logo

Zorggroepen

Er zijn ongeveer  115 zorggroepen in Nederland die ketenzorg leveren aan patiënten met chronische ziekten. Bijna alle zorggroepen richten zich op de zorg voor patiënten met diabetes mellitus, vaak in combinatie met een zorgprogramma voor COPD en/of een andere chronische ziekte. Ze hanteren daarbij de zorgstandaarden voor deze aandoeningen als uitgangspunt voor de ketenzorgprogramma’s die ze samen met hun ketenpartners aanbieden.

Een zorggroep is een organisatie met rechtspersoonlijkheid waarin zorgaanbieders zijn verenigd. De zorggroep is verantwoordelijk voor de coördinatie en levering van de gecontracteerde zorg in een bepaalde regio. Met de term ‘zorggroep’ wordt de hoofdcontractant van de ketenzorgprogramma’s bedoeld.

Na het een aantal jaren ervaring met het organiseren van de chronische zorg werpt de programmatische aanpak zijn vruchten af. De resultaten van chronische zorg bij diabetes en COPD laten een stijgende lijn zien. Ondertussen  verleggen  de eerste zorggroepen  de focus naar het bieden van meer persoonsgerichte zorg, waarbij het werken met individuele zorgplannen, het ondersteunen van zelfmanagement en de relatie met preventie en welzijn meer op de voorgrond komen te staan. Het merendeel van de zorggroepen heeft zich binnen InEen verenigd en werkt met elkaar aan kwaliteit en innovatie van chronische zorg.

Onderzoek: ervaringen patiënten ketenzorgprogramma’s Groninger Huisartsen Coöperatie (GHC)

23 maart 2017

Vanuit het noorden ontvingen we een mooi positief bericht over de ketenzorgprogramma’s van de Groninger Huisartsen Coöperatie (GHC). De coöperatie liet afgelopen najaar de ervaringen van patiënten onderzoeken en daaruit bleek dat maar liefst 88% van de deelnemers de zorg beter vindt dan vroeger. De zorgprogramma’s krijgen het rapportcijfers 8,3. Als uitdaging komt het verder ontwikkelen van persoonsgerichte zorg naar voren. Artikel GHC onderzoek 3 maart 2017.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Vanuit het noorden ontvingen we een mooi positief bericht over de ketenzorgprogramma’s van de Groninger Huisartsen Coöperatie (GHC). De coöperatie liet afgelopen najaar de ervaringen van patiënten onderzoeken en daaruit bleek dat maar liefst 88% van de deelnemers de zorg beter vindt dan vroeger. De zorgprogramma’s krijgen het rapportcijfers 8,3. Als uitdaging komt het verder ontwikkelen van persoonsgerichte zorg naar voren. Artikel GHC onderzoek 3 maart 2017.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Aanmelding pilot 3 goede vragen

24 februari 2017

In maart start een pilot rond het gebruik van de ‘3 goede vragen’ in huisartsenpraktijken en zorggroepen. De pilot duurt ongeveer zes weken. De deelnemende praktijken delen twee keer vragenlijsten uit aan 100 patiënten (voormeting en nameting). Na afloop vindt er een interview van een uur plaats met één huisarts en één praktijkondersteuner. Beiden krijgen hiervoor een vergoeding. Uiteraard ontvangen de praktijken de benodigde informatie voor patiënten die ook na de pilot bruikbaar is. Na een positieve beoordeling van de ‘3 goede vragen’ in de eerste lijn volgt landelijke opschaling van het initiatief. De pilot maakt deel uit van ‘Samen beslissen in de huisartsenzorg’, een samenwerkingsproject van de Patiëntenfederatie, NHG, InEen en V&VN. Neem voor meer informatie of aanmelden contact op met Mariska Smit (InEen) (of tijdens haar vakantie t/m 3 maart met Anouk Knops (Patiëntenfederatie).

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

In maart start een pilot rond het gebruik van de ‘3 goede vragen’ in huisartsenpraktijken en zorggroepen. De pilot duurt ongeveer zes weken. De deelnemende praktijken delen twee keer vragenlijsten uit aan 100 patiënten (voormeting en nameting). Na afloop vindt er een interview van een uur plaats met één huisarts en één praktijkondersteuner. Beiden krijgen hiervoor een vergoeding. Uiteraard ontvangen de praktijken de benodigde informatie voor patiënten die ook na de pilot bruikbaar is. Na een positieve beoordeling van de ‘3 goede vragen’ in de eerste lijn volgt landelijke opschaling van het initiatief. De pilot maakt deel uit van ‘Samen beslissen in de huisartsenzorg’, een samenwerkingsproject van de Patiëntenfederatie, NHG, InEen en V&VN. Neem voor meer informatie of aanmelden contact op met Mariska Smit (InEen) (of tijdens haar vakantie t/m 3 maart met Anouk Knops (Patiëntenfederatie).

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Aanmelden voor Nationale Diabetes Challenge gestart

10 februari 2017

Sinds afgelopen woensdag kunnen zorgprofessionals hun lokale wandelchallenge aanmelden voor de Nationale Diabetes Challenge 2017. Vorige week vonden de laatste informatiebijeenkomsten plaats en de belangstelling was groot. Inmiddels lieten al 30 zorgprofessionals weten dat ze komende zomer met een groep gaan meelopen, veel van hen voor de eerste keer. De Challenge is bestemd voor mensen met diabetes én voor alle anderen die het nodig hebben om in beweging te komen. InEen wil deelname aan de NDC graag aanbevelen. Uit onderzoek na de Challenge van vorig jaar (ruim 3000 deelnemers op 125 locaties) blijkt dat de gezondheidswinst zowel fysiek als mentaal groot is. Dit jaar hoopt de Bas van de Goor Foundation (organisator) op 5000 deelnemers. Alle informatie is te vinden op de website van de NDC, Facebook en Twitter.

Dit bericht is overgenomen uit het berichtgeving aan leden.

[...]

Sinds afgelopen woensdag kunnen zorgprofessionals hun lokale wandelchallenge aanmelden voor de Nationale Diabetes Challenge 2017. Vorige week vonden de laatste informatiebijeenkomsten plaats en de belangstelling was groot. Inmiddels lieten al 30 zorgprofessionals weten dat ze komende zomer met een groep gaan meelopen, veel van hen voor de eerste keer. De Challenge is bestemd voor mensen met diabetes én voor alle anderen die het nodig hebben om in beweging te komen. InEen wil deelname aan de NDC graag aanbevelen. Uit onderzoek na de Challenge van vorig jaar (ruim 3000 deelnemers op 125 locaties) blijkt dat de gezondheidswinst zowel fysiek als mentaal groot is. Dit jaar hoopt de Bas van de Goor Foundation (organisator) op 5000 deelnemers. Alle informatie is te vinden op de website van de NDC, Facebook en Twitter.

Dit bericht is overgenomen uit het berichtgeving aan leden.

Crowdfundingsactie onderzoek effectiviteit ketenzorg

03 februari 2017

Een aantal leden van InEen heeft initiatief genomen tot het opzetten van een onderzoek waarin de gepubliceerde resultaten van ketenzorgprogramma’s op een rij worden gezet. Hiermee krijgen eerstelijns organisaties zelf beter zicht op de huidige stand van zaken en kunnen we met nog meer onderbouwing het gesprek voeren over de effectiviteit van integrale zorgverlening. Vanuit InEen ondersteunen we dit initiatief en maken we de verbinding met recente inzichten over onderzoek naar de effectiviteit van zorgprogramma’s. Voor de financiering van het onderzoek starten we een crowdfundingsactie. Een tiental zorggroepen heeft hieraan al hun bijdrage en medewerking toegezegd en ook InEen zoekt naar ruimte in de begroting. Om het onderzoek daadwerkelijk te kunnen starten, zijn we nog op zoek naar organisaties die ook bereid zijn een financiële bijdrage te leveren en eventueel informatie en gegevens kunnen aanleveren voor het onderzoek. In de beschrijving van de onderzoeksopzet staat meer over het initiatief. Wie zich aangesproken voelt door het gezamenlijke initiatief kan zijn of haar belangstelling kenbaar maken via info@ineen.nl of voor meer informatie contact opnemen met Frederik Vogelzang (InEen). Tot slot: afgelopen week verscheen een lezenswaardige internationale publicatie over de toepassing van accountable care principes bij chronische aandoeningen, met een interessante beschrijving van Zorg in ontwikkeling (ZIO) uit Maastricht.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Een aantal leden van InEen heeft initiatief genomen tot het opzetten van een onderzoek waarin de gepubliceerde resultaten van ketenzorgprogramma’s op een rij worden gezet. Hiermee krijgen eerstelijns organisaties zelf beter zicht op de huidige stand van zaken en kunnen we met nog meer onderbouwing het gesprek voeren over de effectiviteit van integrale zorgverlening. Vanuit InEen ondersteunen we dit initiatief en maken we de verbinding met recente inzichten over onderzoek naar de effectiviteit van zorgprogramma’s. Voor de financiering van het onderzoek starten we een crowdfundingsactie. Een tiental zorggroepen heeft hieraan al hun bijdrage en medewerking toegezegd en ook InEen zoekt naar ruimte in de begroting. Om het onderzoek daadwerkelijk te kunnen starten, zijn we nog op zoek naar organisaties die ook bereid zijn een financiële bijdrage te leveren en eventueel informatie en gegevens kunnen aanleveren voor het onderzoek. In de beschrijving van de onderzoeksopzet staat meer over het initiatief. Wie zich aangesproken voelt door het gezamenlijke initiatief kan zijn of haar belangstelling kenbaar maken via info@ineen.nl of voor meer informatie contact opnemen met Frederik Vogelzang (InEen). Tot slot: afgelopen week verscheen een lezenswaardige internationale publicatie over de toepassing van accountable care principes bij chronische aandoeningen, met een interessante beschrijving van Zorg in ontwikkeling (ZIO) uit Maastricht.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Groepsgesprek 3 goede vragen: nog een paar plaatsen

20 januari 2017

Bij het groepsgesprek voor beleidsmedewerkers en managers bij zorggroepen over de 3 goede vragen zijn nog enkele plaatsen beschikbaar. Deze vragen zijn eerder ontwikkeld voor de ziekenhuiszorg en bevorderen de bewustwording bij patiënten en zorgverleners over gezamenlijke besluitvorming. Het groepsgesprek zoomt in op de vraag wat de inhoudelijke en organisatorische randvoorwaarden zijn voor het implementeren van de 3 goede vragen en andere methodes voor gezamenlijke besluitvorming. Voor deelname aan het groepsgesprek is ervaring met gezamenlijke besluitvorming of de 3 goede vragen geen voorwaarde. De resultaten van het groepsgesprek zijn input voor de pilot die het komende half jaar van start gaat rond de implementatie van de 3 goede vragen. Groepsgesprek en pilot maken deel uit van het project ‘Samen beslissen in de huisartsenzorg’ van de Patiëntenfederatie, NHG, V&VN en InEen. Het groepsgesprek vindt plaats op 9 februari in Utrecht (14.00-16.00 uur). Er is vacatiegeld beschikbaar. Aanmelden en meer informatie bij Mariska Smit (InEen).

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Bij het groepsgesprek voor beleidsmedewerkers en managers bij zorggroepen over de 3 goede vragen zijn nog enkele plaatsen beschikbaar. Deze vragen zijn eerder ontwikkeld voor de ziekenhuiszorg en bevorderen de bewustwording bij patiënten en zorgverleners over gezamenlijke besluitvorming. Het groepsgesprek zoomt in op de vraag wat de inhoudelijke en organisatorische randvoorwaarden zijn voor het implementeren van de 3 goede vragen en andere methodes voor gezamenlijke besluitvorming. Voor deelname aan het groepsgesprek is ervaring met gezamenlijke besluitvorming of de 3 goede vragen geen voorwaarde. De resultaten van het groepsgesprek zijn input voor de pilot die het komende half jaar van start gaat rond de implementatie van de 3 goede vragen. Groepsgesprek en pilot maken deel uit van het project ‘Samen beslissen in de huisartsenzorg’ van de Patiëntenfederatie, NHG, V&VN en InEen. Het groepsgesprek vindt plaats op 9 februari in Utrecht (14.00-16.00 uur). Er is vacatiegeld beschikbaar. Aanmelden en meer informatie bij Mariska Smit (InEen).

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Startbijeenkomst Preventie in de Buurt

13 januari 2017

Het project Preventie in de Buurt van het NHG en RIVM Centrum Gezond Leven krijgt een vervolg. Het project ging in 2014 van start en richt zich op de samenwerking tussen publieke gezondheid, de huisartsenpraktijk en andere professionals in de wijk. Op 19 januari is er een startbijeenkomst voor ROS’en, zorggroepen en GGD’s (14.00-16.00 uur in Utrecht). Dan presenteren NHG en RIVM Centrum Gezond Leven hun plannen, waaronder werksessies om op lokaal niveau samenwerking te stimuleren. Daarnaast willen NHG en RIVM Centrum Gezond Leven graag de resultaten van de afgelopen periode bespreken. Meer informatie over het project. Aanmelden bij Hanneke Monden (RIVM).

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Het project Preventie in de Buurt van het NHG en RIVM Centrum Gezond Leven krijgt een vervolg. Het project ging in 2014 van start en richt zich op de samenwerking tussen publieke gezondheid, de huisartsenpraktijk en andere professionals in de wijk. Op 19 januari is er een startbijeenkomst voor ROS’en, zorggroepen en GGD’s (14.00-16.00 uur in Utrecht). Dan presenteren NHG en RIVM Centrum Gezond Leven hun plannen, waaronder werksessies om op lokaal niveau samenwerking te stimuleren. Daarnaast willen NHG en RIVM Centrum Gezond Leven graag de resultaten van de afgelopen periode bespreken. Meer informatie over het project. Aanmelden bij Hanneke Monden (RIVM).

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Oproep: groepsgesprek 3 goede vragen

13 januari 2017

InEen organiseert begin februari een groepsgesprek voor beleidsmedewerkers en managers bij zorggroepen over de 3 goede vragen. Deze vragen, eerder ontwikkeld voor de ziekenhuiszorg, bevorderen de bewustwording bij patienten en zorgverleners over gezamenlijke besluitvorming. Het groepsgesprek zoomt in op de vraag wat de inhoudelijke en organisatorische randvoorwaarden zijn voor het implementeren van de 3 goede vragen en andere methodes voor gezamenlijke besluitvorming. Voor deelname aan het groepsgesprek is ervaring met gezamenlijke besluitvorming of de 3 goede vragen geen voorwaarde. De resultaten van het groepsgesprek zijn input voor de pilot die het komende half jaar van start gaat rond de implementatie van de 3 goede vragen. Groepsgesprek en pilot maken deel uit van het project ‘Samen beslissen in de huisartsenzorg’ van de Patiëntenfederatie, NHG, V&VN en InEen. Het groepsgesprek vindt plaats op 9 februari in Utrecht (14.00-16.00 uur). Er is vacatiegeld beschikbaar. Aanmelden en meer informatie bij Mariska Smit (InEen).

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

InEen organiseert begin februari een groepsgesprek voor beleidsmedewerkers en managers bij zorggroepen over de 3 goede vragen. Deze vragen, eerder ontwikkeld voor de ziekenhuiszorg, bevorderen de bewustwording bij patienten en zorgverleners over gezamenlijke besluitvorming. Het groepsgesprek zoomt in op de vraag wat de inhoudelijke en organisatorische randvoorwaarden zijn voor het implementeren van de 3 goede vragen en andere methodes voor gezamenlijke besluitvorming. Voor deelname aan het groepsgesprek is ervaring met gezamenlijke besluitvorming of de 3 goede vragen geen voorwaarde. De resultaten van het groepsgesprek zijn input voor de pilot die het komende half jaar van start gaat rond de implementatie van de 3 goede vragen. Groepsgesprek en pilot maken deel uit van het project ‘Samen beslissen in de huisartsenzorg’ van de Patiëntenfederatie, NHG, V&VN en InEen. Het groepsgesprek vindt plaats op 9 februari in Utrecht (14.00-16.00 uur). Er is vacatiegeld beschikbaar. Aanmelden en meer informatie bij Mariska Smit (InEen).

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Informatiebijeenkomsten Nationale Diabetes Challenge 2017

13 januari 2017

Nationale Diabetes Challenge 2017 De Nationale Diabetes Challenge was in 2016 een groot succes. Niet alleen omdat er ruim drie duizend mensen met diabetes en hun zorgverleners 20 weken gewandeld hebben, maar ook omdat uit het onderzoek van internist Henk Bilo bleek dat in die periode hun gezondheid aanzienlijk verbeterde.

Voor de betrokken eerstelijnszorgverleners was het een bijzondere ervaring om hun patiënten letterlijk in beweging te zien komen. Mensen die daar, ondanks regelmatig aandringen, jaren niet in geïnteresseerd waren. Die patiënten zagen hun gewicht verminderen en hun glucoseregulatie verbeteren; hun medicatie verminderde en hun welbevinden nam toe. Daarnaast namen ze een actievere rol in het omgaan met hun aandoening. Al met al spectaculaire resultaten.

In 2017 organiseert de Bas van de Goor Foundation opnieuw een Nationale Diabetes Challenge. Het doel is om in 2017 10.000 mensen met diabetes aan het wandelen te krijgen. In de periode mei tot en met september wordt er gewandeld met op 30 september een landelijke afsluiting op sportcentrum Papendal. Dit kan alleen een succes worden als huisartsen, POH’s, gezondheidscentra en zorggroepen diabetespatiënten uitnodigen om mee te wandelen. Als 1 op de 100 mensen met diabetes meedoet zijn we er al.

De Bas van de Goor Foundation verzorgt de logistiek op de achtergrond (website, draaiboek, enzovoort) zodat zorgverleners er weinig werk aan hebben. De komende periode organiseert de BvdGF informatiebijeenkomsten voor zorgverleners die overwegen mee te doen. De BvdGF nodigt met name gezondheidscentra en zorggroepen uit om deel te nemen aan de NDC 2017.

  • 19 januari 2017: Philips Stadion, Eindhoven
  • 26 januari 2017: Sportstad Heerenveen
  • 27 januari 2017: Van der Valk Hotel, Ridderkerk
  • 2 februari 2017: Sportcentrum Papendal, Arnhem
  • 3 februari 2017: Amsterdam Arena

Mocht het niet lukken om aanwezig te zijn of zijn er vragen, neem dan contact op met Jeroen Flim (BvdGF).

 

[...]

Nationale Diabetes Challenge 2017 De Nationale Diabetes Challenge was in 2016 een groot succes. Niet alleen omdat er ruim drie duizend mensen met diabetes en hun zorgverleners 20 weken gewandeld hebben, maar ook omdat uit het onderzoek van internist Henk Bilo bleek dat in die periode hun gezondheid aanzienlijk verbeterde.

Voor de betrokken eerstelijnszorgverleners was het een bijzondere ervaring om hun patiënten letterlijk in beweging te zien komen. Mensen die daar, ondanks regelmatig aandringen, jaren niet in geïnteresseerd waren. Die patiënten zagen hun gewicht verminderen en hun glucoseregulatie verbeteren; hun medicatie verminderde en hun welbevinden nam toe. Daarnaast namen ze een actievere rol in het omgaan met hun aandoening. Al met al spectaculaire resultaten.

In 2017 organiseert de Bas van de Goor Foundation opnieuw een Nationale Diabetes Challenge. Het doel is om in 2017 10.000 mensen met diabetes aan het wandelen te krijgen. In de periode mei tot en met september wordt er gewandeld met op 30 september een landelijke afsluiting op sportcentrum Papendal. Dit kan alleen een succes worden als huisartsen, POH’s, gezondheidscentra en zorggroepen diabetespatiënten uitnodigen om mee te wandelen. Als 1 op de 100 mensen met diabetes meedoet zijn we er al.

De Bas van de Goor Foundation verzorgt de logistiek op de achtergrond (website, draaiboek, enzovoort) zodat zorgverleners er weinig werk aan hebben. De komende periode organiseert de BvdGF informatiebijeenkomsten voor zorgverleners die overwegen mee te doen. De BvdGF nodigt met name gezondheidscentra en zorggroepen uit om deel te nemen aan de NDC 2017.

  • 19 januari 2017: Philips Stadion, Eindhoven
  • 26 januari 2017: Sportstad Heerenveen
  • 27 januari 2017: Van der Valk Hotel, Ridderkerk
  • 2 februari 2017: Sportcentrum Papendal, Arnhem
  • 3 februari 2017: Amsterdam Arena

Mocht het niet lukken om aanwezig te zijn of zijn er vragen, neem dan contact op met Jeroen Flim (BvdGF).

 

Concept visie lokale en regionale huisartsen/eerstelijnsorganisaties

13 januari 2017

Begin december hebben we de  concept visie op lokale en regionale huisartsen/eerstelijnsorganisaties toegestuurd aan directies en bestuurders van zorggroepen en gezondheidscentra. De notitie is de weerslag van gesprekken die we vorig jaar op deelledenvergaderingen met elkaar hebben gevoerd over de toekomst. Het concept kan nu binnen de organisaties worden besproken en ook input vormen voor gesprekken in de regio. Zoals aangegeven zijn het bestuur en het bureau van InEen bereid aan deze besprekingen een bijdrage te leveren (toelichting, organiseren bijeenkomst). Neem in dat geval contact op met Lideweij Blom (InEen). In de komende periode gaat InEen ook verkennende gesprekken voeren met de belangrijkste stakeholders, om zo vanuit verschillende invalshoeken reacties op het concept te verzamelen. Op 9 maart, de volgende deelledenvergadering van zorggroepen en gezondheidscentra, staat de visie ter vaststelling op agenda. We zijn benieuwd naar de reacties, vooral ook in de aanloop naar de deelledenvergadering.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Begin december hebben we de  concept visie op lokale en regionale huisartsen/eerstelijnsorganisaties toegestuurd aan directies en bestuurders van zorggroepen en gezondheidscentra. De notitie is de weerslag van gesprekken die we vorig jaar op deelledenvergaderingen met elkaar hebben gevoerd over de toekomst. Het concept kan nu binnen de organisaties worden besproken en ook input vormen voor gesprekken in de regio. Zoals aangegeven zijn het bestuur en het bureau van InEen bereid aan deze besprekingen een bijdrage te leveren (toelichting, organiseren bijeenkomst). Neem in dat geval contact op met Lideweij Blom (InEen). In de komende periode gaat InEen ook verkennende gesprekken voeren met de belangrijkste stakeholders, om zo vanuit verschillende invalshoeken reacties op het concept te verzamelen. Op 9 maart, de volgende deelledenvergadering van zorggroepen en gezondheidscentra, staat de visie ter vaststelling op agenda. We zijn benieuwd naar de reacties, vooral ook in de aanloop naar de deelledenvergadering.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Start Nationale Diabetes Challenge 2017

06 januari 2017

De eerste stappen in de Nationale Diabetes Challenge 2017  zijn gezet. Voor professionals die overwegen om mee te gaan doen organiseert de Bas van de Goor Foundation in januari en februari verspreid over Nederland een vijftal informatiebijeenkomsten. Eind april of begin mei starten de wandeltrainingen, om eind september klaar te zijn voor de vierdaagse finale. Vorig jaar deden er in oktober meer dan 3100 wandelaars mee aan deze finale. ‘We zagen mensen die hun grenzen hebben verlegd, die hun zelfvertrouwen terug hebben gevonden en die weer plezier in bewegen hebben gekregen. En vooral zagen we mensen die op een positieve manier aan hun eigen gezondheid gewerkt hebben. Iets waar geen medicijn tegenop kan’, aldus de organisatoren.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

De eerste stappen in de Nationale Diabetes Challenge 2017  zijn gezet. Voor professionals die overwegen om mee te gaan doen organiseert de Bas van de Goor Foundation in januari en februari verspreid over Nederland een vijftal informatiebijeenkomsten. Eind april of begin mei starten de wandeltrainingen, om eind september klaar te zijn voor de vierdaagse finale. Vorig jaar deden er in oktober meer dan 3100 wandelaars mee aan deze finale. ‘We zagen mensen die hun grenzen hebben verlegd, die hun zelfvertrouwen terug hebben gevonden en die weer plezier in bewegen hebben gekregen. En vooral zagen we mensen die op een positieve manier aan hun eigen gezondheid gewerkt hebben. Iets waar geen medicijn tegenop kan’, aldus de organisatoren.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

2016 » 2017: Stijn Strous, per 15 juni 2016 directeur van IZER, zorggroep in de regio Rotterdam Rijnmond

22 december 2016

2016 is bijna voorbij. Een jaar waarin opnieuw en op veel fronten hard is gewerkt aan het versterken van de eerste lijn. De ambitie om te komen tot persoonsgerichte zorg brengt nieuwe vormen van samenwerking en organisatie met zich mee. Dat geldt ook voor het opvangen van zorg uit de tweede lijn en de ggz. Ook daarvoor vormen huisartsen en andere zorgprofessionals samen met bestuurders nieuwe organisatie- en netwerkverbanden. Steeds duidelijker wordt dat afwachten geen optie meer is als we als eerste lijn onze hoge kwaliteit van zorg voor de komende generaties willen waarborgen. Het meest gebezigde woord in dit verband is zonder twijfel ‘uitdaging’. In 2016 traden diverse nieuwe bestuurders aan. Hoe kijken ze terug op 2016 en wat zijn hun speerpunten voor 2017?


Stijn-zwStijn Strous, per 15 juni 2016 directeur van IZER, zorggroep in de regio Rotterdam Rijnmond

Hiervoor was je achtenhalf jaar manager bij het diagnostisch centrum Star-MDC. Hoe was je start bij IZER?
‘Een diagnostisch centrum is vooral een productieorganisatie, een zorggroep is meer een ondersteuningsstructuur, dat is een andere tak van sport. Je hebt te maken met een ander punt in het proces van de patiënt. Maar in beide gevallen ben je ondersteunend aan huisartsen. De zorggroepen zijn in een fase gekomen waarin we onszelf opnieuw moeten uitvinden. Zorggroepen zijn heel belangrijk geweest voor de emancipatie van de eerste lijn. De ketenzorg staat, maar is dat voldoende? Kunnen we onze organisatiekracht gaan aanwenden om de eerste lijn breder te ondersteunen en nog krachtiger te maken? Als directeur van een ambitieuze organisatie is het  leuk om in deze fase op de trein te stappen.’

‘Star-MDC, en ik denk meer EDC’s, heeft al veel geïnvesteerd in informatisering en zaken als lean management. Die ervaring neem ik mee natuurlijk. Als het gaat om het optimaliseren van processen liggen er nog wel veel kansen, bij IZER en ook in de eerste lijn als geheel. Als ik kijk naar de uitdaging waar de eerste lijn voor staat – wijkgericht werken, substitutie – dan moeten we zorgen niet zomaar allemaal nieuwe taken over professionals uit te storten. Ik vind het belangrijk om eerst datgene wat we al doen te optimaliseren. Zo creëer je ruimte voor nieuwe initiatieven.

Wat zijn jullie speerpunten voor 2017?
‘We zijn ons jaarplan aan het afronden. Een pijler wordt het doorontwikkelen van programmatische zorg naar persoonsgerichte zorg in de wijk. Kijken hoe we de aansluiting met andere professionals in de wijk kunnen ondersteunen met moderne middelen, netwerken waarin professionals informatie kunnen uitwisselen. Scholing kan daaraan bijdragen. Daarom willen we investeren in een digitale leeromgeving. Ook willen we substitutie projecten ondersteunen. We zijn met een aantal projecten bezig, zoals het regionale meekijkconsult, waarbij we de huisarts willen ontlasten van alle registratie en declaratie, zodat hij of zij zich op de inhoud kan richten en met een druk op de knop contact kan maken met de juiste medisch specialist. Vooral dus ruimte maken voor de inhoud, door optimaal gebruik te maken van moderne communicatietechnologie.’

‘Ik las recent een onderzoek waaruit bleek dat huisartsen meer werktijd doorbrengen aan hun HIS dan aan hun patiënten. Wat ik zie is dat we in de zorg veel registreren en soms nog dubbel ook. Iets wordt in een HIS gezet en dan ook in een KIS, je hebt de NHG-praktijkaccreditatie en het kwaliteitsbeleid bij de zorggroep. Kunnen we dat niet slimmer oppakken? Ik ken geen beroepsgroep waar kwaliteit zo sterk wordt gekwantificeerd, terwijl de aard van waar we mee bezig zijn, de gezondheid en het welzijn van patiënten, juist heel lastig te kwantificeren is. Voor projecten die we indienen bij de zorgverzekeraar moet er een interne businesscase komen waarbij ik in de looptijd van het project de resultaten moet kwantificeren. Natuurlijk moet je niet zomaar wat doen, maar je mag wel met iets meer afstand kijken. Als je een aantal jaren gaat investeren in bijvoorbeeld nieuwe leefstijlprogramma’s, kun je niet alles in het eerste jaar verwachten. Soms moet je ook een beetje vertrouwen hebben en geduld. En ja, dat staat soms op gespannen voet met het economische karakter van het verzekeringswezen.’

Wat zou wat jou betreft voor 2017 het speerpunt van InEen moeten zijn?
‘Ik zie InEen vooral als een platform voor informatie-uitwisseling. InEen kan daarmee een katalysator zijn voor vernieuwing en verbetering. Iedereen deelt graag informatie en is met dezelfde doelstellingen bezig. We zijn geen concurrenten van elkaar. Zaken als O&I zijn belangrijk, maar energie krijg ik van zien waar mensen mee bezig zijn en dan te kijken welke elementen ik kan inzetten in onze context. Aan dat platform mag InEen nog verder bouwen.’


Lees de andere interviews:

  • Annemiek Beukman, per 1 januari 2016 Raad van Bestuur bij Gezond op Zuid
  • Stijn Strous, per 15 juni 2016 directeur van IZER
  • Thijs Veerman, per eind augustus 2016 interim-directeur bij de SHG-groep
  • Roderick Runne, per 1 juni 2016 voorzitter Raad van Bestuur bij Primair Huisartsenposten
  • Lucas Fraza, per 1 oktober 2016 directeur Huisartsen Coöperatie Deventer en Omstreken (HCDO)

 

[...]

2016 is bijna voorbij. Een jaar waarin opnieuw en op veel fronten hard is gewerkt aan het versterken van de eerste lijn. De ambitie om te komen tot persoonsgerichte zorg brengt nieuwe vormen van samenwerking en organisatie met zich mee. Dat geldt ook voor het opvangen van zorg uit de tweede lijn en de ggz. Ook daarvoor vormen huisartsen en andere zorgprofessionals samen met bestuurders nieuwe organisatie- en netwerkverbanden. Steeds duidelijker wordt dat afwachten geen optie meer is als we als eerste lijn onze hoge kwaliteit van zorg voor de komende generaties willen waarborgen. Het meest gebezigde woord in dit verband is zonder twijfel ‘uitdaging’. In 2016 traden diverse nieuwe bestuurders aan. Hoe kijken ze terug op 2016 en wat zijn hun speerpunten voor 2017?


Stijn-zwStijn Strous, per 15 juni 2016 directeur van IZER, zorggroep in de regio Rotterdam Rijnmond

Hiervoor was je achtenhalf jaar manager bij het diagnostisch centrum Star-MDC. Hoe was je start bij IZER?
‘Een diagnostisch centrum is vooral een productieorganisatie, een zorggroep is meer een ondersteuningsstructuur, dat is een andere tak van sport. Je hebt te maken met een ander punt in het proces van de patiënt. Maar in beide gevallen ben je ondersteunend aan huisartsen. De zorggroepen zijn in een fase gekomen waarin we onszelf opnieuw moeten uitvinden. Zorggroepen zijn heel belangrijk geweest voor de emancipatie van de eerste lijn. De ketenzorg staat, maar is dat voldoende? Kunnen we onze organisatiekracht gaan aanwenden om de eerste lijn breder te ondersteunen en nog krachtiger te maken? Als directeur van een ambitieuze organisatie is het  leuk om in deze fase op de trein te stappen.’

‘Star-MDC, en ik denk meer EDC’s, heeft al veel geïnvesteerd in informatisering en zaken als lean management. Die ervaring neem ik mee natuurlijk. Als het gaat om het optimaliseren van processen liggen er nog wel veel kansen, bij IZER en ook in de eerste lijn als geheel. Als ik kijk naar de uitdaging waar de eerste lijn voor staat – wijkgericht werken, substitutie – dan moeten we zorgen niet zomaar allemaal nieuwe taken over professionals uit te storten. Ik vind het belangrijk om eerst datgene wat we al doen te optimaliseren. Zo creëer je ruimte voor nieuwe initiatieven.

Wat zijn jullie speerpunten voor 2017?
‘We zijn ons jaarplan aan het afronden. Een pijler wordt het doorontwikkelen van programmatische zorg naar persoonsgerichte zorg in de wijk. Kijken hoe we de aansluiting met andere professionals in de wijk kunnen ondersteunen met moderne middelen, netwerken waarin professionals informatie kunnen uitwisselen. Scholing kan daaraan bijdragen. Daarom willen we investeren in een digitale leeromgeving. Ook willen we substitutie projecten ondersteunen. We zijn met een aantal projecten bezig, zoals het regionale meekijkconsult, waarbij we de huisarts willen ontlasten van alle registratie en declaratie, zodat hij of zij zich op de inhoud kan richten en met een druk op de knop contact kan maken met de juiste medisch specialist. Vooral dus ruimte maken voor de inhoud, door optimaal gebruik te maken van moderne communicatietechnologie.’

‘Ik las recent een onderzoek waaruit bleek dat huisartsen meer werktijd doorbrengen aan hun HIS dan aan hun patiënten. Wat ik zie is dat we in de zorg veel registreren en soms nog dubbel ook. Iets wordt in een HIS gezet en dan ook in een KIS, je hebt de NHG-praktijkaccreditatie en het kwaliteitsbeleid bij de zorggroep. Kunnen we dat niet slimmer oppakken? Ik ken geen beroepsgroep waar kwaliteit zo sterk wordt gekwantificeerd, terwijl de aard van waar we mee bezig zijn, de gezondheid en het welzijn van patiënten, juist heel lastig te kwantificeren is. Voor projecten die we indienen bij de zorgverzekeraar moet er een interne businesscase komen waarbij ik in de looptijd van het project de resultaten moet kwantificeren. Natuurlijk moet je niet zomaar wat doen, maar je mag wel met iets meer afstand kijken. Als je een aantal jaren gaat investeren in bijvoorbeeld nieuwe leefstijlprogramma’s, kun je niet alles in het eerste jaar verwachten. Soms moet je ook een beetje vertrouwen hebben en geduld. En ja, dat staat soms op gespannen voet met het economische karakter van het verzekeringswezen.’

Wat zou wat jou betreft voor 2017 het speerpunt van InEen moeten zijn?
‘Ik zie InEen vooral als een platform voor informatie-uitwisseling. InEen kan daarmee een katalysator zijn voor vernieuwing en verbetering. Iedereen deelt graag informatie en is met dezelfde doelstellingen bezig. We zijn geen concurrenten van elkaar. Zaken als O&I zijn belangrijk, maar energie krijg ik van zien waar mensen mee bezig zijn en dan te kijken welke elementen ik kan inzetten in onze context. Aan dat platform mag InEen nog verder bouwen.’


Lees de andere interviews:

  • Annemiek Beukman, per 1 januari 2016 Raad van Bestuur bij Gezond op Zuid
  • Stijn Strous, per 15 juni 2016 directeur van IZER
  • Thijs Veerman, per eind augustus 2016 interim-directeur bij de SHG-groep
  • Roderick Runne, per 1 juni 2016 voorzitter Raad van Bestuur bij Primair Huisartsenposten
  • Lucas Fraza, per 1 oktober 2016 directeur Huisartsen Coöperatie Deventer en Omstreken (HCDO)

 

Modelklachtenregeling gereed

16 december 2016

Samen met LHV en NHG heeft InEen een model klachtenregeling opgesteld voor gebruik in huisartsenpraktijken, huisartsenposten, gezondheidscentra, diagnostische centra en zorggroepen. Aan de hand van de klachtenregeling kunnen signalen van onvrede en klachten laagdrempelig en goed opgelost worden. De Patiëntenfederatie Nederland onderschrijft het model. De modelregeling geeft een beschrijving van de eisen die de Wkkgz stelt en waaraan zorgaanbieders verplicht zijn te voldoen. Aan de hand daarvan kunnen zorgaanbieders beoordelen of hun huidige klachtafhandeling aanpassing behoeft.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Samen met LHV en NHG heeft InEen een model klachtenregeling opgesteld voor gebruik in huisartsenpraktijken, huisartsenposten, gezondheidscentra, diagnostische centra en zorggroepen. Aan de hand van de klachtenregeling kunnen signalen van onvrede en klachten laagdrempelig en goed opgelost worden. De Patiëntenfederatie Nederland onderschrijft het model. De modelregeling geeft een beschrijving van de eisen die de Wkkgz stelt en waaraan zorgaanbieders verplicht zijn te voldoen. Aan de hand daarvan kunnen zorgaanbieders beoordelen of hun huidige klachtafhandeling aanpassing behoeft.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Aanscherping specificatie indicatoren benchmark ketenzorg 2016

09 december 2016

Afgelopen week is, zoals aangekondigd, de definitieve aanscherping van de specificaties van de indicatoren voor de benchmark ketenzorg 2016 gepubliceerd. De indicatoren waren begin dit jaar al  vastgesteld. Vervolgens is in detail uitgewerkt hoe de indicatoren worden bepaald. Na een open review ronde, waarin waardevolle opmerkingen zijn verzameld, heeft InEen samen met het NHG, enkele kaderartsen en (kwaliteits)medewerkers van zorggroepen en gezondheidscentra de definitieve specificaties beschreven. In het document ‘Aanscherping specificaties indicatoren landelijke benchmark 2016’ staan de wijzigingen ten opzichte van 2015 beschreven. De KIS-leveranciers en de RDC’s zijn over de wijzigingen geïnformeerd. Vóór 1 april kunnen de indicatoren, conform de specificaties worden ingediend. Meer informatie volgt.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Afgelopen week is, zoals aangekondigd, de definitieve aanscherping van de specificaties van de indicatoren voor de benchmark ketenzorg 2016 gepubliceerd. De indicatoren waren begin dit jaar al  vastgesteld. Vervolgens is in detail uitgewerkt hoe de indicatoren worden bepaald. Na een open review ronde, waarin waardevolle opmerkingen zijn verzameld, heeft InEen samen met het NHG, enkele kaderartsen en (kwaliteits)medewerkers van zorggroepen en gezondheidscentra de definitieve specificaties beschreven. In het document ‘Aanscherping specificaties indicatoren landelijke benchmark 2016’ staan de wijzigingen ten opzichte van 2015 beschreven. De KIS-leveranciers en de RDC’s zijn over de wijzigingen geïnformeerd. Vóór 1 april kunnen de indicatoren, conform de specificaties worden ingediend. Meer informatie volgt.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Training professionele effectiviteit in persoonsgerichte zorg - leden zorggroepen InEen

08 december 2016

Zorggroepen (lid van InEen) krijgen de mogelijkheid deel te nemen aan een pilot van de training ‘Professionele effectiviteit in persoonsgerichte zorg. Samen beslissen, het hoe en waarom’. Deze pilottraining is beschikbaar voor koppels huisarts – praktijkondersteuner/verpleegkundige. Hieronder informeren wij jullie over de mogelijkheden.

Doel

Het doel van de pilot is het testen van de training Professionele effectiviteit in persoonsgerichte zorg. Deze training is ontwikkeld als vervolg op de Handreiking Gezamenlijke besluitvorming. Het NHG en InEen hebben de training opgezet met subsidie vanuit het Zorginstituut Nederland. De training is voor het duo huisarts en praktijkondersteuner/verpleegkundige. Zie de folder voor meer informatie.

Opzet pilot

De pilot training vindt plaats op donderdag 2 februari én donderdag 23 maart, van 15.30 (inloop vanaf 15.00 uur) tot 20.00 uur, in Soesterberg. Hiervan bestaat vier uur uit training en een half uur pauze. Per training zijn er 4 accreditatiepunten aangevraagd en voor de E-learning is 1 accreditatiepunt aangevraagd. Tussen de twee trainingsdata zitten enkele weken zodat in de tussentijd aan huiswerkopdrachten gewerkt kan worden. Er kunnen maximaal 9 koppels (18 personen) deelnemen. In de pilot wordt de basistraining behandeld, de vervolgtraining is geen onderdeel van de pilot.

Kosten

De pilot training is kosteloos te volgen. Gevraagd wordt als duo huisarts en praktijkondersteuner actief deel te nemen aan de training. Tijdens de pilot wordt aandacht besteed aan de evaluatie van de training om de definitieve training zo aansprekend mogelijk te maken. Bij opgave wordt ook verwacht dat je aanwezig bent. Mocht je niet aanwezig zijn dan wordt 60 euro onkostenvergoeding, achteraf, bij je in rekening gebracht.

De training

In deze training wordt de basiskennis van de huisarts en praktijkondersteuner/verpleegkundige als uitgangspunt genomen. Tijdens deze training worden huisarts en praktijkondersteuner/ verpleegkundige meegenomen in het hoe en waarom van het samen beslissen. Scholing is gericht op gespreksvaardigheden, werken met hulpmiddelen om de geleverde zorg persoonsgericht, efficiënt en effectief te maken.

Vragen

Heb je vragen neem dan contact op met Marjan Verschuur – Veltman, of via 06-4153 37 47. Zij is inhoudelijk betrokken bij de opzet van de training.

Aanmelden

Wil je je aanmelden voor de pilot training? Geef je dan als duo op (één of meerdere) bij mij, Mariska Smit m.smit@ineen.nl.

Meer informatie

Download voor meer informatie de Scholingsfolder.

[...]

Zorggroepen (lid van InEen) krijgen de mogelijkheid deel te nemen aan een pilot van de training ‘Professionele effectiviteit in persoonsgerichte zorg. Samen beslissen, het hoe en waarom’. Deze pilottraining is beschikbaar voor koppels huisarts – praktijkondersteuner/verpleegkundige. Hieronder informeren wij jullie over de mogelijkheden.

Doel

Het doel van de pilot is het testen van de training Professionele effectiviteit in persoonsgerichte zorg. Deze training is ontwikkeld als vervolg op de Handreiking Gezamenlijke besluitvorming. Het NHG en InEen hebben de training opgezet met subsidie vanuit het Zorginstituut Nederland. De training is voor het duo huisarts en praktijkondersteuner/verpleegkundige. Zie de folder voor meer informatie.

Opzet pilot

De pilot training vindt plaats op donderdag 2 februari én donderdag 23 maart, van 15.30 (inloop vanaf 15.00 uur) tot 20.00 uur, in Soesterberg. Hiervan bestaat vier uur uit training en een half uur pauze. Per training zijn er 4 accreditatiepunten aangevraagd en voor de E-learning is 1 accreditatiepunt aangevraagd. Tussen de twee trainingsdata zitten enkele weken zodat in de tussentijd aan huiswerkopdrachten gewerkt kan worden. Er kunnen maximaal 9 koppels (18 personen) deelnemen. In de pilot wordt de basistraining behandeld, de vervolgtraining is geen onderdeel van de pilot.

Kosten

De pilot training is kosteloos te volgen. Gevraagd wordt als duo huisarts en praktijkondersteuner actief deel te nemen aan de training. Tijdens de pilot wordt aandacht besteed aan de evaluatie van de training om de definitieve training zo aansprekend mogelijk te maken. Bij opgave wordt ook verwacht dat je aanwezig bent. Mocht je niet aanwezig zijn dan wordt 60 euro onkostenvergoeding, achteraf, bij je in rekening gebracht.

De training

In deze training wordt de basiskennis van de huisarts en praktijkondersteuner/verpleegkundige als uitgangspunt genomen. Tijdens deze training worden huisarts en praktijkondersteuner/ verpleegkundige meegenomen in het hoe en waarom van het samen beslissen. Scholing is gericht op gespreksvaardigheden, werken met hulpmiddelen om de geleverde zorg persoonsgericht, efficiënt en effectief te maken.

Vragen

Heb je vragen neem dan contact op met Marjan Verschuur – Veltman, of via 06-4153 37 47. Zij is inhoudelijk betrokken bij de opzet van de training.

Aanmelden

Wil je je aanmelden voor de pilot training? Geef je dan als duo op (één of meerdere) bij mij, Mariska Smit m.smit@ineen.nl.

Meer informatie

Download voor meer informatie de Scholingsfolder.

Regio Rotterdam experimenteert met meekijkconsult

30 november 2016

meekijkenAfgelopen september startte in de regio Rotterdam een bijzondere pilot rond het Meekijkconsult. In deze pilot wordt het meekijkconsult georganiseerd vanuit het primaire proces van de betrokken huisarts en wordt recht gedaan aan de eigenheid en diversiteit van de betrokken organisaties, aldus de initiatiefnemers. Matine van Schie, projectleider vanuit de ROS ZorgImpuls: ‘We hebben hier in de regio alleen al twaalf soorten zorggroepen.’

Een regionale infrastructuur waarlangs huisartsen en huisartsorganisaties op maat hun meekijkconsulten vorm kunnen geven, is het uiteindelijk doel van de pilot, een initiatief van de Regiotafel Zuidwest waaraan Zilveren Kruis, LHV en huisartsenorganisaties in de regio overleggen over zorgvernieuwing. Het meekijkconsult – consultatie van een medisch specialist waarbij de huisarts de hoofdbehandelaar blijft – stond op de agenda als een manier om onnodige doorverwijzingen naar de tweede lijn te voorkomen, elkaars wereld te leren kennen en de deskundigheid in de eerste lijn te verhogen. Huisartsen, specialisten en patiënten zijn het erover eens dat het meekijkconsult de kwaliteit van de zorg verbetert. Maar hoe kan dit het beste georganiseerd worden? Welke afspraken zijn nodig?

Aan de Regietafel concludeerde men al snel dat het ontwikkelen van één blauwdruk voor iedereen geen kans van slagen heeft. Van Schie: ‘De diversiteit in onze regio is heel groot. Qua omvang variëren onze zorggroepen van 200 tot vier huisartsen. Elke organisatie heeft zijn eigen visie en manier van werken. Bovendien hebben we ook nog eens zeven ziekenhuizen met allemaal hun eigen netwerk en invulling.’ Besloten werd deze diversiteit uit te buiten en een uitdagend experiment aan te gaan waarin 40 praktijken elk anderhalf jaar gaan proefdraaien met verschillende vormen van het meekijkconsult. Zij doen dat binnen een regionaal kader dat de begeleidingsgroep die de pilot monitort, heeft ontwikkeld.

Van Schie: ‘Niet alleen de organisaties verschillen, ook zorgverleners hebben elk hun eigen affiniteit en aanpak. Daarom wilden we een open pilot met een regionaal kader waarbinnen de huisartsen hun eigen proces inrichten.’ In het regionale kader zijn vier consultvormen benoemd: telefonisch, digitaal, beeldbellen en fysiek. De deelnemende organisaties bepalen zelf welke vorm het beste aansluit bij de werkwijze en de behoefte. In het regionaal kader vinden zij verder afspraken over de financiering, de (digitale) gegevensuitwisseling en de verdeling van verantwoordelijkheden. Deze punten zijn inmiddels vertaald tot een samenwerkingsovereenkomst die huisartsen en medisch specialisten als basis kunnen gebruiken. Van Schie: ‘Met de zorgverzekeraar is nu een tarief afgesproken dat de huisarts vanuit de S3-gelden betaalt aan de medische specialist.’ Over deze keuze bestaat nog wel discussie, vertelt ze. Is dit huisartsengeld wel bedoeld om de medisch specialist te financieren? ‘Sommige huisartsen doen daarom niet mee aan de pilot.’

Van Schie verwacht dat de ‘kracht van diversiteit’ vruchten gaat afwerpen. Het feit dat elke zorggroep of huisartspraktijk vanuit eigen kracht en werkwijze aan de slag gaat, levert veel kennis op. ‘In het experiment gaan we met elkaar leren wat in welke situatie het eenvoudigst aansluit bij het primaire proces.’ Aan de hand van de ervaringen past de begeleidingsgroep het regiokader aan. Aangevuld met afspraken met de zeven ziekenhuizen in de regio ontstaat zo in 2018 de gewenste regionale infrastructuur. Ook de ervaringen van patiënten wordt onderzocht: wat zijn hun ervaringen? Sluit het minder snel doorgestuurd worden naar een specialist ook aan bij de behoefte van patienten? In hoeverre speelt het (niet belasten van het) eigen risico een rol?

De begeleidingsgroep bestaat uit vertegenwoordigers van zorggroep IZER, gezondheidscentrum Gezond op Zuid, de hoed Nieuwerkerk a/d IJssel en gezondheidscentrum Parkzoom. Zorgimpuls is facilitator van de pilot.

[...]

meekijkenAfgelopen september startte in de regio Rotterdam een bijzondere pilot rond het Meekijkconsult. In deze pilot wordt het meekijkconsult georganiseerd vanuit het primaire proces van de betrokken huisarts en wordt recht gedaan aan de eigenheid en diversiteit van de betrokken organisaties, aldus de initiatiefnemers. Matine van Schie, projectleider vanuit de ROS ZorgImpuls: ‘We hebben hier in de regio alleen al twaalf soorten zorggroepen.’

Een regionale infrastructuur waarlangs huisartsen en huisartsorganisaties op maat hun meekijkconsulten vorm kunnen geven, is het uiteindelijk doel van de pilot, een initiatief van de Regiotafel Zuidwest waaraan Zilveren Kruis, LHV en huisartsenorganisaties in de regio overleggen over zorgvernieuwing. Het meekijkconsult – consultatie van een medisch specialist waarbij de huisarts de hoofdbehandelaar blijft – stond op de agenda als een manier om onnodige doorverwijzingen naar de tweede lijn te voorkomen, elkaars wereld te leren kennen en de deskundigheid in de eerste lijn te verhogen. Huisartsen, specialisten en patiënten zijn het erover eens dat het meekijkconsult de kwaliteit van de zorg verbetert. Maar hoe kan dit het beste georganiseerd worden? Welke afspraken zijn nodig?

Aan de Regietafel concludeerde men al snel dat het ontwikkelen van één blauwdruk voor iedereen geen kans van slagen heeft. Van Schie: ‘De diversiteit in onze regio is heel groot. Qua omvang variëren onze zorggroepen van 200 tot vier huisartsen. Elke organisatie heeft zijn eigen visie en manier van werken. Bovendien hebben we ook nog eens zeven ziekenhuizen met allemaal hun eigen netwerk en invulling.’ Besloten werd deze diversiteit uit te buiten en een uitdagend experiment aan te gaan waarin 40 praktijken elk anderhalf jaar gaan proefdraaien met verschillende vormen van het meekijkconsult. Zij doen dat binnen een regionaal kader dat de begeleidingsgroep die de pilot monitort, heeft ontwikkeld.

Van Schie: ‘Niet alleen de organisaties verschillen, ook zorgverleners hebben elk hun eigen affiniteit en aanpak. Daarom wilden we een open pilot met een regionaal kader waarbinnen de huisartsen hun eigen proces inrichten.’ In het regionale kader zijn vier consultvormen benoemd: telefonisch, digitaal, beeldbellen en fysiek. De deelnemende organisaties bepalen zelf welke vorm het beste aansluit bij de werkwijze en de behoefte. In het regionaal kader vinden zij verder afspraken over de financiering, de (digitale) gegevensuitwisseling en de verdeling van verantwoordelijkheden. Deze punten zijn inmiddels vertaald tot een samenwerkingsovereenkomst die huisartsen en medisch specialisten als basis kunnen gebruiken. Van Schie: ‘Met de zorgverzekeraar is nu een tarief afgesproken dat de huisarts vanuit de S3-gelden betaalt aan de medische specialist.’ Over deze keuze bestaat nog wel discussie, vertelt ze. Is dit huisartsengeld wel bedoeld om de medisch specialist te financieren? ‘Sommige huisartsen doen daarom niet mee aan de pilot.’

Van Schie verwacht dat de ‘kracht van diversiteit’ vruchten gaat afwerpen. Het feit dat elke zorggroep of huisartspraktijk vanuit eigen kracht en werkwijze aan de slag gaat, levert veel kennis op. ‘In het experiment gaan we met elkaar leren wat in welke situatie het eenvoudigst aansluit bij het primaire proces.’ Aan de hand van de ervaringen past de begeleidingsgroep het regiokader aan. Aangevuld met afspraken met de zeven ziekenhuizen in de regio ontstaat zo in 2018 de gewenste regionale infrastructuur. Ook de ervaringen van patiënten wordt onderzocht: wat zijn hun ervaringen? Sluit het minder snel doorgestuurd worden naar een specialist ook aan bij de behoefte van patienten? In hoeverre speelt het (niet belasten van het) eigen risico een rol?

De begeleidingsgroep bestaat uit vertegenwoordigers van zorggroep IZER, gezondheidscentrum Gezond op Zuid, de hoed Nieuwerkerk a/d IJssel en gezondheidscentrum Parkzoom. Zorgimpuls is facilitator van de pilot.

Afwegingsinstrument voor opname eerstelijns verblijf 2.0

18 november 2016

In opdracht van VWS is het afwegingsinstrument voor opname in een eerstelijns verblijf (ELV) herzien, zodat het aansluit bij de overheveling van het ELV naar de Zorgverzekeringswet. Het beknopte instrument ondersteunt de inhoudelijke professionele afwegingen bij het samen met de patiënt vinden van passende zorg (gedeelde besluitvorming). Er zijn twee delen:

  1. de afwegingsondersteuning in situaties waarin geen medische interventie nodig is, maar wél aanvullende zorg en
  2. een vertaling van de verschillende voorzieningen naar de financiële kaders.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

In opdracht van VWS is het afwegingsinstrument voor opname in een eerstelijns verblijf (ELV) herzien, zodat het aansluit bij de overheveling van het ELV naar de Zorgverzekeringswet. Het beknopte instrument ondersteunt de inhoudelijke professionele afwegingen bij het samen met de patiënt vinden van passende zorg (gedeelde besluitvorming). Er zijn twee delen:

  1. de afwegingsondersteuning in situaties waarin geen medische interventie nodig is, maar wél aanvullende zorg en
  2. een vertaling van de verschillende voorzieningen naar de financiële kaders.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Stappen zetten met persoonsgerichte zorg - De Eerstelijns, oktober 2016

09 november 2016

De Eerstelijns, oktober 2016 – Werk maken van persoonsgerichte zorg. Die ambitie zijn InEen en haar leden eind september overeengekomen tijdens een tweedaags congres van de brancheorganisatie in St. Michielsgestel. Vanaf nu moet het streven worden vertaald in concrete activiteiten. Van ambitie naar actie.

[...]

De Eerstelijns, oktober 2016 – Werk maken van persoonsgerichte zorg. Die ambitie zijn InEen en haar leden eind september overeengekomen tijdens een tweedaags congres van de brancheorganisatie in St. Michielsgestel. Vanaf nu moet het streven worden vertaald in concrete activiteiten. Van ambitie naar actie.

Annex voedingsrichtlijn diabetes

04 november 2016

De NDF heeft samen met haar leden een ‘annex’ ontwikkeld met antwoorden op de meest gestelde vragen over de Voedingsrichtlijn Diabetes uit 2015. Evidence based voedingszorg is een essentieel onderdeel van goede diabeteszorg. De NDF Voedingsrichtlijn Diabetes is daarin leidend. Niet lang na het verschijnen van de nieuwe editie in februari 2015 kwamen ook enkele andere voedingsrichtlijnen met een nieuwe versie zoals de Richtlijnen Goede Voeding van de Gezondheidsraad en de Schijf van Vijf van het Voedingscentrum. De verschillende richtlijnen zijn niet altijd eensluidend. Dat riep vragen op bij diabeteszorgverleners en mensen met diabetes, ook op het concrete niveau van het gebruik van voedingsmiddelen. De nu gepubliceerde annex beantwoordt enkele veel gestelde vragen. Deze annex, in de vorm van een FAQ Professionals en een FAQ Patiënten, staat op zorgstandaarddiabetes.nl.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

De NDF heeft samen met haar leden een ‘annex’ ontwikkeld met antwoorden op de meest gestelde vragen over de Voedingsrichtlijn Diabetes uit 2015. Evidence based voedingszorg is een essentieel onderdeel van goede diabeteszorg. De NDF Voedingsrichtlijn Diabetes is daarin leidend. Niet lang na het verschijnen van de nieuwe editie in februari 2015 kwamen ook enkele andere voedingsrichtlijnen met een nieuwe versie zoals de Richtlijnen Goede Voeding van de Gezondheidsraad en de Schijf van Vijf van het Voedingscentrum. De verschillende richtlijnen zijn niet altijd eensluidend. Dat riep vragen op bij diabeteszorgverleners en mensen met diabetes, ook op het concrete niveau van het gebruik van voedingsmiddelen. De nu gepubliceerde annex beantwoordt enkele veel gestelde vragen. Deze annex, in de vorm van een FAQ Professionals en een FAQ Patiënten, staat op zorgstandaarddiabetes.nl.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Reactie InEen op uitspraak CBb tariefbeschikkingen voor huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg

03 november 2016

Utrecht, 3 november 2016 — Donderdag 3 november heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven uitspraak gedaan in de procedure die de VPH en de LHV hadden aangespannen tegen de NZa. De procedure ging over het bezwaar van VPH en LHV tegen de contractvereiste voor huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg en tegen de 24-uursverplichting als voorwaarde bij het inschrijvingstarief. Het CBb heeft geoordeeld dat de NZa het contractvereiste bij enkele verrichtingen moet schrappen waaronder de ketenzorg. InEen maakt zich zorgen over de  consequenties van de uitspraak voor de kwaliteit en samenhang in de chronische zorg.

Het CBb stelt dat de contractvereiste voor enkele zorgprestaties, zoals ketenzorg,  een hinderpaal vormen voor de verzekerde/patiënt bij de uitoefening van zijn recht op vrije keuze van zorgverlener. InEen onderschrijft het belang van de vrije artsenkeuze. Echter, onduidelijk is of met deze uitspraak het huidige hoge kwaliteitsniveau van zorg voor mensen met een chronische aandoening  in de toekomst gehandhaafd blijft. Verder maken wij ons zorgen over mogelijke versnippering van het aanbod. Goed nieuws is dat het CBb onderkent dat enkel samenwerkingsverbanden in aanmerking komen voor een declaratietitel en dus uitvoering van multidisciplinaire zorg.

In het persbericht dat het CBb inmiddels heeft uitgebracht wordt alleen gerept over multidisciplinaire zorg voor bepaalde chronische aandoeningen (DM, VRM, COPD, astma). De interpretatie van InEen is dan ook dat de GEZ buiten de reikwijdte van de uitspraak valt.

Verder heeft de uitspraak van het CBb ook betrekking op de verantwoordelijkheid van huisartsen voor het regelen van 24-uurs zorg. Het CBb heeft enkele tekstuele aanpassingen in de prestatiebeschrijving aangebracht, maar de verbinding tussen de ANW én het inschrijftarief in stand gehouden. InEen hecht aan het vastleggen van de 24/7 verantwoordelijkheid voor de zorg en het CBb lijkt dit te erkennen.

Wij zullen de uitspraak verder bestuderen. De volledige uitspraak is te lezen op rechtspraak.nl

[...]

Utrecht, 3 november 2016 — Donderdag 3 november heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven uitspraak gedaan in de procedure die de VPH en de LHV hadden aangespannen tegen de NZa. De procedure ging over het bezwaar van VPH en LHV tegen de contractvereiste voor huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg en tegen de 24-uursverplichting als voorwaarde bij het inschrijvingstarief. Het CBb heeft geoordeeld dat de NZa het contractvereiste bij enkele verrichtingen moet schrappen waaronder de ketenzorg. InEen maakt zich zorgen over de  consequenties van de uitspraak voor de kwaliteit en samenhang in de chronische zorg.

Het CBb stelt dat de contractvereiste voor enkele zorgprestaties, zoals ketenzorg,  een hinderpaal vormen voor de verzekerde/patiënt bij de uitoefening van zijn recht op vrije keuze van zorgverlener. InEen onderschrijft het belang van de vrije artsenkeuze. Echter, onduidelijk is of met deze uitspraak het huidige hoge kwaliteitsniveau van zorg voor mensen met een chronische aandoening  in de toekomst gehandhaafd blijft. Verder maken wij ons zorgen over mogelijke versnippering van het aanbod. Goed nieuws is dat het CBb onderkent dat enkel samenwerkingsverbanden in aanmerking komen voor een declaratietitel en dus uitvoering van multidisciplinaire zorg.

In het persbericht dat het CBb inmiddels heeft uitgebracht wordt alleen gerept over multidisciplinaire zorg voor bepaalde chronische aandoeningen (DM, VRM, COPD, astma). De interpretatie van InEen is dan ook dat de GEZ buiten de reikwijdte van de uitspraak valt.

Verder heeft de uitspraak van het CBb ook betrekking op de verantwoordelijkheid van huisartsen voor het regelen van 24-uurs zorg. Het CBb heeft enkele tekstuele aanpassingen in de prestatiebeschrijving aangebracht, maar de verbinding tussen de ANW én het inschrijftarief in stand gehouden. InEen hecht aan het vastleggen van de 24/7 verantwoordelijkheid voor de zorg en het CBb lijkt dit te erkennen.

Wij zullen de uitspraak verder bestuderen. De volledige uitspraak is te lezen op rechtspraak.nl

Vilans (onder)zoekt zorggroepen, zorgketens en -netwerken

21 oktober 2016

Met een eenmalige digitale enquête in november gaan Vilans en TIAS (Universiteit Tilburg en TU Eindhoven) in kaart brengen hoe de samenwerking in de zorg- en welzijnssector is ingericht. Het onderzoek richt zich met name op de governance (sturing, verantwoording, toezicht, inkoop). Ook de effectiviteit daarvan en mogelijke verbeteringen worden onderzocht. De onderzoekers roepen de coördinatoren of andere vertegenwoordigers van samenwerkingsverbanden op om mee te doen. Deelnemen betekent bijdragen aan de algemene kennis over samenwerking en de governance van samenwerkingsverbanden en kan ook leiden tot meer inzicht in de eigen samenwerking. Meer informatie en aanmelden (uiterlijk 3 november) bij Vilans-onderzoeker Anne Deelen.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Met een eenmalige digitale enquête in november gaan Vilans en TIAS (Universiteit Tilburg en TU Eindhoven) in kaart brengen hoe de samenwerking in de zorg- en welzijnssector is ingericht. Het onderzoek richt zich met name op de governance (sturing, verantwoording, toezicht, inkoop). Ook de effectiviteit daarvan en mogelijke verbeteringen worden onderzocht. De onderzoekers roepen de coördinatoren of andere vertegenwoordigers van samenwerkingsverbanden op om mee te doen. Deelnemen betekent bijdragen aan de algemene kennis over samenwerking en de governance van samenwerkingsverbanden en kan ook leiden tot meer inzicht in de eigen samenwerking. Meer informatie en aanmelden (uiterlijk 3 november) bij Vilans-onderzoeker Anne Deelen.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

'Als ik vraag hoe het onderdeel leefstijl er uitziet, wordt het stil.'

30 september 2016

bas-vd-goorNadat top-volleyballer Bas van de Goor op het hoogtepunt van zijn (onder meer Olympische) carrière de diagnose diabetes type 1 kreeg, ondervond hij aan den lijve de grote waarde van sport en beweging voor zijn kwaliteit van leven. Dit inzicht bracht hem ertoe om drie jaar na de diagnose de Bas van de Goor Foundation op te richten. Doel: het in beweging brengen van mensen met diabetes. Op dinsdag 22 november viert de foundation het tienjarig bestaan met het jubileumcongres ‘Breng beweging in de praktijk’.

Inmiddels is de Nationale Diabetes Challenge uitgegroeid van een kleine side-event in Nijkerk tot een nog steeds groeiende nationale uitdaging. De Challenge van 2016 telt maar liefst 125 locaties. Zo’n 2800 mensen met diabetes, hun familie, vrienden en zorgverleners trainden vier tot vijf maanden en lopen van 12 t/m 15 oktober vier dagen lang 5, 10, 15 of zelfs 20 km. De finish is een groot evenement op het Loo in Apeldoorn.

We vragen Bas van de Goor hoe je 2800 mensen aan het lopen krijgt: ‘Toen we drie jaar geleden begonnen met de challenge verbaasden we ons eigenlijk dat zoiets er niet al was. Je hoort vaak dat mensen met type 2 niet in beweging zijn te krijgen, we gingen het bijna geloven. Maar het is gewoon niet zo. Wandelen is makkelijk en laagdrempelig, je hebt alleen een paar schoenen nodig, en het is heel leuk om samen te doen.’ Belangrijk is natuurlijk de goede stimulans. De samenwerking met de gezondheidscentra blijkt daarbij van onschatbare waarde.

Van de Goor: ‘Ja, het is een extra activiteit, maar volgens mij vinden zorgverleners het stiekem erg leuk. Zorgverleners houden van zorgen en wandelen is een actieve vorm van zorgen. Voor de challenge hoeven ze qua organisatie alleen het minimum te doen, de rest doen wij. De zorgverlener kan lekker wandelen en gewoon weer eens in gesprek gaan met mensen die waarschijnlijk veel meer vertellen dan in de spreekkamer. Je loopt naast elkaar, hoeft elkaar niet steeds aan te kijken en dat maakt het makkelijker om te praten.’ De challenge bestaat bij de gratie van de ambitie en de wil van de zorgverleners, zegt hij. ‘Zij maken dit tot een succes.’

‘Op informatiebijeenkomsten pak ik altijd de NHG-standaard erbij’, aldus Van de Goor. ‘Daarin staat voor mensen met type 2 eerst educatie, dan leefstijl en als dat niet lukt medicatie. Als ik aan de zaal vraag hoe het onderdeel leefstijl er uitziet, wordt het stil. Kort door de bocht: sommigen dóen iets met beweging, sommigen zéggen dat je iets met beweging moet doen, maar als dat twee keer niet lukt gaan we naar stap 3. Ik verwijt de huisarts niets, hij heeft gewoon te weinig tools en tijd voor het in beweging brengen van mensen. Dus daarom dacht ik: laten wij in het gat springen.’

Van de Goor: ‘Ik heb in een sportteam gezeten en daar hebben spelers en coach allebei dezelfde doelstelling, namelijk winnen. Maar toch liggen ze vaak met elkaar in de clinch. Dat gebeurt vermoed ik ook tussen huisarts en patiënt. Ze willen hetzelfde, namelijk dat de patiënt zich beter gaat voelen, maar soms lijkt het alsof ze elkaar niet verstaan. De speler voelt zich onbegrepen, de coach vindt dat de spelers niet goed hun best doen. Het is interessant om er vanuit die invalshoek naar te kijken.’ Het begint, zegt hij, bij ontdekken wat, volgens de patiënt zelf, niet en wél de mogelijkheden van de patiënt zijn.

Deelnemers zeggen dat ze door de challenge beter in hun vel zitten en minder medicatie nodig hebben. Dit jaar heeft de Foundation hier onderzoek naar gedaan: wat levert de Challenge op aan gezondheid en kwaliteit van leven? Vierhonderd deelnemers met diabetes en twintig praktijken deden mee. Het onderzoek bestaat uit vragenlijsten, somatische gegevens (gewicht, buikomvang, medicatie, HbA1C) en de gegevens uit de stappentellers die de deelnemers tijdens de onderzoeksperiode gebruikten. De resultaten worden bekend gemaakt op het Jubileumcongres. Van de Goor: ‘Naast de zachte feedback van enthousiaste reacties en de vele individuele ervaringen die we horen, krijgen we nu de harde wetenschappelijke data. Heel spannend!’

[...]

bas-vd-goorNadat top-volleyballer Bas van de Goor op het hoogtepunt van zijn (onder meer Olympische) carrière de diagnose diabetes type 1 kreeg, ondervond hij aan den lijve de grote waarde van sport en beweging voor zijn kwaliteit van leven. Dit inzicht bracht hem ertoe om drie jaar na de diagnose de Bas van de Goor Foundation op te richten. Doel: het in beweging brengen van mensen met diabetes. Op dinsdag 22 november viert de foundation het tienjarig bestaan met het jubileumcongres ‘Breng beweging in de praktijk’.

Inmiddels is de Nationale Diabetes Challenge uitgegroeid van een kleine side-event in Nijkerk tot een nog steeds groeiende nationale uitdaging. De Challenge van 2016 telt maar liefst 125 locaties. Zo’n 2800 mensen met diabetes, hun familie, vrienden en zorgverleners trainden vier tot vijf maanden en lopen van 12 t/m 15 oktober vier dagen lang 5, 10, 15 of zelfs 20 km. De finish is een groot evenement op het Loo in Apeldoorn.

We vragen Bas van de Goor hoe je 2800 mensen aan het lopen krijgt: ‘Toen we drie jaar geleden begonnen met de challenge verbaasden we ons eigenlijk dat zoiets er niet al was. Je hoort vaak dat mensen met type 2 niet in beweging zijn te krijgen, we gingen het bijna geloven. Maar het is gewoon niet zo. Wandelen is makkelijk en laagdrempelig, je hebt alleen een paar schoenen nodig, en het is heel leuk om samen te doen.’ Belangrijk is natuurlijk de goede stimulans. De samenwerking met de gezondheidscentra blijkt daarbij van onschatbare waarde.

