logo
circle image

Innovatie en Onderzoek

Voor de eerstelijnszorg is innovatie van groot belang; zowel ten aanzien van de inhoud als van de organisatie en samenwerking. Innovatie speelt in alle onderdelen van de eerstelijnszorg en raakt daarmee alle ledengroepen van InEen.

Vanwege het transversale karakter van innovatie raakt dit thema alle andere programma’s van InEen. Om die reden is innovatie is het centrale thema in een apart programma; het programma Innovatie en Onderzoek. Samen met de andere programma’s wordt het thema innovatie ingevuld en afgestemd. De invulling ervoor komt enerzijds voort uit langere termijn visies, maar anderzijds ook uit de actualiteit.

Samen met de leden van InEen wordt een innovatie- en onderzoeksagenda opgesteld. De innovatiekracht moet immers vooral uit het veld komen.

Discussie over O&I in volle gang

09 maart 2017

OenI-nieuwsbriefNa een intensief traject, waarbij zowel de zorgverzekeraars, als het veld betrokken waren, ligt sinds oktober vorig jaar een voorstel voor een nieuwe bekostigingsstructuur in de eerste lijn op tafel. Deze is het resultaat van fase 2 van het O&I-traject dat in 2014 van start ging. Op dit moment wordt gewerkt aan fase 3, de impactanalyse. InEen heeft haar leden opgeroepen de uitkomsten van fase 2 intern op de agenda te zetten. Eind januari gaven drie Rotterdamse organisaties aan die oproep gehoor: Charley Toorop, Zevenkamp en Zorg op Noord. Twaalf huisartsen spraken over wat de O&I-ontwikkelingen en de concept ‘visie notitie lokale en regionale huisartsen- en eerstelijnsorganisaties’ voor hen kunnen betekenen. InEen gaf bij die gelegenheid een toelichting op beide trajecten.

Goede ondersteuning en organisatiekracht zijn noodzakelijk om de veranderingen die zich in de eerste lijn voltrekken blijvend het hoofd te bieden. De vraag is nu of de nieuwe bekostigingsstructuur die nu op tafel ligt, daarvoor voldoende aanknopingspunten biedt. De nieuwe structuur moet in de plaats komen van de huidige bekostigingsvormen voor de GEZ en de organisatie van de ketenzorg. Met een impactanalyse wordt onderzocht of de nieuwe structuur leidt tot betere gesprekken over samenwerking, organisatie en vernieuwing en daarmee tot meer versterking in de eerste lijn (fase 3). Het O&I-traject is een initiatief van het bestuurlijk overleg eerste lijn.

Puck Fillekes, directeur Zorg op Noord/BOOG: ‘De discussie over O&I is gestart als een oplossing voor al het werk dat op ons af komt. We onderschrijven allemaal dat dat nodig is. Tegelijk zeggen de huisartsen in Rotterdam: let op! Gezondheidscentra doen van oudsher al heel veel aan de organisatie en samenwerking in de eerste lijn in de wijken. Veel van de gewenste ontwikkelingen zijn al aanwezig in de Rotterdamse gezondheidscentra. Gooi niet weg wat we hebben, behoud het goede en bouw van daaruit verder waar het nodig is.’

Als praktisch voorbeeld noemt zij het feit dat de werkgebieden van gezondheidscentra meestal niet synchroon lopen met de afbakening van de wijk. Ze hebben te maken met verschillende ziekenhuizen en VVT instellingen. Er zijn in Rotterdam geen grote eenduidige regioverbanden (100.000 inwoners of meer) te maken, zegt Fillekes. Ze stelt vast dat er de afgelopen jaren veel samenwerkingsstructuren zijn gebouwd en belangrijke contacten zijn bestendigd. De vrees bestaat dat de nieuwe structuur hier geen rekening mee houdt en dat de onderlinge samenwerking door de financiering zelfs bemoeilijkt kan worden. Van belang is dat landelijk wordt aangegeven dat de inrichting van de lokale en regionale organisaties de indeling volgt die voor inwoners van een buurt, wijk, dorp of regio een logisch samenhangend geheel vormt. Ook wat InEen betreft is de schaalgrootte die in het O&I-voorstel wordt genoemd richtinggevend en niet in beton gegoten.

Naast de waarschuwing is men in Rotterdam blij met de kansen die ook ontstaan. Bijvoorbeeld de mogelijkheid om op regioniveau de ICT te versterken. ‘Binnen Zorg op Noord’, aldus Fillekes, ‘is al tien jaar geleden vanuit de behoefte van de eigen organisatie ICT opgezet die ook andere centra in de regio bedient om bepalingen te maken op populatieniveau. Het is echt een kans om dat samen te versterken.’ Ze adviseert collega-organisaties van harte in discussie te gaan met huisartsen en andere zorgverleners, ook om dezelfde taal te blijven spreken. ‘Dat kwam in onze discussie duidelijk naar voren: een verschil in taal. O&I heeft het over betaaltitels en huisartsen hebben het over kwaliteit van zorg. Ook gemeenten, wijkteams, apothekers hebben hun eigen focus. Tussen deze werelden mag geen splitsing ontstaan.’

Vooralsnog gaat de O&I-discussie met name over het versterken van de samenhang, samenwerking en vernieuwing van de eerste lijn waarbij ook wordt gekeken naar resultaten. De (financiële) randvoorwaarden zijn nog niet benoemd. Essentieel is, aldus InEen, dat er voor de versterking van de eerste lijn voldoende budget beschikbaar komt. Dat betekent ook extra investeringen: er kan geen sprake zijn van alleen herverdelen van de bestaande middelen. Er is ruimte nodig om in te kunnen spelen op de maatschappelijke veranderingen.

De volgende stap in het O&I-traject wordt in april gezet als de resultaten van de impactanalyse (fase 3) ter beschikking komen.

[...]

OenI-nieuwsbriefNa een intensief traject, waarbij zowel de zorgverzekeraars, als het veld betrokken waren, ligt sinds oktober vorig jaar een voorstel voor een nieuwe bekostigingsstructuur in de eerste lijn op tafel. Deze is het resultaat van fase 2 van het O&I-traject dat in 2014 van start ging. Op dit moment wordt gewerkt aan fase 3, de impactanalyse. InEen heeft haar leden opgeroepen de uitkomsten van fase 2 intern op de agenda te zetten. Eind januari gaven drie Rotterdamse organisaties aan die oproep gehoor: Charley Toorop, Zevenkamp en Zorg op Noord. Twaalf huisartsen spraken over wat de O&I-ontwikkelingen en de concept ‘visie notitie lokale en regionale huisartsen- en eerstelijnsorganisaties’ voor hen kunnen betekenen. InEen gaf bij die gelegenheid een toelichting op beide trajecten.

Goede ondersteuning en organisatiekracht zijn noodzakelijk om de veranderingen die zich in de eerste lijn voltrekken blijvend het hoofd te bieden. De vraag is nu of de nieuwe bekostigingsstructuur die nu op tafel ligt, daarvoor voldoende aanknopingspunten biedt. De nieuwe structuur moet in de plaats komen van de huidige bekostigingsvormen voor de GEZ en de organisatie van de ketenzorg. Met een impactanalyse wordt onderzocht of de nieuwe structuur leidt tot betere gesprekken over samenwerking, organisatie en vernieuwing en daarmee tot meer versterking in de eerste lijn (fase 3). Het O&I-traject is een initiatief van het bestuurlijk overleg eerste lijn.

Puck Fillekes, directeur Zorg op Noord/BOOG: ‘De discussie over O&I is gestart als een oplossing voor al het werk dat op ons af komt. We onderschrijven allemaal dat dat nodig is. Tegelijk zeggen de huisartsen in Rotterdam: let op! Gezondheidscentra doen van oudsher al heel veel aan de organisatie en samenwerking in de eerste lijn in de wijken. Veel van de gewenste ontwikkelingen zijn al aanwezig in de Rotterdamse gezondheidscentra. Gooi niet weg wat we hebben, behoud het goede en bouw van daaruit verder waar het nodig is.’

Als praktisch voorbeeld noemt zij het feit dat de werkgebieden van gezondheidscentra meestal niet synchroon lopen met de afbakening van de wijk. Ze hebben te maken met verschillende ziekenhuizen en VVT instellingen. Er zijn in Rotterdam geen grote eenduidige regioverbanden (100.000 inwoners of meer) te maken, zegt Fillekes. Ze stelt vast dat er de afgelopen jaren veel samenwerkingsstructuren zijn gebouwd en belangrijke contacten zijn bestendigd. De vrees bestaat dat de nieuwe structuur hier geen rekening mee houdt en dat de onderlinge samenwerking door de financiering zelfs bemoeilijkt kan worden. Van belang is dat landelijk wordt aangegeven dat de inrichting van de lokale en regionale organisaties de indeling volgt die voor inwoners van een buurt, wijk, dorp of regio een logisch samenhangend geheel vormt. Ook wat InEen betreft is de schaalgrootte die in het O&I-voorstel wordt genoemd richtinggevend en niet in beton gegoten.

Naast de waarschuwing is men in Rotterdam blij met de kansen die ook ontstaan. Bijvoorbeeld de mogelijkheid om op regioniveau de ICT te versterken. ‘Binnen Zorg op Noord’, aldus Fillekes, ‘is al tien jaar geleden vanuit de behoefte van de eigen organisatie ICT opgezet die ook andere centra in de regio bedient om bepalingen te maken op populatieniveau. Het is echt een kans om dat samen te versterken.’ Ze adviseert collega-organisaties van harte in discussie te gaan met huisartsen en andere zorgverleners, ook om dezelfde taal te blijven spreken. ‘Dat kwam in onze discussie duidelijk naar voren: een verschil in taal. O&I heeft het over betaaltitels en huisartsen hebben het over kwaliteit van zorg. Ook gemeenten, wijkteams, apothekers hebben hun eigen focus. Tussen deze werelden mag geen splitsing ontstaan.’

Vooralsnog gaat de O&I-discussie met name over het versterken van de samenhang, samenwerking en vernieuwing van de eerste lijn waarbij ook wordt gekeken naar resultaten. De (financiële) randvoorwaarden zijn nog niet benoemd. Essentieel is, aldus InEen, dat er voor de versterking van de eerste lijn voldoende budget beschikbaar komt. Dat betekent ook extra investeringen: er kan geen sprake zijn van alleen herverdelen van de bestaande middelen. Er is ruimte nodig om in te kunnen spelen op de maatschappelijke veranderingen.

De volgende stap in het O&I-traject wordt in april gezet als de resultaten van de impactanalyse (fase 3) ter beschikking komen.

Cultuur-sensitieve zorg

27 oktober 2016

SGEiBijna een jaar geleden kwam op Strijp-S in Eindhoven het gezondheidscentrum SGE international (SGEi) uit de startblokken. Op het voormalige Philips-bedrijfsterrein vestigden zich sinds 2006 veel creatieve en innovatieve ondernemers. SGE-clustermanager Robert Hazenberg: ‘Een van onze huisartsen vroeg me: waarom zitten wij daar eigenlijk niet? Zo begon het.’

SGEi speelde vervolgens in op twee ontwikkelingen. Allereerst liet de gemeente Eindhoven weten het vestigingsklimaat voor internationals te willen verbeteren. Vertrouwen in de zorg vormt daarvan een belangrijk aspect. De regio Eindhoven kent al decennia een groot aantal internationals. Alleen al ASML, de opvolger van Philips en grootste werkgever van de regio, is goed voor 600 tot 800 nieuwe expats per jaar, uit de VS, uit China, uit Korea en vele andere windstreken. Voorts kwam SGE in contact met Dirk Jan Frijling, eigenaar van International Health Services (IHS), een consultancybureau dat onderzocht hoe de international de Nederlandse (huisartsen)zorg ervaart. De uitkomsten waren niet mis: maar 30% van de internationals heeft vertrouwen in de rol van de huisarts (Nederlanders: 85%).

‘Ons zorgsysteem’, aldus Hazenberg, ‘hoort tot de besten in Europa. Daar geloven we in. SGEi verleent dus zorg volgens de Nederlandse richtlijnen en standaarden.’ Het gebrek aan vertrouwen in de huisartsenzorg gaat daar ook niet over, zegt hij. Het oordeel is geen kwaliteitsoordeel, maar een andere beleving veroorzaakt door culturele verschillen. Om deze verschillen boven tafel te krijgen werkte SGEi in de voorbereidingsfase met een panel van 10 internationals. Dat leverde veel eyeopeners op. Hazenberg: ‘Ik verwachtte bijvoorbeeld dat er veel vraag zou zijn naar E-oplossingen, dat is ook zo, maar bovenal – en dat was de eyeopener – is er behoefte aan een goede persoonlijke relatie.’ Dit leidde onder meer tot de beslissing om te gaan werken met een intakegesprek van 40 minuten waarin behalve naar de gebruikelijke zaken als voorgeschiedenis en medicatie veel aandacht uitgaat naar de wederzijdse verwachtingen en mogelijkheden. Dat deze investering, die niet door de zorgverzekeraar wordt vergoed, een goede basis legt voor vertrouwen en zichzelf uiteindelijk terugbetaalt, blijkt uit de bijna uitsluitend positieve evaluaties die SGEi sinds de opening vorig jaar november van patiënten kreeg.

De eyeopeners van SGEi vinden hun weg naar de andere gezondheidscentra van SGE. Zo is de international ook een incubator voor verandering. Meestal gaat het om kleine dingen, zoals een iets andere aanpak van de triage die voortkomt uit het feit dat veel internationals de doktersassistente als een obstakel ervaren. Hazenberg: ‘Het tegendeel is natuurlijk waar, zij leiden de patiënt juist naar de huisarts toe. We hebben de volgorde in de triage iets omgedraaid, een heel kleine verandering die voor iedereen prettig is. We zeggen: natuurlijk maken we nu eerst een afspraak met de huisarts voor u, maar mogen we daarna een paar vragen stellen om de reden goed vast te stellen? In de praktijk kan het dan zijn dat mensen tevreden zijn met het advies van de assistente en de afspraak niet meer hoeft door te gaan.’

Het centrum omvat momenteel een huisarts en een doktersassistente. Ze werken samen met een groeiend netwerk van eerstelijns zorgverleners die zijn ingericht op zorg aan internationals (onder andere Engels sprekend): verloskundigen, psychologen, podotherapeuten, fysiotherapeuten, diëtisten. Als volgende stap wil SGEi nu het zorgconcept via het kennisnetwerk Healthcare4Interntionals (H4i) delen met andere grote steden. Hazenberg: ‘Er ligt een mooi innovatief product waar anderen veel aan kunnen hebben. De samenleving wordt overal steeds diverser.’ Hij wijst onder meer op de training die SGEi samen met het KIT ontwikkelde gericht op interculturele screening. ‘Je hoeft niet alle zorgsystemen te kennen. Het gaat erom je ideeën over andere culturen los te laten en open het gesprek aan te gaan. Dat is vooral een attitudeverandering. We hebben over dit concept veel overleg met de aanbieders in andere grote steden waaronder de SAG in Amsterdam. Samen noemen we het concept inmiddels cultuur-sensitieve zorg, dit dekt nog beter de lading.

Over de eigen toekomst van SGEi is de discussie nog gaande. Een optie is doorgroeien, maar ook de optie een klein innovatief centrum te blijven en te fungeren als een broedplaats voor zorg over culturele verschillen heen, is aantrekkelijk.

[...]

SGEiBijna een jaar geleden kwam op Strijp-S in Eindhoven het gezondheidscentrum SGE international (SGEi) uit de startblokken. Op het voormalige Philips-bedrijfsterrein vestigden zich sinds 2006 veel creatieve en innovatieve ondernemers. SGE-clustermanager Robert Hazenberg: ‘Een van onze huisartsen vroeg me: waarom zitten wij daar eigenlijk niet? Zo begon het.’

SGEi speelde vervolgens in op twee ontwikkelingen. Allereerst liet de gemeente Eindhoven weten het vestigingsklimaat voor internationals te willen verbeteren. Vertrouwen in de zorg vormt daarvan een belangrijk aspect. De regio Eindhoven kent al decennia een groot aantal internationals. Alleen al ASML, de opvolger van Philips en grootste werkgever van de regio, is goed voor 600 tot 800 nieuwe expats per jaar, uit de VS, uit China, uit Korea en vele andere windstreken. Voorts kwam SGE in contact met Dirk Jan Frijling, eigenaar van International Health Services (IHS), een consultancybureau dat onderzocht hoe de international de Nederlandse (huisartsen)zorg ervaart. De uitkomsten waren niet mis: maar 30% van de internationals heeft vertrouwen in de rol van de huisarts (Nederlanders: 85%).

‘Ons zorgsysteem’, aldus Hazenberg, ‘hoort tot de besten in Europa. Daar geloven we in. SGEi verleent dus zorg volgens de Nederlandse richtlijnen en standaarden.’ Het gebrek aan vertrouwen in de huisartsenzorg gaat daar ook niet over, zegt hij. Het oordeel is geen kwaliteitsoordeel, maar een andere beleving veroorzaakt door culturele verschillen. Om deze verschillen boven tafel te krijgen werkte SGEi in de voorbereidingsfase met een panel van 10 internationals. Dat leverde veel eyeopeners op. Hazenberg: ‘Ik verwachtte bijvoorbeeld dat er veel vraag zou zijn naar E-oplossingen, dat is ook zo, maar bovenal – en dat was de eyeopener – is er behoefte aan een goede persoonlijke relatie.’ Dit leidde onder meer tot de beslissing om te gaan werken met een intakegesprek van 40 minuten waarin behalve naar de gebruikelijke zaken als voorgeschiedenis en medicatie veel aandacht uitgaat naar de wederzijdse verwachtingen en mogelijkheden. Dat deze investering, die niet door de zorgverzekeraar wordt vergoed, een goede basis legt voor vertrouwen en zichzelf uiteindelijk terugbetaalt, blijkt uit de bijna uitsluitend positieve evaluaties die SGEi sinds de opening vorig jaar november van patiënten kreeg.

De eyeopeners van SGEi vinden hun weg naar de andere gezondheidscentra van SGE. Zo is de international ook een incubator voor verandering. Meestal gaat het om kleine dingen, zoals een iets andere aanpak van de triage die voortkomt uit het feit dat veel internationals de doktersassistente als een obstakel ervaren. Hazenberg: ‘Het tegendeel is natuurlijk waar, zij leiden de patiënt juist naar de huisarts toe. We hebben de volgorde in de triage iets omgedraaid, een heel kleine verandering die voor iedereen prettig is. We zeggen: natuurlijk maken we nu eerst een afspraak met de huisarts voor u, maar mogen we daarna een paar vragen stellen om de reden goed vast te stellen? In de praktijk kan het dan zijn dat mensen tevreden zijn met het advies van de assistente en de afspraak niet meer hoeft door te gaan.’

Het centrum omvat momenteel een huisarts en een doktersassistente. Ze werken samen met een groeiend netwerk van eerstelijns zorgverleners die zijn ingericht op zorg aan internationals (onder andere Engels sprekend): verloskundigen, psychologen, podotherapeuten, fysiotherapeuten, diëtisten. Als volgende stap wil SGEi nu het zorgconcept via het kennisnetwerk Healthcare4Interntionals (H4i) delen met andere grote steden. Hazenberg: ‘Er ligt een mooi innovatief product waar anderen veel aan kunnen hebben. De samenleving wordt overal steeds diverser.’ Hij wijst onder meer op de training die SGEi samen met het KIT ontwikkelde gericht op interculturele screening. ‘Je hoeft niet alle zorgsystemen te kennen. Het gaat erom je ideeën over andere culturen los te laten en open het gesprek aan te gaan. Dat is vooral een attitudeverandering. We hebben over dit concept veel overleg met de aanbieders in andere grote steden waaronder de SAG in Amsterdam. Samen noemen we het concept inmiddels cultuur-sensitieve zorg, dit dekt nog beter de lading.

Over de eigen toekomst van SGEi is de discussie nog gaande. Een optie is doorgroeien, maar ook de optie een klein innovatief centrum te blijven en te fungeren als een broedplaats voor zorg over culturele verschillen heen, is aantrekkelijk.

Landelijke benchmark ketenzorg

22 maart 2016

De landelijke benchmark ketenzorg beleeft dit jaar het eerste lustrum. De afgelopen vijf jaar benutten steeds meer ketenzorgorganisaties de landelijke benchmark als instrument voor kwaliteitsverbetering: het aantal deelnemers steeg naar 113 ketenzorgorganisaties in het afgelopen jaar. Elk jaar stijgt ook het aantal ketenzorgorganisaties dat zich met hun naam bekend maakt in de landelijke benchmark. Afgelopen jaar stond de benchmark mede vanwege Het Roer Moet Om volop in de belangstelling. Er kwamen meer vragen over. Waarvoor zijn indicatoren bedoeld? Wie mag de informatie gebruiken? Hoe kunnen we de indicatoren nauwkeuriger meten? Kan het aantal indicatoren worden gereduceerd? Stuk voor stuk relevante vragen die we voor een deel nu al kunnen beantwoorden en waar we voor een deel met elkaar nog een antwoord op moeten zien te vinden. In een memo hebben we de zaken op een rij gezet en de onderwerpen benoemd die de komende periode verder worden opgepakt.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 18 maart 2016.

[...]

De landelijke benchmark ketenzorg beleeft dit jaar het eerste lustrum. De afgelopen vijf jaar benutten steeds meer ketenzorgorganisaties de landelijke benchmark als instrument voor kwaliteitsverbetering: het aantal deelnemers steeg naar 113 ketenzorgorganisaties in het afgelopen jaar. Elk jaar stijgt ook het aantal ketenzorgorganisaties dat zich met hun naam bekend maakt in de landelijke benchmark. Afgelopen jaar stond de benchmark mede vanwege Het Roer Moet Om volop in de belangstelling. Er kwamen meer vragen over. Waarvoor zijn indicatoren bedoeld? Wie mag de informatie gebruiken? Hoe kunnen we de indicatoren nauwkeuriger meten? Kan het aantal indicatoren worden gereduceerd? Stuk voor stuk relevante vragen die we voor een deel nu al kunnen beantwoorden en waar we voor een deel met elkaar nog een antwoord op moeten zien te vinden. In een memo hebben we de zaken op een rij gezet en de onderwerpen benoemd die de komende periode verder worden opgepakt.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 18 maart 2016.

Wie organiseert eerstelijnsverblijf?

25 januari 2016

Vanaf 1 januari 2015 kunnen patiënten niet meer kortdurend worden opgenomen in een verzorgings- of verpleeghuis, maar valt dit Eerstelijnsverblijf (ELV) onder de zorgverzekeringswet (Zvw). In 2015 en 2016 geldt een subsidieregeling en vanaf 2017 is het de bedoeling een ELV daadwerkelijk vanuit de Zvw te bekostigen. We weten dat er in verschillende regio’s initiatieven zijn op het gebied van ELV, eerstelijnsbedden of huisartsbedden. We willen graag weten welke leden van InEen de ELV in hun regio organiseren. Willen jullie eventuele ELV-initiatieven aan ons laten weten via info@ineen.nl? De NZa maakt onderscheid tussen algemeen eerstelijnsverblijf en eerstelijnsverblijf specifiek gericht op palliatief terminale zorg (PTZ). Ook van initiatieven gericht op eerstelijnsverblijf bij palliatief terminale zorg blijven we graag op de hoogte.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 22 januari 2016.

[...]

Vanaf 1 januari 2015 kunnen patiënten niet meer kortdurend worden opgenomen in een verzorgings- of verpleeghuis, maar valt dit Eerstelijnsverblijf (ELV) onder de zorgverzekeringswet (Zvw). In 2015 en 2016 geldt een subsidieregeling en vanaf 2017 is het de bedoeling een ELV daadwerkelijk vanuit de Zvw te bekostigen. We weten dat er in verschillende regio’s initiatieven zijn op het gebied van ELV, eerstelijnsbedden of huisartsbedden. We willen graag weten welke leden van InEen de ELV in hun regio organiseren. Willen jullie eventuele ELV-initiatieven aan ons laten weten via info@ineen.nl? De NZa maakt onderscheid tussen algemeen eerstelijnsverblijf en eerstelijnsverblijf specifiek gericht op palliatief terminale zorg (PTZ). Ook van initiatieven gericht op eerstelijnsverblijf bij palliatief terminale zorg blijven we graag op de hoogte.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 22 januari 2016.

Onderzoek naar tolken in de zorg

02 december 2015

Het Nivel nodigt zorgverleners uit de Randstad uit voor deelname aan een onderzoek naar de inzet van professionele tolken in de zorg. In welke situaties en onder welke omstandigheden is dat noodzakelijk? Het onderzoek gebeurt in opdracht van de KNMG. Van de deelnemers wordt gevraagd om op 25 zelf aan te geven werkdagen hun contacten met anderstaligen te registreren. Zo krijgen de onderzoekers een beeld van de patiëntengroep en de zorgvragen. Er is financiële compensatie beschikbaar. Je kunt ook meedoen als je nog nooit gebruik hebt gemaakt van een professionele tolk. Aanmelden kan nog tot eind 2015. Voor hetzelfde onderzoek wordt ook gezocht naar zorgverleners die een korte eenmalige webenquête willen invullen over hun ervaringen met tolken en hun visie op het onderwerp. Meer informatie over het onderzoek vinden jullie in de oproep voor registraties en de samenvatting van het onderzoek. Geef deze informatie gerust door aan andere geïnteresseerden!

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Het Nivel nodigt zorgverleners uit de Randstad uit voor deelname aan een onderzoek naar de inzet van professionele tolken in de zorg. In welke situaties en onder welke omstandigheden is dat noodzakelijk? Het onderzoek gebeurt in opdracht van de KNMG. Van de deelnemers wordt gevraagd om op 25 zelf aan te geven werkdagen hun contacten met anderstaligen te registreren. Zo krijgen de onderzoekers een beeld van de patiëntengroep en de zorgvragen. Er is financiële compensatie beschikbaar. Je kunt ook meedoen als je nog nooit gebruik hebt gemaakt van een professionele tolk. Aanmelden kan nog tot eind 2015. Voor hetzelfde onderzoek wordt ook gezocht naar zorgverleners die een korte eenmalige webenquête willen invullen over hun ervaringen met tolken en hun visie op het onderwerp. Meer informatie over het onderzoek vinden jullie in de oproep voor registraties en de samenvatting van het onderzoek. Geef deze informatie gerust door aan andere geïnteresseerden!

