logo

Huisartsenposten

Zorgvragen beperken zich niet tot reguliere werktijden. Op elk moment kan zorg direct nodig zijn: dag en nacht, werkdagen en weekenden. Huisartsenzorg is 24 uur per dag, 7 dagen per week beschikbaar. Op werkdagen kunnen patiënten terecht bij hun eigen huisarts. Voor zorg die volgens de patiënt niet kan wachten tot de volgende werkdag zijn er ’s avonds, ’s nachts en in het weekend de huisartsenposten. Er zijn 122 huisartsenposten. Deze zijn georganiseerd in 50 rechtspersonen (huisartsendienstenstructuren: HDS’en). Deze zijn alle lid van InEen.

Digitale palliatieve overdracht naar de huisartsenpost

09 maart 2017

checklistDe Huisartsenposten Rijnmond en het Netwerk Palliatieve Zorg Rotterdam hebben een digitaal formulier ontwikkeld voor een goede overdracht van palliatieve patiënten. Zowel de medische feiten als informatie over de context vinden nu beter hun weg naar de huisartsenpost. ‘Een succes’, zegt Adri van der Born, huisarts en medisch directeur Huisartsenposten Rijnmond.

‘Waar we als huisartsen in de dagzorg tegenaan liepen, was dat het maken van een overdracht best een bewerkelijk zaak is’, legt Van der Born uit. Huisartsen deden het onvoldoende of te laat, en als ze het deden ging het vooral over zaken als medicatie en de stand van zaken. Informatie over de context van de patiënt, bijvoorbeeld diens standpunt over palliatieve sedatie, ontbrak meestal. Daarbij komt dat patiënten op de huisartsenpost met verschillende huisartsen te maken krijgen, waardoor het overzicht afneemt. Een werkgroep ging aan de slag om uit te denken hoe een ideale palliatieve overdracht eruit moet zien en hoe je zorgt dat huisartsen daar makkelijk gebruik van kunnen maken.

De werkgroep, met vertegenwoordigers van elke huisartsenpost en de aandachtsfunctionaris palliatieve zorg, kwam uit op een digitaal invulformulier in Topicus, het systeem waarmee de huisartsenposten werken. Van der Born: ‘Niet alle vragen zijn altijd relevant, soms doet het er bijvoorbeeld niet toe welk geloof iemand heeft. Maar het formulier leidt je langs alle medische essentialia en de zorg eromheen. Zijn er speciale afspraken, hoe zit het met de mantelzorg, wil de patiënt opgenomen worden, enzovoort.’ In maart 2017 wordt een volgende drempel genomen. Tot nu toe konden huisartsen die het formulier wilden invullen dat alleen doen door via de website van Topicus in te loggen. Van der Born: ‘Daar heb je een UZI-pas bij nodig en maar weinig huisartsen werken daar overdag mee. Gelukkig hebben we nu via het platform van Star MDC een koppeling kunnen afspreken. Dat is een technisch verhaal, maar het betekent dat huisartsen die werken met Star en dat is in Rotterdam zo’n 70%, nu direct vanuit hun HIS in Topicus kunnen komen om het formulier in te vullen.’

Het overdrachtsformulier is bedoeld voor terminale patiënten. Van der Born: ‘Huisartsen zitten daar nogal verschillend in. Zelf maak ik de overdracht op het moment dat iemand de eerste klachten krijgt, andere wachten tot de laatste fase.’ Met het netwerk Palliatieve Zorg Rotterdam is afgesproken om via de PaTz-bijeenkomsten (huisartsen, wijkverpleegkundigen en consulenten palliatieve zorg) te pleiten voor een vroegtijdige start van de overdracht. ‘Eigenlijk moet je jezelf de vraag stellen: haalt mijn patiënt het eind van het jaar? Zo nee, dan start je met het formulier. Er kunnen altijd onverwachte dingen gebeuren, een terminale longpatiënt met COPD kan best in het weekend een exacerbatie krijgen die je niet ziet aankomen.’

Het formulier, zegt Van der Born, is nu al een succes. Bovendien moedigt het ook de aanmelding van patiënten bij het LSP aan. ‘Waar we naartoe willen is dat je als huisarts een goeie overdracht in het systeem zet bij Topicus en daarnaast zorgt dat je patiënt bij het LSP is aangemeld. De combinatie van een goeie overdracht met de beschikbaarheid van het waarneemdossier via het LSP houdt de informatie up to date.’

Meer informatie bij Adri van der Born (Huisartsenposten Rijnmond).

[...]

checklistDe Huisartsenposten Rijnmond en het Netwerk Palliatieve Zorg Rotterdam hebben een digitaal formulier ontwikkeld voor een goede overdracht van palliatieve patiënten. Zowel de medische feiten als informatie over de context vinden nu beter hun weg naar de huisartsenpost. ‘Een succes’, zegt Adri van der Born, huisarts en medisch directeur Huisartsenposten Rijnmond.

‘Waar we als huisartsen in de dagzorg tegenaan liepen, was dat het maken van een overdracht best een bewerkelijk zaak is’, legt Van der Born uit. Huisartsen deden het onvoldoende of te laat, en als ze het deden ging het vooral over zaken als medicatie en de stand van zaken. Informatie over de context van de patiënt, bijvoorbeeld diens standpunt over palliatieve sedatie, ontbrak meestal. Daarbij komt dat patiënten op de huisartsenpost met verschillende huisartsen te maken krijgen, waardoor het overzicht afneemt. Een werkgroep ging aan de slag om uit te denken hoe een ideale palliatieve overdracht eruit moet zien en hoe je zorgt dat huisartsen daar makkelijk gebruik van kunnen maken.

De werkgroep, met vertegenwoordigers van elke huisartsenpost en de aandachtsfunctionaris palliatieve zorg, kwam uit op een digitaal invulformulier in Topicus, het systeem waarmee de huisartsenposten werken. Van der Born: ‘Niet alle vragen zijn altijd relevant, soms doet het er bijvoorbeeld niet toe welk geloof iemand heeft. Maar het formulier leidt je langs alle medische essentialia en de zorg eromheen. Zijn er speciale afspraken, hoe zit het met de mantelzorg, wil de patiënt opgenomen worden, enzovoort.’ In maart 2017 wordt een volgende drempel genomen. Tot nu toe konden huisartsen die het formulier wilden invullen dat alleen doen door via de website van Topicus in te loggen. Van der Born: ‘Daar heb je een UZI-pas bij nodig en maar weinig huisartsen werken daar overdag mee. Gelukkig hebben we nu via het platform van Star MDC een koppeling kunnen afspreken. Dat is een technisch verhaal, maar het betekent dat huisartsen die werken met Star en dat is in Rotterdam zo’n 70%, nu direct vanuit hun HIS in Topicus kunnen komen om het formulier in te vullen.’

Het overdrachtsformulier is bedoeld voor terminale patiënten. Van der Born: ‘Huisartsen zitten daar nogal verschillend in. Zelf maak ik de overdracht op het moment dat iemand de eerste klachten krijgt, andere wachten tot de laatste fase.’ Met het netwerk Palliatieve Zorg Rotterdam is afgesproken om via de PaTz-bijeenkomsten (huisartsen, wijkverpleegkundigen en consulenten palliatieve zorg) te pleiten voor een vroegtijdige start van de overdracht. ‘Eigenlijk moet je jezelf de vraag stellen: haalt mijn patiënt het eind van het jaar? Zo nee, dan start je met het formulier. Er kunnen altijd onverwachte dingen gebeuren, een terminale longpatiënt met COPD kan best in het weekend een exacerbatie krijgen die je niet ziet aankomen.’

Het formulier, zegt Van der Born, is nu al een succes. Bovendien moedigt het ook de aanmelding van patiënten bij het LSP aan. ‘Waar we naartoe willen is dat je als huisarts een goeie overdracht in het systeem zet bij Topicus en daarnaast zorgt dat je patiënt bij het LSP is aangemeld. De combinatie van een goeie overdracht met de beschikbaarheid van het waarneemdossier via het LSP houdt de informatie up to date.’

Meer informatie bij Adri van der Born (Huisartsenposten Rijnmond).

Huisartsenposten praten over werkdruk

09 maart 2017

24-7Op 7 maart stonden de huisartsenposten tijdens een ledenvergadering van InEen stil bij de mogelijke strategieën voor het oplossen van de werkdruk in de ANW-uren. Zo’n 35 HDS’en gaven met meer dan 60 personen acte de présence. Tijdens een geanimeerde discussie passeerde een keur aan goede voorbeelden en suggesties de revue. Daarbij klonken ook een een paar duidelijke nee’s. InEen-directeur Anoeska Mosterdijk schreef over het onderwerp een column op Skipr.

Uit de veelheid aan oorzaken en ontwikkelingen die de toegenomen werkdruk veroorzaken, distilleerde InEen vier thema’s die op deelledenvergadering van 7 maart intensief de revue passeerden. Allereerst de toename van het aantal consulten. Hoewel de cijfers per regio sterk verschillen, kan worden vastgesteld dat het verwachtingspatroon van patiënten nogal is veranderd. Beduidend meer mensen verwachten buiten kantoortijden een beroep op de huisarts te kunnen doen. De druk die ook op de dagzorg bestaat en de verminderde bereikbaarheid die daaruit voortkomt, versterkt nog eens de neiging om ook als er geen sprake is van spoed ’s avonds naar de huisartsenpost te gaan. Daarnaast wonen door de recente transities meer ouderen en ggz-cliënten thuis. Ook zij doen een beroep op de post en vragen bovendien door hun vaak complexe gezondheidssituatie meer tijd. Belangrijke ketenpartners zoals thuiszorg en de specialist ouderengeneeskunde zijn in de ANW-uren niet beschikbaar, zodat de huisarts er alleen voor staat. Tot slot is aantoonbaar dat de beschikbaarheid van huisartsen en triagisten op de post geen gelijke tred houdt met de vraag.

Om de discussie te stroomlijnen deed InEen een voorzet voor oplossingen op landelijk, regionaal en lokaal niveau. Hieronder een greep.

• Een landelijke publiekscampagne om het publiek beter te informeren over de taak van de huisartsenpost wordt belangrijk gevonden, maar ook met enige scepsis begroet. ‘Alleen als het een werkelijk grote en overrompelende campagne kan worden’, vond men. ‘Kies een goede boodschap en benadruk vooral  dat de huisarts overdag dezelfde zorg biedt als de huisarts op de huisartsenpost.’ In een boodschap die mensen vraagt om weg te blijven, ziet men geen heil.

• Een mogelijk oplossing is ook samenwerking met de SEH voor de opvang van de fysieke consulten in de nachtelijke uren. De vergadering vreesde een aantasting van de 24/7 beschikbaarheid van huisartsen. Medicamus (Harderwijk) heeft er echter goede ervaring mee. Lucas Fraza, directeur van Huisartsenzorg Deventer en Omstreken, opperde in dit verband de mogelijkheid om alle nachtelijke spoeddiensten regionaal te synchroniseren: huisartsenpost, SEH, GGZ en thuiszorg.

• Op de huisartsenpost Enschede loopt een pilot waarin verpleegkundig specialisten visite rijden om de huisartsen te ontlasten. Directeur Jacqueline Noltes: ‘De verpleegkundig specialisten acute zorg vangen maar liefst de helft van de visites af. Het zijn voormalige ambulance verpleegkundigen die nu alweer enkele jaren in het weekend consulten doen op de huisartsenpost. Dat werkt heel prettig en vandaaruit is het idee geboren om te kijken of ze ook visites kunnen rijden. IQ healthcare heeft een vooronderzoek gedaan en nu is sinds afgelopen september een pilot gaande. De huisartsen zijn zeer enthousiast, het maakt dan ook echt verschil. De meeste U3-visites worden nu door de verpleegkundig specialist gereden, waardoor de huisartsen zich kunnen richten op U2 en U1. Dat geeft veel lucht. Onderdeel van de pilot is een onderzoek naar  de veiligheid en de effectiviteit van een visite gereden door een verpleegkundig specialist in vergelijking met de visites door huisartsen. Wordt er bijvoorbeeld naderhand meer contact opgenomen met eigen huisarts? De pilot duurt nog tot 1 april.’’

• Bij SMASH (Haaglanden) wordt gewerkt met een pool van huisartsen in dienst van de huisartsenpost. Zij worden ingezet voor regietaken op de post en springen op piekmomenten bij.

• Er waren ook nee’s. Zo verwierp de deelledenvergadering unaniem de optie om een eigen bijdrage in te voeren. Ook vond men het een slecht idee om niet-spoedvragen in de ANW-uren over te laten aan andere, commerciële partijen .

Hoe nu verder?
Alle goede voorbeelden en suggesties worden nu geïnventariseerd, gebundeld en gedeeld met het veld, ter inspiratie of om over te nemen. Omdat het financieringsplafond 110% van de huisartsenpost ruimschoots is bereikt, gaat InEen in gesprek met zorgverzekeraars, Zorgverzekeraars Nederland en de NZa om te kijken welke mogelijkheden er zijn om de budgetten uit te breiden. Met deze financiële ruimte kunnen de posten meer aan  taakherschikking doen of de expertise van de specialist ouderengeneeskunde in de ANW-uren inroepen. Om de publiekscampagne of nauwere samenwerking met ketenpartners te realiseren  gaan InEen en LHV samen optrekken en samen een plan van aanpak maken.

[...]

24-7Op 7 maart stonden de huisartsenposten tijdens een ledenvergadering van InEen stil bij de mogelijke strategieën voor het oplossen van de werkdruk in de ANW-uren. Zo’n 35 HDS’en gaven met meer dan 60 personen acte de présence. Tijdens een geanimeerde discussie passeerde een keur aan goede voorbeelden en suggesties de revue. Daarbij klonken ook een een paar duidelijke nee’s. InEen-directeur Anoeska Mosterdijk schreef over het onderwerp een column op Skipr.

Uit de veelheid aan oorzaken en ontwikkelingen die de toegenomen werkdruk veroorzaken, distilleerde InEen vier thema’s die op deelledenvergadering van 7 maart intensief de revue passeerden. Allereerst de toename van het aantal consulten. Hoewel de cijfers per regio sterk verschillen, kan worden vastgesteld dat het verwachtingspatroon van patiënten nogal is veranderd. Beduidend meer mensen verwachten buiten kantoortijden een beroep op de huisarts te kunnen doen. De druk die ook op de dagzorg bestaat en de verminderde bereikbaarheid die daaruit voortkomt, versterkt nog eens de neiging om ook als er geen sprake is van spoed ’s avonds naar de huisartsenpost te gaan. Daarnaast wonen door de recente transities meer ouderen en ggz-cliënten thuis. Ook zij doen een beroep op de post en vragen bovendien door hun vaak complexe gezondheidssituatie meer tijd. Belangrijke ketenpartners zoals thuiszorg en de specialist ouderengeneeskunde zijn in de ANW-uren niet beschikbaar, zodat de huisarts er alleen voor staat. Tot slot is aantoonbaar dat de beschikbaarheid van huisartsen en triagisten op de post geen gelijke tred houdt met de vraag.

Om de discussie te stroomlijnen deed InEen een voorzet voor oplossingen op landelijk, regionaal en lokaal niveau. Hieronder een greep.

• Een landelijke publiekscampagne om het publiek beter te informeren over de taak van de huisartsenpost wordt belangrijk gevonden, maar ook met enige scepsis begroet. ‘Alleen als het een werkelijk grote en overrompelende campagne kan worden’, vond men. ‘Kies een goede boodschap en benadruk vooral  dat de huisarts overdag dezelfde zorg biedt als de huisarts op de huisartsenpost.’ In een boodschap die mensen vraagt om weg te blijven, ziet men geen heil.

• Een mogelijk oplossing is ook samenwerking met de SEH voor de opvang van de fysieke consulten in de nachtelijke uren. De vergadering vreesde een aantasting van de 24/7 beschikbaarheid van huisartsen. Medicamus (Harderwijk) heeft er echter goede ervaring mee. Lucas Fraza, directeur van Huisartsenzorg Deventer en Omstreken, opperde in dit verband de mogelijkheid om alle nachtelijke spoeddiensten regionaal te synchroniseren: huisartsenpost, SEH, GGZ en thuiszorg.

• Op de huisartsenpost Enschede loopt een pilot waarin verpleegkundig specialisten visite rijden om de huisartsen te ontlasten. Directeur Jacqueline Noltes: ‘De verpleegkundig specialisten acute zorg vangen maar liefst de helft van de visites af. Het zijn voormalige ambulance verpleegkundigen die nu alweer enkele jaren in het weekend consulten doen op de huisartsenpost. Dat werkt heel prettig en vandaaruit is het idee geboren om te kijken of ze ook visites kunnen rijden. IQ healthcare heeft een vooronderzoek gedaan en nu is sinds afgelopen september een pilot gaande. De huisartsen zijn zeer enthousiast, het maakt dan ook echt verschil. De meeste U3-visites worden nu door de verpleegkundig specialist gereden, waardoor de huisartsen zich kunnen richten op U2 en U1. Dat geeft veel lucht. Onderdeel van de pilot is een onderzoek naar  de veiligheid en de effectiviteit van een visite gereden door een verpleegkundig specialist in vergelijking met de visites door huisartsen. Wordt er bijvoorbeeld naderhand meer contact opgenomen met eigen huisarts? De pilot duurt nog tot 1 april.’’

• Bij SMASH (Haaglanden) wordt gewerkt met een pool van huisartsen in dienst van de huisartsenpost. Zij worden ingezet voor regietaken op de post en springen op piekmomenten bij.

• Er waren ook nee’s. Zo verwierp de deelledenvergadering unaniem de optie om een eigen bijdrage in te voeren. Ook vond men het een slecht idee om niet-spoedvragen in de ANW-uren over te laten aan andere, commerciële partijen .

Hoe nu verder?
Alle goede voorbeelden en suggesties worden nu geïnventariseerd, gebundeld en gedeeld met het veld, ter inspiratie of om over te nemen. Omdat het financieringsplafond 110% van de huisartsenpost ruimschoots is bereikt, gaat InEen in gesprek met zorgverzekeraars, Zorgverzekeraars Nederland en de NZa om te kijken welke mogelijkheden er zijn om de budgetten uit te breiden. Met deze financiële ruimte kunnen de posten meer aan  taakherschikking doen of de expertise van de specialist ouderengeneeskunde in de ANW-uren inroepen. Om de publiekscampagne of nauwere samenwerking met ketenpartners te realiseren  gaan InEen en LHV samen optrekken en samen een plan van aanpak maken.

SSFH-rapport over werkbeleving triagist biedt aanknopingspunten

09 maart 2017

SSFHDe steeds terugkerende discussie over het werk en de arbeidsvoorwaarden van triagisten waren voor de Cao-partijen aanleiding aan bureau Leeuwendaal te vragen de werkbeleving en functie van triagisten in beeld te brengen. Nu, aan de vooravond van de onderhandelingen over de nieuwe Cao, ligt de ‘foto’ op tafel. Leden van InEen concludeerden in een extra deelledenvergadering dat het rapport goede aanknopingspunten biedt voor verbeteringen. De NVDA, de beroepsvereniging van de triagisten, sluit zich daarbij aan.

Het rapport, zegt Jane Kramer (NVDA), laat zien dat triagisten trots zijn op hun werk. ‘Ze vinden dat ze belangrijk werk doen en zijn blij met de mensen met wie ze samenwerken, zowel hun directe collega’s als de huisartsen.’ Ludeke van der Es (InEen): ‘De aanwezigen op de deelledenvergadering waren verrast dat de communicatie over veranderingen, het beoordelen, dingen waar men vaak snel ontevreden over is, door triagisten positief worden gewaardeerd.’ Kramer: ‘Triagisten zeggen in feite dat de huisartsenposten een open cultuur hebben en dat is heel mooi.’ Naast deze verheugende uitkomsten, is er ook kritiek, bijvoorbeeld op de hoge werkdruk, knellende regels, de kernset en de beloning. Belangrijke thema’s, zeggen de onderzoekers van Leeuwendaal in een concluderend hoofdstuk, die elk voor zich invloed hebben op de werkbeleving en aanknopingspunten bieden voor verbetering.

De kritiek op de kernset is inmiddels aangepakt. De kritiek betrof niet het beoordelen zelf, maar de aanpak en vooral het directe effect op de herregistratie. De voortdurende druk die dit gaf in het dagelijkse werk, zorgde voor een mindere werkbeleving en verzwaarde de toch al hoge werkdruk. In december vorig jaar besloot de deelledenvergadering van InEen de derde herregistratie-eis te laten vervallen en de criteria voor de audits te verduidelijken. Ook het NTS wordt door sommige triagisten als knellend ervaren hetgeen de werkbeleving negatief beïnvloedt. Hetzelfde geldt voor het gebrek aan variatie in het werk. Van der Es: ‘Verreweg de meeste onderwerpen kan de post zelf samen met de triagisten en de huisartsen oppakken. Het rapport biedt vooral een goed handvat om intern met elkaar en met de OR of PVT in gesprek te gaan.’

Werkdruk heeft ook een belangrijke arbeidsmarktcomponent. Veel huisartsenposten hebben wervingsproblemen door onvoldoende aanbod van triagisten en een relatief hoog verloop. Vanuit SSFH wordt daarom hard getrokken aan een gericht arbeidsmarktbeleid dat inzet op het creëren van stageplaatsen en scholing. Het rapport suggereert dat wellicht het beroepsbeeld onduidelijk is, maar dat de triagistenfunctie een hbo-niveau zou moeten krijgen, wijst het rapport van de hand. Van der Es: ‘De mbo-opgeleide triagisten zijn goed geëquipeerd en doen hun werk goed en met veel plezier. Verwacht wordt dat hbo-opgeleide mensen sneller op het werk uitgekeken zullen zijn. Bovendien wordt de vijver waaruit je kan vissen dan nóg kleiner.’ Meer profijt wordt verwacht van het nader bekijken van de specifieke kerncompetenties die triagisten nodig hebben. Van der Es: ‘En van een beter beroepsbeeld. Dat is iets wat we vanuit InEen gaan oppakken.’

Tot slot gaat werkdruk ook over waardering, aldus Kramer. ‘En dat is méér dan alleen geld.’ Ze doelt onder andere op een duidelijk personeelsbeleid, waarin de werkbelasting wordt gemonitord. Ook diversiteit in het werk en het zelf mogen roosteren hoort daar wat haar betreft bij. ‘Als je zelf kunt zorgen voor een goede balans tussen werk en privé en je tussendoor niet te vaak wordt gebeld om acuut een dienst over te nemen, wat onze zeer loyale achterban toch vaak doet, dan heb je als triagist niet altijd het gevoel dat je hijgend van de ene dienst naar de andere loopt.’ Natuurlijk zal het in de Cao-onderhandelingen ook over geld gaan. Volgens het rapport is het effect van een hogere beloning op de werkbeleving meestal van korte duur. Bovendien, zo blijkt, is de salariëring niet de reden waarom triagisten uitstromen. Van der Es: ‘Het laat zien dat mensen uiteindelijk blijer worden van andere dingen.’ Kramer: ‘Het werken in de nacht, patiënten die je niet kent, het continue moeten filteren van echte spoed en niet-spoed, maakt de functie zwaar en daar hoor wat ons betreft een hoger salaris bij. Triagisten vinden dat al heel lang.’

Informatie

[...]

SSFHDe steeds terugkerende discussie over het werk en de arbeidsvoorwaarden van triagisten waren voor de Cao-partijen aanleiding aan bureau Leeuwendaal te vragen de werkbeleving en functie van triagisten in beeld te brengen. Nu, aan de vooravond van de onderhandelingen over de nieuwe Cao, ligt de ‘foto’ op tafel. Leden van InEen concludeerden in een extra deelledenvergadering dat het rapport goede aanknopingspunten biedt voor verbeteringen. De NVDA, de beroepsvereniging van de triagisten, sluit zich daarbij aan.

Het rapport, zegt Jane Kramer (NVDA), laat zien dat triagisten trots zijn op hun werk. ‘Ze vinden dat ze belangrijk werk doen en zijn blij met de mensen met wie ze samenwerken, zowel hun directe collega’s als de huisartsen.’ Ludeke van der Es (InEen): ‘De aanwezigen op de deelledenvergadering waren verrast dat de communicatie over veranderingen, het beoordelen, dingen waar men vaak snel ontevreden over is, door triagisten positief worden gewaardeerd.’ Kramer: ‘Triagisten zeggen in feite dat de huisartsenposten een open cultuur hebben en dat is heel mooi.’ Naast deze verheugende uitkomsten, is er ook kritiek, bijvoorbeeld op de hoge werkdruk, knellende regels, de kernset en de beloning. Belangrijke thema’s, zeggen de onderzoekers van Leeuwendaal in een concluderend hoofdstuk, die elk voor zich invloed hebben op de werkbeleving en aanknopingspunten bieden voor verbetering.

De kritiek op de kernset is inmiddels aangepakt. De kritiek betrof niet het beoordelen zelf, maar de aanpak en vooral het directe effect op de herregistratie. De voortdurende druk die dit gaf in het dagelijkse werk, zorgde voor een mindere werkbeleving en verzwaarde de toch al hoge werkdruk. In december vorig jaar besloot de deelledenvergadering van InEen de derde herregistratie-eis te laten vervallen en de criteria voor de audits te verduidelijken. Ook het NTS wordt door sommige triagisten als knellend ervaren hetgeen de werkbeleving negatief beïnvloedt. Hetzelfde geldt voor het gebrek aan variatie in het werk. Van der Es: ‘Verreweg de meeste onderwerpen kan de post zelf samen met de triagisten en de huisartsen oppakken. Het rapport biedt vooral een goed handvat om intern met elkaar en met de OR of PVT in gesprek te gaan.’

Werkdruk heeft ook een belangrijke arbeidsmarktcomponent. Veel huisartsenposten hebben wervingsproblemen door onvoldoende aanbod van triagisten en een relatief hoog verloop. Vanuit SSFH wordt daarom hard getrokken aan een gericht arbeidsmarktbeleid dat inzet op het creëren van stageplaatsen en scholing. Het rapport suggereert dat wellicht het beroepsbeeld onduidelijk is, maar dat de triagistenfunctie een hbo-niveau zou moeten krijgen, wijst het rapport van de hand. Van der Es: ‘De mbo-opgeleide triagisten zijn goed geëquipeerd en doen hun werk goed en met veel plezier. Verwacht wordt dat hbo-opgeleide mensen sneller op het werk uitgekeken zullen zijn. Bovendien wordt de vijver waaruit je kan vissen dan nóg kleiner.’ Meer profijt wordt verwacht van het nader bekijken van de specifieke kerncompetenties die triagisten nodig hebben. Van der Es: ‘En van een beter beroepsbeeld. Dat is iets wat we vanuit InEen gaan oppakken.’

Tot slot gaat werkdruk ook over waardering, aldus Kramer. ‘En dat is méér dan alleen geld.’ Ze doelt onder andere op een duidelijk personeelsbeleid, waarin de werkbelasting wordt gemonitord. Ook diversiteit in het werk en het zelf mogen roosteren hoort daar wat haar betreft bij. ‘Als je zelf kunt zorgen voor een goede balans tussen werk en privé en je tussendoor niet te vaak wordt gebeld om acuut een dienst over te nemen, wat onze zeer loyale achterban toch vaak doet, dan heb je als triagist niet altijd het gevoel dat je hijgend van de ene dienst naar de andere loopt.’ Natuurlijk zal het in de Cao-onderhandelingen ook over geld gaan. Volgens het rapport is het effect van een hogere beloning op de werkbeleving meestal van korte duur. Bovendien, zo blijkt, is de salariëring niet de reden waarom triagisten uitstromen. Van der Es: ‘Het laat zien dat mensen uiteindelijk blijer worden van andere dingen.’ Kramer: ‘Het werken in de nacht, patiënten die je niet kent, het continue moeten filteren van echte spoed en niet-spoed, maakt de functie zwaar en daar hoor wat ons betreft een hoger salaris bij. Triagisten vinden dat al heel lang.’

Informatie

Een beetje lucht voor de drukbezochte huisarts - blog Anoeska Mosterdijk Skipr

08 maart 2017

Voor Skipr schrijft InEen een aantal keer per jaar een blog over een actueel onderwerp, dit keer ging het over de werkdruk op de huisartsenpost

Een beetje lucht voor de drukbezochte huisarts

Hoe zorgen we er nu voor dat acute huisartsenzorg voor iedereen goed bereikbaar blijft? Duidelijk is dat er niet één oplossing is, maar dat gezocht moet worden naar een combinatie van oplossingen, zowel voor overdag als buiten kantooruren.

In ons land kunnen mensen 24 uur per dag een beroep doen op huisartsenzorg. Overdag bij de eigen huisartsenpraktijk, buiten kantooruren bij een van de huisartsenposten (HAP’s). Recent was er in de media aandacht voor de toenemende drukte op de huisartsenpost. Patiënten vinden dat ze te lang moeten wachten, terwijl de dokter de indruk heeft dat hij teveel mensen met weinig spoedeisende klachten in de spreekkamer ziet. Wat is er aan de hand?

Lees hier de volledige blog van Anoeska Mosterdijk op Skipr

[...]

Voor Skipr schrijft InEen een aantal keer per jaar een blog over een actueel onderwerp, dit keer ging het over de werkdruk op de huisartsenpost

Een beetje lucht voor de drukbezochte huisarts

Hoe zorgen we er nu voor dat acute huisartsenzorg voor iedereen goed bereikbaar blijft? Duidelijk is dat er niet één oplossing is, maar dat gezocht moet worden naar een combinatie van oplossingen, zowel voor overdag als buiten kantooruren.

In ons land kunnen mensen 24 uur per dag een beroep doen op huisartsenzorg. Overdag bij de eigen huisartsenpraktijk, buiten kantooruren bij een van de huisartsenposten (HAP’s). Recent was er in de media aandacht voor de toenemende drukte op de huisartsenpost. Patiënten vinden dat ze te lang moeten wachten, terwijl de dokter de indruk heeft dat hij teveel mensen met weinig spoedeisende klachten in de spreekkamer ziet. Wat is er aan de hand?

Lees hier de volledige blog van Anoeska Mosterdijk op Skipr

Terugblik extra deelledenvergadering huisartsenposten

17 februari 2017

Afgelopen dinsdag 14 februari stond tijdens de DLV huisartsenposten de analyse van het SSFH rapport werkbeleving en functie triagist centraal. Erik Schouten (Leeuwendaal) werkte als onderzoeker aan het rapport en gaf een toelichting op de resultaten. Aan de hand van een voorlopige analyse door InEen, waarin ook de eventuele gevolgen voor de Cao Huisartsenzorg aan de orde kwamen, gaf de DLV input voor het vervolg. Het rapport werd door de DLV goed ontvangen, men was blij met de positieve beoordeling door triagisten van het werk en de werkverhoudingen op de huisartsenpost. Veel aandacht ging uit naar manieren om de werkdruk van triagisten te verminderen en hen de professionele erkenning te geven die zij verdienen.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Afgelopen dinsdag 14 februari stond tijdens de DLV huisartsenposten de analyse van het SSFH rapport werkbeleving en functie triagist centraal. Erik Schouten (Leeuwendaal) werkte als onderzoeker aan het rapport en gaf een toelichting op de resultaten. Aan de hand van een voorlopige analyse door InEen, waarin ook de eventuele gevolgen voor de Cao Huisartsenzorg aan de orde kwamen, gaf de DLV input voor het vervolg. Het rapport werd door de DLV goed ontvangen, men was blij met de positieve beoordeling door triagisten van het werk en de werkverhoudingen op de huisartsenpost. Veel aandacht ging uit naar manieren om de werkdruk van triagisten te verminderen en hen de professionele erkenning te geven die zij verdienen.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Patiënten en huisartsen samen op bres voor spoedzorg

10 februari 2017

Patiënten maken zich zorgen om de drukte en de wachttijden in de spoedzorg. Dat blijkt vandaag uit een peiling van de Patiëntenfederatie over de spoedzorg. De waardering van patiënten voor de spoedzorg blijft desondanks vrij hoog. Signalen over de werkdruk op de huisartsenpost kwamen recent ook uit een enquête van de Landelijke Huisartsen Vereniging. Driekwart van alle huisartsen geeft aan de werkdruk tijdens diensten als een probleem te ervaren. Uit onderzoek naar de werkbeleving van triagisten blijkt dat ook zij te kampen hebben met werkdruk.

De drukte op de huisartsenpost staat niet op zich. Ook overdag wordt het steeds drukker, nu er meer en complexere zorg op de huisarts en zijn team afkomt. Denk aan zorg voor langer thuiswonende ouderen, jeugd en GGZ. Een deel van die patiënten doet ook een beroep op de zorg in de avond-, nacht- en weekenduren. Daarnaast is er een maatschappelijke trend dat mensen zich vaker voor minder spoedeisende zaken tot de huisartsenpost wenden.

Eigen huisarts waar het kan, spoedzorg waar het moet
Huisartsenorganisaties LHV en InEen werken op dit moment hard aan oplossingen voor de werkdruk op de huisartsenpost in belang van zowel de patiënt als de zorgverleners. Dat vergt een combinatie van maatregelen, zowel voor overdag als buiten kantooruren.
Het is allereerst belangrijk dat patiënten overdag terecht kunnen bij hun eigen huisarts, zodat mensen niet onnodig uitwijken naar de huisartsenpost. De eigen huisarts kent de situatie en omstandigheden van de patiënten immers het beste. Essentieel daarvoor is dat de huisarts en zijn team meer tijd krijgen voor de patiënt. Dat kan door te kiezen voor minder patiënten per huisarts, te investeren in een goed ondersteunend team of de zorg op onderdelen anders te organiseren. Door meer ruimte te creëren overdag zorgen we dat patiënten overdag optimaal terecht kunnen bij hun eigen huisarts. Echte spoedvragen kunnen dan op de huisartsenpost sneller worden geholpen.

Wat verder goed geregeld moet zijn is de samenwerking tussen de huisartsenpost en andere partners in de spoedzorg. Denk aan de SEH, maar ook de crisisdienst van de GGZ en de acute thuiszorg. Ouderen wonen langer thuis en GGZ-patiënten worden vaker ambulant behandeld. In acute zorgsituaties gaat de zorgvraag vaak verder dan hetgeen de huisartsen op de huisartsenpost kunnen bieden, daarom is goede samenwerking met ketenpartners essentieel.

[...]

Patiënten maken zich zorgen om de drukte en de wachttijden in de spoedzorg. Dat blijkt vandaag uit een peiling van de Patiëntenfederatie over de spoedzorg. De waardering van patiënten voor de spoedzorg blijft desondanks vrij hoog. Signalen over de werkdruk op de huisartsenpost kwamen recent ook uit een enquête van de Landelijke Huisartsen Vereniging. Driekwart van alle huisartsen geeft aan de werkdruk tijdens diensten als een probleem te ervaren. Uit onderzoek naar de werkbeleving van triagisten blijkt dat ook zij te kampen hebben met werkdruk.

De drukte op de huisartsenpost staat niet op zich. Ook overdag wordt het steeds drukker, nu er meer en complexere zorg op de huisarts en zijn team afkomt. Denk aan zorg voor langer thuiswonende ouderen, jeugd en GGZ. Een deel van die patiënten doet ook een beroep op de zorg in de avond-, nacht- en weekenduren. Daarnaast is er een maatschappelijke trend dat mensen zich vaker voor minder spoedeisende zaken tot de huisartsenpost wenden.

Eigen huisarts waar het kan, spoedzorg waar het moet
Huisartsenorganisaties LHV en InEen werken op dit moment hard aan oplossingen voor de werkdruk op de huisartsenpost in belang van zowel de patiënt als de zorgverleners. Dat vergt een combinatie van maatregelen, zowel voor overdag als buiten kantooruren.
Het is allereerst belangrijk dat patiënten overdag terecht kunnen bij hun eigen huisarts, zodat mensen niet onnodig uitwijken naar de huisartsenpost. De eigen huisarts kent de situatie en omstandigheden van de patiënten immers het beste. Essentieel daarvoor is dat de huisarts en zijn team meer tijd krijgen voor de patiënt. Dat kan door te kiezen voor minder patiënten per huisarts, te investeren in een goed ondersteunend team of de zorg op onderdelen anders te organiseren. Door meer ruimte te creëren overdag zorgen we dat patiënten overdag optimaal terecht kunnen bij hun eigen huisarts. Echte spoedvragen kunnen dan op de huisartsenpost sneller worden geholpen.

Wat verder goed geregeld moet zijn is de samenwerking tussen de huisartsenpost en andere partners in de spoedzorg. Denk aan de SEH, maar ook de crisisdienst van de GGZ en de acute thuiszorg. Ouderen wonen langer thuis en GGZ-patiënten worden vaker ambulant behandeld. In acute zorgsituaties gaat de zorgvraag vaak verder dan hetgeen de huisartsen op de huisartsenpost kunnen bieden, daarom is goede samenwerking met ketenpartners essentieel.

Nivel onderzoek zorgconsumpties 2013-2015 hap’s

30 januari 2017

Sinds afgelopen zomer is het gevoel van toegenomen werkdruk op de huisartsenposten een steeds belangrijker gespreksonderwerp geworden. De indruk dat de verplaatsing van complexe zorg naar de thuissituatie voor meer werkdruk in de eerste lijn zorgt werd ook steeds sterker. InEen vroeg daarom het NIVEL om onderzoek te doen naar de zorgconsumptie op de huisartsenposten.

Zorg blijft gelijk, maar urgentie neemt toe
Een belangrijke conclusie van het NIVEL is dat in de periode 2013-2015 het aantal bezoeken aan de huisartsenposten gemiddeld genomen vrijwel gelijk bleef, maar het aantal contacten met een hoge urgentie duidelijk toenam. Een toename van hoog-urgente contacten betekent dat huisartsen vaker sneller zorg moeten leveren. Een ontwikkeling die de werkdruk kan verhogen.
Daarnaast liet het onderzoek zien dat er grote verschillen zijn tussen de verschillende HDS’en, zowel in aantal bezoeken aan de huisartsenpost als in de toename en afname van hoge en lage urgenties

Zorg voor kwetsbare groepen
InEen vroeg naast het algemene beeld specifiek de veranderingen in het zorggebruik op de huisartsenposten te bekijken voor ouderen en psychische/psychosociale zorgvragen. Voor de 19 onderzochte HDS’en is voor de periode 2013-2015 te zeggen dat die zorgvraag nagenoeg constant blijft tot heel licht stijgt. Oftewel geen duidelijke groei in deze zorgvraag. De verklaring hiervoor kan zijn dat de veranderingen in de langdurige zorg in 2015 zijn ingevoerd en dat jaar er ook nog verschillende overgangsregelingen van toepassingen waren. Dit onderzoek is dan ook vooral als nulmeting te beschouwen en het is zaak 2016 weer te meten, nu de gevolgen van de herzieningen in het stelsel steeds duidelijker merkbaar worden.

[...]

Sinds afgelopen zomer is het gevoel van toegenomen werkdruk op de huisartsenposten een steeds belangrijker gespreksonderwerp geworden. De indruk dat de verplaatsing van complexe zorg naar de thuissituatie voor meer werkdruk in de eerste lijn zorgt werd ook steeds sterker. InEen vroeg daarom het NIVEL om onderzoek te doen naar de zorgconsumptie op de huisartsenposten.

Zorg blijft gelijk, maar urgentie neemt toe
Een belangrijke conclusie van het NIVEL is dat in de periode 2013-2015 het aantal bezoeken aan de huisartsenposten gemiddeld genomen vrijwel gelijk bleef, maar het aantal contacten met een hoge urgentie duidelijk toenam. Een toename van hoog-urgente contacten betekent dat huisartsen vaker sneller zorg moeten leveren. Een ontwikkeling die de werkdruk kan verhogen.
Daarnaast liet het onderzoek zien dat er grote verschillen zijn tussen de verschillende HDS’en, zowel in aantal bezoeken aan de huisartsenpost als in de toename en afname van hoge en lage urgenties

Zorg voor kwetsbare groepen
InEen vroeg naast het algemene beeld specifiek de veranderingen in het zorggebruik op de huisartsenposten te bekijken voor ouderen en psychische/psychosociale zorgvragen. Voor de 19 onderzochte HDS’en is voor de periode 2013-2015 te zeggen dat die zorgvraag nagenoeg constant blijft tot heel licht stijgt. Oftewel geen duidelijke groei in deze zorgvraag. De verklaring hiervoor kan zijn dat de veranderingen in de langdurige zorg in 2015 zijn ingevoerd en dat jaar er ook nog verschillende overgangsregelingen van toepassingen waren. Dit onderzoek is dan ook vooral als nulmeting te beschouwen en het is zaak 2016 weer te meten, nu de gevolgen van de herzieningen in het stelsel steeds duidelijker merkbaar worden.

Extra DLV huisartsenposten over SSFH rapport

27 januari 2017

Op 14 februari vindt een extra DLV huisartsenposten plaats over de onderzoeksresultaten van het SSFH rapport werkbeleving en functie triagist. De bijeenkomst heeft tot doel de verschillende aangrijpingspunten voor verbetering in het rapport te bespreken. Denk aan aangrijpingspunten op landelijk niveau (bijvoorbeeld werkdruk, beroepsgroep imago), op managementniveau (bijvoorbeeld regelruimte voor triagisten, communicatie naar werkvloer) en voor de cao (bijvoorbeeld een nieuwe beloningsstructuur voor triagisten). Graag horen we hoe hierover op de huisartsenposten wordt gedacht. Een van de onderzoekers van Leeuwendaal is aanwezig om het onderzoek toe te lichten. Ook zal een eerste analyse door InEen beschikbaar zijn.

Meer informatie en aanmelden

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden. 

[...]

Op 14 februari vindt een extra DLV huisartsenposten plaats over de onderzoeksresultaten van het SSFH rapport werkbeleving en functie triagist. De bijeenkomst heeft tot doel de verschillende aangrijpingspunten voor verbetering in het rapport te bespreken. Denk aan aangrijpingspunten op landelijk niveau (bijvoorbeeld werkdruk, beroepsgroep imago), op managementniveau (bijvoorbeeld regelruimte voor triagisten, communicatie naar werkvloer) en voor de cao (bijvoorbeeld een nieuwe beloningsstructuur voor triagisten). Graag horen we hoe hierover op de huisartsenposten wordt gedacht. Een van de onderzoekers van Leeuwendaal is aanwezig om het onderzoek toe te lichten. Ook zal een eerste analyse door InEen beschikbaar zijn.

Meer informatie en aanmelden

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden. 

Vuurwerkregistratie huisartsenposten

06 januari 2017

Voor het eerst hebben huisartsenposten afgelopen jaarwisseling vuurwerkslachtoffers geregistreerd. In totaal 22 HDS’en deden mee aan deze registratie, die jaarlijks wordt georganiseerd door VeiligheidNL en de NOS. De huisartsenposten meldden in totaal 263 behandelingen. Het streven is dat volgend jaar meer huisartsenposten meedoen, zodat we een landelijk beeld kunnen schetsen en trends kunnen signaleren. Op de SEH’s kwamen dit jaar 471 vuurwerkslachtoffers binnen, negen minder dan vorig jaar.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Voor het eerst hebben huisartsenposten afgelopen jaarwisseling vuurwerkslachtoffers geregistreerd. In totaal 22 HDS’en deden mee aan deze registratie, die jaarlijks wordt georganiseerd door VeiligheidNL en de NOS. De huisartsenposten meldden in totaal 263 behandelingen. Het streven is dat volgend jaar meer huisartsenposten meedoen, zodat we een landelijk beeld kunnen schetsen en trends kunnen signaleren. Op de SEH’s kwamen dit jaar 471 vuurwerkslachtoffers binnen, negen minder dan vorig jaar.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Werkdruk op de huisartsenposten

06 januari 2017

Volgende week op 10 januari plaatst het Algemeen Dagblad de noodkreet van een aantal bestuurders van huisartsenposten over de werkdruk op de post. In de DLV huisartsenposten van 13 december stond de werkdruk al prominent op de agenda. Veel bestuurders kampen hiermee en maken zich zorgen. Om dit bij de beleidsmakers kenbaar te maken heeft een aantal bestuurders de pen opgepakt en hun zorgen verwoord in een artikel. In december plaatste ook Medisch Contact een bericht op basis van dat artikel.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Volgende week op 10 januari plaatst het Algemeen Dagblad de noodkreet van een aantal bestuurders van huisartsenposten over de werkdruk op de post. In de DLV huisartsenposten van 13 december stond de werkdruk al prominent op de agenda. Veel bestuurders kampen hiermee en maken zich zorgen. Om dit bij de beleidsmakers kenbaar te maken heeft een aantal bestuurders de pen opgepakt en hun zorgen verwoord in een artikel. In december plaatste ook Medisch Contact een bericht op basis van dat artikel.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

2016 » 2017: Roderick Runne, per 1 juni 2016 voorzitter Raad van Bestuur bij Primair Huisartsenposten

22 december 2016

2016 is bijna voorbij. Een jaar waarin opnieuw en op veel fronten hard is gewerkt aan het versterken van de eerste lijn. De ambitie om te komen tot persoonsgerichte zorg brengt nieuwe vormen van samenwerking en organisatie met zich mee. Dat geldt ook voor het opvangen van zorg uit de tweede lijn en de ggz. Ook daarvoor vormen huisartsen en andere zorgprofessionals samen met bestuurders nieuwe organisatie- en netwerkverbanden. Steeds duidelijker wordt dat afwachten geen optie meer is als we als eerste lijn onze hoge kwaliteit van zorg voor de komende generaties willen waarborgen. Het meest gebezigde woord in dit verband is zonder twijfel ‘uitdaging’. In 2016 traden diverse nieuwe bestuurders aan. Hoe kijken ze terug op 2016 en wat zijn hun speerpunten voor 2017?


Roderick-zwRoderick Runne, per 1 juni 2016 voorzitter Raad van Bestuur bij Primair Huisartsenposten in de regio Utrecht

Wat zijn je eerste indrukken bij Primair?
‘Als arts en bedrijfskundige was ik de afgelopen anderhalf jaar hoofd maag-darm-leverziekten bij het UMCU. Daarvoor ben ik ook bestuurder van een gezondheidscentrum geweest, dus de huisartsenzorg is me bekend. Wel is Primair voor mij de kennismaking met ANW-zorg. Interessant omdat het zorg is die voor de maatschappij heel zichtbaar is en direct iets toevoegt, die meteen reageert op de behoefte van de patiënt. Ik ben zelf ouder met jonge kindjes en weet hoe je na vijven plotseling toch behoefte kunt hebben aan die huisarts. Dat hebben we in Nederland goed geregeld.’

‘Wat me positief is opgevallen bij mijn kennismaking met Primair is het hoge kwaliteitsniveau, zowel van de zorg zelf als van de organisatie. Mensen werken hier met hart en ziel. Je ziet dat bijvoorbeeld aan de manier waarop klachten en incidenten worden behandeld. Heel consciëntieus en door de mensen op de locaties zelf, het wordt geen dingetje van de kwaliteitsmedewerker. Daarnaast heeft Primair roerige tijden achter de rug. Er is behoefte aan een duidelijke nieuwe koers. Er loopt een regionalisatietraject waarin we met onze huisartsenposten naar meer zelfsturing streven.’

Wat is voor Primair het speerpunt in 2017?
‘Het grote onderwerp is het probleem van de werkdruk van de huisarts en het waarneemtekort. We zijn daar als Primair mee bezig, maar ook in de bredere context van InEen. Hoe kunnen we onze toekomst borgen? Hoe kunnen we het anders inrichten en duurzaam maken, zodat het stelsel overeind blijft. Dat is belangrijk. Dat je niet als reflex zegt: ik gooi het kind met het badwater weg, het systeem moet maar overhoop. Het systeem zelf is goed. Het is een probleem van resources: te weinig zorgprofessionals. Ik denk dat het ook goed is dat de waarnemer een andere positie krijgt in het speelveld, actiever betrokken bij het delen van problemen en oplossingen.’

‘Ik heb hier natuurlijk veel contact over met collega-bestuurders. We zien het risico van een afnemende kwaliteit van zorg op de huisartsenpost op ons afkomen. De huisartsenposten zijn ontstaan om het werk buiten kantooruren terug te brengen; ook huisartsen willen graag naast hun werk een privéleven. In eerste instantie werkte dat heel goed, maar we zagen vervolgens een toename van de zorgvraag. Omdat ook de werkdruk overdag de afgelopen jaren steeds is toegenomen, nam de bereidheid om diensten te draaien gestaag af. In mijn visie, en dat geldt ook voor mijn collega’s, zijn we nu zover dat de kwaliteit van de patiëntenzorg in gevaar dreigt te komen. We krijgen bijvoorbeeld teveel signalen van huisartsen dat ze ‘niet fit’ aan hun dienst beginnen.’

‘We hebben geanalyseerd waardoor deze situatie is ontstaan en kwamen tot zo’n tien ontwikkelingen die een rol spelen. Graag willen we met alle betrokkenen in gesprek over oplossingen. Dat is natuurlijk niet één ei van Columbus. Denklijnen zijn bijvoorbeeld het stimuleren van digitale zelfhulpmogelijkheden, de zogenaamde nulde-lijn. Ook het inzetten van bijvoorbeeld specialisten psychiatrie en ouderenzorg kan zorgen voor het behoud van de kwaliteit van zorg. Verder vinden we het van belang dat er naar het hele proces van triage wordt gekeken. Hiervoor kiezen we samen met InEen de benadering van een nadere analyse van de instroom, doorstroom, uitstroom en de benodigde capaciteit.’

Hoe zie je de rol van InEen?
‘We zijn zelf InEen. In InEen-verband kunnen we een koers uitzetten en bepalen waar we op willen focussen, niet teveel willen. InEen biedt op strategisch niveau het voordeel dat je onderwerpen die organisatie overstijgend zijn kunt bundelen en voor elkaar kunt krijgen. Lobby is belangrijk, richting VWS, maar ook bijvoorbeeld de VNG zal meer een gesprekspartner moeten worden dan ze tot nu toe waren.’


Lees de andere interviews:

  • Annemiek Beukman, per 1 januari 2016 Raad van Bestuur bij Gezond op Zuid
  • Stijn Strous, per 15 juni 2016 directeur van IZER
  • Thijs Veerman, per eind augustus 2016 interim-directeur bij de SHG-groep
  • Roderick Runne, per 1 juni 2016 voorzitter Raad van Bestuur bij Primair Huisartsenposten
  • Lucas Fraza, per 1 oktober 2016 directeur Huisartsen Coöperatie Deventer en Omstreken (HCDO)

 

[...]

2016 is bijna voorbij. Een jaar waarin opnieuw en op veel fronten hard is gewerkt aan het versterken van de eerste lijn. De ambitie om te komen tot persoonsgerichte zorg brengt nieuwe vormen van samenwerking en organisatie met zich mee. Dat geldt ook voor het opvangen van zorg uit de tweede lijn en de ggz. Ook daarvoor vormen huisartsen en andere zorgprofessionals samen met bestuurders nieuwe organisatie- en netwerkverbanden. Steeds duidelijker wordt dat afwachten geen optie meer is als we als eerste lijn onze hoge kwaliteit van zorg voor de komende generaties willen waarborgen. Het meest gebezigde woord in dit verband is zonder twijfel ‘uitdaging’. In 2016 traden diverse nieuwe bestuurders aan. Hoe kijken ze terug op 2016 en wat zijn hun speerpunten voor 2017?


Roderick-zwRoderick Runne, per 1 juni 2016 voorzitter Raad van Bestuur bij Primair Huisartsenposten in de regio Utrecht

Wat zijn je eerste indrukken bij Primair?
‘Als arts en bedrijfskundige was ik de afgelopen anderhalf jaar hoofd maag-darm-leverziekten bij het UMCU. Daarvoor ben ik ook bestuurder van een gezondheidscentrum geweest, dus de huisartsenzorg is me bekend. Wel is Primair voor mij de kennismaking met ANW-zorg. Interessant omdat het zorg is die voor de maatschappij heel zichtbaar is en direct iets toevoegt, die meteen reageert op de behoefte van de patiënt. Ik ben zelf ouder met jonge kindjes en weet hoe je na vijven plotseling toch behoefte kunt hebben aan die huisarts. Dat hebben we in Nederland goed geregeld.’

‘Wat me positief is opgevallen bij mijn kennismaking met Primair is het hoge kwaliteitsniveau, zowel van de zorg zelf als van de organisatie. Mensen werken hier met hart en ziel. Je ziet dat bijvoorbeeld aan de manier waarop klachten en incidenten worden behandeld. Heel consciëntieus en door de mensen op de locaties zelf, het wordt geen dingetje van de kwaliteitsmedewerker. Daarnaast heeft Primair roerige tijden achter de rug. Er is behoefte aan een duidelijke nieuwe koers. Er loopt een regionalisatietraject waarin we met onze huisartsenposten naar meer zelfsturing streven.’

Wat is voor Primair het speerpunt in 2017?
‘Het grote onderwerp is het probleem van de werkdruk van de huisarts en het waarneemtekort. We zijn daar als Primair mee bezig, maar ook in de bredere context van InEen. Hoe kunnen we onze toekomst borgen? Hoe kunnen we het anders inrichten en duurzaam maken, zodat het stelsel overeind blijft. Dat is belangrijk. Dat je niet als reflex zegt: ik gooi het kind met het badwater weg, het systeem moet maar overhoop. Het systeem zelf is goed. Het is een probleem van resources: te weinig zorgprofessionals. Ik denk dat het ook goed is dat de waarnemer een andere positie krijgt in het speelveld, actiever betrokken bij het delen van problemen en oplossingen.’

‘Ik heb hier natuurlijk veel contact over met collega-bestuurders. We zien het risico van een afnemende kwaliteit van zorg op de huisartsenpost op ons afkomen. De huisartsenposten zijn ontstaan om het werk buiten kantooruren terug te brengen; ook huisartsen willen graag naast hun werk een privéleven. In eerste instantie werkte dat heel goed, maar we zagen vervolgens een toename van de zorgvraag. Omdat ook de werkdruk overdag de afgelopen jaren steeds is toegenomen, nam de bereidheid om diensten te draaien gestaag af. In mijn visie, en dat geldt ook voor mijn collega’s, zijn we nu zover dat de kwaliteit van de patiëntenzorg in gevaar dreigt te komen. We krijgen bijvoorbeeld teveel signalen van huisartsen dat ze ‘niet fit’ aan hun dienst beginnen.’

‘We hebben geanalyseerd waardoor deze situatie is ontstaan en kwamen tot zo’n tien ontwikkelingen die een rol spelen. Graag willen we met alle betrokkenen in gesprek over oplossingen. Dat is natuurlijk niet één ei van Columbus. Denklijnen zijn bijvoorbeeld het stimuleren van digitale zelfhulpmogelijkheden, de zogenaamde nulde-lijn. Ook het inzetten van bijvoorbeeld specialisten psychiatrie en ouderenzorg kan zorgen voor het behoud van de kwaliteit van zorg. Verder vinden we het van belang dat er naar het hele proces van triage wordt gekeken. Hiervoor kiezen we samen met InEen de benadering van een nadere analyse van de instroom, doorstroom, uitstroom en de benodigde capaciteit.’

Hoe zie je de rol van InEen?
‘We zijn zelf InEen. In InEen-verband kunnen we een koers uitzetten en bepalen waar we op willen focussen, niet teveel willen. InEen biedt op strategisch niveau het voordeel dat je onderwerpen die organisatie overstijgend zijn kunt bundelen en voor elkaar kunt krijgen. Lobby is belangrijk, richting VWS, maar ook bijvoorbeeld de VNG zal meer een gesprekspartner moeten worden dan ze tot nu toe waren.’


Lees de andere interviews:

  • Annemiek Beukman, per 1 januari 2016 Raad van Bestuur bij Gezond op Zuid
  • Stijn Strous, per 15 juni 2016 directeur van IZER
  • Thijs Veerman, per eind augustus 2016 interim-directeur bij de SHG-groep
  • Roderick Runne, per 1 juni 2016 voorzitter Raad van Bestuur bij Primair Huisartsenposten
  • Lucas Fraza, per 1 oktober 2016 directeur Huisartsen Coöperatie Deventer en Omstreken (HCDO)

 

2016 » 2017: Lucas Fraza, per 1 oktober 2016 directeur Huisartsen Coöperatie Deventer en Omstreken (HCDO)

22 december 2016

2016 is bijna voorbij. Een jaar waarin opnieuw en op veel fronten hard is gewerkt aan het versterken van de eerste lijn. De ambitie om te komen tot persoonsgerichte zorg brengt nieuwe vormen van samenwerking en organisatie met zich mee. Dat geldt ook voor het opvangen van zorg uit de tweede lijn en de ggz. Ook daarvoor vormen huisartsen en andere zorgprofessionals samen met bestuurders nieuwe organisatie- en netwerkverbanden. Steeds duidelijker wordt dat afwachten geen optie meer is als we als eerste lijn onze hoge kwaliteit van zorg voor de komende generaties willen waarborgen. Het meest gebezigde woord in dit verband is zonder twijfel ‘uitdaging’. In 2016 traden diverse nieuwe bestuurders aan. Hoe kijken ze terug op 2016 en wat zijn hun speerpunten voor 2017?


