logo
circle image

Kwaliteitsbeleid

Het Kwaliteitsbeleid  ligt aan de wortel van de boom met andere aandachtgebieden van InEen. Onze leden staan voor een goede kwaliteit van de zorg. Dit is geen vrijblijvende zaak, integendeel. Ook andere belanghebbenden patiënten, zorggebruikers, zorgverzekeraars en de overheid  verwachten kwaliteit van de zorg in de eerste lijn. InEen stimuleert dit proces door samen met de leden een systematisch kwaliteitsbeleid te ontwikkelen. Met elkaar werken we aan het verder verbeteren van de kwaliteit.

De huisartsenposten hebben in 2013 hun kwaliteitsbeleid opnieuw tegen het licht gehouden. Ze werken nu aan de uitvoering van het vastgestelde beleid. Onderdeel daarvan is het meten van de overeengekomen streefwaarden. Na het opstellen van Kritische Kwaliteitskenmerken hebben de  zorggroepen in 2013 de koers uitgezet voor de ontwikkeling van het kwaliteitsbeleid. Via zelfevaluatie gaan ze aan de slag met de implementatie en borging van de Kritische Kwaliteitskenmerken.

Beoogde resultaten:

  • Meten van kwaliteit bij huisartsenposten volgens streefwaarden
  • Implementatie en borging kwaliteitsbeleid van zorggroepen
  • Gemeenschappelijke visie op kwaliteit

Zelfmanagement: Op weg naar eenheid van taal

20 januari 2017

Er blijken rondom onderwerpen zoals zelfmanagement en persoonsgerichte zorg verschillende definities en invullingen naast elkaar te bestaan. In de praktijk werkt dit verwarrend. De verschillende begrippen en de uiteenlopende definities kunnen zelfs een succesvolle implementatie van bijvoorbeeld zelfmanagement belemmeren. Zelfzorg Ondersteund en InEen hebben daarom samen met een aantal andere partijen een eerste versie van een gezamenlijk begrippenkader ‘op weg naar eenheid van taal’ opgesteld. Het is bedoeld om meer overzicht en samenhang te bieden in zelfmanagement en de begrippen die daarbij horen, zoals positieve gezondheid, persoonsgerichte zorg en ondersteunende zelfzorg. Het zijn ten slotte allemaal activiteiten met hetzelfde achterliggende doel: bevorderen van eigen regie van mensen (met chronische aandoeningen). Het gezondheidsconcept van Machteld Huber dat de afgelopen jaren steeds meer ingang heeft gevonden vormt hierbij een belangrijk uitgangspunt.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Er blijken rondom onderwerpen zoals zelfmanagement en persoonsgerichte zorg verschillende definities en invullingen naast elkaar te bestaan. In de praktijk werkt dit verwarrend. De verschillende begrippen en de uiteenlopende definities kunnen zelfs een succesvolle implementatie van bijvoorbeeld zelfmanagement belemmeren. Zelfzorg Ondersteund en InEen hebben daarom samen met een aantal andere partijen een eerste versie van een gezamenlijk begrippenkader ‘op weg naar eenheid van taal’ opgesteld. Het is bedoeld om meer overzicht en samenhang te bieden in zelfmanagement en de begrippen die daarbij horen, zoals positieve gezondheid, persoonsgerichte zorg en ondersteunende zelfzorg. Het zijn ten slotte allemaal activiteiten met hetzelfde achterliggende doel: bevorderen van eigen regie van mensen (met chronische aandoeningen). Het gezondheidsconcept van Machteld Huber dat de afgelopen jaren steeds meer ingang heeft gevonden vormt hierbij een belangrijk uitgangspunt.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Geactualiseerd: model vermeend disfunctioneren

16 december 2016

Het model vermeend disfunctioneren huisarts op de huisartsenpost (2014) is geactualiseerd. Dit was nodig in verband met de inwerkingtreding van de Wkkgz per 1 januari aanstaande. De herziening is gebeurd samen met de LHV en de Landelijke commissie van advies. Naar aanleiding van een uitspraak van de Hoge Raad op 11 november  over de positie van huisartsenposten en dienstdoende huisartsen is ook de definitie van ‘disfunctioneren’ herzien.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Het model vermeend disfunctioneren huisarts op de huisartsenpost (2014) is geactualiseerd. Dit was nodig in verband met de inwerkingtreding van de Wkkgz per 1 januari aanstaande. De herziening is gebeurd samen met de LHV en de Landelijke commissie van advies. Naar aanleiding van een uitspraak van de Hoge Raad op 11 november  over de positie van huisartsenposten en dienstdoende huisartsen is ook de definitie van ‘disfunctioneren’ herzien.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Modelklachtenregeling gereed

16 december 2016

Samen met LHV en NHG heeft InEen een model klachtenregeling opgesteld voor gebruik in huisartsenpraktijken, huisartsenposten, gezondheidscentra, diagnostische centra en zorggroepen. Aan de hand van de klachtenregeling kunnen signalen van onvrede en klachten laagdrempelig en goed opgelost worden. De Patiëntenfederatie Nederland onderschrijft het model. De modelregeling geeft een beschrijving van de eisen die de Wkkgz stelt en waaraan zorgaanbieders verplicht zijn te voldoen. Aan de hand daarvan kunnen zorgaanbieders beoordelen of hun huidige klachtafhandeling aanpassing behoeft.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Samen met LHV en NHG heeft InEen een model klachtenregeling opgesteld voor gebruik in huisartsenpraktijken, huisartsenposten, gezondheidscentra, diagnostische centra en zorggroepen. Aan de hand van de klachtenregeling kunnen signalen van onvrede en klachten laagdrempelig en goed opgelost worden. De Patiëntenfederatie Nederland onderschrijft het model. De modelregeling geeft een beschrijving van de eisen die de Wkkgz stelt en waaraan zorgaanbieders verplicht zijn te voldoen. Aan de hand daarvan kunnen zorgaanbieders beoordelen of hun huidige klachtafhandeling aanpassing behoeft.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Generieke module Zelfmanagement GGz beschikbaar

16 december 2016

De Generieke module Zelfmanagement GGz  is beschikbaar. De module is ontwikkeld in opdracht van het Netwerk Kwaliteitsontwikkeling GGz. Deze module geeft zorgverleners handvatten om het proces van zelfmanagement in de ggz inhoudelijk en organisatorisch beter vorm te geven. Het doel is iedereen de informatie en de ruimte te geven om zelfstandig beslissingen te kunnen nemen. Bij de samenstelling is samengewerkt met zowel professionals als cliënt- en familievertegenwoordigers in de ggz. InEen en enkele leden van InEen hebben meegelezen in de commentaarfase. Meer informatie.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

De Generieke module Zelfmanagement GGz  is beschikbaar. De module is ontwikkeld in opdracht van het Netwerk Kwaliteitsontwikkeling GGz. Deze module geeft zorgverleners handvatten om het proces van zelfmanagement in de ggz inhoudelijk en organisatorisch beter vorm te geven. Het doel is iedereen de informatie en de ruimte te geven om zelfstandig beslissingen te kunnen nemen. Bij de samenstelling is samengewerkt met zowel professionals als cliënt- en familievertegenwoordigers in de ggz. InEen en enkele leden van InEen hebben meegelezen in de commentaarfase. Meer informatie.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Nationaal debat Politieke keuzes in de zorg

16 december 2016

Op zaterdag 21 januari organiseren Het Roer Moet Om en Nieuwe Zorg met het oog op de verkiezingen een groot zorgdebat in Theater Carré in Amsterdam. Van 10.00-15.30 uur worden er acht prikkelende ‘zorgverklaringen’ afgelegd en nemen de lijsttrekkers van negen politieke partijen het woord. Het spreekt vanzelf dat zij daarbij het debat met elkaar en de aanwezigen niet uit de weg gaan. Meer informatie en aanmelden.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Op zaterdag 21 januari organiseren Het Roer Moet Om en Nieuwe Zorg met het oog op de verkiezingen een groot zorgdebat in Theater Carré in Amsterdam. Van 10.00-15.30 uur worden er acht prikkelende ‘zorgverklaringen’ afgelegd en nemen de lijsttrekkers van negen politieke partijen het woord. Het spreekt vanzelf dat zij daarbij het debat met elkaar en de aanwezigen niet uit de weg gaan. Meer informatie en aanmelden.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Training professionele effectiviteit in persoonsgerichte zorg - leden zorggroepen InEen

08 december 2016

Zorggroepen (lid van InEen) krijgen de mogelijkheid deel te nemen aan een pilot van de training ‘Professionele effectiviteit in persoonsgerichte zorg. Samen beslissen, het hoe en waarom’. Deze pilottraining is beschikbaar voor koppels huisarts – praktijkondersteuner/verpleegkundige. Hieronder informeren wij jullie over de mogelijkheden.

Doel

Het doel van de pilot is het testen van de training Professionele effectiviteit in persoonsgerichte zorg. Deze training is ontwikkeld als vervolg op de Handreiking Gezamenlijke besluitvorming. Het NHG en InEen hebben de training opgezet met subsidie vanuit het Zorginstituut Nederland. De training is voor het duo huisarts en praktijkondersteuner/verpleegkundige. Zie de folder voor meer informatie.

Opzet pilot

De pilot training vindt plaats op donderdag 2 februari én donderdag 23 maart, van 15.30 (inloop vanaf 15.00 uur) tot 20.00 uur, in Soesterberg. Hiervan bestaat vier uur uit training en een half uur pauze. Per training zijn er 4 accreditatiepunten aangevraagd en voor de E-learning is 1 accreditatiepunt aangevraagd. Tussen de twee trainingsdata zitten enkele weken zodat in de tussentijd aan huiswerkopdrachten gewerkt kan worden. Er kunnen maximaal 9 koppels (18 personen) deelnemen. In de pilot wordt de basistraining behandeld, de vervolgtraining is geen onderdeel van de pilot.

Kosten

De pilot training is kosteloos te volgen. Gevraagd wordt als duo huisarts en praktijkondersteuner actief deel te nemen aan de training. Tijdens de pilot wordt aandacht besteed aan de evaluatie van de training om de definitieve training zo aansprekend mogelijk te maken. Bij opgave wordt ook verwacht dat je aanwezig bent. Mocht je niet aanwezig zijn dan wordt 60 euro onkostenvergoeding, achteraf, bij je in rekening gebracht.

De training

In deze training wordt de basiskennis van de huisarts en praktijkondersteuner/verpleegkundige als uitgangspunt genomen. Tijdens deze training worden huisarts en praktijkondersteuner/ verpleegkundige meegenomen in het hoe en waarom van het samen beslissen. Scholing is gericht op gespreksvaardigheden, werken met hulpmiddelen om de geleverde zorg persoonsgericht, efficiënt en effectief te maken.

Vragen

Heb je vragen neem dan contact op met Marjan Verschuur – Veltman, of via 06-4153 37 47. Zij is inhoudelijk betrokken bij de opzet van de training.

Aanmelden

Wil je je aanmelden voor de pilot training? Geef je dan als duo op (één of meerdere) bij mij, Mariska Smit m.smit@ineen.nl.

Meer informatie

Download voor meer informatie de Scholingsfolder.

[...]

Zorggroepen (lid van InEen) krijgen de mogelijkheid deel te nemen aan een pilot van de training ‘Professionele effectiviteit in persoonsgerichte zorg. Samen beslissen, het hoe en waarom’. Deze pilottraining is beschikbaar voor koppels huisarts – praktijkondersteuner/verpleegkundige. Hieronder informeren wij jullie over de mogelijkheden.

Doel

Het doel van de pilot is het testen van de training Professionele effectiviteit in persoonsgerichte zorg. Deze training is ontwikkeld als vervolg op de Handreiking Gezamenlijke besluitvorming. Het NHG en InEen hebben de training opgezet met subsidie vanuit het Zorginstituut Nederland. De training is voor het duo huisarts en praktijkondersteuner/verpleegkundige. Zie de folder voor meer informatie.

Opzet pilot

De pilot training vindt plaats op donderdag 2 februari én donderdag 23 maart, van 15.30 (inloop vanaf 15.00 uur) tot 20.00 uur, in Soesterberg. Hiervan bestaat vier uur uit training en een half uur pauze. Per training zijn er 4 accreditatiepunten aangevraagd en voor de E-learning is 1 accreditatiepunt aangevraagd. Tussen de twee trainingsdata zitten enkele weken zodat in de tussentijd aan huiswerkopdrachten gewerkt kan worden. Er kunnen maximaal 9 koppels (18 personen) deelnemen. In de pilot wordt de basistraining behandeld, de vervolgtraining is geen onderdeel van de pilot.

Kosten

De pilot training is kosteloos te volgen. Gevraagd wordt als duo huisarts en praktijkondersteuner actief deel te nemen aan de training. Tijdens de pilot wordt aandacht besteed aan de evaluatie van de training om de definitieve training zo aansprekend mogelijk te maken. Bij opgave wordt ook verwacht dat je aanwezig bent. Mocht je niet aanwezig zijn dan wordt 60 euro onkostenvergoeding, achteraf, bij je in rekening gebracht.

De training

In deze training wordt de basiskennis van de huisarts en praktijkondersteuner/verpleegkundige als uitgangspunt genomen. Tijdens deze training worden huisarts en praktijkondersteuner/ verpleegkundige meegenomen in het hoe en waarom van het samen beslissen. Scholing is gericht op gespreksvaardigheden, werken met hulpmiddelen om de geleverde zorg persoonsgericht, efficiënt en effectief te maken.

Vragen

Heb je vragen neem dan contact op met Marjan Verschuur – Veltman, of via 06-4153 37 47. Zij is inhoudelijk betrokken bij de opzet van de training.

Aanmelden

Wil je je aanmelden voor de pilot training? Geef je dan als duo op (één of meerdere) bij mij, Mariska Smit m.smit@ineen.nl.

Meer informatie

Download voor meer informatie de Scholingsfolder.

Presentaties Netwerkbijeenkomst Kwaliteit - 10 november 2016

21 november 2016

Terugblik netwerkbijeenkomst Kwaliteit

11 november 2016

Gisteren vond de netwerkbijeenkomst Kwaliteit plaats. Drie huisartsenposten – Groningen, Apeldoorn en omgeving Zwolle – hebben toegelicht hoe zij erin slaagden de telefonische bereikbaarheid op de huisartsenpost te vergroten. Opgeroepen werd nog meer goede voorbeelden aan InEen te melden.
Onderzoeksbureau ARGO presenteerde vervolgens actiepunten voor de zorg aan ouderen en Rolf Boot, huisarts in Bergen, liet zien hoe zorggroep HZNK hier concrete invulling aan geeft. Onder leiding van Corine Jansen gingen de 90 aanwezigen tot slot met elkaar in gesprek gaan over persoonsgerichte zorg. Aan de hand van een empathie map wisselden zij ideeën en standpunten uit vanuit persoonlijk en organisatie perspectief. Dit leverde behalve geïnspireerde gesprekken ook vragen op waarmee InEen de komende periode aan de slag gaat. De netwerkbijeenkomsten kwaliteit voor 2017 zijn gepland op 30 maart (in plaats van 6 april) en 23 november.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Gisteren vond de netwerkbijeenkomst Kwaliteit plaats. Drie huisartsenposten – Groningen, Apeldoorn en omgeving Zwolle – hebben toegelicht hoe zij erin slaagden de telefonische bereikbaarheid op de huisartsenpost te vergroten. Opgeroepen werd nog meer goede voorbeelden aan InEen te melden.
Onderzoeksbureau ARGO presenteerde vervolgens actiepunten voor de zorg aan ouderen en Rolf Boot, huisarts in Bergen, liet zien hoe zorggroep HZNK hier concrete invulling aan geeft. Onder leiding van Corine Jansen gingen de 90 aanwezigen tot slot met elkaar in gesprek gaan over persoonsgerichte zorg. Aan de hand van een empathie map wisselden zij ideeën en standpunten uit vanuit persoonlijk en organisatie perspectief. Dit leverde behalve geïnspireerde gesprekken ook vragen op waarmee InEen de komende periode aan de slag gaat. De netwerkbijeenkomsten kwaliteit voor 2017 zijn gepland op 30 maart (in plaats van 6 april) en 23 november.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Aansluiting bij landelijke geschilleninstantie SKGE

11 november 2016

Zoals bekend moeten zorgaanbieders per 1 januari 2017 verplicht aangesloten zijn bij een landelijke geschilleninstantie. InEen heeft zich ervoor ingezet dat alle leden zich kunnen aansluiten bij de Stichting Klachten en Geschillen Eerstelijnszorg (SKGE). Inschrijven bij de SKGE is vanaf nu mogelijk via skge.nl . Ook leden van de LHV en de KNMP kunnen zich aansluiten. Bij inschrijving kan worden gekozen voor deelname aan alleen de geschilleninstantie of voor de combinatie met een klachtenfunctionaris. De tarieven zijn inmiddels bekend. Uitgangspunt voor de tarieven zijn het solidariteitsbeginsel en het feit dat eerstelijnsorganisaties door een goede organisatie het aantal klachten en geschillen kunnen beperken. De stichting heeft geen winstoogmerk. Op voordracht van InEen neemt Dite Husselman zitting in de Raad van Toezicht van SKGE. Meer informatie over de Wkkgz.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Zoals bekend moeten zorgaanbieders per 1 januari 2017 verplicht aangesloten zijn bij een landelijke geschilleninstantie. InEen heeft zich ervoor ingezet dat alle leden zich kunnen aansluiten bij de Stichting Klachten en Geschillen Eerstelijnszorg (SKGE). Inschrijven bij de SKGE is vanaf nu mogelijk via skge.nl . Ook leden van de LHV en de KNMP kunnen zich aansluiten. Bij inschrijving kan worden gekozen voor deelname aan alleen de geschilleninstantie of voor de combinatie met een klachtenfunctionaris. De tarieven zijn inmiddels bekend. Uitgangspunt voor de tarieven zijn het solidariteitsbeginsel en het feit dat eerstelijnsorganisaties door een goede organisatie het aantal klachten en geschillen kunnen beperken. De stichting heeft geen winstoogmerk. Op voordracht van InEen neemt Dite Husselman zitting in de Raad van Toezicht van SKGE. Meer informatie over de Wkkgz.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Reminder: netwerkbijeenkomst Kwaliteit op 10 november

28 oktober 2016

Het programma voor de netwerkbijeenkomst Kwaliteit op 10 november (13.30-20.00 uur in De Bilt) is veelzijdig. Deelnemers kunnen bij aanmelding aangeven welke programmaonderdelen zij willen bijwonen. Er zijn sessie die zich speciaal richten op de huisartsenposten of op gezondheidscentra en zorggroepen. Ook is er een plenair onderdeel, aangevuld met drie subsessies (1. Inventarisatie palliatieve spoedzorg, 2. Opstellen prospectieve risicoanalyse en 3. Pilot patiëntervaringsonderzoek in de chronische zorg).  Naast de kwaliteitsmedewerkers van huisartsenposten, gezondheidscentra en zorggroepen, zijn ook de ROS’en van harte welkom. Noteer vast de bijeenkomsten van 2017: 6 april en 23 november.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Het programma voor de netwerkbijeenkomst Kwaliteit op 10 november (13.30-20.00 uur in De Bilt) is veelzijdig. Deelnemers kunnen bij aanmelding aangeven welke programmaonderdelen zij willen bijwonen. Er zijn sessie die zich speciaal richten op de huisartsenposten of op gezondheidscentra en zorggroepen. Ook is er een plenair onderdeel, aangevuld met drie subsessies (1. Inventarisatie palliatieve spoedzorg, 2. Opstellen prospectieve risicoanalyse en 3. Pilot patiëntervaringsonderzoek in de chronische zorg).  Naast de kwaliteitsmedewerkers van huisartsenposten, gezondheidscentra en zorggroepen, zijn ook de ROS’en van harte welkom. Noteer vast de bijeenkomsten van 2017: 6 april en 23 november.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Netwerkbijeenkomst Kwaliteit op 10 november

21 oktober 2016

De aanmelding voor de InEen-netwerkbijeenkomst Kwaliteit op 10 november is gestart. Het programma  voor deze tweede bijeenkomst van 2o16 is behalve voor kwaliteitsmedewerkers van huisartsenposten, gezondheidscentra en zorggroepen ook interessant voor ROS-adviseurs. In het plenaire programma staat onder meer de omslag naar persoonsgerichte zorg op de agenda: hoe komen we van ambitie naar actie? Naast de plenaire bijeenkomst zijn er deelbijeenkomsten rond acute zorg en rond chronische ketenzorg. Overigens zijn inmiddels ook de data voor 2017 bekend: donderdag 6 april en donderdag 23 november 2017. Noteer ze vast!

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

De aanmelding voor de InEen-netwerkbijeenkomst Kwaliteit op 10 november is gestart. Het programma  voor deze tweede bijeenkomst van 2o16 is behalve voor kwaliteitsmedewerkers van huisartsenposten, gezondheidscentra en zorggroepen ook interessant voor ROS-adviseurs. In het plenaire programma staat onder meer de omslag naar persoonsgerichte zorg op de agenda: hoe komen we van ambitie naar actie? Naast de plenaire bijeenkomst zijn er deelbijeenkomsten rond acute zorg en rond chronische ketenzorg. Overigens zijn inmiddels ook de data voor 2017 bekend: donderdag 6 april en donderdag 23 november 2017. Noteer ze vast!

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Update activiteiten Wkkgz

21 oktober 2016

De implementatie van de Wkkgz vordert.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

De implementatie van de Wkkgz vordert.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Concept agenda gezond ouder worden

14 oktober 2016

Gezond ouder worden willen we allemaal. Maar hoe geef je ondersteunend beleid voor gezond ouder worden effectief vorm? ZonMw heeft tekstvoorstellen gepubliceerd voor een conceptagenda ‘Gezond ouder worden’. Tot 17 oktober 10.00 uur kan iedereen aanvullingen geven op deze tekstvoorstellen (in de vorm van kennisvragen) via een digitale vragenlijst. De tekstvoorstellen zijn gepubliceerd op de website van ZonMw. De zorg voor kwetsbare ouderen is voor de leden van InEen een belangrijk onderwerp. Maak daarom van deze gelegenheid gebruik om kennisvragen te agenderen.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Gezond ouder worden willen we allemaal. Maar hoe geef je ondersteunend beleid voor gezond ouder worden effectief vorm? ZonMw heeft tekstvoorstellen gepubliceerd voor een conceptagenda ‘Gezond ouder worden’. Tot 17 oktober 10.00 uur kan iedereen aanvullingen geven op deze tekstvoorstellen (in de vorm van kennisvragen) via een digitale vragenlijst. De tekstvoorstellen zijn gepubliceerd op de website van ZonMw. De zorg voor kwetsbare ouderen is voor de leden van InEen een belangrijk onderwerp. Maak daarom van deze gelegenheid gebruik om kennisvragen te agenderen.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Nieuwe training over huiselijk geweld

07 oktober 2016

NHG en Augeo hebben samen een nieuwe gecombineerde training ontwikkeld die handreikingen geeft voor een nieuwe manier van werken in het geval van huiselijke geweld. Het pakket bestaat uit de nascholing ‘Thuis niet pluis: wat kan ik vragen, wat kan ik doen?’ waarin huisartsen en POH’s-ggz kennismaken met systeemgericht werken (vier uur). Bij de nascholing horen een individuele e-learning en online oefencasussen. Uitgangspunt bij het ontwikkelen van de training was dat huisartsen en POH’s in de praktijk wel weten wat ze moeten doen, maar dat de manier waarop ze dit kunnen doen vaak lastig is.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

NHG en Augeo hebben samen een nieuwe gecombineerde training ontwikkeld die handreikingen geeft voor een nieuwe manier van werken in het geval van huiselijke geweld. Het pakket bestaat uit de nascholing ‘Thuis niet pluis: wat kan ik vragen, wat kan ik doen?’ waarin huisartsen en POH’s-ggz kennismaken met systeemgericht werken (vier uur). Bij de nascholing horen een individuele e-learning en online oefencasussen. Uitgangspunt bij het ontwikkelen van de training was dat huisartsen en POH’s in de praktijk wel weten wat ze moeten doen, maar dat de manier waarop ze dit kunnen doen vaak lastig is.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Subsidie voor valpreventie in Midden-Kennemerland

30 september 2016

In-balansMeer Veerkracht, Langer Thuis is het subsidieprogramma van Fonds NutsOhra (FNO) dat zich richt op initiatieven waardoor ouderen langer en prettiger thuis kunnen blijven wonen. De vijfde en laatste call loopt tot 10 oktober. In eerdere calls werden al 79 projecten gehonoreerd, waaronder dat van de ROS ZONH: implementatie van de valpreventiecursus In Balans in Midden-Kennemerland. ‘Daar zijn we blij mee, want veel van onze zorgaanbieders willen graag iets doen met valpreventie, maar de zorgverzekeraar vergoedt dit meestal niet’, aldus projectmanager Ineke Zekveld.

In de regio Midden-Kennemerland blijken bovengemiddeld veel ouderen te vallen en letsel op te lopen. De oorzaak is onbekend, maar de narigheid niet minder. Naast het langdurige fysieke ongemak ontstaat er vaak een blijvende angst om te vallen. Bovendien, zegt Zekveld, veroorzaakt een val met letsel hoge zorgkosten, gemiddeld € 9.100 per valincident. Reden genoeg om de call van FNO op te pakken. ZONH besloot niet zelf een project te ontwikkelen, maar te kiezen uit de shortlist van FNO. Zekveld: ‘We wilden niet nog een keer het wiel uitvinden en bovendien zijn er aanwijzingen dat de effectiviteit van de projecten op de shortlist goed is. Dat vinden we belangrijk.’

In de groepscursus In Balans sprak vooral de claim dat het valrisico met 60% afneemt aan, evenals de erkenning door RIVM Centrum Gezond Leven. Het programma In Balans is van Veiligheid.nl en wordt gegeven door getrainde fysiotherapeuten en oefentherapeuten. De cursus – voor thuiswonende 70-plussers met een hoog valrisico – bestaat uit enkele voorlichtingsbijeenkomsten en een beweegprogramma (tien bijeenkomsten) dat is gebaseerd op Tai Chi. Het is gericht op het verbeteren van de algehele fitheid, spierkracht en balans en biedt een gerichte training voor opstaan en lopen. Behalve de fysiotherapeuten in de regio (via de regionale afdeling van de KNGF) waren in de voorbereiding de huisartsenvereniging Midden-Kennemerland en het Rode Kruis Ziekenhuis in Beverwijk belangrijke partners.

Zekveld: ‘Het gezag van de huisarts die adviseert om de cursus te doen heeft voor veel patiënten belangrijke meerwaarde. Ook omdat ouderen vaak een verkeerd idee hebben over valpreventie. Ze denken dat ze moeten leren vallen en schamen zich daarvoor in een groep.’ Deelname van de huisarts biedt bovendien de kans de doelgroep gericht te benaderen. De bedoeling is om de POH te trainen het valrisico van oudere patiënten te screenen. Screening gebeurt al in het Rode Kruis Ziekenhuis waar alle 70-plussers bezoek krijgen van een geriatrieteam. Samenwerking met dit team gaat zorgen voor een goede en warme overdracht naar de eerste lijn en eventueel de cursus In Balans. ‘Nu zien we nog wel eens dat een patiënt helemaal gericht is op bijvoorbeeld zijn hartkwaal, waardoor – eenmaal weer thuis – het bijbehorende valrisico tussen wal en schip belandt’, aldus Zekveld.

Ook de betrokkenheid van de ouderen zelf is een waardevol aspect van In Balans. In de voorlichtingsfase spelen zij een cruciale rol als ervaringsdeskundige, beantwoorden ze vragen en helpen ze collega-ouderen de drempel over. En elke cursus leidt weer nieuwe ervaringsdeskundigen op. In Midden-Kennemerland staat men inmiddels in de startblokken. Nog dit najaar begint de training van fysiotherapeuten, oefentherapeuten en de POH’s van de 26 deelnemende huisartspraktijken. Daarna, begin 2017, start de eerste cursus. ‘Best spannend’, zegt Zekveld, ‘het is een langlopend project waar we veel van verwachten!’

Informatie

  • Met vragen kunt u contact opnemen met Ineke Zekveld, projectmanager ZONH
  • De 5e call van het Fonds NutsOhra programma Meer Veerkracht, Langer Thuis loopt nog tot maandag 10 oktober, 15:00 uur. Lees verder
[...]

In-balansMeer Veerkracht, Langer Thuis is het subsidieprogramma van Fonds NutsOhra (FNO) dat zich richt op initiatieven waardoor ouderen langer en prettiger thuis kunnen blijven wonen. De vijfde en laatste call loopt tot 10 oktober. In eerdere calls werden al 79 projecten gehonoreerd, waaronder dat van de ROS ZONH: implementatie van de valpreventiecursus In Balans in Midden-Kennemerland. ‘Daar zijn we blij mee, want veel van onze zorgaanbieders willen graag iets doen met valpreventie, maar de zorgverzekeraar vergoedt dit meestal niet’, aldus projectmanager Ineke Zekveld.

In de regio Midden-Kennemerland blijken bovengemiddeld veel ouderen te vallen en letsel op te lopen. De oorzaak is onbekend, maar de narigheid niet minder. Naast het langdurige fysieke ongemak ontstaat er vaak een blijvende angst om te vallen. Bovendien, zegt Zekveld, veroorzaakt een val met letsel hoge zorgkosten, gemiddeld € 9.100 per valincident. Reden genoeg om de call van FNO op te pakken. ZONH besloot niet zelf een project te ontwikkelen, maar te kiezen uit de shortlist van FNO. Zekveld: ‘We wilden niet nog een keer het wiel uitvinden en bovendien zijn er aanwijzingen dat de effectiviteit van de projecten op de shortlist goed is. Dat vinden we belangrijk.’

In de groepscursus In Balans sprak vooral de claim dat het valrisico met 60% afneemt aan, evenals de erkenning door RIVM Centrum Gezond Leven. Het programma In Balans is van Veiligheid.nl en wordt gegeven door getrainde fysiotherapeuten en oefentherapeuten. De cursus – voor thuiswonende 70-plussers met een hoog valrisico – bestaat uit enkele voorlichtingsbijeenkomsten en een beweegprogramma (tien bijeenkomsten) dat is gebaseerd op Tai Chi. Het is gericht op het verbeteren van de algehele fitheid, spierkracht en balans en biedt een gerichte training voor opstaan en lopen. Behalve de fysiotherapeuten in de regio (via de regionale afdeling van de KNGF) waren in de voorbereiding de huisartsenvereniging Midden-Kennemerland en het Rode Kruis Ziekenhuis in Beverwijk belangrijke partners.

Zekveld: ‘Het gezag van de huisarts die adviseert om de cursus te doen heeft voor veel patiënten belangrijke meerwaarde. Ook omdat ouderen vaak een verkeerd idee hebben over valpreventie. Ze denken dat ze moeten leren vallen en schamen zich daarvoor in een groep.’ Deelname van de huisarts biedt bovendien de kans de doelgroep gericht te benaderen. De bedoeling is om de POH te trainen het valrisico van oudere patiënten te screenen. Screening gebeurt al in het Rode Kruis Ziekenhuis waar alle 70-plussers bezoek krijgen van een geriatrieteam. Samenwerking met dit team gaat zorgen voor een goede en warme overdracht naar de eerste lijn en eventueel de cursus In Balans. ‘Nu zien we nog wel eens dat een patiënt helemaal gericht is op bijvoorbeeld zijn hartkwaal, waardoor – eenmaal weer thuis – het bijbehorende valrisico tussen wal en schip belandt’, aldus Zekveld.

Ook de betrokkenheid van de ouderen zelf is een waardevol aspect van In Balans. In de voorlichtingsfase spelen zij een cruciale rol als ervaringsdeskundige, beantwoorden ze vragen en helpen ze collega-ouderen de drempel over. En elke cursus leidt weer nieuwe ervaringsdeskundigen op. In Midden-Kennemerland staat men inmiddels in de startblokken. Nog dit najaar begint de training van fysiotherapeuten, oefentherapeuten en de POH’s van de 26 deelnemende huisartspraktijken. Daarna, begin 2017, start de eerste cursus. ‘Best spannend’, zegt Zekveld, ‘het is een langlopend project waar we veel van verwachten!’

Informatie

  • Met vragen kunt u contact opnemen met Ineke Zekveld, projectmanager ZONH
  • De 5e call van het Fonds NutsOhra programma Meer Veerkracht, Langer Thuis loopt nog tot maandag 10 oktober, 15:00 uur. Lees verder

Transparant, laagdrempelig en oplossingsgericht

30 september 2016

samen-eensOp 1 januari 2017 is elke zorgaanbieder verplicht aangesloten te zijn bij een erkende geschilleninstantie en daarnaast een onafhankelijke klachtenfunctionaris beschikbaar te hebben. Zo staat het in de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz). Doel van deze wet is een transparante, laagdrempelige en oplossingsgerichte klachtenafhandeling met als uiteindelijk doel verbetering van de kwaliteit van de zorg door van klachten te leren.

Nieuw in de Wkkgz is de geschilleninstantie. De afgelopen maanden hebben LHV, InEen en andere eerstelijnsorganisaties gewerkt aan een landelijke geschilleninstantie waar alle huisartsen en huisartsenorganisaties zich bij kunnen aansluiten. Hiertoe vormt de al bestaande Stichting Klachtenregeling Huisartsenzorg Zuid-Nederland, gebruik makend van haar grote ervaring met klachtenafhandeling, zich om tot de Stichting Klachten en Geschillen Eerstelijnszorg (SKGE). Voor twee commissies van de landelijke geschilleninstantie die SKGE inrichtte is onlangs erkenning aangevraagd bij de minister. Jiske Prinsen (directeur SKHZN/SKGE): ‘We vragen nu erkenning voor de geschillencommissie huisartsenzorg en de geschillencommissie apothekers. De E van eerstelijnszorg staat er niet voor niets. We hebben de organisaties dusdanig ingericht dat in de toekomst ook andere takken van zorg zich kunnen aansluiten. Daar komen de aanvragen al voor binnen’.

In het kort: de Wkkgz presenteert een drietrapsraket. Idealiter komen patiënt en zorgverlener er in de spreekkamer uit, lukt dat niet dan moet de patiënt zich kunnen wenden tot een klachtenfunctionaris die onafhankelijk en onpartijdig werkt en adviseert en bemiddelt tussen zorgverlener en klager. Als ook dat geen soelaas biedt, staat als tenslotte de deur naar de geschillencommissie open. De wet geeft de relatie tussen zorgverlener en patiënt dus een belangrijk accent en dat sluit aan bij het adagium zorg dichtbij huis. Wat betreft de klachtenafhandeling in de eerste twee fasen verandert er niet ingrijpend veel. Veel zorgaanbieders werken al volgens deze uitgangspunten. Voor zorgaanbieders die nog geen beschikking hebben over een klachtenfunctionaris die onafhankelijk kan opereren, zijn er verschillende mogelijkheden.

Regionale oplossing
De Huisartsenposten Oost-Brabant werkt al sinds vorig jaar aan een regionaal initiatief dat voortkwam uit een bestuurlijke conferentie over patiëntveiligheid. Directeur Harrie Geboers: ‘We willen toe naar goed veiligheidsbeleid voor de patiënt. Onderdeel daarvan is leren van klachten. We hebben al heel wat jaren een klachtenfunctionaris en dus al belangrijke ervaring opgedaan.’ Vanuit die ervaring gaat Huisartsenposten Oost-Brabant aanbieden ook de klachtbemiddeling in de dagzorg voor hun rekening nemen.

Geboers zet zijn aanbod breed in: hij richt zich nadrukkelijk ook op ondersteuning bij het onderzoek naar incidenten en calamiteiten en de ondersteuning van zorgverleners in geval van ernstige gebeurtenissen. Ook het registratiesysteem wordt van meet af aan breed opgezet: niet alleen voor het registreren van klachten, maar ook van incidenten en VIM-meldingen, en ook geschikt voor benchmarking. ‘Voor de ANW-uren functioneert het al zo, maar het is natuurlijk veel interessanter om het 24/7 in te zetten’, aldus Geboers. De meerwaarde van een regionale oplossing is wat hem betreft ‘dat we heel dicht bij de dagelijkse praktijk werken.’ ‘We kennen de huisartsen uit de ANW-uren en zijn geworteld in de regio. We zijn dus goed in staat in de beslotenheid van de relatie tussen patiënt en huisarts, aan de keukentafel bij wijze van spreken, een klacht te bespreken en te bemiddelen. Ook de leermomenten komen in die beslotenheid naar voren. Dat geeft een directe waarde.’

Netwerk klachtenfunctionarissen
Huisartsen en huisartsenorganisatie die nog niet zelf een klachtenfunctionaris hebben, kunnen ervoor kiezen een klachtenfunctionaris in te huren. Dat kan bijvoorbeeld regionaal (zie het voorbeeld van de Huisartsenposten Oost Brabant), via de SKGE, maar zeker ook via het netwerk dat SKGE aan het opzetten is en dat openstaat voor alle klachtenfunctionarissen in Nederland. Prinsen: ‘We moeten er tenslotte samen voor zorgen dat de uitgangspunten van de Wkkgz tot hun recht komen. In een netwerk is plaats voor kennisuitwisseling, intervisie, scholing, enzovoort.’ Ze denkt aan netwerkbijeenkomsten op verschillende plaatsen in het land, zodat men elkaar goed leert kennen. ‘Zorgaanbieders kunnen dan makkelijk een klachtenfunctionaris in het netwerk benaderen voor hun klachtenafhandeling. Dat zou zelfs tijdelijk kunnen, als bijvoorbeeld de eigen klachtenfunctionaris door ziekte niet beschikbaar is.’

Vanaf half oktober gaat de SKGE alle huisartsen, huisartsenorganisaties en apothekers informeren over de geschilleninstantie en het landelijke netwerk klachtenfunctionarissen. Prinsen ziet het netwerk ook als een van de wegen om te komen tot een uniforme manier van werken. ‘Het moet in principe niet zo zijn dat de klager in Groningen volstrekt anders uitkomt dan de patiënt die een klacht neerlegt in Maastricht.’ Kijkend naar de toekomst zou Prinsen daarom ook willen streven naar een landelijk registratiesysteem voor klachten. ‘Het ultieme doel van de Wkkgz is toch het verbeteren van de zorg door te leren van klachten. We hebben nu een kans om de analyse van klachten naar een hoger niveau te trekken en daar qua beleid zowel regionaal als landelijk iets mee te doen.’

Modelklachtenregeling
Als sluitstuk zijn InEen en LHV bezig met het opstellen van een model klachtenregeling, om de leden te ondersteunen en om te borgen dat klachten binnen de wettelijke kaders worden behandeld. Een klachtenregeling is bovendien noodzakelijk om de onafhankelijkheid van de klachtenfunctionaris te borgen. Geboers: ‘Klachtbemiddeling moet gebeuren in de veiligheid tussen patiënt en zorgverlener, maar het proces moet wel transparant worden ingericht. Een goede klachtenregeling verschaft duidelijkheid en borgt de onafhankelijke rol van de klachtenfunctionaris’. Naar verwachting is de modelklachtenregeling in oktober beschikbaar.

[...]

samen-eensOp 1 januari 2017 is elke zorgaanbieder verplicht aangesloten te zijn bij een erkende geschilleninstantie en daarnaast een onafhankelijke klachtenfunctionaris beschikbaar te hebben. Zo staat het in de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz). Doel van deze wet is een transparante, laagdrempelige en oplossingsgerichte klachtenafhandeling met als uiteindelijk doel verbetering van de kwaliteit van de zorg door van klachten te leren.

