logo

ROS’en

logo_ROS-netwerk

De regionale partner voor samenhangende zorg in de wijk

Regionale Ondersteuningsstructuren (ROS’en) adviseren en begeleiden de eerste lijn én betrokken partijen bij het realiseren van samenhangende zorg in de wijk. Een belangrijke maatschappelijke opdracht met als doel iedereen zinnige en zuinige zorg dichtbij huis te blijven bieden.

ROS’en hebben uitstekende kennis van de eerste lijn en jarenlange ervaring in hun regio. Samen met de eerste lijn, gemeente en professionals zetten zij zich in om de zorg en ondersteuning van wijkbewoners slimmer en efficiënter te organiseren. ROS’en treden hierbij op als onafhankelijke bruggenbouwer, zodat men elkaar weet te vinden, cultuurverschillen weet te overbruggen en goed met elkaar kan samenwerken.

Voor hun maatschappelijk opdracht ontvangen ROS’en financiering van het ministerie van VWS. Gezamenlijk vormen de ROS’en een landelijk dekkend netwerk dat kennis en ervaring uit de regio’s uitwisselt en bundelt. De ROS’en zijn lid van InEen.
Wilt u weten wat de ROS voor u kan betekenen? De ROS bij u in de regio vertelt u graag meer over de mogelijkheden. Kijk voor meer informatie op www.ROS-netwerk.nl.

ZorgImpuls: Samenwerken anno 2017

09 maart 2017

puzzel‘Samenwerken’ is een veelgebruikt woord zowel als het gaat om de organisatie van de Nederlandse gezondheidszorg, als om de kwaliteit van de geboden zorg. Samenwerking is dan ook onontbeerlijk voor goede zorg. We praten met Robert Waterreus, directeur van de ROS ZorgImpuls, over het belang van samenwerken anno 2017 en de manier waarop zijn organisatie daarmee bezig is.

De zorg ontwikkelt zich in de richting van een populatiegerichte en persoonsgerichte aanpak, waarin mensen steeds meer zelf de regie nemen over hun gezondheid. Een integrale benadering over de domeinen heen is een logisch gevolg. Waterreus: ‘Ik zie in het veld heel veel bereidheid en initiatief tot samenwerken. Veel problematiek is niet enkelvoudig en overstijgt de eigen beroepsuitoefening en domein. Goede verbindingen met andere disciplines en zorgdomeinen zijn dan van belang.’

Verbindingen maken is een kerntaak van de ROS. In de eerste jaren, zegt Waterreus, werd gefocust op het stimuleren van multidisciplinaire samenwerking tussen eerstelijnszorgverleners in de eerste lijn, onder meer door begeleiding bij de realisatie van gezondheidscentra en samenwerkingsverbanden zoals GEZ. Inmiddels ligt het accent meer op samenwerkingsvraagstukken over de domeinen heen. De ontwikkelingen in de zorg vragen nieuwe samenwerkingscoalities en concepten, aldus het Jaarplan 2017 van ZorgImpuls, gericht op verschillende populaties en thema’s. Waterreus: ‘Betere gezondheid, hogere ervaren kwaliteit van zorg en lagere kosten zijn daarbij voor ons een belangrijk uitgangspunt.’

In het Rotterdamse krijgt samenwerking behalve in concrete projecten en programma’s vorm in een scala van platforms en netwerken, vaak ook gefaciliteerd en begeleid door ZorgImpuls: brede regionale overleggen, lokale netwerken en samenwerkingen rondom specifieke thema’s. Waterreus ziet aan verschillende ‘tafels’ de ontwikkeling om niet alleen kennis te delen en te verdiepen, maar ook om gezamenlijk initiatieven op te pakken. Bijvoorbeeld in het Eerstelijnsoverleg met CHPR, de koepels van gezondheidscentra Gezond op Zuid en ZON/Boog zorggroep, IZER en de LHV kring op onderwerpen als gegevensuitwisseling, inzet verpleegkundig specialist en samenwerking met grote stakeholders als gemeenten en ziekenhuizen. ‘Dat versterkt ook de aanspreekbaarheid van de eerste lijn. Door méér een gemeenschappelijk perspectief neer te zetten, worden eerstelijnspartijen een veel duidelijker partner voor andere partijen.’

Waterreus noemt verder de regionale pilot rond het Meekijkconsult, voortkomend uit de Regiotafel waarin alle kleine en grote partijen van de georganiseerde eerste lijn (14), de LHV kring, Zilveren Kruis en ZorgImpuls deelnemen. Daarin experimenteren zorggroepen en gezondheidscentra samen met de ziekenhuizen met verschillende vormen van het meekijkconsult. ‘Een mooi voorbeeld van hoe we aan de tafels zoeken naar manieren om tot regionale en gedragen keuzes te komen.’ Behalve de constructieve samenwerking is kenmerkend dat er bij planvorming zowel aandacht is voor de noodzaak van organisatie als voor de autonomie van de professional. Waterreus: ‘De pilot Meekijkconsult is zo ingericht dat de professionals bepalen met wie zij samenwerken en hoe. Daaromheen worden gezamenlijke systeem- en procesafspraken gemaakt. Er moet immers altijd gedeclareerd en gemonitord worden’.

Samenwerkingscoalities zijn continue in ontwikkeling. Het gaat erom dat de professional in de praktijk meer voor een concrete patiënt kan doen.
Waterreus: ‘De nieuwe O&I financiering kan hier een extra impuls toe geven. Voor en met eerstelijns zorgorganisaties gaan we graag op pad om uitwerking te geven aan nieuwe opgaven op gebied van populatiegerichte zorg. Ook zetten we de komende periode nog meer in op de wijkinfrastructuur: hoe kunnen we de samenhang en samenwerking tussen de domeinen op lokaal niveau sterker en duurzamer maken. ’Hij noemt een project in Rotterdam-Delfshaven waar een groep huisartsen onder begeleiding van ZorgImpuls een samenwerkingsverband heeft opgericht rond het thema overgewicht. Inmiddels is de gedachte ontstaan om de coalitie van veel verschillende partijen breder in te zetten dan alleen rond overgewicht. ‘Zo krijg je samenwerkingsafspraken op wijkniveau, gericht op de specifieke wijkpopulatie, die zich weer kunnen verbinden met regionale samenwerkingen rondom specifieke thema’s. Dat is samenwerken anno 2017.’

[...]

puzzel‘Samenwerken’ is een veelgebruikt woord zowel als het gaat om de organisatie van de Nederlandse gezondheidszorg, als om de kwaliteit van de geboden zorg. Samenwerking is dan ook onontbeerlijk voor goede zorg. We praten met Robert Waterreus, directeur van de ROS ZorgImpuls, over het belang van samenwerken anno 2017 en de manier waarop zijn organisatie daarmee bezig is.

De zorg ontwikkelt zich in de richting van een populatiegerichte en persoonsgerichte aanpak, waarin mensen steeds meer zelf de regie nemen over hun gezondheid. Een integrale benadering over de domeinen heen is een logisch gevolg. Waterreus: ‘Ik zie in het veld heel veel bereidheid en initiatief tot samenwerken. Veel problematiek is niet enkelvoudig en overstijgt de eigen beroepsuitoefening en domein. Goede verbindingen met andere disciplines en zorgdomeinen zijn dan van belang.’

Verbindingen maken is een kerntaak van de ROS. In de eerste jaren, zegt Waterreus, werd gefocust op het stimuleren van multidisciplinaire samenwerking tussen eerstelijnszorgverleners in de eerste lijn, onder meer door begeleiding bij de realisatie van gezondheidscentra en samenwerkingsverbanden zoals GEZ. Inmiddels ligt het accent meer op samenwerkingsvraagstukken over de domeinen heen. De ontwikkelingen in de zorg vragen nieuwe samenwerkingscoalities en concepten, aldus het Jaarplan 2017 van ZorgImpuls, gericht op verschillende populaties en thema’s. Waterreus: ‘Betere gezondheid, hogere ervaren kwaliteit van zorg en lagere kosten zijn daarbij voor ons een belangrijk uitgangspunt.’

In het Rotterdamse krijgt samenwerking behalve in concrete projecten en programma’s vorm in een scala van platforms en netwerken, vaak ook gefaciliteerd en begeleid door ZorgImpuls: brede regionale overleggen, lokale netwerken en samenwerkingen rondom specifieke thema’s. Waterreus ziet aan verschillende ‘tafels’ de ontwikkeling om niet alleen kennis te delen en te verdiepen, maar ook om gezamenlijk initiatieven op te pakken. Bijvoorbeeld in het Eerstelijnsoverleg met CHPR, de koepels van gezondheidscentra Gezond op Zuid en ZON/Boog zorggroep, IZER en de LHV kring op onderwerpen als gegevensuitwisseling, inzet verpleegkundig specialist en samenwerking met grote stakeholders als gemeenten en ziekenhuizen. ‘Dat versterkt ook de aanspreekbaarheid van de eerste lijn. Door méér een gemeenschappelijk perspectief neer te zetten, worden eerstelijnspartijen een veel duidelijker partner voor andere partijen.’

Waterreus noemt verder de regionale pilot rond het Meekijkconsult, voortkomend uit de Regiotafel waarin alle kleine en grote partijen van de georganiseerde eerste lijn (14), de LHV kring, Zilveren Kruis en ZorgImpuls deelnemen. Daarin experimenteren zorggroepen en gezondheidscentra samen met de ziekenhuizen met verschillende vormen van het meekijkconsult. ‘Een mooi voorbeeld van hoe we aan de tafels zoeken naar manieren om tot regionale en gedragen keuzes te komen.’ Behalve de constructieve samenwerking is kenmerkend dat er bij planvorming zowel aandacht is voor de noodzaak van organisatie als voor de autonomie van de professional. Waterreus: ‘De pilot Meekijkconsult is zo ingericht dat de professionals bepalen met wie zij samenwerken en hoe. Daaromheen worden gezamenlijke systeem- en procesafspraken gemaakt. Er moet immers altijd gedeclareerd en gemonitord worden’.

Samenwerkingscoalities zijn continue in ontwikkeling. Het gaat erom dat de professional in de praktijk meer voor een concrete patiënt kan doen.
Waterreus: ‘De nieuwe O&I financiering kan hier een extra impuls toe geven. Voor en met eerstelijns zorgorganisaties gaan we graag op pad om uitwerking te geven aan nieuwe opgaven op gebied van populatiegerichte zorg. Ook zetten we de komende periode nog meer in op de wijkinfrastructuur: hoe kunnen we de samenhang en samenwerking tussen de domeinen op lokaal niveau sterker en duurzamer maken. ’Hij noemt een project in Rotterdam-Delfshaven waar een groep huisartsen onder begeleiding van ZorgImpuls een samenwerkingsverband heeft opgericht rond het thema overgewicht. Inmiddels is de gedachte ontstaan om de coalitie van veel verschillende partijen breder in te zetten dan alleen rond overgewicht. ‘Zo krijg je samenwerkingsafspraken op wijkniveau, gericht op de specifieke wijkpopulatie, die zich weer kunnen verbinden met regionale samenwerkingen rondom specifieke thema’s. Dat is samenwerken anno 2017.’

Startbijeenkomst Preventie in de Buurt

13 januari 2017

Het project Preventie in de Buurt van het NHG en RIVM Centrum Gezond Leven krijgt een vervolg. Het project ging in 2014 van start en richt zich op de samenwerking tussen publieke gezondheid, de huisartsenpraktijk en andere professionals in de wijk. Op 19 januari is er een startbijeenkomst voor ROS’en, zorggroepen en GGD’s (14.00-16.00 uur in Utrecht). Dan presenteren NHG en RIVM Centrum Gezond Leven hun plannen, waaronder werksessies om op lokaal niveau samenwerking te stimuleren. Daarnaast willen NHG en RIVM Centrum Gezond Leven graag de resultaten van de afgelopen periode bespreken. Meer informatie over het project. Aanmelden bij Hanneke Monden (RIVM).

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Het project Preventie in de Buurt van het NHG en RIVM Centrum Gezond Leven krijgt een vervolg. Het project ging in 2014 van start en richt zich op de samenwerking tussen publieke gezondheid, de huisartsenpraktijk en andere professionals in de wijk. Op 19 januari is er een startbijeenkomst voor ROS’en, zorggroepen en GGD’s (14.00-16.00 uur in Utrecht). Dan presenteren NHG en RIVM Centrum Gezond Leven hun plannen, waaronder werksessies om op lokaal niveau samenwerking te stimuleren. Daarnaast willen NHG en RIVM Centrum Gezond Leven graag de resultaten van de afgelopen periode bespreken. Meer informatie over het project. Aanmelden bij Hanneke Monden (RIVM).

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Regio Rotterdam experimenteert met meekijkconsult

30 november 2016

meekijkenAfgelopen september startte in de regio Rotterdam een bijzondere pilot rond het Meekijkconsult. In deze pilot wordt het meekijkconsult georganiseerd vanuit het primaire proces van de betrokken huisarts en wordt recht gedaan aan de eigenheid en diversiteit van de betrokken organisaties, aldus de initiatiefnemers. Matine van Schie, projectleider vanuit de ROS ZorgImpuls: ‘We hebben hier in de regio alleen al twaalf soorten zorggroepen.’

Een regionale infrastructuur waarlangs huisartsen en huisartsorganisaties op maat hun meekijkconsulten vorm kunnen geven, is het uiteindelijk doel van de pilot, een initiatief van de Regiotafel Zuidwest waaraan Zilveren Kruis, LHV en huisartsenorganisaties in de regio overleggen over zorgvernieuwing. Het meekijkconsult – consultatie van een medisch specialist waarbij de huisarts de hoofdbehandelaar blijft – stond op de agenda als een manier om onnodige doorverwijzingen naar de tweede lijn te voorkomen, elkaars wereld te leren kennen en de deskundigheid in de eerste lijn te verhogen. Huisartsen, specialisten en patiënten zijn het erover eens dat het meekijkconsult de kwaliteit van de zorg verbetert. Maar hoe kan dit het beste georganiseerd worden? Welke afspraken zijn nodig?

Aan de Regietafel concludeerde men al snel dat het ontwikkelen van één blauwdruk voor iedereen geen kans van slagen heeft. Van Schie: ‘De diversiteit in onze regio is heel groot. Qua omvang variëren onze zorggroepen van 200 tot vier huisartsen. Elke organisatie heeft zijn eigen visie en manier van werken. Bovendien hebben we ook nog eens zeven ziekenhuizen met allemaal hun eigen netwerk en invulling.’ Besloten werd deze diversiteit uit te buiten en een uitdagend experiment aan te gaan waarin 40 praktijken elk anderhalf jaar gaan proefdraaien met verschillende vormen van het meekijkconsult. Zij doen dat binnen een regionaal kader dat de begeleidingsgroep die de pilot monitort, heeft ontwikkeld.

Van Schie: ‘Niet alleen de organisaties verschillen, ook zorgverleners hebben elk hun eigen affiniteit en aanpak. Daarom wilden we een open pilot met een regionaal kader waarbinnen de huisartsen hun eigen proces inrichten.’ In het regionale kader zijn vier consultvormen benoemd: telefonisch, digitaal, beeldbellen en fysiek. De deelnemende organisaties bepalen zelf welke vorm het beste aansluit bij de werkwijze en de behoefte. In het regionaal kader vinden zij verder afspraken over de financiering, de (digitale) gegevensuitwisseling en de verdeling van verantwoordelijkheden. Deze punten zijn inmiddels vertaald tot een samenwerkingsovereenkomst die huisartsen en medisch specialisten als basis kunnen gebruiken. Van Schie: ‘Met de zorgverzekeraar is nu een tarief afgesproken dat de huisarts vanuit de S3-gelden betaalt aan de medische specialist.’ Over deze keuze bestaat nog wel discussie, vertelt ze. Is dit huisartsengeld wel bedoeld om de medisch specialist te financieren? ‘Sommige huisartsen doen daarom niet mee aan de pilot.’

Van Schie verwacht dat de ‘kracht van diversiteit’ vruchten gaat afwerpen. Het feit dat elke zorggroep of huisartspraktijk vanuit eigen kracht en werkwijze aan de slag gaat, levert veel kennis op. ‘In het experiment gaan we met elkaar leren wat in welke situatie het eenvoudigst aansluit bij het primaire proces.’ Aan de hand van de ervaringen past de begeleidingsgroep het regiokader aan. Aangevuld met afspraken met de zeven ziekenhuizen in de regio ontstaat zo in 2018 de gewenste regionale infrastructuur. Ook de ervaringen van patiënten wordt onderzocht: wat zijn hun ervaringen? Sluit het minder snel doorgestuurd worden naar een specialist ook aan bij de behoefte van patienten? In hoeverre speelt het (niet belasten van het) eigen risico een rol?

De begeleidingsgroep bestaat uit vertegenwoordigers van zorggroep IZER, gezondheidscentrum Gezond op Zuid, de hoed Nieuwerkerk a/d IJssel en gezondheidscentrum Parkzoom. Zorgimpuls is facilitator van de pilot.

[...]

meekijkenAfgelopen september startte in de regio Rotterdam een bijzondere pilot rond het Meekijkconsult. In deze pilot wordt het meekijkconsult georganiseerd vanuit het primaire proces van de betrokken huisarts en wordt recht gedaan aan de eigenheid en diversiteit van de betrokken organisaties, aldus de initiatiefnemers. Matine van Schie, projectleider vanuit de ROS ZorgImpuls: ‘We hebben hier in de regio alleen al twaalf soorten zorggroepen.’

Een regionale infrastructuur waarlangs huisartsen en huisartsorganisaties op maat hun meekijkconsulten vorm kunnen geven, is het uiteindelijk doel van de pilot, een initiatief van de Regiotafel Zuidwest waaraan Zilveren Kruis, LHV en huisartsenorganisaties in de regio overleggen over zorgvernieuwing. Het meekijkconsult – consultatie van een medisch specialist waarbij de huisarts de hoofdbehandelaar blijft – stond op de agenda als een manier om onnodige doorverwijzingen naar de tweede lijn te voorkomen, elkaars wereld te leren kennen en de deskundigheid in de eerste lijn te verhogen. Huisartsen, specialisten en patiënten zijn het erover eens dat het meekijkconsult de kwaliteit van de zorg verbetert. Maar hoe kan dit het beste georganiseerd worden? Welke afspraken zijn nodig?

Aan de Regietafel concludeerde men al snel dat het ontwikkelen van één blauwdruk voor iedereen geen kans van slagen heeft. Van Schie: ‘De diversiteit in onze regio is heel groot. Qua omvang variëren onze zorggroepen van 200 tot vier huisartsen. Elke organisatie heeft zijn eigen visie en manier van werken. Bovendien hebben we ook nog eens zeven ziekenhuizen met allemaal hun eigen netwerk en invulling.’ Besloten werd deze diversiteit uit te buiten en een uitdagend experiment aan te gaan waarin 40 praktijken elk anderhalf jaar gaan proefdraaien met verschillende vormen van het meekijkconsult. Zij doen dat binnen een regionaal kader dat de begeleidingsgroep die de pilot monitort, heeft ontwikkeld.

Van Schie: ‘Niet alleen de organisaties verschillen, ook zorgverleners hebben elk hun eigen affiniteit en aanpak. Daarom wilden we een open pilot met een regionaal kader waarbinnen de huisartsen hun eigen proces inrichten.’ In het regionale kader zijn vier consultvormen benoemd: telefonisch, digitaal, beeldbellen en fysiek. De deelnemende organisaties bepalen zelf welke vorm het beste aansluit bij de werkwijze en de behoefte. In het regionaal kader vinden zij verder afspraken over de financiering, de (digitale) gegevensuitwisseling en de verdeling van verantwoordelijkheden. Deze punten zijn inmiddels vertaald tot een samenwerkingsovereenkomst die huisartsen en medisch specialisten als basis kunnen gebruiken. Van Schie: ‘Met de zorgverzekeraar is nu een tarief afgesproken dat de huisarts vanuit de S3-gelden betaalt aan de medische specialist.’ Over deze keuze bestaat nog wel discussie, vertelt ze. Is dit huisartsengeld wel bedoeld om de medisch specialist te financieren? ‘Sommige huisartsen doen daarom niet mee aan de pilot.’

Van Schie verwacht dat de ‘kracht van diversiteit’ vruchten gaat afwerpen. Het feit dat elke zorggroep of huisartspraktijk vanuit eigen kracht en werkwijze aan de slag gaat, levert veel kennis op. ‘In het experiment gaan we met elkaar leren wat in welke situatie het eenvoudigst aansluit bij het primaire proces.’ Aan de hand van de ervaringen past de begeleidingsgroep het regiokader aan. Aangevuld met afspraken met de zeven ziekenhuizen in de regio ontstaat zo in 2018 de gewenste regionale infrastructuur. Ook de ervaringen van patiënten wordt onderzocht: wat zijn hun ervaringen? Sluit het minder snel doorgestuurd worden naar een specialist ook aan bij de behoefte van patienten? In hoeverre speelt het (niet belasten van het) eigen risico een rol?

De begeleidingsgroep bestaat uit vertegenwoordigers van zorggroep IZER, gezondheidscentrum Gezond op Zuid, de hoed Nieuwerkerk a/d IJssel en gezondheidscentrum Parkzoom. Zorgimpuls is facilitator van de pilot.

Stappen zetten met persoonsgerichte zorg - De Eerstelijns, oktober 2016

09 november 2016

De Eerstelijns, oktober 2016 – Werk maken van persoonsgerichte zorg. Die ambitie zijn InEen en haar leden eind september overeengekomen tijdens een tweedaags congres van de brancheorganisatie in St. Michielsgestel. Vanaf nu moet het streven worden vertaald in concrete activiteiten. Van ambitie naar actie.

[...]

De Eerstelijns, oktober 2016 – Werk maken van persoonsgerichte zorg. Die ambitie zijn InEen en haar leden eind september overeengekomen tijdens een tweedaags congres van de brancheorganisatie in St. Michielsgestel. Vanaf nu moet het streven worden vertaald in concrete activiteiten. Van ambitie naar actie.

Gezonde leefstijl en bewonersparticipatie in de Schilderswijk

30 september 2016


leefstijlEen gezonde leefstijl maakt ons gezonder: makkelijk gezegd en moeilijk gedaan. In de Haagse Schilderswijk loopt een traject waarin professionals en wijkbewoners samen oplossingsrichtingen zoeken: de Gezondheidsdialoog. Paul Uitewaal, initiatiefnemer en huisarts bij gezondheidscentrum De Rubenshoek: ‘Mensen willen graag anders, maar zitten gebakken in een situatie waar ze moeilijk uit kunnen komen.’

‘De basis is altijd leefstijl, zeker bij mensen die chronisch ziek zijn. Maar leefstijladviezen zijn moeilijk’, zegt Uitewaal, ‘terwijl je daar echt het verschil kunt maken.’ Hij stelt vast dat huisartsen slecht toegerust zijn. Het ontbreekt hen aan zowel technieken als tijd en dat geldt – een beetje tot zijn verbazing – ook voor de POH. Die heeft daarvoor weliswaar de opleiding, maar eveneens een groot gebrek aan tijd. ‘Tegelijkertijd’, zegt Uitewaal, ‘kun je met mensen praten tot de blaren op je tong staan, maar uiteindelijk moeten ze het zelf doen, zelf gaan voelen dat het hun eigen verantwoordelijkheid is.’

In de Rubenshoek zorgde dit inzicht een paar jaar terug voor een omslag. Men besefte dat er met de wijkbewoners zelf gepraat moest worden. Juist ook in de Schilderswijk, waar een hoog percentage inwoners een niet-westerse achtergrond heeft en een zwakke sociaaleconomische status. Uit onderzoek weten we dat in deze groepen het aantal chronische zieken hoog is en dat mensen niet automatisch de neiging hebben om zelf aan de slag te gaan.

In samenspraak met de GGD en de welzijnsorganisatie Zebra kwam het tot focusgesprekken, om te beginnen met de (grote) Turkse bevolkingsgroep in de wijk. Hoe denken zij over hun leefstijl? Wat zien zij als hun belangrijkste probleem met betrekking tot gezondheid? Verrassend genoeg bleken professionals en wijkbewoners het eens te zijn over de waarde van gezonde voeding, meer bewegen en een gezonde levensstijl. Ook in latere gespreksrondes werd dit bevestigd. ‘Dat hoeven we dus niet meer duidelijk te maken’, aldus Uitewaal. Als belangrijkste probleem en oorzaak van veel gezondheidsklachten, wordt stress genoemd.

De volgende stap is met de verschillende bewonersgroepen te praten over passende oplossingsrichtingen. Welke programma’s en activiteiten zijn zinvol en spreken de doelgroep aan? Het blijkt een weg van vallen en opstaan. ‘Mensen vinden het lastig om boven hun eigen situatie uit te stijgen en zien vooral waarom zij het zelf niet kunnen. Ik kan toch geen eten weigeren als ik bij anderen ben? Ik kan niet anders gaan koken, want mijn gezin wil dit. Het is te moeilijk om goede strategieën te bedenken.’ Omdat veel oorzaken voor stress (schulden, werk, relatie, opvoeding) buiten het bereik van de huisarts liggen, verschuift het accent in het project gaandeweg richting de welzijnsorganisatie Zebra. Ook de ROS Lijn1 is inmiddels aangehaakt, onder andere om te adviseren over manieren om de dialoog met de wijk verder vorm te geven. Zo wordt nu gesproken over het opzetten van een wijknetwerk.

Eind september vindt er weer een wijkgesprek plaats. Waar halen Uitewaal en zijn collega’s de motivatie vandaan om door te gaan? ‘Onze onderlinge gesprekken zijn elke keer stimulerend en we geloven nog steeds dat het kan. Als het lukt om een actief netwerk te creëren met een groot bereik, ook onder kwetsbare wijkbewoners, dan hebben we iets heel goeds in handen!’ Uitewaal: ‘Je hoort wel dat mensen gewoon niet willen, dat het geen zin heeft. Gevoelsmatig was ik het daar al nooit mee eens en de Gezondheidsdialoog onderbouwt dat. Mensen zien heel duidelijk het probleem, ze willen graag anders, maar zitten gebakken in een situatie waar ze moeilijk uit kunnen komen.’

Meer informatie bij Paul Uitewaal.

 

[...]


leefstijlEen gezonde leefstijl maakt ons gezonder: makkelijk gezegd en moeilijk gedaan. In de Haagse Schilderswijk loopt een traject waarin professionals en wijkbewoners samen oplossingsrichtingen zoeken: de Gezondheidsdialoog. Paul Uitewaal, initiatiefnemer en huisarts bij gezondheidscentrum De Rubenshoek: ‘Mensen willen graag anders, maar zitten gebakken in een situatie waar ze moeilijk uit kunnen komen.’

‘De basis is altijd leefstijl, zeker bij mensen die chronisch ziek zijn. Maar leefstijladviezen zijn moeilijk’, zegt Uitewaal, ‘terwijl je daar echt het verschil kunt maken.’ Hij stelt vast dat huisartsen slecht toegerust zijn. Het ontbreekt hen aan zowel technieken als tijd en dat geldt – een beetje tot zijn verbazing – ook voor de POH. Die heeft daarvoor weliswaar de opleiding, maar eveneens een groot gebrek aan tijd. ‘Tegelijkertijd’, zegt Uitewaal, ‘kun je met mensen praten tot de blaren op je tong staan, maar uiteindelijk moeten ze het zelf doen, zelf gaan voelen dat het hun eigen verantwoordelijkheid is.’

In de Rubenshoek zorgde dit inzicht een paar jaar terug voor een omslag. Men besefte dat er met de wijkbewoners zelf gepraat moest worden. Juist ook in de Schilderswijk, waar een hoog percentage inwoners een niet-westerse achtergrond heeft en een zwakke sociaaleconomische status. Uit onderzoek weten we dat in deze groepen het aantal chronische zieken hoog is en dat mensen niet automatisch de neiging hebben om zelf aan de slag te gaan.

In samenspraak met de GGD en de welzijnsorganisatie Zebra kwam het tot focusgesprekken, om te beginnen met de (grote) Turkse bevolkingsgroep in de wijk. Hoe denken zij over hun leefstijl? Wat zien zij als hun belangrijkste probleem met betrekking tot gezondheid? Verrassend genoeg bleken professionals en wijkbewoners het eens te zijn over de waarde van gezonde voeding, meer bewegen en een gezonde levensstijl. Ook in latere gespreksrondes werd dit bevestigd. ‘Dat hoeven we dus niet meer duidelijk te maken’, aldus Uitewaal. Als belangrijkste probleem en oorzaak van veel gezondheidsklachten, wordt stress genoemd.

De volgende stap is met de verschillende bewonersgroepen te praten over passende oplossingsrichtingen. Welke programma’s en activiteiten zijn zinvol en spreken de doelgroep aan? Het blijkt een weg van vallen en opstaan. ‘Mensen vinden het lastig om boven hun eigen situatie uit te stijgen en zien vooral waarom zij het zelf niet kunnen. Ik kan toch geen eten weigeren als ik bij anderen ben? Ik kan niet anders gaan koken, want mijn gezin wil dit. Het is te moeilijk om goede strategieën te bedenken.’ Omdat veel oorzaken voor stress (schulden, werk, relatie, opvoeding) buiten het bereik van de huisarts liggen, verschuift het accent in het project gaandeweg richting de welzijnsorganisatie Zebra. Ook de ROS Lijn1 is inmiddels aangehaakt, onder andere om te adviseren over manieren om de dialoog met de wijk verder vorm te geven. Zo wordt nu gesproken over het opzetten van een wijknetwerk.

Eind september vindt er weer een wijkgesprek plaats. Waar halen Uitewaal en zijn collega’s de motivatie vandaan om door te gaan? ‘Onze onderlinge gesprekken zijn elke keer stimulerend en we geloven nog steeds dat het kan. Als het lukt om een actief netwerk te creëren met een groot bereik, ook onder kwetsbare wijkbewoners, dan hebben we iets heel goeds in handen!’ Uitewaal: ‘Je hoort wel dat mensen gewoon niet willen, dat het geen zin heeft. Gevoelsmatig was ik het daar al nooit mee eens en de Gezondheidsdialoog onderbouwt dat. Mensen zien heel duidelijk het probleem, ze willen graag anders, maar zitten gebakken in een situatie waar ze moeilijk uit kunnen komen.’

