InEen versterkt, vernieuwt en verbindt de eerste lijn en behartigt de belangen van de georganiseerde eerste lijn. Een ijzersterke eerste lijn: daar wordt iedereen beter van! Lees verder.
headerbeeld bij Risicofactoren verder onder controle, nu ombuigen naar persoonsgerichte zorg op maat

Risicofactoren verder onder controle, nu ombuigen naar persoonsgerichte zorg op maat

13 juni 2017

Ketenzorgorganisaties leveren steeds betere zorg voor mensen met een chronische aandoening. Steeds meer patiënten ontvangen zorg conform de NHG-Standaard. Met ondersteuning via programmatische zorg lukt het vaker om te stoppen met roken en lijken de uitkomstindicatoren voor LDL-cholesterol zich te stabiliseren. Inmiddels heeft 95% van de ketenzorgorganisaties met een zorgprogramma voor diabetes de gehele populatie in hun regio scherp in beeld (vorig jaar 91%). Dit zijn enkele opvallende uitkomsten uit de jaarlijkse benchmark van ketenzorgorganisaties ‘Transparante Ketenzorg 2016’.

Dit jaar leverden 114 ketenzorgorganisaties (zorggroepen en gezondheidscentra) hun gegevens aan. In vergelijking met vorig jaar betekent dit een stijging van bijna 9%. Daarmee participeren bijna alle ketenzorgorganisaties in Nederland en vertegenwoordigt de benchmark circa 87% van de Nederlandse bevolking. De benchmark stelt ketenzorgorganisaties in staat de eigen prestaties te spiegelen en onderling te vergelijken op basis van gestandaardiseerde gegevens. Dit vormt voor iedere ketenzorgorganisatie een essentieel onderdeel van het eigen kwaliteitsbeleid. Het analyseren van de verschillen vormt een aanzet voor het benoemen van verbeterpunten bij zorgprocessen of op het gebied van datamanagement zelf.

Minder rokers
Opvallend in de benchmark is het percentage rokers dat op nieuw licht is afgenomen. Bij mensen die deelnemen aan het zorgprogramma Verhoogd Vasculair Risicomanagement (VVR) ligt het percentage met 15% significant lager dan in de Nederlandse bevolking. Het lagere percentage rokers in vergelijking met de Nederlandse bevolking geldt voor vrijwel alle zorgprogramma’s, logischerwijs met uitzondering van het zorgprogramma voor COPD.

Positieve trends zetten door
Ook op andere uitkomstmaten zien we positieve resultaten. De uitkomstindicator voor LDL-cholesterol lijkt zich bij diabetes en cardiovasculair risicomanagement te stabiliseren. Uit de cijfers van zorggroepen die al langer zorgprogramma’s voor vasculair risicomanagement aanbieden zien we al een aantal jaren positieve trends voor uitkomstindicatoren, zoals meer patiënten op streefwaarden voor systolische bloeddruk. Waarschijnlijk heeft dit ermee te maken dat steeds meer mensen met een chronische aandoening zorg volgens de zorgstandaarden ontvangen. De processen in het zorgprogramma lijken op orde en hebben een ‘plafond-effect’ bereikt. Bij diabetes hebben meer ketenzorgorganisaties (95%) de totale populatie van diabetespatiënten in beeld dan in de benchmark van vorig jaar (91%). Deze toename van dit percentage wordt toegeschreven aan de introductie van het toetsingsinstrument van InEen op de datakwaliteit. Met de ontwikkeling en inzet van dit toetsingsinstrument is het afgelopen jaar hard gewerkt aan de kwaliteit van de data. De betrouwbaarheid en de vergelijkbaarheid van de data zijn daardoor toegenomen.

Programma’s voor astma en hart- en vaatziekten in ontwikkeling
Bij het relatieve nieuwe zorgprogramma voor astma zien we bijna een verdubbeling van het aantal patiënten in ketenzorg. Het zorgprogramma voor astma en de bijbehorende indicatoren zijn nog duidelijk in ontwikkeling. Bij het zorgprogramma voor mensen met een manifeste hart- en vaatdoening (HVZ) duiden best practices erop dat meer substitutie vanuit de tweede lijn tot de mogelijkheden behoort.

Aandacht voor persoonsgerichte zorg
Volgens de aanbevelingen uit het rapport is er nog verbetering mogelijk op het gebied van persoonsgerichte zorg. In het kader van persoonsgerichte zorg vraagt de afweging tussen het ‘halen van de streefwaarden’ versus ‘relevante verlaging van deze waarden’ onder andere bij systolische bloedruk en LDL-cholesterol voortdurend aandacht. Daarbij vormt het toenemend aantal mensen met multimorbiditeit, vooral binnen de doelgroep ouderen, een uitdaging. Juist deze doelgroep vraagt om een persoonsgerichte benadering, waarbij een betekenisvolle invulling van het leven voorop staat. Dit stelt zorgverleners voor andere vraagstukken rond gezondheid en zorg, vraagstukken die betrekking hebben op dagelijkse activiteiten, sociaal-maatschappelijke participatie, zelfstandig wonen of zingeving. Programmatische ketenzorg is zich, zeker voor deze groepen, duidelijk aan het door ontwikkelen tot proactieve, resultaatgerichte zorg met een persoonsgericht karakter. InEen en haar leden zijn hier al mee aan de slag, zoals recent ook is vastgelegd in de visienotitie ‘Visie op lokale en regionale huisartsen en eerstelijnsorganisaties’.

Gerelateerde artikelen


Bekijk meer artikelen

Gerelateerd nieuws


Bekijk meer