Nieuw in de Wkkgz is de geschilleninstantie. De afgelopen maanden hebben LHV, InEen en andere eerstelijnsorganisaties gewerkt aan een landelijke geschilleninstantie waar alle huisartsen en huisartsenorganisaties zich bij kunnen aansluiten. Hiertoe vormt de al bestaande Stichting Klachtenregeling Huisartsenzorg Zuid-Nederland, gebruik makend van haar grote ervaring met klachtenafhandeling, zich om tot de Stichting Klachten en Geschillen Eerstelijnszorg (SKGE). Voor twee commissies van de landelijke geschilleninstantie die SKGE inrichtte is onlangs erkenning aangevraagd bij de minister. Jiske Prinsen (directeur SKHZN/SKGE): ‘We vragen nu erkenning voor de geschillencommissie huisartsenzorg en de geschillencommissie apothekers. De E van eerstelijnszorg staat er niet voor niets. We hebben de organisaties dusdanig ingericht dat in de toekomst ook andere takken van zorg zich kunnen aansluiten. Daar komen de aanvragen al voor binnen’.

In het kort: de Wkkgz presenteert een drietrapsraket. Idealiter komen patiënt en zorgverlener er in de spreekkamer uit, lukt dat niet dan moet de patiënt zich kunnen wenden tot een klachtenfunctionaris die onafhankelijk en onpartijdig werkt en adviseert en bemiddelt tussen zorgverlener en klager. Als ook dat geen soelaas biedt, staat als tenslotte de deur naar de geschillencommissie open. De wet geeft de relatie tussen zorgverlener en patiënt dus een belangrijk accent en dat sluit aan bij het adagium zorg dichtbij huis. Wat betreft de klachtenafhandeling in de eerste twee fasen verandert er niet ingrijpend veel. Veel zorgaanbieders werken al volgens deze uitgangspunten. Voor zorgaanbieders die nog geen beschikking hebben over een klachtenfunctionaris die onafhankelijk kan opereren, zijn er verschillende mogelijkheden.

Regionale oplossing
De Huisartsenposten Oost-Brabant werkt al sinds vorig jaar aan een regionaal initiatief dat voortkwam uit een bestuurlijke conferentie over patiëntveiligheid. Directeur Harrie Geboers: ‘We willen toe naar goed veiligheidsbeleid voor de patiënt. Onderdeel daarvan is leren van klachten. We hebben al heel wat jaren een klachtenfunctionaris en dus al belangrijke ervaring opgedaan.’ Vanuit die ervaring gaat Huisartsenposten Oost-Brabant aanbieden ook de klachtbemiddeling in de dagzorg voor hun rekening nemen.

Geboers zet zijn aanbod breed in: hij richt zich nadrukkelijk ook op ondersteuning bij het onderzoek naar incidenten en calamiteiten en de ondersteuning van zorgverleners in geval van ernstige gebeurtenissen. Ook het registratiesysteem wordt van meet af aan breed opgezet: niet alleen voor het registreren van klachten, maar ook van incidenten en VIM-meldingen, en ook geschikt voor benchmarking. ‘Voor de ANW-uren functioneert het al zo, maar het is natuurlijk veel interessanter om het 24/7 in te zetten’, aldus Geboers. De meerwaarde van een regionale oplossing is wat hem betreft ‘dat we heel dicht bij de dagelijkse praktijk werken.’ ‘We kennen de huisartsen uit de ANW-uren en zijn geworteld in de regio. We zijn dus goed in staat in de beslotenheid van de relatie tussen patiënt en huisarts, aan de keukentafel bij wijze van spreken, een klacht te bespreken en te bemiddelen. Ook de leermomenten komen in die beslotenheid naar voren. Dat geeft een directe waarde.’

Netwerk klachtenfunctionarissen
Huisartsen en huisartsenorganisatie die nog niet zelf een klachtenfunctionaris hebben, kunnen ervoor kiezen een klachtenfunctionaris in te huren. Dat kan bijvoorbeeld regionaal (zie het voorbeeld van de Huisartsenposten Oost Brabant), via de SKGE, maar zeker ook via het netwerk dat SKGE aan het opzetten is en dat openstaat voor alle klachtenfunctionarissen in Nederland. Prinsen: ‘We moeten er tenslotte samen voor zorgen dat de uitgangspunten van de Wkkgz tot hun recht komen. In een netwerk is plaats voor kennisuitwisseling, intervisie, scholing, enzovoort.’ Ze denkt aan netwerkbijeenkomsten op verschillende plaatsen in het land, zodat men elkaar goed leert kennen. ‘Zorgaanbieders kunnen dan makkelijk een klachtenfunctionaris in het netwerk benaderen voor hun klachtenafhandeling. Dat zou zelfs tijdelijk kunnen, als bijvoorbeeld de eigen klachtenfunctionaris door ziekte niet beschikbaar is.’

Vanaf half oktober gaat de SKGE alle huisartsen, huisartsenorganisaties en apothekers informeren over de geschilleninstantie en het landelijke netwerk klachtenfunctionarissen. Prinsen ziet het netwerk ook als een van de wegen om te komen tot een uniforme manier van werken. ‘Het moet in principe niet zo zijn dat de klager in Groningen volstrekt anders uitkomt dan de patiënt die een klacht neerlegt in Maastricht.’ Kijkend naar de toekomst zou Prinsen daarom ook willen streven naar een landelijk registratiesysteem voor klachten. ‘Het ultieme doel van de Wkkgz is toch het verbeteren van de zorg door te leren van klachten. We hebben nu een kans om de analyse van klachten naar een hoger niveau te trekken en daar qua beleid zowel regionaal als landelijk iets mee te doen.’

Modelklachtenregeling
Als sluitstuk zijn InEen en LHV bezig met het opstellen van een model klachtenregeling, om de leden te ondersteunen en om te borgen dat klachten binnen de wettelijke kaders worden behandeld. Een klachtenregeling is bovendien noodzakelijk om de onafhankelijkheid van de klachtenfunctionaris te borgen. Geboers: ‘Klachtbemiddeling moet gebeuren in de veiligheid tussen patiënt en zorgverlener, maar het proces moet wel transparant worden ingericht. Een goede klachtenregeling verschaft duidelijkheid en borgt de onafhankelijke rol van de klachtenfunctionaris’. Naar verwachting is de modelklachtenregeling in oktober beschikbaar.

Vruchtbare werkbijeenkomst Veilig Incident Melden

23 september 2016

Veilig Incident Melden (VIM) is een onderdeel uit de Wkkgz en sinds 1 juli 2016 verplicht voor elke zorgaanbieder. In dit kader organiseerde InEen op 15 september een interactieve werkbijeenkomst Veilig Incident Melden. Bijna 50 leden uit verschillende geledingen van InEen kwamen samen om kennis te halen, kennis te delen en elkaar te moeten. De bijeenkomst beantwoordde vragen en leverde ook nieuwe vragen op over bijvoorbeeld de verantwoordelijkheid van de zorggroep en het anonimiseren van meldingen. We gaan met deze vragen aan de slag; in oktober kunnen jullie tips en antwoorden verwachten. Daarnaast roepen we jullie op om je ervaringen en vragen rond het implementeren van VIM op de werkvloer te delen via het  netwerk Kwaliteit of door te geven via Ludeke van der Es (InEen).

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Veilig Incident Melden (VIM) is een onderdeel uit de Wkkgz en sinds 1 juli 2016 verplicht voor elke zorgaanbieder. In dit kader organiseerde InEen op 15 september een interactieve werkbijeenkomst Veilig Incident Melden. Bijna 50 leden uit verschillende geledingen van InEen kwamen samen om kennis te halen, kennis te delen en elkaar te moeten. De bijeenkomst beantwoordde vragen en leverde ook nieuwe vragen op over bijvoorbeeld de verantwoordelijkheid van de zorggroep en het anonimiseren van meldingen. We gaan met deze vragen aan de slag; in oktober kunnen jullie tips en antwoorden verwachten. Daarnaast roepen we jullie op om je ervaringen en vragen rond het implementeren van VIM op de werkvloer te delen via het  netwerk Kwaliteit of door te geven via Ludeke van der Es (InEen).

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

KNMG-richtlijn ‘Omgaan met medische gegevens’ herzien

09 september 2016

De richtlijn ‘Omgaan met medische gegevens’ is herzien. De richtlijn geeft artsen helderheid over de uitwisseling, opslag en vernietiging van medische gegevens. De belangrijkste wijzigingen zijn de verwerking van nieuwe wetten en actuele jurisprudentie, zoals de Wkkgz (Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg) en de nieuwe Jeugdwet. Daarnaast geeft de richtlijn advies over verschillende ‘klassieke’ situaties waarvoor de arts kan komen te staan.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

De richtlijn ‘Omgaan met medische gegevens’ is herzien. De richtlijn geeft artsen helderheid over de uitwisseling, opslag en vernietiging van medische gegevens. De belangrijkste wijzigingen zijn de verwerking van nieuwe wetten en actuele jurisprudentie, zoals de Wkkgz (Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg) en de nieuwe Jeugdwet. Daarnaast geeft de richtlijn advies over verschillende ‘klassieke’ situaties waarvoor de arts kan komen te staan.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Implementatie Wkkgz: landelijke geschilleninstantie in oprichting

02 september 2016

Per 1 januari aanstaande verplicht de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) alle zorgaanbieders een klachtenregeling te hebben en te werken met een klachtenfunctionaris. Ook moeten zij aangesloten zijn bij een geschilleninstantie. Komende maandag 5 september dient de LHV samen met InEen en Patiëntenfederatie Nederland (voorheen NPCF) bij VWS de aanvraag in voor erkenning van een landelijke geschilleninstantie: de Stichting Klachten en Geschillen Eerstelijnszorg (SKGE). Op 1 januari staat deze organisatie klaar om geschillen in de huisartsenzorg af te handelen. Vanaf oktober krijgen jullie van ons een (digitale) brief met een link voor aanmelding bij de SKGE. Zo voldoen jullie tegen een kostendekkend tarief aan de wettelijke verplichting. InEen en LHV zetten zich ook in voor een landelijk dekkende netwerk (met goede regionale spreiding) van klachtenfunctionarissen waaraan huisartspraktijken, gezondheidscentra, zorggroepen en huisartsenposten zich kunnen verbinden. Lees voor meer informatie ons  geactualiseerde overzicht.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Per 1 januari aanstaande verplicht de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) alle zorgaanbieders een klachtenregeling te hebben en te werken met een klachtenfunctionaris. Ook moeten zij aangesloten zijn bij een geschilleninstantie. Komende maandag 5 september dient de LHV samen met InEen en Patiëntenfederatie Nederland (voorheen NPCF) bij VWS de aanvraag in voor erkenning van een landelijke geschilleninstantie: de Stichting Klachten en Geschillen Eerstelijnszorg (SKGE). Op 1 januari staat deze organisatie klaar om geschillen in de huisartsenzorg af te handelen. Vanaf oktober krijgen jullie van ons een (digitale) brief met een link voor aanmelding bij de SKGE. Zo voldoen jullie tegen een kostendekkend tarief aan de wettelijke verplichting. InEen en LHV zetten zich ook in voor een landelijk dekkende netwerk (met goede regionale spreiding) van klachtenfunctionarissen waaraan huisartspraktijken, gezondheidscentra, zorggroepen en huisartsenposten zich kunnen verbinden. Lees voor meer informatie ons  geactualiseerde overzicht.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Actiemaand ‘Aan het werk met Veilig Thuis’ op de huisartsenpost

12 augustus 2016

In de maand september staat het onderwerp Signalering van kindermishandeling in de huisartsenzorg centraal. InEen bereidt in samenwerking met de LHV, het NHG, Veilig Thuis en de Vereniging Vertrouwensartsen Kindermishandeling de actie ‘Aan het werk met Veilig Thuis’ voor.
De actie vloeit voort uit het gezamenlijk actieplan van LHV, InEen en NHG dat vorig jaar september aan de Tweede Kamer is overhandigd.
Het doel van deze actiemaand is het bevorderen van de bekendheid van (de werkwijze van) Veilig Thuis en aandacht te vragen voor het onderwerp op de huisartsenposten.
De komende weken benaderen we jullie kwaliteitsfunctionaris om de actie op locatie intern onder de aandacht te brengen. Als er vragen zijn over de actie, neem dan contact op met Ludeke van der Es.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

In de maand september staat het onderwerp Signalering van kindermishandeling in de huisartsenzorg centraal. InEen bereidt in samenwerking met de LHV, het NHG, Veilig Thuis en de Vereniging Vertrouwensartsen Kindermishandeling de actie ‘Aan het werk met Veilig Thuis’ voor.
De actie vloeit voort uit het gezamenlijk actieplan van LHV, InEen en NHG dat vorig jaar september aan de Tweede Kamer is overhandigd.
Het doel van deze actiemaand is het bevorderen van de bekendheid van (de werkwijze van) Veilig Thuis en aandacht te vragen voor het onderwerp op de huisartsenposten.
De komende weken benaderen we jullie kwaliteitsfunctionaris om de actie op locatie intern onder de aandacht te brengen. Als er vragen zijn over de actie, neem dan contact op met Ludeke van der Es.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Update Wkkgz

05 augustus 2016

Samen met de LHV werkt InEen aan de implementatie van de Wkkgz. De LHV heeft deze week een duidelijk overzicht van de gelopen en nog te nemen stappen in zijn nieuwsbericht. Graag attenderen we hier jullie op om weer even de stand van zaken op te frissen. Op de website van InEen vind je een FAQ met allerlei relevante zaken op dit thema.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Samen met de LHV werkt InEen aan de implementatie van de Wkkgz. De LHV heeft deze week een duidelijk overzicht van de gelopen en nog te nemen stappen in zijn nieuwsbericht. Graag attenderen we hier jullie op om weer even de stand van zaken op te frissen. Op de website van InEen vind je een FAQ met allerlei relevante zaken op dit thema.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

15 september: nascholing informatiebeveiliging

29 juli 2016

Informatiebeveiliging is niet alleen een verantwoordelijkheid van het management of de ICT-leverancier. Verstandig omgaan met informatie geldt voor alle betrokkenen. Techniek, gedragsaspecten en een adequate organisatie zijn even belangrijk. De LHV Academie heeft een gewaardeerde en geaccrediteerde inleidende cursus over informatiebeveiliging en biedt deze op 15 september (16.00-21.00 uur) speciaal voor InEen-leden aan (in Zwolle). Er zijn nog een paar plaatsen: informatie en inschrijven. Managers, medewerkers van eerstelijns organisaties en huisartsen zijn van harte welkom. Informatie ook bij Arthur Eyck (InEen). 

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Informatiebeveiliging is niet alleen een verantwoordelijkheid van het management of de ICT-leverancier. Verstandig omgaan met informatie geldt voor alle betrokkenen. Techniek, gedragsaspecten en een adequate organisatie zijn even belangrijk. De LHV Academie heeft een gewaardeerde en geaccrediteerde inleidende cursus over informatiebeveiliging en biedt deze op 15 september (16.00-21.00 uur) speciaal voor InEen-leden aan (in Zwolle). Er zijn nog een paar plaatsen: informatie en inschrijven. Managers, medewerkers van eerstelijns organisaties en huisartsen zijn van harte welkom. Informatie ook bij Arthur Eyck (InEen). 

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Bijlage handleiding Inclusie- en exclusiecriteria ketenzorgprogramma’s

15 juli 2016

Vorige week hebben we de handleiding in- en exclusiecriteria voor ketenzorgprogramma’s verstuurd aan de directeuren van de leden zorggroepen en gezondheidscentra. Tot onze spijt miste daarbij een bijlage, namelijk het Stroomschema no-show beleid. Jullie kunnen deze vinden op onze website.  Log eerst in op de website en klik dan deze link: ondersteuningsschema ketenzorg. Het Stroomschema no-show vind je samen met andere no-show documenten door in het linker menu te klikken op achtereenvolgens ‘Optimale zorg en uitkomsten’ en ‘Zorgstandaarden’.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Vorige week hebben we de handleiding in- en exclusiecriteria voor ketenzorgprogramma’s verstuurd aan de directeuren van de leden zorggroepen en gezondheidscentra. Tot onze spijt miste daarbij een bijlage, namelijk het Stroomschema no-show beleid. Jullie kunnen deze vinden op onze website.  Log eerst in op de website en klik dan deze link: ondersteuningsschema ketenzorg. Het Stroomschema no-show vind je samen met andere no-show documenten door in het linker menu te klikken op achtereenvolgens ‘Optimale zorg en uitkomsten’ en ‘Zorgstandaarden’.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Inspiratiebijeenkomst samenwerking eerste lijn, wijkverpleging en welzijn

08 juli 2016

In verband met ‘code oranje’ hebben we de inspiratiebijeenkomst van 23 juni moeten afblazen. Gelukkig is er op 15 september een herkansing. Nog even waar het om gaat: InEen heeft het initiatief genomen experimenten op het grensvlak van huisartsenzorg, wijkverpleging en sociaal domein te ondersteunen en landelijk op te schalen. Diverse leden van InEen willen graag hun ervaringen met samenwerkingstrajecten van eerste lijn, wijkverpleging en sociaal domein uitwisselen. Dat gaat nu gebeuren op donderdag 15 september (17:00-19:30 uur in Utrecht), aansluitend aan de VIM-bijeenkomst. Naast de presentaties vanuit de regio’s is er op de inspiratiebijeenkomst volop ruimte voor het uitwisselen van ervaringen en het inventariseren van (landelijke) knelpunten. Alle leden van InEen zijn welkom, zowel leden die zich al met samenwerking tussen domeinen bezig houden, als leden die graag hierover in gesprek willen gaan. Stel je vragen aan Mariska Smit (InEen)  en meld je aan  (voor de zekerheid vragen we iedereen zich opnieuw aan te melden).

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

In verband met ‘code oranje’ hebben we de inspiratiebijeenkomst van 23 juni moeten afblazen. Gelukkig is er op 15 september een herkansing. Nog even waar het om gaat: InEen heeft het initiatief genomen experimenten op het grensvlak van huisartsenzorg, wijkverpleging en sociaal domein te ondersteunen en landelijk op te schalen. Diverse leden van InEen willen graag hun ervaringen met samenwerkingstrajecten van eerste lijn, wijkverpleging en sociaal domein uitwisselen. Dat gaat nu gebeuren op donderdag 15 september (17:00-19:30 uur in Utrecht), aansluitend aan de VIM-bijeenkomst. Naast de presentaties vanuit de regio’s is er op de inspiratiebijeenkomst volop ruimte voor het uitwisselen van ervaringen en het inventariseren van (landelijke) knelpunten. Alle leden van InEen zijn welkom, zowel leden die zich al met samenwerking tussen domeinen bezig houden, als leden die graag hierover in gesprek willen gaan. Stel je vragen aan Mariska Smit (InEen)  en meld je aan  (voor de zekerheid vragen we iedereen zich opnieuw aan te melden).

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

VWS-Praktijkteam Zorg op de Juiste Plek zoekt uitwisseling

30 juni 2016

uitwisselingIn februari van dit jaar ging het VWS-Praktijkteam Zorg op de juiste plek van start. De experts in het team geven advies over de overdracht van kwetsbare patiënten en de bijbehorende regelgeving. Ook nodigt het Praktijkteam zorgaanbieders uit hun oplossingen met het team te delen. Mirjam Biemans, adviseur bij de Stichting Georganiseerde Eerstelijnszorg Zoetermeer (SGZ), heeft het contact met het Praktijkteam inderdaad ervaren als een wederzijdse uitwisseling: ‘Een win-win situatie.’

Het contact met het Praktijkteam werd gelegd door In Beweging, de organisatie die in nauw overleg met de SGZ en de huisartsen in Zoetermeer een zorgpension heeft opgericht. Ook de kaderhuisarts ouderengeneeskunde werd betrokken. Het tekort aan eerstelijns bedden en de financiering blijven vragen oproepen. Overleg met het zorgkantoor leidde tot een patstelling. Biemans: ‘Het komt erop neer dat In Beweging bij wij kortdurend verblijf is ingekocht, zelf het risico moet nemen bij uitbreiding. We hebben, zegt het zorgkantoor, in het verleden altijd extra financiering gegeven bij overschrijding van het budgetplafond. En In Beweging stelt: dat klinkt goed, maar tot hoever gaat dat?’ Ook liep men in Zoetermeer regelmatig aan tegen onduidelijkheid over de regelgeving: wat is precies het onderscheid tussen crisisopname, respijtzorg of kortdurend eerstelijns verblijf?

Biemans: ‘Je krijgt een betere kijk op de afwegingen die VWS maakt. De overgang van subsidieregeling naar zorgverzekeringswet is voor hen ook nieuw. Ik vond het prettig om te merken dat wij niet als enige worstelen, maar dat dit bij VWS ook zo wordt gevoeld. Onze praktijksignalen geven VWS input om kritisch naar hun beleid te kijken. Dan wordt het een win-win situatie.’ De eyeopener was, zegt Biemans, dat de inkoop van wijkverpleging en dit soort acute zorg voor zorgverzekeraars in feite een black box is. Ze hebben geen idee wat op ze afkomt nu het eerstelijns verblijf vanaf volgend jaar in de zorgverzekeringswet is opgenomen en er vanaf dat moment een aanspraak is. Ook realiseerde Biemans zich dat VWS haar berekeningen baseert op het tekort dat wordt aangegeven door de aanbieders van bedden. Biemans: ‘Zo worden problemen verschoven. VWS kijkt naar de gerealiseerde bedden en niet naar de zorgbehoefte vanuit de huisartsenpraktijken. Dat inzicht hebben wij op onze beurt aan het Praktijkteam kunnen meegeven.’ Ze gebruikt het woord kruisbestuiving. ‘Je daagt hen ook uit om over de schotten heen te kijken. Zo heb ik verteld over een pilot met eerstelijns verpleegkundigen die we hier in Zoetermeer doen. Nu doen ze mee aan een dialoog die wij over dit onderwerp organiseren. Er is een lijntje ontstaan.’

Biemans en haar collega’s zijn een stap verder gekomen. ‘We hadden niet de verwachting dat ze ons een pot met geld zouden geven. We hebben wel veel tips gekregen en meer begrip van de situatie, waardoor we in het regionale gesprek met de zorgverzekeraars verder kunnen. Allemaal kleine stapjes. Ja, ik ben enthousiast en kan het van harte aanbevelen.’

Informatie

[...]

uitwisselingIn februari van dit jaar ging het VWS-Praktijkteam Zorg op de juiste plek van start. De experts in het team geven advies over de overdracht van kwetsbare patiënten en de bijbehorende regelgeving. Ook nodigt het Praktijkteam zorgaanbieders uit hun oplossingen met het team te delen. Mirjam Biemans, adviseur bij de Stichting Georganiseerde Eerstelijnszorg Zoetermeer (SGZ), heeft het contact met het Praktijkteam inderdaad ervaren als een wederzijdse uitwisseling: ‘Een win-win situatie.’

Het contact met het Praktijkteam werd gelegd door In Beweging, de organisatie die in nauw overleg met de SGZ en de huisartsen in Zoetermeer een zorgpension heeft opgericht. Ook de kaderhuisarts ouderengeneeskunde werd betrokken. Het tekort aan eerstelijns bedden en de financiering blijven vragen oproepen. Overleg met het zorgkantoor leidde tot een patstelling. Biemans: ‘Het komt erop neer dat In Beweging bij wij kortdurend verblijf is ingekocht, zelf het risico moet nemen bij uitbreiding. We hebben, zegt het zorgkantoor, in het verleden altijd extra financiering gegeven bij overschrijding van het budgetplafond. En In Beweging stelt: dat klinkt goed, maar tot hoever gaat dat?’ Ook liep men in Zoetermeer regelmatig aan tegen onduidelijkheid over de regelgeving: wat is precies het onderscheid tussen crisisopname, respijtzorg of kortdurend eerstelijns verblijf?

Biemans: ‘Je krijgt een betere kijk op de afwegingen die VWS maakt. De overgang van subsidieregeling naar zorgverzekeringswet is voor hen ook nieuw. Ik vond het prettig om te merken dat wij niet als enige worstelen, maar dat dit bij VWS ook zo wordt gevoeld. Onze praktijksignalen geven VWS input om kritisch naar hun beleid te kijken. Dan wordt het een win-win situatie.’ De eyeopener was, zegt Biemans, dat de inkoop van wijkverpleging en dit soort acute zorg voor zorgverzekeraars in feite een black box is. Ze hebben geen idee wat op ze afkomt nu het eerstelijns verblijf vanaf volgend jaar in de zorgverzekeringswet is opgenomen en er vanaf dat moment een aanspraak is. Ook realiseerde Biemans zich dat VWS haar berekeningen baseert op het tekort dat wordt aangegeven door de aanbieders van bedden. Biemans: ‘Zo worden problemen verschoven. VWS kijkt naar de gerealiseerde bedden en niet naar de zorgbehoefte vanuit de huisartsenpraktijken. Dat inzicht hebben wij op onze beurt aan het Praktijkteam kunnen meegeven.’ Ze gebruikt het woord kruisbestuiving. ‘Je daagt hen ook uit om over de schotten heen te kijken. Zo heb ik verteld over een pilot met eerstelijns verpleegkundigen die we hier in Zoetermeer doen. Nu doen ze mee aan een dialoog die wij over dit onderwerp organiseren. Er is een lijntje ontstaan.’

Biemans en haar collega’s zijn een stap verder gekomen. ‘We hadden niet de verwachting dat ze ons een pot met geld zouden geven. We hebben wel veel tips gekregen en meer begrip van de situatie, waardoor we in het regionale gesprek met de zorgverzekeraars verder kunnen. Allemaal kleine stapjes. Ja, ik ben enthousiast en kan het van harte aanbevelen.’

Informatie

Kaart ‘zorg- en verblijfsvormen kwetsbare ouderen’

24 juni 2016

Tegenwoordig zijn er meer zorg- en verblijfsvormen mogelijk voor kwetsbare mensen. VWS heeft een overzicht gemaakt waarop je kunt zien welke vormen dat zijn en welke zorgprofessional bepaalt waar een patiënt heengaat. In de toelichtende tekst staat hoe de overdracht van de ene naar de andere zorgvorm is geregeld en wie ervoor in aanmerking komen.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

[...]

Tegenwoordig zijn er meer zorg- en verblijfsvormen mogelijk voor kwetsbare mensen. VWS heeft een overzicht gemaakt waarop je kunt zien welke vormen dat zijn en welke zorgprofessional bepaalt waar een patiënt heengaat. In de toelichtende tekst staat hoe de overdracht van de ene naar de andere zorgvorm is geregeld en wie ervoor in aanmerking komen.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

Zomer inspiratie samenwerking tussen domeinen op 23 juni

15 juni 2016

InEen heeft het initiatief genomen experimenten op het grensvlak van huisarts, wijkverpleging en sociaal domein te ondersteunen en landelijk te verspreiden. We hebben een plan van aanpak gemaakt en experimenten hebben zich aangemeld. Op donderdagmiddag 23 juni zijn jullie van harte welkom op een inspiratiebijeenkomst waar diverse regio’s hun werkwijze presenteren. Deze middag staan aan de hand van voorbeelden uit de praktijk verschillende vormen van samenwerking centraal. Er is volop ruimte voor het uitwisselen van ervaringen en we nodigen de aanwezigen uit om gezamenlijk landelijke knelpunten te inventariseren. De opbrengsten van de bijeenkomst helpen InEen een route te bepalen. Noteer dus: 23 juni (16:00-18:30 uur) in Utrecht. De bijeenkomst staat open voor alle leden van InEen die zich bezig houden met samenwerking tussen domeinen, of daarover in gesprek willen gaan. Aanmelden bij Mariska Smit (InEen).

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 10 juni 2016.

[...]

InEen heeft het initiatief genomen experimenten op het grensvlak van huisarts, wijkverpleging en sociaal domein te ondersteunen en landelijk te verspreiden. We hebben een plan van aanpak gemaakt en experimenten hebben zich aangemeld. Op donderdagmiddag 23 juni zijn jullie van harte welkom op een inspiratiebijeenkomst waar diverse regio’s hun werkwijze presenteren. Deze middag staan aan de hand van voorbeelden uit de praktijk verschillende vormen van samenwerking centraal. Er is volop ruimte voor het uitwisselen van ervaringen en we nodigen de aanwezigen uit om gezamenlijk landelijke knelpunten te inventariseren. De opbrengsten van de bijeenkomst helpen InEen een route te bepalen. Noteer dus: 23 juni (16:00-18:30 uur) in Utrecht. De bijeenkomst staat open voor alle leden van InEen die zich bezig houden met samenwerking tussen domeinen, of daarover in gesprek willen gaan. Aanmelden bij Mariska Smit (InEen).

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 10 juni 2016.

InEen en LHV werken aan landelijke geschilleninstantie huisartsenzorg

03 juni 2016

Op de algemene ledenvergadering van afgelopen dinsdag gaf bestuurslid Jan Frans Mutsaerts een toelichting op  de stappen die InEen zet om leden te ondersteunen bij de implementatie van de Wet kwaliteit klachten en geschillen zorg (Wkkgz). Eén van de verplichtingen die voortkomen uit de Wkkgz is de aansluiting bij een onafhankelijke geschilleninstantie. InEen werkt samen met de LHV toe naar één landelijke geschilleninstantie huisartsenzorg waar leden zich bij kunnen aansluiten. Bewust kiezen we voor één landelijke instantie voor de hele huisartsenzorg. Dit zorgt voor uniformiteit, eenduidigheid en kwaliteit. InEen en de LHV hebben de Stichting Klachtenregeling Huisartsenzorg Zuid-Nederland inmiddels gevraagd zich om te vormen tot de gewenste landelijke instantie. In overleg met de NPCF proberen we te komen tot een verbreding met de apothekers en fysiotherapeuten, zodat ook de meeste ketengeschillen intern kunnen worden opgelost. De implementatie van de Wkkgz brengt nog veel andere veranderingen en vragen met zich mee. We hebben  een overzicht gemaakt van de meest gestelde vragen en antwoorden. Ook attenderen we je nog een keer op het factsheet op onze website. Met tips of vragen kun je contact opnemen met Ludeke van der Es (InEen).

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 3 juni 2016.

[...]

Op de algemene ledenvergadering van afgelopen dinsdag gaf bestuurslid Jan Frans Mutsaerts een toelichting op  de stappen die InEen zet om leden te ondersteunen bij de implementatie van de Wet kwaliteit klachten en geschillen zorg (Wkkgz). Eén van de verplichtingen die voortkomen uit de Wkkgz is de aansluiting bij een onafhankelijke geschilleninstantie. InEen werkt samen met de LHV toe naar één landelijke geschilleninstantie huisartsenzorg waar leden zich bij kunnen aansluiten. Bewust kiezen we voor één landelijke instantie voor de hele huisartsenzorg. Dit zorgt voor uniformiteit, eenduidigheid en kwaliteit. InEen en de LHV hebben de Stichting Klachtenregeling Huisartsenzorg Zuid-Nederland inmiddels gevraagd zich om te vormen tot de gewenste landelijke instantie. In overleg met de NPCF proberen we te komen tot een verbreding met de apothekers en fysiotherapeuten, zodat ook de meeste ketengeschillen intern kunnen worden opgelost. De implementatie van de Wkkgz brengt nog veel andere veranderingen en vragen met zich mee. We hebben  een overzicht gemaakt van de meest gestelde vragen en antwoorden. Ook attenderen we je nog een keer op het factsheet op onze website. Met tips of vragen kun je contact opnemen met Ludeke van der Es (InEen).

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 3 juni 2016.

Implementatie Wkkgz

23 mei 2016

De volgende acties zijn in voorbereiding:

Veilig Incident Melden

  • Per 1 juli 2016 is een zorgaanbieder verplicht een VIM te hebben en te gebruiken. InEen heeft een kleine inventarisatie onder een haar leden gedaan naar het gebruik op de werkvloer van de tool Veilig Incident Melden (VIM). Dit blijkt in verschillende mate toegepast te worden. InEen verzamelt best practices en biedt deze aan via het digitale netwerk Kwaliteit.
  • Vanuit InEen (voorheen VHN) is samen met LHV en NVDA een document patientveiligheid in de huisartsenzorg opgesteld. Daarnaast heeft het NHG een bruikbare tool en op hun website staat achtergrondinformatie over Veilig Incident Melden.
  • Op 15 september 2016 organiseert InEen voor haar leden een werksessie ‘Hoe werkt het VIM en hoe implementeer je VIM in de praktijk’.

Klachtenreglement

  • Per 1 januari 2017 is een zorgaanbieder verplicht een klachtenregeling te hebben en te gebruiken. InEen heeft bij leden klachtenreglementen opgevraagd met als doel een modelregeling aan te bieden voor de leden die voldoet aan de eisen van de Wet. Het model wordt in samenspraak met de LHV opgesteld en volgens planning in juli 2016 aangeboden via het digitale netwerk Kwaliteit en het weekbericht.

Klachtenfunctionaris

  • Per 1 januari 2017 is een zorgaanbieder verplicht een klachtenfunctionaris beschikbaar te hebben en in te zetten bij klachtafhandeling. InEen is in gesprek met de Vereniging van Klachtenfunctionarissen In de Gezondheidszorg (VKIG) om te verkennen of de eisen die zij aan een klachtenfunctionaris stellen breed toepasbaar zijn. Het competentieprofiel van een klachtenfunctionaris wordt volgens planning in de zomer 2016 aangeboden via het digitale netwerk Kwaliteit en het weekbericht.
  • InEen en LHV zetten zich in voor een landelijk dekkende pool (met goede regionale spreiding) van klachtenfunctionarissen waaraan huisartspraktijken, gezondheidscentra, zorggroepen en huisartsenposten zich kunnen verbinden. De klachtenfunctionarissen ondersteunen, conform de wet, het proces van klachtenbehandeling en bemiddelen hierin. Meer informatie hoe aan te sluiten bij de pool wordt na de zomer 2016 gecommuniceerd.

Geschillenreglement/ -instantie

  • InEen en de LHV trekken samen op bij het implementeren van de wet. We zijn in gesprek met eerste- en tweedelijnsorganisaties (18 partijen), cliëntenvertegenwoordigers (6) en medisch beroepsaansprakelijkheidsverzekeraars (4). Met elkaar wordt een programma van eisen (PvE) opgesteld voor een geschilleninstantie/geschillenregeling. Doel is om versnippering in geschillenregelingen te voorkomen. Het PvE is in april 2016 gereed. De uitwerking van het reglement vindt nu plaats en wordt daarna ter goedkeuring voorgelegd aan NPCF en aansprakelijkheidsverzekeraars. De oprichting van de geschilleninstantie wordt ook aan gewerkt.
  • InEen zal in oktober 2016 voor zijn leden een tweede werksessie organiseren over de implementatie van de wet.

Overige verplichtingen (per 1 januari 2016)

  • InEen past haar modelprotocol vermeend disfunctioneren aan gezien de wettelijke verplichting melding te doen bij IGZ in geval van ontslag wegens disfunctioneren. Het herziene protocol wordt uiterlijk in mei 2016 aangeboden via het digitale InEen netwerk Kwaliteit en het weekbericht.
  • InEen gaat in gesprek met LHV en SBOH over de manier waarop gezamenlijk vormgegeven kan worden aan de vergewisplicht.

Voor tips of vragen over het implementeren van de Wkkgz kun je contact opnemen met Ludeke van der Es (InEen).

 

 

[...]

De volgende acties zijn in voorbereiding:

Veilig Incident Melden

  • Per 1 juli 2016 is een zorgaanbieder verplicht een VIM te hebben en te gebruiken. InEen heeft een kleine inventarisatie onder een haar leden gedaan naar het gebruik op de werkvloer van de tool Veilig Incident Melden (VIM). Dit blijkt in verschillende mate toegepast te worden. InEen verzamelt best practices en biedt deze aan via het digitale netwerk Kwaliteit.
  • Vanuit InEen (voorheen VHN) is samen met LHV en NVDA een document patientveiligheid in de huisartsenzorg opgesteld. Daarnaast heeft het NHG een bruikbare tool en op hun website staat achtergrondinformatie over Veilig Incident Melden.
  • Op 15 september 2016 organiseert InEen voor haar leden een werksessie ‘Hoe werkt het VIM en hoe implementeer je VIM in de praktijk’.

Klachtenreglement

  • Per 1 januari 2017 is een zorgaanbieder verplicht een klachtenregeling te hebben en te gebruiken. InEen heeft bij leden klachtenreglementen opgevraagd met als doel een modelregeling aan te bieden voor de leden die voldoet aan de eisen van de Wet. Het model wordt in samenspraak met de LHV opgesteld en volgens planning in juli 2016 aangeboden via het digitale netwerk Kwaliteit en het weekbericht.

Klachtenfunctionaris

  • Per 1 januari 2017 is een zorgaanbieder verplicht een klachtenfunctionaris beschikbaar te hebben en in te zetten bij klachtafhandeling. InEen is in gesprek met de Vereniging van Klachtenfunctionarissen In de Gezondheidszorg (VKIG) om te verkennen of de eisen die zij aan een klachtenfunctionaris stellen breed toepasbaar zijn. Het competentieprofiel van een klachtenfunctionaris wordt volgens planning in de zomer 2016 aangeboden via het digitale netwerk Kwaliteit en het weekbericht.
  • InEen en LHV zetten zich in voor een landelijk dekkende pool (met goede regionale spreiding) van klachtenfunctionarissen waaraan huisartspraktijken, gezondheidscentra, zorggroepen en huisartsenposten zich kunnen verbinden. De klachtenfunctionarissen ondersteunen, conform de wet, het proces van klachtenbehandeling en bemiddelen hierin. Meer informatie hoe aan te sluiten bij de pool wordt na de zomer 2016 gecommuniceerd.

Geschillenreglement/ -instantie

  • InEen en de LHV trekken samen op bij het implementeren van de wet. We zijn in gesprek met eerste- en tweedelijnsorganisaties (18 partijen), cliëntenvertegenwoordigers (6) en medisch beroepsaansprakelijkheidsverzekeraars (4). Met elkaar wordt een programma van eisen (PvE) opgesteld voor een geschilleninstantie/geschillenregeling. Doel is om versnippering in geschillenregelingen te voorkomen. Het PvE is in april 2016 gereed. De uitwerking van het reglement vindt nu plaats en wordt daarna ter goedkeuring voorgelegd aan NPCF en aansprakelijkheidsverzekeraars. De oprichting van de geschilleninstantie wordt ook aan gewerkt.
  • InEen zal in oktober 2016 voor zijn leden een tweede werksessie organiseren over de implementatie van de wet.

Overige verplichtingen (per 1 januari 2016)

  • InEen past haar modelprotocol vermeend disfunctioneren aan gezien de wettelijke verplichting melding te doen bij IGZ in geval van ontslag wegens disfunctioneren. Het herziene protocol wordt uiterlijk in mei 2016 aangeboden via het digitale InEen netwerk Kwaliteit en het weekbericht.
  • InEen gaat in gesprek met LHV en SBOH over de manier waarop gezamenlijk vormgegeven kan worden aan de vergewisplicht.

Voor tips of vragen over het implementeren van de Wkkgz kun je contact opnemen met Ludeke van der Es (InEen).

 

 

E-book ‘Inspiratie voor zelfmanagement’

17 mei 2016

Graag maken we jullie attent op het net verschenen e-book ‘Inspiratie voor  zelfmanagement’ dat is samengesteld door het landelijke ROS-netwerk. In het e-book vinden jullie vanuit verschillende invalshoeken acht mooie en praktische voorbeelden voor het implementeren van zelfmanagement. Veel van jullie zijn daar al intensief mee bezig. Voor hen, en ook voor degenen die nog maar net zijn begonnen, biedt het e-book – dat zelfmanagement benadert vanuit de Triple Aim gedachte – een inspirerende boost.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 13 mei 2016.

[...]

Graag maken we jullie attent op het net verschenen e-book ‘Inspiratie voor  zelfmanagement’ dat is samengesteld door het landelijke ROS-netwerk. In het e-book vinden jullie vanuit verschillende invalshoeken acht mooie en praktische voorbeelden voor het implementeren van zelfmanagement. Veel van jullie zijn daar al intensief mee bezig. Voor hen, en ook voor degenen die nog maar net zijn begonnen, biedt het e-book – dat zelfmanagement benadert vanuit de Triple Aim gedachte – een inspirerende boost.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 13 mei 2016.

