logo

Gezondheidscentra

Geïntegreerde zorg: vereist samenwerking op alle facetten: lichamelijk, psychisch en sociaal. Samenhangende zorg rondom en met de patiënt in zijn context. Een aanpak die centraal staat bij alle leden van InEen. Bij dit thema richten we ons echter specifiek op gezondheidscentra en eerstelijnscentra. Samenwerken en samenhang vormen de basis bij gezondheidscentra. Met korte lijnen tussen zorgverleners onderling. En een focus op de zorgvraag in de wijk.

Er zijn zo’n 60 gezondheidscentra en 25 koepels van gezondheidscentra lid van InEen. In totaal gaat het om zo’n 150 centra.

Discussie over O&I in volle gang

09 maart 2017

OenI-nieuwsbriefNa een intensief traject, waarbij zowel de zorgverzekeraars, als het veld betrokken waren, ligt sinds oktober vorig jaar een voorstel voor een nieuwe bekostigingsstructuur in de eerste lijn op tafel. Deze is het resultaat van fase 2 van het O&I-traject dat in 2014 van start ging. Op dit moment wordt gewerkt aan fase 3, de impactanalyse. InEen heeft haar leden opgeroepen de uitkomsten van fase 2 intern op de agenda te zetten. Eind januari gaven drie Rotterdamse organisaties aan die oproep gehoor: Charley Toorop, Zevenkamp en Zorg op Noord. Twaalf huisartsen spraken over wat de O&I-ontwikkelingen en de concept ‘visie notitie lokale en regionale huisartsen- en eerstelijnsorganisaties’ voor hen kunnen betekenen. InEen gaf bij die gelegenheid een toelichting op beide trajecten.

Goede ondersteuning en organisatiekracht zijn noodzakelijk om de veranderingen die zich in de eerste lijn voltrekken blijvend het hoofd te bieden. De vraag is nu of de nieuwe bekostigingsstructuur die nu op tafel ligt, daarvoor voldoende aanknopingspunten biedt. De nieuwe structuur moet in de plaats komen van de huidige bekostigingsvormen voor de GEZ en de organisatie van de ketenzorg. Met een impactanalyse wordt onderzocht of de nieuwe structuur leidt tot betere gesprekken over samenwerking, organisatie en vernieuwing en daarmee tot meer versterking in de eerste lijn (fase 3). Het O&I-traject is een initiatief van het bestuurlijk overleg eerste lijn.

Puck Fillekes, directeur Zorg op Noord/BOOG: ‘De discussie over O&I is gestart als een oplossing voor al het werk dat op ons af komt. We onderschrijven allemaal dat dat nodig is. Tegelijk zeggen de huisartsen in Rotterdam: let op! Gezondheidscentra doen van oudsher al heel veel aan de organisatie en samenwerking in de eerste lijn in de wijken. Veel van de gewenste ontwikkelingen zijn al aanwezig in de Rotterdamse gezondheidscentra. Gooi niet weg wat we hebben, behoud het goede en bouw van daaruit verder waar het nodig is.’

Als praktisch voorbeeld noemt zij het feit dat de werkgebieden van gezondheidscentra meestal niet synchroon lopen met de afbakening van de wijk. Ze hebben te maken met verschillende ziekenhuizen en VVT instellingen. Er zijn in Rotterdam geen grote eenduidige regioverbanden (100.000 inwoners of meer) te maken, zegt Fillekes. Ze stelt vast dat er de afgelopen jaren veel samenwerkingsstructuren zijn gebouwd en belangrijke contacten zijn bestendigd. De vrees bestaat dat de nieuwe structuur hier geen rekening mee houdt en dat de onderlinge samenwerking door de financiering zelfs bemoeilijkt kan worden. Van belang is dat landelijk wordt aangegeven dat de inrichting van de lokale en regionale organisaties de indeling volgt die voor inwoners van een buurt, wijk, dorp of regio een logisch samenhangend geheel vormt. Ook wat InEen betreft is de schaalgrootte die in het O&I-voorstel wordt genoemd richtinggevend en niet in beton gegoten.

Naast de waarschuwing is men in Rotterdam blij met de kansen die ook ontstaan. Bijvoorbeeld de mogelijkheid om op regioniveau de ICT te versterken. ‘Binnen Zorg op Noord’, aldus Fillekes, ‘is al tien jaar geleden vanuit de behoefte van de eigen organisatie ICT opgezet die ook andere centra in de regio bedient om bepalingen te maken op populatieniveau. Het is echt een kans om dat samen te versterken.’ Ze adviseert collega-organisaties van harte in discussie te gaan met huisartsen en andere zorgverleners, ook om dezelfde taal te blijven spreken. ‘Dat kwam in onze discussie duidelijk naar voren: een verschil in taal. O&I heeft het over betaaltitels en huisartsen hebben het over kwaliteit van zorg. Ook gemeenten, wijkteams, apothekers hebben hun eigen focus. Tussen deze werelden mag geen splitsing ontstaan.’

Vooralsnog gaat de O&I-discussie met name over het versterken van de samenhang, samenwerking en vernieuwing van de eerste lijn waarbij ook wordt gekeken naar resultaten. De (financiële) randvoorwaarden zijn nog niet benoemd. Essentieel is, aldus InEen, dat er voor de versterking van de eerste lijn voldoende budget beschikbaar komt. Dat betekent ook extra investeringen: er kan geen sprake zijn van alleen herverdelen van de bestaande middelen. Er is ruimte nodig om in te kunnen spelen op de maatschappelijke veranderingen.

De volgende stap in het O&I-traject wordt in april gezet als de resultaten van de impactanalyse (fase 3) ter beschikking komen.

[...]

OenI-nieuwsbriefNa een intensief traject, waarbij zowel de zorgverzekeraars, als het veld betrokken waren, ligt sinds oktober vorig jaar een voorstel voor een nieuwe bekostigingsstructuur in de eerste lijn op tafel. Deze is het resultaat van fase 2 van het O&I-traject dat in 2014 van start ging. Op dit moment wordt gewerkt aan fase 3, de impactanalyse. InEen heeft haar leden opgeroepen de uitkomsten van fase 2 intern op de agenda te zetten. Eind januari gaven drie Rotterdamse organisaties aan die oproep gehoor: Charley Toorop, Zevenkamp en Zorg op Noord. Twaalf huisartsen spraken over wat de O&I-ontwikkelingen en de concept ‘visie notitie lokale en regionale huisartsen- en eerstelijnsorganisaties’ voor hen kunnen betekenen. InEen gaf bij die gelegenheid een toelichting op beide trajecten.

Goede ondersteuning en organisatiekracht zijn noodzakelijk om de veranderingen die zich in de eerste lijn voltrekken blijvend het hoofd te bieden. De vraag is nu of de nieuwe bekostigingsstructuur die nu op tafel ligt, daarvoor voldoende aanknopingspunten biedt. De nieuwe structuur moet in de plaats komen van de huidige bekostigingsvormen voor de GEZ en de organisatie van de ketenzorg. Met een impactanalyse wordt onderzocht of de nieuwe structuur leidt tot betere gesprekken over samenwerking, organisatie en vernieuwing en daarmee tot meer versterking in de eerste lijn (fase 3). Het O&I-traject is een initiatief van het bestuurlijk overleg eerste lijn.

Puck Fillekes, directeur Zorg op Noord/BOOG: ‘De discussie over O&I is gestart als een oplossing voor al het werk dat op ons af komt. We onderschrijven allemaal dat dat nodig is. Tegelijk zeggen de huisartsen in Rotterdam: let op! Gezondheidscentra doen van oudsher al heel veel aan de organisatie en samenwerking in de eerste lijn in de wijken. Veel van de gewenste ontwikkelingen zijn al aanwezig in de Rotterdamse gezondheidscentra. Gooi niet weg wat we hebben, behoud het goede en bouw van daaruit verder waar het nodig is.’

Als praktisch voorbeeld noemt zij het feit dat de werkgebieden van gezondheidscentra meestal niet synchroon lopen met de afbakening van de wijk. Ze hebben te maken met verschillende ziekenhuizen en VVT instellingen. Er zijn in Rotterdam geen grote eenduidige regioverbanden (100.000 inwoners of meer) te maken, zegt Fillekes. Ze stelt vast dat er de afgelopen jaren veel samenwerkingsstructuren zijn gebouwd en belangrijke contacten zijn bestendigd. De vrees bestaat dat de nieuwe structuur hier geen rekening mee houdt en dat de onderlinge samenwerking door de financiering zelfs bemoeilijkt kan worden. Van belang is dat landelijk wordt aangegeven dat de inrichting van de lokale en regionale organisaties de indeling volgt die voor inwoners van een buurt, wijk, dorp of regio een logisch samenhangend geheel vormt. Ook wat InEen betreft is de schaalgrootte die in het O&I-voorstel wordt genoemd richtinggevend en niet in beton gegoten.

Naast de waarschuwing is men in Rotterdam blij met de kansen die ook ontstaan. Bijvoorbeeld de mogelijkheid om op regioniveau de ICT te versterken. ‘Binnen Zorg op Noord’, aldus Fillekes, ‘is al tien jaar geleden vanuit de behoefte van de eigen organisatie ICT opgezet die ook andere centra in de regio bedient om bepalingen te maken op populatieniveau. Het is echt een kans om dat samen te versterken.’ Ze adviseert collega-organisaties van harte in discussie te gaan met huisartsen en andere zorgverleners, ook om dezelfde taal te blijven spreken. ‘Dat kwam in onze discussie duidelijk naar voren: een verschil in taal. O&I heeft het over betaaltitels en huisartsen hebben het over kwaliteit van zorg. Ook gemeenten, wijkteams, apothekers hebben hun eigen focus. Tussen deze werelden mag geen splitsing ontstaan.’

Vooralsnog gaat de O&I-discussie met name over het versterken van de samenhang, samenwerking en vernieuwing van de eerste lijn waarbij ook wordt gekeken naar resultaten. De (financiële) randvoorwaarden zijn nog niet benoemd. Essentieel is, aldus InEen, dat er voor de versterking van de eerste lijn voldoende budget beschikbaar komt. Dat betekent ook extra investeringen: er kan geen sprake zijn van alleen herverdelen van de bestaande middelen. Er is ruimte nodig om in te kunnen spelen op de maatschappelijke veranderingen.

De volgende stap in het O&I-traject wordt in april gezet als de resultaten van de impactanalyse (fase 3) ter beschikking komen.

Informatiebijeenkomsten Nationale Diabetes Challenge 2017

13 januari 2017

Nationale Diabetes Challenge 2017 De Nationale Diabetes Challenge was in 2016 een groot succes. Niet alleen omdat er ruim drie duizend mensen met diabetes en hun zorgverleners 20 weken gewandeld hebben, maar ook omdat uit het onderzoek van internist Henk Bilo bleek dat in die periode hun gezondheid aanzienlijk verbeterde.

Voor de betrokken eerstelijnszorgverleners was het een bijzondere ervaring om hun patiënten letterlijk in beweging te zien komen. Mensen die daar, ondanks regelmatig aandringen, jaren niet in geïnteresseerd waren. Die patiënten zagen hun gewicht verminderen en hun glucoseregulatie verbeteren; hun medicatie verminderde en hun welbevinden nam toe. Daarnaast namen ze een actievere rol in het omgaan met hun aandoening. Al met al spectaculaire resultaten.

In 2017 organiseert de Bas van de Goor Foundation opnieuw een Nationale Diabetes Challenge. Het doel is om in 2017 10.000 mensen met diabetes aan het wandelen te krijgen. In de periode mei tot en met september wordt er gewandeld met op 30 september een landelijke afsluiting op sportcentrum Papendal. Dit kan alleen een succes worden als huisartsen, POH’s, gezondheidscentra en zorggroepen diabetespatiënten uitnodigen om mee te wandelen. Als 1 op de 100 mensen met diabetes meedoet zijn we er al.

De Bas van de Goor Foundation verzorgt de logistiek op de achtergrond (website, draaiboek, enzovoort) zodat zorgverleners er weinig werk aan hebben. De komende periode organiseert de BvdGF informatiebijeenkomsten voor zorgverleners die overwegen mee te doen. De BvdGF nodigt met name gezondheidscentra en zorggroepen uit om deel te nemen aan de NDC 2017.

  • 19 januari 2017: Philips Stadion, Eindhoven
  • 26 januari 2017: Sportstad Heerenveen
  • 27 januari 2017: Van der Valk Hotel, Ridderkerk
  • 2 februari 2017: Sportcentrum Papendal, Arnhem
  • 3 februari 2017: Amsterdam Arena

Mocht het niet lukken om aanwezig te zijn of zijn er vragen, neem dan contact op met Jeroen Flim (BvdGF).

 

[...]

Nationale Diabetes Challenge 2017 De Nationale Diabetes Challenge was in 2016 een groot succes. Niet alleen omdat er ruim drie duizend mensen met diabetes en hun zorgverleners 20 weken gewandeld hebben, maar ook omdat uit het onderzoek van internist Henk Bilo bleek dat in die periode hun gezondheid aanzienlijk verbeterde.

Voor de betrokken eerstelijnszorgverleners was het een bijzondere ervaring om hun patiënten letterlijk in beweging te zien komen. Mensen die daar, ondanks regelmatig aandringen, jaren niet in geïnteresseerd waren. Die patiënten zagen hun gewicht verminderen en hun glucoseregulatie verbeteren; hun medicatie verminderde en hun welbevinden nam toe. Daarnaast namen ze een actievere rol in het omgaan met hun aandoening. Al met al spectaculaire resultaten.

In 2017 organiseert de Bas van de Goor Foundation opnieuw een Nationale Diabetes Challenge. Het doel is om in 2017 10.000 mensen met diabetes aan het wandelen te krijgen. In de periode mei tot en met september wordt er gewandeld met op 30 september een landelijke afsluiting op sportcentrum Papendal. Dit kan alleen een succes worden als huisartsen, POH’s, gezondheidscentra en zorggroepen diabetespatiënten uitnodigen om mee te wandelen. Als 1 op de 100 mensen met diabetes meedoet zijn we er al.

De Bas van de Goor Foundation verzorgt de logistiek op de achtergrond (website, draaiboek, enzovoort) zodat zorgverleners er weinig werk aan hebben. De komende periode organiseert de BvdGF informatiebijeenkomsten voor zorgverleners die overwegen mee te doen. De BvdGF nodigt met name gezondheidscentra en zorggroepen uit om deel te nemen aan de NDC 2017.

  • 19 januari 2017: Philips Stadion, Eindhoven
  • 26 januari 2017: Sportstad Heerenveen
  • 27 januari 2017: Van der Valk Hotel, Ridderkerk
  • 2 februari 2017: Sportcentrum Papendal, Arnhem
  • 3 februari 2017: Amsterdam Arena

Mocht het niet lukken om aanwezig te zijn of zijn er vragen, neem dan contact op met Jeroen Flim (BvdGF).

 

Concept visie lokale en regionale huisartsen/eerstelijnsorganisaties

13 januari 2017

Begin december hebben we de  concept visie op lokale en regionale huisartsen/eerstelijnsorganisaties toegestuurd aan directies en bestuurders van zorggroepen en gezondheidscentra. De notitie is de weerslag van gesprekken die we vorig jaar op deelledenvergaderingen met elkaar hebben gevoerd over de toekomst. Het concept kan nu binnen de organisaties worden besproken en ook input vormen voor gesprekken in de regio. Zoals aangegeven zijn het bestuur en het bureau van InEen bereid aan deze besprekingen een bijdrage te leveren (toelichting, organiseren bijeenkomst). Neem in dat geval contact op met Lideweij Blom (InEen). In de komende periode gaat InEen ook verkennende gesprekken voeren met de belangrijkste stakeholders, om zo vanuit verschillende invalshoeken reacties op het concept te verzamelen. Op 9 maart, de volgende deelledenvergadering van zorggroepen en gezondheidscentra, staat de visie ter vaststelling op agenda. We zijn benieuwd naar de reacties, vooral ook in de aanloop naar de deelledenvergadering.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Begin december hebben we de  concept visie op lokale en regionale huisartsen/eerstelijnsorganisaties toegestuurd aan directies en bestuurders van zorggroepen en gezondheidscentra. De notitie is de weerslag van gesprekken die we vorig jaar op deelledenvergaderingen met elkaar hebben gevoerd over de toekomst. Het concept kan nu binnen de organisaties worden besproken en ook input vormen voor gesprekken in de regio. Zoals aangegeven zijn het bestuur en het bureau van InEen bereid aan deze besprekingen een bijdrage te leveren (toelichting, organiseren bijeenkomst). Neem in dat geval contact op met Lideweij Blom (InEen). In de komende periode gaat InEen ook verkennende gesprekken voeren met de belangrijkste stakeholders, om zo vanuit verschillende invalshoeken reacties op het concept te verzamelen. Op 9 maart, de volgende deelledenvergadering van zorggroepen en gezondheidscentra, staat de visie ter vaststelling op agenda. We zijn benieuwd naar de reacties, vooral ook in de aanloop naar de deelledenvergadering.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Start Nationale Diabetes Challenge 2017

06 januari 2017

De eerste stappen in de Nationale Diabetes Challenge 2017  zijn gezet. Voor professionals die overwegen om mee te gaan doen organiseert de Bas van de Goor Foundation in januari en februari verspreid over Nederland een vijftal informatiebijeenkomsten. Eind april of begin mei starten de wandeltrainingen, om eind september klaar te zijn voor de vierdaagse finale. Vorig jaar deden er in oktober meer dan 3100 wandelaars mee aan deze finale. ‘We zagen mensen die hun grenzen hebben verlegd, die hun zelfvertrouwen terug hebben gevonden en die weer plezier in bewegen hebben gekregen. En vooral zagen we mensen die op een positieve manier aan hun eigen gezondheid gewerkt hebben. Iets waar geen medicijn tegenop kan’, aldus de organisatoren.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

De eerste stappen in de Nationale Diabetes Challenge 2017  zijn gezet. Voor professionals die overwegen om mee te gaan doen organiseert de Bas van de Goor Foundation in januari en februari verspreid over Nederland een vijftal informatiebijeenkomsten. Eind april of begin mei starten de wandeltrainingen, om eind september klaar te zijn voor de vierdaagse finale. Vorig jaar deden er in oktober meer dan 3100 wandelaars mee aan deze finale. ‘We zagen mensen die hun grenzen hebben verlegd, die hun zelfvertrouwen terug hebben gevonden en die weer plezier in bewegen hebben gekregen. En vooral zagen we mensen die op een positieve manier aan hun eigen gezondheid gewerkt hebben. Iets waar geen medicijn tegenop kan’, aldus de organisatoren.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

2016 » 2017: Thijs Veerman, per eind augustus 2016 interim-directeur bij de SHG-groep

22 december 2016

2016 is bijna voorbij. Een jaar waarin opnieuw en op veel fronten hard is gewerkt aan het versterken van de eerste lijn. De ambitie om te komen tot persoonsgerichte zorg brengt nieuwe vormen van samenwerking en organisatie met zich mee. Dat geldt ook voor het opvangen van zorg uit de tweede lijn en de ggz. Ook daarvoor vormen huisartsen en andere zorgprofessionals samen met bestuurders nieuwe organisatie- en netwerkverbanden. Steeds duidelijker wordt dat afwachten geen optie meer is als we als eerste lijn onze hoge kwaliteit van zorg voor de komende generaties willen waarborgen. Het meest gebezigde woord in dit verband is zonder twijfel ‘uitdaging’. In 2016 traden diverse nieuwe bestuurders aan. Hoe kijken ze terug op 2016 en wat zijn hun speerpunten voor 2017?


Thijs-zwThijs Veerman, per eind augustus 2016 interim-directeur bij de SHG-groep, acht gezondheidscentra en zes apotheken in de regio Haaglanden

Wat waren je eerste indrukken bij SHG?
‘Hiervoor was ik onder meer bestuurder bij het medisch diagnostisch centrum Star-MDC. Ik heb jaren gewerkt in de buurt van huisartsen, als dienstverlener van huisartsen en nu zit ik er voor de eerste keer middenin. Ik ben vooral gegrepen door hoe de SHG overal in het Haagse functioneert, in Vinex-wijken en in achterstandsbuurten, en door de inzet van de huisartsen en andere zorgprofessionals om voor hun patiënten te zorgen. Dat gaat echt diep en ver.’

‘Tegelijkertijd zie ik ook de worsteling van dezelfde huisartsen om om te gaan met het vele werk dat op ze afkomt. Huisartsen vinden ook dat mensen zo lang mogelijk in de eerste lijn moeten blijven, maar dat gaat wel gepaard met grote extra inspanningen. Ik zie een worsteling met de eigen verantwoordelijkheid. Hoe kan ik als huisarts bepaalde dingen met een gerust hart overlaten aan anderen? Want daar gaat het steeds meer naartoe. Zo zie ik als mijn taak als leidinggevende: hoe kunnen we de zorgverleners ondersteunen zodat zij gemotiveerd en trots blijven én het gevoel hebben dat ze de verantwoordelijkheid kunnen nemen voor patiënten, in de wijk, in de ketenzorg.’

Hoe ga je in 2017 met dit gegeven aan de slag?
‘Mijn opdracht is om samen met de organisatie een bedrijfsplan te maken voor hoe we het de komende jaren gaan doen. De nieuwe O&I financiering geeft mij als interim een duidelijke leidraad. Daarin komt alles samen wat wij als maatschappij, als organisatie en als overheid belangrijk vinden. Een punt voor SHG is dat we meer willen gaan samenwerken met partijen om ons heen. We hebben als multidisciplinaire organisatie veel zelf in huis, maar we gaan ons nu ook richten op samenwerking met collega-organisaties, de gemeente en de thuiszorg.’

‘In Den Haag heb je tientallen thuiszorgaanbieders, daar kan je onmogelijk allemaal stevige relaties mee hebben. Dat beter organiseren is één van de opgaven voor 2017. Misschien dat we er een paar selecteren en de relatie daarmee intensiveren. Natuurlijk heeft de patiënt eigen vrije keuze, maar dan hebben we een paar partijen waarvan we weten: daar zit het goed, daar kan ik mijn patiënt met een gerust hart op attenderen.’

‘Binnen de nieuwe financiering biedt populatiebekostiging belangrijke kansen. We gaan van de huidige situatie waarin we ons voor elke handeling moeten verantwoorden naar een systeem dat meer beleidsruimte geeft om te kunnen doen wat we nodig vinden om betere zorg te verlenen. Denk aan preventie, iets wat in het huidige systeem lastig te financieren is. Een voorbeeld is ook de ketenzorg. Dat is nu strak geprotocolleerd. Het gaat er niet om dat onze zorgverleners weerstand hebben tegen het afleggen van verantwoording, maar je kunt nu rustig alle lijstjes afvinken zonder ooit een goed gesprek met de patiënt te voeren. We zijn daar al mee bezig en gaan ermee door om samen met andere partijen in De Haag ruimte voor dat gesprek te zoeken.’

Je hebt een achtergrond in de diagnostiek. Zou de eerste lijn op dat vlak prioriteiten moeten stellen in 2017?
‘Dat hangt ervan af. Ik zou elke huisarts en elk gezondheidscentrum willen aanraden eens te gaan praten met een paar dienstverleners van diagnostiek. En dan niet over hoe ze de glucose meten, want dat doen ze allemaal goed. Maar wat voor extra diensten leveren ze en wat voor tarieven hanteren ze? Daarin onderscheiden de diagnostische centra zich. Bieden ze bijvoorbeeld een goed diagnostisch toets overleg (DTO) aan? Ik zie bij ons de enorme meerwaarde die dat kan opleveren!’

Wat is de rol van InEen?
‘Ze doen heel veel dingen, maar voor mij is de voortrekkersrol die ze nemen in het structureren van de nieuwe financiering een hele belangrijke. Daarmee ondersteunt InEen de gezondheidscentra in de opgave waar zij voor staan en dat is precies wat ik nodig heb.’


Lees de andere interviews:

  • Annemiek Beukman, per 1 januari 2016 Raad van Bestuur bij Gezond op Zuid
  • Stijn Strous, per 15 juni 2016 directeur van IZER
  • Thijs Veerman, per eind augustus 2016 interim-directeur bij de SHG-groep
  • Roderick Runne, per 1 juni 2016 voorzitter Raad van Bestuur bij Primair Huisartsenposten
  • Lucas Fraza, per 1 oktober 2016 directeur Huisartsen Coöperatie Deventer en Omstreken (HCDO)

 

[...]

2016 is bijna voorbij. Een jaar waarin opnieuw en op veel fronten hard is gewerkt aan het versterken van de eerste lijn. De ambitie om te komen tot persoonsgerichte zorg brengt nieuwe vormen van samenwerking en organisatie met zich mee. Dat geldt ook voor het opvangen van zorg uit de tweede lijn en de ggz. Ook daarvoor vormen huisartsen en andere zorgprofessionals samen met bestuurders nieuwe organisatie- en netwerkverbanden. Steeds duidelijker wordt dat afwachten geen optie meer is als we als eerste lijn onze hoge kwaliteit van zorg voor de komende generaties willen waarborgen. Het meest gebezigde woord in dit verband is zonder twijfel ‘uitdaging’. In 2016 traden diverse nieuwe bestuurders aan. Hoe kijken ze terug op 2016 en wat zijn hun speerpunten voor 2017?


Thijs-zwThijs Veerman, per eind augustus 2016 interim-directeur bij de SHG-groep, acht gezondheidscentra en zes apotheken in de regio Haaglanden

Wat waren je eerste indrukken bij SHG?
‘Hiervoor was ik onder meer bestuurder bij het medisch diagnostisch centrum Star-MDC. Ik heb jaren gewerkt in de buurt van huisartsen, als dienstverlener van huisartsen en nu zit ik er voor de eerste keer middenin. Ik ben vooral gegrepen door hoe de SHG overal in het Haagse functioneert, in Vinex-wijken en in achterstandsbuurten, en door de inzet van de huisartsen en andere zorgprofessionals om voor hun patiënten te zorgen. Dat gaat echt diep en ver.’

‘Tegelijkertijd zie ik ook de worsteling van dezelfde huisartsen om om te gaan met het vele werk dat op ze afkomt. Huisartsen vinden ook dat mensen zo lang mogelijk in de eerste lijn moeten blijven, maar dat gaat wel gepaard met grote extra inspanningen. Ik zie een worsteling met de eigen verantwoordelijkheid. Hoe kan ik als huisarts bepaalde dingen met een gerust hart overlaten aan anderen? Want daar gaat het steeds meer naartoe. Zo zie ik als mijn taak als leidinggevende: hoe kunnen we de zorgverleners ondersteunen zodat zij gemotiveerd en trots blijven én het gevoel hebben dat ze de verantwoordelijkheid kunnen nemen voor patiënten, in de wijk, in de ketenzorg.’

Hoe ga je in 2017 met dit gegeven aan de slag?
‘Mijn opdracht is om samen met de organisatie een bedrijfsplan te maken voor hoe we het de komende jaren gaan doen. De nieuwe O&I financiering geeft mij als interim een duidelijke leidraad. Daarin komt alles samen wat wij als maatschappij, als organisatie en als overheid belangrijk vinden. Een punt voor SHG is dat we meer willen gaan samenwerken met partijen om ons heen. We hebben als multidisciplinaire organisatie veel zelf in huis, maar we gaan ons nu ook richten op samenwerking met collega-organisaties, de gemeente en de thuiszorg.’

‘In Den Haag heb je tientallen thuiszorgaanbieders, daar kan je onmogelijk allemaal stevige relaties mee hebben. Dat beter organiseren is één van de opgaven voor 2017. Misschien dat we er een paar selecteren en de relatie daarmee intensiveren. Natuurlijk heeft de patiënt eigen vrije keuze, maar dan hebben we een paar partijen waarvan we weten: daar zit het goed, daar kan ik mijn patiënt met een gerust hart op attenderen.’

‘Binnen de nieuwe financiering biedt populatiebekostiging belangrijke kansen. We gaan van de huidige situatie waarin we ons voor elke handeling moeten verantwoorden naar een systeem dat meer beleidsruimte geeft om te kunnen doen wat we nodig vinden om betere zorg te verlenen. Denk aan preventie, iets wat in het huidige systeem lastig te financieren is. Een voorbeeld is ook de ketenzorg. Dat is nu strak geprotocolleerd. Het gaat er niet om dat onze zorgverleners weerstand hebben tegen het afleggen van verantwoording, maar je kunt nu rustig alle lijstjes afvinken zonder ooit een goed gesprek met de patiënt te voeren. We zijn daar al mee bezig en gaan ermee door om samen met andere partijen in De Haag ruimte voor dat gesprek te zoeken.’

Je hebt een achtergrond in de diagnostiek. Zou de eerste lijn op dat vlak prioriteiten moeten stellen in 2017?
‘Dat hangt ervan af. Ik zou elke huisarts en elk gezondheidscentrum willen aanraden eens te gaan praten met een paar dienstverleners van diagnostiek. En dan niet over hoe ze de glucose meten, want dat doen ze allemaal goed. Maar wat voor extra diensten leveren ze en wat voor tarieven hanteren ze? Daarin onderscheiden de diagnostische centra zich. Bieden ze bijvoorbeeld een goed diagnostisch toets overleg (DTO) aan? Ik zie bij ons de enorme meerwaarde die dat kan opleveren!’

Wat is de rol van InEen?
‘Ze doen heel veel dingen, maar voor mij is de voortrekkersrol die ze nemen in het structureren van de nieuwe financiering een hele belangrijke. Daarmee ondersteunt InEen de gezondheidscentra in de opgave waar zij voor staan en dat is precies wat ik nodig heb.’


Lees de andere interviews:

  • Annemiek Beukman, per 1 januari 2016 Raad van Bestuur bij Gezond op Zuid
  • Stijn Strous, per 15 juni 2016 directeur van IZER
  • Thijs Veerman, per eind augustus 2016 interim-directeur bij de SHG-groep
  • Roderick Runne, per 1 juni 2016 voorzitter Raad van Bestuur bij Primair Huisartsenposten
  • Lucas Fraza, per 1 oktober 2016 directeur Huisartsen Coöperatie Deventer en Omstreken (HCDO)

 

2016 » 2017: Annemiek Beukman, per 1 januari 2016 Raad van Bestuur bij Gezond op Zuid

22 december 2016

2016 is bijna voorbij. Een jaar waarin opnieuw en op veel fronten hard is gewerkt aan het versterken van de eerste lijn. De ambitie om te komen tot persoonsgerichte zorg brengt nieuwe vormen van samenwerking en organisatie met zich mee. Dat geldt ook voor het opvangen van zorg uit de tweede lijn en de ggz. Ook daarvoor vormen huisartsen en andere zorgprofessionals samen met bestuurders nieuwe organisatie- en netwerkverbanden. Steeds duidelijker wordt dat afwachten geen optie meer is als we als eerste lijn onze hoge kwaliteit van zorg voor de komende generaties willen waarborgen. Het meest gebezigde woord in dit verband is zonder twijfel ‘uitdaging’. In 2016 traden diverse nieuwe bestuurders aan. Hoe kijken ze terug op 2016 en wat zijn hun speerpunten voor 2017?


Annemiek-zwAnnemiek Beukman, per 1 januari 2016 Raad van Bestuur bij Gezond op Zuid, een organisatie met vijf gezondheidscentra in Rotterdam

‘Ik vind de zorg een heel mooi werkveld. De dynamiek in de eerste lijn is groot en er is veel te doen. In mijn vorige functie in de ouderenzorg was ik verantwoordelijk voor de intramurale zorg en vooral intern gericht. Nu heb ik via de huisartsen een directere lijn met burgers en kan ik over de volle breedte van de zorg met andere partijen in gesprek en echt iets toevoegen aan hoe je met elkaar goede zorg biedt. Gezond op Zuid ontstond een jaar geleden uit drie stichtingen. We zijn dit jaar dus druk geweest onze organisatie samen te smelten. Begin april lag de strategische notitie op tafel en die hebben we in elk centrum met iedereen besproken. Daarna hebben we hetzelfde gedaan met de nota kwaliteitsbeleid. Bottom up. Zo bereiken we draagvlak voor de plannen en raken we intensief met elkaar in gesprek. Dat vind ik heel belangrijk.

Kwaliteit is méér dan accreditatie en wettelijke regels. Kwaliteit is ook hoe we met onze klanten omgaan, de kwaliteit van onze medewerkers en de kwaliteit van de organisatie. Met elkaar hebben we speerpunten benoemd op elk van deze drie punten. Denk aan patiënttevredenheidsonderzoek en regelmatige tevredenheidsenquêtes onder onze medewerkers. Sinds de zomer zijn we bezig met de ontwikkeling van één systeem voor Gezond op Zuid, voor de kantoorautomatisering, de financiën en P&O.’

Wat is jullie speerpunt voor 2017?
‘Extern ligt onze focus bij samenwerking. Met andere eerstelijns organisaties praat ik over de vraag hoe we kunnen zorgen beter als eenheid naar buiten te treden. Voor een gemeente is het gewoon lastig om met meer dan 300 huisartsen te maken te hebben. Daarbij vind ik het belangrijk dat we ons als eerstelijns organisaties een keer uitspreken: wat willen nou eigenlijk met elkaar en hoe kunnen we elkaar versterken? Dat is echt een speerpunt voor de komende tijd.’

‘Een ander speerpunt is de samenwerking met de wijk. We zijn trekker in twee belangrijke projecten in Rotterdam Zuid. In het project Samen Eén in Feyenoord werken we samen met 45 organisaties. Elke twee maanden hebben we een Topontmoeting rondom een thema, bijvoorbeeld geboortezorg of positieve gezondheid. Daar komen mooie initiatieven uit voort. Verder werken we in de coöperatie Wijkverpleegkundige Zorg samen met de thuiszorgorganisaties. Daarin vervult de wijkverpleegkundige als de vooruitgeschoven post in de wijk een belangrijke preventieve taak. Maar met het oog op bijvoorbeeld substitutie is ook samenwerking met de tweede lijn nodig. Daarmee zijn we sinds 2015 actief, bijvoorbeeld met het Ikazia ziekenhuis in een pilot met meeloopconsulten van de longarts. Ook doen we mee met het onlangs gestarte project van Zilveren Kruis waarin het meekijkconsult wordt gefaciliteerd om te kijken hoe we dat in de toekomst structureel kunnen organiseren.’’

‘Als professionals zijn we op allerlei niveaus en manieren met elkaar in gesprek, maar de echte ervaringsdeskundigen wonen in de wijk. De wijkbewoners kunnen ons veel vertellen, een andere cultuur brengt ook mee dat mensen anders naar dingen kijken. Die dialoog met de wijk blijft nog een beetje steken. Daarom hebben we met Samen Eén afgesproken om daar volgend jaar iets mee te doen. Bijvoorbeeld door wijkbewoners uit te nodigen voor onze Topontmoeting.’

‘Intern wil ik volgend jaar werken aan het draagvlak bij huisartsen. Dat het moeilijk is om artsen in loondienst te krijgen, is wel een zorgpunt. De nieuwe cao voor gezondheidscentra is voor hen financieel een verbetering, dus ik hoop dat dat helpt. Maar ik zou artsen ook meer willen betrekken bij de bedrijfsvoering, met meer zeggenschap.’

Wat verwacht je van InEen volgend jaar?
‘Wat we nu doen. Mensen bij elkaar brengen, samenwerken, thema’s aan de orde stellen, vraagbaak zijn. Allemaal heel belangrijk.’


Lees de andere interviews:

  • Annemiek Beukman, per 1 januari 2016 Raad van Bestuur bij Gezond op Zuid
  • Stijn Strous, per 15 juni 2016 directeur van IZER
  • Thijs Veerman, per eind augustus 2016 interim-directeur bij de SHG-groep
  • Roderick Runne, per 1 juni 2016 voorzitter Raad van Bestuur bij Primair Huisartsenposten
  • Lucas Fraza, per 1 oktober 2016 directeur Huisartsen Coöperatie Deventer en Omstreken (HCDO)

 

[...]

2016 is bijna voorbij. Een jaar waarin opnieuw en op veel fronten hard is gewerkt aan het versterken van de eerste lijn. De ambitie om te komen tot persoonsgerichte zorg brengt nieuwe vormen van samenwerking en organisatie met zich mee. Dat geldt ook voor het opvangen van zorg uit de tweede lijn en de ggz. Ook daarvoor vormen huisartsen en andere zorgprofessionals samen met bestuurders nieuwe organisatie- en netwerkverbanden. Steeds duidelijker wordt dat afwachten geen optie meer is als we als eerste lijn onze hoge kwaliteit van zorg voor de komende generaties willen waarborgen. Het meest gebezigde woord in dit verband is zonder twijfel ‘uitdaging’. In 2016 traden diverse nieuwe bestuurders aan. Hoe kijken ze terug op 2016 en wat zijn hun speerpunten voor 2017?


Annemiek-zwAnnemiek Beukman, per 1 januari 2016 Raad van Bestuur bij Gezond op Zuid, een organisatie met vijf gezondheidscentra in Rotterdam

‘Ik vind de zorg een heel mooi werkveld. De dynamiek in de eerste lijn is groot en er is veel te doen. In mijn vorige functie in de ouderenzorg was ik verantwoordelijk voor de intramurale zorg en vooral intern gericht. Nu heb ik via de huisartsen een directere lijn met burgers en kan ik over de volle breedte van de zorg met andere partijen in gesprek en echt iets toevoegen aan hoe je met elkaar goede zorg biedt. Gezond op Zuid ontstond een jaar geleden uit drie stichtingen. We zijn dit jaar dus druk geweest onze organisatie samen te smelten. Begin april lag de strategische notitie op tafel en die hebben we in elk centrum met iedereen besproken. Daarna hebben we hetzelfde gedaan met de nota kwaliteitsbeleid. Bottom up. Zo bereiken we draagvlak voor de plannen en raken we intensief met elkaar in gesprek. Dat vind ik heel belangrijk.

Kwaliteit is méér dan accreditatie en wettelijke regels. Kwaliteit is ook hoe we met onze klanten omgaan, de kwaliteit van onze medewerkers en de kwaliteit van de organisatie. Met elkaar hebben we speerpunten benoemd op elk van deze drie punten. Denk aan patiënttevredenheidsonderzoek en regelmatige tevredenheidsenquêtes onder onze medewerkers. Sinds de zomer zijn we bezig met de ontwikkeling van één systeem voor Gezond op Zuid, voor de kantoorautomatisering, de financiën en P&O.’

Wat is jullie speerpunt voor 2017?
‘Extern ligt onze focus bij samenwerking. Met andere eerstelijns organisaties praat ik over de vraag hoe we kunnen zorgen beter als eenheid naar buiten te treden. Voor een gemeente is het gewoon lastig om met meer dan 300 huisartsen te maken te hebben. Daarbij vind ik het belangrijk dat we ons als eerstelijns organisaties een keer uitspreken: wat willen nou eigenlijk met elkaar en hoe kunnen we elkaar versterken? Dat is echt een speerpunt voor de komende tijd.’

‘Een ander speerpunt is de samenwerking met de wijk. We zijn trekker in twee belangrijke projecten in Rotterdam Zuid. In het project Samen Eén in Feyenoord werken we samen met 45 organisaties. Elke twee maanden hebben we een Topontmoeting rondom een thema, bijvoorbeeld geboortezorg of positieve gezondheid. Daar komen mooie initiatieven uit voort. Verder werken we in de coöperatie Wijkverpleegkundige Zorg samen met de thuiszorgorganisaties. Daarin vervult de wijkverpleegkundige als de vooruitgeschoven post in de wijk een belangrijke preventieve taak. Maar met het oog op bijvoorbeeld substitutie is ook samenwerking met de tweede lijn nodig. Daarmee zijn we sinds 2015 actief, bijvoorbeeld met het Ikazia ziekenhuis in een pilot met meeloopconsulten van de longarts. Ook doen we mee met het onlangs gestarte project van Zilveren Kruis waarin het meekijkconsult wordt gefaciliteerd om te kijken hoe we dat in de toekomst structureel kunnen organiseren.’’

‘Als professionals zijn we op allerlei niveaus en manieren met elkaar in gesprek, maar de echte ervaringsdeskundigen wonen in de wijk. De wijkbewoners kunnen ons veel vertellen, een andere cultuur brengt ook mee dat mensen anders naar dingen kijken. Die dialoog met de wijk blijft nog een beetje steken. Daarom hebben we met Samen Eén afgesproken om daar volgend jaar iets mee te doen. Bijvoorbeeld door wijkbewoners uit te nodigen voor onze Topontmoeting.’

‘Intern wil ik volgend jaar werken aan het draagvlak bij huisartsen. Dat het moeilijk is om artsen in loondienst te krijgen, is wel een zorgpunt. De nieuwe cao voor gezondheidscentra is voor hen financieel een verbetering, dus ik hoop dat dat helpt. Maar ik zou artsen ook meer willen betrekken bij de bedrijfsvoering, met meer zeggenschap.’

Wat verwacht je van InEen volgend jaar?
‘Wat we nu doen. Mensen bij elkaar brengen, samenwerken, thema’s aan de orde stellen, vraagbaak zijn. Allemaal heel belangrijk.’


Lees de andere interviews:

  • Annemiek Beukman, per 1 januari 2016 Raad van Bestuur bij Gezond op Zuid
  • Stijn Strous, per 15 juni 2016 directeur van IZER
  • Thijs Veerman, per eind augustus 2016 interim-directeur bij de SHG-groep
  • Roderick Runne, per 1 juni 2016 voorzitter Raad van Bestuur bij Primair Huisartsenposten
  • Lucas Fraza, per 1 oktober 2016 directeur Huisartsen Coöperatie Deventer en Omstreken (HCDO)

 

2016 » 2017: Lucas Fraza, per 1 oktober 2016 directeur Huisartsen Coöperatie Deventer en Omstreken (HCDO)

22 december 2016

2016 is bijna voorbij. Een jaar waarin opnieuw en op veel fronten hard is gewerkt aan het versterken van de eerste lijn. De ambitie om te komen tot persoonsgerichte zorg brengt nieuwe vormen van samenwerking en organisatie met zich mee. Dat geldt ook voor het opvangen van zorg uit de tweede lijn en de ggz. Ook daarvoor vormen huisartsen en andere zorgprofessionals samen met bestuurders nieuwe organisatie- en netwerkverbanden. Steeds duidelijker wordt dat afwachten geen optie meer is als we als eerste lijn onze hoge kwaliteit van zorg voor de komende generaties willen waarborgen. Het meest gebezigde woord in dit verband is zonder twijfel ‘uitdaging’. In 2016 traden diverse nieuwe bestuurders aan. Hoe kijken ze terug op 2016 en wat zijn hun speerpunten voor 2017?


Lucas-zwLucas Fraza, per 1 oktober 2016 directeur Huisartsen Coöperatie Deventer en Omstreken (HCDO)

De afgelopen jaren was je lid van de Raad van Bestuur van Primair Huisartsenposten. Nu heb je gekozen voor een bredere organisatie. Hoe heb je het eerste half jaar bij HCDO ervaren?
‘Ik vind het een uitgelezen kans om daar te mogen directeuren. HCDO past helemaal bij hoe ik denk dat een organisatie van huisartsenzorg eruit zou moeten zien. Gedreven door de motivatie van huisartsen en met de reikwijdte van de regio. Er zijn in totaal zo’n 130 huisartsen aangesloten bij HCDO. Dat zijn aantallen die passen bij een regionale organisatie die ertoe kan doen. Een voordeel is ook dat we als HCDO met één zorgverzekeraar te maken hebben, Salland Verzekeringen van ENO. Salland Verzekeringen heeft een lokale geschiedenis, begrijpt de taal van de regio en vindt het leuk om de regionale zorg verder vorm te geven. Daar komt bij dat we te maken hebben met maar één ziekenhuis.’

‘Ik ben altijd voorstander geweest van het stapelen van de huisartsenzorg in de regio. Niet een apart bedrijf voor de huisartsenposten, een apart bedrijf voor de ketenzorg enzovoort. In de regio Deventer hangen alle regionale huisartsenactiviteiten in de holding HCDO. Er is geen lappendeken van instellingen en dat betekent dat je makkelijk tot kruisbestuiving komt. Er is een prettige cohesie van huisartsen die zich uit in een grote betrokkenheid bij projecten. Belangrijk vind ik dat ook de waarnemers een duidelijke plek hebben in de coöperatie, zodat er een verbinding ontstaat tussen oudere en gevestigde huisartsen en nieuw aanstormend talent. Wat de ketenzorg betreft hebben we een driejarig contract afgesloten en is de zorgverzekeraar coöperatief in wat we daarvoor nodig hebben. Daardoor is voor 2017 de toekomst van de ketenzorg eigenlijk geen issue. Op dit moment zijn de huisartsen tevreden. Dat komt ook doordat zij als coöperatie eigenaar zijn van de holding waarin dit gebeurt. Daarmee hebben ze greep op de keuzes die worden gemaakt.’

Wat zijn speerpunten voor het komende jaar?
‘We gaan in 2017 nadenken over de huisartsenpost. Gezien de grote werkdruk waarmee de huisartsenpost te maken heeft, is het de vraag of we geen andere wegen moeten bewandelen. Recent hebben we een werkgroep in het leven geroepen die daarover gaat nadenken. Heel interessant om dat ook samen met de waarnemers te gaan doen. Ik denk niet dat we gaan uitkomen op een heel nieuwe aanpak van de spoedzorg, maar we hebben een open blik op alle scenario’s.’

‘Een primeur in 2017 wordt onze regionale huisartsenapp. Doordat we met één HIS werken in de regio hebben we een makkelijk ICT-platform voor zulke ontwikkelingen. Met de app krijgen patiënten toegang tot de praktijk van hun eigen huisarts, om afspraken te maken, vragen te stellen of herhaalrecepten aan te vragen. Doordat we dit onder de vlag van HCDO doen, hebben alle huisartsen en daarmee alle inwoners van de regio toegang tot deze dienst.’

Wat zou wat jou betreft voor 2017 het speerpunt voor InEen moeten zijn?
‘We moeten met elkaar een nieuwe verbinding leggen tussen huisartsen op zoek naar ondersteuning en InEen als intermediair om die ondersteuning verder vorm te geven. Meer brengen, minder halen. Daarbij zou het goed zijn als InEen een organisatie is waarin huisartsen zich thuis voelen. Ik vind dat nog niet het geval. InEen staat er absoluut voor open, maar hun referentiepunt zou veel meer de huisarts moeten zijn. De huisarts is de meest onafhankelijke en minst markt-afhankelijke zorgverlener in de omgeving van de patiënt. Als burger met zorgen om je gezondheid heb je geen relatie met ‘de eerste lijn’, maar met je huisarts. Ondersteun de rol van de huisarts als anker en verbinder voor de zorgvragen van patiënten. Laat ik het zo zeggen: als InEen de kant op gaat van een bestuurdersvereniging, dan verliezen ze de cruciale link met waar het om gaat uit het oog, namelijk hoe huisartsen en patiënten samen op zoek zijn naar betere vormen van zorg. Natuurlijk, huisartsen moeten zélf in actie komen, maar InEen moet huisartsen de kans geven dat te doen.’


Lees de andere interviews:

  • Annemiek Beukman, per 1 januari 2016 Raad van Bestuur bij Gezond op Zuid
  • Stijn Strous, per 15 juni 2016 directeur van IZER
  • Thijs Veerman, per eind augustus 2016 interim-directeur bij de SHG-groep
  • Roderick Runne, per 1 juni 2016 voorzitter Raad van Bestuur bij Primair Huisartsenposten
  • Lucas Fraza, per 1 oktober 2016 directeur Huisartsen Coöperatie Deventer en Omstreken (HCDO)

 

[...]

2016 is bijna voorbij. Een jaar waarin opnieuw en op veel fronten hard is gewerkt aan het versterken van de eerste lijn. De ambitie om te komen tot persoonsgerichte zorg brengt nieuwe vormen van samenwerking en organisatie met zich mee. Dat geldt ook voor het opvangen van zorg uit de tweede lijn en de ggz. Ook daarvoor vormen huisartsen en andere zorgprofessionals samen met bestuurders nieuwe organisatie- en netwerkverbanden. Steeds duidelijker wordt dat afwachten geen optie meer is als we als eerste lijn onze hoge kwaliteit van zorg voor de komende generaties willen waarborgen. Het meest gebezigde woord in dit verband is zonder twijfel ‘uitdaging’. In 2016 traden diverse nieuwe bestuurders aan. Hoe kijken ze terug op 2016 en wat zijn hun speerpunten voor 2017?


Lucas-zwLucas Fraza, per 1 oktober 2016 directeur Huisartsen Coöperatie Deventer en Omstreken (HCDO)

De afgelopen jaren was je lid van de Raad van Bestuur van Primair Huisartsenposten. Nu heb je gekozen voor een bredere organisatie. Hoe heb je het eerste half jaar bij HCDO ervaren?
‘Ik vind het een uitgelezen kans om daar te mogen directeuren. HCDO past helemaal bij hoe ik denk dat een organisatie van huisartsenzorg eruit zou moeten zien. Gedreven door de motivatie van huisartsen en met de reikwijdte van de regio. Er zijn in totaal zo’n 130 huisartsen aangesloten bij HCDO. Dat zijn aantallen die passen bij een regionale organisatie die ertoe kan doen. Een voordeel is ook dat we als HCDO met één zorgverzekeraar te maken hebben, Salland Verzekeringen van ENO. Salland Verzekeringen heeft een lokale geschiedenis, begrijpt de taal van de regio en vindt het leuk om de regionale zorg verder vorm te geven. Daar komt bij dat we te maken hebben met maar één ziekenhuis.’

‘Ik ben altijd voorstander geweest van het stapelen van de huisartsenzorg in de regio. Niet een apart bedrijf voor de huisartsenposten, een apart bedrijf voor de ketenzorg enzovoort. In de regio Deventer hangen alle regionale huisartsenactiviteiten in de holding HCDO. Er is geen lappendeken van instellingen en dat betekent dat je makkelijk tot kruisbestuiving komt. Er is een prettige cohesie van huisartsen die zich uit in een grote betrokkenheid bij projecten. Belangrijk vind ik dat ook de waarnemers een duidelijke plek hebben in de coöperatie, zodat er een verbinding ontstaat tussen oudere en gevestigde huisartsen en nieuw aanstormend talent. Wat de ketenzorg betreft hebben we een driejarig contract afgesloten en is de zorgverzekeraar coöperatief in wat we daarvoor nodig hebben. Daardoor is voor 2017 de toekomst van de ketenzorg eigenlijk geen issue. Op dit moment zijn de huisartsen tevreden. Dat komt ook doordat zij als coöperatie eigenaar zijn van de holding waarin dit gebeurt. Daarmee hebben ze greep op de keuzes die worden gemaakt.’

Wat zijn speerpunten voor het komende jaar?
‘We gaan in 2017 nadenken over de huisartsenpost. Gezien de grote werkdruk waarmee de huisartsenpost te maken heeft, is het de vraag of we geen andere wegen moeten bewandelen. Recent hebben we een werkgroep in het leven geroepen die daarover gaat nadenken. Heel interessant om dat ook samen met de waarnemers te gaan doen. Ik denk niet dat we gaan uitkomen op een heel nieuwe aanpak van de spoedzorg, maar we hebben een open blik op alle scenario’s.’

‘Een primeur in 2017 wordt onze regionale huisartsenapp. Doordat we met één HIS werken in de regio hebben we een makkelijk ICT-platform voor zulke ontwikkelingen. Met de app krijgen patiënten toegang tot de praktijk van hun eigen huisarts, om afspraken te maken, vragen te stellen of herhaalrecepten aan te vragen. Doordat we dit onder de vlag van HCDO doen, hebben alle huisartsen en daarmee alle inwoners van de regio toegang tot deze dienst.’

Wat zou wat jou betreft voor 2017 het speerpunt voor InEen moeten zijn?
‘We moeten met elkaar een nieuwe verbinding leggen tussen huisartsen op zoek naar ondersteuning en InEen als intermediair om die ondersteuning verder vorm te geven. Meer brengen, minder halen. Daarbij zou het goed zijn als InEen een organisatie is waarin huisartsen zich thuis voelen. Ik vind dat nog niet het geval. InEen staat er absoluut voor open, maar hun referentiepunt zou veel meer de huisarts moeten zijn. De huisarts is de meest onafhankelijke en minst markt-afhankelijke zorgverlener in de omgeving van de patiënt. Als burger met zorgen om je gezondheid heb je geen relatie met ‘de eerste lijn’, maar met je huisarts. Ondersteun de rol van de huisarts als anker en verbinder voor de zorgvragen van patiënten. Laat ik het zo zeggen: als InEen de kant op gaat van een bestuurdersvereniging, dan verliezen ze de cruciale link met waar het om gaat uit het oog, namelijk hoe huisartsen en patiënten samen op zoek zijn naar betere vormen van zorg. Natuurlijk, huisartsen moeten zélf in actie komen, maar InEen moet huisartsen de kans geven dat te doen.’


Lees de andere interviews:

  • Annemiek Beukman, per 1 januari 2016 Raad van Bestuur bij Gezond op Zuid
  • Stijn Strous, per 15 juni 2016 directeur van IZER
  • Thijs Veerman, per eind augustus 2016 interim-directeur bij de SHG-groep
  • Roderick Runne, per 1 juni 2016 voorzitter Raad van Bestuur bij Primair Huisartsenposten
  • Lucas Fraza, per 1 oktober 2016 directeur Huisartsen Coöperatie Deventer en Omstreken (HCDO)

 

Modelklachtenregeling gereed

16 december 2016

Samen met LHV en NHG heeft InEen een model klachtenregeling opgesteld voor gebruik in huisartsenpraktijken, huisartsenposten, gezondheidscentra, diagnostische centra en zorggroepen. Aan de hand van de klachtenregeling kunnen signalen van onvrede en klachten laagdrempelig en goed opgelost worden. De Patiëntenfederatie Nederland onderschrijft het model. De modelregeling geeft een beschrijving van de eisen die de Wkkgz stelt en waaraan zorgaanbieders verplicht zijn te voldoen. Aan de hand daarvan kunnen zorgaanbieders beoordelen of hun huidige klachtafhandeling aanpassing behoeft.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Samen met LHV en NHG heeft InEen een model klachtenregeling opgesteld voor gebruik in huisartsenpraktijken, huisartsenposten, gezondheidscentra, diagnostische centra en zorggroepen. Aan de hand van de klachtenregeling kunnen signalen van onvrede en klachten laagdrempelig en goed opgelost worden. De Patiëntenfederatie Nederland onderschrijft het model. De modelregeling geeft een beschrijving van de eisen die de Wkkgz stelt en waaraan zorgaanbieders verplicht zijn te voldoen. Aan de hand daarvan kunnen zorgaanbieders beoordelen of hun huidige klachtafhandeling aanpassing behoeft.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Regio Rotterdam experimenteert met meekijkconsult

30 november 2016

meekijkenAfgelopen september startte in de regio Rotterdam een bijzondere pilot rond het Meekijkconsult. In deze pilot wordt het meekijkconsult georganiseerd vanuit het primaire proces van de betrokken huisarts en wordt recht gedaan aan de eigenheid en diversiteit van de betrokken organisaties, aldus de initiatiefnemers. Matine van Schie, projectleider vanuit de ROS ZorgImpuls: ‘We hebben hier in de regio alleen al twaalf soorten zorggroepen.’