Meer informatie bij Paul Uitewaal.

 

Voorbeelden van zelfzorg in Noord-Holland

30 mei 2016

Graag attenderen we jullie op het tweede online magazine van ZONH dat onlangs verscheen. Het staat boordevol voorbeelden van zelfzorg bij het oplossen en voorkomen van incidentele gezondheidsproblemen. Interessant is dat het onderwerp vanuit verschillende partijen wordt belicht: gemeente, zorgverzekeraar, patiënten en ook huisartsen.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 27 mei 2016.

[...]

Graag attenderen we jullie op het tweede online magazine van ZONH dat onlangs verscheen. Het staat boordevol voorbeelden van zelfzorg bij het oplossen en voorkomen van incidentele gezondheidsproblemen. Interessant is dat het onderwerp vanuit verschillende partijen wordt belicht: gemeente, zorgverzekeraar, patiënten en ook huisartsen.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 27 mei 2016.

Een gezonde praktijk als basis voor goede samenwerking

26 mei 2016


De-Gezonde-PraktijkMet de Zorgondernemersscan van De Gezonde Praktijk, een initiatief van Caransscoop en Progez, kunnen zorgondernemers hun ondernemerschap toetsen. De Zorgondernemersscan is een van de middelen waarmee zorgverleners hun praktijk zo gezond en effectief mogelijk kunnen laten functioneren. Daarnaast biedt De Gezonde Praktijk workshops, coaching, intervisie en een praktijkscan (gericht op zorgaanbod en populatie).

‘Zorgverleners zijn zich vaak niet bewust dat ze ook ondernemer zijn. Ze voelen zich vooral zorgverlener’, zegt Boy Zwartjes adviseur bij Caransscoop. De blinde vlek kan leiden tot het onvoldoende inzetten van sterke en zwakke kanten. De scan biedt een moment van reflectie en geeft impulsen voor verbetering. Onlangs gingen de ROS’en Caransscoop en Progez een bestuurlijke fusie aan. Alle activiteiten gericht op de ondernemerskant van de praktijken zijn gebundeld in De Gezonde Praktijk. ‘Ons uitgangspunt is’, aldus Zwartjes, ‘dat een gezonde praktijk de beste basis is voor goede samenwerking, zowel in de praktijk als daarbuiten. Met De Gezonde Praktijk willen we deze samenwerking faciliteren.’

De Zorgondernemersscan is ontwikkeld in samenwerking met Entrepeneur Consultancy die een dergelijke scan eerder ontwikkelde voor het MKB. Wat maakt een zorgondernemer specifiek? Zwartjes: ‘Een verschil zit bijvoorbeeld in de financieringsstructuur. De risicobereidheid van de zorgondernemer zit anders in elkaar. Ook werken zorgondernemers anders met elkaar samen. We hebben daarom in de Zorgondernemersscan de competentie samenwerken toegevoegd. In de zorg gaat het bijvoorbeeld veel sterker over kwaliteit en inhoud dan over resultaten halen.’

De scan bestaat uit een valide wetenschappelijk onderbouwde vragenlijst, een analyse en een gesprek. De mogelijkheid van wederzijdse feedback met een collega (360 graden feedback) is ingebouwd en ook een teamanalyse is mogelijk. Zwartjes: ‘We bouwen het gesprek op via de methode data-dialoog-doen. Vanuit de resultaten van de scan gaan we het gesprek aan en dat leidt bijna altijd tot leerdoelen. Het is aan de zorgverlener om hier actie in te ondernemen.’ De scan richt zich op de kwaliteiten, de eigenschappen, de competenties en de denkstijlen van de ondernemer. Een leerdoel kan zijn dat je bepaalde dingen beter aan een collega kunt overlaten. Of hoe je beter kunt netwerken.’ Ook de teamscan, zegt Zwartjes, is leerzaam. ‘De scan laat mooi ieders kwaliteiten in het team zien. Als die teveel op elkaar lijken, kom je misschien ergens iets tekort.’ Desgewenst kunnen deelnemers bij De Gezonde Praktijk aanvullende scholing doen.

In de nieuwsbrief die De Gezonde Praktijk in april heeft verspreid, vertellen zorgverleners over hun ervaringen met de scan. Meer informatie: Boy Zwartjes (Caransscoop) en Anniek Appelman (Progez).

[...]


De-Gezonde-PraktijkMet de Zorgondernemersscan van De Gezonde Praktijk, een initiatief van Caransscoop en Progez, kunnen zorgondernemers hun ondernemerschap toetsen. De Zorgondernemersscan is een van de middelen waarmee zorgverleners hun praktijk zo gezond en effectief mogelijk kunnen laten functioneren. Daarnaast biedt De Gezonde Praktijk workshops, coaching, intervisie en een praktijkscan (gericht op zorgaanbod en populatie).

‘Zorgverleners zijn zich vaak niet bewust dat ze ook ondernemer zijn. Ze voelen zich vooral zorgverlener’, zegt Boy Zwartjes adviseur bij Caransscoop. De blinde vlek kan leiden tot het onvoldoende inzetten van sterke en zwakke kanten. De scan biedt een moment van reflectie en geeft impulsen voor verbetering. Onlangs gingen de ROS’en Caransscoop en Progez een bestuurlijke fusie aan. Alle activiteiten gericht op de ondernemerskant van de praktijken zijn gebundeld in De Gezonde Praktijk. ‘Ons uitgangspunt is’, aldus Zwartjes, ‘dat een gezonde praktijk de beste basis is voor goede samenwerking, zowel in de praktijk als daarbuiten. Met De Gezonde Praktijk willen we deze samenwerking faciliteren.’

De Zorgondernemersscan is ontwikkeld in samenwerking met Entrepeneur Consultancy die een dergelijke scan eerder ontwikkelde voor het MKB. Wat maakt een zorgondernemer specifiek? Zwartjes: ‘Een verschil zit bijvoorbeeld in de financieringsstructuur. De risicobereidheid van de zorgondernemer zit anders in elkaar. Ook werken zorgondernemers anders met elkaar samen. We hebben daarom in de Zorgondernemersscan de competentie samenwerken toegevoegd. In de zorg gaat het bijvoorbeeld veel sterker over kwaliteit en inhoud dan over resultaten halen.’

De scan bestaat uit een valide wetenschappelijk onderbouwde vragenlijst, een analyse en een gesprek. De mogelijkheid van wederzijdse feedback met een collega (360 graden feedback) is ingebouwd en ook een teamanalyse is mogelijk. Zwartjes: ‘We bouwen het gesprek op via de methode data-dialoog-doen. Vanuit de resultaten van de scan gaan we het gesprek aan en dat leidt bijna altijd tot leerdoelen. Het is aan de zorgverlener om hier actie in te ondernemen.’ De scan richt zich op de kwaliteiten, de eigenschappen, de competenties en de denkstijlen van de ondernemer. Een leerdoel kan zijn dat je bepaalde dingen beter aan een collega kunt overlaten. Of hoe je beter kunt netwerken.’ Ook de teamscan, zegt Zwartjes, is leerzaam. ‘De scan laat mooi ieders kwaliteiten in het team zien. Als die teveel op elkaar lijken, kom je misschien ergens iets tekort.’ Desgewenst kunnen deelnemers bij De Gezonde Praktijk aanvullende scholing doen.

In de nieuwsbrief die De Gezonde Praktijk in april heeft verspreid, vertellen zorgverleners over hun ervaringen met de scan. Meer informatie: Boy Zwartjes (Caransscoop) en Anniek Appelman (Progez).

Zorg voor kwetsbare ouderen: kijken met nieuwe ogen

26 mei 2016


handHet vormgeven van zorgprogramma’s voor de groeiende groep kwetsbare ouderen staat in Nederland hoog op de agenda. Samen met de partijen van het Bestuurlijk Akkoord Huisartsenzorg wil InEen hieraan een impuls geven. Eerder gaven we de zorggroep Diamuraal in de regio Eemland, de zorggroep Huisartsen Zorg Noord Kennemerland (HZNK) en de ROS Friesland het woord. Deze maand richten we de blik op zuidoost Brabant waar drie organisaties – de zorggroepen POZOB en DOH en de gezondheidscentra SGE – in het project Kompleet een ketenzorgprogramma voor kwetsbare ouderen ontwikkelen en uitvoeren.

‘Ons belangrijkste vertrekpunt was dat de oudere zelf, alleen of samen met de mantelzorger, in het zorgproces de lead moest krijgen’, zegt Rolf van den Bogaerde, huisarts/kaderhuisarts ouderen geneeskunde bij DOH. ‘De kwetsbare oudere is immers bij uitstek iemand die de regie over zijn leven aan het verliezen is en daarbij ondersteund moet worden.’ Kompleet ging, gefinancierd door ZonMw, in 2011 van start op initiatief van POZOB. DOH, en iets later ook SGE, sloten zich aan. Alle drie begrepen dat het netwerk rondom de kwetsbare oudere te veelomvattend is om het alleen of met een enkele partner te kunnen redden. ‘Het gaat bovendien over cure én care. Het kan voor de oudere belangrijker zijn dat er bijvoorbeeld een wekelijks uitje wordt georganiseerd, dan dat de suiker optimaal is gereguleerd, uiteraard met in achtneming van de medische grenzen.’

‘Kijken met nieuwe ogen’ noemt Van den Bogaerde de aanpak van Kompleet, waarbij in de eerste plaats functioneel wordt gekeken in plaats van louter probleemoplossend. En dat kan alleen, zegt hij, als je héél goed luistert naar de wensen en overwegingen van de oudere zelf. Daarom doen in zuidoost Brabant de ouderen en hun mantelzorgers mee aan het MDO (multidisciplinair overleg). Vooraf krijgen ze een vragenlijst thuisgestuurd. De voor de patiënt en mantelzorger belangrijke items worden tijdens het MDO meegenomen in het op basis van een vragenlijst (TRAZAG) opgestelde concept-zorgplan. Van den Bogaerde: ‘De tevredenheid over deze aanpak is groot. De ouderen merken dat ze beter overzicht hebben over wat er speelt. Ze zien wie er allemaal betrokken is en dat deze mensen ook onderling afstemmen. Daardoor snappen ze beter wie wat doet. En in feite geldt dat allemaal precies zo voor de zorgverleners.’ De aandacht voor care is voor ouderen een groot pluspunt. ‘Misschien is de care in de kwetsbare ouderenzorg wel een groter probleem dan het medische aspect’, aldus Van den Bogaerde.

Het ketenzorgprogramma wordt momenteel na een pilotperiode uitgerold in de drie deelnemende organisaties. De zorg en het zorgproces zijn omschreven in een protocol; de eisen waaraan de praktijken moeten voldoen zijn daarmee duidelijk. Een voorwaarde is bijvoorbeeld dat elk MDO wordt bijgewoond door een specialist ouderengeneeskunde, naast de huisarts, de POH, de wijkverpleegkundige en de oudere zelf. Afgesproken is dat voor nieuwe patiënten tweemaal per jaar een MDO plaats vindt, voor patiënten die al wat langer meedoen kan één keer voldoende zijn. Ook een jaarlijkse medicatie-review met de apotheker vormt een vast programmaonderdeel. De inclusie vindt plaats op basis van casefinding in het eerstelijns kernteam waarin de ketenpartners verenigd zijn. Van den Bogaerde: ‘Het is al met al een forse taak, wat betekent dat de inclusie van patiënten zorgvuldig moet zijn. Als praktijk heb je er geen baat bij om 70 mensen aan te melden, nog los van het feit dat de ouderen en mantelzorgers zelf echt gemotiveerd moeten zijn. We gaan nu uit van gemiddeld 1% per praktijk. In een normpraktijk praat je dan over zo’n 25 patiënten.’

In zijn eigen praktijk blokt Van den Bogaerde maandelijks een dagdeel voor MDO’s, daarnaast zijn er voorbesprekingen en elke twee weken is er een netwerkbijeenkomst waarin met de overige eerstelijns zorgverleners wordt afgestemd: welzijn, wijkverpleegkundigen, politie, maatschappelijk werk, gemeente, fysiotherapeuten, ergotherapeuten, dementiebegeleiders. ‘Tijdens zo’n bijeenkomst zoeken we elkaar op, één, twee, soms drie partners bij elkaar, bespreken een casus en gaan door met de volgende.’ Een webbased digitaal systeem faciliteert de informatieoverdracht en afstemming. ‘De huisarts en de POH zijn dossierhouder, maar alle andere hulpverleners hebben – met restricties natuurlijk en alleen na toestemming van de oudere – ook toegang en kennen dus het individueel zorgplan.’ De aansluiting bij de andere zorgprogramma’s is naadloos. ‘Ook die uitslagen en bevindingen zijn meteen beschikbaar in het complexe ouderentraject’, aldus Van den Bogaerde.

Het ouderenprogramma staat, maar is niet klaar. De financiering gebeurt bij wijze van proef in een DBC die valt onder de reguliere populatiebekostiging. Of dit uiteindelijk dekkend is moet nog blijken. Van den Bogaerde spreekt over een ongoing project. ‘We zitten nog middenin het implementatietraject en zijn bezig de automatisering verder te verfijnen. Essentieel is dat we gaan ervaren dat de oudere met goede en verantwoorde zorg in de eerste lijn thuis kan blijven ondanks de complexiteit van de problematiek en dat dit goed wordt gemonitord. En levert het ook financieel wat op? We verwachten dat zeker, maar dat meetbaar maken, wordt nog een hele uitdaging.’

[...]


handHet vormgeven van zorgprogramma’s voor de groeiende groep kwetsbare ouderen staat in Nederland hoog op de agenda. Samen met de partijen van het Bestuurlijk Akkoord Huisartsenzorg wil InEen hieraan een impuls geven. Eerder gaven we de zorggroep Diamuraal in de regio Eemland, de zorggroep Huisartsen Zorg Noord Kennemerland (HZNK) en de ROS Friesland het woord. Deze maand richten we de blik op zuidoost Brabant waar drie organisaties – de zorggroepen POZOB en DOH en de gezondheidscentra SGE – in het project Kompleet een ketenzorgprogramma voor kwetsbare ouderen ontwikkelen en uitvoeren.

‘Ons belangrijkste vertrekpunt was dat de oudere zelf, alleen of samen met de mantelzorger, in het zorgproces de lead moest krijgen’, zegt Rolf van den Bogaerde, huisarts/kaderhuisarts ouderen geneeskunde bij DOH. ‘De kwetsbare oudere is immers bij uitstek iemand die de regie over zijn leven aan het verliezen is en daarbij ondersteund moet worden.’ Kompleet ging, gefinancierd door ZonMw, in 2011 van start op initiatief van POZOB. DOH, en iets later ook SGE, sloten zich aan. Alle drie begrepen dat het netwerk rondom de kwetsbare oudere te veelomvattend is om het alleen of met een enkele partner te kunnen redden. ‘Het gaat bovendien over cure én care. Het kan voor de oudere belangrijker zijn dat er bijvoorbeeld een wekelijks uitje wordt georganiseerd, dan dat de suiker optimaal is gereguleerd, uiteraard met in achtneming van de medische grenzen.’

‘Kijken met nieuwe ogen’ noemt Van den Bogaerde de aanpak van Kompleet, waarbij in de eerste plaats functioneel wordt gekeken in plaats van louter probleemoplossend. En dat kan alleen, zegt hij, als je héél goed luistert naar de wensen en overwegingen van de oudere zelf. Daarom doen in zuidoost Brabant de ouderen en hun mantelzorgers mee aan het MDO (multidisciplinair overleg). Vooraf krijgen ze een vragenlijst thuisgestuurd. De voor de patiënt en mantelzorger belangrijke items worden tijdens het MDO meegenomen in het op basis van een vragenlijst (TRAZAG) opgestelde concept-zorgplan. Van den Bogaerde: ‘De tevredenheid over deze aanpak is groot. De ouderen merken dat ze beter overzicht hebben over wat er speelt. Ze zien wie er allemaal betrokken is en dat deze mensen ook onderling afstemmen. Daardoor snappen ze beter wie wat doet. En in feite geldt dat allemaal precies zo voor de zorgverleners.’ De aandacht voor care is voor ouderen een groot pluspunt. ‘Misschien is de care in de kwetsbare ouderenzorg wel een groter probleem dan het medische aspect’, aldus Van den Bogaerde.

Het ketenzorgprogramma wordt momenteel na een pilotperiode uitgerold in de drie deelnemende organisaties. De zorg en het zorgproces zijn omschreven in een protocol; de eisen waaraan de praktijken moeten voldoen zijn daarmee duidelijk. Een voorwaarde is bijvoorbeeld dat elk MDO wordt bijgewoond door een specialist ouderengeneeskunde, naast de huisarts, de POH, de wijkverpleegkundige en de oudere zelf. Afgesproken is dat voor nieuwe patiënten tweemaal per jaar een MDO plaats vindt, voor patiënten die al wat langer meedoen kan één keer voldoende zijn. Ook een jaarlijkse medicatie-review met de apotheker vormt een vast programmaonderdeel. De inclusie vindt plaats op basis van casefinding in het eerstelijns kernteam waarin de ketenpartners verenigd zijn. Van den Bogaerde: ‘Het is al met al een forse taak, wat betekent dat de inclusie van patiënten zorgvuldig moet zijn. Als praktijk heb je er geen baat bij om 70 mensen aan te melden, nog los van het feit dat de ouderen en mantelzorgers zelf echt gemotiveerd moeten zijn. We gaan nu uit van gemiddeld 1% per praktijk. In een normpraktijk praat je dan over zo’n 25 patiënten.’

In zijn eigen praktijk blokt Van den Bogaerde maandelijks een dagdeel voor MDO’s, daarnaast zijn er voorbesprekingen en elke twee weken is er een netwerkbijeenkomst waarin met de overige eerstelijns zorgverleners wordt afgestemd: welzijn, wijkverpleegkundigen, politie, maatschappelijk werk, gemeente, fysiotherapeuten, ergotherapeuten, dementiebegeleiders. ‘Tijdens zo’n bijeenkomst zoeken we elkaar op, één, twee, soms drie partners bij elkaar, bespreken een casus en gaan door met de volgende.’ Een webbased digitaal systeem faciliteert de informatieoverdracht en afstemming. ‘De huisarts en de POH zijn dossierhouder, maar alle andere hulpverleners hebben – met restricties natuurlijk en alleen na toestemming van de oudere – ook toegang en kennen dus het individueel zorgplan.’ De aansluiting bij de andere zorgprogramma’s is naadloos. ‘Ook die uitslagen en bevindingen zijn meteen beschikbaar in het complexe ouderentraject’, aldus Van den Bogaerde.

Het ouderenprogramma staat, maar is niet klaar. De financiering gebeurt bij wijze van proef in een DBC die valt onder de reguliere populatiebekostiging. Of dit uiteindelijk dekkend is moet nog blijken. Van den Bogaerde spreekt over een ongoing project. ‘We zitten nog middenin het implementatietraject en zijn bezig de automatisering verder te verfijnen. Essentieel is dat we gaan ervaren dat de oudere met goede en verantwoorde zorg in de eerste lijn thuis kan blijven ondanks de complexiteit van de problematiek en dat dit goed wordt gemonitord. En levert het ook financieel wat op? We verwachten dat zeker, maar dat meetbaar maken, wordt nog een hele uitdaging.’

Wind mee voor de Kop

28 april 2016

windIn de Kop van Noord-Holland zijn huisartsenzorg, ziekenhuis, ouderenzorg, dementiezorg, ggz, jeugd-ggz, jeugdzorg, welzijnswerk, gemeenten, verstandelijk gehandicaptenzorg, verslavingszorg, en GGD een gezamenlijk commitment aangegaan. Samen werken ze het komende jaar aan agenda voor de toekomst van zorg en welzijn en verkennen ze oplossingen voor de problemen die de Kop van Noord-Holland als anticipeerregio te wachten staan. Op 6 april is in aanwezigheid van minister Schippers een belangrijke stap gezet op weg naar een gezamenlijke visie op de opgave kwalitatief goede zorg beschikbaar en toegankelijk te houden. De ROS ZONH bereidde het werkbezoek. Programma-manager Meike Hornstra: `Er is breed draagvlak ontstaan en een gedeeld besef van urgentie.`

Hornstra: ‘Toen we als ZONH de vraag kregen het werkbezoek van de minister voor te bereiden, hebben we meteen gezegd dat het ook meerwaarde zou moeten hebben voor de regio. Hornstra stelde daarom een voorbereidingsgroep samen met per segment een vertegenwoordiger die niet alleen terugkoppelde naar de eigen organisaties, maar naar het hele segment. Zo ontstond breed draagvlak. Natuurlijk, aldus Hornstra, had de komst van de minister de nodige aanzuigende werking.

De Kop van Noord-Holland is een zogenaamde anticipeerregio. Hornstra: ‘We krijgen meer dan gemiddeld te maken met vergrijzing en ontgroening. Dat wil zeggen een toenemende zorgvraag en afname van middelen en menskracht. Om te voorkomen dat het verschil daartussen te groot wordt, zijn er maatregelen nodig.’ In een bestuurlijke voorbereidingsbijeenkomst werden drie thema’s met relevantie voor alle partijen vastgesteld: 1. continuïteit van beschikbaarheid van voorzieningen, 2. de beschikbaarheid van hoog gekwalificeerd personeel en 3. diversiteit in relatie tot een relatief kleine populatie.

Voor elk thema zijn tijdens de werkconferentie prioriteiten bepaald. Ook is gesproken over oplossingsrichtingen die de groei van de zorgvraag kunnen afremmen en het tekort aan mensen en middelen kunnen opvangen. Begrippen als ‘meedoen’ (elke burger draagt naar vermogen bij aan de samenleving) en ‘positieve gezondheid’ (focus op gezondheid en het vergroten van veerkracht) spelen hierin een grote rol. Hornstra: ‘Het landelijke beleid om zorg te verschuiven van tweede naar eerste en van eerste naar nulde lijn wordt in onze regio als heel belangrijk gezien. Het helpt de professionele zorginzet te beperken tot situaties waarin dit echt noodzakelijk is.’ De afname van mensen en middelen is, zegt ze, vooral een maatschappelijk vraagstuk. ‘Dat gaat over het beter benutten van het potentieel van de samenleving. De gemeenten hebben daarin een belangrijke taak, denk aan arbeidsmarktbeleid, mensen binden aan de regio, maar ook het aantrekkelijker maken van mantelzorg en het opleiden van vrijwilligers.’

Hornstra: ‘Met de minister hebben we het onder andere gehad over ons ziekenhuis dat door de relatief kleine populatie in onze regio gevoelig is. Neem de 24/7 spoedzorg. Die is moeilijk te organiseren. Waar Randstedelijke ziekenhuizen overlopen, hebben we in Den Helder soms maar een paar mensen per nacht.’ Een discussiepunt vormde ook de complexe regelgeving die als gevolg van de stelselwijzigingen is ontstaan. In dit verband attendeerde de minister op het recent opgerichte Praktijkteam Zorg op de juiste plek, dat vanuit VWS regio’s en organisatie adviseert over het inzetten van oplossingen en regelgeving.

Hornstra: ‘Misschien wel de grootste opbrengst van de werkconferentie is dat er een gezamenlijk besef van urgentie is ontstaan. De hele regio is ervan doordrongen dat we nú iets moeten doen. Ook is er een sterke roep om een overkoepelende koers die voor iedereen richting geeft, maar ook ruimte laat voor eigen invulling. Er zijn al veel initiatieven, maar de samenhang kan nog beter. Nu is het besef ontstaan dat als we iets meer samenhang aanbrengen we veel krachtiger kunnen anticiperen. Mensen willen dit echt samen oppakken.

Op de website van ZONH staat een samenvatting van de werkconferentie met meer inhoudelijke informatie over de thema’s en de prioriteiten die zijn gesteld.

[...]

windIn de Kop van Noord-Holland zijn huisartsenzorg, ziekenhuis, ouderenzorg, dementiezorg, ggz, jeugd-ggz, jeugdzorg, welzijnswerk, gemeenten, verstandelijk gehandicaptenzorg, verslavingszorg, en GGD een gezamenlijk commitment aangegaan. Samen werken ze het komende jaar aan agenda voor de toekomst van zorg en welzijn en verkennen ze oplossingen voor de problemen die de Kop van Noord-Holland als anticipeerregio te wachten staan. Op 6 april is in aanwezigheid van minister Schippers een belangrijke stap gezet op weg naar een gezamenlijke visie op de opgave kwalitatief goede zorg beschikbaar en toegankelijk te houden. De ROS ZONH bereidde het werkbezoek. Programma-manager Meike Hornstra: `Er is breed draagvlak ontstaan en een gedeeld besef van urgentie.`

Hornstra: ‘Toen we als ZONH de vraag kregen het werkbezoek van de minister voor te bereiden, hebben we meteen gezegd dat het ook meerwaarde zou moeten hebben voor de regio. Hornstra stelde daarom een voorbereidingsgroep samen met per segment een vertegenwoordiger die niet alleen terugkoppelde naar de eigen organisaties, maar naar het hele segment. Zo ontstond breed draagvlak. Natuurlijk, aldus Hornstra, had de komst van de minister de nodige aanzuigende werking.

De Kop van Noord-Holland is een zogenaamde anticipeerregio. Hornstra: ‘We krijgen meer dan gemiddeld te maken met vergrijzing en ontgroening. Dat wil zeggen een toenemende zorgvraag en afname van middelen en menskracht. Om te voorkomen dat het verschil daartussen te groot wordt, zijn er maatregelen nodig.’ In een bestuurlijke voorbereidingsbijeenkomst werden drie thema’s met relevantie voor alle partijen vastgesteld: 1. continuïteit van beschikbaarheid van voorzieningen, 2. de beschikbaarheid van hoog gekwalificeerd personeel en 3. diversiteit in relatie tot een relatief kleine populatie.

Voor elk thema zijn tijdens de werkconferentie prioriteiten bepaald. Ook is gesproken over oplossingsrichtingen die de groei van de zorgvraag kunnen afremmen en het tekort aan mensen en middelen kunnen opvangen. Begrippen als ‘meedoen’ (elke burger draagt naar vermogen bij aan de samenleving) en ‘positieve gezondheid’ (focus op gezondheid en het vergroten van veerkracht) spelen hierin een grote rol. Hornstra: ‘Het landelijke beleid om zorg te verschuiven van tweede naar eerste en van eerste naar nulde lijn wordt in onze regio als heel belangrijk gezien. Het helpt de professionele zorginzet te beperken tot situaties waarin dit echt noodzakelijk is.’ De afname van mensen en middelen is, zegt ze, vooral een maatschappelijk vraagstuk. ‘Dat gaat over het beter benutten van het potentieel van de samenleving. De gemeenten hebben daarin een belangrijke taak, denk aan arbeidsmarktbeleid, mensen binden aan de regio, maar ook het aantrekkelijker maken van mantelzorg en het opleiden van vrijwilligers.’

Hornstra: ‘Met de minister hebben we het onder andere gehad over ons ziekenhuis dat door de relatief kleine populatie in onze regio gevoelig is. Neem de 24/7 spoedzorg. Die is moeilijk te organiseren. Waar Randstedelijke ziekenhuizen overlopen, hebben we in Den Helder soms maar een paar mensen per nacht.’ Een discussiepunt vormde ook de complexe regelgeving die als gevolg van de stelselwijzigingen is ontstaan. In dit verband attendeerde de minister op het recent opgerichte Praktijkteam Zorg op de juiste plek, dat vanuit VWS regio’s en organisatie adviseert over het inzetten van oplossingen en regelgeving.

Hornstra: ‘Misschien wel de grootste opbrengst van de werkconferentie is dat er een gezamenlijk besef van urgentie is ontstaan. De hele regio is ervan doordrongen dat we nú iets moeten doen. Ook is er een sterke roep om een overkoepelende koers die voor iedereen richting geeft, maar ook ruimte laat voor eigen invulling. Er zijn al veel initiatieven, maar de samenhang kan nog beter. Nu is het besef ontstaan dat als we iets meer samenhang aanbrengen we veel krachtiger kunnen anticiperen. Mensen willen dit echt samen oppakken.

Op de website van ZONH staat een samenvatting van de werkconferentie met meer inhoudelijke informatie over de thema’s en de prioriteiten die zijn gesteld.

Fusie Caransscoop en Progez

22 maart 2016

In oost-Nederland hebben de ROS’en Caransscoop en Progez de krachten gebundeld. Afgelopen dinsdag stemden de Raden van Toezicht in met een bestuurlijke fusie. De nieuwe organisatie (werkgebied 2,2 miljoen inwoners) blijft per regio werken met kleinschalige advies- en projectteams voor een goede aansluiting op lokale en regionale vraagstukken. Enerzijds creeert de fusie meer ruimte voor de ontwikkeling van (innovatieve) producten en diensten voor de regio’s. Anderzijds levert de fusie een besparing op in de bedrijfsvoering. Dit sluit helemaal aan bij de ambities die zijn neergelegd in het position paper dat het ROS-netwerk met steun van InEen heeft opgesteld. Lees ook het persbericht.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 18 maart 2016.

[...]

In oost-Nederland hebben de ROS’en Caransscoop en Progez de krachten gebundeld. Afgelopen dinsdag stemden de Raden van Toezicht in met een bestuurlijke fusie. De nieuwe organisatie (werkgebied 2,2 miljoen inwoners) blijft per regio werken met kleinschalige advies- en projectteams voor een goede aansluiting op lokale en regionale vraagstukken. Enerzijds creeert de fusie meer ruimte voor de ontwikkeling van (innovatieve) producten en diensten voor de regio’s. Anderzijds levert de fusie een besparing op in de bedrijfsvoering. Dit sluit helemaal aan bij de ambities die zijn neergelegd in het position paper dat het ROS-netwerk met steun van InEen heeft opgesteld. Lees ook het persbericht.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 18 maart 2016.