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

In wording: Buurtpension Malburgen

26 november 2015

pensionIn de Arnhemse wijk Malburgen beraadt het GEZ-bestuur zich op het ontwikkelen van een ‘buurtpension’. Een werktitel waarmee gedoeld wordt op een wijkvoorziening die kan dienen als ‘stepping stone’ tussen het ziekenhuis en de thuissituatie. Maar, zegt GEZ-voorzitter Hans Tönjes met nadruk: ‘Het moet geen soloproductie van de zorg te zijn.’

Het zou niet zo mogen zijn, vindt Tönjes, dat mensen langer in een ziekenhuis blijven, alleen omdat er thuis net iets te weinig voorzieningen zijn. Nog los van de kosten, werkt een lange ziekenhuisopname voor iedereen ontregelend, en zeker voor mensen – zoals veel ouderen – die moeite hebben met oriëntatie in tijd en plaats. Tönjes: ‘In Malburgen, een voormalige krachtwijk, speelt nog een argument. Bijna 50% van de bevolking is van allochtone afkomst waarvan een groot gedeelte een Marokkaanse of Turkse achtergrond heeft. De ouderen in deze groep hebben vaak een kleine actieradius en kennen ook qua taligheid beperkingen. Het is voor hen een beproeving om ver buiten de wijk naar het ziekenhuis te gaan.’ Een buurtlocatie waar je onder supervisie van de eigen vertrouwde huisarts kan herstellen is dan een goede oplossing.

Maar de visie van de GEZ Malburgen gaat verder dan het in ere herstellen van het vroegere huisartsenbed. ‘Wij denken dat, juist omdat het een buurtvoorziening is, ook het normale sociale weefsel van de patiënten een rol zou moeten spelen.’ Het GEZ-bestuur wil op een andere manier aankijken tegen gezondheid en de rol van de zorg. ‘We zoeken verbinding met iedereen in de buurt die kan bijdragen aan gezondheid dichtbij huis. De professionele zorg, zegt Tönjes meer dan eens, moet goed zijn en beantwoorden aan de standaarden die daarvoor gelden, maar daarnaast kunnen familie, buren, vrijwilligers of mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt een rol spelen in het buurtpension. ‘Het moet geen soloproductie van de zorg te zijn.’

De GEZ Malburgen is uit op een coproductie, een netwerk van mensen die kunnen en willen bijdragen: de buurtbewoners zelf, de gemeente, de wijkteams en ook verenigingen, kerken en de moskee. ‘Gezondheid is niet alleen het domein van de zorg. We zijn als zorg heel goed geworden in zorgketens, dat hebben we prima geregeld, maar we zijn nog niet goed geoefend in de wat meer beweeglijke netwerken, waaraan behalve de zorg ook niet-zorgorganisaties, informele organisaties of burgernetwerken volwaardig meedoen en waarde creëren. Willen we iets doen aan de zorgkosten, dan moeten we weg bij het idee dat alleen zorg door betaalde professionals waarde heeft.’

Het idee van het buurtpension werd concreet geboren op de invitational conference over de Regionale Zorgagenda ‘Arnhem, Gelderse Vallei en Gelders Rivierenland’ die eind september plaats vond en georganiseerd werd door de Regionale Ondersteuningsstructuren Caransscoop en Stichting OOGG in samenwerking met Menzis.

[...]

pensionIn de Arnhemse wijk Malburgen beraadt het GEZ-bestuur zich op het ontwikkelen van een ‘buurtpension’. Een werktitel waarmee gedoeld wordt op een wijkvoorziening die kan dienen als ‘stepping stone’ tussen het ziekenhuis en de thuissituatie. Maar, zegt GEZ-voorzitter Hans Tönjes met nadruk: ‘Het moet geen soloproductie van de zorg te zijn.’

Het zou niet zo mogen zijn, vindt Tönjes, dat mensen langer in een ziekenhuis blijven, alleen omdat er thuis net iets te weinig voorzieningen zijn. Nog los van de kosten, werkt een lange ziekenhuisopname voor iedereen ontregelend, en zeker voor mensen – zoals veel ouderen – die moeite hebben met oriëntatie in tijd en plaats. Tönjes: ‘In Malburgen, een voormalige krachtwijk, speelt nog een argument. Bijna 50% van de bevolking is van allochtone afkomst waarvan een groot gedeelte een Marokkaanse of Turkse achtergrond heeft. De ouderen in deze groep hebben vaak een kleine actieradius en kennen ook qua taligheid beperkingen. Het is voor hen een beproeving om ver buiten de wijk naar het ziekenhuis te gaan.’ Een buurtlocatie waar je onder supervisie van de eigen vertrouwde huisarts kan herstellen is dan een goede oplossing.

Maar de visie van de GEZ Malburgen gaat verder dan het in ere herstellen van het vroegere huisartsenbed. ‘Wij denken dat, juist omdat het een buurtvoorziening is, ook het normale sociale weefsel van de patiënten een rol zou moeten spelen.’ Het GEZ-bestuur wil op een andere manier aankijken tegen gezondheid en de rol van de zorg. ‘We zoeken verbinding met iedereen in de buurt die kan bijdragen aan gezondheid dichtbij huis. De professionele zorg, zegt Tönjes meer dan eens, moet goed zijn en beantwoorden aan de standaarden die daarvoor gelden, maar daarnaast kunnen familie, buren, vrijwilligers of mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt een rol spelen in het buurtpension. ‘Het moet geen soloproductie van de zorg te zijn.’

De GEZ Malburgen is uit op een coproductie, een netwerk van mensen die kunnen en willen bijdragen: de buurtbewoners zelf, de gemeente, de wijkteams en ook verenigingen, kerken en de moskee. ‘Gezondheid is niet alleen het domein van de zorg. We zijn als zorg heel goed geworden in zorgketens, dat hebben we prima geregeld, maar we zijn nog niet goed geoefend in de wat meer beweeglijke netwerken, waaraan behalve de zorg ook niet-zorgorganisaties, informele organisaties of burgernetwerken volwaardig meedoen en waarde creëren. Willen we iets doen aan de zorgkosten, dan moeten we weg bij het idee dat alleen zorg door betaalde professionals waarde heeft.’

Het idee van het buurtpension werd concreet geboren op de invitational conference over de Regionale Zorgagenda ‘Arnhem, Gelderse Vallei en Gelders Rivierenland’ die eind september plaats vond en georganiseerd werd door de Regionale Ondersteuningsstructuren Caransscoop en Stichting OOGG in samenwerking met Menzis.

European Forum for Primary Care (EFPC): Persoonsgerichte zorg

13 augustus 2015

Recent onderzoek van het NIVEL bij zorggroep RCH Midden-Brabant laat zien dat aandacht voor zelfmanagement en het aanbieden van training en scholing een positief effect hebben op de attitude en ervaringen van zorgverleners: ze gaan zelfmanagement belangrijker vinden, bieden de ondersteuning van zelfmanagement meer geïntegreerd aan en maken meer gebruik van het Individueel Zorgplan (IZP) als instrument om zelfmanagement vorm te geven. Een meerderheid van de zorgverleners in Midden-Brabant ziet zelfmanagement nu als een speerpunt voor kwaliteitsbeleid, aldus het onderzoeksrapport. Ook elders in Europa zijn eerstelijnszorgverleners bezig met dit onderwerp. Zij zien zich gesteld voor vergelijkbare vraagstukken. De oplossingen en ervaringen uit het buitenland kunnen ons helpen bij het vinden van nieuwe arrangementen.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Recent onderzoek van het NIVEL bij zorggroep RCH Midden-Brabant laat zien dat aandacht voor zelfmanagement en het aanbieden van training en scholing een positief effect hebben op de attitude en ervaringen van zorgverleners: ze gaan zelfmanagement belangrijker vinden, bieden de ondersteuning van zelfmanagement meer geïntegreerd aan en maken meer gebruik van het Individueel Zorgplan (IZP) als instrument om zelfmanagement vorm te geven. Een meerderheid van de zorgverleners in Midden-Brabant ziet zelfmanagement nu als een speerpunt voor kwaliteitsbeleid, aldus het onderzoeksrapport. Ook elders in Europa zijn eerstelijnszorgverleners bezig met dit onderwerp. Zij zien zich gesteld voor vergelijkbare vraagstukken. De oplossingen en ervaringen uit het buitenland kunnen ons helpen bij het vinden van nieuwe arrangementen.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Rotterdamse Gezondheidscentra op Zuid gaan fuseren

15 juli 2015

Per 1 januari 2016 gaan in Rotterdam de drie stichtingen  waar de gezondheidscentra Randweg, Tarwezigt en Zorg op Zuid onder vallen, fuseren. De centra zelf blijven onder eigen naam herkenbaar in de wijk. De fusiepartners zijn ervan overtuigd dat samenwerking meer perspectief biedt dan concurrentie. Ze werken immers in hetzelfde gebied en hebben hetzelfde doel. De nieuwe organisatie kan zich krachtig profileren in de wijk en adequaat inspelen op de complexe opdracht waar de georganiseerde eerste lijn voor staat. Lees ook het persbericht.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Per 1 januari 2016 gaan in Rotterdam de drie stichtingen  waar de gezondheidscentra Randweg, Tarwezigt en Zorg op Zuid onder vallen, fuseren. De centra zelf blijven onder eigen naam herkenbaar in de wijk. De fusiepartners zijn ervan overtuigd dat samenwerking meer perspectief biedt dan concurrentie. Ze werken immers in hetzelfde gebied en hebben hetzelfde doel. De nieuwe organisatie kan zich krachtig profileren in de wijk en adequaat inspelen op de complexe opdracht waar de georganiseerde eerste lijn voor staat. Lees ook het persbericht.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Pilot: gedeelde transmurale zorg voor hartpatiënten

26 juni 2015

hartTer ondersteuning van de implementatie van de zorgstandard CVRM organiseerde het platform Vitale Vaten in 2014 vier pilots. Het onlangs verschenen Rapport Innovatie CVRM geeft waardevolle lessen en instrumenten, met als centrale thema’s: integrale aanpak, ondersteunen van zelfmanagement en transmurale samenwerking. ‘Een aanrader voor zorggroepen’, aldus het persbericht.

Huisartsen Utrecht Stad (HUS) deed de pilot rond transmurale samenwerking. Twaalf HUS-praktijken die al werkten met een gestructureerd CVRM-spreekuur, inventariseerden aan de hand van ICPC-codes de patiënten die bij een cardioloog in behandeling waren voor een myocardinfarct en een stabiele angina pectoris (ca. 650 in drie ziekenhuizen). Na gezamenlijk casuïstiekbespreking met de cardiologen bleek een kwart van deze patiënten terug te kunnen naar de huisarts; van de overige patiënten kwam 95% in aanmerking voor gedeelde zorg door huisarts en cardioloog. Projectleider Angelien Borgdorff (HUS): ‘Als deze laatste groep alleen naar de cardioloog zou gaan, krijgen ze niet de zorg volgens de zorgstandaard, want een cardioloog heeft nauwelijks ruimte voor begeleiding op het gebied van leefstijl en preventie. Het betekent dat bijna alle hartpatiënten, al dan niet in gedeelde zorg, in aanmerking komen voor CVRM-zorg met de huisarts als hoofdbehandelaar. Dat hadden we vooraf niet gedacht.’

Borgdorff: ‘Commitment is belangrijk. Zorg op de juiste plaats is niet iets wat je even op een achternamiddag bereikt, het kost tijd. Dat geldt voor huisartsen en praktijkondersteuners, maar ook voor cardiologen. We hebben wel het tij mee, ziekenhuizen voelen de urgentie van substitutie en willen dat goed en veilig doen. Maar je moet het intensief faciliteren.’ Na een gezamenlijke startbijeenkomst met veel aandacht voor samenwerking, volgden de gezamenlijke casuïstiekbespreking en de tweemaandelijkse projectgroep met de kaderhuisarts, drie cardiologen, de beide projectleiders (HUS en Vilans) en een patiënt uit de Hart en Vaatgroep. Borgdorff: ‘Dat was een key-factor. Deze patiënt kon aangeven hoe het is om te worden terugverwezen en had bijvoorbeeld goede adviezen over de communicatie.’ Zowel cardiologen als huisartsen evalueerden de pilot positief, met name het ontstaan van duidelijkheid over de patiëntenpopulatie (wie hoort waar), de bewustwording rond het terugverwijzen en het toegenomen onderlinge contact. Tegelijkertijd zijn er zorgen over de werkbelasting en de financiering. Voor patiënten, zo bleek uit een spiegelgesprek met zes patiënten en professionals, is met name het gevoel van veiligheid erg belangrijk en (daarmee samenhangend) heldere communicatie.

Borgdorff: ‘De Regionale Transmurale Afspraken die de HUS voor CVRM heeft gemaakt, worden nog deze zomer ondertekend. Dan gaan we verder zoals we in de pilot hebben gedaan. Welke patiënten zijn er, wie hoort waar, wie kan terug, wie krijgt gedeelde zorg? En dat in al onze praktijken die CVRM doen. Verder starten we met een vervolgpilot rond het transmuraal consult. Daarbij krijgen zes patiënten met hun partner een transmuraal gezamenlijk medisch consult (T-GMC) met een cardioloog, huisarts, een hartrevalidatieverpleegkundige en een praktijkondersteuner. Mensen hebben bij ontslag of terugverwijzing vergelijkbare vragen. In een gezamenlijk consult werk je aan patiënten empowerment en onderlinge samenwerking.’

Meer informatie

 

[...]

hartTer ondersteuning van de implementatie van de zorgstandard CVRM organiseerde het platform Vitale Vaten in 2014 vier pilots. Het onlangs verschenen Rapport Innovatie CVRM geeft waardevolle lessen en instrumenten, met als centrale thema’s: integrale aanpak, ondersteunen van zelfmanagement en transmurale samenwerking. ‘Een aanrader voor zorggroepen’, aldus het persbericht.

Huisartsen Utrecht Stad (HUS) deed de pilot rond transmurale samenwerking. Twaalf HUS-praktijken die al werkten met een gestructureerd CVRM-spreekuur, inventariseerden aan de hand van ICPC-codes de patiënten die bij een cardioloog in behandeling waren voor een myocardinfarct en een stabiele angina pectoris (ca. 650 in drie ziekenhuizen). Na gezamenlijk casuïstiekbespreking met de cardiologen bleek een kwart van deze patiënten terug te kunnen naar de huisarts; van de overige patiënten kwam 95% in aanmerking voor gedeelde zorg door huisarts en cardioloog. Projectleider Angelien Borgdorff (HUS): ‘Als deze laatste groep alleen naar de cardioloog zou gaan, krijgen ze niet de zorg volgens de zorgstandaard, want een cardioloog heeft nauwelijks ruimte voor begeleiding op het gebied van leefstijl en preventie. Het betekent dat bijna alle hartpatiënten, al dan niet in gedeelde zorg, in aanmerking komen voor CVRM-zorg met de huisarts als hoofdbehandelaar. Dat hadden we vooraf niet gedacht.’

Borgdorff: ‘Commitment is belangrijk. Zorg op de juiste plaats is niet iets wat je even op een achternamiddag bereikt, het kost tijd. Dat geldt voor huisartsen en praktijkondersteuners, maar ook voor cardiologen. We hebben wel het tij mee, ziekenhuizen voelen de urgentie van substitutie en willen dat goed en veilig doen. Maar je moet het intensief faciliteren.’ Na een gezamenlijke startbijeenkomst met veel aandacht voor samenwerking, volgden de gezamenlijke casuïstiekbespreking en de tweemaandelijkse projectgroep met de kaderhuisarts, drie cardiologen, de beide projectleiders (HUS en Vilans) en een patiënt uit de Hart en Vaatgroep. Borgdorff: ‘Dat was een key-factor. Deze patiënt kon aangeven hoe het is om te worden terugverwezen en had bijvoorbeeld goede adviezen over de communicatie.’ Zowel cardiologen als huisartsen evalueerden de pilot positief, met name het ontstaan van duidelijkheid over de patiëntenpopulatie (wie hoort waar), de bewustwording rond het terugverwijzen en het toegenomen onderlinge contact. Tegelijkertijd zijn er zorgen over de werkbelasting en de financiering. Voor patiënten, zo bleek uit een spiegelgesprek met zes patiënten en professionals, is met name het gevoel van veiligheid erg belangrijk en (daarmee samenhangend) heldere communicatie.

Borgdorff: ‘De Regionale Transmurale Afspraken die de HUS voor CVRM heeft gemaakt, worden nog deze zomer ondertekend. Dan gaan we verder zoals we in de pilot hebben gedaan. Welke patiënten zijn er, wie hoort waar, wie kan terug, wie krijgt gedeelde zorg? En dat in al onze praktijken die CVRM doen. Verder starten we met een vervolgpilot rond het transmuraal consult. Daarbij krijgen zes patiënten met hun partner een transmuraal gezamenlijk medisch consult (T-GMC) met een cardioloog, huisarts, een hartrevalidatieverpleegkundige en een praktijkondersteuner. Mensen hebben bij ontslag of terugverwijzing vergelijkbare vragen. In een gezamenlijk consult werk je aan patiënten empowerment en onderlinge samenwerking.’

Meer informatie

 

Betere zorg huisartsenpost voor terminale patiënten

28 mei 2015

pallitatievezorg

Een pilot in de regio Schiedam heeft geleid tot betere zorg aan terminale patiënten. De centrale Huisartsenpost van Schiedam, Vlaardingen en Maassluis (CHP NWN) lanceerde in mei 2012 een pz-dienst, een achterwacht voor palliatief terminale zorg tijdens de weekenden. Dit leverde dusdanig goede resultaten op dat de post de pz-dienst nu permanent heeft ingevoerd. Een recente evaluatie onderzocht het effect op de kwaliteit van zorg.

Huisarts niet meer 24/7
De tijden zijn veranderd. Voor veel huisartsen is het moeilijk om continu beschikbaar te zijn voor hun patiënten. Dit gegeven, plus de verwachte stijgende vraag naar palliatieve zorg in de toekomst, heeft voormalig huisarts Eef van Dijk tot actie aangezet. Als medisch adviseur van de CHP Nieuwe Waterweg Noord creëerde hij draagvlak bij huisartsen in de regio om deel te nemen aan een pilot. Huisartsen die affiniteit hadden met palliatieve zorg konden zich vrijwillig beschikbaar stellen om naast hun gewone ‘postwerk’ een aantal pz-diensten te draaien. Patiënten, familieleden en zorgverleners kregen van zaterdag 08:00 uur tot zondag 24:00 uur, minus de nacht, te maken met één vaste vervanger van hun eigen huisarts.

Binnen een half uur teruggebeld
Eef van Dijk: “Normaal gesproken heeft een huisartsenpost maar één vorm van dienstverlening. Iemand belt, en tijdens het telefoongesprek schat de triage-assistent de urgentie van de zorgvraag in.  Bij CHP NWN gaat dit nu anders. Zodra de assistent herkent dat de hulpvraag over een terminale patiënt gaat, wordt afgesproken dat de beller binnen een half uur door de dienstdoende pz-arts wordt teruggebeld. Deze werkt vanuit huis en staat niet onder druk van andere urgente hulpvragen. Zo heeft hij tijd voor overleg met andere zorgverleners en kan hij zelf later, eventueel de volgende dag, terug komen. Dit levert een enorme verbetering op. Niet alleen voor patiënten en de vervangende arts, maar ook voor de naasten van de patiënt. In een evaluatiegesprek bleek dat naasten vooral de persoonlijke aandacht memoreerden, voor de patiënt en voor henzelf als mantelzorger.

Kwaliteitswinst palliatieve zorg
De recente evaluatie vergeleek CHP Nieuwe Waterweg Noord met de huisartsenpost Delft. Zorgt de pz-dienst inderdaad voor kwaliteitswinst? Er bleek op een aantal facetten een verschil in kwaliteit. Huisartsen legden vaker een huisbezoek af en besteedden tijdens de speciale dienst tot bijna 2 keer meer tijd aan de patiënt en naasten. De pz-huisartsen hadden minder last van de regelmatig ontbrekende medische informatie.  Een panel van experts beoordeelde het medisch-technisch handelen beter. Tenslotte waren de naasten van de patiënten tevredener over de continuïteit, de goede uitleg en de mate waarin rekening werd gehouden met de wensen van de patiënt.

Navolging
Het onderzoek kon geen relatie aantonen met het aantal onterechte ziekenhuisopnames, maar dit had mogelijk te maken met de kleinschaligheid van het onderzoek. NHG woordvoerder Frans van Soest vindt dat het onderzoek navolging verdient. Hij wil een plan indienen voor diverse pilots naar CHP NWN voorbeeld, om te onderzoeken of de werkwijze op andere plaatsen net zulke goede resultaten oplevert.


Meer informatie

[...]

pallitatievezorg

Een pilot in de regio Schiedam heeft geleid tot betere zorg aan terminale patiënten. De centrale Huisartsenpost van Schiedam, Vlaardingen en Maassluis (CHP NWN) lanceerde in mei 2012 een pz-dienst, een achterwacht voor palliatief terminale zorg tijdens de weekenden. Dit leverde dusdanig goede resultaten op dat de post de pz-dienst nu permanent heeft ingevoerd. Een recente evaluatie onderzocht het effect op de kwaliteit van zorg.

Huisarts niet meer 24/7
De tijden zijn veranderd. Voor veel huisartsen is het moeilijk om continu beschikbaar te zijn voor hun patiënten. Dit gegeven, plus de verwachte stijgende vraag naar palliatieve zorg in de toekomst, heeft voormalig huisarts Eef van Dijk tot actie aangezet. Als medisch adviseur van de CHP Nieuwe Waterweg Noord creëerde hij draagvlak bij huisartsen in de regio om deel te nemen aan een pilot. Huisartsen die affiniteit hadden met palliatieve zorg konden zich vrijwillig beschikbaar stellen om naast hun gewone ‘postwerk’ een aantal pz-diensten te draaien. Patiënten, familieleden en zorgverleners kregen van zaterdag 08:00 uur tot zondag 24:00 uur, minus de nacht, te maken met één vaste vervanger van hun eigen huisarts.

Binnen een half uur teruggebeld
Eef van Dijk: “Normaal gesproken heeft een huisartsenpost maar één vorm van dienstverlening. Iemand belt, en tijdens het telefoongesprek schat de triage-assistent de urgentie van de zorgvraag in.  Bij CHP NWN gaat dit nu anders. Zodra de assistent herkent dat de hulpvraag over een terminale patiënt gaat, wordt afgesproken dat de beller binnen een half uur door de dienstdoende pz-arts wordt teruggebeld. Deze werkt vanuit huis en staat niet onder druk van andere urgente hulpvragen. Zo heeft hij tijd voor overleg met andere zorgverleners en kan hij zelf later, eventueel de volgende dag, terug komen. Dit levert een enorme verbetering op. Niet alleen voor patiënten en de vervangende arts, maar ook voor de naasten van de patiënt. In een evaluatiegesprek bleek dat naasten vooral de persoonlijke aandacht memoreerden, voor de patiënt en voor henzelf als mantelzorger.

Kwaliteitswinst palliatieve zorg
De recente evaluatie vergeleek CHP Nieuwe Waterweg Noord met de huisartsenpost Delft. Zorgt de pz-dienst inderdaad voor kwaliteitswinst? Er bleek op een aantal facetten een verschil in kwaliteit. Huisartsen legden vaker een huisbezoek af en besteedden tijdens de speciale dienst tot bijna 2 keer meer tijd aan de patiënt en naasten. De pz-huisartsen hadden minder last van de regelmatig ontbrekende medische informatie.  Een panel van experts beoordeelde het medisch-technisch handelen beter. Tenslotte waren de naasten van de patiënten tevredener over de continuïteit, de goede uitleg en de mate waarin rekening werd gehouden met de wensen van de patiënt.

Navolging
Het onderzoek kon geen relatie aantonen met het aantal onterechte ziekenhuisopnames, maar dit had mogelijk te maken met de kleinschaligheid van het onderzoek. NHG woordvoerder Frans van Soest vindt dat het onderzoek navolging verdient. Hij wil een plan indienen voor diverse pilots naar CHP NWN voorbeeld, om te onderzoeken of de werkwijze op andere plaatsen net zulke goede resultaten oplevert.


Meer informatie

ROS ‘en zetten in op meer kennis over zelfmanagement

28 mei 2015

zelfmanagementPatiënten anno nu zijn niet langer alleen lijdend, maar steeds meer leidend. Wie kampt met een chronische aandoening zoals COPD, diabetes of hart- en vaatziekten wordt zo veel mogelijk gestimuleerd om zijn eigen zorg te ‘managen’. Zelfmanagement betekent dat patiënten meedenken over het behandelplan, eigen doelen stellen en in afstemming met zorgaanbieders en waar mogelijk bijdragen aan hun eigen zorg. Deze nieuwe werkwijze betekent een flinke omslag voor zorgaanbieders. Vandaar dat Regionale Ondersteuningsstructuren (ROS’en) hun oor te luisteren leggen bij zorgaanbieders en hen ondersteunen daar waar kennis en ervaring ontbreekt.

Landelijk wordt ingezet op het samenbrengen van kennis over communicatie en implementatie rond zelfmanagement. Afstemming wordt hierbij gezocht met Zelfzorg Ondersteund (ZO!). Onlangs is er een aantal  pilots uitgezet om zelfmanagement te onderzoeken. Volgens Anneke Venema, directeur van ROS Friesland en ROS Almere, zijn deze pilots alleen niet voldoende. “De implementatie van zelfmanagement gaat niet over één nacht ijs. Het is een cultuurverandering, het vergt een andere attitude bij patiënt, zorgaanbieder en zorgverzekeraar.” Volgens de ROS-directeur gaat het niet alleen om kennis vergaren. “Zorgaanbieders moeten meer te weten komen over de wensen en ervaringen van patiënten. Ze moeten voorbeelden horen uit de praktijk, maar kunnen bijvoorbeeld ook leren  van voorbeelden uit het sociale domein, waar het eigen initiatief van cliënten al enige tijd wordt gestimuleerd.”

Regionaal pakken verschillende ROS’en dit al op.

ROS Caransscoop – Programmatische aanpak en moderne middelen
Boy Zwartjes is adviseur bij Caransscoop, een ROS in de regio’s Achterhoek, Arnhem en  Stedendriehoek. Als partner voor betaalbare zorg in de buurt, geeft Caransscoop advies en trainingen over onder andere zelfmanagement. “De opkomst bij onze trainingen is hoog. Waar zorgverleners vooral tegenaan lopen is het stukje gedragsverandering. Wij geven handvatten zodat  zorgverleners motiverende gespreksvoering toe kunnen passen tijdens de contacten met hun patiënten. Dat vergt een heel andere insteek. De keuze voor een behandeling wordt nog steeds bepaald door wat ‘evidence based’ is, maar ook steeds meer door de ervaringen van de patiënt. Hier willen we de zorgverleners op voorbereiden.” Voor de komende drie jaar heeft Caransscoop een programma geschreven om zelfmanagement in de regio aan te jagen. Scholing, implementatie en ook informatie en advies geven over e-healthtoepassingen zijn belangrijke onderdelen van het programma. Ook schrijft Zwartjes een blog om het thema voor een brede doelgroep toegankelijk te maken.

