logo

Eerstelijns Diagnostische Centra (EDC’s)

Voor een goed functionerende eerstelijnszorg is adequate diagnostiek essentieel. De eerstelijnsdiagnostische centra staan daar voor. De EDC’s bieden technische topkwaliteit over het hele spectrum van diagnostiek (laboratorium onderzoek, beeldvormende diagnostiek en functieonderzoek). Daarnaast zijn ze stevig ingebed in de eerstelijnszorg. Ze zijn een vertrouwde partner van de eerstelijnszorgverleners en bieden hun advies en ondersteuning. Ze beschikken over een fijnmazig netwerk van afnamepunten waardoor de toegang voor patiënten laagdrempelig is.

2016 » 2017: Thijs Veerman, per eind augustus 2016 interim-directeur bij de SHG-groep

22 december 2016

2016 is bijna voorbij. Een jaar waarin opnieuw en op veel fronten hard is gewerkt aan het versterken van de eerste lijn. De ambitie om te komen tot persoonsgerichte zorg brengt nieuwe vormen van samenwerking en organisatie met zich mee. Dat geldt ook voor het opvangen van zorg uit de tweede lijn en de ggz. Ook daarvoor vormen huisartsen en andere zorgprofessionals samen met bestuurders nieuwe organisatie- en netwerkverbanden. Steeds duidelijker wordt dat afwachten geen optie meer is als we als eerste lijn onze hoge kwaliteit van zorg voor de komende generaties willen waarborgen. Het meest gebezigde woord in dit verband is zonder twijfel ‘uitdaging’. In 2016 traden diverse nieuwe bestuurders aan. Hoe kijken ze terug op 2016 en wat zijn hun speerpunten voor 2017?


Thijs-zwThijs Veerman, per eind augustus 2016 interim-directeur bij de SHG-groep, acht gezondheidscentra en zes apotheken in de regio Haaglanden

Wat waren je eerste indrukken bij SHG?
‘Hiervoor was ik onder meer bestuurder bij het medisch diagnostisch centrum Star-MDC. Ik heb jaren gewerkt in de buurt van huisartsen, als dienstverlener van huisartsen en nu zit ik er voor de eerste keer middenin. Ik ben vooral gegrepen door hoe de SHG overal in het Haagse functioneert, in Vinex-wijken en in achterstandsbuurten, en door de inzet van de huisartsen en andere zorgprofessionals om voor hun patiënten te zorgen. Dat gaat echt diep en ver.’

‘Tegelijkertijd zie ik ook de worsteling van dezelfde huisartsen om om te gaan met het vele werk dat op ze afkomt. Huisartsen vinden ook dat mensen zo lang mogelijk in de eerste lijn moeten blijven, maar dat gaat wel gepaard met grote extra inspanningen. Ik zie een worsteling met de eigen verantwoordelijkheid. Hoe kan ik als huisarts bepaalde dingen met een gerust hart overlaten aan anderen? Want daar gaat het steeds meer naartoe. Zo zie ik als mijn taak als leidinggevende: hoe kunnen we de zorgverleners ondersteunen zodat zij gemotiveerd en trots blijven én het gevoel hebben dat ze de verantwoordelijkheid kunnen nemen voor patiënten, in de wijk, in de ketenzorg.’

Hoe ga je in 2017 met dit gegeven aan de slag?
‘Mijn opdracht is om samen met de organisatie een bedrijfsplan te maken voor hoe we het de komende jaren gaan doen. De nieuwe O&I financiering geeft mij als interim een duidelijke leidraad. Daarin komt alles samen wat wij als maatschappij, als organisatie en als overheid belangrijk vinden. Een punt voor SHG is dat we meer willen gaan samenwerken met partijen om ons heen. We hebben als multidisciplinaire organisatie veel zelf in huis, maar we gaan ons nu ook richten op samenwerking met collega-organisaties, de gemeente en de thuiszorg.’

‘In Den Haag heb je tientallen thuiszorgaanbieders, daar kan je onmogelijk allemaal stevige relaties mee hebben. Dat beter organiseren is één van de opgaven voor 2017. Misschien dat we er een paar selecteren en de relatie daarmee intensiveren. Natuurlijk heeft de patiënt eigen vrije keuze, maar dan hebben we een paar partijen waarvan we weten: daar zit het goed, daar kan ik mijn patiënt met een gerust hart op attenderen.’

‘Binnen de nieuwe financiering biedt populatiebekostiging belangrijke kansen. We gaan van de huidige situatie waarin we ons voor elke handeling moeten verantwoorden naar een systeem dat meer beleidsruimte geeft om te kunnen doen wat we nodig vinden om betere zorg te verlenen. Denk aan preventie, iets wat in het huidige systeem lastig te financieren is. Een voorbeeld is ook de ketenzorg. Dat is nu strak geprotocolleerd. Het gaat er niet om dat onze zorgverleners weerstand hebben tegen het afleggen van verantwoording, maar je kunt nu rustig alle lijstjes afvinken zonder ooit een goed gesprek met de patiënt te voeren. We zijn daar al mee bezig en gaan ermee door om samen met andere partijen in De Haag ruimte voor dat gesprek te zoeken.’

Je hebt een achtergrond in de diagnostiek. Zou de eerste lijn op dat vlak prioriteiten moeten stellen in 2017?
‘Dat hangt ervan af. Ik zou elke huisarts en elk gezondheidscentrum willen aanraden eens te gaan praten met een paar dienstverleners van diagnostiek. En dan niet over hoe ze de glucose meten, want dat doen ze allemaal goed. Maar wat voor extra diensten leveren ze en wat voor tarieven hanteren ze? Daarin onderscheiden de diagnostische centra zich. Bieden ze bijvoorbeeld een goed diagnostisch toets overleg (DTO) aan? Ik zie bij ons de enorme meerwaarde die dat kan opleveren!’

Wat is de rol van InEen?
‘Ze doen heel veel dingen, maar voor mij is de voortrekkersrol die ze nemen in het structureren van de nieuwe financiering een hele belangrijke. Daarmee ondersteunt InEen de gezondheidscentra in de opgave waar zij voor staan en dat is precies wat ik nodig heb.’


Lees de andere interviews:

  • Annemiek Beukman, per 1 januari 2016 Raad van Bestuur bij Gezond op Zuid
  • Stijn Strous, per 15 juni 2016 directeur van IZER
  • Thijs Veerman, per eind augustus 2016 interim-directeur bij de SHG-groep
  • Roderick Runne, per 1 juni 2016 voorzitter Raad van Bestuur bij Primair Huisartsenposten
  • Lucas Fraza, per 1 oktober 2016 directeur Huisartsen Coöperatie Deventer en Omstreken (HCDO)

 

[...]

2016 is bijna voorbij. Een jaar waarin opnieuw en op veel fronten hard is gewerkt aan het versterken van de eerste lijn. De ambitie om te komen tot persoonsgerichte zorg brengt nieuwe vormen van samenwerking en organisatie met zich mee. Dat geldt ook voor het opvangen van zorg uit de tweede lijn en de ggz. Ook daarvoor vormen huisartsen en andere zorgprofessionals samen met bestuurders nieuwe organisatie- en netwerkverbanden. Steeds duidelijker wordt dat afwachten geen optie meer is als we als eerste lijn onze hoge kwaliteit van zorg voor de komende generaties willen waarborgen. Het meest gebezigde woord in dit verband is zonder twijfel ‘uitdaging’. In 2016 traden diverse nieuwe bestuurders aan. Hoe kijken ze terug op 2016 en wat zijn hun speerpunten voor 2017?


Thijs-zwThijs Veerman, per eind augustus 2016 interim-directeur bij de SHG-groep, acht gezondheidscentra en zes apotheken in de regio Haaglanden

Wat waren je eerste indrukken bij SHG?
‘Hiervoor was ik onder meer bestuurder bij het medisch diagnostisch centrum Star-MDC. Ik heb jaren gewerkt in de buurt van huisartsen, als dienstverlener van huisartsen en nu zit ik er voor de eerste keer middenin. Ik ben vooral gegrepen door hoe de SHG overal in het Haagse functioneert, in Vinex-wijken en in achterstandsbuurten, en door de inzet van de huisartsen en andere zorgprofessionals om voor hun patiënten te zorgen. Dat gaat echt diep en ver.’

‘Tegelijkertijd zie ik ook de worsteling van dezelfde huisartsen om om te gaan met het vele werk dat op ze afkomt. Huisartsen vinden ook dat mensen zo lang mogelijk in de eerste lijn moeten blijven, maar dat gaat wel gepaard met grote extra inspanningen. Ik zie een worsteling met de eigen verantwoordelijkheid. Hoe kan ik als huisarts bepaalde dingen met een gerust hart overlaten aan anderen? Want daar gaat het steeds meer naartoe. Zo zie ik als mijn taak als leidinggevende: hoe kunnen we de zorgverleners ondersteunen zodat zij gemotiveerd en trots blijven én het gevoel hebben dat ze de verantwoordelijkheid kunnen nemen voor patiënten, in de wijk, in de ketenzorg.’

Hoe ga je in 2017 met dit gegeven aan de slag?
‘Mijn opdracht is om samen met de organisatie een bedrijfsplan te maken voor hoe we het de komende jaren gaan doen. De nieuwe O&I financiering geeft mij als interim een duidelijke leidraad. Daarin komt alles samen wat wij als maatschappij, als organisatie en als overheid belangrijk vinden. Een punt voor SHG is dat we meer willen gaan samenwerken met partijen om ons heen. We hebben als multidisciplinaire organisatie veel zelf in huis, maar we gaan ons nu ook richten op samenwerking met collega-organisaties, de gemeente en de thuiszorg.’

‘In Den Haag heb je tientallen thuiszorgaanbieders, daar kan je onmogelijk allemaal stevige relaties mee hebben. Dat beter organiseren is één van de opgaven voor 2017. Misschien dat we er een paar selecteren en de relatie daarmee intensiveren. Natuurlijk heeft de patiënt eigen vrije keuze, maar dan hebben we een paar partijen waarvan we weten: daar zit het goed, daar kan ik mijn patiënt met een gerust hart op attenderen.’

‘Binnen de nieuwe financiering biedt populatiebekostiging belangrijke kansen. We gaan van de huidige situatie waarin we ons voor elke handeling moeten verantwoorden naar een systeem dat meer beleidsruimte geeft om te kunnen doen wat we nodig vinden om betere zorg te verlenen. Denk aan preventie, iets wat in het huidige systeem lastig te financieren is. Een voorbeeld is ook de ketenzorg. Dat is nu strak geprotocolleerd. Het gaat er niet om dat onze zorgverleners weerstand hebben tegen het afleggen van verantwoording, maar je kunt nu rustig alle lijstjes afvinken zonder ooit een goed gesprek met de patiënt te voeren. We zijn daar al mee bezig en gaan ermee door om samen met andere partijen in De Haag ruimte voor dat gesprek te zoeken.’

Je hebt een achtergrond in de diagnostiek. Zou de eerste lijn op dat vlak prioriteiten moeten stellen in 2017?
‘Dat hangt ervan af. Ik zou elke huisarts en elk gezondheidscentrum willen aanraden eens te gaan praten met een paar dienstverleners van diagnostiek. En dan niet over hoe ze de glucose meten, want dat doen ze allemaal goed. Maar wat voor extra diensten leveren ze en wat voor tarieven hanteren ze? Daarin onderscheiden de diagnostische centra zich. Bieden ze bijvoorbeeld een goed diagnostisch toets overleg (DTO) aan? Ik zie bij ons de enorme meerwaarde die dat kan opleveren!’

Wat is de rol van InEen?
‘Ze doen heel veel dingen, maar voor mij is de voortrekkersrol die ze nemen in het structureren van de nieuwe financiering een hele belangrijke. Daarmee ondersteunt InEen de gezondheidscentra in de opgave waar zij voor staan en dat is precies wat ik nodig heb.’


Lees de andere interviews:

  • Annemiek Beukman, per 1 januari 2016 Raad van Bestuur bij Gezond op Zuid
  • Stijn Strous, per 15 juni 2016 directeur van IZER
  • Thijs Veerman, per eind augustus 2016 interim-directeur bij de SHG-groep
  • Roderick Runne, per 1 juni 2016 voorzitter Raad van Bestuur bij Primair Huisartsenposten
  • Lucas Fraza, per 1 oktober 2016 directeur Huisartsen Coöperatie Deventer en Omstreken (HCDO)

 

2016 » 2017: Stijn Strous, per 15 juni 2016 directeur van IZER, zorggroep in de regio Rotterdam Rijnmond

22 december 2016

2016 is bijna voorbij. Een jaar waarin opnieuw en op veel fronten hard is gewerkt aan het versterken van de eerste lijn. De ambitie om te komen tot persoonsgerichte zorg brengt nieuwe vormen van samenwerking en organisatie met zich mee. Dat geldt ook voor het opvangen van zorg uit de tweede lijn en de ggz. Ook daarvoor vormen huisartsen en andere zorgprofessionals samen met bestuurders nieuwe organisatie- en netwerkverbanden. Steeds duidelijker wordt dat afwachten geen optie meer is als we als eerste lijn onze hoge kwaliteit van zorg voor de komende generaties willen waarborgen. Het meest gebezigde woord in dit verband is zonder twijfel ‘uitdaging’. In 2016 traden diverse nieuwe bestuurders aan. Hoe kijken ze terug op 2016 en wat zijn hun speerpunten voor 2017?


Stijn-zwStijn Strous, per 15 juni 2016 directeur van IZER, zorggroep in de regio Rotterdam Rijnmond

Hiervoor was je achtenhalf jaar manager bij het diagnostisch centrum Star-MDC. Hoe was je start bij IZER?
‘Een diagnostisch centrum is vooral een productieorganisatie, een zorggroep is meer een ondersteuningsstructuur, dat is een andere tak van sport. Je hebt te maken met een ander punt in het proces van de patiënt. Maar in beide gevallen ben je ondersteunend aan huisartsen. De zorggroepen zijn in een fase gekomen waarin we onszelf opnieuw moeten uitvinden. Zorggroepen zijn heel belangrijk geweest voor de emancipatie van de eerste lijn. De ketenzorg staat, maar is dat voldoende? Kunnen we onze organisatiekracht gaan aanwenden om de eerste lijn breder te ondersteunen en nog krachtiger te maken? Als directeur van een ambitieuze organisatie is het  leuk om in deze fase op de trein te stappen.’

‘Star-MDC, en ik denk meer EDC’s, heeft al veel geïnvesteerd in informatisering en zaken als lean management. Die ervaring neem ik mee natuurlijk. Als het gaat om het optimaliseren van processen liggen er nog wel veel kansen, bij IZER en ook in de eerste lijn als geheel. Als ik kijk naar de uitdaging waar de eerste lijn voor staat – wijkgericht werken, substitutie – dan moeten we zorgen niet zomaar allemaal nieuwe taken over professionals uit te storten. Ik vind het belangrijk om eerst datgene wat we al doen te optimaliseren. Zo creëer je ruimte voor nieuwe initiatieven.

Wat zijn jullie speerpunten voor 2017?
‘We zijn ons jaarplan aan het afronden. Een pijler wordt het doorontwikkelen van programmatische zorg naar persoonsgerichte zorg in de wijk. Kijken hoe we de aansluiting met andere professionals in de wijk kunnen ondersteunen met moderne middelen, netwerken waarin professionals informatie kunnen uitwisselen. Scholing kan daaraan bijdragen. Daarom willen we investeren in een digitale leeromgeving. Ook willen we substitutie projecten ondersteunen. We zijn met een aantal projecten bezig, zoals het regionale meekijkconsult, waarbij we de huisarts willen ontlasten van alle registratie en declaratie, zodat hij of zij zich op de inhoud kan richten en met een druk op de knop contact kan maken met de juiste medisch specialist. Vooral dus ruimte maken voor de inhoud, door optimaal gebruik te maken van moderne communicatietechnologie.’

‘Ik las recent een onderzoek waaruit bleek dat huisartsen meer werktijd doorbrengen aan hun HIS dan aan hun patiënten. Wat ik zie is dat we in de zorg veel registreren en soms nog dubbel ook. Iets wordt in een HIS gezet en dan ook in een KIS, je hebt de NHG-praktijkaccreditatie en het kwaliteitsbeleid bij de zorggroep. Kunnen we dat niet slimmer oppakken? Ik ken geen beroepsgroep waar kwaliteit zo sterk wordt gekwantificeerd, terwijl de aard van waar we mee bezig zijn, de gezondheid en het welzijn van patiënten, juist heel lastig te kwantificeren is. Voor projecten die we indienen bij de zorgverzekeraar moet er een interne businesscase komen waarbij ik in de looptijd van het project de resultaten moet kwantificeren. Natuurlijk moet je niet zomaar wat doen, maar je mag wel met iets meer afstand kijken. Als je een aantal jaren gaat investeren in bijvoorbeeld nieuwe leefstijlprogramma’s, kun je niet alles in het eerste jaar verwachten. Soms moet je ook een beetje vertrouwen hebben en geduld. En ja, dat staat soms op gespannen voet met het economische karakter van het verzekeringswezen.’

Wat zou wat jou betreft voor 2017 het speerpunt van InEen moeten zijn?
‘Ik zie InEen vooral als een platform voor informatie-uitwisseling. InEen kan daarmee een katalysator zijn voor vernieuwing en verbetering. Iedereen deelt graag informatie en is met dezelfde doelstellingen bezig. We zijn geen concurrenten van elkaar. Zaken als O&I zijn belangrijk, maar energie krijg ik van zien waar mensen mee bezig zijn en dan te kijken welke elementen ik kan inzetten in onze context. Aan dat platform mag InEen nog verder bouwen.’


Lees de andere interviews:

  • Annemiek Beukman, per 1 januari 2016 Raad van Bestuur bij Gezond op Zuid
  • Stijn Strous, per 15 juni 2016 directeur van IZER
  • Thijs Veerman, per eind augustus 2016 interim-directeur bij de SHG-groep
  • Roderick Runne, per 1 juni 2016 voorzitter Raad van Bestuur bij Primair Huisartsenposten
  • Lucas Fraza, per 1 oktober 2016 directeur Huisartsen Coöperatie Deventer en Omstreken (HCDO)

 

[...]

2016 is bijna voorbij. Een jaar waarin opnieuw en op veel fronten hard is gewerkt aan het versterken van de eerste lijn. De ambitie om te komen tot persoonsgerichte zorg brengt nieuwe vormen van samenwerking en organisatie met zich mee. Dat geldt ook voor het opvangen van zorg uit de tweede lijn en de ggz. Ook daarvoor vormen huisartsen en andere zorgprofessionals samen met bestuurders nieuwe organisatie- en netwerkverbanden. Steeds duidelijker wordt dat afwachten geen optie meer is als we als eerste lijn onze hoge kwaliteit van zorg voor de komende generaties willen waarborgen. Het meest gebezigde woord in dit verband is zonder twijfel ‘uitdaging’. In 2016 traden diverse nieuwe bestuurders aan. Hoe kijken ze terug op 2016 en wat zijn hun speerpunten voor 2017?


Stijn-zwStijn Strous, per 15 juni 2016 directeur van IZER, zorggroep in de regio Rotterdam Rijnmond

Hiervoor was je achtenhalf jaar manager bij het diagnostisch centrum Star-MDC. Hoe was je start bij IZER?
‘Een diagnostisch centrum is vooral een productieorganisatie, een zorggroep is meer een ondersteuningsstructuur, dat is een andere tak van sport. Je hebt te maken met een ander punt in het proces van de patiënt. Maar in beide gevallen ben je ondersteunend aan huisartsen. De zorggroepen zijn in een fase gekomen waarin we onszelf opnieuw moeten uitvinden. Zorggroepen zijn heel belangrijk geweest voor de emancipatie van de eerste lijn. De ketenzorg staat, maar is dat voldoende? Kunnen we onze organisatiekracht gaan aanwenden om de eerste lijn breder te ondersteunen en nog krachtiger te maken? Als directeur van een ambitieuze organisatie is het  leuk om in deze fase op de trein te stappen.’

‘Star-MDC, en ik denk meer EDC’s, heeft al veel geïnvesteerd in informatisering en zaken als lean management. Die ervaring neem ik mee natuurlijk. Als het gaat om het optimaliseren van processen liggen er nog wel veel kansen, bij IZER en ook in de eerste lijn als geheel. Als ik kijk naar de uitdaging waar de eerste lijn voor staat – wijkgericht werken, substitutie – dan moeten we zorgen niet zomaar allemaal nieuwe taken over professionals uit te storten. Ik vind het belangrijk om eerst datgene wat we al doen te optimaliseren. Zo creëer je ruimte voor nieuwe initiatieven.

