de zorg.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht. 

Afschaffing VAR uitgesteld

27 oktober 2015

Het was de bedoeling per 1 januari 2016 de VAR af te schaffen. Er bestaat echter nog veel onduidelijkheid over de regeling. Daarom is besloten de afschaffing uit te stellen naar 1 april 2016. Alle in 2014 en 2015 afgegeven VAR-verklaringen blijven tot die datum geldig. Overigens moet de Eerste Kamer nog definitief over de afschaffing beslissen. Dat gebeurt binnenkort. Meer informatie.

[...]

Het was de bedoeling per 1 januari 2016 de VAR af te schaffen. Er bestaat echter nog veel onduidelijkheid over de regeling. Daarom is besloten de afschaffing uit te stellen naar 1 april 2016. Alle in 2014 en 2015 afgegeven VAR-verklaringen blijven tot die datum geldig. Overigens moet de Eerste Kamer nog definitief over de afschaffing beslissen. Dat gebeurt binnenkort. Meer informatie.

Eerste Kamer akkoord met Wkkgz

13 oktober 2015

Deze week stemde de Eerste Kamer in met de wet Kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz). Deze wet vervangt de Kwaliteitswet zorginstellingen en de Wet klachtrecht cliënten zorgsector. Doel van de nieuwe wet is ervoor zorgen dat patiënten kunnen rekenen op goede zorg en een snelle, laagdrempelige afhandeling van klachten. Het is nog niet bekend wanneer de wet in werking treedt. InEen en de LHV zijn in gesprek met de regionale klachtencommissies om de nieuwe eisen voor de opvang en behandeling van klachten gezamenlijk en uniform in te richten. We hopen jullie hierover snel meer te laten weten. Meer informatie en twee samenvattende infographics over de nieuwe Wkkgz.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Deze week stemde de Eerste Kamer in met de wet Kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz). Deze wet vervangt de Kwaliteitswet zorginstellingen en de Wet klachtrecht cliënten zorgsector. Doel van de nieuwe wet is ervoor zorgen dat patiënten kunnen rekenen op goede zorg en een snelle, laagdrempelige afhandeling van klachten. Het is nog niet bekend wanneer de wet in werking treedt. InEen en de LHV zijn in gesprek met de regionale klachtencommissies om de nieuwe eisen voor de opvang en behandeling van klachten gezamenlijk en uniform in te richten. We hopen jullie hierover snel meer te laten weten. Meer informatie en twee samenvattende infographics over de nieuwe Wkkgz.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Kritiek op nieuwe klachtenwet

01 oktober 2015

Op dinsdag 29 september debatteert de Eerste Kamer met minister Schippers over het wetsvoorstel kwaliteit, klachten en geschillen in de zorg (Wkkgz) Deze wet maakt het indienen van een claim eenvoudig en zet de vertrouwensrelatie met de patiënt onder druk, zo vrezen zorgaanbieders. In een brief heeft InEen samenmet negen andere organisaties de bezwaren nogmaals aan de Eerste Kamer laten weten. We zien het klachtrecht als een belangrijk recht omdat het de kwaliteit van zorg verbetert. Door het wetsvoorstel komt echter juist die kwaliteitsimpuls in het gedrang. In de brief waarschuwen we voor een claimcultuur en juridisering, en voor defensief handelen door zorgverleners. We pleiten ervoor dat de wet een uitzondering maakt voor huisartsen. Mocht de Eerste Kamer toch instemmen met de wet, dan willen we graag nauw betrokken worden bij de implementatie. Ook vragen we de minister zorgvuldigheid boven snelheid te laten gaan. Meer informatie op de website van de LHV.

Bericht overgenomen uit het weekbericht.

 

[...]

Op dinsdag 29 september debatteert de Eerste Kamer met minister Schippers over het wetsvoorstel kwaliteit, klachten en geschillen in de zorg (Wkkgz) Deze wet maakt het indienen van een claim eenvoudig en zet de vertrouwensrelatie met de patiënt onder druk, zo vrezen zorgaanbieders. In een brief heeft InEen samenmet negen andere organisaties de bezwaren nogmaals aan de Eerste Kamer laten weten. We zien het klachtrecht als een belangrijk recht omdat het de kwaliteit van zorg verbetert. Door het wetsvoorstel komt echter juist die kwaliteitsimpuls in het gedrang. In de brief waarschuwen we voor een claimcultuur en juridisering, en voor defensief handelen door zorgverleners. We pleiten ervoor dat de wet een uitzondering maakt voor huisartsen. Mocht de Eerste Kamer toch instemmen met de wet, dan willen we graag nauw betrokken worden bij de implementatie. Ook vragen we de minister zorgvuldigheid boven snelheid te laten gaan. Meer informatie op de website van de LHV.

Bericht overgenomen uit het weekbericht.

 

Landelijke Commissie van Advies helpt laagdrempelig bij conflicten

26 maart 2015


conflictenHuisartsen en huisartsenposten kunnen met problemen over het functioneren van (collega)huisartsen terecht bij de Landelijke Commissie van Advies. Deze commissie is vijf jaar geleden geïnstalleerd op initiatief van de toenmalige VHN (nu InEen) en de LHV en werd onlangs geëvalueerd.

De Landelijke Commissie van Advies staat open voor huisartsen en huisartsenorganisaties die het landelijke protocol voeren. Bij samenwerkingsproblemen waar men onderling niet uitkomt, probeert de commissie een oplossing te vinden en soms een aanbeveling te doen zónder te juridiseren. Voorzitter Marianne Hoelen: ‘Dat is het belangrijkste punt. We proberen een uitweg te bieden vóórdat het probleem in een fase komt waarin de standpunten zo zijn verhard, dat er advocaten en een rechter bij moeten komen.’

In het protocol staat hoe en wanneer de commissie kan worden ingeschakeld. Hoelen: ‘Je kunt dit protocol goed gebruiken als een handreiking bij het omgaan met problemen. Het geeft de stappen aan die je moet zetten. Eigenlijk heel normale dingen: voer een gesprek, maar maak ook een verslag van dat gesprek, maak afspraken, maar leg ze vast en hou elkaar daar aan. Je ziet in de praktijk dat men zo vaak toch werkende weg tot een oplossing komt. Lukt dat niet, dan kom je bij ons terecht.’ In de afgelopen vijf jaar behandelde de commissie een handvol zaken. Maar regelmatig, vertelt Hoelen, spreken de commissieleden huisartsen die nog nooit van de commissie gehoord hebben. Jammer, want ze vermoedt dat als huisartsen en organisaties sneller het protocol erbij pakken, zaken minder lang aanslepen. En dat is in het belang van iedereen.

De procedure bij de Landelijke Commissie van Advies is vastgelegd in een reglement. Een belangrijk onderdeel is de mondelinge behandeling. ‘Daar stellen we vragen en krijgen alle betrokkenen de kans om hun visie te geven. Soms neemt iemand een juridisch adviseur mee, dat mag natuurlijk, maar die voert alleen aanvullend het woord. Het gaat ons erom dat we echt proberen er sámen uit te komen.’ Soms gaat het de aanvragers vooral om een uitspraak over het disfunctioneren van de betreffende arts, maar soms ook zit de oplossing in afspraken over een al dan niet wederzijds verbetertraject. ‘We hebben bijvoorbeeld twee keer heel gericht en met succes een coach aanbevolen’, zegt Hoelen. Verder gaat ze niet in op de behandelde zaken. De commissie, die bestaat uit een voorzitter, twee praktiserende huisartsen en een secretaris (jurist), is gebonden aan een geheimhoudingsplicht. ‘Ik wil ook benadrukken dat we absoluut onafhankelijk zijn, we rapporteren noch aan de LHV, noch aan InEen.’ Er hangt wel een prijskaartje aan het inschakelen van de commissie.

InEen vindt protocol en commissie van groot belang. Directeur Hansmaarten Bolle: ‘We bevelen het gebruik van het modelprotocol bij problemen sterk aan. Met het protocol in de hand kan escalatie worden voorkomen. Het zorgvuldig en onafhankelijk behandelen van conflicten draagt bij aan het vertrouwen binnen de branche.’

Het landelijke modelprotocol en het reglement van de Commissie van Advies zijn binnenkort beschikbaar op de leden-website van InEen.

[...]


conflictenHuisartsen en huisartsenposten kunnen met problemen over het functioneren van (collega)huisartsen terecht bij de Landelijke Commissie van Advies. Deze commissie is vijf jaar geleden geïnstalleerd op initiatief van de toenmalige VHN (nu InEen) en de LHV en werd onlangs geëvalueerd.

De Landelijke Commissie van Advies staat open voor huisartsen en huisartsenorganisaties die het landelijke protocol voeren. Bij samenwerkingsproblemen waar men onderling niet uitkomt, probeert de commissie een oplossing te vinden en soms een aanbeveling te doen zónder te juridiseren. Voorzitter Marianne Hoelen: ‘Dat is het belangrijkste punt. We proberen een uitweg te bieden vóórdat het probleem in een fase komt waarin de standpunten zo zijn verhard, dat er advocaten en een rechter bij moeten komen.’

In het protocol staat hoe en wanneer de commissie kan worden ingeschakeld. Hoelen: ‘Je kunt dit protocol goed gebruiken als een handreiking bij het omgaan met problemen. Het geeft de stappen aan die je moet zetten. Eigenlijk heel normale dingen: voer een gesprek, maar maak ook een verslag van dat gesprek, maak afspraken, maar leg ze vast en hou elkaar daar aan. Je ziet in de praktijk dat men zo vaak toch werkende weg tot een oplossing komt. Lukt dat niet, dan kom je bij ons terecht.’ In de afgelopen vijf jaar behandelde de commissie een handvol zaken. Maar regelmatig, vertelt Hoelen, spreken de commissieleden huisartsen die nog nooit van de commissie gehoord hebben. Jammer, want ze vermoedt dat als huisartsen en organisaties sneller het protocol erbij pakken, zaken minder lang aanslepen. En dat is in het belang van iedereen.

De procedure bij de Landelijke Commissie van Advies is vastgelegd in een reglement. Een belangrijk onderdeel is de mondelinge behandeling. ‘Daar stellen we vragen en krijgen alle betrokkenen de kans om hun visie te geven. Soms neemt iemand een juridisch adviseur mee, dat mag natuurlijk, maar die voert alleen aanvullend het woord. Het gaat ons erom dat we echt proberen er sámen uit te komen.’ Soms gaat het de aanvragers vooral om een uitspraak over het disfunctioneren van de betreffende arts, maar soms ook zit de oplossing in afspraken over een al dan niet wederzijds verbetertraject. ‘We hebben bijvoorbeeld twee keer heel gericht en met succes een coach aanbevolen’, zegt Hoelen. Verder gaat ze niet in op de behandelde zaken. De commissie, die bestaat uit een voorzitter, twee praktiserende huisartsen en een secretaris (jurist), is gebonden aan een geheimhoudingsplicht. ‘Ik wil ook benadrukken dat we absoluut onafhankelijk zijn, we rapporteren noch aan de LHV, noch aan InEen.’ Er hangt wel een prijskaartje aan het inschakelen van de commissie.

InEen vindt protocol en commissie van groot belang. Directeur Hansmaarten Bolle: ‘We bevelen het gebruik van het modelprotocol bij problemen sterk aan. Met het protocol in de hand kan escalatie worden voorkomen. Het zorgvuldig en onafhankelijk behandelen van conflicten draagt bij aan het vertrouwen binnen de branche.’

Het landelijke modelprotocol en het reglement van de Commissie van Advies zijn binnenkort beschikbaar op de leden-website van InEen.

Reservering voor btw

12 maart 2015

Vorige week stuurden we jullie het advies van BDO over btw-heffing in de ketenzorg. In aanvulling daarop is ons gevraagd of een reservering en/of andere vermelding in de jaarrekening noodzakelijk is. Dit is afhankelijk van de feiten en omstandigheden. Bij een eventuele reservering zal het moeilijk zijn het btw-risico te kwantificeren, omdat niet altijd helder is waarover precies btw verschuldigd zou zijn en ook rekening moet worden gehouden met de eventuele vooraftrek. Het opnemen van een reservering moet, in overleg met je accountant, een eigen afweging zijn. Het advies, om in overleg te treden met de Belastingdienst en aan te geven dat (vooralsnog) niet akkoord wordt gegaan met enige btw-heffing, betekent dat sprake is van een lopende discussie waarbij de uitkomst nog niet vaststaat. In de jaarrekening moet wel melding worden gemaakt van het eventuele btw-risico. De verschillende mogelijke meldingen:

  • De discussie met de Belastingdienst loopt of wordt op korte termijn opgestart en de zorggroep/gezondheidscentrum is het niet eens met enige btw-heffing.
  • De dialoog met de Belastingdienst heeft plaatsgevonden, de zorggroep/gezondheidscentrum is het niet eens met enige btw-heffing en er zijn afspraken gemaakt met de Belastingdienst.
  • Bezwaar is gemaakt tegen een naheffingsaanslag of eigen aangifte en de zorggroep/gezondheidscentrum is het (dus) niet eens met enige btw-heffing.
  • (niet het advies:) De zorggroep/gezondheidscentrum neemt het standpunt in dat er geen sprake is van btw-belaste prestaties, maar beseft dat een discussie gaande is en wacht af tot hierover duidelijkheid bestaat.
[...]

