logo
circle image

Bekostiging en Bedrijfsvoering

De bekostiging van de georganiseerde eerstelijns zorg, en daarmee van de huisartsenzorg, vormt het centrale vraagstuk in dit programma. In het verlengde daarvan is ook de bekostiging van de wijkverpleging aan de orde. Het programma richt zich met andere woorden op de uitwerking van het Bestuurlijk Akkoord eerste lijn 2014 – 2017. In het kader van bekostiging is substitutie van zorggelden een belangrijk vraagstuk. Verder richt het programma zich op het inzichtelijk maken van kosten, bijvoorbeeld met een benchmark, een rekeningmodel of een businesscase.

Discussie over O&I in volle gang

09 maart 2017

OenI-nieuwsbriefNa een intensief traject, waarbij zowel de zorgverzekeraars, als het veld betrokken waren, ligt sinds oktober vorig jaar een voorstel voor een nieuwe bekostigingsstructuur in de eerste lijn op tafel. Deze is het resultaat van fase 2 van het O&I-traject dat in 2014 van start ging. Op dit moment wordt gewerkt aan fase 3, de impactanalyse. InEen heeft haar leden opgeroepen de uitkomsten van fase 2 intern op de agenda te zetten. Eind januari gaven drie Rotterdamse organisaties aan die oproep gehoor: Charley Toorop, Zevenkamp en Zorg op Noord. Twaalf huisartsen spraken over wat de O&I-ontwikkelingen en de concept ‘visie notitie lokale en regionale huisartsen- en eerstelijnsorganisaties’ voor hen kunnen betekenen. InEen gaf bij die gelegenheid een toelichting op beide trajecten.

Goede ondersteuning en organisatiekracht zijn noodzakelijk om de veranderingen die zich in de eerste lijn voltrekken blijvend het hoofd te bieden. De vraag is nu of de nieuwe bekostigingsstructuur die nu op tafel ligt, daarvoor voldoende aanknopingspunten biedt. De nieuwe structuur moet in de plaats komen van de huidige bekostigingsvormen voor de GEZ en de organisatie van de ketenzorg. Met een impactanalyse wordt onderzocht of de nieuwe structuur leidt tot betere gesprekken over samenwerking, organisatie en vernieuwing en daarmee tot meer versterking in de eerste lijn (fase 3). Het O&I-traject is een initiatief van het bestuurlijk overleg eerste lijn.

Puck Fillekes, directeur Zorg op Noord/BOOG: ‘De discussie over O&I is gestart als een oplossing voor al het werk dat op ons af komt. We onderschrijven allemaal dat dat nodig is. Tegelijk zeggen de huisartsen in Rotterdam: let op! Gezondheidscentra doen van oudsher al heel veel aan de organisatie en samenwerking in de eerste lijn in de wijken. Veel van de gewenste ontwikkelingen zijn al aanwezig in de Rotterdamse gezondheidscentra. Gooi niet weg wat we hebben, behoud het goede en bouw van daaruit verder waar het nodig is.’

Als praktisch voorbeeld noemt zij het feit dat de werkgebieden van gezondheidscentra meestal niet synchroon lopen met de afbakening van de wijk. Ze hebben te maken met verschillende ziekenhuizen en VVT instellingen. Er zijn in Rotterdam geen grote eenduidige regioverbanden (100.000 inwoners of meer) te maken, zegt Fillekes. Ze stelt vast dat er de afgelopen jaren veel samenwerkingsstructuren zijn gebouwd en belangrijke contacten zijn bestendigd. De vrees bestaat dat de nieuwe structuur hier geen rekening mee houdt en dat de onderlinge samenwerking door de financiering zelfs bemoeilijkt kan worden. Van belang is dat landelijk wordt aangegeven dat de inrichting van de lokale en regionale organisaties de indeling volgt die voor inwoners van een buurt, wijk, dorp of regio een logisch samenhangend geheel vormt. Ook wat InEen betreft is de schaalgrootte die in het O&I-voorstel wordt genoemd richtinggevend en niet in beton gegoten.

Naast de waarschuwing is men in Rotterdam blij met de kansen die ook ontstaan. Bijvoorbeeld de mogelijkheid om op regioniveau de ICT te versterken. ‘Binnen Zorg op Noord’, aldus Fillekes, ‘is al tien jaar geleden vanuit de behoefte van de eigen organisatie ICT opgezet die ook andere centra in de regio bedient om bepalingen te maken op populatieniveau. Het is echt een kans om dat samen te versterken.’ Ze adviseert collega-organisaties van harte in discussie te gaan met huisartsen en andere zorgverleners, ook om dezelfde taal te blijven spreken. ‘Dat kwam in onze discussie duidelijk naar voren: een verschil in taal. O&I heeft het over betaaltitels en huisartsen hebben het over kwaliteit van zorg. Ook gemeenten, wijkteams, apothekers hebben hun eigen focus. Tussen deze werelden mag geen splitsing ontstaan.’

Vooralsnog gaat de O&I-discussie met name over het versterken van de samenhang, samenwerking en vernieuwing van de eerste lijn waarbij ook wordt gekeken naar resultaten. De (financiële) randvoorwaarden zijn nog niet benoemd. Essentieel is, aldus InEen, dat er voor de versterking van de eerste lijn voldoende budget beschikbaar komt. Dat betekent ook extra investeringen: er kan geen sprake zijn van alleen herverdelen van de bestaande middelen. Er is ruimte nodig om in te kunnen spelen op de maatschappelijke veranderingen.

De volgende stap in het O&I-traject wordt in april gezet als de resultaten van de impactanalyse (fase 3) ter beschikking komen.

[...]

OenI-nieuwsbriefNa een intensief traject, waarbij zowel de zorgverzekeraars, als het veld betrokken waren, ligt sinds oktober vorig jaar een voorstel voor een nieuwe bekostigingsstructuur in de eerste lijn op tafel. Deze is het resultaat van fase 2 van het O&I-traject dat in 2014 van start ging. Op dit moment wordt gewerkt aan fase 3, de impactanalyse. InEen heeft haar leden opgeroepen de uitkomsten van fase 2 intern op de agenda te zetten. Eind januari gaven drie Rotterdamse organisaties aan die oproep gehoor: Charley Toorop, Zevenkamp en Zorg op Noord. Twaalf huisartsen spraken over wat de O&I-ontwikkelingen en de concept ‘visie notitie lokale en regionale huisartsen- en eerstelijnsorganisaties’ voor hen kunnen betekenen. InEen gaf bij die gelegenheid een toelichting op beide trajecten.

Goede ondersteuning en organisatiekracht zijn noodzakelijk om de veranderingen die zich in de eerste lijn voltrekken blijvend het hoofd te bieden. De vraag is nu of de nieuwe bekostigingsstructuur die nu op tafel ligt, daarvoor voldoende aanknopingspunten biedt. De nieuwe structuur moet in de plaats komen van de huidige bekostigingsvormen voor de GEZ en de organisatie van de ketenzorg. Met een impactanalyse wordt onderzocht of de nieuwe structuur leidt tot betere gesprekken over samenwerking, organisatie en vernieuwing en daarmee tot meer versterking in de eerste lijn (fase 3). Het O&I-traject is een initiatief van het bestuurlijk overleg eerste lijn.

Puck Fillekes, directeur Zorg op Noord/BOOG: ‘De discussie over O&I is gestart als een oplossing voor al het werk dat op ons af komt. We onderschrijven allemaal dat dat nodig is. Tegelijk zeggen de huisartsen in Rotterdam: let op! Gezondheidscentra doen van oudsher al heel veel aan de organisatie en samenwerking in de eerste lijn in de wijken. Veel van de gewenste ontwikkelingen zijn al aanwezig in de Rotterdamse gezondheidscentra. Gooi niet weg wat we hebben, behoud het goede en bouw van daaruit verder waar het nodig is.’

Als praktisch voorbeeld noemt zij het feit dat de werkgebieden van gezondheidscentra meestal niet synchroon lopen met de afbakening van de wijk. Ze hebben te maken met verschillende ziekenhuizen en VVT instellingen. Er zijn in Rotterdam geen grote eenduidige regioverbanden (100.000 inwoners of meer) te maken, zegt Fillekes. Ze stelt vast dat er de afgelopen jaren veel samenwerkingsstructuren zijn gebouwd en belangrijke contacten zijn bestendigd. De vrees bestaat dat de nieuwe structuur hier geen rekening mee houdt en dat de onderlinge samenwerking door de financiering zelfs bemoeilijkt kan worden. Van belang is dat landelijk wordt aangegeven dat de inrichting van de lokale en regionale organisaties de indeling volgt die voor inwoners van een buurt, wijk, dorp of regio een logisch samenhangend geheel vormt. Ook wat InEen betreft is de schaalgrootte die in het O&I-voorstel wordt genoemd richtinggevend en niet in beton gegoten.

Naast de waarschuwing is men in Rotterdam blij met de kansen die ook ontstaan. Bijvoorbeeld de mogelijkheid om op regioniveau de ICT te versterken. ‘Binnen Zorg op Noord’, aldus Fillekes, ‘is al tien jaar geleden vanuit de behoefte van de eigen organisatie ICT opgezet die ook andere centra in de regio bedient om bepalingen te maken op populatieniveau. Het is echt een kans om dat samen te versterken.’ Ze adviseert collega-organisaties van harte in discussie te gaan met huisartsen en andere zorgverleners, ook om dezelfde taal te blijven spreken. ‘Dat kwam in onze discussie duidelijk naar voren: een verschil in taal. O&I heeft het over betaaltitels en huisartsen hebben het over kwaliteit van zorg. Ook gemeenten, wijkteams, apothekers hebben hun eigen focus. Tussen deze werelden mag geen splitsing ontstaan.’

Vooralsnog gaat de O&I-discussie met name over het versterken van de samenhang, samenwerking en vernieuwing van de eerste lijn waarbij ook wordt gekeken naar resultaten. De (financiële) randvoorwaarden zijn nog niet benoemd. Essentieel is, aldus InEen, dat er voor de versterking van de eerste lijn voldoende budget beschikbaar komt. Dat betekent ook extra investeringen: er kan geen sprake zijn van alleen herverdelen van de bestaande middelen. Er is ruimte nodig om in te kunnen spelen op de maatschappelijke veranderingen.

De volgende stap in het O&I-traject wordt in april gezet als de resultaten van de impactanalyse (fase 3) ter beschikking komen.

Compensatie BTW ook over 2010

24 februari 2017

InEen en ZN zijn overeengekomen dat het jaar 2010 is toegevoegd aan het compenseren van BTW aan samenwerkingsverbanden. Vorig jaar is afgesproken met ZN dat samenwerkingsverbanden de verschuldigde BTW over hun coördinerende werkzaamheden (overhead binnen ketenzorg en/of de GEZ-module) onder bepaalde voorwaarden krijgen gecompenseerd. Tot nu toe had de InEen/ZN afspraak betrekking op de jaren 2011-2015.

Uit signalen van onze leden bleek dat een aantal gezondheidscentra en zorggroepen ook een BTW naheffingsaanslag over het jaar 2010 van de Belastingdienst heeft ontvangen. Verzekeraars zijn nu bereid om deze BTW betalingen ook over 2010 en alle vergelijkbare cases (dus ook eventueel over 2009 als dat van toepassing zou zijn) te vergoeden, mits het samenwerkingsverband kan aantonen dat het om een vergelijkbare situatie als in de jaren 2011-2015 gaat en de Belastingdienst gerechtigd is omzetbelasting (na) te heffen over het betreffende jaar.

Wij zijn blij dat ZN met deze lijn heeft ingestemd. De vergoedingsaanvraag voor 2010 kan op eenzelfde wijze worden ingediend als voor de jaren 2011-2015. Tevens roept InEen de zorggroepen, gezondheidscentra en GEZsamenwerkingsverbanden nogmaals op de contactpersoon van hun preferente zorgverzekeraar schriftelijk of per mail te informeren of zij wel of niet een declaratie gaan indienen voor compensatie BTW over de overhead binnen ketenzorg en/of de GEZ-module over de jaren 2011 t/m 2015 en nu ook over het jaar 2010 (en eventueel ook 2009 en daarvoor). De oproep geldt ook voor leden die nog in gesprek zijn met de Belastingdienst, uitstel hebben of anderszins nog geen duidelijkheid hebben over de omvang van de declaratie compensatie BTW, maar mogelijk in de toekomst een dergelijk verzoek willen doen. Eventuele claims worden daarmee zeker gesteld.

Tenslotte kan nog gemeld worden dat er bij ons veel vragen zijn binnengekomen over de verschillende formats die zorgverzekeraars hanteren voor het vergoeden van de BTW. In overleg met ZN wordt momenteel gewerkt aan één landelijke instructie. Hierover worden de leden van InEen zo spoedig mogelijk verder geïnformeerd. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Michaela de Gelder.

[...]

InEen en ZN zijn overeengekomen dat het jaar 2010 is toegevoegd aan het compenseren van BTW aan samenwerkingsverbanden. Vorig jaar is afgesproken met ZN dat samenwerkingsverbanden de verschuldigde BTW over hun coördinerende werkzaamheden (overhead binnen ketenzorg en/of de GEZ-module) onder bepaalde voorwaarden krijgen gecompenseerd. Tot nu toe had de InEen/ZN afspraak betrekking op de jaren 2011-2015.

Uit signalen van onze leden bleek dat een aantal gezondheidscentra en zorggroepen ook een BTW naheffingsaanslag over het jaar 2010 van de Belastingdienst heeft ontvangen. Verzekeraars zijn nu bereid om deze BTW betalingen ook over 2010 en alle vergelijkbare cases (dus ook eventueel over 2009 als dat van toepassing zou zijn) te vergoeden, mits het samenwerkingsverband kan aantonen dat het om een vergelijkbare situatie als in de jaren 2011-2015 gaat en de Belastingdienst gerechtigd is omzetbelasting (na) te heffen over het betreffende jaar.

Wij zijn blij dat ZN met deze lijn heeft ingestemd. De vergoedingsaanvraag voor 2010 kan op eenzelfde wijze worden ingediend als voor de jaren 2011-2015. Tevens roept InEen de zorggroepen, gezondheidscentra en GEZsamenwerkingsverbanden nogmaals op de contactpersoon van hun preferente zorgverzekeraar schriftelijk of per mail te informeren of zij wel of niet een declaratie gaan indienen voor compensatie BTW over de overhead binnen ketenzorg en/of de GEZ-module over de jaren 2011 t/m 2015 en nu ook over het jaar 2010 (en eventueel ook 2009 en daarvoor). De oproep geldt ook voor leden die nog in gesprek zijn met de Belastingdienst, uitstel hebben of anderszins nog geen duidelijkheid hebben over de omvang van de declaratie compensatie BTW, maar mogelijk in de toekomst een dergelijk verzoek willen doen. Eventuele claims worden daarmee zeker gesteld.

Tenslotte kan nog gemeld worden dat er bij ons veel vragen zijn binnengekomen over de verschillende formats die zorgverzekeraars hanteren voor het vergoeden van de BTW. In overleg met ZN wordt momenteel gewerkt aan één landelijke instructie. Hierover worden de leden van InEen zo spoedig mogelijk verder geïnformeerd. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Michaela de Gelder.

Stand van zaken O&I

27 januari 2017

Onder leiding van Edwin Velzel is inmiddels fase 3 van het project Organisatie & Infrastructuur (de impactanalyse) in volle gang. Dertig koppels van verzekeraars en zorgaanbieders zijn geselecteerd en zijn nu met elkaar in gesprek. Lees meer over de stand van zaken in het project. Neem met vragen contact op met Margot Lenos (InEen).

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Onder leiding van Edwin Velzel is inmiddels fase 3 van het project Organisatie & Infrastructuur (de impactanalyse) in volle gang. Dertig koppels van verzekeraars en zorgaanbieders zijn geselecteerd en zijn nu met elkaar in gesprek. Lees meer over de stand van zaken in het project. Neem met vragen contact op met Margot Lenos (InEen).

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Wet normering topinkomens verder verbeterd

20 januari 2017

Deze week werd de Evaluatiewet WNT ter behandeling aangeboden aan de Tweede Kamer. De bedoeling is dat de wet doelmatiger wordt en de uitvoering vereenvoudigd. Onder andere wordt voorgesteld om de verantwoordingsplichten die voortvloeien uit de wet te beperken tot wat nodig is om toe te zien op naleving van de wet. Kleine semipublieke instellingen waar de salarissen ver onder het ministersalaris liggen moeten, aldus het wetsvoorstel, volledig vrijgesteld worden van de administratieve verplichtingen die gepaard gaan met de WNT. Meer informatie.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Deze week werd de Evaluatiewet WNT ter behandeling aangeboden aan de Tweede Kamer. De bedoeling is dat de wet doelmatiger wordt en de uitvoering vereenvoudigd. Onder andere wordt voorgesteld om de verantwoordingsplichten die voortvloeien uit de wet te beperken tot wat nodig is om toe te zien op naleving van de wet. Kleine semipublieke instellingen waar de salarissen ver onder het ministersalaris liggen moeten, aldus het wetsvoorstel, volledig vrijgesteld worden van de administratieve verplichtingen die gepaard gaan met de WNT. Meer informatie.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Stimuleringsregeling opleiding VS en PA huisartsenzorg verlengd

20 januari 2017

Taakherschikking is een aantrekkelijke manier om ook in de eerste lijn de zorg zo doelmatig mogelijk in te zetten. Daarom heeft de landelijke Stuurgroep Taakherschikking Eerstelijn, waaraan ook InEen deelneemt, de succesvolle stimuleringsregeling ‘Versterking opleiding verpleegkundig specialisten (VS) en physician assistants (PA) huisartsenzorg’ verlengd. De stimuleringsregeling is een aanvulling op de subsidieregeling van het opleidingsinstituut en biedt huisartsen en huisartsenorganisaties een tegemoetkoming voor het opleiden van studenten VS of PA in de huisartsenzorg (leerwerkplek). Voorwaarde is dat de opleiding start in september 2017. Ook moet de huisarts of huisartsorganisatie van plan zijn de VS of PA structureel in te zetten. Aanmelden voor het studiecohort 2017 is mogelijk tot 15 april. Meer informatie en aanvraagformulier.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Taakherschikking is een aantrekkelijke manier om ook in de eerste lijn de zorg zo doelmatig mogelijk in te zetten. Daarom heeft de landelijke Stuurgroep Taakherschikking Eerstelijn, waaraan ook InEen deelneemt, de succesvolle stimuleringsregeling ‘Versterking opleiding verpleegkundig specialisten (VS) en physician assistants (PA) huisartsenzorg’ verlengd. De stimuleringsregeling is een aanvulling op de subsidieregeling van het opleidingsinstituut en biedt huisartsen en huisartsenorganisaties een tegemoetkoming voor het opleiden van studenten VS of PA in de huisartsenzorg (leerwerkplek). Voorwaarde is dat de opleiding start in september 2017. Ook moet de huisarts of huisartsorganisatie van plan zijn de VS of PA structureel in te zetten. Aanmelden voor het studiecohort 2017 is mogelijk tot 15 april. Meer informatie en aanvraagformulier.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Declaratie compensatie BTW over de jaren 2011 t/m 2015

13 januari 2017

InEen is met ZN en zorgverzekeraars in gesprek over enkele BTW-ontwikkelingen in het kader van ketenzorg en de GEZ-module (laatste stand van zaken). InEen roept de zorggroepen, gezondheidscentra en GEZ-samenwerkingsverbanden op de contactpersoon van hun preferente zorgverzekeraar schriftelijk of per mail te informeren of zij wel of niet een declaratie gaan indienen voor compensatie BTW over de overhead binnen ketenzorg en/of de GEZ-module over de jaren 2011 t/m 2015. De oproep geldt ook voor leden die nog in gesprek zijn met de Belastingdienst, uitstel hebben of anderszins nog geen duidelijkheid hebben over de omvang van de declaratie compensatie BTW, maar mogelijk in de toekomst een dergelijk verzoek willen doen. Eventuele claims worden daarmee zeker gesteld.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

InEen is met ZN en zorgverzekeraars in gesprek over enkele BTW-ontwikkelingen in het kader van ketenzorg en de GEZ-module (laatste stand van zaken). InEen roept de zorggroepen, gezondheidscentra en GEZ-samenwerkingsverbanden op de contactpersoon van hun preferente zorgverzekeraar schriftelijk of per mail te informeren of zij wel of niet een declaratie gaan indienen voor compensatie BTW over de overhead binnen ketenzorg en/of de GEZ-module over de jaren 2011 t/m 2015. De oproep geldt ook voor leden die nog in gesprek zijn met de Belastingdienst, uitstel hebben of anderszins nog geen duidelijkheid hebben over de omvang van de declaratie compensatie BTW, maar mogelijk in de toekomst een dergelijk verzoek willen doen. Eventuele claims worden daarmee zeker gesteld.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Contracten zorginkoop deels geüniformeerd

23 december 2016

Zorgverzekeraars, huisartsen en zorggroepen hebben de algemene bepalingen in de overeenkomsten voor een belangrijk deel geüniformeerd. Voor de contracten van 2018 (en waar mogelijk 2017) gelden uniforme landelijke afspraken over onder meer beschikbaarheid, bereikbaarheid en controles. Het gebruik van deze bepalingen moet de contractering eenvoudiger en eenduidiger maken.

Waarom
Het was één van de afspraken uit ‘Het Roer Gaat Om’ om de samenwerking en gelijkwaardigheid tussen huisartsen en zorgverzekeraars te verbeteren. De betrokken partijen hebben gezamenlijk de contracten beoordeeld. Vervolgens zijn de algemene bepalingen zo veel mogelijk geüniformeerd. De uniformering zorgt er ook voor dat het contracteringsproces gestroomlijnder verloopt.

In de contracten van 2018 worden er uniforme bepalingen opgenomen die onder andere gaan over beschikbaarheid en bereikbaarheid, continuïteit van zorg, controle en fraudebestrijding. Er is afgesproken dat er in de contracten voldoende ruimte blijft voor regionale of lokale afspraken tussen zorgverzekeraar en zorgverlener. Ook is overeengekomen dat huisartsen en zorgverzekeraars komend jaar gaan kijken naar andere aandachtspunten, zoals het declaratie- en controleproces en financiële en kwalitatieve verantwoording in de ketenzorg.

Wat betekent dit voor huisartsen(organisaties)
De uniforme bepalingen worden door alle zorgverzekeraars (met uitzondering van DSW) overgenomen en toegevoegd aan de contracten voor 2018 (en waar nog mogelijk voor 2017). Huisartsen en zorggroepen/gezondheidscentra die ketenzorg aanbieden, zien dit dus terug in hun overeenkomst of in het contracteringsportaal van de preferente zorgverzekeraar.

Leden zijn betrokken en geconsulteerd bij de ontwikkeling van de geüniformeerde bepalingen. Wij danken eenieder voor hun inbreng. Als er nog vragen zijn vernemen wij dat graag Judith van Duren (InEen).

 

[...]

Zorgverzekeraars, huisartsen en zorggroepen hebben de algemene bepalingen in de overeenkomsten voor een belangrijk deel geüniformeerd. Voor de contracten van 2018 (en waar mogelijk 2017) gelden uniforme landelijke afspraken over onder meer beschikbaarheid, bereikbaarheid en controles. Het gebruik van deze bepalingen moet de contractering eenvoudiger en eenduidiger maken.

Waarom
Het was één van de afspraken uit ‘Het Roer Gaat Om’ om de samenwerking en gelijkwaardigheid tussen huisartsen en zorgverzekeraars te verbeteren. De betrokken partijen hebben gezamenlijk de contracten beoordeeld. Vervolgens zijn de algemene bepalingen zo veel mogelijk geüniformeerd. De uniformering zorgt er ook voor dat het contracteringsproces gestroomlijnder verloopt.

In de contracten van 2018 worden er uniforme bepalingen opgenomen die onder andere gaan over beschikbaarheid en bereikbaarheid, continuïteit van zorg, controle en fraudebestrijding. Er is afgesproken dat er in de contracten voldoende ruimte blijft voor regionale of lokale afspraken tussen zorgverzekeraar en zorgverlener. Ook is overeengekomen dat huisartsen en zorgverzekeraars komend jaar gaan kijken naar andere aandachtspunten, zoals het declaratie- en controleproces en financiële en kwalitatieve verantwoording in de ketenzorg.

Wat betekent dit voor huisartsen(organisaties)
De uniforme bepalingen worden door alle zorgverzekeraars (met uitzondering van DSW) overgenomen en toegevoegd aan de contracten voor 2018 (en waar nog mogelijk voor 2017). Huisartsen en zorggroepen/gezondheidscentra die ketenzorg aanbieden, zien dit dus terug in hun overeenkomst of in het contracteringsportaal van de preferente zorgverzekeraar.

Leden zijn betrokken en geconsulteerd bij de ontwikkeling van de geüniformeerde bepalingen. Wij danken eenieder voor hun inbreng. Als er nog vragen zijn vernemen wij dat graag Judith van Duren (InEen).

 

Oproep voor businesscases substitutie

02 december 2016

InEen is op zoek naar businesscases gericht op substitutie van tweede naar eerste lijn. Denk bijvoorbeeld aan businesscases op het gebied van cardiologie, longen, oncologie en dermatologie. InEen gebruikt de informatie om een inschatting te kunnen geven van het substitutiepotentieel.  Dit naar aanleiding van de afspraak in het Bestuurlijk overleg eerste lijn waarin afspraken zijn gemaakt over opstellen van een substitutie-agenda ter onderbouwing van verschuiven van de kaders. Businesscases, ook als ze niet zijn gehonoreerd door verzekeraars, kunnen worden gestuurd aan Emiel Kerpershoek (InEen).

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

InEen is op zoek naar businesscases gericht op substitutie van tweede naar eerste lijn. Denk bijvoorbeeld aan businesscases op het gebied van cardiologie, longen, oncologie en dermatologie. InEen gebruikt de informatie om een inschatting te kunnen geven van het substitutiepotentieel.  Dit naar aanleiding van de afspraak in het Bestuurlijk overleg eerste lijn waarin afspraken zijn gemaakt over opstellen van een substitutie-agenda ter onderbouwing van verschuiven van de kaders. Businesscases, ook als ze niet zijn gehonoreerd door verzekeraars, kunnen worden gestuurd aan Emiel Kerpershoek (InEen).

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Tijdelijke subsidie dienstapotheken verlengd

02 december 2016

De tijdelijke subsidieregeling voor dienstapotheken (avond, nacht en zondag) is verlengd. In het kader van deze regeling komen de dienstapotheken met een terhandstellingstarief boven de € 45 in aanmerking voor een subsidie. Zo wil VWS voorkomen dat de kosten voor de patiënt zo hoog worden dat deze ‘een belemmering vormen voor de toegang van de farmaceutische zorg’, aldus de minister in een Tweede Kamer-brief d.d. 29 november 2016. De subsidieregeling werd vorig jaar ingesteld en is nu in afwachting van oplossingen met een jaar verlengd.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

De tijdelijke subsidieregeling voor dienstapotheken (avond, nacht en zondag) is verlengd. In het kader van deze regeling komen de dienstapotheken met een terhandstellingstarief boven de € 45 in aanmerking voor een subsidie. Zo wil VWS voorkomen dat de kosten voor de patiënt zo hoog worden dat deze ‘een belemmering vormen voor de toegang van de farmaceutische zorg’, aldus de minister in een Tweede Kamer-brief d.d. 29 november 2016. De subsidieregeling werd vorig jaar ingesteld en is nu in afwachting van oplossingen met een jaar verlengd.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

InEen-meldweek houdt vinger aan de pols

30 november 2016

uitvraagJaarlijks organiseert InEen voor haar leden een meldweek contractering, met ook dit jaar waardevolle signalen. Bijvoorbeeld over de werkdruk van huisartsen op de huisartsenpost. Het afgelopen jaar werd dit onderwerp weer actueel, in het veld en in de media. Verschillende ontwikkelingen grijpen in elkaar en onderzoek – recent nog de LHV-enquête over de ANW-uren  – laat zien dat het dienstdoen in de ANW-uren in toenemende mate zijn tol vraagt. De InEen-meldweek 2017 toont dat niet alle zorgverzekeraars doordrongen lijken van de ernst van de zaak. Om dergelijke signalen op te vangen is de jaarlijkse meldweek belangrijk.

De nieuwe bekostiging van de huisartszorg in 2015 was aanleiding voor het instellen van een jaarlijkse meldweek. Hoe verloopt de contractering? Tegen welke grote en kleine problemen lopen InEen-leden aan tijdens het contracteringsproces? Wat gaat goed? Zo ontstaat in een vroeg stadium – de week wordt in het najaar gehouden – een beeld van het verloop van de contractering voor het daaropvolgende jaar. Voor InEen is het een middel om tijdens de lopende contracteringsronde te beoordelen welke ondersteuning de leden nodig hebben. De meldingen kunnen bijvoorbeeld aanleiding zijn om met specifieke zorgverzekeraars om de tafel te gaan zitten.

Veel zorggroepen sloten in 2015 een tweejarig contract en hoefden in 2016 niet te onderhandelen. Voor gezondheidscentra gold – in afwachting van de uitkomsten van het O&I-traject – in principe hetzelfde. Ook kwamen er positieve meldingen over vruchtbare onderhandelingen. Al met al kreeg InEen – zoals verwacht – minder meldingen binnen dan vorig jaar, wat niet betekent dat er geen signalen naar voren kwamen. Onder meer vanuit de huisartsenposten.

Bij een aantal verzekeraars lijkt er sprake van onwil de aanvraag van extra budget te honoreren, budget dat huisartsenposten in staat stelt de toegenomen werkdruk op te vangen. Zorgverzekeraars verlangen een sluitende businesscase waarin de oorzaak van de toegenomen werkdruk wordt aangetoond. Deze businesscase valt op dit moment niet hard te maken, terwijl enquêtes en onderzoek ondubbelzinnig wijzen in de richting van een toename van de zorgvraag. InEen vindt het belangrijk dat zorgverzekeraars maatschappelijke trends tijdig onderkennen en de bewijslast daarvoor niet in het veld leggen: de toenemende complexiteit van de zorg, de toenemende urgentie van de zorgvragen, de toenemende ervaren werkdruk, het toenemende tekort aan waarnemers, de signalen zijn meer dan duidelijk. Voorkomen moet worden dat huisartsen en huisartsenorganisaties, en uiteindelijk patiënten de prijs betalen. Wanneer gesignaleerde problematiek geen oplossing krijgt en in de contractering voor een daaropvolgend jaar (of twee jaar) blijft bestaan, gaan maatschappelijke veranderingen een risico vormen voor de kwaliteit van zorg.

De meldweek leverde meer signalen. Zo neemt de druk op de tarieven van eerstelijns diagnostische centra verder toe en ervaren de EDC’s weinig ruimte bij zorgverzekeraars om te praten over nieuwe vormen van diagnostiek en innovatieve methodieken waarmee in Nederland de diagnostiek ook in de toekomst op een hoogwaardig niveau blijft. Ook dit vormt een bedreiging van de kwaliteit van de eerstelijnszorg.

InEen gaat zorgverzekeraars en VWS informeren over de geconstateerde knelpunten, en met de meest genoemde zorgverzekeraars over de gemelde kritiekpunten overleggen.

[...]

uitvraagJaarlijks organiseert InEen voor haar leden een meldweek contractering, met ook dit jaar waardevolle signalen. Bijvoorbeeld over de werkdruk van huisartsen op de huisartsenpost. Het afgelopen jaar werd dit onderwerp weer actueel, in het veld en in de media. Verschillende ontwikkelingen grijpen in elkaar en onderzoek – recent nog de LHV-enquête over de ANW-uren  – laat zien dat het dienstdoen in de ANW-uren in toenemende mate zijn tol vraagt. De InEen-meldweek 2017 toont dat niet alle zorgverzekeraars doordrongen lijken van de ernst van de zaak. Om dergelijke signalen op te vangen is de jaarlijkse meldweek belangrijk.

De nieuwe bekostiging van de huisartszorg in 2015 was aanleiding voor het instellen van een jaarlijkse meldweek. Hoe verloopt de contractering? Tegen welke grote en kleine problemen lopen InEen-leden aan tijdens het contracteringsproces? Wat gaat goed? Zo ontstaat in een vroeg stadium – de week wordt in het najaar gehouden – een beeld van het verloop van de contractering voor het daaropvolgende jaar. Voor InEen is het een middel om tijdens de lopende contracteringsronde te beoordelen welke ondersteuning de leden nodig hebben. De meldingen kunnen bijvoorbeeld aanleiding zijn om met specifieke zorgverzekeraars om de tafel te gaan zitten.

Veel zorggroepen sloten in 2015 een tweejarig contract en hoefden in 2016 niet te onderhandelen. Voor gezondheidscentra gold – in afwachting van de uitkomsten van het O&I-traject – in principe hetzelfde. Ook kwamen er positieve meldingen over vruchtbare onderhandelingen. Al met al kreeg InEen – zoals verwacht – minder meldingen binnen dan vorig jaar, wat niet betekent dat er geen signalen naar voren kwamen. Onder meer vanuit de huisartsenposten.

Bij een aantal verzekeraars lijkt er sprake van onwil de aanvraag van extra budget te honoreren, budget dat huisartsenposten in staat stelt de toegenomen werkdruk op te vangen. Zorgverzekeraars verlangen een sluitende businesscase waarin de oorzaak van de toegenomen werkdruk wordt aangetoond. Deze businesscase valt op dit moment niet hard te maken, terwijl enquêtes en onderzoek ondubbelzinnig wijzen in de richting van een toename van de zorgvraag. InEen vindt het belangrijk dat zorgverzekeraars maatschappelijke trends tijdig onderkennen en de bewijslast daarvoor niet in het veld leggen: de toenemende complexiteit van de zorg, de toenemende urgentie van de zorgvragen, de toenemende ervaren werkdruk, het toenemende tekort aan waarnemers, de signalen zijn meer dan duidelijk. Voorkomen moet worden dat huisartsen en huisartsenorganisaties, en uiteindelijk patiënten de prijs betalen. Wanneer gesignaleerde problematiek geen oplossing krijgt en in de contractering voor een daaropvolgend jaar (of twee jaar) blijft bestaan, gaan maatschappelijke veranderingen een risico vormen voor de kwaliteit van zorg.

De meldweek leverde meer signalen. Zo neemt de druk op de tarieven van eerstelijns diagnostische centra verder toe en ervaren de EDC’s weinig ruimte bij zorgverzekeraars om te praten over nieuwe vormen van diagnostiek en innovatieve methodieken waarmee in Nederland de diagnostiek ook in de toekomst op een hoogwaardig niveau blijft. Ook dit vormt een bedreiging van de kwaliteit van de eerstelijnszorg.

InEen gaat zorgverzekeraars en VWS informeren over de geconstateerde knelpunten, en met de meest genoemde zorgverzekeraars over de gemelde kritiekpunten overleggen.

Verlenging overgangsperiode nieuwe modelovereenkomst

25 november 2016

De overgangsperiode voor de invoering van de nieuwe modelovereenkomst als opvolger van de VAR wordt verlengd tot 1 januari 2018. Aanvankelijk zou de overgangsperiode naar de wet DBA tot 1 mei 2017 duren. Staatssecretaris Wiebes meldt de verlenging in de tweede voortgangsrapportage over de wet DBA aan de Tweede Kamer. Tot 1 januari 2018 worden aan ZZP’ers en opdrachtgevers geen boetes of naheffingen opgelegd. InEen adviseert de modelovereenkomsten op de website van de Belastingdienst te blijven gebruiken. De Belastingdienst heeft de twee specifieke modelovereenkomsten die InEen heeft voorgelegd – voor het inhuren van waarnemend huisartsen op de huisartsenpost en voor de kaderarts –helaas nog niet goedgekeurd.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

De overgangsperiode voor de invoering van de nieuwe modelovereenkomst als opvolger van de VAR wordt verlengd tot 1 januari 2018. Aanvankelijk zou de overgangsperiode naar de wet DBA tot 1 mei 2017 duren. Staatssecretaris Wiebes meldt de verlenging in de tweede voortgangsrapportage over de wet DBA aan de Tweede Kamer. Tot 1 januari 2018 worden aan ZZP’ers en opdrachtgevers geen boetes of naheffingen opgelegd. InEen adviseert de modelovereenkomsten op de website van de Belastingdienst te blijven gebruiken. De Belastingdienst heeft de twee specifieke modelovereenkomsten die InEen heeft voorgelegd – voor het inhuren van waarnemend huisartsen op de huisartsenpost en voor de kaderarts –helaas nog niet goedgekeurd.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Kostenonderzoek huisartsenzorg van start

18 november 2016

De NZa is gestart met het kostenonderzoek huisartsenzorg, gericht op het herijken van de tarieven voor de basishuisartsenzorg. Alle huisartspraktijken, ook in gezondheidscentra, ontvangen een dezer dagen een toelichting op het onderzoek. De uiteindelijke steekproef omvat ruim 200 praktijken. Begin december krijgen de geselecteerde praktijken een informatieverzoek. In het kostenonderzoek huisartsenzorg worden ook inkomsten uit en afspraken over multidisciplinaire zorg meegenomen. InEen maakt deel uit van de klankbordgroep voor dit onderzoek.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

De NZa is gestart met het kostenonderzoek huisartsenzorg, gericht op het herijken van de tarieven voor de basishuisartsenzorg. Alle huisartspraktijken, ook in gezondheidscentra, ontvangen een dezer dagen een toelichting op het onderzoek. De uiteindelijke steekproef omvat ruim 200 praktijken. Begin december krijgen de geselecteerde praktijken een informatieverzoek. In het kostenonderzoek huisartsenzorg worden ook inkomsten uit en afspraken over multidisciplinaire zorg meegenomen. InEen maakt deel uit van de klankbordgroep voor dit onderzoek.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Reactie InEen op uitspraak CBb tariefbeschikkingen voor huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg

03 november 2016

Utrecht, 3 november 2016 — Donderdag 3 november heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven uitspraak gedaan in de procedure die de VPH en de LHV hadden aangespannen tegen de NZa. De procedure ging over het bezwaar van VPH en LHV tegen de contractvereiste voor huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg en tegen de 24-uursverplichting als voorwaarde bij het inschrijvingstarief. Het CBb heeft geoordeeld dat de NZa het contractvereiste bij enkele verrichtingen moet schrappen waaronder de ketenzorg. InEen maakt zich zorgen over de  consequenties van de uitspraak voor de kwaliteit en samenhang in de chronische zorg.

Het CBb stelt dat de contractvereiste voor enkele zorgprestaties, zoals ketenzorg,  een hinderpaal vormen voor de verzekerde/patiënt bij de uitoefening van zijn recht op vrije keuze van zorgverlener. InEen onderschrijft het belang van de vrije artsenkeuze. Echter, onduidelijk is of met deze uitspraak het huidige hoge kwaliteitsniveau van zorg voor mensen met een chronische aandoening  in de toekomst gehandhaafd blijft. Verder maken wij ons zorgen over mogelijke versnippering van het aanbod. Goed nieuws is dat het CBb onderkent dat enkel samenwerkingsverbanden in aanmerking komen voor een declaratietitel en dus uitvoering van multidisciplinaire zorg.

In het persbericht dat het CBb inmiddels heeft uitgebracht wordt alleen gerept over multidisciplinaire zorg voor bepaalde chronische aandoeningen (DM, VRM, COPD, astma). De interpretatie van InEen is dan ook dat de GEZ buiten de reikwijdte van de uitspraak valt.

Verder heeft de uitspraak van het CBb ook betrekking op de verantwoordelijkheid van huisartsen voor het regelen van 24-uurs zorg. Het CBb heeft enkele tekstuele aanpassingen in de prestatiebeschrijving aangebracht, maar de verbinding tussen de ANW én het inschrijftarief in stand gehouden. InEen hecht aan het vastleggen van de 24/7 verantwoordelijkheid voor de zorg en het CBb lijkt dit te erkennen.

Wij zullen de uitspraak verder bestuderen. De volledige uitspraak is te lezen op rechtspraak.nl

[...]

Utrecht, 3 november 2016 — Donderdag 3 november heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven uitspraak gedaan in de procedure die de VPH en de LHV hadden aangespannen tegen de NZa. De procedure ging over het bezwaar van VPH en LHV tegen de contractvereiste voor huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg en tegen de 24-uursverplichting als voorwaarde bij het inschrijvingstarief. Het CBb heeft geoordeeld dat de NZa het contractvereiste bij enkele verrichtingen moet schrappen waaronder de ketenzorg. InEen maakt zich zorgen over de  consequenties van de uitspraak voor de kwaliteit en samenhang in de chronische zorg.

Het CBb stelt dat de contractvereiste voor enkele zorgprestaties, zoals ketenzorg,  een hinderpaal vormen voor de verzekerde/patiënt bij de uitoefening van zijn recht op vrije keuze van zorgverlener. InEen onderschrijft het belang van de vrije artsenkeuze. Echter, onduidelijk is of met deze uitspraak het huidige hoge kwaliteitsniveau van zorg voor mensen met een chronische aandoening  in de toekomst gehandhaafd blijft. Verder maken wij ons zorgen over mogelijke versnippering van het aanbod. Goed nieuws is dat het CBb onderkent dat enkel samenwerkingsverbanden in aanmerking komen voor een declaratietitel en dus uitvoering van multidisciplinaire zorg.

In het persbericht dat het CBb inmiddels heeft uitgebracht wordt alleen gerept over multidisciplinaire zorg voor bepaalde chronische aandoeningen (DM, VRM, COPD, astma). De interpretatie van InEen is dan ook dat de GEZ buiten de reikwijdte van de uitspraak valt.

Verder heeft de uitspraak van het CBb ook betrekking op de verantwoordelijkheid van huisartsen voor het regelen van 24-uurs zorg. Het CBb heeft enkele tekstuele aanpassingen in de prestatiebeschrijving aangebracht, maar de verbinding tussen de ANW én het inschrijftarief in stand gehouden. InEen hecht aan het vastleggen van de 24/7 verantwoordelijkheid voor de zorg en het CBb lijkt dit te erkennen.

Wij zullen de uitspraak verder bestuderen. De volledige uitspraak is te lezen op rechtspraak.nl

Meldweek contractering 2017

28 oktober 2016

Net als vorig jaar organiseert InEen een meldweek contractering: 31 oktober t/m 4 november. We zijn geïnteresseerd in zowel de eventuele knelpunten als de positieve ervaringen met de contractering voor 2017. Specifiek benieuwd zijn we naar:

  • De timing (Good contracting practices: afronding onderhandelingen met zorggroepen uiterlijk 1 oktober en met gezondheidscentra uiterlijk 7 november).
  • Het overgangsjaar voor GEZ-bekostiging.
  • Ervaringen met substitutie en goedgekeurde/afgewezen businesscases.
  • De indexering.

InEen gebruikt de geaggregeerde informatie in de gesprekken met verzekeraars en stakeholders. Bij voorkeur ontvangen we de meldingen via het meldingsformulier. Aarzel niet om met vragen contact op te nemen met Margot Lenos (InEen).

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Net als vorig jaar organiseert InEen een meldweek contractering: 31 oktober t/m 4 november. We zijn geïnteresseerd in zowel de eventuele knelpunten als de positieve ervaringen met de contractering voor 2017. Specifiek benieuwd zijn we naar:

  • De timing (Good contracting practices: afronding onderhandelingen met zorggroepen uiterlijk 1 oktober en met gezondheidscentra uiterlijk 7 november).
  • Het overgangsjaar voor GEZ-bekostiging.
  • Ervaringen met substitutie en goedgekeurde/afgewezen businesscases.
  • De indexering.

InEen gebruikt de geaggregeerde informatie in de gesprekken met verzekeraars en stakeholders. Bij voorkeur ontvangen we de meldingen via het meldingsformulier. Aarzel niet om met vragen contact op te nemen met Margot Lenos (InEen).

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Resultaten onderzoek mededinging

21 oktober 2016

Onderzoeksbureau SEO Economisch Onderzoek heeft in opdracht van VWS onderzoek gedaan naar samenwerking in de eerstelijnszorg, en de eventuele belemmeringen die de Mededingingswet daarbij opwerpt. De minister heeft de resultaten van het onderzoek onlangs aangeboden aan de Tweede Kamer. De conclusie luidt dat de Mededingingswet genoeg ruimte biedt voor samenwerking in de zorg in het belang van patiënt en verzekerde. Het onderzoekrapport is lijvig en bevat op de pagina’s i t/m iv een samenvatting. De autoriteit Consument en Markt (ACM) geeft op haar website meer informatie over de (on)mogelijkheden rond samenwerking in de eerste lijn.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Onderzoeksbureau SEO Economisch Onderzoek heeft in opdracht van VWS onderzoek gedaan naar samenwerking in de eerstelijnszorg, en de eventuele belemmeringen die de Mededingingswet daarbij opwerpt. De minister heeft de resultaten van het onderzoek onlangs aangeboden aan de Tweede Kamer. De conclusie luidt dat de Mededingingswet genoeg ruimte biedt voor samenwerking in de zorg in het belang van patiënt en verzekerde. Het onderzoekrapport is lijvig en bevat op de pagina’s i t/m iv een samenvatting. De autoriteit Consument en Markt (ACM) geeft op haar website meer informatie over de (on)mogelijkheden rond samenwerking in de eerste lijn.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

InEen-netwerkbijeenkomst voor controllers

14 oktober 2016

De BAC bekostiging en bedrijfsvoering organiseert in november een netwerkbijeenkomst voor controllers en financieel beleidsmakers. Een netwerkbijeenkomst is bedoeld om kennis uit te wisselen en elkaar te leren kennen. We willen het inhoudelijke programma zoveel mogelijk afstemmen op jullie behoeften. Wat leeft er op het moment? Welke informatiebehoefte kunnen we invullen en waarin kunnen jullie elkaar verder helpen? Welke onderwerpen, kortom, zien jullie graag op de agenda van de netwerkbijeenkomst? We horen graag jullie suggesties. Mail naar Margot Lenos (InEen).

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

De BAC bekostiging en bedrijfsvoering organiseert in november een netwerkbijeenkomst voor controllers en financieel beleidsmakers. Een netwerkbijeenkomst is bedoeld om kennis uit te wisselen en elkaar te leren kennen. We willen het inhoudelijke programma zoveel mogelijk afstemmen op jullie behoeften. Wat leeft er op het moment? Welke informatiebehoefte kunnen we invullen en waarin kunnen jullie elkaar verder helpen? Welke onderwerpen, kortom, zien jullie graag op de agenda van de netwerkbijeenkomst? We horen graag jullie suggesties. Mail naar Margot Lenos (InEen).

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Contractering

14 oktober 2016

Deze week opnieuw aandacht voor de contractering waar jullie middenin zitten, met drie onderwerpen: indexering, geschillencommissie en de meldweek.