Wat zijn jullie speerpunten voor 2017?
‘We zijn ons jaarplan aan het afronden. Een pijler wordt het doorontwikkelen van programmatische zorg naar persoonsgerichte zorg in de wijk. Kijken hoe we de aansluiting met andere professionals in de wijk kunnen ondersteunen met moderne middelen, netwerken waarin professionals informatie kunnen uitwisselen. Scholing kan daaraan bijdragen. Daarom willen we investeren in een digitale leeromgeving. Ook willen we substitutie projecten ondersteunen. We zijn met een aantal projecten bezig, zoals het regionale meekijkconsult, waarbij we de huisarts willen ontlasten van alle registratie en declaratie, zodat hij of zij zich op de inhoud kan richten en met een druk op de knop contact kan maken met de juiste medisch specialist. Vooral dus ruimte maken voor de inhoud, door optimaal gebruik te maken van moderne communicatietechnologie.’

‘Ik las recent een onderzoek waaruit bleek dat huisartsen meer werktijd doorbrengen aan hun HIS dan aan hun patiënten. Wat ik zie is dat we in de zorg veel registreren en soms nog dubbel ook. Iets wordt in een HIS gezet en dan ook in een KIS, je hebt de NHG-praktijkaccreditatie en het kwaliteitsbeleid bij de zorggroep. Kunnen we dat niet slimmer oppakken? Ik ken geen beroepsgroep waar kwaliteit zo sterk wordt gekwantificeerd, terwijl de aard van waar we mee bezig zijn, de gezondheid en het welzijn van patiënten, juist heel lastig te kwantificeren is. Voor projecten die we indienen bij de zorgverzekeraar moet er een interne businesscase komen waarbij ik in de looptijd van het project de resultaten moet kwantificeren. Natuurlijk moet je niet zomaar wat doen, maar je mag wel met iets meer afstand kijken. Als je een aantal jaren gaat investeren in bijvoorbeeld nieuwe leefstijlprogramma’s, kun je niet alles in het eerste jaar verwachten. Soms moet je ook een beetje vertrouwen hebben en geduld. En ja, dat staat soms op gespannen voet met het economische karakter van het verzekeringswezen.’

Wat zou wat jou betreft voor 2017 het speerpunt van InEen moeten zijn?
‘Ik zie InEen vooral als een platform voor informatie-uitwisseling. InEen kan daarmee een katalysator zijn voor vernieuwing en verbetering. Iedereen deelt graag informatie en is met dezelfde doelstellingen bezig. We zijn geen concurrenten van elkaar. Zaken als O&I zijn belangrijk, maar energie krijg ik van zien waar mensen mee bezig zijn en dan te kijken welke elementen ik kan inzetten in onze context. Aan dat platform mag InEen nog verder bouwen.’


Lees de andere interviews:

  • Annemiek Beukman, per 1 januari 2016 Raad van Bestuur bij Gezond op Zuid
  • Stijn Strous, per 15 juni 2016 directeur van IZER
  • Thijs Veerman, per eind augustus 2016 interim-directeur bij de SHG-groep
  • Roderick Runne, per 1 juni 2016 voorzitter Raad van Bestuur bij Primair Huisartsenposten
  • Lucas Fraza, per 1 oktober 2016 directeur Huisartsen Coöperatie Deventer en Omstreken (HCDO)

 

Modelklachtenregeling gereed

16 december 2016

Samen met LHV en NHG heeft InEen een model klachtenregeling opgesteld voor gebruik in huisartsenpraktijken, huisartsenposten, gezondheidscentra, diagnostische centra en zorggroepen. Aan de hand van de klachtenregeling kunnen signalen van onvrede en klachten laagdrempelig en goed opgelost worden. De Patiëntenfederatie Nederland onderschrijft het model. De modelregeling geeft een beschrijving van de eisen die de Wkkgz stelt en waaraan zorgaanbieders verplicht zijn te voldoen. Aan de hand daarvan kunnen zorgaanbieders beoordelen of hun huidige klachtafhandeling aanpassing behoeft.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Samen met LHV en NHG heeft InEen een model klachtenregeling opgesteld voor gebruik in huisartsenpraktijken, huisartsenposten, gezondheidscentra, diagnostische centra en zorggroepen. Aan de hand van de klachtenregeling kunnen signalen van onvrede en klachten laagdrempelig en goed opgelost worden. De Patiëntenfederatie Nederland onderschrijft het model. De modelregeling geeft een beschrijving van de eisen die de Wkkgz stelt en waaraan zorgaanbieders verplicht zijn te voldoen. Aan de hand daarvan kunnen zorgaanbieders beoordelen of hun huidige klachtafhandeling aanpassing behoeft.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

‘Minder voorschrijven werkt echt’

30 november 2016

antibioticaSamen met de Scandinavische landen is Nederland koploper in Europa als het gaat om het terughoudend voorschrijven van antibiotica. Dit jaar plaatste Nederland het tegengaan van antibioticaresistentie  hoog op de EU-agenda om tot nauwere Europese samenwerking te komen: het kan en moet beter, ook in Nederland, zowel in de tweede als in de eerste lijn. Diagnostische centra hebben de taak huisartsen hierbij te ondersteunen, vindt Barbara Kesztyüs, arts-microbioloog bij Certe.

Jaarlijks sterven al zo’n 25.000 mensen in Europa aan de gevolgen van antibioticaresistentie, meldde VWS in januari bij het lanceren van de publiekscampagne ‘Antibiotica zijn geen antigriep’. Radiospotjes en een website leggen uit dat antibiotica geen wondermiddellen zijn. Geen overbodige luxe, zegt Kesztyüs die zelf heeft ervaren hoe groot de druk van patienten kan zijn: ‘Als huisarts had ik soms gewoonweg agressieve mensen tegenover me die een antibioticum eisten.’ Anderzijds legt ook het voorschrijfgedrag van de zorgverlener gewicht in de schaal. Ze vertelt dat de Finse overheid enkele jaren terug tijdelijk een rigoureus regime afkondigde voor huisartsen. Hoe meer antibiotica zij voorschrijven, hoe minder budget ze krijgen. Kesztyüs: ‘Na een paar jaar – want het duurt altijd een paar jaar – zag je daar de resistentie dalen. Minder voorschrijven werkt echt.’

Zo ver als in Finland gaan de Nederlandse plannen niet, maar de doelstellingen van het overheidsbeleid (onder meer halvering van de hoeveelheid onjuist voorgeschreven antibiotica in 2019) vragen wel een actieve aanpak. Juist in de eerste lijn, zegt Kesztyüs, die meer en meer met de problematiek te maken krijgt: mensen worden ouder, blijven langer in de eerste lijn en hebben vaker antibiotica nodig. Voor het voorkomen van antibioticaresistentie ontwikkelde Certe een integrale aanpak die steunt op drie pijlers: het voorschrijfbeleid (antibiotic stewardship), toepassen van de juiste diagnostiek (diagnostic stewardship) en infectiepreventie (hygienic stewardship). Spil is de nauwe samenwerking en kennisuitwisseling tussen diagnostisch centrum en zorgverleners.

In de eerste lijn staat wat Certe betreft direct contact met de huisarts voorop. Zo wordt de huisarts persoonlijk gebeld als een kweek uit oogpunt van resistentie alarmerend is. Andersom is er 24/7 een arts-microbioloog bereikbaar voor consultering, een dienst waar veel gebruik van wordt gemaakt. Ook het relatiemanagement waarbij Certe-medewerkers huisartspraktijken bezoeken, werpt vruchten af (‘We doen het nu twee jaar en zien een veel beter aanvraaggedrag’). In het Diagnostisch Toets Overleg (DTO) komen de lijnen bij elkaar en worden specifieke thema’s besproken. Kesztyüs: ‘Bijvoorbeeld urineweginfecties. Elke deelnemer krijgt van mij de eigen spiegelinformatie. Hoeveel urinekweken worden aangevraagd, hoe resistent de bacteriën zijn, enzovoort. Voor een huisarts is dat leerzame informatie. We praten erover en na een half jaar koppelen we terug hoe het dan gaat.’ Ze noemt als voorbeeld mannen met een vergrote prostaat die vaak infecties hebben, kuur na kuur krijgen en nooit gekweekt worden. ‘Dat is vragen om resistentie. Wij zeggen: neem dan in elk geval een kweek af!’

Mogelijk speelt ook het eigen risico voor diagnostisch onderzoek een rol. Patiënten hebben liever ‘gewoon’ een antibioticum. Kesztyüs heeft geen informatie over de mate waarin dit gebeurt, maar weet dat bijvoorbeeld studenten met angst voor een soa, voor een kweek liever anoniem naar de GGD gaan. ‘Dat heeft alles te maken met het eigen risico.’ De druk van een patiënt kan groot zijn, herhaalt ze. ‘Elke arts weet dat 95% van de verkoudheden bij kinderen viraal is. Antibiotica doen niets daarvoor. Maar leg dat maar eens uit. Daarom ben ik blij met die radiospotjes!’

[...]

antibioticaSamen met de Scandinavische landen is Nederland koploper in Europa als het gaat om het terughoudend voorschrijven van antibiotica. Dit jaar plaatste Nederland het tegengaan van antibioticaresistentie  hoog op de EU-agenda om tot nauwere Europese samenwerking te komen: het kan en moet beter, ook in Nederland, zowel in de tweede als in de eerste lijn. Diagnostische centra hebben de taak huisartsen hierbij te ondersteunen, vindt Barbara Kesztyüs, arts-microbioloog bij Certe.

Jaarlijks sterven al zo’n 25.000 mensen in Europa aan de gevolgen van antibioticaresistentie, meldde VWS in januari bij het lanceren van de publiekscampagne ‘Antibiotica zijn geen antigriep’. Radiospotjes en een website leggen uit dat antibiotica geen wondermiddellen zijn. Geen overbodige luxe, zegt Kesztyüs die zelf heeft ervaren hoe groot de druk van patienten kan zijn: ‘Als huisarts had ik soms gewoonweg agressieve mensen tegenover me die een antibioticum eisten.’ Anderzijds legt ook het voorschrijfgedrag van de zorgverlener gewicht in de schaal. Ze vertelt dat de Finse overheid enkele jaren terug tijdelijk een rigoureus regime afkondigde voor huisartsen. Hoe meer antibiotica zij voorschrijven, hoe minder budget ze krijgen. Kesztyüs: ‘Na een paar jaar – want het duurt altijd een paar jaar – zag je daar de resistentie dalen. Minder voorschrijven werkt echt.’

Zo ver als in Finland gaan de Nederlandse plannen niet, maar de doelstellingen van het overheidsbeleid (onder meer halvering van de hoeveelheid onjuist voorgeschreven antibiotica in 2019) vragen wel een actieve aanpak. Juist in de eerste lijn, zegt Kesztyüs, die meer en meer met de problematiek te maken krijgt: mensen worden ouder, blijven langer in de eerste lijn en hebben vaker antibiotica nodig. Voor het voorkomen van antibioticaresistentie ontwikkelde Certe een integrale aanpak die steunt op drie pijlers: het voorschrijfbeleid (antibiotic stewardship), toepassen van de juiste diagnostiek (diagnostic stewardship) en infectiepreventie (hygienic stewardship). Spil is de nauwe samenwerking en kennisuitwisseling tussen diagnostisch centrum en zorgverleners.

In de eerste lijn staat wat Certe betreft direct contact met de huisarts voorop. Zo wordt de huisarts persoonlijk gebeld als een kweek uit oogpunt van resistentie alarmerend is. Andersom is er 24/7 een arts-microbioloog bereikbaar voor consultering, een dienst waar veel gebruik van wordt gemaakt. Ook het relatiemanagement waarbij Certe-medewerkers huisartspraktijken bezoeken, werpt vruchten af (‘We doen het nu twee jaar en zien een veel beter aanvraaggedrag’). In het Diagnostisch Toets Overleg (DTO) komen de lijnen bij elkaar en worden specifieke thema’s besproken. Kesztyüs: ‘Bijvoorbeeld urineweginfecties. Elke deelnemer krijgt van mij de eigen spiegelinformatie. Hoeveel urinekweken worden aangevraagd, hoe resistent de bacteriën zijn, enzovoort. Voor een huisarts is dat leerzame informatie. We praten erover en na een half jaar koppelen we terug hoe het dan gaat.’ Ze noemt als voorbeeld mannen met een vergrote prostaat die vaak infecties hebben, kuur na kuur krijgen en nooit gekweekt worden. ‘Dat is vragen om resistentie. Wij zeggen: neem dan in elk geval een kweek af!’

Mogelijk speelt ook het eigen risico voor diagnostisch onderzoek een rol. Patiënten hebben liever ‘gewoon’ een antibioticum. Kesztyüs heeft geen informatie over de mate waarin dit gebeurt, maar weet dat bijvoorbeeld studenten met angst voor een soa, voor een kweek liever anoniem naar de GGD gaan. ‘Dat heeft alles te maken met het eigen risico.’ De druk van een patiënt kan groot zijn, herhaalt ze. ‘Elke arts weet dat 95% van de verkoudheden bij kinderen viraal is. Antibiotica doen niets daarvoor. Maar leg dat maar eens uit. Daarom ben ik blij met die radiospotjes!’

Stappen zetten met persoonsgerichte zorg - De Eerstelijns, oktober 2016

09 november 2016

De Eerstelijns, oktober 2016 – Werk maken van persoonsgerichte zorg. Die ambitie zijn InEen en haar leden eind september overeengekomen tijdens een tweedaags congres van de brancheorganisatie in St. Michielsgestel. Vanaf nu moet het streven worden vertaald in concrete activiteiten. Van ambitie naar actie.

[...]

De Eerstelijns, oktober 2016 – Werk maken van persoonsgerichte zorg. Die ambitie zijn InEen en haar leden eind september overeengekomen tijdens een tweedaags congres van de brancheorganisatie in St. Michielsgestel. Vanaf nu moet het streven worden vertaald in concrete activiteiten. Van ambitie naar actie.

NZa-beleidsregel en tarieven eerstelijnsdiagnostiek

08 juli 2016

De NZa heeft ook de nieuwe beleidsregel  en tarieven  voor de eerstelijns diagnostische centra (EDC) gepubliceerd. Dit jaar is er geen losse beleidsregel en tariefbeschikking voor de EDC’s gepubliceerd, maar is alles opgenomen in die van de medisch specialistische zorg.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

De NZa heeft ook de nieuwe beleidsregel  en tarieven  voor de eerstelijns diagnostische centra (EDC) gepubliceerd. Dit jaar is er geen losse beleidsregel en tariefbeschikking voor de EDC’s gepubliceerd, maar is alles opgenomen in die van de medisch specialistische zorg.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

POCT: Méér dan een snel testje

30 juni 2016

pocIn drie jaar tijd steeg het percentage huisartsen dat zelf op de praktijk CRP-bepalingen doet (inflammatiemarker), van 0 naar 50%. Het nieuwe point of care testing (POCT) heeft zijn intrede gedaan en levert een bijdrage aan de wens om eerstelijns diagnostiek bij voorkeur dichtbij de patiënt te leveren. Wat is POCT wel en niet, en wanneer draagt het bij aan onze kwaliteit van zorg? Rogier Hopstaken is huisarts en als POCT-expert verbonden aan Saltro: ‘Elke test heeft een context.’

Hopstaken gebruikt liever niet het woord sneltest: ‘Ja, het is waar dat de patiënt met POCT sneller een uitslag krijgt, maar dat is niet de kern van de zaak. Het gaat er vooral om dat je als zorgverlener het testresultaat kunt inbedden in het consult en dan samen met de patiënt een beleid vorm geeft. De snelheid van de test is maar een onderdeel.’ POCT is wat Hopstaken betreft een aanvulling op de vakbekwaamheid van de huisarts. ‘Ik zeg altijd: elke test heeft een context.’ Ook een drogist, vervolgt hij, kan in principe een patiënt testen waarna de patiënt kan besluiten wel of niet medische hulp te zoeken. ‘Maar het is de kracht van onze gezondheidszorg dat we een laagdrempelig huisartssysteem waarin bepaald kan worden wat er in een bepaalde context nodig is. POCT versterkt die kracht. De ideale test om aandoeningen onomstotelijk vast te stellen bestaat niet voor de eerste lijn, en sowieso niet.’

Testen in de huisartsenpraktijk is niet nieuw. Al decennia kunnen patiënten in de praktijk terecht voor een urinetestje of een vingerprikje, zonder dat er veel aandacht is voor de kwaliteitsborging. De nieuwe generatie POC-testen leken automatisch dit spoor te volgen. Hopstaken: ‘Eigenlijk is het gek, voor medicatie gelden er vele procedures voordat het mag worden voorgeschreven, bij diagnostiek is dat niet zo. Als je als huisarts iets leuks ziet op het internet, mag je dat bestellen en op je patiënten loslaten. Ik zeg niet dat dokters dit vaak  doen, maar wel dat dit tijdperk voorbij is. Het is belangrijk om de kwaliteit goed te borgen. Voorbeelden in ziekenhuizen waarbij helaas ernstige situaties zijn ontstaan, bevestigen dit.’ In juli 2015 verscheen daarom een praktijkorganisatorische richtlijn voor POCT in de huisartsenzorg, waarvan Hopstaken een van de aanjagers was. De richtlijn – opgesteld door het NHG, de NVKC1, de NVMM2 en de SAN3 – geeft aan waar een praktijk die POC-testen gaat uitvoeren, op moet letten.

Hopstaken: ‘Wat vroeger een groot apparaat was of een halve straat in het laboratorium is nu soms een klein handheld apparaatje. Maar het is niet monkey-proof, het blijft een vak. Het wordt alleen gemakkelijker om dat vak in de huisartspraktijk te introduceren.’ Het ogenschijnlijke gemak van POCT maakt de borging van kwaliteit en veiligheid nog belangrijker. Naast een kwaliteitsbeleid op basis van de richtlijnen ziet Hopstaken samenwerken met  POCT-deskundigen in het diagnostische centrum daarom als een must. Enerzijds doelt hij op advisering over de aanschaf van de juiste apparatuur, onderhoud en technische handelingen door de gebruiker, anderzijds op inhoudelijke advisering: bij welke indicaties is het gebruik van een bepaalde test zinvol en wanneer juist niet, hoe moet ik de resultaten in de gegeven context interpreteren? Als er fouten ontstaan, zegt hij, gebeurt dat meestal in het voor- of na-traject van de test, menselijke fouten dus. ‘Training en scholing zijn van groot belang.’

Tot slot: ‘Ook zorgverzekeraars kijken naar POCT. Levert het doelmatigheid op? Bijvoorbeeld de D-dimeer test. Vaak heb je als huisarts een lichte verdenking op een ernstige aandoening die je niet wil missen. Als je de D-dimeer test op de goede manier inzet kan een dure verwijzing voor diagnostiek in de tweede lijn achterwege blijven. Zo heeft elke test zijn eigen accent. Soms is dat snel in een acute situatie het goede kunnen doen, soms is dat het voorkomen van zorgkosten in de tweede lijn, vaak is het beide.’

Informatie


1 Nederlandse Vereniging voor Klinische Chemie en Laboratoriumgeneeskunde
2 Nederlandse Vereniging voor Medische Microbiologie
3 Branchevereniging voor diagnostische centra

[...]

pocIn drie jaar tijd steeg het percentage huisartsen dat zelf op de praktijk CRP-bepalingen doet (inflammatiemarker), van 0 naar 50%. Het nieuwe point of care testing (POCT) heeft zijn intrede gedaan en levert een bijdrage aan de wens om eerstelijns diagnostiek bij voorkeur dichtbij de patiënt te leveren. Wat is POCT wel en niet, en wanneer draagt het bij aan onze kwaliteit van zorg? Rogier Hopstaken is huisarts en als POCT-expert verbonden aan Saltro: ‘Elke test heeft een context.’

Hopstaken gebruikt liever niet het woord sneltest: ‘Ja, het is waar dat de patiënt met POCT sneller een uitslag krijgt, maar dat is niet de kern van de zaak. Het gaat er vooral om dat je als zorgverlener het testresultaat kunt inbedden in het consult en dan samen met de patiënt een beleid vorm geeft. De snelheid van de test is maar een onderdeel.’ POCT is wat Hopstaken betreft een aanvulling op de vakbekwaamheid van de huisarts. ‘Ik zeg altijd: elke test heeft een context.’ Ook een drogist, vervolgt hij, kan in principe een patiënt testen waarna de patiënt kan besluiten wel of niet medische hulp te zoeken. ‘Maar het is de kracht van onze gezondheidszorg dat we een laagdrempelig huisartssysteem waarin bepaald kan worden wat er in een bepaalde context nodig is. POCT versterkt die kracht. De ideale test om aandoeningen onomstotelijk vast te stellen bestaat niet voor de eerste lijn, en sowieso niet.’