Van de Goor: ‘Ja, het is een extra activiteit, maar volgens mij vinden zorgverleners het stiekem erg leuk. Zorgverleners houden van zorgen en wandelen is een actieve vorm van zorgen. Voor de challenge hoeven ze qua organisatie alleen het minimum te doen, de rest doen wij. De zorgverlener kan lekker wandelen en gewoon weer eens in gesprek gaan met mensen die waarschijnlijk veel meer vertellen dan in de spreekkamer. Je loopt naast elkaar, hoeft elkaar niet steeds aan te kijken en dat maakt het makkelijker om te praten.’ De challenge bestaat bij de gratie van de ambitie en de wil van de zorgverleners, zegt hij. ‘Zij maken dit tot een succes.’

‘Op informatiebijeenkomsten pak ik altijd de NHG-standaard erbij’, aldus Van de Goor. ‘Daarin staat voor mensen met type 2 eerst educatie, dan leefstijl en als dat niet lukt medicatie. Als ik aan de zaal vraag hoe het onderdeel leefstijl er uitziet, wordt het stil. Kort door de bocht: sommigen dóen iets met beweging, sommigen zéggen dat je iets met beweging moet doen, maar als dat twee keer niet lukt gaan we naar stap 3. Ik verwijt de huisarts niets, hij heeft gewoon te weinig tools en tijd voor het in beweging brengen van mensen. Dus daarom dacht ik: laten wij in het gat springen.’

Van de Goor: ‘Ik heb in een sportteam gezeten en daar hebben spelers en coach allebei dezelfde doelstelling, namelijk winnen. Maar toch liggen ze vaak met elkaar in de clinch. Dat gebeurt vermoed ik ook tussen huisarts en patiënt. Ze willen hetzelfde, namelijk dat de patiënt zich beter gaat voelen, maar soms lijkt het alsof ze elkaar niet verstaan. De speler voelt zich onbegrepen, de coach vindt dat de spelers niet goed hun best doen. Het is interessant om er vanuit die invalshoek naar te kijken.’ Het begint, zegt hij, bij ontdekken wat, volgens de patiënt zelf, niet en wél de mogelijkheden van de patiënt zijn.

Deelnemers zeggen dat ze door de challenge beter in hun vel zitten en minder medicatie nodig hebben. Dit jaar heeft de Foundation hier onderzoek naar gedaan: wat levert de Challenge op aan gezondheid en kwaliteit van leven? Vierhonderd deelnemers met diabetes en twintig praktijken deden mee. Het onderzoek bestaat uit vragenlijsten, somatische gegevens (gewicht, buikomvang, medicatie, HbA1C) en de gegevens uit de stappentellers die de deelnemers tijdens de onderzoeksperiode gebruikten. De resultaten worden bekend gemaakt op het Jubileumcongres. Van de Goor: ‘Naast de zachte feedback van enthousiaste reacties en de vele individuele ervaringen die we horen, krijgen we nu de harde wetenschappelijke data. Heel spannend!’

ZonMw organiseert digitale raadpleging 'Gezond ouder worden’

30 september 2016

Hoe geef je ondersteunend beleid voor gezond ouder worden effectief vorm? ZonMw werkt aan een agenda voor dit belangrijke thema en heeft daarvoor input nodig uit het veld. De agenda moet duidelijk maken op welke thema’s het beleid zich zou moeten richten, over ministeries en domeinen heen. Doel is een integraal levensloopbeleid voor Nederland, dat alle generaties meeneemt. Op 5 oktober publiceert ZonMw de conceptagenda ‘Gezond ouder worden’ en tot en met 12 oktober kunnen zorgverleners en zorgorganisaties daarop reageren via een digitale vragenlijst. Als InEen juichen we deelname aan deze raadpleging toe. Meer informatie.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Hoe geef je ondersteunend beleid voor gezond ouder worden effectief vorm? ZonMw werkt aan een agenda voor dit belangrijke thema en heeft daarvoor input nodig uit het veld. De agenda moet duidelijk maken op welke thema’s het beleid zich zou moeten richten, over ministeries en domeinen heen. Doel is een integraal levensloopbeleid voor Nederland, dat alle generaties meeneemt. Op 5 oktober publiceert ZonMw de conceptagenda ‘Gezond ouder worden’ en tot en met 12 oktober kunnen zorgverleners en zorgorganisaties daarop reageren via een digitale vragenlijst. Als InEen juichen we deelname aan deze raadpleging toe. Meer informatie.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Feedbackrapportages zelfevaluatie zorggroepen bekend

22 juli 2016

Dit jaar vulden 73 ketenzorgorganisaties de zelfevaluatie voor zorggroepen in. Voor hen staat de eindrapportage klaar op www.zelfevaluatiezorggroepen.nl. De hoofdinvullers kregen hier eerder deze week al bericht over. Nieuw dit jaar is een dashboard dat in één overzicht de resultaten van de zelfevaluatie 2016 weergeeft. Vanuit het dashboard kun je doorklikken naar de hoofdstukken, deelrapporten, de verdiepende modules en een leeswijzer. De feedbackrapportages bevatten toelichtende algemene teksten, tabellen en grafieken waarmee elke organisatie zich kan vergelijken met het gemiddelde van de 73 deelnemende organisaties. Daarnaast is het dit jaar makkelijker te filteren op een vergelijkingsgroep naar keuze. Je kunt nu vergelijken op bijvoorbeeld aantal aangesloten huisartsen, informatiesysteem, preferente zorgverzekeraar of prioriteiten in het kwaliteitsbeleid.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Dit jaar vulden 73 ketenzorgorganisaties de zelfevaluatie voor zorggroepen in. Voor hen staat de eindrapportage klaar op www.zelfevaluatiezorggroepen.nl. De hoofdinvullers kregen hier eerder deze week al bericht over. Nieuw dit jaar is een dashboard dat in één overzicht de resultaten van de zelfevaluatie 2016 weergeeft. Vanuit het dashboard kun je doorklikken naar de hoofdstukken, deelrapporten, de verdiepende modules en een leeswijzer. De feedbackrapportages bevatten toelichtende algemene teksten, tabellen en grafieken waarmee elke organisatie zich kan vergelijken met het gemiddelde van de 73 deelnemende organisaties. Daarnaast is het dit jaar makkelijker te filteren op een vergelijkingsgroep naar keuze. Je kunt nu vergelijken op bijvoorbeeld aantal aangesloten huisartsen, informatiesysteem, preferente zorgverzekeraar of prioriteiten in het kwaliteitsbeleid.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Bijlage handleiding Inclusie- en exclusiecriteria ketenzorgprogramma’s

15 juli 2016

Vorige week hebben we de handleiding in- en exclusiecriteria voor ketenzorgprogramma’s verstuurd aan de directeuren van de leden zorggroepen en gezondheidscentra. Tot onze spijt miste daarbij een bijlage, namelijk het Stroomschema no-show beleid. Jullie kunnen deze vinden op onze website.  Log eerst in op de website en klik dan deze link: ondersteuningsschema ketenzorg. Het Stroomschema no-show vind je samen met andere no-show documenten door in het linker menu te klikken op achtereenvolgens ‘Optimale zorg en uitkomsten’ en ‘Zorgstandaarden’.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Vorige week hebben we de handleiding in- en exclusiecriteria voor ketenzorgprogramma’s verstuurd aan de directeuren van de leden zorggroepen en gezondheidscentra. Tot onze spijt miste daarbij een bijlage, namelijk het Stroomschema no-show beleid. Jullie kunnen deze vinden op onze website.  Log eerst in op de website en klik dan deze link: ondersteuningsschema ketenzorg. Het Stroomschema no-show vind je samen met andere no-show documenten door in het linker menu te klikken op achtereenvolgens ‘Optimale zorg en uitkomsten’ en ‘Zorgstandaarden’.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Kennis over gevaren (mee)roken laag in Nederland

15 juli 2016

Omdat in veel van jullie zorgprogramma’s roken een probleem met impact is, attenderen we jullie op een onderzoek van TNS Nipo waaruit blijkt dat de kennis over de gevaren van (mee)roken gering is. Zowel rokers als niet rokers schatten de risico’s te laag in. Zo weet maar 51% van de Nederlanders bijvoorbeeld dat een hartinfarct het gevolg kan zijn van meeroken. Het onderzoek werd uitgevoerd in opdracht van VWS.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Omdat in veel van jullie zorgprogramma’s roken een probleem met impact is, attenderen we jullie op een onderzoek van TNS Nipo waaruit blijkt dat de kennis over de gevaren van (mee)roken gering is. Zowel rokers als niet rokers schatten de risico’s te laag in. Zo weet maar 51% van de Nederlanders bijvoorbeeld dat een hartinfarct het gevolg kan zijn van meeroken. Het onderzoek werd uitgevoerd in opdracht van VWS.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Monitor basis GGZ: VWS positief over experimenteren met GGZ-ketenzorg

01 juli 2016

Deze week is een nieuwe versie van de monitor generalistische basis ggz uitgekomen. In de aanbiedingsbrief aan de Tweede Kamer laat de minister van VWS zich positief uit over de experimenteren met GGZ-ketenzorg binnen de huisartsenzorg. Dit soort initiatieven verbinden de huisartsenzorg en de GGZ beter met elkaar, aldus de minister. De monitor laat onder andere een groei van het aantal patiënten in huisartsenzorg/POH GGZ en generalistische basis GGZ zien. In reactie op de monitor pleit VWS voor meer helderheid over het takenpakket en het functieprofiel van de POH GGZ en standaarden voor de werkwijze van de POH GGZ. In vervolg op de monitor wordt de komende periode nader geanalyseerd hoe de behandeling door de POH GGZ eruit ziet en wat het doorverwijsgedrag is. Zie de monitor en bijbehorende Kamerbrief.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Deze week is een nieuwe versie van de monitor generalistische basis ggz uitgekomen. In de aanbiedingsbrief aan de Tweede Kamer laat de minister van VWS zich positief uit over de experimenteren met GGZ-ketenzorg binnen de huisartsenzorg. Dit soort initiatieven verbinden de huisartsenzorg en de GGZ beter met elkaar, aldus de minister. De monitor laat onder andere een groei van het aantal patiënten in huisartsenzorg/POH GGZ en generalistische basis GGZ zien. In reactie op de monitor pleit VWS voor meer helderheid over het takenpakket en het functieprofiel van de POH GGZ en standaarden voor de werkwijze van de POH GGZ. In vervolg op de monitor wordt de komende periode nader geanalyseerd hoe de behandeling door de POH GGZ eruit ziet en wat het doorverwijsgedrag is. Zie de monitor en bijbehorende Kamerbrief.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Groepsworkshops voor diabetici: Hé, die mevrouw zit bij ons op de bridge

30 juni 2016

spelElke zorggroep zal het beamen: er zijn altijd diabetespatiënten die niet voelen voor begeleiding door een diëtiste, terwijl daarvoor wel aanleiding is. Speciaal voor deze groep ontwikkelden de Samenwerkende diëtistes Hoeksewaard  op verzoek van de zorggroep Hoeksewaard een groepsaanpak. Diëtiste Marjolein de Haas en POH Sophia Batenburg-Van Vliet hebben de succesvolle groepsworkshop Feiten en Fabels over voeding nu een paar keer gegeven.

Batenburg: ‘Een groep voelt wat anoniemer. Je kunt je een beetje verschuilen in de groep, je hoeft niet één op één met de billen bloot. In een groep kun je ook ervaren dat je niet de enige bent. Er is, zeker bij ouderen, nog wel eens schaamte. In een groep leer je elkaar kennen: hé die mevrouw zit bij ons op de bridge. Dat maakt het allemaal wat makkelijker.’ De Haas: ‘We hopen door de workshop mensen die we anders missen toch te bereiken met adviezen en kennis over voeding.’

De workshop Voeding duurt anderhalf uur en heeft een bijzondere aanpak. De 20 deelnemers doen samen vier spellen waarin ze spelenderwijs kennis over voeding opdoen. De spellen werden ontwikkeld door De Haas samen met een collega. Ze maakte daarbij gebruik van haar ervaring als diëtiste en haar aanvullende PABO-scholing. ‘Het was zoeken naar een manier waarop je mensen bruikbare kennis kunt meegeven. Ik heb gekozen voor spel omdat het interactief is. Dat maakt het boeiender dan anderhalf uur naar iemand moeten luisteren.’

In het spel ‘Wat staat er op het etiket’ leren de deelnemers in kleine groepjes de etiketten op voedingswaren lezen en interpreteren. Wat denkt u dat de term Light op de verpakking van Dubbel Friss betekent? Wat is het verschil tussen halva-jam en gewone jam? Het spel Feit of Fabel brengt misverstanden aan het licht. Mensen met diabetes mogen geen suiker. Waar of niet waar? Roomboter is even vet als dieetmargarine. Waar of niet waar? Ook in het Koolhydratenspel testen de deelnemersgroepjes hun kennis. Hoeveel koolhydraten bevat een pakje Sultana? Het vierde spel tenslotte is een kwartet met groepen als ‘Snelle suikers’, ‘Langzame koolhydraten’ en ‘Diëten’.

Een workshop heeft 20 deelnemers. Om de drempel te verlagen zijn ook partners welkom. De werving, zegt Batenburg, was niet moeilijk en gebeurt vooral bij de driemaandelijkse controle. Behalve de POH en de diëtiste doet ook de huisarts mee. Batenburg vindt dat belangrijk: ‘Zo laten we onze samenwerking zien. Niet iedereen kent de diëtiste, maar de huisarts en de POH meestal wel. Dat maakt het vertrouwd.’

Na een pilot in één van de Hoeksewaard-praktijken wordt de cursus nu verder in de zorggroep uitgerold. Ook vanuit de regio is er belangstelling. Op de evaluatieformulieren zijn de deelnemers uitermate positief. De Haas: ‘Bijna iedereen vond het leuk. Sommigen zeggen dat ze nu toch naar de diëtiste gaan, omdat ze ontdekt hebben dat ze nog wel wat kunnen leren. Maar ook als ze dat niet doen, hebben ze er bijna allemaal iets van opgestoken.’ Ze werkt nu aan een follow-up. ‘Daarin richten we ons op het thema voeding tijdens de feestdagen.’

[...]

spelElke zorggroep zal het beamen: er zijn altijd diabetespatiënten die niet voelen voor begeleiding door een diëtiste, terwijl daarvoor wel aanleiding is. Speciaal voor deze groep ontwikkelden de Samenwerkende diëtistes Hoeksewaard  op verzoek van de zorggroep Hoeksewaard een groepsaanpak. Diëtiste Marjolein de Haas en POH Sophia Batenburg-Van Vliet hebben de succesvolle groepsworkshop Feiten en Fabels over voeding nu een paar keer gegeven.

Batenburg: ‘Een groep voelt wat anoniemer. Je kunt je een beetje verschuilen in de groep, je hoeft niet één op één met de billen bloot. In een groep kun je ook ervaren dat je niet de enige bent. Er is, zeker bij ouderen, nog wel eens schaamte. In een groep leer je elkaar kennen: hé die mevrouw zit bij ons op de bridge. Dat maakt het allemaal wat makkelijker.’ De Haas: ‘We hopen door de workshop mensen die we anders missen toch te bereiken met adviezen en kennis over voeding.’

De workshop Voeding duurt anderhalf uur en heeft een bijzondere aanpak. De 20 deelnemers doen samen vier spellen waarin ze spelenderwijs kennis over voeding opdoen. De spellen werden ontwikkeld door De Haas samen met een collega. Ze maakte daarbij gebruik van haar ervaring als diëtiste en haar aanvullende PABO-scholing. ‘Het was zoeken naar een manier waarop je mensen bruikbare kennis kunt meegeven. Ik heb gekozen voor spel omdat het interactief is. Dat maakt het boeiender dan anderhalf uur naar iemand moeten luisteren.’

In het spel ‘Wat staat er op het etiket’ leren de deelnemers in kleine groepjes de etiketten op voedingswaren lezen en interpreteren. Wat denkt u dat de term Light op de verpakking van Dubbel Friss betekent? Wat is het verschil tussen halva-jam en gewone jam? Het spel Feit of Fabel brengt misverstanden aan het licht. Mensen met diabetes mogen geen suiker. Waar of niet waar? Roomboter is even vet als dieetmargarine. Waar of niet waar? Ook in het Koolhydratenspel testen de deelnemersgroepjes hun kennis. Hoeveel koolhydraten bevat een pakje Sultana? Het vierde spel tenslotte is een kwartet met groepen als ‘Snelle suikers’, ‘Langzame koolhydraten’ en ‘Diëten’.

Een workshop heeft 20 deelnemers. Om de drempel te verlagen zijn ook partners welkom. De werving, zegt Batenburg, was niet moeilijk en gebeurt vooral bij de driemaandelijkse controle. Behalve de POH en de diëtiste doet ook de huisarts mee. Batenburg vindt dat belangrijk: ‘Zo laten we onze samenwerking zien. Niet iedereen kent de diëtiste, maar de huisarts en de POH meestal wel. Dat maakt het vertrouwd.’

Na een pilot in één van de Hoeksewaard-praktijken wordt de cursus nu verder in de zorggroep uitgerold. Ook vanuit de regio is er belangstelling. Op de evaluatieformulieren zijn de deelnemers uitermate positief. De Haas: ‘Bijna iedereen vond het leuk. Sommigen zeggen dat ze nu toch naar de diëtiste gaan, omdat ze ontdekt hebben dat ze nog wel wat kunnen leren. Maar ook als ze dat niet doen, hebben ze er bijna allemaal iets van opgestoken.’ Ze werkt nu aan een follow-up. ‘Daarin richten we ons op het thema voeding tijdens de feestdagen.’

Nieuw inzicht in de werking van integrale zorg

24 juni 2016

Het succes van integrale zorg (betere klinische uitkomsten, meer patiënttevredenheid, meer tevredenheid en samenwerking onder zorgverleners) hangt mede af van de context of setting waarin deze zorg wordt geïmplementeerd. Om inzicht te krijgen in die context is in het promotieonderzoek van Loraine Busetto (in het kader van het EU-project Integrate) het COMIC evaluatiemodel ontwikkeld. Voor het Nederlandse onderzoeksdeel is samengewerkt met de zorggroepen DOH Eindhoven en ZIO Maastricht. Voorafgaand aan de promotie op 30 september vindt een zorgsalon plaats (11.00-13.00 uur in Tilburg), waarin de resultaten van het onderzoek uitgebreid aan de orde komen. Ook leden van InEen zijn welkom. Heb je interesse? Stuur een mail naar info@ineen.nl.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

[...]

Het succes van integrale zorg (betere klinische uitkomsten, meer patiënttevredenheid, meer tevredenheid en samenwerking onder zorgverleners) hangt mede af van de context of setting waarin deze zorg wordt geïmplementeerd. Om inzicht te krijgen in die context is in het promotieonderzoek van Loraine Busetto (in het kader van het EU-project Integrate) het COMIC evaluatiemodel ontwikkeld. Voor het Nederlandse onderzoeksdeel is samengewerkt met de zorggroepen DOH Eindhoven en ZIO Maastricht. Voorafgaand aan de promotie op 30 september vindt een zorgsalon plaats (11.00-13.00 uur in Tilburg), waarin de resultaten van het onderzoek uitgebreid aan de orde komen. Ook leden van InEen zijn welkom. Heb je interesse? Stuur een mail naar info@ineen.nl.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

ZO!-brochure over ondersteunde zelfzorg voor zorggroepen

24 juni 2016

Zelfzorg Ondersteund (ZO!) heeft de handzame brochure ‘Kom verder’ gemaakt voor zorgroepen. Hoe kan de zorggroep zorgverleners en patiënten ondersteunen bij zelfzorg? En ook: hoe kan ZO! daarbij helpen? In de brochure staat onder meer een 5-stappen-plan om – desgewenst met hulp van ZO! – ondersteunde zelfzorg in de praktijk op de starten. Meer informatie op de website van ZO!

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

[...]

Zelfzorg Ondersteund (ZO!) heeft de handzame brochure ‘Kom verder’ gemaakt voor zorgroepen. Hoe kan de zorggroep zorgverleners en patiënten ondersteunen bij zelfzorg? En ook: hoe kan ZO! daarbij helpen? In de brochure staat onder meer een 5-stappen-plan om – desgewenst met hulp van ZO! – ondersteunde zelfzorg in de praktijk op de starten. Meer informatie op de website van ZO!

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

Rapportage benchmark ketenzorg 2015 is beschikbaar

16 juni 2016

Begin deze maand verscheen de zesde rapportage Transparante Ketenzorg. InEen maakt de jaarlijkse rapportage op basis van gegevens die zorggroepen verstrekken over programmatische ketenzorg. Net als vorig jaar bevat de rapportage gegevens over de zorgprogramma’s DM type 2, COPD en VRM bij patiënten met een hartvaatziekte (HVZ) en zonder een hartvaatziekte (VVR). Nieuw dit jaar is het zorgprogramma Astma. Dit jaar leverden 105 zorggroepen gegevens aan die gezamenlijk ongeveer 14,5 miljoen inwoners van Nederland vertegenwoordigen, circa 85% van de Nederlandse bevolking. Hieruit blijkt opnieuw dat de benchmark ketenzorg als instrument breed wordt gedragen in het veld. Lees verder voor enkele highlights uit de rapportage.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 10 juni 2016.

[...]

Begin deze maand verscheen de zesde rapportage Transparante Ketenzorg. InEen maakt de jaarlijkse rapportage op basis van gegevens die zorggroepen verstrekken over programmatische ketenzorg. Net als vorig jaar bevat de rapportage gegevens over de zorgprogramma’s DM type 2, COPD en VRM bij patiënten met een hartvaatziekte (HVZ) en zonder een hartvaatziekte (VVR). Nieuw dit jaar is het zorgprogramma Astma. Dit jaar leverden 105 zorggroepen gegevens aan die gezamenlijk ongeveer 14,5 miljoen inwoners van Nederland vertegenwoordigen, circa 85% van de Nederlandse bevolking. Hieruit blijkt opnieuw dat de benchmark ketenzorg als instrument breed wordt gedragen in het veld. Lees verder voor enkele highlights uit de rapportage.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 10 juni 2016.

Bronzen award naar ‘Moet ik naar de dokter?’

16 juni 2016

Afgelopen dinsdag hebben zowel het publiek als de vakjury de app ‘Moet ik naar de dokter?’ verkozen tot de bronzen winnaar van de Zinnige Zorg Award 2016 van zorgverzekeraar VGZ. De ontwikkelaar, de huisartsenpost in Apeldoorn, krijgt een bedrag van € 2.500 voor verdere innovatie. Wij feliciteren de post van harte met dit succes. De vakjury, bestaande uit Ab Klink (VGZ), Dianda Veldman (NPCF) en Ben Woldring (Poliswijzer.nl), gaf de gouden award aan het initiatief Keer Diabetes Om van de Stichting Voeding Leeft en de zilveren award aan het zelfhulpprogramma van Inocure. Als InEen zijn we er trots op dat twee van onze leden – behalve de huisartsenpost Apeldoorn ook de CVRM zorggroep van HONK – genomineerd waren voor deze nieuwe award van VGZ.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 10 juni 2016.

[...]

Afgelopen dinsdag hebben zowel het publiek als de vakjury de app ‘Moet ik naar de dokter?’ verkozen tot de bronzen winnaar van de Zinnige Zorg Award 2016 van zorgverzekeraar VGZ. De ontwikkelaar, de huisartsenpost in Apeldoorn, krijgt een bedrag van € 2.500 voor verdere innovatie. Wij feliciteren de post van harte met dit succes. De vakjury, bestaande uit Ab Klink (VGZ), Dianda Veldman (NPCF) en Ben Woldring (Poliswijzer.nl), gaf de gouden award aan het initiatief Keer Diabetes Om van de Stichting Voeding Leeft en de zilveren award aan het zelfhulpprogramma van Inocure. Als InEen zijn we er trots op dat twee van onze leden – behalve de huisartsenpost Apeldoorn ook de CVRM zorggroep van HONK – genomineerd waren voor deze nieuwe award van VGZ.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 10 juni 2016.

Zomer inspiratie samenwerking tussen domeinen op 23 juni

15 juni 2016

InEen heeft het initiatief genomen experimenten op het grensvlak van huisarts, wijkverpleging en sociaal domein te ondersteunen en landelijk te verspreiden. We hebben een plan van aanpak gemaakt en experimenten hebben zich aangemeld. Op donderdagmiddag 23 juni zijn jullie van harte welkom op een inspiratiebijeenkomst waar diverse regio’s hun werkwijze presenteren. Deze middag staan aan de hand van voorbeelden uit de praktijk verschillende vormen van samenwerking centraal. Er is volop ruimte voor het uitwisselen van ervaringen en we nodigen de aanwezigen uit om gezamenlijk landelijke knelpunten te inventariseren. De opbrengsten van de bijeenkomst helpen InEen een route te bepalen. Noteer dus: 23 juni (16:00-18:30 uur) in Utrecht. De bijeenkomst staat open voor alle leden van InEen die zich bezig houden met samenwerking tussen domeinen, of daarover in gesprek willen gaan. Aanmelden bij Mariska Smit (InEen).

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 10 juni 2016.

[...]

InEen heeft het initiatief genomen experimenten op het grensvlak van huisarts, wijkverpleging en sociaal domein te ondersteunen en landelijk te verspreiden. We hebben een plan van aanpak gemaakt en experimenten hebben zich aangemeld. Op donderdagmiddag 23 juni zijn jullie van harte welkom op een inspiratiebijeenkomst waar diverse regio’s hun werkwijze presenteren. Deze middag staan aan de hand van voorbeelden uit de praktijk verschillende vormen van samenwerking centraal. Er is volop ruimte voor het uitwisselen van ervaringen en we nodigen de aanwezigen uit om gezamenlijk landelijke knelpunten te inventariseren. De opbrengsten van de bijeenkomst helpen InEen een route te bepalen. Noteer dus: 23 juni (16:00-18:30 uur) in Utrecht. De bijeenkomst staat open voor alle leden van InEen die zich bezig houden met samenwerking tussen domeinen, of daarover in gesprek willen gaan. Aanmelden bij Mariska Smit (InEen).

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 10 juni 2016.

Werkconferentie ‘Zorg voor kwetsbare ouderen: wat werkt?’

10 juni 2016

Maandagmiddag hadden we een mooie opkomst bij de werkconferentie rond goede initiatieven in de zorg voor kwetsbare ouderen. Voortkomend uit overleg met de partijen van het bestuurlijk akkoord organiseerde InEen, LHV en NHG samen met andere organisaties uit het bestuurlijk overleg eerste lijn een werkconferentie om vier best practices op het podium te zetten en ruim baan te geven aan hun ervaringen. Dit niet alleen ter vermaak maar vooral om te bespreken hoe we deze initiatieven met elkaar verder kunnen brengen. Naast de best practices presenteerde Jacobijn Gussekloo (Universiteit Leiden en NHG) een nieuwe studie rond behoud van zelfredzaamheid en de elementen van het nieuwe NHG standpunt. Martijn Heyens (Curamus) inspireerde met een ontwapend verhaal rondom de samenwerking tussen de Specialist Ouderengeneeskunde en de huisarts. Manon Vanderkaa (unie KBO) bracht de diversiteit van de wensen vanuit het ouderenperspectief naar voren. Onderzoeksbureau ARGO voert een landelijke inventarisatie van initiatieven van multidisciplinaire samenwerking voor kwetsbare ouderen uit en presenteerde zijn eerste resultaten. Opvallend was dat circa 80% van de initiatieven onzekerheid ervaart over hun financiering. Op BeterOud.nl kunt u tal van bruikbare initiatieven vinden. De definitieve uitkomsten van de landelijke inventarisatie krijgen na zomer samen met de bevindingen uit de werkconferentie een vervolg in het bestuurlijk overleg. Het benutten van inzichten uit de praktijk staat hierbij voorop, waarmee we in gezamenlijkheid met alle partijen de multidisciplinaire aanpak voor zorg voor kwetsbare ouderen willen onderstrepen.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 10 juni 2016.

[...]

Maandagmiddag hadden we een mooie opkomst bij de werkconferentie rond goede initiatieven in de zorg voor kwetsbare ouderen. Voortkomend uit overleg met de partijen van het bestuurlijk akkoord organiseerde InEen, LHV en NHG samen met andere organisaties uit het bestuurlijk overleg eerste lijn een werkconferentie om vier best practices op het podium te zetten en ruim baan te geven aan hun ervaringen. Dit niet alleen ter vermaak maar vooral om te bespreken hoe we deze initiatieven met elkaar verder kunnen brengen. Naast de best practices presenteerde Jacobijn Gussekloo (Universiteit Leiden en NHG) een nieuwe studie rond behoud van zelfredzaamheid en de elementen van het nieuwe NHG standpunt. Martijn Heyens (Curamus) inspireerde met een ontwapend verhaal rondom de samenwerking tussen de Specialist Ouderengeneeskunde en de huisarts. Manon Vanderkaa (unie KBO) bracht de diversiteit van de wensen vanuit het ouderenperspectief naar voren. Onderzoeksbureau ARGO voert een landelijke inventarisatie van initiatieven van multidisciplinaire samenwerking voor kwetsbare ouderen uit en presenteerde zijn eerste resultaten. Opvallend was dat circa 80% van de initiatieven onzekerheid ervaart over hun financiering. Op BeterOud.nl kunt u tal van bruikbare initiatieven vinden. De definitieve uitkomsten van de landelijke inventarisatie krijgen na zomer samen met de bevindingen uit de werkconferentie een vervolg in het bestuurlijk overleg. Het benutten van inzichten uit de praktijk staat hierbij voorop, waarmee we in gezamenlijkheid met alle partijen de multidisciplinaire aanpak voor zorg voor kwetsbare ouderen willen onderstrepen.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 10 juni 2016.

Experimenteerruimte integraal zorgaanbod GGZ niet meer in de knel

08 juni 2016

Op 26 mei vond een Algemeen Overleg van de vaste Kamercommissie VWS plaats. Op de agenda stond onder andere de experimenteerruimte in relatie tot het kwaliteitsstatuut ggz. In de ‘Voorhangbrief kwaliteitsstatuut ggz’ zagen we helaas weinig meer terug van de experimenteerruimte voor een integraal aanbod van huisartsenzorg en generalistische basis ggz die de betrokken partijen eerder met elkaar afspraken. InEen heeft daarom een  brief naar de commissie gestuurd. Met effect, want Pia Dijkstra (D’66) pikte de boodschap van de brief goed op en stelde een vraag over de experimenteerruimte die we graag voor de leden willen behouden. Naar aanleiding van deze vraag heeft de minister toegezegd met de NZa te zullen kijken naar de mogelijkheden voor het oprekken van de experimenteerruimte. Vanwege de groeiende groep mensen met psychische klachten in de eerste lijn is het belangrijk de samenwerking tussen huisartsenzorg en generalistische basis ggz verder te bevorderen.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 3 juni 2016.

[...]

Op 26 mei vond een Algemeen Overleg van de vaste Kamercommissie VWS plaats. Op de agenda stond onder andere de experimenteerruimte in relatie tot het kwaliteitsstatuut ggz. In de ‘Voorhangbrief kwaliteitsstatuut ggz’ zagen we helaas weinig meer terug van de experimenteerruimte voor een integraal aanbod van huisartsenzorg en generalistische basis ggz die de betrokken partijen eerder met elkaar afspraken. InEen heeft daarom een  brief naar de commissie gestuurd. Met effect, want Pia Dijkstra (D’66) pikte de boodschap van de brief goed op en stelde een vraag over de experimenteerruimte die we graag voor de leden willen behouden. Naar aanleiding van deze vraag heeft de minister toegezegd met de NZa te zullen kijken naar de mogelijkheden voor het oprekken van de experimenteerruimte. Vanwege de groeiende groep mensen met psychische klachten in de eerste lijn is het belangrijk de samenwerking tussen huisartsenzorg en generalistische basis ggz verder te bevorderen.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 3 juni 2016.

Eerstelijnsverblijf vanaf 2017 in Zorgverzekeringswet

08 juni 2016

VWS stuurde deze week een brief met bijlagen aan de Tweede Kamer over het eerstelijnsverblijf (ELV). Vanaf 2017 is het ELV structureel onderdeel van de Zorgverzekeringswet. Het biedt zorgaanbieders (onder meer verpleeghuizen en eerstelijnsorganisaties) de mogelijkheid om een voorziening voor kortdurende opnames te organiseren. De NZa stelt op dit moment een beleidsregel op voor drie ELV-producten, gebaseerd op de producten in de huidige subsidieregeling:

  1. ELV laag complex
  2. ELV hoog complex
  3. ELV palliatief terminale zorg.

We nemen de beleidsregel in het weekbericht op zodra de NZa deze publiceert (uiterlijk 30 juni). Het budgettaire kader voor het ELV wordt samengevoegd met het kader voor geriatrische revalidatiezorg. De hoogte wordt in september bekend gemaakt in de Miljoenennota. De inzet van de huisarts (overdag en in de ANW-uren) in het ELV hoort bij het budgettaire kader huisartsenzorg.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 3 juni 2016.

[...]

VWS stuurde deze week een brief met bijlagen aan de Tweede Kamer over het eerstelijnsverblijf (ELV). Vanaf 2017 is het ELV structureel onderdeel van de Zorgverzekeringswet. Het biedt zorgaanbieders (onder meer verpleeghuizen en eerstelijnsorganisaties) de mogelijkheid om een voorziening voor kortdurende opnames te organiseren. De NZa stelt op dit moment een beleidsregel op voor drie ELV-producten, gebaseerd op de producten in de huidige subsidieregeling:

  1. ELV laag complex
  2. ELV hoog complex
  3. ELV palliatief terminale zorg.

We nemen de beleidsregel in het weekbericht op zodra de NZa deze publiceert (uiterlijk 30 juni). Het budgettaire kader voor het ELV wordt samengevoegd met het kader voor geriatrische revalidatiezorg. De hoogte wordt in september bekend gemaakt in de Miljoenennota. De inzet van de huisarts (overdag en in de ANW-uren) in het ELV hoort bij het budgettaire kader huisartsenzorg.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 3 juni 2016.

2 Leden genomineerd voor de Zinnige Zorg Award 2016

30 mei 2016

Ook de CVRM zorggroep van HONK is genomineerd voor de nieuwe Zinnige Zorg Award van VGZ. De samenwerking van de CVRM zorggroep met de Noordwest Ziekenhuis Groep laat zowel qua prevalentie in de eerste en in de tweede lijn, als ook kwalitatief goede resultaten zien. De eindstrijd voor de award, die is bestemd voor zorginitiatieven die bijdragen aan zinnige en betaalbare zorg, gaat tussen drie finalisten die op 7 juni een powerpitch mogen houden voor een deskundige jury: Ab Klink, Dianda Veldman (NPCF) en Ben Wolderink (Poliswijzer.nl). Vorige week lieten we al weten dat ook de app Moet ik naar de dokter van de huisartsenpost in Apeldoorn genomineerd is. Tot 5 juni kunnen jullie nog stemmen.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 27 mei 2016.

[...]

Ook de CVRM zorggroep van HONK is genomineerd voor de nieuwe Zinnige Zorg Award van VGZ. De samenwerking van de CVRM zorggroep met de Noordwest Ziekenhuis Groep laat zowel qua prevalentie in de eerste en in de tweede lijn, als ook kwalitatief goede resultaten zien. De eindstrijd voor de award, die is bestemd voor zorginitiatieven die bijdragen aan zinnige en betaalbare zorg, gaat tussen drie finalisten die op 7 juni een powerpitch mogen houden voor een deskundige jury: Ab Klink, Dianda Veldman (NPCF) en Ben Wolderink (Poliswijzer.nl). Vorige week lieten we al weten dat ook de app Moet ik naar de dokter van de huisartsenpost in Apeldoorn genomineerd is. Tot 5 juni kunnen jullie nog stemmen.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 27 mei 2016.

Zorg voor kwetsbare ouderen: kijken met nieuwe ogen

26 mei 2016


handHet vormgeven van zorgprogramma’s voor de groeiende groep kwetsbare ouderen staat in Nederland hoog op de agenda. Samen met de partijen van het Bestuurlijk Akkoord Huisartsenzorg wil InEen hieraan een impuls geven. Eerder gaven we de zorggroep Diamuraal in de regio Eemland, de zorggroep Huisartsen Zorg Noord Kennemerland (HZNK) en de ROS Friesland het woord. Deze maand richten we de blik op zuidoost Brabant waar drie organisaties – de zorggroepen POZOB en DOH en de gezondheidscentra SGE – in het project Kompleet een ketenzorgprogramma voor kwetsbare ouderen ontwikkelen en uitvoeren.

‘Ons belangrijkste vertrekpunt was dat de oudere zelf, alleen of samen met de mantelzorger, in het zorgproces de lead moest krijgen’, zegt Rolf van den Bogaerde, huisarts/kaderhuisarts ouderen geneeskunde bij DOH. ‘De kwetsbare oudere is immers bij uitstek iemand die de regie over zijn leven aan het verliezen is en daarbij ondersteund moet worden.’ Kompleet ging, gefinancierd door ZonMw, in 2011 van start op initiatief van POZOB. DOH, en iets later ook SGE, sloten zich aan. Alle drie begrepen dat het netwerk rondom de kwetsbare oudere te veelomvattend is om het alleen of met een enkele partner te kunnen redden. ‘Het gaat bovendien over cure én care. Het kan voor de oudere belangrijker zijn dat er bijvoorbeeld een wekelijks uitje wordt georganiseerd, dan dat de suiker optimaal is gereguleerd, uiteraard met in achtneming van de medische grenzen.’

‘Kijken met nieuwe ogen’ noemt Van den Bogaerde de aanpak van Kompleet, waarbij in de eerste plaats functioneel wordt gekeken in plaats van louter probleemoplossend. En dat kan alleen, zegt hij, als je héél goed luistert naar de wensen en overwegingen van de oudere zelf. Daarom doen in zuidoost Brabant de ouderen en hun mantelzorgers mee aan het MDO (multidisciplinair overleg). Vooraf krijgen ze een vragenlijst thuisgestuurd. De voor de patiënt en mantelzorger belangrijke items worden tijdens het MDO meegenomen in het op basis van een vragenlijst (TRAZAG) opgestelde concept-zorgplan. Van den Bogaerde: ‘De tevredenheid over deze aanpak is groot. De ouderen merken dat ze beter overzicht hebben over wat er speelt. Ze zien wie er allemaal betrokken is en dat deze mensen ook onderling afstemmen. Daardoor snappen ze beter wie wat doet. En in feite geldt dat allemaal precies zo voor de zorgverleners.’ De aandacht voor care is voor ouderen een groot pluspunt. ‘Misschien is de care in de kwetsbare ouderenzorg wel een groter probleem dan het medische aspect’, aldus Van den Bogaerde.

Het ketenzorgprogramma wordt momenteel na een pilotperiode uitgerold in de drie deelnemende organisaties. De zorg en het zorgproces zijn omschreven in een protocol; de eisen waaraan de praktijken moeten voldoen zijn daarmee duidelijk. Een voorwaarde is bijvoorbeeld dat elk MDO wordt bijgewoond door een specialist ouderengeneeskunde, naast de huisarts, de POH, de wijkverpleegkundige en de oudere zelf. Afgesproken is dat voor nieuwe patiënten tweemaal per jaar een MDO plaats vindt, voor patiënten die al wat langer meedoen kan één keer voldoende zijn. Ook een jaarlijkse medicatie-review met de apotheker vormt een vast programmaonderdeel. De inclusie vindt plaats op basis van casefinding in het eerstelijns kernteam waarin de ketenpartners verenigd zijn. Van den Bogaerde: ‘Het is al met al een forse taak, wat betekent dat de inclusie van patiënten zorgvuldig moet zijn. Als praktijk heb je er geen baat bij om 70 mensen aan te melden, nog los van het feit dat de ouderen en mantelzorgers zelf echt gemotiveerd moeten zijn. We gaan nu uit van gemiddeld 1% per praktijk. In een normpraktijk praat je dan over zo’n 25 patiënten.’

In zijn eigen praktijk blokt Van den Bogaerde maandelijks een dagdeel voor MDO’s, daarnaast zijn er voorbesprekingen en elke twee weken is er een netwerkbijeenkomst waarin met de overige eerstelijns zorgverleners wordt afgestemd: welzijn, wijkverpleegkundigen, politie, maatschappelijk werk, gemeente, fysiotherapeuten, ergotherapeuten, dementiebegeleiders. ‘Tijdens zo’n bijeenkomst zoeken we elkaar op, één, twee, soms drie partners bij elkaar, bespreken een casus en gaan door met de volgende.’ Een webbased digitaal systeem faciliteert de informatieoverdracht en afstemming. ‘De huisarts en de POH zijn dossierhouder, maar alle andere hulpverleners hebben – met restricties natuurlijk en alleen na toestemming van de oudere – ook toegang en kennen dus het individueel zorgplan.’ De aansluiting bij de andere zorgprogramma’s is naadloos. ‘Ook die uitslagen en bevindingen zijn meteen beschikbaar in het complexe ouderentraject’, aldus Van den Bogaerde.

Het ouderenprogramma staat, maar is niet klaar. De financiering gebeurt bij wijze van proef in een DBC die valt onder de reguliere populatiebekostiging. Of dit uiteindelijk dekkend is moet nog blijken. Van den Bogaerde spreekt over een ongoing project. ‘We zitten nog middenin het implementatietraject en zijn bezig de automatisering verder te verfijnen. Essentieel is dat we gaan ervaren dat de oudere met goede en verantwoorde zorg in de eerste lijn thuis kan blijven ondanks de complexiteit van de problematiek en dat dit goed wordt gemonitord. En levert het ook financieel wat op? We verwachten dat zeker, maar dat meetbaar maken, wordt nog een hele uitdaging.’

[...]


handHet vormgeven van zorgprogramma’s voor de groeiende groep kwetsbare ouderen staat in Nederland hoog op de agenda. Samen met de partijen van het Bestuurlijk Akkoord Huisartsenzorg wil InEen hieraan een impuls geven. Eerder gaven we de zorggroep Diamuraal in de regio Eemland, de zorggroep Huisartsen Zorg Noord Kennemerland (HZNK) en de ROS Friesland het woord. Deze maand richten we de blik op zuidoost Brabant waar drie organisaties – de zorggroepen POZOB en DOH en de gezondheidscentra SGE – in het project Kompleet een ketenzorgprogramma voor kwetsbare ouderen ontwikkelen en uitvoeren.

‘Ons belangrijkste vertrekpunt was dat de oudere zelf, alleen of samen met de mantelzorger, in het zorgproces de lead moest krijgen’, zegt Rolf van den Bogaerde, huisarts/kaderhuisarts ouderen geneeskunde bij DOH. ‘De kwetsbare oudere is immers bij uitstek iemand die de regie over zijn leven aan het verliezen is en daarbij ondersteund moet worden.’ Kompleet ging, gefinancierd door ZonMw, in 2011 van start op initiatief van POZOB. DOH, en iets later ook SGE, sloten zich aan. Alle drie begrepen dat het netwerk rondom de kwetsbare oudere te veelomvattend is om het alleen of met een enkele partner te kunnen redden. ‘Het gaat bovendien over cure én care. Het kan voor de oudere belangrijker zijn dat er bijvoorbeeld een wekelijks uitje wordt georganiseerd, dan dat de suiker optimaal is gereguleerd, uiteraard met in achtneming van de medische grenzen.’

‘Kijken met nieuwe ogen’ noemt Van den Bogaerde de aanpak van Kompleet, waarbij in de eerste plaats functioneel wordt gekeken in plaats van louter probleemoplossend. En dat kan alleen, zegt hij, als je héél goed luistert naar de wensen en overwegingen van de oudere zelf. Daarom doen in zuidoost Brabant de ouderen en hun mantelzorgers mee aan het MDO (multidisciplinair overleg). Vooraf krijgen ze een vragenlijst thuisgestuurd. De voor de patiënt en mantelzorger belangrijke items worden tijdens het MDO meegenomen in het op basis van een vragenlijst (TRAZAG) opgestelde concept-zorgplan. Van den Bogaerde: ‘De tevredenheid over deze aanpak is groot. De ouderen merken dat ze beter overzicht hebben over wat er speelt. Ze zien wie er allemaal betrokken is en dat deze mensen ook onderling afstemmen. Daardoor snappen ze beter wie wat doet. En in feite geldt dat allemaal precies zo voor de zorgverleners.’ De aandacht voor care is voor ouderen een groot pluspunt. ‘Misschien is de care in de kwetsbare ouderenzorg wel een groter probleem dan het medische aspect’, aldus Van den Bogaerde.

Het ketenzorgprogramma wordt momenteel na een pilotperiode uitgerold in de drie deelnemende organisaties. De zorg en het zorgproces zijn omschreven in een protocol; de eisen waaraan de praktijken moeten voldoen zijn daarmee duidelijk. Een voorwaarde is bijvoorbeeld dat elk MDO wordt bijgewoond door een specialist ouderengeneeskunde, naast de huisarts, de POH, de wijkverpleegkundige en de oudere zelf. Afgesproken is dat voor nieuwe patiënten tweemaal per jaar een MDO plaats vindt, voor patiënten die al wat langer meedoen kan één keer voldoende zijn. Ook een jaarlijkse medicatie-review met de apotheker vormt een vast programmaonderdeel. De inclusie vindt plaats op basis van casefinding in het eerstelijns kernteam waarin de ketenpartners verenigd zijn. Van den Bogaerde: ‘Het is al met al een forse taak, wat betekent dat de inclusie van patiënten zorgvuldig moet zijn. Als praktijk heb je er geen baat bij om 70 mensen aan te melden, nog los van het feit dat de ouderen en mantelzorgers zelf echt gemotiveerd moeten zijn. We gaan nu uit van gemiddeld 1% per praktijk. In een normpraktijk praat je dan over zo’n 25 patiënten.’

In zijn eigen praktijk blokt Van den Bogaerde maandelijks een dagdeel voor MDO’s, daarnaast zijn er voorbesprekingen en elke twee weken is er een netwerkbijeenkomst waarin met de overige eerstelijns zorgverleners wordt afgestemd: welzijn, wijkverpleegkundigen, politie, maatschappelijk werk, gemeente, fysiotherapeuten, ergotherapeuten, dementiebegeleiders. ‘Tijdens zo’n bijeenkomst zoeken we elkaar op, één, twee, soms drie partners bij elkaar, bespreken een casus en gaan door met de volgende.’ Een webbased digitaal systeem faciliteert de informatieoverdracht en afstemming. ‘De huisarts en de POH zijn dossierhouder, maar alle andere hulpverleners hebben – met restricties natuurlijk en alleen na toestemming van de oudere – ook toegang en kennen dus het individueel zorgplan.’ De aansluiting bij de andere zorgprogramma’s is naadloos. ‘Ook die uitslagen en bevindingen zijn meteen beschikbaar in het complexe ouderentraject’, aldus Van den Bogaerde.

Het ouderenprogramma staat, maar is niet klaar. De financiering gebeurt bij wijze van proef in een DBC die valt onder de reguliere populatiebekostiging. Of dit uiteindelijk dekkend is moet nog blijken. Van den Bogaerde spreekt over een ongoing project. ‘We zitten nog middenin het implementatietraject en zijn bezig de automatisering verder te verfijnen. Essentieel is dat we gaan ervaren dat de oudere met goede en verantwoorde zorg in de eerste lijn thuis kan blijven ondanks de complexiteit van de problematiek en dat dit goed wordt gemonitord. En levert het ook financieel wat op? We verwachten dat zeker, maar dat meetbaar maken, wordt nog een hele uitdaging.’

Ketenzorg bij diabetes werkt wél

17 mei 2016

Vlak voor het Pinksterweekend attenderen we jullie graag op een interessant artikel  in Medisch Contact. De onderzoeksgroep van Henk Bilo van het Diabetes Kennis Centrum Isala in Zwolle weerspreekt in het artikel de geluiden dat ketenzorg bij diabetes geen meerwaarde zou opleveren. In een genuanceerde bijdrage laten Steven Hendriks en zijn collega’s zien dat er wel degelijk een verschuiving plaats vindt van zorg vanuit de tweede lijn naar de eerste lijn. Zoals wel vaker een kwestie van goed kijken. Een mooie opsteker voor iedereen die de programmatische aanpak van chronische aandoeningen een warm hart toedraagt.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 13 mei 2016.

[...]

Vlak voor het Pinksterweekend attenderen we jullie graag op een interessant artikel  in Medisch Contact. De onderzoeksgroep van Henk Bilo van het Diabetes Kennis Centrum Isala in Zwolle weerspreekt in het artikel de geluiden dat ketenzorg bij diabetes geen meerwaarde zou opleveren. In een genuanceerde bijdrage laten Steven Hendriks en zijn collega’s zien dat er wel degelijk een verschuiving plaats vindt van zorg vanuit de tweede lijn naar de eerste lijn. Zoals wel vaker een kwestie van goed kijken. Een mooie opsteker voor iedereen die de programmatische aanpak van chronische aandoeningen een warm hart toedraagt.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 13 mei 2016.

Samenwerkingskader HAP+RAV gereed

17 mei 2016

AZN en InEen hebben het samenwerkingskader HAP + RAV bestuurlijk vastgesteld. Het staat voor jullie klaar. Het samenwerkingskader is een product van het project Keten Acute Zorg. In dit project zijn ook handreikingen voor regionale samenwerkingsafspraken tussen HAP + acute ggz en HAP + acute ouderenzorg ontwikkeld. De handreikingen en het samenwerkingskader zijn uitstekende hulpmiddelen voor het verbeteren van samenwerkingsafspraken.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 13 mei 2016.

[...]

AZN en InEen hebben het samenwerkingskader HAP + RAV bestuurlijk vastgesteld. Het staat voor jullie klaar. Het samenwerkingskader is een product van het project Keten Acute Zorg. In dit project zijn ook handreikingen voor regionale samenwerkingsafspraken tussen HAP + acute ggz en HAP + acute ouderenzorg ontwikkeld. De handreikingen en het samenwerkingskader zijn uitstekende hulpmiddelen voor het verbeteren van samenwerkingsafspraken.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 13 mei 2016.

E-book ‘Inspiratie voor zelfmanagement’

17 mei 2016

Graag maken we jullie attent op het net verschenen e-book ‘Inspiratie voor  zelfmanagement’ dat is samengesteld door het landelijke ROS-netwerk. In het e-book vinden jullie vanuit verschillende invalshoeken acht mooie en praktische voorbeelden voor het implementeren van zelfmanagement. Veel van jullie zijn daar al intensief mee bezig. Voor hen, en ook voor degenen die nog maar net zijn begonnen, biedt het e-book – dat zelfmanagement benadert vanuit de Triple Aim gedachte – een inspirerende boost.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 13 mei 2016.

[...]

Graag maken we jullie attent op het net verschenen e-book ‘Inspiratie voor  zelfmanagement’ dat is samengesteld door het landelijke ROS-netwerk. In het e-book vinden jullie vanuit verschillende invalshoeken acht mooie en praktische voorbeelden voor het implementeren van zelfmanagement. Veel van jullie zijn daar al intensief mee bezig. Voor hen, en ook voor degenen die nog maar net zijn begonnen, biedt het e-book – dat zelfmanagement benadert vanuit de Triple Aim gedachte – een inspirerende boost.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 13 mei 2016.

Zelfevaluatie zorggroepen

09 mei 2016

In de tweede helft van mei zetten we voor de derde keer de zelfevaluatie voor zorggroepen uit. Deze digitale vragenlijst is bestemd voor zorggroepen en gezondheidscentra die ketenzorg leveren. Met behulp van deze vragenlijst kunnen ketenzorgorganisaties voor zichzelf bepalen hoever ze zijn met het bereiken van de Kritische Kwaliteits Kenmerken (KKK’s). De KKK’s vormen het kwaliteitskader dat de bij InEen aangesloten zorggroepen met elkaar hebben afgesproken. Doel van de zelfevaluatiemethodiek is in de eerste plaats het stimuleren van de permanente verbetercyclus. Jullie zijn van harte uitgenodigd de zelfevaluatie in te vullen. Per organisatie kan er één vragenlijst worden ingeleverd. Hiervoor wordt per organisatie een hoofdinvuller aangewezen. Volgende week ontvangen zorggroepen en gezondheidscentra hier een email over. Wilt je alvast een hoofdinvuller voor je organisatie aanmelden of heb je vragen? Mail naar Mariska Smit (InEen).

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 6 mei 2016.

[...]

In de tweede helft van mei zetten we voor de derde keer de zelfevaluatie voor zorggroepen uit. Deze digitale vragenlijst is bestemd voor zorggroepen en gezondheidscentra die ketenzorg leveren. Met behulp van deze vragenlijst kunnen ketenzorgorganisaties voor zichzelf bepalen hoever ze zijn met het bereiken van de Kritische Kwaliteits Kenmerken (KKK’s). De KKK’s vormen het kwaliteitskader dat de bij InEen aangesloten zorggroepen met elkaar hebben afgesproken. Doel van de zelfevaluatiemethodiek is in de eerste plaats het stimuleren van de permanente verbetercyclus. Jullie zijn van harte uitgenodigd de zelfevaluatie in te vullen. Per organisatie kan er één vragenlijst worden ingeleverd. Hiervoor wordt per organisatie een hoofdinvuller aangewezen. Volgende week ontvangen zorggroepen en gezondheidscentra hier een email over. Wilt je alvast een hoofdinvuller voor je organisatie aanmelden of heb je vragen? Mail naar Mariska Smit (InEen).

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 6 mei 2016.

Oproep: onderzoek naar gespreksmodel voor zorg op maat

09 mei 2016

Graag attenderen we jullie op de oproep van de Nederlandse Diabetes Federatie (NDF). Ze zoeken huisartsen en praktijkondersteuners voor het onderzoek naar de bruikbaarheid en toepasbaarheid van het gespreksmodel voor zorg op maat. Ook de effecten van persoonsgerichte zorg worden meegenomen. Een zeer actueel onderwerp dat aansluit bij de ontwikkeling van persoonsgerichte zorg waar veel zorggroepen en gezondheidscentra al mee bezig zijn. Bekijk voor meer informatie de uitgebreide informatiebrief. Aanmelden bij projectleider Heidi van Vugt (NDF) . Brengen jullie deze oproep onder de aandacht van de huisartsenpraktijken in jullie zorggroep?

Overgenomen uit het weekbericht van 6 mei 2016.

[...]

Graag attenderen we jullie op de oproep van de Nederlandse Diabetes Federatie (NDF). Ze zoeken huisartsen en praktijkondersteuners voor het onderzoek naar de bruikbaarheid en toepasbaarheid van het gespreksmodel voor zorg op maat. Ook de effecten van persoonsgerichte zorg worden meegenomen. Een zeer actueel onderwerp dat aansluit bij de ontwikkeling van persoonsgerichte zorg waar veel zorggroepen en gezondheidscentra al mee bezig zijn. Bekijk voor meer informatie de uitgebreide informatiebrief. Aanmelden bij projectleider Heidi van Vugt (NDF) . Brengen jullie deze oproep onder de aandacht van de huisartsenpraktijken in jullie zorggroep?

Overgenomen uit het weekbericht van 6 mei 2016.

InEen-directeur brengt werkbezoek aan Den Haag

28 april 2016

DenHaagOp uitnodiging van de zorggroep Haaglanden (Elzha) bracht InEen-directeur Anoeska Mosterdijk een werkbezoek aan Den Haag. Ze kreeg een rondleiding in verschillende geledingen van de Haagse eerste lijn en ging in gesprek met huisartsen, POH’s en wijkverpleegkundigen. Ook de ROS Lijn 1 was erbij.

Elzha hecht grote waarde aan innovatie, zowel intern gericht (bijvoorbeeld het klantgroepbeleid dat meet hoe de 212 aangesloten huisartsen ervoor staan), als patiëntgericht. Het vinden van de benodigde ruimte, zowel financieel als organisatorisch, is het resultaat van een nauwe samenwerking met Lijn1. ‘Lijn1 stimuleert vooral het proces van verandering, wij zorgen voor de inhoud’, zegt directeur Leonie van Son. Graag laat ze Mosterdijk kennis maken met de activiteiten van Elzha. Een greep:

  • Het afgelopen jaar is Elzha een samenwerking aangegaan met het LUMC. In het project ‘Protocol los’ krijgen huisartsen de kans bij goed ingestelde diabetespatiënten het ketenzorgprotocol los te laten en een zelfgekozen zelfmanagementinterventie te implementeren. Doel is de patiënt meer eigen regie te geven over zijn leven met diabetes. Sytske van Bruggen (Elzha en LUMC): ‘De huisartsen kunnen de standaardlijstjes dus loslaten, en dat vraagt om durf en creativiteit.’ Inmiddels loopt het project een aantal maanden en leidt het tot zeer enthousiaste reacties in de praktijk én het LUMC.
  • Vanuit gezondheidscentrum Zonneoord in de Haagse achterstandswijk Escamp, een prachtig en zeer functioneel verbouwde kerk waar 16.000 Hagenaren zorg ontvangen, geeft kaderhuisarts Erik van Duin vorm aan een innovatief project op het gebied van primaire preventie bij CVRM. Het project, met leefstijlverbetering als doel, is inmiddels vertaald in een gezamenlijke ZonMW-onderzoeksaanvraag met het LUMC. Collega Timmerman lichtte het ‘insulineproject’ toe, waarbij het behoud en de verbetering van de kwaliteit  van zorg voor diabetespatiënten met insulinetherapie in de eerste lijn centraal staat. Een bijkomend gevolg kan substitutie van de tweede naar de eerste lijn betekenen: ‘Insulinezorg vraagt op organisatorisch vlak het nodige van de huisartsenpraktijk. Voorzichtig opbouwen is het credo’, aldus Timmerman.
  • In 2015 stelde Elzha het Fonds Grote stadsproblematiek in. Het fonds is bestemd voor projecten die als doel hebben patiënten met grote stadsproblematiek beter te bereiken. Alle bij Elzha aangesloten huisartsen kunnen er een beroep op doen. In het eerste jaar zijn zes initiatieven van de grond gekomen, waaronder het project cultuur-sensitieve thuiseducatie bij mensen met een Surinaamse achtergrond. Tweemaal daags een meting thuis door de POH en vooral het bijkomende gesprek leverde goede inzichten op. Van Son: ‘Het fonds is een mooie stimulans om creatief na te denken.’
  • Huisarts Jacobine Bos is betrokken bij een ouderenzorgproject in Scheveningen waarbij de POH en assistenten alle ouderen thuis bezoeken. De band die zo met de POH en assistenten is ontstaan, maakt het in een later stadium voor de patiënt makkelijker om hulp te accepteren. ‘Het is soms wel zoeken naar de balans met bemoeizorg’, aldus Bos. Ouderen zijn ook voor wijkverpleegkundige Martina Zuurmond een belangrijk aandachtspunt. Zij realiseert proactieve wijkzorg voor kwetsbare ouderen en benadrukt hoe belangrijk het is dat iemand daarbij de regie neemt. De vraag hoe de ouderen-wijkverpleegkundige het beste ingebed worden – in de huisartsenpraktijk met lijntjes naar de wijk of juist als intermediair die zich vrij kan bewegen tussen alle betrokken zorgverleners – staat nog ter discussie.
  • Regelmatig komt het gesprek op de toekomst van ketenzorg. Welke richting gaan we op? Net als InEen vindt Elzha dat het blijven ontwikkelen van nieuwe ketens niet het antwoord is. Bovendien lukt dat niet altijd. Zo ziet Bos weinig kans de ouderenzorg in een ketenprogramma te gieten. ‘Ouderenzorg is netwerkzorg’, stelt ze vast. Mosterdijk: ‘De ontwikkeling naar een meer persoonsgerichte benadering van patiënten heeft sterk de aandacht van InEen, zowel binnen de bestaande ketenzorgprogramma’s, als in bijvoorbeeld de ouderenzorg.’
[...]

DenHaagOp uitnodiging van de zorggroep Haaglanden (Elzha) bracht InEen-directeur Anoeska Mosterdijk een werkbezoek aan Den Haag. Ze kreeg een rondleiding in verschillende geledingen van de Haagse eerste lijn en ging in gesprek met huisartsen, POH’s en wijkverpleegkundigen. Ook de ROS Lijn 1 was erbij.

Elzha hecht grote waarde aan innovatie, zowel intern gericht (bijvoorbeeld het klantgroepbeleid dat meet hoe de 212 aangesloten huisartsen ervoor staan), als patiëntgericht. Het vinden van de benodigde ruimte, zowel financieel als organisatorisch, is het resultaat van een nauwe samenwerking met Lijn1. ‘Lijn1 stimuleert vooral het proces van verandering, wij zorgen voor de inhoud’, zegt directeur Leonie van Son. Graag laat ze Mosterdijk kennis maken met de activiteiten van Elzha. Een greep:

  • Het afgelopen jaar is Elzha een samenwerking aangegaan met het LUMC. In het project ‘Protocol los’ krijgen huisartsen de kans bij goed ingestelde diabetespatiënten het ketenzorgprotocol los te laten en een zelfgekozen zelfmanagementinterventie te implementeren. Doel is de patiënt meer eigen regie te geven over zijn leven met diabetes. Sytske van Bruggen (Elzha en LUMC): ‘De huisartsen kunnen de standaardlijstjes dus loslaten, en dat vraagt om durf en creativiteit.’ Inmiddels loopt het project een aantal maanden en leidt het tot zeer enthousiaste reacties in de praktijk én het LUMC.
  • Vanuit gezondheidscentrum Zonneoord in de Haagse achterstandswijk Escamp, een prachtig en zeer functioneel verbouwde kerk waar 16.000 Hagenaren zorg ontvangen, geeft kaderhuisarts Erik van Duin vorm aan een innovatief project op het gebied van primaire preventie bij CVRM. Het project, met leefstijlverbetering als doel, is inmiddels vertaald in een gezamenlijke ZonMW-onderzoeksaanvraag met het LUMC. Collega Timmerman lichtte het ‘insulineproject’ toe, waarbij het behoud en de verbetering van de kwaliteit  van zorg voor diabetespatiënten met insulinetherapie in de eerste lijn centraal staat. Een bijkomend gevolg kan substitutie van de tweede naar de eerste lijn betekenen: ‘Insulinezorg vraagt op organisatorisch vlak het nodige van de huisartsenpraktijk. Voorzichtig opbouwen is het credo’, aldus Timmerman.
  • In 2015 stelde Elzha het Fonds Grote stadsproblematiek in. Het fonds is bestemd voor projecten die als doel hebben patiënten met grote stadsproblematiek beter te bereiken. Alle bij Elzha aangesloten huisartsen kunnen er een beroep op doen. In het eerste jaar zijn zes initiatieven van de grond gekomen, waaronder het project cultuur-sensitieve thuiseducatie bij mensen met een Surinaamse achtergrond. Tweemaal daags een meting thuis door de POH en vooral het bijkomende gesprek leverde goede inzichten op. Van Son: ‘Het fonds is een mooie stimulans om creatief na te denken.’
  • Huisarts Jacobine Bos is betrokken bij een ouderenzorgproject in Scheveningen waarbij de POH en assistenten alle ouderen thuis bezoeken. De band die zo met de POH en assistenten is ontstaan, maakt het in een later stadium voor de patiënt makkelijker om hulp te accepteren. ‘Het is soms wel zoeken naar de balans met bemoeizorg’, aldus Bos. Ouderen zijn ook voor wijkverpleegkundige Martina Zuurmond een belangrijk aandachtspunt. Zij realiseert proactieve wijkzorg voor kwetsbare ouderen en benadrukt hoe belangrijk het is dat iemand daarbij de regie neemt. De vraag hoe de ouderen-wijkverpleegkundige het beste ingebed worden – in de huisartsenpraktijk met lijntjes naar de wijk of juist als intermediair die zich vrij kan bewegen tussen alle betrokken zorgverleners – staat nog ter discussie.
  • Regelmatig komt het gesprek op de toekomst van ketenzorg. Welke richting gaan we op? Net als InEen vindt Elzha dat het blijven ontwikkelen van nieuwe ketens niet het antwoord is. Bovendien lukt dat niet altijd. Zo ziet Bos weinig kans de ouderenzorg in een ketenprogramma te gieten. ‘Ouderenzorg is netwerkzorg’, stelt ze vast. Mosterdijk: ‘De ontwikkeling naar een meer persoonsgerichte benadering van patiënten heeft sterk de aandacht van InEen, zowel binnen de bestaande ketenzorgprogramma’s, als in bijvoorbeeld de ouderenzorg.’

Zorgverzekeraars maken 3 miljoen vrij voor ondersteunde zelfzorg

26 april 2016

De gezamenlijke zorgverzekeraars stellen 3 miljoen euro beschikbaar voor het verder brengen van zelfmanagement in de zorg via Zelfzorg Ondersteund (ZO!). Het geld is bestemd voor zorggroepen die aan de slag willen met zelfmanagement, maar daarvoor onvoldoende reguliere middelen hebben voor bijvoorbeeld aanpassen van het zorgproces of scholing. Samen met een consulent van ZO! wordt in een scan & plan-traject eerst gekeken wat de betreffende zorggroep nodig heeft en daarna kan een aanvraag worden gedaan. Al zo’n 40 zorggroepen zijn het traject gestart, maar er is nog voldoende ruimte voor nieuwe zorggroepen. Meer informatie

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 22 april 2016.

[...]

De gezamenlijke zorgverzekeraars stellen 3 miljoen euro beschikbaar voor het verder brengen van zelfmanagement in de zorg via Zelfzorg Ondersteund (ZO!). Het geld is bestemd voor zorggroepen die aan de slag willen met zelfmanagement, maar daarvoor onvoldoende reguliere middelen hebben voor bijvoorbeeld aanpassen van het zorgproces of scholing. Samen met een consulent van ZO! wordt in een scan & plan-traject eerst gekeken wat de betreffende zorggroep nodig heeft en daarna kan een aanvraag worden gedaan. Al zo’n 40 zorggroepen zijn het traject gestart, maar er is nog voldoende ruimte voor nieuwe zorggroepen. Meer informatie

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 22 april 2016.

Zelfevaluatie zorggroepen

19 april 2016

Eerder al lieten we weten aan de slag te zijn met jullie opmerkingen over de zelfevaluatie zorggroepen. Deze zelfevaluatie stond november vorig jaar op de agenda van de netwerkbijeenkomst. Op dit moment kijken we samen met enkele leden naar de mogelijkheden het invul- en gebruikersgemak van de huidige zelfevaluatie te vergroten. We streven er naar de zelfevaluatie in de tweede helft van mei open te stellen. Op de netwerkbijeenkomst kwaliteit van 21 april lichten we in de deelbijeenkomst voor zorggroepen en gezondheidscentra alvast een tipje van de sluier op. In de komende weken completeren we de lijst voor de hoofdinvullers (de contactpersonen per ketenzorgorganisatie). Met vragen kun je contact opnemen met Mariska Smit (InEen).

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 15 april 2016.

[...]

Eerder al lieten we weten aan de slag te zijn met jullie opmerkingen over de zelfevaluatie zorggroepen. Deze zelfevaluatie stond november vorig jaar op de agenda van de netwerkbijeenkomst. Op dit moment kijken we samen met enkele leden naar de mogelijkheden het invul- en gebruikersgemak van de huidige zelfevaluatie te vergroten. We streven er naar de zelfevaluatie in de tweede helft van mei open te stellen. Op de netwerkbijeenkomst kwaliteit van 21 april lichten we in de deelbijeenkomst voor zorggroepen en gezondheidscentra alvast een tipje van de sluier op. In de komende weken completeren we de lijst voor de hoofdinvullers (de contactpersonen per ketenzorgorganisatie). Met vragen kun je contact opnemen met Mariska Smit (InEen).

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 15 april 2016.

Doe mee: landelijke inventarisatie multidisciplinaire zorginitiatieven kwetsbare ouderen

19 april 2016

Vanwege de naderende meivakantie attenderen we nogmaals op de landelijke inventarisatie van multidisciplinaire zorginitiatieven rondom kwetsbare ouderen. Ben je betrokken bij een multidisciplinair samenwerkingsverband die ouderen op medisch, psychisch of sociaal vlak ondersteuning biedt? Deel je ervaringen dan in de landelijke inventarisatie van onderzoeksbureau ARGO. Dit onderzoek in opdracht van het ministerie van VWS, NPCF, InEen, LHV, KNMP, V&VN en ZN inventariseert multidisciplinaire initiatieven op het gebied van de ouderenzorg en geeft inzicht in de succes- en faalfactoren van de samenwerking. De resultaten van het onderzoek worden ingezet om de zorg voor kwetsbare ouderen verder te versterken. Geef vóór 22 april 2016 de gegevens van een contactpersoon of coördinator door aan ARGO. Deze persoon wordt in mei benaderd met een online vragenlijst. Ook ROS’en die zicht hebben op initiatieven rondom kwetsbare ouderen zijn van harte uitgenodigd deze initiatieven op de oproep te attenderen. Na afloop van het onderzoek is er de mogelijkheid om de resultaten van het onderzoek te ontvangen. Meer informatie.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 15 april 2016.

[...]