ROS Almere – Leren op je handen zitten in het theater
ROS Almere kiest voor een creatieve invalshoek. Voor de tweede keer organiseert zij een theatervoorstelling rondom patiëntgestuurde eerstelijnszorg. Adviseur Willem Goedhart stelt dat zelfmanagement een belangrijk, maar ook lastig thema is. “Er spelen veel vragen bij de zorgverleners. Hoe ziet zelfmanagement eruit? Wat is het precies?” In de theatervoorstelling De Spiegel (11 juni), wordt zorgverleners een spiegel voorgehouden. Tijdens een interactieve avond kunnen zorgverleners laten zien hoe zij normaal gesproken handelen. Vervolgens krijgen zij teruggekoppeld wat ze beter kunnen doen om de regie bij de patiënt te laten. Op de vraag wat zorgverleners vooral lastig vinden antwoordt Goedhart dat ‘weinig tijd en weinig geld’ een veelgehoorde klacht is. Volgens Goedhart heeft het echter meer te maken met een gedragsverandering dan een financiële kwestie. “Bij zelfmanagement leg je de regie bij de patiënt. Dat is even wennen. Wij ondersteunen zorgverleners hoe ze dat moeten doen. Door middel van Shared Decision Making bijvoorbeeld, of door de gesprekstechniek Motivational Interviewing. Wanneer een patiënt zijn motieven zelf formuleert is hij meer geneigd om te veranderen. Al komt een patiënt binnen met de mededeling: ‘Ik ben gestuurd door de huisarts’ dan moet er bij de zorgverlener een ander belletje gaan rinkelen.”

Meer informatie

[...]

zelfmanagementPatiënten anno nu zijn niet langer alleen lijdend, maar steeds meer leidend. Wie kampt met een chronische aandoening zoals COPD, diabetes of hart- en vaatziekten wordt zo veel mogelijk gestimuleerd om zijn eigen zorg te ‘managen’. Zelfmanagement betekent dat patiënten meedenken over het behandelplan, eigen doelen stellen en in afstemming met zorgaanbieders en waar mogelijk bijdragen aan hun eigen zorg. Deze nieuwe werkwijze betekent een flinke omslag voor zorgaanbieders. Vandaar dat Regionale Ondersteuningsstructuren (ROS’en) hun oor te luisteren leggen bij zorgaanbieders en hen ondersteunen daar waar kennis en ervaring ontbreekt.

Landelijk wordt ingezet op het samenbrengen van kennis over communicatie en implementatie rond zelfmanagement. Afstemming wordt hierbij gezocht met Zelfzorg Ondersteund (ZO!). Onlangs is er een aantal  pilots uitgezet om zelfmanagement te onderzoeken. Volgens Anneke Venema, directeur van ROS Friesland en ROS Almere, zijn deze pilots alleen niet voldoende. “De implementatie van zelfmanagement gaat niet over één nacht ijs. Het is een cultuurverandering, het vergt een andere attitude bij patiënt, zorgaanbieder en zorgverzekeraar.” Volgens de ROS-directeur gaat het niet alleen om kennis vergaren. “Zorgaanbieders moeten meer te weten komen over de wensen en ervaringen van patiënten. Ze moeten voorbeelden horen uit de praktijk, maar kunnen bijvoorbeeld ook leren  van voorbeelden uit het sociale domein, waar het eigen initiatief van cliënten al enige tijd wordt gestimuleerd.”

Regionaal pakken verschillende ROS’en dit al op.

ROS Caransscoop – Programmatische aanpak en moderne middelen
Boy Zwartjes is adviseur bij Caransscoop, een ROS in de regio’s Achterhoek, Arnhem en  Stedendriehoek. Als partner voor betaalbare zorg in de buurt, geeft Caransscoop advies en trainingen over onder andere zelfmanagement. “De opkomst bij onze trainingen is hoog. Waar zorgverleners vooral tegenaan lopen is het stukje gedragsverandering. Wij geven handvatten zodat  zorgverleners motiverende gespreksvoering toe kunnen passen tijdens de contacten met hun patiënten. Dat vergt een heel andere insteek. De keuze voor een behandeling wordt nog steeds bepaald door wat ‘evidence based’ is, maar ook steeds meer door de ervaringen van de patiënt. Hier willen we de zorgverleners op voorbereiden.” Voor de komende drie jaar heeft Caransscoop een programma geschreven om zelfmanagement in de regio aan te jagen. Scholing, implementatie en ook informatie en advies geven over e-healthtoepassingen zijn belangrijke onderdelen van het programma. Ook schrijft Zwartjes een blog om het thema voor een brede doelgroep toegankelijk te maken.

ROS Almere – Leren op je handen zitten in het theater
ROS Almere kiest voor een creatieve invalshoek. Voor de tweede keer organiseert zij een theatervoorstelling rondom patiëntgestuurde eerstelijnszorg. Adviseur Willem Goedhart stelt dat zelfmanagement een belangrijk, maar ook lastig thema is. “Er spelen veel vragen bij de zorgverleners. Hoe ziet zelfmanagement eruit? Wat is het precies?” In de theatervoorstelling De Spiegel (11 juni), wordt zorgverleners een spiegel voorgehouden. Tijdens een interactieve avond kunnen zorgverleners laten zien hoe zij normaal gesproken handelen. Vervolgens krijgen zij teruggekoppeld wat ze beter kunnen doen om de regie bij de patiënt te laten. Op de vraag wat zorgverleners vooral lastig vinden antwoordt Goedhart dat ‘weinig tijd en weinig geld’ een veelgehoorde klacht is. Volgens Goedhart heeft het echter meer te maken met een gedragsverandering dan een financiële kwestie. “Bij zelfmanagement leg je de regie bij de patiënt. Dat is even wennen. Wij ondersteunen zorgverleners hoe ze dat moeten doen. Door middel van Shared Decision Making bijvoorbeeld, of door de gesprekstechniek Motivational Interviewing. Wanneer een patiënt zijn motieven zelf formuleert is hij meer geneigd om te veranderen. Al komt een patiënt binnen met de mededeling: ‘Ik ben gestuurd door de huisarts’ dan moet er bij de zorgverlener een ander belletje gaan rinkelen.”

Meer informatie

KNMG brengt brochure uit over gezondheidscheck

19 mei 2015

In een uitzending van Pauw waarschuwde de KNMG afgelopen maandag bij monde van hoogleraar huisartsengeneeskunde Niek de Wit voor de risico’s van preventieve bodyscans. Deze leveren vaak vage uitslagen op en kunnen daardoor onnodig paniek zaaien, aldus de KNMG. In een handzame brochure die onlangs verscheen, zet de KNMG voor- en nadelen van preventief medisch onderzoek naast elkaar, zodat mensen beter een afgewogen keuze kunnen maken. Meer informatie.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

In een uitzending van Pauw waarschuwde de KNMG afgelopen maandag bij monde van hoogleraar huisartsengeneeskunde Niek de Wit voor de risico’s van preventieve bodyscans. Deze leveren vaak vage uitslagen op en kunnen daardoor onnodig paniek zaaien, aldus de KNMG. In een handzame brochure die onlangs verscheen, zet de KNMG voor- en nadelen van preventief medisch onderzoek naast elkaar, zodat mensen beter een afgewogen keuze kunnen maken. Meer informatie.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Informatie over transities

02 maart 2015

De gemeentelijke transities hebben gevolgen voor de kennisinfrastructuur in het sociale- en zorgdomein. ZonMw heeft kennis en ervaring rondom de transities op één pagina bij elkaar gezet. Het gaat om zes rapporten (waaronder het rapport Op een Lijn over versterking eerstelijnszorg, maar ook over bijvoorbeeld financiering van preventie), een film over de samenwerking gemeente – zorgverzekeraars, de congrespublicatie van het congres Kennis in de Buurt en een link naar de themapagina Zorg en Ondersteuning in de buurt. Kortom kennis en ervaring die bruikbaar kan zijn om de samenwerking rond de transities beter vorm te geven.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

De gemeentelijke transities hebben gevolgen voor de kennisinfrastructuur in het sociale- en zorgdomein. ZonMw heeft kennis en ervaring rondom de transities op één pagina bij elkaar gezet. Het gaat om zes rapporten (waaronder het rapport Op een Lijn over versterking eerstelijnszorg, maar ook over bijvoorbeeld financiering van preventie), een film over de samenwerking gemeente – zorgverzekeraars, de congrespublicatie van het congres Kennis in de Buurt en een link naar de themapagina Zorg en Ondersteuning in de buurt. Kortom kennis en ervaring die bruikbaar kan zijn om de samenwerking rond de transities beter vorm te geven.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Herman Wijffels innovatieprijs 2015

20 februari 2015

Afgelopen week bracht een delegatie van de Rabobank een bezoek aan InEen. Doel was een nadere kennismaking en bespreking van de ontwikkelingen in de zorg. De Rabobank en InEen blijken op één lijn te zitten waar het gaat om het belang van versterking van de eerste lijn. Georganiseerde verbanden/organisaties kunnen een belangrijk bijdrage vervullen om substitutie van tweede naar eerste lijn of de verbinding van de nulde lijn met de eerste lijn mogelijk te maken. De Rabobank attendeerde ons op lokale fondsen voor kleinschalige projecten in de wijk. Daarnaast wees men op de Herman Wijffels innovatie prijs 2015 waar onder andere prijzengeld beschikbaar is gesteld voor Vitale gemeenschappen en zorg voor innovaties die leefbaarheid, vitaliteit en goede zorg bevorderen. Mogelijk is dat interessant voor gezondheidscentra.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Afgelopen week bracht een delegatie van de Rabobank een bezoek aan InEen. Doel was een nadere kennismaking en bespreking van de ontwikkelingen in de zorg. De Rabobank en InEen blijken op één lijn te zitten waar het gaat om het belang van versterking van de eerste lijn. Georganiseerde verbanden/organisaties kunnen een belangrijk bijdrage vervullen om substitutie van tweede naar eerste lijn of de verbinding van de nulde lijn met de eerste lijn mogelijk te maken. De Rabobank attendeerde ons op lokale fondsen voor kleinschalige projecten in de wijk. Daarnaast wees men op de Herman Wijffels innovatie prijs 2015 waar onder andere prijzengeld beschikbaar is gesteld voor Vitale gemeenschappen en zorg voor innovaties die leefbaarheid, vitaliteit en goede zorg bevorderen. Mogelijk is dat interessant voor gezondheidscentra.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Eugen Zuiderwijk: ‘Het patiëntenportaal is geen gril’

29 januari 2015

MijnGCM-ipadZelfmanagement is een van de belangrijke onderwerpen voor de toekomst van de eerste lijn. Hoe ondersteunen we de patiënt bij het nemen van meer regie in het omgaan met ziekte? Het digitale patiëntenportaal geldt daarbij als een onmisbaar instrument. Gezondheids-centrum Maarssenbroek startte twee jaar geleden met MijnGCM dat inmiddels geldt als een best practice. Projectleider en huisarts Eugen Zuiderwijk is nu bezig met een regionaal platform. En hij maakt graag reclame voor de implementatiekoffer van Zelfzorg Ondersteund.

Van de 14.500 patiënten van het Gezondheidscentrum Maarssenbroek heeft nu ongeveer 14% een account op MijnGCM. ‘Dat lijkt niet veel, maar elke week komen er mensen bij. Het loopt en dat is veel waard’, aldus Zuiderwijk. In een artikel op het Kennisplein Chronische Zorg legt hij uit dat een patiëntenportaal jaren nodig heeft om te landen. Veel huisartsen, vult hij aan, zijn op dit moment nog niet toe aan dergelijke innovaties. ‘Er komt al zoveel op ons af. Maar tegelijk komen huisartsen steeds vaker de behoefte van zorgverzekeraars tegen op het gebied van e-health.’ Daarom heeft hij aan de leden van de zorggroep Ketenzorgnu (waarvan hij directeur is) voorgesteld om een verkennend onderzoek uit te voeren naar het ontwikkelen van een regionaal platform. Zuiderwijk: ‘Ik denk dat dat een goede oplossing is voor zorggroepen: een regionaal platform die de drie pijlers onder e-health aanbiedt. Algemeen zelfmanagement voor mensen die zelf een consult willen plannen of hun lab-uitslagen gepubliceerd willen zien. Zelfmanagement voor chronische patiënten en zelfmanagement binnen de ggz.’ Het idee is, legt hij uit, dat deelnemende huisartsen eenvoudig een of meer van deze modules gebruiken via de eigen website; voor de patiënt blijft de herkenbaarheid en de vertrouwdheid van de praktijk overeind. Zuiderwijk: ‘In die verkennende fase nemen we nadrukkelijk de aanbevelingen mee uit de implementatiekoffer van Zelfzorg Ondersteund!.’

Niet alleen de zorgverzekeraar oefent druk uit, ook de NPCF heeft een duidelijke agenda voor e-health (het persoonlijke gezondheidsdossier) en hetzelfde geldt voor VWS. Toch waarschuwt Zuiderwijk voor de valkuil om snel een instrument aan te schaffen en van start te gaan. ‘Zo werkt het niet. Je kunt niet vanuit een blauwdruk van de leverancier het vanaf morgen zo en zo gaan aanpakken. Werken met een patiëntenportaal, betekent hoe dan ook aanpassen van je werkprocessen. Dat moet je stap voor stap in samenspraak met de professionals op de werkvloer doen en je moet leren van de wisselwerking tussen de praktijk en het systeem.’ En daarmee zijn we weer terug bij het begin van het gesprek: ‘Het is een lang proces. Maar dat geldt ook voor andere sectoren. Kijk naar Schiphol, hoeveel tijd en begeleiding het vraagt om de reiziger te leren zelf de bagage in te checken. En zij hebben veel meer middelen tot hun beschikking.’

Zuiderwijk: ‘Het komt neer op: investeren in een gemeenschappelijke visie en een gemeenschappelijke ambitie, een goeie voorverkenning doen, klein beginnen, leren en dan opschalen. Pas dan ga je de revenuen pakken. Maar één zekerheid heb je: de business case wordt altijd positief. Want deze ontwikkeling is duurzaam. Het is geen gril. Het is niet zo dat patiënten over vijf jaar geen digitale afspraken meer willen maken of hun dossier niet meer willen inzien. Dit is de toekomst waar de zorg naartoe gaat. En dat maakt de investering de moeite waard.’

Lees ook

[...]

MijnGCM-ipadZelfmanagement is een van de belangrijke onderwerpen voor de toekomst van de eerste lijn. Hoe ondersteunen we de patiënt bij het nemen van meer regie in het omgaan met ziekte? Het digitale patiëntenportaal geldt daarbij als een onmisbaar instrument. Gezondheids-centrum Maarssenbroek startte twee jaar geleden met MijnGCM dat inmiddels geldt als een best practice. Projectleider en huisarts Eugen Zuiderwijk is nu bezig met een regionaal platform. En hij maakt graag reclame voor de implementatiekoffer van Zelfzorg Ondersteund.

Van de 14.500 patiënten van het Gezondheidscentrum Maarssenbroek heeft nu ongeveer 14% een account op MijnGCM. ‘Dat lijkt niet veel, maar elke week komen er mensen bij. Het loopt en dat is veel waard’, aldus Zuiderwijk. In een artikel op het Kennisplein Chronische Zorg legt hij uit dat een patiëntenportaal jaren nodig heeft om te landen. Veel huisartsen, vult hij aan, zijn op dit moment nog niet toe aan dergelijke innovaties. ‘Er komt al zoveel op ons af. Maar tegelijk komen huisartsen steeds vaker de behoefte van zorgverzekeraars tegen op het gebied van e-health.’ Daarom heeft hij aan de leden van de zorggroep Ketenzorgnu (waarvan hij directeur is) voorgesteld om een verkennend onderzoek uit te voeren naar het ontwikkelen van een regionaal platform. Zuiderwijk: ‘Ik denk dat dat een goede oplossing is voor zorggroepen: een regionaal platform die de drie pijlers onder e-health aanbiedt. Algemeen zelfmanagement voor mensen die zelf een consult willen plannen of hun lab-uitslagen gepubliceerd willen zien. Zelfmanagement voor chronische patiënten en zelfmanagement binnen de ggz.’ Het idee is, legt hij uit, dat deelnemende huisartsen eenvoudig een of meer van deze modules gebruiken via de eigen website; voor de patiënt blijft de herkenbaarheid en de vertrouwdheid van de praktijk overeind. Zuiderwijk: ‘In die verkennende fase nemen we nadrukkelijk de aanbevelingen mee uit de implementatiekoffer van Zelfzorg Ondersteund!.’

Niet alleen de zorgverzekeraar oefent druk uit, ook de NPCF heeft een duidelijke agenda voor e-health (het persoonlijke gezondheidsdossier) en hetzelfde geldt voor VWS. Toch waarschuwt Zuiderwijk voor de valkuil om snel een instrument aan te schaffen en van start te gaan. ‘Zo werkt het niet. Je kunt niet vanuit een blauwdruk van de leverancier het vanaf morgen zo en zo gaan aanpakken. Werken met een patiëntenportaal, betekent hoe dan ook aanpassen van je werkprocessen. Dat moet je stap voor stap in samenspraak met de professionals op de werkvloer doen en je moet leren van de wisselwerking tussen de praktijk en het systeem.’ En daarmee zijn we weer terug bij het begin van het gesprek: ‘Het is een lang proces. Maar dat geldt ook voor andere sectoren. Kijk naar Schiphol, hoeveel tijd en begeleiding het vraagt om de reiziger te leren zelf de bagage in te checken. En zij hebben veel meer middelen tot hun beschikking.’

Zuiderwijk: ‘Het komt neer op: investeren in een gemeenschappelijke visie en een gemeenschappelijke ambitie, een goeie voorverkenning doen, klein beginnen, leren en dan opschalen. Pas dan ga je de revenuen pakken. Maar één zekerheid heb je: de business case wordt altijd positief. Want deze ontwikkeling is duurzaam. Het is geen gril. Het is niet zo dat patiënten over vijf jaar geen digitale afspraken meer willen maken of hun dossier niet meer willen inzien. Dit is de toekomst waar de zorg naartoe gaat. En dat maakt de investering de moeite waard.’

Lees ook

Proef met nieuw e-health product: Mag ik meekijken?

29 januari 2015

mag-ik-meekijkenOpnieuw introduceert de Regionale Huisartsenpost Apeldoorn een innovatief e-health product. Inwoners van de regio Apeldoorn mogen vanaf januari 2015 meedoen aan de proeftuin beeldschermzorg. Deelnemers kunnen via hun computer, laptop, tablet of smartphone beeldschermcontact maken met de huisartsenpost. De post in Apeldoorn was eerder initiatiefnemer van de app ‘Moet ik naar de dokter?’.

Via het beeldschermcontact kunnen de triagist op de huisartsenpost en de patiënt elkaar zien. De triagist kan daardoor meekijken naar de aandoening waarvoor de patiënt belt. Dit kan helpen bij het vaststellen van de urgentie en bovendien kan onnodig bezoek aan de huisartsenpost worden voorkomen. Niet alle ingangsklachten lenen zich voor beeldschermzorg. Het is met name geschikt bij insectenbeten, huidklachten en (brand)wonden. In de loop van 2015 wordt een optie toegevoegd waarmee de zorgverlener beelden uit het beeldschermcontact kan opslaan en toevoegen aan het patiëntendossier. De nieuwe e-health voorziening is ontwikkeld vanuit en voor de zorg. Patiënten kunnen deelnemen door eenmalig videosoftware te installeren of door de gratis app ‘Mag ik meekijken’ te downloaden. Er wordt gebruik gemaakt van een zwaar beveiligd software product van Vidyo dat FIPS 140-2 is gecertificeerd.

Meer informatie

[...]

mag-ik-meekijkenOpnieuw introduceert de Regionale Huisartsenpost Apeldoorn een innovatief e-health product. Inwoners van de regio Apeldoorn mogen vanaf januari 2015 meedoen aan de proeftuin beeldschermzorg. Deelnemers kunnen via hun computer, laptop, tablet of smartphone beeldschermcontact maken met de huisartsenpost. De post in Apeldoorn was eerder initiatiefnemer van de app ‘Moet ik naar de dokter?’.

Via het beeldschermcontact kunnen de triagist op de huisartsenpost en de patiënt elkaar zien. De triagist kan daardoor meekijken naar de aandoening waarvoor de patiënt belt. Dit kan helpen bij het vaststellen van de urgentie en bovendien kan onnodig bezoek aan de huisartsenpost worden voorkomen. Niet alle ingangsklachten lenen zich voor beeldschermzorg. Het is met name geschikt bij insectenbeten, huidklachten en (brand)wonden. In de loop van 2015 wordt een optie toegevoegd waarmee de zorgverlener beelden uit het beeldschermcontact kan opslaan en toevoegen aan het patiëntendossier. De nieuwe e-health voorziening is ontwikkeld vanuit en voor de zorg. Patiënten kunnen deelnemen door eenmalig videosoftware te installeren of door de gratis app ‘Mag ik meekijken’ te downloaden. Er wordt gebruik gemaakt van een zwaar beveiligd software product van Vidyo dat FIPS 140-2 is gecertificeerd.

Meer informatie

Nederland staat steeds meer open voor het digitale patiëntenportaal

27 november 2014

patientenportaalEen eervolle tweede plaats behaalden het patiëntenportaal MijnGezondheid.net en zorggroep Het Huisartsenteam in de strijd om de jaarlijkse Computable Awards (categorie ICT in de publieke sector). Maar als het aan het Nederlandse publiek had gelegen, was het de eerste plaats geworden.

Alle huisartsen die aangesloten zijn bij Het Huisartsenteam bieden het patiëntenportaal van PharmaPartners aan. In principe hebben alle 110.000 patiënten van de zorggroep toegang tot een digitaal patiëntenportaal, waarvan meer dan de helft via MijnGezondheid.net. Zij kunnen 24 uur per dag herhaalmedicatie of een e-consult aanvragen, medische gegevens en labresultaten inzien, een afspraak maken of een vraag stellen. Het Huisartsenteam is de eerste zorggroep die dit grootschalig mogelijk maakt. Interessant is dat het publiek, dat naast de professionele jury ook mocht stemmen, met een ruime meerderheid koos voor MijnGezondheid.net als winnaar. ‘Wat mij betreft is dat het meest waardevolle resultaat. Ik ziet het als een signaal dat het publiek in Nederland steeds meer open staat voor het inzetten van digitale patiëntenportalen. Daar moeten we als zorgveld verder mee’, aldus Dominiek Rutters, manager Het Huisartsenteam.

De 1e prijs in de categorie ‘ICT in de publieke sector’ is toegekend aan de whereabouts-app van het NOC*NSF samen met de Dopingautoriteit en InnoSportNL.

[...]

patientenportaalEen eervolle tweede plaats behaalden het patiëntenportaal MijnGezondheid.net en zorggroep Het Huisartsenteam in de strijd om de jaarlijkse Computable Awards (categorie ICT in de publieke sector). Maar als het aan het Nederlandse publiek had gelegen, was het de eerste plaats geworden.

Alle huisartsen die aangesloten zijn bij Het Huisartsenteam bieden het patiëntenportaal van PharmaPartners aan. In principe hebben alle 110.000 patiënten van de zorggroep toegang tot een digitaal patiëntenportaal, waarvan meer dan de helft via MijnGezondheid.net. Zij kunnen 24 uur per dag herhaalmedicatie of een e-consult aanvragen, medische gegevens en labresultaten inzien, een afspraak maken of een vraag stellen. Het Huisartsenteam is de eerste zorggroep die dit grootschalig mogelijk maakt. Interessant is dat het publiek, dat naast de professionele jury ook mocht stemmen, met een ruime meerderheid koos voor MijnGezondheid.net als winnaar. ‘Wat mij betreft is dat het meest waardevolle resultaat. Ik ziet het als een signaal dat het publiek in Nederland steeds meer open staat voor het inzetten van digitale patiëntenportalen. Daar moeten we als zorgveld verder mee’, aldus Dominiek Rutters, manager Het Huisartsenteam.

De 1e prijs in de categorie ‘ICT in de publieke sector’ is toegekend aan de whereabouts-app van het NOC*NSF samen met de Dopingautoriteit en InnoSportNL.

Achmea Eerstelijns innovatieprijs 2014

21 oktober 2014

Is jouw organisatie innovatief? Is het een (overwegend) eerstelijnsorganisatie en heeft het innovatie al in praktijk gebracht? Dan kun je nu aanmelden voor de Achmea Eerstelijns innovatieprijs 2014. De jury maakt een voorselectie. Daarna is het aan het publiek om voor 1 december via Internet te stemmen. Welk eerstelijns diagnostisch centrum, gezondheidscentrum, zorggroep, paramedisch, verloskundige of psychologisch centrum wordt dit jaar gekozen als meest innovatieve eerstelijnsorganisatie? Tot 1 november kunnen kandidaten zich aanmelden via info@de-eerstelijns.nl. Een omschrijving van een halve A4 met de innovatie en de contactpersoon is voldoende. De organisatie neemt daarna contact op.

[...]

Is jouw organisatie innovatief? Is het een (overwegend) eerstelijnsorganisatie en heeft het innovatie al in praktijk gebracht? Dan kun je nu aanmelden voor de Achmea Eerstelijns innovatieprijs 2014. De jury maakt een voorselectie. Daarna is het aan het publiek om voor 1 december via Internet te stemmen. Welk eerstelijns diagnostisch centrum, gezondheidscentrum, zorggroep, paramedisch, verloskundige of psychologisch centrum wordt dit jaar gekozen als meest innovatieve eerstelijnsorganisatie? Tot 1 november kunnen kandidaten zich aanmelden via info@de-eerstelijns.nl. Een omschrijving van een halve A4 met de innovatie en de contactpersoon is voldoende. De organisatie neemt daarna contact op.

Onderzoek: Regionale organisatiekracht eerste lijn

30 september 2014

Vorig jaar hebben we het Jan van Es Instituut gevraagd onderzoek te doen naar de organisatiekracht van regionale eerstelijnsorganisaties. Een aantal van jullie zijn daar in dat kader intensief op bevraagd. De  eindrapportage van het onderzoek is inmiddels beschikbaar, inclusief een informatieve managementsamenvatting. Uit het onderzoek blijkt dat met name de verbinding tussen de zorgprofessionals enerzijds en de zorgorganisatie met de externe partijen en regelgeving anderzijds doorslaggevend zijn voor de organisatiekracht. Lees ook het interview met onderzoeker Marc Bruijnzeels (directeur Jan van Es Instituut).