Een regionale infrastructuur waarlangs huisartsen en huisartsorganisaties op maat hun meekijkconsulten vorm kunnen geven, is het uiteindelijk doel van de pilot, een initiatief van de Regiotafel Zuidwest waaraan Zilveren Kruis, LHV en huisartsenorganisaties in de regio overleggen over zorgvernieuwing. Het meekijkconsult – consultatie van een medisch specialist waarbij de huisarts de hoofdbehandelaar blijft – stond op de agenda als een manier om onnodige doorverwijzingen naar de tweede lijn te voorkomen, elkaars wereld te leren kennen en de deskundigheid in de eerste lijn te verhogen. Huisartsen, specialisten en patiënten zijn het erover eens dat het meekijkconsult de kwaliteit van de zorg verbetert. Maar hoe kan dit het beste georganiseerd worden? Welke afspraken zijn nodig?

Aan de Regietafel concludeerde men al snel dat het ontwikkelen van één blauwdruk voor iedereen geen kans van slagen heeft. Van Schie: ‘De diversiteit in onze regio is heel groot. Qua omvang variëren onze zorggroepen van 200 tot vier huisartsen. Elke organisatie heeft zijn eigen visie en manier van werken. Bovendien hebben we ook nog eens zeven ziekenhuizen met allemaal hun eigen netwerk en invulling.’ Besloten werd deze diversiteit uit te buiten en een uitdagend experiment aan te gaan waarin 40 praktijken elk anderhalf jaar gaan proefdraaien met verschillende vormen van het meekijkconsult. Zij doen dat binnen een regionaal kader dat de begeleidingsgroep die de pilot monitort, heeft ontwikkeld.

Van Schie: ‘Niet alleen de organisaties verschillen, ook zorgverleners hebben elk hun eigen affiniteit en aanpak. Daarom wilden we een open pilot met een regionaal kader waarbinnen de huisartsen hun eigen proces inrichten.’ In het regionale kader zijn vier consultvormen benoemd: telefonisch, digitaal, beeldbellen en fysiek. De deelnemende organisaties bepalen zelf welke vorm het beste aansluit bij de werkwijze en de behoefte. In het regionaal kader vinden zij verder afspraken over de financiering, de (digitale) gegevensuitwisseling en de verdeling van verantwoordelijkheden. Deze punten zijn inmiddels vertaald tot een samenwerkingsovereenkomst die huisartsen en medisch specialisten als basis kunnen gebruiken. Van Schie: ‘Met de zorgverzekeraar is nu een tarief afgesproken dat de huisarts vanuit de S3-gelden betaalt aan de medische specialist.’ Over deze keuze bestaat nog wel discussie, vertelt ze. Is dit huisartsengeld wel bedoeld om de medisch specialist te financieren? ‘Sommige huisartsen doen daarom niet mee aan de pilot.’

Van Schie verwacht dat de ‘kracht van diversiteit’ vruchten gaat afwerpen. Het feit dat elke zorggroep of huisartspraktijk vanuit eigen kracht en werkwijze aan de slag gaat, levert veel kennis op. ‘In het experiment gaan we met elkaar leren wat in welke situatie het eenvoudigst aansluit bij het primaire proces.’ Aan de hand van de ervaringen past de begeleidingsgroep het regiokader aan. Aangevuld met afspraken met de zeven ziekenhuizen in de regio ontstaat zo in 2018 de gewenste regionale infrastructuur. Ook de ervaringen van patiënten wordt onderzocht: wat zijn hun ervaringen? Sluit het minder snel doorgestuurd worden naar een specialist ook aan bij de behoefte van patienten? In hoeverre speelt het (niet belasten van het) eigen risico een rol?

De begeleidingsgroep bestaat uit vertegenwoordigers van zorggroep IZER, gezondheidscentrum Gezond op Zuid, de hoed Nieuwerkerk a/d IJssel en gezondheidscentrum Parkzoom. Zorgimpuls is facilitator van de pilot.

[...]

meekijkenAfgelopen september startte in de regio Rotterdam een bijzondere pilot rond het Meekijkconsult. In deze pilot wordt het meekijkconsult georganiseerd vanuit het primaire proces van de betrokken huisarts en wordt recht gedaan aan de eigenheid en diversiteit van de betrokken organisaties, aldus de initiatiefnemers. Matine van Schie, projectleider vanuit de ROS ZorgImpuls: ‘We hebben hier in de regio alleen al twaalf soorten zorggroepen.’

Een regionale infrastructuur waarlangs huisartsen en huisartsorganisaties op maat hun meekijkconsulten vorm kunnen geven, is het uiteindelijk doel van de pilot, een initiatief van de Regiotafel Zuidwest waaraan Zilveren Kruis, LHV en huisartsenorganisaties in de regio overleggen over zorgvernieuwing. Het meekijkconsult – consultatie van een medisch specialist waarbij de huisarts de hoofdbehandelaar blijft – stond op de agenda als een manier om onnodige doorverwijzingen naar de tweede lijn te voorkomen, elkaars wereld te leren kennen en de deskundigheid in de eerste lijn te verhogen. Huisartsen, specialisten en patiënten zijn het erover eens dat het meekijkconsult de kwaliteit van de zorg verbetert. Maar hoe kan dit het beste georganiseerd worden? Welke afspraken zijn nodig?

Aan de Regietafel concludeerde men al snel dat het ontwikkelen van één blauwdruk voor iedereen geen kans van slagen heeft. Van Schie: ‘De diversiteit in onze regio is heel groot. Qua omvang variëren onze zorggroepen van 200 tot vier huisartsen. Elke organisatie heeft zijn eigen visie en manier van werken. Bovendien hebben we ook nog eens zeven ziekenhuizen met allemaal hun eigen netwerk en invulling.’ Besloten werd deze diversiteit uit te buiten en een uitdagend experiment aan te gaan waarin 40 praktijken elk anderhalf jaar gaan proefdraaien met verschillende vormen van het meekijkconsult. Zij doen dat binnen een regionaal kader dat de begeleidingsgroep die de pilot monitort, heeft ontwikkeld.

Van Schie: ‘Niet alleen de organisaties verschillen, ook zorgverleners hebben elk hun eigen affiniteit en aanpak. Daarom wilden we een open pilot met een regionaal kader waarbinnen de huisartsen hun eigen proces inrichten.’ In het regionale kader zijn vier consultvormen benoemd: telefonisch, digitaal, beeldbellen en fysiek. De deelnemende organisaties bepalen zelf welke vorm het beste aansluit bij de werkwijze en de behoefte. In het regionaal kader vinden zij verder afspraken over de financiering, de (digitale) gegevensuitwisseling en de verdeling van verantwoordelijkheden. Deze punten zijn inmiddels vertaald tot een samenwerkingsovereenkomst die huisartsen en medisch specialisten als basis kunnen gebruiken. Van Schie: ‘Met de zorgverzekeraar is nu een tarief afgesproken dat de huisarts vanuit de S3-gelden betaalt aan de medische specialist.’ Over deze keuze bestaat nog wel discussie, vertelt ze. Is dit huisartsengeld wel bedoeld om de medisch specialist te financieren? ‘Sommige huisartsen doen daarom niet mee aan de pilot.’

Van Schie verwacht dat de ‘kracht van diversiteit’ vruchten gaat afwerpen. Het feit dat elke zorggroep of huisartspraktijk vanuit eigen kracht en werkwijze aan de slag gaat, levert veel kennis op. ‘In het experiment gaan we met elkaar leren wat in welke situatie het eenvoudigst aansluit bij het primaire proces.’ Aan de hand van de ervaringen past de begeleidingsgroep het regiokader aan. Aangevuld met afspraken met de zeven ziekenhuizen in de regio ontstaat zo in 2018 de gewenste regionale infrastructuur. Ook de ervaringen van patiënten wordt onderzocht: wat zijn hun ervaringen? Sluit het minder snel doorgestuurd worden naar een specialist ook aan bij de behoefte van patienten? In hoeverre speelt het (niet belasten van het) eigen risico een rol?

De begeleidingsgroep bestaat uit vertegenwoordigers van zorggroep IZER, gezondheidscentrum Gezond op Zuid, de hoed Nieuwerkerk a/d IJssel en gezondheidscentrum Parkzoom. Zorgimpuls is facilitator van de pilot.

Position paper voor gezondheidscentra

21 november 2016

Deze week stemde de DLV gezondheidscentra in met de position paper voor gezondheidscentra. Hiermee laten de leden gezondheidscentra van InEen zien dat zij in 40 jaar tot netwerkorganisaties zijn uitgegroeid die gebruik maken van elkaars kennis van integrale wijk- en buurtgerichte zorg en zorginnovaties. Het beproefde concept van de gezondheidscentra sluit naadloos aan bij de zorg van vandaag en morgen: zorg waarbij de gezondheid van patiënten en burgers centraal staat, die betaalbaar is en kwalitatief goed en toegankelijk.

Zowel het definitieve document als de beknopte versie met de 14 kernelementen zijn voor alle leden van InEen beschikbaar en te gebruiken als onderlegger voor gesprekken met bijvoorbeeld zorgverzekeraars of voor interne beleidsbepaling.

Eerder hebben ook de regionale ondersteuningsstructuren (ROS’en) een position paper uitgebracht.

[...]

Deze week stemde de DLV gezondheidscentra in met de position paper voor gezondheidscentra. Hiermee laten de leden gezondheidscentra van InEen zien dat zij in 40 jaar tot netwerkorganisaties zijn uitgegroeid die gebruik maken van elkaars kennis van integrale wijk- en buurtgerichte zorg en zorginnovaties. Het beproefde concept van de gezondheidscentra sluit naadloos aan bij de zorg van vandaag en morgen: zorg waarbij de gezondheid van patiënten en burgers centraal staat, die betaalbaar is en kwalitatief goed en toegankelijk.

Zowel het definitieve document als de beknopte versie met de 14 kernelementen zijn voor alle leden van InEen beschikbaar en te gebruiken als onderlegger voor gesprekken met bijvoorbeeld zorgverzekeraars of voor interne beleidsbepaling.

Eerder hebben ook de regionale ondersteuningsstructuren (ROS’en) een position paper uitgebracht.

Stappen zetten met persoonsgerichte zorg - De Eerstelijns, oktober 2016

09 november 2016

De Eerstelijns, oktober 2016 – Werk maken van persoonsgerichte zorg. Die ambitie zijn InEen en haar leden eind september overeengekomen tijdens een tweedaags congres van de brancheorganisatie in St. Michielsgestel. Vanaf nu moet het streven worden vertaald in concrete activiteiten. Van ambitie naar actie.

[...]

De Eerstelijns, oktober 2016 – Werk maken van persoonsgerichte zorg. Die ambitie zijn InEen en haar leden eind september overeengekomen tijdens een tweedaags congres van de brancheorganisatie in St. Michielsgestel. Vanaf nu moet het streven worden vertaald in concrete activiteiten. Van ambitie naar actie.

Blauwdruk nieuwe Cao Gezondheidscentra/AHG

04 november 2016

Op 31 oktober heeft een zeer ruime meerderheid van de werkgevers van de gezondheidscentra de Blauwdruk (het principeakkoord) voor een nieuwe Cao Gezondheidscentra/AHG goedgekeurd. De achterban van FNV Zorg en Welzijn gaf al eerder akkoord. Het wachten is nu op de achterban van FBZ. Als ook deze de Blauwdruk accordeert, is de nieuwe Cao Gezondheidscentra/AHG een feit. Vanaf dat moment kan de nabetaling over 2015 en 2016 plaats vinden. Allereerst ontvangen alle werknemers een eenmalig bedrag naar rato van de omvang van het dienstverband in 2015 en het aantal maanden dat de medewerker in 2015 in dienst was. Als onderdeel van de structurele salarisstijging in 2016 stijgt per 1 januari 2016 het salaris van alle werknemers met 1,5% en per 1 september 2016 met 1%. In 2016 gaat ook de eindejaarsuitkering omhoog met 0,5% (naar 5,5%). Neem met vragen contact op met Michaela de Gelder (InEen).

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Op 31 oktober heeft een zeer ruime meerderheid van de werkgevers van de gezondheidscentra de Blauwdruk (het principeakkoord) voor een nieuwe Cao Gezondheidscentra/AHG goedgekeurd. De achterban van FNV Zorg en Welzijn gaf al eerder akkoord. Het wachten is nu op de achterban van FBZ. Als ook deze de Blauwdruk accordeert, is de nieuwe Cao Gezondheidscentra/AHG een feit. Vanaf dat moment kan de nabetaling over 2015 en 2016 plaats vinden. Allereerst ontvangen alle werknemers een eenmalig bedrag naar rato van de omvang van het dienstverband in 2015 en het aantal maanden dat de medewerker in 2015 in dienst was. Als onderdeel van de structurele salarisstijging in 2016 stijgt per 1 januari 2016 het salaris van alle werknemers met 1,5% en per 1 september 2016 met 1%. In 2016 gaat ook de eindejaarsuitkering omhoog met 0,5% (naar 5,5%). Neem met vragen contact op met Michaela de Gelder (InEen).

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Reactie InEen op uitspraak CBb tariefbeschikkingen voor huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg

03 november 2016

Utrecht, 3 november 2016 — Donderdag 3 november heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven uitspraak gedaan in de procedure die de VPH en de LHV hadden aangespannen tegen de NZa. De procedure ging over het bezwaar van VPH en LHV tegen de contractvereiste voor huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg en tegen de 24-uursverplichting als voorwaarde bij het inschrijvingstarief. Het CBb heeft geoordeeld dat de NZa het contractvereiste bij enkele verrichtingen moet schrappen waaronder de ketenzorg. InEen maakt zich zorgen over de  consequenties van de uitspraak voor de kwaliteit en samenhang in de chronische zorg.

Het CBb stelt dat de contractvereiste voor enkele zorgprestaties, zoals ketenzorg,  een hinderpaal vormen voor de verzekerde/patiënt bij de uitoefening van zijn recht op vrije keuze van zorgverlener. InEen onderschrijft het belang van de vrije artsenkeuze. Echter, onduidelijk is of met deze uitspraak het huidige hoge kwaliteitsniveau van zorg voor mensen met een chronische aandoening  in de toekomst gehandhaafd blijft. Verder maken wij ons zorgen over mogelijke versnippering van het aanbod. Goed nieuws is dat het CBb onderkent dat enkel samenwerkingsverbanden in aanmerking komen voor een declaratietitel en dus uitvoering van multidisciplinaire zorg.

In het persbericht dat het CBb inmiddels heeft uitgebracht wordt alleen gerept over multidisciplinaire zorg voor bepaalde chronische aandoeningen (DM, VRM, COPD, astma). De interpretatie van InEen is dan ook dat de GEZ buiten de reikwijdte van de uitspraak valt.

Verder heeft de uitspraak van het CBb ook betrekking op de verantwoordelijkheid van huisartsen voor het regelen van 24-uurs zorg. Het CBb heeft enkele tekstuele aanpassingen in de prestatiebeschrijving aangebracht, maar de verbinding tussen de ANW én het inschrijftarief in stand gehouden. InEen hecht aan het vastleggen van de 24/7 verantwoordelijkheid voor de zorg en het CBb lijkt dit te erkennen.

Wij zullen de uitspraak verder bestuderen. De volledige uitspraak is te lezen op rechtspraak.nl

[...]

Utrecht, 3 november 2016 — Donderdag 3 november heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven uitspraak gedaan in de procedure die de VPH en de LHV hadden aangespannen tegen de NZa. De procedure ging over het bezwaar van VPH en LHV tegen de contractvereiste voor huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg en tegen de 24-uursverplichting als voorwaarde bij het inschrijvingstarief. Het CBb heeft geoordeeld dat de NZa het contractvereiste bij enkele verrichtingen moet schrappen waaronder de ketenzorg. InEen maakt zich zorgen over de  consequenties van de uitspraak voor de kwaliteit en samenhang in de chronische zorg.

Het CBb stelt dat de contractvereiste voor enkele zorgprestaties, zoals ketenzorg,  een hinderpaal vormen voor de verzekerde/patiënt bij de uitoefening van zijn recht op vrije keuze van zorgverlener. InEen onderschrijft het belang van de vrije artsenkeuze. Echter, onduidelijk is of met deze uitspraak het huidige hoge kwaliteitsniveau van zorg voor mensen met een chronische aandoening  in de toekomst gehandhaafd blijft. Verder maken wij ons zorgen over mogelijke versnippering van het aanbod. Goed nieuws is dat het CBb onderkent dat enkel samenwerkingsverbanden in aanmerking komen voor een declaratietitel en dus uitvoering van multidisciplinaire zorg.

In het persbericht dat het CBb inmiddels heeft uitgebracht wordt alleen gerept over multidisciplinaire zorg voor bepaalde chronische aandoeningen (DM, VRM, COPD, astma). De interpretatie van InEen is dan ook dat de GEZ buiten de reikwijdte van de uitspraak valt.

Verder heeft de uitspraak van het CBb ook betrekking op de verantwoordelijkheid van huisartsen voor het regelen van 24-uurs zorg. Het CBb heeft enkele tekstuele aanpassingen in de prestatiebeschrijving aangebracht, maar de verbinding tussen de ANW én het inschrijftarief in stand gehouden. InEen hecht aan het vastleggen van de 24/7 verantwoordelijkheid voor de zorg en het CBb lijkt dit te erkennen.

Wij zullen de uitspraak verder bestuderen. De volledige uitspraak is te lezen op rechtspraak.nl

Cultuur-sensitieve zorg

27 oktober 2016

SGEiBijna een jaar geleden kwam op Strijp-S in Eindhoven het gezondheidscentrum SGE international (SGEi) uit de startblokken. Op het voormalige Philips-bedrijfsterrein vestigden zich sinds 2006 veel creatieve en innovatieve ondernemers. SGE-clustermanager Robert Hazenberg: ‘Een van onze huisartsen vroeg me: waarom zitten wij daar eigenlijk niet? Zo begon het.’

SGEi speelde vervolgens in op twee ontwikkelingen. Allereerst liet de gemeente Eindhoven weten het vestigingsklimaat voor internationals te willen verbeteren. Vertrouwen in de zorg vormt daarvan een belangrijk aspect. De regio Eindhoven kent al decennia een groot aantal internationals. Alleen al ASML, de opvolger van Philips en grootste werkgever van de regio, is goed voor 600 tot 800 nieuwe expats per jaar, uit de VS, uit China, uit Korea en vele andere windstreken. Voorts kwam SGE in contact met Dirk Jan Frijling, eigenaar van International Health Services (IHS), een consultancybureau dat onderzocht hoe de international de Nederlandse (huisartsen)zorg ervaart. De uitkomsten waren niet mis: maar 30% van de internationals heeft vertrouwen in de rol van de huisarts (Nederlanders: 85%).

‘Ons zorgsysteem’, aldus Hazenberg, ‘hoort tot de besten in Europa. Daar geloven we in. SGEi verleent dus zorg volgens de Nederlandse richtlijnen en standaarden.’ Het gebrek aan vertrouwen in de huisartsenzorg gaat daar ook niet over, zegt hij. Het oordeel is geen kwaliteitsoordeel, maar een andere beleving veroorzaakt door culturele verschillen. Om deze verschillen boven tafel te krijgen werkte SGEi in de voorbereidingsfase met een panel van 10 internationals. Dat leverde veel eyeopeners op. Hazenberg: ‘Ik verwachtte bijvoorbeeld dat er veel vraag zou zijn naar E-oplossingen, dat is ook zo, maar bovenal – en dat was de eyeopener – is er behoefte aan een goede persoonlijke relatie.’ Dit leidde onder meer tot de beslissing om te gaan werken met een intakegesprek van 40 minuten waarin behalve naar de gebruikelijke zaken als voorgeschiedenis en medicatie veel aandacht uitgaat naar de wederzijdse verwachtingen en mogelijkheden. Dat deze investering, die niet door de zorgverzekeraar wordt vergoed, een goede basis legt voor vertrouwen en zichzelf uiteindelijk terugbetaalt, blijkt uit de bijna uitsluitend positieve evaluaties die SGEi sinds de opening vorig jaar november van patiënten kreeg.

De eyeopeners van SGEi vinden hun weg naar de andere gezondheidscentra van SGE. Zo is de international ook een incubator voor verandering. Meestal gaat het om kleine dingen, zoals een iets andere aanpak van de triage die voortkomt uit het feit dat veel internationals de doktersassistente als een obstakel ervaren. Hazenberg: ‘Het tegendeel is natuurlijk waar, zij leiden de patiënt juist naar de huisarts toe. We hebben de volgorde in de triage iets omgedraaid, een heel kleine verandering die voor iedereen prettig is. We zeggen: natuurlijk maken we nu eerst een afspraak met de huisarts voor u, maar mogen we daarna een paar vragen stellen om de reden goed vast te stellen? In de praktijk kan het dan zijn dat mensen tevreden zijn met het advies van de assistente en de afspraak niet meer hoeft door te gaan.’

Het centrum omvat momenteel een huisarts en een doktersassistente. Ze werken samen met een groeiend netwerk van eerstelijns zorgverleners die zijn ingericht op zorg aan internationals (onder andere Engels sprekend): verloskundigen, psychologen, podotherapeuten, fysiotherapeuten, diëtisten. Als volgende stap wil SGEi nu het zorgconcept via het kennisnetwerk Healthcare4Interntionals (H4i) delen met andere grote steden. Hazenberg: ‘Er ligt een mooi innovatief product waar anderen veel aan kunnen hebben. De samenleving wordt overal steeds diverser.’ Hij wijst onder meer op de training die SGEi samen met het KIT ontwikkelde gericht op interculturele screening. ‘Je hoeft niet alle zorgsystemen te kennen. Het gaat erom je ideeën over andere culturen los te laten en open het gesprek aan te gaan. Dat is vooral een attitudeverandering. We hebben over dit concept veel overleg met de aanbieders in andere grote steden waaronder de SAG in Amsterdam. Samen noemen we het concept inmiddels cultuur-sensitieve zorg, dit dekt nog beter de lading.

Over de eigen toekomst van SGEi is de discussie nog gaande. Een optie is doorgroeien, maar ook de optie een klein innovatief centrum te blijven en te fungeren als een broedplaats voor zorg over culturele verschillen heen, is aantrekkelijk.

[...]

SGEiBijna een jaar geleden kwam op Strijp-S in Eindhoven het gezondheidscentrum SGE international (SGEi) uit de startblokken. Op het voormalige Philips-bedrijfsterrein vestigden zich sinds 2006 veel creatieve en innovatieve ondernemers. SGE-clustermanager Robert Hazenberg: ‘Een van onze huisartsen vroeg me: waarom zitten wij daar eigenlijk niet? Zo begon het.’

SGEi speelde vervolgens in op twee ontwikkelingen. Allereerst liet de gemeente Eindhoven weten het vestigingsklimaat voor internationals te willen verbeteren. Vertrouwen in de zorg vormt daarvan een belangrijk aspect. De regio Eindhoven kent al decennia een groot aantal internationals. Alleen al ASML, de opvolger van Philips en grootste werkgever van de regio, is goed voor 600 tot 800 nieuwe expats per jaar, uit de VS, uit China, uit Korea en vele andere windstreken. Voorts kwam SGE in contact met Dirk Jan Frijling, eigenaar van International Health Services (IHS), een consultancybureau dat onderzocht hoe de international de Nederlandse (huisartsen)zorg ervaart. De uitkomsten waren niet mis: maar 30% van de internationals heeft vertrouwen in de rol van de huisarts (Nederlanders: 85%).

‘Ons zorgsysteem’, aldus Hazenberg, ‘hoort tot de besten in Europa. Daar geloven we in. SGEi verleent dus zorg volgens de Nederlandse richtlijnen en standaarden.’ Het gebrek aan vertrouwen in de huisartsenzorg gaat daar ook niet over, zegt hij. Het oordeel is geen kwaliteitsoordeel, maar een andere beleving veroorzaakt door culturele verschillen. Om deze verschillen boven tafel te krijgen werkte SGEi in de voorbereidingsfase met een panel van 10 internationals. Dat leverde veel eyeopeners op. Hazenberg: ‘Ik verwachtte bijvoorbeeld dat er veel vraag zou zijn naar E-oplossingen, dat is ook zo, maar bovenal – en dat was de eyeopener – is er behoefte aan een goede persoonlijke relatie.’ Dit leidde onder meer tot de beslissing om te gaan werken met een intakegesprek van 40 minuten waarin behalve naar de gebruikelijke zaken als voorgeschiedenis en medicatie veel aandacht uitgaat naar de wederzijdse verwachtingen en mogelijkheden. Dat deze investering, die niet door de zorgverzekeraar wordt vergoed, een goede basis legt voor vertrouwen en zichzelf uiteindelijk terugbetaalt, blijkt uit de bijna uitsluitend positieve evaluaties die SGEi sinds de opening vorig jaar november van patiënten kreeg.

De eyeopeners van SGEi vinden hun weg naar de andere gezondheidscentra van SGE. Zo is de international ook een incubator voor verandering. Meestal gaat het om kleine dingen, zoals een iets andere aanpak van de triage die voortkomt uit het feit dat veel internationals de doktersassistente als een obstakel ervaren. Hazenberg: ‘Het tegendeel is natuurlijk waar, zij leiden de patiënt juist naar de huisarts toe. We hebben de volgorde in de triage iets omgedraaid, een heel kleine verandering die voor iedereen prettig is. We zeggen: natuurlijk maken we nu eerst een afspraak met de huisarts voor u, maar mogen we daarna een paar vragen stellen om de reden goed vast te stellen? In de praktijk kan het dan zijn dat mensen tevreden zijn met het advies van de assistente en de afspraak niet meer hoeft door te gaan.’

Het centrum omvat momenteel een huisarts en een doktersassistente. Ze werken samen met een groeiend netwerk van eerstelijns zorgverleners die zijn ingericht op zorg aan internationals (onder andere Engels sprekend): verloskundigen, psychologen, podotherapeuten, fysiotherapeuten, diëtisten. Als volgende stap wil SGEi nu het zorgconcept via het kennisnetwerk Healthcare4Interntionals (H4i) delen met andere grote steden. Hazenberg: ‘Er ligt een mooi innovatief product waar anderen veel aan kunnen hebben. De samenleving wordt overal steeds diverser.’ Hij wijst onder meer op de training die SGEi samen met het KIT ontwikkelde gericht op interculturele screening. ‘Je hoeft niet alle zorgsystemen te kennen. Het gaat erom je ideeën over andere culturen los te laten en open het gesprek aan te gaan. Dat is vooral een attitudeverandering. We hebben over dit concept veel overleg met de aanbieders in andere grote steden waaronder de SAG in Amsterdam. Samen noemen we het concept inmiddels cultuur-sensitieve zorg, dit dekt nog beter de lading.

Over de eigen toekomst van SGEi is de discussie nog gaande. Een optie is doorgroeien, maar ook de optie een klein innovatief centrum te blijven en te fungeren als een broedplaats voor zorg over culturele verschillen heen, is aantrekkelijk.

Werkgeversvergadering gezondheidscentra op 31 oktober 2016

17 oktober 2016

Onderstaand tref je de agenda en agendastukken aan voor de werkgeversvergadering gezondheidscentra op maandag 31 oktober 2016 van 13.30 tot 15.30 uur in de Domus Medica te Utrecht. Werkgevers van gezondheidscentra of een koepel van gezondheidscentra zijn van harte uitgenodigd. Op de agenda staat de Blauwdruk voor een nieuwe Cao Gezondheidscentra/AHG en er wordt over deze Blauwdruk gestemd! Als een meerderheid van de achterbannen van de Cao-partijen de Blauwdruk goedkeurt, hebben we een nieuwe Cao Gezondheidscentra/AHG. Schrijf je alsnog in voor de vergadering. Mocht je onverhoopt verhinderd zijn, breng dan in ieder geval je stem uit. Voor meer informatie – bijvoorbeeld over de stemprocedure en het machtigen van een andere deelnemer aan de werkgeversvergadering – kun je contact opnemen met Michaela de Gelder (InEen).

[...]

Onderstaand tref je de agenda en agendastukken aan voor de werkgeversvergadering gezondheidscentra op maandag 31 oktober 2016 van 13.30 tot 15.30 uur in de Domus Medica te Utrecht. Werkgevers van gezondheidscentra of een koepel van gezondheidscentra zijn van harte uitgenodigd. Op de agenda staat de Blauwdruk voor een nieuwe Cao Gezondheidscentra/AHG en er wordt over deze Blauwdruk gestemd! Als een meerderheid van de achterbannen van de Cao-partijen de Blauwdruk goedkeurt, hebben we een nieuwe Cao Gezondheidscentra/AHG. Schrijf je alsnog in voor de vergadering. Mocht je onverhoopt verhinderd zijn, breng dan in ieder geval je stem uit. Voor meer informatie – bijvoorbeeld over de stemprocedure en het machtigen van een andere deelnemer aan de werkgeversvergadering – kun je contact opnemen met Michaela de Gelder (InEen).

Blauwdruk nieuwe Cao Gezondheidscentra

08 juli 2016

Op de valreep van de zomervakantie heeft een onderhandelingsdelegatie namens InEen met FNV Zorg & Welzijn en de Federatie van Beroepsorganisaties in de Zorg (FBZ) overeenstemming bereikt over een Blauwdruk voor een nieuwe driejarige Cao Gezondheidscentra en Arbeidsvoorwaarderegeling voor Huisartsen in dienst van de Gezondheidscentra (AHG). Ook is overeenstemming bereikt over de loonontwikkeling over de jaren 2015, 2016 en 2017. Na overleg met en instemming van de leden verwachten partijen in augustus het overleg te kunnen afsluiten met een definitief akkoord. Lees meer over de hoofdpunten van de overeenstemming. Op een werkgeversbijeenkomst direct na de zomer lichten we de bereikte overeenstemming toe.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Op de valreep van de zomervakantie heeft een onderhandelingsdelegatie namens InEen met FNV Zorg & Welzijn en de Federatie van Beroepsorganisaties in de Zorg (FBZ) overeenstemming bereikt over een Blauwdruk voor een nieuwe driejarige Cao Gezondheidscentra en Arbeidsvoorwaarderegeling voor Huisartsen in dienst van de Gezondheidscentra (AHG). Ook is overeenstemming bereikt over de loonontwikkeling over de jaren 2015, 2016 en 2017. Na overleg met en instemming van de leden verwachten partijen in augustus het overleg te kunnen afsluiten met een definitief akkoord. Lees meer over de hoofdpunten van de overeenstemming. Op een werkgeversbijeenkomst direct na de zomer lichten we de bereikte overeenstemming toe.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Gezond op Zuid toont meerwaarde van gezondheidscentra

30 juni 2016


5De vijf gezondheidscentra van Gezond op Zuid leveren multidisciplinaire zorg aan bij elkaar zo’n 36.500 patiënten in de kwetsbare multiculturele wijken van Rotterdam Zuid. Gezond op Zuid ontstond op 1 januari 2016 door een fusie van drie afzonderlijke stichtingen en werd daarmee een belangrijke speler in de Maasstad. Bestuurder Annemiek Beukman: ‘We zijn een spil in de wijken en hebben heel veel expertise standaard in huis. Dat is onze grote meerwaarde.’

Multidisciplinair samenwerken gaat in het gezondheidscentrum bijna automatisch. De ontzorgde huisartsen en andere zorgverleners – het gezondheidscentrum neemt tijdrovende taken over op het gebied van administratie en HRM – vinden elkaar makkelijk, delen kennis & expertise en – heel belangrijk – inspireren elkaar. Het is een vliegwiel, zegt Beukman. En dat vliegwiel werkt ook in de wijk. ‘Ik noem maar een voorbeeld. Een POH somatiek gaat wandelen met diabetespatiënten, dat doet ze in de wijk, waardoor andere wijkbewoners aansluiten, ook als ze geen patiënt van ons zijn. Zo komen we als gezondheidscentrum middenin de wijk te staan. We worden door de gemeente ook gezien als een belangrijke partner.’

Bijna tien jaar geleden alweer nam gezondheidscentrum ’t Slag, nu onderdeel van Gezond op Zuid, het initiatief voor Samen Een in Feijenoord, een samenwerking van 33 organisaties. Eerstelijns zorgverleners, ziekenhuizen, onderwijs en ook woningcorporaties en de bibliotheek vormen een netwerk waarin ze sparren, uitwisselen en van elkaar leren. ‘Elke twee maanden hebben we een topontmoeting waarop een onderwerp centraal staat. In mei ging het bijvoorbeeld over laag geletterden en de afgelopen keer over geboortezorg. Wat doet de gemeente, hoeveel geeft de zorgverzekeraar uit, wat kunnen we als eerste lijn doen? Zo verbinden we in Feyenoord mensen en ideeën en voorkomen we dubbelingen.’

Beukman: ‘Onze geïntegreerde aanpak helpt mensen greep te krijgen op achterliggende oorzaken van hun gezondheidsproblemen. Op zo’n manier werken we aan de stap van curatie naar preventie.’ Met het project Zichtbare Schakels en de Coöperatie Wijkverpleegkundige Zorg Rotterdam die daaruit is voortgekomen, hebben de gezondheidscentra intensief meegewerkt aan een structuur, waarin deze achterliggende oorzaken makkelijker op tafel komen. De wijkverpleegkundigen die vanuit de thuiszorg en de ouderenzorg in de coöperatie gedetacheerd zijn, vormen de essentiële schakel tussen huisartsenzorg en de wijkteams. ‘Ze komen bij de mensen thuis en vullen ook de niet geïndiceerde zorg in. Wijkverpleegkundigen hebben de contacten en het inzicht om iemand die schulden heeft, slecht eet en ziek wordt, naar de schuldhulpverlening te begeleiden en vervolgens het voedingspatroon onder de loep te nemen.’

Beukman: ‘Om geïntegreerde zorg en ondersteuning aan te bieden zoals wij dat doen is onvermijdelijk extra geld nodig. Het netwerk Samen Een bedruipt nu zichzelf, alle leden geven een deelnamebijdrage en verder sluiten we aan bij bestaande financiering. Zo is vanuit het netwerk en contacten met de Nederlandse Diabetesfederatie de Expeditie Duurzame Zorg ontstaan. Maar alléén met de deelnamebijdrage gaat het niet. Hiervoor is vanuit VWS meer aandacht nodig. Ik vind het een goede ontwikkeling als de S1-financiering wordt omgebouwd tot een prestatiebeloning op maat om coördinatie en samenwerking te financieren. Er is nou eenmaal tijd nodig om te overleggen en te organiseren. In de tijd die daarvoor nodig is, kunnen huisartsen geen patiënt zien. Heel simpel.’’

[...]


5De vijf gezondheidscentra van Gezond op Zuid leveren multidisciplinaire zorg aan bij elkaar zo’n 36.500 patiënten in de kwetsbare multiculturele wijken van Rotterdam Zuid. Gezond op Zuid ontstond op 1 januari 2016 door een fusie van drie afzonderlijke stichtingen en werd daarmee een belangrijke speler in de Maasstad. Bestuurder Annemiek Beukman: ‘We zijn een spil in de wijken en hebben heel veel expertise standaard in huis. Dat is onze grote meerwaarde.’

Multidisciplinair samenwerken gaat in het gezondheidscentrum bijna automatisch. De ontzorgde huisartsen en andere zorgverleners – het gezondheidscentrum neemt tijdrovende taken over op het gebied van administratie en HRM – vinden elkaar makkelijk, delen kennis & expertise en – heel belangrijk – inspireren elkaar. Het is een vliegwiel, zegt Beukman. En dat vliegwiel werkt ook in de wijk. ‘Ik noem maar een voorbeeld. Een POH somatiek gaat wandelen met diabetespatiënten, dat doet ze in de wijk, waardoor andere wijkbewoners aansluiten, ook als ze geen patiënt van ons zijn. Zo komen we als gezondheidscentrum middenin de wijk te staan. We worden door de gemeente ook gezien als een belangrijke partner.’

Bijna tien jaar geleden alweer nam gezondheidscentrum ’t Slag, nu onderdeel van Gezond op Zuid, het initiatief voor Samen Een in Feijenoord, een samenwerking van 33 organisaties. Eerstelijns zorgverleners, ziekenhuizen, onderwijs en ook woningcorporaties en de bibliotheek vormen een netwerk waarin ze sparren, uitwisselen en van elkaar leren. ‘Elke twee maanden hebben we een topontmoeting waarop een onderwerp centraal staat. In mei ging het bijvoorbeeld over laag geletterden en de afgelopen keer over geboortezorg. Wat doet de gemeente, hoeveel geeft de zorgverzekeraar uit, wat kunnen we als eerste lijn doen? Zo verbinden we in Feyenoord mensen en ideeën en voorkomen we dubbelingen.’

Beukman: ‘Onze geïntegreerde aanpak helpt mensen greep te krijgen op achterliggende oorzaken van hun gezondheidsproblemen. Op zo’n manier werken we aan de stap van curatie naar preventie.’ Met het project Zichtbare Schakels en de Coöperatie Wijkverpleegkundige Zorg Rotterdam die daaruit is voortgekomen, hebben de gezondheidscentra intensief meegewerkt aan een structuur, waarin deze achterliggende oorzaken makkelijker op tafel komen. De wijkverpleegkundigen die vanuit de thuiszorg en de ouderenzorg in de coöperatie gedetacheerd zijn, vormen de essentiële schakel tussen huisartsenzorg en de wijkteams. ‘Ze komen bij de mensen thuis en vullen ook de niet geïndiceerde zorg in. Wijkverpleegkundigen hebben de contacten en het inzicht om iemand die schulden heeft, slecht eet en ziek wordt, naar de schuldhulpverlening te begeleiden en vervolgens het voedingspatroon onder de loep te nemen.’

Beukman: ‘Om geïntegreerde zorg en ondersteuning aan te bieden zoals wij dat doen is onvermijdelijk extra geld nodig. Het netwerk Samen Een bedruipt nu zichzelf, alle leden geven een deelnamebijdrage en verder sluiten we aan bij bestaande financiering. Zo is vanuit het netwerk en contacten met de Nederlandse Diabetesfederatie de Expeditie Duurzame Zorg ontstaan. Maar alléén met de deelnamebijdrage gaat het niet. Hiervoor is vanuit VWS meer aandacht nodig. Ik vind het een goede ontwikkeling als de S1-financiering wordt omgebouwd tot een prestatiebeloning op maat om coördinatie en samenwerking te financieren. Er is nou eenmaal tijd nodig om te overleggen en te organiseren. In de tijd die daarvoor nodig is, kunnen huisartsen geen patiënt zien. Heel simpel.’’

VWS-Praktijkteam Zorg op de Juiste Plek zoekt uitwisseling

30 juni 2016

uitwisselingIn februari van dit jaar ging het VWS-Praktijkteam Zorg op de juiste plek van start. De experts in het team geven advies over de overdracht van kwetsbare patiënten en de bijbehorende regelgeving. Ook nodigt het Praktijkteam zorgaanbieders uit hun oplossingen met het team te delen. Mirjam Biemans, adviseur bij de Stichting Georganiseerde Eerstelijnszorg Zoetermeer (SGZ), heeft het contact met het Praktijkteam inderdaad ervaren als een wederzijdse uitwisseling: ‘Een win-win situatie.’

Het contact met het Praktijkteam werd gelegd door In Beweging, de organisatie die in nauw overleg met de SGZ en de huisartsen in Zoetermeer een zorgpension heeft opgericht. Ook de kaderhuisarts ouderengeneeskunde werd betrokken. Het tekort aan eerstelijns bedden en de financiering blijven vragen oproepen. Overleg met het zorgkantoor leidde tot een patstelling. Biemans: ‘Het komt erop neer dat In Beweging bij wij kortdurend verblijf is ingekocht, zelf het risico moet nemen bij uitbreiding. We hebben, zegt het zorgkantoor, in het verleden altijd extra financiering gegeven bij overschrijding van het budgetplafond. En In Beweging stelt: dat klinkt goed, maar tot hoever gaat dat?’ Ook liep men in Zoetermeer regelmatig aan tegen onduidelijkheid over de regelgeving: wat is precies het onderscheid tussen crisisopname, respijtzorg of kortdurend eerstelijns verblijf?

Biemans: ‘Je krijgt een betere kijk op de afwegingen die VWS maakt. De overgang van subsidieregeling naar zorgverzekeringswet is voor hen ook nieuw. Ik vond het prettig om te merken dat wij niet als enige worstelen, maar dat dit bij VWS ook zo wordt gevoeld. Onze praktijksignalen geven VWS input om kritisch naar hun beleid te kijken. Dan wordt het een win-win situatie.’ De eyeopener was, zegt Biemans, dat de inkoop van wijkverpleging en dit soort acute zorg voor zorgverzekeraars in feite een black box is. Ze hebben geen idee wat op ze afkomt nu het eerstelijns verblijf vanaf volgend jaar in de zorgverzekeringswet is opgenomen en er vanaf dat moment een aanspraak is. Ook realiseerde Biemans zich dat VWS haar berekeningen baseert op het tekort dat wordt aangegeven door de aanbieders van bedden. Biemans: ‘Zo worden problemen verschoven. VWS kijkt naar de gerealiseerde bedden en niet naar de zorgbehoefte vanuit de huisartsenpraktijken. Dat inzicht hebben wij op onze beurt aan het Praktijkteam kunnen meegeven.’ Ze gebruikt het woord kruisbestuiving. ‘Je daagt hen ook uit om over de schotten heen te kijken. Zo heb ik verteld over een pilot met eerstelijns verpleegkundigen die we hier in Zoetermeer doen. Nu doen ze mee aan een dialoog die wij over dit onderwerp organiseren. Er is een lijntje ontstaan.’

Biemans en haar collega’s zijn een stap verder gekomen. ‘We hadden niet de verwachting dat ze ons een pot met geld zouden geven. We hebben wel veel tips gekregen en meer begrip van de situatie, waardoor we in het regionale gesprek met de zorgverzekeraars verder kunnen. Allemaal kleine stapjes. Ja, ik ben enthousiast en kan het van harte aanbevelen.’

Informatie

[...]

uitwisselingIn februari van dit jaar ging het VWS-Praktijkteam Zorg op de juiste plek van start. De experts in het team geven advies over de overdracht van kwetsbare patiënten en de bijbehorende regelgeving. Ook nodigt het Praktijkteam zorgaanbieders uit hun oplossingen met het team te delen. Mirjam Biemans, adviseur bij de Stichting Georganiseerde Eerstelijnszorg Zoetermeer (SGZ), heeft het contact met het Praktijkteam inderdaad ervaren als een wederzijdse uitwisseling: ‘Een win-win situatie.’

Het contact met het Praktijkteam werd gelegd door In Beweging, de organisatie die in nauw overleg met de SGZ en de huisartsen in Zoetermeer een zorgpension heeft opgericht. Ook de kaderhuisarts ouderengeneeskunde werd betrokken. Het tekort aan eerstelijns bedden en de financiering blijven vragen oproepen. Overleg met het zorgkantoor leidde tot een patstelling. Biemans: ‘Het komt erop neer dat In Beweging bij wij kortdurend verblijf is ingekocht, zelf het risico moet nemen bij uitbreiding. We hebben, zegt het zorgkantoor, in het verleden altijd extra financiering gegeven bij overschrijding van het budgetplafond. En In Beweging stelt: dat klinkt goed, maar tot hoever gaat dat?’ Ook liep men in Zoetermeer regelmatig aan tegen onduidelijkheid over de regelgeving: wat is precies het onderscheid tussen crisisopname, respijtzorg of kortdurend eerstelijns verblijf?

Biemans: ‘Je krijgt een betere kijk op de afwegingen die VWS maakt. De overgang van subsidieregeling naar zorgverzekeringswet is voor hen ook nieuw. Ik vond het prettig om te merken dat wij niet als enige worstelen, maar dat dit bij VWS ook zo wordt gevoeld. Onze praktijksignalen geven VWS input om kritisch naar hun beleid te kijken. Dan wordt het een win-win situatie.’ De eyeopener was, zegt Biemans, dat de inkoop van wijkverpleging en dit soort acute zorg voor zorgverzekeraars in feite een black box is. Ze hebben geen idee wat op ze afkomt nu het eerstelijns verblijf vanaf volgend jaar in de zorgverzekeringswet is opgenomen en er vanaf dat moment een aanspraak is. Ook realiseerde Biemans zich dat VWS haar berekeningen baseert op het tekort dat wordt aangegeven door de aanbieders van bedden. Biemans: ‘Zo worden problemen verschoven. VWS kijkt naar de gerealiseerde bedden en niet naar de zorgbehoefte vanuit de huisartsenpraktijken. Dat inzicht hebben wij op onze beurt aan het Praktijkteam kunnen meegeven.’ Ze gebruikt het woord kruisbestuiving. ‘Je daagt hen ook uit om over de schotten heen te kijken. Zo heb ik verteld over een pilot met eerstelijns verpleegkundigen die we hier in Zoetermeer doen. Nu doen ze mee aan een dialoog die wij over dit onderwerp organiseren. Er is een lijntje ontstaan.’

Biemans en haar collega’s zijn een stap verder gekomen. ‘We hadden niet de verwachting dat ze ons een pot met geld zouden geven. We hebben wel veel tips gekregen en meer begrip van de situatie, waardoor we in het regionale gesprek met de zorgverzekeraars verder kunnen. Allemaal kleine stapjes. Ja, ik ben enthousiast en kan het van harte aanbevelen.’

Informatie

Financieringskansen voor gezondheidscentra bij Fonds NutsOhra

16 juni 2016

Het programma Gezonde Toekomst Dichterbij van Fonds NutsOhra heeft een derde subsidieronde geopend. Het programma steunt projecten die zich richten op het terugdringen van gezondheidsachterstanden bij kwetsbare gezinnen, in combinatie met het verbeteren van de ervaren gezondheid. Het verminderen van roken en overmatig alcoholgebruik zijn belangrijke aspecten. Het programma wil bijdragen aan een structurele verbetering van de gezondheid van gezinnen in achterstandssituaties. Herkennen jullie je eigen populatie? Dit lijkt een mooie kans voor gezondheidscentra (of andere organisaties) die aanbod hebben voor deze groep. Meer informatie.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 10 juni 2016.

[...]

Het programma Gezonde Toekomst Dichterbij van Fonds NutsOhra heeft een derde subsidieronde geopend. Het programma steunt projecten die zich richten op het terugdringen van gezondheidsachterstanden bij kwetsbare gezinnen, in combinatie met het verbeteren van de ervaren gezondheid. Het verminderen van roken en overmatig alcoholgebruik zijn belangrijke aspecten. Het programma wil bijdragen aan een structurele verbetering van de gezondheid van gezinnen in achterstandssituaties. Herkennen jullie je eigen populatie? Dit lijkt een mooie kans voor gezondheidscentra (of andere organisaties) die aanbod hebben voor deze groep. Meer informatie.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 10 juni 2016.

Zomer inspiratie samenwerking tussen domeinen op 23 juni

15 juni 2016

InEen heeft het initiatief genomen experimenten op het grensvlak van huisarts, wijkverpleging en sociaal domein te ondersteunen en landelijk te verspreiden. We hebben een plan van aanpak gemaakt en experimenten hebben zich aangemeld. Op donderdagmiddag 23 juni zijn jullie van harte welkom op een inspiratiebijeenkomst waar diverse regio’s hun werkwijze presenteren. Deze middag staan aan de hand van voorbeelden uit de praktijk verschillende vormen van samenwerking centraal. Er is volop ruimte voor het uitwisselen van ervaringen en we nodigen de aanwezigen uit om gezamenlijk landelijke knelpunten te inventariseren. De opbrengsten van de bijeenkomst helpen InEen een route te bepalen. Noteer dus: 23 juni (16:00-18:30 uur) in Utrecht. De bijeenkomst staat open voor alle leden van InEen die zich bezig houden met samenwerking tussen domeinen, of daarover in gesprek willen gaan. Aanmelden bij Mariska Smit (InEen).

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 10 juni 2016.

[...]

InEen heeft het initiatief genomen experimenten op het grensvlak van huisarts, wijkverpleging en sociaal domein te ondersteunen en landelijk te verspreiden. We hebben een plan van aanpak gemaakt en experimenten hebben zich aangemeld. Op donderdagmiddag 23 juni zijn jullie van harte welkom op een inspiratiebijeenkomst waar diverse regio’s hun werkwijze presenteren. Deze middag staan aan de hand van voorbeelden uit de praktijk verschillende vormen van samenwerking centraal. Er is volop ruimte voor het uitwisselen van ervaringen en we nodigen de aanwezigen uit om gezamenlijk landelijke knelpunten te inventariseren. De opbrengsten van de bijeenkomst helpen InEen een route te bepalen. Noteer dus: 23 juni (16:00-18:30 uur) in Utrecht. De bijeenkomst staat open voor alle leden van InEen die zich bezig houden met samenwerking tussen domeinen, of daarover in gesprek willen gaan. Aanmelden bij Mariska Smit (InEen).

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 10 juni 2016.

Werkconferentie ‘Zorg voor kwetsbare ouderen: wat werkt?’

10 juni 2016

Maandagmiddag hadden we een mooie opkomst bij de werkconferentie rond goede initiatieven in de zorg voor kwetsbare ouderen. Voortkomend uit overleg met de partijen van het bestuurlijk akkoord organiseerde InEen, LHV en NHG samen met andere organisaties uit het bestuurlijk overleg eerste lijn een werkconferentie om vier best practices op het podium te zetten en ruim baan te geven aan hun ervaringen. Dit niet alleen ter vermaak maar vooral om te bespreken hoe we deze initiatieven met elkaar verder kunnen brengen. Naast de best practices presenteerde Jacobijn Gussekloo (Universiteit Leiden en NHG) een nieuwe studie rond behoud van zelfredzaamheid en de elementen van het nieuwe NHG standpunt. Martijn Heyens (Curamus) inspireerde met een ontwapend verhaal rondom de samenwerking tussen de Specialist Ouderengeneeskunde en de huisarts. Manon Vanderkaa (unie KBO) bracht de diversiteit van de wensen vanuit het ouderenperspectief naar voren. Onderzoeksbureau ARGO voert een landelijke inventarisatie van initiatieven van multidisciplinaire samenwerking voor kwetsbare ouderen uit en presenteerde zijn eerste resultaten. Opvallend was dat circa 80% van de initiatieven onzekerheid ervaart over hun financiering. Op BeterOud.nl kunt u tal van bruikbare initiatieven vinden. De definitieve uitkomsten van de landelijke inventarisatie krijgen na zomer samen met de bevindingen uit de werkconferentie een vervolg in het bestuurlijk overleg. Het benutten van inzichten uit de praktijk staat hierbij voorop, waarmee we in gezamenlijkheid met alle partijen de multidisciplinaire aanpak voor zorg voor kwetsbare ouderen willen onderstrepen.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 10 juni 2016.

[...]

Maandagmiddag hadden we een mooie opkomst bij de werkconferentie rond goede initiatieven in de zorg voor kwetsbare ouderen. Voortkomend uit overleg met de partijen van het bestuurlijk akkoord organiseerde InEen, LHV en NHG samen met andere organisaties uit het bestuurlijk overleg eerste lijn een werkconferentie om vier best practices op het podium te zetten en ruim baan te geven aan hun ervaringen. Dit niet alleen ter vermaak maar vooral om te bespreken hoe we deze initiatieven met elkaar verder kunnen brengen. Naast de best practices presenteerde Jacobijn Gussekloo (Universiteit Leiden en NHG) een nieuwe studie rond behoud van zelfredzaamheid en de elementen van het nieuwe NHG standpunt. Martijn Heyens (Curamus) inspireerde met een ontwapend verhaal rondom de samenwerking tussen de Specialist Ouderengeneeskunde en de huisarts. Manon Vanderkaa (unie KBO) bracht de diversiteit van de wensen vanuit het ouderenperspectief naar voren. Onderzoeksbureau ARGO voert een landelijke inventarisatie van initiatieven van multidisciplinaire samenwerking voor kwetsbare ouderen uit en presenteerde zijn eerste resultaten. Opvallend was dat circa 80% van de initiatieven onzekerheid ervaart over hun financiering. Op BeterOud.nl kunt u tal van bruikbare initiatieven vinden. De definitieve uitkomsten van de landelijke inventarisatie krijgen na zomer samen met de bevindingen uit de werkconferentie een vervolg in het bestuurlijk overleg. Het benutten van inzichten uit de praktijk staat hierbij voorop, waarmee we in gezamenlijkheid met alle partijen de multidisciplinaire aanpak voor zorg voor kwetsbare ouderen willen onderstrepen.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 10 juni 2016.

GC Lombok: investeren in ontmoeting en inspiratie

26 mei 2016

netwerkGezondheidscentra zijn er in soorten en maten. Het gezondheidscentrum in het Utrechtse Lombok is georganiseerd als een netwerk. Alle professionals zijn vrijgevestigd en hebben zich door een samenwerkingsovereenkomst aan elkaar gebonden. Daarnaast is er de Stichting Gezondheidscentrum Lombok met een (klein) bureau. Om deze band vruchtbaar te maken ‘investeren we uitdrukkelijk veel tijd in dingen samen doen’, aldus Paul Wormer die begin mei afscheid nam als directeur van de stichting.

Bureau en professionals hebben een gelijkwaardige relatie, benadrukt Wormer. ‘Het is niet zo dat wij als bureau de professionals besturen, maar ook niet andersom, we hebben een gelijkwaardige samenwerkingsrelatie. Dat is de kern van ons succes.’ Als voormalig huisarts kent Wormer de allergie die soms bij professionals ontstaat: daar heb je weer een directeur. ‘Je weet dus dat oog hebben voor de realiteit van de professional wezenlijk is. Maar aan de andere kant hebben we als bureau ook een eigenstandige verantwoordelijkheid. We zijn niet alleen een uitvoerend orgaan.’

Het bureau is, zegt Wormer, de GEZ die met behulp van de daarvoor bestemde gelden de multidisciplinaire samenwerking stimuleert met name door organisatie en ontmoeting te faciliteren. ‘We ontzorgen alleen taken waarvoor extra expertise nodig is, zoals personeelszaken, ICT, financiën.’ De eerder genoemde eigenstandige verantwoordelijkheid geldt ook hier. ‘Neem de werving van de POH GGZ. Huisartsen hebben de neiging om af te wachten wie er komt solliciteren. Wij hebben gezegd: laten we eerst eens het profiel bespreken. Wat voor iemand zoeken jullie? Een dergelijke inbreng van onze kant is tot beider tevredenheid.

GC Lombok verenigt een flink aantal disciplines op één locatie. Huisartsen, een apotheek, verloskundigen, fysiotherapeuten, diëtisten, psychologen, jeugdgezondheidszorg. Ook is er een SALTRO-locatie en bijvoorbeeld een besnijdeniscentrum gevestigd. ‘We investeren uitdrukkelijk veel tijd in dingen samen doen: het hele spectrum van het vieren van een verjaardag en een jaarlijks uitje tot aan praatsessies over samenwerking en samen inhoudelijke activiteiten opzetten, zoals het project Samen Lopen dat binnenkort van start gaat.’ Door het organiseren van ontmoeting worden ook welwillendheid en inspiratie georganiseerd, aldus Wormer.

Nu de zorg in de wijk goed is georganiseerd, is de verdere inbedding in de buurt aan de orde. Voor het ontwikkelen van een visie daarop zijn de eerste stappen al gezet. Hoe belangrijk zijn de GEZ-gelden daarbij? Wormer: ‘Zonder deze gelden valt de coördinatie van het bureau weg en trekken de professionals zich weer terug op het eigen werkterrein. Dat is verschraling. Een optie zou nog zijn dat een deel van de GEZ-gelden straks direct naar de professionals gaat, daar waar zij het werk leveren. Maar de financiering van de overhead moet behouden blijven. De verzekeraar zegt misschien: leuk, maar wat heeft de patiënt daaraan? Ik zeg dan: iedereen weet dat goede samenwerking zorgt voor betere zorg en minder fouten. Moeten we daar echt nog woorden aan vuil maken?’