Vanwege de naderende meivakantie attenderen we nogmaals op de landelijke inventarisatie van multidisciplinaire zorginitiatieven rondom kwetsbare ouderen. Ben je betrokken bij een multidisciplinair samenwerkingsverband die ouderen op medisch, psychisch of sociaal vlak ondersteuning biedt? Deel je ervaringen dan in de landelijke inventarisatie van onderzoeksbureau ARGO. Dit onderzoek in opdracht van het ministerie van VWS, NPCF, InEen, LHV, KNMP, V&VN en ZN inventariseert multidisciplinaire initiatieven op het gebied van de ouderenzorg en geeft inzicht in de succes- en faalfactoren van de samenwerking. De resultaten van het onderzoek worden ingezet om de zorg voor kwetsbare ouderen verder te versterken. Geef vóór 22 april 2016 de gegevens van een contactpersoon of coördinator door aan ARGO. Deze persoon wordt in mei benaderd met een online vragenlijst. Ook ROS’en die zicht hebben op initiatieven rondom kwetsbare ouderen zijn van harte uitgenodigd deze initiatieven op de oproep te attenderen. Na afloop van het onderzoek is er de mogelijkheid om de resultaten van het onderzoek te ontvangen. Meer informatie.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 15 april 2016.

Model kwaliteitsstatuut ggz opgenomen in Register

19 april 2016

Zoals we vorige week lieten weten heeft het Zorginstituut Nederland (ZINL) op 31 maart 2016 het model kwaliteitsstatuut ggz opgenomen in het Register voor Kwaliteitsstandaarden. Het model kwaliteitsstatuut ggz is vanaf 1 januari 2017 van kracht voor alle aanbieders van ‘geneeskundige ggz’, dat wil zeggen: generalistische basis-ggz en gespecialiseerde ggz binnen de zorgverzekeringswet. Het model kwaliteitsstatuut ggz geeft aan wat er in deze kwaliteitsstatuten geregeld moet zijn op het gebied van kwaliteit en verantwoording. De huisartsenzorg (inclusief POH-GGZ) valt buiten de reikwijdte van de verplichting een kwaliteitsstatuut te hebben. Ketenzorgorganisaties die krachtens de vigerende bestuurlijke afspraken uit het eerstelijnsakkoord ervaring opdoen met een integraal zorgaanbod van huisartsenzorg en generalistische basis-ggz organiseren het zorgaanbod over de reikwijdte van de verplichting van het kwaliteitsstatuut heen. Als binnen deze experimenten geneeskundige ggz wordt geleverd is voor deze zorg het model kwaliteitsstatuut ggz van toepassing. Lees verder.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 15 april 2016.

[...]

Zoals we vorige week lieten weten heeft het Zorginstituut Nederland (ZINL) op 31 maart 2016 het model kwaliteitsstatuut ggz opgenomen in het Register voor Kwaliteitsstandaarden. Het model kwaliteitsstatuut ggz is vanaf 1 januari 2017 van kracht voor alle aanbieders van ‘geneeskundige ggz’, dat wil zeggen: generalistische basis-ggz en gespecialiseerde ggz binnen de zorgverzekeringswet. Het model kwaliteitsstatuut ggz geeft aan wat er in deze kwaliteitsstatuten geregeld moet zijn op het gebied van kwaliteit en verantwoording. De huisartsenzorg (inclusief POH-GGZ) valt buiten de reikwijdte van de verplichting een kwaliteitsstatuut te hebben. Ketenzorgorganisaties die krachtens de vigerende bestuurlijke afspraken uit het eerstelijnsakkoord ervaring opdoen met een integraal zorgaanbod van huisartsenzorg en generalistische basis-ggz organiseren het zorgaanbod over de reikwijdte van de verplichting van het kwaliteitsstatuut heen. Als binnen deze experimenten geneeskundige ggz wordt geleverd is voor deze zorg het model kwaliteitsstatuut ggz van toepassing. Lees verder.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 15 april 2016.

Oproep inventarisatie initiatieven kwetsbare ouderen

11 april 2016

In het bestuurlijk overleg eerstelijnszorg is afgesproken bestaande initiatieven van multidisciplinaire samenwerking rondom kwetsbare ouderen te inventariseren. Via verschillende kanalen zullen lopende experimenten en initiatieven worden verzameld. Het doel is om op grond van opgedane ervaringen te ontdekken wat succes- en faalfactoren zijn in de samenwerking. Onderzoeksbureau Argo voert de inventarisatie en de analyse uit. De analyse moet meer inzicht geven in de benodigde randvoorwaarden en de bijdrage die het bestuurlijk overleg hieraan kan leveren. Jullie kunnen je aanmelden voor deelname aan de inventarisatie. ROS’en die zicht hebben op initiatieven voor kwetsbare ouderen nodigen we uit deze initiatieven op de oproep te attenderen. De resultaten van de inventarisatie en analyse zullen worden benut voor verdere uitwisseling en verspreiding.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 8 april 2016.

[...]

In het bestuurlijk overleg eerstelijnszorg is afgesproken bestaande initiatieven van multidisciplinaire samenwerking rondom kwetsbare ouderen te inventariseren. Via verschillende kanalen zullen lopende experimenten en initiatieven worden verzameld. Het doel is om op grond van opgedane ervaringen te ontdekken wat succes- en faalfactoren zijn in de samenwerking. Onderzoeksbureau Argo voert de inventarisatie en de analyse uit. De analyse moet meer inzicht geven in de benodigde randvoorwaarden en de bijdrage die het bestuurlijk overleg hieraan kan leveren. Jullie kunnen je aanmelden voor deelname aan de inventarisatie. ROS’en die zicht hebben op initiatieven voor kwetsbare ouderen nodigen we uit deze initiatieven op de oproep te attenderen. De resultaten van de inventarisatie en analyse zullen worden benut voor verdere uitwisseling en verspreiding.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 8 april 2016.

Geanimeerde bijeenkomst voor gezondheidscentra en zorggroepen

11 april 2016

Gisteren op 7 april vond een geanimeerde informatiebijeenkomst plaats voor gezondheidscentra en zorggroepen. Onderwerpen waren de stand van zaken in het indicatorenbeleid en de toekomst en positionering van ketenzorg en chronische zorg. De eerder verspreide notitie en de presentatie van Maarten Klomp over de benchmark ketenzorg gaf aanleiding tot veel vragen en discussie. Na de pauze hebben de ruim 60 aanwezige leden in groepen gediscussieerd over de mogelijke richtingen voor doorontwikkeling van eerstelijnsorganisaties. Daaruit bleek dat de beweging naar meer persoonsgerichte zorg op breed draagvlak kan rekenen. Deze discussie krijgt zeker een vervolg. We verspreiden het verslag van de bijeenkomst zo spoedig mogelijk. Bekijk vast de presentatie van de bijeenkomst.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 8 april 2016.

[...]

Gisteren op 7 april vond een geanimeerde informatiebijeenkomst plaats voor gezondheidscentra en zorggroepen. Onderwerpen waren de stand van zaken in het indicatorenbeleid en de toekomst en positionering van ketenzorg en chronische zorg. De eerder verspreide notitie en de presentatie van Maarten Klomp over de benchmark ketenzorg gaf aanleiding tot veel vragen en discussie. Na de pauze hebben de ruim 60 aanwezige leden in groepen gediscussieerd over de mogelijke richtingen voor doorontwikkeling van eerstelijnsorganisaties. Daaruit bleek dat de beweging naar meer persoonsgerichte zorg op breed draagvlak kan rekenen. Deze discussie krijgt zeker een vervolg. We verspreiden het verslag van de bijeenkomst zo spoedig mogelijk. Bekijk vast de presentatie van de bijeenkomst.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 8 april 2016.

Model kwaliteitsstatuut ggz opgenomen in Register Zorginstituut

08 april 2016

Zorgaanbieders, belangenbehartigers van patiënten, beroepsgroepen in de ggz en zorgverzekeraars hebben een model kwaliteitsstatuut ggz opgesteld. Dit beschrijft wat zorgaanbieders moeten regelen op het gebied van kwaliteit en verantwoording om binnen de Zorgverzekeringswet curatieve ggz te mogen verlenen. Het statuut bepaalt onder andere welke beroepsgroepen in verschillende onderdelen van de ggz als regiebehandelaar op mogen treden. Het model kwaliteitsstatuut ggz is op 31 maart 2016 door Zorginstituut Nederland (ZINL) opgenomen in het Register voor kwaliteitsstandaarden.

Vanaf 1 januari 2017 zijn alle aanbieders van ggz in de Zorgverzekeringswet verplicht om een kwaliteitsstatuut te hebben. De verplichting geldt zowel voor vrijgevestigde aanbieders als voor instellingen. Het model kwaliteitsstatuut ggz geeft aan wat er in deze kwaliteitsstatuten geregeld moet zijn. Het is een dynamisch document, en zal daarom regelmatig worden geëvalueerd en worden aangepast. Ook is het zo opgesteld dat het ook toegepast kan worden in andere delen van de (geestelijke) gezondheidszorg zoals de kinder- en jeugd-ggz, de langdurige zorg en de overige zorg. U vindt het model kwaliteitsstatuut op zorginzicht.nl.

Weloverwogen keuze patiënt
Een kwaliteitsstatuut draagt ertoe bij dat de juiste hulp, op de juiste plaats, door de juiste zorgprofessionals binnen een professioneel en kwalitatief verantwoord netwerk wordt geleverd. Het kwaliteitsstatuut stelt de patiënt in staat een weloverwogen keuze te maken voor een bepaalde zorgaanbieder en te participeren in de besluitvorming rond zijn of haar behandeling. Daarnaast is het statuut het kader voor werkafspraken binnen de instelling, praktijk of het professionele netwerk waarin de aanbieder opereert. Het kwaliteitsstatuut stelt zorgverzekeraars, financiers en toetsende en toezichthoudende instanties in de gelegenheid zich een oordeel te vormen over de kwaliteit van de zorg die een aanbieder levert.

Transparant en toetsbaar
Op verzoek van de veldpartijen– Landelijk Platform GGz, V&VN, NIP, NVvP, LVVP, P3NL, GGZ Nederland, Meer GGZ, InEen en ZN – adviseerde de commissie Meurs in mei 2015 over het hoofdbehandelaarschap in de ggz. De commissie stelde dat elke ggz-aanbieder over een kwaliteitsstatuut moet beschikken. Doel van een kwaliteitsstatuut is dat voor zowel patiënten als zorgverzekeraars transparant en toetsbaar is welke afspraken er zijn over samenwerking van verschillende professionals en aanbieders binnen de behandeling van de patiënt en in welke verhouding zij tot elkaar staan. Voor de coördinatie van de verschillende rollen binnen het behandeltraject introduceerde de commissie Meurs het begrip regiebehandelaar, dat het begrip hoofdbehandelaar vervangt. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met: Frederik Vogelzang (InEen).

[...]

Zorgaanbieders, belangenbehartigers van patiënten, beroepsgroepen in de ggz en zorgverzekeraars hebben een model kwaliteitsstatuut ggz opgesteld. Dit beschrijft wat zorgaanbieders moeten regelen op het gebied van kwaliteit en verantwoording om binnen de Zorgverzekeringswet curatieve ggz te mogen verlenen. Het statuut bepaalt onder andere welke beroepsgroepen in verschillende onderdelen van de ggz als regiebehandelaar op mogen treden. Het model kwaliteitsstatuut ggz is op 31 maart 2016 door Zorginstituut Nederland (ZINL) opgenomen in het Register voor kwaliteitsstandaarden.

Vanaf 1 januari 2017 zijn alle aanbieders van ggz in de Zorgverzekeringswet verplicht om een kwaliteitsstatuut te hebben. De verplichting geldt zowel voor vrijgevestigde aanbieders als voor instellingen. Het model kwaliteitsstatuut ggz geeft aan wat er in deze kwaliteitsstatuten geregeld moet zijn. Het is een dynamisch document, en zal daarom regelmatig worden geëvalueerd en worden aangepast. Ook is het zo opgesteld dat het ook toegepast kan worden in andere delen van de (geestelijke) gezondheidszorg zoals de kinder- en jeugd-ggz, de langdurige zorg en de overige zorg. U vindt het model kwaliteitsstatuut op zorginzicht.nl.

Weloverwogen keuze patiënt
Een kwaliteitsstatuut draagt ertoe bij dat de juiste hulp, op de juiste plaats, door de juiste zorgprofessionals binnen een professioneel en kwalitatief verantwoord netwerk wordt geleverd. Het kwaliteitsstatuut stelt de patiënt in staat een weloverwogen keuze te maken voor een bepaalde zorgaanbieder en te participeren in de besluitvorming rond zijn of haar behandeling. Daarnaast is het statuut het kader voor werkafspraken binnen de instelling, praktijk of het professionele netwerk waarin de aanbieder opereert. Het kwaliteitsstatuut stelt zorgverzekeraars, financiers en toetsende en toezichthoudende instanties in de gelegenheid zich een oordeel te vormen over de kwaliteit van de zorg die een aanbieder levert.

Transparant en toetsbaar
Op verzoek van de veldpartijen– Landelijk Platform GGz, V&VN, NIP, NVvP, LVVP, P3NL, GGZ Nederland, Meer GGZ, InEen en ZN – adviseerde de commissie Meurs in mei 2015 over het hoofdbehandelaarschap in de ggz. De commissie stelde dat elke ggz-aanbieder over een kwaliteitsstatuut moet beschikken. Doel van een kwaliteitsstatuut is dat voor zowel patiënten als zorgverzekeraars transparant en toetsbaar is welke afspraken er zijn over samenwerking van verschillende professionals en aanbieders binnen de behandeling van de patiënt en in welke verhouding zij tot elkaar staan. Voor de coördinatie van de verschillende rollen binnen het behandeltraject introduceerde de commissie Meurs het begrip regiebehandelaar, dat het begrip hoofdbehandelaar vervangt. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met: Frederik Vogelzang (InEen).

NHG-Kaderopleiding Diabetes

07 april 2016

In januari 2017 start de zesde Kaderopleiding Diabetes in Utrecht. De deelnemende huisartsen krijgen een tweejarig opleidingsprogramma waarin zij kaderarts-competenties en diabetes-expertise verwerven. Meer informatie kunnen jullie online vinden of inwinnen bij Dorien Hart, coördinator van de Kaderopleiding Diabetes. Geïnteresseerde huisartsen kunnen zich nu al bij haar aanmelden. Kaderartsen in andere deelgebieden kunnen – in overleg – een aangepast programma volgen.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 1 april 2016.

[...]

In januari 2017 start de zesde Kaderopleiding Diabetes in Utrecht. De deelnemende huisartsen krijgen een tweejarig opleidingsprogramma waarin zij kaderarts-competenties en diabetes-expertise verwerven. Meer informatie kunnen jullie online vinden of inwinnen bij Dorien Hart, coördinator van de Kaderopleiding Diabetes. Geïnteresseerde huisartsen kunnen zich nu al bij haar aanmelden. Kaderartsen in andere deelgebieden kunnen – in overleg – een aangepast programma volgen.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 1 april 2016.

Jullie informatie over de voetzorg is nodig!

06 april 2016

De kostenstijging bij de voetzorg van diabetespatiënten geeft problemen. We ontvangen deze signalen ook van veel van onze leden en de zorgverzekeraars. VWS overweegt maatregelen om de kosten te reduceren. Wij zijn hierover met VWS in gesprek. Voor ons is het belangrijk om deze problematiek bij de voetzorg goed te doorgronden en argumenten te verzamelen voor nader overleg met onze stakeholders. Een eerste bespreking met leden in de BAC bekostiging, en overleg met de Nederlandse vereniging van podotherapeuten (NVvP) en de verzekeraars, hebben nog onvoldoende informatie opgeleverd. Er wordt een relatie gelegd met de veranderende indicatiestelling en de nieuwe bekostiging. Volgende week zetten we een korte enquête uit bij vertegenwoordigers van de zorggroepen die lid zijn van InEen. Wij realiseren ons dat wij opnieuw aandacht en tijd vragen voor een enquête. Wij rekenen op jullie begrip. Alleen met jullie informatie kunnen we grondig en effectief overleg voeren. Willen jullie zo vriendelijk zijn om de ingevulde enquête snel te retourneren? In aanvulling op de enquête organiseren we op vrijdag 22 april een brainstormsessie over de oplossingsmogelijkheden voor de kostenstijging van de voetzorg. Wil je meedoen aan deze eenmalige sessie? Meld je aan bij Margot Lenos.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 1 april 2016.

[...]

De kostenstijging bij de voetzorg van diabetespatiënten geeft problemen. We ontvangen deze signalen ook van veel van onze leden en de zorgverzekeraars. VWS overweegt maatregelen om de kosten te reduceren. Wij zijn hierover met VWS in gesprek. Voor ons is het belangrijk om deze problematiek bij de voetzorg goed te doorgronden en argumenten te verzamelen voor nader overleg met onze stakeholders. Een eerste bespreking met leden in de BAC bekostiging, en overleg met de Nederlandse vereniging van podotherapeuten (NVvP) en de verzekeraars, hebben nog onvoldoende informatie opgeleverd. Er wordt een relatie gelegd met de veranderende indicatiestelling en de nieuwe bekostiging. Volgende week zetten we een korte enquête uit bij vertegenwoordigers van de zorggroepen die lid zijn van InEen. Wij realiseren ons dat wij opnieuw aandacht en tijd vragen voor een enquête. Wij rekenen op jullie begrip. Alleen met jullie informatie kunnen we grondig en effectief overleg voeren. Willen jullie zo vriendelijk zijn om de ingevulde enquête snel te retourneren? In aanvulling op de enquête organiseren we op vrijdag 22 april een brainstormsessie over de oplossingsmogelijkheden voor de kostenstijging van de voetzorg. Wil je meedoen aan deze eenmalige sessie? Meld je aan bij Margot Lenos.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 1 april 2016.

Beroepsprocedure zorggroep tegen verplichte aansluiting bij PFZW

01 april 2016

Eind vorig jaar is een zorggroep een beroepsprocedure tegen verplichte aansluiting bij pensioenfonds PFZW gestart. De zorggroep was van mening geen huisartsenzorg te verlenen en dus niet onder de verplichtstelling van PFZW te vallen. De Commissie van Beroep deed onlangs een uitspraak in deze kwestie. De commissie is tot de conclusie gekomen dat de betreffende zorggroep tot aansluiting verplicht is zich bij PFZW aan te sluiten.
De commissie hanteerde de volgende overwegingen:

  • ‘Gelet op de feitelijke werkzaamheden van de betreffende zorggroep en de wijze waarop de Zorggroep is georganiseerd, is de Commissie van oordeel dat de werkzaamheden van de zorggroep onderdeel zijn van de huisartsenzorg als bedoeld in de verplichtstelling van PFZW. Deze werkzaamheden vormen een onmisbaar onderdeel van de betrokken huisartsenpraktijken, ook al zijn de werkzaamheden voor het grootste deel administratief en organisatorisch van aard. Dit laatste doet hier niet aan af. Ook doet het gegeven dat de activiteiten in een afzonderlijke rechtspersoon zijn ondergebracht, niet af aan het karakter van de werkzaamheden, gezien de betrokkenheid van de huisartsen bij de betreffende zorggroep en gelet op de nauwe samenhang van deze activiteiten met de zorg voor individuele patiënten’.
  • Daarbij acht de Commissie ook van belang dat de Nederlandse Zorgautoriteit met het oog op de bekostiging van multidisciplinaire zorgverlening beleidsregels heeft opgesteld, waarin als voorwaarde is opgenomen dat een groep zorgaanbieders over specifieke competenties dient te beschikken (c.q. deze competenties dient te hebben gecontracteerd) om ‘ketengerelateerde’ basis huisartsgeneeskundige zorg te kunnen aanbieden. Een deel van deze competenties is georganiseerd in de zorggroep.
  • Deze uitspraak biedt volgens PFZW een solide basis om mogelijke andere zorgroepen op te sporen en aan de verplichtstelling van PFZW te binden. InEen is in overleg gegaan met PFZW om o.a. de gevolgen van de bovenbeschreven uitspraak voor de zorggroepen in kaart te brengen. U wordt hierover zo spoedig mogelijk nader geïnformeerd.

Lees de volledige uitspraak van de Commissie van Beroep

[...]

Eind vorig jaar is een zorggroep een beroepsprocedure tegen verplichte aansluiting bij pensioenfonds PFZW gestart. De zorggroep was van mening geen huisartsenzorg te verlenen en dus niet onder de verplichtstelling van PFZW te vallen. De Commissie van Beroep deed onlangs een uitspraak in deze kwestie. De commissie is tot de conclusie gekomen dat de betreffende zorggroep tot aansluiting verplicht is zich bij PFZW aan te sluiten.
De commissie hanteerde de volgende overwegingen:

  • ‘Gelet op de feitelijke werkzaamheden van de betreffende zorggroep en de wijze waarop de Zorggroep is georganiseerd, is de Commissie van oordeel dat de werkzaamheden van de zorggroep onderdeel zijn van de huisartsenzorg als bedoeld in de verplichtstelling van PFZW. Deze werkzaamheden vormen een onmisbaar onderdeel van de betrokken huisartsenpraktijken, ook al zijn de werkzaamheden voor het grootste deel administratief en organisatorisch van aard. Dit laatste doet hier niet aan af. Ook doet het gegeven dat de activiteiten in een afzonderlijke rechtspersoon zijn ondergebracht, niet af aan het karakter van de werkzaamheden, gezien de betrokkenheid van de huisartsen bij de betreffende zorggroep en gelet op de nauwe samenhang van deze activiteiten met de zorg voor individuele patiënten’.
  • Daarbij acht de Commissie ook van belang dat de Nederlandse Zorgautoriteit met het oog op de bekostiging van multidisciplinaire zorgverlening beleidsregels heeft opgesteld, waarin als voorwaarde is opgenomen dat een groep zorgaanbieders over specifieke competenties dient te beschikken (c.q. deze competenties dient te hebben gecontracteerd) om ‘ketengerelateerde’ basis huisartsgeneeskundige zorg te kunnen aanbieden. Een deel van deze competenties is georganiseerd in de zorggroep.
  • Deze uitspraak biedt volgens PFZW een solide basis om mogelijke andere zorgroepen op te sporen en aan de verplichtstelling van PFZW te binden. InEen is in overleg gegaan met PFZW om o.a. de gevolgen van de bovenbeschreven uitspraak voor de zorggroepen in kaart te brengen. U wordt hierover zo spoedig mogelijk nader geïnformeerd.

Lees de volledige uitspraak van de Commissie van Beroep

Specialistisch Spreekuur Diabetes in Almere

31 maart 2016

adviesSinds eind oktober 2015 kunnen huisartsen in Almere patiënten met diabetes éénmalig verwijzen naar het Specialistisch Spreekuur Diabetes, een samenwerking tussen de Zorggroep Almere en het Flevoziekenhuis. Op het spreekuur geeft de internist huisarts en patiënt advies over complexe situaties. Het spreekuur zorgt voor de juiste zorg op de juiste plek door de juiste zorgverlener. Inge Beers, adviseur chronische zorgprogramma’s Zorggroep Almere: ‘Inmiddels hebben 20 patiënten het spreekuur bezocht. De internist adviseerde slechts in één geval verwijzing naar de tweede lijn.

Bij moeilijke casuïstiek consulteert de huisarts eerst één van de twee kaderhuisartsen diabetes die een groot deel van de vragen zelf kunnen beantwoorden. Soms adviseert de kaderhuisarts een éénmalige verwijzing naar het specialistisch spreekuur. Dit wekelijkse spreekuur (in de Spoedpost van het ziekenhuis: ‘die ruimte huren we immers al’, aldus Beers) bestaat uit twee delen. Eerst bereidt de POH het consult voor (vragen over leefstijl, metingen,) en daarna gaat de patiënt naar de internist die per patiënt een half uur reserveert. Beers: ‘Dat is ruim. Het geeft de tijd om alle aspecten van de patiënt aandacht te geven, maar waarschijnlijk kan het ook in 20 minuten, dat gaan we bijstellen.’ De internist beperkt zich tot adviezen en neemt de behandeling in principe niet over. Nadat het advies met de patiënt is besproken, gaat de huisarts daarmee verder. Overigens kunnen ook andere huisartsen dan die van Zorggroep Almere gebruikmaken van het spreekuur.

Uit de eerste tussenevaluatie blijkt dat sinds oktober 2015 twintig patiënten het spreekuur hebben bezocht (per spreekuur is ruimte voor vier tot zes patiënten). ‘De vragen lopen uiteen’, zegt Beers, ‘het gaat over niet gehaalde doelen van de glucoseinstelling, bijkomende ziektes en complicaties, nieuwe medicatie, het al dan niet uitvoeren van een gastric bypass et cetera, er is geen patroon te zien. Negentien van de twintig patiënten zijn na het advies van de internist in de eerste lijn gebleven. We zijn als Zorggroep Almere druk bezig met substitutie van tweede naar eerste lijn, dus dit is belangrijke winst.’

Iedereen is enthousiast. Beers: ‘De internisten waren er gelijk voor in, het maken van de afspraken ging makkelijk. De groep mensen met diabetes groeit en er zijn meer complexe patiënten dan tien jaar geleden. Internisten willen ook graag patiënten die bij hen passen.’ Voor huisartsen vormt het spreekuur een welkome aanvulling op de adviezen van de kaderhuisarts. Beers: ‘Hiervoor hadden we met de internisten een multidisciplinair overleg (MDO) waarvoor huisarts en POH moesten reizen om een patiënt te bespreken. Dit kostte veel tijd. Bovendien was de patiënt niet fysiek aanwezig en dat is nu wel het geval’ Patiënten tenslotte vinden het prettig hun probleem zélf met de internist te kunnen bespreken en het spreekuur gaat niet ten koste van het eigen risico.

Financiering vindt plaats op basis van een overeenkomst tussen de zorggroep en de drie deelnemende internisten die een bepaald aantal uren ter beschikking stellen. De kosten zijn vervolgens onderdeel van het ketenzorgcontract van de zorggroep met de zorgverzekeraar. Over een jaar gaan Zorggroep Almere en het Flevoziekenhuis het spreekuur evalueren. Mogelijk is het concept ook toe te passen op andere zorgketens.

[...]

adviesSinds eind oktober 2015 kunnen huisartsen in Almere patiënten met diabetes éénmalig verwijzen naar het Specialistisch Spreekuur Diabetes, een samenwerking tussen de Zorggroep Almere en het Flevoziekenhuis. Op het spreekuur geeft de internist huisarts en patiënt advies over complexe situaties. Het spreekuur zorgt voor de juiste zorg op de juiste plek door de juiste zorgverlener. Inge Beers, adviseur chronische zorgprogramma’s Zorggroep Almere: ‘Inmiddels hebben 20 patiënten het spreekuur bezocht. De internist adviseerde slechts in één geval verwijzing naar de tweede lijn.

Bij moeilijke casuïstiek consulteert de huisarts eerst één van de twee kaderhuisartsen diabetes die een groot deel van de vragen zelf kunnen beantwoorden. Soms adviseert de kaderhuisarts een éénmalige verwijzing naar het specialistisch spreekuur. Dit wekelijkse spreekuur (in de Spoedpost van het ziekenhuis: ‘die ruimte huren we immers al’, aldus Beers) bestaat uit twee delen. Eerst bereidt de POH het consult voor (vragen over leefstijl, metingen,) en daarna gaat de patiënt naar de internist die per patiënt een half uur reserveert. Beers: ‘Dat is ruim. Het geeft de tijd om alle aspecten van de patiënt aandacht te geven, maar waarschijnlijk kan het ook in 20 minuten, dat gaan we bijstellen.’ De internist beperkt zich tot adviezen en neemt de behandeling in principe niet over. Nadat het advies met de patiënt is besproken, gaat de huisarts daarmee verder. Overigens kunnen ook andere huisartsen dan die van Zorggroep Almere gebruikmaken van het spreekuur.

Uit de eerste tussenevaluatie blijkt dat sinds oktober 2015 twintig patiënten het spreekuur hebben bezocht (per spreekuur is ruimte voor vier tot zes patiënten). ‘De vragen lopen uiteen’, zegt Beers, ‘het gaat over niet gehaalde doelen van de glucoseinstelling, bijkomende ziektes en complicaties, nieuwe medicatie, het al dan niet uitvoeren van een gastric bypass et cetera, er is geen patroon te zien. Negentien van de twintig patiënten zijn na het advies van de internist in de eerste lijn gebleven. We zijn als Zorggroep Almere druk bezig met substitutie van tweede naar eerste lijn, dus dit is belangrijke winst.’

Iedereen is enthousiast. Beers: ‘De internisten waren er gelijk voor in, het maken van de afspraken ging makkelijk. De groep mensen met diabetes groeit en er zijn meer complexe patiënten dan tien jaar geleden. Internisten willen ook graag patiënten die bij hen passen.’ Voor huisartsen vormt het spreekuur een welkome aanvulling op de adviezen van de kaderhuisarts. Beers: ‘Hiervoor hadden we met de internisten een multidisciplinair overleg (MDO) waarvoor huisarts en POH moesten reizen om een patiënt te bespreken. Dit kostte veel tijd. Bovendien was de patiënt niet fysiek aanwezig en dat is nu wel het geval’ Patiënten tenslotte vinden het prettig hun probleem zélf met de internist te kunnen bespreken en het spreekuur gaat niet ten koste van het eigen risico.

Financiering vindt plaats op basis van een overeenkomst tussen de zorggroep en de drie deelnemende internisten die een bepaald aantal uren ter beschikking stellen. De kosten zijn vervolgens onderdeel van het ketenzorgcontract van de zorggroep met de zorgverzekeraar. Over een jaar gaan Zorggroep Almere en het Flevoziekenhuis het spreekuur evalueren. Mogelijk is het concept ook toe te passen op andere zorgketens.

Dringende oproep: enquête contractering

29 maart 2016

Het Nivel heeft vertegenwoordigers van zorggroepen en gezondheidscentra benaderd om een enquête over de contractering 2016 in te vullen. InEen heeft het Nivel de opdracht gegeven voor deze enquête om een goed beeld te krijgen van de ervaringen in 2016 en de verbeterpunten voor 2017. Enquêteresultaten uit eerdere jaren zijn zeer zinvol geweest in de gesprekken met de verzekeraars en andere stakeholders uit de eerste lijn. Inmiddels heeft 41% de vragenlijst ingevuld. Meer zorggroepen en gezondheidscentra zijn er wel aan begonnen . Omdat we het erg belangrijk vinden een representatieve afspiegeling te krijgen van de leden hebben we de termijn met één week verlengd tot en met zondag 3 april. We doen een dringend verzoek aan allen die dit nog niet gedaan hebben om de vragenlijst alsnog in te vullen. Veel dank.

Overgenomen uit het weekbericht van 25 maart 2016.

[...]

Het Nivel heeft vertegenwoordigers van zorggroepen en gezondheidscentra benaderd om een enquête over de contractering 2016 in te vullen. InEen heeft het Nivel de opdracht gegeven voor deze enquête om een goed beeld te krijgen van de ervaringen in 2016 en de verbeterpunten voor 2017. Enquêteresultaten uit eerdere jaren zijn zeer zinvol geweest in de gesprekken met de verzekeraars en andere stakeholders uit de eerste lijn. Inmiddels heeft 41% de vragenlijst ingevuld. Meer zorggroepen en gezondheidscentra zijn er wel aan begonnen . Omdat we het erg belangrijk vinden een representatieve afspiegeling te krijgen van de leden hebben we de termijn met één week verlengd tot en met zondag 3 april. We doen een dringend verzoek aan allen die dit nog niet gedaan hebben om de vragenlijst alsnog in te vullen. Veel dank.

Overgenomen uit het weekbericht van 25 maart 2016.

7 april: Bijeenkomst over toekomst chronische zorg

29 maart 2016

Wat is de laatste stand van zaken van het indicatorenbeleid in Het Roer Moet Om? Hoe ziet de toekomst eruit voor de chronische zorg en hoe positioneren we deze met elkaar? Actuele vragen waarover we graag met jullie in gesprek gaan. Daarom nodigen we vertegenwoordigers van zorggroepen en gezondheidscentra uit om samen met ons de aanwezige kennis te vertalen in beleid. Dat doen we tijdens een informatiebijeenkomst op 7 april (15.00-18.00 uur). We willen dan de enthousiaste discussie tijdens de deelledenvergadering van 18 februari vervolgen. De bedoeling is dat het resultaat van deze discussie jullie gaat helpen bij het vormgeven het organisatiebeleid en in jullie gesprekken met zorgverzekeraars en andere stakeholders. De agenda is er al, de overige stukken ontvangen jullie komende week. Meld je vast aan.

Overgenomen uit het weekbericht van 25 maart 2016.

[...]

Wat is de laatste stand van zaken van het indicatorenbeleid in Het Roer Moet Om? Hoe ziet de toekomst eruit voor de chronische zorg en hoe positioneren we deze met elkaar? Actuele vragen waarover we graag met jullie in gesprek gaan. Daarom nodigen we vertegenwoordigers van zorggroepen en gezondheidscentra uit om samen met ons de aanwezige kennis te vertalen in beleid. Dat doen we tijdens een informatiebijeenkomst op 7 april (15.00-18.00 uur). We willen dan de enthousiaste discussie tijdens de deelledenvergadering van 18 februari vervolgen. De bedoeling is dat het resultaat van deze discussie jullie gaat helpen bij het vormgeven het organisatiebeleid en in jullie gesprekken met zorgverzekeraars en andere stakeholders. De agenda is er al, de overige stukken ontvangen jullie komende week. Meld je vast aan.

Overgenomen uit het weekbericht van 25 maart 2016.

Landelijke benchmark ketenzorg

22 maart 2016

De landelijke benchmark ketenzorg beleeft dit jaar het eerste lustrum. De afgelopen vijf jaar benutten steeds meer ketenzorgorganisaties de landelijke benchmark als instrument voor kwaliteitsverbetering: het aantal deelnemers steeg naar 113 ketenzorgorganisaties in het afgelopen jaar. Elk jaar stijgt ook het aantal ketenzorgorganisaties dat zich met hun naam bekend maakt in de landelijke benchmark. Afgelopen jaar stond de benchmark mede vanwege Het Roer Moet Om volop in de belangstelling. Er kwamen meer vragen over. Waarvoor zijn indicatoren bedoeld? Wie mag de informatie gebruiken? Hoe kunnen we de indicatoren nauwkeuriger meten? Kan het aantal indicatoren worden gereduceerd? Stuk voor stuk relevante vragen die we voor een deel nu al kunnen beantwoorden en waar we voor een deel met elkaar nog een antwoord op moeten zien te vinden. In een memo hebben we de zaken op een rij gezet en de onderwerpen benoemd die de komende periode verder worden opgepakt.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 18 maart 2016.

[...]

De landelijke benchmark ketenzorg beleeft dit jaar het eerste lustrum. De afgelopen vijf jaar benutten steeds meer ketenzorgorganisaties de landelijke benchmark als instrument voor kwaliteitsverbetering: het aantal deelnemers steeg naar 113 ketenzorgorganisaties in het afgelopen jaar. Elk jaar stijgt ook het aantal ketenzorgorganisaties dat zich met hun naam bekend maakt in de landelijke benchmark. Afgelopen jaar stond de benchmark mede vanwege Het Roer Moet Om volop in de belangstelling. Er kwamen meer vragen over. Waarvoor zijn indicatoren bedoeld? Wie mag de informatie gebruiken? Hoe kunnen we de indicatoren nauwkeuriger meten? Kan het aantal indicatoren worden gereduceerd? Stuk voor stuk relevante vragen die we voor een deel nu al kunnen beantwoorden en waar we voor een deel met elkaar nog een antwoord op moeten zien te vinden. In een memo hebben we de zaken op een rij gezet en de onderwerpen benoemd die de komende periode verder worden opgepakt.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 18 maart 2016.

‘We kunnen niet allemaal coördineren’

25 februari 2016

arts en oudere manSamen met de partijen uit het Bestuurlijk Akkoord Huisartsenzorg wil InEen een impuls geven aan de zorg voor kwetsbare ouderen. In heel Nederland werken zorggroepen aan het vormgeven van zorgprogramma’s voor deze groeiende groep. We geven drie zorggroepen het woord. Vorige maand was dat Diamuraal in de regio Eemland. Deze maand: Huisartsen Zorg Noord Kennemerland (HZNK).

Sinds juni 2015 experimenteert HZNK met het in elkaar vlechten van het huisartsenprogramma voor kwetsbare ouderen en de aanpak van Geriant, een grote aanbieder van dementiezorg in Noord-Holland. Het huisartsenprogramma en het programma van Geriant bestaan nu naast elkaar, waarbij de patiënten met dementie voor een belangrijk deel uit het zicht van de huisartsenpraktijk verdwijnen. Daarnaast neemt het aantal zorgverleners rondom de oudere toe. Jacco Rempe, directeur HZNK: ‘De laatste jaren zijn ook in de eerste lijn nieuwe specialismen ontstaan. Als kwetsbare oudere kun je nu naast de huisarts te maken hebben met de POH-S voor bijvoorbeeld diabetes, de verpleegkundige Ouderenzorg voor valpreventie, de wijkverpleegkundige voor thuiszorg en de casemanager van Geriant omdat je dementie hebt. En alle vier hebben ze ook coördinerende taken. Ik begrijp wel dat je als oudere zo af en toe het overzicht verliest.’

De pilot van HZNK en Geriant wordt uitgevoerd in drie huisartsenpraktijken en bestaat eruit dat de casemanager van Geriant en de verpleegkundige Ouderenzorg samen de als kwetsbaar gesignaleerde oudere bezoeken en een inventarisatie maken van wat er speelt. Rempe: ‘Het is niet de intentie dat ze dit structureel samen doen, maar we willen in de pilot vaststellen waar de overlap zit.’ Essentieel is dat elke casemanager van Geriant, net als de verpleegkundige Ouderenzorg wordt gekoppeld aan een of meer praktijken. Voorheen verwees de huisarts zijn patiënt voor diagnostiek naar Geriant en als er dementie werd vastgesteld, bleef de oudere daar. ‘We willen nu toe naar een model in de eerste lijn. De voorspelling is dat we in deze regio de komende jaren met ongeveer 75% méér 75-plussers te maken krijgen. We moeten dus opzoek naar toekomstbestendige oplossingen, waar bij we kwalitatief hoogstaande zorg en ondersteuning voor kwetsbare ouderen kunnen blijven bieden, met voldoende steun aan de eerstelijns zorgprofessionals om dit te kunnen realiseren.’

Hoewel de pilot nog niet is afgerond, valt al op dat het beter gaat met de coördinatie. Het proces rondom de oudere wordt nu helemaal vanuit de huisartsenpraktijk georganiseerd. Dat betekent dat betere afstemming mogelijk is en dat er beter zicht is op de patiëntengroep en hun behoeften. Rempe noemt als belangrijke succesfactor dat de verpleegkundigen Ouderenzorg centraal bij HZNK in dienst zijn en vandaaruit één of meer huisartspraktijken ondersteunen. De ouderenzorg krijgt zo op wijkniveau gestalte in plaats van alleen op praktijkniveau. Door het grotere volume, zowel qua werkgebied als qua inzetbare tijd, kunnen de verpleegkundigen een gedegen netwerk opbouwen in de wijk. Bovendien vult HZNK de functie zo mogelijk in met wijkverpleegkundigen die vanuit de thuiszorg worden gedetacheerd. Rempe: ‘Zo ontstaat er ook waardevolle synergie met de reguliere wijkverpleegkundigen.’

De resultaten van de pilot in Noord Kennemerland zijn nog dit jaar te verwachten. Neem voor meer informatie contact op Jacco Rempe (HZNK).

[...]

arts en oudere manSamen met de partijen uit het Bestuurlijk Akkoord Huisartsenzorg wil InEen een impuls geven aan de zorg voor kwetsbare ouderen. In heel Nederland werken zorggroepen aan het vormgeven van zorgprogramma’s voor deze groeiende groep. We geven drie zorggroepen het woord. Vorige maand was dat Diamuraal in de regio Eemland. Deze maand: Huisartsen Zorg Noord Kennemerland (HZNK).

Sinds juni 2015 experimenteert HZNK met het in elkaar vlechten van het huisartsenprogramma voor kwetsbare ouderen en de aanpak van Geriant, een grote aanbieder van dementiezorg in Noord-Holland. Het huisartsenprogramma en het programma van Geriant bestaan nu naast elkaar, waarbij de patiënten met dementie voor een belangrijk deel uit het zicht van de huisartsenpraktijk verdwijnen. Daarnaast neemt het aantal zorgverleners rondom de oudere toe. Jacco Rempe, directeur HZNK: ‘De laatste jaren zijn ook in de eerste lijn nieuwe specialismen ontstaan. Als kwetsbare oudere kun je nu naast de huisarts te maken hebben met de POH-S voor bijvoorbeeld diabetes, de verpleegkundige Ouderenzorg voor valpreventie, de wijkverpleegkundige voor thuiszorg en de casemanager van Geriant omdat je dementie hebt. En alle vier hebben ze ook coördinerende taken. Ik begrijp wel dat je als oudere zo af en toe het overzicht verliest.’

De pilot van HZNK en Geriant wordt uitgevoerd in drie huisartsenpraktijken en bestaat eruit dat de casemanager van Geriant en de verpleegkundige Ouderenzorg samen de als kwetsbaar gesignaleerde oudere bezoeken en een inventarisatie maken van wat er speelt. Rempe: ‘Het is niet de intentie dat ze dit structureel samen doen, maar we willen in de pilot vaststellen waar de overlap zit.’ Essentieel is dat elke casemanager van Geriant, net als de verpleegkundige Ouderenzorg wordt gekoppeld aan een of meer praktijken. Voorheen verwees de huisarts zijn patiënt voor diagnostiek naar Geriant en als er dementie werd vastgesteld, bleef de oudere daar. ‘We willen nu toe naar een model in de eerste lijn. De voorspelling is dat we in deze regio de komende jaren met ongeveer 75% méér 75-plussers te maken krijgen. We moeten dus opzoek naar toekomstbestendige oplossingen, waar bij we kwalitatief hoogstaande zorg en ondersteuning voor kwetsbare ouderen kunnen blijven bieden, met voldoende steun aan de eerstelijns zorgprofessionals om dit te kunnen realiseren.’

Hoewel de pilot nog niet is afgerond, valt al op dat het beter gaat met de coördinatie. Het proces rondom de oudere wordt nu helemaal vanuit de huisartsenpraktijk georganiseerd. Dat betekent dat betere afstemming mogelijk is en dat er beter zicht is op de patiëntengroep en hun behoeften. Rempe noemt als belangrijke succesfactor dat de verpleegkundigen Ouderenzorg centraal bij HZNK in dienst zijn en vandaaruit één of meer huisartspraktijken ondersteunen. De ouderenzorg krijgt zo op wijkniveau gestalte in plaats van alleen op praktijkniveau. Door het grotere volume, zowel qua werkgebied als qua inzetbare tijd, kunnen de verpleegkundigen een gedegen netwerk opbouwen in de wijk. Bovendien vult HZNK de functie zo mogelijk in met wijkverpleegkundigen die vanuit de thuiszorg worden gedetacheerd. Rempe: ‘Zo ontstaat er ook waardevolle synergie met de reguliere wijkverpleegkundigen.’

De resultaten van de pilot in Noord Kennemerland zijn nog dit jaar te verwachten. Neem voor meer informatie contact op Jacco Rempe (HZNK).

Patiëntenportaal: een ondersteuning van zelfmanagement

25 februari 2016

tablet met kalenderZorggroep de Bevelanden voert momenteel een pilot uit met een patiëntenportaal voor mensen met diabetes. Niet alleen wordt gekeken naar wat implementatie van een portaal met zich meebrengt, maar vooral naar wat de meerwaarde ervan kan zijn. Manager Maria van der Sluis: ‘Heel leuk is dat het project door de zorgverleners zelf wordt getrokken in samenwerking met de cliëntenraad.’

Een patiënttevredenheidsonderzoek zorgde in 2013 voor bewustwording, zegt Van der Sluis. Het onderzoek liet zien dat zaken als het ‘individueel behandelplan’ en de ‘persoonlijke streefwaarden’ onvoldoende bekend waren onder de patiënten. Niet helemaal duidelijk was of dit alleen een kwestie van terminologie was. Een training voor huisartsen en POH’s over zelfmanagement was de eerste stap om te komen tot een aanpak die meer duidelijkheid zou bieden aan de patiënten. Daarna werden zorgwijzers met informatie over diabetes en de zorgpas voor het bijhouden van de streefwaarden ingevoerd. Meer scholing volgde, onder andere samen met Vilans en de NDF het verdiepende traject ‘Train de trainer’ voor alle POH’s. Van der Sluis: ‘We waren al begonnen in het KIS veilig relevante gegevens van patiënten met betrokken zorgverleners uit te wisselen en echt de zorg rondom de patiënt te organiseren. Het patiëntenportaal is een volgende stap om zelfmanagement te stimuleren.’

De Bevelanden is nadrukkelijk op zoek naar meerwaarde. Van der Sluis: ‘EHealth is een beetje een hype met heel goede kanten. Onze vraag is of het ons echt brengt wat we zoeken. We zijn op zoek naar échte samenwerking tussen zorgverlener en patiënt, die voor beiden wat oplevert.’ Daarom is gekozen voor een ‘lerende’ pilot. Gaande de rit wordt het portaal naar aanleiding van de ervaringen van patiënten en zorgverleners aangepast. De projectleider van de zorggroep houdt daarvoor wekelijks contact met de vijf deelnemende praktijken én met Vital Health (de ICT-leverancier) en de SHL-groep die het datamanagement voor zijn rekening neemt.

Zo is bijvoorbeeld de mogelijkheid voor de POH om berichten te sturen aangepast. Voor patiënten zijn de labuitslagen meer inzichtelijk gemaakt en ook hebben zij nu de mogelijkheid dagelijks de glucosedagcurves insuline in te voeren. Interessant zijn de korte filmpjes gemaakt door de stichting September met informatie over diabetes. Telkens worden na afloop een paar vragen gesteld om te checken of de informatie is begrepen. De POH kan dit volgen en er zo nodig op terugkomen.

Van der Sluis: ‘Ik durf te stellen dat we tevreden zijn. Het is nog het begin van de pilot, maar de POH’s en de patiënten zijn enthousiast.’ Maar het is, zegt Van der Sluis, nog te vroeg om te kunnen aangeven wat er daadwerkelijk verandert voor zowel de POH als de patiënt. De pilot loopt nog tot juli 2016. Daarna worden aan de hand van enquêtes onder de deelnemers conclusies getrokken over de verdere uitrol.

De Cliëntenraad was vanaf het eerste moment betrokken. Van der Sluis: ‘Zij staan hier helemaal achter. Ze zijn net als wij nieuwsgierig naar wat het oplevert en of het een beweging is die we breder in de zorggroep willen inzetten. Ze waren aanwezig bij de demo’s en denken dat patiënten hiermee kunnen werken. Samen met de Cliëntenraad hebben we de patiëntenbijeenkomst georganiseerd, waar zij ook hun visie over deze ontwikkeling hebben gegeven.’

Meer informatie

  • Neem voor meer informatie over de pilot contact op met Maria van der Sluis (De Bevelanden).
  • Op donderdag 25 februari is vanaf 17 uur elk uur een reportage over het patiëntenportaal te zien bij Omroep Zeeland. Dit wordt ieder uur herhaald. De reportage kan na 25 februari teruggezien worden op de website van Omroep Zeeland.
  • Veel informatie over zelfmanagement is te vinden bij Zelfzorg Ondersteund, een krachtenbundeling waaraan ook InEen deelneemt.
[...]

tablet met kalenderZorggroep de Bevelanden voert momenteel een pilot uit met een patiëntenportaal voor mensen met diabetes. Niet alleen wordt gekeken naar wat implementatie van een portaal met zich meebrengt, maar vooral naar wat de meerwaarde ervan kan zijn. Manager Maria van der Sluis: ‘Heel leuk is dat het project door de zorgverleners zelf wordt getrokken in samenwerking met de cliëntenraad.’

Een patiënttevredenheidsonderzoek zorgde in 2013 voor bewustwording, zegt Van der Sluis. Het onderzoek liet zien dat zaken als het ‘individueel behandelplan’ en de ‘persoonlijke streefwaarden’ onvoldoende bekend waren onder de patiënten. Niet helemaal duidelijk was of dit alleen een kwestie van terminologie was. Een training voor huisartsen en POH’s over zelfmanagement was de eerste stap om te komen tot een aanpak die meer duidelijkheid zou bieden aan de patiënten. Daarna werden zorgwijzers met informatie over diabetes en de zorgpas voor het bijhouden van de streefwaarden ingevoerd. Meer scholing volgde, onder andere samen met Vilans en de NDF het verdiepende traject ‘Train de trainer’ voor alle POH’s. Van der Sluis: ‘We waren al begonnen in het KIS veilig relevante gegevens van patiënten met betrokken zorgverleners uit te wisselen en echt de zorg rondom de patiënt te organiseren. Het patiëntenportaal is een volgende stap om zelfmanagement te stimuleren.’

De Bevelanden is nadrukkelijk op zoek naar meerwaarde. Van der Sluis: ‘EHealth is een beetje een hype met heel goede kanten. Onze vraag is of het ons echt brengt wat we zoeken. We zijn op zoek naar échte samenwerking tussen zorgverlener en patiënt, die voor beiden wat oplevert.’ Daarom is gekozen voor een ‘lerende’ pilot. Gaande de rit wordt het portaal naar aanleiding van de ervaringen van patiënten en zorgverleners aangepast. De projectleider van de zorggroep houdt daarvoor wekelijks contact met de vijf deelnemende praktijken én met Vital Health (de ICT-leverancier) en de SHL-groep die het datamanagement voor zijn rekening neemt.

Zo is bijvoorbeeld de mogelijkheid voor de POH om berichten te sturen aangepast. Voor patiënten zijn de labuitslagen meer inzichtelijk gemaakt en ook hebben zij nu de mogelijkheid dagelijks de glucosedagcurves insuline in te voeren. Interessant zijn de korte filmpjes gemaakt door de stichting September met informatie over diabetes. Telkens worden na afloop een paar vragen gesteld om te checken of de informatie is begrepen. De POH kan dit volgen en er zo nodig op terugkomen.

Van der Sluis: ‘Ik durf te stellen dat we tevreden zijn. Het is nog het begin van de pilot, maar de POH’s en de patiënten zijn enthousiast.’ Maar het is, zegt Van der Sluis, nog te vroeg om te kunnen aangeven wat er daadwerkelijk verandert voor zowel de POH als de patiënt. De pilot loopt nog tot juli 2016. Daarna worden aan de hand van enquêtes onder de deelnemers conclusies getrokken over de verdere uitrol.

De Cliëntenraad was vanaf het eerste moment betrokken. Van der Sluis: ‘Zij staan hier helemaal achter. Ze zijn net als wij nieuwsgierig naar wat het oplevert en of het een beweging is die we breder in de zorggroep willen inzetten. Ze waren aanwezig bij de demo’s en denken dat patiënten hiermee kunnen werken. Samen met de Cliëntenraad hebben we de patiëntenbijeenkomst georganiseerd, waar zij ook hun visie over deze ontwikkeling hebben gegeven.’

Meer informatie

  • Neem voor meer informatie over de pilot contact op met Maria van der Sluis (De Bevelanden).
  • Op donderdag 25 februari is vanaf 17 uur elk uur een reportage over het patiëntenportaal te zien bij Omroep Zeeland. Dit wordt ieder uur herhaald. De reportage kan na 25 februari teruggezien worden op de website van Omroep Zeeland.
  • Veel informatie over zelfmanagement is te vinden bij Zelfzorg Ondersteund, een krachtenbundeling waaraan ook InEen deelneemt.

Gevraagd: input voor onderzoek mededinging eerste lijn

17 februari 2016

Afgelopen week hebben we SEO Economisch Onderzoek op bezoek gehad in verband met een onderzoek naar mededinging in de eerste lijn, dat zij uitvoeren in opdracht van VWS. Onder andere houdt SEO interviews bij tien brancheorganisaties en tien zorgaanbieders. Ze hebben ons gevraagd of we zorgaanbieders kennen bij wie een samenwerking niet van de grond kwam door de mededingingswetgeving. SEO zoekt naar:

  1. Kleine zorggroepen of gezondheidscentra die geen afspraken maken met gemeente, ziekenhuis of wijkverpleging door (angst voor) mededingingsregels.
  2. Zorggroepen die last of problemen ondervinden van mededinging bij het contracteren van onderaannemers. We horen graag wie zich hierin herkent en geïnterviewd wil worden door SEO. Aanmelden bij Margot Lenos (InEen).

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 12 februari 2016.

[...]

Afgelopen week hebben we SEO Economisch Onderzoek op bezoek gehad in verband met een onderzoek naar mededinging in de eerste lijn, dat zij uitvoeren in opdracht van VWS. Onder andere houdt SEO interviews bij tien brancheorganisaties en tien zorgaanbieders. Ze hebben ons gevraagd of we zorgaanbieders kennen bij wie een samenwerking niet van de grond kwam door de mededingingswetgeving. SEO zoekt naar:

  1. Kleine zorggroepen of gezondheidscentra die geen afspraken maken met gemeente, ziekenhuis of wijkverpleging door (angst voor) mededingingsregels.
  2. Zorggroepen die last of problemen ondervinden van mededinging bij het contracteren van onderaannemers. We horen graag wie zich hierin herkent en geïnterviewd wil worden door SEO. Aanmelden bij Margot Lenos (InEen).

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 12 februari 2016.

Oproep Diabetes Challenge

09 februari 2016

Graag attenderen we jullie op de uitnodiging van de Bas van de Goor Foundation voor Nationale Diabetes Challenge (NDC). Daarmee wil de foundation samen met zorgprofessionals Nederland in beweging brengen. Het doel voor 2016 is 16 weken met wandelbijeenkomsten op 100 locaties en 2.000 deelnemers met diabetes. Eindpunt: het NDC Festival. Met in het achterhoofd zelfmanagement en het feit dat diabetes volksziekte nummer één is, bevelen we de challenge van harte bij jullie aan. Vanaf 1 februari kunnen jullie je eigen challenge aanmelden. Meer informatie.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 5 februari 2016.

[...]

Graag attenderen we jullie op de uitnodiging van de Bas van de Goor Foundation voor Nationale Diabetes Challenge (NDC). Daarmee wil de foundation samen met zorgprofessionals Nederland in beweging brengen. Het doel voor 2016 is 16 weken met wandelbijeenkomsten op 100 locaties en 2.000 deelnemers met diabetes. Eindpunt: het NDC Festival. Met in het achterhoofd zelfmanagement en het feit dat diabetes volksziekte nummer één is, bevelen we de challenge van harte bij jullie aan. Vanaf 1 februari kunnen jullie je eigen challenge aanmelden. Meer informatie.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 5 februari 2016.

Kennissynthese onderbouwt de effectiviteit van zelfmanagement

09 februari 2016

In een gisteren verschenen onderzoeksrapport wordt voor het eerst de effectiviteit van zelfmanagement goed onderbouwd. De kennissynthese die is uitgevoerd door het Nivel, het RIVM, CBOimpact en TNO, brengt versnipperde kennis bij elkaar. Het ondersteunen van zelfmanagement leidt bij chronisch zieken tot een betere gezondheid en een kleine daling van de zorgconsumptie. Daarvoor is wel belangrijk dat zorgverleners de ondersteuning op maat aanbieden. Voor structurele inbedding van zelfmanagement in de Nederlandse zorg is verder onderzoek nodig, aldus het onderzoeksrapport, onder andere naar kosteneffectiviteit. De kennissynthese en meer informatie vinden jullie op de website van Zelfzorg Ondersteund en met vragen kunnen jullie bellen naar Arthur Eyck en Frederik Vogelzang (beiden InEen).

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 5 februari 2016.

[...]

In een gisteren verschenen onderzoeksrapport wordt voor het eerst de effectiviteit van zelfmanagement goed onderbouwd. De kennissynthese die is uitgevoerd door het Nivel, het RIVM, CBOimpact en TNO, brengt versnipperde kennis bij elkaar. Het ondersteunen van zelfmanagement leidt bij chronisch zieken tot een betere gezondheid en een kleine daling van de zorgconsumptie. Daarvoor is wel belangrijk dat zorgverleners de ondersteuning op maat aanbieden. Voor structurele inbedding van zelfmanagement in de Nederlandse zorg is verder onderzoek nodig, aldus het onderzoeksrapport, onder andere naar kosteneffectiviteit. De kennissynthese en meer informatie vinden jullie op de website van Zelfzorg Ondersteund en met vragen kunnen jullie bellen naar Arthur Eyck en Frederik Vogelzang (beiden InEen).

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 5 februari 2016.

Toetsing benchmark ketenzorg

02 februari 2016

In verband met ontwikkelingen in de uitvoering van de toetsing kwam de stuurgroep benchmark ketenzorg op 17 december vorig jaar en afgelopen dinsdag 19 januari in extra vergadering bijeen. In het weekbericht van 18 december hebben we jullie meteen geïnformeerd over hetgeen op 17 december is besproken. Een aantal punten moest nog nader worden uitgezocht. Naar aanleiding van het overleg op 19 januari geven we jullie vandaag de laatste stand van zaken. Lees verder

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 29 januari 2016.

[...]

In verband met ontwikkelingen in de uitvoering van de toetsing kwam de stuurgroep benchmark ketenzorg op 17 december vorig jaar en afgelopen dinsdag 19 januari in extra vergadering bijeen. In het weekbericht van 18 december hebben we jullie meteen geïnformeerd over hetgeen op 17 december is besproken. Een aantal punten moest nog nader worden uitgezocht. Naar aanleiding van het overleg op 19 januari geven we jullie vandaag de laatste stand van zaken. Lees verder

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 29 januari 2016.

Kennissessies Zelfzorg Ondersteund voor patiënten

25 januari 2016

Ondersteunde zelfzorg moet een vanzelfsprekend onderdeel worden van de samenwerkingsrelatie tussen chronische patiënten en de zorgverlener. Dat vindt Zelfzorg Ondersteund. Met een zogenaamde patiënten pull willen ze patiënten activeren om voorop te gaan lopen en de zorgverlener mee te nemen in hun proces. Zelfzorg Ondersteund nodigt geïnteresseerde patiënten daarom uit voor enkele kennissessies, met ook deelnamemogelijkheden voor zorgverleners en belanghebbenden in de zorg. Wellicht is het voor gezondheidscentra en zorggroepen interessant om deze uitnodiging onder de aandacht te brengen van de cliëntenraad.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 22 januari 2016.

[...]

Ondersteunde zelfzorg moet een vanzelfsprekend onderdeel worden van de samenwerkingsrelatie tussen chronische patiënten en de zorgverlener. Dat vindt Zelfzorg Ondersteund. Met een zogenaamde patiënten pull willen ze patiënten activeren om voorop te gaan lopen en de zorgverlener mee te nemen in hun proces. Zelfzorg Ondersteund nodigt geïnteresseerde patiënten daarom uit voor enkele kennissessies, met ook deelnamemogelijkheden voor zorgverleners en belanghebbenden in de zorg. Wellicht is het voor gezondheidscentra en zorggroepen interessant om deze uitnodiging onder de aandacht te brengen van de cliëntenraad.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 22 januari 2016.

Susanne Bentvelsen (Medrie): ‘Je moet keuzes maken in wat je belangrijk vindt’

17 december 2015

susanne-bentvelsenNa dertien jaar bestuurder te zijn geweest bij Bevolkingsonderzoek Oost, koos Susanne Bentvelsen voor de huisartsenzorg. ‘Ik kende de huisartsenzorg niet van binnenuit, maar het staat zo in het hart van de samenleving dat ik er graag een steentje aan wilde bijdragen.’ Op 11 mei van dit jaar begon ze bij Medrie.

‘Dit eerste halfjaar was een reis van verwondering’, zegt Bentvelsen. Ze is verrast door de grote dynamiek in de organisatie, onder meer door het samenkomen van chronische zorg en spoedzorg (‘Het ene is vooral het organiseren van netwerken en het andere vooral een logistieke operatie’). Een dynamiek die versterkt wordt door de actieve en bevlogen inzet van huisartsen, triagisten en alle anderen die bij het werk betrokken zijn.

Bentvelsen: ‘Voor 2016 is de herijking van onze missie en visie het grote onderwerp. Wat wordt onze stip op de horizon? Hoe passen we onze organisatie daarop aan?’ Naast natuurlijk, haast ze zich te zeggen, het ‘gewone’ aanbieden van spoedzorg en chronische zorg. Zo wordt in 2016 gestart met VRM-ketenzorg. Medrie, zegt Bentvelsen, startte vijf jaar geleden als een brede huisartsondersteuningsorganisatie. ‘Mijn visie, en die zal ik ook inbrengen in de discussie, is dat je uiteindelijk keuzes moet maken in wat je belangrijk vindt. Doe je dat niet, dan is álles belangrijk en kun je geen innovatieve impact hebben in de regio.’ Ze ziet het als een opdracht van Medrie echt beweging tot stand te brengen en wezenlijk invloed te hebben op de toekomstige ontwikkeling van de eerstelijnszorg in de regio.

De eerste dialoogdagen staan al gepland. Bentvelsen: ‘Ik heb Medrie leren kennen als een innovatieve en vooruitstrevende organsatie met huisartsen die steeds op zoek zijn naar verbetering en vernieuwing.’ Bovendien trof ze een cultuur met veel ruimte voor discussie. ‘Mensen haken niet af als ze het ergens niet mee eens zijn, maar gaan juist de discussie aan. Medrie is een organisatie waarin de invloed van huisartsen goed is geborgd. Mijn voorgangster heeft in de afgelopen vijf jaar een stevig fundament gelegd. Men vindt die gezamenlijkheid belangrijk en die kracht van het collectief gaat ons volgend jaar bij het zetten van een nieuwe stip op de horizon heel erg helpen.’ Een onderwerp dat zeker op de agenda komt te staan is het ontwikkelen van een informatiebeleid voor dataverzameling en eHealth. ‘Ik ziet het als een taak van Medrie om huisartsen te helpen daarmee vertrouwd te raken.’

Wat InEen betreft stelt Bentvelsen vast dat de vereniging nog volop bezig is met de zoektocht naar hoe de verschillende ledengroepen van InEen elkaar kunnen versterken: ‘Soms mis ik wel eens de aansluiting.’ Wel heel blij is ze met bijvoorbeeld de kennisuitwisseling op de Tweedaagse of de discussies over de toekomst van de spoedzorg. Bentvelsen: ‘Dat zijn inspirerende initiatieven die je het gevoel geven echt te kunnen bijdragen aan belangrijke vraagstukken en ontwikkelingen. Dat is de verwachting die ik heb van InEen: voeding geven, trends signaleren, inspireren.’

[...]

susanne-bentvelsenNa dertien jaar bestuurder te zijn geweest bij Bevolkingsonderzoek Oost, koos Susanne Bentvelsen voor de huisartsenzorg. ‘Ik kende de huisartsenzorg niet van binnenuit, maar het staat zo in het hart van de samenleving dat ik er graag een steentje aan wilde bijdragen.’ Op 11 mei van dit jaar begon ze bij Medrie.

‘Dit eerste halfjaar was een reis van verwondering’, zegt Bentvelsen. Ze is verrast door de grote dynamiek in de organisatie, onder meer door het samenkomen van chronische zorg en spoedzorg (‘Het ene is vooral het organiseren van netwerken en het andere vooral een logistieke operatie’). Een dynamiek die versterkt wordt door de actieve en bevlogen inzet van huisartsen, triagisten en alle anderen die bij het werk betrokken zijn.

Bentvelsen: ‘Voor 2016 is de herijking van onze missie en visie het grote onderwerp. Wat wordt onze stip op de horizon? Hoe passen we onze organisatie daarop aan?’ Naast natuurlijk, haast ze zich te zeggen, het ‘gewone’ aanbieden van spoedzorg en chronische zorg. Zo wordt in 2016 gestart met VRM-ketenzorg. Medrie, zegt Bentvelsen, startte vijf jaar geleden als een brede huisartsondersteuningsorganisatie. ‘Mijn visie, en die zal ik ook inbrengen in de discussie, is dat je uiteindelijk keuzes moet maken in wat je belangrijk vindt. Doe je dat niet, dan is álles belangrijk en kun je geen innovatieve impact hebben in de regio.’ Ze ziet het als een opdracht van Medrie echt beweging tot stand te brengen en wezenlijk invloed te hebben op de toekomstige ontwikkeling van de eerstelijnszorg in de regio.

De eerste dialoogdagen staan al gepland. Bentvelsen: ‘Ik heb Medrie leren kennen als een innovatieve en vooruitstrevende organsatie met huisartsen die steeds op zoek zijn naar verbetering en vernieuwing.’ Bovendien trof ze een cultuur met veel ruimte voor discussie. ‘Mensen haken niet af als ze het ergens niet mee eens zijn, maar gaan juist de discussie aan. Medrie is een organisatie waarin de invloed van huisartsen goed is geborgd. Mijn voorgangster heeft in de afgelopen vijf jaar een stevig fundament gelegd. Men vindt die gezamenlijkheid belangrijk en die kracht van het collectief gaat ons volgend jaar bij het zetten van een nieuwe stip op de horizon heel erg helpen.’ Een onderwerp dat zeker op de agenda komt te staan is het ontwikkelen van een informatiebeleid voor dataverzameling en eHealth. ‘Ik ziet het als een taak van Medrie om huisartsen te helpen daarmee vertrouwd te raken.’

Wat InEen betreft stelt Bentvelsen vast dat de vereniging nog volop bezig is met de zoektocht naar hoe de verschillende ledengroepen van InEen elkaar kunnen versterken: ‘Soms mis ik wel eens de aansluiting.’ Wel heel blij is ze met bijvoorbeeld de kennisuitwisseling op de Tweedaagse of de discussies over de toekomst van de spoedzorg. Bentvelsen: ‘Dat zijn inspirerende initiatieven die je het gevoel geven echt te kunnen bijdragen aan belangrijke vraagstukken en ontwikkelingen. Dat is de verwachting die ik heb van InEen: voeding geven, trends signaleren, inspireren.’

Belangrijk: tijdig aanmelden voor toetsing!

15 december 2015

De afgelopen tijd hebben we jullie via het weekbericht geïnformeerd over de aanmelding voor toetsing bij Insights. Om het werk tot 1 april 2016 goed te kunnen plannen is het belangrijk dat Insights een duidelijk overzicht heeft van het aantal zorggroepen en gezondheidscentra dat zich wil laten toetsen. Zorggroepen en gezondheidscentra die zijn aangesloten bij een gecertificeerd RDC (Kenniscentrum Ketenzorg, Meetpunt Kwaliteit en SHL) of bij een RDC dat momenteel wordt gecertificeerd (IPCI, INZO en Proigia) hoeven zich niet zelf aan te melden. De overige zorggroepen raden we aan zich zo spoedig mogelijk aan te melden wanneer dat nog niet is gedaan. Voor gezondheidscentra geldt dat deelname aan de toetsing niet altijd een vereiste is. We raden gezondheidscentra aan dit na te vragen bij hun preferente zorgverzekeraar voordat zij zich aanmelden voor de toetsing. Meer informatie over het toetsinstrument vinden jullie op onze website (zorg dat je bent ingelogd).

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 11 december 2015.

[...]

De afgelopen tijd hebben we jullie via het weekbericht geïnformeerd over de aanmelding voor toetsing bij Insights. Om het werk tot 1 april 2016 goed te kunnen plannen is het belangrijk dat Insights een duidelijk overzicht heeft van het aantal zorggroepen en gezondheidscentra dat zich wil laten toetsen. Zorggroepen en gezondheidscentra die zijn aangesloten bij een gecertificeerd RDC (Kenniscentrum Ketenzorg, Meetpunt Kwaliteit en SHL) of bij een RDC dat momenteel wordt gecertificeerd (IPCI, INZO en Proigia) hoeven zich niet zelf aan te melden. De overige zorggroepen raden we aan zich zo spoedig mogelijk aan te melden wanneer dat nog niet is gedaan. Voor gezondheidscentra geldt dat deelname aan de toetsing niet altijd een vereiste is. We raden gezondheidscentra aan dit na te vragen bij hun preferente zorgverzekeraar voordat zij zich aanmelden voor de toetsing. Meer informatie over het toetsinstrument vinden jullie op onze website (zorg dat je bent ingelogd).

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 11 december 2015.

Nieuwe Toekomstagenda GGZ

02 december 2015

In de vernieuwing van de GGZ in Nederland is vandaag een grote en belangrijke stap gezet door aanbieding van de ‘Agenda voor transparantie en gepast gebruik‘ aan minister Schippers. Kern van de Agenda is het vroeger signaleren van psychische klachten, gezamenlijke besluitvorming tussen patiënt en professional over de behandeling, meer zorg op maat en goede keuze-informatie voor mensen die psychische zorg nodig hebben. De agenda is opgesteld door het Landelijk Platform GGz (cliëntenorganisatie), de landelijke beroeps- en brancheorganisaties in de GGZ, V&VN, LHV en InEen als vervolg op het Bestuurlijk Akkoord GGZ. Drie belangrijke speerpunten van InEen hebben een plek gekregen in de toekomstagenda:

  • De mogelijkheden om te experimenteren met samenwerking tussen de huisartsen en de generalistische basis GGZ.
  • Aandacht voor samenwerking tussen huisartsenposten en crisisdiensten in de GGZ tijdens ANW-uren.
  • Het benutten van de mogelijkheden voor e-mental health in de GGZ.