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

[...]

Vorig jaar hebben we het Jan van Es Instituut gevraagd onderzoek te doen naar de organisatiekracht van regionale eerstelijnsorganisaties. Een aantal van jullie zijn daar in dat kader intensief op bevraagd. De  eindrapportage van het onderzoek is inmiddels beschikbaar, inclusief een informatieve managementsamenvatting. Uit het onderzoek blijkt dat met name de verbinding tussen de zorgprofessionals enerzijds en de zorgorganisatie met de externe partijen en regelgeving anderzijds doorslaggevend zijn voor de organisatiekracht. Lees ook het interview met onderzoeker Marc Bruijnzeels (directeur Jan van Es Instituut).

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

Bestuurdersconferentie Decentralisaties Sociaal Domein

30 september 2014

Met het oog op naderende decentralisaties in het sociaal domein vinden in november twee tweedaagse conferenties plaats waarbij welzijnsbestuurders samen met lokale bestuurders en politici werkbezoeken brengen aan kansrijke lokale initiatieven. Ook voor huisartsenorganisaties zijn deze conferenties interessant. Zij zijn daarom nadrukkelijk ook uitgenodigd. Op 13 en 14 november worden initiatieven in Rotterdam en Leiden bezocht en op 19 en 20 november initiatieven in Eindhoven, Venlo en Nijmegen. De werkbezoeken besluiten met gastsprekers en discussie. In de uitnodiging vinden jullie  uitgebreide informatie over de te bezoeken initiatieven en de gastsprekers. Aanmelden kan met dit  aanmeldformulier. De bestuurdersconferenties worden georganiseerd door Coincide, een organisatie die door het organiseren van inhoudelijke bijeenkomsten een bijdrage wil leveren aan innovatie in de zorg.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

[...]

Met het oog op naderende decentralisaties in het sociaal domein vinden in november twee tweedaagse conferenties plaats waarbij welzijnsbestuurders samen met lokale bestuurders en politici werkbezoeken brengen aan kansrijke lokale initiatieven. Ook voor huisartsenorganisaties zijn deze conferenties interessant. Zij zijn daarom nadrukkelijk ook uitgenodigd. Op 13 en 14 november worden initiatieven in Rotterdam en Leiden bezocht en op 19 en 20 november initiatieven in Eindhoven, Venlo en Nijmegen. De werkbezoeken besluiten met gastsprekers en discussie. In de uitnodiging vinden jullie  uitgebreide informatie over de te bezoeken initiatieven en de gastsprekers. Aanmelden kan met dit  aanmeldformulier. De bestuurdersconferenties worden georganiseerd door Coincide, een organisatie die door het organiseren van inhoudelijke bijeenkomsten een bijdrage wil leveren aan innovatie in de zorg.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

Symposium en boekpresentatie: Zorginnovatie volgens het cappucinomodel

24 september 2014

cappucinoOud-hoogleraar public health Guus Schrijvers presenteert op 31 oktober 2014 zijn boek: Zorginnovatie volgens het cappuccinomodel. Daarin doet hij twaalf voorspellingen over het zorgbeleid. De boekpresentatie vindt plaats tijdens een middagsymposium onder leiding van prof. dr. Arno Hoes, hoogleraar huisartsgeneeskunde UMC Utrecht.

De titel wijst naar het idee om zorginnovatie gelijk te laten opgaan met cappuccino-financiering. Hierbij ontvangen alle zorgaanbieders een abonnementstarief of salaris en een kleine betaling per verrichting. Als schuim op de cappuccino ontvangen zij betaling voor innovaties. In Zuid-Afrika werkt een zorgverzekeraar met een spaarpuntenprogramma. Verzekerden verdienen die punten bij aankoop van gezonde voedingsmiddelen of zaken voor gezonde leefstijl en bij bezoek aan sportscholen. Ze kunnen de spaarpunten inwisselen tegen een lagere verzekeringspremie. Deepak Patel, arts en ontwerper van dit spaarpuntenprogramma, presenteert het programma tijdens het symposium. Guus Schrijvers licht zijn idee over het Cappuccinomodel toe.

Het middagsymposium is bedoeld voor zorgprofessionals, leidinggevenden, patiëntenorganisaties, zorgverzekeraars, gemeentelijke beleidsmakers, VWS, docenten, organisatieadviseurs en journalisten. De kosten bedragen € 50, inclusief een exemplaar van het boek. Meer informatie en inschrijven

[...]

cappucinoOud-hoogleraar public health Guus Schrijvers presenteert op 31 oktober 2014 zijn boek: Zorginnovatie volgens het cappuccinomodel. Daarin doet hij twaalf voorspellingen over het zorgbeleid. De boekpresentatie vindt plaats tijdens een middagsymposium onder leiding van prof. dr. Arno Hoes, hoogleraar huisartsgeneeskunde UMC Utrecht.

De titel wijst naar het idee om zorginnovatie gelijk te laten opgaan met cappuccino-financiering. Hierbij ontvangen alle zorgaanbieders een abonnementstarief of salaris en een kleine betaling per verrichting. Als schuim op de cappuccino ontvangen zij betaling voor innovaties. In Zuid-Afrika werkt een zorgverzekeraar met een spaarpuntenprogramma. Verzekerden verdienen die punten bij aankoop van gezonde voedingsmiddelen of zaken voor gezonde leefstijl en bij bezoek aan sportscholen. Ze kunnen de spaarpunten inwisselen tegen een lagere verzekeringspremie. Deepak Patel, arts en ontwerper van dit spaarpuntenprogramma, presenteert het programma tijdens het symposium. Guus Schrijvers licht zijn idee over het Cappuccinomodel toe.

Het middagsymposium is bedoeld voor zorgprofessionals, leidinggevenden, patiëntenorganisaties, zorgverzekeraars, gemeentelijke beleidsmakers, VWS, docenten, organisatieadviseurs en journalisten. De kosten bedragen € 50, inclusief een exemplaar van het boek. Meer informatie en inschrijven

Onderzoek naar organisatiekracht regionale eerstelijnsorganisaties

24 september 2014

organisatiekrachtWelke factoren versterken de organisatiekracht van regionale eerstelijns-organisaties? Om daar meer inzicht in te krijgen voerde het Jan van Es Instituut – in opdracht van de VHN, nu InEen – samen met TNO een veldonderzoek uit.

Met name de verbinding tussen enerzijds de zorgprofessionals en anderzijds de eerstelijnsorganisatie, de externe partijen en het zorgsysteem is cruciaal, zo blijkt uit het onderzoek ‘Elementen van organisatiekracht van regionale Eerstelijnsorganisaties’. Zorgprofessionals hebben een sterk zorginhoudelijke focus, terwijl de organisatie en de externe wereld meer worden bepaald door regels en rationele prestatienormen. Het verbinden van deze verschillende werelden vormt de uitdaging. Uit het onderzoek komen zeven aspecten naar voren die helpen om deze verbinding op een goede manier tot stand te brengen:

  1. Verbinden op basis van zorginhoud, de drijfveer van de zorgprofessional.
  2. Werken aan gevoeld eigenaarschap als basis voor betrokkenheid.
  3. Belangrijk: zorginhoudelijk kwaliteitsbeleid en een uniform kwaliteitssysteem
  4. Professionaliseren van bedrijfsmatig en klinisch leiderschap
  5. Eerst interne organisatie op orde
  6. Passende organisatiestructuur en governance model?
  7. Ook belangrijk: persoonlijke relaties van zorgprofessionals en bestuurders
[...]

organisatiekrachtWelke factoren versterken de organisatiekracht van regionale eerstelijns-organisaties? Om daar meer inzicht in te krijgen voerde het Jan van Es Instituut – in opdracht van de VHN, nu InEen – samen met TNO een veldonderzoek uit.

Met name de verbinding tussen enerzijds de zorgprofessionals en anderzijds de eerstelijnsorganisatie, de externe partijen en het zorgsysteem is cruciaal, zo blijkt uit het onderzoek ‘Elementen van organisatiekracht van regionale Eerstelijnsorganisaties’. Zorgprofessionals hebben een sterk zorginhoudelijke focus, terwijl de organisatie en de externe wereld meer worden bepaald door regels en rationele prestatienormen. Het verbinden van deze verschillende werelden vormt de uitdaging. Uit het onderzoek komen zeven aspecten naar voren die helpen om deze verbinding op een goede manier tot stand te brengen:

  1. Verbinden op basis van zorginhoud, de drijfveer van de zorgprofessional.
  2. Werken aan gevoeld eigenaarschap als basis voor betrokkenheid.
  3. Belangrijk: zorginhoudelijk kwaliteitsbeleid en een uniform kwaliteitssysteem
  4. Professionaliseren van bedrijfsmatig en klinisch leiderschap
  5. Eerst interne organisatie op orde
  6. Passende organisatiestructuur en governance model?
  7. Ook belangrijk: persoonlijke relaties van zorgprofessionals en bestuurders

Inschrijving Het Beste Zorgidee

23 september 2014

Wie heeft het beste zorgidee van 2014? Zorgverzekeraar ONVZ heeft de inschrijving voor haar zorginnovatiewedstrijd geopend. Omdat niet alleen wetenschappers en deskundigen goede ideeën hebben, wordt aan patiënten, zorgverleners en consumenten gevraagd mee te denken over hoe de zorg beter kan. De inschrijving sluit op 19 oktober. Een jury kiest dan de vijf meest innovatieve ideeën waarop het Nederlandse publiek vervolgens mag stemmen. De winnaar krijgt 10.000 euro voor het realiseren van zijn of haar idee. Meer informatie

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

[...]

Wie heeft het beste zorgidee van 2014? Zorgverzekeraar ONVZ heeft de inschrijving voor haar zorginnovatiewedstrijd geopend. Omdat niet alleen wetenschappers en deskundigen goede ideeën hebben, wordt aan patiënten, zorgverleners en consumenten gevraagd mee te denken over hoe de zorg beter kan. De inschrijving sluit op 19 oktober. Een jury kiest dan de vijf meest innovatieve ideeën waarop het Nederlandse publiek vervolgens mag stemmen. De winnaar krijgt 10.000 euro voor het realiseren van zijn of haar idee. Meer informatie

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

Nieuwe InEen-collega’s

23 september 2014

Graag stellen we drie nieuwe InEen-collega’s aan jullie voor:

Ella Benedictus: beleidsmedewerker
Ella werkt sinds juni aan het project ‘Verbetering samenwerking en samenhang in de keten van acute zorg’. Daarnaast is ze betrokken bij het programma ‘Zorgvernieuwing & onderzoek’. In haar vorige werkkring heef ze gewerkt aan het oprichten en borgen van het netwerk samenwerking in de zorg voor jeugd. Het project ‘Verbetering samenwerking en samenhang’ is inmiddels op stoom. Binnenkort worden de huisartsenposten benaderd over de samenwerking met ketenpartners.

Judith van Duren, programmamanager
Judith is sinds 1 september programmamanager bij InEen en accountmanager voor de gezondheidscentra. Haar aandachtsgebieden zijn bekostiging, praktijkvoering en contractering, en informatiebeleid (benchmarking, gegevens-uitwisseling, enzovoort). De afgelopen jaren deed ze belangrijke ervaring op bij de KNMT (Koninklijke Vereniging tot bevordering van de tandheelkunde), ZN en de NZa.

Rianne van Pijkeren, beleidsmedewerker
Rianne doet sinds 1 september voor een half jaar ervaring op als beleidsmedewerker in het project ‘Verbetering samenwerking en samenhang in de keten van acute zorg’. Ze is van huis uit ergotherapeut en behaalde onlangs haar master Gezondheidswetenschappen (richting beleid en organisatie van de zorg) aan de Vrije Universiteit in Amsterdam.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

[...]

Graag stellen we drie nieuwe InEen-collega’s aan jullie voor:

Ella Benedictus: beleidsmedewerker
Ella werkt sinds juni aan het project ‘Verbetering samenwerking en samenhang in de keten van acute zorg’. Daarnaast is ze betrokken bij het programma ‘Zorgvernieuwing & onderzoek’. In haar vorige werkkring heef ze gewerkt aan het oprichten en borgen van het netwerk samenwerking in de zorg voor jeugd. Het project ‘Verbetering samenwerking en samenhang’ is inmiddels op stoom. Binnenkort worden de huisartsenposten benaderd over de samenwerking met ketenpartners.

Judith van Duren, programmamanager
Judith is sinds 1 september programmamanager bij InEen en accountmanager voor de gezondheidscentra. Haar aandachtsgebieden zijn bekostiging, praktijkvoering en contractering, en informatiebeleid (benchmarking, gegevens-uitwisseling, enzovoort). De afgelopen jaren deed ze belangrijke ervaring op bij de KNMT (Koninklijke Vereniging tot bevordering van de tandheelkunde), ZN en de NZa.

Rianne van Pijkeren, beleidsmedewerker
Rianne doet sinds 1 september voor een half jaar ervaring op als beleidsmedewerker in het project ‘Verbetering samenwerking en samenhang in de keten van acute zorg’. Ze is van huis uit ergotherapeut en behaalde onlangs haar master Gezondheidswetenschappen (richting beleid en organisatie van de zorg) aan de Vrije Universiteit in Amsterdam.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

Subsidie voor opschaling van innovatieve ICT-oplossingen

01 september 2014

ICTHet doorbraakproject ‘De zorg ontzorgd met ICT’ heeft subsidiemogelijkheden voor projecten waarbij innovatieve ICT-oplossingen worden ingezet om de zelfredzaamheid van ouderen en hun mantelzorgers te vergroten.

Dik Hermans, voorzitter van het platform (langdurige) Zorg & ICT, heeft het doorbraakproject eind juli gelanceerd. Vijf (regionale) samenwerkingsverbanden die belemmeringen ondervinden bij het opschalen van hun al in gebruik zijnde ICT-oplossing, komen in aanmerking voor subsidie. Dik Hermans: ‘Technisch is er van alles mogelijk om mensen te ondersteunen om langer zelfstandig te blijven functioneren. De uitdaging zit hem niet in de technologie, maar juist in de implementatie en opschaling van het gebruik van slimme ICT-toepassingen.

Daar wil ik graag door vergaande samenwerking met partijen in de sector zorg en welzijn een krachtige stimulans aan geven.’ Voor meer informatie en het aanmelden van projecten kunt u terecht op www.doorbraakmetdezorg.nl en op de website van ZonMw. Het doorbraakproject is een samenwerking van ZonMw, ECP (Platform voor de InformatieSamenleving) en de ministeries van VWS en EZ. Aanleiding is de vaststelling dat de mogelijkheden van ICT in de zorg nog onvoldoende benut worden. Het project wil een impuls geven aan het gebruik van innovatieve ICT-oplossingen en leren van het opschalingsproces.

[...]

ICTHet doorbraakproject ‘De zorg ontzorgd met ICT’ heeft subsidiemogelijkheden voor projecten waarbij innovatieve ICT-oplossingen worden ingezet om de zelfredzaamheid van ouderen en hun mantelzorgers te vergroten.

Dik Hermans, voorzitter van het platform (langdurige) Zorg & ICT, heeft het doorbraakproject eind juli gelanceerd. Vijf (regionale) samenwerkingsverbanden die belemmeringen ondervinden bij het opschalen van hun al in gebruik zijnde ICT-oplossing, komen in aanmerking voor subsidie. Dik Hermans: ‘Technisch is er van alles mogelijk om mensen te ondersteunen om langer zelfstandig te blijven functioneren. De uitdaging zit hem niet in de technologie, maar juist in de implementatie en opschaling van het gebruik van slimme ICT-toepassingen.

Daar wil ik graag door vergaande samenwerking met partijen in de sector zorg en welzijn een krachtige stimulans aan geven.’ Voor meer informatie en het aanmelden van projecten kunt u terecht op www.doorbraakmetdezorg.nl en op de website van ZonMw. Het doorbraakproject is een samenwerking van ZonMw, ECP (Platform voor de InformatieSamenleving) en de ministeries van VWS en EZ. Aanleiding is de vaststelling dat de mogelijkheden van ICT in de zorg nog onvoldoende benut worden. Het project wil een impuls geven aan het gebruik van innovatieve ICT-oplossingen en leren van het opschalingsproces.

Werk mee aan boek over e-health

17 juli 2014

Na het co-creatie Zorginnovatieboek komt er een co-creatie e-healthboek. Dit boek verbindt zoveel mogelijk partijen in de zorg om de implementatie   van e-health te versnellen. Een uitgave waarvan iedereen medeauteur kan worden. Het betreft een brede interpretatie van e-health: van domotica, webportalen, apps voor zelfmanagment tot telemonitoring.

Heeft u als zorgverlener een innovatie op het gebied van e-health? Dan kunt u deze insturen voor  publicatie. Het boek wordt na afronding aangeboden aan de minister van VWS en is daarna gratis te downloaden op internet. Kijk voor meer informatie op de site Zorg voor innoveren.

[...]

Na het co-creatie Zorginnovatieboek komt er een co-creatie e-healthboek. Dit boek verbindt zoveel mogelijk partijen in de zorg om de implementatie   van e-health te versnellen. Een uitgave waarvan iedereen medeauteur kan worden. Het betreft een brede interpretatie van e-health: van domotica, webportalen, apps voor zelfmanagment tot telemonitoring.

Heeft u als zorgverlener een innovatie op het gebied van e-health? Dan kunt u deze insturen voor  publicatie. Het boek wordt na afronding aangeboden aan de minister van VWS en is daarna gratis te downloaden op internet. Kijk voor meer informatie op de site Zorg voor innoveren.

Kortdurend eerstelijns-verblijf

06 juli 2014

Als mensen langer thuis blijven wonen, neemt het beroep op kortdurende opnames toe. Per 2015 gebeurt de financiering van kortdurend verblijf in de eerste lijn via de Zorgverzekeringswet. Dit schrijft minister Schippers in een Kamerbrief. Ze benadrukt dat het hierbij uitsluitend gaat om medisch noodzakelijk verblijf onder (eind)verantwoordelijkheid van een huisarts. Respijtzorg valt onder de Wmo. Minister Schippers heeft de NZa opdracht gegeven beleidsregels te ontwikkelen voor eerstelijns-verblijf, met een aparte prestatie voor verblijf in verband met palliatief terminale zorg. De NZa moet daarbij bezien hoe verblijf in de terminale levensfase kan worden ondergebracht in de toekomstige bekostiging van eerstelijns-verblijf. Ook heeft de minister ZorgInstituut Nederland gevraagd om de aanspraak op eerstelijns-verblijf helder af te bakenen ten opzicht van respijtzorg en langdurige zorg (ziekenhuizen en verpleeghuizen) en vraagt ze het veld te komen tot een normenkader voor toegang tot eerstelijns-verblijf. Omdat een volledig uitgewerkte bekostiging voor eerstelijns-verblijf per 1 januari 2015 niet haalbaar is, is 2015 een overgangsjaar. Er moeten afspraken komen over volumeontwikkeling en beheersing van de kosten. Vanaf 2015 is 93,6 miljoen euro beschikbaar in een apart budgettair kader eerstelijns-verblijf, met daarbij inzet van een generiek macrobeheersinstrument. Overschrijding van het bedrag wordt dus teruggevorderd.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

[...]

Als mensen langer thuis blijven wonen, neemt het beroep op kortdurende opnames toe. Per 2015 gebeurt de financiering van kortdurend verblijf in de eerste lijn via de Zorgverzekeringswet. Dit schrijft minister Schippers in een Kamerbrief. Ze benadrukt dat het hierbij uitsluitend gaat om medisch noodzakelijk verblijf onder (eind)verantwoordelijkheid van een huisarts. Respijtzorg valt onder de Wmo. Minister Schippers heeft de NZa opdracht gegeven beleidsregels te ontwikkelen voor eerstelijns-verblijf, met een aparte prestatie voor verblijf in verband met palliatief terminale zorg. De NZa moet daarbij bezien hoe verblijf in de terminale levensfase kan worden ondergebracht in de toekomstige bekostiging van eerstelijns-verblijf. Ook heeft de minister ZorgInstituut Nederland gevraagd om de aanspraak op eerstelijns-verblijf helder af te bakenen ten opzicht van respijtzorg en langdurige zorg (ziekenhuizen en verpleeghuizen) en vraagt ze het veld te komen tot een normenkader voor toegang tot eerstelijns-verblijf. Omdat een volledig uitgewerkte bekostiging voor eerstelijns-verblijf per 1 januari 2015 niet haalbaar is, is 2015 een overgangsjaar. Er moeten afspraken komen over volumeontwikkeling en beheersing van de kosten. Vanaf 2015 is 93,6 miljoen euro beschikbaar in een apart budgettair kader eerstelijns-verblijf, met daarbij inzet van een generiek macrobeheersinstrument. Overschrijding van het bedrag wordt dus teruggevorderd.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

Huisartsen nemen deel werk cardiologen over

28 mei 2014

GZHuisartsen in Almere gaan vaker zelf standaardonderzoeken naar hartproblemen doen. Dat is afgesproken in een overeenkomst tussen Zorggroep Almere en de nieuwe Hartkliniek in Almere Poort. Een goed voorbeeld van samenwerking en substitutie.

Het belangrijkste doel van deze werkwijze is de zorg voor hartpatiënten dichter bij de huisarts te houden. Hierdoor kunnen cardiologen zich nog beter richten op de meer complexe gevallen. Op die manier wordt er op zorgkosten bespaard en hebben de cardiologen meer tijd voor een patiënt.

De betrokken huisartsen hebben hiervoor scholing gevolgd. Ze kunnen een cardioloog van de Hartkliniek vragen virtueel bij een consult aanwezig zijn. Er komen gezamenlijke visites bij bijvoorbeeld oudere patiënten. Ook zullen de specialisten de uitslagen van de onderzoeken blijven interpreteren.

In een bericht op de website ZorgenZ spreekt Bert Groot Roessink, raad van bestuur Zorggroep Almere, over ‘betere zorg, lagere kosten en een hogere patiënttevredenheid’. ‘De essentie van deze samenwerking is dat minder patiënten de weg naar het ziekenhuis hoeven af te leggen, doordat de vertrouwde huisarts ze kan helpen. De op deze wijze versterkte zorg in de regio is doelmatiger, dichter bij huis, minder versnipperd en meer op de patiënt en zijn omgeving gericht.’

[...]

GZHuisartsen in Almere gaan vaker zelf standaardonderzoeken naar hartproblemen doen. Dat is afgesproken in een overeenkomst tussen Zorggroep Almere en de nieuwe Hartkliniek in Almere Poort. Een goed voorbeeld van samenwerking en substitutie.

Het belangrijkste doel van deze werkwijze is de zorg voor hartpatiënten dichter bij de huisarts te houden. Hierdoor kunnen cardiologen zich nog beter richten op de meer complexe gevallen. Op die manier wordt er op zorgkosten bespaard en hebben de cardiologen meer tijd voor een patiënt.

De betrokken huisartsen hebben hiervoor scholing gevolgd. Ze kunnen een cardioloog van de Hartkliniek vragen virtueel bij een consult aanwezig zijn. Er komen gezamenlijke visites bij bijvoorbeeld oudere patiënten. Ook zullen de specialisten de uitslagen van de onderzoeken blijven interpreteren.

In een bericht op de website ZorgenZ spreekt Bert Groot Roessink, raad van bestuur Zorggroep Almere, over ‘betere zorg, lagere kosten en een hogere patiënttevredenheid’. ‘De essentie van deze samenwerking is dat minder patiënten de weg naar het ziekenhuis hoeven af te leggen, doordat de vertrouwde huisarts ze kan helpen. De op deze wijze versterkte zorg in de regio is doelmatiger, dichter bij huis, minder versnipperd en meer op de patiënt en zijn omgeving gericht.’

Bijeenkomsten hervorming langdurige zorg

14 mei 2014

Het ministerie van VWS organiseert samen met veldpartijen een serie regionale transitiebijeenkomsten (pdf) over de hervorming van de langdurige zorg. De bijeenkomsten zijn bedoeld  voor (regionale) vertegenwoordigers van cliëntenorganisaties, gemeenten, verzekeraars, zorgkantoren, aanbieders, beroepsorganisaties, huisartsen en woningcorporaties. Zij krijgen tijdens de bijeenkomsten nadere informatie over de kaderstelling, zoals het overgangsrecht en  de gemaakte transitieafspraken. Omdat de regio het schakelpunt is tussen individuele partijen en de landelijke partijen, is het goed als regionale partijen de regie voeren op de transitie. VWS wil daarbij graag input ontvangen van de eerstelijnszorg en heeft ons gevraagd de uitnodiging onder zorggroepen, ROS’en en gezondheidscentra te verspreiden. Afgelopen week hebben jullie de uitnodiging via ons ontvangen. De eerste bijeenkomst (in Heiloo) vindt plaats op 26 mei 2014. We hopen dat veel leden in de gelegenheid zijn aan de transitiebijeenkomsten deel te nemen en hun inbreng naar voren te brengen.

[...]

Het ministerie van VWS organiseert samen met veldpartijen een serie regionale transitiebijeenkomsten (pdf) over de hervorming van de langdurige zorg. De bijeenkomsten zijn bedoeld  voor (regionale) vertegenwoordigers van cliëntenorganisaties, gemeenten, verzekeraars, zorgkantoren, aanbieders, beroepsorganisaties, huisartsen en woningcorporaties. Zij krijgen tijdens de bijeenkomsten nadere informatie over de kaderstelling, zoals het overgangsrecht en  de gemaakte transitieafspraken. Omdat de regio het schakelpunt is tussen individuele partijen en de landelijke partijen, is het goed als regionale partijen de regie voeren op de transitie. VWS wil daarbij graag input ontvangen van de eerstelijnszorg en heeft ons gevraagd de uitnodiging onder zorggroepen, ROS’en en gezondheidscentra te verspreiden. Afgelopen week hebben jullie de uitnodiging via ons ontvangen. De eerste bijeenkomst (in Heiloo) vindt plaats op 26 mei 2014. We hopen dat veel leden in de gelegenheid zijn aan de transitiebijeenkomsten deel te nemen en hun inbreng naar voren te brengen.

5 juni: Bijeenkomst Implementatie Ondersteunende Zelfzorg

29 april 2014

Op 5 juni a.s. is er een bijeenkomst over ondersteunende zelfzorg. Georganiseerd door Zelfzorg Ondersteund (ZO!) en ZonMw. InEen is een van de partners ZO!

