logo
circle image

Acute Zorg

In dit programma staat de samenwerking van huisartsenposten met andere aanbieders van acute zorg (SEH-afdelingen van ziekenhuizen, ambulancezorg inclusief de meldkamers, GGZ, VVT-sector en geneesmiddelenverstrekking) centraal.

InEen ontvangt in 2014 en 2015 subsidie van VWS om de samenhang en samenwerking in de keten van acute zorg te verbeteren. De initiatieven die we hiervoor ontplooien, staan omschreven in het projectplan. Daarnaast pakken we in dit programma ook het thema triage op en alle vragen die specifiek zijn voor huisartsenposten.

Beoogde resultaten:

  • Samenhang en samenwerking in de keten van acute zorg verbeterd
  • Spelregels voor diplomering en herregistratie triagisten verduidelijkt en vereenvoudigd

Hulp gevraagd: kennis delen in de acute zorg

31 maart 2017

Naar aanleiding van de DLV huisartsenposten van begin maart leggen wij graag onderstaande twee verzoeken voor. Bij voorbaat danken we ieder van harte voor zijn of haar input.

1. Goede voorbeelden om werkdruk terug te dringen

InEen en LHV zijn op zoek naar de (goede) voorbeelden in het land om de werkdruk op de huisartsenposten terug te dringen. Begin maart stond dit onderwerp op de agenda van de deelledenvergadering van de huisartsenposten Gesproken is aan de hand van een memo waarin diverse oplossingen de revue passeerden. Oplossingen als eigen bijdrage en niet-spoedvragen in de ANW-uren over laten aan bijvoorbeeld commerciële partijen kregen een bijna unaniem ‘nee’. Bij bijna alle andere oplossingen kwamen geslaagde voorbeelden naar boven, zoals samenwerking met SEH in de nacht en de inzet van forecasting om personeel beter te kunnen plannen. We vragen huisartsenpost om deze voorbeelden met ons te delen, zodat we zoveel mogelijk van elkaar kunnen leren en elkaar kunnen inspireren. We zijn geïnteresseerd in alle initiatieven die al geïmplementeerd zijn of nog lopen op de post of in de regio, gekoppeld aan de oplossingen die besproken zijn:

  1. Triage/ TS
  2. Inzet eHealth
  3. Telefonisch wat kan
  4. Ruimte in de agenda van de dagpraktijk voor ANW-patiënten
  5. Uitbreiden beschikbaarheid overdag
  6. Verbeteren bereikbaarheid overdag
  7. Afspraken over beschikbaarheid ketenpartners
  8. Inzet van deskundigheid zorg voor ouderen en GGZ
  9. Eerstelijnsverblijf (organiseren van, informatie over, beschikbaarheid van)
  10. Uitwisseling en beschikbaarheid medische gegevens
  11. Taakherschikking
  12. Belemmeringen wegnemen voor HAP om zelf huisartsen in dienst te nemen
  13. Nachtdiensten bij SEH onderbrengen
  14. Medisch studenten of aios inzetten
  15. Planning personeel

Van de ontvangen best practices maken we een totaal overzicht en verspreiden dat onder alle huisartsenposten. Daarnaast willen LHV en InEen pilots ondersteunen. Ook hiervoor vragen we jullie input, denk aan uitproberen van dagvenster en eHealth-oplossingen. Gemaild kan worden naar Astrid Scholl (InEen). Ook vragen beantwoordt zij graag.

2. Expertise

InEen is betrokken bij een breed scala aan onderwerpen in de keten van de acute zorg. Vaak vragen deze onderwerpen specifieke kennis. Deze expertise is niet altijd op ons bureau beschikbaar, maar mogelijk wel bij onze leden. Graag zouden wij deze leden kunnen benaderen als hun expertise nodig is. Om een beeld te krijgen van de aanwezige kennis vragen we jullie ons te laten weten of en zo ja op welke onderwerpen wij jullie kunnen benaderen:

  • Ambulancezorg
  • Geneesmiddelen
  • Triage
  • Diagnostiek
  • Aios
  • GGZ
  • Ouderen
  • Palliatieve zorg
  • Gegevensuitwisseling

Gemaild kan worden naar Astrid Scholl (InEen). Ook vragen beantwoordt zij graag.

[...]

Naar aanleiding van de DLV huisartsenposten van begin maart leggen wij graag onderstaande twee verzoeken voor. Bij voorbaat danken we ieder van harte voor zijn of haar input.

1. Goede voorbeelden om werkdruk terug te dringen

InEen en LHV zijn op zoek naar de (goede) voorbeelden in het land om de werkdruk op de huisartsenposten terug te dringen. Begin maart stond dit onderwerp op de agenda van de deelledenvergadering van de huisartsenposten Gesproken is aan de hand van een memo waarin diverse oplossingen de revue passeerden. Oplossingen als eigen bijdrage en niet-spoedvragen in de ANW-uren over laten aan bijvoorbeeld commerciële partijen kregen een bijna unaniem ‘nee’. Bij bijna alle andere oplossingen kwamen geslaagde voorbeelden naar boven, zoals samenwerking met SEH in de nacht en de inzet van forecasting om personeel beter te kunnen plannen. We vragen huisartsenpost om deze voorbeelden met ons te delen, zodat we zoveel mogelijk van elkaar kunnen leren en elkaar kunnen inspireren. We zijn geïnteresseerd in alle initiatieven die al geïmplementeerd zijn of nog lopen op de post of in de regio, gekoppeld aan de oplossingen die besproken zijn:

  1. Triage/ TS
  2. Inzet eHealth
  3. Telefonisch wat kan
  4. Ruimte in de agenda van de dagpraktijk voor ANW-patiënten
  5. Uitbreiden beschikbaarheid overdag
  6. Verbeteren bereikbaarheid overdag
  7. Afspraken over beschikbaarheid ketenpartners
  8. Inzet van deskundigheid zorg voor ouderen en GGZ
  9. Eerstelijnsverblijf (organiseren van, informatie over, beschikbaarheid van)
  10. Uitwisseling en beschikbaarheid medische gegevens
  11. Taakherschikking
  12. Belemmeringen wegnemen voor HAP om zelf huisartsen in dienst te nemen
  13. Nachtdiensten bij SEH onderbrengen
  14. Medisch studenten of aios inzetten
  15. Planning personeel

Van de ontvangen best practices maken we een totaal overzicht en verspreiden dat onder alle huisartsenposten. Daarnaast willen LHV en InEen pilots ondersteunen. Ook hiervoor vragen we jullie input, denk aan uitproberen van dagvenster en eHealth-oplossingen. Gemaild kan worden naar Astrid Scholl (InEen). Ook vragen beantwoordt zij graag.

2. Expertise

InEen is betrokken bij een breed scala aan onderwerpen in de keten van de acute zorg. Vaak vragen deze onderwerpen specifieke kennis. Deze expertise is niet altijd op ons bureau beschikbaar, maar mogelijk wel bij onze leden. Graag zouden wij deze leden kunnen benaderen als hun expertise nodig is. Om een beeld te krijgen van de aanwezige kennis vragen we jullie ons te laten weten of en zo ja op welke onderwerpen wij jullie kunnen benaderen:

  • Ambulancezorg
  • Geneesmiddelen
  • Triage
  • Diagnostiek
  • Aios
  • GGZ
  • Ouderen
  • Palliatieve zorg
  • Gegevensuitwisseling

Gemaild kan worden naar Astrid Scholl (InEen). Ook vragen beantwoordt zij graag.

Digitale palliatieve overdracht naar de huisartsenpost

09 maart 2017

checklistDe Huisartsenposten Rijnmond en het Netwerk Palliatieve Zorg Rotterdam hebben een digitaal formulier ontwikkeld voor een goede overdracht van palliatieve patiënten. Zowel de medische feiten als informatie over de context vinden nu beter hun weg naar de huisartsenpost. ‘Een succes’, zegt Adri van der Born, huisarts en medisch directeur Huisartsenposten Rijnmond.

‘Waar we als huisartsen in de dagzorg tegenaan liepen, was dat het maken van een overdracht best een bewerkelijk zaak is’, legt Van der Born uit. Huisartsen deden het onvoldoende of te laat, en als ze het deden ging het vooral over zaken als medicatie en de stand van zaken. Informatie over de context van de patiënt, bijvoorbeeld diens standpunt over palliatieve sedatie, ontbrak meestal. Daarbij komt dat patiënten op de huisartsenpost met verschillende huisartsen te maken krijgen, waardoor het overzicht afneemt. Een werkgroep ging aan de slag om uit te denken hoe een ideale palliatieve overdracht eruit moet zien en hoe je zorgt dat huisartsen daar makkelijk gebruik van kunnen maken.

De werkgroep, met vertegenwoordigers van elke huisartsenpost en de aandachtsfunctionaris palliatieve zorg, kwam uit op een digitaal invulformulier in Topicus, het systeem waarmee de huisartsenposten werken. Van der Born: ‘Niet alle vragen zijn altijd relevant, soms doet het er bijvoorbeeld niet toe welk geloof iemand heeft. Maar het formulier leidt je langs alle medische essentialia en de zorg eromheen. Zijn er speciale afspraken, hoe zit het met de mantelzorg, wil de patiënt opgenomen worden, enzovoort.’ In maart 2017 wordt een volgende drempel genomen. Tot nu toe konden huisartsen die het formulier wilden invullen dat alleen doen door via de website van Topicus in te loggen. Van der Born: ‘Daar heb je een UZI-pas bij nodig en maar weinig huisartsen werken daar overdag mee. Gelukkig hebben we nu via het platform van Star MDC een koppeling kunnen afspreken. Dat is een technisch verhaal, maar het betekent dat huisartsen die werken met Star en dat is in Rotterdam zo’n 70%, nu direct vanuit hun HIS in Topicus kunnen komen om het formulier in te vullen.’

Het overdrachtsformulier is bedoeld voor terminale patiënten. Van der Born: ‘Huisartsen zitten daar nogal verschillend in. Zelf maak ik de overdracht op het moment dat iemand de eerste klachten krijgt, andere wachten tot de laatste fase.’ Met het netwerk Palliatieve Zorg Rotterdam is afgesproken om via de PaTz-bijeenkomsten (huisartsen, wijkverpleegkundigen en consulenten palliatieve zorg) te pleiten voor een vroegtijdige start van de overdracht. ‘Eigenlijk moet je jezelf de vraag stellen: haalt mijn patiënt het eind van het jaar? Zo nee, dan start je met het formulier. Er kunnen altijd onverwachte dingen gebeuren, een terminale longpatiënt met COPD kan best in het weekend een exacerbatie krijgen die je niet ziet aankomen.’

Het formulier, zegt Van der Born, is nu al een succes. Bovendien moedigt het ook de aanmelding van patiënten bij het LSP aan. ‘Waar we naartoe willen is dat je als huisarts een goeie overdracht in het systeem zet bij Topicus en daarnaast zorgt dat je patiënt bij het LSP is aangemeld. De combinatie van een goeie overdracht met de beschikbaarheid van het waarneemdossier via het LSP houdt de informatie up to date.’

Meer informatie bij Adri van der Born (Huisartsenposten Rijnmond).

[...]

checklistDe Huisartsenposten Rijnmond en het Netwerk Palliatieve Zorg Rotterdam hebben een digitaal formulier ontwikkeld voor een goede overdracht van palliatieve patiënten. Zowel de medische feiten als informatie over de context vinden nu beter hun weg naar de huisartsenpost. ‘Een succes’, zegt Adri van der Born, huisarts en medisch directeur Huisartsenposten Rijnmond.

‘Waar we als huisartsen in de dagzorg tegenaan liepen, was dat het maken van een overdracht best een bewerkelijk zaak is’, legt Van der Born uit. Huisartsen deden het onvoldoende of te laat, en als ze het deden ging het vooral over zaken als medicatie en de stand van zaken. Informatie over de context van de patiënt, bijvoorbeeld diens standpunt over palliatieve sedatie, ontbrak meestal. Daarbij komt dat patiënten op de huisartsenpost met verschillende huisartsen te maken krijgen, waardoor het overzicht afneemt. Een werkgroep ging aan de slag om uit te denken hoe een ideale palliatieve overdracht eruit moet zien en hoe je zorgt dat huisartsen daar makkelijk gebruik van kunnen maken.

De werkgroep, met vertegenwoordigers van elke huisartsenpost en de aandachtsfunctionaris palliatieve zorg, kwam uit op een digitaal invulformulier in Topicus, het systeem waarmee de huisartsenposten werken. Van der Born: ‘Niet alle vragen zijn altijd relevant, soms doet het er bijvoorbeeld niet toe welk geloof iemand heeft. Maar het formulier leidt je langs alle medische essentialia en de zorg eromheen. Zijn er speciale afspraken, hoe zit het met de mantelzorg, wil de patiënt opgenomen worden, enzovoort.’ In maart 2017 wordt een volgende drempel genomen. Tot nu toe konden huisartsen die het formulier wilden invullen dat alleen doen door via de website van Topicus in te loggen. Van der Born: ‘Daar heb je een UZI-pas bij nodig en maar weinig huisartsen werken daar overdag mee. Gelukkig hebben we nu via het platform van Star MDC een koppeling kunnen afspreken. Dat is een technisch verhaal, maar het betekent dat huisartsen die werken met Star en dat is in Rotterdam zo’n 70%, nu direct vanuit hun HIS in Topicus kunnen komen om het formulier in te vullen.’

Het overdrachtsformulier is bedoeld voor terminale patiënten. Van der Born: ‘Huisartsen zitten daar nogal verschillend in. Zelf maak ik de overdracht op het moment dat iemand de eerste klachten krijgt, andere wachten tot de laatste fase.’ Met het netwerk Palliatieve Zorg Rotterdam is afgesproken om via de PaTz-bijeenkomsten (huisartsen, wijkverpleegkundigen en consulenten palliatieve zorg) te pleiten voor een vroegtijdige start van de overdracht. ‘Eigenlijk moet je jezelf de vraag stellen: haalt mijn patiënt het eind van het jaar? Zo nee, dan start je met het formulier. Er kunnen altijd onverwachte dingen gebeuren, een terminale longpatiënt met COPD kan best in het weekend een exacerbatie krijgen die je niet ziet aankomen.’

Het formulier, zegt Van der Born, is nu al een succes. Bovendien moedigt het ook de aanmelding van patiënten bij het LSP aan. ‘Waar we naartoe willen is dat je als huisarts een goeie overdracht in het systeem zet bij Topicus en daarnaast zorgt dat je patiënt bij het LSP is aangemeld. De combinatie van een goeie overdracht met de beschikbaarheid van het waarneemdossier via het LSP houdt de informatie up to date.’

Meer informatie bij Adri van der Born (Huisartsenposten Rijnmond).

Huisartsenposten praten over werkdruk

09 maart 2017

24-7Op 7 maart stonden de huisartsenposten tijdens een ledenvergadering van InEen stil bij de mogelijke strategieën voor het oplossen van de werkdruk in de ANW-uren. Zo’n 35 HDS’en gaven met meer dan 60 personen acte de présence. Tijdens een geanimeerde discussie passeerde een keur aan goede voorbeelden en suggesties de revue. Daarbij klonken ook een een paar duidelijke nee’s. InEen-directeur Anoeska Mosterdijk schreef over het onderwerp een column op Skipr.

Uit de veelheid aan oorzaken en ontwikkelingen die de toegenomen werkdruk veroorzaken, distilleerde InEen vier thema’s die op deelledenvergadering van 7 maart intensief de revue passeerden. Allereerst de toename van het aantal consulten. Hoewel de cijfers per regio sterk verschillen, kan worden vastgesteld dat het verwachtingspatroon van patiënten nogal is veranderd. Beduidend meer mensen verwachten buiten kantoortijden een beroep op de huisarts te kunnen doen. De druk die ook op de dagzorg bestaat en de verminderde bereikbaarheid die daaruit voortkomt, versterkt nog eens de neiging om ook als er geen sprake is van spoed ’s avonds naar de huisartsenpost te gaan. Daarnaast wonen door de recente transities meer ouderen en ggz-cliënten thuis. Ook zij doen een beroep op de post en vragen bovendien door hun vaak complexe gezondheidssituatie meer tijd. Belangrijke ketenpartners zoals thuiszorg en de specialist ouderengeneeskunde zijn in de ANW-uren niet beschikbaar, zodat de huisarts er alleen voor staat. Tot slot is aantoonbaar dat de beschikbaarheid van huisartsen en triagisten op de post geen gelijke tred houdt met de vraag.

Om de discussie te stroomlijnen deed InEen een voorzet voor oplossingen op landelijk, regionaal en lokaal niveau. Hieronder een greep.

• Een landelijke publiekscampagne om het publiek beter te informeren over de taak van de huisartsenpost wordt belangrijk gevonden, maar ook met enige scepsis begroet. ‘Alleen als het een werkelijk grote en overrompelende campagne kan worden’, vond men. ‘Kies een goede boodschap en benadruk vooral  dat de huisarts overdag dezelfde zorg biedt als de huisarts op de huisartsenpost.’ In een boodschap die mensen vraagt om weg te blijven, ziet men geen heil.

• Een mogelijk oplossing is ook samenwerking met de SEH voor de opvang van de fysieke consulten in de nachtelijke uren. De vergadering vreesde een aantasting van de 24/7 beschikbaarheid van huisartsen. Medicamus (Harderwijk) heeft er echter goede ervaring mee. Lucas Fraza, directeur van Huisartsenzorg Deventer en Omstreken, opperde in dit verband de mogelijkheid om alle nachtelijke spoeddiensten regionaal te synchroniseren: huisartsenpost, SEH, GGZ en thuiszorg.

• Op de huisartsenpost Enschede loopt een pilot waarin verpleegkundig specialisten visite rijden om de huisartsen te ontlasten. Directeur Jacqueline Noltes: ‘De verpleegkundig specialisten acute zorg vangen maar liefst de helft van de visites af. Het zijn voormalige ambulance verpleegkundigen die nu alweer enkele jaren in het weekend consulten doen op de huisartsenpost. Dat werkt heel prettig en vandaaruit is het idee geboren om te kijken of ze ook visites kunnen rijden. IQ healthcare heeft een vooronderzoek gedaan en nu is sinds afgelopen september een pilot gaande. De huisartsen zijn zeer enthousiast, het maakt dan ook echt verschil. De meeste U3-visites worden nu door de verpleegkundig specialist gereden, waardoor de huisartsen zich kunnen richten op U2 en U1. Dat geeft veel lucht. Onderdeel van de pilot is een onderzoek naar  de veiligheid en de effectiviteit van een visite gereden door een verpleegkundig specialist in vergelijking met de visites door huisartsen. Wordt er bijvoorbeeld naderhand meer contact opgenomen met eigen huisarts? De pilot duurt nog tot 1 april.’’

• Bij SMASH (Haaglanden) wordt gewerkt met een pool van huisartsen in dienst van de huisartsenpost. Zij worden ingezet voor regietaken op de post en springen op piekmomenten bij.

• Er waren ook nee’s. Zo verwierp de deelledenvergadering unaniem de optie om een eigen bijdrage in te voeren. Ook vond men het een slecht idee om niet-spoedvragen in de ANW-uren over te laten aan andere, commerciële partijen .

Hoe nu verder?
Alle goede voorbeelden en suggesties worden nu geïnventariseerd, gebundeld en gedeeld met het veld, ter inspiratie of om over te nemen. Omdat het financieringsplafond 110% van de huisartsenpost ruimschoots is bereikt, gaat InEen in gesprek met zorgverzekeraars, Zorgverzekeraars Nederland en de NZa om te kijken welke mogelijkheden er zijn om de budgetten uit te breiden. Met deze financiële ruimte kunnen de posten meer aan  taakherschikking doen of de expertise van de specialist ouderengeneeskunde in de ANW-uren inroepen. Om de publiekscampagne of nauwere samenwerking met ketenpartners te realiseren  gaan InEen en LHV samen optrekken en samen een plan van aanpak maken.

[...]

24-7Op 7 maart stonden de huisartsenposten tijdens een ledenvergadering van InEen stil bij de mogelijke strategieën voor het oplossen van de werkdruk in de ANW-uren. Zo’n 35 HDS’en gaven met meer dan 60 personen acte de présence. Tijdens een geanimeerde discussie passeerde een keur aan goede voorbeelden en suggesties de revue. Daarbij klonken ook een een paar duidelijke nee’s. InEen-directeur Anoeska Mosterdijk schreef over het onderwerp een column op Skipr.

Uit de veelheid aan oorzaken en ontwikkelingen die de toegenomen werkdruk veroorzaken, distilleerde InEen vier thema’s die op deelledenvergadering van 7 maart intensief de revue passeerden. Allereerst de toename van het aantal consulten. Hoewel de cijfers per regio sterk verschillen, kan worden vastgesteld dat het verwachtingspatroon van patiënten nogal is veranderd. Beduidend meer mensen verwachten buiten kantoortijden een beroep op de huisarts te kunnen doen. De druk die ook op de dagzorg bestaat en de verminderde bereikbaarheid die daaruit voortkomt, versterkt nog eens de neiging om ook als er geen sprake is van spoed ’s avonds naar de huisartsenpost te gaan. Daarnaast wonen door de recente transities meer ouderen en ggz-cliënten thuis. Ook zij doen een beroep op de post en vragen bovendien door hun vaak complexe gezondheidssituatie meer tijd. Belangrijke ketenpartners zoals thuiszorg en de specialist ouderengeneeskunde zijn in de ANW-uren niet beschikbaar, zodat de huisarts er alleen voor staat. Tot slot is aantoonbaar dat de beschikbaarheid van huisartsen en triagisten op de post geen gelijke tred houdt met de vraag.

Om de discussie te stroomlijnen deed InEen een voorzet voor oplossingen op landelijk, regionaal en lokaal niveau. Hieronder een greep.

• Een landelijke publiekscampagne om het publiek beter te informeren over de taak van de huisartsenpost wordt belangrijk gevonden, maar ook met enige scepsis begroet. ‘Alleen als het een werkelijk grote en overrompelende campagne kan worden’, vond men. ‘Kies een goede boodschap en benadruk vooral  dat de huisarts overdag dezelfde zorg biedt als de huisarts op de huisartsenpost.’ In een boodschap die mensen vraagt om weg te blijven, ziet men geen heil.

• Een mogelijk oplossing is ook samenwerking met de SEH voor de opvang van de fysieke consulten in de nachtelijke uren. De vergadering vreesde een aantasting van de 24/7 beschikbaarheid van huisartsen. Medicamus (Harderwijk) heeft er echter goede ervaring mee. Lucas Fraza, directeur van Huisartsenzorg Deventer en Omstreken, opperde in dit verband de mogelijkheid om alle nachtelijke spoeddiensten regionaal te synchroniseren: huisartsenpost, SEH, GGZ en thuiszorg.

• Op de huisartsenpost Enschede loopt een pilot waarin verpleegkundig specialisten visite rijden om de huisartsen te ontlasten. Directeur Jacqueline Noltes: ‘De verpleegkundig specialisten acute zorg vangen maar liefst de helft van de visites af. Het zijn voormalige ambulance verpleegkundigen die nu alweer enkele jaren in het weekend consulten doen op de huisartsenpost. Dat werkt heel prettig en vandaaruit is het idee geboren om te kijken of ze ook visites kunnen rijden. IQ healthcare heeft een vooronderzoek gedaan en nu is sinds afgelopen september een pilot gaande. De huisartsen zijn zeer enthousiast, het maakt dan ook echt verschil. De meeste U3-visites worden nu door de verpleegkundig specialist gereden, waardoor de huisartsen zich kunnen richten op U2 en U1. Dat geeft veel lucht. Onderdeel van de pilot is een onderzoek naar  de veiligheid en de effectiviteit van een visite gereden door een verpleegkundig specialist in vergelijking met de visites door huisartsen. Wordt er bijvoorbeeld naderhand meer contact opgenomen met eigen huisarts? De pilot duurt nog tot 1 april.’’

• Bij SMASH (Haaglanden) wordt gewerkt met een pool van huisartsen in dienst van de huisartsenpost. Zij worden ingezet voor regietaken op de post en springen op piekmomenten bij.

• Er waren ook nee’s. Zo verwierp de deelledenvergadering unaniem de optie om een eigen bijdrage in te voeren. Ook vond men het een slecht idee om niet-spoedvragen in de ANW-uren over te laten aan andere, commerciële partijen .

Hoe nu verder?
Alle goede voorbeelden en suggesties worden nu geïnventariseerd, gebundeld en gedeeld met het veld, ter inspiratie of om over te nemen. Omdat het financieringsplafond 110% van de huisartsenpost ruimschoots is bereikt, gaat InEen in gesprek met zorgverzekeraars, Zorgverzekeraars Nederland en de NZa om te kijken welke mogelijkheden er zijn om de budgetten uit te breiden. Met deze financiële ruimte kunnen de posten meer aan  taakherschikking doen of de expertise van de specialist ouderengeneeskunde in de ANW-uren inroepen. Om de publiekscampagne of nauwere samenwerking met ketenpartners te realiseren  gaan InEen en LHV samen optrekken en samen een plan van aanpak maken.

SSFH-rapport over werkbeleving triagist biedt aanknopingspunten

09 maart 2017

SSFHDe steeds terugkerende discussie over het werk en de arbeidsvoorwaarden van triagisten waren voor de Cao-partijen aanleiding aan bureau Leeuwendaal te vragen de werkbeleving en functie van triagisten in beeld te brengen. Nu, aan de vooravond van de onderhandelingen over de nieuwe Cao, ligt de ‘foto’ op tafel. Leden van InEen concludeerden in een extra deelledenvergadering dat het rapport goede aanknopingspunten biedt voor verbeteringen. De NVDA, de beroepsvereniging van de triagisten, sluit zich daarbij aan.

Het rapport, zegt Jane Kramer (NVDA), laat zien dat triagisten trots zijn op hun werk. ‘Ze vinden dat ze belangrijk werk doen en zijn blij met de mensen met wie ze samenwerken, zowel hun directe collega’s als de huisartsen.’ Ludeke van der Es (InEen): ‘De aanwezigen op de deelledenvergadering waren verrast dat de communicatie over veranderingen, het beoordelen, dingen waar men vaak snel ontevreden over is, door triagisten positief worden gewaardeerd.’ Kramer: ‘Triagisten zeggen in feite dat de huisartsenposten een open cultuur hebben en dat is heel mooi.’ Naast deze verheugende uitkomsten, is er ook kritiek, bijvoorbeeld op de hoge werkdruk, knellende regels, de kernset en de beloning. Belangrijke thema’s, zeggen de onderzoekers van Leeuwendaal in een concluderend hoofdstuk, die elk voor zich invloed hebben op de werkbeleving en aanknopingspunten bieden voor verbetering.

De kritiek op de kernset is inmiddels aangepakt. De kritiek betrof niet het beoordelen zelf, maar de aanpak en vooral het directe effect op de herregistratie. De voortdurende druk die dit gaf in het dagelijkse werk, zorgde voor een mindere werkbeleving en verzwaarde de toch al hoge werkdruk. In december vorig jaar besloot de deelledenvergadering van InEen de derde herregistratie-eis te laten vervallen en de criteria voor de audits te verduidelijken. Ook het NTS wordt door sommige triagisten als knellend ervaren hetgeen de werkbeleving negatief beïnvloedt. Hetzelfde geldt voor het gebrek aan variatie in het werk. Van der Es: ‘Verreweg de meeste onderwerpen kan de post zelf samen met de triagisten en de huisartsen oppakken. Het rapport biedt vooral een goed handvat om intern met elkaar en met de OR of PVT in gesprek te gaan.’

Werkdruk heeft ook een belangrijke arbeidsmarktcomponent. Veel huisartsenposten hebben wervingsproblemen door onvoldoende aanbod van triagisten en een relatief hoog verloop. Vanuit SSFH wordt daarom hard getrokken aan een gericht arbeidsmarktbeleid dat inzet op het creëren van stageplaatsen en scholing. Het rapport suggereert dat wellicht het beroepsbeeld onduidelijk is, maar dat de triagistenfunctie een hbo-niveau zou moeten krijgen, wijst het rapport van de hand. Van der Es: ‘De mbo-opgeleide triagisten zijn goed geëquipeerd en doen hun werk goed en met veel plezier. Verwacht wordt dat hbo-opgeleide mensen sneller op het werk uitgekeken zullen zijn. Bovendien wordt de vijver waaruit je kan vissen dan nóg kleiner.’ Meer profijt wordt verwacht van het nader bekijken van de specifieke kerncompetenties die triagisten nodig hebben. Van der Es: ‘En van een beter beroepsbeeld. Dat is iets wat we vanuit InEen gaan oppakken.’

Tot slot gaat werkdruk ook over waardering, aldus Kramer. ‘En dat is méér dan alleen geld.’ Ze doelt onder andere op een duidelijk personeelsbeleid, waarin de werkbelasting wordt gemonitord. Ook diversiteit in het werk en het zelf mogen roosteren hoort daar wat haar betreft bij. ‘Als je zelf kunt zorgen voor een goede balans tussen werk en privé en je tussendoor niet te vaak wordt gebeld om acuut een dienst over te nemen, wat onze zeer loyale achterban toch vaak doet, dan heb je als triagist niet altijd het gevoel dat je hijgend van de ene dienst naar de andere loopt.’ Natuurlijk zal het in de Cao-onderhandelingen ook over geld gaan. Volgens het rapport is het effect van een hogere beloning op de werkbeleving meestal van korte duur. Bovendien, zo blijkt, is de salariëring niet de reden waarom triagisten uitstromen. Van der Es: ‘Het laat zien dat mensen uiteindelijk blijer worden van andere dingen.’ Kramer: ‘Het werken in de nacht, patiënten die je niet kent, het continue moeten filteren van echte spoed en niet-spoed, maakt de functie zwaar en daar hoor wat ons betreft een hoger salaris bij. Triagisten vinden dat al heel lang.’

Informatie

[...]

SSFHDe steeds terugkerende discussie over het werk en de arbeidsvoorwaarden van triagisten waren voor de Cao-partijen aanleiding aan bureau Leeuwendaal te vragen de werkbeleving en functie van triagisten in beeld te brengen. Nu, aan de vooravond van de onderhandelingen over de nieuwe Cao, ligt de ‘foto’ op tafel. Leden van InEen concludeerden in een extra deelledenvergadering dat het rapport goede aanknopingspunten biedt voor verbeteringen. De NVDA, de beroepsvereniging van de triagisten, sluit zich daarbij aan.

Het rapport, zegt Jane Kramer (NVDA), laat zien dat triagisten trots zijn op hun werk. ‘Ze vinden dat ze belangrijk werk doen en zijn blij met de mensen met wie ze samenwerken, zowel hun directe collega’s als de huisartsen.’ Ludeke van der Es (InEen): ‘De aanwezigen op de deelledenvergadering waren verrast dat de communicatie over veranderingen, het beoordelen, dingen waar men vaak snel ontevreden over is, door triagisten positief worden gewaardeerd.’ Kramer: ‘Triagisten zeggen in feite dat de huisartsenposten een open cultuur hebben en dat is heel mooi.’ Naast deze verheugende uitkomsten, is er ook kritiek, bijvoorbeeld op de hoge werkdruk, knellende regels, de kernset en de beloning. Belangrijke thema’s, zeggen de onderzoekers van Leeuwendaal in een concluderend hoofdstuk, die elk voor zich invloed hebben op de werkbeleving en aanknopingspunten bieden voor verbetering.

De kritiek op de kernset is inmiddels aangepakt. De kritiek betrof niet het beoordelen zelf, maar de aanpak en vooral het directe effect op de herregistratie. De voortdurende druk die dit gaf in het dagelijkse werk, zorgde voor een mindere werkbeleving en verzwaarde de toch al hoge werkdruk. In december vorig jaar besloot de deelledenvergadering van InEen de derde herregistratie-eis te laten vervallen en de criteria voor de audits te verduidelijken. Ook het NTS wordt door sommige triagisten als knellend ervaren hetgeen de werkbeleving negatief beïnvloedt. Hetzelfde geldt voor het gebrek aan variatie in het werk. Van der Es: ‘Verreweg de meeste onderwerpen kan de post zelf samen met de triagisten en de huisartsen oppakken. Het rapport biedt vooral een goed handvat om intern met elkaar en met de OR of PVT in gesprek te gaan.’

Werkdruk heeft ook een belangrijke arbeidsmarktcomponent. Veel huisartsenposten hebben wervingsproblemen door onvoldoende aanbod van triagisten en een relatief hoog verloop. Vanuit SSFH wordt daarom hard getrokken aan een gericht arbeidsmarktbeleid dat inzet op het creëren van stageplaatsen en scholing. Het rapport suggereert dat wellicht het beroepsbeeld onduidelijk is, maar dat de triagistenfunctie een hbo-niveau zou moeten krijgen, wijst het rapport van de hand. Van der Es: ‘De mbo-opgeleide triagisten zijn goed geëquipeerd en doen hun werk goed en met veel plezier. Verwacht wordt dat hbo-opgeleide mensen sneller op het werk uitgekeken zullen zijn. Bovendien wordt de vijver waaruit je kan vissen dan nóg kleiner.’ Meer profijt wordt verwacht van het nader bekijken van de specifieke kerncompetenties die triagisten nodig hebben. Van der Es: ‘En van een beter beroepsbeeld. Dat is iets wat we vanuit InEen gaan oppakken.’

Tot slot gaat werkdruk ook over waardering, aldus Kramer. ‘En dat is méér dan alleen geld.’ Ze doelt onder andere op een duidelijk personeelsbeleid, waarin de werkbelasting wordt gemonitord. Ook diversiteit in het werk en het zelf mogen roosteren hoort daar wat haar betreft bij. ‘Als je zelf kunt zorgen voor een goede balans tussen werk en privé en je tussendoor niet te vaak wordt gebeld om acuut een dienst over te nemen, wat onze zeer loyale achterban toch vaak doet, dan heb je als triagist niet altijd het gevoel dat je hijgend van de ene dienst naar de andere loopt.’ Natuurlijk zal het in de Cao-onderhandelingen ook over geld gaan. Volgens het rapport is het effect van een hogere beloning op de werkbeleving meestal van korte duur. Bovendien, zo blijkt, is de salariëring niet de reden waarom triagisten uitstromen. Van der Es: ‘Het laat zien dat mensen uiteindelijk blijer worden van andere dingen.’ Kramer: ‘Het werken in de nacht, patiënten die je niet kent, het continue moeten filteren van echte spoed en niet-spoed, maakt de functie zwaar en daar hoor wat ons betreft een hoger salaris bij. Triagisten vinden dat al heel lang.’

Informatie

Een beetje lucht voor de drukbezochte huisarts - blog Anoeska Mosterdijk Skipr

08 maart 2017

Voor Skipr schrijft InEen een aantal keer per jaar een blog over een actueel onderwerp, dit keer ging het over de werkdruk op de huisartsenpost

Een beetje lucht voor de drukbezochte huisarts

Hoe zorgen we er nu voor dat acute huisartsenzorg voor iedereen goed bereikbaar blijft? Duidelijk is dat er niet één oplossing is, maar dat gezocht moet worden naar een combinatie van oplossingen, zowel voor overdag als buiten kantooruren.

In ons land kunnen mensen 24 uur per dag een beroep doen op huisartsenzorg. Overdag bij de eigen huisartsenpraktijk, buiten kantooruren bij een van de huisartsenposten (HAP’s). Recent was er in de media aandacht voor de toenemende drukte op de huisartsenpost. Patiënten vinden dat ze te lang moeten wachten, terwijl de dokter de indruk heeft dat hij teveel mensen met weinig spoedeisende klachten in de spreekkamer ziet. Wat is er aan de hand?

Lees hier de volledige blog van Anoeska Mosterdijk op Skipr

[...]

Voor Skipr schrijft InEen een aantal keer per jaar een blog over een actueel onderwerp, dit keer ging het over de werkdruk op de huisartsenpost

Een beetje lucht voor de drukbezochte huisarts

Hoe zorgen we er nu voor dat acute huisartsenzorg voor iedereen goed bereikbaar blijft? Duidelijk is dat er niet één oplossing is, maar dat gezocht moet worden naar een combinatie van oplossingen, zowel voor overdag als buiten kantooruren.

In ons land kunnen mensen 24 uur per dag een beroep doen op huisartsenzorg. Overdag bij de eigen huisartsenpraktijk, buiten kantooruren bij een van de huisartsenposten (HAP’s). Recent was er in de media aandacht voor de toenemende drukte op de huisartsenpost. Patiënten vinden dat ze te lang moeten wachten, terwijl de dokter de indruk heeft dat hij teveel mensen met weinig spoedeisende klachten in de spreekkamer ziet. Wat is er aan de hand?

Lees hier de volledige blog van Anoeska Mosterdijk op Skipr

Vervolgonderzoek quickscan Acute zorg voor kwetsbare ouderen

24 februari 2017

De NZa publiceerde op 21 december 2016 de quickscan Acute zorg voor kwetsbare ouderen. In vervolg hierop heeft VWS de NZa gevraagd in kaart te brengen of, en zo ja wat, er sindsdien is gebeurd op dit terrein en hoe de aandachtspunten in het rapport zijn opgevolgd. Voor dit vervolgonderzoek heeft de NZa vragen opgesteld. De NZa verzoekt de huisartsenposten een reactie op de vragen te geven en deze uiterlijk 6 maart naar de NZa te mailen. Met vragen kan contact worden opgenomen met Julia Draaisma (NZa).

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

De NZa publiceerde op 21 december 2016 de quickscan Acute zorg voor kwetsbare ouderen. In vervolg hierop heeft VWS de NZa gevraagd in kaart te brengen of, en zo ja wat, er sindsdien is gebeurd op dit terrein en hoe de aandachtspunten in het rapport zijn opgevolgd. Voor dit vervolgonderzoek heeft de NZa vragen opgesteld. De NZa verzoekt de huisartsenposten een reactie op de vragen te geven en deze uiterlijk 6 maart naar de NZa te mailen. Met vragen kan contact worden opgenomen met Julia Draaisma (NZa).

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Verzoek om informatie voor de NZa marktscan acute zorg

17 februari 2017

De NZa voert momenteel een marktscan acute zorg uit om meer inzicht te krijgen in de hoge werkdruk waar veel acute zorgaanbieders (ambulancediensten, huisartsenposten en SEH’s) mee kampen. De scan werd begin oktober vorig jaar in een brief aan de Tweede Kamer aangekondigd en moet leiden tot een actuele kwantitatieve analyse van de acute zorgketen. Ter voorbereiding sprak InEen, samen met enkele bestuurders van huisartsenposten, eind vorig jaar al met de NZa-onderzoekers en ook vond een eerste bijeenkomst plaats van de klankbordgroep waarin ook InEen zitting heeft. Om de analyse nu daadwerkelijk te kunnen uitvoeren heeft de NZa gegevens van zoveel mogelijk acute zorgaanbieders nodig. Vorige week stuurde NZa daarom een brief aan alle huisartsenposten met het verzoek informatie ter beschikking te stellen. Als InEen ondersteunen wij de uitvoering van de marktscan door de NZa. U bent in principe verplicht medewerking te verlenen aan dit onderzoek. Mochten er problemen zijn met de aanlevering van de gevraagde gegevens, meld dat dan zo spoedig mogelijk aan de NZa. Bij de aanlevering van gegevens kan gebruik worden gemaakt van een aanleverformulier. De resultaten van de marktscan worden voor de zomer verwacht.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

De NZa voert momenteel een marktscan acute zorg uit om meer inzicht te krijgen in de hoge werkdruk waar veel acute zorgaanbieders (ambulancediensten, huisartsenposten en SEH’s) mee kampen. De scan werd begin oktober vorig jaar in een brief aan de Tweede Kamer aangekondigd en moet leiden tot een actuele kwantitatieve analyse van de acute zorgketen. Ter voorbereiding sprak InEen, samen met enkele bestuurders van huisartsenposten, eind vorig jaar al met de NZa-onderzoekers en ook vond een eerste bijeenkomst plaats van de klankbordgroep waarin ook InEen zitting heeft. Om de analyse nu daadwerkelijk te kunnen uitvoeren heeft de NZa gegevens van zoveel mogelijk acute zorgaanbieders nodig. Vorige week stuurde NZa daarom een brief aan alle huisartsenposten met het verzoek informatie ter beschikking te stellen. Als InEen ondersteunen wij de uitvoering van de marktscan door de NZa. U bent in principe verplicht medewerking te verlenen aan dit onderzoek. Mochten er problemen zijn met de aanlevering van de gevraagde gegevens, meld dat dan zo spoedig mogelijk aan de NZa. Bij de aanlevering van gegevens kan gebruik worden gemaakt van een aanleverformulier. De resultaten van de marktscan worden voor de zomer verwacht.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Terugblik extra deelledenvergadering huisartsenposten

17 februari 2017

Afgelopen dinsdag 14 februari stond tijdens de DLV huisartsenposten de analyse van het SSFH rapport werkbeleving en functie triagist centraal. Erik Schouten (Leeuwendaal) werkte als onderzoeker aan het rapport en gaf een toelichting op de resultaten. Aan de hand van een voorlopige analyse door InEen, waarin ook de eventuele gevolgen voor de Cao Huisartsenzorg aan de orde kwamen, gaf de DLV input voor het vervolg. Het rapport werd door de DLV goed ontvangen, men was blij met de positieve beoordeling door triagisten van het werk en de werkverhoudingen op de huisartsenpost. Veel aandacht ging uit naar manieren om de werkdruk van triagisten te verminderen en hen de professionele erkenning te geven die zij verdienen.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Afgelopen dinsdag 14 februari stond tijdens de DLV huisartsenposten de analyse van het SSFH rapport werkbeleving en functie triagist centraal. Erik Schouten (Leeuwendaal) werkte als onderzoeker aan het rapport en gaf een toelichting op de resultaten. Aan de hand van een voorlopige analyse door InEen, waarin ook de eventuele gevolgen voor de Cao Huisartsenzorg aan de orde kwamen, gaf de DLV input voor het vervolg. Het rapport werd door de DLV goed ontvangen, men was blij met de positieve beoordeling door triagisten van het werk en de werkverhoudingen op de huisartsenpost. Veel aandacht ging uit naar manieren om de werkdruk van triagisten te verminderen en hen de professionele erkenning te geven die zij verdienen.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Patiënten en huisartsen samen op bres voor spoedzorg

10 februari 2017

Patiënten maken zich zorgen om de drukte en de wachttijden in de spoedzorg. Dat blijkt vandaag uit een peiling van de Patiëntenfederatie over de spoedzorg. De waardering van patiënten voor de spoedzorg blijft desondanks vrij hoog. Signalen over de werkdruk op de huisartsenpost kwamen recent ook uit een enquête van de Landelijke Huisartsen Vereniging. Driekwart van alle huisartsen geeft aan de werkdruk tijdens diensten als een probleem te ervaren. Uit onderzoek naar de werkbeleving van triagisten blijkt dat ook zij te kampen hebben met werkdruk.

De drukte op de huisartsenpost staat niet op zich. Ook overdag wordt het steeds drukker, nu er meer en complexere zorg op de huisarts en zijn team afkomt. Denk aan zorg voor langer thuiswonende ouderen, jeugd en GGZ. Een deel van die patiënten doet ook een beroep op de zorg in de avond-, nacht- en weekenduren. Daarnaast is er een maatschappelijke trend dat mensen zich vaker voor minder spoedeisende zaken tot de huisartsenpost wenden.

Eigen huisarts waar het kan, spoedzorg waar het moet
Huisartsenorganisaties LHV en InEen werken op dit moment hard aan oplossingen voor de werkdruk op de huisartsenpost in belang van zowel de patiënt als de zorgverleners. Dat vergt een combinatie van maatregelen, zowel voor overdag als buiten kantooruren.
Het is allereerst belangrijk dat patiënten overdag terecht kunnen bij hun eigen huisarts, zodat mensen niet onnodig uitwijken naar de huisartsenpost. De eigen huisarts kent de situatie en omstandigheden van de patiënten immers het beste. Essentieel daarvoor is dat de huisarts en zijn team meer tijd krijgen voor de patiënt. Dat kan door te kiezen voor minder patiënten per huisarts, te investeren in een goed ondersteunend team of de zorg op onderdelen anders te organiseren. Door meer ruimte te creëren overdag zorgen we dat patiënten overdag optimaal terecht kunnen bij hun eigen huisarts. Echte spoedvragen kunnen dan op de huisartsenpost sneller worden geholpen.

Wat verder goed geregeld moet zijn is de samenwerking tussen de huisartsenpost en andere partners in de spoedzorg. Denk aan de SEH, maar ook de crisisdienst van de GGZ en de acute thuiszorg. Ouderen wonen langer thuis en GGZ-patiënten worden vaker ambulant behandeld. In acute zorgsituaties gaat de zorgvraag vaak verder dan hetgeen de huisartsen op de huisartsenpost kunnen bieden, daarom is goede samenwerking met ketenpartners essentieel.

[...]

