InEen versterkt, vernieuwt en verbindt de eerste lijn en behartigt de belangen van de georganiseerde eerste lijn. Een ijzersterke eerste lijn: daar wordt iedereen beter van! Lees verder.
headerbeeld bij Roland Ekkelenkamp (Medicamus): ‘Wat is wezenlijk belangrijk voor zorgverleners?’

Roland Ekkelenkamp (Medicamus): ‘Wat is wezenlijk belangrijk voor zorgverleners?’

30 juni 2016

ICT is méér dan alleen techniek, vinden ze in de regio Noordwest-Veluwe en Zeewolde. Drie jaar geleden implementeerde de huisartsenorganisatie Medicamus het MEdicamus Informatie Systeem, MEIS. De keuze voor dit systeem, waarbij alle huisartsen in de regio zijn aangesloten en dat zowel de dagzorg, als de ketenzorg en de ANW-zorg bedient, werd gemaakt vanuit één gezamenlijke regiovisie op ICT. De gezamenlijkheid is, zegt directeur Roland Ekkelenkamp, een belangrijke stap op weg naar een digitale samenwerkingsstructuur die aansluit bij de persoonsgerichte zorg die zich nu overal in Nederland aan het ontwikkelen is.

Ekkelenkamp schetst de versnippering van het huidige ICT-landschap. Zorgaanbieders hebben elk een eigen systeem en ook binnen deze groepen zijn verschillende systemen in gebruik. ‘Terwijl we toch samen multidisciplinaire zorg willen leveren en het in feite steeds om dezelfde patiënten gaat.’ Als gevolg van de versnippering wordt er veel energie gestoken in het organiseren van uitwisseling tussen de verschillende systemen en het oplossen van de bijkomende uitwisselproblemen. Ekkelenkamp is er echter van overtuigd dat dit de strategische problemen waar de zorg voor staat uiteindelijk niet gaat oplossen.

Ekkelenkamp: ‘Een voorbeeld. Kwetsbare ouderen zijn een probleem aan het worden zowel op de huisartsenpost als op de SEH. We weten vaak niet wie er nou eigenlijk bij deze oudere hoort. Welke mantelzorger, wie is de wettelijk bevoegde voor deze man of vrouw, welke thuiszorginstelling heeft de sleutel om binnen te komen? Maar ook: hoe moet ik factureren, is er een CIZ-indicatie? Voor dit soort vragen automatiseren we nog veel te weinig.’ Dit, stelt hij, is alleen op regionaal niveau op te lossen. ‘Ik vind dat we niet teveel moeten focussen op de huidige uitwisselproblemen. Mijn pleidooi is: verlaat de focus op technische oplossingen, dat komt wel. Laten we ons eerst afvragen wat wezenlijk belangrijk is voor de huisarts en de multidisciplinaire organisaties. Wat hebben zij aan functionaliteit nodig? Welke ICT-oplossing hoort daarbij? Dan volgt de ICT-structuur vanzelf.’

‘In de toekomst’, zegt Ekkelenkamp, ‘gaat het niet meer over informatie uitwisselen, maar over informatie délen.’ Een goede ICT-oplossing voor de eerste lijn heeft drie lagen, legt hij uit. Een laag voor de basis huisartsenzorg, een samenwerkingslaag en een netwerklaag. In de toekomst vervagen deze drie lagen tot één hybride geheel waarin de informatie is georganiseerd rondom de patiënt. Ekkelenkamp: ‘Nu nog kijkt de patiënt op het patiëntenportaal in het his, straks is het andersom en kijken zowel de arts als de patiënt in hetzelfde systeem en voert de patiënt de regie over de informatie: wie mag waar inkijken, klopt het medicatiedossier, et cetera?’ Deze derde laag is ook voor Medicamus nog toekomstmuziek, maar de tweede samenwerkingslaag is volop in ontwikkeling, onder andere in het recente gestarte GezondVeluwe.

Het samenwerkingsproject GezondVeluwe richt op de zorg voor kwetsbare ouderen. Eén van de drie onderdelen is de implementatie van OZO verbindzorg, ‘een hele simpele ICT-oplossing’ waarmee ouderen, mantelzorgers, huisartsen, specialisten, wijkverpleegkundigen, thuiszorgmedewerkers en andere betrokkenen met elkaar kunnen communiceren en waarin de afspraken rondom een oudere kunnen worden vastgelegd. Vitale informatie zoals wie in het medicatiedossier mag kijken, wie de mantelzorger is, welke zorgverleners betrokken zijn, komt daarmee digitaal beschikbaar onder regie van de oudere zelf of een casemanager. ‘Simpel, maar het is wat we nodig hebben en heeft veel potentie. Ouderen kunnen bijvoorbeeld hun oude maar meer kwetsbare buren helpen en zelf mantelzorger worden. Zo ontstaan er praktische verbindingen.’ Overigens, zegt hij, gebeuren deze dingen in de praktijk vaak al, en kunnen ze nu met OZO verbindzorg beter afspraken maken en informatie delen. Zo wordt werkelijk bijgedragen aan een nieuwe invulling van nulde, eerste en tweede lijn.

Ekkelenkamp vat nog eens samen. MEIS past bij het streven om geïntegreerde 24/7 zorg te verlenen. Met MEIS werken alle artsen in de regio op hetzelfde systeem en sluiten his, kis en hapsysteem goed op elkaar aan, zonder uitwisselingsproblematiek. Het gezamenlijke systeem biedt bovendien substantieel inkoopvoordeel dat kan worden vertaald in ondersteuning. ‘We hebben mensen op de loonlijst van Medicamus die onze huisartsen op de werkplek kunnen helpen, maar ook in de ketenzorg en op de huisartsenpost.’ Vanuit deze ervaring is Medicamus continu aan het verbeteren en optimaliseren. ‘We realiseerden ons bijvoorbeeld dat acute zorg in feite een vorm van ketenzorg is en dat het dus eigenlijk gek is dat we geen kis hadden op de hap. Nu gebruiken we ’s avonds net als overdag Zorgdomein op de post.’ Ook noemt hij de ontdekking dat de huisartsenpost, anders dan de dagzorg, meestal niet digitaal met de apotheek communiceert. ‘Daar overleggen we nu over, of het sturen van een digitaal bericht niet de 24/7 standaard kan worden.’ Het is een geïntegreerde manier van werken, aldus Ekkelenkamp, waarbij ICT niet alleen een hulpmiddel is, maar een aanjager van ontwikkelingen in de zorg kan zijn.

Gerelateerde artikelen


Bekijk meer artikelen

Gerelateerd nieuws


Bekijk meer