Zelfevaluatie zorggroepen

09 mei 2016

In de tweede helft van mei zetten we voor de derde keer de zelfevaluatie voor zorggroepen uit. Deze digitale vragenlijst is bestemd voor zorggroepen en gezondheidscentra die ketenzorg leveren. Met behulp van deze vragenlijst kunnen ketenzorgorganisaties voor zichzelf bepalen hoever ze zijn met het bereiken van de Kritische Kwaliteits Kenmerken (KKK’s). De KKK’s vormen het kwaliteitskader dat de bij InEen aangesloten zorggroepen met elkaar hebben afgesproken. Doel van de zelfevaluatiemethodiek is in de eerste plaats het stimuleren van de permanente verbetercyclus. Jullie zijn van harte uitgenodigd de zelfevaluatie in te vullen. Per organisatie kan er één vragenlijst worden ingeleverd. Hiervoor wordt per organisatie een hoofdinvuller aangewezen. Volgende week ontvangen zorggroepen en gezondheidscentra hier een email over. Wilt je alvast een hoofdinvuller voor je organisatie aanmelden of heb je vragen? Mail naar Mariska Smit (InEen).

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 6 mei 2016.

[...]

In de tweede helft van mei zetten we voor de derde keer de zelfevaluatie voor zorggroepen uit. Deze digitale vragenlijst is bestemd voor zorggroepen en gezondheidscentra die ketenzorg leveren. Met behulp van deze vragenlijst kunnen ketenzorgorganisaties voor zichzelf bepalen hoever ze zijn met het bereiken van de Kritische Kwaliteits Kenmerken (KKK’s). De KKK’s vormen het kwaliteitskader dat de bij InEen aangesloten zorggroepen met elkaar hebben afgesproken. Doel van de zelfevaluatiemethodiek is in de eerste plaats het stimuleren van de permanente verbetercyclus. Jullie zijn van harte uitgenodigd de zelfevaluatie in te vullen. Per organisatie kan er één vragenlijst worden ingeleverd. Hiervoor wordt per organisatie een hoofdinvuller aangewezen. Volgende week ontvangen zorggroepen en gezondheidscentra hier een email over. Wilt je alvast een hoofdinvuller voor je organisatie aanmelden of heb je vragen? Mail naar Mariska Smit (InEen).

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 6 mei 2016.

Reflectie Netwerkbijeenkomst 21-04-2016

28 april 2016

Deelbijeenkomst huisartsenposten

Deelsessies

Deelbijeenkomst gezondheidscentra en zorggroepen

Algemeen


Deelbijeenkomst huisartsenposten

Project Keten Acute Zorg – Handreiking hap + ouderenzorg

Ella Benedictus, beleidsmedewerker InEen, geeft een korte terugblik van twee jaar werk  samen met het veld, over het verbeteren van de samenhang en samenwerking in de keten van acute zorg. In deze sessie is een kleine inkijk gegeven in de totstandkoming van de handreikingen. De handreiking ouderenzorg stond centraal.  Jeroen Slieker, Manager Kwaliteit & ICT – Huisartsenpost West-Friesland, presenteerde hun best practice op dit vlak. Daarna is in groepjes geanimeerd doorgepraat over hoe de implementatie en doorontwikkeling van de handreiking ouderenzorg vorm te geven in de praktijk. Wat is de rol van het veld en wat is de rol die InEen daarin speelt.

Tips die gegeven zijn:

  • Zet alle thuiszorgorganisaties op een rij. De LHV kan daarin helpen
  • Informatieoverdracht in de vorm van een memo werkt bij palliatieve zorg. Verken of het ook werkt bij zorg voor ouderen.
  • Maak gebruik van een kaartje waarop staat welke informatie medewerkers van thuiszorgorganisaties en verpleeghuizen paraat moeten hebben wanneer ze contact opnemen met een huisartsenpost
  • Zorg dat je elkaar kent op verschillende niveaus: zowel bestuurlijk als arts als ook triagist.

Wat gaat InEen doen:

  • Verzamelen van meer voorbeelden en beschikbaar stellen aan de leden
  • Actueel houden van de handreiking
  • Project ouderenzorg waar InEen bij betrokken is niet alleen richten op dagzorg maar ook ANW zorg er goed bij betrekken.

Terugblik deelbijeenkomst huisartsenposten

Ludeke van der Es, beleidsmedewerker InEen geeft op drie onderwerpen die tijdens de vorige netwerkbijeenkomst Kwaliteit aan bod kwamen, een stand van zaken.

Calamiteitenformulier
In de zomer 2014 is het uniforme format calamiteitenrapportages van IGZ opgesteld en verspreid. Op de Netwerkbijeenkomst in november 2015 presenteerde Konca Artan (IGZ)  de bevindingen met het gebruik van het calamiteiten formulier. Deze evaluatie liet zien dat het format werkbaar is voor de huisartsenposten en dat het format in grote lijnen ongewijzigd kan blijven. Op onderdelen en vooral in de toelichting van de punten zijn enkele kleine aanpassingen doorgevoerd. IGZ verwacht uiterlijk in mei het nieuwe format te publiceren op hun website.

Onderzoek IQ healthcare naar calamiteiten op de huisartsenpost
In 2012 heeft IQ Healthcare een onderzoek gedaan naar gemelde calamiteiten op de huisartsenpost. Op verzoek van InEen en IGZ bekijkt IQ Healthcare momenteel welke lessen er  te trekken zijn uit de gemelde calamiteiten op huisartsenposten. Zij voeren daarvoor een verdiepende analyse uit op de gegevens gericht op het vinden van aanknopingspunten voor  verbetering van zorgprocessen op huisartsenposten. In mei a.s. wordt hun rapport verwacht waarna hun rapport intern bij IGZ en InEen wordt besproken. InEen stelt na de zomer een werkgroep samen om over het advies van IQ Healthcare verder te denken.

Autorisatieonderzoek
Het Julius Centrum heeft in opdracht van InEen onderzoek gedaan naar kritische factoren van het autorisatieproces op de huisartsenpost. De definitieve resultaten van het onderzoek zijn begin maart opgeleverd. Het onderzoek geeft geen concrete aanleiding om het autorisatieproces en de bijbehorende streefwaarde per direct aan te passen. Op grond van het rapport zijn door de begeleidingscommissie verbonden aan dit onderzoek beleidsaanbevelingen  geformuleerd. Het onderzoek biedt namelijk een aantal waardevolle aanknopingspunten om nog eens goed te kijken naar de inrichting van het proces met als doel het leveren van veilige en kwalitatief goede zorg op de huisartsenpost. De aanbevelingen van de begeleidingscommissie worden besproken in de BAC Acute  Zorg.

Wkkgz

Tijdens dit plenaire programma gaf Nadia Oost, Senior beleidsadviseur/ projectleider bij het ministerie van VWS, een toelichting op de Wet Kwaliteit, Klachten en Geschillen in de Zorg (Wkkgz). Wat is beoogd met de wet, wat zijn nu precies de veranderingen sinds 2016 en waar moeten zorgaanbieders aan voldoen?

Het was een interactieve sessie waarin veel vragen ter verduidelijking gesteld zijn door de aanwezigen. In vogelvlucht de vragen en reacties van VWS.

  1. Wat is het verschil tussen een incident en calamiteit?
    De definitie van een incident spreekt over aanmerkelijke sprake of bijna schade. Wat dit inhoudt is niet hard omschreven. De organisatie heeft de ruimte te bepalen wat ze verstaan onder merkbare gevolgen of bijna merkbare gevolgen.
  1. Moet een zorggroep ook voldoen aan de Wet?
    Een zorgaanbieder als bedoeld in deze wet kan zijn een instelling dan wel een solistisch werkende zorgverlener. Een zorggroep die bedrijfsmatig zorg verleent of als het een organisatorisch verband van natuurlijke personen betreft die bedrijfsmatig zorg verlenen of doen verlenen, valt te kwalificeren als zorgaanbieder in de zin van de Wkkgz en heeft in dat geval de verplichting om te voldoen aan de Wkkgz.
  1. Welk oordeel geeft een zorgaanbieder binnen 6 weken?
    Het oordeel kan een voortgangsbericht of inhoudelijk bericht zijn. Het doel van oordeel is het geven van een prikkel om voortgang te houden. De zorgaanbieder die deze informatie verstrekt, betreft de organisatie waar de individuele zorgaanbieder werkzaam is. Het kan ook uit naam van Raad van Toezicht van een organisatie. De zorgaanbieder kan input krijgen van de klachtenfunctionaris.
  1. Wat is reden om een geschilleninstantie met mogelijkheid tot betaling op te nemen in de Wet?
    Het is een laagdrempelig extra keuzemogelijkheid voor de patiënt naast de gang naar de Tuchtrechter.
  1. Wat is het nut van registreren van incidenten in het patiëntendossier?
    Men is bang dat het veilig melden minder wordt. Wat beoogt de wetgever daarmee? VWS komt terug op de vraag.

Nadia sluit af met de uitnodiging je aan te melden bij de nieuwsbrief bij VWS. Op die manier blijf je op de hoogte van hun activiteiten rondom implementatie van de Wkkgz.

Ludeke van der Es, beleidsmedewerker InEen, geeft een korte weergave op welke onderdelen van de Wkkgz InEen actief is. Bekijk ook de factsheet over de Wkkgz.


Deelsessies

Ronde 1 – sessie 1 – Kwaliteitssystemen: is het tijd voor gezamenlijke kwaliteit?

Liesbeth Krijnen (Huisarts en Zorg) en Marjon Mennink (Gezondheidscentrum de Zwaai) inventariseren kort bij alle aanwezige leden welke systemen zij gebruiken. Verschillende systemen passeren de revue, van HKZ en NPA tot aan NEN – ISO. Diverse systemen met verschillende doelstellingen, Marjon licht deze kort toe. Er kan niet gezegd worden dat de een beter is dan een andere, het gaat er om dat je als organisatie bepaald welke doelstellingen en eisen je als organisatie hebt en op basis daarvan je keuze voor een systeem bepaald. Steeds meer organisaties hebben met verschillende kwaliteitssystemen en het certificeringsproces daarom heen te maken: een voor de huisartsenpost, een tweede voor de zorggroep en soms een derde voor de dagpraktijk. Kan dit niet makkelijker? Het kiezen van een certificeringsinstantie die de verschillende systemen aanbiedt is een handige stap. Bepaalde stroomlijning in processen (bijvoorbeeld het certificeringstraject zelf) zijn dan makkelijker af te stemmen. Echter de inspanning achter de schermen om de verschillende indicatoren per systeem te behalen en de kosten voor de drie systemen blijven in tact.  Om hier het hoofd aan te bieden zijn diverse organisaties zoals HAZO 24 (contactpersoon Ton Cremers of Leni Hager), NPA of HKZ zijn hier op hun eigen manier mee bezig. Ter afsluiting werd gevraagd welke rol InEen hierin zou kunnen spelen. Samenvattend komt het op de volgende punten neer:

  • deel ervaringen van leden via de website
  • biedt praktische documenten op een locatie aan
  • maak goede voorbeelden voor alle leden toegankelijk

Ronde 1 – sessie 2- Collectief tegen Kindermishandeling
Eind 2015 zijn het Rijk en Vereniging van Nederlandse Gemeenten het project ‘Collectief tegen Kindermishandeling’ gestart in zes gemeenten. Hun doel is kinderen (weer) veilig laten opgroeien door het ontwikkelen van een effectieve aanpak van kindermishandeling op lokaal niveau te organiseren. Michèle Hering, projectleider Veilig thuis, gaf een inkijk in haar regio gemeente Amsterdam door aan te geven welke stappen ze hebben gezet wat betreft samenwerking tussen bijvoorbeeld Veilig Thuis, jeugdgezondheidszorg en huisartsen(posten).


Ronde 1 – Sessie 3 – Privacy, wettelijke regelingen
Voor het goed functioneren van de eerstelijnszorg zijn informatiesystemen en gegevensuitwisseling niet meer weg te denken. Ook informatiebeveiliging komt hoger op de agenda. Wat betekent dat voor eerstelijnsorganisaties? Waar ben je als organisatie verantwoordelijk voor? Hoe kun je deze verantwoordelijkheid op een juiste wijze invullen? Van welke hulpmiddelen kan gebruikgemaakt worden? Arthur Eyck en Emiel Kerpershoek van InEen gaan in deze sub sessie in op deze vragen.

Onder de aanwezigen blijken met name veel vragen te bestaan over de meldplicht datalekken. Net als voor andere thema’s op het gebied van informatiebeveiliging geldt ook hier dat problemen en oplossingen zich afspelen in drie domeinen, namelijk: techniek, organisatie en gedrag. Tijdens de bijeenkomst zijn knelpunten in deze domeinen verkend. Een van de inzichten uit deze sessie is dat de eerstelijnsorganisaties zich niet teveel moeten laten sturen door eisen en boetes, maar vooral hun eigen afwegingen moeten blijven maken. Het waarborgen van de privacy van patiënten is goed, maar maatregelen mogen goede zorg niet in de weg staan.


Ronde 2 – sessie 4 Open sessie
Voor de eerste keer werd tijdens de Netwerkbijeenkomst Kwaliteit de mogelijkheid geboden om een ‘open workshop’ te volgen. Dit betekent dat de deelnemers zelf kunnen aangeven welke onderwerpen zij met elkaar willen bespreken. Uit de inventarisatie vooraf en in de zaal kwamen de volgende onderwerpen bovendrijven: substitutie, omgaan met disfunctionerende zorgverleners en het meten van patiëntervaringen. De drie onderwerpen leiden tot geanimeerde gesprekken. Uit de groep die met elkaar sprak over het meten van patiëntervaringen bleek dat er behoefte bestaat aan een overzicht van methodieken voor het verzamelen van patiëntervaringen en het onderling uitwisselen van ervaringen met deze instrumenten. InEen zal het verzoek oppakken door op de website een overzicht van methodieken te plaatsen.


Ronde 2 – sessie 5 – Diagnostiek op de huisartsenpost
Het aanbod van diagnostiek op de huisartsenpost is heel divers in Nederland. Ludeke van der Es, beleidsmedewerker InEen, gaf een korte schets hoe de diagnostiek in de ANW- zorg in Nederland is vormgegeven. Daarna is aan de hand van stellingen verkend hoe naar diagnostiek op de huisartsenpost gekeken werd.

De mening van de aanwezigen

  • Meer diagnostiek in de ANW-zorg zorgt niet per definitie voor veiligere zorg voor de patiënt.
  • Bespreek met je huisartsen welke diagnostiek zij zinvol vinden om in te zetten voor spoedzorg.
  • De 24-uurs maatschappij geldt niet voor 24-uurs mogelijkheden voor diagnostiek.
  • Gepoolde beoordeling van beoordeling diagnostiek (teleradiologie) is de toekomst.
  • Het proces rondom diagnostiek is vatbaar voor verbetering.
  •  Download de presentatie Diagnostiek op de HAP

Ronde 2 – sessie 6 Positieve gezondheid
‘Als je los laat, heb je twee handen vrij’. Thea Swiersta, adviseur ROS Friesland, neemt de aanwezigen op een open manier mee in de wereld van de positieve gezondheid. Het concept is een uitwerking van de herziene definitie van gezondheid, die Machteld Huber in 2011 heeft gepubliceerd. Positieve gezondheid bestaat uit verschillende dimensies, om te meten vorm gegeven in een spinnenweb. Thea vroeg de aanwezigen de dimensies in te vullen, ook voor de meest ideale situatie. Welke verschillen zijn er dan en waar is het verschil het grootst. Hoe kun je daar als patiënt, samen met je zorgverlener naar toe werken? De meeste aanwezigen zijn gecharmeerd van het concept en de beweging van aandoeningsgerichte naar persoonsgerichte zorg. De vraag die bovenkomt blijft hoe je kunt zorgen dat de cultuuromslag in je organisatie wordt gemaakt. De inzet van één huisarts die écht wil is een voorbeeld van een belangrijke eerste stap. Proeftuin Blauwe zorg is een voorbeeld waar positieve gezondheid in de praktijk vorm heeft gekregen.


Deelbijeenkomst gezondheidscentra en zorggroepen

Terugblik deelbijeenkomst zorggroepen en gezondheidscentra

Mariska Smit, beleidsmedewerker van InEen, doet twee mededelingen vooraf en nodigt uit bij vragen contact met haar op te nemen:

  1. De zelfevaluatie voor zorggroepen komt er aan! De openstelling staat gepland voor medio mei. Naar aanleiding van de suggesties die gedaan zijn tijdens de netwerkbijeenkomst van november 2015 wordt er gewerkt aan het vergroten van het gebruikers- en invulgemak. Zo worden bijvoorbeeld antwoorden van vorig jaar voor ingevuld en zijn de te beantwoorden subvragen sneller in beeld. De module neveninvullers vervalt. Er wordt gekeken naar andere mogelijkheden om ketenpartners optioneel te betrekken. De komende weken worden jullie verder geïnformeerd over de zelfevaluatie.
  2. Levert u multidisciplinaire zorg aan ouderen? Doe dan mee aan de landelijke inventarisatie! De inventarisatie is een onderdeel van het bestuurlijk akkoord eerste lijn (2014) met als doel met de resultaten te gebruiken om de multidisciplinaire zorg aan kwetsbare ouderen verder te verbeteren.

Paneldiscussie multidisciplinaire samenwerking in de keten
One size fits none. Woorden van Jan Benedictus (NPCF) tijdens de paneldiscussie waarbij de multidisciplinaire samenwerking in de keten centraal stond. Jan bedoelde daarmee dat blijven denken in algemeenheden niemand verder helpen. Op zoek naar de persoonlijke noot van de zorg. Dit beamen de overige partners in de paneldiscussie. Tijdens deze paneldiscussie gaan zes diverse partijen met elkaar het gesprek aan over drie stellingen rondom multidisciplinaire zorg. Erica de Goeij, zorggroep Twentse Huisarts Onderneming Oost Nederland (THOON); Edith van der Bent, Koninklijke Nederlands Genootschap Fysiotherapie (KNGF); Gildo Wanders, Nederlandse Vereniging van Podotherapeuten (NVvP), Brigitte Wieman – Nederlandse Vereniging van Diëtisten (NVD); Jan Benedictus, Nederlandse Patiënten Consumenten Federatie (NPCF) en Erik Veldboer, Menzis bespraken onder leiding van Frederik Vogelzang (InEen) drie stellingen met elkaar.

Zonder multidisciplinaire kwaliteit (eisen) weet je niet wat je van elkaar kunt verwachten. Gildo en Erica herkennen zich in de stelling en onderstrepen het belang om als partijen met elkaar in gesprek te gaan om afspraken te maken die ergens over gaan. Vanuit de zaal wordt er opgemerkt dat het aantal partijen dat aanwezig of beschikbaar is om afspraken mee te maken wel bepalend is voor het gemak waarmee dit kan.
Edith is het eens met de stelling dat er meer dan ketenindicatoren nodig is om de kwaliteit van de multidisciplinaire samenwerking te vangen. Denk aan de persoonlijke touch en de ervaren samenwerking tussen partijen. Ook Erik onderstreept dit en geeft aan dat we van het geprotocolleerde zorg verlenen weer toe moeten naar de persoonsgerichte zorg. Alle aanwezigen kunnen zich vinden in deze woorden waarbij Brigitte opmerkt dat er ook buiten de keten gekeken moet worden. Vergeet het sociale domein niet zegt ze, soms is de professional die betrokken is bij de schuldsanering van de patiënt wel de juiste partner om dingen mee te bespreken. Persoonsgerichte zorg vraagt om een persoonlijke benadering en het stimuleren van regie bij de patiënt. Gildo roept op dat het ook de taak aan de zorgverlener is regie te bieden als de patiënt dat zelf niet kan. Uit de zaal komt daarop de vraag waarom er geen ketenprogramma’s op maat zijn, bijvoorbeeld een voor de patiënt die goed is in zelfregie, en een waarbij de patiënt meer ondersteuning krijgt aangeboden. Of dit nu de oplossing voor een ontwikkeling richting persoonsgerichte zorg is of niet, samenwerkingsafspraken zijn van belang om gezamenlijk goede zorg aan te patiënt te kunnen leveren. Vaak zijn ze er wel maar ervaren patiënten dat niet altijd als zodanig. Verdiepingsstof voor een volgende discussie!


Fotocollage

Klik op de foto om deze te downloaden.


[...]

Deelbijeenkomst huisartsenposten

Deelsessies

Deelbijeenkomst gezondheidscentra en zorggroepen

Algemeen


Deelbijeenkomst huisartsenposten

Project Keten Acute Zorg – Handreiking hap + ouderenzorg

Ella Benedictus, beleidsmedewerker InEen, geeft een korte terugblik van twee jaar werk  samen met het veld, over het verbeteren van de samenhang en samenwerking in de keten van acute zorg. In deze sessie is een kleine inkijk gegeven in de totstandkoming van de handreikingen. De handreiking ouderenzorg stond centraal.  Jeroen Slieker, Manager Kwaliteit & ICT – Huisartsenpost West-Friesland, presenteerde hun best practice op dit vlak. Daarna is in groepjes geanimeerd doorgepraat over hoe de implementatie en doorontwikkeling van de handreiking ouderenzorg vorm te geven in de praktijk. Wat is de rol van het veld en wat is de rol die InEen daarin speelt.

Tips die gegeven zijn:

  • Zet alle thuiszorgorganisaties op een rij. De LHV kan daarin helpen
  • Informatieoverdracht in de vorm van een memo werkt bij palliatieve zorg. Verken of het ook werkt bij zorg voor ouderen.
  • Maak gebruik van een kaartje waarop staat welke informatie medewerkers van thuiszorgorganisaties en verpleeghuizen paraat moeten hebben wanneer ze contact opnemen met een huisartsenpost
  • Zorg dat je elkaar kent op verschillende niveaus: zowel bestuurlijk als arts als ook triagist.

Wat gaat InEen doen:

  • Verzamelen van meer voorbeelden en beschikbaar stellen aan de leden
  • Actueel houden van de handreiking
  • Project ouderenzorg waar InEen bij betrokken is niet alleen richten op dagzorg maar ook ANW zorg er goed bij betrekken.

Terugblik deelbijeenkomst huisartsenposten

Ludeke van der Es, beleidsmedewerker InEen geeft op drie onderwerpen die tijdens de vorige netwerkbijeenkomst Kwaliteit aan bod kwamen, een stand van zaken.

Calamiteitenformulier
In de zomer 2014 is het uniforme format calamiteitenrapportages van IGZ opgesteld en verspreid. Op de Netwerkbijeenkomst in november 2015 presenteerde Konca Artan (IGZ)  de bevindingen met het gebruik van het calamiteiten formulier. Deze evaluatie liet zien dat het format werkbaar is voor de huisartsenposten en dat het format in grote lijnen ongewijzigd kan blijven. Op onderdelen en vooral in de toelichting van de punten zijn enkele kleine aanpassingen doorgevoerd. IGZ verwacht uiterlijk in mei het nieuwe format te publiceren op hun website.

Onderzoek IQ healthcare naar calamiteiten op de huisartsenpost
In 2012 heeft IQ Healthcare een onderzoek gedaan naar gemelde calamiteiten op de huisartsenpost. Op verzoek van InEen en IGZ bekijkt IQ Healthcare momenteel welke lessen er  te trekken zijn uit de gemelde calamiteiten op huisartsenposten. Zij voeren daarvoor een verdiepende analyse uit op de gegevens gericht op het vinden van aanknopingspunten voor  verbetering van zorgprocessen op huisartsenposten. In mei a.s. wordt hun rapport verwacht waarna hun rapport intern bij IGZ en InEen wordt besproken. InEen stelt na de zomer een werkgroep samen om over het advies van IQ Healthcare verder te denken.

Autorisatieonderzoek
Het Julius Centrum heeft in opdracht van InEen onderzoek gedaan naar kritische factoren van het autorisatieproces op de huisartsenpost. De definitieve resultaten van het onderzoek zijn begin maart opgeleverd. Het onderzoek geeft geen concrete aanleiding om het autorisatieproces en de bijbehorende streefwaarde per direct aan te passen. Op grond van het rapport zijn door de begeleidingscommissie verbonden aan dit onderzoek beleidsaanbevelingen  geformuleerd. Het onderzoek biedt namelijk een aantal waardevolle aanknopingspunten om nog eens goed te kijken naar de inrichting van het proces met als doel het leveren van veilige en kwalitatief goede zorg op de huisartsenpost. De aanbevelingen van de begeleidingscommissie worden besproken in de BAC Acute  Zorg.

Wkkgz

Tijdens dit plenaire programma gaf Nadia Oost, Senior beleidsadviseur/ projectleider bij het ministerie van VWS, een toelichting op de Wet Kwaliteit, Klachten en Geschillen in de Zorg (Wkkgz). Wat is beoogd met de wet, wat zijn nu precies de veranderingen sinds 2016 en waar moeten zorgaanbieders aan voldoen?

Het was een interactieve sessie waarin veel vragen ter verduidelijking gesteld zijn door de aanwezigen. In vogelvlucht de vragen en reacties van VWS.

  1. Wat is het verschil tussen een incident en calamiteit?
    De definitie van een incident spreekt over aanmerkelijke sprake of bijna schade. Wat dit inhoudt is niet hard omschreven. De organisatie heeft de ruimte te bepalen wat ze verstaan onder merkbare gevolgen of bijna merkbare gevolgen.
  1. Moet een zorggroep ook voldoen aan de Wet?
    Een zorgaanbieder als bedoeld in deze wet kan zijn een instelling dan wel een solistisch werkende zorgverlener. Een zorggroep die bedrijfsmatig zorg verleent of als het een organisatorisch verband van natuurlijke personen betreft die bedrijfsmatig zorg verlenen of doen verlenen, valt te kwalificeren als zorgaanbieder in de zin van de Wkkgz en heeft in dat geval de verplichting om te voldoen aan de Wkkgz.
  1. Welk oordeel geeft een zorgaanbieder binnen 6 weken?
    Het oordeel kan een voortgangsbericht of inhoudelijk bericht zijn. Het doel van oordeel is het geven van een prikkel om voortgang te houden. De zorgaanbieder die deze informatie verstrekt, betreft de organisatie waar de individuele zorgaanbieder werkzaam is. Het kan ook uit naam van Raad van Toezicht van een organisatie. De zorgaanbieder kan input krijgen van de klachtenfunctionaris.
  1. Wat is reden om een geschilleninstantie met mogelijkheid tot betaling op te nemen in de Wet?
    Het is een laagdrempelig extra keuzemogelijkheid voor de patiënt naast de gang naar de Tuchtrechter.
  1. Wat is het nut van registreren van incidenten in het patiëntendossier?
    Men is bang dat het veilig melden minder wordt. Wat beoogt de wetgever daarmee? VWS komt terug op de vraag.

Nadia sluit af met de uitnodiging je aan te melden bij de nieuwsbrief bij VWS. Op die manier blijf je op de hoogte van hun activiteiten rondom implementatie van de Wkkgz.

Ludeke van der Es, beleidsmedewerker InEen, geeft een korte weergave op welke onderdelen van de Wkkgz InEen actief is. Bekijk ook de factsheet over de Wkkgz.


Deelsessies

Ronde 1 – sessie 1 – Kwaliteitssystemen: is het tijd voor gezamenlijke kwaliteit?

Liesbeth Krijnen (Huisarts en Zorg) en Marjon Mennink (Gezondheidscentrum de Zwaai) inventariseren kort bij alle aanwezige leden welke systemen zij gebruiken. Verschillende systemen passeren de revue, van HKZ en NPA tot aan NEN – ISO. Diverse systemen met verschillende doelstellingen, Marjon licht deze kort toe. Er kan niet gezegd worden dat de een beter is dan een andere, het gaat er om dat je als organisatie bepaald welke doelstellingen en eisen je als organisatie hebt en op basis daarvan je keuze voor een systeem bepaald. Steeds meer organisaties hebben met verschillende kwaliteitssystemen en het certificeringsproces daarom heen te maken: een voor de huisartsenpost, een tweede voor de zorggroep en soms een derde voor de dagpraktijk. Kan dit niet makkelijker? Het kiezen van een certificeringsinstantie die de verschillende systemen aanbiedt is een handige stap. Bepaalde stroomlijning in processen (bijvoorbeeld het certificeringstraject zelf) zijn dan makkelijker af te stemmen. Echter de inspanning achter de schermen om de verschillende indicatoren per systeem te behalen en de kosten voor de drie systemen blijven in tact.  Om hier het hoofd aan te bieden zijn diverse organisaties zoals HAZO 24 (contactpersoon Ton Cremers of Leni Hager), NPA of HKZ zijn hier op hun eigen manier mee bezig. Ter afsluiting werd gevraagd welke rol InEen hierin zou kunnen spelen. Samenvattend komt het op de volgende punten neer:

  • deel ervaringen van leden via de website
  • biedt praktische documenten op een locatie aan
  • maak goede voorbeelden voor alle leden toegankelijk

Ronde 1 – sessie 2- Collectief tegen Kindermishandeling
Eind 2015 zijn het Rijk en Vereniging van Nederlandse Gemeenten het project ‘Collectief tegen Kindermishandeling’ gestart in zes gemeenten. Hun doel is kinderen (weer) veilig laten opgroeien door het ontwikkelen van een effectieve aanpak van kindermishandeling op lokaal niveau te organiseren. Michèle Hering, projectleider Veilig thuis, gaf een inkijk in haar regio gemeente Amsterdam door aan te geven welke stappen ze hebben gezet wat betreft samenwerking tussen bijvoorbeeld Veilig Thuis, jeugdgezondheidszorg en huisartsen(posten).


Ronde 1 – Sessie 3 – Privacy, wettelijke regelingen
Voor het goed functioneren van de eerstelijnszorg zijn informatiesystemen en gegevensuitwisseling niet meer weg te denken. Ook informatiebeveiliging komt hoger op de agenda. Wat betekent dat voor eerstelijnsorganisaties? Waar ben je als organisatie verantwoordelijk voor? Hoe kun je deze verantwoordelijkheid op een juiste wijze invullen? Van welke hulpmiddelen kan gebruikgemaakt worden? Arthur Eyck en Emiel Kerpershoek van InEen gaan in deze sub sessie in op deze vragen.

Onder de aanwezigen blijken met name veel vragen te bestaan over de meldplicht datalekken. Net als voor andere thema’s op het gebied van informatiebeveiliging geldt ook hier dat problemen en oplossingen zich afspelen in drie domeinen, namelijk: techniek, organisatie en gedrag. Tijdens de bijeenkomst zijn knelpunten in deze domeinen verkend. Een van de inzichten uit deze sessie is dat de eerstelijnsorganisaties zich niet teveel moeten laten sturen door eisen en boetes, maar vooral hun eigen afwegingen moeten blijven maken. Het waarborgen van de privacy van patiënten is goed, maar maatregelen mogen goede zorg niet in de weg staan.


Ronde 2 – sessie 4 Open sessie
Voor de eerste keer werd tijdens de Netwerkbijeenkomst Kwaliteit de mogelijkheid geboden om een ‘open workshop’ te volgen. Dit betekent dat de deelnemers zelf kunnen aangeven welke onderwerpen zij met elkaar willen bespreken. Uit de inventarisatie vooraf en in de zaal kwamen de volgende onderwerpen bovendrijven: substitutie, omgaan met disfunctionerende zorgverleners en het meten van patiëntervaringen. De drie onderwerpen leiden tot geanimeerde gesprekken. Uit de groep die met elkaar sprak over het meten van patiëntervaringen bleek dat er behoefte bestaat aan een overzicht van methodieken voor het verzamelen van patiëntervaringen en het onderling uitwisselen van ervaringen met deze instrumenten. InEen zal het verzoek oppakken door op de website een overzicht van methodieken te plaatsen.


Ronde 2 – sessie 5 – Diagnostiek op de huisartsenpost
Het aanbod van diagnostiek op de huisartsenpost is heel divers in Nederland. Ludeke van der Es, beleidsmedewerker InEen, gaf een korte schets hoe de diagnostiek in de ANW- zorg in Nederland is vormgegeven. Daarna is aan de hand van stellingen verkend hoe naar diagnostiek op de huisartsenpost gekeken werd.

De mening van de aanwezigen

  • Meer diagnostiek in de ANW-zorg zorgt niet per definitie voor veiligere zorg voor de patiënt.
  • Bespreek met je huisartsen welke diagnostiek zij zinvol vinden om in te zetten voor spoedzorg.
  • De 24-uurs maatschappij geldt niet voor 24-uurs mogelijkheden voor diagnostiek.
  • Gepoolde beoordeling van beoordeling diagnostiek (teleradiologie) is de toekomst.
  • Het proces rondom diagnostiek is vatbaar voor verbetering.
  •  Download de presentatie Diagnostiek op de HAP

Ronde 2 – sessie 6 Positieve gezondheid
‘Als je los laat, heb je twee handen vrij’. Thea Swiersta, adviseur ROS Friesland, neemt de aanwezigen op een open manier mee in de wereld van de positieve gezondheid. Het concept is een uitwerking van de herziene definitie van gezondheid, die Machteld Huber in 2011 heeft gepubliceerd. Positieve gezondheid bestaat uit verschillende dimensies, om te meten vorm gegeven in een spinnenweb. Thea vroeg de aanwezigen de dimensies in te vullen, ook voor de meest ideale situatie. Welke verschillen zijn er dan en waar is het verschil het grootst. Hoe kun je daar als patiënt, samen met je zorgverlener naar toe werken? De meeste aanwezigen zijn gecharmeerd van het concept en de beweging van aandoeningsgerichte naar persoonsgerichte zorg. De vraag die bovenkomt blijft hoe je kunt zorgen dat de cultuuromslag in je organisatie wordt gemaakt. De inzet van één huisarts die écht wil is een voorbeeld van een belangrijke eerste stap. Proeftuin Blauwe zorg is een voorbeeld waar positieve gezondheid in de praktijk vorm heeft gekregen.


Deelbijeenkomst gezondheidscentra en zorggroepen

Terugblik deelbijeenkomst zorggroepen en gezondheidscentra

Mariska Smit, beleidsmedewerker van InEen, doet twee mededelingen vooraf en nodigt uit bij vragen contact met haar op te nemen:

  1. De zelfevaluatie voor zorggroepen komt er aan! De openstelling staat gepland voor medio mei. Naar aanleiding van de suggesties die gedaan zijn tijdens de netwerkbijeenkomst van november 2015 wordt er gewerkt aan het vergroten van het gebruikers- en invulgemak. Zo worden bijvoorbeeld antwoorden van vorig jaar voor ingevuld en zijn de te beantwoorden subvragen sneller in beeld. De module neveninvullers vervalt. Er wordt gekeken naar andere mogelijkheden om ketenpartners optioneel te betrekken. De komende weken worden jullie verder geïnformeerd over de zelfevaluatie.
  2. Levert u multidisciplinaire zorg aan ouderen? Doe dan mee aan de landelijke inventarisatie! De inventarisatie is een onderdeel van het bestuurlijk akkoord eerste lijn (2014) met als doel met de resultaten te gebruiken om de multidisciplinaire zorg aan kwetsbare ouderen verder te verbeteren.

Paneldiscussie multidisciplinaire samenwerking in de keten
One size fits none. Woorden van Jan Benedictus (NPCF) tijdens de paneldiscussie waarbij de multidisciplinaire samenwerking in de keten centraal stond. Jan bedoelde daarmee dat blijven denken in algemeenheden niemand verder helpen. Op zoek naar de persoonlijke noot van de zorg. Dit beamen de overige partners in de paneldiscussie. Tijdens deze paneldiscussie gaan zes diverse partijen met elkaar het gesprek aan over drie stellingen rondom multidisciplinaire zorg. Erica de Goeij, zorggroep Twentse Huisarts Onderneming Oost Nederland (THOON); Edith van der Bent, Koninklijke Nederlands Genootschap Fysiotherapie (KNGF); Gildo Wanders, Nederlandse Vereniging van Podotherapeuten (NVvP), Brigitte Wieman – Nederlandse Vereniging van Diëtisten (NVD); Jan Benedictus, Nederlandse Patiënten Consumenten Federatie (NPCF) en Erik Veldboer, Menzis bespraken onder leiding van Frederik Vogelzang (InEen) drie stellingen met elkaar.

Zonder multidisciplinaire kwaliteit (eisen) weet je niet wat je van elkaar kunt verwachten. Gildo en Erica herkennen zich in de stelling en onderstrepen het belang om als partijen met elkaar in gesprek te gaan om afspraken te maken die ergens over gaan. Vanuit de zaal wordt er opgemerkt dat het aantal partijen dat aanwezig of beschikbaar is om afspraken mee te maken wel bepalend is voor het gemak waarmee dit kan.
Edith is het eens met de stelling dat er meer dan ketenindicatoren nodig is om de kwaliteit van de multidisciplinaire samenwerking te vangen. Denk aan de persoonlijke touch en de ervaren samenwerking tussen partijen. Ook Erik onderstreept dit en geeft aan dat we van het geprotocolleerde zorg verlenen weer toe moeten naar de persoonsgerichte zorg. Alle aanwezigen kunnen zich vinden in deze woorden waarbij Brigitte opmerkt dat er ook buiten de keten gekeken moet worden. Vergeet het sociale domein niet zegt ze, soms is de professional die betrokken is bij de schuldsanering van de patiënt wel de juiste partner om dingen mee te bespreken. Persoonsgerichte zorg vraagt om een persoonlijke benadering en het stimuleren van regie bij de patiënt. Gildo roept op dat het ook de taak aan de zorgverlener is regie te bieden als de patiënt dat zelf niet kan. Uit de zaal komt daarop de vraag waarom er geen ketenprogramma’s op maat zijn, bijvoorbeeld een voor de patiënt die goed is in zelfregie, en een waarbij de patiënt meer ondersteuning krijgt aangeboden. Of dit nu de oplossing voor een ontwikkeling richting persoonsgerichte zorg is of niet, samenwerkingsafspraken zijn van belang om gezamenlijk goede zorg aan te patiënt te kunnen leveren. Vaak zijn ze er wel maar ervaren patiënten dat niet altijd als zodanig. Verdiepingsstof voor een volgende discussie!


Fotocollage

Klik op de foto om deze te downloaden.


Fotocollage Netwerkbijeenkomst kwaliteit 21 april 2016

26 april 2016

Klik op de foto om deze te downloaden.

[...]

Klik op de foto om deze te downloaden.

Nieuwe hulpmiddelen om kindermishandeling te signaleren

29 maart 2016

InEen zet zich samen met NHG, LHV, VWS en de stichting Augeo in om huisartsen te ondersteunen bij het signaleren van kindermishandeling. Dit jaar verschijnen er verschillende nieuwe hulpmiddelen. Sinds deze week hebben de verschillende HIS’en via NHGDoc een digitale kindcheckalert die reageert op zorgelijke signalen in het patiëntendossier. Ook komt er nieuwe scholing beschikbaar: korte digitale leerberichten waarin huisartsen in een kwartiertje worden bijgepraat over de meest actuele ontwikkelingen. Verder verschijnt deze zomer de geactualiseerde LESA Kindermishandeling; ook de Praktijkwijzer Kwaliteit en Veiligheid wordt aangepast. Meer informatie.

Overgenomen uit het weekbericht van 25 maart 2016.

[...]

InEen zet zich samen met NHG, LHV, VWS en de stichting Augeo in om huisartsen te ondersteunen bij het signaleren van kindermishandeling. Dit jaar verschijnen er verschillende nieuwe hulpmiddelen. Sinds deze week hebben de verschillende HIS’en via NHGDoc een digitale kindcheckalert die reageert op zorgelijke signalen in het patiëntendossier. Ook komt er nieuwe scholing beschikbaar: korte digitale leerberichten waarin huisartsen in een kwartiertje worden bijgepraat over de meest actuele ontwikkelingen. Verder verschijnt deze zomer de geactualiseerde LESA Kindermishandeling; ook de Praktijkwijzer Kwaliteit en Veiligheid wordt aangepast. Meer informatie.

Overgenomen uit het weekbericht van 25 maart 2016.