De komende tijd zullen we er voor zorgen dat deze punten worden opgepakt en uitgewerkt. Meer informatie in de achtergrondnotitie bij de Agenda GGZ.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

In de vernieuwing van de GGZ in Nederland is vandaag een grote en belangrijke stap gezet door aanbieding van de ‘Agenda voor transparantie en gepast gebruik‘ aan minister Schippers. Kern van de Agenda is het vroeger signaleren van psychische klachten, gezamenlijke besluitvorming tussen patiënt en professional over de behandeling, meer zorg op maat en goede keuze-informatie voor mensen die psychische zorg nodig hebben. De agenda is opgesteld door het Landelijk Platform GGz (cliëntenorganisatie), de landelijke beroeps- en brancheorganisaties in de GGZ, V&VN, LHV en InEen als vervolg op het Bestuurlijk Akkoord GGZ. Drie belangrijke speerpunten van InEen hebben een plek gekregen in de toekomstagenda:

  • De mogelijkheden om te experimenteren met samenwerking tussen de huisartsen en de generalistische basis GGZ.
  • Aandacht voor samenwerking tussen huisartsenposten en crisisdiensten in de GGZ tijdens ANW-uren.
  • Het benutten van de mogelijkheden voor e-mental health in de GGZ.

De komende tijd zullen we er voor zorgen dat deze punten worden opgepakt en uitgewerkt. Meer informatie in de achtergrondnotitie bij de Agenda GGZ.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

'Hoe gezond bent u? Check het op de gezondheidsmarkt'

26 november 2015

gezondheidsmarktIn de missie van Zorgroep Katwijk, waarin huisartsen, apothekers, diëtisten, fysiotherapeuten en praktijkondersteuners GGZ samenwerken, staat nadrukkelijk ook ‘gezondheidsbevordering’. In dat kader organiseerde de zorggroep onder het motto ‘Hoe gezond bent u? Check het op de gezondheidsmarkt’ op zaterdag 31 oktober een informatiemarkt.

De bezoekers van de Katwijkse gezondheidsmarkt kregen op allerlei manieren de kans hun gezondheid te testen en meer over chronische ziekten te weten te komen. De markt combineerde brede voorlichting met laagdrempelige metingen zoals onder andere het bepalen van gewicht en vetpercentage, het meten van bloedglucose, bloeddruk, longfunctie en een conditietest. Het was mogelijk om kennis te maken met Mijngezondheid.net en een prijsvraag zette bezoekers aan het denken: hoe lang moet ik bewegen om een gevulde koek te verteren? Hoeveel zout zit er in deze maaltijd? Directeur Philip de Roos: ‘Patiënten moeten leren het ownership van hun ziekte op te pakken. Het is erg van belang dat mensen zich bewust zijn van wat ze kunnen doen om zichzelf een betere kwaliteit van leven te geven.’

De markt was ingedeeld rond de zorgprogramma’s. Gekoppeld daaraan gaven lokale vertegenwoordigers van landelijke patiëntenverenigingen – de Diabetesvereniging, het Longfonds, de Hart & Vaatgroep – acte de présence met voorlichtingsmateriaal en ervaringsdeskundigheid. ‘Nadrukkelijk hebben we met de markt ook invulling willen geven aan onze relatie met de gemeente’, zegt De Roos. ‘We vinden het belangrijk om de relatie te leggen tussen gezondheid en sociaal maatschappelijke factoren. Vanuit de welzijnsorganisatie was er informatie over beweegprogramma’s, maar ook zaken als eenzaamheidsproblemen, mantelzorgondersteuning en schuldhulpverlening.’ Ook de praktijkondersteuners GGZ waren daarom aanwezig. In Katwijk zijn zij in dienst van de zorggroep; de markt gaf hen de kans zichzelf te presenteren.

Afgaande op de intensiteit waarmee de bezoekers de marktkramen bezochten en gebruik maakten van de metingen, waren zij zeer tevreden over het aanbod. De Roos: ‘We hebben besproken dat we het een volgende keer nog breder maken samen met andere partijen, zoals bijvoorbeeld de gemeente de wijkverpleging en de thuiszorg en iets groter aanpakken, zodat we meer bezoekers trekken. Wel hebben we gemerkt dat niet iedereen de zorggroep goed kan plaatsen. Daar hebben we nog wel wat missionariswerk te doen.’

Tot slot: ‘Door de gezamenlijke voorbereiding hebben onze praktijkondersteuners, diëtisten, apothekers, fysiotherapeuten en huisartsen elkaar eens op een andere manier leren kennen. De zorgmarkt heeft daardoor ook onverwacht veel voor de teamspirit gedaan!’

[...]

gezondheidsmarktIn de missie van Zorgroep Katwijk, waarin huisartsen, apothekers, diëtisten, fysiotherapeuten en praktijkondersteuners GGZ samenwerken, staat nadrukkelijk ook ‘gezondheidsbevordering’. In dat kader organiseerde de zorggroep onder het motto ‘Hoe gezond bent u? Check het op de gezondheidsmarkt’ op zaterdag 31 oktober een informatiemarkt.

De bezoekers van de Katwijkse gezondheidsmarkt kregen op allerlei manieren de kans hun gezondheid te testen en meer over chronische ziekten te weten te komen. De markt combineerde brede voorlichting met laagdrempelige metingen zoals onder andere het bepalen van gewicht en vetpercentage, het meten van bloedglucose, bloeddruk, longfunctie en een conditietest. Het was mogelijk om kennis te maken met Mijngezondheid.net en een prijsvraag zette bezoekers aan het denken: hoe lang moet ik bewegen om een gevulde koek te verteren? Hoeveel zout zit er in deze maaltijd? Directeur Philip de Roos: ‘Patiënten moeten leren het ownership van hun ziekte op te pakken. Het is erg van belang dat mensen zich bewust zijn van wat ze kunnen doen om zichzelf een betere kwaliteit van leven te geven.’

De markt was ingedeeld rond de zorgprogramma’s. Gekoppeld daaraan gaven lokale vertegenwoordigers van landelijke patiëntenverenigingen – de Diabetesvereniging, het Longfonds, de Hart & Vaatgroep – acte de présence met voorlichtingsmateriaal en ervaringsdeskundigheid. ‘Nadrukkelijk hebben we met de markt ook invulling willen geven aan onze relatie met de gemeente’, zegt De Roos. ‘We vinden het belangrijk om de relatie te leggen tussen gezondheid en sociaal maatschappelijke factoren. Vanuit de welzijnsorganisatie was er informatie over beweegprogramma’s, maar ook zaken als eenzaamheidsproblemen, mantelzorgondersteuning en schuldhulpverlening.’ Ook de praktijkondersteuners GGZ waren daarom aanwezig. In Katwijk zijn zij in dienst van de zorggroep; de markt gaf hen de kans zichzelf te presenteren.

Afgaande op de intensiteit waarmee de bezoekers de marktkramen bezochten en gebruik maakten van de metingen, waren zij zeer tevreden over het aanbod. De Roos: ‘We hebben besproken dat we het een volgende keer nog breder maken samen met andere partijen, zoals bijvoorbeeld de gemeente de wijkverpleging en de thuiszorg en iets groter aanpakken, zodat we meer bezoekers trekken. Wel hebben we gemerkt dat niet iedereen de zorggroep goed kan plaatsen. Daar hebben we nog wel wat missionariswerk te doen.’

Tot slot: ‘Door de gezamenlijke voorbereiding hebben onze praktijkondersteuners, diëtisten, apothekers, fysiotherapeuten en huisartsen elkaar eens op een andere manier leren kennen. De zorgmarkt heeft daardoor ook onverwacht veel voor de teamspirit gedaan!’

SeMaS: inzicht in zelfmanagementcompetenties van patiënt

26 november 2015

semasIn welke mate is een patiënt in staat om met succes zelfmanagement op te pakken? Met het Self Management Screeningsinstrument (SeMaS) – ontwikkeld door IQ healthcare, zorggroep DOH, Philips Research en Doen en blijven doen – kan op deze vraag een genuanceerd antwoord worden gegeven, op maat van de patiënt. SeMaS is daarmee een waardevolle steun bij het leveren van persoonsgerichte zorg. Op 15 december delen DOH en Vilans op een symposium de ervaringen met de implementatie van SeMaS en de resultaten van een effectstudie. Aanmelden is nog mogelijk.

SeMaS is een digitale vragenlijst die de patiënt zelf invult. Het resultaat is een profiel aan de hand waarvan patiënt en praktijkondersteuner samen het vervolgbeleid bespreken. Het profiel laat zien waar voor de patiënt de kansen en belemmeringen liggen voor succesvol zelfmanagement. Vaak voelt de praktijkondersteuner van tevoren wel aan of zelfmanagement een kans van slagen heeft, maar het was moeilijk om dit concreet te onderbouwen. Met SeMaS is er nu een methode. Het is bovendien een generiek instrument, zegt Nathalie Eikelenboom, projectleider bij DOH. ‘Dus niet ziekte-specifiek, daar bestaan al meer instrumenten voor. De praktijkondersteuner ziet mensen met diverse chronische aandoeningen, daarom wilden we één instrument dat op al die aandoeningen van toepassing is’.

Tien minuten
SeMaS bestaat uit 26 vragen verdeeld over tien domeinen (zie tekening). Zeven daarvan betreffen de kans van slagen en drie domeinen geven inzicht in de vorm van ondersteuning die voor deze patiënt het best geschikt is. Het invullen van de lijst duurt tien minuten.

Figuur: Voorbeeld van een SeMaS-profiel: Hoe groter de cirkels hoe beter de patiënt in staat is. Er is een training die de praktijkondersteuner helpt bij de interpretatie.

Structuur
Na de ontwikkeling is het instrument in 2013 in de helft van de zestien DOH-praktijken ingezet en is een effectstudie gedaan. Eikelenboom: ‘We zien nog geen direct effect op de patiëntenactivatie en ook niet op de leefstijl van patiënten. Maar wél zien we dat de domeinen uit SeMaS vaker aan de orde komen in de gesprekken met patiënten. Patiënten waarbij het instrument is toegepast hebben vaker een individueel zorgplan en verrichten ook vaker thuismetingen’. Kortom, waar zelfmanagement wordt toegepast, komt het beter uit de verf. ‘Juist omdat het gesprek uitgaat van antwoorden die de patiënt zélf heeft gegeven, kan SeMaS het gesprek met de patiënt goed ondersteunen’, aldus Eikelenboom. ‘We zien ook dat de praktijkondersteuner zich bewuster wordt van haar rol. Bij patiënten zonder SeMaS worden onderwerpen ook makkelijker aan de orde gesteld.’ Het laatste jaar is SeMaS geïmplementeerd in alle DOH-praktijken, in samenwerking met Vilans en trainster Petra Wopereis. Met videofeedbacksessies zijn de praktijkondersteuners getraind in de toepassing.

SeMaS hoeft niet altijd te worden gebruikt. Eikelenboom: ‘Het werkt het beste als de praktijkondersteuner zelf bepaalt wanneer wel of niet. Dat blijkt vooral te zijn bij patiënten waarmee je niet verder komt of bij nieuwe patiënten, bijvoorbeeld als je twijfelt en sneller inzicht wilt krijgen in hoe iemand met zijn aandoening omgaat.’

Symposium
DOH en Vilans organiseren voor collega-zorggroepen op 15 december 2015 een symposium in Eindhoven. Daar worden de resultaten van de effectstudie gepresenteerd en kunnen vragen worden gesteld aan gebruikers van SeMaS. Aanmelden is mogelijk tot 8 december.

[...]

semasIn welke mate is een patiënt in staat om met succes zelfmanagement op te pakken? Met het Self Management Screeningsinstrument (SeMaS) – ontwikkeld door IQ healthcare, zorggroep DOH, Philips Research en Doen en blijven doen – kan op deze vraag een genuanceerd antwoord worden gegeven, op maat van de patiënt. SeMaS is daarmee een waardevolle steun bij het leveren van persoonsgerichte zorg. Op 15 december delen DOH en Vilans op een symposium de ervaringen met de implementatie van SeMaS en de resultaten van een effectstudie. Aanmelden is nog mogelijk.

SeMaS is een digitale vragenlijst die de patiënt zelf invult. Het resultaat is een profiel aan de hand waarvan patiënt en praktijkondersteuner samen het vervolgbeleid bespreken. Het profiel laat zien waar voor de patiënt de kansen en belemmeringen liggen voor succesvol zelfmanagement. Vaak voelt de praktijkondersteuner van tevoren wel aan of zelfmanagement een kans van slagen heeft, maar het was moeilijk om dit concreet te onderbouwen. Met SeMaS is er nu een methode. Het is bovendien een generiek instrument, zegt Nathalie Eikelenboom, projectleider bij DOH. ‘Dus niet ziekte-specifiek, daar bestaan al meer instrumenten voor. De praktijkondersteuner ziet mensen met diverse chronische aandoeningen, daarom wilden we één instrument dat op al die aandoeningen van toepassing is’.

Tien minuten
SeMaS bestaat uit 26 vragen verdeeld over tien domeinen (zie tekening). Zeven daarvan betreffen de kans van slagen en drie domeinen geven inzicht in de vorm van ondersteuning die voor deze patiënt het best geschikt is. Het invullen van de lijst duurt tien minuten.

Figuur: Voorbeeld van een SeMaS-profiel: Hoe groter de cirkels hoe beter de patiënt in staat is. Er is een training die de praktijkondersteuner helpt bij de interpretatie.

Structuur
Na de ontwikkeling is het instrument in 2013 in de helft van de zestien DOH-praktijken ingezet en is een effectstudie gedaan. Eikelenboom: ‘We zien nog geen direct effect op de patiëntenactivatie en ook niet op de leefstijl van patiënten. Maar wél zien we dat de domeinen uit SeMaS vaker aan de orde komen in de gesprekken met patiënten. Patiënten waarbij het instrument is toegepast hebben vaker een individueel zorgplan en verrichten ook vaker thuismetingen’. Kortom, waar zelfmanagement wordt toegepast, komt het beter uit de verf. ‘Juist omdat het gesprek uitgaat van antwoorden die de patiënt zélf heeft gegeven, kan SeMaS het gesprek met de patiënt goed ondersteunen’, aldus Eikelenboom. ‘We zien ook dat de praktijkondersteuner zich bewuster wordt van haar rol. Bij patiënten zonder SeMaS worden onderwerpen ook makkelijker aan de orde gesteld.’ Het laatste jaar is SeMaS geïmplementeerd in alle DOH-praktijken, in samenwerking met Vilans en trainster Petra Wopereis. Met videofeedbacksessies zijn de praktijkondersteuners getraind in de toepassing.

SeMaS hoeft niet altijd te worden gebruikt. Eikelenboom: ‘Het werkt het beste als de praktijkondersteuner zelf bepaalt wanneer wel of niet. Dat blijkt vooral te zijn bij patiënten waarmee je niet verder komt of bij nieuwe patiënten, bijvoorbeeld als je twijfelt en sneller inzicht wilt krijgen in hoe iemand met zijn aandoening omgaat.’

Symposium
DOH en Vilans organiseren voor collega-zorggroepen op 15 december 2015 een symposium in Eindhoven. Daar worden de resultaten van de effectstudie gepresenteerd en kunnen vragen worden gesteld aan gebruikers van SeMaS. Aanmelden is mogelijk tot 8 december.

BTW-vrijstelling

18 november 2015

In de Tweede Kamer is woensdag gesproken over het Pakket Belastingplan 2016. Door pvdA-Kamerlid Grot en VVD-kamerlid Nepperus is een amendement ingediend dat beoogt samenwerkende huisartsen vrij te stellen van BTW. Er wordt 30 miljoen vrij gespeeld dat wordt gebruikt om btw-vrijstelling in te voeren voor coördinerende werkzaamheden van (zogenoemde eerstelijns-) zorggroepen en geboortezorgcentra. Staatssecretaris Wiebes heeft gezegd dat de invoering per 1-1-2016 kan plaatsvinden en laat het oordeel aan de Kamer over. Het amendement kan rekenen op een meerderheid in de Tweede Kamer. Zeer goed nieuws dus waarbij we nog wel heel even een kleine slag om de arm moeten houden want er wordt pas a.s. dinsdag gestemd maar gezien de meerderheid in de Kamer lijkt het niet meer mis te kunnen gaan.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

In de Tweede Kamer is woensdag gesproken over het Pakket Belastingplan 2016. Door pvdA-Kamerlid Grot en VVD-kamerlid Nepperus is een amendement ingediend dat beoogt samenwerkende huisartsen vrij te stellen van BTW. Er wordt 30 miljoen vrij gespeeld dat wordt gebruikt om btw-vrijstelling in te voeren voor coördinerende werkzaamheden van (zogenoemde eerstelijns-) zorggroepen en geboortezorgcentra. Staatssecretaris Wiebes heeft gezegd dat de invoering per 1-1-2016 kan plaatsvinden en laat het oordeel aan de Kamer over. Het amendement kan rekenen op een meerderheid in de Tweede Kamer. Zeer goed nieuws dus waarbij we nog wel heel even een kleine slag om de arm moeten houden want er wordt pas a.s. dinsdag gestemd maar gezien de meerderheid in de Kamer lijkt het niet meer mis te kunnen gaan.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Btw

10 november 2015

De btw-perikelen lopen nog steeds door. Daarom wijzen we jullie er nog een keer op vooral bezwaar te maken als de Belastingdienst jullie btw-plichtig stelt. Gebruik daarvoor de (geactualiseerde) voorbeeldbrief. Overigens plaatste Medisch Contact eind oktober een lezenswaardig artikel over btw: ‘Zorggroepen in de knel door btw’. Ook het hoofdredactioneel commentaar haakte hierop in en legde een verband met Het Roer Moet Om en het streven naar minder bureaucratie in de zorg.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht. 

[...]

De btw-perikelen lopen nog steeds door. Daarom wijzen we jullie er nog een keer op vooral bezwaar te maken als de Belastingdienst jullie btw-plichtig stelt. Gebruik daarvoor de (geactualiseerde) voorbeeldbrief. Overigens plaatste Medisch Contact eind oktober een lezenswaardig artikel over btw: ‘Zorggroepen in de knel door btw’. Ook het hoofdredactioneel commentaar haakte hierop in en legde een verband met Het Roer Moet Om en het streven naar minder bureaucratie in de zorg.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht. 

Tarieven financiering rapportage benchmark ketenzorg 2016

04 november 2015

Sinds 2010 voeren we de benchmark ketenzorg uit en publiceren we jaarlijks een rapportage. Tot en met 2015 waren zorgverzekeraars bereid de kosten hiervan centraal via Zorgverzekeraars Nederland (ZN) voor hun rekening te nemen. ZN heeft ons echter laten weten dat deze jaarlijkse subsidie per 1 januari 2016 komt te vervallen. Verzekeraars hechten wel aan de benchmark maar willen dat de kosten ervan via de reguliere bekostiging (tarieven ketenzorg) gaan lopen. Wij adviseren je dan ook de kosten voor de benchmark mee te nemen in de tariefberekening voor 2016. Vanaf 1 januari 2016 brengt InEen de kosten ten laste van de deelnemers. Inmiddels is besloten dat we deze kosten opnemen in de contributie voor 2016. Voor de hoogte van de tarieven 2016 wordt een onderscheid aangebracht naar de grootte van de zorggroep en is er een verschil in tarief voor leden en niet-leden:
ec41554d-f0f6-444f-8864-dd3fe9b68c87

[...]

Sinds 2010 voeren we de benchmark ketenzorg uit en publiceren we jaarlijks een rapportage. Tot en met 2015 waren zorgverzekeraars bereid de kosten hiervan centraal via Zorgverzekeraars Nederland (ZN) voor hun rekening te nemen. ZN heeft ons echter laten weten dat deze jaarlijkse subsidie per 1 januari 2016 komt te vervallen. Verzekeraars hechten wel aan de benchmark maar willen dat de kosten ervan via de reguliere bekostiging (tarieven ketenzorg) gaan lopen. Wij adviseren je dan ook de kosten voor de benchmark mee te nemen in de tariefberekening voor 2016. Vanaf 1 januari 2016 brengt InEen de kosten ten laste van de deelnemers. Inmiddels is besloten dat we deze kosten opnemen in de contributie voor 2016. Voor de hoogte van de tarieven 2016 wordt een onderscheid aangebracht naar de grootte van de zorggroep en is er een verschil in tarief voor leden en niet-leden:
ec41554d-f0f6-444f-8864-dd3fe9b68c87

Ketenzorg Diabetes: van confectie naar maatwerk

29 oktober 2015

maatwerkBegin oktober organiseerde InEen samen met de Nederlandse Diabetes Federatie (NDF) een symposium rond de vraag: ‘Hoe realiseren we een efficiënte aanpak die leidt tot de beste kwaliteit van zorg in de eerstelijns diabeteszorg?’ Jan Frans Mutsaerts, huisarts en bestuurslid van InEen, geeft een korte terugblik.

‘Er is de afgelopen jaren een enorme verbetering in de Nederlandse diabeteszorg tot stand gebracht. En nu zijn we toe aan de volgende fase.’ Het is met name deze boodschap, zegt Mutsaerts, die InEen op het symposium wilde uitdragen. Arnold Romeijnders, directeur van POZOB, liet aan de hand van landelijke benchmark ketenzorg zien dat de Nederlandse diabeet beter ingesteld en gezonder is dan 10 jaar geleden. En de uitkomsten verbeteren nog steeds. Ook het promotieonderzoek van Marjo Campmans, naar het kwaliteitsbeleid van zorggroepen, onderschrijft de grote verdiensten van de programmatische ketenzorg.

Mutsaerts: ‘We staan nu voor de vraag hoe we de komende jaren een verdiepingsslag kunnen bereiken. Tijdens het symposium vielen me twee dingen op. Ten eerste de enorm positieve houding bij alle aanwezigen, de grote motivatie om een volgende stap te zetten. En ten tweede de eensgezindheid. We zijn het in grote lijnen met elkaar eens over de richting die we op moeten.’ De verdiepingsslag die volgens het symposium – waar alle belangrijke stakeholders uit het diabetesveld vertegenwoordigd waren – bereikt moet worden, is de stap van een programmatische aanpak naar een persoonsgerichte aanpak. ‘We hebben jaren als het ware alle diabeten over één kam geschoren in een heel strakke aanpak. Daarbij is een grote verbetering tot stand gekomen. De komende jaren gaan we prioriteit geven aan de individualisering van de diabeteszorg. We gaan, zegt ook Guy Rutten, hoogleraar diabetologie, van jaarcontrole naar jaargesprek. We vinken niet meer alleen de uitkomsten aan, maar gaan het gesprek aan met de patiënt: hoe gaan we dit in uw specifieke geval oppakken?’

Vanuit InEen wordt deze volgend stap van confectie naar maatwerk van harte onderschreven. Mutsaerts: ‘We gaan zeker verdere bijeenkomsten organiseren over dit onderwerp en naar onze leden een faciliterende rol spelen. InEen heeft een belangrijke platformfunctie. Het is belangrijk dat onze leden gebruik kunnen maken van elkaars kennis en kunde.’

Er wordt een uitgebreider artikel voor De Eerstelijns voorbereid.

[...]

maatwerkBegin oktober organiseerde InEen samen met de Nederlandse Diabetes Federatie (NDF) een symposium rond de vraag: ‘Hoe realiseren we een efficiënte aanpak die leidt tot de beste kwaliteit van zorg in de eerstelijns diabeteszorg?’ Jan Frans Mutsaerts, huisarts en bestuurslid van InEen, geeft een korte terugblik.

‘Er is de afgelopen jaren een enorme verbetering in de Nederlandse diabeteszorg tot stand gebracht. En nu zijn we toe aan de volgende fase.’ Het is met name deze boodschap, zegt Mutsaerts, die InEen op het symposium wilde uitdragen. Arnold Romeijnders, directeur van POZOB, liet aan de hand van landelijke benchmark ketenzorg zien dat de Nederlandse diabeet beter ingesteld en gezonder is dan 10 jaar geleden. En de uitkomsten verbeteren nog steeds. Ook het promotieonderzoek van Marjo Campmans, naar het kwaliteitsbeleid van zorggroepen, onderschrijft de grote verdiensten van de programmatische ketenzorg.

Mutsaerts: ‘We staan nu voor de vraag hoe we de komende jaren een verdiepingsslag kunnen bereiken. Tijdens het symposium vielen me twee dingen op. Ten eerste de enorm positieve houding bij alle aanwezigen, de grote motivatie om een volgende stap te zetten. En ten tweede de eensgezindheid. We zijn het in grote lijnen met elkaar eens over de richting die we op moeten.’ De verdiepingsslag die volgens het symposium – waar alle belangrijke stakeholders uit het diabetesveld vertegenwoordigd waren – bereikt moet worden, is de stap van een programmatische aanpak naar een persoonsgerichte aanpak. ‘We hebben jaren als het ware alle diabeten over één kam geschoren in een heel strakke aanpak. Daarbij is een grote verbetering tot stand gekomen. De komende jaren gaan we prioriteit geven aan de individualisering van de diabeteszorg. We gaan, zegt ook Guy Rutten, hoogleraar diabetologie, van jaarcontrole naar jaargesprek. We vinken niet meer alleen de uitkomsten aan, maar gaan het gesprek aan met de patiënt: hoe gaan we dit in uw specifieke geval oppakken?’

Vanuit InEen wordt deze volgend stap van confectie naar maatwerk van harte onderschreven. Mutsaerts: ‘We gaan zeker verdere bijeenkomsten organiseren over dit onderwerp en naar onze leden een faciliterende rol spelen. InEen heeft een belangrijke platformfunctie. Het is belangrijk dat onze leden gebruik kunnen maken van elkaars kennis en kunde.’

Er wordt een uitgebreider artikel voor De Eerstelijns voorbereid.

Ketenzorg GGZ: persoonlijke benadering is belangrijk

29 oktober 2015

persoonlijkAls gevolg van de transitie in de GGZ, heeft de huisarts een spilrol gekregen in de GGZ-zorg. Veel zorggroepen werken momenteel aan de implementatie van deze nieuwe rol. Zo nam de zorggroep West Brabant het voortouw bij de ontwikkeling van een programma voor GGZ. InEen sprak uitgebreid met projectleider Vivian van Raaij over het in West-Brabant gevolgde proces: ‘Wat goed gaat is dat in deze regio alle partners in de GGZ-zorg willen samenwerken.’

In de regio West-Brabant bestond in 2013 al een breed en goed functionerend GGZ-afstemmingsoverleg. In dit overleg ontstond de behoefte – en met het oog op de naderende transitie ook de noodzaak – om een stap verder te gaan en tot structurele samenwerkingsafspraken te komen. De zorggroep West Brabant besloot de regie naar zich toe te trekken.

Opzet van het project
Gekozen werd voor een kerngroep met dezelfde organisaties als het afstemmingsoverleg: een grote GGZ-aanbieder, een afvaardiging psychologen uit de regio, het maatschappelijk werk, een organisatie voor verslavingszorg, het regionale ziekenhuis en de zorggroep. Vanuit deze kerngroep werkten drie werkgroepen inhoudelijke thema’s uit: 1. Terugverwijzen en d0orverwijzen, 2. E-health en zelfmanagement 3. Samenwerking in het sociale domein beschreven in een regioplan. Tegelijkertijd werd het keteninformatiesysteem (KIS) uitgebreid met een module GGZ. Tot besluit van het project is een pilot ingericht om de resultaten uit de werkgroepen te toetsen. De financiering van het project gebeurde door VEZN (Versterking Eerstelijn Zuid Nederland, een samenwerking tussen CZ en VGZ).

Het programma ketenzorg in West Brabant omvat de volgende aspecten (sommige onderdelen zijn nog in ontwikkeling):

  • Verwijsafspraken en MDO-structuur
  • Afspraken over scholing en intervisie
  • Afspraken over collegiale consultatie
  • GGZ-module in het keteninformatiesysteem (KIS)
  • Digitale screener
  • Sociale kaart van de regio
  • Patiëntenprofiel e-health
  • Kwaliteitsprofiel POH GGZ

Inmiddels is het project formeel afgesloten. Van Raaij: ‘Wat heel goed gaat is dat in deze regio alle partners in de GGZ-zorg willen samenwerken en dat ook doen. Het project is formeel afgelopen en er ligt een structuur die we nu helemaal (digitaal) gaan uitwerken.’ De afspraken houden in dat de huisarts per patiënt bekijkt waar deze thuishoort: in de praktijk bij de POH GGZ, in de basis-GGZ of in de specialistische GGZ. Zo mogelijk wordt daarbij een digitale screener ingezet. Voor deze screening, en voor de registratie en doorverwijzing wordt gewerkt met een GGZ-module in het KIS van VitalHealth.

Succesfactoren
Van Raaij noemt voor haar collega-zorggroepen vier basale succesfactoren. De eerste: zorg voor een persoonlijke aanpak. Benader elke huisarts persoonlijk en ga in geval van vragen of weerstand persoonlijk met hen in gesprek. Twee: weet waar de behoefte van je huisartsen ligt. Binnen de zorggroep is daarom een menukaart uitgezet. Van Raaij: ‘We weten van veel individuele huisartsen wat hij of zij wil aan hulpmiddelen en ondersteuning en kunnen nu maatwerk leveren. Drie: wil niet te snel, geef tijd. En vier: verplicht tot niets. ‘We hebben het programma niet ingekocht, althans nog niet. Dat willen onze huisartsen niet. Zij willen de vrijheid om te bepalen of ze wel of niet ergens instappen. Ze doen standaard mee met de verwijsafspraken en de sociale kaart, maar willen ze verder met e-health, consultatie of scholing, dan moeten ze daarvoor individueel gelden aanvragen bij de zorgverzekeraar. In de menukaart blijkt grappig genoeg dat al bijna de helft toch wel graag meer dingen centraal geregeld wil zien. Huisartsen lopen vaak over, het gaat niet over óf ze willen meedoen, maar over wannéér’, aldus Van Raaij.

Hoe verder?
In de komende periode gaan de partners in West-Brabant verder met het uitrollen van het regioplan dat parallel aan de ontwikkeling van het programma is opgesteld. De kerngroep is omgevormd tot adviesgroep. Naast de implementatie in de praktijken wordt er verder gewerkt aan onderwerpen als intervisie, consultatie en e-health. Ook scholing is een belangrijke: van zowel het voorliggend veld (welzijnsorganisaties en maatschappelijk werk), als huisartsen en POH GGZ. De scholing wordt regionaal aangepakt om werkwijzen af te stemmen en eenduidige achtergronden te creëren.

Van InEen verwacht Van Raaij vooral actie in het verbinden met andere zorggroepen en stakeholders, zoals dat nu al ruimschoots gebeurt met themabijeenkomsten en in de samenwerking met Zelfzorg Ondersteund. ‘Contact met anderen helpt, zien dat ze dezelfde problemen hebben, en ook successen waar je van kan leren!’

[...]

persoonlijkAls gevolg van de transitie in de GGZ, heeft de huisarts een spilrol gekregen in de GGZ-zorg. Veel zorggroepen werken momenteel aan de implementatie van deze nieuwe rol. Zo nam de zorggroep West Brabant het voortouw bij de ontwikkeling van een programma voor GGZ. InEen sprak uitgebreid met projectleider Vivian van Raaij over het in West-Brabant gevolgde proces: ‘Wat goed gaat is dat in deze regio alle partners in de GGZ-zorg willen samenwerken.’

In de regio West-Brabant bestond in 2013 al een breed en goed functionerend GGZ-afstemmingsoverleg. In dit overleg ontstond de behoefte – en met het oog op de naderende transitie ook de noodzaak – om een stap verder te gaan en tot structurele samenwerkingsafspraken te komen. De zorggroep West Brabant besloot de regie naar zich toe te trekken.

Opzet van het project
Gekozen werd voor een kerngroep met dezelfde organisaties als het afstemmingsoverleg: een grote GGZ-aanbieder, een afvaardiging psychologen uit de regio, het maatschappelijk werk, een organisatie voor verslavingszorg, het regionale ziekenhuis en de zorggroep. Vanuit deze kerngroep werkten drie werkgroepen inhoudelijke thema’s uit: 1. Terugverwijzen en d0orverwijzen, 2. E-health en zelfmanagement 3. Samenwerking in het sociale domein beschreven in een regioplan. Tegelijkertijd werd het keteninformatiesysteem (KIS) uitgebreid met een module GGZ. Tot besluit van het project is een pilot ingericht om de resultaten uit de werkgroepen te toetsen. De financiering van het project gebeurde door VEZN (Versterking Eerstelijn Zuid Nederland, een samenwerking tussen CZ en VGZ).

Het programma ketenzorg in West Brabant omvat de volgende aspecten (sommige onderdelen zijn nog in ontwikkeling):

  • Verwijsafspraken en MDO-structuur
  • Afspraken over scholing en intervisie
  • Afspraken over collegiale consultatie
  • GGZ-module in het keteninformatiesysteem (KIS)
  • Digitale screener
  • Sociale kaart van de regio
  • Patiëntenprofiel e-health
  • Kwaliteitsprofiel POH GGZ

Inmiddels is het project formeel afgesloten. Van Raaij: ‘Wat heel goed gaat is dat in deze regio alle partners in de GGZ-zorg willen samenwerken en dat ook doen. Het project is formeel afgelopen en er ligt een structuur die we nu helemaal (digitaal) gaan uitwerken.’ De afspraken houden in dat de huisarts per patiënt bekijkt waar deze thuishoort: in de praktijk bij de POH GGZ, in de basis-GGZ of in de specialistische GGZ. Zo mogelijk wordt daarbij een digitale screener ingezet. Voor deze screening, en voor de registratie en doorverwijzing wordt gewerkt met een GGZ-module in het KIS van VitalHealth.

Succesfactoren
Van Raaij noemt voor haar collega-zorggroepen vier basale succesfactoren. De eerste: zorg voor een persoonlijke aanpak. Benader elke huisarts persoonlijk en ga in geval van vragen of weerstand persoonlijk met hen in gesprek. Twee: weet waar de behoefte van je huisartsen ligt. Binnen de zorggroep is daarom een menukaart uitgezet. Van Raaij: ‘We weten van veel individuele huisartsen wat hij of zij wil aan hulpmiddelen en ondersteuning en kunnen nu maatwerk leveren. Drie: wil niet te snel, geef tijd. En vier: verplicht tot niets. ‘We hebben het programma niet ingekocht, althans nog niet. Dat willen onze huisartsen niet. Zij willen de vrijheid om te bepalen of ze wel of niet ergens instappen. Ze doen standaard mee met de verwijsafspraken en de sociale kaart, maar willen ze verder met e-health, consultatie of scholing, dan moeten ze daarvoor individueel gelden aanvragen bij de zorgverzekeraar. In de menukaart blijkt grappig genoeg dat al bijna de helft toch wel graag meer dingen centraal geregeld wil zien. Huisartsen lopen vaak over, het gaat niet over óf ze willen meedoen, maar over wannéér’, aldus Van Raaij.

Hoe verder?
In de komende periode gaan de partners in West-Brabant verder met het uitrollen van het regioplan dat parallel aan de ontwikkeling van het programma is opgesteld. De kerngroep is omgevormd tot adviesgroep. Naast de implementatie in de praktijken wordt er verder gewerkt aan onderwerpen als intervisie, consultatie en e-health. Ook scholing is een belangrijke: van zowel het voorliggend veld (welzijnsorganisaties en maatschappelijk werk), als huisartsen en POH GGZ. De scholing wordt regionaal aangepakt om werkwijzen af te stemmen en eenduidige achtergronden te creëren.

Van InEen verwacht Van Raaij vooral actie in het verbinden met andere zorggroepen en stakeholders, zoals dat nu al ruimschoots gebeurt met themabijeenkomsten en in de samenwerking met Zelfzorg Ondersteund. ‘Contact met anderen helpt, zien dat ze dezelfde problemen hebben, en ook successen waar je van kan leren!’

Actuele NDF Zorgstandaard staat online

05 september 2015

De NDF Zorgstandaard is geactualiseerd en staat online op www.zorgstandaarddiabetes.nl. Behalve de integrale standaard vinden jullie op deze website ook handige downloads met alle informatie per doelgroep, zoals type 1 kinderen, type 2 volwassenen. Patiënten en behandelaars actualiseren de zorgstandaard regelmatig. Let op: de papieren versie van de zorgstandaard die nog steeds in omloop is, is inmiddels sterk verouderd!  Meer informatie in het NDF-nieuwsbericht.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

De NDF Zorgstandaard is geactualiseerd en staat online op www.zorgstandaarddiabetes.nl. Behalve de integrale standaard vinden jullie op deze website ook handige downloads met alle informatie per doelgroep, zoals type 1 kinderen, type 2 volwassenen. Patiënten en behandelaars actualiseren de zorgstandaard regelmatig. Let op: de papieren versie van de zorgstandaard die nog steeds in omloop is, is inmiddels sterk verouderd!  Meer informatie in het NDF-nieuwsbericht.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Leefstijladvisering

05 september 2015

Het NHG heeft richtlijnen opgesteld voor leefstijladvisering op het gebied van roken, alcoholgebruik, bewegen en voeding. De vier nieuwe Zorgmodules Leefstijl staan op de website van het NHG. Elke module gaat ook in op algemene aspecten als motiverende gespreksvoering, het stimuleren van zelfmanagement, het maken van samenwerkingsafspraken in de zorggroep en het opzetten van een sociale kaart. Samen met de patiëntenfederatie NPCF zijn er bovendien voorlichtingsfilmpjes gemaakt voor patiënten om het werken met de zorgmodules te ondersteunen.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht. 

[...]

Het NHG heeft richtlijnen opgesteld voor leefstijladvisering op het gebied van roken, alcoholgebruik, bewegen en voeding. De vier nieuwe Zorgmodules Leefstijl staan op de website van het NHG. Elke module gaat ook in op algemene aspecten als motiverende gespreksvoering, het stimuleren van zelfmanagement, het maken van samenwerkingsafspraken in de zorggroep en het opzetten van een sociale kaart. Samen met de patiëntenfederatie NPCF zijn er bovendien voorlichtingsfilmpjes gemaakt voor patiënten om het werken met de zorgmodules te ondersteunen.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht. 

Nieuw: Handleiding Zorgen voor Zelfzorg

31 augustus 2015

Er zijn al heel veel tools, materialen, trainingen en pilots over zelfmanagement, zo bleek in de werkplaats zelfmanagement, een initiatief van Vilans, Zelfzorg Ondersteund! en InEen. Drie zorggroepen deden mee aan deze werkplaats die zich niet zozeer richtte op het maken van nieuwe dingen, maar op beter toepassen van het bestaande. Dat leidde tot de Handleiding Zorgen voor Zelfzorg die gisteren werd gepresenteerd. De handleiding staat vol met concrete tips en praktijkervaringen voor een aanpak die beklijft. Kern van de zaak: leer door te doen en duik niet te snel in oplossingen. De deelnemende zorggroepen waren ELZHA uit Den Haag en omgeving, SGE uit Eindhoven en de Zorggroep Almere. In de handleiding staat onder andere een concreet 10-stappenplan om samen met patiënten binnen een half jaar een succesvolle start te maken. Lees het bericht op de website van Zelfzorg Ondersteund.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Er zijn al heel veel tools, materialen, trainingen en pilots over zelfmanagement, zo bleek in de werkplaats zelfmanagement, een initiatief van Vilans, Zelfzorg Ondersteund! en InEen. Drie zorggroepen deden mee aan deze werkplaats die zich niet zozeer richtte op het maken van nieuwe dingen, maar op beter toepassen van het bestaande. Dat leidde tot de Handleiding Zorgen voor Zelfzorg die gisteren werd gepresenteerd. De handleiding staat vol met concrete tips en praktijkervaringen voor een aanpak die beklijft. Kern van de zaak: leer door te doen en duik niet te snel in oplossingen. De deelnemende zorggroepen waren ELZHA uit Den Haag en omgeving, SGE uit Eindhoven en de Zorggroep Almere. In de handleiding staat onder andere een concreet 10-stappenplan om samen met patiënten binnen een half jaar een succesvolle start te maken. Lees het bericht op de website van Zelfzorg Ondersteund.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Tarieven Insights Zorg bekend

13 augustus 2015

Op 6 juli vond een informatiebijeenkomst plaats over het toetsinstrument benchmark ketenzorg. Inmiddels is er een kort verslag van de bijeenkomst. Ook zijn intussen de tarieven bekend die Insights Zorg als toetser rekent voor deelname aan de toetsing. Hierover is een vraag toegevoegd aan de FAQ’s over het toetsinstrument op onze website. Wij adviseren zorggroepen zich zo spoedig mogelijk bij Insights te melden. De presentaties van de bijeenkomst op 6 juli én een samenvatting van het toetsinstrument staan ook op onze website.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Op 6 juli vond een informatiebijeenkomst plaats over het toetsinstrument benchmark ketenzorg. Inmiddels is er een kort verslag van de bijeenkomst. Ook zijn intussen de tarieven bekend die Insights Zorg als toetser rekent voor deelname aan de toetsing. Hierover is een vraag toegevoegd aan de FAQ’s over het toetsinstrument op onze website. Wij adviseren zorggroepen zich zo spoedig mogelijk bij Insights te melden. De presentaties van de bijeenkomst op 6 juli én een samenvatting van het toetsinstrument staan ook op onze website.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Scan en plan Zelfzorg Ondersteund

05 augustus 2015

Tijdens de kennissessie op 4 juni presenteerde Zelfzorg Ondersteund! het traject voor implementatie van ondersteunde zelfzorg op maat. Het traject begint met een ‘zelfscan’ waarmee zorggroepen zelf kunnen vaststellen hoever ze zijn met de implementatie van ondersteunde zelfzorg. De uitkomst van een ‘prescan’ vormt de input voor een gesprek met een ZO!-consulent die de zorggroep kan helpen bij het afronden van de zelfscan en het maken van een plan op hoofdlijnen. Dat plan krijgt verder vorm in een gesprek met de zorgverzekeraar en een patiëntvertegenwoordiger. Dan komt ook de benodigde ondersteuning aan de orde.
Op 4 juni meldden al enkele zorggroepen zich aan om met de scan en het plantraject aan de slag te gaan. Sindsdien groeide het aantal deelnemers tot 15 ketenzorgorganisaties. Het is nog mogelijk om aan het traject deel te nemen. Kijk voor meer informatie bij Zelfzorg Ondersteund! en meld je aan. Met vragen over het traject kun je ook terecht bij Arthur Eyck of Frederik Vogelzang.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Tijdens de kennissessie op 4 juni presenteerde Zelfzorg Ondersteund! het traject voor implementatie van ondersteunde zelfzorg op maat. Het traject begint met een ‘zelfscan’ waarmee zorggroepen zelf kunnen vaststellen hoever ze zijn met de implementatie van ondersteunde zelfzorg. De uitkomst van een ‘prescan’ vormt de input voor een gesprek met een ZO!-consulent die de zorggroep kan helpen bij het afronden van de zelfscan en het maken van een plan op hoofdlijnen. Dat plan krijgt verder vorm in een gesprek met de zorgverzekeraar en een patiëntvertegenwoordiger. Dan komt ook de benodigde ondersteuning aan de orde.
Op 4 juni meldden al enkele zorggroepen zich aan om met de scan en het plantraject aan de slag te gaan. Sindsdien groeide het aantal deelnemers tot 15 ketenzorgorganisaties. Het is nog mogelijk om aan het traject deel te nemen. Kijk voor meer informatie bij Zelfzorg Ondersteund! en meld je aan. Met vragen over het traject kun je ook terecht bij Arthur Eyck of Frederik Vogelzang.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Rapport evaluatie Huisarts in de praktijk van de jeugdzorg

09 juli 2015

De huisartspraktijk kan een belangrijke rol spelen bij het signaleren en behandelen van jeugd met lichte psychosociale problematiek. Dit lijkt noodzakelijk na de invoering van de basis GGZ per 2014 en de transitie van de jeugdzorg van het rijk naar gemeentes per 2015. Een evaluatie van het NIVEL laat zien hoe de huisarts die rol gestalte kan geven. Het NIVEL evalueerde met subsidie van zorggroep Huisarts en Zorg een pilot waarbij zes huisartspraktijken in en rondom Gorinchem gebruik konden maken van uitgebreide huisartsconsulten en een praktijkondersteuner jeugd-GGZ konden inzetten.

Huisartspraktijken konden gedurende 8 maanden gebruikmaken van extra lange huisartsconsulten van 40 minuten (‘Scharnierconsulten’) en 4 tot 8 uur per week een POH-jeugd-GGZ inzetten. Op deze manier konden ze ongeveer de helft van de kinderen met psychische klachten binnen de praktijk behandelen. Dit leidde niet tot meer verwijzingen of het voorschrijven van meer psychofarmaca. Bij kinderen die nog werden doorverwezen, was de kwaliteit van de verwijzing verbeterd.

[...]

De huisartspraktijk kan een belangrijke rol spelen bij het signaleren en behandelen van jeugd met lichte psychosociale problematiek. Dit lijkt noodzakelijk na de invoering van de basis GGZ per 2014 en de transitie van de jeugdzorg van het rijk naar gemeentes per 2015. Een evaluatie van het NIVEL laat zien hoe de huisarts die rol gestalte kan geven. Het NIVEL evalueerde met subsidie van zorggroep Huisarts en Zorg een pilot waarbij zes huisartspraktijken in en rondom Gorinchem gebruik konden maken van uitgebreide huisartsconsulten en een praktijkondersteuner jeugd-GGZ konden inzetten.

Huisartspraktijken konden gedurende 8 maanden gebruikmaken van extra lange huisartsconsulten van 40 minuten (‘Scharnierconsulten’) en 4 tot 8 uur per week een POH-jeugd-GGZ inzetten. Op deze manier konden ze ongeveer de helft van de kinderen met psychische klachten binnen de praktijk behandelen. Dit leidde niet tot meer verwijzingen of het voorschrijven van meer psychofarmaca. Bij kinderen die nog werden doorverwezen, was de kwaliteit van de verwijzing verbeterd.

Vier vragen en antwoorden over de ZN benchmark praktijkvariatie DM

09 juli 2015

Op 15 mei van dit jaar is de eerste fase van de ZN benchmark praktijkvariatie DM in het weekbericht van 15 mei aan de orde gesteld. Zoals toegezegd komen wij nu terug op de tweede fase van dit onderzoek die onlangs is verschenen en gaan wij in op de belangrijkste uitkomst, het ‘substitutiepotentieel DM’. Om de betekenis van dit substitutiepotentieel toe te lichten, hebben we een viertal vragen voorgelegd aan internist Henk Bilo,  expert op het gebied van transmurale diabeteszorg en directeur van het Kenniscentrum Ketenzorg. 1. Wat is het substitutiepotentieel in de ZN rekenmethode en waarom wordt het vastgesteld? 2. Welke kanttekeningen kunnen worden geplaatst bij het substitutiepotentieel DM? 3. Wat moeten wij van dit onderzoek vinden? 4. Wat kunnen zorggroepen ermee als het substitutiepotentieel in de contractering aan de orde komt? Lees verder voor de antwoorden op deze vragen en de achterliggende stukken van de ZN benchmark praktijkvariatie DM fase 2.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Op 15 mei van dit jaar is de eerste fase van de ZN benchmark praktijkvariatie DM in het weekbericht van 15 mei aan de orde gesteld. Zoals toegezegd komen wij nu terug op de tweede fase van dit onderzoek die onlangs is verschenen en gaan wij in op de belangrijkste uitkomst, het ‘substitutiepotentieel DM’. Om de betekenis van dit substitutiepotentieel toe te lichten, hebben we een viertal vragen voorgelegd aan internist Henk Bilo,  expert op het gebied van transmurale diabeteszorg en directeur van het Kenniscentrum Ketenzorg. 1. Wat is het substitutiepotentieel in de ZN rekenmethode en waarom wordt het vastgesteld? 2. Welke kanttekeningen kunnen worden geplaatst bij het substitutiepotentieel DM? 3. Wat moeten wij van dit onderzoek vinden? 4. Wat kunnen zorggroepen ermee als het substitutiepotentieel in de contractering aan de orde komt? Lees verder voor de antwoorden op deze vragen en de achterliggende stukken van de ZN benchmark praktijkvariatie DM fase 2.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Wijziging risicoverevening in 2016

29 juni 2015

Per 2016 vindt een wijziging plaats in de risicoverevening. Het gaat om een flinke aanpassing. De middelen die zorgverzekeraars ontvangen van de overheid worden sterker afhankelijk van het aantal chronisch zieken dat als verzekerde bij de zorgverzekeraar staat ingeschreven. Achterliggend doel is dat het voor zorgverzekeraars meer lonend wordt om te investeren in de beste zorg voor deze mensen. ‘Zij kunnen dat doen door bij de inkoop van zorg meer rekening te houden met de behoeften van chronisch zieken en betere afspraken met zorgaanbieders te maken over kwalitatief goede en beter afgestemde zorg voor deze groepen. Betere kwaliteit, bijvoorbeeld vroegtijdiger behandelen en minder nabehandelingen, kan leiden tot lagere kosten’, aldus het VWS-nieuwsbericht.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Per 2016 vindt een wijziging plaats in de risicoverevening. Het gaat om een flinke aanpassing. De middelen die zorgverzekeraars ontvangen van de overheid worden sterker afhankelijk van het aantal chronisch zieken dat als verzekerde bij de zorgverzekeraar staat ingeschreven. Achterliggend doel is dat het voor zorgverzekeraars meer lonend wordt om te investeren in de beste zorg voor deze mensen. ‘Zij kunnen dat doen door bij de inkoop van zorg meer rekening te houden met de behoeften van chronisch zieken en betere afspraken met zorgaanbieders te maken over kwalitatief goede en beter afgestemde zorg voor deze groepen. Betere kwaliteit, bijvoorbeeld vroegtijdiger behandelen en minder nabehandelingen, kan leiden tot lagere kosten’, aldus het VWS-nieuwsbericht.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Terugblik extra DLV zorggroepen

29 juni 2015

Tijdens de extra deelledenvergadering zorggroepen vorige week vrijdag 12 juni stonden de actuele onderwerpen resultaatbekostiging S3 en het toetsingsinstrument op de agenda. Wat de resultaatbekostiging betreft zijn we ingegaan op de stand van zaken in de besprekingen met ZN. ZN gaf aan meer ambitie en ontwikkelingsperspectief te hebben verwacht dan in het voorstel van InEen naar voren kwam en daarom te willen afzien van landelijke afspraken. Om die reden hebben we met de leden gesproken over de inzet van InEen bij de verdere onderhandelingen. De meerderheid van de leden staat niet afwijzend tegenover meer regionale afspraken mits daarbij aan een aantal landelijke randvoorwaarden is voldaan, denk aan landelijke spelregels en uniforme landelijke indicatoren. Wat het toetsingsinstrument betreft heeft Maarten Klomp de actuele ontwikkelingen toegelicht. Het toetsingsinstrument bestaat uit drie toetsonderdelen (visitatie van databewerkingsprocessen, de toets extractie indicatoren via his of kis (nog te ontwikkelen) en een registratiescan van de populatie (hoofdbehandelaar, geen geregelde zorg)(steekproef voldoende groot voor betrouwbare uitkomst). Op basis van eerdere reacties van leden over de opzet van het toetsingsinstrument zijn de ontwikkelaars van het instrument en de stuurgroep benchmark ketenzorg bijgestuurd. Voornaamste mutatie: de extractietoets van de indicatoren kan straks ook vanuit het KIS gebeuren. Het toetsingsinstrument is op 1 juli klaar (zie ook bericht hieronder).

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Tijdens de extra deelledenvergadering zorggroepen vorige week vrijdag 12 juni stonden de actuele onderwerpen resultaatbekostiging S3 en het toetsingsinstrument op de agenda. Wat de resultaatbekostiging betreft zijn we ingegaan op de stand van zaken in de besprekingen met ZN. ZN gaf aan meer ambitie en ontwikkelingsperspectief te hebben verwacht dan in het voorstel van InEen naar voren kwam en daarom te willen afzien van landelijke afspraken. Om die reden hebben we met de leden gesproken over de inzet van InEen bij de verdere onderhandelingen. De meerderheid van de leden staat niet afwijzend tegenover meer regionale afspraken mits daarbij aan een aantal landelijke randvoorwaarden is voldaan, denk aan landelijke spelregels en uniforme landelijke indicatoren. Wat het toetsingsinstrument betreft heeft Maarten Klomp de actuele ontwikkelingen toegelicht. Het toetsingsinstrument bestaat uit drie toetsonderdelen (visitatie van databewerkingsprocessen, de toets extractie indicatoren via his of kis (nog te ontwikkelen) en een registratiescan van de populatie (hoofdbehandelaar, geen geregelde zorg)(steekproef voldoende groot voor betrouwbare uitkomst). Op basis van eerdere reacties van leden over de opzet van het toetsingsinstrument zijn de ontwikkelaars van het instrument en de stuurgroep benchmark ketenzorg bijgestuurd. Voornaamste mutatie: de extractietoets van de indicatoren kan straks ook vanuit het KIS gebeuren. Het toetsingsinstrument is op 1 juli klaar (zie ook bericht hieronder).

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Verschenen: Protocollaire Astma/COPD-zorg

26 juni 2015

astms-copdzorgIn mei verscheen het boek Protocollaire Astma/COPD-zorg, de opvolger van de succesvolle uitgave Protocollaire COPD-zorg. Wat is er nieuw?

De vorige editie uit 2010 behandelde om praktische redenen alleen COPD. Dat astma ontbrak ervoeren velen als een gemis, reden om nu beide onderwerpen in het boek op te nemen. Inmiddels voeren ook praktijkverpleegkundigen en praktijkondersteuners een deel van de zorg voor kinderen met astma uit. Het boek bevat daarom een specifiek op hen gericht gedeelte. De palliatieve zorg die huisartsen steeds vaker verlenen aan terminale COPD-patiënten, heeft een paar specifieke aandachtspunten. Die worden in een eigen hoofdstuk besproken.

Anders dan de titel Protocollaire Astma/COPD-zorg misschien doet vermoeden beschrijft het boek veel meer dan alleen het protocollaire deel van de zorg. Huisartsen, praktijkverpleegkundigen en praktijkondersteuners willen immers toe naar een persoonsgerichte aanpak en focussen zich dus niet alleen op medische doelen. Ze richten zich vooral ook op wat de patiënt zelf belangrijk vindt en wil bereiken. De (medische) behandeling is dienend aan de doelen van de patiënt. Die benadering vergt een nieuwe manier van denken en werken. Omdat de wensen en problemen van de patiënt leidend zijn, verlopen consulten minder volgens een vast patroon. De inhoud van het consult staat dan ook niet van tevoren vast, maar wordt in samenspraak met de patiënt bepaald.

Voor deze nieuwe manier van werken zijn veranderingen nodig, in de eerste plaats bij de patiënt en de zorgverlener, maar ook bij de organisatie en de financiering. Gezamenlijke besluitvorming, ondersteuning van zelfmanagement en werken met een individueel zorgplan maken deel uit van de persoonsgerichte zorg. Behalve deze nieuwe onderwerpen zijn in het boek enkele veelvoorkomende routinehandelingen uitgewerkt in protocollen. Ook is een index aan het boek toegevoegd. Uiteraard zijn de actuele NHG-Standaarden over astma en COPD verwerkt.

Het boek Protocollaire Astma/COPD-zorg is verkrijgbaar via de webwinkel van het NHG. Alle protocollen en bijlagen zijn te downloaden via speciale webpagina’s.

[...]

astms-copdzorgIn mei verscheen het boek Protocollaire Astma/COPD-zorg, de opvolger van de succesvolle uitgave Protocollaire COPD-zorg. Wat is er nieuw?

De vorige editie uit 2010 behandelde om praktische redenen alleen COPD. Dat astma ontbrak ervoeren velen als een gemis, reden om nu beide onderwerpen in het boek op te nemen. Inmiddels voeren ook praktijkverpleegkundigen en praktijkondersteuners een deel van de zorg voor kinderen met astma uit. Het boek bevat daarom een specifiek op hen gericht gedeelte. De palliatieve zorg die huisartsen steeds vaker verlenen aan terminale COPD-patiënten, heeft een paar specifieke aandachtspunten. Die worden in een eigen hoofdstuk besproken.

Anders dan de titel Protocollaire Astma/COPD-zorg misschien doet vermoeden beschrijft het boek veel meer dan alleen het protocollaire deel van de zorg. Huisartsen, praktijkverpleegkundigen en praktijkondersteuners willen immers toe naar een persoonsgerichte aanpak en focussen zich dus niet alleen op medische doelen. Ze richten zich vooral ook op wat de patiënt zelf belangrijk vindt en wil bereiken. De (medische) behandeling is dienend aan de doelen van de patiënt. Die benadering vergt een nieuwe manier van denken en werken. Omdat de wensen en problemen van de patiënt leidend zijn, verlopen consulten minder volgens een vast patroon. De inhoud van het consult staat dan ook niet van tevoren vast, maar wordt in samenspraak met de patiënt bepaald.

Voor deze nieuwe manier van werken zijn veranderingen nodig, in de eerste plaats bij de patiënt en de zorgverlener, maar ook bij de organisatie en de financiering. Gezamenlijke besluitvorming, ondersteuning van zelfmanagement en werken met een individueel zorgplan maken deel uit van de persoonsgerichte zorg. Behalve deze nieuwe onderwerpen zijn in het boek enkele veelvoorkomende routinehandelingen uitgewerkt in protocollen. Ook is een index aan het boek toegevoegd. Uiteraard zijn de actuele NHG-Standaarden over astma en COPD verwerkt.

Het boek Protocollaire Astma/COPD-zorg is verkrijgbaar via de webwinkel van het NHG. Alle protocollen en bijlagen zijn te downloaden via speciale webpagina’s.

Benchmarkrapportage ketenzorg zorggroep naar verzekeraars

18 juni 2015

Het merendeel van de grote verzekeraars (Menzis, CZ en Achmea) sluit zich inmiddels aan bij de landelijke benchmarkgegevens ketenzorg. Zorggroepen hoeven nu immers maar eenmaal gegevens aan te leveren, wat een aanzienlijke beperking van de administratieve last betekent. Ook ontstaat er minder discussie over de benchmark indicatoren die immers landelijk zijn vastgesteld. Wij zijn hier dan ook zeer tevreden over! Wij zetten ons ervoor in dat VGZ zich in 2016 ook aansluit. Met betreffende verzekeraars is afgesproken dat individuele zorggroepen de eigen rapportage half mei naar hun preferente verzekeraar sturen. Daarbij krijgen we signalen van verzekeraars dat er onduidelijkheid is over welke rapportage het precies gaat. Welnu: de afspraak is dat verzekeraars de zogenaamde ‘trendrapportage’ ontvangen. Zorggroepen kunnen deze genereren op de websiteTransparante ketenzorg. Wij verzoeken jullie dus, mocht dit nog niet zijn gebeurd, de trendrapportage naar jullie verzekeraar op te sturen.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Het merendeel van de grote verzekeraars (Menzis, CZ en Achmea) sluit zich inmiddels aan bij de landelijke benchmarkgegevens ketenzorg. Zorggroepen hoeven nu immers maar eenmaal gegevens aan te leveren, wat een aanzienlijke beperking van de administratieve last betekent. Ook ontstaat er minder discussie over de benchmark indicatoren die immers landelijk zijn vastgesteld. Wij zijn hier dan ook zeer tevreden over! Wij zetten ons ervoor in dat VGZ zich in 2016 ook aansluit. Met betreffende verzekeraars is afgesproken dat individuele zorggroepen de eigen rapportage half mei naar hun preferente verzekeraar sturen. Daarbij krijgen we signalen van verzekeraars dat er onduidelijkheid is over welke rapportage het precies gaat. Welnu: de afspraak is dat verzekeraars de zogenaamde ‘trendrapportage’ ontvangen. Zorggroepen kunnen deze genereren op de websiteTransparante ketenzorg. Wij verzoeken jullie dus, mocht dit nog niet zijn gebeurd, de trendrapportage naar jullie verzekeraar op te sturen.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Rapport ‘Project Innovatie CVRM’ verschenen

18 juni 2015

Vier zorggroepen (Arnhem, BeRoEmD, ZGWA en HUS) zijn tussen 2012 en 2014 gaan werken met de zorgstandaard CVRM. De lessen en producten die deze implementatie opleverde zijn nu gebundeld in het rapport ‘Project Innovatie CVRM’. Afgelopen voorjaar al zijn de resultaten in een gezamenlijke themabijeenkomst van het Platform Vitale Vaten en InEen aan de leden gepresenteerd. Het rapport is opgesteld door het Platform Vitale Vaten en de samenwerkingsgroep Implementatie zorgstandaard CVRM. Onderwerpen die aan de orde komen zijn: projectmanagement, patiëntenparticipatie, deskundigheidsbevordering zorgverleners, ondersteunen zelfmanagement en transmurale samenwerking.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Vier zorggroepen (Arnhem, BeRoEmD, ZGWA en HUS) zijn tussen 2012 en 2014 gaan werken met de zorgstandaard CVRM. De lessen en producten die deze implementatie opleverde zijn nu gebundeld in het rapport ‘Project Innovatie CVRM’. Afgelopen voorjaar al zijn de resultaten in een gezamenlijke themabijeenkomst van het Platform Vitale Vaten en InEen aan de leden gepresenteerd. Het rapport is opgesteld door het Platform Vitale Vaten en de samenwerkingsgroep Implementatie zorgstandaard CVRM. Onderwerpen die aan de orde komen zijn: projectmanagement, patiëntenparticipatie, deskundigheidsbevordering zorgverleners, ondersteunen zelfmanagement en transmurale samenwerking.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Rapportage benchmark ketenzorg 2014 is beschikbaar 

18 juni 2015

Begin deze maand verscheen de vijfde rapportage Transparante Ketenzorg. InEen stelt de rapportage jaarlijks samen op basis van gegevens die zorggroepen verstrekken over ketenzorg in 2014 aan patiënten met diabetes, COPD, hartvaatziekte of verhoogd vasculair risico. Het aantal zorggroepen dat dit jaar gegevens aanleverde steeg naar 113, tegen 92 vorig jaar. Dit betekent dat vrijwel alle zorggroepen in Nederland deelnemen aan onze benchmark. Een resultaat waar we blij mee zijn! Met elkaar vertegenwoordigen de deelnemende zorggroepen ongeveer 15 miljoen inwoners van Nederland, 88% van de totale bevolking.

Zorggroepen kunnen deze genereren op de websiteTransparante ketenzorg.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Begin deze maand verscheen de vijfde rapportage Transparante Ketenzorg. InEen stelt de rapportage jaarlijks samen op basis van gegevens die zorggroepen verstrekken over ketenzorg in 2014 aan patiënten met diabetes, COPD, hartvaatziekte of verhoogd vasculair risico. Het aantal zorggroepen dat dit jaar gegevens aanleverde steeg naar 113, tegen 92 vorig jaar. Dit betekent dat vrijwel alle zorggroepen in Nederland deelnemen aan onze benchmark. Een resultaat waar we blij mee zijn! Met elkaar vertegenwoordigen de deelnemende zorggroepen ongeveer 15 miljoen inwoners van Nederland, 88% van de totale bevolking.

Zorggroepen kunnen deze genereren op de websiteTransparante ketenzorg.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Rapportage benchmark ketenzorg 2014 is beschikbaar

05 juni 2015

Begin deze maand verscheen de vijfde rapportage Transparante Ketenzorg. InEen stelt de rapportage jaarlijks samen op basis van gegevens die zorggroepen verstrekken over ketenzorg in 2014 aan patiënten met diabetes, COPD, hartvaatziekte of verhoogd vasculair risico. Het aantal zorggroepen dat dit jaar gegevens aanleverde steeg naar 113, tegen 92 vorig jaar. Dit betekent dat vrijwel alle zorggroepen in Nederland deelnemen aan onze benchmark. Een resultaat waar we blij mee zijn! Met elkaar vertegenwoordigen de deelnemende zorggroepen ongeveer 15 miljoen inwoners van Nederland, 88% van de totale bevolking.

Een paar resultaten:
De zorggroepen laten voor de diabeteszorg een verdere verbetering zien op belangrijke uitkomstmaten zoals bloeddruk, cholesterol en roken. Deze uitkomsten veronderstellen dat het risico op macro-vasculaire complicaties voor patiënten met diabetes in de komende jaren gaat dalen. Ook ontwikkelingen in substitutie van diabeteszorg lijken verder vorm te krijgen. Dit jaar is 11,9% van de patiënten met diabetes onder behandeling bij een specialist, tegen 12,4% vorig jaar.

In het programma vasculair risicomanagement laten de uitkomstindicatoren ook fraaie verbeteringen zien. Onder de patiënten met een hartvaatziekte is in 71% van de gevallen de bloeddruk op streefwaarde (tegenover 68% vorig jaar) en is in 50% van de gevallen het LDL-cholesterol op streefwaarde (tegenover 42% vorig jaar). Onder patiënten met een verhoogd vasculair risico zonder hartvaatziekte rookt 15%, een veel kleiner percentage dan de 26% van de totale bevolking.

Bij COPD is het percentage rokers opnieuw licht gedaald, naar 40%. Dat is nog altijd een stuk hoger dan het gemiddelde onder de Nederlandse bevolking, maar beduidend minder dan de 80-90% die rookte op het moment dat de diagnose COPD werd gesteld. Verder laat de analyse van de benchmark COPD zien dat de kwaliteit van de registratie is toegenomen, ondanks het grote aantal nieuwe zorggroepen dat deelnam aan de benchmark dit jaar.

Hier treft u het volledige Rapport transparante Ketenzorg 2014.

[...]

Begin deze maand verscheen de vijfde rapportage Transparante Ketenzorg. InEen stelt de rapportage jaarlijks samen op basis van gegevens die zorggroepen verstrekken over ketenzorg in 2014 aan patiënten met diabetes, COPD, hartvaatziekte of verhoogd vasculair risico. Het aantal zorggroepen dat dit jaar gegevens aanleverde steeg naar 113, tegen 92 vorig jaar. Dit betekent dat vrijwel alle zorggroepen in Nederland deelnemen aan onze benchmark. Een resultaat waar we blij mee zijn! Met elkaar vertegenwoordigen de deelnemende zorggroepen ongeveer 15 miljoen inwoners van Nederland, 88% van de totale bevolking.

Een paar resultaten:
De zorggroepen laten voor de diabeteszorg een verdere verbetering zien op belangrijke uitkomstmaten zoals bloeddruk, cholesterol en roken. Deze uitkomsten veronderstellen dat het risico op macro-vasculaire complicaties voor patiënten met diabetes in de komende jaren gaat dalen. Ook ontwikkelingen in substitutie van diabeteszorg lijken verder vorm te krijgen. Dit jaar is 11,9% van de patiënten met diabetes onder behandeling bij een specialist, tegen 12,4% vorig jaar.

In het programma vasculair risicomanagement laten de uitkomstindicatoren ook fraaie verbeteringen zien. Onder de patiënten met een hartvaatziekte is in 71% van de gevallen de bloeddruk op streefwaarde (tegenover 68% vorig jaar) en is in 50% van de gevallen het LDL-cholesterol op streefwaarde (tegenover 42% vorig jaar). Onder patiënten met een verhoogd vasculair risico zonder hartvaatziekte rookt 15%, een veel kleiner percentage dan de 26% van de totale bevolking.

Bij COPD is het percentage rokers opnieuw licht gedaald, naar 40%. Dat is nog altijd een stuk hoger dan het gemiddelde onder de Nederlandse bevolking, maar beduidend minder dan de 80-90% die rookte op het moment dat de diagnose COPD werd gesteld. Verder laat de analyse van de benchmark COPD zien dat de kwaliteit van de registratie is toegenomen, ondanks het grote aantal nieuwe zorggroepen dat deelnam aan de benchmark dit jaar.

Hier treft u het volledige Rapport transparante Ketenzorg 2014.

Beleidsregel ketenzorg dementie

04 juni 2015

Onderzoek van het Nivel toont aan dat er onduidelijkheid bestaat over het inkoopproces van ketenzorg en casemanagement dementie. Als gevolg hiervan zou de inkoop bij een aantal ketens moeizaam verlopen. De NZa heeft daarom een circulaire uitgebracht waarin de beleidsregel ketenzorg dementie Zvw nogmaals wordt toegelicht.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Onderzoek van het Nivel toont aan dat er onduidelijkheid bestaat over het inkoopproces van ketenzorg en casemanagement dementie. Als gevolg hiervan zou de inkoop bij een aantal ketens moeizaam verlopen. De NZa heeft daarom een circulaire uitgebracht waarin de beleidsregel ketenzorg dementie Zvw nogmaals wordt toegelicht.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Protocollaire Astma/COPD-zorg editie 2015

28 mei 2015

Begin deze maand is het nieuwe boek Protocollaire astma/COPD-zorg (versie 2015) verschenen, een vervolg op het succesvolle boek Protocollaire COPD-zorg uit 2011. Centraal staan de organisatie en praktijkvoering rond de zorg van astma/COPD-patiënten. Bij de totstandkoming is nauw samengewerkt tussen NHG, CAHAG (de expertgroep van kaderhuisartsen astma/COPD), V&VN Praktijkverpleegkundigen & Praktijkondersteuners en InEen. De inhoud is gebaseerd op de herziene NHG-Standaarden Astma bij volwassenen, Astma bij kinderen en COPD die onlangs zijn verschenen. Meer informatie over het boek vindt u op astmacopdzorg.nl. Het boek is ook te bestellen.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Begin deze maand is het nieuwe boek Protocollaire astma/COPD-zorg (versie 2015) verschenen, een vervolg op het succesvolle boek Protocollaire COPD-zorg uit 2011. Centraal staan de organisatie en praktijkvoering rond de zorg van astma/COPD-patiënten. Bij de totstandkoming is nauw samengewerkt tussen NHG, CAHAG (de expertgroep van kaderhuisartsen astma/COPD), V&VN Praktijkverpleegkundigen & Praktijkondersteuners en InEen. De inhoud is gebaseerd op de herziene NHG-Standaarden Astma bij volwassenen, Astma bij kinderen en COPD die onlangs zijn verschenen. Meer informatie over het boek vindt u op astmacopdzorg.nl. Het boek is ook te bestellen.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Terugblik informatiebijeenkomst toetsingsinstrument 24 april

04 mei 2015

Vrijdag 24 april hebben we een informatiebijeenkomst over de ontwikkeling van het toetsingsinstrument gehouden. Maarten Klomp en Erik van Es hebben een presentatie gegeven en samen met Willem van der Kraan veel vragen en opmerkingen van de aanwezigen beantwoord. De presentaties en een kort verslag vinden jullie hierbij.