Indexering: voor NZa-tarieven geldt de NZa-beleidsregel 2017. InEen vindt dat zorgverzekeraars de tarieven behoren te indexeren. We kunnen en mogen echter niet sturen op de contractonderhandelingen. Op statline van CBS  staan veel verschillende indexcijfers. Je kunt voor verschillende kostensoorten een geschikte index zoeken. De NZa gebruikt verschillende indexcijfers voor de huisartstarieven:

  •  voor de personele kosten de overheidsbijdrage in de arbeidskostenontwikkeling (OVA). Zie de website van NZa.
  • voor de materiele kosten een index gebaseerd op de tabel middelen en bestedingen uit het Centraal Economisch Plan (CEP) van het Centraal Plan Bureau. Ook deze index is terug te vinden bij de prijsindexcijfers van de NZa.

Geschillen instantie: wanneer jullie er echt niet uitkomen met de zorgverzekeraar kun je een beroep doen op de onafhankelijke geschilleninstantie voor contractering.

Meldweek: begin november gaan we jullie ervaringen met de contractering 2017 ophalen in een meldweek.

[...]

Deze week opnieuw aandacht voor de contractering waar jullie middenin zitten, met drie onderwerpen: indexering, geschillencommissie en de meldweek.

Indexering: voor NZa-tarieven geldt de NZa-beleidsregel 2017. InEen vindt dat zorgverzekeraars de tarieven behoren te indexeren. We kunnen en mogen echter niet sturen op de contractonderhandelingen. Op statline van CBS  staan veel verschillende indexcijfers. Je kunt voor verschillende kostensoorten een geschikte index zoeken. De NZa gebruikt verschillende indexcijfers voor de huisartstarieven:

  •  voor de personele kosten de overheidsbijdrage in de arbeidskostenontwikkeling (OVA). Zie de website van NZa.
  • voor de materiele kosten een index gebaseerd op de tabel middelen en bestedingen uit het Centraal Economisch Plan (CEP) van het Centraal Plan Bureau. Ook deze index is terug te vinden bij de prijsindexcijfers van de NZa.

Geschillen instantie: wanneer jullie er echt niet uitkomen met de zorgverzekeraar kun je een beroep doen op de onafhankelijke geschilleninstantie voor contractering.

Meldweek: begin november gaan we jullie ervaringen met de contractering 2017 ophalen in een meldweek.

Contractering 2017

07 oktober 2016

De contractering 2017 is in volle gang. We wijzen jullie op de afspraken over de Good Contracting Practices die begin dit jaar in het kader van Het Roer Moet Om zijn gemaakt met de zorgverzekeraars. Huisartsenorganisaties, eerstelijnsorganisaties en zorgverzekeraars hebben elf nieuwe afspraken gemaakt. De basis voor de afspraken is dat alle partijen voldoende tijd en ruimte hebben voor evaluatie, overleg, afwegingen, eventuele aanpassingen en administratieve verwerking. De gezondheidscentra wijzen we op de gezamenlijke afspraak met verzekeraars in het O&I project over het overgangsjaar 2017. Deze afspraken zijn dit voorjaar gemaakt. Binnenkort gaan we in een meldweek jullie ervaringen met de contractering 2017 ophalen.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

De contractering 2017 is in volle gang. We wijzen jullie op de afspraken over de Good Contracting Practices die begin dit jaar in het kader van Het Roer Moet Om zijn gemaakt met de zorgverzekeraars. Huisartsenorganisaties, eerstelijnsorganisaties en zorgverzekeraars hebben elf nieuwe afspraken gemaakt. De basis voor de afspraken is dat alle partijen voldoende tijd en ruimte hebben voor evaluatie, overleg, afwegingen, eventuele aanpassingen en administratieve verwerking. De gezondheidscentra wijzen we op de gezamenlijke afspraak met verzekeraars in het O&I project over het overgangsjaar 2017. Deze afspraken zijn dit voorjaar gemaakt. Binnenkort gaan we in een meldweek jullie ervaringen met de contractering 2017 ophalen.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Advies en ondersteuning bij investeringen

30 september 2016

Dit jaar werd een vastgoedfonds voor de zorg gerealiseerd  dat gaat investeren in de oprichting en renovatie van huisvesting van onder andere eerstelijns-zorgcentra. Een van de grote investeerders in het fonds is de Stichting Pensioenfonds voor Huisartsen (SPH), dat 80 miljoen euro gaat investeren. SPH, LHV en InEen zijn in gesprek geraakt over een onafhankelijk adviespunt, waar zorgverleners en organisaties met plannen om te gaan (ver)bouwen terecht kunnen voor informatie en advies. Niet alleen over de feitelijke bouw, maar ook over wat daar allemaal bij komt kijken in termen van gezamenlijke visievorming, samenwerkingsafspraken tussen zorgverleners, financierings- en juridische vraagstukken. Onafhankelijke advisering is daarbij belangrijk, aldus partijen. Deze week is weer een stap gezet doordat partijen een intentieovereenkomst hebben getekend. De komende maanden wordt onderzocht hoe een dergelijk onafhankelijk informatieportaal vorm kan krijgen. Meer informatie hierover verwachten we in de loop van november.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Dit jaar werd een vastgoedfonds voor de zorg gerealiseerd  dat gaat investeren in de oprichting en renovatie van huisvesting van onder andere eerstelijns-zorgcentra. Een van de grote investeerders in het fonds is de Stichting Pensioenfonds voor Huisartsen (SPH), dat 80 miljoen euro gaat investeren. SPH, LHV en InEen zijn in gesprek geraakt over een onafhankelijk adviespunt, waar zorgverleners en organisaties met plannen om te gaan (ver)bouwen terecht kunnen voor informatie en advies. Niet alleen over de feitelijke bouw, maar ook over wat daar allemaal bij komt kijken in termen van gezamenlijke visievorming, samenwerkingsafspraken tussen zorgverleners, financierings- en juridische vraagstukken. Onafhankelijke advisering is daarbij belangrijk, aldus partijen. Deze week is weer een stap gezet doordat partijen een intentieovereenkomst hebben getekend. De komende maanden wordt onderzocht hoe een dergelijk onafhankelijk informatieportaal vorm kan krijgen. Meer informatie hierover verwachten we in de loop van november.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Nieuwe vergoedingenportaal van SSFH online

09 september 2016

Vorige week is het nieuwe vergoedingenportaal van SSFH online gegaan. Dit portaal vervangt de SSFH-vergoedingenadministratie.  Alle processen zijn nu digitaal en verlopen via een beveiligde verbinding bij een externe organisatie. Vorige week is een nieuwsflits naar werkgevers en werknemers uitgegaan en uiteraard staat alle informatie ook op de website zelf.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Vorige week is het nieuwe vergoedingenportaal van SSFH online gegaan. Dit portaal vervangt de SSFH-vergoedingenadministratie.  Alle processen zijn nu digitaal en verlopen via een beveiligde verbinding bij een externe organisatie. Vorige week is een nieuwsflits naar werkgevers en werknemers uitgegaan en uiteraard staat alle informatie ook op de website zelf.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Ongerust over gevolgen CBb-procedure voor leden van InEen

09 september 2016

Zoals bekend loopt er bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) een procedure van VPH en LHV tegen de NZa. Op 22 september vindt de zitting plaats. De procedure gaat over het bezwaar van VPH en LHV tegen het contractvereiste voor huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg en tegen de 24-uursverplichting als voorwaarde bij het inschrijvingstarief (zie het  weekbericht van 20 mei). InEen maakt zich grote zorgen over de mogelijke consequenties als de uitspraak van het CBb in het nadeel van de NZa zou uitpakken.

Wij vrezen dat het buiten werking stellen van het contractvereiste voor ketenzorg, POH-ggz en GEZ gevolgen kan hebben voor de handhaving van het huidige kwaliteitsniveau in de chronische zorg. Ook maken wij ons zorgen over het ontbreken van een level playing field door het naast elkaar bestaan van ketenzorgprestaties met vrije tarieven, waarvoor een contract afgesproken moet worden met een verzekeraar, en een betaaltitel met een maximumtarief zonder contract. Wij sluiten niet uit dat dit financiële gevolgen gaat hebben voor zorggroepen en gezondheidscentra en daarmee voor de zorgverlening aan patiënten.

Om deze zorgen kenbaar te kunnen maken bij het CBb heeft InEen tot tweemaal toe een verzoek ingediend om als belanghebbende gehoord te worden. Om ons verzoek extra kracht bij te zetten hebben we ook een lid (SGZ te Zoetermeer) gevraagd dit verzoek te ondersteunen. Tot onze grote verbazing heeft het CBb ons verzoek echter afgewezen. De argumentatie van het CBb is verontrustend: de redenering is moeilijk te volgen en op onderdelen –  wat ons betreft – onjuist. Wij hebben onze ongerustheid besproken met de NZa en ZN, en zij delen onze ongerustheid.

De afwijzingsbrief van het CBb kunnen jullie  hier lezen. De uitspraak wordt niet eerder dan begin november verwacht en kan ook grote invloed hebben op het O&I- traject, omdat in dat traject nog wordt uitgegaan van het bestaan van een contractvereiste.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Zoals bekend loopt er bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) een procedure van VPH en LHV tegen de NZa. Op 22 september vindt de zitting plaats. De procedure gaat over het bezwaar van VPH en LHV tegen het contractvereiste voor huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg en tegen de 24-uursverplichting als voorwaarde bij het inschrijvingstarief (zie het  weekbericht van 20 mei). InEen maakt zich grote zorgen over de mogelijke consequenties als de uitspraak van het CBb in het nadeel van de NZa zou uitpakken.

Wij vrezen dat het buiten werking stellen van het contractvereiste voor ketenzorg, POH-ggz en GEZ gevolgen kan hebben voor de handhaving van het huidige kwaliteitsniveau in de chronische zorg. Ook maken wij ons zorgen over het ontbreken van een level playing field door het naast elkaar bestaan van ketenzorgprestaties met vrije tarieven, waarvoor een contract afgesproken moet worden met een verzekeraar, en een betaaltitel met een maximumtarief zonder contract. Wij sluiten niet uit dat dit financiële gevolgen gaat hebben voor zorggroepen en gezondheidscentra en daarmee voor de zorgverlening aan patiënten.

Om deze zorgen kenbaar te kunnen maken bij het CBb heeft InEen tot tweemaal toe een verzoek ingediend om als belanghebbende gehoord te worden. Om ons verzoek extra kracht bij te zetten hebben we ook een lid (SGZ te Zoetermeer) gevraagd dit verzoek te ondersteunen. Tot onze grote verbazing heeft het CBb ons verzoek echter afgewezen. De argumentatie van het CBb is verontrustend: de redenering is moeilijk te volgen en op onderdelen –  wat ons betreft – onjuist. Wij hebben onze ongerustheid besproken met de NZa en ZN, en zij delen onze ongerustheid.

De afwijzingsbrief van het CBb kunnen jullie  hier lezen. De uitspraak wordt niet eerder dan begin november verwacht en kan ook grote invloed hebben op het O&I- traject, omdat in dat traject nog wordt uitgegaan van het bestaan van een contractvereiste.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

NZa circulaire eerstelijnsverblijf

29 augustus 2016

De NZa heeft in een circulaire aangegeven dat huisartsen tegelijk met de prestatie ‘huisartsenzorg eerstelijnsverblijf (elv)’ geen regulier consult of visite in rekening mogen brengen. De tijd die de huisarts besteedt aan de elv-patiënt is in de prestatie ‘huisartsenzorg elv’ inbegrepen. Een huisarts kan naast de prestatie ‘huisartsenzorg elv’ wel een handeling (bijvoorbeeld in het kader van diagnostiek) in rekening brengen. Verder is een inconsistente aanvullende voorwaarde geschrapt uit de tariefbeschikking. Lees meer.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

De NZa heeft in een circulaire aangegeven dat huisartsen tegelijk met de prestatie ‘huisartsenzorg eerstelijnsverblijf (elv)’ geen regulier consult of visite in rekening mogen brengen. De tijd die de huisarts besteedt aan de elv-patiënt is in de prestatie ‘huisartsenzorg elv’ inbegrepen. Een huisarts kan naast de prestatie ‘huisartsenzorg elv’ wel een handeling (bijvoorbeeld in het kader van diagnostiek) in rekening brengen. Verder is een inconsistente aanvullende voorwaarde geschrapt uit de tariefbeschikking. Lees meer.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Brief VGZ over niet compenseren btw 2011 tot en met 2013

19 augustus 2016

Verschillende zorggroepen hebben een brief van VGZ ontvangen waarin zorggroepen worden bericht over het niet compenseren van btw-heffing over het overhead-deel van het integrale tarief/koptarief over de jaren 2011 tot en met 2013. We vragen zorggroepen met VGZ als preferente verzekeraar het ons te laten weten als ze ook zo’n brief hebben ontvangen (de brief dateert waarschijnlijk van 21 juli 2016). We hebben over deze brief inmiddels opheldering gevraagd bij VGZ. Daarnaast adviseren we deze zorggroepen hierover een bezwaarbrief naar VGZ te versturen.

Indien jullie eventuele andere problemen bij het compenseren van btw door zorgverzekeraars over de jaren 2011 t/m 2015 ervaren, worden wij graag geïnformeerd. Voor een reactie en meer informatie kun je contact opnemen met Michaela de Gelder via 06-40163873 of mail.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Verschillende zorggroepen hebben een brief van VGZ ontvangen waarin zorggroepen worden bericht over het niet compenseren van btw-heffing over het overhead-deel van het integrale tarief/koptarief over de jaren 2011 tot en met 2013. We vragen zorggroepen met VGZ als preferente verzekeraar het ons te laten weten als ze ook zo’n brief hebben ontvangen (de brief dateert waarschijnlijk van 21 juli 2016). We hebben over deze brief inmiddels opheldering gevraagd bij VGZ. Daarnaast adviseren we deze zorggroepen hierover een bezwaarbrief naar VGZ te versturen.

Indien jullie eventuele andere problemen bij het compenseren van btw door zorgverzekeraars over de jaren 2011 t/m 2015 ervaren, worden wij graag geïnformeerd. Voor een reactie en meer informatie kun je contact opnemen met Michaela de Gelder via 06-40163873 of mail.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Onderzoeksprogramma AZW: peiling onder zorginstellingen

29 juli 2016

Het Onderzoeksprogramma Arbeidsmarkt Zorg en Welzijn (AZW) voorziet partijen in de zorg van arbeidsmarktinformatie. InEen is als werkgeverspartij hierbij betrokken. Met een korte vragenlijst  wil VWS de bekendheid en het gebruik van het programma achterhalen. We nodigen werkgevers van de gezondheidscentra, huisartsenposten en zorggroepen van harte uit deze vragenlijst in te vullen. Uiteraard is deelname aan het onderzoek anoniem. Het kost je slechts een paar minuten. Met de resultaten kan VWS haar beleid beter aanpassen aan onze wensen en behoeften als werkgever.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Het Onderzoeksprogramma Arbeidsmarkt Zorg en Welzijn (AZW) voorziet partijen in de zorg van arbeidsmarktinformatie. InEen is als werkgeverspartij hierbij betrokken. Met een korte vragenlijst  wil VWS de bekendheid en het gebruik van het programma achterhalen. We nodigen werkgevers van de gezondheidscentra, huisartsenposten en zorggroepen van harte uit deze vragenlijst in te vullen. Uiteraard is deelname aan het onderzoek anoniem. Het kost je slechts een paar minuten. Met de resultaten kan VWS haar beleid beter aanpassen aan onze wensen en behoeften als werkgever.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

BTW: update contactpersonen en informatie

22 juli 2016

We hebben een compleet overzicht online gezet  van de contactpersonen bij de zorgverzekeraars voor het versturen van de btw-facturen. Verder attenderen we jullie nog eens op het uitgebreide dossier BTW van de ROS Raedelijn  dat enkele weken geleden is geactualiseerd. We zijn nog in overleg met de ministeries van VWS en Financiën over de btw en hopen jullie eind augustus meer te kunnen vertellen over de concrete uitkomsten daarvan.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

We hebben een compleet overzicht online gezet  van de contactpersonen bij de zorgverzekeraars voor het versturen van de btw-facturen. Verder attenderen we jullie nog eens op het uitgebreide dossier BTW van de ROS Raedelijn  dat enkele weken geleden is geactualiseerd. We zijn nog in overleg met de ministeries van VWS en Financiën over de btw en hopen jullie eind augustus meer te kunnen vertellen over de concrete uitkomsten daarvan.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Belastingdienst: nieuwe regels vervroegd ouderdomspensioen

15 juli 2016

Voor medewerkers die zijn geboren vóór 1965 zijn er per 1 juli 2016 nieuwe regels voor het vervroegd opnemen van ouderdomspensioen en de mogelijkheid om hiernaast te blijven werken. Voortaan mogen zij pas vanaf 5 jaar voor de AOW-leeftijd vervroegd pensioen opnemen als zij hiernaast willen blijven werken. Medewerkers die toch eerder dan vijf jaar voor hun AOW met pensioen willen gaan, mogen dat alleen over het gedeelte dat zij stoppen met werken. Dit kan op zijn vroegst vanaf 55-jarige leeftijd. Voor de duidelijkheid: de leeftijd voor vervroegd pensioen was in zijn algemeenheid al sinds 1 januari 2014 opgeschoven naar vijf jaar voor de AOW-leeftijd. Voor werknemers geboren vóór 1965 gold nog een overgangsregeling. Deze overgangsregeling is sinds 1 juli 2016 passé. Lees  meer

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving voor leden.

[...]

Voor medewerkers die zijn geboren vóór 1965 zijn er per 1 juli 2016 nieuwe regels voor het vervroegd opnemen van ouderdomspensioen en de mogelijkheid om hiernaast te blijven werken. Voortaan mogen zij pas vanaf 5 jaar voor de AOW-leeftijd vervroegd pensioen opnemen als zij hiernaast willen blijven werken. Medewerkers die toch eerder dan vijf jaar voor hun AOW met pensioen willen gaan, mogen dat alleen over het gedeelte dat zij stoppen met werken. Dit kan op zijn vroegst vanaf 55-jarige leeftijd. Voor de duidelijkheid: de leeftijd voor vervroegd pensioen was in zijn algemeenheid al sinds 1 januari 2014 opgeschoven naar vijf jaar voor de AOW-leeftijd. Voor werknemers geboren vóór 1965 gold nog een overgangsregeling. Deze overgangsregeling is sinds 1 juli 2016 passé. Lees  meer

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving voor leden.

Handige documenten BTW

08 juli 2016

We willen jullie attenderen op twee handige documenten:  FAQ’s over BTW en de contactpersonen bij de (verre) verzekeraars. De contactgegevens van de betrokkene bij Zilveren Kruis is nog niet bekend, maar wordt volgende week aangevuld. Beide documenten kunnen ondersteunen bij de afhandeling van de BTW 2011-2015.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

We willen jullie attenderen op twee handige documenten:  FAQ’s over BTW en de contactpersonen bij de (verre) verzekeraars. De contactgegevens van de betrokkene bij Zilveren Kruis is nog niet bekend, maar wordt volgende week aangevuld. Beide documenten kunnen ondersteunen bij de afhandeling van de BTW 2011-2015.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Nieuwe NZa-beleidsregel en tarieven huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg

08 juli 2016

In de nieuwe beleidsregel en tariefbeschikking voor huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg zitten geen verrassingen. De tarieven die de NZa heeft vastgesteld zijn geïndexeerd, alleen voor het ANW-uurtarief leidt dat helaas niet tot een stijging. Zie ook het LHV-bericht hierover.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

In de nieuwe beleidsregel en tariefbeschikking voor huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg zitten geen verrassingen. De tarieven die de NZa heeft vastgesteld zijn geïndexeerd, alleen voor het ANW-uurtarief leidt dat helaas niet tot een stijging. Zie ook het LHV-bericht hierover.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Substitutiemonitor – geen verschuiving in budgetten, wel toezeggingen VWS

08 juli 2016

De substitutiemonitor 2016 toont aan dat er meer substitutieafspraken zijn gemaakt dan in 2015. Er is voor 33,6 miljoen euro aan extra substitutieafspraken gemaakt in de eerste lijn en voor circa 36 miljoen euro in de tweede lijn. Helaas leidt de monitor in tegenstelling tot vorig jaar niet tot een verschuiving in de budgettaire kaders. ZN heeft eenzijdig besloten de monitor aan te passen, waardoor niet duidelijk is uit welke bronnen de 33,6 miljoen euro substitutie in de eerste lijn gefinancierd zijn (medisch specialistische zorg en/of GGZ). Daardoor kan VWS geen budgetten verschuiven. InEen, maar ook LHV en VWS, waren zeer ontstemd over deze handelwijze van ZN. InEen en LHV hebben een brief gestuurd naar ZN. Mede vanwege de druk die hierdoor is ontstaan heeft het ministerie toegezegd dat een overschrijding van het budgettaire kader multidisciplinaire zorg niet zal leiden tot het inzetten van het macrobeheersinstrument (MBI), zolang de uitgaven aan huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg samen binnen het kader blijven of wanneer de overschrijding het gevolg is van aantoonbare substitutie. Hiermee biedt de minister wel comfort voor de leden van InEen. De substitutiemonitor 2016  is deze week aangeboden aan de Tweede Kamer.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

De substitutiemonitor 2016 toont aan dat er meer substitutieafspraken zijn gemaakt dan in 2015. Er is voor 33,6 miljoen euro aan extra substitutieafspraken gemaakt in de eerste lijn en voor circa 36 miljoen euro in de tweede lijn. Helaas leidt de monitor in tegenstelling tot vorig jaar niet tot een verschuiving in de budgettaire kaders. ZN heeft eenzijdig besloten de monitor aan te passen, waardoor niet duidelijk is uit welke bronnen de 33,6 miljoen euro substitutie in de eerste lijn gefinancierd zijn (medisch specialistische zorg en/of GGZ). Daardoor kan VWS geen budgetten verschuiven. InEen, maar ook LHV en VWS, waren zeer ontstemd over deze handelwijze van ZN. InEen en LHV hebben een brief gestuurd naar ZN. Mede vanwege de druk die hierdoor is ontstaan heeft het ministerie toegezegd dat een overschrijding van het budgettaire kader multidisciplinaire zorg niet zal leiden tot het inzetten van het macrobeheersinstrument (MBI), zolang de uitgaven aan huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg samen binnen het kader blijven of wanneer de overschrijding het gevolg is van aantoonbare substitutie. Hiermee biedt de minister wel comfort voor de leden van InEen. De substitutiemonitor 2016  is deze week aangeboden aan de Tweede Kamer.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Goed bezochte extra DLV over Organisatie & Infrastructuur

07 juli 2016

De extra deelledenvergadering voor zorggroepen en gezondheidscentra over de voortgang in het project Organisatie & Infrastructuur (O&I) is gisteren goed bezocht. Na een korte introductie door Anoeska Mosterdijk (directeur InEen) gaf Edwin Velzel (voorzitter projectgroep O&I) een  heldere presentatie over de resultaten van het project tot nu toe. In het O&I onderzoek is een inhoudelijke en financiële analyse uitgevoerd in vier onderzoekregio’s. Er is aantoonbare meerwaarde van aanspreekbare organisaties voor samenwerkingspartners en stakeholders. Velzel schetste de richting voor de nieuwe bekostiging vanaf 2018. Doel van de bekostiging is het versterken van de eerste lijn door het faciliteren en financieren van organisaties en samenwerkingsverbanden in de wijk en de regio. De aanwezigen gaven enkele kritische aanvullingen op de verder goed ontvangen denkrichting voor de bekostiging. Eind september volgt verdere informatie in de DLV. We verwachten de definitieve projectrapportage half oktober.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan onze leden.

[...]

De extra deelledenvergadering voor zorggroepen en gezondheidscentra over de voortgang in het project Organisatie & Infrastructuur (O&I) is gisteren goed bezocht. Na een korte introductie door Anoeska Mosterdijk (directeur InEen) gaf Edwin Velzel (voorzitter projectgroep O&I) een  heldere presentatie over de resultaten van het project tot nu toe. In het O&I onderzoek is een inhoudelijke en financiële analyse uitgevoerd in vier onderzoekregio’s. Er is aantoonbare meerwaarde van aanspreekbare organisaties voor samenwerkingspartners en stakeholders. Velzel schetste de richting voor de nieuwe bekostiging vanaf 2018. Doel van de bekostiging is het versterken van de eerste lijn door het faciliteren en financieren van organisaties en samenwerkingsverbanden in de wijk en de regio. De aanwezigen gaven enkele kritische aanvullingen op de verder goed ontvangen denkrichting voor de bekostiging. Eind september volgt verdere informatie in de DLV. We verwachten de definitieve projectrapportage half oktober.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan onze leden.

Nieuwe NZa-beleidsregels en tariefbeschikkingen

01 juli 2016

De NZa heeft nieuwe beleidsregels en tariefbeschikkingen gepubliceerd. Behalve die voor het eerstelijns verblijf (zie voorgaande bericht) zijn ook deze publicaties voor InEen-leden van belang:

  • Beleidsregel Indexering:  de indexering in de cure wordt versimpeld en gelijkgetrokken met de care. Het komt erop neer dat de incidentele nacalculatie vervalt en het voorcalculatorische percentage omhoog gaat naar 100% van de  NZa-prijsindexcijfers voor materiele en personele kosten. De indexatie van tarieven, budgettaire kaders, MBI en MPB (macro prestatie bedrag gebruikt bij kaders zorgverzekeraars) wordt zoveel mogelijk gelijk getrokken.
  • Tariefbeschikking Regionale ondersteuning eerstelijnszorg en kwaliteitsontwikkeling: met hierin onder andere het geïndexeerde tarief voor Regionale Ondersteuningsstructuren à €1,55 per verzekerde (voorheen €1,50).
  • Beleidsregel (incl. aangeleverde link) en Tariefbeschikking Overige geneeskundige zorg,  met o.a. de voetzorg bij diabetes mellitus wanneer deze zorg buiten de ketenzorg wordt ingekocht.

Er volgen de komende tijd nog meer beleidsregels en tariefbeschikkingen die voor leden van InEen van belang zijn, we houden jullie op de hoogte.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

[...]

De NZa heeft nieuwe beleidsregels en tariefbeschikkingen gepubliceerd. Behalve die voor het eerstelijns verblijf (zie voorgaande bericht) zijn ook deze publicaties voor InEen-leden van belang:

  • Beleidsregel Indexering:  de indexering in de cure wordt versimpeld en gelijkgetrokken met de care. Het komt erop neer dat de incidentele nacalculatie vervalt en het voorcalculatorische percentage omhoog gaat naar 100% van de  NZa-prijsindexcijfers voor materiele en personele kosten. De indexatie van tarieven, budgettaire kaders, MBI en MPB (macro prestatie bedrag gebruikt bij kaders zorgverzekeraars) wordt zoveel mogelijk gelijk getrokken.
  • Tariefbeschikking Regionale ondersteuning eerstelijnszorg en kwaliteitsontwikkeling: met hierin onder andere het geïndexeerde tarief voor Regionale Ondersteuningsstructuren à €1,55 per verzekerde (voorheen €1,50).
  • Beleidsregel (incl. aangeleverde link) en Tariefbeschikking Overige geneeskundige zorg,  met o.a. de voetzorg bij diabetes mellitus wanneer deze zorg buiten de ketenzorg wordt ingekocht.

Er volgen de komende tijd nog meer beleidsregels en tariefbeschikkingen die voor leden van InEen van belang zijn, we houden jullie op de hoogte.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

Modelovereenkomsten van opdracht

01 juli 2016

Opdrachtgevers en zzp’ers die samenwerken, moeten weten of de Belastingdienst de opdrachtnemer ziet als ondernemer of als werknemer in loondienst. Dat kon voorheen met de Verklaring arbeidsrelatie (VAR). Deze is per 1 mei 2016 afschaft. In plaats daarvan kunnen opdrachtgevers en zzp’ers nu gebruik maken van overeenkomsten die de Belastingdienst heeft opgesteld of beoordeeld. Deze zgn. modelovereenkomsten zijn onderdeel van de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (Wet DBA). InEen krijgt veel vragen over het gebruik van modelovereenkomsten. De antwoorden op deze vragen vind je in ons overzicht ‘veel gestelde vragen en antwoorden modelovereenkomsten’. We houden het overzicht up-to-date. Met vragen kun je terecht bij Michaela de Gelder (InEen).

[...]

Opdrachtgevers en zzp’ers die samenwerken, moeten weten of de Belastingdienst de opdrachtnemer ziet als ondernemer of als werknemer in loondienst. Dat kon voorheen met de Verklaring arbeidsrelatie (VAR). Deze is per 1 mei 2016 afschaft. In plaats daarvan kunnen opdrachtgevers en zzp’ers nu gebruik maken van overeenkomsten die de Belastingdienst heeft opgesteld of beoordeeld. Deze zgn. modelovereenkomsten zijn onderdeel van de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (Wet DBA). InEen krijgt veel vragen over het gebruik van modelovereenkomsten. De antwoorden op deze vragen vind je in ons overzicht ‘veel gestelde vragen en antwoorden modelovereenkomsten’. We houden het overzicht up-to-date. Met vragen kun je terecht bij Michaela de Gelder (InEen).

Duidelijkheid over Eerstelijnsverblijf vanaf 2017

01 juli 2016

Vanaf 2017 is er duidelijkheid over de financiering van het Eerstelijnsverblijf (ELV). De NZa heeft de afgelopen week de beleidsregel, nadere regel, tariefbeschikking en circulaire voor het ELV gepubliceerd. Zorgaanbieders (onder meer verpleeghuizen en eerstelijns organisaties) hebben de mogelijkheid om een voorziening voor kortdurende opnames te organiseren. Vanaf 2017 gelden er drie integrale tarieven voor alle zorg, exclusief de huisartsenzorg en de farmacie. De drie ELV-producten zijn gebaseerd op de subsidieregeling (2015-2016): 1. ELV laag complex, 2. ELV hoog complex en 3. ELV palliatief terminale zorg. Als InEen hebben we ons hard gemaakt voor een component Organisatie en Infrastructuur (O&I) in het ELV-tarief. De NZa heeft voor 2017 O&I echter niet als onderdeel in het tarief opgenomen; wél kan een ELV-aanbieder afspraken maken met de zorgverzekeraar over O&I als onderdeel van het max-max tarief. Lees verder

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Vanaf 2017 is er duidelijkheid over de financiering van het Eerstelijnsverblijf (ELV). De NZa heeft de afgelopen week de beleidsregel, nadere regel, tariefbeschikking en circulaire voor het ELV gepubliceerd. Zorgaanbieders (onder meer verpleeghuizen en eerstelijns organisaties) hebben de mogelijkheid om een voorziening voor kortdurende opnames te organiseren. Vanaf 2017 gelden er drie integrale tarieven voor alle zorg, exclusief de huisartsenzorg en de farmacie. De drie ELV-producten zijn gebaseerd op de subsidieregeling (2015-2016): 1. ELV laag complex, 2. ELV hoog complex en 3. ELV palliatief terminale zorg. Als InEen hebben we ons hard gemaakt voor een component Organisatie en Infrastructuur (O&I) in het ELV-tarief. De NZa heeft voor 2017 O&I echter niet als onderdeel in het tarief opgenomen; wél kan een ELV-aanbieder afspraken maken met de zorgverzekeraar over O&I als onderdeel van het max-max tarief. Lees verder

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Vergoedingen voor het aanbieden van een stage

01 juli 2016

Huisartsenposten en gezondheidscentra die erkend leerbedrijf zijn komen in aanmerking voor een bijdrage in de kosten van stagebegeleiding. Het is dankzij de inspanningen van InEen en de SSFH dat ook de huisartsenzorg aanspraak kan maken op het VWS-Stagefonds. Stageplaatsen zijn nog steeds hard nodig om het dreigende tekort aan doktersassistenten en praktijkbegeleiders het hoofd te bieden. Meer informatie op de website van de SSFH en op de website van het Stagefonds.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Huisartsenposten en gezondheidscentra die erkend leerbedrijf zijn komen in aanmerking voor een bijdrage in de kosten van stagebegeleiding. Het is dankzij de inspanningen van InEen en de SSFH dat ook de huisartsenzorg aanspraak kan maken op het VWS-Stagefonds. Stageplaatsen zijn nog steeds hard nodig om het dreigende tekort aan doktersassistenten en praktijkbegeleiders het hoofd te bieden. Meer informatie op de website van de SSFH en op de website van het Stagefonds.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Contractering 2016 onderzocht

01 juli 2016

Een substantiële groei van het aantal contracten voor astmazorg. Een groei in het aantal  meerjarencontracten tussen verzekeraars en eerstelijns organisaties. De streefdata voor het bekend maken van het inkoopbeleid en het mondeling overeenkomen van het contract werden beduidend vaker gehaald dan vorig jaar (respectievelijk 6%  versus 21%  en 9%  versus 24%). Positieve uitkomsten uit het jaarlijkse onderzoek dat het NIVEL uitvoert in opdracht van InEen. Toch is de algemene conclusie dat er nog veel ontevredenheid is. Natuurlijk danken we iedereen die weer een bijdrage aan het onderzoek heeft geleverd!  Lees verder.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Een substantiële groei van het aantal contracten voor astmazorg. Een groei in het aantal  meerjarencontracten tussen verzekeraars en eerstelijns organisaties. De streefdata voor het bekend maken van het inkoopbeleid en het mondeling overeenkomen van het contract werden beduidend vaker gehaald dan vorig jaar (respectievelijk 6%  versus 21%  en 9%  versus 24%). Positieve uitkomsten uit het jaarlijkse onderzoek dat het NIVEL uitvoert in opdracht van InEen. Toch is de algemene conclusie dat er nog veel ontevredenheid is. Natuurlijk danken we iedereen die weer een bijdrage aan het onderzoek heeft geleverd!  Lees verder.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Vacatures bij InEen

17 juni 2016

Het bureau van InEen is op zoek naar versterking. We hebben plaats voor een nieuwe (tijdelijke) programmanager Acute Zorg/Verenigingszaken (38 uur per week) en een beleidsmedewerker Informatiebeleid & Bekostiging (ook 38 uur per week).

[...]

Het bureau van InEen is op zoek naar versterking. We hebben plaats voor een nieuwe (tijdelijke) programmanager Acute Zorg/Verenigingszaken (38 uur per week) en een beleidsmedewerker Informatiebeleid & Bekostiging (ook 38 uur per week).

7 juli extra ledenvergadering Organisatie & Infrastructuur

16 juni 2016

Afgelopen weken is de nodige voortgang geboekt in het project Organisatie & Infrastructuur. De resultaten van het project gaan leiden tot een nieuwe bekostiging van organisatie en infrastructuur voor zorggroepen en gezondheidscentra (gez-organisaties) per 1 januari 2018. Op 7 juli (10.00-12.00 uur) organiseren we een extra ledenvergadering om de stand van zaken in het project en de contouren voor de nieuwe bekostiging toe te lichten. Jullie zijn van harte uitgenodigd. Reserveer de datum en meld je aan.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 10 juni 2016.

[...]

Afgelopen weken is de nodige voortgang geboekt in het project Organisatie & Infrastructuur. De resultaten van het project gaan leiden tot een nieuwe bekostiging van organisatie en infrastructuur voor zorggroepen en gezondheidscentra (gez-organisaties) per 1 januari 2018. Op 7 juli (10.00-12.00 uur) organiseren we een extra ledenvergadering om de stand van zaken in het project en de contouren voor de nieuwe bekostiging toe te lichten. Jullie zijn van harte uitgenodigd. Reserveer de datum en meld je aan.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 10 juni 2016.

Afspraken InEen en ZN over afhandeling BTW vóór 2016

15 juni 2016

We zijn weer een stap verder met de informatie over de BTW voor zorggroepen en gezondheidscentra. Zoals vorige week aangekondigd hebben we uniforme afspraken gemaakt met ZN over de BTW vóór 2016. Ook de preferente zorgverzekeraars brengen de gezondheidscentra en zorggroepen op de hoogte van deze afspraken. Op een later moment volgen de FAQ’s rond BTW en een overzicht met de contactpersonen van de zorgverzekeraars.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 10 juni 2016.

[...]

We zijn weer een stap verder met de informatie over de BTW voor zorggroepen en gezondheidscentra. Zoals vorige week aangekondigd hebben we uniforme afspraken gemaakt met ZN over de BTW vóór 2016. Ook de preferente zorgverzekeraars brengen de gezondheidscentra en zorggroepen op de hoogte van deze afspraken. Op een later moment volgen de FAQ’s rond BTW en een overzicht met de contactpersonen van de zorgverzekeraars.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 10 juni 2016.

Geslaagde InEen-bijeenkomst P&O op 31 mei

06 juni 2016

Eergisteren bestempelden de deelnemers de netwerkbijeenkomst P&O als zeer geslaagd. De opkomst was groot: P&O/HRM-adviseurs, P&O/HRM-managers en directeuren van alle ledengroepen van InEen. Na de inlooplunch deed de SSFH om 13.00 uur de aftrap met een gesprek over hun arbeidsmarktactiviteiten. Daarna volgde een update over actuele ontwikkelingen in het programma Personeel & Arbeidsmarkt en – na de pauze – konden de deelnemers al hun vragen over de wijziging van VAR naar modelovereenkomst stellen aan twee inhoudelijke deskundigen van PGGM HR Advies. Bekijk de  presentaties en het  overzicht van een aantal belangrijke SSFH-activiteiten. De volgende netwerkbijeenkomst P&O vindt plaats op dinsdagmiddag 29 november.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 3 juni 2016.

[...]

Eergisteren bestempelden de deelnemers de netwerkbijeenkomst P&O als zeer geslaagd. De opkomst was groot: P&O/HRM-adviseurs, P&O/HRM-managers en directeuren van alle ledengroepen van InEen. Na de inlooplunch deed de SSFH om 13.00 uur de aftrap met een gesprek over hun arbeidsmarktactiviteiten. Daarna volgde een update over actuele ontwikkelingen in het programma Personeel & Arbeidsmarkt en – na de pauze – konden de deelnemers al hun vragen over de wijziging van VAR naar modelovereenkomst stellen aan twee inhoudelijke deskundigen van PGGM HR Advies. Bekijk de  presentaties en het  overzicht van een aantal belangrijke SSFH-activiteiten. De volgende netwerkbijeenkomst P&O vindt plaats op dinsdagmiddag 29 november.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 3 juni 2016.

Terugblik informatiebijeenkomst BTW

06 juni 2016

Er was veel belangstelling voor de informatiebijeenkomst BTW van afgelopen dinsdag. Na een introductie door Anoeska Mosterdijk, hebben Ad van Gorp (extern adviseur van diverse gezondheidscentra en Raedelijn) en Theo Bisschops (directeur zorggroep RCH Midden-Brabant) de ins en outs van de BTW in de zorg en de lopende juridische procedure toegelicht. Judith van Duren (programmamanager InEen) sloot de bijeenkomst af met een doorkijkje naar de concept afspraken met de zorgverzekeraars over de uniforme afhandeling van de BTW vóór 1 januari 2016. Zodra de uniforme afspraken van ZN en de zorgverzekeraars definitief uitgewerkt zijn, laten we dat via het weekbericht weten.  Zie de presentaties van de bijeenkomst.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 3 juni 2016.

[...]

Er was veel belangstelling voor de informatiebijeenkomst BTW van afgelopen dinsdag. Na een introductie door Anoeska Mosterdijk, hebben Ad van Gorp (extern adviseur van diverse gezondheidscentra en Raedelijn) en Theo Bisschops (directeur zorggroep RCH Midden-Brabant) de ins en outs van de BTW in de zorg en de lopende juridische procedure toegelicht. Judith van Duren (programmamanager InEen) sloot de bijeenkomst af met een doorkijkje naar de concept afspraken met de zorgverzekeraars over de uniforme afhandeling van de BTW vóór 1 januari 2016. Zodra de uniforme afspraken van ZN en de zorgverzekeraars definitief uitgewerkt zijn, laten we dat via het weekbericht weten.  Zie de presentaties van de bijeenkomst.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 3 juni 2016.

Onafhankelijke geschilleninstantie voor zorgcontractering gestart

02 juni 2016

Gisteren hebben 25 eerste- en tweedelijnsorganisaties – waaronder InEen – samen met ZN de Onafhankelijke Geschilleninstantie Zorgcontractering in het leven geroepen. Vervolgens hebben de partijen het convenant aangeboden aan minister Schippers die in het voorjaar 2015 het idee hiervoor lanceerde in het kader van ‘Kwaliteit loont!’. ‘Deze instantie kan, als een soort laagdrempelige scheidsrechter, bijdragen aan een beter contracteerproces tussen zorgaanbieders en zorgverzekeraars’, laat zij weten. InEen was nauw bij het proces aangehaakt via VELO, het strategische samenwerkingsverband van koepels van zorgaanbieders.

[...]

Gisteren hebben 25 eerste- en tweedelijnsorganisaties – waaronder InEen – samen met ZN de Onafhankelijke Geschilleninstantie Zorgcontractering in het leven geroepen. Vervolgens hebben de partijen het convenant aangeboden aan minister Schippers die in het voorjaar 2015 het idee hiervoor lanceerde in het kader van ‘Kwaliteit loont!’. ‘Deze instantie kan, als een soort laagdrempelige scheidsrechter, bijdragen aan een beter contracteerproces tussen zorgaanbieders en zorgverzekeraars’, laat zij weten. InEen was nauw bij het proces aangehaakt via VELO, het strategische samenwerkingsverband van koepels van zorgaanbieders.

Pilot: ruim 1000 polibezoeken voorkomen

26 mei 2016

oog-metingNa ruim een half jaar voorbereiden gaat per 1 juni 2016 in Twente een interessante pilot met eerstelijns optometrie van start. Door vroegtijdig optometrisch onderzoek in de eerste lijn willen de Federatie Eerstelijnszorg Almelo (FEA) en de Ziekenhuis Groep Twente (ZGT) het aantal oogheelkundige doorverwijzingen terugbrengen. Interessant in de pilot is de introductie van een nieuwe professional in de eerste lijn. Kwaliteitsmedewerker Jorien Pierik (FEA): ‘We verlagen de kosten door het proces van directe verwijzing naar de oogarts te veranderen.’

Intensievere behandelmethodes en vergrijzing zorgen voor een langere behandelduur en méér patiënten in de tweede lijn. Opticiens adviseren hun klanten steeds vaker om bij de huisarts een doorverwijzing naar de oogarts te vragen. In combinatie met het (landelijke) oogartsentekort leidt dat tot langer wordende wachttijden op de polikliniek oogheelkunde. Pierik: ‘Die is nu al 10-12 weken, terwijl onze huisartsen, in samenwerking met de optometrist, een deel van de oogheelkundige zorg gewoon in de dagpraktijk kunnen doen. Toen ontstond het idee een optometrist in te zetten vóór de verwijzing naar het ziekenhuis. ZGT Bureau Lijn 1-2 had dat idee al eerder, maar nu hebben we het samen opgepakt en onder S3 van de grond gekregen.’

De patiëntengroep die in aanmerking komt voor een optometrisch diagnostisch onderzoek onder supervisie van de huisarts is laagcomplex*. Na het optometrisch advies besluit de huisarts tot doorverwijzing of behandeling in de eerste lijn. De inzet van de (klinisch) optometrist in de eerste lijn wordt door FEA gecontracteerd. Pierik: ‘In een businesscase hebben we gekeken welke enkelvoudige poliproducten we kunnen substitueren. Waar we op uitkomen is dat we ruim 1000 polibezoeken per jaar kunnen voorkomen en een kostenbesparing van 37% kunnen realiseren.’ Het mes snijdt aan meer kanten. Een deel van de patiënten kan in de eerste lijn blijven en daarnaast zorgt het advies van de optometrist ervoor dat als de patiënt toch moet worden doorverwezen, deze doorverwijzing gerichter kan plaats vinden. Bovendien kan het standaard optometrisch onderzoek voorafgaand aan het oogheelkundig consult op de polikliniek achterwege blijven. In alle gevallen komt de patiënt sneller op de goede plek, zegt Pierik. Ook behoudt de patiënt zijn eigen risico doordat het hoofdbehandelaarschap in de eerste lijn blijft. Pierik: ‘Het mooiste aan dit project is dat we het proces in de eerste lijn veranderen. We verlagen de kosten door een nieuwe infrastructuur te scheppen.’

De voorbereiding lag bij een brede werkgroep bestaande uit een projectleider van het ZGT Bureau Lijn 1-2, de kaderhuisarts oogheelkunde, het unithoofd oogheelkunde, een oogarts namens de maatschap oogheelkunde, de klinisch optometrist en de directeur en de kwaliteitsmedewerker van FEA. Ook zorgverzekeraar Menzis was van meet af aan betrokken. De pilot duurt in principe een half jaar. De eerste evaluatie gebeurt na drie maanden. Wordt vervolgd.


* Patiënten ouder dan 8 jaar met niet acute visusklachten, met niet acute niet visus gerelateerde klachten of met familiaire belasting (glaucoom). Ook patiënten waarbij de opticien een verhoogde oogdruk, cataract of refractie gerelateerde problematiek heeft geconstateerd.

[...]

oog-metingNa ruim een half jaar voorbereiden gaat per 1 juni 2016 in Twente een interessante pilot met eerstelijns optometrie van start. Door vroegtijdig optometrisch onderzoek in de eerste lijn willen de Federatie Eerstelijnszorg Almelo (FEA) en de Ziekenhuis Groep Twente (ZGT) het aantal oogheelkundige doorverwijzingen terugbrengen. Interessant in de pilot is de introductie van een nieuwe professional in de eerste lijn. Kwaliteitsmedewerker Jorien Pierik (FEA): ‘We verlagen de kosten door het proces van directe verwijzing naar de oogarts te veranderen.’

Intensievere behandelmethodes en vergrijzing zorgen voor een langere behandelduur en méér patiënten in de tweede lijn. Opticiens adviseren hun klanten steeds vaker om bij de huisarts een doorverwijzing naar de oogarts te vragen. In combinatie met het (landelijke) oogartsentekort leidt dat tot langer wordende wachttijden op de polikliniek oogheelkunde. Pierik: ‘Die is nu al 10-12 weken, terwijl onze huisartsen, in samenwerking met de optometrist, een deel van de oogheelkundige zorg gewoon in de dagpraktijk kunnen doen. Toen ontstond het idee een optometrist in te zetten vóór de verwijzing naar het ziekenhuis. ZGT Bureau Lijn 1-2 had dat idee al eerder, maar nu hebben we het samen opgepakt en onder S3 van de grond gekregen.’

De patiëntengroep die in aanmerking komt voor een optometrisch diagnostisch onderzoek onder supervisie van de huisarts is laagcomplex*. Na het optometrisch advies besluit de huisarts tot doorverwijzing of behandeling in de eerste lijn. De inzet van de (klinisch) optometrist in de eerste lijn wordt door FEA gecontracteerd. Pierik: ‘In een businesscase hebben we gekeken welke enkelvoudige poliproducten we kunnen substitueren. Waar we op uitkomen is dat we ruim 1000 polibezoeken per jaar kunnen voorkomen en een kostenbesparing van 37% kunnen realiseren.’ Het mes snijdt aan meer kanten. Een deel van de patiënten kan in de eerste lijn blijven en daarnaast zorgt het advies van de optometrist ervoor dat als de patiënt toch moet worden doorverwezen, deze doorverwijzing gerichter kan plaats vinden. Bovendien kan het standaard optometrisch onderzoek voorafgaand aan het oogheelkundig consult op de polikliniek achterwege blijven. In alle gevallen komt de patiënt sneller op de goede plek, zegt Pierik. Ook behoudt de patiënt zijn eigen risico doordat het hoofdbehandelaarschap in de eerste lijn blijft. Pierik: ‘Het mooiste aan dit project is dat we het proces in de eerste lijn veranderen. We verlagen de kosten door een nieuwe infrastructuur te scheppen.’

