logo

Actueel overzicht van alle berichten

Nieuw competentieprofiel praktijkondersteuner huisartsenzorg van kracht

25 april 2017

Op 20 april 2017 is het nieuwe competentieprofiel praktijkondersteuner huisartsenzorg (POH) vastgesteld. De functie van POH is van belang voor de huisartsenzorg en groeit zo mee met de veranderende eisen. Het profiel is vastgesteld door NVvPO, V&VN, NVDA, CNV Zorg & Welzijn, FNV Zorg & Welzijn, Samenwerkende Hogescholen, LHV, NHG en InEen. Dit geactualiseerde profiel vloeit voort uit het convenant dat genoemde partijen begin 2016 met elkaar sloten. Het bevat afspraken over de positie en ontwikkeling van de POH-functie in de huisartsenzorg.

De Stichting Sociaal Fonds Huisartsenzorg (SSFH) begeleidde het actualiseren van het POH-profiel. “Het beschrijft wat de huisartsenzorg van de POH aan kennis, houding en vaardigheden nodig heeft om patiënten goede zorg te bieden”, licht Paulus Lips, voorzitter SSFH, toe. “Ook geeft het profiel inzicht waarin deze functie verschilt met die van de Prakijkverpleegkundige Huisartsenzorg (PVH). Dat schept duidelijkheid voor werknemers en werkgevers. De huidige functietitel POH-Somatiek passen we aan naar POH. Het werk van de POH is breder en raakt ook de psychische en sociale facetten van het leven van patiënten.”

Onderscheid praktijkondersteuner huisartsenzorg en praktijkverpleegkundige huisartsenzorg
In het competentieprofiel van de POH is ook het verschil tussen de POH en de PVH beschreven.

De POH houdt zich bezig met preventie, monitoring, begeleiding, voorlichting en educatie bij specifieke groepen patiënten, in het bijzonder die met chronische aandoeningen. De POH leert de patiënt omgaan met zijn beperkingen, stimuleert de zelfredzaamheid en een gezonde leefstijl. Ook speelt de POH vaak een coördinerende rol in de samenwerking tussen wijkteams en andere zorgverleners.

Vanwege de groeiende groep oudere patiënten en patiënten met een hoog complexe zorgvraag heeft de huisartsenzorg eveneens behoefte aan een PVH.  Deze patiënten hebben een combinatie van problemen, zoals cognitieve beperkingen, functionele beperkingen, twee of meerdere chronische ziekten tegelijk, psychosociale problematiek of maatschappelijk isolement. Voor deze zorgtaken is een andere deskundigheid nodig en iemand moet protocoloverstijgend kunnen handelen. Andere aandachtsgebieden van de PVH zijn de oncologische nazorg en de palliatieve zorg.

Deze PVH wordt opgeleid met een kopopleiding/extra modulen na de hbo-v (BN2020)-opleiding. De eerste PVH’s stromen vanaf 2020-2021 uit naar de huisartsenpraktijk.

De werkgever kiest
De inzet van een POH en/of PVH hangt af van de keuzes die de huisarts maakt. Hoe ziet de patiëntenpopulatie er uit? Welke zorg wil ik bieden als praktijk en welke zorg draag ik graag over als huisarts? Antwoorden op dit soort vragen bepalen in welke mate een POH en/of PVH deel uitmaakt van het ondersteunend team.

Vervolgactiviteiten
Nu het nieuwe competentieprofiel voor de POH is vastgesteld, gaan convenantpartijen onder regie van SSFH verder aan de slag met het:

  • onderzoeken van een uniform toelatingsassessment POH;
  • verkennen van de mogelijkheden voor het certificeren van de POH-opleidingen;
  • verkennen of het PVH-profiel 2014 geactualiseerd moet worden en zo nodig op korte termijn uitvoeren.

Bent u POH of hebt u een POH in dienst? Lees dan de veelgestelde vragen over het nieuwe profiel.
Lees het volledige rapport over het POH-competentieprofiel.

[...]

Op 20 april 2017 is het nieuwe competentieprofiel praktijkondersteuner huisartsenzorg (POH) vastgesteld. De functie van POH is van belang voor de huisartsenzorg en groeit zo mee met de veranderende eisen. Het profiel is vastgesteld door NVvPO, V&VN, NVDA, CNV Zorg & Welzijn, FNV Zorg & Welzijn, Samenwerkende Hogescholen, LHV, NHG en InEen. Dit geactualiseerde profiel vloeit voort uit het convenant dat genoemde partijen begin 2016 met elkaar sloten. Het bevat afspraken over de positie en ontwikkeling van de POH-functie in de huisartsenzorg.

De Stichting Sociaal Fonds Huisartsenzorg (SSFH) begeleidde het actualiseren van het POH-profiel. “Het beschrijft wat de huisartsenzorg van de POH aan kennis, houding en vaardigheden nodig heeft om patiënten goede zorg te bieden”, licht Paulus Lips, voorzitter SSFH, toe. “Ook geeft het profiel inzicht waarin deze functie verschilt met die van de Prakijkverpleegkundige Huisartsenzorg (PVH). Dat schept duidelijkheid voor werknemers en werkgevers. De huidige functietitel POH-Somatiek passen we aan naar POH. Het werk van de POH is breder en raakt ook de psychische en sociale facetten van het leven van patiënten.”

Onderscheid praktijkondersteuner huisartsenzorg en praktijkverpleegkundige huisartsenzorg
In het competentieprofiel van de POH is ook het verschil tussen de POH en de PVH beschreven.

De POH houdt zich bezig met preventie, monitoring, begeleiding, voorlichting en educatie bij specifieke groepen patiënten, in het bijzonder die met chronische aandoeningen. De POH leert de patiënt omgaan met zijn beperkingen, stimuleert de zelfredzaamheid en een gezonde leefstijl. Ook speelt de POH vaak een coördinerende rol in de samenwerking tussen wijkteams en andere zorgverleners.

Vanwege de groeiende groep oudere patiënten en patiënten met een hoog complexe zorgvraag heeft de huisartsenzorg eveneens behoefte aan een PVH.  Deze patiënten hebben een combinatie van problemen, zoals cognitieve beperkingen, functionele beperkingen, twee of meerdere chronische ziekten tegelijk, psychosociale problematiek of maatschappelijk isolement. Voor deze zorgtaken is een andere deskundigheid nodig en iemand moet protocoloverstijgend kunnen handelen. Andere aandachtsgebieden van de PVH zijn de oncologische nazorg en de palliatieve zorg.

Deze PVH wordt opgeleid met een kopopleiding/extra modulen na de hbo-v (BN2020)-opleiding. De eerste PVH’s stromen vanaf 2020-2021 uit naar de huisartsenpraktijk.

De werkgever kiest
De inzet van een POH en/of PVH hangt af van de keuzes die de huisarts maakt. Hoe ziet de patiëntenpopulatie er uit? Welke zorg wil ik bieden als praktijk en welke zorg draag ik graag over als huisarts? Antwoorden op dit soort vragen bepalen in welke mate een POH en/of PVH deel uitmaakt van het ondersteunend team.

Vervolgactiviteiten
Nu het nieuwe competentieprofiel voor de POH is vastgesteld, gaan convenantpartijen onder regie van SSFH verder aan de slag met het:

  • onderzoeken van een uniform toelatingsassessment POH;
  • verkennen van de mogelijkheden voor het certificeren van de POH-opleidingen;
  • verkennen of het PVH-profiel 2014 geactualiseerd moet worden en zo nodig op korte termijn uitvoeren.

Bent u POH of hebt u een POH in dienst? Lees dan de veelgestelde vragen over het nieuwe profiel.
Lees het volledige rapport over het POH-competentieprofiel.

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Een Functionaris Gegevensbescherming: wat moet je ermee?

21 april 2017

Volgend jaar mei treedt de nieuwe wet op het gebied van gegevensbescherming, de AVG, in werking. Deze wet stelt andere (strengere) eisen aan de manier waarop organisaties hun gegevensbescherming en hun informatiebeveiliging inrichten. Een belangrijk verschil met de huidige wetgeving (de Wbp), is dat de AVG organisaties verplicht om een functionaris gegevensbescherming (FG) aan te stellen die (toe)zicht houdt op een ordentelijke gegevensbescherming. Deze verplichting gaat ook voor leden van InEen gelden.

Op de website van de Autoriteit Persoonsgegevens is meer informatie te vinden over de FG. Het nodige is nog niet helemaal duidelijk. De komende periode wil InEen deze punten samen met collega-koepels en leden oppakken. Wel is duidelijk dat het zelf aanstellen van een onafhankelijke FG voor veel eerstelijnsorganisaties niet haalbaar en niet zinvol is. In veel gevallen ligt een regionale invulling voor de hand. Een zorggroep, huisartsenpost of andere regionale organisatie zou daarin kunnen voorzien.

De wet biedt de mogelijkheid dat (branche)organisaties invulling geven aan de FG voor aangesloten leden of ander organisaties. Als InEen gaan we geen gebruik maken van deze mogelijkheid. De FG krijgt immers een operationele taak: actief toezicht houden waarbij kennis van de lokale situatie en korte lijnen met de organisatie waar hij of zij toezicht houdt noodzakelijk zijn. InEen staat te ver af van de lokale situatie om deze functie goed centraal in te kunnen vullen.

Meer informatie bij Pieter van Haren (InEen) of Arthur Eyck (InEen).

[...]

Volgend jaar mei treedt de nieuwe wet op het gebied van gegevensbescherming, de AVG, in werking. Deze wet stelt andere (strengere) eisen aan de manier waarop organisaties hun gegevensbescherming en hun informatiebeveiliging inrichten. Een belangrijk verschil met de huidige wetgeving (de Wbp), is dat de AVG organisaties verplicht om een functionaris gegevensbescherming (FG) aan te stellen die (toe)zicht houdt op een ordentelijke gegevensbescherming. Deze verplichting gaat ook voor leden van InEen gelden.

Op de website van de Autoriteit Persoonsgegevens is meer informatie te vinden over de FG. Het nodige is nog niet helemaal duidelijk. De komende periode wil InEen deze punten samen met collega-koepels en leden oppakken. Wel is duidelijk dat het zelf aanstellen van een onafhankelijke FG voor veel eerstelijnsorganisaties niet haalbaar en niet zinvol is. In veel gevallen ligt een regionale invulling voor de hand. Een zorggroep, huisartsenpost of andere regionale organisatie zou daarin kunnen voorzien.

De wet biedt de mogelijkheid dat (branche)organisaties invulling geven aan de FG voor aangesloten leden of ander organisaties. Als InEen gaan we geen gebruik maken van deze mogelijkheid. De FG krijgt immers een operationele taak: actief toezicht houden waarbij kennis van de lokale situatie en korte lijnen met de organisatie waar hij of zij toezicht houdt noodzakelijk zijn. InEen staat te ver af van de lokale situatie om deze functie goed centraal in te kunnen vullen.

Meer informatie bij Pieter van Haren (InEen) of Arthur Eyck (InEen).

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Presentaties Netwerkbijeenkomst Kwaliteit – 13 april 2017

20 april 2017

Hieronder vindt u de beschikbare presentaties van de InEen Netwerkbijeenkomst Kwaliteit op donderdag 13 april 2017:

Presentaties plenaire gedeelte tijdens bijeenkomst, waaronder:

Taakdifferentiatie – op een andere manier werkdruk verminderen

De werkdruk op de HAP wordt steeds meer als een probleem ervaren. Er zijn verschillende oorzaken voor dit probleem. InEen en LHV zoeken gezamenlijk naar oplossingsrichtingen. Duidelijk is dat er niet één oplossing is. Een brede aanpak en regionaal maatwerk zijn nodig om het probleem te verminderen.
De vorige netwerkbijeenkomst hebben we drie voorbeelden laten zien van huisartsenposten die bezig zijn met het verbeteren van de telefonische bereikbaarheid. Tijdens deze netwerkbijeenkomst gingen we met jullie in gesprek over taakdifferentiatie en beeldbellen. Na de korte introductie lieten drie huisartsenposten ons zien hoe zij hieraan vormgeven:

  1. Anita Meeuws van Huisartsenposten Oost-Brabant vertelde ons over de inzet van de verpleegkundig specialist op huisartsenpost Eindhoven.
  2. Anneloes v.d. Lely en Renate de Bloois van Huisartsenpost Nieuwe Waterweg Noord vertelde over de inzet van de spreekuur ondersteuner huisarts.
  3. Dionne de Vries-Giesen van CHP Almelo informeerde ons over de eerste resultaten van de inzet van beeldbellen in de triage.

Kwetsbare ouderen
Het aantal thuiswonende ouderen neemt toe. Dit vraagt het nodige van de eerstelijns zorg. Laego, netwerk van kaderhuisartsen Ouderengeneeskunde, heeft in 2016 een analyse gemaakt van de knelpunten in de zorg voor kwetsbare ouderen op de huisartsenpost. Deze knelpunten hangen voor een deel samen met de zorg overdag. Herman Wisselink, bestuurslid van Laego, vertelde ons over de knelpunten in de zorg voor kwetsbare ouderen.

Bekijk hier de plenaire presentaties.

Presentaties deelsessies, bestaande uit:

Vervolg presentaties plenaire gedeelte tijdens bijeenkomst, waaronder:

Pilot PREM ketenzorg
De PREM ketenzorg is beschikbaar om in het tweede kwartaal van 2017 te pilotten. Met de pilot monitoren we de implementatie van deze patiëntervaringslijst om daar bij de grotere uitrol ons voordeel mee te doen. Frederik Vogelzang van InEen vroeg kort uw aandacht voor de PREM, gaf toelichting op de pilot en inventariseerde de belangstelling voor deelname.

Samenwerken met de wijkverpleging en gemeente, hoe pak je dat aan?
De zorg in de huisartsenpraktijk wordt complexer en meer divers. Ook vragen die meer verband houden met welzijn, of geschikt zijn voor het sociale wijkteam, vinden hun weg naar de huisartsenpraktijk. Om deze vragen daar neer te leggen waar ze horen is het belangrijk om samen te werken met andere partijen als de thuiszorg, de gemeente of welzijn. Het blijkt niet altijd eenvoudig om deze samenwerking op te starten. Christianne Joossen van het Huisartsenteam (zorggroep in Etten-Leur) en Marijke Koggel van Stichting Amsterdamse Gezondheidscentra, deelden met ons hoe zij bezig zijn met het vormgeven van deze samenwerking. Waar lopen ze tegen aan, hoe krijgt het vorm en met welke tips kunnen jullie direct aan de slag?

Bekijk hier de plenaire presentaties.

[...]

Hieronder vindt u de beschikbare presentaties van de InEen Netwerkbijeenkomst Kwaliteit op donderdag 13 april 2017:

Presentaties plenaire gedeelte tijdens bijeenkomst, waaronder:

Taakdifferentiatie – op een andere manier werkdruk verminderen

De werkdruk op de HAP wordt steeds meer als een probleem ervaren. Er zijn verschillende oorzaken voor dit probleem. InEen en LHV zoeken gezamenlijk naar oplossingsrichtingen. Duidelijk is dat er niet één oplossing is. Een brede aanpak en regionaal maatwerk zijn nodig om het probleem te verminderen.
De vorige netwerkbijeenkomst hebben we drie voorbeelden laten zien van huisartsenposten die bezig zijn met het verbeteren van de telefonische bereikbaarheid. Tijdens deze netwerkbijeenkomst gingen we met jullie in gesprek over taakdifferentiatie en beeldbellen. Na de korte introductie lieten drie huisartsenposten ons zien hoe zij hieraan vormgeven:

  1. Anita Meeuws van Huisartsenposten Oost-Brabant vertelde ons over de inzet van de verpleegkundig specialist op huisartsenpost Eindhoven.
  2. Anneloes v.d. Lely en Renate de Bloois van Huisartsenpost Nieuwe Waterweg Noord vertelde over de inzet van de spreekuur ondersteuner huisarts.
  3. Dionne de Vries-Giesen van CHP Almelo informeerde ons over de eerste resultaten van de inzet van beeldbellen in de triage.

Kwetsbare ouderen
Het aantal thuiswonende ouderen neemt toe. Dit vraagt het nodige van de eerstelijns zorg. Laego, netwerk van kaderhuisartsen Ouderengeneeskunde, heeft in 2016 een analyse gemaakt van de knelpunten in de zorg voor kwetsbare ouderen op de huisartsenpost. Deze knelpunten hangen voor een deel samen met de zorg overdag. Herman Wisselink, bestuurslid van Laego, vertelde ons over de knelpunten in de zorg voor kwetsbare ouderen.

Bekijk hier de plenaire presentaties.

Presentaties deelsessies, bestaande uit:

Vervolg presentaties plenaire gedeelte tijdens bijeenkomst, waaronder:

Pilot PREM ketenzorg
De PREM ketenzorg is beschikbaar om in het tweede kwartaal van 2017 te pilotten. Met de pilot monitoren we de implementatie van deze patiëntervaringslijst om daar bij de grotere uitrol ons voordeel mee te doen. Frederik Vogelzang van InEen vroeg kort uw aandacht voor de PREM, gaf toelichting op de pilot en inventariseerde de belangstelling voor deelname.

Samenwerken met de wijkverpleging en gemeente, hoe pak je dat aan?
De zorg in de huisartsenpraktijk wordt complexer en meer divers. Ook vragen die meer verband houden met welzijn, of geschikt zijn voor het sociale wijkteam, vinden hun weg naar de huisartsenpraktijk. Om deze vragen daar neer te leggen waar ze horen is het belangrijk om samen te werken met andere partijen als de thuiszorg, de gemeente of welzijn. Het blijkt niet altijd eenvoudig om deze samenwerking op te starten. Christianne Joossen van het Huisartsenteam (zorggroep in Etten-Leur) en Marijke Koggel van Stichting Amsterdamse Gezondheidscentra, deelden met ons hoe zij bezig zijn met het vormgeven van deze samenwerking. Waar lopen ze tegen aan, hoe krijgt het vorm en met welke tips kunnen jullie direct aan de slag?

Bekijk hier de plenaire presentaties.

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

InEen-werkconferentie over samenwerking in de wijk

18 april 2017

Op woensdag 19 april organiseren de partijen uit het bestuurlijk akkoord eerste lijn (InEen, LHV, ZN, Patiëntenfederatie Nederland, V&VN, KNGF, KNMP, VWS) samen met VNG en ActiZ een werkconferentie rondom het onderwerp samenwerking in de wijk en tussen de domeinen. Diverse samenwerkingsinitiatieven presenteren hoe zij de samenwerking tussen eerste lijn, gemeente en wijkverpleging en paramedici hebben vormgegeven. Wat levert samenwerking op, welke aandachtspunten komen ze tegen en hoe kan de samenwerking een stap verder komen? Doel van de werkconferentie is ook om met elkaar te benoemen wat er lokaal, regionaal en landelijk nodig is voor het versterken en borgen van bestaande en nieuwe samenwerkingsverbanden. De werkconferentie vindt plaats in Soesterberg (13.00-17.00 uur). Er zijn nog enkele plekken beschikbaar. Programma.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Op woensdag 19 april organiseren de partijen uit het bestuurlijk akkoord eerste lijn (InEen, LHV, ZN, Patiëntenfederatie Nederland, V&VN, KNGF, KNMP, VWS) samen met VNG en ActiZ een werkconferentie rondom het onderwerp samenwerking in de wijk en tussen de domeinen. Diverse samenwerkingsinitiatieven presenteren hoe zij de samenwerking tussen eerste lijn, gemeente en wijkverpleging en paramedici hebben vormgegeven. Wat levert samenwerking op, welke aandachtspunten komen ze tegen en hoe kan de samenwerking een stap verder komen? Doel van de werkconferentie is ook om met elkaar te benoemen wat er lokaal, regionaal en landelijk nodig is voor het versterken en borgen van bestaande en nieuwe samenwerkingsverbanden. De werkconferentie vindt plaats in Soesterberg (13.00-17.00 uur). Er zijn nog enkele plekken beschikbaar. Programma.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Opschorting onderhandelingen Cao Huisartsenzorg

14 april 2017

De onderhandelingen over een nieuwe cao voor medewerkers in de huisartsenzorg zijn opgeschort. Op het punt van de loonontwikkeling liggen de partijen nog te ver uit elkaar. Inhoudelijk is er op een aantal belangrijke punten overeenstemming. Zolang er geen nieuwe cao is, blijven de afspraken uit de cao 2015-2017 van kracht.

Duurzaam inzetbaar houden van medewerkers Alle partijen willen werken aan duurzame inzetbaarheid van medewerkers. Gezien de ontwikkelingen in de huisartsenzorg is dit een belangrijk onderwerp. Het wordt steeds drukker en digitaler, en het werk wordt complexer. Het is belangrijk dat collega’s nieuwe competenties kunnen ontwikkelen en bijhouden. Werkgevers en werknemers willen hier gezamenlijk een plan voor opstellen.

Triagist
Belangrijk onderdeel van de onderhandelingen is het verbeteren van de positie en werkbeleving van de triagist op de huisartsenpost. De functie is recent grondig geanalyseerd (onderzoek door bureau Leeuwendaal en functiewaarderingsonderzoek FWG). De triagist heeft de afgelopen tijd binnen de huisartsenzorg een eigen positie ontwikkeld. Daar willen zowel werkgevers als werknemers inhoudelijk en financieel recht aan doen. Hiertoe hebben de werkgevers een ruimhartig voorstel gedaan.

Loonontwikkeling
Voor de verbetering van de salarissen van alle werknemers van huisartsenpraktijken, zorggroepen en huisartsenposten hebben de werkgevers een in hun ogen reëel loonbod gedaan. Het gat met de looneis van de werknemers is echter te groot om zinvol verder te kunnen onderhandelen. Daarom is gezamenlijk besloten een pauze in te lassen. LHV en InEen zijn ervan overtuigd een voorstel te hebben gedaan dat recht doet aan de ontwikkelingen in de huisartsenzorg en gaan ervan uit dat het overleg binnenkort weer kan worden hervat. In afwachting van de voortzetting van het overleg is besloten het overleg over duurzame inzetbaarheid en over enkele technische verbeteringen in de huidige Cao-tekst wel te continueren.

Werkgevers (LHV en InEen) en werknemers (NVDA, NVvPO, FNV Zorg & Welzijn en CNV Zorg & Welzijn) zijn sinds begin januari in gesprek over een nieuwe cao.

[...]

De onderhandelingen over een nieuwe cao voor medewerkers in de huisartsenzorg zijn opgeschort. Op het punt van de loonontwikkeling liggen de partijen nog te ver uit elkaar. Inhoudelijk is er op een aantal belangrijke punten overeenstemming. Zolang er geen nieuwe cao is, blijven de afspraken uit de cao 2015-2017 van kracht.

Duurzaam inzetbaar houden van medewerkers Alle partijen willen werken aan duurzame inzetbaarheid van medewerkers. Gezien de ontwikkelingen in de huisartsenzorg is dit een belangrijk onderwerp. Het wordt steeds drukker en digitaler, en het werk wordt complexer. Het is belangrijk dat collega’s nieuwe competenties kunnen ontwikkelen en bijhouden. Werkgevers en werknemers willen hier gezamenlijk een plan voor opstellen.

Triagist
Belangrijk onderdeel van de onderhandelingen is het verbeteren van de positie en werkbeleving van de triagist op de huisartsenpost. De functie is recent grondig geanalyseerd (onderzoek door bureau Leeuwendaal en functiewaarderingsonderzoek FWG). De triagist heeft de afgelopen tijd binnen de huisartsenzorg een eigen positie ontwikkeld. Daar willen zowel werkgevers als werknemers inhoudelijk en financieel recht aan doen. Hiertoe hebben de werkgevers een ruimhartig voorstel gedaan.

Loonontwikkeling
Voor de verbetering van de salarissen van alle werknemers van huisartsenpraktijken, zorggroepen en huisartsenposten hebben de werkgevers een in hun ogen reëel loonbod gedaan. Het gat met de looneis van de werknemers is echter te groot om zinvol verder te kunnen onderhandelen. Daarom is gezamenlijk besloten een pauze in te lassen. LHV en InEen zijn ervan overtuigd een voorstel te hebben gedaan dat recht doet aan de ontwikkelingen in de huisartsenzorg en gaan ervan uit dat het overleg binnenkort weer kan worden hervat. In afwachting van de voortzetting van het overleg is besloten het overleg over duurzame inzetbaarheid en over enkele technische verbeteringen in de huidige Cao-tekst wel te continueren.

Werkgevers (LHV en InEen) en werknemers (NVDA, NVvPO, FNV Zorg & Welzijn en CNV Zorg & Welzijn) zijn sinds begin januari in gesprek over een nieuwe cao.

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Wijzigingen in de Cao Gezondheidscentra/AHG 2015-2017

10 april 2017

Sinds 1 januari 2017 is de nieuwe Cao Gezondheidscentra/AHG van kracht. Inmiddels is ontdekt dat de tekst van de nieuwe Cao Gezondheidscentra/AHG 2015-2017 een aantal fouten bevat en dat enkele artikelen in de nieuwe cao mogelijk onbedoelde effecten hebben. De sociale partners van de Cao Gezondheidscentra/AHG zijn daarom onlangs enkele wijzigingen in de Cao overeengekomen. De ingangsdatum van de wijzigingen is 1 januari 2017. Een korte toelichting per wijziging staat in deze brief. Bijgaand de gewijzigde Cao Gezondheidscentra/AHG 2015-2017: Algemeen deel en AHG-Deel Huisartsen.

[...]

Sinds 1 januari 2017 is de nieuwe Cao Gezondheidscentra/AHG van kracht. Inmiddels is ontdekt dat de tekst van de nieuwe Cao Gezondheidscentra/AHG 2015-2017 een aantal fouten bevat en dat enkele artikelen in de nieuwe cao mogelijk onbedoelde effecten hebben. De sociale partners van de Cao Gezondheidscentra/AHG zijn daarom onlangs enkele wijzigingen in de Cao overeengekomen. De ingangsdatum van de wijzigingen is 1 januari 2017. Een korte toelichting per wijziging staat in deze brief. Bijgaand de gewijzigde Cao Gezondheidscentra/AHG 2015-2017: Algemeen deel en AHG-Deel Huisartsen.

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Gezamenlijk format voor compensatie BTW

07 april 2017

Zorgverzekeraars Nederland (ZN) en InEen hebben gewerkt aan een gezamenlijk format en instructies voor het factureren van de BTW-vergoeding bij zorgverzekeraars. Aanleiding waren signalen van InEen-leden dat een aantal zorgverzekeraars aanvullende eisen stelt voor het declareren van BTW over de jaren 2010 t/m 2015. Dit leidde tot veel verwarring en administratieve belasting.

InEen heeft met ZN afgesproken dat voor het declareren van BTW één gezamenlijk format wordt gebruikt dat aansluit bij de landelijke afspraken tussen InEen en ZN hierover. Ook is afgesproken dat zorgverzekeraars geen aanvullende eisen meer stellen.

Het nieuwe gezamenlijke format en de instructies voor de factuur gelden voor alle samenwerkingsverbanden die vanaf 1 april 2017 een factuur voor BTW compensatie naar een verzekeraar versturen. Gezondheidscentra, GEZsamenwerkingsverbanden en zorggroepen die deze factuur voor 1 april 2017 hebben ingediend hoeven dus niet opnieuw een factuur bij de zorgverzekeraars in te dienen, tenzij dit de betalingen kan bespoedigen. Ook roept InEen de zorggroepen, gezondheidscentra en GEZ-samenwerkingsverbanden nogmaals op de contactpersoon van hun preferente zorgverzekeraar schriftelijk of per mail te laten weten of zij wel of niet een declaratie gaan indienen voor compensatie BTW over de overhead binnen ketenzorg en/of de GEZ-module over de jaren 2010 t/m 2015 (en eventueel ook 2009 en daarvoor). De oproep geldt ook voor leden die nog in gesprek zijn met de Belastingdienst, uitstel hebben of anderszins nog geen duidelijkheid hebben over de omvang van de declaratie compensatie BTW, maar mogelijk in de toekomst een dergelijk verzoek willen doen. Eventuele claims worden daarmee zeker gesteld. Neem met vragen of toelichting contact op met Michaela de Gelder (InEen).

Informatie

[...]

Zorgverzekeraars Nederland (ZN) en InEen hebben gewerkt aan een gezamenlijk format en instructies voor het factureren van de BTW-vergoeding bij zorgverzekeraars. Aanleiding waren signalen van InEen-leden dat een aantal zorgverzekeraars aanvullende eisen stelt voor het declareren van BTW over de jaren 2010 t/m 2015. Dit leidde tot veel verwarring en administratieve belasting.

InEen heeft met ZN afgesproken dat voor het declareren van BTW één gezamenlijk format wordt gebruikt dat aansluit bij de landelijke afspraken tussen InEen en ZN hierover. Ook is afgesproken dat zorgverzekeraars geen aanvullende eisen meer stellen.

Het nieuwe gezamenlijke format en de instructies voor de factuur gelden voor alle samenwerkingsverbanden die vanaf 1 april 2017 een factuur voor BTW compensatie naar een verzekeraar versturen. Gezondheidscentra, GEZsamenwerkingsverbanden en zorggroepen die deze factuur voor 1 april 2017 hebben ingediend hoeven dus niet opnieuw een factuur bij de zorgverzekeraars in te dienen, tenzij dit de betalingen kan bespoedigen. Ook roept InEen de zorggroepen, gezondheidscentra en GEZ-samenwerkingsverbanden nogmaals op de contactpersoon van hun preferente zorgverzekeraar schriftelijk of per mail te laten weten of zij wel of niet een declaratie gaan indienen voor compensatie BTW over de overhead binnen ketenzorg en/of de GEZ-module over de jaren 2010 t/m 2015 (en eventueel ook 2009 en daarvoor). De oproep geldt ook voor leden die nog in gesprek zijn met de Belastingdienst, uitstel hebben of anderszins nog geen duidelijkheid hebben over de omvang van de declaratie compensatie BTW, maar mogelijk in de toekomst een dergelijk verzoek willen doen. Eventuele claims worden daarmee zeker gesteld. Neem met vragen of toelichting contact op met Michaela de Gelder (InEen).

Informatie

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Hulp gevraagd: kennis delen in de acute zorg

31 maart 2017

Naar aanleiding van de DLV huisartsenposten van begin maart leggen wij graag onderstaande twee verzoeken voor. Bij voorbaat danken we ieder van harte voor zijn of haar input.

1. Goede voorbeelden om werkdruk terug te dringen

InEen en LHV zijn op zoek naar de (goede) voorbeelden in het land om de werkdruk op de huisartsenposten terug te dringen. Begin maart stond dit onderwerp op de agenda van de deelledenvergadering van de huisartsenposten Gesproken is aan de hand van een memo waarin diverse oplossingen de revue passeerden. Oplossingen als eigen bijdrage en niet-spoedvragen in de ANW-uren over laten aan bijvoorbeeld commerciële partijen kregen een bijna unaniem ‘nee’. Bij bijna alle andere oplossingen kwamen geslaagde voorbeelden naar boven, zoals samenwerking met SEH in de nacht en de inzet van forecasting om personeel beter te kunnen plannen. We vragen huisartsenpost om deze voorbeelden met ons te delen, zodat we zoveel mogelijk van elkaar kunnen leren en elkaar kunnen inspireren. We zijn geïnteresseerd in alle initiatieven die al geïmplementeerd zijn of nog lopen op de post of in de regio, gekoppeld aan de oplossingen die besproken zijn:

  1. Triage/ TS
  2. Inzet eHealth
  3. Telefonisch wat kan
  4. Ruimte in de agenda van de dagpraktijk voor ANW-patiënten
  5. Uitbreiden beschikbaarheid overdag
  6. Verbeteren bereikbaarheid overdag
  7. Afspraken over beschikbaarheid ketenpartners
  8. Inzet van deskundigheid zorg voor ouderen en GGZ
  9. Eerstelijnsverblijf (organiseren van, informatie over, beschikbaarheid van)
  10. Uitwisseling en beschikbaarheid medische gegevens
  11. Taakherschikking
  12. Belemmeringen wegnemen voor HAP om zelf huisartsen in dienst te nemen
  13. Nachtdiensten bij SEH onderbrengen
  14. Medisch studenten of aios inzetten
  15. Planning personeel

Van de ontvangen best practices maken we een totaal overzicht en verspreiden dat onder alle huisartsenposten. Daarnaast willen LHV en InEen pilots ondersteunen. Ook hiervoor vragen we jullie input, denk aan uitproberen van dagvenster en eHealth-oplossingen. Gemaild kan worden naar Astrid Scholl (InEen). Ook vragen beantwoordt zij graag.

2. Expertise

InEen is betrokken bij een breed scala aan onderwerpen in de keten van de acute zorg. Vaak vragen deze onderwerpen specifieke kennis. Deze expertise is niet altijd op ons bureau beschikbaar, maar mogelijk wel bij onze leden. Graag zouden wij deze leden kunnen benaderen als hun expertise nodig is. Om een beeld te krijgen van de aanwezige kennis vragen we jullie ons te laten weten of en zo ja op welke onderwerpen wij jullie kunnen benaderen:

  • Ambulancezorg
  • Geneesmiddelen
  • Triage
  • Diagnostiek
  • Aios
  • GGZ
  • Ouderen
  • Palliatieve zorg
  • Gegevensuitwisseling

Gemaild kan worden naar Astrid Scholl (InEen). Ook vragen beantwoordt zij graag.

[...]

Naar aanleiding van de DLV huisartsenposten van begin maart leggen wij graag onderstaande twee verzoeken voor. Bij voorbaat danken we ieder van harte voor zijn of haar input.