Vorige week stuurden we jullie het advies van BDO over btw-heffing in de ketenzorg. In aanvulling daarop is ons gevraagd of een reservering en/of andere vermelding in de jaarrekening noodzakelijk is. Dit is afhankelijk van de feiten en omstandigheden. Bij een eventuele reservering zal het moeilijk zijn het btw-risico te kwantificeren, omdat niet altijd helder is waarover precies btw verschuldigd zou zijn en ook rekening moet worden gehouden met de eventuele vooraftrek. Het opnemen van een reservering moet, in overleg met je accountant, een eigen afweging zijn. Het advies, om in overleg te treden met de Belastingdienst en aan te geven dat (vooralsnog) niet akkoord wordt gegaan met enige btw-heffing, betekent dat sprake is van een lopende discussie waarbij de uitkomst nog niet vaststaat. In de jaarrekening moet wel melding worden gemaakt van het eventuele btw-risico. De verschillende mogelijke meldingen:

  • De discussie met de Belastingdienst loopt of wordt op korte termijn opgestart en de zorggroep/gezondheidscentrum is het niet eens met enige btw-heffing.
  • De dialoog met de Belastingdienst heeft plaatsgevonden, de zorggroep/gezondheidscentrum is het niet eens met enige btw-heffing en er zijn afspraken gemaakt met de Belastingdienst.
  • Bezwaar is gemaakt tegen een naheffingsaanslag of eigen aangifte en de zorggroep/gezondheidscentrum is het (dus) niet eens met enige btw-heffing.
  • (niet het advies:) De zorggroep/gezondheidscentrum neemt het standpunt in dat er geen sprake is van btw-belaste prestaties, maar beseft dat een discussie gaande is en wacht af tot hierover duidelijkheid bestaat.

Btw in de ketenzorg

03 maart 2015

Zoals bekend lopen er twee rechtszaken rond de opvatting dat het overheaddeel van het integrale tarief btw-belast zou zijn. Ook zijn we al geruime tijd in afwachting van een oplossing die VWS en Financiën met elkaar zoeken om btw-heffing te voorkomen. InEen adviseerde haar leden tot nu toe een afwachtende houding aan te nemen en geen slapende honden wakker te maken. Nu de uitspraken van de rechtbank en het hof op zich laten wachten, evenals de uitkomsten van het overleg tussen de ministeries, heeft InEen haar advies bijgesteld. Mede omdat zorggroepen, gezondheidscentra en hun accountants toenemend ongemak voelen bij afwachtend beleid.

Het bijgestelde advies van BDO (inclusief twee voorbeeldbrieven) komt neer op:

  1. Zoek actief contact met de Belastingdienst en geef aan dat je van mening bent geen btw verschuldigd te zijn. Stel voor – aannemende dat de Belastingdienst vindt dat wel btw verschuldigd is – de aangifte pas in te dienen op het moment dat de lopende procedures en/of het ministeriele beleid duidelijkheid bieden.
  2. Maak tijdig (binnen zes weken) bezwaar tegen de betaling van de btw op de ingediende btw-aangifte en tegen een eventuele naheffingsaanslag. Start na een eventuele afwijzing van het bezwaar een beroepsprocedure. Neem in dat laatste geval vooraf contact op met InEen zodat we de beroepsprocedures inhoudelijk kunnen coördineren en de kosten ervan gezamenlijk kunnen beperken.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Zoals bekend lopen er twee rechtszaken rond de opvatting dat het overheaddeel van het integrale tarief btw-belast zou zijn. Ook zijn we al geruime tijd in afwachting van een oplossing die VWS en Financiën met elkaar zoeken om btw-heffing te voorkomen. InEen adviseerde haar leden tot nu toe een afwachtende houding aan te nemen en geen slapende honden wakker te maken. Nu de uitspraken van de rechtbank en het hof op zich laten wachten, evenals de uitkomsten van het overleg tussen de ministeries, heeft InEen haar advies bijgesteld. Mede omdat zorggroepen, gezondheidscentra en hun accountants toenemend ongemak voelen bij afwachtend beleid.

Het bijgestelde advies van BDO (inclusief twee voorbeeldbrieven) komt neer op:

  1. Zoek actief contact met de Belastingdienst en geef aan dat je van mening bent geen btw verschuldigd te zijn. Stel voor – aannemende dat de Belastingdienst vindt dat wel btw verschuldigd is – de aangifte pas in te dienen op het moment dat de lopende procedures en/of het ministeriele beleid duidelijkheid bieden.
  2. Maak tijdig (binnen zes weken) bezwaar tegen de betaling van de btw op de ingediende btw-aangifte en tegen een eventuele naheffingsaanslag. Start na een eventuele afwijzing van het bezwaar een beroepsprocedure. Neem in dat laatste geval vooraf contact op met InEen zodat we de beroepsprocedures inhoudelijk kunnen coördineren en de kosten ervan gezamenlijk kunnen beperken.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

NZa-fusietoets: je kunt er niet omheen

03 maart 2015

toetsSinds vorig jaar hebben zorgaanbieders voor een fusie, een overname of voor het oprichten van een gezamenlijke onderneming toestemming nodig van de NZa: de fusietoets. Lex Maussart, directievoorzitter van HOOG, de net gefuseerde Huisartsenorganisatie Oost-Gelderland, en lid van de InEen-beleidsadviescommissie organisatieontwikkeling, kreeg al met drie fusietoetsen te maken: ‘Ik vind het een zwaar instrument voor onze sector.’

‘Je kunt er niet omheen. De notaris laat de fusie-acte pas passeren als de positieve uitspraak van de NZa binnen is’, benadrukt Maussart. Afhankelijk van de omvang van de operatie is met de fusietoets zo’n vier tot acht weken gemoeid. ‘Als je te laat begint kan je planning dus flink in de war lopen.’ De fusietoets is voorgeschreven voor zorgaanbieders die door 50 personen of meer zorg laten verlenen. De fuserende organisaties moeten gedetailleerd laten zien dat zij de fusie of overname goed doordacht hebben en het oordeel van medewerkers en patiënten hebben meegewogen. Het verlenen van cruciale zorg mag niet in gevaar komen. Met name spoedeisende zorg moet binnen de wettelijk voorgeschreven tijd en afstand beschikbaar zijn (Ambulance, SEH, verloskundigen, acute GGZ).

Maussart: ‘Vaak legt de NZa de toets ook voor aan de Autoriteit Consument en Markt (ACM) die beoordeelt of door de fusie de keuzevrijheid voor de client of de patient niet in het geding komt.’  Dat dit een zwaarwegend punt is blijkt uit een brief die de minister onlangs stuurde aan de Twee Kamer: zij wil de fusietoets in de toekomst aanscherpen en onderbrengen bij de ACM. De regelgeving daarvoor wordt in september 2015 verwacht.

De NZa zelf kijkt naar het proces: zijn er voldoende waarborgen voor een solide organisatie? Ervaringen met failliete zorgorganisaties, die de samenleving veel geld hebben gekost, spelen daarbij zeker een rol, zegt Maussart. Maar hoewel hij er begrip voor heeft, noemt hij  de fusietoets ‘een zwaar instrument voor de eerste lijn’. ‘Voor HOOG moesten we bijvoorbeeld een vijf-jarenbegroting indienen, dat gaat ver voor het samenvoegen van huisartsenposten en zorggroepen.’ Wat hem bovendien stoort is de onduidelijkheid over de toegepaste normen. ‘Je moet veel informatie geven, zonder dat je precies weet op welke norm je wordt getoetst.’ Maar, zegt hij, de toets betekent ook een nuttige stap op de plaats. Het dwingt de organisaties nog een keer stil te staan bij belangrijke vragen. ‘Dat is positief. Ik kan me voorstellen dat je voor de eerste lijn wel een dergelijk instrument hebt, maar meer aangepast aan onze sector.’

Maussart wil de ervaringen die hij opdeed bij verschillende fusietoetsen graag met anderen delen. ‘Door kennis en ervaring uit te wisselen, kunnen we elkaar veel tijd besparen.’

[...]

toetsSinds vorig jaar hebben zorgaanbieders voor een fusie, een overname of voor het oprichten van een gezamenlijke onderneming toestemming nodig van de NZa: de fusietoets. Lex Maussart, directievoorzitter van HOOG, de net gefuseerde Huisartsenorganisatie Oost-Gelderland, en lid van de InEen-beleidsadviescommissie organisatieontwikkeling, kreeg al met drie fusietoetsen te maken: ‘Ik vind het een zwaar instrument voor onze sector.’

‘Je kunt er niet omheen. De notaris laat de fusie-acte pas passeren als de positieve uitspraak van de NZa binnen is’, benadrukt Maussart. Afhankelijk van de omvang van de operatie is met de fusietoets zo’n vier tot acht weken gemoeid. ‘Als je te laat begint kan je planning dus flink in de war lopen.’ De fusietoets is voorgeschreven voor zorgaanbieders die door 50 personen of meer zorg laten verlenen. De fuserende organisaties moeten gedetailleerd laten zien dat zij de fusie of overname goed doordacht hebben en het oordeel van medewerkers en patiënten hebben meegewogen. Het verlenen van cruciale zorg mag niet in gevaar komen. Met name spoedeisende zorg moet binnen de wettelijk voorgeschreven tijd en afstand beschikbaar zijn (Ambulance, SEH, verloskundigen, acute GGZ).

Maussart: ‘Vaak legt de NZa de toets ook voor aan de Autoriteit Consument en Markt (ACM) die beoordeelt of door de fusie de keuzevrijheid voor de client of de patient niet in het geding komt.’  Dat dit een zwaarwegend punt is blijkt uit een brief die de minister onlangs stuurde aan de Twee Kamer: zij wil de fusietoets in de toekomst aanscherpen en onderbrengen bij de ACM. De regelgeving daarvoor wordt in september 2015 verwacht.

De NZa zelf kijkt naar het proces: zijn er voldoende waarborgen voor een solide organisatie? Ervaringen met failliete zorgorganisaties, die de samenleving veel geld hebben gekost, spelen daarbij zeker een rol, zegt Maussart. Maar hoewel hij er begrip voor heeft, noemt hij  de fusietoets ‘een zwaar instrument voor de eerste lijn’. ‘Voor HOOG moesten we bijvoorbeeld een vijf-jarenbegroting indienen, dat gaat ver voor het samenvoegen van huisartsenposten en zorggroepen.’ Wat hem bovendien stoort is de onduidelijkheid over de toegepaste normen. ‘Je moet veel informatie geven, zonder dat je precies weet op welke norm je wordt getoetst.’ Maar, zegt hij, de toets betekent ook een nuttige stap op de plaats. Het dwingt de organisaties nog een keer stil te staan bij belangrijke vragen. ‘Dat is positief. Ik kan me voorstellen dat je voor de eerste lijn wel een dergelijk instrument hebt, maar meer aangepast aan onze sector.’

Maussart wil de ervaringen die hij opdeed bij verschillende fusietoetsen graag met anderen delen. ‘Door kennis en ervaring uit te wisselen, kunnen we elkaar veel tijd besparen.’