Lucas-zwLucas Fraza, per 1 oktober 2016 directeur Huisartsen Coöperatie Deventer en Omstreken (HCDO)

De afgelopen jaren was je lid van de Raad van Bestuur van Primair Huisartsenposten. Nu heb je gekozen voor een bredere organisatie. Hoe heb je het eerste half jaar bij HCDO ervaren?
‘Ik vind het een uitgelezen kans om daar te mogen directeuren. HCDO past helemaal bij hoe ik denk dat een organisatie van huisartsenzorg eruit zou moeten zien. Gedreven door de motivatie van huisartsen en met de reikwijdte van de regio. Er zijn in totaal zo’n 130 huisartsen aangesloten bij HCDO. Dat zijn aantallen die passen bij een regionale organisatie die ertoe kan doen. Een voordeel is ook dat we als HCDO met één zorgverzekeraar te maken hebben, Salland Verzekeringen van ENO. Salland Verzekeringen heeft een lokale geschiedenis, begrijpt de taal van de regio en vindt het leuk om de regionale zorg verder vorm te geven. Daar komt bij dat we te maken hebben met maar één ziekenhuis.’

‘Ik ben altijd voorstander geweest van het stapelen van de huisartsenzorg in de regio. Niet een apart bedrijf voor de huisartsenposten, een apart bedrijf voor de ketenzorg enzovoort. In de regio Deventer hangen alle regionale huisartsenactiviteiten in de holding HCDO. Er is geen lappendeken van instellingen en dat betekent dat je makkelijk tot kruisbestuiving komt. Er is een prettige cohesie van huisartsen die zich uit in een grote betrokkenheid bij projecten. Belangrijk vind ik dat ook de waarnemers een duidelijke plek hebben in de coöperatie, zodat er een verbinding ontstaat tussen oudere en gevestigde huisartsen en nieuw aanstormend talent. Wat de ketenzorg betreft hebben we een driejarig contract afgesloten en is de zorgverzekeraar coöperatief in wat we daarvoor nodig hebben. Daardoor is voor 2017 de toekomst van de ketenzorg eigenlijk geen issue. Op dit moment zijn de huisartsen tevreden. Dat komt ook doordat zij als coöperatie eigenaar zijn van de holding waarin dit gebeurt. Daarmee hebben ze greep op de keuzes die worden gemaakt.’

Wat zijn speerpunten voor het komende jaar?
‘We gaan in 2017 nadenken over de huisartsenpost. Gezien de grote werkdruk waarmee de huisartsenpost te maken heeft, is het de vraag of we geen andere wegen moeten bewandelen. Recent hebben we een werkgroep in het leven geroepen die daarover gaat nadenken. Heel interessant om dat ook samen met de waarnemers te gaan doen. Ik denk niet dat we gaan uitkomen op een heel nieuwe aanpak van de spoedzorg, maar we hebben een open blik op alle scenario’s.’

‘Een primeur in 2017 wordt onze regionale huisartsenapp. Doordat we met één HIS werken in de regio hebben we een makkelijk ICT-platform voor zulke ontwikkelingen. Met de app krijgen patiënten toegang tot de praktijk van hun eigen huisarts, om afspraken te maken, vragen te stellen of herhaalrecepten aan te vragen. Doordat we dit onder de vlag van HCDO doen, hebben alle huisartsen en daarmee alle inwoners van de regio toegang tot deze dienst.’

Wat zou wat jou betreft voor 2017 het speerpunt voor InEen moeten zijn?
‘We moeten met elkaar een nieuwe verbinding leggen tussen huisartsen op zoek naar ondersteuning en InEen als intermediair om die ondersteuning verder vorm te geven. Meer brengen, minder halen. Daarbij zou het goed zijn als InEen een organisatie is waarin huisartsen zich thuis voelen. Ik vind dat nog niet het geval. InEen staat er absoluut voor open, maar hun referentiepunt zou veel meer de huisarts moeten zijn. De huisarts is de meest onafhankelijke en minst markt-afhankelijke zorgverlener in de omgeving van de patiënt. Als burger met zorgen om je gezondheid heb je geen relatie met ‘de eerste lijn’, maar met je huisarts. Ondersteun de rol van de huisarts als anker en verbinder voor de zorgvragen van patiënten. Laat ik het zo zeggen: als InEen de kant op gaat van een bestuurdersvereniging, dan verliezen ze de cruciale link met waar het om gaat uit het oog, namelijk hoe huisartsen en patiënten samen op zoek zijn naar betere vormen van zorg. Natuurlijk, huisartsen moeten zélf in actie komen, maar InEen moet huisartsen de kans geven dat te doen.’


Lees de andere interviews:

  • Annemiek Beukman, per 1 januari 2016 Raad van Bestuur bij Gezond op Zuid
  • Stijn Strous, per 15 juni 2016 directeur van IZER
  • Thijs Veerman, per eind augustus 2016 interim-directeur bij de SHG-groep
  • Roderick Runne, per 1 juni 2016 voorzitter Raad van Bestuur bij Primair Huisartsenposten
  • Lucas Fraza, per 1 oktober 2016 directeur Huisartsen Coöperatie Deventer en Omstreken (HCDO)

 

[...]

2016 is bijna voorbij. Een jaar waarin opnieuw en op veel fronten hard is gewerkt aan het versterken van de eerste lijn. De ambitie om te komen tot persoonsgerichte zorg brengt nieuwe vormen van samenwerking en organisatie met zich mee. Dat geldt ook voor het opvangen van zorg uit de tweede lijn en de ggz. Ook daarvoor vormen huisartsen en andere zorgprofessionals samen met bestuurders nieuwe organisatie- en netwerkverbanden. Steeds duidelijker wordt dat afwachten geen optie meer is als we als eerste lijn onze hoge kwaliteit van zorg voor de komende generaties willen waarborgen. Het meest gebezigde woord in dit verband is zonder twijfel ‘uitdaging’. In 2016 traden diverse nieuwe bestuurders aan. Hoe kijken ze terug op 2016 en wat zijn hun speerpunten voor 2017?


Lucas-zwLucas Fraza, per 1 oktober 2016 directeur Huisartsen Coöperatie Deventer en Omstreken (HCDO)

De afgelopen jaren was je lid van de Raad van Bestuur van Primair Huisartsenposten. Nu heb je gekozen voor een bredere organisatie. Hoe heb je het eerste half jaar bij HCDO ervaren?
‘Ik vind het een uitgelezen kans om daar te mogen directeuren. HCDO past helemaal bij hoe ik denk dat een organisatie van huisartsenzorg eruit zou moeten zien. Gedreven door de motivatie van huisartsen en met de reikwijdte van de regio. Er zijn in totaal zo’n 130 huisartsen aangesloten bij HCDO. Dat zijn aantallen die passen bij een regionale organisatie die ertoe kan doen. Een voordeel is ook dat we als HCDO met één zorgverzekeraar te maken hebben, Salland Verzekeringen van ENO. Salland Verzekeringen heeft een lokale geschiedenis, begrijpt de taal van de regio en vindt het leuk om de regionale zorg verder vorm te geven. Daar komt bij dat we te maken hebben met maar één ziekenhuis.’

‘Ik ben altijd voorstander geweest van het stapelen van de huisartsenzorg in de regio. Niet een apart bedrijf voor de huisartsenposten, een apart bedrijf voor de ketenzorg enzovoort. In de regio Deventer hangen alle regionale huisartsenactiviteiten in de holding HCDO. Er is geen lappendeken van instellingen en dat betekent dat je makkelijk tot kruisbestuiving komt. Er is een prettige cohesie van huisartsen die zich uit in een grote betrokkenheid bij projecten. Belangrijk vind ik dat ook de waarnemers een duidelijke plek hebben in de coöperatie, zodat er een verbinding ontstaat tussen oudere en gevestigde huisartsen en nieuw aanstormend talent. Wat de ketenzorg betreft hebben we een driejarig contract afgesloten en is de zorgverzekeraar coöperatief in wat we daarvoor nodig hebben. Daardoor is voor 2017 de toekomst van de ketenzorg eigenlijk geen issue. Op dit moment zijn de huisartsen tevreden. Dat komt ook doordat zij als coöperatie eigenaar zijn van de holding waarin dit gebeurt. Daarmee hebben ze greep op de keuzes die worden gemaakt.’

Wat zijn speerpunten voor het komende jaar?
‘We gaan in 2017 nadenken over de huisartsenpost. Gezien de grote werkdruk waarmee de huisartsenpost te maken heeft, is het de vraag of we geen andere wegen moeten bewandelen. Recent hebben we een werkgroep in het leven geroepen die daarover gaat nadenken. Heel interessant om dat ook samen met de waarnemers te gaan doen. Ik denk niet dat we gaan uitkomen op een heel nieuwe aanpak van de spoedzorg, maar we hebben een open blik op alle scenario’s.’

‘Een primeur in 2017 wordt onze regionale huisartsenapp. Doordat we met één HIS werken in de regio hebben we een makkelijk ICT-platform voor zulke ontwikkelingen. Met de app krijgen patiënten toegang tot de praktijk van hun eigen huisarts, om afspraken te maken, vragen te stellen of herhaalrecepten aan te vragen. Doordat we dit onder de vlag van HCDO doen, hebben alle huisartsen en daarmee alle inwoners van de regio toegang tot deze dienst.’

Wat zou wat jou betreft voor 2017 het speerpunt voor InEen moeten zijn?
‘We moeten met elkaar een nieuwe verbinding leggen tussen huisartsen op zoek naar ondersteuning en InEen als intermediair om die ondersteuning verder vorm te geven. Meer brengen, minder halen. Daarbij zou het goed zijn als InEen een organisatie is waarin huisartsen zich thuis voelen. Ik vind dat nog niet het geval. InEen staat er absoluut voor open, maar hun referentiepunt zou veel meer de huisarts moeten zijn. De huisarts is de meest onafhankelijke en minst markt-afhankelijke zorgverlener in de omgeving van de patiënt. Als burger met zorgen om je gezondheid heb je geen relatie met ‘de eerste lijn’, maar met je huisarts. Ondersteun de rol van de huisarts als anker en verbinder voor de zorgvragen van patiënten. Laat ik het zo zeggen: als InEen de kant op gaat van een bestuurdersvereniging, dan verliezen ze de cruciale link met waar het om gaat uit het oog, namelijk hoe huisartsen en patiënten samen op zoek zijn naar betere vormen van zorg. Natuurlijk, huisartsen moeten zélf in actie komen, maar InEen moet huisartsen de kans geven dat te doen.’


Lees de andere interviews:

  • Annemiek Beukman, per 1 januari 2016 Raad van Bestuur bij Gezond op Zuid
  • Stijn Strous, per 15 juni 2016 directeur van IZER
  • Thijs Veerman, per eind augustus 2016 interim-directeur bij de SHG-groep
  • Roderick Runne, per 1 juni 2016 voorzitter Raad van Bestuur bij Primair Huisartsenposten
  • Lucas Fraza, per 1 oktober 2016 directeur Huisartsen Coöperatie Deventer en Omstreken (HCDO)

 

Geactualiseerd: model vermeend disfunctioneren

16 december 2016

Het model vermeend disfunctioneren huisarts op de huisartsenpost (2014) is geactualiseerd. Dit was nodig in verband met de inwerkingtreding van de Wkkgz per 1 januari aanstaande. De herziening is gebeurd samen met de LHV en de Landelijke commissie van advies. Naar aanleiding van een uitspraak van de Hoge Raad op 11 november  over de positie van huisartsenposten en dienstdoende huisartsen is ook de definitie van ‘disfunctioneren’ herzien.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Het model vermeend disfunctioneren huisarts op de huisartsenpost (2014) is geactualiseerd. Dit was nodig in verband met de inwerkingtreding van de Wkkgz per 1 januari aanstaande. De herziening is gebeurd samen met de LHV en de Landelijke commissie van advies. Naar aanleiding van een uitspraak van de Hoge Raad op 11 november  over de positie van huisartsenposten en dienstdoende huisartsen is ook de definitie van ‘disfunctioneren’ herzien.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Modelklachtenregeling gereed

16 december 2016

Samen met LHV en NHG heeft InEen een model klachtenregeling opgesteld voor gebruik in huisartsenpraktijken, huisartsenposten, gezondheidscentra, diagnostische centra en zorggroepen. Aan de hand van de klachtenregeling kunnen signalen van onvrede en klachten laagdrempelig en goed opgelost worden. De Patiëntenfederatie Nederland onderschrijft het model. De modelregeling geeft een beschrijving van de eisen die de Wkkgz stelt en waaraan zorgaanbieders verplicht zijn te voldoen. Aan de hand daarvan kunnen zorgaanbieders beoordelen of hun huidige klachtafhandeling aanpassing behoeft.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Samen met LHV en NHG heeft InEen een model klachtenregeling opgesteld voor gebruik in huisartsenpraktijken, huisartsenposten, gezondheidscentra, diagnostische centra en zorggroepen. Aan de hand van de klachtenregeling kunnen signalen van onvrede en klachten laagdrempelig en goed opgelost worden. De Patiëntenfederatie Nederland onderschrijft het model. De modelregeling geeft een beschrijving van de eisen die de Wkkgz stelt en waaraan zorgaanbieders verplicht zijn te voldoen. Aan de hand daarvan kunnen zorgaanbieders beoordelen of hun huidige klachtafhandeling aanpassing behoeft.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Nog SBOH-gelden voor aios op de post beschikbaar

18 november 2016

Het afgelopen jaar is nauwelijks beroep gedaan op de SBOH-gelden voor de opleiding van aios op de huisartsenpost, de zogeheten tweede tranche gelden. Het SBOH doet daarom nogmaals de oproep om – samen met het opleidingsinstituut – aanvragen in te dienen. Dit kan tot het eind van dit jaar. De tweede tranchegelden zijn onder andere in te zetten voor onderwijs aan aios en medewerkers van de post (AED/BLS, cursussen triage, ABCDE-systematiek) en extra inzet van waarnemers. Neem met vragen contact op met Annette van der Laan (SBOH).

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Het afgelopen jaar is nauwelijks beroep gedaan op de SBOH-gelden voor de opleiding van aios op de huisartsenpost, de zogeheten tweede tranche gelden. Het SBOH doet daarom nogmaals de oproep om – samen met het opleidingsinstituut – aanvragen in te dienen. Dit kan tot het eind van dit jaar. De tweede tranchegelden zijn onder andere in te zetten voor onderwijs aan aios en medewerkers van de post (AED/BLS, cursussen triage, ABCDE-systematiek) en extra inzet van waarnemers. Neem met vragen contact op met Annette van der Laan (SBOH).

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

LHV-enquête over werkdruk op de huisartsenpost bevestigt zorgen

18 november 2016

De werkdruk op de huisartsenpost onder zowel triagisten als huisartsen is een voortdurend aandachtspunt van InEen. Verschillende onderzoeken zijn in de afgelopen periode uitgezet en op 13 december staat het onderwerp op de agenda van de dlv huisartsenposten. Deze week lieten de eerste uitkomsten van de LHV-enquête over ANW-uren nog eens het belang van deze aandacht zien. Driekwart van alle huisartsen, aldus de enquête, ervaart de werkdruk op de huisartsenpost als een probleem. Deze werkdruk staat niet op zichzelf, maar is nauw verbonden met de drukte in de dagzorg, de transities in de zorg en hoe patiënten op dit moment gebruik maken van de huisartsenpost. Aan de enquête namen zo’n 2800 praktijkhouders, 800 waarnemers, 200 hidha’s en 140 hids deel. De LHV laat de uitkomsten momenteel nog verder analyseren. Op korte termijn vindt overleg plaats tussen de LHV en InEen over de uitkomsten en mogelijke scenario’s. Ook VPHuisartsen en zo nodig andere stakeholders (patiëntenorganisaties, VWS, zorgverzekeraars) worden daarbij betrokken.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

De werkdruk op de huisartsenpost onder zowel triagisten als huisartsen is een voortdurend aandachtspunt van InEen. Verschillende onderzoeken zijn in de afgelopen periode uitgezet en op 13 december staat het onderwerp op de agenda van de dlv huisartsenposten. Deze week lieten de eerste uitkomsten van de LHV-enquête over ANW-uren nog eens het belang van deze aandacht zien. Driekwart van alle huisartsen, aldus de enquête, ervaart de werkdruk op de huisartsenpost als een probleem. Deze werkdruk staat niet op zichzelf, maar is nauw verbonden met de drukte in de dagzorg, de transities in de zorg en hoe patiënten op dit moment gebruik maken van de huisartsenpost. Aan de enquête namen zo’n 2800 praktijkhouders, 800 waarnemers, 200 hidha’s en 140 hids deel. De LHV laat de uitkomsten momenteel nog verder analyseren. Op korte termijn vindt overleg plaats tussen de LHV en InEen over de uitkomsten en mogelijke scenario’s. Ook VPHuisartsen en zo nodig andere stakeholders (patiëntenorganisaties, VWS, zorgverzekeraars) worden daarbij betrokken.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Nieuws rond signalering kindermishandeling

11 november 2016

Zoals elk jaar organiseert de ‘Taskforce kindermishandeling en seksueel misbruik’ van 14-20 november de Week tegen Kindermishandeling. In deze week organiseert een groot aantal organisaties door het hele land activiteiten. Afgelopen oktober publiceerde de Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde al de richtlijn Signalering kindermishandeling in de spoedeisende medische zorg. Deze richtlijn geeft professionals in de spoedzorg handvatten voor de signalering van kindermishandeling: welke screeningsinstrumenten zijn beschikbaar? Wat is hun validiteit? Welke specifieke letsels kunnen wijzen op kindermishandeling en welke vervolgstappen zijn nodig bij een vermoeden van kindermishandeling? InEen heeft op een rij gezet welke producten huisartsen nog meer ondersteunen in de strijd tegen kindermishandeling. Kijk op de website.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Zoals elk jaar organiseert de ‘Taskforce kindermishandeling en seksueel misbruik’ van 14-20 november de Week tegen Kindermishandeling. In deze week organiseert een groot aantal organisaties door het hele land activiteiten. Afgelopen oktober publiceerde de Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde al de richtlijn Signalering kindermishandeling in de spoedeisende medische zorg. Deze richtlijn geeft professionals in de spoedzorg handvatten voor de signalering van kindermishandeling: welke screeningsinstrumenten zijn beschikbaar? Wat is hun validiteit? Welke specifieke letsels kunnen wijzen op kindermishandeling en welke vervolgstappen zijn nodig bij een vermoeden van kindermishandeling? InEen heeft op een rij gezet welke producten huisartsen nog meer ondersteunen in de strijd tegen kindermishandeling. Kijk op de website.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Huisartsenpost mag waarnemer weren

11 november 2016

Op 28 oktober 2016 boog de Hoge Raad zich voor het eerst over de positie van huisartsenposten en dienstdoende huisartsen. Het betrof een kwestie waarin de huisartsenpost weigerde een huisarts te accepteren omdat deze voorwaardelijk was geschorst door het Centraal Tuchtcollege. De huisartsenpost wilde patiënten niet bloot stellen aan het risico dat deze huisarts opnieuw een fout zou maken. De Hoge Raad oordeelde dat huisartsenposten als uitgangspunt een vrije beoordelingsruimte hebben bij de vraag wie zij als waarnemer willen registreren, waarbij het de post vrij staat de belangen van patiënten de doorslag te laten geven. De uitspraak van de Hoge Raad heeft gevolgen voor zowel de selectieprocedure voor waarnemers als het proces rondom disfunctioneren. InEen verwerkt de uitspraak in de ‘Handreiking waarnemers op de post’ en het ‘Protocol Vermeend disfunctionerende huisarts op de huisartsenpost’ die momenteel worden herzien.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Op 28 oktober 2016 boog de Hoge Raad zich voor het eerst over de positie van huisartsenposten en dienstdoende huisartsen. Het betrof een kwestie waarin de huisartsenpost weigerde een huisarts te accepteren omdat deze voorwaardelijk was geschorst door het Centraal Tuchtcollege. De huisartsenpost wilde patiënten niet bloot stellen aan het risico dat deze huisarts opnieuw een fout zou maken. De Hoge Raad oordeelde dat huisartsenposten als uitgangspunt een vrije beoordelingsruimte hebben bij de vraag wie zij als waarnemer willen registreren, waarbij het de post vrij staat de belangen van patiënten de doorslag te laten geven. De uitspraak van de Hoge Raad heeft gevolgen voor zowel de selectieprocedure voor waarnemers als het proces rondom disfunctioneren. InEen verwerkt de uitspraak in de ‘Handreiking waarnemers op de post’ en het ‘Protocol Vermeend disfunctionerende huisarts op de huisartsenpost’ die momenteel worden herzien.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Stappen zetten met persoonsgerichte zorg - De Eerstelijns, oktober 2016

09 november 2016

De Eerstelijns, oktober 2016 – Werk maken van persoonsgerichte zorg. Die ambitie zijn InEen en haar leden eind september overeengekomen tijdens een tweedaags congres van de brancheorganisatie in St. Michielsgestel. Vanaf nu moet het streven worden vertaald in concrete activiteiten. Van ambitie naar actie.

[...]

De Eerstelijns, oktober 2016 – Werk maken van persoonsgerichte zorg. Die ambitie zijn InEen en haar leden eind september overeengekomen tijdens een tweedaags congres van de brancheorganisatie in St. Michielsgestel. Vanaf nu moet het streven worden vertaald in concrete activiteiten. Van ambitie naar actie.

Bijeenkomst over toekomst ANW-zorg

09 november 2016

De toekomst van ANW-zorg stond op 3 november centraal tijdens een ronde tafel bijeenkomst georganiseerd door de Coöperatie Praktijkhoudende Huisartsen. Vertegenwoordigers van huisartsen (CPH, VPH, LHV), zorgverzekeraars en InEen wisselden van gedachten over de ontwikkelingen in de ANW-zorg en mogelijke oplossingen. Afgesproken is samen een aantal toekomstscenario’s te ontwikkelen, waarbij ook wordt gekeken naar juridische en financiële randvoorwaarden. Het streven is deze scenario’s begin 2017 gereed te hebben. De DLV huisartsenposten op 13 december staat ook geheel in het teken van de (werk)druk in de ANW-zorg en mogelijke oplossingsrichtingen.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

De toekomst van ANW-zorg stond op 3 november centraal tijdens een ronde tafel bijeenkomst georganiseerd door de Coöperatie Praktijkhoudende Huisartsen. Vertegenwoordigers van huisartsen (CPH, VPH, LHV), zorgverzekeraars en InEen wisselden van gedachten over de ontwikkelingen in de ANW-zorg en mogelijke oplossingen. Afgesproken is samen een aantal toekomstscenario’s te ontwikkelen, waarbij ook wordt gekeken naar juridische en financiële randvoorwaarden. Het streven is deze scenario’s begin 2017 gereed te hebben. De DLV huisartsenposten op 13 december staat ook geheel in het teken van de (werk)druk in de ANW-zorg en mogelijke oplossingsrichtingen.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Onderzoek ANW-zorg in OESO landen

04 november 2016

De organisatie voor economische samenwerking en ontwikkeling (OESO) bracht in september een rapport  uit over de organisatie van eerstelijns ANW-zorg in 27 OESO landen. Tegen welke uitdagingen loopt men aan, hoe is de zorg georganiseerd en welke oplossingsrichtingen worden gekozen. Het rapport signaleert twee uitdagingen:

  1. toenemende terughoudendheid van huisartsen om dienst te doen als gevolg van hoge werklast en onvoldoende beloning en
  2. geografische variatie in de toegankelijkheid.

Oplossingen worden gevonden in organisatorische en financiële ondersteuning van huisartsen, inzet van andere professionals zoals nurse practitioners, verplichte deelname, gebruik van een triagesysteem, gebruik van nieuwe technologieën en goede informatietechnologie.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

De organisatie voor economische samenwerking en ontwikkeling (OESO) bracht in september een rapport  uit over de organisatie van eerstelijns ANW-zorg in 27 OESO landen. Tegen welke uitdagingen loopt men aan, hoe is de zorg georganiseerd en welke oplossingsrichtingen worden gekozen. Het rapport signaleert twee uitdagingen:

  1. toenemende terughoudendheid van huisartsen om dienst te doen als gevolg van hoge werklast en onvoldoende beloning en
  2. geografische variatie in de toegankelijkheid.

Oplossingen worden gevonden in organisatorische en financiële ondersteuning van huisartsen, inzet van andere professionals zoals nurse practitioners, verplichte deelname, gebruik van een triagesysteem, gebruik van nieuwe technologieën en goede informatietechnologie.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Reactie InEen op uitspraak CBb tariefbeschikkingen voor huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg

03 november 2016

Utrecht, 3 november 2016 — Donderdag 3 november heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven uitspraak gedaan in de procedure die de VPH en de LHV hadden aangespannen tegen de NZa. De procedure ging over het bezwaar van VPH en LHV tegen de contractvereiste voor huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg en tegen de 24-uursverplichting als voorwaarde bij het inschrijvingstarief. Het CBb heeft geoordeeld dat de NZa het contractvereiste bij enkele verrichtingen moet schrappen waaronder de ketenzorg. InEen maakt zich zorgen over de  consequenties van de uitspraak voor de kwaliteit en samenhang in de chronische zorg.

Het CBb stelt dat de contractvereiste voor enkele zorgprestaties, zoals ketenzorg,  een hinderpaal vormen voor de verzekerde/patiënt bij de uitoefening van zijn recht op vrije keuze van zorgverlener. InEen onderschrijft het belang van de vrije artsenkeuze. Echter, onduidelijk is of met deze uitspraak het huidige hoge kwaliteitsniveau van zorg voor mensen met een chronische aandoening  in de toekomst gehandhaafd blijft. Verder maken wij ons zorgen over mogelijke versnippering van het aanbod. Goed nieuws is dat het CBb onderkent dat enkel samenwerkingsverbanden in aanmerking komen voor een declaratietitel en dus uitvoering van multidisciplinaire zorg.

In het persbericht dat het CBb inmiddels heeft uitgebracht wordt alleen gerept over multidisciplinaire zorg voor bepaalde chronische aandoeningen (DM, VRM, COPD, astma). De interpretatie van InEen is dan ook dat de GEZ buiten de reikwijdte van de uitspraak valt.

Verder heeft de uitspraak van het CBb ook betrekking op de verantwoordelijkheid van huisartsen voor het regelen van 24-uurs zorg. Het CBb heeft enkele tekstuele aanpassingen in de prestatiebeschrijving aangebracht, maar de verbinding tussen de ANW én het inschrijftarief in stand gehouden. InEen hecht aan het vastleggen van de 24/7 verantwoordelijkheid voor de zorg en het CBb lijkt dit te erkennen.

Wij zullen de uitspraak verder bestuderen. De volledige uitspraak is te lezen op rechtspraak.nl

[...]

Utrecht, 3 november 2016 — Donderdag 3 november heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven uitspraak gedaan in de procedure die de VPH en de LHV hadden aangespannen tegen de NZa. De procedure ging over het bezwaar van VPH en LHV tegen de contractvereiste voor huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg en tegen de 24-uursverplichting als voorwaarde bij het inschrijvingstarief. Het CBb heeft geoordeeld dat de NZa het contractvereiste bij enkele verrichtingen moet schrappen waaronder de ketenzorg. InEen maakt zich zorgen over de  consequenties van de uitspraak voor de kwaliteit en samenhang in de chronische zorg.

Het CBb stelt dat de contractvereiste voor enkele zorgprestaties, zoals ketenzorg,  een hinderpaal vormen voor de verzekerde/patiënt bij de uitoefening van zijn recht op vrije keuze van zorgverlener. InEen onderschrijft het belang van de vrije artsenkeuze. Echter, onduidelijk is of met deze uitspraak het huidige hoge kwaliteitsniveau van zorg voor mensen met een chronische aandoening  in de toekomst gehandhaafd blijft. Verder maken wij ons zorgen over mogelijke versnippering van het aanbod. Goed nieuws is dat het CBb onderkent dat enkel samenwerkingsverbanden in aanmerking komen voor een declaratietitel en dus uitvoering van multidisciplinaire zorg.

In het persbericht dat het CBb inmiddels heeft uitgebracht wordt alleen gerept over multidisciplinaire zorg voor bepaalde chronische aandoeningen (DM, VRM, COPD, astma). De interpretatie van InEen is dan ook dat de GEZ buiten de reikwijdte van de uitspraak valt.

Verder heeft de uitspraak van het CBb ook betrekking op de verantwoordelijkheid van huisartsen voor het regelen van 24-uurs zorg. Het CBb heeft enkele tekstuele aanpassingen in de prestatiebeschrijving aangebracht, maar de verbinding tussen de ANW én het inschrijftarief in stand gehouden. InEen hecht aan het vastleggen van de 24/7 verantwoordelijkheid voor de zorg en het CBb lijkt dit te erkennen.

Wij zullen de uitspraak verder bestuderen. De volledige uitspraak is te lezen op rechtspraak.nl

Benchlearning bijeenkomst op 13 december 2016

28 oktober 2016

Voorafgaand aan de DLV huisartsenposten organiseert InEen op 13 december een bijeenkomst over de huidige opzet en de doorontwikkeling van de benchmark huisartsenposten(14.00-15.30 uur). Directeuren van huisartsenposten zijn van harte welkom, desgewenst samen met de medewerker die in de organisatie nauw betrokken is bij de benchmark. Bij de start van de bijeenkomst geeft onderzoeksbureau Totta, de beheerder van de benchmarkomgeving, een korte demonstratie van de mogelijkheden voor het ophalen van informatie, trends en vergelijkingen uit het benchmarksysteem. Vanaf 14.30 uur richt de bijeenkomst zich op de strategische waarde van de benchmark als instrument voor zowel individuele huisartsenposten als de sector als geheel. Graag willen we de mogelijkheden verkennen om de huidige benchmark geleidelijk door te ontwikkelen tot een breder brancherapport voor de ANW-zorg in 2018. Het is mogelijk om alleen het tweede programmaonderdeel bij te wonen. Aanmelden.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Voorafgaand aan de DLV huisartsenposten organiseert InEen op 13 december een bijeenkomst over de huidige opzet en de doorontwikkeling van de benchmark huisartsenposten(14.00-15.30 uur). Directeuren van huisartsenposten zijn van harte welkom, desgewenst samen met de medewerker die in de organisatie nauw betrokken is bij de benchmark. Bij de start van de bijeenkomst geeft onderzoeksbureau Totta, de beheerder van de benchmarkomgeving, een korte demonstratie van de mogelijkheden voor het ophalen van informatie, trends en vergelijkingen uit het benchmarksysteem. Vanaf 14.30 uur richt de bijeenkomst zich op de strategische waarde van de benchmark als instrument voor zowel individuele huisartsenposten als de sector als geheel. Graag willen we de mogelijkheden verkennen om de huidige benchmark geleidelijk door te ontwikkelen tot een breder brancherapport voor de ANW-zorg in 2018. Het is mogelijk om alleen het tweede programmaonderdeel bij te wonen. Aanmelden.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Registratie vuurwerkslachtoffers op de huisartsenpost

17 oktober 2016

Een behoorlijk aantal huisartsenposten heeft zich na onze oproep begin september aangemeld voor de registratie van vuurwerkslachtoffers op de huisartsenpost. Deze registratie wordt door VeiligheidNL georganiseerd op 31 december en 1 januari. Voor de bruikbaarheid van de gegevens is het belangrijk dat zoveel mogelijk huisartsenposten meedoen. Daarom vragen we degenen die zich nog niet hebben aangemeld, dit alsnog te doen. Meedoen kan op twee manieren. Je kunt alleen het aantal slachtoffers turven, of je kunt daarnaast ook aanvullende gegevens registreren over type vuurwerk, toedracht, diagnose en eventuele doorverwijzing (voorbeeldformulier). Meld je aan bij Ella Benedictus (InEen). Graag even aangeven welke registratievorm je voorkeur heeft.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Een behoorlijk aantal huisartsenposten heeft zich na onze oproep begin september aangemeld voor de registratie van vuurwerkslachtoffers op de huisartsenpost. Deze registratie wordt door VeiligheidNL georganiseerd op 31 december en 1 januari. Voor de bruikbaarheid van de gegevens is het belangrijk dat zoveel mogelijk huisartsenposten meedoen. Daarom vragen we degenen die zich nog niet hebben aangemeld, dit alsnog te doen. Meedoen kan op twee manieren. Je kunt alleen het aantal slachtoffers turven, of je kunt daarnaast ook aanvullende gegevens registreren over type vuurwerk, toedracht, diagnose en eventuele doorverwijzing (voorbeeldformulier). Meld je aan bij Ella Benedictus (InEen). Graag even aangeven welke registratievorm je voorkeur heeft.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Aankondiging NZa marktscan acute zorg

14 oktober 2016

Veel acute zorgaanbieders (ambulance, huisartsenpost en SEH) kampen met een hoge werkbelasting. De Nza gaat daarom een marktscan acute zorg uitvoeren. Deze marktscan moet resulteren in een actuele kwantitatieve analyse van de acute zorgketen. Op dit moment zijn er diverse kwalitatieve signalen over de werkbelasting. De marktscan is een van de acties die de minister begin deze maand aankondigde in een brief aan de Tweede Kamer. De brief is een reactie op een brandbrief vanuit de spoedeisende hulpen. Een toenemend aantal zorgvragen in de acute zorg blijkt ook uit de Benchmark Huisartsenposten die we onlangs publiceerden. We houden over de marktscan contact met de NZa. De resultaten van de scan zijn rond juli 2017 te verwachten.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Veel acute zorgaanbieders (ambulance, huisartsenpost en SEH) kampen met een hoge werkbelasting. De Nza gaat daarom een marktscan acute zorg uitvoeren. Deze marktscan moet resulteren in een actuele kwantitatieve analyse van de acute zorgketen. Op dit moment zijn er diverse kwalitatieve signalen over de werkbelasting. De marktscan is een van de acties die de minister begin deze maand aankondigde in een brief aan de Tweede Kamer. De brief is een reactie op een brandbrief vanuit de spoedeisende hulpen. Een toenemend aantal zorgvragen in de acute zorg blijkt ook uit de Benchmark Huisartsenposten die we onlangs publiceerden. We houden over de marktscan contact met de NZa. De resultaten van de scan zijn rond juli 2017 te verwachten.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Publieksenquête tevredenheid huisartsenposten

26 september 2016

De NOS heeft in samenwerking met verschillende regionale zenders een enquête uitgezet onder het Nederlandse publiek over hun ervaringen op huisartsenposten. Verspreid over het land zijn 119 huisartsenposten. De enquêtes zijn per provincie gehouden. InEen en haar leden hebben met interesse de resultaten bekeken en zijn verheugd te zien dat de respondenten in meerderheid tevreden zijn over de huisartsenpost en de manier waarop zij geholpen zijn. Ook nu de druk op de posten, mede als gevolg van de stelselwijzigingen in de zorg, toeneemt.

De huisartsen die dienst doen op de posten verdienen complimenten. Een ruime meerderheid van de respondenten is tevreden over hoe de arts hen heeft geholpen. En grote tevredenheid is er ook over hoe er naar de patiënten is geluisterd. Minder positief zijn de respondenten over de onzekerheid over wanneer ze aan de beurt zijn. Ook is niet altijd duidelijk voor ze waarom andere mensen eerder worden geholpen.

Huisartsenposten werken met een triage-systeem. De uitkomsten van de triage bepalen hoe snel iemand geholpen moet worden. Iemand met een hoge urgentie moet sneller door een dokter gezien worden dan iemand met een lagere urgentie. Dat maakt het voorspellen van de wachttijd van mensen met een lagere urgentie soms moeilijk. Door altijd te bellen met de huisartsenpost en op basis van de triage een afspraak op de huisartsenpost te maken worden wachttijden op de huisartsenpost zelf zoveel mogelijk voorkomen.

De uitkomsten van de enquête laten zien dat goede uitleg over de werkwijze op de huisartsenpost en de triage van groot belang zijn. Huisartsenposten zullen samen met InEen bekijken hoe dit verbeterd kan worden.

[...]

De NOS heeft in samenwerking met verschillende regionale zenders een enquête uitgezet onder het Nederlandse publiek over hun ervaringen op huisartsenposten. Verspreid over het land zijn 119 huisartsenposten. De enquêtes zijn per provincie gehouden. InEen en haar leden hebben met interesse de resultaten bekeken en zijn verheugd te zien dat de respondenten in meerderheid tevreden zijn over de huisartsenpost en de manier waarop zij geholpen zijn. Ook nu de druk op de posten, mede als gevolg van de stelselwijzigingen in de zorg, toeneemt.

De huisartsen die dienst doen op de posten verdienen complimenten. Een ruime meerderheid van de respondenten is tevreden over hoe de arts hen heeft geholpen. En grote tevredenheid is er ook over hoe er naar de patiënten is geluisterd. Minder positief zijn de respondenten over de onzekerheid over wanneer ze aan de beurt zijn. Ook is niet altijd duidelijk voor ze waarom andere mensen eerder worden geholpen.

Huisartsenposten werken met een triage-systeem. De uitkomsten van de triage bepalen hoe snel iemand geholpen moet worden. Iemand met een hoge urgentie moet sneller door een dokter gezien worden dan iemand met een lagere urgentie. Dat maakt het voorspellen van de wachttijd van mensen met een lagere urgentie soms moeilijk. Door altijd te bellen met de huisartsenpost en op basis van de triage een afspraak op de huisartsenpost te maken worden wachttijden op de huisartsenpost zelf zoveel mogelijk voorkomen.

De uitkomsten van de enquête laten zien dat goede uitleg over de werkwijze op de huisartsenpost en de triage van groot belang zijn. Huisartsenposten zullen samen met InEen bekijken hoe dit verbeterd kan worden.

Vervolg media-aandacht huisartsenposten

23 september 2016

Inmiddels zijn de resultaten van de enquêtes die regionale media hielden rondom de tevredenheid met huisartsenposten zo’n beetje duidelijk geworden. Het is in belangrijke mate goed nieuws. De respondenten zijn in meerderheid tevreden over de huisartsenpost en de manier waarop zij geholpen zijn. Wel klagen mensen niet te weten hoe lang ze moeten wachten voor ze geholpen worden en vaak begrijpen ze niet waarom andere mensen eerder worden geholpen. Dit lijken aanknopingspunten voor verbetering waar we samen over in gesprek kunnen. Na het weekend komen enkele directeuren van huisartsenposten in verschillende lokale media aan het woord.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Inmiddels zijn de resultaten van de enquêtes die regionale media hielden rondom de tevredenheid met huisartsenposten zo’n beetje duidelijk geworden. Het is in belangrijke mate goed nieuws. De respondenten zijn in meerderheid tevreden over de huisartsenpost en de manier waarop zij geholpen zijn. Wel klagen mensen niet te weten hoe lang ze moeten wachten voor ze geholpen worden en vaak begrijpen ze niet waarom andere mensen eerder worden geholpen. Dit lijken aanknopingspunten voor verbetering waar we samen over in gesprek kunnen. Na het weekend komen enkele directeuren van huisartsenposten in verschillende lokale media aan het woord.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Registratie vuurwerkslachtoffers op de huisartsenpost

09 september 2016

Welke huisartsenposten willen meewerken aan de registratie van vuurwerkslachtoffers op de huisartsenpost? Op dit moment vindt alleen registratie plaats op de SEH’s. Om een compleet beeld te krijgen is het belangrijk dat huisartsenposten ook gaan deelnemen aan de jaarlijkse meting van vuurwerkslachtoffers, georganiseerd door VeiligheidNL (op 31 december en 1 januari). Alle SEH’s in Nederland turven het aantal slachtoffers en meer dan de helft registreert ook aanvullende gegevens over type vuurwerk, toedracht, diagnose en eventuele doorverwijzing. Huisartsenposten die interesse hebben, kunnen dit laten weten aan Ella Benedictus (InEen). Graag even aangeven of je alleen wilt turven of ook mee wil doen met de uitgebreidere registratie, (zie voorbeeld).

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Welke huisartsenposten willen meewerken aan de registratie van vuurwerkslachtoffers op de huisartsenpost? Op dit moment vindt alleen registratie plaats op de SEH’s. Om een compleet beeld te krijgen is het belangrijk dat huisartsenposten ook gaan deelnemen aan de jaarlijkse meting van vuurwerkslachtoffers, georganiseerd door VeiligheidNL (op 31 december en 1 januari). Alle SEH’s in Nederland turven het aantal slachtoffers en meer dan de helft registreert ook aanvullende gegevens over type vuurwerk, toedracht, diagnose en eventuele doorverwijzing. Huisartsenposten die interesse hebben, kunnen dit laten weten aan Ella Benedictus (InEen). Graag even aangeven of je alleen wilt turven of ook mee wil doen met de uitgebreidere registratie, (zie voorbeeld).

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Praktische steun voor huisartsen via e-zine Kindermishandeling samen aanpakken

08 september 2016

Huisartsenorganisaties NHG, LHV en InEen hebben met het ministerie van VWS en de Augeo Foundation gewerkt aan instrumenten die u steunen bij de aanpak van kindermishandeling. Het online magazine Kindermishandeling samen aanpakken – praktische steun voor huisartsen helpt u deze  instrumenten in uw dagelijkse praktijk in te zetten.

Kindermishandeling is vaak lastig te herkennen: er is een groot grijs gebied en veel speelt zich onder de radar af. Als huisarts heeft u een belangrijke rol in de signalering ervan en in het bieden van adequate hulp. Het online magazine Kindermishandeling samen aanpakken – praktische steun voor huisartsen biedt u ervaringsverhalen met achtergronden en cijfers en geeft u een overzicht van de nieuwe instrumenten die u in de huisartsenpraktijk kunt inzetten. Het kind staat in de aanpak voorop, waarbij de vertrouwensrelatie tussen u en het gezin essentieel is.

Meer informatie

[...]

Huisartsenorganisaties NHG, LHV en InEen hebben met het ministerie van VWS en de Augeo Foundation gewerkt aan instrumenten die u steunen bij de aanpak van kindermishandeling. Het online magazine Kindermishandeling samen aanpakken – praktische steun voor huisartsen helpt u deze  instrumenten in uw dagelijkse praktijk in te zetten.

Kindermishandeling is vaak lastig te herkennen: er is een groot grijs gebied en veel speelt zich onder de radar af. Als huisarts heeft u een belangrijke rol in de signalering ervan en in het bieden van adequate hulp. Het online magazine Kindermishandeling samen aanpakken – praktische steun voor huisartsen biedt u ervaringsverhalen met achtergronden en cijfers en geeft u een overzicht van de nieuwe instrumenten die u in de huisartsenpraktijk kunt inzetten. Het kind staat in de aanpak voorop, waarbij de vertrouwensrelatie tussen u en het gezin essentieel is.

Meer informatie

Actueel overzicht InEen-activiteiten rondom triage

02 september 2016

Graag geven we jullie een  geactualiseerd overzicht van onze activiteiten op het gebied van triage. Daarbij vragen we extra aandacht voor de handreiking ‘Medisch Student en triage op de huisartsenpost’. Deze is samen met leden ontwikkeld en ook opleiders van triagisten, de Inspectie en het NHG hebben input gegeven. Ook wijzen we nog een keer op het digitale netwerk Triage ( Ledenplatform InEen). Daar vind je de nieuwste documenten en kun je ervaringen, vragen en oplossingen onderling uitwisselen. Bij vragen kun je ook altijd rechtstreeks contact met ons opnemen via triage@ineen.nl.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Graag geven we jullie een  geactualiseerd overzicht van onze activiteiten op het gebied van triage. Daarbij vragen we extra aandacht voor de handreiking ‘Medisch Student en triage op de huisartsenpost’. Deze is samen met leden ontwikkeld en ook opleiders van triagisten, de Inspectie en het NHG hebben input gegeven. Ook wijzen we nog een keer op het digitale netwerk Triage ( Ledenplatform InEen). Daar vind je de nieuwste documenten en kun je ervaringen, vragen en oplossingen onderling uitwisselen. Bij vragen kun je ook altijd rechtstreeks contact met ons opnemen via triage@ineen.nl.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Extra aandacht voor kindermishandeling in de huisartsenzorg in september

02 september 2016

De LESA kindermishandeling (Landelijke Eerstelijns Samenwerkings Afspraak) is geactualiseerd. Dit is gebeurd in het kader van de publiek-private samenwerking (pps) die InEen, LHV en NHG met VWS en Augeo in maart 2015 sloten. Samen willen zij bijdragen aan het terugdringen van kindermishandeling en huisartsen beter ondersteunen bij het signaleren ervan. Op onze website hebben we verschillende producten van de samenwerking op een rijtje gezet. Dat is onder meer het nieuwe landelijke netwerk van huisartsen-ambassadeurs die door huisartsen geraadpleegd kunnen worden met vragen over kindermishandeling. De eerste ambassadeurs zijn inmiddels geworven. In september wordt op de huisartsenposten extra aandacht gevraagd voor de samenwerking met Veilig Thuis bij vermoedens van kindermishandeling.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

De LESA kindermishandeling (Landelijke Eerstelijns Samenwerkings Afspraak) is geactualiseerd. Dit is gebeurd in het kader van de publiek-private samenwerking (pps) die InEen, LHV en NHG met VWS en Augeo in maart 2015 sloten. Samen willen zij bijdragen aan het terugdringen van kindermishandeling en huisartsen beter ondersteunen bij het signaleren ervan. Op onze website hebben we verschillende producten van de samenwerking op een rijtje gezet. Dat is onder meer het nieuwe landelijke netwerk van huisartsen-ambassadeurs die door huisartsen geraadpleegd kunnen worden met vragen over kindermishandeling. De eerste ambassadeurs zijn inmiddels geworven. In september wordt op de huisartsenposten extra aandacht gevraagd voor de samenwerking met Veilig Thuis bij vermoedens van kindermishandeling.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Persbericht - Huisartsenposten zien een toename van de zorgvraag

19 augustus 2016

Uit de landelijke benchmark van huisartsenposten blijkt een toename van de dringende zorgvragen.

Utrecht, 19 augustus 2016 – De jaarlijkse benchmark van huisartsenposten laat een stijging zien van de zorgvraag tijdens avond-, nacht- en weekenduren. Het aantal telefoontjes, consulten op de huisartsenpost en visites neemt toe. De zorgvragen op de huisartsenpost krijgen daarnaast een meer dringend karakter. De gestegen zorgvraag heeft zijn weerslag op de telefonische bereikbaarheid van huisartsenposten. Huisartsenposten zoeken de verklaring in een veranderende patiëntenpopulatie. Kwetsbare patiëntengroepen zoals ouderen en mensen met psychische klachten wonen langer thuis en doen buiten kantooruren een beroep op de huisartsenpost. Het goed organiseren van de zorg voor deze kwetsbare doelgroepen tijdens kantooruren draagt bij aan betere zorg, ook in de avond-, nacht- en weekenduren.

De huisartsenposten in Nederland deden in 2015 ruim 4,1 miljoen verrichtingen. Dat is een duidelijke stijging in vergelijking met de cijfers uit 2013 en 2014. Vooral de consulten en telefonische contacten laten ten opzichte van 2014 een stijging zien (+ 4,4%). Het aantal visites is toegenomen met 1,9%.

Naast deze stijgende zorgvraag blijkt dat ook de urgentie van de zorgvragen waarmee huisartsenposten tijdens avond, nacht, en weekenduren (ANW-uren) worden benaderd verder toeneemt. Voor alle consultvormen is sprake van een stijging van zorgvragen met een meer dringend karakter. De verdere verschuiving naar meer dringende zorgvragen betekent een grotere belasting voor de huisartsenposten .

De toenemende zorgvraag bij huisartsenposten komt onder meer tot uitdrukking in de telefonische bereikbaarheid. Vooral de telefonische bereikbaarheid bij niet-spoedeisende oproepen staat onder druk. 67% van de telefonische oproepen zonder spoed wordt binnen 2 minuten opgenomen en bij 5 % van de niet-spoedoproepen duurt het langer dan 10 minuten voordat de telefoon wordt opgenomen. In 2014 bedroegen deze percentages 74% resp. 2%.

De huisartsenposten en branchevereniging InEen maken zich zorgen over deze ontwikkeling. InEen directeur Anoeska Mosterdijk: “We merken dat het gaat knellen en kunnen de druk op de telefonische bereikbaarheid niet los zien van de toenemende zorgvraag in relatie tot de beschikbare mensen en middelen.” Op dit moment vindt onderzoek plaats naar de veranderende patiëntenpopulatie op huisartsenposten. Mosterdijk: “Onze inschatting op grond van signalen van huisartsenposten is dat er sprake is van een toename van kwetsbare patiëntengroepen, zoals kwetsbare ouderen en mensen met psychische klachten, die nu langer thuis wonen. Om betere zorg te kunnen bieden voor deze kwetsbare mensen zijn onze leden bezig met het organiseren van gestructureerde en proactieve zorg overdag voor deze specifieke doelgroepen. We verwachten hiervan ook positieve effecten op de zorg tijdens ANW-uren.”
De branchevereniging maakt zich ook zorgen over de signalen van huisartsenposten over de toenemende werkdruk en de afnemende beschikbaarheid van waarnemers. Mosterdijk: “Samen met onze leden zullen we de knelpunten analyseren en daarover ook in gesprek gaan met belangrijke stakeholders als de patiëntenorganisaties, Landelijke Huisartsen Vereniging, zorgverzekeraars en de overheid.”

[...]

Uit de landelijke benchmark van huisartsenposten blijkt een toename van de dringende zorgvragen.

Utrecht, 19 augustus 2016 – De jaarlijkse benchmark van huisartsenposten laat een stijging zien van de zorgvraag tijdens avond-, nacht- en weekenduren. Het aantal telefoontjes, consulten op de huisartsenpost en visites neemt toe. De zorgvragen op de huisartsenpost krijgen daarnaast een meer dringend karakter. De gestegen zorgvraag heeft zijn weerslag op de telefonische bereikbaarheid van huisartsenposten. Huisartsenposten zoeken de verklaring in een veranderende patiëntenpopulatie. Kwetsbare patiëntengroepen zoals ouderen en mensen met psychische klachten wonen langer thuis en doen buiten kantooruren een beroep op de huisartsenpost. Het goed organiseren van de zorg voor deze kwetsbare doelgroepen tijdens kantooruren draagt bij aan betere zorg, ook in de avond-, nacht- en weekenduren.

De huisartsenposten in Nederland deden in 2015 ruim 4,1 miljoen verrichtingen. Dat is een duidelijke stijging in vergelijking met de cijfers uit 2013 en 2014. Vooral de consulten en telefonische contacten laten ten opzichte van 2014 een stijging zien (+ 4,4%). Het aantal visites is toegenomen met 1,9%.

Naast deze stijgende zorgvraag blijkt dat ook de urgentie van de zorgvragen waarmee huisartsenposten tijdens avond, nacht, en weekenduren (ANW-uren) worden benaderd verder toeneemt. Voor alle consultvormen is sprake van een stijging van zorgvragen met een meer dringend karakter. De verdere verschuiving naar meer dringende zorgvragen betekent een grotere belasting voor de huisartsenposten .

De toenemende zorgvraag bij huisartsenposten komt onder meer tot uitdrukking in de telefonische bereikbaarheid. Vooral de telefonische bereikbaarheid bij niet-spoedeisende oproepen staat onder druk. 67% van de telefonische oproepen zonder spoed wordt binnen 2 minuten opgenomen en bij 5 % van de niet-spoedoproepen duurt het langer dan 10 minuten voordat de telefoon wordt opgenomen. In 2014 bedroegen deze percentages 74% resp. 2%.

De huisartsenposten en branchevereniging InEen maken zich zorgen over deze ontwikkeling. InEen directeur Anoeska Mosterdijk: “We merken dat het gaat knellen en kunnen de druk op de telefonische bereikbaarheid niet los zien van de toenemende zorgvraag in relatie tot de beschikbare mensen en middelen.” Op dit moment vindt onderzoek plaats naar de veranderende patiëntenpopulatie op huisartsenposten. Mosterdijk: “Onze inschatting op grond van signalen van huisartsenposten is dat er sprake is van een toename van kwetsbare patiëntengroepen, zoals kwetsbare ouderen en mensen met psychische klachten, die nu langer thuis wonen. Om betere zorg te kunnen bieden voor deze kwetsbare mensen zijn onze leden bezig met het organiseren van gestructureerde en proactieve zorg overdag voor deze specifieke doelgroepen. We verwachten hiervan ook positieve effecten op de zorg tijdens ANW-uren.”
De branchevereniging maakt zich ook zorgen over de signalen van huisartsenposten over de toenemende werkdruk en de afnemende beschikbaarheid van waarnemers. Mosterdijk: “Samen met onze leden zullen we de knelpunten analyseren en daarover ook in gesprek gaan met belangrijke stakeholders als de patiëntenorganisaties, Landelijke Huisartsen Vereniging, zorgverzekeraars en de overheid.”

Definitieve rapportage benchmark huisartsenposten 2015 beschikbaar

22 juli 2016

Dit jaar hebben wederom alle huisartsenposten deelgenomen aan de benchmark. Een mooi resultaat. Het maakt de benchmark huisartsenposten tot een krachtig instrument voor duiding van de landelijke ontwikkelingen. De afgelopen drie weken hebben de huisartsenposten hun gegevens gecontroleerd en zijn de laatste correcties doorgevoerd. Vanaf vandaag is de definitieve rapportage 2015 beschikbaar in de besloten benchmarkomgeving. Het jaarlijkse benchmarkbulletin waarin we de landelijke trends en prestaties in beeld brengen, verschijnt in de tweede helft van augustus.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Dit jaar hebben wederom alle huisartsenposten deelgenomen aan de benchmark. Een mooi resultaat. Het maakt de benchmark huisartsenposten tot een krachtig instrument voor duiding van de landelijke ontwikkelingen. De afgelopen drie weken hebben de huisartsenposten hun gegevens gecontroleerd en zijn de laatste correcties doorgevoerd. Vanaf vandaag is de definitieve rapportage 2015 beschikbaar in de besloten benchmarkomgeving. Het jaarlijkse benchmarkbulletin waarin we de landelijke trends en prestaties in beeld brengen, verschijnt in de tweede helft van augustus.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Start ontwikkeling patientjourneys voor kwaliteitskader spoedzorg

15 juli 2016

De komende tijd werven de verschillende ROAZ’en (Regionaal Overleg Acute Zorgketen) stakeholders in hun regio om mee te werken aan het uitschrijven van patientjourneys. Zij benaderen daarvoor ook de huisartsenposten. Het ROAZ doet dit in het kader van het op te stellen landelijke kwaliteitskader spoedzorg. Dit proces wordt getrokken door Zorginstituut Nederland samen met veldpartijen. Begin 2017 vormen de landelijke koepelorganisaties (waaronder LHV, NHG en InEen) de regionaal ontwikkelde patientjourneys om tot landelijke patientjourneys. De aanbevelingen daaruit krijgen een plek in het kwaliteitskader spoedzorg (verwachte vaststelling eerste kwartaal 2017). Heb je vragen? Neem dan contact op met de ROAZ-coördinator in je eigen regio.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

De komende tijd werven de verschillende ROAZ’en (Regionaal Overleg Acute Zorgketen) stakeholders in hun regio om mee te werken aan het uitschrijven van patientjourneys. Zij benaderen daarvoor ook de huisartsenposten. Het ROAZ doet dit in het kader van het op te stellen landelijke kwaliteitskader spoedzorg. Dit proces wordt getrokken door Zorginstituut Nederland samen met veldpartijen. Begin 2017 vormen de landelijke koepelorganisaties (waaronder LHV, NHG en InEen) de regionaal ontwikkelde patientjourneys om tot landelijke patientjourneys. De aanbevelingen daaruit krijgen een plek in het kwaliteitskader spoedzorg (verwachte vaststelling eerste kwartaal 2017). Heb je vragen? Neem dan contact op met de ROAZ-coördinator in je eigen regio.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Op zoek naar ervaringen met fysieke en face-to-face triage

15 juli 2016

Steeds vaker vinden op de huisartsenpost fysieke en face-to-face triage plaats. Tot nu toe hebben we daar als InEen geen kaders voor opgesteld. Waaraan moet een triagist voldoen om deze vormen van triage uit te voeren, hoe beoordeel je deze triagevormen? Omdat jullie ons daar veel vragen over stellen, gaan we de komende maanden met dit onderwerp aan de slag. Om te beginnen willen we op tafel krijgen waar precies behoefte aan is. We roepen jullie daarom op ons te voeden met goede voorbeelden, punten waar jullie tegenaan lopen en vragen die opkomen. Ook zijn we op zoek naar mensen die graag actief bij dit onderwerp betrokken willen worden. We horen het graag!