Onderwerp is het implementeren van zelfmanagement. Wat zijn de kansen en valkuilen? Deelnemers krijgen concrete handvatten voor implementatie in de eigen praktijk. Ook komt de wetenschappelijke kant van ondersteunende zelfzorg aan bod. Onder meer door presentatie van 22 praktijkprojecten uit het ZonMw-programma Diseasemanagement Chronische Ziekten.

U kunt voor deze bijeenkomst een cliënt of een vertegenwoordiger van de zorgverzekeraar meenemen. Zie de uitnodiging voor meer informatie.

 

[...]

Op 5 juni a.s. is er een bijeenkomst over ondersteunende zelfzorg. Georganiseerd door Zelfzorg Ondersteund (ZO!) en ZonMw. InEen is een van de partners ZO!

Onderwerp is het implementeren van zelfmanagement. Wat zijn de kansen en valkuilen? Deelnemers krijgen concrete handvatten voor implementatie in de eigen praktijk. Ook komt de wetenschappelijke kant van ondersteunende zelfzorg aan bod. Onder meer door presentatie van 22 praktijkprojecten uit het ZonMw-programma Diseasemanagement Chronische Ziekten.

U kunt voor deze bijeenkomst een cliënt of een vertegenwoordiger van de zorgverzekeraar meenemen. Zie de uitnodiging voor meer informatie.

 

Oproep beoordeling Zorgmodule Bewegen

25 april 2014

Onlangs is  een eerste conceptversie van de Zorgmodule Bewegen ontwikkeld. Deze zorgmodule beschrijft op generiek niveau waaraan kwalitatief goede beweegzorg zou moeten voldoen. En hoe deze te organiseren. Een integrale benadering is het uitgangspunt. Met een belangrijke rol voor de eerste lijn. De Zorgmodule Bewegen moet o.a. zorggroepen helpen bij het organiseren van een integrale benadering van chronische aandoeningen. Daarbij is bewegen één van de ingrediënten. De  Zorgmodule Bewegen moet inpasbaar zijn binnen alle ontwikkelde zorgstandaarden. Deze moet zowel inhoudelijke als randvoorwaardelijke handvatten bieden.

De vraag is of het huidige concept inderdaad deze beoogde ondersteuning biedt. We zijn op zoek naar een vertegenwoordiger van zorggroepen die kan beoordelen of de module hieraan een bijdrage levert. Tevens willen we kijken welke aanpassingen er nodig zijn om nog beter aan te sluiten op het ondersteunen van zorggroepen bij het organiseren van bewegen als onderdeel van de integrale aanpak voor chronisch zieken. Als je hieraan een bijdrage wilt leveren, neem dan contact op met InEen via : info@ineen.nl

[...]

Onlangs is  een eerste conceptversie van de Zorgmodule Bewegen ontwikkeld. Deze zorgmodule beschrijft op generiek niveau waaraan kwalitatief goede beweegzorg zou moeten voldoen. En hoe deze te organiseren. Een integrale benadering is het uitgangspunt. Met een belangrijke rol voor de eerste lijn. De Zorgmodule Bewegen moet o.a. zorggroepen helpen bij het organiseren van een integrale benadering van chronische aandoeningen. Daarbij is bewegen één van de ingrediënten. De  Zorgmodule Bewegen moet inpasbaar zijn binnen alle ontwikkelde zorgstandaarden. Deze moet zowel inhoudelijke als randvoorwaardelijke handvatten bieden.

De vraag is of het huidige concept inderdaad deze beoogde ondersteuning biedt. We zijn op zoek naar een vertegenwoordiger van zorggroepen die kan beoordelen of de module hieraan een bijdrage levert. Tevens willen we kijken welke aanpassingen er nodig zijn om nog beter aan te sluiten op het ondersteunen van zorggroepen bij het organiseren van bewegen als onderdeel van de integrale aanpak voor chronisch zieken. Als je hieraan een bijdrage wilt leveren, neem dan contact op met InEen via : info@ineen.nl

Individueel Zorgplan

22 april 2014

Het Coördinatieplatform Zorgstandaarden, inmiddels onderdeel van het Zorginstituut Nederland, heeft het Raamwerk Individueel Zorgplan ontwikkeld. In het project ‘Ontwikkeling referentiemodel Individueel Zorgplan hebben het NHG, Vilans en NPCF  een programma van eisen voor een generiek Individueel Zorgplan (IZP) ontwikkeld. Daarbij is ook de vertaalslag gemaakt naar  een referentiemodel voor het vastleggen van afspraken tussen patiënten en zorgverleners. In een factsheet staan de uitgangspunten en functionaliteiten van een generiek IZP. In een factsheet staan de uitgangspunten en functionaliteiten van een generiek IZP.

Bijna gereed
‘Vooruitlopend op dit plan heeft een aantal zorggroepen al geëxperimenteerd met een individueel zorgplan’, vermeldt Maarten Klomp, bestuurslid InEen, huisarts en directeur DOH (De Ondernemende Huisarts). Andere zorggroepen hebben gewacht op de ontwikkeling van het IZP, dat nu nagenoeg gereed is.’

Ondersteunende ICT
Hij is het grotendeels eens met de strekking van het ontwikkelde IZP. ‘Ik vindt het vooral belangrijk dat het individuele zorgplan de weg wijst om samen met de patiënt te komen tot een plan van aanpak, dat optimaal past bij zijn eigen gezondheidssituatie en voorkeuren. Met het IZP ontstaat er een ander proces in de spreekkamer. De huisarts en patiënt maken samen afspraken.’
Peinzend: ‘Dat betekent dat scholing voor de zorgverleners nodig is om ze nog beter te leren hoe ze met de patiënten het gesprek gaan voeren volgens de principes van het IZP. Daarnaast moeten we kijken hoe we de patiënt zelf kunnen bewegen om actief een rol te spelen in het zorgproces. Het gaat om shared decision making. En tenslotte is er de ondersteuning middels ICT. Dat laatste is in mijn optiek nog het meest spannend. Hoe kunnen we voorkomen dat de ICT het proces ondersteunt en dat het niet leidt tot overstructurering, waardoor het gaat knellen? Als het een keurslijf wordt, zal het weerstand oproepen. Dat is nog een zoektocht.’

Andere houding
Maarten Klomp verwacht dat de implementatie van het IZP vanaf begin 2015 kan starten. ‘Het inbouwen van de ICT in de HIS’en en KIS’en vindt in de loop van dit jaar plaats. Er is al overleg met InEen over de wijze implementatie. En dan gaat het zeker niet alleen over de ICT, maar vooral over de wijze waarop je het proces krijgt ingeregeld. Want het vereist een andere houding, zowel van de patiënt als van de zorgverlener. Dat komt niet vanzelf tot stand.’

[...]

Het Coördinatieplatform Zorgstandaarden, inmiddels onderdeel van het Zorginstituut Nederland, heeft het Raamwerk Individueel Zorgplan ontwikkeld. In het project ‘Ontwikkeling referentiemodel Individueel Zorgplan hebben het NHG, Vilans en NPCF  een programma van eisen voor een generiek Individueel Zorgplan (IZP) ontwikkeld. Daarbij is ook de vertaalslag gemaakt naar  een referentiemodel voor het vastleggen van afspraken tussen patiënten en zorgverleners. In een factsheet staan de uitgangspunten en functionaliteiten van een generiek IZP. In een factsheet staan de uitgangspunten en functionaliteiten van een generiek IZP.

Bijna gereed
‘Vooruitlopend op dit plan heeft een aantal zorggroepen al geëxperimenteerd met een individueel zorgplan’, vermeldt Maarten Klomp, bestuurslid InEen, huisarts en directeur DOH (De Ondernemende Huisarts). Andere zorggroepen hebben gewacht op de ontwikkeling van het IZP, dat nu nagenoeg gereed is.’

Ondersteunende ICT
Hij is het grotendeels eens met de strekking van het ontwikkelde IZP. ‘Ik vindt het vooral belangrijk dat het individuele zorgplan de weg wijst om samen met de patiënt te komen tot een plan van aanpak, dat optimaal past bij zijn eigen gezondheidssituatie en voorkeuren. Met het IZP ontstaat er een ander proces in de spreekkamer. De huisarts en patiënt maken samen afspraken.’
Peinzend: ‘Dat betekent dat scholing voor de zorgverleners nodig is om ze nog beter te leren hoe ze met de patiënten het gesprek gaan voeren volgens de principes van het IZP. Daarnaast moeten we kijken hoe we de patiënt zelf kunnen bewegen om actief een rol te spelen in het zorgproces. Het gaat om shared decision making. En tenslotte is er de ondersteuning middels ICT. Dat laatste is in mijn optiek nog het meest spannend. Hoe kunnen we voorkomen dat de ICT het proces ondersteunt en dat het niet leidt tot overstructurering, waardoor het gaat knellen? Als het een keurslijf wordt, zal het weerstand oproepen. Dat is nog een zoektocht.’

Andere houding
Maarten Klomp verwacht dat de implementatie van het IZP vanaf begin 2015 kan starten. ‘Het inbouwen van de ICT in de HIS’en en KIS’en vindt in de loop van dit jaar plaats. Er is al overleg met InEen over de wijze implementatie. En dan gaat het zeker niet alleen over de ICT, maar vooral over de wijze waarop je het proces krijgt ingeregeld. Want het vereist een andere houding, zowel van de patiënt als van de zorgverlener. Dat komt niet vanzelf tot stand.’

Proeftuinen populatiemanagement Zorg

22 april 2014

ROSZorg in de buurt vraagt ook om zorg en ondersteuning op regionaal niveau. We stappen in ons land af van blauwdrukken en gaan over naar zorg die passend is bij de populatie. Er zijn 9  proeftuinen die zich richten op populatiemanagement. In nagenoeg alle proeftuinen zijn leden van InEen betrokken.

Doel van de proeftuinen populatiemanagement is de gezondheid van de populatie te verbeteren met minimaal dezelfde kwaliteit van zorg en beheersing van de kosten. Ofwel: “Betere zorg met lagere zorgkosten”. Een zin die snel is uitgesproken, maar die veel inzet vergt. Want dat betekent samenwerken tussen alle zorgverleners in een gebied, substitutie van de tweede naar de eerste lijn en van de eerste lijn naar welzijn, integratie van zorg en preventie. De pilots van de proeftuinen lopen van 2013 t/m 2017. Het RIVM heeft inmiddels Deel I van de Landelijke monitor populatiemanagement (pdf) uitgebracht.

Beschrijving
Uit dit rapport blijkt dat de proeftuinen sterk in ontwikkeling zijn. Iedere proeftuin heeft verschillende programma’s, veelal gericht op eerste- en tweedelijnszorg, met de ambitie die uit te breiden naar ander domeinen, zoals ggz, jeugdzorg, welzijn enz. Er zijn nog geen afspraken over uitkomstbekostiging, hoewel daar ook voorzichtige stappen in worden gezet. Verder dan een beschrijving van de huidige status van de proeftuinen kan dit rapport, gezien de diversiteit, nog niet bieden.

Pionieren
Voor de deelnemers in deze proeftuinen is het dan ook pionieren. En juist dat biedt de uitdaging. ‘Je kijkt wat waarde heeft voor de inwoners in de regio’, stelt Pauline Terwijn, bestuurder Saxenburgh Groep (proeftuin Vitaal Vechtdal). ‘Als je dat leidend laat zijn, betekent het ook dat je onlogische zaken opruimt. De samenwerking gaat dwars door alle bestaande systemen heen. We zijn een land geworden van tekentafels en blauwdrukken. We moeten echter de waarde van de zorg die wordt geleverd door zorgverleners als uitgangspunt nemen. Met de inzet op preventie, langer vitaal blijven en mee kunnen blijven doen.’

Nieuwe werkwijze
Astrid Schipper, programmamanager SSIZ verwoordt het als volgt: ‘Je moet terug naar de basis: waar is het ook alweer een antwoord op? Wat is het gedeelde vraagstuk? Bij de proeftuinen komt het aan op samenwerking, ambitie, gedragsverandering en visie. Dat is de manier waarop je in beweging kunt komen.’
Arnold Schelfhout, bestuurder ZorgSaam Zeeuws-Vlaanderen benadrukt dat: ‘Mensen moeten leren boven hun eigen organisatiebelang te denken. Wat is het belang van de regio? Daarin moet je stappen zetten. Wij gaan voor dat ideaal.’ Hij voegt daar wel aan toe: ‘We moeten naar een ander verdienmodel, maar dat betekent wel dat er een tegemoetkoming moet komen voor de overgang.’ Hij ziet de pilot als een start voor een bredere inzet. Enthousiast: ‘Ik heb er alle vertrouwen in dat de regionale aanpak door organisaties heen de nieuwe werkwijze wordt voor de toekomst.’

Vraagstuk
Binnen de pilots Gezonde wijk vindt langer gebiedsgerichte aanpak plaats, met samenwerking van alle professionals rondom de burger. Daar zijn dus veel overeenkomsten mee. Want ook hier wordt gezocht naar nieuwe kaders om de zorg integraal aan te bieden. ‘We hebben daar de basis gelegd voor een effectieve, doelmatige aanpak om bij te dragen aan gezondheid’, aldus Petra van Wezel, manager Stichting Overvecht Gezond. ‘Gezondheid, kwaliteit van zorg en kostenbeheersing staat voorop. Vanuit de werkvloer hebben we de samenwerking eerste lijn en sociaal domein handen en voeten gegeven. Het heeft echt effect om met elkaar op het juiste moment af te stemmen rondom de patiënt met problemen in verschillende domeinen. De vraag is hoe we dat inkoopbaar kunnen maken voor verzekeraar en gemeente. Hoe kun je sturen op outcome? Aan dat vraagstuk werken we nu met elkaar.’ En ook daar ligt een overeenkomst met de 9 proeftuinen Populatiemanagement

[...]

ROSZorg in de buurt vraagt ook om zorg en ondersteuning op regionaal niveau. We stappen in ons land af van blauwdrukken en gaan over naar zorg die passend is bij de populatie. Er zijn 9  proeftuinen die zich richten op populatiemanagement. In nagenoeg alle proeftuinen zijn leden van InEen betrokken.

Doel van de proeftuinen populatiemanagement is de gezondheid van de populatie te verbeteren met minimaal dezelfde kwaliteit van zorg en beheersing van de kosten. Ofwel: “Betere zorg met lagere zorgkosten”. Een zin die snel is uitgesproken, maar die veel inzet vergt. Want dat betekent samenwerken tussen alle zorgverleners in een gebied, substitutie van de tweede naar de eerste lijn en van de eerste lijn naar welzijn, integratie van zorg en preventie. De pilots van de proeftuinen lopen van 2013 t/m 2017. Het RIVM heeft inmiddels Deel I van de Landelijke monitor populatiemanagement (pdf) uitgebracht.

Beschrijving
Uit dit rapport blijkt dat de proeftuinen sterk in ontwikkeling zijn. Iedere proeftuin heeft verschillende programma’s, veelal gericht op eerste- en tweedelijnszorg, met de ambitie die uit te breiden naar ander domeinen, zoals ggz, jeugdzorg, welzijn enz. Er zijn nog geen afspraken over uitkomstbekostiging, hoewel daar ook voorzichtige stappen in worden gezet. Verder dan een beschrijving van de huidige status van de proeftuinen kan dit rapport, gezien de diversiteit, nog niet bieden.

Pionieren
Voor de deelnemers in deze proeftuinen is het dan ook pionieren. En juist dat biedt de uitdaging. ‘Je kijkt wat waarde heeft voor de inwoners in de regio’, stelt Pauline Terwijn, bestuurder Saxenburgh Groep (proeftuin Vitaal Vechtdal). ‘Als je dat leidend laat zijn, betekent het ook dat je onlogische zaken opruimt. De samenwerking gaat dwars door alle bestaande systemen heen. We zijn een land geworden van tekentafels en blauwdrukken. We moeten echter de waarde van de zorg die wordt geleverd door zorgverleners als uitgangspunt nemen. Met de inzet op preventie, langer vitaal blijven en mee kunnen blijven doen.’

Nieuwe werkwijze
Astrid Schipper, programmamanager SSIZ verwoordt het als volgt: ‘Je moet terug naar de basis: waar is het ook alweer een antwoord op? Wat is het gedeelde vraagstuk? Bij de proeftuinen komt het aan op samenwerking, ambitie, gedragsverandering en visie. Dat is de manier waarop je in beweging kunt komen.’
Arnold Schelfhout, bestuurder ZorgSaam Zeeuws-Vlaanderen benadrukt dat: ‘Mensen moeten leren boven hun eigen organisatiebelang te denken. Wat is het belang van de regio? Daarin moet je stappen zetten. Wij gaan voor dat ideaal.’ Hij voegt daar wel aan toe: ‘We moeten naar een ander verdienmodel, maar dat betekent wel dat er een tegemoetkoming moet komen voor de overgang.’ Hij ziet de pilot als een start voor een bredere inzet. Enthousiast: ‘Ik heb er alle vertrouwen in dat de regionale aanpak door organisaties heen de nieuwe werkwijze wordt voor de toekomst.’

Vraagstuk
Binnen de pilots Gezonde wijk vindt langer gebiedsgerichte aanpak plaats, met samenwerking van alle professionals rondom de burger. Daar zijn dus veel overeenkomsten mee. Want ook hier wordt gezocht naar nieuwe kaders om de zorg integraal aan te bieden. ‘We hebben daar de basis gelegd voor een effectieve, doelmatige aanpak om bij te dragen aan gezondheid’, aldus Petra van Wezel, manager Stichting Overvecht Gezond. ‘Gezondheid, kwaliteit van zorg en kostenbeheersing staat voorop. Vanuit de werkvloer hebben we de samenwerking eerste lijn en sociaal domein handen en voeten gegeven. Het heeft echt effect om met elkaar op het juiste moment af te stemmen rondom de patiënt met problemen in verschillende domeinen. De vraag is hoe we dat inkoopbaar kunnen maken voor verzekeraar en gemeente. Hoe kun je sturen op outcome? Aan dat vraagstuk werken we nu met elkaar.’ En ook daar ligt een overeenkomst met de 9 proeftuinen Populatiemanagement

ZonMw-programma Op een Lijn: wordt vervolgd

22 april 2014

Het ZonMw-programma Op één lijn is bedoeld om de organisatiekracht en daarmee het innovatief vermogen van de eerstelijnszorg te vergroten. Met de bijeenkomst onder de veelzeggende titel “Tot hier en nu verder!” is de afronding gevierd van de 67 praktijkprojecten uit dit programma. Er is kort stilgestaan bij wat er tot nu toe is bereikt. En tja: dan nu verder.

‘We zijn nog niet klaar’, bevestigt programmasecretaris Annette Pietersen. ‘Het programma heeft zeer goed materiaal opgeleverd. Els Eijssens en Jacqueline Konings zullen de projecten verder beoordelen op implementatiepotentie. Welke resultaten en geleerde lessen zijn van belang om te delen? Van zo’n 25 tot 30 projecten is het zeker zinvol om de kennis en de ervaring breed over te dragen, in de eerste lijn en met beroeps- en brancheorganisaties, beleidsmakers, financiers, kennisinstituten en adviseurs. Dat gebeurt al deels: veel projecten hebben de uitkomsten vermeld in bijeenkomsten, op websites en dergelijke. Maar de uitrol vraagt nog verdere versterking. Ook de uitkomsten van het SMOEL-onderzoek worden nog bekend gemaakt in een rapportage. Eind mei, begin juni is er dus meer bekend.’

Waardevolle ervaring opgedaan
‘De eerste lijn is flink op stoom’, constateert Annette Pietersen. ‘Haar rol wordt steeds belangrijker, er wordt veel verwacht van de eerste lijn. Om de ambities te kunnen realiseren, is het belangrijk dat het programma Op één lijn is uitgezet. Dat was een waardevolle investering. Anders had de eerste lijn het nu moeten doen met de situatie van 2009 en bestond er veel minder organisatiekracht dan nu het geval is. Er is op een goede manier geëxperimenteerd. De betrokkenen weten nu veel beter waartoe ze in staat zijn, ze hebben ervaring opgedaan met het organiseren en kunnen met deze kennis de komende jaren verder aan de slag.’

Congres zorg en ondersteuning in de buurt
Annette wijst nog op een groot congres op 1 december a.s. over “Zorg en ondersteuning in de buurt” in het Beatrixgebouw in Utrecht. ‘Acht ZonMw-programma’s hebben daar raakvlakken mee, waaronder Op één lijn. In elk van die programma’s zie je verschillende patronen steeds terugkomen. De verbinding tussen de acht programma’s staat tijdens deze bijeenkomst centraal. Wat is er nodig om die noodzakelijke zorg en ondersteuning in de buurt goed te kunnen bieden?’ Ze besluit: ‘De uitwerking van dit congres volgt nog, maar zet deze datum alvast in je agenda.’

[...]

Het ZonMw-programma Op één lijn is bedoeld om de organisatiekracht en daarmee het innovatief vermogen van de eerstelijnszorg te vergroten. Met de bijeenkomst onder de veelzeggende titel “Tot hier en nu verder!” is de afronding gevierd van de 67 praktijkprojecten uit dit programma. Er is kort stilgestaan bij wat er tot nu toe is bereikt. En tja: dan nu verder.

‘We zijn nog niet klaar’, bevestigt programmasecretaris Annette Pietersen. ‘Het programma heeft zeer goed materiaal opgeleverd. Els Eijssens en Jacqueline Konings zullen de projecten verder beoordelen op implementatiepotentie. Welke resultaten en geleerde lessen zijn van belang om te delen? Van zo’n 25 tot 30 projecten is het zeker zinvol om de kennis en de ervaring breed over te dragen, in de eerste lijn en met beroeps- en brancheorganisaties, beleidsmakers, financiers, kennisinstituten en adviseurs. Dat gebeurt al deels: veel projecten hebben de uitkomsten vermeld in bijeenkomsten, op websites en dergelijke. Maar de uitrol vraagt nog verdere versterking. Ook de uitkomsten van het SMOEL-onderzoek worden nog bekend gemaakt in een rapportage. Eind mei, begin juni is er dus meer bekend.’

Waardevolle ervaring opgedaan
‘De eerste lijn is flink op stoom’, constateert Annette Pietersen. ‘Haar rol wordt steeds belangrijker, er wordt veel verwacht van de eerste lijn. Om de ambities te kunnen realiseren, is het belangrijk dat het programma Op één lijn is uitgezet. Dat was een waardevolle investering. Anders had de eerste lijn het nu moeten doen met de situatie van 2009 en bestond er veel minder organisatiekracht dan nu het geval is. Er is op een goede manier geëxperimenteerd. De betrokkenen weten nu veel beter waartoe ze in staat zijn, ze hebben ervaring opgedaan met het organiseren en kunnen met deze kennis de komende jaren verder aan de slag.’

Congres zorg en ondersteuning in de buurt
Annette wijst nog op een groot congres op 1 december a.s. over “Zorg en ondersteuning in de buurt” in het Beatrixgebouw in Utrecht. ‘Acht ZonMw-programma’s hebben daar raakvlakken mee, waaronder Op één lijn. In elk van die programma’s zie je verschillende patronen steeds terugkomen. De verbinding tussen de acht programma’s staat tijdens deze bijeenkomst centraal. Wat is er nodig om die noodzakelijke zorg en ondersteuning in de buurt goed te kunnen bieden?’ Ze besluit: ‘De uitwerking van dit congres volgt nog, maar zet deze datum alvast in je agenda.’

Samen Een in Feijenoord: voorbeeld wijkgericht werken

17 april 2014

Mieke-ReynenWijkgericht werken is sinds een paar jaar het credo. Dat het werkt, weten ze in de deelgemeente Feijenoord als geen ander. Al in 2007 wordt binnen het project “Samen Een in Feijenoord” structureel samengewerkt , uitgaande van het holistische mensbeeld. Dus aandacht voor de mens in zijn totaliteit, kijkend naar de leefgebieden zingeving; wonen; financiën; sociale relatie; lichamelijke en psychische gezondheid; werk & activiteiten.

‘Je kunt inmiddels niet meer spreken van een project, het is doorgegroeid tot een volwaardig en sluitend netwerk’, stelt projectmanager Mieke Reynen vast. ‘Alle partijen in de deelgemeente, actief op een of meer van deze leefgebieden, zijn aangesloten en dat zijn er ruim 30. Heel divers: van ziekenhuis tot welzijn, van woningcorporatie tot kinderdagverblijf.’ Er was 5 jaar subsidie, waarvan het project 6 jaar heeft gedraaid. ‘Inmiddels bekostigen de partners zelf grotendeels dit netwerk. Daarmee geven ze aan dat ze die samenwerking van groot belang vinden’ aldus Mieke. Met nadruk: ‘En dat is het ook in deze wijk met zoveel multiproblematiek. Je kunt de problemen alleen gezamenlijk oppakken, dat is echt onze drive.’

Zelfde taal
Mieke Reynen was vanuit het Gezondheidscentrum Randweg met ondersteuning van Zorgimpuls ( ROS Rotterdam) 7 jaar geleden initiatiefnemer van het project Samen Een in Feijenoord. ‘Bij mijn komst schetste iedereen de problematiek van de wijk, waar heel duidelijk naar voren kwam dat de verbinding tussen partijen ontbrak en wel noodzakelijk is. Dat hebben we in een visiedocument opgeschreven en met 19 partijen is er toen een intentieverklaring opgesteld. De wethouder zorg en welzijn heeft deze aanpak onderschreven en gaf de ondertekening een officieel tintje. We hebben echt gepionierd. Het belangrijkste was om elkaars taal te leren verstaan. De verschillende sectoren hebben elk hun eigen jargon, daarin zijn grote verschillen. Elkaar leren kennen en elkaar begrijpen is essentieel in zo’n breed netwerk.’ Om dat vast te houden is er vanaf vorig jaar eens per maand een netwerklunch voor de netwerkpartners en professionals in het werkgebied in gezondheidscentrum Randweg. ‘Dat is een gouden greep. Mensen ontmoeten elkaar, vertellen over hun projecten, weten elkaar zo makkelijk te vinden en maken afspraken met elkaar. De mensen komen echt naar deze lunch om iets te halen (en nee: geen broodje, want ze nemen hun eigen boterhammen mee) en te brengen.’