1. Goede voorbeelden om werkdruk terug te dringen

InEen en LHV zijn op zoek naar de (goede) voorbeelden in het land om de werkdruk op de huisartsenposten terug te dringen. Begin maart stond dit onderwerp op de agenda van de deelledenvergadering van de huisartsenposten Gesproken is aan de hand van een memo waarin diverse oplossingen de revue passeerden. Oplossingen als eigen bijdrage en niet-spoedvragen in de ANW-uren over laten aan bijvoorbeeld commerciële partijen kregen een bijna unaniem ‘nee’. Bij bijna alle andere oplossingen kwamen geslaagde voorbeelden naar boven, zoals samenwerking met SEH in de nacht en de inzet van forecasting om personeel beter te kunnen plannen. We vragen huisartsenpost om deze voorbeelden met ons te delen, zodat we zoveel mogelijk van elkaar kunnen leren en elkaar kunnen inspireren. We zijn geïnteresseerd in alle initiatieven die al geïmplementeerd zijn of nog lopen op de post of in de regio, gekoppeld aan de oplossingen die besproken zijn:

  1. Triage/ TS
  2. Inzet eHealth
  3. Telefonisch wat kan
  4. Ruimte in de agenda van de dagpraktijk voor ANW-patiënten
  5. Uitbreiden beschikbaarheid overdag
  6. Verbeteren bereikbaarheid overdag
  7. Afspraken over beschikbaarheid ketenpartners
  8. Inzet van deskundigheid zorg voor ouderen en GGZ
  9. Eerstelijnsverblijf (organiseren van, informatie over, beschikbaarheid van)
  10. Uitwisseling en beschikbaarheid medische gegevens
  11. Taakherschikking
  12. Belemmeringen wegnemen voor HAP om zelf huisartsen in dienst te nemen
  13. Nachtdiensten bij SEH onderbrengen
  14. Medisch studenten of aios inzetten
  15. Planning personeel

Van de ontvangen best practices maken we een totaal overzicht en verspreiden dat onder alle huisartsenposten. Daarnaast willen LHV en InEen pilots ondersteunen. Ook hiervoor vragen we jullie input, denk aan uitproberen van dagvenster en eHealth-oplossingen. Gemaild kan worden naar Astrid Scholl (InEen). Ook vragen beantwoordt zij graag.

2. Expertise

InEen is betrokken bij een breed scala aan onderwerpen in de keten van de acute zorg. Vaak vragen deze onderwerpen specifieke kennis. Deze expertise is niet altijd op ons bureau beschikbaar, maar mogelijk wel bij onze leden. Graag zouden wij deze leden kunnen benaderen als hun expertise nodig is. Om een beeld te krijgen van de aanwezige kennis vragen we jullie ons te laten weten of en zo ja op welke onderwerpen wij jullie kunnen benaderen:

  • Ambulancezorg
  • Geneesmiddelen
  • Triage
  • Diagnostiek
  • Aios
  • GGZ
  • Ouderen
  • Palliatieve zorg
  • Gegevensuitwisseling

Gemaild kan worden naar Astrid Scholl (InEen). Ook vragen beantwoordt zij graag.

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Start benchmark huisartsenposten 2016

31 maart 2017

De uitvraag van de jaarlijkse benchmark huisartsenposten is gestart. Vorig jaar zijn de gegevens uit de benchmark opnieuw van grote waarde gebleken, bijvoorbeeld in de discussie over telefonische bereikbaarheid, in de discussie over de werkdruk op de huisartsenpost en bij verschillende bekostigingsvraagstukken. Het feit dat alle huisartsenposten in de afgelopen jaren hebben meegewerkt maakt de benchmark tot een krachtig instrument. Ook dit jaar rekenen wij weer op ieders medewerking. De benchmark sluit op 1 juni.

Nieuw in de benchmark
De benchmark 2016 is nagenoeg gelijk aan de benchmark van vorig jaar. Net als vorig jaar zijn een aantal onderdelen van de benchmark weer vooraf ingevuld zodat deze gegevens alleen nog gecontroleerd moeten worden. De vragen met betrekking tot de ‘oude’ normpraktijken zijn dit jaar verwijderd en er zijn enkele vragen toegevoegd om de ervaren werkdruk nader te verkennen. Deze vragen richten zich op de gemiddelde gespreksduur van inkomende gesprekken en het aantal unieke patiënten dat gedurende het benchmarkjaar een beroep heeft gedaan op de huisartsenpost. Verder hebben we dit jaar opnieuw een deel van de vragen over gebruik van diagnostiek in de ANW-uren opgenomen. We hebben geconstateerd dat deze vragen in de benchmark van vorig jaar niet op een eenduidige wijze zijn geïnterpreteerd. Het aantal vragen dat hierover in de benchmark is opgenomen is wel kleiner dan vorig jaar. Tot slot zijn de toelichtingen bij verschillende indicatoren aangepast naar aanleiding van meldingen van onduidelijkheden die vorig jaar aan het licht zijn gekomen.

[...]

De uitvraag van de jaarlijkse benchmark huisartsenposten is gestart. Vorig jaar zijn de gegevens uit de benchmark opnieuw van grote waarde gebleken, bijvoorbeeld in de discussie over telefonische bereikbaarheid, in de discussie over de werkdruk op de huisartsenpost en bij verschillende bekostigingsvraagstukken. Het feit dat alle huisartsenposten in de afgelopen jaren hebben meegewerkt maakt de benchmark tot een krachtig instrument. Ook dit jaar rekenen wij weer op ieders medewerking. De benchmark sluit op 1 juni.

Nieuw in de benchmark
De benchmark 2016 is nagenoeg gelijk aan de benchmark van vorig jaar. Net als vorig jaar zijn een aantal onderdelen van de benchmark weer vooraf ingevuld zodat deze gegevens alleen nog gecontroleerd moeten worden. De vragen met betrekking tot de ‘oude’ normpraktijken zijn dit jaar verwijderd en er zijn enkele vragen toegevoegd om de ervaren werkdruk nader te verkennen. Deze vragen richten zich op de gemiddelde gespreksduur van inkomende gesprekken en het aantal unieke patiënten dat gedurende het benchmarkjaar een beroep heeft gedaan op de huisartsenpost. Verder hebben we dit jaar opnieuw een deel van de vragen over gebruik van diagnostiek in de ANW-uren opgenomen. We hebben geconstateerd dat deze vragen in de benchmark van vorig jaar niet op een eenduidige wijze zijn geïnterpreteerd. Het aantal vragen dat hierover in de benchmark is opgenomen is wel kleiner dan vorig jaar. Tot slot zijn de toelichtingen bij verschillende indicatoren aangepast naar aanleiding van meldingen van onduidelijkheden die vorig jaar aan het licht zijn gekomen.

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Generieke module acute psychiatrie gepubliceerd

31 maart 2017

Afgelopen woensdag is de Generieke module acute psychiatrie gepubliceerd. Deze beschrijft de inhoud en organisatie van de hulpverlening aan personen in een crisissituatie, waarvan het vermoeden bestaat dat zij een acute psychiatrische stoornis hebben. De module is opgesteld in opdracht van het Netwerk Kwaliteitsontwikkeling GGZ; InEen heeft bijgedragen in de stuurgroep en een werkgroep; ook hebben leden meegelezen. Met de module is een goede basis gelegd voor samenwerking in de keten van acute GGZ.

Belangrijke elementen in de module zijn:

  • Het zoveel mogelijk voorkomen van crisis door het signaleren van beschermende en uitlokkende factoren in een signaleringsplan.
  • Het belang van het betrekken van de patiënt bij iedere stap in de keten.
  • Het erkennen elkaars oordeel door verwijzer en psychiatrisch hulpverlener, discussie over verwijzingen vindt achteraf plaats.
  • Een concept GGZ- triagewijzer, zodat de inschatting van de urgentie meer uniform kan plaatsvinden. De triagewijzer wordt niet direct geïmplementeerd omdat deze nog getest wordt.
  • Afspraken in de triagewijzer over de maximale wachttijd per urgentiecategorie (15 minuten in levensbedreigende situaties (ambulance), 1 uur bij spoed, 4 uur in dringende situaties, 24 uur bij preventie van escalatie).
  • Voorkeur voor beoordeling door de crisisdienst bij de patiënt thuis.
  • Wanneer de patiënt niet veilig alleen thuis kan blijven tijdens de wachttijd en de huisarts een andere urgente casus of beschikbaarheidsverplichting heeft, zoeken crisisdienst en huisarts gezamenlijk naar een oplossing. Vervoer naar een beoordelingslocatie is een mogelijkheid.
  • Afspraken over bestuurlijk overleg en casuïstiekbesprekingen in de keten.

Op basis van de nieuwe module is op Thuisarts.nl het onderwerp Ik heb een ernstige psychische crisis uitgebreid.

Met de module is een goede basis gelegd voor samenwerking in de keten van acute GGZ. Voor alle partijen, maar vooral voor de acute GGZ bevat de module veranderingen. Niet alles kan meteen geïmplementeerd worden. De partijen, waaronder InEen en de LHV, stellen daarom met elkaar een implementatieplan op. Het testen van de GGZ-triagewijzer vormt een belangrijk onderdeel. Lees ook het nieuwsbericht van het Netwerk Kwaliteitsontwikkeling GGZ.

[...]

Afgelopen woensdag is de Generieke module acute psychiatrie gepubliceerd. Deze beschrijft de inhoud en organisatie van de hulpverlening aan personen in een crisissituatie, waarvan het vermoeden bestaat dat zij een acute psychiatrische stoornis hebben. De module is opgesteld in opdracht van het Netwerk Kwaliteitsontwikkeling GGZ; InEen heeft bijgedragen in de stuurgroep en een werkgroep; ook hebben leden meegelezen. Met de module is een goede basis gelegd voor samenwerking in de keten van acute GGZ.

Belangrijke elementen in de module zijn:

  • Het zoveel mogelijk voorkomen van crisis door het signaleren van beschermende en uitlokkende factoren in een signaleringsplan.
  • Het belang van het betrekken van de patiënt bij iedere stap in de keten.
  • Het erkennen elkaars oordeel door verwijzer en psychiatrisch hulpverlener, discussie over verwijzingen vindt achteraf plaats.
  • Een concept GGZ- triagewijzer, zodat de inschatting van de urgentie meer uniform kan plaatsvinden. De triagewijzer wordt niet direct geïmplementeerd omdat deze nog getest wordt.
  • Afspraken in de triagewijzer over de maximale wachttijd per urgentiecategorie (15 minuten in levensbedreigende situaties (ambulance), 1 uur bij spoed, 4 uur in dringende situaties, 24 uur bij preventie van escalatie).
  • Voorkeur voor beoordeling door de crisisdienst bij de patiënt thuis.
  • Wanneer de patiënt niet veilig alleen thuis kan blijven tijdens de wachttijd en de huisarts een andere urgente casus of beschikbaarheidsverplichting heeft, zoeken crisisdienst en huisarts gezamenlijk naar een oplossing. Vervoer naar een beoordelingslocatie is een mogelijkheid.
  • Afspraken over bestuurlijk overleg en casuïstiekbesprekingen in de keten.

Op basis van de nieuwe module is op Thuisarts.nl het onderwerp Ik heb een ernstige psychische crisis uitgebreid.

Met de module is een goede basis gelegd voor samenwerking in de keten van acute GGZ. Voor alle partijen, maar vooral voor de acute GGZ bevat de module veranderingen. Niet alles kan meteen geïmplementeerd worden. De partijen, waaronder InEen en de LHV, stellen daarom met elkaar een implementatieplan op. Het testen van de GGZ-triagewijzer vormt een belangrijk onderdeel. Lees ook het nieuwsbericht van het Netwerk Kwaliteitsontwikkeling GGZ.

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Beveiligingseisen voor eerstelijns informatiesystemen gepubliceerd

24 maart 2017

De eerstelijnskoepels InEen, NHG, LHV en KNMP hebben de afgelopen periode samen met Nictiz en de ICT-leveranciers gewerkt aan concretisering van de eisen die voor de eerste lijn voortkomen uit de NEN-normen 7510, 7512 en 7513; de Beveiliging Eerstelijns Informatie Systemen-eisen (BEIS). Deze BEIS-eisen regelen de (technische) informatiebeveiliging voor informatiesystemen zoals HIS’en, HAPIS’en en KIS’en. Als de systemen voldoen aan deze eisen kunnen gebruikers er van verzekerd zijn dat zij met hun systemen voldoen aan de wettelijke eisen. Aandacht voor een adequate organisatie en passend gedrag blijft natuurlijk een opdracht voor de individuele zorgverleners en organisaties. InEen ontwikkelt daarvoor hulpmiddelen.
Deze week heeft Nictiz de BEIS-normen gepubliceerd. Er zijn twee delen. In deel 1 staan de eisen die worden gesteld op gebied van authenticatie (wie ben je?), en autorisatie; deel 2 behandelt de eisen voor de logging (wat heb je gedaan?).
Dit bericht is overgenomen uit het berichtgeving aan leden.

[...]

De eerstelijnskoepels InEen, NHG, LHV en KNMP hebben de afgelopen periode samen met Nictiz en de ICT-leveranciers gewerkt aan concretisering van de eisen die voor de eerste lijn voortkomen uit de NEN-normen 7510, 7512 en 7513; de Beveiliging Eerstelijns Informatie Systemen-eisen (BEIS). Deze BEIS-eisen regelen de (technische) informatiebeveiliging voor informatiesystemen zoals HIS’en, HAPIS’en en KIS’en. Als de systemen voldoen aan deze eisen kunnen gebruikers er van verzekerd zijn dat zij met hun systemen voldoen aan de wettelijke eisen. Aandacht voor een adequate organisatie en passend gedrag blijft natuurlijk een opdracht voor de individuele zorgverleners en organisaties. InEen ontwikkelt daarvoor hulpmiddelen.
Deze week heeft Nictiz de BEIS-normen gepubliceerd. Er zijn twee delen. In deel 1 staan de eisen die worden gesteld op gebied van authenticatie (wie ben je?), en autorisatie; deel 2 behandelt de eisen voor de logging (wat heb je gedaan?).
Dit bericht is overgenomen uit het berichtgeving aan leden.

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Onderzoek: ervaringen patiënten ketenzorgprogramma’s Groninger Huisartsen Coöperatie (GHC)

23 maart 2017

Vanuit het noorden ontvingen we een mooi positief bericht over de ketenzorgprogramma’s van de Groninger Huisartsen Coöperatie (GHC). De coöperatie liet afgelopen najaar de ervaringen van patiënten onderzoeken en daaruit bleek dat maar liefst 88% van de deelnemers de zorg beter vindt dan vroeger. De zorgprogramma’s krijgen het rapportcijfers 8,3. Als uitdaging komt het verder ontwikkelen van persoonsgerichte zorg naar voren. Artikel GHC onderzoek 3 maart 2017.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Vanuit het noorden ontvingen we een mooi positief bericht over de ketenzorgprogramma’s van de Groninger Huisartsen Coöperatie (GHC). De coöperatie liet afgelopen najaar de ervaringen van patiënten onderzoeken en daaruit bleek dat maar liefst 88% van de deelnemers de zorg beter vindt dan vroeger. De zorgprogramma’s krijgen het rapportcijfers 8,3. Als uitdaging komt het verder ontwikkelen van persoonsgerichte zorg naar voren. Artikel GHC onderzoek 3 maart 2017.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

ZorgImpuls: Samenwerken anno 2017

09 maart 2017

puzzel‘Samenwerken’ is een veelgebruikt woord zowel als het gaat om de organisatie van de Nederlandse gezondheidszorg, als om de kwaliteit van de geboden zorg. Samenwerking is dan ook onontbeerlijk voor goede zorg. We praten met Robert Waterreus, directeur van de ROS ZorgImpuls, over het belang van samenwerken anno 2017 en de manier waarop zijn organisatie daarmee bezig is.

De zorg ontwikkelt zich in de richting van een populatiegerichte en persoonsgerichte aanpak, waarin mensen steeds meer zelf de regie nemen over hun gezondheid. Een integrale benadering over de domeinen heen is een logisch gevolg. Waterreus: ‘Ik zie in het veld heel veel bereidheid en initiatief tot samenwerken. Veel problematiek is niet enkelvoudig en overstijgt de eigen beroepsuitoefening en domein. Goede verbindingen met andere disciplines en zorgdomeinen zijn dan van belang.’

Verbindingen maken is een kerntaak van de ROS. In de eerste jaren, zegt Waterreus, werd gefocust op het stimuleren van multidisciplinaire samenwerking tussen eerstelijnszorgverleners in de eerste lijn, onder meer door begeleiding bij de realisatie van gezondheidscentra en samenwerkingsverbanden zoals GEZ. Inmiddels ligt het accent meer op samenwerkingsvraagstukken over de domeinen heen. De ontwikkelingen in de zorg vragen nieuwe samenwerkingscoalities en concepten, aldus het Jaarplan 2017 van ZorgImpuls, gericht op verschillende populaties en thema’s. Waterreus: ‘Betere gezondheid, hogere ervaren kwaliteit van zorg en lagere kosten zijn daarbij voor ons een belangrijk uitgangspunt.’

In het Rotterdamse krijgt samenwerking behalve in concrete projecten en programma’s vorm in een scala van platforms en netwerken, vaak ook gefaciliteerd en begeleid door ZorgImpuls: brede regionale overleggen, lokale netwerken en samenwerkingen rondom specifieke thema’s. Waterreus ziet aan verschillende ‘tafels’ de ontwikkeling om niet alleen kennis te delen en te verdiepen, maar ook om gezamenlijk initiatieven op te pakken. Bijvoorbeeld in het Eerstelijnsoverleg met CHPR, de koepels van gezondheidscentra Gezond op Zuid en ZON/Boog zorggroep, IZER en de LHV kring op onderwerpen als gegevensuitwisseling, inzet verpleegkundig specialist en samenwerking met grote stakeholders als gemeenten en ziekenhuizen. ‘Dat versterkt ook de aanspreekbaarheid van de eerste lijn. Door méér een gemeenschappelijk perspectief neer te zetten, worden eerstelijnspartijen een veel duidelijker partner voor andere partijen.’

Waterreus noemt verder de regionale pilot rond het Meekijkconsult, voortkomend uit de Regiotafel waarin alle kleine en grote partijen van de georganiseerde eerste lijn (14), de LHV kring, Zilveren Kruis en ZorgImpuls deelnemen. Daarin experimenteren zorggroepen en gezondheidscentra samen met de ziekenhuizen met verschillende vormen van het meekijkconsult. ‘Een mooi voorbeeld van hoe we aan de tafels zoeken naar manieren om tot regionale en gedragen keuzes te komen.’ Behalve de constructieve samenwerking is kenmerkend dat er bij planvorming zowel aandacht is voor de noodzaak van organisatie als voor de autonomie van de professional. Waterreus: ‘De pilot Meekijkconsult is zo ingericht dat de professionals bepalen met wie zij samenwerken en hoe. Daaromheen worden gezamenlijke systeem- en procesafspraken gemaakt. Er moet immers altijd gedeclareerd en gemonitord worden’.

Samenwerkingscoalities zijn continue in ontwikkeling. Het gaat erom dat de professional in de praktijk meer voor een concrete patiënt kan doen.
Waterreus: ‘De nieuwe O&I financiering kan hier een extra impuls toe geven. Voor en met eerstelijns zorgorganisaties gaan we graag op pad om uitwerking te geven aan nieuwe opgaven op gebied van populatiegerichte zorg. Ook zetten we de komende periode nog meer in op de wijkinfrastructuur: hoe kunnen we de samenhang en samenwerking tussen de domeinen op lokaal niveau sterker en duurzamer maken. ’Hij noemt een project in Rotterdam-Delfshaven waar een groep huisartsen onder begeleiding van ZorgImpuls een samenwerkingsverband heeft opgericht rond het thema overgewicht. Inmiddels is de gedachte ontstaan om de coalitie van veel verschillende partijen breder in te zetten dan alleen rond overgewicht. ‘Zo krijg je samenwerkingsafspraken op wijkniveau, gericht op de specifieke wijkpopulatie, die zich weer kunnen verbinden met regionale samenwerkingen rondom specifieke thema’s. Dat is samenwerken anno 2017.’

[...]

puzzel‘Samenwerken’ is een veelgebruikt woord zowel als het gaat om de organisatie van de Nederlandse gezondheidszorg, als om de kwaliteit van de geboden zorg. Samenwerking is dan ook onontbeerlijk voor goede zorg. We praten met Robert Waterreus, directeur van de ROS ZorgImpuls, over het belang van samenwerken anno 2017 en de manier waarop zijn organisatie daarmee bezig is.

De zorg ontwikkelt zich in de richting van een populatiegerichte en persoonsgerichte aanpak, waarin mensen steeds meer zelf de regie nemen over hun gezondheid. Een integrale benadering over de domeinen heen is een logisch gevolg. Waterreus: ‘Ik zie in het veld heel veel bereidheid en initiatief tot samenwerken. Veel problematiek is niet enkelvoudig en overstijgt de eigen beroepsuitoefening en domein. Goede verbindingen met andere disciplines en zorgdomeinen zijn dan van belang.’

Verbindingen maken is een kerntaak van de ROS. In de eerste jaren, zegt Waterreus, werd gefocust op het stimuleren van multidisciplinaire samenwerking tussen eerstelijnszorgverleners in de eerste lijn, onder meer door begeleiding bij de realisatie van gezondheidscentra en samenwerkingsverbanden zoals GEZ. Inmiddels ligt het accent meer op samenwerkingsvraagstukken over de domeinen heen. De ontwikkelingen in de zorg vragen nieuwe samenwerkingscoalities en concepten, aldus het Jaarplan 2017 van ZorgImpuls, gericht op verschillende populaties en thema’s. Waterreus: ‘Betere gezondheid, hogere ervaren kwaliteit van zorg en lagere kosten zijn daarbij voor ons een belangrijk uitgangspunt.’

In het Rotterdamse krijgt samenwerking behalve in concrete projecten en programma’s vorm in een scala van platforms en netwerken, vaak ook gefaciliteerd en begeleid door ZorgImpuls: brede regionale overleggen, lokale netwerken en samenwerkingen rondom specifieke thema’s. Waterreus ziet aan verschillende ‘tafels’ de ontwikkeling om niet alleen kennis te delen en te verdiepen, maar ook om gezamenlijk initiatieven op te pakken. Bijvoorbeeld in het Eerstelijnsoverleg met CHPR, de koepels van gezondheidscentra Gezond op Zuid en ZON/Boog zorggroep, IZER en de LHV kring op onderwerpen als gegevensuitwisseling, inzet verpleegkundig specialist en samenwerking met grote stakeholders als gemeenten en ziekenhuizen. ‘Dat versterkt ook de aanspreekbaarheid van de eerste lijn. Door méér een gemeenschappelijk perspectief neer te zetten, worden eerstelijnspartijen een veel duidelijker partner voor andere partijen.’

Waterreus noemt verder de regionale pilot rond het Meekijkconsult, voortkomend uit de Regiotafel waarin alle kleine en grote partijen van de georganiseerde eerste lijn (14), de LHV kring, Zilveren Kruis en ZorgImpuls deelnemen. Daarin experimenteren zorggroepen en gezondheidscentra samen met de ziekenhuizen met verschillende vormen van het meekijkconsult. ‘Een mooi voorbeeld van hoe we aan de tafels zoeken naar manieren om tot regionale en gedragen keuzes te komen.’ Behalve de constructieve samenwerking is kenmerkend dat er bij planvorming zowel aandacht is voor de noodzaak van organisatie als voor de autonomie van de professional. Waterreus: ‘De pilot Meekijkconsult is zo ingericht dat de professionals bepalen met wie zij samenwerken en hoe. Daaromheen worden gezamenlijke systeem- en procesafspraken gemaakt. Er moet immers altijd gedeclareerd en gemonitord worden’.

Samenwerkingscoalities zijn continue in ontwikkeling. Het gaat erom dat de professional in de praktijk meer voor een concrete patiënt kan doen.
Waterreus: ‘De nieuwe O&I financiering kan hier een extra impuls toe geven. Voor en met eerstelijns zorgorganisaties gaan we graag op pad om uitwerking te geven aan nieuwe opgaven op gebied van populatiegerichte zorg. Ook zetten we de komende periode nog meer in op de wijkinfrastructuur: hoe kunnen we de samenhang en samenwerking tussen de domeinen op lokaal niveau sterker en duurzamer maken. ’Hij noemt een project in Rotterdam-Delfshaven waar een groep huisartsen onder begeleiding van ZorgImpuls een samenwerkingsverband heeft opgericht rond het thema overgewicht. Inmiddels is de gedachte ontstaan om de coalitie van veel verschillende partijen breder in te zetten dan alleen rond overgewicht. ‘Zo krijg je samenwerkingsafspraken op wijkniveau, gericht op de specifieke wijkpopulatie, die zich weer kunnen verbinden met regionale samenwerkingen rondom specifieke thema’s. Dat is samenwerken anno 2017.’

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Digitale palliatieve overdracht naar de huisartsenpost

09 maart 2017

checklistDe Huisartsenposten Rijnmond en het Netwerk Palliatieve Zorg Rotterdam hebben een digitaal formulier ontwikkeld voor een goede overdracht van palliatieve patiënten. Zowel de medische feiten als informatie over de context vinden nu beter hun weg naar de huisartsenpost. ‘Een succes’, zegt Adri van der Born, huisarts en medisch directeur Huisartsenposten Rijnmond.

‘Waar we als huisartsen in de dagzorg tegenaan liepen, was dat het maken van een overdracht best een bewerkelijk zaak is’, legt Van der Born uit. Huisartsen deden het onvoldoende of te laat, en als ze het deden ging het vooral over zaken als medicatie en de stand van zaken. Informatie over de context van de patiënt, bijvoorbeeld diens standpunt over palliatieve sedatie, ontbrak meestal. Daarbij komt dat patiënten op de huisartsenpost met verschillende huisartsen te maken krijgen, waardoor het overzicht afneemt. Een werkgroep ging aan de slag om uit te denken hoe een ideale palliatieve overdracht eruit moet zien en hoe je zorgt dat huisartsen daar makkelijk gebruik van kunnen maken.

De werkgroep, met vertegenwoordigers van elke huisartsenpost en de aandachtsfunctionaris palliatieve zorg, kwam uit op een digitaal invulformulier in Topicus, het systeem waarmee de huisartsenposten werken. Van der Born: ‘Niet alle vragen zijn altijd relevant, soms doet het er bijvoorbeeld niet toe welk geloof iemand heeft. Maar het formulier leidt je langs alle medische essentialia en de zorg eromheen. Zijn er speciale afspraken, hoe zit het met de mantelzorg, wil de patiënt opgenomen worden, enzovoort.’ In maart 2017 wordt een volgende drempel genomen. Tot nu toe konden huisartsen die het formulier wilden invullen dat alleen doen door via de website van Topicus in te loggen. Van der Born: ‘Daar heb je een UZI-pas bij nodig en maar weinig huisartsen werken daar overdag mee. Gelukkig hebben we nu via het platform van Star MDC een koppeling kunnen afspreken. Dat is een technisch verhaal, maar het betekent dat huisartsen die werken met Star en dat is in Rotterdam zo’n 70%, nu direct vanuit hun HIS in Topicus kunnen komen om het formulier in te vullen.’

Het overdrachtsformulier is bedoeld voor terminale patiënten. Van der Born: ‘Huisartsen zitten daar nogal verschillend in. Zelf maak ik de overdracht op het moment dat iemand de eerste klachten krijgt, andere wachten tot de laatste fase.’ Met het netwerk Palliatieve Zorg Rotterdam is afgesproken om via de PaTz-bijeenkomsten (huisartsen, wijkverpleegkundigen en consulenten palliatieve zorg) te pleiten voor een vroegtijdige start van de overdracht. ‘Eigenlijk moet je jezelf de vraag stellen: haalt mijn patiënt het eind van het jaar? Zo nee, dan start je met het formulier. Er kunnen altijd onverwachte dingen gebeuren, een terminale longpatiënt met COPD kan best in het weekend een exacerbatie krijgen die je niet ziet aankomen.’

Het formulier, zegt Van der Born, is nu al een succes. Bovendien moedigt het ook de aanmelding van patiënten bij het LSP aan. ‘Waar we naartoe willen is dat je als huisarts een goeie overdracht in het systeem zet bij Topicus en daarnaast zorgt dat je patiënt bij het LSP is aangemeld. De combinatie van een goeie overdracht met de beschikbaarheid van het waarneemdossier via het LSP houdt de informatie up to date.’

Meer informatie bij Adri van der Born (Huisartsenposten Rijnmond).

[...]

checklistDe Huisartsenposten Rijnmond en het Netwerk Palliatieve Zorg Rotterdam hebben een digitaal formulier ontwikkeld voor een goede overdracht van palliatieve patiënten. Zowel de medische feiten als informatie over de context vinden nu beter hun weg naar de huisartsenpost. ‘Een succes’, zegt Adri van der Born, huisarts en medisch directeur Huisartsenposten Rijnmond.

‘Waar we als huisartsen in de dagzorg tegenaan liepen, was dat het maken van een overdracht best een bewerkelijk zaak is’, legt Van der Born uit. Huisartsen deden het onvoldoende of te laat, en als ze het deden ging het vooral over zaken als medicatie en de stand van zaken. Informatie over de context van de patiënt, bijvoorbeeld diens standpunt over palliatieve sedatie, ontbrak meestal. Daarbij komt dat patiënten op de huisartsenpost met verschillende huisartsen te maken krijgen, waardoor het overzicht afneemt. Een werkgroep ging aan de slag om uit te denken hoe een ideale palliatieve overdracht eruit moet zien en hoe je zorgt dat huisartsen daar makkelijk gebruik van kunnen maken.

De werkgroep, met vertegenwoordigers van elke huisartsenpost en de aandachtsfunctionaris palliatieve zorg, kwam uit op een digitaal invulformulier in Topicus, het systeem waarmee de huisartsenposten werken. Van der Born: ‘Niet alle vragen zijn altijd relevant, soms doet het er bijvoorbeeld niet toe welk geloof iemand heeft. Maar het formulier leidt je langs alle medische essentialia en de zorg eromheen. Zijn er speciale afspraken, hoe zit het met de mantelzorg, wil de patiënt opgenomen worden, enzovoort.’ In maart 2017 wordt een volgende drempel genomen. Tot nu toe konden huisartsen die het formulier wilden invullen dat alleen doen door via de website van Topicus in te loggen. Van der Born: ‘Daar heb je een UZI-pas bij nodig en maar weinig huisartsen werken daar overdag mee. Gelukkig hebben we nu via het platform van Star MDC een koppeling kunnen afspreken. Dat is een technisch verhaal, maar het betekent dat huisartsen die werken met Star en dat is in Rotterdam zo’n 70%, nu direct vanuit hun HIS in Topicus kunnen komen om het formulier in te vullen.’

Het overdrachtsformulier is bedoeld voor terminale patiënten. Van der Born: ‘Huisartsen zitten daar nogal verschillend in. Zelf maak ik de overdracht op het moment dat iemand de eerste klachten krijgt, andere wachten tot de laatste fase.’ Met het netwerk Palliatieve Zorg Rotterdam is afgesproken om via de PaTz-bijeenkomsten (huisartsen, wijkverpleegkundigen en consulenten palliatieve zorg) te pleiten voor een vroegtijdige start van de overdracht. ‘Eigenlijk moet je jezelf de vraag stellen: haalt mijn patiënt het eind van het jaar? Zo nee, dan start je met het formulier. Er kunnen altijd onverwachte dingen gebeuren, een terminale longpatiënt met COPD kan best in het weekend een exacerbatie krijgen die je niet ziet aankomen.’

Het formulier, zegt Van der Born, is nu al een succes. Bovendien moedigt het ook de aanmelding van patiënten bij het LSP aan. ‘Waar we naartoe willen is dat je als huisarts een goeie overdracht in het systeem zet bij Topicus en daarnaast zorgt dat je patiënt bij het LSP is aangemeld. De combinatie van een goeie overdracht met de beschikbaarheid van het waarneemdossier via het LSP houdt de informatie up to date.’

Meer informatie bij Adri van der Born (Huisartsenposten Rijnmond).

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Huisartsenposten praten over werkdruk

09 maart 2017

24-7Op 7 maart stonden de huisartsenposten tijdens een ledenvergadering van InEen stil bij de mogelijke strategieën voor het oplossen van de werkdruk in de ANW-uren. Zo’n 35 HDS’en gaven met meer dan 60 personen acte de présence. Tijdens een geanimeerde discussie passeerde een keur aan goede voorbeelden en suggesties de revue. Daarbij klonken ook een een paar duidelijke nee’s. InEen-directeur Anoeska Mosterdijk schreef over het onderwerp een column op Skipr.

Uit de veelheid aan oorzaken en ontwikkelingen die de toegenomen werkdruk veroorzaken, distilleerde InEen vier thema’s die op deelledenvergadering van 7 maart intensief de revue passeerden. Allereerst de toename van het aantal consulten. Hoewel de cijfers per regio sterk verschillen, kan worden vastgesteld dat het verwachtingspatroon van patiënten nogal is veranderd. Beduidend meer mensen verwachten buiten kantoortijden een beroep op de huisarts te kunnen doen. De druk die ook op de dagzorg bestaat en de verminderde bereikbaarheid die daaruit voortkomt, versterkt nog eens de neiging om ook als er geen sprake is van spoed ’s avonds naar de huisartsenpost te gaan. Daarnaast wonen door de recente transities meer ouderen en ggz-cliënten thuis. Ook zij doen een beroep op de post en vragen bovendien door hun vaak complexe gezondheidssituatie meer tijd. Belangrijke ketenpartners zoals thuiszorg en de specialist ouderengeneeskunde zijn in de ANW-uren niet beschikbaar, zodat de huisarts er alleen voor staat. Tot slot is aantoonbaar dat de beschikbaarheid van huisartsen en triagisten op de post geen gelijke tred houdt met de vraag.