Patiënten maken zich zorgen om de drukte en de wachttijden in de spoedzorg. Dat blijkt vandaag uit een peiling van de Patiëntenfederatie over de spoedzorg. De waardering van patiënten voor de spoedzorg blijft desondanks vrij hoog. Signalen over de werkdruk op de huisartsenpost kwamen recent ook uit een enquête van de Landelijke Huisartsen Vereniging. Driekwart van alle huisartsen geeft aan de werkdruk tijdens diensten als een probleem te ervaren. Uit onderzoek naar de werkbeleving van triagisten blijkt dat ook zij te kampen hebben met werkdruk.

De drukte op de huisartsenpost staat niet op zich. Ook overdag wordt het steeds drukker, nu er meer en complexere zorg op de huisarts en zijn team afkomt. Denk aan zorg voor langer thuiswonende ouderen, jeugd en GGZ. Een deel van die patiënten doet ook een beroep op de zorg in de avond-, nacht- en weekenduren. Daarnaast is er een maatschappelijke trend dat mensen zich vaker voor minder spoedeisende zaken tot de huisartsenpost wenden.

Eigen huisarts waar het kan, spoedzorg waar het moet
Huisartsenorganisaties LHV en InEen werken op dit moment hard aan oplossingen voor de werkdruk op de huisartsenpost in belang van zowel de patiënt als de zorgverleners. Dat vergt een combinatie van maatregelen, zowel voor overdag als buiten kantooruren.
Het is allereerst belangrijk dat patiënten overdag terecht kunnen bij hun eigen huisarts, zodat mensen niet onnodig uitwijken naar de huisartsenpost. De eigen huisarts kent de situatie en omstandigheden van de patiënten immers het beste. Essentieel daarvoor is dat de huisarts en zijn team meer tijd krijgen voor de patiënt. Dat kan door te kiezen voor minder patiënten per huisarts, te investeren in een goed ondersteunend team of de zorg op onderdelen anders te organiseren. Door meer ruimte te creëren overdag zorgen we dat patiënten overdag optimaal terecht kunnen bij hun eigen huisarts. Echte spoedvragen kunnen dan op de huisartsenpost sneller worden geholpen.

Wat verder goed geregeld moet zijn is de samenwerking tussen de huisartsenpost en andere partners in de spoedzorg. Denk aan de SEH, maar ook de crisisdienst van de GGZ en de acute thuiszorg. Ouderen wonen langer thuis en GGZ-patiënten worden vaker ambulant behandeld. In acute zorgsituaties gaat de zorgvraag vaak verder dan hetgeen de huisartsen op de huisartsenpost kunnen bieden, daarom is goede samenwerking met ketenpartners essentieel.

Nivel onderzoek zorgconsumpties 2013-2015 hap’s

30 januari 2017

Sinds afgelopen zomer is het gevoel van toegenomen werkdruk op de huisartsenposten een steeds belangrijker gespreksonderwerp geworden. De indruk dat de verplaatsing van complexe zorg naar de thuissituatie voor meer werkdruk in de eerste lijn zorgt werd ook steeds sterker. InEen vroeg daarom het NIVEL om onderzoek te doen naar de zorgconsumptie op de huisartsenposten.

Zorg blijft gelijk, maar urgentie neemt toe
Een belangrijke conclusie van het NIVEL is dat in de periode 2013-2015 het aantal bezoeken aan de huisartsenposten gemiddeld genomen vrijwel gelijk bleef, maar het aantal contacten met een hoge urgentie duidelijk toenam. Een toename van hoog-urgente contacten betekent dat huisartsen vaker sneller zorg moeten leveren. Een ontwikkeling die de werkdruk kan verhogen.
Daarnaast liet het onderzoek zien dat er grote verschillen zijn tussen de verschillende HDS’en, zowel in aantal bezoeken aan de huisartsenpost als in de toename en afname van hoge en lage urgenties

Zorg voor kwetsbare groepen
InEen vroeg naast het algemene beeld specifiek de veranderingen in het zorggebruik op de huisartsenposten te bekijken voor ouderen en psychische/psychosociale zorgvragen. Voor de 19 onderzochte HDS’en is voor de periode 2013-2015 te zeggen dat die zorgvraag nagenoeg constant blijft tot heel licht stijgt. Oftewel geen duidelijke groei in deze zorgvraag. De verklaring hiervoor kan zijn dat de veranderingen in de langdurige zorg in 2015 zijn ingevoerd en dat jaar er ook nog verschillende overgangsregelingen van toepassingen waren. Dit onderzoek is dan ook vooral als nulmeting te beschouwen en het is zaak 2016 weer te meten, nu de gevolgen van de herzieningen in het stelsel steeds duidelijker merkbaar worden.

[...]

Sinds afgelopen zomer is het gevoel van toegenomen werkdruk op de huisartsenposten een steeds belangrijker gespreksonderwerp geworden. De indruk dat de verplaatsing van complexe zorg naar de thuissituatie voor meer werkdruk in de eerste lijn zorgt werd ook steeds sterker. InEen vroeg daarom het NIVEL om onderzoek te doen naar de zorgconsumptie op de huisartsenposten.

Zorg blijft gelijk, maar urgentie neemt toe
Een belangrijke conclusie van het NIVEL is dat in de periode 2013-2015 het aantal bezoeken aan de huisartsenposten gemiddeld genomen vrijwel gelijk bleef, maar het aantal contacten met een hoge urgentie duidelijk toenam. Een toename van hoog-urgente contacten betekent dat huisartsen vaker sneller zorg moeten leveren. Een ontwikkeling die de werkdruk kan verhogen.
Daarnaast liet het onderzoek zien dat er grote verschillen zijn tussen de verschillende HDS’en, zowel in aantal bezoeken aan de huisartsenpost als in de toename en afname van hoge en lage urgenties

Zorg voor kwetsbare groepen
InEen vroeg naast het algemene beeld specifiek de veranderingen in het zorggebruik op de huisartsenposten te bekijken voor ouderen en psychische/psychosociale zorgvragen. Voor de 19 onderzochte HDS’en is voor de periode 2013-2015 te zeggen dat die zorgvraag nagenoeg constant blijft tot heel licht stijgt. Oftewel geen duidelijke groei in deze zorgvraag. De verklaring hiervoor kan zijn dat de veranderingen in de langdurige zorg in 2015 zijn ingevoerd en dat jaar er ook nog verschillende overgangsregelingen van toepassingen waren. Dit onderzoek is dan ook vooral als nulmeting te beschouwen en het is zaak 2016 weer te meten, nu de gevolgen van de herzieningen in het stelsel steeds duidelijker merkbaar worden.

Eisen herregistratie triagisten gewijzigd

20 januari 2017

Afgelopen december besloot de deelledenvergadering huisartsenposten voor de herregistratie van triagisten de eis van gespreksbeoordeling te laten vervallen. Dit naar aanleiding van een motie. Inmiddels zijn de documenten ´Regeling diplomering triagist´ en de ´Handreiking arbeidsrechtelijke aspecten diploma triagist’ aangepast. In het overzicht veel gestelde vragen hebben we de gevolgen van het besluit voor diplomering en herregistratie onder elkaar gezet.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Afgelopen december besloot de deelledenvergadering huisartsenposten voor de herregistratie van triagisten de eis van gespreksbeoordeling te laten vervallen. Dit naar aanleiding van een motie. Inmiddels zijn de documenten ´Regeling diplomering triagist´ en de ´Handreiking arbeidsrechtelijke aspecten diploma triagist’ aangepast. In het overzicht veel gestelde vragen hebben we de gevolgen van het besluit voor diplomering en herregistratie onder elkaar gezet.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Breed rapport over de werkbeleving en de functie van de triagist

20 januari 2017

In opdracht van SSFH deed Leeuwendaal onderzoek naar de werkbeleving en de functie van de triagist. Dat heeft geresulteerd in een interessant en degelijk rapport. Triagisten, zo blijkt, tonen een grote betrokkenheid en loyaliteit en vinden dat ze mooi en inspirerend werk hebben. Ook de samenwerking op de post met collega’s en huisartsen wordt gewaardeerd. Een negatief punt is de hoge werkdruk. We nodigen de huisartsenposten uit om het rapport intern met de triagisten en bijvoorbeeld de OR te bespreken. Op 14 februari wordt een speciale DLV Huisartsenposten georganiseerd om de onderzoeksresultaten te bespreken. Een van de onderzoekers zal aanwezig zijn om een toelichting te geven en InEen zal een eerste analyse voorbereiden. Een nadere uitnodiging volgt snel. Lees meer over het rapport.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

In opdracht van SSFH deed Leeuwendaal onderzoek naar de werkbeleving en de functie van de triagist. Dat heeft geresulteerd in een interessant en degelijk rapport. Triagisten, zo blijkt, tonen een grote betrokkenheid en loyaliteit en vinden dat ze mooi en inspirerend werk hebben. Ook de samenwerking op de post met collega’s en huisartsen wordt gewaardeerd. Een negatief punt is de hoge werkdruk. We nodigen de huisartsenposten uit om het rapport intern met de triagisten en bijvoorbeeld de OR te bespreken. Op 14 februari wordt een speciale DLV Huisartsenposten georganiseerd om de onderzoeksresultaten te bespreken. Een van de onderzoekers zal aanwezig zijn om een toelichting te geven en InEen zal een eerste analyse voorbereiden. Een nadere uitnodiging volgt snel. Lees meer over het rapport.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Vuurwerkregistratie huisartsenposten

06 januari 2017

Voor het eerst hebben huisartsenposten afgelopen jaarwisseling vuurwerkslachtoffers geregistreerd. In totaal 22 HDS’en deden mee aan deze registratie, die jaarlijks wordt georganiseerd door VeiligheidNL en de NOS. De huisartsenposten meldden in totaal 263 behandelingen. Het streven is dat volgend jaar meer huisartsenposten meedoen, zodat we een landelijk beeld kunnen schetsen en trends kunnen signaleren. Op de SEH’s kwamen dit jaar 471 vuurwerkslachtoffers binnen, negen minder dan vorig jaar.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Voor het eerst hebben huisartsenposten afgelopen jaarwisseling vuurwerkslachtoffers geregistreerd. In totaal 22 HDS’en deden mee aan deze registratie, die jaarlijks wordt georganiseerd door VeiligheidNL en de NOS. De huisartsenposten meldden in totaal 263 behandelingen. Het streven is dat volgend jaar meer huisartsenposten meedoen, zodat we een landelijk beeld kunnen schetsen en trends kunnen signaleren. Op de SEH’s kwamen dit jaar 471 vuurwerkslachtoffers binnen, negen minder dan vorig jaar.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Werkdruk op de huisartsenposten

06 januari 2017

Volgende week op 10 januari plaatst het Algemeen Dagblad de noodkreet van een aantal bestuurders van huisartsenposten over de werkdruk op de post. In de DLV huisartsenposten van 13 december stond de werkdruk al prominent op de agenda. Veel bestuurders kampen hiermee en maken zich zorgen. Om dit bij de beleidsmakers kenbaar te maken heeft een aantal bestuurders de pen opgepakt en hun zorgen verwoord in een artikel. In december plaatste ook Medisch Contact een bericht op basis van dat artikel.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Volgende week op 10 januari plaatst het Algemeen Dagblad de noodkreet van een aantal bestuurders van huisartsenposten over de werkdruk op de post. In de DLV huisartsenposten van 13 december stond de werkdruk al prominent op de agenda. Veel bestuurders kampen hiermee en maken zich zorgen. Om dit bij de beleidsmakers kenbaar te maken heeft een aantal bestuurders de pen opgepakt en hun zorgen verwoord in een artikel. In december plaatste ook Medisch Contact een bericht op basis van dat artikel.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Overleg met NZa over marktscan acute zorg

16 december 2016

Veel acute zorgaanbieders (ambulancediensten, huisartsenposten en SEH’s) kampen met een hoge werkbelasting. De NZa voert daarom een marktscan acute zorg uit. Doel van de marktscan is een actuele kwantitatieve analyse van de acute zorgketen. Het is één van de acties die de minister op 5 oktober aankondigde in een brief aan de Tweede Kamer. Deze brief is een reactie op een brandbrief vanuit de spoedeisende hulpen. InEen houdt over de marktscan een vinger aan de pols bij NZa. In dat kader gaat op 20 december een aantal HDS-bestuurders en bureaumedewerkers in gesprek met de NZa-onderzoekers. De resultaten zijn voor de zomer te verwachten.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Veel acute zorgaanbieders (ambulancediensten, huisartsenposten en SEH’s) kampen met een hoge werkbelasting. De NZa voert daarom een marktscan acute zorg uit. Doel van de marktscan is een actuele kwantitatieve analyse van de acute zorgketen. Het is één van de acties die de minister op 5 oktober aankondigde in een brief aan de Tweede Kamer. Deze brief is een reactie op een brandbrief vanuit de spoedeisende hulpen. InEen houdt over de marktscan een vinger aan de pols bij NZa. In dat kader gaat op 20 december een aantal HDS-bestuurders en bureaumedewerkers in gesprek met de NZa-onderzoekers. De resultaten zijn voor de zomer te verwachten.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Actueel overzicht InEen-activiteiten rondom triage

09 december 2016

Het overzicht van de activiteiten van InEen op het gebied van triage is geactualiseerd. We attenderen alvast op de vijfde triagebijeenkomst die op 8 juni 2017 wordt georganiseerd en op de deadlines voor de diplomerings- en herregistratierondes begin 2017. Voor vragen kan gebruik worden gemaakt van het speciale emailadres: triage@ineen.nl

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden. 

[...]

Het overzicht van de activiteiten van InEen op het gebied van triage is geactualiseerd. We attenderen alvast op de vijfde triagebijeenkomst die op 8 juni 2017 wordt georganiseerd en op de deadlines voor de diplomerings- en herregistratierondes begin 2017. Voor vragen kan gebruik worden gemaakt van het speciale emailadres: triage@ineen.nl

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden. 

Oproep: ervaringen met opvang kwetsbare ouderen in acute zorg

25 november 2016

InEen is gevraagd deel te nemen aan een quickscan die de NZa op verzoek van het ministerie van VWS nog dit jaar gaat uitvoeren. Gekeken wordt naar de relatie tussen enerzijds de zorginkoop van spoedeisende hulp, het eerstelijns verblijf (ELV) en de huisartsenposten en anderzijds de opvang van kwetsbare ouderen in de acute zorg. De minister gaf hiertoe opdracht naar aanleiding van een motie uit de Tweede Kamer. Zorgverzekeraars hebben de taak de acute zorg zo in te richten dat alle verzekerden goede zorg (kunnen) krijgen. Dit geldt in het bijzonder voor kwetsbare ouderen. In de quickscan onderzoekt NZa of de zorgverzekeraars op dit punt aan hun zorgplicht voldoen. Om een goede bijdrage te kunnen leveren is InEen – op korte termijn – op zoek naar de ervaringen (positief en negatief) die leden hiermee hebben. Mail naar Margot Lenos (InEen).

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

InEen is gevraagd deel te nemen aan een quickscan die de NZa op verzoek van het ministerie van VWS nog dit jaar gaat uitvoeren. Gekeken wordt naar de relatie tussen enerzijds de zorginkoop van spoedeisende hulp, het eerstelijns verblijf (ELV) en de huisartsenposten en anderzijds de opvang van kwetsbare ouderen in de acute zorg. De minister gaf hiertoe opdracht naar aanleiding van een motie uit de Tweede Kamer. Zorgverzekeraars hebben de taak de acute zorg zo in te richten dat alle verzekerden goede zorg (kunnen) krijgen. Dit geldt in het bijzonder voor kwetsbare ouderen. In de quickscan onderzoekt NZa of de zorgverzekeraars op dit punt aan hun zorgplicht voldoen. Om een goede bijdrage te kunnen leveren is InEen – op korte termijn – op zoek naar de ervaringen (positief en negatief) die leden hiermee hebben. Mail naar Margot Lenos (InEen).

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

LHV-enquête over werkdruk op de huisartsenpost bevestigt zorgen

18 november 2016

De werkdruk op de huisartsenpost onder zowel triagisten als huisartsen is een voortdurend aandachtspunt van InEen. Verschillende onderzoeken zijn in de afgelopen periode uitgezet en op 13 december staat het onderwerp op de agenda van de dlv huisartsenposten. Deze week lieten de eerste uitkomsten van de LHV-enquête over ANW-uren nog eens het belang van deze aandacht zien. Driekwart van alle huisartsen, aldus de enquête, ervaart de werkdruk op de huisartsenpost als een probleem. Deze werkdruk staat niet op zichzelf, maar is nauw verbonden met de drukte in de dagzorg, de transities in de zorg en hoe patiënten op dit moment gebruik maken van de huisartsenpost. Aan de enquête namen zo’n 2800 praktijkhouders, 800 waarnemers, 200 hidha’s en 140 hids deel. De LHV laat de uitkomsten momenteel nog verder analyseren. Op korte termijn vindt overleg plaats tussen de LHV en InEen over de uitkomsten en mogelijke scenario’s. Ook VPHuisartsen en zo nodig andere stakeholders (patiëntenorganisaties, VWS, zorgverzekeraars) worden daarbij betrokken.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

De werkdruk op de huisartsenpost onder zowel triagisten als huisartsen is een voortdurend aandachtspunt van InEen. Verschillende onderzoeken zijn in de afgelopen periode uitgezet en op 13 december staat het onderwerp op de agenda van de dlv huisartsenposten. Deze week lieten de eerste uitkomsten van de LHV-enquête over ANW-uren nog eens het belang van deze aandacht zien. Driekwart van alle huisartsen, aldus de enquête, ervaart de werkdruk op de huisartsenpost als een probleem. Deze werkdruk staat niet op zichzelf, maar is nauw verbonden met de drukte in de dagzorg, de transities in de zorg en hoe patiënten op dit moment gebruik maken van de huisartsenpost. Aan de enquête namen zo’n 2800 praktijkhouders, 800 waarnemers, 200 hidha’s en 140 hids deel. De LHV laat de uitkomsten momenteel nog verder analyseren. Op korte termijn vindt overleg plaats tussen de LHV en InEen over de uitkomsten en mogelijke scenario’s. Ook VPHuisartsen en zo nodig andere stakeholders (patiëntenorganisaties, VWS, zorgverzekeraars) worden daarbij betrokken.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Week tegen Kindermishandeling

18 november 2016

Ter afsluiting van de Week tegen Kindermishandeling bracht VWS een handreiking uit die professionals ondersteunt bij het verkrijgen van toestemming van ouders wanneer er een vermoeden is van kindermishandeling. De handreiking past in een serie producten die NHG, LHV, InEen en Augeo heeft gemaakt of geactualiseerd om de hulpverlening aan kinderen verder te verbeteren. Op de website van InEen zijn verschillende hulpmiddelen en tools bij elkaar gezet, waaronder de Landelijke Eerstelijns SamenwerkingsAfspraak (LESA) en het NHG-scholingsaanbod.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Ter afsluiting van de Week tegen Kindermishandeling bracht VWS een handreiking uit die professionals ondersteunt bij het verkrijgen van toestemming van ouders wanneer er een vermoeden is van kindermishandeling. De handreiking past in een serie producten die NHG, LHV, InEen en Augeo heeft gemaakt of geactualiseerd om de hulpverlening aan kinderen verder te verbeteren. Op de website van InEen zijn verschillende hulpmiddelen en tools bij elkaar gezet, waaronder de Landelijke Eerstelijns SamenwerkingsAfspraak (LESA) en het NHG-scholingsaanbod.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Nieuws rond signalering kindermishandeling

11 november 2016

Zoals elk jaar organiseert de ‘Taskforce kindermishandeling en seksueel misbruik’ van 14-20 november de Week tegen Kindermishandeling. In deze week organiseert een groot aantal organisaties door het hele land activiteiten. Afgelopen oktober publiceerde de Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde al de richtlijn Signalering kindermishandeling in de spoedeisende medische zorg. Deze richtlijn geeft professionals in de spoedzorg handvatten voor de signalering van kindermishandeling: welke screeningsinstrumenten zijn beschikbaar? Wat is hun validiteit? Welke specifieke letsels kunnen wijzen op kindermishandeling en welke vervolgstappen zijn nodig bij een vermoeden van kindermishandeling? InEen heeft op een rij gezet welke producten huisartsen nog meer ondersteunen in de strijd tegen kindermishandeling. Kijk op de website.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Zoals elk jaar organiseert de ‘Taskforce kindermishandeling en seksueel misbruik’ van 14-20 november de Week tegen Kindermishandeling. In deze week organiseert een groot aantal organisaties door het hele land activiteiten. Afgelopen oktober publiceerde de Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde al de richtlijn Signalering kindermishandeling in de spoedeisende medische zorg. Deze richtlijn geeft professionals in de spoedzorg handvatten voor de signalering van kindermishandeling: welke screeningsinstrumenten zijn beschikbaar? Wat is hun validiteit? Welke specifieke letsels kunnen wijzen op kindermishandeling en welke vervolgstappen zijn nodig bij een vermoeden van kindermishandeling? InEen heeft op een rij gezet welke producten huisartsen nog meer ondersteunen in de strijd tegen kindermishandeling. Kijk op de website.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Huisartsenpost mag waarnemer weren

11 november 2016

Op 28 oktober 2016 boog de Hoge Raad zich voor het eerst over de positie van huisartsenposten en dienstdoende huisartsen. Het betrof een kwestie waarin de huisartsenpost weigerde een huisarts te accepteren omdat deze voorwaardelijk was geschorst door het Centraal Tuchtcollege. De huisartsenpost wilde patiënten niet bloot stellen aan het risico dat deze huisarts opnieuw een fout zou maken. De Hoge Raad oordeelde dat huisartsenposten als uitgangspunt een vrije beoordelingsruimte hebben bij de vraag wie zij als waarnemer willen registreren, waarbij het de post vrij staat de belangen van patiënten de doorslag te laten geven. De uitspraak van de Hoge Raad heeft gevolgen voor zowel de selectieprocedure voor waarnemers als het proces rondom disfunctioneren. InEen verwerkt de uitspraak in de ‘Handreiking waarnemers op de post’ en het ‘Protocol Vermeend disfunctionerende huisarts op de huisartsenpost’ die momenteel worden herzien.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Op 28 oktober 2016 boog de Hoge Raad zich voor het eerst over de positie van huisartsenposten en dienstdoende huisartsen. Het betrof een kwestie waarin de huisartsenpost weigerde een huisarts te accepteren omdat deze voorwaardelijk was geschorst door het Centraal Tuchtcollege. De huisartsenpost wilde patiënten niet bloot stellen aan het risico dat deze huisarts opnieuw een fout zou maken. De Hoge Raad oordeelde dat huisartsenposten als uitgangspunt een vrije beoordelingsruimte hebben bij de vraag wie zij als waarnemer willen registreren, waarbij het de post vrij staat de belangen van patiënten de doorslag te laten geven. De uitspraak van de Hoge Raad heeft gevolgen voor zowel de selectieprocedure voor waarnemers als het proces rondom disfunctioneren. InEen verwerkt de uitspraak in de ‘Handreiking waarnemers op de post’ en het ‘Protocol Vermeend disfunctionerende huisarts op de huisartsenpost’ die momenteel worden herzien.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Bijeenkomst over toekomst ANW-zorg

09 november 2016

De toekomst van ANW-zorg stond op 3 november centraal tijdens een ronde tafel bijeenkomst georganiseerd door de Coöperatie Praktijkhoudende Huisartsen. Vertegenwoordigers van huisartsen (CPH, VPH, LHV), zorgverzekeraars en InEen wisselden van gedachten over de ontwikkelingen in de ANW-zorg en mogelijke oplossingen. Afgesproken is samen een aantal toekomstscenario’s te ontwikkelen, waarbij ook wordt gekeken naar juridische en financiële randvoorwaarden. Het streven is deze scenario’s begin 2017 gereed te hebben. De DLV huisartsenposten op 13 december staat ook geheel in het teken van de (werk)druk in de ANW-zorg en mogelijke oplossingsrichtingen.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

De toekomst van ANW-zorg stond op 3 november centraal tijdens een ronde tafel bijeenkomst georganiseerd door de Coöperatie Praktijkhoudende Huisartsen. Vertegenwoordigers van huisartsen (CPH, VPH, LHV), zorgverzekeraars en InEen wisselden van gedachten over de ontwikkelingen in de ANW-zorg en mogelijke oplossingen. Afgesproken is samen een aantal toekomstscenario’s te ontwikkelen, waarbij ook wordt gekeken naar juridische en financiële randvoorwaarden. Het streven is deze scenario’s begin 2017 gereed te hebben. De DLV huisartsenposten op 13 december staat ook geheel in het teken van de (werk)druk in de ANW-zorg en mogelijke oplossingsrichtingen.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Onderzoek ANW-zorg in OESO landen

04 november 2016

De organisatie voor economische samenwerking en ontwikkeling (OESO) bracht in september een rapport  uit over de organisatie van eerstelijns ANW-zorg in 27 OESO landen. Tegen welke uitdagingen loopt men aan, hoe is de zorg georganiseerd en welke oplossingsrichtingen worden gekozen. Het rapport signaleert twee uitdagingen:

  1. toenemende terughoudendheid van huisartsen om dienst te doen als gevolg van hoge werklast en onvoldoende beloning en
  2. geografische variatie in de toegankelijkheid.

Oplossingen worden gevonden in organisatorische en financiële ondersteuning van huisartsen, inzet van andere professionals zoals nurse practitioners, verplichte deelname, gebruik van een triagesysteem, gebruik van nieuwe technologieën en goede informatietechnologie.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

De organisatie voor economische samenwerking en ontwikkeling (OESO) bracht in september een rapport  uit over de organisatie van eerstelijns ANW-zorg in 27 OESO landen. Tegen welke uitdagingen loopt men aan, hoe is de zorg georganiseerd en welke oplossingsrichtingen worden gekozen. Het rapport signaleert twee uitdagingen:

  1. toenemende terughoudendheid van huisartsen om dienst te doen als gevolg van hoge werklast en onvoldoende beloning en
  2. geografische variatie in de toegankelijkheid.

Oplossingen worden gevonden in organisatorische en financiële ondersteuning van huisartsen, inzet van andere professionals zoals nurse practitioners, verplichte deelname, gebruik van een triagesysteem, gebruik van nieuwe technologieën en goede informatietechnologie.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Reactie InEen op uitspraak CBb tariefbeschikkingen voor huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg

03 november 2016

Utrecht, 3 november 2016 — Donderdag 3 november heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven uitspraak gedaan in de procedure die de VPH en de LHV hadden aangespannen tegen de NZa. De procedure ging over het bezwaar van VPH en LHV tegen de contractvereiste voor huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg en tegen de 24-uursverplichting als voorwaarde bij het inschrijvingstarief. Het CBb heeft geoordeeld dat de NZa het contractvereiste bij enkele verrichtingen moet schrappen waaronder de ketenzorg. InEen maakt zich zorgen over de  consequenties van de uitspraak voor de kwaliteit en samenhang in de chronische zorg.

Het CBb stelt dat de contractvereiste voor enkele zorgprestaties, zoals ketenzorg,  een hinderpaal vormen voor de verzekerde/patiënt bij de uitoefening van zijn recht op vrije keuze van zorgverlener. InEen onderschrijft het belang van de vrije artsenkeuze. Echter, onduidelijk is of met deze uitspraak het huidige hoge kwaliteitsniveau van zorg voor mensen met een chronische aandoening  in de toekomst gehandhaafd blijft. Verder maken wij ons zorgen over mogelijke versnippering van het aanbod. Goed nieuws is dat het CBb onderkent dat enkel samenwerkingsverbanden in aanmerking komen voor een declaratietitel en dus uitvoering van multidisciplinaire zorg.

In het persbericht dat het CBb inmiddels heeft uitgebracht wordt alleen gerept over multidisciplinaire zorg voor bepaalde chronische aandoeningen (DM, VRM, COPD, astma). De interpretatie van InEen is dan ook dat de GEZ buiten de reikwijdte van de uitspraak valt.

Verder heeft de uitspraak van het CBb ook betrekking op de verantwoordelijkheid van huisartsen voor het regelen van 24-uurs zorg. Het CBb heeft enkele tekstuele aanpassingen in de prestatiebeschrijving aangebracht, maar de verbinding tussen de ANW én het inschrijftarief in stand gehouden. InEen hecht aan het vastleggen van de 24/7 verantwoordelijkheid voor de zorg en het CBb lijkt dit te erkennen.

Wij zullen de uitspraak verder bestuderen. De volledige uitspraak is te lezen op rechtspraak.nl

[...]

Utrecht, 3 november 2016 — Donderdag 3 november heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven uitspraak gedaan in de procedure die de VPH en de LHV hadden aangespannen tegen de NZa. De procedure ging over het bezwaar van VPH en LHV tegen de contractvereiste voor huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg en tegen de 24-uursverplichting als voorwaarde bij het inschrijvingstarief. Het CBb heeft geoordeeld dat de NZa het contractvereiste bij enkele verrichtingen moet schrappen waaronder de ketenzorg. InEen maakt zich zorgen over de  consequenties van de uitspraak voor de kwaliteit en samenhang in de chronische zorg.

Het CBb stelt dat de contractvereiste voor enkele zorgprestaties, zoals ketenzorg,  een hinderpaal vormen voor de verzekerde/patiënt bij de uitoefening van zijn recht op vrije keuze van zorgverlener. InEen onderschrijft het belang van de vrije artsenkeuze. Echter, onduidelijk is of met deze uitspraak het huidige hoge kwaliteitsniveau van zorg voor mensen met een chronische aandoening  in de toekomst gehandhaafd blijft. Verder maken wij ons zorgen over mogelijke versnippering van het aanbod. Goed nieuws is dat het CBb onderkent dat enkel samenwerkingsverbanden in aanmerking komen voor een declaratietitel en dus uitvoering van multidisciplinaire zorg.

In het persbericht dat het CBb inmiddels heeft uitgebracht wordt alleen gerept over multidisciplinaire zorg voor bepaalde chronische aandoeningen (DM, VRM, COPD, astma). De interpretatie van InEen is dan ook dat de GEZ buiten de reikwijdte van de uitspraak valt.

Verder heeft de uitspraak van het CBb ook betrekking op de verantwoordelijkheid van huisartsen voor het regelen van 24-uurs zorg. Het CBb heeft enkele tekstuele aanpassingen in de prestatiebeschrijving aangebracht, maar de verbinding tussen de ANW én het inschrijftarief in stand gehouden. InEen hecht aan het vastleggen van de 24/7 verantwoordelijkheid voor de zorg en het CBb lijkt dit te erkennen.

Wij zullen de uitspraak verder bestuderen. De volledige uitspraak is te lezen op rechtspraak.nl

Benchlearning bijeenkomst op 13 december 2016

28 oktober 2016

Voorafgaand aan de DLV huisartsenposten organiseert InEen op 13 december een bijeenkomst over de huidige opzet en de doorontwikkeling van de benchmark huisartsenposten(14.00-15.30 uur). Directeuren van huisartsenposten zijn van harte welkom, desgewenst samen met de medewerker die in de organisatie nauw betrokken is bij de benchmark. Bij de start van de bijeenkomst geeft onderzoeksbureau Totta, de beheerder van de benchmarkomgeving, een korte demonstratie van de mogelijkheden voor het ophalen van informatie, trends en vergelijkingen uit het benchmarksysteem. Vanaf 14.30 uur richt de bijeenkomst zich op de strategische waarde van de benchmark als instrument voor zowel individuele huisartsenposten als de sector als geheel. Graag willen we de mogelijkheden verkennen om de huidige benchmark geleidelijk door te ontwikkelen tot een breder brancherapport voor de ANW-zorg in 2018. Het is mogelijk om alleen het tweede programmaonderdeel bij te wonen. Aanmelden.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Voorafgaand aan de DLV huisartsenposten organiseert InEen op 13 december een bijeenkomst over de huidige opzet en de doorontwikkeling van de benchmark huisartsenposten(14.00-15.30 uur). Directeuren van huisartsenposten zijn van harte welkom, desgewenst samen met de medewerker die in de organisatie nauw betrokken is bij de benchmark. Bij de start van de bijeenkomst geeft onderzoeksbureau Totta, de beheerder van de benchmarkomgeving, een korte demonstratie van de mogelijkheden voor het ophalen van informatie, trends en vergelijkingen uit het benchmarksysteem. Vanaf 14.30 uur richt de bijeenkomst zich op de strategische waarde van de benchmark als instrument voor zowel individuele huisartsenposten als de sector als geheel. Graag willen we de mogelijkheden verkennen om de huidige benchmark geleidelijk door te ontwikkelen tot een breder brancherapport voor de ANW-zorg in 2018. Het is mogelijk om alleen het tweede programmaonderdeel bij te wonen. Aanmelden.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Meldplicht kindermishandeling van de baan

28 oktober 2016

De meldplicht kindermishandeling die VWS begin dit jaar aankondigde, is definitief van de baan. Dit is op 12 oktober tijdens het Algemeen Overleg Kindermishandeling/GIA besloten. Het alternatieve voorstel van de Artsencoalitie tegen kindermishandeling, waarvan ook InEen deel uitmaakt, is in de Kamer goed ontvangen. Het voorstel pleit voor oplossingen waarin directe hulp aan het mishandelde kind centraal staat. Daarnaast vraagt de Artsencoalitie heldere normen en pragmatische handvatten om, binnen de huidige verplichte KNMG-meldcode, werk te maken van een vermoeden van kindermishandeling. Nieuwsbericht KNMG.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

De meldplicht kindermishandeling die VWS begin dit jaar aankondigde, is definitief van de baan. Dit is op 12 oktober tijdens het Algemeen Overleg Kindermishandeling/GIA besloten. Het alternatieve voorstel van de Artsencoalitie tegen kindermishandeling, waarvan ook InEen deel uitmaakt, is in de Kamer goed ontvangen. Het voorstel pleit voor oplossingen waarin directe hulp aan het mishandelde kind centraal staat. Daarnaast vraagt de Artsencoalitie heldere normen en pragmatische handvatten om, binnen de huidige verplichte KNMG-meldcode, werk te maken van een vermoeden van kindermishandeling. Nieuwsbericht KNMG.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

‘Je moet het erover blijven hebben’

27 oktober 2016

signalering-kindermishandelingIn de regio Westland-Schieland-Delfland (WSD) werd het afgelopen jaar geëxperimenteerd met een huisarts-aandachtsfunctionaris om op de huisartsenpost en in de dagpraktijk het toepassen van de meldcode kindermishandeling te ondersteunen, en te verbeteren. De pilot was een succes: het aantal meldingen nam toe en – minstens zo belangrijk – de algehele alertheid op het onderwerp groeide sterk.

Wanneer een dienstdoende huisarts een acuut geval van kindermishandeling of huiselijk geweld constateert, is het duidelijk wat er moet gebeuren. Veel vaker is er sprake van zorg en twijfel. De dienstdoende huisarts geeft hiervan blijk op het sputovamo-formulier en in het waarneembericht aan de eigen huisarts van de patiënt. Vera Raaijen, beleidsmedewerker huisartsenposten WSD, vertelt dat de ingevulde sputovamo echter vaak snel uit het zicht van de dienstdoende huisarts verdween. En ook het waarneembericht aan de eigen huisarts kwam lang niet altijd goed door. In de pilot wordt de geconstateerde leemte opgevuld met een huisarts-aandachtsfunctionaris die zich actief met de zorgmeldingen bemoeit.

Een alarm van de LHV vormde de aanleiding voor de pilot: het aantal meldingen liep terug en de organisatie van het melden zou te wensen overlaten. Samen met de LHV-kring WSD ontwikkelde huisarts Marianne Rosenveldt de huisarts-aandachtsfunctionaris voor zowel de huisartsenposten als de dagpraktijken in de regio. Een jaar lang zag zij alle sputovamo’s die op de huisartsenpost Westland werden ingevuld: ‘Ik stuur de huisarts die heeft gemeld en ook de eigen huisarts van de patiënt een mailtje: luister, er is een zorgmelding geweest, mag ik je daar nog even over bellen, hoe is het gegaan, waarom had je zorg?’ Haar interventies worden hogelijk gewaardeerd. Het aantal meldingen nam toe: elf keer zocht Rosenveldt contact na een zorgmelding, tweemaal was er aanleiding Veilig Thuis in te schakelen en in alle gevallen pakte de eigen huisarts de melding op. Er ontstond, zegt Rosenveldt, meer feeling met het onderwerp, en daar gaat het om. Steeds vaker weten huisartsen haar (overdag) te vinden als zij advies nodig hebben. Dat in de regio WSD de aandachtsfunctionaris een huisarts is, vormt ook een succesfactor. Raaijen: ‘Ik heb het zelf gemerkt, als beleidsfunctionaris spreek je toch een andere taal. Huisartsen praten gewoon makkelijker met huisartsen.’ Rosenveldt: ‘Je hebt dezelfde medische kennis. Voor een niet-huisarts is het moeilijker om iets te zeggen over bijvoorbeeld het type letsel.’

Scholing staat hoog op de prioriteitenlijst. Rosenveldt schoolde alle doktersassistenten en triagisten op de WSD-posten. Daarnaast greep en grijpt ze de halfjaarlijkse kwaliteitsavonden met de huisartsen aan. ‘Ik krijg op elke bijeenkomst ruimte. De laatste keer hebben we meldingen besproken die assistenten deden maar die geen gehoor vonden bij de huisarts. Ik doe dat niet bekritiserend, maar lerend: laten we nog eens kijken, misschien denken we er nu anders over. Dat wordt bij ons heel goed opgepikt.’

WSD gaat door. Per 1 januari 2017 functioneert op alle drie de posten in de regio (Westland, Delft en Nieuwe Waterweg Noord) twee uur per week een huisarts-aandachtsfunctionaris. Rosenveldt: ‘Het hoeft niet in één keer helemaal goed. Ik ben meer het olievlek-type. Als het zich langzaam uitbreidt, ben ik heel tevreden. Belangrijk vind ik dat ook zorggroep ZEL mij heeft gevraagd de aanpak te implementeren. Dat gaat het komende jaar gebeuren.’ Raaijen: ‘Je moet het er over blijven hebben, want anders zakt het weg. Daarom is een actiemaand Signalering kindermishandeling zoals dit jaar is georganiseerd, heel goed!’

[...]

signalering-kindermishandelingIn de regio Westland-Schieland-Delfland (WSD) werd het afgelopen jaar geëxperimenteerd met een huisarts-aandachtsfunctionaris om op de huisartsenpost en in de dagpraktijk het toepassen van de meldcode kindermishandeling te ondersteunen, en te verbeteren. De pilot was een succes: het aantal meldingen nam toe en – minstens zo belangrijk – de algehele alertheid op het onderwerp groeide sterk.

Wanneer een dienstdoende huisarts een acuut geval van kindermishandeling of huiselijk geweld constateert, is het duidelijk wat er moet gebeuren. Veel vaker is er sprake van zorg en twijfel. De dienstdoende huisarts geeft hiervan blijk op het sputovamo-formulier en in het waarneembericht aan de eigen huisarts van de patiënt. Vera Raaijen, beleidsmedewerker huisartsenposten WSD, vertelt dat de ingevulde sputovamo echter vaak snel uit het zicht van de dienstdoende huisarts verdween. En ook het waarneembericht aan de eigen huisarts kwam lang niet altijd goed door. In de pilot wordt de geconstateerde leemte opgevuld met een huisarts-aandachtsfunctionaris die zich actief met de zorgmeldingen bemoeit.

Een alarm van de LHV vormde de aanleiding voor de pilot: het aantal meldingen liep terug en de organisatie van het melden zou te wensen overlaten. Samen met de LHV-kring WSD ontwikkelde huisarts Marianne Rosenveldt de huisarts-aandachtsfunctionaris voor zowel de huisartsenposten als de dagpraktijken in de regio. Een jaar lang zag zij alle sputovamo’s die op de huisartsenpost Westland werden ingevuld: ‘Ik stuur de huisarts die heeft gemeld en ook de eigen huisarts van de patiënt een mailtje: luister, er is een zorgmelding geweest, mag ik je daar nog even over bellen, hoe is het gegaan, waarom had je zorg?’ Haar interventies worden hogelijk gewaardeerd. Het aantal meldingen nam toe: elf keer zocht Rosenveldt contact na een zorgmelding, tweemaal was er aanleiding Veilig Thuis in te schakelen en in alle gevallen pakte de eigen huisarts de melding op. Er ontstond, zegt Rosenveldt, meer feeling met het onderwerp, en daar gaat het om. Steeds vaker weten huisartsen haar (overdag) te vinden als zij advies nodig hebben. Dat in de regio WSD de aandachtsfunctionaris een huisarts is, vormt ook een succesfactor. Raaijen: ‘Ik heb het zelf gemerkt, als beleidsfunctionaris spreek je toch een andere taal. Huisartsen praten gewoon makkelijker met huisartsen.’ Rosenveldt: ‘Je hebt dezelfde medische kennis. Voor een niet-huisarts is het moeilijker om iets te zeggen over bijvoorbeeld het type letsel.’

Scholing staat hoog op de prioriteitenlijst. Rosenveldt schoolde alle doktersassistenten en triagisten op de WSD-posten. Daarnaast greep en grijpt ze de halfjaarlijkse kwaliteitsavonden met de huisartsen aan. ‘Ik krijg op elke bijeenkomst ruimte. De laatste keer hebben we meldingen besproken die assistenten deden maar die geen gehoor vonden bij de huisarts. Ik doe dat niet bekritiserend, maar lerend: laten we nog eens kijken, misschien denken we er nu anders over. Dat wordt bij ons heel goed opgepikt.’

WSD gaat door. Per 1 januari 2017 functioneert op alle drie de posten in de regio (Westland, Delft en Nieuwe Waterweg Noord) twee uur per week een huisarts-aandachtsfunctionaris. Rosenveldt: ‘Het hoeft niet in één keer helemaal goed. Ik ben meer het olievlek-type. Als het zich langzaam uitbreidt, ben ik heel tevreden. Belangrijk vind ik dat ook zorggroep ZEL mij heeft gevraagd de aanpak te implementeren. Dat gaat het komende jaar gebeuren.’ Raaijen: ‘Je moet het er over blijven hebben, want anders zakt het weg. Daarom is een actiemaand Signalering kindermishandeling zoals dit jaar is georganiseerd, heel goed!’

Onderzoek röntgendiagnostiek op de HAP

21 oktober 2016

IQ Healthcare doet onderzoek naar de mogelijkheid röntgendiagnostiek vanuit de eerste lijn in te zetten op de huisartsenpost. In Medisch Contact van deze week worden in een inventarisatie de kenmerken van 20 huisartsenposten die toegang hebben tot röntgendiagnostiek beschreven. De onderzoekers brengen in beeld op welke manier de toegang tot röntgendiagnostiek georganiseerd is. De auteurs verwachten dat de directe inzet van röntgendiagnostiek op de huisartsenpost een positief effect heeft. In vervolgonderzoek brengt IQ Healthcare het  effect van een directe toegang tot röntgendiagnostiek op substitutie, patiëntenstromen, patiëntervaringen en wachttijden in kaart.  Een eerste publicatie van dit onderzoek verwachten we begin 2017. Voor meer informatie kun je contact opnemen met Martijn Rutten (Radbouw MC).

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

IQ Healthcare doet onderzoek naar de mogelijkheid röntgendiagnostiek vanuit de eerste lijn in te zetten op de huisartsenpost. In Medisch Contact van deze week worden in een inventarisatie de kenmerken van 20 huisartsenposten die toegang hebben tot röntgendiagnostiek beschreven. De onderzoekers brengen in beeld op welke manier de toegang tot röntgendiagnostiek georganiseerd is. De auteurs verwachten dat de directe inzet van röntgendiagnostiek op de huisartsenpost een positief effect heeft. In vervolgonderzoek brengt IQ Healthcare het  effect van een directe toegang tot röntgendiagnostiek op substitutie, patiëntenstromen, patiëntervaringen en wachttijden in kaart.  Een eerste publicatie van dit onderzoek verwachten we begin 2017. Voor meer informatie kun je contact opnemen met Martijn Rutten (Radbouw MC).