Symposium zelfevaluatietool eerste lijn

02 maart 2015

In het programma Op één lijn van ZonMw heeft Thomas Plochg met een team van het AMC een zelfevaluatietool ontwikkeld. Deze tool helpt bestaande samenwerking te versterken of nieuwe samenwerkingen aan te gaan, is gericht op de eerste lijn en gebaseerd op de complex adaptieve systeemtheorie. Groepen die er al mee kennismaakten waren enthousiast. Tijdens het symposium ‘De eerstelijnszorgprofessional, haar team en hun netwerk’ op maandag 23 maart (16.30 – 20.00 uur in Utrecht) kunnen ook de leden van InEen kennismaken met de tool en de theorie waarop die is gebaseerd. Het symposium wordt georganiseerd door AMC en VUmc. Deelname is kosteloos en voor huisartsen wordt accreditatie aangevraagd. Meer informatie.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

In het programma Op één lijn van ZonMw heeft Thomas Plochg met een team van het AMC een zelfevaluatietool ontwikkeld. Deze tool helpt bestaande samenwerking te versterken of nieuwe samenwerkingen aan te gaan, is gericht op de eerste lijn en gebaseerd op de complex adaptieve systeemtheorie. Groepen die er al mee kennismaakten waren enthousiast. Tijdens het symposium ‘De eerstelijnszorgprofessional, haar team en hun netwerk’ op maandag 23 maart (16.30 – 20.00 uur in Utrecht) kunnen ook de leden van InEen kennismaken met de tool en de theorie waarop die is gebaseerd. Het symposium wordt georganiseerd door AMC en VUmc. Deelname is kosteloos en voor huisartsen wordt accreditatie aangevraagd. Meer informatie.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Call for abstracts

20 februari 2015

Vorige week kondigden we het tweejaarlijkse congres  van het European Forum for Primary Care (EFPC) aan, inclusief de pre-conference op 30 augustus 2015 die het EFPC samen met InEen organiseert over voor ons interessante thema’s. Het is mogelijk om aan het EFPC-congres een bijdrage te leveren. Hiervoor kunnen tot 1 mei abstracts worden ingediend. Naast de bekende research presentations, vinden er policy debate sessions en multi-media presentations plaats. Ook daarvoor zijn ideeën welkom.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Vorige week kondigden we het tweejaarlijkse congres  van het European Forum for Primary Care (EFPC) aan, inclusief de pre-conference op 30 augustus 2015 die het EFPC samen met InEen organiseert over voor ons interessante thema’s. Het is mogelijk om aan het EFPC-congres een bijdrage te leveren. Hiervoor kunnen tot 1 mei abstracts worden ingediend. Naast de bekende research presentations, vinden er policy debate sessions en multi-media presentations plaats. Ook daarvoor zijn ideeën welkom.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

AMC ontwikkelt instrument voor organisatieanalyse

18 februari 2015

Samenwerking binnen eerstelijnsorganisaties en netwerken is niet eenvoudig. Onuitgesproken verwachtingen en uiteenlopende belangen spelen een rol. De aandacht voor een robuuste organisatie en heldere governance staat lang niet altijd bovenaan de prioriteitenlijst. Professionals willen vooral aan het werk. Op verzoek van het ZonMw-programma Op één lijn heeft de afdeling Sociale Geneeskunde in samenspraak met het eerstelijnsveld een zelfevaluatie-instrument ontwikkeld dat helpt de samenwerking te versterken. Het bijzondere van dit instrument is dat het op een laagdrempelige manier recht doet aan de complexe realiteit van de eerstelijnszorg en gebruikers bewust maakt van de onderlinge samenwerkingsrelaties. Vervolgens kunnen praktische en haalbare stappen worden gezet om samenwerking te versterken. Op maandag 23 maart (17-20 uur in Amersoort) presenteert het AMC in samenwerking met InEen het zelfevaluatie-instrument aan de leden van InEen (meer info volgt).

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Samenwerking binnen eerstelijnsorganisaties en netwerken is niet eenvoudig. Onuitgesproken verwachtingen en uiteenlopende belangen spelen een rol. De aandacht voor een robuuste organisatie en heldere governance staat lang niet altijd bovenaan de prioriteitenlijst. Professionals willen vooral aan het werk. Op verzoek van het ZonMw-programma Op één lijn heeft de afdeling Sociale Geneeskunde in samenspraak met het eerstelijnsveld een zelfevaluatie-instrument ontwikkeld dat helpt de samenwerking te versterken. Het bijzondere van dit instrument is dat het op een laagdrempelige manier recht doet aan de complexe realiteit van de eerstelijnszorg en gebruikers bewust maakt van de onderlinge samenwerkingsrelaties. Vervolgens kunnen praktische en haalbare stappen worden gezet om samenwerking te versterken. Op maandag 23 maart (17-20 uur in Amersoort) presenteert het AMC in samenwerking met InEen het zelfevaluatie-instrument aan de leden van InEen (meer info volgt).

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

EIPEN 2015: call for abstracts

20 januari 2015

Eind augustus vindt in Nijmegen de 5e Europese Conferentie interprofessionele samenwerking en educatie in zorg en welzijn plaats. Deze EIPEN 2015 conferentie heeft als titel ‘Bridging the gap between education and practice in health and social care’. De call for abstracts (presentaties, workshops en posters) is geopend tot 1 mei 2015. Aanmelding en registratie voor de call kan online gebeuren via www.eipen.eu Op de website ook alle andere informatie over de conferentie (onder andere vroegboekkorting en speciale tarieven voor EIPEN-leden en studenten). Stuur deze aankondiging vooral door naar jullie collega’s in onderwijs-, zorg- en welzijnsinstellingen.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 9 januari 2015.

[...]

Eind augustus vindt in Nijmegen de 5e Europese Conferentie interprofessionele samenwerking en educatie in zorg en welzijn plaats. Deze EIPEN 2015 conferentie heeft als titel ‘Bridging the gap between education and practice in health and social care’. De call for abstracts (presentaties, workshops en posters) is geopend tot 1 mei 2015. Aanmelding en registratie voor de call kan online gebeuren via www.eipen.eu Op de website ook alle andere informatie over de conferentie (onder andere vroegboekkorting en speciale tarieven voor EIPEN-leden en studenten). Stuur deze aankondiging vooral door naar jullie collega’s in onderwijs-, zorg- en welzijnsinstellingen.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 9 januari 2015.

Beroepsgeheim: wat en wanneer mag een arts delen?

23 december 2014

Samenwerking tussen zorgprofessionals onderling en tussen zorg en welzijn, neemt steeds verder toe. Zorgverleners zitten steeds vaker in samenwerkingsverbanden aan tafel met andere professionals, zoals sociale wijkteams. KNMG heeft met enkele branche- en beroepsorganisaties de Wegwijzer beroepsgeheim in samenwerkingsverbanden  opgesteld. Daarin staat duidelijk wanneer zorgverleners wel informatie mogen delen met derden en wanneer niet. Ook bevat de Wegwijzer handvatten voor zorgprofessionals om te kunnen beoordelen of doorbreking van hun geheimhoudingsplicht is toegestaan.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Samenwerking tussen zorgprofessionals onderling en tussen zorg en welzijn, neemt steeds verder toe. Zorgverleners zitten steeds vaker in samenwerkingsverbanden aan tafel met andere professionals, zoals sociale wijkteams. KNMG heeft met enkele branche- en beroepsorganisaties de Wegwijzer beroepsgeheim in samenwerkingsverbanden  opgesteld. Daarin staat duidelijk wanneer zorgverleners wel informatie mogen delen met derden en wanneer niet. Ook bevat de Wegwijzer handvatten voor zorgprofessionals om te kunnen beoordelen of doorbreking van hun geheimhoudingsplicht is toegestaan.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Robuust neemt afscheid van directeur Joos Vaessens

16 december 2014

Wat in 2011 begon als een interim opdracht voor zes maanden, werd een onstuimige periode van drie jaar. Maar deze maand neemt Stichting Robuust dan toch echt afscheid van haar interim directeur-bestuurder Joos Vaessens.

 

[...]

Wat in 2011 begon als een interim opdracht voor zes maanden, werd een onstuimige periode van drie jaar. Maar deze maand neemt Stichting Robuust dan toch echt afscheid van haar interim directeur-bestuurder Joos Vaessens.

 

Beëindiging contract met KienLegal

08 december 2014

We hebben besloten het contract met KienLegal, op basis waarvan de leden van InEen tot op zekere hoogte kosteloos juridisch advies kunnen krijgen, per 31 december 2014 te beëindigen. Achterliggend idee is dat we het onjuist vinden om kosten van individueel juridisch advies aan leden te laten drukken op de begroting van InEen. Uiteraard kunnen leden voor juridische ondersteuning ook in 2015 nog steeds terecht bij KienLegal BV, maar dan wel voor eigen rekening.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

We hebben besloten het contract met KienLegal, op basis waarvan de leden van InEen tot op zekere hoogte kosteloos juridisch advies kunnen krijgen, per 31 december 2014 te beëindigen. Achterliggend idee is dat we het onjuist vinden om kosten van individueel juridisch advies aan leden te laten drukken op de begroting van InEen. Uiteraard kunnen leden voor juridische ondersteuning ook in 2015 nog steeds terecht bij KienLegal BV, maar dan wel voor eigen rekening.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Mediacampagne VWS

30 oktober 2014

Vorige week donderdag is een mediacampagne van VWS van start gegaan. Bij de campagne hoor de uitgebreide website www.hoeverandertmijnzorg.nl. De campagne is bestemd voor het brede publiek en richt zich op de overgang van AWBZ naar Wmo, Zorgverzekeringswet, Jeugdwet en Wet langdurige zorg. Gebruik wordt gemaakt van tv-spotjes, advertenties in landelijke en regionale bladen, folders en posters. Er zijn een algemene folder en folders per doelgroep. De algemene folder wordt begin november verspreid, o.a. via huisartsen, apothekers, bibliotheken en gemeenten. Zorgverleners kunnen de algemene folder ook zelf bestellen via de bredere website www.dezorgverandertmee.nl (gericht op alle veranderingen in de zorg per 2015). Van de website hoeverandertmijnzorg.nl is ook een professionalversie beschikbaar: pro.hoeverandertmijnzorg.nl of inschakelen via www.hoeverandertmijnzorg.nl/professionals. Voor professionals is ook een Android-app  beschikbaar (I-Phone volgt binnenkort).

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Vorige week donderdag is een mediacampagne van VWS van start gegaan. Bij de campagne hoor de uitgebreide website www.hoeverandertmijnzorg.nl. De campagne is bestemd voor het brede publiek en richt zich op de overgang van AWBZ naar Wmo, Zorgverzekeringswet, Jeugdwet en Wet langdurige zorg. Gebruik wordt gemaakt van tv-spotjes, advertenties in landelijke en regionale bladen, folders en posters. Er zijn een algemene folder en folders per doelgroep. De algemene folder wordt begin november verspreid, o.a. via huisartsen, apothekers, bibliotheken en gemeenten. Zorgverleners kunnen de algemene folder ook zelf bestellen via de bredere website www.dezorgverandertmee.nl (gericht op alle veranderingen in de zorg per 2015). Van de website hoeverandertmijnzorg.nl is ook een professionalversie beschikbaar: pro.hoeverandertmijnzorg.nl of inschakelen via www.hoeverandertmijnzorg.nl/professionals. Voor professionals is ook een Android-app  beschikbaar (I-Phone volgt binnenkort).

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Als er energie is, gaat het lopen

30 juli 2014

Interne rust en goede interne afstemming, maar tegelijk voldoende flexibiliteit om de (vele) krachten van buitenaf op te kunnen vangen. Dat zijn volgens Carl Verheijen in een notendop de voorwaarden waaraan een eerstelijnsorganisatie anno 2014 moet voldoen. Verheijen is directeur van de gezondheidscentra De Nije Veste en Corlaer in Nijkerk. Op de InEen Tweedaagse spreekt hij over het samenspel met de zorgprofessionals en de relatie met de gemeente Nijkerk.

Bottom-up
‘Als er energie is bij de zorgverleners om bepaalde dingen wel of niet te doen, heb je als bestuur een faciliterende en ondersteunende rol. Dan krijg je zaken voor elkaar.’ Verheijen legt uit dat de gezondheidscentra in Nijkerk in 2011 zijn gestart. Geprobeerd is de interne organisatie en het bestuur bottom-up op te bouwen met een heldere scheiding tussen de facilitaire en de zorginhoudelijke kant van de samenwerking. ‘Energie’ is wat hem betreft het sleutelwoord. ‘Dingen verplichten zuigt de energie weg en maakt de weerstand groter.’ In Nijkerk is daarom ingezet op samenspel. Verheijen: ‘Het is onze rol als directie om aan te geven wat er op ons af komt, de nieuwe bekostiging, de verschuiving van zorg naar preventie, enzovoort. Met de input van de zorgprofessionals kijken we hoe we dat in Nijkerk invullen.’ De invloed van de zorgprofessionals loopt via de werkgroepen en de Zorgraad/Zorgstaf waarbij naast de klassieke thema’s diabetes, COPD, CVRM en GGZ vanuit de zorgverleners nieuwe thema’s en programma’s ontstaan die passen bij het gezondheidscentrum of de couleur locale. Verheijen: ‘Daar zit energie in!’

Challenge
Een mooi voorbeeld is de werkgroep Nijkerk Fit die meewerkt aan tal van initiatieven. Zo werd naar voorbeeld van de IJsland Diabetes Challenge van de Bas van der Goor Foundation een Nijkerk Diabetes Challenge georganiseerd. Verheijen: ‘Bas van der Goor benaderde ons met die vraag. Er is toen een overleg met zorgverleners georganiseerd en anderhalf uur later waren we het eens: de challenge past precies bij de doelstellingen van Nijkerk Fit naar meer bewegen en meer zelfredzaamheid, we gaan dit oppakken. Als directie faciliteren we die energie. Dat is een mooi proces. Uiteindelijk hebben 15 diabetes patiënten een week lang elke dag gewandeld.’ Ook het onlangs geopende Beweegplein voor Ouderen komt uit de koker van Nijkerk Fit, een traject waarbij ook de gemeente, de buurt en sponsoren betrokken waren. Verheijen: ‘Het lukt de ene keer beter dan de andere keer, maar als er energie is, gaat het lopen. Ik denk dat we in onze organisaties een stevige maar flexibele basis hebben neergezet waarbij de zorgprofessionals in de lead zijn.’