Gezondheidstafel
In Feijenoord is veel sprake van laaggeletterdheid en analfabetisme. ‘Daarom hebben we een digitale gezondheidstafel opgezet’, geeft Mieke aan. ‘Deze staat in ’t Slag: een multifunctioneel ontmoetingscentrum in de wijk met o.a. een apotheek, CJG, kinderdagopvang en bibliotheek. Met behulp van een touchscreen krijgen bezoekers veel visuele informatie over gezondheid, wonen, onderwijs en dergelijke.’ Enthousiast: ‘Leerlingen van het ROC hebben in het kader van hun opleiding filmpjes gemaakt over verschillende handelingen in het gezondheidscentrum, oor uitspuiten, bloeddruk opmeten etc. Zo snijdt het mes aan twee kanten. De bewoner krijgt uitleg, maar ook voor de leerling is het een leertraject, hoe moet je iets visualiseren, hoe moet je het opbouwen, hoe leg je iets uit? Het netwerk zit vol van dit soort voorbeelden van verbinden. Want daar gaat het om: hoe kunnen we mensen met elkaar verbinden? Eigen heel simpel.’

Verbinden
Je kunt het “simpel” noemen, maar het is natuurlijk veel meer. In de verbinding zit de kracht, dat komt duidelijk naar voren bij de verschillende projecten in het netwerk Samen Een in Feijenoord, waaronder de geïntegreerde aanpak van overgewicht. Maar de verbinding komt niet vanzelf tot stand. Er moet iemand zijn die het initiatief neemt om de knopen te leggen, de verbinding tot stand te brengen en te onderhouden. Waarschijnlijk is dat de belangrijkste les voor de wijknetwerken die in het hele land de komende maanden tot stand moeten komen. De gemeente Rotterdam ziet de meerwaarde. Ze heeft het netwerk erkend en gevraagd om het wijkteam -dat in het kader van de transities als proeftuin is gestart- te ondersteunen in hun taak. Dat is dus echt een staaltje van goed verbinden van bestaande infrastructuur met nieuwe ontwikkelingen.

Meer informatie
Kijk hier voor meer informatie over Samen Een in Feijenoord
Kijk hier voor voor een kort filmpje over de gezondheidstafel

[...]

Mieke-ReynenWijkgericht werken is sinds een paar jaar het credo. Dat het werkt, weten ze in de deelgemeente Feijenoord als geen ander. Al in 2007 wordt binnen het project “Samen Een in Feijenoord” structureel samengewerkt , uitgaande van het holistische mensbeeld. Dus aandacht voor de mens in zijn totaliteit, kijkend naar de leefgebieden zingeving; wonen; financiën; sociale relatie; lichamelijke en psychische gezondheid; werk & activiteiten.

‘Je kunt inmiddels niet meer spreken van een project, het is doorgegroeid tot een volwaardig en sluitend netwerk’, stelt projectmanager Mieke Reynen vast. ‘Alle partijen in de deelgemeente, actief op een of meer van deze leefgebieden, zijn aangesloten en dat zijn er ruim 30. Heel divers: van ziekenhuis tot welzijn, van woningcorporatie tot kinderdagverblijf.’ Er was 5 jaar subsidie, waarvan het project 6 jaar heeft gedraaid. ‘Inmiddels bekostigen de partners zelf grotendeels dit netwerk. Daarmee geven ze aan dat ze die samenwerking van groot belang vinden’ aldus Mieke. Met nadruk: ‘En dat is het ook in deze wijk met zoveel multiproblematiek. Je kunt de problemen alleen gezamenlijk oppakken, dat is echt onze drive.’

Zelfde taal
Mieke Reynen was vanuit het Gezondheidscentrum Randweg met ondersteuning van Zorgimpuls ( ROS Rotterdam) 7 jaar geleden initiatiefnemer van het project Samen Een in Feijenoord. ‘Bij mijn komst schetste iedereen de problematiek van de wijk, waar heel duidelijk naar voren kwam dat de verbinding tussen partijen ontbrak en wel noodzakelijk is. Dat hebben we in een visiedocument opgeschreven en met 19 partijen is er toen een intentieverklaring opgesteld. De wethouder zorg en welzijn heeft deze aanpak onderschreven en gaf de ondertekening een officieel tintje. We hebben echt gepionierd. Het belangrijkste was om elkaars taal te leren verstaan. De verschillende sectoren hebben elk hun eigen jargon, daarin zijn grote verschillen. Elkaar leren kennen en elkaar begrijpen is essentieel in zo’n breed netwerk.’ Om dat vast te houden is er vanaf vorig jaar eens per maand een netwerklunch voor de netwerkpartners en professionals in het werkgebied in gezondheidscentrum Randweg. ‘Dat is een gouden greep. Mensen ontmoeten elkaar, vertellen over hun projecten, weten elkaar zo makkelijk te vinden en maken afspraken met elkaar. De mensen komen echt naar deze lunch om iets te halen (en nee: geen broodje, want ze nemen hun eigen boterhammen mee) en te brengen.’

Gezondheidstafel
In Feijenoord is veel sprake van laaggeletterdheid en analfabetisme. ‘Daarom hebben we een digitale gezondheidstafel opgezet’, geeft Mieke aan. ‘Deze staat in ’t Slag: een multifunctioneel ontmoetingscentrum in de wijk met o.a. een apotheek, CJG, kinderdagopvang en bibliotheek. Met behulp van een touchscreen krijgen bezoekers veel visuele informatie over gezondheid, wonen, onderwijs en dergelijke.’ Enthousiast: ‘Leerlingen van het ROC hebben in het kader van hun opleiding filmpjes gemaakt over verschillende handelingen in het gezondheidscentrum, oor uitspuiten, bloeddruk opmeten etc. Zo snijdt het mes aan twee kanten. De bewoner krijgt uitleg, maar ook voor de leerling is het een leertraject, hoe moet je iets visualiseren, hoe moet je het opbouwen, hoe leg je iets uit? Het netwerk zit vol van dit soort voorbeelden van verbinden. Want daar gaat het om: hoe kunnen we mensen met elkaar verbinden? Eigen heel simpel.’

Verbinden
Je kunt het “simpel” noemen, maar het is natuurlijk veel meer. In de verbinding zit de kracht, dat komt duidelijk naar voren bij de verschillende projecten in het netwerk Samen Een in Feijenoord, waaronder de geïntegreerde aanpak van overgewicht. Maar de verbinding komt niet vanzelf tot stand. Er moet iemand zijn die het initiatief neemt om de knopen te leggen, de verbinding tot stand te brengen en te onderhouden. Waarschijnlijk is dat de belangrijkste les voor de wijknetwerken die in het hele land de komende maanden tot stand moeten komen. De gemeente Rotterdam ziet de meerwaarde. Ze heeft het netwerk erkend en gevraagd om het wijkteam -dat in het kader van de transities als proeftuin is gestart- te ondersteunen in hun taak. Dat is dus echt een staaltje van goed verbinden van bestaande infrastructuur met nieuwe ontwikkelingen.

Meer informatie
Kijk hier voor meer informatie over Samen Een in Feijenoord
Kijk hier voor voor een kort filmpje over de gezondheidstafel

Symposium Ouderenzorg 15 mei

03 april 2014

De bevolking vergrijst, de gemiddelde leeftijd stijgt en ouderen blijven langer thuis. Ouderenzorg wordt daardoor een belangrijk aandachtspunt. Op 15 mei a.s. organiseert Caransscoop (lid van InEen) in samenwerking met WDH, V&VN Praktijkverpleegkundigen & Praktijkondersteuners en NVvPO een symposium Ouderenzorg. Van 16.00 – 21.00 uur in Regardz WTC Arnhem. Voor professionals uit de zorg, gemeente en welzijn.

Eerstelijnspraktijk ouderengeneeskunde
Sprekers zijn o.a. Ester Bertholet, specialist ouderengeneeskunde. Zij is in Velp gestart met de eerstelijnspraktijk ouderengeneeskunde, met een specialist ouderengeneeskunde, verpleegkundigen en  een maatschappelijk werker. Deze praktijk is gevestigd in het gezondheidscentrum en de huisartsen kunnen ouderen met veel problemen verwijzen naar deze praktijk.

Vernieuwende ouderenzorg
Het symposium biedt een breed aanbod van workshops, met een vernieuwende inslag op het gebied van ouderenzorg. Zo gaat Bert Westerink, leidinggevende ROS ELANN en oud-wethouder Groningen, in op het samenspel tussen de gemeente en de eerste lijn. Andere thema’s zijn ondermeer: digitaal communiceren en de samenwerking in de wijk.

Kom naar het symposium en hoor meer over de vernieuwende aanpak in de ouderenzorg. Zie het programma en inschrijven en het workshopprogramma.

[...]

De bevolking vergrijst, de gemiddelde leeftijd stijgt en ouderen blijven langer thuis. Ouderenzorg wordt daardoor een belangrijk aandachtspunt. Op 15 mei a.s. organiseert Caransscoop (lid van InEen) in samenwerking met WDH, V&VN Praktijkverpleegkundigen & Praktijkondersteuners en NVvPO een symposium Ouderenzorg. Van 16.00 – 21.00 uur in Regardz WTC Arnhem. Voor professionals uit de zorg, gemeente en welzijn.

Eerstelijnspraktijk ouderengeneeskunde
Sprekers zijn o.a. Ester Bertholet, specialist ouderengeneeskunde. Zij is in Velp gestart met de eerstelijnspraktijk ouderengeneeskunde, met een specialist ouderengeneeskunde, verpleegkundigen en  een maatschappelijk werker. Deze praktijk is gevestigd in het gezondheidscentrum en de huisartsen kunnen ouderen met veel problemen verwijzen naar deze praktijk.

Vernieuwende ouderenzorg
Het symposium biedt een breed aanbod van workshops, met een vernieuwende inslag op het gebied van ouderenzorg. Zo gaat Bert Westerink, leidinggevende ROS ELANN en oud-wethouder Groningen, in op het samenspel tussen de gemeente en de eerste lijn. Andere thema’s zijn ondermeer: digitaal communiceren en de samenwerking in de wijk.

Kom naar het symposium en hoor meer over de vernieuwende aanpak in de ouderenzorg. Zie het programma en inschrijven en het workshopprogramma.

Apotheek De Brug Almere wint KNMP-Zorginnovatieprijs

26 maart 2014

Winnaar van de KNMP-Zorginnovatieprijs 2014 is apotheker Sandra van Putten van apotheek De Brug in Almere. Deze apotheek is onderdeel van Zorggroep Almere en lid van InEen.

Het is lastig om patiënten met een chronische leverstoornis de juiste dosis van een genees-middel te geven. Frustrerend, vond apotheker Sandra van Putten van apotheek De Brug in Almere. Ze wilde daar graag iets aan doen en ontwikkelde met collega-apothekers, huisartsen en medisch specialisten een methode voor medicatiebewaking bij een ernstige leverziekte.

Sandra van Putten: ‘Groot probleem bij leverstoornissen is dat je niet goed weet in welke mate de lever werkt. Omdat je dat niet met een eenvoudige bloedbepaling kunt vaststellen, is het voor een apotheker moeilijk om de doseringen van geneesmiddelen aan te passen aan de leverziekte. Wij richten ons op patiënten met een ernstige leverziekte. Bij deze groep weet je dat de leverfunctie gewoonweg slecht is. Door te bewaken op leverfalen kan de apotheker een groot verschil maken. We verwachten dat we het veilig medicijngebruik van deze kwetsbare patiënten belangrijk kunnen verbeteren.’

De apothekers van Zorggroep Almere hebben intussen scholing gekregen over het voorschrijfbeleid bij patiënten met een ernstige leverziekte. Ook de ziekenhuisapotheek gaat de nieuwe methode binnenkort gebruiken.

[...]

Winnaar van de KNMP-Zorginnovatieprijs 2014 is apotheker Sandra van Putten van apotheek De Brug in Almere. Deze apotheek is onderdeel van Zorggroep Almere en lid van InEen.

Het is lastig om patiënten met een chronische leverstoornis de juiste dosis van een genees-middel te geven. Frustrerend, vond apotheker Sandra van Putten van apotheek De Brug in Almere. Ze wilde daar graag iets aan doen en ontwikkelde met collega-apothekers, huisartsen en medisch specialisten een methode voor medicatiebewaking bij een ernstige leverziekte.

Sandra van Putten: ‘Groot probleem bij leverstoornissen is dat je niet goed weet in welke mate de lever werkt. Omdat je dat niet met een eenvoudige bloedbepaling kunt vaststellen, is het voor een apotheker moeilijk om de doseringen van geneesmiddelen aan te passen aan de leverziekte. Wij richten ons op patiënten met een ernstige leverziekte. Bij deze groep weet je dat de leverfunctie gewoonweg slecht is. Door te bewaken op leverfalen kan de apotheker een groot verschil maken. We verwachten dat we het veilig medicijngebruik van deze kwetsbare patiënten belangrijk kunnen verbeteren.’

De apothekers van Zorggroep Almere hebben intussen scholing gekregen over het voorschrijfbeleid bij patiënten met een ernstige leverziekte. Ook de ziekenhuisapotheek gaat de nieuwe methode binnenkort gebruiken.

Gezondheidscentrum Ommoord kijkt naar kwetsbare ouderen

26 maart 2014

GZOuderenzorg is een essentieel onderdeel van de geïntegreerde, wijkgegerichte eerstelijnszorg. In het hele land zijn goede initiatieven. De Rotterdamse wijk Ommoord kent een hoger percentage ouderen dan het landelijk gemiddelde. ‘Zijn de kwetsbare ouderen bij ons wel voldoende in beeld?’, vroegen de huisartsen van gezondheidscentrum Ommoord (lid van InEen) zich in 2011 al af. Gezamenlijk hebben ze zo’n 12.000 patiënten, waarvan 27% boven de 65 jaar.

Omdat de huisartsen zich wilden focussen op de kwetsbare ouderen, hebben ze de lat in eerste instantie gelegd bij 75 jaar en ouder. Dat is 14% van de patiënten, 1.680 mensen. Kaderhuisarts ouderengeneeskunde Kees Grimbergen ging aan de slag. ‘Stichting Theia heeft voor twee jaar subsidie toegekend’, vertelt projectleider Edith de la Fuente. ‘Daarmee konden we een verpleegkundige ouderenzorg inzetten voor de uitvoering.’

Voor een screeningsinstrument viel de keuze op de GFI (Groninger Frailty Indicator). ‘Dat valide instrument bevat slechts 15 ja/nee vragen. Zo belast je je patiënten niet al te veel.’ Dat de patiënten dit niet als een belasting zagen, blijkt wel uit de zeer hoge respons. Van de 1.614 mensen reageerde 70% binnen twee weken. Na een extra belronde liep de respons op tot 86%: een fantastische score. Overigens gingen niet alle 1.614 brieven tegelijk de deur uit. De screening vond steeds per 2 huisartsenpraktijken plaats.

Hoge score op kwetsbaarheid
Aan de hand van de uitkomsten zijn de patiënten ingedeeld in categorieën: niet kwetsbaar, kwetsbaar en zeer kwetsbaar. 42% van de respondenten was kwetsbaar, van wie meer dan de helft zeer kwetsbaar. ‘Het bleek dat een groot deel van de kwetsbare ouderen al voldoende zorg ontvingen, ook al hadden we ze niet als “kwetsbaar” gelabeld’, vertelt Edith de la Fuente. ‘Dat was een eye opener. De vraag is daarom of zo’n relatief arbeidsintensieve brede screening het juiste instrument is voor het opsporen van kwetsbare ouderen.’ De patiënten stelden overigens de persoonlijke aandacht ze zeer op prijs.’

Voorkom medicalisering
Sinds september 2013 werkt er in gezondheidscentrum Ommoord een verpleegkundige ouderenzorg. ‘Ze kijkt voor welke kwetsbare patiënten een zorgplan nodig is, een consultatie van een specialist ouderengeneeskunde, een geriater, e.d. Ook zijn er steeds betere afspraken met het ziekenhuis bij ontslag van kwetsbare ouderen, zodat ze goed in beeld blijven.’ Edith: ‘Wat vooral van belang is, is het centraal stellen van de patiënt en, zo mogelijk, diens mantelzorger. “Waar heeft u behoefte aan?” Dat hoeft niet direct zorg te zijn, er zijn ook andere oplossingen. Met zo’n houding voorkom je medicalisering.’

Ook aan de slag?
Het advies voor andere gezondheidscentra? Edith: ‘Ga met kwetsbare ouderen aan de slag. Vraag u daarbij wel af of een brede screening noodzakelijk is of dat je beter kleiner kunt starten. Van belang is wel de samenwerking met de informele zorg en gedegen kennis van het wijkaanbod.’ Dit advies is in lijn met InEen, wij maken ons ook hard voor die verbinding.

Voor meer informatie, lees het artikel ‘Kwetsbare ouderen opsporen loont’ . U kunt ook contact opnemen:
– Over het project: Edith de la Fuente, projectleider Zorg Op Noord – E.delafuente@zorgopnoord.nl of Kees Grimbergen, kaderhuisarts ouderengeneeskunde – c.grimbergen@ziggo.nl
– Over het vervolgtraject: Filian Looman, huisarts: f.looman@gcommoord.nl of Eline Speijer, verpleegkundige ouderenzorg: e.speijerboom@gcommoord.nl

[...]

GZOuderenzorg is een essentieel onderdeel van de geïntegreerde, wijkgegerichte eerstelijnszorg. In het hele land zijn goede initiatieven. De Rotterdamse wijk Ommoord kent een hoger percentage ouderen dan het landelijk gemiddelde. ‘Zijn de kwetsbare ouderen bij ons wel voldoende in beeld?’, vroegen de huisartsen van gezondheidscentrum Ommoord (lid van InEen) zich in 2011 al af. Gezamenlijk hebben ze zo’n 12.000 patiënten, waarvan 27% boven de 65 jaar.

Omdat de huisartsen zich wilden focussen op de kwetsbare ouderen, hebben ze de lat in eerste instantie gelegd bij 75 jaar en ouder. Dat is 14% van de patiënten, 1.680 mensen. Kaderhuisarts ouderengeneeskunde Kees Grimbergen ging aan de slag. ‘Stichting Theia heeft voor twee jaar subsidie toegekend’, vertelt projectleider Edith de la Fuente. ‘Daarmee konden we een verpleegkundige ouderenzorg inzetten voor de uitvoering.’

Voor een screeningsinstrument viel de keuze op de GFI (Groninger Frailty Indicator). ‘Dat valide instrument bevat slechts 15 ja/nee vragen. Zo belast je je patiënten niet al te veel.’ Dat de patiënten dit niet als een belasting zagen, blijkt wel uit de zeer hoge respons. Van de 1.614 mensen reageerde 70% binnen twee weken. Na een extra belronde liep de respons op tot 86%: een fantastische score. Overigens gingen niet alle 1.614 brieven tegelijk de deur uit. De screening vond steeds per 2 huisartsenpraktijken plaats.

Hoge score op kwetsbaarheid
Aan de hand van de uitkomsten zijn de patiënten ingedeeld in categorieën: niet kwetsbaar, kwetsbaar en zeer kwetsbaar. 42% van de respondenten was kwetsbaar, van wie meer dan de helft zeer kwetsbaar. ‘Het bleek dat een groot deel van de kwetsbare ouderen al voldoende zorg ontvingen, ook al hadden we ze niet als “kwetsbaar” gelabeld’, vertelt Edith de la Fuente. ‘Dat was een eye opener. De vraag is daarom of zo’n relatief arbeidsintensieve brede screening het juiste instrument is voor het opsporen van kwetsbare ouderen.’ De patiënten stelden overigens de persoonlijke aandacht ze zeer op prijs.’

Voorkom medicalisering
Sinds september 2013 werkt er in gezondheidscentrum Ommoord een verpleegkundige ouderenzorg. ‘Ze kijkt voor welke kwetsbare patiënten een zorgplan nodig is, een consultatie van een specialist ouderengeneeskunde, een geriater, e.d. Ook zijn er steeds betere afspraken met het ziekenhuis bij ontslag van kwetsbare ouderen, zodat ze goed in beeld blijven.’ Edith: ‘Wat vooral van belang is, is het centraal stellen van de patiënt en, zo mogelijk, diens mantelzorger. “Waar heeft u behoefte aan?” Dat hoeft niet direct zorg te zijn, er zijn ook andere oplossingen. Met zo’n houding voorkom je medicalisering.’

Ook aan de slag?
Het advies voor andere gezondheidscentra? Edith: ‘Ga met kwetsbare ouderen aan de slag. Vraag u daarbij wel af of een brede screening noodzakelijk is of dat je beter kleiner kunt starten. Van belang is wel de samenwerking met de informele zorg en gedegen kennis van het wijkaanbod.’ Dit advies is in lijn met InEen, wij maken ons ook hard voor die verbinding.

Voor meer informatie, lees het artikel ‘Kwetsbare ouderen opsporen loont’ . U kunt ook contact opnemen:
– Over het project: Edith de la Fuente, projectleider Zorg Op Noord – E.delafuente@zorgopnoord.nl of Kees Grimbergen, kaderhuisarts ouderengeneeskunde – c.grimbergen@ziggo.nl
– Over het vervolgtraject: Filian Looman, huisarts: f.looman@gcommoord.nl of Eline Speijer, verpleegkundige ouderenzorg: e.speijerboom@gcommoord.nl

RIVM-rapport Landelijke monitor populatiemanagenent

25 maart 2014

RIVM volgt de 9 proeftuinen op het implementatieproces, de succes- en faalfactoren en het effect op de gezondheid van de populatie en de kwaliteit en kosten van de zorg. De proeftuinen grotendeels gericht op eerste- en tweedelijnszorg. Iedere proeftuin kent verschillende programma’s en een bijbehorende set interventies. De interventies richten zich vaak op substitutie van zorg, integratie van zorg (eventueel met welzijn) en preventie. De ambitie is om dit gaandeweg uit te breiden naar andere domeinen, zoals GGZ en jeugdzorg.

Het RIVM-rapport Landelijke monitor populatiemanagement richt zich voornamelijk op de overeenkomsten en verschillen tussen de proeftuinen. De beschrijving is gebaseerd op documenten van de proeftuinen (tot januari 2014) en interviews met de betrokken partijen/initiatiefnemers.

[...]

RIVM volgt de 9 proeftuinen op het implementatieproces, de succes- en faalfactoren en het effect op de gezondheid van de populatie en de kwaliteit en kosten van de zorg. De proeftuinen grotendeels gericht op eerste- en tweedelijnszorg. Iedere proeftuin kent verschillende programma’s en een bijbehorende set interventies. De interventies richten zich vaak op substitutie van zorg, integratie van zorg (eventueel met welzijn) en preventie. De ambitie is om dit gaandeweg uit te breiden naar andere domeinen, zoals GGZ en jeugdzorg.

Het RIVM-rapport Landelijke monitor populatiemanagement richt zich voornamelijk op de overeenkomsten en verschillen tussen de proeftuinen. De beschrijving is gebaseerd op documenten van de proeftuinen (tot januari 2014) en interviews met de betrokken partijen/initiatiefnemers.

ROS-Wijkscan ‘Gezondheid, sport en zorg’

25 maart 2014

ROROS’en staan voor verbinding in de regio tussen alle partijen die te maken hebben met de eerstelijnszorg. Dus ook met sport- en beweegaanbieders. ‘De verbinding gezondheid, sport en zorg is belangrijk’, aldus Betty Steenkamer, adjunct-directeur Robuust en portefeuillehouder Geïntegreerde GebiedsAnalyse van het ROS-Netwerk. ‘Het beweegaanbod is tamelijk versnipperd.  Aansluiting met andere domeinen zorgt voor een effectievere aanpak. Bundeling van informatie is van belang.’

Subsidie Sportimpuls
Het subsidieprogramma Sportimpuls 2014 bood een goede kans om gebundelde informatie in een hapklare vorm te presenteren aan sport- en beweegaanbieders. Dit heeft geleid tot de ROS-Wijkscanrapportage “Gezondheid, sport en zorg”,van de ROS”en in samenwerking met het NISB. Er is een call tot 10 april a.s. en er volgt nog een aanvraagronde voor Kinderen Sportief op Gewicht. Kijk hier voor meer informatie over de Sportimpuls.

Analyse
Een aanvraag Sportimpuls start met een goede analyse. ‘De Wijkscan ‘Gezondheid, sport en zorg’ biedt onderliggende informatie die essentieel is voor een aanvraag bij Sportimpuls’, vertelt Betty Steenkamer. ‘Gaat het om de juiste vraag, de juiste doelgroep, de juiste samenwerkingspartners en vooral: het juiste aanbod? De scan biedt inzicht in de demografische samenstelling van een wijk. Zo is een goede analyse mogelijk t.a.v. de gezondheidssituatie, het beweeggedrag van de inwoners en de leefbaarheid van een wijk.’

Betty vervolgt: ‘Bewegen is van groot belang voor mensen met bijvoorbeeld psychosociale problematiek. Het effect van psychosociale problemen op gezondheid wordt nog steeds onderschat. In het Nationaal Programma Preventie is wel aandacht voor depressie, maar de problematiek is breder. Het zal geweldig zijn als ook vanuit deze insteek aanvragen komen voor de call van Sportimpuls.’

Inzicht in de wijk
‘Het belang van de scan geldt natuurlijk niet alleen voor een subsidieaanvraag. De inzet is zinvol bij elke nieuwe interventie op het gebied van gezonde bewoners in de buurt. De informatie is ook zinvol voor wijkverpleegkundigen en wijkteams, voor buurtsportcoaches, e.d. Met de Wijkscan krijg je goed inzicht in de wijk en kansen om samen aan de slag te gaan met gezonde burgers in de wijk.’

Meer informatie
U kunt bij de ROS in uw eigen regio meer informatie krijgen over de Wijkscan ‘Gezondheid, sport en zorg’. Kijk op www.nisb.nl/wijkscan welke ROS’en meedoen.

[...]

ROROS’en staan voor verbinding in de regio tussen alle partijen die te maken hebben met de eerstelijnszorg. Dus ook met sport- en beweegaanbieders. ‘De verbinding gezondheid, sport en zorg is belangrijk’, aldus Betty Steenkamer, adjunct-directeur Robuust en portefeuillehouder Geïntegreerde GebiedsAnalyse van het ROS-Netwerk. ‘Het beweegaanbod is tamelijk versnipperd.  Aansluiting met andere domeinen zorgt voor een effectievere aanpak. Bundeling van informatie is van belang.’

Subsidie Sportimpuls
Het subsidieprogramma Sportimpuls 2014 bood een goede kans om gebundelde informatie in een hapklare vorm te presenteren aan sport- en beweegaanbieders. Dit heeft geleid tot de ROS-Wijkscanrapportage “Gezondheid, sport en zorg”,van de ROS”en in samenwerking met het NISB. Er is een call tot 10 april a.s. en er volgt nog een aanvraagronde voor Kinderen Sportief op Gewicht. Kijk hier voor meer informatie over de Sportimpuls.