Testen in de huisartsenpraktijk is niet nieuw. Al decennia kunnen patiënten in de praktijk terecht voor een urinetestje of een vingerprikje, zonder dat er veel aandacht is voor de kwaliteitsborging. De nieuwe generatie POC-testen leken automatisch dit spoor te volgen. Hopstaken: ‘Eigenlijk is het gek, voor medicatie gelden er vele procedures voordat het mag worden voorgeschreven, bij diagnostiek is dat niet zo. Als je als huisarts iets leuks ziet op het internet, mag je dat bestellen en op je patiënten loslaten. Ik zeg niet dat dokters dit vaak  doen, maar wel dat dit tijdperk voorbij is. Het is belangrijk om de kwaliteit goed te borgen. Voorbeelden in ziekenhuizen waarbij helaas ernstige situaties zijn ontstaan, bevestigen dit.’ In juli 2015 verscheen daarom een praktijkorganisatorische richtlijn voor POCT in de huisartsenzorg, waarvan Hopstaken een van de aanjagers was. De richtlijn – opgesteld door het NHG, de NVKC1, de NVMM2 en de SAN3 – geeft aan waar een praktijk die POC-testen gaat uitvoeren, op moet letten.

Hopstaken: ‘Wat vroeger een groot apparaat was of een halve straat in het laboratorium is nu soms een klein handheld apparaatje. Maar het is niet monkey-proof, het blijft een vak. Het wordt alleen gemakkelijker om dat vak in de huisartspraktijk te introduceren.’ Het ogenschijnlijke gemak van POCT maakt de borging van kwaliteit en veiligheid nog belangrijker. Naast een kwaliteitsbeleid op basis van de richtlijnen ziet Hopstaken samenwerken met  POCT-deskundigen in het diagnostische centrum daarom als een must. Enerzijds doelt hij op advisering over de aanschaf van de juiste apparatuur, onderhoud en technische handelingen door de gebruiker, anderzijds op inhoudelijke advisering: bij welke indicaties is het gebruik van een bepaalde test zinvol en wanneer juist niet, hoe moet ik de resultaten in de gegeven context interpreteren? Als er fouten ontstaan, zegt hij, gebeurt dat meestal in het voor- of na-traject van de test, menselijke fouten dus. ‘Training en scholing zijn van groot belang.’

Tot slot: ‘Ook zorgverzekeraars kijken naar POCT. Levert het doelmatigheid op? Bijvoorbeeld de D-dimeer test. Vaak heb je als huisarts een lichte verdenking op een ernstige aandoening die je niet wil missen. Als je de D-dimeer test op de goede manier inzet kan een dure verwijzing voor diagnostiek in de tweede lijn achterwege blijven. Zo heeft elke test zijn eigen accent. Soms is dat snel in een acute situatie het goede kunnen doen, soms is dat het voorkomen van zorgkosten in de tweede lijn, vaak is het beide.’

Informatie


1 Nederlandse Vereniging voor Klinische Chemie en Laboratoriumgeneeskunde
2 Nederlandse Vereniging voor Medische Microbiologie
3 Branchevereniging voor diagnostische centra

Van lab naar diagnostisch informatieleverancier

26 mei 2016

richtingHet domein van de eerstelijns diagnostiek is sterk in beweging. Er kan meer en sneller onderzocht worden, ook op de huisartsenpraktijk of zelfs thuis door de patiënt zelf. De digitalisering schept nieuwe kansen en nieuwe verwachtingen. Eerstelijns Diagnostische Centra (EDC’s) spelen in deze ontwikkelingen een belangrijke rol. Ze werken aan een optimale aansluiting op de eerstelijnszorg, ondanks de remmende werking van een grote prijsdruk, veroorzaakt door verzekeraars met weinig oog voor de kwaliteit en de meerwaarde van de EDC’s. Onlangs plaatsten de EDC-leden van InEen een gezamenlijke stip op de horizon. Hoe ziet onze rol in 2020 eruit? Door hier naartoe te werken geven zij hun bijdrage aan de zorg nieuwe inhoud.

De toegevoegde waarde van de EDC’s is de afgelopen jaren verschoven. Anno 2016 ligt deze niet meer bij het doen van diagnostische bepalingen alleen, dat kunnen meer partijen, zegt Frank Roos (Roos & van de Werk) die het positioneringstraject in opdracht van InEen begeleidde. De EDC’s onderscheiden zich nu al door het adviseren van huisartsen vanuit een eerstelijnsperspectief. Deze ontwikkeling zet de komende jaren alleen maar door. De EDC’s staan voor de opgave zich verder te transformeren van productiegerichte organisaties naar diagnostische adviseurs en informatieleveranciers. Hoe kunnen uitslagen geduid worden? Welke diagnostiek is beschikbaar? Hoe kan data-uitwisseling ondersteund worden? Als stip op de horizon voor 2020 kozen de EDC’s voor de werktitel diagnostics based health, een begrip dat aansluit bij het concept positieve gezondheid. Diagnostische informatie die ten dienste staat van de gezondheid van patiënten. Roos: ‘Ik noem maar iets. Op het moment dat je via je smartwatch je diagnostische gegevens combineert met je eetpatroon, kun je maatregelen nemen. Daar gaat het naartoe. Dat is nieuwe toegevoegde waarde.’

Peter Kamsteeg, lid raad van bestuur van Atalmedial, ziet in de toekomst inderdaad een scheiding tussen productie en expertise. ‘Ik zie een ontwikkeling naar geïntegreerde grootschalige laboratoria die diagnostiek leveren voor eerste, tweede en derde lijn, ook om de financiële druk van de zorgverzekeraars op te kunnen vangen. Zo kunnen we bovendien een breed pakket aan expertise bieden waarmee we lokaal een consultfunctie kunnen invullen. Atalmedial heeft bijvoorbeeld acht klinisch chemici met ieder hun eigen aandachtsgebied in huis.’ Voor de consultfunctie is de relatie met de zorgverlener onontbeerlijk. We staan nog aan de vooravond, zegt Kamsteeg, maar daar gaat onze frontoffice zich op richten. Hij noemt bijvoorbeeld de diagnostische toetsoverleggen die nu al plaats vinden en de klinisch chemicus van dienst die altijd beschikbaar is voor vragen van zorgverleners. Later in het gesprek wijst hij nog op de ondersteuning bij het gebruik en de validatie van diagnostische apparatuur op de huisartspraktijken. ‘Daar is zeker een rol voor ons weggelegd.’

Niet in de laatste plaats ziet Kamsteeg een rol als informatiemakelaar, tussen disciplines en tussen eerste en tweede lijn. In het traject met Frank Roos is de digitale ontsluiting en verrijking van data een belangrijk spoor naar 2020. Gevraagd naar wat huisartsen zouden kunnen bijdragen aan deze ontwikkeling, zegt Kamsteeg: ‘Digitaal aanvragen. Het liefst per gisteren. Zo’n papieren aanvraagformulier kost ons onnodig veel tijd en energie. Als we daarnaast de data-uitwisseling tussen eerste en tweede lijn optimaal kunnen realiseren, dat wil zeggen patiëntvolgend, hebben we twee major issues getackeld.’ En dat geeft, zegt hij, ruimte voor de volgende stap: de toegang voor patiënten zelf. ‘Het zijn uiteindelijk hun gegevens. We hebben als zorgsector nog geen eenduidig antwoord op de vraag hoe we daar mee om willen gaan.’

Nu de stip op de horizon staat is het zaak om daar te komen. Welke activiteiten passen bij de nieuwe rol en hoe gaan die opgepakt worden? Roos: ‘De gezamenlijke stip op de horizon geeft de mogelijkheid om de ontwikkeling te sturen. Natuurlijk moet dat gebeuren op een manier die past bij wat de markt vraagt. Enerzijds betekent dat scherp op prijs concurreren, anderzijds hebben de EDC’s elkaar nodig om maatschappelijk relevant te blijven. Het is én-én. De EDC’s in de huidige vorm zijn niet nog twintig jaar van dezelfde toegevoegde waarde. Straks zullen ze echt anders functioneren. Er is een goede kans dat er straks meer data-analisten werken dan laboranten.’

Op de deelledenvergadering van 2 juni 2016 stellen de EDC-leden van InEen de startnotitie vast waarin de lijnen voor de komende jaren worden uitgezet.

[...]

richtingHet domein van de eerstelijns diagnostiek is sterk in beweging. Er kan meer en sneller onderzocht worden, ook op de huisartsenpraktijk of zelfs thuis door de patiënt zelf. De digitalisering schept nieuwe kansen en nieuwe verwachtingen. Eerstelijns Diagnostische Centra (EDC’s) spelen in deze ontwikkelingen een belangrijke rol. Ze werken aan een optimale aansluiting op de eerstelijnszorg, ondanks de remmende werking van een grote prijsdruk, veroorzaakt door verzekeraars met weinig oog voor de kwaliteit en de meerwaarde van de EDC’s. Onlangs plaatsten de EDC-leden van InEen een gezamenlijke stip op de horizon. Hoe ziet onze rol in 2020 eruit? Door hier naartoe te werken geven zij hun bijdrage aan de zorg nieuwe inhoud.

De toegevoegde waarde van de EDC’s is de afgelopen jaren verschoven. Anno 2016 ligt deze niet meer bij het doen van diagnostische bepalingen alleen, dat kunnen meer partijen, zegt Frank Roos (Roos & van de Werk) die het positioneringstraject in opdracht van InEen begeleidde. De EDC’s onderscheiden zich nu al door het adviseren van huisartsen vanuit een eerstelijnsperspectief. Deze ontwikkeling zet de komende jaren alleen maar door. De EDC’s staan voor de opgave zich verder te transformeren van productiegerichte organisaties naar diagnostische adviseurs en informatieleveranciers. Hoe kunnen uitslagen geduid worden? Welke diagnostiek is beschikbaar? Hoe kan data-uitwisseling ondersteund worden? Als stip op de horizon voor 2020 kozen de EDC’s voor de werktitel diagnostics based health, een begrip dat aansluit bij het concept positieve gezondheid. Diagnostische informatie die ten dienste staat van de gezondheid van patiënten. Roos: ‘Ik noem maar iets. Op het moment dat je via je smartwatch je diagnostische gegevens combineert met je eetpatroon, kun je maatregelen nemen. Daar gaat het naartoe. Dat is nieuwe toegevoegde waarde.’

Peter Kamsteeg, lid raad van bestuur van Atalmedial, ziet in de toekomst inderdaad een scheiding tussen productie en expertise. ‘Ik zie een ontwikkeling naar geïntegreerde grootschalige laboratoria die diagnostiek leveren voor eerste, tweede en derde lijn, ook om de financiële druk van de zorgverzekeraars op te kunnen vangen. Zo kunnen we bovendien een breed pakket aan expertise bieden waarmee we lokaal een consultfunctie kunnen invullen. Atalmedial heeft bijvoorbeeld acht klinisch chemici met ieder hun eigen aandachtsgebied in huis.’ Voor de consultfunctie is de relatie met de zorgverlener onontbeerlijk. We staan nog aan de vooravond, zegt Kamsteeg, maar daar gaat onze frontoffice zich op richten. Hij noemt bijvoorbeeld de diagnostische toetsoverleggen die nu al plaats vinden en de klinisch chemicus van dienst die altijd beschikbaar is voor vragen van zorgverleners. Later in het gesprek wijst hij nog op de ondersteuning bij het gebruik en de validatie van diagnostische apparatuur op de huisartspraktijken. ‘Daar is zeker een rol voor ons weggelegd.’

Niet in de laatste plaats ziet Kamsteeg een rol als informatiemakelaar, tussen disciplines en tussen eerste en tweede lijn. In het traject met Frank Roos is de digitale ontsluiting en verrijking van data een belangrijk spoor naar 2020. Gevraagd naar wat huisartsen zouden kunnen bijdragen aan deze ontwikkeling, zegt Kamsteeg: ‘Digitaal aanvragen. Het liefst per gisteren. Zo’n papieren aanvraagformulier kost ons onnodig veel tijd en energie. Als we daarnaast de data-uitwisseling tussen eerste en tweede lijn optimaal kunnen realiseren, dat wil zeggen patiëntvolgend, hebben we twee major issues getackeld.’ En dat geeft, zegt hij, ruimte voor de volgende stap: de toegang voor patiënten zelf. ‘Het zijn uiteindelijk hun gegevens. We hebben als zorgsector nog geen eenduidig antwoord op de vraag hoe we daar mee om willen gaan.’

Nu de stip op de horizon staat is het zaak om daar te komen. Welke activiteiten passen bij de nieuwe rol en hoe gaan die opgepakt worden? Roos: ‘De gezamenlijke stip op de horizon geeft de mogelijkheid om de ontwikkeling te sturen. Natuurlijk moet dat gebeuren op een manier die past bij wat de markt vraagt. Enerzijds betekent dat scherp op prijs concurreren, anderzijds hebben de EDC’s elkaar nodig om maatschappelijk relevant te blijven. Het is én-én. De EDC’s in de huidige vorm zijn niet nog twintig jaar van dezelfde toegevoegde waarde. Straks zullen ze echt anders functioneren. Er is een goede kans dat er straks meer data-analisten werken dan laboranten.’

Op de deelledenvergadering van 2 juni 2016 stellen de EDC-leden van InEen de startnotitie vast waarin de lijnen voor de komende jaren worden uitgezet.

Naar een dienstenstructuur voor radiologen?

28 april 2016

diagnostiekUit het project ‘Keten Acute Zorg’ dat InEen de afgelopen twee jaar uitvoerde blijkt dat het met de beschikbaarheid van diagnostiek op de huisartsenpost matig is gesteld. Driekwart van de huisartsenposten kan tijdens de dienst geen röntgenfoto laten maken (en laten beoordelen) en 60% heeft geen mogelijkheid om een lab-bepaling te laten doen. Jules Keyzer, directeur van het Brabantse EDC Diagnostiek voor U, deed tijdens zijn deelsessie op het InEen-symposium ‘Samen in acute zorg’ enkele suggesties.

Keyzer: ‘De uitkomsten zijn nogal schrikbarend. Het gebrek aan mogelijkheden voor diagnostiek leidt tot teveel verwijzingen en misschien ook tot niet optimale patiëntenzorg als een huisarts een beslissing moet nemen waar hij liever wat diagnostiek bij had gehad.’ Een meer actieve aanpak is nodig, vindt hij.

Wat de lab-bepalingen betreft ziet Keyzer twee sporen die beiden gevolgd moeten worden. ‘Afspraken over gebruik van het spoed-lab zonder doorverwijzing zijn gezien de financiële belangen van het ziekenhuis lastig, maar moeten toch worden geprobeerd’, zegt hij. Daarnaast bepleit hij het als huisartsenpost zelf beschikbaar hebben van testapparatuur, zoals nu al veel gebeurt voor CRP-bepalingen. ‘Die apparatuur staat al op elke huisartsenpraktijk en is naar mijn idee ook voor elke huisartsenpost state of the art.’ Lastig is wel, aldus Keyzer, dat de huisartsenposten werken met veel wisselende medewerkers die allemaal voor het gebruik van de apparatuur moeten worden geschoold. Het leggen van een basis daarvoor is echter onvermijdelijk. De mogelijkheden voor diagnostiek op de huisartsenpost nemen snel toe. Keyzer wijst bijvoorbeeld op de ademtest E-nose die binnen afzienbare tijd zijn intrede zal doen.

Voor de röntgenfoto ligt de zaak gecompliceerder. Hier zijn niet alleen afspraken met het ziekenhuis nodig over het gebruik van de röntgenkamer, maar ook een radioloog om de foto te beoordelen. ‘In de avond en nacht is de radioloog alleen oproepbaar voor moeilijke gevallen. De overige foto’s beoordeelt de eerstehulparts zelf. Hij is echter opgeleid om de röntgenfoto en patiënt sámen te beoordelen, dus dan krijg je weer een doorverwijzing.’ In de visie van Keyzer moeten we toe naar een dienstenstructuur voor radiologen die vanaf het beeldscherm thuis de foto beoordelen en beschikbaar zijn voor intercollegiaal consult. Keyzer: ‘Niet per ziekenhuis en een huisartsenpost, maar bovenlokaal. Dan is er voldoende volume om het voor radiologen interessant te maken. Radiologen zeggen: als  het technisch geregeld is, staan we in de rij.’

Natuurlijk is het niet op een achternamiddag geregeld. Er zijn, zegt Keyzer, afspraken nodig met het ziekenhuis, met radiologen en er ligt een ICT-opgave. Ook verzekeraars moeten worden meegenomen. Maar het perspectief is lokkend: minder doorverwijzen, optimale en ook goedkopere zorg. Uitdagend: ‘Ik vind dat het initiatief bij de huisartsen zelf vandaan moet komen, samen met InEen. Wat nodig is, is de wil om zo te gaan werken. Daarna is het een kwestie van organiseren en een beetje lef hebben’.

[...]

diagnostiekUit het project ‘Keten Acute Zorg’ dat InEen de afgelopen twee jaar uitvoerde blijkt dat het met de beschikbaarheid van diagnostiek op de huisartsenpost matig is gesteld. Driekwart van de huisartsenposten kan tijdens de dienst geen röntgenfoto laten maken (en laten beoordelen) en 60% heeft geen mogelijkheid om een lab-bepaling te laten doen. Jules Keyzer, directeur van het Brabantse EDC Diagnostiek voor U, deed tijdens zijn deelsessie op het InEen-symposium ‘Samen in acute zorg’ enkele suggesties.

Keyzer: ‘De uitkomsten zijn nogal schrikbarend. Het gebrek aan mogelijkheden voor diagnostiek leidt tot teveel verwijzingen en misschien ook tot niet optimale patiëntenzorg als een huisarts een beslissing moet nemen waar hij liever wat diagnostiek bij had gehad.’ Een meer actieve aanpak is nodig, vindt hij.

Wat de lab-bepalingen betreft ziet Keyzer twee sporen die beiden gevolgd moeten worden. ‘Afspraken over gebruik van het spoed-lab zonder doorverwijzing zijn gezien de financiële belangen van het ziekenhuis lastig, maar moeten toch worden geprobeerd’, zegt hij. Daarnaast bepleit hij het als huisartsenpost zelf beschikbaar hebben van testapparatuur, zoals nu al veel gebeurt voor CRP-bepalingen. ‘Die apparatuur staat al op elke huisartsenpraktijk en is naar mijn idee ook voor elke huisartsenpost state of the art.’ Lastig is wel, aldus Keyzer, dat de huisartsenposten werken met veel wisselende medewerkers die allemaal voor het gebruik van de apparatuur moeten worden geschoold. Het leggen van een basis daarvoor is echter onvermijdelijk. De mogelijkheden voor diagnostiek op de huisartsenpost nemen snel toe. Keyzer wijst bijvoorbeeld op de ademtest E-nose die binnen afzienbare tijd zijn intrede zal doen.

Voor de röntgenfoto ligt de zaak gecompliceerder. Hier zijn niet alleen afspraken met het ziekenhuis nodig over het gebruik van de röntgenkamer, maar ook een radioloog om de foto te beoordelen. ‘In de avond en nacht is de radioloog alleen oproepbaar voor moeilijke gevallen. De overige foto’s beoordeelt de eerstehulparts zelf. Hij is echter opgeleid om de röntgenfoto en patiënt sámen te beoordelen, dus dan krijg je weer een doorverwijzing.’ In de visie van Keyzer moeten we toe naar een dienstenstructuur voor radiologen die vanaf het beeldscherm thuis de foto beoordelen en beschikbaar zijn voor intercollegiaal consult. Keyzer: ‘Niet per ziekenhuis en een huisartsenpost, maar bovenlokaal. Dan is er voldoende volume om het voor radiologen interessant te maken. Radiologen zeggen: als  het technisch geregeld is, staan we in de rij.’

Natuurlijk is het niet op een achternamiddag geregeld. Er zijn, zegt Keyzer, afspraken nodig met het ziekenhuis, met radiologen en er ligt een ICT-opgave. Ook verzekeraars moeten worden meegenomen. Maar het perspectief is lokkend: minder doorverwijzen, optimale en ook goedkopere zorg. Uitdagend: ‘Ik vind dat het initiatief bij de huisartsen zelf vandaan moet komen, samen met InEen. Wat nodig is, is de wil om zo te gaan werken. Daarna is het een kwestie van organiseren en een beetje lef hebben’.