Debby de Jongste (Lijn 1): ‘Samenwerken lukt alleen als er energie is van mensen’

28 januari 2016

DebbySamenwerken is in de eerstelijnszorg het sleutelwoord deze dagen. Onderling, maar ook over de domeinen heen. Hoe te zorgen dat al die samenwerking werkelijk leidt tot de gewenste duurzame en wijkgerichte zorg? Het antwoord van Debby de Jongste, directeur van de ROS Haaglanden, Lijn 1, luidt: wees kritisch en volg je hart.

Niet samenwerken om het samenwerken en of omdat een zorgverlener geld beschikbaar heeft, zegt De Jongste. ‘Samenwerken begint bij het hart. Dat klinkt vaag, maar als Lijn 1 willen we terug naar de passie van de professional. Wat we zeggen is: kijk om je heen, wat speelt er in jouw wijk, wat vind jij belangrijk, waar wil je energie in steken en met wie wil je dat doen? Ga dicht bij jezelf zitten. Zo krijg je energie en dynamiek tussen mensen en is samenwerking mogelijk.’

Lijn 1 ziet het als haar rol om deze dynamiek tussen mensen te stimuleren. De ROS wacht niet af tot een onderwerp zelf komt aanbellen. In de vele gesprekken die met professionals worden gevoerd vormt zich ook een eigen visie op wat er gaande is en waar een extra prikkel iets kan opleveren. Projecten worden opgepakt met deze visie op de achtergrond. ‘We zitten met elkaar in een veranderopgave, en daar spelen we op in door met alle betrokkenen steeds weer terug te gaan naar de vraag: wat wil je bereiken? En hoe kom je dan van meer reactieve zorg naar proactieve zorg in de wijken?’ De faciliterende rol van de ROS heeft zich bij Lijn 1 ontwikkeld tot het in dialoog leiding geven aan verandering. ‘We werken aan een veranderend gezondheidsbesef. Wat is gezondheid voor een bepaalde groep bewoners en professionals en hoe kan elk daar invulling aan geven?’

Een direct gevolg van de zoekende aanpak is dat in de regio Haaglanden de samenwerking in de wijken op heel verschillende manieren tot stand komt. Dat kan zijn een project voor ouderen vanuit een GEZ of het samen opstellen van een wijkagenda. In Loosduinen is onder het motto Beter Thuis gekozen voor weer een andere aanpak. Daar gaan bewoners en professionals uit de nulde, eerste en tweede lijn samen bepalen wat er nodig is om kwetsbare mensen van alle leeftijden weerbaarder te maken. Vijf werkgroepen buigen zich over de aanpak van ondervoeding, polyfarmacie, valgevaar en valrisico, eenzaamheid en depressie en geheugenproblematiek. Het bouwen van nieuwe relaties tussen professionals en het ontstaan van onderling vertrouwen, ook bij bewoners, zijn belangrijke doelen. De Jongste: ‘Dit project laat goed zien wat we bedoelen met dialoog en hoe belangrijk dat is.’

‘Professionals in de zorg’, zegt De Jongste, ‘willen graag zorgen voor. Dus voor je het weet gaan ze weer denken voor de mensen in de wijk, terwijl het echt de uitnodiging is om te kantelen en de mogelijkheden te zoeken die voor alle partijen wél haalbaar zijn.’ Voor Lijn 1 zelf, vervolgt ze, geldt dat natuurlijk ook. ‘Het is een voortdurend zoeken naar kansen om de gewenste kanteling te realiseren. En af en toe het lef hebben om te zeggen dat het gewoon anders moet. Wat soms heel lastig is, zeker als het initiatief bijvoorbeeld nog niet wordt gefinancierd. We werken daarom altijd met ambassadeurs, voorlopers in de wijk. Mensen met bijvoorbeeld iets meer ondernemerschap, de een heeft dat nou eenmaal meer dan de ander. Het type dat tegen de anderen zegt: we bijten even door. Zo iemand heb je nodig.’

[...]

DebbySamenwerken is in de eerstelijnszorg het sleutelwoord deze dagen. Onderling, maar ook over de domeinen heen. Hoe te zorgen dat al die samenwerking werkelijk leidt tot de gewenste duurzame en wijkgerichte zorg? Het antwoord van Debby de Jongste, directeur van de ROS Haaglanden, Lijn 1, luidt: wees kritisch en volg je hart.

Niet samenwerken om het samenwerken en of omdat een zorgverlener geld beschikbaar heeft, zegt De Jongste. ‘Samenwerken begint bij het hart. Dat klinkt vaag, maar als Lijn 1 willen we terug naar de passie van de professional. Wat we zeggen is: kijk om je heen, wat speelt er in jouw wijk, wat vind jij belangrijk, waar wil je energie in steken en met wie wil je dat doen? Ga dicht bij jezelf zitten. Zo krijg je energie en dynamiek tussen mensen en is samenwerking mogelijk.’

Lijn 1 ziet het als haar rol om deze dynamiek tussen mensen te stimuleren. De ROS wacht niet af tot een onderwerp zelf komt aanbellen. In de vele gesprekken die met professionals worden gevoerd vormt zich ook een eigen visie op wat er gaande is en waar een extra prikkel iets kan opleveren. Projecten worden opgepakt met deze visie op de achtergrond. ‘We zitten met elkaar in een veranderopgave, en daar spelen we op in door met alle betrokkenen steeds weer terug te gaan naar de vraag: wat wil je bereiken? En hoe kom je dan van meer reactieve zorg naar proactieve zorg in de wijken?’ De faciliterende rol van de ROS heeft zich bij Lijn 1 ontwikkeld tot het in dialoog leiding geven aan verandering. ‘We werken aan een veranderend gezondheidsbesef. Wat is gezondheid voor een bepaalde groep bewoners en professionals en hoe kan elk daar invulling aan geven?’

Een direct gevolg van de zoekende aanpak is dat in de regio Haaglanden de samenwerking in de wijken op heel verschillende manieren tot stand komt. Dat kan zijn een project voor ouderen vanuit een GEZ of het samen opstellen van een wijkagenda. In Loosduinen is onder het motto Beter Thuis gekozen voor weer een andere aanpak. Daar gaan bewoners en professionals uit de nulde, eerste en tweede lijn samen bepalen wat er nodig is om kwetsbare mensen van alle leeftijden weerbaarder te maken. Vijf werkgroepen buigen zich over de aanpak van ondervoeding, polyfarmacie, valgevaar en valrisico, eenzaamheid en depressie en geheugenproblematiek. Het bouwen van nieuwe relaties tussen professionals en het ontstaan van onderling vertrouwen, ook bij bewoners, zijn belangrijke doelen. De Jongste: ‘Dit project laat goed zien wat we bedoelen met dialoog en hoe belangrijk dat is.’

‘Professionals in de zorg’, zegt De Jongste, ‘willen graag zorgen voor. Dus voor je het weet gaan ze weer denken voor de mensen in de wijk, terwijl het echt de uitnodiging is om te kantelen en de mogelijkheden te zoeken die voor alle partijen wél haalbaar zijn.’ Voor Lijn 1 zelf, vervolgt ze, geldt dat natuurlijk ook. ‘Het is een voortdurend zoeken naar kansen om de gewenste kanteling te realiseren. En af en toe het lef hebben om te zeggen dat het gewoon anders moet. Wat soms heel lastig is, zeker als het initiatief bijvoorbeeld nog niet wordt gefinancierd. We werken daarom altijd met ambassadeurs, voorlopers in de wijk. Mensen met bijvoorbeeld iets meer ondernemerschap, de een heeft dat nou eenmaal meer dan de ander. Het type dat tegen de anderen zegt: we bijten even door. Zo iemand heb je nodig.’

Bernadette van Ling (Robuust): ‘Programmatische aanpak draagt bij aan lijnloze zorg’

17 december 2015

Bernadette-van-LingEen jaar geleden stapte Bernadette van Ling na zes jaar in de tweede lijn over naar de eerste lijn. Voor Zuid-Nederland – 4,2 miljoen inwoners in Zeeland, Brabant, Limburg en een deel van Gelderland – maakt ze zich nu als directeur-bestuurder van de ROS Robuust sterk voor lijnloze zorg.

‘Ik heb dit eerste jaar als een verademing ervaren. Iedere dag geniet ik ervan dat we hier in de eerste lijn met zoveel mensen krachten bundelen om vooruitgang te boeken op gezondheid. Het gaat niet allemaal vanzelf, maar de gedrevenheid en de samenwerkingslust, over de domeinen en de lijnen heen, maakt verwachtingsvol’, steekt Van Ling van wal.

Onder haar leiding koos Robuust het afgelopen jaar voluit voor de programmatische aanpak, ofwel ‘een vorm van samenwerken waarbij je niet direct institutionaliseert, maar in netwerkverband thematische vraagstukken oppakt en werkt aan innovatie’, aldus Van Ling. In de Robuust-regio’s draaien momenteel acht programma’s waarbinnen steeds drie of vier projecten worden uitgevoerd. Neem bijvoorbeeld het programma Verbonden in Zorg waarin vanuit de Triple Aim gedachte gewerkt wordt aan het toekomstbestendiger maken van de gezondheidszorg in West-Brabant, met als projecten onder meer een Denktank Kwetsbare Ouderen en het project Zuinige Farmaceutische Zorg West-Brabant. Van Ling: ‘In deze gezondheidsprogramma’s participeren stakeholders uit de eerste en tweede lijn en het sociale domein, en zelfs uit andere sectoren. Ook onderwijsorganisaties willen bijvoorbeeld graag aansluiten en meedoen.’

Alle programma’s en projecten zijn met uitgebreide toelichting én resultaten te vinden op de aparte website: Lijnloos.nl. ‘We proberen zoveel mogelijk al ons werk te koppelen aan de programma’s, ook de vragen van individuele praktijken die we van oudsher binnenkrijgen. Zo bouwen we aan een duurzame verbinding in de eerste lijn. Onze nieuwe werkwijze met (middel)lange termijnresultaten vergt ook van onze zorgverzekeraars een nieuwe denkwijze. Zij hebben het nieuwe denken nog niet ingebed in hun systemen en processen. Omdat ik onze inzet niet wil versnipperen, hoop ik dat zij ons signaal oppakken’, zegt Van Ling. Nu de programmatische aanpak staat (‘we hebben ruimte voor maximaal 10 programma’s, daarvan draaien er acht en twee zijn in voorbereiding’) vindt ze het belangrijk om de resultaten breed te kunnen inzetten. Een goede mogelijkheid daarvoor is het landelijke ROS-netwerk. ‘De ROS’en hebben zich ontwikkeld van organisaties die zich binnen de eerste lijn inzetten, tot organisaties die samenwerkingsverbanden over de domeinen heen tot stand brengen.’ Dit leidt bijna altijd tot innovatie en daarom opteert Van Ling naast de regionale ontwikkeling voor een landelijke coördinatie. ‘Het is jammer goede resultaten in de regio te houden.’

Het afgelopen jaar heeft het ROS-netwerk met steun van InEen al gewerkt aan een position paper om de landelijk rol beter te kunnen invullen. ‘Volgend jaar gaan we daar nieuwe stappen in zetten’, aldus Van Ling. ‘Ik kan me goed voorstellen dat als we ons landelijk beter organiseren, we vanuit onze gezamenlijke expertise een stevige adviseursrol zouden kunnen innemen.’ InEen is daarbij een punt van aandacht. ‘Ik wil graag een verandermanager zijn in het veld van de zorg, de gemeentes en andere sectoren. InEen richt zich sterk op de zorg en de vraag is of het lidmaatschap onze neutrale positie niet ondergraaft.’

 

[...]

Bernadette-van-LingEen jaar geleden stapte Bernadette van Ling na zes jaar in de tweede lijn over naar de eerste lijn. Voor Zuid-Nederland – 4,2 miljoen inwoners in Zeeland, Brabant, Limburg en een deel van Gelderland – maakt ze zich nu als directeur-bestuurder van de ROS Robuust sterk voor lijnloze zorg.

‘Ik heb dit eerste jaar als een verademing ervaren. Iedere dag geniet ik ervan dat we hier in de eerste lijn met zoveel mensen krachten bundelen om vooruitgang te boeken op gezondheid. Het gaat niet allemaal vanzelf, maar de gedrevenheid en de samenwerkingslust, over de domeinen en de lijnen heen, maakt verwachtingsvol’, steekt Van Ling van wal.

Onder haar leiding koos Robuust het afgelopen jaar voluit voor de programmatische aanpak, ofwel ‘een vorm van samenwerken waarbij je niet direct institutionaliseert, maar in netwerkverband thematische vraagstukken oppakt en werkt aan innovatie’, aldus Van Ling. In de Robuust-regio’s draaien momenteel acht programma’s waarbinnen steeds drie of vier projecten worden uitgevoerd. Neem bijvoorbeeld het programma Verbonden in Zorg waarin vanuit de Triple Aim gedachte gewerkt wordt aan het toekomstbestendiger maken van de gezondheidszorg in West-Brabant, met als projecten onder meer een Denktank Kwetsbare Ouderen en het project Zuinige Farmaceutische Zorg West-Brabant. Van Ling: ‘In deze gezondheidsprogramma’s participeren stakeholders uit de eerste en tweede lijn en het sociale domein, en zelfs uit andere sectoren. Ook onderwijsorganisaties willen bijvoorbeeld graag aansluiten en meedoen.’

Alle programma’s en projecten zijn met uitgebreide toelichting én resultaten te vinden op de aparte website: Lijnloos.nl. ‘We proberen zoveel mogelijk al ons werk te koppelen aan de programma’s, ook de vragen van individuele praktijken die we van oudsher binnenkrijgen. Zo bouwen we aan een duurzame verbinding in de eerste lijn. Onze nieuwe werkwijze met (middel)lange termijnresultaten vergt ook van onze zorgverzekeraars een nieuwe denkwijze. Zij hebben het nieuwe denken nog niet ingebed in hun systemen en processen. Omdat ik onze inzet niet wil versnipperen, hoop ik dat zij ons signaal oppakken’, zegt Van Ling. Nu de programmatische aanpak staat (‘we hebben ruimte voor maximaal 10 programma’s, daarvan draaien er acht en twee zijn in voorbereiding’) vindt ze het belangrijk om de resultaten breed te kunnen inzetten. Een goede mogelijkheid daarvoor is het landelijke ROS-netwerk. ‘De ROS’en hebben zich ontwikkeld van organisaties die zich binnen de eerste lijn inzetten, tot organisaties die samenwerkingsverbanden over de domeinen heen tot stand brengen.’ Dit leidt bijna altijd tot innovatie en daarom opteert Van Ling naast de regionale ontwikkeling voor een landelijke coördinatie. ‘Het is jammer goede resultaten in de regio te houden.’

Het afgelopen jaar heeft het ROS-netwerk met steun van InEen al gewerkt aan een position paper om de landelijk rol beter te kunnen invullen. ‘Volgend jaar gaan we daar nieuwe stappen in zetten’, aldus Van Ling. ‘Ik kan me goed voorstellen dat als we ons landelijk beter organiseren, we vanuit onze gezamenlijke expertise een stevige adviseursrol zouden kunnen innemen.’ InEen is daarbij een punt van aandacht. ‘Ik wil graag een verandermanager zijn in het veld van de zorg, de gemeentes en andere sectoren. InEen richt zich sterk op de zorg en de vraag is of het lidmaatschap onze neutrale positie niet ondergraaft.’

 

‘Dan ontdek je dat de patiënt de vragenlijst te ingewikkeld vindt’

29 oktober 2015

leertrajectZelfmanagement gaat in de (persoonsgerichte) zorg een steeds grotere rol spelen. De implementatie van zelfmanagementondersteuning in de huisartspraktijken is een belangrijk onderwerp op de agenda van InEen en haar leden. Zo ontwikkelde de ROS Reos (Amstelland, Haarlemmermeer, Midden-Holland en Zuid-Holland Noord) een leertraject zelfmanagement voor multidisciplinaire samenwerkingsverbanden, een traject waarin leren en praktijk hand in hand gaan.

Fysiotherapeute Ingeborg Geerling volgt het leertraject in het eerstelijns samenwerkingsverband (GEZ) De Florijn in Leiderdorp: ‘Soms zit je vastgeroest in je huidige werkpatroon en verandering brengt weerstand met zich mee. Bijvoorbeeld als je een patiënt vraagt een vragenlijst in te vullen en hij heeft er niets mee gedaan. Daar kun je gefrustreerd van raken. In het leertraject krijgen we mee dat dit juist een handvat is om door te vragen. Dan ontdek je dat de patiënt de vragenlijst te ingewikkeld vindt of iets niet begrijpt. Daar kun je dan weer een vervolgactie op ondernemen.’ Geerling vindt het een goede zaak dat de scholing multidisciplinair wordt aangeboden. ‘Het voordeel van deze aanpak is dat je zorginhoudelijk beter van elkaar weet wat je doet. Dat creëert meer samenhang en je kunt beter verwijzen naar andere disciplines.’

Het traject omvat scholing, het maken van een plan van aanpak, coaching-on-the-job, intervisie en evaluatie. Geerling: ‘Voor een goede implementatie in het samenwerkingsverband is het belangrijk dat ondersteuning bij zelfmanagement een onderdeel gaat uitmaken van het dagelijkse werk. Een voorwaarde daarvoor is dat het onderwerp blijft leven. Goed om het regelmatig terug te laten keren, bijvoorbeeld tijdens een lunch.’ Het delen van praktijkervaringen is ook een belangrijk onderdeel van het leertraject: ‘Veel had ik aan een tip van een praktijkverpleegkundige in ons samenwerkingsverband. Zij gaf aan dat de tijd te kort is om tijdens een consult het hele individuele zorgplan met de patiënt door te nemen. Daarom besloot ze het zorgplan eerst mee te geven, zodat de patiënt het thuis door kon lezen. Bij een volgend consult was de patiënt al beter geïnformeerd en kon zij daar gericht op terugkomen’, aldus Geerling

Als onderdeel van leren in de praktijk begint De Florijn ook met peercoaching. Een consult wordt daarbij – met toestemming van de patiënt – op video opgenomen en samen met een collega teruggekeken. Zo leren beiden, de collega die het consult heeft gegeven en de collega die feedback geeft.

Meer informatie over het leertraject van Reos.

[...]

leertrajectZelfmanagement gaat in de (persoonsgerichte) zorg een steeds grotere rol spelen. De implementatie van zelfmanagementondersteuning in de huisartspraktijken is een belangrijk onderwerp op de agenda van InEen en haar leden. Zo ontwikkelde de ROS Reos (Amstelland, Haarlemmermeer, Midden-Holland en Zuid-Holland Noord) een leertraject zelfmanagement voor multidisciplinaire samenwerkingsverbanden, een traject waarin leren en praktijk hand in hand gaan.

Fysiotherapeute Ingeborg Geerling volgt het leertraject in het eerstelijns samenwerkingsverband (GEZ) De Florijn in Leiderdorp: ‘Soms zit je vastgeroest in je huidige werkpatroon en verandering brengt weerstand met zich mee. Bijvoorbeeld als je een patiënt vraagt een vragenlijst in te vullen en hij heeft er niets mee gedaan. Daar kun je gefrustreerd van raken. In het leertraject krijgen we mee dat dit juist een handvat is om door te vragen. Dan ontdek je dat de patiënt de vragenlijst te ingewikkeld vindt of iets niet begrijpt. Daar kun je dan weer een vervolgactie op ondernemen.’ Geerling vindt het een goede zaak dat de scholing multidisciplinair wordt aangeboden. ‘Het voordeel van deze aanpak is dat je zorginhoudelijk beter van elkaar weet wat je doet. Dat creëert meer samenhang en je kunt beter verwijzen naar andere disciplines.’

Het traject omvat scholing, het maken van een plan van aanpak, coaching-on-the-job, intervisie en evaluatie. Geerling: ‘Voor een goede implementatie in het samenwerkingsverband is het belangrijk dat ondersteuning bij zelfmanagement een onderdeel gaat uitmaken van het dagelijkse werk. Een voorwaarde daarvoor is dat het onderwerp blijft leven. Goed om het regelmatig terug te laten keren, bijvoorbeeld tijdens een lunch.’ Het delen van praktijkervaringen is ook een belangrijk onderdeel van het leertraject: ‘Veel had ik aan een tip van een praktijkverpleegkundige in ons samenwerkingsverband. Zij gaf aan dat de tijd te kort is om tijdens een consult het hele individuele zorgplan met de patiënt door te nemen. Daarom besloot ze het zorgplan eerst mee te geven, zodat de patiënt het thuis door kon lezen. Bij een volgend consult was de patiënt al beter geïnformeerd en kon zij daar gericht op terugkomen’, aldus Geerling

Als onderdeel van leren in de praktijk begint De Florijn ook met peercoaching. Een consult wordt daarbij – met toestemming van de patiënt – op video opgenomen en samen met een collega teruggekeken. Zo leren beiden, de collega die het consult heeft gegeven en de collega die feedback geeft.

Meer informatie over het leertraject van Reos.

Zelfzorg Ondersteund! en ROS’en: hand in hand bij implementatie

29 september 2015

In vrijwel alle regio’s wordt gewerkt aan het vormgeven van zelfmanagement. In een aantal gevallen leveren ROS’en daaraan een actieve bijdrage. Zelfzorg Ondersteund! wil met de Scan & Plan trajecten zorggroepen een stap verder helpen op het pad naar meer ondersteunde zelfzorg voor mensen met een chronische aandoening. Vilans heeft het afgelopen jaar met een aantal zorggroepen geëxperimenteerd met werkwijzen om dit goed in de praktijk te laten landen. Afgelopen week hebben het ROS Netwerk en InEen een bijeenkomst belegd waarin ROS-adviseurs, Zelfzorg Ondersteund! en Vilans hun kennis en ervaring hebben uitgewisseld in het licht van de implementatie van ondersteunde zelfzorg in 2016. De conclusie luidt dat nauwe samenwerking in de regio ten behoeve van de implementatie voor elke partij een duidelijke meerwaarde heeft. Meer informatie bij Arthur Eyck (InEen) en Anneke Venema ( ROS FRIESLAND).

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

In vrijwel alle regio’s wordt gewerkt aan het vormgeven van zelfmanagement. In een aantal gevallen leveren ROS’en daaraan een actieve bijdrage. Zelfzorg Ondersteund! wil met de Scan & Plan trajecten zorggroepen een stap verder helpen op het pad naar meer ondersteunde zelfzorg voor mensen met een chronische aandoening. Vilans heeft het afgelopen jaar met een aantal zorggroepen geëxperimenteerd met werkwijzen om dit goed in de praktijk te laten landen. Afgelopen week hebben het ROS Netwerk en InEen een bijeenkomst belegd waarin ROS-adviseurs, Zelfzorg Ondersteund! en Vilans hun kennis en ervaring hebben uitgewisseld in het licht van de implementatie van ondersteunde zelfzorg in 2016. De conclusie luidt dat nauwe samenwerking in de regio ten behoeve van de implementatie voor elke partij een duidelijke meerwaarde heeft. Meer informatie bij Arthur Eyck (InEen) en Anneke Venema ( ROS FRIESLAND).

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Vertrek van Femke Gronheid (ZorgImpuls)

26 juni 2015


3a66ca8Komend vanuit de tweede lijn werd Femke Gronheid vier jaar geleden directeur van ZorgImpuls in Rotterdam. Per 1 september 2015 gaat ze, verrijkt met kennis over de eerste lijn, weer terug naar de tweede lijn om directeur te worden van het nieuwe Medisch Specialistisch Bedrijf van het Groene Hart Ziekenhuis in Gouda.

Het waren vier turbulente jaren waarin ZorgImpuls zich ontwikkelde van een vooral servicegerichte organisatie voor de geïntegreerde zorg naar een organisatie die midden in het speelveld staat en zich sterk maakt voor de verbinding tussen eerste lijn en andere sectoren, zoals tweede lijn, welzijn en wonen. Gronheid: ‘De vragen aan de ROS zijn de afgelopen jaren veel complexer geworden met veel andersoortige spelers, zoals gemeenten, verzekeraars, zorgverleners, welzijnsprofessionals, maar ook bijvoorbeeld woningcorporaties. Zo zat ik kort geleden een bijeenkomst voor van de gemeente Rotterdam en Achmea. Hoe gaan we zorgen dat over tien jaar mensen in de wijk Lombardijen daadwerkelijk langer thuis kunnen blijven? Wat is daar nú voor nodig? Dat zijn mooie vraagstukken.’

Gronheid is trots op de grote verscheidenheid aan projecten waarmee ZorgImpuls een bijdrage levert aan een zinnige en zuinige toekomst van de zorg. ‘Er lopen nu bijvoorbeeld projecten over het vormgeven van geïntegreerde geboortezorg, over het maken van regionale afspraken over medicatieoverdracht, over substitutie van de tweede naar de eerste lijn op Zuid. Echt veel en mooie projecten.’ In dit licht ergert ze zich er soms wel aan te moeten ‘kletsen als Brugman om erkenning en budget te krijgen voor onze inzet, terwijl de toegevoegde waarde en het inhoudelijk belang van de ROS’en wordt toegejuicht.’

En nu weer terug naar de tweede lijn. Het Medisch Specialistisch Bedrijf dat Gronheid gaat leiden omvat ruim 100 specialisten, verdeeld over 18 vakgroepen. Samen willen ze staan voor hoogwaardige, specialistische zorg met kwaliteit en klantgerichtheid als vertrekpunt. Gronheid: ‘Het Medisch Specialistisch Bedrijf is recent opgericht dus er zal veel te doen zijn. En al is het nog vroeg, duidelijk is al wel dat de samenwerking met de eerste lijn een onderwerp is waarmee ik me bezig zal houden. In onze gesprekken gaf het ziekenhuis aan het interessant te vinden dat ik uit de eerste lijn kom. Ook daar ziet iedereen in dat verbeterde samenwerking tussen tweede en eerste lijn nodig is.’

En de samenwerking met InEen? ‘Daar ben ik heel positief over’, zegt Gronheid. ‘Ik heb wel eens gezegd, ook namens andere ROS’en, dat de doelstellingen van InEen en de ROS’en zo dicht bij elkaar liggen dat ik wel wat meer gezamenlijkheid zou willen ervaren. Op de Tweedaagse vorig jaar zag ik veel externe bureaus, terwijl wij die kennis ook in huis hebben. Maar bij de Regiobijeenkomsten dit voorjaar ging de samenwerking heel goed. Het signaal wordt opgepikt.’

[...]


3a66ca8Komend vanuit de tweede lijn werd Femke Gronheid vier jaar geleden directeur van ZorgImpuls in Rotterdam. Per 1 september 2015 gaat ze, verrijkt met kennis over de eerste lijn, weer terug naar de tweede lijn om directeur te worden van het nieuwe Medisch Specialistisch Bedrijf van het Groene Hart Ziekenhuis in Gouda.

Het waren vier turbulente jaren waarin ZorgImpuls zich ontwikkelde van een vooral servicegerichte organisatie voor de geïntegreerde zorg naar een organisatie die midden in het speelveld staat en zich sterk maakt voor de verbinding tussen eerste lijn en andere sectoren, zoals tweede lijn, welzijn en wonen. Gronheid: ‘De vragen aan de ROS zijn de afgelopen jaren veel complexer geworden met veel andersoortige spelers, zoals gemeenten, verzekeraars, zorgverleners, welzijnsprofessionals, maar ook bijvoorbeeld woningcorporaties. Zo zat ik kort geleden een bijeenkomst voor van de gemeente Rotterdam en Achmea. Hoe gaan we zorgen dat over tien jaar mensen in de wijk Lombardijen daadwerkelijk langer thuis kunnen blijven? Wat is daar nú voor nodig? Dat zijn mooie vraagstukken.’

Gronheid is trots op de grote verscheidenheid aan projecten waarmee ZorgImpuls een bijdrage levert aan een zinnige en zuinige toekomst van de zorg. ‘Er lopen nu bijvoorbeeld projecten over het vormgeven van geïntegreerde geboortezorg, over het maken van regionale afspraken over medicatieoverdracht, over substitutie van de tweede naar de eerste lijn op Zuid. Echt veel en mooie projecten.’ In dit licht ergert ze zich er soms wel aan te moeten ‘kletsen als Brugman om erkenning en budget te krijgen voor onze inzet, terwijl de toegevoegde waarde en het inhoudelijk belang van de ROS’en wordt toegejuicht.’

En nu weer terug naar de tweede lijn. Het Medisch Specialistisch Bedrijf dat Gronheid gaat leiden omvat ruim 100 specialisten, verdeeld over 18 vakgroepen. Samen willen ze staan voor hoogwaardige, specialistische zorg met kwaliteit en klantgerichtheid als vertrekpunt. Gronheid: ‘Het Medisch Specialistisch Bedrijf is recent opgericht dus er zal veel te doen zijn. En al is het nog vroeg, duidelijk is al wel dat de samenwerking met de eerste lijn een onderwerp is waarmee ik me bezig zal houden. In onze gesprekken gaf het ziekenhuis aan het interessant te vinden dat ik uit de eerste lijn kom. Ook daar ziet iedereen in dat verbeterde samenwerking tussen tweede en eerste lijn nodig is.’

En de samenwerking met InEen? ‘Daar ben ik heel positief over’, zegt Gronheid. ‘Ik heb wel eens gezegd, ook namens andere ROS’en, dat de doelstellingen van InEen en de ROS’en zo dicht bij elkaar liggen dat ik wel wat meer gezamenlijkheid zou willen ervaren. Op de Tweedaagse vorig jaar zag ik veel externe bureaus, terwijl wij die kennis ook in huis hebben. Maar bij de Regiobijeenkomsten dit voorjaar ging de samenwerking heel goed. Het signaal wordt opgepikt.’

ROS’en vinden zelfmanagement belangrijk

03 maart 2015

roer-in-eigen-handDe ROS’en dragen belangrijk bij aan de implementatie van zelfmanagement. Samen met de Zorgverzekeraars Nederland (ZN) wordt gekeken wat er landelijk gedaan kan worden om de implementatie in de regio’s verder te versterken. Anneke Venema, directeur ROS-Friesland en lid van de landelijke voorbereidingsgroep: ‘Als je het hebt over het verlenen van zinnige en zuinige zorg hoort daar ook zelfmanagement bij.’