Inschrijven: netwerkbijeenkomst Kwaliteit

22 maart 2016

De inschrijving voor de netwerkbijeenkomst Kwaliteit op 21 april is gestart. Het belooft een boeiende en actuele bijeenkomst te worden. De agenda besteedt onder andere aandacht aan het concept positieve gezondheid, ontwikkelingen op het gebied van kwaliteitssystemen/accreditatie, privacy en ketensamenwerking in de acute zorg. Ook hebben we VWS uitgenodigd voor een toelichting op de Wkkgz. Welke vragen zouden jullie graag beantwoord willen hebben? Mail ze naar Ludeke van der Es (InEen) zodat we ze vooraf aan VWS kunnen meegeven. De bijeenkomst is interessant voor alle leden en het programma volgt snel. Schrijf je vast in.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 18 maart 2016.

[...]

De inschrijving voor de netwerkbijeenkomst Kwaliteit op 21 april is gestart. Het belooft een boeiende en actuele bijeenkomst te worden. De agenda besteedt onder andere aandacht aan het concept positieve gezondheid, ontwikkelingen op het gebied van kwaliteitssystemen/accreditatie, privacy en ketensamenwerking in de acute zorg. Ook hebben we VWS uitgenodigd voor een toelichting op de Wkkgz. Welke vragen zouden jullie graag beantwoord willen hebben? Mail ze naar Ludeke van der Es (InEen) zodat we ze vooraf aan VWS kunnen meegeven. De bijeenkomst is interessant voor alle leden en het programma volgt snel. Schrijf je vast in.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 18 maart 2016.

Zorgen over registratieplicht in meldcode kindermishandeling

09 februari 2016

De Artsencoalitie tegen Kindermishandeling heeft een position paper uitgebracht waarin zij zich tegen het invoeren van een registratieplicht keert. Staatssecretaris Van Rijn bepleit de registratieplicht in de Voortgangsrapportage Geweld in Afhankelijkheidsrelaties d.d. 12 januari 2016. De Artsencoalitie bestaat uit acht Nederlandse artsenorganisaties. InEen is één daarvan. Ook andere organisaties zoals GGZ Nederland ondersteunen het position paper waarin de drie belangrijke argumenten tegen de registratieplicht worden toegelicht:

  1. Disproportionele privacy schending
  2. Dwarsbomen laagdrempelige signalering en vroegtijdige preventieve hulpverlening
  3. Vertrouwensrelatie en adequate hulpverlening in gevaar

Het position paper is toegestuurd aan de Tweede Kamercommissie VWS die op 9 februari over dit onderwerp vergadert. Aanbiedingsbrief.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 5 februari 2016.

[...]

De Artsencoalitie tegen Kindermishandeling heeft een position paper uitgebracht waarin zij zich tegen het invoeren van een registratieplicht keert. Staatssecretaris Van Rijn bepleit de registratieplicht in de Voortgangsrapportage Geweld in Afhankelijkheidsrelaties d.d. 12 januari 2016. De Artsencoalitie bestaat uit acht Nederlandse artsenorganisaties. InEen is één daarvan. Ook andere organisaties zoals GGZ Nederland ondersteunen het position paper waarin de drie belangrijke argumenten tegen de registratieplicht worden toegelicht:

  1. Disproportionele privacy schending
  2. Dwarsbomen laagdrempelige signalering en vroegtijdige preventieve hulpverlening
  3. Vertrouwensrelatie en adequate hulpverlening in gevaar

Het position paper is toegestuurd aan de Tweede Kamercommissie VWS die op 9 februari over dit onderwerp vergadert. Aanbiedingsbrief.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 5 februari 2016.

Factsheet Wkkgz (per 1 januari 2016 van kracht)

25 januari 2016

Per 1 januari 2016 is de Wet Kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) van kracht. De verschillende onderdelen van de Wkkgz worden in de loop van dit jaar ingevoerd. In een factsheet hebben we de wet voor jullie samengevat en aangegeven vanaf welke datum de onderdelen van toepassing zijn. Met de Wkkgz vervallen de Kwaliteitswet zorginstellingen en Wet klachtrecht cliënten zorgsector. De Wkkgz heeft alleen betrekking op de onderdelen kwaliteit, klachten en geschillen. Voor vier andere onderdelen uit de ‘oude’ Wcz, te weten goed bestuur, medezeggenschap, klassieke patiëntenrechten en toelating zorginstellingen, komt bij gelegenheid aparte wetgeving. Doel van de nieuwe wet is een goede, snelle en laagdrempelige afhandeling van klachten en geschillen. Leren van klachten en incidenten op de werkvloer, en openheid daarover, is de basisgedachte. Met name de manier waarop klachten over de zorg moeten worden aangepakt verandert. In de komende maanden werkt InEen samen met de LHV en andere eerstelijnsorganisaties aan handvatten voor de implementatie van de wet. Daarbij is speciale aandacht voor Veilig Incident Melden, een klachtenregeling en een geschillenregeling. Meer informatie volgt snel.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 22 januari 2016.

[...]

Per 1 januari 2016 is de Wet Kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) van kracht. De verschillende onderdelen van de Wkkgz worden in de loop van dit jaar ingevoerd. In een factsheet hebben we de wet voor jullie samengevat en aangegeven vanaf welke datum de onderdelen van toepassing zijn. Met de Wkkgz vervallen de Kwaliteitswet zorginstellingen en Wet klachtrecht cliënten zorgsector. De Wkkgz heeft alleen betrekking op de onderdelen kwaliteit, klachten en geschillen. Voor vier andere onderdelen uit de ‘oude’ Wcz, te weten goed bestuur, medezeggenschap, klassieke patiëntenrechten en toelating zorginstellingen, komt bij gelegenheid aparte wetgeving. Doel van de nieuwe wet is een goede, snelle en laagdrempelige afhandeling van klachten en geschillen. Leren van klachten en incidenten op de werkvloer, en openheid daarover, is de basisgedachte. Met name de manier waarop klachten over de zorg moeten worden aangepakt verandert. In de komende maanden werkt InEen samen met de LHV en andere eerstelijnsorganisaties aan handvatten voor de implementatie van de wet. Daarbij is speciale aandacht voor Veilig Incident Melden, een klachtenregeling en een geschillenregeling. Meer informatie volgt snel.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 22 januari 2016.

Artsenorganisaties: verkapte meldplicht kindermishandeling onaanvaardbaar

14 januari 2016

Artsenorganisaties zijn verbijsterd dat staatssecretaris Van Rijn een registratieplicht wil invoeren bij de aanpak van kindermishandeling en niets doet met de kritiek van artsenorganisaties. Deze verkapte meldplicht zal een averechts effect hebben, omdat het kind geheel uit beeld kan raken. Dat is niet in het belang van het kind. De voorgestelde wetswijziging kan daarom niet rekenen op steun van de artsen die dagelijks in de praktijk met deze kinderen en gezinnen te maken hebben. Lees het hele artikel op de site van onze partner de LHV.

[...]

Artsenorganisaties zijn verbijsterd dat staatssecretaris Van Rijn een registratieplicht wil invoeren bij de aanpak van kindermishandeling en niets doet met de kritiek van artsenorganisaties. Deze verkapte meldplicht zal een averechts effect hebben, omdat het kind geheel uit beeld kan raken. Dat is niet in het belang van het kind. De voorgestelde wetswijziging kan daarom niet rekenen op steun van de artsen die dagelijks in de praktijk met deze kinderen en gezinnen te maken hebben. Lees het hele artikel op de site van onze partner de LHV.

Univé Paludanus Prijs: 15.000 euro voor kwaliteitsverbetering in de zorg

07 januari 2016

De Univé Paludanus Prijs wil initiatieven en projecten die de zorg verbeteren zichtbaar maken, stimuleren en belonen. In 2016 reikt Univé deze prijs voor de 17e keer uit. De prijs, een stimuleringsbedrag van 15.000 euro, is bedoeld voor een persoon of instelling/organisatie die met een uniek en innovatief zorgproject een zichtbaar resultaat levert aan de verbetering van de kwaliteit van zorg. De inschrijftermijn voor de Paludanus Prijs is vanaf heden geopend.

Univé Zorg heeft de Paludanus Prijs in het leven geroepen om de kwaliteit van de gezondheidszorg te benadrukken en kwaliteitsverbeteringen te bevorderen. Het gaat hierbij om verbeteringen die patiënten en cliënten echt zelf kunnen ervaren. Veel initiatieven op zorggebied zijn niet altijd zichtbaar voor buitenstaanders. Univé wil daar met de Univé Paludanus Prijs verandering in brengen.

De Paludanus Prijs bestaat, naast het stimuleringsbedrag, uit een professionele film over het project en een onderscheiding. Inschrijving staat open voor personen en organisaties uit de hele breedte van het zorgveld, en is mogelijk tot uiterlijk 8 januari 2016. Op www.unive.nl/paludanusprijs zijn het deelnameformulier en de bijbehorende voorwaarden te vinden. Medio februari 2016 worden de genomineerden bekendgemaakt. De prijsuitreiking vindt eind april 2016 plaats.

Eerdere winnaars waren onder meer de Woonstudent van Woon- en Zorgcentrum Humanitas, Deventer (2014), Buzz Buddy van Stichting Cavent, Oud Beijerland (2013) en TINZ van TINZ Netwerk Dementie Friesland (2012).

[...]

De Univé Paludanus Prijs wil initiatieven en projecten die de zorg verbeteren zichtbaar maken, stimuleren en belonen. In 2016 reikt Univé deze prijs voor de 17e keer uit. De prijs, een stimuleringsbedrag van 15.000 euro, is bedoeld voor een persoon of instelling/organisatie die met een uniek en innovatief zorgproject een zichtbaar resultaat levert aan de verbetering van de kwaliteit van zorg. De inschrijftermijn voor de Paludanus Prijs is vanaf heden geopend.

Univé Zorg heeft de Paludanus Prijs in het leven geroepen om de kwaliteit van de gezondheidszorg te benadrukken en kwaliteitsverbeteringen te bevorderen. Het gaat hierbij om verbeteringen die patiënten en cliënten echt zelf kunnen ervaren. Veel initiatieven op zorggebied zijn niet altijd zichtbaar voor buitenstaanders. Univé wil daar met de Univé Paludanus Prijs verandering in brengen.

De Paludanus Prijs bestaat, naast het stimuleringsbedrag, uit een professionele film over het project en een onderscheiding. Inschrijving staat open voor personen en organisaties uit de hele breedte van het zorgveld, en is mogelijk tot uiterlijk 8 januari 2016. Op www.unive.nl/paludanusprijs zijn het deelnameformulier en de bijbehorende voorwaarden te vinden. Medio februari 2016 worden de genomineerden bekendgemaakt. De prijsuitreiking vindt eind april 2016 plaats.

Eerdere winnaars waren onder meer de Woonstudent van Woon- en Zorgcentrum Humanitas, Deventer (2014), Buzz Buddy van Stichting Cavent, Oud Beijerland (2013) en TINZ van TINZ Netwerk Dementie Friesland (2012).

SeMaS: inzicht in zelfmanagementcompetenties van patiënt

26 november 2015

semasIn welke mate is een patiënt in staat om met succes zelfmanagement op te pakken? Met het Self Management Screeningsinstrument (SeMaS) – ontwikkeld door IQ healthcare, zorggroep DOH, Philips Research en Doen en blijven doen – kan op deze vraag een genuanceerd antwoord worden gegeven, op maat van de patiënt. SeMaS is daarmee een waardevolle steun bij het leveren van persoonsgerichte zorg. Op 15 december delen DOH en Vilans op een symposium de ervaringen met de implementatie van SeMaS en de resultaten van een effectstudie. Aanmelden is nog mogelijk.

SeMaS is een digitale vragenlijst die de patiënt zelf invult. Het resultaat is een profiel aan de hand waarvan patiënt en praktijkondersteuner samen het vervolgbeleid bespreken. Het profiel laat zien waar voor de patiënt de kansen en belemmeringen liggen voor succesvol zelfmanagement. Vaak voelt de praktijkondersteuner van tevoren wel aan of zelfmanagement een kans van slagen heeft, maar het was moeilijk om dit concreet te onderbouwen. Met SeMaS is er nu een methode. Het is bovendien een generiek instrument, zegt Nathalie Eikelenboom, projectleider bij DOH. ‘Dus niet ziekte-specifiek, daar bestaan al meer instrumenten voor. De praktijkondersteuner ziet mensen met diverse chronische aandoeningen, daarom wilden we één instrument dat op al die aandoeningen van toepassing is’.

Tien minuten
SeMaS bestaat uit 26 vragen verdeeld over tien domeinen (zie tekening). Zeven daarvan betreffen de kans van slagen en drie domeinen geven inzicht in de vorm van ondersteuning die voor deze patiënt het best geschikt is. Het invullen van de lijst duurt tien minuten.

Figuur: Voorbeeld van een SeMaS-profiel: Hoe groter de cirkels hoe beter de patiënt in staat is. Er is een training die de praktijkondersteuner helpt bij de interpretatie.

Structuur
Na de ontwikkeling is het instrument in 2013 in de helft van de zestien DOH-praktijken ingezet en is een effectstudie gedaan. Eikelenboom: ‘We zien nog geen direct effect op de patiëntenactivatie en ook niet op de leefstijl van patiënten. Maar wél zien we dat de domeinen uit SeMaS vaker aan de orde komen in de gesprekken met patiënten. Patiënten waarbij het instrument is toegepast hebben vaker een individueel zorgplan en verrichten ook vaker thuismetingen’. Kortom, waar zelfmanagement wordt toegepast, komt het beter uit de verf. ‘Juist omdat het gesprek uitgaat van antwoorden die de patiënt zélf heeft gegeven, kan SeMaS het gesprek met de patiënt goed ondersteunen’, aldus Eikelenboom. ‘We zien ook dat de praktijkondersteuner zich bewuster wordt van haar rol. Bij patiënten zonder SeMaS worden onderwerpen ook makkelijker aan de orde gesteld.’ Het laatste jaar is SeMaS geïmplementeerd in alle DOH-praktijken, in samenwerking met Vilans en trainster Petra Wopereis. Met videofeedbacksessies zijn de praktijkondersteuners getraind in de toepassing.

SeMaS hoeft niet altijd te worden gebruikt. Eikelenboom: ‘Het werkt het beste als de praktijkondersteuner zelf bepaalt wanneer wel of niet. Dat blijkt vooral te zijn bij patiënten waarmee je niet verder komt of bij nieuwe patiënten, bijvoorbeeld als je twijfelt en sneller inzicht wilt krijgen in hoe iemand met zijn aandoening omgaat.’

Symposium
DOH en Vilans organiseren voor collega-zorggroepen op 15 december 2015 een symposium in Eindhoven. Daar worden de resultaten van de effectstudie gepresenteerd en kunnen vragen worden gesteld aan gebruikers van SeMaS. Aanmelden is mogelijk tot 8 december.

[...]

semasIn welke mate is een patiënt in staat om met succes zelfmanagement op te pakken? Met het Self Management Screeningsinstrument (SeMaS) – ontwikkeld door IQ healthcare, zorggroep DOH, Philips Research en Doen en blijven doen – kan op deze vraag een genuanceerd antwoord worden gegeven, op maat van de patiënt. SeMaS is daarmee een waardevolle steun bij het leveren van persoonsgerichte zorg. Op 15 december delen DOH en Vilans op een symposium de ervaringen met de implementatie van SeMaS en de resultaten van een effectstudie. Aanmelden is nog mogelijk.

SeMaS is een digitale vragenlijst die de patiënt zelf invult. Het resultaat is een profiel aan de hand waarvan patiënt en praktijkondersteuner samen het vervolgbeleid bespreken. Het profiel laat zien waar voor de patiënt de kansen en belemmeringen liggen voor succesvol zelfmanagement. Vaak voelt de praktijkondersteuner van tevoren wel aan of zelfmanagement een kans van slagen heeft, maar het was moeilijk om dit concreet te onderbouwen. Met SeMaS is er nu een methode. Het is bovendien een generiek instrument, zegt Nathalie Eikelenboom, projectleider bij DOH. ‘Dus niet ziekte-specifiek, daar bestaan al meer instrumenten voor. De praktijkondersteuner ziet mensen met diverse chronische aandoeningen, daarom wilden we één instrument dat op al die aandoeningen van toepassing is’.

Tien minuten
SeMaS bestaat uit 26 vragen verdeeld over tien domeinen (zie tekening). Zeven daarvan betreffen de kans van slagen en drie domeinen geven inzicht in de vorm van ondersteuning die voor deze patiënt het best geschikt is. Het invullen van de lijst duurt tien minuten.

Figuur: Voorbeeld van een SeMaS-profiel: Hoe groter de cirkels hoe beter de patiënt in staat is. Er is een training die de praktijkondersteuner helpt bij de interpretatie.

Structuur
Na de ontwikkeling is het instrument in 2013 in de helft van de zestien DOH-praktijken ingezet en is een effectstudie gedaan. Eikelenboom: ‘We zien nog geen direct effect op de patiëntenactivatie en ook niet op de leefstijl van patiënten. Maar wél zien we dat de domeinen uit SeMaS vaker aan de orde komen in de gesprekken met patiënten. Patiënten waarbij het instrument is toegepast hebben vaker een individueel zorgplan en verrichten ook vaker thuismetingen’. Kortom, waar zelfmanagement wordt toegepast, komt het beter uit de verf. ‘Juist omdat het gesprek uitgaat van antwoorden die de patiënt zélf heeft gegeven, kan SeMaS het gesprek met de patiënt goed ondersteunen’, aldus Eikelenboom. ‘We zien ook dat de praktijkondersteuner zich bewuster wordt van haar rol. Bij patiënten zonder SeMaS worden onderwerpen ook makkelijker aan de orde gesteld.’ Het laatste jaar is SeMaS geïmplementeerd in alle DOH-praktijken, in samenwerking met Vilans en trainster Petra Wopereis. Met videofeedbacksessies zijn de praktijkondersteuners getraind in de toepassing.

SeMaS hoeft niet altijd te worden gebruikt. Eikelenboom: ‘Het werkt het beste als de praktijkondersteuner zelf bepaalt wanneer wel of niet. Dat blijkt vooral te zijn bij patiënten waarmee je niet verder komt of bij nieuwe patiënten, bijvoorbeeld als je twijfelt en sneller inzicht wilt krijgen in hoe iemand met zijn aandoening omgaat.’

Symposium
DOH en Vilans organiseren voor collega-zorggroepen op 15 december 2015 een symposium in Eindhoven. Daar worden de resultaten van de effectstudie gepresenteerd en kunnen vragen worden gesteld aan gebruikers van SeMaS. Aanmelden is mogelijk tot 8 december.

Netwerkbijeenkomst Kwaliteit: winnaar poster en de presentaties

23 november 2015

Vorige week donderdag werden er op de netwerkbijeenkomst Kwaliteit zeven posters gepresenteerd. Voor de poster met de meeste stemmen was er een leuke prijs: een interview in onze nieuwsbrief van januari aanstaande. Welnu, de gelukkige winnaar is geworden: Erik Noorda van Medrie. Hij presenteerde onder de noemer ‘Business Intelligence voor de HAP’ de door Medrie ontwikkelde mogelijkheid om kwaliteits- en stuurinformatie te destilleren uit Callmanager. In januari meer daarover! Inmiddels staan ook een impressie, foto’s en de presentaties van de bijeenkomst online.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Vorige week donderdag werden er op de netwerkbijeenkomst Kwaliteit zeven posters gepresenteerd. Voor de poster met de meeste stemmen was er een leuke prijs: een interview in onze nieuwsbrief van januari aanstaande. Welnu, de gelukkige winnaar is geworden: Erik Noorda van Medrie. Hij presenteerde onder de noemer ‘Business Intelligence voor de HAP’ de door Medrie ontwikkelde mogelijkheid om kwaliteits- en stuurinformatie te destilleren uit Callmanager. In januari meer daarover! Inmiddels staan ook een impressie, foto’s en de presentaties van de bijeenkomst online.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Call ZonMw veiligheid in de spoedzorgketen

18 november 2015

Tot 1 december aanstaande, 14.00 uur kun je een projectidee indienen bij ZonMw in het programma ‘Veiligheid in de Spoedzorgketen’. Over een periode van drie jaar is een bedrag van € 300.000 beschikbaar. Het project moet een bijdrage leveren aan:

  • Verdere kwaliteitsverbetering van de spoedzorg in de keten
  • Kostenbeheersing en doelmatigheid in de keten
  • Het bereiken van consensus en richting die nu nog ontbreekt
  • Het bewaken van kwaliteit en veiligheid in de keten

Meer informatie

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Tot 1 december aanstaande, 14.00 uur kun je een projectidee indienen bij ZonMw in het programma ‘Veiligheid in de Spoedzorgketen’. Over een periode van drie jaar is een bedrag van € 300.000 beschikbaar. Het project moet een bijdrage leveren aan:

  • Verdere kwaliteitsverbetering van de spoedzorg in de keten
  • Kostenbeheersing en doelmatigheid in de keten
  • Het bereiken van consensus en richting die nu nog ontbreekt
  • Het bewaken van kwaliteit en veiligheid in de keten

Meer informatie

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Toolkit patiëntveiligheid geactualiseerd

18 november 2015

Het NHG heeft de goed bezochte Toolkit Zorg voor Veilig geactualiseerd. Deze toolkit geeft handvatten en hulpmiddelen voor de verbetering van de patiëntveiligheid. Centraal staan negen Zorg voor Veilig modules met voor elk een stappenplan voor een betere patiëntveiligheid. Lees het nieuwsbericht met een overzicht van de vernieuwingen in de toolkit en links naar de modules.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Het NHG heeft de goed bezochte Toolkit Zorg voor Veilig geactualiseerd. Deze toolkit geeft handvatten en hulpmiddelen voor de verbetering van de patiëntveiligheid. Centraal staan negen Zorg voor Veilig modules met voor elk een stappenplan voor een betere patiëntveiligheid. Lees het nieuwsbericht met een overzicht van de vernieuwingen in de toolkit en links naar de modules.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

29 oktober: Thema Persoonsgerichte zorg

27 oktober 2015

Aanstaande donderdag 29 oktober organiseren we na de DLV Zorggroepen en Gezondheidscentra (15.00-17.30 uur) een themabijeenkomst rond persoonsgerichte zorg (18.30-20.00 uur). Met deze bijeenkomst willen we jullie informeren over de ontwikkeling van persoonsgerichte zorg en hoe dit een toegevoegde waarde kan zijn voor patiënt én organisatie. Het vormgeven van persoonsgerichte zorg vanuit het perspectief van de huisartsen wordt door Ivo Smeele (NHG) ingeleid. Praktijkervaringen en voorbeelden van persoonsgerichte zorg en hoe dit vorm te geven binnen de organisatie delen Stephen Hermsen (Vilans) en Marielle Nellen (SGE) met ons. Alle leden zijn van harte welkom! Melden jullie je even aan? Voor de goede orde: tussen de DLV en de themabijeenkomst hebben we broodjes.

[...]

Aanstaande donderdag 29 oktober organiseren we na de DLV Zorggroepen en Gezondheidscentra (15.00-17.30 uur) een themabijeenkomst rond persoonsgerichte zorg (18.30-20.00 uur). Met deze bijeenkomst willen we jullie informeren over de ontwikkeling van persoonsgerichte zorg en hoe dit een toegevoegde waarde kan zijn voor patiënt én organisatie. Het vormgeven van persoonsgerichte zorg vanuit het perspectief van de huisartsen wordt door Ivo Smeele (NHG) ingeleid. Praktijkervaringen en voorbeelden van persoonsgerichte zorg en hoe dit vorm te geven binnen de organisatie delen Stephen Hermsen (Vilans) en Marielle Nellen (SGE) met ons. Alle leden zijn van harte welkom! Melden jullie je even aan? Voor de goede orde: tussen de DLV en de themabijeenkomst hebben we broodjes.

Echte verandering in het belang van huisarts en patiënt

05 oktober 2015

Echte verandering in het belang van de huisarts en zijn patiënten. Dat is volgens huisartsenorganisaties (LHV, NHG, VPH) en eerstelijns brancheorganisatie InEen, de uitkomst van de Het Roer Moet Om werkgroepen. Op het gebied van meer gelijkwaardigheid, minder bureaucratie en kwaliteit zijn belangrijke stappen gezet die het werk van huisartsen en eerstelijnsorganisaties makkelijker en ook weer leuker moeten maken. Zodat zij meer tijd kunnen besteden aan de patiënt.

Eerder dit jaar liepen de spanningen van huisartsen en eerstelijnsorganisaties met verzekeraars hoog op. Actiecomité Het Roer Moet Om raakte met hun Manifest een gevoelige snaar. Het moest anders, in het belang van huisarts en patiënt. Daarop stelden Het Roer Moet Om en Minister Schippers een deadline: 1 oktober 2015 moesten er concrete verandervoorstellen liggen. Huisartsen- en patiëntenorganisaties, zorgverzekeraars, toezichthouders en de overheid hebben gehoor gegeven aan de duidelijke boodschap van ruim 8.000 huisartsen. Die concrete verandervoorstellen liggen er nu:

Verbeterd contracteringsproces

Eerder dit jaar lieten huisartsen massaal weten ontevreden te zijn over het contact en contract met de verzekeraar. In de contractering voor 2016 zien we dat er al veel verandert. Maar we willen een stap verder gaan. Door voor 2017 onderdelen van het contract te uniformeren. Verzekeraars gaan meerjarige overeenkomsten afsluiten. En we gaan het contracteringsproces verbeteren en vereenvoudigen. Dat doen we met jaarlijkse evaluaties, betere bereikbaarheid zowel aan de kant van verzekeraars als huisartsen en een onafhankelijke geschillencommissie.

Meer ruimte voor samenwerking
Huisartsen zijn door de Mededingingswet en de handhaving terughoudend geworden om samen te werken. Dat vindt iedereen een slechte zaak. Er zijn verschillende afspraken gemaakt om deze situatie te verbeteren. De ACM biedt meer ruimte voor samenwerking die in het belang is van patiënt en verzekerde. Door terughoudend te zijn bij eventuele overtredingen van de Mededingingswet, zolang alle betrokken partijen (patiënten, zorgverleners en verzekeraars) tevreden zijn. Ook onderzoeken we mogelijkheden van een groepsvrijstelling in de Mededingingswet en de verhoging van het bagatel.

Bureaucratie structureel terugdringen
Het klinkt eenvoudig: verminder de administratieve belasting en schaf regels en formulieren af. Maar administratieve verplichtingen zijn tot op zekere hoogte onvermijdelijk. Toch is het gelukt om een aantal belangrijke veranderingen af te spreken:

  • Bij het voorschrijven van genees- en hulpmiddelen volstaat het recept. Bijna alle extra formulieren vervallen. Een recept is immers een recept.
  • Het herhalen van machtigingen voor materialen bij chronische aandoeningen, maar ook bij Baxter-afgifte door de apotheek, wordt geschrapt.
  • Worden merkgeneesmiddelen voorgeschreven, dan volstaat de vermelding ‘medische noodzaak’ op het recept. Extra formulieren vervallen.
  • En voor een doorlopende medisch-specialistische behandeling is het volgende jaar geen nieuwe verwijzing nodig .
  • De komende tijd gaan we de resterende formuleren vereenvoudigen, het declaratieverkeer verbeteren en een plan maken om bureaucratie structureel terug te dringen.

Modernisering kwaliteitsbeleid
Goed kwaliteitsbeleid in de huisartsenzorg is essentieel. Voor huisartsen zelf, maar ook voor patiënten en zorgverzekeraars. Toch werd het voor huisartsen steeds belastender om kwaliteitsbeleid uit te voeren. Daar willen we een einde aan maken. Daarom komt er een taskforce met vertegenwoordigers van huisartsen, patiënten en verzekeraars die het kwaliteitsbeleid gaat moderniseren.

  • Huisartsenorganisaties ontwerpen een nieuw kwaliteitssysteem met basiskwaliteitseisen.
  • Het aantal indicatoren in de ketenzorg gaat terug naar acht per keten. Verzekeraars zetten niet langer eigen vragenlijsten uit, zij sluiten aan bij de nieuwe set indicatoren.
  • Er komt een lijst met zinvolle en valide kwaliteitsindicatoren die alle partijen onderschrijven.
  • En er komt een methode om patiëntervaringen beter te meten en evalueren.

Startpunt geen eindpunt
Al deze veranderingen zijn niet van de ene op de andere dag doorgevoerd en er was ook niet van de een op de andere dag overeenstemming. Maar er is door alle partijen hard gewerkt en  we gaan de bereikte overeenkomsten zo snel mogelijk realiseren. Dit is een startpunt, geen eindpunt,  een aantal werkgroepen gaat door. Zo zorgen we ervoor dat deze verbeteringen niet incidenteel maar structureel zijn.

[...]

Echte verandering in het belang van de huisarts en zijn patiënten. Dat is volgens huisartsenorganisaties (LHV, NHG, VPH) en eerstelijns brancheorganisatie InEen, de uitkomst van de Het Roer Moet Om werkgroepen. Op het gebied van meer gelijkwaardigheid, minder bureaucratie en kwaliteit zijn belangrijke stappen gezet die het werk van huisartsen en eerstelijnsorganisaties makkelijker en ook weer leuker moeten maken. Zodat zij meer tijd kunnen besteden aan de patiënt.

Eerder dit jaar liepen de spanningen van huisartsen en eerstelijnsorganisaties met verzekeraars hoog op. Actiecomité Het Roer Moet Om raakte met hun Manifest een gevoelige snaar. Het moest anders, in het belang van huisarts en patiënt. Daarop stelden Het Roer Moet Om en Minister Schippers een deadline: 1 oktober 2015 moesten er concrete verandervoorstellen liggen. Huisartsen- en patiëntenorganisaties, zorgverzekeraars, toezichthouders en de overheid hebben gehoor gegeven aan de duidelijke boodschap van ruim 8.000 huisartsen. Die concrete verandervoorstellen liggen er nu:

Verbeterd contracteringsproces

Eerder dit jaar lieten huisartsen massaal weten ontevreden te zijn over het contact en contract met de verzekeraar. In de contractering voor 2016 zien we dat er al veel verandert. Maar we willen een stap verder gaan. Door voor 2017 onderdelen van het contract te uniformeren. Verzekeraars gaan meerjarige overeenkomsten afsluiten. En we gaan het contracteringsproces verbeteren en vereenvoudigen. Dat doen we met jaarlijkse evaluaties, betere bereikbaarheid zowel aan de kant van verzekeraars als huisartsen en een onafhankelijke geschillencommissie.

Meer ruimte voor samenwerking
Huisartsen zijn door de Mededingingswet en de handhaving terughoudend geworden om samen te werken. Dat vindt iedereen een slechte zaak. Er zijn verschillende afspraken gemaakt om deze situatie te verbeteren. De ACM biedt meer ruimte voor samenwerking die in het belang is van patiënt en verzekerde. Door terughoudend te zijn bij eventuele overtredingen van de Mededingingswet, zolang alle betrokken partijen (patiënten, zorgverleners en verzekeraars) tevreden zijn. Ook onderzoeken we mogelijkheden van een groepsvrijstelling in de Mededingingswet en de verhoging van het bagatel.

Bureaucratie structureel terugdringen
Het klinkt eenvoudig: verminder de administratieve belasting en schaf regels en formulieren af. Maar administratieve verplichtingen zijn tot op zekere hoogte onvermijdelijk. Toch is het gelukt om een aantal belangrijke veranderingen af te spreken:

  • Bij het voorschrijven van genees- en hulpmiddelen volstaat het recept. Bijna alle extra formulieren vervallen. Een recept is immers een recept.
  • Het herhalen van machtigingen voor materialen bij chronische aandoeningen, maar ook bij Baxter-afgifte door de apotheek, wordt geschrapt.
  • Worden merkgeneesmiddelen voorgeschreven, dan volstaat de vermelding ‘medische noodzaak’ op het recept. Extra formulieren vervallen.
  • En voor een doorlopende medisch-specialistische behandeling is het volgende jaar geen nieuwe verwijzing nodig .
  • De komende tijd gaan we de resterende formuleren vereenvoudigen, het declaratieverkeer verbeteren en een plan maken om bureaucratie structureel terug te dringen.

Modernisering kwaliteitsbeleid
Goed kwaliteitsbeleid in de huisartsenzorg is essentieel. Voor huisartsen zelf, maar ook voor patiënten en zorgverzekeraars. Toch werd het voor huisartsen steeds belastender om kwaliteitsbeleid uit te voeren. Daar willen we een einde aan maken. Daarom komt er een taskforce met vertegenwoordigers van huisartsen, patiënten en verzekeraars die het kwaliteitsbeleid gaat moderniseren.

  • Huisartsenorganisaties ontwerpen een nieuw kwaliteitssysteem met basiskwaliteitseisen.
  • Het aantal indicatoren in de ketenzorg gaat terug naar acht per keten. Verzekeraars zetten niet langer eigen vragenlijsten uit, zij sluiten aan bij de nieuwe set indicatoren.
  • Er komt een lijst met zinvolle en valide kwaliteitsindicatoren die alle partijen onderschrijven.
  • En er komt een methode om patiëntervaringen beter te meten en evalueren.

Startpunt geen eindpunt
Al deze veranderingen zijn niet van de ene op de andere dag doorgevoerd en er was ook niet van de een op de andere dag overeenstemming. Maar er is door alle partijen hard gewerkt en  we gaan de bereikte overeenkomsten zo snel mogelijk realiseren. Dit is een startpunt, geen eindpunt,  een aantal werkgroepen gaat door. Zo zorgen we ervoor dat deze verbeteringen niet incidenteel maar structureel zijn.

Kwaliteitsbibliotheek van Zorginstituut Nederland

22 september 2015

Alle kwaliteitsproducten van de zorg in Nederland kunnen jullie vinden in de Kwaliteitsbibliotheek van Zorginstituut Nederland. De bibliotheek staat op www.zorginzicht.nl, een website van en voor professionals die actief betrokken zijn bij de kwaliteit van zorg. De website biedt een compleet overzicht van bestaande zorgstandaarden, zorgmodules maar ook richtlijnen, vragenlijsten en indicatoren. Onderdeel van de Kwaliteitsbibliotheek is het Register. Daarin staan de producten die zijn getoetst en voldoen aan de criteria uit het Toetsingskader. Op de website van Zorginstituut Nederland staan een toelichting en een overzicht van de huidige zorgstandaarden.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Alle kwaliteitsproducten van de zorg in Nederland kunnen jullie vinden in de Kwaliteitsbibliotheek van Zorginstituut Nederland. De bibliotheek staat op www.zorginzicht.nl, een website van en voor professionals die actief betrokken zijn bij de kwaliteit van zorg. De website biedt een compleet overzicht van bestaande zorgstandaarden, zorgmodules maar ook richtlijnen, vragenlijsten en indicatoren. Onderdeel van de Kwaliteitsbibliotheek is het Register. Daarin staan de producten die zijn getoetst en voldoen aan de criteria uit het Toetsingskader. Op de website van Zorginstituut Nederland staan een toelichting en een overzicht van de huidige zorgstandaarden.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Start ontwikkeling Zorgstandaard SOLK

18 augustus 2015

In opdracht van het Netwerk Kwaliteitsontwikkeling is het NHG samen met het VUmc gestart met het ontwikkelen van een Zorgstandaard Somatisch Onvoldoende verklaarde Lichamelijke Klachten (SOLK) bij volwassenen. Deze zorgstandaard beschrijft het minimaal vereiste niveau van kwaliteit van zorg bij mensen met SOLK beschrijven, zowel zorginhoudelijk als procesmatig.  InEen is gevraagd om plaats te nemen in klankbordgroep van de Zorgstandaard SOLK. Om onze rol goed te kunnen vervullen willen we graag meer weten over jullie behoeften, ervaringen en knelpunten in de zorg voor mensen met SOLK en wat jullie ervaringen zijn met de bestaande richtlijnen over SOLK. We vragen je daarom een korte enquête in te vullen. Graag uiterlijk 30 augustus. Meer informatie

Dit beticht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

In opdracht van het Netwerk Kwaliteitsontwikkeling is het NHG samen met het VUmc gestart met het ontwikkelen van een Zorgstandaard Somatisch Onvoldoende verklaarde Lichamelijke Klachten (SOLK) bij volwassenen. Deze zorgstandaard beschrijft het minimaal vereiste niveau van kwaliteit van zorg bij mensen met SOLK beschrijven, zowel zorginhoudelijk als procesmatig.  InEen is gevraagd om plaats te nemen in klankbordgroep van de Zorgstandaard SOLK. Om onze rol goed te kunnen vervullen willen we graag meer weten over jullie behoeften, ervaringen en knelpunten in de zorg voor mensen met SOLK en wat jullie ervaringen zijn met de bestaande richtlijnen over SOLK. We vragen je daarom een korte enquête in te vullen. Graag uiterlijk 30 augustus. Meer informatie

Dit beticht is overgenomen uit het weekbericht.