[...]

netwerkGezondheidscentra zijn er in soorten en maten. Het gezondheidscentrum in het Utrechtse Lombok is georganiseerd als een netwerk. Alle professionals zijn vrijgevestigd en hebben zich door een samenwerkingsovereenkomst aan elkaar gebonden. Daarnaast is er de Stichting Gezondheidscentrum Lombok met een (klein) bureau. Om deze band vruchtbaar te maken ‘investeren we uitdrukkelijk veel tijd in dingen samen doen’, aldus Paul Wormer die begin mei afscheid nam als directeur van de stichting.

Bureau en professionals hebben een gelijkwaardige relatie, benadrukt Wormer. ‘Het is niet zo dat wij als bureau de professionals besturen, maar ook niet andersom, we hebben een gelijkwaardige samenwerkingsrelatie. Dat is de kern van ons succes.’ Als voormalig huisarts kent Wormer de allergie die soms bij professionals ontstaat: daar heb je weer een directeur. ‘Je weet dus dat oog hebben voor de realiteit van de professional wezenlijk is. Maar aan de andere kant hebben we als bureau ook een eigenstandige verantwoordelijkheid. We zijn niet alleen een uitvoerend orgaan.’

Het bureau is, zegt Wormer, de GEZ die met behulp van de daarvoor bestemde gelden de multidisciplinaire samenwerking stimuleert met name door organisatie en ontmoeting te faciliteren. ‘We ontzorgen alleen taken waarvoor extra expertise nodig is, zoals personeelszaken, ICT, financiën.’ De eerder genoemde eigenstandige verantwoordelijkheid geldt ook hier. ‘Neem de werving van de POH GGZ. Huisartsen hebben de neiging om af te wachten wie er komt solliciteren. Wij hebben gezegd: laten we eerst eens het profiel bespreken. Wat voor iemand zoeken jullie? Een dergelijke inbreng van onze kant is tot beider tevredenheid.

GC Lombok verenigt een flink aantal disciplines op één locatie. Huisartsen, een apotheek, verloskundigen, fysiotherapeuten, diëtisten, psychologen, jeugdgezondheidszorg. Ook is er een SALTRO-locatie en bijvoorbeeld een besnijdeniscentrum gevestigd. ‘We investeren uitdrukkelijk veel tijd in dingen samen doen: het hele spectrum van het vieren van een verjaardag en een jaarlijks uitje tot aan praatsessies over samenwerking en samen inhoudelijke activiteiten opzetten, zoals het project Samen Lopen dat binnenkort van start gaat.’ Door het organiseren van ontmoeting worden ook welwillendheid en inspiratie georganiseerd, aldus Wormer.

Nu de zorg in de wijk goed is georganiseerd, is de verdere inbedding in de buurt aan de orde. Voor het ontwikkelen van een visie daarop zijn de eerste stappen al gezet. Hoe belangrijk zijn de GEZ-gelden daarbij? Wormer: ‘Zonder deze gelden valt de coördinatie van het bureau weg en trekken de professionals zich weer terug op het eigen werkterrein. Dat is verschraling. Een optie zou nog zijn dat een deel van de GEZ-gelden straks direct naar de professionals gaat, daar waar zij het werk leveren. Maar de financiering van de overhead moet behouden blijven. De verzekeraar zegt misschien: leuk, maar wat heeft de patiënt daaraan? Ik zeg dan: iedereen weet dat goede samenwerking zorgt voor betere zorg en minder fouten. Moeten we daar echt nog woorden aan vuil maken?’

Zorg voor kwetsbare ouderen: kijken met nieuwe ogen

26 mei 2016


handHet vormgeven van zorgprogramma’s voor de groeiende groep kwetsbare ouderen staat in Nederland hoog op de agenda. Samen met de partijen van het Bestuurlijk Akkoord Huisartsenzorg wil InEen hieraan een impuls geven. Eerder gaven we de zorggroep Diamuraal in de regio Eemland, de zorggroep Huisartsen Zorg Noord Kennemerland (HZNK) en de ROS Friesland het woord. Deze maand richten we de blik op zuidoost Brabant waar drie organisaties – de zorggroepen POZOB en DOH en de gezondheidscentra SGE – in het project Kompleet een ketenzorgprogramma voor kwetsbare ouderen ontwikkelen en uitvoeren.

‘Ons belangrijkste vertrekpunt was dat de oudere zelf, alleen of samen met de mantelzorger, in het zorgproces de lead moest krijgen’, zegt Rolf van den Bogaerde, huisarts/kaderhuisarts ouderen geneeskunde bij DOH. ‘De kwetsbare oudere is immers bij uitstek iemand die de regie over zijn leven aan het verliezen is en daarbij ondersteund moet worden.’ Kompleet ging, gefinancierd door ZonMw, in 2011 van start op initiatief van POZOB. DOH, en iets later ook SGE, sloten zich aan. Alle drie begrepen dat het netwerk rondom de kwetsbare oudere te veelomvattend is om het alleen of met een enkele partner te kunnen redden. ‘Het gaat bovendien over cure én care. Het kan voor de oudere belangrijker zijn dat er bijvoorbeeld een wekelijks uitje wordt georganiseerd, dan dat de suiker optimaal is gereguleerd, uiteraard met in achtneming van de medische grenzen.’

‘Kijken met nieuwe ogen’ noemt Van den Bogaerde de aanpak van Kompleet, waarbij in de eerste plaats functioneel wordt gekeken in plaats van louter probleemoplossend. En dat kan alleen, zegt hij, als je héél goed luistert naar de wensen en overwegingen van de oudere zelf. Daarom doen in zuidoost Brabant de ouderen en hun mantelzorgers mee aan het MDO (multidisciplinair overleg). Vooraf krijgen ze een vragenlijst thuisgestuurd. De voor de patiënt en mantelzorger belangrijke items worden tijdens het MDO meegenomen in het op basis van een vragenlijst (TRAZAG) opgestelde concept-zorgplan. Van den Bogaerde: ‘De tevredenheid over deze aanpak is groot. De ouderen merken dat ze beter overzicht hebben over wat er speelt. Ze zien wie er allemaal betrokken is en dat deze mensen ook onderling afstemmen. Daardoor snappen ze beter wie wat doet. En in feite geldt dat allemaal precies zo voor de zorgverleners.’ De aandacht voor care is voor ouderen een groot pluspunt. ‘Misschien is de care in de kwetsbare ouderenzorg wel een groter probleem dan het medische aspect’, aldus Van den Bogaerde.

Het ketenzorgprogramma wordt momenteel na een pilotperiode uitgerold in de drie deelnemende organisaties. De zorg en het zorgproces zijn omschreven in een protocol; de eisen waaraan de praktijken moeten voldoen zijn daarmee duidelijk. Een voorwaarde is bijvoorbeeld dat elk MDO wordt bijgewoond door een specialist ouderengeneeskunde, naast de huisarts, de POH, de wijkverpleegkundige en de oudere zelf. Afgesproken is dat voor nieuwe patiënten tweemaal per jaar een MDO plaats vindt, voor patiënten die al wat langer meedoen kan één keer voldoende zijn. Ook een jaarlijkse medicatie-review met de apotheker vormt een vast programmaonderdeel. De inclusie vindt plaats op basis van casefinding in het eerstelijns kernteam waarin de ketenpartners verenigd zijn. Van den Bogaerde: ‘Het is al met al een forse taak, wat betekent dat de inclusie van patiënten zorgvuldig moet zijn. Als praktijk heb je er geen baat bij om 70 mensen aan te melden, nog los van het feit dat de ouderen en mantelzorgers zelf echt gemotiveerd moeten zijn. We gaan nu uit van gemiddeld 1% per praktijk. In een normpraktijk praat je dan over zo’n 25 patiënten.’

In zijn eigen praktijk blokt Van den Bogaerde maandelijks een dagdeel voor MDO’s, daarnaast zijn er voorbesprekingen en elke twee weken is er een netwerkbijeenkomst waarin met de overige eerstelijns zorgverleners wordt afgestemd: welzijn, wijkverpleegkundigen, politie, maatschappelijk werk, gemeente, fysiotherapeuten, ergotherapeuten, dementiebegeleiders. ‘Tijdens zo’n bijeenkomst zoeken we elkaar op, één, twee, soms drie partners bij elkaar, bespreken een casus en gaan door met de volgende.’ Een webbased digitaal systeem faciliteert de informatieoverdracht en afstemming. ‘De huisarts en de POH zijn dossierhouder, maar alle andere hulpverleners hebben – met restricties natuurlijk en alleen na toestemming van de oudere – ook toegang en kennen dus het individueel zorgplan.’ De aansluiting bij de andere zorgprogramma’s is naadloos. ‘Ook die uitslagen en bevindingen zijn meteen beschikbaar in het complexe ouderentraject’, aldus Van den Bogaerde.

Het ouderenprogramma staat, maar is niet klaar. De financiering gebeurt bij wijze van proef in een DBC die valt onder de reguliere populatiebekostiging. Of dit uiteindelijk dekkend is moet nog blijken. Van den Bogaerde spreekt over een ongoing project. ‘We zitten nog middenin het implementatietraject en zijn bezig de automatisering verder te verfijnen. Essentieel is dat we gaan ervaren dat de oudere met goede en verantwoorde zorg in de eerste lijn thuis kan blijven ondanks de complexiteit van de problematiek en dat dit goed wordt gemonitord. En levert het ook financieel wat op? We verwachten dat zeker, maar dat meetbaar maken, wordt nog een hele uitdaging.’

[...]


handHet vormgeven van zorgprogramma’s voor de groeiende groep kwetsbare ouderen staat in Nederland hoog op de agenda. Samen met de partijen van het Bestuurlijk Akkoord Huisartsenzorg wil InEen hieraan een impuls geven. Eerder gaven we de zorggroep Diamuraal in de regio Eemland, de zorggroep Huisartsen Zorg Noord Kennemerland (HZNK) en de ROS Friesland het woord. Deze maand richten we de blik op zuidoost Brabant waar drie organisaties – de zorggroepen POZOB en DOH en de gezondheidscentra SGE – in het project Kompleet een ketenzorgprogramma voor kwetsbare ouderen ontwikkelen en uitvoeren.

‘Ons belangrijkste vertrekpunt was dat de oudere zelf, alleen of samen met de mantelzorger, in het zorgproces de lead moest krijgen’, zegt Rolf van den Bogaerde, huisarts/kaderhuisarts ouderen geneeskunde bij DOH. ‘De kwetsbare oudere is immers bij uitstek iemand die de regie over zijn leven aan het verliezen is en daarbij ondersteund moet worden.’ Kompleet ging, gefinancierd door ZonMw, in 2011 van start op initiatief van POZOB. DOH, en iets later ook SGE, sloten zich aan. Alle drie begrepen dat het netwerk rondom de kwetsbare oudere te veelomvattend is om het alleen of met een enkele partner te kunnen redden. ‘Het gaat bovendien over cure én care. Het kan voor de oudere belangrijker zijn dat er bijvoorbeeld een wekelijks uitje wordt georganiseerd, dan dat de suiker optimaal is gereguleerd, uiteraard met in achtneming van de medische grenzen.’

‘Kijken met nieuwe ogen’ noemt Van den Bogaerde de aanpak van Kompleet, waarbij in de eerste plaats functioneel wordt gekeken in plaats van louter probleemoplossend. En dat kan alleen, zegt hij, als je héél goed luistert naar de wensen en overwegingen van de oudere zelf. Daarom doen in zuidoost Brabant de ouderen en hun mantelzorgers mee aan het MDO (multidisciplinair overleg). Vooraf krijgen ze een vragenlijst thuisgestuurd. De voor de patiënt en mantelzorger belangrijke items worden tijdens het MDO meegenomen in het op basis van een vragenlijst (TRAZAG) opgestelde concept-zorgplan. Van den Bogaerde: ‘De tevredenheid over deze aanpak is groot. De ouderen merken dat ze beter overzicht hebben over wat er speelt. Ze zien wie er allemaal betrokken is en dat deze mensen ook onderling afstemmen. Daardoor snappen ze beter wie wat doet. En in feite geldt dat allemaal precies zo voor de zorgverleners.’ De aandacht voor care is voor ouderen een groot pluspunt. ‘Misschien is de care in de kwetsbare ouderenzorg wel een groter probleem dan het medische aspect’, aldus Van den Bogaerde.

Het ketenzorgprogramma wordt momenteel na een pilotperiode uitgerold in de drie deelnemende organisaties. De zorg en het zorgproces zijn omschreven in een protocol; de eisen waaraan de praktijken moeten voldoen zijn daarmee duidelijk. Een voorwaarde is bijvoorbeeld dat elk MDO wordt bijgewoond door een specialist ouderengeneeskunde, naast de huisarts, de POH, de wijkverpleegkundige en de oudere zelf. Afgesproken is dat voor nieuwe patiënten tweemaal per jaar een MDO plaats vindt, voor patiënten die al wat langer meedoen kan één keer voldoende zijn. Ook een jaarlijkse medicatie-review met de apotheker vormt een vast programmaonderdeel. De inclusie vindt plaats op basis van casefinding in het eerstelijns kernteam waarin de ketenpartners verenigd zijn. Van den Bogaerde: ‘Het is al met al een forse taak, wat betekent dat de inclusie van patiënten zorgvuldig moet zijn. Als praktijk heb je er geen baat bij om 70 mensen aan te melden, nog los van het feit dat de ouderen en mantelzorgers zelf echt gemotiveerd moeten zijn. We gaan nu uit van gemiddeld 1% per praktijk. In een normpraktijk praat je dan over zo’n 25 patiënten.’

In zijn eigen praktijk blokt Van den Bogaerde maandelijks een dagdeel voor MDO’s, daarnaast zijn er voorbesprekingen en elke twee weken is er een netwerkbijeenkomst waarin met de overige eerstelijns zorgverleners wordt afgestemd: welzijn, wijkverpleegkundigen, politie, maatschappelijk werk, gemeente, fysiotherapeuten, ergotherapeuten, dementiebegeleiders. ‘Tijdens zo’n bijeenkomst zoeken we elkaar op, één, twee, soms drie partners bij elkaar, bespreken een casus en gaan door met de volgende.’ Een webbased digitaal systeem faciliteert de informatieoverdracht en afstemming. ‘De huisarts en de POH zijn dossierhouder, maar alle andere hulpverleners hebben – met restricties natuurlijk en alleen na toestemming van de oudere – ook toegang en kennen dus het individueel zorgplan.’ De aansluiting bij de andere zorgprogramma’s is naadloos. ‘Ook die uitslagen en bevindingen zijn meteen beschikbaar in het complexe ouderentraject’, aldus Van den Bogaerde.

Het ouderenprogramma staat, maar is niet klaar. De financiering gebeurt bij wijze van proef in een DBC die valt onder de reguliere populatiebekostiging. Of dit uiteindelijk dekkend is moet nog blijken. Van den Bogaerde spreekt over een ongoing project. ‘We zitten nog middenin het implementatietraject en zijn bezig de automatisering verder te verfijnen. Essentieel is dat we gaan ervaren dat de oudere met goede en verantwoorde zorg in de eerste lijn thuis kan blijven ondanks de complexiteit van de problematiek en dat dit goed wordt gemonitord. En levert het ook financieel wat op? We verwachten dat zeker, maar dat meetbaar maken, wordt nog een hele uitdaging.’

‘Huisartsen zijn niet gewend door een apotheker bevraagd te worden’

28 april 2016

samewnwerkingGezondheidscentra hebben alles in huis om lokaal samenwerking en samenhang in de zorg te creëren en daarin een voortrekkersrol te vervullen. Zo staat het in het position paper ‘Gezondheidscentra. Concept van toen, vorm van nu, oplossing voor de toekomst’. Het document, dat werd opgesteld door het veld met ondersteuning van InEen, noemt als voorbeeld het Eerstelijns Centrum Tiel (ECT) waar in de samenwerking met de apotheek digitale informatie-uitwisseling en gezamenlijke medicatie-reviews gemeengoed zijn. Huisarts en kaderarts diabetes Marc Huls: ‘We houden elkaar scherp.’

Huls: ‘De samenwerking met de apotheek is begonnen in de slipstream van ons diabetesprogramma waar we de monitoring van onze patiënten met een verminderde nierfunctie wilden verbeteren.’ Conform de landelijke transmurale afspraken brachten de huisartsen als eerste de nierfunctiewaarden van risicogroepen beter in kaart. Er kwamen protocollen en er werden scholingen georganiseerd waaraan ook internisten en apothekers deelnamen. Naarmate de kennis over het onderwerp groeide, ontstond er meer inzicht in het belang van samenwerking, zowel met internisten (consultatie, onderlinge verwijzing), als met apothekers. Huls: ‘Een verminderde nierfunctie kan voor een huisarts op een bepaalde leeftijd normaal zijn, maar is voor de apotheker bij de beoordeling van het medicatievoorschrift  een belangrijke factor.’

Het bleek uiteindelijk betrekkelijk eenvoudig aan de apotheker inzicht te kunnen geven in de nierfunctiewaarden die de huisarts in het his registreert . Daarnaast gingen huisarts en apotheker maandelijks even bij elkaar zitten voor een medicatie-review op basis van een extractie uit het systeem van de apotheker. Huls: ‘Dat kan bijvoorbeeld een vraag zijn over de indicatie voor een maagzuurremmer die een patiënt al heel lang slikt tot de constatering van de apotheker dat een patiënt het laatste jaar niet is geprikt, terwijl er wel een verlaagde nierfunctie is gezien.’

Het was best wel wennen, zegt Huls, huisartsen zijn niet gewend door een apotheker bevraagd te worden. ‘Maar het voorschrijfgedrag is belangrijk verbeterd. De ellenlange lijst van de eerste reviews is inmiddels gewoon een lijst. Het puin is geruimd. Verder zal de lijst nooit leeg zijn, want er kan altijd wat doorheen slippen, hoe secuur je ook bent. Bovendien zijn er nog andere voorschrijvers.’ De huisartsen van het ECT zijn inmiddels blij met de reviews. Men gaat bewuster voorschrijven en het is prettig te weten dat er een extra borging is.

Ook patiënten hebben moeten wennen: waar bemoeit de apotheker zich mee? Gekozen is daarom voor een ‘zachte blokkade’. Wanneer tijdens de review medicatie wordt geschrapt, mogen patiënten als zij dat willen gewoon herhalen. De apothekersassistente vraagt wel contact op te nemen met de huisarts omdat deze wil overleggen over het voorschrift. Huls: ‘Het vraagt een andere mindset. Het draait niet meer alleen om het directe contact tussen huisarts en patiënt. Patiënten hebben ook baat bij overleg met andere disciplines.’

[...]

samewnwerkingGezondheidscentra hebben alles in huis om lokaal samenwerking en samenhang in de zorg te creëren en daarin een voortrekkersrol te vervullen. Zo staat het in het position paper ‘Gezondheidscentra. Concept van toen, vorm van nu, oplossing voor de toekomst’. Het document, dat werd opgesteld door het veld met ondersteuning van InEen, noemt als voorbeeld het Eerstelijns Centrum Tiel (ECT) waar in de samenwerking met de apotheek digitale informatie-uitwisseling en gezamenlijke medicatie-reviews gemeengoed zijn. Huisarts en kaderarts diabetes Marc Huls: ‘We houden elkaar scherp.’

Huls: ‘De samenwerking met de apotheek is begonnen in de slipstream van ons diabetesprogramma waar we de monitoring van onze patiënten met een verminderde nierfunctie wilden verbeteren.’ Conform de landelijke transmurale afspraken brachten de huisartsen als eerste de nierfunctiewaarden van risicogroepen beter in kaart. Er kwamen protocollen en er werden scholingen georganiseerd waaraan ook internisten en apothekers deelnamen. Naarmate de kennis over het onderwerp groeide, ontstond er meer inzicht in het belang van samenwerking, zowel met internisten (consultatie, onderlinge verwijzing), als met apothekers. Huls: ‘Een verminderde nierfunctie kan voor een huisarts op een bepaalde leeftijd normaal zijn, maar is voor de apotheker bij de beoordeling van het medicatievoorschrift  een belangrijke factor.’

Het bleek uiteindelijk betrekkelijk eenvoudig aan de apotheker inzicht te kunnen geven in de nierfunctiewaarden die de huisarts in het his registreert . Daarnaast gingen huisarts en apotheker maandelijks even bij elkaar zitten voor een medicatie-review op basis van een extractie uit het systeem van de apotheker. Huls: ‘Dat kan bijvoorbeeld een vraag zijn over de indicatie voor een maagzuurremmer die een patiënt al heel lang slikt tot de constatering van de apotheker dat een patiënt het laatste jaar niet is geprikt, terwijl er wel een verlaagde nierfunctie is gezien.’

Het was best wel wennen, zegt Huls, huisartsen zijn niet gewend door een apotheker bevraagd te worden. ‘Maar het voorschrijfgedrag is belangrijk verbeterd. De ellenlange lijst van de eerste reviews is inmiddels gewoon een lijst. Het puin is geruimd. Verder zal de lijst nooit leeg zijn, want er kan altijd wat doorheen slippen, hoe secuur je ook bent. Bovendien zijn er nog andere voorschrijvers.’ De huisartsen van het ECT zijn inmiddels blij met de reviews. Men gaat bewuster voorschrijven en het is prettig te weten dat er een extra borging is.

Ook patiënten hebben moeten wennen: waar bemoeit de apotheker zich mee? Gekozen is daarom voor een ‘zachte blokkade’. Wanneer tijdens de review medicatie wordt geschrapt, mogen patiënten als zij dat willen gewoon herhalen. De apothekersassistente vraagt wel contact op te nemen met de huisarts omdat deze wil overleggen over het voorschrift. Huls: ‘Het vraagt een andere mindset. Het draait niet meer alleen om het directe contact tussen huisarts en patiënt. Patiënten hebben ook baat bij overleg met andere disciplines.’

Ledenbijeenkomst Gezondheidscentra over de vernieuwde cao

11 april 2016

Het overleg over een nieuwe Cao gezondheidscentra/AHG nadert de afronding. Hoog tijd voor een ledenbijeenkomst om een en ander door te spreken. Daarom hebben we voor 21 april (16:00-18:00 uur) een extra ledenbijeenkomst gepland voor de gezondheidscentra. Op de agenda twee hoofdonderwerpen:

  • Blauwdruk voor de nieuwe Cao Gezondheidscentra/AHG
  • Inzet voor met name de initiële loonafspraken 2015 en 2016

De bijeenkomst is bestemd voor de bestuurders van gezondheidscentra of hun gemachtigde. Begin volgende week worden de stukken voor de bijeenkomst verstuurd en maken we de plaats van de bijeenkomst bekend.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 8 april 2016.

[...]

Het overleg over een nieuwe Cao gezondheidscentra/AHG nadert de afronding. Hoog tijd voor een ledenbijeenkomst om een en ander door te spreken. Daarom hebben we voor 21 april (16:00-18:00 uur) een extra ledenbijeenkomst gepland voor de gezondheidscentra. Op de agenda twee hoofdonderwerpen:

  • Blauwdruk voor de nieuwe Cao Gezondheidscentra/AHG
  • Inzet voor met name de initiële loonafspraken 2015 en 2016

De bijeenkomst is bestemd voor de bestuurders van gezondheidscentra of hun gemachtigde. Begin volgende week worden de stukken voor de bijeenkomst verstuurd en maken we de plaats van de bijeenkomst bekend.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 8 april 2016.

Geanimeerde bijeenkomst voor gezondheidscentra en zorggroepen

11 april 2016

Gisteren op 7 april vond een geanimeerde informatiebijeenkomst plaats voor gezondheidscentra en zorggroepen. Onderwerpen waren de stand van zaken in het indicatorenbeleid en de toekomst en positionering van ketenzorg en chronische zorg. De eerder verspreide notitie en de presentatie van Maarten Klomp over de benchmark ketenzorg gaf aanleiding tot veel vragen en discussie. Na de pauze hebben de ruim 60 aanwezige leden in groepen gediscussieerd over de mogelijke richtingen voor doorontwikkeling van eerstelijnsorganisaties. Daaruit bleek dat de beweging naar meer persoonsgerichte zorg op breed draagvlak kan rekenen. Deze discussie krijgt zeker een vervolg. We verspreiden het verslag van de bijeenkomst zo spoedig mogelijk. Bekijk vast de presentatie van de bijeenkomst.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 8 april 2016.

[...]

Gisteren op 7 april vond een geanimeerde informatiebijeenkomst plaats voor gezondheidscentra en zorggroepen. Onderwerpen waren de stand van zaken in het indicatorenbeleid en de toekomst en positionering van ketenzorg en chronische zorg. De eerder verspreide notitie en de presentatie van Maarten Klomp over de benchmark ketenzorg gaf aanleiding tot veel vragen en discussie. Na de pauze hebben de ruim 60 aanwezige leden in groepen gediscussieerd over de mogelijke richtingen voor doorontwikkeling van eerstelijnsorganisaties. Daaruit bleek dat de beweging naar meer persoonsgerichte zorg op breed draagvlak kan rekenen. Deze discussie krijgt zeker een vervolg. We verspreiden het verslag van de bijeenkomst zo spoedig mogelijk. Bekijk vast de presentatie van de bijeenkomst.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 8 april 2016.

Dringende oproep: enquête contractering

29 maart 2016

Het Nivel heeft vertegenwoordigers van zorggroepen en gezondheidscentra benaderd om een enquête over de contractering 2016 in te vullen. InEen heeft het Nivel de opdracht gegeven voor deze enquête om een goed beeld te krijgen van de ervaringen in 2016 en de verbeterpunten voor 2017. Enquêteresultaten uit eerdere jaren zijn zeer zinvol geweest in de gesprekken met de verzekeraars en andere stakeholders uit de eerste lijn. Inmiddels heeft 41% de vragenlijst ingevuld. Meer zorggroepen en gezondheidscentra zijn er wel aan begonnen . Omdat we het erg belangrijk vinden een representatieve afspiegeling te krijgen van de leden hebben we de termijn met één week verlengd tot en met zondag 3 april. We doen een dringend verzoek aan allen die dit nog niet gedaan hebben om de vragenlijst alsnog in te vullen. Veel dank.

Overgenomen uit het weekbericht van 25 maart 2016.

[...]

Het Nivel heeft vertegenwoordigers van zorggroepen en gezondheidscentra benaderd om een enquête over de contractering 2016 in te vullen. InEen heeft het Nivel de opdracht gegeven voor deze enquête om een goed beeld te krijgen van de ervaringen in 2016 en de verbeterpunten voor 2017. Enquêteresultaten uit eerdere jaren zijn zeer zinvol geweest in de gesprekken met de verzekeraars en andere stakeholders uit de eerste lijn. Inmiddels heeft 41% de vragenlijst ingevuld. Meer zorggroepen en gezondheidscentra zijn er wel aan begonnen . Omdat we het erg belangrijk vinden een representatieve afspiegeling te krijgen van de leden hebben we de termijn met één week verlengd tot en met zondag 3 april. We doen een dringend verzoek aan allen die dit nog niet gedaan hebben om de vragenlijst alsnog in te vullen. Veel dank.

Overgenomen uit het weekbericht van 25 maart 2016.

7 april: Bijeenkomst over toekomst chronische zorg

29 maart 2016

Wat is de laatste stand van zaken van het indicatorenbeleid in Het Roer Moet Om? Hoe ziet de toekomst eruit voor de chronische zorg en hoe positioneren we deze met elkaar? Actuele vragen waarover we graag met jullie in gesprek gaan. Daarom nodigen we vertegenwoordigers van zorggroepen en gezondheidscentra uit om samen met ons de aanwezige kennis te vertalen in beleid. Dat doen we tijdens een informatiebijeenkomst op 7 april (15.00-18.00 uur). We willen dan de enthousiaste discussie tijdens de deelledenvergadering van 18 februari vervolgen. De bedoeling is dat het resultaat van deze discussie jullie gaat helpen bij het vormgeven het organisatiebeleid en in jullie gesprekken met zorgverzekeraars en andere stakeholders. De agenda is er al, de overige stukken ontvangen jullie komende week. Meld je vast aan.

Overgenomen uit het weekbericht van 25 maart 2016.

[...]

Wat is de laatste stand van zaken van het indicatorenbeleid in Het Roer Moet Om? Hoe ziet de toekomst eruit voor de chronische zorg en hoe positioneren we deze met elkaar? Actuele vragen waarover we graag met jullie in gesprek gaan. Daarom nodigen we vertegenwoordigers van zorggroepen en gezondheidscentra uit om samen met ons de aanwezige kennis te vertalen in beleid. Dat doen we tijdens een informatiebijeenkomst op 7 april (15.00-18.00 uur). We willen dan de enthousiaste discussie tijdens de deelledenvergadering van 18 februari vervolgen. De bedoeling is dat het resultaat van deze discussie jullie gaat helpen bij het vormgeven het organisatiebeleid en in jullie gesprekken met zorgverzekeraars en andere stakeholders. De agenda is er al, de overige stukken ontvangen jullie komende week. Meld je vast aan.

Overgenomen uit het weekbericht van 25 maart 2016.

Overgangsjaar 2017 GEZ financiering geregeld

22 maart 2016

InEen heeft met ZN, LHV en VWS overeenstemming bereikt over een overgangsjaar in de GEZ financiering voor het contractjaar 2017. In het project Organisatie & Infrastructuur (O&I) worden momenteel onder leiding van Edwin Velzel bouwstenen ontwikkeld voor een nieuwe bekostiging voor organisatie en infrastructuur. De nieuwe bekostiging zou per 1 januari 2018 in werking moeten treden. De afspraken voor het overgangsjaar moeten een stukje rust en continuïteit bieden in de contractering GEZ voor 2017. Eerder ontvingen we signalen van leden dat verzekeraars GEZ willen afbouwen voordat de nieuwe bekostigingssystematiek is ingevoerd. Lees daarom de gemaakte afspraken over het overgangsjaar GEZ en de informatie over het project O&I. Met vragen kunnen jullie contact opnemen met Judith van Duren (InEen).

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 18 maart 2016.

[...]

InEen heeft met ZN, LHV en VWS overeenstemming bereikt over een overgangsjaar in de GEZ financiering voor het contractjaar 2017. In het project Organisatie & Infrastructuur (O&I) worden momenteel onder leiding van Edwin Velzel bouwstenen ontwikkeld voor een nieuwe bekostiging voor organisatie en infrastructuur. De nieuwe bekostiging zou per 1 januari 2018 in werking moeten treden. De afspraken voor het overgangsjaar moeten een stukje rust en continuïteit bieden in de contractering GEZ voor 2017. Eerder ontvingen we signalen van leden dat verzekeraars GEZ willen afbouwen voordat de nieuwe bekostigingssystematiek is ingevoerd. Lees daarom de gemaakte afspraken over het overgangsjaar GEZ en de informatie over het project O&I. Met vragen kunnen jullie contact opnemen met Judith van Duren (InEen).

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 18 maart 2016.

Gevraagd: input voor onderzoek mededinging eerste lijn

17 februari 2016

Afgelopen week hebben we SEO Economisch Onderzoek op bezoek gehad in verband met een onderzoek naar mededinging in de eerste lijn, dat zij uitvoeren in opdracht van VWS. Onder andere houdt SEO interviews bij tien brancheorganisaties en tien zorgaanbieders. Ze hebben ons gevraagd of we zorgaanbieders kennen bij wie een samenwerking niet van de grond kwam door de mededingingswetgeving. SEO zoekt naar:

  1. Kleine zorggroepen of gezondheidscentra die geen afspraken maken met gemeente, ziekenhuis of wijkverpleging door (angst voor) mededingingsregels.
  2. Zorggroepen die last of problemen ondervinden van mededinging bij het contracteren van onderaannemers. We horen graag wie zich hierin herkent en geïnterviewd wil worden door SEO. Aanmelden bij Margot Lenos (InEen).

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 12 februari 2016.

[...]

Afgelopen week hebben we SEO Economisch Onderzoek op bezoek gehad in verband met een onderzoek naar mededinging in de eerste lijn, dat zij uitvoeren in opdracht van VWS. Onder andere houdt SEO interviews bij tien brancheorganisaties en tien zorgaanbieders. Ze hebben ons gevraagd of we zorgaanbieders kennen bij wie een samenwerking niet van de grond kwam door de mededingingswetgeving. SEO zoekt naar:

  1. Kleine zorggroepen of gezondheidscentra die geen afspraken maken met gemeente, ziekenhuis of wijkverpleging door (angst voor) mededingingsregels.
  2. Zorggroepen die last of problemen ondervinden van mededinging bij het contracteren van onderaannemers. We horen graag wie zich hierin herkent en geïnterviewd wil worden door SEO. Aanmelden bij Margot Lenos (InEen).

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 12 februari 2016.

Kennissessies Zelfzorg Ondersteund voor patiënten

25 januari 2016

Ondersteunde zelfzorg moet een vanzelfsprekend onderdeel worden van de samenwerkingsrelatie tussen chronische patiënten en de zorgverlener. Dat vindt Zelfzorg Ondersteund. Met een zogenaamde patiënten pull willen ze patiënten activeren om voorop te gaan lopen en de zorgverlener mee te nemen in hun proces. Zelfzorg Ondersteund nodigt geïnteresseerde patiënten daarom uit voor enkele kennissessies, met ook deelnamemogelijkheden voor zorgverleners en belanghebbenden in de zorg. Wellicht is het voor gezondheidscentra en zorggroepen interessant om deze uitnodiging onder de aandacht te brengen van de cliëntenraad.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 22 januari 2016.

[...]

Ondersteunde zelfzorg moet een vanzelfsprekend onderdeel worden van de samenwerkingsrelatie tussen chronische patiënten en de zorgverlener. Dat vindt Zelfzorg Ondersteund. Met een zogenaamde patiënten pull willen ze patiënten activeren om voorop te gaan lopen en de zorgverlener mee te nemen in hun proces. Zelfzorg Ondersteund nodigt geïnteresseerde patiënten daarom uit voor enkele kennissessies, met ook deelnamemogelijkheden voor zorgverleners en belanghebbenden in de zorg. Wellicht is het voor gezondheidscentra en zorggroepen interessant om deze uitnodiging onder de aandacht te brengen van de cliëntenraad.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 22 januari 2016.

Lidy Hartemink (Zorggroep Almere): ‘Ik geloof in het zelforganiserend vermogen van cliënten en medewerkers’

17 december 2015

Lidy-HarteminkLidy Hartemink is nu zes maanden verbonden aan Zorggroep Almere. Als voorzitter van de tweehoofdige Raad van Bestuur geeft zij leiding aan een organisatie die onder meer 21 gezondheidscentra omspant en pal staat voor multidisciplinaire zorg van hoge kwaliteit. Sinds 1 november wordt zij geflankeerd door Steven Han, met wie zij de komende drie jaar een belangrijke organisatieontwikkeling gaat vormgeven.

Naast gezondheidscentra met daarin huisartsen, apotheken, psychosociale hulpverlening, fysiotherapie, verloskunde en jeugdgezondheidszorg, biedt Zorggroep Almere ook wijkverpleging en maken acht woonzorgcentra, de huisartsenpost Almere, een poliklinische apotheek, een geriatrisch expertisecentrum en een centrum voor geriatrische revalidatiezorg deel uit van de organisatie. Al met al 2500 medewerkers die zich elke dag inzetten voor goede zorg aan alle burgers van Almere. Hartemink: ‘Wat mij aantrok in Almere is de mooie zorginfrastructuur waarmee we een goed samenhangend pakket van diensten kunnen neerzetten.’ Tijdens een kennismakingsronde langs alle 33 locaties van Zorggroep Almere raakte Hartemink bovendien onder de indruk van het arbeidsethos op de werkvloer. ‘Bij Zorggroep Almere werken mensen met een hoge professionaliteit, hoge betrokkenheid en een grote gezamenlijke inzet om onze visie – één cliënt, één plan, één contactpersoon – daadwerkelijk in praktijk te brengen’.

Onlangs stelde Zorggroep Almere een meerjarenplan 2016-2020 vast, dat voorziet in een ‘compactere’ organisatie. ‘De omgeving verandert en wij veranderen mee’, zegt Hartemink doelend op externe ontwikkelingen als de recente transities in de zorg, het toenemende beroep op de eerste lijn en de noodzaak om de zorgkosten te beheersen. Zo wordt om de Almeerse infrastructuur betaalbaar te houden gewerkt aan concentratie van de gezondheidscentra naar 10-15.000 ingeschreven patiënten per centrum. ‘Een lastig dilemma’, zegt Hartemink. Immers een klein centrum biedt korte lijnen; een groter centrum vraagt meer organisatie. ‘Maar voor de services die patiënten tegenwoordig vragen en voor het multidisciplinaire aanbod is een zekere schaal nodig om rendabel te kunnen zijn.’

Meer compactheid ook door niet alles meer zelf te willen doen. Gekozen is voor 1. diensten die Zorggroep Almere zelfstandig aanbiedt (huisartsenzorg, wijkverpleging, farmacie en intramurale ouderenzorg), 2. diensten die in samenwerking met derden worden aangeboden (verloskunde met kraamzorgorganisaties en het ziekenhuis, jeugdgezondheidszorg met de GGD, psychosociale hulpverlening met de wijkteams, en fysiotherapie met mogelijk een andere partij) en 3. diensten waarvoor een contract wordt gesloten met een andere partij (geriatrische revalidatiezorg). Ook de overhead van Zorggroep Almere wordt compacter door deze terug te brengen van 14% naar 10%.

Hartemink: ‘Ik geloof in het zelforganiserend vermogen van cliënten en ook in het zelforganiserend vermogen van medewerkers. Daarom heb ik vertrouwen in dit proces. Tegenwoordig ondersteunen we onze cliënten zoveel mogelijk bij het nemen van hun eigen regie en doen we een beroep op wat men zelf kan doen. Het accent wordt verlegd van ziekte en zorg naar gezondheid en gedrag. In het ontwikkelproces van Zorggroep Almere maken we ons als manager en ondersteuner zoveel mogelijk overbodig, zoals de cliënt dat doet bij de zorgverlener. Wat is mooier dan het zo te organiseren dat je zoveel mogelijk geld kunt besteden aan de zorg voor de mensen die een beroep op ons doen.’

Wat kan InEen voor Zorggroep Almere betekenen? Hartemink: ‘Bij Zorggroep Almere zijn we bezig met innoveren: hoe kunnen we op toekomstgerichte en doelmatige wijze onze cliënten nog beter van dienst zijn? Welke meerwaarde kunnen we onze cliënten bieden door een goede multidisciplinaire samenwerking. InEen ondersteunt vernieuwingen in de eerstelijn, maar is nu nog erg gericht op het huisartsenvak. Bij Zorggroep Almere zoeken wij de verbinding met de overige disciplines, met de Care en met de welzijnszorg. Dat vraagstuk willen wij graag met InEen en andere eerstelijnsorganisaties delen: hoe innoveren wij de zorg, vanuit de huisarts bekeken, maar aansluiting zoekend met andere zorgverleners, en daarbij gebruik makend van innovaties als e-health en digitale communicatie.’

[...]

Lidy-HarteminkLidy Hartemink is nu zes maanden verbonden aan Zorggroep Almere. Als voorzitter van de tweehoofdige Raad van Bestuur geeft zij leiding aan een organisatie die onder meer 21 gezondheidscentra omspant en pal staat voor multidisciplinaire zorg van hoge kwaliteit. Sinds 1 november wordt zij geflankeerd door Steven Han, met wie zij de komende drie jaar een belangrijke organisatieontwikkeling gaat vormgeven.

Naast gezondheidscentra met daarin huisartsen, apotheken, psychosociale hulpverlening, fysiotherapie, verloskunde en jeugdgezondheidszorg, biedt Zorggroep Almere ook wijkverpleging en maken acht woonzorgcentra, de huisartsenpost Almere, een poliklinische apotheek, een geriatrisch expertisecentrum en een centrum voor geriatrische revalidatiezorg deel uit van de organisatie. Al met al 2500 medewerkers die zich elke dag inzetten voor goede zorg aan alle burgers van Almere. Hartemink: ‘Wat mij aantrok in Almere is de mooie zorginfrastructuur waarmee we een goed samenhangend pakket van diensten kunnen neerzetten.’ Tijdens een kennismakingsronde langs alle 33 locaties van Zorggroep Almere raakte Hartemink bovendien onder de indruk van het arbeidsethos op de werkvloer. ‘Bij Zorggroep Almere werken mensen met een hoge professionaliteit, hoge betrokkenheid en een grote gezamenlijke inzet om onze visie – één cliënt, één plan, één contactpersoon – daadwerkelijk in praktijk te brengen’.

Onlangs stelde Zorggroep Almere een meerjarenplan 2016-2020 vast, dat voorziet in een ‘compactere’ organisatie. ‘De omgeving verandert en wij veranderen mee’, zegt Hartemink doelend op externe ontwikkelingen als de recente transities in de zorg, het toenemende beroep op de eerste lijn en de noodzaak om de zorgkosten te beheersen. Zo wordt om de Almeerse infrastructuur betaalbaar te houden gewerkt aan concentratie van de gezondheidscentra naar 10-15.000 ingeschreven patiënten per centrum. ‘Een lastig dilemma’, zegt Hartemink. Immers een klein centrum biedt korte lijnen; een groter centrum vraagt meer organisatie. ‘Maar voor de services die patiënten tegenwoordig vragen en voor het multidisciplinaire aanbod is een zekere schaal nodig om rendabel te kunnen zijn.’

Meer compactheid ook door niet alles meer zelf te willen doen. Gekozen is voor 1. diensten die Zorggroep Almere zelfstandig aanbiedt (huisartsenzorg, wijkverpleging, farmacie en intramurale ouderenzorg), 2. diensten die in samenwerking met derden worden aangeboden (verloskunde met kraamzorgorganisaties en het ziekenhuis, jeugdgezondheidszorg met de GGD, psychosociale hulpverlening met de wijkteams, en fysiotherapie met mogelijk een andere partij) en 3. diensten waarvoor een contract wordt gesloten met een andere partij (geriatrische revalidatiezorg). Ook de overhead van Zorggroep Almere wordt compacter door deze terug te brengen van 14% naar 10%.

Hartemink: ‘Ik geloof in het zelforganiserend vermogen van cliënten en ook in het zelforganiserend vermogen van medewerkers. Daarom heb ik vertrouwen in dit proces. Tegenwoordig ondersteunen we onze cliënten zoveel mogelijk bij het nemen van hun eigen regie en doen we een beroep op wat men zelf kan doen. Het accent wordt verlegd van ziekte en zorg naar gezondheid en gedrag. In het ontwikkelproces van Zorggroep Almere maken we ons als manager en ondersteuner zoveel mogelijk overbodig, zoals de cliënt dat doet bij de zorgverlener. Wat is mooier dan het zo te organiseren dat je zoveel mogelijk geld kunt besteden aan de zorg voor de mensen die een beroep op ons doen.’

Wat kan InEen voor Zorggroep Almere betekenen? Hartemink: ‘Bij Zorggroep Almere zijn we bezig met innoveren: hoe kunnen we op toekomstgerichte en doelmatige wijze onze cliënten nog beter van dienst zijn? Welke meerwaarde kunnen we onze cliënten bieden door een goede multidisciplinaire samenwerking. InEen ondersteunt vernieuwingen in de eerstelijn, maar is nu nog erg gericht op het huisartsenvak. Bij Zorggroep Almere zoeken wij de verbinding met de overige disciplines, met de Care en met de welzijnszorg. Dat vraagstuk willen wij graag met InEen en andere eerstelijnsorganisaties delen: hoe innoveren wij de zorg, vanuit de huisarts bekeken, maar aansluiting zoekend met andere zorgverleners, en daarbij gebruik makend van innovaties als e-health en digitale communicatie.’

Geen extra geld voor inzet POH-GGZ

07 december 2015

Minister Schippers heeft vorige week definitief laten weten geen extra geld vrij te maken voor de inzet van de POH-GGZ in de huisartsenpraktijk. Wel wordt in 2016 gekeken of er geld vanuit het GGZ-budget kan worden overgeheveld naar het huisartsenbudget, op basis van de zorg die huisartsen van de GGZ overnemen. Volgens InEen kan het principe ‘geld volgt zorg’ ook een bijdrage leveren aan de samenwerking tussen huisartsenzorg en de generalistische basis GGZ. Vorige week informeerden we jullie over de ‘Toekomstagenda GGZ – Agenda voor transparantie en gepast gebruik’ waarin het experimenteren met deze samenwerkingsvormen voor InEen één van de speerpunten vormt. Lees ook de berichten van ZorgenZ en de LHV.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 4 december 2015.

[...]

Minister Schippers heeft vorige week definitief laten weten geen extra geld vrij te maken voor de inzet van de POH-GGZ in de huisartsenpraktijk. Wel wordt in 2016 gekeken of er geld vanuit het GGZ-budget kan worden overgeheveld naar het huisartsenbudget, op basis van de zorg die huisartsen van de GGZ overnemen. Volgens InEen kan het principe ‘geld volgt zorg’ ook een bijdrage leveren aan de samenwerking tussen huisartsenzorg en de generalistische basis GGZ. Vorige week informeerden we jullie over de ‘Toekomstagenda GGZ – Agenda voor transparantie en gepast gebruik’ waarin het experimenteren met deze samenwerkingsvormen voor InEen één van de speerpunten vormt. Lees ook de berichten van ZorgenZ en de LHV.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 4 december 2015.

Contractering 2016 gezondheidscentra met Zilveren Kruis

18 november 2015

De afgelopen twee weken kregen we vragen over de landelijke afspraak GEZ 2016=2015. Gezondheidscentra worden geconfronteerd met afspraken uit 2014 over het afbouwscenario GEZ-financiering van het Zilveren Kruis. In september 2014 hebben een delegatie van gezondheidscentra/InEen en het Zilveren Kruis afspraken gemaakt over de financiering van chronische zorg via S2a en het gefaseerd vervallen van de financiering uit de GEZ-module. Aanleiding was het feit dat Zilveren Kruis toen al van plan was de GEZ substantieel te korten. Uitgangspunt is dat wanneer gesproken wordt over de landelijke afspraak GEZ 2016=2015, er rekening moet worden gehouden met eventuele landelijke en lokale afspraken uit het verleden. InEen en Zilveren Kruis hebben in 2014 een afbouwscenario gemaakt voor de GEZ-gelden voor de chronische zorg voor respectievelijk niet-loondienstcentra en loondienstcentra. De afspraken zijn in het weekbericht van september 2014 onder de aandacht van de leden gebracht. Overigens heeft het Zilveren Kruis uitdrukkelijk aangegeven in 2014 – en dat onlangs nogmaals bevestigd – dat wanneer gezondheidscentra door bovenstaande afspraak in de problemen komen of andere projecten/activiteiten die in het belang zijn van verzekerden als gevolg van de verlaging van de GEZ niet meer kunnen uitvoeren, zij hierover in gesprek kunnen gaan met de verzekeraar. Ook hebben InEen en Zilveren Kruis vóór de zomer afgesproken dat Zilveren Kruis voor 2016 een indexering toepast op de GEZ. InEen adviseert leden die geconfronteerd worden met een korting op de GEZ 2016 goed te kijken of er sprake is van adequate financiering van de ketenzorg en/of van adequate financiering van de GEZ activiteiten.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van InEen.

[...]

De afgelopen twee weken kregen we vragen over de landelijke afspraak GEZ 2016=2015. Gezondheidscentra worden geconfronteerd met afspraken uit 2014 over het afbouwscenario GEZ-financiering van het Zilveren Kruis. In september 2014 hebben een delegatie van gezondheidscentra/InEen en het Zilveren Kruis afspraken gemaakt over de financiering van chronische zorg via S2a en het gefaseerd vervallen van de financiering uit de GEZ-module. Aanleiding was het feit dat Zilveren Kruis toen al van plan was de GEZ substantieel te korten. Uitgangspunt is dat wanneer gesproken wordt over de landelijke afspraak GEZ 2016=2015, er rekening moet worden gehouden met eventuele landelijke en lokale afspraken uit het verleden. InEen en Zilveren Kruis hebben in 2014 een afbouwscenario gemaakt voor de GEZ-gelden voor de chronische zorg voor respectievelijk niet-loondienstcentra en loondienstcentra. De afspraken zijn in het weekbericht van september 2014 onder de aandacht van de leden gebracht. Overigens heeft het Zilveren Kruis uitdrukkelijk aangegeven in 2014 – en dat onlangs nogmaals bevestigd – dat wanneer gezondheidscentra door bovenstaande afspraak in de problemen komen of andere projecten/activiteiten die in het belang zijn van verzekerden als gevolg van de verlaging van de GEZ niet meer kunnen uitvoeren, zij hierover in gesprek kunnen gaan met de verzekeraar. Ook hebben InEen en Zilveren Kruis vóór de zomer afgesproken dat Zilveren Kruis voor 2016 een indexering toepast op de GEZ. InEen adviseert leden die geconfronteerd worden met een korting op de GEZ 2016 goed te kijken of er sprake is van adequate financiering van de ketenzorg en/of van adequate financiering van de GEZ activiteiten.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van InEen.

Bijzonder hoge regeldruk apotheken kan en moet lager

10 november 2015

De gemiddelde regeldruk bij apotheken is met 28% van de praktijkkosten bijzonder hoog. Deze kan en moet dalen, zodat apotheken meer tijd hebben voor zorg. Dat blijkt uit het onderzoek Businessanalyse regeldruk apotheekhoudenden van SIRA Consulting in opdracht van de KNMP, ASKA, NVPF en LHV Apotheekhoudende Afdeling.

Deze partijen gaan nu samen een actieplan maken. Ook InEen, ZN en het Adviescollege Toetsing Regeldruk werken daaraan mee. Het actieplan zal gebaseerd zijn op de rapportage Oplossingsrichtingen regeldruk apotheekhoudenden, waarin 25 concrete knelpunten en 65 oplossingsrichtingen worden aangedragen. Lees ook het bericht op de website van de KNMP. Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

De gemiddelde regeldruk bij apotheken is met 28% van de praktijkkosten bijzonder hoog. Deze kan en moet dalen, zodat apotheken meer tijd hebben voor zorg. Dat blijkt uit het onderzoek Businessanalyse regeldruk apotheekhoudenden van SIRA Consulting in opdracht van de KNMP, ASKA, NVPF en LHV Apotheekhoudende Afdeling.

Deze partijen gaan nu samen een actieplan maken. Ook InEen, ZN en het Adviescollege Toetsing Regeldruk werken daaraan mee. Het actieplan zal gebaseerd zijn op de rapportage Oplossingsrichtingen regeldruk apotheekhoudenden, waarin 25 concrete knelpunten en 65 oplossingsrichtingen worden aangedragen. Lees ook het bericht op de website van de KNMP. Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Samenhang en samenwerking moet je structureel organiseren

29 oktober 2015

borghuisNa anderhalf jaar ervaring heeft OCE Praktijkondersteuning, dochter van OCE Nijmegen, vastgesteld dat de inzet van een POH GGZ in de sociale wijkteams grote meerwaarde heeft. De gemeente Groesbeek besloot als eerste gemeente deze inzet te gaan financieren, voorlopig voor een periode van een half jaar. Directeur OCE Nijmegen, Marion Borghuis: ‘Daar zijn we heel blij mee. De POH GGZ in het sociaal wijkteam zorgt voor een betere verbinding tussen zorg en welzijn. Dat is goed voor het functioneren van het wijkteam, en dus voor de mensen in de wijken.’

Borghuis: ‘Wat we zien is dat de POH GGZ de linking pin vormt tussen het zorgdomein en het sociale domein. De POH GGZ komt uit de huisartsenpraktijk en wordt geschoold vanuit een huisartsgeneeskundige visie. Ze hebben een expertise die het maatschappelijk werk en de wijkverpleging niet hebben. POH’s GGZ kunnen een bepaalde problematiek eerder herkennen of juist relativeren. Een van onze huisartsen legde uit dat er niet altijd meteen sprake is van een aandoening. Soms zijn een paar gesprekken met de POH GGZ voldoende om iemand weer op gang te krijgen. Maar dan moet je het wel goed en op tijd herkennen.’ De sterke indruk bestaat dat de POH GGZ in het sociaal wijkteam zorgt voor minder doorverwijzingen naar de tweede lijn. Dat wil OCE Praktijkondersteuning de komende periode verder onderzoeken.

Ook de betrokken huisartsen zijn tevreden. Borghuis: ‘Een huisartsen merkte terecht op dat je wel kunt besluiten dat de POH GGZ ad hoc inspringt in een wijkteam, maar door overvolle agenda’s lukt dat meestal maar half. Samenhang en samenwerking moet je structureel organiseren.’ OCE Praktijkondersteuning heeft negentien POH’s GGZ in dienst; drie daarvan draaien sinds 2014 vier uur per week mee in een sociaal wijkteam. OCE legde de taken van de POH GGZ vast in een functie- en competentieprofiel. ‘Deelname aan het sociaal wijkteam is geen basistaak van de POH GGZ’, zegt Borghuis. ‘Hun taak is coachend, adviserend en af en toe meegaan naar een keukentafelgesprek bij moeilijke problematiek.’

Juist omdat het geen basistaak is, vormde de financiering van de POH GGZ in het sociaalwijkteam vanaf het begin een probleem. Aanvankelijk werd afgesproken hiervoor het onbenutte deel van de tariefmodule POH GGZ te gebruiken, maar hiervoor is geen ruimte meer. Daarom heeft OCE Praktijkondersteuning nu besloten gemeentes en zorgverzekeraars het aanbod te doen waar de gemeente Groesbeek als eerste instapte. Borghuis: ‘Als men niet voor 1 januari tot een besluit kan komen, zijn we genoodzaakt onze POH’s GGZ uit de wijkteams terug te halen.’ Ze besluit: ‘Als de mensen uit de wijkteams zo duidelijk laten weten dat zij de expertise van de POH GGZ noodzakelijk achten, waarom ondersteunen we dit dan niet? We zouden toch gaan kantelen? Dat betekent dat je ook vertrouwen moet hebben in de mensen die de zorg leveren.’

[...]

borghuisNa anderhalf jaar ervaring heeft OCE Praktijkondersteuning, dochter van OCE Nijmegen, vastgesteld dat de inzet van een POH GGZ in de sociale wijkteams grote meerwaarde heeft. De gemeente Groesbeek besloot als eerste gemeente deze inzet te gaan financieren, voorlopig voor een periode van een half jaar. Directeur OCE Nijmegen, Marion Borghuis: ‘Daar zijn we heel blij mee. De POH GGZ in het sociaal wijkteam zorgt voor een betere verbinding tussen zorg en welzijn. Dat is goed voor het functioneren van het wijkteam, en dus voor de mensen in de wijken.’

Borghuis: ‘Wat we zien is dat de POH GGZ de linking pin vormt tussen het zorgdomein en het sociale domein. De POH GGZ komt uit de huisartsenpraktijk en wordt geschoold vanuit een huisartsgeneeskundige visie. Ze hebben een expertise die het maatschappelijk werk en de wijkverpleging niet hebben. POH’s GGZ kunnen een bepaalde problematiek eerder herkennen of juist relativeren. Een van onze huisartsen legde uit dat er niet altijd meteen sprake is van een aandoening. Soms zijn een paar gesprekken met de POH GGZ voldoende om iemand weer op gang te krijgen. Maar dan moet je het wel goed en op tijd herkennen.’ De sterke indruk bestaat dat de POH GGZ in het sociaal wijkteam zorgt voor minder doorverwijzingen naar de tweede lijn. Dat wil OCE Praktijkondersteuning de komende periode verder onderzoeken.