Atalmedial behaalt ISO-certificering

18 februari 2016

Er is momenteel veel discussie over de kwaliteit van diagnostisch onderzoek dat via internet wordt aangeboden. In dat verband is het goed om er nog eens op te attenderen dat de EDC’s die zijn aangesloten bij InEen continu werken aan het verbeteren van de kwaliteit en de dienstverlening. Zo werd Atalmedial afgelopen december ISO-gecertificeerd. Het hele laboratoriumpakket, de POCT en de Trombosezorg voldoen aan de internationale ISO-normen. We feliciteren Atalmedial van harte met dit mooie resultaat. Persbericht

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 12 februari 2016.

[...]

Er is momenteel veel discussie over de kwaliteit van diagnostisch onderzoek dat via internet wordt aangeboden. In dat verband is het goed om er nog eens op te attenderen dat de EDC’s die zijn aangesloten bij InEen continu werken aan het verbeteren van de kwaliteit en de dienstverlening. Zo werd Atalmedial afgelopen december ISO-gecertificeerd. Het hele laboratoriumpakket, de POCT en de Trombosezorg voldoen aan de internationale ISO-normen. We feliciteren Atalmedial van harte met dit mooie resultaat. Persbericht

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 12 februari 2016.

Gevraagd: input voor handreiking DTO

09 februari 2016

De mogelijkheden van eerstelijnsdiagnostiek blijven toenemen. Omdat het voor huisartsen niet eenvoudig is up-to-date te blijven hebben de EDC’s het Diagnostisch Toets Overleg (DTO) ontwikkeld. Op een DTO worden onderwerpen besproken die belangrijk zijn voor een goede en verantwoorde eerstelijnsdiagnostiek: spiegelinformatie, casuïstiek, nieuwe mogelijkheden en wetenschappelijke achtergronden. De ervaring leert dat deze bijeenkomsten zinvol, leerzaam en ook leuk zijn. Het NHG werkt nu aan een handreiking voor het organiseren en uitvoeren van zo’n DTO voor huisartsen. Als eerste stap wil het NHG graag weten welke knelpunten het veld ervaart of voorziet op dit gebied. Huisartsen, gezondheidscentra en zorggroepen kunnen knelpunten en andere reacties tot 15 februari sturen naar renw@nhg.org.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 5 februari 2016.

[...]

De mogelijkheden van eerstelijnsdiagnostiek blijven toenemen. Omdat het voor huisartsen niet eenvoudig is up-to-date te blijven hebben de EDC’s het Diagnostisch Toets Overleg (DTO) ontwikkeld. Op een DTO worden onderwerpen besproken die belangrijk zijn voor een goede en verantwoorde eerstelijnsdiagnostiek: spiegelinformatie, casuïstiek, nieuwe mogelijkheden en wetenschappelijke achtergronden. De ervaring leert dat deze bijeenkomsten zinvol, leerzaam en ook leuk zijn. Het NHG werkt nu aan een handreiking voor het organiseren en uitvoeren van zo’n DTO voor huisartsen. Als eerste stap wil het NHG graag weten welke knelpunten het veld ervaart of voorziet op dit gebied. Huisartsen, gezondheidscentra en zorggroepen kunnen knelpunten en andere reacties tot 15 februari sturen naar renw@nhg.org.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 5 februari 2016.

Kamervragen over commerciële bloedtests

02 februari 2016

De SP heeft Kamervragen gesteld naar aanleiding van het artikel dat vorige week in de Volkskrant is verschenen. Zodra de antwoorden van het ministerie van VWS bekend zijn informeren we jullie daarover. Het artikel in de Volkskrant heeft laten zien dat er spanning zit tussen het patiëntenbelang en het belang van aanbieders van commerciële bloedtesten. De Kamervragen benoemen een aantal van deze vraagstukken. In het FD van vorige week presenteerde zich een nieuwe aanbieder. (‘Prijsvechter meldt zich op Nederlandse laboratoriummarkt’) Dit is waarschijnlijk niet de laatste. InEen vindt het een goede zaak dat de discussie over commerciële diagnostiek wordt gevoerd en pleit voor een kwalitatief hoogstaande eerstelijnsdiagnostiek die naadloos is ingebed in de eerste lijn. Dit bevordert zinnige en zuinige zorg waarbij patiënten gebaat zijn.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 29 januari 2016.

[...]

De SP heeft Kamervragen gesteld naar aanleiding van het artikel dat vorige week in de Volkskrant is verschenen. Zodra de antwoorden van het ministerie van VWS bekend zijn informeren we jullie daarover. Het artikel in de Volkskrant heeft laten zien dat er spanning zit tussen het patiëntenbelang en het belang van aanbieders van commerciële bloedtesten. De Kamervragen benoemen een aantal van deze vraagstukken. In het FD van vorige week presenteerde zich een nieuwe aanbieder. (‘Prijsvechter meldt zich op Nederlandse laboratoriummarkt’) Dit is waarschijnlijk niet de laatste. InEen vindt het een goede zaak dat de discussie over commerciële diagnostiek wordt gevoerd en pleit voor een kwalitatief hoogstaande eerstelijnsdiagnostiek die naadloos is ingebed in de eerste lijn. Dit bevordert zinnige en zuinige zorg waarbij patiënten gebaat zijn.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 29 januari 2016.

Berichtgeving over commerciële bloedtests

25 januari 2016

De media besteden momenteel regelmatig aandacht aan (commerciële) diagnostiek. Afgelopen zaterdag 16 januari schreef de Volkskrant over particuliere bloedtesten. Het artikel gaat in op het belang van goede eerstelijnsdiagnostiek en zet vraagtekens bij commerciële bloedtests . Mogelijk hebben prikposten van EDC-leden van InEen, op verzoek van patiënten zelf, bloed afgenomen zonder zich ervan bewust te zijn dat men meewerkte aan een commerciële bloedtest elders. InEen vindt het een goede zaak dat de discussie over commerciële diagnostiek wordt gevoerd en pleit voor een kwalitatief hoogstaande eerstelijnsdiagnostiek die naadloos is ingebed in de eerste lijn. Dit bevordert zinnige en zuinige zorg waarbij patiënten gebaat zijn. Lees ook de reactie van de NVKC op het Volkskrant-artikel.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 22 januari 2016.

[...]

De media besteden momenteel regelmatig aandacht aan (commerciële) diagnostiek. Afgelopen zaterdag 16 januari schreef de Volkskrant over particuliere bloedtesten. Het artikel gaat in op het belang van goede eerstelijnsdiagnostiek en zet vraagtekens bij commerciële bloedtests . Mogelijk hebben prikposten van EDC-leden van InEen, op verzoek van patiënten zelf, bloed afgenomen zonder zich ervan bewust te zijn dat men meewerkte aan een commerciële bloedtest elders. InEen vindt het een goede zaak dat de discussie over commerciële diagnostiek wordt gevoerd en pleit voor een kwalitatief hoogstaande eerstelijnsdiagnostiek die naadloos is ingebed in de eerste lijn. Dit bevordert zinnige en zuinige zorg waarbij patiënten gebaat zijn. Lees ook de reactie van de NVKC op het Volkskrant-artikel.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht van 22 januari 2016.

Harjan van Dam (Certe): ‘Het gaat altijd om dezelfde patiënt die zich beweegt tussen de zorglijnen’

17 december 2015

Harjan-van-Dam

Een aantal laboratoria in de drie noordelijke provincies fuseerde de afgelopen jaren tot één grote organisatie voor medische diagnostiek en advies. Een jaar nadat Harjan van Dam werd benoemd als Raad van Bestuur, kreeg de organisatie in 2014 de naam Certe, dat staat voor zekerheid.

‘Wat Certe doet is nieuw’, zegt Van Dam. ‘We geloven in de toekomst van een geïntegreerd medisch diagnostisch bedrijf. Dat betekent behalve integreren van de verschillende vakdisciplines ook ontlijnen, diensten aanbieden over de lijnen van de zorg heen.’ Hij ziet geen toekomst voor aparte eerstelijns en tweedelijns labs of een lab puur voor bijvoorbeeld medische microbiologie. De belangrijkste reden is, zegt hij, dat het altijd gaat om dezelfde patiënt die zich beweegt tussen de verschillende zorglijnen. Van Dam wil bijvoorbeeld af van de situatie waarin een patiënt die wordt doorverwezen opnieuw geprikt moet worden. ‘We zien onszelf als een organisatie die voor een patiënt nulde, eerste, tweede en zelfs (in samenwerking) derdelijns activiteiten kan ontplooien. Van oorsprong hebben we alle diensten voor de eerste en tweede lijn in huis: zoals een huisartsenlab, een trombosedienst, klinisch chemische en medisch microbiologische laboratoria, ketenzorg en functiediagnostiek. Dat blijft zo.’

Certe heeft, aldus Van Dam, de maatschappelijke verantwoordelijkheid om ‘dicht bij de patiënt performing  te zijn’, waar de patiënt zich ook maar bevindt in het zorglandschap. En maatschappelijke verantwoordelijkheid betekent naast zinnige diagnostiek ook kostenbewustzijn. ‘Om professioneel en kostenefficiënt te werken, hebben ondersteunende bedrijfsonderdelen, zoals bijvoorbeeld ICT, inkoop, financiën en HRM, een bepaalde omvang nodig en daarom willen we zoveel mogelijk laboratoria aangesloten hebben.’ Meegaan met de voortschrijdende techniek en de mogelijkheden op ICT-gebied vraagt slagkracht. Van Dam: ‘We hebben schaalgrootte en marktmacht nodig. De prijsdalingen zijn zo groot, dat je om kostenverdunning te krijgen samenwerking of fusie móet opzoeken. Er waren ooit meer dan 120 ziekenfondsen, je weet wat daarvan over is. Daar gaat het met de laboratoria ook heen. Er is overcapaciteit en er gaan grote regionale spelers ontstaan. Onze uitdaging is om dicht bij de patiënt te blijven aan de voorkant en groot en efficiënt te zijn aan de achterkant’.

In 2016 staat Certe voor een grote bedrijfskundige operatie. ‘Nog meer één Certe worden, daarin herkenbaar zijn en daadwerkelijk inhoud geven aan de visie dat de patiënt centraal staat.’ Dat betekent enerzijds een focus op regionalisatie om dicht bij de patiënt en zorgverlener te zijn; anderzijds de ontwikkeling naar een netwerkorganisatie die, aldus Van Dam, ‘één virtueel lab’ vormt waarin zaken als data delen – óver de lijnen van de zorg – goed georganiseerd zijn. Intussen gaat het zoeken naar samenwerkings- en fusiepartners verder. Zo zijn er gesprekken gaande met het UMCG. ‘We zijn geen derdelijns lab, maar daar kunnen we wel intensief mee samenwerken.’

InEen is voor Van Dam op dit moment een goede omgeving om zijn klanten beter te leren kennen. ‘Maar ik zie voor InEen ook een rol in de vernieuwing. Denk aan kwaliteitsissues en de uitrol van Point of Care Testing (PoCT) in de eerste lijn. We kunnen op die manier meer voor elkaar beteken dan we nu misschien denken. Zoeken naar onze verbinding is belangrijk voor Certe, maar óók voor InEen.’

[...]

Harjan-van-Dam

Een aantal laboratoria in de drie noordelijke provincies fuseerde de afgelopen jaren tot één grote organisatie voor medische diagnostiek en advies. Een jaar nadat Harjan van Dam werd benoemd als Raad van Bestuur, kreeg de organisatie in 2014 de naam Certe, dat staat voor zekerheid.

‘Wat Certe doet is nieuw’, zegt Van Dam. ‘We geloven in de toekomst van een geïntegreerd medisch diagnostisch bedrijf. Dat betekent behalve integreren van de verschillende vakdisciplines ook ontlijnen, diensten aanbieden over de lijnen van de zorg heen.’ Hij ziet geen toekomst voor aparte eerstelijns en tweedelijns labs of een lab puur voor bijvoorbeeld medische microbiologie. De belangrijkste reden is, zegt hij, dat het altijd gaat om dezelfde patiënt die zich beweegt tussen de verschillende zorglijnen. Van Dam wil bijvoorbeeld af van de situatie waarin een patiënt die wordt doorverwezen opnieuw geprikt moet worden. ‘We zien onszelf als een organisatie die voor een patiënt nulde, eerste, tweede en zelfs (in samenwerking) derdelijns activiteiten kan ontplooien. Van oorsprong hebben we alle diensten voor de eerste en tweede lijn in huis: zoals een huisartsenlab, een trombosedienst, klinisch chemische en medisch microbiologische laboratoria, ketenzorg en functiediagnostiek. Dat blijft zo.’

Certe heeft, aldus Van Dam, de maatschappelijke verantwoordelijkheid om ‘dicht bij de patiënt performing  te zijn’, waar de patiënt zich ook maar bevindt in het zorglandschap. En maatschappelijke verantwoordelijkheid betekent naast zinnige diagnostiek ook kostenbewustzijn. ‘Om professioneel en kostenefficiënt te werken, hebben ondersteunende bedrijfsonderdelen, zoals bijvoorbeeld ICT, inkoop, financiën en HRM, een bepaalde omvang nodig en daarom willen we zoveel mogelijk laboratoria aangesloten hebben.’ Meegaan met de voortschrijdende techniek en de mogelijkheden op ICT-gebied vraagt slagkracht. Van Dam: ‘We hebben schaalgrootte en marktmacht nodig. De prijsdalingen zijn zo groot, dat je om kostenverdunning te krijgen samenwerking of fusie móet opzoeken. Er waren ooit meer dan 120 ziekenfondsen, je weet wat daarvan over is. Daar gaat het met de laboratoria ook heen. Er is overcapaciteit en er gaan grote regionale spelers ontstaan. Onze uitdaging is om dicht bij de patiënt te blijven aan de voorkant en groot en efficiënt te zijn aan de achterkant’.

In 2016 staat Certe voor een grote bedrijfskundige operatie. ‘Nog meer één Certe worden, daarin herkenbaar zijn en daadwerkelijk inhoud geven aan de visie dat de patiënt centraal staat.’ Dat betekent enerzijds een focus op regionalisatie om dicht bij de patiënt en zorgverlener te zijn; anderzijds de ontwikkeling naar een netwerkorganisatie die, aldus Van Dam, ‘één virtueel lab’ vormt waarin zaken als data delen – óver de lijnen van de zorg – goed georganiseerd zijn. Intussen gaat het zoeken naar samenwerkings- en fusiepartners verder. Zo zijn er gesprekken gaande met het UMCG. ‘We zijn geen derdelijns lab, maar daar kunnen we wel intensief mee samenwerken.’

InEen is voor Van Dam op dit moment een goede omgeving om zijn klanten beter te leren kennen. ‘Maar ik zie voor InEen ook een rol in de vernieuwing. Denk aan kwaliteitsissues en de uitrol van Point of Care Testing (PoCT) in de eerste lijn. We kunnen op die manier meer voor elkaar beteken dan we nu misschien denken. Zoeken naar onze verbinding is belangrijk voor Certe, maar óók voor InEen.’

‘Door goede eerstelijns diagnostiek blijft de regie bij de huisarts’

29 oktober 2015

grand-canyonEen staat voor diagnostiek die bijdraagt aan een sterke, laagdrempelige en efficiënte eerstelijnszorg. Dat betekent dat diagnostiek daarin zoveel mogelijk geïntegreerd moet zijn. Maar de huidige bekostiging zet juist deze integraliteit onder druk. Esther Talboom (Raad van Bestuur Saltro  en bestuurslid van InEen) en Astrid van der Put (Raad van Bestuur SHL-Groep) gaan in op de meerwaarde van eerstelijns diagnostische centra (EDC’s).

‘We richten onze diagnostiek op maat in voor de eerste lijn. Dat is onze meerwaarde’, steekt Talboom van wal. Ofwel: EDC’s zijn decentraal georganiseerd en altijd dichtbij huis te vinden, zowel voor patiënten als voor zorgverleners. Ook sluit het aanbod naadloos aan bij de NHG-Standaarden en de zorgprogramma’s voor chronische patiënten. ‘Maar wat vooral belangrijk is’, vervolgt Van der Put, ‘is dat door goede eerstelijns diagnostiek de regie bij de huisarts blijft. De patiënt gaat pas naar de tweede lijn als daar echt noodzaak voor bestaat.’ Talboom: ‘EDC’s en huisartsen zijn met elkaar vergroeid. In onze raden van toezicht, directies en adviesraden zitten huisartsen. Innovaties ontwikkelen we samen. We bedenken nooit producten in een kamertje. Formeel en informeel zijn we, van oudsher, in elkaar verankerd.’

Kennisoverdracht
Het gaat nadrukkelijk ook om inhoudelijke kwaliteit. In de eerste lijn, legt Talboom uit, zijn patiënten ‘gezond, tenzij’ en dat leidt tot andere voorafkansen dan voor de tweede lijn waar ‘ziek, tenzij’ geldt. ‘Onze medische specialisten kijken anders naar uitslagen omdat zij de eerste lijn door en door kennen en weten dat de kansen op ziekte en gezondheid in de eerste lijn anders zijn.’ Naast advisering over de diagnostische mogelijkheden en de betekenis van uitslagen investeren EDC’s bovendien in het overdragen van hun kennis. Van der Put: ‘Als je vraagt hoe we ons onderscheiden van de ziekenhuizen, dan is dat zeker ook met onze diagnostische toetsoverleggen en nascholing. Informatiedeling zit in het dna van onze dienstverlening.’ EDC’s, legt ze uit, zetten de data en uitslagen van onderzoeken in om doelmatig gebruik van testen te bevorderen. Bijvoorbeeld om dubbeldiagnostiek in de tweede lijn te voorkomen en om aanvragers te leren zo gericht mogelijk diagnostiek aan te vragen.

Het gesprek komt op de grote technologische ontwikkelingen van deze tijd. Dat zijn ontwikkelingen waar de EDC’s samen met de eerste lijn op willen anticiperen, op móeten anticiperen, zegt Van der Put. ‘De huisartsenpraktijken krijgen er hoe dan ook mee te maken. Patiënten gaan steeds meer eigen regie nemen. Denk aan zelfmanagement, e-health en ook aan zelftesten. Patiënten gaan zelf data aandragen en verwachten dat de huisarts daar iets mee doet. Kennis delen wordt steeds belangrijker.’ EDC’s zien dat nadrukkelijk als hun verantwoordelijkheid, aldus Talboom. ‘Voor een eerlijke regierol mogen patiënten niet volledig afhankelijk zijn van de zorgverlener. Om als patiënt op een volwassen manier met je huisarts, de POH of de verpleegkundige in gesprek te kunnen gaan, moet je zelf beschikken over je gegevens en deze kunnen begrijpen.’

Bekostiging
Talboom en Van der Put stellen vast dat de bekostiging zoals die momenteel voor de EDC’s geldt, voorbijgaat aan het noodzakelijke partnership tussen EDC’s en de eerste lijn. Talboom: ‘De eerstelijns diagnostiek wordt nu als een apart product bekostigd dat willekeurig door iedereen kan worden ingekocht. Daarmee boeten we in aan kwaliteit.’ Van der Put: ‘Diagnostiek is onderdeel en een gevolg van een behandelplan waar de huisarts de regie over heeft. Je kunt als zorgverzekeraar niet één aspect daaruit halen en daar dan bezuinigingen willen realiseren.’

Grand Canyon
‘Als InEen’, besluit Talboom, ‘brengen we de meerwaarde van EDC’s voortdurend over het voetlicht bij VWS en de zorgverzekeraars. En het is belangrijk dat we ook aan het veld uitleggen dat de huidige bekostiging verkeerde prikkels afgeeft, zodat ook huisartsen en verloskundigen zich realiseren wat ze verliezen als ze kiezen voor een goedkoper product.’ Van der Put: ‘De minister zegt dat ze de eerste lijn wil versterken, maar tussen die wens en wat zorgverzekeraars doen gaapt inmiddels de Grand Canyon. Ik hoorde een verzekeraar zeggen dat ze zich niet met de kwaliteit gingen bemoeien: ‘dat is aan het zorgveld zelf’. Dat is mooi, maar kwaliteit en innovatie moeten ergens van worden bekostigd.’

[...]

grand-canyonEen staat voor diagnostiek die bijdraagt aan een sterke, laagdrempelige en efficiënte eerstelijnszorg. Dat betekent dat diagnostiek daarin zoveel mogelijk geïntegreerd moet zijn. Maar de huidige bekostiging zet juist deze integraliteit onder druk. Esther Talboom (Raad van Bestuur Saltro  en bestuurslid van InEen) en Astrid van der Put (Raad van Bestuur SHL-Groep) gaan in op de meerwaarde van eerstelijns diagnostische centra (EDC’s).