De voorbereiding lag bij een brede werkgroep bestaande uit een projectleider van het ZGT Bureau Lijn 1-2, de kaderhuisarts oogheelkunde, het unithoofd oogheelkunde, een oogarts namens de maatschap oogheelkunde, de klinisch optometrist en de directeur en de kwaliteitsmedewerker van FEA. Ook zorgverzekeraar Menzis was van meet af aan betrokken. De pilot duurt in principe een half jaar. De eerste evaluatie gebeurt na drie maanden. Wordt vervolgd.


* Patiënten ouder dan 8 jaar met niet acute visusklachten, met niet acute niet visus gerelateerde klachten of met familiaire belasting (glaucoom). Ook patiënten waarbij de opticien een verhoogde oogdruk, cataract of refractie gerelateerde problematiek heeft geconstateerd.

GC Lombok: investeren in ontmoeting en inspiratie

26 mei 2016

netwerkGezondheidscentra zijn er in soorten en maten. Het gezondheidscentrum in het Utrechtse Lombok is georganiseerd als een netwerk. Alle professionals zijn vrijgevestigd en hebben zich door een samenwerkingsovereenkomst aan elkaar gebonden. Daarnaast is er de Stichting Gezondheidscentrum Lombok met een (klein) bureau. Om deze band vruchtbaar te maken ‘investeren we uitdrukkelijk veel tijd in dingen samen doen’, aldus Paul Wormer die begin mei afscheid nam als directeur van de stichting.

Bureau en professionals hebben een gelijkwaardige relatie, benadrukt Wormer. ‘Het is niet zo dat wij als bureau de professionals besturen, maar ook niet andersom, we hebben een gelijkwaardige samenwerkingsrelatie. Dat is de kern van ons succes.’ Als voormalig huisarts kent Wormer de allergie die soms bij professionals ontstaat: daar heb je weer een directeur. ‘Je weet dus dat oog hebben voor de realiteit van de professional wezenlijk is. Maar aan de andere kant hebben we als bureau ook een eigenstandige verantwoordelijkheid. We zijn niet alleen een uitvoerend orgaan.’

Het bureau is, zegt Wormer, de GEZ die met behulp van de daarvoor bestemde gelden de multidisciplinaire samenwerking stimuleert met name door organisatie en ontmoeting te faciliteren. ‘We ontzorgen alleen taken waarvoor extra expertise nodig is, zoals personeelszaken, ICT, financiën.’ De eerder genoemde eigenstandige verantwoordelijkheid geldt ook hier. ‘Neem de werving van de POH GGZ. Huisartsen hebben de neiging om af te wachten wie er komt solliciteren. Wij hebben gezegd: laten we eerst eens het profiel bespreken. Wat voor iemand zoeken jullie? Een dergelijke inbreng van onze kant is tot beider tevredenheid.

GC Lombok verenigt een flink aantal disciplines op één locatie. Huisartsen, een apotheek, verloskundigen, fysiotherapeuten, diëtisten, psychologen, jeugdgezondheidszorg. Ook is er een SALTRO-locatie en bijvoorbeeld een besnijdeniscentrum gevestigd. ‘We investeren uitdrukkelijk veel tijd in dingen samen doen: het hele spectrum van het vieren van een verjaardag en een jaarlijks uitje tot aan praatsessies over samenwerking en samen inhoudelijke activiteiten opzetten, zoals het project Samen Lopen dat binnenkort van start gaat.’ Door het organiseren van ontmoeting worden ook welwillendheid en inspiratie georganiseerd, aldus Wormer.

Nu de zorg in de wijk goed is georganiseerd, is de verdere inbedding in de buurt aan de orde. Voor het ontwikkelen van een visie daarop zijn de eerste stappen al gezet. Hoe belangrijk zijn de GEZ-gelden daarbij? Wormer: ‘Zonder deze gelden valt de coördinatie van het bureau weg en trekken de professionals zich weer terug op het eigen werkterrein. Dat is verschraling. Een optie zou nog zijn dat een deel van de GEZ-gelden straks direct naar de professionals gaat, daar waar zij het werk leveren. Maar de financiering van de overhead moet behouden blijven. De verzekeraar zegt misschien: leuk, maar wat heeft de patiënt daaraan? Ik zeg dan: iedereen weet dat goede samenwerking zorgt voor betere zorg en minder fouten. Moeten we daar echt nog woorden aan vuil maken?’

[...]

netwerkGezondheidscentra zijn er in soorten en maten. Het gezondheidscentrum in het Utrechtse Lombok is georganiseerd als een netwerk. Alle professionals zijn vrijgevestigd en hebben zich door een samenwerkingsovereenkomst aan elkaar gebonden. Daarnaast is er de Stichting Gezondheidscentrum Lombok met een (klein) bureau. Om deze band vruchtbaar te maken ‘investeren we uitdrukkelijk veel tijd in dingen samen doen’, aldus Paul Wormer die begin mei afscheid nam als directeur van de stichting.

Bureau en professionals hebben een gelijkwaardige relatie, benadrukt Wormer. ‘Het is niet zo dat wij als bureau de professionals besturen, maar ook niet andersom, we hebben een gelijkwaardige samenwerkingsrelatie. Dat is de kern van ons succes.’ Als voormalig huisarts kent Wormer de allergie die soms bij professionals ontstaat: daar heb je weer een directeur. ‘Je weet dus dat oog hebben voor de realiteit van de professional wezenlijk is. Maar aan de andere kant hebben we als bureau ook een eigenstandige verantwoordelijkheid. We zijn niet alleen een uitvoerend orgaan.’

Het bureau is, zegt Wormer, de GEZ die met behulp van de daarvoor bestemde gelden de multidisciplinaire samenwerking stimuleert met name door organisatie en ontmoeting te faciliteren. ‘We ontzorgen alleen taken waarvoor extra expertise nodig is, zoals personeelszaken, ICT, financiën.’ De eerder genoemde eigenstandige verantwoordelijkheid geldt ook hier. ‘Neem de werving van de POH GGZ. Huisartsen hebben de neiging om af te wachten wie er komt solliciteren. Wij hebben gezegd: laten we eerst eens het profiel bespreken. Wat voor iemand zoeken jullie? Een dergelijke inbreng van onze kant is tot beider tevredenheid.

GC Lombok verenigt een flink aantal disciplines op één locatie. Huisartsen, een apotheek, verloskundigen, fysiotherapeuten, diëtisten, psychologen, jeugdgezondheidszorg. Ook is er een SALTRO-locatie en bijvoorbeeld een besnijdeniscentrum gevestigd. ‘We investeren uitdrukkelijk veel tijd in dingen samen doen: het hele spectrum van het vieren van een verjaardag en een jaarlijks uitje tot aan praatsessies over samenwerking en samen inhoudelijke activiteiten opzetten, zoals het project Samen Lopen dat binnenkort van start gaat.’ Door het organiseren van ontmoeting worden ook welwillendheid en inspiratie georganiseerd, aldus Wormer.

Nu de zorg in de wijk goed is georganiseerd, is de verdere inbedding in de buurt aan de orde. Voor het ontwikkelen van een visie daarop zijn de eerste stappen al gezet. Hoe belangrijk zijn de GEZ-gelden daarbij? Wormer: ‘Zonder deze gelden valt de coördinatie van het bureau weg en trekken de professionals zich weer terug op het eigen werkterrein. Dat is verschraling. Een optie zou nog zijn dat een deel van de GEZ-gelden straks direct naar de professionals gaat, daar waar zij het werk leveren. Maar de financiering van de overhead moet behouden blijven. De verzekeraar zegt misschien: leuk, maar wat heeft de patiënt daaraan? Ik zeg dan: iedereen weet dat goede samenwerking zorgt voor betere zorg en minder fouten. Moeten we daar echt nog woorden aan vuil maken?’

Subsidies voor gezondheidsprojecten rond alcoholgebruik en roken

17 mei 2016

Fonds NutsOhra (FNO) stelt subsidies beschikbaar voor projecten die zich richten op het terugdringen van gezondheidsachterstanden bij kwetsbare gezinnen en het verbeteren van ervaren gezondheid. Het gaat om de derde subsidieronde in het programma Gezonde Toekomst Dichterbij dat zich richt op kwetsbare gezinnen met een lage ses. Aanvragen kunnen tot 15 september worden ingediend. Met name het realiseren van duurzame oplossingen vormt een criterium voor toekenning. Per project is maximaal 300.000 euro beschikbaar (looptijd maximaal 2,5 jaar). Meer informatie.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 13 mei 2016.

[...]

Fonds NutsOhra (FNO) stelt subsidies beschikbaar voor projecten die zich richten op het terugdringen van gezondheidsachterstanden bij kwetsbare gezinnen en het verbeteren van ervaren gezondheid. Het gaat om de derde subsidieronde in het programma Gezonde Toekomst Dichterbij dat zich richt op kwetsbare gezinnen met een lage ses. Aanvragen kunnen tot 15 september worden ingediend. Met name het realiseren van duurzame oplossingen vormt een criterium voor toekenning. Per project is maximaal 300.000 euro beschikbaar (looptijd maximaal 2,5 jaar). Meer informatie.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 13 mei 2016.

Organisatie & Infrastructuur

02 mei 2016

Zoals jullie weten wordt momenteel de tweede fase uitgevoerd van het onderzoek naar Organisatie & Infrastructuur (O&I). LHV, ZN en InEen hebben Edwin Velzel opdracht gegeven voor dit vervolgonderzoek. De projectresultaten moeten leiden tot een gemoderniseerde en gedragen bekostiging van O&I voor zorggroepen en gezondheidscentra. De klankbordgroep heeft  een factsheet opgesteld met in het kort de stand van zaken en doelstelling van het project, het belang van O&I in de eerste lijn en de door InEen gewenste financieringssystematiek. Op de website van InEen staat meer informatie over de doelstelling, achtergrond en voortgang van het project. Heb je vragen over het onderzoek ? Of wil je ons op de hoogte brengen van interessante ontwikkelingen in de regio? Neem contact op met Judith van Duren (projectleider).

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 29 april 2016.

[...]

Zoals jullie weten wordt momenteel de tweede fase uitgevoerd van het onderzoek naar Organisatie & Infrastructuur (O&I). LHV, ZN en InEen hebben Edwin Velzel opdracht gegeven voor dit vervolgonderzoek. De projectresultaten moeten leiden tot een gemoderniseerde en gedragen bekostiging van O&I voor zorggroepen en gezondheidscentra. De klankbordgroep heeft  een factsheet opgesteld met in het kort de stand van zaken en doelstelling van het project, het belang van O&I in de eerste lijn en de door InEen gewenste financieringssystematiek. Op de website van InEen staat meer informatie over de doelstelling, achtergrond en voortgang van het project. Heb je vragen over het onderzoek ? Of wil je ons op de hoogte brengen van interessante ontwikkelingen in de regio? Neem contact op met Judith van Duren (projectleider).

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 29 april 2016.

Overeenstemming met zorgverzekeraars over BTW voor 2016

27 april 2016

Per 1 januari 2016 is er een btw-vrijstelling voor samenwerkingsverbanden op gebied van eerstelijnszorg van kracht. In de InEen-weekberichten van 26 februari en 8 april hebben we bericht over de reikwijdte van de vrijstelling en het BDO-advies hierover. InEen bereiken echter ook vragen van zorggroepen en gezondheidscentra over de terugwerkende kracht van de regeling. We hebben hierover overleg gevoerd met ZN/verzekeraars en de ministeries van VWS/Financiën. Met de verzekeraars hebben we inmiddels overeenstemming bereikt over vergoeding van btw-kosten over de periode vóór 1 januari 2016.  Klik hier voor de stand van zaken. Daarnaast blijft InEen zich in Den Haag tot in laatste en hoogste instantie verzetten tegen de plicht van zorggroepen en gezondheidscentra om met terugwerkende kracht btw-aangifte te doen over de O&I component in ketenzorgtarieven en GEZ-tarieven over de jaren 2011-2015. We hopen jullie binnen enkele weken meer informatie te kunnen geven over de uitkomsten van het gesprek met VWS/Financiën. Dat doen we tijdens een informatiebijeenkomst op 31 mei (13.30-15.30 uur). Tijdens deze bijeenkomst geven we ook een nadere toelichting op de overeenstemming met ZN. Zet deze datum alvast in je agenda. We adviseren jullie, voor zover dit nog niet gebeurd is, over de btw in overleg te treden met de eigen accountant en met hem te bespreken wat in jouw situatie de meest geëigende beslissing is ten aan zien van het doen van aangifte en het verwerken in de jaarrekening. Mogelijk is uitstel daarbij ook een optie.

Dit weekbericht is overgenomen uit het weekbericht van 22 april 2016.

[...]

Per 1 januari 2016 is er een btw-vrijstelling voor samenwerkingsverbanden op gebied van eerstelijnszorg van kracht. In de InEen-weekberichten van 26 februari en 8 april hebben we bericht over de reikwijdte van de vrijstelling en het BDO-advies hierover. InEen bereiken echter ook vragen van zorggroepen en gezondheidscentra over de terugwerkende kracht van de regeling. We hebben hierover overleg gevoerd met ZN/verzekeraars en de ministeries van VWS/Financiën. Met de verzekeraars hebben we inmiddels overeenstemming bereikt over vergoeding van btw-kosten over de periode vóór 1 januari 2016.  Klik hier voor de stand van zaken. Daarnaast blijft InEen zich in Den Haag tot in laatste en hoogste instantie verzetten tegen de plicht van zorggroepen en gezondheidscentra om met terugwerkende kracht btw-aangifte te doen over de O&I component in ketenzorgtarieven en GEZ-tarieven over de jaren 2011-2015. We hopen jullie binnen enkele weken meer informatie te kunnen geven over de uitkomsten van het gesprek met VWS/Financiën. Dat doen we tijdens een informatiebijeenkomst op 31 mei (13.30-15.30 uur). Tijdens deze bijeenkomst geven we ook een nadere toelichting op de overeenstemming met ZN. Zet deze datum alvast in je agenda. We adviseren jullie, voor zover dit nog niet gebeurd is, over de btw in overleg te treden met de eigen accountant en met hem te bespreken wat in jouw situatie de meest geëigende beslissing is ten aan zien van het doen van aangifte en het verwerken in de jaarrekening. Mogelijk is uitstel daarbij ook een optie.

Dit weekbericht is overgenomen uit het weekbericht van 22 april 2016.

Zorginkoopbeleid 2017

11 april 2016

Verzekeraars hebben vorige week op 1 april hun zorginkoopbeleid voor 2017 gepubliceerd. We hebben het inkoopbeleid van de vier grote verzekeraars (VGZ, CZ, Zilveren Kruis, Menzis) geanalyseerd en de belangrijkste bevindingen op een rij gezet. Hiervoor zijn de inkoopdocumenten voor multidisciplinaire zorg, gezondheidscentra, diagnostiek en huisartsenzorg bekeken. Verzekeraars continueren over het algemeen hun beleid van 2016 in 2017. We zien geen grote wijzigingen. Graag horen we jullie eventuele opmerkingen en adviseren we jullie (met een representatieve vertegenwoordiging uit de regio) hierover het gesprek aan te gaan met jullie preferente verzekeraar.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 8 april 2016.

[...]

Verzekeraars hebben vorige week op 1 april hun zorginkoopbeleid voor 2017 gepubliceerd. We hebben het inkoopbeleid van de vier grote verzekeraars (VGZ, CZ, Zilveren Kruis, Menzis) geanalyseerd en de belangrijkste bevindingen op een rij gezet. Hiervoor zijn de inkoopdocumenten voor multidisciplinaire zorg, gezondheidscentra, diagnostiek en huisartsenzorg bekeken. Verzekeraars continueren over het algemeen hun beleid van 2016 in 2017. We zien geen grote wijzigingen. Graag horen we jullie eventuele opmerkingen en adviseren we jullie (met een representatieve vertegenwoordiging uit de regio) hierover het gesprek aan te gaan met jullie preferente verzekeraar.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 8 april 2016.

Bericht VWS over reikwijdte BTW

11 april 2016

Afgelopen week kregen we veel vragen over de btw-vrijstelling multidisciplinaire zorg. Het gaat om vragen over de reikwijdte van de vrijstelling vanaf 1 januari 2016, maar ook over de terugwerkende kracht van de vrijstelling over de periode voor 2016. Met name de laatste problematiek is complex, onder meer door de regionale verschillen die er tot nu toe bestaan. Volgende week treden we hierover ook in overleg met verzekeraars, we proberen jullie volgende week verder te informeren. Over de reikwijdte informeerden we jullie in het weekbericht van 26 februari. Ook hebben we een en ander inmiddels besproken met VWS. VWS heeft ons laten weten dat de vrijstelling alleen van toepassing is op de activiteiten die door het samenwerkingsverband zelf worden verricht. Dat betekent dat inhuur van bijvoorbeeld kaderartsen btw-plichtig is. Zie de  berichtgeving van VWS.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 8 april 2016.

[...]

Afgelopen week kregen we veel vragen over de btw-vrijstelling multidisciplinaire zorg. Het gaat om vragen over de reikwijdte van de vrijstelling vanaf 1 januari 2016, maar ook over de terugwerkende kracht van de vrijstelling over de periode voor 2016. Met name de laatste problematiek is complex, onder meer door de regionale verschillen die er tot nu toe bestaan. Volgende week treden we hierover ook in overleg met verzekeraars, we proberen jullie volgende week verder te informeren. Over de reikwijdte informeerden we jullie in het weekbericht van 26 februari. Ook hebben we een en ander inmiddels besproken met VWS. VWS heeft ons laten weten dat de vrijstelling alleen van toepassing is op de activiteiten die door het samenwerkingsverband zelf worden verricht. Dat betekent dat inhuur van bijvoorbeeld kaderartsen btw-plichtig is. Zie de  berichtgeving van VWS.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 8 april 2016.

Zorgverzekeraars publiceren zorginkoopbeleid 2017

06 april 2016

Alle zorgverzekeraars hebben hun inkoopdocumenten voor 2017 bekend gemaakt. Verzekeraars zijn verplicht uiterlijk 1 april 2016 hun inkoopbeleid voor 2017 te publiceren. Afgelopen weken vroegen weer verschillende verzekeraars aan (een delegatie van) zorgaanbieders in de regio en InEen input te leveren bij concepten. Bij de deadline voor het weekbericht waren de inkoopdocumenten gepubliceerd van: VGZ, CZ en Zilveren Kruis. Komende week maakt InEen een analyse van de documenten. Wij horen het graag als jullie opvallende zaken tegenkomen in de documenten. Mail deze aan Margot Lenos (InEen).

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 1 april 2016.

 

[...]

Alle zorgverzekeraars hebben hun inkoopdocumenten voor 2017 bekend gemaakt. Verzekeraars zijn verplicht uiterlijk 1 april 2016 hun inkoopbeleid voor 2017 te publiceren. Afgelopen weken vroegen weer verschillende verzekeraars aan (een delegatie van) zorgaanbieders in de regio en InEen input te leveren bij concepten. Bij de deadline voor het weekbericht waren de inkoopdocumenten gepubliceerd van: VGZ, CZ en Zilveren Kruis. Komende week maakt InEen een analyse van de documenten. Wij horen het graag als jullie opvallende zaken tegenkomen in de documenten. Mail deze aan Margot Lenos (InEen).

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 1 april 2016.

 

Dringende oproep: enquête contractering

29 maart 2016

Het Nivel heeft vertegenwoordigers van zorggroepen en gezondheidscentra benaderd om een enquête over de contractering 2016 in te vullen. InEen heeft het Nivel de opdracht gegeven voor deze enquête om een goed beeld te krijgen van de ervaringen in 2016 en de verbeterpunten voor 2017. Enquêteresultaten uit eerdere jaren zijn zeer zinvol geweest in de gesprekken met de verzekeraars en andere stakeholders uit de eerste lijn. Inmiddels heeft 41% de vragenlijst ingevuld. Meer zorggroepen en gezondheidscentra zijn er wel aan begonnen . Omdat we het erg belangrijk vinden een representatieve afspiegeling te krijgen van de leden hebben we de termijn met één week verlengd tot en met zondag 3 april. We doen een dringend verzoek aan allen die dit nog niet gedaan hebben om de vragenlijst alsnog in te vullen. Veel dank.

Overgenomen uit het weekbericht van 25 maart 2016.

[...]

Het Nivel heeft vertegenwoordigers van zorggroepen en gezondheidscentra benaderd om een enquête over de contractering 2016 in te vullen. InEen heeft het Nivel de opdracht gegeven voor deze enquête om een goed beeld te krijgen van de ervaringen in 2016 en de verbeterpunten voor 2017. Enquêteresultaten uit eerdere jaren zijn zeer zinvol geweest in de gesprekken met de verzekeraars en andere stakeholders uit de eerste lijn. Inmiddels heeft 41% de vragenlijst ingevuld. Meer zorggroepen en gezondheidscentra zijn er wel aan begonnen . Omdat we het erg belangrijk vinden een representatieve afspiegeling te krijgen van de leden hebben we de termijn met één week verlengd tot en met zondag 3 april. We doen een dringend verzoek aan allen die dit nog niet gedaan hebben om de vragenlijst alsnog in te vullen. Veel dank.

Overgenomen uit het weekbericht van 25 maart 2016.

Overgangsjaar 2017 GEZ financiering geregeld

22 maart 2016

InEen heeft met ZN, LHV en VWS overeenstemming bereikt over een overgangsjaar in de GEZ financiering voor het contractjaar 2017. In het project Organisatie & Infrastructuur (O&I) worden momenteel onder leiding van Edwin Velzel bouwstenen ontwikkeld voor een nieuwe bekostiging voor organisatie en infrastructuur. De nieuwe bekostiging zou per 1 januari 2018 in werking moeten treden. De afspraken voor het overgangsjaar moeten een stukje rust en continuïteit bieden in de contractering GEZ voor 2017. Eerder ontvingen we signalen van leden dat verzekeraars GEZ willen afbouwen voordat de nieuwe bekostigingssystematiek is ingevoerd. Lees daarom de gemaakte afspraken over het overgangsjaar GEZ en de informatie over het project O&I. Met vragen kunnen jullie contact opnemen met Judith van Duren (InEen).

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 18 maart 2016.

[...]

InEen heeft met ZN, LHV en VWS overeenstemming bereikt over een overgangsjaar in de GEZ financiering voor het contractjaar 2017. In het project Organisatie & Infrastructuur (O&I) worden momenteel onder leiding van Edwin Velzel bouwstenen ontwikkeld voor een nieuwe bekostiging voor organisatie en infrastructuur. De nieuwe bekostiging zou per 1 januari 2018 in werking moeten treden. De afspraken voor het overgangsjaar moeten een stukje rust en continuïteit bieden in de contractering GEZ voor 2017. Eerder ontvingen we signalen van leden dat verzekeraars GEZ willen afbouwen voordat de nieuwe bekostigingssystematiek is ingevoerd. Lees daarom de gemaakte afspraken over het overgangsjaar GEZ en de informatie over het project O&I. Met vragen kunnen jullie contact opnemen met Judith van Duren (InEen).

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 18 maart 2016.

Oproep: voorbeelden van problemen met volgbeleid

14 december 2015

Regelmatig ontvangen we signalen van leden dat het volgbeleid van verzekeraars leidt tot zorginhoudelijk, organisatorisch of financieel ingewikkelde situaties. Voor de werkgroep Samenwerking en Gelijkwaardigheid (van Het Roer Gaat Om) zijn we op zoek naar specifieke voorbeelden van problemen met het volgbeleid. Ook horen we graag voorbeelden van situaties waarin overleg heeft geleid tot volgbeleid. Stuur je voorbeelden per ommegaande – uiterlijk 18 december – aan Margot Lenos (InEen). Graag onder vermelding van:

  • soort ledengroep
  • preferente zorgverzekeraar
  • zorgverzekeraar die (in eerste instantie) niet volgt
  • onderwerp/afspraak
  • korte probleembeschrijving met consequenties voor organisatie en zorg
  • contractering 2015 of 2016?

We ordenen de voorbeelden en gebruiken ze geanonimiseerd bij de onderhandelingen in de HRGO-werkgroep.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 11 december 2015.

[...]

Regelmatig ontvangen we signalen van leden dat het volgbeleid van verzekeraars leidt tot zorginhoudelijk, organisatorisch of financieel ingewikkelde situaties. Voor de werkgroep Samenwerking en Gelijkwaardigheid (van Het Roer Gaat Om) zijn we op zoek naar specifieke voorbeelden van problemen met het volgbeleid. Ook horen we graag voorbeelden van situaties waarin overleg heeft geleid tot volgbeleid. Stuur je voorbeelden per ommegaande – uiterlijk 18 december – aan Margot Lenos (InEen). Graag onder vermelding van:

  • soort ledengroep
  • preferente zorgverzekeraar
  • zorgverzekeraar die (in eerste instantie) niet volgt
  • onderwerp/afspraak
  • korte probleembeschrijving met consequenties voor organisatie en zorg
  • contractering 2015 of 2016?

We ordenen de voorbeelden en gebruiken ze geanonimiseerd bij de onderhandelingen in de HRGO-werkgroep.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 11 december 2015.

Nieuwe netwerken op Ledenplatform

02 december 2015

Naast onder meer de digitale netwerken Triage en Kwaliteit, vinden jullie sinds deze week twee nieuwe netwerken op ons Ledenplatform:

Via deze netwerken kunnen de deelnemers in een besloten omgeving vragen aan elkaar stellen en informatie uitwisselen. Het Ledenplatform geeft ook toegang tot onze kennisbank. Om deel te kunnen nemen, is het nodig je eenmalig voor het Ledenplatform te registreren. Wil je ook graag (zonder reistijd) met andere leden in gesprek, laat het ons weten! We kunnen op verzoek een open of besloten netwerk aanmaken op het Ledenplatform.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Naast onder meer de digitale netwerken Triage en Kwaliteit, vinden jullie sinds deze week twee nieuwe netwerken op ons Ledenplatform:

Via deze netwerken kunnen de deelnemers in een besloten omgeving vragen aan elkaar stellen en informatie uitwisselen. Het Ledenplatform geeft ook toegang tot onze kennisbank. Om deel te kunnen nemen, is het nodig je eenmalig voor het Ledenplatform te registreren. Wil je ook graag (zonder reistijd) met andere leden in gesprek, laat het ons weten! We kunnen op verzoek een open of besloten netwerk aanmaken op het Ledenplatform.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Btw-vrijstelling voor samenwerkende huisartsen dichterbij

24 november 2015

Deze week is de Tweede Kamer akkoord gegaan met het Belastingplan 2106. Ook het amendement van PvdA/VVD over btw-vrijstelling voor ‘coördinerende werkzaamheden van zorggroepen’ is aangenomen. Hiervoor komt 30 miljoen beschikbaar (uit een verhoging van de bieraccijns). Al met al goed nieuws. Echter: ook de Eerste Kamer moet akkoord gaan en op dit moment lijkt daar geen meerderheid te bestaan voor het belastingplan. De Eerste Kamer stemt half december. Pas dan wordt het zeker of de btw-vrijstelling doorgaat. Vervolgens moet het Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968 worden aangepast. Hoe de tekst daarvoor luidt weten we nog niet. Staatssecretaris Wiebes heeft overigens gezegd dat bij akkoord van Tweede en Eerste Kamer de invoering per 1 januari 2016 kan plaatsvinden.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht. 

[...]

Deze week is de Tweede Kamer akkoord gegaan met het Belastingplan 2106. Ook het amendement van PvdA/VVD over btw-vrijstelling voor ‘coördinerende werkzaamheden van zorggroepen’ is aangenomen. Hiervoor komt 30 miljoen beschikbaar (uit een verhoging van de bieraccijns). Al met al goed nieuws. Echter: ook de Eerste Kamer moet akkoord gaan en op dit moment lijkt daar geen meerderheid te bestaan voor het belastingplan. De Eerste Kamer stemt half december. Pas dan wordt het zeker of de btw-vrijstelling doorgaat. Vervolgens moet het Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968 worden aangepast. Hoe de tekst daarvoor luidt weten we nog niet. Staatssecretaris Wiebes heeft overigens gezegd dat bij akkoord van Tweede en Eerste Kamer de invoering per 1 januari 2016 kan plaatsvinden.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht. 

BTW-vrijstelling

18 november 2015

In de Tweede Kamer is woensdag gesproken over het Pakket Belastingplan 2016. Door pvdA-Kamerlid Grot en VVD-kamerlid Nepperus is een amendement ingediend dat beoogt samenwerkende huisartsen vrij te stellen van BTW. Er wordt 30 miljoen vrij gespeeld dat wordt gebruikt om btw-vrijstelling in te voeren voor coördinerende werkzaamheden van (zogenoemde eerstelijns-) zorggroepen en geboortezorgcentra. Staatssecretaris Wiebes heeft gezegd dat de invoering per 1-1-2016 kan plaatsvinden en laat het oordeel aan de Kamer over. Het amendement kan rekenen op een meerderheid in de Tweede Kamer. Zeer goed nieuws dus waarbij we nog wel heel even een kleine slag om de arm moeten houden want er wordt pas a.s. dinsdag gestemd maar gezien de meerderheid in de Kamer lijkt het niet meer mis te kunnen gaan.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

In de Tweede Kamer is woensdag gesproken over het Pakket Belastingplan 2016. Door pvdA-Kamerlid Grot en VVD-kamerlid Nepperus is een amendement ingediend dat beoogt samenwerkende huisartsen vrij te stellen van BTW. Er wordt 30 miljoen vrij gespeeld dat wordt gebruikt om btw-vrijstelling in te voeren voor coördinerende werkzaamheden van (zogenoemde eerstelijns-) zorggroepen en geboortezorgcentra. Staatssecretaris Wiebes heeft gezegd dat de invoering per 1-1-2016 kan plaatsvinden en laat het oordeel aan de Kamer over. Het amendement kan rekenen op een meerderheid in de Tweede Kamer. Zeer goed nieuws dus waarbij we nog wel heel even een kleine slag om de arm moeten houden want er wordt pas a.s. dinsdag gestemd maar gezien de meerderheid in de Kamer lijkt het niet meer mis te kunnen gaan.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

NZa-rapport Contracteerproces eerstelijnszorg

21 oktober 2015

Gisteren heeft de minister per brief het NZa-rapport Contracteerproces eerstelijnszorg aangeboden aan de Kamer. De NZa wil met dit rapport duidelijkheid scheppen over het contracteerproces in de eerste lijn en daarmee een soepel contracteerproces faciliteren. Het rapport bevat een inventarisatie van mogelijke contractvormen en een toelichting op de regels die de NZa vanaf 2016 aan het contracteerproces stelt. InEen heeft gereageerd op de conceptversie van dit rapport. Wij denken dat dit rapport onvoldoende soelaas biedt voor de contracteringsproblemen. De contractvorm is immers niet de angel van het probleem. De ongelijkheidswaardigheid in het contracteerproces krijgt in dit rapport onvoldoende aandacht. We hebben de NZa laten weten dat we dit in de verbetering van het contracteerproces als een eerste stap beschouwen.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Gisteren heeft de minister per brief het NZa-rapport Contracteerproces eerstelijnszorg aangeboden aan de Kamer. De NZa wil met dit rapport duidelijkheid scheppen over het contracteerproces in de eerste lijn en daarmee een soepel contracteerproces faciliteren. Het rapport bevat een inventarisatie van mogelijke contractvormen en een toelichting op de regels die de NZa vanaf 2016 aan het contracteerproces stelt. InEen heeft gereageerd op de conceptversie van dit rapport. Wij denken dat dit rapport onvoldoende soelaas biedt voor de contracteringsproblemen. De contractvorm is immers niet de angel van het probleem. De ongelijkheidswaardigheid in het contracteerproces krijgt in dit rapport onvoldoende aandacht. We hebben de NZa laten weten dat we dit in de verbetering van het contracteerproces als een eerste stap beschouwen.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Bijstelling budgettaire kaders wegens substitutie

19 oktober 2015

De minister heeft in een Kamerbrief laten weten financiële middelen te verschuiven van tweede naar eerste lijn. Dat is goed nieuws. Het kader multidisciplinaire zorg en huisartsenzorg wordt met 24,9 miljoen verhoogd (respectievelijk 14 miljoen en 10,9 miljoen). Dit gaat af van het kader medisch specialistische zorg. In het bestuurlijk akkoord eerste lijn is afgesproken de eerste lijn te versterken. We hebben ons er hard voor ingezet om zoveel mogelijk zorg in de eerste te laten plaats vinden, specifiek ook de zorggroepen en de gezondheidscentra met de programmatische zorg. We zijn dan ook blij met deze eerste stap van de minister. De afspraak ‘budget volgt zorg’ krijgt nu inhoud. Eerder dit jaar liet ook de substitutiemonitor zien dat er zorg verschuift van tweede naar eerste lijn; dat er een verschuiving in budget plaatsvindt was dan ook voorzien. We weten dat er nog meer zorg verschoven is dan de nu overgehevelde 24,9 miljoen. De ambitie is dan ook groter. Om het enorme verschil tussen het budgettaire kader tweede lijn (medisch specialistisch zorg 23.000 miljoen) en dat van de eerste lijn (huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg 2.700 miljoen) meer in balans te brengen zijn verdere stappen noodzakelijk. Maar deze terechte stap van de minister sterkt ons in de gedachte dat we op de goede weg zijn.

[...]

De minister heeft in een Kamerbrief laten weten financiële middelen te verschuiven van tweede naar eerste lijn. Dat is goed nieuws. Het kader multidisciplinaire zorg en huisartsenzorg wordt met 24,9 miljoen verhoogd (respectievelijk 14 miljoen en 10,9 miljoen). Dit gaat af van het kader medisch specialistische zorg. In het bestuurlijk akkoord eerste lijn is afgesproken de eerste lijn te versterken. We hebben ons er hard voor ingezet om zoveel mogelijk zorg in de eerste te laten plaats vinden, specifiek ook de zorggroepen en de gezondheidscentra met de programmatische zorg. We zijn dan ook blij met deze eerste stap van de minister. De afspraak ‘budget volgt zorg’ krijgt nu inhoud. Eerder dit jaar liet ook de substitutiemonitor zien dat er zorg verschuift van tweede naar eerste lijn; dat er een verschuiving in budget plaatsvindt was dan ook voorzien. We weten dat er nog meer zorg verschoven is dan de nu overgehevelde 24,9 miljoen. De ambitie is dan ook groter. Om het enorme verschil tussen het budgettaire kader tweede lijn (medisch specialistisch zorg 23.000 miljoen) en dat van de eerste lijn (huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg 2.700 miljoen) meer in balans te brengen zijn verdere stappen noodzakelijk. Maar deze terechte stap van de minister sterkt ons in de gedachte dat we op de goede weg zijn.

Echte verandering in het belang van huisarts en patiënt

05 oktober 2015

Echte verandering in het belang van de huisarts en zijn patiënten. Dat is volgens huisartsenorganisaties (LHV, NHG, VPH) en eerstelijns brancheorganisatie InEen, de uitkomst van de Het Roer Moet Om werkgroepen. Op het gebied van meer gelijkwaardigheid, minder bureaucratie en kwaliteit zijn belangrijke stappen gezet die het werk van huisartsen en eerstelijnsorganisaties makkelijker en ook weer leuker moeten maken. Zodat zij meer tijd kunnen besteden aan de patiënt.

Eerder dit jaar liepen de spanningen van huisartsen en eerstelijnsorganisaties met verzekeraars hoog op. Actiecomité Het Roer Moet Om raakte met hun Manifest een gevoelige snaar. Het moest anders, in het belang van huisarts en patiënt. Daarop stelden Het Roer Moet Om en Minister Schippers een deadline: 1 oktober 2015 moesten er concrete verandervoorstellen liggen. Huisartsen- en patiëntenorganisaties, zorgverzekeraars, toezichthouders en de overheid hebben gehoor gegeven aan de duidelijke boodschap van ruim 8.000 huisartsen. Die concrete verandervoorstellen liggen er nu:

Verbeterd contracteringsproces

Eerder dit jaar lieten huisartsen massaal weten ontevreden te zijn over het contact en contract met de verzekeraar. In de contractering voor 2016 zien we dat er al veel verandert. Maar we willen een stap verder gaan. Door voor 2017 onderdelen van het contract te uniformeren. Verzekeraars gaan meerjarige overeenkomsten afsluiten. En we gaan het contracteringsproces verbeteren en vereenvoudigen. Dat doen we met jaarlijkse evaluaties, betere bereikbaarheid zowel aan de kant van verzekeraars als huisartsen en een onafhankelijke geschillencommissie.

Meer ruimte voor samenwerking
Huisartsen zijn door de Mededingingswet en de handhaving terughoudend geworden om samen te werken. Dat vindt iedereen een slechte zaak. Er zijn verschillende afspraken gemaakt om deze situatie te verbeteren. De ACM biedt meer ruimte voor samenwerking die in het belang is van patiënt en verzekerde. Door terughoudend te zijn bij eventuele overtredingen van de Mededingingswet, zolang alle betrokken partijen (patiënten, zorgverleners en verzekeraars) tevreden zijn. Ook onderzoeken we mogelijkheden van een groepsvrijstelling in de Mededingingswet en de verhoging van het bagatel.

Bureaucratie structureel terugdringen
Het klinkt eenvoudig: verminder de administratieve belasting en schaf regels en formulieren af. Maar administratieve verplichtingen zijn tot op zekere hoogte onvermijdelijk. Toch is het gelukt om een aantal belangrijke veranderingen af te spreken:

  • Bij het voorschrijven van genees- en hulpmiddelen volstaat het recept. Bijna alle extra formulieren vervallen. Een recept is immers een recept.
  • Het herhalen van machtigingen voor materialen bij chronische aandoeningen, maar ook bij Baxter-afgifte door de apotheek, wordt geschrapt.
  • Worden merkgeneesmiddelen voorgeschreven, dan volstaat de vermelding ‘medische noodzaak’ op het recept. Extra formulieren vervallen.
  • En voor een doorlopende medisch-specialistische behandeling is het volgende jaar geen nieuwe verwijzing nodig .
  • De komende tijd gaan we de resterende formuleren vereenvoudigen, het declaratieverkeer verbeteren en een plan maken om bureaucratie structureel terug te dringen.

Modernisering kwaliteitsbeleid
Goed kwaliteitsbeleid in de huisartsenzorg is essentieel. Voor huisartsen zelf, maar ook voor patiënten en zorgverzekeraars. Toch werd het voor huisartsen steeds belastender om kwaliteitsbeleid uit te voeren. Daar willen we een einde aan maken. Daarom komt er een taskforce met vertegenwoordigers van huisartsen, patiënten en verzekeraars die het kwaliteitsbeleid gaat moderniseren.

  • Huisartsenorganisaties ontwerpen een nieuw kwaliteitssysteem met basiskwaliteitseisen.
  • Het aantal indicatoren in de ketenzorg gaat terug naar acht per keten. Verzekeraars zetten niet langer eigen vragenlijsten uit, zij sluiten aan bij de nieuwe set indicatoren.
  • Er komt een lijst met zinvolle en valide kwaliteitsindicatoren die alle partijen onderschrijven.
  • En er komt een methode om patiëntervaringen beter te meten en evalueren.

Startpunt geen eindpunt
Al deze veranderingen zijn niet van de ene op de andere dag doorgevoerd en er was ook niet van de een op de andere dag overeenstemming. Maar er is door alle partijen hard gewerkt en  we gaan de bereikte overeenkomsten zo snel mogelijk realiseren. Dit is een startpunt, geen eindpunt,  een aantal werkgroepen gaat door. Zo zorgen we ervoor dat deze verbeteringen niet incidenteel maar structureel zijn.

[...]

Echte verandering in het belang van de huisarts en zijn patiënten. Dat is volgens huisartsenorganisaties (LHV, NHG, VPH) en eerstelijns brancheorganisatie InEen, de uitkomst van de Het Roer Moet Om werkgroepen. Op het gebied van meer gelijkwaardigheid, minder bureaucratie en kwaliteit zijn belangrijke stappen gezet die het werk van huisartsen en eerstelijnsorganisaties makkelijker en ook weer leuker moeten maken. Zodat zij meer tijd kunnen besteden aan de patiënt.

Eerder dit jaar liepen de spanningen van huisartsen en eerstelijnsorganisaties met verzekeraars hoog op. Actiecomité Het Roer Moet Om raakte met hun Manifest een gevoelige snaar. Het moest anders, in het belang van huisarts en patiënt. Daarop stelden Het Roer Moet Om en Minister Schippers een deadline: 1 oktober 2015 moesten er concrete verandervoorstellen liggen. Huisartsen- en patiëntenorganisaties, zorgverzekeraars, toezichthouders en de overheid hebben gehoor gegeven aan de duidelijke boodschap van ruim 8.000 huisartsen. Die concrete verandervoorstellen liggen er nu:

Verbeterd contracteringsproces

Eerder dit jaar lieten huisartsen massaal weten ontevreden te zijn over het contact en contract met de verzekeraar. In de contractering voor 2016 zien we dat er al veel verandert. Maar we willen een stap verder gaan. Door voor 2017 onderdelen van het contract te uniformeren. Verzekeraars gaan meerjarige overeenkomsten afsluiten. En we gaan het contracteringsproces verbeteren en vereenvoudigen. Dat doen we met jaarlijkse evaluaties, betere bereikbaarheid zowel aan de kant van verzekeraars als huisartsen en een onafhankelijke geschillencommissie.

Meer ruimte voor samenwerking
Huisartsen zijn door de Mededingingswet en de handhaving terughoudend geworden om samen te werken. Dat vindt iedereen een slechte zaak. Er zijn verschillende afspraken gemaakt om deze situatie te verbeteren. De ACM biedt meer ruimte voor samenwerking die in het belang is van patiënt en verzekerde. Door terughoudend te zijn bij eventuele overtredingen van de Mededingingswet, zolang alle betrokken partijen (patiënten, zorgverleners en verzekeraars) tevreden zijn. Ook onderzoeken we mogelijkheden van een groepsvrijstelling in de Mededingingswet en de verhoging van het bagatel.

Bureaucratie structureel terugdringen
Het klinkt eenvoudig: verminder de administratieve belasting en schaf regels en formulieren af. Maar administratieve verplichtingen zijn tot op zekere hoogte onvermijdelijk. Toch is het gelukt om een aantal belangrijke veranderingen af te spreken:

  • Bij het voorschrijven van genees- en hulpmiddelen volstaat het recept. Bijna alle extra formulieren vervallen. Een recept is immers een recept.
  • Het herhalen van machtigingen voor materialen bij chronische aandoeningen, maar ook bij Baxter-afgifte door de apotheek, wordt geschrapt.
  • Worden merkgeneesmiddelen voorgeschreven, dan volstaat de vermelding ‘medische noodzaak’ op het recept. Extra formulieren vervallen.
  • En voor een doorlopende medisch-specialistische behandeling is het volgende jaar geen nieuwe verwijzing nodig .
  • De komende tijd gaan we de resterende formuleren vereenvoudigen, het declaratieverkeer verbeteren en een plan maken om bureaucratie structureel terug te dringen.

Modernisering kwaliteitsbeleid
Goed kwaliteitsbeleid in de huisartsenzorg is essentieel. Voor huisartsen zelf, maar ook voor patiënten en zorgverzekeraars. Toch werd het voor huisartsen steeds belastender om kwaliteitsbeleid uit te voeren. Daar willen we een einde aan maken. Daarom komt er een taskforce met vertegenwoordigers van huisartsen, patiënten en verzekeraars die het kwaliteitsbeleid gaat moderniseren.

  • Huisartsenorganisaties ontwerpen een nieuw kwaliteitssysteem met basiskwaliteitseisen.
  • Het aantal indicatoren in de ketenzorg gaat terug naar acht per keten. Verzekeraars zetten niet langer eigen vragenlijsten uit, zij sluiten aan bij de nieuwe set indicatoren.
  • Er komt een lijst met zinvolle en valide kwaliteitsindicatoren die alle partijen onderschrijven.
  • En er komt een methode om patiëntervaringen beter te meten en evalueren.

Startpunt geen eindpunt
Al deze veranderingen zijn niet van de ene op de andere dag doorgevoerd en er was ook niet van de een op de andere dag overeenstemming. Maar er is door alle partijen hard gewerkt en  we gaan de bereikte overeenkomsten zo snel mogelijk realiseren. Dit is een startpunt, geen eindpunt,  een aantal werkgroepen gaat door. Zo zorgen we ervoor dat deze verbeteringen niet incidenteel maar structureel zijn.