Ook de betrokken huisartsen zijn tevreden. Borghuis: ‘Een huisartsen merkte terecht op dat je wel kunt besluiten dat de POH GGZ ad hoc inspringt in een wijkteam, maar door overvolle agenda’s lukt dat meestal maar half. Samenhang en samenwerking moet je structureel organiseren.’ OCE Praktijkondersteuning heeft negentien POH’s GGZ in dienst; drie daarvan draaien sinds 2014 vier uur per week mee in een sociaal wijkteam. OCE legde de taken van de POH GGZ vast in een functie- en competentieprofiel. ‘Deelname aan het sociaal wijkteam is geen basistaak van de POH GGZ’, zegt Borghuis. ‘Hun taak is coachend, adviserend en af en toe meegaan naar een keukentafelgesprek bij moeilijke problematiek.’

Juist omdat het geen basistaak is, vormde de financiering van de POH GGZ in het sociaalwijkteam vanaf het begin een probleem. Aanvankelijk werd afgesproken hiervoor het onbenutte deel van de tariefmodule POH GGZ te gebruiken, maar hiervoor is geen ruimte meer. Daarom heeft OCE Praktijkondersteuning nu besloten gemeentes en zorgverzekeraars het aanbod te doen waar de gemeente Groesbeek als eerste instapte. Borghuis: ‘Als men niet voor 1 januari tot een besluit kan komen, zijn we genoodzaakt onze POH’s GGZ uit de wijkteams terug te halen.’ Ze besluit: ‘Als de mensen uit de wijkteams zo duidelijk laten weten dat zij de expertise van de POH GGZ noodzakelijk achten, waarom ondersteunen we dit dan niet? We zouden toch gaan kantelen? Dat betekent dat je ook vertrouwen moet hebben in de mensen die de zorg leveren.’

NZa-advies domein-overstijgende experimenten

01 oktober 2015

De NZa heeft onderzocht wat er geregeld moet worden om een integraal zorgpakket aan te bieden aan cliënten en patiënten uit verschillende zorgdomeinen. De schotten tussen de verschillende wetten (Wet langdurige zorg, Zorgverzekeringswet, Wet maatschappelijke ondersteuning en Jeugdwet) bemoeilijkt het experimenteren met dergelijke integrale zorgpakketten. Omdat zij de meerwaarde inzien van integrale pakketten over de domeinen heen, gaan VWS en NZa aan de hand van een concrete casus de meerwaarde van het zgn. experimenteerartikel in Wlz onderzoeken. Dit artikel 10.1.2 biedt de mogelijkheid voor domeinoverstijgende experimenten. Lees het NZa-advies.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

De NZa heeft onderzocht wat er geregeld moet worden om een integraal zorgpakket aan te bieden aan cliënten en patiënten uit verschillende zorgdomeinen. De schotten tussen de verschillende wetten (Wet langdurige zorg, Zorgverzekeringswet, Wet maatschappelijke ondersteuning en Jeugdwet) bemoeilijkt het experimenteren met dergelijke integrale zorgpakketten. Omdat zij de meerwaarde inzien van integrale pakketten over de domeinen heen, gaan VWS en NZa aan de hand van een concrete casus de meerwaarde van het zgn. experimenteerartikel in Wlz onderzoeken. Dit artikel 10.1.2 biedt de mogelijkheid voor domeinoverstijgende experimenten. Lees het NZa-advies.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Subsidie voor gezondheidscentra in nieuwbouwwijken 

05 september 2015

Ook voor 2016 kunnen gezondheidscentra in nieuwbouwwijken in aanmerking komen voor subsidie. De subsidieregeling betreft de aanvangsperiode van nieuwe gezondheidscentra op grootschalige nieuwbouwlocaties in voorheen onbebouwd gebied (voorheen Vinex-regeling). Zowel gezondheidscentra met personeel in dienst als centra waar zelfstandige disciplines zijn gevestigd komen voor subsidie in aanmerking. Het moet gaan om een centrum in een nieuwbouwwijk waar tenminste 8.000 ingeschreven patiënten worden voorzien. De subsidie is bedoeld voor de meerkosten in de aanloopfase van huisvesting, personeel en automatisering. Het gaat dan om de kosten in zoverre deze hoger zijn dan de kostencomponenten in de tarieven. Het maximale subsidiebedrag per jaar is € 300.000. Uitgangspunt is een aanloopfase van maximaal 5 jaar, dat wil zeggen een maximaal subsidiebedrag van € 1.500.000. Bij aantoonbare vertraging van de bouw van de nieuwe woningen kan men tot maximaal 2 jaar extra in aanmerking komen voor subsidie. Het totale maximale subsidiebedrag blijft wel € 1.500.000. Het subsidiebeleid voor geïntegreerde eerstelijnscentra in nieuwbouwwijken, zoals toegelicht in de brief van 5 september 2011, wordt ook in 2016 voortgezet. Voor de subsidieaanvraag 2016 moeten jullie gebruik maken van het aanvraagformulier geïntegreerde eerstelijnscentra 2016. De aanvraag 2016 moet uiterlijk 1 oktober 2015 per post ingediend zijn.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht. 

[...]

Ook voor 2016 kunnen gezondheidscentra in nieuwbouwwijken in aanmerking komen voor subsidie. De subsidieregeling betreft de aanvangsperiode van nieuwe gezondheidscentra op grootschalige nieuwbouwlocaties in voorheen onbebouwd gebied (voorheen Vinex-regeling). Zowel gezondheidscentra met personeel in dienst als centra waar zelfstandige disciplines zijn gevestigd komen voor subsidie in aanmerking. Het moet gaan om een centrum in een nieuwbouwwijk waar tenminste 8.000 ingeschreven patiënten worden voorzien. De subsidie is bedoeld voor de meerkosten in de aanloopfase van huisvesting, personeel en automatisering. Het gaat dan om de kosten in zoverre deze hoger zijn dan de kostencomponenten in de tarieven. Het maximale subsidiebedrag per jaar is € 300.000. Uitgangspunt is een aanloopfase van maximaal 5 jaar, dat wil zeggen een maximaal subsidiebedrag van € 1.500.000. Bij aantoonbare vertraging van de bouw van de nieuwe woningen kan men tot maximaal 2 jaar extra in aanmerking komen voor subsidie. Het totale maximale subsidiebedrag blijft wel € 1.500.000. Het subsidiebeleid voor geïntegreerde eerstelijnscentra in nieuwbouwwijken, zoals toegelicht in de brief van 5 september 2011, wordt ook in 2016 voortgezet. Voor de subsidieaanvraag 2016 moeten jullie gebruik maken van het aanvraagformulier geïntegreerde eerstelijnscentra 2016. De aanvraag 2016 moet uiterlijk 1 oktober 2015 per post ingediend zijn.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht. 

Handboek voor bouw gezondheidscentrum verschenen

02 juli 2015

De LHV heeft het handboek van de Bouwadviesgroep voor de bouw van een gezondheidscentrum uitgebracht. Het is de opvolger van de publicatie ‘Bouw eerste lijn’ van de LVG en de Bouwadviesgroep-LHV uit 2006, waarvan in 2008 een herdruk verscheen. Het nieuwe handboek wil alle actuele kennis voor de bouw van een gezondheidscentra bundelen.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

De LHV heeft het handboek van de Bouwadviesgroep voor de bouw van een gezondheidscentrum uitgebracht. Het is de opvolger van de publicatie ‘Bouw eerste lijn’ van de LVG en de Bouwadviesgroep-LHV uit 2006, waarvan in 2008 een herdruk verscheen. Het nieuwe handboek wil alle actuele kennis voor de bouw van een gezondheidscentra bundelen.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Advies bekostiging eerstelijns verblijf

02 juli 2015

Staatssecretaris van Rijn van VWS stuurde 17 juni een brief aan de tweede kamer over het zogeheten eerstelijns verblijf. De minister volgt het advies van de NZa en zet de de subsidieregeling onder de Wlz in 2016 voort met het oog op overheveling van het eerstelijns verblijf naar de Zvw per 2017. Meer informatie: NZa-advies en de kamerbrief.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Staatssecretaris van Rijn van VWS stuurde 17 juni een brief aan de tweede kamer over het zogeheten eerstelijns verblijf. De minister volgt het advies van de NZa en zet de de subsidieregeling onder de Wlz in 2016 voort met het oog op overheveling van het eerstelijns verblijf naar de Zvw per 2017. Meer informatie: NZa-advies en de kamerbrief.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Vrije tarieven voor huisartsenzorg in Jeugdwet en Wet langdurige zorg

29 juni 2015

Er bestond onduidelijkheid over de ruimte die huisartsen hebben om met een gemeente afspraken te maken over de zorg voor kinderen en jongeren die onder de Jeugdwet vallen en de vergoedingen daarvoor. Denk bijvoorbeeld aan de inzet van een POH-GGZ of vergoedingen voor de deelname aan activiteiten die strikt genomen niet onder huisartsenzorg vallen (afstemming in wijkteams, overleg over wijkplannen). De LHV stelde vragen hierover aan de NZa en kreeg antwoord. Lees het bericht op de LHV-site.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Er bestond onduidelijkheid over de ruimte die huisartsen hebben om met een gemeente afspraken te maken over de zorg voor kinderen en jongeren die onder de Jeugdwet vallen en de vergoedingen daarvoor. Denk bijvoorbeeld aan de inzet van een POH-GGZ of vergoedingen voor de deelname aan activiteiten die strikt genomen niet onder huisartsenzorg vallen (afstemming in wijkteams, overleg over wijkplannen). De LHV stelde vragen hierover aan de NZa en kreeg antwoord. Lees het bericht op de LHV-site.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Inventarisatie van initiatieven integratie van welzijn, preventie en zorg

29 juni 2015

Het RIVM is in opdracht van VWS bezig te inventariseren welke initiatieven er in Nederland bestaan op het gebied van integratie van welzijn, preventie en zorg. Gekeken wordt naar initiatieven buiten de negen proeftuinen die in de Landelijke Monitor Populatiemanagement worden geëvalueerd. De inventarisatie moet uiteindelijk resulteren in een overzicht waarin de verschillende initiatieven kort worden beschreven. Ben je betrokken bij een initiatief waarin welzijn, preventie en/of zorg worden geïntegreerd en wil je dat dit wordt opgenomen in de inventarisatie? Neem dan contact op met de onderzoekers van het RIVM. Je krijgt dan enkele vragen over het initiatief toegestuurd.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht. 

[...]

Het RIVM is in opdracht van VWS bezig te inventariseren welke initiatieven er in Nederland bestaan op het gebied van integratie van welzijn, preventie en zorg. Gekeken wordt naar initiatieven buiten de negen proeftuinen die in de Landelijke Monitor Populatiemanagement worden geëvalueerd. De inventarisatie moet uiteindelijk resulteren in een overzicht waarin de verschillende initiatieven kort worden beschreven. Ben je betrokken bij een initiatief waarin welzijn, preventie en/of zorg worden geïntegreerd en wil je dat dit wordt opgenomen in de inventarisatie? Neem dan contact op met de onderzoekers van het RIVM. Je krijgt dan enkele vragen over het initiatief toegestuurd.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht. 

Krachtige basiszorg, een sterk voorbeeld van integrale zorg

26 juni 2015

krachtige-basiszorgNaar aanleiding van de recent verschenen animatiefilm over Krachtige Basiszorg: samenwerking huisartsenpraktijk, wijkverpleegkundigen en buurtteams spreken we met Jacqueline van Riet, praktijkhoudend huisarts van Huisartsenkliniek Overvecht en bestuurder van de Stichting Overvecht Gezond. De film verbeeldt en verwoordt wat zorgprofessionals in de drie Utrechtse wijken Kanaleneiland, Zuilen/Ondiep en Overvecht hebben geleerd over samenwerken voor kwetsbare bewoners met gestapelde problematiek. Wijkverpleegkundigen, huisartsen, praktijkverpleegkundigen en buurtteamwerkers leggen uit hoe zij met een juiste samenwerking weten aan te sluiten bij de cliënt en overlap en ondoelmatige zorg voorkomen.

Het enthousiasme over de samenwerking is volgens Van Riet merkbaar bij alle betrokken disciplines. ‘Door samen te werken krijg je meer voor elkaar in deze complexe zorg die vaak veel energie van je vraagt. Het is een groep die je graag wilt helpen maar waarbij je alléén moeilijk verder komt of eigenlijk helemaal geen vooruitgang boekt. Reguliere zorg werkt niet goed voor mensen met een slecht ervaren gezondheid en sociale problemen. Financiële problemen bijvoorbeeld hebben echt invloed op de beleving van je gezondheid. De problemen stapelen zich: psychische problemen, fysieke klachten, je krijgt een glijbaan van ongezondheid en voor je het weet glij je steeds verder door. Wat in het filmpje duidelijk wordt is dat voor deze cliënten een andere aanpak nodig is en dat dit ook iets vraagt van de houding van professionals.’

Hoewel de samenwerking tussen mensen tot stand komt en er dus echt sprake is van maatwerk, was het belang van de samenwerking tussen organisaties en met de gemeente en de zorgverzekeraar een bepalende factor. In de afgelopen jaren werd in de genoemde wijken de Gezonde Wijk aanpak geïntroduceerd. Vanuit projecten zoals de Zichtbare Schakel en de pilots naar de samenwerking tussen de huisartsenpraktijken en de buurtteams is het concept ‘krachtige basiszorg’ ontwikkeld. Er ontstonden partnerships tussen huisartsenpraktijen, thuiszorgorganisaties, de buurtteams en andere partners in de wijk. De rol van de GEZ organisatie was daarbij van belang voor de aanspreekbaarheid van de huisartsenpraktijken en het ondersteunen van de vormgeving van de samenwerking met wijkverpleging en buurtteam. De laagdrempelige en gerichte inzet van de praktijkverpleegkundigen GGZ en ouderen is geïntroduceerd in de samenwerking van de huisartsenpraktijk met wijkverpleegkundigen en buurtteammedewerkers. Hierdoor werd proactieve en meer gestructureerde zorg mogelijk voor deze complexe groep.

In het filmpje zie je de samenwerking met buurtteams, de wijkverpleging en de huisartsenzorg. De aanpak gaat echter nog verder, het loopt van nulde tot derde lijn, van de patiënt en zijn netwerk tot de wijkspecialist. Van Riet: ‘Het gaat voorbij alle organisatiebelangen, dit concept verbindt doordat je je richt op die groep waar je het allemaal over eens bent dat het nu niet goed werkt, dus je moet echt iets anders.’ Professionals die hun populatie kennen weten precies over welke mensen het gaat. Organisaties zouden tijd vrij moeten maken om de professionals samen naar een oplossing voor die bewoners te laten zoeken. Van Riet: ‘Het begint bij een brede visie op gezondheidsverschillen en ondersteuning van regie van cliënten. Het gaat om netwerksamenwerking door professionals in een wijk. Buiten de kaders denken, motivatie en visie, dat zijn echt keywords. Je moet voor jezelf weten dat je het anders wilt. Het is geen gemakkelijke weg maar uiteindelijk wordt iedereen er blij van.’

De ervaringen over deze samenwerking voor kwetsbare bewoners in de drie wijken zijn onderling en met de gemeente Utrecht en zorgverzekeraar Zilveren Kruis gedeeld. De complexiteit van samenwerken met verschillende partijen en de soms belemmerde regelgeving zijn besproken. Van Riet: ‘De aanpak sluit aan bij de verschillende belangen; De gemeente wil niet dat deze kwetsbare groep buiten de boot valt. De zorgverzekeraar wil de kosten beperken. Zorgverleners willen geen tijd zinloos inzetten en last but not least de cliënt wil optimale zorg’. De ervaringen vanuit de praktijk leveren input voor het gesprek over structurele oplossingen en geven inzichten in een nieuwe manier van inrichting in de zorg. Het Utrechtse model voor de inrichting van de medisch en sociale basiszorg is gebaseerd op deze ervaringen. We staan er nu voor om dit ook echt samen in de wijken in de stad verder te brengen.’

Het filmpje kwam tot stand met subsidie van het project Zichtbare Schakel gefinancierd door de gemeente Utrecht in samenwerking met de GEZ organisaties en professionals van de huisartsenpraktijken, Buurtzorg, Careyn en Incluzio/Buurtteam Organisatie Sociaal in de wijken Kanaleneiland, Overvecht en Zuilen/Ondiep. Meer informatie op de website van Overvecht Gezond.

[...]

krachtige-basiszorgNaar aanleiding van de recent verschenen animatiefilm over Krachtige Basiszorg: samenwerking huisartsenpraktijk, wijkverpleegkundigen en buurtteams spreken we met Jacqueline van Riet, praktijkhoudend huisarts van Huisartsenkliniek Overvecht en bestuurder van de Stichting Overvecht Gezond. De film verbeeldt en verwoordt wat zorgprofessionals in de drie Utrechtse wijken Kanaleneiland, Zuilen/Ondiep en Overvecht hebben geleerd over samenwerken voor kwetsbare bewoners met gestapelde problematiek. Wijkverpleegkundigen, huisartsen, praktijkverpleegkundigen en buurtteamwerkers leggen uit hoe zij met een juiste samenwerking weten aan te sluiten bij de cliënt en overlap en ondoelmatige zorg voorkomen.

Het enthousiasme over de samenwerking is volgens Van Riet merkbaar bij alle betrokken disciplines. ‘Door samen te werken krijg je meer voor elkaar in deze complexe zorg die vaak veel energie van je vraagt. Het is een groep die je graag wilt helpen maar waarbij je alléén moeilijk verder komt of eigenlijk helemaal geen vooruitgang boekt. Reguliere zorg werkt niet goed voor mensen met een slecht ervaren gezondheid en sociale problemen. Financiële problemen bijvoorbeeld hebben echt invloed op de beleving van je gezondheid. De problemen stapelen zich: psychische problemen, fysieke klachten, je krijgt een glijbaan van ongezondheid en voor je het weet glij je steeds verder door. Wat in het filmpje duidelijk wordt is dat voor deze cliënten een andere aanpak nodig is en dat dit ook iets vraagt van de houding van professionals.’

Hoewel de samenwerking tussen mensen tot stand komt en er dus echt sprake is van maatwerk, was het belang van de samenwerking tussen organisaties en met de gemeente en de zorgverzekeraar een bepalende factor. In de afgelopen jaren werd in de genoemde wijken de Gezonde Wijk aanpak geïntroduceerd. Vanuit projecten zoals de Zichtbare Schakel en de pilots naar de samenwerking tussen de huisartsenpraktijken en de buurtteams is het concept ‘krachtige basiszorg’ ontwikkeld. Er ontstonden partnerships tussen huisartsenpraktijen, thuiszorgorganisaties, de buurtteams en andere partners in de wijk. De rol van de GEZ organisatie was daarbij van belang voor de aanspreekbaarheid van de huisartsenpraktijken en het ondersteunen van de vormgeving van de samenwerking met wijkverpleging en buurtteam. De laagdrempelige en gerichte inzet van de praktijkverpleegkundigen GGZ en ouderen is geïntroduceerd in de samenwerking van de huisartsenpraktijk met wijkverpleegkundigen en buurtteammedewerkers. Hierdoor werd proactieve en meer gestructureerde zorg mogelijk voor deze complexe groep.

In het filmpje zie je de samenwerking met buurtteams, de wijkverpleging en de huisartsenzorg. De aanpak gaat echter nog verder, het loopt van nulde tot derde lijn, van de patiënt en zijn netwerk tot de wijkspecialist. Van Riet: ‘Het gaat voorbij alle organisatiebelangen, dit concept verbindt doordat je je richt op die groep waar je het allemaal over eens bent dat het nu niet goed werkt, dus je moet echt iets anders.’ Professionals die hun populatie kennen weten precies over welke mensen het gaat. Organisaties zouden tijd vrij moeten maken om de professionals samen naar een oplossing voor die bewoners te laten zoeken. Van Riet: ‘Het begint bij een brede visie op gezondheidsverschillen en ondersteuning van regie van cliënten. Het gaat om netwerksamenwerking door professionals in een wijk. Buiten de kaders denken, motivatie en visie, dat zijn echt keywords. Je moet voor jezelf weten dat je het anders wilt. Het is geen gemakkelijke weg maar uiteindelijk wordt iedereen er blij van.’

De ervaringen over deze samenwerking voor kwetsbare bewoners in de drie wijken zijn onderling en met de gemeente Utrecht en zorgverzekeraar Zilveren Kruis gedeeld. De complexiteit van samenwerken met verschillende partijen en de soms belemmerde regelgeving zijn besproken. Van Riet: ‘De aanpak sluit aan bij de verschillende belangen; De gemeente wil niet dat deze kwetsbare groep buiten de boot valt. De zorgverzekeraar wil de kosten beperken. Zorgverleners willen geen tijd zinloos inzetten en last but not least de cliënt wil optimale zorg’. De ervaringen vanuit de praktijk leveren input voor het gesprek over structurele oplossingen en geven inzichten in een nieuwe manier van inrichting in de zorg. Het Utrechtse model voor de inrichting van de medisch en sociale basiszorg is gebaseerd op deze ervaringen. We staan er nu voor om dit ook echt samen in de wijken in de stad verder te brengen.’

Het filmpje kwam tot stand met subsidie van het project Zichtbare Schakel gefinancierd door de gemeente Utrecht in samenwerking met de GEZ organisaties en professionals van de huisartsenpraktijken, Buurtzorg, Careyn en Incluzio/Buurtteam Organisatie Sociaal in de wijken Kanaleneiland, Overvecht en Zuilen/Ondiep. Meer informatie op de website van Overvecht Gezond.

Terugblik DLV Gezondheidscentra 12 mei 2015

19 mei 2015

In de Deelledenvergadering gezondheidscentra van afgelopen dinsdag is gesproken over het positioning paper voor de geïntegreerde en georganiseerde eerste lijn (gezondheidscentra). Frank Roos gaf een presentatie en nam de aanwezigen mee in de opzet en resultaten van het positioning paper. Vanuit de zaal kwamen waardevolle suggesties en aanvullingen die worden meegenomen bij de verdere ontwikkeling. Vervolgens informeerde Hansmaarten Bolle de aanwezigen over de stand van zaken rondom de cao gezondheidscentrum/AHG. Marnix de Romph ging tot slot met een korte presentatie in op de ontwikkelingen rondom de generalistische basis GGZ. Gesproken is over de koers van VWS en de mogelijke standpuntbepaling van InEen hieromtrent.

Dit bericht is opgenomen uit het weekbericht.

[...]

In de Deelledenvergadering gezondheidscentra van afgelopen dinsdag is gesproken over het positioning paper voor de geïntegreerde en georganiseerde eerste lijn (gezondheidscentra). Frank Roos gaf een presentatie en nam de aanwezigen mee in de opzet en resultaten van het positioning paper. Vanuit de zaal kwamen waardevolle suggesties en aanvullingen die worden meegenomen bij de verdere ontwikkeling. Vervolgens informeerde Hansmaarten Bolle de aanwezigen over de stand van zaken rondom de cao gezondheidscentrum/AHG. Marnix de Romph ging tot slot met een korte presentatie in op de ontwikkelingen rondom de generalistische basis GGZ. Gesproken is over de koers van VWS en de mogelijke standpuntbepaling van InEen hieromtrent.

Dit bericht is opgenomen uit het weekbericht.

Terugblik netwerkbijeenkomst Kwaliteit - 23 april 2015

29 april 2015

Ruim 90 mensen bezochten gisteren de netwerkbijeenkomst voor kwaliteitsmedewerkers van huisartsenposten, gezondheidscentra en zorggroepen. Het programma bood voor alle ledengroepen specifieke informatie en uitwisselingsmogelijkheden.

1 | De kwaliteitsmedewerkers van huisartsenposten gaven voor het recent gestarte onderzoek naar autorisatietijden bruikbare input aan de onderzoeker van het Julius Centrum. Leonie van Steenvoorde, directeur HKN, informeerde collega’s over haar ervaringen met de casus Tuitjenhorn. Het project Keten Acute Zorg presenteerde de voorlopige bevindingen. Ook vanuit de zaal legden leden vraagstukken aan elkaar voor.

2| Organisatievraagstukken rond de samenwerking in de GGZ werden belicht vanuit de acute zorg, chronische zorg en multidisciplinaire zorg. Aan bod kwamen onder meer de inzet van de aandachtsfunctionaris op de huisartsenpost, coördinatie van de zorg in de chronische keten, de bekostiging en praktische zaken als huisvesting. Er blijkt nog veel ontwikkeling mogelijk.

3 | Aandacht ook voor het kwaliteitsbeleid van de ketenzorgorganisaties. De eerste resultaten uit de zelfevaluatie werden gedeeld en concreet gemaakt aan de hand van drie aansprekende praktijkvoorbeelden over het individueel zorgplan, patiëntenparticipatie en patiëntveiligheid. Tot slot is gesproken over de nieuwe Kritische Kwaliteits Kenmerken voor 2016 met veel aandachtspunten voor de verdere uitwerking.

De presentaties zijn is te downloaden vanaf de  Kennisbank op het Ledenplatform onder het kopje Netwerken / Netwerk kwaliteit  (alleen voor leden, na  inlog).

[...]

Ruim 90 mensen bezochten gisteren de netwerkbijeenkomst voor kwaliteitsmedewerkers van huisartsenposten, gezondheidscentra en zorggroepen. Het programma bood voor alle ledengroepen specifieke informatie en uitwisselingsmogelijkheden.

1 | De kwaliteitsmedewerkers van huisartsenposten gaven voor het recent gestarte onderzoek naar autorisatietijden bruikbare input aan de onderzoeker van het Julius Centrum. Leonie van Steenvoorde, directeur HKN, informeerde collega’s over haar ervaringen met de casus Tuitjenhorn. Het project Keten Acute Zorg presenteerde de voorlopige bevindingen. Ook vanuit de zaal legden leden vraagstukken aan elkaar voor.

2| Organisatievraagstukken rond de samenwerking in de GGZ werden belicht vanuit de acute zorg, chronische zorg en multidisciplinaire zorg. Aan bod kwamen onder meer de inzet van de aandachtsfunctionaris op de huisartsenpost, coördinatie van de zorg in de chronische keten, de bekostiging en praktische zaken als huisvesting. Er blijkt nog veel ontwikkeling mogelijk.

3 | Aandacht ook voor het kwaliteitsbeleid van de ketenzorgorganisaties. De eerste resultaten uit de zelfevaluatie werden gedeeld en concreet gemaakt aan de hand van drie aansprekende praktijkvoorbeelden over het individueel zorgplan, patiëntenparticipatie en patiëntveiligheid. Tot slot is gesproken over de nieuwe Kritische Kwaliteits Kenmerken voor 2016 met veel aandachtspunten voor de verdere uitwerking.

De presentaties zijn is te downloaden vanaf de  Kennisbank op het Ledenplatform onder het kopje Netwerken / Netwerk kwaliteit  (alleen voor leden, na  inlog).

LHV-onderzoek naar nieuwe bekostigingssystematiek

07 april 2015

Afgelopen week kregen we vragen over het LHV-onderzoek naar de nieuwe bekostigingssystematiek. Aanleiding voor het LHV-onderzoek zijn signalen dat de omzet 2015 voor huisartsen veel lager is dan in 2014. Ook als InEen krijgen we signalen uit onze achterban – met name gezondheidscentra – dat de omzet substantieel is gedaald. Met een enquête is het mogelijk een goed landelijk beeld te krijgen. Wij staan dan ook positief tegenover het initiatief van de LHV.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Afgelopen week kregen we vragen over het LHV-onderzoek naar de nieuwe bekostigingssystematiek. Aanleiding voor het LHV-onderzoek zijn signalen dat de omzet 2015 voor huisartsen veel lager is dan in 2014. Ook als InEen krijgen we signalen uit onze achterban – met name gezondheidscentra – dat de omzet substantieel is gedaald. Met een enquête is het mogelijk een goed landelijk beeld te krijgen. Wij staan dan ook positief tegenover het initiatief van de LHV.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Problemen injectienaalden?

07 april 2015

Deze week werd Nederland opgeschrikt door een uitzending van EenVandaag over mogelijke problemen met injectienaalden. De Inspectie is samen met RIVM direct een onderzoek gestart. Om goed vast te kunnen stellen wat er aan de hand is worden injectienaalden uit fabrieken in Nederland, België en Groot-Brittannië onderzocht. Het gaat over injectienaalden van het merk Terumo die onder andere meegeleverd worden in de verpakking van het BMR- en het hepatitis B-vaccin in het Rijksvaccinatieprogramma. Zorgverleners wordt geadviseerd om – indien mogelijk – deze naalden tijdelijk niet te gebruiken. Lees ook:

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Deze week werd Nederland opgeschrikt door een uitzending van EenVandaag over mogelijke problemen met injectienaalden. De Inspectie is samen met RIVM direct een onderzoek gestart. Om goed vast te kunnen stellen wat er aan de hand is worden injectienaalden uit fabrieken in Nederland, België en Groot-Brittannië onderzocht. Het gaat over injectienaalden van het merk Terumo die onder andere meegeleverd worden in de verpakking van het BMR- en het hepatitis B-vaccin in het Rijksvaccinatieprogramma. Zorgverleners wordt geadviseerd om – indien mogelijk – deze naalden tijdelijk niet te gebruiken. Lees ook:

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Bert Groot Roessink: ‘Er is veel minder kampvuurtijd’

26 maart 2015

Bert-Groot-RoessinkDeze zomer neemt Bert Groot Roessink afscheid als bestuurder van de Zorggroep Almere. Hij gaat met pensioen. Naast zijn intensieve bemoeienis met de Almeerse gezondheidszorg, begonnen in de pioniersjaren van deze stad, zette Groot Roessink ook landelijk zijn stempel op de ontwikkeling van de eerstelijnszorg. Hij deed dat onder meer als mede-initiatiefnemer van het Jan van Es Instituut, het kenniscentrum voor de geïntegreerde eerste lijn, maar ook als bestuurslid van de toen net opgerichte VHN en later als voorzitter van de LVG, beiden voorlopers van InEen.

Als je 33 jaar eerstelijnszorg overziet, wat is in jouw ogen het essentiële verschil tussen toen en nu?

‘Zorgverleners moeten nu ieder voor zich veel tijd besteden aan hun monodisciplinaire verantwoordingskaders. Er is, om met Harry Kunneman te spreken, veel minder kampvuurtijd. Kunneman maakt onderscheid tussen lantaarnpaalinformatie en kampvuurtijd. Lantaarnpaalinformatie zijn de harde cijfers en de statistieken, belangrijk, maar rond het kampvuur deel je andere informatie. In mijn ogen bijvoorbeeld staat de samenwerking tussen huisarts, wijkverpleging, maatschappelijk werk en andere disciplines nu op een lager pitje dan toen. Dat vind ik een verarming.’

Wat moet voor de eerstelijnszorg de stip op de horizon zijn?
‘Ik denk dat de behoefte aan dagelijkse ondersteuning steeds groter wordt, meer dan aan behandeling. Weliswaar doen we meer beroep op de eigen kracht en de eigen regie van mensen, maar onze behandelingen leiden er toch toe dat mensen langer leven met ingewikkelde ziektes. Dus het vormgeven van een ondersteuningsnetwerk voor het dagelijkse doen en laten van mensen wordt de essentiële uitdaging voor de eerste lijn.’

Wat betekent dat voor de huisartsenzorg?
‘Kort door de bocht: de huisartsenzorg is prima in staat om de medische interventies die niet in ziekenhuizen hoeven plaats te vinden op zich te nemen. Dat betekent dat huisartsen op een hoger niveau van medisch handelen gaan functioneren en alle ondersteuningsactiviteiten die veel huisartsen nu ook nog doen voor hun patiënten delegeren naar verpleegkundigen en andere hulpverleners. Dat zou de ambitie van de eerste lijn moeten zijn.’

‘De substitutieambitie van de eerste lijn kan met andere woorden nog wel een tandje sterker. Huisartsen kunnen echt veel meer op medisch gebied. Meer dan op bijvoorbeeld praktijkverkleining komt het in mijn ogen aan op organiseren en de juiste mensen inzetten op het juiste moment. Dat betekent bedrijfsmatig denken en niet alleen maar heel kleinschalig professioneel werken. Daarin blijven steken is een valkuil, en dan bedoel ik: de grote gehechtheid van de huisarts aan ‘alles zelf doen’ en de neiging een karikatuur te maken van een organisatie.’

Welke rol zie je voor InEen?
‘We moeten meters maken op organisatiekracht. InEen zou huisartsen moeten verleiden andere disciplines als paramedici, apothekers, verpleegkundigen een volwaardige rol in hun omgeving te geven en niet alle zorg onder de regie van de huisarts te willen houden. Ik zou graag zien dat het bestuur van InEen de vleugels uitslaat naar andere vormen van hulpverlening in de eerste lijn dan alleen huisartsenzorg en samenwerkingen zoekt met organisaties als KNMP, Actiz, KNGF, meer dan alleen met de LHV.’

Lidy Hartemink volgt Bert Groot Roessink op. Per 1 juni 2015 is zij aangesteld als nieuwe bestuurder van Zorggroep Almere.

[...]

Bert-Groot-RoessinkDeze zomer neemt Bert Groot Roessink afscheid als bestuurder van de Zorggroep Almere. Hij gaat met pensioen. Naast zijn intensieve bemoeienis met de Almeerse gezondheidszorg, begonnen in de pioniersjaren van deze stad, zette Groot Roessink ook landelijk zijn stempel op de ontwikkeling van de eerstelijnszorg. Hij deed dat onder meer als mede-initiatiefnemer van het Jan van Es Instituut, het kenniscentrum voor de geïntegreerde eerste lijn, maar ook als bestuurslid van de toen net opgerichte VHN en later als voorzitter van de LVG, beiden voorlopers van InEen.

Als je 33 jaar eerstelijnszorg overziet, wat is in jouw ogen het essentiële verschil tussen toen en nu?

‘Zorgverleners moeten nu ieder voor zich veel tijd besteden aan hun monodisciplinaire verantwoordingskaders. Er is, om met Harry Kunneman te spreken, veel minder kampvuurtijd. Kunneman maakt onderscheid tussen lantaarnpaalinformatie en kampvuurtijd. Lantaarnpaalinformatie zijn de harde cijfers en de statistieken, belangrijk, maar rond het kampvuur deel je andere informatie. In mijn ogen bijvoorbeeld staat de samenwerking tussen huisarts, wijkverpleging, maatschappelijk werk en andere disciplines nu op een lager pitje dan toen. Dat vind ik een verarming.’

Wat moet voor de eerstelijnszorg de stip op de horizon zijn?
‘Ik denk dat de behoefte aan dagelijkse ondersteuning steeds groter wordt, meer dan aan behandeling. Weliswaar doen we meer beroep op de eigen kracht en de eigen regie van mensen, maar onze behandelingen leiden er toch toe dat mensen langer leven met ingewikkelde ziektes. Dus het vormgeven van een ondersteuningsnetwerk voor het dagelijkse doen en laten van mensen wordt de essentiële uitdaging voor de eerste lijn.’

Wat betekent dat voor de huisartsenzorg?
‘Kort door de bocht: de huisartsenzorg is prima in staat om de medische interventies die niet in ziekenhuizen hoeven plaats te vinden op zich te nemen. Dat betekent dat huisartsen op een hoger niveau van medisch handelen gaan functioneren en alle ondersteuningsactiviteiten die veel huisartsen nu ook nog doen voor hun patiënten delegeren naar verpleegkundigen en andere hulpverleners. Dat zou de ambitie van de eerste lijn moeten zijn.’

‘De substitutieambitie van de eerste lijn kan met andere woorden nog wel een tandje sterker. Huisartsen kunnen echt veel meer op medisch gebied. Meer dan op bijvoorbeeld praktijkverkleining komt het in mijn ogen aan op organiseren en de juiste mensen inzetten op het juiste moment. Dat betekent bedrijfsmatig denken en niet alleen maar heel kleinschalig professioneel werken. Daarin blijven steken is een valkuil, en dan bedoel ik: de grote gehechtheid van de huisarts aan ‘alles zelf doen’ en de neiging een karikatuur te maken van een organisatie.’

Welke rol zie je voor InEen?
‘We moeten meters maken op organisatiekracht. InEen zou huisartsen moeten verleiden andere disciplines als paramedici, apothekers, verpleegkundigen een volwaardige rol in hun omgeving te geven en niet alle zorg onder de regie van de huisarts te willen houden. Ik zou graag zien dat het bestuur van InEen de vleugels uitslaat naar andere vormen van hulpverlening in de eerste lijn dan alleen huisartsenzorg en samenwerkingen zoekt met organisaties als KNMP, Actiz, KNGF, meer dan alleen met de LHV.’

Lidy Hartemink volgt Bert Groot Roessink op. Per 1 juni 2015 is zij aangesteld als nieuwe bestuurder van Zorggroep Almere.

Cees Pel neemt afscheid

26 maart 2015

Cees-PelCees Pel, huisarts en bestuurder bij de Stichting Amsterdamse Gezondheidscentra (SAG), gaat per 1 juni met pensioen. InEen verliest daarmee een gewaardeerd lid van de BAC Personeel en Arbeidsmarkt. Tot groot genoegen van InEen blijft Pel nog actief in de werkgeversdelegatie Cao Gezondheidscentra/AHG.

Gedurende zijn loopbaan bleef Pel altijd huisarts, de laatste jaren voor een dag in de week. ‘Huisarts ben je omdat je het een fijn vak vindt’, zegt hij; het contact met de dagelijkse praktijk betekende voor hem daarnaast een waardevolle basis voor zijn werk als bestuurder en werkgeversvertegenwoordiger. Klinkt het geluid van de dagelijkse praktijk bij beleidsmakers voldoende door?

‘Nee, dat gevoel heb ik niet altijd. Zo hebben we destijds bij de SAG zelf vanuit de praktijk gestalte gegeven aan de functiedifferentiatie voor doktersassistenten. Voor die tijd was er geen adequate manier om doktersassistenten op een verschillend niveau te scoren. De LVG heeft dat opgepakt en nu is het in de Cao vastgelegd. Dit is vergelijkbaar met de discussie rond de bekostiging van de gezondheidscentra. Ook hier ontbreekt een instrument om de specifieke zorg die gezondheidscentra in de praktijk bieden, te waarderen. Er moet een goede financiering komen voor de eerste lijn. Of dit nu gezondheidscentra, zorggroepen of samenwerkende huisartsen zijn. Dus geld voor organisatie.’

‘De eerstelijnszorg heeft zich de afgelopen decennia enorm ontwikkeld, maar de financiering ontwikkelt onvoldoende mee. Dokters moeten meer doen, maar krijgen niet meer geld voor onder andere ondersteuning. We hebben te maken met een macro budgettair beperkende financiering waarbij de overheid wil dat de eerste lijn zich versterkt en meer doet, maar anderzijds onvoldoende investeert in die versterking. Niet in de zorg en niet in de tarieven. Het evenwicht raakt zoek. Voor de gezondheidscentra geldt dat de tarieven niet in gelijke mate stijgen met de salarissen. Bovendien is het verdienvermogen in een gezondheidscentrum met bijvoorbeeld een complexe achterstandsproblematiek lager. Dat geeft scheve toestanden. De werkgevers hebben nu de Cao Gezondheidscentra/AHG opgezegd. We moeten op zoek naar een betere manier om de dokters in loondienst adequaat te belonen.’

‘Het is de opdracht van InEen – en ik vind dat ze dat goed doen – samen met de LHV een sterke lobby op te zetten bij VWS en de zorgverzekeraars. De financiering moet meegroeien met de gewenste versterking van de eerste lijn, zodat we wat er van ons wordt verlangd ook waar kunnen maken. Huisartsen leveren kwalitatief goede zorg en zijn de spil in de eerste lijn. Veel diagnostiek bijvoorbeeld kunnen we zó ombuigen naar de eerste lijn. Daarbij verwacht ik van InEen dat ze nadrukkelijk aandacht opeisen voor de gezondheidscentra. Daartoe zijn ze immers geroepen, ze staan voor de georganiseerde eerste lijn.’

De SAG heeft ervoor gekozen om verder te gaan met een eenhoofdige leiding. Paulien van Hessen, sinds januari 2015 lid van de raad van bestuur, neemt per 1 juni 2015 de taken van Cees Pel over.

[...]

Cees-PelCees Pel, huisarts en bestuurder bij de Stichting Amsterdamse Gezondheidscentra (SAG), gaat per 1 juni met pensioen. InEen verliest daarmee een gewaardeerd lid van de BAC Personeel en Arbeidsmarkt. Tot groot genoegen van InEen blijft Pel nog actief in de werkgeversdelegatie Cao Gezondheidscentra/AHG.

Gedurende zijn loopbaan bleef Pel altijd huisarts, de laatste jaren voor een dag in de week. ‘Huisarts ben je omdat je het een fijn vak vindt’, zegt hij; het contact met de dagelijkse praktijk betekende voor hem daarnaast een waardevolle basis voor zijn werk als bestuurder en werkgeversvertegenwoordiger. Klinkt het geluid van de dagelijkse praktijk bij beleidsmakers voldoende door?

‘Nee, dat gevoel heb ik niet altijd. Zo hebben we destijds bij de SAG zelf vanuit de praktijk gestalte gegeven aan de functiedifferentiatie voor doktersassistenten. Voor die tijd was er geen adequate manier om doktersassistenten op een verschillend niveau te scoren. De LVG heeft dat opgepakt en nu is het in de Cao vastgelegd. Dit is vergelijkbaar met de discussie rond de bekostiging van de gezondheidscentra. Ook hier ontbreekt een instrument om de specifieke zorg die gezondheidscentra in de praktijk bieden, te waarderen. Er moet een goede financiering komen voor de eerste lijn. Of dit nu gezondheidscentra, zorggroepen of samenwerkende huisartsen zijn. Dus geld voor organisatie.’

‘De eerstelijnszorg heeft zich de afgelopen decennia enorm ontwikkeld, maar de financiering ontwikkelt onvoldoende mee. Dokters moeten meer doen, maar krijgen niet meer geld voor onder andere ondersteuning. We hebben te maken met een macro budgettair beperkende financiering waarbij de overheid wil dat de eerste lijn zich versterkt en meer doet, maar anderzijds onvoldoende investeert in die versterking. Niet in de zorg en niet in de tarieven. Het evenwicht raakt zoek. Voor de gezondheidscentra geldt dat de tarieven niet in gelijke mate stijgen met de salarissen. Bovendien is het verdienvermogen in een gezondheidscentrum met bijvoorbeeld een complexe achterstandsproblematiek lager. Dat geeft scheve toestanden. De werkgevers hebben nu de Cao Gezondheidscentra/AHG opgezegd. We moeten op zoek naar een betere manier om de dokters in loondienst adequaat te belonen.’

‘Het is de opdracht van InEen – en ik vind dat ze dat goed doen – samen met de LHV een sterke lobby op te zetten bij VWS en de zorgverzekeraars. De financiering moet meegroeien met de gewenste versterking van de eerste lijn, zodat we wat er van ons wordt verlangd ook waar kunnen maken. Huisartsen leveren kwalitatief goede zorg en zijn de spil in de eerste lijn. Veel diagnostiek bijvoorbeeld kunnen we zó ombuigen naar de eerste lijn. Daarbij verwacht ik van InEen dat ze nadrukkelijk aandacht opeisen voor de gezondheidscentra. Daartoe zijn ze immers geroepen, ze staan voor de georganiseerde eerste lijn.’

De SAG heeft ervoor gekozen om verder te gaan met een eenhoofdige leiding. Paulien van Hessen, sinds januari 2015 lid van de raad van bestuur, neemt per 1 juni 2015 de taken van Cees Pel over.

RIVM publiceert gezondheidsprofiel per gemeente

24 maart 2015

De gemeentelijke gezondheidsprofielen van het RIVM vergelijken informatie over de volksgezondheid per gemeente met het GGD-gemiddelde en landelijke trends. Vergeleken worden onder meer demografische gegevens (bevolkingsgroei, geboorteoverschot, migratiesaldo, bevolkingspiramiden), doodsoorzaken, gezondheidsdeterminanten (roken, drinken, overgewicht), vaccinatiegraad, sociale ongelijkheid. De gezondheidsprofielen worden opgebouwd uit bestaande gegevens die op gemeentelijk niveau naast elkaar zijn gezet. 

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

De gemeentelijke gezondheidsprofielen van het RIVM vergelijken informatie over de volksgezondheid per gemeente met het GGD-gemiddelde en landelijke trends. Vergeleken worden onder meer demografische gegevens (bevolkingsgroei, geboorteoverschot, migratiesaldo, bevolkingspiramiden), doodsoorzaken, gezondheidsdeterminanten (roken, drinken, overgewicht), vaccinatiegraad, sociale ongelijkheid. De gezondheidsprofielen worden opgebouwd uit bestaande gegevens die op gemeentelijk niveau naast elkaar zijn gezet. 

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

VAAM 4.0 beschikbaar

24 maart 2015

Er is een nieuwe versie van de VAAM (Vraag Aanbod Analyse Monitor Eerstelijn). Met de VAAM, een product van het Nivel en de NPCF (in samenwerking met VWS en het ROS-netwerk), kun je zowel de demografische gegevens als de eerstelijns zorgcijfers van een bepaald gebied opvragen (gemeente, postcodegebied, COROP- en GGD-regio). Ook de informatiestructuur en de cartografische weergave van de VAAM zijn verbeterd. Let op: de monitor geef geen toekomstramingen meer. Samen met researchbureau ABF werkt het Nivel aan verbeterde ramingen (binnenkort beschikbaar).

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Er is een nieuwe versie van de VAAM (Vraag Aanbod Analyse Monitor Eerstelijn). Met de VAAM, een product van het Nivel en de NPCF (in samenwerking met VWS en het ROS-netwerk), kun je zowel de demografische gegevens als de eerstelijns zorgcijfers van een bepaald gebied opvragen (gemeente, postcodegebied, COROP- en GGD-regio). Ook de informatiestructuur en de cartografische weergave van de VAAM zijn verbeterd. Let op: de monitor geef geen toekomstramingen meer. Samen met researchbureau ABF werkt het Nivel aan verbeterde ramingen (binnenkort beschikbaar).

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Impressie: deelledenvergadering gezondheidscentra en zorggroepen

11 maart 2015

De gezamenlijke deelledenvergadering voor gezondheidscentra en zorggroepen bracht afgelopen dinsdag 3 maart veel leden naar de Domus Medica. Aan de hand van verschillende presentaties werden zij bijgepraat over de belangrijkste ontwikkelingen. Zo krijgt het onderzoek naar de ondersteuning en infrastructuur een vervolg en gaat InEen op basis van de beschikbare informatie aan de slag met een position paper. De eerste resultaten uit de NIVEL-enquête over de contractering werden gepresenteerd in combinatie met een vooruitblik naar de contractering in 2016.

InEen-bestuurslid Esther Talboom gaf een toelichting op de ideeën over zorginkoop op maat vanuit Zelfzorg Ondersteund. De daaropvolgende presentatie over het toetsingsinstrument als onderdeel van de landelijke benchmark krijgt in een afzonderlijke bijeenkomst een vervolg met ruimte om dieper op de inhoud in te gaan. Als laatste kwam aan de orde het project rond de zorg voor kwetsbare ouderen. Om te voorkomen dat we door de werkelijkheid worden ingehaald, moeten we vaart maken met dit project. Ongeveer driekwart van de aanwezige leden is met initiatieven op dit vlak bezig. Ook wees de zaal op problemen rond de contractering van de ouderenmodule. InEen zal hier aandacht voor vragen in een brief aan VWS over het NZa-advies over de bekostiging van de verpleging en verzorging binnen de Zorgverzekeringswet. In dit verband werd vanuit de zaal ook aandacht gevraagd voor de introductie van het eerstelijns verblijf vanaf 1 januari 2015. InEen is betrokken bij de verdere uitwerking van de duiding van het eerstelijnsverblijf door het Zorginstituut.

Tot slot: het was weer een heel volle agenda. We denken na over alternatieven om het interactieve karakter van de vergadering te vergroten. Jullie ideeën daarover zijn van harte welkom!

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

De gezamenlijke deelledenvergadering voor gezondheidscentra en zorggroepen bracht afgelopen dinsdag 3 maart veel leden naar de Domus Medica. Aan de hand van verschillende presentaties werden zij bijgepraat over de belangrijkste ontwikkelingen. Zo krijgt het onderzoek naar de ondersteuning en infrastructuur een vervolg en gaat InEen op basis van de beschikbare informatie aan de slag met een position paper. De eerste resultaten uit de NIVEL-enquête over de contractering werden gepresenteerd in combinatie met een vooruitblik naar de contractering in 2016.

InEen-bestuurslid Esther Talboom gaf een toelichting op de ideeën over zorginkoop op maat vanuit Zelfzorg Ondersteund. De daaropvolgende presentatie over het toetsingsinstrument als onderdeel van de landelijke benchmark krijgt in een afzonderlijke bijeenkomst een vervolg met ruimte om dieper op de inhoud in te gaan. Als laatste kwam aan de orde het project rond de zorg voor kwetsbare ouderen. Om te voorkomen dat we door de werkelijkheid worden ingehaald, moeten we vaart maken met dit project. Ongeveer driekwart van de aanwezige leden is met initiatieven op dit vlak bezig. Ook wees de zaal op problemen rond de contractering van de ouderenmodule. InEen zal hier aandacht voor vragen in een brief aan VWS over het NZa-advies over de bekostiging van de verpleging en verzorging binnen de Zorgverzekeringswet. In dit verband werd vanuit de zaal ook aandacht gevraagd voor de introductie van het eerstelijns verblijf vanaf 1 januari 2015. InEen is betrokken bij de verdere uitwerking van de duiding van het eerstelijnsverblijf door het Zorginstituut.

Tot slot: het was weer een heel volle agenda. We denken na over alternatieven om het interactieve karakter van de vergadering te vergroten. Jullie ideeën daarover zijn van harte welkom!

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Eerstelijnszorg en sport

03 maart 2015

beweegtuinIn het kader van het nationale programma ‘Alles is Gezondheid’ spraken afgelopen januari vertegenwoordigers uit de sport, gezondheidszorg, zorgverzekeraars en overheid met elkaar over de verbinding tussen eerstelijnszorg en sport. Hoe krijgen we mensen in beweging en wie neemt het voortouw? Voor gezondheidscentrum De Nije Veste in Nijkerk is stimuleren van beweging al een belangrijk onderdeel van het zorgaanbod.

Directeur Carl Verheijen: ‘Dat je door mensen in beweging te zetten een gezondere populatie krijgt, dat is zeker. Maar in ons Nederlandse zorgsysteem is de aandacht vooral gericht op nazorg, het behandelen van zieke mensen, en niet op voorzorg, het gezond houden van mensen.’ Er zijn kortom te weinig prikkels nu om beweegprogramma’s te gaan financieren. Helaas, vindt Verheijen; hij citeert Erik Scherder: zitten is het nieuwe roken. ‘Het is gewoon bewezen dat je door meer te bewegen meer productieve jaren meer krijgt.’

Ondanks de lastige financieringsmogelijkheden heeft De Nije Veste de afgelopen jaren het nodige gerealiseerd. Naast het centrum is een Beweegplein aangelegd waar de fysiotherapeuten van De Nije Veste, maar ook andere (sport)organisaties beweegprogramma’s aanbieden. Ook wordt er viermaal per week een uur gewandeld vanuit het gezondheidscentrum: WandelFit (en soms: RollatorFit). Trots is Verheijen op de Diabetes Challenge die dit jaar voor de tweede maal op poten wordt gezet samen met de Bas van der Goor Foundation, met ditmaal zo’n 40-50 deelnemers. ‘De resultaten van zo’n challenge zijn groot. Het mooiste is de gedragsverandering die de deelnemers bereiken. Ze worden zich bewust van wat activiteit met hun ziekte doet en met hun sociale leven.’ Een niet onbelangrijk resultaat is ook dat voor deze groep de gemiddelde zorgkosten omlaag zijn gegaan. ‘Onze investeringen in de challenge zijn terugverdiend, al belandt dat rendement nu bij de zorgverzekeraar en niet bij de fysiotherapeuten of de mensen zelf!’

Verheijen beschouwt de collectieve preventie niet als een verantwoordelijkheid van het gezondheidscentrum, maar ziet voor het gezondheidscentrum wel een rol als aanjager. ‘Het is een mindset’, vervolgt hij, ‘we krijgen er energie van en dat geeft ruimte om het naast onze andere werkzaamheden op te pakken. De kartrekkers in onze organisatie zijn de fysiotherapeuten, die de huisartsen, de directie en alle andere medewerkers hebben meegekregen. We ervaren het als een stukje zingeving. We zijn allemaal de gezondheidszorg ingegaan om mensen gezond te houden. Het is fijn om te zien hoe je letterlijk het verschil kan maken!’ Aan collega’s die nog op de drempel staan: ‘Begin met het leren kennen van je lokale sportnetwerk. Wat er gebeurt er in jouw omgeving? Waar zit de energie? Of dat nou kaatsen is, wandelen of jeu de boules, dat maakt niet uit, het gaat erom dat je mensen verleidt om uit hun patroon van niet bewegen te stappen.’

Meer informatie

[...]

beweegtuinIn het kader van het nationale programma ‘Alles is Gezondheid’ spraken afgelopen januari vertegenwoordigers uit de sport, gezondheidszorg, zorgverzekeraars en overheid met elkaar over de verbinding tussen eerstelijnszorg en sport. Hoe krijgen we mensen in beweging en wie neemt het voortouw? Voor gezondheidscentrum De Nije Veste in Nijkerk is stimuleren van beweging al een belangrijk onderdeel van het zorgaanbod.

Directeur Carl Verheijen: ‘Dat je door mensen in beweging te zetten een gezondere populatie krijgt, dat is zeker. Maar in ons Nederlandse zorgsysteem is de aandacht vooral gericht op nazorg, het behandelen van zieke mensen, en niet op voorzorg, het gezond houden van mensen.’ Er zijn kortom te weinig prikkels nu om beweegprogramma’s te gaan financieren. Helaas, vindt Verheijen; hij citeert Erik Scherder: zitten is het nieuwe roken. ‘Het is gewoon bewezen dat je door meer te bewegen meer productieve jaren meer krijgt.’

Ondanks de lastige financieringsmogelijkheden heeft De Nije Veste de afgelopen jaren het nodige gerealiseerd. Naast het centrum is een Beweegplein aangelegd waar de fysiotherapeuten van De Nije Veste, maar ook andere (sport)organisaties beweegprogramma’s aanbieden. Ook wordt er viermaal per week een uur gewandeld vanuit het gezondheidscentrum: WandelFit (en soms: RollatorFit). Trots is Verheijen op de Diabetes Challenge die dit jaar voor de tweede maal op poten wordt gezet samen met de Bas van der Goor Foundation, met ditmaal zo’n 40-50 deelnemers. ‘De resultaten van zo’n challenge zijn groot. Het mooiste is de gedragsverandering die de deelnemers bereiken. Ze worden zich bewust van wat activiteit met hun ziekte doet en met hun sociale leven.’ Een niet onbelangrijk resultaat is ook dat voor deze groep de gemiddelde zorgkosten omlaag zijn gegaan. ‘Onze investeringen in de challenge zijn terugverdiend, al belandt dat rendement nu bij de zorgverzekeraar en niet bij de fysiotherapeuten of de mensen zelf!’