Om de discussie te stroomlijnen deed InEen een voorzet voor oplossingen op landelijk, regionaal en lokaal niveau. Hieronder een greep.

• Een landelijke publiekscampagne om het publiek beter te informeren over de taak van de huisartsenpost wordt belangrijk gevonden, maar ook met enige scepsis begroet. ‘Alleen als het een werkelijk grote en overrompelende campagne kan worden’, vond men. ‘Kies een goede boodschap en benadruk vooral  dat de huisarts overdag dezelfde zorg biedt als de huisarts op de huisartsenpost.’ In een boodschap die mensen vraagt om weg te blijven, ziet men geen heil.

• Een mogelijk oplossing is ook samenwerking met de SEH voor de opvang van de fysieke consulten in de nachtelijke uren. De vergadering vreesde een aantasting van de 24/7 beschikbaarheid van huisartsen. Medicamus (Harderwijk) heeft er echter goede ervaring mee. Lucas Fraza, directeur van Huisartsenzorg Deventer en Omstreken, opperde in dit verband de mogelijkheid om alle nachtelijke spoeddiensten regionaal te synchroniseren: huisartsenpost, SEH, GGZ en thuiszorg.

• Op de huisartsenpost Enschede loopt een pilot waarin verpleegkundig specialisten visite rijden om de huisartsen te ontlasten. Directeur Jacqueline Noltes: ‘De verpleegkundig specialisten acute zorg vangen maar liefst de helft van de visites af. Het zijn voormalige ambulance verpleegkundigen die nu alweer enkele jaren in het weekend consulten doen op de huisartsenpost. Dat werkt heel prettig en vandaaruit is het idee geboren om te kijken of ze ook visites kunnen rijden. IQ healthcare heeft een vooronderzoek gedaan en nu is sinds afgelopen september een pilot gaande. De huisartsen zijn zeer enthousiast, het maakt dan ook echt verschil. De meeste U3-visites worden nu door de verpleegkundig specialist gereden, waardoor de huisartsen zich kunnen richten op U2 en U1. Dat geeft veel lucht. Onderdeel van de pilot is een onderzoek naar  de veiligheid en de effectiviteit van een visite gereden door een verpleegkundig specialist in vergelijking met de visites door huisartsen. Wordt er bijvoorbeeld naderhand meer contact opgenomen met eigen huisarts? De pilot duurt nog tot 1 april.’’

• Bij SMASH (Haaglanden) wordt gewerkt met een pool van huisartsen in dienst van de huisartsenpost. Zij worden ingezet voor regietaken op de post en springen op piekmomenten bij.

• Er waren ook nee’s. Zo verwierp de deelledenvergadering unaniem de optie om een eigen bijdrage in te voeren. Ook vond men het een slecht idee om niet-spoedvragen in de ANW-uren over te laten aan andere, commerciële partijen .

Hoe nu verder?
Alle goede voorbeelden en suggesties worden nu geïnventariseerd, gebundeld en gedeeld met het veld, ter inspiratie of om over te nemen. Omdat het financieringsplafond 110% van de huisartsenpost ruimschoots is bereikt, gaat InEen in gesprek met zorgverzekeraars, Zorgverzekeraars Nederland en de NZa om te kijken welke mogelijkheden er zijn om de budgetten uit te breiden. Met deze financiële ruimte kunnen de posten meer aan  taakherschikking doen of de expertise van de specialist ouderengeneeskunde in de ANW-uren inroepen. Om de publiekscampagne of nauwere samenwerking met ketenpartners te realiseren  gaan InEen en LHV samen optrekken en samen een plan van aanpak maken.

[...]

24-7Op 7 maart stonden de huisartsenposten tijdens een ledenvergadering van InEen stil bij de mogelijke strategieën voor het oplossen van de werkdruk in de ANW-uren. Zo’n 35 HDS’en gaven met meer dan 60 personen acte de présence. Tijdens een geanimeerde discussie passeerde een keur aan goede voorbeelden en suggesties de revue. Daarbij klonken ook een een paar duidelijke nee’s. InEen-directeur Anoeska Mosterdijk schreef over het onderwerp een column op Skipr.

Uit de veelheid aan oorzaken en ontwikkelingen die de toegenomen werkdruk veroorzaken, distilleerde InEen vier thema’s die op deelledenvergadering van 7 maart intensief de revue passeerden. Allereerst de toename van het aantal consulten. Hoewel de cijfers per regio sterk verschillen, kan worden vastgesteld dat het verwachtingspatroon van patiënten nogal is veranderd. Beduidend meer mensen verwachten buiten kantoortijden een beroep op de huisarts te kunnen doen. De druk die ook op de dagzorg bestaat en de verminderde bereikbaarheid die daaruit voortkomt, versterkt nog eens de neiging om ook als er geen sprake is van spoed ’s avonds naar de huisartsenpost te gaan. Daarnaast wonen door de recente transities meer ouderen en ggz-cliënten thuis. Ook zij doen een beroep op de post en vragen bovendien door hun vaak complexe gezondheidssituatie meer tijd. Belangrijke ketenpartners zoals thuiszorg en de specialist ouderengeneeskunde zijn in de ANW-uren niet beschikbaar, zodat de huisarts er alleen voor staat. Tot slot is aantoonbaar dat de beschikbaarheid van huisartsen en triagisten op de post geen gelijke tred houdt met de vraag.

Om de discussie te stroomlijnen deed InEen een voorzet voor oplossingen op landelijk, regionaal en lokaal niveau. Hieronder een greep.

• Een landelijke publiekscampagne om het publiek beter te informeren over de taak van de huisartsenpost wordt belangrijk gevonden, maar ook met enige scepsis begroet. ‘Alleen als het een werkelijk grote en overrompelende campagne kan worden’, vond men. ‘Kies een goede boodschap en benadruk vooral  dat de huisarts overdag dezelfde zorg biedt als de huisarts op de huisartsenpost.’ In een boodschap die mensen vraagt om weg te blijven, ziet men geen heil.

• Een mogelijk oplossing is ook samenwerking met de SEH voor de opvang van de fysieke consulten in de nachtelijke uren. De vergadering vreesde een aantasting van de 24/7 beschikbaarheid van huisartsen. Medicamus (Harderwijk) heeft er echter goede ervaring mee. Lucas Fraza, directeur van Huisartsenzorg Deventer en Omstreken, opperde in dit verband de mogelijkheid om alle nachtelijke spoeddiensten regionaal te synchroniseren: huisartsenpost, SEH, GGZ en thuiszorg.

• Op de huisartsenpost Enschede loopt een pilot waarin verpleegkundig specialisten visite rijden om de huisartsen te ontlasten. Directeur Jacqueline Noltes: ‘De verpleegkundig specialisten acute zorg vangen maar liefst de helft van de visites af. Het zijn voormalige ambulance verpleegkundigen die nu alweer enkele jaren in het weekend consulten doen op de huisartsenpost. Dat werkt heel prettig en vandaaruit is het idee geboren om te kijken of ze ook visites kunnen rijden. IQ healthcare heeft een vooronderzoek gedaan en nu is sinds afgelopen september een pilot gaande. De huisartsen zijn zeer enthousiast, het maakt dan ook echt verschil. De meeste U3-visites worden nu door de verpleegkundig specialist gereden, waardoor de huisartsen zich kunnen richten op U2 en U1. Dat geeft veel lucht. Onderdeel van de pilot is een onderzoek naar  de veiligheid en de effectiviteit van een visite gereden door een verpleegkundig specialist in vergelijking met de visites door huisartsen. Wordt er bijvoorbeeld naderhand meer contact opgenomen met eigen huisarts? De pilot duurt nog tot 1 april.’’

• Bij SMASH (Haaglanden) wordt gewerkt met een pool van huisartsen in dienst van de huisartsenpost. Zij worden ingezet voor regietaken op de post en springen op piekmomenten bij.

• Er waren ook nee’s. Zo verwierp de deelledenvergadering unaniem de optie om een eigen bijdrage in te voeren. Ook vond men het een slecht idee om niet-spoedvragen in de ANW-uren over te laten aan andere, commerciële partijen .

Hoe nu verder?
Alle goede voorbeelden en suggesties worden nu geïnventariseerd, gebundeld en gedeeld met het veld, ter inspiratie of om over te nemen. Omdat het financieringsplafond 110% van de huisartsenpost ruimschoots is bereikt, gaat InEen in gesprek met zorgverzekeraars, Zorgverzekeraars Nederland en de NZa om te kijken welke mogelijkheden er zijn om de budgetten uit te breiden. Met deze financiële ruimte kunnen de posten meer aan  taakherschikking doen of de expertise van de specialist ouderengeneeskunde in de ANW-uren inroepen. Om de publiekscampagne of nauwere samenwerking met ketenpartners te realiseren  gaan InEen en LHV samen optrekken en samen een plan van aanpak maken.

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

SSFH-rapport over werkbeleving triagist biedt aanknopingspunten

09 maart 2017

SSFHDe steeds terugkerende discussie over het werk en de arbeidsvoorwaarden van triagisten waren voor de Cao-partijen aanleiding aan bureau Leeuwendaal te vragen de werkbeleving en functie van triagisten in beeld te brengen. Nu, aan de vooravond van de onderhandelingen over de nieuwe Cao, ligt de ‘foto’ op tafel. Leden van InEen concludeerden in een extra deelledenvergadering dat het rapport goede aanknopingspunten biedt voor verbeteringen. De NVDA, de beroepsvereniging van de triagisten, sluit zich daarbij aan.

Het rapport, zegt Jane Kramer (NVDA), laat zien dat triagisten trots zijn op hun werk. ‘Ze vinden dat ze belangrijk werk doen en zijn blij met de mensen met wie ze samenwerken, zowel hun directe collega’s als de huisartsen.’ Ludeke van der Es (InEen): ‘De aanwezigen op de deelledenvergadering waren verrast dat de communicatie over veranderingen, het beoordelen, dingen waar men vaak snel ontevreden over is, door triagisten positief worden gewaardeerd.’ Kramer: ‘Triagisten zeggen in feite dat de huisartsenposten een open cultuur hebben en dat is heel mooi.’ Naast deze verheugende uitkomsten, is er ook kritiek, bijvoorbeeld op de hoge werkdruk, knellende regels, de kernset en de beloning. Belangrijke thema’s, zeggen de onderzoekers van Leeuwendaal in een concluderend hoofdstuk, die elk voor zich invloed hebben op de werkbeleving en aanknopingspunten bieden voor verbetering.

De kritiek op de kernset is inmiddels aangepakt. De kritiek betrof niet het beoordelen zelf, maar de aanpak en vooral het directe effect op de herregistratie. De voortdurende druk die dit gaf in het dagelijkse werk, zorgde voor een mindere werkbeleving en verzwaarde de toch al hoge werkdruk. In december vorig jaar besloot de deelledenvergadering van InEen de derde herregistratie-eis te laten vervallen en de criteria voor de audits te verduidelijken. Ook het NTS wordt door sommige triagisten als knellend ervaren hetgeen de werkbeleving negatief beïnvloedt. Hetzelfde geldt voor het gebrek aan variatie in het werk. Van der Es: ‘Verreweg de meeste onderwerpen kan de post zelf samen met de triagisten en de huisartsen oppakken. Het rapport biedt vooral een goed handvat om intern met elkaar en met de OR of PVT in gesprek te gaan.’

Werkdruk heeft ook een belangrijke arbeidsmarktcomponent. Veel huisartsenposten hebben wervingsproblemen door onvoldoende aanbod van triagisten en een relatief hoog verloop. Vanuit SSFH wordt daarom hard getrokken aan een gericht arbeidsmarktbeleid dat inzet op het creëren van stageplaatsen en scholing. Het rapport suggereert dat wellicht het beroepsbeeld onduidelijk is, maar dat de triagistenfunctie een hbo-niveau zou moeten krijgen, wijst het rapport van de hand. Van der Es: ‘De mbo-opgeleide triagisten zijn goed geëquipeerd en doen hun werk goed en met veel plezier. Verwacht wordt dat hbo-opgeleide mensen sneller op het werk uitgekeken zullen zijn. Bovendien wordt de vijver waaruit je kan vissen dan nóg kleiner.’ Meer profijt wordt verwacht van het nader bekijken van de specifieke kerncompetenties die triagisten nodig hebben. Van der Es: ‘En van een beter beroepsbeeld. Dat is iets wat we vanuit InEen gaan oppakken.’

Tot slot gaat werkdruk ook over waardering, aldus Kramer. ‘En dat is méér dan alleen geld.’ Ze doelt onder andere op een duidelijk personeelsbeleid, waarin de werkbelasting wordt gemonitord. Ook diversiteit in het werk en het zelf mogen roosteren hoort daar wat haar betreft bij. ‘Als je zelf kunt zorgen voor een goede balans tussen werk en privé en je tussendoor niet te vaak wordt gebeld om acuut een dienst over te nemen, wat onze zeer loyale achterban toch vaak doet, dan heb je als triagist niet altijd het gevoel dat je hijgend van de ene dienst naar de andere loopt.’ Natuurlijk zal het in de Cao-onderhandelingen ook over geld gaan. Volgens het rapport is het effect van een hogere beloning op de werkbeleving meestal van korte duur. Bovendien, zo blijkt, is de salariëring niet de reden waarom triagisten uitstromen. Van der Es: ‘Het laat zien dat mensen uiteindelijk blijer worden van andere dingen.’ Kramer: ‘Het werken in de nacht, patiënten die je niet kent, het continue moeten filteren van echte spoed en niet-spoed, maakt de functie zwaar en daar hoor wat ons betreft een hoger salaris bij. Triagisten vinden dat al heel lang.’

Informatie

[...]

SSFHDe steeds terugkerende discussie over het werk en de arbeidsvoorwaarden van triagisten waren voor de Cao-partijen aanleiding aan bureau Leeuwendaal te vragen de werkbeleving en functie van triagisten in beeld te brengen. Nu, aan de vooravond van de onderhandelingen over de nieuwe Cao, ligt de ‘foto’ op tafel. Leden van InEen concludeerden in een extra deelledenvergadering dat het rapport goede aanknopingspunten biedt voor verbeteringen. De NVDA, de beroepsvereniging van de triagisten, sluit zich daarbij aan.

Het rapport, zegt Jane Kramer (NVDA), laat zien dat triagisten trots zijn op hun werk. ‘Ze vinden dat ze belangrijk werk doen en zijn blij met de mensen met wie ze samenwerken, zowel hun directe collega’s als de huisartsen.’ Ludeke van der Es (InEen): ‘De aanwezigen op de deelledenvergadering waren verrast dat de communicatie over veranderingen, het beoordelen, dingen waar men vaak snel ontevreden over is, door triagisten positief worden gewaardeerd.’ Kramer: ‘Triagisten zeggen in feite dat de huisartsenposten een open cultuur hebben en dat is heel mooi.’ Naast deze verheugende uitkomsten, is er ook kritiek, bijvoorbeeld op de hoge werkdruk, knellende regels, de kernset en de beloning. Belangrijke thema’s, zeggen de onderzoekers van Leeuwendaal in een concluderend hoofdstuk, die elk voor zich invloed hebben op de werkbeleving en aanknopingspunten bieden voor verbetering.

De kritiek op de kernset is inmiddels aangepakt. De kritiek betrof niet het beoordelen zelf, maar de aanpak en vooral het directe effect op de herregistratie. De voortdurende druk die dit gaf in het dagelijkse werk, zorgde voor een mindere werkbeleving en verzwaarde de toch al hoge werkdruk. In december vorig jaar besloot de deelledenvergadering van InEen de derde herregistratie-eis te laten vervallen en de criteria voor de audits te verduidelijken. Ook het NTS wordt door sommige triagisten als knellend ervaren hetgeen de werkbeleving negatief beïnvloedt. Hetzelfde geldt voor het gebrek aan variatie in het werk. Van der Es: ‘Verreweg de meeste onderwerpen kan de post zelf samen met de triagisten en de huisartsen oppakken. Het rapport biedt vooral een goed handvat om intern met elkaar en met de OR of PVT in gesprek te gaan.’

Werkdruk heeft ook een belangrijke arbeidsmarktcomponent. Veel huisartsenposten hebben wervingsproblemen door onvoldoende aanbod van triagisten en een relatief hoog verloop. Vanuit SSFH wordt daarom hard getrokken aan een gericht arbeidsmarktbeleid dat inzet op het creëren van stageplaatsen en scholing. Het rapport suggereert dat wellicht het beroepsbeeld onduidelijk is, maar dat de triagistenfunctie een hbo-niveau zou moeten krijgen, wijst het rapport van de hand. Van der Es: ‘De mbo-opgeleide triagisten zijn goed geëquipeerd en doen hun werk goed en met veel plezier. Verwacht wordt dat hbo-opgeleide mensen sneller op het werk uitgekeken zullen zijn. Bovendien wordt de vijver waaruit je kan vissen dan nóg kleiner.’ Meer profijt wordt verwacht van het nader bekijken van de specifieke kerncompetenties die triagisten nodig hebben. Van der Es: ‘En van een beter beroepsbeeld. Dat is iets wat we vanuit InEen gaan oppakken.’

Tot slot gaat werkdruk ook over waardering, aldus Kramer. ‘En dat is méér dan alleen geld.’ Ze doelt onder andere op een duidelijk personeelsbeleid, waarin de werkbelasting wordt gemonitord. Ook diversiteit in het werk en het zelf mogen roosteren hoort daar wat haar betreft bij. ‘Als je zelf kunt zorgen voor een goede balans tussen werk en privé en je tussendoor niet te vaak wordt gebeld om acuut een dienst over te nemen, wat onze zeer loyale achterban toch vaak doet, dan heb je als triagist niet altijd het gevoel dat je hijgend van de ene dienst naar de andere loopt.’ Natuurlijk zal het in de Cao-onderhandelingen ook over geld gaan. Volgens het rapport is het effect van een hogere beloning op de werkbeleving meestal van korte duur. Bovendien, zo blijkt, is de salariëring niet de reden waarom triagisten uitstromen. Van der Es: ‘Het laat zien dat mensen uiteindelijk blijer worden van andere dingen.’ Kramer: ‘Het werken in de nacht, patiënten die je niet kent, het continue moeten filteren van echte spoed en niet-spoed, maakt de functie zwaar en daar hoor wat ons betreft een hoger salaris bij. Triagisten vinden dat al heel lang.’

Informatie

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Discussie over O&I in volle gang

09 maart 2017

OenI-nieuwsbriefNa een intensief traject, waarbij zowel de zorgverzekeraars, als het veld betrokken waren, ligt sinds oktober vorig jaar een voorstel voor een nieuwe bekostigingsstructuur in de eerste lijn op tafel. Deze is het resultaat van fase 2 van het O&I-traject dat in 2014 van start ging. Op dit moment wordt gewerkt aan fase 3, de impactanalyse. InEen heeft haar leden opgeroepen de uitkomsten van fase 2 intern op de agenda te zetten. Eind januari gaven drie Rotterdamse organisaties aan die oproep gehoor: Charley Toorop, Zevenkamp en Zorg op Noord. Twaalf huisartsen spraken over wat de O&I-ontwikkelingen en de concept ‘visie notitie lokale en regionale huisartsen- en eerstelijnsorganisaties’ voor hen kunnen betekenen. InEen gaf bij die gelegenheid een toelichting op beide trajecten.

Goede ondersteuning en organisatiekracht zijn noodzakelijk om de veranderingen die zich in de eerste lijn voltrekken blijvend het hoofd te bieden. De vraag is nu of de nieuwe bekostigingsstructuur die nu op tafel ligt, daarvoor voldoende aanknopingspunten biedt. De nieuwe structuur moet in de plaats komen van de huidige bekostigingsvormen voor de GEZ en de organisatie van de ketenzorg. Met een impactanalyse wordt onderzocht of de nieuwe structuur leidt tot betere gesprekken over samenwerking, organisatie en vernieuwing en daarmee tot meer versterking in de eerste lijn (fase 3). Het O&I-traject is een initiatief van het bestuurlijk overleg eerste lijn.

Puck Fillekes, directeur Zorg op Noord/BOOG: ‘De discussie over O&I is gestart als een oplossing voor al het werk dat op ons af komt. We onderschrijven allemaal dat dat nodig is. Tegelijk zeggen de huisartsen in Rotterdam: let op! Gezondheidscentra doen van oudsher al heel veel aan de organisatie en samenwerking in de eerste lijn in de wijken. Veel van de gewenste ontwikkelingen zijn al aanwezig in de Rotterdamse gezondheidscentra. Gooi niet weg wat we hebben, behoud het goede en bouw van daaruit verder waar het nodig is.’

Als praktisch voorbeeld noemt zij het feit dat de werkgebieden van gezondheidscentra meestal niet synchroon lopen met de afbakening van de wijk. Ze hebben te maken met verschillende ziekenhuizen en VVT instellingen. Er zijn in Rotterdam geen grote eenduidige regioverbanden (100.000 inwoners of meer) te maken, zegt Fillekes. Ze stelt vast dat er de afgelopen jaren veel samenwerkingsstructuren zijn gebouwd en belangrijke contacten zijn bestendigd. De vrees bestaat dat de nieuwe structuur hier geen rekening mee houdt en dat de onderlinge samenwerking door de financiering zelfs bemoeilijkt kan worden. Van belang is dat landelijk wordt aangegeven dat de inrichting van de lokale en regionale organisaties de indeling volgt die voor inwoners van een buurt, wijk, dorp of regio een logisch samenhangend geheel vormt. Ook wat InEen betreft is de schaalgrootte die in het O&I-voorstel wordt genoemd richtinggevend en niet in beton gegoten.

Naast de waarschuwing is men in Rotterdam blij met de kansen die ook ontstaan. Bijvoorbeeld de mogelijkheid om op regioniveau de ICT te versterken. ‘Binnen Zorg op Noord’, aldus Fillekes, ‘is al tien jaar geleden vanuit de behoefte van de eigen organisatie ICT opgezet die ook andere centra in de regio bedient om bepalingen te maken op populatieniveau. Het is echt een kans om dat samen te versterken.’ Ze adviseert collega-organisaties van harte in discussie te gaan met huisartsen en andere zorgverleners, ook om dezelfde taal te blijven spreken. ‘Dat kwam in onze discussie duidelijk naar voren: een verschil in taal. O&I heeft het over betaaltitels en huisartsen hebben het over kwaliteit van zorg. Ook gemeenten, wijkteams, apothekers hebben hun eigen focus. Tussen deze werelden mag geen splitsing ontstaan.’

Vooralsnog gaat de O&I-discussie met name over het versterken van de samenhang, samenwerking en vernieuwing van de eerste lijn waarbij ook wordt gekeken naar resultaten. De (financiële) randvoorwaarden zijn nog niet benoemd. Essentieel is, aldus InEen, dat er voor de versterking van de eerste lijn voldoende budget beschikbaar komt. Dat betekent ook extra investeringen: er kan geen sprake zijn van alleen herverdelen van de bestaande middelen. Er is ruimte nodig om in te kunnen spelen op de maatschappelijke veranderingen.

De volgende stap in het O&I-traject wordt in april gezet als de resultaten van de impactanalyse (fase 3) ter beschikking komen.

[...]

OenI-nieuwsbriefNa een intensief traject, waarbij zowel de zorgverzekeraars, als het veld betrokken waren, ligt sinds oktober vorig jaar een voorstel voor een nieuwe bekostigingsstructuur in de eerste lijn op tafel. Deze is het resultaat van fase 2 van het O&I-traject dat in 2014 van start ging. Op dit moment wordt gewerkt aan fase 3, de impactanalyse. InEen heeft haar leden opgeroepen de uitkomsten van fase 2 intern op de agenda te zetten. Eind januari gaven drie Rotterdamse organisaties aan die oproep gehoor: Charley Toorop, Zevenkamp en Zorg op Noord. Twaalf huisartsen spraken over wat de O&I-ontwikkelingen en de concept ‘visie notitie lokale en regionale huisartsen- en eerstelijnsorganisaties’ voor hen kunnen betekenen. InEen gaf bij die gelegenheid een toelichting op beide trajecten.

Goede ondersteuning en organisatiekracht zijn noodzakelijk om de veranderingen die zich in de eerste lijn voltrekken blijvend het hoofd te bieden. De vraag is nu of de nieuwe bekostigingsstructuur die nu op tafel ligt, daarvoor voldoende aanknopingspunten biedt. De nieuwe structuur moet in de plaats komen van de huidige bekostigingsvormen voor de GEZ en de organisatie van de ketenzorg. Met een impactanalyse wordt onderzocht of de nieuwe structuur leidt tot betere gesprekken over samenwerking, organisatie en vernieuwing en daarmee tot meer versterking in de eerste lijn (fase 3). Het O&I-traject is een initiatief van het bestuurlijk overleg eerste lijn.

Puck Fillekes, directeur Zorg op Noord/BOOG: ‘De discussie over O&I is gestart als een oplossing voor al het werk dat op ons af komt. We onderschrijven allemaal dat dat nodig is. Tegelijk zeggen de huisartsen in Rotterdam: let op! Gezondheidscentra doen van oudsher al heel veel aan de organisatie en samenwerking in de eerste lijn in de wijken. Veel van de gewenste ontwikkelingen zijn al aanwezig in de Rotterdamse gezondheidscentra. Gooi niet weg wat we hebben, behoud het goede en bouw van daaruit verder waar het nodig is.’

Als praktisch voorbeeld noemt zij het feit dat de werkgebieden van gezondheidscentra meestal niet synchroon lopen met de afbakening van de wijk. Ze hebben te maken met verschillende ziekenhuizen en VVT instellingen. Er zijn in Rotterdam geen grote eenduidige regioverbanden (100.000 inwoners of meer) te maken, zegt Fillekes. Ze stelt vast dat er de afgelopen jaren veel samenwerkingsstructuren zijn gebouwd en belangrijke contacten zijn bestendigd. De vrees bestaat dat de nieuwe structuur hier geen rekening mee houdt en dat de onderlinge samenwerking door de financiering zelfs bemoeilijkt kan worden. Van belang is dat landelijk wordt aangegeven dat de inrichting van de lokale en regionale organisaties de indeling volgt die voor inwoners van een buurt, wijk, dorp of regio een logisch samenhangend geheel vormt. Ook wat InEen betreft is de schaalgrootte die in het O&I-voorstel wordt genoemd richtinggevend en niet in beton gegoten.

Naast de waarschuwing is men in Rotterdam blij met de kansen die ook ontstaan. Bijvoorbeeld de mogelijkheid om op regioniveau de ICT te versterken. ‘Binnen Zorg op Noord’, aldus Fillekes, ‘is al tien jaar geleden vanuit de behoefte van de eigen organisatie ICT opgezet die ook andere centra in de regio bedient om bepalingen te maken op populatieniveau. Het is echt een kans om dat samen te versterken.’ Ze adviseert collega-organisaties van harte in discussie te gaan met huisartsen en andere zorgverleners, ook om dezelfde taal te blijven spreken. ‘Dat kwam in onze discussie duidelijk naar voren: een verschil in taal. O&I heeft het over betaaltitels en huisartsen hebben het over kwaliteit van zorg. Ook gemeenten, wijkteams, apothekers hebben hun eigen focus. Tussen deze werelden mag geen splitsing ontstaan.’

Vooralsnog gaat de O&I-discussie met name over het versterken van de samenhang, samenwerking en vernieuwing van de eerste lijn waarbij ook wordt gekeken naar resultaten. De (financiële) randvoorwaarden zijn nog niet benoemd. Essentieel is, aldus InEen, dat er voor de versterking van de eerste lijn voldoende budget beschikbaar komt. Dat betekent ook extra investeringen: er kan geen sprake zijn van alleen herverdelen van de bestaande middelen. Er is ruimte nodig om in te kunnen spelen op de maatschappelijke veranderingen.

De volgende stap in het O&I-traject wordt in april gezet als de resultaten van de impactanalyse (fase 3) ter beschikking komen.

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Een beetje lucht voor de drukbezochte huisarts - blog Anoeska Mosterdijk Skipr

08 maart 2017

Voor Skipr schrijft InEen een aantal keer per jaar een blog over een actueel onderwerp, dit keer ging het over de werkdruk op de huisartsenpost

Een beetje lucht voor de drukbezochte huisarts

Hoe zorgen we er nu voor dat acute huisartsenzorg voor iedereen goed bereikbaar blijft? Duidelijk is dat er niet één oplossing is, maar dat gezocht moet worden naar een combinatie van oplossingen, zowel voor overdag als buiten kantooruren.

In ons land kunnen mensen 24 uur per dag een beroep doen op huisartsenzorg. Overdag bij de eigen huisartsenpraktijk, buiten kantooruren bij een van de huisartsenposten (HAP’s). Recent was er in de media aandacht voor de toenemende drukte op de huisartsenpost. Patiënten vinden dat ze te lang moeten wachten, terwijl de dokter de indruk heeft dat hij teveel mensen met weinig spoedeisende klachten in de spreekkamer ziet. Wat is er aan de hand?

Lees hier de volledige blog van Anoeska Mosterdijk op Skipr

[...]

Voor Skipr schrijft InEen een aantal keer per jaar een blog over een actueel onderwerp, dit keer ging het over de werkdruk op de huisartsenpost

Een beetje lucht voor de drukbezochte huisarts

Hoe zorgen we er nu voor dat acute huisartsenzorg voor iedereen goed bereikbaar blijft? Duidelijk is dat er niet één oplossing is, maar dat gezocht moet worden naar een combinatie van oplossingen, zowel voor overdag als buiten kantooruren.

In ons land kunnen mensen 24 uur per dag een beroep doen op huisartsenzorg. Overdag bij de eigen huisartsenpraktijk, buiten kantooruren bij een van de huisartsenposten (HAP’s). Recent was er in de media aandacht voor de toenemende drukte op de huisartsenpost. Patiënten vinden dat ze te lang moeten wachten, terwijl de dokter de indruk heeft dat hij teveel mensen met weinig spoedeisende klachten in de spreekkamer ziet. Wat is er aan de hand?

Lees hier de volledige blog van Anoeska Mosterdijk op Skipr

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Stichting Sociaal Fonds Gezondheidscentra (SSFG)

03 maart 2017


ssfg

 

Ontstaan en positie

SSFG is het sociaal fonds dat verbonden is met de Cao Gezondheidscentra/AHG. SSFG is in 2016 ontstaan als een doorstart van het FOAG (Fonds Overleg Arbeidsvoorwaarden Gezondheidscentra).

In de Cao Gezondheidscentra/AHG is afgesproken dat werkgevers/gezondheidscentra 0,1% van de loonsom afdragen aan SSFG, dat is jaarlijks totaal ongeveer €120.000,=. Verder beschikt SSFG vanuit het verleden over een reserve die verkregen is uit de opheffing van sectorfondsen zorg en welzijn.

Het bestuur van SSFG bestaat uit twee vertegenwoordigers van de werknemers (FBZ en FNV) en twee namens de werkgevers, benoemd door InEen.

De activiteiten

Het bestuur van SSFG beraadt zich op de vraag welke activiteiten voor de sector de komende jaren gewenst zijn. Die liggen op het terrein van loopbaanbeleid, arbeidsmarkt en beroepsopleidingen en kennis en informatie over de Cao. We noemen een aantal bestaande en voorgenomen activiteiten.

Van oudsher geeft SSFG een tegemoetkoming in de stagevergoeding aan coassistenten die stage lopen bij gezondheidscentra (coschap huisartsgeneeskunde). Deze regeling wordt gecontinueerd.

SSFG heeft de actualisering van de functiewaardering voor de gezondheidscentra (FIG) ter hand genomen en zal deze nauw afstemmen met de functiewaardering van de Cao Huisartsenzorg.

SSFG werkt op onderdelen nauw samen met SSFH, het sociaal fonds dat gelieerd is aan de Cao Huisartsenzorg. Voorbeelden zijn het onderzoek naar de functie en werkbeleving van de triagist, het project over de toekomst POH-somatiek, het onderzoek Arbeidsmarkt Zorg en Welzijn (AZW) van VWS en activiteiten op het terrein van arbeidsmarkt, beroepsopleidingen en stages.

SSFG onderzoek de mogelijkheid om ook een vergoeding te geven voor MBO-stagiairs bij gezondheidscentra. Het bestuur onderzoekt verder de mogelijkheid om e-learning te laten ontwikkeling voor het bijhouden van de vakbekwaamheid van medewerkers bij gezondheidscentra. Ook wordt overwogen samen met SSFH te investeren in een instrument ‘skillmix’. Daarmee kan de medewerker en het gezondheidscentrum de capaciteit en deskundigheid die wordt ingezet beter afstemmen op de zorgvraag/populatie.

[...]


ssfg

 

Ontstaan en positie

SSFG is het sociaal fonds dat verbonden is met de Cao Gezondheidscentra/AHG. SSFG is in 2016 ontstaan als een doorstart van het FOAG (Fonds Overleg Arbeidsvoorwaarden Gezondheidscentra).

In de Cao Gezondheidscentra/AHG is afgesproken dat werkgevers/gezondheidscentra 0,1% van de loonsom afdragen aan SSFG, dat is jaarlijks totaal ongeveer €120.000,=. Verder beschikt SSFG vanuit het verleden over een reserve die verkregen is uit de opheffing van sectorfondsen zorg en welzijn.