Analyse
Een aanvraag Sportimpuls start met een goede analyse. ‘De Wijkscan ‘Gezondheid, sport en zorg’ biedt onderliggende informatie die essentieel is voor een aanvraag bij Sportimpuls’, vertelt Betty Steenkamer. ‘Gaat het om de juiste vraag, de juiste doelgroep, de juiste samenwerkingspartners en vooral: het juiste aanbod? De scan biedt inzicht in de demografische samenstelling van een wijk. Zo is een goede analyse mogelijk t.a.v. de gezondheidssituatie, het beweeggedrag van de inwoners en de leefbaarheid van een wijk.’

Betty vervolgt: ‘Bewegen is van groot belang voor mensen met bijvoorbeeld psychosociale problematiek. Het effect van psychosociale problemen op gezondheid wordt nog steeds onderschat. In het Nationaal Programma Preventie is wel aandacht voor depressie, maar de problematiek is breder. Het zal geweldig zijn als ook vanuit deze insteek aanvragen komen voor de call van Sportimpuls.’

Inzicht in de wijk
‘Het belang van de scan geldt natuurlijk niet alleen voor een subsidieaanvraag. De inzet is zinvol bij elke nieuwe interventie op het gebied van gezonde bewoners in de buurt. De informatie is ook zinvol voor wijkverpleegkundigen en wijkteams, voor buurtsportcoaches, e.d. Met de Wijkscan krijg je goed inzicht in de wijk en kansen om samen aan de slag te gaan met gezonde burgers in de wijk.’

Meer informatie
U kunt bij de ROS in uw eigen regio meer informatie krijgen over de Wijkscan ‘Gezondheid, sport en zorg’. Kijk op www.nisb.nl/wijkscan welke ROS’en meedoen.

InEen-leden in de prijzen bij Op één Lijn

25 maart 2014

Medio maart vond de afsluiting plaats van het ZonMw-project Op één Lijn. Van de 80 gefinancierde projecten, kregen 4 projecten een prijs. Namelijk: SOLK-project van Overvecht Gezond (Utrecht), Welzijn op Recept van gezondheidscentrum de Roerdomp in Nieuwegein, project Kapstok (mantelzorgondersteuning) van het samenwerkingsverband eerste lijn en welzijn in Emmen en het project MSM (organisatiemodel voor multidisciplinaire zorg op het platteland) van het samenwerkingsverband eerste lijn in Maasgouw.

InEen is er trots op dat haar leden Overvecht Gezond en gezondheidscentrum De Roerdomp in de prijzen vielen. We feliciteren hen van harte!

SOLK-project
Het SOLK-project betreft somatisch onvoldoende verklaarbare lichamelijke klachten. De jury was enthousiast over de kwaliteit van het zorgprogramma en het feit dat de werkwijze en het samenwerkingsmodel ook voor de bredere groep patiënten met meervoudige, complexe problemen toepasbaar is.

Het zorgprogramma en andere publicaties van het SOLK-project staat op de website van Overvecht Gezond. U kunt voor meer informatie contact opnemen met Nikki Makkes via  n.makkes@huisartsenkliniek.com en Erik te Biesebeke via e.tebiesebeke@overvechtgezond.nl

Welzijn op recept
Ook het project Welzijn op Recept is goed opschaalbaar en wordt inmiddels op een aantal plaatsen in het land uitgevoerd. Hierbij gaat het om de mogelijkheid om patiënten via de huisarts naar welzijn door te verwijzen.

Voor welzijn op recept heeft het Trimboyinstituut een handleiding opgesteld. Daarin staan ervaringen in de wijk Doorslag Nieuwegein, tips voor de uitvoering, de laatste wetenschappelijke inzichten en de resultaten van de pilot in Nieuwegein.

[...]

Medio maart vond de afsluiting plaats van het ZonMw-project Op één Lijn. Van de 80 gefinancierde projecten, kregen 4 projecten een prijs. Namelijk: SOLK-project van Overvecht Gezond (Utrecht), Welzijn op Recept van gezondheidscentrum de Roerdomp in Nieuwegein, project Kapstok (mantelzorgondersteuning) van het samenwerkingsverband eerste lijn en welzijn in Emmen en het project MSM (organisatiemodel voor multidisciplinaire zorg op het platteland) van het samenwerkingsverband eerste lijn in Maasgouw.

InEen is er trots op dat haar leden Overvecht Gezond en gezondheidscentrum De Roerdomp in de prijzen vielen. We feliciteren hen van harte!

SOLK-project
Het SOLK-project betreft somatisch onvoldoende verklaarbare lichamelijke klachten. De jury was enthousiast over de kwaliteit van het zorgprogramma en het feit dat de werkwijze en het samenwerkingsmodel ook voor de bredere groep patiënten met meervoudige, complexe problemen toepasbaar is.

Het zorgprogramma en andere publicaties van het SOLK-project staat op de website van Overvecht Gezond. U kunt voor meer informatie contact opnemen met Nikki Makkes via  n.makkes@huisartsenkliniek.com en Erik te Biesebeke via e.tebiesebeke@overvechtgezond.nl

Welzijn op recept
Ook het project Welzijn op Recept is goed opschaalbaar en wordt inmiddels op een aantal plaatsen in het land uitgevoerd. Hierbij gaat het om de mogelijkheid om patiënten via de huisarts naar welzijn door te verwijzen.

Voor welzijn op recept heeft het Trimboyinstituut een handleiding opgesteld. Daarin staan ervaringen in de wijk Doorslag Nieuwegein, tips voor de uitvoering, de laatste wetenschappelijke inzichten en de resultaten van de pilot in Nieuwegein.

Aanpak leefstijlverbetering in Kanaleneiland

25 maart 2014

Gezondheidscentrum Kanaleneiland heeft met de GG&GD en de thuiszorg samenwerking gezocht om te komen tot verandering in de leefstijl. Een goede leefstijl is namelijk essentieel voor een goede gezondheid. Het is zelfs zo dat bewoners in krachtwijken korter leven, onder andere als gevolg van een minder gezonde leefstijl.

De Inspectie van Volksgezondheid en Zorg (IGZ) heeft in een aantal achterstandswijken kritisch gekeken naar de inzet op leefstijl. De aanpak van Kanaleneiland scoort daarbij als een na beste. De samenwerking tussen de partijen is volgens het IGZ-rapport zonder meer goed. Dankzij een wijkprofiel en het delen van de gegevens is de inzet efficiënt. Er zijn gezamenlijke doelstellingen, o.a. voor voeding & beweging, hart- & vaatziekten en diabetes. Een bijzonder project voor goede buurtzorg is Zichtbare Schakel. IGZ geeft de systematische evaluatie en gestructureerd overleg van de zorgpartners in de wijk ook een dikke voldoende.

Verbeteringen
Resi Voorwinden is tevreden over de behaalde scores. Zij is coördinator van de Stichting Kanaleneiland GEZond en het onlangs opgerichte ‘broertje’ Marco Polo GEZond. In beide organisaties werken zorgverleners uit de eerste lijn nauw samen. Nuchter: ‘De uitslag was geen complete verrassing. Er gebeuren veel goede dingen in Kanaleneiland en we zien de verbeteringen.’

Samenwerking
Medewerkers uit de eerste lijn, thuiszorg, scholen, sportverenigingen en woningcorporaties trekken nauw op met bewoners. Soms wordt aangehaakt bij een bewonersinitiatief, een andere keer zijn verhalen van bewoners aanleiding voor een zorgprogramma. Resi: ‘We weten elkaar goed te vinden en kunnen daardoor de programma’s goed afstemmen op de behoeften in de wijk.’ Als voorbeeld noemt ze het tegengaan van overgewicht bij kinderen. ‘Professionals maken afspraken over signaleren, doorverwijzen en behandelen. Dat loopt van jeugdverpleegkundige tot huisarts, van sociaal makelaar tot sportdocent. Ze delen hun ervaringen en kijken hoe ze elkaar kunnen steunen en aanvullen. Daarbij waken we ervoor dat er te veel zorgverleners bij iemand aan de slag gaan.’ Ook in het project ‘Op 1 lijn Kanaleneiland’ volgen veel disciplines allochtone vrouwen met overbelastingsproblemen. Resi: ‘Deze vrouwen zijn vaak gebaat bij een combinatie van praten en bewegen, afstemming is dus ook hier belangrijk.’

Netwerkregie
Alleen op netwerkregie geeft IGZ geen voldoende. ‘Die netwerkregie is een lastige’, erkent Resi. ‘Je wilt  iemand die verantwoordelijk is voor een heel traject. Dat is een hele puzzel, maar alle betrokkenen zijn bereid om stappen te zetten, dus dat gaan we alsnog bereiken’, is haar overtuiging. Gezondheidscentrum Kanaleneiland is lid van InEen. Wilt u meer weten over de aanpak in Kanaleneiland? Mail dan naar resi.voorwinden@partnerinzorg.nl.

[...]

Gezondheidscentrum Kanaleneiland heeft met de GG&GD en de thuiszorg samenwerking gezocht om te komen tot verandering in de leefstijl. Een goede leefstijl is namelijk essentieel voor een goede gezondheid. Het is zelfs zo dat bewoners in krachtwijken korter leven, onder andere als gevolg van een minder gezonde leefstijl.

De Inspectie van Volksgezondheid en Zorg (IGZ) heeft in een aantal achterstandswijken kritisch gekeken naar de inzet op leefstijl. De aanpak van Kanaleneiland scoort daarbij als een na beste. De samenwerking tussen de partijen is volgens het IGZ-rapport zonder meer goed. Dankzij een wijkprofiel en het delen van de gegevens is de inzet efficiënt. Er zijn gezamenlijke doelstellingen, o.a. voor voeding & beweging, hart- & vaatziekten en diabetes. Een bijzonder project voor goede buurtzorg is Zichtbare Schakel. IGZ geeft de systematische evaluatie en gestructureerd overleg van de zorgpartners in de wijk ook een dikke voldoende.

Verbeteringen
Resi Voorwinden is tevreden over de behaalde scores. Zij is coördinator van de Stichting Kanaleneiland GEZond en het onlangs opgerichte ‘broertje’ Marco Polo GEZond. In beide organisaties werken zorgverleners uit de eerste lijn nauw samen. Nuchter: ‘De uitslag was geen complete verrassing. Er gebeuren veel goede dingen in Kanaleneiland en we zien de verbeteringen.’

Samenwerking
Medewerkers uit de eerste lijn, thuiszorg, scholen, sportverenigingen en woningcorporaties trekken nauw op met bewoners. Soms wordt aangehaakt bij een bewonersinitiatief, een andere keer zijn verhalen van bewoners aanleiding voor een zorgprogramma. Resi: ‘We weten elkaar goed te vinden en kunnen daardoor de programma’s goed afstemmen op de behoeften in de wijk.’ Als voorbeeld noemt ze het tegengaan van overgewicht bij kinderen. ‘Professionals maken afspraken over signaleren, doorverwijzen en behandelen. Dat loopt van jeugdverpleegkundige tot huisarts, van sociaal makelaar tot sportdocent. Ze delen hun ervaringen en kijken hoe ze elkaar kunnen steunen en aanvullen. Daarbij waken we ervoor dat er te veel zorgverleners bij iemand aan de slag gaan.’ Ook in het project ‘Op 1 lijn Kanaleneiland’ volgen veel disciplines allochtone vrouwen met overbelastingsproblemen. Resi: ‘Deze vrouwen zijn vaak gebaat bij een combinatie van praten en bewegen, afstemming is dus ook hier belangrijk.’

Netwerkregie
Alleen op netwerkregie geeft IGZ geen voldoende. ‘Die netwerkregie is een lastige’, erkent Resi. ‘Je wilt  iemand die verantwoordelijk is voor een heel traject. Dat is een hele puzzel, maar alle betrokkenen zijn bereid om stappen te zetten, dus dat gaan we alsnog bereiken’, is haar overtuiging. Gezondheidscentrum Kanaleneiland is lid van InEen. Wilt u meer weten over de aanpak in Kanaleneiland? Mail dan naar resi.voorwinden@partnerinzorg.nl.

Brochure over Preventiekracht dicht bij huis

21 maart 2014

Het ZonMw-programma ‘PreventieKracht dicht bij huis’ stimuleert goede lokale preventie en gezondheidsbevordering. Ruim 80 projectorganisaties hebben activiteiten uitgevoerd op het gebied van preventie ‘dicht bij huis’. Uitvoerende organisaties zijn veelal thuiszorgorganisaties, GGD’en, ggz, welzijnswerk en ook ROS’en. De slaagkans neemt aanzienlijk toe als preventie wordt opgepakt in samenwerking tussen preventie, zorg en welzijn.

Het programma is opgevolgd door het Nationaal Programma Preventie van VWS. ZonMw heeft de brochure ‘Het stokje overdragen’ uitgebracht, met daarin de opbrengsten van het programma ‘Preventiekracht dicht bij huis’. Ook staan er ideeën in hoe verder te gaan met preventie.

[...]

Het ZonMw-programma ‘PreventieKracht dicht bij huis’ stimuleert goede lokale preventie en gezondheidsbevordering. Ruim 80 projectorganisaties hebben activiteiten uitgevoerd op het gebied van preventie ‘dicht bij huis’. Uitvoerende organisaties zijn veelal thuiszorgorganisaties, GGD’en, ggz, welzijnswerk en ook ROS’en. De slaagkans neemt aanzienlijk toe als preventie wordt opgepakt in samenwerking tussen preventie, zorg en welzijn.

Het programma is opgevolgd door het Nationaal Programma Preventie van VWS. ZonMw heeft de brochure ‘Het stokje overdragen’ uitgebracht, met daarin de opbrengsten van het programma ‘Preventiekracht dicht bij huis’. Ook staan er ideeën in hoe verder te gaan met preventie.

Belangrijke rol wijkverpleegkundige bij zorg dichtbij

12 maart 2014

Minister Schippers en staatssecretaris Van Rijn hebben begin maart de Kamerbrief ‘Samenhang in zorg en ondersteuning’ doen uitgaan. Daarin gaan ze uitgebreid in op de samenhang tussen de wetten Wmo, WIz en de aangepaste Zvw. De eerste lijn heeft zowel direct als zijdelings te maken met de uitvoering van de zorg door de gemeente. Neem kennis van deze inhoud en van de bijlage: conceptbesluit zorgverzekering.

Hoofdstuk 2 van de brief vraagt specifieke aandacht van de georganiseerde eerste lijn. Deze gaat namelijk over de wijkverpleging. De wijkverpleegkundige krijgt een brede generalistische rol in de zorg thuis. Dat als onderdeel van de bredere eerstelijnszorg, samen met de huisarts en andere zorgprofessionals. De verpleegkundige zal bepalen wat de cliënt nodig heeft. Zij hoeft niet de zorg zelf uit te voeren, maar coördineert de zorg rondom de patiënt. De wijkverpleegkundigen krijgen de ruimte om zelf in te schatten hoeveel tijd er nodig is voor een cliënt. Dus geen ‘uurtje-factuurtje’ meer, zo staat in de brief, maar: ‘de verpleegkundige in een nieuwe jas, zonder stopwatch’.

[...]

Minister Schippers en staatssecretaris Van Rijn hebben begin maart de Kamerbrief ‘Samenhang in zorg en ondersteuning’ doen uitgaan. Daarin gaan ze uitgebreid in op de samenhang tussen de wetten Wmo, WIz en de aangepaste Zvw. De eerste lijn heeft zowel direct als zijdelings te maken met de uitvoering van de zorg door de gemeente. Neem kennis van deze inhoud en van de bijlage: conceptbesluit zorgverzekering.

Hoofdstuk 2 van de brief vraagt specifieke aandacht van de georganiseerde eerste lijn. Deze gaat namelijk over de wijkverpleging. De wijkverpleegkundige krijgt een brede generalistische rol in de zorg thuis. Dat als onderdeel van de bredere eerstelijnszorg, samen met de huisarts en andere zorgprofessionals. De verpleegkundige zal bepalen wat de cliënt nodig heeft. Zij hoeft niet de zorg zelf uit te voeren, maar coördineert de zorg rondom de patiënt. De wijkverpleegkundigen krijgen de ruimte om zelf in te schatten hoeveel tijd er nodig is voor een cliënt. Dus geen ‘uurtje-factuurtje’ meer, zo staat in de brief, maar: ‘de verpleegkundige in een nieuwe jas, zonder stopwatch’.

Gevraagd: deelnemers project gezamenlijke besluitvorming

26 februari 2014

InEen kan met ondersteuning van het Kwaliteitsinstituut een project uitvoeren rond gezamenlijke besluitvorming. Om een handreiking te ontwikkelen voor gezamenlijke besluitvorming op basis van persoonsgerichte doelen. Het betreft een bruikbaar gespreksmodel voor de communicatie in de spreekkamer. Hiermee sluit het goed aan op één van de Kritische Kwaliteitskenmerken voor zorggroepen, waarin het vastleggen van persoonlijke behandeldoelen centraal staat. Naast InEen leveren ook het Maastrichts Universitair Medisch centrum, de Hogeschool Zuyd en het NHG een bijdrage aan het project.

InEen is op zoek naar zorggroepen die willen meedenken bij het ontwikkelen van de handreiking om deze vervolgens ook in een pilot te testen. Dit kunnen zorggroepen zijn die al ervaring hebben met het opstellen van persoonlijke doelen en gezamenlijke besluitvorming, evenals zorggroepen die daarmee nog willen beginnen.

Planning
Van maart t/m juni 2014 wordt de handreiking ontwikkeld. In juli en augustus testen in de pilots. Evaluatie en bijstelling van de handreiking vindt plaats in september en oktober.

Van deelnemende zorggroepen verwachten wij dat ze één persoon afvaardigen in de klankbordgroep. Deze bespreekt de ontwikkeling van de handreiking en de opzet van de pilots, evenals de opbrengst van de pilots en het bijstellen van de handreiking. Voor deelname aan de klankbordgroep zijn er vacatiegelden.

Meer informatie
Voor meer informatie en aanmelden: Ellen Spierings, 030-2823788, e.spierings@ineen.nl.

[...]

InEen kan met ondersteuning van het Kwaliteitsinstituut een project uitvoeren rond gezamenlijke besluitvorming. Om een handreiking te ontwikkelen voor gezamenlijke besluitvorming op basis van persoonsgerichte doelen. Het betreft een bruikbaar gespreksmodel voor de communicatie in de spreekkamer. Hiermee sluit het goed aan op één van de Kritische Kwaliteitskenmerken voor zorggroepen, waarin het vastleggen van persoonlijke behandeldoelen centraal staat. Naast InEen leveren ook het Maastrichts Universitair Medisch centrum, de Hogeschool Zuyd en het NHG een bijdrage aan het project.

InEen is op zoek naar zorggroepen die willen meedenken bij het ontwikkelen van de handreiking om deze vervolgens ook in een pilot te testen. Dit kunnen zorggroepen zijn die al ervaring hebben met het opstellen van persoonlijke doelen en gezamenlijke besluitvorming, evenals zorggroepen die daarmee nog willen beginnen.

Planning
Van maart t/m juni 2014 wordt de handreiking ontwikkeld. In juli en augustus testen in de pilots. Evaluatie en bijstelling van de handreiking vindt plaats in september en oktober.

Van deelnemende zorggroepen verwachten wij dat ze één persoon afvaardigen in de klankbordgroep. Deze bespreekt de ontwikkeling van de handreiking en de opzet van de pilots, evenals de opbrengst van de pilots en het bijstellen van de handreiking. Voor deelname aan de klankbordgroep zijn er vacatiegelden.

Meer informatie
Voor meer informatie en aanmelden: Ellen Spierings, 030-2823788, e.spierings@ineen.nl.

TNO biedt ondersteuning bij vernieuwingstrajecten

19 februari 2014

Bij een idee voor vernieuwing in de eerstelijnszorg kunnen belangrijke vragen opkomen. Is deze vernieuwing een goed idee? Is het de investering in tijd en geld waard? En als u antwoord op deze vragen heeft, hoe krijgt u dan de financiering rond?

TNO biedt in samenwerking met InEen en ZonMw voor alle eerstelijnszorgorganisaties twee ondersteuningstrajecten aan:
A. De meerwaarde in kaart: businesscase en businessmodel
B. Shared Benefits Model

Inzicht in meerwaarde
Traject A is bedoeld voor de uitwerking van een vernieuwingsidee. In dit traject begeleidt TNO eerstelijns-samenwerkingsorganisaties bij de uitwerking van een businessmodel en een (maatschappelijke) businesscace van deze vernieuwing. Het leidt tot inzicht in de werkelijke meerwaarde. Voor deelname aan dit traject zijn geen kosten verbonden. Wel is een van de voorwaarden dat er een extern adviseur participeert in het traject. Dat kan een ROS-adviseur zijn of anderszins. De achterliggende gedachte is dat deze adviseur de opgedane kennis opnieuw kan inzetten. Heeft u interesse? Meld u dan snel aan. De kosteloze ondersteuning is slechts voor 10 initiatieven en er lopen al enkele aanvragen.

Gedeelde belangen
Voor traject B wordt wel een eigen bijdrage gevraagd. Echter: deze bedraagt € 2.000 en dat is slechts een fractie van de totale kosten van een dergelijk traject. Hierbij staan de bekostigingsmogelijkheden en de realisatie van de financiering van een vernieuwing centraal. Het is van belang om de kosten en baten evenwichtig te verdelen onder betrokken partijen. Zonder een shared benefits model is het risico groot dat partijen afhaken, omdat ze naar hun gevoel te weinig voordeel verkrijgen van de vernieuwing. Voorwaarde voor traject B is deelname van minimaal vijf deelnemers, die overigens niet allemaal tegelijk hoeven te starten.

Meer informatie
Benut deze kans voor ondersteuning van TNO. Zie voor informatie, voorwaarden en aanmelden de flyer van TNO

[...]

Bij een idee voor vernieuwing in de eerstelijnszorg kunnen belangrijke vragen opkomen. Is deze vernieuwing een goed idee? Is het de investering in tijd en geld waard? En als u antwoord op deze vragen heeft, hoe krijgt u dan de financiering rond?

TNO biedt in samenwerking met InEen en ZonMw voor alle eerstelijnszorgorganisaties twee ondersteuningstrajecten aan:
A. De meerwaarde in kaart: businesscase en businessmodel
B. Shared Benefits Model

Inzicht in meerwaarde
Traject A is bedoeld voor de uitwerking van een vernieuwingsidee. In dit traject begeleidt TNO eerstelijns-samenwerkingsorganisaties bij de uitwerking van een businessmodel en een (maatschappelijke) businesscace van deze vernieuwing. Het leidt tot inzicht in de werkelijke meerwaarde. Voor deelname aan dit traject zijn geen kosten verbonden. Wel is een van de voorwaarden dat er een extern adviseur participeert in het traject. Dat kan een ROS-adviseur zijn of anderszins. De achterliggende gedachte is dat deze adviseur de opgedane kennis opnieuw kan inzetten. Heeft u interesse? Meld u dan snel aan. De kosteloze ondersteuning is slechts voor 10 initiatieven en er lopen al enkele aanvragen.

Gedeelde belangen
Voor traject B wordt wel een eigen bijdrage gevraagd. Echter: deze bedraagt € 2.000 en dat is slechts een fractie van de totale kosten van een dergelijk traject. Hierbij staan de bekostigingsmogelijkheden en de realisatie van de financiering van een vernieuwing centraal. Het is van belang om de kosten en baten evenwichtig te verdelen onder betrokken partijen. Zonder een shared benefits model is het risico groot dat partijen afhaken, omdat ze naar hun gevoel te weinig voordeel verkrijgen van de vernieuwing. Voorwaarde voor traject B is deelname van minimaal vijf deelnemers, die overigens niet allemaal tegelijk hoeven te starten.

Meer informatie
Benut deze kans voor ondersteuning van TNO. Zie voor informatie, voorwaarden en aanmelden de flyer van TNO

Netwerk Interprofessionele Educatie en Samenwerking

11 februari 2014

InEen-lid en regionale ondersteuningsstructuur Robuust, Jan van Es Instituut en Zuyd Hogeschool hebben een netwerk ‘Interprofessionele Educatie en Samenwerking Zorg en Welzijn’ opgericht.

Het netwerk is voor professionals, beleidsmakers, onderwijs en overige partijen die bezig zijn met de ontwikkeling van interprofessionele samenwerking. Zij kunnen via LinkedIn aansluiten bij dit netwerk. De kennis en inzichten op het gebied van interprofessionele educatie en samenwerking worden op deze manier in ons land geïntroduceerd. Dit gebeurt reeds elders in Europa en in de VS. Op basis van contacten in Europa (EIPEN), Engeland (CAIPE) en het Noorse netwerk (NIPNET) wordt met deze LinkedIn groep een aanzet gemaakt voor een algemeen communicatiepunt en landelijk netwerk ter bevordering van de interprofessionele educatie. De groep biedt een plek voor het delen van kennis, inzichten, methodieken, ontwikkelingen en onderzoek op het gebied van zorg en welzijn.

Lees meer informatie over Interprofessionele Educatie en Samenwerking  of meld u aan op de  LinkedIn-groep.

[...]

InEen-lid en regionale ondersteuningsstructuur Robuust, Jan van Es Instituut en Zuyd Hogeschool hebben een netwerk ‘Interprofessionele Educatie en Samenwerking Zorg en Welzijn’ opgericht.

Het netwerk is voor professionals, beleidsmakers, onderwijs en overige partijen die bezig zijn met de ontwikkeling van interprofessionele samenwerking. Zij kunnen via LinkedIn aansluiten bij dit netwerk. De kennis en inzichten op het gebied van interprofessionele educatie en samenwerking worden op deze manier in ons land geïntroduceerd. Dit gebeurt reeds elders in Europa en in de VS. Op basis van contacten in Europa (EIPEN), Engeland (CAIPE) en het Noorse netwerk (NIPNET) wordt met deze LinkedIn groep een aanzet gemaakt voor een algemeen communicatiepunt en landelijk netwerk ter bevordering van de interprofessionele educatie. De groep biedt een plek voor het delen van kennis, inzichten, methodieken, ontwikkelingen en onderzoek op het gebied van zorg en welzijn.

Lees meer informatie over Interprofessionele Educatie en Samenwerking  of meld u aan op de  LinkedIn-groep.

Ideeën over organisatie van verpleegkundige zorg

08 februari 2014

De wijkverpleegkundige zorg is van groot belang bij zorg in de buurt. Zie elders op onze site het bericht minister Plasterk en staatsscretaris Van Rijn hierover.