Verheijen beschouwt de collectieve preventie niet als een verantwoordelijkheid van het gezondheidscentrum, maar ziet voor het gezondheidscentrum wel een rol als aanjager. ‘Het is een mindset’, vervolgt hij, ‘we krijgen er energie van en dat geeft ruimte om het naast onze andere werkzaamheden op te pakken. De kartrekkers in onze organisatie zijn de fysiotherapeuten, die de huisartsen, de directie en alle andere medewerkers hebben meegekregen. We ervaren het als een stukje zingeving. We zijn allemaal de gezondheidszorg ingegaan om mensen gezond te houden. Het is fijn om te zien hoe je letterlijk het verschil kan maken!’ Aan collega’s die nog op de drempel staan: ‘Begin met het leren kennen van je lokale sportnetwerk. Wat er gebeurt er in jouw omgeving? Waar zit de energie? Of dat nou kaatsen is, wandelen of jeu de boules, dat maakt niet uit, het gaat erom dat je mensen verleidt om uit hun patroon van niet bewegen te stappen.’

Meer informatie

Functie- en competentieprofiel voor praktijkondersteuner GGZ 

20 februari 2015

Twee weken terug maakten we al melding van het nieuwe functie- en competentieprofiel voor de POH-GGZ. De meeste huisartsen werken tegenwoordig samen met deze praktijkondersteuner die hen ondersteunt bij de begeleiding en behandeling van patiënten met psychische, psychosociale of psychosomatische problematiek. Er ligt nu een mooi opgemaakte versie van het functie- en competentieprofiel, daarom voegen we het nog een keer bij. In deze nieuwe versie kun je vanuit de inhoudsopgave makkelijk doorklikken naar het gewenste onderwerp (en weer terug). Als InEen beschouwen we het nieuwe profiel als een belangrijke stap op weg naar verdere professionalisering van de functie POH-GGZ.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Twee weken terug maakten we al melding van het nieuwe functie- en competentieprofiel voor de POH-GGZ. De meeste huisartsen werken tegenwoordig samen met deze praktijkondersteuner die hen ondersteunt bij de begeleiding en behandeling van patiënten met psychische, psychosociale of psychosomatische problematiek. Er ligt nu een mooi opgemaakte versie van het functie- en competentieprofiel, daarom voegen we het nog een keer bij. In deze nieuwe versie kun je vanuit de inhoudsopgave makkelijk doorklikken naar het gewenste onderwerp (en weer terug). Als InEen beschouwen we het nieuwe profiel als een belangrijke stap op weg naar verdere professionalisering van de functie POH-GGZ.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Casemanagement dementie

20 februari 2015

Met ingang van 2015 maakt casemanagement dementie deel uit van de aanspraak Wijkverpleging. Menzis heeft met zorgaanbieders contracten afgesloten voor het bieden van wijkverpleging, inclusief casemanagement dementie. Hierbij is het budget voor casemanagement niet specifiek geoormerkt, om zorgaanbieders de ruimte te geven deze zorg zo goed en efficiënt mogelijk te regelen voor klanten. Zorgaanbieders kiezen zelf hoe zij casemanagement dementie inrichten: met aparte casemanagers dementie, of als onderdeel van het werk van de reguliere wijkverpleegkundige.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Met ingang van 2015 maakt casemanagement dementie deel uit van de aanspraak Wijkverpleging. Menzis heeft met zorgaanbieders contracten afgesloten voor het bieden van wijkverpleging, inclusief casemanagement dementie. Hierbij is het budget voor casemanagement niet specifiek geoormerkt, om zorgaanbieders de ruimte te geven deze zorg zo goed en efficiënt mogelijk te regelen voor klanten. Zorgaanbieders kiezen zelf hoe zij casemanagement dementie inrichten: met aparte casemanagers dementie, of als onderdeel van het werk van de reguliere wijkverpleegkundige.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Enquête zorggroepen, gezondheidscentra en huisartsenposten

20 februari 2015

Afgelopen dinsdag 10 februari heeft het Nivel de enquête over de contractering uitgezet onder zorggroepen en gezondheidscentra. Wij vragen jullie nadrukkelijk de enquête in te vullen. InEen gaat de uitkomsten gebruiken in de landelijke overleggen over de contractering en in de gesprekken met de individuele verzekeraars om de contractering 2016 beter te laten verlopen dan afgelopen jaar. Neem met vragen over de enquête contact op met het Nivel of met Judith van Duren (InEen).
Afgelopen woensdag 11 februari hebben we de enquête over contractering ook aan de huisartsenposten gestuurd. Neem met vragen contact op met Margot Lenos.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht. 

[...]

Afgelopen dinsdag 10 februari heeft het Nivel de enquête over de contractering uitgezet onder zorggroepen en gezondheidscentra. Wij vragen jullie nadrukkelijk de enquête in te vullen. InEen gaat de uitkomsten gebruiken in de landelijke overleggen over de contractering en in de gesprekken met de individuele verzekeraars om de contractering 2016 beter te laten verlopen dan afgelopen jaar. Neem met vragen over de enquête contact op met het Nivel of met Judith van Duren (InEen).
Afgelopen woensdag 11 februari hebben we de enquête over contractering ook aan de huisartsenposten gestuurd. Neem met vragen contact op met Margot Lenos.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht. 

Programma themabijeenkomst implementatie zorgstandaard CVRM 

18 februari 2015

Aansluitend aan de Deelledenvergadering voor zorggroepen op dinsdag 3 maart is er vanaf 18.30 uur een themabijeenkomst over de implementatie van de zorgstandaard Cardiovasculair Risicomanagement (CVRM). Deze themabijeenkomst is een gezamenlijk initiatief van het Platform Vitale Vaten en InEen ter afsluiting van het implementatieproject Innovatie CVRM. Tijdens de bijeenkomst blikken we terug op de projectresultaten en wisselen we ervaringen uit die andere zorggroepen helpen bij de introductie van CVRM-zorgprogramma’s volgens  de zorgstandaard. Het programma is interessant voor mensen met inhoudelijke belangstelling voor de implementatie van zorgprogramma’s voor CVRM. We rekenen op de komst van bestuurders, managers, kwaliteitsmedewerkers en kaderhuisartsen van zorggroepen en gezondheidscentra.

[...]

Aansluitend aan de Deelledenvergadering voor zorggroepen op dinsdag 3 maart is er vanaf 18.30 uur een themabijeenkomst over de implementatie van de zorgstandaard Cardiovasculair Risicomanagement (CVRM). Deze themabijeenkomst is een gezamenlijk initiatief van het Platform Vitale Vaten en InEen ter afsluiting van het implementatieproject Innovatie CVRM. Tijdens de bijeenkomst blikken we terug op de projectresultaten en wisselen we ervaringen uit die andere zorggroepen helpen bij de introductie van CVRM-zorgprogramma’s volgens  de zorgstandaard. Het programma is interessant voor mensen met inhoudelijke belangstelling voor de implementatie van zorgprogramma’s voor CVRM. We rekenen op de komst van bestuurders, managers, kwaliteitsmedewerkers en kaderhuisartsen van zorggroepen en gezondheidscentra.

Andre Louwen in ZorgenZ

02 februari 2015

We attenderen jullie op het interview met Andre Louwen, directeur van de Stichting Georganiseerde eerstelijnszorg Zoetermeer (SGZ) in ZorgenZ. Louwen: ‘De dominante prikkel tot schaalvergroting moet uitgebannen worden, de zorg moet regionaal samenhangend georganiseerd worden en er moet zo min mogelijk bureaucratie voor patiënt en hulpverlener zijn. Het huidige systeem doet wetmatig precies het tegenovergestelde. Het leidt tot schaalvergroting en enorme bureaucratie en doet niets of nauwelijks iets aan regionale samenhang.’

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

We attenderen jullie op het interview met Andre Louwen, directeur van de Stichting Georganiseerde eerstelijnszorg Zoetermeer (SGZ) in ZorgenZ. Louwen: ‘De dominante prikkel tot schaalvergroting moet uitgebannen worden, de zorg moet regionaal samenhangend georganiseerd worden en er moet zo min mogelijk bureaucratie voor patiënt en hulpverlener zijn. Het huidige systeem doet wetmatig precies het tegenovergestelde. Het leidt tot schaalvergroting en enorme bureaucratie en doet niets of nauwelijks iets aan regionale samenhang.’

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Inzet POH Jeugd positief ontvangen in Zuidoost-Brabant

29 januari 2015

poh-jeugdIn september 2014 startten PoZoB (Praktijkondersteuning Zuidoost-Brabant,) DOH (De Ondernemende Huisarts) en SGE (Stichting Gezondheidscentra Eindhoven) met de inzet van praktijkondersteuners Jeugd in 13 huisartsenpraktijken en gezondheidscentra in Eindhoven en omgeving. De POH Jeugd ondersteunt huisartsen bij de opvang van kinderen en jongeren (tot 18 jaar) met psychosociale problemen. De pilot duurt tot midden 2015.

Met de komst van de POH Jeugd kunnen kinderen en jongeren dichtbij huis worden geholpen en worden ze minder snel doorverwezen naar andere instellingen. ‘Er was op de huisartsenpraktijk niet veel mogelijk op dit vlak. Wel voor volwassenen met een POH GGZ, maar niet voor kinderen en jongeren. De huisarts kon niet veel meer doen dan doorverwijzen naar een psycholoog of een GGZ-instelling.’ Projectleider Lianne Ringoir (PoZoB) geeft aan dat de transitie van de jeugdzorg de grote aanjager is geweest voor de pilot. ‘De huisarts heeft een vol spreekuur en niet veel tijd om de benodigde samenwerking op te zoeken. Een belangrijke rol van de POH Jeugd is samenwerken met jeugdartsen, kinderpsychologen en de wijkteams van de gemeente die nu overal worden geïmplementeerd. Bij kinderen speelt de omgeving – het gezin, de school – vaker een rol bij wat er aan de hand is.’

In de pilot zijn zeven POH’s ingezet voor 13 huisartsenpraktijken en gezondheidscentra. Elke POH werkt voor meerdere huisartsen en werkt nauw samen met kinderpsychologen van PsyZorg (coöperatie eerstelijnspsychologen Zuidoost-Brabant) die altijd beschikbaar zijn voor (telefonische) consultatie. De POH’s Jeugd krijgen te maken met een breed scala aan klachten, variërend van psychische problemen (somberheid, angst) tot gedragsproblemen of psychosomatische klachten (hoofdpijn, bedplassen). Ook de aanpak is divers, denk aan een paar gesprekken, maar ook aan adviezen voor ouders (bijvoorbeeld over opvoeding of omgaan met bepaald gedrag) en leerkrachten. Als er toch een verwijzing nodig is, kan die door de inzet van de POH heel gericht plaats vinden.

De evaluatie in december 2014 liet zeer positieve reacties zien, zowel van patiënten als van de huisartsen. Ringoir: ‘De patiënten gaven een gemiddeld eindcijfer van 8,5. Dus dat is echt hoog. Huisartsen geven vooral aan blij te zijn in de eigen praktijk iets voor kinderen en jongeren te kunnen doen. Voorheen verdween een kind na doorverwijzing meestal volledig uit beeld.’ Behalve de korte lijnen noemt Ringoir de vertrouwdheid van de huisartsenpraktijk.’ Bovendien, zegt ze, wordt er oplossingsgericht gewerkt. ‘Als er een diagnose door een psycholoog nodig is, is het nodig, maar het is niet het doel op zich.’

Het project is een samenwerking van PoZoB, De Ondernemende Huisarts (DOH), Stichting Gezondheidscentra Eindhoven (SGE), PsyZorg, De Combinatie Jeugdzorg, GGzE en de zorgverzekeraars CZ en VGZ. In 2014 verleenden VEZN en de provincie Noord-Brabant een subsidie om de samenwerking vorm te geven en te implementeren. In de zomer van 2015 worden de pilots opnieuw geëvalueerd. In de tussentijd kunnen meer praktijken in de regio aanhaken.

Meer informatie

[...]

poh-jeugdIn september 2014 startten PoZoB (Praktijkondersteuning Zuidoost-Brabant,) DOH (De Ondernemende Huisarts) en SGE (Stichting Gezondheidscentra Eindhoven) met de inzet van praktijkondersteuners Jeugd in 13 huisartsenpraktijken en gezondheidscentra in Eindhoven en omgeving. De POH Jeugd ondersteunt huisartsen bij de opvang van kinderen en jongeren (tot 18 jaar) met psychosociale problemen. De pilot duurt tot midden 2015.

Met de komst van de POH Jeugd kunnen kinderen en jongeren dichtbij huis worden geholpen en worden ze minder snel doorverwezen naar andere instellingen. ‘Er was op de huisartsenpraktijk niet veel mogelijk op dit vlak. Wel voor volwassenen met een POH GGZ, maar niet voor kinderen en jongeren. De huisarts kon niet veel meer doen dan doorverwijzen naar een psycholoog of een GGZ-instelling.’ Projectleider Lianne Ringoir (PoZoB) geeft aan dat de transitie van de jeugdzorg de grote aanjager is geweest voor de pilot. ‘De huisarts heeft een vol spreekuur en niet veel tijd om de benodigde samenwerking op te zoeken. Een belangrijke rol van de POH Jeugd is samenwerken met jeugdartsen, kinderpsychologen en de wijkteams van de gemeente die nu overal worden geïmplementeerd. Bij kinderen speelt de omgeving – het gezin, de school – vaker een rol bij wat er aan de hand is.’

In de pilot zijn zeven POH’s ingezet voor 13 huisartsenpraktijken en gezondheidscentra. Elke POH werkt voor meerdere huisartsen en werkt nauw samen met kinderpsychologen van PsyZorg (coöperatie eerstelijnspsychologen Zuidoost-Brabant) die altijd beschikbaar zijn voor (telefonische) consultatie. De POH’s Jeugd krijgen te maken met een breed scala aan klachten, variërend van psychische problemen (somberheid, angst) tot gedragsproblemen of psychosomatische klachten (hoofdpijn, bedplassen). Ook de aanpak is divers, denk aan een paar gesprekken, maar ook aan adviezen voor ouders (bijvoorbeeld over opvoeding of omgaan met bepaald gedrag) en leerkrachten. Als er toch een verwijzing nodig is, kan die door de inzet van de POH heel gericht plaats vinden.

De evaluatie in december 2014 liet zeer positieve reacties zien, zowel van patiënten als van de huisartsen. Ringoir: ‘De patiënten gaven een gemiddeld eindcijfer van 8,5. Dus dat is echt hoog. Huisartsen geven vooral aan blij te zijn in de eigen praktijk iets voor kinderen en jongeren te kunnen doen. Voorheen verdween een kind na doorverwijzing meestal volledig uit beeld.’ Behalve de korte lijnen noemt Ringoir de vertrouwdheid van de huisartsenpraktijk.’ Bovendien, zegt ze, wordt er oplossingsgericht gewerkt. ‘Als er een diagnose door een psycholoog nodig is, is het nodig, maar het is niet het doel op zich.’

Het project is een samenwerking van PoZoB, De Ondernemende Huisarts (DOH), Stichting Gezondheidscentra Eindhoven (SGE), PsyZorg, De Combinatie Jeugdzorg, GGzE en de zorgverzekeraars CZ en VGZ. In 2014 verleenden VEZN en de provincie Noord-Brabant een subsidie om de samenwerking vorm te geven en te implementeren. In de zomer van 2015 worden de pilots opnieuw geëvalueerd. In de tussentijd kunnen meer praktijken in de regio aanhaken.

Meer informatie

Eugen Zuiderwijk: ‘Het patiëntenportaal is geen gril’

29 januari 2015

MijnGCM-ipadZelfmanagement is een van de belangrijke onderwerpen voor de toekomst van de eerste lijn. Hoe ondersteunen we de patiënt bij het nemen van meer regie in het omgaan met ziekte? Het digitale patiëntenportaal geldt daarbij als een onmisbaar instrument. Gezondheids-centrum Maarssenbroek startte twee jaar geleden met MijnGCM dat inmiddels geldt als een best practice. Projectleider en huisarts Eugen Zuiderwijk is nu bezig met een regionaal platform. En hij maakt graag reclame voor de implementatiekoffer van Zelfzorg Ondersteund.

Van de 14.500 patiënten van het Gezondheidscentrum Maarssenbroek heeft nu ongeveer 14% een account op MijnGCM. ‘Dat lijkt niet veel, maar elke week komen er mensen bij. Het loopt en dat is veel waard’, aldus Zuiderwijk. In een artikel op het Kennisplein Chronische Zorg legt hij uit dat een patiëntenportaal jaren nodig heeft om te landen. Veel huisartsen, vult hij aan, zijn op dit moment nog niet toe aan dergelijke innovaties. ‘Er komt al zoveel op ons af. Maar tegelijk komen huisartsen steeds vaker de behoefte van zorgverzekeraars tegen op het gebied van e-health.’ Daarom heeft hij aan de leden van de zorggroep Ketenzorgnu (waarvan hij directeur is) voorgesteld om een verkennend onderzoek uit te voeren naar het ontwikkelen van een regionaal platform. Zuiderwijk: ‘Ik denk dat dat een goede oplossing is voor zorggroepen: een regionaal platform die de drie pijlers onder e-health aanbiedt. Algemeen zelfmanagement voor mensen die zelf een consult willen plannen of hun lab-uitslagen gepubliceerd willen zien. Zelfmanagement voor chronische patiënten en zelfmanagement binnen de ggz.’ Het idee is, legt hij uit, dat deelnemende huisartsen eenvoudig een of meer van deze modules gebruiken via de eigen website; voor de patiënt blijft de herkenbaarheid en de vertrouwdheid van de praktijk overeind. Zuiderwijk: ‘In die verkennende fase nemen we nadrukkelijk de aanbevelingen mee uit de implementatiekoffer van Zelfzorg Ondersteund!.’

Niet alleen de zorgverzekeraar oefent druk uit, ook de NPCF heeft een duidelijke agenda voor e-health (het persoonlijke gezondheidsdossier) en hetzelfde geldt voor VWS. Toch waarschuwt Zuiderwijk voor de valkuil om snel een instrument aan te schaffen en van start te gaan. ‘Zo werkt het niet. Je kunt niet vanuit een blauwdruk van de leverancier het vanaf morgen zo en zo gaan aanpakken. Werken met een patiëntenportaal, betekent hoe dan ook aanpassen van je werkprocessen. Dat moet je stap voor stap in samenspraak met de professionals op de werkvloer doen en je moet leren van de wisselwerking tussen de praktijk en het systeem.’ En daarmee zijn we weer terug bij het begin van het gesprek: ‘Het is een lang proces. Maar dat geldt ook voor andere sectoren. Kijk naar Schiphol, hoeveel tijd en begeleiding het vraagt om de reiziger te leren zelf de bagage in te checken. En zij hebben veel meer middelen tot hun beschikking.’

Zuiderwijk: ‘Het komt neer op: investeren in een gemeenschappelijke visie en een gemeenschappelijke ambitie, een goeie voorverkenning doen, klein beginnen, leren en dan opschalen. Pas dan ga je de revenuen pakken. Maar één zekerheid heb je: de business case wordt altijd positief. Want deze ontwikkeling is duurzaam. Het is geen gril. Het is niet zo dat patiënten over vijf jaar geen digitale afspraken meer willen maken of hun dossier niet meer willen inzien. Dit is de toekomst waar de zorg naartoe gaat. En dat maakt de investering de moeite waard.’

Lees ook

[...]

MijnGCM-ipadZelfmanagement is een van de belangrijke onderwerpen voor de toekomst van de eerste lijn. Hoe ondersteunen we de patiënt bij het nemen van meer regie in het omgaan met ziekte? Het digitale patiëntenportaal geldt daarbij als een onmisbaar instrument. Gezondheids-centrum Maarssenbroek startte twee jaar geleden met MijnGCM dat inmiddels geldt als een best practice. Projectleider en huisarts Eugen Zuiderwijk is nu bezig met een regionaal platform. En hij maakt graag reclame voor de implementatiekoffer van Zelfzorg Ondersteund.

Van de 14.500 patiënten van het Gezondheidscentrum Maarssenbroek heeft nu ongeveer 14% een account op MijnGCM. ‘Dat lijkt niet veel, maar elke week komen er mensen bij. Het loopt en dat is veel waard’, aldus Zuiderwijk. In een artikel op het Kennisplein Chronische Zorg legt hij uit dat een patiëntenportaal jaren nodig heeft om te landen. Veel huisartsen, vult hij aan, zijn op dit moment nog niet toe aan dergelijke innovaties. ‘Er komt al zoveel op ons af. Maar tegelijk komen huisartsen steeds vaker de behoefte van zorgverzekeraars tegen op het gebied van e-health.’ Daarom heeft hij aan de leden van de zorggroep Ketenzorgnu (waarvan hij directeur is) voorgesteld om een verkennend onderzoek uit te voeren naar het ontwikkelen van een regionaal platform. Zuiderwijk: ‘Ik denk dat dat een goede oplossing is voor zorggroepen: een regionaal platform die de drie pijlers onder e-health aanbiedt. Algemeen zelfmanagement voor mensen die zelf een consult willen plannen of hun lab-uitslagen gepubliceerd willen zien. Zelfmanagement voor chronische patiënten en zelfmanagement binnen de ggz.’ Het idee is, legt hij uit, dat deelnemende huisartsen eenvoudig een of meer van deze modules gebruiken via de eigen website; voor de patiënt blijft de herkenbaarheid en de vertrouwdheid van de praktijk overeind. Zuiderwijk: ‘In die verkennende fase nemen we nadrukkelijk de aanbevelingen mee uit de implementatiekoffer van Zelfzorg Ondersteund!.’

Niet alleen de zorgverzekeraar oefent druk uit, ook de NPCF heeft een duidelijke agenda voor e-health (het persoonlijke gezondheidsdossier) en hetzelfde geldt voor VWS. Toch waarschuwt Zuiderwijk voor de valkuil om snel een instrument aan te schaffen en van start te gaan. ‘Zo werkt het niet. Je kunt niet vanuit een blauwdruk van de leverancier het vanaf morgen zo en zo gaan aanpakken. Werken met een patiëntenportaal, betekent hoe dan ook aanpassen van je werkprocessen. Dat moet je stap voor stap in samenspraak met de professionals op de werkvloer doen en je moet leren van de wisselwerking tussen de praktijk en het systeem.’ En daarmee zijn we weer terug bij het begin van het gesprek: ‘Het is een lang proces. Maar dat geldt ook voor andere sectoren. Kijk naar Schiphol, hoeveel tijd en begeleiding het vraagt om de reiziger te leren zelf de bagage in te checken. En zij hebben veel meer middelen tot hun beschikking.’

Zuiderwijk: ‘Het komt neer op: investeren in een gemeenschappelijke visie en een gemeenschappelijke ambitie, een goeie voorverkenning doen, klein beginnen, leren en dan opschalen. Pas dan ga je de revenuen pakken. Maar één zekerheid heb je: de business case wordt altijd positief. Want deze ontwikkeling is duurzaam. Het is geen gril. Het is niet zo dat patiënten over vijf jaar geen digitale afspraken meer willen maken of hun dossier niet meer willen inzien. Dit is de toekomst waar de zorg naartoe gaat. En dat maakt de investering de moeite waard.’

Lees ook

Vragenlijst zelfevaluatie voor ketenzorgorganisaties

20 januari 2015

In december hebben we de gezondheidscentra per email gevraagd kenbaar te maken of zij ketenzorg aanbieden. Zo ja en bij interesse zijn medewerkers van deze centra welkom in het bestaande kwaliteitsnetwerk en uitgenodigd deel te nemen aan kwaliteitsinitiatieven voor ketenzorggroepen. Zo wordt over twee weken de digitale vragenlijst zelfevaluatie voor ketenzorgorganisaties opengesteld. Deze vragenlijst is onderdeel van een methodiek waarmee zorggroepen voor zichzelf kunnen bepalen in hoeverre ze voldoen aan de 21 Kritische Kwaliteitskenmerken (KKK’s). Vanaf 2015 stelt InEen, op verzoek van leden, de digitale vragenlijst ook open voor gezondheidscentra die ketenzorg leveren. Mogelijk zijn niet alle 21 kwaliteitskenmerken volledig toepasbaar op de organisatie van ketenzorg door gezondheidscentra. Toch biedt het een eerste stap om het kwaliteitsbeleid rondom de organisatie van ketenzorg te verkennen. Er zijn al diverse reacties op deze uitnodiging binnen gekomen. Gezondheidscentra die belangstelling hebben, maar de email nog niet hebben beantwoord, kunnen tot aanstaande woensdag 14 januari hier hun gegevens achterlaten.
Voor vragen hierover kunt u terecht bij Mariska Sijstermans.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 9 januari 2015.

[...]

In december hebben we de gezondheidscentra per email gevraagd kenbaar te maken of zij ketenzorg aanbieden. Zo ja en bij interesse zijn medewerkers van deze centra welkom in het bestaande kwaliteitsnetwerk en uitgenodigd deel te nemen aan kwaliteitsinitiatieven voor ketenzorggroepen. Zo wordt over twee weken de digitale vragenlijst zelfevaluatie voor ketenzorgorganisaties opengesteld. Deze vragenlijst is onderdeel van een methodiek waarmee zorggroepen voor zichzelf kunnen bepalen in hoeverre ze voldoen aan de 21 Kritische Kwaliteitskenmerken (KKK’s). Vanaf 2015 stelt InEen, op verzoek van leden, de digitale vragenlijst ook open voor gezondheidscentra die ketenzorg leveren. Mogelijk zijn niet alle 21 kwaliteitskenmerken volledig toepasbaar op de organisatie van ketenzorg door gezondheidscentra. Toch biedt het een eerste stap om het kwaliteitsbeleid rondom de organisatie van ketenzorg te verkennen. Er zijn al diverse reacties op deze uitnodiging binnen gekomen. Gezondheidscentra die belangstelling hebben, maar de email nog niet hebben beantwoord, kunnen tot aanstaande woensdag 14 januari hier hun gegevens achterlaten.
Voor vragen hierover kunt u terecht bij Mariska Sijstermans.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 9 januari 2015.

Volgformat ZN voor S2/S3 en S1/S3

15 december 2014

InEen heeft van ZN een volgformat ontvangen voor S2/S3 en voor S1/S3. Ze hebben ons gevraagd deze bij jullie onder de aandacht te brengen. Hoewel ZN heeft aangegeven geen mutaties meer te kunnen doorvoeren, hebben we toch twee vraagtekens geplaatst bij het format voor S2/S3:

  1. De koppen van de prestaties VRM en DM 2/VRM lijken door elkaar gehaald.
  2. Een aantal programma onderdelen (bijvoorbeeld fundus) lijken te ontbreken bij DM 2/VRM.

We adviseren zorggroepen en gezondheidscentra goed te kijken of de afspraken met de preferente zorgverzekeraar in het format passen.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

InEen heeft van ZN een volgformat ontvangen voor S2/S3 en voor S1/S3. Ze hebben ons gevraagd deze bij jullie onder de aandacht te brengen. Hoewel ZN heeft aangegeven geen mutaties meer te kunnen doorvoeren, hebben we toch twee vraagtekens geplaatst bij het format voor S2/S3:

  1. De koppen van de prestaties VRM en DM 2/VRM lijken door elkaar gehaald.
  2. Een aantal programma onderdelen (bijvoorbeeld fundus) lijken te ontbreken bij DM 2/VRM.

We adviseren zorggroepen en gezondheidscentra goed te kijken of de afspraken met de preferente zorgverzekeraar in het format passen.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Film over zelfmanagement verkrijgbaar

15 december 2014

Eind september is in het kader van Zorg Poort  de film ‘Ik ben patiënt… heb ik zelf ook nog iets te zeggen?’vertoond. De film laat zien dat er op het punt van zelfmanagement door patiënten nog veel te winnen is. Het was een interessante bijeenkomst, waarvan jullie het verslag op de website van Zorg Poort kunnen nalezen. Ook kunnen jullie de film bij ons opvragen, zodat je hem in eigen kring kunt vertonen. Stuur daarvoor een email naar communicatie@ineen.nl. De volgende bijeenkomst van Zorg Poort staat gepland voor februari 2015 (in Nieuws Poort in Den Haag).

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Eind september is in het kader van Zorg Poort  de film ‘Ik ben patiënt… heb ik zelf ook nog iets te zeggen?’vertoond. De film laat zien dat er op het punt van zelfmanagement door patiënten nog veel te winnen is. Het was een interessante bijeenkomst, waarvan jullie het verslag op de website van Zorg Poort kunnen nalezen. Ook kunnen jullie de film bij ons opvragen, zodat je hem in eigen kring kunt vertonen. Stuur daarvoor een email naar communicatie@ineen.nl. De volgende bijeenkomst van Zorg Poort staat gepland voor februari 2015 (in Nieuws Poort in Den Haag).

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Verbinden van preventie en zorg in de praktijk

24 november 2014

Over de samenwerking tussen zorg en welzijn en tussen patiënten en professionals op wijk- en buurtniveau is op www.loketgezondleven.nl een praktische handreiking verschenen in de vorm van een e-boek: Preventie en zorg verbinden in de praktijk. Wijkgezondheidsprofiel en beleidsdialoog als handvatten. Het e-book bundelt informatie, ervaringen, voorbeelden en tips. Het is samengesteld aan de hand van ervaringen in zeven Brabantse pilotwijken en gefinancierd door ZonMw. Ook InEen was betrokken. ‘Samenwerking tussen en afstemming met professionals is daarom voor burgers van groot belang. Tegelijkertijd weten we dat het overbruggen van de verschillen in de denk- en doewerelden lang niet altijd eenvoudig is’, aldus directeur Marnix de Romph in de introductie van de handreiking.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Over de samenwerking tussen zorg en welzijn en tussen patiënten en professionals op wijk- en buurtniveau is op www.loketgezondleven.nl een praktische handreiking verschenen in de vorm van een e-boek: Preventie en zorg verbinden in de praktijk. Wijkgezondheidsprofiel en beleidsdialoog als handvatten. Het e-book bundelt informatie, ervaringen, voorbeelden en tips. Het is samengesteld aan de hand van ervaringen in zeven Brabantse pilotwijken en gefinancierd door ZonMw. Ook InEen was betrokken. ‘Samenwerking tussen en afstemming met professionals is daarom voor burgers van groot belang. Tegelijkertijd weten we dat het overbruggen van de verschillen in de denk- en doewerelden lang niet altijd eenvoudig is’, aldus directeur Marnix de Romph in de introductie van de handreiking.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Website voor hulpverleners ebola

24 november 2014

In Medisch Contact lazen we dat er deze week een website is geopend voor mensen die willen helpen in de bestrijding van ebola. Naast artsen en verpleegkundigen is er dringend behoefte aan managers en logistiek personeel. Op ebolajobs.nl vinden zij vacatures. De website is een initiatief van de samenwerkende hulporganisaties.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

In Medisch Contact lazen we dat er deze week een website is geopend voor mensen die willen helpen in de bestrijding van ebola. Naast artsen en verpleegkundigen is er dringend behoefte aan managers en logistiek personeel. Op ebolajobs.nl vinden zij vacatures. De website is een initiatief van de samenwerkende hulporganisaties.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Deelledenvergadering gezondheidscentra op 18 december 2014

24 november 2014

Op donderdag 18 december 2014 is er een deelledenvergadering (werkgeversvergadering) uitgeschreven voor de gezondheidscentra (10.00-12.00 uur in Utrecht). Tijdens de bijeenkomst informeert de werkgeversdelegatie van het Overleg Arbeidsvoorwaarden Gezondheidscentra (OAG) jullie over de voortgang van een nieuwe Cao Gezondheidscentra/AHG. Ook wil de werkgeversdelegatie, afhankelijk van de uitkomsten van de Cao-onderhandelingen de komende weken, enkele keuzes en beslispunten met jullie bespreken. Reserveer de datum vast in je agenda. De vergaderstukken ontvangen jullie zo snel mogelijk. Als je vragen hebt, neem dan contact op met Michaela de Gelder.

[...]

Op donderdag 18 december 2014 is er een deelledenvergadering (werkgeversvergadering) uitgeschreven voor de gezondheidscentra (10.00-12.00 uur in Utrecht). Tijdens de bijeenkomst informeert de werkgeversdelegatie van het Overleg Arbeidsvoorwaarden Gezondheidscentra (OAG) jullie over de voortgang van een nieuwe Cao Gezondheidscentra/AHG. Ook wil de werkgeversdelegatie, afhankelijk van de uitkomsten van de Cao-onderhandelingen de komende weken, enkele keuzes en beslispunten met jullie bespreken. Reserveer de datum vast in je agenda. De vergaderstukken ontvangen jullie zo snel mogelijk. Als je vragen hebt, neem dan contact op met Michaela de Gelder.

CBP onderzoek naar toestemming-verlening

13 november 2014

Het CBP heeft op 4 november de conclusies gepubliceerd van een onderzoek bij VZVZ.

Twee dingen zijn onderzocht: 

  • Hebben de patiënten, die zijn opgenomen in de verwijsindex van het LSP, toestemming gegeven aan hun eigen huisarts of apotheek?
  • Welke waarborgen heeft VZVZ getroffen opdat die toestemming is verkregen overeenkomstig de vereisten  die daarvoor gelden op grond van de Wbp?

In de onderzochte steekproef van 149 dossiers in het LSP (BSN’s in de verwijsindex) waren van acht dossiers niet de juiste bewijsstukken voor handen. VZVZ heeft de onduidelijkheid rond deze dossiers inmiddels opgelost: deze patiënten hebben wel toestemming gegeven. Het CBP stelt vast dat VZVZ nu voldoende technische en organisatorische waarborgen heeft getroffen om te zorgen dat alleen persoonsgegevens worden verwerkt van patiënten die daarvoor toestemming hebben verleend. Het CBP eist onder andere dat informatiemateriaal over het geven van toestemming voor gegevensuitwisseling aantoonbaar aan patiënten wordt verstrekt. Naar aanleiding van het onderzoek is het voorlichtingsmateriaal op de website van VZVZ aangepast. We adviseren de organisaties die toestemming moeten vragen aan hun patiënten hier secuur mee om te gaan. Lees ook het bericht van de LHV over het CBP rapport.

[...]

Het CBP heeft op 4 november de conclusies gepubliceerd van een onderzoek bij VZVZ.

Twee dingen zijn onderzocht: 

  • Hebben de patiënten, die zijn opgenomen in de verwijsindex van het LSP, toestemming gegeven aan hun eigen huisarts of apotheek?
  • Welke waarborgen heeft VZVZ getroffen opdat die toestemming is verkregen overeenkomstig de vereisten  die daarvoor gelden op grond van de Wbp?

In de onderzochte steekproef van 149 dossiers in het LSP (BSN’s in de verwijsindex) waren van acht dossiers niet de juiste bewijsstukken voor handen. VZVZ heeft de onduidelijkheid rond deze dossiers inmiddels opgelost: deze patiënten hebben wel toestemming gegeven. Het CBP stelt vast dat VZVZ nu voldoende technische en organisatorische waarborgen heeft getroffen om te zorgen dat alleen persoonsgegevens worden verwerkt van patiënten die daarvoor toestemming hebben verleend. Het CBP eist onder andere dat informatiemateriaal over het geven van toestemming voor gegevensuitwisseling aantoonbaar aan patiënten wordt verstrekt. Naar aanleiding van het onderzoek is het voorlichtingsmateriaal op de website van VZVZ aangepast. We adviseren de organisaties die toestemming moeten vragen aan hun patiënten hier secuur mee om te gaan. Lees ook het bericht van de LHV over het CBP rapport.

Rekenmodel 2015 beschikbaar voor zorggroepen en gezondheidscentra

13 november 2014

In opdracht van InEen heeft SiRM een rekenmodel ontwikkeld. Zorggroepen en gezondheidscentra kunnen het model in de week van 17 november verwachten. Gezien de complexiteit van het model organiseren we twee bijeenkomsten waarop SiRM het model zal toelichten. Als je van plan bent om het model te gaan gebruiken adviseren we je een bijeenkomst bij te wonen. De informatiebijeenkomsten vinden plaats in Utrecht (Domus Medica) op 18 november (14.00-16.00 uur) en 20 november (15.00-17.00 uur).  Directeuren, controllers en financieel beleidsmakers van gezondheidscentra en zorggroepen zijn van harte welkom. Laat even weten of en met wie je komt via info@ineen.nl.

[...]

In opdracht van InEen heeft SiRM een rekenmodel ontwikkeld. Zorggroepen en gezondheidscentra kunnen het model in de week van 17 november verwachten. Gezien de complexiteit van het model organiseren we twee bijeenkomsten waarop SiRM het model zal toelichten. Als je van plan bent om het model te gaan gebruiken adviseren we je een bijeenkomst bij te wonen. De informatiebijeenkomsten vinden plaats in Utrecht (Domus Medica) op 18 november (14.00-16.00 uur) en 20 november (15.00-17.00 uur).  Directeuren, controllers en financieel beleidsmakers van gezondheidscentra en zorggroepen zijn van harte welkom. Laat even weten of en met wie je komt via info@ineen.nl.

Rekenmodel 2015 beschikbaar voor zorggroepen en gezondheidscentra

07 november 2014

In de week van 17 november kunnen zorggroepen en gezondheidscentra het rekenmodel verwachten dat SiRM in opdracht van InEen heeft ontwikkeld. Gezien de complexiteit van het model organiseren we ook twee informatiebijeenkomsten waarop SiRM het gebruik van het model toelicht. De informatiebijeenkomsten vinden plaats in Utrecht (Domus Medica) op 18 november (14.00-16.00 uur) en 20 november (15.00-17.00 uur). Directeuren, controllers en financieel beleidsmakers van gezondheidscentra en zorggroepen zijn van harte welkom! Aanmelden via info@ineen.nl.

Een gezondheidscentrum of zorggroep kan met het rekenmodel een aantal scenario’s doorrekenen voor de omzet van segment 1, segment 2 en segment 3 in 2013, 2014 en 2015.Het is een Excel rekenmodel waarin de effecten van volume- en tariefmutaties zowel apart als gecombineerd inzichtelijk worden gemaakt. Het model geeft inzicht in een aantal scenario’s. Daarmee kan het de onderhandelingen met de zorgverzekeraar of het gesprek met de aangesloten huisartsen ondersteunen.

De aanleiding voor het ontwikkelen van een rekenmodel was de 77/23 problematiek. Het huidige model is een rekenmodel voor de omzet, geen rekenmodel voor de kosten. Het model verhoogt het inzicht in de samenhang tussen de verschillende segmenten. Daarmee kan het model ondersteuning bieden in de discussie met de zorgverzekeraar over de onderbouwing van de tarieven.

In het rekenmodel wordt de omzet berekend op basis van bekende en verwachtte tarieven. Om het model te gebruiken zijn gegevens of een goede inschatting nodig van de volumes en de tarieven in de verschillende segmenten. Dat betekent u ook gegevens uit de dagpraktijk van de huisartsen. Wij zijn ons bewust dat de gezondheidscentra deze makkelijker kunnen verkrijgen dan de zorggroepen.

[...]

In de week van 17 november kunnen zorggroepen en gezondheidscentra het rekenmodel verwachten dat SiRM in opdracht van InEen heeft ontwikkeld. Gezien de complexiteit van het model organiseren we ook twee informatiebijeenkomsten waarop SiRM het gebruik van het model toelicht. De informatiebijeenkomsten vinden plaats in Utrecht (Domus Medica) op 18 november (14.00-16.00 uur) en 20 november (15.00-17.00 uur). Directeuren, controllers en financieel beleidsmakers van gezondheidscentra en zorggroepen zijn van harte welkom! Aanmelden via info@ineen.nl.

Een gezondheidscentrum of zorggroep kan met het rekenmodel een aantal scenario’s doorrekenen voor de omzet van segment 1, segment 2 en segment 3 in 2013, 2014 en 2015.Het is een Excel rekenmodel waarin de effecten van volume- en tariefmutaties zowel apart als gecombineerd inzichtelijk worden gemaakt. Het model geeft inzicht in een aantal scenario’s. Daarmee kan het de onderhandelingen met de zorgverzekeraar of het gesprek met de aangesloten huisartsen ondersteunen.

De aanleiding voor het ontwikkelen van een rekenmodel was de 77/23 problematiek. Het huidige model is een rekenmodel voor de omzet, geen rekenmodel voor de kosten. Het model verhoogt het inzicht in de samenhang tussen de verschillende segmenten. Daarmee kan het model ondersteuning bieden in de discussie met de zorgverzekeraar over de onderbouwing van de tarieven.

In het rekenmodel wordt de omzet berekend op basis van bekende en verwachtte tarieven. Om het model te gebruiken zijn gegevens of een goede inschatting nodig van de volumes en de tarieven in de verschillende segmenten. Dat betekent u ook gegevens uit de dagpraktijk van de huisartsen. Wij zijn ons bewust dat de gezondheidscentra deze makkelijker kunnen verkrijgen dan de zorggroepen.

FAQ bekostiging/contractering

22 oktober 2014

We krijgen op het bureau veel vragen en signalen over de bekostiging en contractering van zorggroepen en gezondheidscentra . Zoals aangekondigd in het weekbericht van 26 september hebben wij een overzicht met veelgestelde vragen en antwoorden samengesteld (FAQ’s). Bij de antwoorden hebben wij ook links naar verschillende landelijke afspraken toegevoegd.
We zullen de FAQ’s in de komende weken aanvullen.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

We krijgen op het bureau veel vragen en signalen over de bekostiging en contractering van zorggroepen en gezondheidscentra . Zoals aangekondigd in het weekbericht van 26 september hebben wij een overzicht met veelgestelde vragen en antwoorden samengesteld (FAQ’s). Bij de antwoorden hebben wij ook links naar verschillende landelijke afspraken toegevoegd.
We zullen de FAQ’s in de komende weken aanvullen.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

ZonMw-congres Kennis in de buurt

22 oktober 2014

Zorg en ondersteuning in de buurt is een actueel thema. ZonMw organiseert in samenwerking met de kennisinstituten een congres dat antwoorden geeft op praktijk- en beleidsvragen. Met veel interactieve sessies om samen te komen tot oplossingen in de praktijk. De eerste lijn is een van de hoofdthema’s in het programma. Het congres vindt plaats op 1 december a.s. van 12.00-20.15 uur in het Beatrixgebouw te Utrecht. De toegang is gratis, inschrijving vooraf is dan wel een vereiste. Meer informatie vind je op www.zonmw.nl/kennisindebuurt.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Zorg en ondersteuning in de buurt is een actueel thema. ZonMw organiseert in samenwerking met de kennisinstituten een congres dat antwoorden geeft op praktijk- en beleidsvragen. Met veel interactieve sessies om samen te komen tot oplossingen in de praktijk. De eerste lijn is een van de hoofdthema’s in het programma. Het congres vindt plaats op 1 december a.s. van 12.00-20.15 uur in het Beatrixgebouw te Utrecht. De toegang is gratis, inschrijving vooraf is dan wel een vereiste. Meer informatie vind je op www.zonmw.nl/kennisindebuurt.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Inspectie ziet af van handhaving ‘integrale aanpak leefstijlondersteuning’

22 oktober 2014

IGZ heeft onderzoek gedaan naar de aanpak van leefstijlondersteuning in achterstandswijken. Daar waar deze aanpak volgens IGZ nog onvoldoende was, werden eerstelijnscentra aangewezen als verantwoordelijke voor de verbetering. De betreffende gezondheidscentra werden gesommeerd voor hun wijk een plan op te stellen en te rapporteren aan de IGZ, met handhaving als ultiem remedium.

Naar aanleiding van vragen van enkele leden is InEen hierover met IGZ in gesprek gegaan. Het eenzijdig neerleggen van de verantwoordelijkheid bij gezondheidscentra leek ons niet terecht. Daarnaast zagen we net als de LHV (juridische) knelpunten in het voorgestelde toetsingskader. Vanwege voortschrijdend inzicht en een accentverschuiving naar risicotoezicht heeft de IGZ haar beoogde handhavingsbeleid herzien. Dit betekent dat de IGZ de implementatie van de randvoorwaarden uit het toetsingskader vooralsnog niet zal toetsen. De aangeschreven eerstelijnscentra hoeven voor de IGZ geen rapportage op te stellen. De betreffende gezondheidscentra zijn hier afgelopen week door de IGZ over geïnformeerd. De inspectie gaat er vanuit dat gezondheidscentra de verbeteringen in hun wijk op een passende manier zullen voortzetten.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

IGZ heeft onderzoek gedaan naar de aanpak van leefstijlondersteuning in achterstandswijken. Daar waar deze aanpak volgens IGZ nog onvoldoende was, werden eerstelijnscentra aangewezen als verantwoordelijke voor de verbetering. De betreffende gezondheidscentra werden gesommeerd voor hun wijk een plan op te stellen en te rapporteren aan de IGZ, met handhaving als ultiem remedium.

Naar aanleiding van vragen van enkele leden is InEen hierover met IGZ in gesprek gegaan. Het eenzijdig neerleggen van de verantwoordelijkheid bij gezondheidscentra leek ons niet terecht. Daarnaast zagen we net als de LHV (juridische) knelpunten in het voorgestelde toetsingskader. Vanwege voortschrijdend inzicht en een accentverschuiving naar risicotoezicht heeft de IGZ haar beoogde handhavingsbeleid herzien. Dit betekent dat de IGZ de implementatie van de randvoorwaarden uit het toetsingskader vooralsnog niet zal toetsen. De aangeschreven eerstelijnscentra hoeven voor de IGZ geen rapportage op te stellen. De betreffende gezondheidscentra zijn hier afgelopen week door de IGZ over geïnformeerd. De inspectie gaat er vanuit dat gezondheidscentra de verbeteringen in hun wijk op een passende manier zullen voortzetten.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Gezondheidscentra hijsen stormbal over contractering 2015

22 oktober 2014

In een speciale bijeenkomst van leden-gezondheidscentra van InEen werd afgelopen dinsdagavond grote zorg en verontwaardiging geuit over de eerste contractvoorstellen van zorgverzekeraars voor 2015. De contractering is net op gang gekomen maar de eerste voorstellen van de verzekeraars liggen meestal ver af van de verwachtingen die gezondheidscentra hebben op basis van het bestuurlijk akkoord eerste lijn zoals dat juli vorig jaar werd gesloten en deze zomer werd bekrachtigd. Lees verder. Voor de leden-gezondheidscentra zal er op 27 oktober aanstaande, een vervolgbijeenkomst worden gehouden van 18.00 uur tot 20.00 uur in Domus Medica. U kunt zich aanmelden via info@ineen.nl.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht

[...]

In een speciale bijeenkomst van leden-gezondheidscentra van InEen werd afgelopen dinsdagavond grote zorg en verontwaardiging geuit over de eerste contractvoorstellen van zorgverzekeraars voor 2015. De contractering is net op gang gekomen maar de eerste voorstellen van de verzekeraars liggen meestal ver af van de verwachtingen die gezondheidscentra hebben op basis van het bestuurlijk akkoord eerste lijn zoals dat juli vorig jaar werd gesloten en deze zomer werd bekrachtigd. Lees verder. Voor de leden-gezondheidscentra zal er op 27 oktober aanstaande, een vervolgbijeenkomst worden gehouden van 18.00 uur tot 20.00 uur in Domus Medica. U kunt zich aanmelden via info@ineen.nl.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht

Voortgang CAO Gezondheidscentra/AHG

07 oktober 2014

Tijdens de deelledenvergadering (werkgeversvergadering) van de gezondheidscentra op 23 september 2014 is de voortgang van een nieuwe Cao Gezondheidscentra/AHG besproken. Ondanks het feit dat de Cao-partijen voortvarend een basis hebben gelegd voor de nieuwe cao is formeel nog geen overeenstemming bereikt over een nieuwe Cao Gezondheidscentra/AHG. Om te vermijden dat door het verstrijken van de opzeggingsdatum de huidige – voor ons ontoereikende – cao automatisch doorloopt met tenminste een jaar, is besloten de Cao Gezondheidscentra/AHG 2013-2014 tijdig, namelijk vóór 1 oktober 2014, pro forma op te zeggen. Met de term ‘pro forma’ wordt bedoeld een opzegging onder een expliciete vermelding dat niet de intentie bestaat om vanaf 1 januari 2015 cao-loos te zijn, mits de nieuwe cao daadwerkelijk fundamenteel wijzigt ten opzichte van de huidige cao. Meer informatie staat in de  brief (inclusief bijlagen 1 en 2) aan de werkgevers van de gezondheidscentra. Hier vinden jullie de  Cao Gezondheidscentra/AHG 2013-2014 (over enkele weken verschijnt van deze tekst ook een cao boekje). Met vragen kunnen jullie contact opnemen met Michaela de Gelder.

[...]

Tijdens de deelledenvergadering (werkgeversvergadering) van de gezondheidscentra op 23 september 2014 is de voortgang van een nieuwe Cao Gezondheidscentra/AHG besproken. Ondanks het feit dat de Cao-partijen voortvarend een basis hebben gelegd voor de nieuwe cao is formeel nog geen overeenstemming bereikt over een nieuwe Cao Gezondheidscentra/AHG. Om te vermijden dat door het verstrijken van de opzeggingsdatum de huidige – voor ons ontoereikende – cao automatisch doorloopt met tenminste een jaar, is besloten de Cao Gezondheidscentra/AHG 2013-2014 tijdig, namelijk vóór 1 oktober 2014, pro forma op te zeggen. Met de term ‘pro forma’ wordt bedoeld een opzegging onder een expliciete vermelding dat niet de intentie bestaat om vanaf 1 januari 2015 cao-loos te zijn, mits de nieuwe cao daadwerkelijk fundamenteel wijzigt ten opzichte van de huidige cao. Meer informatie staat in de  brief (inclusief bijlagen 1 en 2) aan de werkgevers van de gezondheidscentra. Hier vinden jullie de  Cao Gezondheidscentra/AHG 2013-2014 (over enkele weken verschijnt van deze tekst ook een cao boekje). Met vragen kunnen jullie contact opnemen met Michaela de Gelder.

7 oktober: bijeenkomst gezondheidscentra

30 september 2014

Na een gesprek met collega’s van gezondheidscentra in Den Haag, Huizen en Zoetermeer hebben we besloten op dinsdag 7 oktober aanstaande een extra bijeenkomst voor gezondheidscentra te organiseren. Zie  de uitnodiging. Op de agenda staan enkele actuele vraagstukken die voor gezondheidscentra van groot belang zijn, waaronder de GEZ-financiering. Verder willen we met elkaar nadenken over de positie van de gezondheidscentra in de toekomst en de verwachtingen richting InEen. De bijeenkomst is ook bedoeld om de onderlinge band en de band met InEen te versterken. Jullie zijn op 7 oktober welkom in Utrecht (Domus Medica) van 18:00 tot 20:00 uur. We zorgen voor een broodje. Graag horen we of je komt (email naar info@ineen.nl).

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

[...]

Na een gesprek met collega’s van gezondheidscentra in Den Haag, Huizen en Zoetermeer hebben we besloten op dinsdag 7 oktober aanstaande een extra bijeenkomst voor gezondheidscentra te organiseren. Zie  de uitnodiging. Op de agenda staan enkele actuele vraagstukken die voor gezondheidscentra van groot belang zijn, waaronder de GEZ-financiering. Verder willen we met elkaar nadenken over de positie van de gezondheidscentra in de toekomst en de verwachtingen richting InEen. De bijeenkomst is ook bedoeld om de onderlinge band en de band met InEen te versterken. Jullie zijn op 7 oktober welkom in Utrecht (Domus Medica) van 18:00 tot 20:00 uur. We zorgen voor een broodje. Graag horen we of je komt (email naar info@ineen.nl).

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

Twee interessante websites

26 september 2014

In de afgelopen periode zijn er twee interessante nieuwe websites gelanceerd:

  1. VWS heeft samen met cliënten en professionals in de zorg een site gemaakt over de veranderingen in de zorg: www.hoeverandertmijnzorg.nl. De website geeft uitleg over de overgang van AWBZ naar Wmo, Zorgverzekeringswet, Jeugdwet en Wet langdurige zorg. Interessant voor cliënten, maar zeker ook voor zorgverleners, die veel vragen krijgen over de veranderingen.
  2. ZN heeft www.zorgverzekeraars.nl ontwikkeld, met basisinformatie voor verzekerden. Zij krijgen hier onder meer uitleg over het zorgstelsel, de rol van de zorgverzekeraars, de zorgverzekering, controle en fraude. Ook bevat de site een infographic over de besteding van de zorgpremie.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

[...]

In de afgelopen periode zijn er twee interessante nieuwe websites gelanceerd:

  1. VWS heeft samen met cliënten en professionals in de zorg een site gemaakt over de veranderingen in de zorg: www.hoeverandertmijnzorg.nl. De website geeft uitleg over de overgang van AWBZ naar Wmo, Zorgverzekeringswet, Jeugdwet en Wet langdurige zorg. Interessant voor cliënten, maar zeker ook voor zorgverleners, die veel vragen krijgen over de veranderingen.
  2. ZN heeft www.zorgverzekeraars.nl ontwikkeld, met basisinformatie voor verzekerden. Zij krijgen hier onder meer uitleg over het zorgstelsel, de rol van de zorgverzekeraars, de zorgverzekering, controle en fraude. Ook bevat de site een infographic over de besteding van de zorgpremie.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

Bijeenkomst voor gezondheidscentra

26 september 2014

We hebben afgelopen week gesproken met Anne van Popta (SGH), Jan Willem Gort (GC Huizen) en André Louwen (bestuurslid InEen en GC Zoetermeer). Geconcludeerd is dat het goed is om op korte termijn speciaal voor Gezondheidscentra een bijeenkomst te organiseren. We kunnen dan een paar actuele vraagstukken bespreken, en de onderlinge band en de band met InEen versterken. We denken onder andere aan actuele bekostigingsvragen, de GEZ-financiering en mogelijk andere vraagstukken. Jullie zijn welkom op dinsdag 7 oktober 2014 van 18:00 tot 20:30 uur in Utrecht (Domus Medica). We zorgen voor een broodje. Laten jullie weten of je wel of niet komt? Graag even een e-mail.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

[...]

We hebben afgelopen week gesproken met Anne van Popta (SGH), Jan Willem Gort (GC Huizen) en André Louwen (bestuurslid InEen en GC Zoetermeer). Geconcludeerd is dat het goed is om op korte termijn speciaal voor Gezondheidscentra een bijeenkomst te organiseren. We kunnen dan een paar actuele vraagstukken bespreken, en de onderlinge band en de band met InEen versterken. We denken onder andere aan actuele bekostigingsvragen, de GEZ-financiering en mogelijk andere vraagstukken. Jullie zijn welkom op dinsdag 7 oktober 2014 van 18:00 tot 20:30 uur in Utrecht (Domus Medica). We zorgen voor een broodje. Laten jullie weten of je wel of niet komt? Graag even een e-mail.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

Debat jonge politici in Tiel

23 september 2014

Op maandag 22 september  gaan jonge Nederlandse politici met elkaar in debat over de kwaliteit en den toegankelijkheid van zorg en gezondheid. De discussie wordt georganiseerd door het Platform Nieuwezorg en vindt plaats in het Eerstelijns Gezondheidscentrum Tiel (17.30-20.30 uur). Prof. Dr. Wim Groot (onder meer lid van de Raad voor de Volksgezondheid) houdt een inleiding. De jeugdafdelingen van de grotere politieke partijen zijn vertegenwoordigd. Meer informatie en aanmelden

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

[...]