Het bestuur van SSFG bestaat uit twee vertegenwoordigers van de werknemers (FBZ en FNV) en twee namens de werkgevers, benoemd door InEen.

De activiteiten

Het bestuur van SSFG beraadt zich op de vraag welke activiteiten voor de sector de komende jaren gewenst zijn. Die liggen op het terrein van loopbaanbeleid, arbeidsmarkt en beroepsopleidingen en kennis en informatie over de Cao. We noemen een aantal bestaande en voorgenomen activiteiten.

Van oudsher geeft SSFG een tegemoetkoming in de stagevergoeding aan coassistenten die stage lopen bij gezondheidscentra (coschap huisartsgeneeskunde). Deze regeling wordt gecontinueerd.

SSFG heeft de actualisering van de functiewaardering voor de gezondheidscentra (FIG) ter hand genomen en zal deze nauw afstemmen met de functiewaardering van de Cao Huisartsenzorg.

SSFG werkt op onderdelen nauw samen met SSFH, het sociaal fonds dat gelieerd is aan de Cao Huisartsenzorg. Voorbeelden zijn het onderzoek naar de functie en werkbeleving van de triagist, het project over de toekomst POH-somatiek, het onderzoek Arbeidsmarkt Zorg en Welzijn (AZW) van VWS en activiteiten op het terrein van arbeidsmarkt, beroepsopleidingen en stages.

SSFG onderzoek de mogelijkheid om ook een vergoeding te geven voor MBO-stagiairs bij gezondheidscentra. Het bestuur onderzoekt verder de mogelijkheid om e-learning te laten ontwikkeling voor het bijhouden van de vakbekwaamheid van medewerkers bij gezondheidscentra. Ook wordt overwogen samen met SSFH te investeren in een instrument ‘skillmix’. Daarmee kan de medewerker en het gezondheidscentrum de capaciteit en deskundigheid die wordt ingezet beter afstemmen op de zorgvraag/populatie.

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Weekbericht – 24 februari 2017

24 februari 2017

Overzicht van de belangrijkste berichten uit het weekbericht van 24 februari 2017.

Het integrale weekbericht staat ook op het  Ledenplatform van InEen.

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Compensatie BTW ook over 2010

24 februari 2017

InEen en ZN zijn overeengekomen dat het jaar 2010 is toegevoegd aan het compenseren van BTW aan samenwerkingsverbanden. Vorig jaar is afgesproken met ZN dat samenwerkingsverbanden de verschuldigde BTW over hun coördinerende werkzaamheden (overhead binnen ketenzorg en/of de GEZ-module) onder bepaalde voorwaarden krijgen gecompenseerd. Tot nu toe had de InEen/ZN afspraak betrekking op de jaren 2011-2015.

Uit signalen van onze leden bleek dat een aantal gezondheidscentra en zorggroepen ook een BTW naheffingsaanslag over het jaar 2010 van de Belastingdienst heeft ontvangen. Verzekeraars zijn nu bereid om deze BTW betalingen ook over 2010 en alle vergelijkbare cases (dus ook eventueel over 2009 als dat van toepassing zou zijn) te vergoeden, mits het samenwerkingsverband kan aantonen dat het om een vergelijkbare situatie als in de jaren 2011-2015 gaat en de Belastingdienst gerechtigd is omzetbelasting (na) te heffen over het betreffende jaar.

Wij zijn blij dat ZN met deze lijn heeft ingestemd. De vergoedingsaanvraag voor 2010 kan op eenzelfde wijze worden ingediend als voor de jaren 2011-2015. Tevens roept InEen de zorggroepen, gezondheidscentra en GEZsamenwerkingsverbanden nogmaals op de contactpersoon van hun preferente zorgverzekeraar schriftelijk of per mail te informeren of zij wel of niet een declaratie gaan indienen voor compensatie BTW over de overhead binnen ketenzorg en/of de GEZ-module over de jaren 2011 t/m 2015 en nu ook over het jaar 2010 (en eventueel ook 2009 en daarvoor). De oproep geldt ook voor leden die nog in gesprek zijn met de Belastingdienst, uitstel hebben of anderszins nog geen duidelijkheid hebben over de omvang van de declaratie compensatie BTW, maar mogelijk in de toekomst een dergelijk verzoek willen doen. Eventuele claims worden daarmee zeker gesteld.

Tenslotte kan nog gemeld worden dat er bij ons veel vragen zijn binnengekomen over de verschillende formats die zorgverzekeraars hanteren voor het vergoeden van de BTW. In overleg met ZN wordt momenteel gewerkt aan één landelijke instructie. Hierover worden de leden van InEen zo spoedig mogelijk verder geïnformeerd. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Michaela de Gelder.

[...]

InEen en ZN zijn overeengekomen dat het jaar 2010 is toegevoegd aan het compenseren van BTW aan samenwerkingsverbanden. Vorig jaar is afgesproken met ZN dat samenwerkingsverbanden de verschuldigde BTW over hun coördinerende werkzaamheden (overhead binnen ketenzorg en/of de GEZ-module) onder bepaalde voorwaarden krijgen gecompenseerd. Tot nu toe had de InEen/ZN afspraak betrekking op de jaren 2011-2015.

Uit signalen van onze leden bleek dat een aantal gezondheidscentra en zorggroepen ook een BTW naheffingsaanslag over het jaar 2010 van de Belastingdienst heeft ontvangen. Verzekeraars zijn nu bereid om deze BTW betalingen ook over 2010 en alle vergelijkbare cases (dus ook eventueel over 2009 als dat van toepassing zou zijn) te vergoeden, mits het samenwerkingsverband kan aantonen dat het om een vergelijkbare situatie als in de jaren 2011-2015 gaat en de Belastingdienst gerechtigd is omzetbelasting (na) te heffen over het betreffende jaar.

Wij zijn blij dat ZN met deze lijn heeft ingestemd. De vergoedingsaanvraag voor 2010 kan op eenzelfde wijze worden ingediend als voor de jaren 2011-2015. Tevens roept InEen de zorggroepen, gezondheidscentra en GEZsamenwerkingsverbanden nogmaals op de contactpersoon van hun preferente zorgverzekeraar schriftelijk of per mail te informeren of zij wel of niet een declaratie gaan indienen voor compensatie BTW over de overhead binnen ketenzorg en/of de GEZ-module over de jaren 2011 t/m 2015 en nu ook over het jaar 2010 (en eventueel ook 2009 en daarvoor). De oproep geldt ook voor leden die nog in gesprek zijn met de Belastingdienst, uitstel hebben of anderszins nog geen duidelijkheid hebben over de omvang van de declaratie compensatie BTW, maar mogelijk in de toekomst een dergelijk verzoek willen doen. Eventuele claims worden daarmee zeker gesteld.

Tenslotte kan nog gemeld worden dat er bij ons veel vragen zijn binnengekomen over de verschillende formats die zorgverzekeraars hanteren voor het vergoeden van de BTW. In overleg met ZN wordt momenteel gewerkt aan één landelijke instructie. Hierover worden de leden van InEen zo spoedig mogelijk verder geïnformeerd. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Michaela de Gelder.

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Tabellenboek

24 februari 2017

Het VWS-onderzoeksprogramma ‘Arbeidsmarkt Zorg en WJK’ geeft informatie over de arbeidsmarktsituatie voor de sectoren Zorg en Welzijn. Deze informatie ondersteunt het ontwikkelen van oplossingen voor knelpunten op de arbeidsmarkt. Een deel van de verzamelde informatie staat in het tabellenboek dat inzicht geeft in de regionale situatie en diversiteit. Op azwinfo.nl is meer informatie te vinden, zowel op landelijk als op regionaal niveau. Op deze website staat ook een regionale prognosetool waarmee toekomstprognoses voor de verschillende regio’s kunnen worden opgesteld.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Het VWS-onderzoeksprogramma ‘Arbeidsmarkt Zorg en WJK’ geeft informatie over de arbeidsmarktsituatie voor de sectoren Zorg en Welzijn. Deze informatie ondersteunt het ontwikkelen van oplossingen voor knelpunten op de arbeidsmarkt. Een deel van de verzamelde informatie staat in het tabellenboek dat inzicht geeft in de regionale situatie en diversiteit. Op azwinfo.nl is meer informatie te vinden, zowel op landelijk als op regionaal niveau. Op deze website staat ook een regionale prognosetool waarmee toekomstprognoses voor de verschillende regio’s kunnen worden opgesteld.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Aanmelding pilot 3 goede vragen

24 februari 2017

In maart start een pilot rond het gebruik van de ‘3 goede vragen’ in huisartsenpraktijken en zorggroepen. De pilot duurt ongeveer zes weken. De deelnemende praktijken delen twee keer vragenlijsten uit aan 100 patiënten (voormeting en nameting). Na afloop vindt er een interview van een uur plaats met één huisarts en één praktijkondersteuner. Beiden krijgen hiervoor een vergoeding. Uiteraard ontvangen de praktijken de benodigde informatie voor patiënten die ook na de pilot bruikbaar is. Na een positieve beoordeling van de ‘3 goede vragen’ in de eerste lijn volgt landelijke opschaling van het initiatief. De pilot maakt deel uit van ‘Samen beslissen in de huisartsenzorg’, een samenwerkingsproject van de Patiëntenfederatie, NHG, InEen en V&VN. Neem voor meer informatie of aanmelden contact op met Mariska Smit (InEen) (of tijdens haar vakantie t/m 3 maart met Anouk Knops (Patiëntenfederatie).

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

In maart start een pilot rond het gebruik van de ‘3 goede vragen’ in huisartsenpraktijken en zorggroepen. De pilot duurt ongeveer zes weken. De deelnemende praktijken delen twee keer vragenlijsten uit aan 100 patiënten (voormeting en nameting). Na afloop vindt er een interview van een uur plaats met één huisarts en één praktijkondersteuner. Beiden krijgen hiervoor een vergoeding. Uiteraard ontvangen de praktijken de benodigde informatie voor patiënten die ook na de pilot bruikbaar is. Na een positieve beoordeling van de ‘3 goede vragen’ in de eerste lijn volgt landelijke opschaling van het initiatief. De pilot maakt deel uit van ‘Samen beslissen in de huisartsenzorg’, een samenwerkingsproject van de Patiëntenfederatie, NHG, InEen en V&VN. Neem voor meer informatie of aanmelden contact op met Mariska Smit (InEen) (of tijdens haar vakantie t/m 3 maart met Anouk Knops (Patiëntenfederatie).

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Vervolgonderzoek quickscan Acute zorg voor kwetsbare ouderen

24 februari 2017

De NZa publiceerde op 21 december 2016 de quickscan Acute zorg voor kwetsbare ouderen. In vervolg hierop heeft VWS de NZa gevraagd in kaart te brengen of, en zo ja wat, er sindsdien is gebeurd op dit terrein en hoe de aandachtspunten in het rapport zijn opgevolgd. Voor dit vervolgonderzoek heeft de NZa vragen opgesteld. De NZa verzoekt de huisartsenposten een reactie op de vragen te geven en deze uiterlijk 6 maart naar de NZa te mailen. Met vragen kan contact worden opgenomen met Julia Draaisma (NZa).

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

De NZa publiceerde op 21 december 2016 de quickscan Acute zorg voor kwetsbare ouderen. In vervolg hierop heeft VWS de NZa gevraagd in kaart te brengen of, en zo ja wat, er sindsdien is gebeurd op dit terrein en hoe de aandachtspunten in het rapport zijn opgevolgd. Voor dit vervolgonderzoek heeft de NZa vragen opgesteld. De NZa verzoekt de huisartsenposten een reactie op de vragen te geven en deze uiterlijk 6 maart naar de NZa te mailen. Met vragen kan contact worden opgenomen met Julia Draaisma (NZa).

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Alle werknemers publieke sector onder maximumsalaris

24 februari 2017

De Wet Normering Topinkomens wordt uitgebreid. Minister Plasterk stelt voor dat niet alleen het salaris van de bestuurders, maar ook dat van de andere werknemers in de (semi)publieke sector niet hoger mag zijn dan een ministersalaris. Het wetsvoorstel tot ‘uitbreiding van personele reikwijdte van de Wet Normering Topinkomens (WNT-3)’ ligt nu bij de Raad van State. De WNT is van toepassing op organisaties die een publieke taak uitvoeren, betaald met belasting- of premiegeld. Daaronder vallen ook organisaties en instellingen in de (eerstelijns)zorg. Voor zorginstellingen geldt in de WNT een specifieke staffel, de Regeling bezoldigingsmaxima topfunctionarissen zorg en jeugdhulp. Meer informatie over de WNT op topinkomens.nl.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

De Wet Normering Topinkomens wordt uitgebreid. Minister Plasterk stelt voor dat niet alleen het salaris van de bestuurders, maar ook dat van de andere werknemers in de (semi)publieke sector niet hoger mag zijn dan een ministersalaris. Het wetsvoorstel tot ‘uitbreiding van personele reikwijdte van de Wet Normering Topinkomens (WNT-3)’ ligt nu bij de Raad van State. De WNT is van toepassing op organisaties die een publieke taak uitvoeren, betaald met belasting- of premiegeld. Daaronder vallen ook organisaties en instellingen in de (eerstelijns)zorg. Voor zorginstellingen geldt in de WNT een specifieke staffel, de Regeling bezoldigingsmaxima topfunctionarissen zorg en jeugdhulp. Meer informatie over de WNT op topinkomens.nl.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Weekbericht – 17 februari 2017

17 februari 2017

Overzicht van de belangrijkste berichten uit het weekbericht van 17 februari 2017.

Het integrale weekbericht staat ook op het  Ledenplatform van InEen.

[...]

Overzicht van de belangrijkste berichten uit het weekbericht van 17 februari 2017.

Het integrale weekbericht staat ook op het  Ledenplatform van InEen.

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Verzoek om informatie voor de NZa marktscan acute zorg

17 februari 2017

De NZa voert momenteel een marktscan acute zorg uit om meer inzicht te krijgen in de hoge werkdruk waar veel acute zorgaanbieders (ambulancediensten, huisartsenposten en SEH’s) mee kampen. De scan werd begin oktober vorig jaar in een brief aan de Tweede Kamer aangekondigd en moet leiden tot een actuele kwantitatieve analyse van de acute zorgketen. Ter voorbereiding sprak InEen, samen met enkele bestuurders van huisartsenposten, eind vorig jaar al met de NZa-onderzoekers en ook vond een eerste bijeenkomst plaats van de klankbordgroep waarin ook InEen zitting heeft. Om de analyse nu daadwerkelijk te kunnen uitvoeren heeft de NZa gegevens van zoveel mogelijk acute zorgaanbieders nodig. Vorige week stuurde NZa daarom een brief aan alle huisartsenposten met het verzoek informatie ter beschikking te stellen. Als InEen ondersteunen wij de uitvoering van de marktscan door de NZa. U bent in principe verplicht medewerking te verlenen aan dit onderzoek. Mochten er problemen zijn met de aanlevering van de gevraagde gegevens, meld dat dan zo spoedig mogelijk aan de NZa. Bij de aanlevering van gegevens kan gebruik worden gemaakt van een aanleverformulier. De resultaten van de marktscan worden voor de zomer verwacht.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

De NZa voert momenteel een marktscan acute zorg uit om meer inzicht te krijgen in de hoge werkdruk waar veel acute zorgaanbieders (ambulancediensten, huisartsenposten en SEH’s) mee kampen. De scan werd begin oktober vorig jaar in een brief aan de Tweede Kamer aangekondigd en moet leiden tot een actuele kwantitatieve analyse van de acute zorgketen. Ter voorbereiding sprak InEen, samen met enkele bestuurders van huisartsenposten, eind vorig jaar al met de NZa-onderzoekers en ook vond een eerste bijeenkomst plaats van de klankbordgroep waarin ook InEen zitting heeft. Om de analyse nu daadwerkelijk te kunnen uitvoeren heeft de NZa gegevens van zoveel mogelijk acute zorgaanbieders nodig. Vorige week stuurde NZa daarom een brief aan alle huisartsenposten met het verzoek informatie ter beschikking te stellen. Als InEen ondersteunen wij de uitvoering van de marktscan door de NZa. U bent in principe verplicht medewerking te verlenen aan dit onderzoek. Mochten er problemen zijn met de aanlevering van de gevraagde gegevens, meld dat dan zo spoedig mogelijk aan de NZa. Bij de aanlevering van gegevens kan gebruik worden gemaakt van een aanleverformulier. De resultaten van de marktscan worden voor de zomer verwacht.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Terugblik extra deelledenvergadering huisartsenposten

17 februari 2017

Afgelopen dinsdag 14 februari stond tijdens de DLV huisartsenposten de analyse van het SSFH rapport werkbeleving en functie triagist centraal. Erik Schouten (Leeuwendaal) werkte als onderzoeker aan het rapport en gaf een toelichting op de resultaten. Aan de hand van een voorlopige analyse door InEen, waarin ook de eventuele gevolgen voor de Cao Huisartsenzorg aan de orde kwamen, gaf de DLV input voor het vervolg. Het rapport werd door de DLV goed ontvangen, men was blij met de positieve beoordeling door triagisten van het werk en de werkverhoudingen op de huisartsenpost. Veel aandacht ging uit naar manieren om de werkdruk van triagisten te verminderen en hen de professionele erkenning te geven die zij verdienen.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Afgelopen dinsdag 14 februari stond tijdens de DLV huisartsenposten de analyse van het SSFH rapport werkbeleving en functie triagist centraal. Erik Schouten (Leeuwendaal) werkte als onderzoeker aan het rapport en gaf een toelichting op de resultaten. Aan de hand van een voorlopige analyse door InEen, waarin ook de eventuele gevolgen voor de Cao Huisartsenzorg aan de orde kwamen, gaf de DLV input voor het vervolg. Het rapport werd door de DLV goed ontvangen, men was blij met de positieve beoordeling door triagisten van het werk en de werkverhoudingen op de huisartsenpost. Veel aandacht ging uit naar manieren om de werkdruk van triagisten te verminderen en hen de professionele erkenning te geven die zij verdienen.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Patiënten en huisartsen samen op bres voor spoedzorg

10 februari 2017

Patiënten maken zich zorgen om de drukte en de wachttijden in de spoedzorg. Dat blijkt vandaag uit een peiling van de Patiëntenfederatie over de spoedzorg. De waardering van patiënten voor de spoedzorg blijft desondanks vrij hoog. Signalen over de werkdruk op de huisartsenpost kwamen recent ook uit een enquête van de Landelijke Huisartsen Vereniging. Driekwart van alle huisartsen geeft aan de werkdruk tijdens diensten als een probleem te ervaren. Uit onderzoek naar de werkbeleving van triagisten blijkt dat ook zij te kampen hebben met werkdruk.

De drukte op de huisartsenpost staat niet op zich. Ook overdag wordt het steeds drukker, nu er meer en complexere zorg op de huisarts en zijn team afkomt. Denk aan zorg voor langer thuiswonende ouderen, jeugd en GGZ. Een deel van die patiënten doet ook een beroep op de zorg in de avond-, nacht- en weekenduren. Daarnaast is er een maatschappelijke trend dat mensen zich vaker voor minder spoedeisende zaken tot de huisartsenpost wenden.

Eigen huisarts waar het kan, spoedzorg waar het moet
Huisartsenorganisaties LHV en InEen werken op dit moment hard aan oplossingen voor de werkdruk op de huisartsenpost in belang van zowel de patiënt als de zorgverleners. Dat vergt een combinatie van maatregelen, zowel voor overdag als buiten kantooruren.
Het is allereerst belangrijk dat patiënten overdag terecht kunnen bij hun eigen huisarts, zodat mensen niet onnodig uitwijken naar de huisartsenpost. De eigen huisarts kent de situatie en omstandigheden van de patiënten immers het beste. Essentieel daarvoor is dat de huisarts en zijn team meer tijd krijgen voor de patiënt. Dat kan door te kiezen voor minder patiënten per huisarts, te investeren in een goed ondersteunend team of de zorg op onderdelen anders te organiseren. Door meer ruimte te creëren overdag zorgen we dat patiënten overdag optimaal terecht kunnen bij hun eigen huisarts. Echte spoedvragen kunnen dan op de huisartsenpost sneller worden geholpen.

Wat verder goed geregeld moet zijn is de samenwerking tussen de huisartsenpost en andere partners in de spoedzorg. Denk aan de SEH, maar ook de crisisdienst van de GGZ en de acute thuiszorg. Ouderen wonen langer thuis en GGZ-patiënten worden vaker ambulant behandeld. In acute zorgsituaties gaat de zorgvraag vaak verder dan hetgeen de huisartsen op de huisartsenpost kunnen bieden, daarom is goede samenwerking met ketenpartners essentieel.

[...]

Patiënten maken zich zorgen om de drukte en de wachttijden in de spoedzorg. Dat blijkt vandaag uit een peiling van de Patiëntenfederatie over de spoedzorg. De waardering van patiënten voor de spoedzorg blijft desondanks vrij hoog. Signalen over de werkdruk op de huisartsenpost kwamen recent ook uit een enquête van de Landelijke Huisartsen Vereniging. Driekwart van alle huisartsen geeft aan de werkdruk tijdens diensten als een probleem te ervaren. Uit onderzoek naar de werkbeleving van triagisten blijkt dat ook zij te kampen hebben met werkdruk.

De drukte op de huisartsenpost staat niet op zich. Ook overdag wordt het steeds drukker, nu er meer en complexere zorg op de huisarts en zijn team afkomt. Denk aan zorg voor langer thuiswonende ouderen, jeugd en GGZ. Een deel van die patiënten doet ook een beroep op de zorg in de avond-, nacht- en weekenduren. Daarnaast is er een maatschappelijke trend dat mensen zich vaker voor minder spoedeisende zaken tot de huisartsenpost wenden.

Eigen huisarts waar het kan, spoedzorg waar het moet
Huisartsenorganisaties LHV en InEen werken op dit moment hard aan oplossingen voor de werkdruk op de huisartsenpost in belang van zowel de patiënt als de zorgverleners. Dat vergt een combinatie van maatregelen, zowel voor overdag als buiten kantooruren.
Het is allereerst belangrijk dat patiënten overdag terecht kunnen bij hun eigen huisarts, zodat mensen niet onnodig uitwijken naar de huisartsenpost. De eigen huisarts kent de situatie en omstandigheden van de patiënten immers het beste. Essentieel daarvoor is dat de huisarts en zijn team meer tijd krijgen voor de patiënt. Dat kan door te kiezen voor minder patiënten per huisarts, te investeren in een goed ondersteunend team of de zorg op onderdelen anders te organiseren. Door meer ruimte te creëren overdag zorgen we dat patiënten overdag optimaal terecht kunnen bij hun eigen huisarts. Echte spoedvragen kunnen dan op de huisartsenpost sneller worden geholpen.

Wat verder goed geregeld moet zijn is de samenwerking tussen de huisartsenpost en andere partners in de spoedzorg. Denk aan de SEH, maar ook de crisisdienst van de GGZ en de acute thuiszorg. Ouderen wonen langer thuis en GGZ-patiënten worden vaker ambulant behandeld. In acute zorgsituaties gaat de zorgvraag vaak verder dan hetgeen de huisartsen op de huisartsenpost kunnen bieden, daarom is goede samenwerking met ketenpartners essentieel.

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Nieuwe versie modelbewerkersovereenkomst NVZ

10 februari 2017

De NVZ heeft een nieuwe versie van zijn modelbewerkersovereenkomst gepubliceerd. De KNMG beveelt deze overeenkomst aan als standaard modelbewerkersovereenkomst. De nieuwe versie is aangepast aan de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) die in mei 2018 van kracht wordt en daarmee de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) vervangt. De Wbp vereist dat een aantal afspraken tussen de uitbestedende partij en de bewerker van gegevens schriftelijk wordt vastgelegd. De bewerkersovereenkomst is daarvoor een geschikt instrument. De modelovereenkomst van de NVZ voldoet aan de eisen die de Autoriteit Persoonsgegevens daaraan stelt. Het is de bedoeling dat een ieder de overeenkomst aan zijn eigen omstandigheden aanpast. Meer informatie in het InEen-dossier Handreiking meldplicht datalekken. Neem met vragen contact op met Emiel Kerpershoek (InEen).

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

De NVZ heeft een nieuwe versie van zijn modelbewerkersovereenkomst gepubliceerd. De KNMG beveelt deze overeenkomst aan als standaard modelbewerkersovereenkomst. De nieuwe versie is aangepast aan de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) die in mei 2018 van kracht wordt en daarmee de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) vervangt. De Wbp vereist dat een aantal afspraken tussen de uitbestedende partij en de bewerker van gegevens schriftelijk wordt vastgelegd. De bewerkersovereenkomst is daarvoor een geschikt instrument. De modelovereenkomst van de NVZ voldoet aan de eisen die de Autoriteit Persoonsgegevens daaraan stelt. Het is de bedoeling dat een ieder de overeenkomst aan zijn eigen omstandigheden aanpast. Meer informatie in het InEen-dossier Handreiking meldplicht datalekken. Neem met vragen contact op met Emiel Kerpershoek (InEen).

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Aanmelden voor Nationale Diabetes Challenge gestart

10 februari 2017

Sinds afgelopen woensdag kunnen zorgprofessionals hun lokale wandelchallenge aanmelden voor de Nationale Diabetes Challenge 2017. Vorige week vonden de laatste informatiebijeenkomsten plaats en de belangstelling was groot. Inmiddels lieten al 30 zorgprofessionals weten dat ze komende zomer met een groep gaan meelopen, veel van hen voor de eerste keer. De Challenge is bestemd voor mensen met diabetes én voor alle anderen die het nodig hebben om in beweging te komen. InEen wil deelname aan de NDC graag aanbevelen. Uit onderzoek na de Challenge van vorig jaar (ruim 3000 deelnemers op 125 locaties) blijkt dat de gezondheidswinst zowel fysiek als mentaal groot is. Dit jaar hoopt de Bas van de Goor Foundation (organisator) op 5000 deelnemers. Alle informatie is te vinden op de website van de NDC, Facebook en Twitter.

Dit bericht is overgenomen uit het berichtgeving aan leden.

[...]

Sinds afgelopen woensdag kunnen zorgprofessionals hun lokale wandelchallenge aanmelden voor de Nationale Diabetes Challenge 2017. Vorige week vonden de laatste informatiebijeenkomsten plaats en de belangstelling was groot. Inmiddels lieten al 30 zorgprofessionals weten dat ze komende zomer met een groep gaan meelopen, veel van hen voor de eerste keer. De Challenge is bestemd voor mensen met diabetes én voor alle anderen die het nodig hebben om in beweging te komen. InEen wil deelname aan de NDC graag aanbevelen. Uit onderzoek na de Challenge van vorig jaar (ruim 3000 deelnemers op 125 locaties) blijkt dat de gezondheidswinst zowel fysiek als mentaal groot is. Dit jaar hoopt de Bas van de Goor Foundation (organisator) op 5000 deelnemers. Alle informatie is te vinden op de website van de NDC, Facebook en Twitter.

Dit bericht is overgenomen uit het berichtgeving aan leden.

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Weekbericht – 10 februari 2017

10 februari 2017

Overzicht van de belangrijkste berichten uit het weekbericht van 10 februari 2017.

Het integrale weekbericht staat ook op het  Ledenplatform van InEen.

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Crowdfundingsactie onderzoek effectiviteit ketenzorg

03 februari 2017

Een aantal leden van InEen heeft initiatief genomen tot het opzetten van een onderzoek waarin de gepubliceerde resultaten van ketenzorgprogramma’s op een rij worden gezet. Hiermee krijgen eerstelijns organisaties zelf beter zicht op de huidige stand van zaken en kunnen we met nog meer onderbouwing het gesprek voeren over de effectiviteit van integrale zorgverlening. Vanuit InEen ondersteunen we dit initiatief en maken we de verbinding met recente inzichten over onderzoek naar de effectiviteit van zorgprogramma’s. Voor de financiering van het onderzoek starten we een crowdfundingsactie. Een tiental zorggroepen heeft hieraan al hun bijdrage en medewerking toegezegd en ook InEen zoekt naar ruimte in de begroting. Om het onderzoek daadwerkelijk te kunnen starten, zijn we nog op zoek naar organisaties die ook bereid zijn een financiële bijdrage te leveren en eventueel informatie en gegevens kunnen aanleveren voor het onderzoek. In de beschrijving van de onderzoeksopzet staat meer over het initiatief. Wie zich aangesproken voelt door het gezamenlijke initiatief kan zijn of haar belangstelling kenbaar maken via info@ineen.nl of voor meer informatie contact opnemen met Frederik Vogelzang (InEen). Tot slot: afgelopen week verscheen een lezenswaardige internationale publicatie over de toepassing van accountable care principes bij chronische aandoeningen, met een interessante beschrijving van Zorg in ontwikkeling (ZIO) uit Maastricht.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Een aantal leden van InEen heeft initiatief genomen tot het opzetten van een onderzoek waarin de gepubliceerde resultaten van ketenzorgprogramma’s op een rij worden gezet. Hiermee krijgen eerstelijns organisaties zelf beter zicht op de huidige stand van zaken en kunnen we met nog meer onderbouwing het gesprek voeren over de effectiviteit van integrale zorgverlening. Vanuit InEen ondersteunen we dit initiatief en maken we de verbinding met recente inzichten over onderzoek naar de effectiviteit van zorgprogramma’s. Voor de financiering van het onderzoek starten we een crowdfundingsactie. Een tiental zorggroepen heeft hieraan al hun bijdrage en medewerking toegezegd en ook InEen zoekt naar ruimte in de begroting. Om het onderzoek daadwerkelijk te kunnen starten, zijn we nog op zoek naar organisaties die ook bereid zijn een financiële bijdrage te leveren en eventueel informatie en gegevens kunnen aanleveren voor het onderzoek. In de beschrijving van de onderzoeksopzet staat meer over het initiatief. Wie zich aangesproken voelt door het gezamenlijke initiatief kan zijn of haar belangstelling kenbaar maken via info@ineen.nl of voor meer informatie contact opnemen met Frederik Vogelzang (InEen). Tot slot: afgelopen week verscheen een lezenswaardige internationale publicatie over de toepassing van accountable care principes bij chronische aandoeningen, met een interessante beschrijving van Zorg in ontwikkeling (ZIO) uit Maastricht.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Weekbericht – 3 februari 2017

03 februari 2017

Overzicht van de belangrijkste berichten uit het weekbericht van 3 februari 2017.

Het integrale weekbericht staat ook op het  Ledenplatform van InEen.

[...]

Overzicht van de belangrijkste berichten uit het weekbericht van 3 februari 2017.

Het integrale weekbericht staat ook op het  Ledenplatform van InEen.

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Zorgvisie MKB Nederland

03 februari 2017

VNO-MCW/MKB Nederland heeft afgelopen donderdag zijn visie op de gezondheidszorg aangeboden aan minister Schippers. Als lid van MKB-commissie gezondheidszorg heeft InEen op de achtergrond meegedacht over de inhoud. Belangrijke bron voor de visie is het onderzoek dat SiRM heeft uitgevoerd naar ontschotting in de zorg. SiRM kwam daarin tot de conclusie dat het afbreken van schotten en het verschuiven van de zorg van ziekenhuizen en ggz-instellingen naar huisartsen, eerstelijnsvoorzieningen en de patiënt zelf een besparing van minstens 1,5 miljard euro op kan leveren. InEen gebruikt het onderzoek ook in contacten met de Kamercommissie VWS. Lees het persbericht en rapport.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

VNO-MCW/MKB Nederland heeft afgelopen donderdag zijn visie op de gezondheidszorg aangeboden aan minister Schippers. Als lid van MKB-commissie gezondheidszorg heeft InEen op de achtergrond meegedacht over de inhoud. Belangrijke bron voor de visie is het onderzoek dat SiRM heeft uitgevoerd naar ontschotting in de zorg. SiRM kwam daarin tot de conclusie dat het afbreken van schotten en het verschuiven van de zorg van ziekenhuizen en ggz-instellingen naar huisartsen, eerstelijnsvoorzieningen en de patiënt zelf een besparing van minstens 1,5 miljard euro op kan leveren. InEen gebruikt het onderzoek ook in contacten met de Kamercommissie VWS. Lees het persbericht en rapport.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Nivel onderzoek zorgconsumpties 2013-2015 hap’s

30 januari 2017

Sinds afgelopen zomer is het gevoel van toegenomen werkdruk op de huisartsenposten een steeds belangrijker gespreksonderwerp geworden. De indruk dat de verplaatsing van complexe zorg naar de thuissituatie voor meer werkdruk in de eerste lijn zorgt werd ook steeds sterker. InEen vroeg daarom het NIVEL om onderzoek te doen naar de zorgconsumptie op de huisartsenposten.

Zorg blijft gelijk, maar urgentie neemt toe
Een belangrijke conclusie van het NIVEL is dat in de periode 2013-2015 het aantal bezoeken aan de huisartsenposten gemiddeld genomen vrijwel gelijk bleef, maar het aantal contacten met een hoge urgentie duidelijk toenam. Een toename van hoog-urgente contacten betekent dat huisartsen vaker sneller zorg moeten leveren. Een ontwikkeling die de werkdruk kan verhogen.
Daarnaast liet het onderzoek zien dat er grote verschillen zijn tussen de verschillende HDS’en, zowel in aantal bezoeken aan de huisartsenpost als in de toename en afname van hoge en lage urgenties

Zorg voor kwetsbare groepen
InEen vroeg naast het algemene beeld specifiek de veranderingen in het zorggebruik op de huisartsenposten te bekijken voor ouderen en psychische/psychosociale zorgvragen. Voor de 19 onderzochte HDS’en is voor de periode 2013-2015 te zeggen dat die zorgvraag nagenoeg constant blijft tot heel licht stijgt. Oftewel geen duidelijke groei in deze zorgvraag. De verklaring hiervoor kan zijn dat de veranderingen in de langdurige zorg in 2015 zijn ingevoerd en dat jaar er ook nog verschillende overgangsregelingen van toepassingen waren. Dit onderzoek is dan ook vooral als nulmeting te beschouwen en het is zaak 2016 weer te meten, nu de gevolgen van de herzieningen in het stelsel steeds duidelijker merkbaar worden.