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Registratie vuurwerkslachtoffers op de huisartsenpost

17 oktober 2016

Een behoorlijk aantal huisartsenposten heeft zich na onze oproep begin september aangemeld voor de registratie van vuurwerkslachtoffers op de huisartsenpost. Deze registratie wordt door VeiligheidNL georganiseerd op 31 december en 1 januari. Voor de bruikbaarheid van de gegevens is het belangrijk dat zoveel mogelijk huisartsenposten meedoen. Daarom vragen we degenen die zich nog niet hebben aangemeld, dit alsnog te doen. Meedoen kan op twee manieren. Je kunt alleen het aantal slachtoffers turven, of je kunt daarnaast ook aanvullende gegevens registreren over type vuurwerk, toedracht, diagnose en eventuele doorverwijzing (voorbeeldformulier). Meld je aan bij Ella Benedictus (InEen). Graag even aangeven welke registratievorm je voorkeur heeft.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Een behoorlijk aantal huisartsenposten heeft zich na onze oproep begin september aangemeld voor de registratie van vuurwerkslachtoffers op de huisartsenpost. Deze registratie wordt door VeiligheidNL georganiseerd op 31 december en 1 januari. Voor de bruikbaarheid van de gegevens is het belangrijk dat zoveel mogelijk huisartsenposten meedoen. Daarom vragen we degenen die zich nog niet hebben aangemeld, dit alsnog te doen. Meedoen kan op twee manieren. Je kunt alleen het aantal slachtoffers turven, of je kunt daarnaast ook aanvullende gegevens registreren over type vuurwerk, toedracht, diagnose en eventuele doorverwijzing (voorbeeldformulier). Meld je aan bij Ella Benedictus (InEen). Graag even aangeven welke registratievorm je voorkeur heeft.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Aankondiging NZa marktscan acute zorg

14 oktober 2016

Veel acute zorgaanbieders (ambulance, huisartsenpost en SEH) kampen met een hoge werkbelasting. De Nza gaat daarom een marktscan acute zorg uitvoeren. Deze marktscan moet resulteren in een actuele kwantitatieve analyse van de acute zorgketen. Op dit moment zijn er diverse kwalitatieve signalen over de werkbelasting. De marktscan is een van de acties die de minister begin deze maand aankondigde in een brief aan de Tweede Kamer. De brief is een reactie op een brandbrief vanuit de spoedeisende hulpen. Een toenemend aantal zorgvragen in de acute zorg blijkt ook uit de Benchmark Huisartsenposten die we onlangs publiceerden. We houden over de marktscan contact met de NZa. De resultaten van de scan zijn rond juli 2017 te verwachten.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Veel acute zorgaanbieders (ambulance, huisartsenpost en SEH) kampen met een hoge werkbelasting. De Nza gaat daarom een marktscan acute zorg uitvoeren. Deze marktscan moet resulteren in een actuele kwantitatieve analyse van de acute zorgketen. Op dit moment zijn er diverse kwalitatieve signalen over de werkbelasting. De marktscan is een van de acties die de minister begin deze maand aankondigde in een brief aan de Tweede Kamer. De brief is een reactie op een brandbrief vanuit de spoedeisende hulpen. Een toenemend aantal zorgvragen in de acute zorg blijkt ook uit de Benchmark Huisartsenposten die we onlangs publiceerden. We houden over de marktscan contact met de NZa. De resultaten van de scan zijn rond juli 2017 te verwachten.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Vervolg media-aandacht huisartsenposten

23 september 2016

Inmiddels zijn de resultaten van de enquêtes die regionale media hielden rondom de tevredenheid met huisartsenposten zo’n beetje duidelijk geworden. Het is in belangrijke mate goed nieuws. De respondenten zijn in meerderheid tevreden over de huisartsenpost en de manier waarop zij geholpen zijn. Wel klagen mensen niet te weten hoe lang ze moeten wachten voor ze geholpen worden en vaak begrijpen ze niet waarom andere mensen eerder worden geholpen. Dit lijken aanknopingspunten voor verbetering waar we samen over in gesprek kunnen. Na het weekend komen enkele directeuren van huisartsenposten in verschillende lokale media aan het woord.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Inmiddels zijn de resultaten van de enquêtes die regionale media hielden rondom de tevredenheid met huisartsenposten zo’n beetje duidelijk geworden. Het is in belangrijke mate goed nieuws. De respondenten zijn in meerderheid tevreden over de huisartsenpost en de manier waarop zij geholpen zijn. Wel klagen mensen niet te weten hoe lang ze moeten wachten voor ze geholpen worden en vaak begrijpen ze niet waarom andere mensen eerder worden geholpen. Dit lijken aanknopingspunten voor verbetering waar we samen over in gesprek kunnen. Na het weekend komen enkele directeuren van huisartsenposten in verschillende lokale media aan het woord.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Spreiden verantwoordelijkheid ANW-zorg

23 september 2016

Onder de kop ‘ANW-zorg niet alleen door praktijkhouders’ schreef VPHuisartsen deze week een opiniërend artikel in Medisch Contact. In het artikel schrijft VPH dat de huidige situatie waar in de verantwoordelijkheid voor het doen van diensten vooral bij praktijkhouders ligt niet meer toekomst bestendig is. Ze willen met betrokken partijen in gesprek en daar zijn we blij mee. InEen en de huisartsenposten herkennen de problemen zoals die door VPH worden beschreven en  zoeken  graag naar oplossingen om werkdruk te verlichten. Net als de LHV aan gaf lijkt het goed om verschillende scenario’s te onderzoeken, wij sluiten daar graag bij aan. Daarbij gebruiken we graag de ervaring die al is opgegaan bij op meerdere plaatsen in het land.  Verschillende posten zijn al bezig met het exploreren van oplossingsrichtingen. InEen zal het initiatief nemen het overleg met VPH en LHV op te starten.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Onder de kop ‘ANW-zorg niet alleen door praktijkhouders’ schreef VPHuisartsen deze week een opiniërend artikel in Medisch Contact. In het artikel schrijft VPH dat de huidige situatie waar in de verantwoordelijkheid voor het doen van diensten vooral bij praktijkhouders ligt niet meer toekomst bestendig is. Ze willen met betrokken partijen in gesprek en daar zijn we blij mee. InEen en de huisartsenposten herkennen de problemen zoals die door VPH worden beschreven en  zoeken  graag naar oplossingen om werkdruk te verlichten. Net als de LHV aan gaf lijkt het goed om verschillende scenario’s te onderzoeken, wij sluiten daar graag bij aan. Daarbij gebruiken we graag de ervaring die al is opgegaan bij op meerdere plaatsen in het land.  Verschillende posten zijn al bezig met het exploreren van oplossingsrichtingen. InEen zal het initiatief nemen het overleg met VPH en LHV op te starten.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Registratie vuurwerkslachtoffers op de huisartsenpost

09 september 2016

Welke huisartsenposten willen meewerken aan de registratie van vuurwerkslachtoffers op de huisartsenpost? Op dit moment vindt alleen registratie plaats op de SEH’s. Om een compleet beeld te krijgen is het belangrijk dat huisartsenposten ook gaan deelnemen aan de jaarlijkse meting van vuurwerkslachtoffers, georganiseerd door VeiligheidNL (op 31 december en 1 januari). Alle SEH’s in Nederland turven het aantal slachtoffers en meer dan de helft registreert ook aanvullende gegevens over type vuurwerk, toedracht, diagnose en eventuele doorverwijzing. Huisartsenposten die interesse hebben, kunnen dit laten weten aan Ella Benedictus (InEen). Graag even aangeven of je alleen wilt turven of ook mee wil doen met de uitgebreidere registratie, (zie voorbeeld).

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Welke huisartsenposten willen meewerken aan de registratie van vuurwerkslachtoffers op de huisartsenpost? Op dit moment vindt alleen registratie plaats op de SEH’s. Om een compleet beeld te krijgen is het belangrijk dat huisartsenposten ook gaan deelnemen aan de jaarlijkse meting van vuurwerkslachtoffers, georganiseerd door VeiligheidNL (op 31 december en 1 januari). Alle SEH’s in Nederland turven het aantal slachtoffers en meer dan de helft registreert ook aanvullende gegevens over type vuurwerk, toedracht, diagnose en eventuele doorverwijzing. Huisartsenposten die interesse hebben, kunnen dit laten weten aan Ella Benedictus (InEen). Graag even aangeven of je alleen wilt turven of ook mee wil doen met de uitgebreidere registratie, (zie voorbeeld).

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Praktische steun voor huisartsen via e-zine Kindermishandeling samen aanpakken

08 september 2016

Huisartsenorganisaties NHG, LHV en InEen hebben met het ministerie van VWS en de Augeo Foundation gewerkt aan instrumenten die u steunen bij de aanpak van kindermishandeling. Het online magazine Kindermishandeling samen aanpakken – praktische steun voor huisartsen helpt u deze  instrumenten in uw dagelijkse praktijk in te zetten.

Kindermishandeling is vaak lastig te herkennen: er is een groot grijs gebied en veel speelt zich onder de radar af. Als huisarts heeft u een belangrijke rol in de signalering ervan en in het bieden van adequate hulp. Het online magazine Kindermishandeling samen aanpakken – praktische steun voor huisartsen biedt u ervaringsverhalen met achtergronden en cijfers en geeft u een overzicht van de nieuwe instrumenten die u in de huisartsenpraktijk kunt inzetten. Het kind staat in de aanpak voorop, waarbij de vertrouwensrelatie tussen u en het gezin essentieel is.

Meer informatie

[...]

Huisartsenorganisaties NHG, LHV en InEen hebben met het ministerie van VWS en de Augeo Foundation gewerkt aan instrumenten die u steunen bij de aanpak van kindermishandeling. Het online magazine Kindermishandeling samen aanpakken – praktische steun voor huisartsen helpt u deze  instrumenten in uw dagelijkse praktijk in te zetten.

Kindermishandeling is vaak lastig te herkennen: er is een groot grijs gebied en veel speelt zich onder de radar af. Als huisarts heeft u een belangrijke rol in de signalering ervan en in het bieden van adequate hulp. Het online magazine Kindermishandeling samen aanpakken – praktische steun voor huisartsen biedt u ervaringsverhalen met achtergronden en cijfers en geeft u een overzicht van de nieuwe instrumenten die u in de huisartsenpraktijk kunt inzetten. Het kind staat in de aanpak voorop, waarbij de vertrouwensrelatie tussen u en het gezin essentieel is.

Meer informatie

Actueel overzicht InEen-activiteiten rondom triage

02 september 2016

Graag geven we jullie een  geactualiseerd overzicht van onze activiteiten op het gebied van triage. Daarbij vragen we extra aandacht voor de handreiking ‘Medisch Student en triage op de huisartsenpost’. Deze is samen met leden ontwikkeld en ook opleiders van triagisten, de Inspectie en het NHG hebben input gegeven. Ook wijzen we nog een keer op het digitale netwerk Triage ( Ledenplatform InEen). Daar vind je de nieuwste documenten en kun je ervaringen, vragen en oplossingen onderling uitwisselen. Bij vragen kun je ook altijd rechtstreeks contact met ons opnemen via triage@ineen.nl.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Graag geven we jullie een  geactualiseerd overzicht van onze activiteiten op het gebied van triage. Daarbij vragen we extra aandacht voor de handreiking ‘Medisch Student en triage op de huisartsenpost’. Deze is samen met leden ontwikkeld en ook opleiders van triagisten, de Inspectie en het NHG hebben input gegeven. Ook wijzen we nog een keer op het digitale netwerk Triage ( Ledenplatform InEen). Daar vind je de nieuwste documenten en kun je ervaringen, vragen en oplossingen onderling uitwisselen. Bij vragen kun je ook altijd rechtstreeks contact met ons opnemen via triage@ineen.nl.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Extra aandacht voor kindermishandeling in de huisartsenzorg in september

02 september 2016

De LESA kindermishandeling (Landelijke Eerstelijns Samenwerkings Afspraak) is geactualiseerd. Dit is gebeurd in het kader van de publiek-private samenwerking (pps) die InEen, LHV en NHG met VWS en Augeo in maart 2015 sloten. Samen willen zij bijdragen aan het terugdringen van kindermishandeling en huisartsen beter ondersteunen bij het signaleren ervan. Op onze website hebben we verschillende producten van de samenwerking op een rijtje gezet. Dat is onder meer het nieuwe landelijke netwerk van huisartsen-ambassadeurs die door huisartsen geraadpleegd kunnen worden met vragen over kindermishandeling. De eerste ambassadeurs zijn inmiddels geworven. In september wordt op de huisartsenposten extra aandacht gevraagd voor de samenwerking met Veilig Thuis bij vermoedens van kindermishandeling.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

De LESA kindermishandeling (Landelijke Eerstelijns Samenwerkings Afspraak) is geactualiseerd. Dit is gebeurd in het kader van de publiek-private samenwerking (pps) die InEen, LHV en NHG met VWS en Augeo in maart 2015 sloten. Samen willen zij bijdragen aan het terugdringen van kindermishandeling en huisartsen beter ondersteunen bij het signaleren ervan. Op onze website hebben we verschillende producten van de samenwerking op een rijtje gezet. Dat is onder meer het nieuwe landelijke netwerk van huisartsen-ambassadeurs die door huisartsen geraadpleegd kunnen worden met vragen over kindermishandeling. De eerste ambassadeurs zijn inmiddels geworven. In september wordt op de huisartsenposten extra aandacht gevraagd voor de samenwerking met Veilig Thuis bij vermoedens van kindermishandeling.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Brancherichtlijn optische- en geluidssignalen vernieuwd

19 augustus 2016

Ambulancezorg Nederland en V&VN hebben in juni 2016 de brancherichtlijn Optische en geluidssignalen spoedeisende medische hulpverlening vernieuwd . De richtlijn is gebaseerd op de in 2015 opgestelde multidisciplinaire brancherichtlijn van  politie, brandweer, defensie en ambulancezorg. De nieuwe brancherichtlijn treden op 1 januari 2017 in werking. InEen heeft  in een toelichting de verschillen met de huidige regelingen  op een rijtje gezet.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Ambulancezorg Nederland en V&VN hebben in juni 2016 de brancherichtlijn Optische en geluidssignalen spoedeisende medische hulpverlening vernieuwd . De richtlijn is gebaseerd op de in 2015 opgestelde multidisciplinaire brancherichtlijn van  politie, brandweer, defensie en ambulancezorg. De nieuwe brancherichtlijn treden op 1 januari 2017 in werking. InEen heeft  in een toelichting de verschillen met de huidige regelingen  op een rijtje gezet.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Start ontwikkeling patientjourneys voor kwaliteitskader spoedzorg

15 juli 2016

De komende tijd werven de verschillende ROAZ’en (Regionaal Overleg Acute Zorgketen) stakeholders in hun regio om mee te werken aan het uitschrijven van patientjourneys. Zij benaderen daarvoor ook de huisartsenposten. Het ROAZ doet dit in het kader van het op te stellen landelijke kwaliteitskader spoedzorg. Dit proces wordt getrokken door Zorginstituut Nederland samen met veldpartijen. Begin 2017 vormen de landelijke koepelorganisaties (waaronder LHV, NHG en InEen) de regionaal ontwikkelde patientjourneys om tot landelijke patientjourneys. De aanbevelingen daaruit krijgen een plek in het kwaliteitskader spoedzorg (verwachte vaststelling eerste kwartaal 2017). Heb je vragen? Neem dan contact op met de ROAZ-coördinator in je eigen regio.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

De komende tijd werven de verschillende ROAZ’en (Regionaal Overleg Acute Zorgketen) stakeholders in hun regio om mee te werken aan het uitschrijven van patientjourneys. Zij benaderen daarvoor ook de huisartsenposten. Het ROAZ doet dit in het kader van het op te stellen landelijke kwaliteitskader spoedzorg. Dit proces wordt getrokken door Zorginstituut Nederland samen met veldpartijen. Begin 2017 vormen de landelijke koepelorganisaties (waaronder LHV, NHG en InEen) de regionaal ontwikkelde patientjourneys om tot landelijke patientjourneys. De aanbevelingen daaruit krijgen een plek in het kwaliteitskader spoedzorg (verwachte vaststelling eerste kwartaal 2017). Heb je vragen? Neem dan contact op met de ROAZ-coördinator in je eigen regio.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Op zoek naar ervaringen met fysieke en face-to-face triage

15 juli 2016

Steeds vaker vinden op de huisartsenpost fysieke en face-to-face triage plaats. Tot nu toe hebben we daar als InEen geen kaders voor opgesteld. Waaraan moet een triagist voldoen om deze vormen van triage uit te voeren, hoe beoordeel je deze triagevormen? Omdat jullie ons daar veel vragen over stellen, gaan we de komende maanden met dit onderwerp aan de slag. Om te beginnen willen we op tafel krijgen waar precies behoefte aan is. We roepen jullie daarom op ons te voeden met goede voorbeelden, punten waar jullie tegenaan lopen en vragen die opkomen. Ook zijn we op zoek naar mensen die graag actief bij dit onderwerp betrokken willen worden. We horen het graag!

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Steeds vaker vinden op de huisartsenpost fysieke en face-to-face triage plaats. Tot nu toe hebben we daar als InEen geen kaders voor opgesteld. Waaraan moet een triagist voldoen om deze vormen van triage uit te voeren, hoe beoordeel je deze triagevormen? Omdat jullie ons daar veel vragen over stellen, gaan we de komende maanden met dit onderwerp aan de slag. Om te beginnen willen we op tafel krijgen waar precies behoefte aan is. We roepen jullie daarom op ons te voeden met goede voorbeelden, punten waar jullie tegenaan lopen en vragen die opkomen. Ook zijn we op zoek naar mensen die graag actief bij dit onderwerp betrokken willen worden. We horen het graag!

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Onderzoek en scholing herkenning van sepsis op de huisartsenpost

08 juli 2016

IQ healthcare (Radboudumc) onderzoekt samen met het Julius Centrum (UMC Utrecht) en Saltro de herkenning van sepsis op de huisartsenpost. Naast de beoordeling van de huisarts, is ook een goede inschatting van de urgentie tijdens de triage van belang om vertraging in de behandeling te voorkomen. Gezocht wordt naar huisartsenposten die aan het onderzoek willen deelnemen. De deelnemende triagisten krijgen een scholing van een uur over sepsis en hoe tijdens telefonische triage hoog-urgente infecties van minder urgente ziektebeelden kunnen worden onderscheiden. De kosten per post bedragen € 1.500. Na afloop van het onderzoek krijgt de huisartsenpost een feedbackrapport van de resultaten. Het onderzoek start in september. Meer informatie en aanmelden.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

IQ healthcare (Radboudumc) onderzoekt samen met het Julius Centrum (UMC Utrecht) en Saltro de herkenning van sepsis op de huisartsenpost. Naast de beoordeling van de huisarts, is ook een goede inschatting van de urgentie tijdens de triage van belang om vertraging in de behandeling te voorkomen. Gezocht wordt naar huisartsenposten die aan het onderzoek willen deelnemen. De deelnemende triagisten krijgen een scholing van een uur over sepsis en hoe tijdens telefonische triage hoog-urgente infecties van minder urgente ziektebeelden kunnen worden onderscheiden. De kosten per post bedragen € 1.500. Na afloop van het onderzoek krijgt de huisartsenpost een feedbackrapport van de resultaten. Het onderzoek start in september. Meer informatie en aanmelden.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Constructieve bijeenkomst over triage in de spoedzorg: hoe verder?

08 juli 2016

Op 30 juni organiseerden InEen en NHG een constructieve invitational conference om de problematiek rondom triage en spoedzorg te bespreken. Een groep huisartsen, triagisten, opleiders en één bestuurder van een huisartsenpost onderzocht de knelpunten die ten grondslag liggen aan de forse toename van het aantal hoog-urgente zorgtoewijzingen die de afgelopen jaren zichtbaar is geweest, en de druk daarvan op de kwaliteit van zorg. Dit naar aanleiding van een brandbrief van Doktersdienst Groningen. Welke factoren dragen bij aan de toename van hoog-urgente zorgtoewijzingen en zijn deze factoren beïnvloedbaar? Duidelijk werd dat er niet één aanwijsbare oorzaak is voor de toename. Als deeloorzaken zijn geïdentificeerd: de mogelijk te grote focus op veiligheid van het NTS, het als te dwingend ervaren gebruik van NTS door triagisten, de cultuur en werkdruk van triagisten op de werkvloer en de aansluiting van de opleiding tot triagist en de werkvloer. Deze deeloorzaken werken we uit in een discussiedocument, samen met de aanwezigen van de invitational conference. In oktober horen jullie meer.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Op 30 juni organiseerden InEen en NHG een constructieve invitational conference om de problematiek rondom triage en spoedzorg te bespreken. Een groep huisartsen, triagisten, opleiders en één bestuurder van een huisartsenpost onderzocht de knelpunten die ten grondslag liggen aan de forse toename van het aantal hoog-urgente zorgtoewijzingen die de afgelopen jaren zichtbaar is geweest, en de druk daarvan op de kwaliteit van zorg. Dit naar aanleiding van een brandbrief van Doktersdienst Groningen. Welke factoren dragen bij aan de toename van hoog-urgente zorgtoewijzingen en zijn deze factoren beïnvloedbaar? Duidelijk werd dat er niet één aanwijsbare oorzaak is voor de toename. Als deeloorzaken zijn geïdentificeerd: de mogelijk te grote focus op veiligheid van het NTS, het als te dwingend ervaren gebruik van NTS door triagisten, de cultuur en werkdruk van triagisten op de werkvloer en de aansluiting van de opleiding tot triagist en de werkvloer. Deze deeloorzaken werken we uit in een discussiedocument, samen met de aanwezigen van de invitational conference. In oktober horen jullie meer.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Terugsturen vragenlijst ritverdelingsafspraken HAP + RAV

08 juli 2016

AZN en InEen inventariseren momenteel de regionale afspraken over de ritverdeling tussen huisartsenposten en regionale ambulancevoorzieningen (RAV). Op 23 juni hebben we een vragenlijst over de ritverdeling uitgezet bij de HDS-directeuren. Mocht je de vragenlijst nog niet hebben teruggestuurd, wil je dit dan vóór 1 augustus doen? Graag naar Ella Benedictus (InEen) . De inventarisatie van ritverdelingsafspraken is onderdeel van een project waarin we een voorstel gaan doen voor uniformering en doorontwikkeling van de regionale afspraken over ritverdeling. Dit op verzoek van de IGZ die zich zorgen maakt over de patiëntveiligheid. Met de invoering van de nieuwe streefwaarde voor U1, is een verschil ontstaan in de maximale aanrijtijd van de ambulance (A1: uiterlijk binnen 15 minuten) en van de huisartsenpost (U1: uiterlijk binnen 20 minuten). Het spreekt vanzelf dat het voor de patiëntveiligheid geen verschil mag maken of de urgente hulp wordt ingeroepen via de huisartsenpost of via 112. Vandaar de wenselijkheid van uniforme ritverdelingsafspraken.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

AZN en InEen inventariseren momenteel de regionale afspraken over de ritverdeling tussen huisartsenposten en regionale ambulancevoorzieningen (RAV). Op 23 juni hebben we een vragenlijst over de ritverdeling uitgezet bij de HDS-directeuren. Mocht je de vragenlijst nog niet hebben teruggestuurd, wil je dit dan vóór 1 augustus doen? Graag naar Ella Benedictus (InEen) . De inventarisatie van ritverdelingsafspraken is onderdeel van een project waarin we een voorstel gaan doen voor uniformering en doorontwikkeling van de regionale afspraken over ritverdeling. Dit op verzoek van de IGZ die zich zorgen maakt over de patiëntveiligheid. Met de invoering van de nieuwe streefwaarde voor U1, is een verschil ontstaan in de maximale aanrijtijd van de ambulance (A1: uiterlijk binnen 15 minuten) en van de huisartsenpost (U1: uiterlijk binnen 20 minuten). Het spreekt vanzelf dat het voor de patiëntveiligheid geen verschil mag maken of de urgente hulp wordt ingeroepen via de huisartsenpost of via 112. Vandaar de wenselijkheid van uniforme ritverdelingsafspraken.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Overdrachtsprotocol voor GC A en huisartsenposten

01 juli 2016

Het Gezondheidscentrum Asielzoekers (GC A) voerde de afgelopen periode samen met vier huisartsenposten een pilot uit rond U2-U4 overdrachten. In deze periode droeg het GC A bijna 400 patiënten over aan de betreffende huisartsenposten. De vier deelnemende posten zijn enthousiast over de uitgeprobeerde werkwijze. De pilot wijst uit dat werken met de intercollegiale lijn de snelheid van overdracht ten goede komt. Het één op één overnemen van urgenties is in bijna alle gevallen mogelijk. Het GC A heeft daarvoor een overdrachtsprotocol ontwikkeld. De komende maanden monitort het GC A de implementatie van dit protocol.  Lees verder

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Het Gezondheidscentrum Asielzoekers (GC A) voerde de afgelopen periode samen met vier huisartsenposten een pilot uit rond U2-U4 overdrachten. In deze periode droeg het GC A bijna 400 patiënten over aan de betreffende huisartsenposten. De vier deelnemende posten zijn enthousiast over de uitgeprobeerde werkwijze. De pilot wijst uit dat werken met de intercollegiale lijn de snelheid van overdracht ten goede komt. Het één op één overnemen van urgenties is in bijna alle gevallen mogelijk. Het GC A heeft daarvoor een overdrachtsprotocol ontwikkeld. De komende maanden monitort het GC A de implementatie van dit protocol.  Lees verder

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Data-koppeling HAP+SEP geeft meer vertrouwen

30 juni 2016

data-koppelingVerdergaande samenwerking HAP+SEH staat al geruime tijd op de agenda. Als eersten in Nederland hebben de huisartsenpost en de spoedeisende hulp in ziekenhuis Gelderse Vallei in Ede een data-koppeling voor triagegegevens gerealiseerd. Doorverwijzing van huisartsenpost naar spoedeisende hulp  gebeurt voortaan volledig digitaal. Alle partijen zijn enthousiast.

‘Je wilt voorkomen dat een patiënt steeds hetzelfde verhaal moet afsteken’, zegt Aleida Schouten teamleider van Huisartsenpost Gelderse Vallei. ‘Het moet al aan de telefoon, dan bij de huisarts en dan vaak nog één of twee keer als je wordt doorverwezen.’ ‘Het is veel patiëntvriendelijker’, zegt ook Corine Scholtus-Van den Broek, verpleegkundige op de spoedeisende hulp, ‘en het geeft meer vertrouwen als we na een doorverwijzing meteen weten wat er met je aan de hand is en doorgaan op de gegevens die je al hebt verteld.’ Digitale doorverwijzing houdt in dat doorverwezen patiënten geen papieren uitdraai meer meekrijgen. Bij de inschrijving op de spoedeisende hulp krijgt de verpleegkundige in het NTS meteen de verwijsbrief en de triagegegevens op het scherm. De informatie daarin kan eenvoudig gesleept en verplaatst worden. Scholtus: ‘Je hoeft het hele verhaal dus niet opnieuw in te toetsen, dat werkt snel en veilig.’ Schouten: ‘Bovendien zwerven er geen losse papieren meer rond, dat is uit oogpunt van privacy ook beter.’

Het digitaal doorsturen van triagegegevens is een nieuwe stap in de (seriële) samenwerking die huisartsenpost en SEH zijn aangegaan. Beiden maken gebruik van het NTS en de data-koppeling voorkomt dat zij elkaars werk gaan overdoen, waardoor de behandeling van de patiënt vertraging oploopt. Scholtus: ‘Je leest wat er al bekend is en iedere verpleegkundige bepaalt zelf of dat voldoende is. Het is belangrijk om als verpleegkundige blanco te blijven kijken en niet in diagnoses te denken. Ook verschilt het per aandoening. Een breuk neem je makkelijker over dan iets vagers als buikklachten.’

Over de informatie die de digitale verwijzing moet bevatten is in een werkgroep grondig nagedacht. Stap voor stap is het hele proces nagelopen en steeds is de vraag gesteld: wat moet de spoedeisende hulp echt weten om door te kunnen gaan. De digitale verwijsbrief wordt opgebouwd volgens de SOEP-methodiek en bevat in feite de samenvatting van de huisarts: voorgeschiedenis, eventueel lichamelijk onderzoek op de post, een medicatieoverzicht. Scholtus: ‘Je wil niet te weinig informatie, maar zeker ook niet teveel. Als het teveel is en overbodig, wordt het niet meer gelezen. Hoe langer de tekst, hoe sneller je denkt: laat maar, ik doe het zelf wel.’ Scholtus’ eerste ervaringen – de datakoppeling bestaat nu een maand – zijn positief. ‘Ik heb er absoluut profijt van. Het is handig en efficiënt, bijna alsof het altijd al zo was.’ Ook Schouten beveelt de data-koppeling van harte aan. Ze is bovendien te spreken over het daaraan voorafgaande proces. ‘Het op dezelfde manier gaan denken over urgenties is mooi. Je hoopt natuurlijk dat dat verder gaat en dat we straks ook een goeie koppeling krijgen met bijvoorbeeld de ambulance.’

Het tot stand brengen van de koppeling duurde een jaar. Vooral de technische kant had veel voeten in de aarde. Drie systemen, zegt Ruud Kuipéri, projectleider van Topicus, de ICT-leverancier van de huisartsenpost, moeten met elkaar gaan praten: het ICT-systeem van de huisartsenpost, het ICT-systeem van de SEH en de communicatieserver van het ziekenhuis. ‘Stel je voor dat ik jou al die dingen ga vertellen in het Italiaans en jij kent geen Italiaans, dan wordt het voor jou wel moeilijk om de informatie die je krijgt op de goeie plek te zetten.’ Bovendien, gaat hij verder, gaat het over ongelofelijk veel verschillende informatie. ‘Je test 30 berichten zonder probleem en het 31e is toch net weer anders. Het is dus heel veel praten en testen geweest.’ Uiteindelijk is Kuipéri zeer tevreden. ‘Alle berichten komen goed door. En zoals altijd weten we achteraf dat bepaalde dingen sneller hadden gekund. Maar we waren de eersten en konden dus vooraf niet voorspellen waar we tegenaan zouden lopen. We hebben kortom een heel mooi resultaat bereikt.’

[...]

data-koppelingVerdergaande samenwerking HAP+SEH staat al geruime tijd op de agenda. Als eersten in Nederland hebben de huisartsenpost en de spoedeisende hulp in ziekenhuis Gelderse Vallei in Ede een data-koppeling voor triagegegevens gerealiseerd. Doorverwijzing van huisartsenpost naar spoedeisende hulp  gebeurt voortaan volledig digitaal. Alle partijen zijn enthousiast.

‘Je wilt voorkomen dat een patiënt steeds hetzelfde verhaal moet afsteken’, zegt Aleida Schouten teamleider van Huisartsenpost Gelderse Vallei. ‘Het moet al aan de telefoon, dan bij de huisarts en dan vaak nog één of twee keer als je wordt doorverwezen.’ ‘Het is veel patiëntvriendelijker’, zegt ook Corine Scholtus-Van den Broek, verpleegkundige op de spoedeisende hulp, ‘en het geeft meer vertrouwen als we na een doorverwijzing meteen weten wat er met je aan de hand is en doorgaan op de gegevens die je al hebt verteld.’ Digitale doorverwijzing houdt in dat doorverwezen patiënten geen papieren uitdraai meer meekrijgen. Bij de inschrijving op de spoedeisende hulp krijgt de verpleegkundige in het NTS meteen de verwijsbrief en de triagegegevens op het scherm. De informatie daarin kan eenvoudig gesleept en verplaatst worden. Scholtus: ‘Je hoeft het hele verhaal dus niet opnieuw in te toetsen, dat werkt snel en veilig.’ Schouten: ‘Bovendien zwerven er geen losse papieren meer rond, dat is uit oogpunt van privacy ook beter.’

Het digitaal doorsturen van triagegegevens is een nieuwe stap in de (seriële) samenwerking die huisartsenpost en SEH zijn aangegaan. Beiden maken gebruik van het NTS en de data-koppeling voorkomt dat zij elkaars werk gaan overdoen, waardoor de behandeling van de patiënt vertraging oploopt. Scholtus: ‘Je leest wat er al bekend is en iedere verpleegkundige bepaalt zelf of dat voldoende is. Het is belangrijk om als verpleegkundige blanco te blijven kijken en niet in diagnoses te denken. Ook verschilt het per aandoening. Een breuk neem je makkelijker over dan iets vagers als buikklachten.’

Over de informatie die de digitale verwijzing moet bevatten is in een werkgroep grondig nagedacht. Stap voor stap is het hele proces nagelopen en steeds is de vraag gesteld: wat moet de spoedeisende hulp echt weten om door te kunnen gaan. De digitale verwijsbrief wordt opgebouwd volgens de SOEP-methodiek en bevat in feite de samenvatting van de huisarts: voorgeschiedenis, eventueel lichamelijk onderzoek op de post, een medicatieoverzicht. Scholtus: ‘Je wil niet te weinig informatie, maar zeker ook niet teveel. Als het teveel is en overbodig, wordt het niet meer gelezen. Hoe langer de tekst, hoe sneller je denkt: laat maar, ik doe het zelf wel.’ Scholtus’ eerste ervaringen – de datakoppeling bestaat nu een maand – zijn positief. ‘Ik heb er absoluut profijt van. Het is handig en efficiënt, bijna alsof het altijd al zo was.’ Ook Schouten beveelt de data-koppeling van harte aan. Ze is bovendien te spreken over het daaraan voorafgaande proces. ‘Het op dezelfde manier gaan denken over urgenties is mooi. Je hoopt natuurlijk dat dat verder gaat en dat we straks ook een goeie koppeling krijgen met bijvoorbeeld de ambulance.’

Het tot stand brengen van de koppeling duurde een jaar. Vooral de technische kant had veel voeten in de aarde. Drie systemen, zegt Ruud Kuipéri, projectleider van Topicus, de ICT-leverancier van de huisartsenpost, moeten met elkaar gaan praten: het ICT-systeem van de huisartsenpost, het ICT-systeem van de SEH en de communicatieserver van het ziekenhuis. ‘Stel je voor dat ik jou al die dingen ga vertellen in het Italiaans en jij kent geen Italiaans, dan wordt het voor jou wel moeilijk om de informatie die je krijgt op de goeie plek te zetten.’ Bovendien, gaat hij verder, gaat het over ongelofelijk veel verschillende informatie. ‘Je test 30 berichten zonder probleem en het 31e is toch net weer anders. Het is dus heel veel praten en testen geweest.’ Uiteindelijk is Kuipéri zeer tevreden. ‘Alle berichten komen goed door. En zoals altijd weten we achteraf dat bepaalde dingen sneller hadden gekund. Maar we waren de eersten en konden dus vooraf niet voorspellen waar we tegenaan zouden lopen. We hebben kortom een heel mooi resultaat bereikt.’

Gezocht: directeuren huisartsenposten voor focusgroep

24 juni 2016

Vanuit het SSFH is een onderzoek gestart naar de functie van triagist. De afspraak hiertoe werd gemaakt in het cao-overleg en het onderzoek wordt geleid door Van Leeuwendaal Advies. Zij zijn nu op zoek naar directeuren van huisartsenposten die met hen focus willen aanbrengen in het onderzoek. De aanleiding voor het onderzoek is blijvende onrust onder triagisten. In de afgelopen jaren heeft de functie triagist verder vorm gekregen door enerzijds invoering van randvoorwaarden op de werkvloer en anderzijds de maatschappelijke ontwikkelingen. De discussie over de functiezwaarte van de triagist is nooit gestopt. Het onderzoek moet komen tot een objectief beeld dat wordt gedragen door werknemers en werkgevers. Dit beeld moet gaan over de functie (inhoud, eisen), werk- en arbeidsomstandigheden en werkbeleving, en moet handvatten geven voor verbetering. Van Leeuwendaal gaat in gesprek met triagisten en met bestuurders van huisartsenposten. Het gesprek met de bestuurders vindt plaats op 7 (ochtend) of 8 juli. Heb je interesse voor de focusgroep en ben je beschikbaar op 7 of 8 juli? Heb je meer informatie nodig? Neem contact op met Ludeke van der Es (InEen).

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

[...]

Vanuit het SSFH is een onderzoek gestart naar de functie van triagist. De afspraak hiertoe werd gemaakt in het cao-overleg en het onderzoek wordt geleid door Van Leeuwendaal Advies. Zij zijn nu op zoek naar directeuren van huisartsenposten die met hen focus willen aanbrengen in het onderzoek. De aanleiding voor het onderzoek is blijvende onrust onder triagisten. In de afgelopen jaren heeft de functie triagist verder vorm gekregen door enerzijds invoering van randvoorwaarden op de werkvloer en anderzijds de maatschappelijke ontwikkelingen. De discussie over de functiezwaarte van de triagist is nooit gestopt. Het onderzoek moet komen tot een objectief beeld dat wordt gedragen door werknemers en werkgevers. Dit beeld moet gaan over de functie (inhoud, eisen), werk- en arbeidsomstandigheden en werkbeleving, en moet handvatten geven voor verbetering. Van Leeuwendaal gaat in gesprek met triagisten en met bestuurders van huisartsenposten. Het gesprek met de bestuurders vindt plaats op 7 (ochtend) of 8 juli. Heb je interesse voor de focusgroep en ben je beschikbaar op 7 of 8 juli? Heb je meer informatie nodig? Neem contact op met Ludeke van der Es (InEen).

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

Vacatures bij InEen

17 juni 2016

Het bureau van InEen is op zoek naar versterking. We hebben plaats voor een nieuwe (tijdelijke) programmanager Acute Zorg/Verenigingszaken (38 uur per week) en een beleidsmedewerker Informatiebeleid & Bekostiging (ook 38 uur per week).

[...]

Het bureau van InEen is op zoek naar versterking. We hebben plaats voor een nieuwe (tijdelijke) programmanager Acute Zorg/Verenigingszaken (38 uur per week) en een beleidsmedewerker Informatiebeleid & Bekostiging (ook 38 uur per week).

Huisartsenpost Nieuwe Waterweg Noord wint de taart

24 mei 2016

Afgelopen week hebben vier huisartsenposten de volledige benchmark 2015 ingeleverd. Met een verschil van slecht anderhalf uur op de nummer 2 was Huisartsenpost Nieuwe Waterweg Noord dit jaar als eerste over de eindstreep. We feliciteren hen van harte met deze eervolle vermelding en de taart komt volgende week jullie kant op. De uitvraag voor de benchmark huisartsenposten sluit over tien dagen, dus we hopen dat ook de overige posten nu snel volgen. Voor vragen over de benchmark kun je contact met ons opnemen.

benchmark

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 20 mei 2016.

[...]

Afgelopen week hebben vier huisartsenposten de volledige benchmark 2015 ingeleverd. Met een verschil van slecht anderhalf uur op de nummer 2 was Huisartsenpost Nieuwe Waterweg Noord dit jaar als eerste over de eindstreep. We feliciteren hen van harte met deze eervolle vermelding en de taart komt volgende week jullie kant op. De uitvraag voor de benchmark huisartsenposten sluit over tien dagen, dus we hopen dat ook de overige posten nu snel volgen. Voor vragen over de benchmark kun je contact met ons opnemen.

benchmark

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 20 mei 2016.

Gezocht: tijdelijke versterking op het dossier Acute Zorg

24 mei 2016

InEen is per direct op zoek naar tijdelijke beleidsmatige versterking op het dossier Acute Zorg. Ben jij of ken je iemand (in jouw organisatie) die zich beleidsmatig wil inzetten op onder andere de dossiers triage, diagnostiek op de huisartsenpost en samenwerking in de keten van acute zorg, neem dan contact op met Anoeska Mosterdijk (InEen). De vacature is voor minimaal twee dagen in de week, maar de omvang en duur van de overeenkomst worden in overleg bepaald.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 20 mei 2016.

[...]

InEen is per direct op zoek naar tijdelijke beleidsmatige versterking op het dossier Acute Zorg. Ben jij of ken je iemand (in jouw organisatie) die zich beleidsmatig wil inzetten op onder andere de dossiers triage, diagnostiek op de huisartsenpost en samenwerking in de keten van acute zorg, neem dan contact op met Anoeska Mosterdijk (InEen). De vacature is voor minimaal twee dagen in de week, maar de omvang en duur van de overeenkomst worden in overleg bepaald.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 20 mei 2016.

Stand van zaken voorbeeldovereenkomsten (VBO’s)

02 mei 2016

Per 1 mei wordt de VAR afgeschaft. Voortaan wordt gewerkt met voorbeeldovereenkomsten. InEen gaat binnenkort voor waarnemende huisartsen op de huisartsenpost twee voorbeeldovereenkomsten ter goedkeuring voorgeleggen aan de Belastingdienst. De beoordeling duurt twee maanden of langer. Tijdens de transitieperiode (van 1 mei 2016 tot 1 mei 2017) stelt de Belastingdienst zich bij de handhaving van de nieuwe regels terughoudend op. Het geeft dus géén vervelende nieuwe fiscale consequenties als je in de transitieperiode bij de inhuur van waarnemende huisartsen op de huisartsenpost blijft handelen zoals je nu ook doet. De VAR-verklaring hoef je na 1 mei 2016 niet meer uit te wisselen. Voor zzp’ers en hun opdrachtgevers geldt in de transitieperiode een inspanningsverplichting: beiden moeten actief bezig zijn de relatie zo vorm te geven dat er geen sprake is van een (fictieve) arbeidsrelatie. Mocht het aan de orde zijn dan kunnen de huisartsenposten de Belastingdienst verwijzen naar dit bericht. Lees verder.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 29 april 2016.

[...]

Per 1 mei wordt de VAR afgeschaft. Voortaan wordt gewerkt met voorbeeldovereenkomsten. InEen gaat binnenkort voor waarnemende huisartsen op de huisartsenpost twee voorbeeldovereenkomsten ter goedkeuring voorgeleggen aan de Belastingdienst. De beoordeling duurt twee maanden of langer. Tijdens de transitieperiode (van 1 mei 2016 tot 1 mei 2017) stelt de Belastingdienst zich bij de handhaving van de nieuwe regels terughoudend op. Het geeft dus géén vervelende nieuwe fiscale consequenties als je in de transitieperiode bij de inhuur van waarnemende huisartsen op de huisartsenpost blijft handelen zoals je nu ook doet. De VAR-verklaring hoef je na 1 mei 2016 niet meer uit te wisselen. Voor zzp’ers en hun opdrachtgevers geldt in de transitieperiode een inspanningsverplichting: beiden moeten actief bezig zijn de relatie zo vorm te geven dat er geen sprake is van een (fictieve) arbeidsrelatie. Mocht het aan de orde zijn dan kunnen de huisartsenposten de Belastingdienst verwijzen naar dit bericht. Lees verder.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 29 april 2016.

Diplomeringsronde diploma Triagist

02 mei 2016

Enkele malen per jaar beoordeelt de toetsingscommissie de diplomeringsaanvragen voor triagisten. Op donderdag 26 mei vindt de tweede diplomeringsronde van dit jaar plaats. De deadline voor het indienen van de aanvraag is vrijdag 6 mei. Indiening gebeurt door het opsturen van  Aanvraag diploma triagist naar triage@calibrisadvies.nl. Per diplomeringsronde worden steekproefsgewijs één tot vijf volledige portfolio’s opgevraagd per HDS. Het komt voor dat de toetsingscommissie nog enkele aanvullende vragen heeft naar aanleiding van de opgevraagde portfolio’s alvorens over te gaan tot diplomering.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 22 april.

[...]

Enkele malen per jaar beoordeelt de toetsingscommissie de diplomeringsaanvragen voor triagisten. Op donderdag 26 mei vindt de tweede diplomeringsronde van dit jaar plaats. De deadline voor het indienen van de aanvraag is vrijdag 6 mei. Indiening gebeurt door het opsturen van  Aanvraag diploma triagist naar triage@calibrisadvies.nl. Per diplomeringsronde worden steekproefsgewijs één tot vijf volledige portfolio’s opgevraagd per HDS. Het komt voor dat de toetsingscommissie nog enkele aanvullende vragen heeft naar aanleiding van de opgevraagde portfolio’s alvorens over te gaan tot diplomering.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 22 april.

Naar een dienstenstructuur voor radiologen?

28 april 2016

diagnostiekUit het project ‘Keten Acute Zorg’ dat InEen de afgelopen twee jaar uitvoerde blijkt dat het met de beschikbaarheid van diagnostiek op de huisartsenpost matig is gesteld. Driekwart van de huisartsenposten kan tijdens de dienst geen röntgenfoto laten maken (en laten beoordelen) en 60% heeft geen mogelijkheid om een lab-bepaling te laten doen. Jules Keyzer, directeur van het Brabantse EDC Diagnostiek voor U, deed tijdens zijn deelsessie op het InEen-symposium ‘Samen in acute zorg’ enkele suggesties.

Keyzer: ‘De uitkomsten zijn nogal schrikbarend. Het gebrek aan mogelijkheden voor diagnostiek leidt tot teveel verwijzingen en misschien ook tot niet optimale patiëntenzorg als een huisarts een beslissing moet nemen waar hij liever wat diagnostiek bij had gehad.’ Een meer actieve aanpak is nodig, vindt hij.

Wat de lab-bepalingen betreft ziet Keyzer twee sporen die beiden gevolgd moeten worden. ‘Afspraken over gebruik van het spoed-lab zonder doorverwijzing zijn gezien de financiële belangen van het ziekenhuis lastig, maar moeten toch worden geprobeerd’, zegt hij. Daarnaast bepleit hij het als huisartsenpost zelf beschikbaar hebben van testapparatuur, zoals nu al veel gebeurt voor CRP-bepalingen. ‘Die apparatuur staat al op elke huisartsenpraktijk en is naar mijn idee ook voor elke huisartsenpost state of the art.’ Lastig is wel, aldus Keyzer, dat de huisartsenposten werken met veel wisselende medewerkers die allemaal voor het gebruik van de apparatuur moeten worden geschoold. Het leggen van een basis daarvoor is echter onvermijdelijk. De mogelijkheden voor diagnostiek op de huisartsenpost nemen snel toe. Keyzer wijst bijvoorbeeld op de ademtest E-nose die binnen afzienbare tijd zijn intrede zal doen.