Op maandag 22 september  gaan jonge Nederlandse politici met elkaar in debat over de kwaliteit en den toegankelijkheid van zorg en gezondheid. De discussie wordt georganiseerd door het Platform Nieuwezorg en vindt plaats in het Eerstelijns Gezondheidscentrum Tiel (17.30-20.30 uur). Prof. Dr. Wim Groot (onder meer lid van de Raad voor de Volksgezondheid) houdt een inleiding. De jeugdafdelingen van de grotere politieke partijen zijn vertegenwoordigd. Meer informatie en aanmelden

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

Verloskundigen mogen anticonceptie voorschrijven

23 september 2014

Sinds 1 september zijn verloskundigen bevoegd om in de kraamperiode de anticonceptiepil en het spiraal voor te schrijven. Het KNOV (Koninklijke Nederlandse Organisatie van Verloskundigen) stelde samen met het NHG hetstandpunt Anticonceptie op waarin – om de continuïteit van zorg te waarborgen – het belang van een goede overdracht en communicatie tussen verloskundige en huisarts wordt onderstreept.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

[...]

Sinds 1 september zijn verloskundigen bevoegd om in de kraamperiode de anticonceptiepil en het spiraal voor te schrijven. Het KNOV (Koninklijke Nederlandse Organisatie van Verloskundigen) stelde samen met het NHG hetstandpunt Anticonceptie op waarin – om de continuïteit van zorg te waarborgen – het belang van een goede overdracht en communicatie tussen verloskundige en huisarts wordt onderstreept.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

Nieuwe InEen-collega’s

23 september 2014

Graag stellen we drie nieuwe InEen-collega’s aan jullie voor:

Ella Benedictus: beleidsmedewerker
Ella werkt sinds juni aan het project ‘Verbetering samenwerking en samenhang in de keten van acute zorg’. Daarnaast is ze betrokken bij het programma ‘Zorgvernieuwing & onderzoek’. In haar vorige werkkring heef ze gewerkt aan het oprichten en borgen van het netwerk samenwerking in de zorg voor jeugd. Het project ‘Verbetering samenwerking en samenhang’ is inmiddels op stoom. Binnenkort worden de huisartsenposten benaderd over de samenwerking met ketenpartners.

Judith van Duren, programmamanager
Judith is sinds 1 september programmamanager bij InEen en accountmanager voor de gezondheidscentra. Haar aandachtsgebieden zijn bekostiging, praktijkvoering en contractering, en informatiebeleid (benchmarking, gegevens-uitwisseling, enzovoort). De afgelopen jaren deed ze belangrijke ervaring op bij de KNMT (Koninklijke Vereniging tot bevordering van de tandheelkunde), ZN en de NZa.

Rianne van Pijkeren, beleidsmedewerker
Rianne doet sinds 1 september voor een half jaar ervaring op als beleidsmedewerker in het project ‘Verbetering samenwerking en samenhang in de keten van acute zorg’. Ze is van huis uit ergotherapeut en behaalde onlangs haar master Gezondheidswetenschappen (richting beleid en organisatie van de zorg) aan de Vrije Universiteit in Amsterdam.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

[...]

Graag stellen we drie nieuwe InEen-collega’s aan jullie voor:

Ella Benedictus: beleidsmedewerker
Ella werkt sinds juni aan het project ‘Verbetering samenwerking en samenhang in de keten van acute zorg’. Daarnaast is ze betrokken bij het programma ‘Zorgvernieuwing & onderzoek’. In haar vorige werkkring heef ze gewerkt aan het oprichten en borgen van het netwerk samenwerking in de zorg voor jeugd. Het project ‘Verbetering samenwerking en samenhang’ is inmiddels op stoom. Binnenkort worden de huisartsenposten benaderd over de samenwerking met ketenpartners.

Judith van Duren, programmamanager
Judith is sinds 1 september programmamanager bij InEen en accountmanager voor de gezondheidscentra. Haar aandachtsgebieden zijn bekostiging, praktijkvoering en contractering, en informatiebeleid (benchmarking, gegevens-uitwisseling, enzovoort). De afgelopen jaren deed ze belangrijke ervaring op bij de KNMT (Koninklijke Vereniging tot bevordering van de tandheelkunde), ZN en de NZa.

Rianne van Pijkeren, beleidsmedewerker
Rianne doet sinds 1 september voor een half jaar ervaring op als beleidsmedewerker in het project ‘Verbetering samenwerking en samenhang in de keten van acute zorg’. Ze is van huis uit ergotherapeut en behaalde onlangs haar master Gezondheidswetenschappen (richting beleid en organisatie van de zorg) aan de Vrije Universiteit in Amsterdam.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

Aanvragen Vinex-subsidie 2015

22 september 2014

Hierbij attenderen wij je op bijgaande formulierenset en beleidskader van VWS t.b.v. het aanvragen van Vinex-subsidie voor 2015. Het opstarten van gezondheidscentra in grootschalige nieuwbouwlocaties gaat gepaard met specifieke aanloopproblemen. Zo zijn zorgverzekeraars terughoudend met het doen van investeringen, omdat het onduidelijk is of er voldoende verzekerden in de wijk komen wonen. Ten einde het opstarten van gezondheidscentra en andere samenwerkingsverbanden in de eerstelijnszorg in grootschalige nieuwbouwlocaties een kans te geven, bestaat er een subsidieregeling van VWS, de zogenoemde Vinex-subsidie.

Aanvragen tot verlening van subsidie ten behoeve van 2015 moeten uiterlijk 1 december 2014 zijn ingediend. Voor de aanvraag van de subsidie wordt een speciaal formulierset gebruikt. Zie voor meer informatie het beleidskader van VWS hierover en via de website van de Rijksoverheid, www.rijksoverheid.nl.

[...]

Hierbij attenderen wij je op bijgaande formulierenset en beleidskader van VWS t.b.v. het aanvragen van Vinex-subsidie voor 2015. Het opstarten van gezondheidscentra in grootschalige nieuwbouwlocaties gaat gepaard met specifieke aanloopproblemen. Zo zijn zorgverzekeraars terughoudend met het doen van investeringen, omdat het onduidelijk is of er voldoende verzekerden in de wijk komen wonen. Ten einde het opstarten van gezondheidscentra en andere samenwerkingsverbanden in de eerstelijnszorg in grootschalige nieuwbouwlocaties een kans te geven, bestaat er een subsidieregeling van VWS, de zogenoemde Vinex-subsidie.

Aanvragen tot verlening van subsidie ten behoeve van 2015 moeten uiterlijk 1 december 2014 zijn ingediend. Voor de aanvraag van de subsidie wordt een speciaal formulierset gebruikt. Zie voor meer informatie het beleidskader van VWS hierover en via de website van de Rijksoverheid, www.rijksoverheid.nl.

Ding mee naar Transformatieprijs

16 september 2014

Nogmaals wijzen we jullie op de Transformatieprijs die tijdens het congres De Eerste Lijn Transformeert: Herinrichting van het Zorglandschap op 31 oktober aanstaande wordt uitgereikt. De prijs wordt beschikbaar gesteld door Pharmapartners en is bestemd voor een project dat in het afgelopen jaar de kwaliteit van zorg sterk heeft verbeterd met een ICT toepassing. Marnix de Romph is gevraagd om namens InEen in de jury plaats te nemen, evenals emeritus hoogleraar Guus Schrijvers en Dorinda van Oosten, directeur new business van Pharmapartners. Naast de Transformatieprijs zelf wordt ook nog een aanmoedigingsprijs uitgereikt aan een high potential. Ken je mensen of projecten die voor de prijzen in aanmerking komen? Stuur vóór 29 september een mail naar b.bornhijn@jvei.nl. Jullie krijgen dan een link toegestuurd naar een online vragenlijst met vragen over het betreffende project. De Transformatieprijs bestaat uit een bedrag van € 5.000 (en € 2000 voor de high potential).

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

[...]

Nogmaals wijzen we jullie op de Transformatieprijs die tijdens het congres De Eerste Lijn Transformeert: Herinrichting van het Zorglandschap op 31 oktober aanstaande wordt uitgereikt. De prijs wordt beschikbaar gesteld door Pharmapartners en is bestemd voor een project dat in het afgelopen jaar de kwaliteit van zorg sterk heeft verbeterd met een ICT toepassing. Marnix de Romph is gevraagd om namens InEen in de jury plaats te nemen, evenals emeritus hoogleraar Guus Schrijvers en Dorinda van Oosten, directeur new business van Pharmapartners. Naast de Transformatieprijs zelf wordt ook nog een aanmoedigingsprijs uitgereikt aan een high potential. Ken je mensen of projecten die voor de prijzen in aanmerking komen? Stuur vóór 29 september een mail naar b.bornhijn@jvei.nl. Jullie krijgen dan een link toegestuurd naar een online vragenlijst met vragen over het betreffende project. De Transformatieprijs bestaat uit een bedrag van € 5.000 (en € 2000 voor de high potential).

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

Subsidie voor deskundigheidsbevordering wijkverpleegkundigen

16 september 2014

In opdracht van VWS en BZK voert ZonMw een tweede fase van het programma Zichtbare Schakel uit. De subsidieoproep is specifiek gericht op de deskundigheid van de wijkverpleegkundig om zorg te indiceren en te organiseren. Uitgangspunt is dat de zorg gericht is op het versterken van eigen regie en zelfredzaamheid van de cliënt. Voor de deskundigheidsbevordering van wijkverpleegkundigen kan maximaal € 500 per wijkverpleegkundige worden aangevraagd, plus maximaal 20% voor overheadkosten van de organisatie. Per organisatie kan één subsidieaanvraag worden ingediend voor maximaal € 150.000. In totaal is voor deze subsidieronde € 1,5 miljoen beschikbaar. Het indienen van aanvragen is mogelijk tot 2 oktober 15.00 uur. Hier vinden jullie informatie over de voorwaarden en over het aanvragen van de subsidie.
Eerder subsidieerde ZonMw Zichtbare Schakel-projecten voor de inzet van wijkverpleegkundigen in de wijk (2009 t/m 2012). Daarna zijn in 2013 en 2014 de meeste projecten gecontinueerd met financiering van de gemeenten (decentralisatie-uitkering Zichtbare Schakel). Vanaf 2015 komt de bekostiging van wijkverpleegkundigen onder de nieuwe aanspraak wijkverpleging in de Zorgverzekeringswet.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

[...]

In opdracht van VWS en BZK voert ZonMw een tweede fase van het programma Zichtbare Schakel uit. De subsidieoproep is specifiek gericht op de deskundigheid van de wijkverpleegkundig om zorg te indiceren en te organiseren. Uitgangspunt is dat de zorg gericht is op het versterken van eigen regie en zelfredzaamheid van de cliënt. Voor de deskundigheidsbevordering van wijkverpleegkundigen kan maximaal € 500 per wijkverpleegkundige worden aangevraagd, plus maximaal 20% voor overheadkosten van de organisatie. Per organisatie kan één subsidieaanvraag worden ingediend voor maximaal € 150.000. In totaal is voor deze subsidieronde € 1,5 miljoen beschikbaar. Het indienen van aanvragen is mogelijk tot 2 oktober 15.00 uur. Hier vinden jullie informatie over de voorwaarden en over het aanvragen van de subsidie.
Eerder subsidieerde ZonMw Zichtbare Schakel-projecten voor de inzet van wijkverpleegkundigen in de wijk (2009 t/m 2012). Daarna zijn in 2013 en 2014 de meeste projecten gecontinueerd met financiering van de gemeenten (decentralisatie-uitkering Zichtbare Schakel). Vanaf 2015 komt de bekostiging van wijkverpleegkundigen onder de nieuwe aanspraak wijkverpleging in de Zorgverzekeringswet.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

Wat te doen bij verdenking van ebola: instructies van RIVM en NHG

16 september 2014

Bij dit bericht vinden jullie instructies van het RIVM en het NHG over wat er moet gebeuren als een patiënt zich, telefonisch of op de huisartsenpost, meldt met een verdenking op ebola. Het spreekt vanzelf dat het belangrijk is dat alle medewerkers van de huisartsenpost hiervan op de hoogte zijn. Ook sturen we stroomschema voor triage mee met betrekking tot ebola, dat aansluit op de NTS.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

[...]

Bij dit bericht vinden jullie instructies van het RIVM en het NHG over wat er moet gebeuren als een patiënt zich, telefonisch of op de huisartsenpost, meldt met een verdenking op ebola. Het spreekt vanzelf dat het belangrijk is dat alle medewerkers van de huisartsenpost hiervan op de hoogte zijn. Ook sturen we stroomschema voor triage mee met betrekking tot ebola, dat aansluit op de NTS.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

Nieuw: Laego Bouwstenen, leergang Ouderengeneeskunde voor huisartsen en POH

16 september 2014

Graag wijzen we jullie op de nieuwe leergang Ouderengeneeskunde voor huisartsen en POH. De leergang speelt in op het overheidsbeleid dat erop is gericht ouderen zo lang mogelijk in de thuissituatie te verzorgen. Huisartsen krijgen daardoor vaker te maken met kwetsbare ouderen in hun praktijk. Met het oog daarop is in een unieke samenwerking tussen het NHG, de Expertgroep Laego, DOKh en Leerpunt KOEL een geheel onafhankelijke en praktijkgerichte leergang Ouderengeneeskunde ontwikkeld voor huisartsen en POH. Lees verder…

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden. 

[...]

Graag wijzen we jullie op de nieuwe leergang Ouderengeneeskunde voor huisartsen en POH. De leergang speelt in op het overheidsbeleid dat erop is gericht ouderen zo lang mogelijk in de thuissituatie te verzorgen. Huisartsen krijgen daardoor vaker te maken met kwetsbare ouderen in hun praktijk. Met het oog daarop is in een unieke samenwerking tussen het NHG, de Expertgroep Laego, DOKh en Leerpunt KOEL een geheel onafhankelijke en praktijkgerichte leergang Ouderengeneeskunde ontwikkeld voor huisartsen en POH. Lees verder…

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden. 

Nieuw programma multidisciplinaire zorg bij InEen

08 september 2014

Het programma multidisciplinaire zorg is een nieuwe loot aan de boom van InEen. We merken dat de ontwikkeling van multidisciplinaire zorg volop in beweging is. Op meerdere niveaus wordt aan het thema gewerkt. Op lokaal en regionaal niveau zijn veel van onze leden in projecten en pilots actief met het doorontwikkelen ervan, bijvoorbeeld op het gebied van de zorg voor kwetsbare ouderen en GGZ. Doorontwikkelen van multidisciplinaire zorg is één van de prioriteiten uit het Bestuurlijk Akkoord eerste lijn. Op landelijk niveau lopen er grote trajecten, zoals de hervorming van de langdurige zorg, Zelfzorg Ondersteund en de uitwerking van het Bestuurlijk Akkoord GGZ.

InEen wil deze de doorontwikkeling van multidisciplinaire zorg graag stimuleren en daarmee een bijdrage leveren aan de omslag van aandoeningsgerichte naar persoonsgerichte zorg. De inhoud en opzet van het programma wordt de komende tijd verder uitgewerkt. Jullie ideeën zijn van harte welkom. Neem daarvoor contact op met Frederik Vogelzang of Mariska Sijstermans die vanuit het bureau met het programma aan de slag gaan.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

[...]

Het programma multidisciplinaire zorg is een nieuwe loot aan de boom van InEen. We merken dat de ontwikkeling van multidisciplinaire zorg volop in beweging is. Op meerdere niveaus wordt aan het thema gewerkt. Op lokaal en regionaal niveau zijn veel van onze leden in projecten en pilots actief met het doorontwikkelen ervan, bijvoorbeeld op het gebied van de zorg voor kwetsbare ouderen en GGZ. Doorontwikkelen van multidisciplinaire zorg is één van de prioriteiten uit het Bestuurlijk Akkoord eerste lijn. Op landelijk niveau lopen er grote trajecten, zoals de hervorming van de langdurige zorg, Zelfzorg Ondersteund en de uitwerking van het Bestuurlijk Akkoord GGZ.

InEen wil deze de doorontwikkeling van multidisciplinaire zorg graag stimuleren en daarmee een bijdrage leveren aan de omslag van aandoeningsgerichte naar persoonsgerichte zorg. De inhoud en opzet van het programma wordt de komende tijd verder uitgewerkt. Jullie ideeën zijn van harte welkom. Neem daarvoor contact op met Frederik Vogelzang of Mariska Sijstermans die vanuit het bureau met het programma aan de slag gaan.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

Hervorming langdurige zorg

26 augustus 2014

Eerder deze week heeft InEen overleg gehad met het ministerie van VWS over welke rol we kunnen vervullen in de communicatie rondom de hervorming van de langdurige zorg (HLZ). De website www.hervorminglangdurigezorg.nl is online en geeft informatie voor zorgaanbieders. Ook is er de mogelijkheid om je te abonneren op de nieuwsbrief. We adviseren jullie dat te doen. Verder start eind september een landelijke campagne. Onderdeel daarvan is een flyer voor patiënten die op de balie kan worden neergelegd. Met VWS hebben we afgesproken te inventariseren of de leden van InEen behoefte hebben te zijner tijd een doosje flyers te ontvangen. Als dat zo is, gaat VWS dat samen met ons regelen. Laat ons via info@ineen.nl  weten of je hier prijs op stelt.

[...]

Eerder deze week heeft InEen overleg gehad met het ministerie van VWS over welke rol we kunnen vervullen in de communicatie rondom de hervorming van de langdurige zorg (HLZ). De website www.hervorminglangdurigezorg.nl is online en geeft informatie voor zorgaanbieders. Ook is er de mogelijkheid om je te abonneren op de nieuwsbrief. We adviseren jullie dat te doen. Verder start eind september een landelijke campagne. Onderdeel daarvan is een flyer voor patiënten die op de balie kan worden neergelegd. Met VWS hebben we afgesproken te inventariseren of de leden van InEen behoefte hebben te zijner tijd een doosje flyers te ontvangen. Als dat zo is, gaat VWS dat samen met ons regelen. Laat ons via info@ineen.nl  weten of je hier prijs op stelt.

Expertmeeting ‘Grenzen aan Zorginkoop: do’s and dont’s

25 augustus 2014

Met het oog op de komende onderhandelingen met zorgverzekeraars attenderen we jullie op een expertmeeting over zorginkoop. Het onderwerp wordt vanuit de verschillende perspectieven belicht met een accent op het juridisch/strategische kader. De inhoudelijke organisatie is in handen van Kien Legal, juridische experts op het terrein van gezondheidszorg en partner van InEen. De expertmeeting vindt plaats op 10 september in Rotterdam en duurt de hele dag. Zie hier het programma en de aanmeldgegevens.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

[...]

Met het oog op de komende onderhandelingen met zorgverzekeraars attenderen we jullie op een expertmeeting over zorginkoop. Het onderwerp wordt vanuit de verschillende perspectieven belicht met een accent op het juridisch/strategische kader. De inhoudelijke organisatie is in handen van Kien Legal, juridische experts op het terrein van gezondheidszorg en partner van InEen. De expertmeeting vindt plaats op 10 september in Rotterdam en duurt de hele dag. Zie hier het programma en de aanmeldgegevens.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

Variabilisering 2014: Nivel heeft alle metingen verwerkt

19 augustus 2014

Het Nivel heeft alle metingen voor de variabilisering 2014 verwerkt. Daarna is aan alle praktijken een brief gestuurd met hun score en de overige gegevens die van belang zijn bij het declareren van het variabiliseringstarief. We adviseren jullie deze brief goed te controleren, en eventuele onjuistheden in jullie gegevens door te geven aan de LHV (variabilisering@lhv.nl). Om in aanmerking te komen voor de variabiliseringsgelden hebben jullie ook dit jaar het dossier bijhouden volgens de ADEPD-richtlijnen (Adequate Dossiervorming Elektronisch Patiënten Dossier). Er werd dit jaar gemeten op twee indicatoren: 1. consulten voorzien van een betekenisvolle ICPC-code en 2. alle probleemstatuswaardige episodes daadwerkelijk een probleemstatus geven. Meer informatie op de LHV-website.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

[...]

Het Nivel heeft alle metingen voor de variabilisering 2014 verwerkt. Daarna is aan alle praktijken een brief gestuurd met hun score en de overige gegevens die van belang zijn bij het declareren van het variabiliseringstarief. We adviseren jullie deze brief goed te controleren, en eventuele onjuistheden in jullie gegevens door te geven aan de LHV (variabilisering@lhv.nl). Om in aanmerking te komen voor de variabiliseringsgelden hebben jullie ook dit jaar het dossier bijhouden volgens de ADEPD-richtlijnen (Adequate Dossiervorming Elektronisch Patiënten Dossier). Er werd dit jaar gemeten op twee indicatoren: 1. consulten voorzien van een betekenisvolle ICPC-code en 2. alle probleemstatuswaardige episodes daadwerkelijk een probleemstatus geven. Meer informatie op de LHV-website.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

Vacaturemonitor juni 2014: grote behoefte aan ondersteunend personeel

19 augustus 2014

Er is nog steeds een groot tekort aan praktijkondersteuners. Dat blijkt uit de nieuwste Vacaturemonitor van het Campagneteam Werken in de huisartsenzorg. De vraag naar praktijkondersteuners neemt toe door de grotere rol die huisartsen spelen in de wijken. De vacaturegraad voor praktijkondersteuners somatiek is gestegen van 4,3% in 2013 naar 7,1 procent in juni van dit jaar. Het aantal openstaande vacatures voor praktijkondersteuners-GGZ bedroeg in juni 2014 18%. Door het ontbreken van voldoende stageplaatsen dreigt er ook een tekort aan doktersassistenten. In februari 2014 leek het aantal vacatures (260) gedaald, in juni was dit echter weer fors gestegen tot 690, meer dan in juni 2013. Het Campagneteam is ondergebracht bij het sociaal fonds SSFH.

vacaturemonitor

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

 

[...]

Er is nog steeds een groot tekort aan praktijkondersteuners. Dat blijkt uit de nieuwste Vacaturemonitor van het Campagneteam Werken in de huisartsenzorg. De vraag naar praktijkondersteuners neemt toe door de grotere rol die huisartsen spelen in de wijken. De vacaturegraad voor praktijkondersteuners somatiek is gestegen van 4,3% in 2013 naar 7,1 procent in juni van dit jaar. Het aantal openstaande vacatures voor praktijkondersteuners-GGZ bedroeg in juni 2014 18%. Door het ontbreken van voldoende stageplaatsen dreigt er ook een tekort aan doktersassistenten. In februari 2014 leek het aantal vacatures (260) gedaald, in juni was dit echter weer fors gestegen tot 690, meer dan in juni 2013. Het Campagneteam is ondergebracht bij het sociaal fonds SSFH.

vacaturemonitor

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

 

Verlenging Vinex-subsidie

12 augustus 2014

De minister is van plan de huidige zogenaamde Vinex-regeling te verlengen. Voor het zomerreces liet Schippers weten: ‘Tevens maak ik van de mogelijkheid gebruik om u te informeren over mijn voornemen om de regeling te verlengen op basis waarvan subsidies verstrekt kunnen worden aan gezondheidscentra voor de aanloopproblemen die zij ondervinden bij het opstarten van geïntegreerde eerstelijnscentra in grootschalige nieuwbouwlocaties. De invoering van het nieuwe bekostigingsmodel zal als zodanig geen verandering voor deze centra teweeg brengen, waardoor ik in 2015 en de daarop volgende jaren, gedurende de aanloopperiode, voornemens ben om bepaalde gezondheidscentra in grootschalige nieuwbouwlocaties een subsidie te blijven geven. Bij de doorontwikkeling van het nieuwe model zal nader bekeken moeten worden welke rol verzekeraars kunnen oppakken en of dit onderdeel kan gaan uitmaken van de reguliere bekostiging.’ Neem contact op met Michaela de Gelder als jullie vragen hebben of gebruik willen maken van deze subsidieregeling: m.degelder@ineen.nl

[...]

De minister is van plan de huidige zogenaamde Vinex-regeling te verlengen. Voor het zomerreces liet Schippers weten: ‘Tevens maak ik van de mogelijkheid gebruik om u te informeren over mijn voornemen om de regeling te verlengen op basis waarvan subsidies verstrekt kunnen worden aan gezondheidscentra voor de aanloopproblemen die zij ondervinden bij het opstarten van geïntegreerde eerstelijnscentra in grootschalige nieuwbouwlocaties. De invoering van het nieuwe bekostigingsmodel zal als zodanig geen verandering voor deze centra teweeg brengen, waardoor ik in 2015 en de daarop volgende jaren, gedurende de aanloopperiode, voornemens ben om bepaalde gezondheidscentra in grootschalige nieuwbouwlocaties een subsidie te blijven geven. Bij de doorontwikkeling van het nieuwe model zal nader bekeken moeten worden welke rol verzekeraars kunnen oppakken en of dit onderdeel kan gaan uitmaken van de reguliere bekostiging.’ Neem contact op met Michaela de Gelder als jullie vragen hebben of gebruik willen maken van deze subsidieregeling: m.degelder@ineen.nl

Cao Gezondheidscentra/AHG 2011-2013

29 juli 2014

Hierbij ontvangt u de tekst van de Cao Gezondheidscentra/AHG 2011-2013.
Zodra de tekst van de huidige Cao Gezondheidscentra/AHG 2013-2014 gereed is, ontvangt u deze tekst niet alleen digitaal maar ook in de vorm van een Cao-boekje.

Tevens attenderen wij u op het volgende:

Op dinsdag 23 september 2014 vindt van 14.00 uur tot 16.00 uur in de Domus Medica te Utrecht een werkgeversvergadering van de gezondheidscentra plaats. Tijdens deze werkgeversvergadering is o.a. geagendeerd:

  1. De stand van zaken en voortgang van het moderniseren van de Cao Gezondheidscentra/AHG;
  2. Een analyse van de voor- en nadelen, zoals de juridische consequenties, van het mogelijk opzeggen van de Cao Gezondheidscentra/AHG 2013-2014.

Noteer deze vergadering s.v.p. alvast in uw agenda. De agenda en agendastukken worden begin september a.s. verstuurd.

Mocht u nadere toelichting wensen, dan kunt u contact opnemen met Michaela de Gelder, beleidsmedewerker InEen. Haar e-mailadres is: m.degelder@ineen.nl en telefonisch is zij bereikbaar op telefoonnummer 06 4016 3873.

[...]

Hierbij ontvangt u de tekst van de Cao Gezondheidscentra/AHG 2011-2013.
Zodra de tekst van de huidige Cao Gezondheidscentra/AHG 2013-2014 gereed is, ontvangt u deze tekst niet alleen digitaal maar ook in de vorm van een Cao-boekje.

Tevens attenderen wij u op het volgende:

Op dinsdag 23 september 2014 vindt van 14.00 uur tot 16.00 uur in de Domus Medica te Utrecht een werkgeversvergadering van de gezondheidscentra plaats. Tijdens deze werkgeversvergadering is o.a. geagendeerd:

  1. De stand van zaken en voortgang van het moderniseren van de Cao Gezondheidscentra/AHG;
  2. Een analyse van de voor- en nadelen, zoals de juridische consequenties, van het mogelijk opzeggen van de Cao Gezondheidscentra/AHG 2013-2014.

Noteer deze vergadering s.v.p. alvast in uw agenda. De agenda en agendastukken worden begin september a.s. verstuurd.

Mocht u nadere toelichting wensen, dan kunt u contact opnemen met Michaela de Gelder, beleidsmedewerker InEen. Haar e-mailadres is: m.degelder@ineen.nl en telefonisch is zij bereikbaar op telefoonnummer 06 4016 3873.

Normenkader wijkverpleegkunde

14 juli 2014

Op 1 juli is het normenkader voor het indiceren en organiseren van verpleging en verzorging in de eigen omgeving verschenen. Het normenkader is vooral bedoeld voor de wijkverpleegkundige, maar het is ook van toepassing op andere HBO-verpleegkundigen als zij zorg indiceren en organiseren in de eerste lijn. Het  normenkader is ontwikkeld door V&VN. Het beschrijft aan welke eisen verpleegkundigen voldoen bij het indiceren van extramurale verpleging en verzorging. Dat biedt duidelijkheid aan cliënten en is richtinggevend voor professionals, zorgaanbieders en zorgverzekeraars.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

[...]

Op 1 juli is het normenkader voor het indiceren en organiseren van verpleging en verzorging in de eigen omgeving verschenen. Het normenkader is vooral bedoeld voor de wijkverpleegkundige, maar het is ook van toepassing op andere HBO-verpleegkundigen als zij zorg indiceren en organiseren in de eerste lijn. Het  normenkader is ontwikkeld door V&VN. Het beschrijft aan welke eisen verpleegkundigen voldoen bij het indiceren van extramurale verpleging en verzorging. Dat biedt duidelijkheid aan cliënten en is richtinggevend voor professionals, zorgaanbieders en zorgverzekeraars.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

Nieuw thema Kwetsbare ouderen op Kennisplein Chronische Zorg

14 juli 2014

Steeds meer kwetsbare ouderen willen of moeten langer thuis blijven wonen. Hoe organiseren we de eerstelijns zorg voor deze ouderen zo goed mogelijk? Op het Kennisplein Chronische Zorg vind jullie nu praktijkgerichte kennis en praktische tools die helpen de ouderenzorg in de eerste lijn te verbeteren: van screening en assessment tot een compleet stappenplan voor integrale ouderenzorg in de wijk. Het thema Kwetsbare ouderen is samen met het ROS-netwerk, het NHG en Laego ontwikkeld. Als jullie op de hoogte willen blijven van nieuwe informatie op het kennisplein, kun je je aanmelden voor de gratis Nieuwsflits, het tweewekelijkse e-zine van het Kennisplein Chronische Zorg.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

[...]

Steeds meer kwetsbare ouderen willen of moeten langer thuis blijven wonen. Hoe organiseren we de eerstelijns zorg voor deze ouderen zo goed mogelijk? Op het Kennisplein Chronische Zorg vind jullie nu praktijkgerichte kennis en praktische tools die helpen de ouderenzorg in de eerste lijn te verbeteren: van screening en assessment tot een compleet stappenplan voor integrale ouderenzorg in de wijk. Het thema Kwetsbare ouderen is samen met het ROS-netwerk, het NHG en Laego ontwikkeld. Als jullie op de hoogte willen blijven van nieuwe informatie op het kennisplein, kun je je aanmelden voor de gratis Nieuwsflits, het tweewekelijkse e-zine van het Kennisplein Chronische Zorg.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

Wijkverpleging in 2015 naar de eerstelijns verzekerde zorg Oproep: wie heeft ideeën en ervaring?

14 juli 2014

Niet alleen de eerstelijns huisartsenzorg en de multidisciplinaire zorg gaan op de schop, ook de AWBZ. Een belangrijk onderdeel daarvan is de overheveling van de wijkverpleging naar de zorgverzekeringswet. De zorgverzekeraars gaan deze zorg vanaf 2015 inkopen. Hoe arrangeren we op tijd dat in de eerste lijn de integratie tussen wijkverpleging en huisartsenzorg tot stand komt, evenals op wijkniveau de verbinding met het sociale domein. Samen met enkele leden zijn we als InEen in dat vraagstuk gedoken en allerlei contacten aan het leggen. We bouwen voort op een onderzoek dat in 2013 al door de LVG werd geëntameerd. We zijn vooral geïnteresseerd in ideeën en ervaringen bij onze leden. Laat het ons dus weten als die bij jullie aanwezig zijn: info@ineen.nl.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

[...]

Niet alleen de eerstelijns huisartsenzorg en de multidisciplinaire zorg gaan op de schop, ook de AWBZ. Een belangrijk onderdeel daarvan is de overheveling van de wijkverpleging naar de zorgverzekeringswet. De zorgverzekeraars gaan deze zorg vanaf 2015 inkopen. Hoe arrangeren we op tijd dat in de eerste lijn de integratie tussen wijkverpleging en huisartsenzorg tot stand komt, evenals op wijkniveau de verbinding met het sociale domein. Samen met enkele leden zijn we als InEen in dat vraagstuk gedoken en allerlei contacten aan het leggen. We bouwen voort op een onderzoek dat in 2013 al door de LVG werd geëntameerd. We zijn vooral geïnteresseerd in ideeën en ervaringen bij onze leden. Laat het ons dus weten als die bij jullie aanwezig zijn: info@ineen.nl.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

Bouwstenen Zelfmanagement ontwikkeld

11 juli 2014

Het Landelijk Platform GGz heeft samen met de andere partijen van het Bestuurlijk Akkoord GGZ, waaronder InEen, de Bouwstenen Zelfmanagement en passende zorg ontwikkeld. Deze bieden een goed en praktisch uitgangspunt voor het leveren van passende (keten)zorg die zo veel mogelijk een beroep doet op de zelfredzaamheid van mensen met psychische problemen. Dat gaat van mensen die voor het eerst met hun problemen bij de huisarts komen tot mensen met ernstige psychiatrische aandoeningen. De bouwstenen zijn ontwikkeld in het project Zelfmanagement en passende zorg en worden momenteel geïmplementeerd in proeftuinen.

[...]

Het Landelijk Platform GGz heeft samen met de andere partijen van het Bestuurlijk Akkoord GGZ, waaronder InEen, de Bouwstenen Zelfmanagement en passende zorg ontwikkeld. Deze bieden een goed en praktisch uitgangspunt voor het leveren van passende (keten)zorg die zo veel mogelijk een beroep doet op de zelfredzaamheid van mensen met psychische problemen. Dat gaat van mensen die voor het eerst met hun problemen bij de huisarts komen tot mensen met ernstige psychiatrische aandoeningen. De bouwstenen zijn ontwikkeld in het project Zelfmanagement en passende zorg en worden momenteel geïmplementeerd in proeftuinen.

ZN-inkoopgids wijkverpleging

06 juli 2014

Per 1 januari 2015 gaat de wijkverpleging over van de AWBZ naar de Zorgverzekeringswet. Om dit proces goed te laten verlopen, heeft ZN een inkoopgids wijkverpleging 2015 opgesteld. Deze is bedoeld als basisset van afspraken bij de onderhandelingen over de ‘extramurale zorginkoop van verpleging en verzorging zonder verblijf’. De gids bevat actuele informatie die zorginkopers en zorgverleners kunnen gebruiken bij het maken van afspraken. Omdat er nog veel onzekerheden zijn, kunnen aan de inkoopgids geen rechten worden ontleend. Relevante wijzigingen na deze publicatie komen op de website van ZN. Overigens is 2015 een overgangsjaar, de transformatie van de wijkverpleging is een meerjarig proces.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

[...]

Per 1 januari 2015 gaat de wijkverpleging over van de AWBZ naar de Zorgverzekeringswet. Om dit proces goed te laten verlopen, heeft ZN een inkoopgids wijkverpleging 2015 opgesteld. Deze is bedoeld als basisset van afspraken bij de onderhandelingen over de ‘extramurale zorginkoop van verpleging en verzorging zonder verblijf’. De gids bevat actuele informatie die zorginkopers en zorgverleners kunnen gebruiken bij het maken van afspraken. Omdat er nog veel onzekerheden zijn, kunnen aan de inkoopgids geen rechten worden ontleend. Relevante wijzigingen na deze publicatie komen op de website van ZN. Overigens is 2015 een overgangsjaar, de transformatie van de wijkverpleging is een meerjarig proces.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

Congres: De Eerste lijn transformeert

03 juli 2014

Het eerstelijnscongres in het najaar is inmiddels een traditie. Dit jaar is het thema van dit congres: De eerste lijn transformeert: herinrichting van het zorglandschap. Het wordt georganiseerd door het Jan van Es Instituut en het ROS-netwerk. Reserveer alvast 31 oktober  in uw agenda. Wilt u zeker zijn van deelname, meldt u dan vast aan op de site van het Jan van Es Instituut.

[...]

Het eerstelijnscongres in het najaar is inmiddels een traditie. Dit jaar is het thema van dit congres: De eerste lijn transformeert: herinrichting van het zorglandschap. Het wordt georganiseerd door het Jan van Es Instituut en het ROS-netwerk. Reserveer alvast 31 oktober  in uw agenda. Wilt u zeker zijn van deelname, meldt u dan vast aan op de site van het Jan van Es Instituut.

Contractering wijkverpleegkundige zorg

26 juni 2014

GZVanaf 1 juli 2014 neemt de zorgverzekeraar de wijkverpleegkundige zorg in het kader van de nieuwe bekostiging mee in het inkoopbeleid. Wat betekent dit voor de rol van de wijkverpleegkundige? In Rotterdam zijn ze voorbereid, waarbij de gekozen oplossing andere regio’s wellicht kan inspireren.

Even terug in de geschiedenis. Sinds in 2008 de befaamde motie Hamer zorgde voor extra (geld voor) wijkverpleegkundige zorg in aandachtswijken, is er op dit terrein veel goeds gebeurd. In 2010 ging het ZonMw-programma Zichtbare Schakels van start met projecten overal in Nederland. Afgezien van lokale verschillen ging het er om de wijkverpleegkundige een centrale rol te geven in de wijken, waarbij zij een laagdrempelig aanspreekpunt vormt voor bewoners én het hele scala aan professionals (huisartsen, maatschappelijk werk, welzijnswerkers, GGZ). Deze aanpak heeft alleen maar aan actualiteit gewonnen, gezien het huidige streven naar een integraal zorgaanbod dichtbij de patiënt. De schakelfunctie biedt veel perspectieven zeker in een goede verbinding met verpleging en verzorging, huisartsenzorg en sociale wijkteams

Mieke Reynen, bestuursvoorzitter van de stichting OSER in Rotterdam, maakt zich zorgen over het voortbestaan van de hernieuwde verbinding met de huisarts. Aanvankelijk leek het erop, legt ze uit, dat de wijkverpleegkundige zorg zou overgaan naar de gemeente. Een flinke lobby heeft dat voorkomen, waardoor de  verbinding tussen verzorging en verpleging  behouden is.  De verbinding met de huisartsenzorg – waar de projecten Zichtbare Schakels hun meerwaarde hebben bewezen – is echter nog niet  verankerd.  Vanaf 2015 komt wijkverpleegkundige zorg in  het basispakket van de zorgverzekering, waarbij bij de – essentiële – verbinding met de huisarts en het sociale wijkteam echter geen voorwaarde is.

De wijkverpleging wordt ingekocht via het segment  verpleging & verzorging.  Reynen: ‘Daar zit mijn zorg. Als er geen verbinding is met het sociale wijkteam en huisarts zijn we weer terug bij de oude versnipperde situatie, terwijl we vijf jaar met goede resultaten hebben geëxperimenteerd.’  Ze vindt het belangrijk dat InEen zich sterk maakt in een lobby naar NZa, ZN, zorgverzekeraars en VWS voor een financiering die een centrale positie van de wijkverpleegkundige in de wijk ondersteunt. In haar visie betekent dat, dat er in de  inkoopvoorwaarden minimaal staat dat wijkverpleging, sociale wijkteams en geïntegreerde Eerstelijnszorg  (huisartsenzorg ) met elkaar verbonden zijn en met elkaar samenwerken op gelijkwaardige basis. De wijkverpleegkundige is in deze verbinding een zelfstandige professional met een onafhankelijke positie.

Reynen: ‘Gedwongen winkelnering of inzet als accountmanager moet niet mogelijk zijn. Het belang van de klant is uitgangspunt. Daar hebben we in Rotterdam goede ervaringen mee opgedaan, geen gemakkelijke maar wel een effectieve werkwijze’. Daarbij: vanaf 1 januari 2015 mogen alleen wijkverpleeg-kundigen van niveau 5 indiceren. ‘Ik onderschrijf dit principe, maar op dit moment zijn er onvoldoende wijkverpleegkundigen op dit niveau. Degenen die dit werk de afgelopen periode hebben gedaan en veel expertise hebben,  kunnen in de nieuwe situatie niet meer worden ingezet.’ Ze pleit ervoor in 2015 de wijkverpleegkundige niveau 4 met opgebouwde expertise ook mee te nemen onder voorwaarde dat er aanvullende scholing plaats vindt en men door kan groeien naar de gewenste competentie

In Rotterdam hebben de thuiszorgaanbieders en de gezondheidscentra de handen ineen geslagen en de intentie uitgesproken om een corporatie op te richten. Reynen: ‘We willen de ervaring van vijf jaar niet zomaar over de schutting gooien.  De goede en effectieve werkwijze willen we behouden en verbreden naar het sociale domein en daarbij een goede verbinding realiseren tussen de twee verschillende financieringsvormen. Zowel in de huisartsenzorg als in de verpleging & verzorging gebeurt de  financiering in drie segmenten. We vinden elkaar in segment 3 waarin we gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor het resultaat.’  ‘In segment 1’, gaat ze verder, ‘zijn we complementair en in segment 2 heeft ieder zijn eigen expertise maar het effect daarvan zien we terug bij een goede samenwerking in segment 3.’

Voor de andere gezondheidscentra in Nederland houdt Reynen haar hart vast: ‘Er zijn gezondheidscentra die ook thuiszorgaanbieder zijn, maar de meesten zijn dat niet en die hebben straks geen mogelijkheid om wijkverpleging in te kunnen kopen. Achmea bijvoorbeeld heeft laten weten segment 1 en 2 al in 2015 alleen gekoppeld in te kopen, dat kunnen gezondheidscentra niet samen bieden’  Ze pleit voor een overgangsjaar in 2015, waarin voor segment 1 en 2 nog apart ingekocht kan worden door partijen die dit nu bieden of kunnen leveren. De regio’s hebben dan de tijd hun zaken goed in te regelen.

Lees ook: Thuiszorgaanbieders en Gezondheidscentra slaan handen ineen voor wijkverpleging in Rotterdam (persbericht)

[...]

GZVanaf 1 juli 2014 neemt de zorgverzekeraar de wijkverpleegkundige zorg in het kader van de nieuwe bekostiging mee in het inkoopbeleid. Wat betekent dit voor de rol van de wijkverpleegkundige? In Rotterdam zijn ze voorbereid, waarbij de gekozen oplossing andere regio’s wellicht kan inspireren.

Even terug in de geschiedenis. Sinds in 2008 de befaamde motie Hamer zorgde voor extra (geld voor) wijkverpleegkundige zorg in aandachtswijken, is er op dit terrein veel goeds gebeurd. In 2010 ging het ZonMw-programma Zichtbare Schakels van start met projecten overal in Nederland. Afgezien van lokale verschillen ging het er om de wijkverpleegkundige een centrale rol te geven in de wijken, waarbij zij een laagdrempelig aanspreekpunt vormt voor bewoners én het hele scala aan professionals (huisartsen, maatschappelijk werk, welzijnswerkers, GGZ). Deze aanpak heeft alleen maar aan actualiteit gewonnen, gezien het huidige streven naar een integraal zorgaanbod dichtbij de patiënt. De schakelfunctie biedt veel perspectieven zeker in een goede verbinding met verpleging en verzorging, huisartsenzorg en sociale wijkteams

Mieke Reynen, bestuursvoorzitter van de stichting OSER in Rotterdam, maakt zich zorgen over het voortbestaan van de hernieuwde verbinding met de huisarts. Aanvankelijk leek het erop, legt ze uit, dat de wijkverpleegkundige zorg zou overgaan naar de gemeente. Een flinke lobby heeft dat voorkomen, waardoor de  verbinding tussen verzorging en verpleging  behouden is.  De verbinding met de huisartsenzorg – waar de projecten Zichtbare Schakels hun meerwaarde hebben bewezen – is echter nog niet  verankerd.  Vanaf 2015 komt wijkverpleegkundige zorg in  het basispakket van de zorgverzekering, waarbij bij de – essentiële – verbinding met de huisarts en het sociale wijkteam echter geen voorwaarde is.

De wijkverpleging wordt ingekocht via het segment  verpleging & verzorging.  Reynen: ‘Daar zit mijn zorg. Als er geen verbinding is met het sociale wijkteam en huisarts zijn we weer terug bij de oude versnipperde situatie, terwijl we vijf jaar met goede resultaten hebben geëxperimenteerd.’  Ze vindt het belangrijk dat InEen zich sterk maakt in een lobby naar NZa, ZN, zorgverzekeraars en VWS voor een financiering die een centrale positie van de wijkverpleegkundige in de wijk ondersteunt. In haar visie betekent dat, dat er in de  inkoopvoorwaarden minimaal staat dat wijkverpleging, sociale wijkteams en geïntegreerde Eerstelijnszorg  (huisartsenzorg ) met elkaar verbonden zijn en met elkaar samenwerken op gelijkwaardige basis. De wijkverpleegkundige is in deze verbinding een zelfstandige professional met een onafhankelijke positie.

Reynen: ‘Gedwongen winkelnering of inzet als accountmanager moet niet mogelijk zijn. Het belang van de klant is uitgangspunt. Daar hebben we in Rotterdam goede ervaringen mee opgedaan, geen gemakkelijke maar wel een effectieve werkwijze’. Daarbij: vanaf 1 januari 2015 mogen alleen wijkverpleeg-kundigen van niveau 5 indiceren. ‘Ik onderschrijf dit principe, maar op dit moment zijn er onvoldoende wijkverpleegkundigen op dit niveau. Degenen die dit werk de afgelopen periode hebben gedaan en veel expertise hebben,  kunnen in de nieuwe situatie niet meer worden ingezet.’ Ze pleit ervoor in 2015 de wijkverpleegkundige niveau 4 met opgebouwde expertise ook mee te nemen onder voorwaarde dat er aanvullende scholing plaats vindt en men door kan groeien naar de gewenste competentie

In Rotterdam hebben de thuiszorgaanbieders en de gezondheidscentra de handen ineen geslagen en de intentie uitgesproken om een corporatie op te richten. Reynen: ‘We willen de ervaring van vijf jaar niet zomaar over de schutting gooien.  De goede en effectieve werkwijze willen we behouden en verbreden naar het sociale domein en daarbij een goede verbinding realiseren tussen de twee verschillende financieringsvormen. Zowel in de huisartsenzorg als in de verpleging & verzorging gebeurt de  financiering in drie segmenten. We vinden elkaar in segment 3 waarin we gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor het resultaat.’  ‘In segment 1’, gaat ze verder, ‘zijn we complementair en in segment 2 heeft ieder zijn eigen expertise maar het effect daarvan zien we terug bij een goede samenwerking in segment 3.’

Voor de andere gezondheidscentra in Nederland houdt Reynen haar hart vast: ‘Er zijn gezondheidscentra die ook thuiszorgaanbieder zijn, maar de meesten zijn dat niet en die hebben straks geen mogelijkheid om wijkverpleging in te kunnen kopen. Achmea bijvoorbeeld heeft laten weten segment 1 en 2 al in 2015 alleen gekoppeld in te kopen, dat kunnen gezondheidscentra niet samen bieden’  Ze pleit voor een overgangsjaar in 2015, waarin voor segment 1 en 2 nog apart ingekocht kan worden door partijen die dit nu bieden of kunnen leveren. De regio’s hebben dan de tijd hun zaken goed in te regelen.

Lees ook: Thuiszorgaanbieders en Gezondheidscentra slaan handen ineen voor wijkverpleging in Rotterdam (persbericht)

ZonMw-bijeenkomst deskundigheidsbevordering wijkverpleegkundigen

25 juni 2014

We attenderen jullie op een ZonMw-bijeenkomst in het kader van het programma ‘Zichtbare schakel. De wijkverpleegkundige voor een gezonde buurt’. Dit programma moet een impuls geven aan de deskundigheidsbevordering en het opleiden van voldoende wijkverpleegkundigen die voorbereid zijn op de transitie van de langdurige zorg. De bijeenkomst vindt plaats op maandag 7 juli van 13.30-17.00 in Utrecht en richt zich tot wijkverpleegkundigen, managers, opleidings-functionarissen en andere belangstellenden van thuiszorgorganisaties, eerstelijnsgezondheidszorg en onderwijsinstellingen. Met presentaties vanuit ZonMw, ZN, V&VN, LOOV en het ministerie van OC&W krijgen zij een toelichting op actuele ontwikkelingen. Informatie over het programma en aanmelding vinden jullie op de website van ZonMw.

[...]

We attenderen jullie op een ZonMw-bijeenkomst in het kader van het programma ‘Zichtbare schakel. De wijkverpleegkundige voor een gezonde buurt’. Dit programma moet een impuls geven aan de deskundigheidsbevordering en het opleiden van voldoende wijkverpleegkundigen die voorbereid zijn op de transitie van de langdurige zorg. De bijeenkomst vindt plaats op maandag 7 juli van 13.30-17.00 in Utrecht en richt zich tot wijkverpleegkundigen, managers, opleidings-functionarissen en andere belangstellenden van thuiszorgorganisaties, eerstelijnsgezondheidszorg en onderwijsinstellingen. Met presentaties vanuit ZonMw, ZN, V&VN, LOOV en het ministerie van OC&W krijgen zij een toelichting op actuele ontwikkelingen. Informatie over het programma en aanmelding vinden jullie op de website van ZonMw.

IGZ-rapport over geboortezorg

25 juni 2014

Recent bracht de Inspectie het rapport over geboortezorg uit. De voornaamste conclusie luidt dat er in de geboortezorg sprake is van toegenomen samenwerking. Partijen zijn voortvarend aan de slag gegaan met de aanbevelingen die de Stuurgroep Zwangerschap en Geboorte in 2010 opstelde. Dat heeft geleid tot betere zorg rondom zwangerschap en bevalling. IGZ stelt tegelijk dat er nog lang niet altijd sprake is van daadwerkelijk geïntegreerde zorg. Ook is er verbetering mogelijk in de preventie en de zorg op maat voor vrouwen in achterstandssituaties.  Minister Schippers heeft een brief over het inspectieonderzoek naar de Tweede Kamer gestuurd, samen met het samenvattende eindrapport ‘Mogelijkheden voor verbetering van geboortezorg nog onvolledig benut’ en twee deelrapporten over verloskundige samenwerkingsverbanden en de samenwerking kraamzorg/JGZ.

[...]

Recent bracht de Inspectie het rapport over geboortezorg uit. De voornaamste conclusie luidt dat er in de geboortezorg sprake is van toegenomen samenwerking. Partijen zijn voortvarend aan de slag gegaan met de aanbevelingen die de Stuurgroep Zwangerschap en Geboorte in 2010 opstelde. Dat heeft geleid tot betere zorg rondom zwangerschap en bevalling. IGZ stelt tegelijk dat er nog lang niet altijd sprake is van daadwerkelijk geïntegreerde zorg. Ook is er verbetering mogelijk in de preventie en de zorg op maat voor vrouwen in achterstandssituaties.  Minister Schippers heeft een brief over het inspectieonderzoek naar de Tweede Kamer gestuurd, samen met het samenvattende eindrapport ‘Mogelijkheden voor verbetering van geboortezorg nog onvolledig benut’ en twee deelrapporten over verloskundige samenwerkingsverbanden en de samenwerking kraamzorg/JGZ.

IGZ-rapport over geboortezorg

23 juni 2014

Recent bracht de Inspectie het rapport over geboortezorg uit. De voornaamste conclusie luidt dat er in de geboortezorg sprake is van toegenomen samenwerking. Partijen zijn voortvarend aan de slag gegaan met de aanbevelingen die de Stuurgroep Zwangerschap en Geboorte in 2010 opstelde. Dat heeft geleid tot betere zorg rondom zwangerschap en bevalling. IGZ stelt tegelijk dat er nog lang niet altijd sprake is van daadwerkelijk geïntegreerde zorg. Ook is er verbetering mogelijk in de preventie en de zorg op maat voor vrouwen in achterstandssituaties.  Minister Schippers heeft een brief over het inspectieonderzoek naar de Tweede Kamer gestuurd, samen met het samenvattende eindrapport ‘Mogelijkheden voor verbetering van geboortezorg nog onvolledig benut’ en twee deelrapporten over verloskundige samenwerkingsverbanden en de samenwerking kraamzorg/JGZ.

[...]

Recent bracht de Inspectie het rapport over geboortezorg uit. De voornaamste conclusie luidt dat er in de geboortezorg sprake is van toegenomen samenwerking. Partijen zijn voortvarend aan de slag gegaan met de aanbevelingen die de Stuurgroep Zwangerschap en Geboorte in 2010 opstelde. Dat heeft geleid tot betere zorg rondom zwangerschap en bevalling. IGZ stelt tegelijk dat er nog lang niet altijd sprake is van daadwerkelijk geïntegreerde zorg. Ook is er verbetering mogelijk in de preventie en de zorg op maat voor vrouwen in achterstandssituaties.  Minister Schippers heeft een brief over het inspectieonderzoek naar de Tweede Kamer gestuurd, samen met het samenvattende eindrapport ‘Mogelijkheden voor verbetering van geboortezorg nog onvolledig benut’ en twee deelrapporten over verloskundige samenwerkingsverbanden en de samenwerking kraamzorg/JGZ.

Nieuw: Handreiking Zorg voor kwetsbare ouderen in de eerstelijn

10 juni 2014

De komende jaren zullen steeds meer kwetsbare ouderen met complexe zorgvragen een beroep doen op de eerstelijnszorg. Daarom werken veel zorgorganisaties aan verbetering van de ouderenzorg. De nieuwe ‘Handreiking Kwetsbare ouderen in de eerste lijn’ ondersteunt zorgprofessionals en multidisciplinaire teams die hiermee willen starten. In de handreiking lees je hoe je stap voor stap een goed programma voor kwetsbare ouderen kunt opzetten en uitvoeren.

De handreiking is ontwikkeld door Vilans, LAEGO, V&VN afdeling praktijkverpleegkundigen en praktijkondersteuners, Gezondheidscentrum Hoensbroek Noord, Adiantar en Netwerk 100. En afgestemd met ROS netwerken en vele andere eerstelijns partijen en professionals.

Download de handreiking gratis op het Kennisplein Chronische Zorg. Hier vind je ook een visuele samenvatting: de infographic Kwetsbare ouderen in de eerstelijn.

[...]

De komende jaren zullen steeds meer kwetsbare ouderen met complexe zorgvragen een beroep doen op de eerstelijnszorg. Daarom werken veel zorgorganisaties aan verbetering van de ouderenzorg. De nieuwe ‘Handreiking Kwetsbare ouderen in de eerste lijn’ ondersteunt zorgprofessionals en multidisciplinaire teams die hiermee willen starten. In de handreiking lees je hoe je stap voor stap een goed programma voor kwetsbare ouderen kunt opzetten en uitvoeren.

De handreiking is ontwikkeld door Vilans, LAEGO, V&VN afdeling praktijkverpleegkundigen en praktijkondersteuners, Gezondheidscentrum Hoensbroek Noord, Adiantar en Netwerk 100. En afgestemd met ROS netwerken en vele andere eerstelijns partijen en professionals.

Download de handreiking gratis op het Kennisplein Chronische Zorg. Hier vind je ook een visuele samenvatting: de infographic Kwetsbare ouderen in de eerstelijn.