‘We richten onze diagnostiek op maat in voor de eerste lijn. Dat is onze meerwaarde’, steekt Talboom van wal. Ofwel: EDC’s zijn decentraal georganiseerd en altijd dichtbij huis te vinden, zowel voor patiënten als voor zorgverleners. Ook sluit het aanbod naadloos aan bij de NHG-Standaarden en de zorgprogramma’s voor chronische patiënten. ‘Maar wat vooral belangrijk is’, vervolgt Van der Put, ‘is dat door goede eerstelijns diagnostiek de regie bij de huisarts blijft. De patiënt gaat pas naar de tweede lijn als daar echt noodzaak voor bestaat.’ Talboom: ‘EDC’s en huisartsen zijn met elkaar vergroeid. In onze raden van toezicht, directies en adviesraden zitten huisartsen. Innovaties ontwikkelen we samen. We bedenken nooit producten in een kamertje. Formeel en informeel zijn we, van oudsher, in elkaar verankerd.’

Kennisoverdracht
Het gaat nadrukkelijk ook om inhoudelijke kwaliteit. In de eerste lijn, legt Talboom uit, zijn patiënten ‘gezond, tenzij’ en dat leidt tot andere voorafkansen dan voor de tweede lijn waar ‘ziek, tenzij’ geldt. ‘Onze medische specialisten kijken anders naar uitslagen omdat zij de eerste lijn door en door kennen en weten dat de kansen op ziekte en gezondheid in de eerste lijn anders zijn.’ Naast advisering over de diagnostische mogelijkheden en de betekenis van uitslagen investeren EDC’s bovendien in het overdragen van hun kennis. Van der Put: ‘Als je vraagt hoe we ons onderscheiden van de ziekenhuizen, dan is dat zeker ook met onze diagnostische toetsoverleggen en nascholing. Informatiedeling zit in het dna van onze dienstverlening.’ EDC’s, legt ze uit, zetten de data en uitslagen van onderzoeken in om doelmatig gebruik van testen te bevorderen. Bijvoorbeeld om dubbeldiagnostiek in de tweede lijn te voorkomen en om aanvragers te leren zo gericht mogelijk diagnostiek aan te vragen.

Het gesprek komt op de grote technologische ontwikkelingen van deze tijd. Dat zijn ontwikkelingen waar de EDC’s samen met de eerste lijn op willen anticiperen, op móeten anticiperen, zegt Van der Put. ‘De huisartsenpraktijken krijgen er hoe dan ook mee te maken. Patiënten gaan steeds meer eigen regie nemen. Denk aan zelfmanagement, e-health en ook aan zelftesten. Patiënten gaan zelf data aandragen en verwachten dat de huisarts daar iets mee doet. Kennis delen wordt steeds belangrijker.’ EDC’s zien dat nadrukkelijk als hun verantwoordelijkheid, aldus Talboom. ‘Voor een eerlijke regierol mogen patiënten niet volledig afhankelijk zijn van de zorgverlener. Om als patiënt op een volwassen manier met je huisarts, de POH of de verpleegkundige in gesprek te kunnen gaan, moet je zelf beschikken over je gegevens en deze kunnen begrijpen.’

Bekostiging
Talboom en Van der Put stellen vast dat de bekostiging zoals die momenteel voor de EDC’s geldt, voorbijgaat aan het noodzakelijke partnership tussen EDC’s en de eerste lijn. Talboom: ‘De eerstelijns diagnostiek wordt nu als een apart product bekostigd dat willekeurig door iedereen kan worden ingekocht. Daarmee boeten we in aan kwaliteit.’ Van der Put: ‘Diagnostiek is onderdeel en een gevolg van een behandelplan waar de huisarts de regie over heeft. Je kunt als zorgverzekeraar niet één aspect daaruit halen en daar dan bezuinigingen willen realiseren.’

Grand Canyon
‘Als InEen’, besluit Talboom, ‘brengen we de meerwaarde van EDC’s voortdurend over het voetlicht bij VWS en de zorgverzekeraars. En het is belangrijk dat we ook aan het veld uitleggen dat de huidige bekostiging verkeerde prikkels afgeeft, zodat ook huisartsen en verloskundigen zich realiseren wat ze verliezen als ze kiezen voor een goedkoper product.’ Van der Put: ‘De minister zegt dat ze de eerste lijn wil versterken, maar tussen die wens en wat zorgverzekeraars doen gaapt inmiddels de Grand Canyon. Ik hoorde een verzekeraar zeggen dat ze zich niet met de kwaliteit gingen bemoeien: ‘dat is aan het zorgveld zelf’. Dat is mooi, maar kwaliteit en innovatie moeten ergens van worden bekostigd.’

Point of care testing op de huisartsenpost

21 oktober 2015

Samen met huisartsenposten onderzoekt Saltro hoe diagnostiek ter plaatse, point of care testing (PoCT),  goed vorm kan krijgen. In dat kader startte Saltro onlangs samen met IQ Healthcare en het Julius Centrum een onderzoek naar PoCT en sepsis. Point of care testing is een manier om sepsis snel te onderkennen. Aangezien huisartsenposten regelmatig met sepsis te maken hebben, is dit voor huisartsenposten een belangrijk onderzoek. Het is ook een goed voorbeeld van hoe de ledengroepen van InEen elkaar kunnen aanvullen in het verbeteren van de kwaliteit van zorg. Een artikel dat gisteren verscheen in Medisch Contact breekt een lans voor point of care testing (PoCT) op de huisartsenpost. Het beperkt beschikbaar zijn van diagnostische hulpmiddelen op de huisartsenpost belemmert op dit moment, zegt Paul Giesen (IQ healthcare), een van de auteurs van het artikel, een optimale inschatting van waar een patiënt thuishoort. PoCT kan in deze leemte voorzien. Lees het artikel

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Samen met huisartsenposten onderzoekt Saltro hoe diagnostiek ter plaatse, point of care testing (PoCT),  goed vorm kan krijgen. In dat kader startte Saltro onlangs samen met IQ Healthcare en het Julius Centrum een onderzoek naar PoCT en sepsis. Point of care testing is een manier om sepsis snel te onderkennen. Aangezien huisartsenposten regelmatig met sepsis te maken hebben, is dit voor huisartsenposten een belangrijk onderzoek. Het is ook een goed voorbeeld van hoe de ledengroepen van InEen elkaar kunnen aanvullen in het verbeteren van de kwaliteit van zorg. Een artikel dat gisteren verscheen in Medisch Contact breekt een lans voor point of care testing (PoCT) op de huisartsenpost. Het beperkt beschikbaar zijn van diagnostische hulpmiddelen op de huisartsenpost belemmert op dit moment, zegt Paul Giesen (IQ healthcare), een van de auteurs van het artikel, een optimale inschatting van waar een patiënt thuishoort. PoCT kan in deze leemte voorzien. Lees het artikel

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

E-health en diagnostiek

05 oktober 2015

Tijdens de Tweedaagse hield Esther Talboom, bestuursvoorzitter van Saltro, samen met Machteld Huber een pleidooi voor ‘positieve gezondheid’, een benadering waarin de zelfregie van de patiënt centraal staat. Deze bijdrage werd door de aanwezigen als zeer inspirerend ervaren. In een interview met het online magazine Smarthealth vertelt zij meer over de manier waarop Saltro deze toekomst als diagnostisch centrum stap voor stap vorm wil geven. Zij ziet het als een uitdaging om een hybride model te ontwikkelen met e-health toepassingen voor de mensen die zich daar thuis bij voelen en traditionele zorg voor anderen. Onder meer gaat ze in op de zin en onzin van het thuistesten.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Tijdens de Tweedaagse hield Esther Talboom, bestuursvoorzitter van Saltro, samen met Machteld Huber een pleidooi voor ‘positieve gezondheid’, een benadering waarin de zelfregie van de patiënt centraal staat. Deze bijdrage werd door de aanwezigen als zeer inspirerend ervaren. In een interview met het online magazine Smarthealth vertelt zij meer over de manier waarop Saltro deze toekomst als diagnostisch centrum stap voor stap vorm wil geven. Zij ziet het als een uitdaging om een hybride model te ontwikkelen met e-health toepassingen voor de mensen die zich daar thuis bij voelen en traditionele zorg voor anderen. Onder meer gaat ze in op de zin en onzin van het thuistesten.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Verkenning fusie tussen Star-MDC en SHL-Groep

01 oktober 2015

Een toekomstgerichte organisatie die voor aanvragers en patiënten kwalitatief de beste diagnostiek in de zorgketen betekent. Om dat te bereiken verkennen de bestuurders van Star-MDC en SHL-Groep de mogelijkheid van een fusie. Hiermee onderschrijven ze dat het bundelen van krachten op het gebied van diagnostiek in de eerstelijns gezondheidszorg steeds belangrijker wordt voor een toegankelijke en betaalbare zorg. De komende periode onderzoeken beide organisaties of duurzame samenwerking leidt tot de gewenste toegevoegde waarde van schaalvoordeel en innovatiekracht. In de 2e helft van 2016 is een definitief besluit te verwachten. 

[...]

Een toekomstgerichte organisatie die voor aanvragers en patiënten kwalitatief de beste diagnostiek in de zorgketen betekent. Om dat te bereiken verkennen de bestuurders van Star-MDC en SHL-Groep de mogelijkheid van een fusie. Hiermee onderschrijven ze dat het bundelen van krachten op het gebied van diagnostiek in de eerstelijns gezondheidszorg steeds belangrijker wordt voor een toegankelijke en betaalbare zorg. De komende periode onderzoeken beide organisaties of duurzame samenwerking leidt tot de gewenste toegevoegde waarde van schaalvoordeel en innovatiekracht. In de 2e helft van 2016 is een definitief besluit te verwachten. 

Patiëntvriendelijke vingerprik 

23 september 2015

Atalmedial, Saltro en SHL-groep zijn toegetreden tot de coöperatie het Centrum Antistolling & Trombosezorg (het CAT). Het CAT (eerder opgericht door Star-MDC en het Groene Hart Diagnostisch Centrum) werkt aan verbetering van de antistollingszorg. Door de nieuwe omvang van de coöperatie  en de daarmee gestegen omvang van de groep patiënten kan de capillaire meetmethode worden doorontwikkeld. Deze methode is patiëntvriendelijker maar duurder dan de oude vertrouwde buisjes bloed. Lees het bericht.

[...]

Atalmedial, Saltro en SHL-groep zijn toegetreden tot de coöperatie het Centrum Antistolling & Trombosezorg (het CAT). Het CAT (eerder opgericht door Star-MDC en het Groene Hart Diagnostisch Centrum) werkt aan verbetering van de antistollingszorg. Door de nieuwe omvang van de coöperatie  en de daarmee gestegen omvang van de groep patiënten kan de capillaire meetmethode worden doorontwikkeld. Deze methode is patiëntvriendelijker maar duurder dan de oude vertrouwde buisjes bloed. Lees het bericht.

Soa diagnostiek in Nieuwsuur en de Telegraaf

13 augustus 2015

Soa Aids Nederland luidde deze week de noodklok over de gebrekkige kwaliteit van thuistesten voor soa’s. Thuistesten zijn voor de gebruikers laagdrempelig en gemakkelijk. De uitslagen van deze soa-thuistesten zijn echter notoir onbetrouwbaar. Vanuit het volksgezondheidsbelang zijn laagdrempelige en kwalitatief betrouwbare soa-testen een absolute noodzaak. Dit kan alleen gewaarborgd worden als de testen door een huisarts of een GGD bij de gespecialiseerde laboratoria worden aangevraagd. De populariteit van soa-thuistesten illustreert het belang van een laagdrempelige en gemakkelijk toegankelijke soa-diagnostiek. De huidige financiële drempels, zoals de belasting van het eigen risico, zijn een extra drempel voor het laten uitvoeren van kwalitatief verantwoorden testen via huisarts of GGD. Aanbieders van de thuistesten springen vervolgens in het gat in de markt. Met meer dan 100.000 nieuwe infecties per jaar is dat een zorgelijke gedachte…

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Soa Aids Nederland luidde deze week de noodklok over de gebrekkige kwaliteit van thuistesten voor soa’s. Thuistesten zijn voor de gebruikers laagdrempelig en gemakkelijk. De uitslagen van deze soa-thuistesten zijn echter notoir onbetrouwbaar. Vanuit het volksgezondheidsbelang zijn laagdrempelige en kwalitatief betrouwbare soa-testen een absolute noodzaak. Dit kan alleen gewaarborgd worden als de testen door een huisarts of een GGD bij de gespecialiseerde laboratoria worden aangevraagd. De populariteit van soa-thuistesten illustreert het belang van een laagdrempelige en gemakkelijk toegankelijke soa-diagnostiek. De huidige financiële drempels, zoals de belasting van het eigen risico, zijn een extra drempel voor het laten uitvoeren van kwalitatief verantwoorden testen via huisarts of GGD. Aanbieders van de thuistesten springen vervolgens in het gat in de markt. Met meer dan 100.000 nieuwe infecties per jaar is dat een zorgelijke gedachte…

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Gebrekkige kwaliteit thuistesten

07 augustus 2015

Soa Aids Nederland luidde deze week de noodklok over de gebrekkige kwaliteit van thuistesten voor SOA’s. Thuistesten zijn voor de gebruikers laagdrempelig en gemakkelijk. De uitslagen van deze SOA-thuistesten zijn echter notoir onbetrouwbaar. Vanuit het volksgezondheidsbelang zijn laagdrempelige en kwalitatief betrouwbare SOA-testen een absolute noodzaak. Dit kan alleen gewaarborgd worden als SOA-testen door een huisarts of een GGD bij de gespecialiseerde laboratoria worden aangevraagd.

De populariteit van SOA-thuistesten illustreert het belang van een laagdrempelige en gemakkelijk toegankelijke SOA-diagnostiek. De huidige financiële drempels, zoals de belasting van het eigen risico, zijn een extra drempel voor het laten uitvoeren van kwalitatief verantwoorden testen via huisarts of GGD. Aanbieders van de thuistesten springen vervolgens in het gat in de markt. Met meer dan 100.000 nieuwe infecties per jaar is dat een zorgelijke gedachte …

We blijven dan ook in gesprek om het belang van een sterke diagnostische, aan de huisarts adviserende, zorgfunctie te benadrukken.

[...]

Soa Aids Nederland luidde deze week de noodklok over de gebrekkige kwaliteit van thuistesten voor SOA’s. Thuistesten zijn voor de gebruikers laagdrempelig en gemakkelijk. De uitslagen van deze SOA-thuistesten zijn echter notoir onbetrouwbaar. Vanuit het volksgezondheidsbelang zijn laagdrempelige en kwalitatief betrouwbare SOA-testen een absolute noodzaak. Dit kan alleen gewaarborgd worden als SOA-testen door een huisarts of een GGD bij de gespecialiseerde laboratoria worden aangevraagd.

De populariteit van SOA-thuistesten illustreert het belang van een laagdrempelige en gemakkelijk toegankelijke SOA-diagnostiek. De huidige financiële drempels, zoals de belasting van het eigen risico, zijn een extra drempel voor het laten uitvoeren van kwalitatief verantwoorden testen via huisarts of GGD. Aanbieders van de thuistesten springen vervolgens in het gat in de markt. Met meer dan 100.000 nieuwe infecties per jaar is dat een zorgelijke gedachte …

We blijven dan ook in gesprek om het belang van een sterke diagnostische, aan de huisarts adviserende, zorgfunctie te benadrukken.

Reactie VWS, geen vrije prijzen voor de eerstelijnsdiagnostiek

09 juli 2015

De NZa heeft de Minister in april geadviseerd om per 1 januari 2016 vrije prijzen voor de eerstelijnsdiagnostiek in te voeren. InEen en de SAN hebben naar aanleiding van het concept-advies betoogd dat er in de eerstelijnsdiagnostiek nog sprake is van teveel marktfalen om vrije prijzen in te voeren. Beide koepels zien teveel risico’s omdat er geen sprake is van een gelijk speelveld tussen de verschillende aanbieders van ELD. Daarnaast heeft het afgelopen najaar laten zien dat verzekeraars (nog) niet in staat om eerstelijnsdiagnostiek op basis van kwaliteit en toegevoegde waarde in te kopen. Inkopen op basis van louter lage prijzen is niet in het belang van patiënten en de eerstelijnszorg. De Minister lijkt het met ons eens. In een brief aan de Tweede Kamer schrijft de Minister naar aanleiding van het NZa advies om vrije prijzen in te voeren: “Ik vind het nog te vroeg om een dergelijke stap in deze fase van het proces te nemen.”

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

De NZa heeft de Minister in april geadviseerd om per 1 januari 2016 vrije prijzen voor de eerstelijnsdiagnostiek in te voeren. InEen en de SAN hebben naar aanleiding van het concept-advies betoogd dat er in de eerstelijnsdiagnostiek nog sprake is van teveel marktfalen om vrije prijzen in te voeren. Beide koepels zien teveel risico’s omdat er geen sprake is van een gelijk speelveld tussen de verschillende aanbieders van ELD. Daarnaast heeft het afgelopen najaar laten zien dat verzekeraars (nog) niet in staat om eerstelijnsdiagnostiek op basis van kwaliteit en toegevoegde waarde in te kopen. Inkopen op basis van louter lage prijzen is niet in het belang van patiënten en de eerstelijnszorg. De Minister lijkt het met ons eens. In een brief aan de Tweede Kamer schrijft de Minister naar aanleiding van het NZa advies om vrije prijzen in te voeren: “Ik vind het nog te vroeg om een dergelijke stap in deze fase van het proces te nemen.”

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Eerstelijnsdiagnostiek: hoog tijd voor een nieuw fundament

29 juni 2015

In hun deelledenvergadering van begin juni hebben de eerstelijns diagnostische centra (EDC’s) uitgebreid stilgestaan bij de piepende en krakende bekostiging van de eerstelijnsdiagnostiek (ELD). Deze is nog steeds gebaseerd op de tweedelijnsbekostiging en sluit steeds minder aan op de werkelijkheid van de eerstelijnszorg. Een bijkomend probleem is dat de verzekeraars een ongekend zware tariefdruk uitoefenen om ‘geld te vinden’. Ze focussen louter op kosten en hebben vrijwel geen oog voor de belangrijke meerwaarde van de diagnostiek voor huisartsen en patiënten. In haar blog op Skipr staat Gabriëlle Ponjee, secretaris van de Nederlandse Vereniging voor Klinische Chemie, bij dit vraagstuk stil. De discussies over een nieuwe bekostiging van de ELD, zoals die van vorige week bij VWS, verlopen helaas niet zo snel als we zouden willen. Vanwege het grote belang voor de eerste lijn, gaat InEen samen met de andere koepel in de eerstelijnsdiagnostiek, de SAN, een aantal concrete hoofdlijnen voor een nieuwe bekostiging formuleren om de gesprekken bij VWS vlot te trekken.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

In hun deelledenvergadering van begin juni hebben de eerstelijns diagnostische centra (EDC’s) uitgebreid stilgestaan bij de piepende en krakende bekostiging van de eerstelijnsdiagnostiek (ELD). Deze is nog steeds gebaseerd op de tweedelijnsbekostiging en sluit steeds minder aan op de werkelijkheid van de eerstelijnszorg. Een bijkomend probleem is dat de verzekeraars een ongekend zware tariefdruk uitoefenen om ‘geld te vinden’. Ze focussen louter op kosten en hebben vrijwel geen oog voor de belangrijke meerwaarde van de diagnostiek voor huisartsen en patiënten. In haar blog op Skipr staat Gabriëlle Ponjee, secretaris van de Nederlandse Vereniging voor Klinische Chemie, bij dit vraagstuk stil. De discussies over een nieuwe bekostiging van de ELD, zoals die van vorige week bij VWS, verlopen helaas niet zo snel als we zouden willen. Vanwege het grote belang voor de eerste lijn, gaat InEen samen met de andere koepel in de eerstelijnsdiagnostiek, de SAN, een aantal concrete hoofdlijnen voor een nieuwe bekostiging formuleren om de gesprekken bij VWS vlot te trekken.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Saltro-app: interessant voor professionals én patienten

26 juni 2015

saltro-appEen van de zes finalisten voor de prestigieuze Health App Award 2015 was Diagnostisch centrum en InEen-lid Saltro met de Saltro-app. De Woerdense huisarts Mevlut Solak is een tevreden gebruiker van deze app.