Voor de röntgenfoto ligt de zaak gecompliceerder. Hier zijn niet alleen afspraken met het ziekenhuis nodig over het gebruik van de röntgenkamer, maar ook een radioloog om de foto te beoordelen. ‘In de avond en nacht is de radioloog alleen oproepbaar voor moeilijke gevallen. De overige foto’s beoordeelt de eerstehulparts zelf. Hij is echter opgeleid om de röntgenfoto en patiënt sámen te beoordelen, dus dan krijg je weer een doorverwijzing.’ In de visie van Keyzer moeten we toe naar een dienstenstructuur voor radiologen die vanaf het beeldscherm thuis de foto beoordelen en beschikbaar zijn voor intercollegiaal consult. Keyzer: ‘Niet per ziekenhuis en een huisartsenpost, maar bovenlokaal. Dan is er voldoende volume om het voor radiologen interessant te maken. Radiologen zeggen: als  het technisch geregeld is, staan we in de rij.’

Natuurlijk is het niet op een achternamiddag geregeld. Er zijn, zegt Keyzer, afspraken nodig met het ziekenhuis, met radiologen en er ligt een ICT-opgave. Ook verzekeraars moeten worden meegenomen. Maar het perspectief is lokkend: minder doorverwijzen, optimale en ook goedkopere zorg. Uitdagend: ‘Ik vind dat het initiatief bij de huisartsen zelf vandaan moet komen, samen met InEen. Wat nodig is, is de wil om zo te gaan werken. Daarna is het een kwestie van organiseren en een beetje lef hebben’.

[...]

diagnostiekUit het project ‘Keten Acute Zorg’ dat InEen de afgelopen twee jaar uitvoerde blijkt dat het met de beschikbaarheid van diagnostiek op de huisartsenpost matig is gesteld. Driekwart van de huisartsenposten kan tijdens de dienst geen röntgenfoto laten maken (en laten beoordelen) en 60% heeft geen mogelijkheid om een lab-bepaling te laten doen. Jules Keyzer, directeur van het Brabantse EDC Diagnostiek voor U, deed tijdens zijn deelsessie op het InEen-symposium ‘Samen in acute zorg’ enkele suggesties.

Keyzer: ‘De uitkomsten zijn nogal schrikbarend. Het gebrek aan mogelijkheden voor diagnostiek leidt tot teveel verwijzingen en misschien ook tot niet optimale patiëntenzorg als een huisarts een beslissing moet nemen waar hij liever wat diagnostiek bij had gehad.’ Een meer actieve aanpak is nodig, vindt hij.

Wat de lab-bepalingen betreft ziet Keyzer twee sporen die beiden gevolgd moeten worden. ‘Afspraken over gebruik van het spoed-lab zonder doorverwijzing zijn gezien de financiële belangen van het ziekenhuis lastig, maar moeten toch worden geprobeerd’, zegt hij. Daarnaast bepleit hij het als huisartsenpost zelf beschikbaar hebben van testapparatuur, zoals nu al veel gebeurt voor CRP-bepalingen. ‘Die apparatuur staat al op elke huisartsenpraktijk en is naar mijn idee ook voor elke huisartsenpost state of the art.’ Lastig is wel, aldus Keyzer, dat de huisartsenposten werken met veel wisselende medewerkers die allemaal voor het gebruik van de apparatuur moeten worden geschoold. Het leggen van een basis daarvoor is echter onvermijdelijk. De mogelijkheden voor diagnostiek op de huisartsenpost nemen snel toe. Keyzer wijst bijvoorbeeld op de ademtest E-nose die binnen afzienbare tijd zijn intrede zal doen.

Voor de röntgenfoto ligt de zaak gecompliceerder. Hier zijn niet alleen afspraken met het ziekenhuis nodig over het gebruik van de röntgenkamer, maar ook een radioloog om de foto te beoordelen. ‘In de avond en nacht is de radioloog alleen oproepbaar voor moeilijke gevallen. De overige foto’s beoordeelt de eerstehulparts zelf. Hij is echter opgeleid om de röntgenfoto en patiënt sámen te beoordelen, dus dan krijg je weer een doorverwijzing.’ In de visie van Keyzer moeten we toe naar een dienstenstructuur voor radiologen die vanaf het beeldscherm thuis de foto beoordelen en beschikbaar zijn voor intercollegiaal consult. Keyzer: ‘Niet per ziekenhuis en een huisartsenpost, maar bovenlokaal. Dan is er voldoende volume om het voor radiologen interessant te maken. Radiologen zeggen: als  het technisch geregeld is, staan we in de rij.’

Natuurlijk is het niet op een achternamiddag geregeld. Er zijn, zegt Keyzer, afspraken nodig met het ziekenhuis, met radiologen en er ligt een ICT-opgave. Ook verzekeraars moeten worden meegenomen. Maar het perspectief is lokkend: minder doorverwijzen, optimale en ook goedkopere zorg. Uitdagend: ‘Ik vind dat het initiatief bij de huisartsen zelf vandaan moet komen, samen met InEen. Wat nodig is, is de wil om zo te gaan werken. Daarna is het een kwestie van organiseren en een beetje lef hebben’.

De benchmark huisartsenposten 2015 is geopend

26 april 2016

benchmarkhuisartsenposten-bannerAfgelopen week (19 april) is de jaarlijkse benchmark huisartsenposten geopend. De uitvraag voor de benchmark loopt via de website benchmark huisartsenposten en sluit op 1 juni. Alle directeuren van huisartsenposten hebben hiervan per e-mail bericht gekregen. Net als in voorgaande jaren ontvangen alleen de directeuren invoerrechten. Zij kunnen zelf rechten toekennen aan hun medewerkers voor het invullen van de Benchmark 2015. In de brief die is verstuurd wordt dit nader toegelicht. We rekenen erop dat ook dit jaar weer alle huisartsenposten deelnemen aan de benchmark. Neem met vragen gerust contact met ons op via benchmark@ineen.nl.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 22 april 2016.

[...]

benchmarkhuisartsenposten-bannerAfgelopen week (19 april) is de jaarlijkse benchmark huisartsenposten geopend. De uitvraag voor de benchmark loopt via de website benchmark huisartsenposten en sluit op 1 juni. Alle directeuren van huisartsenposten hebben hiervan per e-mail bericht gekregen. Net als in voorgaande jaren ontvangen alleen de directeuren invoerrechten. Zij kunnen zelf rechten toekennen aan hun medewerkers voor het invullen van de Benchmark 2015. In de brief die is verstuurd wordt dit nader toegelicht. We rekenen erop dat ook dit jaar weer alle huisartsenposten deelnemen aan de benchmark. Neem met vragen gerust contact met ons op via benchmark@ineen.nl.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 22 april 2016.

Fotocollage Symposium Samen in Acute Zorg – 14 maart 2016

21 april 2016

Klik op de foto om deze te downloaden.

[...]

Klik op de foto om deze te downloaden.

Deelnemers gezocht: focusgroep Eerste Hulp, Geen Vervoer

19 april 2016

Op 9 mei 2016 (15.30-17.00 in Utrecht) organiseert de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen een focusgroep voor huisartsenposten over de uitgangsvragen voor een literatuurstudie over ‘eerste hulp, geen vervoer’ (EHGV) door de ambulancezorg. Huisartsenposten zijn van harte welkom, voor hen is dit een zeer relevant onderwerp.Graag even aanmelden bij Ella Benedictus (InEen). De hogeschool van Arnhem en Nijmegen voert de literatuurstudie naar EHGV dit jaar uit in opdracht van Ambulancezorg Nederland. In de eerste fase worden de uitgangsvragen voor literatuuronderzoek vastgesteld. De onderzoekers gebruiken focusgroepen om vast te stellen welke onderwerpen in het thema EHGV belangrijk worden gevonden door de beroepsgroepen in de ambulancezorg en stakeholders in de keten. De tweede fase is de literatuurstudie zelf.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 15 april 2016.

[...]

Op 9 mei 2016 (15.30-17.00 in Utrecht) organiseert de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen een focusgroep voor huisartsenposten over de uitgangsvragen voor een literatuurstudie over ‘eerste hulp, geen vervoer’ (EHGV) door de ambulancezorg. Huisartsenposten zijn van harte welkom, voor hen is dit een zeer relevant onderwerp.Graag even aanmelden bij Ella Benedictus (InEen). De hogeschool van Arnhem en Nijmegen voert de literatuurstudie naar EHGV dit jaar uit in opdracht van Ambulancezorg Nederland. In de eerste fase worden de uitgangsvragen voor literatuuronderzoek vastgesteld. De onderzoekers gebruiken focusgroepen om vast te stellen welke onderwerpen in het thema EHGV belangrijk worden gevonden door de beroepsgroepen in de ambulancezorg en stakeholders in de keten. De tweede fase is de literatuurstudie zelf.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 15 april 2016.

Handreiking regionale samenwerkingsafspraken HAP + acute ggz

11 april 2016

De handreiking voor regionale samenwerkingsafspraken HAP + acute ggz is vastgesteld. De handreiking is opgesteld in ons project ‘Verbetering van de samenhang en samenwerking in de keten van acute zorg’. Bij de ontwikkeling hebben GGZ Nederland, enkele huisartsenposten en een aantal crisisdiensten meegedacht. GGZ Nederland gaat de handreiking verspreiden onder de crisisdiensten. Eerder al werd vanuit het project de handreiking voor regionale samenwerkingsafspraken HAP + acute vvt/ouderenzorg vastgesteld. We verwachten dat in de komende periode ook het samenwerkingskader HAP+RAV bestuurlijke goedkeuring krijgt. Alle producten van het project staan op onze website.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 8 april 2016.

[...]

De handreiking voor regionale samenwerkingsafspraken HAP + acute ggz is vastgesteld. De handreiking is opgesteld in ons project ‘Verbetering van de samenhang en samenwerking in de keten van acute zorg’. Bij de ontwikkeling hebben GGZ Nederland, enkele huisartsenposten en een aantal crisisdiensten meegedacht. GGZ Nederland gaat de handreiking verspreiden onder de crisisdiensten. Eerder al werd vanuit het project de handreiking voor regionale samenwerkingsafspraken HAP + acute vvt/ouderenzorg vastgesteld. We verwachten dat in de komende periode ook het samenwerkingskader HAP+RAV bestuurlijke goedkeuring krijgt. Alle producten van het project staan op onze website.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 8 april 2016.

Beoordelingsronde herregistratie diploma triagist

06 april 2016

Op vrijdag 15 april is de tweede beoordelingsronde voor herregistratie van het diploma triagist gepland (vijf per jaar). Deze ronde is bedoeld voor triagisten van wie het diploma verloopt tussen 15 april en 30 juni 2016. De aanvraag kan worden ingediend via triage@calibrisadvies.nl. In de beoordelingsronde vraagt Calibris Advies steekproefsgewijs portfolio’s op bij de aanvrager. Per criterium wordt getoetst of dit aantoonbaar is terug te vinden in de bewijsstukken die horen bij het portfolio van de triagist. Het is dus belangrijk dat bij het indienen van de aanvraag het portfolio van de triagist compleet is. In de Regeling Diplomering Triagist staan de eisen opgesomd. In het document Werkwijze herregistratie diploma triagist staan alle stappen voor herregistratie op een rij en is aangegeven wat de gevolgen zijn als een aanvraag te laat of onvolledig is.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 1 april 2016.

[...]

Op vrijdag 15 april is de tweede beoordelingsronde voor herregistratie van het diploma triagist gepland (vijf per jaar). Deze ronde is bedoeld voor triagisten van wie het diploma verloopt tussen 15 april en 30 juni 2016. De aanvraag kan worden ingediend via triage@calibrisadvies.nl. In de beoordelingsronde vraagt Calibris Advies steekproefsgewijs portfolio’s op bij de aanvrager. Per criterium wordt getoetst of dit aantoonbaar is terug te vinden in de bewijsstukken die horen bij het portfolio van de triagist. Het is dus belangrijk dat bij het indienen van de aanvraag het portfolio van de triagist compleet is. In de Regeling Diplomering Triagist staan de eisen opgesomd. In het document Werkwijze herregistratie diploma triagist staan alle stappen voor herregistratie op een rij en is aangegeven wat de gevolgen zijn als een aanvraag te laat of onvolledig is.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 1 april 2016.

Stand van zaken rondom triage

01 april 2016

We krijgen veel vragen over onze activiteiten op het gebied van triage en merken ook dat leden soms lokale initiatieven ontplooien op dezelfde onderwerpen. Daarom hebben we alle onderwerpen in het dossier triage waaraan InEen momenteel werkt of in 2016 gaat werken, op een rijtje gezet. Per activiteit zoals ‘herziening van de handleiding bij de kernset’ of ‘inzetten van medische studenten’ is aangegeven wat we doen en hoe het tijdspad eruit ziet. In het digitale netwerk Triage ( Ledenplatform InEen) kunnen jullie ervaringen, vragen en oplossingen onderling uitwisselen. Je kunt ook rechtstreeks met ons contact opnemen via triage@ineen.nl.

Herziening van de handleiding kernset
We verwachten de handleiding uiterlijk in juni toe te sturen.

Evaluatie kernset met gebruikersinstructies
Jullie kunnen de vragenlijst in april verwachten.

Kaders voor beoordelaars triagegesprekken
De kernset is per 1 januari 2016 van kracht. Om te zorgen dat de beoordeling van de gesprekken uniform plaats vindt, werken we aan een kader voor beoordelaars van triagegesprekken. Dit doen we samen met de werkgroep triage en de opleidingsinstituten. Een eerste belronde onder leden is gedaan. Op de DLV huisartsenposten in mei volgt hierover meer informatie.

Inzet van medisch studenten
Bij InEen komt vaak het signaal binnen dat het huisartsenposten niet lukt om voldoende gekwalificeerde triagisten aan zich te binden. Daarnaast bieden medisch studenten zich aan om triage werk te doen. Met het oog op patiëntveiligheid wil InEen met haar leden kijken welke randvoorwaarden er geregeld moeten zijn om als huisartsenpost de verantwoordelijkheid te kunnen nemen. Als eerste stap is hierover juridisch advies ingewonnen. Op de DLV huisartsenposten in mei volgt hierover meer informatie.

Regie op de HAP
InEen is bezig met een inventarisatieronde bij verschillende posten over regie- en coördinerende taken en hoe deze te organiseren. Zodra de inventarisatie klaar is, worden bestaande profielen en protocollen op het netwerk triage geplaatst.

Heraccreditatie huisartsenpost voor intern opleiden triagisten
Bij InEen is het verzoek binnengekomen voor meer uniformering en vereenvoudiging van het heraccreditatieproces van huisartsenposten die intern scholen. In een eerste stap is aan zes posten die zelf de opleiding van triagisten verzorgen, oriënterend gevraagd naar het proces rondom de (her)accreditatie. Met deze informatie gaat InEen op korte termijn in gesprek met Calibris en de toetsingscommissie. Op de DLV huisartsenposten in mei volgt hierover meer informatie.

Tot slot enkele punten die pas later dit jaar worden opgepakt:

  • Het vraagstuk diplomering rondom face tot face triage
  • Het evalueren van de kennistoets
  • Het proces en het inwerkprogramma voor triagisten
[...]

We krijgen veel vragen over onze activiteiten op het gebied van triage en merken ook dat leden soms lokale initiatieven ontplooien op dezelfde onderwerpen. Daarom hebben we alle onderwerpen in het dossier triage waaraan InEen momenteel werkt of in 2016 gaat werken, op een rijtje gezet. Per activiteit zoals ‘herziening van de handleiding bij de kernset’ of ‘inzetten van medische studenten’ is aangegeven wat we doen en hoe het tijdspad eruit ziet. In het digitale netwerk Triage ( Ledenplatform InEen) kunnen jullie ervaringen, vragen en oplossingen onderling uitwisselen. Je kunt ook rechtstreeks met ons contact opnemen via triage@ineen.nl.

Herziening van de handleiding kernset
We verwachten de handleiding uiterlijk in juni toe te sturen.

Evaluatie kernset met gebruikersinstructies
Jullie kunnen de vragenlijst in april verwachten.

Kaders voor beoordelaars triagegesprekken
De kernset is per 1 januari 2016 van kracht. Om te zorgen dat de beoordeling van de gesprekken uniform plaats vindt, werken we aan een kader voor beoordelaars van triagegesprekken. Dit doen we samen met de werkgroep triage en de opleidingsinstituten. Een eerste belronde onder leden is gedaan. Op de DLV huisartsenposten in mei volgt hierover meer informatie.

Inzet van medisch studenten
Bij InEen komt vaak het signaal binnen dat het huisartsenposten niet lukt om voldoende gekwalificeerde triagisten aan zich te binden. Daarnaast bieden medisch studenten zich aan om triage werk te doen. Met het oog op patiëntveiligheid wil InEen met haar leden kijken welke randvoorwaarden er geregeld moeten zijn om als huisartsenpost de verantwoordelijkheid te kunnen nemen. Als eerste stap is hierover juridisch advies ingewonnen. Op de DLV huisartsenposten in mei volgt hierover meer informatie.

Regie op de HAP
InEen is bezig met een inventarisatieronde bij verschillende posten over regie- en coördinerende taken en hoe deze te organiseren. Zodra de inventarisatie klaar is, worden bestaande profielen en protocollen op het netwerk triage geplaatst.

Heraccreditatie huisartsenpost voor intern opleiden triagisten
Bij InEen is het verzoek binnengekomen voor meer uniformering en vereenvoudiging van het heraccreditatieproces van huisartsenposten die intern scholen. In een eerste stap is aan zes posten die zelf de opleiding van triagisten verzorgen, oriënterend gevraagd naar het proces rondom de (her)accreditatie. Met deze informatie gaat InEen op korte termijn in gesprek met Calibris en de toetsingscommissie. Op de DLV huisartsenposten in mei volgt hierover meer informatie.

Tot slot enkele punten die pas later dit jaar worden opgepakt:

  • Het vraagstuk diplomering rondom face tot face triage
  • Het evalueren van de kennistoets
  • Het proces en het inwerkprogramma voor triagisten

[Acute] Zorg 3.0. Zou het zó ook kunnen?

31 maart 2016

KAZOnder de titel ‘[Acute] Zorg 3.0. Zou het zó ook kunnen?’ schreven Hansmaarten Bolle en Hannie van der Hoeven op persoonlijke titel een aantal overwegingen bij de (acute) zorg in Nederland. Beiden nemen dit jaar – Bolle in maart en Van der Hoeven deze zomer – afscheid van InEen en hebben de afgelopen decennia de grote ontwikkelingen in zorg van nabij meegemaakt. Bolle koos voor zijn afscheidsrede op 14 maart enkele highlights uit het artikel. We vragen Van der Hoeven hetzelfde te doen, nog steeds op persoonlijke titel.

De acute zorg in Nederland is niet slecht geregeld, stelt Van der Hoeven vast, maar het systeem dat zo’n 15 jaar geleden ontstond, begint te knellen. Door de manier waarop de maatschappij zich ontwikkelt en onder invloed daarvan door de grote omwentelingen in de zorg, denk aan de recente transities, is er anno 2016 sprake van ‘een lappendeken met flink wat gaten’. Het artikel geeft na een analyse van de situatie zeven actiepunten om op korte termijn tot verbetering te komen. Voor de langere termijn wordt in zeven punten een eerste aanzet gegeven voor een grondige herinrichting. Twee aspecten wil Van der Hoeven graag extra benoemen.

Het eerste punt is een betere verdeling van de bereikbaarheidsuren. Ze rekent voor dat van de 168 uren die een week telt er maximaal 50 voor rekening komen van de reguliere zorg; de resterende 118 uren – meer dan tweemaal zoveel – van de (acute) ANW-zorg. In deze 118 uren zijn in de eerste lijn vooral de huisartsenposten actief. Van der Hoeven: ‘Het WMO-loket, veel ggz diensten,, en al de andere ondersteunende diensten sluiten om vijf uur. De dienstdoende huisarts moet het dan zelf maar zien te rooien. Dat is vragen om moeilijkheden.’ Er moet kortom nagedacht worden over andere openingsuren in zorg en welzijn, die beter passen bij de huidige tijd. ‘Ik vind dat we ons als zorg in deze 24-uurs maatschappij nog erg strak aan nine-to-five houden. Als bijvoorbeeld de reguliere zorg méér uren bereikbaar is, vermindert dat de druk op de ANW-zorg.’ Van ervaringen dat patiënten weinig gebruik maken van avondspreekuren, is ze niet onder de indruk. ‘Experimenten op dat vlak worden vaak geïsoleerd uitgevoerd. Het gaat erom dat de hele zorg breder en langer beschikbaar is, zodat je daarna ook naar de apotheek kan, zodat de huisarts als dat nodig is nog een specialist kan consulteren of diagnostiek kan aanvragen. Dat vraagt om tijd en meer samenwerking. Daar moeten we met z’n allen naartoe groeien.’ Overigens brengt een betere verdeling van openingsuren met zich mee, aldus Van der Hoeven, dat de gebouwen en apparatuur beter worden benut en de wachttijden voor allerlei zaken, denk aan een MRI, korter worden.

Van der Hoevens tweede hartenkreet betreft de rol en de positie van de patiënt. Ook de patiënten zijn veranderd onder invloed van de maatschappelijke veranderingen. ‘Zonder iemand tekort te willen doen, heb ik het gevoel dat de patiënt in de zorg nog steeds vaak als een last wordt gezien, zeker in de ANW-uren.’ Van der Hoeven sluit van harte aan bij Machteld Hubers pleidooi voor persoonsgerichte zorg. ‘Véél meer nog moeten we nadenken over wat we als zorg voor mensen willen betekenen’. Er is, aldus Van der Hoeven, ‘een breed maatschappelijk en politiek debat over hoe we in deze samenleving willen leven en voor elkaar willen zorgen’ nodig. Dat klinkt inderdaad vaag, zegt ze. ‘Toch is dat wat er moet gebeuren. Wat we in elk geval niet moeten doen is elk voor zich achter onze eigen bezuinigingstaakstelling aanrennen. We moeten om te beginnen met elkaar de handschoen oppakken en ons afvragen hoe we voor de patiënt de bereikbaarheid en beschikbaarheid van zorg en welzijn 24/7 het beste kunnen regelen. Wat kunnen we nog meer samen doen?’

Van der Hoeven: ‘Als ik kijk naar twee jaar geleden, toen we begonnen met het project ‘Bevorderen samenhang en samenwerking in de keten van acute zorg’, en ik kijk naar waar we nu staan, dan zie ik dat er al heel erg veel meer samenwerking wordt gezocht. Mensen zijn heel duidelijk met elkaar in gesprek. De bereidheid om van elkaar te leren is groot en het besef dat we véél meer moeten nadenken over wat we nu eigenlijk willen als zorg, wordt steeds groter. Dat stemt hoopvol.’

  • Het artikel ‘[Acute] Zorg 3.0. Zou het zó ook kunnen?’ is tijdens het afscheid van Hansmaarten Bolle op 14 maart uitgereikt aan de aanwezigen. Degenen die het hebben gemist, kunnen de digitale versie downloaden.

 

[...]

KAZOnder de titel ‘[Acute] Zorg 3.0. Zou het zó ook kunnen?’ schreven Hansmaarten Bolle en Hannie van der Hoeven op persoonlijke titel een aantal overwegingen bij de (acute) zorg in Nederland. Beiden nemen dit jaar – Bolle in maart en Van der Hoeven deze zomer – afscheid van InEen en hebben de afgelopen decennia de grote ontwikkelingen in zorg van nabij meegemaakt. Bolle koos voor zijn afscheidsrede op 14 maart enkele highlights uit het artikel. We vragen Van der Hoeven hetzelfde te doen, nog steeds op persoonlijke titel.

De acute zorg in Nederland is niet slecht geregeld, stelt Van der Hoeven vast, maar het systeem dat zo’n 15 jaar geleden ontstond, begint te knellen. Door de manier waarop de maatschappij zich ontwikkelt en onder invloed daarvan door de grote omwentelingen in de zorg, denk aan de recente transities, is er anno 2016 sprake van ‘een lappendeken met flink wat gaten’. Het artikel geeft na een analyse van de situatie zeven actiepunten om op korte termijn tot verbetering te komen. Voor de langere termijn wordt in zeven punten een eerste aanzet gegeven voor een grondige herinrichting. Twee aspecten wil Van der Hoeven graag extra benoemen.

Het eerste punt is een betere verdeling van de bereikbaarheidsuren. Ze rekent voor dat van de 168 uren die een week telt er maximaal 50 voor rekening komen van de reguliere zorg; de resterende 118 uren – meer dan tweemaal zoveel – van de (acute) ANW-zorg. In deze 118 uren zijn in de eerste lijn vooral de huisartsenposten actief. Van der Hoeven: ‘Het WMO-loket, veel ggz diensten,, en al de andere ondersteunende diensten sluiten om vijf uur. De dienstdoende huisarts moet het dan zelf maar zien te rooien. Dat is vragen om moeilijkheden.’ Er moet kortom nagedacht worden over andere openingsuren in zorg en welzijn, die beter passen bij de huidige tijd. ‘Ik vind dat we ons als zorg in deze 24-uurs maatschappij nog erg strak aan nine-to-five houden. Als bijvoorbeeld de reguliere zorg méér uren bereikbaar is, vermindert dat de druk op de ANW-zorg.’ Van ervaringen dat patiënten weinig gebruik maken van avondspreekuren, is ze niet onder de indruk. ‘Experimenten op dat vlak worden vaak geïsoleerd uitgevoerd. Het gaat erom dat de hele zorg breder en langer beschikbaar is, zodat je daarna ook naar de apotheek kan, zodat de huisarts als dat nodig is nog een specialist kan consulteren of diagnostiek kan aanvragen. Dat vraagt om tijd en meer samenwerking. Daar moeten we met z’n allen naartoe groeien.’ Overigens brengt een betere verdeling van openingsuren met zich mee, aldus Van der Hoeven, dat de gebouwen en apparatuur beter worden benut en de wachttijden voor allerlei zaken, denk aan een MRI, korter worden.

Van der Hoevens tweede hartenkreet betreft de rol en de positie van de patiënt. Ook de patiënten zijn veranderd onder invloed van de maatschappelijke veranderingen. ‘Zonder iemand tekort te willen doen, heb ik het gevoel dat de patiënt in de zorg nog steeds vaak als een last wordt gezien, zeker in de ANW-uren.’ Van der Hoeven sluit van harte aan bij Machteld Hubers pleidooi voor persoonsgerichte zorg. ‘Véél meer nog moeten we nadenken over wat we als zorg voor mensen willen betekenen’. Er is, aldus Van der Hoeven, ‘een breed maatschappelijk en politiek debat over hoe we in deze samenleving willen leven en voor elkaar willen zorgen’ nodig. Dat klinkt inderdaad vaag, zegt ze. ‘Toch is dat wat er moet gebeuren. Wat we in elk geval niet moeten doen is elk voor zich achter onze eigen bezuinigingstaakstelling aanrennen. We moeten om te beginnen met elkaar de handschoen oppakken en ons afvragen hoe we voor de patiënt de bereikbaarheid en beschikbaarheid van zorg en welzijn 24/7 het beste kunnen regelen. Wat kunnen we nog meer samen doen?’

Van der Hoeven: ‘Als ik kijk naar twee jaar geleden, toen we begonnen met het project ‘Bevorderen samenhang en samenwerking in de keten van acute zorg’, en ik kijk naar waar we nu staan, dan zie ik dat er al heel erg veel meer samenwerking wordt gezocht. Mensen zijn heel duidelijk met elkaar in gesprek. De bereidheid om van elkaar te leren is groot en het besef dat we véél meer moeten nadenken over wat we nu eigenlijk willen als zorg, wordt steeds groter. Dat stemt hoopvol.’

  • Het artikel ‘[Acute] Zorg 3.0. Zou het zó ook kunnen?’ is tijdens het afscheid van Hansmaarten Bolle op 14 maart uitgereikt aan de aanwezigen. Degenen die het hebben gemist, kunnen de digitale versie downloaden.

 

Aankondiging onderzoek IQ healthcare

29 maart 2016

Als onderdeel van het ZonMw programma ‘Palliantie. Meer dan zorg’ voert IQ healthcare in samenwerking met InEen en het NHG een tweejarige studie uit naar de kwaliteit van de palliatieve spoedzorg door huisartsen in de ANW-uren. Voor dit onderzoek vragen we op twee manieren medewerking van huisartsenposten:

  • Invullen van een landelijke vragenlijst door alle huisartsenposten.
  • Deelname aan verdiepende studie in zes regio’s.

Leden van InEen ontvangen een dezer dagen per email bericht hierover van IQ healthcare.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 25 maart 2016.

[...]

Als onderdeel van het ZonMw programma ‘Palliantie. Meer dan zorg’ voert IQ healthcare in samenwerking met InEen en het NHG een tweejarige studie uit naar de kwaliteit van de palliatieve spoedzorg door huisartsen in de ANW-uren. Voor dit onderzoek vragen we op twee manieren medewerking van huisartsenposten:

  • Invullen van een landelijke vragenlijst door alle huisartsenposten.
  • Deelname aan verdiepende studie in zes regio’s.

Leden van InEen ontvangen een dezer dagen per email bericht hierover van IQ healthcare.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 25 maart 2016.

Presentaties symposium staan online

29 maart 2016

Tijdens ons symposium Samen in Acute Zorg van 14 maart zijn de nodige presentaties gegeven zowel in de plenaire bijeenkomst als in de deelsessies. Deze presentaties staan nu allemaal online. Binnenkort volgt ook een inhoudelijk verslag.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 25 maart 2016.

[...]

Tijdens ons symposium Samen in Acute Zorg van 14 maart zijn de nodige presentaties gegeven zowel in de plenaire bijeenkomst als in de deelsessies. Deze presentaties staan nu allemaal online. Binnenkort volgt ook een inhoudelijk verslag.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 25 maart 2016.

Voorbeeldovereenkomst ANW-diensten

29 maart 2016

In de DLV van 8 maart lieten we jullie weten dat InEen aan de slag gaat met het opstellen van een voorbeeldovereenkomst voor de ANW-diensten. Inmiddels wordt dit samen met de LHV opgepakt en door BDO uitgevoerd. Beide partijen hebben de eerste versie nu becommentarieerd en op korte termijn komt er een nieuwe versie. Deze leggen we voor aan enkele leden waarna de definitieve versie wordt voorgelegd aan de Belastingdienst. Een belangrijk punt is dat het niet nodig lijkt voor alle diensten opnieuw een overeenkomst te tekenen. Het verwijzen naar de overeenkomst op de website van de Belastingdienst zal waarschijnlijk voldoende zijn. Zodra de voorbeeldovereenkomst definitief is en de aanvraag bij de Belastingdienst is gedaan, laten we dat weten.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 25 maart 2016.

[...]

In de DLV van 8 maart lieten we jullie weten dat InEen aan de slag gaat met het opstellen van een voorbeeldovereenkomst voor de ANW-diensten. Inmiddels wordt dit samen met de LHV opgepakt en door BDO uitgevoerd. Beide partijen hebben de eerste versie nu becommentarieerd en op korte termijn komt er een nieuwe versie. Deze leggen we voor aan enkele leden waarna de definitieve versie wordt voorgelegd aan de Belastingdienst. Een belangrijk punt is dat het niet nodig lijkt voor alle diensten opnieuw een overeenkomst te tekenen. Het verwijzen naar de overeenkomst op de website van de Belastingdienst zal waarschijnlijk voldoende zijn. Zodra de voorbeeldovereenkomst definitief is en de aanvraag bij de Belastingdienst is gedaan, laten we dat weten.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 25 maart 2016.

Presentaties Symposium Samen in Acute Zorg - 14 maart 2016

22 maart 2016

Hieronder vindt u de beschikbare presentaties van het Symposium Samen in Acute Zorg van 14 maart 2016. Daarnaast is er ook een verslag van deze dag gemaakt en is er een fotocollage.

Plenair programma

Deelsessies

1 HAP-SEH

2 HAP-RAV

3 HAP-Acute ggz

4 HAP-Acute thuiszorg/ouderenzorg

5 Creatief denken

6 Processen rond samenwerking

[...]

Hieronder vindt u de beschikbare presentaties van het Symposium Samen in Acute Zorg van 14 maart 2016. Daarnaast is er ook een verslag van deze dag gemaakt en is er een fotocollage.

Plenair programma

Deelsessies

1 HAP-SEH

2 HAP-RAV

3 HAP-Acute ggz

4 HAP-Acute thuiszorg/ouderenzorg

5 Creatief denken

6 Processen rond samenwerking

Aanpassing HKZ schema voor HDS’en

22 maart 2016

HKZ is bezig de HKZ-normen aan te passen aan de nieuwe ISO 9001:2015 die september vorig jaar werd gepubliceerd. Voor de huisartsenposten zit de aanpassing nu in de afrondingsfase. Het nieuwe HKZ-schema is uiterlijk 1 april beschikbaar. Vanaf dat moment zijn de HKZ-normen weer compatibel met ISO 9001:2015. Huisartsenposten die al HKZ-gecertificeerd zijn krijgen tweeëneenhalf jaar de tijd om de overstap naar de nieuwe normen te maken. Voor geïnteresseerden: op 18 april organiseert HKZ een Kwaliteitsdag die in het teken staat van de aanpassing. Meer informatie in de informatiebrief van HKZ (onder andere linkjes naar de normen die worden omgezet).

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 18 maart 2016.

[...]

HKZ is bezig de HKZ-normen aan te passen aan de nieuwe ISO 9001:2015 die september vorig jaar werd gepubliceerd. Voor de huisartsenposten zit de aanpassing nu in de afrondingsfase. Het nieuwe HKZ-schema is uiterlijk 1 april beschikbaar. Vanaf dat moment zijn de HKZ-normen weer compatibel met ISO 9001:2015. Huisartsenposten die al HKZ-gecertificeerd zijn krijgen tweeëneenhalf jaar de tijd om de overstap naar de nieuwe normen te maken. Voor geïnteresseerden: op 18 april organiseert HKZ een Kwaliteitsdag die in het teken staat van de aanpassing. Meer informatie in de informatiebrief van HKZ (onder andere linkjes naar de normen die worden omgezet).

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 18 maart 2016.

Projectresultaten Keten van Acute Zorg

22 maart 2016

Afgelopen maandag werd op het symposium Samen in Acute Zorg uitgebreid stilgestaan bij de resultaten van het project Keten van Acute Zorg dat we de afgelopen jaren hebben uitgevoerd. Op onze website vinden jullie de interviewrapportages en goede voorbeelden van regionale samenwerking, evenals de handreiking voor regionale samenwerkingsafspraken met de acute ouderenzorg. De handreiking voor afspraken met de acute ggz en het samenwerkingskader HAP+RAV zijn in concept gereed, maar moeten nog vastgesteld worden. Die kunnen jullie in de loop van april verwachten. Tot die tijd zijn voorlopige versies van de documenten opvraagbaar bij Ella Benedictus (InEen).

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 18 maart 2016.

[...]

Afgelopen maandag werd op het symposium Samen in Acute Zorg uitgebreid stilgestaan bij de resultaten van het project Keten van Acute Zorg dat we de afgelopen jaren hebben uitgevoerd. Op onze website vinden jullie de interviewrapportages en goede voorbeelden van regionale samenwerking, evenals de handreiking voor regionale samenwerkingsafspraken met de acute ouderenzorg. De handreiking voor afspraken met de acute ggz en het samenwerkingskader HAP+RAV zijn in concept gereed, maar moeten nog vastgesteld worden. Die kunnen jullie in de loop van april verwachten. Tot die tijd zijn voorlopige versies van de documenten opvraagbaar bij Ella Benedictus (InEen).

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 18 maart 2016.

VPH gaat opnieuw naar rechter

22 maart 2016

De Vereniging Praktijkhoudende Huisartsen (VPH) is het niet eens met de keuzes die de NZa heeft gemaakt in de aangepaste beleidsregel huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg. Daarom gaat VPH opnieuw naar de rechter (het CBB). VPH heeft onder andere moeite met het contractvereiste voor ketenzorg en praktijkondersteuning. Bovendien zijn ze het oneens met de voorwaarde dat de praktijkhouder 24/7 zorg moet waarborgen om het inschrijvingstarief te kunnen declareren. Zie ook Medisch Contact van afgelopen week. VPH lijkt te suggereren dat de NZa een praktijkhouder verplicht zich aan te sluiten bij een huisartsenpost. Dat is volgens ons niet het geval, conform de beleidsregel kan een huisarts de 24/7 zorg namelijk ook in kleiner verband waarborgen. We volgen de ontwikkelingen rond deze zaak uiteraard op de voet.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 18 maart 2016.

[...]

De Vereniging Praktijkhoudende Huisartsen (VPH) is het niet eens met de keuzes die de NZa heeft gemaakt in de aangepaste beleidsregel huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg. Daarom gaat VPH opnieuw naar de rechter (het CBB). VPH heeft onder andere moeite met het contractvereiste voor ketenzorg en praktijkondersteuning. Bovendien zijn ze het oneens met de voorwaarde dat de praktijkhouder 24/7 zorg moet waarborgen om het inschrijvingstarief te kunnen declareren. Zie ook Medisch Contact van afgelopen week. VPH lijkt te suggereren dat de NZa een praktijkhouder verplicht zich aan te sluiten bij een huisartsenpost. Dat is volgens ons niet het geval, conform de beleidsregel kan een huisarts de 24/7 zorg namelijk ook in kleiner verband waarborgen. We volgen de ontwikkelingen rond deze zaak uiteraard op de voet.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 18 maart 2016.

Opvang zelfverwijzers overdag: Regio Haaglanden kiest ervoor

25 februari 2016

triageOp twee locaties in de regio Haaglanden is de SMASH huisartsenpost ook overdag open voor de opvang van zelfverwijzers. Hiertoe startte in 2012 een project waaraan niet alleen de huisartsen en de ziekenhuizen, maar ook de zorgverzekeraars zich committeerden. Willem Regout, directeur SMASH: ‘We kunnen de pilot op beide locaties als succesvol kwalificeren.’

De locaties zijn het HAGA-ziekenhuis en het Westeinde ziekenhuis. Regout: ‘Op de HAGA-locatie lopen we voorop. Daar doen we als huisartsen de triage van alle zelfverwijzers. We behandelen daar driekwart van de patiënten in de eerste lijn.’ In het Westeinde is het nog niet zover en gebeurt de triage nog door de SEH. Maar ook daar wordt meer dan de helft van de patiënten verwezen naar de huisartsenpost. Regout: ‘Je weet altijd beter wat je eigen beroepsgroep aankan, dus als de triage onder verantwoordelijkheid van de huisarts gebeurt, gaat er meer naar de eerste lijn.’ Het succes op de HAGA-locatie laat zien, zegt hij, dat het logisch is om de triage door de huisartsenpost te laten doen.

Alle partijen ervaren voordeel, vervolgt Regout. Laag-urgente patiënten raken hun eigen risico niet kwijt. De ziekenhuizen kunnen zich toeleggen op de hoog-urgente zaken waar hun medisch-specialistische teams voor zijn. De huisarts kan de patiënten nogmaals uitleggen dat ze een volgende keer overdag beter eerst naar de eigen huisarts kunnen gaan, waardoor de zelfverwijzers hun weg naar de huisarts hervinden. Voor de zorgverzekeraar is een substantiële verschuiving naar de eerste lijn lucratief.

Een evidente voorwaarde is dat de huisartsenpost overdag open gaat, zowel voor de triage als voor de eventuele behandeling. Regout: ‘Overdag werken we niet met deelnemende huisartsen, maar altijd met waarnemers. Anders kan het niet.’ Daarnaast worden verpleegkundig specialisten ingezet om de extra toeloop, ook in de ANW-uren, op te vangen. ‘Zo voorkomen we dat de deelnemende huisartsen dit werk er bovenop krijgen.’ Dat betekent dat na de triage de behandeling in principe wordt gedaan door de verpleegkundig specialist. Regout: ‘Cijfermatig klopt het, per saldo ligt het aantal diensten voor de deelnemend huisartsen als gevolg van de zelfverwijzers niet hoger dan voorheen.’

Wat Regout betreft zijn er drie succesfactoren. Eén: gezamenlijkheid. ‘Trek als huisartsen gezamenlijk op, anders kan je elkaar in de wielen rijden, en het ziekenhuis moet bereid zijn de omzet van de laagurgente patiënten niet langer te boeken. Sámen moet je de zorgverzekeraar ervan overtuigen dat deze aanpak heel veel geld gaat opleveren voor Nederland.’ Het zijn afspraken over en weer, zegt Regout: de huisartsenpost investeert, maar moet dan wel de patiënten krijgen; het ziekenhuis wil de patiënten laten gaan, maar dan moet de huisartsenpost ze ook echt allemaal opvangen. Twee: regionale afspraken. ‘Het is voor patiënten verwarrend als het in ziekenhuis A anders gaat dan in ziekenhuis B.’ Drie: ‘Zorg voor een goed opgeleide formatie verpleegkundig specialisten. Dat opleiden moet je zelf doen en kost tijd.’

Regout is trots op de resultaten, waarvoor op dit moment veel belangstelling bestaat. ‘Ik denk dat deze aanpak met name in grootstedelijke gebieden, waar men toch sneller naar een ziekenhuis gaat, van flinke toegevoegde waarde kan zijn.’

Neem voor meer informatie contact op met Willem Regout (SMASH).

[...]

triageOp twee locaties in de regio Haaglanden is de SMASH huisartsenpost ook overdag open voor de opvang van zelfverwijzers. Hiertoe startte in 2012 een project waaraan niet alleen de huisartsen en de ziekenhuizen, maar ook de zorgverzekeraars zich committeerden. Willem Regout, directeur SMASH: ‘We kunnen de pilot op beide locaties als succesvol kwalificeren.’

De locaties zijn het HAGA-ziekenhuis en het Westeinde ziekenhuis. Regout: ‘Op de HAGA-locatie lopen we voorop. Daar doen we als huisartsen de triage van alle zelfverwijzers. We behandelen daar driekwart van de patiënten in de eerste lijn.’ In het Westeinde is het nog niet zover en gebeurt de triage nog door de SEH. Maar ook daar wordt meer dan de helft van de patiënten verwezen naar de huisartsenpost. Regout: ‘Je weet altijd beter wat je eigen beroepsgroep aankan, dus als de triage onder verantwoordelijkheid van de huisarts gebeurt, gaat er meer naar de eerste lijn.’ Het succes op de HAGA-locatie laat zien, zegt hij, dat het logisch is om de triage door de huisartsenpost te laten doen.

Alle partijen ervaren voordeel, vervolgt Regout. Laag-urgente patiënten raken hun eigen risico niet kwijt. De ziekenhuizen kunnen zich toeleggen op de hoog-urgente zaken waar hun medisch-specialistische teams voor zijn. De huisarts kan de patiënten nogmaals uitleggen dat ze een volgende keer overdag beter eerst naar de eigen huisarts kunnen gaan, waardoor de zelfverwijzers hun weg naar de huisarts hervinden. Voor de zorgverzekeraar is een substantiële verschuiving naar de eerste lijn lucratief.

Een evidente voorwaarde is dat de huisartsenpost overdag open gaat, zowel voor de triage als voor de eventuele behandeling. Regout: ‘Overdag werken we niet met deelnemende huisartsen, maar altijd met waarnemers. Anders kan het niet.’ Daarnaast worden verpleegkundig specialisten ingezet om de extra toeloop, ook in de ANW-uren, op te vangen. ‘Zo voorkomen we dat de deelnemende huisartsen dit werk er bovenop krijgen.’ Dat betekent dat na de triage de behandeling in principe wordt gedaan door de verpleegkundig specialist. Regout: ‘Cijfermatig klopt het, per saldo ligt het aantal diensten voor de deelnemend huisartsen als gevolg van de zelfverwijzers niet hoger dan voorheen.’

Wat Regout betreft zijn er drie succesfactoren. Eén: gezamenlijkheid. ‘Trek als huisartsen gezamenlijk op, anders kan je elkaar in de wielen rijden, en het ziekenhuis moet bereid zijn de omzet van de laagurgente patiënten niet langer te boeken. Sámen moet je de zorgverzekeraar ervan overtuigen dat deze aanpak heel veel geld gaat opleveren voor Nederland.’ Het zijn afspraken over en weer, zegt Regout: de huisartsenpost investeert, maar moet dan wel de patiënten krijgen; het ziekenhuis wil de patiënten laten gaan, maar dan moet de huisartsenpost ze ook echt allemaal opvangen. Twee: regionale afspraken. ‘Het is voor patiënten verwarrend als het in ziekenhuis A anders gaat dan in ziekenhuis B.’ Drie: ‘Zorg voor een goed opgeleide formatie verpleegkundig specialisten. Dat opleiden moet je zelf doen en kost tijd.’