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Steeds vaker vinden op de huisartsenpost fysieke en face-to-face triage plaats. Tot nu toe hebben we daar als InEen geen kaders voor opgesteld. Waaraan moet een triagist voldoen om deze vormen van triage uit te voeren, hoe beoordeel je deze triagevormen? Omdat jullie ons daar veel vragen over stellen, gaan we de komende maanden met dit onderwerp aan de slag. Om te beginnen willen we op tafel krijgen waar precies behoefte aan is. We roepen jullie daarom op ons te voeden met goede voorbeelden, punten waar jullie tegenaan lopen en vragen die opkomen. Ook zijn we op zoek naar mensen die graag actief bij dit onderwerp betrokken willen worden. We horen het graag!

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Roland Ekkelenkamp (Medicamus): ‘Wat is wezenlijk belangrijk voor zorgverleners?’

30 juni 2016

ictICT is méér dan alleen techniek, vinden ze in de regio Noordwest-Veluwe en Zeewolde. Drie jaar geleden implementeerde de huisartsenorganisatie Medicamus het MEdicamus Informatie Systeem, MEIS. De keuze voor dit systeem, waarbij alle huisartsen in de regio zijn aangesloten en dat zowel de dagzorg, als de ketenzorg en de ANW-zorg bedient, werd gemaakt vanuit één gezamenlijke regiovisie op ICT. De gezamenlijkheid is, zegt directeur Roland Ekkelenkamp, een belangrijke stap op weg naar een digitale samenwerkingsstructuur die aansluit bij de persoonsgerichte zorg die zich nu overal in Nederland aan het ontwikkelen is.

Ekkelenkamp schetst de versnippering van het huidige ICT-landschap. Zorgaanbieders hebben elk een eigen systeem en ook binnen deze groepen zijn verschillende systemen in gebruik. ‘Terwijl we toch samen multidisciplinaire zorg willen leveren en het in feite steeds om dezelfde patiënten gaat.’ Als gevolg van de versnippering wordt er veel energie gestoken in het organiseren van uitwisseling tussen de verschillende systemen en het oplossen van de bijkomende uitwisselproblemen. Ekkelenkamp is er echter van overtuigd dat dit de strategische problemen waar de zorg voor staat uiteindelijk niet gaat oplossen.

Ekkelenkamp: ‘Een voorbeeld. Kwetsbare ouderen zijn een probleem aan het worden zowel op de huisartsenpost als op de SEH. We weten vaak niet wie er nou eigenlijk bij deze oudere hoort. Welke mantelzorger, wie is de wettelijk bevoegde voor deze man of vrouw, welke thuiszorginstelling heeft de sleutel om binnen te komen? Maar ook: hoe moet ik factureren, is er een CIZ-indicatie? Voor dit soort vragen automatiseren we nog veel te weinig.’ Dit, stelt hij, is alleen op regionaal niveau op te lossen. ‘Ik vind dat we niet teveel moeten focussen op de huidige uitwisselproblemen. Mijn pleidooi is: verlaat de focus op technische oplossingen, dat komt wel. Laten we ons eerst afvragen wat wezenlijk belangrijk is voor de huisarts en de multidisciplinaire organisaties. Wat hebben zij aan functionaliteit nodig? Welke ICT-oplossing hoort daarbij? Dan volgt de ICT-structuur vanzelf.’

‘In de toekomst’, zegt Ekkelenkamp, ‘gaat het niet meer over informatie uitwisselen, maar over informatie délen.’ Een goede ICT-oplossing voor de eerste lijn heeft drie lagen, legt hij uit. Een laag voor de basis huisartsenzorg, een samenwerkingslaag en een netwerklaag. In de toekomst vervagen deze drie lagen tot één hybride geheel waarin de informatie is georganiseerd rondom de patiënt. Ekkelenkamp: ‘Nu nog kijkt de patiënt op het patiëntenportaal in het his, straks is het andersom en kijken zowel de arts als de patiënt in hetzelfde systeem en voert de patiënt de regie over de informatie: wie mag waar inkijken, klopt het medicatiedossier, et cetera?’ Deze derde laag is ook voor Medicamus nog toekomstmuziek, maar de tweede samenwerkingslaag is volop in ontwikkeling, onder andere in het recente gestarte GezondVeluwe.

Het samenwerkingsproject GezondVeluwe richt op de zorg voor kwetsbare ouderen. Eén van de drie onderdelen is de implementatie van OZO verbindzorg, ‘een hele simpele ICT-oplossing’ waarmee ouderen, mantelzorgers, huisartsen, specialisten, wijkverpleegkundigen, thuiszorgmedewerkers en andere betrokkenen met elkaar kunnen communiceren en waarin de afspraken rondom een oudere kunnen worden vastgelegd. Vitale informatie zoals wie in het medicatiedossier mag kijken, wie de mantelzorger is, welke zorgverleners betrokken zijn, komt daarmee digitaal beschikbaar onder regie van de oudere zelf of een casemanager. ‘Simpel, maar het is wat we nodig hebben en heeft veel potentie. Ouderen kunnen bijvoorbeeld hun oude maar meer kwetsbare buren helpen en zelf mantelzorger worden. Zo ontstaan er praktische verbindingen.’ Overigens, zegt hij, gebeuren deze dingen in de praktijk vaak al, en kunnen ze nu met OZO verbindzorg beter afspraken maken en informatie delen. Zo wordt werkelijk bijgedragen aan een nieuwe invulling van nulde, eerste en tweede lijn.

Ekkelenkamp vat nog eens samen. MEIS past bij het streven om geïntegreerde 24/7 zorg te verlenen. Met MEIS werken alle artsen in de regio op hetzelfde systeem en sluiten his, kis en hapsysteem goed op elkaar aan, zonder uitwisselingsproblematiek. Het gezamenlijke systeem biedt bovendien substantieel inkoopvoordeel dat kan worden vertaald in ondersteuning. ‘We hebben mensen op de loonlijst van Medicamus die onze huisartsen op de werkplek kunnen helpen, maar ook in de ketenzorg en op de huisartsenpost.’ Vanuit deze ervaring is Medicamus continu aan het verbeteren en optimaliseren. ‘We realiseerden ons bijvoorbeeld dat acute zorg in feite een vorm van ketenzorg is en dat het dus eigenlijk gek is dat we geen kis hadden op de hap. Nu gebruiken we ’s avonds net als overdag Zorgdomein op de post.’ Ook noemt hij de ontdekking dat de huisartsenpost, anders dan de dagzorg, meestal niet digitaal met de apotheek communiceert. ‘Daar overleggen we nu over, of het sturen van een digitaal bericht niet de 24/7 standaard kan worden.’ Het is een geïntegreerde manier van werken, aldus Ekkelenkamp, waarbij ICT niet alleen een hulpmiddel is, maar een aanjager van ontwikkelingen in de zorg kan zijn.

[...]

ictICT is méér dan alleen techniek, vinden ze in de regio Noordwest-Veluwe en Zeewolde. Drie jaar geleden implementeerde de huisartsenorganisatie Medicamus het MEdicamus Informatie Systeem, MEIS. De keuze voor dit systeem, waarbij alle huisartsen in de regio zijn aangesloten en dat zowel de dagzorg, als de ketenzorg en de ANW-zorg bedient, werd gemaakt vanuit één gezamenlijke regiovisie op ICT. De gezamenlijkheid is, zegt directeur Roland Ekkelenkamp, een belangrijke stap op weg naar een digitale samenwerkingsstructuur die aansluit bij de persoonsgerichte zorg die zich nu overal in Nederland aan het ontwikkelen is.

Ekkelenkamp schetst de versnippering van het huidige ICT-landschap. Zorgaanbieders hebben elk een eigen systeem en ook binnen deze groepen zijn verschillende systemen in gebruik. ‘Terwijl we toch samen multidisciplinaire zorg willen leveren en het in feite steeds om dezelfde patiënten gaat.’ Als gevolg van de versnippering wordt er veel energie gestoken in het organiseren van uitwisseling tussen de verschillende systemen en het oplossen van de bijkomende uitwisselproblemen. Ekkelenkamp is er echter van overtuigd dat dit de strategische problemen waar de zorg voor staat uiteindelijk niet gaat oplossen.

Ekkelenkamp: ‘Een voorbeeld. Kwetsbare ouderen zijn een probleem aan het worden zowel op de huisartsenpost als op de SEH. We weten vaak niet wie er nou eigenlijk bij deze oudere hoort. Welke mantelzorger, wie is de wettelijk bevoegde voor deze man of vrouw, welke thuiszorginstelling heeft de sleutel om binnen te komen? Maar ook: hoe moet ik factureren, is er een CIZ-indicatie? Voor dit soort vragen automatiseren we nog veel te weinig.’ Dit, stelt hij, is alleen op regionaal niveau op te lossen. ‘Ik vind dat we niet teveel moeten focussen op de huidige uitwisselproblemen. Mijn pleidooi is: verlaat de focus op technische oplossingen, dat komt wel. Laten we ons eerst afvragen wat wezenlijk belangrijk is voor de huisarts en de multidisciplinaire organisaties. Wat hebben zij aan functionaliteit nodig? Welke ICT-oplossing hoort daarbij? Dan volgt de ICT-structuur vanzelf.’

‘In de toekomst’, zegt Ekkelenkamp, ‘gaat het niet meer over informatie uitwisselen, maar over informatie délen.’ Een goede ICT-oplossing voor de eerste lijn heeft drie lagen, legt hij uit. Een laag voor de basis huisartsenzorg, een samenwerkingslaag en een netwerklaag. In de toekomst vervagen deze drie lagen tot één hybride geheel waarin de informatie is georganiseerd rondom de patiënt. Ekkelenkamp: ‘Nu nog kijkt de patiënt op het patiëntenportaal in het his, straks is het andersom en kijken zowel de arts als de patiënt in hetzelfde systeem en voert de patiënt de regie over de informatie: wie mag waar inkijken, klopt het medicatiedossier, et cetera?’ Deze derde laag is ook voor Medicamus nog toekomstmuziek, maar de tweede samenwerkingslaag is volop in ontwikkeling, onder andere in het recente gestarte GezondVeluwe.

Het samenwerkingsproject GezondVeluwe richt op de zorg voor kwetsbare ouderen. Eén van de drie onderdelen is de implementatie van OZO verbindzorg, ‘een hele simpele ICT-oplossing’ waarmee ouderen, mantelzorgers, huisartsen, specialisten, wijkverpleegkundigen, thuiszorgmedewerkers en andere betrokkenen met elkaar kunnen communiceren en waarin de afspraken rondom een oudere kunnen worden vastgelegd. Vitale informatie zoals wie in het medicatiedossier mag kijken, wie de mantelzorger is, welke zorgverleners betrokken zijn, komt daarmee digitaal beschikbaar onder regie van de oudere zelf of een casemanager. ‘Simpel, maar het is wat we nodig hebben en heeft veel potentie. Ouderen kunnen bijvoorbeeld hun oude maar meer kwetsbare buren helpen en zelf mantelzorger worden. Zo ontstaan er praktische verbindingen.’ Overigens, zegt hij, gebeuren deze dingen in de praktijk vaak al, en kunnen ze nu met OZO verbindzorg beter afspraken maken en informatie delen. Zo wordt werkelijk bijgedragen aan een nieuwe invulling van nulde, eerste en tweede lijn.

Ekkelenkamp vat nog eens samen. MEIS past bij het streven om geïntegreerde 24/7 zorg te verlenen. Met MEIS werken alle artsen in de regio op hetzelfde systeem en sluiten his, kis en hapsysteem goed op elkaar aan, zonder uitwisselingsproblematiek. Het gezamenlijke systeem biedt bovendien substantieel inkoopvoordeel dat kan worden vertaald in ondersteuning. ‘We hebben mensen op de loonlijst van Medicamus die onze huisartsen op de werkplek kunnen helpen, maar ook in de ketenzorg en op de huisartsenpost.’ Vanuit deze ervaring is Medicamus continu aan het verbeteren en optimaliseren. ‘We realiseerden ons bijvoorbeeld dat acute zorg in feite een vorm van ketenzorg is en dat het dus eigenlijk gek is dat we geen kis hadden op de hap. Nu gebruiken we ’s avonds net als overdag Zorgdomein op de post.’ Ook noemt hij de ontdekking dat de huisartsenpost, anders dan de dagzorg, meestal niet digitaal met de apotheek communiceert. ‘Daar overleggen we nu over, of het sturen van een digitaal bericht niet de 24/7 standaard kan worden.’ Het is een geïntegreerde manier van werken, aldus Ekkelenkamp, waarbij ICT niet alleen een hulpmiddel is, maar een aanjager van ontwikkelingen in de zorg kan zijn.

Data-koppeling HAP+SEP geeft meer vertrouwen

30 juni 2016

data-koppelingVerdergaande samenwerking HAP+SEH staat al geruime tijd op de agenda. Als eersten in Nederland hebben de huisartsenpost en de spoedeisende hulp in ziekenhuis Gelderse Vallei in Ede een data-koppeling voor triagegegevens gerealiseerd. Doorverwijzing van huisartsenpost naar spoedeisende hulp  gebeurt voortaan volledig digitaal. Alle partijen zijn enthousiast.

‘Je wilt voorkomen dat een patiënt steeds hetzelfde verhaal moet afsteken’, zegt Aleida Schouten teamleider van Huisartsenpost Gelderse Vallei. ‘Het moet al aan de telefoon, dan bij de huisarts en dan vaak nog één of twee keer als je wordt doorverwezen.’ ‘Het is veel patiëntvriendelijker’, zegt ook Corine Scholtus-Van den Broek, verpleegkundige op de spoedeisende hulp, ‘en het geeft meer vertrouwen als we na een doorverwijzing meteen weten wat er met je aan de hand is en doorgaan op de gegevens die je al hebt verteld.’ Digitale doorverwijzing houdt in dat doorverwezen patiënten geen papieren uitdraai meer meekrijgen. Bij de inschrijving op de spoedeisende hulp krijgt de verpleegkundige in het NTS meteen de verwijsbrief en de triagegegevens op het scherm. De informatie daarin kan eenvoudig gesleept en verplaatst worden. Scholtus: ‘Je hoeft het hele verhaal dus niet opnieuw in te toetsen, dat werkt snel en veilig.’ Schouten: ‘Bovendien zwerven er geen losse papieren meer rond, dat is uit oogpunt van privacy ook beter.’

Het digitaal doorsturen van triagegegevens is een nieuwe stap in de (seriële) samenwerking die huisartsenpost en SEH zijn aangegaan. Beiden maken gebruik van het NTS en de data-koppeling voorkomt dat zij elkaars werk gaan overdoen, waardoor de behandeling van de patiënt vertraging oploopt. Scholtus: ‘Je leest wat er al bekend is en iedere verpleegkundige bepaalt zelf of dat voldoende is. Het is belangrijk om als verpleegkundige blanco te blijven kijken en niet in diagnoses te denken. Ook verschilt het per aandoening. Een breuk neem je makkelijker over dan iets vagers als buikklachten.’

Over de informatie die de digitale verwijzing moet bevatten is in een werkgroep grondig nagedacht. Stap voor stap is het hele proces nagelopen en steeds is de vraag gesteld: wat moet de spoedeisende hulp echt weten om door te kunnen gaan. De digitale verwijsbrief wordt opgebouwd volgens de SOEP-methodiek en bevat in feite de samenvatting van de huisarts: voorgeschiedenis, eventueel lichamelijk onderzoek op de post, een medicatieoverzicht. Scholtus: ‘Je wil niet te weinig informatie, maar zeker ook niet teveel. Als het teveel is en overbodig, wordt het niet meer gelezen. Hoe langer de tekst, hoe sneller je denkt: laat maar, ik doe het zelf wel.’ Scholtus’ eerste ervaringen – de datakoppeling bestaat nu een maand – zijn positief. ‘Ik heb er absoluut profijt van. Het is handig en efficiënt, bijna alsof het altijd al zo was.’ Ook Schouten beveelt de data-koppeling van harte aan. Ze is bovendien te spreken over het daaraan voorafgaande proces. ‘Het op dezelfde manier gaan denken over urgenties is mooi. Je hoopt natuurlijk dat dat verder gaat en dat we straks ook een goeie koppeling krijgen met bijvoorbeeld de ambulance.’

Het tot stand brengen van de koppeling duurde een jaar. Vooral de technische kant had veel voeten in de aarde. Drie systemen, zegt Ruud Kuipéri, projectleider van Topicus, de ICT-leverancier van de huisartsenpost, moeten met elkaar gaan praten: het ICT-systeem van de huisartsenpost, het ICT-systeem van de SEH en de communicatieserver van het ziekenhuis. ‘Stel je voor dat ik jou al die dingen ga vertellen in het Italiaans en jij kent geen Italiaans, dan wordt het voor jou wel moeilijk om de informatie die je krijgt op de goeie plek te zetten.’ Bovendien, gaat hij verder, gaat het over ongelofelijk veel verschillende informatie. ‘Je test 30 berichten zonder probleem en het 31e is toch net weer anders. Het is dus heel veel praten en testen geweest.’ Uiteindelijk is Kuipéri zeer tevreden. ‘Alle berichten komen goed door. En zoals altijd weten we achteraf dat bepaalde dingen sneller hadden gekund. Maar we waren de eersten en konden dus vooraf niet voorspellen waar we tegenaan zouden lopen. We hebben kortom een heel mooi resultaat bereikt.’

[...]

data-koppelingVerdergaande samenwerking HAP+SEH staat al geruime tijd op de agenda. Als eersten in Nederland hebben de huisartsenpost en de spoedeisende hulp in ziekenhuis Gelderse Vallei in Ede een data-koppeling voor triagegegevens gerealiseerd. Doorverwijzing van huisartsenpost naar spoedeisende hulp  gebeurt voortaan volledig digitaal. Alle partijen zijn enthousiast.

‘Je wilt voorkomen dat een patiënt steeds hetzelfde verhaal moet afsteken’, zegt Aleida Schouten teamleider van Huisartsenpost Gelderse Vallei. ‘Het moet al aan de telefoon, dan bij de huisarts en dan vaak nog één of twee keer als je wordt doorverwezen.’ ‘Het is veel patiëntvriendelijker’, zegt ook Corine Scholtus-Van den Broek, verpleegkundige op de spoedeisende hulp, ‘en het geeft meer vertrouwen als we na een doorverwijzing meteen weten wat er met je aan de hand is en doorgaan op de gegevens die je al hebt verteld.’ Digitale doorverwijzing houdt in dat doorverwezen patiënten geen papieren uitdraai meer meekrijgen. Bij de inschrijving op de spoedeisende hulp krijgt de verpleegkundige in het NTS meteen de verwijsbrief en de triagegegevens op het scherm. De informatie daarin kan eenvoudig gesleept en verplaatst worden. Scholtus: ‘Je hoeft het hele verhaal dus niet opnieuw in te toetsen, dat werkt snel en veilig.’ Schouten: ‘Bovendien zwerven er geen losse papieren meer rond, dat is uit oogpunt van privacy ook beter.’

Het digitaal doorsturen van triagegegevens is een nieuwe stap in de (seriële) samenwerking die huisartsenpost en SEH zijn aangegaan. Beiden maken gebruik van het NTS en de data-koppeling voorkomt dat zij elkaars werk gaan overdoen, waardoor de behandeling van de patiënt vertraging oploopt. Scholtus: ‘Je leest wat er al bekend is en iedere verpleegkundige bepaalt zelf of dat voldoende is. Het is belangrijk om als verpleegkundige blanco te blijven kijken en niet in diagnoses te denken. Ook verschilt het per aandoening. Een breuk neem je makkelijker over dan iets vagers als buikklachten.’

Over de informatie die de digitale verwijzing moet bevatten is in een werkgroep grondig nagedacht. Stap voor stap is het hele proces nagelopen en steeds is de vraag gesteld: wat moet de spoedeisende hulp echt weten om door te kunnen gaan. De digitale verwijsbrief wordt opgebouwd volgens de SOEP-methodiek en bevat in feite de samenvatting van de huisarts: voorgeschiedenis, eventueel lichamelijk onderzoek op de post, een medicatieoverzicht. Scholtus: ‘Je wil niet te weinig informatie, maar zeker ook niet teveel. Als het teveel is en overbodig, wordt het niet meer gelezen. Hoe langer de tekst, hoe sneller je denkt: laat maar, ik doe het zelf wel.’ Scholtus’ eerste ervaringen – de datakoppeling bestaat nu een maand – zijn positief. ‘Ik heb er absoluut profijt van. Het is handig en efficiënt, bijna alsof het altijd al zo was.’ Ook Schouten beveelt de data-koppeling van harte aan. Ze is bovendien te spreken over het daaraan voorafgaande proces. ‘Het op dezelfde manier gaan denken over urgenties is mooi. Je hoopt natuurlijk dat dat verder gaat en dat we straks ook een goeie koppeling krijgen met bijvoorbeeld de ambulance.’

Het tot stand brengen van de koppeling duurde een jaar. Vooral de technische kant had veel voeten in de aarde. Drie systemen, zegt Ruud Kuipéri, projectleider van Topicus, de ICT-leverancier van de huisartsenpost, moeten met elkaar gaan praten: het ICT-systeem van de huisartsenpost, het ICT-systeem van de SEH en de communicatieserver van het ziekenhuis. ‘Stel je voor dat ik jou al die dingen ga vertellen in het Italiaans en jij kent geen Italiaans, dan wordt het voor jou wel moeilijk om de informatie die je krijgt op de goeie plek te zetten.’ Bovendien, gaat hij verder, gaat het over ongelofelijk veel verschillende informatie. ‘Je test 30 berichten zonder probleem en het 31e is toch net weer anders. Het is dus heel veel praten en testen geweest.’ Uiteindelijk is Kuipéri zeer tevreden. ‘Alle berichten komen goed door. En zoals altijd weten we achteraf dat bepaalde dingen sneller hadden gekund. Maar we waren de eersten en konden dus vooraf niet voorspellen waar we tegenaan zouden lopen. We hebben kortom een heel mooi resultaat bereikt.’

Vacatures bij InEen

17 juni 2016

Het bureau van InEen is op zoek naar versterking. We hebben plaats voor een nieuwe (tijdelijke) programmanager Acute Zorg/Verenigingszaken (38 uur per week) en een beleidsmedewerker Informatiebeleid & Bekostiging (ook 38 uur per week).

[...]

Het bureau van InEen is op zoek naar versterking. We hebben plaats voor een nieuwe (tijdelijke) programmanager Acute Zorg/Verenigingszaken (38 uur per week) en een beleidsmedewerker Informatiebeleid & Bekostiging (ook 38 uur per week).

Bronzen award naar ‘Moet ik naar de dokter?’

16 juni 2016

Afgelopen dinsdag hebben zowel het publiek als de vakjury de app ‘Moet ik naar de dokter?’ verkozen tot de bronzen winnaar van de Zinnige Zorg Award 2016 van zorgverzekeraar VGZ. De ontwikkelaar, de huisartsenpost in Apeldoorn, krijgt een bedrag van € 2.500 voor verdere innovatie. Wij feliciteren de post van harte met dit succes. De vakjury, bestaande uit Ab Klink (VGZ), Dianda Veldman (NPCF) en Ben Woldring (Poliswijzer.nl), gaf de gouden award aan het initiatief Keer Diabetes Om van de Stichting Voeding Leeft en de zilveren award aan het zelfhulpprogramma van Inocure. Als InEen zijn we er trots op dat twee van onze leden – behalve de huisartsenpost Apeldoorn ook de CVRM zorggroep van HONK – genomineerd waren voor deze nieuwe award van VGZ.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 10 juni 2016.

[...]

Afgelopen dinsdag hebben zowel het publiek als de vakjury de app ‘Moet ik naar de dokter?’ verkozen tot de bronzen winnaar van de Zinnige Zorg Award 2016 van zorgverzekeraar VGZ. De ontwikkelaar, de huisartsenpost in Apeldoorn, krijgt een bedrag van € 2.500 voor verdere innovatie. Wij feliciteren de post van harte met dit succes. De vakjury, bestaande uit Ab Klink (VGZ), Dianda Veldman (NPCF) en Ben Woldring (Poliswijzer.nl), gaf de gouden award aan het initiatief Keer Diabetes Om van de Stichting Voeding Leeft en de zilveren award aan het zelfhulpprogramma van Inocure. Als InEen zijn we er trots op dat twee van onze leden – behalve de huisartsenpost Apeldoorn ook de CVRM zorggroep van HONK – genomineerd waren voor deze nieuwe award van VGZ.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 10 juni 2016.

2 Leden genomineerd voor de Zinnige Zorg Award 2016

30 mei 2016

Ook de CVRM zorggroep van HONK is genomineerd voor de nieuwe Zinnige Zorg Award van VGZ. De samenwerking van de CVRM zorggroep met de Noordwest Ziekenhuis Groep laat zowel qua prevalentie in de eerste en in de tweede lijn, als ook kwalitatief goede resultaten zien. De eindstrijd voor de award, die is bestemd voor zorginitiatieven die bijdragen aan zinnige en betaalbare zorg, gaat tussen drie finalisten die op 7 juni een powerpitch mogen houden voor een deskundige jury: Ab Klink, Dianda Veldman (NPCF) en Ben Wolderink (Poliswijzer.nl). Vorige week lieten we al weten dat ook de app Moet ik naar de dokter van de huisartsenpost in Apeldoorn genomineerd is. Tot 5 juni kunnen jullie nog stemmen.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 27 mei 2016.

[...]

Ook de CVRM zorggroep van HONK is genomineerd voor de nieuwe Zinnige Zorg Award van VGZ. De samenwerking van de CVRM zorggroep met de Noordwest Ziekenhuis Groep laat zowel qua prevalentie in de eerste en in de tweede lijn, als ook kwalitatief goede resultaten zien. De eindstrijd voor de award, die is bestemd voor zorginitiatieven die bijdragen aan zinnige en betaalbare zorg, gaat tussen drie finalisten die op 7 juni een powerpitch mogen houden voor een deskundige jury: Ab Klink, Dianda Veldman (NPCF) en Ben Wolderink (Poliswijzer.nl). Vorige week lieten we al weten dat ook de app Moet ik naar de dokter van de huisartsenpost in Apeldoorn genomineerd is. Tot 5 juni kunnen jullie nog stemmen.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 27 mei 2016.

‘We zijn vrijwilligers met de nodige levenservaring’

28 april 2016

oorSoms hebben patiënten vooral een luisterend oor nodig, maar in de huisartsenpraktijk en op de huisartsenpost is hier weinig tijd voor. De telefonische hulpdienst Sensoor kan deze leegte opvullen. Ruim 900 vrijwilligers op 26 locaties in Nederland voeren jaarlijks zo’n 257.000 gesprekken met mensen die er alleen even niet uitkomen. Meer en meer gaat Sensoor ook samenwerkingen aan, zoals met de huisartsendienst SMASH in de regio Haaglanden.

‘Onze triagisten zitten er om patiënten te helpen, dus het is fijn dat ze toch iets kunnen doen als iemand niet op huisartsenpost of bij de ggz-crisisdienst thuishoort’, zegt kwaliteitsadviseur Corline de Groot (SMASH). ‘Mensen in nood blijven vaak bellen, maar hen continu te woord staan kan niet. De personele bezetting is daarvoor te klein, zeker in de nacht.’  De triagisten van SMASH kunnen daarom ‘warm’ doorverbinden met Sensoor.  Het nummer is voorgeprogrammeerd in het telefoniesysteem. De triagisten verbinden alleen door als somatische klachten zijn uitgesloten. De Groot: ‘Neem een delier als gevolg van een fikse blaasontsteking. Het is belangrijk dat de huisarts eerst de blaasontsteking vaststelt en een behandeling start. Maar ook als er geen sprake is van somatische problematiek, kunnen mensen zich daaraan vastklampen en blijven bellen. Dan gaat het om iets anders, zoals eenzaamheid, angst, rouwverwerking en relatieproblemen.’

Hanny Krab, Sensoor-vrijwilliger in de regio Rotterdam: ‘Het komt wel voor dat ik een ademhalingsoefening doe aan de telefoon met iemand die een paniekaanval heeft. Meestal hebben mensen dat nog nooit gedaan en vinden ze het fijn.’ Pank Geraerts, Sensoor-vrijwilliger in de regio Haaglanden: ‘We zijn geen psychotherapeuten, artsen of hulpverleners. We zijn vrijwilligers met de nodige levenservaring. We luisteren. Ik vind dat in elke wachtkamer folders van Sensoor zouden moeten liggen.’ De dienstverlening van Sensoor is 100% anoniem.

Waar mogelijk zoekt Sensoor samenwerking met andere organisaties. Krab kan bijvoorbeeld warm doorverbinden met de ggz-crisisdienst in Rotterdam. In de regio Haaglanden kan Geraerts, behalve met de huisartsenpost, rechtstreeks contact maken met bijvoorbeeld politie en maatschappelijk werk. Geraerts: ‘Ik ben blij met deze afspraken. Als de politie belt of de huisartsenpost, weet je dat er echt even iets aan de hand is. Wat we ook wel zien is dat een huisarts overdag ons nummer geeft, tot iemand terecht kan bij de POH GGZ.’ Overigens komt het net zo vaak voor dat de vrijwilligers iemand doorverwijzen, bijvoorbeeld naar de huisartsenpost, als zij denken dat er meer aan de hand is. Krab: ‘We werken anoniem, maar soms wil iemand zijn woonplaats noemen, dan kun je het nummer van de huisartsenpost of crisisdienst opzoeken en doorgeven.’

De vrijwilligers van Sensoor worden intensief getraind. Daarna volgen meeluisterdiensten en pas dan mag de vrijwilliger zelf de telefoon opnemen. Krab: ‘Regelmatig volgen we ook verplichte deskundigheidstrainingen, bijvoorbeeld over rouw of eetverslaving, en elke zes weken een intervisiebijeenkomst. Er wordt wel een soort professionaliteit van je verwacht, bijvoorbeeld dat je niet meegaat in de emoties.’

Naast de telefonische dienstverlening van Sensoor die al meer dan 55 jaar bestaat, neemt tegenwoordig het aantal chatcontacten – nu zo’n 15.000 contacten per jaar – snel toe. Geraerts: ‘Vooral onder jongeren tot 30 jaar. Chatten is nog anoniemer, een beller laat zijn stem nog horen. Je durft nog makkelijker iets op te schrijven.’

  • Alle informatie over Sensoor staat op Sensoor.nl.
  • De telefonische hulplijn is 24/7 bereikbaar via 0900 0767 (5 ct. p/m) of via een lokaal nummer, te vinden op Sensoor.nl. De chathulp (10.00-22.00 uur) is bereikbaar via de website. Ook kan via de website een e-mail worden gestuurd.
  • Wachtkamerfolders en een poster van Sensoor.
[...]

oorSoms hebben patiënten vooral een luisterend oor nodig, maar in de huisartsenpraktijk en op de huisartsenpost is hier weinig tijd voor. De telefonische hulpdienst Sensoor kan deze leegte opvullen. Ruim 900 vrijwilligers op 26 locaties in Nederland voeren jaarlijks zo’n 257.000 gesprekken met mensen die er alleen even niet uitkomen. Meer en meer gaat Sensoor ook samenwerkingen aan, zoals met de huisartsendienst SMASH in de regio Haaglanden.

‘Onze triagisten zitten er om patiënten te helpen, dus het is fijn dat ze toch iets kunnen doen als iemand niet op huisartsenpost of bij de ggz-crisisdienst thuishoort’, zegt kwaliteitsadviseur Corline de Groot (SMASH). ‘Mensen in nood blijven vaak bellen, maar hen continu te woord staan kan niet. De personele bezetting is daarvoor te klein, zeker in de nacht.’  De triagisten van SMASH kunnen daarom ‘warm’ doorverbinden met Sensoor.  Het nummer is voorgeprogrammeerd in het telefoniesysteem. De triagisten verbinden alleen door als somatische klachten zijn uitgesloten. De Groot: ‘Neem een delier als gevolg van een fikse blaasontsteking. Het is belangrijk dat de huisarts eerst de blaasontsteking vaststelt en een behandeling start. Maar ook als er geen sprake is van somatische problematiek, kunnen mensen zich daaraan vastklampen en blijven bellen. Dan gaat het om iets anders, zoals eenzaamheid, angst, rouwverwerking en relatieproblemen.’

Hanny Krab, Sensoor-vrijwilliger in de regio Rotterdam: ‘Het komt wel voor dat ik een ademhalingsoefening doe aan de telefoon met iemand die een paniekaanval heeft. Meestal hebben mensen dat nog nooit gedaan en vinden ze het fijn.’ Pank Geraerts, Sensoor-vrijwilliger in de regio Haaglanden: ‘We zijn geen psychotherapeuten, artsen of hulpverleners. We zijn vrijwilligers met de nodige levenservaring. We luisteren. Ik vind dat in elke wachtkamer folders van Sensoor zouden moeten liggen.’ De dienstverlening van Sensoor is 100% anoniem.

Waar mogelijk zoekt Sensoor samenwerking met andere organisaties. Krab kan bijvoorbeeld warm doorverbinden met de ggz-crisisdienst in Rotterdam. In de regio Haaglanden kan Geraerts, behalve met de huisartsenpost, rechtstreeks contact maken met bijvoorbeeld politie en maatschappelijk werk. Geraerts: ‘Ik ben blij met deze afspraken. Als de politie belt of de huisartsenpost, weet je dat er echt even iets aan de hand is. Wat we ook wel zien is dat een huisarts overdag ons nummer geeft, tot iemand terecht kan bij de POH GGZ.’ Overigens komt het net zo vaak voor dat de vrijwilligers iemand doorverwijzen, bijvoorbeeld naar de huisartsenpost, als zij denken dat er meer aan de hand is. Krab: ‘We werken anoniem, maar soms wil iemand zijn woonplaats noemen, dan kun je het nummer van de huisartsenpost of crisisdienst opzoeken en doorgeven.’

De vrijwilligers van Sensoor worden intensief getraind. Daarna volgen meeluisterdiensten en pas dan mag de vrijwilliger zelf de telefoon opnemen. Krab: ‘Regelmatig volgen we ook verplichte deskundigheidstrainingen, bijvoorbeeld over rouw of eetverslaving, en elke zes weken een intervisiebijeenkomst. Er wordt wel een soort professionaliteit van je verwacht, bijvoorbeeld dat je niet meegaat in de emoties.’

Naast de telefonische dienstverlening van Sensoor die al meer dan 55 jaar bestaat, neemt tegenwoordig het aantal chatcontacten – nu zo’n 15.000 contacten per jaar – snel toe. Geraerts: ‘Vooral onder jongeren tot 30 jaar. Chatten is nog anoniemer, een beller laat zijn stem nog horen. Je durft nog makkelijker iets op te schrijven.’

  • Alle informatie over Sensoor staat op Sensoor.nl.
  • De telefonische hulplijn is 24/7 bereikbaar via 0900 0767 (5 ct. p/m) of via een lokaal nummer, te vinden op Sensoor.nl. De chathulp (10.00-22.00 uur) is bereikbaar via de website. Ook kan via de website een e-mail worden gestuurd.
  • Wachtkamerfolders en een poster van Sensoor.

De benchmark huisartsenposten 2015 is geopend

26 april 2016

benchmarkhuisartsenposten-bannerAfgelopen week (19 april) is de jaarlijkse benchmark huisartsenposten geopend. De uitvraag voor de benchmark loopt via de website benchmark huisartsenposten en sluit op 1 juni. Alle directeuren van huisartsenposten hebben hiervan per e-mail bericht gekregen. Net als in voorgaande jaren ontvangen alleen de directeuren invoerrechten. Zij kunnen zelf rechten toekennen aan hun medewerkers voor het invullen van de Benchmark 2015. In de brief die is verstuurd wordt dit nader toegelicht. We rekenen erop dat ook dit jaar weer alle huisartsenposten deelnemen aan de benchmark. Neem met vragen gerust contact met ons op via benchmark@ineen.nl.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 22 april 2016.

[...]

benchmarkhuisartsenposten-bannerAfgelopen week (19 april) is de jaarlijkse benchmark huisartsenposten geopend. De uitvraag voor de benchmark loopt via de website benchmark huisartsenposten en sluit op 1 juni. Alle directeuren van huisartsenposten hebben hiervan per e-mail bericht gekregen. Net als in voorgaande jaren ontvangen alleen de directeuren invoerrechten. Zij kunnen zelf rechten toekennen aan hun medewerkers voor het invullen van de Benchmark 2015. In de brief die is verstuurd wordt dit nader toegelicht. We rekenen erop dat ook dit jaar weer alle huisartsenposten deelnemen aan de benchmark. Neem met vragen gerust contact met ons op via benchmark@ineen.nl.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 22 april 2016.

Deelnemers gezocht: focusgroep Eerste Hulp, Geen Vervoer

19 april 2016

Op 9 mei 2016 (15.30-17.00 in Utrecht) organiseert de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen een focusgroep voor huisartsenposten over de uitgangsvragen voor een literatuurstudie over ‘eerste hulp, geen vervoer’ (EHGV) door de ambulancezorg. Huisartsenposten zijn van harte welkom, voor hen is dit een zeer relevant onderwerp.Graag even aanmelden bij Ella Benedictus (InEen). De hogeschool van Arnhem en Nijmegen voert de literatuurstudie naar EHGV dit jaar uit in opdracht van Ambulancezorg Nederland. In de eerste fase worden de uitgangsvragen voor literatuuronderzoek vastgesteld. De onderzoekers gebruiken focusgroepen om vast te stellen welke onderwerpen in het thema EHGV belangrijk worden gevonden door de beroepsgroepen in de ambulancezorg en stakeholders in de keten. De tweede fase is de literatuurstudie zelf.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 15 april 2016.

[...]

Op 9 mei 2016 (15.30-17.00 in Utrecht) organiseert de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen een focusgroep voor huisartsenposten over de uitgangsvragen voor een literatuurstudie over ‘eerste hulp, geen vervoer’ (EHGV) door de ambulancezorg. Huisartsenposten zijn van harte welkom, voor hen is dit een zeer relevant onderwerp.Graag even aanmelden bij Ella Benedictus (InEen). De hogeschool van Arnhem en Nijmegen voert de literatuurstudie naar EHGV dit jaar uit in opdracht van Ambulancezorg Nederland. In de eerste fase worden de uitgangsvragen voor literatuuronderzoek vastgesteld. De onderzoekers gebruiken focusgroepen om vast te stellen welke onderwerpen in het thema EHGV belangrijk worden gevonden door de beroepsgroepen in de ambulancezorg en stakeholders in de keten. De tweede fase is de literatuurstudie zelf.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 15 april 2016.

Herbeoordeling kennistoets

06 april 2016

Enkele huisartsenposten hebben onlangs nieuwe certificaten voor de kennistoets ontvangen. De reden hiervoor is dat de uitslag van de kennistoets vanwege een technische probleem niet correct was verlopen. Het betreft de kennistoets die in november 2015 heeft plaatsgevonden. Met vragen kun je terecht bij Calibris Advies.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 1 april 2016.

[...]

Enkele huisartsenposten hebben onlangs nieuwe certificaten voor de kennistoets ontvangen. De reden hiervoor is dat de uitslag van de kennistoets vanwege een technische probleem niet correct was verlopen. Het betreft de kennistoets die in november 2015 heeft plaatsgevonden. Met vragen kun je terecht bij Calibris Advies.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 1 april 2016.

Benchmark huisartsenposten 2015 start medio april

06 april 2016

Ook dit jaar vragen wij jullie medewerking voor de benchmark huisartsenposten van InEen. De benchmark is in de afgelopen jaren een waardevolle bron van informatie geweest voor beleidsvorming, belangenbehartiging en onderling vergelijking. De uitvraag gaat medio april van start via de website benchmark huisartsenposten. Alle directeuren van huisartsenposten krijgen hierover per e-mail bericht. Net als in voorgaande jaren ontvangen alleen de directeuren invoerrechten. Zij kunnen zelf rechten toekennen aan hun medewerkers voor het invullen van de Benchmark 2015. Wij rekenen erop dat ook dit jaar weer alle huisartsenposten aan de benchmark deelnemen.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 1 april 2016.

[...]

Ook dit jaar vragen wij jullie medewerking voor de benchmark huisartsenposten van InEen. De benchmark is in de afgelopen jaren een waardevolle bron van informatie geweest voor beleidsvorming, belangenbehartiging en onderling vergelijking. De uitvraag gaat medio april van start via de website benchmark huisartsenposten. Alle directeuren van huisartsenposten krijgen hierover per e-mail bericht. Net als in voorgaande jaren ontvangen alleen de directeuren invoerrechten. Zij kunnen zelf rechten toekennen aan hun medewerkers voor het invullen van de Benchmark 2015. Wij rekenen erop dat ook dit jaar weer alle huisartsenposten aan de benchmark deelnemen.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 1 april 2016.

Aankondiging onderzoek IQ healthcare

29 maart 2016

Als onderdeel van het ZonMw programma ‘Palliantie. Meer dan zorg’ voert IQ healthcare in samenwerking met InEen en het NHG een tweejarige studie uit naar de kwaliteit van de palliatieve spoedzorg door huisartsen in de ANW-uren. Voor dit onderzoek vragen we op twee manieren medewerking van huisartsenposten:

  • Invullen van een landelijke vragenlijst door alle huisartsenposten.
  • Deelname aan verdiepende studie in zes regio’s.

Leden van InEen ontvangen een dezer dagen per email bericht hierover van IQ healthcare.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 25 maart 2016.

[...]

Als onderdeel van het ZonMw programma ‘Palliantie. Meer dan zorg’ voert IQ healthcare in samenwerking met InEen en het NHG een tweejarige studie uit naar de kwaliteit van de palliatieve spoedzorg door huisartsen in de ANW-uren. Voor dit onderzoek vragen we op twee manieren medewerking van huisartsenposten:

  • Invullen van een landelijke vragenlijst door alle huisartsenposten.
  • Deelname aan verdiepende studie in zes regio’s.

Leden van InEen ontvangen een dezer dagen per email bericht hierover van IQ healthcare.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 25 maart 2016.

Opvang zelfverwijzers overdag: Regio Haaglanden kiest ervoor

25 februari 2016

triageOp twee locaties in de regio Haaglanden is de SMASH huisartsenpost ook overdag open voor de opvang van zelfverwijzers. Hiertoe startte in 2012 een project waaraan niet alleen de huisartsen en de ziekenhuizen, maar ook de zorgverzekeraars zich committeerden. Willem Regout, directeur SMASH: ‘We kunnen de pilot op beide locaties als succesvol kwalificeren.’

De locaties zijn het HAGA-ziekenhuis en het Westeinde ziekenhuis. Regout: ‘Op de HAGA-locatie lopen we voorop. Daar doen we als huisartsen de triage van alle zelfverwijzers. We behandelen daar driekwart van de patiënten in de eerste lijn.’ In het Westeinde is het nog niet zover en gebeurt de triage nog door de SEH. Maar ook daar wordt meer dan de helft van de patiënten verwezen naar de huisartsenpost. Regout: ‘Je weet altijd beter wat je eigen beroepsgroep aankan, dus als de triage onder verantwoordelijkheid van de huisarts gebeurt, gaat er meer naar de eerste lijn.’ Het succes op de HAGA-locatie laat zien, zegt hij, dat het logisch is om de triage door de huisartsenpost te laten doen.

Alle partijen ervaren voordeel, vervolgt Regout. Laag-urgente patiënten raken hun eigen risico niet kwijt. De ziekenhuizen kunnen zich toeleggen op de hoog-urgente zaken waar hun medisch-specialistische teams voor zijn. De huisarts kan de patiënten nogmaals uitleggen dat ze een volgende keer overdag beter eerst naar de eigen huisarts kunnen gaan, waardoor de zelfverwijzers hun weg naar de huisarts hervinden. Voor de zorgverzekeraar is een substantiële verschuiving naar de eerste lijn lucratief.

Een evidente voorwaarde is dat de huisartsenpost overdag open gaat, zowel voor de triage als voor de eventuele behandeling. Regout: ‘Overdag werken we niet met deelnemende huisartsen, maar altijd met waarnemers. Anders kan het niet.’ Daarnaast worden verpleegkundig specialisten ingezet om de extra toeloop, ook in de ANW-uren, op te vangen. ‘Zo voorkomen we dat de deelnemende huisartsen dit werk er bovenop krijgen.’ Dat betekent dat na de triage de behandeling in principe wordt gedaan door de verpleegkundig specialist. Regout: ‘Cijfermatig klopt het, per saldo ligt het aantal diensten voor de deelnemend huisartsen als gevolg van de zelfverwijzers niet hoger dan voorheen.’

Wat Regout betreft zijn er drie succesfactoren. Eén: gezamenlijkheid. ‘Trek als huisartsen gezamenlijk op, anders kan je elkaar in de wielen rijden, en het ziekenhuis moet bereid zijn de omzet van de laagurgente patiënten niet langer te boeken. Sámen moet je de zorgverzekeraar ervan overtuigen dat deze aanpak heel veel geld gaat opleveren voor Nederland.’ Het zijn afspraken over en weer, zegt Regout: de huisartsenpost investeert, maar moet dan wel de patiënten krijgen; het ziekenhuis wil de patiënten laten gaan, maar dan moet de huisartsenpost ze ook echt allemaal opvangen. Twee: regionale afspraken. ‘Het is voor patiënten verwarrend als het in ziekenhuis A anders gaat dan in ziekenhuis B.’ Drie: ‘Zorg voor een goed opgeleide formatie verpleegkundig specialisten. Dat opleiden moet je zelf doen en kost tijd.’

Regout is trots op de resultaten, waarvoor op dit moment veel belangstelling bestaat. ‘Ik denk dat deze aanpak met name in grootstedelijke gebieden, waar men toch sneller naar een ziekenhuis gaat, van flinke toegevoegde waarde kan zijn.’

Neem voor meer informatie contact op met Willem Regout (SMASH).

[...]

triageOp twee locaties in de regio Haaglanden is de SMASH huisartsenpost ook overdag open voor de opvang van zelfverwijzers. Hiertoe startte in 2012 een project waaraan niet alleen de huisartsen en de ziekenhuizen, maar ook de zorgverzekeraars zich committeerden. Willem Regout, directeur SMASH: ‘We kunnen de pilot op beide locaties als succesvol kwalificeren.’

De locaties zijn het HAGA-ziekenhuis en het Westeinde ziekenhuis. Regout: ‘Op de HAGA-locatie lopen we voorop. Daar doen we als huisartsen de triage van alle zelfverwijzers. We behandelen daar driekwart van de patiënten in de eerste lijn.’ In het Westeinde is het nog niet zover en gebeurt de triage nog door de SEH. Maar ook daar wordt meer dan de helft van de patiënten verwezen naar de huisartsenpost. Regout: ‘Je weet altijd beter wat je eigen beroepsgroep aankan, dus als de triage onder verantwoordelijkheid van de huisarts gebeurt, gaat er meer naar de eerste lijn.’ Het succes op de HAGA-locatie laat zien, zegt hij, dat het logisch is om de triage door de huisartsenpost te laten doen.

Alle partijen ervaren voordeel, vervolgt Regout. Laag-urgente patiënten raken hun eigen risico niet kwijt. De ziekenhuizen kunnen zich toeleggen op de hoog-urgente zaken waar hun medisch-specialistische teams voor zijn. De huisarts kan de patiënten nogmaals uitleggen dat ze een volgende keer overdag beter eerst naar de eigen huisarts kunnen gaan, waardoor de zelfverwijzers hun weg naar de huisarts hervinden. Voor de zorgverzekeraar is een substantiële verschuiving naar de eerste lijn lucratief.

Een evidente voorwaarde is dat de huisartsenpost overdag open gaat, zowel voor de triage als voor de eventuele behandeling. Regout: ‘Overdag werken we niet met deelnemende huisartsen, maar altijd met waarnemers. Anders kan het niet.’ Daarnaast worden verpleegkundig specialisten ingezet om de extra toeloop, ook in de ANW-uren, op te vangen. ‘Zo voorkomen we dat de deelnemende huisartsen dit werk er bovenop krijgen.’ Dat betekent dat na de triage de behandeling in principe wordt gedaan door de verpleegkundig specialist. Regout: ‘Cijfermatig klopt het, per saldo ligt het aantal diensten voor de deelnemend huisartsen als gevolg van de zelfverwijzers niet hoger dan voorheen.’

Wat Regout betreft zijn er drie succesfactoren. Eén: gezamenlijkheid. ‘Trek als huisartsen gezamenlijk op, anders kan je elkaar in de wielen rijden, en het ziekenhuis moet bereid zijn de omzet van de laagurgente patiënten niet langer te boeken. Sámen moet je de zorgverzekeraar ervan overtuigen dat deze aanpak heel veel geld gaat opleveren voor Nederland.’ Het zijn afspraken over en weer, zegt Regout: de huisartsenpost investeert, maar moet dan wel de patiënten krijgen; het ziekenhuis wil de patiënten laten gaan, maar dan moet de huisartsenpost ze ook echt allemaal opvangen. Twee: regionale afspraken. ‘Het is voor patiënten verwarrend als het in ziekenhuis A anders gaat dan in ziekenhuis B.’ Drie: ‘Zorg voor een goed opgeleide formatie verpleegkundig specialisten. Dat opleiden moet je zelf doen en kost tijd.’

Regout is trots op de resultaten, waarvoor op dit moment veel belangstelling bestaat. ‘Ik denk dat deze aanpak met name in grootstedelijke gebieden, waar men toch sneller naar een ziekenhuis gaat, van flinke toegevoegde waarde kan zijn.’

Neem voor meer informatie contact op met Willem Regout (SMASH).

Digitaal aanvragen van UZI-passen nu mogelijk

17 februari 2016

Vanaf deze week kunnen UZI-passen volledig digitaal worden aangevraagd door abonnees van het UZI-register. Dit levert een aanzienlijke tijdsbesparing op. De levering van UZI-passen bij papieren aanvraag kon oplopen tot zeven weken en zelfs langer in de periode voor 2015. Via de digitale aanvraagfaciliteit (DAF) moet de pas binnen zeven werkdagen klaar liggen voor uitgifte. Afgezien van de aanvraagprocedure en de snelheid van uitgifte verandert er niets. De digitale aanvraagprocedure is nog niet voor alle profielen beschikbaar. Voor apotheekhoudende huisartsen, jeugdartsen, spoedeisende hulpartsen en zorgverleners art.34 Wet BIG moeten de UZI-passen nog via het papieren proces worden aangevraagd. De UZI-passen hebben een zeer hoog beveiligingsniveau. Voor het ontvangen van de pas blijft identificatie met een fysiek paspoort of identiteitsbewijs noodzakelijk.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 12 februari 2016.

[...]

Vanaf deze week kunnen UZI-passen volledig digitaal worden aangevraagd door abonnees van het UZI-register. Dit levert een aanzienlijke tijdsbesparing op. De levering van UZI-passen bij papieren aanvraag kon oplopen tot zeven weken en zelfs langer in de periode voor 2015. Via de digitale aanvraagfaciliteit (DAF) moet de pas binnen zeven werkdagen klaar liggen voor uitgifte. Afgezien van de aanvraagprocedure en de snelheid van uitgifte verandert er niets. De digitale aanvraagprocedure is nog niet voor alle profielen beschikbaar. Voor apotheekhoudende huisartsen, jeugdartsen, spoedeisende hulpartsen en zorgverleners art.34 Wet BIG moeten de UZI-passen nog via het papieren proces worden aangevraagd. De UZI-passen hebben een zeer hoog beveiligingsniveau. Voor het ontvangen van de pas blijft identificatie met een fysiek paspoort of identiteitsbewijs noodzakelijk.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 12 februari 2016.

Business Intelligence voor de huisartsenpost

28 januari 2016

medrieICT-adviseur Erik Noorda van Medrie ontwikkelde een management dashboard dat snel en eenvoudig belangrijke managementinformatie uit Call Manager haalt. Dat is goed nieuws voor huisartsenposten. Noorda: ‘Call Manager zelf heeft nauwelijks opties om dit goed en op maat  te doen. We hadden dus een grote bak met jaren aan data, maar deden daar eigenlijk nauwelijks iets mee. Dat is zonde, want je kunt er belangrijke inzichten uithalen.’ 

Het dashboard geeft niet alleen áchteraf inzicht in de productiecijfers, maar laat dagelijks actuele informatie zien zoals procesindicatoren, scores op IGZ- en branchenormen en voortgang op specifieke onderwerpen. ‘We hadden behoefte aan een tool waarmee we gaandeweg kunnen monitoren’, zegt Margreet Verloop, locatiemanager op de huisartsenpost in Zwolle. ‘Als je steeds pas na afloop van een periode inzicht hebt, is sturen moeilijker’. Zo bracht de post met het HAP-dashboard in de hand de autorisatietijden binnen de norm. ‘En we kunnen dingen eenvoudig en snel naast elkaar leggen. Als de wachttijden op bepaalde uren continu toenemen, kan ik deze afzetten tegen de bezetting en beoordelen of ik misschien de diensturen moet aanpassen.’

In een filmpje van vijf minuten laat Noorda zien dat er maar een paar klikken nodig zijn om cijfers te genereren en er overzichten en grafieken van te maken. Het HAP Dashboard is toegankelijk en volledig toegespitst op wat de huisartsenpost nodig heeft. Noorda: ‘Dat zorgt ervoor dat managers het programma ook echt gebruiken. Er zijn wel kant-en-klaar-programma’s op de markt, maar die leveren vaak net niet wat je wilt en worden dus slecht gebruikt. Doordat ik de processen van binnenuit ken, kan ik vragen uit de organisatie goed vertalen naar het programma.’ Het HAP Dashboard is handig voor de algemene (kwaliteits)processen op de post, maar ook voor allerhande projectinformatie. Zo is er een aanpassing die de invoering en het gebruik van het LSP volgt en kan er worden ingezoomd op specifieke projecten zoals gebruik van het artsenportaal of de introductie van de UZI-pas.

Verloop: ‘Voorheen deed je deze dingen voor een groot deel op gevoel. Je had een gevóel over de werkdruk, of een gevóel over de beleving. Nu kunnen we dat onderbouwen met feiten en cijfers. Dan kun je ook echt iets doen.’ Elke maandagochtend start zij de week met het HAP Dashboard. ‘Soms hebben feiten ook een voorspellend karakter. Het was hier afgelopen feestdagen redelijk druk. Als ik dan de meest voorkomende ICPC-code uit het systeem haal en zie dat dat luchtweginfectie is, dan weet ik dat het nog wel een tijdje zal aanhouden en kan ik maatregelen nemen. Zo brengen we iets meer voorspelbaarheid in de onvoorspelbare spoedzorg.’

Huisartsenposten die belangstelling hebben voor het pakket kunnen contact opnemen met Erik Noorda. Meer informatie op  www.hapdashboard.nl. Er is ook een dashboard toegespitst op zorggroepen.

Noorda presenteerde het dashboard onder de titel ‘Business Intelligence voor de HAP ’ vorig jaar november op de InEen-netwerkbijeenkomst Kwaliteit. Zijn poster oogstte veel waardering van de aanwezigen.

[...]

medrieICT-adviseur Erik Noorda van Medrie ontwikkelde een management dashboard dat snel en eenvoudig belangrijke managementinformatie uit Call Manager haalt. Dat is goed nieuws voor huisartsenposten. Noorda: ‘Call Manager zelf heeft nauwelijks opties om dit goed en op maat  te doen. We hadden dus een grote bak met jaren aan data, maar deden daar eigenlijk nauwelijks iets mee. Dat is zonde, want je kunt er belangrijke inzichten uithalen.’ 

Het dashboard geeft niet alleen áchteraf inzicht in de productiecijfers, maar laat dagelijks actuele informatie zien zoals procesindicatoren, scores op IGZ- en branchenormen en voortgang op specifieke onderwerpen. ‘We hadden behoefte aan een tool waarmee we gaandeweg kunnen monitoren’, zegt Margreet Verloop, locatiemanager op de huisartsenpost in Zwolle. ‘Als je steeds pas na afloop van een periode inzicht hebt, is sturen moeilijker’. Zo bracht de post met het HAP-dashboard in de hand de autorisatietijden binnen de norm. ‘En we kunnen dingen eenvoudig en snel naast elkaar leggen. Als de wachttijden op bepaalde uren continu toenemen, kan ik deze afzetten tegen de bezetting en beoordelen of ik misschien de diensturen moet aanpassen.’