Het besluit om als ROS-netwerk samen met de zorgverzekeraars zelfmanagement op de landelijke innovatieagenda te zetten, is vorig jaar genomen op de jaarlijkse beleidsdag samen met ZN en VWS. In dat kader maakte Venema een ronde langs de ROS’en om een beeld te krijgen van hoe zelfmanagement nu al vanuit de ROS’en wordt ondersteund. ‘Je ziet dat veel ROS’en het onderwerp oppakken. Er gebeurt veel, met name op het gebied van scholing, zoals de training Motivational Interviewing of intervisie- en leertrajecten. Verder is de theaterproductie Springtij van Plezant die gaat over de diepere betekenis van zelfmanagement in de eerste lijn, ontwikkeld door twee ROS´en. Ook zijn er de nodige toolkits en wordt ingezet op samenwerking met Zelfzorg Ondersteund! Maar het blijft een taai onderwerp, er is meer nodig.’ Het aanstaande plan van de ROS’en en ZN moet daaraan een impuls geven. Half maart worden de eerste voorstellen bekend.

[...]

roer-in-eigen-handDe ROS’en dragen belangrijk bij aan de implementatie van zelfmanagement. Samen met de Zorgverzekeraars Nederland (ZN) wordt gekeken wat er landelijk gedaan kan worden om de implementatie in de regio’s verder te versterken. Anneke Venema, directeur ROS-Friesland en lid van de landelijke voorbereidingsgroep: ‘Als je het hebt over het verlenen van zinnige en zuinige zorg hoort daar ook zelfmanagement bij.’

Het besluit om als ROS-netwerk samen met de zorgverzekeraars zelfmanagement op de landelijke innovatieagenda te zetten, is vorig jaar genomen op de jaarlijkse beleidsdag samen met ZN en VWS. In dat kader maakte Venema een ronde langs de ROS’en om een beeld te krijgen van hoe zelfmanagement nu al vanuit de ROS’en wordt ondersteund. ‘Je ziet dat veel ROS’en het onderwerp oppakken. Er gebeurt veel, met name op het gebied van scholing, zoals de training Motivational Interviewing of intervisie- en leertrajecten. Verder is de theaterproductie Springtij van Plezant die gaat over de diepere betekenis van zelfmanagement in de eerste lijn, ontwikkeld door twee ROS´en. Ook zijn er de nodige toolkits en wordt ingezet op samenwerking met Zelfzorg Ondersteund! Maar het blijft een taai onderwerp, er is meer nodig.’ Het aanstaande plan van de ROS’en en ZN moet daaraan een impuls geven. Half maart worden de eerste voorstellen bekend.

Subsidieprogramma voor verkleinen gezondheidsverschillen

18 februari 2015

Fonds NutsOhra heef een nieuw subsidieprogramma dat aan twintig regio’s de kans geeft samen met bewoners een plan uit te werken om gezondheidsverschillen in deze gebieden te verkleinen. Het uitgewerkte voorstel maakt in een tweede subsidieronde kans op een subsidie van vier jaar om het plan daadwerkelijk uit te voeren. Op dinsdag 3 maart organiseert het Fonds NutsOhra een informatiebijeenkomst over dit programma (14.00-16.00 uur in Amsterdam). Aanmelden kan door een e-mail te sturen naar Maaike van Apeldoorn (Fonds NutsOhra).

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Fonds NutsOhra heef een nieuw subsidieprogramma dat aan twintig regio’s de kans geeft samen met bewoners een plan uit te werken om gezondheidsverschillen in deze gebieden te verkleinen. Het uitgewerkte voorstel maakt in een tweede subsidieronde kans op een subsidie van vier jaar om het plan daadwerkelijk uit te voeren. Op dinsdag 3 maart organiseert het Fonds NutsOhra een informatiebijeenkomst over dit programma (14.00-16.00 uur in Amsterdam). Aanmelden kan door een e-mail te sturen naar Maaike van Apeldoorn (Fonds NutsOhra).

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Transmuraal convenant medicatieoverdracht in de regio Rijnmond

29 januari 2015

medicatieoverdrachtMedicatieveiligheid vormt in 2015 het speerpunt van het Inspectie-toezicht. De regio Rijnmond is daarop voorbereid. Daar ondertekenden eerstelijns zorgverleners, de ziekenhuizen en de patiëntenorganisatie Zorgbelang eind vorig jaar een convenant met afspraken voor een veilige medicatieoverdracht. Procesbegeleider Matine van Schie (Zorgimpuls): ‘Winst is ook dat er een goede basis voor verdere samenwerking is ontstaan.’

Het regionale convenant richt zich op het voorkomen van fouten in de medicatieoverdracht en het verbeteren van de patiëntveiligheid. De eerste aanzetten daarvoor werden al in 2011 gegeven door huisartsen, apothekers en Star-MDC. In 2014 ontstond vanuit apothekers de behoefte om ook de ziekenhuizen in de regio te betrekken. De brede stuurgroep bestond uiteindelijk uit vertegenwoordigers van huisartsen, apothekers, gezondheidscentra, ziekenhuizen, diagnostische centra en patiënten*. Het proces werd getrokken door de ROS Zorgimpuls.

Het convenant is gebaseerd op de landelijke richtlijn ‘Overdracht van medicatiegegevens in de keten’. Om zoals de richtlijn voorschrijft altijd een actueel medicatieoverzicht beschikbaar te hebben, zegt Van Schie, zijn afspraken en praktische protocollen onontbeerlijk. Het convenant legt de rol en verantwoordelijkheid van de verschillende zorgverleners op dit punt vast. Ook de verantwoordelijkheid van de patiënt wordt duidelijk benoemd. Wanneer patiënten bijvoorbeeld op vakantie medicijnen hebben gekregen, horen ze dat aan hun huisarts of apotheker te melden. Van Schie: ‘Anders kunnen zorgverleners niet voldoen aan de landelijke richtlijn . We hebben daarom afgesproken patiënten actiever te gaan motiveren om dit te doen. Dat doen we in gesprek met Zorgbelang.’ De vereiste beschikbaarheid van het medicatieoverzicht staat overigens ook op gespannen voet met de eveneens vereiste toestemming van de patiënt om gegevens uit te wisselen. Landelijk en regionaal is hierover nog discussie gaande.

De kernafspraken in het convenant richten zich op de vijf kritische overdrachtsmomenten: voorschrijven door de huisarts, de huisartsenpost, opname in het ziekenhuis of een andere instelling (inclusief interne overplaatsing), ontslag, en voorschrijven door de polikliniek. Voor elk moment komt een gedetailleerde procesbeschrijving in een regionaal protocol, waarbij zowel het normale pad als het acute pad worden beschreven. Deze protocollen zijn naar verwachting in het najaar van 2015 beschikbaar.

Van Schie: ‘Het belang van het project is natuurlijk dat de veiligheid toeneemt, met minder risico’s voor patiënten. De kwaliteit van zorg wordt dus groter. Maar er is ook een goede basis voor verdere samenwerking ontstaan. Dat is een belangrijke winst. Het is een unicum dat we met al deze partijen aan tafel zitten en afspraken maken. Er is een brug geslagen tussen de eerste lijn en de ziekenhuizen. Ik zie dit als een belangrijke stap in een brede transmurale samen werking in de regio Rijnmond.’

Meer informatie


* Samenstelling Stuurgroep Medicatieoverdracht: LHV Huisartsenkring Rotterdam, Centrale Huisartsenpost Rijnmond (CHPR), Samenwerkende Gezondheidscentra (OSER), Combinatie Apothekers Vereniging Rijnmond (CAVR), Samenwerkende Ziekenhuizen Rijnmond (SRZ), Trombosedienst Star MDC en het patiënten- en consumentenplatform Zorgbelang Zuid-Holland. Procesbegeleiding: ROS Zorgimpuls.

 

[...]

medicatieoverdrachtMedicatieveiligheid vormt in 2015 het speerpunt van het Inspectie-toezicht. De regio Rijnmond is daarop voorbereid. Daar ondertekenden eerstelijns zorgverleners, de ziekenhuizen en de patiëntenorganisatie Zorgbelang eind vorig jaar een convenant met afspraken voor een veilige medicatieoverdracht. Procesbegeleider Matine van Schie (Zorgimpuls): ‘Winst is ook dat er een goede basis voor verdere samenwerking is ontstaan.’

Het regionale convenant richt zich op het voorkomen van fouten in de medicatieoverdracht en het verbeteren van de patiëntveiligheid. De eerste aanzetten daarvoor werden al in 2011 gegeven door huisartsen, apothekers en Star-MDC. In 2014 ontstond vanuit apothekers de behoefte om ook de ziekenhuizen in de regio te betrekken. De brede stuurgroep bestond uiteindelijk uit vertegenwoordigers van huisartsen, apothekers, gezondheidscentra, ziekenhuizen, diagnostische centra en patiënten*. Het proces werd getrokken door de ROS Zorgimpuls.

Het convenant is gebaseerd op de landelijke richtlijn ‘Overdracht van medicatiegegevens in de keten’. Om zoals de richtlijn voorschrijft altijd een actueel medicatieoverzicht beschikbaar te hebben, zegt Van Schie, zijn afspraken en praktische protocollen onontbeerlijk. Het convenant legt de rol en verantwoordelijkheid van de verschillende zorgverleners op dit punt vast. Ook de verantwoordelijkheid van de patiënt wordt duidelijk benoemd. Wanneer patiënten bijvoorbeeld op vakantie medicijnen hebben gekregen, horen ze dat aan hun huisarts of apotheker te melden. Van Schie: ‘Anders kunnen zorgverleners niet voldoen aan de landelijke richtlijn . We hebben daarom afgesproken patiënten actiever te gaan motiveren om dit te doen. Dat doen we in gesprek met Zorgbelang.’ De vereiste beschikbaarheid van het medicatieoverzicht staat overigens ook op gespannen voet met de eveneens vereiste toestemming van de patiënt om gegevens uit te wisselen. Landelijk en regionaal is hierover nog discussie gaande.

De kernafspraken in het convenant richten zich op de vijf kritische overdrachtsmomenten: voorschrijven door de huisarts, de huisartsenpost, opname in het ziekenhuis of een andere instelling (inclusief interne overplaatsing), ontslag, en voorschrijven door de polikliniek. Voor elk moment komt een gedetailleerde procesbeschrijving in een regionaal protocol, waarbij zowel het normale pad als het acute pad worden beschreven. Deze protocollen zijn naar verwachting in het najaar van 2015 beschikbaar.

Van Schie: ‘Het belang van het project is natuurlijk dat de veiligheid toeneemt, met minder risico’s voor patiënten. De kwaliteit van zorg wordt dus groter. Maar er is ook een goede basis voor verdere samenwerking ontstaan. Dat is een belangrijke winst. Het is een unicum dat we met al deze partijen aan tafel zitten en afspraken maken. Er is een brug geslagen tussen de eerste lijn en de ziekenhuizen. Ik zie dit als een belangrijke stap in een brede transmurale samen werking in de regio Rijnmond.’

Meer informatie


* Samenstelling Stuurgroep Medicatieoverdracht: LHV Huisartsenkring Rotterdam, Centrale Huisartsenpost Rijnmond (CHPR), Samenwerkende Gezondheidscentra (OSER), Combinatie Apothekers Vereniging Rijnmond (CAVR), Samenwerkende Ziekenhuizen Rijnmond (SRZ), Trombosedienst Star MDC en het patiënten- en consumentenplatform Zorgbelang Zuid-Holland. Procesbegeleiding: ROS Zorgimpuls.

 

Bernadette van Ling nieuwe Directeur-Bestuurder Robuust

28 januari 2015

Bernadette van Ling is de nieuwe Directeur-Bestuurder van Robuust. Zij volgt hiermee Joos Vaessens op, die als ad interim de afgelopen drie jaar aan het roer heeft gestaan. Aan Bernadette de mooie uitdaging om Robuust verder uit te bouwen naar een toekomstbestendige strategische adviesorganisatie voor de gezondheidszorg. Een interview met Bernadette over haar eerste kennismaking met haar nieuwe werkomgeving.

Meer betrokkenheid strategische zorgvraagstukken
“De komende periode staat voor mij in het teken van het verder uitwerken van de organisatieprocessen, het verder uitbouwen en verstevigen van de strategische adviesfuncties binnen Robuust die passen bij de vraagstukken in het werkveld en het leggen van contacten met belangrijke stakeholders”, vertelt Bernadette. “Ik ben trots dat ik kan werken in een lean organisatie met een team van hoog opgeleide professionals die opereren in een dynamische omgeving. Robuust adviseurs zijn op dit moment al nauw betrokken bij strategische vraagstukken, zoals de proeftuinen Goed Leven, Slimmer met Zorg en Mijn Zorg Parkstad. Ook zijn we aangesloten bij regionale programma’s als kwartiermaker of programmamanager. Deze ingezette koers gaan we de komende jaren verder uitbouwen.”

Brede ervaring binnen gezondheidszorg
Bernadette werkt al jaren binnen de gezondheidszorg en heeft haar hart liggen bij maatschappelijke vraagstukken. Ze werkte de laatste jaren als Bedrijfsmanager Intensive Care, High Care en Pijncentrum in het topklinische Amphia Ziekenhuis. Daarvoor stond zij als Clustermanager/Directeur aan de basis van het Sport Medisch Centrum bij het Jeroen Bosch Ziekenhuis. “Vooral in het Jeroen Bosch Ziekenhuis had ik te maken met de verbinding tussen eerstelijns- en tweedelijnsgezondheidszorg in Zuid-Nederland”, vult Bernadette aan. “Daarnaast werkte ik jaren in verschillende functies bij CZ en TNO. Mijn netwerk is door deze verschillende invalshoeken divers. Mijn kennis en kunde rondom kwaliteitsdenken, innovatie, begeleiden van organisatieprocessen en het opzetten van een commercieel bedrijf binnen de zorg zijn van toegevoegde waarde voor Robuust. Mijn streven is om de komende jaren een mooie kruisbestuiving te realiseren tussen professionals binnen en rondom zorg en welzijn. Met elkaar deuren openen om samen de Triple Aim gedachte vorm en inhoud te geven. Ik heb er heel veel zin in.”

[...]

Bernadette van Ling is de nieuwe Directeur-Bestuurder van Robuust. Zij volgt hiermee Joos Vaessens op, die als ad interim de afgelopen drie jaar aan het roer heeft gestaan. Aan Bernadette de mooie uitdaging om Robuust verder uit te bouwen naar een toekomstbestendige strategische adviesorganisatie voor de gezondheidszorg. Een interview met Bernadette over haar eerste kennismaking met haar nieuwe werkomgeving.

Meer betrokkenheid strategische zorgvraagstukken
“De komende periode staat voor mij in het teken van het verder uitwerken van de organisatieprocessen, het verder uitbouwen en verstevigen van de strategische adviesfuncties binnen Robuust die passen bij de vraagstukken in het werkveld en het leggen van contacten met belangrijke stakeholders”, vertelt Bernadette. “Ik ben trots dat ik kan werken in een lean organisatie met een team van hoog opgeleide professionals die opereren in een dynamische omgeving. Robuust adviseurs zijn op dit moment al nauw betrokken bij strategische vraagstukken, zoals de proeftuinen Goed Leven, Slimmer met Zorg en Mijn Zorg Parkstad. Ook zijn we aangesloten bij regionale programma’s als kwartiermaker of programmamanager. Deze ingezette koers gaan we de komende jaren verder uitbouwen.”

Brede ervaring binnen gezondheidszorg
Bernadette werkt al jaren binnen de gezondheidszorg en heeft haar hart liggen bij maatschappelijke vraagstukken. Ze werkte de laatste jaren als Bedrijfsmanager Intensive Care, High Care en Pijncentrum in het topklinische Amphia Ziekenhuis. Daarvoor stond zij als Clustermanager/Directeur aan de basis van het Sport Medisch Centrum bij het Jeroen Bosch Ziekenhuis. “Vooral in het Jeroen Bosch Ziekenhuis had ik te maken met de verbinding tussen eerstelijns- en tweedelijnsgezondheidszorg in Zuid-Nederland”, vult Bernadette aan. “Daarnaast werkte ik jaren in verschillende functies bij CZ en TNO. Mijn netwerk is door deze verschillende invalshoeken divers. Mijn kennis en kunde rondom kwaliteitsdenken, innovatie, begeleiden van organisatieprocessen en het opzetten van een commercieel bedrijf binnen de zorg zijn van toegevoegde waarde voor Robuust. Mijn streven is om de komende jaren een mooie kruisbestuiving te realiseren tussen professionals binnen en rondom zorg en welzijn. Met elkaar deuren openen om samen de Triple Aim gedachte vorm en inhoud te geven. Ik heb er heel veel zin in.”

Robuust neemt afscheid van directeur Joos Vaessens

16 december 2014

Wat in 2011 begon als een interim opdracht voor zes maanden, werd een onstuimige periode van drie jaar. Maar deze maand neemt Stichting Robuust dan toch echt afscheid van haar interim directeur-bestuurder Joos Vaessens.

 

[...]

Wat in 2011 begon als een interim opdracht voor zes maanden, werd een onstuimige periode van drie jaar. Maar deze maand neemt Stichting Robuust dan toch echt afscheid van haar interim directeur-bestuurder Joos Vaessens.

 

Zorg voor ouderen in de wijk in kaart gebracht

27 november 2014

ROS-wijkscanDe ROS-Wijkscan Ouderenzorg is een analyse-instrument, dat speciaal is ontwikkeld om de zorgverleners, gemeenten en betrokken partijen in de wijk te ondersteunen bij een effectieve aanpak rondom de zorg voor ouderen. Geografische kaarten, tabellen, grafieken geven inzicht in de huidige én toekomstige zorgbehoefte van ouderen. De informatie laat zien hoe zorgverleners, samen met anderen, de zorg in de wijk, buurt, gemeente of werkgebied rondom ouderen optimaal kunnen organiseren.

‘De komende jaren neemt het aantal (kwetsbare) ouderen in de wijk sterk toe’: vertelt projectleider Jantien Heideman (OOGG). ‘Deze groep heeft behoefte aan goede zorg op maat. Hiervoor is een andere inrichting van zorg nodig. De zorg moet veel meer in of rondom het huis van de oudere worden georganiseerd. Samenwerking in netwerkverband in de wijk is noodzakelijk om informele zorg, zorg van hulpverleners in de buurt en ondersteuning vanuit de gemeente af te stemmen en te optimaliseren. Alleen zo kan de juiste hulp op de juiste plaats worden gerealiseerd.’

Samen aan de slag aan een gezamenlijke ambitie
‘Ik zie in het gehele land, dat veel partijen elkaar vinden en samen de uitdaging aangaan om de zorg in de wijk te organiseren. Trajecten met mooie plannen. Vaak ontbreekt alleen een duidelijk beeld van de groep waar het om gaat en het soort zorg dat ze moeten gaan organiseren. Een analyse helpt om te komen tot een gezamenlijke ambitie. Je ziet dat mensen dan met elkaar de dialoog kunnen voeren en gerichter de juiste beslissingen nemen.’

Zorg voor ouderen in kaart gebracht
‘De ROS-Wijkscan Ouderenzorg hebben we met meerdere ROS’en ontwikkeld. In nauwe samenwerking met onder andere Vilans en adviseurs van het ROS-netwerk. Met als doel betrokkenen uit de regio inzicht te geven, de dialoog te stimuleren en de samenwerking in de regio’s rondom de zorg voor ouderen te ondersteunen.’

De scan heeft verschillende modules die de ouderenzorg in kaart brengen:

  • Kwetsbare ouderen in de wijk: informatie over de mate waarin risicofactoren voor en beïnvloedende factoren van kwetsbaarheid aanwezig zijn in uw werkgebied. Ook inzicht in het aantal (kwetsbare) ouderen en hoe deze groep zich gaat ontwikkelen.
  • Huisartsenzorg: informatie over de groei van het aantal contacten dat de huisarts heeft met kwetsbare en niet kwetsbare ouderen.
  • Thuiszorg: informatie over de gevolgen van de extramuralisering van ZZP 1-3. Zicht op het soort zorg en ondersteuning waar nu en straks behoefte aan is.
  • Intramurale zorg: informatie om de gevolgen van een eventuele extramuralisering van ZZP 4 te kunnen inschatten. Ook de ontwikkeling van de overige ZZP’s in de intramurale setting.
  • Zorgaanbod: een overzicht van het aanwezige zorgaanbod in de regio.

Meer informatie?
Wilt u meer inzicht in de ouderenzorg in uw werkgebied? Afgestemd op uw specifieke vragen kan de ROS in uw regio een analyse maken waarmee u aan de slag kunt. De ROS-adviseur helpt u om focus te geven aan de analyse, biedt ondersteuning bij de interpretatie van de uitkomsten en helpt u bij het inzichtelijk maken van mogelijke oplossingsrichtingen. Aansluitend geeft de ROS ondersteuning bij het maken en uitvoeren van plannen om het doel te bereiken. Via www.ros-netwerk.nl kunt u de ROS vinden die in uw regio actief is.

[...]

ROS-wijkscanDe ROS-Wijkscan Ouderenzorg is een analyse-instrument, dat speciaal is ontwikkeld om de zorgverleners, gemeenten en betrokken partijen in de wijk te ondersteunen bij een effectieve aanpak rondom de zorg voor ouderen. Geografische kaarten, tabellen, grafieken geven inzicht in de huidige én toekomstige zorgbehoefte van ouderen. De informatie laat zien hoe zorgverleners, samen met anderen, de zorg in de wijk, buurt, gemeente of werkgebied rondom ouderen optimaal kunnen organiseren.

‘De komende jaren neemt het aantal (kwetsbare) ouderen in de wijk sterk toe’: vertelt projectleider Jantien Heideman (OOGG). ‘Deze groep heeft behoefte aan goede zorg op maat. Hiervoor is een andere inrichting van zorg nodig. De zorg moet veel meer in of rondom het huis van de oudere worden georganiseerd. Samenwerking in netwerkverband in de wijk is noodzakelijk om informele zorg, zorg van hulpverleners in de buurt en ondersteuning vanuit de gemeente af te stemmen en te optimaliseren. Alleen zo kan de juiste hulp op de juiste plaats worden gerealiseerd.’

Samen aan de slag aan een gezamenlijke ambitie
‘Ik zie in het gehele land, dat veel partijen elkaar vinden en samen de uitdaging aangaan om de zorg in de wijk te organiseren. Trajecten met mooie plannen. Vaak ontbreekt alleen een duidelijk beeld van de groep waar het om gaat en het soort zorg dat ze moeten gaan organiseren. Een analyse helpt om te komen tot een gezamenlijke ambitie. Je ziet dat mensen dan met elkaar de dialoog kunnen voeren en gerichter de juiste beslissingen nemen.’

Zorg voor ouderen in kaart gebracht
‘De ROS-Wijkscan Ouderenzorg hebben we met meerdere ROS’en ontwikkeld. In nauwe samenwerking met onder andere Vilans en adviseurs van het ROS-netwerk. Met als doel betrokkenen uit de regio inzicht te geven, de dialoog te stimuleren en de samenwerking in de regio’s rondom de zorg voor ouderen te ondersteunen.’

De scan heeft verschillende modules die de ouderenzorg in kaart brengen:

  • Kwetsbare ouderen in de wijk: informatie over de mate waarin risicofactoren voor en beïnvloedende factoren van kwetsbaarheid aanwezig zijn in uw werkgebied. Ook inzicht in het aantal (kwetsbare) ouderen en hoe deze groep zich gaat ontwikkelen.
  • Huisartsenzorg: informatie over de groei van het aantal contacten dat de huisarts heeft met kwetsbare en niet kwetsbare ouderen.
  • Thuiszorg: informatie over de gevolgen van de extramuralisering van ZZP 1-3. Zicht op het soort zorg en ondersteuning waar nu en straks behoefte aan is.
  • Intramurale zorg: informatie om de gevolgen van een eventuele extramuralisering van ZZP 4 te kunnen inschatten. Ook de ontwikkeling van de overige ZZP’s in de intramurale setting.
  • Zorgaanbod: een overzicht van het aanwezige zorgaanbod in de regio.

Meer informatie?
Wilt u meer inzicht in de ouderenzorg in uw werkgebied? Afgestemd op uw specifieke vragen kan de ROS in uw regio een analyse maken waarmee u aan de slag kunt. De ROS-adviseur helpt u om focus te geven aan de analyse, biedt ondersteuning bij de interpretatie van de uitkomsten en helpt u bij het inzichtelijk maken van mogelijke oplossingsrichtingen. Aansluitend geeft de ROS ondersteuning bij het maken en uitvoeren van plannen om het doel te bereiken. Via www.ros-netwerk.nl kunt u de ROS vinden die in uw regio actief is.

ZEL: zorggroep en ROS samen onder één dak

27 november 2014

ZELOp 1 januari 2014 is in de regio Delft, Westland, Oostland en de Nieuwe Waterweg Noord de Zorgorganisatie Eerste Lijn (ZEL) ontstaan, waarmee de zorggroep in de regio en de ROS samen onder één dak kwamen. Als sluitstuk van de fusie presenteerde de nieuwe organisatie onlangs een korte trailer over de nieuwe organisatie. De ZEL is lid van InEen.

Behalve de belangrijke thema’s waar de ZEL zich voor inzet toont de trailer het doel van de nieuwe organisatie: ‘Wij zijn er voor alle 1e-lijnszorgverleners in de regio DWO en NWN. Wij faciliteren hen om kwalitatief hoogwaardige geïntegreerde zorg te realiseren en landelijke en regionale ontwikkelingen naar hun praktijk te vertalen.’

Directeur-bestuurder Sietske de Witt: ‘We opereerden allebei in hetzelfde gebied en hebben samen één preferente zorgverzekeraar, DSW. Er waren steeds meer onderwerpen die we automatisch samen oppakten. Dus op een gegeven moment is het logischer om samen te gaan.’ De winst is volgens De Witt de brede beschikbaarheid van kennis en expertise die door het samengaan van de twee organisaties is ontstaan, enerzijds het netwerk van de huisartsenzorg en anderzijds het netwerk van de brede eerste lijn. Kijkend naar het afgelopen jaar noemt ze bijvoorbeeld het organiseren van de ouderenzorg. ‘Het was een voordeel dat we nu gezamenlijk in het overleg met de brede eerste lijn en met ziekenhuizen en VVT-instellingen snel konden schakelen.’ Ook het verder ontwikkelen van regionale ICT-voorzieningen en het overleg met de gemeente in het kader van de aankomende transities hebben voordeel van de korte lijnen die zijn ontstaan. Bovendien, zegt ze, is er nu één organisatie die staat voor de hele eerste lijn.

De Witt: ‘Onze regio is redelijk overzichtelijk met maar één zorggroep, één ROS en één preferente zorgverzekeraar; dit maakte de fusie relatief makkelijk. Ik raad iedereen aan om de samenwerking te zoeken, want je hebt elkaar nodig. Zelf heb ik ontdekt dat je meer van elkaar kunt leren dan je denkt. Laat ik het anders zeggen: we kenden elkaar minder goed dan we dachten. Nu dat is veranderd en we de reikwijdte van elkaars netwerken, kennis en mogelijkheden hebben ontdekt, blijkt de meerwaarde nog veel groter dan we hadden verwacht!’

[...]

ZELOp 1 januari 2014 is in de regio Delft, Westland, Oostland en de Nieuwe Waterweg Noord de Zorgorganisatie Eerste Lijn (ZEL) ontstaan, waarmee de zorggroep in de regio en de ROS samen onder één dak kwamen. Als sluitstuk van de fusie presenteerde de nieuwe organisatie onlangs een korte trailer over de nieuwe organisatie. De ZEL is lid van InEen.

Behalve de belangrijke thema’s waar de ZEL zich voor inzet toont de trailer het doel van de nieuwe organisatie: ‘Wij zijn er voor alle 1e-lijnszorgverleners in de regio DWO en NWN. Wij faciliteren hen om kwalitatief hoogwaardige geïntegreerde zorg te realiseren en landelijke en regionale ontwikkelingen naar hun praktijk te vertalen.’

Directeur-bestuurder Sietske de Witt: ‘We opereerden allebei in hetzelfde gebied en hebben samen één preferente zorgverzekeraar, DSW. Er waren steeds meer onderwerpen die we automatisch samen oppakten. Dus op een gegeven moment is het logischer om samen te gaan.’ De winst is volgens De Witt de brede beschikbaarheid van kennis en expertise die door het samengaan van de twee organisaties is ontstaan, enerzijds het netwerk van de huisartsenzorg en anderzijds het netwerk van de brede eerste lijn. Kijkend naar het afgelopen jaar noemt ze bijvoorbeeld het organiseren van de ouderenzorg. ‘Het was een voordeel dat we nu gezamenlijk in het overleg met de brede eerste lijn en met ziekenhuizen en VVT-instellingen snel konden schakelen.’ Ook het verder ontwikkelen van regionale ICT-voorzieningen en het overleg met de gemeente in het kader van de aankomende transities hebben voordeel van de korte lijnen die zijn ontstaan. Bovendien, zegt ze, is er nu één organisatie die staat voor de hele eerste lijn.

De Witt: ‘Onze regio is redelijk overzichtelijk met maar één zorggroep, één ROS en één preferente zorgverzekeraar; dit maakte de fusie relatief makkelijk. Ik raad iedereen aan om de samenwerking te zoeken, want je hebt elkaar nodig. Zelf heb ik ontdekt dat je meer van elkaar kunt leren dan je denkt. Laat ik het anders zeggen: we kenden elkaar minder goed dan we dachten. Nu dat is veranderd en we de reikwijdte van elkaars netwerken, kennis en mogelijkheden hebben ontdekt, blijkt de meerwaarde nog veel groter dan we hadden verwacht!’