Regout is trots op de resultaten, waarvoor op dit moment veel belangstelling bestaat. ‘Ik denk dat deze aanpak met name in grootstedelijke gebieden, waar men toch sneller naar een ziekenhuis gaat, van flinke toegevoegde waarde kan zijn.’

Neem voor meer informatie contact op met Willem Regout (SMASH).

Inventarisatie behoeften informatiebeleid huisartsenposten

18 februari 2016

Informatiebeleid wordt voor eerstelijnsorganisaties steeds belangrijker; zowel voor zorgverlening als voor bedrijfsprocessen en sturing. We willen leden graag ondersteunen bij de ontwikkeling van hun informatiebeleid. In de komende weken starten we onder huisartsenposten een pilot om de behoeften op het gebied van informatie- en ICT-beleid te inventariseren. Eerst vragen we een klein aantal huisartsenposten een korte vragenlijst in te vullen over dit onderwerp. Doel van het onderzoek is om meer zicht te krijgen op de behoefte aan ondersteuning bij het vormgeven van hun strategisch informatiebeleid. De vragenlijst gaat daarom niet alleen over ICT, maar ook over de organisatorische inbedding en afwegingen op het gebied van informatiebeleid. Na de pilotfase wordt de vragenlijst waar nodig bijgesteld en uitgezet onder alle huisartsenposten. Wij houden jullie op de hoogte!

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 12 februari 2016.

[...]

Informatiebeleid wordt voor eerstelijnsorganisaties steeds belangrijker; zowel voor zorgverlening als voor bedrijfsprocessen en sturing. We willen leden graag ondersteunen bij de ontwikkeling van hun informatiebeleid. In de komende weken starten we onder huisartsenposten een pilot om de behoeften op het gebied van informatie- en ICT-beleid te inventariseren. Eerst vragen we een klein aantal huisartsenposten een korte vragenlijst in te vullen over dit onderwerp. Doel van het onderzoek is om meer zicht te krijgen op de behoefte aan ondersteuning bij het vormgeven van hun strategisch informatiebeleid. De vragenlijst gaat daarom niet alleen over ICT, maar ook over de organisatorische inbedding en afwegingen op het gebied van informatiebeleid. Na de pilotfase wordt de vragenlijst waar nodig bijgesteld en uitgezet onder alle huisartsenposten. Wij houden jullie op de hoogte!

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 12 februari 2016.

Vernieuwde app ‘Moet ik naar de dokter’

18 februari 2016

De app ‘Moet ik naar de dokter?’ is vernieuwd. Dag en nacht geeft de app direct advies of en wanneer het nodig is om de huisarts te raadplegen. Aanstaande dinsdag 16 februari lanceert minister Schippers de vernieuwde app. Dan start ook een landelijke publiekscampagne in de social media. Ook zijn er radiospots. Verder kunnen huisartsen en huisartsenposten de app onder de aandacht van patiënten brengen. Komende week ontvangen zij daarvoor een huisartsenkit met een sticker om bij de voordeur te plakken, een wachtkamerposter en een display met 100 stickervellen voor op de balie of in de spreekkamer. InEen ondersteunt de campagne. De app helpt patiënten ook om te bepalen of zij met een zorgvraag de huisartsenpost moeten bellen, of dat dit kan wachten tot de volgende werkdag.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 12 februari 2016.

[...]

De app ‘Moet ik naar de dokter?’ is vernieuwd. Dag en nacht geeft de app direct advies of en wanneer het nodig is om de huisarts te raadplegen. Aanstaande dinsdag 16 februari lanceert minister Schippers de vernieuwde app. Dan start ook een landelijke publiekscampagne in de social media. Ook zijn er radiospots. Verder kunnen huisartsen en huisartsenposten de app onder de aandacht van patiënten brengen. Komende week ontvangen zij daarvoor een huisartsenkit met een sticker om bij de voordeur te plakken, een wachtkamerposter en een display met 100 stickervellen voor op de balie of in de spreekkamer. InEen ondersteunt de campagne. De app helpt patiënten ook om te bepalen of zij met een zorgvraag de huisartsenpost moeten bellen, of dat dit kan wachten tot de volgende werkdag.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 12 februari 2016.

Accreditatie voor InEen-symposium toegekend

17 februari 2016

Goed nieuws: het accreditatiebureau heeft voor huisartsen 4 punten toegekend bij deelname aan het InEen-symposium over de keten van acute zorg. Nóg een reden om je te voegen bij de snel groeiende groep deelnemers. Het symposium vindt plaats op 14 maart in Nieuwegein en sluit aan op het officiële afscheid van Hansmaarten Bolle. Van 9.30-15.15 uur staat er een keur aan sprekers en interessante workshops voor jullie klaar; vanaf 15.15 uur nemen we afscheid van Hansmaarten. Alle informatie over inschrijving voor het symposium vinden jullie in het programma.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 12 februari 2016.

[...]

Goed nieuws: het accreditatiebureau heeft voor huisartsen 4 punten toegekend bij deelname aan het InEen-symposium over de keten van acute zorg. Nóg een reden om je te voegen bij de snel groeiende groep deelnemers. Het symposium vindt plaats op 14 maart in Nieuwegein en sluit aan op het officiële afscheid van Hansmaarten Bolle. Van 9.30-15.15 uur staat er een keur aan sprekers en interessante workshops voor jullie klaar; vanaf 15.15 uur nemen we afscheid van Hansmaarten. Alle informatie over inschrijving voor het symposium vinden jullie in het programma.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 12 februari 2016.

Veel belangstelling voor ons symposium op 14 maart

09 februari 2016

Inmiddels hebben al ruim 100 mensen zich voor ons slotsymposium van het project ‘Verbetering samenhang en samenwerking in de keten van acute zorg’ aangemeld. Ook zijn er twee nieuwe sprekers bekend: Thomas Plochg, directeur Nederlandse Public Health Federatie en universitair docent (AMC), geeft een inleiding over de processen rond samenwerking(deelsessie 6). Pieter le Rütte (Versenso) gaat in op het afwegingskader eerstelijns verblijf (deelsessie 4). Alle informatie over inschrijving vinden jullie in het programma. Het symposium vindt plaats op 14 maart in Nieuwegein en sluit aan op het officiële afscheid van Hansmaarten Bolle.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 5 februari 2016.

[...]

Inmiddels hebben al ruim 100 mensen zich voor ons slotsymposium van het project ‘Verbetering samenhang en samenwerking in de keten van acute zorg’ aangemeld. Ook zijn er twee nieuwe sprekers bekend: Thomas Plochg, directeur Nederlandse Public Health Federatie en universitair docent (AMC), geeft een inleiding over de processen rond samenwerking(deelsessie 6). Pieter le Rütte (Versenso) gaat in op het afwegingskader eerstelijns verblijf (deelsessie 4). Alle informatie over inschrijving vinden jullie in het programma. Het symposium vindt plaats op 14 maart in Nieuwegein en sluit aan op het officiële afscheid van Hansmaarten Bolle.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 5 februari 2016.

InEen-symposium Samen in Acute Zorg

02 februari 2016

Vorige week is de inschrijving voor het slotsymposium van het project ‘Verbetering samenhang en samenwerking in de keten van acute zorg’ gestart. De aanmeldingen komen gestaag binnen. Graag attenderen we jullie erop dat er voor dit InEen-symposium accreditatie voor huisartsen is aangevraagd. Verder is er een spreker toegevoegd aan het programma, te weten Piet Huizinga, directeur-bestuurder Ambulance Oost, hij gaat het in deelsessie 2 (HAP-RAV) hebben over het thema Eerste Hulp Geen Vervoer. Het symposium vindt plaats op 14 maart in Theater De Kom in Nieuwegein (9.30-15.15 uur) en het programma sluit aan op het officiële afscheid van Hansmaarten Bolle.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 29 januari 2016.

[...]

Vorige week is de inschrijving voor het slotsymposium van het project ‘Verbetering samenhang en samenwerking in de keten van acute zorg’ gestart. De aanmeldingen komen gestaag binnen. Graag attenderen we jullie erop dat er voor dit InEen-symposium accreditatie voor huisartsen is aangevraagd. Verder is er een spreker toegevoegd aan het programma, te weten Piet Huizinga, directeur-bestuurder Ambulance Oost, hij gaat het in deelsessie 2 (HAP-RAV) hebben over het thema Eerste Hulp Geen Vervoer. Het symposium vindt plaats op 14 maart in Theater De Kom in Nieuwegein (9.30-15.15 uur) en het programma sluit aan op het officiële afscheid van Hansmaarten Bolle.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 29 januari 2016.

WMG overeenkomst huisartsenposten

25 januari 2016

Op dit moment worden de contracten tussen huisartsenposten en zorgverzekeraars gebaseerd op de model WMG-overeenkomst 2014. Momenteel voeren we met een delegatie van huisartsenposten gesprekken met ZN en de zorgverzekeraars over een nieuwe WMG-overeenkomst. Daarbij nemen we ook de resultaten van Het Roer Gaat Om, zoals vertrouwen en administratieve lastenvermindering, mee. Geven jullie specifieke aandachtspunten aan ons door via info@ineen.nl?

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 22 januari 2016.

[...]

Op dit moment worden de contracten tussen huisartsenposten en zorgverzekeraars gebaseerd op de model WMG-overeenkomst 2014. Momenteel voeren we met een delegatie van huisartsenposten gesprekken met ZN en de zorgverzekeraars over een nieuwe WMG-overeenkomst. Daarbij nemen we ook de resultaten van Het Roer Gaat Om, zoals vertrouwen en administratieve lastenvermindering, mee. Geven jullie specifieke aandachtspunten aan ons door via info@ineen.nl?

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 22 januari 2016.

Pilot Praktijklijn Gezondheidscentrum Asielzoekers

25 januari 2016

Geregistreerde vluchtelingen en asielzoekers kunnen voor medische vragen 24/7 gebruik maken van de Praktijklijn van het Gezondheidscentrum Asielzoekers (GC A). Wanneer na triage door het GC A een consult of visite nodig is, wordt hiervoor een gecontracteerde huisarts of huisartsenpost in de buurt van de opvanglocatie ingeschakeld. Het GC A wil nu op korte termijn met twee tot vier huisartsenposten de werking van de Praktijklijn bij U2-U4 onderzoeken. Doel van de pilot: testen of de kwaliteit van de GC A-triage voldoet aan de normen van de huisartsenpost en of het gebruik van de intercollegiale lijn invloed heeft op de snelheid waarmee een patiënt wordt overgedragen. Het GC A en InEen werken momenteel de opzet van de pilot uit. Heb je interesse om mee te doen aan de pilot of wil je meer weten? Neem contact op met Ludeke van der Es (InEen) . Meer informatie volgt.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 22 januari 2016.

[...]

Geregistreerde vluchtelingen en asielzoekers kunnen voor medische vragen 24/7 gebruik maken van de Praktijklijn van het Gezondheidscentrum Asielzoekers (GC A). Wanneer na triage door het GC A een consult of visite nodig is, wordt hiervoor een gecontracteerde huisarts of huisartsenpost in de buurt van de opvanglocatie ingeschakeld. Het GC A wil nu op korte termijn met twee tot vier huisartsenposten de werking van de Praktijklijn bij U2-U4 onderzoeken. Doel van de pilot: testen of de kwaliteit van de GC A-triage voldoet aan de normen van de huisartsenpost en of het gebruik van de intercollegiale lijn invloed heeft op de snelheid waarmee een patiënt wordt overgedragen. Het GC A en InEen werken momenteel de opzet van de pilot uit. Heb je interesse om mee te doen aan de pilot of wil je meer weten? Neem contact op met Ludeke van der Es (InEen) . Meer informatie volgt.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 22 januari 2016.

Programma InEen-symposium Samen in Acute Zorg bekend

25 januari 2016

Vanaf nu kunnen jullie inschrijven voor het slotsymposium van het project ‘Verbetering samenhang en samenwerking in de keten van acute zorg’ op 14 maart in Nieuwegein. Het programma is bekend. Onder het dagvoorzitterschap van Dite Husselman belichten deskundige sprekers actuele onderwerpen, zoals Chronisch zieken en kwetsbare ouderen in de acute zorg’ door huisarts Yvonne Guldemond-Hecker en ‘Veranderingen in zorggebruik en morbiditeit op de huisartsenpost’ door Robert Verheij en Tessa Jansen, onderzoekers bij het NIVEL. Ook de deelsessies waarin ervaringen in de samenwerkingen HAP+SEH, HAP+RAV, HAP+GGZ en HAP+Ouderenzorg/VVT centraal staan, zijn veelbelovend. Ook kunnen jullie intekenen op een sessie over het ontwikkelen van samenwerking en een workshop creatief denken. Het programma sluit direct aan op het officiële afscheid van Hansmaarten Bolle (op dezelfde locatie). Inschrijving is gratis voor leden van InEen en hun ketenpartners in de acute zorg. In het programma vinden jullie de link naar het inschrijfformulier.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 22 januari 2016.

[...]

Vanaf nu kunnen jullie inschrijven voor het slotsymposium van het project ‘Verbetering samenhang en samenwerking in de keten van acute zorg’ op 14 maart in Nieuwegein. Het programma is bekend. Onder het dagvoorzitterschap van Dite Husselman belichten deskundige sprekers actuele onderwerpen, zoals Chronisch zieken en kwetsbare ouderen in de acute zorg’ door huisarts Yvonne Guldemond-Hecker en ‘Veranderingen in zorggebruik en morbiditeit op de huisartsenpost’ door Robert Verheij en Tessa Jansen, onderzoekers bij het NIVEL. Ook de deelsessies waarin ervaringen in de samenwerkingen HAP+SEH, HAP+RAV, HAP+GGZ en HAP+Ouderenzorg/VVT centraal staan, zijn veelbelovend. Ook kunnen jullie intekenen op een sessie over het ontwikkelen van samenwerking en een workshop creatief denken. Het programma sluit direct aan op het officiële afscheid van Hansmaarten Bolle (op dezelfde locatie). Inschrijving is gratis voor leden van InEen en hun ketenpartners in de acute zorg. In het programma vinden jullie de link naar het inschrijfformulier.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 22 januari 2016.

InEen-symposium Samen in Acute Zorg

18 januari 2016

In maart vindt het slotsymposium plaats van het project ‘Verbetering samenhang en samenwerking in de keten van acute zorg’. Het InEen-symposium op 14 maart in Nieuwegein (10.00-15.15 uur) is gratis voor leden van InEen en hun ketenpartners in acute zorg. De aanmelding start eind volgende week. Op het programma staan zaken als verantwoordelijkheidsverdeling bij samenwerking, chronisch zieken en kwetsbare ouderen in de acute zorg, onderzoeken van Nivel en IQ Healthcare. Ook de ondersteuning vanuit ROAZ en ROS, en het gebruik van de app ‘Moet ik naar de dokter’ komen aan de orde. In de deelsessies staan ervaringen in de samenwerkingen HAP+SEH, HAP+RAV, HAP+GGZ en HAP+Ouderenzorg/VVT centraal. Verder kunnen deelnemers rekenen op een workshop Creatief denken. Overigens sluit het symposium om 15.15 uur naadloos aan op het officiële afscheid van Hansmaarten Bolle dat plaatsvindt op dezelfde locatie.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 15 januari 2016.

[...]

In maart vindt het slotsymposium plaats van het project ‘Verbetering samenhang en samenwerking in de keten van acute zorg’. Het InEen-symposium op 14 maart in Nieuwegein (10.00-15.15 uur) is gratis voor leden van InEen en hun ketenpartners in acute zorg. De aanmelding start eind volgende week. Op het programma staan zaken als verantwoordelijkheidsverdeling bij samenwerking, chronisch zieken en kwetsbare ouderen in de acute zorg, onderzoeken van Nivel en IQ Healthcare. Ook de ondersteuning vanuit ROAZ en ROS, en het gebruik van de app ‘Moet ik naar de dokter’ komen aan de orde. In de deelsessies staan ervaringen in de samenwerkingen HAP+SEH, HAP+RAV, HAP+GGZ en HAP+Ouderenzorg/VVT centraal. Verder kunnen deelnemers rekenen op een workshop Creatief denken. Overigens sluit het symposium om 15.15 uur naadloos aan op het officiële afscheid van Hansmaarten Bolle dat plaatsvindt op dezelfde locatie.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 15 januari 2016.

Artsenorganisaties: verkapte meldplicht kindermishandeling onaanvaardbaar

14 januari 2016

Artsenorganisaties zijn verbijsterd dat staatssecretaris Van Rijn een registratieplicht wil invoeren bij de aanpak van kindermishandeling en niets doet met de kritiek van artsenorganisaties. Deze verkapte meldplicht zal een averechts effect hebben, omdat het kind geheel uit beeld kan raken. Dat is niet in het belang van het kind. De voorgestelde wetswijziging kan daarom niet rekenen op steun van de artsen die dagelijks in de praktijk met deze kinderen en gezinnen te maken hebben. Lees het hele artikel op de site van onze partner de LHV.

[...]

Artsenorganisaties zijn verbijsterd dat staatssecretaris Van Rijn een registratieplicht wil invoeren bij de aanpak van kindermishandeling en niets doet met de kritiek van artsenorganisaties. Deze verkapte meldplicht zal een averechts effect hebben, omdat het kind geheel uit beeld kan raken. Dat is niet in het belang van het kind. De voorgestelde wetswijziging kan daarom niet rekenen op steun van de artsen die dagelijks in de praktijk met deze kinderen en gezinnen te maken hebben. Lees het hele artikel op de site van onze partner de LHV.

Hartstichting voert campagne voor burgerhulpverleners

31 december 2015

Nergens ter wereld kunnen er zoveel mensen reanimeren als in Nederland. Toch sterven er elke dag nog altijd 35 mensen aan een hartstilstand. De eerste 6 minuten zijn cruciaal. Omdat de ambulances er soms langer dan 6 minuten over doen, is het van levensbelang dat deze eerste minuten tot de ambulance er is overbrugd worden. Daarom werft de Hartstichting burgerhulpverleners onder het motto ‘Red levens in jouw buurt’.

Mensen worden opgeroepen om zich aan te melden als burgerhulpverlener op www.hartstichting.nl/burgerhulpverlener. Dit gebeurt met TV-spotjes, folders en abri-reclame. De landelijke campagne is in oktober 2015 gestart en loopt nog tot het voorjaar. Mensen die beroepsmatig kunnen reanimeren vormen een speciale doelgroep. Zij immers weten als geen ander hoe belangrijk de eerste minuten zijn. De Hartstichting hoopt op een grote bereidheid van deze groep om bij te dragen aan een grotere overlevingskans na een hartstilstand.

InEen ondersteunt – zoals we al eerder lieten weten – de campagne van de Hartstichting. Hoe meer mensen die daarvoor de mogelijkheden en de vaardigheden hebben zich aanmelden als burgerhulpverlener, hoe beter. De Hartstichting heeft een uitgebreid pakket met communicatiemiddelen samengesteld die vrij gebruikt kunnen worden om mensen te motiveren.

[...]

Nergens ter wereld kunnen er zoveel mensen reanimeren als in Nederland. Toch sterven er elke dag nog altijd 35 mensen aan een hartstilstand. De eerste 6 minuten zijn cruciaal. Omdat de ambulances er soms langer dan 6 minuten over doen, is het van levensbelang dat deze eerste minuten tot de ambulance er is overbrugd worden. Daarom werft de Hartstichting burgerhulpverleners onder het motto ‘Red levens in jouw buurt’.

Mensen worden opgeroepen om zich aan te melden als burgerhulpverlener op www.hartstichting.nl/burgerhulpverlener. Dit gebeurt met TV-spotjes, folders en abri-reclame. De landelijke campagne is in oktober 2015 gestart en loopt nog tot het voorjaar. Mensen die beroepsmatig kunnen reanimeren vormen een speciale doelgroep. Zij immers weten als geen ander hoe belangrijk de eerste minuten zijn. De Hartstichting hoopt op een grote bereidheid van deze groep om bij te dragen aan een grotere overlevingskans na een hartstilstand.

InEen ondersteunt – zoals we al eerder lieten weten – de campagne van de Hartstichting. Hoe meer mensen die daarvoor de mogelijkheden en de vaardigheden hebben zich aanmelden als burgerhulpverlener, hoe beter. De Hartstichting heeft een uitgebreid pakket met communicatiemiddelen samengesteld die vrij gebruikt kunnen worden om mensen te motiveren.

Slotsymposium KAZ, afscheidssymposium Hansmaarten Bolle

21 december 2015

Vorige week lieten we het al weten, op maandag 14 maart nemen we afscheid van Hansmaarten Bolle als directeur van InEen; hij gaat per 1 januari met pensioen. Deze week hebben jullie – als het goed is – de uitnodiging in de bus gekregen. Zijn afscheid combineren we met het slotsymposium van het project ‘Samenwerking in de keten acute zorg’. In januari horen jullie meer over het programma van beide symposia. Hansmaarten Bolle geven we in ieder geval nog een laatste keer het podium voor een futuristische, doch niet onrealistische toekomstschets voor de georganiseerde eerstelijnszorg.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 18 december 2015.

[...]

Vorige week lieten we het al weten, op maandag 14 maart nemen we afscheid van Hansmaarten Bolle als directeur van InEen; hij gaat per 1 januari met pensioen. Deze week hebben jullie – als het goed is – de uitnodiging in de bus gekregen. Zijn afscheid combineren we met het slotsymposium van het project ‘Samenwerking in de keten acute zorg’. In januari horen jullie meer over het programma van beide symposia. Hansmaarten Bolle geven we in ieder geval nog een laatste keer het podium voor een futuristische, doch niet onrealistische toekomstschets voor de georganiseerde eerstelijnszorg.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 18 december 2015.

Aangepaste herregistratieprocedure triagisten

15 december 2015

Calibris Advies heeft de herregistratieprocedure voor triagisten vanaf 1 januari 2016 aangepast. Triagisten kunnen nu hun aanvraag voor herregistratie op vier momenten verspreid over het jaar indienen. Deze werkwijze sluit aan bij de werkwijze voor de aanvraag van het diploma Triagist, waarvoor er jaarlijks drie diplomeringsrondes zijn. De eerste ronde voor het in behandeling nemen van de aanvraag voor herregistratie is 22 januari 2016. Lees de nieuwe procedure.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 11 december 2015.

[...]

Calibris Advies heeft de herregistratieprocedure voor triagisten vanaf 1 januari 2016 aangepast. Triagisten kunnen nu hun aanvraag voor herregistratie op vier momenten verspreid over het jaar indienen. Deze werkwijze sluit aan bij de werkwijze voor de aanvraag van het diploma Triagist, waarvoor er jaarlijks drie diplomeringsrondes zijn. De eerste ronde voor het in behandeling nemen van de aanvraag voor herregistratie is 22 januari 2016. Lees de nieuwe procedure.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 11 december 2015.

Selectie van triagegesprekken

15 december 2015

De invoering van de kernset Triage wordt per 1 januari 2016 verplicht. Dit brengt onder meer met zich mee dat de selectie van triagegesprekken moet voldoen aan vijf eisen. De dlv Huisartsenposten heeft deze eisen in september 2014 vastgesteld. In de praktijk blijken ze arbeidsintensief te zijn. InEen heeft samen met de leden verkend hoe zij omgaan met het selecteren. Ook zijn de softwareleveranciers benaderd. In het kader van het leren van elkaar is een overzicht gemaakt van de ervaringen. We hebben de best practices die gedeeld mochten worden voor jullie onder elkaar gezet. Mocht je naar aanleiding van dit overzicht vragen, opmerkingen of aanvullingen hebben, mail dan naar Ludeke van der Es (InEen). Verdere ontwikkelingen laten we jullie weten via het Netwerk Triage (zorg dat je bent ingelogd).

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 11 december 2015.

[...]

De invoering van de kernset Triage wordt per 1 januari 2016 verplicht. Dit brengt onder meer met zich mee dat de selectie van triagegesprekken moet voldoen aan vijf eisen. De dlv Huisartsenposten heeft deze eisen in september 2014 vastgesteld. In de praktijk blijken ze arbeidsintensief te zijn. InEen heeft samen met de leden verkend hoe zij omgaan met het selecteren. Ook zijn de softwareleveranciers benaderd. In het kader van het leren van elkaar is een overzicht gemaakt van de ervaringen. We hebben de best practices die gedeeld mochten worden voor jullie onder elkaar gezet. Mocht je naar aanleiding van dit overzicht vragen, opmerkingen of aanvullingen hebben, mail dan naar Ludeke van der Es (InEen). Verdere ontwikkelingen laten we jullie weten via het Netwerk Triage (zorg dat je bent ingelogd).

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 11 december 2015.

Radiospotje ‘Spoedeisende hulp of huisarts?’

14 december 2015

In het kader van Meer weten over zorg heeft VWS een serie radiospotjes gemaakt om mensen te informeren over belangrijke onderwerpen in de zorg. Eén van die onderwerpen is ‘Spoedeisende hulp of huisarts?’. Het spotje roept op om bij niet-levensbedreigende zorgvragen eerst contact op te nemen met de huisarts of huisartsenpost en geeft uitleg over het eigen risico. Beluister (of lees) alle vijf de spotjes.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 11 december 2015.

[...]

In het kader van Meer weten over zorg heeft VWS een serie radiospotjes gemaakt om mensen te informeren over belangrijke onderwerpen in de zorg. Eén van die onderwerpen is ‘Spoedeisende hulp of huisarts?’. Het spotje roept op om bij niet-levensbedreigende zorgvragen eerst contact op te nemen met de huisarts of huisartsenpost en geeft uitleg over het eigen risico. Beluister (of lees) alle vijf de spotjes.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 11 december 2015.

Projectaanvraag ZonMw vergelijking triage HAP + RAV

07 december 2015

InEen heeft samen met AZN en IQ healthcare een projectidee ingediend bij ZonMw in het dossier Veiligheid in de Spoedzorgketen. Doel van het project is te onderzoeken:

  • wat de overeenkomsten en verschillen zijn in urgentie en vervolgzorg bij triage door de verpleegkundig meldkamercentralist en de triagist van de huisartsenpost.
  • hoe de resultaten van dit onderzoek gebruikt kunnen worden om de samenwerking tussen huisartsenpost en ambulancezorg in de toekomst verder vorm te geven.

Begin volgend jaar horen we of we door mogen naar de volgende ronde. De definitieve toekenning van projectsubsidies vindt plaats in mei 2016.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 4 december 2015.

[...]

InEen heeft samen met AZN en IQ healthcare een projectidee ingediend bij ZonMw in het dossier Veiligheid in de Spoedzorgketen. Doel van het project is te onderzoeken:

  • wat de overeenkomsten en verschillen zijn in urgentie en vervolgzorg bij triage door de verpleegkundig meldkamercentralist en de triagist van de huisartsenpost.
  • hoe de resultaten van dit onderzoek gebruikt kunnen worden om de samenwerking tussen huisartsenpost en ambulancezorg in de toekomst verder vorm te geven.

Begin volgend jaar horen we of we door mogen naar de volgende ronde. De definitieve toekenning van projectsubsidies vindt plaats in mei 2016.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 4 december 2015.

Informatie project Keten van Acute Zorg op de website van InEen

18 november 2015

Met het project Keten van Acute Zorg verzamelt InEen informatie over en voorbeelden van samenwerking in de acute zorgketen. Deze informatie is nu beter te vinden op onze website. Je vindt hier de producten van InEen (op het gebied van ketensamenwerking), samenwerkingsvoorbeelden van leden, en informatie van andere brancheorganisaties zoals richtlijnen, visiedocumenten, enzovoort. In de loop van het project vullen we deze informatie steeds aan met nieuwe projectresultaten. Mocht je zelf voorbeelden hebben van samenwerking met ketenpartners in de acute zorg en je wilt die delen met andere leden, neem dan contact op met Ella Benedictus (InEen).

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht. 

[...]

Met het project Keten van Acute Zorg verzamelt InEen informatie over en voorbeelden van samenwerking in de acute zorgketen. Deze informatie is nu beter te vinden op onze website. Je vindt hier de producten van InEen (op het gebied van ketensamenwerking), samenwerkingsvoorbeelden van leden, en informatie van andere brancheorganisaties zoals richtlijnen, visiedocumenten, enzovoort. In de loop van het project vullen we deze informatie steeds aan met nieuwe projectresultaten. Mocht je zelf voorbeelden hebben van samenwerking met ketenpartners in de acute zorg en je wilt die delen met andere leden, neem dan contact op met Ella Benedictus (InEen).

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht. 

Call ZonMw veiligheid in de spoedzorgketen

18 november 2015

Tot 1 december aanstaande, 14.00 uur kun je een projectidee indienen bij ZonMw in het programma ‘Veiligheid in de Spoedzorgketen’. Over een periode van drie jaar is een bedrag van € 300.000 beschikbaar. Het project moet een bijdrage leveren aan:

  • Verdere kwaliteitsverbetering van de spoedzorg in de keten
  • Kostenbeheersing en doelmatigheid in de keten
  • Het bereiken van consensus en richting die nu nog ontbreekt
  • Het bewaken van kwaliteit en veiligheid in de keten

Meer informatie

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Tot 1 december aanstaande, 14.00 uur kun je een projectidee indienen bij ZonMw in het programma ‘Veiligheid in de Spoedzorgketen’. Over een periode van drie jaar is een bedrag van € 300.000 beschikbaar. Het project moet een bijdrage leveren aan:

  • Verdere kwaliteitsverbetering van de spoedzorg in de keten
  • Kostenbeheersing en doelmatigheid in de keten
  • Het bereiken van consensus en richting die nu nog ontbreekt
  • Het bewaken van kwaliteit en veiligheid in de keten

Meer informatie

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Aios op de post

04 november 2015

Sinds 2007 stelt de SBOH gelden beschikbaar voor de opleiding van aios op de huisartsenposten. InEen en de SBOH zijn met elkaar in gesprek over de tweede tranche: SBOH heeft de indruk dat de gelden nog steeds niet (juist) worden ingezet. Er worden weinig tot geen aanvragen voor tweede tranche gelden ingediend. We roepen jullie op deze aanvraag vóór 31 december in te dienen bij de SBOH. Met vragen kun je terecht bij Ludeke van der Es (InEen).

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Sinds 2007 stelt de SBOH gelden beschikbaar voor de opleiding van aios op de huisartsenposten. InEen en de SBOH zijn met elkaar in gesprek over de tweede tranche: SBOH heeft de indruk dat de gelden nog steeds niet (juist) worden ingezet. Er worden weinig tot geen aanvragen voor tweede tranche gelden ingediend. We roepen jullie op deze aanvraag vóór 31 december in te dienen bij de SBOH. Met vragen kun je terecht bij Ludeke van der Es (InEen).

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Netwerk asielzoekers/vluchtelingen op ledenplatform InEen

04 november 2015

Dagelijks worden er nieuwe vluchtelingen in Nederland opvangen. Deze mensen krijgen een plaats in een crisisnoodopvang en na 72 uur gaan ze naar een andere crisisnoodopvang. De situatie in een gemeente verandert daardoor snel. InEen kreeg het verzoek om de communicatielijnen tussen de leden kort te houden. Op het ledenplatform van onze website is daarom een apart open netwerk aangemaakt voor dit thema. Daar kunnen jullie goede voorbeelden, laatste kennis en ervaringen met elkaar delen. Meld je aan! [Dit doe je door je  profiel aan te passen: Vink Asielzoekers/vluchtelingen aan bij Openbare Netwerken. Je aanvraag wordt in behandeling genomen en snel goedgekeurd.]

Dit bericht is opgenomen uit het weekbericht.

[...]

Dagelijks worden er nieuwe vluchtelingen in Nederland opvangen. Deze mensen krijgen een plaats in een crisisnoodopvang en na 72 uur gaan ze naar een andere crisisnoodopvang. De situatie in een gemeente verandert daardoor snel. InEen kreeg het verzoek om de communicatielijnen tussen de leden kort te houden. Op het ledenplatform van onze website is daarom een apart open netwerk aangemaakt voor dit thema. Daar kunnen jullie goede voorbeelden, laatste kennis en ervaringen met elkaar delen. Meld je aan! [Dit doe je door je  profiel aan te passen: Vink Asielzoekers/vluchtelingen aan bij Openbare Netwerken. Je aanvraag wordt in behandeling genomen en snel goedgekeurd.]

Dit bericht is opgenomen uit het weekbericht.

Burgerhulpverleners gezocht

29 oktober 2015

burgerwacht-pngBij een hartstilstand is snelheid geboden; de eerste zes minuten zijn cruciaal. Omdat de aanrijtijd van een ambulance vaak langer is, zoekt de Hartstichting naar vrijwilligers die in de buurt wonen of werken en snel kunnen worden opgeroepen. Zij starten met reanimeren en defibrilleren totdat de ambulance arriveert en vergroten daarmee de overlevingskans van het slachtoffer. De oproep van de Hartstichting richt zich nadrukkelijk ook op zorgprofessionals. Zij hebben competenties die hen zeer geschikt maken als burgerhulpverlener.

Burgerhulpverleners staan aangemeld bij het oproepsysteem in de regio. Als er via 112 een hartstilstand in de buurt wordt gemeld, ontvangen ze een sms met de locatie van het slachtoffer. Gevraagd wordt direct naar de locatie te gaan, of eerst een AED op te halen. Meerdere burgerhulpverleners in de buurt krijgen de oproep, waardoor de kans groot is dat zij samen hulp verlenen aan het slachtoffer. Iedereen van 18 jaar of ouder met een geldig reanimatiecertificaat mag burgerhulpverlener worden.

Burgerhulpverleners kunnen aangeven of zij ook ’s nachts beschikbaar zijn of alleen overdag tussen bepaalde tijden. Ook kunnen zij verschillende adressen opgeven, bijvoorbeeld woon- en werkadres. Niet reageren op een oproep, bijvoorbeeld omdat je je telefoon niet bij je hebt of gewoon niet in de buurt bent, is geen probleem. Het gaat er om dat de deelnemers de intentie hebben om te gaan als ze daartoe in staat zijn.

Burgerhulpverleners reanimeren het slachtoffer totdat de ambulance arriveert. Daarna neemt het ambulancepersoneel de reanimatie over. Mocht het slachtoffer de hartstilstand niet overleven, dan is het voor naasten belangrijk te weten dat er een snelle poging is gedaan om hem of haar te redden. Het werk van de burgerhulpverleners is nooit voor niets.

Nu aanmelden
Waar het lukt een ‘zes-minuten zone’ in te richten, betekent dit een waardevolle aanvulling voor de acute zorgketen. InEen ondersteunt de oproep van de Hartstichting daarom graag. Aanmelden kan via www.hartstichting.nl/burgerhulpverlener. Daar staan ook verhalen van burgerhulpverleners die in actie kwamen en van slachtoffers die hun hartstilstand overleefden dankzij burgerhulpverleners. Om in heel Nederland binnen zes minuten de juiste hulp te verlenen, zijn 200.000 burgerhulpverleners nodig.

[...]

burgerwacht-pngBij een hartstilstand is snelheid geboden; de eerste zes minuten zijn cruciaal. Omdat de aanrijtijd van een ambulance vaak langer is, zoekt de Hartstichting naar vrijwilligers die in de buurt wonen of werken en snel kunnen worden opgeroepen. Zij starten met reanimeren en defibrilleren totdat de ambulance arriveert en vergroten daarmee de overlevingskans van het slachtoffer. De oproep van de Hartstichting richt zich nadrukkelijk ook op zorgprofessionals. Zij hebben competenties die hen zeer geschikt maken als burgerhulpverlener.

Burgerhulpverleners staan aangemeld bij het oproepsysteem in de regio. Als er via 112 een hartstilstand in de buurt wordt gemeld, ontvangen ze een sms met de locatie van het slachtoffer. Gevraagd wordt direct naar de locatie te gaan, of eerst een AED op te halen. Meerdere burgerhulpverleners in de buurt krijgen de oproep, waardoor de kans groot is dat zij samen hulp verlenen aan het slachtoffer. Iedereen van 18 jaar of ouder met een geldig reanimatiecertificaat mag burgerhulpverlener worden.

Burgerhulpverleners kunnen aangeven of zij ook ’s nachts beschikbaar zijn of alleen overdag tussen bepaalde tijden. Ook kunnen zij verschillende adressen opgeven, bijvoorbeeld woon- en werkadres. Niet reageren op een oproep, bijvoorbeeld omdat je je telefoon niet bij je hebt of gewoon niet in de buurt bent, is geen probleem. Het gaat er om dat de deelnemers de intentie hebben om te gaan als ze daartoe in staat zijn.

Burgerhulpverleners reanimeren het slachtoffer totdat de ambulance arriveert. Daarna neemt het ambulancepersoneel de reanimatie over. Mocht het slachtoffer de hartstilstand niet overleven, dan is het voor naasten belangrijk te weten dat er een snelle poging is gedaan om hem of haar te redden. Het werk van de burgerhulpverleners is nooit voor niets.

Nu aanmelden
Waar het lukt een ‘zes-minuten zone’ in te richten, betekent dit een waardevolle aanvulling voor de acute zorgketen. InEen ondersteunt de oproep van de Hartstichting daarom graag. Aanmelden kan via www.hartstichting.nl/burgerhulpverlener. Daar staan ook verhalen van burgerhulpverleners die in actie kwamen en van slachtoffers die hun hartstilstand overleefden dankzij burgerhulpverleners. Om in heel Nederland binnen zes minuten de juiste hulp te verlenen, zijn 200.000 burgerhulpverleners nodig.

Award voor het beste triage idee

21 oktober 2015

De Stichting NTS heeft een nieuwe prijs in het leven geroepen, namelijk een award voor het meest innovatieve en inspirerende idee voor verdere ontwikkeling van de triage en de spoedzorg. Heb je in de afgelopen periode een innovatie doorgevoerd of heb je een inzicht waarmee de spoedzorg of de triage verbeterd kan worden? Aanmelden voor de award kan tot 1 december. Volgend jaar april op het 5de Nederlands Triage Congres wordt de winnaar bekend gemaakt. Spelregels en aanmelding.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

De Stichting NTS heeft een nieuwe prijs in het leven geroepen, namelijk een award voor het meest innovatieve en inspirerende idee voor verdere ontwikkeling van de triage en de spoedzorg. Heb je in de afgelopen periode een innovatie doorgevoerd of heb je een inzicht waarmee de spoedzorg of de triage verbeterd kan worden? Aanmelden voor de award kan tot 1 december. Volgend jaar april op het 5de Nederlands Triage Congres wordt de winnaar bekend gemaakt. Spelregels en aanmelding.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Onderzoek toegevoegde waarde regiearts

05 oktober 2015

Eerder deden we een oproep om mee te doen aan een onderzoek van IQ healthcare (Radboudumc) naar de toegevoegde waarde van de regiearts bij telefonische triage. Inmiddels is op één huisartsenpost een succesvol onderzoek uitgevoerd. Wil je ook weten hoe de triagisten en de huisartsen de rol van de regiearts op de post ervaren? Meld je dan ook aan voor dit onderzoek. De kosten per post bedragen € 2000. Na afloop van de studie krijgt de huisartsenpost een feedbackrapport van de eigen resultaten. Aanmelden en meer informatie.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Eerder deden we een oproep om mee te doen aan een onderzoek van IQ healthcare (Radboudumc) naar de toegevoegde waarde van de regiearts bij telefonische triage. Inmiddels is op één huisartsenpost een succesvol onderzoek uitgevoerd. Wil je ook weten hoe de triagisten en de huisartsen de rol van de regiearts op de post ervaren? Meld je dan ook aan voor dit onderzoek. De kosten per post bedragen € 2000. Na afloop van de studie krijgt de huisartsenpost een feedbackrapport van de eigen resultaten. Aanmelden en meer informatie.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Medische zorg in crisisnoodopvang vluchtelingen

05 oktober 2015

Overal in Nederland verzorgen gemeenten crisisnoodopvang voor nog niet geregistreerde vluchtelingen. De medisch zorg voor asielzoekers loopt normaal via het GezondheidsCentrum Asielzoekers (GC A). Voor de crisisnoodopvang die bedoeld is voor minder dan 72 uur, is deze zorg echter niet mogelijk.  We hebben voor jullie een overzicht gemaakt van hoe de medische zorg voor de vluchtelingen in de crisisnoodopvang meestal wordt georganiseerd. Ook vinden jullie in dit overzicht praktische links naar informatie over onder andere de financiering. Primair Huisartsenposten maakte een korte handreiking.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Overal in Nederland verzorgen gemeenten crisisnoodopvang voor nog niet geregistreerde vluchtelingen. De medisch zorg voor asielzoekers loopt normaal via het GezondheidsCentrum Asielzoekers (GC A). Voor de crisisnoodopvang die bedoeld is voor minder dan 72 uur, is deze zorg echter niet mogelijk.  We hebben voor jullie een overzicht gemaakt van hoe de medische zorg voor de vluchtelingen in de crisisnoodopvang meestal wordt georganiseerd. Ook vinden jullie in dit overzicht praktische links naar informatie over onder andere de financiering. Primair Huisartsenposten maakte een korte handreiking.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

ANW-zorg asielzoekers en vluchtelingen

01 oktober 2015

De grote en acute instroom van vluchtelingen leidt bij InEen tot veel vragen over hoe huisartsenposten hun bijdrage kunnen leveren aan de zorg voor deze mensen. Vorig jaar zetten we aan de hand van vijf vragen informatie op een rij over ‘Hoe is de ANW-zorg voor asielzoekers geregeld?’ Door de snel toenemende aantallen blijkt dit kader op dit moment niet overal passend. Ook zijn er de niet-geregistreerden rondom wie nog meer acute vraagstukken spelen. Een eerste advies is mensen niet naar de huisartsenpost te laten komen maar om op locatie ondersteuning te bieden: uit praktische overwegingen en omdat zich onder de vluchtelingen besmettelijke ziekten kunnen voordoen. InEen wil graag op korte termijn met enkele leden overleggen hoe de huisartsenposten kunnen bijdragen aan de zorg voor mensen die per direct ergens in Nederland onderdak krijgen en de weken daarvoor verstoken waren van zorg. Daarbij willen we ook het Gezondheidscentrum Asielzoekers (GC A) en de NZa (bekostiging) betrekken. Wil je meedenken? Stuur een bericht naar Ludeke van der Es (InEen)

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

De grote en acute instroom van vluchtelingen leidt bij InEen tot veel vragen over hoe huisartsenposten hun bijdrage kunnen leveren aan de zorg voor deze mensen. Vorig jaar zetten we aan de hand van vijf vragen informatie op een rij over ‘Hoe is de ANW-zorg voor asielzoekers geregeld?’ Door de snel toenemende aantallen blijkt dit kader op dit moment niet overal passend. Ook zijn er de niet-geregistreerden rondom wie nog meer acute vraagstukken spelen. Een eerste advies is mensen niet naar de huisartsenpost te laten komen maar om op locatie ondersteuning te bieden: uit praktische overwegingen en omdat zich onder de vluchtelingen besmettelijke ziekten kunnen voordoen. InEen wil graag op korte termijn met enkele leden overleggen hoe de huisartsenposten kunnen bijdragen aan de zorg voor mensen die per direct ergens in Nederland onderdak krijgen en de weken daarvoor verstoken waren van zorg. Daarbij willen we ook het Gezondheidscentrum Asielzoekers (GC A) en de NZa (bekostiging) betrekken. Wil je meedenken? Stuur een bericht naar Ludeke van der Es (InEen)

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Gezamenlijk actieplan kindermishandeling

21 september 2015

De Tweede Kamer volgt het onderwerp kindermishandeling op de voet. Bij het informeren van de Kamerleden trekken de koepelorganisaties LHV, KNMG, NHG en InEen zoveel mogelijk samen op. Volgende week heeft de Vaste Kamercommissie een overleg waarin het gezamenlijke actieplan ‘Lopende en nieuwe acties kindermishandeling van de koepelorganisaties wordt besproken (zie ook de aanbiedingsbrief aan de Vaste Kamercommissie). Uiteraard houden we jullie na volgende week op de hoogte van het vervolg. Daarnaast loopt het implementatietraject kindcheck huisartsenposten op haar einde. De definitieve resultaten worden binnenkort verwacht en door de onderzoeker met de huisartsenposten gecommuniceerd.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van InEen.

[...]

De Tweede Kamer volgt het onderwerp kindermishandeling op de voet. Bij het informeren van de Kamerleden trekken de koepelorganisaties LHV, KNMG, NHG en InEen zoveel mogelijk samen op. Volgende week heeft de Vaste Kamercommissie een overleg waarin het gezamenlijke actieplan ‘Lopende en nieuwe acties kindermishandeling van de koepelorganisaties wordt besproken (zie ook de aanbiedingsbrief aan de Vaste Kamercommissie). Uiteraard houden we jullie na volgende week op de hoogte van het vervolg. Daarnaast loopt het implementatietraject kindcheck huisartsenposten op haar einde. De definitieve resultaten worden binnenkort verwacht en door de onderzoeker met de huisartsenposten gecommuniceerd.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van InEen.

