InEen versterkt, vernieuwt en verbindt de eerste lijn en behartigt de belangen van de georganiseerde eerste lijn. Een ijzersterke eerste lijn: daar wordt iedereen beter van! Lees verder.
headerbeeld bij Discussie over O&I in volle gang

Discussie over O&I in volle gang

10 maart 2017

Na een intensief traject, waarbij zowel de zorgverzekeraars, als het veld betrokken waren, ligt sinds oktober vorig jaar een voorstel voor een nieuwe bekostigingsstructuur in de eerste lijn op tafel. Deze is het resultaat van fase 2 van het O&I-traject dat in 2014 van start ging. Op dit moment wordt gewerkt aan fase 3, de impactanalyse. InEen heeft haar leden opgeroepen de uitkomsten van fase 2 intern op de agenda te zetten. Eind januari gaven drie Rotterdamse organisaties aan die oproep gehoor: Charley Toorop, Zevenkamp en Zorg op Noord. Twaalf huisartsen spraken over wat de O&I-ontwikkelingen en de concept ‘visie notitie lokale en regionale huisartsen- en eerstelijnsorganisaties’ voor hen kunnen betekenen. InEen gaf bij die gelegenheid een toelichting op beide trajecten.

Goede ondersteuning en organisatiekracht zijn noodzakelijk om de veranderingen die zich in de eerste lijn voltrekken blijvend het hoofd te bieden. De vraag is nu of de nieuwe bekostigingsstructuur die nu op tafel ligt, daarvoor voldoende aanknopingspunten biedt. De nieuwe structuur moet in de plaats komen van de huidige bekostigingsvormen voor de GEZ en de organisatie van de ketenzorg. Met een impactanalyse wordt onderzocht of de nieuwe structuur leidt tot betere gesprekken over samenwerking, organisatie en vernieuwing en daarmee tot meer versterking in de eerste lijn (fase 3). Het O&I-traject is een initiatief van het bestuurlijk overleg eerste lijn.

Puck Fillekes, directeur Zorg op Noord/BOOG: ‘De discussie over O&I is gestart als een oplossing voor al het werk dat op ons af komt. We onderschrijven allemaal dat dat nodig is. Tegelijk zeggen de huisartsen in Rotterdam: let op! Gezondheidscentra doen van oudsher al heel veel aan de organisatie en samenwerking in de eerste lijn in de wijken. Veel van de gewenste ontwikkelingen zijn al aanwezig in de Rotterdamse gezondheidscentra. Gooi niet weg wat we hebben, behoud het goede en bouw van daaruit verder waar het nodig is.’

Als praktisch voorbeeld noemt zij het feit dat de werkgebieden van gezondheidscentra meestal niet synchroon lopen met de afbakening van de wijk. Ze hebben te maken met verschillende ziekenhuizen en VVT instellingen. Er zijn in Rotterdam geen grote eenduidige regioverbanden (100.000 inwoners of meer) te maken, zegt Fillekes. Ze stelt vast dat er de afgelopen jaren veel samenwerkingsstructuren zijn gebouwd en belangrijke contacten zijn bestendigd. De vrees bestaat dat de nieuwe structuur hier geen rekening mee houdt en dat de onderlinge samenwerking door de financiering zelfs bemoeilijkt kan worden. Van belang is dat landelijk wordt aangegeven dat de inrichting van de lokale en regionale organisaties de indeling volgt die voor inwoners van een buurt, wijk, dorp of regio een logisch samenhangend geheel vormt. Ook wat InEen betreft is de schaalgrootte die in het O&I-voorstel wordt genoemd richtinggevend en niet in beton gegoten.

Naast de waarschuwing is men in Rotterdam blij met de kansen die ook ontstaan. Bijvoorbeeld de mogelijkheid om op regioniveau de ICT te versterken. ‘Binnen Zorg op Noord’, aldus Fillekes, ‘is al tien jaar geleden vanuit de behoefte van de eigen organisatie ICT opgezet die ook andere centra in de regio bedient om bepalingen te maken op populatieniveau. Het is echt een kans om dat samen te versterken.’ Ze adviseert collega-organisaties van harte in discussie te gaan met huisartsen en andere zorgverleners, ook om dezelfde taal te blijven spreken. ‘Dat kwam in onze discussie duidelijk naar voren: een verschil in taal. O&I heeft het over betaaltitels en huisartsen hebben het over kwaliteit van zorg. Ook gemeenten, wijkteams, apothekers hebben hun eigen focus. Tussen deze werelden mag geen splitsing ontstaan.’

Vooralsnog gaat de O&I-discussie met name over het versterken van de samenhang, samenwerking en vernieuwing van de eerste lijn waarbij ook wordt gekeken naar resultaten. De (financiële) randvoorwaarden zijn nog niet benoemd. Essentieel is, aldus InEen, dat er voor de versterking van de eerste lijn voldoende budget beschikbaar komt. Dat betekent ook extra investeringen: er kan geen sprake zijn van alleen herverdelen van de bestaande middelen. Er is ruimte nodig om in te kunnen spelen op de maatschappelijke veranderingen.

De volgende stap in het O&I-traject wordt in april gezet als de resultaten van de impactanalyse (fase 3) ter beschikking komen.