Dialoog over inzet wijkverpleegkundigen

27 november 2014

wijkverpleegkundigenPer 1 januari 2015 valt de bekostiging van de wijkverpleegkundige zorg onder de zorgverzekeringswet. Dat betekent in de praktijk dat de wijkverpleegkundige zorg dichter bij de huisarts komt te staan. Hoe zal de toekomstige samenwerking eruit zien? Mede in de wetenschap dat het aantal thuiswonende ouderen de komende jaren explosief zal toenemen.

Eind september bracht de ROS Raedelijn huisartsen, wijkverpleegkundigen en managers in een invitational conference bij elkaar voor een dialoog. Het werd volgens Nienke Hulshof, directeur van Raedelijn, een inspirerende bijeenkomst ‘met soms heftige discussies tussen huisartsen en verpleegkundigen. Je ziet hier in het klein, wat in het groot ook speelt’. Een interessante samenvatting van de bijeenkomst is te zien in een korte video (3,5 min). Doel van de bijeenkomst en het vervolg ervan in november is om samen met professionals uit de praktijk te komen tot een breed gedragen visie op de ontwikkelopgaven die voor ons liggen. Meer informatie bij Raedelijn.

[...]

wijkverpleegkundigenPer 1 januari 2015 valt de bekostiging van de wijkverpleegkundige zorg onder de zorgverzekeringswet. Dat betekent in de praktijk dat de wijkverpleegkundige zorg dichter bij de huisarts komt te staan. Hoe zal de toekomstige samenwerking eruit zien? Mede in de wetenschap dat het aantal thuiswonende ouderen de komende jaren explosief zal toenemen.

Eind september bracht de ROS Raedelijn huisartsen, wijkverpleegkundigen en managers in een invitational conference bij elkaar voor een dialoog. Het werd volgens Nienke Hulshof, directeur van Raedelijn, een inspirerende bijeenkomst ‘met soms heftige discussies tussen huisartsen en verpleegkundigen. Je ziet hier in het klein, wat in het groot ook speelt’. Een interessante samenvatting van de bijeenkomst is te zien in een korte video (3,5 min). Doel van de bijeenkomst en het vervolg ervan in november is om samen met professionals uit de praktijk te komen tot een breed gedragen visie op de ontwikkelopgaven die voor ons liggen. Meer informatie bij Raedelijn.

Screeningsinstrument GGZ

14 november 2014

Medisch Contact heeft op haar website een samenvatting geplaatst van de verontwaardigde reacties die zijn binnengekomen op de uitspraken van minister Schippers over de aangekondigde verplichtstelling van een GGZ-screeningsinstrument. Ze heeft geen problemen met de verplichtstelling en vindt deze zelfs wenselijk, liet ze weten in reactie op Kamervragen van de SP. Zoals we jullie al eerder hebben gemeld, heeft InEen samen met LHV en NHG een brief geschreven aan de zorgverzekeraar waarin we duidelijk maken dat de verplichtstelling ongewenst is omdat het instrument niet aan de wetenschappelijke standaarden voldoet en de verwijsfunctie van de huisarts verdringt. InEen gaat, samen met LHV en NHG, in gesprek met de zorgverzekeraar.

[...]

Medisch Contact heeft op haar website een samenvatting geplaatst van de verontwaardigde reacties die zijn binnengekomen op de uitspraken van minister Schippers over de aangekondigde verplichtstelling van een GGZ-screeningsinstrument. Ze heeft geen problemen met de verplichtstelling en vindt deze zelfs wenselijk, liet ze weten in reactie op Kamervragen van de SP. Zoals we jullie al eerder hebben gemeld, heeft InEen samen met LHV en NHG een brief geschreven aan de zorgverzekeraar waarin we duidelijk maken dat de verplichtstelling ongewenst is omdat het instrument niet aan de wetenschappelijke standaarden voldoet en de verwijsfunctie van de huisarts verdringt. InEen gaat, samen met LHV en NHG, in gesprek met de zorgverzekeraar.

Inspirerende projecten in de regio

30 oktober 2014

ROS-netwerkIn de regio gebeurt het. Daar werken de eerste lijn en andere betrokkenen aan samenhangende zinnige en zuinige zorg in de wijk. Aansprekende regionale projecten zijn te vinden op de geheel vernieuwde website van het ROS-netwerk. Eerder werden deze projecten gepresenteerd op de InEen-Tweedaagse in september van dit jaar:

  • In het Knooppunt Ketenzorg maken eerstelijnssamenwerkingsverbanden in Zuid-Holland Noord goede multidisciplinaire afspraken met de tweede lijn met substitutie naar de eerste lijn tot gevolg.
    Lees verder
  • In Midden-Nederland houden specialisten consultatieve spreekuren in het gezondheidscentrum waardoor in 60-80% van de gevallen doorverwijzing naar de tweede lijn wordt voorkomen.
    Lees verder
  • In het District Verloskundig Platform Rijnmond realiseren 45 organisaties uit de geboorteketen integrale geboortezorg met behoud van de professionele autonomie.
    Lees verder
  • De ROS-Wijkscan in Almere geeft inzicht in zorgvraag- en aanbod waardoor voor elke wijk een zorgaanbodplan kan worden gemaakt dat aansluit bij de populatie en het karakter van de wijk.
    Lees verder
  • In de Haagse Rivierenbuurt werken bewoners en professionals vanuit een geïntegreerd eerstelijnscentrum samen aan een gezonde buurt.
    Lees verder
  • In Middelburg wordt in het project Fit en Food wijkgerichte gewerkt aan de bestrijding van overgewicht, bewegingsarmoede en ongezonde voeding.
    Lees verder
  • Het project substitutie cardiologie in Zuid-Holland Zuid probeert het aantal verwijzingen naar de tweede lijn te verminderen door huisartsen gericht te scholen en bij de diagnostiek te ondersteunen via een consultatief te benaderen cardioloog.
    Lees verder
  • In Amsterdam worden zorgverleners klaargestoomd voor de toekomst door de training ‘Het nieuwe zorg verlenen’, gericht op meer eigen kracht en eigen verantwoordelijkheden voor cliënten.
    Lees verder
  • Het koppelen van verschillende netwerken in de regio Oost Veluwe – Dementie, Geriatrie en Palliatieve zorg – en deze onderbrengen in één bestuurlijke structuur draagt verder bij aan integrale en samenhangende ouderenzorg.
    Lees verder
  • Netwerkbijeenkomsten voor huisartsen en GGZ-partijen in de Gelderse Vallei bevorderen samenwerking en een afgestemd zorgaanbod.
    Lees verder
  • In negen pilots is succesvol gewerkt aan het ontstaan van geriatrische netwerken rond de zorg voor kwetsbare ouderen in Friesland.
    Lees verder
  • De gemeente Enschede werkt met een aantal pilots aan een werkbaar format Jeugdzorg 2015 voor alle huisartsen in de gemeente. Samenwerking tussen huisarts en wijkteam staat centraal.
    Lees verder
  • Dankzij het ZonMw-project Zichtbare Schakel fungeert in Groningen de wijkverpleegkundige als belangrijke schakel tussen zorg en sociaal domein, met cofinanciering door huisartsen.
    Lees verder
  • In Noord-Holland werkt een eenvoudige app – Het Rode Vlaggen Instrument – doeltreffend bij het vroegsignaleren en monitoren van (mogelijke) medicatieproblemen thuis.
    Lees verder
[...]

ROS-netwerkIn de regio gebeurt het. Daar werken de eerste lijn en andere betrokkenen aan samenhangende zinnige en zuinige zorg in de wijk. Aansprekende regionale projecten zijn te vinden op de geheel vernieuwde website van het ROS-netwerk. Eerder werden deze projecten gepresenteerd op de InEen-Tweedaagse in september van dit jaar:

  • In het Knooppunt Ketenzorg maken eerstelijnssamenwerkingsverbanden in Zuid-Holland Noord goede multidisciplinaire afspraken met de tweede lijn met substitutie naar de eerste lijn tot gevolg.
    Lees verder
  • In Midden-Nederland houden specialisten consultatieve spreekuren in het gezondheidscentrum waardoor in 60-80% van de gevallen doorverwijzing naar de tweede lijn wordt voorkomen.
    Lees verder
  • In het District Verloskundig Platform Rijnmond realiseren 45 organisaties uit de geboorteketen integrale geboortezorg met behoud van de professionele autonomie.
    Lees verder
  • De ROS-Wijkscan in Almere geeft inzicht in zorgvraag- en aanbod waardoor voor elke wijk een zorgaanbodplan kan worden gemaakt dat aansluit bij de populatie en het karakter van de wijk.
    Lees verder
  • In de Haagse Rivierenbuurt werken bewoners en professionals vanuit een geïntegreerd eerstelijnscentrum samen aan een gezonde buurt.
    Lees verder
  • In Middelburg wordt in het project Fit en Food wijkgerichte gewerkt aan de bestrijding van overgewicht, bewegingsarmoede en ongezonde voeding.
    Lees verder
  • Het project substitutie cardiologie in Zuid-Holland Zuid probeert het aantal verwijzingen naar de tweede lijn te verminderen door huisartsen gericht te scholen en bij de diagnostiek te ondersteunen via een consultatief te benaderen cardioloog.
    Lees verder
  • In Amsterdam worden zorgverleners klaargestoomd voor de toekomst door de training ‘Het nieuwe zorg verlenen’, gericht op meer eigen kracht en eigen verantwoordelijkheden voor cliënten.
    Lees verder
  • Het koppelen van verschillende netwerken in de regio Oost Veluwe – Dementie, Geriatrie en Palliatieve zorg – en deze onderbrengen in één bestuurlijke structuur draagt verder bij aan integrale en samenhangende ouderenzorg.
    Lees verder
  • Netwerkbijeenkomsten voor huisartsen en GGZ-partijen in de Gelderse Vallei bevorderen samenwerking en een afgestemd zorgaanbod.
    Lees verder
  • In negen pilots is succesvol gewerkt aan het ontstaan van geriatrische netwerken rond de zorg voor kwetsbare ouderen in Friesland.
    Lees verder
  • De gemeente Enschede werkt met een aantal pilots aan een werkbaar format Jeugdzorg 2015 voor alle huisartsen in de gemeente. Samenwerking tussen huisarts en wijkteam staat centraal.
    Lees verder
  • Dankzij het ZonMw-project Zichtbare Schakel fungeert in Groningen de wijkverpleegkundige als belangrijke schakel tussen zorg en sociaal domein, met cofinanciering door huisartsen.
    Lees verder
  • In Noord-Holland werkt een eenvoudige app – Het Rode Vlaggen Instrument – doeltreffend bij het vroegsignaleren en monitoren van (mogelijke) medicatieproblemen thuis.
    Lees verder

Nieuwe website ROS-netwerk toont voorbeelden uit de regio van zinnige en zuinige zorg 

22 oktober 2014

In het landelijk netwerk delen de ROS’en kennis en expertise met elkaar. Op de nieuwe website van het ros-netwerk vinden jullie informatie over het netwerk, een overzicht van de ROS’en in de regio’s en informatie over de thema’s wijkgericht werken, geïntegreerde gebiedsanalyses, substitutie en zorgthema’s . Verder een selectie van aansprekende voorbeelden van projecten uit de regio die bijdragen aan zinnige en zuinige zorg in de regio. Deze projecten werden vorige maand getoond tijdens de Tweedaagse. Kijk voor meer inspiratie uit de regio op www.ros-netwerk.nl.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

In het landelijk netwerk delen de ROS’en kennis en expertise met elkaar. Op de nieuwe website van het ros-netwerk vinden jullie informatie over het netwerk, een overzicht van de ROS’en in de regio’s en informatie over de thema’s wijkgericht werken, geïntegreerde gebiedsanalyses, substitutie en zorgthema’s . Verder een selectie van aansprekende voorbeelden van projecten uit de regio die bijdragen aan zinnige en zuinige zorg in de regio. Deze projecten werden vorige maand getoond tijdens de Tweedaagse. Kijk voor meer inspiratie uit de regio op www.ros-netwerk.nl.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Uitnodiging 7 oktober: Preventie in de Buurt

26 september 2014

Graag attenderen we onze ROS-leden op het volgende: het RIVM Centrum Gezond Leven zet zich met het project Preventie in de Buurt in voor het versterken van de samenwerking tussen huisartsen en publieke gezondheid (GGD, GGZ). Het project is een samenwerking tussen NHG, LHV, Pharos en het Trimbos-instituut. In het kader van dit project worden straks onder andere vijf regionale bijeenkomsten voor huisartsen en professionals in het publieke domein georganiseerd (Breda, Den Haag, Haarlem, Nieuwegein, Roermond en Zwolle). De voorbereiding voor deze bijeenkomsten vindt plaats op  7 oktober (13.30-16.00 uur) in Park Plaza in Utrecht . Alle ROS’en zijn hiervoor nadrukkelijk uitgenodigd. De organisatoren vinden het belangrijk om de expertise in het veld te benutten. Graag promoten we deze bijeenkomst bij onze ROS-leden. Aanmelden en informatie over het project Preventie in de Buurt.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

[...]

Graag attenderen we onze ROS-leden op het volgende: het RIVM Centrum Gezond Leven zet zich met het project Preventie in de Buurt in voor het versterken van de samenwerking tussen huisartsen en publieke gezondheid (GGD, GGZ). Het project is een samenwerking tussen NHG, LHV, Pharos en het Trimbos-instituut. In het kader van dit project worden straks onder andere vijf regionale bijeenkomsten voor huisartsen en professionals in het publieke domein georganiseerd (Breda, Den Haag, Haarlem, Nieuwegein, Roermond en Zwolle). De voorbereiding voor deze bijeenkomsten vindt plaats op  7 oktober (13.30-16.00 uur) in Park Plaza in Utrecht . Alle ROS’en zijn hiervoor nadrukkelijk uitgenodigd. De organisatoren vinden het belangrijk om de expertise in het veld te benutten. Graag promoten we deze bijeenkomst bij onze ROS-leden. Aanmelden en informatie over het project Preventie in de Buurt.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

Ding mee naar Transformatieprijs

16 september 2014

Nogmaals wijzen we jullie op de Transformatieprijs die tijdens het congres De Eerste Lijn Transformeert: Herinrichting van het Zorglandschap op 31 oktober aanstaande wordt uitgereikt. De prijs wordt beschikbaar gesteld door Pharmapartners en is bestemd voor een project dat in het afgelopen jaar de kwaliteit van zorg sterk heeft verbeterd met een ICT toepassing. Marnix de Romph is gevraagd om namens InEen in de jury plaats te nemen, evenals emeritus hoogleraar Guus Schrijvers en Dorinda van Oosten, directeur new business van Pharmapartners. Naast de Transformatieprijs zelf wordt ook nog een aanmoedigingsprijs uitgereikt aan een high potential. Ken je mensen of projecten die voor de prijzen in aanmerking komen? Stuur vóór 29 september een mail naar b.bornhijn@jvei.nl. Jullie krijgen dan een link toegestuurd naar een online vragenlijst met vragen over het betreffende project. De Transformatieprijs bestaat uit een bedrag van € 5.000 (en € 2000 voor de high potential).

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

[...]

Nogmaals wijzen we jullie op de Transformatieprijs die tijdens het congres De Eerste Lijn Transformeert: Herinrichting van het Zorglandschap op 31 oktober aanstaande wordt uitgereikt. De prijs wordt beschikbaar gesteld door Pharmapartners en is bestemd voor een project dat in het afgelopen jaar de kwaliteit van zorg sterk heeft verbeterd met een ICT toepassing. Marnix de Romph is gevraagd om namens InEen in de jury plaats te nemen, evenals emeritus hoogleraar Guus Schrijvers en Dorinda van Oosten, directeur new business van Pharmapartners. Naast de Transformatieprijs zelf wordt ook nog een aanmoedigingsprijs uitgereikt aan een high potential. Ken je mensen of projecten die voor de prijzen in aanmerking komen? Stuur vóór 29 september een mail naar b.bornhijn@jvei.nl. Jullie krijgen dan een link toegestuurd naar een online vragenlijst met vragen over het betreffende project. De Transformatieprijs bestaat uit een bedrag van € 5.000 (en € 2000 voor de high potential).

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

Ding mee naar Transformatieprijs

26 augustus 2014

Tijdens het congres De Eerste Lijn Transformeert: Herinrichting  van het Zorglandschap op 31 oktober aanstaande wordt de Transformatieprijs uitgereikt. In aanmerking komen projecten die in het afgelopen jaar de kwaliteit van zorg sterk hebben verbeterd met een ICT toepassing. Kent u mensen of projecten die hiervoor in aanmerking komen?  Stuur vóór 29 september een mail naar b.bornhijn@jvei.nl. U krijgt dan een link toegestuurd naar een online vragenlijst met vragen over het betreffende project. De Transformatieprijs bestaat uit een bedrag van € 5.000 en is een initiatief van de organisatoren van het congres.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

[...]

Tijdens het congres De Eerste Lijn Transformeert: Herinrichting  van het Zorglandschap op 31 oktober aanstaande wordt de Transformatieprijs uitgereikt. In aanmerking komen projecten die in het afgelopen jaar de kwaliteit van zorg sterk hebben verbeterd met een ICT toepassing. Kent u mensen of projecten die hiervoor in aanmerking komen?  Stuur vóór 29 september een mail naar b.bornhijn@jvei.nl. U krijgt dan een link toegestuurd naar een online vragenlijst met vragen over het betreffende project. De Transformatieprijs bestaat uit een bedrag van € 5.000 en is een initiatief van de organisatoren van het congres.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

Brochure De apotheker en de gemeente

30 juli 2014

De decentralisatie heeft voor veel zorgverleners grote impact. Zo ook voor apothekers. Als mensen langer thuis blijven wonen, zullen ze ook langer gebruik maken van de apotheek in de wijk. Dat betekent dat de apotheekzorg ingewikkelder wordt, met patiënten met meerdere aandoeningen, chronisch medicijngebruik, meer psychiatrische patiënten en ouderen met verzorging van de thuiszorg. Goede voorbereiding op deze veranderingen is van belang. Daarom heeft de KNMP een brochure uitgebracht voor apothekers. Daarin wordt hen ook geadviseerd gebruik te maken van het netwerk en de kennis van de regionale ROS’en.

Zie de brochure: De apotheker en de gemeente.

[...]

De decentralisatie heeft voor veel zorgverleners grote impact. Zo ook voor apothekers. Als mensen langer thuis blijven wonen, zullen ze ook langer gebruik maken van de apotheek in de wijk. Dat betekent dat de apotheekzorg ingewikkelder wordt, met patiënten met meerdere aandoeningen, chronisch medicijngebruik, meer psychiatrische patiënten en ouderen met verzorging van de thuiszorg. Goede voorbereiding op deze veranderingen is van belang. Daarom heeft de KNMP een brochure uitgebracht voor apothekers. Daarin wordt hen ook geadviseerd gebruik te maken van het netwerk en de kennis van de regionale ROS’en.

Zie de brochure: De apotheker en de gemeente.

Samenwerking specialist ouderengeneeskunde en huisarts

14 juli 2014

ZONH (Zorgoptimalisatie Noord Holland) heeft een kort filmpje laten maken over het belang van de samenwerking tussen de specialist ouderengeneeskunde en de huisartspraktijk. De film is gebaseerd op de al langer bestaande samenwerking tussen Astrid de Wit, specialist ouderengeneeskunde en huisarts Arienne Baak, werkzaam in gezondheidscentrum Schalkwijk in Haarlem. Aan bod komen concrete voorbeelden over de verschillende samenwerkingsvormen. De huisarts behoudt bij deze samenwerking altijd de regie in de zorg voor kwetsbare ouderen. Ook de financiering komt aan de orde. Het filmpje staat op de website van ZONH. Hier vinden jullie ook de acht redenen voor een huisarts om een specialist ouderengeneeskunde in te schakelen voor kwetsbare ouderen.

[...]

ZONH (Zorgoptimalisatie Noord Holland) heeft een kort filmpje laten maken over het belang van de samenwerking tussen de specialist ouderengeneeskunde en de huisartspraktijk. De film is gebaseerd op de al langer bestaande samenwerking tussen Astrid de Wit, specialist ouderengeneeskunde en huisarts Arienne Baak, werkzaam in gezondheidscentrum Schalkwijk in Haarlem. Aan bod komen concrete voorbeelden over de verschillende samenwerkingsvormen. De huisarts behoudt bij deze samenwerking altijd de regie in de zorg voor kwetsbare ouderen. Ook de financiering komt aan de orde. Het filmpje staat op de website van ZONH. Hier vinden jullie ook de acht redenen voor een huisarts om een specialist ouderengeneeskunde in te schakelen voor kwetsbare ouderen.

Congres: De Eerste lijn transformeert

03 juli 2014

Het eerstelijnscongres in het najaar is inmiddels een traditie. Dit jaar is het thema van dit congres: De eerste lijn transformeert: herinrichting van het zorglandschap. Het wordt georganiseerd door het Jan van Es Instituut en het ROS-netwerk. Reserveer alvast 31 oktober  in uw agenda. Wilt u zeker zijn van deelname, meldt u dan vast aan op de site van het Jan van Es Instituut.

[...]

Het eerstelijnscongres in het najaar is inmiddels een traditie. Dit jaar is het thema van dit congres: De eerste lijn transformeert: herinrichting van het zorglandschap. Het wordt georganiseerd door het Jan van Es Instituut en het ROS-netwerk. Reserveer alvast 31 oktober  in uw agenda. Wilt u zeker zijn van deelname, meldt u dan vast aan op de site van het Jan van Es Instituut.

Terugblik en doorkijk in Jaarkrant Lijn1

02 juli 2014

Lijn1-Jaarkrant-2013In deze jaarkrant  blikt Lijn1 terug op de activiteiten van vorig jaar met een doorkijk naar 2014. Wat gebeurde er in de verschillende wijken? Hoe verliep het bijvoorbeeld met Ouderenzorg in de praktijk, en de ontwikkelingen in de geestelijke gezondheidszorg? Lees het in de jaarkrant van Lijn1.

[...]

Lijn1-Jaarkrant-2013In deze jaarkrant  blikt Lijn1 terug op de activiteiten van vorig jaar met een doorkijk naar 2014. Wat gebeurde er in de verschillende wijken? Hoe verliep het bijvoorbeeld met Ouderenzorg in de praktijk, en de ontwikkelingen in de geestelijke gezondheidszorg? Lees het in de jaarkrant van Lijn1.

Beloning doet kwaliteit huisartsenzorg toenemen

26 juni 2014

ROSDe kwaliteit van de huisartsenzorg neemt toe als er een beloning wordt gekoppeld aan extra resultaat. Dat is de conclusie van een experiment waaraan 65 huisartsen-praktijken in zuid Nederland en twee zorgverzekeraars meewerkten.

Samen met de betrokken huisartsen, zorgverzekeraars en patiënten ontwikkelde Kirsten Kirschner een pay-for-performance (P4P) programma voor de eerstelijnszorg. In het programma leverden het kwaliteitsniveau van de zorg en de kwaliteitsverbetering een bonus van gemiddeld 5-10% van het praktijkinkomen op.  De prestaties werden in drie domeinen gemeten: medisch handelen, praktijkmanagement en patiëntervaringen. De uitkomsten van het experiment, het eerste en enige op dit gebied in Nederland, waren ondubbelzinnig positief: de kwaliteit van de zorg neemt toe. Op 10 juli 2014 promoveert Kirschner op haar onderzoek.

Kirschner, inmiddels regioadviseur bij ZorgImpuls in Rotterdam: ‘In de zorg is feedback geven de gebruikelijke prikkel om mensen te laten veranderen: iemand laten zien wat hij doet en aan de hand daarvan verbeteringen doorvoeren. Het nieuwe is dat wij daar een beloning aan hebben gekoppeld. We wilden zien of we nog een extra motivatie konden toevoegen. Dat blijkt zo te zijn.’ Geprobeerd is om in het experiment alle facetten van de huisartsenzorg mee te nemen. Kirschner vertelt dat er flink is gediscussieerd over de keuzes die daarbij zijn gemaakt. ‘We hebben ons aangesloten bij de NHG-praktijkaccreditering als meetinstrument, waarbij aan de huisartsen is gevraagd wat er dusdanig uitspringt dat zij er een beloning voor willen krijgen als ze het beter doen dan hun collega’s. We zagen dat ze niet voor uitkomstindicatoren kozen, maar voor de procesindicatoren die zij het meest konden beïnvloeden. In het domein medisch handelen betroffen die de zorg voor chronische aandoeningen, het voorschrijf-gedrag en de opkomstcijfers voor de griepvaccinatie en de baarmoederhals-kankerscreening.’

Wat de waardering betreft is onder andere gediscussieerd over de vraag hoe zwaar medisch handelen, praktijkmanagement en de patiëntervaringen hierin meewegen. Tot slot is gekeken naar de beloning. Kirschner: ‘Er werd zonder meer gekozen voor een financiële prikkel en niet voor een beloning als bijvoorbeeld extra personele ondersteuning. Wel was men het erover eens dat de bonus niet te hoog mag zijn, om ongewenste effecten te voorkomen. Overigens is het P4P-programma onderdeel van een kwaliteitscyclus, waarin feedback krijgen en verbeterplannen maken eveneens een rol spelen.’ Uit het onderzoek bleek overigens dat het meten van patiëntervaringen ook een prikkel is om extra te presteren.

Kirschner denkt dat inmiddels de tijd rijp is om verder te gaan met pay-for-perfomance. ‘Toen wij destijds het onderzoek hadden afgerond was dat eigenlijk nog niet het geval. De ontwikkelingen rondom ketenzorg en zorggroepen speelden een grote rol. Daar ging toen de aandacht naar uit. Inmiddels zie je de discussie weer opkomen in het kader van het nieuwe bekostigingsmodel voor de huisartsenzorg.’ Het is belangrijk, vervolgt ze, een zo compleet mogelijk beeld te krijgen van de huisartsenzorg door niet alleen naar het medisch handelen te kijken maar ook naar de organisatie van de praktijk en de ervaringen van patiënten. ‘Bij pay-for-performance gaat het niet alleen om de financiële prikkel maar ook om de kwaliteitscyclus waarbij praktijken feedback krijgen en verbeterplannen maken.’

Lees ook: Beloning voor betere huisartsenzorg

[...]

ROSDe kwaliteit van de huisartsenzorg neemt toe als er een beloning wordt gekoppeld aan extra resultaat. Dat is de conclusie van een experiment waaraan 65 huisartsen-praktijken in zuid Nederland en twee zorgverzekeraars meewerkten.

Samen met de betrokken huisartsen, zorgverzekeraars en patiënten ontwikkelde Kirsten Kirschner een pay-for-performance (P4P) programma voor de eerstelijnszorg. In het programma leverden het kwaliteitsniveau van de zorg en de kwaliteitsverbetering een bonus van gemiddeld 5-10% van het praktijkinkomen op.  De prestaties werden in drie domeinen gemeten: medisch handelen, praktijkmanagement en patiëntervaringen. De uitkomsten van het experiment, het eerste en enige op dit gebied in Nederland, waren ondubbelzinnig positief: de kwaliteit van de zorg neemt toe. Op 10 juli 2014 promoveert Kirschner op haar onderzoek.

Kirschner, inmiddels regioadviseur bij ZorgImpuls in Rotterdam: ‘In de zorg is feedback geven de gebruikelijke prikkel om mensen te laten veranderen: iemand laten zien wat hij doet en aan de hand daarvan verbeteringen doorvoeren. Het nieuwe is dat wij daar een beloning aan hebben gekoppeld. We wilden zien of we nog een extra motivatie konden toevoegen. Dat blijkt zo te zijn.’ Geprobeerd is om in het experiment alle facetten van de huisartsenzorg mee te nemen. Kirschner vertelt dat er flink is gediscussieerd over de keuzes die daarbij zijn gemaakt. ‘We hebben ons aangesloten bij de NHG-praktijkaccreditering als meetinstrument, waarbij aan de huisartsen is gevraagd wat er dusdanig uitspringt dat zij er een beloning voor willen krijgen als ze het beter doen dan hun collega’s. We zagen dat ze niet voor uitkomstindicatoren kozen, maar voor de procesindicatoren die zij het meest konden beïnvloeden. In het domein medisch handelen betroffen die de zorg voor chronische aandoeningen, het voorschrijf-gedrag en de opkomstcijfers voor de griepvaccinatie en de baarmoederhals-kankerscreening.’

Wat de waardering betreft is onder andere gediscussieerd over de vraag hoe zwaar medisch handelen, praktijkmanagement en de patiëntervaringen hierin meewegen. Tot slot is gekeken naar de beloning. Kirschner: ‘Er werd zonder meer gekozen voor een financiële prikkel en niet voor een beloning als bijvoorbeeld extra personele ondersteuning. Wel was men het erover eens dat de bonus niet te hoog mag zijn, om ongewenste effecten te voorkomen. Overigens is het P4P-programma onderdeel van een kwaliteitscyclus, waarin feedback krijgen en verbeterplannen maken eveneens een rol spelen.’ Uit het onderzoek bleek overigens dat het meten van patiëntervaringen ook een prikkel is om extra te presteren.

Kirschner denkt dat inmiddels de tijd rijp is om verder te gaan met pay-for-perfomance. ‘Toen wij destijds het onderzoek hadden afgerond was dat eigenlijk nog niet het geval. De ontwikkelingen rondom ketenzorg en zorggroepen speelden een grote rol. Daar ging toen de aandacht naar uit. Inmiddels zie je de discussie weer opkomen in het kader van het nieuwe bekostigingsmodel voor de huisartsenzorg.’ Het is belangrijk, vervolgt ze, een zo compleet mogelijk beeld te krijgen van de huisartsenzorg door niet alleen naar het medisch handelen te kijken maar ook naar de organisatie van de praktijk en de ervaringen van patiënten. ‘Bij pay-for-performance gaat het niet alleen om de financiële prikkel maar ook om de kwaliteitscyclus waarbij praktijken feedback krijgen en verbeterplannen maken.’