Solak: ‘De app heeft zowel voor de huisarts als voor de patiënt interessante functies. Voor mij is het handig dat ik het SAN Memoboek kan raadplegen. Ik kan een afwijkende waarde opzoeken en ook de indicaties, of een uitslag hoog of juist laag is. Dat dat snel op te zoeken is, vind ik een voordeel. Ook de normaalwaardes kan ik makkelijk vinden. Zeker voor een beginnende huisarts heel handig, maar ook voor meer ervaren huisartsen bij waardebepalingen die maar weinig voorkomen. Een gezamenlijk voordeel voor de professional en de patiënt is het kostenplaatje. De app geeft aan wat een waardebepaling kost. Als arts denk je nog een keer goed na of iets echt zinvol is om te laten doen en ook voor de patiënt is het interessante informatie. Mensen zijn zich meestal niet bewust van de kosten. Soms vragen ze ernaar en zijn dan verrast over de hoge kosten van bijvoorbeeld een soa-screening. Soms zegt iemand: dokter, ik ben even benieuwd naar mijn cholesterol, terwijl de indicatie niet echt nodig is. Dan geef ik aan dat ik het wel wil aankruisen, maar dat het wel kosten zijn. Zo maak je mensen bewust. Dat ze ook niet schrikken van de eigen bijdrage. Deze app zie ik als een eerste stap die zeker nog verder ontwikkeld kan worden, bijvoorbeeld als onderdeel van een patiëntenportaal. Dit soort ontwikkelingen zijn gewoon de toekomst. In mijn eigen praktijk zijn we er ook intensief mee bezig. Via ons patiëntenportaal kunnen patiënten al zelf online afspraken inplannen en herhaalrecepten vragen. Het zijn innovaties waar de patiënt steeds vaker om vraagt.’

Op 24 juni 2015 op het congres ‘Digitale Ontwikkelingen in de zorg’ in Utrecht is de Health App Award 2015 voor de vierde maal uitgereikt. De winnaar dit jaar was de app van Thuisarts. De winst voor Saltro bestond uit waardevolle adviezen van de jury, waarmee ze verder aan de slag gaan. Meer informatie over de Saltro-app en over de andere finalisten. De Health App Award is een initiatief van Nictiz en VvAA/MobileDoctors.

[...]

saltro-appEen van de zes finalisten voor de prestigieuze Health App Award 2015 was Diagnostisch centrum en InEen-lid Saltro met de Saltro-app. De Woerdense huisarts Mevlut Solak is een tevreden gebruiker van deze app.

Solak: ‘De app heeft zowel voor de huisarts als voor de patiënt interessante functies. Voor mij is het handig dat ik het SAN Memoboek kan raadplegen. Ik kan een afwijkende waarde opzoeken en ook de indicaties, of een uitslag hoog of juist laag is. Dat dat snel op te zoeken is, vind ik een voordeel. Ook de normaalwaardes kan ik makkelijk vinden. Zeker voor een beginnende huisarts heel handig, maar ook voor meer ervaren huisartsen bij waardebepalingen die maar weinig voorkomen. Een gezamenlijk voordeel voor de professional en de patiënt is het kostenplaatje. De app geeft aan wat een waardebepaling kost. Als arts denk je nog een keer goed na of iets echt zinvol is om te laten doen en ook voor de patiënt is het interessante informatie. Mensen zijn zich meestal niet bewust van de kosten. Soms vragen ze ernaar en zijn dan verrast over de hoge kosten van bijvoorbeeld een soa-screening. Soms zegt iemand: dokter, ik ben even benieuwd naar mijn cholesterol, terwijl de indicatie niet echt nodig is. Dan geef ik aan dat ik het wel wil aankruisen, maar dat het wel kosten zijn. Zo maak je mensen bewust. Dat ze ook niet schrikken van de eigen bijdrage. Deze app zie ik als een eerste stap die zeker nog verder ontwikkeld kan worden, bijvoorbeeld als onderdeel van een patiëntenportaal. Dit soort ontwikkelingen zijn gewoon de toekomst. In mijn eigen praktijk zijn we er ook intensief mee bezig. Via ons patiëntenportaal kunnen patiënten al zelf online afspraken inplannen en herhaalrecepten vragen. Het zijn innovaties waar de patiënt steeds vaker om vraagt.’

Op 24 juni 2015 op het congres ‘Digitale Ontwikkelingen in de zorg’ in Utrecht is de Health App Award 2015 voor de vierde maal uitgereikt. De winnaar dit jaar was de app van Thuisarts. De winst voor Saltro bestond uit waardevolle adviezen van de jury, waarmee ze verder aan de slag gaan. Meer informatie over de Saltro-app en over de andere finalisten. De Health App Award is een initiatief van Nictiz en VvAA/MobileDoctors.

Trendboek e-Health eerste lijn 

13 april 2015

TrendITion, een samenwerking van Nictiz, het expertisecentrum voor ICT in de zorg en het Radboud REshape Center for Innovation, heeft een aantal interessante trends over eHealth in de eerstelijnszorg gebundeld in een toegankelijk document: Spelen met de zorg van morgen. Het (gratis te downloaden) trendboek beschrijft van elke trend de impact op het zorgproces en daagt de lezer uit om daarover na te denken: online zorgconsulten, online psychische hulp, online beoordelingen, domotica, populatiemanagement in de wijk, zelfmetingen en het persoonlijke gezondheidsdossier. Op donderdag 30 april organiseert TrendITion in Den Haag een meetup (16.00 uur). Hoe gaat de zorg eruit zien over vijf jaar?
– Ook interessant om te lezen: Hoe denken bezoekers van de Zorg & ICT-beurs over de toekomst van eHealth?

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

TrendITion, een samenwerking van Nictiz, het expertisecentrum voor ICT in de zorg en het Radboud REshape Center for Innovation, heeft een aantal interessante trends over eHealth in de eerstelijnszorg gebundeld in een toegankelijk document: Spelen met de zorg van morgen. Het (gratis te downloaden) trendboek beschrijft van elke trend de impact op het zorgproces en daagt de lezer uit om daarover na te denken: online zorgconsulten, online psychische hulp, online beoordelingen, domotica, populatiemanagement in de wijk, zelfmetingen en het persoonlijke gezondheidsdossier. Op donderdag 30 april organiseert TrendITion in Den Haag een meetup (16.00 uur). Hoe gaat de zorg eruit zien over vijf jaar?
– Ook interessant om te lezen: Hoe denken bezoekers van de Zorg & ICT-beurs over de toekomst van eHealth?

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Problemen injectienaalden?

07 april 2015

Deze week werd Nederland opgeschrikt door een uitzending van EenVandaag over mogelijke problemen met injectienaalden. De Inspectie is samen met RIVM direct een onderzoek gestart. Om goed vast te kunnen stellen wat er aan de hand is worden injectienaalden uit fabrieken in Nederland, België en Groot-Brittannië onderzocht. Het gaat over injectienaalden van het merk Terumo die onder andere meegeleverd worden in de verpakking van het BMR- en het hepatitis B-vaccin in het Rijksvaccinatieprogramma. Zorgverleners wordt geadviseerd om – indien mogelijk – deze naalden tijdelijk niet te gebruiken. Lees ook:

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Deze week werd Nederland opgeschrikt door een uitzending van EenVandaag over mogelijke problemen met injectienaalden. De Inspectie is samen met RIVM direct een onderzoek gestart. Om goed vast te kunnen stellen wat er aan de hand is worden injectienaalden uit fabrieken in Nederland, België en Groot-Brittannië onderzocht. Het gaat over injectienaalden van het merk Terumo die onder andere meegeleverd worden in de verpakking van het BMR- en het hepatitis B-vaccin in het Rijksvaccinatieprogramma. Zorgverleners wordt geadviseerd om – indien mogelijk – deze naalden tijdelijk niet te gebruiken. Lees ook:

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Kan bloedonderzoek 25 miljoen goedkoper?

02 maart 2015

Op 19 februari werden we opgeschrikt door een opiniërende bijdrage van hoogleraar Arjen van Weele aan de Volkskrant. Hij betoogde dat meer kostenbewustzijn bij huisartsen het medisch-diagnostisch bloedonderzoek 25% goedkoper zou maken. Vanuit InEen hebben we samen met branchevereniging de SAN direct een reactie ingestuurd, waarin we het belang van kwaliteit benadrukken: ‘Als je uit kostenoverwegingen diagnostiek gaat terugdringen, zonder de kwaliteit leidend te laten zijn neem je een gevaarlijke beslissing.’ Aan de hand van enkele feiten en cijfers laten we verder zien dat Nederland qua kosten van diagnostiek tot de meest doelmatige landen van Europa hoort. Tot slot gaan we in op wat we doen om de (eerstelijns)diagnostiek veilig te houden én qua kosten beheersbaar. De Volkskrant koos ervoor in plaats van onze brief op 23 februari een reactie te plaatsen van hoogleraar Eerstelijnszorg Viktor Pop. Pop is het van harte oneens met Van Weele. Ook hij focust op betrouwbaarheid en hekelt de via een bonus ‘gedwongen’ winkelnering die zorgverzekeraars aan zorgverleners opleggen. Het NVKC (vereniging van medisch laboratoriumspecialisten) heeft zich voorgenomen een zorgvuldig en breed verhaal te publiceren over het onderwerp.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Op 19 februari werden we opgeschrikt door een opiniërende bijdrage van hoogleraar Arjen van Weele aan de Volkskrant. Hij betoogde dat meer kostenbewustzijn bij huisartsen het medisch-diagnostisch bloedonderzoek 25% goedkoper zou maken. Vanuit InEen hebben we samen met branchevereniging de SAN direct een reactie ingestuurd, waarin we het belang van kwaliteit benadrukken: ‘Als je uit kostenoverwegingen diagnostiek gaat terugdringen, zonder de kwaliteit leidend te laten zijn neem je een gevaarlijke beslissing.’ Aan de hand van enkele feiten en cijfers laten we verder zien dat Nederland qua kosten van diagnostiek tot de meest doelmatige landen van Europa hoort. Tot slot gaan we in op wat we doen om de (eerstelijns)diagnostiek veilig te houden én qua kosten beheersbaar. De Volkskrant koos ervoor in plaats van onze brief op 23 februari een reactie te plaatsen van hoogleraar Eerstelijnszorg Viktor Pop. Pop is het van harte oneens met Van Weele. Ook hij focust op betrouwbaarheid en hekelt de via een bonus ‘gedwongen’ winkelnering die zorgverzekeraars aan zorgverleners opleggen. Het NVKC (vereniging van medisch laboratoriumspecialisten) heeft zich voorgenomen een zorgvuldig en breed verhaal te publiceren over het onderwerp.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Oprichting Zorgkoepel West-Friesland

02 februari 2015

Per 1 januari 2015 is Zorgkoepel West-Friesland opgericht. De koepel omvat de Huisartsenpost West-Friesland, Ketenzorg West-Friesland (KZWF) en het Diagnostisch centrum West Friesland (DCWF). Met deze krachtenbundeling wil de Zorgkoepel integrale, samenhangende en continue eerstelijns zorg in West-Friesland en Wieringermeer stimuleren. De Raad van Bestuur bestaat uit Wendy van den Berg, Stefan Koomen en Erik van de Sande.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Per 1 januari 2015 is Zorgkoepel West-Friesland opgericht. De koepel omvat de Huisartsenpost West-Friesland, Ketenzorg West-Friesland (KZWF) en het Diagnostisch centrum West Friesland (DCWF). Met deze krachtenbundeling wil de Zorgkoepel integrale, samenhangende en continue eerstelijns zorg in West-Friesland en Wieringermeer stimuleren. De Raad van Bestuur bestaat uit Wendy van den Berg, Stefan Koomen en Erik van de Sande.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Er wordt een hele hoop verwacht van de eerste lijn

20 januari 2015

“De patiënt moet samen met de eerste lijn de regie over zijn of haar zorg houden; dat is mogelijk, met name door in de ‘drie-eenheid’ diagnostiek-preventie-innovatie uit te gaan van de patiënt.” Hiermee werd door SHL-Groep bestuurder drs. Astrid van der Put in één zin het symposium ‘Diagnostiek, preventie en innovatie: dichter bij de patiënt’ neergezet.

[...]

“De patiënt moet samen met de eerste lijn de regie over zijn of haar zorg houden; dat is mogelijk, met name door in de ‘drie-eenheid’ diagnostiek-preventie-innovatie uit te gaan van de patiënt.” Hiermee werd door SHL-Groep bestuurder drs. Astrid van der Put in één zin het symposium ‘Diagnostiek, preventie en innovatie: dichter bij de patiënt’ neergezet.

Rechter: Zorggroep Almere mag samenwerken met Saltro

20 januari 2015

De Zorggroep Almere kan in zee met Saltro (eerstelijns diagnostisch centrum). Dat is het resultaat van het kort geding dat ziekenhuis Tergooi aanspande tegen de zorggroep. Net als de zorggroep en Saltro is ook InEen blij met deze uitslag. De samenwerking van Saltro en de Zorggroep Almere betekent immers versterking van de samenhangende eerstelijnszorg en is een vorm van substitutie van tweede naar eerste lijn. Inzet van het kort geding was de wens van de zorggroep om patiënten vanaf januari zelf te laten beslissen of ze het benodigde diagnostische onderzoek in het ziekenhuis laten doen of in de buurt bij Saltro. Lees ook.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

De Zorggroep Almere kan in zee met Saltro (eerstelijns diagnostisch centrum). Dat is het resultaat van het kort geding dat ziekenhuis Tergooi aanspande tegen de zorggroep. Net als de zorggroep en Saltro is ook InEen blij met deze uitslag. De samenwerking van Saltro en de Zorggroep Almere betekent immers versterking van de samenhangende eerstelijnszorg en is een vorm van substitutie van tweede naar eerste lijn. Inzet van het kort geding was de wens van de zorggroep om patiënten vanaf januari zelf te laten beslissen of ze het benodigde diagnostische onderzoek in het ziekenhuis laten doen of in de buurt bij Saltro. Lees ook.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Achmea Eerstelijns Innovatieprijs

02 december 2014

Twee weken geleden attendeerden we jullie op de Achmea Eerstelijns Innovatieprijs en de inzending van InEen-lid Saltro. Geheel terecht wees zorggroep Syntein (Noordelijke Maasvallei) ons erop dat ook zij meedingen naar de prijs. Wij willen deze omissie graag goed maken! Onder dit bericht staat daarom de lijst van InEen-leden die een inzending voor hun rekening hebben genomen. Stemmen kan nog tot 1 december om 12.00 uur. Het spreekt vanzelf dat we al onze leden de prijs gelijkelijk gunnen!

  • Syntein – positieve gezondheid in plaats van ziekte: omdenken naar kansen en mogelijkheden
  • Gezondheidscentrum Maarssenbroek – diensten voor patiënten via het online gezondheidscentrum
  • Saltro – Betere zorg voor en door een (vinger)prikje – point of care testing –

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Twee weken geleden attendeerden we jullie op de Achmea Eerstelijns Innovatieprijs en de inzending van InEen-lid Saltro. Geheel terecht wees zorggroep Syntein (Noordelijke Maasvallei) ons erop dat ook zij meedingen naar de prijs. Wij willen deze omissie graag goed maken! Onder dit bericht staat daarom de lijst van InEen-leden die een inzending voor hun rekening hebben genomen. Stemmen kan nog tot 1 december om 12.00 uur. Het spreekt vanzelf dat we al onze leden de prijs gelijkelijk gunnen!

  • Syntein – positieve gezondheid in plaats van ziekte: omdenken naar kansen en mogelijkheden
  • Gezondheidscentrum Maarssenbroek – diensten voor patiënten via het online gezondheidscentrum
  • Saltro – Betere zorg voor en door een (vinger)prikje – point of care testing –

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Stem Saltro!

14 november 2014

Het diagnostisch centrum Saltro, een van onze leden, is genomineerd voor de Achmea Eerstelijns Innovatieprijs 2014. Die nominatie danken ze aan hun inspanningen op het gebied van point of care testing (POCT). POCT levert, met een simpele vingerprik, snel een betrouwbare diagnose waarmee de huisarts tijdens het consult de patiënt gerust kan stellen en het beleid kan bepalen. Het resultaat: aantoonbaar minder doorverwijzingen naar het ziekenhuis en een betere selectie van patiënten die een antibioticum nodig hebben. We kunnen Saltro helpen de prijs in de wacht te slepen door een stem uit te brengen. Lees meer over POCT in de brochure van Saltro of op hun website

[...]

Het diagnostisch centrum Saltro, een van onze leden, is genomineerd voor de Achmea Eerstelijns Innovatieprijs 2014. Die nominatie danken ze aan hun inspanningen op het gebied van point of care testing (POCT). POCT levert, met een simpele vingerprik, snel een betrouwbare diagnose waarmee de huisarts tijdens het consult de patiënt gerust kan stellen en het beleid kan bepalen. Het resultaat: aantoonbaar minder doorverwijzingen naar het ziekenhuis en een betere selectie van patiënten die een antibioticum nodig hebben. We kunnen Saltro helpen de prijs in de wacht te slepen door een stem uit te brengen. Lees meer over POCT in de brochure van Saltro of op hun website

Zorggroep Almere en Saltro werken samen

24 oktober 2014

Vanaf 1 januari 2015 gaan de Zorggroep Almere en het diagnostisch centrum Saltro samenwerken. Vanaf dat moment kunnen patiënten van de Zorggroep Almere in de meeste gezondheidscentra van de zorggroep bloed laten prikken. Daarnaast worden enkele diagnostische centra geopend waar ook functieonderzoeken, zoals hartfilmpjes en diverse echo’s gemaakt kunnen worden. Ook verzorgt Saltro huisbezoeken aan patiënten die niet naar een bloedafnamelocatie kunnen komen. ‘Saltro’s missie is de eerste lijn te versterken. Dat doen wij door uitstekende diagnostiek zo dicht mogelijk bij de patiënt te leveren. Het belang van de patiënt staat voorop en wij maken ons sterk voor een verantwoorde regierol bij de patiënt. Onze organisaties delen die visie en samen kunnen wij de eerstelijns zorg in Almere versterken’, aldus Esther Talboom, lid van de Raad van Bestuur van Saltro en bestuurslid van InEen. Lees het persbericht 

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

[...]

Vanaf 1 januari 2015 gaan de Zorggroep Almere en het diagnostisch centrum Saltro samenwerken. Vanaf dat moment kunnen patiënten van de Zorggroep Almere in de meeste gezondheidscentra van de zorggroep bloed laten prikken. Daarnaast worden enkele diagnostische centra geopend waar ook functieonderzoeken, zoals hartfilmpjes en diverse echo’s gemaakt kunnen worden. Ook verzorgt Saltro huisbezoeken aan patiënten die niet naar een bloedafnamelocatie kunnen komen. ‘Saltro’s missie is de eerste lijn te versterken. Dat doen wij door uitstekende diagnostiek zo dicht mogelijk bij de patiënt te leveren. Het belang van de patiënt staat voorop en wij maken ons sterk voor een verantwoorde regierol bij de patiënt. Onze organisaties delen die visie en samen kunnen wij de eerstelijns zorg in Almere versterken’, aldus Esther Talboom, lid van de Raad van Bestuur van Saltro en bestuurslid van InEen. Lees het persbericht 

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht.

Stamsnijder voorzitter Raad van Toezicht Saltro

29 september 2014

Op 23 september 2014 is Paul Stamsnijder aangetreden als voorzitter van de Raad van Toezicht van Saltro.

Paul Stamsnijder is oprichter en partner van De Reputatiegroep, een strategisch adviesbureau dat actief is in de zorg. Hij heeft ervaring als toezichthouder, onder andere voor het Liliane Fonds en de Stichting Haagse Gezondheidscentra (SHG). Stamsnijder stond in 1997 mede aan de basis van de Progeria Family Circle, een Europese patiëntenorganisatie.

Meer informatie op www.saltro.nl

[...]

Op 23 september 2014 is Paul Stamsnijder aangetreden als voorzitter van de Raad van Toezicht van Saltro.

Paul Stamsnijder is oprichter en partner van De Reputatiegroep, een strategisch adviesbureau dat actief is in de zorg. Hij heeft ervaring als toezichthouder, onder andere voor het Liliane Fonds en de Stichting Haagse Gezondheidscentra (SHG). Stamsnijder stond in 1997 mede aan de basis van de Progeria Family Circle, een Europese patiëntenorganisatie.

Meer informatie op www.saltro.nl

Nieuw: Mijnsho.nl

26 september 2014

SHO Centra voor medische diagnostiek heeft half september het online patiëntenportaal Mijnsho.nl geïntroduceerd. Via dit portaal kunnen patiënten online afspraken inplannen en wijzigen. Denk aan afspraken voor ambulante bloeddrukmeting, hartfilmpjes, botdichtheidmeting, echografie, fundus en longfunctie. De afspraak wordt vervolgens per e-mail bevestigd. Mijnsho.nl maakt gebruik van DidiD.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

[...]