European Forum for Primary Care (EFPC): Persoonsgerichte zorg

13 augustus 2015

Recent onderzoek van het NIVEL bij zorggroep RCH Midden-Brabant laat zien dat aandacht voor zelfmanagement en het aanbieden van training en scholing een positief effect hebben op de attitude en ervaringen van zorgverleners: ze gaan zelfmanagement belangrijker vinden, bieden de ondersteuning van zelfmanagement meer geïntegreerd aan en maken meer gebruik van het Individueel Zorgplan (IZP) als instrument om zelfmanagement vorm te geven. Een meerderheid van de zorgverleners in Midden-Brabant ziet zelfmanagement nu als een speerpunt voor kwaliteitsbeleid, aldus het onderzoeksrapport. Ook elders in Europa zijn eerstelijnszorgverleners bezig met dit onderwerp. Zij zien zich gesteld voor vergelijkbare vraagstukken. De oplossingen en ervaringen uit het buitenland kunnen ons helpen bij het vinden van nieuwe arrangementen.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Recent onderzoek van het NIVEL bij zorggroep RCH Midden-Brabant laat zien dat aandacht voor zelfmanagement en het aanbieden van training en scholing een positief effect hebben op de attitude en ervaringen van zorgverleners: ze gaan zelfmanagement belangrijker vinden, bieden de ondersteuning van zelfmanagement meer geïntegreerd aan en maken meer gebruik van het Individueel Zorgplan (IZP) als instrument om zelfmanagement vorm te geven. Een meerderheid van de zorgverleners in Midden-Brabant ziet zelfmanagement nu als een speerpunt voor kwaliteitsbeleid, aldus het onderzoeksrapport. Ook elders in Europa zijn eerstelijnszorgverleners bezig met dit onderwerp. Zij zien zich gesteld voor vergelijkbare vraagstukken. De oplossingen en ervaringen uit het buitenland kunnen ons helpen bij het vinden van nieuwe arrangementen.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Zomerbeloftes Het Roer Moet Om

29 juli 2015

Na de toezeggingen tijdens het congres in de Rode Hoed (10 juni) zijn VWS, Zorgverzekeraars, InEen, LHV en Het Roer Moet Om op 1 juli bij elkaar gekomen. Besloten is drie werkgroepen te installeren om de beoogde doelen vóór 1 oktober aanstaande dichterbij te brengen. Inmiddels zijn de drie werkgroepen bij elkaar geweest en wordt er enthousiast gewerkt aan het terugdringen van onnodige bureaucratie, een gelijkwaardige onderhandelingspositie van huisartsen(organisaties) met verzekeraars en het zinvol meten van kwaliteit in de huisartsenzorg. De werkgroepen werken deze zomer gewoon door. Begin september komen alle betrokken partijen weer bijeen om de resultaten van de werkgroepen te bespreken. Daarna worden de definitieve afspraken en besluiten vastgelegd in het ‘Zomerakkoord’. Dat gebeurt in een slotbijeenkomst. Uiteraard houden we jullie op de hoogte.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Na de toezeggingen tijdens het congres in de Rode Hoed (10 juni) zijn VWS, Zorgverzekeraars, InEen, LHV en Het Roer Moet Om op 1 juli bij elkaar gekomen. Besloten is drie werkgroepen te installeren om de beoogde doelen vóór 1 oktober aanstaande dichterbij te brengen. Inmiddels zijn de drie werkgroepen bij elkaar geweest en wordt er enthousiast gewerkt aan het terugdringen van onnodige bureaucratie, een gelijkwaardige onderhandelingspositie van huisartsen(organisaties) met verzekeraars en het zinvol meten van kwaliteit in de huisartsenzorg. De werkgroepen werken deze zomer gewoon door. Begin september komen alle betrokken partijen weer bijeen om de resultaten van de werkgroepen te bespreken. Daarna worden de definitieve afspraken en besluiten vastgelegd in het ‘Zomerakkoord’. Dat gebeurt in een slotbijeenkomst. Uiteraard houden we jullie op de hoogte.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Inspirational afternoon op 30 augustus | European Forum of Primary Care (EFPC)

29 juli 2015

Voorafgaand aan het congres van het European Forum of Primary Care (EFPC) op 31 augustus en 1 september in Amsterdam, organiseert InEen samen met het EFPC een onderdeel van de pre-conference op zondagmiddag 30 augustus (ook in Amsterdam). We willen onze leden de gelegenheid bieden zich te laten inspireren door ervaringen elders in Europa en met elkaar een actueel thema uit te diepen. Jullie zijn van harte uitgenodigd samen met enkele Europese collega’s de volgende thema’s te bespreken:
▪    Kwetsbare ouderen (frail elderly)
▪    Persoonsgerichte zorg (patient centred care)
▪    Huisartsenzorg in ANW-uren (out-of-hours-service)
▪    GGZ (mental health)
Inschrijven voor deze middag is vanaf nu mogelijk. De kosten bedragen € 50 per persoon, voor de tweede persoon (of meer) is het inschrijftarief € 25.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Voorafgaand aan het congres van het European Forum of Primary Care (EFPC) op 31 augustus en 1 september in Amsterdam, organiseert InEen samen met het EFPC een onderdeel van de pre-conference op zondagmiddag 30 augustus (ook in Amsterdam). We willen onze leden de gelegenheid bieden zich te laten inspireren door ervaringen elders in Europa en met elkaar een actueel thema uit te diepen. Jullie zijn van harte uitgenodigd samen met enkele Europese collega’s de volgende thema’s te bespreken:
▪    Kwetsbare ouderen (frail elderly)
▪    Persoonsgerichte zorg (patient centred care)
▪    Huisartsenzorg in ANW-uren (out-of-hours-service)
▪    GGZ (mental health)
Inschrijven voor deze middag is vanaf nu mogelijk. De kosten bedragen € 50 per persoon, voor de tweede persoon (of meer) is het inschrijftarief € 25.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Onderzoek naar huisartsen met bijzondere bekwaamheden

15 juli 2015

In opdracht van het CHBB en het NHG voert IQ healthcare een evaluatieonderzoek uit naar huisartsen met bijzondere bekwaamheden, zoals verloskunde, kwaliteitsfunctionaris of kaderhuisarts diabetes. Met dit onderzoek willen ze onder andere een goed overzicht krijgen van de werkzaamheden van de verschillende groepen bijzondere huisartsen en de mogelijke knelpunten daarbij. Ook willen de onderzoekers meer weten over de aansluiting van het bijzondere aanbod bij behoeftes en verwachtingen van stakeholders en hun visie op het concept van de bijzondere huisarts. Voor dit laatste punten willen de onderzoekers graag een kort telefonisch interview houden met enkele vertegenwoordigers van zorggroepen. Stuur, als jullie hieraan willen meewerken, een e-mail naar Marlotte Braken (Radboudumc).

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

In opdracht van het CHBB en het NHG voert IQ healthcare een evaluatieonderzoek uit naar huisartsen met bijzondere bekwaamheden, zoals verloskunde, kwaliteitsfunctionaris of kaderhuisarts diabetes. Met dit onderzoek willen ze onder andere een goed overzicht krijgen van de werkzaamheden van de verschillende groepen bijzondere huisartsen en de mogelijke knelpunten daarbij. Ook willen de onderzoekers meer weten over de aansluiting van het bijzondere aanbod bij behoeftes en verwachtingen van stakeholders en hun visie op het concept van de bijzondere huisarts. Voor dit laatste punten willen de onderzoekers graag een kort telefonisch interview houden met enkele vertegenwoordigers van zorggroepen. Stuur, als jullie hieraan willen meewerken, een e-mail naar Marlotte Braken (Radboudumc).

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Moeite Met Lezen Ofzo?

15 juli 2015

Een kleine maand geleden stuurden we jullie een pakket van de Stichting Lezen & Schrijven met wachtkamerinformatie en tips voor zorgverleners om problemen met taal ter sprake te brengen. Nu heeft de stichting in het kader van de jaarlijkse Week van de Alfabetisering (7 t/m 13 september) opnieuw een informatiepakket voor zorginstellingen samengesteld dat volledig is gericht op de wachtkamerbezoeker. Het pakket ‘Moeite Met Lezen Ofzo?’ bestaat uit 10 posters, 100 wachtkamerboekjes en 250 gadgets en is kosteloos aan te vragen via Tijd voor Taal. Op=Op!

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Een kleine maand geleden stuurden we jullie een pakket van de Stichting Lezen & Schrijven met wachtkamerinformatie en tips voor zorgverleners om problemen met taal ter sprake te brengen. Nu heeft de stichting in het kader van de jaarlijkse Week van de Alfabetisering (7 t/m 13 september) opnieuw een informatiepakket voor zorginstellingen samengesteld dat volledig is gericht op de wachtkamerbezoeker. Het pakket ‘Moeite Met Lezen Ofzo?’ bestaat uit 10 posters, 100 wachtkamerboekjes en 250 gadgets en is kosteloos aan te vragen via Tijd voor Taal. Op=Op!

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Kwaliteitsstandaard Levensvragen

09 juli 2015

Recent is de Kwaliteitsstandaard Levensvragen ontwikkeld. Mogelijk gemaakt door het Zorginstituut Nederland en VWS. Deze geeft aan hoe zorgverleners bij ouderenzorg goed kunnen omgaan met levensvragen van cliënten. Aandacht voor levensvragen, niet als een apart onderwerp, maar als een integraal onderdeel van de zorg. Wat houdt iemand bezig, wat geeft hem houvast, hoe kijkt iemand terug op zijn leven en hoe kijkt hij vooruit naar het einde? Uit onderzoek blijkt dat gesprekken over levensvragen met zelfstandig wonende ouderen leidt tot minder beroep op de (huisartsen)zorg en de zorgkosten omlaag brengt. De Kwaliteitsstandaard Levensvragen is een algemene standaard, bedoeld voor ouderen met een zorgindicatie, ongeacht de aandoening. De standaard overstijgt daarmee ziekte-specifieke standaarden.

[...]

Recent is de Kwaliteitsstandaard Levensvragen ontwikkeld. Mogelijk gemaakt door het Zorginstituut Nederland en VWS. Deze geeft aan hoe zorgverleners bij ouderenzorg goed kunnen omgaan met levensvragen van cliënten. Aandacht voor levensvragen, niet als een apart onderwerp, maar als een integraal onderdeel van de zorg. Wat houdt iemand bezig, wat geeft hem houvast, hoe kijkt iemand terug op zijn leven en hoe kijkt hij vooruit naar het einde? Uit onderzoek blijkt dat gesprekken over levensvragen met zelfstandig wonende ouderen leidt tot minder beroep op de (huisartsen)zorg en de zorgkosten omlaag brengt. De Kwaliteitsstandaard Levensvragen is een algemene standaard, bedoeld voor ouderen met een zorgindicatie, ongeacht de aandoening. De standaard overstijgt daarmee ziekte-specifieke standaarden.

Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz)

29 juni 2015

De nieuwe Eerste Kamer is nog maar net geïnstalleerd en de Wkkgz kwam weer in beeld. Gisteren stuurde VWS de antwoorden op de laatste vragenronde aan de Kamer. De geplande behandeling op 30 juni is echter uitgesteld tot na het zomerreces. We zijn daar blij mee. We hadden zelfs – in samensprak met verschillende andere partijen – al een brief klaar liggen met een uitstelverzoek. Vanuit het brede zorgveld zijn immers nog de nodige bezwaren geuit tegen de wet, dus een haastige behandeling van de wet was niet goed geweest. We willen graag nogmaals met de Eerste Kamerleden in gesprek om de bestaande zorgen te uiten. Overigens is de LHV trekker in deze.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

De nieuwe Eerste Kamer is nog maar net geïnstalleerd en de Wkkgz kwam weer in beeld. Gisteren stuurde VWS de antwoorden op de laatste vragenronde aan de Kamer. De geplande behandeling op 30 juni is echter uitgesteld tot na het zomerreces. We zijn daar blij mee. We hadden zelfs – in samensprak met verschillende andere partijen – al een brief klaar liggen met een uitstelverzoek. Vanuit het brede zorgveld zijn immers nog de nodige bezwaren geuit tegen de wet, dus een haastige behandeling van de wet was niet goed geweest. We willen graag nogmaals met de Eerste Kamerleden in gesprek om de bestaande zorgen te uiten. Overigens is de LHV trekker in deze.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Het belang van gezondheidsvaardigheden steeds meer in beeld

26 juni 2015

laaggeletterdheidAlle leden van InEen ontvingen in juni 2o15 een informatiepakket van de Stichting Lezen & Schrijven. InEen wil de stichting helpen meer aandacht op een onderschat probleem te vestigen: de gevolgen van laaggeletterdheid voor iemands gezondheid. Iris van der Heide (Nivel) promoveerde op het iets bredere onderwerp gezondheidsvaardigheden. ‘In Ierland bijvoorbeeld is er politiek veel meer aandacht voor dit onderwerp, daar ontwikkelt de overheid beleid op het gebied van gezondheidsvaardigheden. In Nederland begint het nu te komen.’

Met haar promotieonderzoek ‘Health literacy: an asset for public health’ leverde Iris van der Heide een bijdrage aan het in beeld brengen van de problematiek. ‘Ik heb gekeken naar gezondheidsvaardigheden. Dat is breder dan alleen laaggeletterdheid. Niet alleen het kunnen lezen, maar ook het kunnen toepassen en beoordelen van informatie valt eronder, evenals verbale communicatie. Lastig is dat het begrip door de één breder wordt geïnterpreteerd dan door de ander: er is nog geen eenduidige definitie.’

Van der Heide: ‘Er wordt tegenwoordig steeds meer van mensen verwacht. Ze moeten zelf weloverwogen keuzes maken wanneer het op hun zorg aankomt en daarnaast thuis meer ‘zelfmanagement’ taken kunnen uitvoeren, zoals het monitoren van glucosewaarden en besluiten wanneer ze extra ondersteuning van een zorgverlener nodig hebben. Mijn onderzoek bevestigt het vermoeden dat chronische zieke mensen met beperkte gezondheidsvaardigheden meer moeite hebben met zelfmanagement. Ze gaan – bij gelijke ervaren gezondheid – vaker naar de huisarts dan mensen die meer gezondheidsvaardig zijn. Dat is informatie waar zorgverleners iets mee zouden moeten doen.’ Een deel van haar onderzoek ging over preventie: zijn mensen met beperkte gezondheidsvaardigheden voldoende in staat om keuzes te maken over bijvoorbeeld darmkankerscreening? ‘Hierover is nog weinig bekend, maar er zijn indicaties dat deze groep – mensen met beperkte gezondheidsvaardigheden – daar meer moeite mee heeft dan mensen met sterkere gezondheidsvaardigheden.’

Hoe weet je of iemand beperkte gezondheidsvaardigheden heeft? Van der Heide geeft volmondig toe dat dat lastig is. Uit haar onderzoek kwam naar voren dat beperkte gezondheidsvaardigheden met name voorkomen onder ouderen en mensen met een relatief lage ervaren sociaaleconomische status. Maar zeker ook jonge mensen en hoog opgeleiden die wel degelijk goed kunnen lezen, kunnen er last van hebben. Gezondheidsvaardigheden zijn deels context specifiek en kunnen daarnaast onder invloed staan van emoties zoals angst en onzekerheid rondom ziekte of gezondheid. Van der Heide: ‘Het onderwerp gezondheidsvaardigheden en de gevolgen ervan voor de gezondheid van mensen heeft nog veel meer aandacht en onderzoek nodig. Ook is onderzoek nodig naar de effectiviteit van interventies om informatie over gezondheid en zorg op een toegankelijke en begrijpelijke manier over te brengen.’ Ze pleit ervoor dat zorgverleners alert zijn op beperkte gezondheidsvaardigheden onder patiënten, al is het moeilijk te herkennen. ‘Het is een groep die relatief veel risico’s loopt op het gebied van gezondheid en informatie over hun gezondheid daarom juist heel hard nodig heeft. Ik denk dat, met het oog op de hoeveelheid aan informatie die tegenwoordig online te vinden is, een belangrijke rol van de zorgverlener kan zijn om te adviseren over betrouwbare informatiebronnen. Nu van mensen steeds meer zelfstandigheid en zelfredzaamheid wordt verwacht wanneer het op hun zorg aankomt, wordt deze adviserende rol alleen maar belangrijker.’

Meer informatie

[...]

laaggeletterdheidAlle leden van InEen ontvingen in juni 2o15 een informatiepakket van de Stichting Lezen & Schrijven. InEen wil de stichting helpen meer aandacht op een onderschat probleem te vestigen: de gevolgen van laaggeletterdheid voor iemands gezondheid. Iris van der Heide (Nivel) promoveerde op het iets bredere onderwerp gezondheidsvaardigheden. ‘In Ierland bijvoorbeeld is er politiek veel meer aandacht voor dit onderwerp, daar ontwikkelt de overheid beleid op het gebied van gezondheidsvaardigheden. In Nederland begint het nu te komen.’

Met haar promotieonderzoek ‘Health literacy: an asset for public health’ leverde Iris van der Heide een bijdrage aan het in beeld brengen van de problematiek. ‘Ik heb gekeken naar gezondheidsvaardigheden. Dat is breder dan alleen laaggeletterdheid. Niet alleen het kunnen lezen, maar ook het kunnen toepassen en beoordelen van informatie valt eronder, evenals verbale communicatie. Lastig is dat het begrip door de één breder wordt geïnterpreteerd dan door de ander: er is nog geen eenduidige definitie.’

Van der Heide: ‘Er wordt tegenwoordig steeds meer van mensen verwacht. Ze moeten zelf weloverwogen keuzes maken wanneer het op hun zorg aankomt en daarnaast thuis meer ‘zelfmanagement’ taken kunnen uitvoeren, zoals het monitoren van glucosewaarden en besluiten wanneer ze extra ondersteuning van een zorgverlener nodig hebben. Mijn onderzoek bevestigt het vermoeden dat chronische zieke mensen met beperkte gezondheidsvaardigheden meer moeite hebben met zelfmanagement. Ze gaan – bij gelijke ervaren gezondheid – vaker naar de huisarts dan mensen die meer gezondheidsvaardig zijn. Dat is informatie waar zorgverleners iets mee zouden moeten doen.’ Een deel van haar onderzoek ging over preventie: zijn mensen met beperkte gezondheidsvaardigheden voldoende in staat om keuzes te maken over bijvoorbeeld darmkankerscreening? ‘Hierover is nog weinig bekend, maar er zijn indicaties dat deze groep – mensen met beperkte gezondheidsvaardigheden – daar meer moeite mee heeft dan mensen met sterkere gezondheidsvaardigheden.’

Hoe weet je of iemand beperkte gezondheidsvaardigheden heeft? Van der Heide geeft volmondig toe dat dat lastig is. Uit haar onderzoek kwam naar voren dat beperkte gezondheidsvaardigheden met name voorkomen onder ouderen en mensen met een relatief lage ervaren sociaaleconomische status. Maar zeker ook jonge mensen en hoog opgeleiden die wel degelijk goed kunnen lezen, kunnen er last van hebben. Gezondheidsvaardigheden zijn deels context specifiek en kunnen daarnaast onder invloed staan van emoties zoals angst en onzekerheid rondom ziekte of gezondheid. Van der Heide: ‘Het onderwerp gezondheidsvaardigheden en de gevolgen ervan voor de gezondheid van mensen heeft nog veel meer aandacht en onderzoek nodig. Ook is onderzoek nodig naar de effectiviteit van interventies om informatie over gezondheid en zorg op een toegankelijke en begrijpelijke manier over te brengen.’ Ze pleit ervoor dat zorgverleners alert zijn op beperkte gezondheidsvaardigheden onder patiënten, al is het moeilijk te herkennen. ‘Het is een groep die relatief veel risico’s loopt op het gebied van gezondheid en informatie over hun gezondheid daarom juist heel hard nodig heeft. Ik denk dat, met het oog op de hoeveelheid aan informatie die tegenwoordig online te vinden is, een belangrijke rol van de zorgverlener kan zijn om te adviseren over betrouwbare informatiebronnen. Nu van mensen steeds meer zelfstandigheid en zelfredzaamheid wordt verwacht wanneer het op hun zorg aankomt, wordt deze adviserende rol alleen maar belangrijker.’

Meer informatie

Lucas Fraza, Het Roer Moet Om: ‘De mededinging moet eruit’

26 juni 2015

het-roer-moet-omIn de nacht van 4 op 5 maart 2015 ‘spijkerde’ een groep huisartsen een manifest op de deuren van het ministerie van VWS en de hoofdkantoren van enkele grote verzekeraars. Binnen de kortste keren betuigden bijna 8.000 van de 11.000 Nederlandse huisartsen hun steun aan het manifest. Ook InEen steunt het uitgangspunt dat ‘samenhang door samenwerking’ het leidende principe in de zorg moet zijn en niet de mededingingswet. De Hilversumse huisarts en directeur van Primair Huisartsenposten Lucas Fraza is één van de initiatiefnemers in het actiecomité Het Roer Moet Om.

Wat heeft je bewogen om actie te gaan voeren?
Fraza: ‘De huisartsenzorg is in een vacuüm terechtgekomen. Iedereen doet zijn best de consequenties van de mededingingswet hanteerbaar te vertalen naar de praktijk, maar zonder succes. Integendeel, het is een patstelling geworden. Er zijn alleen maar loopgraven, iedereen verdedigt vooral zijn eigen belang. Er wordt steeds meer in de eerste lijn geschoven zonder dat de rol van de huisarts wordt erkend. Met Het Roer Moet Om creëren we een platform waar huisartsen zich in herkennen.

Waar ga je voor?
Fraza: ‘Het hoogste doel: de mededinging moet eruit. Geen kleine aanpassingen, maar opnieuw onderzoeken wat werkt en wat niet. In het debat in de Rode Hoed zat heel veel energie. Schippers zegt de mededingingswet te willen aanpassen als dat nodig is, maar niet als doel op zich. Dat is een krachtig bestuurlijk standpunt, maar tot nu toe zijn het woorden, iedereen wacht nog op daden. Het actiecomité heeft daarom een begrenzing aangebracht en de datum van 1 oktober genoemd. Het aardige is dat de minister die datum heeft overgenomen, waardoor ze voor alle partijen de druk flink heeft opgevoerd.’

Wat verwacht je van InEen?
Fraza: ‘Het is belangrijk dat InEen geen vereniging voor bestuurders wordt, geen doorgeefluik van wat overheid en zorgverzekeraars willen, maar een vereniging die samen met huisartsen georganiseerde zorg mogelijk maakt. In veel spreekkamers wordt dat nog niet zo gevoeld. Het Roer Moet Om komt vanuit die spreekkamer en biedt voor InEen dus een belangrijke kans om zich sterk te maken voor het veld en dat als referentiepunt te nemen.’

Hoe zie je de toekomst?
Fraza: ‘We moeten met elkaar gaan nadenken of de ketenzorg geen doodlopende weg is. Ik zie ketenzorg als een uitwerking van de marktwerking, als een extern frame, ingegeven door het succes van de diabeteszorg, terwijl dat succes in andere zorgketens uitblijft. Als de marktwerking minder het format wordt en we weer meer met elkaar mogen samenwerken, dan zou ik willen nadenken hoe we de samenwerkingsgraad van de zorggroepen kunnen aanwenden voor de ontwikkeling van nieuw denken voor de huisartsenzorg en dat is niet noodzakelijkerwijs een zorgketen.’

Meer informatie

 

[...]

het-roer-moet-omIn de nacht van 4 op 5 maart 2015 ‘spijkerde’ een groep huisartsen een manifest op de deuren van het ministerie van VWS en de hoofdkantoren van enkele grote verzekeraars. Binnen de kortste keren betuigden bijna 8.000 van de 11.000 Nederlandse huisartsen hun steun aan het manifest. Ook InEen steunt het uitgangspunt dat ‘samenhang door samenwerking’ het leidende principe in de zorg moet zijn en niet de mededingingswet. De Hilversumse huisarts en directeur van Primair Huisartsenposten Lucas Fraza is één van de initiatiefnemers in het actiecomité Het Roer Moet Om.

Wat heeft je bewogen om actie te gaan voeren?
Fraza: ‘De huisartsenzorg is in een vacuüm terechtgekomen. Iedereen doet zijn best de consequenties van de mededingingswet hanteerbaar te vertalen naar de praktijk, maar zonder succes. Integendeel, het is een patstelling geworden. Er zijn alleen maar loopgraven, iedereen verdedigt vooral zijn eigen belang. Er wordt steeds meer in de eerste lijn geschoven zonder dat de rol van de huisarts wordt erkend. Met Het Roer Moet Om creëren we een platform waar huisartsen zich in herkennen.

Waar ga je voor?
Fraza: ‘Het hoogste doel: de mededinging moet eruit. Geen kleine aanpassingen, maar opnieuw onderzoeken wat werkt en wat niet. In het debat in de Rode Hoed zat heel veel energie. Schippers zegt de mededingingswet te willen aanpassen als dat nodig is, maar niet als doel op zich. Dat is een krachtig bestuurlijk standpunt, maar tot nu toe zijn het woorden, iedereen wacht nog op daden. Het actiecomité heeft daarom een begrenzing aangebracht en de datum van 1 oktober genoemd. Het aardige is dat de minister die datum heeft overgenomen, waardoor ze voor alle partijen de druk flink heeft opgevoerd.’

Wat verwacht je van InEen?
Fraza: ‘Het is belangrijk dat InEen geen vereniging voor bestuurders wordt, geen doorgeefluik van wat overheid en zorgverzekeraars willen, maar een vereniging die samen met huisartsen georganiseerde zorg mogelijk maakt. In veel spreekkamers wordt dat nog niet zo gevoeld. Het Roer Moet Om komt vanuit die spreekkamer en biedt voor InEen dus een belangrijke kans om zich sterk te maken voor het veld en dat als referentiepunt te nemen.’

Hoe zie je de toekomst?
Fraza: ‘We moeten met elkaar gaan nadenken of de ketenzorg geen doodlopende weg is. Ik zie ketenzorg als een uitwerking van de marktwerking, als een extern frame, ingegeven door het succes van de diabeteszorg, terwijl dat succes in andere zorgketens uitblijft. Als de marktwerking minder het format wordt en we weer meer met elkaar mogen samenwerken, dan zou ik willen nadenken hoe we de samenwerkingsgraad van de zorggroepen kunnen aanwenden voor de ontwikkeling van nieuw denken voor de huisartsenzorg en dat is niet noodzakelijkerwijs een zorgketen.’

Meer informatie

 

Stevig debat in de Amsterdamse Rode Hoed

18 juni 2015

Peter de Groof van actiecomité Het roer moet om begon de avond pittig: ‘we weten als sinds de tijd van de Romeinen dat het wegsnijden van een voortwoekerend gezwel eigenlijk de enige remedie is’. Met andere woorden: het is tijd om iets te doen. Ook columnist Marc Chavannes zette de verschillen op scherp en sprak over ‘3-letter kantoren die de vingerafdrukken van de Minister moeten wissen’. Na de inleidingen kwamen de aanwezigen tot een interessante uitwisseling met nog interessantere toezeggingen op de drie door het actiecomité geformuleerde stellingen. Minister Schippers gaf onder meer aan dat het niet de bedoeling van de Zorgverzekeringswet is geweest dat huisartsen niet regionaal kunnen samenwerken of samen kunnen optrekken in onderhandelingen. Zorgverzekeraars sloten zich aan bij de wens om de bureaucratie minimaal te halveren en gaven aan ook graag meerjarencontracten te willen afsluiten. En over het monitoren van kwaliteit werd men het eens dat de professional die rol het beste zelf kan vervullen. Kortom, een heel aantal veel belovende uitspraken die NHG, LHV en InEen zo snel mogelijk willen oppakken. Daarom hebben ze direct een vervolg aan de avond gegeven door de betrokken partijen bij elkaar te roepen voor het opstellen van een plan de campagne. Want nog voor 1 oktober willen we de toezeggingen hebben geconcretiseerd.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Peter de Groof van actiecomité Het roer moet om begon de avond pittig: ‘we weten als sinds de tijd van de Romeinen dat het wegsnijden van een voortwoekerend gezwel eigenlijk de enige remedie is’. Met andere woorden: het is tijd om iets te doen. Ook columnist Marc Chavannes zette de verschillen op scherp en sprak over ‘3-letter kantoren die de vingerafdrukken van de Minister moeten wissen’. Na de inleidingen kwamen de aanwezigen tot een interessante uitwisseling met nog interessantere toezeggingen op de drie door het actiecomité geformuleerde stellingen. Minister Schippers gaf onder meer aan dat het niet de bedoeling van de Zorgverzekeringswet is geweest dat huisartsen niet regionaal kunnen samenwerken of samen kunnen optrekken in onderhandelingen. Zorgverzekeraars sloten zich aan bij de wens om de bureaucratie minimaal te halveren en gaven aan ook graag meerjarencontracten te willen afsluiten. En over het monitoren van kwaliteit werd men het eens dat de professional die rol het beste zelf kan vervullen. Kortom, een heel aantal veel belovende uitspraken die NHG, LHV en InEen zo snel mogelijk willen oppakken. Daarom hebben ze direct een vervolg aan de avond gegeven door de betrokken partijen bij elkaar te roepen voor het opstellen van een plan de campagne. Want nog voor 1 oktober willen we de toezeggingen hebben geconcretiseerd.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Rapportage benchmark ketenzorg 2014 is beschikbaar

05 juni 2015

Begin deze maand verscheen de vijfde rapportage Transparante Ketenzorg. InEen stelt de rapportage jaarlijks samen op basis van gegevens die zorggroepen verstrekken over ketenzorg in 2014 aan patiënten met diabetes, COPD, hartvaatziekte of verhoogd vasculair risico. Het aantal zorggroepen dat dit jaar gegevens aanleverde steeg naar 113, tegen 92 vorig jaar. Dit betekent dat vrijwel alle zorggroepen in Nederland deelnemen aan onze benchmark. Een resultaat waar we blij mee zijn! Met elkaar vertegenwoordigen de deelnemende zorggroepen ongeveer 15 miljoen inwoners van Nederland, 88% van de totale bevolking.

Een paar resultaten:
De zorggroepen laten voor de diabeteszorg een verdere verbetering zien op belangrijke uitkomstmaten zoals bloeddruk, cholesterol en roken. Deze uitkomsten veronderstellen dat het risico op macro-vasculaire complicaties voor patiënten met diabetes in de komende jaren gaat dalen. Ook ontwikkelingen in substitutie van diabeteszorg lijken verder vorm te krijgen. Dit jaar is 11,9% van de patiënten met diabetes onder behandeling bij een specialist, tegen 12,4% vorig jaar.

In het programma vasculair risicomanagement laten de uitkomstindicatoren ook fraaie verbeteringen zien. Onder de patiënten met een hartvaatziekte is in 71% van de gevallen de bloeddruk op streefwaarde (tegenover 68% vorig jaar) en is in 50% van de gevallen het LDL-cholesterol op streefwaarde (tegenover 42% vorig jaar). Onder patiënten met een verhoogd vasculair risico zonder hartvaatziekte rookt 15%, een veel kleiner percentage dan de 26% van de totale bevolking.

Bij COPD is het percentage rokers opnieuw licht gedaald, naar 40%. Dat is nog altijd een stuk hoger dan het gemiddelde onder de Nederlandse bevolking, maar beduidend minder dan de 80-90% die rookte op het moment dat de diagnose COPD werd gesteld. Verder laat de analyse van de benchmark COPD zien dat de kwaliteit van de registratie is toegenomen, ondanks het grote aantal nieuwe zorggroepen dat deelnam aan de benchmark dit jaar.

Hier treft u het volledige Rapport transparante Ketenzorg 2014.

[...]

Begin deze maand verscheen de vijfde rapportage Transparante Ketenzorg. InEen stelt de rapportage jaarlijks samen op basis van gegevens die zorggroepen verstrekken over ketenzorg in 2014 aan patiënten met diabetes, COPD, hartvaatziekte of verhoogd vasculair risico. Het aantal zorggroepen dat dit jaar gegevens aanleverde steeg naar 113, tegen 92 vorig jaar. Dit betekent dat vrijwel alle zorggroepen in Nederland deelnemen aan onze benchmark. Een resultaat waar we blij mee zijn! Met elkaar vertegenwoordigen de deelnemende zorggroepen ongeveer 15 miljoen inwoners van Nederland, 88% van de totale bevolking.

Een paar resultaten:
De zorggroepen laten voor de diabeteszorg een verdere verbetering zien op belangrijke uitkomstmaten zoals bloeddruk, cholesterol en roken. Deze uitkomsten veronderstellen dat het risico op macro-vasculaire complicaties voor patiënten met diabetes in de komende jaren gaat dalen. Ook ontwikkelingen in substitutie van diabeteszorg lijken verder vorm te krijgen. Dit jaar is 11,9% van de patiënten met diabetes onder behandeling bij een specialist, tegen 12,4% vorig jaar.

In het programma vasculair risicomanagement laten de uitkomstindicatoren ook fraaie verbeteringen zien. Onder de patiënten met een hartvaatziekte is in 71% van de gevallen de bloeddruk op streefwaarde (tegenover 68% vorig jaar) en is in 50% van de gevallen het LDL-cholesterol op streefwaarde (tegenover 42% vorig jaar). Onder patiënten met een verhoogd vasculair risico zonder hartvaatziekte rookt 15%, een veel kleiner percentage dan de 26% van de totale bevolking.

Bij COPD is het percentage rokers opnieuw licht gedaald, naar 40%. Dat is nog altijd een stuk hoger dan het gemiddelde onder de Nederlandse bevolking, maar beduidend minder dan de 80-90% die rookte op het moment dat de diagnose COPD werd gesteld. Verder laat de analyse van de benchmark COPD zien dat de kwaliteit van de registratie is toegenomen, ondanks het grote aantal nieuwe zorggroepen dat deelnam aan de benchmark dit jaar.

Hier treft u het volledige Rapport transparante Ketenzorg 2014.

Nieuwe tool om samenwerking in de zorg te verbeteren

28 mei 2015

schaken‘Zelfreflectietool’ noemt Thomas Plochg het instrument dat in een coproductie* van het AMC en het VUmc werd ontwikkeld om in de zorg tot duurzame samenwerking te komen. Plochg, universitair docent bij de afdeling Sociale geneeskunde van het AMC, bepleit een andere manier van kijken die meer is gericht op de relaties en de interactiepatronen tussen de samenwerkings-partners. Hij zoekt nu samenwerkingsverbanden die de uitdaging willen aangaan.

‘Schaken is een goed voorbeeld’, zegt Plochg. Hij kan iemand leren hoe de verschillende stukken zich over het bord bewegen. Maar kan iemand dan ook schaken? Plochg: ‘Nee, want het gaat er om hoe de stukken ten opzichte van elkaar op het bord staan. Elke zet zorgt voor nieuwe mogelijkheden. Je moet gaan nadenken over de interacties tussen de stukken.’ Kortom, niet alleen ieders vaardigheden en rol zijn belangrijk, maar vooral hoe men elkaar begrijpt en op elkaar reageert.

Net als een schaakspel is de gezondheidszorg is een complex adaptief systeem, zegt Plochg. Dat wil zeggen een dynamisch systeem met uiteenlopende deelnemers die elkaar voortdurend beïnvloeden. Met dit idee als uitgangspunt benoemden Plochg en zijn collega’s vijf deelsystemen: patiënten en hun sociale netwerk, zorgverleners en hun professionele netwerk, de managers en hun organisatie, de verzekeraars en het bestuurlijk/politieke domein. Plochg: ‘De complexiteit van al die relaties en onderlinge beïnvloeding maakt het zo moeilijk om samen te werken. Belangrijk is het adaptieve vermogen van de samenwerkende partijen te vergroten. De zelfreflectietool is daarbij een hulpmiddel.’

De eerste stap van de zelfreflectietool is het maken van een ‘foto’ van de samenwerking. Dit gebeurt aan de hand van een huiswerkopdracht. Plochg: ‘Hoe interacteren we met elkaar? Als je dat weet kijken we als tweede stap of de relaties en interacties die we hebben gevonden, disfunctioneel of functioneel zijn. In de derde stap bepalen we het handelingsperspectief. Hoe kunnen we het – als dat tenminste nodig is – beter doen?’ De drie stappen worden gezet in twee workshops onder leiding van een moderator die getraind is in de methodiek van de zelfreflectietool. Wat betreft het handelingsperspectief  is het belangrijk te zoeken naar informele oplossingen. Plochg: ‘Neem het geval waarin de leden van een samenwerkings-verband last hebben van de steeds wisselende samenstellingen. Zij kunnen beter kiezen voor een app-groep om snel te schakelen, dan voor bijvoorbeeld een overlegprotocol.’ Formele regelgeving en protocollen zijn soms nodig, maar kunnen ook leiden tot schijnzekerheid die de verhoudingen eerder vastzet dan ontspant.

De tool is eind maart op een symposium gepresenteerd aan de leden van InEen. De reacties waren heel positief. Wel werd de theorie nog als erg abstract ervaren. Plochg: ‘We hebben de theorie in vier pilots uitgeprobeerd met goed resultaat. Nu moet de tool verder in praktijk worden gebracht, zodat er een reservoir van handelingsperspectieven kan ontstaan waaruit eerstelijns zorgverleners kunnen putten.’ Wie durft? Meer informatie bij Thomas Plochg.


* Onderzoeksproject ‘De eerstelijnszorgprofessional, har team en hun network. Eeen beschrijvende evaluatie naar samenwerking in de eerstelijnszorg op basis van Complex adaptieve systeem theorie’. Uitgevoerd in het kader van het ZonMW-programma Op één lijn.

[...]

schaken‘Zelfreflectietool’ noemt Thomas Plochg het instrument dat in een coproductie* van het AMC en het VUmc werd ontwikkeld om in de zorg tot duurzame samenwerking te komen. Plochg, universitair docent bij de afdeling Sociale geneeskunde van het AMC, bepleit een andere manier van kijken die meer is gericht op de relaties en de interactiepatronen tussen de samenwerkings-partners. Hij zoekt nu samenwerkingsverbanden die de uitdaging willen aangaan.

‘Schaken is een goed voorbeeld’, zegt Plochg. Hij kan iemand leren hoe de verschillende stukken zich over het bord bewegen. Maar kan iemand dan ook schaken? Plochg: ‘Nee, want het gaat er om hoe de stukken ten opzichte van elkaar op het bord staan. Elke zet zorgt voor nieuwe mogelijkheden. Je moet gaan nadenken over de interacties tussen de stukken.’ Kortom, niet alleen ieders vaardigheden en rol zijn belangrijk, maar vooral hoe men elkaar begrijpt en op elkaar reageert.

Net als een schaakspel is de gezondheidszorg is een complex adaptief systeem, zegt Plochg. Dat wil zeggen een dynamisch systeem met uiteenlopende deelnemers die elkaar voortdurend beïnvloeden. Met dit idee als uitgangspunt benoemden Plochg en zijn collega’s vijf deelsystemen: patiënten en hun sociale netwerk, zorgverleners en hun professionele netwerk, de managers en hun organisatie, de verzekeraars en het bestuurlijk/politieke domein. Plochg: ‘De complexiteit van al die relaties en onderlinge beïnvloeding maakt het zo moeilijk om samen te werken. Belangrijk is het adaptieve vermogen van de samenwerkende partijen te vergroten. De zelfreflectietool is daarbij een hulpmiddel.’

De eerste stap van de zelfreflectietool is het maken van een ‘foto’ van de samenwerking. Dit gebeurt aan de hand van een huiswerkopdracht. Plochg: ‘Hoe interacteren we met elkaar? Als je dat weet kijken we als tweede stap of de relaties en interacties die we hebben gevonden, disfunctioneel of functioneel zijn. In de derde stap bepalen we het handelingsperspectief. Hoe kunnen we het – als dat tenminste nodig is – beter doen?’ De drie stappen worden gezet in twee workshops onder leiding van een moderator die getraind is in de methodiek van de zelfreflectietool. Wat betreft het handelingsperspectief  is het belangrijk te zoeken naar informele oplossingen. Plochg: ‘Neem het geval waarin de leden van een samenwerkings-verband last hebben van de steeds wisselende samenstellingen. Zij kunnen beter kiezen voor een app-groep om snel te schakelen, dan voor bijvoorbeeld een overlegprotocol.’ Formele regelgeving en protocollen zijn soms nodig, maar kunnen ook leiden tot schijnzekerheid die de verhoudingen eerder vastzet dan ontspant.

De tool is eind maart op een symposium gepresenteerd aan de leden van InEen. De reacties waren heel positief. Wel werd de theorie nog als erg abstract ervaren. Plochg: ‘We hebben de theorie in vier pilots uitgeprobeerd met goed resultaat. Nu moet de tool verder in praktijk worden gebracht, zodat er een reservoir van handelingsperspectieven kan ontstaan waaruit eerstelijns zorgverleners kunnen putten.’ Wie durft? Meer informatie bij Thomas Plochg.


* Onderzoeksproject ‘De eerstelijnszorgprofessional, har team en hun network. Eeen beschrijvende evaluatie naar samenwerking in de eerstelijnszorg op basis van Complex adaptieve systeem theorie’. Uitgevoerd in het kader van het ZonMW-programma Op één lijn.

Digitaal alert - samen tegen kindermishandeling

28 mei 2015

KindermishandelingHalf april tekenden staatssecretaris Van Rijn, InEen, LHV, NHG en Augeo een publiek private samenwerking (pps) waarin verschillende acties zijn vastgelegd om kindermishandeling verder tegen te gaan. Van Rijn: “Kindermishandeling kan gestopt worden als 1 volwassene in de omgeving van het gezin doorheeft wat er aan de hand is en actie onderneemt.”  Augeo is een particulier initiatief en zet zich in voor het veilig opgroeien van kinderen met daarbij als belangrijk speerpunt de aanpak van kindermishandeling en geweld tegen kinderen in opvoedsituaties. Daarom voor deze nieuwsbrief een interview met Marielle Dekker, directeur Augeo, over hun missie en de net afgesloten pps. Én wat u kunt doen.

Waarom een samenwerking met de huisartsenorganisaties?
Dekker: “Als Augeo hebben wij de medische beroepsgroep en de huisartsen altijd als een cruciale partij gezien in de aanpak van kindermishandeling. Medici hebben bij uitstek de kans om te signaleren wanneer het in gezinnen misgaat en de bereidheid om kindermishandeling tegen te gaan is groot onder artsen.”

Kindermishandeling wordt algemeen gezien als groot maatschappelijk probleem. Ruim 118.ooo kinderen worden elk jaar mishandeld, verwaarloosd en misbruikt, dat is het topje van de ijsberg. Een pijnlijke werkloosheid waarbij de stress enorm kan oplopen in gezinnen. Een echtscheiding die een vechtscheiding wordt. Psychische problemen of verslavingsproblematiek. Allen situaties waarin een arts al vroeg alert kan zijn op kindermishandeling. Dekker: “Het is voor een arts complex om het hele systeem in beeld te hebben als er maar 1 persoon tegenover hem zit, de maatregelen uit de pps helpen daarbij.”