In een filmpje van vijf minuten laat Noorda zien dat er maar een paar klikken nodig zijn om cijfers te genereren en er overzichten en grafieken van te maken. Het HAP Dashboard is toegankelijk en volledig toegespitst op wat de huisartsenpost nodig heeft. Noorda: ‘Dat zorgt ervoor dat managers het programma ook echt gebruiken. Er zijn wel kant-en-klaar-programma’s op de markt, maar die leveren vaak net niet wat je wilt en worden dus slecht gebruikt. Doordat ik de processen van binnenuit ken, kan ik vragen uit de organisatie goed vertalen naar het programma.’ Het HAP Dashboard is handig voor de algemene (kwaliteits)processen op de post, maar ook voor allerhande projectinformatie. Zo is er een aanpassing die de invoering en het gebruik van het LSP volgt en kan er worden ingezoomd op specifieke projecten zoals gebruik van het artsenportaal of de introductie van de UZI-pas.

Verloop: ‘Voorheen deed je deze dingen voor een groot deel op gevoel. Je had een gevóel over de werkdruk, of een gevóel over de beleving. Nu kunnen we dat onderbouwen met feiten en cijfers. Dan kun je ook echt iets doen.’ Elke maandagochtend start zij de week met het HAP Dashboard. ‘Soms hebben feiten ook een voorspellend karakter. Het was hier afgelopen feestdagen redelijk druk. Als ik dan de meest voorkomende ICPC-code uit het systeem haal en zie dat dat luchtweginfectie is, dan weet ik dat het nog wel een tijdje zal aanhouden en kan ik maatregelen nemen. Zo brengen we iets meer voorspelbaarheid in de onvoorspelbare spoedzorg.’

Huisartsenposten die belangstelling hebben voor het pakket kunnen contact opnemen met Erik Noorda. Meer informatie op  www.hapdashboard.nl. Er is ook een dashboard toegespitst op zorggroepen.

Noorda presenteerde het dashboard onder de titel ‘Business Intelligence voor de HAP ’ vorig jaar november op de InEen-netwerkbijeenkomst Kwaliteit. Zijn poster oogstte veel waardering van de aanwezigen.

WMG overeenkomst huisartsenposten

25 januari 2016

Op dit moment worden de contracten tussen huisartsenposten en zorgverzekeraars gebaseerd op de model WMG-overeenkomst 2014. Momenteel voeren we met een delegatie van huisartsenposten gesprekken met ZN en de zorgverzekeraars over een nieuwe WMG-overeenkomst. Daarbij nemen we ook de resultaten van Het Roer Gaat Om, zoals vertrouwen en administratieve lastenvermindering, mee. Geven jullie specifieke aandachtspunten aan ons door via info@ineen.nl?

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 22 januari 2016.

[...]

Op dit moment worden de contracten tussen huisartsenposten en zorgverzekeraars gebaseerd op de model WMG-overeenkomst 2014. Momenteel voeren we met een delegatie van huisartsenposten gesprekken met ZN en de zorgverzekeraars over een nieuwe WMG-overeenkomst. Daarbij nemen we ook de resultaten van Het Roer Gaat Om, zoals vertrouwen en administratieve lastenvermindering, mee. Geven jullie specifieke aandachtspunten aan ons door via info@ineen.nl?

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 22 januari 2016.

Pilot Praktijklijn Gezondheidscentrum Asielzoekers

25 januari 2016

Geregistreerde vluchtelingen en asielzoekers kunnen voor medische vragen 24/7 gebruik maken van de Praktijklijn van het Gezondheidscentrum Asielzoekers (GC A). Wanneer na triage door het GC A een consult of visite nodig is, wordt hiervoor een gecontracteerde huisarts of huisartsenpost in de buurt van de opvanglocatie ingeschakeld. Het GC A wil nu op korte termijn met twee tot vier huisartsenposten de werking van de Praktijklijn bij U2-U4 onderzoeken. Doel van de pilot: testen of de kwaliteit van de GC A-triage voldoet aan de normen van de huisartsenpost en of het gebruik van de intercollegiale lijn invloed heeft op de snelheid waarmee een patiënt wordt overgedragen. Het GC A en InEen werken momenteel de opzet van de pilot uit. Heb je interesse om mee te doen aan de pilot of wil je meer weten? Neem contact op met Ludeke van der Es (InEen) . Meer informatie volgt.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 22 januari 2016.

[...]

Geregistreerde vluchtelingen en asielzoekers kunnen voor medische vragen 24/7 gebruik maken van de Praktijklijn van het Gezondheidscentrum Asielzoekers (GC A). Wanneer na triage door het GC A een consult of visite nodig is, wordt hiervoor een gecontracteerde huisarts of huisartsenpost in de buurt van de opvanglocatie ingeschakeld. Het GC A wil nu op korte termijn met twee tot vier huisartsenposten de werking van de Praktijklijn bij U2-U4 onderzoeken. Doel van de pilot: testen of de kwaliteit van de GC A-triage voldoet aan de normen van de huisartsenpost en of het gebruik van de intercollegiale lijn invloed heeft op de snelheid waarmee een patiënt wordt overgedragen. Het GC A en InEen werken momenteel de opzet van de pilot uit. Heb je interesse om mee te doen aan de pilot of wil je meer weten? Neem contact op met Ludeke van der Es (InEen) . Meer informatie volgt.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 22 januari 2016.

Artsenorganisaties: verkapte meldplicht kindermishandeling onaanvaardbaar

14 januari 2016

Artsenorganisaties zijn verbijsterd dat staatssecretaris Van Rijn een registratieplicht wil invoeren bij de aanpak van kindermishandeling en niets doet met de kritiek van artsenorganisaties. Deze verkapte meldplicht zal een averechts effect hebben, omdat het kind geheel uit beeld kan raken. Dat is niet in het belang van het kind. De voorgestelde wetswijziging kan daarom niet rekenen op steun van de artsen die dagelijks in de praktijk met deze kinderen en gezinnen te maken hebben. Lees het hele artikel op de site van onze partner de LHV.

[...]

Artsenorganisaties zijn verbijsterd dat staatssecretaris Van Rijn een registratieplicht wil invoeren bij de aanpak van kindermishandeling en niets doet met de kritiek van artsenorganisaties. Deze verkapte meldplicht zal een averechts effect hebben, omdat het kind geheel uit beeld kan raken. Dat is niet in het belang van het kind. De voorgestelde wetswijziging kan daarom niet rekenen op steun van de artsen die dagelijks in de praktijk met deze kinderen en gezinnen te maken hebben. Lees het hele artikel op de site van onze partner de LHV.

Paul Rijksen (Huisartsenposten Amsterdam): ‘Spoed is iets anders dan haast’

17 december 2015

PaulRijksenOp het moment dat wij hem spreken is Paul Rijksen officieel 26 dagen bestuurder van de Huisartsenposten Amsterdam. Ooit begon hij zijn loopbaan bij de NPCF en via de NVZ en de KNMG, waar hij 13 jaar algemeen directeur was, belandde hij in zijn huidige kantoor aan de Amsterdamse Hoogte Kadijk.

‘In dit gebouw was vroeger het CPN-hoofdkwartier gevestigd’, vertelt Rijksen. ‘Nu waait er een andere wind, namelijk die van het zoveel mogelijk betrekken van huisartsen en triagisten bij de organisatie van de spoedzorg voor Amsterdammers.’ Hij koos voor de huisartsenposten vanwege de directe relatie tussen beleid en werkvloer. ‘Het waren vele mooie jaren bij de KNMG, maar de besluitvorming daar gaat over veel schijven en je weet niet altijd of, laat staan hoe, iets in de praktijk gaat landen.’ Ook het grootstedelijke aspect van het werk in Amsterdam spreekt hem aan.

Met het oog op verantwoorde zorg staat bovenaan zijn persoonlijke wensenlijstje het aanpakken van de werkbelasting van de huisartsen en triagisten op de zes posten die de organisatie telt. ‘Als ik zie wat er hier gebeurt tijdens de diensten, dan denk ik: zo kunnen we niet doorgaan. Er wordt in het holst van de nacht een beroep op de huisartsen gedaan voor wissewasjes die niets te maken hebben met spoedzorg. Opvallend is ook het aantal extra telefoontjes tussen 7 en 8 uur ’s ochtends, nog even voor men naar het werk gaat. Spoed is iets anders dan haast.’

Ook de samenwerking tussen de huisartsenpost en de spoedeisende zorg wil Rijksen graag een stap verder brengen. ‘Jarenlang heeft het adagium ‘HAP vóór de SEH’ op de voorgrond gestaan. In het verleden was dat een goed uitgangspunt, maar de vraag is of dat de komende jaren zo moet blijven. Ik wil liever op zoek naar de overeenkomsten en veel minder het accent leggen op de verschillen tussen organisaties wat betreft cultuur of financieringssystemen. Systemen zijn instrumenten, geen doelen. Het doel is een verantwoorde spoedzorg voor de patiënt!’ Rijksen juicht het toe dat in de Amsterdamse ziekenhuizen nu het NTS is geïmplementeerd. ‘Dat geeft een gemeenschappelijk basis om te kijken naar verdere samenwerking en integratie, waarbij financieringsconstructies uiteindelijk geen belemmering mogen vormen met het oog op zinnige en zuinige zorg.’

Rijksen: ‘Gelukkig – en niet verrassend- komt mijn wensenlijstje overeen met signalen die ik op mijn rondgang door Amsterdam beluister’. Hij voegt daaraan als leidende thema’s toe de patiëntveiligheid en het kwaliteitsbeleid. ‘We hebben nu 120 triagisten en we gaan naar 150. We zitten nu op zo’n 200.000 contacten op jaarbasis. Een jaarlijkse forse stijging.’ In 2016 wil Rijksen in elk geval ook met burgers in gesprek over dit onderwerp. Een gedragsverandering zal niet meevallen, beseft hij, aangezien de samenleving toegaat naar een 24-uurs economie. ‘Sommigen stellen een eigen bijdrage voor, maar dat moeten we nou juist niet doen. Dan ga je een verkeerde drempel opwerpen.’

Van InEen verwacht Rijksen steun bij het uitvoeren van zijn missie. De rol van InEen omschrijft hij als ‘ondersteunende krachtenbundeling’. ‘Ze bieden een platform om kennis uit te wisselen en om samen bepaalde onderwerpen kracht bij te zetten.’

[...]

PaulRijksenOp het moment dat wij hem spreken is Paul Rijksen officieel 26 dagen bestuurder van de Huisartsenposten Amsterdam. Ooit begon hij zijn loopbaan bij de NPCF en via de NVZ en de KNMG, waar hij 13 jaar algemeen directeur was, belandde hij in zijn huidige kantoor aan de Amsterdamse Hoogte Kadijk.

‘In dit gebouw was vroeger het CPN-hoofdkwartier gevestigd’, vertelt Rijksen. ‘Nu waait er een andere wind, namelijk die van het zoveel mogelijk betrekken van huisartsen en triagisten bij de organisatie van de spoedzorg voor Amsterdammers.’ Hij koos voor de huisartsenposten vanwege de directe relatie tussen beleid en werkvloer. ‘Het waren vele mooie jaren bij de KNMG, maar de besluitvorming daar gaat over veel schijven en je weet niet altijd of, laat staan hoe, iets in de praktijk gaat landen.’ Ook het grootstedelijke aspect van het werk in Amsterdam spreekt hem aan.

Met het oog op verantwoorde zorg staat bovenaan zijn persoonlijke wensenlijstje het aanpakken van de werkbelasting van de huisartsen en triagisten op de zes posten die de organisatie telt. ‘Als ik zie wat er hier gebeurt tijdens de diensten, dan denk ik: zo kunnen we niet doorgaan. Er wordt in het holst van de nacht een beroep op de huisartsen gedaan voor wissewasjes die niets te maken hebben met spoedzorg. Opvallend is ook het aantal extra telefoontjes tussen 7 en 8 uur ’s ochtends, nog even voor men naar het werk gaat. Spoed is iets anders dan haast.’

Ook de samenwerking tussen de huisartsenpost en de spoedeisende zorg wil Rijksen graag een stap verder brengen. ‘Jarenlang heeft het adagium ‘HAP vóór de SEH’ op de voorgrond gestaan. In het verleden was dat een goed uitgangspunt, maar de vraag is of dat de komende jaren zo moet blijven. Ik wil liever op zoek naar de overeenkomsten en veel minder het accent leggen op de verschillen tussen organisaties wat betreft cultuur of financieringssystemen. Systemen zijn instrumenten, geen doelen. Het doel is een verantwoorde spoedzorg voor de patiënt!’ Rijksen juicht het toe dat in de Amsterdamse ziekenhuizen nu het NTS is geïmplementeerd. ‘Dat geeft een gemeenschappelijk basis om te kijken naar verdere samenwerking en integratie, waarbij financieringsconstructies uiteindelijk geen belemmering mogen vormen met het oog op zinnige en zuinige zorg.’

Rijksen: ‘Gelukkig – en niet verrassend- komt mijn wensenlijstje overeen met signalen die ik op mijn rondgang door Amsterdam beluister’. Hij voegt daaraan als leidende thema’s toe de patiëntveiligheid en het kwaliteitsbeleid. ‘We hebben nu 120 triagisten en we gaan naar 150. We zitten nu op zo’n 200.000 contacten op jaarbasis. Een jaarlijkse forse stijging.’ In 2016 wil Rijksen in elk geval ook met burgers in gesprek over dit onderwerp. Een gedragsverandering zal niet meevallen, beseft hij, aangezien de samenleving toegaat naar een 24-uurs economie. ‘Sommigen stellen een eigen bijdrage voor, maar dat moeten we nou juist niet doen. Dan ga je een verkeerde drempel opwerpen.’

Van InEen verwacht Rijksen steun bij het uitvoeren van zijn missie. De rol van InEen omschrijft hij als ‘ondersteunende krachtenbundeling’. ‘Ze bieden een platform om kennis uit te wisselen en om samen bepaalde onderwerpen kracht bij te zetten.’

Radiospotje ‘Spoedeisende hulp of huisarts?’

14 december 2015

In het kader van Meer weten over zorg heeft VWS een serie radiospotjes gemaakt om mensen te informeren over belangrijke onderwerpen in de zorg. Eén van die onderwerpen is ‘Spoedeisende hulp of huisarts?’. Het spotje roept op om bij niet-levensbedreigende zorgvragen eerst contact op te nemen met de huisarts of huisartsenpost en geeft uitleg over het eigen risico. Beluister (of lees) alle vijf de spotjes.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 11 december 2015.

[...]

In het kader van Meer weten over zorg heeft VWS een serie radiospotjes gemaakt om mensen te informeren over belangrijke onderwerpen in de zorg. Eén van die onderwerpen is ‘Spoedeisende hulp of huisarts?’. Het spotje roept op om bij niet-levensbedreigende zorgvragen eerst contact op te nemen met de huisarts of huisartsenpost en geeft uitleg over het eigen risico. Beluister (of lees) alle vijf de spotjes.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 11 december 2015.

Huisstijl Huisartsenposten toegepast

07 december 2015

Logo-HAP-auto

Huisartsenpost Oldenzaal heeft het logo verwerkt in verschillende uitingen en op het materieel. Ook veel andere posten in het land zijn al bezig met de huisstijl of hebben die al doorgevoerd. We wijzen voor het gemak nog een keer op de huisstijlwinkel waar je alle materialen kunt krijgen. Als je inlogt met demo@huisartsenpostenloket.nl (emailadres) en demo (wachtwoord), kun je zien hoe het werkt.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 4 december 2015.

[...]

Logo-HAP-auto

Huisartsenpost Oldenzaal heeft het logo verwerkt in verschillende uitingen en op het materieel. Ook veel andere posten in het land zijn al bezig met de huisstijl of hebben die al doorgevoerd. We wijzen voor het gemak nog een keer op de huisstijlwinkel waar je alle materialen kunt krijgen. Als je inlogt met demo@huisartsenpostenloket.nl (emailadres) en demo (wachtwoord), kun je zien hoe het werkt.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 4 december 2015.

Nieuwe netwerken op Ledenplatform

02 december 2015

Naast onder meer de digitale netwerken Triage en Kwaliteit, vinden jullie sinds deze week twee nieuwe netwerken op ons Ledenplatform:

Via deze netwerken kunnen de deelnemers in een besloten omgeving vragen aan elkaar stellen en informatie uitwisselen. Het Ledenplatform geeft ook toegang tot onze kennisbank. Om deel te kunnen nemen, is het nodig je eenmalig voor het Ledenplatform te registreren. Wil je ook graag (zonder reistijd) met andere leden in gesprek, laat het ons weten! We kunnen op verzoek een open of besloten netwerk aanmaken op het Ledenplatform.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Naast onder meer de digitale netwerken Triage en Kwaliteit, vinden jullie sinds deze week twee nieuwe netwerken op ons Ledenplatform:

Via deze netwerken kunnen de deelnemers in een besloten omgeving vragen aan elkaar stellen en informatie uitwisselen. Het Ledenplatform geeft ook toegang tot onze kennisbank. Om deel te kunnen nemen, is het nodig je eenmalig voor het Ledenplatform te registreren. Wil je ook graag (zonder reistijd) met andere leden in gesprek, laat het ons weten! We kunnen op verzoek een open of besloten netwerk aanmaken op het Ledenplatform.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Vermelding huisartsenposten op ANWB-borden

18 november 2015

Huisartsenpost vignet RGBLegio telefoontjes naar verschillende instanties hebben nog niet het gewenste resultaat opgeleverd. Doel is om het huisartsenpostenlogo op de ANWB-borden te krijgen maar dat blijkt niet één twee drie geregeld. De stand van zaken is nu dat medio 2016 een CROW-expertgroep uitspraak doet of het huisartsenposten logo is goedgekeurd voor gebruik op de ANWB-borden. Daarna moeten we de (12) provincies benaderen. Een traject dus met veel bureaucratische haken en ogen, maar wel een traject dat we willen doorlopen. Immers, de bebording draagt bij aan de herkenbaarheid van huisartsenposten, waarmee ook de positie van de posten wordt versterkt en patiënten de post weten te vinden voor ze naar de SEH gaan.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Huisartsenpost vignet RGBLegio telefoontjes naar verschillende instanties hebben nog niet het gewenste resultaat opgeleverd. Doel is om het huisartsenpostenlogo op de ANWB-borden te krijgen maar dat blijkt niet één twee drie geregeld. De stand van zaken is nu dat medio 2016 een CROW-expertgroep uitspraak doet of het huisartsenposten logo is goedgekeurd voor gebruik op de ANWB-borden. Daarna moeten we de (12) provincies benaderen. Een traject dus met veel bureaucratische haken en ogen, maar wel een traject dat we willen doorlopen. Immers, de bebording draagt bij aan de herkenbaarheid van huisartsenposten, waarmee ook de positie van de posten wordt versterkt en patiënten de post weten te vinden voor ze naar de SEH gaan.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

ANW-zorg asielzoekers en vluchtelingen

01 oktober 2015

De grote en acute instroom van vluchtelingen leidt bij InEen tot veel vragen over hoe huisartsenposten hun bijdrage kunnen leveren aan de zorg voor deze mensen. Vorig jaar zetten we aan de hand van vijf vragen informatie op een rij over ‘Hoe is de ANW-zorg voor asielzoekers geregeld?’ Door de snel toenemende aantallen blijkt dit kader op dit moment niet overal passend. Ook zijn er de niet-geregistreerden rondom wie nog meer acute vraagstukken spelen. Een eerste advies is mensen niet naar de huisartsenpost te laten komen maar om op locatie ondersteuning te bieden: uit praktische overwegingen en omdat zich onder de vluchtelingen besmettelijke ziekten kunnen voordoen. InEen wil graag op korte termijn met enkele leden overleggen hoe de huisartsenposten kunnen bijdragen aan de zorg voor mensen die per direct ergens in Nederland onderdak krijgen en de weken daarvoor verstoken waren van zorg. Daarbij willen we ook het Gezondheidscentrum Asielzoekers (GC A) en de NZa (bekostiging) betrekken. Wil je meedenken? Stuur een bericht naar Ludeke van der Es (InEen)

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

De grote en acute instroom van vluchtelingen leidt bij InEen tot veel vragen over hoe huisartsenposten hun bijdrage kunnen leveren aan de zorg voor deze mensen. Vorig jaar zetten we aan de hand van vijf vragen informatie op een rij over ‘Hoe is de ANW-zorg voor asielzoekers geregeld?’ Door de snel toenemende aantallen blijkt dit kader op dit moment niet overal passend. Ook zijn er de niet-geregistreerden rondom wie nog meer acute vraagstukken spelen. Een eerste advies is mensen niet naar de huisartsenpost te laten komen maar om op locatie ondersteuning te bieden: uit praktische overwegingen en omdat zich onder de vluchtelingen besmettelijke ziekten kunnen voordoen. InEen wil graag op korte termijn met enkele leden overleggen hoe de huisartsenposten kunnen bijdragen aan de zorg voor mensen die per direct ergens in Nederland onderdak krijgen en de weken daarvoor verstoken waren van zorg. Daarbij willen we ook het Gezondheidscentrum Asielzoekers (GC A) en de NZa (bekostiging) betrekken. Wil je meedenken? Stuur een bericht naar Ludeke van der Es (InEen)

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Gezamenlijk actieplan kindermishandeling

21 september 2015

De Tweede Kamer volgt het onderwerp kindermishandeling op de voet. Bij het informeren van de Kamerleden trekken de koepelorganisaties LHV, KNMG, NHG en InEen zoveel mogelijk samen op. Volgende week heeft de Vaste Kamercommissie een overleg waarin het gezamenlijke actieplan ‘Lopende en nieuwe acties kindermishandeling van de koepelorganisaties wordt besproken (zie ook de aanbiedingsbrief aan de Vaste Kamercommissie). Uiteraard houden we jullie na volgende week op de hoogte van het vervolg. Daarnaast loopt het implementatietraject kindcheck huisartsenposten op haar einde. De definitieve resultaten worden binnenkort verwacht en door de onderzoeker met de huisartsenposten gecommuniceerd.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van InEen.

[...]

De Tweede Kamer volgt het onderwerp kindermishandeling op de voet. Bij het informeren van de Kamerleden trekken de koepelorganisaties LHV, KNMG, NHG en InEen zoveel mogelijk samen op. Volgende week heeft de Vaste Kamercommissie een overleg waarin het gezamenlijke actieplan ‘Lopende en nieuwe acties kindermishandeling van de koepelorganisaties wordt besproken (zie ook de aanbiedingsbrief aan de Vaste Kamercommissie). Uiteraard houden we jullie na volgende week op de hoogte van het vervolg. Daarnaast loopt het implementatietraject kindcheck huisartsenposten op haar einde. De definitieve resultaten worden binnenkort verwacht en door de onderzoeker met de huisartsenposten gecommuniceerd.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van InEen.

Ronde tafel VZVZ-InEen

05 september 2015

Sinds dit jaar maken vrijwel alle huisartsenposten voor hun gegevensuitwisseling gebruik van het Landelijke Schakelpunt (LSP). Tijd om een eerste balans op te maken. Op uitnodiging van VZVZ en InEen wisselden een aantal bestuurders van huisartsenposten en huisartsen afgelopen week hun ervaringen uit. Onder leiding van Adriaan Mol kwamen uiteenlopende vraagstukken aan bod, onder andere verschillen in werkwijzen op de huisartsenposten, de ervaringen met de verschillende call-managementsystemen en de terugrapportage naar het HIS. Een lastige vraag is hoe je de balans kan vinden tussen medisch-inhoudelijke overwegingen, werkbaarheid en de eisen rond beveiliging. Duidelijk werd dat een helder medisch-inhoudelijke beleid van de huisartsenpost leidend moet zijn voor de inrichting van de processen rond het gebruik van de gegevensuitwisseling. Er is dan vaak meer mogelijk dan gedacht. De deelnemers vonden het nuttig om op deze manier kennis en ervaring te delen. Voor VZVZ was het een nuttige bijeenkomst om beter te kunnen begrijpen tegen welke problemen de huisartsenposten in de praktijk aanlopen.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht. 

[...]

Sinds dit jaar maken vrijwel alle huisartsenposten voor hun gegevensuitwisseling gebruik van het Landelijke Schakelpunt (LSP). Tijd om een eerste balans op te maken. Op uitnodiging van VZVZ en InEen wisselden een aantal bestuurders van huisartsenposten en huisartsen afgelopen week hun ervaringen uit. Onder leiding van Adriaan Mol kwamen uiteenlopende vraagstukken aan bod, onder andere verschillen in werkwijzen op de huisartsenposten, de ervaringen met de verschillende call-managementsystemen en de terugrapportage naar het HIS. Een lastige vraag is hoe je de balans kan vinden tussen medisch-inhoudelijke overwegingen, werkbaarheid en de eisen rond beveiliging. Duidelijk werd dat een helder medisch-inhoudelijke beleid van de huisartsenpost leidend moet zijn voor de inrichting van de processen rond het gebruik van de gegevensuitwisseling. Er is dan vaak meer mogelijk dan gedacht. De deelnemers vonden het nuttig om op deze manier kennis en ervaring te delen. Voor VZVZ was het een nuttige bijeenkomst om beter te kunnen begrijpen tegen welke problemen de huisartsenposten in de praktijk aanlopen.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht. 

Werkbezoek VWS aan spoedpost Gelderse Vallei

31 augustus 2015

De start van het nieuwe politiek jaar is een mooi moment voor een werkbezoek van VWS aan de spoedpost Gelderse Vallei in Ede. Bestuurder Kien Smulders ontving samen met een aantal collega’s Anouska Mosterdijk (plv. directeur curatieve zorg) en drie beleidsmedewerkers acute zorg vanuit zowel eerste- als tweede lijn (Caspar Lombaers, Afke Dijkstra en Margret Hink). Alle vier waren goed op de hoogte en geïnteresseerd. De spoedpost in het Gelderse Vallei ziekenhuis herbergt de SEH, de huisartsenpost, een tandartsenpost en een dienstapotheek. Voor de vader die net met zijn van de fiets gevallen zoontje binnenkwam, was het duidelijk een prettige zaak dat hij zich niet hoefde af te vragen of hij op het goede adres was; alle mogelijke gepaste zorgloketten waren voor handen. De triagist liet zich niet van de wijs brengen door het grote gezelschap achter haar. Haar focus bleef bij de cliënt die zij in samenspraak met de apotheek van advies diende. Tussen twee patiënten door wisselden we ook nog even kort van gedachten met de huisartsen. Zij bevestigden de grote professionaliseringslag die de post heeft doorgemaakt sinds de start in 2001. Bezoek van VWS betekent toch eigenlijk ook altijd politieke bespreekpunten. Aanpassing van de knellende financiering, gebaseerd op normbedragen uit 2002, is als wens mee teruggegeven naar Den Haag.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

De start van het nieuwe politiek jaar is een mooi moment voor een werkbezoek van VWS aan de spoedpost Gelderse Vallei in Ede. Bestuurder Kien Smulders ontving samen met een aantal collega’s Anouska Mosterdijk (plv. directeur curatieve zorg) en drie beleidsmedewerkers acute zorg vanuit zowel eerste- als tweede lijn (Caspar Lombaers, Afke Dijkstra en Margret Hink). Alle vier waren goed op de hoogte en geïnteresseerd. De spoedpost in het Gelderse Vallei ziekenhuis herbergt de SEH, de huisartsenpost, een tandartsenpost en een dienstapotheek. Voor de vader die net met zijn van de fiets gevallen zoontje binnenkwam, was het duidelijk een prettige zaak dat hij zich niet hoefde af te vragen of hij op het goede adres was; alle mogelijke gepaste zorgloketten waren voor handen. De triagist liet zich niet van de wijs brengen door het grote gezelschap achter haar. Haar focus bleef bij de cliënt die zij in samenspraak met de apotheek van advies diende. Tussen twee patiënten door wisselden we ook nog even kort van gedachten met de huisartsen. Zij bevestigden de grote professionaliseringslag die de post heeft doorgemaakt sinds de start in 2001. Bezoek van VWS betekent toch eigenlijk ook altijd politieke bespreekpunten. Aanpassing van de knellende financiering, gebaseerd op normbedragen uit 2002, is als wens mee teruggegeven naar Den Haag.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Principeakkoord Cao Huisartsenzorg bereikt

24 juli 2015

Op dinsdag 21 juli 2015 hebben partijen een principeakkoord bereikt voor een nieuwe Cao Huisartsenzorg. De Cao heeft een looptijd van 2 jaar, van 1 maart 2015 tot 1 maart 2017. Werknemerspartijen NVDA, FNV Zorg & Welzijn, CNV Zorg & Welzijn en NVvPO en werkgeverspartijen LHV en InEen zijn verheugd over dit feit en hebben er vertrouwen in dat zij hiermee een goed akkoord voorleggen aan hun respectievelijke achterbannen.

Salarisontwikkeling
Per 1 maart 2015 is een salarisverhoging afgesproken van 1,5 procent. Per 1 januari 2016 worden alle salarisstappen met €20,00 bruto verhoogd, waarna per 1 april 2016 een salarisverhoging van 1,1 procent volgt. Tot slot vindt per 1 januari 2017 een verhoging met 0,5 procent plaats.

Vitaliteit en levensfasebewust personeelsbeleid
Cao-partijen hebben afspraken gemaakt over vitaliteit en een levensfasebewust personeelsbeleid in de huisartsenzorg. In dit kader vervalt vanaf 62 jaar de verplichting tot het doen van nachtdiensten en het wordt mogelijk om jaarlijks vakantie-uren te kopen of verkopen. De extra bovenwettelijke vakantie-uren voor werknemers van 50 jaar en ouder komen met ingang van 1 januari 2016 te vervallen. Voor werknemers die nu al recht hebben op extra vakantie-uren op basis van hun leeftijd, geldt een overgangsregeling.

Stichting Sociaal Fonds Huisartsenzorg (SSFH)
Besloten is dat de bijdrage aan het Sociaal Fonds Huisartsenzorg omlaag gaat en dat werknemers ook mee gaan betalen aan het fonds. Per 1 april 2016 gaat de totale premie omlaag van 0,8 procent van het pensioengevend salaris naar 0,7 procent. Hiervan nemen de werkgevers 0,6 procent voor hun rekening en de werknemers 0,1 procent. Afgesproken is bovendien dat het sociaal fonds een onderzoek uitvoert naar de functie van triagist op de huisartsenposten. Aspecten die daarbij aan de orde komen zijn de belastbaarheid, de arbeidsomstandigheden en de functiewaardering.

Reparatie duur en opbouw WW en WGA
Per 1 januari 2016 wordt stapsgewijs de duur en opbouw van de WW afgebouwd van 38 maanden naar 24 maanden. In de Stichting van de Arbeid is afgesproken dat hiervoor een reparatiemaatregel komt in de vorm van een private verzekering. In het principeakkoord is afgesproken dat deze 50/50 door werkgevers en werknemers zal worden betaald.

Stagevergoeding
Partijen erkennen het belang van het investeren in het opleiden van werknemers voor de sector huisartsenzorg. Afgesproken is dat de stagevergoeding met ingang van 1 mei 2015 omhoog gaat van € 100 naar € 150 bruto per maand. Deze vergoeding wordt door het Sociaal Fonds Huisartsenzorg (SSFH) rechtstreeks aan de stagiair uitbetaald.

Lees voor meer informatie en de overige afspraken het principe akkoord

[...]

Op dinsdag 21 juli 2015 hebben partijen een principeakkoord bereikt voor een nieuwe Cao Huisartsenzorg. De Cao heeft een looptijd van 2 jaar, van 1 maart 2015 tot 1 maart 2017. Werknemerspartijen NVDA, FNV Zorg & Welzijn, CNV Zorg & Welzijn en NVvPO en werkgeverspartijen LHV en InEen zijn verheugd over dit feit en hebben er vertrouwen in dat zij hiermee een goed akkoord voorleggen aan hun respectievelijke achterbannen.

Salarisontwikkeling
Per 1 maart 2015 is een salarisverhoging afgesproken van 1,5 procent. Per 1 januari 2016 worden alle salarisstappen met €20,00 bruto verhoogd, waarna per 1 april 2016 een salarisverhoging van 1,1 procent volgt. Tot slot vindt per 1 januari 2017 een verhoging met 0,5 procent plaats.

Vitaliteit en levensfasebewust personeelsbeleid
Cao-partijen hebben afspraken gemaakt over vitaliteit en een levensfasebewust personeelsbeleid in de huisartsenzorg. In dit kader vervalt vanaf 62 jaar de verplichting tot het doen van nachtdiensten en het wordt mogelijk om jaarlijks vakantie-uren te kopen of verkopen. De extra bovenwettelijke vakantie-uren voor werknemers van 50 jaar en ouder komen met ingang van 1 januari 2016 te vervallen. Voor werknemers die nu al recht hebben op extra vakantie-uren op basis van hun leeftijd, geldt een overgangsregeling.

Stichting Sociaal Fonds Huisartsenzorg (SSFH)
Besloten is dat de bijdrage aan het Sociaal Fonds Huisartsenzorg omlaag gaat en dat werknemers ook mee gaan betalen aan het fonds. Per 1 april 2016 gaat de totale premie omlaag van 0,8 procent van het pensioengevend salaris naar 0,7 procent. Hiervan nemen de werkgevers 0,6 procent voor hun rekening en de werknemers 0,1 procent. Afgesproken is bovendien dat het sociaal fonds een onderzoek uitvoert naar de functie van triagist op de huisartsenposten. Aspecten die daarbij aan de orde komen zijn de belastbaarheid, de arbeidsomstandigheden en de functiewaardering.

Reparatie duur en opbouw WW en WGA
Per 1 januari 2016 wordt stapsgewijs de duur en opbouw van de WW afgebouwd van 38 maanden naar 24 maanden. In de Stichting van de Arbeid is afgesproken dat hiervoor een reparatiemaatregel komt in de vorm van een private verzekering. In het principeakkoord is afgesproken dat deze 50/50 door werkgevers en werknemers zal worden betaald.

Stagevergoeding
Partijen erkennen het belang van het investeren in het opleiden van werknemers voor de sector huisartsenzorg. Afgesproken is dat de stagevergoeding met ingang van 1 mei 2015 omhoog gaat van € 100 naar € 150 bruto per maand. Deze vergoeding wordt door het Sociaal Fonds Huisartsenzorg (SSFH) rechtstreeks aan de stagiair uitbetaald.

Lees voor meer informatie en de overige afspraken het principe akkoord

NZa budgetbedragen huisartsenposten 2016

15 juli 2015

De NZa heeft de geïndexeerde budgetbedragen 2016 voor de huisartsenposten aan ons laten weten. Voor de goed ingevoerden: het nacalculatorische percentage voor 2015 is lager dan het voorcalculatorische. Het voorcalculatorische budgetpercentage 2016 is opnieuw 0,75%. De bedragen zijn hierdoor licht gestegen, namelijk naar:

  • module basisbedrag € 11,97
  • module platteland € 2,99
  • module zorgconsumptie € 2,39.

Het ANW-uurtarief voor 2016 is € 70,96. Belangstellenden voor de berekening van de budgetbedragen kunnen die opvragen bij Margot Lenos.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

De NZa heeft de geïndexeerde budgetbedragen 2016 voor de huisartsenposten aan ons laten weten. Voor de goed ingevoerden: het nacalculatorische percentage voor 2015 is lager dan het voorcalculatorische. Het voorcalculatorische budgetpercentage 2016 is opnieuw 0,75%. De bedragen zijn hierdoor licht gestegen, namelijk naar:

  • module basisbedrag € 11,97
  • module platteland € 2,99
  • module zorgconsumptie € 2,39.

Het ANW-uurtarief voor 2016 is € 70,96. Belangstellenden voor de berekening van de budgetbedragen kunnen die opvragen bij Margot Lenos.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Logo huisartsenposten en digitaal loket

02 juli 2015

Een tijd geleden besloten de huisartsenposten in een deelledenvergadering om te streven naar een gezamenlijke positionering en het vergroten van de herkenbaarheid in de uitingen van de posten. Dat heeft geresulteerd in een brandingstraject, een pay-off en een logo. Met de ontwikkelaars van het logo, Taken By Storm, is InEen in gesprek over het verzorgen van een digitaal loket voor de verschillende uitingen. Leden kunnen dit loket tegen een goede prijs gebruiken. Het staat de huisartsenposten natuurlijk vrij om dit wel of niet te doen, het is geen verplichting, wel een handige tool.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Een tijd geleden besloten de huisartsenposten in een deelledenvergadering om te streven naar een gezamenlijke positionering en het vergroten van de herkenbaarheid in de uitingen van de posten. Dat heeft geresulteerd in een brandingstraject, een pay-off en een logo. Met de ontwikkelaars van het logo, Taken By Storm, is InEen in gesprek over het verzorgen van een digitaal loket voor de verschillende uitingen. Leden kunnen dit loket tegen een goede prijs gebruiken. Het staat de huisartsenposten natuurlijk vrij om dit wel of niet te doen, het is geen verplichting, wel een handige tool.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Alle spoedzorg op één locatie

26 juni 2015

spoedpost-op-1-locatieIn de nieuwe Spoedpost op het terrein van het Noord-Limburgse ziekenhuis VieCuri kunnen zo’n 200.000 Noord-Limburgers terecht kunnen voor ál hun medische spoedvragen buiten kantooruren. Dat is grote winst, zegt Guus Jaspar, medisch directeur van huisartsenorganisatie Cohesie, samen met VieCuri initiatiefnemer van de Spoedpost.

Niet alleen de Huisartsenposten Noord-Limburg (onderdeel van Cohesie) en de SEH trekken samen op in de nieuwe Spoedpost, ook GGZ, tandartsen en dienstapotheken doen mee. En de verloskunde, want in hetzelfde gebouw is het nieuwe Geboortecentrum gevestigd. Deze unieke krachtenbundeling betekent korte lijnen en snel schakelen. Jaspar: ‘Er is nu één spoednummer waarachter we iemand bijvoorbeeld direct in het triagekanaal van de tandartsen kunnen zetten, zonder dat hij weer extra nummers hoeft te draaien. En de patiënt hoeft niet naar een tandarts op een onbekend adres, maar kan gewoon hier terecht. GGZ-problemen schakelen we direct door naar de GGZ-voorwacht die ook hier in het gebouw zit, enzovoort.’ Zo’n 80% van de beoogde samenwerking is nu gerealiseerd, zegt Jaspar. ‘We willen de diensten bijvoorbeeld nog aanvullen met een V&V-verpleegkundige. De huisartsenpost wordt vaak gebeld door verzorgenden. Hun vragen kunnen meestal beter door een verpleegkundige uit die sector worden beantwoord, ook omdat er vaak organisatorische aspecten meespelen.’ Jaspar: ‘Er gaat minder tijd verloren en de boodschap verliest onderweg geen nuances. Dat geeft minder risico en méér kwaliteit van zorg.’

Het proces om tot de spoedpost te komen startte in 2006. Al snel bleek de organisatorische ingang niet de weg en kozen de artsen van VieCuri en Cohesie de weg van de inhoud: waarmee is de patiënt het beste gediend? Gaandeweg haakten ook de andere voorzieningen aan. Jaspar: ‘Door als professionals vanuit de inhoud met elkaar te praten, kregen we stap voor stap het vertrouwen in elkaars kunnen. Dan kan het collectieve belang prevaleren en dat is grote winst.’ In 2013 stelden Cohesie en VieCuri samen de Visie Px-zorg Noord-Limburg op met daarin vijf uitgangspunten voor duurzame gezondheidszorg. Eén van de P’s is Participatie. Jaspar: ‘In het proces voor de Spoedpost heeft de patiëntenorganisatie Huis voor de Zorg meegedacht. Die uitwisseling gaf een extra dimensie aan de discussie, waardoor je naar elkaar toegroeit en het resultaat beter gedragen wordt.’

En hoe nu verder? Jaspar: ‘We hebben nu een seriële samenwerking met de SEH met veel voordelen. Maar terecht hebben de huisartsen zorg over hoe dit uitpakt voor de dienstbelasting. De eerste weken ging het goed, maar het blijft een uitdaging.’ En verder liggen er andere vragen voor de toekomst. ‘Je gaat in de samenwerking steeds iets verder. De SEH heeft het NTS geaccepteerd als een prima triagesysteem waar zij ook mee gaan werken. Maar aan tandartsen heeft het NTS eigenlijk niks te bieden. Dus: moeten we niet eens met het NTS gaan praten of daar op termijn niet een tandheelkundige triage in kan? Dan ga je echt integreren en dat is mooi!’

[...]

spoedpost-op-1-locatieIn de nieuwe Spoedpost op het terrein van het Noord-Limburgse ziekenhuis VieCuri kunnen zo’n 200.000 Noord-Limburgers terecht kunnen voor ál hun medische spoedvragen buiten kantooruren. Dat is grote winst, zegt Guus Jaspar, medisch directeur van huisartsenorganisatie Cohesie, samen met VieCuri initiatiefnemer van de Spoedpost.

Niet alleen de Huisartsenposten Noord-Limburg (onderdeel van Cohesie) en de SEH trekken samen op in de nieuwe Spoedpost, ook GGZ, tandartsen en dienstapotheken doen mee. En de verloskunde, want in hetzelfde gebouw is het nieuwe Geboortecentrum gevestigd. Deze unieke krachtenbundeling betekent korte lijnen en snel schakelen. Jaspar: ‘Er is nu één spoednummer waarachter we iemand bijvoorbeeld direct in het triagekanaal van de tandartsen kunnen zetten, zonder dat hij weer extra nummers hoeft te draaien. En de patiënt hoeft niet naar een tandarts op een onbekend adres, maar kan gewoon hier terecht. GGZ-problemen schakelen we direct door naar de GGZ-voorwacht die ook hier in het gebouw zit, enzovoort.’ Zo’n 80% van de beoogde samenwerking is nu gerealiseerd, zegt Jaspar. ‘We willen de diensten bijvoorbeeld nog aanvullen met een V&V-verpleegkundige. De huisartsenpost wordt vaak gebeld door verzorgenden. Hun vragen kunnen meestal beter door een verpleegkundige uit die sector worden beantwoord, ook omdat er vaak organisatorische aspecten meespelen.’ Jaspar: ‘Er gaat minder tijd verloren en de boodschap verliest onderweg geen nuances. Dat geeft minder risico en méér kwaliteit van zorg.’

Het proces om tot de spoedpost te komen startte in 2006. Al snel bleek de organisatorische ingang niet de weg en kozen de artsen van VieCuri en Cohesie de weg van de inhoud: waarmee is de patiënt het beste gediend? Gaandeweg haakten ook de andere voorzieningen aan. Jaspar: ‘Door als professionals vanuit de inhoud met elkaar te praten, kregen we stap voor stap het vertrouwen in elkaars kunnen. Dan kan het collectieve belang prevaleren en dat is grote winst.’ In 2013 stelden Cohesie en VieCuri samen de Visie Px-zorg Noord-Limburg op met daarin vijf uitgangspunten voor duurzame gezondheidszorg. Eén van de P’s is Participatie. Jaspar: ‘In het proces voor de Spoedpost heeft de patiëntenorganisatie Huis voor de Zorg meegedacht. Die uitwisseling gaf een extra dimensie aan de discussie, waardoor je naar elkaar toegroeit en het resultaat beter gedragen wordt.’

En hoe nu verder? Jaspar: ‘We hebben nu een seriële samenwerking met de SEH met veel voordelen. Maar terecht hebben de huisartsen zorg over hoe dit uitpakt voor de dienstbelasting. De eerste weken ging het goed, maar het blijft een uitdaging.’ En verder liggen er andere vragen voor de toekomst. ‘Je gaat in de samenwerking steeds iets verder. De SEH heeft het NTS geaccepteerd als een prima triagesysteem waar zij ook mee gaan werken. Maar aan tandartsen heeft het NTS eigenlijk niks te bieden. Dus: moeten we niet eens met het NTS gaan praten of daar op termijn niet een tandheelkundige triage in kan? Dan ga je echt integreren en dat is mooi!’

Terugblik DLV Huisartsenposten 12 mei 2015

19 mei 2015

De huisartsenposten besteedden het eerste uur van hun deelledenvergadering op 12 mei aan het Regionaal Overleg Acute Zorgketen (ROAZ). Dit gebeurde in aanwezigheid van enkele gasten uit de ROAZ’en. Sommige huisartsenposten hebben na flink wat tijdsinvestering een goede plaats in hun ROAZ verkregen, anderen spraken hun twijfel uit over de meerwaarde ervan. De discussie over het ROAZ en de vertegenwoordiging van de huisartsenposten daarin wordt voortgezet bij de actualisering van de visie op acute zorg. Deze visie was het tweede grote onderwerp op de DLV-agenda. Vastgesteld werd dat er verschillende aanleidingen zijn om de gezamenlijke visie op acute zorg bij te stellen. In deze eerste ronde van het afgesproken traject deden de aanwezigen een groot aantal suggesties voor onderwerpen die in de nieuwe visie aan bod moeten komen. Op woensdagochtend 16 september (noteer de datum!), voorafgaand aan de ALV en de Tweedaagse, steken de huisartsenposten in een extra bijeenkomst de koppen bijeen om verder met de visie aan de slag te gaan. De BAC Acute Zorg bereidt de discussies voor.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

De huisartsenposten besteedden het eerste uur van hun deelledenvergadering op 12 mei aan het Regionaal Overleg Acute Zorgketen (ROAZ). Dit gebeurde in aanwezigheid van enkele gasten uit de ROAZ’en. Sommige huisartsenposten hebben na flink wat tijdsinvestering een goede plaats in hun ROAZ verkregen, anderen spraken hun twijfel uit over de meerwaarde ervan. De discussie over het ROAZ en de vertegenwoordiging van de huisartsenposten daarin wordt voortgezet bij de actualisering van de visie op acute zorg. Deze visie was het tweede grote onderwerp op de DLV-agenda. Vastgesteld werd dat er verschillende aanleidingen zijn om de gezamenlijke visie op acute zorg bij te stellen. In deze eerste ronde van het afgesproken traject deden de aanwezigen een groot aantal suggesties voor onderwerpen die in de nieuwe visie aan bod moeten komen. Op woensdagochtend 16 september (noteer de datum!), voorafgaand aan de ALV en de Tweedaagse, steken de huisartsenposten in een extra bijeenkomst de koppen bijeen om verder met de visie aan de slag te gaan. De BAC Acute Zorg bereidt de discussies voor.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Terugblik netwerkbijeenkomst Kwaliteit - 23 april 2015

29 april 2015

Ruim 90 mensen bezochten gisteren de netwerkbijeenkomst voor kwaliteitsmedewerkers van huisartsenposten, gezondheidscentra en zorggroepen. Het programma bood voor alle ledengroepen specifieke informatie en uitwisselingsmogelijkheden.

1 | De kwaliteitsmedewerkers van huisartsenposten gaven voor het recent gestarte onderzoek naar autorisatietijden bruikbare input aan de onderzoeker van het Julius Centrum. Leonie van Steenvoorde, directeur HKN, informeerde collega’s over haar ervaringen met de casus Tuitjenhorn. Het project Keten Acute Zorg presenteerde de voorlopige bevindingen. Ook vanuit de zaal legden leden vraagstukken aan elkaar voor.

2| Organisatievraagstukken rond de samenwerking in de GGZ werden belicht vanuit de acute zorg, chronische zorg en multidisciplinaire zorg. Aan bod kwamen onder meer de inzet van de aandachtsfunctionaris op de huisartsenpost, coördinatie van de zorg in de chronische keten, de bekostiging en praktische zaken als huisvesting. Er blijkt nog veel ontwikkeling mogelijk.

3 | Aandacht ook voor het kwaliteitsbeleid van de ketenzorgorganisaties. De eerste resultaten uit de zelfevaluatie werden gedeeld en concreet gemaakt aan de hand van drie aansprekende praktijkvoorbeelden over het individueel zorgplan, patiëntenparticipatie en patiëntveiligheid. Tot slot is gesproken over de nieuwe Kritische Kwaliteits Kenmerken voor 2016 met veel aandachtspunten voor de verdere uitwerking.

De presentaties zijn is te downloaden vanaf de  Kennisbank op het Ledenplatform onder het kopje Netwerken / Netwerk kwaliteit  (alleen voor leden, na  inlog).

[...]

Ruim 90 mensen bezochten gisteren de netwerkbijeenkomst voor kwaliteitsmedewerkers van huisartsenposten, gezondheidscentra en zorggroepen. Het programma bood voor alle ledengroepen specifieke informatie en uitwisselingsmogelijkheden.

1 | De kwaliteitsmedewerkers van huisartsenposten gaven voor het recent gestarte onderzoek naar autorisatietijden bruikbare input aan de onderzoeker van het Julius Centrum. Leonie van Steenvoorde, directeur HKN, informeerde collega’s over haar ervaringen met de casus Tuitjenhorn. Het project Keten Acute Zorg presenteerde de voorlopige bevindingen. Ook vanuit de zaal legden leden vraagstukken aan elkaar voor.

2| Organisatievraagstukken rond de samenwerking in de GGZ werden belicht vanuit de acute zorg, chronische zorg en multidisciplinaire zorg. Aan bod kwamen onder meer de inzet van de aandachtsfunctionaris op de huisartsenpost, coördinatie van de zorg in de chronische keten, de bekostiging en praktische zaken als huisvesting. Er blijkt nog veel ontwikkeling mogelijk.

3 | Aandacht ook voor het kwaliteitsbeleid van de ketenzorgorganisaties. De eerste resultaten uit de zelfevaluatie werden gedeeld en concreet gemaakt aan de hand van drie aansprekende praktijkvoorbeelden over het individueel zorgplan, patiëntenparticipatie en patiëntveiligheid. Tot slot is gesproken over de nieuwe Kritische Kwaliteits Kenmerken voor 2016 met veel aandachtspunten voor de verdere uitwerking.

De presentaties zijn is te downloaden vanaf de  Kennisbank op het Ledenplatform onder het kopje Netwerken / Netwerk kwaliteit  (alleen voor leden, na  inlog).

Publiekscampagne VWS

21 april 2015

Mogelijk hebben jullie de ontwikkelingen gevolgd rond de publiekscampagne van VWS ‘Nederland verandert, de zorg verandert mee’. Tegen deze spotjes op radio en tv zijn verschillende bezwaren ingediend. Onder andere vond een klager de uitingen rond het bezoek aan de SEH of huisartsenpost misleidend. De Reclame Code Commissie heeft deze klacht afgewezen; in het spotje mocht gewezen worden op het verschil in kosten. Een andere klacht, over de wijzigingen in de langdurige zorg, is echter wel toegewezen. Dit heeft ertoe geleid dat de hele campagne is weggehaald van radio, tv en website van VWS. Meer informatie  is te vinden op de site van de rijksoverheid.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Mogelijk hebben jullie de ontwikkelingen gevolgd rond de publiekscampagne van VWS ‘Nederland verandert, de zorg verandert mee’. Tegen deze spotjes op radio en tv zijn verschillende bezwaren ingediend. Onder andere vond een klager de uitingen rond het bezoek aan de SEH of huisartsenpost misleidend. De Reclame Code Commissie heeft deze klacht afgewezen; in het spotje mocht gewezen worden op het verschil in kosten. Een andere klacht, over de wijzigingen in de langdurige zorg, is echter wel toegewezen. Dit heeft ertoe geleid dat de hele campagne is weggehaald van radio, tv en website van VWS. Meer informatie  is te vinden op de site van de rijksoverheid.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Huisstijl huisartsenposten

21 april 2015

Van verschillende huisartsenposten horen we dat ze het nieuwe beeldmerk gaan gebruiken of zelfs al hebben ingevoerd. Met als klap op de vuurpijl de huisartsenposten Oost-Brabant, die het op de ANWB-borden geplaatst krijgen. Op dit moment onderzoeken Taken by Storm (vormgever van de huisstijl huisartsenposten) en Orange Pepper (die met het nieuwe logo sjablonen heeft gemaakt voor de huisartsenposten Oost-Brabant) naar de mogelijkheid van een gezamenlijk aanbod voor hulp bij het ontwikkelen van materiaal in de nieuwe huisstijl . Wij houden jullie op de hoogte. Mocht je de nieuwe huisstijl op korte termijn willen gaan gebruiken, dan kun je contact opnemen met Taken by Storm of Orange Pepper; zij kunnen jullie dan de laatste stand van zaken doorgeven en verder helpen.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Van verschillende huisartsenposten horen we dat ze het nieuwe beeldmerk gaan gebruiken of zelfs al hebben ingevoerd. Met als klap op de vuurpijl de huisartsenposten Oost-Brabant, die het op de ANWB-borden geplaatst krijgen. Op dit moment onderzoeken Taken by Storm (vormgever van de huisstijl huisartsenposten) en Orange Pepper (die met het nieuwe logo sjablonen heeft gemaakt voor de huisartsenposten Oost-Brabant) naar de mogelijkheid van een gezamenlijk aanbod voor hulp bij het ontwikkelen van materiaal in de nieuwe huisstijl . Wij houden jullie op de hoogte. Mocht je de nieuwe huisstijl op korte termijn willen gaan gebruiken, dan kun je contact opnemen met Taken by Storm of Orange Pepper; zij kunnen jullie dan de laatste stand van zaken doorgeven en verder helpen.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Onderhandelingen Cao Huisartsenzorg opgeschort

21 april 2015

De onderhandelingen om te komen tot een nieuwe cao voor de medewerkers in de huisartsenzorg zijn opgeschort. De reden hiervoor is dat partijen nog te ver uit elkaar liggen over een aantal belangrijke onderwerpen, zoals het leeftijdsgebonden extra verlof, het scholingsrecht bij zeer kleine contracten en de loonstijging. Zolang er geen nieuwe cao is, blijven de afspraken uit de Cao Huisartsenzorg 2014 van kracht. Lees meer.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

De onderhandelingen om te komen tot een nieuwe cao voor de medewerkers in de huisartsenzorg zijn opgeschort. De reden hiervoor is dat partijen nog te ver uit elkaar liggen over een aantal belangrijke onderwerpen, zoals het leeftijdsgebonden extra verlof, het scholingsrecht bij zeer kleine contracten en de loonstijging. Zolang er geen nieuwe cao is, blijven de afspraken uit de Cao Huisartsenzorg 2014 van kracht. Lees meer.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Programma themabijeenkomst Triage bekend (21 april)

13 april 2015

Al eerder kondigden we de themabijeenkomst Triage aan die op dinsdag 21 april april plaats vindt. Het programma van de bijeenkomst is nu bekend. Ter herinnering: in september 2014 stelde de DLV Huisartsenposten de kernset triage vast. Op basis daarvan kan een oordeel worden gevormd over de kwaliteit van het triagegesprek. 2015 geldt als een overgangsjaar waarin het veld ervaring kan opdoen met kernset en de bijbehorende gebruiksinstructies. Nadat op 13 maart een special over de kernset is verschenen, is de themabijeenkomst op 21 april bedoeld om vragen en ervaringen van het veld nader te belichten. Op het programma staan onder andere de arbeidsrechtelijke consequenties van het diploma Triagist en de herregistratie (in het licht van de kernset en de Wwz). Willen jullie je vooraf aanmelden? Het is prettig als je de vragen die je op 21 april aan de orde wil hebben bij de aanmelding alvast doorgeeft.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Al eerder kondigden we de themabijeenkomst Triage aan die op dinsdag 21 april april plaats vindt. Het programma van de bijeenkomst is nu bekend. Ter herinnering: in september 2014 stelde de DLV Huisartsenposten de kernset triage vast. Op basis daarvan kan een oordeel worden gevormd over de kwaliteit van het triagegesprek. 2015 geldt als een overgangsjaar waarin het veld ervaring kan opdoen met kernset en de bijbehorende gebruiksinstructies. Nadat op 13 maart een special over de kernset is verschenen, is de themabijeenkomst op 21 april bedoeld om vragen en ervaringen van het veld nader te belichten. Op het programma staan onder andere de arbeidsrechtelijke consequenties van het diploma Triagist en de herregistratie (in het licht van de kernset en de Wwz). Willen jullie je vooraf aanmelden? Het is prettig als je de vragen die je op 21 april aan de orde wil hebben bij de aanmelding alvast doorgeeft.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Zorgatlaskaart Acute zorg 

13 april 2015

Het RIVM heeft de kaart met de locaties van huisartsenposten en SEH’s  geactualiseerd. De kaart is gebaseerd op de benchmark huisartsenposten 2013. De informatie uit de interviewrondes in het kader van het project Keten Acute Zorg zijn in de begeleidende tekst verwerkt. Het RIVM zorgt voor een nieuwe update van de kaart zodra de benchmark 2014 is afgerond.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Het RIVM heeft de kaart met de locaties van huisartsenposten en SEH’s  geactualiseerd. De kaart is gebaseerd op de benchmark huisartsenposten 2013. De informatie uit de interviewrondes in het kader van het project Keten Acute Zorg zijn in de begeleidende tekst verwerkt. Het RIVM zorgt voor een nieuwe update van de kaart zodra de benchmark 2014 is afgerond.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Problemen injectienaalden?