Samenwerking huisartsenpost en SEH in Heerlen

11 september 2015

Deze week verhuisde Huisartsenpost Oostelijk Zuid-Limburg naar het Spoedplein in het Zuyderland Medisch Centrum in Heerlen. Huisartsenpost Oostelijk Zuid-Limburg is de nieuwe naam van de Centrale Huisartsenpost Nightcare. De verhuizing betekent ook de start van een intensieve samenwerking met de SEH van het ziekenhuis. Alle patiënten die binnenlopen worden voortaan eerst door een triagist van de huisartsenpost gezien, die bepaalt of de patiënt naar de huisartsenpost of de SEH gaat.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Deze week verhuisde Huisartsenpost Oostelijk Zuid-Limburg naar het Spoedplein in het Zuyderland Medisch Centrum in Heerlen. Huisartsenpost Oostelijk Zuid-Limburg is de nieuwe naam van de Centrale Huisartsenpost Nightcare. De verhuizing betekent ook de start van een intensieve samenwerking met de SEH van het ziekenhuis. Alle patiënten die binnenlopen worden voortaan eerst door een triagist van de huisartsenpost gezien, die bepaalt of de patiënt naar de huisartsenpost of de SEH gaat.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Bijeenkomst visieontwikkeling huisartsenposten

11 september 2015

In de DLV Huisartsenposten van 12 mei constateerden we dat het goed is onze visie op acute zorg te actualiseren. We spraken af hiervoor op woensdag voorafgaand aan de tweedaagse twee uur uit te trekken. Hierbij nodigen we de vertegenwoordigers van huisartsenposten uit om op 16 september van 10-12 uur samen verder te denken en te werken aan de visie huisartsenposten 2016-2020. Bekijk het programma en de drie visiedocumenten: Corporate story en Veranderstrategie Huisartsenpost, Toekomstvisie 2011-2015 en het Ambitiedocument LHV-InEen voor doorontwikkeling van de huisartsenzorg. Graag horen we of je erbij bent.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

In de DLV Huisartsenposten van 12 mei constateerden we dat het goed is onze visie op acute zorg te actualiseren. We spraken af hiervoor op woensdag voorafgaand aan de tweedaagse twee uur uit te trekken. Hierbij nodigen we de vertegenwoordigers van huisartsenposten uit om op 16 september van 10-12 uur samen verder te denken en te werken aan de visie huisartsenposten 2016-2020. Bekijk het programma en de drie visiedocumenten: Corporate story en Veranderstrategie Huisartsenpost, Toekomstvisie 2011-2015 en het Ambitiedocument LHV-InEen voor doorontwikkeling van de huisartsenzorg. Graag horen we of je erbij bent.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Ronde tafel VZVZ-InEen

05 september 2015

Sinds dit jaar maken vrijwel alle huisartsenposten voor hun gegevensuitwisseling gebruik van het Landelijke Schakelpunt (LSP). Tijd om een eerste balans op te maken. Op uitnodiging van VZVZ en InEen wisselden een aantal bestuurders van huisartsenposten en huisartsen afgelopen week hun ervaringen uit. Onder leiding van Adriaan Mol kwamen uiteenlopende vraagstukken aan bod, onder andere verschillen in werkwijzen op de huisartsenposten, de ervaringen met de verschillende call-managementsystemen en de terugrapportage naar het HIS. Een lastige vraag is hoe je de balans kan vinden tussen medisch-inhoudelijke overwegingen, werkbaarheid en de eisen rond beveiliging. Duidelijk werd dat een helder medisch-inhoudelijke beleid van de huisartsenpost leidend moet zijn voor de inrichting van de processen rond het gebruik van de gegevensuitwisseling. Er is dan vaak meer mogelijk dan gedacht. De deelnemers vonden het nuttig om op deze manier kennis en ervaring te delen. Voor VZVZ was het een nuttige bijeenkomst om beter te kunnen begrijpen tegen welke problemen de huisartsenposten in de praktijk aanlopen.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht. 

[...]

Sinds dit jaar maken vrijwel alle huisartsenposten voor hun gegevensuitwisseling gebruik van het Landelijke Schakelpunt (LSP). Tijd om een eerste balans op te maken. Op uitnodiging van VZVZ en InEen wisselden een aantal bestuurders van huisartsenposten en huisartsen afgelopen week hun ervaringen uit. Onder leiding van Adriaan Mol kwamen uiteenlopende vraagstukken aan bod, onder andere verschillen in werkwijzen op de huisartsenposten, de ervaringen met de verschillende call-managementsystemen en de terugrapportage naar het HIS. Een lastige vraag is hoe je de balans kan vinden tussen medisch-inhoudelijke overwegingen, werkbaarheid en de eisen rond beveiliging. Duidelijk werd dat een helder medisch-inhoudelijke beleid van de huisartsenpost leidend moet zijn voor de inrichting van de processen rond het gebruik van de gegevensuitwisseling. Er is dan vaak meer mogelijk dan gedacht. De deelnemers vonden het nuttig om op deze manier kennis en ervaring te delen. Voor VZVZ was het een nuttige bijeenkomst om beter te kunnen begrijpen tegen welke problemen de huisartsenposten in de praktijk aanlopen.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht. 

Waterdag Acute zorg

18 augustus 2015

Tijdens de laatste dlv Huisartsenposten bleek een duidelijke behoeft aan herziening van onze visie acute zorg. Afgelopen dinsdag is daar de eerste slag voor geslagen. We hebben met directeuren/bestuurders van huisartsenposten die in een van de BAC’s van InEen zitten inspiratie opgedaan gedaan voor de visieontwikkeling op toekomst van de zorg tijdens ANW-uren. Lebbis droomde over het perfecte terrasje. De aanwezigen droomden over perfecte acute zorg. De dromen terugbrengen naar de realiteit was de volgende stap. De visiedag wordt vervolgd in september op de woensdagochtend van de Tweedaagse. Jullie horen dit najaar dus meer.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht. 

[...]

Tijdens de laatste dlv Huisartsenposten bleek een duidelijke behoeft aan herziening van onze visie acute zorg. Afgelopen dinsdag is daar de eerste slag voor geslagen. We hebben met directeuren/bestuurders van huisartsenposten die in een van de BAC’s van InEen zitten inspiratie opgedaan gedaan voor de visieontwikkeling op toekomst van de zorg tijdens ANW-uren. Lebbis droomde over het perfecte terrasje. De aanwezigen droomden over perfecte acute zorg. De dromen terugbrengen naar de realiteit was de volgende stap. De visiedag wordt vervolgd in september op de woensdagochtend van de Tweedaagse. Jullie horen dit najaar dus meer.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht. 

Trajecten van Zorginstituut Nederland

13 augustus 2015

Het opstellen van een kwaliteitskader voor de spoedzorgketen (inclusief schakels) is een van de trajecten waarmee Zorginstituut Nederland actief is in de spoedzorg. InEen, NHG en LHV zijn hierbij vanaf het begin betrokken. Op 30 juni organiseerde ZorginstituutNL een invitational conference waar we als InEen een actieve inbreng in de discussie hebben gehad. Bij de volgende stap – het schrijven van het Kwaliteitskader – worden de veldpartijen opnieuw betrokken. De verdere inbreng van InEen staat 8 september op de agenda van de BAC Acute Zorg. ZorginstituutNL is verder bezig met het opstellen van indicatoren en (optimum)normen voor zes spoedindicaties uit hun kwaliteitsvisie. Een expertgroep heeft inmiddels voor vijf indicaties adviezen opgesteld en voor commentaar voorgelegd aan een groot aantal partijen. Omdat dit zorgprocessen betreft in de tweedelijns intramurale zorg, zijn eerstelijnspartijen hier niet expliciet bij betrokken. InEen, NHG en LHV lijkt het niet zinvol om vanuit de landelijke eerstelijnskoepels een reactie te maken. In sommige regio’s echter legt het ROAZ de indicatoren voor aan alle deelnemers in het ROAZ. Daardoor kan de vraag om commentaar toch bij sommige huisartsenposten en LHV-afdelingen terechtkomen.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Het opstellen van een kwaliteitskader voor de spoedzorgketen (inclusief schakels) is een van de trajecten waarmee Zorginstituut Nederland actief is in de spoedzorg. InEen, NHG en LHV zijn hierbij vanaf het begin betrokken. Op 30 juni organiseerde ZorginstituutNL een invitational conference waar we als InEen een actieve inbreng in de discussie hebben gehad. Bij de volgende stap – het schrijven van het Kwaliteitskader – worden de veldpartijen opnieuw betrokken. De verdere inbreng van InEen staat 8 september op de agenda van de BAC Acute Zorg. ZorginstituutNL is verder bezig met het opstellen van indicatoren en (optimum)normen voor zes spoedindicaties uit hun kwaliteitsvisie. Een expertgroep heeft inmiddels voor vijf indicaties adviezen opgesteld en voor commentaar voorgelegd aan een groot aantal partijen. Omdat dit zorgprocessen betreft in de tweedelijns intramurale zorg, zijn eerstelijnspartijen hier niet expliciet bij betrokken. InEen, NHG en LHV lijkt het niet zinvol om vanuit de landelijke eerstelijnskoepels een reactie te maken. In sommige regio’s echter legt het ROAZ de indicatoren voor aan alle deelnemers in het ROAZ. Daardoor kan de vraag om commentaar toch bij sommige huisartsenposten en LHV-afdelingen terechtkomen.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

European Forum for Primary Care (EFPC): Persoonsgerichte zorg

13 augustus 2015

Recent onderzoek van het NIVEL bij zorggroep RCH Midden-Brabant laat zien dat aandacht voor zelfmanagement en het aanbieden van training en scholing een positief effect hebben op de attitude en ervaringen van zorgverleners: ze gaan zelfmanagement belangrijker vinden, bieden de ondersteuning van zelfmanagement meer geïntegreerd aan en maken meer gebruik van het Individueel Zorgplan (IZP) als instrument om zelfmanagement vorm te geven. Een meerderheid van de zorgverleners in Midden-Brabant ziet zelfmanagement nu als een speerpunt voor kwaliteitsbeleid, aldus het onderzoeksrapport. Ook elders in Europa zijn eerstelijnszorgverleners bezig met dit onderwerp. Zij zien zich gesteld voor vergelijkbare vraagstukken. De oplossingen en ervaringen uit het buitenland kunnen ons helpen bij het vinden van nieuwe arrangementen.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Recent onderzoek van het NIVEL bij zorggroep RCH Midden-Brabant laat zien dat aandacht voor zelfmanagement en het aanbieden van training en scholing een positief effect hebben op de attitude en ervaringen van zorgverleners: ze gaan zelfmanagement belangrijker vinden, bieden de ondersteuning van zelfmanagement meer geïntegreerd aan en maken meer gebruik van het Individueel Zorgplan (IZP) als instrument om zelfmanagement vorm te geven. Een meerderheid van de zorgverleners in Midden-Brabant ziet zelfmanagement nu als een speerpunt voor kwaliteitsbeleid, aldus het onderzoeksrapport. Ook elders in Europa zijn eerstelijnszorgverleners bezig met dit onderwerp. Zij zien zich gesteld voor vergelijkbare vraagstukken. De oplossingen en ervaringen uit het buitenland kunnen ons helpen bij het vinden van nieuwe arrangementen.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Vooraankondiging: themabijeenkomst Triage op 6 oktober 2015

29 juli 2015

Dit najaar organiseren we de derde themabijeenkomst Triage, namelijk op dinsdag 6 oktober van 10.00-13.30 uur in Utrecht. Onder meer presenteren we dan de resultaten van de enquête over de implementatie van de kernset. De bijeenkomst is weer bedoeld voor degenen die op de huisartsenposten bezig zijn met de kwaliteit van de triage en de scholing van triagisten. Wat de kernset betreft merken we – in overleg met de Toetsingscommissie – nog op dat de overstap naar de kernset niet gemeld hoeft te worden bij de Toetsingscommissie. Alle huisartsenposten bewegen immers de komende tijd richting de kernset en de Toetsingscommissie is met dat instrument goed bekend.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Dit najaar organiseren we de derde themabijeenkomst Triage, namelijk op dinsdag 6 oktober van 10.00-13.30 uur in Utrecht. Onder meer presenteren we dan de resultaten van de enquête over de implementatie van de kernset. De bijeenkomst is weer bedoeld voor degenen die op de huisartsenposten bezig zijn met de kwaliteit van de triage en de scholing van triagisten. Wat de kernset betreft merken we – in overleg met de Toetsingscommissie – nog op dat de overstap naar de kernset niet gemeld hoeft te worden bij de Toetsingscommissie. Alle huisartsenposten bewegen immers de komende tijd richting de kernset en de Toetsingscommissie is met dat instrument goed bekend.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Nieuw animatiefilm over de huisartsenpost

21 juli 2015

De huisartsenposten in Harderwijk en Apeldoorn hebben samen een nieuwe versie gemaakt van de animatiefilm die uitleg geeft over de werkwijze van de huisartsenpost: wanneer moet ik de huisartsenpost bellen en wat kan ik dan verwachten? Nieuw is de uitleg over de app ‘Moet ik naar de dokter’ die mensen helpt te beoordelen óf en wanneer ze naar de huisarts moeten. De app geeft ook zelfzorgadvies en verwijst door naar Thuisarts.nl, het NHG-zelfzorgplatform. Van de animatie bestaat een webversie en een wachtkamerversie zonder geluid. Meer informatie in het persbericht. Het filmpje is in beide versies te downloaden vanaf de website ‘Moet ik naar de dokter’. De app ‘Moet ik naar de dokter’ is een initiatief van de post in Apeldoorn en is gratis verkrijgbaar via de App Store of de Play Store.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

De huisartsenposten in Harderwijk en Apeldoorn hebben samen een nieuwe versie gemaakt van de animatiefilm die uitleg geeft over de werkwijze van de huisartsenpost: wanneer moet ik de huisartsenpost bellen en wat kan ik dan verwachten? Nieuw is de uitleg over de app ‘Moet ik naar de dokter’ die mensen helpt te beoordelen óf en wanneer ze naar de huisarts moeten. De app geeft ook zelfzorgadvies en verwijst door naar Thuisarts.nl, het NHG-zelfzorgplatform. Van de animatie bestaat een webversie en een wachtkamerversie zonder geluid. Meer informatie in het persbericht. Het filmpje is in beide versies te downloaden vanaf de website ‘Moet ik naar de dokter’. De app ‘Moet ik naar de dokter’ is een initiatief van de post in Apeldoorn en is gratis verkrijgbaar via de App Store of de Play Store.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

NZa budgetbedragen huisartsenposten 2016

15 juli 2015

De NZa heeft de geïndexeerde budgetbedragen 2016 voor de huisartsenposten aan ons laten weten. Voor de goed ingevoerden: het nacalculatorische percentage voor 2015 is lager dan het voorcalculatorische. Het voorcalculatorische budgetpercentage 2016 is opnieuw 0,75%. De bedragen zijn hierdoor licht gestegen, namelijk naar:

  • module basisbedrag € 11,97
  • module platteland € 2,99
  • module zorgconsumptie € 2,39.

Het ANW-uurtarief voor 2016 is € 70,96. Belangstellenden voor de berekening van de budgetbedragen kunnen die opvragen bij Margot Lenos.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

De NZa heeft de geïndexeerde budgetbedragen 2016 voor de huisartsenposten aan ons laten weten. Voor de goed ingevoerden: het nacalculatorische percentage voor 2015 is lager dan het voorcalculatorische. Het voorcalculatorische budgetpercentage 2016 is opnieuw 0,75%. De bedragen zijn hierdoor licht gestegen, namelijk naar:

  • module basisbedrag € 11,97
  • module platteland € 2,99
  • module zorgconsumptie € 2,39.

Het ANW-uurtarief voor 2016 is € 70,96. Belangstellenden voor de berekening van de budgetbedragen kunnen die opvragen bij Margot Lenos.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Implementatie kernset triage

09 juli 2015

Op 21 april jl. vond de tweede Themabijeenkomst Triage plaats. Bij dit weekbericht vind je het verslag van die bijeenkomst. We hebben het in de vorm van vragen en antwoorden opgesteld. Onze bedoeling was op dit moment ook de Handreiking Arbeidsrechtelijke aspecten van het diploma triage mee te sturen. De handreiking is in concept klaar maar helaas blijken we toch meer tijd nodig te hebben om het juridisch helemaal juist te krijgen. Huisartsenposten die een acuut probleem hebben op dit vlak kunnen contact opnemen met Hansmaarten Bolle of Christel van Vugt.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Op 21 april jl. vond de tweede Themabijeenkomst Triage plaats. Bij dit weekbericht vind je het verslag van die bijeenkomst. We hebben het in de vorm van vragen en antwoorden opgesteld. Onze bedoeling was op dit moment ook de Handreiking Arbeidsrechtelijke aspecten van het diploma triage mee te sturen. De handreiking is in concept klaar maar helaas blijken we toch meer tijd nodig te hebben om het juridisch helemaal juist te krijgen. Huisartsenposten die een acuut probleem hebben op dit vlak kunnen contact opnemen met Hansmaarten Bolle of Christel van Vugt.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Effectmeting LSP

09 juli 2015

VZVZ, ZN en de convenantpartijen InEen, LHV, NPCF, KNMP en NVZ hebben besloten gezamenlijk een effectmeting uit te laten voeren naar de effecten van het gebruik van het Landelijk Schakelpunt (LSP). Dit in het kader van een nieuw af te sluiten convenant. Significant voert de effectmeting uit. Eén van de gebruikte onderzoeksmiddelen is een korte vragenlijst. Het doel van deze vragenlijst is om een beeld te krijgen van de ervaringen en opvattingen van gebruikers over het huidig gebruik van het LSP en in het bijzonder de (eventuele) effecten hiervan. Significant zet deze vragenlijst uit onder een steekproef van leden van VZVZ, onder wie ook huisartsenposten. Mogelijk wordt u hiervoor benaderd. InEen ondersteunt dit onderzoek en hoopt dat u mee wil werken. De vragenlijst bestaat uit ongeveer 10 vragen, en zal naar inschatting ongeveer 10 minuten van uw tijd in beslag nemen. Meer informatie via onderzoekers Loes Koster (loes.koster@significant.nl/ 06 – 47 86 74 14) of Reneé van der Zanden (renee.van.der.zanden@significant.nl / 06 – 83 16 33 49).

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

VZVZ, ZN en de convenantpartijen InEen, LHV, NPCF, KNMP en NVZ hebben besloten gezamenlijk een effectmeting uit te laten voeren naar de effecten van het gebruik van het Landelijk Schakelpunt (LSP). Dit in het kader van een nieuw af te sluiten convenant. Significant voert de effectmeting uit. Eén van de gebruikte onderzoeksmiddelen is een korte vragenlijst. Het doel van deze vragenlijst is om een beeld te krijgen van de ervaringen en opvattingen van gebruikers over het huidig gebruik van het LSP en in het bijzonder de (eventuele) effecten hiervan. Significant zet deze vragenlijst uit onder een steekproef van leden van VZVZ, onder wie ook huisartsenposten. Mogelijk wordt u hiervoor benaderd. InEen ondersteunt dit onderzoek en hoopt dat u mee wil werken. De vragenlijst bestaat uit ongeveer 10 vragen, en zal naar inschatting ongeveer 10 minuten van uw tijd in beslag nemen. Meer informatie via onderzoekers Loes Koster (loes.koster@significant.nl/ 06 – 47 86 74 14) of Reneé van der Zanden (renee.van.der.zanden@significant.nl / 06 – 83 16 33 49).

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Logo huisartsenposten en digitaal loket

02 juli 2015

Een tijd geleden besloten de huisartsenposten in een deelledenvergadering om te streven naar een gezamenlijke positionering en het vergroten van de herkenbaarheid in de uitingen van de posten. Dat heeft geresulteerd in een brandingstraject, een pay-off en een logo. Met de ontwikkelaars van het logo, Taken By Storm, is InEen in gesprek over het verzorgen van een digitaal loket voor de verschillende uitingen. Leden kunnen dit loket tegen een goede prijs gebruiken. Het staat de huisartsenposten natuurlijk vrij om dit wel of niet te doen, het is geen verplichting, wel een handige tool.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Een tijd geleden besloten de huisartsenposten in een deelledenvergadering om te streven naar een gezamenlijke positionering en het vergroten van de herkenbaarheid in de uitingen van de posten. Dat heeft geresulteerd in een brandingstraject, een pay-off en een logo. Met de ontwikkelaars van het logo, Taken By Storm, is InEen in gesprek over het verzorgen van een digitaal loket voor de verschillende uitingen. Leden kunnen dit loket tegen een goede prijs gebruiken. Het staat de huisartsenposten natuurlijk vrij om dit wel of niet te doen, het is geen verplichting, wel een handige tool.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Alle spoedzorg op één locatie

26 juni 2015

spoedpost-op-1-locatieIn de nieuwe Spoedpost op het terrein van het Noord-Limburgse ziekenhuis VieCuri kunnen zo’n 200.000 Noord-Limburgers terecht kunnen voor ál hun medische spoedvragen buiten kantooruren. Dat is grote winst, zegt Guus Jaspar, medisch directeur van huisartsenorganisatie Cohesie, samen met VieCuri initiatiefnemer van de Spoedpost.

Niet alleen de Huisartsenposten Noord-Limburg (onderdeel van Cohesie) en de SEH trekken samen op in de nieuwe Spoedpost, ook GGZ, tandartsen en dienstapotheken doen mee. En de verloskunde, want in hetzelfde gebouw is het nieuwe Geboortecentrum gevestigd. Deze unieke krachtenbundeling betekent korte lijnen en snel schakelen. Jaspar: ‘Er is nu één spoednummer waarachter we iemand bijvoorbeeld direct in het triagekanaal van de tandartsen kunnen zetten, zonder dat hij weer extra nummers hoeft te draaien. En de patiënt hoeft niet naar een tandarts op een onbekend adres, maar kan gewoon hier terecht. GGZ-problemen schakelen we direct door naar de GGZ-voorwacht die ook hier in het gebouw zit, enzovoort.’ Zo’n 80% van de beoogde samenwerking is nu gerealiseerd, zegt Jaspar. ‘We willen de diensten bijvoorbeeld nog aanvullen met een V&V-verpleegkundige. De huisartsenpost wordt vaak gebeld door verzorgenden. Hun vragen kunnen meestal beter door een verpleegkundige uit die sector worden beantwoord, ook omdat er vaak organisatorische aspecten meespelen.’ Jaspar: ‘Er gaat minder tijd verloren en de boodschap verliest onderweg geen nuances. Dat geeft minder risico en méér kwaliteit van zorg.’

Het proces om tot de spoedpost te komen startte in 2006. Al snel bleek de organisatorische ingang niet de weg en kozen de artsen van VieCuri en Cohesie de weg van de inhoud: waarmee is de patiënt het beste gediend? Gaandeweg haakten ook de andere voorzieningen aan. Jaspar: ‘Door als professionals vanuit de inhoud met elkaar te praten, kregen we stap voor stap het vertrouwen in elkaars kunnen. Dan kan het collectieve belang prevaleren en dat is grote winst.’ In 2013 stelden Cohesie en VieCuri samen de Visie Px-zorg Noord-Limburg op met daarin vijf uitgangspunten voor duurzame gezondheidszorg. Eén van de P’s is Participatie. Jaspar: ‘In het proces voor de Spoedpost heeft de patiëntenorganisatie Huis voor de Zorg meegedacht. Die uitwisseling gaf een extra dimensie aan de discussie, waardoor je naar elkaar toegroeit en het resultaat beter gedragen wordt.’

En hoe nu verder? Jaspar: ‘We hebben nu een seriële samenwerking met de SEH met veel voordelen. Maar terecht hebben de huisartsen zorg over hoe dit uitpakt voor de dienstbelasting. De eerste weken ging het goed, maar het blijft een uitdaging.’ En verder liggen er andere vragen voor de toekomst. ‘Je gaat in de samenwerking steeds iets verder. De SEH heeft het NTS geaccepteerd als een prima triagesysteem waar zij ook mee gaan werken. Maar aan tandartsen heeft het NTS eigenlijk niks te bieden. Dus: moeten we niet eens met het NTS gaan praten of daar op termijn niet een tandheelkundige triage in kan? Dan ga je echt integreren en dat is mooi!’

[...]

spoedpost-op-1-locatieIn de nieuwe Spoedpost op het terrein van het Noord-Limburgse ziekenhuis VieCuri kunnen zo’n 200.000 Noord-Limburgers terecht kunnen voor ál hun medische spoedvragen buiten kantooruren. Dat is grote winst, zegt Guus Jaspar, medisch directeur van huisartsenorganisatie Cohesie, samen met VieCuri initiatiefnemer van de Spoedpost.

Niet alleen de Huisartsenposten Noord-Limburg (onderdeel van Cohesie) en de SEH trekken samen op in de nieuwe Spoedpost, ook GGZ, tandartsen en dienstapotheken doen mee. En de verloskunde, want in hetzelfde gebouw is het nieuwe Geboortecentrum gevestigd. Deze unieke krachtenbundeling betekent korte lijnen en snel schakelen. Jaspar: ‘Er is nu één spoednummer waarachter we iemand bijvoorbeeld direct in het triagekanaal van de tandartsen kunnen zetten, zonder dat hij weer extra nummers hoeft te draaien. En de patiënt hoeft niet naar een tandarts op een onbekend adres, maar kan gewoon hier terecht. GGZ-problemen schakelen we direct door naar de GGZ-voorwacht die ook hier in het gebouw zit, enzovoort.’ Zo’n 80% van de beoogde samenwerking is nu gerealiseerd, zegt Jaspar. ‘We willen de diensten bijvoorbeeld nog aanvullen met een V&V-verpleegkundige. De huisartsenpost wordt vaak gebeld door verzorgenden. Hun vragen kunnen meestal beter door een verpleegkundige uit die sector worden beantwoord, ook omdat er vaak organisatorische aspecten meespelen.’ Jaspar: ‘Er gaat minder tijd verloren en de boodschap verliest onderweg geen nuances. Dat geeft minder risico en méér kwaliteit van zorg.’

Het proces om tot de spoedpost te komen startte in 2006. Al snel bleek de organisatorische ingang niet de weg en kozen de artsen van VieCuri en Cohesie de weg van de inhoud: waarmee is de patiënt het beste gediend? Gaandeweg haakten ook de andere voorzieningen aan. Jaspar: ‘Door als professionals vanuit de inhoud met elkaar te praten, kregen we stap voor stap het vertrouwen in elkaars kunnen. Dan kan het collectieve belang prevaleren en dat is grote winst.’ In 2013 stelden Cohesie en VieCuri samen de Visie Px-zorg Noord-Limburg op met daarin vijf uitgangspunten voor duurzame gezondheidszorg. Eén van de P’s is Participatie. Jaspar: ‘In het proces voor de Spoedpost heeft de patiëntenorganisatie Huis voor de Zorg meegedacht. Die uitwisseling gaf een extra dimensie aan de discussie, waardoor je naar elkaar toegroeit en het resultaat beter gedragen wordt.’

En hoe nu verder? Jaspar: ‘We hebben nu een seriële samenwerking met de SEH met veel voordelen. Maar terecht hebben de huisartsen zorg over hoe dit uitpakt voor de dienstbelasting. De eerste weken ging het goed, maar het blijft een uitdaging.’ En verder liggen er andere vragen voor de toekomst. ‘Je gaat in de samenwerking steeds iets verder. De SEH heeft het NTS geaccepteerd als een prima triagesysteem waar zij ook mee gaan werken. Maar aan tandartsen heeft het NTS eigenlijk niks te bieden. Dus: moeten we niet eens met het NTS gaan praten of daar op termijn niet een tandheelkundige triage in kan? Dan ga je echt integreren en dat is mooi!’

LHV akkoord met model-aansluitovereenkomst ha-HAP

18 juni 2015

Met veel plezier melden we jullie dat we op 28 mei per e-mail het volgende bericht ontvingen van de directeur van de LHV: ‘Na overleg tussen onze juristen en een daaruit voortvloeiende aanpassing in het artikel dat ingaat op de geneeskundige behandelingsovereenkomsten als bedoeld in de WGBO, ligt wat de LHV betreft met de versie 1 mei 2015 een model voor, op basis waarvan huisartsen en huisartsenposten hun aansluitovereenkomst kunnen sluiten. Hierdoor kan ik je dan ook namens het bestuur van de LHV, berichten dat de LHV zich kan vinden in de model-aansluitovereenkomst ha-HAP, versie 1 mei 2015. Indien huisartsen bij de LHV advies vragen over dit model, dan zullen wij hier positief over adviseren.’ Op de website van InEen is de laatste versie van de model-aansluitovereenkomst te vinden.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Met veel plezier melden we jullie dat we op 28 mei per e-mail het volgende bericht ontvingen van de directeur van de LHV: ‘Na overleg tussen onze juristen en een daaruit voortvloeiende aanpassing in het artikel dat ingaat op de geneeskundige behandelingsovereenkomsten als bedoeld in de WGBO, ligt wat de LHV betreft met de versie 1 mei 2015 een model voor, op basis waarvan huisartsen en huisartsenposten hun aansluitovereenkomst kunnen sluiten. Hierdoor kan ik je dan ook namens het bestuur van de LHV, berichten dat de LHV zich kan vinden in de model-aansluitovereenkomst ha-HAP, versie 1 mei 2015. Indien huisartsen bij de LHV advies vragen over dit model, dan zullen wij hier positief over adviseren.’ Op de website van InEen is de laatste versie van de model-aansluitovereenkomst te vinden.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Brief IGZ over toezichtbeleid overdracht medicatiegegevens 

04 juni 2015

Afgelopen week reageerde de Inspectie met een brief op de nadere toelichting van de richtlijn ‘Overdracht van medicatiegegevens in de keten’. De veldpartijen onderschreven deze nadere toelichting eind maart. De nadere toelichting is een stap op weg naar de herziening van de richtlijn die voorjaar 2016 wordt verwacht. De belangrijkste aanpassingen in de nadere toelichting hebben betrekking op de risicoafweging, het actueel medicatieoverzicht, medicatiehistorie en medicatieoverzicht. In de brief gaat de  Inspectie in op het toezichtbeleid op basis van de richtlijn en de nadere toelichting. Dit toezichtbeleid is geldig tot de herziene versie van de richtlijn van kracht wordt. Daarna stelt de IGZ het toezichtbeleid jaarlijks opnieuw vast. InEen gaat de komende maanden de nadere toelichting in de ‘Handreiking medicatiebeheer op de huisartsenpost’ verwerken.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Afgelopen week reageerde de Inspectie met een brief op de nadere toelichting van de richtlijn ‘Overdracht van medicatiegegevens in de keten’. De veldpartijen onderschreven deze nadere toelichting eind maart. De nadere toelichting is een stap op weg naar de herziening van de richtlijn die voorjaar 2016 wordt verwacht. De belangrijkste aanpassingen in de nadere toelichting hebben betrekking op de risicoafweging, het actueel medicatieoverzicht, medicatiehistorie en medicatieoverzicht. In de brief gaat de  Inspectie in op het toezichtbeleid op basis van de richtlijn en de nadere toelichting. Dit toezichtbeleid is geldig tot de herziene versie van de richtlijn van kracht wordt. Daarna stelt de IGZ het toezichtbeleid jaarlijks opnieuw vast. InEen gaat de komende maanden de nadere toelichting in de ‘Handreiking medicatiebeheer op de huisartsenpost’ verwerken.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Betere zorg huisartsenpost voor terminale patiënten

28 mei 2015

pallitatievezorg

Een pilot in de regio Schiedam heeft geleid tot betere zorg aan terminale patiënten. De centrale Huisartsenpost van Schiedam, Vlaardingen en Maassluis (CHP NWN) lanceerde in mei 2012 een pz-dienst, een achterwacht voor palliatief terminale zorg tijdens de weekenden. Dit leverde dusdanig goede resultaten op dat de post de pz-dienst nu permanent heeft ingevoerd. Een recente evaluatie onderzocht het effect op de kwaliteit van zorg.

Huisarts niet meer 24/7
De tijden zijn veranderd. Voor veel huisartsen is het moeilijk om continu beschikbaar te zijn voor hun patiënten. Dit gegeven, plus de verwachte stijgende vraag naar palliatieve zorg in de toekomst, heeft voormalig huisarts Eef van Dijk tot actie aangezet. Als medisch adviseur van de CHP Nieuwe Waterweg Noord creëerde hij draagvlak bij huisartsen in de regio om deel te nemen aan een pilot. Huisartsen die affiniteit hadden met palliatieve zorg konden zich vrijwillig beschikbaar stellen om naast hun gewone ‘postwerk’ een aantal pz-diensten te draaien. Patiënten, familieleden en zorgverleners kregen van zaterdag 08:00 uur tot zondag 24:00 uur, minus de nacht, te maken met één vaste vervanger van hun eigen huisarts.

Binnen een half uur teruggebeld
Eef van Dijk: “Normaal gesproken heeft een huisartsenpost maar één vorm van dienstverlening. Iemand belt, en tijdens het telefoongesprek schat de triage-assistent de urgentie van de zorgvraag in.  Bij CHP NWN gaat dit nu anders. Zodra de assistent herkent dat de hulpvraag over een terminale patiënt gaat, wordt afgesproken dat de beller binnen een half uur door de dienstdoende pz-arts wordt teruggebeld. Deze werkt vanuit huis en staat niet onder druk van andere urgente hulpvragen. Zo heeft hij tijd voor overleg met andere zorgverleners en kan hij zelf later, eventueel de volgende dag, terug komen. Dit levert een enorme verbetering op. Niet alleen voor patiënten en de vervangende arts, maar ook voor de naasten van de patiënt. In een evaluatiegesprek bleek dat naasten vooral de persoonlijke aandacht memoreerden, voor de patiënt en voor henzelf als mantelzorger.

Kwaliteitswinst palliatieve zorg
De recente evaluatie vergeleek CHP Nieuwe Waterweg Noord met de huisartsenpost Delft. Zorgt de pz-dienst inderdaad voor kwaliteitswinst? Er bleek op een aantal facetten een verschil in kwaliteit. Huisartsen legden vaker een huisbezoek af en besteedden tijdens de speciale dienst tot bijna 2 keer meer tijd aan de patiënt en naasten. De pz-huisartsen hadden minder last van de regelmatig ontbrekende medische informatie.  Een panel van experts beoordeelde het medisch-technisch handelen beter. Tenslotte waren de naasten van de patiënten tevredener over de continuïteit, de goede uitleg en de mate waarin rekening werd gehouden met de wensen van de patiënt.

Navolging
Het onderzoek kon geen relatie aantonen met het aantal onterechte ziekenhuisopnames, maar dit had mogelijk te maken met de kleinschaligheid van het onderzoek. NHG woordvoerder Frans van Soest vindt dat het onderzoek navolging verdient. Hij wil een plan indienen voor diverse pilots naar CHP NWN voorbeeld, om te onderzoeken of de werkwijze op andere plaatsen net zulke goede resultaten oplevert.


Meer informatie

[...]

pallitatievezorg

Een pilot in de regio Schiedam heeft geleid tot betere zorg aan terminale patiënten. De centrale Huisartsenpost van Schiedam, Vlaardingen en Maassluis (CHP NWN) lanceerde in mei 2012 een pz-dienst, een achterwacht voor palliatief terminale zorg tijdens de weekenden. Dit leverde dusdanig goede resultaten op dat de post de pz-dienst nu permanent heeft ingevoerd. Een recente evaluatie onderzocht het effect op de kwaliteit van zorg.

Huisarts niet meer 24/7
De tijden zijn veranderd. Voor veel huisartsen is het moeilijk om continu beschikbaar te zijn voor hun patiënten. Dit gegeven, plus de verwachte stijgende vraag naar palliatieve zorg in de toekomst, heeft voormalig huisarts Eef van Dijk tot actie aangezet. Als medisch adviseur van de CHP Nieuwe Waterweg Noord creëerde hij draagvlak bij huisartsen in de regio om deel te nemen aan een pilot. Huisartsen die affiniteit hadden met palliatieve zorg konden zich vrijwillig beschikbaar stellen om naast hun gewone ‘postwerk’ een aantal pz-diensten te draaien. Patiënten, familieleden en zorgverleners kregen van zaterdag 08:00 uur tot zondag 24:00 uur, minus de nacht, te maken met één vaste vervanger van hun eigen huisarts.

Binnen een half uur teruggebeld
Eef van Dijk: “Normaal gesproken heeft een huisartsenpost maar één vorm van dienstverlening. Iemand belt, en tijdens het telefoongesprek schat de triage-assistent de urgentie van de zorgvraag in.  Bij CHP NWN gaat dit nu anders. Zodra de assistent herkent dat de hulpvraag over een terminale patiënt gaat, wordt afgesproken dat de beller binnen een half uur door de dienstdoende pz-arts wordt teruggebeld. Deze werkt vanuit huis en staat niet onder druk van andere urgente hulpvragen. Zo heeft hij tijd voor overleg met andere zorgverleners en kan hij zelf later, eventueel de volgende dag, terug komen. Dit levert een enorme verbetering op. Niet alleen voor patiënten en de vervangende arts, maar ook voor de naasten van de patiënt. In een evaluatiegesprek bleek dat naasten vooral de persoonlijke aandacht memoreerden, voor de patiënt en voor henzelf als mantelzorger.

Kwaliteitswinst palliatieve zorg
De recente evaluatie vergeleek CHP Nieuwe Waterweg Noord met de huisartsenpost Delft. Zorgt de pz-dienst inderdaad voor kwaliteitswinst? Er bleek op een aantal facetten een verschil in kwaliteit. Huisartsen legden vaker een huisbezoek af en besteedden tijdens de speciale dienst tot bijna 2 keer meer tijd aan de patiënt en naasten. De pz-huisartsen hadden minder last van de regelmatig ontbrekende medische informatie.  Een panel van experts beoordeelde het medisch-technisch handelen beter. Tenslotte waren de naasten van de patiënten tevredener over de continuïteit, de goede uitleg en de mate waarin rekening werd gehouden met de wensen van de patiënt.

Navolging
Het onderzoek kon geen relatie aantonen met het aantal onterechte ziekenhuisopnames, maar dit had mogelijk te maken met de kleinschaligheid van het onderzoek. NHG woordvoerder Frans van Soest vindt dat het onderzoek navolging verdient. Hij wil een plan indienen voor diverse pilots naar CHP NWN voorbeeld, om te onderzoeken of de werkwijze op andere plaatsen net zulke goede resultaten oplevert.


Meer informatie

Terugblik DLV Huisartsenposten 12 mei 2015

19 mei 2015

De huisartsenposten besteedden het eerste uur van hun deelledenvergadering op 12 mei aan het Regionaal Overleg Acute Zorgketen (ROAZ). Dit gebeurde in aanwezigheid van enkele gasten uit de ROAZ’en. Sommige huisartsenposten hebben na flink wat tijdsinvestering een goede plaats in hun ROAZ verkregen, anderen spraken hun twijfel uit over de meerwaarde ervan. De discussie over het ROAZ en de vertegenwoordiging van de huisartsenposten daarin wordt voortgezet bij de actualisering van de visie op acute zorg. Deze visie was het tweede grote onderwerp op de DLV-agenda. Vastgesteld werd dat er verschillende aanleidingen zijn om de gezamenlijke visie op acute zorg bij te stellen. In deze eerste ronde van het afgesproken traject deden de aanwezigen een groot aantal suggesties voor onderwerpen die in de nieuwe visie aan bod moeten komen. Op woensdagochtend 16 september (noteer de datum!), voorafgaand aan de ALV en de Tweedaagse, steken de huisartsenposten in een extra bijeenkomst de koppen bijeen om verder met de visie aan de slag te gaan. De BAC Acute Zorg bereidt de discussies voor.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

De huisartsenposten besteedden het eerste uur van hun deelledenvergadering op 12 mei aan het Regionaal Overleg Acute Zorgketen (ROAZ). Dit gebeurde in aanwezigheid van enkele gasten uit de ROAZ’en. Sommige huisartsenposten hebben na flink wat tijdsinvestering een goede plaats in hun ROAZ verkregen, anderen spraken hun twijfel uit over de meerwaarde ervan. De discussie over het ROAZ en de vertegenwoordiging van de huisartsenposten daarin wordt voortgezet bij de actualisering van de visie op acute zorg. Deze visie was het tweede grote onderwerp op de DLV-agenda. Vastgesteld werd dat er verschillende aanleidingen zijn om de gezamenlijke visie op acute zorg bij te stellen. In deze eerste ronde van het afgesproken traject deden de aanwezigen een groot aantal suggesties voor onderwerpen die in de nieuwe visie aan bod moeten komen. Op woensdagochtend 16 september (noteer de datum!), voorafgaand aan de ALV en de Tweedaagse, steken de huisartsenposten in een extra bijeenkomst de koppen bijeen om verder met de visie aan de slag te gaan. De BAC Acute Zorg bereidt de discussies voor.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Aanbieding advies hoofdbehandelaarschap ggz

18 mei 2015

Vandaag hebben de opdrachtgevende partijen het advies ontvangen van de commissie Meurs over invulling van het hoofdbehandelaarschap in de ggz. In het advies wordt het concept van de regiebehandelaar geïntroduceerd als het centrale aanspreekpunt voor de patiënt, zijn naasten en andere bij de behandeling betrokken behandelaren. De commissie adviseert de invoering van een kwaliteitsstatuut dat daarbij de kaders aangeeft waarbinnen de zorg in de ggz wordt verleend en beschrijft de te onderscheiden verantwoordelijkheden van alle betrokken zorgverleners.

Als opdrachtgevers spreken we onze dank en waardering uit voor het werk dat de commissie Meurs de afgelopen periode heeft verricht en voor het eindresultaat wat er ligt. De scheiding die is aangebracht tussen de invulling van het hoofdbehandelaarschap en de bekostiging van zorg brengt het onderwerp terug naar de inhoud en kwaliteit van zorg. De invalshoek die de commissie heeft gekozen, om het perspectief van de patiënt als leidend perspectief te nemen en de regiebehandelaar te positioneren als het centrale aanspreekpunt in de behandeling, is in onze ogen een goede keuze. Het rapport is voor de sector daarmee helder en ondersteunend bij het realiseren van goede kwaliteit van zorg voor de patiënt en bij het verantwoord handelen door de professional.

Naast een beschrijving van de oplossing die de commissie voorstelt bevat het advies bovendien een aantal duidelijke actiepunten die ons als ggz-partijen helpen om het advies daadwerkelijk te gaan implementeren. Want om het daadwerkelijk tot uitvoer te kunnen brengen zijn veel acties nodig en dat vraagt betrokkenheid en commitment van alle partijen. Voor de sector is het van vitaal belang dat de ontwikkeling van het kwaliteitsstatuut actief wordt opgepakt om op juiste wijze invulling te kunnen geven aan het regiebehandelaarschap; het advies van de commissie biedt daarvoor de aanknopingspunten.

 

[...]

Vandaag hebben de opdrachtgevende partijen het advies ontvangen van de commissie Meurs over invulling van het hoofdbehandelaarschap in de ggz. In het advies wordt het concept van de regiebehandelaar geïntroduceerd als het centrale aanspreekpunt voor de patiënt, zijn naasten en andere bij de behandeling betrokken behandelaren. De commissie adviseert de invoering van een kwaliteitsstatuut dat daarbij de kaders aangeeft waarbinnen de zorg in de ggz wordt verleend en beschrijft de te onderscheiden verantwoordelijkheden van alle betrokken zorgverleners.

Als opdrachtgevers spreken we onze dank en waardering uit voor het werk dat de commissie Meurs de afgelopen periode heeft verricht en voor het eindresultaat wat er ligt. De scheiding die is aangebracht tussen de invulling van het hoofdbehandelaarschap en de bekostiging van zorg brengt het onderwerp terug naar de inhoud en kwaliteit van zorg. De invalshoek die de commissie heeft gekozen, om het perspectief van de patiënt als leidend perspectief te nemen en de regiebehandelaar te positioneren als het centrale aanspreekpunt in de behandeling, is in onze ogen een goede keuze. Het rapport is voor de sector daarmee helder en ondersteunend bij het realiseren van goede kwaliteit van zorg voor de patiënt en bij het verantwoord handelen door de professional.

Naast een beschrijving van de oplossing die de commissie voorstelt bevat het advies bovendien een aantal duidelijke actiepunten die ons als ggz-partijen helpen om het advies daadwerkelijk te gaan implementeren. Want om het daadwerkelijk tot uitvoer te kunnen brengen zijn veel acties nodig en dat vraagt betrokkenheid en commitment van alle partijen. Voor de sector is het van vitaal belang dat de ontwikkeling van het kwaliteitsstatuut actief wordt opgepakt om op juiste wijze invulling te kunnen geven aan het regiebehandelaarschap; het advies van de commissie biedt daarvoor de aanknopingspunten.