Welke maatregelen worden er genomen?
“De samenwerkingsafspraken (LESA) zullen worden geüpdatet, er is een digitale scholing en er komt een digitaal alert. Het betekent dat je straks als huisarts in je digitale dossier een melding krijgt , om te vragen naar de kinderen. Dat betekent dus concreet dat als een volwassene iets bespreekt, een ernstige depressie of een verslavingsprobleem bijvoorbeeld, of partnergeweld, op het moment dat de huisarts dat invoert dan komt er een bliepje: ‘vraag naar de kinderen’. Het klinkt heel simpel maar we weten ook dat als een huisarts op de genoemde factoren gaat letten dat dat juist enorm effectief is. Veel effectiever dan letten op blauwe plekken bij kinderen.”

Lezers kennen misschien de term Kindcheck, hoe verhoudt de Kindcheck zich tot de alert?
“De Kindcheck is wettelijk verankerd in Nederland. Bij het aannemen van de wet meldcode is ook met een amendement geregeld dat wanneer mensen signalen zien waarvan ze denken van ‘goh, kan een kind daar veilig opgroeien’, dat ze dan in actie moeten komen”.

Je zei daarnet ernstige depressie, een depressie hoor je veel, waar moet je aan denken tov kindermishandeling?
“Ik noem het vaak een ernstige depressie omdat we niet de indruk willen schetsen dat iedereen die zich somber voelt nu direct een risico is voor kindermishandeling. Je kan ook een psychose noemen of een ander ernstig psychiatrisch probleem. Het gaat eigenlijk vooral om de mindset, dat je begrijpt dat zo’n ernstig psychiatrisch probleem consequenties kan hebben voor de manier waarop iemand zijn ouderschap vorm geeft, de manier waarop hij of zij opvoed. En dat het uiteindelijk kan zijn dat de veiligheid van de kinderen in het geding komt.”

Daarnet noemde je scholing, waar kan die bij helpen?
“Er is een online scholing waarbij huisartsen ook toegang hebben tot verdiepende informatie. Dus het is niet zo dat er straks in het systeem alleen maar een alert te zien krijgt. Als je als zorgaanbieder dan meer wilt weten dan heb je ook heel direct toegang tot de online module. De module gaat zowel over de Kindcheck als het signaleren van kindersmishandeling, huiselijk geweld en de meldcode.

Wat willen jullie bereiken?
“We hebben altijd als doelstelling dat we ten minste 40% van een beroepsgroep willen bereiken en daar zijn we nu nog niet. Het gaat natuurlijk om de impact, dat professionals weten wat ze kunnen doen (en hoe) om kinderen/gezinnen te helpen. We zijn met elkaar gaan samenwerken om te zorgen dat de praktijk echt verbeterd”.

Wat kunnen de leden van InEen doen om bij te dragen aan het terugdringen van kindermishandeling?
”Voor mijn gevoel bundelt InEen de cruciale partijen voor het signaleren van allerlei zorgelijke opvoedsituaties in gezinnen. Ik denk dat we met de partijen van de pps een product maken dat het ook echt mogelijk maakt om op tijd te signaleren maar dan moet je het nog steeds wel doen. Net als de belastingdienst, leuker kunnen we het niet maken maar wel makkelijker, ik denk dat dat hiermee gebeurt. Wij maken het makkelijker, dan ligt de verantwoordelijkheid bij de organisaties om ook echt hiermee aan de slag te gaan.”

Meer informatie vindt u op:


Fotograaf: Jeroen Poortvliet

[...]

KindermishandelingHalf april tekenden staatssecretaris Van Rijn, InEen, LHV, NHG en Augeo een publiek private samenwerking (pps) waarin verschillende acties zijn vastgelegd om kindermishandeling verder tegen te gaan. Van Rijn: “Kindermishandeling kan gestopt worden als 1 volwassene in de omgeving van het gezin doorheeft wat er aan de hand is en actie onderneemt.”  Augeo is een particulier initiatief en zet zich in voor het veilig opgroeien van kinderen met daarbij als belangrijk speerpunt de aanpak van kindermishandeling en geweld tegen kinderen in opvoedsituaties. Daarom voor deze nieuwsbrief een interview met Marielle Dekker, directeur Augeo, over hun missie en de net afgesloten pps. Én wat u kunt doen.

Waarom een samenwerking met de huisartsenorganisaties?
Dekker: “Als Augeo hebben wij de medische beroepsgroep en de huisartsen altijd als een cruciale partij gezien in de aanpak van kindermishandeling. Medici hebben bij uitstek de kans om te signaleren wanneer het in gezinnen misgaat en de bereidheid om kindermishandeling tegen te gaan is groot onder artsen.”

Kindermishandeling wordt algemeen gezien als groot maatschappelijk probleem. Ruim 118.ooo kinderen worden elk jaar mishandeld, verwaarloosd en misbruikt, dat is het topje van de ijsberg. Een pijnlijke werkloosheid waarbij de stress enorm kan oplopen in gezinnen. Een echtscheiding die een vechtscheiding wordt. Psychische problemen of verslavingsproblematiek. Allen situaties waarin een arts al vroeg alert kan zijn op kindermishandeling. Dekker: “Het is voor een arts complex om het hele systeem in beeld te hebben als er maar 1 persoon tegenover hem zit, de maatregelen uit de pps helpen daarbij.”

Welke maatregelen worden er genomen?
“De samenwerkingsafspraken (LESA) zullen worden geüpdatet, er is een digitale scholing en er komt een digitaal alert. Het betekent dat je straks als huisarts in je digitale dossier een melding krijgt , om te vragen naar de kinderen. Dat betekent dus concreet dat als een volwassene iets bespreekt, een ernstige depressie of een verslavingsprobleem bijvoorbeeld, of partnergeweld, op het moment dat de huisarts dat invoert dan komt er een bliepje: ‘vraag naar de kinderen’. Het klinkt heel simpel maar we weten ook dat als een huisarts op de genoemde factoren gaat letten dat dat juist enorm effectief is. Veel effectiever dan letten op blauwe plekken bij kinderen.”

Lezers kennen misschien de term Kindcheck, hoe verhoudt de Kindcheck zich tot de alert?
“De Kindcheck is wettelijk verankerd in Nederland. Bij het aannemen van de wet meldcode is ook met een amendement geregeld dat wanneer mensen signalen zien waarvan ze denken van ‘goh, kan een kind daar veilig opgroeien’, dat ze dan in actie moeten komen”.

Je zei daarnet ernstige depressie, een depressie hoor je veel, waar moet je aan denken tov kindermishandeling?
“Ik noem het vaak een ernstige depressie omdat we niet de indruk willen schetsen dat iedereen die zich somber voelt nu direct een risico is voor kindermishandeling. Je kan ook een psychose noemen of een ander ernstig psychiatrisch probleem. Het gaat eigenlijk vooral om de mindset, dat je begrijpt dat zo’n ernstig psychiatrisch probleem consequenties kan hebben voor de manier waarop iemand zijn ouderschap vorm geeft, de manier waarop hij of zij opvoed. En dat het uiteindelijk kan zijn dat de veiligheid van de kinderen in het geding komt.”

Daarnet noemde je scholing, waar kan die bij helpen?
“Er is een online scholing waarbij huisartsen ook toegang hebben tot verdiepende informatie. Dus het is niet zo dat er straks in het systeem alleen maar een alert te zien krijgt. Als je als zorgaanbieder dan meer wilt weten dan heb je ook heel direct toegang tot de online module. De module gaat zowel over de Kindcheck als het signaleren van kindersmishandeling, huiselijk geweld en de meldcode.

Wat willen jullie bereiken?
“We hebben altijd als doelstelling dat we ten minste 40% van een beroepsgroep willen bereiken en daar zijn we nu nog niet. Het gaat natuurlijk om de impact, dat professionals weten wat ze kunnen doen (en hoe) om kinderen/gezinnen te helpen. We zijn met elkaar gaan samenwerken om te zorgen dat de praktijk echt verbeterd”.

Wat kunnen de leden van InEen doen om bij te dragen aan het terugdringen van kindermishandeling?
”Voor mijn gevoel bundelt InEen de cruciale partijen voor het signaleren van allerlei zorgelijke opvoedsituaties in gezinnen. Ik denk dat we met de partijen van de pps een product maken dat het ook echt mogelijk maakt om op tijd te signaleren maar dan moet je het nog steeds wel doen. Net als de belastingdienst, leuker kunnen we het niet maken maar wel makkelijker, ik denk dat dat hiermee gebeurt. Wij maken het makkelijker, dan ligt de verantwoordelijkheid bij de organisaties om ook echt hiermee aan de slag te gaan.”

Meer informatie vindt u op:


Fotograaf: Jeroen Poortvliet

Alternatief voor nieuwe klachtenwet voorgelegd

28 mei 2015

De nieuwe Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz), de wet waarin de afhandeling van klachten en geschillen in de zorg geregeld moet worden, draagt niet bij aan betere en veiligere zorg. Dat vinden tien organisaties van eerstelijns zorgverleners, waaronder InEen. Binnenkort velt de Eerste Kamer het finale oordeel over de wet. Gezamenlijk pleiten de zorginstanties bij de senatoren voor een alternatieve aanpak. Een nota met aandachtspunten is onder de aandacht gebracht van de Eerste Kamer, die naar verwachting op 30 juni over de wet zal spreken met minister Schippers van Volksgezondheid. Wordt vervolgd…

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

De nieuwe Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz), de wet waarin de afhandeling van klachten en geschillen in de zorg geregeld moet worden, draagt niet bij aan betere en veiligere zorg. Dat vinden tien organisaties van eerstelijns zorgverleners, waaronder InEen. Binnenkort velt de Eerste Kamer het finale oordeel over de wet. Gezamenlijk pleiten de zorginstanties bij de senatoren voor een alternatieve aanpak. Een nota met aandachtspunten is onder de aandacht gebracht van de Eerste Kamer, die naar verwachting op 30 juni over de wet zal spreken met minister Schippers van Volksgezondheid. Wordt vervolgd…

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Terugblik netwerkbijeenkomst Kwaliteit - 23 april 2015

29 april 2015

Ruim 90 mensen bezochten gisteren de netwerkbijeenkomst voor kwaliteitsmedewerkers van huisartsenposten, gezondheidscentra en zorggroepen. Het programma bood voor alle ledengroepen specifieke informatie en uitwisselingsmogelijkheden.

1 | De kwaliteitsmedewerkers van huisartsenposten gaven voor het recent gestarte onderzoek naar autorisatietijden bruikbare input aan de onderzoeker van het Julius Centrum. Leonie van Steenvoorde, directeur HKN, informeerde collega’s over haar ervaringen met de casus Tuitjenhorn. Het project Keten Acute Zorg presenteerde de voorlopige bevindingen. Ook vanuit de zaal legden leden vraagstukken aan elkaar voor.

2| Organisatievraagstukken rond de samenwerking in de GGZ werden belicht vanuit de acute zorg, chronische zorg en multidisciplinaire zorg. Aan bod kwamen onder meer de inzet van de aandachtsfunctionaris op de huisartsenpost, coördinatie van de zorg in de chronische keten, de bekostiging en praktische zaken als huisvesting. Er blijkt nog veel ontwikkeling mogelijk.

3 | Aandacht ook voor het kwaliteitsbeleid van de ketenzorgorganisaties. De eerste resultaten uit de zelfevaluatie werden gedeeld en concreet gemaakt aan de hand van drie aansprekende praktijkvoorbeelden over het individueel zorgplan, patiëntenparticipatie en patiëntveiligheid. Tot slot is gesproken over de nieuwe Kritische Kwaliteits Kenmerken voor 2016 met veel aandachtspunten voor de verdere uitwerking.

De presentaties zijn is te downloaden vanaf de  Kennisbank op het Ledenplatform onder het kopje Netwerken / Netwerk kwaliteit  (alleen voor leden, na  inlog).

[...]

Ruim 90 mensen bezochten gisteren de netwerkbijeenkomst voor kwaliteitsmedewerkers van huisartsenposten, gezondheidscentra en zorggroepen. Het programma bood voor alle ledengroepen specifieke informatie en uitwisselingsmogelijkheden.

1 | De kwaliteitsmedewerkers van huisartsenposten gaven voor het recent gestarte onderzoek naar autorisatietijden bruikbare input aan de onderzoeker van het Julius Centrum. Leonie van Steenvoorde, directeur HKN, informeerde collega’s over haar ervaringen met de casus Tuitjenhorn. Het project Keten Acute Zorg presenteerde de voorlopige bevindingen. Ook vanuit de zaal legden leden vraagstukken aan elkaar voor.

2| Organisatievraagstukken rond de samenwerking in de GGZ werden belicht vanuit de acute zorg, chronische zorg en multidisciplinaire zorg. Aan bod kwamen onder meer de inzet van de aandachtsfunctionaris op de huisartsenpost, coördinatie van de zorg in de chronische keten, de bekostiging en praktische zaken als huisvesting. Er blijkt nog veel ontwikkeling mogelijk.

3 | Aandacht ook voor het kwaliteitsbeleid van de ketenzorgorganisaties. De eerste resultaten uit de zelfevaluatie werden gedeeld en concreet gemaakt aan de hand van drie aansprekende praktijkvoorbeelden over het individueel zorgplan, patiëntenparticipatie en patiëntveiligheid. Tot slot is gesproken over de nieuwe Kritische Kwaliteits Kenmerken voor 2016 met veel aandachtspunten voor de verdere uitwerking.

De presentaties zijn is te downloaden vanaf de  Kennisbank op het Ledenplatform onder het kopje Netwerken / Netwerk kwaliteit  (alleen voor leden, na  inlog).

Kwaliteit loont

21 april 2015

Op 17 april houdt de vaste Kamercommissie VWS een rondetafelgesprek om de implicaties te bespreken van de brief ‘Kwaliteit loont’ die minister Schippers begin februari naar de Kamer stuurde. Ook voor de leden van InEen hebben de plannen die in de brief gepresenteerd worden, gevolgen. InEen wil daarom graag input leveren voor het rondetafelgesprek van de commissie. Vorige week vrijdag hebben we dus gebruikt gemaakt van de mogelijkheid schriftelijke inbreng te geven.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Op 17 april houdt de vaste Kamercommissie VWS een rondetafelgesprek om de implicaties te bespreken van de brief ‘Kwaliteit loont’ die minister Schippers begin februari naar de Kamer stuurde. Ook voor de leden van InEen hebben de plannen die in de brief gepresenteerd worden, gevolgen. InEen wil daarom graag input leveren voor het rondetafelgesprek van de commissie. Vorige week vrijdag hebben we dus gebruikt gemaakt van de mogelijkheid schriftelijke inbreng te geven.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Ontwikkeling digitaal alert kindermishandeling voor huisartsen

21 april 2015

Staatssecretaris Van Rijn (VWS), InEen, LHV, NHG en Augeo gaan samenwerken om de signalering en aanpak van kindermishandeling door huisartsen te verbeteren. Dinsdagochtend ondertekenden zij een publiek private samenwerking. Huisartsen gaan betere regionale samenwerkingsafspraken maken en er komen voor hen extra trainingsmogelijkheden. Bovendien ontwikkelen Augeo en de huisartsenorganisaties een digitaal alert dat huisartsen automatisch waarschuwt als sprake is van bepaalde risicosituaties, zoals verslavingsproblematiek of partnergeweld. Zij kunnen dan doorvragen of er kinderen thuis zijn en of deze kinderen veilig zijn. Lees verder

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Staatssecretaris Van Rijn (VWS), InEen, LHV, NHG en Augeo gaan samenwerken om de signalering en aanpak van kindermishandeling door huisartsen te verbeteren. Dinsdagochtend ondertekenden zij een publiek private samenwerking. Huisartsen gaan betere regionale samenwerkingsafspraken maken en er komen voor hen extra trainingsmogelijkheden. Bovendien ontwikkelen Augeo en de huisartsenorganisaties een digitaal alert dat huisartsen automatisch waarschuwt als sprake is van bepaalde risicosituaties, zoals verslavingsproblematiek of partnergeweld. Zij kunnen dan doorvragen of er kinderen thuis zijn en of deze kinderen veilig zijn. Lees verder

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Patiëntveiligheidscongres 2015

07 april 2015

Op donderdag 18 juni 2015 organiseert de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) haar jaarlijkse patiëntveiligheidscongres in De Doelen in Rotterdam. Thema dit jaar is ‘Informatieoverdracht’. Hiermee vraagt de inspectie aandacht voor verbetering van de continuïteit van zorg, met nadruk op de communicatie tussen zorgaanbieders en tussen patiënt en zorgverlener(s). In het congresprogramma is uitdrukkelijk aandacht voor samenwerking en informatie uitwisseling in het sociale domein. Volgens de IGZ is er nog ruimte voor het invullen van workshops. Belangstellenden voor het verzorgen van een workshop kunnen zich melden bij Frederik Vogelzang. Aanmelden voor het congres kan vanaf eind april 2015.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Op donderdag 18 juni 2015 organiseert de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) haar jaarlijkse patiëntveiligheidscongres in De Doelen in Rotterdam. Thema dit jaar is ‘Informatieoverdracht’. Hiermee vraagt de inspectie aandacht voor verbetering van de continuïteit van zorg, met nadruk op de communicatie tussen zorgaanbieders en tussen patiënt en zorgverlener(s). In het congresprogramma is uitdrukkelijk aandacht voor samenwerking en informatie uitwisseling in het sociale domein. Volgens de IGZ is er nog ruimte voor het invullen van workshops. Belangstellenden voor het verzorgen van een workshop kunnen zich melden bij Frederik Vogelzang. Aanmelden voor het congres kan vanaf eind april 2015.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Gezamenlijke brief artsenorganisaties over kindermishandeling

07 april 2015

Het aantal mishandelde kinderen moet en kán omlaag. Vanuit deze drijfveer bestrijden artsen kindermishandeling. Een brede coalitie van artsenorganisaties presenteert concrete afspraken om artsen via intensievere samenwerking, meer adviesaanvragen en scholing hierin te ondersteunen. Ook roepen zij de politiek op te bevorderen dat in elke gemeente 24/7 een vertrouwensarts bereikbaar is. In aanloop naar een Algemeen Overleg met de Tweede Kamer hebben de artsenorganisaties in een gezamenlijke brief d.d. 26 maart 2015 de politiek verzocht deze ontwikkelingen te steunen, om zo de beste kans te creëren dat kinderen in onveilige situaties zo snel mogelijk weer een goed thuis hebben. Vanuit InEen onderhouden we nauw contact met de LHV en KNMG over de actuele politieke ontwikkelingen rond de signalering kindermishandeling. Samen met LHV en NHG leveren we een actieve bijdrage aan het actualiseren van de LESA Kindermishandeling. Verder volgt InEen de evaluatie van de implementatie van de Kindcheck op huisartsenposten. Ook de komende periode blijven we jullie informeren over deze ontwikkelingen.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Het aantal mishandelde kinderen moet en kán omlaag. Vanuit deze drijfveer bestrijden artsen kindermishandeling. Een brede coalitie van artsenorganisaties presenteert concrete afspraken om artsen via intensievere samenwerking, meer adviesaanvragen en scholing hierin te ondersteunen. Ook roepen zij de politiek op te bevorderen dat in elke gemeente 24/7 een vertrouwensarts bereikbaar is. In aanloop naar een Algemeen Overleg met de Tweede Kamer hebben de artsenorganisaties in een gezamenlijke brief d.d. 26 maart 2015 de politiek verzocht deze ontwikkelingen te steunen, om zo de beste kans te creëren dat kinderen in onveilige situaties zo snel mogelijk weer een goed thuis hebben. Vanuit InEen onderhouden we nauw contact met de LHV en KNMG over de actuele politieke ontwikkelingen rond de signalering kindermishandeling. Samen met LHV en NHG leveren we een actieve bijdrage aan het actualiseren van de LESA Kindermishandeling. Verder volgt InEen de evaluatie van de implementatie van de Kindcheck op huisartsenposten. Ook de komende periode blijven we jullie informeren over deze ontwikkelingen.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Netwerkbijeenkomst kwaliteit 23 april

01 april 2015

Zoals eerder aangekondigd vindt op donderdag 23 april de volgende netwerkbijeenkomst Kwaliteit plaats. We starten rond 14.00 uur met een programma voor de huisartsenposten. Aansluitend richt het plenaire gedeelte voor huisartsenposten, zorggroepen en gezondheidscentra zich dit keer op het thema GGZ. We gaan dit thema vanuit de diverse doelgroepen belichten. Na een broodje vervolgt de bijeenkomst met het programma voor de zorggroepen en de gezondheidscentra. Om 20.00 uur ronden we de bijeenkomst af. De locatie is hotel Vianen. Je kunt je alvast aanmelden. We hopen weer op een interactieve bijeenkomst!

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Zoals eerder aangekondigd vindt op donderdag 23 april de volgende netwerkbijeenkomst Kwaliteit plaats. We starten rond 14.00 uur met een programma voor de huisartsenposten. Aansluitend richt het plenaire gedeelte voor huisartsenposten, zorggroepen en gezondheidscentra zich dit keer op het thema GGZ. We gaan dit thema vanuit de diverse doelgroepen belichten. Na een broodje vervolgt de bijeenkomst met het programma voor de zorggroepen en de gezondheidscentra. Om 20.00 uur ronden we de bijeenkomst af. De locatie is hotel Vianen. Je kunt je alvast aanmelden. We hopen weer op een interactieve bijeenkomst!

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Stand van zaken zelfevaluatie ketenzorgorganisaties

25 februari 2015

Eind januari zijn alle  zorggroepen en gezondheidscentra die ketenzorg leveren als leden van InEen uitgenodigd om de vragenlijst zelfevaluatie ketenzorgorganisaties in te vullen. Aan de hand van deze vragenlijst kunnen ketenzorgorganisaties voor zichzelf bepalen hoever ze zijn met het bereiken van de Kritische Kwaliteits Kenmerken (KKK’s). Dit jaar zijn in de vragenlijst voor het eerst drie inhoudelijke modules opgenomen die meer inzicht geven in specifieke thema’s: het Individueel ZorgPlan (IZP), Zelfmanagement en Informatiebeveiliging. Met de modules kunnen zorggroepen en gezondheidscentra de zelfevaluatie verder verdiepen. Interessant is ook de mogelijkheid de vragenlijst binnen de organisatie door meerdere personen te laten invullen om zo het onderlinge gesprek over het kwaliteitsbeleid te verbreden. Op dit moment hebben al zo’n 37 hoofdinvullers ruim 300 neveninvullers aangedragen! Het aandragen van neveninvullers is nog mogelijk tot 24 februari (in de uitnodigingsmail d.d. 23 januari staat een link naar het aanmeldingsformulier). De vragenlijst staat nog open tot 27 maart 2015. Daarna komt de eigen feedbackrapportage half april beschikbaar. Tijdens de eerstvolgende netwerkbijeenkomst Kwaliteit bespreken we de geaggregeerde informatie met elkaar. Met vragen over de zelfevaluatie kunnen jullie terecht bij Mariska Sijstermans (InEen).

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Eind januari zijn alle  zorggroepen en gezondheidscentra die ketenzorg leveren als leden van InEen uitgenodigd om de vragenlijst zelfevaluatie ketenzorgorganisaties in te vullen. Aan de hand van deze vragenlijst kunnen ketenzorgorganisaties voor zichzelf bepalen hoever ze zijn met het bereiken van de Kritische Kwaliteits Kenmerken (KKK’s). Dit jaar zijn in de vragenlijst voor het eerst drie inhoudelijke modules opgenomen die meer inzicht geven in specifieke thema’s: het Individueel ZorgPlan (IZP), Zelfmanagement en Informatiebeveiliging. Met de modules kunnen zorggroepen en gezondheidscentra de zelfevaluatie verder verdiepen. Interessant is ook de mogelijkheid de vragenlijst binnen de organisatie door meerdere personen te laten invullen om zo het onderlinge gesprek over het kwaliteitsbeleid te verbreden. Op dit moment hebben al zo’n 37 hoofdinvullers ruim 300 neveninvullers aangedragen! Het aandragen van neveninvullers is nog mogelijk tot 24 februari (in de uitnodigingsmail d.d. 23 januari staat een link naar het aanmeldingsformulier). De vragenlijst staat nog open tot 27 maart 2015. Daarna komt de eigen feedbackrapportage half april beschikbaar. Tijdens de eerstvolgende netwerkbijeenkomst Kwaliteit bespreken we de geaggregeerde informatie met elkaar. Met vragen over de zelfevaluatie kunnen jullie terecht bij Mariska Sijstermans (InEen).

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

IGZ werkplan 2015 verschenen

20 februari 2015

In haar werkplan 2015 heeft de Inspectie vijf prioriteiten benoemd die in het toezicht extra aandacht krijgen. Allereerst gaat de IGZ in samenspraak met het veld een toezichtkader ontwikkelen voor het toezicht op netwerken in de langdurige zorg thuis. Ook wordt dit jaar het toezichtkader bestuurlijke verantwoordelijkheid voor kwaliteit en veiligheid geactualiseerd. Een derde prioriteit is het naleven en toepassen van de richtlijnen en veldnormen voor medicatieveiligheid. Verder gaat de IGZ intensief toezicht houden op de hoog risico zorgaanbieders in de ouderenzorg. Tot slot staat het stringent afhandelen van meldingen over verminderd functioneren of disfunctioneren van zorgverleners op het programma. In dat kader wordt samen met het Openbaar Ministerie ook een protocol gemaakt voor de aanpak van situaties van seksueel misbruik door zorgverleners.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

In haar werkplan 2015 heeft de Inspectie vijf prioriteiten benoemd die in het toezicht extra aandacht krijgen. Allereerst gaat de IGZ in samenspraak met het veld een toezichtkader ontwikkelen voor het toezicht op netwerken in de langdurige zorg thuis. Ook wordt dit jaar het toezichtkader bestuurlijke verantwoordelijkheid voor kwaliteit en veiligheid geactualiseerd. Een derde prioriteit is het naleven en toepassen van de richtlijnen en veldnormen voor medicatieveiligheid. Verder gaat de IGZ intensief toezicht houden op de hoog risico zorgaanbieders in de ouderenzorg. Tot slot staat het stringent afhandelen van meldingen over verminderd functioneren of disfunctioneren van zorgverleners op het programma. In dat kader wordt samen met het Openbaar Ministerie ook een protocol gemaakt voor de aanpak van situaties van seksueel misbruik door zorgverleners.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

InEen zoekt een beleidsmedewerker kwaliteit en acute zorg

02 februari 2015

Wegens vertrek per 1 maart van Ellen Spierings naar de Inspectie voor de Gezondheidszorg  zoeken we een beleidsmedewerker op het gebied van kwaliteit en acute zorg. Onze nieuwe collega gaat zich bezighouden met onderwerpen als het samen met de leden ontwikkelen van een systematisch kwaliteitsbeleid,  samenwerking in de acute zorg en triage. Het gaat om een functie van 38 uur per week.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Wegens vertrek per 1 maart van Ellen Spierings naar de Inspectie voor de Gezondheidszorg  zoeken we een beleidsmedewerker op het gebied van kwaliteit en acute zorg. Onze nieuwe collega gaat zich bezighouden met onderwerpen als het samen met de leden ontwikkelen van een systematisch kwaliteitsbeleid,  samenwerking in de acute zorg en triage. Het gaat om een functie van 38 uur per week.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Wkkgz veroorzaakt lastenverzwaring    

27 januari 2015

De eerstelijnspartijen, waaronder InEen, hebben nog een keer hun bezwaren tegen de nieuwe klachtenwet (Wkkgz) bij de Eerste Kamer onder de aandacht gebracht. Dit is gebeurd met een gezamenlijke brief d.d. 14 januari 2015 als achtergrondinformatie voor de Kamerleden bij de tweede schriftelijke vragenronde op 27 januari. Meer informatie over dit onderwerp in het KNMG-dossier Klachtrecht en het nieuwsbericht op de website van de LHV.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

De eerstelijnspartijen, waaronder InEen, hebben nog een keer hun bezwaren tegen de nieuwe klachtenwet (Wkkgz) bij de Eerste Kamer onder de aandacht gebracht. Dit is gebeurd met een gezamenlijke brief d.d. 14 januari 2015 als achtergrondinformatie voor de Kamerleden bij de tweede schriftelijke vragenronde op 27 januari. Meer informatie over dit onderwerp in het KNMG-dossier Klachtrecht en het nieuwsbericht op de website van de LHV.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Zorginstituut Nederland inventariseert knelpunten in diabeteszorg

08 december 2014

Via de website www.pakketscan.nl gaat het Zorginstituut Nederland de gevraagde, aangeboden en verzekerde zorg rondom diabetes vergelijken. Zo ontstaat inzicht in de knelpunten en de mogelijkheden voor verbetering, zowel voor de kwaliteit van zorg als voor het basispakket.  Patiënten, zorgverleners en verzekeraars kunnen de scan invullen. Het Zorginstituut nodigt hen ook uit om op het forum van de site mee te praten over diabeteszorg. De website Pakketscan is sinds eind november online. In de toekomst komen ook andere ketenzorgthema’s aan de orde.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Via de website www.pakketscan.nl gaat het Zorginstituut Nederland de gevraagde, aangeboden en verzekerde zorg rondom diabetes vergelijken. Zo ontstaat inzicht in de knelpunten en de mogelijkheden voor verbetering, zowel voor de kwaliteit van zorg als voor het basispakket.  Patiënten, zorgverleners en verzekeraars kunnen de scan invullen. Het Zorginstituut nodigt hen ook uit om op het forum van de site mee te praten over diabeteszorg. De website Pakketscan is sinds eind november online. In de toekomst komen ook andere ketenzorgthema’s aan de orde.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Vooraankondiging: 4e Nederlandse Triagecongres op 9 april 2015

08 december 2014

Op dinsdag 9 april 2015 vindt in Zeist het 4e Nederlands Triage Congres plaats. Dit jaar met onder andere een lezing over triage bij het neergestorte Turkse vliegtuig in 2009 en een lezing van trendwatcher Adjiedj Bakas over trends in de spoedzorg. Verder vier rondes met workshops over onder meer triagecultuur, niet-pluisgevoel, spoedpost anno 2016, teveel of te weinig ambulanceritten, pijnmanagement, triage bij verslaafden, hoe gebruik ik mijn stem. Triagisten, artsen en leidinggevenden in de spoedzorgketen (SEH, HAP en 112) zijn van harte welkom. Het congres is voor artsen, verpleegkundig specialisten en triagisten voor zes uur geaccrediteerd.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Op dinsdag 9 april 2015 vindt in Zeist het 4e Nederlands Triage Congres plaats. Dit jaar met onder andere een lezing over triage bij het neergestorte Turkse vliegtuig in 2009 en een lezing van trendwatcher Adjiedj Bakas over trends in de spoedzorg. Verder vier rondes met workshops over onder meer triagecultuur, niet-pluisgevoel, spoedpost anno 2016, teveel of te weinig ambulanceritten, pijnmanagement, triage bij verslaafden, hoe gebruik ik mijn stem. Triagisten, artsen en leidinggevenden in de spoedzorgketen (SEH, HAP en 112) zijn van harte welkom. Het congres is voor artsen, verpleegkundig specialisten en triagisten voor zes uur geaccrediteerd.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Triagestandaard Ebola aangepast

08 december 2014

De lijst met endemische gebieden is aangepast in de Ebola triagestandaarden voor de huisartsenzorg: Congo is verwijderd, en Bamako (hoofdstad Mali) is toegevoegd. Jullie kunnen de aangepaste triageprotocollen voor fysieke en telefonische triage vinden in het dossier Ebola op de website van het NHG. In dit dossier hebben NHG, LHV en InEen in afstemming met het RIVM de belangrijkste informatie voor huisartsen verzameld over de voorzorgsmaatregelen voor de ziekte Ebola.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

De lijst met endemische gebieden is aangepast in de Ebola triagestandaarden voor de huisartsenzorg: Congo is verwijderd, en Bamako (hoofdstad Mali) is toegevoegd. Jullie kunnen de aangepaste triageprotocollen voor fysieke en telefonische triage vinden in het dossier Ebola op de website van het NHG. In dit dossier hebben NHG, LHV en InEen in afstemming met het RIVM de belangrijkste informatie voor huisartsen verzameld over de voorzorgsmaatregelen voor de ziekte Ebola.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Themabijeenkomst wijkverpleging

02 december 2014

Afgelopen dinsdag voorafgaand aan de Algemene Ledenvergadering organiseerden we een goed bezochte themabijeenkomst over de wijkverpleging met een mooie mix van deelnemers uit de achterban. Mieke Reynen (bestuurder Oser/Coöperatie Wijkverpleging Rotterdam e.o.) verzorgde de aftrap met een inspirerend verhaal waaruit blijkt dat eerstelijnszorgorganisaties prima in staat zijn om samen met thuiszorgorganisaties de organisatie van de wijkverpleging op te pakken. Kijk voor een terugblik en de presentaties van de themabijeenkomst op onze website.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Afgelopen dinsdag voorafgaand aan de Algemene Ledenvergadering organiseerden we een goed bezochte themabijeenkomst over de wijkverpleging met een mooie mix van deelnemers uit de achterban. Mieke Reynen (bestuurder Oser/Coöperatie Wijkverpleging Rotterdam e.o.) verzorgde de aftrap met een inspirerend verhaal waaruit blijkt dat eerstelijnszorgorganisaties prima in staat zijn om samen met thuiszorgorganisaties de organisatie van de wijkverpleging op te pakken. Kijk voor een terugblik en de presentaties van de themabijeenkomst op onze website.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Terugblik op netwerkbijeenkomst Kwaliteit 18 november

27 november 2014


kwaliteitMet een goede opkomst (ongeveer 100 mensen) en een levendige kennisuitwisseling was de bijeenkomst van het InEen-netwerk Kwaliteit op dinsdag 18 november 2014 opnieuw een succes. Zoals altijd waren er naast het plenaire programma ook twee aparte programma’s voor zorggroepen en voor huisartsenposten. Hieronder een greep uit de presentaties.

In het plenaire programma presentaties over het meten van kwaliteit. Zo ging Stef Groenewoud, projectleider IQ healthcare, onder andere in op de impact van steeds gedetailleerdere kwaliteitsmetingen op de zorgprofessional. Hoe kan voorkomen worden dat de metingen wrevel oproepen (‘waarom worden we niet vertrouwd?’). Advies: ga met elkaar in gesprek en maak duidelijk dat het niet gaat om het ‘afvinken’ van voorgeschreven handelingen, maar het vinden van de beste manier om een doel te bereiken.

Een positieve reactie ook op het besluit de jaarlijkse vaststelling van de Kritische Kwaliteits Kenmerken voor zorggroepen (KKK’s) in het jaar naar voren te halen, zodat zorggroepen daarmee bij het maken van hun jaarplan beter rekening kunnen houden. Om dezelfde reden gaat ook de afronding van de zelfevaluatie voor zorggroepen eerder in het jaar plaats vinden. Manager Jenny Aarts gaf daarbij een inspirerende presentatie over hoe de zorggroepen in Brabant  het zelfevaluatie-instrument  toepassen om onderling de discussie over kwaliteit te stimuleren.

Deze zomer behaalde de huisartsenpost in Tiel als eerste huisartsenpost een HKZ-certificering voor hun veiligheidsmanagementsysteem.  De module patiëntveiligheid maakt sinds juli 2012 deel uit van het HKZ-certificeringsschema. Directeur Wilma Schreuders-van Rosmalen, directeur Huisartsenposten Gelders Rivierenland, legde uit dat men in Tiel koos voor een risk-based audit, dat wil zeggen het beoordelen van de meest risicovolle processen. Deze processen werden in kaart gebracht met een  prospectieve en een retrospectieve risico-inventarisatie. Op de vraag waarom aparte aandacht voor patiëntveiligheid nodig is – kwaliteit is immers inclusief patiëntveiligheid – antwoordde zij dat patiëntveiligheid zich met name richt op het actief beheersen van risico’s.

Heeft u een interessant onderwerp voor de volgende netwerkbijeenkomst Kwaliteit? Wij horen dat graag van u. Stuur een mail naar info@ineen.nl

 

 

[...]


kwaliteitMet een goede opkomst (ongeveer 100 mensen) en een levendige kennisuitwisseling was de bijeenkomst van het InEen-netwerk Kwaliteit op dinsdag 18 november 2014 opnieuw een succes. Zoals altijd waren er naast het plenaire programma ook twee aparte programma’s voor zorggroepen en voor huisartsenposten. Hieronder een greep uit de presentaties.

In het plenaire programma presentaties over het meten van kwaliteit. Zo ging Stef Groenewoud, projectleider IQ healthcare, onder andere in op de impact van steeds gedetailleerdere kwaliteitsmetingen op de zorgprofessional. Hoe kan voorkomen worden dat de metingen wrevel oproepen (‘waarom worden we niet vertrouwd?’). Advies: ga met elkaar in gesprek en maak duidelijk dat het niet gaat om het ‘afvinken’ van voorgeschreven handelingen, maar het vinden van de beste manier om een doel te bereiken.

Een positieve reactie ook op het besluit de jaarlijkse vaststelling van de Kritische Kwaliteits Kenmerken voor zorggroepen (KKK’s) in het jaar naar voren te halen, zodat zorggroepen daarmee bij het maken van hun jaarplan beter rekening kunnen houden. Om dezelfde reden gaat ook de afronding van de zelfevaluatie voor zorggroepen eerder in het jaar plaats vinden. Manager Jenny Aarts gaf daarbij een inspirerende presentatie over hoe de zorggroepen in Brabant  het zelfevaluatie-instrument  toepassen om onderling de discussie over kwaliteit te stimuleren.

Deze zomer behaalde de huisartsenpost in Tiel als eerste huisartsenpost een HKZ-certificering voor hun veiligheidsmanagementsysteem.  De module patiëntveiligheid maakt sinds juli 2012 deel uit van het HKZ-certificeringsschema. Directeur Wilma Schreuders-van Rosmalen, directeur Huisartsenposten Gelders Rivierenland, legde uit dat men in Tiel koos voor een risk-based audit, dat wil zeggen het beoordelen van de meest risicovolle processen. Deze processen werden in kaart gebracht met een  prospectieve en een retrospectieve risico-inventarisatie. Op de vraag waarom aparte aandacht voor patiëntveiligheid nodig is – kwaliteit is immers inclusief patiëntveiligheid – antwoordde zij dat patiëntveiligheid zich met name richt op het actief beheersen van risico’s.

Heeft u een interessant onderwerp voor de volgende netwerkbijeenkomst Kwaliteit? Wij horen dat graag van u. Stuur een mail naar info@ineen.nl

 

 

Presentaties Netwerkbijeenkomst kwaliteit 18 november 2014

19 november 2014

Stem Saltro!

14 november 2014

Het diagnostisch centrum Saltro, een van onze leden, is genomineerd voor de Achmea Eerstelijns Innovatieprijs 2014. Die nominatie danken ze aan hun inspanningen op het gebied van point of care testing (POCT). POCT levert, met een simpele vingerprik, snel een betrouwbare diagnose waarmee de huisarts tijdens het consult de patiënt gerust kan stellen en het beleid kan bepalen. Het resultaat: aantoonbaar minder doorverwijzingen naar het ziekenhuis en een betere selectie van patiënten die een antibioticum nodig hebben. We kunnen Saltro helpen de prijs in de wacht te slepen door een stem uit te brengen. Lees meer over POCT in de brochure van Saltro of op hun website

[...]

Het diagnostisch centrum Saltro, een van onze leden, is genomineerd voor de Achmea Eerstelijns Innovatieprijs 2014. Die nominatie danken ze aan hun inspanningen op het gebied van point of care testing (POCT). POCT levert, met een simpele vingerprik, snel een betrouwbare diagnose waarmee de huisarts tijdens het consult de patiënt gerust kan stellen en het beleid kan bepalen. Het resultaat: aantoonbaar minder doorverwijzingen naar het ziekenhuis en een betere selectie van patiënten die een antibioticum nodig hebben. We kunnen Saltro helpen de prijs in de wacht te slepen door een stem uit te brengen. Lees meer over POCT in de brochure van Saltro of op hun website

Zelfevaluatie Zorggroepen

30 oktober 2014

zelfevaluatieDe Deelledenvergadering Zorggroepen heeft op 28 oktober 2014 de Kritische Kwaliteits Kenmerken 2015 (KKK’s) vastgesteld. De inhoudelijke aanpassing ten opzichte van 2014 is minimaal. Afgesproken is dat vanaf volgend jaar de vaststelling van de KKK’s parallel gaat lopen aan de interne beleidscyclus van zorggroepen, onder meer door het eerder openen van het nieuwe (online)zelfevaluatie-instrument voor zorgroepen.