20 juni: werkgeversvergadering gezondheidscentra over onderhandelaarsakkoord CAO Gezondheidscentra/AHG 2013-2014

06 juni 2014

Zoals jullie weten hebben de onderhandelaars van FBZ, Abvakabo FNV en InEen op 20 mei 2014 een onderhandelaarsakkoord gesloten voor een nieuwe Cao Gezondheidscentra/AHG 2013-2014. Het akkoord moet door de achterbannen van FBZ, Abvakabo FNV en InEen worden goedgekeurd. Daarom organiseren we op vrijdag 20 juni 2014 een werkgeversvergadering waarop het onderhandelaarsakkoord ter goedkeuring wordt voorgelegd aan de werkgevers van de gezondheidscentra. De bijeenkomst vindt plaats in de Domus Medica in Utrecht van 14.00-16.00 uur. De agenda en agendastukken worden z.s.m. verstuurd. Voor vragen kunnen jullie contact opnemen met Michaela de Gelder: m.degelder@ineen.nl en 030 282 37 88 of 06 4016 3873. Aanmelden voor de werkgeversbijeenkomst kan alvast door een e-mail te sturen naar communicatie@ineen.nl onder vermelding van naam, functie en e-mailadres.

[...]

Zoals jullie weten hebben de onderhandelaars van FBZ, Abvakabo FNV en InEen op 20 mei 2014 een onderhandelaarsakkoord gesloten voor een nieuwe Cao Gezondheidscentra/AHG 2013-2014. Het akkoord moet door de achterbannen van FBZ, Abvakabo FNV en InEen worden goedgekeurd. Daarom organiseren we op vrijdag 20 juni 2014 een werkgeversvergadering waarop het onderhandelaarsakkoord ter goedkeuring wordt voorgelegd aan de werkgevers van de gezondheidscentra. De bijeenkomst vindt plaats in de Domus Medica in Utrecht van 14.00-16.00 uur. De agenda en agendastukken worden z.s.m. verstuurd. Voor vragen kunnen jullie contact opnemen met Michaela de Gelder: m.degelder@ineen.nl en 030 282 37 88 of 06 4016 3873. Aanmelden voor de werkgeversbijeenkomst kan alvast door een e-mail te sturen naar communicatie@ineen.nl onder vermelding van naam, functie en e-mailadres.

Samenwerking Zorg op Zuid

30 mei 2014

De Raden van Bestuur van de Rotterdamse gezondheidscentra Zorg op Zuid-Tarwezigt en Randweg gaan intensief samenwerken. Ze hebben het voornemen om te komen tot een bestuurlijke en uiteindelijk ook juridische fusie.  Naast een hoogwaardig aanbod van geïntegreerde eerstelijnszorg, streeft de nieuwe organisatie naar ‘een goede facilitaire dienstverlening aan de resultaatverantwoordelijke, wijkgerichte gezondheidscentra die zich optimaal kunnen richten op de lokale zorgvraag en ruimte krijgen om zich verder te ontwikkelen’, aldus het persbericht (pdf) dat deze week is uitgegaan. In de visie van de Raden van Bestuur hebben  de gezondheidscentra ‘een sterke aantrekkingskracht in de wijk en zijn ze het punt waar bewoners terecht kunnen voor informatie en advies, preventieve activiteiten, hulpverlening en behandeling op het gebied van het gebied van gezondheid, zorg en welzijn.’

[...]

De Raden van Bestuur van de Rotterdamse gezondheidscentra Zorg op Zuid-Tarwezigt en Randweg gaan intensief samenwerken. Ze hebben het voornemen om te komen tot een bestuurlijke en uiteindelijk ook juridische fusie.  Naast een hoogwaardig aanbod van geïntegreerde eerstelijnszorg, streeft de nieuwe organisatie naar ‘een goede facilitaire dienstverlening aan de resultaatverantwoordelijke, wijkgerichte gezondheidscentra die zich optimaal kunnen richten op de lokale zorgvraag en ruimte krijgen om zich verder te ontwikkelen’, aldus het persbericht (pdf) dat deze week is uitgegaan. In de visie van de Raden van Bestuur hebben  de gezondheidscentra ‘een sterke aantrekkingskracht in de wijk en zijn ze het punt waar bewoners terecht kunnen voor informatie en advies, preventieve activiteiten, hulpverlening en behandeling op het gebied van het gebied van gezondheid, zorg en welzijn.’

Governance: belangrijk thema op de Tweedaags in september

28 mei 2014

Om als eerstelijnsorganisaties aan zet te blijven en in te spelen op de nieuwe ontwikkelingen vormen de regels voor governance en de organisatieontwikkeling een belangrijk instrument, vindt Judith Meijer, bestuurslid van InEen. Ze noemt vooral transparantie en aanspreekbaarheid essentieel voor het overleg en de samenwerking met anderen. Het onderwerp staat centraal tijdens de Tweedaagse op 17 en 18 september. De uitkomsten van het onderzoek naar de bekostiging van organisatie en infrastructuur in de eerste lijn zijn dan ook beschikbaar.

Judith Meijer, behalve bestuurslid van InEen ook bestuurder van GAZO*: ‘Er ontstaan steeds meer organisaties in de eerste lijn die ook meer verantwoordelijkheid krijgen om de zorg te organiseren. Daarvoor bestaan formele, algemene regels en dat is niet iets waar de zorgprofessional van nature van houdt. Huisartsen en andere zorgverleners regelen hun zaken bij voorkeur naar eigen inzicht.’ Tot nu toe werden eerstelijnsorganisaties, bijvoorbeeld de zorggroepen, nog een beetje met rust gelaten. Inmiddels trekken instellingen als de belastingdienst en zorgverzekeraars meer en meer aan de bel. Meijer: ‘Als je even afstand neemt en er met een maatschappelijk oog naar kijkt, wil je natuurlijk dat een organisatie zó wordt bestuurd dat op het gebied van zorgvuldigheid, transparantie en goede verantwoording het maximale gebeurt. De vraag is: hoe doen we het op een manier die matcht met hoe onze professionals het beste kunnen werken?’

Meijer noemt met name de professionele herkenbaarheid en zeggenschap over hun werk als de belangrijke punten die zorgverleners gewaarborgd willen zien. ‘We zijn nu als InEen bezig het onderwerp af te bakenen. Waar zitten precies de issues? Hoe kun je als professional je voordeel doen met een goede governance en besturing van de organisatie waaraan je bent verbonden? Dat wordt ook de discussie op de Tweedaagse in september die wordt voorbereidt door de InEen beleidsadviescommissie voor Organisatieontwikkeling & Governance.’

Onderzoek
Voor eerstelijns organisaties zijn ook de organisatiekosten die verbonden zijn aan good governance een belangrijk issue. André Louwen, directeur SGZ* en eveneens bestuurslid van InEen: ‘Als je het wenselijk acht dat er een onafhankelijke raad van toezicht is, een onafhankelijke directie, een cliëntenraad, een ondernemingsraad – allemaal onderdelen van governance – dan moet je ook middelen daarvoor vrij maken. In de reguliere tarieven voor zorgverleners in de eerste lijn is daarin niet voorzien. De bekostiging van ketenzorg, geïntegreerde zorg en acute zorg bevat geen kader of normering.’

In opdracht van de partners in het bestuurlijk overleg – InEen, de LHV, de zorgverzekeraars – en met subsidie van VWS wordt momenteel een onderzoek* uitgevoerd naar de kosten van organisatie en infrastructuur die noodzakelijk zijn voor het leveren van geïntegreerde eerstelijnszorg. Daarbij kijken de onderzoekers ook naar de optimale organisatievorm. Louwen: ‘De WTZi* bevat de regelgeving voor governance en geeft een duidelijk kader. Het zal niet zover gaan dat er één prototypisch organisatiemodel uitkomt, maar duidelijk zal worden dat alle modellen tot kosten leiden. En als je als zorgverzekeraar vindt dat de minimumvariant erg minimaal is, zal je in het inkoopbeleid meer ruimte moeten maken.’ Ook de schaal en de inhoud van het zorgaanbod zijn factoren die een rol spelen en worden bij het onderzoek betrokken. De uitkomsten van het onderzoek komen uiterlijk begin 2015 beschikbaar.

Urgentie
Hoe urgent is het onderwerp governance? Meijer: ‘Het is belangrijk te onderzoeken hoe we op een passende manier kunnen inspelen op eisen en wensen van derden op het gebied van governance, zoals de zorgverzekeraars. Je loopt zonder dat het risico dat andere partijen in de eerste lijn gaan ondernemen, partijen die de benodigde organisatiekracht beter voor elkaar hebben dan wij. Voor mij gaat governance sterk over ‘aanspreekbaar’ zijn. Weet ik namens wie de organisatie praat? Weet ik hoe ze werken? Dat is voor derden essentieel. Partijen zullen niet met ons willen werken als we onze zaakjes niet op orde hebben.’
De voorlopers van InEen zijn de afgelopen jaar allemaal al bezig geweest met governance. Voor de huisartsenposten was het bijvoorbeeld een belangrijke vraag hoe de huisarts het beste aangehaakt kan blijven bij de zich ontwikkelende organisatie. Zorggroepen hebben gezocht naar passende organisatiestructuren: corporatie, vereniging? Alle drie de organisaties, VHN, LVG en LOK, hebben moeten dealen met het btw-vraagstuk van de Belastingdienst. Het is nu zaak om de kennis te verzamelen, te delen en verder te brengen.
* GAZO: Stichting Gezondheidscentra Amsterdam Zuidoost
* SGZ: Stichting Georganiseerde eerstelijnszorg Zoetermeer
* Het onderzoek wordt uitgevoerd door een samenwerking tussen adviesbureau SIRM en Common Eye.
* WTZi: Wet Toelating Zorginstellingen, 2005

[...]

Om als eerstelijnsorganisaties aan zet te blijven en in te spelen op de nieuwe ontwikkelingen vormen de regels voor governance en de organisatieontwikkeling een belangrijk instrument, vindt Judith Meijer, bestuurslid van InEen. Ze noemt vooral transparantie en aanspreekbaarheid essentieel voor het overleg en de samenwerking met anderen. Het onderwerp staat centraal tijdens de Tweedaagse op 17 en 18 september. De uitkomsten van het onderzoek naar de bekostiging van organisatie en infrastructuur in de eerste lijn zijn dan ook beschikbaar.

Judith Meijer, behalve bestuurslid van InEen ook bestuurder van GAZO*: ‘Er ontstaan steeds meer organisaties in de eerste lijn die ook meer verantwoordelijkheid krijgen om de zorg te organiseren. Daarvoor bestaan formele, algemene regels en dat is niet iets waar de zorgprofessional van nature van houdt. Huisartsen en andere zorgverleners regelen hun zaken bij voorkeur naar eigen inzicht.’ Tot nu toe werden eerstelijnsorganisaties, bijvoorbeeld de zorggroepen, nog een beetje met rust gelaten. Inmiddels trekken instellingen als de belastingdienst en zorgverzekeraars meer en meer aan de bel. Meijer: ‘Als je even afstand neemt en er met een maatschappelijk oog naar kijkt, wil je natuurlijk dat een organisatie zó wordt bestuurd dat op het gebied van zorgvuldigheid, transparantie en goede verantwoording het maximale gebeurt. De vraag is: hoe doen we het op een manier die matcht met hoe onze professionals het beste kunnen werken?’

Meijer noemt met name de professionele herkenbaarheid en zeggenschap over hun werk als de belangrijke punten die zorgverleners gewaarborgd willen zien. ‘We zijn nu als InEen bezig het onderwerp af te bakenen. Waar zitten precies de issues? Hoe kun je als professional je voordeel doen met een goede governance en besturing van de organisatie waaraan je bent verbonden? Dat wordt ook de discussie op de Tweedaagse in september die wordt voorbereidt door de InEen beleidsadviescommissie voor Organisatieontwikkeling & Governance.’

Onderzoek
Voor eerstelijns organisaties zijn ook de organisatiekosten die verbonden zijn aan good governance een belangrijk issue. André Louwen, directeur SGZ* en eveneens bestuurslid van InEen: ‘Als je het wenselijk acht dat er een onafhankelijke raad van toezicht is, een onafhankelijke directie, een cliëntenraad, een ondernemingsraad – allemaal onderdelen van governance – dan moet je ook middelen daarvoor vrij maken. In de reguliere tarieven voor zorgverleners in de eerste lijn is daarin niet voorzien. De bekostiging van ketenzorg, geïntegreerde zorg en acute zorg bevat geen kader of normering.’

In opdracht van de partners in het bestuurlijk overleg – InEen, de LHV, de zorgverzekeraars – en met subsidie van VWS wordt momenteel een onderzoek* uitgevoerd naar de kosten van organisatie en infrastructuur die noodzakelijk zijn voor het leveren van geïntegreerde eerstelijnszorg. Daarbij kijken de onderzoekers ook naar de optimale organisatievorm. Louwen: ‘De WTZi* bevat de regelgeving voor governance en geeft een duidelijk kader. Het zal niet zover gaan dat er één prototypisch organisatiemodel uitkomt, maar duidelijk zal worden dat alle modellen tot kosten leiden. En als je als zorgverzekeraar vindt dat de minimumvariant erg minimaal is, zal je in het inkoopbeleid meer ruimte moeten maken.’ Ook de schaal en de inhoud van het zorgaanbod zijn factoren die een rol spelen en worden bij het onderzoek betrokken. De uitkomsten van het onderzoek komen uiterlijk begin 2015 beschikbaar.

Urgentie
Hoe urgent is het onderwerp governance? Meijer: ‘Het is belangrijk te onderzoeken hoe we op een passende manier kunnen inspelen op eisen en wensen van derden op het gebied van governance, zoals de zorgverzekeraars. Je loopt zonder dat het risico dat andere partijen in de eerste lijn gaan ondernemen, partijen die de benodigde organisatiekracht beter voor elkaar hebben dan wij. Voor mij gaat governance sterk over ‘aanspreekbaar’ zijn. Weet ik namens wie de organisatie praat? Weet ik hoe ze werken? Dat is voor derden essentieel. Partijen zullen niet met ons willen werken als we onze zaakjes niet op orde hebben.’
De voorlopers van InEen zijn de afgelopen jaar allemaal al bezig geweest met governance. Voor de huisartsenposten was het bijvoorbeeld een belangrijke vraag hoe de huisarts het beste aangehaakt kan blijven bij de zich ontwikkelende organisatie. Zorggroepen hebben gezocht naar passende organisatiestructuren: corporatie, vereniging? Alle drie de organisaties, VHN, LVG en LOK, hebben moeten dealen met het btw-vraagstuk van de Belastingdienst. Het is nu zaak om de kennis te verzamelen, te delen en verder te brengen.
* GAZO: Stichting Gezondheidscentra Amsterdam Zuidoost
* SGZ: Stichting Georganiseerde eerstelijnszorg Zoetermeer
* Het onderzoek wordt uitgevoerd door een samenwerking tussen adviesbureau SIRM en Common Eye.
* WTZi: Wet Toelating Zorginstellingen, 2005

Huisartsen nemen deel werk cardiologen over

28 mei 2014

GZHuisartsen in Almere gaan vaker zelf standaardonderzoeken naar hartproblemen doen. Dat is afgesproken in een overeenkomst tussen Zorggroep Almere en de nieuwe Hartkliniek in Almere Poort. Een goed voorbeeld van samenwerking en substitutie.

Het belangrijkste doel van deze werkwijze is de zorg voor hartpatiënten dichter bij de huisarts te houden. Hierdoor kunnen cardiologen zich nog beter richten op de meer complexe gevallen. Op die manier wordt er op zorgkosten bespaard en hebben de cardiologen meer tijd voor een patiënt.

De betrokken huisartsen hebben hiervoor scholing gevolgd. Ze kunnen een cardioloog van de Hartkliniek vragen virtueel bij een consult aanwezig zijn. Er komen gezamenlijke visites bij bijvoorbeeld oudere patiënten. Ook zullen de specialisten de uitslagen van de onderzoeken blijven interpreteren.

In een bericht op de website ZorgenZ spreekt Bert Groot Roessink, raad van bestuur Zorggroep Almere, over ‘betere zorg, lagere kosten en een hogere patiënttevredenheid’. ‘De essentie van deze samenwerking is dat minder patiënten de weg naar het ziekenhuis hoeven af te leggen, doordat de vertrouwde huisarts ze kan helpen. De op deze wijze versterkte zorg in de regio is doelmatiger, dichter bij huis, minder versnipperd en meer op de patiënt en zijn omgeving gericht.’

[...]

GZHuisartsen in Almere gaan vaker zelf standaardonderzoeken naar hartproblemen doen. Dat is afgesproken in een overeenkomst tussen Zorggroep Almere en de nieuwe Hartkliniek in Almere Poort. Een goed voorbeeld van samenwerking en substitutie.

Het belangrijkste doel van deze werkwijze is de zorg voor hartpatiënten dichter bij de huisarts te houden. Hierdoor kunnen cardiologen zich nog beter richten op de meer complexe gevallen. Op die manier wordt er op zorgkosten bespaard en hebben de cardiologen meer tijd voor een patiënt.

De betrokken huisartsen hebben hiervoor scholing gevolgd. Ze kunnen een cardioloog van de Hartkliniek vragen virtueel bij een consult aanwezig zijn. Er komen gezamenlijke visites bij bijvoorbeeld oudere patiënten. Ook zullen de specialisten de uitslagen van de onderzoeken blijven interpreteren.

In een bericht op de website ZorgenZ spreekt Bert Groot Roessink, raad van bestuur Zorggroep Almere, over ‘betere zorg, lagere kosten en een hogere patiënttevredenheid’. ‘De essentie van deze samenwerking is dat minder patiënten de weg naar het ziekenhuis hoeven af te leggen, doordat de vertrouwde huisarts ze kan helpen. De op deze wijze versterkte zorg in de regio is doelmatiger, dichter bij huis, minder versnipperd en meer op de patiënt en zijn omgeving gericht.’

Onderhandelaarsakkoord Cao Gezondheidscentra/AHG 2013-2014

27 mei 2014

De onderhandelaars van FBZ, Abvakabo FNV en InEen hebben op 20 mei 2014 een onderhandelaarsakkoord gesloten voor een nieuwe Cao Gezondheidscentra/AHG 2013-2014.

Werknemerspartijen en InEen zijn verheugd over dit feit en partijen hebben er vertrouwen in dat ze hiermee een goed akkoord voorleggen aan hun achterbannen. Bijgaand onderhandelaarsakkoord moet nog door de achterbannen van FBZ, Abvakabo FNV en InEen worden goedgekeurd. Op vrijdag 20 juni 2014 vindt van 14.00 uur tot 16.00 uur een werkgeversvergadering van de gezondheidscentra plaats (locatie: Domus Medica in Utrecht). Tijdens deze werkgeversvergadering zal bijgaand onderhandelaarsakkoord ter goedkeuring worden voorgelegd aan de werkgevers van de gezondheidscentra. Nadere informatie over deze werkgeversvergadering volgt z.s.m.

[...]

De onderhandelaars van FBZ, Abvakabo FNV en InEen hebben op 20 mei 2014 een onderhandelaarsakkoord gesloten voor een nieuwe Cao Gezondheidscentra/AHG 2013-2014.

Werknemerspartijen en InEen zijn verheugd over dit feit en partijen hebben er vertrouwen in dat ze hiermee een goed akkoord voorleggen aan hun achterbannen. Bijgaand onderhandelaarsakkoord moet nog door de achterbannen van FBZ, Abvakabo FNV en InEen worden goedgekeurd. Op vrijdag 20 juni 2014 vindt van 14.00 uur tot 16.00 uur een werkgeversvergadering van de gezondheidscentra plaats (locatie: Domus Medica in Utrecht). Tijdens deze werkgeversvergadering zal bijgaand onderhandelaarsakkoord ter goedkeuring worden voorgelegd aan de werkgevers van de gezondheidscentra. Nadere informatie over deze werkgeversvergadering volgt z.s.m.

Bijeenkomsten hervorming langdurige zorg

14 mei 2014

Het ministerie van VWS organiseert samen met veldpartijen een serie regionale transitiebijeenkomsten (pdf) over de hervorming van de langdurige zorg. De bijeenkomsten zijn bedoeld  voor (regionale) vertegenwoordigers van cliëntenorganisaties, gemeenten, verzekeraars, zorgkantoren, aanbieders, beroepsorganisaties, huisartsen en woningcorporaties. Zij krijgen tijdens de bijeenkomsten nadere informatie over de kaderstelling, zoals het overgangsrecht en  de gemaakte transitieafspraken. Omdat de regio het schakelpunt is tussen individuele partijen en de landelijke partijen, is het goed als regionale partijen de regie voeren op de transitie. VWS wil daarbij graag input ontvangen van de eerstelijnszorg en heeft ons gevraagd de uitnodiging onder zorggroepen, ROS’en en gezondheidscentra te verspreiden. Afgelopen week hebben jullie de uitnodiging via ons ontvangen. De eerste bijeenkomst (in Heiloo) vindt plaats op 26 mei 2014. We hopen dat veel leden in de gelegenheid zijn aan de transitiebijeenkomsten deel te nemen en hun inbreng naar voren te brengen.

[...]

Het ministerie van VWS organiseert samen met veldpartijen een serie regionale transitiebijeenkomsten (pdf) over de hervorming van de langdurige zorg. De bijeenkomsten zijn bedoeld  voor (regionale) vertegenwoordigers van cliëntenorganisaties, gemeenten, verzekeraars, zorgkantoren, aanbieders, beroepsorganisaties, huisartsen en woningcorporaties. Zij krijgen tijdens de bijeenkomsten nadere informatie over de kaderstelling, zoals het overgangsrecht en  de gemaakte transitieafspraken. Omdat de regio het schakelpunt is tussen individuele partijen en de landelijke partijen, is het goed als regionale partijen de regie voeren op de transitie. VWS wil daarbij graag input ontvangen van de eerstelijnszorg en heeft ons gevraagd de uitnodiging onder zorggroepen, ROS’en en gezondheidscentra te verspreiden. Afgelopen week hebben jullie de uitnodiging via ons ontvangen. De eerste bijeenkomst (in Heiloo) vindt plaats op 26 mei 2014. We hopen dat veel leden in de gelegenheid zijn aan de transitiebijeenkomsten deel te nemen en hun inbreng naar voren te brengen.

Samenwerking plattelandspraktijken

25 april 2014

Stichting Gezondheidszorg Avereest (SGA) heeft in enkele maanden tijd het totale proces voor de GEZ-module succesvol doorlopen met ondersteuning van de ROS ProGez (lid van InEen).

Feitelijk is de SGA een virtueel gezondheidscentrum met verschillende plattelandspraktijken in Balkbrug en Dedemsvaart. Het vormen van een stichting om de GEZ-module aan te kunnen vragen, lijkt minder voor de hand te liggen dan in een stad. Echter: de fysieke afstand tussen de praktijken vormt geen belemmering omdat de praktijken al jaren onderling samenwerken en zelfs gezamenlijk personeel in dienst hebben. Lees meer over dit initiatief.

[...]

Stichting Gezondheidszorg Avereest (SGA) heeft in enkele maanden tijd het totale proces voor de GEZ-module succesvol doorlopen met ondersteuning van de ROS ProGez (lid van InEen).

Feitelijk is de SGA een virtueel gezondheidscentrum met verschillende plattelandspraktijken in Balkbrug en Dedemsvaart. Het vormen van een stichting om de GEZ-module aan te kunnen vragen, lijkt minder voor de hand te liggen dan in een stad. Echter: de fysieke afstand tussen de praktijken vormt geen belemmering omdat de praktijken al jaren onderling samenwerken en zelfs gezamenlijk personeel in dienst hebben. Lees meer over dit initiatief.

Cursus omgaan met stress bij gezondheidscentrum Nieuw Waldeck

25 april 2014

Mensen met stressgerelateerde klachten kunnen daar beter iets aan doen voordat de klachten erger worden. Dat vermindert het risico op overspannenheid of een burn-out. Gezondheidscentrum Nieuw Waldeck, onderdeel van St. Haagse Gezondheidscentra, biedt haar patiënten een korte cursus ‘omgaan met stress’. De cursus bestaat uit vier wekelijkse bijeenkomsten. Een goed voorbeeld van preventie.

[...]

Mensen met stressgerelateerde klachten kunnen daar beter iets aan doen voordat de klachten erger worden. Dat vermindert het risico op overspannenheid of een burn-out. Gezondheidscentrum Nieuw Waldeck, onderdeel van St. Haagse Gezondheidscentra, biedt haar patiënten een korte cursus ‘omgaan met stress’. De cursus bestaat uit vier wekelijkse bijeenkomsten. Een goed voorbeeld van preventie.

Proeftuinen populatiemanagement Zorg

22 april 2014

ROSZorg in de buurt vraagt ook om zorg en ondersteuning op regionaal niveau. We stappen in ons land af van blauwdrukken en gaan over naar zorg die passend is bij de populatie. Er zijn 9  proeftuinen die zich richten op populatiemanagement. In nagenoeg alle proeftuinen zijn leden van InEen betrokken.

Doel van de proeftuinen populatiemanagement is de gezondheid van de populatie te verbeteren met minimaal dezelfde kwaliteit van zorg en beheersing van de kosten. Ofwel: “Betere zorg met lagere zorgkosten”. Een zin die snel is uitgesproken, maar die veel inzet vergt. Want dat betekent samenwerken tussen alle zorgverleners in een gebied, substitutie van de tweede naar de eerste lijn en van de eerste lijn naar welzijn, integratie van zorg en preventie. De pilots van de proeftuinen lopen van 2013 t/m 2017. Het RIVM heeft inmiddels Deel I van de Landelijke monitor populatiemanagement (pdf) uitgebracht.

Beschrijving
Uit dit rapport blijkt dat de proeftuinen sterk in ontwikkeling zijn. Iedere proeftuin heeft verschillende programma’s, veelal gericht op eerste- en tweedelijnszorg, met de ambitie die uit te breiden naar ander domeinen, zoals ggz, jeugdzorg, welzijn enz. Er zijn nog geen afspraken over uitkomstbekostiging, hoewel daar ook voorzichtige stappen in worden gezet. Verder dan een beschrijving van de huidige status van de proeftuinen kan dit rapport, gezien de diversiteit, nog niet bieden.

Pionieren
Voor de deelnemers in deze proeftuinen is het dan ook pionieren. En juist dat biedt de uitdaging. ‘Je kijkt wat waarde heeft voor de inwoners in de regio’, stelt Pauline Terwijn, bestuurder Saxenburgh Groep (proeftuin Vitaal Vechtdal). ‘Als je dat leidend laat zijn, betekent het ook dat je onlogische zaken opruimt. De samenwerking gaat dwars door alle bestaande systemen heen. We zijn een land geworden van tekentafels en blauwdrukken. We moeten echter de waarde van de zorg die wordt geleverd door zorgverleners als uitgangspunt nemen. Met de inzet op preventie, langer vitaal blijven en mee kunnen blijven doen.’

Nieuwe werkwijze
Astrid Schipper, programmamanager SSIZ verwoordt het als volgt: ‘Je moet terug naar de basis: waar is het ook alweer een antwoord op? Wat is het gedeelde vraagstuk? Bij de proeftuinen komt het aan op samenwerking, ambitie, gedragsverandering en visie. Dat is de manier waarop je in beweging kunt komen.’
Arnold Schelfhout, bestuurder ZorgSaam Zeeuws-Vlaanderen benadrukt dat: ‘Mensen moeten leren boven hun eigen organisatiebelang te denken. Wat is het belang van de regio? Daarin moet je stappen zetten. Wij gaan voor dat ideaal.’ Hij voegt daar wel aan toe: ‘We moeten naar een ander verdienmodel, maar dat betekent wel dat er een tegemoetkoming moet komen voor de overgang.’ Hij ziet de pilot als een start voor een bredere inzet. Enthousiast: ‘Ik heb er alle vertrouwen in dat de regionale aanpak door organisaties heen de nieuwe werkwijze wordt voor de toekomst.’

Vraagstuk
Binnen de pilots Gezonde wijk vindt langer gebiedsgerichte aanpak plaats, met samenwerking van alle professionals rondom de burger. Daar zijn dus veel overeenkomsten mee. Want ook hier wordt gezocht naar nieuwe kaders om de zorg integraal aan te bieden. ‘We hebben daar de basis gelegd voor een effectieve, doelmatige aanpak om bij te dragen aan gezondheid’, aldus Petra van Wezel, manager Stichting Overvecht Gezond. ‘Gezondheid, kwaliteit van zorg en kostenbeheersing staat voorop. Vanuit de werkvloer hebben we de samenwerking eerste lijn en sociaal domein handen en voeten gegeven. Het heeft echt effect om met elkaar op het juiste moment af te stemmen rondom de patiënt met problemen in verschillende domeinen. De vraag is hoe we dat inkoopbaar kunnen maken voor verzekeraar en gemeente. Hoe kun je sturen op outcome? Aan dat vraagstuk werken we nu met elkaar.’ En ook daar ligt een overeenkomst met de 9 proeftuinen Populatiemanagement

[...]

ROSZorg in de buurt vraagt ook om zorg en ondersteuning op regionaal niveau. We stappen in ons land af van blauwdrukken en gaan over naar zorg die passend is bij de populatie. Er zijn 9  proeftuinen die zich richten op populatiemanagement. In nagenoeg alle proeftuinen zijn leden van InEen betrokken.

Doel van de proeftuinen populatiemanagement is de gezondheid van de populatie te verbeteren met minimaal dezelfde kwaliteit van zorg en beheersing van de kosten. Ofwel: “Betere zorg met lagere zorgkosten”. Een zin die snel is uitgesproken, maar die veel inzet vergt. Want dat betekent samenwerken tussen alle zorgverleners in een gebied, substitutie van de tweede naar de eerste lijn en van de eerste lijn naar welzijn, integratie van zorg en preventie. De pilots van de proeftuinen lopen van 2013 t/m 2017. Het RIVM heeft inmiddels Deel I van de Landelijke monitor populatiemanagement (pdf) uitgebracht.

Beschrijving
Uit dit rapport blijkt dat de proeftuinen sterk in ontwikkeling zijn. Iedere proeftuin heeft verschillende programma’s, veelal gericht op eerste- en tweedelijnszorg, met de ambitie die uit te breiden naar ander domeinen, zoals ggz, jeugdzorg, welzijn enz. Er zijn nog geen afspraken over uitkomstbekostiging, hoewel daar ook voorzichtige stappen in worden gezet. Verder dan een beschrijving van de huidige status van de proeftuinen kan dit rapport, gezien de diversiteit, nog niet bieden.

Pionieren
Voor de deelnemers in deze proeftuinen is het dan ook pionieren. En juist dat biedt de uitdaging. ‘Je kijkt wat waarde heeft voor de inwoners in de regio’, stelt Pauline Terwijn, bestuurder Saxenburgh Groep (proeftuin Vitaal Vechtdal). ‘Als je dat leidend laat zijn, betekent het ook dat je onlogische zaken opruimt. De samenwerking gaat dwars door alle bestaande systemen heen. We zijn een land geworden van tekentafels en blauwdrukken. We moeten echter de waarde van de zorg die wordt geleverd door zorgverleners als uitgangspunt nemen. Met de inzet op preventie, langer vitaal blijven en mee kunnen blijven doen.’

Nieuwe werkwijze
Astrid Schipper, programmamanager SSIZ verwoordt het als volgt: ‘Je moet terug naar de basis: waar is het ook alweer een antwoord op? Wat is het gedeelde vraagstuk? Bij de proeftuinen komt het aan op samenwerking, ambitie, gedragsverandering en visie. Dat is de manier waarop je in beweging kunt komen.’
Arnold Schelfhout, bestuurder ZorgSaam Zeeuws-Vlaanderen benadrukt dat: ‘Mensen moeten leren boven hun eigen organisatiebelang te denken. Wat is het belang van de regio? Daarin moet je stappen zetten. Wij gaan voor dat ideaal.’ Hij voegt daar wel aan toe: ‘We moeten naar een ander verdienmodel, maar dat betekent wel dat er een tegemoetkoming moet komen voor de overgang.’ Hij ziet de pilot als een start voor een bredere inzet. Enthousiast: ‘Ik heb er alle vertrouwen in dat de regionale aanpak door organisaties heen de nieuwe werkwijze wordt voor de toekomst.’

Vraagstuk
Binnen de pilots Gezonde wijk vindt langer gebiedsgerichte aanpak plaats, met samenwerking van alle professionals rondom de burger. Daar zijn dus veel overeenkomsten mee. Want ook hier wordt gezocht naar nieuwe kaders om de zorg integraal aan te bieden. ‘We hebben daar de basis gelegd voor een effectieve, doelmatige aanpak om bij te dragen aan gezondheid’, aldus Petra van Wezel, manager Stichting Overvecht Gezond. ‘Gezondheid, kwaliteit van zorg en kostenbeheersing staat voorop. Vanuit de werkvloer hebben we de samenwerking eerste lijn en sociaal domein handen en voeten gegeven. Het heeft echt effect om met elkaar op het juiste moment af te stemmen rondom de patiënt met problemen in verschillende domeinen. De vraag is hoe we dat inkoopbaar kunnen maken voor verzekeraar en gemeente. Hoe kun je sturen op outcome? Aan dat vraagstuk werken we nu met elkaar.’ En ook daar ligt een overeenkomst met de 9 proeftuinen Populatiemanagement

ZonMw-programma Op een Lijn: wordt vervolgd

22 april 2014

Het ZonMw-programma Op één lijn is bedoeld om de organisatiekracht en daarmee het innovatief vermogen van de eerstelijnszorg te vergroten. Met de bijeenkomst onder de veelzeggende titel “Tot hier en nu verder!” is de afronding gevierd van de 67 praktijkprojecten uit dit programma. Er is kort stilgestaan bij wat er tot nu toe is bereikt. En tja: dan nu verder.

‘We zijn nog niet klaar’, bevestigt programmasecretaris Annette Pietersen. ‘Het programma heeft zeer goed materiaal opgeleverd. Els Eijssens en Jacqueline Konings zullen de projecten verder beoordelen op implementatiepotentie. Welke resultaten en geleerde lessen zijn van belang om te delen? Van zo’n 25 tot 30 projecten is het zeker zinvol om de kennis en de ervaring breed over te dragen, in de eerste lijn en met beroeps- en brancheorganisaties, beleidsmakers, financiers, kennisinstituten en adviseurs. Dat gebeurt al deels: veel projecten hebben de uitkomsten vermeld in bijeenkomsten, op websites en dergelijke. Maar de uitrol vraagt nog verdere versterking. Ook de uitkomsten van het SMOEL-onderzoek worden nog bekend gemaakt in een rapportage. Eind mei, begin juni is er dus meer bekend.’

Waardevolle ervaring opgedaan
‘De eerste lijn is flink op stoom’, constateert Annette Pietersen. ‘Haar rol wordt steeds belangrijker, er wordt veel verwacht van de eerste lijn. Om de ambities te kunnen realiseren, is het belangrijk dat het programma Op één lijn is uitgezet. Dat was een waardevolle investering. Anders had de eerste lijn het nu moeten doen met de situatie van 2009 en bestond er veel minder organisatiekracht dan nu het geval is. Er is op een goede manier geëxperimenteerd. De betrokkenen weten nu veel beter waartoe ze in staat zijn, ze hebben ervaring opgedaan met het organiseren en kunnen met deze kennis de komende jaren verder aan de slag.’

Congres zorg en ondersteuning in de buurt
Annette wijst nog op een groot congres op 1 december a.s. over “Zorg en ondersteuning in de buurt” in het Beatrixgebouw in Utrecht. ‘Acht ZonMw-programma’s hebben daar raakvlakken mee, waaronder Op één lijn. In elk van die programma’s zie je verschillende patronen steeds terugkomen. De verbinding tussen de acht programma’s staat tijdens deze bijeenkomst centraal. Wat is er nodig om die noodzakelijke zorg en ondersteuning in de buurt goed te kunnen bieden?’ Ze besluit: ‘De uitwerking van dit congres volgt nog, maar zet deze datum alvast in je agenda.’

[...]

Het ZonMw-programma Op één lijn is bedoeld om de organisatiekracht en daarmee het innovatief vermogen van de eerstelijnszorg te vergroten. Met de bijeenkomst onder de veelzeggende titel “Tot hier en nu verder!” is de afronding gevierd van de 67 praktijkprojecten uit dit programma. Er is kort stilgestaan bij wat er tot nu toe is bereikt. En tja: dan nu verder.

‘We zijn nog niet klaar’, bevestigt programmasecretaris Annette Pietersen. ‘Het programma heeft zeer goed materiaal opgeleverd. Els Eijssens en Jacqueline Konings zullen de projecten verder beoordelen op implementatiepotentie. Welke resultaten en geleerde lessen zijn van belang om te delen? Van zo’n 25 tot 30 projecten is het zeker zinvol om de kennis en de ervaring breed over te dragen, in de eerste lijn en met beroeps- en brancheorganisaties, beleidsmakers, financiers, kennisinstituten en adviseurs. Dat gebeurt al deels: veel projecten hebben de uitkomsten vermeld in bijeenkomsten, op websites en dergelijke. Maar de uitrol vraagt nog verdere versterking. Ook de uitkomsten van het SMOEL-onderzoek worden nog bekend gemaakt in een rapportage. Eind mei, begin juni is er dus meer bekend.’

Waardevolle ervaring opgedaan
‘De eerste lijn is flink op stoom’, constateert Annette Pietersen. ‘Haar rol wordt steeds belangrijker, er wordt veel verwacht van de eerste lijn. Om de ambities te kunnen realiseren, is het belangrijk dat het programma Op één lijn is uitgezet. Dat was een waardevolle investering. Anders had de eerste lijn het nu moeten doen met de situatie van 2009 en bestond er veel minder organisatiekracht dan nu het geval is. Er is op een goede manier geëxperimenteerd. De betrokkenen weten nu veel beter waartoe ze in staat zijn, ze hebben ervaring opgedaan met het organiseren en kunnen met deze kennis de komende jaren verder aan de slag.’

Congres zorg en ondersteuning in de buurt
Annette wijst nog op een groot congres op 1 december a.s. over “Zorg en ondersteuning in de buurt” in het Beatrixgebouw in Utrecht. ‘Acht ZonMw-programma’s hebben daar raakvlakken mee, waaronder Op één lijn. In elk van die programma’s zie je verschillende patronen steeds terugkomen. De verbinding tussen de acht programma’s staat tijdens deze bijeenkomst centraal. Wat is er nodig om die noodzakelijke zorg en ondersteuning in de buurt goed te kunnen bieden?’ Ze besluit: ‘De uitwerking van dit congres volgt nog, maar zet deze datum alvast in je agenda.’

Apotheek Stevenshof één na beste apotheek van Nederland

18 april 2014

Apotheek De Berk in Ermelo is door onderzoeksbureau AMP te Vught uitgeroepen tot ‘Beste Apotheek van Nederland’. Apotheek Stevenshof (behorende bij gezondheidscentrum Stevenshof:  lid van InEen) in Leiden eindigde op een uitstekende tweede plaats.

In 2013 namen bijna 700 apotheken deel aan het “Onderzoekprogramma Kwaliteit Apotheken” van AMP. Apotheken zijn tijdens het onderzoek beoordeeld op de kwaliteit van hun farmaceutische dienstverlening. De deelnemende apotheken worden 6 keer per jaar benaderd door ‘mystery guests’. Deze kijken naar het zorgproces van de apotheek en beoordelen deze op service, probleemanalyse, voorlichting, advisering en verstrekking.

[...]

Apotheek De Berk in Ermelo is door onderzoeksbureau AMP te Vught uitgeroepen tot ‘Beste Apotheek van Nederland’. Apotheek Stevenshof (behorende bij gezondheidscentrum Stevenshof:  lid van InEen) in Leiden eindigde op een uitstekende tweede plaats.

In 2013 namen bijna 700 apotheken deel aan het “Onderzoekprogramma Kwaliteit Apotheken” van AMP. Apotheken zijn tijdens het onderzoek beoordeeld op de kwaliteit van hun farmaceutische dienstverlening. De deelnemende apotheken worden 6 keer per jaar benaderd door ‘mystery guests’. Deze kijken naar het zorgproces van de apotheek en beoordelen deze op service, probleemanalyse, voorlichting, advisering en verstrekking.

Samen Een in Feijenoord: voorbeeld wijkgericht werken

17 april 2014

Mieke-ReynenWijkgericht werken is sinds een paar jaar het credo. Dat het werkt, weten ze in de deelgemeente Feijenoord als geen ander. Al in 2007 wordt binnen het project “Samen Een in Feijenoord” structureel samengewerkt , uitgaande van het holistische mensbeeld. Dus aandacht voor de mens in zijn totaliteit, kijkend naar de leefgebieden zingeving; wonen; financiën; sociale relatie; lichamelijke en psychische gezondheid; werk & activiteiten.

‘Je kunt inmiddels niet meer spreken van een project, het is doorgegroeid tot een volwaardig en sluitend netwerk’, stelt projectmanager Mieke Reynen vast. ‘Alle partijen in de deelgemeente, actief op een of meer van deze leefgebieden, zijn aangesloten en dat zijn er ruim 30. Heel divers: van ziekenhuis tot welzijn, van woningcorporatie tot kinderdagverblijf.’ Er was 5 jaar subsidie, waarvan het project 6 jaar heeft gedraaid. ‘Inmiddels bekostigen de partners zelf grotendeels dit netwerk. Daarmee geven ze aan dat ze die samenwerking van groot belang vinden’ aldus Mieke. Met nadruk: ‘En dat is het ook in deze wijk met zoveel multiproblematiek. Je kunt de problemen alleen gezamenlijk oppakken, dat is echt onze drive.’

Zelfde taal
Mieke Reynen was vanuit het Gezondheidscentrum Randweg met ondersteuning van Zorgimpuls ( ROS Rotterdam) 7 jaar geleden initiatiefnemer van het project Samen Een in Feijenoord. ‘Bij mijn komst schetste iedereen de problematiek van de wijk, waar heel duidelijk naar voren kwam dat de verbinding tussen partijen ontbrak en wel noodzakelijk is. Dat hebben we in een visiedocument opgeschreven en met 19 partijen is er toen een intentieverklaring opgesteld. De wethouder zorg en welzijn heeft deze aanpak onderschreven en gaf de ondertekening een officieel tintje. We hebben echt gepionierd. Het belangrijkste was om elkaars taal te leren verstaan. De verschillende sectoren hebben elk hun eigen jargon, daarin zijn grote verschillen. Elkaar leren kennen en elkaar begrijpen is essentieel in zo’n breed netwerk.’ Om dat vast te houden is er vanaf vorig jaar eens per maand een netwerklunch voor de netwerkpartners en professionals in het werkgebied in gezondheidscentrum Randweg. ‘Dat is een gouden greep. Mensen ontmoeten elkaar, vertellen over hun projecten, weten elkaar zo makkelijk te vinden en maken afspraken met elkaar. De mensen komen echt naar deze lunch om iets te halen (en nee: geen broodje, want ze nemen hun eigen boterhammen mee) en te brengen.’

Gezondheidstafel
In Feijenoord is veel sprake van laaggeletterdheid en analfabetisme. ‘Daarom hebben we een digitale gezondheidstafel opgezet’, geeft Mieke aan. ‘Deze staat in ’t Slag: een multifunctioneel ontmoetingscentrum in de wijk met o.a. een apotheek, CJG, kinderdagopvang en bibliotheek. Met behulp van een touchscreen krijgen bezoekers veel visuele informatie over gezondheid, wonen, onderwijs en dergelijke.’ Enthousiast: ‘Leerlingen van het ROC hebben in het kader van hun opleiding filmpjes gemaakt over verschillende handelingen in het gezondheidscentrum, oor uitspuiten, bloeddruk opmeten etc. Zo snijdt het mes aan twee kanten. De bewoner krijgt uitleg, maar ook voor de leerling is het een leertraject, hoe moet je iets visualiseren, hoe moet je het opbouwen, hoe leg je iets uit? Het netwerk zit vol van dit soort voorbeelden van verbinden. Want daar gaat het om: hoe kunnen we mensen met elkaar verbinden? Eigen heel simpel.’

Verbinden
Je kunt het “simpel” noemen, maar het is natuurlijk veel meer. In de verbinding zit de kracht, dat komt duidelijk naar voren bij de verschillende projecten in het netwerk Samen Een in Feijenoord, waaronder de geïntegreerde aanpak van overgewicht. Maar de verbinding komt niet vanzelf tot stand. Er moet iemand zijn die het initiatief neemt om de knopen te leggen, de verbinding tot stand te brengen en te onderhouden. Waarschijnlijk is dat de belangrijkste les voor de wijknetwerken die in het hele land de komende maanden tot stand moeten komen. De gemeente Rotterdam ziet de meerwaarde. Ze heeft het netwerk erkend en gevraagd om het wijkteam -dat in het kader van de transities als proeftuin is gestart- te ondersteunen in hun taak. Dat is dus echt een staaltje van goed verbinden van bestaande infrastructuur met nieuwe ontwikkelingen.

Meer informatie
Kijk hier voor meer informatie over Samen Een in Feijenoord
Kijk hier voor voor een kort filmpje over de gezondheidstafel

[...]

Mieke-ReynenWijkgericht werken is sinds een paar jaar het credo. Dat het werkt, weten ze in de deelgemeente Feijenoord als geen ander. Al in 2007 wordt binnen het project “Samen Een in Feijenoord” structureel samengewerkt , uitgaande van het holistische mensbeeld. Dus aandacht voor de mens in zijn totaliteit, kijkend naar de leefgebieden zingeving; wonen; financiën; sociale relatie; lichamelijke en psychische gezondheid; werk & activiteiten.

‘Je kunt inmiddels niet meer spreken van een project, het is doorgegroeid tot een volwaardig en sluitend netwerk’, stelt projectmanager Mieke Reynen vast. ‘Alle partijen in de deelgemeente, actief op een of meer van deze leefgebieden, zijn aangesloten en dat zijn er ruim 30. Heel divers: van ziekenhuis tot welzijn, van woningcorporatie tot kinderdagverblijf.’ Er was 5 jaar subsidie, waarvan het project 6 jaar heeft gedraaid. ‘Inmiddels bekostigen de partners zelf grotendeels dit netwerk. Daarmee geven ze aan dat ze die samenwerking van groot belang vinden’ aldus Mieke. Met nadruk: ‘En dat is het ook in deze wijk met zoveel multiproblematiek. Je kunt de problemen alleen gezamenlijk oppakken, dat is echt onze drive.’

Zelfde taal
Mieke Reynen was vanuit het Gezondheidscentrum Randweg met ondersteuning van Zorgimpuls ( ROS Rotterdam) 7 jaar geleden initiatiefnemer van het project Samen Een in Feijenoord. ‘Bij mijn komst schetste iedereen de problematiek van de wijk, waar heel duidelijk naar voren kwam dat de verbinding tussen partijen ontbrak en wel noodzakelijk is. Dat hebben we in een visiedocument opgeschreven en met 19 partijen is er toen een intentieverklaring opgesteld. De wethouder zorg en welzijn heeft deze aanpak onderschreven en gaf de ondertekening een officieel tintje. We hebben echt gepionierd. Het belangrijkste was om elkaars taal te leren verstaan. De verschillende sectoren hebben elk hun eigen jargon, daarin zijn grote verschillen. Elkaar leren kennen en elkaar begrijpen is essentieel in zo’n breed netwerk.’ Om dat vast te houden is er vanaf vorig jaar eens per maand een netwerklunch voor de netwerkpartners en professionals in het werkgebied in gezondheidscentrum Randweg. ‘Dat is een gouden greep. Mensen ontmoeten elkaar, vertellen over hun projecten, weten elkaar zo makkelijk te vinden en maken afspraken met elkaar. De mensen komen echt naar deze lunch om iets te halen (en nee: geen broodje, want ze nemen hun eigen boterhammen mee) en te brengen.’

Gezondheidstafel
In Feijenoord is veel sprake van laaggeletterdheid en analfabetisme. ‘Daarom hebben we een digitale gezondheidstafel opgezet’, geeft Mieke aan. ‘Deze staat in ’t Slag: een multifunctioneel ontmoetingscentrum in de wijk met o.a. een apotheek, CJG, kinderdagopvang en bibliotheek. Met behulp van een touchscreen krijgen bezoekers veel visuele informatie over gezondheid, wonen, onderwijs en dergelijke.’ Enthousiast: ‘Leerlingen van het ROC hebben in het kader van hun opleiding filmpjes gemaakt over verschillende handelingen in het gezondheidscentrum, oor uitspuiten, bloeddruk opmeten etc. Zo snijdt het mes aan twee kanten. De bewoner krijgt uitleg, maar ook voor de leerling is het een leertraject, hoe moet je iets visualiseren, hoe moet je het opbouwen, hoe leg je iets uit? Het netwerk zit vol van dit soort voorbeelden van verbinden. Want daar gaat het om: hoe kunnen we mensen met elkaar verbinden? Eigen heel simpel.’

Verbinden
Je kunt het “simpel” noemen, maar het is natuurlijk veel meer. In de verbinding zit de kracht, dat komt duidelijk naar voren bij de verschillende projecten in het netwerk Samen Een in Feijenoord, waaronder de geïntegreerde aanpak van overgewicht. Maar de verbinding komt niet vanzelf tot stand. Er moet iemand zijn die het initiatief neemt om de knopen te leggen, de verbinding tot stand te brengen en te onderhouden. Waarschijnlijk is dat de belangrijkste les voor de wijknetwerken die in het hele land de komende maanden tot stand moeten komen. De gemeente Rotterdam ziet de meerwaarde. Ze heeft het netwerk erkend en gevraagd om het wijkteam -dat in het kader van de transities als proeftuin is gestart- te ondersteunen in hun taak. Dat is dus echt een staaltje van goed verbinden van bestaande infrastructuur met nieuwe ontwikkelingen.

Meer informatie
Kijk hier voor meer informatie over Samen Een in Feijenoord
Kijk hier voor voor een kort filmpje over de gezondheidstafel

Samenwerking huisarts en specialist ouderengeneeskunde

17 april 2014

Tegenwoordig blijven ouderen steeds langer thuis wonen. Een goede samenwerking tussen de huisarts en ouderenzorg is daarom van steeds groter belang. In Rotterdam zijn dicht bij huisartsen enkele specialisten ouderengeneeskunde werkzaam.

Zo houden in gezondheidscentrum Randweg  de specialisten oudergeneeskunde Hielke de Haan en Esther Broere spreekuur. Ouderen kunnen daar terecht na een bezoek aan de huisarts of er vindt een consult plaats samen met de huisarts. Ook lopen huisartsen en andere medewerkers veel binnen bij de specialisten ouderengeneeskunde om vragen over patiënten af te stemmen of een huisbezoek voor te bereiden of na te bespreken. De wijkverpleegkundige en de praktijkondersteuner gaan samen op bezoek bij deze patiënten om te kijken welke hulp we kunnen aanbieden.

Hielke de Haan: “Patiënten kunnen bijvoorbeeld deelnemen aan een dagbestedingsproject of hulp krijgen van een ergotherapeut of fysiotherapeut. Sommigen zijn juist gebaat bij Zorg aan Huis. Deze hulp kan ik in gang zetten via mijn collega’s, de wijkverpleegkundigen of de Zichtbare Schakels”. De patiënten zijn tevreden met de werkwijze. Ook de specialisten ouderengeneeskunde Hielke is ingenomen met deze werkwijze. “Het doel is dat buurtbewoners met de juiste hulp en ondersteuning langer thuis kunnen wonen. Onze inzet draagt daar zeker aan bij. ”

[...]

Tegenwoordig blijven ouderen steeds langer thuis wonen. Een goede samenwerking tussen de huisarts en ouderenzorg is daarom van steeds groter belang. In Rotterdam zijn dicht bij huisartsen enkele specialisten ouderengeneeskunde werkzaam.

Zo houden in gezondheidscentrum Randweg  de specialisten oudergeneeskunde Hielke de Haan en Esther Broere spreekuur. Ouderen kunnen daar terecht na een bezoek aan de huisarts of er vindt een consult plaats samen met de huisarts. Ook lopen huisartsen en andere medewerkers veel binnen bij de specialisten ouderengeneeskunde om vragen over patiënten af te stemmen of een huisbezoek voor te bereiden of na te bespreken. De wijkverpleegkundige en de praktijkondersteuner gaan samen op bezoek bij deze patiënten om te kijken welke hulp we kunnen aanbieden.

Hielke de Haan: “Patiënten kunnen bijvoorbeeld deelnemen aan een dagbestedingsproject of hulp krijgen van een ergotherapeut of fysiotherapeut. Sommigen zijn juist gebaat bij Zorg aan Huis. Deze hulp kan ik in gang zetten via mijn collega’s, de wijkverpleegkundigen of de Zichtbare Schakels”. De patiënten zijn tevreden met de werkwijze. Ook de specialisten ouderengeneeskunde Hielke is ingenomen met deze werkwijze. “Het doel is dat buurtbewoners met de juiste hulp en ondersteuning langer thuis kunnen wonen. Onze inzet draagt daar zeker aan bij. ”

Bert Groot Roessink over geïntegreerde zorg in Almere

10 april 2014

Almere bestaat binnenkort 30 jaar. In de aanloop naar dit gebeuren publiceert de plaatselijke krant interviews met prominente Almeerders. In een van de interviews komt Bert Groot Roessink aan het woord, bestuurder Zorggroep Almere en voormalig bestuurslid LVG. Hij stond aan de wieg van de opzet van de wijkgerichte gezondheidscentra in Almere en was vanaf de start actief binnen Zorggroep Almere: eerst als huisarts en vervolgens als bestuurder.

[...]

Almere bestaat binnenkort 30 jaar. In de aanloop naar dit gebeuren publiceert de plaatselijke krant interviews met prominente Almeerders. In een van de interviews komt Bert Groot Roessink aan het woord, bestuurder Zorggroep Almere en voormalig bestuurslid LVG. Hij stond aan de wieg van de opzet van de wijkgerichte gezondheidscentra in Almere en was vanaf de start actief binnen Zorggroep Almere: eerst als huisarts en vervolgens als bestuurder.

Beleidsvisie gegevensdeling en privacy in het sociaal domein

09 april 2014

Op 13 maart 2014 heeft het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties een ‘Beleidsvisie gegevensdeling en privacy in het sociaal domein’ voor consultatie vrijgegeven op de website www.internetconsultatie.nl.

Dit onderwerp betreft veel leden van InEen, met name gezondheidscentra. Daarom heeft InEen in een reactie haar visie op deze problematiek weergegeven. Daarin bepleiten we onder andere grote aandacht voor de toepassing van de in het beleidsdocument geformuleerde principes. De professionals moeten zich door de systemen van gegevensontwikkeling ondersteund voelen in de uitvoering van hun werk. Het “dichtregelen” van de uitwisselingssystemen moet worden voorkomen.

InEen bepleit het instellen van een laagdrempelige ondersteuningsinfrastructuur. Daarbij is het gebruikersperspectief belangrijker dan het perspectief van de techniek. Naast een helpdeskfunctie moet de ondersteuningsinfrastructuur ook een signaleringsfunctie krijgen.

[...]

Op 13 maart 2014 heeft het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties een ‘Beleidsvisie gegevensdeling en privacy in het sociaal domein’ voor consultatie vrijgegeven op de website www.internetconsultatie.nl.

Dit onderwerp betreft veel leden van InEen, met name gezondheidscentra. Daarom heeft InEen in een reactie haar visie op deze problematiek weergegeven. Daarin bepleiten we onder andere grote aandacht voor de toepassing van de in het beleidsdocument geformuleerde principes. De professionals moeten zich door de systemen van gegevensontwikkeling ondersteund voelen in de uitvoering van hun werk. Het “dichtregelen” van de uitwisselingssystemen moet worden voorkomen.

InEen bepleit het instellen van een laagdrempelige ondersteuningsinfrastructuur. Daarbij is het gebruikersperspectief belangrijker dan het perspectief van de techniek. Naast een helpdeskfunctie moet de ondersteuningsinfrastructuur ook een signaleringsfunctie krijgen.