Gemeente Nijkerk
Sinds dit jaar overlegt Verheijen elke zes weken met de gemeente Nijkerk. Hij heeft daarvoor twee vaste ambtelijke aanspreekpunten. Al naar gelang het onderwerp van gesprek schuiven andere gesprekspartners aan. ‘Twee jaar terug hebben we het samen met de gemeente en twee bedrijven voor elkaar gekregen om buurtsportcoaches naar Nijkerk te halen. Zo’n landelijke regeling ondersteunt ons gezamenlijke belang om Nijkerk in beweging te krijgen. We zouden nu graag aan de slag gaan met Welzijn op Recept dat in Nieuwegein heel goed heeft uitgepakt.’

Taal
Een voorwaarde, benadrukt Verheijen, voor goede samenwerking tussen gemeente en zorgorganisatie is het elkaar leren kennen. ‘Bepaalde woorden, zoals ‘zorg’ of ‘preventie’ of ‘dossiervorming’ of ‘privacy’ hebben voor de gemeente een heel andere lading dan voor de zorg. Je moet van elkaar leren hoe elkaars wereld eruit ziet. In het begin was het nodig veel uitleg te geven over de zorg, de zorgverzekeringswet en de financiering. Het kost tijd, maar door met elkaar in gesprek te blijven, ga je langzaam aan dezelfde taal spreken.’


Lees ook

 

[...]

Interne rust en goede interne afstemming, maar tegelijk voldoende flexibiliteit om de (vele) krachten van buitenaf op te kunnen vangen. Dat zijn volgens Carl Verheijen in een notendop de voorwaarden waaraan een eerstelijnsorganisatie anno 2014 moet voldoen. Verheijen is directeur van de gezondheidscentra De Nije Veste en Corlaer in Nijkerk. Op de InEen Tweedaagse spreekt hij over het samenspel met de zorgprofessionals en de relatie met de gemeente Nijkerk.

Bottom-up
‘Als er energie is bij de zorgverleners om bepaalde dingen wel of niet te doen, heb je als bestuur een faciliterende en ondersteunende rol. Dan krijg je zaken voor elkaar.’ Verheijen legt uit dat de gezondheidscentra in Nijkerk in 2011 zijn gestart. Geprobeerd is de interne organisatie en het bestuur bottom-up op te bouwen met een heldere scheiding tussen de facilitaire en de zorginhoudelijke kant van de samenwerking. ‘Energie’ is wat hem betreft het sleutelwoord. ‘Dingen verplichten zuigt de energie weg en maakt de weerstand groter.’ In Nijkerk is daarom ingezet op samenspel. Verheijen: ‘Het is onze rol als directie om aan te geven wat er op ons af komt, de nieuwe bekostiging, de verschuiving van zorg naar preventie, enzovoort. Met de input van de zorgprofessionals kijken we hoe we dat in Nijkerk invullen.’ De invloed van de zorgprofessionals loopt via de werkgroepen en de Zorgraad/Zorgstaf waarbij naast de klassieke thema’s diabetes, COPD, CVRM en GGZ vanuit de zorgverleners nieuwe thema’s en programma’s ontstaan die passen bij het gezondheidscentrum of de couleur locale. Verheijen: ‘Daar zit energie in!’

Challenge
Een mooi voorbeeld is de werkgroep Nijkerk Fit die meewerkt aan tal van initiatieven. Zo werd naar voorbeeld van de IJsland Diabetes Challenge van de Bas van der Goor Foundation een Nijkerk Diabetes Challenge georganiseerd. Verheijen: ‘Bas van der Goor benaderde ons met die vraag. Er is toen een overleg met zorgverleners georganiseerd en anderhalf uur later waren we het eens: de challenge past precies bij de doelstellingen van Nijkerk Fit naar meer bewegen en meer zelfredzaamheid, we gaan dit oppakken. Als directie faciliteren we die energie. Dat is een mooi proces. Uiteindelijk hebben 15 diabetes patiënten een week lang elke dag gewandeld.’ Ook het onlangs geopende Beweegplein voor Ouderen komt uit de koker van Nijkerk Fit, een traject waarbij ook de gemeente, de buurt en sponsoren betrokken waren. Verheijen: ‘Het lukt de ene keer beter dan de andere keer, maar als er energie is, gaat het lopen. Ik denk dat we in onze organisaties een stevige maar flexibele basis hebben neergezet waarbij de zorgprofessionals in de lead zijn.’

Gemeente Nijkerk
Sinds dit jaar overlegt Verheijen elke zes weken met de gemeente Nijkerk. Hij heeft daarvoor twee vaste ambtelijke aanspreekpunten. Al naar gelang het onderwerp van gesprek schuiven andere gesprekspartners aan. ‘Twee jaar terug hebben we het samen met de gemeente en twee bedrijven voor elkaar gekregen om buurtsportcoaches naar Nijkerk te halen. Zo’n landelijke regeling ondersteunt ons gezamenlijke belang om Nijkerk in beweging te krijgen. We zouden nu graag aan de slag gaan met Welzijn op Recept dat in Nieuwegein heel goed heeft uitgepakt.’

Taal
Een voorwaarde, benadrukt Verheijen, voor goede samenwerking tussen gemeente en zorgorganisatie is het elkaar leren kennen. ‘Bepaalde woorden, zoals ‘zorg’ of ‘preventie’ of ‘dossiervorming’ of ‘privacy’ hebben voor de gemeente een heel andere lading dan voor de zorg. Je moet van elkaar leren hoe elkaars wereld eruit ziet. In het begin was het nodig veel uitleg te geven over de zorg, de zorgverzekeringswet en de financiering. Het kost tijd, maar door met elkaar in gesprek te blijven, ga je langzaam aan dezelfde taal spreken.’


Lees ook

 

NZa-marktscan Ketenzorg

14 juli 2014

De NZa heeft de ‘ Marktscan Ketenzorg 2014, weergave van de markt 2008-2013‘ (pdf) uitgebracht. Een uitgebreid document met veel overzichten in de vorm van figuren en grafieken. Het gaat in op alle aspecten van ketenzorg, zoals het zorgaanbod van ketenzorg, de kwaliteit van zorg, het volume, de kosten en substitutie. De NZa stelt vast dat er is veel inzicht in de kwaliteit van de ketenzorg diabetes, COPD en VRM. Het grootste deel van patiënten met diabetes type 2 krijgt ketenzorg. Steeds minder patiënten met een chronische ziekte hoeven naar het ziekenhuis. De zorggroepen die deze ketenzorg leveren, zijn steeds beter georganiseerd. De NZa concludeert dat het (nog) niet mogelijk is om specifieke substitutie-effecten als gevolg van ketenzorg te kwantificeren. De totale gemiddelde zorgkosten per chronisch patiënt zijn relatief stabiel.

Lees ook de samenvattende berichtgeving van de NZa van dit document.

[...]

De NZa heeft de ‘ Marktscan Ketenzorg 2014, weergave van de markt 2008-2013‘ (pdf) uitgebracht. Een uitgebreid document met veel overzichten in de vorm van figuren en grafieken. Het gaat in op alle aspecten van ketenzorg, zoals het zorgaanbod van ketenzorg, de kwaliteit van zorg, het volume, de kosten en substitutie. De NZa stelt vast dat er is veel inzicht in de kwaliteit van de ketenzorg diabetes, COPD en VRM. Het grootste deel van patiënten met diabetes type 2 krijgt ketenzorg. Steeds minder patiënten met een chronische ziekte hoeven naar het ziekenhuis. De zorggroepen die deze ketenzorg leveren, zijn steeds beter georganiseerd. De NZa concludeert dat het (nog) niet mogelijk is om specifieke substitutie-effecten als gevolg van ketenzorg te kwantificeren. De totale gemiddelde zorgkosten per chronisch patiënt zijn relatief stabiel.

Lees ook de samenvattende berichtgeving van de NZa van dit document.

NHG Kaderopleiding Beleid & Beheer

25 juni 2014

Na de zomer gaat weer een NHG-kaderopleidng Beleid & Beheer van start. De opleiding heeft een gemiddelde tijdsbelasting van een dag per week en duurt twee jaar, waarbij in het eerste jaar een basis wordt gelegd met kennis over projectmatig werken en in het tweede jaar een praktijkoverstijgend project wordt uitgevoerd. De opleiding wordt uitgevoerd door het LUMC in Leiden en richt zich op huisartsen en eerstelijns bestuurders/ managers die opzoek zijn naar ‘originaliteit, vernieuwing, persoonlijke ontwikkeling en plezier in je vak’. Lees in de informatieve brochure (pdf)  alle informatie over de opzet, inhoud, kosten en accreditatie.

[...]

Na de zomer gaat weer een NHG-kaderopleidng Beleid & Beheer van start. De opleiding heeft een gemiddelde tijdsbelasting van een dag per week en duurt twee jaar, waarbij in het eerste jaar een basis wordt gelegd met kennis over projectmatig werken en in het tweede jaar een praktijkoverstijgend project wordt uitgevoerd. De opleiding wordt uitgevoerd door het LUMC in Leiden en richt zich op huisartsen en eerstelijns bestuurders/ managers die opzoek zijn naar ‘originaliteit, vernieuwing, persoonlijke ontwikkeling en plezier in je vak’. Lees in de informatieve brochure (pdf)  alle informatie over de opzet, inhoud, kosten en accreditatie.

Oproep voor referenten NHG standaarden

25 juni 2014

Volgens de gemaakte bestuurlijke afspraken biedt het NHG ons de gelegenheid om commentaar te geven op de richtlijnen en standaarden die ze ontwikkelen en actualiseren. Wanneer we worden uitgenodigd om te participeren in een commentaarronde, hebben we telkens vier weken om een reactie te geven. De beoordeling vanuit InEen richt zich vooral op de organisatorische aspecten van de acute, chronische of geïntegreerde zorg. De medisch-inhoudelijk beoordeling van de zorgstandaarden is binnen het NHG voldoende gewaarborgd. Voor het becommentariëren van de standaarden zijn we op zoek naar huisartsen en andere vertegenwoordigers uit onze achterban die bereid en in staat zijn om de zorgstandaarden vanuit het organisatorisch perspectief van commentaar te voorzien. Ons idee is een vaste poule van referenten te vormen waar we regelmatig een beroep op kunnen doen. Meer informatie: Ellen Spierings, e.spierings@ineen.nl.

[...]

Volgens de gemaakte bestuurlijke afspraken biedt het NHG ons de gelegenheid om commentaar te geven op de richtlijnen en standaarden die ze ontwikkelen en actualiseren. Wanneer we worden uitgenodigd om te participeren in een commentaarronde, hebben we telkens vier weken om een reactie te geven. De beoordeling vanuit InEen richt zich vooral op de organisatorische aspecten van de acute, chronische of geïntegreerde zorg. De medisch-inhoudelijk beoordeling van de zorgstandaarden is binnen het NHG voldoende gewaarborgd. Voor het becommentariëren van de standaarden zijn we op zoek naar huisartsen en andere vertegenwoordigers uit onze achterban die bereid en in staat zijn om de zorgstandaarden vanuit het organisatorisch perspectief van commentaar te voorzien. Ons idee is een vaste poule van referenten te vormen waar we regelmatig een beroep op kunnen doen. Meer informatie: Ellen Spierings, e.spierings@ineen.nl.

LHV en KNMG: Werkonderbreking huisartsen voorbarig

06 juni 2014

De LHV en de KNMG gaven begin deze week op hun website een reactie op de stakingsoproep door VPHuisartsen. Beiden noemen de oproep ‘voorbarig en niet in het belang van de patiënt’ omdat de politieke discussie over de aanpassing van het gewraakte artikel 13 van de Zorgverzekeringswet nog gaande was. Bovendien, zegt de KNMG, hebben wij ons ‘het afgelopen jaar steeds sterk gemaakt voor vrije artsenkeuze, met als resultaat dat de vrije keuze voor de huisarts zo goed als zeker gewaarborgd en de restitutiepolis behouden is’. In het politieke akkoord dat gisteren werd afgesloten is inderdaad afgesproken dat de zorg van alle huisartsen vergoed blijft.

[...]

De LHV en de KNMG gaven begin deze week op hun website een reactie op de stakingsoproep door VPHuisartsen. Beiden noemen de oproep ‘voorbarig en niet in het belang van de patiënt’ omdat de politieke discussie over de aanpassing van het gewraakte artikel 13 van de Zorgverzekeringswet nog gaande was. Bovendien, zegt de KNMG, hebben wij ons ‘het afgelopen jaar steeds sterk gemaakt voor vrije artsenkeuze, met als resultaat dat de vrije keuze voor de huisarts zo goed als zeker gewaarborgd en de restitutiepolis behouden is’. In het politieke akkoord dat gisteren werd afgesloten is inderdaad afgesproken dat de zorg van alle huisartsen vergoed blijft.