InEen heeft goede nota genomen van alle zorgen en opmerkingen over onder andere het HIS als bron voor de toetsing, de HIS-KIS koppeling en het verwachte privacyissue. InEen zal deze meenemen in overleg met de Stuurgroep benchmark ketenzorg om tot een werkbare oplossing te komen. Komende periode zal overleg plaatsvinden met het NHG/LHV over de ontwikkelingen en zal een extra technische excercitie worden uitgevoerd om de (on)mogelijkheden van de instrument en het gebruik van KIS en HIS nogmaals op een rij te zetten. Het toetsingsinstrument staat geagendeerd voor de deelledenvergadering zorggroepen op 19 mei a.s. (14 uur Domus Medica).

 

[...]

Vrijdag 24 april hebben we een informatiebijeenkomst over de ontwikkeling van het toetsingsinstrument gehouden. Maarten Klomp en Erik van Es hebben een presentatie gegeven en samen met Willem van der Kraan veel vragen en opmerkingen van de aanwezigen beantwoord. De presentaties en een kort verslag vinden jullie hierbij.

InEen heeft goede nota genomen van alle zorgen en opmerkingen over onder andere het HIS als bron voor de toetsing, de HIS-KIS koppeling en het verwachte privacyissue. InEen zal deze meenemen in overleg met de Stuurgroep benchmark ketenzorg om tot een werkbare oplossing te komen. Komende periode zal overleg plaatsvinden met het NHG/LHV over de ontwikkelingen en zal een extra technische excercitie worden uitgevoerd om de (on)mogelijkheden van de instrument en het gebruik van KIS en HIS nogmaals op een rij te zetten. Het toetsingsinstrument staat geagendeerd voor de deelledenvergadering zorggroepen op 19 mei a.s. (14 uur Domus Medica).

 

Akkoord transmurale zorg in Nijmegen

30 april 2015

transmurale-zorgDe Organisatie voor Chronische Eerstelijnszorg (OCE) Nijmegen heeft met de cardiologen, neurologen en vaatchirurgen van de twee Nijmeegse ziekenhuizen transmurale afspraken gemaakt over de terugverwijzing van CVRM-patiënten naar de huisarts. Een belangrijke stap in het realiseren van substitutie van de tweede naar de eerste lijn. OCE-kaderarts CVRM Claudia Lobo: ‘Start klein, stel kleine doelen en heb geduld.’

‘Toen ik begon had ik geen idee dat het zo groot zou worden’, zegt Lobo die twee jaar geleden een afspraak inplande met de vasculaire specialisten van het Canisius Wilhelmina Ziekenhuis.  Stap voor stap zijn ook de specialismen van het Radboudumc aangehaakt. ‘Wat hielp was dat ik kon praten vanuit een grote groep huisartsen, namelijk mijn zorggroep. Belangrijk was ook dat we behalve  op de inhoud van de zorg, vooral ook de nadruk hebben gelegd op het  proces: waar kunnen we elkaar vinden?’

Op scholingsbijeenkomsten gaven huisartsen telkens weer het signaal af dat er een patiëntengroep tussen wal en schip valt. Namelijk de patiënten waarvan de huisarts denkt dat zij in behandeling zijn in het ziekenhuis. Lobo: ‘Vaak  blijven patiënten daar terugkomen, alleen voor controle. Dat gebeurt bijna automatisch. Mijn vraag was: is het niet beter om afscheid te nemen van deze patiënten? En wat ik terug hoor is dat de specialisten het prettig vinden om zich te kunnen focussen op patiënten die hun expertise echt nodig hebben.’

Een goede aansluiting op elkaars zorg vormde voor Lobo de belangrijkste insteek. ‘Een goede binnenkomer, denk ik. Niet: ik wil je patiënten hebben, maar: waar kan ik het weer van je overnemen?’ Eerst is per specialisme vastgesteld over welke patiëntengroep de afspraken zouden moet gaan. Soms met een ruime omschrijving, zoals bij de neurologen: patiënten die een TIA of een CVA hebben gehad waarbij er geen restverschijnselen meer zijn; soms meer precies, zoals bij de cardiologen: patiënten die na een infarct een jaar cardiaal stabiel zijn. Vervolgens is gesproken over de communicatie: welke informatie is over en weer nodig? De multidisciplinaire richtlijn CVRM vormde het uitgangspunt voor de gesprekken: is deze ook voor de betreffende patiënt van toepassing  of zijn er aanvullingen nodig?

Lobo is ervan overtuigd dat de gemaakte afspraken niet alleen leiden tot meer doelmatigheid, maar ook tot betere zorg: ‘De orgaan specifieke aandoening laat ik heel graag bij de specialist, daar hoort het thuis. Maar op het moment dat het kan, wil ik als huisarts graag weer kijken naar wat deze ziekte betekent voor het leven van de patiënt. Daarover hebben we nu afspraken en ik denk dat patiënten daar beter van worden.’

Het akkoord wordt na een jaar geëvalueerd.

[...]

transmurale-zorgDe Organisatie voor Chronische Eerstelijnszorg (OCE) Nijmegen heeft met de cardiologen, neurologen en vaatchirurgen van de twee Nijmeegse ziekenhuizen transmurale afspraken gemaakt over de terugverwijzing van CVRM-patiënten naar de huisarts. Een belangrijke stap in het realiseren van substitutie van de tweede naar de eerste lijn. OCE-kaderarts CVRM Claudia Lobo: ‘Start klein, stel kleine doelen en heb geduld.’

‘Toen ik begon had ik geen idee dat het zo groot zou worden’, zegt Lobo die twee jaar geleden een afspraak inplande met de vasculaire specialisten van het Canisius Wilhelmina Ziekenhuis.  Stap voor stap zijn ook de specialismen van het Radboudumc aangehaakt. ‘Wat hielp was dat ik kon praten vanuit een grote groep huisartsen, namelijk mijn zorggroep. Belangrijk was ook dat we behalve  op de inhoud van de zorg, vooral ook de nadruk hebben gelegd op het  proces: waar kunnen we elkaar vinden?’

Op scholingsbijeenkomsten gaven huisartsen telkens weer het signaal af dat er een patiëntengroep tussen wal en schip valt. Namelijk de patiënten waarvan de huisarts denkt dat zij in behandeling zijn in het ziekenhuis. Lobo: ‘Vaak  blijven patiënten daar terugkomen, alleen voor controle. Dat gebeurt bijna automatisch. Mijn vraag was: is het niet beter om afscheid te nemen van deze patiënten? En wat ik terug hoor is dat de specialisten het prettig vinden om zich te kunnen focussen op patiënten die hun expertise echt nodig hebben.’

Een goede aansluiting op elkaars zorg vormde voor Lobo de belangrijkste insteek. ‘Een goede binnenkomer, denk ik. Niet: ik wil je patiënten hebben, maar: waar kan ik het weer van je overnemen?’ Eerst is per specialisme vastgesteld over welke patiëntengroep de afspraken zouden moet gaan. Soms met een ruime omschrijving, zoals bij de neurologen: patiënten die een TIA of een CVA hebben gehad waarbij er geen restverschijnselen meer zijn; soms meer precies, zoals bij de cardiologen: patiënten die na een infarct een jaar cardiaal stabiel zijn. Vervolgens is gesproken over de communicatie: welke informatie is over en weer nodig? De multidisciplinaire richtlijn CVRM vormde het uitgangspunt voor de gesprekken: is deze ook voor de betreffende patiënt van toepassing  of zijn er aanvullingen nodig?

Lobo is ervan overtuigd dat de gemaakte afspraken niet alleen leiden tot meer doelmatigheid, maar ook tot betere zorg: ‘De orgaan specifieke aandoening laat ik heel graag bij de specialist, daar hoort het thuis. Maar op het moment dat het kan, wil ik als huisarts graag weer kijken naar wat deze ziekte betekent voor het leven van de patiënt. Daarover hebben we nu afspraken en ik denk dat patiënten daar beter van worden.’

Het akkoord wordt na een jaar geëvalueerd.

Programmatische zorgaanpak werkt

30 april 2015

programmatischEen programmatische zorgaanpak bevordert de kwaliteit van leven. Een review van het Dutch Cochrane Centre (DCC) lijkt deze stelling te ondersteunen. Na bestudering van 26 onderzoeken naar het effect van ketenzorgprogramma’s in de COPD-zorg in eerste en tweede lijn, bepleit DCC uitbreiding van deze programma’s in de eerste lijn.

Hoewel de ketenzorgprogramma’s – het onderzoek spreekt van ziektemanagementprogramma’s ofwel ZMP’s – onderling verschillen, streven ze allemaal hetzelfde doel na: het bevorderen van zelfmanagement en een multidisciplinaire aanpak op maat. De 26 beoordeelde onderzoeken duurden 2-24 maanden en omvatten in totaal bijna 3000 patiënten met COPD. DCC concludeert dat deelname aan een ketenzorgprogramma geen verandering brengt in het aantal exacerbaties en mortaliteit, maar wel leidt tot:

  • verbetering op het terrein van dyspneu, vermoeidheid, emoties en controle over de ziekte (na een jaar);
  • een grotere inspanningstolerantie;
  • minder ziekenhuisopnames voor luchtweg-gerelateerde aandoeningen en gemiddeld vier dagen eerder ontslag.

Op dit moment worden ketenzorgprogramma’s met name aangeboden in de tweede lijn in de vorm van tweedelijns longrevalidatieprogramma’s voor patiënten met matig ernstige COPD Gold II bij wie de behandeldoelen niet worden gehaald, en voor patiënten met Gold III en IV. Nu uit onderzoek blijkt dat mensen met een milde COPD ook baat hebben bij een ketenzorgprogramma , zou deze groep dus ook in de eerste lijn behandeld kunnen worden, aldus de review. ‘Door de zorg in de eerste lijn te coördineren is het bovendien mogelijk interventies binnen diverse ZMP’s te combineren, zoals hartfalen en COPD. Een patiënt kan dan voor zijn hartfalen én COPD naar dezelfde fysiotherapeut’.

Het Cochrane Centre is een internationale onafhankelijke non-profit organisatie die actuele informatie over de effectiviteit van de gezondheidszorg bestudeert en toegankelijk maakt. Het Dutch Cochrane Centre  in het UMC Utrecht is één van de 14 Cochrane centra.

Huisarts&Wetenschap Pearls besteed aandacht aan de Cochrane review in hun editie van februari 2015.

 

[...]

programmatischEen programmatische zorgaanpak bevordert de kwaliteit van leven. Een review van het Dutch Cochrane Centre (DCC) lijkt deze stelling te ondersteunen. Na bestudering van 26 onderzoeken naar het effect van ketenzorgprogramma’s in de COPD-zorg in eerste en tweede lijn, bepleit DCC uitbreiding van deze programma’s in de eerste lijn.

Hoewel de ketenzorgprogramma’s – het onderzoek spreekt van ziektemanagementprogramma’s ofwel ZMP’s – onderling verschillen, streven ze allemaal hetzelfde doel na: het bevorderen van zelfmanagement en een multidisciplinaire aanpak op maat. De 26 beoordeelde onderzoeken duurden 2-24 maanden en omvatten in totaal bijna 3000 patiënten met COPD. DCC concludeert dat deelname aan een ketenzorgprogramma geen verandering brengt in het aantal exacerbaties en mortaliteit, maar wel leidt tot:

  • verbetering op het terrein van dyspneu, vermoeidheid, emoties en controle over de ziekte (na een jaar);
  • een grotere inspanningstolerantie;
  • minder ziekenhuisopnames voor luchtweg-gerelateerde aandoeningen en gemiddeld vier dagen eerder ontslag.

Op dit moment worden ketenzorgprogramma’s met name aangeboden in de tweede lijn in de vorm van tweedelijns longrevalidatieprogramma’s voor patiënten met matig ernstige COPD Gold II bij wie de behandeldoelen niet worden gehaald, en voor patiënten met Gold III en IV. Nu uit onderzoek blijkt dat mensen met een milde COPD ook baat hebben bij een ketenzorgprogramma , zou deze groep dus ook in de eerste lijn behandeld kunnen worden, aldus de review. ‘Door de zorg in de eerste lijn te coördineren is het bovendien mogelijk interventies binnen diverse ZMP’s te combineren, zoals hartfalen en COPD. Een patiënt kan dan voor zijn hartfalen én COPD naar dezelfde fysiotherapeut’.

Het Cochrane Centre is een internationale onafhankelijke non-profit organisatie die actuele informatie over de effectiviteit van de gezondheidszorg bestudeert en toegankelijk maakt. Het Dutch Cochrane Centre  in het UMC Utrecht is één van de 14 Cochrane centra.

Huisarts&Wetenschap Pearls besteed aandacht aan de Cochrane review in hun editie van februari 2015.

 

Terugblik netwerkbijeenkomst Kwaliteit - 23 april 2015

29 april 2015

Ruim 90 mensen bezochten gisteren de netwerkbijeenkomst voor kwaliteitsmedewerkers van huisartsenposten, gezondheidscentra en zorggroepen. Het programma bood voor alle ledengroepen specifieke informatie en uitwisselingsmogelijkheden.

1 | De kwaliteitsmedewerkers van huisartsenposten gaven voor het recent gestarte onderzoek naar autorisatietijden bruikbare input aan de onderzoeker van het Julius Centrum. Leonie van Steenvoorde, directeur HKN, informeerde collega’s over haar ervaringen met de casus Tuitjenhorn. Het project Keten Acute Zorg presenteerde de voorlopige bevindingen. Ook vanuit de zaal legden leden vraagstukken aan elkaar voor.

2| Organisatievraagstukken rond de samenwerking in de GGZ werden belicht vanuit de acute zorg, chronische zorg en multidisciplinaire zorg. Aan bod kwamen onder meer de inzet van de aandachtsfunctionaris op de huisartsenpost, coördinatie van de zorg in de chronische keten, de bekostiging en praktische zaken als huisvesting. Er blijkt nog veel ontwikkeling mogelijk.

3 | Aandacht ook voor het kwaliteitsbeleid van de ketenzorgorganisaties. De eerste resultaten uit de zelfevaluatie werden gedeeld en concreet gemaakt aan de hand van drie aansprekende praktijkvoorbeelden over het individueel zorgplan, patiëntenparticipatie en patiëntveiligheid. Tot slot is gesproken over de nieuwe Kritische Kwaliteits Kenmerken voor 2016 met veel aandachtspunten voor de verdere uitwerking.

De presentaties zijn is te downloaden vanaf de  Kennisbank op het Ledenplatform onder het kopje Netwerken / Netwerk kwaliteit  (alleen voor leden, na  inlog).

[...]

Ruim 90 mensen bezochten gisteren de netwerkbijeenkomst voor kwaliteitsmedewerkers van huisartsenposten, gezondheidscentra en zorggroepen. Het programma bood voor alle ledengroepen specifieke informatie en uitwisselingsmogelijkheden.

1 | De kwaliteitsmedewerkers van huisartsenposten gaven voor het recent gestarte onderzoek naar autorisatietijden bruikbare input aan de onderzoeker van het Julius Centrum. Leonie van Steenvoorde, directeur HKN, informeerde collega’s over haar ervaringen met de casus Tuitjenhorn. Het project Keten Acute Zorg presenteerde de voorlopige bevindingen. Ook vanuit de zaal legden leden vraagstukken aan elkaar voor.

2| Organisatievraagstukken rond de samenwerking in de GGZ werden belicht vanuit de acute zorg, chronische zorg en multidisciplinaire zorg. Aan bod kwamen onder meer de inzet van de aandachtsfunctionaris op de huisartsenpost, coördinatie van de zorg in de chronische keten, de bekostiging en praktische zaken als huisvesting. Er blijkt nog veel ontwikkeling mogelijk.

3 | Aandacht ook voor het kwaliteitsbeleid van de ketenzorgorganisaties. De eerste resultaten uit de zelfevaluatie werden gedeeld en concreet gemaakt aan de hand van drie aansprekende praktijkvoorbeelden over het individueel zorgplan, patiëntenparticipatie en patiëntveiligheid. Tot slot is gesproken over de nieuwe Kritische Kwaliteits Kenmerken voor 2016 met veel aandachtspunten voor de verdere uitwerking.

De presentaties zijn is te downloaden vanaf de  Kennisbank op het Ledenplatform onder het kopje Netwerken / Netwerk kwaliteit  (alleen voor leden, na  inlog).

Nivel onderzoekt financiering casemanagement dementie

21 april 2015

Onlangs onderzocht Nivel hoe het staat met de inkoop en financiering van casemanagent voor mensen met dementie, nu per 1 januari de financiering van de dementiezorg is veranderd. De hoge respons op de enquête onderstreept het belang dat men in de dementiezorg hecht aan casemanagement. Uit een eerder Nivel-onderzoek (december 2014) blijkt dat het inzetten van een casemanager bij de zorg voor mensen met dementie ook bij mantelzorgers hoge ogen gooit. Het recente onderzoek laat zien dat een groot deel van de 85 regionale samenwerkingsverbanden al aan de slag is met de nieuwe financiering. Wel maakt men zich in het licht van de bezuinigingen zorgen over de financiering na 2015. Men vreest onder andere voor afbrokkeling van de regionale samenwerking die een belangrijke randvoorwaarde vormt voor casemanagement. Lees meer over het onderzoek.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Onlangs onderzocht Nivel hoe het staat met de inkoop en financiering van casemanagent voor mensen met dementie, nu per 1 januari de financiering van de dementiezorg is veranderd. De hoge respons op de enquête onderstreept het belang dat men in de dementiezorg hecht aan casemanagement. Uit een eerder Nivel-onderzoek (december 2014) blijkt dat het inzetten van een casemanager bij de zorg voor mensen met dementie ook bij mantelzorgers hoge ogen gooit. Het recente onderzoek laat zien dat een groot deel van de 85 regionale samenwerkingsverbanden al aan de slag is met de nieuwe financiering. Wel maakt men zich in het licht van de bezuinigingen zorgen over de financiering na 2015. Men vreest onder andere voor afbrokkeling van de regionale samenwerking die een belangrijke randvoorwaarde vormt voor casemanagement. Lees meer over het onderzoek.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Alles op een rij over astma en COPD

21 april 2015

Het NHG heeft voor huisartsen en POH’s alle aandachtspunten voor de herziene NHG-standaard Astma en COPD bij elkaar gezet. Jullie vinden op deze pagina de mogelijkheden voor e-learning, de videofilm waarin de veranderingen puntsgewijs worden vermeld, informatie over het boek Protocollaire astma/COPD-zorg, fto-materialen en meer.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht. 

[...]

Het NHG heeft voor huisartsen en POH’s alle aandachtspunten voor de herziene NHG-standaard Astma en COPD bij elkaar gezet. Jullie vinden op deze pagina de mogelijkheden voor e-learning, de videofilm waarin de veranderingen puntsgewijs worden vermeld, informatie over het boek Protocollaire astma/COPD-zorg, fto-materialen en meer.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht. 

FAQ over generalistische basis GGZ op website NZa

13 april 2015

Afgelopen week plaatste de NZa veel gestelde vragen en antwoorden over de generalistische basis GGZ op haar website. In dit document worden vragen over de NZa-regelgeving voor de generalistische basis GGZ beantwoord. De vragen en antwoorden zijn van toepassing op het beleid per 1 januari 2015 en gelden tot 1 januari 2016. De beleidswijzigingen in 2015 ten opzichte van 2014 staan in een bijlage beschreven.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Afgelopen week plaatste de NZa veel gestelde vragen en antwoorden over de generalistische basis GGZ op haar website. In dit document worden vragen over de NZa-regelgeving voor de generalistische basis GGZ beantwoord. De vragen en antwoorden zijn van toepassing op het beleid per 1 januari 2015 en gelden tot 1 januari 2016. De beleidswijzigingen in 2015 ten opzichte van 2014 staan in een bijlage beschreven.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Web-tv over nieuwe richtlijnen astma en COPD

13 april 2015

Binnenkort verschijnen de nieuwe huisartsenrichtlijnen voor astma en COPD. Op woensdagavond 13 mei is hierover een interactieve web-tv uitzending van 20.30 – 22.00 uur waarin beide richtlijnen worden besproken, onder andere door Niels Chavannes, huisarts LUMC te Leiden. Ook de voor de praktijk relevante verschillen tussen beide aandoeningen krijgen aandacht. De focus ligt op ziektelast, monitoring en exacerbatiemanagement. De Mednet-uitzending is kosteloos te volgen. Meer informatie.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Binnenkort verschijnen de nieuwe huisartsenrichtlijnen voor astma en COPD. Op woensdagavond 13 mei is hierover een interactieve web-tv uitzending van 20.30 – 22.00 uur waarin beide richtlijnen worden besproken, onder andere door Niels Chavannes, huisarts LUMC te Leiden. Ook de voor de praktijk relevante verschillen tussen beide aandoeningen krijgen aandacht. De focus ligt op ziektelast, monitoring en exacerbatiemanagement. De Mednet-uitzending is kosteloos te volgen. Meer informatie.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Vooraankondiging: kennissessie Zelfzorg Ondersteund!

13 april 2015

Op 4 juni is er weer een kennissessie van Zelfzorg Ondersteund: ‘Kom Verder! Samen stappen zetten bij de invoering van ondersteunde zelfzorg!’ De deelnemers krijgen een praktisch overzicht van de hulp, tools (onder andere de implementatiekoffer) en financiële middelen die er voor hen beschikbaar zijn. De aanwezige zorggroepmanagers, zorgmedewerkers, huisartsen, praktijkondersteuners, patiënten en zorginkopers kunnen meteen met zelfzorg aan de slag. De bijeenkomst vindt plaats van 16.00 – 20.00 uur op een nog onbekende locatie (centraal in Nederland). Aanmelden is nu al mogelijk.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Op 4 juni is er weer een kennissessie van Zelfzorg Ondersteund: ‘Kom Verder! Samen stappen zetten bij de invoering van ondersteunde zelfzorg!’ De deelnemers krijgen een praktisch overzicht van de hulp, tools (onder andere de implementatiekoffer) en financiële middelen die er voor hen beschikbaar zijn. De aanwezige zorggroepmanagers, zorgmedewerkers, huisartsen, praktijkondersteuners, patiënten en zorginkopers kunnen meteen met zelfzorg aan de slag. De bijeenkomst vindt plaats van 16.00 – 20.00 uur op een nog onbekende locatie (centraal in Nederland). Aanmelden is nu al mogelijk.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Problemen injectienaalden?

07 april 2015

Deze week werd Nederland opgeschrikt door een uitzending van EenVandaag over mogelijke problemen met injectienaalden. De Inspectie is samen met RIVM direct een onderzoek gestart. Om goed vast te kunnen stellen wat er aan de hand is worden injectienaalden uit fabrieken in Nederland, België en Groot-Brittannië onderzocht. Het gaat over injectienaalden van het merk Terumo die onder andere meegeleverd worden in de verpakking van het BMR- en het hepatitis B-vaccin in het Rijksvaccinatieprogramma. Zorgverleners wordt geadviseerd om – indien mogelijk – deze naalden tijdelijk niet te gebruiken. Lees ook:

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Deze week werd Nederland opgeschrikt door een uitzending van EenVandaag over mogelijke problemen met injectienaalden. De Inspectie is samen met RIVM direct een onderzoek gestart. Om goed vast te kunnen stellen wat er aan de hand is worden injectienaalden uit fabrieken in Nederland, België en Groot-Brittannië onderzocht. Het gaat over injectienaalden van het merk Terumo die onder andere meegeleverd worden in de verpakking van het BMR- en het hepatitis B-vaccin in het Rijksvaccinatieprogramma. Zorgverleners wordt geadviseerd om – indien mogelijk – deze naalden tijdelijk niet te gebruiken. Lees ook:

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

24 april: informatiebijeenkomst toetsingsinstrument landelijke benchmark

07 april 2015

Insights ontwikkelt op verzoek van InEen en ZN een toetsingsinstrument. Met het toetsingsinstrument kan worden aangegeven dat de opgeleverde data van zorggroepen betrouwbaar en vergelijkbaar zijn. In de laatste DLV zorggroepen en gezondheidscentra (3 maart) gaf Insights een presentatie over het toetsingsinstrument. Er waren zoveel vragen van aanwezigen dat besloten is een aparte sessie over dit onderwerp te organiseren. Geïnteresseerden zorggroepen zijn van harte welkom op de informatiebijeenkomst toetsingsinstrument op vrijdagmiddag 24 april om 14 uur in Utrecht (Domus Medica). Graag even aanmelden. Bij de aanmelding kunnen jullie vooraf je vragen al aan ons doorgeven. Wij zorgen dan dat de beantwoording in de bijeenkomst aan de orde komt. Op de website van InEen hebben we ook een FAQ toetsingsinstrument geplaatst met een aantal vragen en antwoorden. Zorggroepen, HIS/KIS leveranciers en datacentra kunnen op de website van InEen ook de specificaties voor de indicatoren vinden die de stuurgroep van de landelijke benchmark ketenzorg onlangs heeft opgeleverd.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Insights ontwikkelt op verzoek van InEen en ZN een toetsingsinstrument. Met het toetsingsinstrument kan worden aangegeven dat de opgeleverde data van zorggroepen betrouwbaar en vergelijkbaar zijn. In de laatste DLV zorggroepen en gezondheidscentra (3 maart) gaf Insights een presentatie over het toetsingsinstrument. Er waren zoveel vragen van aanwezigen dat besloten is een aparte sessie over dit onderwerp te organiseren. Geïnteresseerden zorggroepen zijn van harte welkom op de informatiebijeenkomst toetsingsinstrument op vrijdagmiddag 24 april om 14 uur in Utrecht (Domus Medica). Graag even aanmelden. Bij de aanmelding kunnen jullie vooraf je vragen al aan ons doorgeven. Wij zorgen dan dat de beantwoording in de bijeenkomst aan de orde komt. Op de website van InEen hebben we ook een FAQ toetsingsinstrument geplaatst met een aantal vragen en antwoorden. Zorggroepen, HIS/KIS leveranciers en datacentra kunnen op de website van InEen ook de specificaties voor de indicatoren vinden die de stuurgroep van de landelijke benchmark ketenzorg onlangs heeft opgeleverd.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Aantal invoervelden bij indicatoren HVZ en VVR

07 april 2015

Er bereiken ons signalen van verwarring over het aantal invoervelden HVZ en VVR. De verwarring wordt veroorzaakt doordat een verschil in het aantal regels in de Excelformats en het aantal op de website transparanteketenzorg.nl.
Op de website moeten bij LDL meting drie getallen worden ingevoerd:

  • totaal aantal patiënten jonger dan 80 jaar met een LDL meting
  • aantal patiënten jonger dan 80 jaar met een LDL meetwaarde kleiner of gelijk aan 2,5
  • aantal patiënten jonger dan 80 jaar met een LDL meetwaarde groter dan 2,5

Op de Excelformats zijn alleen de eerste twee getallen opgenomen. Het derde wordt namelijk verkregen door de andere twee van elkaar af te trekken.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Er bereiken ons signalen van verwarring over het aantal invoervelden HVZ en VVR. De verwarring wordt veroorzaakt doordat een verschil in het aantal regels in de Excelformats en het aantal op de website transparanteketenzorg.nl.
Op de website moeten bij LDL meting drie getallen worden ingevoerd:

  • totaal aantal patiënten jonger dan 80 jaar met een LDL meting
  • aantal patiënten jonger dan 80 jaar met een LDL meetwaarde kleiner of gelijk aan 2,5
  • aantal patiënten jonger dan 80 jaar met een LDL meetwaarde groter dan 2,5

Op de Excelformats zijn alleen de eerste twee getallen opgenomen. Het derde wordt namelijk verkregen door de andere twee van elkaar af te trekken.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Evaluatie Kritische Kwaliteitskenmerken

01 april 2015

Afgelopen week is de uitnodiging voor de enquête ‘evaluatie Kritische Kwaliteits Kenmerken’ rondgestuurd. De Kritische Kwaliteits Kenmerken (de KKK’s)  zijn de pijlers van het kwaliteitsbeleid voor zorggroepen. Het doel van de enquête is de huidige set KKK’s te evalueren. De vragenlijst staat open tot en met 5 april. Neem voor meer informatie contact op met Mariska Sijstermans-Smit.

In januari is de vragenlijst zelfevaluatie  opengesteld. Deze ging over de implementatie van de KKK’s en wordt volgende week gesloten. Uitgenodigde invullers hebben nog tot en met 27 maart om de zelfevaluatie voor hun ketenzorgorganisatie in te vullen.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Afgelopen week is de uitnodiging voor de enquête ‘evaluatie Kritische Kwaliteits Kenmerken’ rondgestuurd. De Kritische Kwaliteits Kenmerken (de KKK’s)  zijn de pijlers van het kwaliteitsbeleid voor zorggroepen. Het doel van de enquête is de huidige set KKK’s te evalueren. De vragenlijst staat open tot en met 5 april. Neem voor meer informatie contact op met Mariska Sijstermans-Smit.

In januari is de vragenlijst zelfevaluatie  opengesteld. Deze ging over de implementatie van de KKK’s en wordt volgende week gesloten. Uitgenodigde invullers hebben nog tot en met 27 maart om de zelfevaluatie voor hun ketenzorgorganisatie in te vullen.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Nieuwe bestuurder Zorggroep Almere

01 april 2015

Lidy Hartemink gaat per 1 juni 2015 aan de slag als nieuwe bestuurder van Zorggroep Almere. Zij volgt Bert Groot Roessink op die eind mei met pensioen gaat. Velen van ons zullen Lidy kennen. Ze heeft een flinke staat van dienst opgebouwd in de zorg. De laatste jaren was ze directeur Gezondheidszorg bij Unive-VGZ-IZA-Trias en bestuursvoorzitter van Zorgcombinatie Noorderboog. InEen feliciteert haar van harte met haar benoeming! Persbericht Zorggroep Almere.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Lidy Hartemink gaat per 1 juni 2015 aan de slag als nieuwe bestuurder van Zorggroep Almere. Zij volgt Bert Groot Roessink op die eind mei met pensioen gaat. Velen van ons zullen Lidy kennen. Ze heeft een flinke staat van dienst opgebouwd in de zorg. De laatste jaren was ze directeur Gezondheidszorg bij Unive-VGZ-IZA-Trias en bestuursvoorzitter van Zorgcombinatie Noorderboog. InEen feliciteert haar van harte met haar benoeming! Persbericht Zorggroep Almere.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Brede regionale samenwerking in Zuid-Holland Noord

26 maart 2015

knooppuntKnooppunt Ketenzorg sloot begin maart 2015 met het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) een samenwerkingsovereenkomst. ‘Een belangrijke en substantiële stap op weg naar een integraal zorgaanbod voor de inwoners van onze regio’, aldus Gelf Jan Wieringa, voorzitter van het Knooppunt. Op 16 april tekent hij eenzelfde samenwerkingsovereenkomst met het Alrijne Ziekenhuis Alphen aan de Rijn, Leiden en Leiderdorp.

Natuurlijk zijn er op veel terreinen al langer samenwerkingen tussen eerstelijns zorgverleners en medisch specialisten. De meerwaarde van de bestuurlijke samenwerkingsovereenkomst is, zegt Wieringa, allereerst het commitment: ook het bestuur van het LUMC heeft zich nu gecommitteerd aan goede samenwerking met de eerste lijn. Wieringa: ‘Ook elke zorggroep in de regio committeert zich aan de afspraken die worden gemaakt. Al eerder sprak ook zorgverzekeraar Zorg en Zekerheid zijn commitment uit, zodat we afspraken daadwerkelijk kunnen implementeren.’

‘We – dat wil zeggen eerste lijn, ziekenhuizen en zorgverzekeraars – willen een regionale agenda ontwikkelen, die ervoor zorgt dat we op hetzelfde moment aan dezelfde zaken werken. Er zijn regionale focuspunten geformuleerd waar we ons gezamenlijk op kunnen richten.’ Wieringa noemt bijvoorbeeld de (keten)zorg voor COPD/astma en voor ouderen. Een belangrijk onderwerp vindt hij de inhoudelijke kant van de informatie-uitwisseling: welke informatie moet op welk moment voor wie beschikbaar zijn? Ook goed afgestemde scholing samen met de medisch specialisten staat op de agenda. Wieringa: ‘De manier waarop we willen samenwerken past bij het pleidooi van Ella Kalsbeek voor regionale samenwerking waarin de partijen gezamenlijk bepaalde punten oppakken.’

Het proces op weg naar de samenwerkingsovereenkomst is al jaren geleden begonnen, al vóór de oprichting van het Knooppunt. ‘We liepen in de regio’, zegt Wieringa, ‘tegen struikelblokken op, bijvoorbeeld: hoe kun je wat je samen doet goed met de achterban communiceren? Na de formele oprichting in 2013 stak het Knooppunt veel energie in het opbouwen van een effectieve communicatiestructuur. Wieringa: ‘Toen bleek dat we als Knooppunt in staat waren om namens 90% van alle eerstelijners in de regio afspraken te maken, zijn we gestart met de samenwerkingsovereenkomsten met de ziekenhuizen.’

‘Ik zie de samenwerkingsovereenkomst’, besluit Wieringa, ‘als een eerste stap naar een integraal zorgaanbod voor de inwoners van onze regio. We hebben het ook wel over transmurale afspraken, maar ik spreek liever over integraal, een integraal zorgaanbod waarin patiënt én zorgverlener centraal staan. Niet de een of de ander, maar beiden. De focus moet liggen op de interactie in de spreekkamer waar ze elkaar ontmoeten. Het Knooppunt Ketenzorg is geen belangengroep voor de eerste lijn, we gaan alleen voor de kwaliteit van de zorg.’

[...]

knooppuntKnooppunt Ketenzorg sloot begin maart 2015 met het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) een samenwerkingsovereenkomst. ‘Een belangrijke en substantiële stap op weg naar een integraal zorgaanbod voor de inwoners van onze regio’, aldus Gelf Jan Wieringa, voorzitter van het Knooppunt. Op 16 april tekent hij eenzelfde samenwerkingsovereenkomst met het Alrijne Ziekenhuis Alphen aan de Rijn, Leiden en Leiderdorp.

Natuurlijk zijn er op veel terreinen al langer samenwerkingen tussen eerstelijns zorgverleners en medisch specialisten. De meerwaarde van de bestuurlijke samenwerkingsovereenkomst is, zegt Wieringa, allereerst het commitment: ook het bestuur van het LUMC heeft zich nu gecommitteerd aan goede samenwerking met de eerste lijn. Wieringa: ‘Ook elke zorggroep in de regio committeert zich aan de afspraken die worden gemaakt. Al eerder sprak ook zorgverzekeraar Zorg en Zekerheid zijn commitment uit, zodat we afspraken daadwerkelijk kunnen implementeren.’

‘We – dat wil zeggen eerste lijn, ziekenhuizen en zorgverzekeraars – willen een regionale agenda ontwikkelen, die ervoor zorgt dat we op hetzelfde moment aan dezelfde zaken werken. Er zijn regionale focuspunten geformuleerd waar we ons gezamenlijk op kunnen richten.’ Wieringa noemt bijvoorbeeld de (keten)zorg voor COPD/astma en voor ouderen. Een belangrijk onderwerp vindt hij de inhoudelijke kant van de informatie-uitwisseling: welke informatie moet op welk moment voor wie beschikbaar zijn? Ook goed afgestemde scholing samen met de medisch specialisten staat op de agenda. Wieringa: ‘De manier waarop we willen samenwerken past bij het pleidooi van Ella Kalsbeek voor regionale samenwerking waarin de partijen gezamenlijk bepaalde punten oppakken.’

Het proces op weg naar de samenwerkingsovereenkomst is al jaren geleden begonnen, al vóór de oprichting van het Knooppunt. ‘We liepen in de regio’, zegt Wieringa, ‘tegen struikelblokken op, bijvoorbeeld: hoe kun je wat je samen doet goed met de achterban communiceren? Na de formele oprichting in 2013 stak het Knooppunt veel energie in het opbouwen van een effectieve communicatiestructuur. Wieringa: ‘Toen bleek dat we als Knooppunt in staat waren om namens 90% van alle eerstelijners in de regio afspraken te maken, zijn we gestart met de samenwerkingsovereenkomsten met de ziekenhuizen.’

‘Ik zie de samenwerkingsovereenkomst’, besluit Wieringa, ‘als een eerste stap naar een integraal zorgaanbod voor de inwoners van onze regio. We hebben het ook wel over transmurale afspraken, maar ik spreek liever over integraal, een integraal zorgaanbod waarin patiënt én zorgverlener centraal staan. Niet de een of de ander, maar beiden. De focus moet liggen op de interactie in de spreekkamer waar ze elkaar ontmoeten. Het Knooppunt Ketenzorg is geen belangengroep voor de eerste lijn, we gaan alleen voor de kwaliteit van de zorg.’

15 april: symposium over zelfmanagementeducatie in de eerstelijn

24 maart 2015

De afgelopen drie jaar deden medewerkers van de afdeling medische psychologie van het VUmc onderzoek naar de implementatie van het PRISMA-diabetes programma  bij zeven zorggroepen in Nederland. PRISMA is een methode waarbij hulpverleners en mensen met diabetes via twee dagdelen groepseducatie sámen de voorwaarden scheppen voor meer zelfregie over hun ziekte. Het onderzoek heeft veel informatie overgeleverd over de implementatie en de resultaten van deze groepseducatie. Daarover gaat het symposium ‘Zelfmanagement educatie in de praktijk – Wat leert PRISMA ons?’. Het symposium vindt plaats op 15 april in Amsterdam (10.00-16.00 in het VUmc) en is bedoeld voor huisartsen, praktijkondersteuners, (praktijk)verpleegkundigen, diabetesverpleegkundigen, fysiotherapeuten, diëtisten, psychologen, kaderartsen, beleidsmakers en zorgverzekeraars. Meld je aan door een e-mail te sturen naar prisma@vumc.nl (vermelden: functie, instelling en – voor accreditatie – eventueel lidmaatschap van EADV, V&VN, NVvPO of NDV). Het programma.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

De afgelopen drie jaar deden medewerkers van de afdeling medische psychologie van het VUmc onderzoek naar de implementatie van het PRISMA-diabetes programma  bij zeven zorggroepen in Nederland. PRISMA is een methode waarbij hulpverleners en mensen met diabetes via twee dagdelen groepseducatie sámen de voorwaarden scheppen voor meer zelfregie over hun ziekte. Het onderzoek heeft veel informatie overgeleverd over de implementatie en de resultaten van deze groepseducatie. Daarover gaat het symposium ‘Zelfmanagement educatie in de praktijk – Wat leert PRISMA ons?’. Het symposium vindt plaats op 15 april in Amsterdam (10.00-16.00 in het VUmc) en is bedoeld voor huisartsen, praktijkondersteuners, (praktijk)verpleegkundigen, diabetesverpleegkundigen, fysiotherapeuten, diëtisten, psychologen, kaderartsen, beleidsmakers en zorgverzekeraars. Meld je aan door een e-mail te sturen naar prisma@vumc.nl (vermelden: functie, instelling en – voor accreditatie – eventueel lidmaatschap van EADV, V&VN, NVvPO of NDV). Het programma.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

COPD meer dan alleen luchtwegproblemen

24 maart 2015

COPD-patiënten hebben in 98 procent van de gevallen minstens één andere aandoening onder de leden en bijna de helft van deze patiënten heeft minstens vier andere ziekteklachten.
Dat is één van de conclusies uit het proefschrift van Lowie Vanfleteren van het Maastricht UMC en expertisecentrum CIRO in Horn. Hij onderzocht de bijkomende problemen bij patiënten die werden doorverwezen voor longrevalidatie. De problemen bij COPD-patiënten variëren van hoge bloeddruk en hartfalen tot botontkalking en depressie. “COPD is tegenwoordig veel meer dan alleen een longziekte,” aldus Vanfleteren. Lees meer

[...]

COPD-patiënten hebben in 98 procent van de gevallen minstens één andere aandoening onder de leden en bijna de helft van deze patiënten heeft minstens vier andere ziekteklachten.
Dat is één van de conclusies uit het proefschrift van Lowie Vanfleteren van het Maastricht UMC en expertisecentrum CIRO in Horn. Hij onderzocht de bijkomende problemen bij patiënten die werden doorverwezen voor longrevalidatie. De problemen bij COPD-patiënten variëren van hoge bloeddruk en hartfalen tot botontkalking en depressie. “COPD is tegenwoordig veel meer dan alleen een longziekte,” aldus Vanfleteren. Lees meer

Herziene NHG-standaard Astma bij volwassenen en bijbehorende voorlichting 

12 maart 2015

De NHG-standaard Astma bij volwassenen is herzien. De afkapwaarden voor de FEV1/FVC-ratio voor het vaststellen van bronchusobstructie zijn gewijzigd. Verder zijn de aanbevelingen voor diagnostiek en monitoring van astma met behulp van spirometrie aangepast. Ook de bijbehorende informatie op Thuiszorg.nl is herzien.Lees meer

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

De NHG-standaard Astma bij volwassenen is herzien. De afkapwaarden voor de FEV1/FVC-ratio voor het vaststellen van bronchusobstructie zijn gewijzigd. Verder zijn de aanbevelingen voor diagnostiek en monitoring van astma met behulp van spirometrie aangepast. Ook de bijbehorende informatie op Thuiszorg.nl is herzien.Lees meer

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Huisarts kan deel astmazorg overnemen

12 maart 2015

Astmapatiënten die in verband met hun aandoening veel contacten hebben met de huisartsenpraktijk, komen hiervoor minder in de tweede lijn. ‘Meer aandacht voor astma in de huisartsenpraktijk lijkt zich uit te betalen in minder specialistische zorg. Dit wijst op ruimte voor ‘substitutie’ van tweedelijnszorg naar eerstelijnszorg: meer patiënten kunnen mogelijk volstaan met zorg in de huisartsenpraktijk’, aldus een publicatie van onderzoekers van het NIVEL in Huisarts & Wetenschap. Lees verder.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Astmapatiënten die in verband met hun aandoening veel contacten hebben met de huisartsenpraktijk, komen hiervoor minder in de tweede lijn. ‘Meer aandacht voor astma in de huisartsenpraktijk lijkt zich uit te betalen in minder specialistische zorg. Dit wijst op ruimte voor ‘substitutie’ van tweedelijnszorg naar eerstelijnszorg: meer patiënten kunnen mogelijk volstaan met zorg in de huisartsenpraktijk’, aldus een publicatie van onderzoekers van het NIVEL in Huisarts & Wetenschap. Lees verder.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Impressie: deelledenvergadering gezondheidscentra en zorggroepen

11 maart 2015

De gezamenlijke deelledenvergadering voor gezondheidscentra en zorggroepen bracht afgelopen dinsdag 3 maart veel leden naar de Domus Medica. Aan de hand van verschillende presentaties werden zij bijgepraat over de belangrijkste ontwikkelingen. Zo krijgt het onderzoek naar de ondersteuning en infrastructuur een vervolg en gaat InEen op basis van de beschikbare informatie aan de slag met een position paper. De eerste resultaten uit de NIVEL-enquête over de contractering werden gepresenteerd in combinatie met een vooruitblik naar de contractering in 2016.

InEen-bestuurslid Esther Talboom gaf een toelichting op de ideeën over zorginkoop op maat vanuit Zelfzorg Ondersteund. De daaropvolgende presentatie over het toetsingsinstrument als onderdeel van de landelijke benchmark krijgt in een afzonderlijke bijeenkomst een vervolg met ruimte om dieper op de inhoud in te gaan. Als laatste kwam aan de orde het project rond de zorg voor kwetsbare ouderen. Om te voorkomen dat we door de werkelijkheid worden ingehaald, moeten we vaart maken met dit project. Ongeveer driekwart van de aanwezige leden is met initiatieven op dit vlak bezig. Ook wees de zaal op problemen rond de contractering van de ouderenmodule. InEen zal hier aandacht voor vragen in een brief aan VWS over het NZa-advies over de bekostiging van de verpleging en verzorging binnen de Zorgverzekeringswet. In dit verband werd vanuit de zaal ook aandacht gevraagd voor de introductie van het eerstelijns verblijf vanaf 1 januari 2015. InEen is betrokken bij de verdere uitwerking van de duiding van het eerstelijnsverblijf door het Zorginstituut.

Tot slot: het was weer een heel volle agenda. We denken na over alternatieven om het interactieve karakter van de vergadering te vergroten. Jullie ideeën daarover zijn van harte welkom!

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

De gezamenlijke deelledenvergadering voor gezondheidscentra en zorggroepen bracht afgelopen dinsdag 3 maart veel leden naar de Domus Medica. Aan de hand van verschillende presentaties werden zij bijgepraat over de belangrijkste ontwikkelingen. Zo krijgt het onderzoek naar de ondersteuning en infrastructuur een vervolg en gaat InEen op basis van de beschikbare informatie aan de slag met een position paper. De eerste resultaten uit de NIVEL-enquête over de contractering werden gepresenteerd in combinatie met een vooruitblik naar de contractering in 2016.

InEen-bestuurslid Esther Talboom gaf een toelichting op de ideeën over zorginkoop op maat vanuit Zelfzorg Ondersteund. De daaropvolgende presentatie over het toetsingsinstrument als onderdeel van de landelijke benchmark krijgt in een afzonderlijke bijeenkomst een vervolg met ruimte om dieper op de inhoud in te gaan. Als laatste kwam aan de orde het project rond de zorg voor kwetsbare ouderen. Om te voorkomen dat we door de werkelijkheid worden ingehaald, moeten we vaart maken met dit project. Ongeveer driekwart van de aanwezige leden is met initiatieven op dit vlak bezig. Ook wees de zaal op problemen rond de contractering van de ouderenmodule. InEen zal hier aandacht voor vragen in een brief aan VWS over het NZa-advies over de bekostiging van de verpleging en verzorging binnen de Zorgverzekeringswet. In dit verband werd vanuit de zaal ook aandacht gevraagd voor de introductie van het eerstelijns verblijf vanaf 1 januari 2015. InEen is betrokken bij de verdere uitwerking van de duiding van het eerstelijnsverblijf door het Zorginstituut.

Tot slot: het was weer een heel volle agenda. We denken na over alternatieven om het interactieve karakter van de vergadering te vergroten. Jullie ideeën daarover zijn van harte welkom!

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Impressie: themabijeenkomst implementatie zorgstandard CVRM

11 maart 2015

Aansluitend op de deelledenvergadering organiseerden het Platform Vitale Vaten en InEen op 3 maart een druk bezochte themabijeenkomst over de implementatie van de zorgstandaard cardiovasculair risicomanagement. De presentatie van Angelien Borgdorff van Huisartsen Utrecht Stad over gedeelde zorg tussen huisarts en cardioloog bleek een belangrijke smaakmaker. Ze liet zien dat gedeelde zorg mogelijk is bij 95% van de mensen met een cardiovasculair risico na angina pectoris en myocardinfarct. Voldoende mogelijkheden voor substitutie dus!

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Aansluitend op de deelledenvergadering organiseerden het Platform Vitale Vaten en InEen op 3 maart een druk bezochte themabijeenkomst over de implementatie van de zorgstandaard cardiovasculair risicomanagement. De presentatie van Angelien Borgdorff van Huisartsen Utrecht Stad over gedeelde zorg tussen huisarts en cardioloog bleek een belangrijke smaakmaker. Ze liet zien dat gedeelde zorg mogelijk is bij 95% van de mensen met een cardiovasculair risico na angina pectoris en myocardinfarct. Voldoende mogelijkheden voor substitutie dus!

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Stand van zaken zelfevaluatie ketenzorgorganisaties

25 februari 2015

Eind januari zijn alle  zorggroepen en gezondheidscentra die ketenzorg leveren als leden van InEen uitgenodigd om de vragenlijst zelfevaluatie ketenzorgorganisaties in te vullen. Aan de hand van deze vragenlijst kunnen ketenzorgorganisaties voor zichzelf bepalen hoever ze zijn met het bereiken van de Kritische Kwaliteits Kenmerken (KKK’s). Dit jaar zijn in de vragenlijst voor het eerst drie inhoudelijke modules opgenomen die meer inzicht geven in specifieke thema’s: het Individueel ZorgPlan (IZP), Zelfmanagement en Informatiebeveiliging. Met de modules kunnen zorggroepen en gezondheidscentra de zelfevaluatie verder verdiepen. Interessant is ook de mogelijkheid de vragenlijst binnen de organisatie door meerdere personen te laten invullen om zo het onderlinge gesprek over het kwaliteitsbeleid te verbreden. Op dit moment hebben al zo’n 37 hoofdinvullers ruim 300 neveninvullers aangedragen! Het aandragen van neveninvullers is nog mogelijk tot 24 februari (in de uitnodigingsmail d.d. 23 januari staat een link naar het aanmeldingsformulier). De vragenlijst staat nog open tot 27 maart 2015. Daarna komt de eigen feedbackrapportage half april beschikbaar. Tijdens de eerstvolgende netwerkbijeenkomst Kwaliteit bespreken we de geaggregeerde informatie met elkaar. Met vragen over de zelfevaluatie kunnen jullie terecht bij Mariska Sijstermans (InEen).

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Eind januari zijn alle  zorggroepen en gezondheidscentra die ketenzorg leveren als leden van InEen uitgenodigd om de vragenlijst zelfevaluatie ketenzorgorganisaties in te vullen. Aan de hand van deze vragenlijst kunnen ketenzorgorganisaties voor zichzelf bepalen hoever ze zijn met het bereiken van de Kritische Kwaliteits Kenmerken (KKK’s). Dit jaar zijn in de vragenlijst voor het eerst drie inhoudelijke modules opgenomen die meer inzicht geven in specifieke thema’s: het Individueel ZorgPlan (IZP), Zelfmanagement en Informatiebeveiliging. Met de modules kunnen zorggroepen en gezondheidscentra de zelfevaluatie verder verdiepen. Interessant is ook de mogelijkheid de vragenlijst binnen de organisatie door meerdere personen te laten invullen om zo het onderlinge gesprek over het kwaliteitsbeleid te verbreden. Op dit moment hebben al zo’n 37 hoofdinvullers ruim 300 neveninvullers aangedragen! Het aandragen van neveninvullers is nog mogelijk tot 24 februari (in de uitnodigingsmail d.d. 23 januari staat een link naar het aanmeldingsformulier). De vragenlijst staat nog open tot 27 maart 2015. Daarna komt de eigen feedbackrapportage half april beschikbaar. Tijdens de eerstvolgende netwerkbijeenkomst Kwaliteit bespreken we de geaggregeerde informatie met elkaar. Met vragen over de zelfevaluatie kunnen jullie terecht bij Mariska Sijstermans (InEen).

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

CZ sluit aan bij landelijk benchmark ketenzorg

20 februari 2015

InEen heeft signalen ontvangen dat CZ zich niet zou aansluiten bij de landelijke benchmark ketenzorg en een eigen traject met eigen benchmarkindicatoren zou uitvragen. Daarom hebben we contact opgenomen met CZ. Onze lijn is dat wordt aangesloten bij de landelijke benchmark om de administratieve belasting voor zorggroepen zoveel mogelijk te beperken. Wij zijn blij jullie te kunnen melden dat nu met  CZ is afgesproken dat zij onze lijn volgen en zich aansluiten bij de landelijke benchmark ketenzorg. Het verzoek van CZ is half mei beschikking te krijgen over de benchmark-rapportage per zorggroep. Met het meetpunt kwaliteit is afgesproken dat de individuele benchmarkrapportages half mei op de website staan. Zorggroepen kunnen de rapportages dan aan de verzekeraar toesturen.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

InEen heeft signalen ontvangen dat CZ zich niet zou aansluiten bij de landelijke benchmark ketenzorg en een eigen traject met eigen benchmarkindicatoren zou uitvragen. Daarom hebben we contact opgenomen met CZ. Onze lijn is dat wordt aangesloten bij de landelijke benchmark om de administratieve belasting voor zorggroepen zoveel mogelijk te beperken. Wij zijn blij jullie te kunnen melden dat nu met  CZ is afgesproken dat zij onze lijn volgen en zich aansluiten bij de landelijke benchmark ketenzorg. Het verzoek van CZ is half mei beschikking te krijgen over de benchmark-rapportage per zorggroep. Met het meetpunt kwaliteit is afgesproken dat de individuele benchmarkrapportages half mei op de website staan. Zorggroepen kunnen de rapportages dan aan de verzekeraar toesturen.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Enquête zorggroepen, gezondheidscentra en huisartsenposten

20 februari 2015

Afgelopen dinsdag 10 februari heeft het Nivel de enquête over de contractering uitgezet onder zorggroepen en gezondheidscentra. Wij vragen jullie nadrukkelijk de enquête in te vullen. InEen gaat de uitkomsten gebruiken in de landelijke overleggen over de contractering en in de gesprekken met de individuele verzekeraars om de contractering 2016 beter te laten verlopen dan afgelopen jaar. Neem met vragen over de enquête contact op met het Nivel of met Judith van Duren (InEen).
Afgelopen woensdag 11 februari hebben we de enquête over contractering ook aan de huisartsenposten gestuurd. Neem met vragen contact op met Margot Lenos.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht. 

[...]

Afgelopen dinsdag 10 februari heeft het Nivel de enquête over de contractering uitgezet onder zorggroepen en gezondheidscentra. Wij vragen jullie nadrukkelijk de enquête in te vullen. InEen gaat de uitkomsten gebruiken in de landelijke overleggen over de contractering en in de gesprekken met de individuele verzekeraars om de contractering 2016 beter te laten verlopen dan afgelopen jaar. Neem met vragen over de enquête contact op met het Nivel of met Judith van Duren (InEen).
Afgelopen woensdag 11 februari hebben we de enquête over contractering ook aan de huisartsenposten gestuurd. Neem met vragen contact op met Margot Lenos.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht. 

Programma themabijeenkomst implementatie zorgstandaard CVRM 

18 februari 2015

Aansluitend aan de Deelledenvergadering voor zorggroepen op dinsdag 3 maart is er vanaf 18.30 uur een themabijeenkomst over de implementatie van de zorgstandaard Cardiovasculair Risicomanagement (CVRM). Deze themabijeenkomst is een gezamenlijk initiatief van het Platform Vitale Vaten en InEen ter afsluiting van het implementatieproject Innovatie CVRM. Tijdens de bijeenkomst blikken we terug op de projectresultaten en wisselen we ervaringen uit die andere zorggroepen helpen bij de introductie van CVRM-zorgprogramma’s volgens  de zorgstandaard. Het programma is interessant voor mensen met inhoudelijke belangstelling voor de implementatie van zorgprogramma’s voor CVRM. We rekenen op de komst van bestuurders, managers, kwaliteitsmedewerkers en kaderhuisartsen van zorggroepen en gezondheidscentra.

[...]

Aansluitend aan de Deelledenvergadering voor zorggroepen op dinsdag 3 maart is er vanaf 18.30 uur een themabijeenkomst over de implementatie van de zorgstandaard Cardiovasculair Risicomanagement (CVRM). Deze themabijeenkomst is een gezamenlijk initiatief van het Platform Vitale Vaten en InEen ter afsluiting van het implementatieproject Innovatie CVRM. Tijdens de bijeenkomst blikken we terug op de projectresultaten en wisselen we ervaringen uit die andere zorggroepen helpen bij de introductie van CVRM-zorgprogramma’s volgens  de zorgstandaard. Het programma is interessant voor mensen met inhoudelijke belangstelling voor de implementatie van zorgprogramma’s voor CVRM. We rekenen op de komst van bestuurders, managers, kwaliteitsmedewerkers en kaderhuisartsen van zorggroepen en gezondheidscentra.

Nieuwe NDF Voedingsrichtlijn diabetes

18 februari 2015

Deze week is de langverwachte nieuwe NDF Voedingsrichtlijn diabetes verschenen. Voedingstherapie is een cruciaal onderdeel van diabetesmanagement en de nieuwe richtlijn biedt een basis voor evidence based voedingszorg. De nadruk ligt minder op afzonderlijke nutriënten en veel meer op het totale voedingspatroon. Bij de richtlijn hoort een praktische samenvatting voor professionals. Lees ook het persbericht van de Nederlandse Diabetes Federatie (NDF).

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Deze week is de langverwachte nieuwe NDF Voedingsrichtlijn diabetes verschenen. Voedingstherapie is een cruciaal onderdeel van diabetesmanagement en de nieuwe richtlijn biedt een basis voor evidence based voedingszorg. De nadruk ligt minder op afzonderlijke nutriënten en veel meer op het totale voedingspatroon. Bij de richtlijn hoort een praktische samenvatting voor professionals. Lees ook het persbericht van de Nederlandse Diabetes Federatie (NDF).

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Oprichting Zorgkoepel West-Friesland

02 februari 2015

Per 1 januari 2015 is Zorgkoepel West-Friesland opgericht. De koepel omvat de Huisartsenpost West-Friesland, Ketenzorg West-Friesland (KZWF) en het Diagnostisch centrum West Friesland (DCWF). Met deze krachtenbundeling wil de Zorgkoepel integrale, samenhangende en continue eerstelijns zorg in West-Friesland en Wieringermeer stimuleren. De Raad van Bestuur bestaat uit Wendy van den Berg, Stefan Koomen en Erik van de Sande.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Per 1 januari 2015 is Zorgkoepel West-Friesland opgericht. De koepel omvat de Huisartsenpost West-Friesland, Ketenzorg West-Friesland (KZWF) en het Diagnostisch centrum West Friesland (DCWF). Met deze krachtenbundeling wil de Zorgkoepel integrale, samenhangende en continue eerstelijns zorg in West-Friesland en Wieringermeer stimuleren. De Raad van Bestuur bestaat uit Wendy van den Berg, Stefan Koomen en Erik van de Sande.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Zorggroep De Bevelanden: NPA-certificaat is een goede stimulans

29 januari 2015

CertificeringInEen stimuleert zorggroepen aan de slag te gaan met de Kritische Kwaliteits Kenmerken (KKK’s). De discussie over hoe de kwaliteit van zorggroepen als organisatie het beste bewaakt kan worden is in volle gang. Als eerste stap ontwikkelde InEen een zelfevaluatietool. Sommige zorggroepen gaan al een stap verder, zoals zorggroep De Bevelanden die deelnam aan een pilot van NPA Praktijkaccreditering en afgelopen najaar het NPA-certificaat voor zorggroepen in ontvangst mocht nemen.

Manager Maria van der Sluis: ‘We zijn als zorggroep vanaf het begin bezig met de KKK’s. Daarbij ontstond de vraag: we doen het wel, maar doen we het ook goed? Vinden andere partijen dat ook? Toen de NPA ons benaderde voor de pilot, dachten we: hier kunnen we alleen maar van leren.’ In de pilot, waaraan ook de zorggroepen Huisarts en Zorg (regio Gorinchem) en Huisartsenzorg Regio Apeldoorn deelnamen, toetste NPA aan de hand van de KKK’s in hoeverre de deelnemers voldoen aan de randvoorwaarden voor verantwoorde ketenzorg. Onderdeel van het proces vormde ook een serie ronde tafel gesprekken met de ketenpartners van de zorggroep: hoe ervaren zij de processen en waar zien zij verbetermogelijkheden? ‘We bleken er heel goed voor te staan’, aldus Van der Sluis, ‘beter dan we dachten. De certificering is voor ons de bevestiging door een externe partij dat we op de goede weg zitten. Dat zorgt ervoor dat we gemotiveerd aan de slag blijven.’

Met de KKK’s en de certificering ervaart de zorggroep een goede basis voor verdere ontwikkeling. Maar, zegt Van der Sluis, je moet natuurlijk blijven evalueren. Er komen zorgprogramma’s bij, zorgprogramma’s veranderen, er doen nieuwe praktijken mee en zorgverleners ontwikkelen zich. ‘Zeker bij het toevoegen van een nieuw zorgprogramma sta je als ketenzorgorganisatie elke keer weer aan het begin. Hoe ga je visiteren? Hoe ga je ondersteunen?’ Van der Sluis: ‘Een punt daarbij is dat we met z’n allen wel erg gericht zijn op de huisartsenpraktijken, ook bijvoorbeeld de prestatie-indicatoren van InEen. Maar hoe gaan we kwaliteit toetsen bij onze ketenpartners? Wanneer ben je als diëtiste een goede diëtiste? Daar beginnen we nog maar net mee. Geen dingen ook die je als zorggroep alleen kunt bepalen. Dat moet breder worden opgepakt.’

De discussie over certificering is nog niet uitgekristalliseerd. Naast het NPA-traject wordt elders in Nederland geëxperimenteerd met andere schema’s (zoals HAZO24). InEen juicht deze ontwikkelingen toe en vindt het op dit moment het belangrijkste dat bij kwaliteitstoetsing de KKK’s het uitgangspunt vormen. Van der Sluis: ‘Wij zijn tevreden met ons traject, maar weten natuurlijk ook niet hoe het op langere termijn zal gaan. Dat heb ik ook met de NPA gedeeld. Het gaat erom dat je als organisatie een extern oordeel kan vragen, maar we moeten geen wildwest van keurmerken krijgen die allemaal net iets anders inhouden.’

[...]

CertificeringInEen stimuleert zorggroepen aan de slag te gaan met de Kritische Kwaliteits Kenmerken (KKK’s). De discussie over hoe de kwaliteit van zorggroepen als organisatie het beste bewaakt kan worden is in volle gang. Als eerste stap ontwikkelde InEen een zelfevaluatietool. Sommige zorggroepen gaan al een stap verder, zoals zorggroep De Bevelanden die deelnam aan een pilot van NPA Praktijkaccreditering en afgelopen najaar het NPA-certificaat voor zorggroepen in ontvangst mocht nemen.

Manager Maria van der Sluis: ‘We zijn als zorggroep vanaf het begin bezig met de KKK’s. Daarbij ontstond de vraag: we doen het wel, maar doen we het ook goed? Vinden andere partijen dat ook? Toen de NPA ons benaderde voor de pilot, dachten we: hier kunnen we alleen maar van leren.’ In de pilot, waaraan ook de zorggroepen Huisarts en Zorg (regio Gorinchem) en Huisartsenzorg Regio Apeldoorn deelnamen, toetste NPA aan de hand van de KKK’s in hoeverre de deelnemers voldoen aan de randvoorwaarden voor verantwoorde ketenzorg. Onderdeel van het proces vormde ook een serie ronde tafel gesprekken met de ketenpartners van de zorggroep: hoe ervaren zij de processen en waar zien zij verbetermogelijkheden? ‘We bleken er heel goed voor te staan’, aldus Van der Sluis, ‘beter dan we dachten. De certificering is voor ons de bevestiging door een externe partij dat we op de goede weg zitten. Dat zorgt ervoor dat we gemotiveerd aan de slag blijven.’

Met de KKK’s en de certificering ervaart de zorggroep een goede basis voor verdere ontwikkeling. Maar, zegt Van der Sluis, je moet natuurlijk blijven evalueren. Er komen zorgprogramma’s bij, zorgprogramma’s veranderen, er doen nieuwe praktijken mee en zorgverleners ontwikkelen zich. ‘Zeker bij het toevoegen van een nieuw zorgprogramma sta je als ketenzorgorganisatie elke keer weer aan het begin. Hoe ga je visiteren? Hoe ga je ondersteunen?’ Van der Sluis: ‘Een punt daarbij is dat we met z’n allen wel erg gericht zijn op de huisartsenpraktijken, ook bijvoorbeeld de prestatie-indicatoren van InEen. Maar hoe gaan we kwaliteit toetsen bij onze ketenpartners? Wanneer ben je als diëtiste een goede diëtiste? Daar beginnen we nog maar net mee. Geen dingen ook die je als zorggroep alleen kunt bepalen. Dat moet breder worden opgepakt.’

De discussie over certificering is nog niet uitgekristalliseerd. Naast het NPA-traject wordt elders in Nederland geëxperimenteerd met andere schema’s (zoals HAZO24). InEen juicht deze ontwikkelingen toe en vindt het op dit moment het belangrijkste dat bij kwaliteitstoetsing de KKK’s het uitgangspunt vormen. Van der Sluis: ‘Wij zijn tevreden met ons traject, maar weten natuurlijk ook niet hoe het op langere termijn zal gaan. Dat heb ik ook met de NPA gedeeld. Het gaat erom dat je als organisatie een extern oordeel kan vragen, maar we moeten geen wildwest van keurmerken krijgen die allemaal net iets anders inhouden.’

Gouden idee voor COPD

26 januari 2015

Voor COPD-zorg is de website www.goudenideevoorcopd.nl gelanceerd, een initiatief van GSK.  Zorgverleners kunnen daar ideeën indienen voor het individuele zorgplan bij COPD-zorg. Goede ideeën die patiënten helpen om hun aandoening in te passen in hun leven en de kwaliteit van hun leven te verbeteren, zijn van harte welkom. Indienen kan tot 28 februari.  Het Gouden Idee wordt vervolgens uitgewerkt en in de praktijk gebracht, samen met de bedenker. Prijsuitreiking vindt plaats op 23 april tijdens de longdagen.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Voor COPD-zorg is de website www.goudenideevoorcopd.nl gelanceerd, een initiatief van GSK.  Zorgverleners kunnen daar ideeën indienen voor het individuele zorgplan bij COPD-zorg. Goede ideeën die patiënten helpen om hun aandoening in te passen in hun leven en de kwaliteit van hun leven te verbeteren, zijn van harte welkom. Indienen kan tot 28 februari.  Het Gouden Idee wordt vervolgens uitgewerkt en in de praktijk gebracht, samen met de bedenker. Prijsuitreiking vindt plaats op 23 april tijdens de longdagen.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Zorgmodule Voeding in register Zorginstituut Nederland

26 januari 2015

De Zorgmodule Voeding is officieel opgenomen in het Register van Zorginstituut Nederland (ZIN). Daarmee staat voedingszorg duidelijk op de kaart. Aan de ontwikkeling van de zorgmodule heeft een groot aantal partijen meegewerkt; trekker was de Nederlandse Vereniging van Diëtisten. In de module staat het aanleren van een gezond of aangepast voedingsgedrag centraal. Met vragen over de Zorgmodule Voeding kunnen jullie terecht bij Wineke Remijnse.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

De Zorgmodule Voeding is officieel opgenomen in het Register van Zorginstituut Nederland (ZIN). Daarmee staat voedingszorg duidelijk op de kaart. Aan de ontwikkeling van de zorgmodule heeft een groot aantal partijen meegewerkt; trekker was de Nederlandse Vereniging van Diëtisten. In de module staat het aanleren van een gezond of aangepast voedingsgedrag centraal. Met vragen over de Zorgmodule Voeding kunnen jullie terecht bij Wineke Remijnse.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

De benchmark ketenzorg: succesvol met ambitie

20 januari 2015

De benchmark Transparante Ketenzorg is belangrijk en succesvol. Het is een prachtig instrument waarmee we als branche laten zien zelf verantwoording te nemen voor zaken als datamanagement en kwaliteitsbeleid. Maar veel meer is mogelijk. Daarom werken we samen met ZN aan een ambitieuze doorontwikkeling. ZN heeft een subsidie beschikbaar gesteld voor de jaarlijkse benchmark 2014, voor de ontwikkeling van een toetsinstrument en de doorontwikkeling van de benchmark. Met het toetsingsinstrument, dat uiterlijk eind mei 2015 wordt opgeleverd, kunnen benchmarkdeelnemers nagaan of hun dataverwerking aan de eisen van betrouwbaarheid voldoet. In december 2014 is de stuurgroep met vertegenwoordigers van InEen en ZN voor het eerst bij elkaar geweest. Lees verder.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 9 januari 2015.

[...]

De benchmark Transparante Ketenzorg is belangrijk en succesvol. Het is een prachtig instrument waarmee we als branche laten zien zelf verantwoording te nemen voor zaken als datamanagement en kwaliteitsbeleid. Maar veel meer is mogelijk. Daarom werken we samen met ZN aan een ambitieuze doorontwikkeling. ZN heeft een subsidie beschikbaar gesteld voor de jaarlijkse benchmark 2014, voor de ontwikkeling van een toetsinstrument en de doorontwikkeling van de benchmark. Met het toetsingsinstrument, dat uiterlijk eind mei 2015 wordt opgeleverd, kunnen benchmarkdeelnemers nagaan of hun dataverwerking aan de eisen van betrouwbaarheid voldoet. In december 2014 is de stuurgroep met vertegenwoordigers van InEen en ZN voor het eerst bij elkaar geweest. Lees verder.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 9 januari 2015.