Subsidie voor gezondheidscentra in nieuwbouwwijken 

08 september 2015

Ook voor 2016 kunnen gezondheidscentra in nieuwbouwwijken in aanmerking komen voor subsidie. De subsidieregeling betreft de aanvangsperiode van nieuwe gezondheidscentra op grootschalige nieuwbouwlocaties in voorheen onbebouwd gebied (voorheen Vinex-regeling). Zowel gezondheidscentra met personeel in dienst als centra waar zelfstandige disciplines zijn gevestigd komen voor subsidie in aanmerking. Het moet gaan om een centrum in een nieuwbouwwijk waar tenminste 8.000 ingeschreven patiënten worden voorzien. De subsidie is bedoeld voor de meerkosten in de aanloopfase van huisvesting, personeel en automatisering. Het gaat dan om de kosten in zoverre deze hoger zijn dan de kostencomponenten in de tarieven. Het maximale subsidiebedrag per jaar is € 300.000. Uitgangspunt is een aanloopfase van maximaal 5 jaar, dat wil zeggen een maximaal subsidiebedrag van € 1.500.000. Bij aantoonbare vertraging van de bouw van de nieuwe woningen kan men tot maximaal 2 jaar extra in aanmerking komen voor subsidie. Het totale maximale subsidiebedrag blijft wel € 1.500.000. Het subsidiebeleid voor geïntegreerde eerstelijnscentra in nieuwbouwwijken, zoals toegelicht in de brief van 5 september 2011, wordt ook in 2016 voortgezet. Voor de subsidieaanvraag 2016 moeten jullie gebruik maken van het aanvraagformulier geïntegreerde eerstelijnscentra 2016. De aanvraag 2016 moet uiterlijk 1 oktober 2015 per post ingediend zijn.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Ook voor 2016 kunnen gezondheidscentra in nieuwbouwwijken in aanmerking komen voor subsidie. De subsidieregeling betreft de aanvangsperiode van nieuwe gezondheidscentra op grootschalige nieuwbouwlocaties in voorheen onbebouwd gebied (voorheen Vinex-regeling). Zowel gezondheidscentra met personeel in dienst als centra waar zelfstandige disciplines zijn gevestigd komen voor subsidie in aanmerking. Het moet gaan om een centrum in een nieuwbouwwijk waar tenminste 8.000 ingeschreven patiënten worden voorzien. De subsidie is bedoeld voor de meerkosten in de aanloopfase van huisvesting, personeel en automatisering. Het gaat dan om de kosten in zoverre deze hoger zijn dan de kostencomponenten in de tarieven. Het maximale subsidiebedrag per jaar is € 300.000. Uitgangspunt is een aanloopfase van maximaal 5 jaar, dat wil zeggen een maximaal subsidiebedrag van € 1.500.000. Bij aantoonbare vertraging van de bouw van de nieuwe woningen kan men tot maximaal 2 jaar extra in aanmerking komen voor subsidie. Het totale maximale subsidiebedrag blijft wel € 1.500.000. Het subsidiebeleid voor geïntegreerde eerstelijnscentra in nieuwbouwwijken, zoals toegelicht in de brief van 5 september 2011, wordt ook in 2016 voortgezet. Voor de subsidieaanvraag 2016 moeten jullie gebruik maken van het aanvraagformulier geïntegreerde eerstelijnscentra 2016. De aanvraag 2016 moet uiterlijk 1 oktober 2015 per post ingediend zijn.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Toetsinstrument ketenzorg zorggroepen

05 september 2015

Afgelopen periode hebben we jullie geïnformeerd over het toetsinstrument benchmark ketenzorg dat begin juli gereed is gekomen (alle informatie op onze website waaronder een samenvatting van het instrument). Afgelopen week 0ntvingen zorggroepen een brief van Insights over het toetsinstrument. Hierover hebben wij vragen gekregen. Om een goed beeld te krijgen van het aantal zorggroepen dat zich wil laten toetsen én de omvang van het aantal zorggroepen dat werkt met een KIS en/of RDC adviseren we jullie op de brief te reageren. Insights informeert jullie goed over het proces en de kosten die op jullie situatie van toepassing zijn. Vervolgens kun je beslissen of je met Insights in zee wilt gaan. Zoals gemeld op de informatiebijeenkomst van 6 juli hebben we Insights de opdracht gegeven een vereenvoudigde toets te maken voor zorggroepen die werken met een KIS. Dit onderzoek loopt nog; meer informatie volgt zodra er meer duidelijkheid is. Ook is op 6 juli gemeld dat Insights is aangewezen als toetser maar dat andere potentiele toetsers zich kunnen melden. Inmiddels zijn we in gesprek met een tweede potentiele toetser. Met vragen kunnen jullie contact opnemen met Judith van Duren.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Afgelopen periode hebben we jullie geïnformeerd over het toetsinstrument benchmark ketenzorg dat begin juli gereed is gekomen (alle informatie op onze website waaronder een samenvatting van het instrument). Afgelopen week 0ntvingen zorggroepen een brief van Insights over het toetsinstrument. Hierover hebben wij vragen gekregen. Om een goed beeld te krijgen van het aantal zorggroepen dat zich wil laten toetsen én de omvang van het aantal zorggroepen dat werkt met een KIS en/of RDC adviseren we jullie op de brief te reageren. Insights informeert jullie goed over het proces en de kosten die op jullie situatie van toepassing zijn. Vervolgens kun je beslissen of je met Insights in zee wilt gaan. Zoals gemeld op de informatiebijeenkomst van 6 juli hebben we Insights de opdracht gegeven een vereenvoudigde toets te maken voor zorggroepen die werken met een KIS. Dit onderzoek loopt nog; meer informatie volgt zodra er meer duidelijkheid is. Ook is op 6 juli gemeld dat Insights is aangewezen als toetser maar dat andere potentiele toetsers zich kunnen melden. Inmiddels zijn we in gesprek met een tweede potentiele toetser. Met vragen kunnen jullie contact opnemen met Judith van Duren.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Nieuwe versie substitutiemonitor 

05 september 2015

De minister stuurde deze week een nieuwe substitutiemonitor naar de Tweede Kamer. Deze versie omvat de substitutieafspraken op basis van het eerste kwartaal 2015 zoals opgegeven door de zorgverzekeraars. We zijn blij met de uitspraak van de minister in de begeleidende brief dat het budget de zorg volgt. Tegelijkertijd maken we ons zorgen over het gebrek aan transparantie over de substitutieafspraken die zijn meegenomen in de monitor en over de onduidelijkheden rond substitutie en het budgettaire kader multidisciplinaire zorg. Deze zorgen brengen we onder de aandacht van VWS en de zorgverzekeraars.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

De minister stuurde deze week een nieuwe substitutiemonitor naar de Tweede Kamer. Deze versie omvat de substitutieafspraken op basis van het eerste kwartaal 2015 zoals opgegeven door de zorgverzekeraars. We zijn blij met de uitspraak van de minister in de begeleidende brief dat het budget de zorg volgt. Tegelijkertijd maken we ons zorgen over het gebrek aan transparantie over de substitutieafspraken die zijn meegenomen in de monitor en over de onduidelijkheden rond substitutie en het budgettaire kader multidisciplinaire zorg. Deze zorgen brengen we onder de aandacht van VWS en de zorgverzekeraars.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Nadere regel Transparantie Zorginkooppproces

18 augustus 2015

Na consultatie van het veld heeft de NZA de nadere regel Zorginkoopproces vastgesteld. De nadere regel treedt in werking op 1 januari 2016. Doel van de regeling is de transparantie van het zorginkoopproces tussen zorgaanbieders en zorgverzekeraars te vergroten. De NZa heeft veel signalen ontvangen met klachten over het zorginkoopproces. Met de nieuwe regel worden zorgverzekeraars verplicht hun beleid voor de inkoop van zorg uiterlijk op 1 april in het jaar ervoor bekend te maken. Het is de bedoeling dat deze deadline ervoor zorgt dat verzekeraars meer duidelijkheid geven over de manier waarop zij zorg gaan inkopen. Zorgaanbieders weten bovendien eerder waar zij aan toe zijn. Bij elkaar moet dat leiden tot een soepeler contracteerproces.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Na consultatie van het veld heeft de NZA de nadere regel Zorginkoopproces vastgesteld. De nadere regel treedt in werking op 1 januari 2016. Doel van de regeling is de transparantie van het zorginkoopproces tussen zorgaanbieders en zorgverzekeraars te vergroten. De NZa heeft veel signalen ontvangen met klachten over het zorginkoopproces. Met de nieuwe regel worden zorgverzekeraars verplicht hun beleid voor de inkoop van zorg uiterlijk op 1 april in het jaar ervoor bekend te maken. Het is de bedoeling dat deze deadline ervoor zorgt dat verzekeraars meer duidelijkheid geven over de manier waarop zij zorg gaan inkopen. Zorgaanbieders weten bovendien eerder waar zij aan toe zijn. Bij elkaar moet dat leiden tot een soepeler contracteerproces.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Zomerbeloftes Het Roer Moet Om

29 juli 2015

Na de toezeggingen tijdens het congres in de Rode Hoed (10 juni) zijn VWS, Zorgverzekeraars, InEen, LHV en Het Roer Moet Om op 1 juli bij elkaar gekomen. Besloten is drie werkgroepen te installeren om de beoogde doelen vóór 1 oktober aanstaande dichterbij te brengen. Inmiddels zijn de drie werkgroepen bij elkaar geweest en wordt er enthousiast gewerkt aan het terugdringen van onnodige bureaucratie, een gelijkwaardige onderhandelingspositie van huisartsen(organisaties) met verzekeraars en het zinvol meten van kwaliteit in de huisartsenzorg. De werkgroepen werken deze zomer gewoon door. Begin september komen alle betrokken partijen weer bijeen om de resultaten van de werkgroepen te bespreken. Daarna worden de definitieve afspraken en besluiten vastgelegd in het ‘Zomerakkoord’. Dat gebeurt in een slotbijeenkomst. Uiteraard houden we jullie op de hoogte.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Na de toezeggingen tijdens het congres in de Rode Hoed (10 juni) zijn VWS, Zorgverzekeraars, InEen, LHV en Het Roer Moet Om op 1 juli bij elkaar gekomen. Besloten is drie werkgroepen te installeren om de beoogde doelen vóór 1 oktober aanstaande dichterbij te brengen. Inmiddels zijn de drie werkgroepen bij elkaar geweest en wordt er enthousiast gewerkt aan het terugdringen van onnodige bureaucratie, een gelijkwaardige onderhandelingspositie van huisartsen(organisaties) met verzekeraars en het zinvol meten van kwaliteit in de huisartsenzorg. De werkgroepen werken deze zomer gewoon door. Begin september komen alle betrokken partijen weer bijeen om de resultaten van de werkgroepen te bespreken. Daarna worden de definitieve afspraken en besluiten vastgelegd in het ‘Zomerakkoord’. Dat gebeurt in een slotbijeenkomst. Uiteraard houden we jullie op de hoogte.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Tariefbeschikking Huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg 2016

14 juli 2015

De NZa heeft gisteren de tariefbeschikking Huisartsenzorg en Multidisciplinaire zorg 2016 gepubliceerd in aanvulling op de vorige week gepubliceerde beleidsregel en circulaire huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

De NZa heeft gisteren de tariefbeschikking Huisartsenzorg en Multidisciplinaire zorg 2016 gepubliceerd in aanvulling op de vorige week gepubliceerde beleidsregel en circulaire huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

NZa beleidsregel huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg vanaf 2016

09 juli 2015

De NZa heeft deze week de nieuwe beleidsregel ‘huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg’  en een toelichtende circulaire gepubliceerd. Er verandert relatief weinig ten opzichte van 2015. De grotere mutaties in deze beleidsregel zijn:

  1. de onderhandelruimte over de inzet van de POH GGZ is verruimd
  2. het spiraaltje en de cyriaxinjectie zijn toegevoegd aan de S1-verrichtingen
  3. de prestatie ‘Resultaatbeloning stimulering huisartsenzorg in krimpregio’s’ is toegevoegd aan S3.

De NZa zal de bijbehorende tariefbeschikking op korte termijn publiceren.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

De NZa heeft deze week de nieuwe beleidsregel ‘huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg’  en een toelichtende circulaire gepubliceerd. Er verandert relatief weinig ten opzichte van 2015. De grotere mutaties in deze beleidsregel zijn:

  1. de onderhandelruimte over de inzet van de POH GGZ is verruimd
  2. het spiraaltje en de cyriaxinjectie zijn toegevoegd aan de S1-verrichtingen
  3. de prestatie ‘Resultaatbeloning stimulering huisartsenzorg in krimpregio’s’ is toegevoegd aan S3.

De NZa zal de bijbehorende tariefbeschikking op korte termijn publiceren.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Do’s & dont’s mededinging

29 juni 2015

Mededinging is nog steeds een hot item. Het meest verhitte onderdeel van het debat van Het Roer Moet Om ging ook daarover. De huisarts uit de mededingingswet halen, zag Schippers die avond niet als meest logische oplossing. Eerder deze maand organiseerde InEen een themabijeenkomst over het onderwerp. De presentatie van Sjaak van der Heul (Dirkzwager advocaten) leverde een aantal belangrijke do’s en dont’s op.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Mededinging is nog steeds een hot item. Het meest verhitte onderdeel van het debat van Het Roer Moet Om ging ook daarover. De huisarts uit de mededingingswet halen, zag Schippers die avond niet als meest logische oplossing. Eerder deze maand organiseerde InEen een themabijeenkomst over het onderwerp. De presentatie van Sjaak van der Heul (Dirkzwager advocaten) leverde een aantal belangrijke do’s en dont’s op.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Lucas Fraza, Het Roer Moet Om: ‘De mededinging moet eruit’

26 juni 2015

het-roer-moet-omIn de nacht van 4 op 5 maart 2015 ‘spijkerde’ een groep huisartsen een manifest op de deuren van het ministerie van VWS en de hoofdkantoren van enkele grote verzekeraars. Binnen de kortste keren betuigden bijna 8.000 van de 11.000 Nederlandse huisartsen hun steun aan het manifest. Ook InEen steunt het uitgangspunt dat ‘samenhang door samenwerking’ het leidende principe in de zorg moet zijn en niet de mededingingswet. De Hilversumse huisarts en directeur van Primair Huisartsenposten Lucas Fraza is één van de initiatiefnemers in het actiecomité Het Roer Moet Om.

Wat heeft je bewogen om actie te gaan voeren?
Fraza: ‘De huisartsenzorg is in een vacuüm terechtgekomen. Iedereen doet zijn best de consequenties van de mededingingswet hanteerbaar te vertalen naar de praktijk, maar zonder succes. Integendeel, het is een patstelling geworden. Er zijn alleen maar loopgraven, iedereen verdedigt vooral zijn eigen belang. Er wordt steeds meer in de eerste lijn geschoven zonder dat de rol van de huisarts wordt erkend. Met Het Roer Moet Om creëren we een platform waar huisartsen zich in herkennen.

Waar ga je voor?
Fraza: ‘Het hoogste doel: de mededinging moet eruit. Geen kleine aanpassingen, maar opnieuw onderzoeken wat werkt en wat niet. In het debat in de Rode Hoed zat heel veel energie. Schippers zegt de mededingingswet te willen aanpassen als dat nodig is, maar niet als doel op zich. Dat is een krachtig bestuurlijk standpunt, maar tot nu toe zijn het woorden, iedereen wacht nog op daden. Het actiecomité heeft daarom een begrenzing aangebracht en de datum van 1 oktober genoemd. Het aardige is dat de minister die datum heeft overgenomen, waardoor ze voor alle partijen de druk flink heeft opgevoerd.’

Wat verwacht je van InEen?
Fraza: ‘Het is belangrijk dat InEen geen vereniging voor bestuurders wordt, geen doorgeefluik van wat overheid en zorgverzekeraars willen, maar een vereniging die samen met huisartsen georganiseerde zorg mogelijk maakt. In veel spreekkamers wordt dat nog niet zo gevoeld. Het Roer Moet Om komt vanuit die spreekkamer en biedt voor InEen dus een belangrijke kans om zich sterk te maken voor het veld en dat als referentiepunt te nemen.’

Hoe zie je de toekomst?
Fraza: ‘We moeten met elkaar gaan nadenken of de ketenzorg geen doodlopende weg is. Ik zie ketenzorg als een uitwerking van de marktwerking, als een extern frame, ingegeven door het succes van de diabeteszorg, terwijl dat succes in andere zorgketens uitblijft. Als de marktwerking minder het format wordt en we weer meer met elkaar mogen samenwerken, dan zou ik willen nadenken hoe we de samenwerkingsgraad van de zorggroepen kunnen aanwenden voor de ontwikkeling van nieuw denken voor de huisartsenzorg en dat is niet noodzakelijkerwijs een zorgketen.’

Meer informatie

 

[...]

het-roer-moet-omIn de nacht van 4 op 5 maart 2015 ‘spijkerde’ een groep huisartsen een manifest op de deuren van het ministerie van VWS en de hoofdkantoren van enkele grote verzekeraars. Binnen de kortste keren betuigden bijna 8.000 van de 11.000 Nederlandse huisartsen hun steun aan het manifest. Ook InEen steunt het uitgangspunt dat ‘samenhang door samenwerking’ het leidende principe in de zorg moet zijn en niet de mededingingswet. De Hilversumse huisarts en directeur van Primair Huisartsenposten Lucas Fraza is één van de initiatiefnemers in het actiecomité Het Roer Moet Om.

Wat heeft je bewogen om actie te gaan voeren?
Fraza: ‘De huisartsenzorg is in een vacuüm terechtgekomen. Iedereen doet zijn best de consequenties van de mededingingswet hanteerbaar te vertalen naar de praktijk, maar zonder succes. Integendeel, het is een patstelling geworden. Er zijn alleen maar loopgraven, iedereen verdedigt vooral zijn eigen belang. Er wordt steeds meer in de eerste lijn geschoven zonder dat de rol van de huisarts wordt erkend. Met Het Roer Moet Om creëren we een platform waar huisartsen zich in herkennen.

Waar ga je voor?
Fraza: ‘Het hoogste doel: de mededinging moet eruit. Geen kleine aanpassingen, maar opnieuw onderzoeken wat werkt en wat niet. In het debat in de Rode Hoed zat heel veel energie. Schippers zegt de mededingingswet te willen aanpassen als dat nodig is, maar niet als doel op zich. Dat is een krachtig bestuurlijk standpunt, maar tot nu toe zijn het woorden, iedereen wacht nog op daden. Het actiecomité heeft daarom een begrenzing aangebracht en de datum van 1 oktober genoemd. Het aardige is dat de minister die datum heeft overgenomen, waardoor ze voor alle partijen de druk flink heeft opgevoerd.’

Wat verwacht je van InEen?
Fraza: ‘Het is belangrijk dat InEen geen vereniging voor bestuurders wordt, geen doorgeefluik van wat overheid en zorgverzekeraars willen, maar een vereniging die samen met huisartsen georganiseerde zorg mogelijk maakt. In veel spreekkamers wordt dat nog niet zo gevoeld. Het Roer Moet Om komt vanuit die spreekkamer en biedt voor InEen dus een belangrijke kans om zich sterk te maken voor het veld en dat als referentiepunt te nemen.’

Hoe zie je de toekomst?
Fraza: ‘We moeten met elkaar gaan nadenken of de ketenzorg geen doodlopende weg is. Ik zie ketenzorg als een uitwerking van de marktwerking, als een extern frame, ingegeven door het succes van de diabeteszorg, terwijl dat succes in andere zorgketens uitblijft. Als de marktwerking minder het format wordt en we weer meer met elkaar mogen samenwerken, dan zou ik willen nadenken hoe we de samenwerkingsgraad van de zorggroepen kunnen aanwenden voor de ontwikkeling van nieuw denken voor de huisartsenzorg en dat is niet noodzakelijkerwijs een zorgketen.’

Meer informatie

 

Stevig debat in de Amsterdamse Rode Hoed

18 juni 2015

Peter de Groof van actiecomité Het roer moet om begon de avond pittig: ‘we weten als sinds de tijd van de Romeinen dat het wegsnijden van een voortwoekerend gezwel eigenlijk de enige remedie is’. Met andere woorden: het is tijd om iets te doen. Ook columnist Marc Chavannes zette de verschillen op scherp en sprak over ‘3-letter kantoren die de vingerafdrukken van de Minister moeten wissen’. Na de inleidingen kwamen de aanwezigen tot een interessante uitwisseling met nog interessantere toezeggingen op de drie door het actiecomité geformuleerde stellingen. Minister Schippers gaf onder meer aan dat het niet de bedoeling van de Zorgverzekeringswet is geweest dat huisartsen niet regionaal kunnen samenwerken of samen kunnen optrekken in onderhandelingen. Zorgverzekeraars sloten zich aan bij de wens om de bureaucratie minimaal te halveren en gaven aan ook graag meerjarencontracten te willen afsluiten. En over het monitoren van kwaliteit werd men het eens dat de professional die rol het beste zelf kan vervullen. Kortom, een heel aantal veel belovende uitspraken die NHG, LHV en InEen zo snel mogelijk willen oppakken. Daarom hebben ze direct een vervolg aan de avond gegeven door de betrokken partijen bij elkaar te roepen voor het opstellen van een plan de campagne. Want nog voor 1 oktober willen we de toezeggingen hebben geconcretiseerd.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Peter de Groof van actiecomité Het roer moet om begon de avond pittig: ‘we weten als sinds de tijd van de Romeinen dat het wegsnijden van een voortwoekerend gezwel eigenlijk de enige remedie is’. Met andere woorden: het is tijd om iets te doen. Ook columnist Marc Chavannes zette de verschillen op scherp en sprak over ‘3-letter kantoren die de vingerafdrukken van de Minister moeten wissen’. Na de inleidingen kwamen de aanwezigen tot een interessante uitwisseling met nog interessantere toezeggingen op de drie door het actiecomité geformuleerde stellingen. Minister Schippers gaf onder meer aan dat het niet de bedoeling van de Zorgverzekeringswet is geweest dat huisartsen niet regionaal kunnen samenwerken of samen kunnen optrekken in onderhandelingen. Zorgverzekeraars sloten zich aan bij de wens om de bureaucratie minimaal te halveren en gaven aan ook graag meerjarencontracten te willen afsluiten. En over het monitoren van kwaliteit werd men het eens dat de professional die rol het beste zelf kan vervullen. Kortom, een heel aantal veel belovende uitspraken die NHG, LHV en InEen zo snel mogelijk willen oppakken. Daarom hebben ze direct een vervolg aan de avond gegeven door de betrokken partijen bij elkaar te roepen voor het opstellen van een plan de campagne. Want nog voor 1 oktober willen we de toezeggingen hebben geconcretiseerd.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

'Deelname patiëntervaringsonderzoek' vervalt voor resultaatbekostiging 

05 juni 2015

In de gezamenlijke resultaatafspraken S3 2015 voor ketenzorg hebben ZN en InEen aangegeven dat ‘de zorggroep deelneemt aan een patiëntervaringsonderzoek volgens een nog te ontwikkelen landelijke methodiek’. Miletus en InEen werken aan de ontwikkeling van een vragenlijst. Het proces heeft echter vertraging opgelopen. Inmiddels is bekend dat Miletus de vragenlijst pas eind 2015 zal opleveren. Omdat afgesproken is dat de landelijke methodiek voor patiëntervaringsonderzoek in 2015 beschikbaar moet zijn, vervalt de afspraak voor 2015. ZN en InEen hebben dit vastgelegd in een gezamenlijk bericht.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

In de gezamenlijke resultaatafspraken S3 2015 voor ketenzorg hebben ZN en InEen aangegeven dat ‘de zorggroep deelneemt aan een patiëntervaringsonderzoek volgens een nog te ontwikkelen landelijke methodiek’. Miletus en InEen werken aan de ontwikkeling van een vragenlijst. Het proces heeft echter vertraging opgelopen. Inmiddels is bekend dat Miletus de vragenlijst pas eind 2015 zal opleveren. Omdat afgesproken is dat de landelijke methodiek voor patiëntervaringsonderzoek in 2015 beschikbaar moet zijn, vervalt de afspraak voor 2015. ZN en InEen hebben dit vastgelegd in een gezamenlijk bericht.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Verbetering contractering 2016

28 mei 2015

Op dit moment vinden er op landelijk niveau overleggen plaats waarin gesproken wordt over de contractering 2016. InEen vindt dat uit de ervaringen met contractering 2015 lering kan worden getrokken. De onlangs gepresenteerde Nivel-enquete contractering 2015 én de gezamenlijke LHV-InEen notitie met voorstellen en ambities over onder andere de bekostiging voor de komende jaren kunnen hierbij worden betrokken. InEen heeft een notitie met voorstellen ter verbetering van de contractering 2016 opgesteld. De notitie kunt u ook als achtergrondinformatie gebruiken ter voorbereiding van uw gesprekken met verzekeraars.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Op dit moment vinden er op landelijk niveau overleggen plaats waarin gesproken wordt over de contractering 2016. InEen vindt dat uit de ervaringen met contractering 2015 lering kan worden getrokken. De onlangs gepresenteerde Nivel-enquete contractering 2015 én de gezamenlijke LHV-InEen notitie met voorstellen en ambities over onder andere de bekostiging voor de komende jaren kunnen hierbij worden betrokken. InEen heeft een notitie met voorstellen ter verbetering van de contractering 2016 opgesteld. De notitie kunt u ook als achtergrondinformatie gebruiken ter voorbereiding van uw gesprekken met verzekeraars.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

InEen: ambitieuze plannen vragen ruimte

30 april 2015

InEenIn de aanloop naar de contractering 2016 lopen de gemoederen soms hoog op. Hoe kunnen de nieuwe bekostigingsafspraken die vorig jaar met de zorgverzekeraars en VWS zijn gemaakt, het beoogde effect krijgen? Dat is de vraag waar het om draait. Hoe komen we tot een sterke eerste lijn die ruimte heeft om te vernieuwen zodat het zijn centrale plek in de zorg kan innemen? Natuurlijk mengt ook InEen zich volop in deze discussie.

  • De huisartsenactiegroep ‘Het roer moet om’ maakt zich met acht actiepunten sterk voor ‘samenhang door samenwerking, als leidend principe in de eerstelijns zorg’. Van dat principe dreigen we, vindt de actiegroep, ver af te drijven. InEen onderschrijft onder meer hun streven naar minder controle en meer vertrouwen en ook de wensen voor langlopende contracten met verzekeraars en vooral ruimte in de contracteringsregels steunen we van harte. Inmiddels staat er een afspraak met de actiegroep in de agenda.
  • Als input voor het rondetafelgesprek dat de Vaste Kamercommissie van VWS heeft gepland over de brief ‘Kwaliteit loont’ van minister Schippers, stuurde InEen de commissie eveneens een stevige brief: ‘Kwaliteit loont, uiteraard, maar ambitieuze plannen voor goede en betaalbare zorg vergen ruimte, daadkracht en consistentie bij de uitvoering ervan.’ Hoewel de eerste lijn laat zien hoe integrale zorgverlening de zorg inderdaad dichter bij de patiënt brengt, aldus InEen, komt de substitutie die voor de financiële ruimte moet zorgen onvoldoende terug in de bekostiging en het inkoopbeleid. ‘Ook zijn er nog geen concrete plannen voor de versterking van de organisatiegraad van de eerste lijn.’
  • Al sinds 2009 voert het Nivel jaarlijks een enquête uit onder zorggroepen en gezondheidscentra. Ook dit jaar heeft InEen opdracht daartoe gegeven. In de actuele discussie over substitutie en contractering zijn de resultaten meer dan ooit relevant. De bevindingen worden een belangrijke basis voor de gesprekken met de bestuurlijke partners. Uit de eerste onderzoeksgegevens blijkt inmiddels dat 51% van de zorggroepen en 80% van de gezondheidscentra zich zorgen maken over hun toekomst. Dat dit een slechte voedingsbodem is voor de zo noodzakelijke innovatie, hoeft geen betoog. Binnenkort zijn alle onderzoeksresultaten beschikbaar. Wordt vervolgd!
[...]

InEenIn de aanloop naar de contractering 2016 lopen de gemoederen soms hoog op. Hoe kunnen de nieuwe bekostigingsafspraken die vorig jaar met de zorgverzekeraars en VWS zijn gemaakt, het beoogde effect krijgen? Dat is de vraag waar het om draait. Hoe komen we tot een sterke eerste lijn die ruimte heeft om te vernieuwen zodat het zijn centrale plek in de zorg kan innemen? Natuurlijk mengt ook InEen zich volop in deze discussie.

  • De huisartsenactiegroep ‘Het roer moet om’ maakt zich met acht actiepunten sterk voor ‘samenhang door samenwerking, als leidend principe in de eerstelijns zorg’. Van dat principe dreigen we, vindt de actiegroep, ver af te drijven. InEen onderschrijft onder meer hun streven naar minder controle en meer vertrouwen en ook de wensen voor langlopende contracten met verzekeraars en vooral ruimte in de contracteringsregels steunen we van harte. Inmiddels staat er een afspraak met de actiegroep in de agenda.
  • Als input voor het rondetafelgesprek dat de Vaste Kamercommissie van VWS heeft gepland over de brief ‘Kwaliteit loont’ van minister Schippers, stuurde InEen de commissie eveneens een stevige brief: ‘Kwaliteit loont, uiteraard, maar ambitieuze plannen voor goede en betaalbare zorg vergen ruimte, daadkracht en consistentie bij de uitvoering ervan.’ Hoewel de eerste lijn laat zien hoe integrale zorgverlening de zorg inderdaad dichter bij de patiënt brengt, aldus InEen, komt de substitutie die voor de financiële ruimte moet zorgen onvoldoende terug in de bekostiging en het inkoopbeleid. ‘Ook zijn er nog geen concrete plannen voor de versterking van de organisatiegraad van de eerste lijn.’
  • Al sinds 2009 voert het Nivel jaarlijks een enquête uit onder zorggroepen en gezondheidscentra. Ook dit jaar heeft InEen opdracht daartoe gegeven. In de actuele discussie over substitutie en contractering zijn de resultaten meer dan ooit relevant. De bevindingen worden een belangrijke basis voor de gesprekken met de bestuurlijke partners. Uit de eerste onderzoeksgegevens blijkt inmiddels dat 51% van de zorggroepen en 80% van de gezondheidscentra zich zorgen maken over hun toekomst. Dat dit een slechte voedingsbodem is voor de zo noodzakelijke innovatie, hoeft geen betoog. Binnenkort zijn alle onderzoeksresultaten beschikbaar. Wordt vervolgd!

Verzekeraars publiceren inkoopbeleid 2016

13 april 2015

Afgelopen week hebben de verzekeraars de hoofdlijnen van hun zorginkoopbeleid 2016 bekend gemaakt. Hieronder vinden jullie de directe links naar de verschillende zorginkoopdocumenten 2016. Als InEen gaan we de documenten beoordelen. Binnenkort kunnen jullie een samenvatting plus de beoordeling verwachten.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Afgelopen week hebben de verzekeraars de hoofdlijnen van hun zorginkoopbeleid 2016 bekend gemaakt. Hieronder vinden jullie de directe links naar de verschillende zorginkoopdocumenten 2016. Als InEen gaan we de documenten beoordelen. Binnenkort kunnen jullie een samenvatting plus de beoordeling verwachten.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Enquête Bestuur in Beeld

13 april 2015

In het weekbericht van 13 maart 2015 kondigden we het project Bestuur in Beeld aan. Volgende week sturen we aan alle leden een door de bestuurder in te vullen enquête uit. Het stuk van de enquête waarin naar meningen wordt gevraagd, leggen we daarnaast bij elk van de leden ook voor aan een toezichthouder en een huisarts met een bestuurlijke taak. InEen werkt in dit project samen met Dite Husselman en het Jan van Es Instituut. Graag rekenen we op de medewerking van alle leden en zien we jullie reacties op de enquête tegemoet. De bedoeling is in de Algemene Ledenvergadering van 19 mei de eerste resultaten te presenteren.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

In het weekbericht van 13 maart 2015 kondigden we het project Bestuur in Beeld aan. Volgende week sturen we aan alle leden een door de bestuurder in te vullen enquête uit. Het stuk van de enquête waarin naar meningen wordt gevraagd, leggen we daarnaast bij elk van de leden ook voor aan een toezichthouder en een huisarts met een bestuurlijke taak. InEen werkt in dit project samen met Dite Husselman en het Jan van Es Instituut. Graag rekenen we op de medewerking van alle leden en zien we jullie reacties op de enquête tegemoet. De bedoeling is in de Algemene Ledenvergadering van 19 mei de eerste resultaten te presenteren.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Onderzoek uitzondering op Mededingingswet voor de eerste lijn

24 maart 2015

Hoe kunnen we voorkomen dat in de eerste lijn samenwerkingsinitiatieven met positieve gevolgen voor patiënten gefrustreerd worden als gevolg van regelgeving in de Mededingingswet? Met het oog daarop laat minister Schippers onderzoek doen naar de mogelijkheden om voor de eerstelijnszorg een uitzondering te maken op deze wet. Het onderzoek is een reactie op een motie van de Kamerleden Leijten (SP) en Dik-Faber (CU). De uitzondering op de Mededingingswet zou neerkomen op een vrijstelling onder voorwaarden van het kartelverbod (= samenwerking tussen concurrenten, zoals huisartsen of zorggroepen). De minister hoopt de Kamer na het zomerreces nader te kunnen informeren.

[...]

Hoe kunnen we voorkomen dat in de eerste lijn samenwerkingsinitiatieven met positieve gevolgen voor patiënten gefrustreerd worden als gevolg van regelgeving in de Mededingingswet? Met het oog daarop laat minister Schippers onderzoek doen naar de mogelijkheden om voor de eerstelijnszorg een uitzondering te maken op deze wet. Het onderzoek is een reactie op een motie van de Kamerleden Leijten (SP) en Dik-Faber (CU). De uitzondering op de Mededingingswet zou neerkomen op een vrijstelling onder voorwaarden van het kartelverbod (= samenwerking tussen concurrenten, zoals huisartsen of zorggroepen). De minister hoopt de Kamer na het zomerreces nader te kunnen informeren.

Bestuur in Beeld

24 maart 2015

Onder de noemer Bestuur in Beeld gaan we van al onze leden de bestuurlijke organisatie in beeld brengen. Het gaat om de structuur en de bestuursvorm, om de manier waarop professionals (formeel) in de organisatie betrokken zijn en zeggenschap hebben, en om de bestuurscultuur van de organisatie. We verzamelen de informatie via de jaarverslagen en met een digitale enquête. Daarnaast vinden enkele interviews plaats. Bestuur in Beeld is bedoeld om te kunnen leren van elkaar. Ook willen we input verzamelen voor een discussie binnen InEen over ‘goed bestuur’ en prepareren we ons hiermee op gesprekken over governance met bijvoorbeeld VWS en verzekeraars. Jullie kunnen de enquête in april verwachten en de eerste resultaten in de ALV van mei.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Onder de noemer Bestuur in Beeld gaan we van al onze leden de bestuurlijke organisatie in beeld brengen. Het gaat om de structuur en de bestuursvorm, om de manier waarop professionals (formeel) in de organisatie betrokken zijn en zeggenschap hebben, en om de bestuurscultuur van de organisatie. We verzamelen de informatie via de jaarverslagen en met een digitale enquête. Daarnaast vinden enkele interviews plaats. Bestuur in Beeld is bedoeld om te kunnen leren van elkaar. Ook willen we input verzamelen voor een discussie binnen InEen over ‘goed bestuur’ en prepareren we ons hiermee op gesprekken over governance met bijvoorbeeld VWS en verzekeraars. Jullie kunnen de enquête in april verwachten en de eerste resultaten in de ALV van mei.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Call voor subsidieronde Fonds NutsOhra

02 maart 2015

Fonds NutsOhra wil de kansen voor kwetsbare groepen vergroten. Het programma Gezonde Toekomst Dichterbij richt zich op gezinnen met een lage sociaaleconomische status. Deze zijn vaak minder gezond en daarmee kwetsbaar. Het fonds ondersteunt integrale projecten die werken aan de gezondheid van kansarme gezinnen. Een goede combinatie van onderwijs, arbeid, zorg en welzijn kan immers zorgen voor structurele verbetering. Op 18 maart is er een informatiebijeenkomst voor de eerste subsidieronde (Gebiedsgerichte gezondheidsaanpakken): 14.00 – 16.00 uur bij Fonds NutsOhra, Amstelplein 6 te Amsterdam. Aanmelden kan door een e-mail te sturen naar Maaike van Apeldoorn (Fonds NutsOhra). Het programma Gezonde Toekomst Dichterbij loopt van 2015 tot 2020 met een totaal budget van 20 miljoen euro.

Dit beticht is overgenomen uit het weekbericht. 

[...]

Fonds NutsOhra wil de kansen voor kwetsbare groepen vergroten. Het programma Gezonde Toekomst Dichterbij richt zich op gezinnen met een lage sociaaleconomische status. Deze zijn vaak minder gezond en daarmee kwetsbaar. Het fonds ondersteunt integrale projecten die werken aan de gezondheid van kansarme gezinnen. Een goede combinatie van onderwijs, arbeid, zorg en welzijn kan immers zorgen voor structurele verbetering. Op 18 maart is er een informatiebijeenkomst voor de eerste subsidieronde (Gebiedsgerichte gezondheidsaanpakken): 14.00 – 16.00 uur bij Fonds NutsOhra, Amstelplein 6 te Amsterdam. Aanmelden kan door een e-mail te sturen naar Maaike van Apeldoorn (Fonds NutsOhra). Het programma Gezonde Toekomst Dichterbij loopt van 2015 tot 2020 met een totaal budget van 20 miljoen euro.

Dit beticht is overgenomen uit het weekbericht. 

NZa advies bekostiging verpleging en verzorging aan huis 2016

02 maart 2015

Sinds 1 januari zit verpleging en verzorging aan huis (waaronder de wijkverpleging) in het basispakket van de zorgverzekering. Voor zorgaanbieders die deze zorg leveren, is 2015 een overgangsjaar. Deze week kreeg VWS van de NZa een advies over structurele bekostiging in de zorgverzekeringswet. Het advies bevat een voorstel voor vijf zorgpakketten op basis van de zwaarte van de zorg die mensen nodig hebben, met de mogelijkheid voor een toeslag ‘zeer intensieve zorgvraag’. In het voorstel kunnen – afhankelijk van de zorgvraag – verschillende soorten zorg worden gedeclareerd in één zorgpakket. Verder kunnen zorgverzekeraars en zorgaanbieders afspraken maken over beloning van goede resultaten of innovatieve zorg. De voorgestelde bekostiging kent een aparte zorgprestatie voor de signalerende en coördinerende taken van de wijkverpleegkundigen om hen in staat te stellen mensen te begeleiden, bijvoorbeeld om zelfstandig thuis te blijven wonen. De NZa blijft uitgaan van de drie segmenten: 1. wijkgericht werken, niet op voorhand aan een individueel zorgtraject toe te rekenen, populatiebekostiging, 2. de feitelijke zorglevering, beperkt aantal prestaties, zorgzwaartepakketten en 3. resultaatbekostiging, belonen op resultaten behaald in segment 1 en 2.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Sinds 1 januari zit verpleging en verzorging aan huis (waaronder de wijkverpleging) in het basispakket van de zorgverzekering. Voor zorgaanbieders die deze zorg leveren, is 2015 een overgangsjaar. Deze week kreeg VWS van de NZa een advies over structurele bekostiging in de zorgverzekeringswet. Het advies bevat een voorstel voor vijf zorgpakketten op basis van de zwaarte van de zorg die mensen nodig hebben, met de mogelijkheid voor een toeslag ‘zeer intensieve zorgvraag’. In het voorstel kunnen – afhankelijk van de zorgvraag – verschillende soorten zorg worden gedeclareerd in één zorgpakket. Verder kunnen zorgverzekeraars en zorgaanbieders afspraken maken over beloning van goede resultaten of innovatieve zorg. De voorgestelde bekostiging kent een aparte zorgprestatie voor de signalerende en coördinerende taken van de wijkverpleegkundigen om hen in staat te stellen mensen te begeleiden, bijvoorbeeld om zelfstandig thuis te blijven wonen. De NZa blijft uitgaan van de drie segmenten: 1. wijkgericht werken, niet op voorhand aan een individueel zorgtraject toe te rekenen, populatiebekostiging, 2. de feitelijke zorglevering, beperkt aantal prestaties, zorgzwaartepakketten en 3. resultaatbekostiging, belonen op resultaten behaald in segment 1 en 2.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Enquête contractering 2015

18 februari 2015

De contractering 2015 van onze leden is nagenoeg rond. Als vervolg op eerdere enquêtes gaat komende week de enquête over deze contractering uit naar zorggroepen en gezondheidscentra. De enquête wordt net als vorig jaar gehouden door het NIVEL. Wij zijn benieuwd naar het proces en de uitkomsten en hoe jullie de contractering hebben ervaren. Om hier een goed beeld van te krijgen vragen we jullie de enquête inderdaad in te vullen. De vragen zijn gebaseerd op de spelregels die InEen met enkele zorgverzekeraars heeft afgesproken. Daarnaast is er aandacht voor de afspraken die zijn overeengekomen in het hoofdlijnenakkoord 2014-2018. Met de resultaten kunnen we verzekeraars en andere betrokkenen benaderen om te komen tot mogelijke verbeteringen. De resultaten van de NIVEL-enquête verwachten we in maart. Omdat de financiering van huisartsenposten anders in elkaar zit dan voor de zorggroepen en gezondheidscentra, zetten we binnenkort een aparte enquête uit die specifiek de contractering van huisartsenposten betreft.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

De contractering 2015 van onze leden is nagenoeg rond. Als vervolg op eerdere enquêtes gaat komende week de enquête over deze contractering uit naar zorggroepen en gezondheidscentra. De enquête wordt net als vorig jaar gehouden door het NIVEL. Wij zijn benieuwd naar het proces en de uitkomsten en hoe jullie de contractering hebben ervaren. Om hier een goed beeld van te krijgen vragen we jullie de enquête inderdaad in te vullen. De vragen zijn gebaseerd op de spelregels die InEen met enkele zorgverzekeraars heeft afgesproken. Daarnaast is er aandacht voor de afspraken die zijn overeengekomen in het hoofdlijnenakkoord 2014-2018. Met de resultaten kunnen we verzekeraars en andere betrokkenen benaderen om te komen tot mogelijke verbeteringen. De resultaten van de NIVEL-enquête verwachten we in maart. Omdat de financiering van huisartsenposten anders in elkaar zit dan voor de zorggroepen en gezondheidscentra, zetten we binnenkort een aparte enquête uit die specifiek de contractering van huisartsenposten betreft.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

InEen zoekt een beleidsmedewerker informatiebeleid en bekostiging

12 februari 2015

Voor ons bureau zoeken we een beleidsmedewerker die de voorbereiding en uitvoering op het
gebied van informatiebeleid en bekostiging op zich kan nemen. Denk daarbij aan onderwerpen als de benchmarks, datamanagement, gegevensuitwisseling, privacy en informatiebeleid. Het gaat om een functie van 38 uur per week

[...]

Voor ons bureau zoeken we een beleidsmedewerker die de voorbereiding en uitvoering op het
gebied van informatiebeleid en bekostiging op zich kan nemen. Denk daarbij aan onderwerpen als de benchmarks, datamanagement, gegevensuitwisseling, privacy en informatiebeleid. Het gaat om een functie van 38 uur per week

Voorzitter Martin Bontje: Zo niet nog een keer!

29 januari 2015

contracteringWat leren we van de contractering 2015 

De contractering voor 2015 is nagenoeg afgerond. De meeste zorgaanbieders hebben een contract met hun verzekeraars getekend. In maart kijken de partijen van het Bestuurlijk Overleg Eerste Lijn samen terug op deze eerste contracteringsronde sinds in juli 2014 een akkoord tot stand kwam over de nieuwe bekostigingssystematiek voor huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg. InEen-voorzitter Martin Bontje: ‘Het is echt heel moeilijk geweest. Deze eerste ronde heeft niet gebracht waar we op basis van de afspraken op hoopten. We gaan met VWS en de verzekeraars aan tafel om te kijken wat er nodig is om onze gezamenlijke ambities voor de eerstelijnszorg wél te realiseren.’

De bestuurlijke partijen – VWS, verzekeraars, InEen en de LHV – formuleerden de gezamenlijke ambities al in 2013: een centrale rol voor de eerste lijn in de grote transities, versterken van de organisatiegraad, doorontwikkelen van multidisciplinaire zorg en ruimte voor innovatie. De financiële ruimte moet komen uit substitutie van tweede naar eerste lijn. Ook werd gekozen voor een stevig fundament van de basishuisartsenzorg. De eerste stap op weg naar realisering van de gezamenlijke ambities was het samen ontwikkelen van een nieuw bekostigingsmodel. Afgelopen zomer lag het er. Op basis van de nieuwe systematiek ging de contractering voor 2015 van start. Tegelijkertijd biedt 2015 een unieke kans voor integratie van huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg door de vernieuwing van de wijkverpleging.

‘We zijn de contractering voor 2015 verwachtingsvol ingegaan,’ aldus Bontje. ‘Helaas zijn veel van onze leden daar met grote teleurstelling uitgekomen. De versterking van de eerste lijn die we hadden afgesproken is niet of nauwelijks van de grond gekomen.’ Wat is er gebeurd? Hoe komt het dat partijen zijn beland in moeizame discussies in plaats van met elkaar de schouders te zetten onder het realiseren van de ambities? Bontje is van plan om in het Bestuurlijk Overleg een paar hoofdoorzaken naar voren te brengen:

  • Verzekeraars zijn er niet in geslaagd om in de tweede lijn financiële substitutie te realiseren met als gevolg te nauwe budgettaire kaders voor de eerste lijn. Bij innovatie gaat de kost voor de baat uit en daarvoor was geen enkele ruimte en ook geen begrip.
  • Er gaapt bij verzekeraars een kloof tussen de bestuurders met wie we afspraken hebben gemaakt en degenen die de financiële kaders bewaken en met de zorgverleners onderhandelen. In het veld zijn de leden van InEen daar hard tegenaan gelopen.
  • Verzekeraars hebben – ondanks de afspraken daarover – het onderzoek naar een sterkere infrastructuur voor de eerste lijn on hold gezet.
  • Verzekeraars hebben kansen voor vernieuwing van de wijkverpleging en de samenhang in de eerste lijn niet benut.

‘Niemand wil het afgelopen proces in 2016 herhalen’, stelt Bontje nuchter vast. ‘Maar we hebben veel geleerd en gaan nu met VWS en de verzekeraars aan tafel. Wat is er nodig om onze gezamenlijke ambities wél te realiseren? Wat ons betreft zijn dat geen grote wijzigingen in het bekostigingsmodel. Wel is er ruimte nodig voor ontwikkeling in de eerste lijn en het vertrouwen dat de kosten ervan op termijn dubbel en dwars worden terugverdiend. Misschien moeten we de verzekeraars helpen de te verwachten opbrengsten van substitutie beter duidelijk te maken. Ons doel is duidelijkheid voor het veld en afspraken die het contracteringsproces 2016 voor alle partijen beter laten verlopen.’

InEen heeft aan het Nivel gevraagd om – net als in voorgaande jaren – een enquête uit te voeren onder de leden van InEen naar hun ervaringen met de contractering 2015. Ook beraadt InEen zich op manieren om leden te ondersteunen bij de contractonderhandeling. Bijvoorbeeld in de vorm van trainingen, maar ook door de leden intensief op de hoogte houden van de politieke en maatschappelijke realiteit en de mogelijkheden die dat biedt. Bontje: ‘Sowieso heeft het contact met onze achterban een hoge prioriteit in onze vereniging. Nog beter luisteren, elkaar nog vaker opzoeken en de discussie aangaan. Ook dat is nodig voor een sterke eerste lijn.’

[...]

contracteringWat leren we van de contractering 2015 

De contractering voor 2015 is nagenoeg afgerond. De meeste zorgaanbieders hebben een contract met hun verzekeraars getekend. In maart kijken de partijen van het Bestuurlijk Overleg Eerste Lijn samen terug op deze eerste contracteringsronde sinds in juli 2014 een akkoord tot stand kwam over de nieuwe bekostigingssystematiek voor huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg. InEen-voorzitter Martin Bontje: ‘Het is echt heel moeilijk geweest. Deze eerste ronde heeft niet gebracht waar we op basis van de afspraken op hoopten. We gaan met VWS en de verzekeraars aan tafel om te kijken wat er nodig is om onze gezamenlijke ambities voor de eerstelijnszorg wél te realiseren.’

De bestuurlijke partijen – VWS, verzekeraars, InEen en de LHV – formuleerden de gezamenlijke ambities al in 2013: een centrale rol voor de eerste lijn in de grote transities, versterken van de organisatiegraad, doorontwikkelen van multidisciplinaire zorg en ruimte voor innovatie. De financiële ruimte moet komen uit substitutie van tweede naar eerste lijn. Ook werd gekozen voor een stevig fundament van de basishuisartsenzorg. De eerste stap op weg naar realisering van de gezamenlijke ambities was het samen ontwikkelen van een nieuw bekostigingsmodel. Afgelopen zomer lag het er. Op basis van de nieuwe systematiek ging de contractering voor 2015 van start. Tegelijkertijd biedt 2015 een unieke kans voor integratie van huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg door de vernieuwing van de wijkverpleging.