SHO Centra voor medische diagnostiek heeft half september het online patiëntenportaal Mijnsho.nl geïntroduceerd. Via dit portaal kunnen patiënten online afspraken inplannen en wijzigen. Denk aan afspraken voor ambulante bloeddrukmeting, hartfilmpjes, botdichtheidmeting, echografie, fundus en longfunctie. De afspraak wordt vervolgens per e-mail bevestigd. Mijnsho.nl maakt gebruik van DidiD.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

Advies KPMG Plexus: toegevoegde waarde eerstelijns diagnostiek is groot

01 september 2014

EDCIn juli 2014 heeft minister Schippers het advies van KPMG Plexus over een nieuwe bekostiging van eerstelijns diagnostiek naar de Tweede Kamer gestuurd. Voor later dit jaar heeft ze een inhoudelijke reactie toegezegd. Wat staat er in het advies?

Esther Talboom is bestuurslid van InEen en voorzitter raad van bestuur van Saltro, een groot eerstelijns diagnostisch centrum in Utrecht. ‘Het is belangrijk voor iedereen, dat zowel de KPMG Plexus, als de minister een grote toegevoegde waarde zien in eerstelijns diagnostiek. Ze vinden het erg van belang huisartsen in staat te stellen een diagnose te stellen en een behandeling te starten.’ Op dit moment overleggen InEen, de SAN (branchevereniging voor artsenlaboratoria) en de NVKC (beroepsvereniging voor laboratoriumspecialisten) intensief met VWS over een nieuwe bekostiging voor de EDC’s. Talboom: ‘We zien het als een gezamenlijke zoektocht naar een financiering die de juiste prikkels geeft. KPMG adviseert – en dat ondersteun ik helemaal – het traject naar de nieuwe bekostiging stap voor stap af te leggen. Geen big bang, maar een geleidelijke overgang.’

Productpakketen
Het KPMG-advies gaat er vanuit dat de inkoopfunctie voorlopig nog bij de zorgverzekeraar blijft. Voorgesteld wordt om de verrichtingen van de EDC’s te clusteren volgens de methodiek van het LESA aanvraagformulier. ‘KPMG wil graag komen tot wat je zou kunnen noemen diagnostische productpakketten die gekoppeld zijn aan een aandoening, bijvoorbeeld diabetes. De financiering wordt vervolgens aan het productpakket gekoppeld,’ aldus Talboom die de redenering wel kan volgen: ‘Het past bij de gedachtegang om te willen financieren wat de patiënt nodig heeft, een soort voorloper van de meer persoonsgebonden budgetten waar ze uiteindelijk naartoe willen.’ Het lijkt haar, als dit advies van KPMG Plexus wordt overgenomen, goed om de productpakketten vanuit de branche te gaan samenstellen. ‘De pakketten moeten aansluiten bij de praktijk van de zorg. Het veld kan dat het beste.’ Uitgangspunt is overigens een apart budgettair kader voor eerstelijns diagnostiek, waardoor het budget geen integraal onderdeel wordt van het huisartsenbudget.

Kwaliteit
Uiteindelijk werkt het KPMG-advies toe naar een bekostigingsmodel waarin de huisartsen de diagnostiek zelf inkopen. In het kader van de geleidelijke overgang zou dat op z’n vroegst in 2019 zijn beslag kunnen krijgen. Talboom: ‘Daarbij is het voor ons nog een open vraag of inkoop van diagnostiek door huisartsen in de praktijk realistisch, haalbaar en wenselijk is. Bovendien vragen we ons af of het verstandig is om zo snel een nieuwe systeemwijziging voor te stellen.’ In de visie van KPMG Plexus hebben zorggroepen tot 2019 de tijd zich verder te professionaliseren zodat de nieuwe inkoopfunctie goed kan worden opgepakt. Ook de eerstelijns diagnostische centra krijgen zo de tijd om te professionaliseren én te consolideren (Talboom: ‘minder versnippering in het aantal partijen dat eerstelijns diagnostiek aanbiedt’). De zorgverzekeraars op hun beurt kunnen aan de slag met kwaliteitscriteria, uiteraard samen met het veld. ‘We zullen’, aldus Talboom, ‘dan samen vaststellen wat goede eerstelijnsdiagnostiek is en hoe we dat in criteria kunnen uitwerken.’ In het kader van kwaliteit stelt KPMG Plexus voor om op korte termijn diagnostische toetsover-leggen te gaan organiseren. Bijeenkomsten waarin zorggroepen, gezondheidscentra en diagnostische centra kritisch kijken naar het aanvraagbeleid. De ervaringen van EDC’s met het bespreken van de diagnostiek met huisartsen zijn hoopgevend.

[...]

EDCIn juli 2014 heeft minister Schippers het advies van KPMG Plexus over een nieuwe bekostiging van eerstelijns diagnostiek naar de Tweede Kamer gestuurd. Voor later dit jaar heeft ze een inhoudelijke reactie toegezegd. Wat staat er in het advies?

Esther Talboom is bestuurslid van InEen en voorzitter raad van bestuur van Saltro, een groot eerstelijns diagnostisch centrum in Utrecht. ‘Het is belangrijk voor iedereen, dat zowel de KPMG Plexus, als de minister een grote toegevoegde waarde zien in eerstelijns diagnostiek. Ze vinden het erg van belang huisartsen in staat te stellen een diagnose te stellen en een behandeling te starten.’ Op dit moment overleggen InEen, de SAN (branchevereniging voor artsenlaboratoria) en de NVKC (beroepsvereniging voor laboratoriumspecialisten) intensief met VWS over een nieuwe bekostiging voor de EDC’s. Talboom: ‘We zien het als een gezamenlijke zoektocht naar een financiering die de juiste prikkels geeft. KPMG adviseert – en dat ondersteun ik helemaal – het traject naar de nieuwe bekostiging stap voor stap af te leggen. Geen big bang, maar een geleidelijke overgang.’

Productpakketen
Het KPMG-advies gaat er vanuit dat de inkoopfunctie voorlopig nog bij de zorgverzekeraar blijft. Voorgesteld wordt om de verrichtingen van de EDC’s te clusteren volgens de methodiek van het LESA aanvraagformulier. ‘KPMG wil graag komen tot wat je zou kunnen noemen diagnostische productpakketten die gekoppeld zijn aan een aandoening, bijvoorbeeld diabetes. De financiering wordt vervolgens aan het productpakket gekoppeld,’ aldus Talboom die de redenering wel kan volgen: ‘Het past bij de gedachtegang om te willen financieren wat de patiënt nodig heeft, een soort voorloper van de meer persoonsgebonden budgetten waar ze uiteindelijk naartoe willen.’ Het lijkt haar, als dit advies van KPMG Plexus wordt overgenomen, goed om de productpakketten vanuit de branche te gaan samenstellen. ‘De pakketten moeten aansluiten bij de praktijk van de zorg. Het veld kan dat het beste.’ Uitgangspunt is overigens een apart budgettair kader voor eerstelijns diagnostiek, waardoor het budget geen integraal onderdeel wordt van het huisartsenbudget.

Kwaliteit
Uiteindelijk werkt het KPMG-advies toe naar een bekostigingsmodel waarin de huisartsen de diagnostiek zelf inkopen. In het kader van de geleidelijke overgang zou dat op z’n vroegst in 2019 zijn beslag kunnen krijgen. Talboom: ‘Daarbij is het voor ons nog een open vraag of inkoop van diagnostiek door huisartsen in de praktijk realistisch, haalbaar en wenselijk is. Bovendien vragen we ons af of het verstandig is om zo snel een nieuwe systeemwijziging voor te stellen.’ In de visie van KPMG Plexus hebben zorggroepen tot 2019 de tijd zich verder te professionaliseren zodat de nieuwe inkoopfunctie goed kan worden opgepakt. Ook de eerstelijns diagnostische centra krijgen zo de tijd om te professionaliseren én te consolideren (Talboom: ‘minder versnippering in het aantal partijen dat eerstelijns diagnostiek aanbiedt’). De zorgverzekeraars op hun beurt kunnen aan de slag met kwaliteitscriteria, uiteraard samen met het veld. ‘We zullen’, aldus Talboom, ‘dan samen vaststellen wat goede eerstelijnsdiagnostiek is en hoe we dat in criteria kunnen uitwerken.’ In het kader van kwaliteit stelt KPMG Plexus voor om op korte termijn diagnostische toetsover-leggen te gaan organiseren. Bijeenkomsten waarin zorggroepen, gezondheidscentra en diagnostische centra kritisch kijken naar het aanvraagbeleid. De ervaringen van EDC’s met het bespreken van de diagnostiek met huisartsen zijn hoopgevend.

Website hervorming langdurige zorg

19 augustus 2014

We attenderen jullie op de website www.hervorminglangdurigezorg.nl, een initiatief van het ministerie van VWS samen met de VNG en een aantal zorgorganisaties. Op de website staan onder meer actuele informatie over de transitie per 1 januari 2015, een rubriek met veelgestelde vragen, praktijkvoorbeelden, video’s en een toelichting op de drie uitvoeringswetten: wet langdurige zorg, Wmo 2015 en de zorgverzekeringswet. Je kunt je ook aanmelden voor een nieuwsbrief.  De website is bedoeld voor zorgprofessionals, patiëntenorganisaties, zorgaanbieders, zorgverzekeraars en gemeenten, en is ook voor eerstelijnszorgverleners interessant.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

[...]

We attenderen jullie op de website www.hervorminglangdurigezorg.nl, een initiatief van het ministerie van VWS samen met de VNG en een aantal zorgorganisaties. Op de website staan onder meer actuele informatie over de transitie per 1 januari 2015, een rubriek met veelgestelde vragen, praktijkvoorbeelden, video’s en een toelichting op de drie uitvoeringswetten: wet langdurige zorg, Wmo 2015 en de zorgverzekeringswet. Je kunt je ook aanmelden voor een nieuwsbrief.  De website is bedoeld voor zorgprofessionals, patiëntenorganisaties, zorgaanbieders, zorgverzekeraars en gemeenten, en is ook voor eerstelijnszorgverleners interessant.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

Congres: De Eerste lijn transformeert

03 juli 2014

Het eerstelijnscongres in het najaar is inmiddels een traditie. Dit jaar is het thema van dit congres: De eerste lijn transformeert: herinrichting van het zorglandschap. Het wordt georganiseerd door het Jan van Es Instituut en het ROS-netwerk. Reserveer alvast 31 oktober  in uw agenda. Wilt u zeker zijn van deelname, meldt u dan vast aan op de site van het Jan van Es Instituut.

[...]

Het eerstelijnscongres in het najaar is inmiddels een traditie. Dit jaar is het thema van dit congres: De eerste lijn transformeert: herinrichting van het zorglandschap. Het wordt georganiseerd door het Jan van Es Instituut en het ROS-netwerk. Reserveer alvast 31 oktober  in uw agenda. Wilt u zeker zijn van deelname, meldt u dan vast aan op de site van het Jan van Es Instituut.

Saltro-app voor zorgverleners

30 juni 2014

Zorgverleners kunnen sinds deze week gebruik maken van de Saltro-app. Deze innovatieve app geeft informatie over diagnostische mogelijkheden zodat zorgverleners optimaal kunnen aanvragen. De app is ontwikkeld omdat huisartsen graag het SAN Memoboek digitaal willen kunnen raadplegen. Niet alleen het SAN Memoboek staat in de Saltro-app, maar ook informatie over onderzoeken, onderzoekslocaties en tarieven. Met de app kan een zorgverlener dus op ieder moment actuele informatie opzoeken voor het aanvragen van diagnostiek. Meer informatie over de Saltro-app.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

[...]

Zorgverleners kunnen sinds deze week gebruik maken van de Saltro-app. Deze innovatieve app geeft informatie over diagnostische mogelijkheden zodat zorgverleners optimaal kunnen aanvragen. De app is ontwikkeld omdat huisartsen graag het SAN Memoboek digitaal willen kunnen raadplegen. Niet alleen het SAN Memoboek staat in de Saltro-app, maar ook informatie over onderzoeken, onderzoekslocaties en tarieven. Met de app kan een zorgverlener dus op ieder moment actuele informatie opzoeken voor het aanvragen van diagnostiek. Meer informatie over de Saltro-app.

Dit bericht is overgenomen uit het weekbericht aan onze leden.

Overleg over de toekomst en bekostiging eerstelijns diagnostiek

12 juni 2014

Goede eerstelijns diagnostiek is van groot belang voor het realiseren van de doelstellingen van het bestuurlijk akkoord, namelijk betere en doelmatige zorg in de buurt, waarin de huisarts de spil vormt van de samenwerking tussen huisarts, apotheker en diagnostiek. In opdracht van de minister voert KPMG Plexus momenteel een onderzoek uit dat moet zorgen voor een betrouwbaar fundament voor de toekomst van de eerstelijns diagnostiek, inclusief een deugdelijke vorm van bekostiging. Het veld wordt nauw bij dit onderzoek betrokken. Afgelopen maart organiseerden InEen, de SAN (brancheorganisatie medische diagnostiek) en de NVKC (beroepsvereniging voor laboratoriumspecialisten) een inviational om samen met KPMG Plexus en het veld over het belang van eerstelijns diagnostiek te spreken. Op korte termijn praten we verder met het ministerie over de verdere koers. Voor de bekostiging zijn nog diverse scenario’s in bespreking; per 2015 zijn nog geen grote veranderingen te verwachten.

[...]

Goede eerstelijns diagnostiek is van groot belang voor het realiseren van de doelstellingen van het bestuurlijk akkoord, namelijk betere en doelmatige zorg in de buurt, waarin de huisarts de spil vormt van de samenwerking tussen huisarts, apotheker en diagnostiek. In opdracht van de minister voert KPMG Plexus momenteel een onderzoek uit dat moet zorgen voor een betrouwbaar fundament voor de toekomst van de eerstelijns diagnostiek, inclusief een deugdelijke vorm van bekostiging. Het veld wordt nauw bij dit onderzoek betrokken. Afgelopen maart organiseerden InEen, de SAN (brancheorganisatie medische diagnostiek) en de NVKC (beroepsvereniging voor laboratoriumspecialisten) een inviational om samen met KPMG Plexus en het veld over het belang van eerstelijns diagnostiek te spreken. Op korte termijn praten we verder met het ministerie over de verdere koers. Voor de bekostiging zijn nog diverse scenario’s in bespreking; per 2015 zijn nog geen grote veranderingen te verwachten.

Extra inkomsten? Goedkope aanbieding?

28 mei 2014

Het vergoedingen- en bekostigingsstelsel voor de eerstelijnszorg is ingewikkeld. Het is niet altijd zonneklaar hoe iets gedeclareerd moeten worden; wat kan wel en wat niet. Er zijn nichespelers in de diagnostiek hun voordeel proberen te doen met deze ondoorzichtigheid.

Er zijn organisaties die huisartsen extra inkomsten in het vooruitzicht stellen door het declareren van een consult voor elk bloedonderzoek en elke urine-analyse. Daarbij melden ze de huisarts dat dit “overal zo wordt gedaan”. Elke huisarts kan voorbeelden noemen. Zo zijn er ook organisaties die met extra’s in natura of met een ‘voordelige aanbieding’ de huisarts verleiden om diensten af te nemen. Vaak gaat het om aanbieders van onderdelen van de eerstelijnsdiagnostiek, een enkele lab-bepaling, alleen een hartfilmpje. Aanbieders die hun aanbod niet integreren met de bestaande ketenzorgpartners.

InEen is om twee redenen gekant tegen deze werkwijze. Allereerst kan het aanzetten tot verboden gedrag. Het is namelijk een fabel dat dubbele consulten zijn toegestaan. De NZa is daar duidelijk over: dubbel declareren mag alleen als de patiënt op twee verschillende dagen langskomt. Ten tweede vindt InEen dat de eerstelijnsdiagnostiek integraal ingebed moet zijn in de zorgketen, over de hele breedte van de diagnostiek. De huisarts moet kunnen vertrouwen op de aanbieders van diagnostiek en op de uitkomsten van de diagnostiek. Commerciële nichespelers zijn vooral uit op de voor hen lucratieve onderdelen van de diagnostiek en niet op het ondersteunen van huisartsen in hun werk. Het is belangrijk is dat zorgverleners kiezen voor bestaande, solide diagnostische centra. Dat is immers een keuze voor duurzame kwaliteit en een vertrouwde relatie. 

[...]

Het vergoedingen- en bekostigingsstelsel voor de eerstelijnszorg is ingewikkeld. Het is niet altijd zonneklaar hoe iets gedeclareerd moeten worden; wat kan wel en wat niet. Er zijn nichespelers in de diagnostiek hun voordeel proberen te doen met deze ondoorzichtigheid.

Er zijn organisaties die huisartsen extra inkomsten in het vooruitzicht stellen door het declareren van een consult voor elk bloedonderzoek en elke urine-analyse. Daarbij melden ze de huisarts dat dit “overal zo wordt gedaan”. Elke huisarts kan voorbeelden noemen. Zo zijn er ook organisaties die met extra’s in natura of met een ‘voordelige aanbieding’ de huisarts verleiden om diensten af te nemen. Vaak gaat het om aanbieders van onderdelen van de eerstelijnsdiagnostiek, een enkele lab-bepaling, alleen een hartfilmpje. Aanbieders die hun aanbod niet integreren met de bestaande ketenzorgpartners.

InEen is om twee redenen gekant tegen deze werkwijze. Allereerst kan het aanzetten tot verboden gedrag. Het is namelijk een fabel dat dubbele consulten zijn toegestaan. De NZa is daar duidelijk over: dubbel declareren mag alleen als de patiënt op twee verschillende dagen langskomt. Ten tweede vindt InEen dat de eerstelijnsdiagnostiek integraal ingebed moet zijn in de zorgketen, over de hele breedte van de diagnostiek. De huisarts moet kunnen vertrouwen op de aanbieders van diagnostiek en op de uitkomsten van de diagnostiek. Commerciële nichespelers zijn vooral uit op de voor hen lucratieve onderdelen van de diagnostiek en niet op het ondersteunen van huisartsen in hun werk. Het is belangrijk is dat zorgverleners kiezen voor bestaande, solide diagnostische centra. Dat is immers een keuze voor duurzame kwaliteit en een vertrouwde relatie. 

InEen: visie op eerstelijns diagnostiek is belangrijk

28 mei 2014

GZInEen werkt aan een visie op de plaats en betekenis van de eerstelijns diagnostiek. Een goede inbedding van de diagnostiek in de zorgketen zorgt mede voor een doelmatige en betaalbare gezondheidszorg.

Voor InEen staat het als een paal boven water dat de eerstelijns diagnostiek een integraal onderdeel vormt van de eerste lijn. Esther Talboom, voorzitter Raad van Bestuur Saltro en bestuurslid InEen: ‘Wij vinden dat de EDC’s* een belangrijke plek in de eerstelijns zorgketen moeten hebben en houden. Huisartsen, zorggroepen, verloskundigen en EDC’s werken nauw samen. Dat is belangrijk en moet ook in de bekostiging worden verankerd. De manier waarop je diagnostiek organiseert bepaalt sterk waar de patiënt terechtkomt en bevordert substitutie naar de eerste lijn. Eerstelijns diagnostiek versterkt de eerste lijn en dat is precies waar InEen voor staat.’

De huidige belangstelling voor eerstelijns diagnostiek ontstond een paar jaar terug toen KPMG Plexus in opdracht van de minister een eerste onderzoek deed naar diagnostiek. Daaruit bleek dat er in Nederland op verschillende manieren diagnostiek wordt geleverd: door EDC’s, door ziekenhuizen en door huisartsen zelf, alle drie anders bekostigd met bovendien grote tariefverschillen. Talboom: ‘KPMG Plexus pleitte toen voor zelfstandige diagnostische centra die onafhankelijk van een ziekenhuis eerstelijns diagnostiek organiseren. Gebleken was immers dat als een ziekenhuis eerstelijns diagnostiek uitvoert vaak vervolgbehandelingen en vervolg-DBC’s volgen in het ziekenhuis. Omdat dat lang niet altijd behandelingen zijn die in het ziekenhuis hoeven te gebeuren, geeft dat meer kosten, een aspect wat de minister erg interesseert.’

Het KPMG Plexus onderzoek en een NZa-avies leidden in 2013 tot een duidelijk standpunt van de minister van VWS. Er moest een uniforme bekostigingssystematiek komen  voor de eerstelijnsdiagnostiek met nieuwe (lagere) tarieven; ook voor diagnostiek die op aanvraag uit de eerste lijn in het ziekenhuis wordt uitgevoerd. 2014 is een transitiejaar met nieuwe tarieven om in 2015 over te gaan naar prestatiebekostiging. In de aanloop daar naartoe heeft KPMG Plexus een nieuwe onderzoeksopdracht van de minister gekregen. ‘De minister is zoekende’, zegt Talboom, ‘en wil nu meer weten over de toegevoegde waarde van de eerstelijnsdiagnostiek. Wat doet dat voor onze zorg en voor onze zorgkosten?’