Vragenlijst zelfevaluatie voor ketenzorgorganisaties

20 januari 2015

In december hebben we de gezondheidscentra per email gevraagd kenbaar te maken of zij ketenzorg aanbieden. Zo ja en bij interesse zijn medewerkers van deze centra welkom in het bestaande kwaliteitsnetwerk en uitgenodigd deel te nemen aan kwaliteitsinitiatieven voor ketenzorggroepen. Zo wordt over twee weken de digitale vragenlijst zelfevaluatie voor ketenzorgorganisaties opengesteld. Deze vragenlijst is onderdeel van een methodiek waarmee zorggroepen voor zichzelf kunnen bepalen in hoeverre ze voldoen aan de 21 Kritische Kwaliteitskenmerken (KKK’s). Vanaf 2015 stelt InEen, op verzoek van leden, de digitale vragenlijst ook open voor gezondheidscentra die ketenzorg leveren. Mogelijk zijn niet alle 21 kwaliteitskenmerken volledig toepasbaar op de organisatie van ketenzorg door gezondheidscentra. Toch biedt het een eerste stap om het kwaliteitsbeleid rondom de organisatie van ketenzorg te verkennen. Er zijn al diverse reacties op deze uitnodiging binnen gekomen. Gezondheidscentra die belangstelling hebben, maar de email nog niet hebben beantwoord, kunnen tot aanstaande woensdag 14 januari hier hun gegevens achterlaten.
Voor vragen hierover kunt u terecht bij Mariska Sijstermans.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 9 januari 2015.

[...]

In december hebben we de gezondheidscentra per email gevraagd kenbaar te maken of zij ketenzorg aanbieden. Zo ja en bij interesse zijn medewerkers van deze centra welkom in het bestaande kwaliteitsnetwerk en uitgenodigd deel te nemen aan kwaliteitsinitiatieven voor ketenzorggroepen. Zo wordt over twee weken de digitale vragenlijst zelfevaluatie voor ketenzorgorganisaties opengesteld. Deze vragenlijst is onderdeel van een methodiek waarmee zorggroepen voor zichzelf kunnen bepalen in hoeverre ze voldoen aan de 21 Kritische Kwaliteitskenmerken (KKK’s). Vanaf 2015 stelt InEen, op verzoek van leden, de digitale vragenlijst ook open voor gezondheidscentra die ketenzorg leveren. Mogelijk zijn niet alle 21 kwaliteitskenmerken volledig toepasbaar op de organisatie van ketenzorg door gezondheidscentra. Toch biedt het een eerste stap om het kwaliteitsbeleid rondom de organisatie van ketenzorg te verkennen. Er zijn al diverse reacties op deze uitnodiging binnen gekomen. Gezondheidscentra die belangstelling hebben, maar de email nog niet hebben beantwoord, kunnen tot aanstaande woensdag 14 januari hier hun gegevens achterlaten.
Voor vragen hierover kunt u terecht bij Mariska Sijstermans.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 9 januari 2015.

Financiering specialist ouderengeneeskunde in eerstelijnszorg

23 december 2014

Minister Schippers heeft een Kamerbrief verstuurd over de financieringsstructuur van de specialist ouderengeneeskunde in de eerstelijnszorg. In de samenhangende zorg dicht bij huis hebben verschillende professionals een rol. Waar de huisarts specialistische kennis nodig heeft, bijvoorbeeld bij kwetsbare ouderen, kan de specialist ouderengeneeskunde inspringen, aldus de minister. Het betrekken van deze specialist is mogelijk via de subsidieregeling extramurale behandeling. Op termijn wordt deze behandeling ondergebracht in de Zorgverzekeringswet, al of niet onder een aparte aanspraak. De specialist ouderengeneeskunde vervult ook in de zorgprogramma’s voor kwetsbare ouderen een cruciale rol. Vorige week ging het bestuurlijk overleg eerste lijn akkoord met het voorstel van InEen voor de ontwikkeling van persoonsgerichte programmatische ketenzorg voor kwetsbare ouderen. Zoals de minister aangeeft gaan we in dit traject samen met zorgaanbieders, zorgverzekeraars en patiëntenorganisaties aan de slag met het ontwikkelen van een generiek zorgprogramma voor kwetsbare ouderen, dat landelijk gebruikt kan worden. Het projectvoorstel voorziet onder meer in de ontwikkeling van een aanvullende zorgmodule voor consultatie van medisch-specialistische ouderenzorg.
Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Minister Schippers heeft een Kamerbrief verstuurd over de financieringsstructuur van de specialist ouderengeneeskunde in de eerstelijnszorg. In de samenhangende zorg dicht bij huis hebben verschillende professionals een rol. Waar de huisarts specialistische kennis nodig heeft, bijvoorbeeld bij kwetsbare ouderen, kan de specialist ouderengeneeskunde inspringen, aldus de minister. Het betrekken van deze specialist is mogelijk via de subsidieregeling extramurale behandeling. Op termijn wordt deze behandeling ondergebracht in de Zorgverzekeringswet, al of niet onder een aparte aanspraak. De specialist ouderengeneeskunde vervult ook in de zorgprogramma’s voor kwetsbare ouderen een cruciale rol. Vorige week ging het bestuurlijk overleg eerste lijn akkoord met het voorstel van InEen voor de ontwikkeling van persoonsgerichte programmatische ketenzorg voor kwetsbare ouderen. Zoals de minister aangeeft gaan we in dit traject samen met zorgaanbieders, zorgverzekeraars en patiëntenorganisaties aan de slag met het ontwikkelen van een generiek zorgprogramma voor kwetsbare ouderen, dat landelijk gebruikt kan worden. Het projectvoorstel voorziet onder meer in de ontwikkeling van een aanvullende zorgmodule voor consultatie van medisch-specialistische ouderenzorg.
Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Volgformat ZN voor S2/S3 en S1/S3

15 december 2014

InEen heeft van ZN een volgformat ontvangen voor S2/S3 en voor S1/S3. Ze hebben ons gevraagd deze bij jullie onder de aandacht te brengen. Hoewel ZN heeft aangegeven geen mutaties meer te kunnen doorvoeren, hebben we toch twee vraagtekens geplaatst bij het format voor S2/S3:

  1. De koppen van de prestaties VRM en DM 2/VRM lijken door elkaar gehaald.
  2. Een aantal programma onderdelen (bijvoorbeeld fundus) lijken te ontbreken bij DM 2/VRM.

We adviseren zorggroepen en gezondheidscentra goed te kijken of de afspraken met de preferente zorgverzekeraar in het format passen.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

InEen heeft van ZN een volgformat ontvangen voor S2/S3 en voor S1/S3. Ze hebben ons gevraagd deze bij jullie onder de aandacht te brengen. Hoewel ZN heeft aangegeven geen mutaties meer te kunnen doorvoeren, hebben we toch twee vraagtekens geplaatst bij het format voor S2/S3:

  1. De koppen van de prestaties VRM en DM 2/VRM lijken door elkaar gehaald.
  2. Een aantal programma onderdelen (bijvoorbeeld fundus) lijken te ontbreken bij DM 2/VRM.

We adviseren zorggroepen en gezondheidscentra goed te kijken of de afspraken met de preferente zorgverzekeraar in het format passen.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Nieuwe release van de tabel diagnostische bepalingen in  januari beschikbaar 

15 december 2014

In aanvulling op het bericht van vorige week over de handleiding voor inclusie en exclusie van patiënten in ketenzorgprogramma’s kunnen we jullie laten weten dat we deze week de definitieve bevestiging kregen dat het NHG de registratie van de meting controlebeleid in de tabel diagnostische bepalingen gaat aanpassen. Zoals vermeld in de handleiding krijgen patiënten die vanwege generieke exclusiecriteria niet (meer) deelnemen in het zorgprogramma bij de meting controlebeleid het label ‘Geen programmatische zorg’. Binnen de categorie ‘Reden geen programmatische zorg’ zijn hiervoor vanaf begin volgend jaar vijf mogelijke uitslagen beschikbaar. De nieuwe release van de tabel diagnostische bepalingen verschijnt in januari en wordt bekend gemaakt bij de leveranciers van huisartseninformatiesystemen.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

In aanvulling op het bericht van vorige week over de handleiding voor inclusie en exclusie van patiënten in ketenzorgprogramma’s kunnen we jullie laten weten dat we deze week de definitieve bevestiging kregen dat het NHG de registratie van de meting controlebeleid in de tabel diagnostische bepalingen gaat aanpassen. Zoals vermeld in de handleiding krijgen patiënten die vanwege generieke exclusiecriteria niet (meer) deelnemen in het zorgprogramma bij de meting controlebeleid het label ‘Geen programmatische zorg’. Binnen de categorie ‘Reden geen programmatische zorg’ zijn hiervoor vanaf begin volgend jaar vijf mogelijke uitslagen beschikbaar. De nieuwe release van de tabel diagnostische bepalingen verschijnt in januari en wordt bekend gemaakt bij de leveranciers van huisartseninformatiesystemen.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Zelfevaluatie zorggroepen 2015

08 december 2014

Zoals in de nieuwsbrief van november aangegeven zijn op 28 oktober 2014 tijdens de DeelLedenVergadering voor zorggroepen de Kritische Kwaliteits Kenmerken (KKK’s) 2015 vastgesteld. Afgesproken tijdens deze DLV is dat de vaststelling van de KKK’s beter wordt afgestemd op de interne beleidscyclus van zorggroepen, onder meer door het eerder open stellen van de online zelfevaluatie voor zorgroepen. Dit houdt in dat zorggroepen (de hoofdinvullers) vanaf medio januari in de gelegenheid worden gesteld de zelfevaluatie weer in te vullen. Hoe deze planning er uit ziet en wat dit betekent voor overige respondenten binnen de zorggroep kunt u volgende week lezen in dit weekbericht of via het netwerk Kwaliteit. Heeft u nu al vragen of wilt u meedenken over de inhoud van de vragenlijst, neem dan vooral contact op met Mariska Sijstermans-Smit. Ook kunt u haar een email sturen om de hoofdinvuller binnen uw organisatie aan te geven (indien nog niet gedaan).

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Zoals in de nieuwsbrief van november aangegeven zijn op 28 oktober 2014 tijdens de DeelLedenVergadering voor zorggroepen de Kritische Kwaliteits Kenmerken (KKK’s) 2015 vastgesteld. Afgesproken tijdens deze DLV is dat de vaststelling van de KKK’s beter wordt afgestemd op de interne beleidscyclus van zorggroepen, onder meer door het eerder open stellen van de online zelfevaluatie voor zorgroepen. Dit houdt in dat zorggroepen (de hoofdinvullers) vanaf medio januari in de gelegenheid worden gesteld de zelfevaluatie weer in te vullen. Hoe deze planning er uit ziet en wat dit betekent voor overige respondenten binnen de zorggroep kunt u volgende week lezen in dit weekbericht of via het netwerk Kwaliteit. Heeft u nu al vragen of wilt u meedenken over de inhoud van de vragenlijst, neem dan vooral contact op met Mariska Sijstermans-Smit. Ook kunt u haar een email sturen om de hoofdinvuller binnen uw organisatie aan te geven (indien nog niet gedaan).

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Handleiding voor inclusie en exclusie van patiënten in ketenzorgprogramma’s

08 december 2014

In voorgaande jaren is gebleken dat zorggroepen verschillend beleid hanteren voor de inclusie en exclusie van patiënten. Om tot meer eenduidigheid te komen, heeft InEen met medewerking van het NHG en expertgroepen van kaderhuisartsen een handleiding opgesteld die vandaag aan de zorggroepen is toegestuurd. De handleiding beschrijft de inclusie en exclusie van patiënten in een ketenzorgprogramma en bestaat uit een aantal aandoeningsspecifieke inclusie- en exclusiecriteria, aangevuld met generieke inclusie en exclusiecriteria die voor alle chronische aandoeningen van toepassing zijn. De criteria kwamen tot stand in samenwerking met de expertgroepen voor diabetes, astma/COPD en hart- en vaatziekten (DiHag, CaHag, HartVaatHag). Het NHG heeft op verzoek van InEen de notatie van patiënten die vanwege de generieke exclusiecriteria niet deelnemen aan ketenzorgprogramma’s aangepast, zodat deze op eenduidige wijze kunnen worden geregistreerd. We verwachten dat de handleiding aan ketenzorgorganisaties voldoende houvast biedt bij de inclusie en exclusie van patiënten in hun programma’s. De handleiding vormt daarmee de basis voor het aanleveren van gegevens voor de landelijke benchmark en het vertrekpunt voor het declareren van de ketenzorg.

[...]

In voorgaande jaren is gebleken dat zorggroepen verschillend beleid hanteren voor de inclusie en exclusie van patiënten. Om tot meer eenduidigheid te komen, heeft InEen met medewerking van het NHG en expertgroepen van kaderhuisartsen een handleiding opgesteld die vandaag aan de zorggroepen is toegestuurd. De handleiding beschrijft de inclusie en exclusie van patiënten in een ketenzorgprogramma en bestaat uit een aantal aandoeningsspecifieke inclusie- en exclusiecriteria, aangevuld met generieke inclusie en exclusiecriteria die voor alle chronische aandoeningen van toepassing zijn. De criteria kwamen tot stand in samenwerking met de expertgroepen voor diabetes, astma/COPD en hart- en vaatziekten (DiHag, CaHag, HartVaatHag). Het NHG heeft op verzoek van InEen de notatie van patiënten die vanwege de generieke exclusiecriteria niet deelnemen aan ketenzorgprogramma’s aangepast, zodat deze op eenduidige wijze kunnen worden geregistreerd. We verwachten dat de handleiding aan ketenzorgorganisaties voldoende houvast biedt bij de inclusie en exclusie van patiënten in hun programma’s. De handleiding vormt daarmee de basis voor het aanleveren van gegevens voor de landelijke benchmark en het vertrekpunt voor het declareren van de ketenzorg.

Zorginstituut Nederland inventariseert knelpunten in diabeteszorg

08 december 2014

Via de website www.pakketscan.nl gaat het Zorginstituut Nederland de gevraagde, aangeboden en verzekerde zorg rondom diabetes vergelijken. Zo ontstaat inzicht in de knelpunten en de mogelijkheden voor verbetering, zowel voor de kwaliteit van zorg als voor het basispakket.  Patiënten, zorgverleners en verzekeraars kunnen de scan invullen. Het Zorginstituut nodigt hen ook uit om op het forum van de site mee te praten over diabeteszorg. De website Pakketscan is sinds eind november online. In de toekomst komen ook andere ketenzorgthema’s aan de orde.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Via de website www.pakketscan.nl gaat het Zorginstituut Nederland de gevraagde, aangeboden en verzekerde zorg rondom diabetes vergelijken. Zo ontstaat inzicht in de knelpunten en de mogelijkheden voor verbetering, zowel voor de kwaliteit van zorg als voor het basispakket.  Patiënten, zorgverleners en verzekeraars kunnen de scan invullen. Het Zorginstituut nodigt hen ook uit om op het forum van de site mee te praten over diabeteszorg. De website Pakketscan is sinds eind november online. In de toekomst komen ook andere ketenzorgthema’s aan de orde.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Nederlandse diabeteszorg scoort hoog in Europa

27 november 2014

euro-diabetes-indexIn de Euro Diabetes Index 2014, een onderzoek naar de diabeteszorg in 30 Europese landen, staat Nederland op de tweede plaats, nipt achter Zweden die de hoogste score ooit behaalde. Nederland scoort met name op de sterke multidisciplinaire aanpak van de zorg in zorggroepen. Het Europese onderzoek bevestigt opnieuw dat ketenzorgaanpak succesvol is. Eerder bleek dat al uit de landelijke benchmark voor zorggroepen die zowel in 2012 als in 2013 een constante stijgende lijn laat zien in de uitkomsten van de zorg voor mensen met diabetes.

De Euro Diabetes Index 2014 werd gepresenteerd tijdens het 50e congres van de European Association for the Study of Diabetes in Wenen. De Nederlandse diabeteszorg kan gezien worden, aldus het rapport, als een absoluut rolmodel voor Europa. ‘Nederland heeft de beste multidisciplinaire teambenadering en een goed gecoördineerde aanpak van diabetes. De sterke Nederlandse eerstelijnszorg dicht bij de patiënt met goed ontwikkelde gezondheidsprogramma’s is een andere belangrijke factor.’ Nederland verloor op één punt van Zweden, namelijk het ontbreken van een goed nationaal diabetesregister. Zaken als bijvoorbeeld het aantal voetamputaties als gevolg van diabetes blijven daardoor nog onduidelijk. Het strikt hanteren van een goede zorgstandaard ziet het onderzoek als een pluspunt van de Nederlandse diabeteszorg. Tegelijk adviseert het rapport om binnen de protocollen wel te zorgen voor voldoende innovatieruimte, een belangrijk advies mede in het licht van de huidige contracteringsprocessen.

In 2013, zo blijkt uit het onderzoek, telde Europa 32 miljoen gediagnosticeerde diabetes patiënten, bij een vermoedelijk zeer hoog aantal niet gediagnosticeerde patiënten. Bij elkaar bedroegen de zorgkosten 106 biljoen euro. Gezien het nog steeds stijgende aantal gediagnosticeerde patiënten noemt het rapport het versterken en verder ontwikkelen van de diabeteszorg urgent.

Het onderzoek is uitgevoerd door de Zweeds onderzoeksorganisatie Health Consumer Powerhouse (HCP). Er is gescoord op 28 indicatoren op het terrein van preventie, opsporen, bereik van de zorg, toegang van de zorg, procedures en resultaat. De Euro Diabetes Index wordt sinds 2008 uitgevoerd.

[...]

euro-diabetes-indexIn de Euro Diabetes Index 2014, een onderzoek naar de diabeteszorg in 30 Europese landen, staat Nederland op de tweede plaats, nipt achter Zweden die de hoogste score ooit behaalde. Nederland scoort met name op de sterke multidisciplinaire aanpak van de zorg in zorggroepen. Het Europese onderzoek bevestigt opnieuw dat ketenzorgaanpak succesvol is. Eerder bleek dat al uit de landelijke benchmark voor zorggroepen die zowel in 2012 als in 2013 een constante stijgende lijn laat zien in de uitkomsten van de zorg voor mensen met diabetes.

De Euro Diabetes Index 2014 werd gepresenteerd tijdens het 50e congres van de European Association for the Study of Diabetes in Wenen. De Nederlandse diabeteszorg kan gezien worden, aldus het rapport, als een absoluut rolmodel voor Europa. ‘Nederland heeft de beste multidisciplinaire teambenadering en een goed gecoördineerde aanpak van diabetes. De sterke Nederlandse eerstelijnszorg dicht bij de patiënt met goed ontwikkelde gezondheidsprogramma’s is een andere belangrijke factor.’ Nederland verloor op één punt van Zweden, namelijk het ontbreken van een goed nationaal diabetesregister. Zaken als bijvoorbeeld het aantal voetamputaties als gevolg van diabetes blijven daardoor nog onduidelijk. Het strikt hanteren van een goede zorgstandaard ziet het onderzoek als een pluspunt van de Nederlandse diabeteszorg. Tegelijk adviseert het rapport om binnen de protocollen wel te zorgen voor voldoende innovatieruimte, een belangrijk advies mede in het licht van de huidige contracteringsprocessen.

In 2013, zo blijkt uit het onderzoek, telde Europa 32 miljoen gediagnosticeerde diabetes patiënten, bij een vermoedelijk zeer hoog aantal niet gediagnosticeerde patiënten. Bij elkaar bedroegen de zorgkosten 106 biljoen euro. Gezien het nog steeds stijgende aantal gediagnosticeerde patiënten noemt het rapport het versterken en verder ontwikkelen van de diabeteszorg urgent.

Het onderzoek is uitgevoerd door de Zweeds onderzoeksorganisatie Health Consumer Powerhouse (HCP). Er is gescoord op 28 indicatoren op het terrein van preventie, opsporen, bereik van de zorg, toegang van de zorg, procedures en resultaat. De Euro Diabetes Index wordt sinds 2008 uitgevoerd.

ZEL: zorggroep en ROS samen onder één dak

27 november 2014

ZELOp 1 januari 2014 is in de regio Delft, Westland, Oostland en de Nieuwe Waterweg Noord de Zorgorganisatie Eerste Lijn (ZEL) ontstaan, waarmee de zorggroep in de regio en de ROS samen onder één dak kwamen. Als sluitstuk van de fusie presenteerde de nieuwe organisatie onlangs een korte trailer over de nieuwe organisatie. De ZEL is lid van InEen.

Behalve de belangrijke thema’s waar de ZEL zich voor inzet toont de trailer het doel van de nieuwe organisatie: ‘Wij zijn er voor alle 1e-lijnszorgverleners in de regio DWO en NWN. Wij faciliteren hen om kwalitatief hoogwaardige geïntegreerde zorg te realiseren en landelijke en regionale ontwikkelingen naar hun praktijk te vertalen.’

Directeur-bestuurder Sietske de Witt: ‘We opereerden allebei in hetzelfde gebied en hebben samen één preferente zorgverzekeraar, DSW. Er waren steeds meer onderwerpen die we automatisch samen oppakten. Dus op een gegeven moment is het logischer om samen te gaan.’ De winst is volgens De Witt de brede beschikbaarheid van kennis en expertise die door het samengaan van de twee organisaties is ontstaan, enerzijds het netwerk van de huisartsenzorg en anderzijds het netwerk van de brede eerste lijn. Kijkend naar het afgelopen jaar noemt ze bijvoorbeeld het organiseren van de ouderenzorg. ‘Het was een voordeel dat we nu gezamenlijk in het overleg met de brede eerste lijn en met ziekenhuizen en VVT-instellingen snel konden schakelen.’ Ook het verder ontwikkelen van regionale ICT-voorzieningen en het overleg met de gemeente in het kader van de aankomende transities hebben voordeel van de korte lijnen die zijn ontstaan. Bovendien, zegt ze, is er nu één organisatie die staat voor de hele eerste lijn.

De Witt: ‘Onze regio is redelijk overzichtelijk met maar één zorggroep, één ROS en één preferente zorgverzekeraar; dit maakte de fusie relatief makkelijk. Ik raad iedereen aan om de samenwerking te zoeken, want je hebt elkaar nodig. Zelf heb ik ontdekt dat je meer van elkaar kunt leren dan je denkt. Laat ik het anders zeggen: we kenden elkaar minder goed dan we dachten. Nu dat is veranderd en we de reikwijdte van elkaars netwerken, kennis en mogelijkheden hebben ontdekt, blijkt de meerwaarde nog veel groter dan we hadden verwacht!’

[...]

ZELOp 1 januari 2014 is in de regio Delft, Westland, Oostland en de Nieuwe Waterweg Noord de Zorgorganisatie Eerste Lijn (ZEL) ontstaan, waarmee de zorggroep in de regio en de ROS samen onder één dak kwamen. Als sluitstuk van de fusie presenteerde de nieuwe organisatie onlangs een korte trailer over de nieuwe organisatie. De ZEL is lid van InEen.

Behalve de belangrijke thema’s waar de ZEL zich voor inzet toont de trailer het doel van de nieuwe organisatie: ‘Wij zijn er voor alle 1e-lijnszorgverleners in de regio DWO en NWN. Wij faciliteren hen om kwalitatief hoogwaardige geïntegreerde zorg te realiseren en landelijke en regionale ontwikkelingen naar hun praktijk te vertalen.’

Directeur-bestuurder Sietske de Witt: ‘We opereerden allebei in hetzelfde gebied en hebben samen één preferente zorgverzekeraar, DSW. Er waren steeds meer onderwerpen die we automatisch samen oppakten. Dus op een gegeven moment is het logischer om samen te gaan.’ De winst is volgens De Witt de brede beschikbaarheid van kennis en expertise die door het samengaan van de twee organisaties is ontstaan, enerzijds het netwerk van de huisartsenzorg en anderzijds het netwerk van de brede eerste lijn. Kijkend naar het afgelopen jaar noemt ze bijvoorbeeld het organiseren van de ouderenzorg. ‘Het was een voordeel dat we nu gezamenlijk in het overleg met de brede eerste lijn en met ziekenhuizen en VVT-instellingen snel konden schakelen.’ Ook het verder ontwikkelen van regionale ICT-voorzieningen en het overleg met de gemeente in het kader van de aankomende transities hebben voordeel van de korte lijnen die zijn ontstaan. Bovendien, zegt ze, is er nu één organisatie die staat voor de hele eerste lijn.

De Witt: ‘Onze regio is redelijk overzichtelijk met maar één zorggroep, één ROS en één preferente zorgverzekeraar; dit maakte de fusie relatief makkelijk. Ik raad iedereen aan om de samenwerking te zoeken, want je hebt elkaar nodig. Zelf heb ik ontdekt dat je meer van elkaar kunt leren dan je denkt. Laat ik het anders zeggen: we kenden elkaar minder goed dan we dachten. Nu dat is veranderd en we de reikwijdte van elkaars netwerken, kennis en mogelijkheden hebben ontdekt, blijkt de meerwaarde nog veel groter dan we hadden verwacht!’

‘Sociaal wijkteam vormt mijn ‘ogen en oren’ in het sociaal domein’

27 november 2014

lintjeDe Nijmeegse huisarts Wim van Beurden ontving op 30 oktober 2014 een ridderorde voor zijn grote bijdrage aan de verbetering van de eerstelijns zorg. Een van zijn belangrijke verdiensten is het sociaal wijkteam in de Nijmeegse wijk Hatert waarin hij een voortrekkersrol vervulde. InEen feliciteert Van Beurden van harte met de eervolle onderscheiding.

In het sociaal wijkteam Hatert werken het maatschappelijk werk, het opbouwwerk, de Wmo-consulent, de wijkverpleging, de POH-GGZ en jeugdzorg op wijkniveau samen. Het is één van de vier pilotprojecten die in Nijmegen functioneren op initiatief van de gemeente, het zorgkantoor en de zorgverzekeraar. Vanuit het zorgdomein maakte Wim van Beurden, huisarts in Hatert, zich sterk voor het team. ‘Het is ons gelukt de verbinding te maken tussen het zorgdomein en het sociale domein’, stelt hij vast. ‘Een paar jaar terug verwees ik mensen die steeds terugkwamen met allerlei lichamelijke klachten uit armoede maar weer door naar de internist of de neuroloog, terwijl ik wist dat daar de oplossing ook niet zat. Nu kan ik deze mensen verwijzen naar het sociaal wijkteam, dat meer naar de oorzaken in de context van de patiënt kijkt. Daardoor zie ik deze mensen minder terug dan voorheen.’

De koppeling van de twee domeinen ontstaat in Hatert via de POH-GGZ en de wijkverpleegkundige. ‘De POH werkt voor ons en de wijkverpleegkundige komt elke week bij ons overleggen. Zo maak je verbindingen die in het belang zijn van de patiënt.’ Het is begonnen, aldus Van Beurden, met de zichtbare schakels, de wijkverpleegkundige die weer fungeert als ogen en oren van de huisarts in het zorgdomein. Op dezelfde manier wordt het sociaal wijkteam de ogen en oren van de huisarts, maar dan in het sociaal domein. ‘Het is niet meer voldoende’, zegt hij, ‘om een goede professional in de spreekkamer te zijn. Je moet ook een goeie teamspeler in eerstelijns samenwerking zijn, de spelverdeler of misschien wel de aanvoerder. Niet alles zelf doen, maar wel betrokken zijn en meedenken. Voor huisartsen is dat niet iets nieuws. We zijn van huis uit gewend om te kijken wat mensen zelf kunnen en ze in hun kracht te zetten. Het keukentafelgesprek bijvoorbeeld deden we nog niet zo lang geleden vanzelfsprekend. Je kwam achter de voordeur bij mensen thuis, ging even zitten en besprak dingen. Daar hebben we nu geen tijd meer voor, maar in samenwerking met het sociaal wijkteam komen alle eindjes weer bij elkaar.’

Behalve huisarts is Van Beurden bestuurslid van de Organisatie voor Chronische Eerstelijnszorg (OCE Nijmegen) en de Coöperatie Integrale Huisartsenzorg Nijmegen (CIHN).

Lees ook

  • In Medisch Contact verscheen in september 2013 een uitgebreide reportage (Rijke zorg in de arme wijk) over de samenwerking in Nijmegen, de samenwerking tussen eerstelijnszorgverleners onderling en de samenwerking met het sociaal domein. De reportage geeft een goed beeld van de werkwijze van het sociaal wijkteam in Hatert.
  • Bericht CIHN over de koninklijke onderscheiding (31 oktober 2014)
[...]

lintjeDe Nijmeegse huisarts Wim van Beurden ontving op 30 oktober 2014 een ridderorde voor zijn grote bijdrage aan de verbetering van de eerstelijns zorg. Een van zijn belangrijke verdiensten is het sociaal wijkteam in de Nijmeegse wijk Hatert waarin hij een voortrekkersrol vervulde. InEen feliciteert Van Beurden van harte met de eervolle onderscheiding.

In het sociaal wijkteam Hatert werken het maatschappelijk werk, het opbouwwerk, de Wmo-consulent, de wijkverpleging, de POH-GGZ en jeugdzorg op wijkniveau samen. Het is één van de vier pilotprojecten die in Nijmegen functioneren op initiatief van de gemeente, het zorgkantoor en de zorgverzekeraar. Vanuit het zorgdomein maakte Wim van Beurden, huisarts in Hatert, zich sterk voor het team. ‘Het is ons gelukt de verbinding te maken tussen het zorgdomein en het sociale domein’, stelt hij vast. ‘Een paar jaar terug verwees ik mensen die steeds terugkwamen met allerlei lichamelijke klachten uit armoede maar weer door naar de internist of de neuroloog, terwijl ik wist dat daar de oplossing ook niet zat. Nu kan ik deze mensen verwijzen naar het sociaal wijkteam, dat meer naar de oorzaken in de context van de patiënt kijkt. Daardoor zie ik deze mensen minder terug dan voorheen.’

De koppeling van de twee domeinen ontstaat in Hatert via de POH-GGZ en de wijkverpleegkundige. ‘De POH werkt voor ons en de wijkverpleegkundige komt elke week bij ons overleggen. Zo maak je verbindingen die in het belang zijn van de patiënt.’ Het is begonnen, aldus Van Beurden, met de zichtbare schakels, de wijkverpleegkundige die weer fungeert als ogen en oren van de huisarts in het zorgdomein. Op dezelfde manier wordt het sociaal wijkteam de ogen en oren van de huisarts, maar dan in het sociaal domein. ‘Het is niet meer voldoende’, zegt hij, ‘om een goede professional in de spreekkamer te zijn. Je moet ook een goeie teamspeler in eerstelijns samenwerking zijn, de spelverdeler of misschien wel de aanvoerder. Niet alles zelf doen, maar wel betrokken zijn en meedenken. Voor huisartsen is dat niet iets nieuws. We zijn van huis uit gewend om te kijken wat mensen zelf kunnen en ze in hun kracht te zetten. Het keukentafelgesprek bijvoorbeeld deden we nog niet zo lang geleden vanzelfsprekend. Je kwam achter de voordeur bij mensen thuis, ging even zitten en besprak dingen. Daar hebben we nu geen tijd meer voor, maar in samenwerking met het sociaal wijkteam komen alle eindjes weer bij elkaar.’

Behalve huisarts is Van Beurden bestuurslid van de Organisatie voor Chronische Eerstelijnszorg (OCE Nijmegen) en de Coöperatie Integrale Huisartsenzorg Nijmegen (CIHN).

Lees ook

  • In Medisch Contact verscheen in september 2013 een uitgebreide reportage (Rijke zorg in de arme wijk) over de samenwerking in Nijmegen, de samenwerking tussen eerstelijnszorgverleners onderling en de samenwerking met het sociaal domein. De reportage geeft een goed beeld van de werkwijze van het sociaal wijkteam in Hatert.
  • Bericht CIHN over de koninklijke onderscheiding (31 oktober 2014)

Informatiebrieven voor patiënten over de veranderde bekostiging van voetzorg in 2015

24 november 2014

Op 7 oktober organiseerden we samen met de NVvP (Nederlandse Vereniging van Podotherapeuten) een informatiebijeenkomst over de ontwikkelingen en veranderingen in de inkoop van diabetische voetzorg in de keten. De NVvP heeft nu enkele informatiebrieven voor patiënten opgesteld. Zorggroepen kunnen deze brieven gebruiken om hun patiënten te informeren. Het gaat om algemene brieven die de zorggroep kan aanpassen aan de eigen specifieke situatie. Brief 1 en Brief 2.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Op 7 oktober organiseerden we samen met de NVvP (Nederlandse Vereniging van Podotherapeuten) een informatiebijeenkomst over de ontwikkelingen en veranderingen in de inkoop van diabetische voetzorg in de keten. De NVvP heeft nu enkele informatiebrieven voor patiënten opgesteld. Zorggroepen kunnen deze brieven gebruiken om hun patiënten te informeren. Het gaat om algemene brieven die de zorggroep kan aanpassen aan de eigen specifieke situatie. Brief 1 en Brief 2.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Nederlandse diabeteszorg scoort hoog in Europa

24 november 2014

In de Euro Diabetes Index 2014, een onderzoek naar de diabeteszorg in 30 Europese landen, staat Nederland op de tweede plaats, nipt achter Zweden die de hoogste score ooit behaalde. Over dit heugelijke feit hebben we deze week een persbericht laten uitgaan. Nederland scoort met name op de sterke multidisciplinaire aanpak in zorggroepen. Het Europese onderzoek bevestigt opnieuw dat ketenzorgaanpak succesvol is. Eerder bleek dat al uit de landelijke benchmark voor zorggroepen die zowel in 2012 als in 2013 een constante stijgende lijn laat zien in de uitkomsten van de zorg. In het licht van de contracteringsprocessen is het interessant dat de Index aandringt op voldoende ruimte voor innovatie in de protocollen voor diabeteszorg.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

In de Euro Diabetes Index 2014, een onderzoek naar de diabeteszorg in 30 Europese landen, staat Nederland op de tweede plaats, nipt achter Zweden die de hoogste score ooit behaalde. Over dit heugelijke feit hebben we deze week een persbericht laten uitgaan. Nederland scoort met name op de sterke multidisciplinaire aanpak in zorggroepen. Het Europese onderzoek bevestigt opnieuw dat ketenzorgaanpak succesvol is. Eerder bleek dat al uit de landelijke benchmark voor zorggroepen die zowel in 2012 als in 2013 een constante stijgende lijn laat zien in de uitkomsten van de zorg. In het licht van de contracteringsprocessen is het interessant dat de Index aandringt op voldoende ruimte voor innovatie in de protocollen voor diabeteszorg.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Persbericht InEen: Nederlandse diabeteszorg scoort hoog in Europa

20 november 2014

In de Euro Diabetes Index 2014, een onderzoek naar de diabeteszorg in 30 Europese landen, staat Nederland op de tweede plaats, nipt achter Zweden die de hoogste score ooit behaalde. Nederland scoort met name op de sterke multidisciplinaire aanpak van de zorg in zorggroepen. Het Europese onderzoek bevestigt opnieuw dat ketenzorgaanpak succesvol is. Eerder bleek dat al uit de landelijke benchmark voor zorggroepen die zowel in 2012 als in 2013 een constante stijgende lijn laat zien in de uitkomsten van de zorg voor mensen met diabetes.

De Euro Diabetes Index 2014 werd gepresenteerd tijdens het 50e congres van de European Association for the Study of Diabetes in Wenen. De Nederlandse diabeteszorg kan gezien worden, aldus het rapport, als een absoluut rolmodel voor Europa. ‘Nederland heeft de beste multidisciplinaire teambenadering en een goed gecoördineerde aanpak van diabetes. De sterke Nederlandse eerstelijnszorg dicht bij de patiënt met goed ontwikkelde gezondheidsprogramma’s is een andere belangrijke factor.’ Nederland verloor op één punt van Zweden, namelijk het ontbreken van een goed nationaal diabetesregister. Zaken als bijvoorbeeld het aantal voetamputaties als gevolg van diabetes blijven daardoor nog onduidelijk. Het strikt hanteren van een goede zorgstandaard ziet het onderzoek als een pluspunt van de Nederlandse diabeteszorg. Tegelijk adviseert het rapport om binnen de protocollen wel te zorgen voor voldoende innovatieruimte, een belangrijk advies mede in het licht van de huidige contracteringsprocessen.
In 2013, zo blijkt uit het onderzoek, telde Europa 32 miljoen gediagnosticeerde diabetes patiënten, bij een vermoedelijk zeer hoog aantal niet gediagnosticeerde patiënten. Bij elkaar bedroegen de zorgkosten 106 biljoen euro. Gezien het nog steeds stijgende aantal gediagnosticeerde patiënten noemt het rapport het versterken en verder ontwikkelen van de diabeteszorg urgent.
Het onderzoek is uitgevoerd door de Zweeds onderzoeksorganisatie Health Consumer Powerhouse (HCP). Er is gescoord op 28 indicatoren op het terrein van preventie, opsporen, bereik van de zorg, toegang van de zorg, procedures en resultaat. De Euro Diabetes Index wordt sinds 2008 uitgevoerd.

Meer informatie

[...]

In de Euro Diabetes Index 2014, een onderzoek naar de diabeteszorg in 30 Europese landen, staat Nederland op de tweede plaats, nipt achter Zweden die de hoogste score ooit behaalde. Nederland scoort met name op de sterke multidisciplinaire aanpak van de zorg in zorggroepen. Het Europese onderzoek bevestigt opnieuw dat ketenzorgaanpak succesvol is. Eerder bleek dat al uit de landelijke benchmark voor zorggroepen die zowel in 2012 als in 2013 een constante stijgende lijn laat zien in de uitkomsten van de zorg voor mensen met diabetes.

De Euro Diabetes Index 2014 werd gepresenteerd tijdens het 50e congres van de European Association for the Study of Diabetes in Wenen. De Nederlandse diabeteszorg kan gezien worden, aldus het rapport, als een absoluut rolmodel voor Europa. ‘Nederland heeft de beste multidisciplinaire teambenadering en een goed gecoördineerde aanpak van diabetes. De sterke Nederlandse eerstelijnszorg dicht bij de patiënt met goed ontwikkelde gezondheidsprogramma’s is een andere belangrijke factor.’ Nederland verloor op één punt van Zweden, namelijk het ontbreken van een goed nationaal diabetesregister. Zaken als bijvoorbeeld het aantal voetamputaties als gevolg van diabetes blijven daardoor nog onduidelijk. Het strikt hanteren van een goede zorgstandaard ziet het onderzoek als een pluspunt van de Nederlandse diabeteszorg. Tegelijk adviseert het rapport om binnen de protocollen wel te zorgen voor voldoende innovatieruimte, een belangrijk advies mede in het licht van de huidige contracteringsprocessen.
In 2013, zo blijkt uit het onderzoek, telde Europa 32 miljoen gediagnosticeerde diabetes patiënten, bij een vermoedelijk zeer hoog aantal niet gediagnosticeerde patiënten. Bij elkaar bedroegen de zorgkosten 106 biljoen euro. Gezien het nog steeds stijgende aantal gediagnosticeerde patiënten noemt het rapport het versterken en verder ontwikkelen van de diabeteszorg urgent.
Het onderzoek is uitgevoerd door de Zweeds onderzoeksorganisatie Health Consumer Powerhouse (HCP). Er is gescoord op 28 indicatoren op het terrein van preventie, opsporen, bereik van de zorg, toegang van de zorg, procedures en resultaat. De Euro Diabetes Index wordt sinds 2008 uitgevoerd.

Meer informatie

Presentaties Netwerkbijeenkomst kwaliteit 18 november 2014

19 november 2014

Cardiovasculair risicomanagement verbetert aanpak risico op hart- en vaatziekten 

17 november 2014

Graag attenderen we jullie op het net verschenen rapport ‘Vijf jaar cardiovasculair risicomanage-ment in Nederland: the state of the art’  waarin staat wat cardiovasculair risicomanagement (CVRM) heeft opgeleverd. Steeds meer mensen met een hart- of vaatziekte of een hoog risico daarop, krijgen betere zorg. Hun (fysieke) kwaliteit van leven verbetert. Ook gaan patiënten meer bewegen en neemt het aantal rokers af. Patiënten zijn over het algemeen tevreden over de zorg. De verbetering in zorg is in gang gezet door de zorgstandaard CVRM, ontwikkeld door het Platform Vitale Vaten. De zorgstandaard beschrijft hoe risicofactoren voor hart- en vaatziekten moeten worden aangepakt. Het perspectief van patiënten vormt het uitgangspunt: hoe kan de patiënt de hart- of vaatziekte inpassen in zijn of haar leven en hoe kunnen zorgverleners hierbij ondersteunen. Uit het net verschenen rapport blijkt dat de ketenzorg beter is toegerust om zorg volgens de zorgstandaard te bieden. Zo is de populatie die cardiovasculair risicomanagement nodig heeft in kaart gebracht en vindt steeds meer registratie plaats van proces en uitkomsten. De zorggroepen die bij ons zijn aangesloten ontvangen een papieren versie van het rapport namens het Platform Vitale Vaten, de Hartstichting en De Hart & Vaatgroep.

[...]

Graag attenderen we jullie op het net verschenen rapport ‘Vijf jaar cardiovasculair risicomanage-ment in Nederland: the state of the art’  waarin staat wat cardiovasculair risicomanagement (CVRM) heeft opgeleverd. Steeds meer mensen met een hart- of vaatziekte of een hoog risico daarop, krijgen betere zorg. Hun (fysieke) kwaliteit van leven verbetert. Ook gaan patiënten meer bewegen en neemt het aantal rokers af. Patiënten zijn over het algemeen tevreden over de zorg. De verbetering in zorg is in gang gezet door de zorgstandaard CVRM, ontwikkeld door het Platform Vitale Vaten. De zorgstandaard beschrijft hoe risicofactoren voor hart- en vaatziekten moeten worden aangepakt. Het perspectief van patiënten vormt het uitgangspunt: hoe kan de patiënt de hart- of vaatziekte inpassen in zijn of haar leven en hoe kunnen zorgverleners hierbij ondersteunen. Uit het net verschenen rapport blijkt dat de ketenzorg beter is toegerust om zorg volgens de zorgstandaard te bieden. Zo is de populatie die cardiovasculair risicomanagement nodig heeft in kaart gebracht en vindt steeds meer registratie plaats van proces en uitkomsten. De zorggroepen die bij ons zijn aangesloten ontvangen een papieren versie van het rapport namens het Platform Vitale Vaten, de Hartstichting en De Hart & Vaatgroep.

Algemeen directeur Dite Husselman neemt afscheid van Medrie

14 november 2014

Vijftien jaar geleden was Dite Husselman nauw betrokken bij de oprichting van de huisartsenpost in Zwolle, ze stond aan de wieg van de BV Zorgfacet en is sinds 2012 voorzitter van de Raad van Bestuur van Medrie. Ook werkte ze intensief aan de Landelijke Organisatie Ketenzorg (LOK) en de voorlopers daarvan. Nu Medrie stevig staat, vestigt Husselman zich per 4 december 2014 als zelfstandig adviseur. Daarnaast gaat ze met en voor het Jan van Es Instituut aan de slag en haar promotieonderzoek afmaken.

Zonder aarzelen beantwoordt ze de vraag wat ze zelf als haar belangrijkste succes beschouwt: ‘De verbinding maken tussen huisartsenposten en zorggroepen. In feite is dat de verbinding maken tussen de ANW-zorg en de dagzorg. Daarmee zijn we terug bij wat de huisartsenzorg hoort te zijn, namelijk 24 uur per dag zorg bieden.’

‘Ik heb geleerd dat er veel mogelijk is. Je hoort wel eens dat huisartsen niet graag veranderen. Maar de afgelopen 15 jaar is er juist gigantisch veel veranderd. We begonnen met de huisartsenposten, de POH-s kwamen, de POH-GGZ, huisartsen gingen samenwerken in HOED’en en andere samenwerkingsverbanden, heel veel praktijken zijn geaccrediteerd, doktersassistentes zijn geschoold en vaak de dragende kracht in de praktijk. Kortom gigantisch.’

‘Ik geloof sterk in de samenwerking tussen professionals op patiëntniveau. Zet twee professionals bij elkaar en een patiënt, en er wordt samengewerkt. Het punt is dat op een goed moment de buitenwereld dingen gaat vragen: is die samenwerking wel geborgd, wie is verantwoordelijk? Daaraan tegemoet komen vraagt om meer organisatie. We kunnen er niet omheen.’

‘Belangrijk is geweest dat de eerste lijn, mede door de huisartsenposten, maar ook door de toenmalige VHN, zichtbaar is geworden voor de politiek en voor beleidsmakers. Dat maakt veel mogelijk en kan veel opleveren. De uitdaging is nu dat huisartsen deze kansen grijpen en naar hun hand zetten. Tegelijk: als de maatschappij en de politiek je méér gunnen – financiering en vertrouwen geven – gaan ze ook méér op je letten. Met andere woorden: we moet het waar maken en verantwoording afleggen. Er is kortom nog steeds organisatiekracht nodig om de maatschappelijke opdracht die er lijkt te liggen aan te kunnen.’

‘Waar ik aan wil werken zijn de vraagstukken die net boven de dagelijkse praktijk liggen, zoals governance. Daarover gaat ook mijn promotieonderzoek. Hoe richten we onze bestuursmodellen in met respect voor de kenmerken van de eerste lijn? Bijvoorbeeld de bijzondere betrokkenheid van huisartsen: hoe geef je dat vorm op een manier die ook nog governanceproof is? Sluit de zorgbrede governance waar we nu mee werken wel goed aan bij de eerste lijn, of past het vooral bij de intramurale instellingen?

In de komende periode verschijnt er een uitgebreid interview met Dite Husselmans in De Eerstelijns.

[...]

Vijftien jaar geleden was Dite Husselman nauw betrokken bij de oprichting van de huisartsenpost in Zwolle, ze stond aan de wieg van de BV Zorgfacet en is sinds 2012 voorzitter van de Raad van Bestuur van Medrie. Ook werkte ze intensief aan de Landelijke Organisatie Ketenzorg (LOK) en de voorlopers daarvan. Nu Medrie stevig staat, vestigt Husselman zich per 4 december 2014 als zelfstandig adviseur. Daarnaast gaat ze met en voor het Jan van Es Instituut aan de slag en haar promotieonderzoek afmaken.

Zonder aarzelen beantwoordt ze de vraag wat ze zelf als haar belangrijkste succes beschouwt: ‘De verbinding maken tussen huisartsenposten en zorggroepen. In feite is dat de verbinding maken tussen de ANW-zorg en de dagzorg. Daarmee zijn we terug bij wat de huisartsenzorg hoort te zijn, namelijk 24 uur per dag zorg bieden.’

‘Ik heb geleerd dat er veel mogelijk is. Je hoort wel eens dat huisartsen niet graag veranderen. Maar de afgelopen 15 jaar is er juist gigantisch veel veranderd. We begonnen met de huisartsenposten, de POH-s kwamen, de POH-GGZ, huisartsen gingen samenwerken in HOED’en en andere samenwerkingsverbanden, heel veel praktijken zijn geaccrediteerd, doktersassistentes zijn geschoold en vaak de dragende kracht in de praktijk. Kortom gigantisch.’

‘Ik geloof sterk in de samenwerking tussen professionals op patiëntniveau. Zet twee professionals bij elkaar en een patiënt, en er wordt samengewerkt. Het punt is dat op een goed moment de buitenwereld dingen gaat vragen: is die samenwerking wel geborgd, wie is verantwoordelijk? Daaraan tegemoet komen vraagt om meer organisatie. We kunnen er niet omheen.’

‘Belangrijk is geweest dat de eerste lijn, mede door de huisartsenposten, maar ook door de toenmalige VHN, zichtbaar is geworden voor de politiek en voor beleidsmakers. Dat maakt veel mogelijk en kan veel opleveren. De uitdaging is nu dat huisartsen deze kansen grijpen en naar hun hand zetten. Tegelijk: als de maatschappij en de politiek je méér gunnen – financiering en vertrouwen geven – gaan ze ook méér op je letten. Met andere woorden: we moet het waar maken en verantwoording afleggen. Er is kortom nog steeds organisatiekracht nodig om de maatschappelijke opdracht die er lijkt te liggen aan te kunnen.’

‘Waar ik aan wil werken zijn de vraagstukken die net boven de dagelijkse praktijk liggen, zoals governance. Daarover gaat ook mijn promotieonderzoek. Hoe richten we onze bestuursmodellen in met respect voor de kenmerken van de eerste lijn? Bijvoorbeeld de bijzondere betrokkenheid van huisartsen: hoe geef je dat vorm op een manier die ook nog governanceproof is? Sluit de zorgbrede governance waar we nu mee werken wel goed aan bij de eerste lijn, of past het vooral bij de intramurale instellingen?

In de komende periode verschijnt er een uitgebreid interview met Dite Husselmans in De Eerstelijns.

Rekenmodel 2015 beschikbaar voor zorggroepen en gezondheidscentra

13 november 2014

In opdracht van InEen heeft SiRM een rekenmodel ontwikkeld. Zorggroepen en gezondheidscentra kunnen het model in de week van 17 november verwachten. Gezien de complexiteit van het model organiseren we twee bijeenkomsten waarop SiRM het model zal toelichten. Als je van plan bent om het model te gaan gebruiken adviseren we je een bijeenkomst bij te wonen. De informatiebijeenkomsten vinden plaats in Utrecht (Domus Medica) op 18 november (14.00-16.00 uur) en 20 november (15.00-17.00 uur).  Directeuren, controllers en financieel beleidsmakers van gezondheidscentra en zorggroepen zijn van harte welkom. Laat even weten of en met wie je komt via info@ineen.nl.

[...]

In opdracht van InEen heeft SiRM een rekenmodel ontwikkeld. Zorggroepen en gezondheidscentra kunnen het model in de week van 17 november verwachten. Gezien de complexiteit van het model organiseren we twee bijeenkomsten waarop SiRM het model zal toelichten. Als je van plan bent om het model te gaan gebruiken adviseren we je een bijeenkomst bij te wonen. De informatiebijeenkomsten vinden plaats in Utrecht (Domus Medica) op 18 november (14.00-16.00 uur) en 20 november (15.00-17.00 uur).  Directeuren, controllers en financieel beleidsmakers van gezondheidscentra en zorggroepen zijn van harte welkom. Laat even weten of en met wie je komt via info@ineen.nl.

Rapport ‘Vijf jaar Cardiovasculair Risicomanagement’

13 november 2014

Volgende week ontvangen jullie het rapport ‘ Vijf jaar cardiovasculair risicomanagement in Nederland: the state of the art’. Voor de verzending van het rapport heeft InEen de postadressen van de zorgroepen voor eenmalig gebruik beschikbaar gesteld aan het Platform Vitale Vaten. Het rapport beschrijft wat er veranderd is in de aanpak van risicofactoren voor hart- en vaatziekten na het verschijnen van de zorgstandaard cardiovasculair risicomanagement in 2009. Veel verbeteringen zijn ingezet. Het belangrijkste is dat CVRM een duidelijke plaats in de gezondheidszorg krijgt. En terecht. Met een goede aanpak van de risicofactoren is veel te winnen: minder sterfte en ziekte en meer kwaliteit van leven. De Hartstichting/De Hart&Vaatgroep en het Platform Vitale Vaten hebben de evaluatie uitgevoerd onder meer dankzij de gegevens die LOK/InEen via het jaarrapport Transparante Ketenzorg (landelijke benchmark) ter beschikking stelde.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht

[...]

Volgende week ontvangen jullie het rapport ‘ Vijf jaar cardiovasculair risicomanagement in Nederland: the state of the art’. Voor de verzending van het rapport heeft InEen de postadressen van de zorgroepen voor eenmalig gebruik beschikbaar gesteld aan het Platform Vitale Vaten. Het rapport beschrijft wat er veranderd is in de aanpak van risicofactoren voor hart- en vaatziekten na het verschijnen van de zorgstandaard cardiovasculair risicomanagement in 2009. Veel verbeteringen zijn ingezet. Het belangrijkste is dat CVRM een duidelijke plaats in de gezondheidszorg krijgt. En terecht. Met een goede aanpak van de risicofactoren is veel te winnen: minder sterfte en ziekte en meer kwaliteit van leven. De Hartstichting/De Hart&Vaatgroep en het Platform Vitale Vaten hebben de evaluatie uitgevoerd onder meer dankzij de gegevens die LOK/InEen via het jaarrapport Transparante Ketenzorg (landelijke benchmark) ter beschikking stelde.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht

Rekenmodel 2015 beschikbaar voor zorggroepen en gezondheidscentra

07 november 2014

In de week van 17 november kunnen zorggroepen en gezondheidscentra het rekenmodel verwachten dat SiRM in opdracht van InEen heeft ontwikkeld. Gezien de complexiteit van het model organiseren we ook twee informatiebijeenkomsten waarop SiRM het gebruik van het model toelicht. De informatiebijeenkomsten vinden plaats in Utrecht (Domus Medica) op 18 november (14.00-16.00 uur) en 20 november (15.00-17.00 uur). Directeuren, controllers en financieel beleidsmakers van gezondheidscentra en zorggroepen zijn van harte welkom! Aanmelden via info@ineen.nl.

Een gezondheidscentrum of zorggroep kan met het rekenmodel een aantal scenario’s doorrekenen voor de omzet van segment 1, segment 2 en segment 3 in 2013, 2014 en 2015.Het is een Excel rekenmodel waarin de effecten van volume- en tariefmutaties zowel apart als gecombineerd inzichtelijk worden gemaakt. Het model geeft inzicht in een aantal scenario’s. Daarmee kan het de onderhandelingen met de zorgverzekeraar of het gesprek met de aangesloten huisartsen ondersteunen.

De aanleiding voor het ontwikkelen van een rekenmodel was de 77/23 problematiek. Het huidige model is een rekenmodel voor de omzet, geen rekenmodel voor de kosten. Het model verhoogt het inzicht in de samenhang tussen de verschillende segmenten. Daarmee kan het model ondersteuning bieden in de discussie met de zorgverzekeraar over de onderbouwing van de tarieven.

In het rekenmodel wordt de omzet berekend op basis van bekende en verwachtte tarieven. Om het model te gebruiken zijn gegevens of een goede inschatting nodig van de volumes en de tarieven in de verschillende segmenten. Dat betekent u ook gegevens uit de dagpraktijk van de huisartsen. Wij zijn ons bewust dat de gezondheidscentra deze makkelijker kunnen verkrijgen dan de zorggroepen.

[...]

In de week van 17 november kunnen zorggroepen en gezondheidscentra het rekenmodel verwachten dat SiRM in opdracht van InEen heeft ontwikkeld. Gezien de complexiteit van het model organiseren we ook twee informatiebijeenkomsten waarop SiRM het gebruik van het model toelicht. De informatiebijeenkomsten vinden plaats in Utrecht (Domus Medica) op 18 november (14.00-16.00 uur) en 20 november (15.00-17.00 uur). Directeuren, controllers en financieel beleidsmakers van gezondheidscentra en zorggroepen zijn van harte welkom! Aanmelden via info@ineen.nl.

Een gezondheidscentrum of zorggroep kan met het rekenmodel een aantal scenario’s doorrekenen voor de omzet van segment 1, segment 2 en segment 3 in 2013, 2014 en 2015.Het is een Excel rekenmodel waarin de effecten van volume- en tariefmutaties zowel apart als gecombineerd inzichtelijk worden gemaakt. Het model geeft inzicht in een aantal scenario’s. Daarmee kan het de onderhandelingen met de zorgverzekeraar of het gesprek met de aangesloten huisartsen ondersteunen.

De aanleiding voor het ontwikkelen van een rekenmodel was de 77/23 problematiek. Het huidige model is een rekenmodel voor de omzet, geen rekenmodel voor de kosten. Het model verhoogt het inzicht in de samenhang tussen de verschillende segmenten. Daarmee kan het model ondersteuning bieden in de discussie met de zorgverzekeraar over de onderbouwing van de tarieven.

In het rekenmodel wordt de omzet berekend op basis van bekende en verwachtte tarieven. Om het model te gebruiken zijn gegevens of een goede inschatting nodig van de volumes en de tarieven in de verschillende segmenten. Dat betekent u ook gegevens uit de dagpraktijk van de huisartsen. Wij zijn ons bewust dat de gezondheidscentra deze makkelijker kunnen verkrijgen dan de zorggroepen.

Terugblik deelledenvergadering

03 november 2014

De Deelledenvergadering voor zorggroepen van afgelopen dinsdag 28 oktober mocht zich met zo’n 100 aanwezige leden verheugen op een grote opkomst. Daarbij ook veel vertegenwoordigers van gezondheidscentra. Vanuit InEen juichen we deze kruisbestuiving van harte toe. De onderwerpen die aan bod kwamen waren voor beide ledengroepen van belang.

De bijdragen van Chris Driesen (VZVZ) over de gegevensuitwisseling in de ketenzorg maakte duidelijk dat er op dit terrein nog het nodige te doen is. Vanzelfsprekend was er ook ruim aandacht voor de ontwikkelingen in de contractering van de ketenzorg. Programmamanager Judith van Duren zette de knelpunten en de insteek van InEen helder op een rij. De kwestie rond de praktijkkosten (77-23) is nog steeds actueel. De toelichtende brief van de NZa heeft het veld nog niet de gewenste duidelijkheid gegeven. Het contracteringsproces blijft spannend tot aan het eind.

Om de Kritische Kwaliteits Kenmerken en de zelfevaluatie beter op de beleidscyclus van de zorggroepen af te stemmen is het vaststellen van de KKK’s 2015 naar voren getrokken. De aanpassingen voor 2015 blijven beperkt tot een paar wijzigingen in de toelichting op het gebied van zelfmanagement en werden vastgesteld. Maarten Klomp schetste de doorontwikkeling van de landelijke benchmark ketenzorg en beantwoordde een groot aantal vragen. Het goede nieuws is dat de inspanningen in de ketenzorg resultaat opleveren. Uit internationale vergelijking met 25 landen blijkt dat Nederland met de ketenzorg voor diabetes op een tweede plaats staat. Veel aanwezigen bleven na de pauze voor de afsluitende themadiscussie over de zorg voor kwetsbare ouderen. Uit de inhoudelijke discussie bleek dat deze zorg toekomst heeft, mits de bekostiging ervan goed geregeld wordt. InEen zal deze handschoen de komende periode oppakken.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

De Deelledenvergadering voor zorggroepen van afgelopen dinsdag 28 oktober mocht zich met zo’n 100 aanwezige leden verheugen op een grote opkomst. Daarbij ook veel vertegenwoordigers van gezondheidscentra. Vanuit InEen juichen we deze kruisbestuiving van harte toe. De onderwerpen die aan bod kwamen waren voor beide ledengroepen van belang.

De bijdragen van Chris Driesen (VZVZ) over de gegevensuitwisseling in de ketenzorg maakte duidelijk dat er op dit terrein nog het nodige te doen is. Vanzelfsprekend was er ook ruim aandacht voor de ontwikkelingen in de contractering van de ketenzorg. Programmamanager Judith van Duren zette de knelpunten en de insteek van InEen helder op een rij. De kwestie rond de praktijkkosten (77-23) is nog steeds actueel. De toelichtende brief van de NZa heeft het veld nog niet de gewenste duidelijkheid gegeven. Het contracteringsproces blijft spannend tot aan het eind.

Om de Kritische Kwaliteits Kenmerken en de zelfevaluatie beter op de beleidscyclus van de zorggroepen af te stemmen is het vaststellen van de KKK’s 2015 naar voren getrokken. De aanpassingen voor 2015 blijven beperkt tot een paar wijzigingen in de toelichting op het gebied van zelfmanagement en werden vastgesteld. Maarten Klomp schetste de doorontwikkeling van de landelijke benchmark ketenzorg en beantwoordde een groot aantal vragen. Het goede nieuws is dat de inspanningen in de ketenzorg resultaat opleveren. Uit internationale vergelijking met 25 landen blijkt dat Nederland met de ketenzorg voor diabetes op een tweede plaats staat. Veel aanwezigen bleven na de pauze voor de afsluitende themadiscussie over de zorg voor kwetsbare ouderen. Uit de inhoudelijke discussie bleek dat deze zorg toekomst heeft, mits de bekostiging ervan goed geregeld wordt. InEen zal deze handschoen de komende periode oppakken.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Ondersteunde zelfzorg betekent een nieuwe arts-patiënt relatie

30 oktober 2014

arts-patientMet vijf implementatiepilots wil Zelfzorg Ondersteund! de ondersteunde zelfzorg in Nederland stap voor stap op een hoger plan brengen. Drie pilots zijn in volle gang, twee zitten in de voorbereidingsfase en starten begin 2015 met het includeren van patiënten. Projectleider Dennis van de Rijt: ‘Ons doel is dat andere zorggroepen straks een vliegende start kunnen maken op basis van wat wij nu aan het leren zijn.’

Het gaat bij alle vijf pilots om de ondersteuning van bestaande initiatieven verspreid over Nederland waarbij Zelfzorg Ondersteund! in een vroeg stadium is aangehaakt om mee te kijken waar zorgverleners, patiënten en zorgverzekeraars tegenaan lopen en vooral waar successen worden geboekt. In elke pilot staan nieuwe methoden centraal om de ondersteunde zelfzorg vorm te geven en te implementeren, zoals andere vormen van consultvoering, thuismeting, het werken met het Individueel Zorg Plan (IZP), de inzet van een digitaal platform of het aanbieden van bijvoorbeeld een beweegprogramma of workshops patiënteneductie.

Eerste indrukken
In de voorbereidingsfase van de pilots, waarbij veel InEen-leden zijn betrokken, vallen een aantal dingen op. ‘Bijvoorbeeld, zegt Van de Rijt, ‘de vaak sterk instrumentele benadering. Het accent ligt nog vaak op de implementatie van het instrument, terwijl bij de implementatie van ondersteunde zelfzorg juist de veranderende arts-patiënt relatie centraal zou moeten staan, want dat is de kern.’ Ondersteunde zelfzorg, stelt hij, is in de eerste plaats een gedrags- en cultuurverandering, een nieuwe manier van met elkaar omgaan. Het managen van een dergelijk veranderingstraject vraagt kennis van verandermanagement: hoe kom je vanuit een bepaalde visie naar het ontwerp en de implementatie van een nieuw zorgproces? Een goede les daarbij is van meet af aan de inbreng van alle partijen – zorgverlener, patiënt en zorgverzekeraar – aan tafel te hebben. Het uitwerken van een visie en de wederzijdse verwachtingen lijkt gedoe aan de voorkant, maar het betaalt zich verderop in het traject terug.’ In december 2014 organiseert Zelfzorg Ondersteund! een eerste terugkoppeling vanuit de pilots voor zorggroepen en andere betrokken organisaties. Midden volgend jaar zijn naar verwachting alle pilots afgerond en kunnen de resultaten worden gedeeld.

Goede implementatie van ondersteunde zelfzorg is belangrijk. Het gaat enerzijds om het realiseren van doelmatige zorg, anderzijds om het borgen van een zo goed mogelijke kwaliteit van leven voor een steeds groter worden groep patiënten. Van de Rijt: ‘Niet alleen van de patiënt, maar ook van de zorgverlener en de zorgverzekeraar wordt een andere houding gevraagd. Voor zorgverleners betekent dit dat ze hun manier van werken moeten omgooien, terwijl intussen de winkel gewoon openblijft. Dat is niet iets dat je even in een jaar neerzet, daar mag je best de tijd voor nemen.’

Lees ook
Patiënten helpen zorg op maat te bieden

[...]

arts-patientMet vijf implementatiepilots wil Zelfzorg Ondersteund! de ondersteunde zelfzorg in Nederland stap voor stap op een hoger plan brengen. Drie pilots zijn in volle gang, twee zitten in de voorbereidingsfase en starten begin 2015 met het includeren van patiënten. Projectleider Dennis van de Rijt: ‘Ons doel is dat andere zorggroepen straks een vliegende start kunnen maken op basis van wat wij nu aan het leren zijn.’

Het gaat bij alle vijf pilots om de ondersteuning van bestaande initiatieven verspreid over Nederland waarbij Zelfzorg Ondersteund! in een vroeg stadium is aangehaakt om mee te kijken waar zorgverleners, patiënten en zorgverzekeraars tegenaan lopen en vooral waar successen worden geboekt. In elke pilot staan nieuwe methoden centraal om de ondersteunde zelfzorg vorm te geven en te implementeren, zoals andere vormen van consultvoering, thuismeting, het werken met het Individueel Zorg Plan (IZP), de inzet van een digitaal platform of het aanbieden van bijvoorbeeld een beweegprogramma of workshops patiënteneductie.

Eerste indrukken
In de voorbereidingsfase van de pilots, waarbij veel InEen-leden zijn betrokken, vallen een aantal dingen op. ‘Bijvoorbeeld, zegt Van de Rijt, ‘de vaak sterk instrumentele benadering. Het accent ligt nog vaak op de implementatie van het instrument, terwijl bij de implementatie van ondersteunde zelfzorg juist de veranderende arts-patiënt relatie centraal zou moeten staan, want dat is de kern.’ Ondersteunde zelfzorg, stelt hij, is in de eerste plaats een gedrags- en cultuurverandering, een nieuwe manier van met elkaar omgaan. Het managen van een dergelijk veranderingstraject vraagt kennis van verandermanagement: hoe kom je vanuit een bepaalde visie naar het ontwerp en de implementatie van een nieuw zorgproces? Een goede les daarbij is van meet af aan de inbreng van alle partijen – zorgverlener, patiënt en zorgverzekeraar – aan tafel te hebben. Het uitwerken van een visie en de wederzijdse verwachtingen lijkt gedoe aan de voorkant, maar het betaalt zich verderop in het traject terug.’ In december 2014 organiseert Zelfzorg Ondersteund! een eerste terugkoppeling vanuit de pilots voor zorggroepen en andere betrokken organisaties. Midden volgend jaar zijn naar verwachting alle pilots afgerond en kunnen de resultaten worden gedeeld.

Goede implementatie van ondersteunde zelfzorg is belangrijk. Het gaat enerzijds om het realiseren van doelmatige zorg, anderzijds om het borgen van een zo goed mogelijke kwaliteit van leven voor een steeds groter worden groep patiënten. Van de Rijt: ‘Niet alleen van de patiënt, maar ook van de zorgverlener en de zorgverzekeraar wordt een andere houding gevraagd. Voor zorgverleners betekent dit dat ze hun manier van werken moeten omgooien, terwijl intussen de winkel gewoon openblijft. Dat is niet iets dat je even in een jaar neerzet, daar mag je best de tijd voor nemen.’

Lees ook
Patiënten helpen zorg op maat te bieden

Nieuwe bekostiging diabetische voetzorg

30 oktober 2014

voetzorgOnlangs is de bekostiging van de diabetische voetzorg veranderd. De zorg wordt ingekocht aan de hand van zorgprofielen om een betere scheiding aan te kunnen brengen tussen verzekerde zorg en niet verzekerde zorg. Daarnaast kunnen zorgverzekeraars nu buiten de keten voetzorg ook rechtsreeks bij podotherapeuten inkopen. Dit heeft tot veel vragen geleid. Ellen Nuijten, Nederlandse Vereniging van Podotherapeuten (NvvP): ‘Als NvvP gaan we nog steeds voor zo veel mogelijk integrale zorg. De nieuwe beleidsregel zorgt ervoor dat we zinnige en zuinige zorg kunnen leveren ook wanneer integrale zorg niet voor handen is of wanneer de patienten in de tweede lijn lopen.’

Nuijten: ‘Het is belangrijk om de achterliggende ontwikkeling te kennen. In 2010 zijn bepaalde onderdelen van voetzorg basisverzekerde zorg geworden. Omdat de grens tussen wie wel en wie geen vergoeding kreeg onduidelijk was, is daarna bepaald dat mensen met SIMM1 de voetzorg vergoed kregen als ze niet in staat waren tot zelfmanagement. Het gevolg was een enorm beroep op deze mogelijkheid die eigenlijk niet onder de zorgverzekeringswet vergoed had moeten worden maar onder persoonlijke verzorging, de vroegere AWBZ, nu WMO of WLZ. Dat is nu rechtgetrokken. Het Zorginstituut Nederland heeft bepaald dat de medische noodzakelijkheid de basis moet vormen voor vergoeding op basis van de zorgverzekeringswet.’

Deze medisch noodzakelijke diabetische zorg wordt, als het aan Nuijten ligt, verleend binnen de diabetes-zorgprogramma’s. Wanneer er echter geen zorgprogramma is of de patiënt hier niet aan deelneemt, moet er ook een mogelijkheid zijn om de noodzakelijke voetzorg te bekostigen. Zo bezien is, aldus Nuijten, de nieuwe mogelijkheid voor de zorgverzekeraar om buiten de keten om bij de podotherapeut in te kopen, een uitzondering. ‘We willen juist samen met de zorggroepen voetzorg van hoge kwaliteit leveren en blijven leveren.’

Op 7 oktober 2014 organiseerde InEen samen met de NvvP een informatiebijeenkomst voor zorggroepen om hen goed over de nieuwe situatie te informeren. Nuijten: ‘We hebben toen ook gesproken over het prestatiegericht inkopen van voetzorg. Sommige zorggroepen doen dat al. Wij maken dan als podotherapeuten samenwerkingsafspraken met de pedicures. Dat maakt het voor zorggroepen beter beheersbaar en overzichtelijker.’

Voor meer informatie over de bekostiging en het inkopen van voetzorg kunt u contact opnemen met Ellen Nuijten, bestuurslid van de Nederlandse Vereniging van Podotherapeuten (NvvP).

Lees ook
Nieuwe beleidsregel voetzorg diabetes, De Eerstelijns, oktober 2014

[...]

voetzorgOnlangs is de bekostiging van de diabetische voetzorg veranderd. De zorg wordt ingekocht aan de hand van zorgprofielen om een betere scheiding aan te kunnen brengen tussen verzekerde zorg en niet verzekerde zorg. Daarnaast kunnen zorgverzekeraars nu buiten de keten voetzorg ook rechtsreeks bij podotherapeuten inkopen. Dit heeft tot veel vragen geleid. Ellen Nuijten, Nederlandse Vereniging van Podotherapeuten (NvvP): ‘Als NvvP gaan we nog steeds voor zo veel mogelijk integrale zorg. De nieuwe beleidsregel zorgt ervoor dat we zinnige en zuinige zorg kunnen leveren ook wanneer integrale zorg niet voor handen is of wanneer de patienten in de tweede lijn lopen.’