‘We zijn de contractering voor 2015 verwachtingsvol ingegaan,’ aldus Bontje. ‘Helaas zijn veel van onze leden daar met grote teleurstelling uitgekomen. De versterking van de eerste lijn die we hadden afgesproken is niet of nauwelijks van de grond gekomen.’ Wat is er gebeurd? Hoe komt het dat partijen zijn beland in moeizame discussies in plaats van met elkaar de schouders te zetten onder het realiseren van de ambities? Bontje is van plan om in het Bestuurlijk Overleg een paar hoofdoorzaken naar voren te brengen:

  • Verzekeraars zijn er niet in geslaagd om in de tweede lijn financiële substitutie te realiseren met als gevolg te nauwe budgettaire kaders voor de eerste lijn. Bij innovatie gaat de kost voor de baat uit en daarvoor was geen enkele ruimte en ook geen begrip.
  • Er gaapt bij verzekeraars een kloof tussen de bestuurders met wie we afspraken hebben gemaakt en degenen die de financiële kaders bewaken en met de zorgverleners onderhandelen. In het veld zijn de leden van InEen daar hard tegenaan gelopen.
  • Verzekeraars hebben – ondanks de afspraken daarover – het onderzoek naar een sterkere infrastructuur voor de eerste lijn on hold gezet.
  • Verzekeraars hebben kansen voor vernieuwing van de wijkverpleging en de samenhang in de eerste lijn niet benut.

‘Niemand wil het afgelopen proces in 2016 herhalen’, stelt Bontje nuchter vast. ‘Maar we hebben veel geleerd en gaan nu met VWS en de verzekeraars aan tafel. Wat is er nodig om onze gezamenlijke ambities wél te realiseren? Wat ons betreft zijn dat geen grote wijzigingen in het bekostigingsmodel. Wel is er ruimte nodig voor ontwikkeling in de eerste lijn en het vertrouwen dat de kosten ervan op termijn dubbel en dwars worden terugverdiend. Misschien moeten we de verzekeraars helpen de te verwachten opbrengsten van substitutie beter duidelijk te maken. Ons doel is duidelijkheid voor het veld en afspraken die het contracteringsproces 2016 voor alle partijen beter laten verlopen.’

InEen heeft aan het Nivel gevraagd om – net als in voorgaande jaren – een enquête uit te voeren onder de leden van InEen naar hun ervaringen met de contractering 2015. Ook beraadt InEen zich op manieren om leden te ondersteunen bij de contractonderhandeling. Bijvoorbeeld in de vorm van trainingen, maar ook door de leden intensief op de hoogte houden van de politieke en maatschappelijke realiteit en de mogelijkheden die dat biedt. Bontje: ‘Sowieso heeft het contact met onze achterban een hoge prioriteit in onze vereniging. Nog beter luisteren, elkaar nog vaker opzoeken en de discussie aangaan. Ook dat is nodig voor een sterke eerste lijn.’

Nivel  onderzoek contractering 2015

20 januari 2015

Net als vorig jaar laat InEen een onderzoek uitvoeren naar de contractering 2015. We hebben opnieuw het Nivel gevraagd dit onderzoek uit te voeren. Naar verwachting zet het Nivel de enquête eind januari/begin februari  uit onder de leden zorggroepen en gezondheidscentra om de  stand van zaken en ervaringen over de contractering 2015 in kaart te brengen. Deze informatie gaan we onder andere gebruiken in de gesprekken met verzekeraars om de contractering 2016 beter te laten verlopen. Daarnaast zijn de resultaten goed bruikbaar in de gesprekken over de evaluatie van de contractering 2015, onder andere met de partijen van het bestuurlijk overleg. We doen dus alvast ook een dringend verzoek op jullie eind januari mee te werken aan het Nivel-onderzoek!

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 9 januari 2015.

[...]

Net als vorig jaar laat InEen een onderzoek uitvoeren naar de contractering 2015. We hebben opnieuw het Nivel gevraagd dit onderzoek uit te voeren. Naar verwachting zet het Nivel de enquête eind januari/begin februari  uit onder de leden zorggroepen en gezondheidscentra om de  stand van zaken en ervaringen over de contractering 2015 in kaart te brengen. Deze informatie gaan we onder andere gebruiken in de gesprekken met verzekeraars om de contractering 2016 beter te laten verlopen. Daarnaast zijn de resultaten goed bruikbaar in de gesprekken over de evaluatie van de contractering 2015, onder andere met de partijen van het bestuurlijk overleg. We doen dus alvast ook een dringend verzoek op jullie eind januari mee te werken aan het Nivel-onderzoek!

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 9 januari 2015.

NZA-beleidsregel: macrobeheersinstrumenten

20 januari 2015

Op 17 december 2014 heef de NZa een brief gestuurd aan InEen, LHV en ZN over de macrobeheersinstrumenten (MBI) huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg. In de beleidsregels en de nadere regels staat hoe de MBI ingezet zou kunnen worden. Het inzetten van een MBI is geen automatisme, maar een laatste middel van de minister om grote overschrijdingen tegen te gaan. Een eventuele overschrijding wordt eerst onderzocht op de precieze oorzaak en de beleidsmatige wenselijkheid. Het lijkt onwaarschijnlijk dat het MBI ingezet wordt. In het signaleringsplatform van 2 oktober 2014 is afgesproken dat de minister het totaal van de uitgaven aan curatieve zorg binnen de budgettaire kaders zal bezien. Een overschrijding binnen het ene kader kan gecompenseerd worden door een onderschrijding op het andere kader. Meer toelichting in de brief, de beleidsregels (huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg) en de nadere regels (huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg).

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 9 januari 2015.

[...]

Op 17 december 2014 heef de NZa een brief gestuurd aan InEen, LHV en ZN over de macrobeheersinstrumenten (MBI) huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg. In de beleidsregels en de nadere regels staat hoe de MBI ingezet zou kunnen worden. Het inzetten van een MBI is geen automatisme, maar een laatste middel van de minister om grote overschrijdingen tegen te gaan. Een eventuele overschrijding wordt eerst onderzocht op de precieze oorzaak en de beleidsmatige wenselijkheid. Het lijkt onwaarschijnlijk dat het MBI ingezet wordt. In het signaleringsplatform van 2 oktober 2014 is afgesproken dat de minister het totaal van de uitgaven aan curatieve zorg binnen de budgettaire kaders zal bezien. Een overschrijding binnen het ene kader kan gecompenseerd worden door een onderschrijding op het andere kader. Meer toelichting in de brief, de beleidsregels (huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg) en de nadere regels (huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg).

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 9 januari 2015.

Nieuwe versie beleidsregels huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg

20 januari 2015

Op 23 december 2014 heeft de NZa een brief gestuurd aan InEen, LHV, ZN en VPH over de beleidsregels huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg. Het betreft de correctie van enkele onvolkomenheden in de regels die in juli 2014 zijn gepubliceerd. De wijzingen hebben betrekking op internetconsulten, gemoedsbezwaarden, toelichting consultloos experiment, toelichting POH-S en GEZ, M&I’s niet basisverzekerde zorg, inclusiecriteria, MDS/benchmark, verantwoordingsdocument, tariefonderbouwing POH-GGZ, tariefbeschikking achterstandsfonds en prestaties buiten segmenten. De wijzigingen hebben geen impact op de zorginkoop. Ze dienen alleen om helderheid te verschaffen. Een uitgebreidere beschrijving vinden jullie in de brief, de nieuwe beleidsregel, de nieuwe nadere regel en de nieuwe tariefbeschikking.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 9 januari 2015.

[...]

Op 23 december 2014 heeft de NZa een brief gestuurd aan InEen, LHV, ZN en VPH over de beleidsregels huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg. Het betreft de correctie van enkele onvolkomenheden in de regels die in juli 2014 zijn gepubliceerd. De wijzingen hebben betrekking op internetconsulten, gemoedsbezwaarden, toelichting consultloos experiment, toelichting POH-S en GEZ, M&I’s niet basisverzekerde zorg, inclusiecriteria, MDS/benchmark, verantwoordingsdocument, tariefonderbouwing POH-GGZ, tariefbeschikking achterstandsfonds en prestaties buiten segmenten. De wijzigingen hebben geen impact op de zorginkoop. Ze dienen alleen om helderheid te verschaffen. Een uitgebreidere beschrijving vinden jullie in de brief, de nieuwe beleidsregel, de nieuwe nadere regel en de nieuwe tariefbeschikking.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 9 januari 2015.

NZa: nieuwe Regeling multidisciplinaire zorg

23 december 2014

De administratieve voorschriften in de nieuwe regeling Multidisciplinaire Zorg (NR/CU-727, geldig vanaf januari 2015) zijn gewijzigd. De oude minimale dataset is vervangen door de indicatorenset van de benchmark ketenzorg (zie artikel 6.1). Voor de volledigheid attenderen we jullie op de verplichting tot registratie van de contactmomenten (zie artikel 6.2), die ook in de oude regeling (NR/CU-270) was benoemd.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

De administratieve voorschriften in de nieuwe regeling Multidisciplinaire Zorg (NR/CU-727, geldig vanaf januari 2015) zijn gewijzigd. De oude minimale dataset is vervangen door de indicatorenset van de benchmark ketenzorg (zie artikel 6.1). Voor de volledigheid attenderen we jullie op de verplichting tot registratie van de contactmomenten (zie artikel 6.2), die ook in de oude regeling (NR/CU-270) was benoemd.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Volgformat ZN voor S2/S3 en S1/S3

15 december 2014

InEen heeft van ZN een volgformat ontvangen voor S2/S3 en voor S1/S3. Ze hebben ons gevraagd deze bij jullie onder de aandacht te brengen. Hoewel ZN heeft aangegeven geen mutaties meer te kunnen doorvoeren, hebben we toch twee vraagtekens geplaatst bij het format voor S2/S3:

  1. De koppen van de prestaties VRM en DM 2/VRM lijken door elkaar gehaald.
  2. Een aantal programma onderdelen (bijvoorbeeld fundus) lijken te ontbreken bij DM 2/VRM.

We adviseren zorggroepen en gezondheidscentra goed te kijken of de afspraken met de preferente zorgverzekeraar in het format passen.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

InEen heeft van ZN een volgformat ontvangen voor S2/S3 en voor S1/S3. Ze hebben ons gevraagd deze bij jullie onder de aandacht te brengen. Hoewel ZN heeft aangegeven geen mutaties meer te kunnen doorvoeren, hebben we toch twee vraagtekens geplaatst bij het format voor S2/S3:

  1. De koppen van de prestaties VRM en DM 2/VRM lijken door elkaar gehaald.
  2. Een aantal programma onderdelen (bijvoorbeeld fundus) lijken te ontbreken bij DM 2/VRM.

We adviseren zorggroepen en gezondheidscentra goed te kijken of de afspraken met de preferente zorgverzekeraar in het format passen.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Geen AGB-code nodig voor waarnemers

15 december 2014

Zoals de LHV vorige week al berichtte, hebben waarnemers op de huisartsenpost geen AGB-code nodig.  Ten onrechte dachten diverse huisartsenposten, apotheken, ICT-leveranciers en waarneemorganisaties dat eenindividuele AGB-code noodzakelijk is bij verwijzing naar de tweede lijn of bij voorschrijven van medicatie. De AGB-code van de instelling is echter voldoende, zo blijkt bij bestudering van het voorschrift van de NZa. Zorgdomein had het vereiste van een individuele AGB-code in het systeem ingebouwd. Ze zullen ervoor zorgen dat er bij de verwijzingen vanuit de huisartsenpost naar de tweede lijn geen individuele AGB-code meer wordt gevraagd.

Ook bij het voorschrijven van medicatie is de instellings-AGB genoeg. De KNMP heeft laten weten dat huisartsenposten (in tegenstelling tot de ziekenhuizen) geen individuele AGB-code nodig hebben. Voor het LSP is de AGB-code sowieso geen vereiste. Bij het aanvragen van een UZI-pas wordt weliswaar gevraagd naar de AGB-code, maar dit is een optioneel veld. Een waarnemer kan een UZI-abonnement en een UZI-pas aanvragen zonder AGB-code.

We adviseren de huisartsenposten om geen AGB-codes aan waarnemers te vragen en hun ketenpartners en ICT-leveranciers hiervan op de hoogte te brengen. Met vragen kunnen jullie terecht bij Margot Lenos.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Zoals de LHV vorige week al berichtte, hebben waarnemers op de huisartsenpost geen AGB-code nodig.  Ten onrechte dachten diverse huisartsenposten, apotheken, ICT-leveranciers en waarneemorganisaties dat eenindividuele AGB-code noodzakelijk is bij verwijzing naar de tweede lijn of bij voorschrijven van medicatie. De AGB-code van de instelling is echter voldoende, zo blijkt bij bestudering van het voorschrift van de NZa. Zorgdomein had het vereiste van een individuele AGB-code in het systeem ingebouwd. Ze zullen ervoor zorgen dat er bij de verwijzingen vanuit de huisartsenpost naar de tweede lijn geen individuele AGB-code meer wordt gevraagd.

Ook bij het voorschrijven van medicatie is de instellings-AGB genoeg. De KNMP heeft laten weten dat huisartsenposten (in tegenstelling tot de ziekenhuizen) geen individuele AGB-code nodig hebben. Voor het LSP is de AGB-code sowieso geen vereiste. Bij het aanvragen van een UZI-pas wordt weliswaar gevraagd naar de AGB-code, maar dit is een optioneel veld. Een waarnemer kan een UZI-abonnement en een UZI-pas aanvragen zonder AGB-code.

We adviseren de huisartsenposten om geen AGB-codes aan waarnemers te vragen en hun ketenpartners en ICT-leveranciers hiervan op de hoogte te brengen. Met vragen kunnen jullie terecht bij Margot Lenos.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Campagne zorgverzekeringen

15 december 2014

Half oktober is de NPCF de campagne Word Wakker gestart om mensen erop te wijzen hoe belangrijk het is om goed na te gaan of ze een passende zorgpolis hebben. Uit onderzoek blijkt dat veel mensen er blind vanuit gaan dat dat het geval is. De campagne bestaat uit interviews, filmpjes en een gids met actuele en relevante informatie over zorgverzekeringen. Ook is er een online keuze-hulp ontwikkeld, aan de hand waarvan mensen een persoonlijke checklist kunnen uitdraaien voor het maken van de juiste keuze. In de toolkit voor professionals kunnen jullie campagnematerialen downloaden en ze gebruiken om patiënten over de campagne te informeren.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Half oktober is de NPCF de campagne Word Wakker gestart om mensen erop te wijzen hoe belangrijk het is om goed na te gaan of ze een passende zorgpolis hebben. Uit onderzoek blijkt dat veel mensen er blind vanuit gaan dat dat het geval is. De campagne bestaat uit interviews, filmpjes en een gids met actuele en relevante informatie over zorgverzekeringen. Ook is er een online keuze-hulp ontwikkeld, aan de hand waarvan mensen een persoonlijke checklist kunnen uitdraaien voor het maken van de juiste keuze. In de toolkit voor professionals kunnen jullie campagnematerialen downloaden en ze gebruiken om patiënten over de campagne te informeren.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Bestuurlijk Overleg Eerste lijn van 10 december 2014

15 december 2014

Afgelopen week, op 10 december, zaten we weer aan tafel met VWS, LHV, ZN, KNMP en V&VN voor het Bestuurlijk Overleg Eerste Lijn. We hebben ervaringen uitgewisseld over de contractering, waarbij InEen en LHV vooral ook het klimaat rond de contractering naar voren hebben gebracht. Ook hebben we geconstateerd dat de vele bestuurlijke contacten en gesprekken lokaal op onderdelen hebben geleid tot aanpassingen, maar dat er nog wel problemen zijn op te lossen. Een belangrijke conclusie luidt verder dat de partijen het eens zijn over het principe van de integrale tarieven in S2. Lees de conclusies. ZN heef toegezegd aan de verzekeraars nadrukkelijk ons verzoek over te brengen voor dit jaar af te zien van een malus-regeling in S2/S3 en voor 2016 nieuwe afspraken daarover te maken. In januari bespreekt het bestuurlijk overleg de ervaringen met de contractering 2015 om lessen te trekken voor de komende jaren. Tot slot: ons voorstel ouderenzorg is als uitgangspunt geaccepteerd.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Afgelopen week, op 10 december, zaten we weer aan tafel met VWS, LHV, ZN, KNMP en V&VN voor het Bestuurlijk Overleg Eerste Lijn. We hebben ervaringen uitgewisseld over de contractering, waarbij InEen en LHV vooral ook het klimaat rond de contractering naar voren hebben gebracht. Ook hebben we geconstateerd dat de vele bestuurlijke contacten en gesprekken lokaal op onderdelen hebben geleid tot aanpassingen, maar dat er nog wel problemen zijn op te lossen. Een belangrijke conclusie luidt verder dat de partijen het eens zijn over het principe van de integrale tarieven in S2. Lees de conclusies. ZN heef toegezegd aan de verzekeraars nadrukkelijk ons verzoek over te brengen voor dit jaar af te zien van een malus-regeling in S2/S3 en voor 2016 nieuwe afspraken daarover te maken. In januari bespreekt het bestuurlijk overleg de ervaringen met de contractering 2015 om lessen te trekken voor de komende jaren. Tot slot: ons voorstel ouderenzorg is als uitgangspunt geaccepteerd.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Belangrijk : invullen enquête contractering

02 december 2014

Om een goed beeld te krijgen van de stand van zaken rondom de contractering hebben we aan zorggroepen en gezondheidscentra een week geleden op 21 november een enquête toegestuurd. We vragen jullie dringend om deze in te vullen. Op dit moment heeft 40 % van de zorggroepen en gezondheidscentra de vragenlijst beantwoord. Degenen die daar nog niet aan toegekomen zijn, vragen we dringend  het snel te doen! Er is over de contractering ook een enquête in voorbereiding voor EDC’s en huisartsenposten.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Om een goed beeld te krijgen van de stand van zaken rondom de contractering hebben we aan zorggroepen en gezondheidscentra een week geleden op 21 november een enquête toegestuurd. We vragen jullie dringend om deze in te vullen. Op dit moment heeft 40 % van de zorggroepen en gezondheidscentra de vragenlijst beantwoord. Degenen die daar nog niet aan toegekomen zijn, vragen we dringend  het snel te doen! Er is over de contractering ook een enquête in voorbereiding voor EDC’s en huisartsenposten.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Rekenmodel en FAQ’s

02 december 2014

We willen jullie nog een keer attenderen op het rekenmodel 2015 en de bijbehorende FAQ’s die op onze website te vinden zijn. Het rekenmodel is op 17 november verstuurd aan de directeuren van gezondheidscentra en zorggroepen. Vanwege de actualiteit van dit model vullen we de FAQ’s regelmatig aan. Meer informatie over het rekenmodel.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

We willen jullie nog een keer attenderen op het rekenmodel 2015 en de bijbehorende FAQ’s die op onze website te vinden zijn. Het rekenmodel is op 17 november verstuurd aan de directeuren van gezondheidscentra en zorggroepen. Vanwege de actualiteit van dit model vullen we de FAQ’s regelmatig aan. Meer informatie over het rekenmodel.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Bontje: ‘Verzekeraar remt substitutie tweedelijnszorg’

24 november 2014

InEen voorzitter Martin Bontje liet begin november op een invitational conference voor KNMP-leden weten dat zorgverzekeraars kostenbesparingen belemmeren. Substitutie vanuit de tweede lijn komt daardoor onvoldoende van de grond. ‘Verzekeraars worden beloond voor nietsdoen. Wie het minst inkoopt, verdient het meest. Dus blijven ze op hun handen zitten, ook al levert elke in de eerste lijn bestede euro er tien op aan besparingen in de tweede lijn’, aldus Bontje op de website van het Pharmaceutisch weekblad. Lees meer.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van InEen.

[...]

InEen voorzitter Martin Bontje liet begin november op een invitational conference voor KNMP-leden weten dat zorgverzekeraars kostenbesparingen belemmeren. Substitutie vanuit de tweede lijn komt daardoor onvoldoende van de grond. ‘Verzekeraars worden beloond voor nietsdoen. Wie het minst inkoopt, verdient het meest. Dus blijven ze op hun handen zitten, ook al levert elke in de eerste lijn bestede euro er tien op aan besparingen in de tweede lijn’, aldus Bontje op de website van het Pharmaceutisch weekblad. Lees meer.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van InEen.

Veel gestelde vragen over het rekenmodel (FAQ’s) gepubliceerd

24 november 2014

Op onze website hebben we veel gestelde vragen en antwoorden over het rekenmodel 2015 gepubliceerd. In de aanbiedingsbrief van afgelopen maand is per abuis echter een verkeerde link toegevoegd. Onze excuses daarvoor. Dit is de goede link. Het rekenmodel is afgelopen maandag verstuurd aan directeuren van gezondheidscentra en zorggroepen. Aansluitend is het model afgelopen dinsdag en donderdag toegelicht tijdens twee informatiebijeenkomsten. Naar aanleiding van vragen tijdens deze bijeenkomsten hebben we het rekenmodel aangepast. De directeuren van gezondheidscentra en zorggroepen en de aanwezigen bij de informatiebijeenkomsten ontvangen een link naar de nieuwe versie van het model. Vanwege de actualiteit van dit model vullen we de FAQ’s regelmatig aan.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Op onze website hebben we veel gestelde vragen en antwoorden over het rekenmodel 2015 gepubliceerd. In de aanbiedingsbrief van afgelopen maand is per abuis echter een verkeerde link toegevoegd. Onze excuses daarvoor. Dit is de goede link. Het rekenmodel is afgelopen maandag verstuurd aan directeuren van gezondheidscentra en zorggroepen. Aansluitend is het model afgelopen dinsdag en donderdag toegelicht tijdens twee informatiebijeenkomsten. Naar aanleiding van vragen tijdens deze bijeenkomsten hebben we het rekenmodel aangepast. De directeuren van gezondheidscentra en zorggroepen en de aanwezigen bij de informatiebijeenkomsten ontvangen een link naar de nieuwe versie van het model. Vanwege de actualiteit van dit model vullen we de FAQ’s regelmatig aan.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

NZa: minder regels, meer ruimte in de eerstelijnszorg

24 november 2014

In de komende maanden gaat de NZa met consumentenorganisaties, zorgaanbieders in de eerstelijnszorg en zorgverzekeraars in gesprek over ‘de mogelijkheden voor deregulering in de eerstelijns zorgmarkten in de komende jaren’. Daarmee wordt bedoeld ‘minder regulering vanuit de overheid op de in rekening te brengen tarieven en prestaties’. De huidige regels in de eerstelijnszorg kunnen, aldus de NZa, zorginnovatie belemmeren. Daarom pleit de NZa ervoor per sector te bekijken hoe er meer ruimte kan komen in de regulering van de eerstelijnszorg. De besprekingen gebeuren aan de hand van het document. De regulering eerstelijnszorgmarkten.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

In de komende maanden gaat de NZa met consumentenorganisaties, zorgaanbieders in de eerstelijnszorg en zorgverzekeraars in gesprek over ‘de mogelijkheden voor deregulering in de eerstelijns zorgmarkten in de komende jaren’. Daarmee wordt bedoeld ‘minder regulering vanuit de overheid op de in rekening te brengen tarieven en prestaties’. De huidige regels in de eerstelijnszorg kunnen, aldus de NZa, zorginnovatie belemmeren. Daarom pleit de NZa ervoor per sector te bekijken hoe er meer ruimte kan komen in de regulering van de eerstelijnszorg. De besprekingen gebeuren aan de hand van het document. De regulering eerstelijnszorgmarkten.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Sluitingsdatum zorgverlenersportaal Achmea verplaatst

13 november 2014

Achmea heeft ons laten weten dat ze de sluitingsdatum verplaatst naar 15 december.
Zie onderstaande berichtgeving van Achmea:

“De afgelopen weken was er nog enige onduidelijkheid over de precieze interpretatie van enkele onderdelen van de nieuwe beleidsregels. Wij hebben daarom besloten de sluitingsdatum van het zorgverlenersportaal aan te passen. U heeft de mogelijkheid om uw overeenkomst Huisartsenzorg af te sluiten tot en met 15 december 2014. Voor het afsluiten van contracten voor Integrale Zorg geldt dezelfde datum.

Achmea nodigt u uit zo spoedig mogelijk tot het sluiten van de overeenkomst over te gaan. Dit geeft hun tijd uw contract tijdig in te regelen zodat de declaratieverwerking in januari voorspoedig verloopt.

[...]

Achmea heeft ons laten weten dat ze de sluitingsdatum verplaatst naar 15 december.
Zie onderstaande berichtgeving van Achmea:

“De afgelopen weken was er nog enige onduidelijkheid over de precieze interpretatie van enkele onderdelen van de nieuwe beleidsregels. Wij hebben daarom besloten de sluitingsdatum van het zorgverlenersportaal aan te passen. U heeft de mogelijkheid om uw overeenkomst Huisartsenzorg af te sluiten tot en met 15 december 2014. Voor het afsluiten van contracten voor Integrale Zorg geldt dezelfde datum.

Achmea nodigt u uit zo spoedig mogelijk tot het sluiten van de overeenkomst over te gaan. Dit geeft hun tijd uw contract tijdig in te regelen zodat de declaratieverwerking in januari voorspoedig verloopt.

NZa: onderzoek naar uitkomsten contractering

13 november 2014

Ook de NZa ontvangt veel klachten over het contracteringsproces. Daarom onderzoekt zij de uitkomsten van de contractering 2015. Het onderzoek start in december. De eerste resultaten zijn in februari te verwachten.

[...]

Ook de NZa ontvangt veel klachten over het contracteringsproces. Daarom onderzoekt zij de uitkomsten van de contractering 2015. Het onderzoek start in december. De eerste resultaten zijn in februari te verwachten.

Overleg met verzekeraars over contractering 2015

13 november 2014

Vorige week is de stand van zaken contractering 2015 besproken in bijeenkomsten met respectievelijk gezondheidscentra (27 oktober) en zorggroepen (28 oktober).  We hebben de aanwezige leden geïnformeerd over de stand van zaken en voorgenomen activiteiten. Naar aanleiding van de gezamenlijke brief van LHV en Ineen d.d. 17 oktober 2014 waarin we onze zorgen uiten over het contracteringsproces, is nu een bestuurlijk overleg met ZN en twee verzekeraars gepland op 24 november. LHV en Ineen hebben aangedrongen op vervroegen van dit overleg gezien de deadlines die verzekeraars hebben ingesteld voor de contractering. Inmiddels heeft de LHV per brief d.d. 5 november 2014 aan ZN ook gevraagd de contracteringstermijn te verlengen naar 15 december. Verder zal ons bestuur op korte termijn individuele verzekeraars uitnodigen voor bilateraal bestuurlijk overleg over de zorgpunten. Als de data bekend zijn, horen jullie het.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Vorige week is de stand van zaken contractering 2015 besproken in bijeenkomsten met respectievelijk gezondheidscentra (27 oktober) en zorggroepen (28 oktober).  We hebben de aanwezige leden geïnformeerd over de stand van zaken en voorgenomen activiteiten. Naar aanleiding van de gezamenlijke brief van LHV en Ineen d.d. 17 oktober 2014 waarin we onze zorgen uiten over het contracteringsproces, is nu een bestuurlijk overleg met ZN en twee verzekeraars gepland op 24 november. LHV en Ineen hebben aangedrongen op vervroegen van dit overleg gezien de deadlines die verzekeraars hebben ingesteld voor de contractering. Inmiddels heeft de LHV per brief d.d. 5 november 2014 aan ZN ook gevraagd de contracteringstermijn te verlengen naar 15 december. Verder zal ons bestuur op korte termijn individuele verzekeraars uitnodigen voor bilateraal bestuurlijk overleg over de zorgpunten. Als de data bekend zijn, horen jullie het.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

LHV en InEen uiten zorgen over afgesproken ambities in akkoord eerste lijn

12 november 2014

In de week van 18 november behandelt de Tweede Kamer de begroting van het ministerie van VWS 2015. LHV en InEen hebben in een gezamenlijke brief hun zorgen kenbaar gemaakt aan de Tweede Kamer over de afgesproken ambities in het hoofdlijnenakkoord eerste lijn. De huisartsenorganisaties laten weten dat de contracten van zorgverzekeraars voor huisartsen, zorggroepen en gezondheidscentra, nu een tegenstelde beweging laten zien. Hierdoor zijn er grote twijfels of de afgesproken beweging naar meer zorg in de eerste lijn wel gaat plaats vinden.

In het Bestuurlijk Akkoord eerste lijn 2014-2017 hebben LHV, InEen, Zorgverzekeraars Nederland (ZN) en het ministerie van VWS gezamenlijk een aantal ambities afgesproken:

  1. de kosten van de gezondheidszorg binnen de perken houden;
  2. meer zorg uit het ziekenhuis (tweede lijn) in de huisartsenpraktijk (eerste lijn) laten plaatsvinden;
  3. verhogen van de organisatiegraad binnen de eerste lijn en het versterken ervan.

Expliciet zijn afspraken gemaakt om substitutie de komende tijd een forse impuls te geven en om extra inspanningen door huisartsen beter te kunnen belonen. Hiervoor moest er een nieuw systeem voor bekostiging van huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg komen. Dit nieuwe systeem biedt diverse mogelijkheden voor verzekeraars en aanbieders om (financiële) afspraken te maken over het verplaatsen van zorg van de tweede naar de eerste lijn en het voorkomen van onnodige doorverwijzingen. Nu de contracten van zorgverzekeraars bij huisartsen, zorggroepen en gezondheidscentra op de mat vallen, zien de huisartsenorganisaties echter bij verschillende zorgverzekeraars een tegenstelde beweging. Wij hebben hierdoor grote twijfels of de beweging naar meer zorg in de eerste lijn wel gaat plaatsvinden.

Twee opvallende zaken vallen op in de koers die zorgverzekeraars op dit moment varen:

  1. Zorgverzekeraars kopen eerder minder dan meer huisartsenzorg in.

Via het Meldpunt Contractering, het telefonisch spreekuur voor huisartsen en bijeenkomsten in het land ontvangen de LHV en InEen signalen van huisartsen, zorggroepen en gezondheidscentra dat zorgverzekeraars op dit moment veel minder zorg inkopen dan je zou verwachten als je de beweging naar substitutie wilt maken. Terwijl alle ondertekende partijen van het Bestuurlijk Akkoord eerste lijn 2014-2017, ook de zorgverzekeraars, hebben afgesproken dat de eerste lijn ruim baan moet krijgen en in ieder geval met 2,5% mag groeien.

  1. Zorgverzekeraars stimuleren huisartsen, zorggroepen en gezondheidscentra onvoldoende tot substitutie.

Een belangrijk doel van de nieuwe huisartsenbekostiging is dat eerstelijnspartijen meer kunnen investeren in nieuwe zorgvormen en dat er meer werk wordt gemaakt van substitutie van zorg. Uiteindelijk bedoeld om de zorgverlening te verbeteren en deze dichter bij de patiënt te brengen. Substitutie van zorg betreft echter ook het waar mogelijk voorkomen dat mensen in de tweede lijn terecht komen of verplaatsing van zorg uit andere domeinen (zoals de GGZ of ouderenzorg). Dit feit alleen impliceert dat er goede ideeën of voorstellen in de eerste lijn kunnen bestaan die bijdragen aan substitutie of zorgvernieuwing zonder dat daar tweedelijnszorgaanbieders bij betrokken zijn. Bij de inkoop van bestaande ketenzorgprogramma’s merken we dat zorgverzekeraars huisartsen, zorggroepen en gezondheidscentra niet belonen voor de inspanning die is geleverd inzake substitutie van zorg.

[...]

In de week van 18 november behandelt de Tweede Kamer de begroting van het ministerie van VWS 2015. LHV en InEen hebben in een gezamenlijke brief hun zorgen kenbaar gemaakt aan de Tweede Kamer over de afgesproken ambities in het hoofdlijnenakkoord eerste lijn. De huisartsenorganisaties laten weten dat de contracten van zorgverzekeraars voor huisartsen, zorggroepen en gezondheidscentra, nu een tegenstelde beweging laten zien. Hierdoor zijn er grote twijfels of de afgesproken beweging naar meer zorg in de eerste lijn wel gaat plaats vinden.

In het Bestuurlijk Akkoord eerste lijn 2014-2017 hebben LHV, InEen, Zorgverzekeraars Nederland (ZN) en het ministerie van VWS gezamenlijk een aantal ambities afgesproken:

  1. de kosten van de gezondheidszorg binnen de perken houden;
  2. meer zorg uit het ziekenhuis (tweede lijn) in de huisartsenpraktijk (eerste lijn) laten plaatsvinden;
  3. verhogen van de organisatiegraad binnen de eerste lijn en het versterken ervan.

Expliciet zijn afspraken gemaakt om substitutie de komende tijd een forse impuls te geven en om extra inspanningen door huisartsen beter te kunnen belonen. Hiervoor moest er een nieuw systeem voor bekostiging van huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg komen. Dit nieuwe systeem biedt diverse mogelijkheden voor verzekeraars en aanbieders om (financiële) afspraken te maken over het verplaatsen van zorg van de tweede naar de eerste lijn en het voorkomen van onnodige doorverwijzingen. Nu de contracten van zorgverzekeraars bij huisartsen, zorggroepen en gezondheidscentra op de mat vallen, zien de huisartsenorganisaties echter bij verschillende zorgverzekeraars een tegenstelde beweging. Wij hebben hierdoor grote twijfels of de beweging naar meer zorg in de eerste lijn wel gaat plaatsvinden.

Twee opvallende zaken vallen op in de koers die zorgverzekeraars op dit moment varen:

  1. Zorgverzekeraars kopen eerder minder dan meer huisartsenzorg in.

Via het Meldpunt Contractering, het telefonisch spreekuur voor huisartsen en bijeenkomsten in het land ontvangen de LHV en InEen signalen van huisartsen, zorggroepen en gezondheidscentra dat zorgverzekeraars op dit moment veel minder zorg inkopen dan je zou verwachten als je de beweging naar substitutie wilt maken. Terwijl alle ondertekende partijen van het Bestuurlijk Akkoord eerste lijn 2014-2017, ook de zorgverzekeraars, hebben afgesproken dat de eerste lijn ruim baan moet krijgen en in ieder geval met 2,5% mag groeien.

  1. Zorgverzekeraars stimuleren huisartsen, zorggroepen en gezondheidscentra onvoldoende tot substitutie.

Een belangrijk doel van de nieuwe huisartsenbekostiging is dat eerstelijnspartijen meer kunnen investeren in nieuwe zorgvormen en dat er meer werk wordt gemaakt van substitutie van zorg. Uiteindelijk bedoeld om de zorgverlening te verbeteren en deze dichter bij de patiënt te brengen. Substitutie van zorg betreft echter ook het waar mogelijk voorkomen dat mensen in de tweede lijn terecht komen of verplaatsing van zorg uit andere domeinen (zoals de GGZ of ouderenzorg). Dit feit alleen impliceert dat er goede ideeën of voorstellen in de eerste lijn kunnen bestaan die bijdragen aan substitutie of zorgvernieuwing zonder dat daar tweedelijnszorgaanbieders bij betrokken zijn. Bij de inkoop van bestaande ketenzorgprogramma’s merken we dat zorgverzekeraars huisartsen, zorggroepen en gezondheidscentra niet belonen voor de inspanning die is geleverd inzake substitutie van zorg.

Rekenmodel 2015 beschikbaar voor zorggroepen en gezondheidscentra

07 november 2014

In de week van 17 november kunnen zorggroepen en gezondheidscentra het rekenmodel verwachten dat SiRM in opdracht van InEen heeft ontwikkeld. Gezien de complexiteit van het model organiseren we ook twee informatiebijeenkomsten waarop SiRM het gebruik van het model toelicht. De informatiebijeenkomsten vinden plaats in Utrecht (Domus Medica) op 18 november (14.00-16.00 uur) en 20 november (15.00-17.00 uur). Directeuren, controllers en financieel beleidsmakers van gezondheidscentra en zorggroepen zijn van harte welkom! Aanmelden via info@ineen.nl.

Een gezondheidscentrum of zorggroep kan met het rekenmodel een aantal scenario’s doorrekenen voor de omzet van segment 1, segment 2 en segment 3 in 2013, 2014 en 2015.Het is een Excel rekenmodel waarin de effecten van volume- en tariefmutaties zowel apart als gecombineerd inzichtelijk worden gemaakt. Het model geeft inzicht in een aantal scenario’s. Daarmee kan het de onderhandelingen met de zorgverzekeraar of het gesprek met de aangesloten huisartsen ondersteunen.

De aanleiding voor het ontwikkelen van een rekenmodel was de 77/23 problematiek. Het huidige model is een rekenmodel voor de omzet, geen rekenmodel voor de kosten. Het model verhoogt het inzicht in de samenhang tussen de verschillende segmenten. Daarmee kan het model ondersteuning bieden in de discussie met de zorgverzekeraar over de onderbouwing van de tarieven.

In het rekenmodel wordt de omzet berekend op basis van bekende en verwachtte tarieven. Om het model te gebruiken zijn gegevens of een goede inschatting nodig van de volumes en de tarieven in de verschillende segmenten. Dat betekent u ook gegevens uit de dagpraktijk van de huisartsen. Wij zijn ons bewust dat de gezondheidscentra deze makkelijker kunnen verkrijgen dan de zorggroepen.

[...]

In de week van 17 november kunnen zorggroepen en gezondheidscentra het rekenmodel verwachten dat SiRM in opdracht van InEen heeft ontwikkeld. Gezien de complexiteit van het model organiseren we ook twee informatiebijeenkomsten waarop SiRM het gebruik van het model toelicht. De informatiebijeenkomsten vinden plaats in Utrecht (Domus Medica) op 18 november (14.00-16.00 uur) en 20 november (15.00-17.00 uur). Directeuren, controllers en financieel beleidsmakers van gezondheidscentra en zorggroepen zijn van harte welkom! Aanmelden via info@ineen.nl.

Een gezondheidscentrum of zorggroep kan met het rekenmodel een aantal scenario’s doorrekenen voor de omzet van segment 1, segment 2 en segment 3 in 2013, 2014 en 2015.Het is een Excel rekenmodel waarin de effecten van volume- en tariefmutaties zowel apart als gecombineerd inzichtelijk worden gemaakt. Het model geeft inzicht in een aantal scenario’s. Daarmee kan het de onderhandelingen met de zorgverzekeraar of het gesprek met de aangesloten huisartsen ondersteunen.

De aanleiding voor het ontwikkelen van een rekenmodel was de 77/23 problematiek. Het huidige model is een rekenmodel voor de omzet, geen rekenmodel voor de kosten. Het model verhoogt het inzicht in de samenhang tussen de verschillende segmenten. Daarmee kan het model ondersteuning bieden in de discussie met de zorgverzekeraar over de onderbouwing van de tarieven.

In het rekenmodel wordt de omzet berekend op basis van bekende en verwachtte tarieven. Om het model te gebruiken zijn gegevens of een goede inschatting nodig van de volumes en de tarieven in de verschillende segmenten. Dat betekent u ook gegevens uit de dagpraktijk van de huisartsen. Wij zijn ons bewust dat de gezondheidscentra deze makkelijker kunnen verkrijgen dan de zorggroepen.

Sirm onderzoek: vergelijking inkoopbeleid verzekeraars en landelijke afspraken 

03 november 2014

InEen heeft in augustus 2014 onderzoeksbureau Sirm opdracht gegeven het inkoopbeleid 2015 van zorgverzekeraars te vergelijken met de landelijke bestuurlijke afspraken (Convenant 2014) voor de huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg. In het onderzoek scoren verzekeraars over het algemeen goed. Dit betekent dat de landelijke afspraken om tot versterking van de eerste lijn te komen goed zijn vertaald in het inkoopbeleid. Tijdens het onderzoek lieten signalen uit het veld echter een groot verschil zien tussen het inkoopbeleid (het Sirm-onderzoek) en de inkooppraktijk. Wij betreuren dit ontstane verschil ten zeerste en gaan hierover in gesprek met de afzonderlijke zorgverzekeraars. De leden van InEen herkennen de steun die het convenant wil geven aan versterking en groei van de eerste lijn niet in de praktijk van de inkoop.

Per brief hebben wij verzekeraars geïnformeerd over de uitkomsten van het onderzoek. Daarin hebben we ook aandacht gevraagd voor het verschil tussen de contracteringsbeleid (het Sirm-onderzoek) en de contracteringspraktijk. Lees verder over het Sirm-onderzoek.

[...]

InEen heeft in augustus 2014 onderzoeksbureau Sirm opdracht gegeven het inkoopbeleid 2015 van zorgverzekeraars te vergelijken met de landelijke bestuurlijke afspraken (Convenant 2014) voor de huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg. In het onderzoek scoren verzekeraars over het algemeen goed. Dit betekent dat de landelijke afspraken om tot versterking van de eerste lijn te komen goed zijn vertaald in het inkoopbeleid. Tijdens het onderzoek lieten signalen uit het veld echter een groot verschil zien tussen het inkoopbeleid (het Sirm-onderzoek) en de inkooppraktijk. Wij betreuren dit ontstane verschil ten zeerste en gaan hierover in gesprek met de afzonderlijke zorgverzekeraars. De leden van InEen herkennen de steun die het convenant wil geven aan versterking en groei van de eerste lijn niet in de praktijk van de inkoop.

Per brief hebben wij verzekeraars geïnformeerd over de uitkomsten van het onderzoek. Daarin hebben we ook aandacht gevraagd voor het verschil tussen de contracteringsbeleid (het Sirm-onderzoek) en de contracteringspraktijk. Lees verder over het Sirm-onderzoek.

Terugblik netwerk Bekostiging

03 november 2014

We kijken tevreden terug op de netwerkbijeenkomst Bekostiging van dinsdag 28 oktober. Veel verschillende ledengroepen waren aanwezig en de interactie tussen de sprekers en de controllers en financiële beleidsmakers was intensief. Drie presentaties stonden op de agenda:

Volgend jaar organiseren we opnieuw een netwerkbijeenkomst voor controllers en financieel beleidsmakers van onze leden.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

We kijken tevreden terug op de netwerkbijeenkomst Bekostiging van dinsdag 28 oktober. Veel verschillende ledengroepen waren aanwezig en de interactie tussen de sprekers en de controllers en financiële beleidsmakers was intensief. Drie presentaties stonden op de agenda:

Volgend jaar organiseren we opnieuw een netwerkbijeenkomst voor controllers en financieel beleidsmakers van onze leden.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Een uitleg, een stappenplan en een rekentool voor het invoeren van de werkkostenregeling

03 november 2014

De werkkostenregeling en zeker de verplichte overgang per 1 januari 2015 roept vragen op:

  • Wat moet ik regelen om over te gaan naar de werkkostenregeling?
  • Wat betekent de invoering van de werkkostenregeling voor onze financiële c.q. fiscale positie, voor onze administratieve processen en voor ons huidig stelsel van vergoedingen en verstrekkingen?

De paper ‘De werkkostenregeling in vogelvlucht’ reikt informatie aan die behulpzaam kan zijn bij de beantwoording van o.a. deze vragen. Er wordt jullie een stappenplan aangereikt dat gericht is op de invoering van de regeling in jullie organisatie. Een rekentool helpt snel inzicht te krijgen in de mogelijke gevolgen voor uw organisatie. Tot slot op de website van de LHV een webbased tool waarin de koppeling tussen de Cao Huisartsenzorg en de werkkostenregeling is uitgewerkt. Kortom, informatie die behulpzaam is om goed voorbereid, snel en praktisch over te gaan naar de werkkostenregeling.

[...]

De werkkostenregeling en zeker de verplichte overgang per 1 januari 2015 roept vragen op:

  • Wat moet ik regelen om over te gaan naar de werkkostenregeling?
  • Wat betekent de invoering van de werkkostenregeling voor onze financiële c.q. fiscale positie, voor onze administratieve processen en voor ons huidig stelsel van vergoedingen en verstrekkingen?

De paper ‘De werkkostenregeling in vogelvlucht’ reikt informatie aan die behulpzaam kan zijn bij de beantwoording van o.a. deze vragen. Er wordt jullie een stappenplan aangereikt dat gericht is op de invoering van de regeling in jullie organisatie. Een rekentool helpt snel inzicht te krijgen in de mogelijke gevolgen voor uw organisatie. Tot slot op de website van de LHV een webbased tool waarin de koppeling tussen de Cao Huisartsenzorg en de werkkostenregeling is uitgewerkt. Kortom, informatie die behulpzaam is om goed voorbereid, snel en praktisch over te gaan naar de werkkostenregeling.

Martin Bontje: ‘Papier is geduldig maar onze leden willen boter bij de vis!’

30 oktober 2014

martinZorgverzekeraars maken bij de inkoop voor 2015 de ambities en verwachtingen voor de eerste lijn nog lang niet waar. Het inkoopbeleid van de verzekeraars ziet er op papier doorgaans prima uit, maar het feitelijke inkoopgedrag stelt veel leden van InEen nog erg teleur. LHV en InEen trekken samen op richting ZN en verzekeraars. In een gezamenlijke brief roepen zij hen op de ambities voor een sterke eerste lijn ook echt waar te maken.

Ambities
Alom wordt de eerstelijnszorg gezien als sleutel naar betere, doelmatige en vooral patiëntgerichte zorg in de buurt. Alleen een sterke eerste lijn maakt substitutie goed mogelijk. InEen en LHV sloten in juli 2013 een bestuurlijk akkoord met VWS. Daarin staan grote ambities voor groei en versterking van de organisatiekracht van de eerste lijn. In juli 2014 werden we het vervolgens eens over de eerste stappen in de vernieuwing van de bekostiging voor de huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg.

En toen kwam de inkoop van de zorgverzekeraars op gang. Zij publiceerden een na de ander hun inkoopbeleid en op papier ziet dat er niet slecht uit. Wat bar tegenvalt is het inkoopgedrag in het veld. De ambities en verwachtingen zijn voor veel van onze leden niet meer herkenbaar. InEen-voorzitter Martin Bontje van InEen: ‘Bij alle partijen, zorgaanbieders, verzekeraars, ZN en VWS is sprake van veel ambities om de eerste lijn te versterken en te laten groeien; om de eerste lijn als het ware klaar te maken voor de grote transities in de zorg, zorg in de buurt, samenwerking en integratie met de wijkverpleging en het sociale domein van de gemeenten. Bij de contractering voor 2015 worden die ambities volgens onze leden nog onvoldoende waargemaakt.’

Knelpunten
LHV en InEen signaleren een aantal knelpunten in de contractering en dringen er bij verzekeraars op aan de afspraken uit het eerstelijns convenant duidelijk na te komen.