LVG-leden hebben zich al eerder afgevraagd hoe (wijk)verpleegkundige zorg zodanig georganiseerd kan worden, dat ze effectief bijdraagt aan een kwalitatief goede eerstelijnszorg. De verpleegkundige zorg in de eerste lijn is versnipperd. Vanuit de optiek dat praktijken wijkgeoriënteerd zijn, voor dezelfde populatie werken en dat verpleegkundigen de verbinding met het sociale leefgebied en preventie  weet te leggen zou verandering moeten komen in die versnippering. Een goed functionerende eerste lijn kan met de maatschappelijke opgave niet zonder een sterke verbinding met verpleegkundigen, die op hun beurt hun krachten beter moeten bundelen.

Om een richting te bepalen voor de branche aangaande de organisatie van verpleegkundige zorg heeft de LVG een inventarisatie laten uitvoeren onder de leden van hun ideeën en meningen. De uitkomsten staan in de notitie ‘Organisatie van verpleegkundige zorg’.

[...]

De wijkverpleegkundige zorg is van groot belang bij zorg in de buurt. Zie elders op onze site het bericht minister Plasterk en staatsscretaris Van Rijn hierover.

LVG-leden hebben zich al eerder afgevraagd hoe (wijk)verpleegkundige zorg zodanig georganiseerd kan worden, dat ze effectief bijdraagt aan een kwalitatief goede eerstelijnszorg. De verpleegkundige zorg in de eerste lijn is versnipperd. Vanuit de optiek dat praktijken wijkgeoriënteerd zijn, voor dezelfde populatie werken en dat verpleegkundigen de verbinding met het sociale leefgebied en preventie  weet te leggen zou verandering moeten komen in die versnippering. Een goed functionerende eerste lijn kan met de maatschappelijke opgave niet zonder een sterke verbinding met verpleegkundigen, die op hun beurt hun krachten beter moeten bundelen.

Om een richting te bepalen voor de branche aangaande de organisatie van verpleegkundige zorg heeft de LVG een inventarisatie laten uitvoeren onder de leden van hun ideeën en meningen. De uitkomsten staan in de notitie ‘Organisatie van verpleegkundige zorg’.

Programma’s ouderenzorg komen op gang

04 februari 2014

CZDe afgelopen weken heeft InEen een enquête gehouden onder haar leden naar het aanbod van zorgprogramma’s voor ouderen. Tweederde van de aangesloten zorggroepen deed mee aan de inventarisatie. Daaruit kwam naar voren dat 28% van de zorggroepen reeds werkt met een programma voor ouderenzorg. Bijna de helft, namelijk 47%, is bezig met het ontwikkelen van een dergelijk programma en bijna een kwart (21%) heeft plannen om een zorgprogramma voor ouderen te gaan ontwikkelen. Een kleine 5% van de respondenten is er in het geheel niet mee bezig.

Hoewel er mogelijk sprak zal zijn van een selectieve respons wijzen de resultaten er op dat de ontwikkeling van programma’s voor ouderenzorg een vlucht neemt .InEen volgt de ontwikkelingen en zal deze zoveel mogelijk stimuleren.

[...]

CZDe afgelopen weken heeft InEen een enquête gehouden onder haar leden naar het aanbod van zorgprogramma’s voor ouderen. Tweederde van de aangesloten zorggroepen deed mee aan de inventarisatie. Daaruit kwam naar voren dat 28% van de zorggroepen reeds werkt met een programma voor ouderenzorg. Bijna de helft, namelijk 47%, is bezig met het ontwikkelen van een dergelijk programma en bijna een kwart (21%) heeft plannen om een zorgprogramma voor ouderen te gaan ontwikkelen. Een kleine 5% van de respondenten is er in het geheel niet mee bezig.

Hoewel er mogelijk sprak zal zijn van een selectieve respons wijzen de resultaten er op dat de ontwikkeling van programma’s voor ouderenzorg een vlucht neemt .InEen volgt de ontwikkelingen en zal deze zoveel mogelijk stimuleren.

1ste Lijn Amsterdam looft verBETER-prijs uit

31 januari 2014

Op 3 april a.s. houdt de ROS 1ste Lijn Amsterdam haar jaarconferentie voor zorgverleners in de regio Amsterdam. Daar gaat ze in op de transities die plaatsvinden en de gevolgen daarvan voor de eerstelijnszorg. Dankzij de bijdrage van Achmea is tijdens die bijeenkomst ook de uitreiking van de verBETER-prijs. Deze bedraagt € 5.000, bedoeld om het beste idee voor nieuwe samenwerking in de zorg te kunnen uitwerken. Vorig jaar won Eveline Brandt van zorggroep ROHA deze prijs voor haar initiatief op het gebied van zelfmanagement.

[...]

Op 3 april a.s. houdt de ROS 1ste Lijn Amsterdam haar jaarconferentie voor zorgverleners in de regio Amsterdam. Daar gaat ze in op de transities die plaatsvinden en de gevolgen daarvan voor de eerstelijnszorg. Dankzij de bijdrage van Achmea is tijdens die bijeenkomst ook de uitreiking van de verBETER-prijs. Deze bedraagt € 5.000, bedoeld om het beste idee voor nieuwe samenwerking in de zorg te kunnen uitwerken. Vorig jaar won Eveline Brandt van zorggroep ROHA deze prijs voor haar initiatief op het gebied van zelfmanagement.

Landelijke Platform GGz zoekt meedenkers

30 januari 2014

Vindt u het leuk om in een innovatieteam mee te denken bij de ontwikkeling van vernieuwende zorginitiatieven in de geestelijke gezondheidszorg (zowel in de huisartsenzorg als curatieve GGZ). EenInEen participeert in het project ‘Zelfmanagement en passende zorg’, dat volgens afspraak in het Bestuurlijk Akkoord GGZ vorig jaar is opgestart.  Marlene de Regt heeft namens InEen zitting in de Stuurgroep die dit project begeleidt. Binnen dit project wordt gewerkt met proeftuinen. Innovatieteams volgen, adviseren en evalueren deze proeftuinen. Doel is om te komen tot bouwstenen voor zelfmanagement en passende zorg. Deze bouwstenen worden getoetst in de praktijk.

Het Landelijk Platform GGz is op zoek naar  enthousiaste professionals die willen meedenken met een innovatieteam bij de ontwikkelingen van vernieuwende zorginitiatieven. Heeft u interesse? Alle informatie vindt u in de oproep van LPGGz.

[...]

Vindt u het leuk om in een innovatieteam mee te denken bij de ontwikkeling van vernieuwende zorginitiatieven in de geestelijke gezondheidszorg (zowel in de huisartsenzorg als curatieve GGZ). EenInEen participeert in het project ‘Zelfmanagement en passende zorg’, dat volgens afspraak in het Bestuurlijk Akkoord GGZ vorig jaar is opgestart.  Marlene de Regt heeft namens InEen zitting in de Stuurgroep die dit project begeleidt. Binnen dit project wordt gewerkt met proeftuinen. Innovatieteams volgen, adviseren en evalueren deze proeftuinen. Doel is om te komen tot bouwstenen voor zelfmanagement en passende zorg. Deze bouwstenen worden getoetst in de praktijk.

Het Landelijk Platform GGz is op zoek naar  enthousiaste professionals die willen meedenken met een innovatieteam bij de ontwikkelingen van vernieuwende zorginitiatieven. Heeft u interesse? Alle informatie vindt u in de oproep van LPGGz.

Project gezamenlijke besluitvorming

23 januari 2014

Via het Kwaliteitsinstituut krijgt InEen de mogelijkheid om een project over gezamenlijke besluitvorming op basis van persoonsgerichte doelen uit te voeren. Het doel van het project is het ontwikkelen van een handreiking voor gezamenlijke besluitvorming op basis van persoonsgerichte doelen. Het project moet leiden tot een bruikbaar gespreksmodel voor de communicatie in de spreekkamer. Hiermee sluit het project goed aan op één van de Kritische Kwaliteitskenmerken voor zorggroepen waarin het vastleggen van persoonlijke behandeldoelen centraal staat. Naast InEen leveren ook het Maastrichts Universitair Medisch centrum, de Hogeschool Zuyd en het NHG een bijdrage aan het project.

[...]

Via het Kwaliteitsinstituut krijgt InEen de mogelijkheid om een project over gezamenlijke besluitvorming op basis van persoonsgerichte doelen uit te voeren. Het doel van het project is het ontwikkelen van een handreiking voor gezamenlijke besluitvorming op basis van persoonsgerichte doelen. Het project moet leiden tot een bruikbaar gespreksmodel voor de communicatie in de spreekkamer. Hiermee sluit het project goed aan op één van de Kritische Kwaliteitskenmerken voor zorggroepen waarin het vastleggen van persoonlijke behandeldoelen centraal staat. Naast InEen leveren ook het Maastrichts Universitair Medisch centrum, de Hogeschool Zuyd en het NHG een bijdrage aan het project.

LAN vraagt goede projecten longziekten

17 januari 2014

Op 10 januari jl. ging het Nationaal Actieprogramma Chronische Longziekten (NACL) officieel van start. Dit is een initiatief van het LAN (Landelijk  Alliantie Nederland). Longziekten vormen een groot probleem, voor de patiënten, maar ook wat betreft kosten. Het aantal mensen met een longziekte neemt de komende jaren sterk toe. Het NACL kent een aantal ambitieuze doelen. Zoals minder ziekenhuisopname-dagen, meer arbeidsdeelname, minder rokende kinderen, beter gebruik geneesmiddelen, minder sterfte. Het NACL is een netwerkprogramma en dat vereist samenwerking tussen alle betrokken partijen. Zorggroep en gezondheidscentra die een innovatief project hebben, dat aansluit bij een van de vijf doelen worden gevraagd deze te melden via info@longalliantie.nl of kijk op de site van de LAN.

[...]

Op 10 januari jl. ging het Nationaal Actieprogramma Chronische Longziekten (NACL) officieel van start. Dit is een initiatief van het LAN (Landelijk  Alliantie Nederland). Longziekten vormen een groot probleem, voor de patiënten, maar ook wat betreft kosten. Het aantal mensen met een longziekte neemt de komende jaren sterk toe. Het NACL kent een aantal ambitieuze doelen. Zoals minder ziekenhuisopname-dagen, meer arbeidsdeelname, minder rokende kinderen, beter gebruik geneesmiddelen, minder sterfte. Het NACL is een netwerkprogramma en dat vereist samenwerking tussen alle betrokken partijen. Zorggroep en gezondheidscentra die een innovatief project hebben, dat aansluit bij een van de vijf doelen worden gevraagd deze te melden via info@longalliantie.nl of kijk op de site van de LAN.

InEen partner bij site invoering basis-ggz

05 januari 2014

Per 2014 is de geestelijke gezondheidszorg (ggz) omgevormd. Er is een een stelsel met een ‘generalistische basis-GGZ’ en een ‘gespecialiseerde GGZ’. Wat betekenen deze veranderingen voor de huisartsenzorg? Wat is de praktijkondersteuningsmodule ggz (poh-ggz)? Welke beroepsgroepen mogen hoofdbehandelaar zijn? Wat is de rol van de zorgverzekeraars?

Op de site www.invoeringbasisggz.nl komen dergelijke vragen aan bod. VWS heeft deze website geopend, samen met 12 partijen in de zorg. Waaronder InEen. De teksten worden door álle partijen onderschreven. Dat voorkomt discussie in het veld. Deze partijen spannen zich in voor een doeltreffende organisatie van de ggz, dicht bij de patiënt en betaalbaar. 

[...]

Per 2014 is de geestelijke gezondheidszorg (ggz) omgevormd. Er is een een stelsel met een ‘generalistische basis-GGZ’ en een ‘gespecialiseerde GGZ’. Wat betekenen deze veranderingen voor de huisartsenzorg? Wat is de praktijkondersteuningsmodule ggz (poh-ggz)? Welke beroepsgroepen mogen hoofdbehandelaar zijn? Wat is de rol van de zorgverzekeraars?

Op de site www.invoeringbasisggz.nl komen dergelijke vragen aan bod. VWS heeft deze website geopend, samen met 12 partijen in de zorg. Waaronder InEen. De teksten worden door álle partijen onderschreven. Dat voorkomt discussie in het veld. Deze partijen spannen zich in voor een doeltreffende organisatie van de ggz, dicht bij de patiënt en betaalbaar. 

InEen en tijdschrift De Eerstelijns

31 december 2013

De Eerstelijns is het tijdschrift voor de samenwerkende eerstelijnszorg. Het komt 10 x per jaar uit. Dit magazine bevat veel achtergrondinformatie over de geïntegreerde eerstelijnszorg. Ook komen koplopers en beleidsmakers aan het woord over de eerste lijn. De Eerstelijns staat vooraan bij innovaties en ontwikkelingen. Kortom: dit vaktijdschrift sluit naadloos aan bij de inzet van InEen.

InEen vindt het belangrijk dat haar leden op de hoogte zijn van de inhoud van De Eerstelijns. De geïntegreerde eerste lijn gaat tenslotte ons allen aan. Daarom heeft InEen een overeenkomst afgesloten met De Eerstelijns. Alle InEen-leden krijgen 7 exemplaren toegestuurd voor de eigen organisatie. Zijn dat er te weinig? Dan kunt u meer abonnementen afnemen bij De Eerstelijns tegen 38% korting, die InEen voor haar leden heeft bedongen.

 

[...]

De Eerstelijns is het tijdschrift voor de samenwerkende eerstelijnszorg. Het komt 10 x per jaar uit. Dit magazine bevat veel achtergrondinformatie over de geïntegreerde eerstelijnszorg. Ook komen koplopers en beleidsmakers aan het woord over de eerste lijn. De Eerstelijns staat vooraan bij innovaties en ontwikkelingen. Kortom: dit vaktijdschrift sluit naadloos aan bij de inzet van InEen.

InEen vindt het belangrijk dat haar leden op de hoogte zijn van de inhoud van De Eerstelijns. De geïntegreerde eerste lijn gaat tenslotte ons allen aan. Daarom heeft InEen een overeenkomst afgesloten met De Eerstelijns. Alle InEen-leden krijgen 7 exemplaren toegestuurd voor de eigen organisatie. Zijn dat er te weinig? Dan kunt u meer abonnementen afnemen bij De Eerstelijns tegen 38% korting, die InEen voor haar leden heeft bedongen.

 

E-health in Gezondheidscentra Maarssenbroek

28 december 2013

Hoe gebruiken patiënten e-health? Er is onderzoek gedaan bij Gezondheidscentra Maarssenbroek (GCM). Patiënten  kunnen via ‘Mijn GCM’ o.a. een afspraak maken met de huisarts, herhaalmedicatie aanvragen en hun medisch dossier raadplegen.

De uitkomsten zijn zeer positief. Circa 70% van de respondenten gebruikt het portaal. Het grootste deel gebruikt slechts een deel van de portaalfunctionaliteiten. Door de tijd neemt dat gebruik sterk toe. Patiënten blijken zeer betrokken. Ze willen graag dat Mijn GCM slaagt. Gebruikers beoordelen de e-health diensten als “goed”. Het eRecept krijgt zelfs“zeer goed”. Zie het rapport “The use, usability and presuasiveness of PAZIO”

Op 28 januari a.s. is er een inspirerende congresmiddag van Gezondheidscentra Maarssenbroek over e-health in de eerstelijnszorg. Bekijk het programma.

[...]

Hoe gebruiken patiënten e-health? Er is onderzoek gedaan bij Gezondheidscentra Maarssenbroek (GCM). Patiënten  kunnen via ‘Mijn GCM’ o.a. een afspraak maken met de huisarts, herhaalmedicatie aanvragen en hun medisch dossier raadplegen.

De uitkomsten zijn zeer positief. Circa 70% van de respondenten gebruikt het portaal. Het grootste deel gebruikt slechts een deel van de portaalfunctionaliteiten. Door de tijd neemt dat gebruik sterk toe. Patiënten blijken zeer betrokken. Ze willen graag dat Mijn GCM slaagt. Gebruikers beoordelen de e-health diensten als “goed”. Het eRecept krijgt zelfs“zeer goed”. Zie het rapport “The use, usability and presuasiveness of PAZIO”

Op 28 januari a.s. is er een inspirerende congresmiddag van Gezondheidscentra Maarssenbroek over e-health in de eerstelijnszorg. Bekijk het programma.

Lijfstyle Nieuwegein: verbinding zorg en welzijn

24 december 2013

In Nieuwegein gebeurt veel op gebied van preventie. Zoals ‘Welzijn op recept’, ‘Bewegen op recept ’, een grote gezondheidsmarkt. Hoe breng je dat alles bij elkaar? Hoe krijg je preventie verankerd bij zorgaanbieders en burgers?

Jan Joost Meijs, directeur van gezondheidscentrum De Roerdomp, heeft daarvoor het programma ‘Lijfstyle Nieuwegein’ opgezet. Samen met 3 andere gezondheidscentra, vele partners uit zorg en welzijn, de bibliotheek, sportverenigingen en bedrijfsleven. Hij hoopt dat ook gemeente en zorgverzekeraar zich er meer voor in gaan zetten. Dat is cruciaal. “De financiering blijft het grote vraagstuk”.  Het enthousiasme in Nieuwegein is zeker geen hindernis: “Mensen vinden het leuk om hier aan te werken.”

De verbindingen die Lijfstyle Nieuwegein maakt tussen zorg en welzijn, zijn zeker ook elders te gebruiken. Meijs deelt zijn ervaring graag. “Het nog heel wat om zo’n totaalmodel op te zetten, en daar hebben wij al veel ervaring mee opgedaan. Het is niet nodig steeds opnieuw het wiel uit te vinden.”

Lees meer over het project. 

[...]

In Nieuwegein gebeurt veel op gebied van preventie. Zoals ‘Welzijn op recept’, ‘Bewegen op recept ’, een grote gezondheidsmarkt. Hoe breng je dat alles bij elkaar? Hoe krijg je preventie verankerd bij zorgaanbieders en burgers?

Jan Joost Meijs, directeur van gezondheidscentrum De Roerdomp, heeft daarvoor het programma ‘Lijfstyle Nieuwegein’ opgezet. Samen met 3 andere gezondheidscentra, vele partners uit zorg en welzijn, de bibliotheek, sportverenigingen en bedrijfsleven. Hij hoopt dat ook gemeente en zorgverzekeraar zich er meer voor in gaan zetten. Dat is cruciaal. “De financiering blijft het grote vraagstuk”.  Het enthousiasme in Nieuwegein is zeker geen hindernis: “Mensen vinden het leuk om hier aan te werken.”

De verbindingen die Lijfstyle Nieuwegein maakt tussen zorg en welzijn, zijn zeker ook elders te gebruiken. Meijs deelt zijn ervaring graag. “Het nog heel wat om zo’n totaalmodel op te zetten, en daar hebben wij al veel ervaring mee opgedaan. Het is niet nodig steeds opnieuw het wiel uit te vinden.”

Lees meer over het project. 

Doorbraak e-health in GGZ in 2014?

24 december 2013

Dit jaar moet het jaar worden van de doorbraak van e-health voor preventie en behandeling van psychische klachten. Ach ja, dat werd in 2013 ook gezegd. Aan de omvang van het aanbod ligt het niet. Maar de zorgconsument laat het nog afweten. En zorgaanbieders hebben nog niet de juiste prikkel voor het breed inzetten van online hulpverlening. Op papier gaat per 1 januari 2014 een aantal seinen op groen voor de inzet van e-health in de ggz.

‘Er is nog veel onduidelijkheid bij huisartsen’, zegt Marlene de Regt,  portefeuillehouder GGZ voor het ROS-netwerk. Volgens haar gaat er in ieder geval nog de nodige tijd overheen voordat huisartsen de mogelijkheden van e-health voldoende kunnen inschatten. Lees het volledige artikel op de site van Smarthealth.

[...]

Dit jaar moet het jaar worden van de doorbraak van e-health voor preventie en behandeling van psychische klachten. Ach ja, dat werd in 2013 ook gezegd. Aan de omvang van het aanbod ligt het niet. Maar de zorgconsument laat het nog afweten. En zorgaanbieders hebben nog niet de juiste prikkel voor het breed inzetten van online hulpverlening. Op papier gaat per 1 januari 2014 een aantal seinen op groen voor de inzet van e-health in de ggz.

‘Er is nog veel onduidelijkheid bij huisartsen’, zegt Marlene de Regt,  portefeuillehouder GGZ voor het ROS-netwerk. Volgens haar gaat er in ieder geval nog de nodige tijd overheen voordat huisartsen de mogelijkheden van e-health voldoende kunnen inschatten. Lees het volledige artikel op de site van Smarthealth.

Zelfzorg ondersteund

19 december 2013

Ondersteunde zelfzorg op grote schaal mogelijk maken voor mensen met een chronische aandoening. Dat is het doel van Zelfzorg Ondersteund (ZO!). Patiënten moeten sámen met hun zorgverleners werken aan hun gezondheid. Grootschalige implementatie van zelfzorg blijft nog achterwege. ZO! Gaat er stapsgewijs mee aan de slag. Te beginnen met diabetes type 2. ZO! wil in 3 jaar voor een kwart van de patiënten succesvolle ondersteunde zelfzorg realiseren. Parallel werkt ZO! aan ondersteunende zelfzorg voor andere chronische aandoeningen. LOK en LVG zijn deelnemers aan ZO!

[...]

Ondersteunde zelfzorg op grote schaal mogelijk maken voor mensen met een chronische aandoening. Dat is het doel van Zelfzorg Ondersteund (ZO!). Patiënten moeten sámen met hun zorgverleners werken aan hun gezondheid. Grootschalige implementatie van zelfzorg blijft nog achterwege. ZO! Gaat er stapsgewijs mee aan de slag. Te beginnen met diabetes type 2. ZO! wil in 3 jaar voor een kwart van de patiënten succesvolle ondersteunde zelfzorg realiseren. Parallel werkt ZO! aan ondersteunende zelfzorg voor andere chronische aandoeningen. LOK en LVG zijn deelnemers aan ZO!

Businesscase preventieconsult cardiometabool risico

19 december 2013

Het PreventieConsult Cardiometabool risico richt zich op de vroegopsporing en het terugdringen van risico’s op hart-en vaatziekten, diabetes type 2 en nierschade bij mensen vanaf 45 jaar. Het PreventieConsult wordt aangeboden via de eerste lijn/nulde lijn en de werkgever. De implementatie verloopt echter moeizaam. In de eerste lijn is vooral de structurele bekostiging een knelpunt. De partners van het PreventieConsult zijn op zoek naar mogelijkheden voor toekomstige financiering en borging. VitaValley/Vital Innovators en Noaber Foundation is gevraagd een aantal businesscases op te stellen, om inzicht te verkrijgen in de kosten en baten van het PreventieConsult voor verschillende stakeholders. De dumpsoon businesscases vormen belangrijke input voor het verkennen van verschillende opties voor een duurzaam businessmodel.

[...]

Het PreventieConsult Cardiometabool risico richt zich op de vroegopsporing en het terugdringen van risico’s op hart-en vaatziekten, diabetes type 2 en nierschade bij mensen vanaf 45 jaar. Het PreventieConsult wordt aangeboden via de eerste lijn/nulde lijn en de werkgever. De implementatie verloopt echter moeizaam. In de eerste lijn is vooral de structurele bekostiging een knelpunt. De partners van het PreventieConsult zijn op zoek naar mogelijkheden voor toekomstige financiering en borging. VitaValley/Vital Innovators en Noaber Foundation is gevraagd een aantal businesscases op te stellen, om inzicht te verkrijgen in de kosten en baten van het PreventieConsult voor verschillende stakeholders. De dumpsoon businesscases vormen belangrijke input voor het verkennen van verschillende opties voor een duurzaam businessmodel.

Zorgthermometer

19 december 2013

Vektis heeft recent een Zorgthermometer uitgebracht over zorg in de regio’s. Deze publicatie kan zorgverzekeraars, zorgaanbieders en gemeenten helpen bij de veranderingen in het sociale domein. Vanwege de decentralisatie is er immers steeds meer informatiebehoefte over zorggebruik.

[...]

Vektis heeft recent een Zorgthermometer uitgebracht over zorg in de regio’s. Deze publicatie kan zorgverzekeraars, zorgaanbieders en gemeenten helpen bij de veranderingen in het sociale domein. Vanwege de decentralisatie is er immers steeds meer informatiebehoefte over zorggebruik.

IGZ: Leefstijlondersteuning in achterstandswijken

19 december 2013

In 2011 heeft IGZ 6 randvoorwaarden geformuleerd om samenwerking te faciliteren tussen eerstelijnscentrum, GGD en thuiszorg in achterstandswijken. Met een wijkgerichte inzet kan een betere ondersteuning t.a.v. leefstijl tot stand komen. Dit moet leiden tot gezondheidswinst. Om de implementatie van de randvoorwaarden te toetsen, voerde de IGZ van eind 2012 tot medio 2013 onderzoek uit in 20 achterstandswijken.

IGZ stelt dat partijen er nog niet zijn. Er is aansluiting bij leefstijlondersteuning van individuele patiënten. De samenwerking op doelgroepniveau kan daarentegen beter. IGZ stelt dat goed gestructureerde eerstelijnscentra actief sturen op samenwerking. Een groot aantal van deze centra zijn overigens lid InEen.

Aan onvoldoende scorende partijen legt IGZ corrigerende maatregelen op. Ze vraagt hen de randvoorwaarden te implementeren. De coördinatie hiervan legt  IGZ bij het eerstelijnscentrum. De eerstelijnscentra brengen eind 2014 verslag uit aan de IGZ over de voortgang. Zie het rapport (pdf).

[...]

In 2011 heeft IGZ 6 randvoorwaarden geformuleerd om samenwerking te faciliteren tussen eerstelijnscentrum, GGD en thuiszorg in achterstandswijken. Met een wijkgerichte inzet kan een betere ondersteuning t.a.v. leefstijl tot stand komen. Dit moet leiden tot gezondheidswinst. Om de implementatie van de randvoorwaarden te toetsen, voerde de IGZ van eind 2012 tot medio 2013 onderzoek uit in 20 achterstandswijken.

IGZ stelt dat partijen er nog niet zijn. Er is aansluiting bij leefstijlondersteuning van individuele patiënten. De samenwerking op doelgroepniveau kan daarentegen beter. IGZ stelt dat goed gestructureerde eerstelijnscentra actief sturen op samenwerking. Een groot aantal van deze centra zijn overigens lid InEen.

Aan onvoldoende scorende partijen legt IGZ corrigerende maatregelen op. Ze vraagt hen de randvoorwaarden te implementeren. De coördinatie hiervan legt  IGZ bij het eerstelijnscentrum. De eerstelijnscentra brengen eind 2014 verslag uit aan de IGZ over de voortgang. Zie het rapport (pdf).

Pagina
1
van
1