Lees ook: Beloning voor betere huisartsenzorg

Preventie in de GGZ en de verslavingszorg

20 juni 2014

Het Trimbos-Instituut voerde in 2013 een strategische verkenning uit naar de gevolgen van de herindeling van de GGZ per 1 januari 2014 voor het preventieaanbod in de GGZ en verslavingszorg. De verkenning besluit met een toekomstperspectief. Gepleit wordt voor een systematische introductie en facilitering van de uitvoering van geïndiceerde preventie in de huisartsenzorg. Dit moet gebeuren door samenwerking van NHG, LHV, InEen, de Vereniging POH-GGZ, de GGZ- en verslavingspreventiesector en zorgverzekeraars.

Preventie van psychische stoornissen en verslaving en de bevordering van psychische gezondheid zijn de werkelijke uitdagingen die aan de basis liggen van een toegankelijk en duurzaam stelsel voor de geestelijke gezondheidzorg, aldus de strategische verkenning van het Trimbos-Instituut. In het nieuwe stelsel in de GGZ is er per 1 januari 2014 naast de gespecialiseerde GGZ sprake van een generalistische basis GGZ en GGZ in de huisartsvoorziening. Dit blijft niet zonder gevolgen voor het preventieaanbod. De vraag is hoe en waar preventieve interventies – vaak aangeboden in de vorm van e-health – kunnen worden ingezet, hoe de preventie-expertise behouden blijft en waar nieuwe kansen liggen om beschikbare preventieve interventies zinvol in te zetten.

Het Trimbos-Instituut heeft gesproken met de preventieafdelingen van de GGZ-instellingen, en met onder meer de NHG, ZN, de LV POH-GGZ, GGZ Nederland en het ROS-netwerk/de LVG. Het aanbod van geïndiceerde preventie past niet in de generalistische basis GGZ en de gespecialiseerde GGZ omdat alleen de behandeling van gediagnosticeerde stoornissen wordt vergoed. Geïndiceerde preventie voor depressie, angststoornissen en schadelijk  alchoholgebruik is binnen de Zvw-zorg  uitsluitend belegd bij de huisarts en POH-GGZ. Dat heeft tot gevolg dat de belangrijkste activiteit van veel afdelingen GGZ-preventie, namelijk het aanbieden van geïndiceerde preventie in de vorm van cursussen, niet meer wordt ingekocht door zorgverzekeraars. De huisarts speelt daarnaast ook een belangrijke rol in de zorggerelateerde preventie.

De aanbevelingen van de strategische verkenning gaan in op de situatie in vier sectoren: de gemeenten, de huisartsenzorg, de generalistische basis GGZ en de gespecialiseerde GGZ. Over­heid, zorgaanbieders en financiers streven naar een verbreding van preventieve GGZ en verslavingszorg naar wijkteams (universele en selectieve preventie), huisartsenzorg (geïndiceerde preventie) en geestelijke gezondheidszorg (zorggerelateerde preventie). Vanwege het belang van preventie– zoals ook blijkt uit de landelijke en gemeentelijke gezondheidsnota’s – is het nodig dat de betrokken partijen in onderlinge afstem­ming de uitvoeringspraktijk voor GGZ-preventie en deels ook verslavingspreventie opnieuw vormgeven. De onderzoekers pleiten voor een systematische introductie en facilitering van de uitvoering van geïndiceerde preventie in de huisartsenzorg. Dit moet gebeuren door samenwerking van NHG, LHV, InEen, de Vereniging POH-GGZ, de GGZ- en verslavingspreventiesector en zorgverzekeraars. Zij stellen dat deskundigheidsbevordering, aanpassing van opleidingen en ook experimenten met e-health kunnen zorgen dat de kwaliteit en het bereik van de erkende preventieve interventies behouden blijft. Daarbij is samenwerking tussen huisartsen en (preventieafdelingen van) GGZ- en instellingen voor verslavingszorg essentieel.

De ‘Strategische Verkenning GGZ- en verslavingspreventie in het nieuwe zorglandschap’ (december 2013) is gratis te downloaden in de winkel van het Trimbos-Instituut.

[...]

Het Trimbos-Instituut voerde in 2013 een strategische verkenning uit naar de gevolgen van de herindeling van de GGZ per 1 januari 2014 voor het preventieaanbod in de GGZ en verslavingszorg. De verkenning besluit met een toekomstperspectief. Gepleit wordt voor een systematische introductie en facilitering van de uitvoering van geïndiceerde preventie in de huisartsenzorg. Dit moet gebeuren door samenwerking van NHG, LHV, InEen, de Vereniging POH-GGZ, de GGZ- en verslavingspreventiesector en zorgverzekeraars.

Preventie van psychische stoornissen en verslaving en de bevordering van psychische gezondheid zijn de werkelijke uitdagingen die aan de basis liggen van een toegankelijk en duurzaam stelsel voor de geestelijke gezondheidzorg, aldus de strategische verkenning van het Trimbos-Instituut. In het nieuwe stelsel in de GGZ is er per 1 januari 2014 naast de gespecialiseerde GGZ sprake van een generalistische basis GGZ en GGZ in de huisartsvoorziening. Dit blijft niet zonder gevolgen voor het preventieaanbod. De vraag is hoe en waar preventieve interventies – vaak aangeboden in de vorm van e-health – kunnen worden ingezet, hoe de preventie-expertise behouden blijft en waar nieuwe kansen liggen om beschikbare preventieve interventies zinvol in te zetten.

Het Trimbos-Instituut heeft gesproken met de preventieafdelingen van de GGZ-instellingen, en met onder meer de NHG, ZN, de LV POH-GGZ, GGZ Nederland en het ROS-netwerk/de LVG. Het aanbod van geïndiceerde preventie past niet in de generalistische basis GGZ en de gespecialiseerde GGZ omdat alleen de behandeling van gediagnosticeerde stoornissen wordt vergoed. Geïndiceerde preventie voor depressie, angststoornissen en schadelijk  alchoholgebruik is binnen de Zvw-zorg  uitsluitend belegd bij de huisarts en POH-GGZ. Dat heeft tot gevolg dat de belangrijkste activiteit van veel afdelingen GGZ-preventie, namelijk het aanbieden van geïndiceerde preventie in de vorm van cursussen, niet meer wordt ingekocht door zorgverzekeraars. De huisarts speelt daarnaast ook een belangrijke rol in de zorggerelateerde preventie.

De aanbevelingen van de strategische verkenning gaan in op de situatie in vier sectoren: de gemeenten, de huisartsenzorg, de generalistische basis GGZ en de gespecialiseerde GGZ. Over­heid, zorgaanbieders en financiers streven naar een verbreding van preventieve GGZ en verslavingszorg naar wijkteams (universele en selectieve preventie), huisartsenzorg (geïndiceerde preventie) en geestelijke gezondheidszorg (zorggerelateerde preventie). Vanwege het belang van preventie– zoals ook blijkt uit de landelijke en gemeentelijke gezondheidsnota’s – is het nodig dat de betrokken partijen in onderlinge afstem­ming de uitvoeringspraktijk voor GGZ-preventie en deels ook verslavingspreventie opnieuw vormgeven. De onderzoekers pleiten voor een systematische introductie en facilitering van de uitvoering van geïndiceerde preventie in de huisartsenzorg. Dit moet gebeuren door samenwerking van NHG, LHV, InEen, de Vereniging POH-GGZ, de GGZ- en verslavingspreventiesector en zorgverzekeraars. Zij stellen dat deskundigheidsbevordering, aanpassing van opleidingen en ook experimenten met e-health kunnen zorgen dat de kwaliteit en het bereik van de erkende preventieve interventies behouden blijft. Daarbij is samenwerking tussen huisartsen en (preventieafdelingen van) GGZ- en instellingen voor verslavingszorg essentieel.

De ‘Strategische Verkenning GGZ- en verslavingspreventie in het nieuwe zorglandschap’ (december 2013) is gratis te downloaden in de winkel van het Trimbos-Instituut.

Zorgverzekeraars: ROS’en hebben een belangrijke rol

28 mei 2014

ROS-netwerkDe jaarlijkse contactdag van de ROS’en, zorgverzekeraars en VWS leverde dit jaar veel op: de ROS’en kunnen  rekenen op continuering van de ondersteuningsgelden en de wijkverpleging behoort voortaan tot de doelgroepen van de ROS.

De vijfde jaarlijkse contactdag, oorspronkelijk een initiatief van de ROS’en, werd dit jaar georganiseerd door ROS‘en en zorgverzekeraars sámen. ‘Heel bijzonder’, zegt Jeroen van der Noordaa, directeur van de ROS ZONH* en bestuurslid van InEen. ‘Er zijn niet veel dossiers waarop de zorgverzekeraars zo onderling hebben samengewerkt.’ De aanpak kwam voort uit de contactdag 2013 waar de wens naar boven kwam om elkaar beter te informeren en meer samen op te trekken. Van der Noordaa: ‘Met goed resultaat. De dynamiek was anders, met aan beide kanten een constructieve houding. We hebben als ROS’en kunnen laten zien dat we goed zijn in afstemmen en zowel de aansluiting bij het veld als de aansluiting bij het beleid van de zorgverzekeraar kunnen realiseren.’

Zowel de aanwezige zorgverzekeraars als VWS toonden zich doordrongen van de prominente rol die de eerste lijn dichtbij de burger speelt in de huidige ontwikkelingen. ‘Ze zien voor de ROS’en een belangrijke rol om met name de organisatiegraad in de eerste lijn op een hoger plan te krijgen en ook de afstemming met de andere domeinen goed te laten verlopen’, aldus Van der Noordaa. Dit inzicht leidde tot het commitment om de ondersteuningsgelden voor de ROS’en tot 2018 (de termijn van het bestuurlijk akkoord) te verzekeren. Van der Noordaa: ‘Een belangrijk statement, dat ons de continuïteit geeft die we nodig hebben’.

Eveneens in gezamenlijkheid zijn op 20 mei de speerpunten voor de komende periode bepaald. Belangrijk daarbij was de bevestiging van VWS dat ook de wijkverpleegkunde voortaan gezien moet worden als een doelgroep van de ROS’en. In koppels van steeds twee ROS’en en twee zorgverzekeraars worden twee onderwerpen uitgewerkt: 1. de aanpak en ontwikkeling van het wijkzorgteam en 2. substitutie van met name de ziekenhuiszorg naar de eerste lijn. Daarnaast wordt ook het onderwerp zelfmanagement verkend. Welke aspecten hebben met name aandacht nodig? Met input uit de koppels stellen de ROS’en per onderwerp voorstellen op die weer worden voorgelegd aan de zorgverzekeraars. Doel is landelijke overeenstemming over zowel inhoud als bekostiging.

Op de landelijke contactdag 2014 waren behalve de ROS’en, VWS en Zorgverzekeraars Nederland (ZN) vijf zorgverzekeraars aanwezig (Achmea, VGZ, Menzis, DSW en Zorg en Zekerheid).

Meer informatie over het ROS-netwerk op www.ROS-netwerk.nl.
* ZONH: Zorgoptimalisatie Noord-Holland

[...]

ROS-netwerkDe jaarlijkse contactdag van de ROS’en, zorgverzekeraars en VWS leverde dit jaar veel op: de ROS’en kunnen  rekenen op continuering van de ondersteuningsgelden en de wijkverpleging behoort voortaan tot de doelgroepen van de ROS.

De vijfde jaarlijkse contactdag, oorspronkelijk een initiatief van de ROS’en, werd dit jaar georganiseerd door ROS‘en en zorgverzekeraars sámen. ‘Heel bijzonder’, zegt Jeroen van der Noordaa, directeur van de ROS ZONH* en bestuurslid van InEen. ‘Er zijn niet veel dossiers waarop de zorgverzekeraars zo onderling hebben samengewerkt.’ De aanpak kwam voort uit de contactdag 2013 waar de wens naar boven kwam om elkaar beter te informeren en meer samen op te trekken. Van der Noordaa: ‘Met goed resultaat. De dynamiek was anders, met aan beide kanten een constructieve houding. We hebben als ROS’en kunnen laten zien dat we goed zijn in afstemmen en zowel de aansluiting bij het veld als de aansluiting bij het beleid van de zorgverzekeraar kunnen realiseren.’

Zowel de aanwezige zorgverzekeraars als VWS toonden zich doordrongen van de prominente rol die de eerste lijn dichtbij de burger speelt in de huidige ontwikkelingen. ‘Ze zien voor de ROS’en een belangrijke rol om met name de organisatiegraad in de eerste lijn op een hoger plan te krijgen en ook de afstemming met de andere domeinen goed te laten verlopen’, aldus Van der Noordaa. Dit inzicht leidde tot het commitment om de ondersteuningsgelden voor de ROS’en tot 2018 (de termijn van het bestuurlijk akkoord) te verzekeren. Van der Noordaa: ‘Een belangrijk statement, dat ons de continuïteit geeft die we nodig hebben’.

Eveneens in gezamenlijkheid zijn op 20 mei de speerpunten voor de komende periode bepaald. Belangrijk daarbij was de bevestiging van VWS dat ook de wijkverpleegkunde voortaan gezien moet worden als een doelgroep van de ROS’en. In koppels van steeds twee ROS’en en twee zorgverzekeraars worden twee onderwerpen uitgewerkt: 1. de aanpak en ontwikkeling van het wijkzorgteam en 2. substitutie van met name de ziekenhuiszorg naar de eerste lijn. Daarnaast wordt ook het onderwerp zelfmanagement verkend. Welke aspecten hebben met name aandacht nodig? Met input uit de koppels stellen de ROS’en per onderwerp voorstellen op die weer worden voorgelegd aan de zorgverzekeraars. Doel is landelijke overeenstemming over zowel inhoud als bekostiging.

Op de landelijke contactdag 2014 waren behalve de ROS’en, VWS en Zorgverzekeraars Nederland (ZN) vijf zorgverzekeraars aanwezig (Achmea, VGZ, Menzis, DSW en Zorg en Zekerheid).

Meer informatie over het ROS-netwerk op www.ROS-netwerk.nl.
* ZONH: Zorgoptimalisatie Noord-Holland

Bijeenkomsten hervorming langdurige zorg

14 mei 2014

Het ministerie van VWS organiseert samen met veldpartijen een serie regionale transitiebijeenkomsten (pdf) over de hervorming van de langdurige zorg. De bijeenkomsten zijn bedoeld  voor (regionale) vertegenwoordigers van cliëntenorganisaties, gemeenten, verzekeraars, zorgkantoren, aanbieders, beroepsorganisaties, huisartsen en woningcorporaties. Zij krijgen tijdens de bijeenkomsten nadere informatie over de kaderstelling, zoals het overgangsrecht en  de gemaakte transitieafspraken. Omdat de regio het schakelpunt is tussen individuele partijen en de landelijke partijen, is het goed als regionale partijen de regie voeren op de transitie. VWS wil daarbij graag input ontvangen van de eerstelijnszorg en heeft ons gevraagd de uitnodiging onder zorggroepen, ROS’en en gezondheidscentra te verspreiden. Afgelopen week hebben jullie de uitnodiging via ons ontvangen. De eerste bijeenkomst (in Heiloo) vindt plaats op 26 mei 2014. We hopen dat veel leden in de gelegenheid zijn aan de transitiebijeenkomsten deel te nemen en hun inbreng naar voren te brengen.

[...]

Het ministerie van VWS organiseert samen met veldpartijen een serie regionale transitiebijeenkomsten (pdf) over de hervorming van de langdurige zorg. De bijeenkomsten zijn bedoeld  voor (regionale) vertegenwoordigers van cliëntenorganisaties, gemeenten, verzekeraars, zorgkantoren, aanbieders, beroepsorganisaties, huisartsen en woningcorporaties. Zij krijgen tijdens de bijeenkomsten nadere informatie over de kaderstelling, zoals het overgangsrecht en  de gemaakte transitieafspraken. Omdat de regio het schakelpunt is tussen individuele partijen en de landelijke partijen, is het goed als regionale partijen de regie voeren op de transitie. VWS wil daarbij graag input ontvangen van de eerstelijnszorg en heeft ons gevraagd de uitnodiging onder zorggroepen, ROS’en en gezondheidscentra te verspreiden. Afgelopen week hebben jullie de uitnodiging via ons ontvangen. De eerste bijeenkomst (in Heiloo) vindt plaats op 26 mei 2014. We hopen dat veel leden in de gelegenheid zijn aan de transitiebijeenkomsten deel te nemen en hun inbreng naar voren te brengen.

Leergang Multidisciplinaire ouderenzorg in de eerste lijn

01 mei 2014

Caransscoop (lid van InEen) organiseert met St. Een Plus Samenwerking (Seps) (eveneens lid van InEen) en Praktijk Ouderengeneeskunde Bertholet een verdiepingsleergang multidisciplinaire ouderenzorg in de eerste lijn. De modules zijn op 16 mei, 4 juli, 12 september en 7 november in gezondheidscentrum te Velp.

In Velp bestaat structurele inzet van de specialist ouderengeneeskundige in de huisartsenpraktijk. Zowel zorgverleners als patiënten zijn tevreden over deze werkwijze. In de verdiepingsleergang verwerft de professional kennis betreffende de praktijkorganisatie en samenwerking. Daarmee kan hij in de eigen regio aan de slag met multidisciplinaire ouderenzorg in de eerste lijn. Docenten zijn Esther Bertholet, specialist ouderenzorg en Herma Barnhoorn, directeur Seps. Deze leergang is in eerste instantie voor eerstelijnszorgverleners in de Provincie Gelderland, maar er is nog plaats voor zorgverleners uit andere regio’s.

 

[...]

Caransscoop (lid van InEen) organiseert met St. Een Plus Samenwerking (Seps) (eveneens lid van InEen) en Praktijk Ouderengeneeskunde Bertholet een verdiepingsleergang multidisciplinaire ouderenzorg in de eerste lijn. De modules zijn op 16 mei, 4 juli, 12 september en 7 november in gezondheidscentrum te Velp.

In Velp bestaat structurele inzet van de specialist ouderengeneeskundige in de huisartsenpraktijk. Zowel zorgverleners als patiënten zijn tevreden over deze werkwijze. In de verdiepingsleergang verwerft de professional kennis betreffende de praktijkorganisatie en samenwerking. Daarmee kan hij in de eigen regio aan de slag met multidisciplinaire ouderenzorg in de eerste lijn. Docenten zijn Esther Bertholet, specialist ouderenzorg en Herma Barnhoorn, directeur Seps. Deze leergang is in eerste instantie voor eerstelijnszorgverleners in de Provincie Gelderland, maar er is nog plaats voor zorgverleners uit andere regio’s.

 

Samenwerking plattelandspraktijken

25 april 2014

Stichting Gezondheidszorg Avereest (SGA) heeft in enkele maanden tijd het totale proces voor de GEZ-module succesvol doorlopen met ondersteuning van de ROS ProGez (lid van InEen).

Feitelijk is de SGA een virtueel gezondheidscentrum met verschillende plattelandspraktijken in Balkbrug en Dedemsvaart. Het vormen van een stichting om de GEZ-module aan te kunnen vragen, lijkt minder voor de hand te liggen dan in een stad. Echter: de fysieke afstand tussen de praktijken vormt geen belemmering omdat de praktijken al jaren onderling samenwerken en zelfs gezamenlijk personeel in dienst hebben. Lees meer over dit initiatief.

[...]

Stichting Gezondheidszorg Avereest (SGA) heeft in enkele maanden tijd het totale proces voor de GEZ-module succesvol doorlopen met ondersteuning van de ROS ProGez (lid van InEen).

Feitelijk is de SGA een virtueel gezondheidscentrum met verschillende plattelandspraktijken in Balkbrug en Dedemsvaart. Het vormen van een stichting om de GEZ-module aan te kunnen vragen, lijkt minder voor de hand te liggen dan in een stad. Echter: de fysieke afstand tussen de praktijken vormt geen belemmering omdat de praktijken al jaren onderling samenwerken en zelfs gezamenlijk personeel in dienst hebben. Lees meer over dit initiatief.

Proeftuinen populatiemanagement Zorg

22 april 2014

ROSZorg in de buurt vraagt ook om zorg en ondersteuning op regionaal niveau. We stappen in ons land af van blauwdrukken en gaan over naar zorg die passend is bij de populatie. Er zijn 9  proeftuinen die zich richten op populatiemanagement. In nagenoeg alle proeftuinen zijn leden van InEen betrokken.

Doel van de proeftuinen populatiemanagement is de gezondheid van de populatie te verbeteren met minimaal dezelfde kwaliteit van zorg en beheersing van de kosten. Ofwel: “Betere zorg met lagere zorgkosten”. Een zin die snel is uitgesproken, maar die veel inzet vergt. Want dat betekent samenwerken tussen alle zorgverleners in een gebied, substitutie van de tweede naar de eerste lijn en van de eerste lijn naar welzijn, integratie van zorg en preventie. De pilots van de proeftuinen lopen van 2013 t/m 2017. Het RIVM heeft inmiddels Deel I van de Landelijke monitor populatiemanagement (pdf) uitgebracht.

Beschrijving
Uit dit rapport blijkt dat de proeftuinen sterk in ontwikkeling zijn. Iedere proeftuin heeft verschillende programma’s, veelal gericht op eerste- en tweedelijnszorg, met de ambitie die uit te breiden naar ander domeinen, zoals ggz, jeugdzorg, welzijn enz. Er zijn nog geen afspraken over uitkomstbekostiging, hoewel daar ook voorzichtige stappen in worden gezet. Verder dan een beschrijving van de huidige status van de proeftuinen kan dit rapport, gezien de diversiteit, nog niet bieden.

Pionieren
Voor de deelnemers in deze proeftuinen is het dan ook pionieren. En juist dat biedt de uitdaging. ‘Je kijkt wat waarde heeft voor de inwoners in de regio’, stelt Pauline Terwijn, bestuurder Saxenburgh Groep (proeftuin Vitaal Vechtdal). ‘Als je dat leidend laat zijn, betekent het ook dat je onlogische zaken opruimt. De samenwerking gaat dwars door alle bestaande systemen heen. We zijn een land geworden van tekentafels en blauwdrukken. We moeten echter de waarde van de zorg die wordt geleverd door zorgverleners als uitgangspunt nemen. Met de inzet op preventie, langer vitaal blijven en mee kunnen blijven doen.’

Nieuwe werkwijze
Astrid Schipper, programmamanager SSIZ verwoordt het als volgt: ‘Je moet terug naar de basis: waar is het ook alweer een antwoord op? Wat is het gedeelde vraagstuk? Bij de proeftuinen komt het aan op samenwerking, ambitie, gedragsverandering en visie. Dat is de manier waarop je in beweging kunt komen.’
Arnold Schelfhout, bestuurder ZorgSaam Zeeuws-Vlaanderen benadrukt dat: ‘Mensen moeten leren boven hun eigen organisatiebelang te denken. Wat is het belang van de regio? Daarin moet je stappen zetten. Wij gaan voor dat ideaal.’ Hij voegt daar wel aan toe: ‘We moeten naar een ander verdienmodel, maar dat betekent wel dat er een tegemoetkoming moet komen voor de overgang.’ Hij ziet de pilot als een start voor een bredere inzet. Enthousiast: ‘Ik heb er alle vertrouwen in dat de regionale aanpak door organisaties heen de nieuwe werkwijze wordt voor de toekomst.’

Vraagstuk
Binnen de pilots Gezonde wijk vindt langer gebiedsgerichte aanpak plaats, met samenwerking van alle professionals rondom de burger. Daar zijn dus veel overeenkomsten mee. Want ook hier wordt gezocht naar nieuwe kaders om de zorg integraal aan te bieden. ‘We hebben daar de basis gelegd voor een effectieve, doelmatige aanpak om bij te dragen aan gezondheid’, aldus Petra van Wezel, manager Stichting Overvecht Gezond. ‘Gezondheid, kwaliteit van zorg en kostenbeheersing staat voorop. Vanuit de werkvloer hebben we de samenwerking eerste lijn en sociaal domein handen en voeten gegeven. Het heeft echt effect om met elkaar op het juiste moment af te stemmen rondom de patiënt met problemen in verschillende domeinen. De vraag is hoe we dat inkoopbaar kunnen maken voor verzekeraar en gemeente. Hoe kun je sturen op outcome? Aan dat vraagstuk werken we nu met elkaar.’ En ook daar ligt een overeenkomst met de 9 proeftuinen Populatiemanagement

[...]

ROSZorg in de buurt vraagt ook om zorg en ondersteuning op regionaal niveau. We stappen in ons land af van blauwdrukken en gaan over naar zorg die passend is bij de populatie. Er zijn 9  proeftuinen die zich richten op populatiemanagement. In nagenoeg alle proeftuinen zijn leden van InEen betrokken.

Doel van de proeftuinen populatiemanagement is de gezondheid van de populatie te verbeteren met minimaal dezelfde kwaliteit van zorg en beheersing van de kosten. Ofwel: “Betere zorg met lagere zorgkosten”. Een zin die snel is uitgesproken, maar die veel inzet vergt. Want dat betekent samenwerken tussen alle zorgverleners in een gebied, substitutie van de tweede naar de eerste lijn en van de eerste lijn naar welzijn, integratie van zorg en preventie. De pilots van de proeftuinen lopen van 2013 t/m 2017. Het RIVM heeft inmiddels Deel I van de Landelijke monitor populatiemanagement (pdf) uitgebracht.

Beschrijving
Uit dit rapport blijkt dat de proeftuinen sterk in ontwikkeling zijn. Iedere proeftuin heeft verschillende programma’s, veelal gericht op eerste- en tweedelijnszorg, met de ambitie die uit te breiden naar ander domeinen, zoals ggz, jeugdzorg, welzijn enz. Er zijn nog geen afspraken over uitkomstbekostiging, hoewel daar ook voorzichtige stappen in worden gezet. Verder dan een beschrijving van de huidige status van de proeftuinen kan dit rapport, gezien de diversiteit, nog niet bieden.

Pionieren
Voor de deelnemers in deze proeftuinen is het dan ook pionieren. En juist dat biedt de uitdaging. ‘Je kijkt wat waarde heeft voor de inwoners in de regio’, stelt Pauline Terwijn, bestuurder Saxenburgh Groep (proeftuin Vitaal Vechtdal). ‘Als je dat leidend laat zijn, betekent het ook dat je onlogische zaken opruimt. De samenwerking gaat dwars door alle bestaande systemen heen. We zijn een land geworden van tekentafels en blauwdrukken. We moeten echter de waarde van de zorg die wordt geleverd door zorgverleners als uitgangspunt nemen. Met de inzet op preventie, langer vitaal blijven en mee kunnen blijven doen.’

Nieuwe werkwijze
Astrid Schipper, programmamanager SSIZ verwoordt het als volgt: ‘Je moet terug naar de basis: waar is het ook alweer een antwoord op? Wat is het gedeelde vraagstuk? Bij de proeftuinen komt het aan op samenwerking, ambitie, gedragsverandering en visie. Dat is de manier waarop je in beweging kunt komen.’
Arnold Schelfhout, bestuurder ZorgSaam Zeeuws-Vlaanderen benadrukt dat: ‘Mensen moeten leren boven hun eigen organisatiebelang te denken. Wat is het belang van de regio? Daarin moet je stappen zetten. Wij gaan voor dat ideaal.’ Hij voegt daar wel aan toe: ‘We moeten naar een ander verdienmodel, maar dat betekent wel dat er een tegemoetkoming moet komen voor de overgang.’ Hij ziet de pilot als een start voor een bredere inzet. Enthousiast: ‘Ik heb er alle vertrouwen in dat de regionale aanpak door organisaties heen de nieuwe werkwijze wordt voor de toekomst.’

Vraagstuk
Binnen de pilots Gezonde wijk vindt langer gebiedsgerichte aanpak plaats, met samenwerking van alle professionals rondom de burger. Daar zijn dus veel overeenkomsten mee. Want ook hier wordt gezocht naar nieuwe kaders om de zorg integraal aan te bieden. ‘We hebben daar de basis gelegd voor een effectieve, doelmatige aanpak om bij te dragen aan gezondheid’, aldus Petra van Wezel, manager Stichting Overvecht Gezond. ‘Gezondheid, kwaliteit van zorg en kostenbeheersing staat voorop. Vanuit de werkvloer hebben we de samenwerking eerste lijn en sociaal domein handen en voeten gegeven. Het heeft echt effect om met elkaar op het juiste moment af te stemmen rondom de patiënt met problemen in verschillende domeinen. De vraag is hoe we dat inkoopbaar kunnen maken voor verzekeraar en gemeente. Hoe kun je sturen op outcome? Aan dat vraagstuk werken we nu met elkaar.’ En ook daar ligt een overeenkomst met de 9 proeftuinen Populatiemanagement

Samen Een in Feijenoord: voorbeeld wijkgericht werken

17 april 2014

Mieke-ReynenWijkgericht werken is sinds een paar jaar het credo. Dat het werkt, weten ze in de deelgemeente Feijenoord als geen ander. Al in 2007 wordt binnen het project “Samen Een in Feijenoord” structureel samengewerkt , uitgaande van het holistische mensbeeld. Dus aandacht voor de mens in zijn totaliteit, kijkend naar de leefgebieden zingeving; wonen; financiën; sociale relatie; lichamelijke en psychische gezondheid; werk & activiteiten.

‘Je kunt inmiddels niet meer spreken van een project, het is doorgegroeid tot een volwaardig en sluitend netwerk’, stelt projectmanager Mieke Reynen vast. ‘Alle partijen in de deelgemeente, actief op een of meer van deze leefgebieden, zijn aangesloten en dat zijn er ruim 30. Heel divers: van ziekenhuis tot welzijn, van woningcorporatie tot kinderdagverblijf.’ Er was 5 jaar subsidie, waarvan het project 6 jaar heeft gedraaid. ‘Inmiddels bekostigen de partners zelf grotendeels dit netwerk. Daarmee geven ze aan dat ze die samenwerking van groot belang vinden’ aldus Mieke. Met nadruk: ‘En dat is het ook in deze wijk met zoveel multiproblematiek. Je kunt de problemen alleen gezamenlijk oppakken, dat is echt onze drive.’

