Jan Frans Mutsaerts: “We zijn als huisartsenorganisaties veel krachtiger geworden”

12 december 2019

Vanaf dag één was bestuurslid Jan Frans Mutsaerts (huisarts en scheidend bestuurslid InEen) betrokken bij InEen. Per 1 januari is zijn statutaire termijn verstreken en treedt hij af als vicevoorzitter. InEen heeft, zegt hij, een enorme bijdrage geleverd aan de samenwerking die de afgelopen jaren in veel regio’s is ontstaan.

Juiste Zorg op de Juiste Plek en méér tijd voor de patiënt. Dat zijn voor Mutsaerts, tevens huisarts en directeur van zorggroep Het Huisartsenteam in Etten-Leur, de grote thema’s waaraan de eerste lijn moet werken. Zeker nu de kwaliteit en de toegankelijkheid van de zorg extra worden bedreigd door serieuze arbeidsmarktproblemen. Hij wijst op de verschuivingen van de tweede naar de eerste lijn. In het kader van Juiste Zorg op de Juiste Plek zullen die alleen maar toenemen. “Méér praktijken of praktijken verkleinen is geen optie, dus moeten we naar andere oplossingen toe”, zegt hij. “In dat opzicht is de omslag van de traditionele programmatische naar persoonsgerichte zorg een belangrijke ontwikkeling. Wanneer minder chronische patiënten automatisch naar de praktijk komen, krijgen dokters meer ruimte voor de patiënten die ze écht willen zien. Dat is alleen haalbaar door samenwerking en innovatie.”

Regionalisering
Met samenwerken bedoelt Mutsaerts in dit verband: regionaal samenwerken, bijvoorbeeld in een zorggroep of in de samenwerking met een huisartsenpost. Zo werkt hij in zijn eigen zorggroep aan één gezamenlijk telefoniesysteem, waardoor praktijken voor elkaar kunnen opnemen. En aan één HIS, wat de onderlinge waarneming vergemakkelijkt. Ook is er een beweging om samen met andere partijen in de regio de 24-uurs spoedzorg te ontwikkelen, samen met de HDS. Mutsaerts: “Veel innovatie zit in technologie die de communicatie ondersteunt, tussen zorgverleners onderling, maar ook met patiënten, denk aan zelf afspraken en e-consulten inplannen. Daarnaast zijn meer zorginhoudelijke oplossingen belangrijk, zoals artificial intelligence op het terrein van zelftriage.”

Autonomie
Het lijkt allemaal vanzelfsprekend, toch is samenwerken niet eenvoudig. “In een samenwerkingsproces leveren huisartsen onvermijdelijk een deel van hun autonomie in, of ze ervaren dat zo”, zegt Mutsaerts. “Er is geen blauwdruk om daaraan tegemoet te komen. Maar een ideale organisatie geeft huisartsen zoveel mogelijk invloed en sluit nauw aan bij de behoefte van huisartsen. In mijn optiek is het daarbij van belang om zaken als getrapt mandaat zoveel mogelijk te vermijden. Vertegenwoordiging is ingewikkeld. Je moet toe naar kleinere onderliggende structuren, waarin de onderwerpen heel direct met de zorgprofessional worden besproken en besloten.”

De zorgverzekeraar
Als het gaat om de samenwerking met de zorgverzekeraar ziet Mutsaerts een grote taak voor InEen. “De essentie van het hoofdlijnenakkoord is de versterking van de eerste lijn. En dan kun je als zorgverzekeraar niet alleen met kostenreductie aankomen. Dáár moet InEen constant op blijven sturen, samen met de LHV, zoals we nu al doen.” Hij doet een oproep: “Als regionale organisaties bereid zijn om met naam en toenaam hun casus in te brengen, helpt dat InEen en LHV bij het afgeven van een nog krachtiger signaal.”

Krachtiger
Mutsaerts is trots op wat InEen heeft bereikt. “Door de samenwerking binnen InEen zijn we veel krachtiger geworden. We worden nu echt gehoord. Het heeft ertoe geleid dat er ook in de regio’s allerlei vormen van samenwerking zijn ontstaan. Nu kijken we wat we samen kunnen doen met de LHV om nog krachtiger te worden. Een belangrijk proces dat zeker door moet gaan en tot nu toe goed en zorgvuldig wordt uitgerold.”

Dit artikel is afkomstig uit de Nieuwsbriefspecial InEen - december 2019

Gerelateerd nieuws


Bekijk meer