De KKK’s vormen de basis van het kwaliteitsbeleid van zorggroepen. Samen met Vilans, het kennisinstituut voor langdurige zorg, heeft InEen begin 2014 een zelfevaluatie-instrument ontwikkeld waarmee zorggroepen kunnen evalueren hoe het gaat met de invoering van de 21 KKK’s. Hun uitkomsten kunnen ze vergelijken met die van andere zorggroepen. Ook biedt het instrument de mogelijkheid de resultaten binnen de eigen zorgketen te toetsen. Door de zelfevaluatie aan het begin van het jaar uit te voeren, is het makkelijker de resultaten mee te nemen in het jaarplan van de zorggroep en in te brengen bij besprekingen over de KKK’s voor het daarop volgende jaar.

Managementtool
De zelfevaluatie is inmiddels door meer dan 50 zorggroepen ingevuld, zo ook door Angelien Borgdorff, projectmanager Huisartsen Utrecht Stad (HUS). Als lid van de InEen-beleidsadviescommissie Kwaliteit was zij betrokken bij de ontwikkeling van het instrument: ‘We merkten behoefte aan een eenvoudig instrument om als zorggroep je eigen handelen te toetsen. Voor huisartsenpraktijken heb je de praktijkaccreditering, maar voor zorggroepen bestond zoiets niet, terwijl er wel steeds meer transparantie wordt gevraagd. Dit instrument geeft goed inzicht in de mate van ontwikkeling van jouw zorggroep. Alleen al door het invullen van de vragenlijst kregen we als HUS redelijk scherp met welke KKK’s we nog aan de slag moeten. Het kenmerk over de incidentenregeling hebben wij bijvoorbeeld nog niet goed beschreven. Dat staat nu dus in ons jaarplan voor 2015. Het instrument houdt je scherp, een zinvolle managementtool, naast de meer zorginhoudelijke instrumenten zoals de landelijke benchmark.’

Delen van informatie
InEen vindt het delen van de informatie met ketenpartners en zorgverleners belangrijk. ‘Je kunt soms als management ervan overtuigd zijn dat alles goed geregeld is, maar vindt de huisarts die bij jou is aangesloten of je ketenpartner dat ook?’, licht beleidsmedewerker Mariska Sijstermans toe. Zowel voor ketenpartners als voor de zorgverleners is er een aangepaste vragenlijst. Sijstermans: ‘De zelfevaluatie door anderen laten invullen is een waardevolle mogelijkheid om met elkaar het gesprek aan te gaan over het kwaliteitsbeleid en de prestaties van de zorggroep op dat punt. Om dit gesprek te faciliteren hebben we de handreiking Aan de slag met zelfevaluatie laten maken.’

De zorggroep RCH Midden-Brabant bracht de resultaten in op een beleidsmiddag. Medisch directeur Angela van Liempd: ‘Acht medewerkers van onze zorggroep hadden de evaluatie ingevuld. De uitkomsten hebben we samen met de landelijke uitkomsten gebruikt als onderlegger voor de beleidsmiddag. Er is die middag in groepjes per thema gediscussieerd over: wat doen we al goed, wat kan beter? Daarna hebben we plenair prioriteiten en actiepunten vastgesteld voor 2015 en verder. De uitwisseling met andere zorggroepen gebeurt vooral informeel tussen bijvoorbeeld zorggroepmanagers onderling.’ Ter ondersteuning van de uitwisseling tussen zorggroepen is er de handreiking Intercollegiale consultatie.

Zorggroepen kunnen hun eigen resultaten bekijken en vergelijken; anderen hebben geen toegang tot de data, ook zorgverzekeraars niet. Borgdorff vindt dat in dit stadium belangrijk. ‘Het zou voor zorggroepen geen stimulans zijn het instrument te gebruiken. Het is een instrument voor zelftoetsing en transparantie naar de ketenpartners.’ Ook InEen krijgt overigens vooralsnog alleen een anonieme terugkoppeling op geaggregeerd niveau.

Verdere ontwikkeling
De bedoeling is het zelfevaluatie-instrument de komende jaren stap voor stap verder te ontwikkelen. Daarover wil InEen op de netwerkbijeenkomst Kwaliteit (18 november 2014) het gesprek aan met de leden zorggroepen. Levert het instrument de verwachte informatie op? Gaf de rapportage voldoende basis voor verbetering van het kwaliteitsbeleid? Hoe is de eventuele intercollegiale consultatie verlopen? Welke rol speelt anonimiteit bij het aanleveren van deze informatie? Ter voorbereiding van deze bijeenkomst ontvangt InEen graag opmerkingen en suggesties.

[...]

zelfevaluatieDe Deelledenvergadering Zorggroepen heeft op 28 oktober 2014 de Kritische Kwaliteits Kenmerken 2015 (KKK’s) vastgesteld. De inhoudelijke aanpassing ten opzichte van 2014 is minimaal. Afgesproken is dat vanaf volgend jaar de vaststelling van de KKK’s parallel gaat lopen aan de interne beleidscyclus van zorggroepen, onder meer door het eerder openen van het nieuwe (online)zelfevaluatie-instrument voor zorgroepen.

De KKK’s vormen de basis van het kwaliteitsbeleid van zorggroepen. Samen met Vilans, het kennisinstituut voor langdurige zorg, heeft InEen begin 2014 een zelfevaluatie-instrument ontwikkeld waarmee zorggroepen kunnen evalueren hoe het gaat met de invoering van de 21 KKK’s. Hun uitkomsten kunnen ze vergelijken met die van andere zorggroepen. Ook biedt het instrument de mogelijkheid de resultaten binnen de eigen zorgketen te toetsen. Door de zelfevaluatie aan het begin van het jaar uit te voeren, is het makkelijker de resultaten mee te nemen in het jaarplan van de zorggroep en in te brengen bij besprekingen over de KKK’s voor het daarop volgende jaar.

Managementtool
De zelfevaluatie is inmiddels door meer dan 50 zorggroepen ingevuld, zo ook door Angelien Borgdorff, projectmanager Huisartsen Utrecht Stad (HUS). Als lid van de InEen-beleidsadviescommissie Kwaliteit was zij betrokken bij de ontwikkeling van het instrument: ‘We merkten behoefte aan een eenvoudig instrument om als zorggroep je eigen handelen te toetsen. Voor huisartsenpraktijken heb je de praktijkaccreditering, maar voor zorggroepen bestond zoiets niet, terwijl er wel steeds meer transparantie wordt gevraagd. Dit instrument geeft goed inzicht in de mate van ontwikkeling van jouw zorggroep. Alleen al door het invullen van de vragenlijst kregen we als HUS redelijk scherp met welke KKK’s we nog aan de slag moeten. Het kenmerk over de incidentenregeling hebben wij bijvoorbeeld nog niet goed beschreven. Dat staat nu dus in ons jaarplan voor 2015. Het instrument houdt je scherp, een zinvolle managementtool, naast de meer zorginhoudelijke instrumenten zoals de landelijke benchmark.’

Delen van informatie
InEen vindt het delen van de informatie met ketenpartners en zorgverleners belangrijk. ‘Je kunt soms als management ervan overtuigd zijn dat alles goed geregeld is, maar vindt de huisarts die bij jou is aangesloten of je ketenpartner dat ook?’, licht beleidsmedewerker Mariska Sijstermans toe. Zowel voor ketenpartners als voor de zorgverleners is er een aangepaste vragenlijst. Sijstermans: ‘De zelfevaluatie door anderen laten invullen is een waardevolle mogelijkheid om met elkaar het gesprek aan te gaan over het kwaliteitsbeleid en de prestaties van de zorggroep op dat punt. Om dit gesprek te faciliteren hebben we de handreiking Aan de slag met zelfevaluatie laten maken.’

De zorggroep RCH Midden-Brabant bracht de resultaten in op een beleidsmiddag. Medisch directeur Angela van Liempd: ‘Acht medewerkers van onze zorggroep hadden de evaluatie ingevuld. De uitkomsten hebben we samen met de landelijke uitkomsten gebruikt als onderlegger voor de beleidsmiddag. Er is die middag in groepjes per thema gediscussieerd over: wat doen we al goed, wat kan beter? Daarna hebben we plenair prioriteiten en actiepunten vastgesteld voor 2015 en verder. De uitwisseling met andere zorggroepen gebeurt vooral informeel tussen bijvoorbeeld zorggroepmanagers onderling.’ Ter ondersteuning van de uitwisseling tussen zorggroepen is er de handreiking Intercollegiale consultatie.

Zorggroepen kunnen hun eigen resultaten bekijken en vergelijken; anderen hebben geen toegang tot de data, ook zorgverzekeraars niet. Borgdorff vindt dat in dit stadium belangrijk. ‘Het zou voor zorggroepen geen stimulans zijn het instrument te gebruiken. Het is een instrument voor zelftoetsing en transparantie naar de ketenpartners.’ Ook InEen krijgt overigens vooralsnog alleen een anonieme terugkoppeling op geaggregeerd niveau.

Verdere ontwikkeling
De bedoeling is het zelfevaluatie-instrument de komende jaren stap voor stap verder te ontwikkelen. Daarover wil InEen op de netwerkbijeenkomst Kwaliteit (18 november 2014) het gesprek aan met de leden zorggroepen. Levert het instrument de verwachte informatie op? Gaf de rapportage voldoende basis voor verbetering van het kwaliteitsbeleid? Hoe is de eventuele intercollegiale consultatie verlopen? Welke rol speelt anonimiteit bij het aanleveren van deze informatie? Ter voorbereiding van deze bijeenkomst ontvangt InEen graag opmerkingen en suggesties.

Wet kwaliteit klachten en geschillen zorg

22 oktober 2014

De Eerste Kamer heeft op dit moment de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) in behandeling. Een groot aantal eerstelijns organisaties, waaronder InEen, heeft kritiek geuit op deze wet. Deze week hebben we de Eerste Kamer nogmaals geattendeerd op onze drie hoofdpunten van kritiek. 1. De nieuwe wet vraagt zorgverleners zelf een uitspraak te doen over klachten, waardoor patiënten de (huidige) onafhankelijke en laagdrempelige klachtafhandeling verliezen. 2. De nieuwe wet leidt tot extra kosten voor de kleinschalige zorgaanbieder. 3. In de nieuwe regeling wordt bij alle uitspraken – gegrond en ongegrond – de naam van de zorgaanbieder genoemd, hetgeen een nodeloze belasting betekent. Lees de brief en heet eerdere position paper van het KNMG. We houden jullie natuurlijk op de hoogte.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht

[...]

De Eerste Kamer heeft op dit moment de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) in behandeling. Een groot aantal eerstelijns organisaties, waaronder InEen, heeft kritiek geuit op deze wet. Deze week hebben we de Eerste Kamer nogmaals geattendeerd op onze drie hoofdpunten van kritiek. 1. De nieuwe wet vraagt zorgverleners zelf een uitspraak te doen over klachten, waardoor patiënten de (huidige) onafhankelijke en laagdrempelige klachtafhandeling verliezen. 2. De nieuwe wet leidt tot extra kosten voor de kleinschalige zorgaanbieder. 3. In de nieuwe regeling wordt bij alle uitspraken – gegrond en ongegrond – de naam van de zorgaanbieder genoemd, hetgeen een nodeloze belasting betekent. Lees de brief en heet eerdere position paper van het KNMG. We houden jullie natuurlijk op de hoogte.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht

Landelijk Meldpunt Zorg

22 oktober 2014

Half september heeft VWS het Landelijk Meldpunt Zorg (LMZ) opgericht. ‘Het Landelijk Meldpunt Zorg geeft advies en informatie over de afhandeling van klachten over de kwaliteit van zorg. Wij lossen geen klachten op, maar helpen u wel verder’, aldus de website van het LMZ. Hoewel het positief is dat mensen nu op één plek terecht kunnen voor informatie, heeft deze aanpak een belangrijk knelpunt. Wanneer patiënten het meldpunt benadert met vragen over de klachtafhandeling, benadert het LMZ de betrokken zorgverleners die daardoor in een dilemma worden gebracht. Immers, hoe kunnen zij reageren zonder hun beroepsgeheim te schenden? Een ander kritiekpunt is dat LMZ dagelijks een klachtenoverzicht naar de IGZ stuurt waarin de namen van de betrokken zorgverleners worden genoemd, dat wil zeggen zonder dat is nagegaan of de klachten ergens op gebaseerd zijn. Als InEen sluiten we ons van harte aan bij de kritiek van het KNMG die verder met VWS in gesprek gaat over een oplossing.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht

[...]

Half september heeft VWS het Landelijk Meldpunt Zorg (LMZ) opgericht. ‘Het Landelijk Meldpunt Zorg geeft advies en informatie over de afhandeling van klachten over de kwaliteit van zorg. Wij lossen geen klachten op, maar helpen u wel verder’, aldus de website van het LMZ. Hoewel het positief is dat mensen nu op één plek terecht kunnen voor informatie, heeft deze aanpak een belangrijk knelpunt. Wanneer patiënten het meldpunt benadert met vragen over de klachtafhandeling, benadert het LMZ de betrokken zorgverleners die daardoor in een dilemma worden gebracht. Immers, hoe kunnen zij reageren zonder hun beroepsgeheim te schenden? Een ander kritiekpunt is dat LMZ dagelijks een klachtenoverzicht naar de IGZ stuurt waarin de namen van de betrokken zorgverleners worden genoemd, dat wil zeggen zonder dat is nagegaan of de klachten ergens op gebaseerd zijn. Als InEen sluiten we ons van harte aan bij de kritiek van het KNMG die verder met VWS in gesprek gaat over een oplossing.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht

Zorgbalans over prestaties van de Nederlandse gezondheidszorg

26 september 2014

Het RIVM maakt iedere vier jaar de balans op van de kwaliteit, de toegankelijkheid en de betaalbaarheid van de Nederlandse gezondheidszorg. Dit gebeurt aan de hand van 140 indicatoren. De Zorgbalans 2014 signaleert veel positieve ontwikkelingen en een aantal aandachtspunten. Zo is het aantal mensen dat stierf na een beroerte of hartinfarct afgenomen. De overleving bij verschillende soorten kanker is gestegen. De ouderenzorg blijft een punt van aandacht.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

[...]

Het RIVM maakt iedere vier jaar de balans op van de kwaliteit, de toegankelijkheid en de betaalbaarheid van de Nederlandse gezondheidszorg. Dit gebeurt aan de hand van 140 indicatoren. De Zorgbalans 2014 signaleert veel positieve ontwikkelingen en een aantal aandachtspunten. Zo is het aantal mensen dat stierf na een beroerte of hartinfarct afgenomen. De overleving bij verschillende soorten kanker is gestegen. De ouderenzorg blijft een punt van aandacht.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

Toolkit aanpak kindermishandeling en huiselijk geweld

24 september 2014

toolkitHuisartsen en andere eerstelijnszorgverleners kunnen het verschil maken voor kinderen of gezinnen die met mishandeling en geweld te maken hebben. Om de huisartsen te ondersteunen bij deze belangrijke taak heeft de LHV samen met het NHG, InEen en het KNMG een toolkit ontwikkeld. Daarin staat de meest belangrijke informatie over de aanpak van kindermishandeling en huiselijk geweld in de huisartsenzorg bij elkaar.

Alle benodigde informatie bij elkaar
De Toolkit Aanpak kindermishandeling en huiselijk geweld is een praktisch handvat voor alle zorgverleners in de huisartsenzorg. Veel aandacht gaat uit naar de KNMG-meldcode en de daarin opgenomen kindcheck. Ook geeft de online toolkit aandachtspunten voor de huisartsenpraktijk, stappenplannen en meer. Met behulp van de navigatie bovenaan het document kunt u de verschillende onderwerpen snel en makkelijk doorlopen.

Verplichte meldcode met kindcheck
De wet Verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling onderstreept nog eens de belangrijke rol van professionals bij het herkennen van mishandeling en het initiëren van hulp. De wet is sinds juli 2013 van kracht en verplicht alle zorginstellingen en professionals een meldcode te hanteren. Onderdeel van deze meldcode is ook de kindcheck. De KNMG meldcode is op dit punt aangepast. Informatie over de kindcheck vindt u ook in de Toolkit en op de website van de LHV.

Implementatie huisartsenposten
Omdat – zo blijkt uit onderzoek – huisartsenposten vaker mensen zien die te maken hebben met kindermishandeling of huiselijk geweld geeft VWS via kindcheck-huisartsenpost.nl ondersteunende informatie speciaal gericht op huisartsenposten. Het implementatietraject gericht op huisartsenposten is begin september van start gegaan en duurt tot september 2015.

[...]

toolkitHuisartsen en andere eerstelijnszorgverleners kunnen het verschil maken voor kinderen of gezinnen die met mishandeling en geweld te maken hebben. Om de huisartsen te ondersteunen bij deze belangrijke taak heeft de LHV samen met het NHG, InEen en het KNMG een toolkit ontwikkeld. Daarin staat de meest belangrijke informatie over de aanpak van kindermishandeling en huiselijk geweld in de huisartsenzorg bij elkaar.

Alle benodigde informatie bij elkaar
De Toolkit Aanpak kindermishandeling en huiselijk geweld is een praktisch handvat voor alle zorgverleners in de huisartsenzorg. Veel aandacht gaat uit naar de KNMG-meldcode en de daarin opgenomen kindcheck. Ook geeft de online toolkit aandachtspunten voor de huisartsenpraktijk, stappenplannen en meer. Met behulp van de navigatie bovenaan het document kunt u de verschillende onderwerpen snel en makkelijk doorlopen.

Verplichte meldcode met kindcheck
De wet Verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling onderstreept nog eens de belangrijke rol van professionals bij het herkennen van mishandeling en het initiëren van hulp. De wet is sinds juli 2013 van kracht en verplicht alle zorginstellingen en professionals een meldcode te hanteren. Onderdeel van deze meldcode is ook de kindcheck. De KNMG meldcode is op dit punt aangepast. Informatie over de kindcheck vindt u ook in de Toolkit en op de website van de LHV.

Implementatie huisartsenposten
Omdat – zo blijkt uit onderzoek – huisartsenposten vaker mensen zien die te maken hebben met kindermishandeling of huiselijk geweld geeft VWS via kindcheck-huisartsenpost.nl ondersteunende informatie speciaal gericht op huisartsenposten. Het implementatietraject gericht op huisartsenposten is begin september van start gegaan en duurt tot september 2015.

Netwerkbijeenkomst Kwaliteit op 18 november 2014

23 september 2014

Na een succesvolle eerste gezamenlijke netwerkbijeenkomst kwaliteit in mei, organiseren we op dinsdag 18 november een tweede kwaliteitsbijeenkomst voor alle leden. Opnieuw streven we naar een diversiteit aan actuele onderwerpen die betrekking hebben op jullie kwaliteitsbeleid. Ook is er weer voldoende gelegenheid om elkaar te ontmoeten en ervaringen uit te wisselen.

Kwaliteitsmedewerkers van alle leden zijn van harte welkom. Er is een plenair programma dat voor alle ledengroepen relevant is en twee deelprogramma’s richten zich specifiek op huisartsenposten en zorggroepen. Let op: om het voor deelnemers mogelijk te maken bij beide deelprogramma’s aan te sluiten start de netwerkbijeenkomst al in de ochtend. Jullie zijn van harte uitgenodigd een kwaliteitsinitiatief van je eigen organisatie kort aan de andere leden te presenteren. Neem voor het aanmelden van zo’n flitspresentatie contact op met Mariska Sijstermans (m.sijstermans@ineen.nl  of 030-282 3788). Meer informatie volgt, noteer 18 november alvast.

[...]

Na een succesvolle eerste gezamenlijke netwerkbijeenkomst kwaliteit in mei, organiseren we op dinsdag 18 november een tweede kwaliteitsbijeenkomst voor alle leden. Opnieuw streven we naar een diversiteit aan actuele onderwerpen die betrekking hebben op jullie kwaliteitsbeleid. Ook is er weer voldoende gelegenheid om elkaar te ontmoeten en ervaringen uit te wisselen.

Kwaliteitsmedewerkers van alle leden zijn van harte welkom. Er is een plenair programma dat voor alle ledengroepen relevant is en twee deelprogramma’s richten zich specifiek op huisartsenposten en zorggroepen. Let op: om het voor deelnemers mogelijk te maken bij beide deelprogramma’s aan te sluiten start de netwerkbijeenkomst al in de ochtend. Jullie zijn van harte uitgenodigd een kwaliteitsinitiatief van je eigen organisatie kort aan de andere leden te presenteren. Neem voor het aanmelden van zo’n flitspresentatie contact op met Mariska Sijstermans (m.sijstermans@ineen.nl  of 030-282 3788). Meer informatie volgt, noteer 18 november alvast.

NHG Kaderopleiding Beleid & Beheer

25 juni 2014

Na de zomer gaat weer een NHG-kaderopleidng Beleid & Beheer van start. De opleiding heeft een gemiddelde tijdsbelasting van een dag per week en duurt twee jaar, waarbij in het eerste jaar een basis wordt gelegd met kennis over projectmatig werken en in het tweede jaar een praktijkoverstijgend project wordt uitgevoerd. De opleiding wordt uitgevoerd door het LUMC in Leiden en richt zich op huisartsen en eerstelijns bestuurders/ managers die opzoek zijn naar ‘originaliteit, vernieuwing, persoonlijke ontwikkeling en plezier in je vak’. Lees in de informatieve brochure (pdf)  alle informatie over de opzet, inhoud, kosten en accreditatie.

[...]

Na de zomer gaat weer een NHG-kaderopleidng Beleid & Beheer van start. De opleiding heeft een gemiddelde tijdsbelasting van een dag per week en duurt twee jaar, waarbij in het eerste jaar een basis wordt gelegd met kennis over projectmatig werken en in het tweede jaar een praktijkoverstijgend project wordt uitgevoerd. De opleiding wordt uitgevoerd door het LUMC in Leiden en richt zich op huisartsen en eerstelijns bestuurders/ managers die opzoek zijn naar ‘originaliteit, vernieuwing, persoonlijke ontwikkeling en plezier in je vak’. Lees in de informatieve brochure (pdf)  alle informatie over de opzet, inhoud, kosten en accreditatie.

19 juni: IGZ-congres Patiëntveiligheid

06 juni 2014

Het jaarlijkse IGZ-congres over patiëntveiligheid heeft dit jaar als thema is ‘Waar angst regeert, wordt niet geleerd’. De deelnemers worden opgeroepen een volgende stap te zetten in de ontwikkeling van patiëntveiligheid, namelijk van Blame Free naar Just Culture. Het hoofdprogramma staat in het teken van Just Culture met lezingen en workshops over verschillende aspecten van het onderwerp (cultuur, scholing, ethische vragen). Er zijn twee parallelprogramma’s. Allereerst ‘Sturen op functioneren’ waarin de balans tussen leren en straffen centraal staat (een ‘uitdaging waar menig collega of manager zich voor gesteld ziet’, aldus het programma). Het tweede parallelprogramma ‘Sturen op Kwaliteit en Veiligheid’ is speciaal gericht op bestuurders. Tijdens het congres wordt ook de jaarlijkse IGZ ZorgVeiligPrijs uitgereikt. Het congres vindt plaats op 19 juni a.s. in De Doelen in Rotterdam. Gedetailleerde informatie over programma en aanmelding vinden jullie op de website van IGZ.

[...]

Het jaarlijkse IGZ-congres over patiëntveiligheid heeft dit jaar als thema is ‘Waar angst regeert, wordt niet geleerd’. De deelnemers worden opgeroepen een volgende stap te zetten in de ontwikkeling van patiëntveiligheid, namelijk van Blame Free naar Just Culture. Het hoofdprogramma staat in het teken van Just Culture met lezingen en workshops over verschillende aspecten van het onderwerp (cultuur, scholing, ethische vragen). Er zijn twee parallelprogramma’s. Allereerst ‘Sturen op functioneren’ waarin de balans tussen leren en straffen centraal staat (een ‘uitdaging waar menig collega of manager zich voor gesteld ziet’, aldus het programma). Het tweede parallelprogramma ‘Sturen op Kwaliteit en Veiligheid’ is speciaal gericht op bestuurders. Tijdens het congres wordt ook de jaarlijkse IGZ ZorgVeiligPrijs uitgereikt. Het congres vindt plaats op 19 juni a.s. in De Doelen in Rotterdam. Gedetailleerde informatie over programma en aanmelding vinden jullie op de website van IGZ.

Druk bezochte en informatieve bijeenkomst netwerk Kwaliteit

30 mei 2014

De eerste InEen-netwerkbijeenkomst Kwaliteit op 27 mei was met bijna 130 deelnemers uit zorggroepen, huisartsenposten, gezondheidscentra en enkele ROS-en een groot succes. De grote opkomst en de vele positieve reacties maakten duidelijk dat deze gezamenlijke netwerkbijeenkomst in een behoefte voorziet. Wordt vervolgd!

In het plenaire programma stond een toelichting op de wet Kwaliteit, Klachten en Geschillen Zorg op het programma. Deze wet gaat straks de Kwaliteitswet zorginstellingen en de wet klachtrecht cliënten zorgsector vervangen. Hoewel het wetsvoorstel  al door de Tweede Kamer is aangenomen valt er nog flink wat op aan te merken. InEen probeert nu samen met LHV en KNMG de behandeling in de Eerste Kamer te beïnvloeden. We houden jullie op de hoogte. Verder aandacht voor het onderwerp informatiebeveiliging met een toelichting vanuit de huisartsenpost en de zorggroep in Nijmegen (Sabine Verheggen en Margreet Jacobs) en voor het onderzoek naar de bruikbaarheid van een veiligheidsmanagement systeem (specifiek veilig incident melden) in de huisartsenzorg. Huisarts en onderzoeker Dorien Zwart concludeerde dat een goed veiligheidsmanagement risico’s in de huisartsenzorg beperkt, maar niet uitsluit. Aandacht voor het omgaan met deze risico’s door de zorgprofessionals en voor de veiligheidscultuur is cruciaal.

Deelsessie huisartsenposten
Hester Diderich, projectleider implementatie kindcheck SEH, RAV en HAP, gaf de deelnemers uit de huisartsenposten een toelichting op de kindcheck en het bijbehorende implementatietraject dat in september 2014 van start gaat (hierover krijgen de huisartsenposten deze zomer meer informatie). Olaf Breek en Konca Lüsschen van de IGZ gingen in op een rapportageformat voor het melden van calamiteiten. Een IGZ-werkgroep ontwierp het format na eerder overleg om meer duidelijkheid te scheppen over wat wel en niet in een calamiteitenrapportage thuishoort, en hoe de inspecteurs deze rapportage beoordelen. Binnenkort komt het format voor alle huisartsenposten beschikbaar, ook digitaal. Afgesproken is het volgend jaar gezamenlijk te evalueren. Tot slot aandacht voor de ontwikkelingen rond het meten van de kwaliteit van triage en de regels voor herregistratie voor triagisten, en voor de invoering van de SBAR methode voor overdracht in de regio’s Amsterdam en Zaanstreek-Waterland.

Deelsessie zorggroepen
In de deelsessie voor zorggroepen liet Sergio van Keulen, directeur onderzoeksbureau Totta, de mogelijkheden van het CViews programma zien waarmee zorggroepen hun eigen zelfevaluatieresultaten en die van anderen kunnen bekijken. Lidewij Vat van Vilans gaf een toelichting op de handreiking Inter Collegiale Consultatie die InEen en Vilans hebben opgesteld om samen met andere zorggroepen in gesprek te gaan over de resultaten van de zelfevaluatie. De handreiking werd meteen in de praktijk getest. In kleine groepen gingen de deelnemers met elkaar in gesprek over één van de Kritische Kwaliteits Kenmerken (KKK’s). De handreiking Inter Collegiale Consultatie wordt binnenkort aan alle zorggroepen toegestuurd via het netwerk Kwaliteit. Ter afsluiting kreeg InEen waardevolle suggesties voor de ondersteuning bij het verder implementeren van de KKK’s.

[...]

De eerste InEen-netwerkbijeenkomst Kwaliteit op 27 mei was met bijna 130 deelnemers uit zorggroepen, huisartsenposten, gezondheidscentra en enkele ROS-en een groot succes. De grote opkomst en de vele positieve reacties maakten duidelijk dat deze gezamenlijke netwerkbijeenkomst in een behoefte voorziet. Wordt vervolgd!

In het plenaire programma stond een toelichting op de wet Kwaliteit, Klachten en Geschillen Zorg op het programma. Deze wet gaat straks de Kwaliteitswet zorginstellingen en de wet klachtrecht cliënten zorgsector vervangen. Hoewel het wetsvoorstel  al door de Tweede Kamer is aangenomen valt er nog flink wat op aan te merken. InEen probeert nu samen met LHV en KNMG de behandeling in de Eerste Kamer te beïnvloeden. We houden jullie op de hoogte. Verder aandacht voor het onderwerp informatiebeveiliging met een toelichting vanuit de huisartsenpost en de zorggroep in Nijmegen (Sabine Verheggen en Margreet Jacobs) en voor het onderzoek naar de bruikbaarheid van een veiligheidsmanagement systeem (specifiek veilig incident melden) in de huisartsenzorg. Huisarts en onderzoeker Dorien Zwart concludeerde dat een goed veiligheidsmanagement risico’s in de huisartsenzorg beperkt, maar niet uitsluit. Aandacht voor het omgaan met deze risico’s door de zorgprofessionals en voor de veiligheidscultuur is cruciaal.

Deelsessie huisartsenposten
Hester Diderich, projectleider implementatie kindcheck SEH, RAV en HAP, gaf de deelnemers uit de huisartsenposten een toelichting op de kindcheck en het bijbehorende implementatietraject dat in september 2014 van start gaat (hierover krijgen de huisartsenposten deze zomer meer informatie). Olaf Breek en Konca Lüsschen van de IGZ gingen in op een rapportageformat voor het melden van calamiteiten. Een IGZ-werkgroep ontwierp het format na eerder overleg om meer duidelijkheid te scheppen over wat wel en niet in een calamiteitenrapportage thuishoort, en hoe de inspecteurs deze rapportage beoordelen. Binnenkort komt het format voor alle huisartsenposten beschikbaar, ook digitaal. Afgesproken is het volgend jaar gezamenlijk te evalueren. Tot slot aandacht voor de ontwikkelingen rond het meten van de kwaliteit van triage en de regels voor herregistratie voor triagisten, en voor de invoering van de SBAR methode voor overdracht in de regio’s Amsterdam en Zaanstreek-Waterland.

Deelsessie zorggroepen
In de deelsessie voor zorggroepen liet Sergio van Keulen, directeur onderzoeksbureau Totta, de mogelijkheden van het CViews programma zien waarmee zorggroepen hun eigen zelfevaluatieresultaten en die van anderen kunnen bekijken. Lidewij Vat van Vilans gaf een toelichting op de handreiking Inter Collegiale Consultatie die InEen en Vilans hebben opgesteld om samen met andere zorggroepen in gesprek te gaan over de resultaten van de zelfevaluatie. De handreiking werd meteen in de praktijk getest. In kleine groepen gingen de deelnemers met elkaar in gesprek over één van de Kritische Kwaliteits Kenmerken (KKK’s). De handreiking Inter Collegiale Consultatie wordt binnenkort aan alle zorggroepen toegestuurd via het netwerk Kwaliteit. Ter afsluiting kreeg InEen waardevolle suggesties voor de ondersteuning bij het verder implementeren van de KKK’s.

Terugblik werkconferentie Kwaliteit voor zorggroepen

01 mei 2014

Dat de zorggroepen kwaliteit hoog in het vaandel hebben, bleek wel uit de ruim 60 mensen die zich hebben aangemeld voor de werkconferentie kwaliteit voor zorggroepen van 24 april jl.

Professor Niek de Wit, lid van de Adviesraad kwaliteit van het ZorgInstituut Nederland, geeft aan dat het uitgangspunt van het ZorgInstutuut is het inrichten van zinnige en zuinige zorg. Gepast zorggebruik dus en dat kan alleen bij goede kwaliteit van zorg en de bijbehorende transparantie van kwaliteit. De Wit benadrukte de belangrijke rol die zorggroepen hebben bij de implementatie van kwaliteit in de ketenzorg. Hij deed een nadrukkelijk appel op de zorggroepen:  ‘Vanuit het Zorginstituut Nederland zie ik een goede samenwerking met InEen en de zorggroepen voor me. We hebben jullie nodig, dáár moet het gebeuren!’ Download de presentatie (6 mb)

Zelfevaluatie zorggroepen
Ellen Spierings, beleidsmedewerker InEen ging in op de resultaten van de vragenlijst zelfevaluatie zorggroepen. Met 51 hoofdinvullers was de respons hoog. Zorggroepen houden van openheid: er waren slechts 14 anoniem ingevulde vragenlijsten. Uit de antwoorden bleek dat de meeste zorggroepen de KKK’s (Kritische KwaliteitsKenmerken) hebben geïmplementeerd of hard werken aan die implementatie. Nog niet veel zorggroepen hebben het vastleggen van persoonlijke zorgdoelen al volledig geïmplementeerd, maar voor veel zorggroepen heeft het duidelijk prioriteit. Ook zelfmanagement is een aandachtpunt waar veel energie naar uitgaat.

Pieter Boon van Totta Research verzorgde een korte preview van de website waar de zorggroepen straks de eigen uitkomsten kunnen vergelijken met andere zorggroepen. Voor onderdelen waarmee ze aan de slag willen, zijn handreikingen beschikbaar. Ook kunnen ze ervaringen ophalen bij andere zorggroepen die al verder zijn op dat thema. De site is binnenkort operationeel.

Leren van elkaar
Lidewij Vat, adviseur Vilans en Harrie Geboers benadrukken het belang van het delen van ervaringen tussen zorggroepen. ‘Kennis delen helpt om zaken helder te krijgen, op een gelijkwaardig niveau.’ Beiden gingen met de aanwezigen in gesprek over peer-to-peer reviews. Daaruit kwam naar voren dat de deelnemers niet uit zijn op normerende, waardebepalende reviews, maar ze zien het als middel om van elkaar te kunnen leren door kennis en ervaringen uit te wisselen. Het gaat juist om het leren van elkaar. ‘Het mag niet fungeren als afrekening, je doet het om verder te komen’, aldus de deelnemers.

Kritische Kwaliteitskenmerken
Na de pauze is het aanpassen van de KKK’s (Kritische Kwaliteitskenmerken) voor 2014 aan de orde geweest, evenals mogelijke nieuwe KKK’s in 2015. In 2014 betreft het een bijstelling op teksten, maar er komen geen nieuwe KKK’s bij. InEen zet wel in op het meten van patiëntervaringen, daarover is overleg met de zorgverzekeraars. Mogelijk kunnen er dit jaar stappen worden gezet, waardoor er per 2015 daartoe een nieuwe generiek instrument is.

Zelfzorg Ondersteund
Tot slot ging InEen-bestuurder Maarten Klomp in op Zelfzorg Ondersteund!, de organisatie waarvan InEen ook lid is. Hij ging daarbij in op de inkoopvoorwaarden in 2015 ten aanzien van zelfmanagement. Een onderwerp dat de komende jaren steeds meer aandacht zal krijgen. Overigens is er op 5 juni a.s. een bijeenkomst van ZO! van 16.00 – 20.00 uur. Zie de uitnodiging hiervoor.

[...]

Dat de zorggroepen kwaliteit hoog in het vaandel hebben, bleek wel uit de ruim 60 mensen die zich hebben aangemeld voor de werkconferentie kwaliteit voor zorggroepen van 24 april jl.

Professor Niek de Wit, lid van de Adviesraad kwaliteit van het ZorgInstituut Nederland, geeft aan dat het uitgangspunt van het ZorgInstutuut is het inrichten van zinnige en zuinige zorg. Gepast zorggebruik dus en dat kan alleen bij goede kwaliteit van zorg en de bijbehorende transparantie van kwaliteit. De Wit benadrukte de belangrijke rol die zorggroepen hebben bij de implementatie van kwaliteit in de ketenzorg. Hij deed een nadrukkelijk appel op de zorggroepen:  ‘Vanuit het Zorginstituut Nederland zie ik een goede samenwerking met InEen en de zorggroepen voor me. We hebben jullie nodig, dáár moet het gebeuren!’ Download de presentatie (6 mb)

Zelfevaluatie zorggroepen
Ellen Spierings, beleidsmedewerker InEen ging in op de resultaten van de vragenlijst zelfevaluatie zorggroepen. Met 51 hoofdinvullers was de respons hoog. Zorggroepen houden van openheid: er waren slechts 14 anoniem ingevulde vragenlijsten. Uit de antwoorden bleek dat de meeste zorggroepen de KKK’s (Kritische KwaliteitsKenmerken) hebben geïmplementeerd of hard werken aan die implementatie. Nog niet veel zorggroepen hebben het vastleggen van persoonlijke zorgdoelen al volledig geïmplementeerd, maar voor veel zorggroepen heeft het duidelijk prioriteit. Ook zelfmanagement is een aandachtpunt waar veel energie naar uitgaat.

Pieter Boon van Totta Research verzorgde een korte preview van de website waar de zorggroepen straks de eigen uitkomsten kunnen vergelijken met andere zorggroepen. Voor onderdelen waarmee ze aan de slag willen, zijn handreikingen beschikbaar. Ook kunnen ze ervaringen ophalen bij andere zorggroepen die al verder zijn op dat thema. De site is binnenkort operationeel.

Leren van elkaar
Lidewij Vat, adviseur Vilans en Harrie Geboers benadrukken het belang van het delen van ervaringen tussen zorggroepen. ‘Kennis delen helpt om zaken helder te krijgen, op een gelijkwaardig niveau.’ Beiden gingen met de aanwezigen in gesprek over peer-to-peer reviews. Daaruit kwam naar voren dat de deelnemers niet uit zijn op normerende, waardebepalende reviews, maar ze zien het als middel om van elkaar te kunnen leren door kennis en ervaringen uit te wisselen. Het gaat juist om het leren van elkaar. ‘Het mag niet fungeren als afrekening, je doet het om verder te komen’, aldus de deelnemers.

Kritische Kwaliteitskenmerken
Na de pauze is het aanpassen van de KKK’s (Kritische Kwaliteitskenmerken) voor 2014 aan de orde geweest, evenals mogelijke nieuwe KKK’s in 2015. In 2014 betreft het een bijstelling op teksten, maar er komen geen nieuwe KKK’s bij. InEen zet wel in op het meten van patiëntervaringen, daarover is overleg met de zorgverzekeraars. Mogelijk kunnen er dit jaar stappen worden gezet, waardoor er per 2015 daartoe een nieuwe generiek instrument is.

Zelfzorg Ondersteund
Tot slot ging InEen-bestuurder Maarten Klomp in op Zelfzorg Ondersteund!, de organisatie waarvan InEen ook lid is. Hij ging daarbij in op de inkoopvoorwaarden in 2015 ten aanzien van zelfmanagement. Een onderwerp dat de komende jaren steeds meer aandacht zal krijgen. Overigens is er op 5 juni a.s. een bijeenkomst van ZO! van 16.00 – 20.00 uur. Zie de uitnodiging hiervoor.

Individueel Zorgplan

22 april 2014

Het Coördinatieplatform Zorgstandaarden, inmiddels onderdeel van het Zorginstituut Nederland, heeft het Raamwerk Individueel Zorgplan ontwikkeld. In het project ‘Ontwikkeling referentiemodel Individueel Zorgplan hebben het NHG, Vilans en NPCF  een programma van eisen voor een generiek Individueel Zorgplan (IZP) ontwikkeld. Daarbij is ook de vertaalslag gemaakt naar  een referentiemodel voor het vastleggen van afspraken tussen patiënten en zorgverleners. In een factsheet staan de uitgangspunten en functionaliteiten van een generiek IZP. In een factsheet staan de uitgangspunten en functionaliteiten van een generiek IZP.