[...]

Sinds afgelopen zomer is het gevoel van toegenomen werkdruk op de huisartsenposten een steeds belangrijker gespreksonderwerp geworden. De indruk dat de verplaatsing van complexe zorg naar de thuissituatie voor meer werkdruk in de eerste lijn zorgt werd ook steeds sterker. InEen vroeg daarom het NIVEL om onderzoek te doen naar de zorgconsumptie op de huisartsenposten.

Zorg blijft gelijk, maar urgentie neemt toe
Een belangrijke conclusie van het NIVEL is dat in de periode 2013-2015 het aantal bezoeken aan de huisartsenposten gemiddeld genomen vrijwel gelijk bleef, maar het aantal contacten met een hoge urgentie duidelijk toenam. Een toename van hoog-urgente contacten betekent dat huisartsen vaker sneller zorg moeten leveren. Een ontwikkeling die de werkdruk kan verhogen.
Daarnaast liet het onderzoek zien dat er grote verschillen zijn tussen de verschillende HDS’en, zowel in aantal bezoeken aan de huisartsenpost als in de toename en afname van hoge en lage urgenties

Zorg voor kwetsbare groepen
InEen vroeg naast het algemene beeld specifiek de veranderingen in het zorggebruik op de huisartsenposten te bekijken voor ouderen en psychische/psychosociale zorgvragen. Voor de 19 onderzochte HDS’en is voor de periode 2013-2015 te zeggen dat die zorgvraag nagenoeg constant blijft tot heel licht stijgt. Oftewel geen duidelijke groei in deze zorgvraag. De verklaring hiervoor kan zijn dat de veranderingen in de langdurige zorg in 2015 zijn ingevoerd en dat jaar er ook nog verschillende overgangsregelingen van toepassingen waren. Dit onderzoek is dan ook vooral als nulmeting te beschouwen en het is zaak 2016 weer te meten, nu de gevolgen van de herzieningen in het stelsel steeds duidelijker merkbaar worden.

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Weekbericht – 27 januari 2017

27 januari 2017

Overzicht van de belangrijkste berichten uit het weekbericht van 27 januari 2017.

Het integrale weekbericht staat ook op het  Ledenplatform van InEen.

[...]

Overzicht van de belangrijkste berichten uit het weekbericht van 27 januari 2017.

Het integrale weekbericht staat ook op het  Ledenplatform van InEen.

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Stand van zaken O&I

27 januari 2017

Onder leiding van Edwin Velzel is inmiddels fase 3 van het project Organisatie & Infrastructuur (de impactanalyse) in volle gang. Dertig koppels van verzekeraars en zorgaanbieders zijn geselecteerd en zijn nu met elkaar in gesprek. Lees meer over de stand van zaken in het project. Neem met vragen contact op met Margot Lenos (InEen).

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Onder leiding van Edwin Velzel is inmiddels fase 3 van het project Organisatie & Infrastructuur (de impactanalyse) in volle gang. Dertig koppels van verzekeraars en zorgaanbieders zijn geselecteerd en zijn nu met elkaar in gesprek. Lees meer over de stand van zaken in het project. Neem met vragen contact op met Margot Lenos (InEen).

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Generieke module Psychische klachten huisartsenpraktijk beschikbaar

27 januari 2017

De Generieke module psychische klachten huisartsenpraktijk is beschikbaar. De module is ontwikkeld in opdracht van het Netwerk Kwaliteitsontwikkeling GGZ en biedt handvatten waarmee de huisarts en de POH-GGZ samen met volwassen patiënten tot passende zorg kunnen komen. Bij de samenstelling is samengewerkt met zowel professionals als cliëntvertegenwoordigers. Enkele leden van InEen hebben in de commentaarfase meegelezen. Op Thuisarts.nl is inmiddels de patiëntinformatie over psychische klachten aangepast en aangevuld. In de afgelopen periode zijn nog meer generieke modules beschikbaar gekomen: Zelfmanagement, Samenwerking en ondersteuning naasten van mensen met psychische problematiek en Landelijke GGZ samenwerkingsafspraken. Het Netwerk Kwaliteitsontwikkeling GGZ streeft ernaar in 2017 alle zorgstandaarden en generieke modules waaraan wordt gewerkt op te leveren. Volg dit via de nieuwsbrief van het netwerk.

[...]

De Generieke module psychische klachten huisartsenpraktijk is beschikbaar. De module is ontwikkeld in opdracht van het Netwerk Kwaliteitsontwikkeling GGZ en biedt handvatten waarmee de huisarts en de POH-GGZ samen met volwassen patiënten tot passende zorg kunnen komen. Bij de samenstelling is samengewerkt met zowel professionals als cliëntvertegenwoordigers. Enkele leden van InEen hebben in de commentaarfase meegelezen. Op Thuisarts.nl is inmiddels de patiëntinformatie over psychische klachten aangepast en aangevuld. In de afgelopen periode zijn nog meer generieke modules beschikbaar gekomen: Zelfmanagement, Samenwerking en ondersteuning naasten van mensen met psychische problematiek en Landelijke GGZ samenwerkingsafspraken. Het Netwerk Kwaliteitsontwikkeling GGZ streeft ernaar in 2017 alle zorgstandaarden en generieke modules waaraan wordt gewerkt op te leveren. Volg dit via de nieuwsbrief van het netwerk.

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Extra DLV huisartsenposten over SSFH rapport

27 januari 2017

Op 14 februari vindt een extra DLV huisartsenposten plaats over de onderzoeksresultaten van het SSFH rapport werkbeleving en functie triagist. De bijeenkomst heeft tot doel de verschillende aangrijpingspunten voor verbetering in het rapport te bespreken. Denk aan aangrijpingspunten op landelijk niveau (bijvoorbeeld werkdruk, beroepsgroep imago), op managementniveau (bijvoorbeeld regelruimte voor triagisten, communicatie naar werkvloer) en voor de cao (bijvoorbeeld een nieuwe beloningsstructuur voor triagisten). Graag horen we hoe hierover op de huisartsenposten wordt gedacht. Een van de onderzoekers van Leeuwendaal is aanwezig om het onderzoek toe te lichten. Ook zal een eerste analyse door InEen beschikbaar zijn.

Meer informatie en aanmelden

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden. 

[...]

Op 14 februari vindt een extra DLV huisartsenposten plaats over de onderzoeksresultaten van het SSFH rapport werkbeleving en functie triagist. De bijeenkomst heeft tot doel de verschillende aangrijpingspunten voor verbetering in het rapport te bespreken. Denk aan aangrijpingspunten op landelijk niveau (bijvoorbeeld werkdruk, beroepsgroep imago), op managementniveau (bijvoorbeeld regelruimte voor triagisten, communicatie naar werkvloer) en voor de cao (bijvoorbeeld een nieuwe beloningsstructuur voor triagisten). Graag horen we hoe hierover op de huisartsenposten wordt gedacht. Een van de onderzoekers van Leeuwendaal is aanwezig om het onderzoek toe te lichten. Ook zal een eerste analyse door InEen beschikbaar zijn.

Meer informatie en aanmelden

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden. 

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Wet normering topinkomens verder verbeterd

20 januari 2017

Deze week werd de Evaluatiewet WNT ter behandeling aangeboden aan de Tweede Kamer. De bedoeling is dat de wet doelmatiger wordt en de uitvoering vereenvoudigd. Onder andere wordt voorgesteld om de verantwoordingsplichten die voortvloeien uit de wet te beperken tot wat nodig is om toe te zien op naleving van de wet. Kleine semipublieke instellingen waar de salarissen ver onder het ministersalaris liggen moeten, aldus het wetsvoorstel, volledig vrijgesteld worden van de administratieve verplichtingen die gepaard gaan met de WNT. Meer informatie.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Deze week werd de Evaluatiewet WNT ter behandeling aangeboden aan de Tweede Kamer. De bedoeling is dat de wet doelmatiger wordt en de uitvoering vereenvoudigd. Onder andere wordt voorgesteld om de verantwoordingsplichten die voortvloeien uit de wet te beperken tot wat nodig is om toe te zien op naleving van de wet. Kleine semipublieke instellingen waar de salarissen ver onder het ministersalaris liggen moeten, aldus het wetsvoorstel, volledig vrijgesteld worden van de administratieve verplichtingen die gepaard gaan met de WNT. Meer informatie.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Stimuleringsregeling opleiding VS en PA huisartsenzorg verlengd

20 januari 2017

Taakherschikking is een aantrekkelijke manier om ook in de eerste lijn de zorg zo doelmatig mogelijk in te zetten. Daarom heeft de landelijke Stuurgroep Taakherschikking Eerstelijn, waaraan ook InEen deelneemt, de succesvolle stimuleringsregeling ‘Versterking opleiding verpleegkundig specialisten (VS) en physician assistants (PA) huisartsenzorg’ verlengd. De stimuleringsregeling is een aanvulling op de subsidieregeling van het opleidingsinstituut en biedt huisartsen en huisartsenorganisaties een tegemoetkoming voor het opleiden van studenten VS of PA in de huisartsenzorg (leerwerkplek). Voorwaarde is dat de opleiding start in september 2017. Ook moet de huisarts of huisartsorganisatie van plan zijn de VS of PA structureel in te zetten. Aanmelden voor het studiecohort 2017 is mogelijk tot 15 april. Meer informatie en aanvraagformulier.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Taakherschikking is een aantrekkelijke manier om ook in de eerste lijn de zorg zo doelmatig mogelijk in te zetten. Daarom heeft de landelijke Stuurgroep Taakherschikking Eerstelijn, waaraan ook InEen deelneemt, de succesvolle stimuleringsregeling ‘Versterking opleiding verpleegkundig specialisten (VS) en physician assistants (PA) huisartsenzorg’ verlengd. De stimuleringsregeling is een aanvulling op de subsidieregeling van het opleidingsinstituut en biedt huisartsen en huisartsenorganisaties een tegemoetkoming voor het opleiden van studenten VS of PA in de huisartsenzorg (leerwerkplek). Voorwaarde is dat de opleiding start in september 2017. Ook moet de huisarts of huisartsorganisatie van plan zijn de VS of PA structureel in te zetten. Aanmelden voor het studiecohort 2017 is mogelijk tot 15 april. Meer informatie en aanvraagformulier.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Groepsgesprek 3 goede vragen: nog een paar plaatsen

20 januari 2017

Bij het groepsgesprek voor beleidsmedewerkers en managers bij zorggroepen over de 3 goede vragen zijn nog enkele plaatsen beschikbaar. Deze vragen zijn eerder ontwikkeld voor de ziekenhuiszorg en bevorderen de bewustwording bij patiënten en zorgverleners over gezamenlijke besluitvorming. Het groepsgesprek zoomt in op de vraag wat de inhoudelijke en organisatorische randvoorwaarden zijn voor het implementeren van de 3 goede vragen en andere methodes voor gezamenlijke besluitvorming. Voor deelname aan het groepsgesprek is ervaring met gezamenlijke besluitvorming of de 3 goede vragen geen voorwaarde. De resultaten van het groepsgesprek zijn input voor de pilot die het komende half jaar van start gaat rond de implementatie van de 3 goede vragen. Groepsgesprek en pilot maken deel uit van het project ‘Samen beslissen in de huisartsenzorg’ van de Patiëntenfederatie, NHG, V&VN en InEen. Het groepsgesprek vindt plaats op 9 februari in Utrecht (14.00-16.00 uur). Er is vacatiegeld beschikbaar. Aanmelden en meer informatie bij Mariska Smit (InEen).

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Bij het groepsgesprek voor beleidsmedewerkers en managers bij zorggroepen over de 3 goede vragen zijn nog enkele plaatsen beschikbaar. Deze vragen zijn eerder ontwikkeld voor de ziekenhuiszorg en bevorderen de bewustwording bij patiënten en zorgverleners over gezamenlijke besluitvorming. Het groepsgesprek zoomt in op de vraag wat de inhoudelijke en organisatorische randvoorwaarden zijn voor het implementeren van de 3 goede vragen en andere methodes voor gezamenlijke besluitvorming. Voor deelname aan het groepsgesprek is ervaring met gezamenlijke besluitvorming of de 3 goede vragen geen voorwaarde. De resultaten van het groepsgesprek zijn input voor de pilot die het komende half jaar van start gaat rond de implementatie van de 3 goede vragen. Groepsgesprek en pilot maken deel uit van het project ‘Samen beslissen in de huisartsenzorg’ van de Patiëntenfederatie, NHG, V&VN en InEen. Het groepsgesprek vindt plaats op 9 februari in Utrecht (14.00-16.00 uur). Er is vacatiegeld beschikbaar. Aanmelden en meer informatie bij Mariska Smit (InEen).

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Zelfmanagement: Op weg naar eenheid van taal

20 januari 2017

Er blijken rondom onderwerpen zoals zelfmanagement en persoonsgerichte zorg verschillende definities en invullingen naast elkaar te bestaan. In de praktijk werkt dit verwarrend. De verschillende begrippen en de uiteenlopende definities kunnen zelfs een succesvolle implementatie van bijvoorbeeld zelfmanagement belemmeren. Zelfzorg Ondersteund en InEen hebben daarom samen met een aantal andere partijen een eerste versie van een gezamenlijk begrippenkader ‘op weg naar eenheid van taal’ opgesteld. Het is bedoeld om meer overzicht en samenhang te bieden in zelfmanagement en de begrippen die daarbij horen, zoals positieve gezondheid, persoonsgerichte zorg en ondersteunende zelfzorg. Het zijn ten slotte allemaal activiteiten met hetzelfde achterliggende doel: bevorderen van eigen regie van mensen (met chronische aandoeningen). Het gezondheidsconcept van Machteld Huber dat de afgelopen jaren steeds meer ingang heeft gevonden vormt hierbij een belangrijk uitgangspunt.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Er blijken rondom onderwerpen zoals zelfmanagement en persoonsgerichte zorg verschillende definities en invullingen naast elkaar te bestaan. In de praktijk werkt dit verwarrend. De verschillende begrippen en de uiteenlopende definities kunnen zelfs een succesvolle implementatie van bijvoorbeeld zelfmanagement belemmeren. Zelfzorg Ondersteund en InEen hebben daarom samen met een aantal andere partijen een eerste versie van een gezamenlijk begrippenkader ‘op weg naar eenheid van taal’ opgesteld. Het is bedoeld om meer overzicht en samenhang te bieden in zelfmanagement en de begrippen die daarbij horen, zoals positieve gezondheid, persoonsgerichte zorg en ondersteunende zelfzorg. Het zijn ten slotte allemaal activiteiten met hetzelfde achterliggende doel: bevorderen van eigen regie van mensen (met chronische aandoeningen). Het gezondheidsconcept van Machteld Huber dat de afgelopen jaren steeds meer ingang heeft gevonden vormt hierbij een belangrijk uitgangspunt.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Eisen herregistratie triagisten gewijzigd

20 januari 2017

Afgelopen december besloot de deelledenvergadering huisartsenposten voor de herregistratie van triagisten de eis van gespreksbeoordeling te laten vervallen. Dit naar aanleiding van een motie. Inmiddels zijn de documenten ´Regeling diplomering triagist´ en de ´Handreiking arbeidsrechtelijke aspecten diploma triagist’ aangepast. In het overzicht veel gestelde vragen hebben we de gevolgen van het besluit voor diplomering en herregistratie onder elkaar gezet.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Afgelopen december besloot de deelledenvergadering huisartsenposten voor de herregistratie van triagisten de eis van gespreksbeoordeling te laten vervallen. Dit naar aanleiding van een motie. Inmiddels zijn de documenten ´Regeling diplomering triagist´ en de ´Handreiking arbeidsrechtelijke aspecten diploma triagist’ aangepast. In het overzicht veel gestelde vragen hebben we de gevolgen van het besluit voor diplomering en herregistratie onder elkaar gezet.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Breed rapport over de werkbeleving en de functie van de triagist

20 januari 2017

In opdracht van SSFH deed Leeuwendaal onderzoek naar de werkbeleving en de functie van de triagist. Dat heeft geresulteerd in een interessant en degelijk rapport. Triagisten, zo blijkt, tonen een grote betrokkenheid en loyaliteit en vinden dat ze mooi en inspirerend werk hebben. Ook de samenwerking op de post met collega’s en huisartsen wordt gewaardeerd. Een negatief punt is de hoge werkdruk. We nodigen de huisartsenposten uit om het rapport intern met de triagisten en bijvoorbeeld de OR te bespreken. Op 14 februari wordt een speciale DLV Huisartsenposten georganiseerd om de onderzoeksresultaten te bespreken. Een van de onderzoekers zal aanwezig zijn om een toelichting te geven en InEen zal een eerste analyse voorbereiden. Een nadere uitnodiging volgt snel. Lees meer over het rapport.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

In opdracht van SSFH deed Leeuwendaal onderzoek naar de werkbeleving en de functie van de triagist. Dat heeft geresulteerd in een interessant en degelijk rapport. Triagisten, zo blijkt, tonen een grote betrokkenheid en loyaliteit en vinden dat ze mooi en inspirerend werk hebben. Ook de samenwerking op de post met collega’s en huisartsen wordt gewaardeerd. Een negatief punt is de hoge werkdruk. We nodigen de huisartsenposten uit om het rapport intern met de triagisten en bijvoorbeeld de OR te bespreken. Op 14 februari wordt een speciale DLV Huisartsenposten georganiseerd om de onderzoeksresultaten te bespreken. Een van de onderzoekers zal aanwezig zijn om een toelichting te geven en InEen zal een eerste analyse voorbereiden. Een nadere uitnodiging volgt snel. Lees meer over het rapport.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Werving leden voor beleidsadviescommissies

20 januari 2017

InEen is op zoek naar leden die willen meedraaien in onze beleidsadviescommissies (BAC) en zo onze kwaliteit als organisatie willen versterken. In de ALV van november is besloten de BAC’s vanaf 2017 meer strategisch in te zetten. Ook is het aantal commissies teruggebracht. InEen heeft nu twee meer inhoudelijk/sectorale en vier functiegerichte BAC’s. De onderwerpen waar een commissie over adviseert zijn terug te vinden in het InEen-werkplan 2017. Meer informatie over de vacatures.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

InEen is op zoek naar leden die willen meedraaien in onze beleidsadviescommissies (BAC) en zo onze kwaliteit als organisatie willen versterken. In de ALV van november is besloten de BAC’s vanaf 2017 meer strategisch in te zetten. Ook is het aantal commissies teruggebracht. InEen heeft nu twee meer inhoudelijk/sectorale en vier functiegerichte BAC’s. De onderwerpen waar een commissie over adviseert zijn terug te vinden in het InEen-werkplan 2017. Meer informatie over de vacatures.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

E-healthweek 2017

13 januari 2017

De derde week van januari (21-27 januari) is het e-healthweek. Verspreid over het land vinden deze week allerhande activiteiten plaats op het terrein van e-health. Naar verwachting zullen ruim 200 partijen hun initiatieven demonstreren, masterclasses verzorgen of discussiebijeenkomsten organiseren. De initiatiefnemers – VWS en ECP | Platform voor de InformatieSamenleving – willen zoveel mogelijk mensen met e-health in contact brengen en hen de mogelijkheden laten ervaren. Iedereen kan meedoen van eerste lijn tot GGD, van thuiszorg tot UMC, van ICT-leverancier tot patiënten. Zie voor meer informatie en een activiteitenkalender ehealthweek.net

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

De derde week van januari (21-27 januari) is het e-healthweek. Verspreid over het land vinden deze week allerhande activiteiten plaats op het terrein van e-health. Naar verwachting zullen ruim 200 partijen hun initiatieven demonstreren, masterclasses verzorgen of discussiebijeenkomsten organiseren. De initiatiefnemers – VWS en ECP | Platform voor de InformatieSamenleving – willen zoveel mogelijk mensen met e-health in contact brengen en hen de mogelijkheden laten ervaren. Iedereen kan meedoen van eerste lijn tot GGD, van thuiszorg tot UMC, van ICT-leverancier tot patiënten. Zie voor meer informatie en een activiteitenkalender ehealthweek.net

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Declaratie compensatie BTW over de jaren 2011 t/m 2015

13 januari 2017

InEen is met ZN en zorgverzekeraars in gesprek over enkele BTW-ontwikkelingen in het kader van ketenzorg en de GEZ-module (laatste stand van zaken). InEen roept de zorggroepen, gezondheidscentra en GEZ-samenwerkingsverbanden op de contactpersoon van hun preferente zorgverzekeraar schriftelijk of per mail te informeren of zij wel of niet een declaratie gaan indienen voor compensatie BTW over de overhead binnen ketenzorg en/of de GEZ-module over de jaren 2011 t/m 2015. De oproep geldt ook voor leden die nog in gesprek zijn met de Belastingdienst, uitstel hebben of anderszins nog geen duidelijkheid hebben over de omvang van de declaratie compensatie BTW, maar mogelijk in de toekomst een dergelijk verzoek willen doen. Eventuele claims worden daarmee zeker gesteld.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

InEen is met ZN en zorgverzekeraars in gesprek over enkele BTW-ontwikkelingen in het kader van ketenzorg en de GEZ-module (laatste stand van zaken). InEen roept de zorggroepen, gezondheidscentra en GEZ-samenwerkingsverbanden op de contactpersoon van hun preferente zorgverzekeraar schriftelijk of per mail te informeren of zij wel of niet een declaratie gaan indienen voor compensatie BTW over de overhead binnen ketenzorg en/of de GEZ-module over de jaren 2011 t/m 2015. De oproep geldt ook voor leden die nog in gesprek zijn met de Belastingdienst, uitstel hebben of anderszins nog geen duidelijkheid hebben over de omvang van de declaratie compensatie BTW, maar mogelijk in de toekomst een dergelijk verzoek willen doen. Eventuele claims worden daarmee zeker gesteld.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Meer stageplaatsen creëren

13 januari 2017

Voor de continuïteit van de huisartsenzorg zijn voldoende goed opgeleide doktersassistenten en praktijkondersteuners nodig. Omdat er te weinig stageplaatsen zijn, is de instroom bij de opleidingen op dit moment echter beperkt. Zorgelijk, want door de vergrijzing onder het huidige personeel en de groei van de huisartsenzorg wordt de vraag naar doktersassistenten en praktijkondersteuners in de nabije toekomst juist groter. Meer stageplaatsen voor doktersassistenten en praktijkondersteuners komen er alleen wanneer huisartsenposten, huisartsenpraktijken, zorggroepen, gezondheidscentra en EDC’s stageplaatsen creëren. Lees meer op de website van de SSFH.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Voor de continuïteit van de huisartsenzorg zijn voldoende goed opgeleide doktersassistenten en praktijkondersteuners nodig. Omdat er te weinig stageplaatsen zijn, is de instroom bij de opleidingen op dit moment echter beperkt. Zorgelijk, want door de vergrijzing onder het huidige personeel en de groei van de huisartsenzorg wordt de vraag naar doktersassistenten en praktijkondersteuners in de nabije toekomst juist groter. Meer stageplaatsen voor doktersassistenten en praktijkondersteuners komen er alleen wanneer huisartsenposten, huisartsenpraktijken, zorggroepen, gezondheidscentra en EDC’s stageplaatsen creëren. Lees meer op de website van de SSFH.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Startbijeenkomst Preventie in de Buurt

13 januari 2017

Het project Preventie in de Buurt van het NHG en RIVM Centrum Gezond Leven krijgt een vervolg. Het project ging in 2014 van start en richt zich op de samenwerking tussen publieke gezondheid, de huisartsenpraktijk en andere professionals in de wijk. Op 19 januari is er een startbijeenkomst voor ROS’en, zorggroepen en GGD’s (14.00-16.00 uur in Utrecht). Dan presenteren NHG en RIVM Centrum Gezond Leven hun plannen, waaronder werksessies om op lokaal niveau samenwerking te stimuleren. Daarnaast willen NHG en RIVM Centrum Gezond Leven graag de resultaten van de afgelopen periode bespreken. Meer informatie over het project. Aanmelden bij Hanneke Monden (RIVM).

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Het project Preventie in de Buurt van het NHG en RIVM Centrum Gezond Leven krijgt een vervolg. Het project ging in 2014 van start en richt zich op de samenwerking tussen publieke gezondheid, de huisartsenpraktijk en andere professionals in de wijk. Op 19 januari is er een startbijeenkomst voor ROS’en, zorggroepen en GGD’s (14.00-16.00 uur in Utrecht). Dan presenteren NHG en RIVM Centrum Gezond Leven hun plannen, waaronder werksessies om op lokaal niveau samenwerking te stimuleren. Daarnaast willen NHG en RIVM Centrum Gezond Leven graag de resultaten van de afgelopen periode bespreken. Meer informatie over het project. Aanmelden bij Hanneke Monden (RIVM).

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Oproep: groepsgesprek 3 goede vragen

13 januari 2017

InEen organiseert begin februari een groepsgesprek voor beleidsmedewerkers en managers bij zorggroepen over de 3 goede vragen. Deze vragen, eerder ontwikkeld voor de ziekenhuiszorg, bevorderen de bewustwording bij patienten en zorgverleners over gezamenlijke besluitvorming. Het groepsgesprek zoomt in op de vraag wat de inhoudelijke en organisatorische randvoorwaarden zijn voor het implementeren van de 3 goede vragen en andere methodes voor gezamenlijke besluitvorming. Voor deelname aan het groepsgesprek is ervaring met gezamenlijke besluitvorming of de 3 goede vragen geen voorwaarde. De resultaten van het groepsgesprek zijn input voor de pilot die het komende half jaar van start gaat rond de implementatie van de 3 goede vragen. Groepsgesprek en pilot maken deel uit van het project ‘Samen beslissen in de huisartsenzorg’ van de Patiëntenfederatie, NHG, V&VN en InEen. Het groepsgesprek vindt plaats op 9 februari in Utrecht (14.00-16.00 uur). Er is vacatiegeld beschikbaar. Aanmelden en meer informatie bij Mariska Smit (InEen).

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

InEen organiseert begin februari een groepsgesprek voor beleidsmedewerkers en managers bij zorggroepen over de 3 goede vragen. Deze vragen, eerder ontwikkeld voor de ziekenhuiszorg, bevorderen de bewustwording bij patienten en zorgverleners over gezamenlijke besluitvorming. Het groepsgesprek zoomt in op de vraag wat de inhoudelijke en organisatorische randvoorwaarden zijn voor het implementeren van de 3 goede vragen en andere methodes voor gezamenlijke besluitvorming. Voor deelname aan het groepsgesprek is ervaring met gezamenlijke besluitvorming of de 3 goede vragen geen voorwaarde. De resultaten van het groepsgesprek zijn input voor de pilot die het komende half jaar van start gaat rond de implementatie van de 3 goede vragen. Groepsgesprek en pilot maken deel uit van het project ‘Samen beslissen in de huisartsenzorg’ van de Patiëntenfederatie, NHG, V&VN en InEen. Het groepsgesprek vindt plaats op 9 februari in Utrecht (14.00-16.00 uur). Er is vacatiegeld beschikbaar. Aanmelden en meer informatie bij Mariska Smit (InEen).

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Informatiebijeenkomsten Nationale Diabetes Challenge 2017

13 januari 2017

Nationale Diabetes Challenge 2017 De Nationale Diabetes Challenge was in 2016 een groot succes. Niet alleen omdat er ruim drie duizend mensen met diabetes en hun zorgverleners 20 weken gewandeld hebben, maar ook omdat uit het onderzoek van internist Henk Bilo bleek dat in die periode hun gezondheid aanzienlijk verbeterde.

Voor de betrokken eerstelijnszorgverleners was het een bijzondere ervaring om hun patiënten letterlijk in beweging te zien komen. Mensen die daar, ondanks regelmatig aandringen, jaren niet in geïnteresseerd waren. Die patiënten zagen hun gewicht verminderen en hun glucoseregulatie verbeteren; hun medicatie verminderde en hun welbevinden nam toe. Daarnaast namen ze een actievere rol in het omgaan met hun aandoening. Al met al spectaculaire resultaten.

In 2017 organiseert de Bas van de Goor Foundation opnieuw een Nationale Diabetes Challenge. Het doel is om in 2017 10.000 mensen met diabetes aan het wandelen te krijgen. In de periode mei tot en met september wordt er gewandeld met op 30 september een landelijke afsluiting op sportcentrum Papendal. Dit kan alleen een succes worden als huisartsen, POH’s, gezondheidscentra en zorggroepen diabetespatiënten uitnodigen om mee te wandelen. Als 1 op de 100 mensen met diabetes meedoet zijn we er al.

De Bas van de Goor Foundation verzorgt de logistiek op de achtergrond (website, draaiboek, enzovoort) zodat zorgverleners er weinig werk aan hebben. De komende periode organiseert de BvdGF informatiebijeenkomsten voor zorgverleners die overwegen mee te doen. De BvdGF nodigt met name gezondheidscentra en zorggroepen uit om deel te nemen aan de NDC 2017.

  • 19 januari 2017: Philips Stadion, Eindhoven
  • 26 januari 2017: Sportstad Heerenveen
  • 27 januari 2017: Van der Valk Hotel, Ridderkerk
  • 2 februari 2017: Sportcentrum Papendal, Arnhem
  • 3 februari 2017: Amsterdam Arena

Mocht het niet lukken om aanwezig te zijn of zijn er vragen, neem dan contact op met Jeroen Flim (BvdGF).

 

[...]

Nationale Diabetes Challenge 2017 De Nationale Diabetes Challenge was in 2016 een groot succes. Niet alleen omdat er ruim drie duizend mensen met diabetes en hun zorgverleners 20 weken gewandeld hebben, maar ook omdat uit het onderzoek van internist Henk Bilo bleek dat in die periode hun gezondheid aanzienlijk verbeterde.

Voor de betrokken eerstelijnszorgverleners was het een bijzondere ervaring om hun patiënten letterlijk in beweging te zien komen. Mensen die daar, ondanks regelmatig aandringen, jaren niet in geïnteresseerd waren. Die patiënten zagen hun gewicht verminderen en hun glucoseregulatie verbeteren; hun medicatie verminderde en hun welbevinden nam toe. Daarnaast namen ze een actievere rol in het omgaan met hun aandoening. Al met al spectaculaire resultaten.

In 2017 organiseert de Bas van de Goor Foundation opnieuw een Nationale Diabetes Challenge. Het doel is om in 2017 10.000 mensen met diabetes aan het wandelen te krijgen. In de periode mei tot en met september wordt er gewandeld met op 30 september een landelijke afsluiting op sportcentrum Papendal. Dit kan alleen een succes worden als huisartsen, POH’s, gezondheidscentra en zorggroepen diabetespatiënten uitnodigen om mee te wandelen. Als 1 op de 100 mensen met diabetes meedoet zijn we er al.

De Bas van de Goor Foundation verzorgt de logistiek op de achtergrond (website, draaiboek, enzovoort) zodat zorgverleners er weinig werk aan hebben. De komende periode organiseert de BvdGF informatiebijeenkomsten voor zorgverleners die overwegen mee te doen. De BvdGF nodigt met name gezondheidscentra en zorggroepen uit om deel te nemen aan de NDC 2017.

  • 19 januari 2017: Philips Stadion, Eindhoven
  • 26 januari 2017: Sportstad Heerenveen
  • 27 januari 2017: Van der Valk Hotel, Ridderkerk
  • 2 februari 2017: Sportcentrum Papendal, Arnhem
  • 3 februari 2017: Amsterdam Arena

Mocht het niet lukken om aanwezig te zijn of zijn er vragen, neem dan contact op met Jeroen Flim (BvdGF).

 

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Concept visie lokale en regionale huisartsen/eerstelijnsorganisaties

13 januari 2017

Begin december hebben we de  concept visie op lokale en regionale huisartsen/eerstelijnsorganisaties toegestuurd aan directies en bestuurders van zorggroepen en gezondheidscentra. De notitie is de weerslag van gesprekken die we vorig jaar op deelledenvergaderingen met elkaar hebben gevoerd over de toekomst. Het concept kan nu binnen de organisaties worden besproken en ook input vormen voor gesprekken in de regio. Zoals aangegeven zijn het bestuur en het bureau van InEen bereid aan deze besprekingen een bijdrage te leveren (toelichting, organiseren bijeenkomst). Neem in dat geval contact op met Lideweij Blom (InEen). In de komende periode gaat InEen ook verkennende gesprekken voeren met de belangrijkste stakeholders, om zo vanuit verschillende invalshoeken reacties op het concept te verzamelen. Op 9 maart, de volgende deelledenvergadering van zorggroepen en gezondheidscentra, staat de visie ter vaststelling op agenda. We zijn benieuwd naar de reacties, vooral ook in de aanloop naar de deelledenvergadering.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Begin december hebben we de  concept visie op lokale en regionale huisartsen/eerstelijnsorganisaties toegestuurd aan directies en bestuurders van zorggroepen en gezondheidscentra. De notitie is de weerslag van gesprekken die we vorig jaar op deelledenvergaderingen met elkaar hebben gevoerd over de toekomst. Het concept kan nu binnen de organisaties worden besproken en ook input vormen voor gesprekken in de regio. Zoals aangegeven zijn het bestuur en het bureau van InEen bereid aan deze besprekingen een bijdrage te leveren (toelichting, organiseren bijeenkomst). Neem in dat geval contact op met Lideweij Blom (InEen). In de komende periode gaat InEen ook verkennende gesprekken voeren met de belangrijkste stakeholders, om zo vanuit verschillende invalshoeken reacties op het concept te verzamelen. Op 9 maart, de volgende deelledenvergadering van zorggroepen en gezondheidscentra, staat de visie ter vaststelling op agenda. We zijn benieuwd naar de reacties, vooral ook in de aanloop naar de deelledenvergadering.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Benut de kracht van de eerstelijnszorg

12 januari 2017

Met het oog op de verkiezingen in maart geeft VELO – beste zorg in de buurt (VELO) tien aanbevelingen waarmee betere zorg dichtbij de patiënt tegen lagere kosten georganiseerd kan worden. VELO is het samenwerkingsverband van ActiZ – InEen – KNGF – KNMP – KNMT – KNOV – LHV – LVVP – V&VN.