  • Geeft ruimte voor substitutie

Zorgaanbieders in de eerste lijn ontwikkelen programma’s voor goede zorg die leidt tot substitutie. De verantwoordelijkheid om de substitutie in financiële zin ook daadwerkelijk te realiseren ligt bij de verzekeraar als inkopers van zorg en kan niet bij de eerstelijns aanbieder gelegd worden.

  • Kies voor een bonus- in plaats van een malussyteem

Prestatiebeloning in S3 die begint met het verlagen van de tarieven in S2 en die je dan vervolgens kan terugverdienen, is een malussysteem en kan niet worden beschouwd als een bonus voor geleverde prestaties, zeker niet als de uitbetaling van de vergoeding verder in de toekomst ligt. Eerst inleveren en maar zien of je het kan terugverdienen lijkt op een sigaar uit eigen doos.

  • Handhaaf de benodigde infrastructuur en de GEZ

We spraken af dat de bestaande infrastructuur in stand blijft en de continuïteit van de eerstelijns organisaties wordt gewaarborgd in afwachting van nieuwe afspraken voor 2016 en daarna. Gezondheidscentra vervullen een wezenlijke rol in het ontwikkelen van wijkgerichte multidisci-plinaire samenwerking en samenwerking met gemeenten, wijkverpleging en GGZ. Ze  zijn kortom broodnodig om de complexe zorg in de wijk vormgeven. De huidige contractvoorstellen liggen soms ver af van de verwachtingen. De toekomst van menig gezondheidscentrum staat op het spel.

  • Hanteer integrale tarieven voor de ketenzorg

In de ingewikkelde systematiek van de NZa is er samenhang tussen de contracten in S1 en S2/S3. De NZa gaat er bij de gereguleerde tarieven voor S1 van uit dat gemiddeld 77% van de omzet en inkomen in S1 verdiend kan worden en 23% uit S2/S3, waar vrije tarieven gelden. Deze systematiek werkt alleen als de contractering in S2/S3 voldoende helder plaats vindt en op basis van integrale tarieven. Anders weet je niet waarvoor je wordt gehonoreerd.

  • Beloon resultaten niet met het kwartielen-systeem

Het door verzekeraars gehanteerde kwartielen-systeem werkt onrechtvaardig uit en stimuleert achterblijvers niet om beter hun best te doen. In deze systematiek zijn er namelijk altijd verliezers, hoe goed ze ook zijn. Dat kan toch niet de bedoeling zijn van een systeem dat kwaliteit en doelmatigheid wil bevorderen?

  • Wees transparant over de inzet voor versterking en groei van de eerste lijn

We zijn met elkaar een traject aangegaan ter versterking van de eerste lijn en de daarvoor noodzakelijke groei. Zorgaanbieders willen dan ook graag zien en ervaren dat het verzekeraars menens is deze gezamenlijke ambities waarmaken. De aanbieders doen hun stinkende beste het extra werk en de vereiste kwaliteit te leveren. Dat willen ze dan wel graag terug zien in serieus overleg over de financiële afspraken en de continuïteit van de geïntegreerde en multidisciplinaire zorg.

Het moet beter!
Martin Bontje: “We blijven aandringen en bestoken verzekeraars met alle ervaringen van de leden van InEen. Het moet echt nog een slag beter, willen we met vertrouwen 2015 tegemoet kunnen zien. Per slot: een sterke eerste lijn, daar wordt iedereen beter van!”

 

[...]

martinZorgverzekeraars maken bij de inkoop voor 2015 de ambities en verwachtingen voor de eerste lijn nog lang niet waar. Het inkoopbeleid van de verzekeraars ziet er op papier doorgaans prima uit, maar het feitelijke inkoopgedrag stelt veel leden van InEen nog erg teleur. LHV en InEen trekken samen op richting ZN en verzekeraars. In een gezamenlijke brief roepen zij hen op de ambities voor een sterke eerste lijn ook echt waar te maken.

Ambities
Alom wordt de eerstelijnszorg gezien als sleutel naar betere, doelmatige en vooral patiëntgerichte zorg in de buurt. Alleen een sterke eerste lijn maakt substitutie goed mogelijk. InEen en LHV sloten in juli 2013 een bestuurlijk akkoord met VWS. Daarin staan grote ambities voor groei en versterking van de organisatiekracht van de eerste lijn. In juli 2014 werden we het vervolgens eens over de eerste stappen in de vernieuwing van de bekostiging voor de huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg.

En toen kwam de inkoop van de zorgverzekeraars op gang. Zij publiceerden een na de ander hun inkoopbeleid en op papier ziet dat er niet slecht uit. Wat bar tegenvalt is het inkoopgedrag in het veld. De ambities en verwachtingen zijn voor veel van onze leden niet meer herkenbaar. InEen-voorzitter Martin Bontje van InEen: ‘Bij alle partijen, zorgaanbieders, verzekeraars, ZN en VWS is sprake van veel ambities om de eerste lijn te versterken en te laten groeien; om de eerste lijn als het ware klaar te maken voor de grote transities in de zorg, zorg in de buurt, samenwerking en integratie met de wijkverpleging en het sociale domein van de gemeenten. Bij de contractering voor 2015 worden die ambities volgens onze leden nog onvoldoende waargemaakt.’

Knelpunten
LHV en InEen signaleren een aantal knelpunten in de contractering en dringen er bij verzekeraars op aan de afspraken uit het eerstelijns convenant duidelijk na te komen.

  • Geeft ruimte voor substitutie

Zorgaanbieders in de eerste lijn ontwikkelen programma’s voor goede zorg die leidt tot substitutie. De verantwoordelijkheid om de substitutie in financiële zin ook daadwerkelijk te realiseren ligt bij de verzekeraar als inkopers van zorg en kan niet bij de eerstelijns aanbieder gelegd worden.

  • Kies voor een bonus- in plaats van een malussyteem

Prestatiebeloning in S3 die begint met het verlagen van de tarieven in S2 en die je dan vervolgens kan terugverdienen, is een malussysteem en kan niet worden beschouwd als een bonus voor geleverde prestaties, zeker niet als de uitbetaling van de vergoeding verder in de toekomst ligt. Eerst inleveren en maar zien of je het kan terugverdienen lijkt op een sigaar uit eigen doos.

  • Handhaaf de benodigde infrastructuur en de GEZ

We spraken af dat de bestaande infrastructuur in stand blijft en de continuïteit van de eerstelijns organisaties wordt gewaarborgd in afwachting van nieuwe afspraken voor 2016 en daarna. Gezondheidscentra vervullen een wezenlijke rol in het ontwikkelen van wijkgerichte multidisci-plinaire samenwerking en samenwerking met gemeenten, wijkverpleging en GGZ. Ze  zijn kortom broodnodig om de complexe zorg in de wijk vormgeven. De huidige contractvoorstellen liggen soms ver af van de verwachtingen. De toekomst van menig gezondheidscentrum staat op het spel.

  • Hanteer integrale tarieven voor de ketenzorg

In de ingewikkelde systematiek van de NZa is er samenhang tussen de contracten in S1 en S2/S3. De NZa gaat er bij de gereguleerde tarieven voor S1 van uit dat gemiddeld 77% van de omzet en inkomen in S1 verdiend kan worden en 23% uit S2/S3, waar vrije tarieven gelden. Deze systematiek werkt alleen als de contractering in S2/S3 voldoende helder plaats vindt en op basis van integrale tarieven. Anders weet je niet waarvoor je wordt gehonoreerd.

  • Beloon resultaten niet met het kwartielen-systeem

Het door verzekeraars gehanteerde kwartielen-systeem werkt onrechtvaardig uit en stimuleert achterblijvers niet om beter hun best te doen. In deze systematiek zijn er namelijk altijd verliezers, hoe goed ze ook zijn. Dat kan toch niet de bedoeling zijn van een systeem dat kwaliteit en doelmatigheid wil bevorderen?

  • Wees transparant over de inzet voor versterking en groei van de eerste lijn

We zijn met elkaar een traject aangegaan ter versterking van de eerste lijn en de daarvoor noodzakelijke groei. Zorgaanbieders willen dan ook graag zien en ervaren dat het verzekeraars menens is deze gezamenlijke ambities waarmaken. De aanbieders doen hun stinkende beste het extra werk en de vereiste kwaliteit te leveren. Dat willen ze dan wel graag terug zien in serieus overleg over de financiële afspraken en de continuïteit van de geïntegreerde en multidisciplinaire zorg.

Het moet beter!
Martin Bontje: “We blijven aandringen en bestoken verzekeraars met alle ervaringen van de leden van InEen. Het moet echt nog een slag beter, willen we met vertrouwen 2015 tegemoet kunnen zien. Per slot: een sterke eerste lijn, daar wordt iedereen beter van!”

 

InEen en LHV: zorgverzekeraars maak ambities voor een sterke eerste lijn ook waar

30 oktober 2014

Recent zijn belangrijke veranderingen in de bekostiging 2015 doorgevoerd op basis van afspraken tussen eerstelijns aanbieders, verzekeraars en VWS. Dit om de eerstelijns zorg te versterken en ruimte voor groei te bieden. De contractering loopt echter nog niet van een leien dakje. In een gezamenlijke brief aan de zorgverzekeraars en VWS signaleren LHV en InEen een aantal knelpunten in de contractering en dringen er bij verzekeraars op aan de afspraken uit het eerstelijns convenant duidelijk na te komen.

“Bij alle partijen, zorgaanbieders, verzekeraars, ZN en VWS is sprake van veel ambities om de eerste lijn te versterken en te laten groeien; om de eerste lijn als het ware klaar te maken voor de grote transities in de zorg, zorg in de buurt, samenwerking en integratie met de wijkverpleging en het sociale domein van de gemeenten. Bij de contractering voor 2015 worden die ambities volgens onze leden nog onvoldoende waargemaakt”, zegt voorzitter Martin Bontje van InEen.

Geeft ruimte voor substitutie
Zorgaanbieders in de eerste lijn ontwikkelen programma’s voor goede zorg, die leidt tot substitutie. De verantwoordelijkheid om de substitutie in financiële zin ook daadwerkelijk te realiseren ligt bij de verzekeraar als inkopers van zorg  en kan niet bij de eerstelijns aanbieder gelegd worden.

Kies voor een bonus- in plaats van een malussysteem
Prestatiebeloning in S3, die begint met het verlagen van de tarieven in S2, die je dan vervolgens kan terugverdienen is een malussysteem en kan niet worden beschouwd als een bonus voor geleverde prestaties, zeker niet als de uitbetaling van de vergoeding verder in de toekomst ligt. Eerst inleveren en maar zien of je het kan terugverdienen lijkt meer op een sigaar uit eigen doos.

Handhaaf de benodigd infrastructuur en de GEZ
We spraken af dat de bestaande infrastructuur in stand gehouden wordt en de continuïteit van de eerstelijns organisaties gewaarborgd wordt in afwachting van nieuwe afspraken voor 2016 en volgende jaren. Gezondheidscentra vervullen een wezenlijke rol in het ontwikkelen van wijkgerichte multidisciplinaire samenwerking en samenwerking met gemeenten, wijkverpleging en de GGZ, kortom ze zijn broodnodig om de complexe zorg in de wijk vormgeven. De huidige contractvoorstellen liggen soms ver af van de verwachtingen en staat de toekomst van menig gezondheidscentrum op het spel.

Hanteer integrale tarieven voor de ketenzorg
In de ingewikkelde systematiek van de NZa is er samenhang tussen de contracten in S1 en S2/S3. De NZa gaat er bij de gereguleerde tarieven voor S1 van uit dat gemiddeld 77% van de omzet en inkomen in S1 verdient kan worden en dat 23% uit S2/S3 verdiend kan worden, waar vrije tarieven gelden. Deze systematiek werkt alleen maar als de contractering in S2/S3 op basis van integrale tarieven en voldoende helder plaats vindt. Anders weet je niet waarvoor je wordt gehonoreerd.

Beloon resultaten niet met het kwartielen-systeem
De door verzekeraars gehanteerde kwartielen-systeem werkt onrechtvaardig uit en stimuleert achterblijvers niet om beter hun best te doen. In deze systematiek zijn er namelijk altijd verliezers, hoe goed ze ook zijn. Dat kan toch niet de bedoeling zijn van een systeem om kwaliteit en doelmatigheid te bevorderen?

Wees transparant over de inzet voor versterking en groei van de eerste lijn
We zijn met elkaar een traject aangegaan ter versterking van de eerste lijn en de daarvoor noodzakelijke groei. Zorgaanbieders willen dan ook graag zien en ervaren dat het verzekeraars menens is de gezamenlijke ambities waar te maken. De aanbieders doen hun stinkende beste het extra werk en de vereiste kwaliteit te leveren. Dat willen ze dan wel graag terug zien in serieus overleg over de financiële afspraken en de continuïteit van de geïntegreerde en multidisciplinaire zorg.

[...]

Recent zijn belangrijke veranderingen in de bekostiging 2015 doorgevoerd op basis van afspraken tussen eerstelijns aanbieders, verzekeraars en VWS. Dit om de eerstelijns zorg te versterken en ruimte voor groei te bieden. De contractering loopt echter nog niet van een leien dakje. In een gezamenlijke brief aan de zorgverzekeraars en VWS signaleren LHV en InEen een aantal knelpunten in de contractering en dringen er bij verzekeraars op aan de afspraken uit het eerstelijns convenant duidelijk na te komen.

“Bij alle partijen, zorgaanbieders, verzekeraars, ZN en VWS is sprake van veel ambities om de eerste lijn te versterken en te laten groeien; om de eerste lijn als het ware klaar te maken voor de grote transities in de zorg, zorg in de buurt, samenwerking en integratie met de wijkverpleging en het sociale domein van de gemeenten. Bij de contractering voor 2015 worden die ambities volgens onze leden nog onvoldoende waargemaakt”, zegt voorzitter Martin Bontje van InEen.

Geeft ruimte voor substitutie
Zorgaanbieders in de eerste lijn ontwikkelen programma’s voor goede zorg, die leidt tot substitutie. De verantwoordelijkheid om de substitutie in financiële zin ook daadwerkelijk te realiseren ligt bij de verzekeraar als inkopers van zorg  en kan niet bij de eerstelijns aanbieder gelegd worden.

Kies voor een bonus- in plaats van een malussysteem
Prestatiebeloning in S3, die begint met het verlagen van de tarieven in S2, die je dan vervolgens kan terugverdienen is een malussysteem en kan niet worden beschouwd als een bonus voor geleverde prestaties, zeker niet als de uitbetaling van de vergoeding verder in de toekomst ligt. Eerst inleveren en maar zien of je het kan terugverdienen lijkt meer op een sigaar uit eigen doos.

Handhaaf de benodigd infrastructuur en de GEZ
We spraken af dat de bestaande infrastructuur in stand gehouden wordt en de continuïteit van de eerstelijns organisaties gewaarborgd wordt in afwachting van nieuwe afspraken voor 2016 en volgende jaren. Gezondheidscentra vervullen een wezenlijke rol in het ontwikkelen van wijkgerichte multidisciplinaire samenwerking en samenwerking met gemeenten, wijkverpleging en de GGZ, kortom ze zijn broodnodig om de complexe zorg in de wijk vormgeven. De huidige contractvoorstellen liggen soms ver af van de verwachtingen en staat de toekomst van menig gezondheidscentrum op het spel.

Hanteer integrale tarieven voor de ketenzorg
In de ingewikkelde systematiek van de NZa is er samenhang tussen de contracten in S1 en S2/S3. De NZa gaat er bij de gereguleerde tarieven voor S1 van uit dat gemiddeld 77% van de omzet en inkomen in S1 verdient kan worden en dat 23% uit S2/S3 verdiend kan worden, waar vrije tarieven gelden. Deze systematiek werkt alleen maar als de contractering in S2/S3 op basis van integrale tarieven en voldoende helder plaats vindt. Anders weet je niet waarvoor je wordt gehonoreerd.

Beloon resultaten niet met het kwartielen-systeem
De door verzekeraars gehanteerde kwartielen-systeem werkt onrechtvaardig uit en stimuleert achterblijvers niet om beter hun best te doen. In deze systematiek zijn er namelijk altijd verliezers, hoe goed ze ook zijn. Dat kan toch niet de bedoeling zijn van een systeem om kwaliteit en doelmatigheid te bevorderen?

Wees transparant over de inzet voor versterking en groei van de eerste lijn
We zijn met elkaar een traject aangegaan ter versterking van de eerste lijn en de daarvoor noodzakelijke groei. Zorgaanbieders willen dan ook graag zien en ervaren dat het verzekeraars menens is de gezamenlijke ambities waar te maken. De aanbieders doen hun stinkende beste het extra werk en de vereiste kwaliteit te leveren. Dat willen ze dan wel graag terug zien in serieus overleg over de financiële afspraken en de continuïteit van de geïntegreerde en multidisciplinaire zorg.

FAQ bekostiging/contractering

22 oktober 2014

We krijgen op het bureau veel vragen en signalen over de bekostiging en contractering van zorggroepen en gezondheidscentra . Zoals aangekondigd in het weekbericht van 26 september hebben wij een overzicht met veelgestelde vragen en antwoorden samengesteld (FAQ’s). Bij de antwoorden hebben wij ook links naar verschillende landelijke afspraken toegevoegd.
We zullen de FAQ’s in de komende weken aanvullen.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

We krijgen op het bureau veel vragen en signalen over de bekostiging en contractering van zorggroepen en gezondheidscentra . Zoals aangekondigd in het weekbericht van 26 september hebben wij een overzicht met veelgestelde vragen en antwoorden samengesteld (FAQ’s). Bij de antwoorden hebben wij ook links naar verschillende landelijke afspraken toegevoegd.
We zullen de FAQ’s in de komende weken aanvullen.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Brief NZa 23/77 problematiek

22 oktober 2014

Op verzoek van ZN, LHV en InEen heeft de NZa nadere uitleg gegeven over twee onduidelijkheden in de beleidsregel/ tariefverhoging huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg 2015. Het betreft de systematiek van de tariefonderbouwing van tariefgereguleerde prestaties (de zogeheten systematiek 23/77) die in 2014 van kracht is en de bekostiging POH-GGZ. Zie bijgaand de brief van de NZa met uitleg over deze twee onderwerpen.

Ten aanzien van de 23/77-systematiek wil de NZa geen richting geven aan de tarieven in het vrije segment. Het is nu aan de lokale partijen om tarieven voor het vrije segment af te spreken. Met ingang van 2014 hanteert de NZa een nieuwe systematiek van tariefonderbouwing voor de huisartsenzorg. Die systematiek stelt de ‘gemiddelde huisarts’ centraal en gaat er vanuit dat bij gemiddelde productie in het tariefgereguleerde segment 77% van de praktijkkosten en arbeidskosten worden terugverdiend. De overige 23% moeten uit het vrije segment (ketens en M&I’s) worden gehaald. Duidelijk is dat de praktijkkosten en arbeidskosten onbetwist onderdeel zijn van tariefafspraken die in het vrije segment moeten worden gemaakt. InEen zal de 23/77-systematiek aan de orde stellen in vervolgoverleg met verzekeraars/ZN.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Op verzoek van ZN, LHV en InEen heeft de NZa nadere uitleg gegeven over twee onduidelijkheden in de beleidsregel/ tariefverhoging huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg 2015. Het betreft de systematiek van de tariefonderbouwing van tariefgereguleerde prestaties (de zogeheten systematiek 23/77) die in 2014 van kracht is en de bekostiging POH-GGZ. Zie bijgaand de brief van de NZa met uitleg over deze twee onderwerpen.

Ten aanzien van de 23/77-systematiek wil de NZa geen richting geven aan de tarieven in het vrije segment. Het is nu aan de lokale partijen om tarieven voor het vrije segment af te spreken. Met ingang van 2014 hanteert de NZa een nieuwe systematiek van tariefonderbouwing voor de huisartsenzorg. Die systematiek stelt de ‘gemiddelde huisarts’ centraal en gaat er vanuit dat bij gemiddelde productie in het tariefgereguleerde segment 77% van de praktijkkosten en arbeidskosten worden terugverdiend. De overige 23% moeten uit het vrije segment (ketens en M&I’s) worden gehaald. Duidelijk is dat de praktijkkosten en arbeidskosten onbetwist onderdeel zijn van tariefafspraken die in het vrije segment moeten worden gemaakt. InEen zal de 23/77-systematiek aan de orde stellen in vervolgoverleg met verzekeraars/ZN.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

De Werkkostenregeling

17 oktober 2014

Per 1 januari 2015 moeten we definitief over op de Werkkostenregeling (Wkr). In dit weekbericht (wederom) een aspect van de Wkr. De staatssecretaris van Financiën heeft in een beleidsbesluit bepaald dat het vergoeden van de contributie van wetenschappelijke verenigingen en beroepsverenigingen in een aantal gevallen onder de gerichte vrijstelling valt. Bijvoorbeeld als sprake is van een wettelijke of een vanuit de branche opgelegde verplichting tot registratie. Niet altijd hoeft de registratie een verplicht karakter te hebben. Werkgevers kunnen de gerichte vrijstelling ook toepassen als op een andere wijze sprake is van voldoende kwaliteitsborging vanuit de beroepsvereniging. Zie voor meer informatie bijgevoegde brief. Een aantal van deze verenigingen, waarvan de vergoeding van de contributie onder de gerichte vrijstelling valt, is: NHG, KNMG, LHV en LAD.
Ter informatie attenderen we jullie ook op het document van de VvAA. De laatste wijzigingen zoals geformuleerd in het Belastingplan 2015 zijn hierin nog niet verwerkt, omdat de Tweede en Eerste Kamer nog met dit Belastingplan moeten instemmen.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Per 1 januari 2015 moeten we definitief over op de Werkkostenregeling (Wkr). In dit weekbericht (wederom) een aspect van de Wkr. De staatssecretaris van Financiën heeft in een beleidsbesluit bepaald dat het vergoeden van de contributie van wetenschappelijke verenigingen en beroepsverenigingen in een aantal gevallen onder de gerichte vrijstelling valt. Bijvoorbeeld als sprake is van een wettelijke of een vanuit de branche opgelegde verplichting tot registratie. Niet altijd hoeft de registratie een verplicht karakter te hebben. Werkgevers kunnen de gerichte vrijstelling ook toepassen als op een andere wijze sprake is van voldoende kwaliteitsborging vanuit de beroepsvereniging. Zie voor meer informatie bijgevoegde brief. Een aantal van deze verenigingen, waarvan de vergoeding van de contributie onder de gerichte vrijstelling valt, is: NHG, KNMG, LHV en LAD.
Ter informatie attenderen we jullie ook op het document van de VvAA. De laatste wijzigingen zoals geformuleerd in het Belastingplan 2015 zijn hierin nog niet verwerkt, omdat de Tweede en Eerste Kamer nog met dit Belastingplan moeten instemmen.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Conclusies signaleringsplatform eerste lijn

17 oktober 2014

Zoals we hebben vermeld in het weekbericht van vorige week was er grote zorg en verontwaardiging over de eerste contractvoorstellen van zorgverzekeraars 2015. Dit kwam ook naar voren in de bijeenkomst met de leden-gezondheidscentra. VWS heeft op 2 oktober jl. op initiatief van InEen het signaleringsplatform bijeen geroepen om de geuite problemen te bespreken. Hierbij hebben we de belangen van al de ledengroepen van InEen op het netvlies. Bijgaand tref je de definitieve afspraken aan die daarbij zijn gemaakt. ZN heeft de verzekeraars geïnformeerd over deze afspraken. Wij gaan ervan uit dat je merkt dat deze afspraken worden meegenomen in het contracteringsproces. We horen graag je ervaringen. Deze kun je doorgeven via info@ineen.nl

De LHV en InEen sturen vandaag nog een brief aan VWS en de verzekeraars om nog eens nadrukkelijk te wijzen op de problemen met de contractering. Zodra de brief verstuurd is zullen we hem ook publiceren.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Zoals we hebben vermeld in het weekbericht van vorige week was er grote zorg en verontwaardiging over de eerste contractvoorstellen van zorgverzekeraars 2015. Dit kwam ook naar voren in de bijeenkomst met de leden-gezondheidscentra. VWS heeft op 2 oktober jl. op initiatief van InEen het signaleringsplatform bijeen geroepen om de geuite problemen te bespreken. Hierbij hebben we de belangen van al de ledengroepen van InEen op het netvlies. Bijgaand tref je de definitieve afspraken aan die daarbij zijn gemaakt. ZN heeft de verzekeraars geïnformeerd over deze afspraken. Wij gaan ervan uit dat je merkt dat deze afspraken worden meegenomen in het contracteringsproces. We horen graag je ervaringen. Deze kun je doorgeven via info@ineen.nl

De LHV en InEen sturen vandaag nog een brief aan VWS en de verzekeraars om nog eens nadrukkelijk te wijzen op de problemen met de contractering. Zodra de brief verstuurd is zullen we hem ook publiceren.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Herziening M&I verrichtingslijst

17 oktober 2014

De LHV heeft op haar site aandacht geschonken aan de herziening van de M&I verrichtingenlijst. Met een rekenmodule per verzekeraar voor de impact van deze aanpak. Zo kunnen huisartsen berekenen wat de veranderingen in de M&I betekent voor hun praktijk.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

De LHV heeft op haar site aandacht geschonken aan de herziening van de M&I verrichtingenlijst. Met een rekenmodule per verzekeraar voor de impact van deze aanpak. Zo kunnen huisartsen berekenen wat de veranderingen in de M&I betekent voor hun praktijk.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

FAQ nieuwe bekostiging

30 september 2014

Veel organisaties en zorgverleners hebben praktische vragen over de nieuwe bekostiging. De LHV heeft daarom een overzicht van veelgestelde vragen op hun website geplaatst. Ook van InEen kunnen jullie op korte termijn zo’n overzicht verwachten.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

[...]

Veel organisaties en zorgverleners hebben praktische vragen over de nieuwe bekostiging. De LHV heeft daarom een overzicht van veelgestelde vragen op hun website geplaatst. Ook van InEen kunnen jullie op korte termijn zo’n overzicht verwachten.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

Aankondiging Netwerk Bekostiging & Bedrijfsvoering 28 oktober 2014

30 september 2014

Op dinsdagochtend 28 oktober a.s. organiseren we een Netwerk Bekostiging & Bedrijfsvoering voor controllers en financiële beleidsmakers van alle ledengroepen van InEen. We bieden een informatief programma over de nieuwe bekostiging huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg, consequenties van wettelijke werkgeversregelingen (WKR, Wnt) en btw. De onderwerpen worden ingeleid door verschillende sprekers van o.a. de NZa en InEen. Het definitieve programma ontvangen jullie binnenkort. Aanmelden kan nu al via info@ineen.nl.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

[...]

Op dinsdagochtend 28 oktober a.s. organiseren we een Netwerk Bekostiging & Bedrijfsvoering voor controllers en financiële beleidsmakers van alle ledengroepen van InEen. We bieden een informatief programma over de nieuwe bekostiging huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg, consequenties van wettelijke werkgeversregelingen (WKR, Wnt) en btw. De onderwerpen worden ingeleid door verschillende sprekers van o.a. de NZa en InEen. Het definitieve programma ontvangen jullie binnenkort. Aanmelden kan nu al via info@ineen.nl.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

Signaleringsplatform op 2 oktober bijeen

30 september 2014

Afgelopen weken heeft InEen veel signalen gekregen over de contractering 2015. Op de ALV van 17 september zijn de problemen rond de contractering besproken en verder geïnventariseerd. Het lijkt erop dat verzekeraars de versterking van de eerste lijn niet serieus ter hand nemen. Het contracteringsproces lijkt teveel op ‘tekenen bij ’t kruisje’ en er lijkt een bezuinigingsoperatie te zijn ingezet die zelfs ten koste van de eerste lijn kan gaan. Zoals afgesproken op de ALV heeft InEen aan VWS gemeld dat we ons grote zorgen maken over het contracteringsproces en is het signaleringsplatform bijeen geroepen. Daarin zijn landelijke partijen ( VWS, LHV, ZN, verzekeraars en InEen) vertegenwoordigd. Het signaleringsplatform komt volgende week donderdag 2 oktober 2014 bijeen. We hebben onze zorgen in een brief aan het signaleringsplatform verwoord. Daarnaast hebben we de signalen deze week besproken met Achmea en Menzis. We komen tot de conclusie dat er meer ruimte is dan oorspronkelijk gedacht, maar dat onze zorgen niet geheel zijn weggenomen. Volgende week informeren we jullie over de voortgang. Blijf intussen jullie ervaringen en signalen met ons delen. Je kunt ze toesturen aan info@ineen.nl.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

[...]

Afgelopen weken heeft InEen veel signalen gekregen over de contractering 2015. Op de ALV van 17 september zijn de problemen rond de contractering besproken en verder geïnventariseerd. Het lijkt erop dat verzekeraars de versterking van de eerste lijn niet serieus ter hand nemen. Het contracteringsproces lijkt teveel op ‘tekenen bij ’t kruisje’ en er lijkt een bezuinigingsoperatie te zijn ingezet die zelfs ten koste van de eerste lijn kan gaan. Zoals afgesproken op de ALV heeft InEen aan VWS gemeld dat we ons grote zorgen maken over het contracteringsproces en is het signaleringsplatform bijeen geroepen. Daarin zijn landelijke partijen ( VWS, LHV, ZN, verzekeraars en InEen) vertegenwoordigd. Het signaleringsplatform komt volgende week donderdag 2 oktober 2014 bijeen. We hebben onze zorgen in een brief aan het signaleringsplatform verwoord. Daarnaast hebben we de signalen deze week besproken met Achmea en Menzis. We komen tot de conclusie dat er meer ruimte is dan oorspronkelijk gedacht, maar dat onze zorgen niet geheel zijn weggenomen. Volgende week informeren we jullie over de voortgang. Blijf intussen jullie ervaringen en signalen met ons delen. Je kunt ze toesturen aan info@ineen.nl.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

Contractering

26 september 2014

InEen heeft VWS laten weten behoefte te hebben aan een bijeenkomst van het zogenaamde signaleringsplatform om de actuele vragen rond de contractering te bespreken met zorgverzekeraars, LHV en VWS. Dit naar aanleiding van de vele en zorgelijke signalen die InEen heeft ontvangen van leden over het contracteringsproces. We houden jullie op de hoogte.

Bijgaand een artikel van De Eerstelijns, waarin de contractering en het onderhandelingsproces helder uiteen gezet wordt: van harte in jullie aandacht aanbevolen. Ook wij wijzen graag op de samenhang tussen de contracten van de huisartsen in S1 met de afspraken in S2 en S3. Het geheel bepaalt de omzet van de huisartsenvoorziening en het inkomen van de huisarts. Wij vragen u uw signalen, vragen en ervaringen te melden bij InEen via info@ineen.nl.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

[...]

InEen heeft VWS laten weten behoefte te hebben aan een bijeenkomst van het zogenaamde signaleringsplatform om de actuele vragen rond de contractering te bespreken met zorgverzekeraars, LHV en VWS. Dit naar aanleiding van de vele en zorgelijke signalen die InEen heeft ontvangen van leden over het contracteringsproces. We houden jullie op de hoogte.

Bijgaand een artikel van De Eerstelijns, waarin de contractering en het onderhandelingsproces helder uiteen gezet wordt: van harte in jullie aandacht aanbevolen. Ook wij wijzen graag op de samenhang tussen de contracten van de huisartsen in S1 met de afspraken in S2 en S3. Het geheel bepaalt de omzet van de huisartsenvoorziening en het inkomen van de huisarts. Wij vragen u uw signalen, vragen en ervaringen te melden bij InEen via info@ineen.nl.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

Nieuw: website over de zorgnota

24 september 2014

zorgnotaDe nieuwe website www.dezorgnota.nl geeft uitleg over de nieuwe ziekenhuisrekening en beantwoordt veelgestelde vragen over de zorgkosten. De website is gelanceerd door de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ) en Zorgverzekeraars Nederland (ZN).

Op de nieuwe zorg nota die geldt voor ziekenhuisbehandeling vanaf 1 juni 2014 worden ondoorzichtige codes vervangen door de vermelding van het specialisme van de behandelaar, de diagnose, de naam van de zorgaanbieder, de kosten en de behandelingen die zijn uitgevoerd. De website www.dezorgnota.nl geeft tekst een uitleg, ook over het DBC-bekostigingssysteem dat voor veel patiënten moeilijk te begrijpen is.  Door de website op te bouwen aan de hand van (veelgestelde) vragen, sluit de informatie direct aan op het perspectief van patiënten.

De nieuwe zorgnota past in het traject Kostenbewustzijn dat VWS vorig jaar startte met het oog op een zinnig en zuinig gebruik van de zorg. Als mensen ‘meer inzicht hebben in de kosten van zorg en in staat zijn hun zorgnota te controleren, kunnen ze uiteindelijk meer afgewogen keuzes maken’, aldus minister Schippers in een brief aan de Tweede Kamer.

[...]

zorgnotaDe nieuwe website www.dezorgnota.nl geeft uitleg over de nieuwe ziekenhuisrekening en beantwoordt veelgestelde vragen over de zorgkosten. De website is gelanceerd door de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ) en Zorgverzekeraars Nederland (ZN).

Op de nieuwe zorg nota die geldt voor ziekenhuisbehandeling vanaf 1 juni 2014 worden ondoorzichtige codes vervangen door de vermelding van het specialisme van de behandelaar, de diagnose, de naam van de zorgaanbieder, de kosten en de behandelingen die zijn uitgevoerd. De website www.dezorgnota.nl geeft tekst een uitleg, ook over het DBC-bekostigingssysteem dat voor veel patiënten moeilijk te begrijpen is.  Door de website op te bouwen aan de hand van (veelgestelde) vragen, sluit de informatie direct aan op het perspectief van patiënten.

De nieuwe zorgnota past in het traject Kostenbewustzijn dat VWS vorig jaar startte met het oog op een zinnig en zuinig gebruik van de zorg. Als mensen ‘meer inzicht hebben in de kosten van zorg en in staat zijn hun zorgnota te controleren, kunnen ze uiteindelijk meer afgewogen keuzes maken’, aldus minister Schippers in een brief aan de Tweede Kamer.

Nieuwe InEen-collega’s

23 september 2014

Graag stellen we drie nieuwe InEen-collega’s aan jullie voor:

Ella Benedictus: beleidsmedewerker
Ella werkt sinds juni aan het project ‘Verbetering samenwerking en samenhang in de keten van acute zorg’. Daarnaast is ze betrokken bij het programma ‘Zorgvernieuwing & onderzoek’. In haar vorige werkkring heef ze gewerkt aan het oprichten en borgen van het netwerk samenwerking in de zorg voor jeugd. Het project ‘Verbetering samenwerking en samenhang’ is inmiddels op stoom. Binnenkort worden de huisartsenposten benaderd over de samenwerking met ketenpartners.

Judith van Duren, programmamanager
Judith is sinds 1 september programmamanager bij InEen en accountmanager voor de gezondheidscentra. Haar aandachtsgebieden zijn bekostiging, praktijkvoering en contractering, en informatiebeleid (benchmarking, gegevens-uitwisseling, enzovoort). De afgelopen jaren deed ze belangrijke ervaring op bij de KNMT (Koninklijke Vereniging tot bevordering van de tandheelkunde), ZN en de NZa.

Rianne van Pijkeren, beleidsmedewerker
Rianne doet sinds 1 september voor een half jaar ervaring op als beleidsmedewerker in het project ‘Verbetering samenwerking en samenhang in de keten van acute zorg’. Ze is van huis uit ergotherapeut en behaalde onlangs haar master Gezondheidswetenschappen (richting beleid en organisatie van de zorg) aan de Vrije Universiteit in Amsterdam.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

[...]

Graag stellen we drie nieuwe InEen-collega’s aan jullie voor:

Ella Benedictus: beleidsmedewerker
Ella werkt sinds juni aan het project ‘Verbetering samenwerking en samenhang in de keten van acute zorg’. Daarnaast is ze betrokken bij het programma ‘Zorgvernieuwing & onderzoek’. In haar vorige werkkring heef ze gewerkt aan het oprichten en borgen van het netwerk samenwerking in de zorg voor jeugd. Het project ‘Verbetering samenwerking en samenhang’ is inmiddels op stoom. Binnenkort worden de huisartsenposten benaderd over de samenwerking met ketenpartners.

Judith van Duren, programmamanager
Judith is sinds 1 september programmamanager bij InEen en accountmanager voor de gezondheidscentra. Haar aandachtsgebieden zijn bekostiging, praktijkvoering en contractering, en informatiebeleid (benchmarking, gegevens-uitwisseling, enzovoort). De afgelopen jaren deed ze belangrijke ervaring op bij de KNMT (Koninklijke Vereniging tot bevordering van de tandheelkunde), ZN en de NZa.

Rianne van Pijkeren, beleidsmedewerker
Rianne doet sinds 1 september voor een half jaar ervaring op als beleidsmedewerker in het project ‘Verbetering samenwerking en samenhang in de keten van acute zorg’. Ze is van huis uit ergotherapeut en behaalde onlangs haar master Gezondheidswetenschappen (richting beleid en organisatie van de zorg) aan de Vrije Universiteit in Amsterdam.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

Aanvragen Vinex-subsidie 2015

22 september 2014

Hierbij attenderen wij je op bijgaande formulierenset en beleidskader van VWS t.b.v. het aanvragen van Vinex-subsidie voor 2015. Het opstarten van gezondheidscentra in grootschalige nieuwbouwlocaties gaat gepaard met specifieke aanloopproblemen. Zo zijn zorgverzekeraars terughoudend met het doen van investeringen, omdat het onduidelijk is of er voldoende verzekerden in de wijk komen wonen. Ten einde het opstarten van gezondheidscentra en andere samenwerkingsverbanden in de eerstelijnszorg in grootschalige nieuwbouwlocaties een kans te geven, bestaat er een subsidieregeling van VWS, de zogenoemde Vinex-subsidie.

Aanvragen tot verlening van subsidie ten behoeve van 2015 moeten uiterlijk 1 december 2014 zijn ingediend. Voor de aanvraag van de subsidie wordt een speciaal formulierset gebruikt. Zie voor meer informatie het beleidskader van VWS hierover en via de website van de Rijksoverheid, www.rijksoverheid.nl.

[...]

Hierbij attenderen wij je op bijgaande formulierenset en beleidskader van VWS t.b.v. het aanvragen van Vinex-subsidie voor 2015. Het opstarten van gezondheidscentra in grootschalige nieuwbouwlocaties gaat gepaard met specifieke aanloopproblemen. Zo zijn zorgverzekeraars terughoudend met het doen van investeringen, omdat het onduidelijk is of er voldoende verzekerden in de wijk komen wonen. Ten einde het opstarten van gezondheidscentra en andere samenwerkingsverbanden in de eerstelijnszorg in grootschalige nieuwbouwlocaties een kans te geven, bestaat er een subsidieregeling van VWS, de zogenoemde Vinex-subsidie.

Aanvragen tot verlening van subsidie ten behoeve van 2015 moeten uiterlijk 1 december 2014 zijn ingediend. Voor de aanvraag van de subsidie wordt een speciaal formulierset gebruikt. Zie voor meer informatie het beleidskader van VWS hierover en via de website van de Rijksoverheid, www.rijksoverheid.nl.

Contractering door zorggroepen en opbouw tarieven huisartsenzorg

16 september 2014

Sinds dit jaar verrekent de NZa de arbeidskosten en praktijkkosten op een nieuwe manier in de tarieven voor de huisartsenzorg. Waar voorheen 100 % van deze kosten gedekt werden door de inschrijf- en consulttarieven, is dit percentage dit jaar en komend jaar vastgesteld op 77 %. Met de contracteringsronde voor 2015 voor de boeg is het belangrijk hier aandacht aan besteden.
Reden voor deze wijziging is dat de NZa heeft vastgesteld dat de gemiddelde huisartspraktijk 77 % van de omzet behaalt uit werkzaamheden waarvoor de NZa de tarieven vaststelt en de overige 23 % uit werkzaamheden waarvoor vrije tarieven gelden (zoals ketenzorg en M&I-verrichtingen). Verzekeraars gaan er in veel gevallen nog van uit dat de praktijkkosten volledig door de inschrijftarieven en consulttarieven worden gedekt. Dit is dus niet het geval. Het is belangrijk om hierover bij de contractering voor 2015 met de verzekeraar het gesprek aan te gaan. In de bijlage lezen jullie meer over de aangepaste methodiek die de NZa hanteert.

[...]

Sinds dit jaar verrekent de NZa de arbeidskosten en praktijkkosten op een nieuwe manier in de tarieven voor de huisartsenzorg. Waar voorheen 100 % van deze kosten gedekt werden door de inschrijf- en consulttarieven, is dit percentage dit jaar en komend jaar vastgesteld op 77 %. Met de contracteringsronde voor 2015 voor de boeg is het belangrijk hier aandacht aan besteden.
Reden voor deze wijziging is dat de NZa heeft vastgesteld dat de gemiddelde huisartspraktijk 77 % van de omzet behaalt uit werkzaamheden waarvoor de NZa de tarieven vaststelt en de overige 23 % uit werkzaamheden waarvoor vrije tarieven gelden (zoals ketenzorg en M&I-verrichtingen). Verzekeraars gaan er in veel gevallen nog van uit dat de praktijkkosten volledig door de inschrijftarieven en consulttarieven worden gedekt. Dit is dus niet het geval. Het is belangrijk om hierover bij de contractering voor 2015 met de verzekeraar het gesprek aan te gaan. In de bijlage lezen jullie meer over de aangepaste methodiek die de NZa hanteert.

Special nieuwe bekostiging

04 september 2014

Op 1 juli van dit jaar werden InEen, LHV, zorgverzekeraars en VWS het eens over de nieuwe bekostiging van de huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg. In deze special zetten we de hoofdzaken op een rij. In een interview met Jan Frans Mutsaerts, bestuur InEen, geeft hij aan hoe de nieuwe bekostiging een belangrijke erkenning is. Conny Helder vertelt in een interview dat we behoedzaam, maar niet te voorzichtig moeten zijn. Anoeska Mosterdijk, VWS, geeft aan dat er commitment is. Eric de Laat, NZa: het schip is los van de wal en Ronald van Breugel, Coöperatie VGZ: recht doen aan verschillen tussen praktijken.

We hopen dat de special jullie voldoende informatie biedt. We horen graag de ervaringen uit de praktijk.

[...]

Op 1 juli van dit jaar werden InEen, LHV, zorgverzekeraars en VWS het eens over de nieuwe bekostiging van de huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg. In deze special zetten we de hoofdzaken op een rij. In een interview met Jan Frans Mutsaerts, bestuur InEen, geeft hij aan hoe de nieuwe bekostiging een belangrijke erkenning is. Conny Helder vertelt in een interview dat we behoedzaam, maar niet te voorzichtig moeten zijn. Anoeska Mosterdijk, VWS, geeft aan dat er commitment is. Eric de Laat, NZa: het schip is los van de wal en Ronald van Breugel, Coöperatie VGZ: recht doen aan verschillen tussen praktijken.

We hopen dat de special jullie voldoende informatie biedt. We horen graag de ervaringen uit de praktijk.

Bijeenkomsten over contracteren

11 augustus 2014

Signalen uit het veld maken duidelijk dat het contracteerproces met de zorgverzekeraar soms moeizaam verloopt. Wat mag nu wel en niet tijdens het onderhandelen? Wat is je positie als eerstelijns organisatie? Ben je verplicht te onderhandelen? Wat als je niet tot overeenstemming komt? Rond deze en andere vragen organiseren de Eerstelijns en zorgmakelaar Elderman & Geerts op 2 en 3 september twee bijeenkomsten voor bestuurders van zorggroepen. Aan de orde komen de kaders van het contracteren en in subgroepen gaan de deelnemers met elkaar in discussie over de verschillende aspecten van het contracteerproces. Advocaten van Elderman & Geerts geven daarbij feedback en juridisch advies. Informatie over het programma en praktische informatie vinden jullie bij de Eerstelijns. Hier kun je je ook inschrijven. Let op: er is een maximum aantal deelnemers (50 voor elke bijeenkomst). De bijeenkomsten vinden plaats in Zeist.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

[...]

Signalen uit het veld maken duidelijk dat het contracteerproces met de zorgverzekeraar soms moeizaam verloopt. Wat mag nu wel en niet tijdens het onderhandelen? Wat is je positie als eerstelijns organisatie? Ben je verplicht te onderhandelen? Wat als je niet tot overeenstemming komt? Rond deze en andere vragen organiseren de Eerstelijns en zorgmakelaar Elderman & Geerts op 2 en 3 september twee bijeenkomsten voor bestuurders van zorggroepen. Aan de orde komen de kaders van het contracteren en in subgroepen gaan de deelnemers met elkaar in discussie over de verschillende aspecten van het contracteerproces. Advocaten van Elderman & Geerts geven daarbij feedback en juridisch advies. Informatie over het programma en praktische informatie vinden jullie bij de Eerstelijns. Hier kun je je ook inschrijven. Let op: er is een maximum aantal deelnemers (50 voor elke bijeenkomst). De bijeenkomsten vinden plaats in Zeist.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

NZa-normbedragen 2015

29 juli 2014

Deze week heeft de NZa de normbedragen 2015 vrijgegeven. Hieronder deze bedragen met tussen haakjes de bedragen van 2014:

  • Basisbedrag € 11,93 (€12,01)
  • Module platteland € 2,98 (€3,00)
  • Module zorgconsumptie € 2,39 (€2,40)

De NZa heeft toegelicht dat de bedragen lager uitkomen dan in 2014, omdat in de bedragen 2014 een forse positieve inhaal over 2013 was verwerkt. In 2015 is het ANW-uurtarief € 69,32 (€69,84). De eventuele toeslag
is € 15,-. Dit staat in de vorige week bekend gemaakte tariefbeschikking voor de huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg (TB/CU-7089-01). Deze normbedragen kunnen jullie gebruiken bij de begroting 2015.

[...]

Deze week heeft de NZa de normbedragen 2015 vrijgegeven. Hieronder deze bedragen met tussen haakjes de bedragen van 2014:

  • Basisbedrag € 11,93 (€12,01)
  • Module platteland € 2,98 (€3,00)
  • Module zorgconsumptie € 2,39 (€2,40)

De NZa heeft toegelicht dat de bedragen lager uitkomen dan in 2014, omdat in de bedragen 2014 een forse positieve inhaal over 2013 was verwerkt. In 2015 is het ANW-uurtarief € 69,32 (€69,84). De eventuele toeslag
is € 15,-. Dit staat in de vorige week bekend gemaakte tariefbeschikking voor de huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg (TB/CU-7089-01). Deze normbedragen kunnen jullie gebruiken bij de begroting 2015.