Samen met de SAN* en de NVKC* is InEen nauw bij dit onderzoek betrokken. Aanvankelijk wilde KPMG Plexus op basis van de resultaten van de afgelopen jaren een kwantitatieve analyse te maken om substitutie aan te tonen. Dit vanuit de veronderstelling dat goede eerstelijns diagnostiek leidt voor lagere zorgkosten in de tweede lijn. InEen, de San en de NVKC hebben echter duidelijk kunnen maken dat het zo eenvoudig niet is. ‘Substitutie is niet alleen afhankelijk van goede eerstelijns diagnostiek, maar van veel andere factoren’, aldus Talboom. ‘Bovendien is er veel méér mogelijk dan de afgelopen jaren is gedaan. De huidige methode van bekostigen staat innovatieve ideeën en producten juist in de weg!’

Talboom is blij dat KPMG Plexus ingegaan is op het aanbod om samen met een aantal creatieve denkers in de sector een kwalitatief kader te maken: waaraan moet eerstelijns diagnostiek voldoen? ‘Verder hebben we goede voorbeelden verzameld die substitutie bewerkstelligen: door het zelf goed te organiseren, maar vooral door een brug te slaan tussen eerste en tweede lijn.’

* EDC: Eerstelijns Diagnostisch Centrum
* De SAN: brancheorganisatie voor medische diagnostiek
* NVKC: Nederlandse Vereniging voor Klinische Chemie

[...]

GZInEen werkt aan een visie op de plaats en betekenis van de eerstelijns diagnostiek. Een goede inbedding van de diagnostiek in de zorgketen zorgt mede voor een doelmatige en betaalbare gezondheidszorg.

Voor InEen staat het als een paal boven water dat de eerstelijns diagnostiek een integraal onderdeel vormt van de eerste lijn. Esther Talboom, voorzitter Raad van Bestuur Saltro en bestuurslid InEen: ‘Wij vinden dat de EDC’s* een belangrijke plek in de eerstelijns zorgketen moeten hebben en houden. Huisartsen, zorggroepen, verloskundigen en EDC’s werken nauw samen. Dat is belangrijk en moet ook in de bekostiging worden verankerd. De manier waarop je diagnostiek organiseert bepaalt sterk waar de patiënt terechtkomt en bevordert substitutie naar de eerste lijn. Eerstelijns diagnostiek versterkt de eerste lijn en dat is precies waar InEen voor staat.’

De huidige belangstelling voor eerstelijns diagnostiek ontstond een paar jaar terug toen KPMG Plexus in opdracht van de minister een eerste onderzoek deed naar diagnostiek. Daaruit bleek dat er in Nederland op verschillende manieren diagnostiek wordt geleverd: door EDC’s, door ziekenhuizen en door huisartsen zelf, alle drie anders bekostigd met bovendien grote tariefverschillen. Talboom: ‘KPMG Plexus pleitte toen voor zelfstandige diagnostische centra die onafhankelijk van een ziekenhuis eerstelijns diagnostiek organiseren. Gebleken was immers dat als een ziekenhuis eerstelijns diagnostiek uitvoert vaak vervolgbehandelingen en vervolg-DBC’s volgen in het ziekenhuis. Omdat dat lang niet altijd behandelingen zijn die in het ziekenhuis hoeven te gebeuren, geeft dat meer kosten, een aspect wat de minister erg interesseert.’

Het KPMG Plexus onderzoek en een NZa-avies leidden in 2013 tot een duidelijk standpunt van de minister van VWS. Er moest een uniforme bekostigingssystematiek komen  voor de eerstelijnsdiagnostiek met nieuwe (lagere) tarieven; ook voor diagnostiek die op aanvraag uit de eerste lijn in het ziekenhuis wordt uitgevoerd. 2014 is een transitiejaar met nieuwe tarieven om in 2015 over te gaan naar prestatiebekostiging. In de aanloop daar naartoe heeft KPMG Plexus een nieuwe onderzoeksopdracht van de minister gekregen. ‘De minister is zoekende’, zegt Talboom, ‘en wil nu meer weten over de toegevoegde waarde van de eerstelijnsdiagnostiek. Wat doet dat voor onze zorg en voor onze zorgkosten?’

Samen met de SAN* en de NVKC* is InEen nauw bij dit onderzoek betrokken. Aanvankelijk wilde KPMG Plexus op basis van de resultaten van de afgelopen jaren een kwantitatieve analyse te maken om substitutie aan te tonen. Dit vanuit de veronderstelling dat goede eerstelijns diagnostiek leidt voor lagere zorgkosten in de tweede lijn. InEen, de San en de NVKC hebben echter duidelijk kunnen maken dat het zo eenvoudig niet is. ‘Substitutie is niet alleen afhankelijk van goede eerstelijns diagnostiek, maar van veel andere factoren’, aldus Talboom. ‘Bovendien is er veel méér mogelijk dan de afgelopen jaren is gedaan. De huidige methode van bekostigen staat innovatieve ideeën en producten juist in de weg!’

Talboom is blij dat KPMG Plexus ingegaan is op het aanbod om samen met een aantal creatieve denkers in de sector een kwalitatief kader te maken: waaraan moet eerstelijns diagnostiek voldoen? ‘Verder hebben we goede voorbeelden verzameld die substitutie bewerkstelligen: door het zelf goed te organiseren, maar vooral door een brug te slaan tussen eerste en tweede lijn.’

* EDC: Eerstelijns Diagnostisch Centrum
* De SAN: brancheorganisatie voor medische diagnostiek
* NVKC: Nederlandse Vereniging voor Klinische Chemie

Onderzoek KPMG Plexus naar eerstelijnsdiagnostiek

18 april 2014

DASinds het najaar van 2013 voert KPMG Plexus, in opdracht van VWS, een onderzoek uit naar de meerwaarde van de eerstelijnsdiagnostiek. Dit onderzoek moet leiden tot een advies over de toekomstige bekostiging van de eerstelijnsdiagnostiek (ELD). Dit advies wordt in mei 2014 aan VWS aangeboden.

Wenselijke vorm en randvoorwaarden
Vanwege zorgen over de opzet en uitvoering van dit onderzoek hebben InEen, SAN en de Nederlandse Vereniging voor Klinische Chemie (NVKC)  op 20 maart jl. een ‘invitational conference’ georganiseerd. Daarin is samen met ‘ vrije denkers’ uit de brede sector van de ELD van gedachten gewisseld over de wenselijke vorm en inrichting van eerstelijnsdiagnostiek en de bijbehorende randvoorwaarden. Het doel van de bijeenkomst was input te verzamelen voor een verdiepende ‘kwalitatieve duiding’ van de onderzoeksresultaten van KPMG Plexus.

Bij de uitwerking van de vraagstukken is uitgegaan van de perspectieven van vier stakeholder-groepen:

  • Patiënten
  • Huisartsen
  • Zorgverzekeraars
  • Aanbieders van diagnostiek

Stimulering eerstelijnsdiagnostiek
De bevindingen zijn aan het einde van de bijeenkomst gedeeld met vertegenwoordigers van KPMG Plexus, VWS, zorgverzekeraars en bedrijfsleven. Tijdens de discussie bleek dat alle partijen nog min of meerde zoekende zijn naar de meest geschikte inbedding van ELD en het stimuleren van substitutie van tweede- naar eerstelijnsdiagnostiek. De betekenis van ELD stond daarbij niet ter discussie, die moet juist worden gestimuleerd. Tijdens de discussie kwamen er tal van mooie voorbeelden van nieuwe vormen van ELD en samenwerking tussen betrokken partijen naar voren.

Aansprekende voorbeelden
Naar aanleiding van deze discussie  hebben de SAN, NVKC (Ned. Ver. voor Klinische Chemie en Laboratoriumgeneeskunde) en InEen aangeboden om op korte termijn een aantal aansprekende voorbeelden bij de onderzoekers van KPMG Plexus aan te leveren. De SAN, NVKC en InEen hebben deze voorbeelden (‘promising practices’) in korte tijd bij hun achterbannen opgehaald en met de onderzoekers gedeeld.

 

 

[...]

DASinds het najaar van 2013 voert KPMG Plexus, in opdracht van VWS, een onderzoek uit naar de meerwaarde van de eerstelijnsdiagnostiek. Dit onderzoek moet leiden tot een advies over de toekomstige bekostiging van de eerstelijnsdiagnostiek (ELD). Dit advies wordt in mei 2014 aan VWS aangeboden.

Wenselijke vorm en randvoorwaarden
Vanwege zorgen over de opzet en uitvoering van dit onderzoek hebben InEen, SAN en de Nederlandse Vereniging voor Klinische Chemie (NVKC)  op 20 maart jl. een ‘invitational conference’ georganiseerd. Daarin is samen met ‘ vrije denkers’ uit de brede sector van de ELD van gedachten gewisseld over de wenselijke vorm en inrichting van eerstelijnsdiagnostiek en de bijbehorende randvoorwaarden. Het doel van de bijeenkomst was input te verzamelen voor een verdiepende ‘kwalitatieve duiding’ van de onderzoeksresultaten van KPMG Plexus.

Bij de uitwerking van de vraagstukken is uitgegaan van de perspectieven van vier stakeholder-groepen:

  • Patiënten
  • Huisartsen
  • Zorgverzekeraars
  • Aanbieders van diagnostiek

Stimulering eerstelijnsdiagnostiek
De bevindingen zijn aan het einde van de bijeenkomst gedeeld met vertegenwoordigers van KPMG Plexus, VWS, zorgverzekeraars en bedrijfsleven. Tijdens de discussie bleek dat alle partijen nog min of meerde zoekende zijn naar de meest geschikte inbedding van ELD en het stimuleren van substitutie van tweede- naar eerstelijnsdiagnostiek. De betekenis van ELD stond daarbij niet ter discussie, die moet juist worden gestimuleerd. Tijdens de discussie kwamen er tal van mooie voorbeelden van nieuwe vormen van ELD en samenwerking tussen betrokken partijen naar voren.

Aansprekende voorbeelden
Naar aanleiding van deze discussie  hebben de SAN, NVKC (Ned. Ver. voor Klinische Chemie en Laboratoriumgeneeskunde) en InEen aangeboden om op korte termijn een aantal aansprekende voorbeelden bij de onderzoekers van KPMG Plexus aan te leveren. De SAN, NVKC en InEen hebben deze voorbeelden (‘promising practices’) in korte tijd bij hun achterbannen opgehaald en met de onderzoekers gedeeld.

 

 

SHO werkt aan digitalisering

25 maart 2014

DiagnostiekE-health neemt een steeds grotere plaats in in de zorgverlening, ook bij de leden van InEen. SHO (lid van InEen) werkt hard aan verdere digitalisering. Zo is het voor huisartsen in Dieren en Losser mogelijk om digitaal laboratoriumonderzoek aan te vragen. Dit betreft nog een pilot, maar het is nu reeds een succes. Er worden nauwelijks meer papieren aanvraagformulieren gebruikt. Zodra de software verder is aangescherpt kan deze methode op grotere schaal worden ingevoerd.

Daarnaast wordt er gewerkt aan het cliëntenportal Mijnsho.nl. De eerste stap in dit systeem is de mogelijkheid voor patiënten om digitaal afspraken te kunnen maken. Het kunnen inzien van uitslagen wordt mogelijk een volgende stap. En tot slot gaat SHO per juni 2014 over op volledig elektronisch verzenden van uitslagen van ECG, ABPM en spirometrie. Nu worden deze nog digitaal en op papier verstuurd. Een ECG, ABPM of spirometrie kan de aanvrager te allen tijde visueel raadplegen via SHO Uitslagen Online.

[...]

DiagnostiekE-health neemt een steeds grotere plaats in in de zorgverlening, ook bij de leden van InEen. SHO (lid van InEen) werkt hard aan verdere digitalisering. Zo is het voor huisartsen in Dieren en Losser mogelijk om digitaal laboratoriumonderzoek aan te vragen. Dit betreft nog een pilot, maar het is nu reeds een succes. Er worden nauwelijks meer papieren aanvraagformulieren gebruikt. Zodra de software verder is aangescherpt kan deze methode op grotere schaal worden ingevoerd.

Daarnaast wordt er gewerkt aan het cliëntenportal Mijnsho.nl. De eerste stap in dit systeem is de mogelijkheid voor patiënten om digitaal afspraken te kunnen maken. Het kunnen inzien van uitslagen wordt mogelijk een volgende stap. En tot slot gaat SHO per juni 2014 over op volledig elektronisch verzenden van uitslagen van ECG, ABPM en spirometrie. Nu worden deze nog digitaal en op papier verstuurd. Een ECG, ABPM of spirometrie kan de aanvrager te allen tijde visueel raadplegen via SHO Uitslagen Online.

SHO biedt patiëntenportaal

14 februari 2014

SHO Centra voor medische diagnostiek heeft ervoor gekozen om haar dienstverlening aan patiënten verder te verbeteren door de inzet van een patiëntenportaal. Met ruim 130 locaties in de regio Arnhem/Nijmegen, Twente en Amsterdam brengt SHO haar dienstverlening nog dichter bij de patiënt. Het patiëntenportaal is gebaseerd op het VitalHealth Platform en ontwikkeld door VitalHealth Solutions.

‘Het is een prima samenwerking, vlot en tegelijk gedegen’, aldus een tevreden Erik Bos, manager ICT van SHO. Er zit vaart in, begin april moet het eerste deel van het patiëntenportaal operationeel zijn. Dat betreft het zelf kunnen plannen van afspraken.

‘SHO is voor het maken van afspraken tijdens kantooruren bereikbaar, straks kunnen patiënten dus 24 uur per dag een afspraak maken’, vermeldt Bos. ‘De tweede stap is het zelf kunnen inzien van uitslagen, vanzelfsprekend in afstemming met onze aanvragers (huisartsen). Dat past in deze tijd, waarin er steeds meer regie komt te liggen bij patiënten. Wij geloven in die ontwikkeling. Voor het toepasbaar maken ervan in de praktijk  is een goed patiëntenportaal noodzakelijk. Dat is een passend onderdeel van onze service.’

 

[...]

SHO Centra voor medische diagnostiek heeft ervoor gekozen om haar dienstverlening aan patiënten verder te verbeteren door de inzet van een patiëntenportaal. Met ruim 130 locaties in de regio Arnhem/Nijmegen, Twente en Amsterdam brengt SHO haar dienstverlening nog dichter bij de patiënt. Het patiëntenportaal is gebaseerd op het VitalHealth Platform en ontwikkeld door VitalHealth Solutions.

‘Het is een prima samenwerking, vlot en tegelijk gedegen’, aldus een tevreden Erik Bos, manager ICT van SHO. Er zit vaart in, begin april moet het eerste deel van het patiëntenportaal operationeel zijn. Dat betreft het zelf kunnen plannen van afspraken.

‘SHO is voor het maken van afspraken tijdens kantooruren bereikbaar, straks kunnen patiënten dus 24 uur per dag een afspraak maken’, vermeldt Bos. ‘De tweede stap is het zelf kunnen inzien van uitslagen, vanzelfsprekend in afstemming met onze aanvragers (huisartsen). Dat past in deze tijd, waarin er steeds meer regie komt te liggen bij patiënten. Wij geloven in die ontwikkeling. Voor het toepasbaar maken ervan in de praktijk  is een goed patiëntenportaal noodzakelijk. Dat is een passend onderdeel van onze service.’

 

Certe: LabNoord en Lab voor infectieziekten

04 januari 2014

LabNoord en Laboratorium voor Infectieziekten zijn per 2014 verder gegaan onder de naam Certe. Omdat het werkveld zoveel breder is dan alleen laboratoriumonderzoek, komt in de nieuwe naam het woord laboratorium niet meer terug. Certe biedt namelijk meer: medische diagnostiek & advies. De slogan luidt “Certe, zeker voor zorg”. Certe betekent “zeker” in het Latijn.

Tot Certe behoren de Stichtingen Certe Huisartsenlaboratorium Noord, Certe Inkoop, Certe Laboratorium voor Infectieziekten, Certe Medisch Laboratorium Noord, Certe Medisch Laboratorium OZG, Certe Noordelijke Laboratorium Groep en Certe Trombosedienst Groningen.

[...]

LabNoord en Laboratorium voor Infectieziekten zijn per 2014 verder gegaan onder de naam Certe. Omdat het werkveld zoveel breder is dan alleen laboratoriumonderzoek, komt in de nieuwe naam het woord laboratorium niet meer terug. Certe biedt namelijk meer: medische diagnostiek & advies. De slogan luidt “Certe, zeker voor zorg”. Certe betekent “zeker” in het Latijn.

Tot Certe behoren de Stichtingen Certe Huisartsenlaboratorium Noord, Certe Inkoop, Certe Laboratorium voor Infectieziekten, Certe Medisch Laboratorium Noord, Certe Medisch Laboratorium OZG, Certe Noordelijke Laboratorium Groep en Certe Trombosedienst Groningen.

Brief transitiehandreiking medisch diagnostische centra

02 januari 2014

In het kader van de nieuwe beleidsregels voor eerstelijnsdiagnostiek hebben Zorgverzekeraars Nederland, FNT en SAN een Transitiehandreiking transitie medisch diagnostische centra opgesteld. Echter: veel zorginkopers van zorgverzekeraars zijn niet op de hoogte van deze handreiking of ze komen de afgesproken termijnen niet na. Veel eerstelijns diagnostische centra komen daardoor in financiële problemen.

Daarom heeft de SAN deze handreiking via een brief (pdf) nogmaals nadrukkelijk onder de aandacht van zorgverzekeraars gebracht. Met het dringende verzoek om deze handreiking te gebruiken bij het maken van contractafspraken.

[...]

In het kader van de nieuwe beleidsregels voor eerstelijnsdiagnostiek hebben Zorgverzekeraars Nederland, FNT en SAN een Transitiehandreiking transitie medisch diagnostische centra opgesteld. Echter: veel zorginkopers van zorgverzekeraars zijn niet op de hoogte van deze handreiking of ze komen de afgesproken termijnen niet na. Veel eerstelijns diagnostische centra komen daardoor in financiële problemen.

Daarom heeft de SAN deze handreiking via een brief (pdf) nogmaals nadrukkelijk onder de aandacht van zorgverzekeraars gebracht. Met het dringende verzoek om deze handreiking te gebruiken bij het maken van contractafspraken.

SHO en Radboudumc gaan samenwerking aan

24 december 2013

SHO Centra voor medische diagnostiek en Radbouducm gaan vanaf 1 januari 2014 samenwerken op het gebied van medische microbiologie. Door deze samenwerking vergroten beide partijen hun volume. Ze creëren een strategisch partnerschap, gericht op het bereiken van goede resultaten.

Arjan van Erven, voorzitter Raad van Bestuur SHO Centra voor medische diagnostiek: “Samenwerking in de zorg is erg belangrijk, vooral in deze tijd. SHO en Radboudumc versterken elkaar in het leveren van de best mogelijke patiëntenzorg. Op deze manier versterken we gezamenlijk de eerste lijn. We maken kennis vanuit de academische setting toegankelijk”. Vanaf 1 januari 2014 wordt het microbiologisch laboratoriumonderzoek voor SHO Centra voor medische diagnostiek uitgevoerd door Radboudumc.

[...]

SHO Centra voor medische diagnostiek en Radbouducm gaan vanaf 1 januari 2014 samenwerken op het gebied van medische microbiologie. Door deze samenwerking vergroten beide partijen hun volume. Ze creëren een strategisch partnerschap, gericht op het bereiken van goede resultaten.

Arjan van Erven, voorzitter Raad van Bestuur SHO Centra voor medische diagnostiek: “Samenwerking in de zorg is erg belangrijk, vooral in deze tijd. SHO en Radboudumc versterken elkaar in het leveren van de best mogelijke patiëntenzorg. Op deze manier versterken we gezamenlijk de eerste lijn. We maken kennis vanuit de academische setting toegankelijk”. Vanaf 1 januari 2014 wordt het microbiologisch laboratoriumonderzoek voor SHO Centra voor medische diagnostiek uitgevoerd door Radboudumc.

Pagina
1
van
1
  • CONTACTPERSONEN
Contact Persons
Programmamanager
Arthur Eyck
Stuur mij een e-mail
Contact Persons
Beleidsmedewerker
Emiel Kerpershoek
Stuur mij een e-mail