07 april 2015

Deze week werd Nederland opgeschrikt door een uitzending van EenVandaag over mogelijke problemen met injectienaalden. De Inspectie is samen met RIVM direct een onderzoek gestart. Om goed vast te kunnen stellen wat er aan de hand is worden injectienaalden uit fabrieken in Nederland, België en Groot-Brittannië onderzocht. Het gaat over injectienaalden van het merk Terumo die onder andere meegeleverd worden in de verpakking van het BMR- en het hepatitis B-vaccin in het Rijksvaccinatieprogramma. Zorgverleners wordt geadviseerd om – indien mogelijk – deze naalden tijdelijk niet te gebruiken. Lees ook:

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Deze week werd Nederland opgeschrikt door een uitzending van EenVandaag over mogelijke problemen met injectienaalden. De Inspectie is samen met RIVM direct een onderzoek gestart. Om goed vast te kunnen stellen wat er aan de hand is worden injectienaalden uit fabrieken in Nederland, België en Groot-Brittannië onderzocht. Het gaat over injectienaalden van het merk Terumo die onder andere meegeleverd worden in de verpakking van het BMR- en het hepatitis B-vaccin in het Rijksvaccinatieprogramma. Zorgverleners wordt geadviseerd om – indien mogelijk – deze naalden tijdelijk niet te gebruiken. Lees ook:

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Rechten benchmark huisartsenposten

07 april 2015

De invoer van de benchmark 2014 huisartsenposten is 10 maart van start gegaan. In eerste instantie hebben alleen de directeuren invoer- en inleverrechten gekregen. Zij kunnen ook andere medewerkers in de organisatie rechten geven. Wij krijgen regelmatig vragen van medewerkers die nog niet de juiste rechten hebben. Daarom vragen we de directeuren om in te loggen en de rechten binnen de organisatie te verdelen. Sinds de start van de invoer heeft inmiddels de helft van de directeuren ingelogd op het benchmarksysteem. Huisartsenpost Medicamus was super snel. Zij hadden binnen een paar dagen de benchmark compleet ingeleverd. Wie volgt?

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

De invoer van de benchmark 2014 huisartsenposten is 10 maart van start gegaan. In eerste instantie hebben alleen de directeuren invoer- en inleverrechten gekregen. Zij kunnen ook andere medewerkers in de organisatie rechten geven. Wij krijgen regelmatig vragen van medewerkers die nog niet de juiste rechten hebben. Daarom vragen we de directeuren om in te loggen en de rechten binnen de organisatie te verdelen. Sinds de start van de invoer heeft inmiddels de helft van de directeuren ingelogd op het benchmarksysteem. Huisartsenpost Medicamus was super snel. Zij hadden binnen een paar dagen de benchmark compleet ingeleverd. Wie volgt?

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Vergelijkend onderzoek face to face triage door huisartsenpost en SEH

01 april 2015

IQ healthcare start in opdracht van InEen een vergelijkend onderzoek naar de triage van de zelfverwijzer door de huisartsenpost en door de SEH. In het kader van de samenwerking met de SEH loopt een aantal huisartsenposten aan tegen de twijfel van ziekenhuizen en medisch specialisten of het verantwoord is om zelfverwijzers door de huisartsenpost te laten triëren. In haar beleidsvisie spreekt InEen zich uit voor seriële samenwerking tussen huisartsenpost en SEH. Dit impliceert dat de huisartsenpost de triage van zelfverwijzers doet, waarna zo nodig een verwijzing naar de SEH volgt. Ook de beleidsintenties van VWS en zorgverzekeraars gaan in die richting. In overleg met Achmea en CZ heeft InEen aan IQ healthcare gevraagd om samen met Jan Luitse, traumachirurg in het AMC, een onderzoeksvoorstel te formuleren. InEen heeft samen met de onderzoekers een groslijst opgesteld van locaties die geschikt zijn voor het onderzoek. Er zijn vijf locaties nodig waar de huisartsenpost alle zelfverwijzers trieert en vijf locaties waar de SEH dit doet. Mogelijk wordt jullie huisartsenpost binnenkort door IQ healthcare hierover benaderd. InEen beveelt het van harte aan om mee te doen. Het onderzoek levert ons als huisartsenposten opnieuw meer kennis over de effecten van ons werk.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

IQ healthcare start in opdracht van InEen een vergelijkend onderzoek naar de triage van de zelfverwijzer door de huisartsenpost en door de SEH. In het kader van de samenwerking met de SEH loopt een aantal huisartsenposten aan tegen de twijfel van ziekenhuizen en medisch specialisten of het verantwoord is om zelfverwijzers door de huisartsenpost te laten triëren. In haar beleidsvisie spreekt InEen zich uit voor seriële samenwerking tussen huisartsenpost en SEH. Dit impliceert dat de huisartsenpost de triage van zelfverwijzers doet, waarna zo nodig een verwijzing naar de SEH volgt. Ook de beleidsintenties van VWS en zorgverzekeraars gaan in die richting. In overleg met Achmea en CZ heeft InEen aan IQ healthcare gevraagd om samen met Jan Luitse, traumachirurg in het AMC, een onderzoeksvoorstel te formuleren. InEen heeft samen met de onderzoekers een groslijst opgesteld van locaties die geschikt zijn voor het onderzoek. Er zijn vijf locaties nodig waar de huisartsenpost alle zelfverwijzers trieert en vijf locaties waar de SEH dit doet. Mogelijk wordt jullie huisartsenpost binnenkort door IQ healthcare hierover benaderd. InEen beveelt het van harte aan om mee te doen. Het onderzoek levert ons als huisartsenposten opnieuw meer kennis over de effecten van ons werk.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Themabijeenkomst Triage

01 april 2015

Vorige week stuurden we de special Kernset Triage toe en kondigden we de themabijeenkomst Triage aan, die op 21 april 2015 plaats vindt in Utrecht (10.00-13.00 uur). Hoewel het programma nog niet helemaal rond is, blijken mensen zich al te willen aanmelden. Heel leuk dit enthousiasme! Daarom hier de mogelijkheid daartoe. Het programma volgt zo spoedig mogelijk.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Vorige week stuurden we de special Kernset Triage toe en kondigden we de themabijeenkomst Triage aan, die op 21 april 2015 plaats vindt in Utrecht (10.00-13.00 uur). Hoewel het programma nog niet helemaal rond is, blijken mensen zich al te willen aanmelden. Heel leuk dit enthousiasme! Daarom hier de mogelijkheid daartoe. Het programma volgt zo spoedig mogelijk.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Kernset Triage voor de beoordeling van triagegesprekken

26 maart 2015

triage-webTriage is een belangrijk en ook kwetsbaar onderdeel in het primaire proces van de huisartsenpost. Er ligt nu een instrument om de kwaliteit van de triagegesprekken te beoordelen: de kernset Triage. De kernset hoort bij de spelregels voor diplomering en (her)registratie van triagisten.

Een gediplomeerde triagist is verplicht haar diploma elke vijf jaar opnieuw te laten registreren, wil zij haar vak blijven uitoefenen. Voor de herregistratie gelden drie voorwaarden: 1040 ervaringsuren als triagist in tenminste drie jaar, 50 uur geaccrediteerde nascholing (waarvan 25 medisch inhoudelijk) en zes voldoende beoordeelde triagegesprekken (met maximaal drie herkansingen).

Voor de beoordeling van de triagegesprekken ontbrak tot nu toe een uniform instrument. De kernset Triage vult deze leemte op. Het meetinstrument is in opdracht van InEen ontwikkeld door IQ healthcare in samenwerking met opleidingsinstituten en verschillende huisartsenposten.

De kernset beoordeelt zowel de medisch inhoudelijke als de communicatieve aspecten van het triagegesprek en heeft drie modules voor 1. de beoordeling van het triagegesprek, 2. de beoordeling van het overleg met de huisarts en 3. de verslaglegging. De eerste module bestaat uit 22 items om de intake, de triage en de vervolgactie, en de afronding te kunnen beoordelen. Bijvoorbeeld item 8: ‘Uitvragen volgens triagemethodiek. De triagist stelt minimaal de essentiële vragen bij de juiste ingangsklacht.’ Bij de kernset hoort een handleiding die aangeeft wanneer een item voldoende of onvoldoende scoort.

2015 is voor de kernset een ervaringsjaar. Huisartsenposten worden uitgenodigd om ervaring met de kernset op te doen, maar zijn niet verplicht deze te gebruiken. Alle praktijkervaringen met en opmerkingen over de kernset zijn welkom en worden gebruikt het meetinstrument te vervolmaken. Vanaf 2016 is gebruik van de kernset verplicht bij de beoordeling van triagisten die willen opgaan voor herregistratie. De kernset sluit aan bij de NHG-TriageWijzer en het NHG-competentieprofiel voor triagisten. De set kan zelfstandig worden gebruikt of ingepast worden in een bestaand beoordelingsinstrument (bijvoorbeeld de HAAK-lijst en de Latona auditlijst).

Bij de presentatie van de kernset is de special Kernset Triage verschenen met veel aandacht voor vragen over de implementatie in de praktijk. Daarnaast is op het  InEen-ledenplatform het digitale netwerk Triage van start gegaan. Op dit besloten netwerk voor leden van InEen kunnen huisartsenposten onderling ervaringen uitwisselen. Een vijftal medewerkers van huisartsenposten hebben zich opgeworpen als ambassadeur van de kernset en kunnen benaderd worden voor advies.

[...]

triage-webTriage is een belangrijk en ook kwetsbaar onderdeel in het primaire proces van de huisartsenpost. Er ligt nu een instrument om de kwaliteit van de triagegesprekken te beoordelen: de kernset Triage. De kernset hoort bij de spelregels voor diplomering en (her)registratie van triagisten.

Een gediplomeerde triagist is verplicht haar diploma elke vijf jaar opnieuw te laten registreren, wil zij haar vak blijven uitoefenen. Voor de herregistratie gelden drie voorwaarden: 1040 ervaringsuren als triagist in tenminste drie jaar, 50 uur geaccrediteerde nascholing (waarvan 25 medisch inhoudelijk) en zes voldoende beoordeelde triagegesprekken (met maximaal drie herkansingen).

Voor de beoordeling van de triagegesprekken ontbrak tot nu toe een uniform instrument. De kernset Triage vult deze leemte op. Het meetinstrument is in opdracht van InEen ontwikkeld door IQ healthcare in samenwerking met opleidingsinstituten en verschillende huisartsenposten.

De kernset beoordeelt zowel de medisch inhoudelijke als de communicatieve aspecten van het triagegesprek en heeft drie modules voor 1. de beoordeling van het triagegesprek, 2. de beoordeling van het overleg met de huisarts en 3. de verslaglegging. De eerste module bestaat uit 22 items om de intake, de triage en de vervolgactie, en de afronding te kunnen beoordelen. Bijvoorbeeld item 8: ‘Uitvragen volgens triagemethodiek. De triagist stelt minimaal de essentiële vragen bij de juiste ingangsklacht.’ Bij de kernset hoort een handleiding die aangeeft wanneer een item voldoende of onvoldoende scoort.

2015 is voor de kernset een ervaringsjaar. Huisartsenposten worden uitgenodigd om ervaring met de kernset op te doen, maar zijn niet verplicht deze te gebruiken. Alle praktijkervaringen met en opmerkingen over de kernset zijn welkom en worden gebruikt het meetinstrument te vervolmaken. Vanaf 2016 is gebruik van de kernset verplicht bij de beoordeling van triagisten die willen opgaan voor herregistratie. De kernset sluit aan bij de NHG-TriageWijzer en het NHG-competentieprofiel voor triagisten. De set kan zelfstandig worden gebruikt of ingepast worden in een bestaand beoordelingsinstrument (bijvoorbeeld de HAAK-lijst en de Latona auditlijst).

Bij de presentatie van de kernset is de special Kernset Triage verschenen met veel aandacht voor vragen over de implementatie in de praktijk. Daarnaast is op het  InEen-ledenplatform het digitale netwerk Triage van start gegaan. Op dit besloten netwerk voor leden van InEen kunnen huisartsenposten onderling ervaringen uitwisselen. Een vijftal medewerkers van huisartsenposten hebben zich opgeworpen als ambassadeur van de kernset en kunnen benaderd worden voor advies.

Kernset triage

25 maart 2015

Met veel genoegen attenderen we jullie de special Kernset Triage. De special gaat in op verschillende aspecten van die kernset aan de hand waarvan de kwaliteit van de triage kan worden beoordeeld. Vooral wordt antwoord gegeven op de vragen die leven over de gebruiksinstructies bij de kernset. Hieronder staan nog meer mogelijkheden om kennis over de beoordeling van de kwaliteit van triage op te doen. Willen jullie deze informatie in je organisatie verspreiden onder de mensen die zich bezighouden met scholing en beoordeling van triagisten?

  • Het digitale netwerk Triage op het  InEen-ledenplatform  is van start gegaan. Stel je vragen aan collega’s of deel je ervaringen en producten. Via dit netwerk kom je ook bij de kennisbank met InEen-producten over triage die uitsluitend voor leden zijn. Let op: het digitale netwerk is bedoeld voor uitwisseling met elkaar. Vragen aan InEen ontvangen we graag via triage@ineen.nl.
  • Vier collega’s bij huisartsenposten hebben zich aangemeld als ‘ambassadeur’. Hen kun je raadplegen over de implementatie van de kernset in je organisatie. Namen en contactgegevens staan in de special.
  • Op 21 april 2015 organiseren we een themabijeenkomst Triage (10.00-13.00 uur in Utrecht). Op het programma staan in elk geval de arbeidsrechtelijke consequenties van het diploma Triagist en de herregistratie (in het licht van de kernset en de Wwz). Vóór de bijeenkomst verschijnt de geactualiseerde handreiking Arbeidsrechtelijke consequenties van het diploma Triagist.
[...]

Met veel genoegen attenderen we jullie de special Kernset Triage. De special gaat in op verschillende aspecten van die kernset aan de hand waarvan de kwaliteit van de triage kan worden beoordeeld. Vooral wordt antwoord gegeven op de vragen die leven over de gebruiksinstructies bij de kernset. Hieronder staan nog meer mogelijkheden om kennis over de beoordeling van de kwaliteit van triage op te doen. Willen jullie deze informatie in je organisatie verspreiden onder de mensen die zich bezighouden met scholing en beoordeling van triagisten?

  • Het digitale netwerk Triage op het  InEen-ledenplatform  is van start gegaan. Stel je vragen aan collega’s of deel je ervaringen en producten. Via dit netwerk kom je ook bij de kennisbank met InEen-producten over triage die uitsluitend voor leden zijn. Let op: het digitale netwerk is bedoeld voor uitwisseling met elkaar. Vragen aan InEen ontvangen we graag via triage@ineen.nl.
  • Vier collega’s bij huisartsenposten hebben zich aangemeld als ‘ambassadeur’. Hen kun je raadplegen over de implementatie van de kernset in je organisatie. Namen en contactgegevens staan in de special.
  • Op 21 april 2015 organiseren we een themabijeenkomst Triage (10.00-13.00 uur in Utrecht). Op het programma staan in elk geval de arbeidsrechtelijke consequenties van het diploma Triagist en de herregistratie (in het licht van de kernset en de Wwz). Vóór de bijeenkomst verschijnt de geactualiseerde handreiking Arbeidsrechtelijke consequenties van het diploma Triagist.

Terugblik: DLV Huisartsenposten 10 maart 2015

24 maart 2015

Zo’n 50 vertegenwoordigers van huisartsenposten bezochten afgelopen dinsdag de DLV Huisartsenposten: de zaal zat vol! De samenwerking met ketenpartners in de acute zorg stond breeduit op de agenda. Aan de hand van de eerste resultaten van het project ‘Keten acute zorg’ oriënteerden de leden zich op ontwikkelingen in die samenwerking, zoals nieuwe wetgeving en ambulantisering. Hoe spelen huisartsenposten daarop in? De discussie vormt de opmaat naar een geactualiseerde visie op acute zorg en de organisatie daarvan, waarmee InEen aan de slag gaat. Over de problemen met de farmaceutische spoedzorg is afgesproken dat InEen actief beleid gaat voeren om voor de patiënt tot verbetering van zorg te komen. Verder is stilgestaan bij de streefwaarde voor de aanrijtijd bij U1-visites. De aanwezigen stemden niet in met het voorstel die terug te brengen naar 15 minuten en vroegen InEen om het gesprek met VWS en IGZ te hervatten. Tot slot namen de leden kennis van nieuws rond de kernset triage.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Zo’n 50 vertegenwoordigers van huisartsenposten bezochten afgelopen dinsdag de DLV Huisartsenposten: de zaal zat vol! De samenwerking met ketenpartners in de acute zorg stond breeduit op de agenda. Aan de hand van de eerste resultaten van het project ‘Keten acute zorg’ oriënteerden de leden zich op ontwikkelingen in die samenwerking, zoals nieuwe wetgeving en ambulantisering. Hoe spelen huisartsenposten daarop in? De discussie vormt de opmaat naar een geactualiseerde visie op acute zorg en de organisatie daarvan, waarmee InEen aan de slag gaat. Over de problemen met de farmaceutische spoedzorg is afgesproken dat InEen actief beleid gaat voeren om voor de patiënt tot verbetering van zorg te komen. Verder is stilgestaan bij de streefwaarde voor de aanrijtijd bij U1-visites. De aanwezigen stemden niet in met het voorstel die terug te brengen naar 15 minuten en vroegen InEen om het gesprek met VWS en IGZ te hervatten. Tot slot namen de leden kennis van nieuws rond de kernset triage.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Invoer benchmark huisartsenposten 2014

24 maart 2015

Ook dit jaar vragen wij jullie medewerking voor de benchmark huisartsenposten van InEen. De benchmark bleek de afgelopen jaren een bijzonder waardevolle informatiebron voor beleidsvorming, belangenbehartiging en onderlinge vergelijking. Deze week hebben we de vragenlijst van de benchmark 2014 opengesteld. We vragen jullie de komende periode de gegevens aan te leveren via www.benchmarkhuisartsenposten.nl. Alle directeuren hebben invul- en inleverrechten gekregen. Ook hebben ze opnieuw de gelegenheid rechten te geven aan hun medewerkers zodat ze een deel van het werk kunnen delegeren. Zie voor meer informatie de e-mail die we aan de directeuren hebben verzonden (dinsdag 10 maart om 12.08 uur van benchmark@ineen.nl). Samen maken we er een waardevolle benchmark van.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Ook dit jaar vragen wij jullie medewerking voor de benchmark huisartsenposten van InEen. De benchmark bleek de afgelopen jaren een bijzonder waardevolle informatiebron voor beleidsvorming, belangenbehartiging en onderlinge vergelijking. Deze week hebben we de vragenlijst van de benchmark 2014 opengesteld. We vragen jullie de komende periode de gegevens aan te leveren via www.benchmarkhuisartsenposten.nl. Alle directeuren hebben invul- en inleverrechten gekregen. Ook hebben ze opnieuw de gelegenheid rechten te geven aan hun medewerkers zodat ze een deel van het werk kunnen delegeren. Zie voor meer informatie de e-mail die we aan de directeuren hebben verzonden (dinsdag 10 maart om 12.08 uur van benchmark@ineen.nl). Samen maken we er een waardevolle benchmark van.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Taart voor de benchmark huisartsenposten 2014 van Medicamus

24 maart 2015

Goed nieuws! Dinsdag ging de benchmark live en nu is de eerste, volledig ingevulde benchmark huisartsenposten 2014 binnen. Dit jaar is Medicamus uit Harderwijk de winnaar. Een hele prestatie, bedankt voor het enthousiasme! De taart komt jullie kant op. Wie volgt?

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Goed nieuws! Dinsdag ging de benchmark live en nu is de eerste, volledig ingevulde benchmark huisartsenposten 2014 binnen. Dit jaar is Medicamus uit Harderwijk de winnaar. Een hele prestatie, bedankt voor het enthousiasme! De taart komt jullie kant op. Wie volgt?

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Datum Landelijke Kennistoets gewijzigd

12 maart 2015

In verband met de beschikbaarheid van één van de locaties is de datum van de Landelijke Kennistoets in juni 2015 gewijzigd. De nieuwe datum is vrijdag 19 juni. De deadline blijft vrijdag 22 mei. Willen jullie dit doorgeven aan de kandidaten?

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

In verband met de beschikbaarheid van één van de locaties is de datum van de Landelijke Kennistoets in juni 2015 gewijzigd. De nieuwe datum is vrijdag 19 juni. De deadline blijft vrijdag 22 mei. Willen jullie dit doorgeven aan de kandidaten?

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Platform voor onderlinge uitwisseling op website InEen

12 maart 2015

Vanaf woensdag 11 maart is er op het nieuwe ledenplatform van InEen een Netwerk Triage beschikbaar. Het Netwerk Triage wordt de dag ervoor tijdens de DLV Huisartsenposten geïntroduceerd. Het biedt een besloten omgeving om onderling informatie uit te wisselen over alle aspecten van triage en elkaar vragen te stellen. Christel van Vugt is beheerder van het netwerk. Inloggegevens voor het nieuwe ledenplatform kun je makkelijk  via de website aanvragen. Heb je vagen? We horen ze graag.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Vanaf woensdag 11 maart is er op het nieuwe ledenplatform van InEen een Netwerk Triage beschikbaar. Het Netwerk Triage wordt de dag ervoor tijdens de DLV Huisartsenposten geïntroduceerd. Het biedt een besloten omgeving om onderling informatie uit te wisselen over alle aspecten van triage en elkaar vragen te stellen. Christel van Vugt is beheerder van het netwerk. Inloggegevens voor het nieuwe ledenplatform kun je makkelijk  via de website aanvragen. Heb je vagen? We horen ze graag.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Convenant HAP+RAV in oostelijk Brabant

03 maart 2015

convenantOp 3 maart ondertekenden in oostelijk Brabant drie huisartsenposten en twee regionale ambulance voorzieningen (RAV) een gezamenlijk convenant. Uitgangspunt: hoe kunnen we samen de acute zorg verbeteren? Harrie Geboers, lid raad van bestuur HuisartsenPosten Oost-Brabant, is trots op het resultaat waar 1,3 miljoen inwoners van de regio van gaan profiteren.

‘Tot nu toe hadden we in de regio oostelijk Brabant drie convenanten tussen de RAV’s en de huisartsenposten. Ze leken op elkaar, maar waren ook verschillend’, zegt Geboers. Het nieuwe convenant levert op tenminste drie punten een belangrijke verbetering. ‘Allereerst hebben we heel duidelijk afgesproken dat we ieder onze eigen verantwoordelijkheid hebben.’ Huisartsenposten gingen, zegt hij, te vaak op de stoel van de RAV zitten. ‘Er is zelfs onderzoek dat zegt wat huisartsenposten moeten vinden van hoe de RAV de telefoon opneemt. Anderzijds deed de RAV soms rustig de triage van de huisartsenpost weer over.’ Ook leek soms sprake van diskwalificeren van elkaars triagesysteem. Het convenant voorziet in waterdichte afspraken voor een goede overdracht. Patiënten moeten kunnen rekenen op meer duidelijkheid, aldus Geboers: ‘Het kan niet zo zijn dat we zeggen dat we de ambulance inschakelen en dan even later terugkomen om te zeggen dat het toch niet gebeurt.’

Geboers memoreert een situatie waarin de ambulance tweemaal bij een patiënt wordt geroepen, via de huisartsenpost én rechtstreeks via 112. ‘In beide gevallen concludeert de ambulanceverpleegkundige dat er geen vervoer nodig is. Bij terugkoppeling naar de huisartsenpost zegt de huisarts: als jullie het zo zien, zal het wel goed zijn. Een dag later heeft de patiënt een reanimatie nodig. Deze situatie kan in de toekomst niet makkelijk meer voorkomen. Als de ambulancedienst een patiënt naar ons overdraagt, verlenen wij de huisartsgeneeskundige zorg. Dus niet: het zal wel goed zijn, maar: OK, er is geen ambulance nodig, maar welke zorg dan wel vanuit huisartsoptiek?’

Als tweede zijn de afspraken verduidelijkt over wanneer de huisartsenpost zelf een U1-urgentie rijdt en wanneer een ambulance wordt ingeschakeld. De huisartsenpost gaat nu ook rijden bij indicaties met een zeer complexe multi-mobiliteit, palliatieve zorgsituaties en wanneer duidelijk is dat er een niet reanimeren verklaring is. ‘De manier van uitvragen is afgestemd’, zegt Geboers, ‘de meldkamer vraagt op dezelfde manier uit over een niet reanimeren verklaring is als wij dat doen.’ Tot slot zijn er betere afspraken gemaakt over het gezamenlijk omgaan met incidenten en calamiteiten.

Het Handboek HAP+RAV vormde tijdens de gesprekken over het nieuwe convenant een belangrijk hulpmiddel. Geboers: ‘Het was onze checklist. We hebben het hoofdstuk voor hoofdstuk doorgenomen en gekeken waar we afspraken over moesten maken of over na moesten denken.’ Een belangrijke succesfactor vormde het feit dat het handboek een gezamenlijk product is van huisartsenposten en ambulancediensten. ‘Er staan dus geen dingen in die voor een RAV onbespreekbaar of onbekend zijn. Het vormt een gezamenlijk vertrekpunt.’

[...]

convenantOp 3 maart ondertekenden in oostelijk Brabant drie huisartsenposten en twee regionale ambulance voorzieningen (RAV) een gezamenlijk convenant. Uitgangspunt: hoe kunnen we samen de acute zorg verbeteren? Harrie Geboers, lid raad van bestuur HuisartsenPosten Oost-Brabant, is trots op het resultaat waar 1,3 miljoen inwoners van de regio van gaan profiteren.

‘Tot nu toe hadden we in de regio oostelijk Brabant drie convenanten tussen de RAV’s en de huisartsenposten. Ze leken op elkaar, maar waren ook verschillend’, zegt Geboers. Het nieuwe convenant levert op tenminste drie punten een belangrijke verbetering. ‘Allereerst hebben we heel duidelijk afgesproken dat we ieder onze eigen verantwoordelijkheid hebben.’ Huisartsenposten gingen, zegt hij, te vaak op de stoel van de RAV zitten. ‘Er is zelfs onderzoek dat zegt wat huisartsenposten moeten vinden van hoe de RAV de telefoon opneemt. Anderzijds deed de RAV soms rustig de triage van de huisartsenpost weer over.’ Ook leek soms sprake van diskwalificeren van elkaars triagesysteem. Het convenant voorziet in waterdichte afspraken voor een goede overdracht. Patiënten moeten kunnen rekenen op meer duidelijkheid, aldus Geboers: ‘Het kan niet zo zijn dat we zeggen dat we de ambulance inschakelen en dan even later terugkomen om te zeggen dat het toch niet gebeurt.’

Geboers memoreert een situatie waarin de ambulance tweemaal bij een patiënt wordt geroepen, via de huisartsenpost én rechtstreeks via 112. ‘In beide gevallen concludeert de ambulanceverpleegkundige dat er geen vervoer nodig is. Bij terugkoppeling naar de huisartsenpost zegt de huisarts: als jullie het zo zien, zal het wel goed zijn. Een dag later heeft de patiënt een reanimatie nodig. Deze situatie kan in de toekomst niet makkelijk meer voorkomen. Als de ambulancedienst een patiënt naar ons overdraagt, verlenen wij de huisartsgeneeskundige zorg. Dus niet: het zal wel goed zijn, maar: OK, er is geen ambulance nodig, maar welke zorg dan wel vanuit huisartsoptiek?’

Als tweede zijn de afspraken verduidelijkt over wanneer de huisartsenpost zelf een U1-urgentie rijdt en wanneer een ambulance wordt ingeschakeld. De huisartsenpost gaat nu ook rijden bij indicaties met een zeer complexe multi-mobiliteit, palliatieve zorgsituaties en wanneer duidelijk is dat er een niet reanimeren verklaring is. ‘De manier van uitvragen is afgestemd’, zegt Geboers, ‘de meldkamer vraagt op dezelfde manier uit over een niet reanimeren verklaring is als wij dat doen.’ Tot slot zijn er betere afspraken gemaakt over het gezamenlijk omgaan met incidenten en calamiteiten.

Het Handboek HAP+RAV vormde tijdens de gesprekken over het nieuwe convenant een belangrijk hulpmiddel. Geboers: ‘Het was onze checklist. We hebben het hoofdstuk voor hoofdstuk doorgenomen en gekeken waar we afspraken over moesten maken of over na moesten denken.’ Een belangrijke succesfactor vormde het feit dat het handboek een gezamenlijk product is van huisartsenposten en ambulancediensten. ‘Er staan dus geen dingen in die voor een RAV onbespreekbaar of onbekend zijn. Het vormt een gezamenlijk vertrekpunt.’

Rapport knelpunten analyse acute GGZ

02 maart 2015

Deze week heeft VWS het rapport ‘Acute Geestelijke Gezondheidszorg, Knelpunten en verbetervoorstellen in de keten’ naar de Tweede Kamer gestuurd. De beleidsaanbevelingen volgen op een later moment. VWS heeft het rapport door SIRM laten opstellen. Het is onderwerp van gesprek geweest in het door VWS en GGZ-Nederland geïnitieerde netwerk keten acute ggz. InEen participeert in dit netwerk en heeft inbreng geleverd, ook vanuit de uitkomsten van ons eigen project keten acute zorg.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Deze week heeft VWS het rapport ‘Acute Geestelijke Gezondheidszorg, Knelpunten en verbetervoorstellen in de keten’ naar de Tweede Kamer gestuurd. De beleidsaanbevelingen volgen op een later moment. VWS heeft het rapport door SIRM laten opstellen. Het is onderwerp van gesprek geweest in het door VWS en GGZ-Nederland geïnitieerde netwerk keten acute ggz. InEen participeert in dit netwerk en heeft inbreng geleverd, ook vanuit de uitkomsten van ons eigen project keten acute zorg.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Themabijeenkomst Triage 21 april – save the date

02 maart 2015

Op dinsdag 21 april organiseren we als InEen weer een Themabijeenkomst Triage (10.00-13.00 uur in Utrecht). Het is een vervolg op de bijeenkomst van 18 maart vorig jaar en opnieuw bedoeld voor de mensen die zich bij de huisartsenposten bezighouden met de opleiding en beoordeling van triagisten. Voorafgaand aan de themabijeenkomst verschijnt een special over triage met nadere informatie die tijdens de bijeenkomst wordt toegelicht. Verder veel gelegenheid voor vragen en uitwisseling. Meer informatie over programma en aanmelding volgt snel. Noteer de datum vast.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Op dinsdag 21 april organiseren we als InEen weer een Themabijeenkomst Triage (10.00-13.00 uur in Utrecht). Het is een vervolg op de bijeenkomst van 18 maart vorig jaar en opnieuw bedoeld voor de mensen die zich bij de huisartsenposten bezighouden met de opleiding en beoordeling van triagisten. Voorafgaand aan de themabijeenkomst verschijnt een special over triage met nadere informatie die tijdens de bijeenkomst wordt toegelicht. Verder veel gelegenheid voor vragen en uitwisseling. Meer informatie over programma en aanmelding volgt snel. Noteer de datum vast.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Enquête zorggroepen, gezondheidscentra en huisartsenposten

20 februari 2015

Afgelopen dinsdag 10 februari heeft het Nivel de enquête over de contractering uitgezet onder zorggroepen en gezondheidscentra. Wij vragen jullie nadrukkelijk de enquête in te vullen. InEen gaat de uitkomsten gebruiken in de landelijke overleggen over de contractering en in de gesprekken met de individuele verzekeraars om de contractering 2016 beter te laten verlopen dan afgelopen jaar. Neem met vragen over de enquête contact op met het Nivel of met Judith van Duren (InEen).
Afgelopen woensdag 11 februari hebben we de enquête over contractering ook aan de huisartsenposten gestuurd. Neem met vragen contact op met Margot Lenos.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht. 

[...]

Afgelopen dinsdag 10 februari heeft het Nivel de enquête over de contractering uitgezet onder zorggroepen en gezondheidscentra. Wij vragen jullie nadrukkelijk de enquête in te vullen. InEen gaat de uitkomsten gebruiken in de landelijke overleggen over de contractering en in de gesprekken met de individuele verzekeraars om de contractering 2016 beter te laten verlopen dan afgelopen jaar. Neem met vragen over de enquête contact op met het Nivel of met Judith van Duren (InEen).
Afgelopen woensdag 11 februari hebben we de enquête over contractering ook aan de huisartsenposten gestuurd. Neem met vragen contact op met Margot Lenos.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht. 

InEen zoekt een beleidsmedewerker kwaliteit en acute zorg

02 februari 2015

Wegens vertrek per 1 maart van Ellen Spierings naar de Inspectie voor de Gezondheidszorg  zoeken we een beleidsmedewerker op het gebied van kwaliteit en acute zorg. Onze nieuwe collega gaat zich bezighouden met onderwerpen als het samen met de leden ontwikkelen van een systematisch kwaliteitsbeleid,  samenwerking in de acute zorg en triage. Het gaat om een functie van 38 uur per week.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Wegens vertrek per 1 maart van Ellen Spierings naar de Inspectie voor de Gezondheidszorg  zoeken we een beleidsmedewerker op het gebied van kwaliteit en acute zorg. Onze nieuwe collega gaat zich bezighouden met onderwerpen als het samen met de leden ontwikkelen van een systematisch kwaliteitsbeleid,  samenwerking in de acute zorg en triage. Het gaat om een functie van 38 uur per week.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Oprichting Zorgkoepel West-Friesland

02 februari 2015

Per 1 januari 2015 is Zorgkoepel West-Friesland opgericht. De koepel omvat de Huisartsenpost West-Friesland, Ketenzorg West-Friesland (KZWF) en het Diagnostisch centrum West Friesland (DCWF). Met deze krachtenbundeling wil de Zorgkoepel integrale, samenhangende en continue eerstelijns zorg in West-Friesland en Wieringermeer stimuleren. De Raad van Bestuur bestaat uit Wendy van den Berg, Stefan Koomen en Erik van de Sande.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Per 1 januari 2015 is Zorgkoepel West-Friesland opgericht. De koepel omvat de Huisartsenpost West-Friesland, Ketenzorg West-Friesland (KZWF) en het Diagnostisch centrum West Friesland (DCWF). Met deze krachtenbundeling wil de Zorgkoepel integrale, samenhangende en continue eerstelijns zorg in West-Friesland en Wieringermeer stimuleren. De Raad van Bestuur bestaat uit Wendy van den Berg, Stefan Koomen en Erik van de Sande.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Advertorial als middel om opt-in toestemming te stimuleren

29 januari 2015

AdvertorialMet een gezamenlijke advertorial in de lokale bladen proberen Huisarts en Zorg en de apothekers in de regio rondom Gorinchem patiënten te stimuleren hun opt-in toestemming te geven voor de elektronische gegevensuitwisseling via het LSP. Om in aanmerking te komen voor de LSP-vergoeding moeten huisartsen en apothekers voor 1 februari aanstaande 40% van hun patiënten om toestemming hebben gevraagd (voor 2015: 50%).

Algemeen directeur Puck Fillekes: ‘We merkten dat alleen een persbericht niet goed werd opgepikt. De combinatie met een advertorial werkt veel beter. Daarbij maakt de samenwerking met de apotheken het voor patiënten interessanter.’ De advertorial ging vervolgens als wachtkamerposter ook naar de 46 huisartspraktijken samen met een setje formulieren. Sinds eind november vorig jaar steeg het aantal toestemmingen in Gorinchem e.o. van 30 naar 38,6%. Of dat is toe te schrijven aan de advertorial valt niet te zeggen. Maar, aldus Fillekes, het heeft zeker zijn steentje bij gedragen. De organisatie probeer niet alleen de patiënt op te porren, maar stimuleert ook de huisartsen met tips en door op de post wekelijks op een groot papier de stand bekend te maken. ‘Zo houden we het levend en stimuleren we ook de assistenten hun huisarts ernaar te vragen. Overigens zitten enkele huisartsen in onze regio al boven de 80%, maar die hebben patiënten daarvoor zelfs opgebeld.’

Meer informatie

[...]

AdvertorialMet een gezamenlijke advertorial in de lokale bladen proberen Huisarts en Zorg en de apothekers in de regio rondom Gorinchem patiënten te stimuleren hun opt-in toestemming te geven voor de elektronische gegevensuitwisseling via het LSP. Om in aanmerking te komen voor de LSP-vergoeding moeten huisartsen en apothekers voor 1 februari aanstaande 40% van hun patiënten om toestemming hebben gevraagd (voor 2015: 50%).

Algemeen directeur Puck Fillekes: ‘We merkten dat alleen een persbericht niet goed werd opgepikt. De combinatie met een advertorial werkt veel beter. Daarbij maakt de samenwerking met de apotheken het voor patiënten interessanter.’ De advertorial ging vervolgens als wachtkamerposter ook naar de 46 huisartspraktijken samen met een setje formulieren. Sinds eind november vorig jaar steeg het aantal toestemmingen in Gorinchem e.o. van 30 naar 38,6%. Of dat is toe te schrijven aan de advertorial valt niet te zeggen. Maar, aldus Fillekes, het heeft zeker zijn steentje bij gedragen. De organisatie probeer niet alleen de patiënt op te porren, maar stimuleert ook de huisartsen met tips en door op de post wekelijks op een groot papier de stand bekend te maken. ‘Zo houden we het levend en stimuleren we ook de assistenten hun huisarts ernaar te vragen. Overigens zitten enkele huisartsen in onze regio al boven de 80%, maar die hebben patiënten daarvoor zelfs opgebeld.’

Meer informatie

Animatie geeft uitleg over de huisartsenpost

28 januari 2015

HPDe huisartsenpost in Harderwijk, Medicamus, liet een animatie maken die de werkwijze van de huisartsenpost uitlegt aan het publiek. Inmiddels is een iets gewijzigde versie van het filmpje ook in gebruik bij de Spoedpost Almere.

De animatie maakt in krap anderhalve minuut duidelijk waarvoor de huisartsenpost is bedoeld, dat je eerst moet bellen, welke dienstverlening je kunt verwachten en waarom je soms even moet wachten. Aan het eind van het filmpje worden de kosten van dagzorg, huisartsenpost en SEH naast elkaar gezet. Roland Ekkelenkamp, directeur Medicamus: ‘De websites van veel huisartsenposten, ook die van ons, hebben geen moderne uitstraling. Daarin hebben we nog een hele slag te maken. De animatie is een stap daarin, heel geschikt bovendien voor mensen die niet tekstueel zijn ingesteld.’ Ook Marijke de Mots, manager van de Spoedpost Almere, is op zoek naar een meer eigentijdse uitstraling. Daarnaast kent de spoedpost veel aanlopers, zo’n 500-600 per maand. ‘Dat moet je met elkaar niet willen, maar het is een log onderwerp. Hoe zorg je dat mensen eerst bellen? De animatie is een van de manieren waarop we proberen die boodschap over te brengen.’

Of de animatie vruchten afwerpt is moeilijk te zeggen. Ekkelenkamp: ‘Als ik kijk naar de hoeveelheid mensen die bij ons op de SEH komen, zien we de afgelopen twee jaar een duidelijke afname van het aantal aanlopende patiënten. Maar of dat door het filmpje komt, of door het eigen risico, of door iets anders?’ Net als De Mots ziet hij de animatie als een interessante aanvulling op andere inspanningen, zoals een mailing naar sportclubs of folders op campings in de omgeving. Het filmpje staat niet alleen op de eigen website, maar is ook naar alle aangesloten huisartsen gestuurd voor het wachtkamerscherm. ‘Daarvoor is het heel geschikt’, aldus De Mots, ‘het is een filmpje waar je blij van wordt. Ook de gezondheidscentra in ons werkgebied vertonen een verkorte versie in de wachtkamers.’

De Mots: ‘Ik vind het heel positief om in zo’n onderwerp met een andere huisartsenpost op te trekken. Op die manier moeten we veel vaker gebruik van elkaar maken.’

Ekkelenkamp: ‘Ik zou het leuk vinden als meer huisartsenposten het filmpje gaan gebruiken. Het is ook zonder veel moeite aan te passen aan het nieuwe beeldmerk voor huisartsenposten dat InEen heeft ontwikkeld. We gaan dat doornemen met bureau Revista. Ook andere gebruikers kunnen daar het filmpje laten aanpassen aan hun eigen wensen en huisstijl.’

Meer informatie

[...]

HPDe huisartsenpost in Harderwijk, Medicamus, liet een animatie maken die de werkwijze van de huisartsenpost uitlegt aan het publiek. Inmiddels is een iets gewijzigde versie van het filmpje ook in gebruik bij de Spoedpost Almere.

De animatie maakt in krap anderhalve minuut duidelijk waarvoor de huisartsenpost is bedoeld, dat je eerst moet bellen, welke dienstverlening je kunt verwachten en waarom je soms even moet wachten. Aan het eind van het filmpje worden de kosten van dagzorg, huisartsenpost en SEH naast elkaar gezet. Roland Ekkelenkamp, directeur Medicamus: ‘De websites van veel huisartsenposten, ook die van ons, hebben geen moderne uitstraling. Daarin hebben we nog een hele slag te maken. De animatie is een stap daarin, heel geschikt bovendien voor mensen die niet tekstueel zijn ingesteld.’ Ook Marijke de Mots, manager van de Spoedpost Almere, is op zoek naar een meer eigentijdse uitstraling. Daarnaast kent de spoedpost veel aanlopers, zo’n 500-600 per maand. ‘Dat moet je met elkaar niet willen, maar het is een log onderwerp. Hoe zorg je dat mensen eerst bellen? De animatie is een van de manieren waarop we proberen die boodschap over te brengen.’

Of de animatie vruchten afwerpt is moeilijk te zeggen. Ekkelenkamp: ‘Als ik kijk naar de hoeveelheid mensen die bij ons op de SEH komen, zien we de afgelopen twee jaar een duidelijke afname van het aantal aanlopende patiënten. Maar of dat door het filmpje komt, of door het eigen risico, of door iets anders?’ Net als De Mots ziet hij de animatie als een interessante aanvulling op andere inspanningen, zoals een mailing naar sportclubs of folders op campings in de omgeving. Het filmpje staat niet alleen op de eigen website, maar is ook naar alle aangesloten huisartsen gestuurd voor het wachtkamerscherm. ‘Daarvoor is het heel geschikt’, aldus De Mots, ‘het is een filmpje waar je blij van wordt. Ook de gezondheidscentra in ons werkgebied vertonen een verkorte versie in de wachtkamers.’

De Mots: ‘Ik vind het heel positief om in zo’n onderwerp met een andere huisartsenpost op te trekken. Op die manier moeten we veel vaker gebruik van elkaar maken.’

Ekkelenkamp: ‘Ik zou het leuk vinden als meer huisartsenposten het filmpje gaan gebruiken. Het is ook zonder veel moeite aan te passen aan het nieuwe beeldmerk voor huisartsenposten dat InEen heeft ontwikkeld. We gaan dat doornemen met bureau Revista. Ook andere gebruikers kunnen daar het filmpje laten aanpassen aan hun eigen wensen en huisstijl.’

Meer informatie

Handleiding bij kernset triage

16 januari 2015

Met plezier bieden wij u de eerste versie van de handleiding bij de kernset voor het meten van de kwaliteit van telefonische triage aan. Dit is het eerste product van het project verbetering en vereenvoudiging van de spelregels rond triagisten en hun diploma. De handleiding heeft het karakter van een werkdocument waarmee het veld ervaring kan opdoen. We vragen gebruikers op basis van de praktijk suggesties te doen die de handleiding kunnen verbeteren. Eén aspect behoeft een nadere toelichting, namelijk de ABCDE-check. In de kernset zoals IQ healthcare die ontwikkelde en die de deelledenvergadering huisartsenposten op 17 september 2014 vaststelde, staan twee ABCDE-vragen. In de DLV werden hierover veel vragen gesteld, met de suggestie om ze samen te voegen. Inmiddels heeft op dit punt consultatie van een aantal deskundigen plaatsgevonden en is het onderzoeksmateriaal van IQ healthcare nader beschouwd. Het resultaat is geweest dat de beide ABCDE-vragen tot één vraag zijn samengevoegd. De definitieve kernset is opgenomen in de handleiding.

[...]

Met plezier bieden wij u de eerste versie van de handleiding bij de kernset voor het meten van de kwaliteit van telefonische triage aan. Dit is het eerste product van het project verbetering en vereenvoudiging van de spelregels rond triagisten en hun diploma. De handleiding heeft het karakter van een werkdocument waarmee het veld ervaring kan opdoen. We vragen gebruikers op basis van de praktijk suggesties te doen die de handleiding kunnen verbeteren. Eén aspect behoeft een nadere toelichting, namelijk de ABCDE-check. In de kernset zoals IQ healthcare die ontwikkelde en die de deelledenvergadering huisartsenposten op 17 september 2014 vaststelde, staan twee ABCDE-vragen. In de DLV werden hierover veel vragen gesteld, met de suggestie om ze samen te voegen. Inmiddels heeft op dit punt consultatie van een aantal deskundigen plaatsgevonden en is het onderzoeksmateriaal van IQ healthcare nader beschouwd. Het resultaat is geweest dat de beide ABCDE-vragen tot één vraag zijn samengevoegd. De definitieve kernset is opgenomen in de handleiding.

Aios op de post

15 december 2014

In 2013 is het opleiden van aios op de huisartsenpost geëvalueerd. In dat kader is onder andere gesproken met een aantal directeuren van huisartsenposten. In vervolg op de evaluatie hebben SBOH, InEen en Huisartsenopleiding Nederland (als vertegenwoordiger van de universitaire opleidingsinstituten) hun onderlinge afspraken geactualiseerd en vastgelegd in de tripartiete mantelovereenkomst. In het verlengde van de mantelovereenkomst sluit een HDS overeenkomsten met het universitair opleidingsinstituut en met de SBOH voor de opleiding van aios. De SBOH stuurt jullie volgende week de nieuwe mantelovereenkomst en de bijbehorende overeenkomst SBOH-HDS toe.

De belangrijkste wijzigingen zijn:

  • De mantelovereenkomst is uitgebreid met een derde partij, Huisartsopleiding Nederland, als vertegenwoordiger van de universitaire opleidingsinstituten.
  • De verantwoordelijkheden van de drie partijen zijn verduidelijkt.
  • De HDS-vergoeding wordt voortaan in twee tranches verstrekt: de eerste tranche ontvangt de HDS lumpsum als bijdrage in de kosten van huisvesting en inrichting, en voor het organiseren van de introductiecursus. De tweede tranche wordt vergoed onder bepaalde voorwaarden, die in de overeenkomst staan beschreven.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

In 2013 is het opleiden van aios op de huisartsenpost geëvalueerd. In dat kader is onder andere gesproken met een aantal directeuren van huisartsenposten. In vervolg op de evaluatie hebben SBOH, InEen en Huisartsenopleiding Nederland (als vertegenwoordiger van de universitaire opleidingsinstituten) hun onderlinge afspraken geactualiseerd en vastgelegd in de tripartiete mantelovereenkomst. In het verlengde van de mantelovereenkomst sluit een HDS overeenkomsten met het universitair opleidingsinstituut en met de SBOH voor de opleiding van aios. De SBOH stuurt jullie volgende week de nieuwe mantelovereenkomst en de bijbehorende overeenkomst SBOH-HDS toe.

De belangrijkste wijzigingen zijn:

  • De mantelovereenkomst is uitgebreid met een derde partij, Huisartsopleiding Nederland, als vertegenwoordiger van de universitaire opleidingsinstituten.
  • De verantwoordelijkheden van de drie partijen zijn verduidelijkt.
  • De HDS-vergoeding wordt voortaan in twee tranches verstrekt: de eerste tranche ontvangt de HDS lumpsum als bijdrage in de kosten van huisvesting en inrichting, en voor het organiseren van de introductiecursus. De tweede tranche wordt vergoed onder bepaalde voorwaarden, die in de overeenkomst staan beschreven.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Gezocht: meedenkers over NZa-verantwoordingsformulier HDS

08 december 2014

De zorgverzekeraars hebben InEen gevraagd om mee te denken over de opzet van het NZa-verantwoordingsformulier HDS. Zij hebben signalen gekregen dat huisartsenposten het formulier willen aanpassen. Twee controllers van huisartsenposten (uit Achmea en Menzis gebied) hebben zich bij hen gemeld om mee te denken over de opzet van het formulier. We zoeken nu aanvulling met enkele controllers uit CZ of VGZ gebied en uit een plattelandsregio om een gezamenlijk voorstel uit te werken. Wie wil meedenken over aanpassingen in het NZa-verantwoordingsformulier HDS? Aanmelden bij Margot Lenos, m.lenos@ineen.nl.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

De zorgverzekeraars hebben InEen gevraagd om mee te denken over de opzet van het NZa-verantwoordingsformulier HDS. Zij hebben signalen gekregen dat huisartsenposten het formulier willen aanpassen. Twee controllers van huisartsenposten (uit Achmea en Menzis gebied) hebben zich bij hen gemeld om mee te denken over de opzet van het formulier. We zoeken nu aanvulling met enkele controllers uit CZ of VGZ gebied en uit een plattelandsregio om een gezamenlijk voorstel uit te werken. Wie wil meedenken over aanpassingen in het NZa-verantwoordingsformulier HDS? Aanmelden bij Margot Lenos, m.lenos@ineen.nl.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Samenstelling BAC Acute Zorg

08 december 2014

Met genoegen melden we dat ook de BAC Acute Zorg van start kan gaan. De leden zijn:

  • Anja Meekes, huisarts, bestuurder CIHN, voorzitter
  • Peter Aben, directeur/bestuurder huisartsenposten West-Brabant
  • Wendy van den Berg, directeur CHP West-Friesland
  • Lynda Gelderland, bestuurder huisartsenposten Midden-Brabant
  • Peter de Groof, huisarts, medisch manager Spoedpost Zuid-Kennemerland
  • Yvonne Guldemond, huisarts, medisch directeur Huisartsen Oostelijk Zuid-Limburg (HOZL)
  • Marjolijne Hanegraaf, directeur huisartsenpost Midden-Holland
  • Ruud Münstermann, directeur HDS Zeeland
  • Brigitte Reiss, directeur huisartsenpost Amstelland

Vanuit het bestuur van InEen participeert portefeuillehouder Kien Smulders. Met drie huisartsen, een mix van grote en kleine, mono- en multidisciplinaire organisaties, huisartsenposten (al dan niet bij een SEH) en spreiding over het land heeft ook deze BAC een mooie samenstelling. De eerste bijeenkomst vindt zo spoedig mogelijk in het nieuwe jaar plaats.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Met genoegen melden we dat ook de BAC Acute Zorg van start kan gaan. De leden zijn:

  • Anja Meekes, huisarts, bestuurder CIHN, voorzitter
  • Peter Aben, directeur/bestuurder huisartsenposten West-Brabant
  • Wendy van den Berg, directeur CHP West-Friesland
  • Lynda Gelderland, bestuurder huisartsenposten Midden-Brabant
  • Peter de Groof, huisarts, medisch manager Spoedpost Zuid-Kennemerland
  • Yvonne Guldemond, huisarts, medisch directeur Huisartsen Oostelijk Zuid-Limburg (HOZL)
  • Marjolijne Hanegraaf, directeur huisartsenpost Midden-Holland
  • Ruud Münstermann, directeur HDS Zeeland
  • Brigitte Reiss, directeur huisartsenpost Amstelland

Vanuit het bestuur van InEen participeert portefeuillehouder Kien Smulders. Met drie huisartsen, een mix van grote en kleine, mono- en multidisciplinaire organisaties, huisartsenposten (al dan niet bij een SEH) en spreiding over het land heeft ook deze BAC een mooie samenstelling. De eerste bijeenkomst vindt zo spoedig mogelijk in het nieuwe jaar plaats.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Tv-spotje 

02 december 2014

Vorige week noemden we het al. VWS zendt de komende maanden in het kader van de eindejaarspubliekscampagne vier tv-spotjes uit. Eén daarvan wijst burgers erop dat de huisartsenpost buiten het eigen risico valt. Het spotje  duurt 30 seconden; de letterlijke tekst luidt:

Dit is het verhaal van Freek de Bruin.
Freek is van de trap gevallen en heeft zijn enkel verstuikt.
Hij is erg geschrokken. Daarom is hij snel naar de spoedeisende hulp van het ziekenhuis gegaan.
Maar dat gaat Freek veel geld kosten.
Daarom kan hij beter naar de huisartsenpost gaan.
Dit bezoek gaat namelijk nooit ten koste van het eigen risico, en je krijgt even goede zorg.
Kijk voor tips op dezorgverandertmee.nl.

[...]

Vorige week noemden we het al. VWS zendt de komende maanden in het kader van de eindejaarspubliekscampagne vier tv-spotjes uit. Eén daarvan wijst burgers erop dat de huisartsenpost buiten het eigen risico valt. Het spotje  duurt 30 seconden; de letterlijke tekst luidt:

Dit is het verhaal van Freek de Bruin.
Freek is van de trap gevallen en heeft zijn enkel verstuikt.
Hij is erg geschrokken. Daarom is hij snel naar de spoedeisende hulp van het ziekenhuis gegaan.
Maar dat gaat Freek veel geld kosten.
Daarom kan hij beter naar de huisartsenpost gaan.
Dit bezoek gaat namelijk nooit ten koste van het eigen risico, en je krijgt even goede zorg.
Kijk voor tips op dezorgverandertmee.nl.

Huisartsenpost Den Helder verhuist naar Gemini Ziekenhuis

27 november 2014

hknOp maandag 17 november 2014 vond de feestelijke heropening plaats van de huisartsenpost Den Helder (InEen-lid) in het Gemini Ziekenhuis. Belangstellenden mochten een kijkje nemen in de geheel verbouwde ruimte. Met een gezamenlijke balie waarin triagisten het aanpreekpunt zijn voor zowel patiënten van de huisartsenpost als van de SEH, krijgt de poortwachtersfunctie van de huisartsenpost stevig gestalte.

Om de toegenomen patiënten stroom goed te kunnen behandelen zonder dat er extra werkdruk bij de huisartsen komt te liggen, werkt de huisartsenpost met spreekuurondersteuners. Veel tijd is gestoken in een goede voorbereiding samen met de specialisten en medewerkers van de SEH. Ook is de SEH overgegaan op gebruik van het NTS zodat huisartsenpost en SEH dezelfde taal spreken. Tijdens de opening werden de succesfactoren nog eens over het voetlicht gebracht. Intensief contact, openheid en constructief overleg tussen alle betrokkenen heeft tot een goede samenwerking geleid in de spoedzorg in Den Helder. In de toekomst vestigt zich naast de huisartsenpost ook nog een dienstapotheek.

De huisartsenpost in Den helder is een van de drie huisartsenposten van HKN Acute Zorg, een onderdeel van HKN Huisartsen. Behalve de huisartsenposten maken ook de Chronische Zorggroepen en de Basis GGZ organisatie deel uit van HKN Huisartsen, een samenwerkingsverband van 75 huisartsen in de Kop van Noord-Holland.

hkn-opening

 

 

 

Op de foto: Leonie Steenvoorden, directeur HKN Huisartsen, Tineke de Roos, hoofd SEH en Frieda Lindeman, Manager HKN Acute Zorg

[...]

hknOp maandag 17 november 2014 vond de feestelijke heropening plaats van de huisartsenpost Den Helder (InEen-lid) in het Gemini Ziekenhuis. Belangstellenden mochten een kijkje nemen in de geheel verbouwde ruimte. Met een gezamenlijke balie waarin triagisten het aanpreekpunt zijn voor zowel patiënten van de huisartsenpost als van de SEH, krijgt de poortwachtersfunctie van de huisartsenpost stevig gestalte.