Zelfde taal
Mieke Reynen was vanuit het Gezondheidscentrum Randweg met ondersteuning van Zorgimpuls ( ROS Rotterdam) 7 jaar geleden initiatiefnemer van het project Samen Een in Feijenoord. ‘Bij mijn komst schetste iedereen de problematiek van de wijk, waar heel duidelijk naar voren kwam dat de verbinding tussen partijen ontbrak en wel noodzakelijk is. Dat hebben we in een visiedocument opgeschreven en met 19 partijen is er toen een intentieverklaring opgesteld. De wethouder zorg en welzijn heeft deze aanpak onderschreven en gaf de ondertekening een officieel tintje. We hebben echt gepionierd. Het belangrijkste was om elkaars taal te leren verstaan. De verschillende sectoren hebben elk hun eigen jargon, daarin zijn grote verschillen. Elkaar leren kennen en elkaar begrijpen is essentieel in zo’n breed netwerk.’ Om dat vast te houden is er vanaf vorig jaar eens per maand een netwerklunch voor de netwerkpartners en professionals in het werkgebied in gezondheidscentrum Randweg. ‘Dat is een gouden greep. Mensen ontmoeten elkaar, vertellen over hun projecten, weten elkaar zo makkelijk te vinden en maken afspraken met elkaar. De mensen komen echt naar deze lunch om iets te halen (en nee: geen broodje, want ze nemen hun eigen boterhammen mee) en te brengen.’

Gezondheidstafel
In Feijenoord is veel sprake van laaggeletterdheid en analfabetisme. ‘Daarom hebben we een digitale gezondheidstafel opgezet’, geeft Mieke aan. ‘Deze staat in ’t Slag: een multifunctioneel ontmoetingscentrum in de wijk met o.a. een apotheek, CJG, kinderdagopvang en bibliotheek. Met behulp van een touchscreen krijgen bezoekers veel visuele informatie over gezondheid, wonen, onderwijs en dergelijke.’ Enthousiast: ‘Leerlingen van het ROC hebben in het kader van hun opleiding filmpjes gemaakt over verschillende handelingen in het gezondheidscentrum, oor uitspuiten, bloeddruk opmeten etc. Zo snijdt het mes aan twee kanten. De bewoner krijgt uitleg, maar ook voor de leerling is het een leertraject, hoe moet je iets visualiseren, hoe moet je het opbouwen, hoe leg je iets uit? Het netwerk zit vol van dit soort voorbeelden van verbinden. Want daar gaat het om: hoe kunnen we mensen met elkaar verbinden? Eigen heel simpel.’

Verbinden
Je kunt het “simpel” noemen, maar het is natuurlijk veel meer. In de verbinding zit de kracht, dat komt duidelijk naar voren bij de verschillende projecten in het netwerk Samen Een in Feijenoord, waaronder de geïntegreerde aanpak van overgewicht. Maar de verbinding komt niet vanzelf tot stand. Er moet iemand zijn die het initiatief neemt om de knopen te leggen, de verbinding tot stand te brengen en te onderhouden. Waarschijnlijk is dat de belangrijkste les voor de wijknetwerken die in het hele land de komende maanden tot stand moeten komen. De gemeente Rotterdam ziet de meerwaarde. Ze heeft het netwerk erkend en gevraagd om het wijkteam -dat in het kader van de transities als proeftuin is gestart- te ondersteunen in hun taak. Dat is dus echt een staaltje van goed verbinden van bestaande infrastructuur met nieuwe ontwikkelingen.

Meer informatie
Kijk hier voor meer informatie over Samen Een in Feijenoord
Kijk hier voor voor een kort filmpje over de gezondheidstafel

[...]

Mieke-ReynenWijkgericht werken is sinds een paar jaar het credo. Dat het werkt, weten ze in de deelgemeente Feijenoord als geen ander. Al in 2007 wordt binnen het project “Samen Een in Feijenoord” structureel samengewerkt , uitgaande van het holistische mensbeeld. Dus aandacht voor de mens in zijn totaliteit, kijkend naar de leefgebieden zingeving; wonen; financiën; sociale relatie; lichamelijke en psychische gezondheid; werk & activiteiten.

‘Je kunt inmiddels niet meer spreken van een project, het is doorgegroeid tot een volwaardig en sluitend netwerk’, stelt projectmanager Mieke Reynen vast. ‘Alle partijen in de deelgemeente, actief op een of meer van deze leefgebieden, zijn aangesloten en dat zijn er ruim 30. Heel divers: van ziekenhuis tot welzijn, van woningcorporatie tot kinderdagverblijf.’ Er was 5 jaar subsidie, waarvan het project 6 jaar heeft gedraaid. ‘Inmiddels bekostigen de partners zelf grotendeels dit netwerk. Daarmee geven ze aan dat ze die samenwerking van groot belang vinden’ aldus Mieke. Met nadruk: ‘En dat is het ook in deze wijk met zoveel multiproblematiek. Je kunt de problemen alleen gezamenlijk oppakken, dat is echt onze drive.’

Zelfde taal
Mieke Reynen was vanuit het Gezondheidscentrum Randweg met ondersteuning van Zorgimpuls ( ROS Rotterdam) 7 jaar geleden initiatiefnemer van het project Samen Een in Feijenoord. ‘Bij mijn komst schetste iedereen de problematiek van de wijk, waar heel duidelijk naar voren kwam dat de verbinding tussen partijen ontbrak en wel noodzakelijk is. Dat hebben we in een visiedocument opgeschreven en met 19 partijen is er toen een intentieverklaring opgesteld. De wethouder zorg en welzijn heeft deze aanpak onderschreven en gaf de ondertekening een officieel tintje. We hebben echt gepionierd. Het belangrijkste was om elkaars taal te leren verstaan. De verschillende sectoren hebben elk hun eigen jargon, daarin zijn grote verschillen. Elkaar leren kennen en elkaar begrijpen is essentieel in zo’n breed netwerk.’ Om dat vast te houden is er vanaf vorig jaar eens per maand een netwerklunch voor de netwerkpartners en professionals in het werkgebied in gezondheidscentrum Randweg. ‘Dat is een gouden greep. Mensen ontmoeten elkaar, vertellen over hun projecten, weten elkaar zo makkelijk te vinden en maken afspraken met elkaar. De mensen komen echt naar deze lunch om iets te halen (en nee: geen broodje, want ze nemen hun eigen boterhammen mee) en te brengen.’

Gezondheidstafel
In Feijenoord is veel sprake van laaggeletterdheid en analfabetisme. ‘Daarom hebben we een digitale gezondheidstafel opgezet’, geeft Mieke aan. ‘Deze staat in ’t Slag: een multifunctioneel ontmoetingscentrum in de wijk met o.a. een apotheek, CJG, kinderdagopvang en bibliotheek. Met behulp van een touchscreen krijgen bezoekers veel visuele informatie over gezondheid, wonen, onderwijs en dergelijke.’ Enthousiast: ‘Leerlingen van het ROC hebben in het kader van hun opleiding filmpjes gemaakt over verschillende handelingen in het gezondheidscentrum, oor uitspuiten, bloeddruk opmeten etc. Zo snijdt het mes aan twee kanten. De bewoner krijgt uitleg, maar ook voor de leerling is het een leertraject, hoe moet je iets visualiseren, hoe moet je het opbouwen, hoe leg je iets uit? Het netwerk zit vol van dit soort voorbeelden van verbinden. Want daar gaat het om: hoe kunnen we mensen met elkaar verbinden? Eigen heel simpel.’

Verbinden
Je kunt het “simpel” noemen, maar het is natuurlijk veel meer. In de verbinding zit de kracht, dat komt duidelijk naar voren bij de verschillende projecten in het netwerk Samen Een in Feijenoord, waaronder de geïntegreerde aanpak van overgewicht. Maar de verbinding komt niet vanzelf tot stand. Er moet iemand zijn die het initiatief neemt om de knopen te leggen, de verbinding tot stand te brengen en te onderhouden. Waarschijnlijk is dat de belangrijkste les voor de wijknetwerken die in het hele land de komende maanden tot stand moeten komen. De gemeente Rotterdam ziet de meerwaarde. Ze heeft het netwerk erkend en gevraagd om het wijkteam -dat in het kader van de transities als proeftuin is gestart- te ondersteunen in hun taak. Dat is dus echt een staaltje van goed verbinden van bestaande infrastructuur met nieuwe ontwikkelingen.

Meer informatie
Kijk hier voor meer informatie over Samen Een in Feijenoord
Kijk hier voor voor een kort filmpje over de gezondheidstafel

Symposium Ouderenzorg 15 mei

03 april 2014

De bevolking vergrijst, de gemiddelde leeftijd stijgt en ouderen blijven langer thuis. Ouderenzorg wordt daardoor een belangrijk aandachtspunt. Op 15 mei a.s. organiseert Caransscoop (lid van InEen) in samenwerking met WDH, V&VN Praktijkverpleegkundigen & Praktijkondersteuners en NVvPO een symposium Ouderenzorg. Van 16.00 – 21.00 uur in Regardz WTC Arnhem. Voor professionals uit de zorg, gemeente en welzijn.

Eerstelijnspraktijk ouderengeneeskunde
Sprekers zijn o.a. Ester Bertholet, specialist ouderengeneeskunde. Zij is in Velp gestart met de eerstelijnspraktijk ouderengeneeskunde, met een specialist ouderengeneeskunde, verpleegkundigen en  een maatschappelijk werker. Deze praktijk is gevestigd in het gezondheidscentrum en de huisartsen kunnen ouderen met veel problemen verwijzen naar deze praktijk.

Vernieuwende ouderenzorg
Het symposium biedt een breed aanbod van workshops, met een vernieuwende inslag op het gebied van ouderenzorg. Zo gaat Bert Westerink, leidinggevende ROS ELANN en oud-wethouder Groningen, in op het samenspel tussen de gemeente en de eerste lijn. Andere thema’s zijn ondermeer: digitaal communiceren en de samenwerking in de wijk.

Kom naar het symposium en hoor meer over de vernieuwende aanpak in de ouderenzorg. Zie het programma en inschrijven en het workshopprogramma.

[...]

De bevolking vergrijst, de gemiddelde leeftijd stijgt en ouderen blijven langer thuis. Ouderenzorg wordt daardoor een belangrijk aandachtspunt. Op 15 mei a.s. organiseert Caransscoop (lid van InEen) in samenwerking met WDH, V&VN Praktijkverpleegkundigen & Praktijkondersteuners en NVvPO een symposium Ouderenzorg. Van 16.00 – 21.00 uur in Regardz WTC Arnhem. Voor professionals uit de zorg, gemeente en welzijn.

Eerstelijnspraktijk ouderengeneeskunde
Sprekers zijn o.a. Ester Bertholet, specialist ouderengeneeskunde. Zij is in Velp gestart met de eerstelijnspraktijk ouderengeneeskunde, met een specialist ouderengeneeskunde, verpleegkundigen en  een maatschappelijk werker. Deze praktijk is gevestigd in het gezondheidscentrum en de huisartsen kunnen ouderen met veel problemen verwijzen naar deze praktijk.

Vernieuwende ouderenzorg
Het symposium biedt een breed aanbod van workshops, met een vernieuwende inslag op het gebied van ouderenzorg. Zo gaat Bert Westerink, leidinggevende ROS ELANN en oud-wethouder Groningen, in op het samenspel tussen de gemeente en de eerste lijn. Andere thema’s zijn ondermeer: digitaal communiceren en de samenwerking in de wijk.

Kom naar het symposium en hoor meer over de vernieuwende aanpak in de ouderenzorg. Zie het programma en inschrijven en het workshopprogramma.

RIVM-rapport Landelijke monitor populatiemanagenent

25 maart 2014

RIVM volgt de 9 proeftuinen op het implementatieproces, de succes- en faalfactoren en het effect op de gezondheid van de populatie en de kwaliteit en kosten van de zorg. De proeftuinen grotendeels gericht op eerste- en tweedelijnszorg. Iedere proeftuin kent verschillende programma’s en een bijbehorende set interventies. De interventies richten zich vaak op substitutie van zorg, integratie van zorg (eventueel met welzijn) en preventie. De ambitie is om dit gaandeweg uit te breiden naar andere domeinen, zoals GGZ en jeugdzorg.

Het RIVM-rapport Landelijke monitor populatiemanagement richt zich voornamelijk op de overeenkomsten en verschillen tussen de proeftuinen. De beschrijving is gebaseerd op documenten van de proeftuinen (tot januari 2014) en interviews met de betrokken partijen/initiatiefnemers.

[...]

RIVM volgt de 9 proeftuinen op het implementatieproces, de succes- en faalfactoren en het effect op de gezondheid van de populatie en de kwaliteit en kosten van de zorg. De proeftuinen grotendeels gericht op eerste- en tweedelijnszorg. Iedere proeftuin kent verschillende programma’s en een bijbehorende set interventies. De interventies richten zich vaak op substitutie van zorg, integratie van zorg (eventueel met welzijn) en preventie. De ambitie is om dit gaandeweg uit te breiden naar andere domeinen, zoals GGZ en jeugdzorg.

Het RIVM-rapport Landelijke monitor populatiemanagement richt zich voornamelijk op de overeenkomsten en verschillen tussen de proeftuinen. De beschrijving is gebaseerd op documenten van de proeftuinen (tot januari 2014) en interviews met de betrokken partijen/initiatiefnemers.

ROS-Wijkscan ‘Gezondheid, sport en zorg’

25 maart 2014

ROROS’en staan voor verbinding in de regio tussen alle partijen die te maken hebben met de eerstelijnszorg. Dus ook met sport- en beweegaanbieders. ‘De verbinding gezondheid, sport en zorg is belangrijk’, aldus Betty Steenkamer, adjunct-directeur Robuust en portefeuillehouder Geïntegreerde GebiedsAnalyse van het ROS-Netwerk. ‘Het beweegaanbod is tamelijk versnipperd.  Aansluiting met andere domeinen zorgt voor een effectievere aanpak. Bundeling van informatie is van belang.’

Subsidie Sportimpuls
Het subsidieprogramma Sportimpuls 2014 bood een goede kans om gebundelde informatie in een hapklare vorm te presenteren aan sport- en beweegaanbieders. Dit heeft geleid tot de ROS-Wijkscanrapportage “Gezondheid, sport en zorg”,van de ROS”en in samenwerking met het NISB. Er is een call tot 10 april a.s. en er volgt nog een aanvraagronde voor Kinderen Sportief op Gewicht. Kijk hier voor meer informatie over de Sportimpuls.

Analyse
Een aanvraag Sportimpuls start met een goede analyse. ‘De Wijkscan ‘Gezondheid, sport en zorg’ biedt onderliggende informatie die essentieel is voor een aanvraag bij Sportimpuls’, vertelt Betty Steenkamer. ‘Gaat het om de juiste vraag, de juiste doelgroep, de juiste samenwerkingspartners en vooral: het juiste aanbod? De scan biedt inzicht in de demografische samenstelling van een wijk. Zo is een goede analyse mogelijk t.a.v. de gezondheidssituatie, het beweeggedrag van de inwoners en de leefbaarheid van een wijk.’

Betty vervolgt: ‘Bewegen is van groot belang voor mensen met bijvoorbeeld psychosociale problematiek. Het effect van psychosociale problemen op gezondheid wordt nog steeds onderschat. In het Nationaal Programma Preventie is wel aandacht voor depressie, maar de problematiek is breder. Het zal geweldig zijn als ook vanuit deze insteek aanvragen komen voor de call van Sportimpuls.’

Inzicht in de wijk
‘Het belang van de scan geldt natuurlijk niet alleen voor een subsidieaanvraag. De inzet is zinvol bij elke nieuwe interventie op het gebied van gezonde bewoners in de buurt. De informatie is ook zinvol voor wijkverpleegkundigen en wijkteams, voor buurtsportcoaches, e.d. Met de Wijkscan krijg je goed inzicht in de wijk en kansen om samen aan de slag te gaan met gezonde burgers in de wijk.’

Meer informatie
U kunt bij de ROS in uw eigen regio meer informatie krijgen over de Wijkscan ‘Gezondheid, sport en zorg’. Kijk op www.nisb.nl/wijkscan welke ROS’en meedoen.

[...]

ROROS’en staan voor verbinding in de regio tussen alle partijen die te maken hebben met de eerstelijnszorg. Dus ook met sport- en beweegaanbieders. ‘De verbinding gezondheid, sport en zorg is belangrijk’, aldus Betty Steenkamer, adjunct-directeur Robuust en portefeuillehouder Geïntegreerde GebiedsAnalyse van het ROS-Netwerk. ‘Het beweegaanbod is tamelijk versnipperd.  Aansluiting met andere domeinen zorgt voor een effectievere aanpak. Bundeling van informatie is van belang.’

Subsidie Sportimpuls
Het subsidieprogramma Sportimpuls 2014 bood een goede kans om gebundelde informatie in een hapklare vorm te presenteren aan sport- en beweegaanbieders. Dit heeft geleid tot de ROS-Wijkscanrapportage “Gezondheid, sport en zorg”,van de ROS”en in samenwerking met het NISB. Er is een call tot 10 april a.s. en er volgt nog een aanvraagronde voor Kinderen Sportief op Gewicht. Kijk hier voor meer informatie over de Sportimpuls.

Analyse
Een aanvraag Sportimpuls start met een goede analyse. ‘De Wijkscan ‘Gezondheid, sport en zorg’ biedt onderliggende informatie die essentieel is voor een aanvraag bij Sportimpuls’, vertelt Betty Steenkamer. ‘Gaat het om de juiste vraag, de juiste doelgroep, de juiste samenwerkingspartners en vooral: het juiste aanbod? De scan biedt inzicht in de demografische samenstelling van een wijk. Zo is een goede analyse mogelijk t.a.v. de gezondheidssituatie, het beweeggedrag van de inwoners en de leefbaarheid van een wijk.’

Betty vervolgt: ‘Bewegen is van groot belang voor mensen met bijvoorbeeld psychosociale problematiek. Het effect van psychosociale problemen op gezondheid wordt nog steeds onderschat. In het Nationaal Programma Preventie is wel aandacht voor depressie, maar de problematiek is breder. Het zal geweldig zijn als ook vanuit deze insteek aanvragen komen voor de call van Sportimpuls.’

Inzicht in de wijk
‘Het belang van de scan geldt natuurlijk niet alleen voor een subsidieaanvraag. De inzet is zinvol bij elke nieuwe interventie op het gebied van gezonde bewoners in de buurt. De informatie is ook zinvol voor wijkverpleegkundigen en wijkteams, voor buurtsportcoaches, e.d. Met de Wijkscan krijg je goed inzicht in de wijk en kansen om samen aan de slag te gaan met gezonde burgers in de wijk.’

Meer informatie
U kunt bij de ROS in uw eigen regio meer informatie krijgen over de Wijkscan ‘Gezondheid, sport en zorg’. Kijk op www.nisb.nl/wijkscan welke ROS’en meedoen.

Regionale redactie brengt eerste lijn positief voor voetlicht

25 maart 2014

Zorg op Zuid Rotterdamse gezondheidscentra, ZorgImpuls (beide lid van InEen) en Fonds Achterstandswijken Rotterdam hebben een regionaal redactieteam gevormd. De “regionale redactie” schrijft over het werk van de eerste lijn in de regio Rotterdam. Ze wil de eerste lijn positief voor het voetlicht brengen via persberichten en voorbeeldartikelen. Met succes, want zowel De Gezondheidskrant.nl, als Radio Rijnmond en FunX zijn met het eerste persbericht aan de slag gegaan. Deze had als titel: ‘Er komt een patiënt bij de doktersassistent’.

[...]

Zorg op Zuid Rotterdamse gezondheidscentra, ZorgImpuls (beide lid van InEen) en Fonds Achterstandswijken Rotterdam hebben een regionaal redactieteam gevormd. De “regionale redactie” schrijft over het werk van de eerste lijn in de regio Rotterdam. Ze wil de eerste lijn positief voor het voetlicht brengen via persberichten en voorbeeldartikelen. Met succes, want zowel De Gezondheidskrant.nl, als Radio Rijnmond en FunX zijn met het eerste persbericht aan de slag gegaan. Deze had als titel: ‘Er komt een patiënt bij de doktersassistent’.

Zorgorganisaties in regio Utrecht vinden elkaar

25 maart 2014

Utrecht heeft een centrale positie op het gebied van gezondheidszorg. Op het symposium ‘Utrecht: Hart van Gezondheidszorg’ begin maart kwamen ruim 100 bestuurders van diverse zorgorganisaties bijeen. Burgemeester van Utrecht Jan van Zanen: “Utrecht als centrum van de gezondheidszorg biedt kansen op het gebied van werk, creativiteit, ondernemerschap en goede zorg. Samenwerken is nodig om die kansen te verzilveren.”

De bijeenkomst was een goede manier om elkaar in de regio te vinden om zo die samenwerking mogelijk te maken. Aan het eind van de dag was men nog lang niet uitgepraat. Want: “we moeten meer samen gaan dóén”, vinden de aanwezigen. Met name voor een anderhalvelijnszorg zien ze kansen. Deelnemers uit de eerste lijn wijzen op het belang van vroege betrokkenheid van cliënten bij nieuwe ideeën. “Houd in de gaten wat zij zelf aangeven.”

ROS Raedelijn (lid van InEen) organiseerde dit symposium met de gemeente Utrecht, St. Antonius Ziekenhuis, Mediq en EBU. Raedelijn adviseerde de projectgroep en dacht mee over de invulling van het programma. Van de bijeenkomst is een korte filmimpressie gemaakt.

[...]

Utrecht heeft een centrale positie op het gebied van gezondheidszorg. Op het symposium ‘Utrecht: Hart van Gezondheidszorg’ begin maart kwamen ruim 100 bestuurders van diverse zorgorganisaties bijeen. Burgemeester van Utrecht Jan van Zanen: “Utrecht als centrum van de gezondheidszorg biedt kansen op het gebied van werk, creativiteit, ondernemerschap en goede zorg. Samenwerken is nodig om die kansen te verzilveren.”

De bijeenkomst was een goede manier om elkaar in de regio te vinden om zo die samenwerking mogelijk te maken. Aan het eind van de dag was men nog lang niet uitgepraat. Want: “we moeten meer samen gaan dóén”, vinden de aanwezigen. Met name voor een anderhalvelijnszorg zien ze kansen. Deelnemers uit de eerste lijn wijzen op het belang van vroege betrokkenheid van cliënten bij nieuwe ideeën. “Houd in de gaten wat zij zelf aangeven.”

ROS Raedelijn (lid van InEen) organiseerde dit symposium met de gemeente Utrecht, St. Antonius Ziekenhuis, Mediq en EBU. Raedelijn adviseerde de projectgroep en dacht mee over de invulling van het programma. Van de bijeenkomst is een korte filmimpressie gemaakt.

Brochure over Preventiekracht dicht bij huis

21 maart 2014

Het ZonMw-programma ‘PreventieKracht dicht bij huis’ stimuleert goede lokale preventie en gezondheidsbevordering. Ruim 80 projectorganisaties hebben activiteiten uitgevoerd op het gebied van preventie ‘dicht bij huis’. Uitvoerende organisaties zijn veelal thuiszorgorganisaties, GGD’en, ggz, welzijnswerk en ook ROS’en. De slaagkans neemt aanzienlijk toe als preventie wordt opgepakt in samenwerking tussen preventie, zorg en welzijn.

Het programma is opgevolgd door het Nationaal Programma Preventie van VWS. ZonMw heeft de brochure ‘Het stokje overdragen’ uitgebracht, met daarin de opbrengsten van het programma ‘Preventiekracht dicht bij huis’. Ook staan er ideeën in hoe verder te gaan met preventie.

[...]

Het ZonMw-programma ‘PreventieKracht dicht bij huis’ stimuleert goede lokale preventie en gezondheidsbevordering. Ruim 80 projectorganisaties hebben activiteiten uitgevoerd op het gebied van preventie ‘dicht bij huis’. Uitvoerende organisaties zijn veelal thuiszorgorganisaties, GGD’en, ggz, welzijnswerk en ook ROS’en. De slaagkans neemt aanzienlijk toe als preventie wordt opgepakt in samenwerking tussen preventie, zorg en welzijn.

Het programma is opgevolgd door het Nationaal Programma Preventie van VWS. ZonMw heeft de brochure ‘Het stokje overdragen’ uitgebracht, met daarin de opbrengsten van het programma ‘Preventiekracht dicht bij huis’. Ook staan er ideeën in hoe verder te gaan met preventie.

Zorg Poort over "zorg in de buurt"

20 maart 2014

Op 11 maart jl. was er een bijeenkomst van Zorg Poort, een ontmoetingsplatform van politiek, zorgorganisaties, wetenschap en media. InEen was een van de organisatoren van deze bijeenkomst, waarbij “zorg in de buurt” centraal stond. Femke Gronheid, directeur ROS ZorgImpuls (lid van InEen) hield een presentatie over de Rotterdamse wijk Delfshaven. Ook was er een film met twee casussen die zich in deze wijk afspelen. Dit leidde tot een interessante discussie. Lees het beknopte verslag van deze bijeenkomst.

[...]

Op 11 maart jl. was er een bijeenkomst van Zorg Poort, een ontmoetingsplatform van politiek, zorgorganisaties, wetenschap en media. InEen was een van de organisatoren van deze bijeenkomst, waarbij “zorg in de buurt” centraal stond. Femke Gronheid, directeur ROS ZorgImpuls (lid van InEen) hield een presentatie over de Rotterdamse wijk Delfshaven. Ook was er een film met twee casussen die zich in deze wijk afspelen. Dit leidde tot een interessante discussie. Lees het beknopte verslag van deze bijeenkomst.

Brochure over Preventiekracht dicht bij huis

20 maart 2014

Het ZonMw-programma ‘PreventieKracht dicht bij huis’ stimuleert goede lokale preventie en gezondheidsbevordering. Ruim 80 projectorganisaties hebben activiteiten uitgevoerd op het gebied van preventie ‘dicht bij huis’. Uitvoerende organisaties zijn veelal thuiszorgorganisaties, GGD’en, ggz, welzijnswerk en ook ROS’en.

De slaagkans neemt aanzienlijk toe als preventie wordt opgepakt in samenwerking tussen preventie, zorg en welzijn. Gebaseerd op de situatie van – en het liefst samen met – de doelgroepen. Het programma is opgevolgd door het Nationaal Programma Preventie van VWS. ZonMw heeft de brochure ‘Het stokje overdragen’ uitgebracht, met daarin de opbrengsten van het programma ‘Preventiekracht dicht bij huis’. Ook komt ze met ideeën over hoe verder te gaan met preventie.

[...]

Het ZonMw-programma ‘PreventieKracht dicht bij huis’ stimuleert goede lokale preventie en gezondheidsbevordering. Ruim 80 projectorganisaties hebben activiteiten uitgevoerd op het gebied van preventie ‘dicht bij huis’. Uitvoerende organisaties zijn veelal thuiszorgorganisaties, GGD’en, ggz, welzijnswerk en ook ROS’en.

De slaagkans neemt aanzienlijk toe als preventie wordt opgepakt in samenwerking tussen preventie, zorg en welzijn. Gebaseerd op de situatie van – en het liefst samen met – de doelgroepen. Het programma is opgevolgd door het Nationaal Programma Preventie van VWS. ZonMw heeft de brochure ‘Het stokje overdragen’ uitgebracht, met daarin de opbrengsten van het programma ‘Preventiekracht dicht bij huis’. Ook komt ze met ideeën over hoe verder te gaan met preventie.

Bijeenkomst Zorg Poort

12 maart 2014

Zorg Poort is een ontmoetings- en discussieplatform over belangrijke thema’s in de zorg voor politici, zorgorganisaties, wetenschappers en journalisten. Twee á drie keer per jaar vinden bijeenkomsten plaats in het Internationaal Perscentrum Nieuwspoort in Den Haag. Versterking van de eerste lijn is een belangrijk aandachtspunt. Uiteraard is InEen lid van dit platform.

Op 11 maart a.s. was er een bijeenkomst over de decentralisatie. Femke Gronheid, directeur de ROS ZorgImpuls (lid van InEen) schetste de uitdagingen in dat kader in de regio Rotterdam. Ze ging in op de situatie in de wijk Delfshaven. Vervolgens was er een filmpje met twee casussen die zich afspelen in deze wijk. Dan blijkt dat theorie en praktijk soms ver uit elkaar staan. Jantine Kriens, directieraad Vereniging Nederlandse Gemeenten, benadrukte het belang van voortgang in de decentralisatie.

[...]

Zorg Poort is een ontmoetings- en discussieplatform over belangrijke thema’s in de zorg voor politici, zorgorganisaties, wetenschappers en journalisten. Twee á drie keer per jaar vinden bijeenkomsten plaats in het Internationaal Perscentrum Nieuwspoort in Den Haag. Versterking van de eerste lijn is een belangrijk aandachtspunt. Uiteraard is InEen lid van dit platform.

Op 11 maart a.s. was er een bijeenkomst over de decentralisatie. Femke Gronheid, directeur de ROS ZorgImpuls (lid van InEen) schetste de uitdagingen in dat kader in de regio Rotterdam. Ze ging in op de situatie in de wijk Delfshaven. Vervolgens was er een filmpje met twee casussen die zich afspelen in deze wijk. Dan blijkt dat theorie en praktijk soms ver uit elkaar staan. Jantine Kriens, directieraad Vereniging Nederlandse Gemeenten, benadrukte het belang van voortgang in de decentralisatie.

Handreikingen voor samen werken aan betaalbare zorg

12 maart 2014

Samenwerking in de buurt vormgeven is een complex proces, met diverse verschillende partijen. Een goede wisselwerking met de burgers, zorgaanbieders, gemeenten en zorgverzekeraars is onontbeerlijk. Om effectief samen te werken, zijn er verschillende stappen: van het verbinden van partners tot aan het organiseren en borgen van de samenwerking. De ROS Caransscoop heeft deze stappen overzichtelijk op een rij gezet.

[...]

Samenwerking in de buurt vormgeven is een complex proces, met diverse verschillende partijen. Een goede wisselwerking met de burgers, zorgaanbieders, gemeenten en zorgverzekeraars is onontbeerlijk. Om effectief samen te werken, zijn er verschillende stappen: van het verbinden van partners tot aan het organiseren en borgen van de samenwerking. De ROS Caransscoop heeft deze stappen overzichtelijk op een rij gezet.