Klaar voor de toekomst
Bij toekomstbestendige zorg staat de wens van de patiënt centraal. Bestaande organisatorische en verzekeringstechnische belemmeringen moeten worden weggenomen en samenwerking met de tweede lijn en beroepsgroep-overstijgende samenwerking gefaciliteerd. Het gaat om samenwerken, afstemmen en coördineren – in plaats van hinderen. Dan kan iedereen zijn of haar bijdrage leveren. Alle eerstelijns professionals vanuit hun eigen expertise. Zij kunnen snel handelen bij uiteenlopende zorgvragen en zijn bij uitstek in staat om in samenspraak met patiënten, mantelzorgers en collega’s zinnige zorg te bieden. Bovendien maken zij deel uit van lokale netwerken van zorg- en hulpverleners, waardoor de meest passende zorg of ondersteuning kan worden ingezet. Dit stelt burgers veel meer dan voorheen in staat om zo zelfstandig mogelijk thuis te blijven functioneren – zelfs met chronische en/of meervoudige gezondheidsproblemen.

Door veranderingen in de zorg en het verplaatsen van zorg en welzijnstaken naar de gemeente zijn steeds meer mensen in hun thuissituatie aangewezen op zorg. Huisartsen, wijkverpleegkundigen, apothekers, verloskundigen, fysiotherapeuten, eerstelijnspsychologen en tandartsen leveren dag in dag uit deze eerstelijns zorg op maat. De afgelopen jaren is met succes gewerkt aan verdere versterking en vernieuwing van de eerstelijnszorg. Uit vele lokale en regionale praktijkvoorbeelden blijkt dat deze zogeheten ‘substitutie’ – verplaatsing van zorg – goed mogelijk én effectief is. Maar om substitutie te versnellen, is wel een aantal randvoorwaarden nodig.

Tien concrete aanbevelingen
VELO geeft tien aanbevelingen voor betere zorg, dichtbij de patiënt tegen lagere kosten. Aandachtspunten zijn bijvoorbeeld het zorgen voor goede opleiding en bijscholing en het belonen van samenwerking. De tien punten hebben vooral te maken met het verbeteren van samenwerking en het versnellen van verplaatsing van zorg naar de eerste lijn. Lees de brief met alle tien aanbevelingen.

[...]

Met het oog op de verkiezingen in maart geeft VELO – beste zorg in de buurt (VELO) tien aanbevelingen waarmee betere zorg dichtbij de patiënt tegen lagere kosten georganiseerd kan worden. VELO is het samenwerkingsverband van ActiZ – InEen – KNGF – KNMP – KNMT – KNOV – LHV – LVVP – V&VN.

Klaar voor de toekomst
Bij toekomstbestendige zorg staat de wens van de patiënt centraal. Bestaande organisatorische en verzekeringstechnische belemmeringen moeten worden weggenomen en samenwerking met de tweede lijn en beroepsgroep-overstijgende samenwerking gefaciliteerd. Het gaat om samenwerken, afstemmen en coördineren – in plaats van hinderen. Dan kan iedereen zijn of haar bijdrage leveren. Alle eerstelijns professionals vanuit hun eigen expertise. Zij kunnen snel handelen bij uiteenlopende zorgvragen en zijn bij uitstek in staat om in samenspraak met patiënten, mantelzorgers en collega’s zinnige zorg te bieden. Bovendien maken zij deel uit van lokale netwerken van zorg- en hulpverleners, waardoor de meest passende zorg of ondersteuning kan worden ingezet. Dit stelt burgers veel meer dan voorheen in staat om zo zelfstandig mogelijk thuis te blijven functioneren – zelfs met chronische en/of meervoudige gezondheidsproblemen.

Door veranderingen in de zorg en het verplaatsen van zorg en welzijnstaken naar de gemeente zijn steeds meer mensen in hun thuissituatie aangewezen op zorg. Huisartsen, wijkverpleegkundigen, apothekers, verloskundigen, fysiotherapeuten, eerstelijnspsychologen en tandartsen leveren dag in dag uit deze eerstelijns zorg op maat. De afgelopen jaren is met succes gewerkt aan verdere versterking en vernieuwing van de eerstelijnszorg. Uit vele lokale en regionale praktijkvoorbeelden blijkt dat deze zogeheten ‘substitutie’ – verplaatsing van zorg – goed mogelijk én effectief is. Maar om substitutie te versnellen, is wel een aantal randvoorwaarden nodig.

Tien concrete aanbevelingen
VELO geeft tien aanbevelingen voor betere zorg, dichtbij de patiënt tegen lagere kosten. Aandachtspunten zijn bijvoorbeeld het zorgen voor goede opleiding en bijscholing en het belonen van samenwerking. De tien punten hebben vooral te maken met het verbeteren van samenwerking en het versnellen van verplaatsing van zorg naar de eerste lijn. Lees de brief met alle tien aanbevelingen.

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Gedragscode Elektronische Gegevensverwerking in de Zorg (EGiZ)

09 januari 2017

In 2013 verscheen de eerste versie van de Gedragscode Elektronische Gegevensverwerking in de Zorg (EGiZ). De Gedragscode EGiZ  geeft handvatten aan zorgaanbieders voor een veilige elektronische uitwisseling van patiëntgegevens met andere zorgaanbieders. De gedragscode EGiZ bevat geen nieuwe regels, maar bevordert, helpt zorgaanbieders en samenwerkingsverbanden onder andere bij het geven van een goede invulling aan patiëntenrechten rond informatieverstrekking en toestemming en verheldert verantwoordelijkheden.

Het wetsvoorstel Cliëntenrechten bij elektronische verwerking van persoonsgegevens is inmiddels aangenomen. Deze wet zal, samen met het Besluit elektronische gegevensverwerking door zorgaanbieders, op 1 juli 2017 in werking treden. Met het oog daarop hebben de opstellers van de EGiZ besloten om de inwerkingtreding van de hoofdstukken 3 en 4 van de  Gedragscode EGiZ uit te stellen tot 1 juli 2017. Dit is ook vastgelegd in een nieuwe versie van de gedragscode (december 2016).


Deze gedragscode wordt onderschreven door:

  • InEen
  • Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst (KNMG), inclusief de federatiepartners:
    • Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV)
    • Federatie van Medisch Specialisten (FMS)
    • Specialisten in ouderengeneeskunde (Verenso)
    • Nederlandse Vereniging voor Arbeids- en Bedrijfsgeneeskunde (NVAB)
    • Koepel Artsen Maatschappij en Gezondheid (KAMG)
    • Landelijke vereniging van Artsen in Dienstverband (LAD)
    • Nederlandse Vereniging voor Verzekeringsgeneeskunde (NVVG)
    • De Geneeskundestudent
    • Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG)
  • Koninklijke Nederlandse Maatschappij ter bevordering der Pharmacie (KNMP)
  • Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ)
  • De samenwerkende regio-organisaties: EZDA, Rijnmondnet, Zorgring NHN, Sleutelnet, SpitZ Midden-Holland, RSO Haaglanden, IZIT en GERRIT
[...]

In 2013 verscheen de eerste versie van de Gedragscode Elektronische Gegevensverwerking in de Zorg (EGiZ). De Gedragscode EGiZ  geeft handvatten aan zorgaanbieders voor een veilige elektronische uitwisseling van patiëntgegevens met andere zorgaanbieders. De gedragscode EGiZ bevat geen nieuwe regels, maar bevordert, helpt zorgaanbieders en samenwerkingsverbanden onder andere bij het geven van een goede invulling aan patiëntenrechten rond informatieverstrekking en toestemming en verheldert verantwoordelijkheden.

Het wetsvoorstel Cliëntenrechten bij elektronische verwerking van persoonsgegevens is inmiddels aangenomen. Deze wet zal, samen met het Besluit elektronische gegevensverwerking door zorgaanbieders, op 1 juli 2017 in werking treden. Met het oog daarop hebben de opstellers van de EGiZ besloten om de inwerkingtreding van de hoofdstukken 3 en 4 van de  Gedragscode EGiZ uit te stellen tot 1 juli 2017. Dit is ook vastgelegd in een nieuwe versie van de gedragscode (december 2016).


Deze gedragscode wordt onderschreven door:

  • InEen
  • Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst (KNMG), inclusief de federatiepartners:
    • Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV)
    • Federatie van Medisch Specialisten (FMS)
    • Specialisten in ouderengeneeskunde (Verenso)
    • Nederlandse Vereniging voor Arbeids- en Bedrijfsgeneeskunde (NVAB)
    • Koepel Artsen Maatschappij en Gezondheid (KAMG)
    • Landelijke vereniging van Artsen in Dienstverband (LAD)
    • Nederlandse Vereniging voor Verzekeringsgeneeskunde (NVVG)
    • De Geneeskundestudent
    • Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG)
  • Koninklijke Nederlandse Maatschappij ter bevordering der Pharmacie (KNMP)
  • Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ)
  • De samenwerkende regio-organisaties: EZDA, Rijnmondnet, Zorgring NHN, Sleutelnet, SpitZ Midden-Holland, RSO Haaglanden, IZIT en GERRIT
Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Indicatoren 2016 landelijke benchmark ketenzorg

09 januari 2017

Hieronder treft u de specificaties van indicatoren aan voor de benchmark ketenzorg over verslagjaar 2016. Dit zijn de operationalisaties van tellers en noemers om de indicatoren te kunnen berekenen. Ook treft u de indicatoren aan voor de landelijke benchmark ketenzorg over verslagjaar 2016. Deze indicatorenset sluit aan op de afspraken uit Het Roer Gaat Om.

Download specificaties

Indicatoren

Formats voor upload MeetpuntKwaliteit

[...]

Hieronder treft u de specificaties van indicatoren aan voor de benchmark ketenzorg over verslagjaar 2016. Dit zijn de operationalisaties van tellers en noemers om de indicatoren te kunnen berekenen. Ook treft u de indicatoren aan voor de landelijke benchmark ketenzorg over verslagjaar 2016. Deze indicatorenset sluit aan op de afspraken uit Het Roer Gaat Om.

Download specificaties

Indicatoren

Formats voor upload MeetpuntKwaliteit

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Weekbericht – 7 januari 2017

06 januari 2017

Overzicht van de belangrijkste berichten uit het weekbericht van 7 januari 2017.

Het integrale weekbericht staat ook op het  Ledenplatform van InEen.

[...]

Overzicht van de belangrijkste berichten uit het weekbericht van 7 januari 2017.

Het integrale weekbericht staat ook op het  Ledenplatform van InEen.

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Ontwikkelingen arbeidsmarkt

06 januari 2017

Eind december verscheen AZW Actueel-3  met informatie over actuele ontwikkelingen op de arbeidsmarkt voor zorg en welzijn. Onder andere is er aandacht voor de kwartaalcijfers van 2016. In 2016 lijkt de werkgelegenheid zich iets te herstellen ten opzichte van vorige jaren; bij huisartsen en gezondheidscentra lag de werkgelegenheid in het derde kwartaal 2016 weer bijna op het niveau van eind 2015. Verder gaat het bulletin in op de achtergrondkenmerken van medewerkers in de sector Zorg en Wijk en op het ziekteverzuim. Tot slot worden recente onderzoekspublicaties besproken. AZW Actueel is een uitgave van het onderzoeksprogramma Arbeidsmarkt Zorg en Welzijn.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Eind december verscheen AZW Actueel-3  met informatie over actuele ontwikkelingen op de arbeidsmarkt voor zorg en welzijn. Onder andere is er aandacht voor de kwartaalcijfers van 2016. In 2016 lijkt de werkgelegenheid zich iets te herstellen ten opzichte van vorige jaren; bij huisartsen en gezondheidscentra lag de werkgelegenheid in het derde kwartaal 2016 weer bijna op het niveau van eind 2015. Verder gaat het bulletin in op de achtergrondkenmerken van medewerkers in de sector Zorg en Wijk en op het ziekteverzuim. Tot slot worden recente onderzoekspublicaties besproken. AZW Actueel is een uitgave van het onderzoeksprogramma Arbeidsmarkt Zorg en Welzijn.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Start Nationale Diabetes Challenge 2017

06 januari 2017

De eerste stappen in de Nationale Diabetes Challenge 2017  zijn gezet. Voor professionals die overwegen om mee te gaan doen organiseert de Bas van de Goor Foundation in januari en februari verspreid over Nederland een vijftal informatiebijeenkomsten. Eind april of begin mei starten de wandeltrainingen, om eind september klaar te zijn voor de vierdaagse finale. Vorig jaar deden er in oktober meer dan 3100 wandelaars mee aan deze finale. ‘We zagen mensen die hun grenzen hebben verlegd, die hun zelfvertrouwen terug hebben gevonden en die weer plezier in bewegen hebben gekregen. En vooral zagen we mensen die op een positieve manier aan hun eigen gezondheid gewerkt hebben. Iets waar geen medicijn tegenop kan’, aldus de organisatoren.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

De eerste stappen in de Nationale Diabetes Challenge 2017  zijn gezet. Voor professionals die overwegen om mee te gaan doen organiseert de Bas van de Goor Foundation in januari en februari verspreid over Nederland een vijftal informatiebijeenkomsten. Eind april of begin mei starten de wandeltrainingen, om eind september klaar te zijn voor de vierdaagse finale. Vorig jaar deden er in oktober meer dan 3100 wandelaars mee aan deze finale. ‘We zagen mensen die hun grenzen hebben verlegd, die hun zelfvertrouwen terug hebben gevonden en die weer plezier in bewegen hebben gekregen. En vooral zagen we mensen die op een positieve manier aan hun eigen gezondheid gewerkt hebben. Iets waar geen medicijn tegenop kan’, aldus de organisatoren.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Vuurwerkregistratie huisartsenposten

06 januari 2017

Voor het eerst hebben huisartsenposten afgelopen jaarwisseling vuurwerkslachtoffers geregistreerd. In totaal 22 HDS’en deden mee aan deze registratie, die jaarlijks wordt georganiseerd door VeiligheidNL en de NOS. De huisartsenposten meldden in totaal 263 behandelingen. Het streven is dat volgend jaar meer huisartsenposten meedoen, zodat we een landelijk beeld kunnen schetsen en trends kunnen signaleren. Op de SEH’s kwamen dit jaar 471 vuurwerkslachtoffers binnen, negen minder dan vorig jaar.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Voor het eerst hebben huisartsenposten afgelopen jaarwisseling vuurwerkslachtoffers geregistreerd. In totaal 22 HDS’en deden mee aan deze registratie, die jaarlijks wordt georganiseerd door VeiligheidNL en de NOS. De huisartsenposten meldden in totaal 263 behandelingen. Het streven is dat volgend jaar meer huisartsenposten meedoen, zodat we een landelijk beeld kunnen schetsen en trends kunnen signaleren. Op de SEH’s kwamen dit jaar 471 vuurwerkslachtoffers binnen, negen minder dan vorig jaar.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Werkdruk op de huisartsenposten

06 januari 2017

Volgende week op 10 januari plaatst het Algemeen Dagblad de noodkreet van een aantal bestuurders van huisartsenposten over de werkdruk op de post. In de DLV huisartsenposten van 13 december stond de werkdruk al prominent op de agenda. Veel bestuurders kampen hiermee en maken zich zorgen. Om dit bij de beleidsmakers kenbaar te maken heeft een aantal bestuurders de pen opgepakt en hun zorgen verwoord in een artikel. In december plaatste ook Medisch Contact een bericht op basis van dat artikel.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Volgende week op 10 januari plaatst het Algemeen Dagblad de noodkreet van een aantal bestuurders van huisartsenposten over de werkdruk op de post. In de DLV huisartsenposten van 13 december stond de werkdruk al prominent op de agenda. Veel bestuurders kampen hiermee en maken zich zorgen. Om dit bij de beleidsmakers kenbaar te maken heeft een aantal bestuurders de pen opgepakt en hun zorgen verwoord in een artikel. In december plaatste ook Medisch Contact een bericht op basis van dat artikel.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Contracten zorginkoop deels geüniformeerd

23 december 2016

Zorgverzekeraars, huisartsen en zorggroepen hebben de algemene bepalingen in de overeenkomsten voor een belangrijk deel geüniformeerd. Voor de contracten van 2018 (en waar mogelijk 2017) gelden uniforme landelijke afspraken over onder meer beschikbaarheid, bereikbaarheid en controles. Het gebruik van deze bepalingen moet de contractering eenvoudiger en eenduidiger maken.

Waarom
Het was één van de afspraken uit ‘Het Roer Gaat Om’ om de samenwerking en gelijkwaardigheid tussen huisartsen en zorgverzekeraars te verbeteren. De betrokken partijen hebben gezamenlijk de contracten beoordeeld. Vervolgens zijn de algemene bepalingen zo veel mogelijk geüniformeerd. De uniformering zorgt er ook voor dat het contracteringsproces gestroomlijnder verloopt.

In de contracten van 2018 worden er uniforme bepalingen opgenomen die onder andere gaan over beschikbaarheid en bereikbaarheid, continuïteit van zorg, controle en fraudebestrijding. Er is afgesproken dat er in de contracten voldoende ruimte blijft voor regionale of lokale afspraken tussen zorgverzekeraar en zorgverlener. Ook is overeengekomen dat huisartsen en zorgverzekeraars komend jaar gaan kijken naar andere aandachtspunten, zoals het declaratie- en controleproces en financiële en kwalitatieve verantwoording in de ketenzorg.

Wat betekent dit voor huisartsen(organisaties)
De uniforme bepalingen worden door alle zorgverzekeraars (met uitzondering van DSW) overgenomen en toegevoegd aan de contracten voor 2018 (en waar nog mogelijk voor 2017). Huisartsen en zorggroepen/gezondheidscentra die ketenzorg aanbieden, zien dit dus terug in hun overeenkomst of in het contracteringsportaal van de preferente zorgverzekeraar.

Leden zijn betrokken en geconsulteerd bij de ontwikkeling van de geüniformeerde bepalingen. Wij danken eenieder voor hun inbreng. Als er nog vragen zijn vernemen wij dat graag Judith van Duren (InEen).

 

[...]

Zorgverzekeraars, huisartsen en zorggroepen hebben de algemene bepalingen in de overeenkomsten voor een belangrijk deel geüniformeerd. Voor de contracten van 2018 (en waar mogelijk 2017) gelden uniforme landelijke afspraken over onder meer beschikbaarheid, bereikbaarheid en controles. Het gebruik van deze bepalingen moet de contractering eenvoudiger en eenduidiger maken.

Waarom
Het was één van de afspraken uit ‘Het Roer Gaat Om’ om de samenwerking en gelijkwaardigheid tussen huisartsen en zorgverzekeraars te verbeteren. De betrokken partijen hebben gezamenlijk de contracten beoordeeld. Vervolgens zijn de algemene bepalingen zo veel mogelijk geüniformeerd. De uniformering zorgt er ook voor dat het contracteringsproces gestroomlijnder verloopt.

In de contracten van 2018 worden er uniforme bepalingen opgenomen die onder andere gaan over beschikbaarheid en bereikbaarheid, continuïteit van zorg, controle en fraudebestrijding. Er is afgesproken dat er in de contracten voldoende ruimte blijft voor regionale of lokale afspraken tussen zorgverzekeraar en zorgverlener. Ook is overeengekomen dat huisartsen en zorgverzekeraars komend jaar gaan kijken naar andere aandachtspunten, zoals het declaratie- en controleproces en financiële en kwalitatieve verantwoording in de ketenzorg.

Wat betekent dit voor huisartsen(organisaties)
De uniforme bepalingen worden door alle zorgverzekeraars (met uitzondering van DSW) overgenomen en toegevoegd aan de contracten voor 2018 (en waar nog mogelijk voor 2017). Huisartsen en zorggroepen/gezondheidscentra die ketenzorg aanbieden, zien dit dus terug in hun overeenkomst of in het contracteringsportaal van de preferente zorgverzekeraar.

Leden zijn betrokken en geconsulteerd bij de ontwikkeling van de geüniformeerde bepalingen. Wij danken eenieder voor hun inbreng. Als er nog vragen zijn vernemen wij dat graag Judith van Duren (InEen).

 

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

2016 » 2017: Thijs Veerman, per eind augustus 2016 interim-directeur bij de SHG-groep

22 december 2016

2016 is bijna voorbij. Een jaar waarin opnieuw en op veel fronten hard is gewerkt aan het versterken van de eerste lijn. De ambitie om te komen tot persoonsgerichte zorg brengt nieuwe vormen van samenwerking en organisatie met zich mee. Dat geldt ook voor het opvangen van zorg uit de tweede lijn en de ggz. Ook daarvoor vormen huisartsen en andere zorgprofessionals samen met bestuurders nieuwe organisatie- en netwerkverbanden. Steeds duidelijker wordt dat afwachten geen optie meer is als we als eerste lijn onze hoge kwaliteit van zorg voor de komende generaties willen waarborgen. Het meest gebezigde woord in dit verband is zonder twijfel ‘uitdaging’. In 2016 traden diverse nieuwe bestuurders aan. Hoe kijken ze terug op 2016 en wat zijn hun speerpunten voor 2017?


Thijs-zwThijs Veerman, per eind augustus 2016 interim-directeur bij de SHG-groep, acht gezondheidscentra en zes apotheken in de regio Haaglanden

Wat waren je eerste indrukken bij SHG?
‘Hiervoor was ik onder meer bestuurder bij het medisch diagnostisch centrum Star-MDC. Ik heb jaren gewerkt in de buurt van huisartsen, als dienstverlener van huisartsen en nu zit ik er voor de eerste keer middenin. Ik ben vooral gegrepen door hoe de SHG overal in het Haagse functioneert, in Vinex-wijken en in achterstandsbuurten, en door de inzet van de huisartsen en andere zorgprofessionals om voor hun patiënten te zorgen. Dat gaat echt diep en ver.’

‘Tegelijkertijd zie ik ook de worsteling van dezelfde huisartsen om om te gaan met het vele werk dat op ze afkomt. Huisartsen vinden ook dat mensen zo lang mogelijk in de eerste lijn moeten blijven, maar dat gaat wel gepaard met grote extra inspanningen. Ik zie een worsteling met de eigen verantwoordelijkheid. Hoe kan ik als huisarts bepaalde dingen met een gerust hart overlaten aan anderen? Want daar gaat het steeds meer naartoe. Zo zie ik als mijn taak als leidinggevende: hoe kunnen we de zorgverleners ondersteunen zodat zij gemotiveerd en trots blijven én het gevoel hebben dat ze de verantwoordelijkheid kunnen nemen voor patiënten, in de wijk, in de ketenzorg.’

Hoe ga je in 2017 met dit gegeven aan de slag?
‘Mijn opdracht is om samen met de organisatie een bedrijfsplan te maken voor hoe we het de komende jaren gaan doen. De nieuwe O&I financiering geeft mij als interim een duidelijke leidraad. Daarin komt alles samen wat wij als maatschappij, als organisatie en als overheid belangrijk vinden. Een punt voor SHG is dat we meer willen gaan samenwerken met partijen om ons heen. We hebben als multidisciplinaire organisatie veel zelf in huis, maar we gaan ons nu ook richten op samenwerking met collega-organisaties, de gemeente en de thuiszorg.’

‘In Den Haag heb je tientallen thuiszorgaanbieders, daar kan je onmogelijk allemaal stevige relaties mee hebben. Dat beter organiseren is één van de opgaven voor 2017. Misschien dat we er een paar selecteren en de relatie daarmee intensiveren. Natuurlijk heeft de patiënt eigen vrije keuze, maar dan hebben we een paar partijen waarvan we weten: daar zit het goed, daar kan ik mijn patiënt met een gerust hart op attenderen.’

‘Binnen de nieuwe financiering biedt populatiebekostiging belangrijke kansen. We gaan van de huidige situatie waarin we ons voor elke handeling moeten verantwoorden naar een systeem dat meer beleidsruimte geeft om te kunnen doen wat we nodig vinden om betere zorg te verlenen. Denk aan preventie, iets wat in het huidige systeem lastig te financieren is. Een voorbeeld is ook de ketenzorg. Dat is nu strak geprotocolleerd. Het gaat er niet om dat onze zorgverleners weerstand hebben tegen het afleggen van verantwoording, maar je kunt nu rustig alle lijstjes afvinken zonder ooit een goed gesprek met de patiënt te voeren. We zijn daar al mee bezig en gaan ermee door om samen met andere partijen in De Haag ruimte voor dat gesprek te zoeken.’

Je hebt een achtergrond in de diagnostiek. Zou de eerste lijn op dat vlak prioriteiten moeten stellen in 2017?
‘Dat hangt ervan af. Ik zou elke huisarts en elk gezondheidscentrum willen aanraden eens te gaan praten met een paar dienstverleners van diagnostiek. En dan niet over hoe ze de glucose meten, want dat doen ze allemaal goed. Maar wat voor extra diensten leveren ze en wat voor tarieven hanteren ze? Daarin onderscheiden de diagnostische centra zich. Bieden ze bijvoorbeeld een goed diagnostisch toets overleg (DTO) aan? Ik zie bij ons de enorme meerwaarde die dat kan opleveren!’

Wat is de rol van InEen?
‘Ze doen heel veel dingen, maar voor mij is de voortrekkersrol die ze nemen in het structureren van de nieuwe financiering een hele belangrijke. Daarmee ondersteunt InEen de gezondheidscentra in de opgave waar zij voor staan en dat is precies wat ik nodig heb.’


Lees de andere interviews:

  • Annemiek Beukman, per 1 januari 2016 Raad van Bestuur bij Gezond op Zuid
  • Stijn Strous, per 15 juni 2016 directeur van IZER
  • Thijs Veerman, per eind augustus 2016 interim-directeur bij de SHG-groep
  • Roderick Runne, per 1 juni 2016 voorzitter Raad van Bestuur bij Primair Huisartsenposten
  • Lucas Fraza, per 1 oktober 2016 directeur Huisartsen Coöperatie Deventer en Omstreken (HCDO)

 

[...]

2016 is bijna voorbij. Een jaar waarin opnieuw en op veel fronten hard is gewerkt aan het versterken van de eerste lijn. De ambitie om te komen tot persoonsgerichte zorg brengt nieuwe vormen van samenwerking en organisatie met zich mee. Dat geldt ook voor het opvangen van zorg uit de tweede lijn en de ggz. Ook daarvoor vormen huisartsen en andere zorgprofessionals samen met bestuurders nieuwe organisatie- en netwerkverbanden. Steeds duidelijker wordt dat afwachten geen optie meer is als we als eerste lijn onze hoge kwaliteit van zorg voor de komende generaties willen waarborgen. Het meest gebezigde woord in dit verband is zonder twijfel ‘uitdaging’. In 2016 traden diverse nieuwe bestuurders aan. Hoe kijken ze terug op 2016 en wat zijn hun speerpunten voor 2017?


Thijs-zwThijs Veerman, per eind augustus 2016 interim-directeur bij de SHG-groep, acht gezondheidscentra en zes apotheken in de regio Haaglanden

Wat waren je eerste indrukken bij SHG?
‘Hiervoor was ik onder meer bestuurder bij het medisch diagnostisch centrum Star-MDC. Ik heb jaren gewerkt in de buurt van huisartsen, als dienstverlener van huisartsen en nu zit ik er voor de eerste keer middenin. Ik ben vooral gegrepen door hoe de SHG overal in het Haagse functioneert, in Vinex-wijken en in achterstandsbuurten, en door de inzet van de huisartsen en andere zorgprofessionals om voor hun patiënten te zorgen. Dat gaat echt diep en ver.’

‘Tegelijkertijd zie ik ook de worsteling van dezelfde huisartsen om om te gaan met het vele werk dat op ze afkomt. Huisartsen vinden ook dat mensen zo lang mogelijk in de eerste lijn moeten blijven, maar dat gaat wel gepaard met grote extra inspanningen. Ik zie een worsteling met de eigen verantwoordelijkheid. Hoe kan ik als huisarts bepaalde dingen met een gerust hart overlaten aan anderen? Want daar gaat het steeds meer naartoe. Zo zie ik als mijn taak als leidinggevende: hoe kunnen we de zorgverleners ondersteunen zodat zij gemotiveerd en trots blijven én het gevoel hebben dat ze de verantwoordelijkheid kunnen nemen voor patiënten, in de wijk, in de ketenzorg.’

Hoe ga je in 2017 met dit gegeven aan de slag?
‘Mijn opdracht is om samen met de organisatie een bedrijfsplan te maken voor hoe we het de komende jaren gaan doen. De nieuwe O&I financiering geeft mij als interim een duidelijke leidraad. Daarin komt alles samen wat wij als maatschappij, als organisatie en als overheid belangrijk vinden. Een punt voor SHG is dat we meer willen gaan samenwerken met partijen om ons heen. We hebben als multidisciplinaire organisatie veel zelf in huis, maar we gaan ons nu ook richten op samenwerking met collega-organisaties, de gemeente en de thuiszorg.’

‘In Den Haag heb je tientallen thuiszorgaanbieders, daar kan je onmogelijk allemaal stevige relaties mee hebben. Dat beter organiseren is één van de opgaven voor 2017. Misschien dat we er een paar selecteren en de relatie daarmee intensiveren. Natuurlijk heeft de patiënt eigen vrije keuze, maar dan hebben we een paar partijen waarvan we weten: daar zit het goed, daar kan ik mijn patiënt met een gerust hart op attenderen.’

‘Binnen de nieuwe financiering biedt populatiebekostiging belangrijke kansen. We gaan van de huidige situatie waarin we ons voor elke handeling moeten verantwoorden naar een systeem dat meer beleidsruimte geeft om te kunnen doen wat we nodig vinden om betere zorg te verlenen. Denk aan preventie, iets wat in het huidige systeem lastig te financieren is. Een voorbeeld is ook de ketenzorg. Dat is nu strak geprotocolleerd. Het gaat er niet om dat onze zorgverleners weerstand hebben tegen het afleggen van verantwoording, maar je kunt nu rustig alle lijstjes afvinken zonder ooit een goed gesprek met de patiënt te voeren. We zijn daar al mee bezig en gaan ermee door om samen met andere partijen in De Haag ruimte voor dat gesprek te zoeken.’

Je hebt een achtergrond in de diagnostiek. Zou de eerste lijn op dat vlak prioriteiten moeten stellen in 2017?
‘Dat hangt ervan af. Ik zou elke huisarts en elk gezondheidscentrum willen aanraden eens te gaan praten met een paar dienstverleners van diagnostiek. En dan niet over hoe ze de glucose meten, want dat doen ze allemaal goed. Maar wat voor extra diensten leveren ze en wat voor tarieven hanteren ze? Daarin onderscheiden de diagnostische centra zich. Bieden ze bijvoorbeeld een goed diagnostisch toets overleg (DTO) aan? Ik zie bij ons de enorme meerwaarde die dat kan opleveren!’

Wat is de rol van InEen?
‘Ze doen heel veel dingen, maar voor mij is de voortrekkersrol die ze nemen in het structureren van de nieuwe financiering een hele belangrijke. Daarmee ondersteunt InEen de gezondheidscentra in de opgave waar zij voor staan en dat is precies wat ik nodig heb.’


Lees de andere interviews:

  • Annemiek Beukman, per 1 januari 2016 Raad van Bestuur bij Gezond op Zuid
  • Stijn Strous, per 15 juni 2016 directeur van IZER
  • Thijs Veerman, per eind augustus 2016 interim-directeur bij de SHG-groep
  • Roderick Runne, per 1 juni 2016 voorzitter Raad van Bestuur bij Primair Huisartsenposten
  • Lucas Fraza, per 1 oktober 2016 directeur Huisartsen Coöperatie Deventer en Omstreken (HCDO)

 

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

2016 » 2017: Stijn Strous, per 15 juni 2016 directeur van IZER, zorggroep in de regio Rotterdam Rijnmond

22 december 2016

2016 is bijna voorbij. Een jaar waarin opnieuw en op veel fronten hard is gewerkt aan het versterken van de eerste lijn. De ambitie om te komen tot persoonsgerichte zorg brengt nieuwe vormen van samenwerking en organisatie met zich mee. Dat geldt ook voor het opvangen van zorg uit de tweede lijn en de ggz. Ook daarvoor vormen huisartsen en andere zorgprofessionals samen met bestuurders nieuwe organisatie- en netwerkverbanden. Steeds duidelijker wordt dat afwachten geen optie meer is als we als eerste lijn onze hoge kwaliteit van zorg voor de komende generaties willen waarborgen. Het meest gebezigde woord in dit verband is zonder twijfel ‘uitdaging’. In 2016 traden diverse nieuwe bestuurders aan. Hoe kijken ze terug op 2016 en wat zijn hun speerpunten voor 2017?