Om de toegenomen patiënten stroom goed te kunnen behandelen zonder dat er extra werkdruk bij de huisartsen komt te liggen, werkt de huisartsenpost met spreekuurondersteuners. Veel tijd is gestoken in een goede voorbereiding samen met de specialisten en medewerkers van de SEH. Ook is de SEH overgegaan op gebruik van het NTS zodat huisartsenpost en SEH dezelfde taal spreken. Tijdens de opening werden de succesfactoren nog eens over het voetlicht gebracht. Intensief contact, openheid en constructief overleg tussen alle betrokkenen heeft tot een goede samenwerking geleid in de spoedzorg in Den Helder. In de toekomst vestigt zich naast de huisartsenpost ook nog een dienstapotheek.

De huisartsenpost in Den helder is een van de drie huisartsenposten van HKN Acute Zorg, een onderdeel van HKN Huisartsen. Behalve de huisartsenposten maken ook de Chronische Zorggroepen en de Basis GGZ organisatie deel uit van HKN Huisartsen, een samenwerkingsverband van 75 huisartsen in de Kop van Noord-Holland.

hkn-opening

 

 

 

Op de foto: Leonie Steenvoorden, directeur HKN Huisartsen, Tineke de Roos, hoofd SEH en Frieda Lindeman, Manager HKN Acute Zorg

‘Sociaal wijkteam vormt mijn ‘ogen en oren’ in het sociaal domein’

27 november 2014

lintjeDe Nijmeegse huisarts Wim van Beurden ontving op 30 oktober 2014 een ridderorde voor zijn grote bijdrage aan de verbetering van de eerstelijns zorg. Een van zijn belangrijke verdiensten is het sociaal wijkteam in de Nijmeegse wijk Hatert waarin hij een voortrekkersrol vervulde. InEen feliciteert Van Beurden van harte met de eervolle onderscheiding.

In het sociaal wijkteam Hatert werken het maatschappelijk werk, het opbouwwerk, de Wmo-consulent, de wijkverpleging, de POH-GGZ en jeugdzorg op wijkniveau samen. Het is één van de vier pilotprojecten die in Nijmegen functioneren op initiatief van de gemeente, het zorgkantoor en de zorgverzekeraar. Vanuit het zorgdomein maakte Wim van Beurden, huisarts in Hatert, zich sterk voor het team. ‘Het is ons gelukt de verbinding te maken tussen het zorgdomein en het sociale domein’, stelt hij vast. ‘Een paar jaar terug verwees ik mensen die steeds terugkwamen met allerlei lichamelijke klachten uit armoede maar weer door naar de internist of de neuroloog, terwijl ik wist dat daar de oplossing ook niet zat. Nu kan ik deze mensen verwijzen naar het sociaal wijkteam, dat meer naar de oorzaken in de context van de patiënt kijkt. Daardoor zie ik deze mensen minder terug dan voorheen.’

De koppeling van de twee domeinen ontstaat in Hatert via de POH-GGZ en de wijkverpleegkundige. ‘De POH werkt voor ons en de wijkverpleegkundige komt elke week bij ons overleggen. Zo maak je verbindingen die in het belang zijn van de patiënt.’ Het is begonnen, aldus Van Beurden, met de zichtbare schakels, de wijkverpleegkundige die weer fungeert als ogen en oren van de huisarts in het zorgdomein. Op dezelfde manier wordt het sociaal wijkteam de ogen en oren van de huisarts, maar dan in het sociaal domein. ‘Het is niet meer voldoende’, zegt hij, ‘om een goede professional in de spreekkamer te zijn. Je moet ook een goeie teamspeler in eerstelijns samenwerking zijn, de spelverdeler of misschien wel de aanvoerder. Niet alles zelf doen, maar wel betrokken zijn en meedenken. Voor huisartsen is dat niet iets nieuws. We zijn van huis uit gewend om te kijken wat mensen zelf kunnen en ze in hun kracht te zetten. Het keukentafelgesprek bijvoorbeeld deden we nog niet zo lang geleden vanzelfsprekend. Je kwam achter de voordeur bij mensen thuis, ging even zitten en besprak dingen. Daar hebben we nu geen tijd meer voor, maar in samenwerking met het sociaal wijkteam komen alle eindjes weer bij elkaar.’

Behalve huisarts is Van Beurden bestuurslid van de Organisatie voor Chronische Eerstelijnszorg (OCE Nijmegen) en de Coöperatie Integrale Huisartsenzorg Nijmegen (CIHN).

Lees ook

  • In Medisch Contact verscheen in september 2013 een uitgebreide reportage (Rijke zorg in de arme wijk) over de samenwerking in Nijmegen, de samenwerking tussen eerstelijnszorgverleners onderling en de samenwerking met het sociaal domein. De reportage geeft een goed beeld van de werkwijze van het sociaal wijkteam in Hatert.
  • Bericht CIHN over de koninklijke onderscheiding (31 oktober 2014)
[...]

lintjeDe Nijmeegse huisarts Wim van Beurden ontving op 30 oktober 2014 een ridderorde voor zijn grote bijdrage aan de verbetering van de eerstelijns zorg. Een van zijn belangrijke verdiensten is het sociaal wijkteam in de Nijmeegse wijk Hatert waarin hij een voortrekkersrol vervulde. InEen feliciteert Van Beurden van harte met de eervolle onderscheiding.

In het sociaal wijkteam Hatert werken het maatschappelijk werk, het opbouwwerk, de Wmo-consulent, de wijkverpleging, de POH-GGZ en jeugdzorg op wijkniveau samen. Het is één van de vier pilotprojecten die in Nijmegen functioneren op initiatief van de gemeente, het zorgkantoor en de zorgverzekeraar. Vanuit het zorgdomein maakte Wim van Beurden, huisarts in Hatert, zich sterk voor het team. ‘Het is ons gelukt de verbinding te maken tussen het zorgdomein en het sociale domein’, stelt hij vast. ‘Een paar jaar terug verwees ik mensen die steeds terugkwamen met allerlei lichamelijke klachten uit armoede maar weer door naar de internist of de neuroloog, terwijl ik wist dat daar de oplossing ook niet zat. Nu kan ik deze mensen verwijzen naar het sociaal wijkteam, dat meer naar de oorzaken in de context van de patiënt kijkt. Daardoor zie ik deze mensen minder terug dan voorheen.’

De koppeling van de twee domeinen ontstaat in Hatert via de POH-GGZ en de wijkverpleegkundige. ‘De POH werkt voor ons en de wijkverpleegkundige komt elke week bij ons overleggen. Zo maak je verbindingen die in het belang zijn van de patiënt.’ Het is begonnen, aldus Van Beurden, met de zichtbare schakels, de wijkverpleegkundige die weer fungeert als ogen en oren van de huisarts in het zorgdomein. Op dezelfde manier wordt het sociaal wijkteam de ogen en oren van de huisarts, maar dan in het sociaal domein. ‘Het is niet meer voldoende’, zegt hij, ‘om een goede professional in de spreekkamer te zijn. Je moet ook een goeie teamspeler in eerstelijns samenwerking zijn, de spelverdeler of misschien wel de aanvoerder. Niet alles zelf doen, maar wel betrokken zijn en meedenken. Voor huisartsen is dat niet iets nieuws. We zijn van huis uit gewend om te kijken wat mensen zelf kunnen en ze in hun kracht te zetten. Het keukentafelgesprek bijvoorbeeld deden we nog niet zo lang geleden vanzelfsprekend. Je kwam achter de voordeur bij mensen thuis, ging even zitten en besprak dingen. Daar hebben we nu geen tijd meer voor, maar in samenwerking met het sociaal wijkteam komen alle eindjes weer bij elkaar.’

Behalve huisarts is Van Beurden bestuurslid van de Organisatie voor Chronische Eerstelijnszorg (OCE Nijmegen) en de Coöperatie Integrale Huisartsenzorg Nijmegen (CIHN).

Lees ook

  • In Medisch Contact verscheen in september 2013 een uitgebreide reportage (Rijke zorg in de arme wijk) over de samenwerking in Nijmegen, de samenwerking tussen eerstelijnszorgverleners onderling en de samenwerking met het sociaal domein. De reportage geeft een goed beeld van de werkwijze van het sociaal wijkteam in Hatert.
  • Bericht CIHN over de koninklijke onderscheiding (31 oktober 2014)

Niet alleen de organisatorische kant, maar ook de beleving

27 november 2014

studiereisEind oktober vond de jaarlijkse studiereis plaats van bestuurders en beleidsmedewerkers van LHV, NHG en InEen. Ditmaal reisde men af naar Friesland, Groningen en Drenthe. Op het programma stond onder meer een werkbezoek aan InEen-lid Dokterszorg Friesland. Directeur Willem Groenevelt gaf een inkijkje in de betrokkenheid en zeggenschap van huisartsen bij de organisatie.

Het lijkt erop dat Dokterszorg Friesland, waarin behalve de huisartsenposten ook een viertal huisartsondersteunende organisaties zijn ondergebracht, het goed heeft geregeld. De organisatie krijgt veel vertrouwen; huisartsen ervaren de organisatie als van hen. Toch blijft Groenevelt liever voorzichtig: ‘In 2011 kwam uit een tevredenheidsonderzoek onder de huisartsen bij de toenmalige Dokterswacht een positief beeld naar voren. Binnenkort hebben we weer een onderzoek en dan zal blijken of dat nog gegroeid is.’ Het is, zegt hij, een kwestie van blijven investeren in ondersteuning en goed in contact blijven met de aandeelhouders. ‘Als de aandeelhouders zeggen ‘doe maar niet’, dan doe ik het tenzij onze bedrijfsvoering echt in gevaar komt, in principe ook niet.’ ‘Onze valkuil’, vervolgt hij, ‘is dat we onszelf overeten. Dat we denken dat we alles kunnen. Dat we zeggen die anderhalve lijn, waar we nu intensief mee bezig zijn, dat regelen we wel even. Maar zo werkt het niet. Het is blijven zoeken naar de balans tussen realiseren wat de huisartsen graag willen en wat realistisch gezien mogelijk is.’

De in 2009 gekozen BV-structuur (zie kader) zorgt voor een heldere zeggenschap van huisartsen in alle beleidsaangelegenheden. Ook zet Groenevelt zich in om op alle algemene ledenvergaderingen aanwezig te zijn om het contact met de vertegenwoordigers van de Friese huisartsengroepen constant te houden.. ‘Heel belangrijk’ noemt hij het brandingtraject dat de organisatie in 2012 uitvoerde. Samen met de aandeelhouders/huisartsen en enkele leden van de Raad van Commissarissen ging Groenevelt op zoek naar de identiteit van de organisatie. Wat voor organisatie willen we zijn? Wat zijn onze kernwaarden? Wat is onze missie? ‘Daar zijn we misschien wel het dichtst bij elkaar gekomen. Branding heeft ons geholpen niet alleen een mechanische organisatie te zijn, maar ook een organisatie die snapt en steeds wil blijven snappen hoe huisartsen hun ondersteuning willen beleven en hoe ze willen dat er naar hen geluisterd wordt.’ Groenevelt: ‘Tijdens het werkbezoek zei men het zo: je hebt niet alleen de organisatie en de fusie geregeld, maar met de branding ook de zachte kant, de beleving meegenomen in het geheel. Men herkende het zoeken naar de identiteit als een mooie aanvulling op het maken van een organisatiemodel.’

Groenevelt benadrukt dat er niet sprake is van één succesfactor. Hij ziet het proces van de afgelopen vijf jaar als een ‘mooie combinatie van factoren’. ‘We hebben geluk met een aantal besturende huisartsen die dit soort trajecten aandurven.’ Bovendien, zegt hij, is het een tijd waarin veel van huisartsen wordt gevraagd, er is dus veel vraag naar ondersteuning. ‘Als je elkaar dan weet te vinden en het elkaar gunt, kun je veel kracht maken.’

Dokterszorg Friesland Holding BV

Na een moeilijke tijd werd Dokterswacht Friesland met zijn vijf huisartsenposten, eind 2009 een BV met de huisartsen als aandeelhouders en een governance-proof Raad van Commissarissen. Kort daarna greep de vernieuwde Dokterswacht de vraag van huisartsen om de deskundigheidsbevordering beter te organiseren met beide handen aan. Groenevelt: ‘Dat werd de Doktersacademie.’ Dokterspraktijken Friesland en Doktersdiensten Friesland (ondersteunende diensten op het gebied van praktijkvoering en praktijkovername) volgden. Ketenzorg Friesland is de jongste loot aan de stam. ‘Ik weet niet waar de grens van onze provinciebrede organisatie ligt’, zegt Groenevelt, maar bereikt is-ie zeker nog niet.

Dokterspost-friesland

 

 

 

 

 

 

Lees ook: Jaarverslag 2013 Dokterszorg Friesland

 

[...]

studiereisEind oktober vond de jaarlijkse studiereis plaats van bestuurders en beleidsmedewerkers van LHV, NHG en InEen. Ditmaal reisde men af naar Friesland, Groningen en Drenthe. Op het programma stond onder meer een werkbezoek aan InEen-lid Dokterszorg Friesland. Directeur Willem Groenevelt gaf een inkijkje in de betrokkenheid en zeggenschap van huisartsen bij de organisatie.

Het lijkt erop dat Dokterszorg Friesland, waarin behalve de huisartsenposten ook een viertal huisartsondersteunende organisaties zijn ondergebracht, het goed heeft geregeld. De organisatie krijgt veel vertrouwen; huisartsen ervaren de organisatie als van hen. Toch blijft Groenevelt liever voorzichtig: ‘In 2011 kwam uit een tevredenheidsonderzoek onder de huisartsen bij de toenmalige Dokterswacht een positief beeld naar voren. Binnenkort hebben we weer een onderzoek en dan zal blijken of dat nog gegroeid is.’ Het is, zegt hij, een kwestie van blijven investeren in ondersteuning en goed in contact blijven met de aandeelhouders. ‘Als de aandeelhouders zeggen ‘doe maar niet’, dan doe ik het tenzij onze bedrijfsvoering echt in gevaar komt, in principe ook niet.’ ‘Onze valkuil’, vervolgt hij, ‘is dat we onszelf overeten. Dat we denken dat we alles kunnen. Dat we zeggen die anderhalve lijn, waar we nu intensief mee bezig zijn, dat regelen we wel even. Maar zo werkt het niet. Het is blijven zoeken naar de balans tussen realiseren wat de huisartsen graag willen en wat realistisch gezien mogelijk is.’

De in 2009 gekozen BV-structuur (zie kader) zorgt voor een heldere zeggenschap van huisartsen in alle beleidsaangelegenheden. Ook zet Groenevelt zich in om op alle algemene ledenvergaderingen aanwezig te zijn om het contact met de vertegenwoordigers van de Friese huisartsengroepen constant te houden.. ‘Heel belangrijk’ noemt hij het brandingtraject dat de organisatie in 2012 uitvoerde. Samen met de aandeelhouders/huisartsen en enkele leden van de Raad van Commissarissen ging Groenevelt op zoek naar de identiteit van de organisatie. Wat voor organisatie willen we zijn? Wat zijn onze kernwaarden? Wat is onze missie? ‘Daar zijn we misschien wel het dichtst bij elkaar gekomen. Branding heeft ons geholpen niet alleen een mechanische organisatie te zijn, maar ook een organisatie die snapt en steeds wil blijven snappen hoe huisartsen hun ondersteuning willen beleven en hoe ze willen dat er naar hen geluisterd wordt.’ Groenevelt: ‘Tijdens het werkbezoek zei men het zo: je hebt niet alleen de organisatie en de fusie geregeld, maar met de branding ook de zachte kant, de beleving meegenomen in het geheel. Men herkende het zoeken naar de identiteit als een mooie aanvulling op het maken van een organisatiemodel.’

Groenevelt benadrukt dat er niet sprake is van één succesfactor. Hij ziet het proces van de afgelopen vijf jaar als een ‘mooie combinatie van factoren’. ‘We hebben geluk met een aantal besturende huisartsen die dit soort trajecten aandurven.’ Bovendien, zegt hij, is het een tijd waarin veel van huisartsen wordt gevraagd, er is dus veel vraag naar ondersteuning. ‘Als je elkaar dan weet te vinden en het elkaar gunt, kun je veel kracht maken.’

Dokterszorg Friesland Holding BV

Na een moeilijke tijd werd Dokterswacht Friesland met zijn vijf huisartsenposten, eind 2009 een BV met de huisartsen als aandeelhouders en een governance-proof Raad van Commissarissen. Kort daarna greep de vernieuwde Dokterswacht de vraag van huisartsen om de deskundigheidsbevordering beter te organiseren met beide handen aan. Groenevelt: ‘Dat werd de Doktersacademie.’ Dokterspraktijken Friesland en Doktersdiensten Friesland (ondersteunende diensten op het gebied van praktijkvoering en praktijkovername) volgden. Ketenzorg Friesland is de jongste loot aan de stam. ‘Ik weet niet waar de grens van onze provinciebrede organisatie ligt’, zegt Groenevelt, maar bereikt is-ie zeker nog niet.

Dokterspost-friesland

 

 

 

 

 

 

Lees ook: Jaarverslag 2013 Dokterszorg Friesland

 

Website voor hulpverleners ebola

24 november 2014

In Medisch Contact lazen we dat er deze week een website is geopend voor mensen die willen helpen in de bestrijding van ebola. Naast artsen en verpleegkundigen is er dringend behoefte aan managers en logistiek personeel. Op ebolajobs.nl vinden zij vacatures. De website is een initiatief van de samenwerkende hulporganisaties.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

In Medisch Contact lazen we dat er deze week een website is geopend voor mensen die willen helpen in de bestrijding van ebola. Naast artsen en verpleegkundigen is er dringend behoefte aan managers en logistiek personeel. Op ebolajobs.nl vinden zij vacatures. De website is een initiatief van de samenwerkende hulporganisaties.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Presentaties Netwerkbijeenkomst kwaliteit 18 november 2014

19 november 2014

Informatie 0900-nummers

13 november 2014

Op verzoek van de Inspectie laten we jullie weten dat huisartsenposten die gebruik maken van een 0900-nummer op hun website aanvullende informatie moeten geven aan patiënten met een telefoon waarin de telefonie-aanbieder de 0900-nummers heeft geblokkeerd. Huisartsenposten kunnen in dat geval ofwel een alternatief telefoonnummer aanbieden, ofwel de patiënten informeren over de mogelijkheid 0900-nummers te laten deblokkeren. De Inspectie wees ons erop dat veel posten alleen verwijzen naar de KPN. Ook andere providers echter hebben deze mogelijkheden. Het beste is patiënten te verwijzen naar ‘de klantenservice van uw telefonie-aanbieder.’

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Op verzoek van de Inspectie laten we jullie weten dat huisartsenposten die gebruik maken van een 0900-nummer op hun website aanvullende informatie moeten geven aan patiënten met een telefoon waarin de telefonie-aanbieder de 0900-nummers heeft geblokkeerd. Huisartsenposten kunnen in dat geval ofwel een alternatief telefoonnummer aanbieden, ofwel de patiënten informeren over de mogelijkheid 0900-nummers te laten deblokkeren. De Inspectie wees ons erop dat veel posten alleen verwijzen naar de KPN. Ook andere providers echter hebben deze mogelijkheden. Het beste is patiënten te verwijzen naar ‘de klantenservice van uw telefonie-aanbieder.’

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

CBP onderzoek naar toestemming-verlening

13 november 2014

Het CBP heeft op 4 november de conclusies gepubliceerd van een onderzoek bij VZVZ.

Twee dingen zijn onderzocht: 

  • Hebben de patiënten, die zijn opgenomen in de verwijsindex van het LSP, toestemming gegeven aan hun eigen huisarts of apotheek?
  • Welke waarborgen heeft VZVZ getroffen opdat die toestemming is verkregen overeenkomstig de vereisten  die daarvoor gelden op grond van de Wbp?

In de onderzochte steekproef van 149 dossiers in het LSP (BSN’s in de verwijsindex) waren van acht dossiers niet de juiste bewijsstukken voor handen. VZVZ heeft de onduidelijkheid rond deze dossiers inmiddels opgelost: deze patiënten hebben wel toestemming gegeven. Het CBP stelt vast dat VZVZ nu voldoende technische en organisatorische waarborgen heeft getroffen om te zorgen dat alleen persoonsgegevens worden verwerkt van patiënten die daarvoor toestemming hebben verleend. Het CBP eist onder andere dat informatiemateriaal over het geven van toestemming voor gegevensuitwisseling aantoonbaar aan patiënten wordt verstrekt. Naar aanleiding van het onderzoek is het voorlichtingsmateriaal op de website van VZVZ aangepast. We adviseren de organisaties die toestemming moeten vragen aan hun patiënten hier secuur mee om te gaan. Lees ook het bericht van de LHV over het CBP rapport.

[...]

Het CBP heeft op 4 november de conclusies gepubliceerd van een onderzoek bij VZVZ.

Twee dingen zijn onderzocht: 

  • Hebben de patiënten, die zijn opgenomen in de verwijsindex van het LSP, toestemming gegeven aan hun eigen huisarts of apotheek?
  • Welke waarborgen heeft VZVZ getroffen opdat die toestemming is verkregen overeenkomstig de vereisten  die daarvoor gelden op grond van de Wbp?

In de onderzochte steekproef van 149 dossiers in het LSP (BSN’s in de verwijsindex) waren van acht dossiers niet de juiste bewijsstukken voor handen. VZVZ heeft de onduidelijkheid rond deze dossiers inmiddels opgelost: deze patiënten hebben wel toestemming gegeven. Het CBP stelt vast dat VZVZ nu voldoende technische en organisatorische waarborgen heeft getroffen om te zorgen dat alleen persoonsgegevens worden verwerkt van patiënten die daarvoor toestemming hebben verleend. Het CBP eist onder andere dat informatiemateriaal over het geven van toestemming voor gegevensuitwisseling aantoonbaar aan patiënten wordt verstrekt. Naar aanleiding van het onderzoek is het voorlichtingsmateriaal op de website van VZVZ aangepast. We adviseren de organisaties die toestemming moeten vragen aan hun patiënten hier secuur mee om te gaan. Lees ook het bericht van de LHV over het CBP rapport.

Evaluatie ebola-protocol Dordrecht

24 oktober 2014

Nadat op 4 oktober een patiënt met verdenking op ebola de gezamenlijke hal van de huisartsenpost en de SEH van het Albert Schweitzer ziekenhuis Dordrecht binnenliep, hebben alle betrokkenen de gang van zaken zorgvuldig geëvalueerd. Hebben de procedures gewerkt? Dekken die alle zaken die geregeld moeten zijn? Welke tips komen voort uit de ervaringen? De gebeurtenis in Dordrecht is uiteraard ook voor anderen leerzaam. Met dank aan Heleen van Pelt en Odette Schouten, respectievelijk directeur en medisch manager van de huisartsenpost, sturen we jullie hierbij het evaluatierapport en het ebola-protocol. We bevelen deze informatieve documenten warm aan.
Verder merken we nog op dat LHV, NHG en InEen een afstemmingsoverleg zijn gestart rond ebola. Ook hebben we hierover wekelijks contact met het RIVM. Voor deze week meldt het RIVM dat de WHO op 20 oktober heeft verklaard dat de ebola-uitbraak in Nigeria voorbij  is. Dit betekent dat personen afkomstig uit Nigeria niet langer een risicogroep voor ebola zijn. Zie voor meer informatie de website van het RIVM. Verder heeft minister Schippers een landelijk informatiepunt Ebola ingesteld, telefoon 0800-0480. Het is bedoeld voor algemene vragen van burgers en op werkdagen bereikbaar tussen 8:00 en 18:00 uur.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Nadat op 4 oktober een patiënt met verdenking op ebola de gezamenlijke hal van de huisartsenpost en de SEH van het Albert Schweitzer ziekenhuis Dordrecht binnenliep, hebben alle betrokkenen de gang van zaken zorgvuldig geëvalueerd. Hebben de procedures gewerkt? Dekken die alle zaken die geregeld moeten zijn? Welke tips komen voort uit de ervaringen? De gebeurtenis in Dordrecht is uiteraard ook voor anderen leerzaam. Met dank aan Heleen van Pelt en Odette Schouten, respectievelijk directeur en medisch manager van de huisartsenpost, sturen we jullie hierbij het evaluatierapport en het ebola-protocol. We bevelen deze informatieve documenten warm aan.
Verder merken we nog op dat LHV, NHG en InEen een afstemmingsoverleg zijn gestart rond ebola. Ook hebben we hierover wekelijks contact met het RIVM. Voor deze week meldt het RIVM dat de WHO op 20 oktober heeft verklaard dat de ebola-uitbraak in Nigeria voorbij  is. Dit betekent dat personen afkomstig uit Nigeria niet langer een risicogroep voor ebola zijn. Zie voor meer informatie de website van het RIVM. Verder heeft minister Schippers een landelijk informatiepunt Ebola ingesteld, telefoon 0800-0480. Het is bedoeld voor algemene vragen van burgers en op werkdagen bereikbaar tussen 8:00 en 18:00 uur.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Oproep meewerken aan Beeldmerk huisartsenposten

22 oktober 2014

In het weekbericht van 26 september plaatsten we een oproep aan huisartsenposten die willen meedenken bij de verdere uitwerking en de toepassing van het beeldmerk/logo voor huisartsenposten. Dit is het vervolg op de presentatie tijdens de deelledenvergadering van september jl. We ontvingen tot nu toe één aanmelding. Vandaar deze herhaling. Om met ons mee te denken, nodigen we in het bijzonder enkele leden uit die het beeldmerk als hun (nieuwe) logo en huisstijl willen gaan gebruiken. Daarnaast kun je uiteraard ook meedenken als je het beeldmerk (voorlopig) alleen nog gaat gebruiken als vignet, toegevoegd aan je eigen huisstijl. Meld je als je belangstelling hebt aan via info@ineen.nl.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

In het weekbericht van 26 september plaatsten we een oproep aan huisartsenposten die willen meedenken bij de verdere uitwerking en de toepassing van het beeldmerk/logo voor huisartsenposten. Dit is het vervolg op de presentatie tijdens de deelledenvergadering van september jl. We ontvingen tot nu toe één aanmelding. Vandaar deze herhaling. Om met ons mee te denken, nodigen we in het bijzonder enkele leden uit die het beeldmerk als hun (nieuwe) logo en huisstijl willen gaan gebruiken. Daarnaast kun je uiteraard ook meedenken als je het beeldmerk (voorlopig) alleen nog gaat gebruiken als vignet, toegevoegd aan je eigen huisstijl. Meld je als je belangstelling hebt aan via info@ineen.nl.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Procedure rond vermeende ebolapatiënt

22 oktober 2014

Op 4 oktober jl. werd de huisartsenpost Dordrecht geconfronteerd met een binnenlopende patiënt die verdacht werd van ebola. Daarna voltrokken de gebeurtenissen zich in sneltreinvaart. Sindsdien hebben de huisartsenpost, het ziekenhuis en andere betrokkenen de gang van zaken geëvalueerd. De ervaringen in Dordrecht zijn uiteraard ook voor anderen van belang: Hebben de procedures gewerkt? Welke tips komen voort uit de ervaringen?
Volgende week is het evaluatierapport uit Dordrecht afgerond en stellen we het via het weekbericht aan alle huisartsenposten beschikbaar.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Op 4 oktober jl. werd de huisartsenpost Dordrecht geconfronteerd met een binnenlopende patiënt die verdacht werd van ebola. Daarna voltrokken de gebeurtenissen zich in sneltreinvaart. Sindsdien hebben de huisartsenpost, het ziekenhuis en andere betrokkenen de gang van zaken geëvalueerd. De ervaringen in Dordrecht zijn uiteraard ook voor anderen van belang: Hebben de procedures gewerkt? Welke tips komen voort uit de ervaringen?
Volgende week is het evaluatierapport uit Dordrecht afgerond en stellen we het via het weekbericht aan alle huisartsenposten beschikbaar.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Oproep meewerken aan Beeldmerk huisartsenposten

22 oktober 2014

In het weekbericht van 26 september plaatsten we een oproep aan huisartsenposten die willen meedenken bij de verdere uitwerking en de toepassing van het beeldmerk/logo voor huisartsenposten. Dit is het vervolg op de presentatie tijdens de deelledenvergadering van september jl. We ontvingen tot nu toe één aanmelding. Vandaar deze herhaling. Om met ons mee te denken, nodigen we in het bijzonder enkele leden uit die het beeldmerk als hun (nieuwe) logo en huisstijl willen gaan gebruiken. Daarnaast kun je uiteraard ook meedenken als je het beeldmerk (voorlopig) alleen nog gaat gebruiken als vignet, toegevoegd aan je eigen huisstijl. Meld je als je belangstelling hebt aan via info@ineen.nl.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

In het weekbericht van 26 september plaatsten we een oproep aan huisartsenposten die willen meedenken bij de verdere uitwerking en de toepassing van het beeldmerk/logo voor huisartsenposten. Dit is het vervolg op de presentatie tijdens de deelledenvergadering van september jl. We ontvingen tot nu toe één aanmelding. Vandaar deze herhaling. Om met ons mee te denken, nodigen we in het bijzonder enkele leden uit die het beeldmerk als hun (nieuwe) logo en huisstijl willen gaan gebruiken. Daarnaast kun je uiteraard ook meedenken als je het beeldmerk (voorlopig) alleen nog gaat gebruiken als vignet, toegevoegd aan je eigen huisstijl. Meld je als je belangstelling hebt aan via info@ineen.nl.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Oproep: huisarts voor CADD

22 oktober 2014

Voor de accreditering van bij- en nascholing van doktersassistenten èn triagisten is de Commissie Accreditering Deskundigheidsbevordering Doktersassistenten (CADD) ingericht, met ondersteuning vanuit de NVDA, de LHV en InEen. In het kader van herregistratie van de triagist is één van de vereiste dat zij door de CADD geaccrediteerde nascholing heeft gevolgd. InEen zoekt voor de CADD enkele leden uit de kring van huisartsenposten. Dat kunnen huisartsen zijn of triagisten, uiteraard met aantoonbare affiniteit met scholing/opleiden/kwaliteit, of deskundigen op het gebied van onderwijs met kennis van triage. Vergaderfrequentie is eens per maand in Utrecht. Er is een vergoedingsregeling. Meld je bij belangstelling via info@ineen.nl.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht

[...]

Voor de accreditering van bij- en nascholing van doktersassistenten èn triagisten is de Commissie Accreditering Deskundigheidsbevordering Doktersassistenten (CADD) ingericht, met ondersteuning vanuit de NVDA, de LHV en InEen. In het kader van herregistratie van de triagist is één van de vereiste dat zij door de CADD geaccrediteerde nascholing heeft gevolgd. InEen zoekt voor de CADD enkele leden uit de kring van huisartsenposten. Dat kunnen huisartsen zijn of triagisten, uiteraard met aantoonbare affiniteit met scholing/opleiden/kwaliteit, of deskundigen op het gebied van onderwijs met kennis van triage. Vergaderfrequentie is eens per maand in Utrecht. Er is een vergoedingsregeling. Meld je bij belangstelling via info@ineen.nl.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht

Applied game triage

30 september 2014

Doktersdienst Groningen en Stichting NTS ontwikkelen samen een applied game voor professionele fun en deskundigheidsbevordering van triagisten. De bedoeling is de game in december 2014 te lanceren. Het spel wordt gespeeld door de triagist of de MKA-centralist (meldkamer). In plaats van echte patiënten word je gebeld door 3D-monstertjes. Het doel van het spel is zoveel mogelijk monstertjes te redden door de juiste urgentie te bepalen en het juiste vervolgtraject in te zetten. Om de monstertjes te redden heb je niet alleen medische vakkennis nodig maar ook voldoende communicatieve vaardigheden. Eigenlijk net zoals in het echt maar dan leuker. Meer informatie in de toelichting met daarbij een oproep aan triagisten om casuïstiek aan te leveren. Zodra de game beschikbaar is melden we dat uiteraard.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

[...]

Doktersdienst Groningen en Stichting NTS ontwikkelen samen een applied game voor professionele fun en deskundigheidsbevordering van triagisten. De bedoeling is de game in december 2014 te lanceren. Het spel wordt gespeeld door de triagist of de MKA-centralist (meldkamer). In plaats van echte patiënten word je gebeld door 3D-monstertjes. Het doel van het spel is zoveel mogelijk monstertjes te redden door de juiste urgentie te bepalen en het juiste vervolgtraject in te zetten. Om de monstertjes te redden heb je niet alleen medische vakkennis nodig maar ook voldoende communicatieve vaardigheden. Eigenlijk net zoals in het echt maar dan leuker. Meer informatie in de toelichting met daarbij een oproep aan triagisten om casuïstiek aan te leveren. Zodra de game beschikbaar is melden we dat uiteraard.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

Besluiten DLV Huisartsenposten

30 september 2014

In de Deelledenvergadering Huisartsenposten van 17 september 2014 zijn twee besluiten genomen:

  1. De leden hebben de Kernset Telefonische Triage vastgesteld als product op basis waarvan een oordeel kan worden gevormd over de kwaliteit van een triagegesprek. Er is kennis van genomen dat de gebruiksinstructies nader worden uitgewerkt en verduidelijkt, waarbij nog enkele aandachtspunten zijn meegegeven. Hierover volgt op korte termijn meer informatie. Tot slot is ingestemd met de nieuwe eisen voor diplomering en herregistratie, met dien verstande dat een overgangstraject van één jaar wordt geformuleerd. De besluiten worden verwerkt in de officiële stukken rond diplomering en herregistratie.
  2. De leden kozen vrijwel unaniem voor één van de vier gepresenteerde beeldmerken voor de huisartsenpost. Doel van het beeldmerk is bij te dragen aan de landelijke uniforme herkenbaarheid van huisartsenposten. Een huisartsenpost kan het beeldmerk naast of in plaats van het eigen logo gebruiken. Met een kleine groep leden worden beeldmerk en toepassingswijze verder uitgewerkt.

Beeldmerk huisartsenposten
Zoals hiervoor opgemerkt zullen we met een kleine groep leden het beeldmerk en de wijze waarop dat toegepast kan worden verder uitwerken. Om met ons mee te denken nodigen we in het bijzonder enkele leden uit die het beeldmerk als hun (nieuwe) logo en huisstijl willen gaan gebruiken. Daarnaast kun je uiteraard ook meedenken als je het beeldmerk (voorlopig) alleen nog gaat gebruiken als vignet, toegevoegd aan je eigen huisstijl. Meld je als je belangstelling hebt aan via info@ineen.nl.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

[...]

In de Deelledenvergadering Huisartsenposten van 17 september 2014 zijn twee besluiten genomen:

  1. De leden hebben de Kernset Telefonische Triage vastgesteld als product op basis waarvan een oordeel kan worden gevormd over de kwaliteit van een triagegesprek. Er is kennis van genomen dat de gebruiksinstructies nader worden uitgewerkt en verduidelijkt, waarbij nog enkele aandachtspunten zijn meegegeven. Hierover volgt op korte termijn meer informatie. Tot slot is ingestemd met de nieuwe eisen voor diplomering en herregistratie, met dien verstande dat een overgangstraject van één jaar wordt geformuleerd. De besluiten worden verwerkt in de officiële stukken rond diplomering en herregistratie.
  2. De leden kozen vrijwel unaniem voor één van de vier gepresenteerde beeldmerken voor de huisartsenpost. Doel van het beeldmerk is bij te dragen aan de landelijke uniforme herkenbaarheid van huisartsenposten. Een huisartsenpost kan het beeldmerk naast of in plaats van het eigen logo gebruiken. Met een kleine groep leden worden beeldmerk en toepassingswijze verder uitgewerkt.

Beeldmerk huisartsenposten
Zoals hiervoor opgemerkt zullen we met een kleine groep leden het beeldmerk en de wijze waarop dat toegepast kan worden verder uitwerken. Om met ons mee te denken nodigen we in het bijzonder enkele leden uit die het beeldmerk als hun (nieuwe) logo en huisstijl willen gaan gebruiken. Daarnaast kun je uiteraard ook meedenken als je het beeldmerk (voorlopig) alleen nog gaat gebruiken als vignet, toegevoegd aan je eigen huisstijl. Meld je als je belangstelling hebt aan via info@ineen.nl.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

Deelledenvergadering Huisartsenposten en Algemene Ledenvergadering

23 september 2014

Voor de zekerheid noemen we nog even de tijden van de verschillende bijeenkomsten op woensdag 17 september, alle in het Postillion Hotel in Bunnik. De Deelledenvergadering Huisartsenposten vindt plaats van 12.00 tot 13.30 uur. Na een korte pauze start de Algemene Ledenvergadering om 13.45 uur en die duurt tot 15.15 uur. Om 16.00 uur gaat de Tweedaagse van start. Wij hopen al onze leden bij de verschillende bijeenkomsten te zien en uitgebreid te spreken. Heeft u zich nog niet aangemeld voor de Deelledenvergadering Huisartsenposten en/of de Algemene Ledenvergadering InEen dan kunt zich u hier aanmelden voor beide vergaderingen.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

[...]

Voor de zekerheid noemen we nog even de tijden van de verschillende bijeenkomsten op woensdag 17 september, alle in het Postillion Hotel in Bunnik. De Deelledenvergadering Huisartsenposten vindt plaats van 12.00 tot 13.30 uur. Na een korte pauze start de Algemene Ledenvergadering om 13.45 uur en die duurt tot 15.15 uur. Om 16.00 uur gaat de Tweedaagse van start. Wij hopen al onze leden bij de verschillende bijeenkomsten te zien en uitgebreid te spreken. Heeft u zich nog niet aangemeld voor de Deelledenvergadering Huisartsenposten en/of de Algemene Ledenvergadering InEen dan kunt zich u hier aanmelden voor beide vergaderingen.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

Wat te doen bij verdenking van ebola: instructies van RIVM en NHG

16 september 2014

Bij dit bericht vinden jullie instructies van het RIVM en het NHG over wat er moet gebeuren als een patiënt zich, telefonisch of op de huisartsenpost, meldt met een verdenking op ebola. Het spreekt vanzelf dat het belangrijk is dat alle medewerkers van de huisartsenpost hiervan op de hoogte zijn. Ook sturen we stroomschema voor triage mee met betrekking tot ebola, dat aansluit op de NTS.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

[...]

Bij dit bericht vinden jullie instructies van het RIVM en het NHG over wat er moet gebeuren als een patiënt zich, telefonisch of op de huisartsenpost, meldt met een verdenking op ebola. Het spreekt vanzelf dat het belangrijk is dat alle medewerkers van de huisartsenpost hiervan op de hoogte zijn. Ook sturen we stroomschema voor triage mee met betrekking tot ebola, dat aansluit op de NTS.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

In kaart brengen ketensamenwerking huisartsenposten

16 september 2014

In het project ‘Verbetering samenhang en samenwerking in de keten van acute zorg’ brengt InEen de samenwerking tussen huisartsenposten en vijf belangrijke ketenpartners in kaart. Hiervoor hebben we jullie inbreng nodig. De komende maanden bellen we alle huisartsenposten om uitgebreid met hen in gesprek te gaan over de samenwerking met SEH, ambulancevoorziening, VVT, GGZ en geneesmiddelenverstrekking. We vragen jullie medewerking hiervoor. Op basis van de gesprekken maken we een overzicht dat huisartsenposten en InEen kunnen gebruiken. Ook zoeken, selecteren en beschrijven we goede voorbeelden. Tot slot horen we graag waar huisartsenposten tegenaan lopen in ketensamenwerking en op welke punten InEen zich kan inzetten.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

[...]

In het project ‘Verbetering samenhang en samenwerking in de keten van acute zorg’ brengt InEen de samenwerking tussen huisartsenposten en vijf belangrijke ketenpartners in kaart. Hiervoor hebben we jullie inbreng nodig. De komende maanden bellen we alle huisartsenposten om uitgebreid met hen in gesprek te gaan over de samenwerking met SEH, ambulancevoorziening, VVT, GGZ en geneesmiddelenverstrekking. We vragen jullie medewerking hiervoor. Op basis van de gesprekken maken we een overzicht dat huisartsenposten en InEen kunnen gebruiken. Ook zoeken, selecteren en beschrijven we goede voorbeelden. Tot slot horen we graag waar huisartsenposten tegenaan lopen in ketensamenwerking en op welke punten InEen zich kan inzetten.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

In kaart brengen ketensamenwerking huisartsenposten

12 september 2014

In het project ‘Verbetering samenhang en samenwerking in de keten van acute zorg’ brengt InEen de samenwerking tussen huisartsenposten en vijf belangrijke ketenpartners in kaart.Hiervoor hebben we jullie inbreng nodig. De komende maanden bellen we alle huisartsenposten om uitgebreid met hen in gesprek te gaan over de samenwerking met SEH, ambulancevoorziening, VVT, GGZ en geneesmiddelenverstrekking. We vragen jullie medewerking hiervoor. Op basis van de gesprekken maken we een overzicht dat huisartsenposten en InEen kunnen gebruiken. Ook zoeken, selecteren en beschrijven we goede voorbeelden. Tot slot horen we graag waar huisartsenposten tegenaan lopen in ketensamenwerking en op welke punten InEen zich kan inzetten.

[...]

In het project ‘Verbetering samenhang en samenwerking in de keten van acute zorg’ brengt InEen de samenwerking tussen huisartsenposten en vijf belangrijke ketenpartners in kaart.Hiervoor hebben we jullie inbreng nodig. De komende maanden bellen we alle huisartsenposten om uitgebreid met hen in gesprek te gaan over de samenwerking met SEH, ambulancevoorziening, VVT, GGZ en geneesmiddelenverstrekking. We vragen jullie medewerking hiervoor. Op basis van de gesprekken maken we een overzicht dat huisartsenposten en InEen kunnen gebruiken. Ook zoeken, selecteren en beschrijven we goede voorbeelden. Tot slot horen we graag waar huisartsenposten tegenaan lopen in ketensamenwerking en op welke punten InEen zich kan inzetten.

Huisartsenpost Tiel behaalt certificaat Patiëntveiligheid

01 september 2014

HAPTielIn het nieuwe HKZ-certificatieschema voor huisartsenposten is in juli 2012 de module patiëntveiligheid geïntroduceerd. Onlangs heeft de Huisartsenpost Tiel als eerste huisartsenpost het aparte certificaat patiëntveiligheid in de wacht gesleept.

Josette Hermans is kwaliteitsmedewerker in Tiel: ‘We waren bezig met de HKZ-hercertificering en wilden ook kijken waar we stonden op het gebied van patiënt-veiligheid. De HKZ-certificering is meer algemeen gericht op de kwaliteitsborging in de organisatie; het certificaat patiëntveiligheid gaat net een stap verder. Verwacht wordt bijvoorbeeld dat je al je kritische processen doorlicht, bewust met het oog op patiëntveiligheid. Waarschijnlijk voldoen de meeste posten aan de eisen, maar kun je het ook laten zien, kun je aan de hand van documenten expliciet maken op welke manier je de patiëntveiligheid hebt betrokken in de processen en bij je kwaliteitsinstrumenten. ? Daar gaat het om.’

‘In Tiel hebben we er bijvoorbeeld voor gekozen om risk-based te auditen. Bij onze interne audits namen we niet automatisch alle processen, maar alleen de processen waar zich de grootste risico’ voor patiënten voordoen. Je bent dan bewuster en doelmatiger bezig. Ook LRQA (Lloyd’s Register Quality Assurance) die bij ons de externe audit deed, vond dat een goede aanpak. Verder hebben we ons nadrukkelijk gericht op de veiligheidscultuur in de organisatie. Als medewerkers zich  veilig voelen in het  werk, komt dat ook de patiëntveiligheid ten goede. We bieden bijvoorbeeld coaching aan individuele medewerkers die dat willen. Verder hebben we een intern traject dat zich richt op hoe je met elkaar communiceert, hoe je samen voor teamwork kunt zorgen.’

‘Patiëntveiligheid lijkt zo vanzelfsprekend, maar onveiligheid kan er onverwacht insluipen. We dachten bijvoorbeeld dat we de overdracht van en naar de ambulancezorg goed hadden geregeld, toch kregen we daarin een tijdje terug te maken met een calamiteit.  We hebben samen met de ambulancezorg en de meldkamer het hele proces nog een keer uitgekristalliseerd en opnieuw op papier gezet. Dan blijkt dat het toch minder helder is dan we dachten. Zo’n proces is dus zinvol en leerzaam; en komt de patiëntveiligheid ten goede. Ja, uiteindelijk is het best wel werk geweest. Dat blijft. Het is niet zo dat het klaar is als het certificaat behaald is. Patiëntveiligheid is een proces waar je continue aan werkt.’

[...]

HAPTielIn het nieuwe HKZ-certificatieschema voor huisartsenposten is in juli 2012 de module patiëntveiligheid geïntroduceerd. Onlangs heeft de Huisartsenpost Tiel als eerste huisartsenpost het aparte certificaat patiëntveiligheid in de wacht gesleept.

Josette Hermans is kwaliteitsmedewerker in Tiel: ‘We waren bezig met de HKZ-hercertificering en wilden ook kijken waar we stonden op het gebied van patiënt-veiligheid. De HKZ-certificering is meer algemeen gericht op de kwaliteitsborging in de organisatie; het certificaat patiëntveiligheid gaat net een stap verder. Verwacht wordt bijvoorbeeld dat je al je kritische processen doorlicht, bewust met het oog op patiëntveiligheid. Waarschijnlijk voldoen de meeste posten aan de eisen, maar kun je het ook laten zien, kun je aan de hand van documenten expliciet maken op welke manier je de patiëntveiligheid hebt betrokken in de processen en bij je kwaliteitsinstrumenten. ? Daar gaat het om.’

‘In Tiel hebben we er bijvoorbeeld voor gekozen om risk-based te auditen. Bij onze interne audits namen we niet automatisch alle processen, maar alleen de processen waar zich de grootste risico’ voor patiënten voordoen. Je bent dan bewuster en doelmatiger bezig. Ook LRQA (Lloyd’s Register Quality Assurance) die bij ons de externe audit deed, vond dat een goede aanpak. Verder hebben we ons nadrukkelijk gericht op de veiligheidscultuur in de organisatie. Als medewerkers zich  veilig voelen in het  werk, komt dat ook de patiëntveiligheid ten goede. We bieden bijvoorbeeld coaching aan individuele medewerkers die dat willen. Verder hebben we een intern traject dat zich richt op hoe je met elkaar communiceert, hoe je samen voor teamwork kunt zorgen.’

‘Patiëntveiligheid lijkt zo vanzelfsprekend, maar onveiligheid kan er onverwacht insluipen. We dachten bijvoorbeeld dat we de overdracht van en naar de ambulancezorg goed hadden geregeld, toch kregen we daarin een tijdje terug te maken met een calamiteit.  We hebben samen met de ambulancezorg en de meldkamer het hele proces nog een keer uitgekristalliseerd en opnieuw op papier gezet. Dan blijkt dat het toch minder helder is dan we dachten. Zo’n proces is dus zinvol en leerzaam; en komt de patiëntveiligheid ten goede. Ja, uiteindelijk is het best wel werk geweest. Dat blijft. Het is niet zo dat het klaar is als het certificaat behaald is. Patiëntveiligheid is een proces waar je continue aan werkt.’

Urineweginfecties op de huisartsenpost

01 september 2014

Urineweginfecties zijn een veel voorkomende kwaal, niet alleen in de dagpraktijk, maar ook op de huisartsenpost.  In het najaar van 2013 is de nieuwe NHG standaard Urineweginfecties verschenen. Deze verschilt op een aantal punten van de vorige.

De belangrijkste veranderingen in de nieuwe standaard zijn:

  • Urineweginfecties worden ingedeeld in drie groepen en niet meer zoals voorheen in gecompliceerd-ongecompliceerd. Groep 1 betreft gezonde niet-zwangere vrouwen > 12 jaar zonder koorts. Groep 2 bevat mensen met koorts en alle risicogroepen (mannen, zwangeren, DM, verminderde weerstand, nier/urinewegafwijkingen, neurologische blaasstoornissen, katheter). Groep 3 zijn de kinderen van 3 maanden tot 12 jaar.
  • Er zijn duidelijke richtlijnen voor de opvang van urine: zo lang mogelijk in de blaas, minimaal 2 uur en niet langer dan 2 uur buiten de koelkast bewaren. Voor niet-zindelijke kinderen wordt geen plaszakje meer geadviseerd, maar de zogenaamde ‘clean catch’ methode.
  • Diagnostiek en beleid zijn meer afhankelijk geworden van de voorafkans op een uwi  en van de patiëntengroep.
  • Eigenlijk is bij iedereen, behalve bij groep 1, een kweek geïndiceerd.
  • Het aanbieden van een ‘uitgesteld recept’ wordt aanbevolen in sommige gevallen.
  • Behandeling vindt voornamelijk plaats met nitrofurantoine;  bij volwassen  met koorts is Ciprofloxacine de eerste keus.
  • Controle na behandeling wordt niet aanbevolen als er geen klachten meer zijn.

Protocollen en nascholing
Na het verschijnen van de nieuwe standaard hebben op verschillende plekken in het land kaderhuisartsen Urogynaecologie protocollen ontwikkeld voor diagnostiek en behandeling van urineweginfecties, zowel voor de dagpraktijk als voor de huisartsenpost. Naast het maken van nieuwe protocollen zijn er hieraan gekoppelde nascholingen ontwikkeld.

Ongetwijfeld zijn er nog huisartsenposten waar nog geen protocol is ontwikkeld. We nodigen u van harte uit om een kaderhuisarts Urogynaecologie bij u in de buurt te benaderen om hiermee aan de gang te gaan. U kunt ook contact opnemen voor meer informatie over de protocollen en de nascholing: Huibertien Oosterlee, kaderhuisarts Urogynaecologie (regio Zwolle e.o.).

[...]

Urineweginfecties zijn een veel voorkomende kwaal, niet alleen in de dagpraktijk, maar ook op de huisartsenpost.  In het najaar van 2013 is de nieuwe NHG standaard Urineweginfecties verschenen. Deze verschilt op een aantal punten van de vorige.

De belangrijkste veranderingen in de nieuwe standaard zijn:

  • Urineweginfecties worden ingedeeld in drie groepen en niet meer zoals voorheen in gecompliceerd-ongecompliceerd. Groep 1 betreft gezonde niet-zwangere vrouwen > 12 jaar zonder koorts. Groep 2 bevat mensen met koorts en alle risicogroepen (mannen, zwangeren, DM, verminderde weerstand, nier/urinewegafwijkingen, neurologische blaasstoornissen, katheter). Groep 3 zijn de kinderen van 3 maanden tot 12 jaar.
  • Er zijn duidelijke richtlijnen voor de opvang van urine: zo lang mogelijk in de blaas, minimaal 2 uur en niet langer dan 2 uur buiten de koelkast bewaren. Voor niet-zindelijke kinderen wordt geen plaszakje meer geadviseerd, maar de zogenaamde ‘clean catch’ methode.
  • Diagnostiek en beleid zijn meer afhankelijk geworden van de voorafkans op een uwi  en van de patiëntengroep.
  • Eigenlijk is bij iedereen, behalve bij groep 1, een kweek geïndiceerd.
  • Het aanbieden van een ‘uitgesteld recept’ wordt aanbevolen in sommige gevallen.
  • Behandeling vindt voornamelijk plaats met nitrofurantoine;  bij volwassen  met koorts is Ciprofloxacine de eerste keus.
  • Controle na behandeling wordt niet aanbevolen als er geen klachten meer zijn.

Protocollen en nascholing
Na het verschijnen van de nieuwe standaard hebben op verschillende plekken in het land kaderhuisartsen Urogynaecologie protocollen ontwikkeld voor diagnostiek en behandeling van urineweginfecties, zowel voor de dagpraktijk als voor de huisartsenpost. Naast het maken van nieuwe protocollen zijn er hieraan gekoppelde nascholingen ontwikkeld.

Ongetwijfeld zijn er nog huisartsenposten waar nog geen protocol is ontwikkeld. We nodigen u van harte uit om een kaderhuisarts Urogynaecologie bij u in de buurt te benaderen om hiermee aan de gang te gaan. U kunt ook contact opnemen voor meer informatie over de protocollen en de nascholing: Huibertien Oosterlee, kaderhuisarts Urogynaecologie (regio Zwolle e.o.).

‘Ambulancezorg app’ beschikbaar

26 augustus 2014

Deze week is de ‘Ambulancezorg app’ verschenen die op eenvoudige wijze toegang geeft tot het meest actuele Landelijk Protocol Ambulancezorg (LPA) en C2000 verbindingsschema’s. De app is verkrijgbaar in de appstores voor Android en IOS, en geeft ook nieuws- en pushberichten die regiospecifiek kunnen worden ingesteld.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

[...]

Deze week is de ‘Ambulancezorg app’ verschenen die op eenvoudige wijze toegang geeft tot het meest actuele Landelijk Protocol Ambulancezorg (LPA) en C2000 verbindingsschema’s. De app is verkrijgbaar in de appstores voor Android en IOS, en geeft ook nieuws- en pushberichten die regiospecifiek kunnen worden ingesteld.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

Publiekscampagne: de mensen van de ambulance

19 augustus 2014

Sinds maart dit jaar voert Ambulancezorg Nederland samen met V&VN en de RAV’s een publiekscampagne ‘De mensen van de ambulance’. Op basis van 3 thema’s: ‘als je 112 belt’ (inmiddels afgerond), ‘in het verkeer’ (loopt nu) en ‘bij zorgverlening’ (start najaar 2014) vertellen ambulanceprofessionals het grote publiek wat je moet doen, of beter kunt laten, als je te maken krijgt met ambulancezorg. In 2015 wordt de campagne herhaald. Op de campagnesite – www.demensenvandeambulance.nl – staan filmpjes met tips en info van ambulanceprofessionals en er is een weblog met echte verhalen uit de ambulancepraktijk. Natuurlijk ontbreekt uitgebreide informatie over ambulancezorg niet. Bij het campagneteam is ook een campagnebanner verkrijgbaar die zorgverleners op hun eigen site kunnen plaatsen. U kunt de banner desgewenst opvragen bij Ambulancezorg Nederland, via secretariaatazn@ambulancezorg.nl.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

[...]

Sinds maart dit jaar voert Ambulancezorg Nederland samen met V&VN en de RAV’s een publiekscampagne ‘De mensen van de ambulance’. Op basis van 3 thema’s: ‘als je 112 belt’ (inmiddels afgerond), ‘in het verkeer’ (loopt nu) en ‘bij zorgverlening’ (start najaar 2014) vertellen ambulanceprofessionals het grote publiek wat je moet doen, of beter kunt laten, als je te maken krijgt met ambulancezorg. In 2015 wordt de campagne herhaald. Op de campagnesite – www.demensenvandeambulance.nl – staan filmpjes met tips en info van ambulanceprofessionals en er is een weblog met echte verhalen uit de ambulancepraktijk. Natuurlijk ontbreekt uitgebreide informatie over ambulancezorg niet. Bij het campagneteam is ook een campagnebanner verkrijgbaar die zorgverleners op hun eigen site kunnen plaatsen. U kunt de banner desgewenst opvragen bij Ambulancezorg Nederland, via secretariaatazn@ambulancezorg.nl.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

Vacaturemonitor juni 2014: grote behoefte aan ondersteunend personeel

19 augustus 2014

Er is nog steeds een groot tekort aan praktijkondersteuners. Dat blijkt uit de nieuwste Vacaturemonitor van het Campagneteam Werken in de huisartsenzorg. De vraag naar praktijkondersteuners neemt toe door de grotere rol die huisartsen spelen in de wijken. De vacaturegraad voor praktijkondersteuners somatiek is gestegen van 4,3% in 2013 naar 7,1 procent in juni van dit jaar. Het aantal openstaande vacatures voor praktijkondersteuners-GGZ bedroeg in juni 2014 18%. Door het ontbreken van voldoende stageplaatsen dreigt er ook een tekort aan doktersassistenten. In februari 2014 leek het aantal vacatures (260) gedaald, in juni was dit echter weer fors gestegen tot 690, meer dan in juni 2013. Het Campagneteam is ondergebracht bij het sociaal fonds SSFH.

vacaturemonitor

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

 

[...]