Nuijten: ‘Het is belangrijk om de achterliggende ontwikkeling te kennen. In 2010 zijn bepaalde onderdelen van voetzorg basisverzekerde zorg geworden. Omdat de grens tussen wie wel en wie geen vergoeding kreeg onduidelijk was, is daarna bepaald dat mensen met SIMM1 de voetzorg vergoed kregen als ze niet in staat waren tot zelfmanagement. Het gevolg was een enorm beroep op deze mogelijkheid die eigenlijk niet onder de zorgverzekeringswet vergoed had moeten worden maar onder persoonlijke verzorging, de vroegere AWBZ, nu WMO of WLZ. Dat is nu rechtgetrokken. Het Zorginstituut Nederland heeft bepaald dat de medische noodzakelijkheid de basis moet vormen voor vergoeding op basis van de zorgverzekeringswet.’

Deze medisch noodzakelijke diabetische zorg wordt, als het aan Nuijten ligt, verleend binnen de diabetes-zorgprogramma’s. Wanneer er echter geen zorgprogramma is of de patiënt hier niet aan deelneemt, moet er ook een mogelijkheid zijn om de noodzakelijke voetzorg te bekostigen. Zo bezien is, aldus Nuijten, de nieuwe mogelijkheid voor de zorgverzekeraar om buiten de keten om bij de podotherapeut in te kopen, een uitzondering. ‘We willen juist samen met de zorggroepen voetzorg van hoge kwaliteit leveren en blijven leveren.’

Op 7 oktober 2014 organiseerde InEen samen met de NvvP een informatiebijeenkomst voor zorggroepen om hen goed over de nieuwe situatie te informeren. Nuijten: ‘We hebben toen ook gesproken over het prestatiegericht inkopen van voetzorg. Sommige zorggroepen doen dat al. Wij maken dan als podotherapeuten samenwerkingsafspraken met de pedicures. Dat maakt het voor zorggroepen beter beheersbaar en overzichtelijker.’

Voor meer informatie over de bekostiging en het inkopen van voetzorg kunt u contact opnemen met Ellen Nuijten, bestuurslid van de Nederlandse Vereniging van Podotherapeuten (NvvP).

Lees ook
Nieuwe beleidsregel voetzorg diabetes, De Eerstelijns, oktober 2014

Verschenen: Handreiking voor het huis van de persoonsgerichte zorg

30 oktober 2014

persoonsgerichte-zorgInEen heeft meegewerkt aan een white paper over persoonsgerichte zorg voor patiënten met een chronische aandoening: een praktische handreiking voor zorgverleners, medewerkers en management van zorggroepen die hiermee aan de slag willen.

Het white paper presenteert een handreiking voor persoonsgerichte zorg gebaseerd op het house of care en de Britse Co-creating Health aanpak. De handreiking is uitgebracht door het kennisinstituut Vilans en tot stand gekomen in een denktank van dertien zorggroepen, patiëntenorganisaties, Zelfzorg Ondersteund! en InEen. Het house of care is een raamwerk dat zorggroepen kunnen gebruiken om te komen tot een systematische aanpak van persoonsgerichte zorg. Door het als een huis te presenteren is direct duidelijk dat de bouwstenen van de zorgverlening stevig moeten zijn en goed in elkaar moeten passen. Anders stort het huis in elkaar.

Corné van Asten was als algemeen manager van zorggroep Syntein in Brabant en Noord-Limburg nauw bij de ontwikkeling van het white paper betrokken. ‘Wil je goed zorg verlenen dan moet je werken aan waardecreatie’, zegt hij. ‘Dat is een term van de Amerikaan Michael Porter. Je moet je afvragen welke waarde je kunt toevoegen in de zorg voor patiënten met een bepaalde aandoening.’ Na een uitgebreid voortraject waarin het patiëntenperspectief in beeld is gebracht, met vragenlijsten, focusgroepen en expertteams, bouwt Syntein nu aan het house of care voor diabetespatiënten. Het voegt waarde toe om waar dat kan het strakke protocol los te laten en terug te gaan naar het individuele gesprek. Vandaaruit kunnen arts en patiënt samen keuzes maken over de in te zetten instrumenten. ‘Denk aan leefstijl-apps die de patiënt kan bijhouden, groepsconsulten, buddy’s, thuismetingen, er is een keur aan mogelijkheden.’

‘Ik hoor vaak ‘dat doen we al’, als ik over persoonsgerichte zorg begin, ‘we stellen toch altijd vragen’. Maar dan stel ik de vraag terug: in hoeverre maak je ook gezamenlijk de agenda? Meestal valt er dan een stilte. De praktijk is meestal dat een patiënt een vraag stelt en de huisarts daarop doorgaat. Na 12 seconden neemt hij het gesprek over. De patiënt heeft dus – kort door de bocht – 12 seconden om vragen te stellen en dan kantelt het gesprek. We moeten veel meer toe naar een gelijkwaardige basis waarin patiënt en arts de situatie verkennen en samen naar een oplossing werken’. Van Asten heeft de ervaring dat de huisartsen blij zijn met de nieuwe aanpak als ze eenmaal de stap hebben gezet. ‘We zitten in zo’n strakke geprotocolleerde structuur dat we bijna verleerd zijn om individuele aandacht te bieden. Dat brengen we nu vanuit de inhoud weer terug en ik ben ervan overtuigd dat naar de toekomst toe de structuur daarop aangepast zal worden.’

Van Asten beveelt het house of care van harte aan bij collega-zorggroepen. ‘Het is een mooi model om te kijken waar je als organisatie staat. Het geeft een goede reflectie op hoe je de dingen aanpakt. Door de opzet wordt je gedwongen te bouwen of te sleutelen aan alle onderdelen van de verandering. Goed is dat in het model alle betrokken partijen samenkomen: de zorggroep, de zorgverlener, de patiënt en de regio, want daar wil je de aanpak ook geborgd hebben. Het zal natuurlijk wel een fundament moeten hebben bij de financierders van de zorg. Zo kom je tot de kern en geeft je echt vorm aan geïntegreerde of liever gezegd netwerkzorg. Mijn advies voor zorgverleners is: ga ermee aan de slag en ga te rade bij collega’s. Ga het individuele gesprek aan, maak met de patiënt een agenda en merk dat je daar als zorgverlener veel meer voor de patiënt en jezelf uithaalt.’

[...]

persoonsgerichte-zorgInEen heeft meegewerkt aan een white paper over persoonsgerichte zorg voor patiënten met een chronische aandoening: een praktische handreiking voor zorgverleners, medewerkers en management van zorggroepen die hiermee aan de slag willen.

Het white paper presenteert een handreiking voor persoonsgerichte zorg gebaseerd op het house of care en de Britse Co-creating Health aanpak. De handreiking is uitgebracht door het kennisinstituut Vilans en tot stand gekomen in een denktank van dertien zorggroepen, patiëntenorganisaties, Zelfzorg Ondersteund! en InEen. Het house of care is een raamwerk dat zorggroepen kunnen gebruiken om te komen tot een systematische aanpak van persoonsgerichte zorg. Door het als een huis te presenteren is direct duidelijk dat de bouwstenen van de zorgverlening stevig moeten zijn en goed in elkaar moeten passen. Anders stort het huis in elkaar.

Corné van Asten was als algemeen manager van zorggroep Syntein in Brabant en Noord-Limburg nauw bij de ontwikkeling van het white paper betrokken. ‘Wil je goed zorg verlenen dan moet je werken aan waardecreatie’, zegt hij. ‘Dat is een term van de Amerikaan Michael Porter. Je moet je afvragen welke waarde je kunt toevoegen in de zorg voor patiënten met een bepaalde aandoening.’ Na een uitgebreid voortraject waarin het patiëntenperspectief in beeld is gebracht, met vragenlijsten, focusgroepen en expertteams, bouwt Syntein nu aan het house of care voor diabetespatiënten. Het voegt waarde toe om waar dat kan het strakke protocol los te laten en terug te gaan naar het individuele gesprek. Vandaaruit kunnen arts en patiënt samen keuzes maken over de in te zetten instrumenten. ‘Denk aan leefstijl-apps die de patiënt kan bijhouden, groepsconsulten, buddy’s, thuismetingen, er is een keur aan mogelijkheden.’

‘Ik hoor vaak ‘dat doen we al’, als ik over persoonsgerichte zorg begin, ‘we stellen toch altijd vragen’. Maar dan stel ik de vraag terug: in hoeverre maak je ook gezamenlijk de agenda? Meestal valt er dan een stilte. De praktijk is meestal dat een patiënt een vraag stelt en de huisarts daarop doorgaat. Na 12 seconden neemt hij het gesprek over. De patiënt heeft dus – kort door de bocht – 12 seconden om vragen te stellen en dan kantelt het gesprek. We moeten veel meer toe naar een gelijkwaardige basis waarin patiënt en arts de situatie verkennen en samen naar een oplossing werken’. Van Asten heeft de ervaring dat de huisartsen blij zijn met de nieuwe aanpak als ze eenmaal de stap hebben gezet. ‘We zitten in zo’n strakke geprotocolleerde structuur dat we bijna verleerd zijn om individuele aandacht te bieden. Dat brengen we nu vanuit de inhoud weer terug en ik ben ervan overtuigd dat naar de toekomst toe de structuur daarop aangepast zal worden.’

Van Asten beveelt het house of care van harte aan bij collega-zorggroepen. ‘Het is een mooi model om te kijken waar je als organisatie staat. Het geeft een goede reflectie op hoe je de dingen aanpakt. Door de opzet wordt je gedwongen te bouwen of te sleutelen aan alle onderdelen van de verandering. Goed is dat in het model alle betrokken partijen samenkomen: de zorggroep, de zorgverlener, de patiënt en de regio, want daar wil je de aanpak ook geborgd hebben. Het zal natuurlijk wel een fundament moeten hebben bij de financierders van de zorg. Zo kom je tot de kern en geeft je echt vorm aan geïntegreerde of liever gezegd netwerkzorg. Mijn advies voor zorgverleners is: ga ermee aan de slag en ga te rade bij collega’s. Ga het individuele gesprek aan, maak met de patiënt een agenda en merk dat je daar als zorgverlener veel meer voor de patiënt en jezelf uithaalt.’

Zelfevaluatie Zorggroepen

30 oktober 2014

zelfevaluatieDe Deelledenvergadering Zorggroepen heeft op 28 oktober 2014 de Kritische Kwaliteits Kenmerken 2015 (KKK’s) vastgesteld. De inhoudelijke aanpassing ten opzichte van 2014 is minimaal. Afgesproken is dat vanaf volgend jaar de vaststelling van de KKK’s parallel gaat lopen aan de interne beleidscyclus van zorggroepen, onder meer door het eerder openen van het nieuwe (online)zelfevaluatie-instrument voor zorgroepen.

De KKK’s vormen de basis van het kwaliteitsbeleid van zorggroepen. Samen met Vilans, het kennisinstituut voor langdurige zorg, heeft InEen begin 2014 een zelfevaluatie-instrument ontwikkeld waarmee zorggroepen kunnen evalueren hoe het gaat met de invoering van de 21 KKK’s. Hun uitkomsten kunnen ze vergelijken met die van andere zorggroepen. Ook biedt het instrument de mogelijkheid de resultaten binnen de eigen zorgketen te toetsen. Door de zelfevaluatie aan het begin van het jaar uit te voeren, is het makkelijker de resultaten mee te nemen in het jaarplan van de zorggroep en in te brengen bij besprekingen over de KKK’s voor het daarop volgende jaar.

Managementtool
De zelfevaluatie is inmiddels door meer dan 50 zorggroepen ingevuld, zo ook door Angelien Borgdorff, projectmanager Huisartsen Utrecht Stad (HUS). Als lid van de InEen-beleidsadviescommissie Kwaliteit was zij betrokken bij de ontwikkeling van het instrument: ‘We merkten behoefte aan een eenvoudig instrument om als zorggroep je eigen handelen te toetsen. Voor huisartsenpraktijken heb je de praktijkaccreditering, maar voor zorggroepen bestond zoiets niet, terwijl er wel steeds meer transparantie wordt gevraagd. Dit instrument geeft goed inzicht in de mate van ontwikkeling van jouw zorggroep. Alleen al door het invullen van de vragenlijst kregen we als HUS redelijk scherp met welke KKK’s we nog aan de slag moeten. Het kenmerk over de incidentenregeling hebben wij bijvoorbeeld nog niet goed beschreven. Dat staat nu dus in ons jaarplan voor 2015. Het instrument houdt je scherp, een zinvolle managementtool, naast de meer zorginhoudelijke instrumenten zoals de landelijke benchmark.’

Delen van informatie
InEen vindt het delen van de informatie met ketenpartners en zorgverleners belangrijk. ‘Je kunt soms als management ervan overtuigd zijn dat alles goed geregeld is, maar vindt de huisarts die bij jou is aangesloten of je ketenpartner dat ook?’, licht beleidsmedewerker Mariska Sijstermans toe. Zowel voor ketenpartners als voor de zorgverleners is er een aangepaste vragenlijst. Sijstermans: ‘De zelfevaluatie door anderen laten invullen is een waardevolle mogelijkheid om met elkaar het gesprek aan te gaan over het kwaliteitsbeleid en de prestaties van de zorggroep op dat punt. Om dit gesprek te faciliteren hebben we de handreiking Aan de slag met zelfevaluatie laten maken.’

De zorggroep RCH Midden-Brabant bracht de resultaten in op een beleidsmiddag. Medisch directeur Angela van Liempd: ‘Acht medewerkers van onze zorggroep hadden de evaluatie ingevuld. De uitkomsten hebben we samen met de landelijke uitkomsten gebruikt als onderlegger voor de beleidsmiddag. Er is die middag in groepjes per thema gediscussieerd over: wat doen we al goed, wat kan beter? Daarna hebben we plenair prioriteiten en actiepunten vastgesteld voor 2015 en verder. De uitwisseling met andere zorggroepen gebeurt vooral informeel tussen bijvoorbeeld zorggroepmanagers onderling.’ Ter ondersteuning van de uitwisseling tussen zorggroepen is er de handreiking Intercollegiale consultatie.

Zorggroepen kunnen hun eigen resultaten bekijken en vergelijken; anderen hebben geen toegang tot de data, ook zorgverzekeraars niet. Borgdorff vindt dat in dit stadium belangrijk. ‘Het zou voor zorggroepen geen stimulans zijn het instrument te gebruiken. Het is een instrument voor zelftoetsing en transparantie naar de ketenpartners.’ Ook InEen krijgt overigens vooralsnog alleen een anonieme terugkoppeling op geaggregeerd niveau.

Verdere ontwikkeling
De bedoeling is het zelfevaluatie-instrument de komende jaren stap voor stap verder te ontwikkelen. Daarover wil InEen op de netwerkbijeenkomst Kwaliteit (18 november 2014) het gesprek aan met de leden zorggroepen. Levert het instrument de verwachte informatie op? Gaf de rapportage voldoende basis voor verbetering van het kwaliteitsbeleid? Hoe is de eventuele intercollegiale consultatie verlopen? Welke rol speelt anonimiteit bij het aanleveren van deze informatie? Ter voorbereiding van deze bijeenkomst ontvangt InEen graag opmerkingen en suggesties.

[...]

zelfevaluatieDe Deelledenvergadering Zorggroepen heeft op 28 oktober 2014 de Kritische Kwaliteits Kenmerken 2015 (KKK’s) vastgesteld. De inhoudelijke aanpassing ten opzichte van 2014 is minimaal. Afgesproken is dat vanaf volgend jaar de vaststelling van de KKK’s parallel gaat lopen aan de interne beleidscyclus van zorggroepen, onder meer door het eerder openen van het nieuwe (online)zelfevaluatie-instrument voor zorgroepen.

De KKK’s vormen de basis van het kwaliteitsbeleid van zorggroepen. Samen met Vilans, het kennisinstituut voor langdurige zorg, heeft InEen begin 2014 een zelfevaluatie-instrument ontwikkeld waarmee zorggroepen kunnen evalueren hoe het gaat met de invoering van de 21 KKK’s. Hun uitkomsten kunnen ze vergelijken met die van andere zorggroepen. Ook biedt het instrument de mogelijkheid de resultaten binnen de eigen zorgketen te toetsen. Door de zelfevaluatie aan het begin van het jaar uit te voeren, is het makkelijker de resultaten mee te nemen in het jaarplan van de zorggroep en in te brengen bij besprekingen over de KKK’s voor het daarop volgende jaar.

Managementtool
De zelfevaluatie is inmiddels door meer dan 50 zorggroepen ingevuld, zo ook door Angelien Borgdorff, projectmanager Huisartsen Utrecht Stad (HUS). Als lid van de InEen-beleidsadviescommissie Kwaliteit was zij betrokken bij de ontwikkeling van het instrument: ‘We merkten behoefte aan een eenvoudig instrument om als zorggroep je eigen handelen te toetsen. Voor huisartsenpraktijken heb je de praktijkaccreditering, maar voor zorggroepen bestond zoiets niet, terwijl er wel steeds meer transparantie wordt gevraagd. Dit instrument geeft goed inzicht in de mate van ontwikkeling van jouw zorggroep. Alleen al door het invullen van de vragenlijst kregen we als HUS redelijk scherp met welke KKK’s we nog aan de slag moeten. Het kenmerk over de incidentenregeling hebben wij bijvoorbeeld nog niet goed beschreven. Dat staat nu dus in ons jaarplan voor 2015. Het instrument houdt je scherp, een zinvolle managementtool, naast de meer zorginhoudelijke instrumenten zoals de landelijke benchmark.’

Delen van informatie
InEen vindt het delen van de informatie met ketenpartners en zorgverleners belangrijk. ‘Je kunt soms als management ervan overtuigd zijn dat alles goed geregeld is, maar vindt de huisarts die bij jou is aangesloten of je ketenpartner dat ook?’, licht beleidsmedewerker Mariska Sijstermans toe. Zowel voor ketenpartners als voor de zorgverleners is er een aangepaste vragenlijst. Sijstermans: ‘De zelfevaluatie door anderen laten invullen is een waardevolle mogelijkheid om met elkaar het gesprek aan te gaan over het kwaliteitsbeleid en de prestaties van de zorggroep op dat punt. Om dit gesprek te faciliteren hebben we de handreiking Aan de slag met zelfevaluatie laten maken.’

De zorggroep RCH Midden-Brabant bracht de resultaten in op een beleidsmiddag. Medisch directeur Angela van Liempd: ‘Acht medewerkers van onze zorggroep hadden de evaluatie ingevuld. De uitkomsten hebben we samen met de landelijke uitkomsten gebruikt als onderlegger voor de beleidsmiddag. Er is die middag in groepjes per thema gediscussieerd over: wat doen we al goed, wat kan beter? Daarna hebben we plenair prioriteiten en actiepunten vastgesteld voor 2015 en verder. De uitwisseling met andere zorggroepen gebeurt vooral informeel tussen bijvoorbeeld zorggroepmanagers onderling.’ Ter ondersteuning van de uitwisseling tussen zorggroepen is er de handreiking Intercollegiale consultatie.

Zorggroepen kunnen hun eigen resultaten bekijken en vergelijken; anderen hebben geen toegang tot de data, ook zorgverzekeraars niet. Borgdorff vindt dat in dit stadium belangrijk. ‘Het zou voor zorggroepen geen stimulans zijn het instrument te gebruiken. Het is een instrument voor zelftoetsing en transparantie naar de ketenpartners.’ Ook InEen krijgt overigens vooralsnog alleen een anonieme terugkoppeling op geaggregeerd niveau.

Verdere ontwikkeling
De bedoeling is het zelfevaluatie-instrument de komende jaren stap voor stap verder te ontwikkelen. Daarover wil InEen op de netwerkbijeenkomst Kwaliteit (18 november 2014) het gesprek aan met de leden zorggroepen. Levert het instrument de verwachte informatie op? Gaf de rapportage voldoende basis voor verbetering van het kwaliteitsbeleid? Hoe is de eventuele intercollegiale consultatie verlopen? Welke rol speelt anonimiteit bij het aanleveren van deze informatie? Ter voorbereiding van deze bijeenkomst ontvangt InEen graag opmerkingen en suggesties.

Patiënten helpen zorg op maat te bieden

30 oktober 2014

zorg-op-maatMensen met diabetes kunnen goed benoemen waar ze in het omgaan met hun aandoening tegenaan lopen; bij de stap naar verandering heeft een deel van hen echter hulp nodig. Dat blijkt uit het onderzoek dat zorggroep Meditta samen met het kennisinstituut Vilans in 2013 uitvoerde onder 450 diabetespatiënten. Het onderzoek vormde de basis voor een pilot zelfmanagementondersteuning in vijf huisartsenpraktijken in de Westelijke Mijnstreek en Midden-Limburg.

Zelfzorg is zorg op maat, daarom wilde Meditta weten wat diabetes betekent in het dagelijks leven van de patiënten. Projectmedewerker Nikola Metzger: ‘We kenden de cijfers uit de huisartspraktijk en wat informatie uit de patiënttevredenheidsonderzoeken, maar eigenlijk wisten we weinig over hoe de patiënt in zijn thuisomgeving met diabetes omgaat. Het onderzoek heeft ons ervan bewust gemaakt dat patiënten goed kunnen benoemen waar ze tegenaan lopen en ondersteuning vragen voor de stap naar verandering. En ook dat de huisarts of de POH een belangrijke rol heeft bij het maken van plannen om tot verandering van leefstijl te komen. Voor de daadwerkelijke uitvoering van de plannen hebben zij behoefte aan extra ondersteuning thuis – in het dagelijkse leven.’

Digitaal platform
Het onderzoek wees verder uit dat patiënten wel voelen voor digitale ondersteuning. Ook de patiëntenfederatie NPCF ondersteunt dit project. Intussen stellen al meer dan 40 huisartsenpraktijken een digitaal platform beschikbaar. Metzger: ‘Patiënten willen informatie thuis kunnen bekijken op een handig moment. Juist in de avonduren en de weekenden maken ze gebruik van het systeem. Een digitaal platform werkt voor patiënten ook als een stok achter de deur. Vooral voor voedingsgewoonten. Dat is een van de grote ervaren knelpunten.’ Een digitaal platform kan ook in de behoefte aan betrouwbare informatie voorzien. Veel patiënten googlen, maar komen niet altijd terecht bij de juiste of betrouwbare informatie, zo blijkt. Metzger benadrukt dat een platform twee kanten op werkt. ‘Het mee kunnen kijken in een eetdagboek betekent dat het eetpatroon thuis geen black box meer is. Het monitoren op afstand maakt ook een andere consultvoering mogelijk, het maakt de zorg flexibeler.’

Om patiënten te stimuleren zelf regie te nemen en daarbij het digitale platform te gebruiken, organiseert Meditta – met hulp van het landelijk samenwerkingsverband Zelfzorg Ondersteund! – patiëntbijeenkomsten die met 180 aanwezigen goed bezocht worden. Huisarts en POH spelen een actieve rol op deze meetings. Na afloop zijn 9 van de 10 patiënten enthousiast. Metzger: ‘Wat uiteindelijk het effect is, weten we nog niet, maar het spreekt in elk geval aan. Patiënten willen graag bezig zijn met hun gezondheid, ze weten waar ze aan willen werken. De patiënten helpen zelf zorg op maat te bieden.’

In maart 2015 evalueert Meditta de pilot. In vervolg hierop vindt een onderzoek plaats bij de bovengenoemde 40 huisartsenpraktijken in samenwerking met de Universiteit van Twente; in dit onderzoek wordt specifiek het effect van het werken met een digitaal platform onder de loep genomen. Voor meer informatie over het onderzoek en de pilot van Meditta kunt u contact opnemen met Paula Verkoelen (Meditta).

Lees ook

[...]

zorg-op-maatMensen met diabetes kunnen goed benoemen waar ze in het omgaan met hun aandoening tegenaan lopen; bij de stap naar verandering heeft een deel van hen echter hulp nodig. Dat blijkt uit het onderzoek dat zorggroep Meditta samen met het kennisinstituut Vilans in 2013 uitvoerde onder 450 diabetespatiënten. Het onderzoek vormde de basis voor een pilot zelfmanagementondersteuning in vijf huisartsenpraktijken in de Westelijke Mijnstreek en Midden-Limburg.

Zelfzorg is zorg op maat, daarom wilde Meditta weten wat diabetes betekent in het dagelijks leven van de patiënten. Projectmedewerker Nikola Metzger: ‘We kenden de cijfers uit de huisartspraktijk en wat informatie uit de patiënttevredenheidsonderzoeken, maar eigenlijk wisten we weinig over hoe de patiënt in zijn thuisomgeving met diabetes omgaat. Het onderzoek heeft ons ervan bewust gemaakt dat patiënten goed kunnen benoemen waar ze tegenaan lopen en ondersteuning vragen voor de stap naar verandering. En ook dat de huisarts of de POH een belangrijke rol heeft bij het maken van plannen om tot verandering van leefstijl te komen. Voor de daadwerkelijke uitvoering van de plannen hebben zij behoefte aan extra ondersteuning thuis – in het dagelijkse leven.’

Digitaal platform
Het onderzoek wees verder uit dat patiënten wel voelen voor digitale ondersteuning. Ook de patiëntenfederatie NPCF ondersteunt dit project. Intussen stellen al meer dan 40 huisartsenpraktijken een digitaal platform beschikbaar. Metzger: ‘Patiënten willen informatie thuis kunnen bekijken op een handig moment. Juist in de avonduren en de weekenden maken ze gebruik van het systeem. Een digitaal platform werkt voor patiënten ook als een stok achter de deur. Vooral voor voedingsgewoonten. Dat is een van de grote ervaren knelpunten.’ Een digitaal platform kan ook in de behoefte aan betrouwbare informatie voorzien. Veel patiënten googlen, maar komen niet altijd terecht bij de juiste of betrouwbare informatie, zo blijkt. Metzger benadrukt dat een platform twee kanten op werkt. ‘Het mee kunnen kijken in een eetdagboek betekent dat het eetpatroon thuis geen black box meer is. Het monitoren op afstand maakt ook een andere consultvoering mogelijk, het maakt de zorg flexibeler.’

Om patiënten te stimuleren zelf regie te nemen en daarbij het digitale platform te gebruiken, organiseert Meditta – met hulp van het landelijk samenwerkingsverband Zelfzorg Ondersteund! – patiëntbijeenkomsten die met 180 aanwezigen goed bezocht worden. Huisarts en POH spelen een actieve rol op deze meetings. Na afloop zijn 9 van de 10 patiënten enthousiast. Metzger: ‘Wat uiteindelijk het effect is, weten we nog niet, maar het spreekt in elk geval aan. Patiënten willen graag bezig zijn met hun gezondheid, ze weten waar ze aan willen werken. De patiënten helpen zelf zorg op maat te bieden.’

In maart 2015 evalueert Meditta de pilot. In vervolg hierop vindt een onderzoek plaats bij de bovengenoemde 40 huisartsenpraktijken in samenwerking met de Universiteit van Twente; in dit onderzoek wordt specifiek het effect van het werken met een digitaal platform onder de loep genomen. Voor meer informatie over het onderzoek en de pilot van Meditta kunt u contact opnemen met Paula Verkoelen (Meditta).

Lees ook

Het Persoonlijk Gezondheidsdossier (PGD) komt er aan

30 oktober 2014

PGDMinister Schippers en staatssecretaris Van Rijn willen dat patiënten binnen vijf jaar online hun eigen dossier kunnen inzien. In juli heeft de Raad voor Volksgezondheid en Zorg (RVZ) een advies hierover aangeboden aan VWS. In een Persoonlijk Gezondheidsdossier (PGD) kan iedereen die dat wil de beschikking krijgen over de eigen gezondheidsinformatie.

Inmiddels hebben KNMG, Zorgverzekeraars Nederland en de patiëntenfederatie NPCF de gezamenlijke projectsite PGD Kader 2020 ontwikkeld. Omdat de kennis over PGD’s op dit moment nogal versnipperd is, willen de drie organisaties een kader maken voor de ontwikkeling en invoering van het PGD. Het waarborgen van de privacy door het creëren van een patiëntgeheim en het inbouwen van privacynormen (privacy by design), is daarvan een belangrijk onderdeel. De projectsite houdt zorgverleners op de hoogte over de voortgang.

Volgens het RVZ-advies bevat een PGD kopieën van elektronische medische dossiers van zorgaanbieders en de gegevens die de patiënt daar zelf aan toevoegt; de patiënt bepaalt zelf of hij/zij een PGD wil hebben. Uit onderzoek blijkt dat ruim 60% van de Nederlanders deze mogelijkheid om alle gezondheidsinformatie onder één knop te hebben, aantrekkelijk vindt. Volgens de RVZ is VWS de meest geëigende partij om de ontwikkeling van het PGD te trekken.

[...]

PGDMinister Schippers en staatssecretaris Van Rijn willen dat patiënten binnen vijf jaar online hun eigen dossier kunnen inzien. In juli heeft de Raad voor Volksgezondheid en Zorg (RVZ) een advies hierover aangeboden aan VWS. In een Persoonlijk Gezondheidsdossier (PGD) kan iedereen die dat wil de beschikking krijgen over de eigen gezondheidsinformatie.

Inmiddels hebben KNMG, Zorgverzekeraars Nederland en de patiëntenfederatie NPCF de gezamenlijke projectsite PGD Kader 2020 ontwikkeld. Omdat de kennis over PGD’s op dit moment nogal versnipperd is, willen de drie organisaties een kader maken voor de ontwikkeling en invoering van het PGD. Het waarborgen van de privacy door het creëren van een patiëntgeheim en het inbouwen van privacynormen (privacy by design), is daarvan een belangrijk onderdeel. De projectsite houdt zorgverleners op de hoogte over de voortgang.

Volgens het RVZ-advies bevat een PGD kopieën van elektronische medische dossiers van zorgaanbieders en de gegevens die de patiënt daar zelf aan toevoegt; de patiënt bepaalt zelf of hij/zij een PGD wil hebben. Uit onderzoek blijkt dat ruim 60% van de Nederlanders deze mogelijkheid om alle gezondheidsinformatie onder één knop te hebben, aantrekkelijk vindt. Volgens de RVZ is VWS de meest geëigende partij om de ontwikkeling van het PGD te trekken.

West-Fries Diabetes Zorgsysteem levert nieuwe inzichten op

27 oktober 2014

Het West-Friese Diabetes Zorgsysteem, beter bekend als de Hoorn-studie, heeft de afgelopen jaren veel nieuwe inzichten geboden in de complicaties van diabetes type 2. Zo weten we nu dat meer dan 30% van de patiënten complicaties heeft zoals schade aan het netvlies en de nieren. Daarnaast laat de Hoorn-studie zien dat hart- en vaatziekten drie tot vier maal vaker voorkomen bij mensen met diabetes. Ook heeft de studie geleid tot kosteneffectieve zorg van hoge kwaliteit. Prof. dr. Giel Nijpels, de grote voortrekker van de studie, neemt deze vrijdag afscheid van de studie en VUmc. Meer informatie

[...]

Het West-Friese Diabetes Zorgsysteem, beter bekend als de Hoorn-studie, heeft de afgelopen jaren veel nieuwe inzichten geboden in de complicaties van diabetes type 2. Zo weten we nu dat meer dan 30% van de patiënten complicaties heeft zoals schade aan het netvlies en de nieren. Daarnaast laat de Hoorn-studie zien dat hart- en vaatziekten drie tot vier maal vaker voorkomen bij mensen met diabetes. Ook heeft de studie geleid tot kosteneffectieve zorg van hoge kwaliteit. Prof. dr. Giel Nijpels, de grote voortrekker van de studie, neemt deze vrijdag afscheid van de studie en VUmc. Meer informatie

Zorgstandaard Kanker 2014

27 oktober 2014

De zorgstandaard Kanker 2014  is verschenen. Het document, opgesteld door zorgprofessionals en patiënten, beschrijft de wenselijke inhoud en organisatie van de oncologische zorg vanuit het perspectief van de patiënt. Het is een kwaliteitskader met streefnormen. De zorgstandaard is aangeboden aan het Zorginstituut Nederland voor opname in het landelijk register van kwaliteitsinstrumenten en vormt daarmee een openbaar toetsingskader voor goede kwaliteit.
Het Zorginstituut Nederland heeft ook het initiatief genomen om ontwikkelingen rond inhoud en organisatie van oncologische zorg bij elkaar te brengen. Geconstateerd is dat er veel initiatieven zijn, maar dat juridische en financiële knelpunten de voortgang belemmeren. Dit geldt ook voor de implementatie van de zorgstandaard Kanker. Het instituut gaat de knelpunten inventariseren en organiseert in januari 2015 een vervolgbijeenkomst om tot een plan van aanpak te komen.

[...]

De zorgstandaard Kanker 2014  is verschenen. Het document, opgesteld door zorgprofessionals en patiënten, beschrijft de wenselijke inhoud en organisatie van de oncologische zorg vanuit het perspectief van de patiënt. Het is een kwaliteitskader met streefnormen. De zorgstandaard is aangeboden aan het Zorginstituut Nederland voor opname in het landelijk register van kwaliteitsinstrumenten en vormt daarmee een openbaar toetsingskader voor goede kwaliteit.
Het Zorginstituut Nederland heeft ook het initiatief genomen om ontwikkelingen rond inhoud en organisatie van oncologische zorg bij elkaar te brengen. Geconstateerd is dat er veel initiatieven zijn, maar dat juridische en financiële knelpunten de voortgang belemmeren. Dit geldt ook voor de implementatie van de zorgstandaard Kanker. Het instituut gaat de knelpunten inventariseren en organiseert in januari 2015 een vervolgbijeenkomst om tot een plan van aanpak te komen.

Huisartsenorganisaties tegen verplicht stellen screeningsinstrument GGZ

27 oktober 2014

We krijgen signalen van huisartsen dat in contracten voor 2015 het gebruik van een door de verzekeraar aangedragen screeningsinstrument verplicht wordt gesteld voor patiënten met psychische problematiek. In een brief hebben LHV, NHG en InEen de verzekeraar opgeroepen te respecteren dat de beroepsgroep handelt op basis van professionele autonomie die gefundeerd is op wetenschappelijke richtlijnen. De NHG-Standaarden en multidisciplinaire richtlijnen vormen de basis voor het goed kunnen uitoefenen van de poortwachtersrol, ook voor de GGZ. Instrumenten die niet gevalideerd zijn, kunnen niet bijdragen aan een zorgvuldige zorgverlening. Het verplicht stellen van een (ongevalideerd) screeningsinstrument is daarom volgens LHV, NHG en InEen ongewenst.

Aangegeven wordt ook dat het niet de rol van de verzekeraar is een antwoord te formuleren op de vraag wat medisch-inhoudelijk gezien een juiste verwijzing is. Het verwijzingsinstrument voor de huisarts is de verwijsbrief. Volgens de beroepsstandaard van de huisartsen bevat een verwijsbrief een duidelijke vraag aan de vervolgbehandelaar, gebaseerd op de richtlijnen voor verslaglegging en gegevensuitwisseling. Is dat niet het geval, dan heeft de verzekeraar de mogelijkheid om de huisarts op basis van spiegelinformatie daarop aan te spreken.

[...]

We krijgen signalen van huisartsen dat in contracten voor 2015 het gebruik van een door de verzekeraar aangedragen screeningsinstrument verplicht wordt gesteld voor patiënten met psychische problematiek. In een brief hebben LHV, NHG en InEen de verzekeraar opgeroepen te respecteren dat de beroepsgroep handelt op basis van professionele autonomie die gefundeerd is op wetenschappelijke richtlijnen. De NHG-Standaarden en multidisciplinaire richtlijnen vormen de basis voor het goed kunnen uitoefenen van de poortwachtersrol, ook voor de GGZ. Instrumenten die niet gevalideerd zijn, kunnen niet bijdragen aan een zorgvuldige zorgverlening. Het verplicht stellen van een (ongevalideerd) screeningsinstrument is daarom volgens LHV, NHG en InEen ongewenst.

Aangegeven wordt ook dat het niet de rol van de verzekeraar is een antwoord te formuleren op de vraag wat medisch-inhoudelijk gezien een juiste verwijzing is. Het verwijzingsinstrument voor de huisarts is de verwijsbrief. Volgens de beroepsstandaard van de huisartsen bevat een verwijsbrief een duidelijke vraag aan de vervolgbehandelaar, gebaseerd op de richtlijnen voor verslaglegging en gegevensuitwisseling. Is dat niet het geval, dan heeft de verzekeraar de mogelijkheid om de huisarts op basis van spiegelinformatie daarop aan te spreken.

FAQ bekostiging/contractering

22 oktober 2014

We krijgen op het bureau veel vragen en signalen over de bekostiging en contractering van zorggroepen en gezondheidscentra . Zoals aangekondigd in het weekbericht van 26 september hebben wij een overzicht met veelgestelde vragen en antwoorden samengesteld (FAQ’s). Bij de antwoorden hebben wij ook links naar verschillende landelijke afspraken toegevoegd.
We zullen de FAQ’s in de komende weken aanvullen.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

We krijgen op het bureau veel vragen en signalen over de bekostiging en contractering van zorggroepen en gezondheidscentra . Zoals aangekondigd in het weekbericht van 26 september hebben wij een overzicht met veelgestelde vragen en antwoorden samengesteld (FAQ’s). Bij de antwoorden hebben wij ook links naar verschillende landelijke afspraken toegevoegd.
We zullen de FAQ’s in de komende weken aanvullen.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

White Paper persoonsgerichte zorg

22 oktober 2014

Het belang van ondersteunde zelfzorg zal alleen maar toenemen. Daarom participeert InEen in Zelfzorg Ondersteund! Op 1 oktober heeft Vilans aan het Bestuur van Zelfzorg Ondersteund! een white paper over persoonsgerichte zorg aangeboden. Centraal daarin staat de vraag ´Hoe maak je een succes van persoonsgerichte zorg?´ Afgelopen zomer heeft InEen actief bijgedragen aan de totstandkoming van de white paper. Ervaringen en inzichten van leden van InEen vormden een belangrijke inspiratiebron. Voortgebouwd wordt op inzichten en ervaringen uit het Verenigd Koninkrijk; met name de aanpak van co-creating health en het concept van het ´house of care´ bieden veel aanknopingspunten om de ondersteunde zelfzorg ook in Nederland verder te brengen.
In het voorwoord geeft InEen-bestuurslid Maarten Klomp de volgende aanbeveling: ‘Het white paper is heel toegankelijk geschreven en leuk geïllustreerd, met tal van voorbeelden en concrete tips voor de dagelijkse praktijk. Het is daarmee een hele praktische kapstok bij de implementatie van persoonsgerichte zorg in uw eigen praktijkvoering. Daarom beveel ik het van harte bij u aan.’

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Het belang van ondersteunde zelfzorg zal alleen maar toenemen. Daarom participeert InEen in Zelfzorg Ondersteund! Op 1 oktober heeft Vilans aan het Bestuur van Zelfzorg Ondersteund! een white paper over persoonsgerichte zorg aangeboden. Centraal daarin staat de vraag ´Hoe maak je een succes van persoonsgerichte zorg?´ Afgelopen zomer heeft InEen actief bijgedragen aan de totstandkoming van de white paper. Ervaringen en inzichten van leden van InEen vormden een belangrijke inspiratiebron. Voortgebouwd wordt op inzichten en ervaringen uit het Verenigd Koninkrijk; met name de aanpak van co-creating health en het concept van het ´house of care´ bieden veel aanknopingspunten om de ondersteunde zelfzorg ook in Nederland verder te brengen.
In het voorwoord geeft InEen-bestuurslid Maarten Klomp de volgende aanbeveling: ‘Het white paper is heel toegankelijk geschreven en leuk geïllustreerd, met tal van voorbeelden en concrete tips voor de dagelijkse praktijk. Het is daarmee een hele praktische kapstok bij de implementatie van persoonsgerichte zorg in uw eigen praktijkvoering. Daarom beveel ik het van harte bij u aan.’

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

ZO! stelt eisen aan patiëntenportals

22 oktober 2014

ICT-ondersteuning is een belangrijk ingrediënt van zelfzorg. Het maakt een zinvolle communicatie en informatie-uitwisseling tussen zorgverlener en patiënt mogelijk. Zelfzorg Ondersteund! heeft de minimale functionele en technische eisen vastgesteld waaraan een zelfzorgsysteem zou moeten voldoen.  Inmiddels is ook een normenkader opgesteld aan de hand waarvan getoetst kan worden of zelfzorgplatforms voldoen aan de minimale basiseisen. Het streven is half december een lijst met goedgekeurde platforms te publiceren zodat die informatie kan worden meegenomen in de inkooponderhandelingen met de zorgverzekeraars.  Meer informatie.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

ICT-ondersteuning is een belangrijk ingrediënt van zelfzorg. Het maakt een zinvolle communicatie en informatie-uitwisseling tussen zorgverlener en patiënt mogelijk. Zelfzorg Ondersteund! heeft de minimale functionele en technische eisen vastgesteld waaraan een zelfzorgsysteem zou moeten voldoen.  Inmiddels is ook een normenkader opgesteld aan de hand waarvan getoetst kan worden of zelfzorgplatforms voldoen aan de minimale basiseisen. Het streven is half december een lijst met goedgekeurde platforms te publiceren zodat die informatie kan worden meegenomen in de inkooponderhandelingen met de zorgverzekeraars.  Meer informatie.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Uitnodiging Zelfzorg Ondersteund

22 oktober 2014

Zelfzorg Ondersteund! organiseert op 4 december aanstaande een bijeenkomst voor zorggroepen. Centraal staat het uitwisselen van informatie over (de implementatie van) zelfmanagement. Daarnaast wordt van gedachten gewisseld over de stappen die de komende jaren nodig zijn om zelfzorg een serieuze plaats te geven in de zorg. De bijeenkomst, waar ook patiënten en zorgverzekeraars aan het woord komen, vindt plaats in Utrecht (Domus Medica) van 16.00-20.00 uur. Lees de uitnodiging.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Zelfzorg Ondersteund! organiseert op 4 december aanstaande een bijeenkomst voor zorggroepen. Centraal staat het uitwisselen van informatie over (de implementatie van) zelfmanagement. Daarnaast wordt van gedachten gewisseld over de stappen die de komende jaren nodig zijn om zelfzorg een serieuze plaats te geven in de zorg. De bijeenkomst, waar ook patiënten en zorgverzekeraars aan het woord komen, vindt plaats in Utrecht (Domus Medica) van 16.00-20.00 uur. Lees de uitnodiging.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Prestatiebeloning ketenzorg in S3

22 oktober 2014

Eerder berichtten we jullie over de prestatiebeloning in de ketenzorg. Met zorgverzekeraars hebben we hierover inhoudelijke afspraken gemaakt. De inhoud ervan is jullie bekend. De afgelopen periode bereiken ons signalen dat meerdere zorgverzekeraars gemaakte afspraken anders invullen dan bedoeld.  Zo hanteren sommige zorgverzekeraars een malusregeling bij het toepassen van de ketenzorgindicatoren, waarbij een percentage van de tarieven kan worden terugverdiend als aan de indicatoren is voldaan. Deze werkwijze past niet bij de afspraken over de prestatiebeloning die is bedoeld om in S3 betere prestaties te belonen. InEen zal deze boodschap bij de zorgverzekeraars blijven aankaarten en aandringen op het juist toepassen van de gemaakte afspraken. Daarbij zullen we ook aandacht besteden aan de extra inhoudelijke eisen en aanvullende indicatoren die sommige zorgverzekeraars aan de beloning koppelen. Ook dit is wat ons betreft in strijd met de gemaakte afspraken. We houden jullie op de hoogte van de ontwikkelingen en nodigen jullie uit om signalen te blijven aanleveren.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Eerder berichtten we jullie over de prestatiebeloning in de ketenzorg. Met zorgverzekeraars hebben we hierover inhoudelijke afspraken gemaakt. De inhoud ervan is jullie bekend. De afgelopen periode bereiken ons signalen dat meerdere zorgverzekeraars gemaakte afspraken anders invullen dan bedoeld.  Zo hanteren sommige zorgverzekeraars een malusregeling bij het toepassen van de ketenzorgindicatoren, waarbij een percentage van de tarieven kan worden terugverdiend als aan de indicatoren is voldaan. Deze werkwijze past niet bij de afspraken over de prestatiebeloning die is bedoeld om in S3 betere prestaties te belonen. InEen zal deze boodschap bij de zorgverzekeraars blijven aankaarten en aandringen op het juist toepassen van de gemaakte afspraken. Daarbij zullen we ook aandacht besteden aan de extra inhoudelijke eisen en aanvullende indicatoren die sommige zorgverzekeraars aan de beloning koppelen. Ook dit is wat ons betreft in strijd met de gemaakte afspraken. We houden jullie op de hoogte van de ontwikkelingen en nodigen jullie uit om signalen te blijven aanleveren.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Informatiebijeenkomst: inkoop van voetzorg door zorggroepen in 2015

30 september 2014

Op basis van meerdere signalen van leden (zorggroepen) organiseert InEen samen met de NVvP (Nederlandse Vereniging van Podotherapeuten) een informatiebijeenkomst over alle ontwikkelingen en veranderingen rond de inkoop van diabetische voetzorg in de keten. Op dinsdag 7 oktober 2014 van 15:30 tot 17:00 uur geeft Ellen Nuijten, bestuurslid van de NVvP, hier een toelichting op. Ook het prestatiegericht inkopen van voetzorg wordt steeds actueler en komt tijdens deze bijeenkomst aan de orde. Er is volop ruimte voor het stellen van vragen. Jullie kunnen je voor de bijeenkomst aanmelden door een email te sturen naar info@ineen.nl.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

[...]

Op basis van meerdere signalen van leden (zorggroepen) organiseert InEen samen met de NVvP (Nederlandse Vereniging van Podotherapeuten) een informatiebijeenkomst over alle ontwikkelingen en veranderingen rond de inkoop van diabetische voetzorg in de keten. Op dinsdag 7 oktober 2014 van 15:30 tot 17:00 uur geeft Ellen Nuijten, bestuurslid van de NVvP, hier een toelichting op. Ook het prestatiegericht inkopen van voetzorg wordt steeds actueler en komt tijdens deze bijeenkomst aan de orde. Er is volop ruimte voor het stellen van vragen. Jullie kunnen je voor de bijeenkomst aanmelden door een email te sturen naar info@ineen.nl.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

Nieuwe kaderopleiding Astma/COPD

30 september 2014

Op 11 maart 2015 start de vijfde kaderopleiding Astma/COPD. De opleiding wordt verzorgd door de Voortgezette Opleiding tot Huisarts (VOHA) van het Radboudumc in samenwerking met het NHG en de CAHAG (COPD en Astma Huisartsen Advies Groep). De kaderhuisarts Astma/COPD draagt bij aan het traject van praktijkaccreditering en de implementatie van richtlijnen, opleidingen en scholing en aan het maken van goede regionale bekostigingsafspraken. Ook geeft de kaderhuisarts een regionale impuls aan de kwaliteit van zorg en de samenwerking in de ketenzorg. NHG, LHV en InEen streven naar een landelijk dekkend netwerk van kaderhuisartsen rondom de CAHAG. Informatie over de kaderopleiding Astma/COPD.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

[...]

Op 11 maart 2015 start de vijfde kaderopleiding Astma/COPD. De opleiding wordt verzorgd door de Voortgezette Opleiding tot Huisarts (VOHA) van het Radboudumc in samenwerking met het NHG en de CAHAG (COPD en Astma Huisartsen Advies Groep). De kaderhuisarts Astma/COPD draagt bij aan het traject van praktijkaccreditering en de implementatie van richtlijnen, opleidingen en scholing en aan het maken van goede regionale bekostigingsafspraken. Ook geeft de kaderhuisarts een regionale impuls aan de kwaliteit van zorg en de samenwerking in de ketenzorg. NHG, LHV en InEen streven naar een landelijk dekkend netwerk van kaderhuisartsen rondom de CAHAG. Informatie over de kaderopleiding Astma/COPD.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

15 januari: conferentie CAHAG

30 september 2014

Voor de achtste keer organiseert de CAHAG op 15 januari 2015 een conferentie. Op de tweejaarlijkse conferentie worden we bijgepraat over actuele ontwikkelingen rondom astma en COPD in de eerste lijn. Een interessante spreker wordt onder andere dr. Vince Mak uit Londen, autoriteit op het gebied van doelmatig voorschrijven. Verdere onderwerpen zijn de nieuwe NHG standaarden COPD en astma bij volwassenen die in het voorjaar van 2015 van kracht worden, de rol die de ziektelastmeting kan hebben bij patiëntempowerment, de stand van zaken bij zorggroepen, exacerbatie, zelfmanagement bij astma en COPD, optimale diagnostiek, enzovoort. Aanmelden is nu al mogelijk. Op de conferentie is ook ruimte voor het presenteren van actuele (wetenschappelijke) ontwikkelingen en resultaten van recent onderzoek. Mensen die zich hierdoor aangesproken voelen kunnen een abstract indienen vóór 1 november 2014. Informatie over het programma en aanmelding op www.cahagconferentie.nl.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

[...]

Voor de achtste keer organiseert de CAHAG op 15 januari 2015 een conferentie. Op de tweejaarlijkse conferentie worden we bijgepraat over actuele ontwikkelingen rondom astma en COPD in de eerste lijn. Een interessante spreker wordt onder andere dr. Vince Mak uit Londen, autoriteit op het gebied van doelmatig voorschrijven. Verdere onderwerpen zijn de nieuwe NHG standaarden COPD en astma bij volwassenen die in het voorjaar van 2015 van kracht worden, de rol die de ziektelastmeting kan hebben bij patiëntempowerment, de stand van zaken bij zorggroepen, exacerbatie, zelfmanagement bij astma en COPD, optimale diagnostiek, enzovoort. Aanmelden is nu al mogelijk. Op de conferentie is ook ruimte voor het presenteren van actuele (wetenschappelijke) ontwikkelingen en resultaten van recent onderzoek. Mensen die zich hierdoor aangesproken voelen kunnen een abstract indienen vóór 1 november 2014. Informatie over het programma en aanmelding op www.cahagconferentie.nl.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

DLV Zorggroepen 28 oktober

29 september 2014

De eerstvolgende Deelledenvergadering voor zorggroepen vindt plaats op dinsdag 28 oktober 2014, van 16:00 tot 20:00 uur in Utrecht (Domus Medica). Graag horen we of je van plan bent te komen. Je kunt je aanmelden door een e-mail te sturen naar info@ineen.nl. Voor de volledigheid voegen we nogmaals het overzicht bij van de Algemene Ledenvergaderingen en de Deelledenvergaderingen in 2014 en 2015.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

[...]

De eerstvolgende Deelledenvergadering voor zorggroepen vindt plaats op dinsdag 28 oktober 2014, van 16:00 tot 20:00 uur in Utrecht (Domus Medica). Graag horen we of je van plan bent te komen. Je kunt je aanmelden door een e-mail te sturen naar info@ineen.nl. Voor de volledigheid voegen we nogmaals het overzicht bij van de Algemene Ledenvergaderingen en de Deelledenvergaderingen in 2014 en 2015.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

Huisartsen tevreden over hun zorggroep

24 september 2014

tevredenHuisartsen zijn tevreden tot zeer tevreden over hun zorggroep. Dat blijkt uit een peiling van het NIVEL onder 289 huisartsen. De twee meest genoemde voordelen om deel te nemen aan een zorggroep zijn de betere kwaliteit van zorg (72%) en de sterkere positie ten opzichte van zorgverzekeraars (60%).

Slechts 5% van de huisartsen heeft een negatief totaaloordeel over de zorggroep, de rest is neutraal (24%), tevreden (50%) of zeer tevreden (18%). NIVEL-onderzoeker Johan Hansen: ‘Tevredenheid is een subjectief begrip, maar door de deelnemers verschillende aspecten te laten beoordelen en door te vragen naar de voor- en nadelen, krijgen we zicht op de punten die er blijkbaar toe doen.’ De resultaten van de peiling worden gepresenteerd in Huisarts & Wetenschap (augustus 2014). De meeste van de twaalf voorgelegde aspecten scoren (ruim) voldoende, zoals het management in de zorggroep, de scholingsmogelijkheden en de spiegelinformatie. Opmerkelijk is dat de resultaten een stabiel beeld laten zien: huisartsen in solo, duo of groepspraktijken oordelen vergelijkbaar.  Hansen: ‘Het is dus niet zo dat kleinere praktijken vaker zeggen een sterkere positie ten opzichte van de zorgverzekeraar te ervaren.’

Administratieve lasten
Negatief oordelen de deelnemers vooral over het aspect ‘administratieve lasten’. Gevraagd naar voor- en nadelen noemt bijna driekwart van de ondervraagden dit nadeel. Hansen: ‘Het lijkt een simpele les: pak de administratieve lasten aan. Dit probleem wordt immers duidelijk door veel huisartsen ervaren. Anderzijds zijn administratieve lasten ingebakken in hoe professionele organisaties nou eenmaal werken. Bijna driekwart van de ondervraagden noemt kwaliteitswinst als een duidelijk voordeel van de zorggroep. Misschien zijn de administratieve lasten die gepaard gaan met afstemming en overdracht wel de prijs die daarvoor betaald moet worden. Het onderzoek spreekt dit niet tegen.’

Waardevol
De peiling maakt duidelijk, zegt Hansen, dat het waardevol is om het perspectief van de huisarts te betrekken bij het monitoren van zorggroepen. ‘Meestal kijken we naar de zorggroep als geheel, de manier van organiseren bijvoorbeeld of de relatie met de zorgverzekeraars. Het perspectief van de huisartsen is een interne barometer en kan interessante spiegel- en sturingsinformatie opleveren, zeker als we het kunnen relateren aan de verschillen tussen zorggroepen, in omvang, focus en misschien ook wel ambitie.’ Naar deze verschillen is in deze eerste peiling nog niet gevraagd, maar staat wat Hansen betreft op de agenda voor een volgende keer, evenals het perspectief van andere zorgverleners in de zorggroep en het patiënten-perspectief.

Informatie
Met vragen over de peiling kunt u terecht bij Johan Hansen.

[...]

tevredenHuisartsen zijn tevreden tot zeer tevreden over hun zorggroep. Dat blijkt uit een peiling van het NIVEL onder 289 huisartsen. De twee meest genoemde voordelen om deel te nemen aan een zorggroep zijn de betere kwaliteit van zorg (72%) en de sterkere positie ten opzichte van zorgverzekeraars (60%).

Slechts 5% van de huisartsen heeft een negatief totaaloordeel over de zorggroep, de rest is neutraal (24%), tevreden (50%) of zeer tevreden (18%). NIVEL-onderzoeker Johan Hansen: ‘Tevredenheid is een subjectief begrip, maar door de deelnemers verschillende aspecten te laten beoordelen en door te vragen naar de voor- en nadelen, krijgen we zicht op de punten die er blijkbaar toe doen.’ De resultaten van de peiling worden gepresenteerd in Huisarts & Wetenschap (augustus 2014). De meeste van de twaalf voorgelegde aspecten scoren (ruim) voldoende, zoals het management in de zorggroep, de scholingsmogelijkheden en de spiegelinformatie. Opmerkelijk is dat de resultaten een stabiel beeld laten zien: huisartsen in solo, duo of groepspraktijken oordelen vergelijkbaar.  Hansen: ‘Het is dus niet zo dat kleinere praktijken vaker zeggen een sterkere positie ten opzichte van de zorgverzekeraar te ervaren.’

Administratieve lasten
Negatief oordelen de deelnemers vooral over het aspect ‘administratieve lasten’. Gevraagd naar voor- en nadelen noemt bijna driekwart van de ondervraagden dit nadeel. Hansen: ‘Het lijkt een simpele les: pak de administratieve lasten aan. Dit probleem wordt immers duidelijk door veel huisartsen ervaren. Anderzijds zijn administratieve lasten ingebakken in hoe professionele organisaties nou eenmaal werken. Bijna driekwart van de ondervraagden noemt kwaliteitswinst als een duidelijk voordeel van de zorggroep. Misschien zijn de administratieve lasten die gepaard gaan met afstemming en overdracht wel de prijs die daarvoor betaald moet worden. Het onderzoek spreekt dit niet tegen.’

Waardevol
De peiling maakt duidelijk, zegt Hansen, dat het waardevol is om het perspectief van de huisarts te betrekken bij het monitoren van zorggroepen. ‘Meestal kijken we naar de zorggroep als geheel, de manier van organiseren bijvoorbeeld of de relatie met de zorgverzekeraars. Het perspectief van de huisartsen is een interne barometer en kan interessante spiegel- en sturingsinformatie opleveren, zeker als we het kunnen relateren aan de verschillen tussen zorggroepen, in omvang, focus en misschien ook wel ambitie.’ Naar deze verschillen is in deze eerste peiling nog niet gevraagd, maar staat wat Hansen betreft op de agenda voor een volgende keer, evenals het perspectief van andere zorgverleners in de zorggroep en het patiënten-perspectief.

Informatie
Met vragen over de peiling kunt u terecht bij Johan Hansen.

Knooppunt Ketenzorg

24 september 2014

knooppunt-ketenzorgSinds begin september is het Knooppunt Ketenzorg in Zuid-Holland Noord een feit. Het knooppunt is een goed voorbeeld van samenwerking tussen eerste en tweede lijn.

Als organisatie van eerstelijnszorgverleners ontwikkelt het knooppunt Ketenzorg ketenzorgprogramma’s inclusief inhoudelijke zorg- en werkafspraken met de drie ziekenhuizen in de regio. De zorggroepen in Zuid-Holland Noord kunnen de programma’s vervolgens lokaal uitrollen.

De basis voor het knooppunt werd al in 2013 gelegd, onder andere door het maken van afspraken met de drie ziekenhuizen in de regio. Er liggen nu regiobrede afspraken met de tweede lijn over eenduidige (terug)verwijzing, consultatie en informatievoorziening voor de ketens CVRM, diabetes en COPD. In voorbereiding zijn de ketenzorgprogramma’s  osteoporose en ouderenzorg. Nadat de multidisciplinaire programmacommissie van het Knooppunt Ketenzorg de inhoudelijke kaders heeft opgesteld, nemen werkgroepen de ontwikkeling van de eerstelijnszorgprogramma’s voor hun rekening. Deze programma’s worden vervolgens voorgelegd aan de zorgverzekeraar en vormen daarna de basis voor inhoudelijke zorgafspraken met de betrokken specialisten in de tweede lijn.

Het dagelijks bestuur van het Knooppunt Ketenzorg bestaat uit Gelf Jan Wieringa (voorzitter Rijncoepel), Hans van Selm (Alphen op één lijn) en Hans Brehler (ROHWN). Meer informatie op www.knooppuntketenzorg.nl en in de terugblik op 2013.

[...]

knooppunt-ketenzorgSinds begin september is het Knooppunt Ketenzorg in Zuid-Holland Noord een feit. Het knooppunt is een goed voorbeeld van samenwerking tussen eerste en tweede lijn.

Als organisatie van eerstelijnszorgverleners ontwikkelt het knooppunt Ketenzorg ketenzorgprogramma’s inclusief inhoudelijke zorg- en werkafspraken met de drie ziekenhuizen in de regio. De zorggroepen in Zuid-Holland Noord kunnen de programma’s vervolgens lokaal uitrollen.

De basis voor het knooppunt werd al in 2013 gelegd, onder andere door het maken van afspraken met de drie ziekenhuizen in de regio. Er liggen nu regiobrede afspraken met de tweede lijn over eenduidige (terug)verwijzing, consultatie en informatievoorziening voor de ketens CVRM, diabetes en COPD. In voorbereiding zijn de ketenzorgprogramma’s  osteoporose en ouderenzorg. Nadat de multidisciplinaire programmacommissie van het Knooppunt Ketenzorg de inhoudelijke kaders heeft opgesteld, nemen werkgroepen de ontwikkeling van de eerstelijnszorgprogramma’s voor hun rekening. Deze programma’s worden vervolgens voorgelegd aan de zorgverzekeraar en vormen daarna de basis voor inhoudelijke zorgafspraken met de betrokken specialisten in de tweede lijn.

Het dagelijks bestuur van het Knooppunt Ketenzorg bestaat uit Gelf Jan Wieringa (voorzitter Rijncoepel), Hans van Selm (Alphen op één lijn) en Hans Brehler (ROHWN). Meer informatie op www.knooppuntketenzorg.nl en in de terugblik op 2013.

NHG leergang Zelfmanagement

16 september 2014

Het NHG heeft een leergang Zelfmanagement voor huisartsen en praktijkondersteuners (POH-S, POH-GGZ en nurse practitioners). De leergang geeft handvatten voor het opstellen van een IZP (Individueel Zorg Plan) en het motiveren en coachen van patiënten. Het programma heeft vier onderdelen (die elk een dagdeel duren):

  1. De beleving van de patiënt die een chronische ziekte heeft.
  2. Opstellen van een individueel zorgplan samen met de patiënt.
  3. Het gebruik van e-health bij zelfmanagement.
  4. Begeleiden van patiënten in het aanpassen van hun leefstijl aan de chronische ziekte.

Er start op 11 september een leergang in Soest en op 8 januari in Alkmaar. Voor meer informatie kunt u terecht bij Marie Louise Jansen.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

[...]

Het NHG heeft een leergang Zelfmanagement voor huisartsen en praktijkondersteuners (POH-S, POH-GGZ en nurse practitioners). De leergang geeft handvatten voor het opstellen van een IZP (Individueel Zorg Plan) en het motiveren en coachen van patiënten. Het programma heeft vier onderdelen (die elk een dagdeel duren):

  1. De beleving van de patiënt die een chronische ziekte heeft.
  2. Opstellen van een individueel zorgplan samen met de patiënt.
  3. Het gebruik van e-health bij zelfmanagement.
  4. Begeleiden van patiënten in het aanpassen van hun leefstijl aan de chronische ziekte.

Er start op 11 september een leergang in Soest en op 8 januari in Alkmaar. Voor meer informatie kunt u terecht bij Marie Louise Jansen.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

Afbakening patiëntengroepen in de ketenzorg

16 september 2014

We krijgen de laatste weken regelmatig vragen over de afbakening van patiëntengroepen in de ketenzorg. Volgens de afspraken over prestatiebeloning (op basis van ketenzorgindicatoren) moeten zorggroepen met ingang van 2015 via de landelijke benchmark voor zorggroepen aangeven waar het hoofdbehandelaarschap ligt. Samen met het NHG werkt InEen aan een goede afbakening van de patiëntengroepen. Naast het onderscheid tussen huisarts en medisch-specialist als hoofbehandelaar besteden we ook aandacht aan de registratie van patiënten die zich onttrekken aan de zorg (ook wel aangeduid als no-show of zorgmijders). De komende tijd verwachten we meer duidelijkheid te kunnen geven.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

[...]

We krijgen de laatste weken regelmatig vragen over de afbakening van patiëntengroepen in de ketenzorg. Volgens de afspraken over prestatiebeloning (op basis van ketenzorgindicatoren) moeten zorggroepen met ingang van 2015 via de landelijke benchmark voor zorggroepen aangeven waar het hoofdbehandelaarschap ligt. Samen met het NHG werkt InEen aan een goede afbakening van de patiëntengroepen. Naast het onderscheid tussen huisarts en medisch-specialist als hoofbehandelaar besteden we ook aandacht aan de registratie van patiënten die zich onttrekken aan de zorg (ook wel aangeduid als no-show of zorgmijders). De komende tijd verwachten we meer duidelijkheid te kunnen geven.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

Contractering door zorggroepen en opbouw tarieven huisartsenzorg

16 september 2014

Sinds dit jaar verrekent de NZa de arbeidskosten en praktijkkosten op een nieuwe manier in de tarieven voor de huisartsenzorg. Waar voorheen 100 % van deze kosten gedekt werden door de inschrijf- en consulttarieven, is dit percentage dit jaar en komend jaar vastgesteld op 77 %. Met de contracteringsronde voor 2015 voor de boeg is het belangrijk hier aandacht aan besteden.
Reden voor deze wijziging is dat de NZa heeft vastgesteld dat de gemiddelde huisartspraktijk 77 % van de omzet behaalt uit werkzaamheden waarvoor de NZa de tarieven vaststelt en de overige 23 % uit werkzaamheden waarvoor vrije tarieven gelden (zoals ketenzorg en M&I-verrichtingen). Verzekeraars gaan er in veel gevallen nog van uit dat de praktijkkosten volledig door de inschrijftarieven en consulttarieven worden gedekt. Dit is dus niet het geval. Het is belangrijk om hierover bij de contractering voor 2015 met de verzekeraar het gesprek aan te gaan. In de bijlage lezen jullie meer over de aangepaste methodiek die de NZa hanteert.

[...]

Sinds dit jaar verrekent de NZa de arbeidskosten en praktijkkosten op een nieuwe manier in de tarieven voor de huisartsenzorg. Waar voorheen 100 % van deze kosten gedekt werden door de inschrijf- en consulttarieven, is dit percentage dit jaar en komend jaar vastgesteld op 77 %. Met de contracteringsronde voor 2015 voor de boeg is het belangrijk hier aandacht aan besteden.
Reden voor deze wijziging is dat de NZa heeft vastgesteld dat de gemiddelde huisartspraktijk 77 % van de omzet behaalt uit werkzaamheden waarvoor de NZa de tarieven vaststelt en de overige 23 % uit werkzaamheden waarvoor vrije tarieven gelden (zoals ketenzorg en M&I-verrichtingen). Verzekeraars gaan er in veel gevallen nog van uit dat de praktijkkosten volledig door de inschrijftarieven en consulttarieven worden gedekt. Dit is dus niet het geval. Het is belangrijk om hierover bij de contractering voor 2015 met de verzekeraar het gesprek aan te gaan. In de bijlage lezen jullie meer over de aangepaste methodiek die de NZa hanteert.

In kaart brengen ketensamenwerking huisartsenposten

12 september 2014

In het project ‘Verbetering samenhang en samenwerking in de keten van acute zorg’ brengt InEen de samenwerking tussen huisartsenposten en vijf belangrijke ketenpartners in kaart.Hiervoor hebben we jullie inbreng nodig. De komende maanden bellen we alle huisartsenposten om uitgebreid met hen in gesprek te gaan over de samenwerking met SEH, ambulancevoorziening, VVT, GGZ en geneesmiddelenverstrekking. We vragen jullie medewerking hiervoor. Op basis van de gesprekken maken we een overzicht dat huisartsenposten en InEen kunnen gebruiken. Ook zoeken, selecteren en beschrijven we goede voorbeelden. Tot slot horen we graag waar huisartsenposten tegenaan lopen in ketensamenwerking en op welke punten InEen zich kan inzetten.

[...]

In het project ‘Verbetering samenhang en samenwerking in de keten van acute zorg’ brengt InEen de samenwerking tussen huisartsenposten en vijf belangrijke ketenpartners in kaart.Hiervoor hebben we jullie inbreng nodig. De komende maanden bellen we alle huisartsenposten om uitgebreid met hen in gesprek te gaan over de samenwerking met SEH, ambulancevoorziening, VVT, GGZ en geneesmiddelenverstrekking. We vragen jullie medewerking hiervoor. Op basis van de gesprekken maken we een overzicht dat huisartsenposten en InEen kunnen gebruiken. Ook zoeken, selecteren en beschrijven we goede voorbeelden. Tot slot horen we graag waar huisartsenposten tegenaan lopen in ketensamenwerking en op welke punten InEen zich kan inzetten.

Zorggroep THOON realiseert centrale planning via KIS

01 september 2014

CZDe grotere ketenzorgpartners van zorggroep Thoon hebben sinds deze zomer de beschikking over een centrale planner die een efficiënte verwijzing en inplanning van afspraken ondersteunt.

Met deze nieuwe functionaliteit kan een planner verwijzingen coördineren en in overleg met de patiënt afspraken inplannen. Daarbij is de privacy van de patiënt volledig gewaarborgd. Niet het volledige medische dossier is zichtbaar, maar alleen die informatie die van belang is voor de afspraak. Technisch gezien betreft het hier een functionaliteit van het KIS (Keten Informatie Systeem) die wordt ingezet als KOS (Keten Ondersteunend Systeem). Met deze aanpak is maar een zeer beperkte aanpassing van het werkproces nodig, terwijl de positieve effecten groot zijn. De zorggroep Thoon (Twente) behandelt ruim 30.000 patienten in de programma’s Diabetes, COPD en CVRM. Thoon werkt voor hun ICT-oplossingen samen met Vitalhealth Software.

[...]

CZDe grotere ketenzorgpartners van zorggroep Thoon hebben sinds deze zomer de beschikking over een centrale planner die een efficiënte verwijzing en inplanning van afspraken ondersteunt.

Met deze nieuwe functionaliteit kan een planner verwijzingen coördineren en in overleg met de patiënt afspraken inplannen. Daarbij is de privacy van de patiënt volledig gewaarborgd. Niet het volledige medische dossier is zichtbaar, maar alleen die informatie die van belang is voor de afspraak. Technisch gezien betreft het hier een functionaliteit van het KIS (Keten Informatie Systeem) die wordt ingezet als KOS (Keten Ondersteunend Systeem). Met deze aanpak is maar een zeer beperkte aanpassing van het werkproces nodig, terwijl de positieve effecten groot zijn. De zorggroep Thoon (Twente) behandelt ruim 30.000 patienten in de programma’s Diabetes, COPD en CVRM. Thoon werkt voor hun ICT-oplossingen samen met Vitalhealth Software.