ZN-inkoopgids wijkverpleging

06 juli 2014

Per 1 januari 2015 gaat de wijkverpleging over van de AWBZ naar de Zorgverzekeringswet. Om dit proces goed te laten verlopen, heeft ZN een inkoopgids wijkverpleging 2015 opgesteld. Deze is bedoeld als basisset van afspraken bij de onderhandelingen over de ‘extramurale zorginkoop van verpleging en verzorging zonder verblijf’. De gids bevat actuele informatie die zorginkopers en zorgverleners kunnen gebruiken bij het maken van afspraken. Omdat er nog veel onzekerheden zijn, kunnen aan de inkoopgids geen rechten worden ontleend. Relevante wijzigingen na deze publicatie komen op de website van ZN. Overigens is 2015 een overgangsjaar, de transformatie van de wijkverpleging is een meerjarig proces.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

[...]

Per 1 januari 2015 gaat de wijkverpleging over van de AWBZ naar de Zorgverzekeringswet. Om dit proces goed te laten verlopen, heeft ZN een inkoopgids wijkverpleging 2015 opgesteld. Deze is bedoeld als basisset van afspraken bij de onderhandelingen over de ‘extramurale zorginkoop van verpleging en verzorging zonder verblijf’. De gids bevat actuele informatie die zorginkopers en zorgverleners kunnen gebruiken bij het maken van afspraken. Omdat er nog veel onzekerheden zijn, kunnen aan de inkoopgids geen rechten worden ontleend. Relevante wijzigingen na deze publicatie komen op de website van ZN. Overigens is 2015 een overgangsjaar, de transformatie van de wijkverpleging is een meerjarig proces.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

Uitnodiging RI&E

06 juli 2014

Het steunpunt RI&E roept organisaties op om ideeën voor een veilige en gezonde werkomgeving in te sturen. De vijf beste RIE-deeën worden beloond met aantrekkelijke geldprijzen om het ingediende idee ook daadwerkelijk uit te voeren (2x 25.000 en 3x 15.000 euro). Aanmelden als deelnemer kan tot 1 augustus aanstaande en uiterlijk 5 september moet het globale voorstel binnen zijn. Tien genomineerden mogen hun voorstel uitwerken, waarna een jury op de beurs Veilig Werkt Beter (4-6 november in Den Bosch) de vijf winnaars bekend maakt.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

[...]

Het steunpunt RI&E roept organisaties op om ideeën voor een veilige en gezonde werkomgeving in te sturen. De vijf beste RIE-deeën worden beloond met aantrekkelijke geldprijzen om het ingediende idee ook daadwerkelijk uit te voeren (2x 25.000 en 3x 15.000 euro). Aanmelden als deelnemer kan tot 1 augustus aanstaande en uiterlijk 5 september moet het globale voorstel binnen zijn. Tien genomineerden mogen hun voorstel uitwerken, waarna een jury op de beurs Veilig Werkt Beter (4-6 november in Den Bosch) de vijf winnaars bekend maakt.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

Herziene tariefbeschikking huisartsenzorg 2014

06 juli 2014

De NZa heeft eind juni de herziene tariefbeschikking huisartsenzorg 2014 uitgebracht. Dit betreft de prestatiebeschrijvingen en de (maximum) tarieven voor geleverde huisartsenzorg in 2014, inclusief de prestaties, tarieven en voorwaarden voor POH-GGZ.  Bekijk in bijlage 3 ook de lijst van verrichtingen die in het kader van M&I (Modernisering en Innovatie) in rekening kunnen worden gebracht, waaronder diabetes- en COPD-zorg, intensieve zorg visite overdag en ANW, teledermatologie en meer.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

[...]

De NZa heeft eind juni de herziene tariefbeschikking huisartsenzorg 2014 uitgebracht. Dit betreft de prestatiebeschrijvingen en de (maximum) tarieven voor geleverde huisartsenzorg in 2014, inclusief de prestaties, tarieven en voorwaarden voor POH-GGZ.  Bekijk in bijlage 3 ook de lijst van verrichtingen die in het kader van M&I (Modernisering en Innovatie) in rekening kunnen worden gebracht, waaronder diabetes- en COPD-zorg, intensieve zorg visite overdag en ANW, teledermatologie en meer.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

Kortdurend eerstelijns-verblijf

06 juli 2014

Als mensen langer thuis blijven wonen, neemt het beroep op kortdurende opnames toe. Per 2015 gebeurt de financiering van kortdurend verblijf in de eerste lijn via de Zorgverzekeringswet. Dit schrijft minister Schippers in een Kamerbrief. Ze benadrukt dat het hierbij uitsluitend gaat om medisch noodzakelijk verblijf onder (eind)verantwoordelijkheid van een huisarts. Respijtzorg valt onder de Wmo. Minister Schippers heeft de NZa opdracht gegeven beleidsregels te ontwikkelen voor eerstelijns-verblijf, met een aparte prestatie voor verblijf in verband met palliatief terminale zorg. De NZa moet daarbij bezien hoe verblijf in de terminale levensfase kan worden ondergebracht in de toekomstige bekostiging van eerstelijns-verblijf. Ook heeft de minister ZorgInstituut Nederland gevraagd om de aanspraak op eerstelijns-verblijf helder af te bakenen ten opzicht van respijtzorg en langdurige zorg (ziekenhuizen en verpleeghuizen) en vraagt ze het veld te komen tot een normenkader voor toegang tot eerstelijns-verblijf. Omdat een volledig uitgewerkte bekostiging voor eerstelijns-verblijf per 1 januari 2015 niet haalbaar is, is 2015 een overgangsjaar. Er moeten afspraken komen over volumeontwikkeling en beheersing van de kosten. Vanaf 2015 is 93,6 miljoen euro beschikbaar in een apart budgettair kader eerstelijns-verblijf, met daarbij inzet van een generiek macrobeheersinstrument. Overschrijding van het bedrag wordt dus teruggevorderd.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

[...]

Als mensen langer thuis blijven wonen, neemt het beroep op kortdurende opnames toe. Per 2015 gebeurt de financiering van kortdurend verblijf in de eerste lijn via de Zorgverzekeringswet. Dit schrijft minister Schippers in een Kamerbrief. Ze benadrukt dat het hierbij uitsluitend gaat om medisch noodzakelijk verblijf onder (eind)verantwoordelijkheid van een huisarts. Respijtzorg valt onder de Wmo. Minister Schippers heeft de NZa opdracht gegeven beleidsregels te ontwikkelen voor eerstelijns-verblijf, met een aparte prestatie voor verblijf in verband met palliatief terminale zorg. De NZa moet daarbij bezien hoe verblijf in de terminale levensfase kan worden ondergebracht in de toekomstige bekostiging van eerstelijns-verblijf. Ook heeft de minister ZorgInstituut Nederland gevraagd om de aanspraak op eerstelijns-verblijf helder af te bakenen ten opzicht van respijtzorg en langdurige zorg (ziekenhuizen en verpleeghuizen) en vraagt ze het veld te komen tot een normenkader voor toegang tot eerstelijns-verblijf. Omdat een volledig uitgewerkte bekostiging voor eerstelijns-verblijf per 1 januari 2015 niet haalbaar is, is 2015 een overgangsjaar. Er moeten afspraken komen over volumeontwikkeling en beheersing van de kosten. Vanaf 2015 is 93,6 miljoen euro beschikbaar in een apart budgettair kader eerstelijns-verblijf, met daarbij inzet van een generiek macrobeheersinstrument. Overschrijding van het bedrag wordt dus teruggevorderd.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

Akkoord over bekostiging 2015 - GEZ blijft in 2015 op peil en ruimte voor ketenzorg veilig gesteld

02 juli 2014

InEen, LHV, zorgverzekeraars en VWS hebben op 1 juli 2014 overeenstemming bereikt over de invulling van de nieuwe bekostiging per 2015. Afgesproken is dat in 2015 de GEZ op peil blijft in afwachting van een nieuwe financieringsregeling voor infrastructuur, ondersteuning en samenwerking. Ketenzorgprogramma’s worden in S2 in principe ingekocht op basis van de zorgstandaarden. InEen heeft zich met name sterk gemaakt voor deze punten en met deze afspraken is een stevige basis gelegd voor de verdere ontwikkeling van de multidisciplinaire zorg en de versterking van de organisatiegraad in de eerste lijn.

Weer een stap verder
In juli 2013 sloot de minister voor de jaren 2014 tot en met 2017 met verzekeraars en zorgaanbieders uit de eerste lijn een ambitieus bestuurlijk akkoord. De eerste lijn vervult een centrale rol bij de grote transities in de zorg. Versterken van de organisatiegraad, doorontwikkelen van multidisciplinaire zorg en ruimte voor innovatie vormen de pijlers van het akkoord. Uiteraard met een heel stevig fundament van basis huisartsenzorg. Er is het afgelopen jaar hard gewerkt aan de uitwerking van het akkoord en de vertaling naar nieuwe afspraken over de bekostiging. Daarover is nu overeenstemming bereikt dus zijn we weer flinke stap verder. Er is ook nog eens nadrukkelijk bevestigd dat voor organisaties in de eerste lijn zoals zorggroepen, gezondheidscentra en huisartsenposten een gezonde bedrijfseconomische basis essentieel is en blijft om voldoende (door)ontwikkelkracht en implementatiecapaciteit te houden voor het aangaan van nieuwe verbindingen met onder meer de wijkverpleging, het sociale domein en de tweedelijns zorg.

Ruimte moet vooral uit substitutie komen
Huisartsenpraktijken, gezondheidscentra, zorggroepen en huisartsenposten zijn druk bezig om de grote transities naar meer en betere eerstelijnszorg waar te maken. Samen met gemeenten, wijkverpleging, GGz en andere eerstelijns zorgaanbieders. Dat vergt hele forse inspanningen. Het vraagt om versterking van de samenwerking en organisatiegraad, het vereist innovatie en experimenten. Het vraagt ook extra financiële ruimte door substitutie. Dat alles is bestuurlijk in het akkoord van juli 2013 onderkend en daar zijn nu nadere afspraken over gemaakt. Substitutie is een van de kerndoelen om de eerste lijn met meer zorg in de buurt te kunnen versterken. Samen met verzekeraars gaan aanbieders zich inspannen om de mogelijkheden van substitutie te concretiseren. Substitutie vraagt van verzekeraars scherp en slim inkopen in de tweede lijn. Dat vergt ‘ondernemerschap’ waarbij de kost soms voor de baat uitgaat.

GEZ op peil; ook een akkoord met Achmea
Samen met ZN en LHV voert InEen een onderzoek uit naar de benodigde infrastructuur en ondersteuning die de eerstelijnszorg nodig heeft. Afgesproken werd dat in afwachting van de resultaten de bestaande voorzieningen in stand gehouden worden; tijdens de verbouwing blijft de winkel open! Afbouw van GEZ-financiering past daar niet bij. We zijn dan ook blij dat nu is afgesproken dat in afwachting van een GEZ-nieuwe-stijl de GEZ-budgetten in 2015 op peil blijven. Verzekeraars kunnen in gesprek gaan met GEZ-instellingen om te bezien welke stappen eventueel al gezet kunnen worden naar versterking van de eerste lijn en naar meer wijkgerichte aanpak. Anders gezegd: er worden geen oude schoenen weggegooid voordat er nieuwe zijn. Parallel zijn er op 2 juli jl. door InEen en een aantal gezondheidscentra uit de achterban, ook afspraken met Achmea gemaakt over de GEZ in 2015 die aansluiten op het landelijke akkoord (de tekst van deze afspraken sturen we vrijdag 4 juli met het weekbericht mee).

Ketenzorg krijgt de ruimte
Programmatische zorg werkt. Zie het rapport Transparantie ketenzorg 2013 en het bijbehorende persbericht. De conclusie is duidelijk: ketenzorg werkt en steeds meer zorggroepen leveren kwalitatief hoogstaande zorg. De afgesproken zorgprogramma’s in het tweede segment (COPD/Astma en DM/CVRM) vormen de basis voor de zorggroepen. Voor de komende jaren staan ook nieuwe programma’s op de rol: kwetsbare ouderen, GGz in de eerste lijn. Zorggroepen en gezondheidscentra hebben bewezen degelijke en betrouwbare leveranciers van goede zorg te zijn. Gezamenlijk hebben ze kwaliteitscriteria en zorgstandaarden opgesteld en ze zijn transparant over hun resultaten. Zorggroepen, ketenzorgorganisaties hebben wel perspectief op continuïteit nodig om goed door te kunnen gaan. Verzekeraars moeten dan ook breed ketenzorg blijven inkopen. Afgesproken is nu om met ingang van 2015 het zorgprogramma astma in de keten te contracteren en dat bij het zorgprogramma VRM zowel de patiëntencategorieën CVZ als VVR (primaire preventie) worden gecontracteerd en dat daarmee wordt aangesloten bij de zorgstandaarden. Kwaliteitseisen en scherp inclusiecriteria horen hier bij.

Van woorden naar daden
We hebben de laatste maanden soms stevige discussies moeten voeren om begrip te krijgen en vertrouwen op te bouwen. We zijn in ieder geval blij met de bereikte resultaten. Het komt er nu op aan dat we de gezamenlijke ambities en bestuurlijke afspraken ook weten te realiseren bij de inkoop de komende maanden: van woorden naar daden. Het akkoord moet in het inkoopproces ook daadwerkelijk verzilverd kunnen worden en daarop zullen we alert blijven. We hebben met elkaar afgesproken hiervoor een platform te creëren waar we de uitvoering zullen bewaken en waarin we snel eventuele hobbels kunnen oplossen.

Bijlage
–  Gezamenlijke conclusies uitwerking hoofdlijnen eerste lijn 2014-2018

[...]

InEen, LHV, zorgverzekeraars en VWS hebben op 1 juli 2014 overeenstemming bereikt over de invulling van de nieuwe bekostiging per 2015. Afgesproken is dat in 2015 de GEZ op peil blijft in afwachting van een nieuwe financieringsregeling voor infrastructuur, ondersteuning en samenwerking. Ketenzorgprogramma’s worden in S2 in principe ingekocht op basis van de zorgstandaarden. InEen heeft zich met name sterk gemaakt voor deze punten en met deze afspraken is een stevige basis gelegd voor de verdere ontwikkeling van de multidisciplinaire zorg en de versterking van de organisatiegraad in de eerste lijn.

Weer een stap verder
In juli 2013 sloot de minister voor de jaren 2014 tot en met 2017 met verzekeraars en zorgaanbieders uit de eerste lijn een ambitieus bestuurlijk akkoord. De eerste lijn vervult een centrale rol bij de grote transities in de zorg. Versterken van de organisatiegraad, doorontwikkelen van multidisciplinaire zorg en ruimte voor innovatie vormen de pijlers van het akkoord. Uiteraard met een heel stevig fundament van basis huisartsenzorg. Er is het afgelopen jaar hard gewerkt aan de uitwerking van het akkoord en de vertaling naar nieuwe afspraken over de bekostiging. Daarover is nu overeenstemming bereikt dus zijn we weer flinke stap verder. Er is ook nog eens nadrukkelijk bevestigd dat voor organisaties in de eerste lijn zoals zorggroepen, gezondheidscentra en huisartsenposten een gezonde bedrijfseconomische basis essentieel is en blijft om voldoende (door)ontwikkelkracht en implementatiecapaciteit te houden voor het aangaan van nieuwe verbindingen met onder meer de wijkverpleging, het sociale domein en de tweedelijns zorg.

Ruimte moet vooral uit substitutie komen
Huisartsenpraktijken, gezondheidscentra, zorggroepen en huisartsenposten zijn druk bezig om de grote transities naar meer en betere eerstelijnszorg waar te maken. Samen met gemeenten, wijkverpleging, GGz en andere eerstelijns zorgaanbieders. Dat vergt hele forse inspanningen. Het vraagt om versterking van de samenwerking en organisatiegraad, het vereist innovatie en experimenten. Het vraagt ook extra financiële ruimte door substitutie. Dat alles is bestuurlijk in het akkoord van juli 2013 onderkend en daar zijn nu nadere afspraken over gemaakt. Substitutie is een van de kerndoelen om de eerste lijn met meer zorg in de buurt te kunnen versterken. Samen met verzekeraars gaan aanbieders zich inspannen om de mogelijkheden van substitutie te concretiseren. Substitutie vraagt van verzekeraars scherp en slim inkopen in de tweede lijn. Dat vergt ‘ondernemerschap’ waarbij de kost soms voor de baat uitgaat.

GEZ op peil; ook een akkoord met Achmea
Samen met ZN en LHV voert InEen een onderzoek uit naar de benodigde infrastructuur en ondersteuning die de eerstelijnszorg nodig heeft. Afgesproken werd dat in afwachting van de resultaten de bestaande voorzieningen in stand gehouden worden; tijdens de verbouwing blijft de winkel open! Afbouw van GEZ-financiering past daar niet bij. We zijn dan ook blij dat nu is afgesproken dat in afwachting van een GEZ-nieuwe-stijl de GEZ-budgetten in 2015 op peil blijven. Verzekeraars kunnen in gesprek gaan met GEZ-instellingen om te bezien welke stappen eventueel al gezet kunnen worden naar versterking van de eerste lijn en naar meer wijkgerichte aanpak. Anders gezegd: er worden geen oude schoenen weggegooid voordat er nieuwe zijn. Parallel zijn er op 2 juli jl. door InEen en een aantal gezondheidscentra uit de achterban, ook afspraken met Achmea gemaakt over de GEZ in 2015 die aansluiten op het landelijke akkoord (de tekst van deze afspraken sturen we vrijdag 4 juli met het weekbericht mee).

Ketenzorg krijgt de ruimte
Programmatische zorg werkt. Zie het rapport Transparantie ketenzorg 2013 en het bijbehorende persbericht. De conclusie is duidelijk: ketenzorg werkt en steeds meer zorggroepen leveren kwalitatief hoogstaande zorg. De afgesproken zorgprogramma’s in het tweede segment (COPD/Astma en DM/CVRM) vormen de basis voor de zorggroepen. Voor de komende jaren staan ook nieuwe programma’s op de rol: kwetsbare ouderen, GGz in de eerste lijn. Zorggroepen en gezondheidscentra hebben bewezen degelijke en betrouwbare leveranciers van goede zorg te zijn. Gezamenlijk hebben ze kwaliteitscriteria en zorgstandaarden opgesteld en ze zijn transparant over hun resultaten. Zorggroepen, ketenzorgorganisaties hebben wel perspectief op continuïteit nodig om goed door te kunnen gaan. Verzekeraars moeten dan ook breed ketenzorg blijven inkopen. Afgesproken is nu om met ingang van 2015 het zorgprogramma astma in de keten te contracteren en dat bij het zorgprogramma VRM zowel de patiëntencategorieën CVZ als VVR (primaire preventie) worden gecontracteerd en dat daarmee wordt aangesloten bij de zorgstandaarden. Kwaliteitseisen en scherp inclusiecriteria horen hier bij.

Van woorden naar daden
We hebben de laatste maanden soms stevige discussies moeten voeren om begrip te krijgen en vertrouwen op te bouwen. We zijn in ieder geval blij met de bereikte resultaten. Het komt er nu op aan dat we de gezamenlijke ambities en bestuurlijke afspraken ook weten te realiseren bij de inkoop de komende maanden: van woorden naar daden. Het akkoord moet in het inkoopproces ook daadwerkelijk verzilverd kunnen worden en daarop zullen we alert blijven. We hebben met elkaar afgesproken hiervoor een platform te creëren waar we de uitvoering zullen bewaken en waarin we snel eventuele hobbels kunnen oplossen.

Bijlage
–  Gezamenlijke conclusies uitwerking hoofdlijnen eerste lijn 2014-2018

Bekostiging huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg komt eraan

26 juni 2014

BekostigingDe discussie over de bekostiging van de huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg nadert zijn afronding. De afgelopen weken is veelvuldig overleg gevoerd over de verhouding tussen de segmenten uit het nieuwe bekostigingssysteem.

Het is een zoektocht naar de juiste balans met enerzijds een stevige basis en anderzijds ruimte en impulsen voor 1. vernieuwing en verdere ontwikkeling van multidisciplinaire zorg en 2. de versterking van de benodigde organisatiekracht en infrastructuur in de eerstelijnszorg. De insteek van InEen is dat de afspraken over de omzetverhoudingen tussen de segmenten geen stagnatie opleveren van de gewenste ontwikkelingsdynamiek. De bescherming van het ene segment mag onbedoeld niet leiden tot een keurslijf voor de andere segmenten. We blijven ervoor pleiten dat het geld de zorg volgt. Dit betekent dat overschrijding in het tweede en derde segment als gevolg van gewenste gecontracteerde substitutie van ketenzorg, gevrijwaard moeten blijven van kortingen achteraf. Zo is het afgesproken in het Bestuurlijk Akkoord eerste lijn. Als de verschuiving van zorg vanuit de tweede lijn niet tot stand komt, zal het geld daar teruggehaald moeten worden.

Afspraken maken is goed, het afgesproken gedrag ook daadwerkelijk vertonen is beter. Op grond van signalen uit het veld en de eerste berichten over de inkoopvoorwaarden 2015 zijn we er niet gerust op dat verzekeraars ook daadwerkelijk overeenkomstig de afspraken en achterliggende bedoelingen gaan inkopen. Eerder maakten we al melding van de dreigende afbouw van de GEZ-financiering voor gezondheidscentra. Het inkopen van de nieuwe keten voor astma is landelijke afgesproken; we gaan ervan uit de verzekeraars deze keten dan ook contracteren. Uiteraard zijn we volop met de zorgverzekeraars in gesprek om de afspraken uit het bestuurlijk overleg in de praktijk te brengen.

In afwachting van een Algemeen Overleg in de Tweede Kamer op 3 juli aanstaande wordt er ook hard gewerkt aan de NZa-beleidsregels. InEen let erop dat de gemaakte afspraken uit het bestuurlijke traject goed terecht komen in de regelgeving. Naar verwachting worden de beleidsregels begin juli gepubliceerd. Daarna komen de zorgverzekeraars met de definitieve publicatie van hun inkoopbeleid. Dat is voor InEen het moment om de informatievoorziening aan onze leden te intensiveren. U mag van ons in elk geval een speciale editie van de nieuwsbrief verwachten met een uitgebreide toelichting op de nieuwe bekostiging en; verder een ledenbijeenkomst in het teken van de nieuwe ontwikkelingen. In de tussentijd kunt u natuurlijk met uw vragen terecht bij het bureau van InEen.

[...]

BekostigingDe discussie over de bekostiging van de huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg nadert zijn afronding. De afgelopen weken is veelvuldig overleg gevoerd over de verhouding tussen de segmenten uit het nieuwe bekostigingssysteem.

Het is een zoektocht naar de juiste balans met enerzijds een stevige basis en anderzijds ruimte en impulsen voor 1. vernieuwing en verdere ontwikkeling van multidisciplinaire zorg en 2. de versterking van de benodigde organisatiekracht en infrastructuur in de eerstelijnszorg. De insteek van InEen is dat de afspraken over de omzetverhoudingen tussen de segmenten geen stagnatie opleveren van de gewenste ontwikkelingsdynamiek. De bescherming van het ene segment mag onbedoeld niet leiden tot een keurslijf voor de andere segmenten. We blijven ervoor pleiten dat het geld de zorg volgt. Dit betekent dat overschrijding in het tweede en derde segment als gevolg van gewenste gecontracteerde substitutie van ketenzorg, gevrijwaard moeten blijven van kortingen achteraf. Zo is het afgesproken in het Bestuurlijk Akkoord eerste lijn. Als de verschuiving van zorg vanuit de tweede lijn niet tot stand komt, zal het geld daar teruggehaald moeten worden.

Afspraken maken is goed, het afgesproken gedrag ook daadwerkelijk vertonen is beter. Op grond van signalen uit het veld en de eerste berichten over de inkoopvoorwaarden 2015 zijn we er niet gerust op dat verzekeraars ook daadwerkelijk overeenkomstig de afspraken en achterliggende bedoelingen gaan inkopen. Eerder maakten we al melding van de dreigende afbouw van de GEZ-financiering voor gezondheidscentra. Het inkopen van de nieuwe keten voor astma is landelijke afgesproken; we gaan ervan uit de verzekeraars deze keten dan ook contracteren. Uiteraard zijn we volop met de zorgverzekeraars in gesprek om de afspraken uit het bestuurlijk overleg in de praktijk te brengen.

In afwachting van een Algemeen Overleg in de Tweede Kamer op 3 juli aanstaande wordt er ook hard gewerkt aan de NZa-beleidsregels. InEen let erop dat de gemaakte afspraken uit het bestuurlijke traject goed terecht komen in de regelgeving. Naar verwachting worden de beleidsregels begin juli gepubliceerd. Daarna komen de zorgverzekeraars met de definitieve publicatie van hun inkoopbeleid. Dat is voor InEen het moment om de informatievoorziening aan onze leden te intensiveren. U mag van ons in elk geval een speciale editie van de nieuwsbrief verwachten met een uitgebreide toelichting op de nieuwe bekostiging en; verder een ledenbijeenkomst in het teken van de nieuwe ontwikkelingen. In de tussentijd kunt u natuurlijk met uw vragen terecht bij het bureau van InEen.

Persbericht InEen - Stijgende lijn in de ketenzorg zet door

12 juni 2014

De Nederlandse zorggroepen presteren goed. De ketenzorg voor mensen met diabetes, COPD en hart/vaatziekten verloopt steeds beter, de patiënten worden steeds beter bereikt en de uitkomsten van de zorg vertonen ten opzichte van 2013 opnieuw een stijgende lijn. Dat blijkt uit het rapport Transparante Ketenzorg 2013, gebaseerd op de landelijke benchmark voor zorggroepen die jaarlijks wordt gehouden. Niet onbelangrijk is de gestage verschuiving van zorg in de tweede lijn, naar zorg in de eerste lijn (substitutie). In de zorggroepen werken huisartsen nauw samen met andere eerstelijns zorgverleners.

In 2013 namen 92 van de ruim 100 zorggroepen deel aan de landelijke benchmark voor zorggroepen, tegen 70 in 2012. Een stijging van meer dan dertig procent. Ruim driekwart van de deelnemers (74) deed dit bovendien onder naamsvermelding. ‘Het op naam verzamelen en publiceren van data toont de zeer transparante attitude van onze zorggroepen. Ik durf dit uniek te noemen’, aldus Maarten Klomp, voorzitter van de redactiecommissie Transparante Ketenzorg. Hij roept ziekenhuizen op om op dezelfde wijze te rapporteren over hún aandeel in de zorg voor de genoemde patiëntencategorieën.

De uitkomstindicatoren laten over de volle breedte van de eerstelijns zorgprogramma’s een stijgende lijn zien. Onder mensen met diabetes is het aantal rokers voor het vierde achtereenvolgende jaar gedaald en het aantal patiënten met een goede bloeddruk en een goed cholesterol is gestegen: in de komende jaren zullen daardoor minder diabetespatiënten te maken krijgen met vasculaire complicaties. Ook mensen met COPD roken beduidend minder en bewegen meer. In het zorgprogramma VRM-HVZ (Vasculair Risico Management) voor mensen met een hart/vaatziekte zijn de uitkomstindicatoren over de hele linie verbeterd of stabiel. Voor de eerste keer werd daarnaast een inventarisatie gedaan over vasculair risicomanagement bij patiënten met een verhoogd risico op hart- en vaatziekten. Door bij te houden hoeveel van de ingeschreven patiënten in de eerste lijn, dan wel in de tweede lijn worden behandeld wordt de verschuiving van zorg van de eerste naar de twee lijn gemeten. In het zorgprogramma diabetes bedroeg deze verschuiving in 2013 1,7% ten opzichte van 2012.

Belangrijk is de aanbeveling om landelijke inclusiecriteria op te stellen voor alle zorgprogramma’s. Op dit moment zijn de criteria voor deelname aan de zorgprogramma’s niet altijd glashelder. Landelijke inclusiecriteria leiden tot beter vergelijkbare uitkomsten en tot een doelmatiger besteding van de beschikbare financiële middelen. Vooruitlopend op deze aanbeveling zijn onlangs in nauwe samenwerking met de CAHAG, een expertgroep van het NHG, inclusiecriteria opgesteld voor het nieuwe zorgprogramma voor mensen met astma.

De landelijke benchmark voor zorggroepen werd voorheen georganiseerd door de Landelijk Organisatie voor Ketenzorg (LOK). De LOK is per 1 januari 2014 opgegaan in InEen, de nieuwe brancheorganisatie voor eerstelijns zorgorganisaties. InEen pleit voor verdere standaardisatie van de procedures voor registratie, extractie en rapportage. Klomp: ‘Transparantie en benchmarking in de ketenzorg vragen om heldere inclusiecriteria, zorgvuldig gekozen indicatoren en betrouwbaar datamanagement. Dat levert een genuanceerde rapportage op, die intern kan worden gebruikt als spiegelinformatie in het kwaliteitsbeleid en daarnaast kan dienen als verantwoordingsinformatie naar externe partijen.’

[...]

De Nederlandse zorggroepen presteren goed. De ketenzorg voor mensen met diabetes, COPD en hart/vaatziekten verloopt steeds beter, de patiënten worden steeds beter bereikt en de uitkomsten van de zorg vertonen ten opzichte van 2013 opnieuw een stijgende lijn. Dat blijkt uit het rapport Transparante Ketenzorg 2013, gebaseerd op de landelijke benchmark voor zorggroepen die jaarlijks wordt gehouden. Niet onbelangrijk is de gestage verschuiving van zorg in de tweede lijn, naar zorg in de eerste lijn (substitutie). In de zorggroepen werken huisartsen nauw samen met andere eerstelijns zorgverleners.

In 2013 namen 92 van de ruim 100 zorggroepen deel aan de landelijke benchmark voor zorggroepen, tegen 70 in 2012. Een stijging van meer dan dertig procent. Ruim driekwart van de deelnemers (74) deed dit bovendien onder naamsvermelding. ‘Het op naam verzamelen en publiceren van data toont de zeer transparante attitude van onze zorggroepen. Ik durf dit uniek te noemen’, aldus Maarten Klomp, voorzitter van de redactiecommissie Transparante Ketenzorg. Hij roept ziekenhuizen op om op dezelfde wijze te rapporteren over hún aandeel in de zorg voor de genoemde patiëntencategorieën.

De uitkomstindicatoren laten over de volle breedte van de eerstelijns zorgprogramma’s een stijgende lijn zien. Onder mensen met diabetes is het aantal rokers voor het vierde achtereenvolgende jaar gedaald en het aantal patiënten met een goede bloeddruk en een goed cholesterol is gestegen: in de komende jaren zullen daardoor minder diabetespatiënten te maken krijgen met vasculaire complicaties. Ook mensen met COPD roken beduidend minder en bewegen meer. In het zorgprogramma VRM-HVZ (Vasculair Risico Management) voor mensen met een hart/vaatziekte zijn de uitkomstindicatoren over de hele linie verbeterd of stabiel. Voor de eerste keer werd daarnaast een inventarisatie gedaan over vasculair risicomanagement bij patiënten met een verhoogd risico op hart- en vaatziekten. Door bij te houden hoeveel van de ingeschreven patiënten in de eerste lijn, dan wel in de tweede lijn worden behandeld wordt de verschuiving van zorg van de eerste naar de twee lijn gemeten. In het zorgprogramma diabetes bedroeg deze verschuiving in 2013 1,7% ten opzichte van 2012.

Belangrijk is de aanbeveling om landelijke inclusiecriteria op te stellen voor alle zorgprogramma’s. Op dit moment zijn de criteria voor deelname aan de zorgprogramma’s niet altijd glashelder. Landelijke inclusiecriteria leiden tot beter vergelijkbare uitkomsten en tot een doelmatiger besteding van de beschikbare financiële middelen. Vooruitlopend op deze aanbeveling zijn onlangs in nauwe samenwerking met de CAHAG, een expertgroep van het NHG, inclusiecriteria opgesteld voor het nieuwe zorgprogramma voor mensen met astma.

De landelijke benchmark voor zorggroepen werd voorheen georganiseerd door de Landelijk Organisatie voor Ketenzorg (LOK). De LOK is per 1 januari 2014 opgegaan in InEen, de nieuwe brancheorganisatie voor eerstelijns zorgorganisaties. InEen pleit voor verdere standaardisatie van de procedures voor registratie, extractie en rapportage. Klomp: ‘Transparantie en benchmarking in de ketenzorg vragen om heldere inclusiecriteria, zorgvuldig gekozen indicatoren en betrouwbaar datamanagement. Dat levert een genuanceerde rapportage op, die intern kan worden gebruikt als spiegelinformatie in het kwaliteitsbeleid en daarnaast kan dienen als verantwoordingsinformatie naar externe partijen.’

Voortgang bekostiging huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg

06 juni 2014

Op woensdag 28 mei, daags voor Hemelvaart, heeft er Bestuurlijk Overleg plaatsgevonden over de bekostiging van de huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg. Tijdens het overleg zijn nadere besprekingen gevoerd over de uitwerking van de plannen die in de voorhangbrief staan beschreven. De betrokken partijen (ZN, LHV, VWS en InEen) zetten op dit moment de puntjes op de i bij het vastleggen van de gemaakte afspraken. In afwachting van de aanwijzing van de minister (wordt medio juni verwacht na de voorhangperiode van dertig dagen) bereidt de NZa intussen de beleidsregels voor waarin de nieuwe bekostiging tot uitdrukking komt. Samen met andere partijen zit InEen daarbij aan tafel om te komen tot bijpassende regels en voorschriften. Volgens de planning komen de beleidsregels vóór 1 juli beschikbaar. Om jullie over de nieuwe bekostiging van de huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg te informeren organiseren we de komende weken een bijeenkomst. Houd de berichtgeving in het weekbericht en de andere kanalen hiervoor in de gaten.

[...]

Op woensdag 28 mei, daags voor Hemelvaart, heeft er Bestuurlijk Overleg plaatsgevonden over de bekostiging van de huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg. Tijdens het overleg zijn nadere besprekingen gevoerd over de uitwerking van de plannen die in de voorhangbrief staan beschreven. De betrokken partijen (ZN, LHV, VWS en InEen) zetten op dit moment de puntjes op de i bij het vastleggen van de gemaakte afspraken. In afwachting van de aanwijzing van de minister (wordt medio juni verwacht na de voorhangperiode van dertig dagen) bereidt de NZa intussen de beleidsregels voor waarin de nieuwe bekostiging tot uitdrukking komt. Samen met andere partijen zit InEen daarbij aan tafel om te komen tot bijpassende regels en voorschriften. Volgens de planning komen de beleidsregels vóór 1 juli beschikbaar. Om jullie over de nieuwe bekostiging van de huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg te informeren organiseren we de komende weken een bijeenkomst. Houd de berichtgeving in het weekbericht en de andere kanalen hiervoor in de gaten.

Voortgang bekostiging huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg

28 mei 2014

De hoofdlijnen van de nieuwe bekostiging zijn door de minister in een voorhangbrief aan Tweede Kamer gestuurd. Naast de voorhangbrief over bekostiging voor huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg verscheen op 19 mei 2014 ook de brief over de bekostiging van de wijkverpleging. Beide onderwerpen hangen nauw met elkaar samen. 

De Tweede Kamer krijgt dertig dagen de gelegenheid om op beide brieven (zie onderaan dit bericht) te reageren. Als zwaarwegende bezwaren uitblijven, krijgt de NZa vervolgens een aanwijzing om de bekostiging voor 1 juli 2014 in beleidsregels uit te werken. InEen is nauw betrokken bij de uitwerking van de bekostiging van de huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg. De afgelopen periode  trof een aantal werkgroepen voorbereidingen voor de herstructurering van de M&I-verrichtingen en de inrichting van het derde segment in de nieuwe bekostiging.

Het derde segment biedt ruimte voor resultaatbeloning en zorgvernieuwing. Ook hierbij pleit InEen voor het zetten van behoedzame stappen vanuit een solide basis. Overeenkomstig deze benadering is met zorgverzekeraars afgesproken in 2015 te beginnen met de introductie van ketenindicatoren op procesniveau, gebaseerd op betrouwbare registraties. Daarnaast biedt het derde segment via een open prestatie ook ruimte voor het maken van afspraken over zelfmanagement en e-health toepassingen.

Een belangrijke motor voor vernieuwing is de substitutie van zorg uit de tweede lijn naar de eerste lijn. Door het verleggen van patiëntenstromen en het geld de zorg te laten volgen, ontstaat er meer ruimte voor vernieuwing en beloning op resultaten. Monitoren van de beoogde verschuiving is daarbij een belangrijke voorwaarde. InEen werkt samen met de LHV en ZN aan voorstellen voor het inrichten van de substitutiemonitor. Een taai en ingewikkeld proces waarin de afgelopen weken vooruitgang is geboekt.

Tijdens een netwerkbijeenkomst nog vóór de zomerperiode informeren we de leden over de uitwerking van het derde segment, de substitutiemonitor en de andere aspecten van de bekostiging informeren.  De financieel georiënteerde vertegenwoordigers  van de leden ontvangen hiervoor binnenkort een uitnodiging.

[...]

De hoofdlijnen van de nieuwe bekostiging zijn door de minister in een voorhangbrief aan Tweede Kamer gestuurd. Naast de voorhangbrief over bekostiging voor huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg verscheen op 19 mei 2014 ook de brief over de bekostiging van de wijkverpleging. Beide onderwerpen hangen nauw met elkaar samen. 

De Tweede Kamer krijgt dertig dagen de gelegenheid om op beide brieven (zie onderaan dit bericht) te reageren. Als zwaarwegende bezwaren uitblijven, krijgt de NZa vervolgens een aanwijzing om de bekostiging voor 1 juli 2014 in beleidsregels uit te werken. InEen is nauw betrokken bij de uitwerking van de bekostiging van de huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg. De afgelopen periode  trof een aantal werkgroepen voorbereidingen voor de herstructurering van de M&I-verrichtingen en de inrichting van het derde segment in de nieuwe bekostiging.

Het derde segment biedt ruimte voor resultaatbeloning en zorgvernieuwing. Ook hierbij pleit InEen voor het zetten van behoedzame stappen vanuit een solide basis. Overeenkomstig deze benadering is met zorgverzekeraars afgesproken in 2015 te beginnen met de introductie van ketenindicatoren op procesniveau, gebaseerd op betrouwbare registraties. Daarnaast biedt het derde segment via een open prestatie ook ruimte voor het maken van afspraken over zelfmanagement en e-health toepassingen.

Een belangrijke motor voor vernieuwing is de substitutie van zorg uit de tweede lijn naar de eerste lijn. Door het verleggen van patiëntenstromen en het geld de zorg te laten volgen, ontstaat er meer ruimte voor vernieuwing en beloning op resultaten. Monitoren van de beoogde verschuiving is daarbij een belangrijke voorwaarde. InEen werkt samen met de LHV en ZN aan voorstellen voor het inrichten van de substitutiemonitor. Een taai en ingewikkeld proces waarin de afgelopen weken vooruitgang is geboekt.

Tijdens een netwerkbijeenkomst nog vóór de zomerperiode informeren we de leden over de uitwerking van het derde segment, de substitutiemonitor en de andere aspecten van de bekostiging informeren.  De financieel georiënteerde vertegenwoordigers  van de leden ontvangen hiervoor binnenkort een uitnodiging.

Samenwerking plattelandspraktijken

25 april 2014

Stichting Gezondheidszorg Avereest (SGA) heeft in enkele maanden tijd het totale proces voor de GEZ-module succesvol doorlopen met ondersteuning van de ROS ProGez (lid van InEen).

Feitelijk is de SGA een virtueel gezondheidscentrum met verschillende plattelandspraktijken in Balkbrug en Dedemsvaart. Het vormen van een stichting om de GEZ-module aan te kunnen vragen, lijkt minder voor de hand te liggen dan in een stad. Echter: de fysieke afstand tussen de praktijken vormt geen belemmering omdat de praktijken al jaren onderling samenwerken en zelfs gezamenlijk personeel in dienst hebben. Lees meer over dit initiatief.

[...]

Stichting Gezondheidszorg Avereest (SGA) heeft in enkele maanden tijd het totale proces voor de GEZ-module succesvol doorlopen met ondersteuning van de ROS ProGez (lid van InEen).

Feitelijk is de SGA een virtueel gezondheidscentrum met verschillende plattelandspraktijken in Balkbrug en Dedemsvaart. Het vormen van een stichting om de GEZ-module aan te kunnen vragen, lijkt minder voor de hand te liggen dan in een stad. Echter: de fysieke afstand tussen de praktijken vormt geen belemmering omdat de praktijken al jaren onderling samenwerken en zelfs gezamenlijk personeel in dienst hebben. Lees meer over dit initiatief.

Opiniestuk in Financieel Dagblad

25 april 2014

Op vrijdag 18 april heeft het Financieel Dagblad een opiniestuk opgenomen van Marnix de Romph, directeur InEen en Lex Geerts van Eldermans & Geerts advocaten. De auteurs gaan in op de te beperkte bewegingsvrijheid van zorgverleners op het gebied van samenwerking.

De ACM vindt het delen van informatie al snel concurrentiegevoelig. Ze kan hoge boetes opleggen en dat werkt verlammend. Er zijn uit angst voor boetes al regionale projecten gesneuveld en dat kan niet de bedoeling zijn. De AMC moet juist de mogelijkheden die er zijn voor samenwerking in de zorg, aanmoedigen, stellen De Romph en Geerts. Lees het gehele artikel. <pdf>

[...]

Op vrijdag 18 april heeft het Financieel Dagblad een opiniestuk opgenomen van Marnix de Romph, directeur InEen en Lex Geerts van Eldermans & Geerts advocaten. De auteurs gaan in op de te beperkte bewegingsvrijheid van zorgverleners op het gebied van samenwerking.

De ACM vindt het delen van informatie al snel concurrentiegevoelig. Ze kan hoge boetes opleggen en dat werkt verlammend. Er zijn uit angst voor boetes al regionale projecten gesneuveld en dat kan niet de bedoeling zijn. De AMC moet juist de mogelijkheden die er zijn voor samenwerking in de zorg, aanmoedigen, stellen De Romph en Geerts. Lees het gehele artikel. <pdf>

Persbericht: Knelpunten contractering zorggroepen blijven bestaan; spelregels bieden perspectief

23 april 2014

Onderzoek naar ervaringen met contractering tussen zorgroepen en zorgverzekeraars

Uit een onderzoek van het NIVEL onder de zorggroepen blijken er nog steeds knelpunten te zijn bij de contractering. Vooral op het gebied van tijdigheid van contracteren, het niet volgen door zorgverzekeraars en de contractduur blijkt dat de gewenste situatie nog niet is bereikt. Het onderzoek werd uitgevoerd in opdracht van InEen, de brancheorganisatie van organisaties voor eerstelijnszorg. Wederkerige spelregels tussen zorggroepen en zorgverzekeraars vertonen samenhang met een soepeler verloop van het contracteerproces. Zorggroepen geven aan dat er vaker afspraken zijn gemaakt over substitutie en het voorkomen van dubbelloop van declaraties met zorgverzekeraars die de spelregels hebben ondertekend. InEen zal als vertegenwoordiger van zorggroepen het gesprek aan gaan met zorgverzekeraars om de knelpunten op te lossen en de spelregels te evalueren.

Knelpunten bieden ruimte voor verbetering

Uit het onderzoek blijkt dat er nog veel ruimte voor verbetering bestaat. De ervaringen van zorggroepen met de contractering door zorgverzekeraars zijn niet onverdeeld positief. Net als in voorgaande jaren blijven er knelpunten in het contracteerproces. De belangrijkste verbeterpunten zijn: tijdigheid van contracteren, het volgen door zorgverzekeraars met een klein marktaandeel en het afsluiten van meerjarencontracten. De bevindingen sluiten aan bij eerdere enquêtes over de contractering onder zorggroepen.

Betekenis van spelregels voor het contracteerproces

Het contracteerproces met zorgverzekeraars die in 2013 de wederkerige spelregels vanuit de branche hebben ondertekend, verloopt volgens de zorggroepen soepeler dan bij zorgverzekeraars zonder spelregels. Vanwege het ontbreken van een  zuivere nulmeting kan een oorzakelijk verband tussen de spelregels en de betere scores niet worden aangetoond. Omgekeerd is het opvallend dat de zorggroepen wiens preferente zorgverzekeraar de spelregels ondertekenden naar eigen zeggen zelf ook vaker voldoen aan de spelregels die kaders stellen voor zorggroepen. Het onderzoek laat onder meer positieve resultaten zien bij het maken van afspraken over substitutie (het verschuiven van zorg van de tweede lijn naar de eerste lijn) en het voorkomen van dubbelloop van declaraties. Twee belangrijke aspecten van het contracteerproces die direct bijdragen aan het leveren van zinnige en zuinige zorg.

Overleg met zorgverzekeraars over spelregels en contractering

Dit jaar werd het onderzoek voor het eerst uitgevoerd door het NIVEL, het Nederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg. De respons op de enquête bedraagt 73% . Dit betekent dat 60 zorggroepen de online vragenlijst rond de jaarwisseling invulden. Naast financiële aspecten gaat het onderzoek ook in op de  inhoud en kwaliteit van de contracten en het proces van contractering. Ook de houding van zorggroepen ten aanzien van zorgverzekeraars maakt deel uit van de enquête. Deze bevindingen uit het onderzoek zullen door InEen worden gebruikt bij het evalueren van de spelregels. De komende weken gaat InEen met de zorgverzekeraars in gesprek om het contracteerproces soepeler te laten verlopen.

[...]

Onderzoek naar ervaringen met contractering tussen zorgroepen en zorgverzekeraars

Uit een onderzoek van het NIVEL onder de zorggroepen blijken er nog steeds knelpunten te zijn bij de contractering. Vooral op het gebied van tijdigheid van contracteren, het niet volgen door zorgverzekeraars en de contractduur blijkt dat de gewenste situatie nog niet is bereikt. Het onderzoek werd uitgevoerd in opdracht van InEen, de brancheorganisatie van organisaties voor eerstelijnszorg. Wederkerige spelregels tussen zorggroepen en zorgverzekeraars vertonen samenhang met een soepeler verloop van het contracteerproces. Zorggroepen geven aan dat er vaker afspraken zijn gemaakt over substitutie en het voorkomen van dubbelloop van declaraties met zorgverzekeraars die de spelregels hebben ondertekend. InEen zal als vertegenwoordiger van zorggroepen het gesprek aan gaan met zorgverzekeraars om de knelpunten op te lossen en de spelregels te evalueren.

Knelpunten bieden ruimte voor verbetering

Uit het onderzoek blijkt dat er nog veel ruimte voor verbetering bestaat. De ervaringen van zorggroepen met de contractering door zorgverzekeraars zijn niet onverdeeld positief. Net als in voorgaande jaren blijven er knelpunten in het contracteerproces. De belangrijkste verbeterpunten zijn: tijdigheid van contracteren, het volgen door zorgverzekeraars met een klein marktaandeel en het afsluiten van meerjarencontracten. De bevindingen sluiten aan bij eerdere enquêtes over de contractering onder zorggroepen.