 

Nascholing Call Manager

30 april 2015

nascholingCall Manager is op veel huisartsenposten de technische spil van de dienstverlening. Onjuist gebruik van het systeem kan tot fouten leiden, zo ondervond Huisartsenpost Midden-Holland. Samen met de producent van het systeem, Labelsoft, werd een nascholing ontwikkeld.

Directeur Marjolijne Hanegraaf: ‘De samenwerking met Labelsoft is goed bevallen. Als makers kennen zij het programma als geen ander. Samen met hun twee vaste opleiders hebben ze een aantal keren meegekeken op de huisartsenpost, zowel met de triagisten als met de huisartsen. De punten die hen opvielen hebben we gevoegd bij de aandachtspunten die naar voren zijn gekomen uit enkele calamiteiten. En daarmee zijn de opleiders van Labelsoft aan het werk gegaan. Wij hebben het proces gevolgd met een werkgroep waarin behalve de kwaliteitsfunctionaris ook steeds twee triagisten en twee huisartsen meedraaiden.’

Aanvankelijk koos de huisartspost voor een open opfriscursus, maar de Inspectie schreef een verplicht karakter voor. Allen moeten immers werken met het systeem en juist voor degenen die minder vaak op de post zijn en het minder vaak gebruiken, kan Call Manager weerbarstig zijn. Hanegraaf: ‘Ik heb gehoord dat zelfs de meest ICT-minded huisartsen zaken hebben geleerd die nieuw voor ze waren. Het heeft dus zeker nieuw inzicht opgeleverd. Het geluid vanuit de triagisten was meer wisselend, maar ook in deze groep kon iedereen wel een cursusonderdeel noemen wat hen iets heeft gebracht.’

Als belangrijk aandachtspunt voor huisartsen was het werken met interne en externe dossiers: hoe zie je waar je bent, hoe zijn de dossiers opgebouwd? Een tweede belangrijk punt voor hen noemt Hanegraaf het zelf kunnen registreren van een patiënt. ‘Wij hebben hier vanaf middernacht maar één triagist. In geval van dubbele spoed moet dus ook de dienstdoende huisarts kunnen beginnen met registreren in plaats van met pen en papier aan de gang te gaan.’ Voor de triagisten lag het accent sterk op het praktische gebruik van Call Manager. ‘We zagen bijvoorbeeld fouten ontstaan als de triagisten bij de start een patiënt verslepen om een contact aan te maken. Daar is veel mee geoefend.’

Hanegraaf beveelt de nascholing (één bijeenkomst van 3 uur) graag aan bij collega’s, zeker nu het format er ligt. Wel attendeert ze erop dat eind 2015 de web-based versie van Call Manager wordt verwacht. Bekeken moet worden in hoeverre de cursus daarbij aansluit.

[...]

nascholingCall Manager is op veel huisartsenposten de technische spil van de dienstverlening. Onjuist gebruik van het systeem kan tot fouten leiden, zo ondervond Huisartsenpost Midden-Holland. Samen met de producent van het systeem, Labelsoft, werd een nascholing ontwikkeld.

Directeur Marjolijne Hanegraaf: ‘De samenwerking met Labelsoft is goed bevallen. Als makers kennen zij het programma als geen ander. Samen met hun twee vaste opleiders hebben ze een aantal keren meegekeken op de huisartsenpost, zowel met de triagisten als met de huisartsen. De punten die hen opvielen hebben we gevoegd bij de aandachtspunten die naar voren zijn gekomen uit enkele calamiteiten. En daarmee zijn de opleiders van Labelsoft aan het werk gegaan. Wij hebben het proces gevolgd met een werkgroep waarin behalve de kwaliteitsfunctionaris ook steeds twee triagisten en twee huisartsen meedraaiden.’

Aanvankelijk koos de huisartspost voor een open opfriscursus, maar de Inspectie schreef een verplicht karakter voor. Allen moeten immers werken met het systeem en juist voor degenen die minder vaak op de post zijn en het minder vaak gebruiken, kan Call Manager weerbarstig zijn. Hanegraaf: ‘Ik heb gehoord dat zelfs de meest ICT-minded huisartsen zaken hebben geleerd die nieuw voor ze waren. Het heeft dus zeker nieuw inzicht opgeleverd. Het geluid vanuit de triagisten was meer wisselend, maar ook in deze groep kon iedereen wel een cursusonderdeel noemen wat hen iets heeft gebracht.’

Als belangrijk aandachtspunt voor huisartsen was het werken met interne en externe dossiers: hoe zie je waar je bent, hoe zijn de dossiers opgebouwd? Een tweede belangrijk punt voor hen noemt Hanegraaf het zelf kunnen registreren van een patiënt. ‘Wij hebben hier vanaf middernacht maar één triagist. In geval van dubbele spoed moet dus ook de dienstdoende huisarts kunnen beginnen met registreren in plaats van met pen en papier aan de gang te gaan.’ Voor de triagisten lag het accent sterk op het praktische gebruik van Call Manager. ‘We zagen bijvoorbeeld fouten ontstaan als de triagisten bij de start een patiënt verslepen om een contact aan te maken. Daar is veel mee geoefend.’

Hanegraaf beveelt de nascholing (één bijeenkomst van 3 uur) graag aan bij collega’s, zeker nu het format er ligt. Wel attendeert ze erop dat eind 2015 de web-based versie van Call Manager wordt verwacht. Bekeken moet worden in hoeverre de cursus daarbij aansluit.

Implementatie Kernset Triage krijgt veel aandacht

30 april 2015

triageOp alle huisartsenposten is de implementatie van de Kernset Triage in volle gang, zo bleek op de goed bezochte themabijeenkomst die InEen eind april organiseerde. De kernset is het instrument waarmee huisartsenposten de kwaliteit van triagegesprekken kunnen beoordelen. Het instrument hoort bij de eerder vastgestelde spelregels voor diplomering en (her)registratie van triagisten en heeft als doel de kwaliteit van de telefonische triage te borgen.

De gespreksbeoordeling op basis van de Kernset Triage heeft belangrijke arbeidsrechtelijke aspecten en vraagt inpassing in het HR-beleid van de huisartsenpost. Daarom stonden deze twee onderwerpen centraal op de themabijeenkomst. Interimdirecteur Monique van Duijvenvoorde gaf een toelichting op het implementatietraject bij de Samenwerkende Huisartsenposten Rijnland en mr. Frédérique Hoppers van Dirkzwager advocaten en notarissen stond stil bij onder meer het nieuwe ontslagrecht dat per 1 juli 2015 van kracht wordt.

Beiden, zegt programmamanager Christel van Vugt (InEen), brachten in feite dezelfde boodschap over. Van Vugt: ‘Er zijn geen pasklare gedetailleerde regels. Dat geeft huisartsenposten de ruimte om het doel en de uitgangspunten van de regels rond diplomering en herregistratie te vertalen naar een HR-beleid dat past bij de eigen omstandigheden.’ Als voorbeeld noemt Van Vugt het aantal herkansingen voor de Kennistoets. InEen stelt hiervoor geen regels. SHR besloot echter maximaal één herkansing toe te staan. Daarbij moet je, aldus Van Vugt, ook rekening houden met de arbeidsrechtelijke kant. ‘Je kan wel opschrijven ‘maximaal twee’, maar de rechter kijkt ook naar iemands situatie. Dan komt het aan op een helder en eenduidig HR-beleid waar iedereen goed over geïnformeerd is.’

Uit de vele vragen die zijn gesteld concludeert Van Vugt dat het belangrijke onderwerp goed leeft op de huisartsenposten. Ze is blij met de zorgvuldigheid waarmee het wordt opgepakt. Steeds meer wordt daarbij gebruik gemaakt van de ondersteuning die InEen biedt, zoals het digitale Netwerk Triage, waar men in een besloten omgeving informatie kan uitwisselen en elkaar vragen kan stellen. Ambassadeurs – medewerkers van huisartsenposten die al ervaring hebben opgedaan met de kernset – zijn beschikbaar om met hun collega’s te sparren. Ook de Special Triage bevat nuttige informatie. In mei verschijnt verder de Handreiking arbeidsrechtelijke consequenties en er volgen nog nadere afspraken over de scholing van de beoordelaars. Tot slot organiseert InEen deze zomer een enquête om de stand van zaken rond de implementatie en de effecten ervan te inventariseren.

Meer informatie
Handleiding Kernset Triage
Special Kernset Triage (De namen en contactgegevens van de ambassadeurs staan deze special).

Meer informatie voor leden InEen op het Ledenplatform
 Digitale Netwerk Triage (alleen voor leden, na  inlog)
In de  Kennisbank onder het Programma ‘Acute Zorg’ staat de Presentatie van Dirkzwager en de presentatie van SHR (alleen voor leden, na  inlog)

 

[...]

triageOp alle huisartsenposten is de implementatie van de Kernset Triage in volle gang, zo bleek op de goed bezochte themabijeenkomst die InEen eind april organiseerde. De kernset is het instrument waarmee huisartsenposten de kwaliteit van triagegesprekken kunnen beoordelen. Het instrument hoort bij de eerder vastgestelde spelregels voor diplomering en (her)registratie van triagisten en heeft als doel de kwaliteit van de telefonische triage te borgen.

De gespreksbeoordeling op basis van de Kernset Triage heeft belangrijke arbeidsrechtelijke aspecten en vraagt inpassing in het HR-beleid van de huisartsenpost. Daarom stonden deze twee onderwerpen centraal op de themabijeenkomst. Interimdirecteur Monique van Duijvenvoorde gaf een toelichting op het implementatietraject bij de Samenwerkende Huisartsenposten Rijnland en mr. Frédérique Hoppers van Dirkzwager advocaten en notarissen stond stil bij onder meer het nieuwe ontslagrecht dat per 1 juli 2015 van kracht wordt.

Beiden, zegt programmamanager Christel van Vugt (InEen), brachten in feite dezelfde boodschap over. Van Vugt: ‘Er zijn geen pasklare gedetailleerde regels. Dat geeft huisartsenposten de ruimte om het doel en de uitgangspunten van de regels rond diplomering en herregistratie te vertalen naar een HR-beleid dat past bij de eigen omstandigheden.’ Als voorbeeld noemt Van Vugt het aantal herkansingen voor de Kennistoets. InEen stelt hiervoor geen regels. SHR besloot echter maximaal één herkansing toe te staan. Daarbij moet je, aldus Van Vugt, ook rekening houden met de arbeidsrechtelijke kant. ‘Je kan wel opschrijven ‘maximaal twee’, maar de rechter kijkt ook naar iemands situatie. Dan komt het aan op een helder en eenduidig HR-beleid waar iedereen goed over geïnformeerd is.’

Uit de vele vragen die zijn gesteld concludeert Van Vugt dat het belangrijke onderwerp goed leeft op de huisartsenposten. Ze is blij met de zorgvuldigheid waarmee het wordt opgepakt. Steeds meer wordt daarbij gebruik gemaakt van de ondersteuning die InEen biedt, zoals het digitale Netwerk Triage, waar men in een besloten omgeving informatie kan uitwisselen en elkaar vragen kan stellen. Ambassadeurs – medewerkers van huisartsenposten die al ervaring hebben opgedaan met de kernset – zijn beschikbaar om met hun collega’s te sparren. Ook de Special Triage bevat nuttige informatie. In mei verschijnt verder de Handreiking arbeidsrechtelijke consequenties en er volgen nog nadere afspraken over de scholing van de beoordelaars. Tot slot organiseert InEen deze zomer een enquête om de stand van zaken rond de implementatie en de effecten ervan te inventariseren.

Meer informatie
Handleiding Kernset Triage
Special Kernset Triage (De namen en contactgegevens van de ambassadeurs staan deze special).

Meer informatie voor leden InEen op het Ledenplatform
 Digitale Netwerk Triage (alleen voor leden, na  inlog)
In de  Kennisbank onder het Programma ‘Acute Zorg’ staat de Presentatie van Dirkzwager en de presentatie van SHR (alleen voor leden, na  inlog)

 

Adri van der Born over Tuitjenhorn: Wijze lessen voor alle partijen

13 april 2015

‘Na lang wachten en veel onrust onder artsen zijn de rapporten er. Ze brengen de zaak terug tot de nuchtere feiten en bevatten wijze lessen voor bijna alle partijen.
Zoals eigenlijk elke betrokken partij benadrukte is de casus Tuitjenhorn een unieke en complexe zaak. Echter de noodzaak van een goede overdracht van palliatieve en complexe patiënten, zoals de Inspectie in het calamiteitenrapport duidelijk maakt, is door deze zaak nogmaals bevestigd. Ook het belang van adequate dossiervoering kwam aan bod. Dossiervoering is duidelijk niet vrijblijvend, niet voor de dagzorg en ook niet voor de huisartsenpost. Registraties horen compleet te zijn. De oproep van de commissie Bleichrodt om toch vooral te werken aan adequate communicatie, intern maar ook tussen instanties kan iedereen onderschrijven. De boodschap van de commissie dat er te weinig gezag en vertrouwen is voor de Inspectie in het veld, kunnen we ons ook als veldpartijen ter harte nemen. Huisartsenpost Kop van Noord-Holland, collega InEen-lid en direct betrokken in deze zaak, verdient complimenten over de pro-actieve manier waarop ze met de leerpunten uit deze tragische zaak zijn omgegaan.’

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

‘Na lang wachten en veel onrust onder artsen zijn de rapporten er. Ze brengen de zaak terug tot de nuchtere feiten en bevatten wijze lessen voor bijna alle partijen.
Zoals eigenlijk elke betrokken partij benadrukte is de casus Tuitjenhorn een unieke en complexe zaak. Echter de noodzaak van een goede overdracht van palliatieve en complexe patiënten, zoals de Inspectie in het calamiteitenrapport duidelijk maakt, is door deze zaak nogmaals bevestigd. Ook het belang van adequate dossiervoering kwam aan bod. Dossiervoering is duidelijk niet vrijblijvend, niet voor de dagzorg en ook niet voor de huisartsenpost. Registraties horen compleet te zijn. De oproep van de commissie Bleichrodt om toch vooral te werken aan adequate communicatie, intern maar ook tussen instanties kan iedereen onderschrijven. De boodschap van de commissie dat er te weinig gezag en vertrouwen is voor de Inspectie in het veld, kunnen we ons ook als veldpartijen ter harte nemen. Huisartsenpost Kop van Noord-Holland, collega InEen-lid en direct betrokken in deze zaak, verdient complimenten over de pro-actieve manier waarop ze met de leerpunten uit deze tragische zaak zijn omgegaan.’

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Programma themabijeenkomst Triage bekend (21 april)

13 april 2015

Al eerder kondigden we de themabijeenkomst Triage aan die op dinsdag 21 april april plaats vindt. Het programma van de bijeenkomst is nu bekend. Ter herinnering: in september 2014 stelde de DLV Huisartsenposten de kernset triage vast. Op basis daarvan kan een oordeel worden gevormd over de kwaliteit van het triagegesprek. 2015 geldt als een overgangsjaar waarin het veld ervaring kan opdoen met kernset en de bijbehorende gebruiksinstructies. Nadat op 13 maart een special over de kernset is verschenen, is de themabijeenkomst op 21 april bedoeld om vragen en ervaringen van het veld nader te belichten. Op het programma staan onder andere de arbeidsrechtelijke consequenties van het diploma Triagist en de herregistratie (in het licht van de kernset en de Wwz). Willen jullie je vooraf aanmelden? Het is prettig als je de vragen die je op 21 april aan de orde wil hebben bij de aanmelding alvast doorgeeft.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Al eerder kondigden we de themabijeenkomst Triage aan die op dinsdag 21 april april plaats vindt. Het programma van de bijeenkomst is nu bekend. Ter herinnering: in september 2014 stelde de DLV Huisartsenposten de kernset triage vast. Op basis daarvan kan een oordeel worden gevormd over de kwaliteit van het triagegesprek. 2015 geldt als een overgangsjaar waarin het veld ervaring kan opdoen met kernset en de bijbehorende gebruiksinstructies. Nadat op 13 maart een special over de kernset is verschenen, is de themabijeenkomst op 21 april bedoeld om vragen en ervaringen van het veld nader te belichten. Op het programma staan onder andere de arbeidsrechtelijke consequenties van het diploma Triagist en de herregistratie (in het licht van de kernset en de Wwz). Willen jullie je vooraf aanmelden? Het is prettig als je de vragen die je op 21 april aan de orde wil hebben bij de aanmelding alvast doorgeeft.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Zorgatlaskaart Acute zorg 

13 april 2015

Het RIVM heeft de kaart met de locaties van huisartsenposten en SEH’s  geactualiseerd. De kaart is gebaseerd op de benchmark huisartsenposten 2013. De informatie uit de interviewrondes in het kader van het project Keten Acute Zorg zijn in de begeleidende tekst verwerkt. Het RIVM zorgt voor een nieuwe update van de kaart zodra de benchmark 2014 is afgerond.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Het RIVM heeft de kaart met de locaties van huisartsenposten en SEH’s  geactualiseerd. De kaart is gebaseerd op de benchmark huisartsenposten 2013. De informatie uit de interviewrondes in het kader van het project Keten Acute Zorg zijn in de begeleidende tekst verwerkt. Het RIVM zorgt voor een nieuwe update van de kaart zodra de benchmark 2014 is afgerond.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Vergelijkend onderzoek face to face triage door huisartsenpost en SEH

01 april 2015

IQ healthcare start in opdracht van InEen een vergelijkend onderzoek naar de triage van de zelfverwijzer door de huisartsenpost en door de SEH. In het kader van de samenwerking met de SEH loopt een aantal huisartsenposten aan tegen de twijfel van ziekenhuizen en medisch specialisten of het verantwoord is om zelfverwijzers door de huisartsenpost te laten triëren. In haar beleidsvisie spreekt InEen zich uit voor seriële samenwerking tussen huisartsenpost en SEH. Dit impliceert dat de huisartsenpost de triage van zelfverwijzers doet, waarna zo nodig een verwijzing naar de SEH volgt. Ook de beleidsintenties van VWS en zorgverzekeraars gaan in die richting. In overleg met Achmea en CZ heeft InEen aan IQ healthcare gevraagd om samen met Jan Luitse, traumachirurg in het AMC, een onderzoeksvoorstel te formuleren. InEen heeft samen met de onderzoekers een groslijst opgesteld van locaties die geschikt zijn voor het onderzoek. Er zijn vijf locaties nodig waar de huisartsenpost alle zelfverwijzers trieert en vijf locaties waar de SEH dit doet. Mogelijk wordt jullie huisartsenpost binnenkort door IQ healthcare hierover benaderd. InEen beveelt het van harte aan om mee te doen. Het onderzoek levert ons als huisartsenposten opnieuw meer kennis over de effecten van ons werk.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

IQ healthcare start in opdracht van InEen een vergelijkend onderzoek naar de triage van de zelfverwijzer door de huisartsenpost en door de SEH. In het kader van de samenwerking met de SEH loopt een aantal huisartsenposten aan tegen de twijfel van ziekenhuizen en medisch specialisten of het verantwoord is om zelfverwijzers door de huisartsenpost te laten triëren. In haar beleidsvisie spreekt InEen zich uit voor seriële samenwerking tussen huisartsenpost en SEH. Dit impliceert dat de huisartsenpost de triage van zelfverwijzers doet, waarna zo nodig een verwijzing naar de SEH volgt. Ook de beleidsintenties van VWS en zorgverzekeraars gaan in die richting. In overleg met Achmea en CZ heeft InEen aan IQ healthcare gevraagd om samen met Jan Luitse, traumachirurg in het AMC, een onderzoeksvoorstel te formuleren. InEen heeft samen met de onderzoekers een groslijst opgesteld van locaties die geschikt zijn voor het onderzoek. Er zijn vijf locaties nodig waar de huisartsenpost alle zelfverwijzers trieert en vijf locaties waar de SEH dit doet. Mogelijk wordt jullie huisartsenpost binnenkort door IQ healthcare hierover benaderd. InEen beveelt het van harte aan om mee te doen. Het onderzoek levert ons als huisartsenposten opnieuw meer kennis over de effecten van ons werk.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Themabijeenkomst Triage

01 april 2015

Vorige week stuurden we de special Kernset Triage toe en kondigden we de themabijeenkomst Triage aan, die op 21 april 2015 plaats vindt in Utrecht (10.00-13.00 uur). Hoewel het programma nog niet helemaal rond is, blijken mensen zich al te willen aanmelden. Heel leuk dit enthousiasme! Daarom hier de mogelijkheid daartoe. Het programma volgt zo spoedig mogelijk.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Vorige week stuurden we de special Kernset Triage toe en kondigden we de themabijeenkomst Triage aan, die op 21 april 2015 plaats vindt in Utrecht (10.00-13.00 uur). Hoewel het programma nog niet helemaal rond is, blijken mensen zich al te willen aanmelden. Heel leuk dit enthousiasme! Daarom hier de mogelijkheid daartoe. Het programma volgt zo spoedig mogelijk.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Kernset Triage voor de beoordeling van triagegesprekken

26 maart 2015

triage-webTriage is een belangrijk en ook kwetsbaar onderdeel in het primaire proces van de huisartsenpost. Er ligt nu een instrument om de kwaliteit van de triagegesprekken te beoordelen: de kernset Triage. De kernset hoort bij de spelregels voor diplomering en (her)registratie van triagisten.

Een gediplomeerde triagist is verplicht haar diploma elke vijf jaar opnieuw te laten registreren, wil zij haar vak blijven uitoefenen. Voor de herregistratie gelden drie voorwaarden: 1040 ervaringsuren als triagist in tenminste drie jaar, 50 uur geaccrediteerde nascholing (waarvan 25 medisch inhoudelijk) en zes voldoende beoordeelde triagegesprekken (met maximaal drie herkansingen).

Voor de beoordeling van de triagegesprekken ontbrak tot nu toe een uniform instrument. De kernset Triage vult deze leemte op. Het meetinstrument is in opdracht van InEen ontwikkeld door IQ healthcare in samenwerking met opleidingsinstituten en verschillende huisartsenposten.

De kernset beoordeelt zowel de medisch inhoudelijke als de communicatieve aspecten van het triagegesprek en heeft drie modules voor 1. de beoordeling van het triagegesprek, 2. de beoordeling van het overleg met de huisarts en 3. de verslaglegging. De eerste module bestaat uit 22 items om de intake, de triage en de vervolgactie, en de afronding te kunnen beoordelen. Bijvoorbeeld item 8: ‘Uitvragen volgens triagemethodiek. De triagist stelt minimaal de essentiële vragen bij de juiste ingangsklacht.’ Bij de kernset hoort een handleiding die aangeeft wanneer een item voldoende of onvoldoende scoort.

2015 is voor de kernset een ervaringsjaar. Huisartsenposten worden uitgenodigd om ervaring met de kernset op te doen, maar zijn niet verplicht deze te gebruiken. Alle praktijkervaringen met en opmerkingen over de kernset zijn welkom en worden gebruikt het meetinstrument te vervolmaken. Vanaf 2016 is gebruik van de kernset verplicht bij de beoordeling van triagisten die willen opgaan voor herregistratie. De kernset sluit aan bij de NHG-TriageWijzer en het NHG-competentieprofiel voor triagisten. De set kan zelfstandig worden gebruikt of ingepast worden in een bestaand beoordelingsinstrument (bijvoorbeeld de HAAK-lijst en de Latona auditlijst).

Bij de presentatie van de kernset is de special Kernset Triage verschenen met veel aandacht voor vragen over de implementatie in de praktijk. Daarnaast is op het  InEen-ledenplatform het digitale netwerk Triage van start gegaan. Op dit besloten netwerk voor leden van InEen kunnen huisartsenposten onderling ervaringen uitwisselen. Een vijftal medewerkers van huisartsenposten hebben zich opgeworpen als ambassadeur van de kernset en kunnen benaderd worden voor advies.

[...]

triage-webTriage is een belangrijk en ook kwetsbaar onderdeel in het primaire proces van de huisartsenpost. Er ligt nu een instrument om de kwaliteit van de triagegesprekken te beoordelen: de kernset Triage. De kernset hoort bij de spelregels voor diplomering en (her)registratie van triagisten.

Een gediplomeerde triagist is verplicht haar diploma elke vijf jaar opnieuw te laten registreren, wil zij haar vak blijven uitoefenen. Voor de herregistratie gelden drie voorwaarden: 1040 ervaringsuren als triagist in tenminste drie jaar, 50 uur geaccrediteerde nascholing (waarvan 25 medisch inhoudelijk) en zes voldoende beoordeelde triagegesprekken (met maximaal drie herkansingen).

Voor de beoordeling van de triagegesprekken ontbrak tot nu toe een uniform instrument. De kernset Triage vult deze leemte op. Het meetinstrument is in opdracht van InEen ontwikkeld door IQ healthcare in samenwerking met opleidingsinstituten en verschillende huisartsenposten.

De kernset beoordeelt zowel de medisch inhoudelijke als de communicatieve aspecten van het triagegesprek en heeft drie modules voor 1. de beoordeling van het triagegesprek, 2. de beoordeling van het overleg met de huisarts en 3. de verslaglegging. De eerste module bestaat uit 22 items om de intake, de triage en de vervolgactie, en de afronding te kunnen beoordelen. Bijvoorbeeld item 8: ‘Uitvragen volgens triagemethodiek. De triagist stelt minimaal de essentiële vragen bij de juiste ingangsklacht.’ Bij de kernset hoort een handleiding die aangeeft wanneer een item voldoende of onvoldoende scoort.

2015 is voor de kernset een ervaringsjaar. Huisartsenposten worden uitgenodigd om ervaring met de kernset op te doen, maar zijn niet verplicht deze te gebruiken. Alle praktijkervaringen met en opmerkingen over de kernset zijn welkom en worden gebruikt het meetinstrument te vervolmaken. Vanaf 2016 is gebruik van de kernset verplicht bij de beoordeling van triagisten die willen opgaan voor herregistratie. De kernset sluit aan bij de NHG-TriageWijzer en het NHG-competentieprofiel voor triagisten. De set kan zelfstandig worden gebruikt of ingepast worden in een bestaand beoordelingsinstrument (bijvoorbeeld de HAAK-lijst en de Latona auditlijst).

Bij de presentatie van de kernset is de special Kernset Triage verschenen met veel aandacht voor vragen over de implementatie in de praktijk. Daarnaast is op het  InEen-ledenplatform het digitale netwerk Triage van start gegaan. Op dit besloten netwerk voor leden van InEen kunnen huisartsenposten onderling ervaringen uitwisselen. Een vijftal medewerkers van huisartsenposten hebben zich opgeworpen als ambassadeur van de kernset en kunnen benaderd worden voor advies.

Kernset triage

25 maart 2015

Met veel genoegen attenderen we jullie de special Kernset Triage. De special gaat in op verschillende aspecten van die kernset aan de hand waarvan de kwaliteit van de triage kan worden beoordeeld. Vooral wordt antwoord gegeven op de vragen die leven over de gebruiksinstructies bij de kernset. Hieronder staan nog meer mogelijkheden om kennis over de beoordeling van de kwaliteit van triage op te doen. Willen jullie deze informatie in je organisatie verspreiden onder de mensen die zich bezighouden met scholing en beoordeling van triagisten?

  • Het digitale netwerk Triage op het  InEen-ledenplatform  is van start gegaan. Stel je vragen aan collega’s of deel je ervaringen en producten. Via dit netwerk kom je ook bij de kennisbank met InEen-producten over triage die uitsluitend voor leden zijn. Let op: het digitale netwerk is bedoeld voor uitwisseling met elkaar. Vragen aan InEen ontvangen we graag via triage@ineen.nl.
  • Vier collega’s bij huisartsenposten hebben zich aangemeld als ‘ambassadeur’. Hen kun je raadplegen over de implementatie van de kernset in je organisatie. Namen en contactgegevens staan in de special.
  • Op 21 april 2015 organiseren we een themabijeenkomst Triage (10.00-13.00 uur in Utrecht). Op het programma staan in elk geval de arbeidsrechtelijke consequenties van het diploma Triagist en de herregistratie (in het licht van de kernset en de Wwz). Vóór de bijeenkomst verschijnt de geactualiseerde handreiking Arbeidsrechtelijke consequenties van het diploma Triagist.
[...]

Met veel genoegen attenderen we jullie de special Kernset Triage. De special gaat in op verschillende aspecten van die kernset aan de hand waarvan de kwaliteit van de triage kan worden beoordeeld. Vooral wordt antwoord gegeven op de vragen die leven over de gebruiksinstructies bij de kernset. Hieronder staan nog meer mogelijkheden om kennis over de beoordeling van de kwaliteit van triage op te doen. Willen jullie deze informatie in je organisatie verspreiden onder de mensen die zich bezighouden met scholing en beoordeling van triagisten?

  • Het digitale netwerk Triage op het  InEen-ledenplatform  is van start gegaan. Stel je vragen aan collega’s of deel je ervaringen en producten. Via dit netwerk kom je ook bij de kennisbank met InEen-producten over triage die uitsluitend voor leden zijn. Let op: het digitale netwerk is bedoeld voor uitwisseling met elkaar. Vragen aan InEen ontvangen we graag via triage@ineen.nl.
  • Vier collega’s bij huisartsenposten hebben zich aangemeld als ‘ambassadeur’. Hen kun je raadplegen over de implementatie van de kernset in je organisatie. Namen en contactgegevens staan in de special.
  • Op 21 april 2015 organiseren we een themabijeenkomst Triage (10.00-13.00 uur in Utrecht). Op het programma staan in elk geval de arbeidsrechtelijke consequenties van het diploma Triagist en de herregistratie (in het licht van de kernset en de Wwz). Vóór de bijeenkomst verschijnt de geactualiseerde handreiking Arbeidsrechtelijke consequenties van het diploma Triagist.

Datum Landelijke Kennistoets gewijzigd

12 maart 2015

In verband met de beschikbaarheid van één van de locaties is de datum van de Landelijke Kennistoets in juni 2015 gewijzigd. De nieuwe datum is vrijdag 19 juni. De deadline blijft vrijdag 22 mei. Willen jullie dit doorgeven aan de kandidaten?

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

In verband met de beschikbaarheid van één van de locaties is de datum van de Landelijke Kennistoets in juni 2015 gewijzigd. De nieuwe datum is vrijdag 19 juni. De deadline blijft vrijdag 22 mei. Willen jullie dit doorgeven aan de kandidaten?

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Platform voor onderlinge uitwisseling op website InEen

12 maart 2015

Vanaf woensdag 11 maart is er op het nieuwe ledenplatform van InEen een Netwerk Triage beschikbaar. Het Netwerk Triage wordt de dag ervoor tijdens de DLV Huisartsenposten geïntroduceerd. Het biedt een besloten omgeving om onderling informatie uit te wisselen over alle aspecten van triage en elkaar vragen te stellen. Christel van Vugt is beheerder van het netwerk. Inloggegevens voor het nieuwe ledenplatform kun je makkelijk  via de website aanvragen. Heb je vagen? We horen ze graag.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Vanaf woensdag 11 maart is er op het nieuwe ledenplatform van InEen een Netwerk Triage beschikbaar. Het Netwerk Triage wordt de dag ervoor tijdens de DLV Huisartsenposten geïntroduceerd. Het biedt een besloten omgeving om onderling informatie uit te wisselen over alle aspecten van triage en elkaar vragen te stellen. Christel van Vugt is beheerder van het netwerk. Inloggegevens voor het nieuwe ledenplatform kun je makkelijk  via de website aanvragen. Heb je vagen? We horen ze graag.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Campagne: Herken een hartaanval

03 maart 2015

herken-hartaanvalIn de regio Haaglanden leert een publiekscampagne mensen een hartaanval te herkennen en vervolgens snel te handelen door direct 112 te bellen. Op 11 februari (11-2) deed de Haagse wethouder Karsten Klein samen met Ambulancezorg GGD Haaglanden de aftrap.

Onder het motto ‘Luister naar je Hart, bel direct 112’ worden de website hartcheck.nl, een Facebook-pagina, posters en reclame in bussen en trams ingezet. De nadruk ligt op het benoemen van de symptomen van een hartaanval: drukkende pijn, krampende pijn, benauwd, pijn in de armen, pijn in de rug, zweten, kramp in de kaak, vermoeid en zwak. De website geeft daarbij tekst en uitleg en benadrukt het belang van snel handelen.

De regionale campagne is een initiatief van het Haga Ziekenhuis, GGD Haaglanden, het Medisch Centrum Haaglanden en Bronovo, de Veiligheidsregio Haaglanden, de Hartstichting, de Huisartsendienst Smash en de gemeente Den Haag.

luister-naar-je-hart

 

 

 

[...]

herken-hartaanvalIn de regio Haaglanden leert een publiekscampagne mensen een hartaanval te herkennen en vervolgens snel te handelen door direct 112 te bellen. Op 11 februari (11-2) deed de Haagse wethouder Karsten Klein samen met Ambulancezorg GGD Haaglanden de aftrap.

Onder het motto ‘Luister naar je Hart, bel direct 112’ worden de website hartcheck.nl, een Facebook-pagina, posters en reclame in bussen en trams ingezet. De nadruk ligt op het benoemen van de symptomen van een hartaanval: drukkende pijn, krampende pijn, benauwd, pijn in de armen, pijn in de rug, zweten, kramp in de kaak, vermoeid en zwak. De website geeft daarbij tekst en uitleg en benadrukt het belang van snel handelen.

De regionale campagne is een initiatief van het Haga Ziekenhuis, GGD Haaglanden, het Medisch Centrum Haaglanden en Bronovo, de Veiligheidsregio Haaglanden, de Hartstichting, de Huisartsendienst Smash en de gemeente Den Haag.

luister-naar-je-hart

 

 

 

Handleiding bij kernset triage

16 januari 2015

Met plezier bieden wij u de eerste versie van de handleiding bij de kernset voor het meten van de kwaliteit van telefonische triage aan. Dit is het eerste product van het project verbetering en vereenvoudiging van de spelregels rond triagisten en hun diploma. De handleiding heeft het karakter van een werkdocument waarmee het veld ervaring kan opdoen. We vragen gebruikers op basis van de praktijk suggesties te doen die de handleiding kunnen verbeteren. Eén aspect behoeft een nadere toelichting, namelijk de ABCDE-check. In de kernset zoals IQ healthcare die ontwikkelde en die de deelledenvergadering huisartsenposten op 17 september 2014 vaststelde, staan twee ABCDE-vragen. In de DLV werden hierover veel vragen gesteld, met de suggestie om ze samen te voegen. Inmiddels heeft op dit punt consultatie van een aantal deskundigen plaatsgevonden en is het onderzoeksmateriaal van IQ healthcare nader beschouwd. Het resultaat is geweest dat de beide ABCDE-vragen tot één vraag zijn samengevoegd. De definitieve kernset is opgenomen in de handleiding.

[...]

Met plezier bieden wij u de eerste versie van de handleiding bij de kernset voor het meten van de kwaliteit van telefonische triage aan. Dit is het eerste product van het project verbetering en vereenvoudiging van de spelregels rond triagisten en hun diploma. De handleiding heeft het karakter van een werkdocument waarmee het veld ervaring kan opdoen. We vragen gebruikers op basis van de praktijk suggesties te doen die de handleiding kunnen verbeteren. Eén aspect behoeft een nadere toelichting, namelijk de ABCDE-check. In de kernset zoals IQ healthcare die ontwikkelde en die de deelledenvergadering huisartsenposten op 17 september 2014 vaststelde, staan twee ABCDE-vragen. In de DLV werden hierover veel vragen gesteld, met de suggestie om ze samen te voegen. Inmiddels heeft op dit punt consultatie van een aantal deskundigen plaatsgevonden en is het onderzoeksmateriaal van IQ healthcare nader beschouwd. Het resultaat is geweest dat de beide ABCDE-vragen tot één vraag zijn samengevoegd. De definitieve kernset is opgenomen in de handleiding.

Sinds 15 december: nieuwe website NTS

23 december 2014

Deze week ging de nieuwe NTS-website live. De website is op alle fronten aangepast. Om te beginnen ogen en voelen de pagina’s eigentijdser. De inhoud is overzichtelijker gerangschikt en ook het laatste nieuws is makkelijker te vinden. Handig is dat de site zich automatisch aanpast op het gebruikte apparaat: smartphone, tablet, notebook of desktop. Oordeel zelf: www.de-nts.nl.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Deze week ging de nieuwe NTS-website live. De website is op alle fronten aangepast. Om te beginnen ogen en voelen de pagina’s eigentijdser. De inhoud is overzichtelijker gerangschikt en ook het laatste nieuws is makkelijker te vinden. Handig is dat de site zich automatisch aanpast op het gebruikte apparaat: smartphone, tablet, notebook of desktop. Oordeel zelf: www.de-nts.nl.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Geen AGB-code nodig voor waarnemers

15 december 2014

Zoals de LHV vorige week al berichtte, hebben waarnemers op de huisartsenpost geen AGB-code nodig.  Ten onrechte dachten diverse huisartsenposten, apotheken, ICT-leveranciers en waarneemorganisaties dat eenindividuele AGB-code noodzakelijk is bij verwijzing naar de tweede lijn of bij voorschrijven van medicatie. De AGB-code van de instelling is echter voldoende, zo blijkt bij bestudering van het voorschrift van de NZa. Zorgdomein had het vereiste van een individuele AGB-code in het systeem ingebouwd. Ze zullen ervoor zorgen dat er bij de verwijzingen vanuit de huisartsenpost naar de tweede lijn geen individuele AGB-code meer wordt gevraagd.

Ook bij het voorschrijven van medicatie is de instellings-AGB genoeg. De KNMP heeft laten weten dat huisartsenposten (in tegenstelling tot de ziekenhuizen) geen individuele AGB-code nodig hebben. Voor het LSP is de AGB-code sowieso geen vereiste. Bij het aanvragen van een UZI-pas wordt weliswaar gevraagd naar de AGB-code, maar dit is een optioneel veld. Een waarnemer kan een UZI-abonnement en een UZI-pas aanvragen zonder AGB-code.

We adviseren de huisartsenposten om geen AGB-codes aan waarnemers te vragen en hun ketenpartners en ICT-leveranciers hiervan op de hoogte te brengen. Met vragen kunnen jullie terecht bij Margot Lenos.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Zoals de LHV vorige week al berichtte, hebben waarnemers op de huisartsenpost geen AGB-code nodig.  Ten onrechte dachten diverse huisartsenposten, apotheken, ICT-leveranciers en waarneemorganisaties dat eenindividuele AGB-code noodzakelijk is bij verwijzing naar de tweede lijn of bij voorschrijven van medicatie. De AGB-code van de instelling is echter voldoende, zo blijkt bij bestudering van het voorschrift van de NZa. Zorgdomein had het vereiste van een individuele AGB-code in het systeem ingebouwd. Ze zullen ervoor zorgen dat er bij de verwijzingen vanuit de huisartsenpost naar de tweede lijn geen individuele AGB-code meer wordt gevraagd.

Ook bij het voorschrijven van medicatie is de instellings-AGB genoeg. De KNMP heeft laten weten dat huisartsenposten (in tegenstelling tot de ziekenhuizen) geen individuele AGB-code nodig hebben. Voor het LSP is de AGB-code sowieso geen vereiste. Bij het aanvragen van een UZI-pas wordt weliswaar gevraagd naar de AGB-code, maar dit is een optioneel veld. Een waarnemer kan een UZI-abonnement en een UZI-pas aanvragen zonder AGB-code.

We adviseren de huisartsenposten om geen AGB-codes aan waarnemers te vragen en hun ketenpartners en ICT-leveranciers hiervan op de hoogte te brengen. Met vragen kunnen jullie terecht bij Margot Lenos.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Samenstelling BAC Acute Zorg

08 december 2014

Met genoegen melden we dat ook de BAC Acute Zorg van start kan gaan. De leden zijn:

  • Anja Meekes, huisarts, bestuurder CIHN, voorzitter
  • Peter Aben, directeur/bestuurder huisartsenposten West-Brabant
  • Wendy van den Berg, directeur CHP West-Friesland
  • Lynda Gelderland, bestuurder huisartsenposten Midden-Brabant
  • Peter de Groof, huisarts, medisch manager Spoedpost Zuid-Kennemerland
  • Yvonne Guldemond, huisarts, medisch directeur Huisartsen Oostelijk Zuid-Limburg (HOZL)
  • Marjolijne Hanegraaf, directeur huisartsenpost Midden-Holland
  • Ruud Münstermann, directeur HDS Zeeland
  • Brigitte Reiss, directeur huisartsenpost Amstelland

Vanuit het bestuur van InEen participeert portefeuillehouder Kien Smulders. Met drie huisartsen, een mix van grote en kleine, mono- en multidisciplinaire organisaties, huisartsenposten (al dan niet bij een SEH) en spreiding over het land heeft ook deze BAC een mooie samenstelling. De eerste bijeenkomst vindt zo spoedig mogelijk in het nieuwe jaar plaats.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Met genoegen melden we dat ook de BAC Acute Zorg van start kan gaan. De leden zijn:

  • Anja Meekes, huisarts, bestuurder CIHN, voorzitter
  • Peter Aben, directeur/bestuurder huisartsenposten West-Brabant
  • Wendy van den Berg, directeur CHP West-Friesland
  • Lynda Gelderland, bestuurder huisartsenposten Midden-Brabant
  • Peter de Groof, huisarts, medisch manager Spoedpost Zuid-Kennemerland
  • Yvonne Guldemond, huisarts, medisch directeur Huisartsen Oostelijk Zuid-Limburg (HOZL)
  • Marjolijne Hanegraaf, directeur huisartsenpost Midden-Holland
  • Ruud Münstermann, directeur HDS Zeeland
  • Brigitte Reiss, directeur huisartsenpost Amstelland

Vanuit het bestuur van InEen participeert portefeuillehouder Kien Smulders. Met drie huisartsen, een mix van grote en kleine, mono- en multidisciplinaire organisaties, huisartsenposten (al dan niet bij een SEH) en spreiding over het land heeft ook deze BAC een mooie samenstelling. De eerste bijeenkomst vindt zo spoedig mogelijk in het nieuwe jaar plaats.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

VWS-filmpje over kostenbewustzijn

24 november 2014

VWS heeft in het kader van haar eindejaarspubliekscampagne vier filmpjes laten maken, die vanaf vandaag, 21 november, uitgezonden gaan worden. Een van de filmpjes gaat over kostenbewustzijn en zoomt in op de acute zorg. De boodschap luidt: ‘Wend je eerst tot de huisarts of de huisartsenpost. Dat is even goed en voordeliger dan direct naar de SEH gaan.’ De andere filmpjes gaan over Goede zorg, Wachtlijsten en Overstappen. De filmpjes komen binnenkort te staan op www.dezorgverandertmee.nl. InEen heeft het filmpje niet van te voren gezien. Wel hebben we een paar kleine veranderingen kunnen aanbrengen in de uitgesproken tekst.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

VWS heeft in het kader van haar eindejaarspubliekscampagne vier filmpjes laten maken, die vanaf vandaag, 21 november, uitgezonden gaan worden. Een van de filmpjes gaat over kostenbewustzijn en zoomt in op de acute zorg. De boodschap luidt: ‘Wend je eerst tot de huisarts of de huisartsenpost. Dat is even goed en voordeliger dan direct naar de SEH gaan.’ De andere filmpjes gaan over Goede zorg, Wachtlijsten en Overstappen. De filmpjes komen binnenkort te staan op www.dezorgverandertmee.nl. InEen heeft het filmpje niet van te voren gezien. Wel hebben we een paar kleine veranderingen kunnen aanbrengen in de uitgesproken tekst.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Website voor hulpverleners ebola

24 november 2014

In Medisch Contact lazen we dat er deze week een website is geopend voor mensen die willen helpen in de bestrijding van ebola. Naast artsen en verpleegkundigen is er dringend behoefte aan managers en logistiek personeel. Op ebolajobs.nl vinden zij vacatures. De website is een initiatief van de samenwerkende hulporganisaties.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

In Medisch Contact lazen we dat er deze week een website is geopend voor mensen die willen helpen in de bestrijding van ebola. Naast artsen en verpleegkundigen is er dringend behoefte aan managers en logistiek personeel. Op ebolajobs.nl vinden zij vacatures. De website is een initiatief van de samenwerkende hulporganisaties.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Evaluatie ebola-protocol Dordrecht

24 oktober 2014

Nadat op 4 oktober een patiënt met verdenking op ebola de gezamenlijke hal van de huisartsenpost en de SEH van het Albert Schweitzer ziekenhuis Dordrecht binnenliep, hebben alle betrokkenen de gang van zaken zorgvuldig geëvalueerd. Hebben de procedures gewerkt? Dekken die alle zaken die geregeld moeten zijn? Welke tips komen voort uit de ervaringen? De gebeurtenis in Dordrecht is uiteraard ook voor anderen leerzaam. Met dank aan Heleen van Pelt en Odette Schouten, respectievelijk directeur en medisch manager van de huisartsenpost, sturen we jullie hierbij het evaluatierapport en het ebola-protocol. We bevelen deze informatieve documenten warm aan.
Verder merken we nog op dat LHV, NHG en InEen een afstemmingsoverleg zijn gestart rond ebola. Ook hebben we hierover wekelijks contact met het RIVM. Voor deze week meldt het RIVM dat de WHO op 20 oktober heeft verklaard dat de ebola-uitbraak in Nigeria voorbij  is. Dit betekent dat personen afkomstig uit Nigeria niet langer een risicogroep voor ebola zijn. Zie voor meer informatie de website van het RIVM. Verder heeft minister Schippers een landelijk informatiepunt Ebola ingesteld, telefoon 0800-0480. Het is bedoeld voor algemene vragen van burgers en op werkdagen bereikbaar tussen 8:00 en 18:00 uur.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Nadat op 4 oktober een patiënt met verdenking op ebola de gezamenlijke hal van de huisartsenpost en de SEH van het Albert Schweitzer ziekenhuis Dordrecht binnenliep, hebben alle betrokkenen de gang van zaken zorgvuldig geëvalueerd. Hebben de procedures gewerkt? Dekken die alle zaken die geregeld moeten zijn? Welke tips komen voort uit de ervaringen? De gebeurtenis in Dordrecht is uiteraard ook voor anderen leerzaam. Met dank aan Heleen van Pelt en Odette Schouten, respectievelijk directeur en medisch manager van de huisartsenpost, sturen we jullie hierbij het evaluatierapport en het ebola-protocol. We bevelen deze informatieve documenten warm aan.
Verder merken we nog op dat LHV, NHG en InEen een afstemmingsoverleg zijn gestart rond ebola. Ook hebben we hierover wekelijks contact met het RIVM. Voor deze week meldt het RIVM dat de WHO op 20 oktober heeft verklaard dat de ebola-uitbraak in Nigeria voorbij  is. Dit betekent dat personen afkomstig uit Nigeria niet langer een risicogroep voor ebola zijn. Zie voor meer informatie de website van het RIVM. Verder heeft minister Schippers een landelijk informatiepunt Ebola ingesteld, telefoon 0800-0480. Het is bedoeld voor algemene vragen van burgers en op werkdagen bereikbaar tussen 8:00 en 18:00 uur.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Knooppunt Ketenzorg

24 september 2014

knooppunt-ketenzorgSinds begin september is het Knooppunt Ketenzorg in Zuid-Holland Noord een feit. Het knooppunt is een goed voorbeeld van samenwerking tussen eerste en tweede lijn.