Stijn-zwStijn Strous, per 15 juni 2016 directeur van IZER, zorggroep in de regio Rotterdam Rijnmond

Hiervoor was je achtenhalf jaar manager bij het diagnostisch centrum Star-MDC. Hoe was je start bij IZER?
‘Een diagnostisch centrum is vooral een productieorganisatie, een zorggroep is meer een ondersteuningsstructuur, dat is een andere tak van sport. Je hebt te maken met een ander punt in het proces van de patiënt. Maar in beide gevallen ben je ondersteunend aan huisartsen. De zorggroepen zijn in een fase gekomen waarin we onszelf opnieuw moeten uitvinden. Zorggroepen zijn heel belangrijk geweest voor de emancipatie van de eerste lijn. De ketenzorg staat, maar is dat voldoende? Kunnen we onze organisatiekracht gaan aanwenden om de eerste lijn breder te ondersteunen en nog krachtiger te maken? Als directeur van een ambitieuze organisatie is het  leuk om in deze fase op de trein te stappen.’

‘Star-MDC, en ik denk meer EDC’s, heeft al veel geïnvesteerd in informatisering en zaken als lean management. Die ervaring neem ik mee natuurlijk. Als het gaat om het optimaliseren van processen liggen er nog wel veel kansen, bij IZER en ook in de eerste lijn als geheel. Als ik kijk naar de uitdaging waar de eerste lijn voor staat – wijkgericht werken, substitutie – dan moeten we zorgen niet zomaar allemaal nieuwe taken over professionals uit te storten. Ik vind het belangrijk om eerst datgene wat we al doen te optimaliseren. Zo creëer je ruimte voor nieuwe initiatieven.

Wat zijn jullie speerpunten voor 2017?
‘We zijn ons jaarplan aan het afronden. Een pijler wordt het doorontwikkelen van programmatische zorg naar persoonsgerichte zorg in de wijk. Kijken hoe we de aansluiting met andere professionals in de wijk kunnen ondersteunen met moderne middelen, netwerken waarin professionals informatie kunnen uitwisselen. Scholing kan daaraan bijdragen. Daarom willen we investeren in een digitale leeromgeving. Ook willen we substitutie projecten ondersteunen. We zijn met een aantal projecten bezig, zoals het regionale meekijkconsult, waarbij we de huisarts willen ontlasten van alle registratie en declaratie, zodat hij of zij zich op de inhoud kan richten en met een druk op de knop contact kan maken met de juiste medisch specialist. Vooral dus ruimte maken voor de inhoud, door optimaal gebruik te maken van moderne communicatietechnologie.’

‘Ik las recent een onderzoek waaruit bleek dat huisartsen meer werktijd doorbrengen aan hun HIS dan aan hun patiënten. Wat ik zie is dat we in de zorg veel registreren en soms nog dubbel ook. Iets wordt in een HIS gezet en dan ook in een KIS, je hebt de NHG-praktijkaccreditatie en het kwaliteitsbeleid bij de zorggroep. Kunnen we dat niet slimmer oppakken? Ik ken geen beroepsgroep waar kwaliteit zo sterk wordt gekwantificeerd, terwijl de aard van waar we mee bezig zijn, de gezondheid en het welzijn van patiënten, juist heel lastig te kwantificeren is. Voor projecten die we indienen bij de zorgverzekeraar moet er een interne businesscase komen waarbij ik in de looptijd van het project de resultaten moet kwantificeren. Natuurlijk moet je niet zomaar wat doen, maar je mag wel met iets meer afstand kijken. Als je een aantal jaren gaat investeren in bijvoorbeeld nieuwe leefstijlprogramma’s, kun je niet alles in het eerste jaar verwachten. Soms moet je ook een beetje vertrouwen hebben en geduld. En ja, dat staat soms op gespannen voet met het economische karakter van het verzekeringswezen.’

Wat zou wat jou betreft voor 2017 het speerpunt van InEen moeten zijn?
‘Ik zie InEen vooral als een platform voor informatie-uitwisseling. InEen kan daarmee een katalysator zijn voor vernieuwing en verbetering. Iedereen deelt graag informatie en is met dezelfde doelstellingen bezig. We zijn geen concurrenten van elkaar. Zaken als O&I zijn belangrijk, maar energie krijg ik van zien waar mensen mee bezig zijn en dan te kijken welke elementen ik kan inzetten in onze context. Aan dat platform mag InEen nog verder bouwen.’


Lees de andere interviews:

  • Annemiek Beukman, per 1 januari 2016 Raad van Bestuur bij Gezond op Zuid
  • Stijn Strous, per 15 juni 2016 directeur van IZER
  • Thijs Veerman, per eind augustus 2016 interim-directeur bij de SHG-groep
  • Roderick Runne, per 1 juni 2016 voorzitter Raad van Bestuur bij Primair Huisartsenposten
  • Lucas Fraza, per 1 oktober 2016 directeur Huisartsen Coöperatie Deventer en Omstreken (HCDO)

 

[...]

2016 is bijna voorbij. Een jaar waarin opnieuw en op veel fronten hard is gewerkt aan het versterken van de eerste lijn. De ambitie om te komen tot persoonsgerichte zorg brengt nieuwe vormen van samenwerking en organisatie met zich mee. Dat geldt ook voor het opvangen van zorg uit de tweede lijn en de ggz. Ook daarvoor vormen huisartsen en andere zorgprofessionals samen met bestuurders nieuwe organisatie- en netwerkverbanden. Steeds duidelijker wordt dat afwachten geen optie meer is als we als eerste lijn onze hoge kwaliteit van zorg voor de komende generaties willen waarborgen. Het meest gebezigde woord in dit verband is zonder twijfel ‘uitdaging’. In 2016 traden diverse nieuwe bestuurders aan. Hoe kijken ze terug op 2016 en wat zijn hun speerpunten voor 2017?


Stijn-zwStijn Strous, per 15 juni 2016 directeur van IZER, zorggroep in de regio Rotterdam Rijnmond

Hiervoor was je achtenhalf jaar manager bij het diagnostisch centrum Star-MDC. Hoe was je start bij IZER?
‘Een diagnostisch centrum is vooral een productieorganisatie, een zorggroep is meer een ondersteuningsstructuur, dat is een andere tak van sport. Je hebt te maken met een ander punt in het proces van de patiënt. Maar in beide gevallen ben je ondersteunend aan huisartsen. De zorggroepen zijn in een fase gekomen waarin we onszelf opnieuw moeten uitvinden. Zorggroepen zijn heel belangrijk geweest voor de emancipatie van de eerste lijn. De ketenzorg staat, maar is dat voldoende? Kunnen we onze organisatiekracht gaan aanwenden om de eerste lijn breder te ondersteunen en nog krachtiger te maken? Als directeur van een ambitieuze organisatie is het  leuk om in deze fase op de trein te stappen.’

‘Star-MDC, en ik denk meer EDC’s, heeft al veel geïnvesteerd in informatisering en zaken als lean management. Die ervaring neem ik mee natuurlijk. Als het gaat om het optimaliseren van processen liggen er nog wel veel kansen, bij IZER en ook in de eerste lijn als geheel. Als ik kijk naar de uitdaging waar de eerste lijn voor staat – wijkgericht werken, substitutie – dan moeten we zorgen niet zomaar allemaal nieuwe taken over professionals uit te storten. Ik vind het belangrijk om eerst datgene wat we al doen te optimaliseren. Zo creëer je ruimte voor nieuwe initiatieven.

Wat zijn jullie speerpunten voor 2017?
‘We zijn ons jaarplan aan het afronden. Een pijler wordt het doorontwikkelen van programmatische zorg naar persoonsgerichte zorg in de wijk. Kijken hoe we de aansluiting met andere professionals in de wijk kunnen ondersteunen met moderne middelen, netwerken waarin professionals informatie kunnen uitwisselen. Scholing kan daaraan bijdragen. Daarom willen we investeren in een digitale leeromgeving. Ook willen we substitutie projecten ondersteunen. We zijn met een aantal projecten bezig, zoals het regionale meekijkconsult, waarbij we de huisarts willen ontlasten van alle registratie en declaratie, zodat hij of zij zich op de inhoud kan richten en met een druk op de knop contact kan maken met de juiste medisch specialist. Vooral dus ruimte maken voor de inhoud, door optimaal gebruik te maken van moderne communicatietechnologie.’

‘Ik las recent een onderzoek waaruit bleek dat huisartsen meer werktijd doorbrengen aan hun HIS dan aan hun patiënten. Wat ik zie is dat we in de zorg veel registreren en soms nog dubbel ook. Iets wordt in een HIS gezet en dan ook in een KIS, je hebt de NHG-praktijkaccreditatie en het kwaliteitsbeleid bij de zorggroep. Kunnen we dat niet slimmer oppakken? Ik ken geen beroepsgroep waar kwaliteit zo sterk wordt gekwantificeerd, terwijl de aard van waar we mee bezig zijn, de gezondheid en het welzijn van patiënten, juist heel lastig te kwantificeren is. Voor projecten die we indienen bij de zorgverzekeraar moet er een interne businesscase komen waarbij ik in de looptijd van het project de resultaten moet kwantificeren. Natuurlijk moet je niet zomaar wat doen, maar je mag wel met iets meer afstand kijken. Als je een aantal jaren gaat investeren in bijvoorbeeld nieuwe leefstijlprogramma’s, kun je niet alles in het eerste jaar verwachten. Soms moet je ook een beetje vertrouwen hebben en geduld. En ja, dat staat soms op gespannen voet met het economische karakter van het verzekeringswezen.’

Wat zou wat jou betreft voor 2017 het speerpunt van InEen moeten zijn?
‘Ik zie InEen vooral als een platform voor informatie-uitwisseling. InEen kan daarmee een katalysator zijn voor vernieuwing en verbetering. Iedereen deelt graag informatie en is met dezelfde doelstellingen bezig. We zijn geen concurrenten van elkaar. Zaken als O&I zijn belangrijk, maar energie krijg ik van zien waar mensen mee bezig zijn en dan te kijken welke elementen ik kan inzetten in onze context. Aan dat platform mag InEen nog verder bouwen.’


Lees de andere interviews:

  • Annemiek Beukman, per 1 januari 2016 Raad van Bestuur bij Gezond op Zuid
  • Stijn Strous, per 15 juni 2016 directeur van IZER
  • Thijs Veerman, per eind augustus 2016 interim-directeur bij de SHG-groep
  • Roderick Runne, per 1 juni 2016 voorzitter Raad van Bestuur bij Primair Huisartsenposten
  • Lucas Fraza, per 1 oktober 2016 directeur Huisartsen Coöperatie Deventer en Omstreken (HCDO)

 

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

2016 » 2017: Roderick Runne, per 1 juni 2016 voorzitter Raad van Bestuur bij Primair Huisartsenposten

22 december 2016

2016 is bijna voorbij. Een jaar waarin opnieuw en op veel fronten hard is gewerkt aan het versterken van de eerste lijn. De ambitie om te komen tot persoonsgerichte zorg brengt nieuwe vormen van samenwerking en organisatie met zich mee. Dat geldt ook voor het opvangen van zorg uit de tweede lijn en de ggz. Ook daarvoor vormen huisartsen en andere zorgprofessionals samen met bestuurders nieuwe organisatie- en netwerkverbanden. Steeds duidelijker wordt dat afwachten geen optie meer is als we als eerste lijn onze hoge kwaliteit van zorg voor de komende generaties willen waarborgen. Het meest gebezigde woord in dit verband is zonder twijfel ‘uitdaging’. In 2016 traden diverse nieuwe bestuurders aan. Hoe kijken ze terug op 2016 en wat zijn hun speerpunten voor 2017?


Roderick-zwRoderick Runne, per 1 juni 2016 voorzitter Raad van Bestuur bij Primair Huisartsenposten in de regio Utrecht

Wat zijn je eerste indrukken bij Primair?
‘Als arts en bedrijfskundige was ik de afgelopen anderhalf jaar hoofd maag-darm-leverziekten bij het UMCU. Daarvoor ben ik ook bestuurder van een gezondheidscentrum geweest, dus de huisartsenzorg is me bekend. Wel is Primair voor mij de kennismaking met ANW-zorg. Interessant omdat het zorg is die voor de maatschappij heel zichtbaar is en direct iets toevoegt, die meteen reageert op de behoefte van de patiënt. Ik ben zelf ouder met jonge kindjes en weet hoe je na vijven plotseling toch behoefte kunt hebben aan die huisarts. Dat hebben we in Nederland goed geregeld.’

‘Wat me positief is opgevallen bij mijn kennismaking met Primair is het hoge kwaliteitsniveau, zowel van de zorg zelf als van de organisatie. Mensen werken hier met hart en ziel. Je ziet dat bijvoorbeeld aan de manier waarop klachten en incidenten worden behandeld. Heel consciëntieus en door de mensen op de locaties zelf, het wordt geen dingetje van de kwaliteitsmedewerker. Daarnaast heeft Primair roerige tijden achter de rug. Er is behoefte aan een duidelijke nieuwe koers. Er loopt een regionalisatietraject waarin we met onze huisartsenposten naar meer zelfsturing streven.’

Wat is voor Primair het speerpunt in 2017?
‘Het grote onderwerp is het probleem van de werkdruk van de huisarts en het waarneemtekort. We zijn daar als Primair mee bezig, maar ook in de bredere context van InEen. Hoe kunnen we onze toekomst borgen? Hoe kunnen we het anders inrichten en duurzaam maken, zodat het stelsel overeind blijft. Dat is belangrijk. Dat je niet als reflex zegt: ik gooi het kind met het badwater weg, het systeem moet maar overhoop. Het systeem zelf is goed. Het is een probleem van resources: te weinig zorgprofessionals. Ik denk dat het ook goed is dat de waarnemer een andere positie krijgt in het speelveld, actiever betrokken bij het delen van problemen en oplossingen.’

‘Ik heb hier natuurlijk veel contact over met collega-bestuurders. We zien het risico van een afnemende kwaliteit van zorg op de huisartsenpost op ons afkomen. De huisartsenposten zijn ontstaan om het werk buiten kantooruren terug te brengen; ook huisartsen willen graag naast hun werk een privéleven. In eerste instantie werkte dat heel goed, maar we zagen vervolgens een toename van de zorgvraag. Omdat ook de werkdruk overdag de afgelopen jaren steeds is toegenomen, nam de bereidheid om diensten te draaien gestaag af. In mijn visie, en dat geldt ook voor mijn collega’s, zijn we nu zover dat de kwaliteit van de patiëntenzorg in gevaar dreigt te komen. We krijgen bijvoorbeeld teveel signalen van huisartsen dat ze ‘niet fit’ aan hun dienst beginnen.’

‘We hebben geanalyseerd waardoor deze situatie is ontstaan en kwamen tot zo’n tien ontwikkelingen die een rol spelen. Graag willen we met alle betrokkenen in gesprek over oplossingen. Dat is natuurlijk niet één ei van Columbus. Denklijnen zijn bijvoorbeeld het stimuleren van digitale zelfhulpmogelijkheden, de zogenaamde nulde-lijn. Ook het inzetten van bijvoorbeeld specialisten psychiatrie en ouderenzorg kan zorgen voor het behoud van de kwaliteit van zorg. Verder vinden we het van belang dat er naar het hele proces van triage wordt gekeken. Hiervoor kiezen we samen met InEen de benadering van een nadere analyse van de instroom, doorstroom, uitstroom en de benodigde capaciteit.’

Hoe zie je de rol van InEen?
‘We zijn zelf InEen. In InEen-verband kunnen we een koers uitzetten en bepalen waar we op willen focussen, niet teveel willen. InEen biedt op strategisch niveau het voordeel dat je onderwerpen die organisatie overstijgend zijn kunt bundelen en voor elkaar kunt krijgen. Lobby is belangrijk, richting VWS, maar ook bijvoorbeeld de VNG zal meer een gesprekspartner moeten worden dan ze tot nu toe waren.’


Lees de andere interviews:

  • Annemiek Beukman, per 1 januari 2016 Raad van Bestuur bij Gezond op Zuid
  • Stijn Strous, per 15 juni 2016 directeur van IZER
  • Thijs Veerman, per eind augustus 2016 interim-directeur bij de SHG-groep
  • Roderick Runne, per 1 juni 2016 voorzitter Raad van Bestuur bij Primair Huisartsenposten
  • Lucas Fraza, per 1 oktober 2016 directeur Huisartsen Coöperatie Deventer en Omstreken (HCDO)

 

[...]

2016 is bijna voorbij. Een jaar waarin opnieuw en op veel fronten hard is gewerkt aan het versterken van de eerste lijn. De ambitie om te komen tot persoonsgerichte zorg brengt nieuwe vormen van samenwerking en organisatie met zich mee. Dat geldt ook voor het opvangen van zorg uit de tweede lijn en de ggz. Ook daarvoor vormen huisartsen en andere zorgprofessionals samen met bestuurders nieuwe organisatie- en netwerkverbanden. Steeds duidelijker wordt dat afwachten geen optie meer is als we als eerste lijn onze hoge kwaliteit van zorg voor de komende generaties willen waarborgen. Het meest gebezigde woord in dit verband is zonder twijfel ‘uitdaging’. In 2016 traden diverse nieuwe bestuurders aan. Hoe kijken ze terug op 2016 en wat zijn hun speerpunten voor 2017?


Roderick-zwRoderick Runne, per 1 juni 2016 voorzitter Raad van Bestuur bij Primair Huisartsenposten in de regio Utrecht

Wat zijn je eerste indrukken bij Primair?
‘Als arts en bedrijfskundige was ik de afgelopen anderhalf jaar hoofd maag-darm-leverziekten bij het UMCU. Daarvoor ben ik ook bestuurder van een gezondheidscentrum geweest, dus de huisartsenzorg is me bekend. Wel is Primair voor mij de kennismaking met ANW-zorg. Interessant omdat het zorg is die voor de maatschappij heel zichtbaar is en direct iets toevoegt, die meteen reageert op de behoefte van de patiënt. Ik ben zelf ouder met jonge kindjes en weet hoe je na vijven plotseling toch behoefte kunt hebben aan die huisarts. Dat hebben we in Nederland goed geregeld.’

‘Wat me positief is opgevallen bij mijn kennismaking met Primair is het hoge kwaliteitsniveau, zowel van de zorg zelf als van de organisatie. Mensen werken hier met hart en ziel. Je ziet dat bijvoorbeeld aan de manier waarop klachten en incidenten worden behandeld. Heel consciëntieus en door de mensen op de locaties zelf, het wordt geen dingetje van de kwaliteitsmedewerker. Daarnaast heeft Primair roerige tijden achter de rug. Er is behoefte aan een duidelijke nieuwe koers. Er loopt een regionalisatietraject waarin we met onze huisartsenposten naar meer zelfsturing streven.’

Wat is voor Primair het speerpunt in 2017?
‘Het grote onderwerp is het probleem van de werkdruk van de huisarts en het waarneemtekort. We zijn daar als Primair mee bezig, maar ook in de bredere context van InEen. Hoe kunnen we onze toekomst borgen? Hoe kunnen we het anders inrichten en duurzaam maken, zodat het stelsel overeind blijft. Dat is belangrijk. Dat je niet als reflex zegt: ik gooi het kind met het badwater weg, het systeem moet maar overhoop. Het systeem zelf is goed. Het is een probleem van resources: te weinig zorgprofessionals. Ik denk dat het ook goed is dat de waarnemer een andere positie krijgt in het speelveld, actiever betrokken bij het delen van problemen en oplossingen.’

‘Ik heb hier natuurlijk veel contact over met collega-bestuurders. We zien het risico van een afnemende kwaliteit van zorg op de huisartsenpost op ons afkomen. De huisartsenposten zijn ontstaan om het werk buiten kantooruren terug te brengen; ook huisartsen willen graag naast hun werk een privéleven. In eerste instantie werkte dat heel goed, maar we zagen vervolgens een toename van de zorgvraag. Omdat ook de werkdruk overdag de afgelopen jaren steeds is toegenomen, nam de bereidheid om diensten te draaien gestaag af. In mijn visie, en dat geldt ook voor mijn collega’s, zijn we nu zover dat de kwaliteit van de patiëntenzorg in gevaar dreigt te komen. We krijgen bijvoorbeeld teveel signalen van huisartsen dat ze ‘niet fit’ aan hun dienst beginnen.’

‘We hebben geanalyseerd waardoor deze situatie is ontstaan en kwamen tot zo’n tien ontwikkelingen die een rol spelen. Graag willen we met alle betrokkenen in gesprek over oplossingen. Dat is natuurlijk niet één ei van Columbus. Denklijnen zijn bijvoorbeeld het stimuleren van digitale zelfhulpmogelijkheden, de zogenaamde nulde-lijn. Ook het inzetten van bijvoorbeeld specialisten psychiatrie en ouderenzorg kan zorgen voor het behoud van de kwaliteit van zorg. Verder vinden we het van belang dat er naar het hele proces van triage wordt gekeken. Hiervoor kiezen we samen met InEen de benadering van een nadere analyse van de instroom, doorstroom, uitstroom en de benodigde capaciteit.’

Hoe zie je de rol van InEen?
‘We zijn zelf InEen. In InEen-verband kunnen we een koers uitzetten en bepalen waar we op willen focussen, niet teveel willen. InEen biedt op strategisch niveau het voordeel dat je onderwerpen die organisatie overstijgend zijn kunt bundelen en voor elkaar kunt krijgen. Lobby is belangrijk, richting VWS, maar ook bijvoorbeeld de VNG zal meer een gesprekspartner moeten worden dan ze tot nu toe waren.’


Lees de andere interviews:

  • Annemiek Beukman, per 1 januari 2016 Raad van Bestuur bij Gezond op Zuid
  • Stijn Strous, per 15 juni 2016 directeur van IZER
  • Thijs Veerman, per eind augustus 2016 interim-directeur bij de SHG-groep
  • Roderick Runne, per 1 juni 2016 voorzitter Raad van Bestuur bij Primair Huisartsenposten
  • Lucas Fraza, per 1 oktober 2016 directeur Huisartsen Coöperatie Deventer en Omstreken (HCDO)

 

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

2016 » 2017: Annemiek Beukman, per 1 januari 2016 Raad van Bestuur bij Gezond op Zuid

22 december 2016

2016 is bijna voorbij. Een jaar waarin opnieuw en op veel fronten hard is gewerkt aan het versterken van de eerste lijn. De ambitie om te komen tot persoonsgerichte zorg brengt nieuwe vormen van samenwerking en organisatie met zich mee. Dat geldt ook voor het opvangen van zorg uit de tweede lijn en de ggz. Ook daarvoor vormen huisartsen en andere zorgprofessionals samen met bestuurders nieuwe organisatie- en netwerkverbanden. Steeds duidelijker wordt dat afwachten geen optie meer is als we als eerste lijn onze hoge kwaliteit van zorg voor de komende generaties willen waarborgen. Het meest gebezigde woord in dit verband is zonder twijfel ‘uitdaging’. In 2016 traden diverse nieuwe bestuurders aan. Hoe kijken ze terug op 2016 en wat zijn hun speerpunten voor 2017?


Annemiek-zwAnnemiek Beukman, per 1 januari 2016 Raad van Bestuur bij Gezond op Zuid, een organisatie met vijf gezondheidscentra in Rotterdam

‘Ik vind de zorg een heel mooi werkveld. De dynamiek in de eerste lijn is groot en er is veel te doen. In mijn vorige functie in de ouderenzorg was ik verantwoordelijk voor de intramurale zorg en vooral intern gericht. Nu heb ik via de huisartsen een directere lijn met burgers en kan ik over de volle breedte van de zorg met andere partijen in gesprek en echt iets toevoegen aan hoe je met elkaar goede zorg biedt. Gezond op Zuid ontstond een jaar geleden uit drie stichtingen. We zijn dit jaar dus druk geweest onze organisatie samen te smelten. Begin april lag de strategische notitie op tafel en die hebben we in elk centrum met iedereen besproken. Daarna hebben we hetzelfde gedaan met de nota kwaliteitsbeleid. Bottom up. Zo bereiken we draagvlak voor de plannen en raken we intensief met elkaar in gesprek. Dat vind ik heel belangrijk.

Kwaliteit is méér dan accreditatie en wettelijke regels. Kwaliteit is ook hoe we met onze klanten omgaan, de kwaliteit van onze medewerkers en de kwaliteit van de organisatie. Met elkaar hebben we speerpunten benoemd op elk van deze drie punten. Denk aan patiënttevredenheidsonderzoek en regelmatige tevredenheidsenquêtes onder onze medewerkers. Sinds de zomer zijn we bezig met de ontwikkeling van één systeem voor Gezond op Zuid, voor de kantoorautomatisering, de financiën en P&O.’

Wat is jullie speerpunt voor 2017?
‘Extern ligt onze focus bij samenwerking. Met andere eerstelijns organisaties praat ik over de vraag hoe we kunnen zorgen beter als eenheid naar buiten te treden. Voor een gemeente is het gewoon lastig om met meer dan 300 huisartsen te maken te hebben. Daarbij vind ik het belangrijk dat we ons als eerstelijns organisaties een keer uitspreken: wat willen nou eigenlijk met elkaar en hoe kunnen we elkaar versterken? Dat is echt een speerpunt voor de komende tijd.’

‘Een ander speerpunt is de samenwerking met de wijk. We zijn trekker in twee belangrijke projecten in Rotterdam Zuid. In het project Samen Eén in Feyenoord werken we samen met 45 organisaties. Elke twee maanden hebben we een Topontmoeting rondom een thema, bijvoorbeeld geboortezorg of positieve gezondheid. Daar komen mooie initiatieven uit voort. Verder werken we in de coöperatie Wijkverpleegkundige Zorg samen met de thuiszorgorganisaties. Daarin vervult de wijkverpleegkundige als de vooruitgeschoven post in de wijk een belangrijke preventieve taak. Maar met het oog op bijvoorbeeld substitutie is ook samenwerking met de tweede lijn nodig. Daarmee zijn we sinds 2015 actief, bijvoorbeeld met het Ikazia ziekenhuis in een pilot met meeloopconsulten van de longarts. Ook doen we mee met het onlangs gestarte project van Zilveren Kruis waarin het meekijkconsult wordt gefaciliteerd om te kijken hoe we dat in de toekomst structureel kunnen organiseren.’’

‘Als professionals zijn we op allerlei niveaus en manieren met elkaar in gesprek, maar de echte ervaringsdeskundigen wonen in de wijk. De wijkbewoners kunnen ons veel vertellen, een andere cultuur brengt ook mee dat mensen anders naar dingen kijken. Die dialoog met de wijk blijft nog een beetje steken. Daarom hebben we met Samen Eén afgesproken om daar volgend jaar iets mee te doen. Bijvoorbeeld door wijkbewoners uit te nodigen voor onze Topontmoeting.’

‘Intern wil ik volgend jaar werken aan het draagvlak bij huisartsen. Dat het moeilijk is om artsen in loondienst te krijgen, is wel een zorgpunt. De nieuwe cao voor gezondheidscentra is voor hen financieel een verbetering, dus ik hoop dat dat helpt. Maar ik zou artsen ook meer willen betrekken bij de bedrijfsvoering, met meer zeggenschap.’

Wat verwacht je van InEen volgend jaar?
‘Wat we nu doen. Mensen bij elkaar brengen, samenwerken, thema’s aan de orde stellen, vraagbaak zijn. Allemaal heel belangrijk.’


Lees de andere interviews:

  • Annemiek Beukman, per 1 januari 2016 Raad van Bestuur bij Gezond op Zuid
  • Stijn Strous, per 15 juni 2016 directeur van IZER
  • Thijs Veerman, per eind augustus 2016 interim-directeur bij de SHG-groep
  • Roderick Runne, per 1 juni 2016 voorzitter Raad van Bestuur bij Primair Huisartsenposten
  • Lucas Fraza, per 1 oktober 2016 directeur Huisartsen Coöperatie Deventer en Omstreken (HCDO)

 

[...]

2016 is bijna voorbij. Een jaar waarin opnieuw en op veel fronten hard is gewerkt aan het versterken van de eerste lijn. De ambitie om te komen tot persoonsgerichte zorg brengt nieuwe vormen van samenwerking en organisatie met zich mee. Dat geldt ook voor het opvangen van zorg uit de tweede lijn en de ggz. Ook daarvoor vormen huisartsen en andere zorgprofessionals samen met bestuurders nieuwe organisatie- en netwerkverbanden. Steeds duidelijker wordt dat afwachten geen optie meer is als we als eerste lijn onze hoge kwaliteit van zorg voor de komende generaties willen waarborgen. Het meest gebezigde woord in dit verband is zonder twijfel ‘uitdaging’. In 2016 traden diverse nieuwe bestuurders aan. Hoe kijken ze terug op 2016 en wat zijn hun speerpunten voor 2017?


Annemiek-zwAnnemiek Beukman, per 1 januari 2016 Raad van Bestuur bij Gezond op Zuid, een organisatie met vijf gezondheidscentra in Rotterdam

‘Ik vind de zorg een heel mooi werkveld. De dynamiek in de eerste lijn is groot en er is veel te doen. In mijn vorige functie in de ouderenzorg was ik verantwoordelijk voor de intramurale zorg en vooral intern gericht. Nu heb ik via de huisartsen een directere lijn met burgers en kan ik over de volle breedte van de zorg met andere partijen in gesprek en echt iets toevoegen aan hoe je met elkaar goede zorg biedt. Gezond op Zuid ontstond een jaar geleden uit drie stichtingen. We zijn dit jaar dus druk geweest onze organisatie samen te smelten. Begin april lag de strategische notitie op tafel en die hebben we in elk centrum met iedereen besproken. Daarna hebben we hetzelfde gedaan met de nota kwaliteitsbeleid. Bottom up. Zo bereiken we draagvlak voor de plannen en raken we intensief met elkaar in gesprek. Dat vind ik heel belangrijk.

Kwaliteit is méér dan accreditatie en wettelijke regels. Kwaliteit is ook hoe we met onze klanten omgaan, de kwaliteit van onze medewerkers en de kwaliteit van de organisatie. Met elkaar hebben we speerpunten benoemd op elk van deze drie punten. Denk aan patiënttevredenheidsonderzoek en regelmatige tevredenheidsenquêtes onder onze medewerkers. Sinds de zomer zijn we bezig met de ontwikkeling van één systeem voor Gezond op Zuid, voor de kantoorautomatisering, de financiën en P&O.’

Wat is jullie speerpunt voor 2017?
‘Extern ligt onze focus bij samenwerking. Met andere eerstelijns organisaties praat ik over de vraag hoe we kunnen zorgen beter als eenheid naar buiten te treden. Voor een gemeente is het gewoon lastig om met meer dan 300 huisartsen te maken te hebben. Daarbij vind ik het belangrijk dat we ons als eerstelijns organisaties een keer uitspreken: wat willen nou eigenlijk met elkaar en hoe kunnen we elkaar versterken? Dat is echt een speerpunt voor de komende tijd.’

‘Een ander speerpunt is de samenwerking met de wijk. We zijn trekker in twee belangrijke projecten in Rotterdam Zuid. In het project Samen Eén in Feyenoord werken we samen met 45 organisaties. Elke twee maanden hebben we een Topontmoeting rondom een thema, bijvoorbeeld geboortezorg of positieve gezondheid. Daar komen mooie initiatieven uit voort. Verder werken we in de coöperatie Wijkverpleegkundige Zorg samen met de thuiszorgorganisaties. Daarin vervult de wijkverpleegkundige als de vooruitgeschoven post in de wijk een belangrijke preventieve taak. Maar met het oog op bijvoorbeeld substitutie is ook samenwerking met de tweede lijn nodig. Daarmee zijn we sinds 2015 actief, bijvoorbeeld met het Ikazia ziekenhuis in een pilot met meeloopconsulten van de longarts. Ook doen we mee met het onlangs gestarte project van Zilveren Kruis waarin het meekijkconsult wordt gefaciliteerd om te kijken hoe we dat in de toekomst structureel kunnen organiseren.’’

‘Als professionals zijn we op allerlei niveaus en manieren met elkaar in gesprek, maar de echte ervaringsdeskundigen wonen in de wijk. De wijkbewoners kunnen ons veel vertellen, een andere cultuur brengt ook mee dat mensen anders naar dingen kijken. Die dialoog met de wijk blijft nog een beetje steken. Daarom hebben we met Samen Eén afgesproken om daar volgend jaar iets mee te doen. Bijvoorbeeld door wijkbewoners uit te nodigen voor onze Topontmoeting.’

‘Intern wil ik volgend jaar werken aan het draagvlak bij huisartsen. Dat het moeilijk is om artsen in loondienst te krijgen, is wel een zorgpunt. De nieuwe cao voor gezondheidscentra is voor hen financieel een verbetering, dus ik hoop dat dat helpt. Maar ik zou artsen ook meer willen betrekken bij de bedrijfsvoering, met meer zeggenschap.’

Wat verwacht je van InEen volgend jaar?
‘Wat we nu doen. Mensen bij elkaar brengen, samenwerken, thema’s aan de orde stellen, vraagbaak zijn. Allemaal heel belangrijk.’