Governance: belangrijk thema op de Tweedaags in september

28 mei 2014

Om als eerstelijnsorganisaties aan zet te blijven en in te spelen op de nieuwe ontwikkelingen vormen de regels voor governance en de organisatieontwikkeling een belangrijk instrument, vindt Judith Meijer, bestuurslid van InEen. Ze noemt vooral transparantie en aanspreekbaarheid essentieel voor het overleg en de samenwerking met anderen. Het onderwerp staat centraal tijdens de Tweedaagse op 17 en 18 september. De uitkomsten van het onderzoek naar de bekostiging van organisatie en infrastructuur in de eerste lijn zijn dan ook beschikbaar.

Judith Meijer, behalve bestuurslid van InEen ook bestuurder van GAZO*: ‘Er ontstaan steeds meer organisaties in de eerste lijn die ook meer verantwoordelijkheid krijgen om de zorg te organiseren. Daarvoor bestaan formele, algemene regels en dat is niet iets waar de zorgprofessional van nature van houdt. Huisartsen en andere zorgverleners regelen hun zaken bij voorkeur naar eigen inzicht.’ Tot nu toe werden eerstelijnsorganisaties, bijvoorbeeld de zorggroepen, nog een beetje met rust gelaten. Inmiddels trekken instellingen als de belastingdienst en zorgverzekeraars meer en meer aan de bel. Meijer: ‘Als je even afstand neemt en er met een maatschappelijk oog naar kijkt, wil je natuurlijk dat een organisatie zó wordt bestuurd dat op het gebied van zorgvuldigheid, transparantie en goede verantwoording het maximale gebeurt. De vraag is: hoe doen we het op een manier die matcht met hoe onze professionals het beste kunnen werken?’

Meijer noemt met name de professionele herkenbaarheid en zeggenschap over hun werk als de belangrijke punten die zorgverleners gewaarborgd willen zien. ‘We zijn nu als InEen bezig het onderwerp af te bakenen. Waar zitten precies de issues? Hoe kun je als professional je voordeel doen met een goede governance en besturing van de organisatie waaraan je bent verbonden? Dat wordt ook de discussie op de Tweedaagse in september die wordt voorbereidt door de InEen beleidsadviescommissie voor Organisatieontwikkeling & Governance.’

Onderzoek
Voor eerstelijns organisaties zijn ook de organisatiekosten die verbonden zijn aan good governance een belangrijk issue. André Louwen, directeur SGZ* en eveneens bestuurslid van InEen: ‘Als je het wenselijk acht dat er een onafhankelijke raad van toezicht is, een onafhankelijke directie, een cliëntenraad, een ondernemingsraad – allemaal onderdelen van governance – dan moet je ook middelen daarvoor vrij maken. In de reguliere tarieven voor zorgverleners in de eerste lijn is daarin niet voorzien. De bekostiging van ketenzorg, geïntegreerde zorg en acute zorg bevat geen kader of normering.’

In opdracht van de partners in het bestuurlijk overleg – InEen, de LHV, de zorgverzekeraars – en met subsidie van VWS wordt momenteel een onderzoek* uitgevoerd naar de kosten van organisatie en infrastructuur die noodzakelijk zijn voor het leveren van geïntegreerde eerstelijnszorg. Daarbij kijken de onderzoekers ook naar de optimale organisatievorm. Louwen: ‘De WTZi* bevat de regelgeving voor governance en geeft een duidelijk kader. Het zal niet zover gaan dat er één prototypisch organisatiemodel uitkomt, maar duidelijk zal worden dat alle modellen tot kosten leiden. En als je als zorgverzekeraar vindt dat de minimumvariant erg minimaal is, zal je in het inkoopbeleid meer ruimte moeten maken.’ Ook de schaal en de inhoud van het zorgaanbod zijn factoren die een rol spelen en worden bij het onderzoek betrokken. De uitkomsten van het onderzoek komen uiterlijk begin 2015 beschikbaar.

Urgentie
Hoe urgent is het onderwerp governance? Meijer: ‘Het is belangrijk te onderzoeken hoe we op een passende manier kunnen inspelen op eisen en wensen van derden op het gebied van governance, zoals de zorgverzekeraars. Je loopt zonder dat het risico dat andere partijen in de eerste lijn gaan ondernemen, partijen die de benodigde organisatiekracht beter voor elkaar hebben dan wij. Voor mij gaat governance sterk over ‘aanspreekbaar’ zijn. Weet ik namens wie de organisatie praat? Weet ik hoe ze werken? Dat is voor derden essentieel. Partijen zullen niet met ons willen werken als we onze zaakjes niet op orde hebben.’
De voorlopers van InEen zijn de afgelopen jaar allemaal al bezig geweest met governance. Voor de huisartsenposten was het bijvoorbeeld een belangrijke vraag hoe de huisarts het beste aangehaakt kan blijven bij de zich ontwikkelende organisatie. Zorggroepen hebben gezocht naar passende organisatiestructuren: corporatie, vereniging? Alle drie de organisaties, VHN, LVG en LOK, hebben moeten dealen met het btw-vraagstuk van de Belastingdienst. Het is nu zaak om de kennis te verzamelen, te delen en verder te brengen.
* GAZO: Stichting Gezondheidscentra Amsterdam Zuidoost
* SGZ: Stichting Georganiseerde eerstelijnszorg Zoetermeer
* Het onderzoek wordt uitgevoerd door een samenwerking tussen adviesbureau SIRM en Common Eye.
* WTZi: Wet Toelating Zorginstellingen, 2005

[...]

Om als eerstelijnsorganisaties aan zet te blijven en in te spelen op de nieuwe ontwikkelingen vormen de regels voor governance en de organisatieontwikkeling een belangrijk instrument, vindt Judith Meijer, bestuurslid van InEen. Ze noemt vooral transparantie en aanspreekbaarheid essentieel voor het overleg en de samenwerking met anderen. Het onderwerp staat centraal tijdens de Tweedaagse op 17 en 18 september. De uitkomsten van het onderzoek naar de bekostiging van organisatie en infrastructuur in de eerste lijn zijn dan ook beschikbaar.

Judith Meijer, behalve bestuurslid van InEen ook bestuurder van GAZO*: ‘Er ontstaan steeds meer organisaties in de eerste lijn die ook meer verantwoordelijkheid krijgen om de zorg te organiseren. Daarvoor bestaan formele, algemene regels en dat is niet iets waar de zorgprofessional van nature van houdt. Huisartsen en andere zorgverleners regelen hun zaken bij voorkeur naar eigen inzicht.’ Tot nu toe werden eerstelijnsorganisaties, bijvoorbeeld de zorggroepen, nog een beetje met rust gelaten. Inmiddels trekken instellingen als de belastingdienst en zorgverzekeraars meer en meer aan de bel. Meijer: ‘Als je even afstand neemt en er met een maatschappelijk oog naar kijkt, wil je natuurlijk dat een organisatie zó wordt bestuurd dat op het gebied van zorgvuldigheid, transparantie en goede verantwoording het maximale gebeurt. De vraag is: hoe doen we het op een manier die matcht met hoe onze professionals het beste kunnen werken?’

Meijer noemt met name de professionele herkenbaarheid en zeggenschap over hun werk als de belangrijke punten die zorgverleners gewaarborgd willen zien. ‘We zijn nu als InEen bezig het onderwerp af te bakenen. Waar zitten precies de issues? Hoe kun je als professional je voordeel doen met een goede governance en besturing van de organisatie waaraan je bent verbonden? Dat wordt ook de discussie op de Tweedaagse in september die wordt voorbereidt door de InEen beleidsadviescommissie voor Organisatieontwikkeling & Governance.’

Onderzoek
Voor eerstelijns organisaties zijn ook de organisatiekosten die verbonden zijn aan good governance een belangrijk issue. André Louwen, directeur SGZ* en eveneens bestuurslid van InEen: ‘Als je het wenselijk acht dat er een onafhankelijke raad van toezicht is, een onafhankelijke directie, een cliëntenraad, een ondernemingsraad – allemaal onderdelen van governance – dan moet je ook middelen daarvoor vrij maken. In de reguliere tarieven voor zorgverleners in de eerste lijn is daarin niet voorzien. De bekostiging van ketenzorg, geïntegreerde zorg en acute zorg bevat geen kader of normering.’

In opdracht van de partners in het bestuurlijk overleg – InEen, de LHV, de zorgverzekeraars – en met subsidie van VWS wordt momenteel een onderzoek* uitgevoerd naar de kosten van organisatie en infrastructuur die noodzakelijk zijn voor het leveren van geïntegreerde eerstelijnszorg. Daarbij kijken de onderzoekers ook naar de optimale organisatievorm. Louwen: ‘De WTZi* bevat de regelgeving voor governance en geeft een duidelijk kader. Het zal niet zover gaan dat er één prototypisch organisatiemodel uitkomt, maar duidelijk zal worden dat alle modellen tot kosten leiden. En als je als zorgverzekeraar vindt dat de minimumvariant erg minimaal is, zal je in het inkoopbeleid meer ruimte moeten maken.’ Ook de schaal en de inhoud van het zorgaanbod zijn factoren die een rol spelen en worden bij het onderzoek betrokken. De uitkomsten van het onderzoek komen uiterlijk begin 2015 beschikbaar.

Urgentie
Hoe urgent is het onderwerp governance? Meijer: ‘Het is belangrijk te onderzoeken hoe we op een passende manier kunnen inspelen op eisen en wensen van derden op het gebied van governance, zoals de zorgverzekeraars. Je loopt zonder dat het risico dat andere partijen in de eerste lijn gaan ondernemen, partijen die de benodigde organisatiekracht beter voor elkaar hebben dan wij. Voor mij gaat governance sterk over ‘aanspreekbaar’ zijn. Weet ik namens wie de organisatie praat? Weet ik hoe ze werken? Dat is voor derden essentieel. Partijen zullen niet met ons willen werken als we onze zaakjes niet op orde hebben.’
De voorlopers van InEen zijn de afgelopen jaar allemaal al bezig geweest met governance. Voor de huisartsenposten was het bijvoorbeeld een belangrijke vraag hoe de huisarts het beste aangehaakt kan blijven bij de zich ontwikkelende organisatie. Zorggroepen hebben gezocht naar passende organisatiestructuren: corporatie, vereniging? Alle drie de organisaties, VHN, LVG en LOK, hebben moeten dealen met het btw-vraagstuk van de Belastingdienst. Het is nu zaak om de kennis te verzamelen, te delen en verder te brengen.
* GAZO: Stichting Gezondheidscentra Amsterdam Zuidoost
* SGZ: Stichting Georganiseerde eerstelijnszorg Zoetermeer
* Het onderzoek wordt uitgevoerd door een samenwerking tussen adviesbureau SIRM en Common Eye.
* WTZi: Wet Toelating Zorginstellingen, 2005

Eerstelijns-oncologienetwerk

24 april 2014

Enkele eerstelijnszorgverleners hebben het initiatief genomen tot het oprichten van een oncologienetwerk in Barendrecht (ONW Barendrecht). Het ONW Barendrecht bestaat uit zorgverleners die met elkaar afspraken maken over de kwaliteit en het niveau van hun zorgverlening. Vanuit dit netwerk worden afspraken worden gemaakt met eerstelijnsprofessionals, maar ook met de tweede lijn, zoals de oncologieverpleegkundigen en specialisten.

Dit initiatief sluit goed aan bij het beleid: in de eerste lijn doen wat kan en in de tweede lijn doen wat moet. De ROS ZorgImpuls (lid van InEen) biedt ondersteuning en advies aan het netwerk.

[...]

Enkele eerstelijnszorgverleners hebben het initiatief genomen tot het oprichten van een oncologienetwerk in Barendrecht (ONW Barendrecht). Het ONW Barendrecht bestaat uit zorgverleners die met elkaar afspraken maken over de kwaliteit en het niveau van hun zorgverlening. Vanuit dit netwerk worden afspraken worden gemaakt met eerstelijnsprofessionals, maar ook met de tweede lijn, zoals de oncologieverpleegkundigen en specialisten.

Dit initiatief sluit goed aan bij het beleid: in de eerste lijn doen wat kan en in de tweede lijn doen wat moet. De ROS ZorgImpuls (lid van InEen) biedt ondersteuning en advies aan het netwerk.

Proeftuinen populatiemanagement Zorg

22 april 2014

ROSZorg in de buurt vraagt ook om zorg en ondersteuning op regionaal niveau. We stappen in ons land af van blauwdrukken en gaan over naar zorg die passend is bij de populatie. Er zijn 9  proeftuinen die zich richten op populatiemanagement. In nagenoeg alle proeftuinen zijn leden van InEen betrokken.

Doel van de proeftuinen populatiemanagement is de gezondheid van de populatie te verbeteren met minimaal dezelfde kwaliteit van zorg en beheersing van de kosten. Ofwel: “Betere zorg met lagere zorgkosten”. Een zin die snel is uitgesproken, maar die veel inzet vergt. Want dat betekent samenwerken tussen alle zorgverleners in een gebied, substitutie van de tweede naar de eerste lijn en van de eerste lijn naar welzijn, integratie van zorg en preventie. De pilots van de proeftuinen lopen van 2013 t/m 2017. Het RIVM heeft inmiddels Deel I van de Landelijke monitor populatiemanagement (pdf) uitgebracht.