Friese samenwerking eerste lijn en sociaal domein

11 maart 2014

In Friesland wil men op provinciaal niveau komen tot samenwerkingsmodellen voor inrichting van wijkteams en verbinding met de wijkverpleegkundige en eerstelijnszorg. Dit gebeurt in het Programma ‘Samenwerking Sociale- en Medische 1e lijn’. ROS Friesland (lid van InEen), gemeenten, Friese huisartsenvereniging, zorgbelang Fryslan, De Friesland Zorgverzekeraar en organisaties voor ouderen- en jeugdzorg denken mee in dit proces.

[...]

In Friesland wil men op provinciaal niveau komen tot samenwerkingsmodellen voor inrichting van wijkteams en verbinding met de wijkverpleegkundige en eerstelijnszorg. Dit gebeurt in het Programma ‘Samenwerking Sociale- en Medische 1e lijn’. ROS Friesland (lid van InEen), gemeenten, Friese huisartsenvereniging, zorgbelang Fryslan, De Friesland Zorgverzekeraar en organisaties voor ouderen- en jeugdzorg denken mee in dit proces.

Subsidie voor lokale sport- en beweegaanbieders

28 februari 2014

Sportimpuls maakt deel uit van het VWS-programma Sport en Bewegen in de Buurt en is voor sport- en beweegaanbieders met de ambitie om meer mensen aan het sporten te krijgen. Deze aanbieders kunnen nu een subsidie-aanvraag indienen. Sportimpuls is bedoeld als opstartsubsidie. Voor 2014 is ruim 9 miljoen euro beschikbaar. Daarnaast is er 5 miljoen euro voor aanbod, specifiek gericht op jeugd in lage inkomensbuurten. Tevens is voor Kinderen Sportief op Gewicht jaarlijks 2 miljoen euro beschikbaar. Het minimale bedrag voor een aanvraag is 10.000 euro en 125.000 euro is het maximum. Kijk voor meer informatie, de criteria en de wijze van indiening van een aanvraag bij ZonMw.

Wijkscan ‘Gezndheid, sport en zorg’
Een aantal ROS’en heeft in nauwe samenwerking met het NISB de Wijkscan ‘Gezondheid, sport en zorg’ ontwikkeld. Deze geeft inzichten in de demografische samenstelling van een wijk, zoals de gezondheidssituatie, het beweeggedrag van bewoners en de leefbaarheid. De rapportage helpt sportaanbieders, gemeenten en zorgverleners bij een goede analyse van de wijk. Deze scan kan onderdeel uitmaken van een subsidieaanvraag Sportimpuls.

[...]

Sportimpuls maakt deel uit van het VWS-programma Sport en Bewegen in de Buurt en is voor sport- en beweegaanbieders met de ambitie om meer mensen aan het sporten te krijgen. Deze aanbieders kunnen nu een subsidie-aanvraag indienen. Sportimpuls is bedoeld als opstartsubsidie. Voor 2014 is ruim 9 miljoen euro beschikbaar. Daarnaast is er 5 miljoen euro voor aanbod, specifiek gericht op jeugd in lage inkomensbuurten. Tevens is voor Kinderen Sportief op Gewicht jaarlijks 2 miljoen euro beschikbaar. Het minimale bedrag voor een aanvraag is 10.000 euro en 125.000 euro is het maximum. Kijk voor meer informatie, de criteria en de wijze van indiening van een aanvraag bij ZonMw.

Wijkscan ‘Gezndheid, sport en zorg’
Een aantal ROS’en heeft in nauwe samenwerking met het NISB de Wijkscan ‘Gezondheid, sport en zorg’ ontwikkeld. Deze geeft inzichten in de demografische samenstelling van een wijk, zoals de gezondheidssituatie, het beweeggedrag van bewoners en de leefbaarheid. De rapportage helpt sportaanbieders, gemeenten en zorgverleners bij een goede analyse van de wijk. Deze scan kan onderdeel uitmaken van een subsidieaanvraag Sportimpuls.

Nieuwsbrief-special over ROS-Wijkscan

12 februari 2014

Het ROS-Netwerk heeft de ROS-Wijkscan ontwikkeld. Met deze Wijkscan is het mogelijk een specifieke wijk in kaart te brengen, met de populatie, de aanwezige zorg en de zorg die op langere termijn nodig is.

Caransscoop heeft een nieuwsbrief-special uitgebracht over de ROS-Wijkscan. Deze vermeldt hoe de Wijkscan als instrument kan worden ingezet voor het maken van een analyse van de regio en populatie. In de speciale nieuwsbrief staan voorbeelden van gebruik van de scan, de meerwaarde van de uitkomsten en laat zien hoe de ROS-adviseur de data, samen met de regionale partners, ‘vertaalt’ naar de praktijk.

Caransscoop heeft ook een voorbeeld over de samenwerking betreffende de Wijkscan tussen samenwerking ROS en gezondheidscentra.

[...]

Het ROS-Netwerk heeft de ROS-Wijkscan ontwikkeld. Met deze Wijkscan is het mogelijk een specifieke wijk in kaart te brengen, met de populatie, de aanwezige zorg en de zorg die op langere termijn nodig is.

Caransscoop heeft een nieuwsbrief-special uitgebracht over de ROS-Wijkscan. Deze vermeldt hoe de Wijkscan als instrument kan worden ingezet voor het maken van een analyse van de regio en populatie. In de speciale nieuwsbrief staan voorbeelden van gebruik van de scan, de meerwaarde van de uitkomsten en laat zien hoe de ROS-adviseur de data, samen met de regionale partners, ‘vertaalt’ naar de praktijk.

Caransscoop heeft ook een voorbeeld over de samenwerking betreffende de Wijkscan tussen samenwerking ROS en gezondheidscentra.

Zorgatlas 2020: inzicht in regio Achterhoek

11 februari 2014

Wat hebben inwoners van de Achterhoek nodig om volwaardig deel te nemen aan de maatschappij? Welke vormen van hulp en ondersteuning zijn noodzakelijk? Hiervoor is inzicht nodig in de huidige en verwachte toekomstige situatie: zorgbreed en vanuit de infrastructuur.

In het project Zorgatlas Achterhoek 2020 hebben InEen-lid Caransscoop, GGD NOG en Werk-plaats Vitale Leefomgeving Regio Achterhoek de beschikbare data over demografie, zorgvraag en zorgaanbod bij elkaar gebracht. Tijdens de presentatie daarvan bogen zorgvragers, zorgaanbieders, zorgverzekeraar, bestuurders/beleidsmakers van de gemeente, de provincie, van zorg- en woonorganisaties en vertegenwoordigers van belangengroepen zich over de resultaten van de analyses.

De analyses zijn tot stand gekomen door verschillende beschikbare data aan elkaar te koppelen. De cijfers en uitkomsten zijn overzichtelijk weergegeven in diagrammen, grafieken en plaatjes. De uitkomsten gaan op deze manier steeds meer leven. Verbindingen worden duidelijk en zo kan er samen naar oplossingen worden gezocht.

[...]

Wat hebben inwoners van de Achterhoek nodig om volwaardig deel te nemen aan de maatschappij? Welke vormen van hulp en ondersteuning zijn noodzakelijk? Hiervoor is inzicht nodig in de huidige en verwachte toekomstige situatie: zorgbreed en vanuit de infrastructuur.

In het project Zorgatlas Achterhoek 2020 hebben InEen-lid Caransscoop, GGD NOG en Werk-plaats Vitale Leefomgeving Regio Achterhoek de beschikbare data over demografie, zorgvraag en zorgaanbod bij elkaar gebracht. Tijdens de presentatie daarvan bogen zorgvragers, zorgaanbieders, zorgverzekeraar, bestuurders/beleidsmakers van de gemeente, de provincie, van zorg- en woonorganisaties en vertegenwoordigers van belangengroepen zich over de resultaten van de analyses.

De analyses zijn tot stand gekomen door verschillende beschikbare data aan elkaar te koppelen. De cijfers en uitkomsten zijn overzichtelijk weergegeven in diagrammen, grafieken en plaatjes. De uitkomsten gaan op deze manier steeds meer leven. Verbindingen worden duidelijk en zo kan er samen naar oplossingen worden gezocht.

Leertraject zelfmanagement bij Reos

11 februari 2014

InEen-lid en regionale ondersteuningsorganisatie Reos biedt een leertraject zelfmanagement aan. De scholing is geaccrediteerd. Deze bestaat uit 3 bijeenkomsten van 3 uur. Deelnemers krijgen inzicht in de achtergrond van zelfmanagement, het patiëntenperspectief, oefenen met consultvoering en gaan aan de slag met een individueel zorgplan.

Daarnaast maakt Reos met de deelnemer een plan van aanpak zodat zelfmanagement een integraal onderdeel wordt van de zorgverlening in de eigen praktijk. De scholing is ontwikkeld door Vilans. Een adviseur van Reos en een kaderhuisarts Supervisie & Coaching begeleiden het leertraject.

[...]

InEen-lid en regionale ondersteuningsorganisatie Reos biedt een leertraject zelfmanagement aan. De scholing is geaccrediteerd. Deze bestaat uit 3 bijeenkomsten van 3 uur. Deelnemers krijgen inzicht in de achtergrond van zelfmanagement, het patiëntenperspectief, oefenen met consultvoering en gaan aan de slag met een individueel zorgplan.

Daarnaast maakt Reos met de deelnemer een plan van aanpak zodat zelfmanagement een integraal onderdeel wordt van de zorgverlening in de eigen praktijk. De scholing is ontwikkeld door Vilans. Een adviseur van Reos en een kaderhuisarts Supervisie & Coaching begeleiden het leertraject.

OOGG en Zorgbelang Gelderland slaan handen ineen

11 februari 2014

InEen-lid en regionale ondersteuningsstructuur OOGG werkt al een paar jaar samen met Zorgbelang Gelderland. Dat heeft o.a. geleid tot de uitgaven ‘Handreikingen voor patiëntenparticipatie’ en ‘De uitvoering van patiëntenpanels in praktijken’.

Zorgbelang Gelderland en Stichting OOGG vullen elkaar goed aan. Zorgbelang heeft veel kennis van en over patiënten en hun perspectief. OOGG is direct betrokken bij de (organisatie van) de eerstelijnszorg. Ze delen de gezamenlijke ambitie om zorg te verbeteren vanuit de behoefte van patiënten. Vandaar dat de samenwerking tussen partijen verder wordt geïntensiveerd. Daartoe hebben OOGG en Zorgbelang convenant ondertekend.

Het eerste project dat beide partijen in 2014 regionaal gezamenlijk aangaan, richt zich op voeding bij ouderen. Het doel is chronisch zieken en kwetsbare ouderen te helpen bij gedragsverandering in de keuze voor voeding en beweging, zodat hun gezondheid verbetert en zij minder beroep hoeven te doen op zorg.

[...]

InEen-lid en regionale ondersteuningsstructuur OOGG werkt al een paar jaar samen met Zorgbelang Gelderland. Dat heeft o.a. geleid tot de uitgaven ‘Handreikingen voor patiëntenparticipatie’ en ‘De uitvoering van patiëntenpanels in praktijken’.

Zorgbelang Gelderland en Stichting OOGG vullen elkaar goed aan. Zorgbelang heeft veel kennis van en over patiënten en hun perspectief. OOGG is direct betrokken bij de (organisatie van) de eerstelijnszorg. Ze delen de gezamenlijke ambitie om zorg te verbeteren vanuit de behoefte van patiënten. Vandaar dat de samenwerking tussen partijen verder wordt geïntensiveerd. Daartoe hebben OOGG en Zorgbelang convenant ondertekend.

Het eerste project dat beide partijen in 2014 regionaal gezamenlijk aangaan, richt zich op voeding bij ouderen. Het doel is chronisch zieken en kwetsbare ouderen te helpen bij gedragsverandering in de keuze voor voeding en beweging, zodat hun gezondheid verbetert en zij minder beroep hoeven te doen op zorg.

Netwerk Interprofessionele Educatie en Samenwerking

11 februari 2014

InEen-lid en regionale ondersteuningsstructuur Robuust, Jan van Es Instituut en Zuyd Hogeschool hebben een netwerk ‘Interprofessionele Educatie en Samenwerking Zorg en Welzijn’ opgericht.

Het netwerk is voor professionals, beleidsmakers, onderwijs en overige partijen die bezig zijn met de ontwikkeling van interprofessionele samenwerking. Zij kunnen via LinkedIn aansluiten bij dit netwerk. De kennis en inzichten op het gebied van interprofessionele educatie en samenwerking worden op deze manier in ons land geïntroduceerd. Dit gebeurt reeds elders in Europa en in de VS. Op basis van contacten in Europa (EIPEN), Engeland (CAIPE) en het Noorse netwerk (NIPNET) wordt met deze LinkedIn groep een aanzet gemaakt voor een algemeen communicatiepunt en landelijk netwerk ter bevordering van de interprofessionele educatie. De groep biedt een plek voor het delen van kennis, inzichten, methodieken, ontwikkelingen en onderzoek op het gebied van zorg en welzijn.

Lees meer informatie over Interprofessionele Educatie en Samenwerking  of meld u aan op de  LinkedIn-groep.

[...]

InEen-lid en regionale ondersteuningsstructuur Robuust, Jan van Es Instituut en Zuyd Hogeschool hebben een netwerk ‘Interprofessionele Educatie en Samenwerking Zorg en Welzijn’ opgericht.

Het netwerk is voor professionals, beleidsmakers, onderwijs en overige partijen die bezig zijn met de ontwikkeling van interprofessionele samenwerking. Zij kunnen via LinkedIn aansluiten bij dit netwerk. De kennis en inzichten op het gebied van interprofessionele educatie en samenwerking worden op deze manier in ons land geïntroduceerd. Dit gebeurt reeds elders in Europa en in de VS. Op basis van contacten in Europa (EIPEN), Engeland (CAIPE) en het Noorse netwerk (NIPNET) wordt met deze LinkedIn groep een aanzet gemaakt voor een algemeen communicatiepunt en landelijk netwerk ter bevordering van de interprofessionele educatie. De groep biedt een plek voor het delen van kennis, inzichten, methodieken, ontwikkelingen en onderzoek op het gebied van zorg en welzijn.

Lees meer informatie over Interprofessionele Educatie en Samenwerking  of meld u aan op de  LinkedIn-groep.

Twentse eerstelijnsdag

04 februari 2014

ROSET organiseert op 13 februari a.s. heeft de Twentse Eerstelijnsdag. De bijeenkomst is bedoeld voor alle eerstelijnszorgverleners in de regio Twente. Geïnteresseerden uit de tweede lijn, gemeenten en welzijn zijn eveneens van harte welkom. De nadruk ligt op samenwerking, ondernemen, zelfmanagement en innovatie. Er zijn workshops, minicolleges en een informatiemarkt.

[...]

ROSET organiseert op 13 februari a.s. heeft de Twentse Eerstelijnsdag. De bijeenkomst is bedoeld voor alle eerstelijnszorgverleners in de regio Twente. Geïnteresseerden uit de tweede lijn, gemeenten en welzijn zijn eveneens van harte welkom. De nadruk ligt op samenwerking, ondernemen, zelfmanagement en innovatie. Er zijn workshops, minicolleges en een informatiemarkt.

Grote Zorgdebatten vanwege gemeenteraadsverkiezingen

04 februari 2014

ROSIn aanloop naar de komende gemeenteraadsverkiezingen organiseren zorgverleners, zorgaanbieders, zorgverzekeraars en patiënten een serie ‘Grote Zorgdebatten’. De bijeenkomsten vinden plaats in Groningen, Enschede en Breda, met een slotdebat in Den Haag.

Zorg dichtbij, preventie en specialisatie & samenwerking staan centraal in discussies met de lijsttrekkers van de grootste partijen uit de gemeente. Toegang is gratis, er zijn 150 plaatsen per debat beschikbaar. Kijk hier voor de locaties en data.

[...]

ROSIn aanloop naar de komende gemeenteraadsverkiezingen organiseren zorgverleners, zorgaanbieders, zorgverzekeraars en patiënten een serie ‘Grote Zorgdebatten’. De bijeenkomsten vinden plaats in Groningen, Enschede en Breda, met een slotdebat in Den Haag.

Zorg dichtbij, preventie en specialisatie & samenwerking staan centraal in discussies met de lijsttrekkers van de grootste partijen uit de gemeente. Toegang is gratis, er zijn 150 plaatsen per debat beschikbaar. Kijk hier voor de locaties en data.

Agora 2014: netwerkcongres voor Midden-Nederland

23 januari 2014

Agora is hét (netwerk)congres voor alle eerstelijnszorgverleners in Midden-Nederland. Het congres vindt plaats op 11 februari a.s. De nadruk ligt dit jaar op de samenwerking tussen de nulde, eerste en tweede lijn. Er is een keur aan minicolleges. Marnix de Romph, directeur InEen, spreekt over nut en noodzaak van organisatie en schaalvergroting. Zie het programma van deze dag.

[...]

Agora is hét (netwerk)congres voor alle eerstelijnszorgverleners in Midden-Nederland. Het congres vindt plaats op 11 februari a.s. De nadruk ligt dit jaar op de samenwerking tussen de nulde, eerste en tweede lijn. Er is een keur aan minicolleges. Marnix de Romph, directeur InEen, spreekt over nut en noodzaak van organisatie en schaalvergroting. Zie het programma van deze dag.

Infographic: Wmo 2015 in beeld

22 januari 2014

Op 14 januari 2014 stuurde staatssecretaris Martin van Rijn de nieuwe Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) naar de Tweede Kamer. Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) vatte deze wet samen in een infographic. Deze afbeelding biedt in één oogopslag inzicht in de werkwijze.

[...]

Op 14 januari 2014 stuurde staatssecretaris Martin van Rijn de nieuwe Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) naar de Tweede Kamer. Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) vatte deze wet samen in een infographic. Deze afbeelding biedt in één oogopslag inzicht in de werkwijze.

Aanbod ROS in 60 seconden

05 januari 2014
Wat doet een ROS? Veel. Heel veel. Dat kan je omstandig uitleggen in een folder. Maar je kunt het ook kort verwoorden in een video. Want beeld zegt soms meer dan 1000 woorden tekst. Vanuit die gedachte heeft de ROS Zorgimpuls een video gemaakt. In slechts 60 seconden wordt duidelijk wat ze doet. En waarin ze eerstelijnszorgverleners kunnen adviseren en begeleiden.

De video is specifiek bedoeld voor de  werkregio van Zorgimpuls, maar maakt tegelijk duidelijk wat elke ROS in de eigen regio doet. Kijk op www.zorgimpuls.nl 

[...]
Wat doet een ROS? Veel. Heel veel. Dat kan je omstandig uitleggen in een folder. Maar je kunt het ook kort verwoorden in een video. Want beeld zegt soms meer dan 1000 woorden tekst. Vanuit die gedachte heeft de ROS Zorgimpuls een video gemaakt. In slechts 60 seconden wordt duidelijk wat ze doet. En waarin ze eerstelijnszorgverleners kunnen adviseren en begeleiden.

De video is specifiek bedoeld voor de  werkregio van Zorgimpuls, maar maakt tegelijk duidelijk wat elke ROS in de eigen regio doet. Kijk op www.zorgimpuls.nl 

GGD, SCOOP en Robuust: Kennisnetwerk Zeeland

24 december 2013

GGD Zeeland, SCOOP en Robuust hebben een samenwerkingsovereenkomst. Ze treden naar buiten als Kennisnetwerk Zeeland.

Met deze alliantie brengen organisaties de verschillende informatiestromen in Zeeland samen in één kennisnet voor monitoring en beleidsadvisering. Binnen dit kennisnetwerk wordt de data met elkaar verbonden. Daardoor ontstaat een completer beeld. Het is een kennisnetwerk voor het sociale en culturele domein, publieke gezondheid en eerstelijnszorg. De unieke functies van de organisaties komen hier bijeen.

Het kennisnetwerk Zeeland is in staat om innovatieve concepten te ontwikkelen binnen het sociale domein. De samenwerking is er vooral op gericht om deze processen extra voeding te geven. Gegevens van de verschillende domeinen kunnen worden koppeld. Daardoor is integraal advies in het sociale domein mogelijk. Dit sluit goed aan bij de wijkgerichte, gekantelde aanpak in het sociaal domein.

[...]

GGD Zeeland, SCOOP en Robuust hebben een samenwerkingsovereenkomst. Ze treden naar buiten als Kennisnetwerk Zeeland.

Met deze alliantie brengen organisaties de verschillende informatiestromen in Zeeland samen in één kennisnet voor monitoring en beleidsadvisering. Binnen dit kennisnetwerk wordt de data met elkaar verbonden. Daardoor ontstaat een completer beeld. Het is een kennisnetwerk voor het sociale en culturele domein, publieke gezondheid en eerstelijnszorg. De unieke functies van de organisaties komen hier bijeen.

Het kennisnetwerk Zeeland is in staat om innovatieve concepten te ontwikkelen binnen het sociale domein. De samenwerking is er vooral op gericht om deze processen extra voeding te geven. Gegevens van de verschillende domeinen kunnen worden koppeld. Daardoor is integraal advies in het sociale domein mogelijk. Dit sluit goed aan bij de wijkgerichte, gekantelde aanpak in het sociaal domein.

ROS en Zorggroep gaan samen

24 december 2013

De Zorggroep Eerste Lijn (ZEL) en de ROS ELO zijn per 1 januari 2014 samengegaan. Daarmee is één organisatie ontstaan die alle eerstelijnszorgverleners in Nieuwe Waterweg Noord, Delft, Westland en Oostland ondersteunt bij het organiseren van kwalitatief goede zorg in de regio. De nieuwe organisatie combineert de taken van zorggroep en ROS. De gezamenlijke ondersteuning aan de eerstelijnszorgverleners in de regio biedt daarbij veel meerwaarde.

“Met de fusie is het mogelijk om beter de verbinding te leggen tussen alle eerstelijns zorgverleners. Ook kunnen we de eerste lijn beter verbinden met gemeenten, ziekenhuizen en de verpleging & verzorging. Dit is in lijn met de vele ontwikkelingen in de zorg,” aldus Sietske de Witt, algemeen directeur Zorggroep Eerste Lijn. Zij is per 1 januari jl. ook de directeur van de nieuwe organisatie, die voorlopig door zal gaan onder de naam Zorggroep Eerste Lijn.

Kijk voor meer informatie naar www.zorggroep-el.nl en www.stichtingelo.nl.

[...]

De Zorggroep Eerste Lijn (ZEL) en de ROS ELO zijn per 1 januari 2014 samengegaan. Daarmee is één organisatie ontstaan die alle eerstelijnszorgverleners in Nieuwe Waterweg Noord, Delft, Westland en Oostland ondersteunt bij het organiseren van kwalitatief goede zorg in de regio. De nieuwe organisatie combineert de taken van zorggroep en ROS. De gezamenlijke ondersteuning aan de eerstelijnszorgverleners in de regio biedt daarbij veel meerwaarde.

“Met de fusie is het mogelijk om beter de verbinding te leggen tussen alle eerstelijns zorgverleners. Ook kunnen we de eerste lijn beter verbinden met gemeenten, ziekenhuizen en de verpleging & verzorging. Dit is in lijn met de vele ontwikkelingen in de zorg,” aldus Sietske de Witt, algemeen directeur Zorggroep Eerste Lijn. Zij is per 1 januari jl. ook de directeur van de nieuwe organisatie, die voorlopig door zal gaan onder de naam Zorggroep Eerste Lijn.

Kijk voor meer informatie naar www.zorggroep-el.nl en www.stichtingelo.nl.

Doorbraak e-health in GGZ in 2014?

24 december 2013

Dit jaar moet het jaar worden van de doorbraak van e-health voor preventie en behandeling van psychische klachten. Ach ja, dat werd in 2013 ook gezegd. Aan de omvang van het aanbod ligt het niet. Maar de zorgconsument laat het nog afweten. En zorgaanbieders hebben nog niet de juiste prikkel voor het breed inzetten van online hulpverlening. Op papier gaat per 1 januari 2014 een aantal seinen op groen voor de inzet van e-health in de ggz.

‘Er is nog veel onduidelijkheid bij huisartsen’, zegt Marlene de Regt,  portefeuillehouder GGZ voor het ROS-netwerk. Volgens haar gaat er in ieder geval nog de nodige tijd overheen voordat huisartsen de mogelijkheden van e-health voldoende kunnen inschatten. Lees het volledige artikel op de site van Smarthealth.

[...]

Dit jaar moet het jaar worden van de doorbraak van e-health voor preventie en behandeling van psychische klachten. Ach ja, dat werd in 2013 ook gezegd. Aan de omvang van het aanbod ligt het niet. Maar de zorgconsument laat het nog afweten. En zorgaanbieders hebben nog niet de juiste prikkel voor het breed inzetten van online hulpverlening. Op papier gaat per 1 januari 2014 een aantal seinen op groen voor de inzet van e-health in de ggz.

‘Er is nog veel onduidelijkheid bij huisartsen’, zegt Marlene de Regt,  portefeuillehouder GGZ voor het ROS-netwerk. Volgens haar gaat er in ieder geval nog de nodige tijd overheen voordat huisartsen de mogelijkheden van e-health voldoende kunnen inschatten. Lees het volledige artikel op de site van Smarthealth.

Ggz van tweede naar eerste lijn

20 december 2013

In het bestuurdersmagazine van Zorg en Welzijn Oost Nederland staat een artikel over de substitutie van de tweedelijns-ggz naar eerstelijnszorg. Met een dubbelinterivew met Arie Jongejan, directeur Caransscoop en en Gerard de Roos, directeur GGNet. Meer ambulante hulp en minder bedden zal pas op termijn efficiënter, goedkoper en beter zijn, verwachten beide heren. Het is wel van belang om de herkaveling samen op te pakken.

Lees het artikel

 

 

[...]

In het bestuurdersmagazine van Zorg en Welzijn Oost Nederland staat een artikel over de substitutie van de tweedelijns-ggz naar eerstelijnszorg. Met een dubbelinterivew met Arie Jongejan, directeur Caransscoop en en Gerard de Roos, directeur GGNet. Meer ambulante hulp en minder bedden zal pas op termijn efficiënter, goedkoper en beter zijn, verwachten beide heren. Het is wel van belang om de herkaveling samen op te pakken.

Lees het artikel

 

 

Substitutie regio Rotterdam

19 december 2013

De ontwikkelingen vragen om herinrichting van de gezondheidszorg. Substitutie van zorg wordt gezien als mogelijke oplossing. Hoe realiseer je die verschuiving? Wat zijn de knelpunten en belemmeringen?

ZorgImpuls, de ROS van Rotterdam e.o., heeft een verkenning uitgevoerd. Waar liggen kansen en mogelijkheden in de regio? En wat heeft de eerste lijn nodig om te komen tot deze verschuiving?

[...]

De ontwikkelingen vragen om herinrichting van de gezondheidszorg. Substitutie van zorg wordt gezien als mogelijke oplossing. Hoe realiseer je die verschuiving? Wat zijn de knelpunten en belemmeringen?

ZorgImpuls, de ROS van Rotterdam e.o., heeft een verkenning uitgevoerd. Waar liggen kansen en mogelijkheden in de regio? En wat heeft de eerste lijn nodig om te komen tot deze verschuiving?

IGZ: Leefstijlondersteuning in achterstandswijken

19 december 2013

In 2011 heeft IGZ 6 randvoorwaarden geformuleerd om samenwerking te faciliteren tussen eerstelijnscentrum, GGD en thuiszorg in achterstandswijken. Met een wijkgerichte inzet kan een betere ondersteuning t.a.v. leefstijl tot stand komen. Dit moet leiden tot gezondheidswinst. Om de implementatie van de randvoorwaarden te toetsen, voerde de IGZ van eind 2012 tot medio 2013 onderzoek uit in 20 achterstandswijken.

IGZ stelt dat partijen er nog niet zijn. Er is aansluiting bij leefstijlondersteuning van individuele patiënten. De samenwerking op doelgroepniveau kan daarentegen beter. IGZ stelt dat goed gestructureerde eerstelijnscentra actief sturen op samenwerking. Een groot aantal van deze centra zijn overigens lid InEen.

Aan onvoldoende scorende partijen legt IGZ corrigerende maatregelen op. Ze vraagt hen de randvoorwaarden te implementeren. De coördinatie hiervan legt  IGZ bij het eerstelijnscentrum. De eerstelijnscentra brengen eind 2014 verslag uit aan de IGZ over de voortgang. Zie het rapport (pdf).

[...]

In 2011 heeft IGZ 6 randvoorwaarden geformuleerd om samenwerking te faciliteren tussen eerstelijnscentrum, GGD en thuiszorg in achterstandswijken. Met een wijkgerichte inzet kan een betere ondersteuning t.a.v. leefstijl tot stand komen. Dit moet leiden tot gezondheidswinst. Om de implementatie van de randvoorwaarden te toetsen, voerde de IGZ van eind 2012 tot medio 2013 onderzoek uit in 20 achterstandswijken.

IGZ stelt dat partijen er nog niet zijn. Er is aansluiting bij leefstijlondersteuning van individuele patiënten. De samenwerking op doelgroepniveau kan daarentegen beter. IGZ stelt dat goed gestructureerde eerstelijnscentra actief sturen op samenwerking. Een groot aantal van deze centra zijn overigens lid InEen.

Aan onvoldoende scorende partijen legt IGZ corrigerende maatregelen op. Ze vraagt hen de randvoorwaarden te implementeren. De coördinatie hiervan legt  IGZ bij het eerstelijnscentrum. De eerstelijnscentra brengen eind 2014 verslag uit aan de IGZ over de voortgang. Zie het rapport (pdf).

Pagina
1
van
1
  • CONTACTPERSONEN
Contact Persons
Programmamanager
Arthur Eyck
Stuur mij een e-mail
Contact Persons
Manager Communicatie en Public Affairs
Lisa Tiggelaar
Stuur mij een e-mail