Betekenis van spelregels voor het contracteerproces

Het contracteerproces met zorgverzekeraars die in 2013 de wederkerige spelregels vanuit de branche hebben ondertekend, verloopt volgens de zorggroepen soepeler dan bij zorgverzekeraars zonder spelregels. Vanwege het ontbreken van een  zuivere nulmeting kan een oorzakelijk verband tussen de spelregels en de betere scores niet worden aangetoond. Omgekeerd is het opvallend dat de zorggroepen wiens preferente zorgverzekeraar de spelregels ondertekenden naar eigen zeggen zelf ook vaker voldoen aan de spelregels die kaders stellen voor zorggroepen. Het onderzoek laat onder meer positieve resultaten zien bij het maken van afspraken over substitutie (het verschuiven van zorg van de tweede lijn naar de eerste lijn) en het voorkomen van dubbelloop van declaraties. Twee belangrijke aspecten van het contracteerproces die direct bijdragen aan het leveren van zinnige en zuinige zorg.

Overleg met zorgverzekeraars over spelregels en contractering

Dit jaar werd het onderzoek voor het eerst uitgevoerd door het NIVEL, het Nederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg. De respons op de enquête bedraagt 73% . Dit betekent dat 60 zorggroepen de online vragenlijst rond de jaarwisseling invulden. Naast financiële aspecten gaat het onderzoek ook in op de  inhoud en kwaliteit van de contracten en het proces van contractering. Ook de houding van zorggroepen ten aanzien van zorgverzekeraars maakt deel uit van de enquête. Deze bevindingen uit het onderzoek zullen door InEen worden gebruikt bij het evalueren van de spelregels. De komende weken gaat InEen met de zorgverzekeraars in gesprek om het contracteerproces soepeler te laten verlopen.

InEen betrokken bij uitwerking huisartsenbekostiging

23 april 2014

InEenDe nieuwe huisartsenbekostiging zit eraan te komen. De NZa krijgt binnenkort van de Minister een aanwijzing met het verzoek de bijbehorende beleidsregels in te richten. Voor 1 juli moet er duidelijkheid zijn over manier waarop de afspraken uit het Onderhandelaarsakkoord van afgelopen zomer een plek krijgen in de prestatiebeschrijvingen, zodat eerstelijnszorgaanbieder en zorgverzekeraars met elkaar afspraken kunnen maken voor 2015.

Drie pijlers
Als kersverse brancheorganisatie is InEen nauw betrokken bij het uitwerken van de plannen voor de huisartsenbekostiging. Geheel in lijn met de drie pijlers van InEen zoeken we naar ruimte voor organisatie, samenwerking en innovatie. Met oog voor de verworvenheden van de eerstelijnszorg waarin de huisartsenzorg een verbindende schakelfunctie vervult. De stabiele basis, met op ingeschreven naam ingeschreven patiënten, biedt de mogelijkheid om vooruit te kijken. Op weg naar persoonsgerichte zorg en populatiemanagement als wenkend perspectief.

Behoedzaam en doelgericht
Onder het motto ‘geen oude schoenen weggooien voor je nieuwe hebt’ gaat InEen daarbij behoedzaam en doelgericht te werk. De voorgenomen samenvoeging van bestaande zorgketens voor diabetes en vasculair risicomanagement en het toevoegen van astma aan zorgketen voor COPD is daarvan een mooi voorbeeld. De nieuwe indeling van het tweede segment vormt een stap op weg naar een meer integrale benadering. Hetzelfde geldt voor de GEZ-financiering. In afwachting van de resultaten van een door InEen geïnitieerd onderzoek naar infrastructuur en organisatiegraad van de eerste lijn blijft de GEZ-beleidsregel overeind. Op die manier voorkomen we het afbreken van organisaties en structuren die we in de toekomst hard nodig zullen hebben.

Details
Zoals zo vaak gaat het om de details. Dit betekent dat InEen de komende periode veelvuldig te vinden zal zijn aan de tafels waaraan de details worden uitgewerkt. In de technische overleggen en diverse werkgroepen zal InEen erop toezien dat de bestuurlijke afspraken op de afgesproken wij in de beleidsregels en andere afspraken tot uitdrukking komen. In het belang van de leden een goed georganiseerde eerste lijn.

[...]

InEenDe nieuwe huisartsenbekostiging zit eraan te komen. De NZa krijgt binnenkort van de Minister een aanwijzing met het verzoek de bijbehorende beleidsregels in te richten. Voor 1 juli moet er duidelijkheid zijn over manier waarop de afspraken uit het Onderhandelaarsakkoord van afgelopen zomer een plek krijgen in de prestatiebeschrijvingen, zodat eerstelijnszorgaanbieder en zorgverzekeraars met elkaar afspraken kunnen maken voor 2015.

Drie pijlers
Als kersverse brancheorganisatie is InEen nauw betrokken bij het uitwerken van de plannen voor de huisartsenbekostiging. Geheel in lijn met de drie pijlers van InEen zoeken we naar ruimte voor organisatie, samenwerking en innovatie. Met oog voor de verworvenheden van de eerstelijnszorg waarin de huisartsenzorg een verbindende schakelfunctie vervult. De stabiele basis, met op ingeschreven naam ingeschreven patiënten, biedt de mogelijkheid om vooruit te kijken. Op weg naar persoonsgerichte zorg en populatiemanagement als wenkend perspectief.

Behoedzaam en doelgericht
Onder het motto ‘geen oude schoenen weggooien voor je nieuwe hebt’ gaat InEen daarbij behoedzaam en doelgericht te werk. De voorgenomen samenvoeging van bestaande zorgketens voor diabetes en vasculair risicomanagement en het toevoegen van astma aan zorgketen voor COPD is daarvan een mooi voorbeeld. De nieuwe indeling van het tweede segment vormt een stap op weg naar een meer integrale benadering. Hetzelfde geldt voor de GEZ-financiering. In afwachting van de resultaten van een door InEen geïnitieerd onderzoek naar infrastructuur en organisatiegraad van de eerste lijn blijft de GEZ-beleidsregel overeind. Op die manier voorkomen we het afbreken van organisaties en structuren die we in de toekomst hard nodig zullen hebben.

Details
Zoals zo vaak gaat het om de details. Dit betekent dat InEen de komende periode veelvuldig te vinden zal zijn aan de tafels waaraan de details worden uitgewerkt. In de technische overleggen en diverse werkgroepen zal InEen erop toezien dat de bestuurlijke afspraken op de afgesproken wij in de beleidsregels en andere afspraken tot uitdrukking komen. In het belang van de leden een goed georganiseerde eerste lijn.

Onderzoek contractering zorggroepen

23 april 2014

DC23Jaarlijks vindt een onderzoek plaats naar de ervaringen van zorggroepen met de contractering van ketenzorg. Dit jaar heeft het Nivel deze enquête uitgevoerd. De vragenlijst is opgesteld in overleg met InEen en na consultatie van  de vier grootste verzekeraars. Het rapport met de uitkomsten is gisteren verschenen. Vers van de pers dus.

Nivel-programmaleider Zorgstelsel en Sturing Judith de Jong en onderzoeker Stef Bouwhuis hebben zich vanuit het Nivel zich gebogen over het onderzoek, dat voortbouwt op de enquêtes die InEen en haar voorgangers  sinds 2009 uitvoeren. Op basis van de resultaten van deze enquêtes heeft InEen spelregels opgesteld rondom de contractering van zorggroepen. Een aantal verzekeraars heeft deze onderschreven, andere zorgverzekeraars niet. ‘We hebben gekeken hoe de contractering verloopt in het licht van deze spelregels. En voldoen de zorgverzekeraars waarmee de spelregels zijn overeengekomen daar ook aan? Dat is wisselend: op sommige onderdelen is dat wel het geval, op andere onderdelen juist niet.’

Contractduur
Als opvallende zaken benoemt Bouwhuis allereerst de contractduur. ‘Een enkele keer is er sprake van een tweejarige contractduur, maar over het algemeen gaat het om eenjarige contracten.’ De Jong vult aan: ‘Het is efficiënter om contracten voor langere duur af te sluiten. In een volgend onderzoek zou je kunnen kijken naar de redenen waarom dat niet gebeurt. Die zijn nu niet bekend. Zo zijn er meer onderwerpen waar je in een volgend onderzoek dieper op in kunt gaan.’ Ook het contracteringsproces, en dan met name de tijdigheid, verloopt niet altijd volgens de spelregels, blijkt uit het onderzoek. Aan de andere kant noemt Bouwhuis volgens de zorggroepen de afspraken in de contracten goed voldoen aan de zorgstandaarden. ‘Dat is eigenlijk tegen de verwachting in’, geeft hij aan.

Hoge respons
Beiden vinden de respons van 73 procent bijzonder hoog. Ze verwachten dat de inzet van InEen daar een positieve invloed op heeft gehad. Zorginkoop is een aandachtsgebied van hun afdeling, dus beiden vonden het een uitdaging om hiermee aan de slag te gaan. De Jong: ‘Ketenzorg krijgt veel landelijke aandacht, gezien de gewenste zorg dicht bij huis. De contractering daarvan is interessant, vanuit beleidsmatig oogpunt, maar ook vanuit onderzoeksperspectief, omdat er niet veel over bekend is.’ Stef Bouwhuis promoveert zelfs op het onderwerp “zorginkoop”: enthousiast: ‘dit sluit er natuurlijk goed bij aan’.

Lees verder
Benieuwd naar de uitkomsten van het onderzoek? Lees het persbericht en het rapport “Contractering van zorggroepen in 2013″.

[...]

DC23Jaarlijks vindt een onderzoek plaats naar de ervaringen van zorggroepen met de contractering van ketenzorg. Dit jaar heeft het Nivel deze enquête uitgevoerd. De vragenlijst is opgesteld in overleg met InEen en na consultatie van  de vier grootste verzekeraars. Het rapport met de uitkomsten is gisteren verschenen. Vers van de pers dus.

Nivel-programmaleider Zorgstelsel en Sturing Judith de Jong en onderzoeker Stef Bouwhuis hebben zich vanuit het Nivel zich gebogen over het onderzoek, dat voortbouwt op de enquêtes die InEen en haar voorgangers  sinds 2009 uitvoeren. Op basis van de resultaten van deze enquêtes heeft InEen spelregels opgesteld rondom de contractering van zorggroepen. Een aantal verzekeraars heeft deze onderschreven, andere zorgverzekeraars niet. ‘We hebben gekeken hoe de contractering verloopt in het licht van deze spelregels. En voldoen de zorgverzekeraars waarmee de spelregels zijn overeengekomen daar ook aan? Dat is wisselend: op sommige onderdelen is dat wel het geval, op andere onderdelen juist niet.’

Contractduur
Als opvallende zaken benoemt Bouwhuis allereerst de contractduur. ‘Een enkele keer is er sprake van een tweejarige contractduur, maar over het algemeen gaat het om eenjarige contracten.’ De Jong vult aan: ‘Het is efficiënter om contracten voor langere duur af te sluiten. In een volgend onderzoek zou je kunnen kijken naar de redenen waarom dat niet gebeurt. Die zijn nu niet bekend. Zo zijn er meer onderwerpen waar je in een volgend onderzoek dieper op in kunt gaan.’ Ook het contracteringsproces, en dan met name de tijdigheid, verloopt niet altijd volgens de spelregels, blijkt uit het onderzoek. Aan de andere kant noemt Bouwhuis volgens de zorggroepen de afspraken in de contracten goed voldoen aan de zorgstandaarden. ‘Dat is eigenlijk tegen de verwachting in’, geeft hij aan.

Hoge respons
Beiden vinden de respons van 73 procent bijzonder hoog. Ze verwachten dat de inzet van InEen daar een positieve invloed op heeft gehad. Zorginkoop is een aandachtsgebied van hun afdeling, dus beiden vonden het een uitdaging om hiermee aan de slag te gaan. De Jong: ‘Ketenzorg krijgt veel landelijke aandacht, gezien de gewenste zorg dicht bij huis. De contractering daarvan is interessant, vanuit beleidsmatig oogpunt, maar ook vanuit onderzoeksperspectief, omdat er niet veel over bekend is.’ Stef Bouwhuis promoveert zelfs op het onderwerp “zorginkoop”: enthousiast: ‘dit sluit er natuurlijk goed bij aan’.

Lees verder
Benieuwd naar de uitkomsten van het onderzoek? Lees het persbericht en het rapport “Contractering van zorggroepen in 2013″.

Factsheet over veranderingen in de zorg

17 april 2014

De hervorming van de langdurige zorg leidt tot grote veranderingen in het zorglandschap. Wie is waarvoor verantwoordelijk en onder welke financiering valt het aanbod? Het ministerie van VWS heeft een factsheet uitgegeven waarin dit beknopt en helder staat vermeld.

[...]

De hervorming van de langdurige zorg leidt tot grote veranderingen in het zorglandschap. Wie is waarvoor verantwoordelijk en onder welke financiering valt het aanbod? Het ministerie van VWS heeft een factsheet uitgegeven waarin dit beknopt en helder staat vermeld.

Eindrapportage Evaluatie Zorgstelstel en Risicoverevening

03 april 2014

Eind maart 2014 is Eindrapportage Evaluatie Zorgstelstel en Risicoverevening verschenen. Daarin wordt gekeken naar 8 jaar werken met de zorgverzekeringswet. Een gedegen onderzoek, waaruit naar voren komt dat op alle randvoorwaarden voor gereguleerde concurrentie vooruitgang is geboekt. Echter: de huidige risicoverevening is nog niet goed genoeg. Daarnaast noemen onderzoekers onder meer als knelpunten: de gebrekkige transparantie van de kwaliteit van zorg en de gebrekkige bekostigingssystemen voor zorgaanbieders.

[...]

Eind maart 2014 is Eindrapportage Evaluatie Zorgstelstel en Risicoverevening verschenen. Daarin wordt gekeken naar 8 jaar werken met de zorgverzekeringswet. Een gedegen onderzoek, waaruit naar voren komt dat op alle randvoorwaarden voor gereguleerde concurrentie vooruitgang is geboekt. Echter: de huidige risicoverevening is nog niet goed genoeg. Daarnaast noemen onderzoekers onder meer als knelpunten: de gebrekkige transparantie van de kwaliteit van zorg en de gebrekkige bekostigingssystemen voor zorgaanbieders.

Eindrapportage Evaluatie Zorgstelstel en Risicoverevening

28 maart 2014

Deze week is Eindrapportage Evaluatie Zorgstelstel en Risicoverevening verschenen. Daarin wordt gekeken naar 8 jaar werken met de zorgverzekeringswet. Een gedegen onderzoek, waaruit naar voren komt dat op alle randvoorwaarden voor gereguleerde concurrentie vooruitgang is geboekt. Echter: de huidige risicoverevening is nog niet goed genoeg. Daarnaast noemen onderzoekers onder meer als knelpunten: de gebrekkige transparantie van de kwaliteit van zorg en de gebrekkige bekostigingssystemen voor zorgaanbieders

[...]

Deze week is Eindrapportage Evaluatie Zorgstelstel en Risicoverevening verschenen. Daarin wordt gekeken naar 8 jaar werken met de zorgverzekeringswet. Een gedegen onderzoek, waaruit naar voren komt dat op alle randvoorwaarden voor gereguleerde concurrentie vooruitgang is geboekt. Echter: de huidige risicoverevening is nog niet goed genoeg. Daarnaast noemen onderzoekers onder meer als knelpunten: de gebrekkige transparantie van de kwaliteit van zorg en de gebrekkige bekostigingssystemen voor zorgaanbieders

Toekomst van eerstelijnsbekostiging

25 maart 2014

De financiering van de geïntegreerde eerstelijnszorg is versnipperd. Er zijn GEZ-gelden (geïntegreerde eerstelijnszorg) en de geïntegreerde bekostiging voor ketenzorg. Hoe verhouden deze zich tot elkaar en tot de toekomstige eerstelijnsfinanciering? Hoe krijg je hierin de vraag helder en wie kan daar gedegen naar kijken?

Van vaag naar concreet
‘Zo vaag als het hier boven staat, zo vaag was onze vraag’, geeft Dite Husselman glimlachend aan, directeur Medrie. ‘We konden onze onderzoeksvraag eigenlijk niet goed scherp krijgen. Is er een probleem? Zo ja: wat is het probleem? En wie kan daarmee aan de slag? Dit speelde al voordat de voorstellen voor de bekostiging van 2015 bekend waren.’

Bij toeval kwam ze in aanraking met Kuiken & Van Waes. Een jonge organisatie met kijk op en kennis van de zorg. ‘Deze organisatie heeft er een probleemstelling van gemaakt’, vertelt Dite Husselman. ‘Dat hebben ze knap gedaan. In die periode verscheen het advies van de NZa , dus dat konden ze er in meenemen. Ze hebben onderzoek gedaan naar de toekomst van de eerstelijnsbekostiging en welke bekostigingsmethodiek daar het beste bij aansluit, juist ook in de verbinding met dat tweede segment. Ze hebben daarbij gekeken of de ketenzorg toekomstbestendig is of dat dat juist geldt voor elementen in de GEZ. Ze hebben het consultatiedocument van de NZa als het ware volledig uitgeplozen.’

Frisse blik leidt tot andere bril
De uitkomsten waren voor Medrie tamelijk verrassend. ‘Er kwam naar voren dat de GEZ veel elementen in zich heeft die kansen biedt om door te ontwikkelen. Voor ons was dat echt een eye-opener. Het advies maakt duidelijk dat je als organisatie met de huisartsen aan de slag moet om te anticiperen op de nieuwe bekostiging. Niet op gevoel of emotie, maar puur op feiten.’ Ze vat samen: ‘Het begon met een vage vraag, er kwam een dynamisch duo die er met een frisse blik naar heeft gekeken en het eindigde met een rapport dat ons een andere bril geeft om naar de toekomst te kijken en goed voor te sorteren op de nieuwe financiering. De uitkomsten proberen we dan ook nu in de praktijk uit, als een soort van proeftuin. We zijn blij dat we dit traject met Kuiken & Van Waes zijn aangegaan en raden het anderen ook aan.’

[...]

De financiering van de geïntegreerde eerstelijnszorg is versnipperd. Er zijn GEZ-gelden (geïntegreerde eerstelijnszorg) en de geïntegreerde bekostiging voor ketenzorg. Hoe verhouden deze zich tot elkaar en tot de toekomstige eerstelijnsfinanciering? Hoe krijg je hierin de vraag helder en wie kan daar gedegen naar kijken?

Van vaag naar concreet
‘Zo vaag als het hier boven staat, zo vaag was onze vraag’, geeft Dite Husselman glimlachend aan, directeur Medrie. ‘We konden onze onderzoeksvraag eigenlijk niet goed scherp krijgen. Is er een probleem? Zo ja: wat is het probleem? En wie kan daarmee aan de slag? Dit speelde al voordat de voorstellen voor de bekostiging van 2015 bekend waren.’

Bij toeval kwam ze in aanraking met Kuiken & Van Waes. Een jonge organisatie met kijk op en kennis van de zorg. ‘Deze organisatie heeft er een probleemstelling van gemaakt’, vertelt Dite Husselman. ‘Dat hebben ze knap gedaan. In die periode verscheen het advies van de NZa , dus dat konden ze er in meenemen. Ze hebben onderzoek gedaan naar de toekomst van de eerstelijnsbekostiging en welke bekostigingsmethodiek daar het beste bij aansluit, juist ook in de verbinding met dat tweede segment. Ze hebben daarbij gekeken of de ketenzorg toekomstbestendig is of dat dat juist geldt voor elementen in de GEZ. Ze hebben het consultatiedocument van de NZa als het ware volledig uitgeplozen.’

Frisse blik leidt tot andere bril
De uitkomsten waren voor Medrie tamelijk verrassend. ‘Er kwam naar voren dat de GEZ veel elementen in zich heeft die kansen biedt om door te ontwikkelen. Voor ons was dat echt een eye-opener. Het advies maakt duidelijk dat je als organisatie met de huisartsen aan de slag moet om te anticiperen op de nieuwe bekostiging. Niet op gevoel of emotie, maar puur op feiten.’ Ze vat samen: ‘Het begon met een vage vraag, er kwam een dynamisch duo die er met een frisse blik naar heeft gekeken en het eindigde met een rapport dat ons een andere bril geeft om naar de toekomst te kijken en goed voor te sorteren op de nieuwe financiering. De uitkomsten proberen we dan ook nu in de praktijk uit, als een soort van proeftuin. We zijn blij dat we dit traject met Kuiken & Van Waes zijn aangegaan en raden het anderen ook aan.’

RIVM-rapport Landelijke monitor populatiemanagenent

25 maart 2014

RIVM volgt de 9 proeftuinen op het implementatieproces, de succes- en faalfactoren en het effect op de gezondheid van de populatie en de kwaliteit en kosten van de zorg. De proeftuinen grotendeels gericht op eerste- en tweedelijnszorg. Iedere proeftuin kent verschillende programma’s en een bijbehorende set interventies. De interventies richten zich vaak op substitutie van zorg, integratie van zorg (eventueel met welzijn) en preventie. De ambitie is om dit gaandeweg uit te breiden naar andere domeinen, zoals GGZ en jeugdzorg.

Het RIVM-rapport Landelijke monitor populatiemanagement richt zich voornamelijk op de overeenkomsten en verschillen tussen de proeftuinen. De beschrijving is gebaseerd op documenten van de proeftuinen (tot januari 2014) en interviews met de betrokken partijen/initiatiefnemers.

[...]

RIVM volgt de 9 proeftuinen op het implementatieproces, de succes- en faalfactoren en het effect op de gezondheid van de populatie en de kwaliteit en kosten van de zorg. De proeftuinen grotendeels gericht op eerste- en tweedelijnszorg. Iedere proeftuin kent verschillende programma’s en een bijbehorende set interventies. De interventies richten zich vaak op substitutie van zorg, integratie van zorg (eventueel met welzijn) en preventie. De ambitie is om dit gaandeweg uit te breiden naar andere domeinen, zoals GGZ en jeugdzorg.

Het RIVM-rapport Landelijke monitor populatiemanagement richt zich voornamelijk op de overeenkomsten en verschillen tussen de proeftuinen. De beschrijving is gebaseerd op documenten van de proeftuinen (tot januari 2014) en interviews met de betrokken partijen/initiatiefnemers.

Norm variabilisering 2014: minimaal 82%

21 maart 2014

LHV en Zorgverzekeraars Nederland hebben overeenstemming bereikt over de normen voor de variabilisering 2014. Er moet op beide, eerder vastgestelde indicatoren een percentage van 82 procent of hoger worden gehaald om aanspraak te maken op de variabiliseringsgelden. Deze afspraken zijn tot stand gekomen op basis van een analyse door het Nivel. Volgens beide partijen is hiermee een realistische norm voor 2014 vastgesteld. Voor meer informatie zie de website van de LHV.

[...]

LHV en Zorgverzekeraars Nederland hebben overeenstemming bereikt over de normen voor de variabilisering 2014. Er moet op beide, eerder vastgestelde indicatoren een percentage van 82 procent of hoger worden gehaald om aanspraak te maken op de variabiliseringsgelden. Deze afspraken zijn tot stand gekomen op basis van een analyse door het Nivel. Volgens beide partijen is hiermee een realistische norm voor 2014 vastgesteld. Voor meer informatie zie de website van de LHV.

Gezamenlijke brief InEen, de LHV en het NHG

21 maart 2014

InEenIn de aanloop naar het Bestuurlijk Overleg van afgelopen week schreven InEen, de LHV en het NHG een gezamenlijke brief als reactie op het definitieve NZa bekostigingsadvies.

In de gezamenlijke brief benadrukken we dat het geld de zorg moet volgen. Dit betekent dat uitbreiding van werkzaamheden in de huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg niet koste mag gaan van de bekostiging van de basis-huisartsenzorg. Om ruimte te maken voor de gewenste vernieuwing en doorontwikkeling bepleiten we het zetten van beheersbare stappen. Deze stappen moeten de weg vrij maken voor de bekostiging van astma, complexe kwetsbare ouderenzorg, generalistische basis-GGZ en farmacie en diagnostiek in de huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg.

In afwachting van een onderzoek naar de infrastructuur en ondersteuning houden we de convenantpartijen aan de gemaakte afspraken over het handhaven van de GEZ-financiering op het huidige niveau.

 

 

[...]

InEenIn de aanloop naar het Bestuurlijk Overleg van afgelopen week schreven InEen, de LHV en het NHG een gezamenlijke brief als reactie op het definitieve NZa bekostigingsadvies.

In de gezamenlijke brief benadrukken we dat het geld de zorg moet volgen. Dit betekent dat uitbreiding van werkzaamheden in de huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg niet koste mag gaan van de bekostiging van de basis-huisartsenzorg. Om ruimte te maken voor de gewenste vernieuwing en doorontwikkeling bepleiten we het zetten van beheersbare stappen. Deze stappen moeten de weg vrij maken voor de bekostiging van astma, complexe kwetsbare ouderenzorg, generalistische basis-GGZ en farmacie en diagnostiek in de huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg.

In afwachting van een onderzoek naar de infrastructuur en ondersteuning houden we de convenantpartijen aan de gemaakte afspraken over het handhaven van de GEZ-financiering op het huidige niveau.

 

 

NZa-monitor Zorginkoop

19 maart 2014

Deze week is de NZa-monitor zorginkoop verschenen, met de focus op actuele ontwikkelingen in de zorginkoop voor 2014. De monitor beschrijft tevens enkele deelmarkten. Zo ziet de NZa weinig inhoudelijke veranderingen bij de zorginkoop van huisartsenzorg. Zorgverzekeraars anticiperen op de nieuwe bekostiging per 2015.  Bij de ketenzorg constateert de NZa een tamelijke uniforme wijze van inkoop. Bij de GGZ daarentegen is sprake van forse dynamiek. Omdat dit jaar voor het eerst aparte inkoop is van eerstelijnsdiagnostiek, verwacht de NZa daarin nog een doelmatigheidsslag.

 Tevens heeft NZa deze week het rapport ‘Good Contracting Practices 2014’ uitgebracht. Dit is een handreiking om ondersteuning te bieden bij het contracteerproces van zorgverzekeraars en vrije beroepsbeoefenaren in de eerstelijnszorg.

[...]

Deze week is de NZa-monitor zorginkoop verschenen, met de focus op actuele ontwikkelingen in de zorginkoop voor 2014. De monitor beschrijft tevens enkele deelmarkten. Zo ziet de NZa weinig inhoudelijke veranderingen bij de zorginkoop van huisartsenzorg. Zorgverzekeraars anticiperen op de nieuwe bekostiging per 2015.  Bij de ketenzorg constateert de NZa een tamelijke uniforme wijze van inkoop. Bij de GGZ daarentegen is sprake van forse dynamiek. Omdat dit jaar voor het eerst aparte inkoop is van eerstelijnsdiagnostiek, verwacht de NZa daarin nog een doelmatigheidsslag.

 Tevens heeft NZa deze week het rapport ‘Good Contracting Practices 2014’ uitgebracht. Dit is een handreiking om ondersteuning te bieden bij het contracteerproces van zorgverzekeraars en vrije beroepsbeoefenaren in de eerstelijnszorg.

InEen ziet mogelijkheden in NZa-voorstellen, maar heeft nog veel vragen

20 februari 2014

Vorige week kwam het advies van de NZa uit over de huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg. InEen beraadt zich op haar standpunt en advies aan de minister. InEen ziet mogelijkheden voor het doorontwikkelen van multidisciplinaire en integrale zorg. Ook zijn er nog veel vragen te beantwoorden.

De komende weken voeren we intensief overleg met de partners in het bestuurlijk akkoord eerste lijn. Op 4 maart hebben de leden van InEen de gelegenheid met elkaar in gesprek te gaan over de voorstellen.

[...]

Vorige week kwam het advies van de NZa uit over de huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg. InEen beraadt zich op haar standpunt en advies aan de minister. InEen ziet mogelijkheden voor het doorontwikkelen van multidisciplinaire en integrale zorg. Ook zijn er nog veel vragen te beantwoorden.

De komende weken voeren we intensief overleg met de partners in het bestuurlijk akkoord eerste lijn. Op 4 maart hebben de leden van InEen de gelegenheid met elkaar in gesprek te gaan over de voorstellen.

Kwaliteitsregister voor pedicures

19 februari 2014

ProCert heeft sinds 2008 de KwaliteitsRegister voor Pedicures (KRP). ‘Dat maakt de kwaliteit van de pedicurebranche inzichtelijk’, aldus Maarten Dorleijn, beleidsmedewerker kwaliteit ProCert. ‘Daarmee is de kwaliteit van de beroepsbeoefenaren in de voetzorg gewaarborgd. Het is van belang dat de pedicures werken volgens vastgestelde normen en richtlijnen. Het register is gebaseerd op de kwaliteitsnormen van de branche organisatie ProVoet’.

‘Consumenten, maar ook zorggroepen moeten de zekerheid hebben dat de kwaliteit goed is’, aldus Dorleijn. ‘Het gaat om de kwaliteit van de verleende zorg, maar ook om zaken als hygiëne, veiligheid en milieu. Daarnaast wordt de kwaliteit gestimuleerd door verplichte bij- en nascholing.’

Er is een onderscheid tussen pedicures met de aantekening voetverzorging bij diabetici, een pedicure met de aantekening voetverzorging bij reumapatiënten en een medisch pedicure. ‘In totaal zijn er zo’n 8.000 geregistreerde pedicures’, geeft Dorleijn aan. ‘We zijn druk bezig om zorggroepen gemakkelijker inzage te geven in het gegevensregister. We hebben daarover onder andere contact met InEen.’ Tot die tijd kunnen zorggroepen gebruik maken van de “pedicurezoeker” op de site van ProCert.

[...]

ProCert heeft sinds 2008 de KwaliteitsRegister voor Pedicures (KRP). ‘Dat maakt de kwaliteit van de pedicurebranche inzichtelijk’, aldus Maarten Dorleijn, beleidsmedewerker kwaliteit ProCert. ‘Daarmee is de kwaliteit van de beroepsbeoefenaren in de voetzorg gewaarborgd. Het is van belang dat de pedicures werken volgens vastgestelde normen en richtlijnen. Het register is gebaseerd op de kwaliteitsnormen van de branche organisatie ProVoet’.

‘Consumenten, maar ook zorggroepen moeten de zekerheid hebben dat de kwaliteit goed is’, aldus Dorleijn. ‘Het gaat om de kwaliteit van de verleende zorg, maar ook om zaken als hygiëne, veiligheid en milieu. Daarnaast wordt de kwaliteit gestimuleerd door verplichte bij- en nascholing.’

Er is een onderscheid tussen pedicures met de aantekening voetverzorging bij diabetici, een pedicure met de aantekening voetverzorging bij reumapatiënten en een medisch pedicure. ‘In totaal zijn er zo’n 8.000 geregistreerde pedicures’, geeft Dorleijn aan. ‘We zijn druk bezig om zorggroepen gemakkelijker inzage te geven in het gegevensregister. We hebben daarover onder andere contact met InEen.’ Tot die tijd kunnen zorggroepen gebruik maken van de “pedicurezoeker” op de site van ProCert.

Kabinet wil wijkverpleegkundige in sociaal wijkteam

01 februari 2014

Minister Plasterk en staatssecretaris Van Rijn hebben als reactie op de uitkomsten ledenraadpleging VNG een brief opgesteld voor de VNG. Een interessant onderwerp voor de eerstelijnszorg in deze brief is de positie van de wijkverpleegkundigen. De taken van de wijkverpleegkundige en de vereiste participatie met gemeenten c.q. sociaal wijkteam worden wettelijk vastgelegd. Daarin is opgenomen dat de wijkverpleegkundige moet participeren in een sociaal wijkteam (indien aanwezig). Coördineren, signaleren en coachen vallen expliciet onder de wettelijke aanspraak van de wijkverpleging, evenals individuele, geïndiceerde preventie.
De financiering van de beschikbaarheid van de wijkverpleegkundige voor sociale wijkteams en haar werkzaamheden wordt wettelijk geborgd in de NZa-beleidsregels. In de bekostiging wordt dus een deel van het budget hiervoor beschikbaar gesteld. Het gaat om ‘niet-toewijsbare zorg’, zoals de mogelijkheid om ‘achter de voordeur te komen’ en deelname in een sociaal wijkteam. Dat betekent dat zorgverzekeraars en gemeenten afspraken moeten maken over de inzet van de wijkverpleegkundige.

Het kabinet ziet sociale wijkteams als belangrijk instrument voor integraal werken. Ze is voornemens hiervoor in 2014 € 7 miljoen (incidenteel) te bestemmen uit de eindejaarsmarge 2013 op de VWS-begroting. VWS, zorgverzekeraars en gemeenten gaan een ‘samenwerkingsagenda’ opstellen. Met daarin afspraken over de onderwerpen waarop samenwerking nodig is, de wijze waarop en de handelswijze bij signalen van niet c.q. onvoldoende samenwerking.

InEen-leden hebben al eerder nagedacht over de werkwijze van verpleegkundigen in de husiartsenpraktijk en in gezondheidscentra. Zo heeft de LVG een inventarisatie laten maken over de wensen en ideeen die er leven onder de gezondheidscentra. En in een pilot heeft de Zorggroep Almere gekeken naar de samenwerking tussen de verpleegkundigen en poh’s

[...]

Minister Plasterk en staatssecretaris Van Rijn hebben als reactie op de uitkomsten ledenraadpleging VNG een brief opgesteld voor de VNG. Een interessant onderwerp voor de eerstelijnszorg in deze brief is de positie van de wijkverpleegkundigen. De taken van de wijkverpleegkundige en de vereiste participatie met gemeenten c.q. sociaal wijkteam worden wettelijk vastgelegd. Daarin is opgenomen dat de wijkverpleegkundige moet participeren in een sociaal wijkteam (indien aanwezig). Coördineren, signaleren en coachen vallen expliciet onder de wettelijke aanspraak van de wijkverpleging, evenals individuele, geïndiceerde preventie.
De financiering van de beschikbaarheid van de wijkverpleegkundige voor sociale wijkteams en haar werkzaamheden wordt wettelijk geborgd in de NZa-beleidsregels. In de bekostiging wordt dus een deel van het budget hiervoor beschikbaar gesteld. Het gaat om ‘niet-toewijsbare zorg’, zoals de mogelijkheid om ‘achter de voordeur te komen’ en deelname in een sociaal wijkteam. Dat betekent dat zorgverzekeraars en gemeenten afspraken moeten maken over de inzet van de wijkverpleegkundige.

Het kabinet ziet sociale wijkteams als belangrijk instrument voor integraal werken. Ze is voornemens hiervoor in 2014 € 7 miljoen (incidenteel) te bestemmen uit de eindejaarsmarge 2013 op de VWS-begroting. VWS, zorgverzekeraars en gemeenten gaan een ‘samenwerkingsagenda’ opstellen. Met daarin afspraken over de onderwerpen waarop samenwerking nodig is, de wijze waarop en de handelswijze bij signalen van niet c.q. onvoldoende samenwerking.

InEen-leden hebben al eerder nagedacht over de werkwijze van verpleegkundigen in de husiartsenpraktijk en in gezondheidscentra. Zo heeft de LVG een inventarisatie laten maken over de wensen en ideeen die er leven onder de gezondheidscentra. En in een pilot heeft de Zorggroep Almere gekeken naar de samenwerking tussen de verpleegkundigen en poh’s

Businesscase Verpleegkundige Praktijk

30 januari 2014

verpleegkundige-praktijkZorggroep Almere heeft gewerkt met de pilot Verpleegkundige Praktijk. Daarbij gaat het vooral om het verbinden van de verschillende verpleegkundige functies: praktijkondersteuner, persoonlijk begeleider dementie, wijkverpleegkundige zichtbare schakel en ‘gewone’ wijkverpleegkundigen. Zij werken gezamenlijk vanuit de praktijk van een gezondheidscentrum en leveren in de wijk een integraal aanbod. Deze aanpak blijkt een succes.

Tegelijk zijn ook de economische en maatschappelijke opbrengsten groot, zo blijkt uit de businesscase. De voordelen zijn helder weergegeven in beeld en cijfers. Het leidt tot opbrengsten voor het zorgkantoor, de zorgverzekeraars, de gemeente en de Zorggroep Almere. Dus een positieve uitkomst? Niet geheel: want de kosten voor de exploitatie daarentegen liggen geheel bij Zorggroep Almere. Lees het rapport met de Maatschappelijke Businesscase Verpleegkundige Praktijk

[...]

verpleegkundige-praktijkZorggroep Almere heeft gewerkt met de pilot Verpleegkundige Praktijk. Daarbij gaat het vooral om het verbinden van de verschillende verpleegkundige functies: praktijkondersteuner, persoonlijk begeleider dementie, wijkverpleegkundige zichtbare schakel en ‘gewone’ wijkverpleegkundigen. Zij werken gezamenlijk vanuit de praktijk van een gezondheidscentrum en leveren in de wijk een integraal aanbod. Deze aanpak blijkt een succes.

Tegelijk zijn ook de economische en maatschappelijke opbrengsten groot, zo blijkt uit de businesscase. De voordelen zijn helder weergegeven in beeld en cijfers. Het leidt tot opbrengsten voor het zorgkantoor, de zorgverzekeraars, de gemeente en de Zorggroep Almere. Dus een positieve uitkomst? Niet geheel: want de kosten voor de exploitatie daarentegen liggen geheel bij Zorggroep Almere. Lees het rapport met de Maatschappelijke Businesscase Verpleegkundige Praktijk

Bijeenkomsten samenwerking en mededinging in de zorg

29 januari 2014

Op samenwerkingsvormen in de zorgsector is de mededingingswet van toepassing. De minister van VWS heeft van verschillende kanten gehoord dat deze wetgeving soms een belemmering vormt voor samenwerking in de zorg. Het Ministerie organiseert met de Autoriteit Consument en Markt (ACM) en de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) in februari vier regionale bijeenkomsten over samenwerking in de zorg en mededingingsregels. Tijdens deze bijeenkomsten wil de minister horen welke belemmeringen worden ervaren bij samenwerking in de eerstelijns- en GGZ-zorg.

Op de website samenwerkingzorgsector staat meer informatie en een aanmeldingsformulier.



[...]

Op samenwerkingsvormen in de zorgsector is de mededingingswet van toepassing. De minister van VWS heeft van verschillende kanten gehoord dat deze wetgeving soms een belemmering vormt voor samenwerking in de zorg. Het Ministerie organiseert met de Autoriteit Consument en Markt (ACM) en de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) in februari vier regionale bijeenkomsten over samenwerking in de zorg en mededingingsregels. Tijdens deze bijeenkomsten wil de minister horen welke belemmeringen worden ervaren bij samenwerking in de eerstelijns- en GGZ-zorg.

Op de website samenwerkingzorgsector staat meer informatie en een aanmeldingsformulier.



Reactie InEen op Consultatiedocument NZa

24 januari 2014

bekostiging
InEen heeft in een brief gereageerd op het NZa-consultatiedocument ‘Bekostiging huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg’. De hoofdlijn van de reactie laat zich samenvatten in de volgende zes punten:

 

  1. Uitgangspunten waaraan de nieuwe bekostiging in de optiek van InEen zou moeten voldoen.
  2. Voorstel om procesafspraken te maken over de doorontwikkeling van de bekostiging zonder nu al het eindmodel voor de bekostiging na 2017 vast te leggen. InEen denkt graag mee over de vormgeving van de procesafspraken.
  3. Voorstel om bij de afbakening van de segmenten rekening te houden met substitutie vanuit andere sectoren, zoals ook in het bestuurlijk akkoord is afgesproken.
  4. Voorstel om de GEZ-module en M&I modules onder te brengen in segment S2.
  5. Voorstel om segment S2 te bekostigen met een vrij tarief per geïncludeerde patiënt – een gemiddeld tarief per patiënt voor alle patiënten met een specifieke aandoening – en een vrij tarief per verzekerde voor de kosten van infrastructuur en organisatie indien er sprake is van een breed multidisciplinair zorgaanbod, zoals bij de huidige gezondheidscentra.
  6. Voorstel om de bekostiging van de acute huisartsenzorg in huisartsenposten los van de seg-menten S1 t/m S3 te regelen.
[...]

bekostiging
InEen heeft in een brief gereageerd op het NZa-consultatiedocument ‘Bekostiging huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg’. De hoofdlijn van de reactie laat zich samenvatten in de volgende zes punten:

 

  1. Uitgangspunten waaraan de nieuwe bekostiging in de optiek van InEen zou moeten voldoen.
  2. Voorstel om procesafspraken te maken over de doorontwikkeling van de bekostiging zonder nu al het eindmodel voor de bekostiging na 2017 vast te leggen. InEen denkt graag mee over de vormgeving van de procesafspraken.
  3. Voorstel om bij de afbakening van de segmenten rekening te houden met substitutie vanuit andere sectoren, zoals ook in het bestuurlijk akkoord is afgesproken.
  4. Voorstel om de GEZ-module en M&I modules onder te brengen in segment S2.
  5. Voorstel om segment S2 te bekostigen met een vrij tarief per geïncludeerde patiënt – een gemiddeld tarief per patiënt voor alle patiënten met een specifieke aandoening – en een vrij tarief per verzekerde voor de kosten van infrastructuur en organisatie indien er sprake is van een breed multidisciplinair zorgaanbod, zoals bij de huidige gezondheidscentra.
  6. Voorstel om de bekostiging van de acute huisartsenzorg in huisartsenposten los van de seg-menten S1 t/m S3 te regelen.

NZa-conceptadvies bekostiging huisartsenzorg

15 januari 2014

Eind december heeft de NZa haar conceptadvies bekostiging van de huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg (pdf) gepubliceerd. Eind februari brengt de NZa haar definitieve advies uit aan de minister van VWS over een nieuwe wijze van bekostiging van de huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg. Het streven is om deze stapsgewijs in te voeren per 1 januari 2015. Dit conform het Bestuurlijk akkoord eerste lijn 2014 tot en met 2017.

In de consultatiebijeenkomst op 15 januari jl. was InEen ruim vertegenwoordigd. Vanuit InEen is o.a. aandacht gevraagd voor de substituie als motor van de doelstellingen uit het bestuurlijk Akkoord en de bekostiging van de organisatie van de eerste lijn. Deze onderwerpen komen ook terug in de schriftelijke reactie die InEen zal versturen.

[...]

Eind december heeft de NZa haar conceptadvies bekostiging van de huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg (pdf) gepubliceerd. Eind februari brengt de NZa haar definitieve advies uit aan de minister van VWS over een nieuwe wijze van bekostiging van de huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg. Het streven is om deze stapsgewijs in te voeren per 1 januari 2015. Dit conform het Bestuurlijk akkoord eerste lijn 2014 tot en met 2017.

In de consultatiebijeenkomst op 15 januari jl. was InEen ruim vertegenwoordigd. Vanuit InEen is o.a. aandacht gevraagd voor de substituie als motor van de doelstellingen uit het bestuurlijk Akkoord en de bekostiging van de organisatie van de eerste lijn. Deze onderwerpen komen ook terug in de schriftelijke reactie die InEen zal versturen.

Brief transitiehandreiking medisch diagnostische centra

02 januari 2014

In het kader van de nieuwe beleidsregels voor eerstelijnsdiagnostiek hebben Zorgverzekeraars Nederland, FNT en SAN een Transitiehandreiking transitie medisch diagnostische centra opgesteld. Echter: veel zorginkopers van zorgverzekeraars zijn niet op de hoogte van deze handreiking of ze komen de afgesproken termijnen niet na. Veel eerstelijns diagnostische centra komen daardoor in financiële problemen.

Daarom heeft de SAN deze handreiking via een brief (pdf) nogmaals nadrukkelijk onder de aandacht van zorgverzekeraars gebracht. Met het dringende verzoek om deze handreiking te gebruiken bij het maken van contractafspraken.

[...]

In het kader van de nieuwe beleidsregels voor eerstelijnsdiagnostiek hebben Zorgverzekeraars Nederland, FNT en SAN een Transitiehandreiking transitie medisch diagnostische centra opgesteld. Echter: veel zorginkopers van zorgverzekeraars zijn niet op de hoogte van deze handreiking of ze komen de afgesproken termijnen niet na. Veel eerstelijns diagnostische centra komen daardoor in financiële problemen.

Daarom heeft de SAN deze handreiking via een brief (pdf) nogmaals nadrukkelijk onder de aandacht van zorgverzekeraars gebracht. Met het dringende verzoek om deze handreiking te gebruiken bij het maken van contractafspraken.

Bijstelling tarieven huisartsenzorg

21 december 2013

De NZa heeft eerder gepubliceerde tarieven huisartsenzorg 2014 naar beneden bijgesteld. Aanleiding zijn de afspraken rondom doelmatig voorschrijven. Huisartsen zouden in 2013 een besparing van € 50 miljoen realiseren door doelmatiger voorschrijven. Hiervan is € 27 miljoen gerealiseerd. Minister Schippers heeft de NZa verzocht om de resterende € 23 miljoen in mindering te brengen op de reeds gecommuniceerde tarieven voor 2014. De veldpartijen hebben zich hiertegen verzet. Een aanpassing bleek echter onvermijdelijk.

Het (basis)inschrijftarief 2014 bedraagt nu per kwartaal € 14,61. In 2013 was dit € 14,15. Het tarief voor een enkel consult komt uit op € 9,01. Dit was in 2013 € 8,67. Zie de brief van de NZa

[...]

De NZa heeft eerder gepubliceerde tarieven huisartsenzorg 2014 naar beneden bijgesteld. Aanleiding zijn de afspraken rondom doelmatig voorschrijven. Huisartsen zouden in 2013 een besparing van € 50 miljoen realiseren door doelmatiger voorschrijven. Hiervan is € 27 miljoen gerealiseerd. Minister Schippers heeft de NZa verzocht om de resterende € 23 miljoen in mindering te brengen op de reeds gecommuniceerde tarieven voor 2014. De veldpartijen hebben zich hiertegen verzet. Een aanpassing bleek echter onvermijdelijk.

Het (basis)inschrijftarief 2014 bedraagt nu per kwartaal € 14,61. In 2013 was dit € 14,15. Het tarief voor een enkel consult komt uit op € 9,01. Dit was in 2013 € 8,67. Zie de brief van de NZa

Enquête contractering

19 december 2013

InEen brengt het verloop van de contractering tussen zorggroepen en verzekeraars in beeld. Dit gebeurt via een enquête, uitgevoerd door het NIVEL. U ontvangt een mail met het verzoek de vragenlijst in te vullen.

Met de resultaten zal InEen verzekeraars en andere betrokkenen benaderen om te komen tot mogelijke verbeteringen. Eerdere enquêtes leidden tot aanpassingen in het beleid van sommige verzekeraars en hebben bijgedragen aan spelregels voor contractering. Uw inbreng is daarom van groot belang.

[...]

InEen brengt het verloop van de contractering tussen zorggroepen en verzekeraars in beeld. Dit gebeurt via een enquête, uitgevoerd door het NIVEL. U ontvangt een mail met het verzoek de vragenlijst in te vullen.

Met de resultaten zal InEen verzekeraars en andere betrokkenen benaderen om te komen tot mogelijke verbeteringen. Eerdere enquêtes leidden tot aanpassingen in het beleid van sommige verzekeraars en hebben bijgedragen aan spelregels voor contractering. Uw inbreng is daarom van groot belang.

Pagina
1
van
1