Aandacht voor Kritische Kwaliteitskenmerken in contracteerbeleid

27 augustus 2014

In het inkoopbeleid van zorgverzekeraars wordt regelmatig verwezen naar de Kritische Kwaliteitskenmerken voor zorggroepen. Met oog op de naderende gesprekken met zorgverzekeraars brengen we de KKK’s voor 2014 graag nogmaals bij jullie onder de aandacht. In de deelledenvergadering van zorggroepen op 20 mei werden de Kritische Kwaliteitskenmerken 2014 vastgesteld.

[...]

In het inkoopbeleid van zorgverzekeraars wordt regelmatig verwezen naar de Kritische Kwaliteitskenmerken voor zorggroepen. Met oog op de naderende gesprekken met zorgverzekeraars brengen we de KKK’s voor 2014 graag nogmaals bij jullie onder de aandacht. In de deelledenvergadering van zorggroepen op 20 mei werden de Kritische Kwaliteitskenmerken 2014 vastgesteld.

Overeenstemming over inclusiecriteria astma-ketenzorg

26 augustus 2014

In De Eerstelijns van afgelopen juli stond een informatief artikel over de inclusiecriteria voor astmapatiënten van de hand van Regien Kieviets-Smeets, voorzitter van de CAHAG. In het nieuwe bekostigingsmodel is de astma-ketenzorg toegevoegd aan segment 2. Afgesproken is dat InEen samen met de expertgroepen van kaderhuisartsen zorgt voor inclusiecriteria. Scherpe inclusiecriteria zorgen ervoor dat de ketenzorg aan de daartoe geëigende patiënten wordt verleend. Voor de inclusie van astmapatiënten  hebben de CaHAG en InEen een set met inclusiecriteria opgesteld. In het weekbericht van 30 mei hebben we onze brief aan de zorgverzekeraars hierover bij jullie onder de aandacht gebracht. De NZa verwijst in de toelichting  op beleidsregels ook naar deze inclusiecriteria. De inclusiecriteria voor VRM (primaire preventie en secundaire preventie) zijn op dit moment nog volop  in ontwikkeling. InEen doet dit samen met de HaVaHAG.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

[...]

In De Eerstelijns van afgelopen juli stond een informatief artikel over de inclusiecriteria voor astmapatiënten van de hand van Regien Kieviets-Smeets, voorzitter van de CAHAG. In het nieuwe bekostigingsmodel is de astma-ketenzorg toegevoegd aan segment 2. Afgesproken is dat InEen samen met de expertgroepen van kaderhuisartsen zorgt voor inclusiecriteria. Scherpe inclusiecriteria zorgen ervoor dat de ketenzorg aan de daartoe geëigende patiënten wordt verleend. Voor de inclusie van astmapatiënten  hebben de CaHAG en InEen een set met inclusiecriteria opgesteld. In het weekbericht van 30 mei hebben we onze brief aan de zorgverzekeraars hierover bij jullie onder de aandacht gebracht. De NZa verwijst in de toelichting  op beleidsregels ook naar deze inclusiecriteria. De inclusiecriteria voor VRM (primaire preventie en secundaire preventie) zijn op dit moment nog volop  in ontwikkeling. InEen doet dit samen met de HaVaHAG.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

Handreiking over toerekening tarieven in de ketenzorg in de maak

26 augustus 2014

De afgelopen weken krijgen we van zorggroepen regelmatig vragen over hoe ze het beste kunnen omgaan met de beleidswijziging van de NZa voor het toerekenen van kosten in de nieuwe tarieven. Sinds 2014 gaat de NZa er vanuit dat gemiddeld 77% van de praktijkkosten gedekt wordt via tariefgereguleerde activiteiten. De NZa verwacht dat de huisarts 23% van zijn omzet haalt uit de niet-tariefgereguleerde activiteiten in S2 en S3, zoals M&I modules, de ketenzorg en prestatieafspraken. Het is dus belangrijk bij het maken van afspraken over de ketenzorg de praktijkkostencomponent mee te nemen in het uurtarief van de huisartsen. In het weekbericht van 25 juli verwezen we naar het bericht dat de LHV hierover onder haar leden heeft verspreid: Meer aandacht voor inkomen en praktijkkosten bij contractering 2015. Vanwege de aanstaande onderhandelingen met zorgverzekeraars werkt InEen samen met de LHV aan het opstellen van een handreiking over dit onderwerp. We denken daarbij onder meer aan een rekenmodel. Let op de berichtgeving in de komende weekberichten.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

[...]

De afgelopen weken krijgen we van zorggroepen regelmatig vragen over hoe ze het beste kunnen omgaan met de beleidswijziging van de NZa voor het toerekenen van kosten in de nieuwe tarieven. Sinds 2014 gaat de NZa er vanuit dat gemiddeld 77% van de praktijkkosten gedekt wordt via tariefgereguleerde activiteiten. De NZa verwacht dat de huisarts 23% van zijn omzet haalt uit de niet-tariefgereguleerde activiteiten in S2 en S3, zoals M&I modules, de ketenzorg en prestatieafspraken. Het is dus belangrijk bij het maken van afspraken over de ketenzorg de praktijkkostencomponent mee te nemen in het uurtarief van de huisartsen. In het weekbericht van 25 juli verwezen we naar het bericht dat de LHV hierover onder haar leden heeft verspreid: Meer aandacht voor inkomen en praktijkkosten bij contractering 2015. Vanwege de aanstaande onderhandelingen met zorgverzekeraars werkt InEen samen met de LHV aan het opstellen van een handreiking over dit onderwerp. We denken daarbij onder meer aan een rekenmodel. Let op de berichtgeving in de komende weekberichten.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

Registratieverplichting contactmomenten

11 augustus 2014

Volgens de nadere NZa-regel Regeling multidisciplinaire zorg is elke hoofdcontractant verplicht een registratie bij te houden van de contactmomenten tussen huisartsgeneeskundige zorgverleners en patiënten, voor zover deze contacten zorginhoudelijk verband houden met de via de ketenprestatie ingekochte zorg.  De NZa wil zo het risico op dubbele bekostiging voorkomen. De nadere regel hoort bij de beleidsregel ‘Huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg’. Uiteraard hebben we als InEen geprobeerd de NZa op andere gedachten te brengen door te wijzen op de onevenredige administratieve belasting, het ontbreken van technische mogelijkheden en de praktische belemmeringen rond deze verplichting. De NZa heeft desondanks besloten vast te houden aan de registratieverplichting. Aanbieders van multidisciplinaire zorg kunnen volgens de NZa op verschillende manieren aan de verplichting voldoen, twee hiervan zijn:

  • Het keteninformatiesysteem zo inrichten dat de benodigde gegevens uit het huisartseninformatiesysteem worden overgenomen.
  • Een bepaling opnemen in het contract met de aangesloten zorgaanbieders dat zij verplicht zijn de contactmomenten te registreren en bij materiële controle aan de hoofdcontractant te overleggen.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

[...]

Volgens de nadere NZa-regel Regeling multidisciplinaire zorg is elke hoofdcontractant verplicht een registratie bij te houden van de contactmomenten tussen huisartsgeneeskundige zorgverleners en patiënten, voor zover deze contacten zorginhoudelijk verband houden met de via de ketenprestatie ingekochte zorg.  De NZa wil zo het risico op dubbele bekostiging voorkomen. De nadere regel hoort bij de beleidsregel ‘Huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg’. Uiteraard hebben we als InEen geprobeerd de NZa op andere gedachten te brengen door te wijzen op de onevenredige administratieve belasting, het ontbreken van technische mogelijkheden en de praktische belemmeringen rond deze verplichting. De NZa heeft desondanks besloten vast te houden aan de registratieverplichting. Aanbieders van multidisciplinaire zorg kunnen volgens de NZa op verschillende manieren aan de verplichting voldoen, twee hiervan zijn:

  • Het keteninformatiesysteem zo inrichten dat de benodigde gegevens uit het huisartseninformatiesysteem worden overgenomen.
  • Een bepaling opnemen in het contract met de aangesloten zorgaanbieders dat zij verplicht zijn de contactmomenten te registreren en bij materiële controle aan de hoofdcontractant te overleggen.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

Veranderingen bekostiging voetzorg

08 augustus 2014

Naast de veranderingen in de bekostiging van huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg krijgen ketenzorgorganisaties ook te maken met veranderingen in de voetzorg. De veranderingen komen voort uit de duiding van de voetzorg eind 2013 door het Zorginstituut Nederland (destijds College voor Zorgverzekeringen). Deze duiding heeft gevolgen voor zowel de vergoeding als de bekostiging van de voetzorg in de keten. In een brief van 24 juni 2014 omschrijft de NZa de nieuwe prestaties voetzorg diabetes mellitus patiënten.

Vergoeding: Wat is basiszorg en wat niet?
Zorgprofiel 1, zoals omschreven in de Zorgmodule Preventie Diabetisch Voetulcera (2014) valt buiten de basisverzekerde zorg met uitzondering van het jaarlijkse gerichte voetonderzoek. Dit bestaat uit anamnese, onderzoek en risico-inventarisatie. Zorgprofiel 2, 3 en 4 vallen onder de basiszorg.

De voorgangers van InEen hebben in november vorig jaar per brief aangegeven dat het besluit van het CVZ om de verzorging van deze patiënten niet als basisverzekerde zorg aan te merken ketenzorgaanbieders en de betrokken zorgverleners de mogelijkheid ontneemt om de gewenste voetzorg aan te bieden zoals omschreven in de Zorgmodule Diabetische Voetulcera. Het Zorginstituut Nederland besloot desondanks vast te houden aan deze duiding van de voetzorg.

Bekostiging: Wat zijn de gevolgen voor de integraal bekostigde keten?
Bovenstaande betekent dat zorgprofiel 1 niet langer via de ketenzorg kan worden ingekocht. Omdat de inkoop voor 2014 eind vorig jaar al was gerealiseerd zijn de gevolgen voor de bekostiging een jaar uitgesteld. Met ingang van 1 januari 2015 mag voetzorg volgens zorgprofiel 1, met uitzondering van het jaarlijkse gerichte voetonderzoek, niet langer ten laste van de basisverzekering worden gebracht.

Vanwege de duiding van een deel van de voetzorg als basiszorg valt deze zorg binnen de reikwijdte van de NZa regulering. Dit betekent dat voetzorg die valt onder de basiszorg ook buiten de ketenzorg kan worden ingekocht. In de eerder genoemde brief en in overleggen met de NZa heeft InEen gewaarschuwd voor versnippering van geïntegreerde multidiscipliniare zorg aan diabetespatiënten. Onze bezwaren heeft de NZa er niet van weerhouden een nieuwe zorgprestatie vast te stellen als onderdeel van de Beleidsregel overige geneeskundige zorg. Op grond van deze beleidsregel kunnen gekwalificeerde voetzorgaanbieders voetzorg ook buiten de keten leveren.

[...]

Naast de veranderingen in de bekostiging van huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg krijgen ketenzorgorganisaties ook te maken met veranderingen in de voetzorg. De veranderingen komen voort uit de duiding van de voetzorg eind 2013 door het Zorginstituut Nederland (destijds College voor Zorgverzekeringen). Deze duiding heeft gevolgen voor zowel de vergoeding als de bekostiging van de voetzorg in de keten. In een brief van 24 juni 2014 omschrijft de NZa de nieuwe prestaties voetzorg diabetes mellitus patiënten.

Vergoeding: Wat is basiszorg en wat niet?
Zorgprofiel 1, zoals omschreven in de Zorgmodule Preventie Diabetisch Voetulcera (2014) valt buiten de basisverzekerde zorg met uitzondering van het jaarlijkse gerichte voetonderzoek. Dit bestaat uit anamnese, onderzoek en risico-inventarisatie. Zorgprofiel 2, 3 en 4 vallen onder de basiszorg.

De voorgangers van InEen hebben in november vorig jaar per brief aangegeven dat het besluit van het CVZ om de verzorging van deze patiënten niet als basisverzekerde zorg aan te merken ketenzorgaanbieders en de betrokken zorgverleners de mogelijkheid ontneemt om de gewenste voetzorg aan te bieden zoals omschreven in de Zorgmodule Diabetische Voetulcera. Het Zorginstituut Nederland besloot desondanks vast te houden aan deze duiding van de voetzorg.

Bekostiging: Wat zijn de gevolgen voor de integraal bekostigde keten?
Bovenstaande betekent dat zorgprofiel 1 niet langer via de ketenzorg kan worden ingekocht. Omdat de inkoop voor 2014 eind vorig jaar al was gerealiseerd zijn de gevolgen voor de bekostiging een jaar uitgesteld. Met ingang van 1 januari 2015 mag voetzorg volgens zorgprofiel 1, met uitzondering van het jaarlijkse gerichte voetonderzoek, niet langer ten laste van de basisverzekering worden gebracht.

Vanwege de duiding van een deel van de voetzorg als basiszorg valt deze zorg binnen de reikwijdte van de NZa regulering. Dit betekent dat voetzorg die valt onder de basiszorg ook buiten de ketenzorg kan worden ingekocht. In de eerder genoemde brief en in overleggen met de NZa heeft InEen gewaarschuwd voor versnippering van geïntegreerde multidiscipliniare zorg aan diabetespatiënten. Onze bezwaren heeft de NZa er niet van weerhouden een nieuwe zorgprestatie vast te stellen als onderdeel van de Beleidsregel overige geneeskundige zorg. Op grond van deze beleidsregel kunnen gekwalificeerde voetzorgaanbieders voetzorg ook buiten de keten leveren.

NZa-marktscan Ketenzorg

14 juli 2014

De NZa heeft de ‘ Marktscan Ketenzorg 2014, weergave van de markt 2008-2013‘ (pdf) uitgebracht. Een uitgebreid document met veel overzichten in de vorm van figuren en grafieken. Het gaat in op alle aspecten van ketenzorg, zoals het zorgaanbod van ketenzorg, de kwaliteit van zorg, het volume, de kosten en substitutie. De NZa stelt vast dat er is veel inzicht in de kwaliteit van de ketenzorg diabetes, COPD en VRM. Het grootste deel van patiënten met diabetes type 2 krijgt ketenzorg. Steeds minder patiënten met een chronische ziekte hoeven naar het ziekenhuis. De zorggroepen die deze ketenzorg leveren, zijn steeds beter georganiseerd. De NZa concludeert dat het (nog) niet mogelijk is om specifieke substitutie-effecten als gevolg van ketenzorg te kwantificeren. De totale gemiddelde zorgkosten per chronisch patiënt zijn relatief stabiel.

Lees ook de samenvattende berichtgeving van de NZa van dit document.

[...]

De NZa heeft de ‘ Marktscan Ketenzorg 2014, weergave van de markt 2008-2013‘ (pdf) uitgebracht. Een uitgebreid document met veel overzichten in de vorm van figuren en grafieken. Het gaat in op alle aspecten van ketenzorg, zoals het zorgaanbod van ketenzorg, de kwaliteit van zorg, het volume, de kosten en substitutie. De NZa stelt vast dat er is veel inzicht in de kwaliteit van de ketenzorg diabetes, COPD en VRM. Het grootste deel van patiënten met diabetes type 2 krijgt ketenzorg. Steeds minder patiënten met een chronische ziekte hoeven naar het ziekenhuis. De zorggroepen die deze ketenzorg leveren, zijn steeds beter georganiseerd. De NZa concludeert dat het (nog) niet mogelijk is om specifieke substitutie-effecten als gevolg van ketenzorg te kwantificeren. De totale gemiddelde zorgkosten per chronisch patiënt zijn relatief stabiel.

Lees ook de samenvattende berichtgeving van de NZa van dit document.

Congres: De Eerste lijn transformeert

03 juli 2014

Het eerstelijnscongres in het najaar is inmiddels een traditie. Dit jaar is het thema van dit congres: De eerste lijn transformeert: herinrichting van het zorglandschap. Het wordt georganiseerd door het Jan van Es Instituut en het ROS-netwerk. Reserveer alvast 31 oktober  in uw agenda. Wilt u zeker zijn van deelname, meldt u dan vast aan op de site van het Jan van Es Instituut.

[...]

Het eerstelijnscongres in het najaar is inmiddels een traditie. Dit jaar is het thema van dit congres: De eerste lijn transformeert: herinrichting van het zorglandschap. Het wordt georganiseerd door het Jan van Es Instituut en het ROS-netwerk. Reserveer alvast 31 oktober  in uw agenda. Wilt u zeker zijn van deelname, meldt u dan vast aan op de site van het Jan van Es Instituut.

Publicatie KKK’s zorggroepen 2014

26 juni 2014

De Kritische Kwaliteitskenmerken 2014 voor zorggroepen zijn verschenen. De deelledenvergadering zorggroepen InEen heeft de KKK’s eind mei vastgesteld. De KKK’s vormen sinds 2012 de basis voor een systematisch kwaliteitsbeleid van zorggroepen.

De KKK’s beschrijven op een aantal gebieden, zoals bijvoorbeeld optimale zorg en samenwerking, de kwaliteit die zorggroepen willen leveren. De set wordt jaarlijks opnieuw bekeken en vastgesteld. De conceptversie voor de KKK’s 2014 is op 24 april 2014 besproken op de landelijke werkconferentie voor zorggroepen en oogste een groot draagvlak onder de ongeveer 60 aanwezige zorggroepen. Ten opzichte van de vorige set zijn alleen tekstuele wijzigingen doorgevoerd. Voor de toekomst wordt gedacht over het opnemen van een KKK op het gebied van zelfmanagement.

[...]

De Kritische Kwaliteitskenmerken 2014 voor zorggroepen zijn verschenen. De deelledenvergadering zorggroepen InEen heeft de KKK’s eind mei vastgesteld. De KKK’s vormen sinds 2012 de basis voor een systematisch kwaliteitsbeleid van zorggroepen.

De KKK’s beschrijven op een aantal gebieden, zoals bijvoorbeeld optimale zorg en samenwerking, de kwaliteit die zorggroepen willen leveren. De set wordt jaarlijks opnieuw bekeken en vastgesteld. De conceptversie voor de KKK’s 2014 is op 24 april 2014 besproken op de landelijke werkconferentie voor zorggroepen en oogste een groot draagvlak onder de ongeveer 60 aanwezige zorggroepen. Ten opzichte van de vorige set zijn alleen tekstuele wijzigingen doorgevoerd. Voor de toekomst wordt gedacht over het opnemen van een KKK op het gebied van zelfmanagement.

Ketenzorgprogramma’s voor astma

26 juni 2014

Vanaf 2015 is het mogelijk ketenzorgprogramma’s voor astma te contracteren. Het bestuurlijk overleg (VWS, InEen, LHV) heeft eind mei het toevoegen van astma aan de nieuwe bekostiging van de huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg bekrachtigd.

Samen met InEen heeft de CAHAG (COPD & Astma Huisartsen Advies Groep) inclusiecriteria opgesteld voor het afbakenen van de groep astmapatiënten die in aanmerking komen voor het zorgprogramma. Bij de inclusie van deze patiënten verplichten zorggroepen zich tot het uitvoeren van dossieronderzoek op basis van de volgende criteria:
1. ouder dan 16 jaar,
2. indicatie voor inhalatiecorticosteroïden volgens de NHG standaard of
3. patiënt rookt.

Voor het meten van de resultaten van de astmaketenzorg wordt de landelijke benchmark van zorggroepen uitgebreid met indicatoren op het gebied van astma. InEen maakt daarbij gebruik van de indicatoren- en kernset die het NHG heeft ontwikkeld. InEen gaat er vanuit dat alle zorgverzekeraars de ketenzorg voor astma in het inkoopbeleid meenemen en roept hen op in 2015 een start te maken met het contracteren van astma als onderdeel van de ketenzorg. Alle zorgverzekeraars hebben een brief van InEen ontvangen over de inclusiecriteria en het voornemen om te werken met indicatoren.

[...]

Vanaf 2015 is het mogelijk ketenzorgprogramma’s voor astma te contracteren. Het bestuurlijk overleg (VWS, InEen, LHV) heeft eind mei het toevoegen van astma aan de nieuwe bekostiging van de huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg bekrachtigd.

Samen met InEen heeft de CAHAG (COPD & Astma Huisartsen Advies Groep) inclusiecriteria opgesteld voor het afbakenen van de groep astmapatiënten die in aanmerking komen voor het zorgprogramma. Bij de inclusie van deze patiënten verplichten zorggroepen zich tot het uitvoeren van dossieronderzoek op basis van de volgende criteria:
1. ouder dan 16 jaar,
2. indicatie voor inhalatiecorticosteroïden volgens de NHG standaard of
3. patiënt rookt.

Voor het meten van de resultaten van de astmaketenzorg wordt de landelijke benchmark van zorggroepen uitgebreid met indicatoren op het gebied van astma. InEen maakt daarbij gebruik van de indicatoren- en kernset die het NHG heeft ontwikkeld. InEen gaat er vanuit dat alle zorgverzekeraars de ketenzorg voor astma in het inkoopbeleid meenemen en roept hen op in 2015 een start te maken met het contracteren van astma als onderdeel van de ketenzorg. Alle zorgverzekeraars hebben een brief van InEen ontvangen over de inclusiecriteria en het voornemen om te werken met indicatoren.

Enquête GGZ-activiteiten

26 juni 2014

Welke zorggroepen en gezondheidscentra organiseren geestelijke gezondheidszorg voor hun leden? Hoeveel zorggroepen organiseren (delen van) de POH-GGZmodule en welke zorggroepen contracteren tevens een aanbod in de generalistische basis GGZ (gbGGZ)? Om meer inzicht krijgen in hun activiteiten en hun ambities heeft InEen onlangs een enquête uitgezet onder haar leden.

In de agenda van het Eerstelijns Akkoord zijn de POH-GGZ en de generalistische basiszorg GGZ twee onderwerpen die momenteel samen met de LHV verder worden uitgewerkt. Als partner in het Bestuurlijk Akkoord GGZ volgt InEen de ontwikkelingen in het nieuwe financieringsstelsel. Ingezet wordt op het creëren van kansen voor zorggroepen om hun ambities waar te maken op het terrein van de GGZ. Daarnaast participeert InEen in trajecten die voortkomen uit het Bestuurlijk Akkoord GGZ, denk aan ambulantisering, zelfmanagement, patiëntveiligheid, hoofdbehandelaarschap en ROM (methode om het effect van een behandeling te meten).

Om de belangen van de leden goed te kunnen behartigen is een actueel beeld nodig van de ontwikkelingen in de zorggroepen op het terrein van de GGZ. Ook wil InEen beter zicht krijgen op de ondersteuningsvraag van haar leden. De enquête is half juni 2014 uitgezet. Iedereen wordt nadrukkelijk opgeroepen hieraan mee te doen. Met vragen over de enquête of over de ontwikkelingen binnen de GGZ of het Bestuurlijk Akkoord kunt u contact opnemen met Marlene de Regt, m.deregt@ineen.nl

[...]

Welke zorggroepen en gezondheidscentra organiseren geestelijke gezondheidszorg voor hun leden? Hoeveel zorggroepen organiseren (delen van) de POH-GGZmodule en welke zorggroepen contracteren tevens een aanbod in de generalistische basis GGZ (gbGGZ)? Om meer inzicht krijgen in hun activiteiten en hun ambities heeft InEen onlangs een enquête uitgezet onder haar leden.

In de agenda van het Eerstelijns Akkoord zijn de POH-GGZ en de generalistische basiszorg GGZ twee onderwerpen die momenteel samen met de LHV verder worden uitgewerkt. Als partner in het Bestuurlijk Akkoord GGZ volgt InEen de ontwikkelingen in het nieuwe financieringsstelsel. Ingezet wordt op het creëren van kansen voor zorggroepen om hun ambities waar te maken op het terrein van de GGZ. Daarnaast participeert InEen in trajecten die voortkomen uit het Bestuurlijk Akkoord GGZ, denk aan ambulantisering, zelfmanagement, patiëntveiligheid, hoofdbehandelaarschap en ROM (methode om het effect van een behandeling te meten).

Om de belangen van de leden goed te kunnen behartigen is een actueel beeld nodig van de ontwikkelingen in de zorggroepen op het terrein van de GGZ. Ook wil InEen beter zicht krijgen op de ondersteuningsvraag van haar leden. De enquête is half juni 2014 uitgezet. Iedereen wordt nadrukkelijk opgeroepen hieraan mee te doen. Met vragen over de enquête of over de ontwikkelingen binnen de GGZ of het Bestuurlijk Akkoord kunt u contact opnemen met Marlene de Regt, m.deregt@ineen.nl

Het implementeren van zelfmanagement is co-creatie

26 juni 2014

Begin juni organiseerde de stichting Zelfzorg Ondersteund! de eerste bijeenkomst voor kennisdeling over zelfzorg. Een van de inleiders was Jan Joost Meijs, directeur van gezondheidscentrum De Roerdomp in Nieuwegein. Hij deed de afgelopen jaren belangrijke ervaring op met zelfmanagement in het diabetes zorgprogramma.

De eerste les die Meijs leerde is dat het organiseren van zelfmanagement méér is dan een cursus voor patiënten. Meijs: ‘We wilden de patiënt veranderen. En die kreeg daardoor het gevoel dat we hem zelfmanager wilden maken om minder zorg te hoeven verlenen.’ Vooral in contact met de Diabetesvereniging Nederland (DVN) leerde Meijs dat de patiëntenkant en de professionele kant, twee kanten van de medaille zijn, allebei nodig om goede zorg te verlenen. ‘In mijn optiek hebben medische kennis en patiëntervaringskennis dezelfde waarde.’

Meijs noemt zelfmanagement een proces van co-creatie. ‘Je brengt de ervaringskennis van patiënten en jouw medische kennis bij elkaar en concludeert op basis daarvan samen wat op dat moment voor de patiënt het beste is.’ Het is nodig patiënten te trainen zodat ze leren wat ervaringskennis is en wat een broodje aap. Professionals moeten, aldus Meijs, leren dat de patiëntenkant bestaat en essentieel is. ‘Dat laatste is echt cultuurshift. Beseffen dat je als arts een coachende rol moet spelen om je medische kennis echt te laten landen. Daar begint het mee.’

Er zijn meer voorwaarden. Het huisartsensysteem met het 10 minuten spreekuur moet voor deze patiëntengroep overboord, zegt Meijs. Een onderliggend IT-systeem is nodig zodat de patiënten en zorgverleners hun doelen kunnen vastleggen en alerts kunnen schrijven. Meijs: ‘Het moet er allemaal zijn, ook de trainingen en ondersteuning daarvoor. Maar dat doe je niet allemaal zelf, dat kan ook niet. Daarvoor heb je een team om je heen, dat als het ware het recept schrijft voor de lekkere maaltijd die je samen met de patiënt nuttigt.’

Meijs ziet zelfmanagement als een investering. ‘We zullen zien dat de zorg beter, doelmatiger en kosteneffectiever wordt. De arbeidsproductiviteit van patiënten stijgt en complicaties verminderen. Maar vooral is het ontzettend leuk om zo met je vak bezig te zijn. Als huisarts, maar ook als team, zal je niet anders meer willen’, belooft hij zijn collega’s die nog op de drempel staan. ‘Van de gezondheidspsycholoog Martin Appe weten we dat 3-5% van de patiënten 40% van de energie van de zorgverlener kosten. Het is frustrerend als je mensen niet in beweging kunt krijgen. Maar als je het anders aanpakt, is die frustratie er niet meer. Dan kun je je teleurstelling uitspreken en samen afspreken wat wél mogelijk is.’

Hoe verder? Meijs: ‘Het belangrijkste is dat we starten. Contact zoeken met de partijen die betrokken zijn. Patiëntenvereniging, zorgverzekeraar. Niet in je eentje gaan worstelen, zorgen dat we straks niet 30 verschillende systemen hebben. Krachten bundelen, taken verdelen en aan de gang.’

Lees ook: Eerste bijeenkomst Zelfzorg Ondersteund! inspirerend

[...]

Begin juni organiseerde de stichting Zelfzorg Ondersteund! de eerste bijeenkomst voor kennisdeling over zelfzorg. Een van de inleiders was Jan Joost Meijs, directeur van gezondheidscentrum De Roerdomp in Nieuwegein. Hij deed de afgelopen jaren belangrijke ervaring op met zelfmanagement in het diabetes zorgprogramma.

De eerste les die Meijs leerde is dat het organiseren van zelfmanagement méér is dan een cursus voor patiënten. Meijs: ‘We wilden de patiënt veranderen. En die kreeg daardoor het gevoel dat we hem zelfmanager wilden maken om minder zorg te hoeven verlenen.’ Vooral in contact met de Diabetesvereniging Nederland (DVN) leerde Meijs dat de patiëntenkant en de professionele kant, twee kanten van de medaille zijn, allebei nodig om goede zorg te verlenen. ‘In mijn optiek hebben medische kennis en patiëntervaringskennis dezelfde waarde.’

Meijs noemt zelfmanagement een proces van co-creatie. ‘Je brengt de ervaringskennis van patiënten en jouw medische kennis bij elkaar en concludeert op basis daarvan samen wat op dat moment voor de patiënt het beste is.’ Het is nodig patiënten te trainen zodat ze leren wat ervaringskennis is en wat een broodje aap. Professionals moeten, aldus Meijs, leren dat de patiëntenkant bestaat en essentieel is. ‘Dat laatste is echt cultuurshift. Beseffen dat je als arts een coachende rol moet spelen om je medische kennis echt te laten landen. Daar begint het mee.’

Er zijn meer voorwaarden. Het huisartsensysteem met het 10 minuten spreekuur moet voor deze patiëntengroep overboord, zegt Meijs. Een onderliggend IT-systeem is nodig zodat de patiënten en zorgverleners hun doelen kunnen vastleggen en alerts kunnen schrijven. Meijs: ‘Het moet er allemaal zijn, ook de trainingen en ondersteuning daarvoor. Maar dat doe je niet allemaal zelf, dat kan ook niet. Daarvoor heb je een team om je heen, dat als het ware het recept schrijft voor de lekkere maaltijd die je samen met de patiënt nuttigt.’

Meijs ziet zelfmanagement als een investering. ‘We zullen zien dat de zorg beter, doelmatiger en kosteneffectiever wordt. De arbeidsproductiviteit van patiënten stijgt en complicaties verminderen. Maar vooral is het ontzettend leuk om zo met je vak bezig te zijn. Als huisarts, maar ook als team, zal je niet anders meer willen’, belooft hij zijn collega’s die nog op de drempel staan. ‘Van de gezondheidspsycholoog Martin Appe weten we dat 3-5% van de patiënten 40% van de energie van de zorgverlener kosten. Het is frustrerend als je mensen niet in beweging kunt krijgen. Maar als je het anders aanpakt, is die frustratie er niet meer. Dan kun je je teleurstelling uitspreken en samen afspreken wat wél mogelijk is.’

Hoe verder? Meijs: ‘Het belangrijkste is dat we starten. Contact zoeken met de partijen die betrokken zijn. Patiëntenvereniging, zorgverzekeraar. Niet in je eentje gaan worstelen, zorgen dat we straks niet 30 verschillende systemen hebben. Krachten bundelen, taken verdelen en aan de gang.’

Lees ook: Eerste bijeenkomst Zelfzorg Ondersteund! inspirerend

Eerste bijeenkomst Zelfzorg Ondersteund! inspirerend

26 juni 2014

Van de 40 zorggroepen in Nederland die al bezig zijn met zelfzorg, waren er 32 aanwezig op de eerste bijeenkomst van Zelfzorg Ondersteund! De bijeenkomst werd samen met ZonMw georganiseerd. Vele goede voorbeelden passeerden de revue. ‘We gaan dit jaar grote stappen maken’, voorspelde Pieter Jeekel, directeur van Zelfzorg Ondersteund!

Goede voorbeelden werden onder meer gepresenteerd door Jan Joost Meijs van gezondheidscentrum De Roerdomp in Nieuwegein, in een verfrissende samenspraak met de Diabetesvereniging Nederland (DVN). Er was een filmpje over community vorming in Nijkerk (in het kader van de Diabetes Challenge van de Bas van der Goor Foundation, een discussie tussen zorggroep De Ondernemende Huisarts, gezondheidscentrum Zorg op Noord en zorggroep Preventzorg over hun ervaringen, en een presentatie van de zorggroep Meditta die al in 5 praktijken zelfzorg introduceerde en dit binnenkort gaat opschalen naar 36. Het instituut BMG tenslotte presenteerde de uitkomst van 22 ZonMw-pilots op het gebied van zelfzorg.

Jeekel: ‘Iedereen ziet de voordelen van zelfmanagement. Iedereen weet dat het moet, willen we de zorg bereikbaar houden. Maar hoe? Op dit moment wordt zelfmanagement nog op veel te kleine schaal toegepast en veel te versnipperd. Er is sprake van wildgroei die niet tot bloei gaat komen als we er niet de juiste sturing aan geven.´ Zelfzorg Ondersteund! wil niet het wiel opnieuw uitvinden, maar goede voorbeelden uit de praktijk te verzamelen en te verspreiden. Zo wordt gewerkt aan onder meer een toolbox voor zorggroepen en gezondheidscentra, aan de minimale basiseisen voor de ondersteunende IT-platforms en aan pre-competitieve afspraken met zorgverzekeraars.

Wat hebben jullie op 5 juni geleerd? Jeekel: ‘Veel. Bijvoorbeeld dat zelfmanage-ment een zaak is van co-creatie tussen patiënt en professional, zoals Jan Joost Meijs duidelijk maakte. Dat het belangrijk is om van start te gaan en van elkaar te leren. En vooral dat we zoveel van elkaar kunnen leren. Veel meer nog dan ik van tevoren had gedacht.’

Lees ook:

[...]

Van de 40 zorggroepen in Nederland die al bezig zijn met zelfzorg, waren er 32 aanwezig op de eerste bijeenkomst van Zelfzorg Ondersteund! De bijeenkomst werd samen met ZonMw georganiseerd. Vele goede voorbeelden passeerden de revue. ‘We gaan dit jaar grote stappen maken’, voorspelde Pieter Jeekel, directeur van Zelfzorg Ondersteund!

Goede voorbeelden werden onder meer gepresenteerd door Jan Joost Meijs van gezondheidscentrum De Roerdomp in Nieuwegein, in een verfrissende samenspraak met de Diabetesvereniging Nederland (DVN). Er was een filmpje over community vorming in Nijkerk (in het kader van de Diabetes Challenge van de Bas van der Goor Foundation, een discussie tussen zorggroep De Ondernemende Huisarts, gezondheidscentrum Zorg op Noord en zorggroep Preventzorg over hun ervaringen, en een presentatie van de zorggroep Meditta die al in 5 praktijken zelfzorg introduceerde en dit binnenkort gaat opschalen naar 36. Het instituut BMG tenslotte presenteerde de uitkomst van 22 ZonMw-pilots op het gebied van zelfzorg.

Jeekel: ‘Iedereen ziet de voordelen van zelfmanagement. Iedereen weet dat het moet, willen we de zorg bereikbaar houden. Maar hoe? Op dit moment wordt zelfmanagement nog op veel te kleine schaal toegepast en veel te versnipperd. Er is sprake van wildgroei die niet tot bloei gaat komen als we er niet de juiste sturing aan geven.´ Zelfzorg Ondersteund! wil niet het wiel opnieuw uitvinden, maar goede voorbeelden uit de praktijk te verzamelen en te verspreiden. Zo wordt gewerkt aan onder meer een toolbox voor zorggroepen en gezondheidscentra, aan de minimale basiseisen voor de ondersteunende IT-platforms en aan pre-competitieve afspraken met zorgverzekeraars.

Wat hebben jullie op 5 juni geleerd? Jeekel: ‘Veel. Bijvoorbeeld dat zelfmanage-ment een zaak is van co-creatie tussen patiënt en professional, zoals Jan Joost Meijs duidelijk maakte. Dat het belangrijk is om van start te gaan en van elkaar te leren. En vooral dat we zoveel van elkaar kunnen leren. Veel meer nog dan ik van tevoren had gedacht.’

Lees ook:

Rapport Transparante Ketenzorg 2013 verschenen

26 juni 2014

CZDe ketenzorg voor mensen met diabetes, COPD en hart/vaatziekten verloopt steeds beter, de uitkomsten van de zorg vertonen ten opzichte van 2012 opnieuw een stijgende lijn. Dat blijkt uit het rapport Transparante Ketenzorg 2013.

Het rapport Transparante Ketenzorg 2013 is gebaseerd op de landelijke benchmark voor zorggroepen die jaarlijks wordt gehouden. Een niet onbelangrijke uitkomst dit keer is de gestage verschuiving van zorg in de tweede lijn, naar zorg in de eerste lijn (substitutie). De Nederlandse zorggroepen, waarin huisartsen nauw samenwerken met andere eerstelijns zorgverleners, presteren met andere woorden goed.

In 2013 namen 92 van de ruim 100 zorggroepen deel aan de landelijke benchmark voor zorggroepen, tegen 70 in 2012. Een stijging van meer dan dertig procent. Ruim driekwart van de deelnemers (74) deed dit bovendien onder naamsvermelding. ‘Het op naam verzamelen en publiceren van data toont de zeer transparante attitude van onze zorggroepen. Ik durf dit uniek te noemen’, aldus Maarten Klomp, voorzitter van de redactiecommissie Transparante Ketenzorg. Hij roept ziekenhuizen op om op dezelfde wijze te rapporteren over hún aandeel in de zorg voor de genoemde patiëntencategorieën.

De uitkomstindicatoren laten over de volle breedte van de eerstelijns zorgprogramma’s een stijgende lijn zien. Onder mensen met diabetes is het aantal rokers voor het vierde achtereenvolgende jaar gedaald en het aantal patiënten met een goede bloeddruk en een goed cholesterol is gestegen: in de komende jaren zullen daardoor minder diabetespatiënten te maken krijgen met vasculaire complicaties. Ook mensen met COPD roken beduidend minder en bewegen meer. In het zorgprogramma VRM-HVZ (Vasculair Risico Management) voor mensen met een hart/vaatziekte zijn de uitkomstindicatoren over de hele linie verbeterd of stabiel. Voor de eerste keer werd daarnaast een inventarisatie gedaan over vasculair risicomanagement bij patiënten met een verhoogd risico op hart- en vaatziekten. Door bij te houden hoeveel van de ingeschreven patiënten in de eerste lijn, dan wel in de tweede lijn worden behandeld wordt de verschuiving van zorg van de eerste naar de twee lijn gemeten. In het zorgprogramma diabetes bedroeg deze verschuiving in 2013 1,7% ten opzichte van 2012.

Belangrijk is de aanbeveling om landelijke inclusiecriteria op te stellen voor alle zorgprogramma’s. Op dit moment zijn de criteria voor deelname aan de zorgprogramma’s niet altijd glashelder. Landelijke inclusiecriteria leiden tot beter vergelijkbare uitkomsten en tot een doelmatiger besteding van de beschikbare financiële middelen. Vooruitlopend op deze aanbeveling zijn onlangs in nauwe samenwerking met de CAHAG, een expertgroep van het NHG, inclusiecriteria opgesteld voor het nieuwe zorgprogramma voor mensen met astma.

De landelijke benchmark voor zorggroepen werd voorheen georganiseerd door de Landelijk Organisatie voor Ketenzorg (LOK). De LOK is per 1 januari 2014 opgegaan in InEen, de nieuwe brancheorganisatie voor eerstelijns zorgorganisaties. InEen pleit voor verdere standaardisatie van de procedures voor registratie, extractie en rapportage. Klomp: ‘Transparantie en benchmarking in de ketenzorg vragen om heldere inclusiecriteria, zorgvuldig gekozen indicatoren en betrouwbaar datamanagement. Dat levert een genuanceerde rapportage op, die intern kan worden gebruikt als spiegelinformatie in het kwaliteitsbeleid en daarnaast kan dienen als verantwoordingsinformatie naar externe partijen.’

[...]

CZDe ketenzorg voor mensen met diabetes, COPD en hart/vaatziekten verloopt steeds beter, de uitkomsten van de zorg vertonen ten opzichte van 2012 opnieuw een stijgende lijn. Dat blijkt uit het rapport Transparante Ketenzorg 2013.

Het rapport Transparante Ketenzorg 2013 is gebaseerd op de landelijke benchmark voor zorggroepen die jaarlijks wordt gehouden. Een niet onbelangrijke uitkomst dit keer is de gestage verschuiving van zorg in de tweede lijn, naar zorg in de eerste lijn (substitutie). De Nederlandse zorggroepen, waarin huisartsen nauw samenwerken met andere eerstelijns zorgverleners, presteren met andere woorden goed.

In 2013 namen 92 van de ruim 100 zorggroepen deel aan de landelijke benchmark voor zorggroepen, tegen 70 in 2012. Een stijging van meer dan dertig procent. Ruim driekwart van de deelnemers (74) deed dit bovendien onder naamsvermelding. ‘Het op naam verzamelen en publiceren van data toont de zeer transparante attitude van onze zorggroepen. Ik durf dit uniek te noemen’, aldus Maarten Klomp, voorzitter van de redactiecommissie Transparante Ketenzorg. Hij roept ziekenhuizen op om op dezelfde wijze te rapporteren over hún aandeel in de zorg voor de genoemde patiëntencategorieën.

De uitkomstindicatoren laten over de volle breedte van de eerstelijns zorgprogramma’s een stijgende lijn zien. Onder mensen met diabetes is het aantal rokers voor het vierde achtereenvolgende jaar gedaald en het aantal patiënten met een goede bloeddruk en een goed cholesterol is gestegen: in de komende jaren zullen daardoor minder diabetespatiënten te maken krijgen met vasculaire complicaties. Ook mensen met COPD roken beduidend minder en bewegen meer. In het zorgprogramma VRM-HVZ (Vasculair Risico Management) voor mensen met een hart/vaatziekte zijn de uitkomstindicatoren over de hele linie verbeterd of stabiel. Voor de eerste keer werd daarnaast een inventarisatie gedaan over vasculair risicomanagement bij patiënten met een verhoogd risico op hart- en vaatziekten. Door bij te houden hoeveel van de ingeschreven patiënten in de eerste lijn, dan wel in de tweede lijn worden behandeld wordt de verschuiving van zorg van de eerste naar de twee lijn gemeten. In het zorgprogramma diabetes bedroeg deze verschuiving in 2013 1,7% ten opzichte van 2012.

Belangrijk is de aanbeveling om landelijke inclusiecriteria op te stellen voor alle zorgprogramma’s. Op dit moment zijn de criteria voor deelname aan de zorgprogramma’s niet altijd glashelder. Landelijke inclusiecriteria leiden tot beter vergelijkbare uitkomsten en tot een doelmatiger besteding van de beschikbare financiële middelen. Vooruitlopend op deze aanbeveling zijn onlangs in nauwe samenwerking met de CAHAG, een expertgroep van het NHG, inclusiecriteria opgesteld voor het nieuwe zorgprogramma voor mensen met astma.

De landelijke benchmark voor zorggroepen werd voorheen georganiseerd door de Landelijk Organisatie voor Ketenzorg (LOK). De LOK is per 1 januari 2014 opgegaan in InEen, de nieuwe brancheorganisatie voor eerstelijns zorgorganisaties. InEen pleit voor verdere standaardisatie van de procedures voor registratie, extractie en rapportage. Klomp: ‘Transparantie en benchmarking in de ketenzorg vragen om heldere inclusiecriteria, zorgvuldig gekozen indicatoren en betrouwbaar datamanagement. Dat levert een genuanceerde rapportage op, die intern kan worden gebruikt als spiegelinformatie in het kwaliteitsbeleid en daarnaast kan dienen als verantwoordingsinformatie naar externe partijen.’

Preventie in de GGZ en de verslavingszorg

20 juni 2014

Het Trimbos-Instituut voerde in 2013 een strategische verkenning uit naar de gevolgen van de herindeling van de GGZ per 1 januari 2014 voor het preventieaanbod in de GGZ en verslavingszorg. De verkenning besluit met een toekomstperspectief. Gepleit wordt voor een systematische introductie en facilitering van de uitvoering van geïndiceerde preventie in de huisartsenzorg. Dit moet gebeuren door samenwerking van NHG, LHV, InEen, de Vereniging POH-GGZ, de GGZ- en verslavingspreventiesector en zorgverzekeraars.

Preventie van psychische stoornissen en verslaving en de bevordering van psychische gezondheid zijn de werkelijke uitdagingen die aan de basis liggen van een toegankelijk en duurzaam stelsel voor de geestelijke gezondheidzorg, aldus de strategische verkenning van het Trimbos-Instituut. In het nieuwe stelsel in de GGZ is er per 1 januari 2014 naast de gespecialiseerde GGZ sprake van een generalistische basis GGZ en GGZ in de huisartsvoorziening. Dit blijft niet zonder gevolgen voor het preventieaanbod. De vraag is hoe en waar preventieve interventies – vaak aangeboden in de vorm van e-health – kunnen worden ingezet, hoe de preventie-expertise behouden blijft en waar nieuwe kansen liggen om beschikbare preventieve interventies zinvol in te zetten.

Het Trimbos-Instituut heeft gesproken met de preventieafdelingen van de GGZ-instellingen, en met onder meer de NHG, ZN, de LV POH-GGZ, GGZ Nederland en het ROS-netwerk/de LVG. Het aanbod van geïndiceerde preventie past niet in de generalistische basis GGZ en de gespecialiseerde GGZ omdat alleen de behandeling van gediagnosticeerde stoornissen wordt vergoed. Geïndiceerde preventie voor depressie, angststoornissen en schadelijk  alchoholgebruik is binnen de Zvw-zorg  uitsluitend belegd bij de huisarts en POH-GGZ. Dat heeft tot gevolg dat de belangrijkste activiteit van veel afdelingen GGZ-preventie, namelijk het aanbieden van geïndiceerde preventie in de vorm van cursussen, niet meer wordt ingekocht door zorgverzekeraars. De huisarts speelt daarnaast ook een belangrijke rol in de zorggerelateerde preventie.

De aanbevelingen van de strategische verkenning gaan in op de situatie in vier sectoren: de gemeenten, de huisartsenzorg, de generalistische basis GGZ en de gespecialiseerde GGZ. Over­heid, zorgaanbieders en financiers streven naar een verbreding van preventieve GGZ en verslavingszorg naar wijkteams (universele en selectieve preventie), huisartsenzorg (geïndiceerde preventie) en geestelijke gezondheidszorg (zorggerelateerde preventie). Vanwege het belang van preventie– zoals ook blijkt uit de landelijke en gemeentelijke gezondheidsnota’s – is het nodig dat de betrokken partijen in onderlinge afstem­ming de uitvoeringspraktijk voor GGZ-preventie en deels ook verslavingspreventie opnieuw vormgeven. De onderzoekers pleiten voor een systematische introductie en facilitering van de uitvoering van geïndiceerde preventie in de huisartsenzorg. Dit moet gebeuren door samenwerking van NHG, LHV, InEen, de Vereniging POH-GGZ, de GGZ- en verslavingspreventiesector en zorgverzekeraars. Zij stellen dat deskundigheidsbevordering, aanpassing van opleidingen en ook experimenten met e-health kunnen zorgen dat de kwaliteit en het bereik van de erkende preventieve interventies behouden blijft. Daarbij is samenwerking tussen huisartsen en (preventieafdelingen van) GGZ- en instellingen voor verslavingszorg essentieel.

De ‘Strategische Verkenning GGZ- en verslavingspreventie in het nieuwe zorglandschap’ (december 2013) is gratis te downloaden in de winkel van het Trimbos-Instituut.

[...]

Het Trimbos-Instituut voerde in 2013 een strategische verkenning uit naar de gevolgen van de herindeling van de GGZ per 1 januari 2014 voor het preventieaanbod in de GGZ en verslavingszorg. De verkenning besluit met een toekomstperspectief. Gepleit wordt voor een systematische introductie en facilitering van de uitvoering van geïndiceerde preventie in de huisartsenzorg. Dit moet gebeuren door samenwerking van NHG, LHV, InEen, de Vereniging POH-GGZ, de GGZ- en verslavingspreventiesector en zorgverzekeraars.

Preventie van psychische stoornissen en verslaving en de bevordering van psychische gezondheid zijn de werkelijke uitdagingen die aan de basis liggen van een toegankelijk en duurzaam stelsel voor de geestelijke gezondheidzorg, aldus de strategische verkenning van het Trimbos-Instituut. In het nieuwe stelsel in de GGZ is er per 1 januari 2014 naast de gespecialiseerde GGZ sprake van een generalistische basis GGZ en GGZ in de huisartsvoorziening. Dit blijft niet zonder gevolgen voor het preventieaanbod. De vraag is hoe en waar preventieve interventies – vaak aangeboden in de vorm van e-health – kunnen worden ingezet, hoe de preventie-expertise behouden blijft en waar nieuwe kansen liggen om beschikbare preventieve interventies zinvol in te zetten.

Het Trimbos-Instituut heeft gesproken met de preventieafdelingen van de GGZ-instellingen, en met onder meer de NHG, ZN, de LV POH-GGZ, GGZ Nederland en het ROS-netwerk/de LVG. Het aanbod van geïndiceerde preventie past niet in de generalistische basis GGZ en de gespecialiseerde GGZ omdat alleen de behandeling van gediagnosticeerde stoornissen wordt vergoed. Geïndiceerde preventie voor depressie, angststoornissen en schadelijk  alchoholgebruik is binnen de Zvw-zorg  uitsluitend belegd bij de huisarts en POH-GGZ. Dat heeft tot gevolg dat de belangrijkste activiteit van veel afdelingen GGZ-preventie, namelijk het aanbieden van geïndiceerde preventie in de vorm van cursussen, niet meer wordt ingekocht door zorgverzekeraars. De huisarts speelt daarnaast ook een belangrijke rol in de zorggerelateerde preventie.

De aanbevelingen van de strategische verkenning gaan in op de situatie in vier sectoren: de gemeenten, de huisartsenzorg, de generalistische basis GGZ en de gespecialiseerde GGZ. Over­heid, zorgaanbieders en financiers streven naar een verbreding van preventieve GGZ en verslavingszorg naar wijkteams (universele en selectieve preventie), huisartsenzorg (geïndiceerde preventie) en geestelijke gezondheidszorg (zorggerelateerde preventie). Vanwege het belang van preventie– zoals ook blijkt uit de landelijke en gemeentelijke gezondheidsnota’s – is het nodig dat de betrokken partijen in onderlinge afstem­ming de uitvoeringspraktijk voor GGZ-preventie en deels ook verslavingspreventie opnieuw vormgeven. De onderzoekers pleiten voor een systematische introductie en facilitering van de uitvoering van geïndiceerde preventie in de huisartsenzorg. Dit moet gebeuren door samenwerking van NHG, LHV, InEen, de Vereniging POH-GGZ, de GGZ- en verslavingspreventiesector en zorgverzekeraars. Zij stellen dat deskundigheidsbevordering, aanpassing van opleidingen en ook experimenten met e-health kunnen zorgen dat de kwaliteit en het bereik van de erkende preventieve interventies behouden blijft. Daarbij is samenwerking tussen huisartsen en (preventieafdelingen van) GGZ- en instellingen voor verslavingszorg essentieel.

De ‘Strategische Verkenning GGZ- en verslavingspreventie in het nieuwe zorglandschap’ (december 2013) is gratis te downloaden in de winkel van het Trimbos-Instituut.

Persbericht InEen - Stijgende lijn in de ketenzorg zet door

12 juni 2014

De Nederlandse zorggroepen presteren goed. De ketenzorg voor mensen met diabetes, COPD en hart/vaatziekten verloopt steeds beter, de patiënten worden steeds beter bereikt en de uitkomsten van de zorg vertonen ten opzichte van 2013 opnieuw een stijgende lijn. Dat blijkt uit het rapport Transparante Ketenzorg 2013, gebaseerd op de landelijke benchmark voor zorggroepen die jaarlijks wordt gehouden. Niet onbelangrijk is de gestage verschuiving van zorg in de tweede lijn, naar zorg in de eerste lijn (substitutie). In de zorggroepen werken huisartsen nauw samen met andere eerstelijns zorgverleners.

In 2013 namen 92 van de ruim 100 zorggroepen deel aan de landelijke benchmark voor zorggroepen, tegen 70 in 2012. Een stijging van meer dan dertig procent. Ruim driekwart van de deelnemers (74) deed dit bovendien onder naamsvermelding. ‘Het op naam verzamelen en publiceren van data toont de zeer transparante attitude van onze zorggroepen. Ik durf dit uniek te noemen’, aldus Maarten Klomp, voorzitter van de redactiecommissie Transparante Ketenzorg. Hij roept ziekenhuizen op om op dezelfde wijze te rapporteren over hún aandeel in de zorg voor de genoemde patiëntencategorieën.

De uitkomstindicatoren laten over de volle breedte van de eerstelijns zorgprogramma’s een stijgende lijn zien. Onder mensen met diabetes is het aantal rokers voor het vierde achtereenvolgende jaar gedaald en het aantal patiënten met een goede bloeddruk en een goed cholesterol is gestegen: in de komende jaren zullen daardoor minder diabetespatiënten te maken krijgen met vasculaire complicaties. Ook mensen met COPD roken beduidend minder en bewegen meer. In het zorgprogramma VRM-HVZ (Vasculair Risico Management) voor mensen met een hart/vaatziekte zijn de uitkomstindicatoren over de hele linie verbeterd of stabiel. Voor de eerste keer werd daarnaast een inventarisatie gedaan over vasculair risicomanagement bij patiënten met een verhoogd risico op hart- en vaatziekten. Door bij te houden hoeveel van de ingeschreven patiënten in de eerste lijn, dan wel in de tweede lijn worden behandeld wordt de verschuiving van zorg van de eerste naar de twee lijn gemeten. In het zorgprogramma diabetes bedroeg deze verschuiving in 2013 1,7% ten opzichte van 2012.

Belangrijk is de aanbeveling om landelijke inclusiecriteria op te stellen voor alle zorgprogramma’s. Op dit moment zijn de criteria voor deelname aan de zorgprogramma’s niet altijd glashelder. Landelijke inclusiecriteria leiden tot beter vergelijkbare uitkomsten en tot een doelmatiger besteding van de beschikbare financiële middelen. Vooruitlopend op deze aanbeveling zijn onlangs in nauwe samenwerking met de CAHAG, een expertgroep van het NHG, inclusiecriteria opgesteld voor het nieuwe zorgprogramma voor mensen met astma.

De landelijke benchmark voor zorggroepen werd voorheen georganiseerd door de Landelijk Organisatie voor Ketenzorg (LOK). De LOK is per 1 januari 2014 opgegaan in InEen, de nieuwe brancheorganisatie voor eerstelijns zorgorganisaties. InEen pleit voor verdere standaardisatie van de procedures voor registratie, extractie en rapportage. Klomp: ‘Transparantie en benchmarking in de ketenzorg vragen om heldere inclusiecriteria, zorgvuldig gekozen indicatoren en betrouwbaar datamanagement. Dat levert een genuanceerde rapportage op, die intern kan worden gebruikt als spiegelinformatie in het kwaliteitsbeleid en daarnaast kan dienen als verantwoordingsinformatie naar externe partijen.’

[...]

De Nederlandse zorggroepen presteren goed. De ketenzorg voor mensen met diabetes, COPD en hart/vaatziekten verloopt steeds beter, de patiënten worden steeds beter bereikt en de uitkomsten van de zorg vertonen ten opzichte van 2013 opnieuw een stijgende lijn. Dat blijkt uit het rapport Transparante Ketenzorg 2013, gebaseerd op de landelijke benchmark voor zorggroepen die jaarlijks wordt gehouden. Niet onbelangrijk is de gestage verschuiving van zorg in de tweede lijn, naar zorg in de eerste lijn (substitutie). In de zorggroepen werken huisartsen nauw samen met andere eerstelijns zorgverleners.

In 2013 namen 92 van de ruim 100 zorggroepen deel aan de landelijke benchmark voor zorggroepen, tegen 70 in 2012. Een stijging van meer dan dertig procent. Ruim driekwart van de deelnemers (74) deed dit bovendien onder naamsvermelding. ‘Het op naam verzamelen en publiceren van data toont de zeer transparante attitude van onze zorggroepen. Ik durf dit uniek te noemen’, aldus Maarten Klomp, voorzitter van de redactiecommissie Transparante Ketenzorg. Hij roept ziekenhuizen op om op dezelfde wijze te rapporteren over hún aandeel in de zorg voor de genoemde patiëntencategorieën.

De uitkomstindicatoren laten over de volle breedte van de eerstelijns zorgprogramma’s een stijgende lijn zien. Onder mensen met diabetes is het aantal rokers voor het vierde achtereenvolgende jaar gedaald en het aantal patiënten met een goede bloeddruk en een goed cholesterol is gestegen: in de komende jaren zullen daardoor minder diabetespatiënten te maken krijgen met vasculaire complicaties. Ook mensen met COPD roken beduidend minder en bewegen meer. In het zorgprogramma VRM-HVZ (Vasculair Risico Management) voor mensen met een hart/vaatziekte zijn de uitkomstindicatoren over de hele linie verbeterd of stabiel. Voor de eerste keer werd daarnaast een inventarisatie gedaan over vasculair risicomanagement bij patiënten met een verhoogd risico op hart- en vaatziekten. Door bij te houden hoeveel van de ingeschreven patiënten in de eerste lijn, dan wel in de tweede lijn worden behandeld wordt de verschuiving van zorg van de eerste naar de twee lijn gemeten. In het zorgprogramma diabetes bedroeg deze verschuiving in 2013 1,7% ten opzichte van 2012.

Belangrijk is de aanbeveling om landelijke inclusiecriteria op te stellen voor alle zorgprogramma’s. Op dit moment zijn de criteria voor deelname aan de zorgprogramma’s niet altijd glashelder. Landelijke inclusiecriteria leiden tot beter vergelijkbare uitkomsten en tot een doelmatiger besteding van de beschikbare financiële middelen. Vooruitlopend op deze aanbeveling zijn onlangs in nauwe samenwerking met de CAHAG, een expertgroep van het NHG, inclusiecriteria opgesteld voor het nieuwe zorgprogramma voor mensen met astma.

De landelijke benchmark voor zorggroepen werd voorheen georganiseerd door de Landelijk Organisatie voor Ketenzorg (LOK). De LOK is per 1 januari 2014 opgegaan in InEen, de nieuwe brancheorganisatie voor eerstelijns zorgorganisaties. InEen pleit voor verdere standaardisatie van de procedures voor registratie, extractie en rapportage. Klomp: ‘Transparantie en benchmarking in de ketenzorg vragen om heldere inclusiecriteria, zorgvuldig gekozen indicatoren en betrouwbaar datamanagement. Dat levert een genuanceerde rapportage op, die intern kan worden gebruikt als spiegelinformatie in het kwaliteitsbeleid en daarnaast kan dienen als verantwoordingsinformatie naar externe partijen.’

Bijeenkomst ‘Implementatie Ondersteunde Zelfzorg in Nederland’

28 mei 2014

Zelfzorg Ondersteund en ZonMw organiseren op donderdag 5 juni in Nieuwegein een interactieve informatiebijeenkomst voor zorggroepen, gezondheidscentra en andere huisartsorganisaties die met ondersteunde zelfzorg aan de slag zijn of willen. Vanuit verschillende perspectieven – zorgverlener, patiënt en verzekeraar – geeft het programma veel ruimte voor het uitwisselen van kennis en ervaring. Ook wetenschappelijk onderzoek komt aan bod.

Met het begrip ondersteunde zelfzorg doelen we op methoden die patiënten met een chronische aandoening meer regie geeft over hun ziekte vaak ondersteund door ICT-toepassingen. Esther Talboom doet onderzoek naar de implementatie van zelfzorg en e-health toepassingen en is tevens bestuurslid van InEen. ‘Sommige organisaties zijn daar heel ver mee, anderen blijven achter’, zegt ze. ‘Men ziet wel het belang in van deze vormen van zorg, maar het is een andere manier van werken die veel huisartsen en zorgverleners ingewikkeld vinden.’ Op 5 juni komen kansen, valkuilen en concrete handvatten aan de orde die helpen om vooral als een coach met de patiënt in gesprek te gaan, een nieuwe rol die aan beide kanten moet groeien. Het doel van ondersteunde zelfzorg is een beter geïnformeerde patiënt die – is de ervaring – daardoor een betere kwaliteit van leven kan realiseren. Het leidt bovendien tot doelmatige inzet van professionele zorg, niet onbelangrijk in deze tijd.

Zelfzorg Ondersteund (ZO!)
InEen is als pleitbezorger van vernieuwing in de zorg partner in ZO!. Talboom: ‘Tegenwoordig kunnen we veel dingen in ons leven digitaal regelen, maar in de zorg nog maar heel weinig. Terwijl het mogelijkheden biedt om op een makkelijke manier mensen te bereiken met een hele hoge kwaliteit van informatie.’ De website www.zelfzorgondersteund.nl  biedt actuele informatie en praktische hulpmiddelen voor de implementatie van ondersteunde zelfzorg. Zo staan sinds maart 2014 de basiseisen voor digitale zelfzorgplatforms online: aan welke voorwaarden moeten ICT-systemen voldoen om simpel en motiverend te werken voor patiënten en zorgverleners? Talboom: ‘We werken samen met patiënten en zorgverzekeraars. Deze samenwerking met verzekeraars is preconcurrentieel. Ik wil graag benadrukken dat Zelfzorg Ondersteund voor de zorggroepen is opgericht, om hún initiatieven te ondersteunen!’

Initiatieven en pilots zijn er te over. Interessante informatie op 5 juni is te verwachten van de 22 praktijkprojecten uit het ZonMw onderzoeksprogramma Diseasemanagement Chronische Ziekten die op 5 juni worden gepresenteerd.

Praktische info

  • Datum en tijd: donderdag 5 juni 2014, 16.00-20.00 in het NBC te Nieuwegein.
  • Aanmelden en uitnodiging
  • Inschrijven is nog steeds mogelijk, graag zelfs. Talboom: ‘Iedereen is welkom’
[...]

Zelfzorg Ondersteund en ZonMw organiseren op donderdag 5 juni in Nieuwegein een interactieve informatiebijeenkomst voor zorggroepen, gezondheidscentra en andere huisartsorganisaties die met ondersteunde zelfzorg aan de slag zijn of willen. Vanuit verschillende perspectieven – zorgverlener, patiënt en verzekeraar – geeft het programma veel ruimte voor het uitwisselen van kennis en ervaring. Ook wetenschappelijk onderzoek komt aan bod.

Met het begrip ondersteunde zelfzorg doelen we op methoden die patiënten met een chronische aandoening meer regie geeft over hun ziekte vaak ondersteund door ICT-toepassingen. Esther Talboom doet onderzoek naar de implementatie van zelfzorg en e-health toepassingen en is tevens bestuurslid van InEen. ‘Sommige organisaties zijn daar heel ver mee, anderen blijven achter’, zegt ze. ‘Men ziet wel het belang in van deze vormen van zorg, maar het is een andere manier van werken die veel huisartsen en zorgverleners ingewikkeld vinden.’ Op 5 juni komen kansen, valkuilen en concrete handvatten aan de orde die helpen om vooral als een coach met de patiënt in gesprek te gaan, een nieuwe rol die aan beide kanten moet groeien. Het doel van ondersteunde zelfzorg is een beter geïnformeerde patiënt die – is de ervaring – daardoor een betere kwaliteit van leven kan realiseren. Het leidt bovendien tot doelmatige inzet van professionele zorg, niet onbelangrijk in deze tijd.

Zelfzorg Ondersteund (ZO!)
InEen is als pleitbezorger van vernieuwing in de zorg partner in ZO!. Talboom: ‘Tegenwoordig kunnen we veel dingen in ons leven digitaal regelen, maar in de zorg nog maar heel weinig. Terwijl het mogelijkheden biedt om op een makkelijke manier mensen te bereiken met een hele hoge kwaliteit van informatie.’ De website www.zelfzorgondersteund.nl  biedt actuele informatie en praktische hulpmiddelen voor de implementatie van ondersteunde zelfzorg. Zo staan sinds maart 2014 de basiseisen voor digitale zelfzorgplatforms online: aan welke voorwaarden moeten ICT-systemen voldoen om simpel en motiverend te werken voor patiënten en zorgverleners? Talboom: ‘We werken samen met patiënten en zorgverzekeraars. Deze samenwerking met verzekeraars is preconcurrentieel. Ik wil graag benadrukken dat Zelfzorg Ondersteund voor de zorggroepen is opgericht, om hún initiatieven te ondersteunen!’

Initiatieven en pilots zijn er te over. Interessante informatie op 5 juni is te verwachten van de 22 praktijkprojecten uit het ZonMw onderzoeksprogramma Diseasemanagement Chronische Ziekten die op 5 juni worden gepresenteerd.

Praktische info

  • Datum en tijd: donderdag 5 juni 2014, 16.00-20.00 in het NBC te Nieuwegein.
  • Aanmelden en uitnodiging
  • Inschrijven is nog steeds mogelijk, graag zelfs. Talboom: ‘Iedereen is welkom’

Cohesie heeft primeur met HaZo24-certificering

16 mei 2014

Samen met vijf andere huisartsenorganisaties heeft Cohesie onder de naam HaZo24 een geïntegreerd kwaliteitssysteem ontwikkeld voor de 24-uurs huisartsenzorg. Op 12 mei zijn de eerste certificaten uitgereikt, een unicum in de Nederlandse huisartsenzorg. HaZo24 omvat niet alleen huisartsenpraktijken, maar ook de chronische zorg en de huisartsenposten. Het is gebaseerd op de kwaliteitsnorm EN-15224, ook bekend als de ISO 9001 voor de gezondheidszorg. Verder maken de streefwaarden van de huisartsenposten en de Kritische kwaliteitskenmerken van zorggroepen deel uit van het kwaliteitssysteem. Met de positieve afronding van de pilotfase is het kwaliteitssysteem klaar voor implementatie bij andere huisartsenpraktijken. Lees het persbericht op de website van Cohesie.

[...]

Samen met vijf andere huisartsenorganisaties heeft Cohesie onder de naam HaZo24 een geïntegreerd kwaliteitssysteem ontwikkeld voor de 24-uurs huisartsenzorg. Op 12 mei zijn de eerste certificaten uitgereikt, een unicum in de Nederlandse huisartsenzorg. HaZo24 omvat niet alleen huisartsenpraktijken, maar ook de chronische zorg en de huisartsenposten. Het is gebaseerd op de kwaliteitsnorm EN-15224, ook bekend als de ISO 9001 voor de gezondheidszorg. Verder maken de streefwaarden van de huisartsenposten en de Kritische kwaliteitskenmerken van zorggroepen deel uit van het kwaliteitssysteem. Met de positieve afronding van de pilotfase is het kwaliteitssysteem klaar voor implementatie bij andere huisartsenpraktijken. Lees het persbericht op de website van Cohesie.

Bijeenkomsten hervorming langdurige zorg

14 mei 2014

Het ministerie van VWS organiseert samen met veldpartijen een serie regionale transitiebijeenkomsten (pdf) over de hervorming van de langdurige zorg. De bijeenkomsten zijn bedoeld  voor (regionale) vertegenwoordigers van cliëntenorganisaties, gemeenten, verzekeraars, zorgkantoren, aanbieders, beroepsorganisaties, huisartsen en woningcorporaties. Zij krijgen tijdens de bijeenkomsten nadere informatie over de kaderstelling, zoals het overgangsrecht en  de gemaakte transitieafspraken. Omdat de regio het schakelpunt is tussen individuele partijen en de landelijke partijen, is het goed als regionale partijen de regie voeren op de transitie. VWS wil daarbij graag input ontvangen van de eerstelijnszorg en heeft ons gevraagd de uitnodiging onder zorggroepen, ROS’en en gezondheidscentra te verspreiden. Afgelopen week hebben jullie de uitnodiging via ons ontvangen. De eerste bijeenkomst (in Heiloo) vindt plaats op 26 mei 2014. We hopen dat veel leden in de gelegenheid zijn aan de transitiebijeenkomsten deel te nemen en hun inbreng naar voren te brengen.

[...]

Het ministerie van VWS organiseert samen met veldpartijen een serie regionale transitiebijeenkomsten (pdf) over de hervorming van de langdurige zorg. De bijeenkomsten zijn bedoeld  voor (regionale) vertegenwoordigers van cliëntenorganisaties, gemeenten, verzekeraars, zorgkantoren, aanbieders, beroepsorganisaties, huisartsen en woningcorporaties. Zij krijgen tijdens de bijeenkomsten nadere informatie over de kaderstelling, zoals het overgangsrecht en  de gemaakte transitieafspraken. Omdat de regio het schakelpunt is tussen individuele partijen en de landelijke partijen, is het goed als regionale partijen de regie voeren op de transitie. VWS wil daarbij graag input ontvangen van de eerstelijnszorg en heeft ons gevraagd de uitnodiging onder zorggroepen, ROS’en en gezondheidscentra te verspreiden. Afgelopen week hebben jullie de uitnodiging via ons ontvangen. De eerste bijeenkomst (in Heiloo) vindt plaats op 26 mei 2014. We hopen dat veel leden in de gelegenheid zijn aan de transitiebijeenkomsten deel te nemen en hun inbreng naar voren te brengen.

Terugblik werkconferentie Kwaliteit voor zorggroepen

01 mei 2014