Beschrijving
Uit dit rapport blijkt dat de proeftuinen sterk in ontwikkeling zijn. Iedere proeftuin heeft verschillende programma’s, veelal gericht op eerste- en tweedelijnszorg, met de ambitie die uit te breiden naar ander domeinen, zoals ggz, jeugdzorg, welzijn enz. Er zijn nog geen afspraken over uitkomstbekostiging, hoewel daar ook voorzichtige stappen in worden gezet. Verder dan een beschrijving van de huidige status van de proeftuinen kan dit rapport, gezien de diversiteit, nog niet bieden.

Pionieren
Voor de deelnemers in deze proeftuinen is het dan ook pionieren. En juist dat biedt de uitdaging. ‘Je kijkt wat waarde heeft voor de inwoners in de regio’, stelt Pauline Terwijn, bestuurder Saxenburgh Groep (proeftuin Vitaal Vechtdal). ‘Als je dat leidend laat zijn, betekent het ook dat je onlogische zaken opruimt. De samenwerking gaat dwars door alle bestaande systemen heen. We zijn een land geworden van tekentafels en blauwdrukken. We moeten echter de waarde van de zorg die wordt geleverd door zorgverleners als uitgangspunt nemen. Met de inzet op preventie, langer vitaal blijven en mee kunnen blijven doen.’

Nieuwe werkwijze
Astrid Schipper, programmamanager SSIZ verwoordt het als volgt: ‘Je moet terug naar de basis: waar is het ook alweer een antwoord op? Wat is het gedeelde vraagstuk? Bij de proeftuinen komt het aan op samenwerking, ambitie, gedragsverandering en visie. Dat is de manier waarop je in beweging kunt komen.’
Arnold Schelfhout, bestuurder ZorgSaam Zeeuws-Vlaanderen benadrukt dat: ‘Mensen moeten leren boven hun eigen organisatiebelang te denken. Wat is het belang van de regio? Daarin moet je stappen zetten. Wij gaan voor dat ideaal.’ Hij voegt daar wel aan toe: ‘We moeten naar een ander verdienmodel, maar dat betekent wel dat er een tegemoetkoming moet komen voor de overgang.’ Hij ziet de pilot als een start voor een bredere inzet. Enthousiast: ‘Ik heb er alle vertrouwen in dat de regionale aanpak door organisaties heen de nieuwe werkwijze wordt voor de toekomst.’

Vraagstuk
Binnen de pilots Gezonde wijk vindt langer gebiedsgerichte aanpak plaats, met samenwerking van alle professionals rondom de burger. Daar zijn dus veel overeenkomsten mee. Want ook hier wordt gezocht naar nieuwe kaders om de zorg integraal aan te bieden. ‘We hebben daar de basis gelegd voor een effectieve, doelmatige aanpak om bij te dragen aan gezondheid’, aldus Petra van Wezel, manager Stichting Overvecht Gezond. ‘Gezondheid, kwaliteit van zorg en kostenbeheersing staat voorop. Vanuit de werkvloer hebben we de samenwerking eerste lijn en sociaal domein handen en voeten gegeven. Het heeft echt effect om met elkaar op het juiste moment af te stemmen rondom de patiënt met problemen in verschillende domeinen. De vraag is hoe we dat inkoopbaar kunnen maken voor verzekeraar en gemeente. Hoe kun je sturen op outcome? Aan dat vraagstuk werken we nu met elkaar.’ En ook daar ligt een overeenkomst met de 9 proeftuinen Populatiemanagement

[...]

ROSZorg in de buurt vraagt ook om zorg en ondersteuning op regionaal niveau. We stappen in ons land af van blauwdrukken en gaan over naar zorg die passend is bij de populatie. Er zijn 9  proeftuinen die zich richten op populatiemanagement. In nagenoeg alle proeftuinen zijn leden van InEen betrokken.

Doel van de proeftuinen populatiemanagement is de gezondheid van de populatie te verbeteren met minimaal dezelfde kwaliteit van zorg en beheersing van de kosten. Ofwel: “Betere zorg met lagere zorgkosten”. Een zin die snel is uitgesproken, maar die veel inzet vergt. Want dat betekent samenwerken tussen alle zorgverleners in een gebied, substitutie van de tweede naar de eerste lijn en van de eerste lijn naar welzijn, integratie van zorg en preventie. De pilots van de proeftuinen lopen van 2013 t/m 2017. Het RIVM heeft inmiddels Deel I van de Landelijke monitor populatiemanagement (pdf) uitgebracht.

Beschrijving
Uit dit rapport blijkt dat de proeftuinen sterk in ontwikkeling zijn. Iedere proeftuin heeft verschillende programma’s, veelal gericht op eerste- en tweedelijnszorg, met de ambitie die uit te breiden naar ander domeinen, zoals ggz, jeugdzorg, welzijn enz. Er zijn nog geen afspraken over uitkomstbekostiging, hoewel daar ook voorzichtige stappen in worden gezet. Verder dan een beschrijving van de huidige status van de proeftuinen kan dit rapport, gezien de diversiteit, nog niet bieden.

Pionieren
Voor de deelnemers in deze proeftuinen is het dan ook pionieren. En juist dat biedt de uitdaging. ‘Je kijkt wat waarde heeft voor de inwoners in de regio’, stelt Pauline Terwijn, bestuurder Saxenburgh Groep (proeftuin Vitaal Vechtdal). ‘Als je dat leidend laat zijn, betekent het ook dat je onlogische zaken opruimt. De samenwerking gaat dwars door alle bestaande systemen heen. We zijn een land geworden van tekentafels en blauwdrukken. We moeten echter de waarde van de zorg die wordt geleverd door zorgverleners als uitgangspunt nemen. Met de inzet op preventie, langer vitaal blijven en mee kunnen blijven doen.’

Nieuwe werkwijze
Astrid Schipper, programmamanager SSIZ verwoordt het als volgt: ‘Je moet terug naar de basis: waar is het ook alweer een antwoord op? Wat is het gedeelde vraagstuk? Bij de proeftuinen komt het aan op samenwerking, ambitie, gedragsverandering en visie. Dat is de manier waarop je in beweging kunt komen.’
Arnold Schelfhout, bestuurder ZorgSaam Zeeuws-Vlaanderen benadrukt dat: ‘Mensen moeten leren boven hun eigen organisatiebelang te denken. Wat is het belang van de regio? Daarin moet je stappen zetten. Wij gaan voor dat ideaal.’ Hij voegt daar wel aan toe: ‘We moeten naar een ander verdienmodel, maar dat betekent wel dat er een tegemoetkoming moet komen voor de overgang.’ Hij ziet de pilot als een start voor een bredere inzet. Enthousiast: ‘Ik heb er alle vertrouwen in dat de regionale aanpak door organisaties heen de nieuwe werkwijze wordt voor de toekomst.’

Vraagstuk
Binnen de pilots Gezonde wijk vindt langer gebiedsgerichte aanpak plaats, met samenwerking van alle professionals rondom de burger. Daar zijn dus veel overeenkomsten mee. Want ook hier wordt gezocht naar nieuwe kaders om de zorg integraal aan te bieden. ‘We hebben daar de basis gelegd voor een effectieve, doelmatige aanpak om bij te dragen aan gezondheid’, aldus Petra van Wezel, manager Stichting Overvecht Gezond. ‘Gezondheid, kwaliteit van zorg en kostenbeheersing staat voorop. Vanuit de werkvloer hebben we de samenwerking eerste lijn en sociaal domein handen en voeten gegeven. Het heeft echt effect om met elkaar op het juiste moment af te stemmen rondom de patiënt met problemen in verschillende domeinen. De vraag is hoe we dat inkoopbaar kunnen maken voor verzekeraar en gemeente. Hoe kun je sturen op outcome? Aan dat vraagstuk werken we nu met elkaar.’ En ook daar ligt een overeenkomst met de 9 proeftuinen Populatiemanagement

Onderzoek KPMG Plexus naar eerstelijnsdiagnostiek

18 april 2014

DASinds het najaar van 2013 voert KPMG Plexus, in opdracht van VWS, een onderzoek uit naar de meerwaarde van de eerstelijnsdiagnostiek. Dit onderzoek moet leiden tot een advies over de toekomstige bekostiging van de eerstelijnsdiagnostiek (ELD). Dit advies wordt in mei 2014 aan VWS aangeboden.

Wenselijke vorm en randvoorwaarden
Vanwege zorgen over de opzet en uitvoering van dit onderzoek hebben InEen, SAN en de Nederlandse Vereniging voor Klinische Chemie (NVKC)  op 20 maart jl. een ‘invitational conference’ georganiseerd. Daarin is samen met ‘ vrije denkers’ uit de brede sector van de ELD van gedachten gewisseld over de wenselijke vorm en inrichting van eerstelijnsdiagnostiek en de bijbehorende randvoorwaarden. Het doel van de bijeenkomst was input te verzamelen voor een verdiepende ‘kwalitatieve duiding’ van de onderzoeksresultaten van KPMG Plexus.

Bij de uitwerking van de vraagstukken is uitgegaan van de perspectieven van vier stakeholder-groepen:

  • Patiënten
  • Huisartsen
  • Zorgverzekeraars
  • Aanbieders van diagnostiek

Stimulering eerstelijnsdiagnostiek
De bevindingen zijn aan het einde van de bijeenkomst gedeeld met vertegenwoordigers van KPMG Plexus, VWS, zorgverzekeraars en bedrijfsleven. Tijdens de discussie bleek dat alle partijen nog min of meerde zoekende zijn naar de meest geschikte inbedding van ELD en het stimuleren van substitutie van tweede- naar eerstelijnsdiagnostiek. De betekenis van ELD stond daarbij niet ter discussie, die moet juist worden gestimuleerd. Tijdens de discussie kwamen er tal van mooie voorbeelden van nieuwe vormen van ELD en samenwerking tussen betrokken partijen naar voren.

Aansprekende voorbeelden
Naar aanleiding van deze discussie  hebben de SAN, NVKC (Ned. Ver. voor Klinische Chemie en Laboratoriumgeneeskunde) en InEen aangeboden om op korte termijn een aantal aansprekende voorbeelden bij de onderzoekers van KPMG Plexus aan te leveren. De SAN, NVKC en InEen hebben deze voorbeelden (‘promising practices’) in korte tijd bij hun achterbannen opgehaald en met de onderzoekers gedeeld.

 

 

[...]

DASinds het najaar van 2013 voert KPMG Plexus, in opdracht van VWS, een onderzoek uit naar de meerwaarde van de eerstelijnsdiagnostiek. Dit onderzoek moet leiden tot een advies over de toekomstige bekostiging van de eerstelijnsdiagnostiek (ELD). Dit advies wordt in mei 2014 aan VWS aangeboden.

Wenselijke vorm en randvoorwaarden
Vanwege zorgen over de opzet en uitvoering van dit onderzoek hebben InEen, SAN en de Nederlandse Vereniging voor Klinische Chemie (NVKC)  op 20 maart jl. een ‘invitational conference’ georganiseerd. Daarin is samen met ‘ vrije denkers’ uit de brede sector van de ELD van gedachten gewisseld over de wenselijke vorm en inrichting van eerstelijnsdiagnostiek en de bijbehorende randvoorwaarden. Het doel van de bijeenkomst was input te verzamelen voor een verdiepende ‘kwalitatieve duiding’ van de onderzoeksresultaten van KPMG Plexus.

Bij de uitwerking van de vraagstukken is uitgegaan van de perspectieven van vier stakeholder-groepen:

  • Patiënten
  • Huisartsen
  • Zorgverzekeraars
  • Aanbieders van diagnostiek

Stimulering eerstelijnsdiagnostiek
De bevindingen zijn aan het einde van de bijeenkomst gedeeld met vertegenwoordigers van KPMG Plexus, VWS, zorgverzekeraars en bedrijfsleven. Tijdens de discussie bleek dat alle partijen nog min of meerde zoekende zijn naar de meest geschikte inbedding van ELD en het stimuleren van substitutie van tweede- naar eerstelijnsdiagnostiek. De betekenis van ELD stond daarbij niet ter discussie, die moet juist worden gestimuleerd. Tijdens de discussie kwamen er tal van mooie voorbeelden van nieuwe vormen van ELD en samenwerking tussen betrokken partijen naar voren.

Aansprekende voorbeelden
Naar aanleiding van deze discussie  hebben de SAN, NVKC (Ned. Ver. voor Klinische Chemie en Laboratoriumgeneeskunde) en InEen aangeboden om op korte termijn een aantal aansprekende voorbeelden bij de onderzoekers van KPMG Plexus aan te leveren. De SAN, NVKC en InEen hebben deze voorbeelden (‘promising practices’) in korte tijd bij hun achterbannen opgehaald en met de onderzoekers gedeeld.

 

 

19 juni: Triple Aim Congres

03 april 2014

Het Jan van Es Instituut, TNO en CBO organiseren op 19 juni a.s. een Triple Aim congres. Het eerste doel van het congres is de hele zorgsector te laten kennismaken met het principe van Triple Aim. Maureen Bisognano, bestuurder van het Institute for Healthcare Improvement en mede-auteur van het boek ‘Pursuing the Triple Aim’, is keynote spreker. Klik hier voor meer informatie en inschrijven.