Er is nog steeds een groot tekort aan praktijkondersteuners. Dat blijkt uit de nieuwste Vacaturemonitor van het Campagneteam Werken in de huisartsenzorg. De vraag naar praktijkondersteuners neemt toe door de grotere rol die huisartsen spelen in de wijken. De vacaturegraad voor praktijkondersteuners somatiek is gestegen van 4,3% in 2013 naar 7,1 procent in juni van dit jaar. Het aantal openstaande vacatures voor praktijkondersteuners-GGZ bedroeg in juni 2014 18%. Door het ontbreken van voldoende stageplaatsen dreigt er ook een tekort aan doktersassistenten. In februari 2014 leek het aantal vacatures (260) gedaald, in juni was dit echter weer fors gestegen tot 690, meer dan in juni 2013. Het Campagneteam is ondergebracht bij het sociaal fonds SSFH.

vacaturemonitor

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

 

Cao-wijziging in de Cao Huisartsenzorg 2014-2015

19 augustus 2014

De werknemers in de dagpraktijk ontvangen in 2014 eenmalig 0,5 procent over het jaarsalaris 2014 gelijktijdig met de eindejaarsuitkering. Dit is een compensatie voor het afbouwen van de toeslag voor het werken in de avonduren op een werkdag, maandag tot en met vrijdag tussen 18.00 en 20.00 uur per 1 juli 2014. Voor de werknemers die op 30 juni 2014 werkzaam zijn in de dagpraktijk, geldt een afbouwregeling van deze avondtoeslag tot 2017. Ook wordt de toeslag op een werkdag, maandag t/m vrijdag tussen 20.00 en 24.00 uur, verlaagd van 50 procent naar 30 procent en wordt geen toeslag meer betaald als werknemers een opleiding in de avonduren volgen.

Met enige regelmaat krijgt InEen de vraag of bovenvermelde Cao-wijziging in de Cao Huisartsenzorg 2014-2015 ook van toepassing is op werknemers van huisartsenposten die doorgaans tijdens daguren werken? En of zij ter compensatie van het afbouwen van de onregelmatigheidstoeslag per 1 juli 2014 een eenmalige uitkering van 0,5 procent over het jaarsalaris 2014 ontvangen? Het antwoord op deze vraag, dat in het kort ‘ja’ luidt, heeft InEen (inclusief toelichting) op 15 augustus 2014 in een digitale brief aan de werkgevers van de huisartsenposten verstuurd.

  • Cao Huisartsenzorg 2014-2015 (pdf)
  • Aan de rechterkant van de site staan de Cao’s die voor leden van InEen van toepassing zijn opgenomen bij ‘Actuele onderwerpen’.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

 

[...]

De werknemers in de dagpraktijk ontvangen in 2014 eenmalig 0,5 procent over het jaarsalaris 2014 gelijktijdig met de eindejaarsuitkering. Dit is een compensatie voor het afbouwen van de toeslag voor het werken in de avonduren op een werkdag, maandag tot en met vrijdag tussen 18.00 en 20.00 uur per 1 juli 2014. Voor de werknemers die op 30 juni 2014 werkzaam zijn in de dagpraktijk, geldt een afbouwregeling van deze avondtoeslag tot 2017. Ook wordt de toeslag op een werkdag, maandag t/m vrijdag tussen 20.00 en 24.00 uur, verlaagd van 50 procent naar 30 procent en wordt geen toeslag meer betaald als werknemers een opleiding in de avonduren volgen.

Met enige regelmaat krijgt InEen de vraag of bovenvermelde Cao-wijziging in de Cao Huisartsenzorg 2014-2015 ook van toepassing is op werknemers van huisartsenposten die doorgaans tijdens daguren werken? En of zij ter compensatie van het afbouwen van de onregelmatigheidstoeslag per 1 juli 2014 een eenmalige uitkering van 0,5 procent over het jaarsalaris 2014 ontvangen? Het antwoord op deze vraag, dat in het kort ‘ja’ luidt, heeft InEen (inclusief toelichting) op 15 augustus 2014 in een digitale brief aan de werkgevers van de huisartsenposten verstuurd.

  • Cao Huisartsenzorg 2014-2015 (pdf)
  • Aan de rechterkant van de site staan de Cao’s die voor leden van InEen van toepassing zijn opgenomen bij ‘Actuele onderwerpen’.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

 

Persbericht InEen - Toename van de zorgzwaarte op huisartsenposten

15 augustus 2014

Resultaten benchmark huisartenposten 2013

Utrecht, 14 augustus 2014 — De ernst van zorgvragen op huisartsenposten neemt  verder toe. Dit blijkt uit de landelijke benchmark onder huisartsenposten die brancheorganisatie InEen vandaag presenteert. Deze toename van de zorgzwaarte komt tot uitdrukking in de verdeling tussen telefonische contacten en het aantal visites en consulten. Bij een dalende trend van het totale gebruik van zorg buiten kantooruren op de huisartsenpost, stijgt het aandeel face-to-face contacten. InEen ziet in de cijfers aanwijzingen voor de gewenste verschuiving van de zorg vanuit het ziekenhuis naar de huisartsenpost.

Toename urgentie zorgvraag
De beoordeling van de zorgvraag ofwel triage, de toegang tot de acute huisartsenzorg, gebeurt door gediplomeerde triagisten op basis van de Nederlandse Triage Standaard of de NHG-TriageWijzer. De triage leidt net als voorgaande jaren vaker tot een zorgvraag met een hogere urgentie (U0, U1 en U2). De toegenomen zorgzwaarte heeft zijn weerslag op de geleverde zorg. Tegenover een daling van het aantal telefonische contacten bij lagere urgenties, blijft het aantal consulten en visites van de huisartsenposten vrijwel gelijk. Dit betekent dat er relatief gezien vaker face-to-face contact nodig is tussen de huisarts en de patiënt.

Aanwijzingen voor substitutie
De cijfers bevestigen het beeld dat de verschuiving van de zelfverwijzers van de ziekenhuiszorg  gestaag doorzet. Hoewel cijfers over de financiële effecten van deze substitutie bij ziekenhuizen ontbreken, is het zeer waarschijnlijk dat een groeiend deel van de kosten van huisartsenposten voortkomt uit substitutie van tweedelijnszorg. Huisartsenposten vormen steeds nadrukkelijker de spil in de acute ANW-zorg en blijven daarbij oog houden voor zinnige, zuinige en veilige zorg.

Gepast gebruik van zorg op huisartsenposten
De huisartsenposten laten zien dat ze gepast omgaan met het gebruik van de ANW-zorg. De huisartsenposten declareerden bijna vier miljoen verrichtingen, gemiddeld 239 verrichten per 1.000 inwoners (met een grote regionale variatie). Dat is 1,8% minder dan in 2012. Ter vergelijking, het aantal consulten in de huisartsendagzorg is vrijwel constant gebleven.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met:
Christel van Vugt, Programmamanager, telefoon 06-22516995, e-mail c.vanvugt@ineen.nl

[...]

Resultaten benchmark huisartenposten 2013

Utrecht, 14 augustus 2014 — De ernst van zorgvragen op huisartsenposten neemt  verder toe. Dit blijkt uit de landelijke benchmark onder huisartsenposten die brancheorganisatie InEen vandaag presenteert. Deze toename van de zorgzwaarte komt tot uitdrukking in de verdeling tussen telefonische contacten en het aantal visites en consulten. Bij een dalende trend van het totale gebruik van zorg buiten kantooruren op de huisartsenpost, stijgt het aandeel face-to-face contacten. InEen ziet in de cijfers aanwijzingen voor de gewenste verschuiving van de zorg vanuit het ziekenhuis naar de huisartsenpost.

Toename urgentie zorgvraag
De beoordeling van de zorgvraag ofwel triage, de toegang tot de acute huisartsenzorg, gebeurt door gediplomeerde triagisten op basis van de Nederlandse Triage Standaard of de NHG-TriageWijzer. De triage leidt net als voorgaande jaren vaker tot een zorgvraag met een hogere urgentie (U0, U1 en U2). De toegenomen zorgzwaarte heeft zijn weerslag op de geleverde zorg. Tegenover een daling van het aantal telefonische contacten bij lagere urgenties, blijft het aantal consulten en visites van de huisartsenposten vrijwel gelijk. Dit betekent dat er relatief gezien vaker face-to-face contact nodig is tussen de huisarts en de patiënt.

Aanwijzingen voor substitutie
De cijfers bevestigen het beeld dat de verschuiving van de zelfverwijzers van de ziekenhuiszorg  gestaag doorzet. Hoewel cijfers over de financiële effecten van deze substitutie bij ziekenhuizen ontbreken, is het zeer waarschijnlijk dat een groeiend deel van de kosten van huisartsenposten voortkomt uit substitutie van tweedelijnszorg. Huisartsenposten vormen steeds nadrukkelijker de spil in de acute ANW-zorg en blijven daarbij oog houden voor zinnige, zuinige en veilige zorg.

Gepast gebruik van zorg op huisartsenposten
De huisartsenposten laten zien dat ze gepast omgaan met het gebruik van de ANW-zorg. De huisartsenposten declareerden bijna vier miljoen verrichtingen, gemiddeld 239 verrichten per 1.000 inwoners (met een grote regionale variatie). Dat is 1,8% minder dan in 2012. Ter vergelijking, het aantal consulten in de huisartsendagzorg is vrijwel constant gebleven.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met:
Christel van Vugt, Programmamanager, telefoon 06-22516995, e-mail c.vanvugt@ineen.nl

Benchmarkbulletin Huisartsenposten 2013

11 augustus 2014

Het jaarlijkse Benchmarkbulletin Huisartsenposten  is gereed. De belangrijkste cijfers over 2013 zijn in daarin samengevat en het geheel geeft een beeld van de ontwikkelingen van de acute huisartsenzorg tijdens ANW-uren. Uit de cijfers blijkt dat het gebruik van de ANW-zorg bij huisartsenposten opnieuw licht is afgenomen, dat de ernst van de zorgvraag relatief is toegenomen (hogere urgenties) en dat de face-to-face-contacten ook zijn toegenomen. Dit terwijl tegelijkertijd de substitutie van ziekenhuiszorg naar eerstelijnshuisartsenzorg ook is toegenomen.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

[...]

Het jaarlijkse Benchmarkbulletin Huisartsenposten  is gereed. De belangrijkste cijfers over 2013 zijn in daarin samengevat en het geheel geeft een beeld van de ontwikkelingen van de acute huisartsenzorg tijdens ANW-uren. Uit de cijfers blijkt dat het gebruik van de ANW-zorg bij huisartsenposten opnieuw licht is afgenomen, dat de ernst van de zorgvraag relatief is toegenomen (hogere urgenties) en dat de face-to-face-contacten ook zijn toegenomen. Dit terwijl tegelijkertijd de substitutie van ziekenhuiszorg naar eerstelijnshuisartsenzorg ook is toegenomen.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

Kamervragen over ‘verrassingsrekeningen’

11 augustus 2014

Tweede Kamerleden Bouwmeester en Wolbert hebben vragen gesteld over de acute zorg, met name over de onnodige kosten voor de patiënt als deze naar de SEH gaat in plaats van naar de huisartsenpost of de huisarts overdag. InEen heeft in perscontacten nog een keer benadrukt dat we op de lijn zitten van huisartsenpost vóór de SEH en dat daar bovendien ook in het land vorderingen mee worden gemaakt. De minister heeft laten weten de vragen voor het einde van het zomerreces te zullen beantwoorden.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

[...]

Tweede Kamerleden Bouwmeester en Wolbert hebben vragen gesteld over de acute zorg, met name over de onnodige kosten voor de patiënt als deze naar de SEH gaat in plaats van naar de huisartsenpost of de huisarts overdag. InEen heeft in perscontacten nog een keer benadrukt dat we op de lijn zitten van huisartsenpost vóór de SEH en dat daar bovendien ook in het land vorderingen mee worden gemaakt. De minister heeft laten weten de vragen voor het einde van het zomerreces te zullen beantwoorden.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

Begroting 2015: tabel inwoneraantallen en stedelijke gebieden

14 juli 2014

We attenderen jullie op het bericht dat we afgelopen maandag aan de directeuren van huisartsenposten en de leden van het netwerk controllers hebben gestuurd. Dit bericht bevat de tabel inwoneraantallen en stedelijke gebieden en een toelichting ten behoeve van de begroting 2015.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

[...]

We attenderen jullie op het bericht dat we afgelopen maandag aan de directeuren van huisartsenposten en de leden van het netwerk controllers hebben gestuurd. Dit bericht bevat de tabel inwoneraantallen en stedelijke gebieden en een toelichting ten behoeve van de begroting 2015.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

Onderzoek IQ healthcare samen met huisartsenposten

11 juli 2014

Op verschillende manieren voert IQ healthcare samen met huisartsenposten belangrijk onderzoek uit. Regelmatig roepen de onderzoekers huisartsenposten op om aan onderzoek mee te werken. Het mes snijdt aan twee kanten: het onderzoek helpt de deelnemende huisartsenposten doordat zij informatie krijgen over hun eigen functioneren én draagt bij aan de algemene kennisvergaring voor de Nederlandse huisartsenposten samen. Bovendien worden de financiële lasten gespreid. Op dit moment liggen er de volgende mogelijkheden:

1. Onderzoek naar veiligheidscultuur
IQ healthcare participeert samen met vijf andere Europese landen in het SAFE-EUR-OOH project: een onderzoek naar veiligheidscultuur op huisartsenposten met behulp van de Safety Attitudes Questionnaire (SAQ). Dit is een vragenlijst met 62 vragen over de volgende thema’s: teamwork, veiligheidsklimaat, werktevredenheid, management percepties, werkcondities en stress herkenning.

Wij zijn nu op zoek naar ongeveer 10-15 huisartsenposten die willen meedoen aan dit onderzoek. De kosten per post bedragen € 2000. De SAQ is een online vragenlijst voor alle professionals op de huisartsenpost die contact hebben met patiënten: triagisten, verpleegkundigen en huisartsen. De deelnemende huisartsenpost levert de e-mailadressen van de professionals aan. Na afloop van de studie krijgt de huisartsenpost een feedbackrapport van zijn eigen resultaten.

Planning
November 2014: aanleveren mailadressen
Januari-Februari 2015: dataverzameling
April 2015: feedbackrapport
Aanmeldingen en vragen: Marleen Smits (marleen.smits@radboudumc.nl)

2. Ander onderzoek
IQ healthcare voert regelmatig kleine onderzoeken uit in opdracht van huisartsenposten. Soms betreft dit nieuwe onderzoeksvragen die ook vaak interessante en relevante informatie opleveren voor andere huisartsenposten. Om definitieve en onderbouwde uitspraken te doen voor alle huisartsenposten in Nederland, moeten een aantal van deze kleine onderzoeken herhaald worden op andere huisartsenposten. Wij vragen huisartsenposten om deel te nemen aan de volgende onderzoeken:

  • Medische noodzaak van consulten op de huisartsenpost: verschil in inschatting tussen triagisten en huisartsen.
  • U1 rijden: huisarts of ambulance?
  • Ervaringen van zelfmelders (ex- SEH zelfverwijzers) op de huisartsenpost.
  • Kwaliteit van zorg voor zelfmelders op de huisartsenpost.
  • Toegevoegde waarde röntgendiagnostiek op de huisartsenpost.

Naast deze korte projecten is ruimte voor deelname in langlopend onderzoek, zoals ervaringen van huisartsen en triagisten, patiëntervaringen (CQ-index) en telefonische triage.

Voor meer informatie: Paul Giesen (paul.giesen@radboudumc.nl) of Marleen Smits (marleen.smits@radboudumc.nl)

[...]

Op verschillende manieren voert IQ healthcare samen met huisartsenposten belangrijk onderzoek uit. Regelmatig roepen de onderzoekers huisartsenposten op om aan onderzoek mee te werken. Het mes snijdt aan twee kanten: het onderzoek helpt de deelnemende huisartsenposten doordat zij informatie krijgen over hun eigen functioneren én draagt bij aan de algemene kennisvergaring voor de Nederlandse huisartsenposten samen. Bovendien worden de financiële lasten gespreid. Op dit moment liggen er de volgende mogelijkheden:

1. Onderzoek naar veiligheidscultuur
IQ healthcare participeert samen met vijf andere Europese landen in het SAFE-EUR-OOH project: een onderzoek naar veiligheidscultuur op huisartsenposten met behulp van de Safety Attitudes Questionnaire (SAQ). Dit is een vragenlijst met 62 vragen over de volgende thema’s: teamwork, veiligheidsklimaat, werktevredenheid, management percepties, werkcondities en stress herkenning.

Wij zijn nu op zoek naar ongeveer 10-15 huisartsenposten die willen meedoen aan dit onderzoek. De kosten per post bedragen € 2000. De SAQ is een online vragenlijst voor alle professionals op de huisartsenpost die contact hebben met patiënten: triagisten, verpleegkundigen en huisartsen. De deelnemende huisartsenpost levert de e-mailadressen van de professionals aan. Na afloop van de studie krijgt de huisartsenpost een feedbackrapport van zijn eigen resultaten.

Planning
November 2014: aanleveren mailadressen
Januari-Februari 2015: dataverzameling
April 2015: feedbackrapport
Aanmeldingen en vragen: Marleen Smits (marleen.smits@radboudumc.nl)

2. Ander onderzoek
IQ healthcare voert regelmatig kleine onderzoeken uit in opdracht van huisartsenposten. Soms betreft dit nieuwe onderzoeksvragen die ook vaak interessante en relevante informatie opleveren voor andere huisartsenposten. Om definitieve en onderbouwde uitspraken te doen voor alle huisartsenposten in Nederland, moeten een aantal van deze kleine onderzoeken herhaald worden op andere huisartsenposten. Wij vragen huisartsenposten om deel te nemen aan de volgende onderzoeken:

  • Medische noodzaak van consulten op de huisartsenpost: verschil in inschatting tussen triagisten en huisartsen.
  • U1 rijden: huisarts of ambulance?
  • Ervaringen van zelfmelders (ex- SEH zelfverwijzers) op de huisartsenpost.
  • Kwaliteit van zorg voor zelfmelders op de huisartsenpost.
  • Toegevoegde waarde röntgendiagnostiek op de huisartsenpost.

Naast deze korte projecten is ruimte voor deelname in langlopend onderzoek, zoals ervaringen van huisartsen en triagisten, patiëntervaringen (CQ-index) en telefonische triage.

Voor meer informatie: Paul Giesen (paul.giesen@radboudumc.nl) of Marleen Smits (marleen.smits@radboudumc.nl)

Elektronische aanlevering in het kader Wet normering topinkomens

07 juli 2014

Zoals eerder gemeld geldt vanaf 1 januari 2013 de Wet normering bezoldiging topinkomens publieke en semipublieke sector (Wnt). De bezoldiging van topfunctionarissen bij zorginstellingen moet in de jaarrekening vermeld worden én elektronisch aangeleverd worden (Wnt, artikel 4 lid 2 en 3) via de website van het CIBG. Omdat de elektronische aanlevering over 2013 vóór 1 augustus 2014 aangeleverd moet worden, adviseren wij je dit direct op te pakken. InEen en Primair huisartsenposten hebben een korte handleiding voor elektronische aanlevering gemaakt. Deze vind je onderaan dit bericht.

De wettekst en algemene informatie over de Wnt staan op de website Topinkomens van het ministerie van Binnenlandse zaken. Voor zorginstellingen die onder de WTZi vallen gold over 2013 een algemeen maximum voor de bezoldiging. Vanaf 2014 zijn de Wnt en de BBZ in elkaar geschoven waardoor een klasse-indeling voor de maximale bezoldiging is ontstaan. Op de klasse-indeling en de gevolgen voor de leden van InEen komen we terug in een volgend weekbericht.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.


Korte handleiding

Zorginstellingen die onder de WTZi vallen moeten de inkomens van hun topfunctionarissen digitaal aanleveren. De leden van InEen kunnen hiervoor onderstaande korte handleiding gebruiken.

Stappen:

  1. DigiMV-code
    Vul het bijgevoegde aanvraagformulier (doc) DigiMV-code voor WNT aan en verstuur het ingevulde formulier naar jaardocumentmv@minvws.nl. Deze aanvraag duurt ongeveer twee weken.
  2. e-herkenningsmiddel
    Vraag een e-herkenningsmiddel (type 2+) aan via de site eHerkenning.
    Aan deze aanschaf zijn enige kosten verbonden. U vindt een gebruikershandleiding eherkenning onder “Mijn verantwoording direct regelen” op de site Jaarverslagenzorg.
    Deze aanvraag duurt ongeveer één week.
  3. aanleveren Wnt-gegevens
    Lever de Wnt-gegevens aan via de site jaarverslagenzorg. Kies voor “enkel Wnt”. Vul hier dezelfde gegevens in als WNT-gegevens in de jaarrekening. U vindt verdere tips en trics in dit  document (pdf).
  4. handtekeningenformulier voorzitter Raad van Toezicht en Raad van Bestuur Formulier
    Download het handtekeningen formulier (pdf). Laat dit formulier ondertekenen door de voorzitter van Raad van Toezicht en de voorzitter van de Raad van Bestuur. Scan het formulier en deponeer het via DigiMV.

Bovenstaande stappen moeten voor 1 augustus 2014 doorlopen zijn. We raden u aan om de stappen niet serieel te doen, maar direct een DigiMV-code en een e-herkeningsmiddel aan te vragen en het handtekeningenformulier te downloaden.


1 Het standaard aanvraagformulier op de site jaarverslagenzorg werkt niet omdat de leden van InEen hun zorgorganisatie niet terugvinden in de meerkeuzelijst met type instellingen.

[...]

Zoals eerder gemeld geldt vanaf 1 januari 2013 de Wet normering bezoldiging topinkomens publieke en semipublieke sector (Wnt). De bezoldiging van topfunctionarissen bij zorginstellingen moet in de jaarrekening vermeld worden én elektronisch aangeleverd worden (Wnt, artikel 4 lid 2 en 3) via de website van het CIBG. Omdat de elektronische aanlevering over 2013 vóór 1 augustus 2014 aangeleverd moet worden, adviseren wij je dit direct op te pakken. InEen en Primair huisartsenposten hebben een korte handleiding voor elektronische aanlevering gemaakt. Deze vind je onderaan dit bericht.

De wettekst en algemene informatie over de Wnt staan op de website Topinkomens van het ministerie van Binnenlandse zaken. Voor zorginstellingen die onder de WTZi vallen gold over 2013 een algemeen maximum voor de bezoldiging. Vanaf 2014 zijn de Wnt en de BBZ in elkaar geschoven waardoor een klasse-indeling voor de maximale bezoldiging is ontstaan. Op de klasse-indeling en de gevolgen voor de leden van InEen komen we terug in een volgend weekbericht.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.


Korte handleiding

Zorginstellingen die onder de WTZi vallen moeten de inkomens van hun topfunctionarissen digitaal aanleveren. De leden van InEen kunnen hiervoor onderstaande korte handleiding gebruiken.

Stappen:

  1. DigiMV-code
    Vul het bijgevoegde aanvraagformulier (doc) DigiMV-code voor WNT aan en verstuur het ingevulde formulier naar jaardocumentmv@minvws.nl. Deze aanvraag duurt ongeveer twee weken.
  2. e-herkenningsmiddel
    Vraag een e-herkenningsmiddel (type 2+) aan via de site eHerkenning.
    Aan deze aanschaf zijn enige kosten verbonden. U vindt een gebruikershandleiding eherkenning onder “Mijn verantwoording direct regelen” op de site Jaarverslagenzorg.
    Deze aanvraag duurt ongeveer één week.
  3. aanleveren Wnt-gegevens
    Lever de Wnt-gegevens aan via de site jaarverslagenzorg. Kies voor “enkel Wnt”. Vul hier dezelfde gegevens in als WNT-gegevens in de jaarrekening. U vindt verdere tips en trics in dit  document (pdf).
  4. handtekeningenformulier voorzitter Raad van Toezicht en Raad van Bestuur Formulier
    Download het handtekeningen formulier (pdf). Laat dit formulier ondertekenen door de voorzitter van Raad van Toezicht en de voorzitter van de Raad van Bestuur. Scan het formulier en deponeer het via DigiMV.

Bovenstaande stappen moeten voor 1 augustus 2014 doorlopen zijn. We raden u aan om de stappen niet serieel te doen, maar direct een DigiMV-code en een e-herkeningsmiddel aan te vragen en het handtekeningenformulier te downloaden.


1 Het standaard aanvraagformulier op de site jaarverslagenzorg werkt niet omdat de leden van InEen hun zorgorganisatie niet terugvinden in de meerkeuzelijst met type instellingen.

Richtlijn gegevensoverdracht acute zorg staat online

06 juli 2014

Nictiz (het expertisecentrum voor ICT in de zorg) heeft de nieuwe beroepsrichtlijn voor gegevensuitwisseling in de acute zorg online gezet. De richtlijn is samen met alle betrokken ketenpartijen ontwikkeld, waaronder InEen, AZN (ambulancezorg), de NVSHA (spoedeisende hulp artsen) en de NVZ (ziekenhuizen). De nieuwe versie is aangevuld met elektronische verwijzingen tussen de meldkamer, spoedeisende hulp, huisarts en de huisartsenpost. Nu zijn alle betrokken ketenpartijen in de acute zorg opgenomen.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

[...]

Nictiz (het expertisecentrum voor ICT in de zorg) heeft de nieuwe beroepsrichtlijn voor gegevensuitwisseling in de acute zorg online gezet. De richtlijn is samen met alle betrokken ketenpartijen ontwikkeld, waaronder InEen, AZN (ambulancezorg), de NVSHA (spoedeisende hulp artsen) en de NVZ (ziekenhuizen). De nieuwe versie is aangevuld met elektronische verwijzingen tussen de meldkamer, spoedeisende hulp, huisarts en de huisartsenpost. Nu zijn alle betrokken ketenpartijen in de acute zorg opgenomen.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

Congres: De Eerste lijn transformeert

03 juli 2014

Het eerstelijnscongres in het najaar is inmiddels een traditie. Dit jaar is het thema van dit congres: De eerste lijn transformeert: herinrichting van het zorglandschap. Het wordt georganiseerd door het Jan van Es Instituut en het ROS-netwerk. Reserveer alvast 31 oktober  in uw agenda. Wilt u zeker zijn van deelname, meldt u dan vast aan op de site van het Jan van Es Instituut.

[...]

Het eerstelijnscongres in het najaar is inmiddels een traditie. Dit jaar is het thema van dit congres: De eerste lijn transformeert: herinrichting van het zorglandschap. Het wordt georganiseerd door het Jan van Es Instituut en het ROS-netwerk. Reserveer alvast 31 oktober  in uw agenda. Wilt u zeker zijn van deelname, meldt u dan vast aan op de site van het Jan van Es Instituut.

ANW-zorg aan asielzoekers

26 juni 2014

AZHoe is de ANW-zorg voor asielzoekers geregeld? Welke vergoedingen zijn van toepassing? Wat is de rol van het Gezondheidscentrum Asielzoekers (GC A)? Aan de hand van vijf vragen zetten we de belangrijkste informatie voor u op een rij.

1. Wat is het Gezondheidscentrum Asielzoekers?
Het Gezondheidscentrum Asielzoekers (GC A) biedt huisartsenzorg aan asielzoekers. Bij elk asielzoekerscentrum is een GC A-locatie gevestigd (in totaal ongeveer 40 in Nederland). Het GC A contracteert een huisarts (4 uur per week per 100 asielzoekers). Asielzoekers kunnen in het asielzoekerscentrum naar het inloopspreekuur. Hier voert de praktijkassistent de triage uit. Indien nodig volgt een afspraak bij de huisarts of de praktijkverpleegkundige. De huisarts houdt spreekuur in het asielzoekerscentrum of – wanneer deze in de buurt van het asielzoekerscentrum is gevestigd – in de eigen praktijk.

Buiten de inloopspreekuren kunnen de asielzoekers contact opnemen met de Praktijklijn. De Praktijklijn is een 24/7 bereikbaar callcenter voor asielzoekers. Het wordt bezet door gediplomeerde triagisten die werken met de NTS; ook is er altijd een huisarts aanwezig of bereikbaar. De Praktijklijn kan een zelfzorgadvies geven of een afspraak plannen met de huisarts of de praktijkverpleegkundige. In de ANW-uren verbindt de Praktijklijn door naar de huisartsenpost.

2. Hoe is de toegang tot de ANW-zorg geregeld?
Asielzoekers hebben recht op huisartsenzorg en dus ook op zorg vanuit een huisartsenpost. Huisartsen die een contract hebben met het GC A zijn (impliciet) verplicht ervoor te zorgen dat hun patiënten in de ANW-uren terecht kunnen op de huisartsenpost. Zij zijn immers gehouden 24/7 huisartsenzorg te leveren. Niet altijd is de door GC A gecontracteerde huisarts werkzaam in het werkgebied van de huisartsenpost.

In de WMG-overeenkomst tussen de huisartsenpost en de zorgverzekeraar staat dat de huisartsenpost verantwoordelijk is voor het organiseren en beschikbaar stellen van spoedzorg in de ANW-uren, en deze zorg moet leveren aan verzekerden die zijn ingeschreven bij de aangesloten huisartsen, aan NONI’s en aan passanten. Asielzoekers vallen onder NONI’s. Een NONI (niet op naam ingeschreven) is iemand die wel in het werkgebied van de huisartsenpost woont, maar niet staat ingeschreven bij een van de aangesloten huisartsen.
Uit bovenstaande volgt dat een huisartsenpost in alle gevallen tot afspraken moet komen met het GC A.

3. Welke extra service biedt het GC A?
Het GC A heeft extra diensten die belangrijk zijn voor de huisartsenpost. Een asielzoeker die ANW-zorg nodig heeft, is verplicht eerst contact op te nemen met de Praktijklijn (zie 1). In dit 24/7 bereikbare callcenter werken gediplomeerde triagisten die de NTS gebruiken. Wanneer de Praktijklijn iemand doorverwijst, heeft er dus al triage plaats gevonden. Over hoe die doorverwijzing plaatsvindt zonder dat de triage wordt overgedaan wil InEen afspraken maken met de Praktijklijn.

Voor de meeste anderstaligen worden de tolkendiensten niet meer vergoed. Asielzoekers vormen een uitzondering. Via het GC A kan de huisartsenpost voor asielzoekers van tolkendiensten gebruik maken. De Praktijklijn kan de patiënt met tolk en al doorverbinden naar de huisartsenpost.

In de ANW-uren regelt de Praktijklijn het vervoer van de asielzoekers naar de huisartsenpost en weer terug. Het is dus voor de huisartsenpost niet per definitie noodzakelijk om de consulten in het asielzoekerscentrum te laten plaats vinden. De afspraken hierover staan op de website van de RZA.

4. Hoe zijn de vergoedingen geregeld?
De zorg aan asielzoekers wordt vergoed op basis van de Regeling Zorg Asielzoekers (RZA). Asielzoekers hebben geen reguliere zorgverzekering maar vallen onder de RZA (uitgevoerd door Menzis). Het pakket van de RZA is hetzelfde als dat van de reguliere zorgverzekering. De vergoeding voor zorg aan asielzoekers gebeurt volgens het reguliere tarief (geen extra vergoeding). De post declareert bij de RZA.

5. In welke mate doen asielzoekers een beroep op de huisartsenpost?
InEen verzamelt momenteel samen met het GC A en Menzis informatie over aard en omvang van het aantal contacten van asielzoekers met de huisartsenpost. Op basis daarvan wordt gekeken of de afspraken helder zijn en of er aanvullende regels nodig zijn.

Meer informatie? Neem contact op met het Gezondheidscentrum Asielzoekers.

[...]

AZHoe is de ANW-zorg voor asielzoekers geregeld? Welke vergoedingen zijn van toepassing? Wat is de rol van het Gezondheidscentrum Asielzoekers (GC A)? Aan de hand van vijf vragen zetten we de belangrijkste informatie voor u op een rij.

1. Wat is het Gezondheidscentrum Asielzoekers?
Het Gezondheidscentrum Asielzoekers (GC A) biedt huisartsenzorg aan asielzoekers. Bij elk asielzoekerscentrum is een GC A-locatie gevestigd (in totaal ongeveer 40 in Nederland). Het GC A contracteert een huisarts (4 uur per week per 100 asielzoekers). Asielzoekers kunnen in het asielzoekerscentrum naar het inloopspreekuur. Hier voert de praktijkassistent de triage uit. Indien nodig volgt een afspraak bij de huisarts of de praktijkverpleegkundige. De huisarts houdt spreekuur in het asielzoekerscentrum of – wanneer deze in de buurt van het asielzoekerscentrum is gevestigd – in de eigen praktijk.

Buiten de inloopspreekuren kunnen de asielzoekers contact opnemen met de Praktijklijn. De Praktijklijn is een 24/7 bereikbaar callcenter voor asielzoekers. Het wordt bezet door gediplomeerde triagisten die werken met de NTS; ook is er altijd een huisarts aanwezig of bereikbaar. De Praktijklijn kan een zelfzorgadvies geven of een afspraak plannen met de huisarts of de praktijkverpleegkundige. In de ANW-uren verbindt de Praktijklijn door naar de huisartsenpost.

2. Hoe is de toegang tot de ANW-zorg geregeld?
Asielzoekers hebben recht op huisartsenzorg en dus ook op zorg vanuit een huisartsenpost. Huisartsen die een contract hebben met het GC A zijn (impliciet) verplicht ervoor te zorgen dat hun patiënten in de ANW-uren terecht kunnen op de huisartsenpost. Zij zijn immers gehouden 24/7 huisartsenzorg te leveren. Niet altijd is de door GC A gecontracteerde huisarts werkzaam in het werkgebied van de huisartsenpost.

In de WMG-overeenkomst tussen de huisartsenpost en de zorgverzekeraar staat dat de huisartsenpost verantwoordelijk is voor het organiseren en beschikbaar stellen van spoedzorg in de ANW-uren, en deze zorg moet leveren aan verzekerden die zijn ingeschreven bij de aangesloten huisartsen, aan NONI’s en aan passanten. Asielzoekers vallen onder NONI’s. Een NONI (niet op naam ingeschreven) is iemand die wel in het werkgebied van de huisartsenpost woont, maar niet staat ingeschreven bij een van de aangesloten huisartsen.
Uit bovenstaande volgt dat een huisartsenpost in alle gevallen tot afspraken moet komen met het GC A.

3. Welke extra service biedt het GC A?
Het GC A heeft extra diensten die belangrijk zijn voor de huisartsenpost. Een asielzoeker die ANW-zorg nodig heeft, is verplicht eerst contact op te nemen met de Praktijklijn (zie 1). In dit 24/7 bereikbare callcenter werken gediplomeerde triagisten die de NTS gebruiken. Wanneer de Praktijklijn iemand doorverwijst, heeft er dus al triage plaats gevonden. Over hoe die doorverwijzing plaatsvindt zonder dat de triage wordt overgedaan wil InEen afspraken maken met de Praktijklijn.

Voor de meeste anderstaligen worden de tolkendiensten niet meer vergoed. Asielzoekers vormen een uitzondering. Via het GC A kan de huisartsenpost voor asielzoekers van tolkendiensten gebruik maken. De Praktijklijn kan de patiënt met tolk en al doorverbinden naar de huisartsenpost.

In de ANW-uren regelt de Praktijklijn het vervoer van de asielzoekers naar de huisartsenpost en weer terug. Het is dus voor de huisartsenpost niet per definitie noodzakelijk om de consulten in het asielzoekerscentrum te laten plaats vinden. De afspraken hierover staan op de website van de RZA.

4. Hoe zijn de vergoedingen geregeld?
De zorg aan asielzoekers wordt vergoed op basis van de Regeling Zorg Asielzoekers (RZA). Asielzoekers hebben geen reguliere zorgverzekering maar vallen onder de RZA (uitgevoerd door Menzis). Het pakket van de RZA is hetzelfde als dat van de reguliere zorgverzekering. De vergoeding voor zorg aan asielzoekers gebeurt volgens het reguliere tarief (geen extra vergoeding). De post declareert bij de RZA.

5. In welke mate doen asielzoekers een beroep op de huisartsenpost?
InEen verzamelt momenteel samen met het GC A en Menzis informatie over aard en omvang van het aantal contacten van asielzoekers met de huisartsenpost. Op basis daarvan wordt gekeken of de afspraken helder zijn en of er aanvullende regels nodig zijn.

Meer informatie? Neem contact op met het Gezondheidscentrum Asielzoekers.

18 juni: landelijk congres ‘Concentratie en spreiding van spoedzorg’

28 mei 2014

Concentratie van complexe spoedzorg bij minder ziekenhuizen en het beschikbaar maken van basisspoedzorg dichtbij de burger. Dat zijn de twee hoofdcomponenten van de Kwaliteitsvisie Spoedeisende Zorg van ZN. Op 18 juni wordt op het congres ‘Concentratie en spreiding van spoedzorg’ stilgestaan bij de vraag of en hoe dit daadwerkelijk kwaliteitsverbetering en kostenbesparing kan opleveren.

Inleidingen, een debat en interactieve sessies belichten het onderwerp van verschillende kanten. Er is veel ruimte voor vragen en discussie. Willem Geerlings (Medisch Centrum Haaglanden) geeft een probleemanalyse en werpt een blik in de toekomst. Bram den Engelsen (Twynstra Gudde) gaat in op de financiële en (regionale) organisatorische kant. Ook het zorgverzekeraarsperspectief komt aan de orde bij monde van Bas Geerdes (Achmea). De ochtend wordt afgesloten met een debat. Het middagprogramma is meer praktisch van aard en bestaat uit het belichten van de profielen neurologie, IC en SEH. In een interactieve sessie krijgt de regionale aanpak alle aandacht.

Het congres richt zich op bestuurders, zorgprofessionals, kwaliteitsfunctionaris-sen, onderzoekers en beleidsmedewerkers bij huisartsenposten, ziekenhuizen, ambulancevoorzieningen, zorgverzekeraars en andere spoedzorgorganisaties. Het congres vindt plaats op 18 juni 2014 in Amsterdam. Informatie over het programma en inschrijving vindt u op de website van het Leids Congres Bureau.

[...]

Concentratie van complexe spoedzorg bij minder ziekenhuizen en het beschikbaar maken van basisspoedzorg dichtbij de burger. Dat zijn de twee hoofdcomponenten van de Kwaliteitsvisie Spoedeisende Zorg van ZN. Op 18 juni wordt op het congres ‘Concentratie en spreiding van spoedzorg’ stilgestaan bij de vraag of en hoe dit daadwerkelijk kwaliteitsverbetering en kostenbesparing kan opleveren.

Inleidingen, een debat en interactieve sessies belichten het onderwerp van verschillende kanten. Er is veel ruimte voor vragen en discussie. Willem Geerlings (Medisch Centrum Haaglanden) geeft een probleemanalyse en werpt een blik in de toekomst. Bram den Engelsen (Twynstra Gudde) gaat in op de financiële en (regionale) organisatorische kant. Ook het zorgverzekeraarsperspectief komt aan de orde bij monde van Bas Geerdes (Achmea). De ochtend wordt afgesloten met een debat. Het middagprogramma is meer praktisch van aard en bestaat uit het belichten van de profielen neurologie, IC en SEH. In een interactieve sessie krijgt de regionale aanpak alle aandacht.

Het congres richt zich op bestuurders, zorgprofessionals, kwaliteitsfunctionaris-sen, onderzoekers en beleidsmedewerkers bij huisartsenposten, ziekenhuizen, ambulancevoorzieningen, zorgverzekeraars en andere spoedzorgorganisaties. Het congres vindt plaats op 18 juni 2014 in Amsterdam. Informatie over het programma en inschrijving vindt u op de website van het Leids Congres Bureau.

Aanpassingen Nederlandse Triage Standaard (NTS)

28 mei 2014

ntsIn de nieuwe versie 6.1. van de NTS die in juli verschijnt is de ABCD-triage voor levensbedreigende situaties ingrijpend vernieuwd. De NTS-redactieraad praatte triagisten van huisartsenposten, meldkamers en ziekenhuizen alvast bij.

Roeland Drijver, voorzitter van de NTS-reactieraad: ‘Triagisten gaven aan behoefte te hebben aan meer ondersteuning bij het herkennen van een levensgevaarlijke situatie. Daarom hebben we de ABCD-triage opnieuw ingericht. De oude filosofie was dat deze beoordeling behoort tot de competenties van de triagist. Nu hebben we ondersteunende triagecriteria opgesteld die het voor de triagist en uiteindelijk voor de patiënt veiliger maken.’ Lees het overzicht van de nieuwe criteria.

De nieuwe ABCD-triage werd op 13 mei toegelicht op de halfjaarlijkse NTS-triagistenbijeenkomst waarop de NTS-redactieraad vragen en feedback deelt met de gebruikers. Zo kwam de redactieraad terug op vragen over het herkennen van een hartinfarct die in de afgelopen periode aan experts werden voorgelegd. Drijver: ‘De conclusie luidde dat de triage goed in elkaar zit. Ook voor het herkennen van een infarct bij vrouwen of een infarct waarbij geen sprake is van pijn op de borst.’ Verder werd stilgestaan bij het beoordelen van hevige buik- of rugpijn (is een ambulancerit wel of niet geïndiceerd?) en het herkennen van een aneurysma. Een verslag van de bijeenkomst en een overzicht van alle wijzigingen in versie 6.1 staat op de website van de NTS.

Ongeveer twee derde van de huisartsenposten werkt inmiddels al met de NTS-applicatie, verder bijna de helft van de meldkamers en een langzaam toenemend aantal ziekenhuizen (vooral waar wordt samengewerkt met een huisartsenpost). De NTS-redactieraad houdt nauwlettend een vinger aan de pols. Twee keer per jaar krijgt de standaard een update die aansluit bij nieuwe ontwikkelingen en inzichten. Feedback is essentieel. Drijver: ‘Onze spoedzorg staat of valt bij een veilige én doelmatige triage. Op basis van de feedback blijven we voortdurend de NTS verbeteren. Op 2 september bijvoorbeeld organiseren we een invitational werkconferentie over de zogenoemde vervolgacties: wie is juiste hulpverlener op basis van zorgvraag en triage? We nodigen dan veel dokters uit om onze uitgangspunten daarvoor tegen het licht te houden. Hebben we de vervolgacties goed geregeld?’

De volgende NTS-triagistenbijeenkomst vindt plaats op 27 november 2014. Bezoek voor uitgebreide informatie over de NTS de website: www.de-nts.nl.

[...]

ntsIn de nieuwe versie 6.1. van de NTS die in juli verschijnt is de ABCD-triage voor levensbedreigende situaties ingrijpend vernieuwd. De NTS-redactieraad praatte triagisten van huisartsenposten, meldkamers en ziekenhuizen alvast bij.

Roeland Drijver, voorzitter van de NTS-reactieraad: ‘Triagisten gaven aan behoefte te hebben aan meer ondersteuning bij het herkennen van een levensgevaarlijke situatie. Daarom hebben we de ABCD-triage opnieuw ingericht. De oude filosofie was dat deze beoordeling behoort tot de competenties van de triagist. Nu hebben we ondersteunende triagecriteria opgesteld die het voor de triagist en uiteindelijk voor de patiënt veiliger maken.’ Lees het overzicht van de nieuwe criteria.

De nieuwe ABCD-triage werd op 13 mei toegelicht op de halfjaarlijkse NTS-triagistenbijeenkomst waarop de NTS-redactieraad vragen en feedback deelt met de gebruikers. Zo kwam de redactieraad terug op vragen over het herkennen van een hartinfarct die in de afgelopen periode aan experts werden voorgelegd. Drijver: ‘De conclusie luidde dat de triage goed in elkaar zit. Ook voor het herkennen van een infarct bij vrouwen of een infarct waarbij geen sprake is van pijn op de borst.’ Verder werd stilgestaan bij het beoordelen van hevige buik- of rugpijn (is een ambulancerit wel of niet geïndiceerd?) en het herkennen van een aneurysma. Een verslag van de bijeenkomst en een overzicht van alle wijzigingen in versie 6.1 staat op de website van de NTS.

Ongeveer twee derde van de huisartsenposten werkt inmiddels al met de NTS-applicatie, verder bijna de helft van de meldkamers en een langzaam toenemend aantal ziekenhuizen (vooral waar wordt samengewerkt met een huisartsenpost). De NTS-redactieraad houdt nauwlettend een vinger aan de pols. Twee keer per jaar krijgt de standaard een update die aansluit bij nieuwe ontwikkelingen en inzichten. Feedback is essentieel. Drijver: ‘Onze spoedzorg staat of valt bij een veilige én doelmatige triage. Op basis van de feedback blijven we voortdurend de NTS verbeteren. Op 2 september bijvoorbeeld organiseren we een invitational werkconferentie over de zogenoemde vervolgacties: wie is juiste hulpverlener op basis van zorgvraag en triage? We nodigen dan veel dokters uit om onze uitgangspunten daarvoor tegen het licht te houden. Hebben we de vervolgacties goed geregeld?’

De volgende NTS-triagistenbijeenkomst vindt plaats op 27 november 2014. Bezoek voor uitgebreide informatie over de NTS de website: www.de-nts.nl.

App ‘Moet ik naar de dokter’

24 april 2014

“Moet ik naar de dokter?” is een medische app waarmee de patiënt door middel van eenvoudige vragen zelf kan beoordelen óf en wanneer hij/zij contact op moet nemen met een huisarts of een huisartsenpost. Ook geeft de app aan wat de patiënt zelf kan doen om klachten te verlichten met behulp van de zelfzorgadviezen van Thuisarts.nl en in welke gevallen alsnog contact met de huisarts nodig is. De app is ontwikkeld op initiatief van de huisartsenpost Apeldoorn.

In opdracht van het NHG heeft IQ healthcare, een onderzoeksafdeling van het Radboudumc, de app uitgebreid getest op veiligheid. De app ‘Moet ik naar de dokter?’ heeft deze test goed doorstaan. Bij het onderzoek werden alle ingangsklachten getest door huisartsen en triagisten van de huisartsenpost. Er is slechts een zeer gering verschil met de adviezen vanuit de huisartsenpost, zoals zelfzorg of juist contact met de huisarts opnemen.

Kortom: de app is veilig en leidt niet tot overconsumptie. De uitkomsten van het onderzoek worden gebruikt om de app verder te verbeteren. In een praktijktest onder gebruikers wordt de veiligheid van de app de komende maanden nog verder onderzocht. Gezien de goede uitkomsten op veiligheid is de App gratis beschikbaar gesteld in de Play en App store. De app is ook gratis te raadplegen via www.moetiknaardedokter.nl

[...]

“Moet ik naar de dokter?” is een medische app waarmee de patiënt door middel van eenvoudige vragen zelf kan beoordelen óf en wanneer hij/zij contact op moet nemen met een huisarts of een huisartsenpost. Ook geeft de app aan wat de patiënt zelf kan doen om klachten te verlichten met behulp van de zelfzorgadviezen van Thuisarts.nl en in welke gevallen alsnog contact met de huisarts nodig is. De app is ontwikkeld op initiatief van de huisartsenpost Apeldoorn.

In opdracht van het NHG heeft IQ healthcare, een onderzoeksafdeling van het Radboudumc, de app uitgebreid getest op veiligheid. De app ‘Moet ik naar de dokter?’ heeft deze test goed doorstaan. Bij het onderzoek werden alle ingangsklachten getest door huisartsen en triagisten van de huisartsenpost. Er is slechts een zeer gering verschil met de adviezen vanuit de huisartsenpost, zoals zelfzorg of juist contact met de huisarts opnemen.

Kortom: de app is veilig en leidt niet tot overconsumptie. De uitkomsten van het onderzoek worden gebruikt om de app verder te verbeteren. In een praktijktest onder gebruikers wordt de veiligheid van de app de komende maanden nog verder onderzocht. Gezien de goede uitkomsten op veiligheid is de App gratis beschikbaar gesteld in de Play en App store. De app is ook gratis te raadplegen via www.moetiknaardedokter.nl

Jubilarissen Stichting Huisartsenposten Noord-Limburg

22 april 2014

Maar liefst 13 triagisten waren in april 2014 12,5 jaar in dienst bij de Stichting Huisartsenposten Noord-Limburg. Deze jubilarissen zijn in de bloemetjes gezet. Tijdens een receptie kreeg iedereen de gelegenheid om de groep medewerkers te feliciteren met hun jubileum.

Op 1 juli 2001 zijn de twee huisartsenposten in Venlo en Venray, waar deze groep medewerkers actief is, geopend. Waren er toen 16 doktersassistenten, inmiddels zijn er 38 triagisten in dienst bij de Stichting Huisartsenposten Noord-Limburg.

[...]

Maar liefst 13 triagisten waren in april 2014 12,5 jaar in dienst bij de Stichting Huisartsenposten Noord-Limburg. Deze jubilarissen zijn in de bloemetjes gezet. Tijdens een receptie kreeg iedereen de gelegenheid om de groep medewerkers te feliciteren met hun jubileum.

Op 1 juli 2001 zijn de twee huisartsenposten in Venlo en Venray, waar deze groep medewerkers actief is, geopend. Waren er toen 16 doktersassistenten, inmiddels zijn er 38 triagisten in dienst bij de Stichting Huisartsenposten Noord-Limburg.

Aanvragen en vergoeden UZI-passen waarnemers

22 april 2014

AZDe LHV, InEen, VZVZ en de zorgverzekeraars hebben een regeling getroffen voor de UZI-passen voor waarnemers die op de huisartsenpost gebruik maken van het LSP en niet via een eigen huisartsenpraktijk een UZI-pas kunnen verkrijgen. De kosten van deze passen worden vanaf nu vergoed door de zorgverzekeraars, net als de UZI-passen voor andere huisartsen die gebruik maken van het LSP. De aanvraag van de pas moet de waarnemer zelf doen.

De procedure is als volgt vastgesteld: waarnemers vragen zelf hun UZI-pas aan bij het CIBG (UZI-register). Indien de huisartsenpost waar de waarnemer werkzaam is, is aangesloten op het LSP, kan de waarnemer de kosten van de UZI-pas vergoed krijgen. Daarvoor is een specifiek formulier, dat moet worden ingevuld door de waarnemer en worden ondertekend door de directeur van de huisartsenpost.

De waarnemer ontvangt de UZI-pas van het CIBG en betaalt de bijbehorende factuur. De VZVZ vergoedt deze kosten zodra de waarnemer een kopie van deze factuur en het door de huisartsenpost ondertekende formulier opstuurt naar de VZVZ. De waarnemers vinden het formulier op de site van VZVZ, onder het kopje declaratie UZI-passen.

[...]

AZDe LHV, InEen, VZVZ en de zorgverzekeraars hebben een regeling getroffen voor de UZI-passen voor waarnemers die op de huisartsenpost gebruik maken van het LSP en niet via een eigen huisartsenpraktijk een UZI-pas kunnen verkrijgen. De kosten van deze passen worden vanaf nu vergoed door de zorgverzekeraars, net als de UZI-passen voor andere huisartsen die gebruik maken van het LSP. De aanvraag van de pas moet de waarnemer zelf doen.

De procedure is als volgt vastgesteld: waarnemers vragen zelf hun UZI-pas aan bij het CIBG (UZI-register). Indien de huisartsenpost waar de waarnemer werkzaam is, is aangesloten op het LSP, kan de waarnemer de kosten van de UZI-pas vergoed krijgen. Daarvoor is een specifiek formulier, dat moet worden ingevuld door de waarnemer en worden ondertekend door de directeur van de huisartsenpost.

De waarnemer ontvangt de UZI-pas van het CIBG en betaalt de bijbehorende factuur. De VZVZ vergoedt deze kosten zodra de waarnemer een kopie van deze factuur en het door de huisartsenpost ondertekende formulier opstuurt naar de VZVZ. De waarnemers vinden het formulier op de site van VZVZ, onder het kopje declaratie UZI-passen.

Principeakkoord CAO Huisartsenzorg 01-01-2014 tot en met 28-02-2015

02 april 2014

logos

Op donderdag 27 maart 2014 hebben partijen een principe akkoord bereikt voor een nieuwe CAO Huisartsenzorg. De CAO heeft een looptijd van 1 januari 2014 tot 1 maart 2015. Werknemerspartijen NVDA, Abvakabo FNV, CNV Publieke Zaak, NVvPO en werkgeverspartijen LHV en InEen zijn verheugd over dit feit en partijen hebben er vertrouwen in dat ze hiermee een goed akkoord voorleggen aan hun respectievelijke achterbannen.

De werknemers in de Huisartsenzorg gaan er per 1 januari 2014 1% op vooruit. Ook de eindejaarsuitkering wordt met 1% structureel verhoogd naar in totaal 6%.

Eveneens is afgesproken dat met ingang van schooljaar 2014/2015 de stage vergoeding wordt verhoogdnaar € 150,- bruto per maand, mits de financiën van het Sociaal Fonds Huisartsenzorg dit toelaten.

Dagpraktijk
De werknemers in de dagpraktijk ontvangen in 2014 eenmalig 0,5% over het jaarsalaris 2014 gelijktijdig met de eindejaarsuitkering. Dit is ter compensatie voor het afbouwen van de toeslag voor het werken in de avonduren op maandag tot en met vrijdag tussen 18.00 en 20.00 uur per 1 juli 2014. Voor de werknemers die op 30 juni 2014 werkzaam zijn in de dagpraktijk, geldt een afbouwregeling van deze avondtoeslag tot 2017. Ook wordt de toeslag tussen 20.00 en 24.00 uur verlaagd van 50% naar 30% en zal geen toeslag meer worden betaald als werknemers opleiding in de avonduren volgen.

ANW-zorg
Al eerder – december 2013 – hebben partijen overeenstemming bereikt over het doorbetalen van de ANW-toeslag over vakantiedagen. Vanaf 1 januari 2014 wordt ANW-toeslag betaald over opgenomen vakantiedagen, onder gelijktijdige aanpassing van de grondslag van de eindejaarsuitkering. Ook voor de werknemers in de ANW-zorg zal over opleidingen in de avonduren geen toeslag meer worden betaald. Werknemers kunnen tegen finale kwijting aanspraak maken op een compensatie van niet genoten ANWtoeslag uit het verleden met terugwerkende kracht tot 2,5 jaar.

Meer informatie leest u in het Principeakkoord cao Huisartsenzorg 2014-2015


De betrokken werknemersorganisaties zijn de NVDA (Nederlandse Vereniging voor Doktersassistenten), Abvakabo FNV, CNV Publieke zaak, NVvPO (Nederlandse Vereniging van Praktijkondersteuners) en de werkgeversorganisaties zijn de LHV (Landelijke Huisartsen Vereniging) en InEen (vereniging van organisaties voor eerstelijnszorg). Onder deze CAO ressorteren ongeveer 21.000 medewerkers in de eerstelijns gezondheidszorg.

[...]

logos

Op donderdag 27 maart 2014 hebben partijen een principe akkoord bereikt voor een nieuwe CAO Huisartsenzorg. De CAO heeft een looptijd van 1 januari 2014 tot 1 maart 2015. Werknemerspartijen NVDA, Abvakabo FNV, CNV Publieke Zaak, NVvPO en werkgeverspartijen LHV en InEen zijn verheugd over dit feit en partijen hebben er vertrouwen in dat ze hiermee een goed akkoord voorleggen aan hun respectievelijke achterbannen.

De werknemers in de Huisartsenzorg gaan er per 1 januari 2014 1% op vooruit. Ook de eindejaarsuitkering wordt met 1% structureel verhoogd naar in totaal 6%.

Eveneens is afgesproken dat met ingang van schooljaar 2014/2015 de stage vergoeding wordt verhoogdnaar € 150,- bruto per maand, mits de financiën van het Sociaal Fonds Huisartsenzorg dit toelaten.

Dagpraktijk
De werknemers in de dagpraktijk ontvangen in 2014 eenmalig 0,5% over het jaarsalaris 2014 gelijktijdig met de eindejaarsuitkering. Dit is ter compensatie voor het afbouwen van de toeslag voor het werken in de avonduren op maandag tot en met vrijdag tussen 18.00 en 20.00 uur per 1 juli 2014. Voor de werknemers die op 30 juni 2014 werkzaam zijn in de dagpraktijk, geldt een afbouwregeling van deze avondtoeslag tot 2017. Ook wordt de toeslag tussen 20.00 en 24.00 uur verlaagd van 50% naar 30% en zal geen toeslag meer worden betaald als werknemers opleiding in de avonduren volgen.

ANW-zorg
Al eerder – december 2013 – hebben partijen overeenstemming bereikt over het doorbetalen van de ANW-toeslag over vakantiedagen. Vanaf 1 januari 2014 wordt ANW-toeslag betaald over opgenomen vakantiedagen, onder gelijktijdige aanpassing van de grondslag van de eindejaarsuitkering. Ook voor de werknemers in de ANW-zorg zal over opleidingen in de avonduren geen toeslag meer worden betaald. Werknemers kunnen tegen finale kwijting aanspraak maken op een compensatie van niet genoten ANWtoeslag uit het verleden met terugwerkende kracht tot 2,5 jaar.