Bijna gereed
‘Vooruitlopend op dit plan heeft een aantal zorggroepen al geëxperimenteerd met een individueel zorgplan’, vermeldt Maarten Klomp, bestuurslid InEen, huisarts en directeur DOH (De Ondernemende Huisarts). Andere zorggroepen hebben gewacht op de ontwikkeling van het IZP, dat nu nagenoeg gereed is.’

Ondersteunende ICT
Hij is het grotendeels eens met de strekking van het ontwikkelde IZP. ‘Ik vindt het vooral belangrijk dat het individuele zorgplan de weg wijst om samen met de patiënt te komen tot een plan van aanpak, dat optimaal past bij zijn eigen gezondheidssituatie en voorkeuren. Met het IZP ontstaat er een ander proces in de spreekkamer. De huisarts en patiënt maken samen afspraken.’
Peinzend: ‘Dat betekent dat scholing voor de zorgverleners nodig is om ze nog beter te leren hoe ze met de patiënten het gesprek gaan voeren volgens de principes van het IZP. Daarnaast moeten we kijken hoe we de patiënt zelf kunnen bewegen om actief een rol te spelen in het zorgproces. Het gaat om shared decision making. En tenslotte is er de ondersteuning middels ICT. Dat laatste is in mijn optiek nog het meest spannend. Hoe kunnen we voorkomen dat de ICT het proces ondersteunt en dat het niet leidt tot overstructurering, waardoor het gaat knellen? Als het een keurslijf wordt, zal het weerstand oproepen. Dat is nog een zoektocht.’

Andere houding
Maarten Klomp verwacht dat de implementatie van het IZP vanaf begin 2015 kan starten. ‘Het inbouwen van de ICT in de HIS’en en KIS’en vindt in de loop van dit jaar plaats. Er is al overleg met InEen over de wijze implementatie. En dan gaat het zeker niet alleen over de ICT, maar vooral over de wijze waarop je het proces krijgt ingeregeld. Want het vereist een andere houding, zowel van de patiënt als van de zorgverlener. Dat komt niet vanzelf tot stand.’

[...]

Het Coördinatieplatform Zorgstandaarden, inmiddels onderdeel van het Zorginstituut Nederland, heeft het Raamwerk Individueel Zorgplan ontwikkeld. In het project ‘Ontwikkeling referentiemodel Individueel Zorgplan hebben het NHG, Vilans en NPCF  een programma van eisen voor een generiek Individueel Zorgplan (IZP) ontwikkeld. Daarbij is ook de vertaalslag gemaakt naar  een referentiemodel voor het vastleggen van afspraken tussen patiënten en zorgverleners. In een factsheet staan de uitgangspunten en functionaliteiten van een generiek IZP. In een factsheet staan de uitgangspunten en functionaliteiten van een generiek IZP.

Bijna gereed
‘Vooruitlopend op dit plan heeft een aantal zorggroepen al geëxperimenteerd met een individueel zorgplan’, vermeldt Maarten Klomp, bestuurslid InEen, huisarts en directeur DOH (De Ondernemende Huisarts). Andere zorggroepen hebben gewacht op de ontwikkeling van het IZP, dat nu nagenoeg gereed is.’

Ondersteunende ICT
Hij is het grotendeels eens met de strekking van het ontwikkelde IZP. ‘Ik vindt het vooral belangrijk dat het individuele zorgplan de weg wijst om samen met de patiënt te komen tot een plan van aanpak, dat optimaal past bij zijn eigen gezondheidssituatie en voorkeuren. Met het IZP ontstaat er een ander proces in de spreekkamer. De huisarts en patiënt maken samen afspraken.’
Peinzend: ‘Dat betekent dat scholing voor de zorgverleners nodig is om ze nog beter te leren hoe ze met de patiënten het gesprek gaan voeren volgens de principes van het IZP. Daarnaast moeten we kijken hoe we de patiënt zelf kunnen bewegen om actief een rol te spelen in het zorgproces. Het gaat om shared decision making. En tenslotte is er de ondersteuning middels ICT. Dat laatste is in mijn optiek nog het meest spannend. Hoe kunnen we voorkomen dat de ICT het proces ondersteunt en dat het niet leidt tot overstructurering, waardoor het gaat knellen? Als het een keurslijf wordt, zal het weerstand oproepen. Dat is nog een zoektocht.’

Andere houding
Maarten Klomp verwacht dat de implementatie van het IZP vanaf begin 2015 kan starten. ‘Het inbouwen van de ICT in de HIS’en en KIS’en vindt in de loop van dit jaar plaats. Er is al overleg met InEen over de wijze implementatie. En dan gaat het zeker niet alleen over de ICT, maar vooral over de wijze waarop je het proces krijgt ingeregeld. Want het vereist een andere houding, zowel van de patiënt als van de zorgverlener. Dat komt niet vanzelf tot stand.’

Apotheek Stevenshof één na beste apotheek van Nederland

18 april 2014

Apotheek De Berk in Ermelo is door onderzoeksbureau AMP te Vught uitgeroepen tot ‘Beste Apotheek van Nederland’. Apotheek Stevenshof (behorende bij gezondheidscentrum Stevenshof:  lid van InEen) in Leiden eindigde op een uitstekende tweede plaats.

In 2013 namen bijna 700 apotheken deel aan het “Onderzoekprogramma Kwaliteit Apotheken” van AMP. Apotheken zijn tijdens het onderzoek beoordeeld op de kwaliteit van hun farmaceutische dienstverlening. De deelnemende apotheken worden 6 keer per jaar benaderd door ‘mystery guests’. Deze kijken naar het zorgproces van de apotheek en beoordelen deze op service, probleemanalyse, voorlichting, advisering en verstrekking.

[...]

Apotheek De Berk in Ermelo is door onderzoeksbureau AMP te Vught uitgeroepen tot ‘Beste Apotheek van Nederland’. Apotheek Stevenshof (behorende bij gezondheidscentrum Stevenshof:  lid van InEen) in Leiden eindigde op een uitstekende tweede plaats.

In 2013 namen bijna 700 apotheken deel aan het “Onderzoekprogramma Kwaliteit Apotheken” van AMP. Apotheken zijn tijdens het onderzoek beoordeeld op de kwaliteit van hun farmaceutische dienstverlening. De deelnemende apotheken worden 6 keer per jaar benaderd door ‘mystery guests’. Deze kijken naar het zorgproces van de apotheek en beoordelen deze op service, probleemanalyse, voorlichting, advisering en verstrekking.

24 april: Werkconferentie Kwaliteit voor zorggroepen

08 april 2014

Op donderdag 24 april 2014 organiseert InEen de werkconferentie Kwaliteit, specifiek voor zorggroepen. We bespreken de eerste ervaringen met het zelfevaluatie-instrument. Dit instrument biedt zorggroepen de mogelijkheid de implementatie van de Kritische Kwaliteitskenmerken (KKK’s) te meten, met daarbij suggesties voor vervolgstappen en borging. De uitgezette zelfevaluatievragenlijst kan t/m vrijdag 4 april 2014 worden ingevuld.

Tijdens de werkconferentie gaan we graag met de zorggroepen in gesprek over de methodiek, de resultaten op geaggregeerd niveau en het ontwerp van de feedbackrapportage. Ook besteden we aandacht de mogelijkheid om resultaten uit de zelfevaluatie te vergelijken met andere zorggroepen. Verder bespreken we de bijstellingen van de KKK’s voor het komende jaar. Tussendoor is er uiteraard gelegenheid om elkaar te ontmoeten en ervaringen uit te wisselen.

Aanmelden kan door een e-mail met uw naam, functie, telefoonnummer, e-mailadres en de naam van uw zorggroep te sturen aan info@ineen.nl, o.v.v. ‘aanmelding werkconferentie kwaliteit 24 april’.

[...]

Op donderdag 24 april 2014 organiseert InEen de werkconferentie Kwaliteit, specifiek voor zorggroepen. We bespreken de eerste ervaringen met het zelfevaluatie-instrument. Dit instrument biedt zorggroepen de mogelijkheid de implementatie van de Kritische Kwaliteitskenmerken (KKK’s) te meten, met daarbij suggesties voor vervolgstappen en borging. De uitgezette zelfevaluatievragenlijst kan t/m vrijdag 4 april 2014 worden ingevuld.

Tijdens de werkconferentie gaan we graag met de zorggroepen in gesprek over de methodiek, de resultaten op geaggregeerd niveau en het ontwerp van de feedbackrapportage. Ook besteden we aandacht de mogelijkheid om resultaten uit de zelfevaluatie te vergelijken met andere zorggroepen. Verder bespreken we de bijstellingen van de KKK’s voor het komende jaar. Tussendoor is er uiteraard gelegenheid om elkaar te ontmoeten en ervaringen uit te wisselen.

Aanmelden kan door een e-mail met uw naam, functie, telefoonnummer, e-mailadres en de naam van uw zorggroep te sturen aan info@ineen.nl, o.v.v. ‘aanmelding werkconferentie kwaliteit 24 april’.

Themaweek acute zorg

21 maart 2014

Van 7 t/m 13 april  organiseert het Portaal voor Patiëntveiligheid/CMR een themaweek acute zorg. Verschillende  eerstelijnsorganisaties waaronder  InEen, NHG en Ambulance Zorg Nederland  werken hieraan mee. Ook patiënten kunnen incidenten melden. Zorgverleners  kunnen in deze week alle zorgincidenten melden die met acute zorg te maken hebben. Dat kunnen ook eerdere incidenten zijn. Een multidisciplinair team screent deze meldingen. Er volgt een uitwerking van interessante casuïstiek, waar zorgverleners van kunnen leren. Deze worden verspreid, voorzien van verbetersuggesties.

InEen steunt themaweek
InEen  steunt de themaweek om te komen tot verbetering van de patiëntveiligheid. Het is tevens een goede gelegenheid om extra aandacht te geven aan het melden van incidenten. Daarom is in een brief aan het netwerk kwaliteit huisartsenposten verzocht de themaweek onder de aandacht te brengen bij de huisartsen. Alle HDS-en hebben posters over de themaweek ontvangen.

Portaal voor Patiëntveiligheid
Het Portaal voor Patiëntveiligheid/CMR is in 2006 opgericht door de NVZA (Nederlandse Vereniging van Ziekenhuisapothekers) met als doel te leren van elkaars medicatie gerelateerde incidenten. Tussen 2009 en 2011 is binnen het REMEDIEproject het systeem uitgebreid naar de openbare farmacie en ggz-instellingen. Vanaf 2012 is het systeem uitgebreid naar alle zorgincidenten (dus niet alleen medicatiegerelateerd) en hebben zes eerstelijnsberoepsgroepen een formulier ontwikkeld toegespitst op hun beroepsgroep (huisartsenzorg, tandartsenzorg, verloskunde, fysiotherapie, diëtetiek en verpleging/verzorging). Deze formulieren zijn met én zonder inlog op de website bereikbaar.

Meer informatie
Voor meer informatie over de Themaweken en het Portaal voor Patiëntveiligheid, zie de bijgevoegde folder, of kijk op de website

 

[...]

Van 7 t/m 13 april  organiseert het Portaal voor Patiëntveiligheid/CMR een themaweek acute zorg. Verschillende  eerstelijnsorganisaties waaronder  InEen, NHG en Ambulance Zorg Nederland  werken hieraan mee. Ook patiënten kunnen incidenten melden. Zorgverleners  kunnen in deze week alle zorgincidenten melden die met acute zorg te maken hebben. Dat kunnen ook eerdere incidenten zijn. Een multidisciplinair team screent deze meldingen. Er volgt een uitwerking van interessante casuïstiek, waar zorgverleners van kunnen leren. Deze worden verspreid, voorzien van verbetersuggesties.

InEen steunt themaweek
InEen  steunt de themaweek om te komen tot verbetering van de patiëntveiligheid. Het is tevens een goede gelegenheid om extra aandacht te geven aan het melden van incidenten. Daarom is in een brief aan het netwerk kwaliteit huisartsenposten verzocht de themaweek onder de aandacht te brengen bij de huisartsen. Alle HDS-en hebben posters over de themaweek ontvangen.

Portaal voor Patiëntveiligheid
Het Portaal voor Patiëntveiligheid/CMR is in 2006 opgericht door de NVZA (Nederlandse Vereniging van Ziekenhuisapothekers) met als doel te leren van elkaars medicatie gerelateerde incidenten. Tussen 2009 en 2011 is binnen het REMEDIEproject het systeem uitgebreid naar de openbare farmacie en ggz-instellingen. Vanaf 2012 is het systeem uitgebreid naar alle zorgincidenten (dus niet alleen medicatiegerelateerd) en hebben zes eerstelijnsberoepsgroepen een formulier ontwikkeld toegespitst op hun beroepsgroep (huisartsenzorg, tandartsenzorg, verloskunde, fysiotherapie, diëtetiek en verpleging/verzorging). Deze formulieren zijn met én zonder inlog op de website bereikbaar.

Meer informatie
Voor meer informatie over de Themaweken en het Portaal voor Patiëntveiligheid, zie de bijgevoegde folder, of kijk op de website

 

Netwerkbijeenkomst voor kwaliteitsmedewerkers

28 februari 2014

Op 27 mei 2014 organiseert InEen een bijeenkomst voor kwaliteitsfunctionarissen, medisch managers en directeuren van huisartsenposten, zorggroepen en gezondheidscentra. Om 12 uur is er een inlooplunch, het inhoudelijk programma duurt van 12.30 tot uiterlijk 17 uur. Op het programma staat in ieder geval:

  • Voor de huisartsenposten: de signalering kindermishandeling en de invoering van de kindcheck. Ook presenteren we de resultaten van het inventariserend onderzoek naar alle calamiteiten die in 2012 bij IGZ zijn gemeld. Waar gaan de meldingen over? Wat kunnen we daarvan leren? Zijn er landelijke trends ?
  • Voor de zorggroepen: het bespreken van de individuele rapportages van de zelfevaluatie vragenlijst.
  • Voor gezondheidscentra is geen apart programma. Zij zijn welkom om aan te sluiten bij die onderwerpen waar hun interesse naar uitgaat.

Hebben jullie nog onderwerpen die op deze netwerkdag aan de orde kunnen komen? Neem daarover contact op met onze beleidsmedewerker Ellen Spierings, e.spierings@ineen.nl. Aanmelden kan via info@ineen.nl. Tijdige aanmelding stellen we op prijs vanwege de planning.

[...]

Op 27 mei 2014 organiseert InEen een bijeenkomst voor kwaliteitsfunctionarissen, medisch managers en directeuren van huisartsenposten, zorggroepen en gezondheidscentra. Om 12 uur is er een inlooplunch, het inhoudelijk programma duurt van 12.30 tot uiterlijk 17 uur. Op het programma staat in ieder geval:

  • Voor de huisartsenposten: de signalering kindermishandeling en de invoering van de kindcheck. Ook presenteren we de resultaten van het inventariserend onderzoek naar alle calamiteiten die in 2012 bij IGZ zijn gemeld. Waar gaan de meldingen over? Wat kunnen we daarvan leren? Zijn er landelijke trends ?
  • Voor de zorggroepen: het bespreken van de individuele rapportages van de zelfevaluatie vragenlijst.
  • Voor gezondheidscentra is geen apart programma. Zij zijn welkom om aan te sluiten bij die onderwerpen waar hun interesse naar uitgaat.

Hebben jullie nog onderwerpen die op deze netwerkdag aan de orde kunnen komen? Neem daarover contact op met onze beleidsmedewerker Ellen Spierings, e.spierings@ineen.nl. Aanmelden kan via info@ineen.nl. Tijdige aanmelding stellen we op prijs vanwege de planning.

Ontwikkeling zelfevaluatie-instrument

20 februari 2014

InEen maakt een zelfevaluatie-instrument waarmee zorggroepen voor zichzelf kunnen bepalen hoever ze zijn met het invoeren van de Kritische Kwaliteitskenmerken (KKK’s). ‘De methodiek ontwikkelt InEen samen met Vilans’’, geeft projectleider Harrie Geboers aan. ‘De zorggroepen hebben behoefte aan een gezamenlijk kwaliteitsbeleid waarin ze zelf de regie hebben, niet een die van bovenaf wordt opgelegd. Dat heeft geleid tot de inmiddels 21 Kritische Kwaliteitskenmerken (KKK’s), waarmee de zorggroepen aan de slag gaan. Om de eigen aanpak te toetsen is zelfevaluatie onontbeerlijk. Daarin kiezen zorggroepen voor een eigen ontwerp. Een keuze voor bijvoorbeeld HKZ of NEN is op dit moment niet aan de orde.’

Vragenlijst
Een projectgroep van InEen is in samenwerking met Vilans aan de slag gegaan. ‘Voor zelfevaluatie is een vragenlijst zinvol’, geeft Geboers aan. ‘Als een aantal mensen van een zorggroep deze invullen, biedt dat inzicht in de status van de kwaliteit op dat moment. Bovendien leidt het tot discussie over de verschillen.’ Deze vragenlijst is ontwikkeld en getoetst bij 7 zorggroepen. De feedback daarvan hebben we meegenomen. Ook zijn we bezig met het ontwikkelen van een peer-to-peer review module voor onderlinge vergelijking.’

Dynamisch model
Dit alles komt digitaal beschikbaar voor de leden zorggroepen van InEen. ‘Samen met een handreiking én met feedbackrapportage op maat, gebaseerd op de antwoorden van de vragenlijsten’, geeft Geboers aan. ‘Totta, de leverancier van het benchmarksysteem van de huisartsenposten, is daar nu mee aan de slag. Naar verwachting is dit alles half april operationeel. Op de site komen ook een aantal materialen en voorbeelden rondom de KKK’s.’ Geboers benadrukt: ‘Het is zeker geen statisch geheel, het gaat om een dynamisch model, dat we door de tijd samen met de zorggroepen verder kunnen verbeteren en verrijken.’

 

 

 

 

[...]

InEen maakt een zelfevaluatie-instrument waarmee zorggroepen voor zichzelf kunnen bepalen hoever ze zijn met het invoeren van de Kritische Kwaliteitskenmerken (KKK’s). ‘De methodiek ontwikkelt InEen samen met Vilans’’, geeft projectleider Harrie Geboers aan. ‘De zorggroepen hebben behoefte aan een gezamenlijk kwaliteitsbeleid waarin ze zelf de regie hebben, niet een die van bovenaf wordt opgelegd. Dat heeft geleid tot de inmiddels 21 Kritische Kwaliteitskenmerken (KKK’s), waarmee de zorggroepen aan de slag gaan. Om de eigen aanpak te toetsen is zelfevaluatie onontbeerlijk. Daarin kiezen zorggroepen voor een eigen ontwerp. Een keuze voor bijvoorbeeld HKZ of NEN is op dit moment niet aan de orde.’

Vragenlijst
Een projectgroep van InEen is in samenwerking met Vilans aan de slag gegaan. ‘Voor zelfevaluatie is een vragenlijst zinvol’, geeft Geboers aan. ‘Als een aantal mensen van een zorggroep deze invullen, biedt dat inzicht in de status van de kwaliteit op dat moment. Bovendien leidt het tot discussie over de verschillen.’ Deze vragenlijst is ontwikkeld en getoetst bij 7 zorggroepen. De feedback daarvan hebben we meegenomen. Ook zijn we bezig met het ontwikkelen van een peer-to-peer review module voor onderlinge vergelijking.’

Dynamisch model
Dit alles komt digitaal beschikbaar voor de leden zorggroepen van InEen. ‘Samen met een handreiking én met feedbackrapportage op maat, gebaseerd op de antwoorden van de vragenlijsten’, geeft Geboers aan. ‘Totta, de leverancier van het benchmarksysteem van de huisartsenposten, is daar nu mee aan de slag. Naar verwachting is dit alles half april operationeel. Op de site komen ook een aantal materialen en voorbeelden rondom de KKK’s.’ Geboers benadrukt: ‘Het is zeker geen statisch geheel, het gaat om een dynamisch model, dat we door de tijd samen met de zorggroepen verder kunnen verbeteren en verrijken.’

 

 

 

 

Kwaliteitsregister voor pedicures

19 februari 2014

ProCert heeft sinds 2008 de KwaliteitsRegister voor Pedicures (KRP). ‘Dat maakt de kwaliteit van de pedicurebranche inzichtelijk’, aldus Maarten Dorleijn, beleidsmedewerker kwaliteit ProCert. ‘Daarmee is de kwaliteit van de beroepsbeoefenaren in de voetzorg gewaarborgd. Het is van belang dat de pedicures werken volgens vastgestelde normen en richtlijnen. Het register is gebaseerd op de kwaliteitsnormen van de branche organisatie ProVoet’.

‘Consumenten, maar ook zorggroepen moeten de zekerheid hebben dat de kwaliteit goed is’, aldus Dorleijn. ‘Het gaat om de kwaliteit van de verleende zorg, maar ook om zaken als hygiëne, veiligheid en milieu. Daarnaast wordt de kwaliteit gestimuleerd door verplichte bij- en nascholing.’

Er is een onderscheid tussen pedicures met de aantekening voetverzorging bij diabetici, een pedicure met de aantekening voetverzorging bij reumapatiënten en een medisch pedicure. ‘In totaal zijn er zo’n 8.000 geregistreerde pedicures’, geeft Dorleijn aan. ‘We zijn druk bezig om zorggroepen gemakkelijker inzage te geven in het gegevensregister. We hebben daarover onder andere contact met InEen.’ Tot die tijd kunnen zorggroepen gebruik maken van de “pedicurezoeker” op de site van ProCert.

[...]

ProCert heeft sinds 2008 de KwaliteitsRegister voor Pedicures (KRP). ‘Dat maakt de kwaliteit van de pedicurebranche inzichtelijk’, aldus Maarten Dorleijn, beleidsmedewerker kwaliteit ProCert. ‘Daarmee is de kwaliteit van de beroepsbeoefenaren in de voetzorg gewaarborgd. Het is van belang dat de pedicures werken volgens vastgestelde normen en richtlijnen. Het register is gebaseerd op de kwaliteitsnormen van de branche organisatie ProVoet’.

‘Consumenten, maar ook zorggroepen moeten de zekerheid hebben dat de kwaliteit goed is’, aldus Dorleijn. ‘Het gaat om de kwaliteit van de verleende zorg, maar ook om zaken als hygiëne, veiligheid en milieu. Daarnaast wordt de kwaliteit gestimuleerd door verplichte bij- en nascholing.’

Er is een onderscheid tussen pedicures met de aantekening voetverzorging bij diabetici, een pedicure met de aantekening voetverzorging bij reumapatiënten en een medisch pedicure. ‘In totaal zijn er zo’n 8.000 geregistreerde pedicures’, geeft Dorleijn aan. ‘We zijn druk bezig om zorggroepen gemakkelijker inzage te geven in het gegevensregister. We hebben daarover onder andere contact met InEen.’ Tot die tijd kunnen zorggroepen gebruik maken van de “pedicurezoeker” op de site van ProCert.

Zorginstituut Nederland start 1 april 2014

07 februari 2014

Het CVZ wordt per 1 april 2014 Zorginstituut Nederland. De taken op het gebied van kwaliteit van zorg worden hierin ondergebracht. Er is voor gekozen om aan te sluiten bij het CVZ, dat nu al een groot deel van de beoogde taken van Zorginstituut Nederland uitvoert.

Zorginstituut Nederland bouwt de twee nieuwe taken van het CVZ verder uit:
– Kwaliteitsinstituut stimuleert de permanente verbetering van kwaliteit van zorg
– Zorginstituut Innovatie Zorgberoepen & Opleidingen bevordert de verbetering van beroepen en opleidingen in de zorg.

Zorginstituut Nederland voert ook de bestaande taken van het CVZ uit. Advisering over het basispakket van verzekerde zorg vindt voortaan plaats onder de naam Zorginstituut Pakket. De uitvoering van de burgerregelingen in het kader van de Zorgverzekeringswet (voor bijvoorbeeld wanbetalers en onverzekerden) en van de risicoverevening gebeurt onder de naam Zorginstituut Verzekering.

[...]

Het CVZ wordt per 1 april 2014 Zorginstituut Nederland. De taken op het gebied van kwaliteit van zorg worden hierin ondergebracht. Er is voor gekozen om aan te sluiten bij het CVZ, dat nu al een groot deel van de beoogde taken van Zorginstituut Nederland uitvoert.

Zorginstituut Nederland bouwt de twee nieuwe taken van het CVZ verder uit:
– Kwaliteitsinstituut stimuleert de permanente verbetering van kwaliteit van zorg
– Zorginstituut Innovatie Zorgberoepen & Opleidingen bevordert de verbetering van beroepen en opleidingen in de zorg.

Zorginstituut Nederland voert ook de bestaande taken van het CVZ uit. Advisering over het basispakket van verzekerde zorg vindt voortaan plaats onder de naam Zorginstituut Pakket. De uitvoering van de burgerregelingen in het kader van de Zorgverzekeringswet (voor bijvoorbeeld wanbetalers en onverzekerden) en van de risicoverevening gebeurt onder de naam Zorginstituut Verzekering.

Kwaliteitsbeleid huisartsenposten

31 januari 2014

De Algemene vergadering van de VHN heeft in november 2013 een nieuw kwaliteitsbeleid vastgesteld. Op 5 december 2013 vond bestuurlijk plaats tussen IGZ en VHN. Belangrijkste agendapunten waren het nieuwe kwaliteitsbeleid van de VHN en het verloop van het toezicht van IGZ op de HDS’en.

Het bestuur van de VHN heeft de inhoud en achtergrond van het kwaliteitsbeleid toegelicht. IGZ wil zich verder beraden op de inhoud van het nieuwe kwaliteitsbeleid. Ze zal voorlopig bij de beoordeling van de toegezonden plannen van aanpak uitgaan van de oude branchenormen. Er komt een vervolgafspraak op 4 februari a.s. tussen de coördinerend inspecteurs huisartsendienstenstructuren en enkele bureaumedewerkers van de VHN (InEen)

Bij VWS hebben we het nieuwe kwaliteitsbeleid hebben toegelicht.  IGZ wil ook een afspraak met VWS voor bespreking van het kwaliteitsbeleid huisartsendienstenstructuren. Deze afspraak vindt op een later moment plaats.

[...]

De Algemene vergadering van de VHN heeft in november 2013 een nieuw kwaliteitsbeleid vastgesteld. Op 5 december 2013 vond bestuurlijk plaats tussen IGZ en VHN. Belangrijkste agendapunten waren het nieuwe kwaliteitsbeleid van de VHN en het verloop van het toezicht van IGZ op de HDS’en.

Het bestuur van de VHN heeft de inhoud en achtergrond van het kwaliteitsbeleid toegelicht. IGZ wil zich verder beraden op de inhoud van het nieuwe kwaliteitsbeleid. Ze zal voorlopig bij de beoordeling van de toegezonden plannen van aanpak uitgaan van de oude branchenormen. Er komt een vervolgafspraak op 4 februari a.s. tussen de coördinerend inspecteurs huisartsendienstenstructuren en enkele bureaumedewerkers van de VHN (InEen)

Bij VWS hebben we het nieuwe kwaliteitsbeleid hebben toegelicht.  IGZ wil ook een afspraak met VWS voor bespreking van het kwaliteitsbeleid huisartsendienstenstructuren. Deze afspraak vindt op een later moment plaats.

Project gezamenlijke besluitvorming

23 januari 2014

Via het Kwaliteitsinstituut krijgt InEen de mogelijkheid om een project over gezamenlijke besluitvorming op basis van persoonsgerichte doelen uit te voeren. Het doel van het project is het ontwikkelen van een handreiking voor gezamenlijke besluitvorming op basis van persoonsgerichte doelen. Het project moet leiden tot een bruikbaar gespreksmodel voor de communicatie in de spreekkamer. Hiermee sluit het project goed aan op één van de Kritische Kwaliteitskenmerken voor zorggroepen waarin het vastleggen van persoonlijke behandeldoelen centraal staat. Naast InEen leveren ook het Maastrichts Universitair Medisch centrum, de Hogeschool Zuyd en het NHG een bijdrage aan het project.

[...]

Via het Kwaliteitsinstituut krijgt InEen de mogelijkheid om een project over gezamenlijke besluitvorming op basis van persoonsgerichte doelen uit te voeren. Het doel van het project is het ontwikkelen van een handreiking voor gezamenlijke besluitvorming op basis van persoonsgerichte doelen. Het project moet leiden tot een bruikbaar gespreksmodel voor de communicatie in de spreekkamer. Hiermee sluit het project goed aan op één van de Kritische Kwaliteitskenmerken voor zorggroepen waarin het vastleggen van persoonlijke behandeldoelen centraal staat. Naast InEen leveren ook het Maastrichts Universitair Medisch centrum, de Hogeschool Zuyd en het NHG een bijdrage aan het project.

Zorgpad Problematisch Alcoholgebruik geactualiseerd

16 januari 2014

In 2012 verscheen de ‘Handleiding bouwstenen zorgpaden basis ggz’ in een uitgave van het ROS-netwerk en het Trimbos-instituut. Het zorgpad ‘Problematisch gebruik van alcohol’ is geactualiseerd. Basis van de actualisatie zijn de ervaringen van zorgprofessionals. Tevens is informatie uit de LESA “Stoornissen in het gebruik van alcohol” verwerkt.

In het nieuwe stelsel in de GGZ neemt het belang van vroegsignalering van alcohol in de huisartsenpraktijk toe. Een zorgpad geeft antwoord op de vraag wie-doet-wat-wanneer-en-waarom in reactie op de zorgvraag van de patiënt. Het geactualiseerde pad en de complete ‘Handleiding Bouwstenen Zorgpaden’ zijn te downloaden via www.eerstelijnsggz.nl

[...]

In 2012 verscheen de ‘Handleiding bouwstenen zorgpaden basis ggz’ in een uitgave van het ROS-netwerk en het Trimbos-instituut. Het zorgpad ‘Problematisch gebruik van alcohol’ is geactualiseerd. Basis van de actualisatie zijn de ervaringen van zorgprofessionals. Tevens is informatie uit de LESA “Stoornissen in het gebruik van alcohol” verwerkt.

In het nieuwe stelsel in de GGZ neemt het belang van vroegsignalering van alcohol in de huisartsenpraktijk toe. Een zorgpad geeft antwoord op de vraag wie-doet-wat-wanneer-en-waarom in reactie op de zorgvraag van de patiënt. Het geactualiseerde pad en de complete ‘Handleiding Bouwstenen Zorgpaden’ zijn te downloaden via www.eerstelijnsggz.nl

Project samenhang en samenwerking keten acute zorg

21 december 2013

Meer doelmatigheid en betere zorg in de keten van acute zorg bereiken door afstemming, samenhang en samenwerking. Dat is het streven. Er zijn op dit terrein diverse initiatieven ontplooid. Daarmee zijn mooie resultaten bereikt. InEen zet met het  projectplan “verbeteren samenhang en samenwerking keten van acute zorg’ deze lijn voort. Om zo regionaal te komen tot goede samenwerking tussen de ketenpartners. Het betreft:

  • ontwikkelen van materialen
  • ontsluiten van voorbeelden
  • communicatie met de patiënt
  • coördinatie en regie

In dit plan geeft InEen aan hoe zij in 2013, 2014 en 2015 tot samenhangende afspraken wil komen met haar ketenpartners in de acute zorg. Evenals hoe ze de regionale implementatie wil ondersteunen. Voor het projectplan heeft VWS inmiddels subsidie toegekend.

[...]

Meer doelmatigheid en betere zorg in de keten van acute zorg bereiken door afstemming, samenhang en samenwerking. Dat is het streven. Er zijn op dit terrein diverse initiatieven ontplooid. Daarmee zijn mooie resultaten bereikt. InEen zet met het  projectplan “verbeteren samenhang en samenwerking keten van acute zorg’ deze lijn voort. Om zo regionaal te komen tot goede samenwerking tussen de ketenpartners. Het betreft:

  • ontwikkelen van materialen
  • ontsluiten van voorbeelden
  • communicatie met de patiënt
  • coördinatie en regie

In dit plan geeft InEen aan hoe zij in 2013, 2014 en 2015 tot samenhangende afspraken wil komen met haar ketenpartners in de acute zorg. Evenals hoe ze de regionale implementatie wil ondersteunen. Voor het projectplan heeft VWS inmiddels subsidie toegekend.

Zelfzorg ondersteund

19 december 2013

Ondersteunde zelfzorg op grote schaal mogelijk maken voor mensen met een chronische aandoening. Dat is het doel van Zelfzorg Ondersteund (ZO!). Patiënten moeten sámen met hun zorgverleners werken aan hun gezondheid. Grootschalige implementatie van zelfzorg blijft nog achterwege. ZO! Gaat er stapsgewijs mee aan de slag. Te beginnen met diabetes type 2. ZO! wil in 3 jaar voor een kwart van de patiënten succesvolle ondersteunde zelfzorg realiseren. Parallel werkt ZO! aan ondersteunende zelfzorg voor andere chronische aandoeningen. LOK en LVG zijn deelnemers aan ZO!

[...]

Ondersteunde zelfzorg op grote schaal mogelijk maken voor mensen met een chronische aandoening. Dat is het doel van Zelfzorg Ondersteund (ZO!). Patiënten moeten sámen met hun zorgverleners werken aan hun gezondheid. Grootschalige implementatie van zelfzorg blijft nog achterwege. ZO! Gaat er stapsgewijs mee aan de slag. Te beginnen met diabetes type 2. ZO! wil in 3 jaar voor een kwart van de patiënten succesvolle ondersteunde zelfzorg realiseren. Parallel werkt ZO! aan ondersteunende zelfzorg voor andere chronische aandoeningen. LOK en LVG zijn deelnemers aan ZO!

Raamwerk kwaliteitsbeleid huisartsenposten

19 december 2013

M.i.v. 2014 geldt voor de huisartsenposten het “herziene Raamwerk Kwaliteitsbeleid”. Vastgesteld door algemene vergadering. Met het oog op kwaliteit, patiëntveiligheid en transparantie zijn streefwaarden benoemd voor een aantal kritische processen. Daarbij is de 100%-norm losgelaten. Van de huisartsenposten wordt verwacht dat zij in de jaarlijkse benchmark rapporteren over de mate waarin de streefwaarden zijn behaald.

Evaluatie
Tot nu toe werkten de huisartsenposten met de branchenormen vastgesteld in 2009 en 2010 vastgesteld als vervanging van de normen uit de KKK’s (Kritische Kwaliteits Kenmerken) en als aanvulling op het HKZ-schema. Uit de evaluatie bleek echter dat het stellen van absolute normen ongewenste bijeffecten heeft. Het accent ligt teveel op het halen van de norm. En minder op andere belangrijke aspecten, zoals samenwerking en overdacht. Senior-beleidsmedewerker Hannie van der Hoeven (VHN): ‘We hebben achteraf gezien te gemakkelijk gedacht over hoe je een goede norm definieert, te naïef misschien wel. Het komt heel nauw of je iets een streefwaarde noemt of een norm. Natuurlijk streef je naar 100%, maar het is niet reëel om daar een nórm van te maken. Onze leden hebben ons daar de afgelopen jaren op gewezen, en terecht.’

Streefwaarden
In het Raamwerk Kwaliteitsbeleid is voor de kritische processen een set indicatoren benoemd met bijbehorende streefwaarden. Het gaat o.a. om bereikbaarheid van de post (telefonisch en fysiek); aanrijtijden (U0/U1 en U2 visites); responstijden U2 consulten; autorisatietijden en de kwaliteit van de triage. Nieuw is dat van alle huisartsenposten wordt verwacht dat zij de vastgestelde indicatoren meten en de gegevens in de jaarlijkse benchmark aanleveren. Als een HDS hieraan niet voldoet, gaat het bestuur hierover met hen in gesprek. ‘Het is natuurlijk sowieso belangrijk’, aldus Van der Hoeven, ‘dat je als organisatie inzicht hebt in hoe je eigen kritische processen verlopen, ongeacht of je de streefwaarden wel of niet haalt. Elke HDS moet dus kunnen meten en aanleveren. Tot nu was dat nog vrijblijvend. Nu hebben we met elkaar gezegd: dat kan niet meer, we gaan er nu voor staan!’

Onderzoek
Daarnaast bevestigt het Raamwerk Kwaliteitsbeleid de afspraken over de toepassing van het HKZ-schema en de diplomering van triagisten. Verder komen er projecten die de ‘zachte’ kant van kwaliteit versterken. Er zijn 4 thema’s: samenwerken en overdracht op de huisartsenpost en met ketenpartners, diagnostiek op de huisartsenpost, en feedback aan en tussen huisartsen. Ook wordt ingezet op wetenschappelijk onderzoek, o.a. naar het meten van de kwaliteit van triage en het leren van calamiteiten op de huisartsenpost.

[...]

M.i.v. 2014 geldt voor de huisartsenposten het “herziene Raamwerk Kwaliteitsbeleid”. Vastgesteld door algemene vergadering. Met het oog op kwaliteit, patiëntveiligheid en transparantie zijn streefwaarden benoemd voor een aantal kritische processen. Daarbij is de 100%-norm losgelaten. Van de huisartsenposten wordt verwacht dat zij in de jaarlijkse benchmark rapporteren over de mate waarin de streefwaarden zijn behaald.

Evaluatie
Tot nu toe werkten de huisartsenposten met de branchenormen vastgesteld in 2009 en 2010 vastgesteld als vervanging van de normen uit de KKK’s (Kritische Kwaliteits Kenmerken) en als aanvulling op het HKZ-schema. Uit de evaluatie bleek echter dat het stellen van absolute normen ongewenste bijeffecten heeft. Het accent ligt teveel op het halen van de norm. En minder op andere belangrijke aspecten, zoals samenwerking en overdacht. Senior-beleidsmedewerker Hannie van der Hoeven (VHN): ‘We hebben achteraf gezien te gemakkelijk gedacht over hoe je een goede norm definieert, te naïef misschien wel. Het komt heel nauw of je iets een streefwaarde noemt of een norm. Natuurlijk streef je naar 100%, maar het is niet reëel om daar een nórm van te maken. Onze leden hebben ons daar de afgelopen jaren op gewezen, en terecht.’

Streefwaarden
In het Raamwerk Kwaliteitsbeleid is voor de kritische processen een set indicatoren benoemd met bijbehorende streefwaarden. Het gaat o.a. om bereikbaarheid van de post (telefonisch en fysiek); aanrijtijden (U0/U1 en U2 visites); responstijden U2 consulten; autorisatietijden en de kwaliteit van de triage. Nieuw is dat van alle huisartsenposten wordt verwacht dat zij de vastgestelde indicatoren meten en de gegevens in de jaarlijkse benchmark aanleveren. Als een HDS hieraan niet voldoet, gaat het bestuur hierover met hen in gesprek. ‘Het is natuurlijk sowieso belangrijk’, aldus Van der Hoeven, ‘dat je als organisatie inzicht hebt in hoe je eigen kritische processen verlopen, ongeacht of je de streefwaarden wel of niet haalt. Elke HDS moet dus kunnen meten en aanleveren. Tot nu was dat nog vrijblijvend. Nu hebben we met elkaar gezegd: dat kan niet meer, we gaan er nu voor staan!’

Onderzoek
Daarnaast bevestigt het Raamwerk Kwaliteitsbeleid de afspraken over de toepassing van het HKZ-schema en de diplomering van triagisten. Verder komen er projecten die de ‘zachte’ kant van kwaliteit versterken. Er zijn 4 thema’s: samenwerken en overdracht op de huisartsenpost en met ketenpartners, diagnostiek op de huisartsenpost, en feedback aan en tussen huisartsen. Ook wordt ingezet op wetenschappelijk onderzoek, o.a. naar het meten van de kwaliteit van triage en het leren van calamiteiten op de huisartsenpost.

Pagina
1
van
1