[...]

Het Jan van Es Instituut, TNO en CBO organiseren op 19 juni a.s. een Triple Aim congres. Het eerste doel van het congres is de hele zorgsector te laten kennismaken met het principe van Triple Aim. Maureen Bisognano, bestuurder van het Institute for Healthcare Improvement en mede-auteur van het boek ‘Pursuing the Triple Aim’, is keynote spreker. Klik hier voor meer informatie en inschrijven.

Organisatie van verpleegkundige zorg

20 februari 2014

De wijkverpleegkundige zorg is van groot belang bij zorg in de buurt. Zie elders op onze site de brief van minister Plasterk en staatsscretaris Van Rijn hierover.

LVG-leden hebben zich al eerder afgevraagd hoe (wijk)verpleegkundige zorg zodanig georganiseerd kan worden, dat ze effectief bijdraagt aan een kwalitatief goede eerstelijnszorg. De verpleegkundige zorg in de eerste lijn is versnipperd. Vanuit de optiek dat praktijken wijkgeoriënteerd zijn, voor dezelfde populatie werken en dat verpleegkundigen de verbinding met het sociale leefgebied en preventie weet te leggen, moet verandering komen in die versnippering.

Een goed functionerende eerste lijn kan niet zonder een sterke verbinding met verpleegkundigen, die op hun beurt hun krachten beter moeten bundelen. Om een richting te bepalen voor de branche aangaande de organisatie van verpleegkundige zorg heeft de LVG een inventarisatie laten uitvoeren onder de leden van hun ideeën en meningen. De uitkomsten staan in de notitie ‘Organisatie van verpleegkundige zorg‘.

 

[...]

De wijkverpleegkundige zorg is van groot belang bij zorg in de buurt. Zie elders op onze site de brief van minister Plasterk en staatsscretaris Van Rijn hierover.

LVG-leden hebben zich al eerder afgevraagd hoe (wijk)verpleegkundige zorg zodanig georganiseerd kan worden, dat ze effectief bijdraagt aan een kwalitatief goede eerstelijnszorg. De verpleegkundige zorg in de eerste lijn is versnipperd. Vanuit de optiek dat praktijken wijkgeoriënteerd zijn, voor dezelfde populatie werken en dat verpleegkundigen de verbinding met het sociale leefgebied en preventie weet te leggen, moet verandering komen in die versnippering.

Een goed functionerende eerste lijn kan niet zonder een sterke verbinding met verpleegkundigen, die op hun beurt hun krachten beter moeten bundelen. Om een richting te bepalen voor de branche aangaande de organisatie van verpleegkundige zorg heeft de LVG een inventarisatie laten uitvoeren onder de leden van hun ideeën en meningen. De uitkomsten staan in de notitie ‘Organisatie van verpleegkundige zorg‘.

 

OOGG en Zorgbelang Gelderland slaan handen ineen

11 februari 2014

InEen-lid en regionale ondersteuningsstructuur OOGG werkt al een paar jaar samen met Zorgbelang Gelderland. Dat heeft o.a. geleid tot de uitgaven ‘Handreikingen voor patiëntenparticipatie’ en ‘De uitvoering van patiëntenpanels in praktijken’.

Zorgbelang Gelderland en Stichting OOGG vullen elkaar goed aan. Zorgbelang heeft veel kennis van en over patiënten en hun perspectief. OOGG is direct betrokken bij de (organisatie van) de eerstelijnszorg. Ze delen de gezamenlijke ambitie om zorg te verbeteren vanuit de behoefte van patiënten. Vandaar dat de samenwerking tussen partijen verder wordt geïntensiveerd. Daartoe hebben OOGG en Zorgbelang convenant ondertekend.

Het eerste project dat beide partijen in 2014 regionaal gezamenlijk aangaan, richt zich op voeding bij ouderen. Het doel is chronisch zieken en kwetsbare ouderen te helpen bij gedragsverandering in de keuze voor voeding en beweging, zodat hun gezondheid verbetert en zij minder beroep hoeven te doen op zorg.

[...]

InEen-lid en regionale ondersteuningsstructuur OOGG werkt al een paar jaar samen met Zorgbelang Gelderland. Dat heeft o.a. geleid tot de uitgaven ‘Handreikingen voor patiëntenparticipatie’ en ‘De uitvoering van patiëntenpanels in praktijken’.

Zorgbelang Gelderland en Stichting OOGG vullen elkaar goed aan. Zorgbelang heeft veel kennis van en over patiënten en hun perspectief. OOGG is direct betrokken bij de (organisatie van) de eerstelijnszorg. Ze delen de gezamenlijke ambitie om zorg te verbeteren vanuit de behoefte van patiënten. Vandaar dat de samenwerking tussen partijen verder wordt geïntensiveerd. Daartoe hebben OOGG en Zorgbelang convenant ondertekend.

Het eerste project dat beide partijen in 2014 regionaal gezamenlijk aangaan, richt zich op voeding bij ouderen. Het doel is chronisch zieken en kwetsbare ouderen te helpen bij gedragsverandering in de keuze voor voeding en beweging, zodat hun gezondheid verbetert en zij minder beroep hoeven te doen op zorg.

Bijeenkomst basis-GGZ en triple aim

05 februari 2014

Op 11 maart a.s. organiseert het Jan van Es Instituut een symposium over de basis-ggz en triple aim. Triple aim beoogt betere gezondheidzorg voor de populatie, betere (ervaren) kwaliteit van zorg en lagere zorgkosten. Deze principes moeten tot uitdrukking komen in het nieuwe stelsel van de GGZ.

Met de beleidswijziging ontstaan nieuwe samenwerkingsverbanden rondom GGZ. Tijdens het symposium komt de organisatie en financiering van de populatiegerichte-GGZ aan bod. Zie meer informatie over dit symposium.

[...]

Op 11 maart a.s. organiseert het Jan van Es Instituut een symposium over de basis-ggz en triple aim. Triple aim beoogt betere gezondheidzorg voor de populatie, betere (ervaren) kwaliteit van zorg en lagere zorgkosten. Deze principes moeten tot uitdrukking komen in het nieuwe stelsel van de GGZ.

Met de beleidswijziging ontstaan nieuwe samenwerkingsverbanden rondom GGZ. Tijdens het symposium komt de organisatie en financiering van de populatiegerichte-GGZ aan bod. Zie meer informatie over dit symposium.

Specialist in huisartsenpraktijk leidt tot besparing

04 februari 2014

Het verplaatsen van medisch specialistische zorg uit het ziekenhuis naar de huisartsenpraktijk kan potentieel honderden miljoenen aan zorgkosten besparen, zo kopte het dagblad De Limburger eind januari.

Dat blijkt uit een zorgproef in Maastricht. Specialisten kijken in huisartspraktijken mee. Ze adviseren de huisarts over een mogelijke behandeling. Met deze ondersteuning kan de huisarts vaak zelf de behandeling van de patiënt doen. Dat voorkomt onnodige verwijzingen naar ziekenhuis.

Zo zijn besparingen mogelijk. En die zijn spectaculair, zo blijkt uit de proef. Alleen al in de regio Maastricht-Heuvelland kan dit een bedrag van zeker 5 tot 10 miljoen euro opleveren. Annemieke van Hees van zorgcoöperatie VGZ voorziet dat de Maastrichtse werkwijze op den duur kan leiden tot een inkrimping van de capaciteit van de poliklinieken en ziekenhuizen in Nederland. ‘Dit kan de ziekenhuiswereld flink op z’n kop zetten’, voorspelt ze.

VGZ, Maastricht UMC+ en huisartsenorganisatie ZIO zijn enthousiast over het proefproject. Er worden dit voorjaar in Maastricht twee gezondheidscentra ingericht waar specialisten structureel huisartsen bijstaan en adviseren. ‘Met het centrum in de wijk Caberg verwachten wij het eerste jaar al 1,5 miljoen te besparen’, stelt projectleider Ronald Meerlo van ZIO. Hij verwacht dat op termijn het grootste deel van de patiënten met ‘lichtere verwijzingen’ naar het ziekenhuis, alsnog bij de huisarts kan blijven.

Volgens Guy Schulpen, directeur ZIO, is het meekijken van de specialist met de huisarts onderdeel van ‘Blauwe Zorg’. In een interview licht hij toe wat hij daarmee bedoelt.

[...]

Het verplaatsen van medisch specialistische zorg uit het ziekenhuis naar de huisartsenpraktijk kan potentieel honderden miljoenen aan zorgkosten besparen, zo kopte het dagblad De Limburger eind januari.

Dat blijkt uit een zorgproef in Maastricht. Specialisten kijken in huisartspraktijken mee. Ze adviseren de huisarts over een mogelijke behandeling. Met deze ondersteuning kan de huisarts vaak zelf de behandeling van de patiënt doen. Dat voorkomt onnodige verwijzingen naar ziekenhuis.

Zo zijn besparingen mogelijk. En die zijn spectaculair, zo blijkt uit de proef. Alleen al in de regio Maastricht-Heuvelland kan dit een bedrag van zeker 5 tot 10 miljoen euro opleveren. Annemieke van Hees van zorgcoöperatie VGZ voorziet dat de Maastrichtse werkwijze op den duur kan leiden tot een inkrimping van de capaciteit van de poliklinieken en ziekenhuizen in Nederland. ‘Dit kan de ziekenhuiswereld flink op z’n kop zetten’, voorspelt ze.

VGZ, Maastricht UMC+ en huisartsenorganisatie ZIO zijn enthousiast over het proefproject. Er worden dit voorjaar in Maastricht twee gezondheidscentra ingericht waar specialisten structureel huisartsen bijstaan en adviseren. ‘Met het centrum in de wijk Caberg verwachten wij het eerste jaar al 1,5 miljoen te besparen’, stelt projectleider Ronald Meerlo van ZIO. Hij verwacht dat op termijn het grootste deel van de patiënten met ‘lichtere verwijzingen’ naar het ziekenhuis, alsnog bij de huisarts kan blijven.

Volgens Guy Schulpen, directeur ZIO, is het meekijken van de specialist met de huisarts onderdeel van ‘Blauwe Zorg’. In een interview licht hij toe wat hij daarmee bedoelt.

RVZ: samenwerking gemeenten en eerstelijnszorg

17 januari 2014

De Raad voor de Volksgezondheid en Zorg (RVZ) heeft het advies opgesteld: ‘Gemeentezorg. Randvoorwaarden voor een succesvolle decentralisatie van langdurige zorg’. Hierin staan tal van aanbevelingen. Een van de aanbevelingen richt zich op de samenwerking tussen gemeenten, eerstelijnszorg en awbz-zorg.

Samenwerking tussen deze partijen is essentieel. RVZ adviseert daarom zelfs om bij de toedeling van de extra middelen van € 250 miljoen voor wijkverpleging en sociale wijkteams samenwerking als voorwaarde te stellen. ‘Ken dat bedrag de eerste 3 jaar toe in subsidievorm’, aldus RVZ. ‘Een subsidie kan namelijk worden teruggevorderd van gemeenten en organisaties, als blijkt dat die samenwerking met de eerste lijn niet plaatsvindt’.

[...]

De Raad voor de Volksgezondheid en Zorg (RVZ) heeft het advies opgesteld: ‘Gemeentezorg. Randvoorwaarden voor een succesvolle decentralisatie van langdurige zorg’. Hierin staan tal van aanbevelingen. Een van de aanbevelingen richt zich op de samenwerking tussen gemeenten, eerstelijnszorg en awbz-zorg.

Samenwerking tussen deze partijen is essentieel. RVZ adviseert daarom zelfs om bij de toedeling van de extra middelen van € 250 miljoen voor wijkverpleging en sociale wijkteams samenwerking als voorwaarde te stellen. ‘Ken dat bedrag de eerste 3 jaar toe in subsidievorm’, aldus RVZ. ‘Een subsidie kan namelijk worden teruggevorderd van gemeenten en organisaties, als blijkt dat die samenwerking met de eerste lijn niet plaatsvindt’.

InEen partner bij site invoering basis-ggz

05 januari 2014

Per 2014 is de geestelijke gezondheidszorg (ggz) omgevormd. Er is een een stelsel met een ‘generalistische basis-GGZ’ en een ‘gespecialiseerde GGZ’. Wat betekenen deze veranderingen voor de huisartsenzorg? Wat is de praktijkondersteuningsmodule ggz (poh-ggz)? Welke beroepsgroepen mogen hoofdbehandelaar zijn? Wat is de rol van de zorgverzekeraars?

Op de site www.invoeringbasisggz.nl komen dergelijke vragen aan bod. VWS heeft deze website geopend, samen met 12 partijen in de zorg. Waaronder InEen. De teksten worden door álle partijen onderschreven. Dat voorkomt discussie in het veld. Deze partijen spannen zich in voor een doeltreffende organisatie van de ggz, dicht bij de patiënt en betaalbaar. 