Meer informatie leest u in het Principeakkoord cao Huisartsenzorg 2014-2015


De betrokken werknemersorganisaties zijn de NVDA (Nederlandse Vereniging voor Doktersassistenten), Abvakabo FNV, CNV Publieke zaak, NVvPO (Nederlandse Vereniging van Praktijkondersteuners) en de werkgeversorganisaties zijn de LHV (Landelijke Huisartsen Vereniging) en InEen (vereniging van organisaties voor eerstelijnszorg). Onder deze CAO ressorteren ongeveer 21.000 medewerkers in de eerstelijns gezondheidszorg.

Positionering Huisartsenposten

27 maart 2014

AZInEen wil meer inzicht krijgen in waar huisartsenposten wel en niet voor staan. Wat willen ze uitstralen? En waar kunnen mensen hen aan herkennen?  Lees verder

InEen is om meer inzicht te krijgen in deze vragen aan de slag gegaan met een online enquête, gevolgd door discussiebijeenkomsten, ondersteund door het bureau Roos & van de Werk.

Verdieping
In de kwalitatieve sessies is een verdiepingsslag gemaakt met de enquêteresultaten. ‘Juist in die bijeenkomsten kwam de gedeelde ambitie naar voren’, geeft Frank Roos aan, van bureau Roos & van de Werk. ‘Er zijn drie sessies gehouden: eentje met triagisten, de andere met management en bestuurders. De derde bijeenkomst was gecombineerd, waarbij ook huisartsen aanwezig waren.’

Perspectieven
‘In de gesprekken bleek dat er groot draagvlak is voor eenduidigheid. Men wil graag een uniforme uitstraling naar buiten. Tegelijk vinden de mensen het behoud van een eigen identiteit en werkwijze  van belang.’ Zowel de huisartsenposten als de verschillende groepen medewerkers op een huisartsenpost kennen hun eigen perspectieven en accenten. ‘Het management en de huisartsen hechten over het algemeen aan de eigen identiteit en werkwijze. Triagisten bekijken hun werk vooral vanuit de patiënt en hebben daarom eerder behoefte aan uniformiteit bij de huisartsenposten,’ geeft Roos aan.  Ook management en huisartsen hebben hun eigen invalshoeken. Zoals een deelnemer opmerkte: “Logisch: de manager meet aan de hand van de calamiteiten en ziet dus vooral wat er fout gaat, de huisarts ervaart direct de reactie van de patiënt die doorgaans tevreden is.” Al met al leeft de behoefte om een duidelijker beeld neer te zetten bij het publiek over waar de huisartsenpost voor bedoeld is. “We moeten meer zendingswerk verrichten”, vat een huisarts samen.

Duidelijkheid bij publiek
‘Het waren zeer waardevolle discussies met betrokken mensen’, geeft Roos aan.’ Er kwam duidelijk naar voren dat het draagvlak voor eenduidigheid aanwezig is. “Iedereen in Nederland moet weten waar een huisartsenpost voor is”, daarover waren alle deelnemers het eens.’ Daar gaat InEen dus verder mee aan de slag. De uitkomsten van de enquête en de bijeenkomsten vormen een stevige fundering voor een zogenaamd positioneringsplan. Het advies van Frank Roos: ‘zet de huisarts centraal in de organisatie en de patiënt centraal in de communicatie’. Over de verdere uitwerking van de adviezen volgt de komende tijd meer informatie.

[...]

AZInEen wil meer inzicht krijgen in waar huisartsenposten wel en niet voor staan. Wat willen ze uitstralen? En waar kunnen mensen hen aan herkennen?  Lees verder

InEen is om meer inzicht te krijgen in deze vragen aan de slag gegaan met een online enquête, gevolgd door discussiebijeenkomsten, ondersteund door het bureau Roos & van de Werk.

Verdieping
In de kwalitatieve sessies is een verdiepingsslag gemaakt met de enquêteresultaten. ‘Juist in die bijeenkomsten kwam de gedeelde ambitie naar voren’, geeft Frank Roos aan, van bureau Roos & van de Werk. ‘Er zijn drie sessies gehouden: eentje met triagisten, de andere met management en bestuurders. De derde bijeenkomst was gecombineerd, waarbij ook huisartsen aanwezig waren.’

Perspectieven
‘In de gesprekken bleek dat er groot draagvlak is voor eenduidigheid. Men wil graag een uniforme uitstraling naar buiten. Tegelijk vinden de mensen het behoud van een eigen identiteit en werkwijze  van belang.’ Zowel de huisartsenposten als de verschillende groepen medewerkers op een huisartsenpost kennen hun eigen perspectieven en accenten. ‘Het management en de huisartsen hechten over het algemeen aan de eigen identiteit en werkwijze. Triagisten bekijken hun werk vooral vanuit de patiënt en hebben daarom eerder behoefte aan uniformiteit bij de huisartsenposten,’ geeft Roos aan.  Ook management en huisartsen hebben hun eigen invalshoeken. Zoals een deelnemer opmerkte: “Logisch: de manager meet aan de hand van de calamiteiten en ziet dus vooral wat er fout gaat, de huisarts ervaart direct de reactie van de patiënt die doorgaans tevreden is.” Al met al leeft de behoefte om een duidelijker beeld neer te zetten bij het publiek over waar de huisartsenpost voor bedoeld is. “We moeten meer zendingswerk verrichten”, vat een huisarts samen.

Duidelijkheid bij publiek
‘Het waren zeer waardevolle discussies met betrokken mensen’, geeft Roos aan.’ Er kwam duidelijk naar voren dat het draagvlak voor eenduidigheid aanwezig is. “Iedereen in Nederland moet weten waar een huisartsenpost voor is”, daarover waren alle deelnemers het eens.’ Daar gaat InEen dus verder mee aan de slag. De uitkomsten van de enquête en de bijeenkomsten vormen een stevige fundering voor een zogenaamd positioneringsplan. Het advies van Frank Roos: ‘zet de huisarts centraal in de organisatie en de patiënt centraal in de communicatie’. Over de verdere uitwerking van de adviezen volgt de komende tijd meer informatie.

Thema triage

26 maart 2014

Positief, praktisch, kwaliteitswinst, bewerkelijk en de indruk van verschuiving in de ur-gentietoekenning van de zorgvragen. Triagisten noemen deze ervaringen met het gebruik van de digitale NTS-applicatie het meest. Huisartsen hebben vooral de indruk dat ver-schuiving in urgentie plaatsvindt, met de bijkomende werkdruk. Het urgentiedenken in plaats van het diagnosegericht denken vraagt ook nog wat gewenning.

NTS-applicatie
Dit blijkt uit de webenquête die de InEen (toen nog VHN) in september 2013 uitzette on-der haar leden-huisartsenposten. Daarmee wil InEen meer inzicht krijgen in de ervaringen met de implementatie en het gebruik van de triagestandaard en dan vooral de digitaal on-dersteunde versie. InEen brengt ervaringen en suggesties in kaart om te komen tot onder-linge verdeling van kennis rondom het gebruik van de digitale NTS-applicatie. Daarnaast bieden de resultaten van de enquête een basis voor verder overleg van InEen met de Stichting NTS.

Trends
Op basis van de webenquête lijken er enkele trends zichtbaar. Zo geven huisartsenposten aan dat er meer overleg (discussie?) tussen huisarts en triagist plaats lijkt te vinden over de urgentietoekenning van een zorgvraag. Hierdoor lijken de aanrijdtijden langer te worden. Ook worden communicatiestoornissen tussen de huisarts (die om een diagnose vraagt) en de triagist (die wil overleggen over urgentie) genoemd. Verder geeft een deel van de huis-artsenposten aan dat er huisartsen zijn die de digitale NTS-applicatie in twijfel trekken omdat ze (voor hun gevoel) vaker onterecht een patiënt zien. Men ervaart een verschuiving in urgentie en daardoor een toename van het aantal consulten. Of dit ook daadwerkelijk het geval is, is niet eenduidig af te leiden uit de kwantitatieve data die enkele huisart-senposten hebben meegestuurd. Hiernaar is nader onderzoek wenselijk. Behalve voorzien in meer kwantitatieve data wil InEen in vervolg op de NTS-enquête een platform creëren voor uitwisseling van ervaringen van gebruikers, waarbij ook een meer gestructureerde verzameling van vragen plaatsvindt.

Goed gevulde agenda
InEen heeft voor haar leden op 18 maart 2014 een themabijeenkomst gehouden over triage. Aan de bijeenkomst namen ruim 80 mensen deel die zich bij een huisartsenpost op enige wijze met triage bezighouden: kwaliteitsfunctionarissen, locatiemanagers, P&O-ers, directeuren.  InEen gaat verder aan de slag met verduidelijking en vereenvoudiging van de spelregels rond het diplomeren en herregistreren van de triagist. En de resultaten van de opdracht aan IQ healthcare tot het ontwikkelen van een standaard voor het meten van de kwaliteit van triage komen terug in een ledenbijeenkomst van huisartsenposten. Voorlopig is de werkagenda van InEen rond het thema triage dus goed gevuld.

Bijgaand treft u de presentaties van 18 maart:

 

[...]

Positief, praktisch, kwaliteitswinst, bewerkelijk en de indruk van verschuiving in de ur-gentietoekenning van de zorgvragen. Triagisten noemen deze ervaringen met het gebruik van de digitale NTS-applicatie het meest. Huisartsen hebben vooral de indruk dat ver-schuiving in urgentie plaatsvindt, met de bijkomende werkdruk. Het urgentiedenken in plaats van het diagnosegericht denken vraagt ook nog wat gewenning.

NTS-applicatie
Dit blijkt uit de webenquête die de InEen (toen nog VHN) in september 2013 uitzette on-der haar leden-huisartsenposten. Daarmee wil InEen meer inzicht krijgen in de ervaringen met de implementatie en het gebruik van de triagestandaard en dan vooral de digitaal on-dersteunde versie. InEen brengt ervaringen en suggesties in kaart om te komen tot onder-linge verdeling van kennis rondom het gebruik van de digitale NTS-applicatie. Daarnaast bieden de resultaten van de enquête een basis voor verder overleg van InEen met de Stichting NTS.

Trends
Op basis van de webenquête lijken er enkele trends zichtbaar. Zo geven huisartsenposten aan dat er meer overleg (discussie?) tussen huisarts en triagist plaats lijkt te vinden over de urgentietoekenning van een zorgvraag. Hierdoor lijken de aanrijdtijden langer te worden. Ook worden communicatiestoornissen tussen de huisarts (die om een diagnose vraagt) en de triagist (die wil overleggen over urgentie) genoemd. Verder geeft een deel van de huis-artsenposten aan dat er huisartsen zijn die de digitale NTS-applicatie in twijfel trekken omdat ze (voor hun gevoel) vaker onterecht een patiënt zien. Men ervaart een verschuiving in urgentie en daardoor een toename van het aantal consulten. Of dit ook daadwerkelijk het geval is, is niet eenduidig af te leiden uit de kwantitatieve data die enkele huisart-senposten hebben meegestuurd. Hiernaar is nader onderzoek wenselijk. Behalve voorzien in meer kwantitatieve data wil InEen in vervolg op de NTS-enquête een platform creëren voor uitwisseling van ervaringen van gebruikers, waarbij ook een meer gestructureerde verzameling van vragen plaatsvindt.

Goed gevulde agenda
InEen heeft voor haar leden op 18 maart 2014 een themabijeenkomst gehouden over triage. Aan de bijeenkomst namen ruim 80 mensen deel die zich bij een huisartsenpost op enige wijze met triage bezighouden: kwaliteitsfunctionarissen, locatiemanagers, P&O-ers, directeuren.  InEen gaat verder aan de slag met verduidelijking en vereenvoudiging van de spelregels rond het diplomeren en herregistreren van de triagist. En de resultaten van de opdracht aan IQ healthcare tot het ontwikkelen van een standaard voor het meten van de kwaliteit van triage komen terug in een ledenbijeenkomst van huisartsenposten. Voorlopig is de werkagenda van InEen rond het thema triage dus goed gevuld.

Bijgaand treft u de presentaties van 18 maart:

 

Themaweek acute zorg

25 maart 2014

Van 7 t/m 13 april organiseert het Portaal voor Patiëntveiligheid/CMR een themaweek acute zorg. Verschillende eerstelijnsorganisaties, waaronder InEen, NHG en Ambulance Zorg Nederland, werken hieraan mee. Ook patiënten kunnen incidenten melden. Zorgverleners kunnen in deze week alle zorgincidenten melden die met acute zorg te maken hebben. Dat kunnen ook eerdere incidenten zijn. Een multidisciplinair team screent deze meldingen. Er volgt een uitwerking van interessante casuïstiek, waar zorgverleners van kunnen leren. Deze worden verspreid, voorzien van verbetersuggesties.

InEen steunt de themaweek om te komen tot verbetering van de patiëntveiligheid. Het is tevens een goede gelegenheid om extra aandacht te geven aan het melden van incidenten. Daarom is in een brief aan het netwerk kwaliteit huisartsenposten verzocht de themaweek onder de aandacht te brengen bij de huisartsen. Alle HDS’en hebben posters over de themaweek ontvangen.

Portaal voor Patiëntveiligheid
Het Portaal voor Patiëntveiligheid/CMR is in 2006 opgericht door de NVZA (Nederlandse Vereniging van Ziekenhuisapothekers) met als doel te leren van elkaars medicatie gerelateerde incidenten. Tussen 2009 en 2011 is binnen het REMEDIEproject het systeem uitgebreid naar de openbare farmacie en ggz-instellingen. Vanaf 2012 is het systeem uitgebreid naar alle zorgincidenten (dus niet alleen medicatiegerelateerd) en hebben zes eerstelijnsberoepsgroepen een formulier ontwikkeld toegespitst op hun beroepsgroep (huisartsenzorg, tandartsenzorg, verloskunde, fysiotherapie, diëtetiek en verpleging/verzorging). Deze formulieren zijn met én zonder inlog op de website bereikbaar.

Meer informatie
Voor meer informatie over de Themaweken en het Portaal voor Patiëntveiligheid, zie de folder, of kijk op de website

[...]

Van 7 t/m 13 april organiseert het Portaal voor Patiëntveiligheid/CMR een themaweek acute zorg. Verschillende eerstelijnsorganisaties, waaronder InEen, NHG en Ambulance Zorg Nederland, werken hieraan mee. Ook patiënten kunnen incidenten melden. Zorgverleners kunnen in deze week alle zorgincidenten melden die met acute zorg te maken hebben. Dat kunnen ook eerdere incidenten zijn. Een multidisciplinair team screent deze meldingen. Er volgt een uitwerking van interessante casuïstiek, waar zorgverleners van kunnen leren. Deze worden verspreid, voorzien van verbetersuggesties.

InEen steunt de themaweek om te komen tot verbetering van de patiëntveiligheid. Het is tevens een goede gelegenheid om extra aandacht te geven aan het melden van incidenten. Daarom is in een brief aan het netwerk kwaliteit huisartsenposten verzocht de themaweek onder de aandacht te brengen bij de huisartsen. Alle HDS’en hebben posters over de themaweek ontvangen.

Portaal voor Patiëntveiligheid
Het Portaal voor Patiëntveiligheid/CMR is in 2006 opgericht door de NVZA (Nederlandse Vereniging van Ziekenhuisapothekers) met als doel te leren van elkaars medicatie gerelateerde incidenten. Tussen 2009 en 2011 is binnen het REMEDIEproject het systeem uitgebreid naar de openbare farmacie en ggz-instellingen. Vanaf 2012 is het systeem uitgebreid naar alle zorgincidenten (dus niet alleen medicatiegerelateerd) en hebben zes eerstelijnsberoepsgroepen een formulier ontwikkeld toegespitst op hun beroepsgroep (huisartsenzorg, tandartsenzorg, verloskunde, fysiotherapie, diëtetiek en verpleging/verzorging). Deze formulieren zijn met én zonder inlog op de website bereikbaar.

Meer informatie
Voor meer informatie over de Themaweken en het Portaal voor Patiëntveiligheid, zie de folder, of kijk op de website

NHG-Triagistenbijeenkomst ivm de NHG-TriageWijzer

21 maart 2014

Tijdens de goed bezochte Themabijeenkomst Triage van InEen op 18 maart jl. vertelde Sietsche van Gunst van het NHG over de plannen van het NHG om veranderingen aan te brengen in de NHG-TriageWijzer. Dat wil het NHG in nauw overleg doen met de gebruikers. In dat kader vindt op vrijdag 25 april a.s. om 11.00 uur (in de Domus Medica in Utrecht) een focusgroepbijeenkomst plaats voor assistenten uit de dagpraktijk èn triagisten van de huisartsenpost. Voor aanmelding of nadere informatie kun je terecht bij Sietsche van Gunst: s.vangunst@nhg.org.

[...]

Tijdens de goed bezochte Themabijeenkomst Triage van InEen op 18 maart jl. vertelde Sietsche van Gunst van het NHG over de plannen van het NHG om veranderingen aan te brengen in de NHG-TriageWijzer. Dat wil het NHG in nauw overleg doen met de gebruikers. In dat kader vindt op vrijdag 25 april a.s. om 11.00 uur (in de Domus Medica in Utrecht) een focusgroepbijeenkomst plaats voor assistenten uit de dagpraktijk èn triagisten van de huisartsenpost. Voor aanmelding of nadere informatie kun je terecht bij Sietsche van Gunst: s.vangunst@nhg.org.

Themaweek acute zorg

21 maart 2014

Van 7 t/m 13 april  organiseert het Portaal voor Patiëntveiligheid/CMR een themaweek acute zorg. Verschillende  eerstelijnsorganisaties waaronder  InEen, NHG en Ambulance Zorg Nederland  werken hieraan mee. Ook patiënten kunnen incidenten melden. Zorgverleners  kunnen in deze week alle zorgincidenten melden die met acute zorg te maken hebben. Dat kunnen ook eerdere incidenten zijn. Een multidisciplinair team screent deze meldingen. Er volgt een uitwerking van interessante casuïstiek, waar zorgverleners van kunnen leren. Deze worden verspreid, voorzien van verbetersuggesties.

InEen steunt themaweek
InEen  steunt de themaweek om te komen tot verbetering van de patiëntveiligheid. Het is tevens een goede gelegenheid om extra aandacht te geven aan het melden van incidenten. Daarom is in een brief aan het netwerk kwaliteit huisartsenposten verzocht de themaweek onder de aandacht te brengen bij de huisartsen. Alle HDS-en hebben posters over de themaweek ontvangen.

Portaal voor Patiëntveiligheid
Het Portaal voor Patiëntveiligheid/CMR is in 2006 opgericht door de NVZA (Nederlandse Vereniging van Ziekenhuisapothekers) met als doel te leren van elkaars medicatie gerelateerde incidenten. Tussen 2009 en 2011 is binnen het REMEDIEproject het systeem uitgebreid naar de openbare farmacie en ggz-instellingen. Vanaf 2012 is het systeem uitgebreid naar alle zorgincidenten (dus niet alleen medicatiegerelateerd) en hebben zes eerstelijnsberoepsgroepen een formulier ontwikkeld toegespitst op hun beroepsgroep (huisartsenzorg, tandartsenzorg, verloskunde, fysiotherapie, diëtetiek en verpleging/verzorging). Deze formulieren zijn met én zonder inlog op de website bereikbaar.

Meer informatie
Voor meer informatie over de Themaweken en het Portaal voor Patiëntveiligheid, zie de bijgevoegde folder, of kijk op de website

 

[...]

Van 7 t/m 13 april  organiseert het Portaal voor Patiëntveiligheid/CMR een themaweek acute zorg. Verschillende  eerstelijnsorganisaties waaronder  InEen, NHG en Ambulance Zorg Nederland  werken hieraan mee. Ook patiënten kunnen incidenten melden. Zorgverleners  kunnen in deze week alle zorgincidenten melden die met acute zorg te maken hebben. Dat kunnen ook eerdere incidenten zijn. Een multidisciplinair team screent deze meldingen. Er volgt een uitwerking van interessante casuïstiek, waar zorgverleners van kunnen leren. Deze worden verspreid, voorzien van verbetersuggesties.

InEen steunt themaweek
InEen  steunt de themaweek om te komen tot verbetering van de patiëntveiligheid. Het is tevens een goede gelegenheid om extra aandacht te geven aan het melden van incidenten. Daarom is in een brief aan het netwerk kwaliteit huisartsenposten verzocht de themaweek onder de aandacht te brengen bij de huisartsen. Alle HDS-en hebben posters over de themaweek ontvangen.

Portaal voor Patiëntveiligheid
Het Portaal voor Patiëntveiligheid/CMR is in 2006 opgericht door de NVZA (Nederlandse Vereniging van Ziekenhuisapothekers) met als doel te leren van elkaars medicatie gerelateerde incidenten. Tussen 2009 en 2011 is binnen het REMEDIEproject het systeem uitgebreid naar de openbare farmacie en ggz-instellingen. Vanaf 2012 is het systeem uitgebreid naar alle zorgincidenten (dus niet alleen medicatiegerelateerd) en hebben zes eerstelijnsberoepsgroepen een formulier ontwikkeld toegespitst op hun beroepsgroep (huisartsenzorg, tandartsenzorg, verloskunde, fysiotherapie, diëtetiek en verpleging/verzorging). Deze formulieren zijn met én zonder inlog op de website bereikbaar.

Meer informatie
Voor meer informatie over de Themaweken en het Portaal voor Patiëntveiligheid, zie de bijgevoegde folder, of kijk op de website

 

Triagebijeenkomst voor leden 18 maart 2014

04 maart 2014

De afgelopen periode hebben we achter de schermen hard gewerkt aan een aantal vraagstukken rond triage: hoe zijn de spelregels rond diplomering en herregistratie van triagisten te verduidelijken en vereenvoudigen? Welke ervaringen zijn er met de implementatie en het (vooral digitale) gebruik van de NTS, wat kunnen we op dat vlak van elkaar leren? En niet in de laatste plaats: kunnen we de kwaliteit van triage met behulp van een kernset van indicatoren eenduidig in beeld krijgen? Rond deze drie thema’s praten we graag de mensen bij die zich bij de huisartsenposten bezighouden met triage en de triagisten.

De themabijeenkomst triage vindt plaats op dinsdag 18 maart van 12.30 tot 16.00 uur (inlooplunch vanaf 12.00 uur) in de Domus Medica in Utrecht. Zie de agenda van deze bijeenkomst.

[...]

De afgelopen periode hebben we achter de schermen hard gewerkt aan een aantal vraagstukken rond triage: hoe zijn de spelregels rond diplomering en herregistratie van triagisten te verduidelijken en vereenvoudigen? Welke ervaringen zijn er met de implementatie en het (vooral digitale) gebruik van de NTS, wat kunnen we op dat vlak van elkaar leren? En niet in de laatste plaats: kunnen we de kwaliteit van triage met behulp van een kernset van indicatoren eenduidig in beeld krijgen? Rond deze drie thema’s praten we graag de mensen bij die zich bij de huisartsenposten bezighouden met triage en de triagisten.

De themabijeenkomst triage vindt plaats op dinsdag 18 maart van 12.30 tot 16.00 uur (inlooplunch vanaf 12.00 uur) in de Domus Medica in Utrecht. Zie de agenda van deze bijeenkomst.

Resultaten van de NTS-webenquête

21 februari 2014

Positief, praktisch, kwaliteitswinst, bewerkelijk en de indruk van verschuiving in de urgentietoekenning van de zorgvragen. Triagisten noemen deze ervaringen met het gebruik van de digitale NTS-applicatie het meest. Huisartsen hebben vooral de indruk dat verschuiving in urgentie plaatsvinden met de bijkomende werkdruk. Het urgentiedenken in plaats van het diagnosegericht denken vraagt ook nog wat gewenning.

NTS-applicatie
Deze ervaringen van triagisten en huisartsen komen uit de webenquête die de InEen (toen nog VHN) in september 2013 uitzette onder haar leden-huisartsenposten. Daarmee wil InEen meer inzicht krijgen in de ervaringen met de implementatie en het gebruik van de triagestandaard en dan vooral de digitaal ondersteunde versie daarvan. Door ervaringen en suggesties in kaart te brengen, streeft InEen naar een betere onderlinge verdeling van kennis en ervaringen rondom het gebruik van de digitale NTS-applicatie.

Daarnaast bieden de resultaten van de enquête een basis voor verder overleg van InEen met de Stichting NTS. In totaal hebben 38 HDS’en de webenquête ingevuld. Daarvan werken er momenteel 26 met de digitale NTS-applicatie, 5 HDS’en werken met de NHG-TriageWijzer uit 2011, 5 HDS’en werken met de NHG-TelefoonWijzer en 2 met TAS. Van de 12 gebruikers die niet met de digitale NTS-applicatie werken, geven er 10 aan daarop te zullen overstappen.

Trends
Op basis van de resultaten uit de webenquête en de opmerkingen lijken er enkele trends zichtbaar. Zo geven huisartsenposten aan dat er meer overleg (discussie?) tussen huisarts en triagist plaats lijkt te vinden over de urgentietoekenning van een zorgvraag. Hierdoor lijken de aanrijdtijden langer te worden. Ook worden communicatiestoornissen tussen de huisarts (die om een diagnose vraagt) en de triagist (die wil overleggen over urgentie) genoemd. Verder geeft een deel van de huisartsenposten aan dat er huisartsen zijn die de digitale NTS-applicatie in twijfel trekken omdat ze (voor hun gevoel) vaker onterecht een patiënt zien. Er wordt een verschuiving in urgentie ervaren en daardoor een toename van het aantal consulten. Of dit ook daadwerkelijk het geval is, is niet eenduidig af te leiden uit de kwantitatieve data die enkele huisartsenposten hebben meegestuurd. Hiernaar is nader onderzoek wenselijk. Behalve voorzien in meer kwantitatieve data wil InEen in vervolg op de NTS-enquête een platform creëren voor uitwisseling van ervaringen van gebruikers, waarbij ook een meer gestructureerde verzameling van vragen plaatsvindt. Zie voor de volledige resultaten het eindrapport.

Themabijeenkomst over triage
InEen heeft voor haar leden op 18 maart 2014 een themabijeenkomst gehouden over triage. Daarbij stonden drie onderwerpen centraal: 1. een verdieping op de resultaten uit de NTS-enquête 2. de ontwikkeling van een standaard om de kwaliteit van triage te meten 3. aanpassingen in de diplomerings- en herregistratie-eisen van triagisten. Aan de bijeenkomst namen ruim 80 mensen deel die zich bij een huisartsenpost op enige wijze met triage bezighouden: kwaliteitsfunctionarissen, locatiemanagers, P&O-ers, directeuren. Behalve de acties die InEen oppakt in vervolg op de NTS-enquête gaan we ook verder aan de slag met verduidelijking en vereenvoudiging van de spelregels rond het diplomeren en herregistreren van de triagist. En de resultaten van de opdracht aan IQ healthcare tot het ontwikkelen van een standaard voor het meten van de kwaliteit van triage komen terug in een ledenbijeenkomst van huisartsenposten. Voorlopig is de werkagenda van InEen rond het thema triage dus goed gevuld.

[...]

Positief, praktisch, kwaliteitswinst, bewerkelijk en de indruk van verschuiving in de urgentietoekenning van de zorgvragen. Triagisten noemen deze ervaringen met het gebruik van de digitale NTS-applicatie het meest. Huisartsen hebben vooral de indruk dat verschuiving in urgentie plaatsvinden met de bijkomende werkdruk. Het urgentiedenken in plaats van het diagnosegericht denken vraagt ook nog wat gewenning.

NTS-applicatie
Deze ervaringen van triagisten en huisartsen komen uit de webenquête die de InEen (toen nog VHN) in september 2013 uitzette onder haar leden-huisartsenposten. Daarmee wil InEen meer inzicht krijgen in de ervaringen met de implementatie en het gebruik van de triagestandaard en dan vooral de digitaal ondersteunde versie daarvan. Door ervaringen en suggesties in kaart te brengen, streeft InEen naar een betere onderlinge verdeling van kennis en ervaringen rondom het gebruik van de digitale NTS-applicatie.

Daarnaast bieden de resultaten van de enquête een basis voor verder overleg van InEen met de Stichting NTS. In totaal hebben 38 HDS’en de webenquête ingevuld. Daarvan werken er momenteel 26 met de digitale NTS-applicatie, 5 HDS’en werken met de NHG-TriageWijzer uit 2011, 5 HDS’en werken met de NHG-TelefoonWijzer en 2 met TAS. Van de 12 gebruikers die niet met de digitale NTS-applicatie werken, geven er 10 aan daarop te zullen overstappen.

Trends
Op basis van de resultaten uit de webenquête en de opmerkingen lijken er enkele trends zichtbaar. Zo geven huisartsenposten aan dat er meer overleg (discussie?) tussen huisarts en triagist plaats lijkt te vinden over de urgentietoekenning van een zorgvraag. Hierdoor lijken de aanrijdtijden langer te worden. Ook worden communicatiestoornissen tussen de huisarts (die om een diagnose vraagt) en de triagist (die wil overleggen over urgentie) genoemd. Verder geeft een deel van de huisartsenposten aan dat er huisartsen zijn die de digitale NTS-applicatie in twijfel trekken omdat ze (voor hun gevoel) vaker onterecht een patiënt zien. Er wordt een verschuiving in urgentie ervaren en daardoor een toename van het aantal consulten. Of dit ook daadwerkelijk het geval is, is niet eenduidig af te leiden uit de kwantitatieve data die enkele huisartsenposten hebben meegestuurd. Hiernaar is nader onderzoek wenselijk. Behalve voorzien in meer kwantitatieve data wil InEen in vervolg op de NTS-enquête een platform creëren voor uitwisseling van ervaringen van gebruikers, waarbij ook een meer gestructureerde verzameling van vragen plaatsvindt. Zie voor de volledige resultaten het eindrapport.

Themabijeenkomst over triage
InEen heeft voor haar leden op 18 maart 2014 een themabijeenkomst gehouden over triage. Daarbij stonden drie onderwerpen centraal: 1. een verdieping op de resultaten uit de NTS-enquête 2. de ontwikkeling van een standaard om de kwaliteit van triage te meten 3. aanpassingen in de diplomerings- en herregistratie-eisen van triagisten. Aan de bijeenkomst namen ruim 80 mensen deel die zich bij een huisartsenpost op enige wijze met triage bezighouden: kwaliteitsfunctionarissen, locatiemanagers, P&O-ers, directeuren. Behalve de acties die InEen oppakt in vervolg op de NTS-enquête gaan we ook verder aan de slag met verduidelijking en vereenvoudiging van de spelregels rond het diplomeren en herregistreren van de triagist. En de resultaten van de opdracht aan IQ healthcare tot het ontwikkelen van een standaard voor het meten van de kwaliteit van triage komen terug in een ledenbijeenkomst van huisartsenposten. Voorlopig is de werkagenda van InEen rond het thema triage dus goed gevuld.

Themabijeenkomst over triage

10 februari 2014

Om een inhoudelijk vervolg te geven aan alle ontwikkelingen rondom triage organiseert InEen voor haar leden op dinsdag 18 maart 2014 van 12.30 tot 16.00 uur een themabijeenkomst over triage. Daarbij staan 3 onderwerpen centraal:

  1. een verdieping op de resultaten uit de NTS-enquête
  2. de ontwikkeling van een standaard om de kwaliteit van triage te meten
  3. aanpassingen in de diplomerings- en herregistratie-eisen van triagisten.

De bijeenkomst is voor de medewerkers van huisartsenposten die zich bezighouden met deze vraagstukken. Meer informatie volgt via het weekbericht aan de leden van InEen.

 

[...]

Om een inhoudelijk vervolg te geven aan alle ontwikkelingen rondom triage organiseert InEen voor haar leden op dinsdag 18 maart 2014 van 12.30 tot 16.00 uur een themabijeenkomst over triage. Daarbij staan 3 onderwerpen centraal:

  1. een verdieping op de resultaten uit de NTS-enquête
  2. de ontwikkeling van een standaard om de kwaliteit van triage te meten
  3. aanpassingen in de diplomerings- en herregistratie-eisen van triagisten.

De bijeenkomst is voor de medewerkers van huisartsenposten die zich bezighouden met deze vraagstukken. Meer informatie volgt via het weekbericht aan de leden van InEen.

 

10 april: Nederlands Triage Congres

07 februari 2014

Op 10 april a.s. vindt het Nederlands Triage Congres plaats, met als titel: ‘Triage als eerste’. Lokatie: Stadion Galgenwaard te Utrecht. ‘In feite zijn het twee gecombineerde congressen’, geeft Roeland Drijver aan, voorzitter redactieraad NTS. ‘Enerzijds voor de degenen die de triage verrichten, met veel workshops om verdere vaardigheden op te doen. En anderzijds voor organisatoren van triage. Voor hen komen de nieuwste ontwikkelingen aan bod rondom de organisatie. Zoals het hebben van één spoedtelefoonnummer voor alle spoedzorg en meekijken met de patiënt via de smartphone.’

Breder verband
Drijver roept alle betrokkenen bij triage op aan dit congres deel te nemen. ‘Dit is dé gelegenheid te brainstormen over de nieuwste ontwikkelingen in binnen- en buitenland. Het is mogelijk om in breder verband ervaringen uit te wisselen. Het congres is spoedzorg-breed. De samenwerking tussen spoedeisende hulp, meldkamers ambulancezorg en huisartsenposten neemt verder toe. Het is van belang om te kijken hoe je met elkaar goed kan samenwerken. Overdracht van een patiënt moet naadloos verlopen en dat betekent dat je ook dezelfde taal moet spreken.’

Goede start
Drijver vindt de titel van het congres veelzeggend: Triage als eerste. ‘Het begint bij triage, daar komt de vraag binnen. De start moet goed zijn, wil de totale zorg goed kunnen zijn.’

Er is een vroegboekkorting bij inschrijving voor 1 maart a.s. Zie het programma en inschrijfformulier.

[...]

Op 10 april a.s. vindt het Nederlands Triage Congres plaats, met als titel: ‘Triage als eerste’. Lokatie: Stadion Galgenwaard te Utrecht. ‘In feite zijn het twee gecombineerde congressen’, geeft Roeland Drijver aan, voorzitter redactieraad NTS. ‘Enerzijds voor de degenen die de triage verrichten, met veel workshops om verdere vaardigheden op te doen. En anderzijds voor organisatoren van triage. Voor hen komen de nieuwste ontwikkelingen aan bod rondom de organisatie. Zoals het hebben van één spoedtelefoonnummer voor alle spoedzorg en meekijken met de patiënt via de smartphone.’

Breder verband
Drijver roept alle betrokkenen bij triage op aan dit congres deel te nemen. ‘Dit is dé gelegenheid te brainstormen over de nieuwste ontwikkelingen in binnen- en buitenland. Het is mogelijk om in breder verband ervaringen uit te wisselen. Het congres is spoedzorg-breed. De samenwerking tussen spoedeisende hulp, meldkamers ambulancezorg en huisartsenposten neemt verder toe. Het is van belang om te kijken hoe je met elkaar goed kan samenwerken. Overdracht van een patiënt moet naadloos verlopen en dat betekent dat je ook dezelfde taal moet spreken.’

Goede start
Drijver vindt de titel van het congres veelzeggend: Triage als eerste. ‘Het begint bij triage, daar komt de vraag binnen. De start moet goed zijn, wil de totale zorg goed kunnen zijn.’

Er is een vroegboekkorting bij inschrijving voor 1 maart a.s. Zie het programma en inschrijfformulier.

Cursus Spoed ABCDE

04 februari 2014

OSG (Opleidingsinstituut Spoedeisende Geneeskunde van VvAA) en het NHG hebben een onderwijsprogramma gemaakt voor de huisartsen die werkzaam zijn op een huisartsenpost. De cursus leert het praktisch handelen volgens de ABCDE-systematiek.

Deze cursus is afgestemd op de werkomgeving en de beschikbare hulpmiddelen van de huisarts. Het gaat om theorie, praktische vaardigheden en scenariotraining. De cursus kan op locatie, open inschrijving is eveneens mogelijk. Er is accreditatie voor 7 uur. Kijk hier voor alle informatie (pdf).

[...]

OSG (Opleidingsinstituut Spoedeisende Geneeskunde van VvAA) en het NHG hebben een onderwijsprogramma gemaakt voor de huisartsen die werkzaam zijn op een huisartsenpost. De cursus leert het praktisch handelen volgens de ABCDE-systematiek.

Deze cursus is afgestemd op de werkomgeving en de beschikbare hulpmiddelen van de huisarts. Het gaat om theorie, praktische vaardigheden en scenariotraining. De cursus kan op locatie, open inschrijving is eveneens mogelijk. Er is accreditatie voor 7 uur. Kijk hier voor alle informatie (pdf).

Zorgconsumptie op de huisartsenpost

04 februari 2014

HAPIQ Healthcare heeft vorig jaar in opdracht van de VHN bij een aantal huisartsenposten onderzoek gedaan naar de verschillen in zorgconsumptie. Die verschillen zijn zeer groot. In de ene regio zoeken inwoners ruim 80% meer contact met een huisartsenpost dan in andere regio’s. Ook binnen de huisartsenpost is er grote variatie in het aantal contacten tussen de aangesloten huisartsenpraktijken. Dat kan deels te maken hebben met verschillen in patientenpopulaties. Maar ook organisatieverschillen kunnen invloed hebben op de zorgconsumptie. Lees het artikel over dit onderzoek.

Huisartsenposten die geïnteresseerd zijn in de onderliggende onderzoeksrapport kunnen deze opvragen bij InEen.

[...]

HAPIQ Healthcare heeft vorig jaar in opdracht van de VHN bij een aantal huisartsenposten onderzoek gedaan naar de verschillen in zorgconsumptie. Die verschillen zijn zeer groot. In de ene regio zoeken inwoners ruim 80% meer contact met een huisartsenpost dan in andere regio’s. Ook binnen de huisartsenpost is er grote variatie in het aantal contacten tussen de aangesloten huisartsenpraktijken. Dat kan deels te maken hebben met verschillen in patientenpopulaties. Maar ook organisatieverschillen kunnen invloed hebben op de zorgconsumptie. Lees het artikel over dit onderzoek.

Huisartsenposten die geïnteresseerd zijn in de onderliggende onderzoeksrapport kunnen deze opvragen bij InEen.

Artikel over huisartsenposten

31 januari 2014

In de Eerstelijns van december 2013 staat een interview met Christel van Vugt, beleidsmedewerker InEen. Zij gaat in op de toekomst van huisartsenposten. ‘Wij willen de samenwerkingsafspraken tussen ketenpartners verder ontwikkelen en concretiseren’. Lees het artikel.

[...]

In de Eerstelijns van december 2013 staat een interview met Christel van Vugt, beleidsmedewerker InEen. Zij gaat in op de toekomst van huisartsenposten. ‘Wij willen de samenwerkingsafspraken tussen ketenpartners verder ontwikkelen en concretiseren’. Lees het artikel.

Identiteit, imago en reputatie van huisartsenposten

23 januari 2014

Eind 2013 vond het eerste deel van een onderzoek plaats naar de identiteit, het imago en de reputatie van huisartsenposten. Bijna 300 respondenten uit de achterban van de huisartsenposten vulden de enquête in. Er blijkt een groot draagvlak om als huisartsenposten gezamenlijk naar buiten te treden. Tegelijk hecht men aan de eigen identiteit.

InEen laat dit onderzoek uitvoeren om meer inzicht te krijgen in waar de huisartsenposten wel en niet voor staan. Hoe duidelijker dat is, hoe effectiever we de onderlinge samenwerking en de samenwerking in de keten kunnen organiseren. De huisartsenposten zien voordeel in een uniforme uitstraling naar buiten. Tegelijk willen ze ook de eigen identiteit vasthouden en hecht men aan ruimte om zelf beleid en dienstverlening in te vullen. Het blijkt dat huisartsen, triagisten en management elk anders aankijken tegen het functioneren van de huisartsenpost. Hun inschattingen en wensen verschillen.

Het vervolg van het onderzoek bestaat uit een verdieping van de enquêteresultaten. Dit gebeurt in bijeenkomsten met mensen uit de verschillende medewerkersgroepen. De uitkomsten vormen uiteindelijk de bouwstenen voor een concreet positioneringsplan.

 

[...]

Eind 2013 vond het eerste deel van een onderzoek plaats naar de identiteit, het imago en de reputatie van huisartsenposten. Bijna 300 respondenten uit de achterban van de huisartsenposten vulden de enquête in. Er blijkt een groot draagvlak om als huisartsenposten gezamenlijk naar buiten te treden. Tegelijk hecht men aan de eigen identiteit.

InEen laat dit onderzoek uitvoeren om meer inzicht te krijgen in waar de huisartsenposten wel en niet voor staan. Hoe duidelijker dat is, hoe effectiever we de onderlinge samenwerking en de samenwerking in de keten kunnen organiseren. De huisartsenposten zien voordeel in een uniforme uitstraling naar buiten. Tegelijk willen ze ook de eigen identiteit vasthouden en hecht men aan ruimte om zelf beleid en dienstverlening in te vullen. Het blijkt dat huisartsen, triagisten en management elk anders aankijken tegen het functioneren van de huisartsenpost. Hun inschattingen en wensen verschillen.

Het vervolg van het onderzoek bestaat uit een verdieping van de enquêteresultaten. Dit gebeurt in bijeenkomsten met mensen uit de verschillende medewerkersgroepen. De uitkomsten vormen uiteindelijk de bouwstenen voor een concreet positioneringsplan.

 

Vacatures en tegemoetkoming stagiairs huisartsenzorg

22 januari 2014

De vacaturegraad van de praktijkondersteuners (poh) is met 6,7% ruim hoger dan van doktersassistenten (2,5%). Voor doktersassistenten is er zelfs een dalende trend te zien. Er zijn nu 440 vacatures voor doktersassistenten  tegenover 640 medio 2013. De vraag is of de daling doorzet. Dit blijkt uit de vacaturemonitor van het Campagneteam werken in de huisartsenzorg (pdf). InEen-directeur Hansmaarten Bolle is voorzitter van dit Campagneteam. De volgende peildatum is 1 februari a.s.

Voor doktersassistenten en praktijkondersteuners geldt dat het stage-aanbod niet is meegegroeid met de toename in de opleiding. Dit zorgt in verschillende regio’s voor tekorten aan stageplaatsen. Om het aantal stageplaatsen te stimuleren, stelt de Stichting Sociaal Fonds Huisartsenzorg (SSFH) vanaf 1 januari een financiële vergoeding beschikbaar voor de begeleiding van stagiairs in huisartsenposten en –praktijken. Ook voor stagiairs zelf is een vergoeding beschikbaar. Meer informatie en de aanvraagformulieren staan op de site van SSFH.

 

[...]

De vacaturegraad van de praktijkondersteuners (poh) is met 6,7% ruim hoger dan van doktersassistenten (2,5%). Voor doktersassistenten is er zelfs een dalende trend te zien. Er zijn nu 440 vacatures voor doktersassistenten  tegenover 640 medio 2013. De vraag is of de daling doorzet. Dit blijkt uit de vacaturemonitor van het Campagneteam werken in de huisartsenzorg (pdf). InEen-directeur Hansmaarten Bolle is voorzitter van dit Campagneteam. De volgende peildatum is 1 februari a.s.

Voor doktersassistenten en praktijkondersteuners geldt dat het stage-aanbod niet is meegegroeid met de toename in de opleiding. Dit zorgt in verschillende regio’s voor tekorten aan stageplaatsen. Om het aantal stageplaatsen te stimuleren, stelt de Stichting Sociaal Fonds Huisartsenzorg (SSFH) vanaf 1 januari een financiële vergoeding beschikbaar voor de begeleiding van stagiairs in huisartsenposten en –praktijken. Ook voor stagiairs zelf is een vergoeding beschikbaar. Meer informatie en de aanvraagformulieren staan op de site van SSFH.

 

Akkoord over ANW-toeslag over vakantiedagen

17 januari 2014

Kort voor de kerstdagen bereikten we een akkoord met de werknemersorganisaties over het vraagstuk van de ANW-toeslag over vakantiedagen. Nu hebben we een aantal details uitgewerkt die in gezamenlijke verklaring anw-toeslag zijn opgenomen.

Een paar opmerkingen ter toelichting. Het akkoord is gebaseerd op een aantal modelberekeningen die we hebben laten maken. We hebben de leden-huisartsenposten een samenvattende tabel toegestuurd.  Hen stellen we ook de onderliggende excel-berekeningen desgevraagd graag ter beschikking. Een aantal directeuren van huisartsenposten heeft meegedacht en meegerekend. Er ligt nu een onderhandelaarsakkoord dat de instemming vereist van de leden. De werknemersorganisaties gaan hun achterban raadplegen. De leden-huisartsenposten van InEen, die de cao-huisartsenzorg volgen, zal formeel worden gevraagd of ze met dit voorstel kunnen instemmen.

[...]

Kort voor de kerstdagen bereikten we een akkoord met de werknemersorganisaties over het vraagstuk van de ANW-toeslag over vakantiedagen. Nu hebben we een aantal details uitgewerkt die in gezamenlijke verklaring anw-toeslag zijn opgenomen.

Een paar opmerkingen ter toelichting. Het akkoord is gebaseerd op een aantal modelberekeningen die we hebben laten maken. We hebben de leden-huisartsenposten een samenvattende tabel toegestuurd.  Hen stellen we ook de onderliggende excel-berekeningen desgevraagd graag ter beschikking. Een aantal directeuren van huisartsenposten heeft meegedacht en meegerekend. Er ligt nu een onderhandelaarsakkoord dat de instemming vereist van de leden. De werknemersorganisaties gaan hun achterban raadplegen. De leden-huisartsenposten van InEen, die de cao-huisartsenzorg volgen, zal formeel worden gevraagd of ze met dit voorstel kunnen instemmen.

Project samenhang en samenwerking keten acute zorg

21 december 2013

Meer doelmatigheid en betere zorg in de keten van acute zorg bereiken door afstemming, samenhang en samenwerking. Dat is het streven. Er zijn op dit terrein diverse initiatieven ontplooid. Daarmee zijn mooie resultaten bereikt. InEen zet met het  projectplan “verbeteren samenhang en samenwerking keten van acute zorg’ deze lijn voort. Om zo regionaal te komen tot goede samenwerking tussen de ketenpartners. Het betreft:

  • ontwikkelen van materialen
  • ontsluiten van voorbeelden
  • communicatie met de patiënt
  • coördinatie en regie

In dit plan geeft InEen aan hoe zij in 2013, 2014 en 2015 tot samenhangende afspraken wil komen met haar ketenpartners in de acute zorg. Evenals hoe ze de regionale implementatie wil ondersteunen. Voor het projectplan heeft VWS inmiddels subsidie toegekend.

[...]

Meer doelmatigheid en betere zorg in de keten van acute zorg bereiken door afstemming, samenhang en samenwerking. Dat is het streven. Er zijn op dit terrein diverse initiatieven ontplooid. Daarmee zijn mooie resultaten bereikt. InEen zet met het  projectplan “verbeteren samenhang en samenwerking keten van acute zorg’ deze lijn voort. Om zo regionaal te komen tot goede samenwerking tussen de ketenpartners. Het betreft:

  • ontwikkelen van materialen
  • ontsluiten van voorbeelden
  • communicatie met de patiënt
  • coördinatie en regie

In dit plan geeft InEen aan hoe zij in 2013, 2014 en 2015 tot samenhangende afspraken wil komen met haar ketenpartners in de acute zorg. Evenals hoe ze de regionale implementatie wil ondersteunen. Voor het projectplan heeft VWS inmiddels subsidie toegekend.

Raamwerk kwaliteitsbeleid huisartsenposten

19 december 2013

M.i.v. 2014 geldt voor de huisartsenposten het “herziene Raamwerk Kwaliteitsbeleid”. Vastgesteld door algemene vergadering. Met het oog op kwaliteit, patiëntveiligheid en transparantie zijn streefwaarden benoemd voor een aantal kritische processen. Daarbij is de 100%-norm losgelaten. Van de huisartsenposten wordt verwacht dat zij in de jaarlijkse benchmark rapporteren over de mate waarin de streefwaarden zijn behaald.

Evaluatie
Tot nu toe werkten de huisartsenposten met de branchenormen vastgesteld in 2009 en 2010 vastgesteld als vervanging van de normen uit de KKK’s (Kritische Kwaliteits Kenmerken) en als aanvulling op het HKZ-schema. Uit de evaluatie bleek echter dat het stellen van absolute normen ongewenste bijeffecten heeft. Het accent ligt teveel op het halen van de norm. En minder op andere belangrijke aspecten, zoals samenwerking en overdacht. Senior-beleidsmedewerker Hannie van der Hoeven (VHN): ‘We hebben achteraf gezien te gemakkelijk gedacht over hoe je een goede norm definieert, te naïef misschien wel. Het komt heel nauw of je iets een streefwaarde noemt of een norm. Natuurlijk streef je naar 100%, maar het is niet reëel om daar een nórm van te maken. Onze leden hebben ons daar de afgelopen jaren op gewezen, en terecht.’

Streefwaarden
In het Raamwerk Kwaliteitsbeleid is voor de kritische processen een set indicatoren benoemd met bijbehorende streefwaarden. Het gaat o.a. om bereikbaarheid van de post (telefonisch en fysiek); aanrijtijden (U0/U1 en U2 visites); responstijden U2 consulten; autorisatietijden en de kwaliteit van de triage. Nieuw is dat van alle huisartsenposten wordt verwacht dat zij de vastgestelde indicatoren meten en de gegevens in de jaarlijkse benchmark aanleveren. Als een HDS hieraan niet voldoet, gaat het bestuur hierover met hen in gesprek. ‘Het is natuurlijk sowieso belangrijk’, aldus Van der Hoeven, ‘dat je als organisatie inzicht hebt in hoe je eigen kritische processen verlopen, ongeacht of je de streefwaarden wel of niet haalt. Elke HDS moet dus kunnen meten en aanleveren. Tot nu was dat nog vrijblijvend. Nu hebben we met elkaar gezegd: dat kan niet meer, we gaan er nu voor staan!’

Onderzoek
Daarnaast bevestigt het Raamwerk Kwaliteitsbeleid de afspraken over de toepassing van het HKZ-schema en de diplomering van triagisten. Verder komen er projecten die de ‘zachte’ kant van kwaliteit versterken. Er zijn 4 thema’s: samenwerken en overdracht op de huisartsenpost en met ketenpartners, diagnostiek op de huisartsenpost, en feedback aan en tussen huisartsen. Ook wordt ingezet op wetenschappelijk onderzoek, o.a. naar het meten van de kwaliteit van triage en het leren van calamiteiten op de huisartsenpost.

[...]

M.i.v. 2014 geldt voor de huisartsenposten het “herziene Raamwerk Kwaliteitsbeleid”. Vastgesteld door algemene vergadering. Met het oog op kwaliteit, patiëntveiligheid en transparantie zijn streefwaarden benoemd voor een aantal kritische processen. Daarbij is de 100%-norm losgelaten. Van de huisartsenposten wordt verwacht dat zij in de jaarlijkse benchmark rapporteren over de mate waarin de streefwaarden zijn behaald.

Evaluatie
Tot nu toe werkten de huisartsenposten met de branchenormen vastgesteld in 2009 en 2010 vastgesteld als vervanging van de normen uit de KKK’s (Kritische Kwaliteits Kenmerken) en als aanvulling op het HKZ-schema. Uit de evaluatie bleek echter dat het stellen van absolute normen ongewenste bijeffecten heeft. Het accent ligt teveel op het halen van de norm. En minder op andere belangrijke aspecten, zoals samenwerking en overdacht. Senior-beleidsmedewerker Hannie van der Hoeven (VHN): ‘We hebben achteraf gezien te gemakkelijk gedacht over hoe je een goede norm definieert, te naïef misschien wel. Het komt heel nauw of je iets een streefwaarde noemt of een norm. Natuurlijk streef je naar 100%, maar het is niet reëel om daar een nórm van te maken. Onze leden hebben ons daar de afgelopen jaren op gewezen, en terecht.’

Streefwaarden
In het Raamwerk Kwaliteitsbeleid is voor de kritische processen een set indicatoren benoemd met bijbehorende streefwaarden. Het gaat o.a. om bereikbaarheid van de post (telefonisch en fysiek); aanrijtijden (U0/U1 en U2 visites); responstijden U2 consulten; autorisatietijden en de kwaliteit van de triage. Nieuw is dat van alle huisartsenposten wordt verwacht dat zij de vastgestelde indicatoren meten en de gegevens in de jaarlijkse benchmark aanleveren. Als een HDS hieraan niet voldoet, gaat het bestuur hierover met hen in gesprek. ‘Het is natuurlijk sowieso belangrijk’, aldus Van der Hoeven, ‘dat je als organisatie inzicht hebt in hoe je eigen kritische processen verlopen, ongeacht of je de streefwaarden wel of niet haalt. Elke HDS moet dus kunnen meten en aanleveren. Tot nu was dat nog vrijblijvend. Nu hebben we met elkaar gezegd: dat kan niet meer, we gaan er nu voor staan!’

Onderzoek
Daarnaast bevestigt het Raamwerk Kwaliteitsbeleid de afspraken over de toepassing van het HKZ-schema en de diplomering van triagisten. Verder komen er projecten die de ‘zachte’ kant van kwaliteit versterken. Er zijn 4 thema’s: samenwerken en overdracht op de huisartsenpost en met ketenpartners, diagnostiek op de huisartsenpost, en feedback aan en tussen huisartsen. Ook wordt ingezet op wetenschappelijk onderzoek, o.a. naar het meten van de kwaliteit van triage en het leren van calamiteiten op de huisartsenpost.

Sterker door gezamenlijke positionering

19 december 2013

Er komt een landelijke publiekscampagne voor de huisartsenposten. Daarom startte de VHN-werkgroep Communicatie dit najaar een traject over de identiteit, het imago en de reputatie van huisartsenposten. Waar staan huisartsenposten voor? Wat bindt hen? Voorzitter van de werkgroep communicatie Willem Groenevelt (directeur Dokterswacht Friesland): ‘Tot nu toe heeft iedereen dat gedaan op het niveau van de eigen post of HDS . We hopen dat het lukt om gezamenlijke kernwaarden te formuleren. Daarmee kunnen we onze kracht vergroten.’

De zoektocht naar identiteit en kernwaarden gebeurt in fases. Bureau Roos & Vandewerk begeleidt het proces. Fase 1 bestaat uit een web-enquête. Huisartsen, triagisten, managers, directeuren en bestuurders konden hun opvattingen over het doel en de identiteit van de huisartsenpost delen. In fase 2 bespreken zij de input in 4 verdiepingssessies. Het resultaat is inzicht in hoe de huisartsenposten zichzelf zien en wat zij nastreven. Dit levert de bouwstenen voor een concreet positioneringsplan.

Verbreding
‘Onze organisaties’, zegt Groenevelt, ‘bestaan nu zo’n 10 tot 12 jaar. In die periode is verscheidenheid ontstaan. De ene huisartsenpost richt zich op onze core business, de spoedzorg in de ANW-uren. Andere verbreden zich, o.a. door samenwerking met de zorggroepen. In Friesland is bijvoorbeeld de Doktersacademie opgericht. Zie het positioneringsproces als een zelfonderzoek naar wat ons bindt. Het is zinvol deze rode draad te vinden. Het uitstralen van een uniform beeld helpt patiënten om te begrijpen waarvoor ze ons kunnen bellen. Ook voor onze ketenpartners worden we transparanter. Neem de samenwerking met de SEH, ik denk dat veel ziekenhuizen op dit moment een verschillend beeld hebben van wat huisartsenposten eigenlijk zijn en doen.’

In het proces staan 4 vragen centraal:

  • Wat is de essentie van het werk, welke unieke bijdrage leveren de huisartsenposten aan de zorg in Nederland.
  • Wat zijn de kernwaarden van de huisartsenposten, waar staan ze voor?
  • Wat willen de huisartsenposten realiseren, welke droom willen ze waarmaken?
  • Wat zijn de kernkwaliteiten, waarin blinkt de huisartsenpost uit?

Zelfbewuster
Groenevelt: ‘Ik denk dat we ons met wat ons bindt zelfbewuster kunnen manifesteren. Bovendien moeten we zuinig omgaan met onze geldstroom. We zijn nu allemaal individueel bezig met marketing en publiciteit. Dat kun je ook slim aanpakken door deze dingen samen te doen, waardoor we tegelijkertijd als een sterkere partij worden gezien . Ik ben heel benieuwd naar de uitkomsten. Een dergelijk traject heeft ons in Friesland geholpen om een koers uit te zetten: wat willen we zijn over een jaar of drie vier? Ook van huisartsen krijg ik terug dat het ze een stap verder heeft gebracht.’

Het streven is om het proces in het voorjaar van 2014 af te ronden met een concreet positioneringsplan. Voo