Als organisatie van eerstelijnszorgverleners ontwikkelt het knooppunt Ketenzorg ketenzorgprogramma’s inclusief inhoudelijke zorg- en werkafspraken met de drie ziekenhuizen in de regio. De zorggroepen in Zuid-Holland Noord kunnen de programma’s vervolgens lokaal uitrollen.

De basis voor het knooppunt werd al in 2013 gelegd, onder andere door het maken van afspraken met de drie ziekenhuizen in de regio. Er liggen nu regiobrede afspraken met de tweede lijn over eenduidige (terug)verwijzing, consultatie en informatievoorziening voor de ketens CVRM, diabetes en COPD. In voorbereiding zijn de ketenzorgprogramma’s  osteoporose en ouderenzorg. Nadat de multidisciplinaire programmacommissie van het Knooppunt Ketenzorg de inhoudelijke kaders heeft opgesteld, nemen werkgroepen de ontwikkeling van de eerstelijnszorgprogramma’s voor hun rekening. Deze programma’s worden vervolgens voorgelegd aan de zorgverzekeraar en vormen daarna de basis voor inhoudelijke zorgafspraken met de betrokken specialisten in de tweede lijn.

Het dagelijks bestuur van het Knooppunt Ketenzorg bestaat uit Gelf Jan Wieringa (voorzitter Rijncoepel), Hans van Selm (Alphen op één lijn) en Hans Brehler (ROHWN). Meer informatie op www.knooppuntketenzorg.nl en in de terugblik op 2013.

[...]

knooppunt-ketenzorgSinds begin september is het Knooppunt Ketenzorg in Zuid-Holland Noord een feit. Het knooppunt is een goed voorbeeld van samenwerking tussen eerste en tweede lijn.

Als organisatie van eerstelijnszorgverleners ontwikkelt het knooppunt Ketenzorg ketenzorgprogramma’s inclusief inhoudelijke zorg- en werkafspraken met de drie ziekenhuizen in de regio. De zorggroepen in Zuid-Holland Noord kunnen de programma’s vervolgens lokaal uitrollen.

De basis voor het knooppunt werd al in 2013 gelegd, onder andere door het maken van afspraken met de drie ziekenhuizen in de regio. Er liggen nu regiobrede afspraken met de tweede lijn over eenduidige (terug)verwijzing, consultatie en informatievoorziening voor de ketens CVRM, diabetes en COPD. In voorbereiding zijn de ketenzorgprogramma’s  osteoporose en ouderenzorg. Nadat de multidisciplinaire programmacommissie van het Knooppunt Ketenzorg de inhoudelijke kaders heeft opgesteld, nemen werkgroepen de ontwikkeling van de eerstelijnszorgprogramma’s voor hun rekening. Deze programma’s worden vervolgens voorgelegd aan de zorgverzekeraar en vormen daarna de basis voor inhoudelijke zorgafspraken met de betrokken specialisten in de tweede lijn.

Het dagelijks bestuur van het Knooppunt Ketenzorg bestaat uit Gelf Jan Wieringa (voorzitter Rijncoepel), Hans van Selm (Alphen op één lijn) en Hans Brehler (ROHWN). Meer informatie op www.knooppuntketenzorg.nl en in de terugblik op 2013.

Aankondiging wijziging NHG-TriageWijzer en NTS-applicatie

23 september 2014

We maken jullie attent op twee belangrijke wijzigingen van de NHG-Triagewijzer dit najaar. Het betreft als eerste de NTS-urgentiecategorie U4. Op dit moment staat de responstijd beschreven als dezelfde dag en worden patiënten in deze categorie dezelfde werkdag of dienst gezien. De responstijd wordt: binnen 24 uur. In een brief licht het NHG toe dat met name in de avonddiensten op de huisartsenposten veel patiënten worden gezien, die even goed of misschien wel beter de volgende dag door hun eigen huisarts gezien hadden kunnen worden. Met de aangepaste formulering, die overigens niet alleen voor de NHG-TriageWijzer geldt maar ook voor de digitale NTS-applicatie, hopen de Stichting NTS en het NHG dat te bereiken. Als tweede wordt aangekondigd dat de NHG-TriageWijzer beter wordt aangepast aan de gebruikswensen van de dagpraktijk, zonder afbreuk te doen aan de huidige bruikbaarheid in de ANW-zorg. Voor vragen, op- en aanmerkingen kunnen jullie contact opnemen met Markus Kruyswijk via m.kruyswijk@nhg.org. Naar verwachting wordt de nieuwe versie van de NTS in november 2014 in het call-managementsysteem ingebouwd. Via www.nhg.org/triagewijzer kunnen jullie (vanaf half oktober) ook de nieuwe NHG-TriageWijzer bestellen.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

[...]

We maken jullie attent op twee belangrijke wijzigingen van de NHG-Triagewijzer dit najaar. Het betreft als eerste de NTS-urgentiecategorie U4. Op dit moment staat de responstijd beschreven als dezelfde dag en worden patiënten in deze categorie dezelfde werkdag of dienst gezien. De responstijd wordt: binnen 24 uur. In een brief licht het NHG toe dat met name in de avonddiensten op de huisartsenposten veel patiënten worden gezien, die even goed of misschien wel beter de volgende dag door hun eigen huisarts gezien hadden kunnen worden. Met de aangepaste formulering, die overigens niet alleen voor de NHG-TriageWijzer geldt maar ook voor de digitale NTS-applicatie, hopen de Stichting NTS en het NHG dat te bereiken. Als tweede wordt aangekondigd dat de NHG-TriageWijzer beter wordt aangepast aan de gebruikswensen van de dagpraktijk, zonder afbreuk te doen aan de huidige bruikbaarheid in de ANW-zorg. Voor vragen, op- en aanmerkingen kunnen jullie contact opnemen met Markus Kruyswijk via m.kruyswijk@nhg.org. Naar verwachting wordt de nieuwe versie van de NTS in november 2014 in het call-managementsysteem ingebouwd. Via www.nhg.org/triagewijzer kunnen jullie (vanaf half oktober) ook de nieuwe NHG-TriageWijzer bestellen.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

Nieuwe InEen-collega’s

23 september 2014

Graag stellen we drie nieuwe InEen-collega’s aan jullie voor:

Ella Benedictus: beleidsmedewerker
Ella werkt sinds juni aan het project ‘Verbetering samenwerking en samenhang in de keten van acute zorg’. Daarnaast is ze betrokken bij het programma ‘Zorgvernieuwing & onderzoek’. In haar vorige werkkring heef ze gewerkt aan het oprichten en borgen van het netwerk samenwerking in de zorg voor jeugd. Het project ‘Verbetering samenwerking en samenhang’ is inmiddels op stoom. Binnenkort worden de huisartsenposten benaderd over de samenwerking met ketenpartners.

Judith van Duren, programmamanager
Judith is sinds 1 september programmamanager bij InEen en accountmanager voor de gezondheidscentra. Haar aandachtsgebieden zijn bekostiging, praktijkvoering en contractering, en informatiebeleid (benchmarking, gegevens-uitwisseling, enzovoort). De afgelopen jaren deed ze belangrijke ervaring op bij de KNMT (Koninklijke Vereniging tot bevordering van de tandheelkunde), ZN en de NZa.

Rianne van Pijkeren, beleidsmedewerker
Rianne doet sinds 1 september voor een half jaar ervaring op als beleidsmedewerker in het project ‘Verbetering samenwerking en samenhang in de keten van acute zorg’. Ze is van huis uit ergotherapeut en behaalde onlangs haar master Gezondheidswetenschappen (richting beleid en organisatie van de zorg) aan de Vrije Universiteit in Amsterdam.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

[...]

Graag stellen we drie nieuwe InEen-collega’s aan jullie voor:

Ella Benedictus: beleidsmedewerker
Ella werkt sinds juni aan het project ‘Verbetering samenwerking en samenhang in de keten van acute zorg’. Daarnaast is ze betrokken bij het programma ‘Zorgvernieuwing & onderzoek’. In haar vorige werkkring heef ze gewerkt aan het oprichten en borgen van het netwerk samenwerking in de zorg voor jeugd. Het project ‘Verbetering samenwerking en samenhang’ is inmiddels op stoom. Binnenkort worden de huisartsenposten benaderd over de samenwerking met ketenpartners.

Judith van Duren, programmamanager
Judith is sinds 1 september programmamanager bij InEen en accountmanager voor de gezondheidscentra. Haar aandachtsgebieden zijn bekostiging, praktijkvoering en contractering, en informatiebeleid (benchmarking, gegevens-uitwisseling, enzovoort). De afgelopen jaren deed ze belangrijke ervaring op bij de KNMT (Koninklijke Vereniging tot bevordering van de tandheelkunde), ZN en de NZa.

Rianne van Pijkeren, beleidsmedewerker
Rianne doet sinds 1 september voor een half jaar ervaring op als beleidsmedewerker in het project ‘Verbetering samenwerking en samenhang in de keten van acute zorg’. Ze is van huis uit ergotherapeut en behaalde onlangs haar master Gezondheidswetenschappen (richting beleid en organisatie van de zorg) aan de Vrije Universiteit in Amsterdam.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

Beleidsadviescommissie Acute zorg

16 september 2014

Eén van de tien programma’s in de ‘boom’ van InEen is Acute Zorg. Ook voor dit programma gaan we een Beleidsadviescommissie (BAC) inrichten en zijn we dus op zoek naar leden die mee willen denken over de vraagstukken rond acute zorg. Het gaat daarbij uiteraard over de samenwerking met andere zorgverleners zoals de SEH, de ambulancezorg, de GGZ, de VVT-sector en de farmaceutische spoedzorg. Daarnaast doen zich op de huisartsenpost specifieke vraagstukken voor die in de BAC Acute Zorg nader aan de orde zullen komen. Denk bijvoorbeeld aan het al dan niet of onder voorwaarden bieden van zorg aan bijzondere groepen, zoals mensen in een AWBZ-instelling. Of aan samenwerking met de politie. En ook het thema triage valt onder de BAC Acute Zorg.
We willen in de BAC graag een afspiegeling van de leden huisartsenposten: groot en klein, stad en platteland, mono- en multidisciplinaire organisaties, verschillende preferente zorgverzekeraars. Graag horen we wie belangstelling heeft om te participeren in de BAC, zodat we dit najaar nog aan de slag kunnen.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

[...]

Eén van de tien programma’s in de ‘boom’ van InEen is Acute Zorg. Ook voor dit programma gaan we een Beleidsadviescommissie (BAC) inrichten en zijn we dus op zoek naar leden die mee willen denken over de vraagstukken rond acute zorg. Het gaat daarbij uiteraard over de samenwerking met andere zorgverleners zoals de SEH, de ambulancezorg, de GGZ, de VVT-sector en de farmaceutische spoedzorg. Daarnaast doen zich op de huisartsenpost specifieke vraagstukken voor die in de BAC Acute Zorg nader aan de orde zullen komen. Denk bijvoorbeeld aan het al dan niet of onder voorwaarden bieden van zorg aan bijzondere groepen, zoals mensen in een AWBZ-instelling. Of aan samenwerking met de politie. En ook het thema triage valt onder de BAC Acute Zorg.
We willen in de BAC graag een afspiegeling van de leden huisartsenposten: groot en klein, stad en platteland, mono- en multidisciplinaire organisaties, verschillende preferente zorgverzekeraars. Graag horen we wie belangstelling heeft om te participeren in de BAC, zodat we dit najaar nog aan de slag kunnen.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

NZa-normbedragen 2015

29 juli 2014

Deze week heeft de NZa de normbedragen 2015 vrijgegeven. Hieronder deze bedragen met tussen haakjes de bedragen van 2014:

  • Basisbedrag € 11,93 (€12,01)
  • Module platteland € 2,98 (€3,00)
  • Module zorgconsumptie € 2,39 (€2,40)

De NZa heeft toegelicht dat de bedragen lager uitkomen dan in 2014, omdat in de bedragen 2014 een forse positieve inhaal over 2013 was verwerkt. In 2015 is het ANW-uurtarief € 69,32 (€69,84). De eventuele toeslag
is € 15,-. Dit staat in de vorige week bekend gemaakte tariefbeschikking voor de huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg (TB/CU-7089-01). Deze normbedragen kunnen jullie gebruiken bij de begroting 2015.

[...]

Deze week heeft de NZa de normbedragen 2015 vrijgegeven. Hieronder deze bedragen met tussen haakjes de bedragen van 2014:

  • Basisbedrag € 11,93 (€12,01)
  • Module platteland € 2,98 (€3,00)
  • Module zorgconsumptie € 2,39 (€2,40)

De NZa heeft toegelicht dat de bedragen lager uitkomen dan in 2014, omdat in de bedragen 2014 een forse positieve inhaal over 2013 was verwerkt. In 2015 is het ANW-uurtarief € 69,32 (€69,84). De eventuele toeslag
is € 15,-. Dit staat in de vorige week bekend gemaakte tariefbeschikking voor de huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg (TB/CU-7089-01). Deze normbedragen kunnen jullie gebruiken bij de begroting 2015.

18 juni: landelijk congres ‘Concentratie en spreiding van spoedzorg’

28 mei 2014

Concentratie van complexe spoedzorg bij minder ziekenhuizen en het beschikbaar maken van basisspoedzorg dichtbij de burger. Dat zijn de twee hoofdcomponenten van de Kwaliteitsvisie Spoedeisende Zorg van ZN. Op 18 juni wordt op het congres ‘Concentratie en spreiding van spoedzorg’ stilgestaan bij de vraag of en hoe dit daadwerkelijk kwaliteitsverbetering en kostenbesparing kan opleveren.

Inleidingen, een debat en interactieve sessies belichten het onderwerp van verschillende kanten. Er is veel ruimte voor vragen en discussie. Willem Geerlings (Medisch Centrum Haaglanden) geeft een probleemanalyse en werpt een blik in de toekomst. Bram den Engelsen (Twynstra Gudde) gaat in op de financiële en (regionale) organisatorische kant. Ook het zorgverzekeraarsperspectief komt aan de orde bij monde van Bas Geerdes (Achmea). De ochtend wordt afgesloten met een debat. Het middagprogramma is meer praktisch van aard en bestaat uit het belichten van de profielen neurologie, IC en SEH. In een interactieve sessie krijgt de regionale aanpak alle aandacht.

Het congres richt zich op bestuurders, zorgprofessionals, kwaliteitsfunctionaris-sen, onderzoekers en beleidsmedewerkers bij huisartsenposten, ziekenhuizen, ambulancevoorzieningen, zorgverzekeraars en andere spoedzorgorganisaties. Het congres vindt plaats op 18 juni 2014 in Amsterdam. Informatie over het programma en inschrijving vindt u op de website van het Leids Congres Bureau.

[...]

Concentratie van complexe spoedzorg bij minder ziekenhuizen en het beschikbaar maken van basisspoedzorg dichtbij de burger. Dat zijn de twee hoofdcomponenten van de Kwaliteitsvisie Spoedeisende Zorg van ZN. Op 18 juni wordt op het congres ‘Concentratie en spreiding van spoedzorg’ stilgestaan bij de vraag of en hoe dit daadwerkelijk kwaliteitsverbetering en kostenbesparing kan opleveren.

Inleidingen, een debat en interactieve sessies belichten het onderwerp van verschillende kanten. Er is veel ruimte voor vragen en discussie. Willem Geerlings (Medisch Centrum Haaglanden) geeft een probleemanalyse en werpt een blik in de toekomst. Bram den Engelsen (Twynstra Gudde) gaat in op de financiële en (regionale) organisatorische kant. Ook het zorgverzekeraarsperspectief komt aan de orde bij monde van Bas Geerdes (Achmea). De ochtend wordt afgesloten met een debat. Het middagprogramma is meer praktisch van aard en bestaat uit het belichten van de profielen neurologie, IC en SEH. In een interactieve sessie krijgt de regionale aanpak alle aandacht.

Het congres richt zich op bestuurders, zorgprofessionals, kwaliteitsfunctionaris-sen, onderzoekers en beleidsmedewerkers bij huisartsenposten, ziekenhuizen, ambulancevoorzieningen, zorgverzekeraars en andere spoedzorgorganisaties. Het congres vindt plaats op 18 juni 2014 in Amsterdam. Informatie over het programma en inschrijving vindt u op de website van het Leids Congres Bureau.

Aanpassingen Nederlandse Triage Standaard (NTS)

28 mei 2014

ntsIn de nieuwe versie 6.1. van de NTS die in juli verschijnt is de ABCD-triage voor levensbedreigende situaties ingrijpend vernieuwd. De NTS-redactieraad praatte triagisten van huisartsenposten, meldkamers en ziekenhuizen alvast bij.

Roeland Drijver, voorzitter van de NTS-reactieraad: ‘Triagisten gaven aan behoefte te hebben aan meer ondersteuning bij het herkennen van een levensgevaarlijke situatie. Daarom hebben we de ABCD-triage opnieuw ingericht. De oude filosofie was dat deze beoordeling behoort tot de competenties van de triagist. Nu hebben we ondersteunende triagecriteria opgesteld die het voor de triagist en uiteindelijk voor de patiënt veiliger maken.’ Lees het overzicht van de nieuwe criteria.

De nieuwe ABCD-triage werd op 13 mei toegelicht op de halfjaarlijkse NTS-triagistenbijeenkomst waarop de NTS-redactieraad vragen en feedback deelt met de gebruikers. Zo kwam de redactieraad terug op vragen over het herkennen van een hartinfarct die in de afgelopen periode aan experts werden voorgelegd. Drijver: ‘De conclusie luidde dat de triage goed in elkaar zit. Ook voor het herkennen van een infarct bij vrouwen of een infarct waarbij geen sprake is van pijn op de borst.’ Verder werd stilgestaan bij het beoordelen van hevige buik- of rugpijn (is een ambulancerit wel of niet geïndiceerd?) en het herkennen van een aneurysma. Een verslag van de bijeenkomst en een overzicht van alle wijzigingen in versie 6.1 staat op de website van de NTS.

Ongeveer twee derde van de huisartsenposten werkt inmiddels al met de NTS-applicatie, verder bijna de helft van de meldkamers en een langzaam toenemend aantal ziekenhuizen (vooral waar wordt samengewerkt met een huisartsenpost). De NTS-redactieraad houdt nauwlettend een vinger aan de pols. Twee keer per jaar krijgt de standaard een update die aansluit bij nieuwe ontwikkelingen en inzichten. Feedback is essentieel. Drijver: ‘Onze spoedzorg staat of valt bij een veilige én doelmatige triage. Op basis van de feedback blijven we voortdurend de NTS verbeteren. Op 2 september bijvoorbeeld organiseren we een invitational werkconferentie over de zogenoemde vervolgacties: wie is juiste hulpverlener op basis van zorgvraag en triage? We nodigen dan veel dokters uit om onze uitgangspunten daarvoor tegen het licht te houden. Hebben we de vervolgacties goed geregeld?’

De volgende NTS-triagistenbijeenkomst vindt plaats op 27 november 2014. Bezoek voor uitgebreide informatie over de NTS de website: www.de-nts.nl.

[...]

ntsIn de nieuwe versie 6.1. van de NTS die in juli verschijnt is de ABCD-triage voor levensbedreigende situaties ingrijpend vernieuwd. De NTS-redactieraad praatte triagisten van huisartsenposten, meldkamers en ziekenhuizen alvast bij.

Roeland Drijver, voorzitter van de NTS-reactieraad: ‘Triagisten gaven aan behoefte te hebben aan meer ondersteuning bij het herkennen van een levensgevaarlijke situatie. Daarom hebben we de ABCD-triage opnieuw ingericht. De oude filosofie was dat deze beoordeling behoort tot de competenties van de triagist. Nu hebben we ondersteunende triagecriteria opgesteld die het voor de triagist en uiteindelijk voor de patiënt veiliger maken.’ Lees het overzicht van de nieuwe criteria.

De nieuwe ABCD-triage werd op 13 mei toegelicht op de halfjaarlijkse NTS-triagistenbijeenkomst waarop de NTS-redactieraad vragen en feedback deelt met de gebruikers. Zo kwam de redactieraad terug op vragen over het herkennen van een hartinfarct die in de afgelopen periode aan experts werden voorgelegd. Drijver: ‘De conclusie luidde dat de triage goed in elkaar zit. Ook voor het herkennen van een infarct bij vrouwen of een infarct waarbij geen sprake is van pijn op de borst.’ Verder werd stilgestaan bij het beoordelen van hevige buik- of rugpijn (is een ambulancerit wel of niet geïndiceerd?) en het herkennen van een aneurysma. Een verslag van de bijeenkomst en een overzicht van alle wijzigingen in versie 6.1 staat op de website van de NTS.

Ongeveer twee derde van de huisartsenposten werkt inmiddels al met de NTS-applicatie, verder bijna de helft van de meldkamers en een langzaam toenemend aantal ziekenhuizen (vooral waar wordt samengewerkt met een huisartsenpost). De NTS-redactieraad houdt nauwlettend een vinger aan de pols. Twee keer per jaar krijgt de standaard een update die aansluit bij nieuwe ontwikkelingen en inzichten. Feedback is essentieel. Drijver: ‘Onze spoedzorg staat of valt bij een veilige én doelmatige triage. Op basis van de feedback blijven we voortdurend de NTS verbeteren. Op 2 september bijvoorbeeld organiseren we een invitational werkconferentie over de zogenoemde vervolgacties: wie is juiste hulpverlener op basis van zorgvraag en triage? We nodigen dan veel dokters uit om onze uitgangspunten daarvoor tegen het licht te houden. Hebben we de vervolgacties goed geregeld?’

De volgende NTS-triagistenbijeenkomst vindt plaats op 27 november 2014. Bezoek voor uitgebreide informatie over de NTS de website: www.de-nts.nl.

Triagistenbijeenkomst stichting NTS

28 april 2014

Op dinsdag 13 mei 2014 van 11.00 tot 13.30 uur vindt in de Domus Medica in Utrecht de halfjaarlijkse bijeenkomst voor triagisten plaats van de Stichting NTS. Doel van deze bijeenkomsten is het bespreken van wensen en feedback over de inhoud van de NTS. Zoals ingangsklachten, triagecriteria, adviezen, vervolgfuncties, urgenties etc.

Ook wensen van gebruikers, het terugkoppelen van fouten en het informeren over aanpassingen, wijzingen en updates kunnen aan de orde komen. De triagistenbijeenkomst is tevens de plek om ervaren problemen van NTS-gebruikers of de redactieraad te bespreken. De deelnemers aan de bijeenkomst fungeren als intermediair tussen redactieraad en de gebruikers in hun huisartsenpost, meldkamer of SEH.

Aan de bijeenkomst kan per huisartsenpost die de digitale NTS-applicatie gebruikt één triagist deelnemen. De bijeenkomst is dus niet bedoeld voor gebruikers van de NHG-TriageWijzer. Mocht je belangstelling hebben om een triagist af te vaardigen en hierover tot nu toe nog geen contact hebben met de Stichting NTS, dan kan de NTS-officemanager Patricia Buvelot je verder helpen: P.Buvelot@nhg.org.

[...]

Op dinsdag 13 mei 2014 van 11.00 tot 13.30 uur vindt in de Domus Medica in Utrecht de halfjaarlijkse bijeenkomst voor triagisten plaats van de Stichting NTS. Doel van deze bijeenkomsten is het bespreken van wensen en feedback over de inhoud van de NTS. Zoals ingangsklachten, triagecriteria, adviezen, vervolgfuncties, urgenties etc.

Ook wensen van gebruikers, het terugkoppelen van fouten en het informeren over aanpassingen, wijzingen en updates kunnen aan de orde komen. De triagistenbijeenkomst is tevens de plek om ervaren problemen van NTS-gebruikers of de redactieraad te bespreken. De deelnemers aan de bijeenkomst fungeren als intermediair tussen redactieraad en de gebruikers in hun huisartsenpost, meldkamer of SEH.

Aan de bijeenkomst kan per huisartsenpost die de digitale NTS-applicatie gebruikt één triagist deelnemen. De bijeenkomst is dus niet bedoeld voor gebruikers van de NHG-TriageWijzer. Mocht je belangstelling hebben om een triagist af te vaardigen en hierover tot nu toe nog geen contact hebben met de Stichting NTS, dan kan de NTS-officemanager Patricia Buvelot je verder helpen: P.Buvelot@nhg.org.

Triagistenbijeenkomst stichting NTS

25 april 2014

Op dinsdag 13 mei 2014 de halfjaarlijkse bijeenkomst voor triagisten plaats van de Stichting NTS. Van 11.00 tot 13.30 uur (inclusief lunch) in Hotel Mitland, Arienslaan 1, 3573 PB Utrecht. Doel van deze bijeenkomsten is het bespreken van wensen en feedback over de inhoud van de NTS, zoals ingangsklachten, triagecriteria, adviezen, vervolgfuncties, urgenties etc.

Ook wensen van gebruikers, het terugkoppelen van fouten en het informeren over aanpassingen, wijzingen en updates kunnen aan de orde komen. De triagistenbijeenkomst is tevens de plek om ervaren problemen van NTS-gebruikers of de redactieraad te bespreken. De deelnemers aan de bijeenkomst fungeren als intermediair tussen redactieraad en de gebruikers in hun huisartsenpost, meldkamer of SEH.

Aan de bijeenkomst kan per huisartsenpost die de digitale NTS-applicatie gebruikt één triagist deelnemen. De bijeenkomst is dus niet bedoeld voor gebruikers van de NHG-TriageWijzer. Mocht je belangstelling hebben om een triagist af te vaardigen en hierover tot nu toe nog geen contact hebben met de Stichting NTS, dan kan de NTS-officemanager Patricia Buvelot je verder helpen: secretariaatNTS@de-nts.nl.

[...]

Op dinsdag 13 mei 2014 de halfjaarlijkse bijeenkomst voor triagisten plaats van de Stichting NTS. Van 11.00 tot 13.30 uur (inclusief lunch) in Hotel Mitland, Arienslaan 1, 3573 PB Utrecht. Doel van deze bijeenkomsten is het bespreken van wensen en feedback over de inhoud van de NTS, zoals ingangsklachten, triagecriteria, adviezen, vervolgfuncties, urgenties etc.

Ook wensen van gebruikers, het terugkoppelen van fouten en het informeren over aanpassingen, wijzingen en updates kunnen aan de orde komen. De triagistenbijeenkomst is tevens de plek om ervaren problemen van NTS-gebruikers of de redactieraad te bespreken. De deelnemers aan de bijeenkomst fungeren als intermediair tussen redactieraad en de gebruikers in hun huisartsenpost, meldkamer of SEH.

Aan de bijeenkomst kan per huisartsenpost die de digitale NTS-applicatie gebruikt één triagist deelnemen. De bijeenkomst is dus niet bedoeld voor gebruikers van de NHG-TriageWijzer. Mocht je belangstelling hebben om een triagist af te vaardigen en hierover tot nu toe nog geen contact hebben met de Stichting NTS, dan kan de NTS-officemanager Patricia Buvelot je verder helpen: secretariaatNTS@de-nts.nl.

Positionering Huisartsenposten

27 maart 2014

AZInEen wil meer inzicht krijgen in waar huisartsenposten wel en niet voor staan. Wat willen ze uitstralen? En waar kunnen mensen hen aan herkennen?  Lees verder

InEen is om meer inzicht te krijgen in deze vragen aan de slag gegaan met een online enquête, gevolgd door discussiebijeenkomsten, ondersteund door het bureau Roos & van de Werk.

Verdieping
In de kwalitatieve sessies is een verdiepingsslag gemaakt met de enquêteresultaten. ‘Juist in die bijeenkomsten kwam de gedeelde ambitie naar voren’, geeft Frank Roos aan, van bureau Roos & van de Werk. ‘Er zijn drie sessies gehouden: eentje met triagisten, de andere met management en bestuurders. De derde bijeenkomst was gecombineerd, waarbij ook huisartsen aanwezig waren.’

Perspectieven
‘In de gesprekken bleek dat er groot draagvlak is voor eenduidigheid. Men wil graag een uniforme uitstraling naar buiten. Tegelijk vinden de mensen het behoud van een eigen identiteit en werkwijze  van belang.’ Zowel de huisartsenposten als de verschillende groepen medewerkers op een huisartsenpost kennen hun eigen perspectieven en accenten. ‘Het management en de huisartsen hechten over het algemeen aan de eigen identiteit en werkwijze. Triagisten bekijken hun werk vooral vanuit de patiënt en hebben daarom eerder behoefte aan uniformiteit bij de huisartsenposten,’ geeft Roos aan.  Ook management en huisartsen hebben hun eigen invalshoeken. Zoals een deelnemer opmerkte: “Logisch: de manager meet aan de hand van de calamiteiten en ziet dus vooral wat er fout gaat, de huisarts ervaart direct de reactie van de patiënt die doorgaans tevreden is.” Al met al leeft de behoefte om een duidelijker beeld neer te zetten bij het publiek over waar de huisartsenpost voor bedoeld is. “We moeten meer zendingswerk verrichten”, vat een huisarts samen.

Duidelijkheid bij publiek
‘Het waren zeer waardevolle discussies met betrokken mensen’, geeft Roos aan.’ Er kwam duidelijk naar voren dat het draagvlak voor eenduidigheid aanwezig is. “Iedereen in Nederland moet weten waar een huisartsenpost voor is”, daarover waren alle deelnemers het eens.’ Daar gaat InEen dus verder mee aan de slag. De uitkomsten van de enquête en de bijeenkomsten vormen een stevige fundering voor een zogenaamd positioneringsplan. Het advies van Frank Roos: ‘zet de huisarts centraal in de organisatie en de patiënt centraal in de communicatie’. Over de verdere uitwerking van de adviezen volgt de komende tijd meer informatie.

[...]

AZInEen wil meer inzicht krijgen in waar huisartsenposten wel en niet voor staan. Wat willen ze uitstralen? En waar kunnen mensen hen aan herkennen?  Lees verder

InEen is om meer inzicht te krijgen in deze vragen aan de slag gegaan met een online enquête, gevolgd door discussiebijeenkomsten, ondersteund door het bureau Roos & van de Werk.

Verdieping
In de kwalitatieve sessies is een verdiepingsslag gemaakt met de enquêteresultaten. ‘Juist in die bijeenkomsten kwam de gedeelde ambitie naar voren’, geeft Frank Roos aan, van bureau Roos & van de Werk. ‘Er zijn drie sessies gehouden: eentje met triagisten, de andere met management en bestuurders. De derde bijeenkomst was gecombineerd, waarbij ook huisartsen aanwezig waren.’

Perspectieven
‘In de gesprekken bleek dat er groot draagvlak is voor eenduidigheid. Men wil graag een uniforme uitstraling naar buiten. Tegelijk vinden de mensen het behoud van een eigen identiteit en werkwijze  van belang.’ Zowel de huisartsenposten als de verschillende groepen medewerkers op een huisartsenpost kennen hun eigen perspectieven en accenten. ‘Het management en de huisartsen hechten over het algemeen aan de eigen identiteit en werkwijze. Triagisten bekijken hun werk vooral vanuit de patiënt en hebben daarom eerder behoefte aan uniformiteit bij de huisartsenposten,’ geeft Roos aan.  Ook management en huisartsen hebben hun eigen invalshoeken. Zoals een deelnemer opmerkte: “Logisch: de manager meet aan de hand van de calamiteiten en ziet dus vooral wat er fout gaat, de huisarts ervaart direct de reactie van de patiënt die doorgaans tevreden is.” Al met al leeft de behoefte om een duidelijker beeld neer te zetten bij het publiek over waar de huisartsenpost voor bedoeld is. “We moeten meer zendingswerk verrichten”, vat een huisarts samen.

Duidelijkheid bij publiek
‘Het waren zeer waardevolle discussies met betrokken mensen’, geeft Roos aan.’ Er kwam duidelijk naar voren dat het draagvlak voor eenduidigheid aanwezig is. “Iedereen in Nederland moet weten waar een huisartsenpost voor is”, daarover waren alle deelnemers het eens.’ Daar gaat InEen dus verder mee aan de slag. De uitkomsten van de enquête en de bijeenkomsten vormen een stevige fundering voor een zogenaamd positioneringsplan. Het advies van Frank Roos: ‘zet de huisarts centraal in de organisatie en de patiënt centraal in de communicatie’. Over de verdere uitwerking van de adviezen volgt de komende tijd meer informatie.

Identiteit, imago en reputatie van huisartsenposten

23 januari 2014

Eind 2013 vond het eerste deel van een onderzoek plaats naar de identiteit, het imago en de reputatie van huisartsenposten. Bijna 300 respondenten uit de achterban van de huisartsenposten vulden de enquête in. Er blijkt een groot draagvlak om als huisartsenposten gezamenlijk naar buiten te treden. Tegelijk hecht men aan de eigen identiteit.

InEen laat dit onderzoek uitvoeren om meer inzicht te krijgen in waar de huisartsenposten wel en niet voor staan. Hoe duidelijker dat is, hoe effectiever we de onderlinge samenwerking en de samenwerking in de keten kunnen organiseren. De huisartsenposten zien voordeel in een uniforme uitstraling naar buiten. Tegelijk willen ze ook de eigen identiteit vasthouden en hecht men aan ruimte om zelf beleid en dienstverlening in te vullen. Het blijkt dat huisartsen, triagisten en management elk anders aankijken tegen het functioneren van de huisartsenpost. Hun inschattingen en wensen verschillen.

Het vervolg van het onderzoek bestaat uit een verdieping van de enquêteresultaten. Dit gebeurt in bijeenkomsten met mensen uit de verschillende medewerkersgroepen. De uitkomsten vormen uiteindelijk de bouwstenen voor een concreet positioneringsplan.

 

[...]

Eind 2013 vond het eerste deel van een onderzoek plaats naar de identiteit, het imago en de reputatie van huisartsenposten. Bijna 300 respondenten uit de achterban van de huisartsenposten vulden de enquête in. Er blijkt een groot draagvlak om als huisartsenposten gezamenlijk naar buiten te treden. Tegelijk hecht men aan de eigen identiteit.

InEen laat dit onderzoek uitvoeren om meer inzicht te krijgen in waar de huisartsenposten wel en niet voor staan. Hoe duidelijker dat is, hoe effectiever we de onderlinge samenwerking en de samenwerking in de keten kunnen organiseren. De huisartsenposten zien voordeel in een uniforme uitstraling naar buiten. Tegelijk willen ze ook de eigen identiteit vasthouden en hecht men aan ruimte om zelf beleid en dienstverlening in te vullen. Het blijkt dat huisartsen, triagisten en management elk anders aankijken tegen het functioneren van de huisartsenpost. Hun inschattingen en wensen verschillen.

Het vervolg van het onderzoek bestaat uit een verdieping van de enquêteresultaten. Dit gebeurt in bijeenkomsten met mensen uit de verschillende medewerkersgroepen. De uitkomsten vormen uiteindelijk de bouwstenen voor een concreet positioneringsplan.

 

Project samenhang en samenwerking keten acute zorg

21 december 2013

Meer doelmatigheid en betere zorg in de keten van acute zorg bereiken door afstemming, samenhang en samenwerking. Dat is het streven. Er zijn op dit terrein diverse initiatieven ontplooid. Daarmee zijn mooie resultaten bereikt. InEen zet met het  projectplan “verbeteren samenhang en samenwerking keten van acute zorg’ deze lijn voort. Om zo regionaal te komen tot goede samenwerking tussen de ketenpartners. Het betreft:

  • ontwikkelen van materialen
  • ontsluiten van voorbeelden
  • communicatie met de patiënt
  • coördinatie en regie

In dit plan geeft InEen aan hoe zij in 2013, 2014 en 2015 tot samenhangende afspraken wil komen met haar ketenpartners in de acute zorg. Evenals hoe ze de regionale implementatie wil ondersteunen. Voor het projectplan heeft VWS inmiddels subsidie toegekend.

[...]

Meer doelmatigheid en betere zorg in de keten van acute zorg bereiken door afstemming, samenhang en samenwerking. Dat is het streven. Er zijn op dit terrein diverse initiatieven ontplooid. Daarmee zijn mooie resultaten bereikt. InEen zet met het  projectplan “verbeteren samenhang en samenwerking keten van acute zorg’ deze lijn voort. Om zo regionaal te komen tot goede samenwerking tussen de ketenpartners. Het betreft:

  • ontwikkelen van materialen
  • ontsluiten van voorbeelden
  • communicatie met de patiënt
  • coördinatie en regie

In dit plan geeft InEen aan hoe zij in 2013, 2014 en 2015 tot samenhangende afspraken wil komen met haar ketenpartners in de acute zorg. Evenals hoe ze de regionale implementatie wil ondersteunen. Voor het projectplan heeft VWS inmiddels subsidie toegekend.

Verantwoordelijkheden en wet- en regelgeving

24 september 2012

Het vraagstuk van de verantwoordelijkheidsverdeling is belangrijk, vooral bij samenwerking en zeker in de acute zorg, waarbij in de regel meerdere zorgverleners betrokken zijn en vaak sprake is van overdrachtsmomenten. Acute zorg brengt extra veiligheidsrisico’s met zich mee: er is meer kans dat er iets mis gaat. Daarom is het belangrijk de juridische aspecten van de samenwerking goed in beeld te hebben, waaronder de verantwoordelijkheden voor de kwaliteit van zorg en de aansprakelijkheid.

Samenwerkingsvormen

Afh ankelijk van de gekozen samenwerkingsvorm en de intensiteit van de samenwerking kunnen de juridische gevolgen verschillen. De ‘Handreiking Verantwoordelijkheden HAP+RAV’ op de CD-rom is opgesteld door Dirkzwager advocaten & notarissen en gaat in op de juridische aandachtspunten bij de samenwerking tussen huisartsenpost en RAV. De handreiking wordt, in vervolg op het project, onderwerp van overleg tussen AZN en VHN en hun beider achterban. Daarna kan de handreiking ten grondslag liggen aan verdere invulling van de samenwerking.

Wet- en regelgeving

Omdat de RAV’s, anders dan de huisartsenposten, over een eigen juridisch kader beschikken, wat bovendien binnenkort wordt vernieuwd, staat de ‘Handreiking Verantwoordelijkheden HAP+RAV’ uitgebreid stil bij de Tijdelijke wet ambulancezorg (Twaz). Deze wet treedt per 1 januari 2013 in werking. Enkele eisen waaraan RAV’s in het kader van de Twaz dienen te voldoen zijn relevant voor de samenwerking met de huisartsenposten. De Twaz en de memorie van toelichting zijn op de CD-rom opgenomen. Vanzelfsprekend zijn er meer wettelijke kaders die zowel op de RAV als op de huisartsenpost van toepassing zijn. Een aantal van deze wetten en hun consequenties voor de samenwerking, komen in de juridische handreiking aan de orde.

Heldere afspraken in de praktijk

De KNMG bracht in januari 2010 de handreiking ‘Verantwoordelijkheidsverdeling bij samenwerking in de zorg’ uit. Deze handreiking vormde belangrijke input voor de ‘Handreiking Verantwoordelijkheden HAP+RAV’ en gaat meer algemeen in op de samenwerking tussen verschillende zorgverleners. Aandacht wordt besteed aan een duidelijke taak- en verantwoordelijkheidsverdeling, aan de noodzaak tot communiceren en aan het afstemmen van werkzaamheden en informatie. De handreiking biedt handvatten voor afspraken op de werkvloer. Een mooi voorbeeld vormt de ROAZ-regio Zuidwest-Nederland waar de zorgaanbieders afspraken met elkaar hebben gemaakt over verantwoordelijkheid ter plaatse. De richtlijn vindt u op de CD-rom.


Bijlagen

[...]

Het vraagstuk van de verantwoordelijkheidsverdeling is belangrijk, vooral bij samenwerking en zeker in de acute zorg, waarbij in de regel meerdere zorgverleners betrokken zijn en vaak sprake is van overdrachtsmomenten. Acute zorg brengt extra veiligheidsrisico’s met zich mee: er is meer kans dat er iets mis gaat. Daarom is het belangrijk de juridische aspecten van de samenwerking goed in beeld te hebben, waaronder de verantwoordelijkheden voor de kwaliteit van zorg en de aansprakelijkheid.

Samenwerkingsvormen

Afh ankelijk van de gekozen samenwerkingsvorm en de intensiteit van de samenwerking kunnen de juridische gevolgen verschillen. De ‘Handreiking Verantwoordelijkheden HAP+RAV’ op de CD-rom is opgesteld door Dirkzwager advocaten & notarissen en gaat in op de juridische aandachtspunten bij de samenwerking tussen huisartsenpost en RAV. De handreiking wordt, in vervolg op het project, onderwerp van overleg tussen AZN en VHN en hun beider achterban. Daarna kan de handreiking ten grondslag liggen aan verdere invulling van de samenwerking.

Wet- en regelgeving

Omdat de RAV’s, anders dan de huisartsenposten, over een eigen juridisch kader beschikken, wat bovendien binnenkort wordt vernieuwd, staat de ‘Handreiking Verantwoordelijkheden HAP+RAV’ uitgebreid stil bij de Tijdelijke wet ambulancezorg (Twaz). Deze wet treedt per 1 januari 2013 in werking. Enkele eisen waaraan RAV’s in het kader van de Twaz dienen te voldoen zijn relevant voor de samenwerking met de huisartsenposten. De Twaz en de memorie van toelichting zijn op de CD-rom opgenomen. Vanzelfsprekend zijn er meer wettelijke kaders die zowel op de RAV als op de huisartsenpost van toepassing zijn. Een aantal van deze wetten en hun consequenties voor de samenwerking, komen in de juridische handreiking aan de orde.

Heldere afspraken in de praktijk

De KNMG bracht in januari 2010 de handreiking ‘Verantwoordelijkheidsverdeling bij samenwerking in de zorg’ uit. Deze handreiking vormde belangrijke input voor de ‘Handreiking Verantwoordelijkheden HAP+RAV’ en gaat meer algemeen in op de samenwerking tussen verschillende zorgverleners. Aandacht wordt besteed aan een duidelijke taak- en verantwoordelijkheidsverdeling, aan de noodzaak tot communiceren en aan het afstemmen van werkzaamheden en informatie. De handreiking biedt handvatten voor afspraken op de werkvloer. Een mooi voorbeeld vormt de ROAZ-regio Zuidwest-Nederland waar de zorgaanbieders afspraken met elkaar hebben gemaakt over verantwoordelijkheid ter plaatse. De richtlijn vindt u op de CD-rom.


Bijlagen

Pagina
1
van
1