[...]

Per 2014 is de geestelijke gezondheidszorg (ggz) omgevormd. Er is een een stelsel met een ‘generalistische basis-GGZ’ en een ‘gespecialiseerde GGZ’. Wat betekenen deze veranderingen voor de huisartsenzorg? Wat is de praktijkondersteuningsmodule ggz (poh-ggz)? Welke beroepsgroepen mogen hoofdbehandelaar zijn? Wat is de rol van de zorgverzekeraars?

Op de site www.invoeringbasisggz.nl komen dergelijke vragen aan bod. VWS heeft deze website geopend, samen met 12 partijen in de zorg. Waaronder InEen. De teksten worden door álle partijen onderschreven. Dat voorkomt discussie in het veld. Deze partijen spannen zich in voor een doeltreffende organisatie van de ggz, dicht bij de patiënt en betaalbaar. 

Certe: LabNoord en Lab voor infectieziekten

04 januari 2014

LabNoord en Laboratorium voor Infectieziekten zijn per 2014 verder gegaan onder de naam Certe. Omdat het werkveld zoveel breder is dan alleen laboratoriumonderzoek, komt in de nieuwe naam het woord laboratorium niet meer terug. Certe biedt namelijk meer: medische diagnostiek & advies. De slogan luidt “Certe, zeker voor zorg”. Certe betekent “zeker” in het Latijn.

Tot Certe behoren de Stichtingen Certe Huisartsenlaboratorium Noord, Certe Inkoop, Certe Laboratorium voor Infectieziekten, Certe Medisch Laboratorium Noord, Certe Medisch Laboratorium OZG, Certe Noordelijke Laboratorium Groep en Certe Trombosedienst Groningen.

[...]

LabNoord en Laboratorium voor Infectieziekten zijn per 2014 verder gegaan onder de naam Certe. Omdat het werkveld zoveel breder is dan alleen laboratoriumonderzoek, komt in de nieuwe naam het woord laboratorium niet meer terug. Certe biedt namelijk meer: medische diagnostiek & advies. De slogan luidt “Certe, zeker voor zorg”. Certe betekent “zeker” in het Latijn.

Tot Certe behoren de Stichtingen Certe Huisartsenlaboratorium Noord, Certe Inkoop, Certe Laboratorium voor Infectieziekten, Certe Medisch Laboratorium Noord, Certe Medisch Laboratorium OZG, Certe Noordelijke Laboratorium Groep en Certe Trombosedienst Groningen.

GGD, SCOOP en Robuust: Kennisnetwerk Zeeland

24 december 2013

GGD Zeeland, SCOOP en Robuust hebben een samenwerkingsovereenkomst. Ze treden naar buiten als Kennisnetwerk Zeeland.

Met deze alliantie brengen organisaties de verschillende informatiestromen in Zeeland samen in één kennisnet voor monitoring en beleidsadvisering. Binnen dit kennisnetwerk wordt de data met elkaar verbonden. Daardoor ontstaat een completer beeld. Het is een kennisnetwerk voor het sociale en culturele domein, publieke gezondheid en eerstelijnszorg. De unieke functies van de organisaties komen hier bijeen.

Het kennisnetwerk Zeeland is in staat om innovatieve concepten te ontwikkelen binnen het sociale domein. De samenwerking is er vooral op gericht om deze processen extra voeding te geven. Gegevens van de verschillende domeinen kunnen worden koppeld. Daardoor is integraal advies in het sociale domein mogelijk. Dit sluit goed aan bij de wijkgerichte, gekantelde aanpak in het sociaal domein.

[...]

GGD Zeeland, SCOOP en Robuust hebben een samenwerkingsovereenkomst. Ze treden naar buiten als Kennisnetwerk Zeeland.

Met deze alliantie brengen organisaties de verschillende informatiestromen in Zeeland samen in één kennisnet voor monitoring en beleidsadvisering. Binnen dit kennisnetwerk wordt de data met elkaar verbonden. Daardoor ontstaat een completer beeld. Het is een kennisnetwerk voor het sociale en culturele domein, publieke gezondheid en eerstelijnszorg. De unieke functies van de organisaties komen hier bijeen.

Het kennisnetwerk Zeeland is in staat om innovatieve concepten te ontwikkelen binnen het sociale domein. De samenwerking is er vooral op gericht om deze processen extra voeding te geven. Gegevens van de verschillende domeinen kunnen worden koppeld. Daardoor is integraal advies in het sociale domein mogelijk. Dit sluit goed aan bij de wijkgerichte, gekantelde aanpak in het sociaal domein.

ROS en Zorggroep gaan samen

24 december 2013

De Zorggroep Eerste Lijn (ZEL) en de ROS ELO zijn per 1 januari 2014 samengegaan. Daarmee is één organisatie ontstaan die alle eerstelijnszorgverleners in Nieuwe Waterweg Noord, Delft, Westland en Oostland ondersteunt bij het organiseren van kwalitatief goede zorg in de regio. De nieuwe organisatie combineert de taken van zorggroep en ROS. De gezamenlijke ondersteuning aan de eerstelijnszorgverleners in de regio biedt daarbij veel meerwaarde.

“Met de fusie is het mogelijk om beter de verbinding te leggen tussen alle eerstelijns zorgverleners. Ook kunnen we de eerste lijn beter verbinden met gemeenten, ziekenhuizen en de verpleging & verzorging. Dit is in lijn met de vele ontwikkelingen in de zorg,” aldus Sietske de Witt, algemeen directeur Zorggroep Eerste Lijn. Zij is per 1 januari jl. ook de directeur van de nieuwe organisatie, die voorlopig door zal gaan onder de naam Zorggroep Eerste Lijn.

Kijk voor meer informatie naar www.zorggroep-el.nl en www.stichtingelo.nl.

[...]

De Zorggroep Eerste Lijn (ZEL) en de ROS ELO zijn per 1 januari 2014 samengegaan. Daarmee is één organisatie ontstaan die alle eerstelijnszorgverleners in Nieuwe Waterweg Noord, Delft, Westland en Oostland ondersteunt bij het organiseren van kwalitatief goede zorg in de regio. De nieuwe organisatie combineert de taken van zorggroep en ROS. De gezamenlijke ondersteuning aan de eerstelijnszorgverleners in de regio biedt daarbij veel meerwaarde.

“Met de fusie is het mogelijk om beter de verbinding te leggen tussen alle eerstelijns zorgverleners. Ook kunnen we de eerste lijn beter verbinden met gemeenten, ziekenhuizen en de verpleging & verzorging. Dit is in lijn met de vele ontwikkelingen in de zorg,” aldus Sietske de Witt, algemeen directeur Zorggroep Eerste Lijn. Zij is per 1 januari jl. ook de directeur van de nieuwe organisatie, die voorlopig door zal gaan onder de naam Zorggroep Eerste Lijn.

Kijk voor meer informatie naar www.zorggroep-el.nl en www.stichtingelo.nl.

SHO en Radboudumc gaan samenwerking aan

24 december 2013

SHO Centra voor medische diagnostiek en Radbouducm gaan vanaf 1 januari 2014 samenwerken op het gebied van medische microbiologie. Door deze samenwerking vergroten beide partijen hun volume. Ze creëren een strategisch partnerschap, gericht op het bereiken van goede resultaten.

Arjan van Erven, voorzitter Raad van Bestuur SHO Centra voor medische diagnostiek: “Samenwerking in de zorg is erg belangrijk, vooral in deze tijd. SHO en Radboudumc versterken elkaar in het leveren van de best mogelijke patiëntenzorg. Op deze manier versterken we gezamenlijk de eerste lijn. We maken kennis vanuit de academische setting toegankelijk”. Vanaf 1 januari 2014 wordt het microbiologisch laboratoriumonderzoek voor SHO Centra voor medische diagnostiek uitgevoerd door Radboudumc.

[...]

SHO Centra voor medische diagnostiek en Radbouducm gaan vanaf 1 januari 2014 samenwerken op het gebied van medische microbiologie. Door deze samenwerking vergroten beide partijen hun volume. Ze creëren een strategisch partnerschap, gericht op het bereiken van goede resultaten.

Arjan van Erven, voorzitter Raad van Bestuur SHO Centra voor medische diagnostiek: “Samenwerking in de zorg is erg belangrijk, vooral in deze tijd. SHO en Radboudumc versterken elkaar in het leveren van de best mogelijke patiëntenzorg. Op deze manier versterken we gezamenlijk de eerste lijn. We maken kennis vanuit de academische setting toegankelijk”. Vanaf 1 januari 2014 wordt het microbiologisch laboratoriumonderzoek voor SHO Centra voor medische diagnostiek uitgevoerd door Radboudumc.

Kamerbrief: Zorg en Ondersteuning dichtbij

24 december 2013

Staatssecretaris Van Rijn heeft medio december een brief gestuurd naar de Tweede Kamer. Over “Zorg en maatschappelijke ondersteuning dichtbij”. Het betreft de hervorming van de langdurige zorg. ‘Een integraal aanbod van zorg en maatschappelijke ondersteuning stelt mensen in staat zo lang mogelijk in de eigen omgeving te blijven wonen’, stelt Van Rijn. ‘Gemeenten en zorgverzekeraars vervullen in dat aanbod een sleutelrol.’

Opvallend is de rol van de wijkverpleegkundige die Van Rijn schetst. ‘Voor een integraal aanbod van zorg en ondersteuning is samenwerking tussen de verschillende professionals belangrijk. De (wijk)verpleegkundige vormt de schakel tussen de cliënt, diens sociale omgeving en de professionals. Zij komt bij de cliënt thuis. En kent de weg binnen de zorg, gemeente en welzijnsorganisaties. De (wijk)verpleegkundige is niet alleen gericht op geneeskundige zorg. Ze constateert ook wat er voor overige ondersteuning aan de orde kan zijn. De gemeente kan gebruik maken van de bevindingen van de (wijk)verpleegkundige. Om de verbinding tussen zorg en welzijn te borgen, participeert de (wijk)verpleegkundige in het sociaal wijkteam.’

Lees de Kamerbrief over zorg en maatschappelijke ondersteuning

[...]

Staatssecretaris Van Rijn heeft medio december een brief gestuurd naar de Tweede Kamer. Over “Zorg en maatschappelijke ondersteuning dichtbij”. Het betreft de hervorming van de langdurige zorg. ‘Een integraal aanbod van zorg en maatschappelijke ondersteuning stelt mensen in staat zo lang mogelijk in de eigen omgeving te blijven wonen’, stelt Van Rijn. ‘Gemeenten en zorgverzekeraars vervullen in dat aanbod een sleutelrol.’

Opvallend is de rol van de wijkverpleegkundige die Van Rijn schetst. ‘Voor een integraal aanbod van zorg en ondersteuning is samenwerking tussen de verschillende professionals belangrijk. De (wijk)verpleegkundige vormt de schakel tussen de cliënt, diens sociale omgeving en de professionals. Zij komt bij de cliënt thuis. En kent de weg binnen de zorg, gemeente en welzijnsorganisaties. De (wijk)verpleegkundige is niet alleen gericht op geneeskundige zorg. Ze constateert ook wat er voor overige ondersteuning aan de orde kan zijn. De gemeente kan gebruik maken van de bevindingen van de (wijk)verpleegkundige. Om de verbinding tussen zorg en welzijn te borgen, participeert de (wijk)verpleegkundige in het sociaal wijkteam.’

Lees de Kamerbrief over zorg en maatschappelijke ondersteuning

Netwerk eerstelijnspraktijken

19 december 2013

In Nijmegen is er een stevige netwerkstructuur opgebouwd van eerstelijnspraktijken. Ze werken aan innovaties in de zorg en wisselen ervaringen uit. Een goed voorbeeld van een lokale aanpak.

[...]

In Nijmegen is er een stevige netwerkstructuur opgebouwd van eerstelijnspraktijken. Ze werken aan innovaties in de zorg en wisselen ervaringen uit. Een goed voorbeeld van een lokale aanpak.

Substitutie regio Rotterdam

19 december 2013

De ontwikkelingen vragen om herinrichting van de gezondheidszorg. Substitutie van zorg wordt gezien als mogelijke oplossing. Hoe realiseer je die verschuiving? Wat zijn de knelpunten en belemmeringen?

ZorgImpuls, de ROS van Rotterdam e.o., heeft een verkenning uitgevoerd. Waar liggen kansen en mogelijkheden in de regio? En wat heeft de eerste lijn nodig om te komen tot deze verschuiving?

[...]

De ontwikkelingen vragen om herinrichting van de gezondheidszorg. Substitutie van zorg wordt gezien als mogelijke oplossing. Hoe realiseer je die verschuiving? Wat zijn de knelpunten en belemmeringen?

ZorgImpuls, de ROS van Rotterdam e.o., heeft een verkenning uitgevoerd. Waar liggen kansen en mogelijkheden in de regio? En wat heeft de eerste lijn nodig om te komen tot deze verschuiving?

Pagina
1
van
1