Vacatures Doktersassistenten en Praktijkondersteuners

03 april 2014

Huisartsen hebben moeite om voldoende praktijkondersteuners-ggz te vinden: 1 op de 5 beschikbare plaatsen voor een POH-ggz is vacant. In Zuidwest-Nederland is dat zelfs 1 op de  3. Dat blijkt uit de Vacaturemonitor Doktersassistenten en Praktijkondersteuners van de Stichting Sociaal Fonds Huisartsenzorg (SSFH), van februari 2014. InEen is een van de partners van SSFH.

Ook de vraag naar POH’s-somatiek is groter dan het aanbod, blijkt uit de monitor. De vacaturegraad is 6,6%. Dat betekent dat ruim 1 op de 20 arbeidsplaatsen onbezet is. Een vacaturegraad van 2 – 3% is normaal voor een goed functionerende arbeidsmarkt. Het duurt gemiddeld 135 dagen voordat een openstaande vacature voor een POH is vervuld. De openstaande vacatures van de doktersassistenten zijn overigens wel afgenomen van 2,5% in oktober 2013 naar 2% in februari 2014. In deze monitor zijn voor het eerst de vacatures voor POH-somatiek en POH-ggz uitgesplitst.

[...]

Huisartsen hebben moeite om voldoende praktijkondersteuners-ggz te vinden: 1 op de 5 beschikbare plaatsen voor een POH-ggz is vacant. In Zuidwest-Nederland is dat zelfs 1 op de  3. Dat blijkt uit de Vacaturemonitor Doktersassistenten en Praktijkondersteuners van de Stichting Sociaal Fonds Huisartsenzorg (SSFH), van februari 2014. InEen is een van de partners van SSFH.

Ook de vraag naar POH’s-somatiek is groter dan het aanbod, blijkt uit de monitor. De vacaturegraad is 6,6%. Dat betekent dat ruim 1 op de 20 arbeidsplaatsen onbezet is. Een vacaturegraad van 2 – 3% is normaal voor een goed functionerende arbeidsmarkt. Het duurt gemiddeld 135 dagen voordat een openstaande vacature voor een POH is vervuld. De openstaande vacatures van de doktersassistenten zijn overigens wel afgenomen van 2,5% in oktober 2013 naar 2% in februari 2014. In deze monitor zijn voor het eerst de vacatures voor POH-somatiek en POH-ggz uitgesplitst.

Internetconsult mogelijk bij Zorggroep Almere

28 maart 2014

Zorggroep Almere biedt haar patiënten de mogelijk tot internetconsult om snel een vraag te stellen aan een huisarts, apotheker, praktijkondersteunner, fysiotherapeut, maatschappelijk werker, verloskundige, lactatiekundige of diëtist. Voor vragen aan huisarts of apotheker is een DigiD met sms-functie noodzakelijk. Binnen 1 tot 2 werkdagen krijgt de patient antwoord van zijn/haar eigen zorgverlener.

Zo kunnen patiënten ook vragen stellen waar ze normaal gesproken niet voor naar het gezondheidscentrum zouden gaan. Zorggroep Almere heeft een publieksfilmpje laten maken met een uitleg over het internetconsult.

[...]

Zorggroep Almere biedt haar patiënten de mogelijk tot internetconsult om snel een vraag te stellen aan een huisarts, apotheker, praktijkondersteunner, fysiotherapeut, maatschappelijk werker, verloskundige, lactatiekundige of diëtist. Voor vragen aan huisarts of apotheker is een DigiD met sms-functie noodzakelijk. Binnen 1 tot 2 werkdagen krijgt de patient antwoord van zijn/haar eigen zorgverlener.

Zo kunnen patiënten ook vragen stellen waar ze normaal gesproken niet voor naar het gezondheidscentrum zouden gaan. Zorggroep Almere heeft een publieksfilmpje laten maken met een uitleg over het internetconsult.

HKZ-certificaat voor Gezondheidscentrum Merenwijk

28 maart 2014

Gezondheidscentrum Merenwijk in Leiden (lid van InEen) heeft in maart het hoogste (3e) niveau behaald van het ‘HKZ Normstelsel Keten Multidisciplinair Eerstelijnssamenwerkingsverband’.

Op 19 en 20 maart is het gezondheidscentrum geauditeerd door de onafhankelijke certificerende instelling Lloyd’s Register Quality Assurance uit Rotterdam. Na deze audit stelde de auditor van Lloyd’s vast dat het managementsysteem van Gezondheidscentrum Merenwijk voldoet aan de norm: ‘HKZ Normstelsel Keten Multidisciplinair Eerstelijnssamenwerkingsverband, niveau III’.

Sinds 2011 was het centrum al in het bezit van niveau 1 en 2 van dit certificaat. Daarmee toonden ze aan dat ze de zaken intern goed op orde hebben, de cliënten centraal stellen in de keten van zorgverlening (zorgprogramma’s) en betrouwbare resultaten kunnen presenteren. Met het behalen van niveau 3 is aangetoond dat ook het cyclisch proces van het continue verbeteren binnen de ketenzorg voldoet aan de HKZ-eisen.

[...]

Gezondheidscentrum Merenwijk in Leiden (lid van InEen) heeft in maart het hoogste (3e) niveau behaald van het ‘HKZ Normstelsel Keten Multidisciplinair Eerstelijnssamenwerkingsverband’.

Op 19 en 20 maart is het gezondheidscentrum geauditeerd door de onafhankelijke certificerende instelling Lloyd’s Register Quality Assurance uit Rotterdam. Na deze audit stelde de auditor van Lloyd’s vast dat het managementsysteem van Gezondheidscentrum Merenwijk voldoet aan de norm: ‘HKZ Normstelsel Keten Multidisciplinair Eerstelijnssamenwerkingsverband, niveau III’.

Sinds 2011 was het centrum al in het bezit van niveau 1 en 2 van dit certificaat. Daarmee toonden ze aan dat ze de zaken intern goed op orde hebben, de cliënten centraal stellen in de keten van zorgverlening (zorgprogramma’s) en betrouwbare resultaten kunnen presenteren. Met het behalen van niveau 3 is aangetoond dat ook het cyclisch proces van het continue verbeteren binnen de ketenzorg voldoet aan de HKZ-eisen.

Huizen zet patiënt ook in website centraal

28 maart 2014

St. Wijkgezondheid Huizen (lid van InEen) heeft nieuwe interactieve sites ontwikkeld voor de beide aansloten gezondheidscentra Bovenmaat en Huizermaat in Huizen.

Directeur Jan Willem Gort van St. Wijkgezondheidscentra Huizen: “Bij de inrichting van de nieuwe websites en bij de vernieuwing van het centrum hebben we de vragen, behoeften en wensen van patiënten als uitgangspunt genomen. Via de patiëntenorganisatie Zorgbelang hebben we patiënten om hun mening gevraagd. Die opmerkingen zijn verwerkt in het ontwerp van de site. Dit is een eerste stap in het denken vanuit de vraag van de patiënt, niet vanuit je eigen aanbod.”

Patiënten kunnen via de website vragen stellen (e-consult), herhaalrecepten aanvragen bij de apotheek en online afspraken maken. Onder de knop “Gezond leven” staat informatie over onder andere gezond bewegen, stoppen met roken en wat de gezondheidscentra daarin kunnen betekenen. Een filmclip biedt een kort overzicht van de zorgdisciplines en een sfeerimpressie van de faciliteiten van de gezondheidscentra.

ROS Raedelijn (eveneens lid van InEen) heeft WGC Huizen begeleid bij de patiëntgerichte online strategie en de realisatie van de interactieve websites.

[...]

St. Wijkgezondheid Huizen (lid van InEen) heeft nieuwe interactieve sites ontwikkeld voor de beide aansloten gezondheidscentra Bovenmaat en Huizermaat in Huizen.

Directeur Jan Willem Gort van St. Wijkgezondheidscentra Huizen: “Bij de inrichting van de nieuwe websites en bij de vernieuwing van het centrum hebben we de vragen, behoeften en wensen van patiënten als uitgangspunt genomen. Via de patiëntenorganisatie Zorgbelang hebben we patiënten om hun mening gevraagd. Die opmerkingen zijn verwerkt in het ontwerp van de site. Dit is een eerste stap in het denken vanuit de vraag van de patiënt, niet vanuit je eigen aanbod.”

Patiënten kunnen via de website vragen stellen (e-consult), herhaalrecepten aanvragen bij de apotheek en online afspraken maken. Onder de knop “Gezond leven” staat informatie over onder andere gezond bewegen, stoppen met roken en wat de gezondheidscentra daarin kunnen betekenen. Een filmclip biedt een kort overzicht van de zorgdisciplines en een sfeerimpressie van de faciliteiten van de gezondheidscentra.

ROS Raedelijn (eveneens lid van InEen) heeft WGC Huizen begeleid bij de patiëntgerichte online strategie en de realisatie van de interactieve websites.

Apotheek De Brug Almere wint KNMP-Zorginnovatieprijs

26 maart 2014

Winnaar van de KNMP-Zorginnovatieprijs 2014 is apotheker Sandra van Putten van apotheek De Brug in Almere. Deze apotheek is onderdeel van Zorggroep Almere en lid van InEen.

Het is lastig om patiënten met een chronische leverstoornis de juiste dosis van een genees-middel te geven. Frustrerend, vond apotheker Sandra van Putten van apotheek De Brug in Almere. Ze wilde daar graag iets aan doen en ontwikkelde met collega-apothekers, huisartsen en medisch specialisten een methode voor medicatiebewaking bij een ernstige leverziekte.

Sandra van Putten: ‘Groot probleem bij leverstoornissen is dat je niet goed weet in welke mate de lever werkt. Omdat je dat niet met een eenvoudige bloedbepaling kunt vaststellen, is het voor een apotheker moeilijk om de doseringen van geneesmiddelen aan te passen aan de leverziekte. Wij richten ons op patiënten met een ernstige leverziekte. Bij deze groep weet je dat de leverfunctie gewoonweg slecht is. Door te bewaken op leverfalen kan de apotheker een groot verschil maken. We verwachten dat we het veilig medicijngebruik van deze kwetsbare patiënten belangrijk kunnen verbeteren.’

De apothekers van Zorggroep Almere hebben intussen scholing gekregen over het voorschrijfbeleid bij patiënten met een ernstige leverziekte. Ook de ziekenhuisapotheek gaat de nieuwe methode binnenkort gebruiken.

[...]

Winnaar van de KNMP-Zorginnovatieprijs 2014 is apotheker Sandra van Putten van apotheek De Brug in Almere. Deze apotheek is onderdeel van Zorggroep Almere en lid van InEen.

Het is lastig om patiënten met een chronische leverstoornis de juiste dosis van een genees-middel te geven. Frustrerend, vond apotheker Sandra van Putten van apotheek De Brug in Almere. Ze wilde daar graag iets aan doen en ontwikkelde met collega-apothekers, huisartsen en medisch specialisten een methode voor medicatiebewaking bij een ernstige leverziekte.

Sandra van Putten: ‘Groot probleem bij leverstoornissen is dat je niet goed weet in welke mate de lever werkt. Omdat je dat niet met een eenvoudige bloedbepaling kunt vaststellen, is het voor een apotheker moeilijk om de doseringen van geneesmiddelen aan te passen aan de leverziekte. Wij richten ons op patiënten met een ernstige leverziekte. Bij deze groep weet je dat de leverfunctie gewoonweg slecht is. Door te bewaken op leverfalen kan de apotheker een groot verschil maken. We verwachten dat we het veilig medicijngebruik van deze kwetsbare patiënten belangrijk kunnen verbeteren.’

De apothekers van Zorggroep Almere hebben intussen scholing gekregen over het voorschrijfbeleid bij patiënten met een ernstige leverziekte. Ook de ziekenhuisapotheek gaat de nieuwe methode binnenkort gebruiken.

Gezondheidscentrum Ommoord kijkt naar kwetsbare ouderen

26 maart 2014

GZOuderenzorg is een essentieel onderdeel van de geïntegreerde, wijkgegerichte eerstelijnszorg. In het hele land zijn goede initiatieven. De Rotterdamse wijk Ommoord kent een hoger percentage ouderen dan het landelijk gemiddelde. ‘Zijn de kwetsbare ouderen bij ons wel voldoende in beeld?’, vroegen de huisartsen van gezondheidscentrum Ommoord (lid van InEen) zich in 2011 al af. Gezamenlijk hebben ze zo’n 12.000 patiënten, waarvan 27% boven de 65 jaar.

Omdat de huisartsen zich wilden focussen op de kwetsbare ouderen, hebben ze de lat in eerste instantie gelegd bij 75 jaar en ouder. Dat is 14% van de patiënten, 1.680 mensen. Kaderhuisarts ouderengeneeskunde Kees Grimbergen ging aan de slag. ‘Stichting Theia heeft voor twee jaar subsidie toegekend’, vertelt projectleider Edith de la Fuente. ‘Daarmee konden we een verpleegkundige ouderenzorg inzetten voor de uitvoering.’

Voor een screeningsinstrument viel de keuze op de GFI (Groninger Frailty Indicator). ‘Dat valide instrument bevat slechts 15 ja/nee vragen. Zo belast je je patiënten niet al te veel.’ Dat de patiënten dit niet als een belasting zagen, blijkt wel uit de zeer hoge respons. Van de 1.614 mensen reageerde 70% binnen twee weken. Na een extra belronde liep de respons op tot 86%: een fantastische score. Overigens gingen niet alle 1.614 brieven tegelijk de deur uit. De screening vond steeds per 2 huisartsenpraktijken plaats.

Hoge score op kwetsbaarheid
Aan de hand van de uitkomsten zijn de patiënten ingedeeld in categorieën: niet kwetsbaar, kwetsbaar en zeer kwetsbaar. 42% van de respondenten was kwetsbaar, van wie meer dan de helft zeer kwetsbaar. ‘Het bleek dat een groot deel van de kwetsbare ouderen al voldoende zorg ontvingen, ook al hadden we ze niet als “kwetsbaar” gelabeld’, vertelt Edith de la Fuente. ‘Dat was een eye opener. De vraag is daarom of zo’n relatief arbeidsintensieve brede screening het juiste instrument is voor het opsporen van kwetsbare ouderen.’ De patiënten stelden overigens de persoonlijke aandacht ze zeer op prijs.’

Voorkom medicalisering
Sinds september 2013 werkt er in gezondheidscentrum Ommoord een verpleegkundige ouderenzorg. ‘Ze kijkt voor welke kwetsbare patiënten een zorgplan nodig is, een consultatie van een specialist ouderengeneeskunde, een geriater, e.d. Ook zijn er steeds betere afspraken met het ziekenhuis bij ontslag van kwetsbare ouderen, zodat ze goed in beeld blijven.’ Edith: ‘Wat vooral van belang is, is het centraal stellen van de patiënt en, zo mogelijk, diens mantelzorger. “Waar heeft u behoefte aan?” Dat hoeft niet direct zorg te zijn, er zijn ook andere oplossingen. Met zo’n houding voorkom je medicalisering.’

Ook aan de slag?
Het advies voor andere gezondheidscentra? Edith: ‘Ga met kwetsbare ouderen aan de slag. Vraag u daarbij wel af of een brede screening noodzakelijk is of dat je beter kleiner kunt starten. Van belang is wel de samenwerking met de informele zorg en gedegen kennis van het wijkaanbod.’ Dit advies is in lijn met InEen, wij maken ons ook hard voor die verbinding.

Voor meer informatie, lees het artikel ‘Kwetsbare ouderen opsporen loont’ . U kunt ook contact opnemen:
– Over het project: Edith de la Fuente, projectleider Zorg Op Noord – E.delafuente@zorgopnoord.nl of Kees Grimbergen, kaderhuisarts ouderengeneeskunde – c.grimbergen@ziggo.nl
– Over het vervolgtraject: Filian Looman, huisarts: f.looman@gcommoord.nl of Eline Speijer, verpleegkundige ouderenzorg: e.speijerboom@gcommoord.nl

[...]

GZOuderenzorg is een essentieel onderdeel van de geïntegreerde, wijkgegerichte eerstelijnszorg. In het hele land zijn goede initiatieven. De Rotterdamse wijk Ommoord kent een hoger percentage ouderen dan het landelijk gemiddelde. ‘Zijn de kwetsbare ouderen bij ons wel voldoende in beeld?’, vroegen de huisartsen van gezondheidscentrum Ommoord (lid van InEen) zich in 2011 al af. Gezamenlijk hebben ze zo’n 12.000 patiënten, waarvan 27% boven de 65 jaar.

Omdat de huisartsen zich wilden focussen op de kwetsbare ouderen, hebben ze de lat in eerste instantie gelegd bij 75 jaar en ouder. Dat is 14% van de patiënten, 1.680 mensen. Kaderhuisarts ouderengeneeskunde Kees Grimbergen ging aan de slag. ‘Stichting Theia heeft voor twee jaar subsidie toegekend’, vertelt projectleider Edith de la Fuente. ‘Daarmee konden we een verpleegkundige ouderenzorg inzetten voor de uitvoering.’

Voor een screeningsinstrument viel de keuze op de GFI (Groninger Frailty Indicator). ‘Dat valide instrument bevat slechts 15 ja/nee vragen. Zo belast je je patiënten niet al te veel.’ Dat de patiënten dit niet als een belasting zagen, blijkt wel uit de zeer hoge respons. Van de 1.614 mensen reageerde 70% binnen twee weken. Na een extra belronde liep de respons op tot 86%: een fantastische score. Overigens gingen niet alle 1.614 brieven tegelijk de deur uit. De screening vond steeds per 2 huisartsenpraktijken plaats.

Hoge score op kwetsbaarheid
Aan de hand van de uitkomsten zijn de patiënten ingedeeld in categorieën: niet kwetsbaar, kwetsbaar en zeer kwetsbaar. 42% van de respondenten was kwetsbaar, van wie meer dan de helft zeer kwetsbaar. ‘Het bleek dat een groot deel van de kwetsbare ouderen al voldoende zorg ontvingen, ook al hadden we ze niet als “kwetsbaar” gelabeld’, vertelt Edith de la Fuente. ‘Dat was een eye opener. De vraag is daarom of zo’n relatief arbeidsintensieve brede screening het juiste instrument is voor het opsporen van kwetsbare ouderen.’ De patiënten stelden overigens de persoonlijke aandacht ze zeer op prijs.’

Voorkom medicalisering
Sinds september 2013 werkt er in gezondheidscentrum Ommoord een verpleegkundige ouderenzorg. ‘Ze kijkt voor welke kwetsbare patiënten een zorgplan nodig is, een consultatie van een specialist ouderengeneeskunde, een geriater, e.d. Ook zijn er steeds betere afspraken met het ziekenhuis bij ontslag van kwetsbare ouderen, zodat ze goed in beeld blijven.’ Edith: ‘Wat vooral van belang is, is het centraal stellen van de patiënt en, zo mogelijk, diens mantelzorger. “Waar heeft u behoefte aan?” Dat hoeft niet direct zorg te zijn, er zijn ook andere oplossingen. Met zo’n houding voorkom je medicalisering.’

Ook aan de slag?
Het advies voor andere gezondheidscentra? Edith: ‘Ga met kwetsbare ouderen aan de slag. Vraag u daarbij wel af of een brede screening noodzakelijk is of dat je beter kleiner kunt starten. Van belang is wel de samenwerking met de informele zorg en gedegen kennis van het wijkaanbod.’ Dit advies is in lijn met InEen, wij maken ons ook hard voor die verbinding.

Voor meer informatie, lees het artikel ‘Kwetsbare ouderen opsporen loont’ . U kunt ook contact opnemen:
– Over het project: Edith de la Fuente, projectleider Zorg Op Noord – E.delafuente@zorgopnoord.nl of Kees Grimbergen, kaderhuisarts ouderengeneeskunde – c.grimbergen@ziggo.nl
– Over het vervolgtraject: Filian Looman, huisarts: f.looman@gcommoord.nl of Eline Speijer, verpleegkundige ouderenzorg: e.speijerboom@gcommoord.nl

RIVM-rapport Landelijke monitor populatiemanagenent

25 maart 2014

RIVM volgt de 9 proeftuinen op het implementatieproces, de succes- en faalfactoren en het effect op de gezondheid van de populatie en de kwaliteit en kosten van de zorg. De proeftuinen grotendeels gericht op eerste- en tweedelijnszorg. Iedere proeftuin kent verschillende programma’s en een bijbehorende set interventies. De interventies richten zich vaak op substitutie van zorg, integratie van zorg (eventueel met welzijn) en preventie. De ambitie is om dit gaandeweg uit te breiden naar andere domeinen, zoals GGZ en jeugdzorg.

Het RIVM-rapport Landelijke monitor populatiemanagement richt zich voornamelijk op de overeenkomsten en verschillen tussen de proeftuinen. De beschrijving is gebaseerd op documenten van de proeftuinen (tot januari 2014) en interviews met de betrokken partijen/initiatiefnemers.

[...]

RIVM volgt de 9 proeftuinen op het implementatieproces, de succes- en faalfactoren en het effect op de gezondheid van de populatie en de kwaliteit en kosten van de zorg. De proeftuinen grotendeels gericht op eerste- en tweedelijnszorg. Iedere proeftuin kent verschillende programma’s en een bijbehorende set interventies. De interventies richten zich vaak op substitutie van zorg, integratie van zorg (eventueel met welzijn) en preventie. De ambitie is om dit gaandeweg uit te breiden naar andere domeinen, zoals GGZ en jeugdzorg.

Het RIVM-rapport Landelijke monitor populatiemanagement richt zich voornamelijk op de overeenkomsten en verschillen tussen de proeftuinen. De beschrijving is gebaseerd op documenten van de proeftuinen (tot januari 2014) en interviews met de betrokken partijen/initiatiefnemers.

InEen-leden in de prijzen bij Op één Lijn

25 maart 2014

Medio maart vond de afsluiting plaats van het ZonMw-project Op één Lijn. Van de 80 gefinancierde projecten, kregen 4 projecten een prijs. Namelijk: SOLK-project van Overvecht Gezond (Utrecht), Welzijn op Recept van gezondheidscentrum de Roerdomp in Nieuwegein, project Kapstok (mantelzorgondersteuning) van het samenwerkingsverband eerste lijn en welzijn in Emmen en het project MSM (organisatiemodel voor multidisciplinaire zorg op het platteland) van het samenwerkingsverband eerste lijn in Maasgouw.

InEen is er trots op dat haar leden Overvecht Gezond en gezondheidscentrum De Roerdomp in de prijzen vielen. We feliciteren hen van harte!

SOLK-project
Het SOLK-project betreft somatisch onvoldoende verklaarbare lichamelijke klachten. De jury was enthousiast over de kwaliteit van het zorgprogramma en het feit dat de werkwijze en het samenwerkingsmodel ook voor de bredere groep patiënten met meervoudige, complexe problemen toepasbaar is.

Het zorgprogramma en andere publicaties van het SOLK-project staat op de website van Overvecht Gezond. U kunt voor meer informatie contact opnemen met Nikki Makkes via  n.makkes@huisartsenkliniek.com en Erik te Biesebeke via e.tebiesebeke@overvechtgezond.nl

Welzijn op recept
Ook het project Welzijn op Recept is goed opschaalbaar en wordt inmiddels op een aantal plaatsen in het land uitgevoerd. Hierbij gaat het om de mogelijkheid om patiënten via de huisarts naar welzijn door te verwijzen.

Voor welzijn op recept heeft het Trimboyinstituut een handleiding opgesteld. Daarin staan ervaringen in de wijk Doorslag Nieuwegein, tips voor de uitvoering, de laatste wetenschappelijke inzichten en de resultaten van de pilot in Nieuwegein.

[...]

Medio maart vond de afsluiting plaats van het ZonMw-project Op één Lijn. Van de 80 gefinancierde projecten, kregen 4 projecten een prijs. Namelijk: SOLK-project van Overvecht Gezond (Utrecht), Welzijn op Recept van gezondheidscentrum de Roerdomp in Nieuwegein, project Kapstok (mantelzorgondersteuning) van het samenwerkingsverband eerste lijn en welzijn in Emmen en het project MSM (organisatiemodel voor multidisciplinaire zorg op het platteland) van het samenwerkingsverband eerste lijn in Maasgouw.

InEen is er trots op dat haar leden Overvecht Gezond en gezondheidscentrum De Roerdomp in de prijzen vielen. We feliciteren hen van harte!

SOLK-project
Het SOLK-project betreft somatisch onvoldoende verklaarbare lichamelijke klachten. De jury was enthousiast over de kwaliteit van het zorgprogramma en het feit dat de werkwijze en het samenwerkingsmodel ook voor de bredere groep patiënten met meervoudige, complexe problemen toepasbaar is.

Het zorgprogramma en andere publicaties van het SOLK-project staat op de website van Overvecht Gezond. U kunt voor meer informatie contact opnemen met Nikki Makkes via  n.makkes@huisartsenkliniek.com en Erik te Biesebeke via e.tebiesebeke@overvechtgezond.nl

Welzijn op recept
Ook het project Welzijn op Recept is goed opschaalbaar en wordt inmiddels op een aantal plaatsen in het land uitgevoerd. Hierbij gaat het om de mogelijkheid om patiënten via de huisarts naar welzijn door te verwijzen.

Voor welzijn op recept heeft het Trimboyinstituut een handleiding opgesteld. Daarin staan ervaringen in de wijk Doorslag Nieuwegein, tips voor de uitvoering, de laatste wetenschappelijke inzichten en de resultaten van de pilot in Nieuwegein.

Aanpak leefstijlverbetering in Kanaleneiland

25 maart 2014

Gezondheidscentrum Kanaleneiland heeft met de GG&GD en de thuiszorg samenwerking gezocht om te komen tot verandering in de leefstijl. Een goede leefstijl is namelijk essentieel voor een goede gezondheid. Het is zelfs zo dat bewoners in krachtwijken korter leven, onder andere als gevolg van een minder gezonde leefstijl.

De Inspectie van Volksgezondheid en Zorg (IGZ) heeft in een aantal achterstandswijken kritisch gekeken naar de inzet op leefstijl. De aanpak van Kanaleneiland scoort daarbij als een na beste. De samenwerking tussen de partijen is volgens het IGZ-rapport zonder meer goed. Dankzij een wijkprofiel en het delen van de gegevens is de inzet efficiënt. Er zijn gezamenlijke doelstellingen, o.a. voor voeding & beweging, hart- & vaatziekten en diabetes. Een bijzonder project voor goede buurtzorg is Zichtbare Schakel. IGZ geeft de systematische evaluatie en gestructureerd overleg van de zorgpartners in de wijk ook een dikke voldoende.

Verbeteringen
Resi Voorwinden is tevreden over de behaalde scores. Zij is coördinator van de Stichting Kanaleneiland GEZond en het onlangs opgerichte ‘broertje’ Marco Polo GEZond. In beide organisaties werken zorgverleners uit de eerste lijn nauw samen. Nuchter: ‘De uitslag was geen complete verrassing. Er gebeuren veel goede dingen in Kanaleneiland en we zien de verbeteringen.’

Samenwerking
Medewerkers uit de eerste lijn, thuiszorg, scholen, sportverenigingen en woningcorporaties trekken nauw op met bewoners. Soms wordt aangehaakt bij een bewonersinitiatief, een andere keer zijn verhalen van bewoners aanleiding voor een zorgprogramma. Resi: ‘We weten elkaar goed te vinden en kunnen daardoor de programma’s goed afstemmen op de behoeften in de wijk.’ Als voorbeeld noemt ze het tegengaan van overgewicht bij kinderen. ‘Professionals maken afspraken over signaleren, doorverwijzen en behandelen. Dat loopt van jeugdverpleegkundige tot huisarts, van sociaal makelaar tot sportdocent. Ze delen hun ervaringen en kijken hoe ze elkaar kunnen steunen en aanvullen. Daarbij waken we ervoor dat er te veel zorgverleners bij iemand aan de slag gaan.’ Ook in het project ‘Op 1 lijn Kanaleneiland’ volgen veel disciplines allochtone vrouwen met overbelastingsproblemen. Resi: ‘Deze vrouwen zijn vaak gebaat bij een combinatie van praten en bewegen, afstemming is dus ook hier belangrijk.’

Netwerkregie
Alleen op netwerkregie geeft IGZ geen voldoende. ‘Die netwerkregie is een lastige’, erkent Resi. ‘Je wilt  iemand die verantwoordelijk is voor een heel traject. Dat is een hele puzzel, maar alle betrokkenen zijn bereid om stappen te zetten, dus dat gaan we alsnog bereiken’, is haar overtuiging. Gezondheidscentrum Kanaleneiland is lid van InEen. Wilt u meer weten over de aanpak in Kanaleneiland? Mail dan naar resi.voorwinden@partnerinzorg.nl.

[...]

Gezondheidscentrum Kanaleneiland heeft met de GG&GD en de thuiszorg samenwerking gezocht om te komen tot verandering in de leefstijl. Een goede leefstijl is namelijk essentieel voor een goede gezondheid. Het is zelfs zo dat bewoners in krachtwijken korter leven, onder andere als gevolg van een minder gezonde leefstijl.

De Inspectie van Volksgezondheid en Zorg (IGZ) heeft in een aantal achterstandswijken kritisch gekeken naar de inzet op leefstijl. De aanpak van Kanaleneiland scoort daarbij als een na beste. De samenwerking tussen de partijen is volgens het IGZ-rapport zonder meer goed. Dankzij een wijkprofiel en het delen van de gegevens is de inzet efficiënt. Er zijn gezamenlijke doelstellingen, o.a. voor voeding & beweging, hart- & vaatziekten en diabetes. Een bijzonder project voor goede buurtzorg is Zichtbare Schakel. IGZ geeft de systematische evaluatie en gestructureerd overleg van de zorgpartners in de wijk ook een dikke voldoende.

Verbeteringen
Resi Voorwinden is tevreden over de behaalde scores. Zij is coördinator van de Stichting Kanaleneiland GEZond en het onlangs opgerichte ‘broertje’ Marco Polo GEZond. In beide organisaties werken zorgverleners uit de eerste lijn nauw samen. Nuchter: ‘De uitslag was geen complete verrassing. Er gebeuren veel goede dingen in Kanaleneiland en we zien de verbeteringen.’

Samenwerking
Medewerkers uit de eerste lijn, thuiszorg, scholen, sportverenigingen en woningcorporaties trekken nauw op met bewoners. Soms wordt aangehaakt bij een bewonersinitiatief, een andere keer zijn verhalen van bewoners aanleiding voor een zorgprogramma. Resi: ‘We weten elkaar goed te vinden en kunnen daardoor de programma’s goed afstemmen op de behoeften in de wijk.’ Als voorbeeld noemt ze het tegengaan van overgewicht bij kinderen. ‘Professionals maken afspraken over signaleren, doorverwijzen en behandelen. Dat loopt van jeugdverpleegkundige tot huisarts, van sociaal makelaar tot sportdocent. Ze delen hun ervaringen en kijken hoe ze elkaar kunnen steunen en aanvullen. Daarbij waken we ervoor dat er te veel zorgverleners bij iemand aan de slag gaan.’ Ook in het project ‘Op 1 lijn Kanaleneiland’ volgen veel disciplines allochtone vrouwen met overbelastingsproblemen. Resi: ‘Deze vrouwen zijn vaak gebaat bij een combinatie van praten en bewegen, afstemming is dus ook hier belangrijk.’

Netwerkregie
Alleen op netwerkregie geeft IGZ geen voldoende. ‘Die netwerkregie is een lastige’, erkent Resi. ‘Je wilt  iemand die verantwoordelijk is voor een heel traject. Dat is een hele puzzel, maar alle betrokkenen zijn bereid om stappen te zetten, dus dat gaan we alsnog bereiken’, is haar overtuiging. Gezondheidscentrum Kanaleneiland is lid van InEen. Wilt u meer weten over de aanpak in Kanaleneiland? Mail dan naar resi.voorwinden@partnerinzorg.nl.

Brochure over Preventiekracht dicht bij huis

21 maart 2014

Het ZonMw-programma ‘PreventieKracht dicht bij huis’ stimuleert goede lokale preventie en gezondheidsbevordering. Ruim 80 projectorganisaties hebben activiteiten uitgevoerd op het gebied van preventie ‘dicht bij huis’. Uitvoerende organisaties zijn veelal thuiszorgorganisaties, GGD’en, ggz, welzijnswerk en ook ROS’en. De slaagkans neemt aanzienlijk toe als preventie wordt opgepakt in samenwerking tussen preventie, zorg en welzijn.

Het programma is opgevolgd door het Nationaal Programma Preventie van VWS. ZonMw heeft de brochure ‘Het stokje overdragen’ uitgebracht, met daarin de opbrengsten van het programma ‘Preventiekracht dicht bij huis’. Ook staan er ideeën in hoe verder te gaan met preventie.

[...]

Het ZonMw-programma ‘PreventieKracht dicht bij huis’ stimuleert goede lokale preventie en gezondheidsbevordering. Ruim 80 projectorganisaties hebben activiteiten uitgevoerd op het gebied van preventie ‘dicht bij huis’. Uitvoerende organisaties zijn veelal thuiszorgorganisaties, GGD’en, ggz, welzijnswerk en ook ROS’en. De slaagkans neemt aanzienlijk toe als preventie wordt opgepakt in samenwerking tussen preventie, zorg en welzijn.

Het programma is opgevolgd door het Nationaal Programma Preventie van VWS. ZonMw heeft de brochure ‘Het stokje overdragen’ uitgebracht, met daarin de opbrengsten van het programma ‘Preventiekracht dicht bij huis’. Ook staan er ideeën in hoe verder te gaan met preventie.

Verdubbeling aantal gezondheidscentra verwacht

21 maart 2014

De huisarts vormt de belangrijkste schakel in de gezondheidszorg in Nederland. De Rabobank verwacht dat tot 2020 zo’n 2.000 huisartsen hun praktijk overdragen of beëindigen. Minimaal 2.500 nieuwe huisartsen zijn nodig om het huidige kwaliteitsniveau op peil te houden en om kleinere praktijken, meer parttimewerk en meer activiteiten in de eerste lijn te realiseren. Ook verwacht de Rabobank een verdubbeling van het aantal gezondheidscentra. De thema-update Gezondheidszorg van de Rabobank gaat in op deze ontwikkelingen.

[...]

De huisarts vormt de belangrijkste schakel in de gezondheidszorg in Nederland. De Rabobank verwacht dat tot 2020 zo’n 2.000 huisartsen hun praktijk overdragen of beëindigen. Minimaal 2.500 nieuwe huisartsen zijn nodig om het huidige kwaliteitsniveau op peil te houden en om kleinere praktijken, meer parttimewerk en meer activiteiten in de eerste lijn te realiseren. Ook verwacht de Rabobank een verdubbeling van het aantal gezondheidscentra. De thema-update Gezondheidszorg van de Rabobank gaat in op deze ontwikkelingen.

Eerstelijnscongres Barcelona: call voor abstracts

21 maart 2014

Op 1 en 2 september a.s. is er het EFPC-congres (European Forum for Primary Care) in Barcelona. InEen is lid van EFPC. Een Europees congres voor geïntegreerde eerstelijnszorg. Er is een call voor abstracts: voor presentaties over onderzoek; over beleid (korte presentaties waarna een publieksdebat volgt); en over goede praktijkvoorbeelden. Deze laatste liefst via een multimediapresentatie (film, video, foto’s). Stuur goede voorbeelden in.

[...]

Op 1 en 2 september a.s. is er het EFPC-congres (European Forum for Primary Care) in Barcelona. InEen is lid van EFPC. Een Europees congres voor geïntegreerde eerstelijnszorg. Er is een call voor abstracts: voor presentaties over onderzoek; over beleid (korte presentaties waarna een publieksdebat volgt); en over goede praktijkvoorbeelden. Deze laatste liefst via een multimediapresentatie (film, video, foto’s). Stuur goede voorbeelden in.

Norm variabilisering 2014: minimaal 82%

21 maart 2014

LHV en Zorgverzekeraars Nederland hebben overeenstemming bereikt over de normen voor de variabilisering 2014. Er moet op beide, eerder vastgestelde indicatoren een percentage van 82 procent of hoger worden gehaald om aanspraak te maken op de variabiliseringsgelden. Deze afspraken zijn tot stand gekomen op basis van een analyse door het Nivel. Volgens beide partijen is hiermee een realistische norm voor 2014 vastgesteld. Voor meer informatie zie de website van de LHV.

[...]

LHV en Zorgverzekeraars Nederland hebben overeenstemming bereikt over de normen voor de variabilisering 2014. Er moet op beide, eerder vastgestelde indicatoren een percentage van 82 procent of hoger worden gehaald om aanspraak te maken op de variabiliseringsgelden. Deze afspraken zijn tot stand gekomen op basis van een analyse door het Nivel. Volgens beide partijen is hiermee een realistische norm voor 2014 vastgesteld. Voor meer informatie zie de website van de LHV.

Hulp bij keus voor professionele tolk

20 maart 2014

Er zijn consulten waarbij een informele tolk zoals een familielid of buurvrouw volstaat. Echter, soms vereist verantwoorde zorg de inzet van een professionele tolk. De KNMG heeft de Kwaliteitsnorm tolkengebruik bij anderstaligen in de zorg gepubliceerd. Deze is opgesteld door diverse zorgpartijen en patiëntenorganisaties. Deze norm helpt hulpverleners om een zorgvuldige afweging te maken over te komen tot een doelmatige inzet van een tolk.

[...]

Er zijn consulten waarbij een informele tolk zoals een familielid of buurvrouw volstaat. Echter, soms vereist verantwoorde zorg de inzet van een professionele tolk. De KNMG heeft de Kwaliteitsnorm tolkengebruik bij anderstaligen in de zorg gepubliceerd. Deze is opgesteld door diverse zorgpartijen en patiëntenorganisaties. Deze norm helpt hulpverleners om een zorgvuldige afweging te maken over te komen tot een doelmatige inzet van een tolk.

Apotheek De Brug Almere wint KNMP Zorginnovatieprijs

20 maart 2014

Apotheker Sandra van Putten van Poliklinische apotheek De Brug in Almere (Zorggroep Almere, lid van InEen) heeft de KNMP Zorginnovatieprijs 2014 gewonnen. Zij ontwikkelde samen met huisartsen en collega-apothekers van Zorggroep Almere een systeem voor medicatiebewaking bij leverfalen. In onze nieuwsbrief van eind maart gaan we dieper in op de ontwikkelde aanpak.

[...]

Apotheker Sandra van Putten van Poliklinische apotheek De Brug in Almere (Zorggroep Almere, lid van InEen) heeft de KNMP Zorginnovatieprijs 2014 gewonnen. Zij ontwikkelde samen met huisartsen en collega-apothekers van Zorggroep Almere een systeem voor medicatiebewaking bij leverfalen. In onze nieuwsbrief van eind maart gaan we dieper in op de ontwikkelde aanpak.

Brochure over Preventiekracht dicht bij huis

20 maart 2014

Het ZonMw-programma ‘PreventieKracht dicht bij huis’ stimuleert goede lokale preventie en gezondheidsbevordering. Ruim 80 projectorganisaties hebben activiteiten uitgevoerd op het gebied van preventie ‘dicht bij huis’. Uitvoerende organisaties zijn veelal thuiszorgorganisaties, GGD’en, ggz, welzijnswerk en ook ROS’en.

De slaagkans neemt aanzienlijk toe als preventie wordt opgepakt in samenwerking tussen preventie, zorg en welzijn. Gebaseerd op de situatie van – en het liefst samen met – de doelgroepen. Het programma is opgevolgd door het Nationaal Programma Preventie van VWS. ZonMw heeft de brochure ‘Het stokje overdragen’ uitgebracht, met daarin de opbrengsten van het programma ‘Preventiekracht dicht bij huis’. Ook komt ze met ideeën over hoe verder te gaan met preventie.

[...]

Het ZonMw-programma ‘PreventieKracht dicht bij huis’ stimuleert goede lokale preventie en gezondheidsbevordering. Ruim 80 projectorganisaties hebben activiteiten uitgevoerd op het gebied van preventie ‘dicht bij huis’. Uitvoerende organisaties zijn veelal thuiszorgorganisaties, GGD’en, ggz, welzijnswerk en ook ROS’en.

De slaagkans neemt aanzienlijk toe als preventie wordt opgepakt in samenwerking tussen preventie, zorg en welzijn. Gebaseerd op de situatie van – en het liefst samen met – de doelgroepen. Het programma is opgevolgd door het Nationaal Programma Preventie van VWS. ZonMw heeft de brochure ‘Het stokje overdragen’ uitgebracht, met daarin de opbrengsten van het programma ‘Preventiekracht dicht bij huis’. Ook komt ze met ideeën over hoe verder te gaan met preventie.

Belangrijke rol wijkverpleegkundige bij zorg dichtbij

12 maart 2014

Minister Schippers en staatssecretaris Van Rijn hebben begin maart de Kamerbrief ‘Samenhang in zorg en ondersteuning’ doen uitgaan. Daarin gaan ze uitgebreid in op de samenhang tussen de wetten Wmo, WIz en de aangepaste Zvw. De eerste lijn heeft zowel direct als zijdelings te maken met de uitvoering van de zorg door de gemeente. Neem kennis van deze inhoud en van de bijlage: conceptbesluit zorgverzekering.

Hoofdstuk 2 van de brief vraagt specifieke aandacht van de georganiseerde eerste lijn. Deze gaat namelijk over de wijkverpleging. De wijkverpleegkundige krijgt een brede generalistische rol in de zorg thuis. Dat als onderdeel van de bredere eerstelijnszorg, samen met de huisarts en andere zorgprofessionals. De verpleegkundige zal bepalen wat de cliënt nodig heeft. Zij hoeft niet de zorg zelf uit te voeren, maar coördineert de zorg rondom de patiënt. De wijkverpleegkundigen krijgen de ruimte om zelf in te schatten hoeveel tijd er nodig is voor een cliënt. Dus geen ‘uurtje-factuurtje’ meer, zo staat in de brief, maar: ‘de verpleegkundige in een nieuwe jas, zonder stopwatch’.

[...]

Minister Schippers en staatssecretaris Van Rijn hebben begin maart de Kamerbrief ‘Samenhang in zorg en ondersteuning’ doen uitgaan. Daarin gaan ze uitgebreid in op de samenhang tussen de wetten Wmo, WIz en de aangepaste Zvw. De eerste lijn heeft zowel direct als zijdelings te maken met de uitvoering van de zorg door de gemeente. Neem kennis van deze inhoud en van de bijlage: conceptbesluit zorgverzekering.

Hoofdstuk 2 van de brief vraagt specifieke aandacht van de georganiseerde eerste lijn. Deze gaat namelijk over de wijkverpleging. De wijkverpleegkundige krijgt een brede generalistische rol in de zorg thuis. Dat als onderdeel van de bredere eerstelijnszorg, samen met de huisarts en andere zorgprofessionals. De verpleegkundige zal bepalen wat de cliënt nodig heeft. Zij hoeft niet de zorg zelf uit te voeren, maar coördineert de zorg rondom de patiënt. De wijkverpleegkundigen krijgen de ruimte om zelf in te schatten hoeveel tijd er nodig is voor een cliënt. Dus geen ‘uurtje-factuurtje’ meer, zo staat in de brief, maar: ‘de verpleegkundige in een nieuwe jas, zonder stopwatch’.

6 maart: Dag van de Doktersassistent

06 maart 2014

Op 6 maart staan in het hele land de doktersassistenten in het zonnetje op de Dag van de Doktersassistent. Door de toenemende zorgvraag en een steeds grotere rol voor de eerstelijnszorg zijn er meer doktersassistenten en praktijkondersteuners nodig. Ook wordt het takenpakket van doktersassistenten en praktijkondersteuners steeds breder en intensiever. In veel regio’s is echter sprake van een tekort aan stageplaatsen.

[...]

Op 6 maart staan in het hele land de doktersassistenten in het zonnetje op de Dag van de Doktersassistent. Door de toenemende zorgvraag en een steeds grotere rol voor de eerstelijnszorg zijn er meer doktersassistenten en praktijkondersteuners nodig. Ook wordt het takenpakket van doktersassistenten en praktijkondersteuners steeds breder en intensiever. In veel regio’s is echter sprake van een tekort aan stageplaatsen.

Tips voor opzet patiëntenportaal

28 februari 2014

Steeds meer eerstelijnszorggroepen en gezondheidscentra bieden hun patiënten een online portaal aan. Patiënten kunnen daarmee bijvoorbeeld een deel van hun medisch dossier inzien, gezondheidszaken regelen, met zelfmanagementtools aan de slag gaan en online afspraken maken. Vilans heeft samen met zorggroep DOH (De Ondernemende Huisarts) en Zorggroep Almere zeven tips opgesteld. Zorggroep DOH werkt met Mijn GezondheidsPlatform van Medicinfo en Zorggroep Almere werkt met Mijn Gezondheid.net van Pharmapartners.

[...]

Steeds meer eerstelijnszorggroepen en gezondheidscentra bieden hun patiënten een online portaal aan. Patiënten kunnen daarmee bijvoorbeeld een deel van hun medisch dossier inzien, gezondheidszaken regelen, met zelfmanagementtools aan de slag gaan en online afspraken maken. Vilans heeft samen met zorggroep DOH (De Ondernemende Huisarts) en Zorggroep Almere zeven tips opgesteld. Zorggroep DOH werkt met Mijn GezondheidsPlatform van Medicinfo en Zorggroep Almere werkt met Mijn Gezondheid.net van Pharmapartners.

Organisatie van verpleegkundige zorg

20 februari 2014

De wijkverpleegkundige zorg is van groot belang bij zorg in de buurt. Zie elders op onze site de brief van minister Plasterk en staatsscretaris Van Rijn hierover.

LVG-leden hebben zich al eerder afgevraagd hoe (wijk)verpleegkundige zorg zodanig georganiseerd kan worden, dat ze effectief bijdraagt aan een kwalitatief goede eerstelijnszorg. De verpleegkundige zorg in de eerste lijn is versnipperd. Vanuit de optiek dat praktijken wijkgeoriënteerd zijn, voor dezelfde populatie werken en dat verpleegkundigen de verbinding met het sociale leefgebied en preventie weet te leggen, moet verandering komen in die versnippering.

Een goed functionerende eerste lijn kan niet zonder een sterke verbinding met verpleegkundigen, die op hun beurt hun krachten beter moeten bundelen. Om een richting te bepalen voor de branche aangaande de organisatie van verpleegkundige zorg heeft de LVG een inventarisatie laten uitvoeren onder de leden van hun ideeën en meningen. De uitkomsten staan in de notitie ‘Organisatie van verpleegkundige zorg‘.

 

[...]

De wijkverpleegkundige zorg is van groot belang bij zorg in de buurt. Zie elders op onze site de brief van minister Plasterk en staatsscretaris Van Rijn hierover.

LVG-leden hebben zich al eerder afgevraagd hoe (wijk)verpleegkundige zorg zodanig georganiseerd kan worden, dat ze effectief bijdraagt aan een kwalitatief goede eerstelijnszorg. De verpleegkundige zorg in de eerste lijn is versnipperd. Vanuit de optiek dat praktijken wijkgeoriënteerd zijn, voor dezelfde populatie werken en dat verpleegkundigen de verbinding met het sociale leefgebied en preventie weet te leggen, moet verandering komen in die versnippering.

Een goed functionerende eerste lijn kan niet zonder een sterke verbinding met verpleegkundigen, die op hun beurt hun krachten beter moeten bundelen. Om een richting te bepalen voor de branche aangaande de organisatie van verpleegkundige zorg heeft de LVG een inventarisatie laten uitvoeren onder de leden van hun ideeën en meningen. De uitkomsten staan in de notitie ‘Organisatie van verpleegkundige zorg‘.

 

TNO biedt ondersteuning bij vernieuwingstrajecten

19 februari 2014

Bij een idee voor vernieuwing in de eerstelijnszorg kunnen belangrijke vragen opkomen. Is deze vernieuwing een goed idee? Is het de investering in tijd en geld waard? En als u antwoord op deze vragen heeft, hoe krijgt u dan de financiering rond?

TNO biedt in samenwerking met InEen en ZonMw voor alle eerstelijnszorgorganisaties twee ondersteuningstrajecten aan:
A. De meerwaarde in kaart: businesscase en businessmodel
B. Shared Benefits Model

Inzicht in meerwaarde
Traject A is bedoeld voor de uitwerking van een vernieuwingsidee. In dit traject begeleidt TNO eerstelijns-samenwerkingsorganisaties bij de uitwerking van een businessmodel en een (maatschappelijke) businesscace van deze vernieuwing. Het leidt tot inzicht in de werkelijke meerwaarde. Voor deelname aan dit traject zijn geen kosten verbonden. Wel is een van de voorwaarden dat er een extern adviseur participeert in het traject. Dat kan een ROS-adviseur zijn of anderszins. De achterliggende gedachte is dat deze adviseur de opgedane kennis opnieuw kan inzetten. Heeft u interesse? Meld u dan snel aan. De kosteloze ondersteuning is slechts voor 10 initiatieven en er lopen al enkele aanvragen.

Gedeelde belangen
Voor traject B wordt wel een eigen bijdrage gevraagd. Echter: deze bedraagt € 2.000 en dat is slechts een fractie van de totale kosten van een dergelijk traject. Hierbij staan de bekostigingsmogelijkheden en de realisatie van de financiering van een vernieuwing centraal. Het is van belang om de kosten en baten evenwichtig te verdelen onder betrokken partijen. Zonder een shared benefits model is het risico groot dat partijen afhaken, omdat ze naar hun gevoel te weinig voordeel verkrijgen van de vernieuwing. Voorwaarde voor traject B is deelname van minimaal vijf deelnemers, die overigens niet allemaal tegelijk hoeven te starten.

Meer informatie
Benut deze kans voor ondersteuning van TNO. Zie voor informatie, voorwaarden en aanmelden de flyer van TNO

[...]

Bij een idee voor vernieuwing in de eerstelijnszorg kunnen belangrijke vragen opkomen. Is deze vernieuwing een goed idee? Is het de investering in tijd en geld waard? En als u antwoord op deze vragen heeft, hoe krijgt u dan de financiering rond?

TNO biedt in samenwerking met InEen en ZonMw voor alle eerstelijnszorgorganisaties twee ondersteuningstrajecten aan:
A. De meerwaarde in kaart: businesscase en businessmodel
B. Shared Benefits Model

Inzicht in meerwaarde
Traject A is bedoeld voor de uitwerking van een vernieuwingsidee. In dit traject begeleidt TNO eerstelijns-samenwerkingsorganisaties bij de uitwerking van een businessmodel en een (maatschappelijke) businesscace van deze vernieuwing. Het leidt tot inzicht in de werkelijke meerwaarde. Voor deelname aan dit traject zijn geen kosten verbonden. Wel is een van de voorwaarden dat er een extern adviseur participeert in het traject. Dat kan een ROS-adviseur zijn of anderszins. De achterliggende gedachte is dat deze adviseur de opgedane kennis opnieuw kan inzetten. Heeft u interesse? Meld u dan snel aan. De kosteloze ondersteuning is slechts voor 10 initiatieven en er lopen al enkele aanvragen.

Gedeelde belangen
Voor traject B wordt wel een eigen bijdrage gevraagd. Echter: deze bedraagt € 2.000 en dat is slechts een fractie van de totale kosten van een dergelijk traject. Hierbij staan de bekostigingsmogelijkheden en de realisatie van de financiering van een vernieuwing centraal. Het is van belang om de kosten en baten evenwichtig te verdelen onder betrokken partijen. Zonder een shared benefits model is het risico groot dat partijen afhaken, omdat ze naar hun gevoel te weinig voordeel verkrijgen van de vernieuwing. Voorwaarde voor traject B is deelname van minimaal vijf deelnemers, die overigens niet allemaal tegelijk hoeven te starten.

Meer informatie
Benut deze kans voor ondersteuning van TNO. Zie voor informatie, voorwaarden en aanmelden de flyer van TNO

Masterclass Geïntegreerde Eerstelijnszorg, Julius Academy

17 februari 2014

Julius Academy organiseert ook dit jaar een Masterclass Geïntegreerde Eerstelijnszorg. De start is op 26 maart a.s. en het laatste college is op 26 november. De masterclass bestaat uit 12 colleges op woensdagen van 15.00-19.00 uur. Er zijn vooraanstaande docenten, met zeer veel ervaring in de geïntegreerde eerstelijnszorg, waaronder enkele leden van InEen.

Vera Kampschoër, Zorggroep Almere, is een van de docenten. ‘De masterclass gaat nadrukkelijk in op de te verwachten en de wenselijke ontwikkelingen in de gezondheidszorg’, licht ze toe. ‘Het perspectief van de brede multidisciplinaire eerstelijnszorg staat daarbij centraal. De theorie wordt daarbij getoetst aan de praktijk van de deelnemers en leidt zo tot verdieping van de kennis.

Er is veel verscheidenheid in deelnemers: ROS-adviseurs, leidinggevenden van gezondheidscentra, huisartsen, apothekers, onderzoekers, docenten hogeschool, vanuit eerstelijns diagnostische centra enzovoort. Mensen die vanuit hun eigen invalshoek en werkveld betrokken zijn bij de geïntegreerde eerste lijn. Ze benadrukt: ‘Juist de combinatie van diversiteit aan deelnemers en de integratie van theorie en praktijk van de eerstelijnszorg leidt tot verdieping.’

[...]

Julius Academy organiseert ook dit jaar een Masterclass Geïntegreerde Eerstelijnszorg. De start is op 26 maart a.s. en het laatste college is op 26 november. De masterclass bestaat uit 12 colleges op woensdagen van 15.00-19.00 uur. Er zijn vooraanstaande docenten, met zeer veel ervaring in de geïntegreerde eerstelijnszorg, waaronder enkele leden van InEen.

Vera Kampschoër, Zorggroep Almere, is een van de docenten. ‘De masterclass gaat nadrukkelijk in op de te verwachten en de wenselijke ontwikkelingen in de gezondheidszorg’, licht ze toe. ‘Het perspectief van de brede multidisciplinaire eerstelijnszorg staat daarbij centraal. De theorie wordt daarbij getoetst aan de praktijk van de deelnemers en leidt zo tot verdieping van de kennis.

Er is veel verscheidenheid in deelnemers: ROS-adviseurs, leidinggevenden van gezondheidscentra, huisartsen, apothekers, onderzoekers, docenten hogeschool, vanuit eerstelijns diagnostische centra enzovoort. Mensen die vanuit hun eigen invalshoek en werkveld betrokken zijn bij de geïntegreerde eerste lijn. Ze benadrukt: ‘Juist de combinatie van diversiteit aan deelnemers en de integratie van theorie en praktijk van de eerstelijnszorg leidt tot verdieping.’

Onderzoek naar patiëntportalen

13 februari 2014

Er komen steeds meer regionale patiëntportalen. Deze bieden informatie en diensten voor inwoners van een bepaald gebied. Het instituut Beleid & Management Gezondheidzorg (iBMG) onderzocht hoe de ontwikkeling van regionale patiëntportalen verloopt. Dat deed ze in 4 regio’s: Den Haag, Rotterdam, Utrecht en Almere. Zowel in Almere als in Utrecht zijn daarbij leden van InEen betrokken, te weten  Zorggroep Almere (MijnGezondheid.net) als Gezondheidscentra Maarssenbroek (GCM) (PAZIO).

Time to go online
GCM hield op 28 januari een congres met de titel: ‘Time to go online’.