Lees de andere interviews:

  • Annemiek Beukman, per 1 januari 2016 Raad van Bestuur bij Gezond op Zuid
  • Stijn Strous, per 15 juni 2016 directeur van IZER
  • Thijs Veerman, per eind augustus 2016 interim-directeur bij de SHG-groep
  • Roderick Runne, per 1 juni 2016 voorzitter Raad van Bestuur bij Primair Huisartsenposten
  • Lucas Fraza, per 1 oktober 2016 directeur Huisartsen Coöperatie Deventer en Omstreken (HCDO)

 

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

2016 » 2017: Lucas Fraza, per 1 oktober 2016 directeur Huisartsen Coöperatie Deventer en Omstreken (HCDO)

22 december 2016

2016 is bijna voorbij. Een jaar waarin opnieuw en op veel fronten hard is gewerkt aan het versterken van de eerste lijn. De ambitie om te komen tot persoonsgerichte zorg brengt nieuwe vormen van samenwerking en organisatie met zich mee. Dat geldt ook voor het opvangen van zorg uit de tweede lijn en de ggz. Ook daarvoor vormen huisartsen en andere zorgprofessionals samen met bestuurders nieuwe organisatie- en netwerkverbanden. Steeds duidelijker wordt dat afwachten geen optie meer is als we als eerste lijn onze hoge kwaliteit van zorg voor de komende generaties willen waarborgen. Het meest gebezigde woord in dit verband is zonder twijfel ‘uitdaging’. In 2016 traden diverse nieuwe bestuurders aan. Hoe kijken ze terug op 2016 en wat zijn hun speerpunten voor 2017?


Lucas-zwLucas Fraza, per 1 oktober 2016 directeur Huisartsen Coöperatie Deventer en Omstreken (HCDO)

De afgelopen jaren was je lid van de Raad van Bestuur van Primair Huisartsenposten. Nu heb je gekozen voor een bredere organisatie. Hoe heb je het eerste half jaar bij HCDO ervaren?
‘Ik vind het een uitgelezen kans om daar te mogen directeuren. HCDO past helemaal bij hoe ik denk dat een organisatie van huisartsenzorg eruit zou moeten zien. Gedreven door de motivatie van huisartsen en met de reikwijdte van de regio. Er zijn in totaal zo’n 130 huisartsen aangesloten bij HCDO. Dat zijn aantallen die passen bij een regionale organisatie die ertoe kan doen. Een voordeel is ook dat we als HCDO met één zorgverzekeraar te maken hebben, Salland Verzekeringen van ENO. Salland Verzekeringen heeft een lokale geschiedenis, begrijpt de taal van de regio en vindt het leuk om de regionale zorg verder vorm te geven. Daar komt bij dat we te maken hebben met maar één ziekenhuis.’

‘Ik ben altijd voorstander geweest van het stapelen van de huisartsenzorg in de regio. Niet een apart bedrijf voor de huisartsenposten, een apart bedrijf voor de ketenzorg enzovoort. In de regio Deventer hangen alle regionale huisartsenactiviteiten in de holding HCDO. Er is geen lappendeken van instellingen en dat betekent dat je makkelijk tot kruisbestuiving komt. Er is een prettige cohesie van huisartsen die zich uit in een grote betrokkenheid bij projecten. Belangrijk vind ik dat ook de waarnemers een duidelijke plek hebben in de coöperatie, zodat er een verbinding ontstaat tussen oudere en gevestigde huisartsen en nieuw aanstormend talent. Wat de ketenzorg betreft hebben we een driejarig contract afgesloten en is de zorgverzekeraar coöperatief in wat we daarvoor nodig hebben. Daardoor is voor 2017 de toekomst van de ketenzorg eigenlijk geen issue. Op dit moment zijn de huisartsen tevreden. Dat komt ook doordat zij als coöperatie eigenaar zijn van de holding waarin dit gebeurt. Daarmee hebben ze greep op de keuzes die worden gemaakt.’

Wat zijn speerpunten voor het komende jaar?
‘We gaan in 2017 nadenken over de huisartsenpost. Gezien de grote werkdruk waarmee de huisartsenpost te maken heeft, is het de vraag of we geen andere wegen moeten bewandelen. Recent hebben we een werkgroep in het leven geroepen die daarover gaat nadenken. Heel interessant om dat ook samen met de waarnemers te gaan doen. Ik denk niet dat we gaan uitkomen op een heel nieuwe aanpak van de spoedzorg, maar we hebben een open blik op alle scenario’s.’

‘Een primeur in 2017 wordt onze regionale huisartsenapp. Doordat we met één HIS werken in de regio hebben we een makkelijk ICT-platform voor zulke ontwikkelingen. Met de app krijgen patiënten toegang tot de praktijk van hun eigen huisarts, om afspraken te maken, vragen te stellen of herhaalrecepten aan te vragen. Doordat we dit onder de vlag van HCDO doen, hebben alle huisartsen en daarmee alle inwoners van de regio toegang tot deze dienst.’

Wat zou wat jou betreft voor 2017 het speerpunt voor InEen moeten zijn?
‘We moeten met elkaar een nieuwe verbinding leggen tussen huisartsen op zoek naar ondersteuning en InEen als intermediair om die ondersteuning verder vorm te geven. Meer brengen, minder halen. Daarbij zou het goed zijn als InEen een organisatie is waarin huisartsen zich thuis voelen. Ik vind dat nog niet het geval. InEen staat er absoluut voor open, maar hun referentiepunt zou veel meer de huisarts moeten zijn. De huisarts is de meest onafhankelijke en minst markt-afhankelijke zorgverlener in de omgeving van de patiënt. Als burger met zorgen om je gezondheid heb je geen relatie met ‘de eerste lijn’, maar met je huisarts. Ondersteun de rol van de huisarts als anker en verbinder voor de zorgvragen van patiënten. Laat ik het zo zeggen: als InEen de kant op gaat van een bestuurdersvereniging, dan verliezen ze de cruciale link met waar het om gaat uit het oog, namelijk hoe huisartsen en patiënten samen op zoek zijn naar betere vormen van zorg. Natuurlijk, huisartsen moeten zélf in actie komen, maar InEen moet huisartsen de kans geven dat te doen.’


Lees de andere interviews:

  • Annemiek Beukman, per 1 januari 2016 Raad van Bestuur bij Gezond op Zuid
  • Stijn Strous, per 15 juni 2016 directeur van IZER
  • Thijs Veerman, per eind augustus 2016 interim-directeur bij de SHG-groep
  • Roderick Runne, per 1 juni 2016 voorzitter Raad van Bestuur bij Primair Huisartsenposten
  • Lucas Fraza, per 1 oktober 2016 directeur Huisartsen Coöperatie Deventer en Omstreken (HCDO)

 

[...]

2016 is bijna voorbij. Een jaar waarin opnieuw en op veel fronten hard is gewerkt aan het versterken van de eerste lijn. De ambitie om te komen tot persoonsgerichte zorg brengt nieuwe vormen van samenwerking en organisatie met zich mee. Dat geldt ook voor het opvangen van zorg uit de tweede lijn en de ggz. Ook daarvoor vormen huisartsen en andere zorgprofessionals samen met bestuurders nieuwe organisatie- en netwerkverbanden. Steeds duidelijker wordt dat afwachten geen optie meer is als we als eerste lijn onze hoge kwaliteit van zorg voor de komende generaties willen waarborgen. Het meest gebezigde woord in dit verband is zonder twijfel ‘uitdaging’. In 2016 traden diverse nieuwe bestuurders aan. Hoe kijken ze terug op 2016 en wat zijn hun speerpunten voor 2017?


Lucas-zwLucas Fraza, per 1 oktober 2016 directeur Huisartsen Coöperatie Deventer en Omstreken (HCDO)

De afgelopen jaren was je lid van de Raad van Bestuur van Primair Huisartsenposten. Nu heb je gekozen voor een bredere organisatie. Hoe heb je het eerste half jaar bij HCDO ervaren?
‘Ik vind het een uitgelezen kans om daar te mogen directeuren. HCDO past helemaal bij hoe ik denk dat een organisatie van huisartsenzorg eruit zou moeten zien. Gedreven door de motivatie van huisartsen en met de reikwijdte van de regio. Er zijn in totaal zo’n 130 huisartsen aangesloten bij HCDO. Dat zijn aantallen die passen bij een regionale organisatie die ertoe kan doen. Een voordeel is ook dat we als HCDO met één zorgverzekeraar te maken hebben, Salland Verzekeringen van ENO. Salland Verzekeringen heeft een lokale geschiedenis, begrijpt de taal van de regio en vindt het leuk om de regionale zorg verder vorm te geven. Daar komt bij dat we te maken hebben met maar één ziekenhuis.’

‘Ik ben altijd voorstander geweest van het stapelen van de huisartsenzorg in de regio. Niet een apart bedrijf voor de huisartsenposten, een apart bedrijf voor de ketenzorg enzovoort. In de regio Deventer hangen alle regionale huisartsenactiviteiten in de holding HCDO. Er is geen lappendeken van instellingen en dat betekent dat je makkelijk tot kruisbestuiving komt. Er is een prettige cohesie van huisartsen die zich uit in een grote betrokkenheid bij projecten. Belangrijk vind ik dat ook de waarnemers een duidelijke plek hebben in de coöperatie, zodat er een verbinding ontstaat tussen oudere en gevestigde huisartsen en nieuw aanstormend talent. Wat de ketenzorg betreft hebben we een driejarig contract afgesloten en is de zorgverzekeraar coöperatief in wat we daarvoor nodig hebben. Daardoor is voor 2017 de toekomst van de ketenzorg eigenlijk geen issue. Op dit moment zijn de huisartsen tevreden. Dat komt ook doordat zij als coöperatie eigenaar zijn van de holding waarin dit gebeurt. Daarmee hebben ze greep op de keuzes die worden gemaakt.’

Wat zijn speerpunten voor het komende jaar?
‘We gaan in 2017 nadenken over de huisartsenpost. Gezien de grote werkdruk waarmee de huisartsenpost te maken heeft, is het de vraag of we geen andere wegen moeten bewandelen. Recent hebben we een werkgroep in het leven geroepen die daarover gaat nadenken. Heel interessant om dat ook samen met de waarnemers te gaan doen. Ik denk niet dat we gaan uitkomen op een heel nieuwe aanpak van de spoedzorg, maar we hebben een open blik op alle scenario’s.’

‘Een primeur in 2017 wordt onze regionale huisartsenapp. Doordat we met één HIS werken in de regio hebben we een makkelijk ICT-platform voor zulke ontwikkelingen. Met de app krijgen patiënten toegang tot de praktijk van hun eigen huisarts, om afspraken te maken, vragen te stellen of herhaalrecepten aan te vragen. Doordat we dit onder de vlag van HCDO doen, hebben alle huisartsen en daarmee alle inwoners van de regio toegang tot deze dienst.’

Wat zou wat jou betreft voor 2017 het speerpunt voor InEen moeten zijn?
‘We moeten met elkaar een nieuwe verbinding leggen tussen huisartsen op zoek naar ondersteuning en InEen als intermediair om die ondersteuning verder vorm te geven. Meer brengen, minder halen. Daarbij zou het goed zijn als InEen een organisatie is waarin huisartsen zich thuis voelen. Ik vind dat nog niet het geval. InEen staat er absoluut voor open, maar hun referentiepunt zou veel meer de huisarts moeten zijn. De huisarts is de meest onafhankelijke en minst markt-afhankelijke zorgverlener in de omgeving van de patiënt. Als burger met zorgen om je gezondheid heb je geen relatie met ‘de eerste lijn’, maar met je huisarts. Ondersteun de rol van de huisarts als anker en verbinder voor de zorgvragen van patiënten. Laat ik het zo zeggen: als InEen de kant op gaat van een bestuurdersvereniging, dan verliezen ze de cruciale link met waar het om gaat uit het oog, namelijk hoe huisartsen en patiënten samen op zoek zijn naar betere vormen van zorg. Natuurlijk, huisartsen moeten zélf in actie komen, maar InEen moet huisartsen de kans geven dat te doen.’


Lees de andere interviews:

  • Annemiek Beukman, per 1 januari 2016 Raad van Bestuur bij Gezond op Zuid
  • Stijn Strous, per 15 juni 2016 directeur van IZER
  • Thijs Veerman, per eind augustus 2016 interim-directeur bij de SHG-groep
  • Roderick Runne, per 1 juni 2016 voorzitter Raad van Bestuur bij Primair Huisartsenposten
  • Lucas Fraza, per 1 oktober 2016 directeur Huisartsen Coöperatie Deventer en Omstreken (HCDO)

 

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Overleg met NZa over marktscan acute zorg

16 december 2016

Veel acute zorgaanbieders (ambulancediensten, huisartsenposten en SEH’s) kampen met een hoge werkbelasting. De NZa voert daarom een marktscan acute zorg uit. Doel van de marktscan is een actuele kwantitatieve analyse van de acute zorgketen. Het is één van de acties die de minister op 5 oktober aankondigde in een brief aan de Tweede Kamer. Deze brief is een reactie op een brandbrief vanuit de spoedeisende hulpen. InEen houdt over de marktscan een vinger aan de pols bij NZa. In dat kader gaat op 20 december een aantal HDS-bestuurders en bureaumedewerkers in gesprek met de NZa-onderzoekers. De resultaten zijn voor de zomer te verwachten.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Veel acute zorgaanbieders (ambulancediensten, huisartsenposten en SEH’s) kampen met een hoge werkbelasting. De NZa voert daarom een marktscan acute zorg uit. Doel van de marktscan is een actuele kwantitatieve analyse van de acute zorgketen. Het is één van de acties die de minister op 5 oktober aankondigde in een brief aan de Tweede Kamer. Deze brief is een reactie op een brandbrief vanuit de spoedeisende hulpen. InEen houdt over de marktscan een vinger aan de pols bij NZa. In dat kader gaat op 20 december een aantal HDS-bestuurders en bureaumedewerkers in gesprek met de NZa-onderzoekers. De resultaten zijn voor de zomer te verwachten.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Weekbericht - 16 december 2016

16 december 2016

Overzicht van de belangrijkste berichten uit het weekbericht van 16 december 2016.

Het integrale weekbericht staat ook op het  Ledenplatform van InEen.

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Geactualiseerd: model vermeend disfunctioneren

16 december 2016

Het model vermeend disfunctioneren huisarts op de huisartsenpost (2014) is geactualiseerd. Dit was nodig in verband met de inwerkingtreding van de Wkkgz per 1 januari aanstaande. De herziening is gebeurd samen met de LHV en de Landelijke commissie van advies. Naar aanleiding van een uitspraak van de Hoge Raad op 11 november  over de positie van huisartsenposten en dienstdoende huisartsen is ook de definitie van ‘disfunctioneren’ herzien.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Het model vermeend disfunctioneren huisarts op de huisartsenpost (2014) is geactualiseerd. Dit was nodig in verband met de inwerkingtreding van de Wkkgz per 1 januari aanstaande. De herziening is gebeurd samen met de LHV en de Landelijke commissie van advies. Naar aanleiding van een uitspraak van de Hoge Raad op 11 november  over de positie van huisartsenposten en dienstdoende huisartsen is ook de definitie van ‘disfunctioneren’ herzien.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Modelklachtenregeling gereed

16 december 2016

Samen met LHV en NHG heeft InEen een model klachtenregeling opgesteld voor gebruik in huisartsenpraktijken, huisartsenposten, gezondheidscentra, diagnostische centra en zorggroepen. Aan de hand van de klachtenregeling kunnen signalen van onvrede en klachten laagdrempelig en goed opgelost worden. De Patiëntenfederatie Nederland onderschrijft het model. De modelregeling geeft een beschrijving van de eisen die de Wkkgz stelt en waaraan zorgaanbieders verplicht zijn te voldoen. Aan de hand daarvan kunnen zorgaanbieders beoordelen of hun huidige klachtafhandeling aanpassing behoeft.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Samen met LHV en NHG heeft InEen een model klachtenregeling opgesteld voor gebruik in huisartsenpraktijken, huisartsenposten, gezondheidscentra, diagnostische centra en zorggroepen. Aan de hand van de klachtenregeling kunnen signalen van onvrede en klachten laagdrempelig en goed opgelost worden. De Patiëntenfederatie Nederland onderschrijft het model. De modelregeling geeft een beschrijving van de eisen die de Wkkgz stelt en waaraan zorgaanbieders verplicht zijn te voldoen. Aan de hand daarvan kunnen zorgaanbieders beoordelen of hun huidige klachtafhandeling aanpassing behoeft.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

PFZW stapt over op UPA

16 december 2016

Het Pensioenfonds Zorg & Welzijn (PFWZ) is overgestapt op het systeem UPA voor het aanleveren van pensioengegevens. Als gevolg daarvan gaan organisaties gespreid over het jaar betalen en komt na 2017 het jaarwerk te vervallen. 2017 is een overgangsjaar. Organisaties leveren in het eerste kwartaal nog op de oude manier het jaarwerk over 2016 aan. Daarnaast gaan ze vanaf januari 2017 maandelijks pensioengegevens aanleveren, die PFZW elke maand direct verwerkt in de facturen. Dit betekent dat organisaties in het eerste kwartaal van 2017 eenmalig relatief meer pensioenpremie betalen dan dat ze gewend zijn (jaarwerk plus maandfacturen). Meer informatie.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Het Pensioenfonds Zorg & Welzijn (PFWZ) is overgestapt op het systeem UPA voor het aanleveren van pensioengegevens. Als gevolg daarvan gaan organisaties gespreid over het jaar betalen en komt na 2017 het jaarwerk te vervallen. 2017 is een overgangsjaar. Organisaties leveren in het eerste kwartaal nog op de oude manier het jaarwerk over 2016 aan. Daarnaast gaan ze vanaf januari 2017 maandelijks pensioengegevens aanleveren, die PFZW elke maand direct verwerkt in de facturen. Dit betekent dat organisaties in het eerste kwartaal van 2017 eenmalig relatief meer pensioenpremie betalen dan dat ze gewend zijn (jaarwerk plus maandfacturen). Meer informatie.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Generieke module Zelfmanagement GGz beschikbaar

16 december 2016

De Generieke module Zelfmanagement GGz  is beschikbaar. De module is ontwikkeld in opdracht van het Netwerk Kwaliteitsontwikkeling GGz. Deze module geeft zorgverleners handvatten om het proces van zelfmanagement in de ggz inhoudelijk en organisatorisch beter vorm te geven. Het doel is iedereen de informatie en de ruimte te geven om zelfstandig beslissingen te kunnen nemen. Bij de samenstelling is samengewerkt met zowel professionals als cliënt- en familievertegenwoordigers in de ggz. InEen en enkele leden van InEen hebben meegelezen in de commentaarfase. Meer informatie.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

De Generieke module Zelfmanagement GGz  is beschikbaar. De module is ontwikkeld in opdracht van het Netwerk Kwaliteitsontwikkeling GGz. Deze module geeft zorgverleners handvatten om het proces van zelfmanagement in de ggz inhoudelijk en organisatorisch beter vorm te geven. Het doel is iedereen de informatie en de ruimte te geven om zelfstandig beslissingen te kunnen nemen. Bij de samenstelling is samengewerkt met zowel professionals als cliënt- en familievertegenwoordigers in de ggz. InEen en enkele leden van InEen hebben meegelezen in de commentaarfase. Meer informatie.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Nationaal debat Politieke keuzes in de zorg

16 december 2016

Op zaterdag 21 januari organiseren Het Roer Moet Om en Nieuwe Zorg met het oog op de verkiezingen een groot zorgdebat in Theater Carré in Amsterdam. Van 10.00-15.30 uur worden er acht prikkelende ‘zorgverklaringen’ afgelegd en nemen de lijsttrekkers van negen politieke partijen het woord. Het spreekt vanzelf dat zij daarbij het debat met elkaar en de aanwezigen niet uit de weg gaan. Meer informatie en aanmelden.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Op zaterdag 21 januari organiseren Het Roer Moet Om en Nieuwe Zorg met het oog op de verkiezingen een groot zorgdebat in Theater Carré in Amsterdam. Van 10.00-15.30 uur worden er acht prikkelende ‘zorgverklaringen’ afgelegd en nemen de lijsttrekkers van negen politieke partijen het woord. Het spreekt vanzelf dat zij daarbij het debat met elkaar en de aanwezigen niet uit de weg gaan. Meer informatie en aanmelden.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Weekbericht – 9 december 2016

09 december 2016

Overzicht van de belangrijkste berichten uit het weekbericht van 9 december 2016.

Het integrale weekbericht staat ook op het  Ledenplatform van InEen.

[...]

Overzicht van de belangrijkste berichten uit het weekbericht van 9 december 2016.

Het integrale weekbericht staat ook op het  Ledenplatform van InEen.

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

SKGE zoekt huisartsen voor geschillencommissies

09 december 2016

De Stichting Klachten Geschillen Eerstelijnszorg (SKGE) is op zoek naar deskundigen huisartsen voor drie geschillencommissies. Hun werkzaamheden bestaan uit het voorbereiden van geschillen, overleggen tijdens een vergadering en het zo nodig bijwonen van hoorzittingen. Een geschillencommissie bestaat uit vijf leden, waarvan twee voorgedragen door Patiëntenfederatie Nederland, twee door de LHV en InEen, en een onafhankelijk voorzitter. Belangstellenden kunnen vóór 17 december een sollicitatie met cv sturen naar Stefanie van Haaften (LHV). Meer informatie in de vacature.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

De Stichting Klachten Geschillen Eerstelijnszorg (SKGE) is op zoek naar deskundigen huisartsen voor drie geschillencommissies. Hun werkzaamheden bestaan uit het voorbereiden van geschillen, overleggen tijdens een vergadering en het zo nodig bijwonen van hoorzittingen. Een geschillencommissie bestaat uit vijf leden, waarvan twee voorgedragen door Patiëntenfederatie Nederland, twee door de LHV en InEen, en een onafhankelijk voorzitter. Belangstellenden kunnen vóór 17 december een sollicitatie met cv sturen naar Stefanie van Haaften (LHV). Meer informatie in de vacature.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Actueel overzicht InEen-activiteiten rondom triage

09 december 2016

Het overzicht van de activiteiten van InEen op het gebied van triage is geactualiseerd. We attenderen alvast op de vijfde triagebijeenkomst die op 8 juni 2017 wordt georganiseerd en op de deadlines voor de diplomerings- en herregistratierondes begin 2017. Voor vragen kan gebruik worden gemaakt van het speciale emailadres: triage@ineen.nl

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden. 

[...]

Het overzicht van de activiteiten van InEen op het gebied van triage is geactualiseerd. We attenderen alvast op de vijfde triagebijeenkomst die op 8 juni 2017 wordt georganiseerd en op de deadlines voor de diplomerings- en herregistratierondes begin 2017. Voor vragen kan gebruik worden gemaakt van het speciale emailadres: triage@ineen.nl

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden. 

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Aanscherping specificatie indicatoren benchmark ketenzorg 2016

09 december 2016

Afgelopen week is, zoals aangekondigd, de definitieve aanscherping van de specificaties van de indicatoren voor de benchmark ketenzorg 2016 gepubliceerd. De indicatoren waren begin dit jaar al  vastgesteld. Vervolgens is in detail uitgewerkt hoe de indicatoren worden bepaald. Na een open review ronde, waarin waardevolle opmerkingen zijn verzameld, heeft InEen samen met het NHG, enkele kaderartsen en (kwaliteits)medewerkers van zorggroepen en gezondheidscentra de definitieve specificaties beschreven. In het document ‘Aanscherping specificaties indicatoren landelijke benchmark 2016’ staan de wijzigingen ten opzichte van 2015 beschreven. De KIS-leveranciers en de RDC’s zijn over de wijzigingen geïnformeerd. Vóór 1 april kunnen de indicatoren, conform de specificaties worden ingediend. Meer informatie volgt.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Afgelopen week is, zoals aangekondigd, de definitieve aanscherping van de specificaties van de indicatoren voor de benchmark ketenzorg 2016 gepubliceerd. De indicatoren waren begin dit jaar al  vastgesteld. Vervolgens is in detail uitgewerkt hoe de indicatoren worden bepaald. Na een open review ronde, waarin waardevolle opmerkingen zijn verzameld, heeft InEen samen met het NHG, enkele kaderartsen en (kwaliteits)medewerkers van zorggroepen en gezondheidscentra de definitieve specificaties beschreven. In het document ‘Aanscherping specificaties indicatoren landelijke benchmark 2016’ staan de wijzigingen ten opzichte van 2015 beschreven. De KIS-leveranciers en de RDC’s zijn over de wijzigingen geïnformeerd. Vóór 1 april kunnen de indicatoren, conform de specificaties worden ingediend. Meer informatie volgt.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Training professionele effectiviteit in persoonsgerichte zorg - leden zorggroepen InEen

08 december 2016

Zorggroepen (lid van InEen) krijgen de mogelijkheid deel te nemen aan een pilot van de training ‘Professionele effectiviteit in persoonsgerichte zorg. Samen beslissen, het hoe en waarom’. Deze pilottraining is beschikbaar voor koppels huisarts – praktijkondersteuner/verpleegkundige. Hieronder informeren wij jullie over de mogelijkheden.

Doel

Het doel van de pilot is het testen van de training Professionele effectiviteit in persoonsgerichte zorg. Deze training is ontwikkeld als vervolg op de Handreiking Gezamenlijke besluitvorming. Het NHG en InEen hebben de training opgezet met subsidie vanuit het Zorginstituut Nederland. De training is voor het duo huisarts en praktijkondersteuner/verpleegkundige. Zie de folder voor meer informatie.

Opzet pilot

De pilot training vindt plaats op donderdag 2 februari én donderdag 23 maart, van 15.30 (inloop vanaf 15.00 uur) tot 20.00 uur, in Soesterberg. Hiervan bestaat vier uur uit training en een half uur pauze. Per training zijn er 4 accreditatiepunten aangevraagd en voor de E-learning is 1 accreditatiepunt aangevraagd. Tussen de twee trainingsdata zitten enkele weken zodat in de tussentijd aan huiswerkopdrachten gewerkt kan worden. Er kunnen maximaal 9 koppels (18 personen) deelnemen. In de pilot wordt de basistraining behandeld, de vervolgtraining is geen onderdeel van de pilot.

Kosten

De pilot training is kosteloos te volgen. Gevraagd wordt als duo huisarts en praktijkondersteuner actief deel te nemen aan de training. Tijdens de pilot wordt aandacht besteed aan de evaluatie van de training om de definitieve training zo aansprekend mogelijk te maken. Bij opgave wordt ook verwacht dat je aanwezig bent. Mocht je niet aanwezig zijn dan wordt 60 euro onkostenvergoeding, achteraf, bij je in rekening gebracht.

De training

In deze training wordt de basiskennis van de huisarts en praktijkondersteuner/verpleegkundige als uitgangspunt genomen. Tijdens deze training worden huisarts en praktijkondersteuner/ verpleegkundige meegenomen in het hoe en waarom van het samen beslissen. Scholing is gericht op gespreksvaardigheden, werken met hulpmiddelen om de geleverde zorg persoonsgericht, efficiënt en effectief te maken.

Vragen

Heb je vragen neem dan contact op met Marjan Verschuur – Veltman, of via 06-4153 37 47. Zij is inhoudelijk betrokken bij de opzet van de training.

Aanmelden

Wil je je aanmelden voor de pilot training? Geef je dan als duo op (één of meerdere) bij mij, Mariska Smit m.smit@ineen.nl.

Meer informatie

Download voor meer informatie de Scholingsfolder.

[...]

Zorggroepen (lid van InEen) krijgen de mogelijkheid deel te nemen aan een pilot van de training ‘Professionele effectiviteit in persoonsgerichte zorg. Samen beslissen, het hoe en waarom’. Deze pilottraining is beschikbaar voor koppels huisarts – praktijkondersteuner/verpleegkundige. Hieronder informeren wij jullie over de mogelijkheden.

Doel

Het doel van de pilot is het testen van de training Professionele effectiviteit in persoonsgerichte zorg. Deze training is ontwikkeld als vervolg op de Handreiking Gezamenlijke besluitvorming. Het NHG en InEen hebben de training opgezet met subsidie vanuit het Zorginstituut Nederland. De training is voor het duo huisarts en praktijkondersteuner/verpleegkundige. Zie de folder voor meer informatie.

Opzet pilot

De pilot training vindt plaats op donderdag 2 februari én donderdag 23 maart, van 15.30 (inloop vanaf 15.00 uur) tot 20.00 uur, in Soesterberg. Hiervan bestaat vier uur uit training en een half uur pauze. Per training zijn er 4 accreditatiepunten aangevraagd en voor de E-learning is 1 accreditatiepunt aangevraagd. Tussen de twee trainingsdata zitten enkele weken zodat in de tussentijd aan huiswerkopdrachten gewerkt kan worden. Er kunnen maximaal 9 koppels (18 personen) deelnemen. In de pilot wordt de basistraining behandeld, de vervolgtraining is geen onderdeel van de pilot.

Kosten

De pilot training is kosteloos te volgen. Gevraagd wordt als duo huisarts en praktijkondersteuner actief deel te nemen aan de training. Tijdens de pilot wordt aandacht besteed aan de evaluatie van de training om de definitieve training zo aansprekend mogelijk te maken. Bij opgave wordt ook verwacht dat je aanwezig bent. Mocht je niet aanwezig zijn dan wordt 60 euro onkostenvergoeding, achteraf, bij je in rekening gebracht.

De training

In deze training wordt de basiskennis van de huisarts en praktijkondersteuner/verpleegkundige als uitgangspunt genomen. Tijdens deze training worden huisarts en praktijkondersteuner/ verpleegkundige meegenomen in het hoe en waarom van het samen beslissen. Scholing is gericht op gespreksvaardigheden, werken met hulpmiddelen om de geleverde zorg persoonsgericht, efficiënt en effectief te maken.

Vragen

Heb je vragen neem dan contact op met Marjan Verschuur – Veltman, of via 06-4153 37 47. Zij is inhoudelijk betrokken bij de opzet van de training.

Aanmelden

Wil je je aanmelden voor de pilot training? Geef je dan als duo op (één of meerdere) bij mij, Mariska Smit m.smit@ineen.nl.

Meer informatie

Download voor meer informatie de Scholingsfolder.

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Praktische handreiking bij meldplicht datalekken

08 december 2016

Hoe om te gaan met een datalek? Dat staat in een praktische handreiking voor  huisartsen, huisartsenposten, zorggroepen, gezondheidscentra en apothekers. De handreiking geeft aan hoe een datalek te melden en beantwoordt veel gestelde vragen, zoals wanneer er sprake is van een datalek en welke acties dan zijn aan te raden.

De handreiking is bedoeld om eerstelijns zorgverleners en zorgorganisaties te ondersteunen bij het omgaan met de meldplicht datalekken die op 1 januari 2016 is ingevoerd. De handreiking bestaat uit drie onderdelen:

Voor een zorgvuldige omgang met persoonsgegevens van patiënten, is het erg belangrijk dat de zorgverlener weet hoe te handelen in geval een datalek zich onverhoopt voordoet. Daarom bieden de LHV, NHG, InEen, KNMP en KNMG met de handreiking nuttige handvatten waarmee een datalek herkenbaar is en deze indien nodig gemeld kan worden.

Lees meer over

 

[...]

Hoe om te gaan met een datalek? Dat staat in een praktische handreiking voor  huisartsen, huisartsenposten, zorggroepen, gezondheidscentra en apothekers. De handreiking geeft aan hoe een datalek te melden en beantwoordt veel gestelde vragen, zoals wanneer er sprake is van een datalek en welke acties dan zijn aan te raden.

De handreiking is bedoeld om eerstelijns zorgverleners en zorgorganisaties te ondersteunen bij het omgaan met de meldplicht datalekken die op 1 januari 2016 is ingevoerd. De handreiking bestaat uit drie onderdelen:

Voor een zorgvuldige omgang met persoonsgegevens van patiënten, is het erg belangrijk dat de zorgverlener weet hoe te handelen in geval een datalek zich onverhoopt voordoet. Daarom bieden de LHV, NHG, InEen, KNMP en KNMG met de handreiking nuttige handvatten waarmee een datalek herkenbaar is en deze indien nodig gemeld kan worden.

Lees meer over

 

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Weekbericht – 2 december 2016

02 december 2016

Overzicht van de belangrijkste berichten uit het weekbericht van 2 december 2016.

Het integrale weekbericht staat ook op het  Ledenplatform van InEen.

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Oproep voor businesscases substitutie

02 december 2016

InEen is op zoek naar businesscases gericht op substitutie van tweede naar eerste lijn. Denk bijvoorbeeld aan businesscases op het gebied van cardiologie, longen, oncologie en dermatologie. InEen gebruikt de informatie om een inschatting te kunnen geven van het substitutiepotentieel.  Dit naar aanleiding van de afspraak in het Bestuurlijk overleg eerste lijn waarin afspraken zijn gemaakt over opstellen van een substitutie-agenda ter onderbouwing van verschuiven van de kaders. Businesscases, ook als ze niet zijn gehonoreerd door verzekeraars, kunnen worden gestuurd aan Emiel Kerpershoek (InEen).

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

InEen is op zoek naar businesscases gericht op substitutie van tweede naar eerste lijn. Denk bijvoorbeeld aan businesscases op het gebied van cardiologie, longen, oncologie en dermatologie. InEen gebruikt de informatie om een inschatting te kunnen geven van het substitutiepotentieel.  Dit naar aanleiding van de afspraak in het Bestuurlijk overleg eerste lijn waarin afspraken zijn gemaakt over opstellen van een substitutie-agenda ter onderbouwing van verschuiven van de kaders. Businesscases, ook als ze niet zijn gehonoreerd door verzekeraars, kunnen worden gestuurd aan Emiel Kerpershoek (InEen).

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Tijdelijke subsidie dienstapotheken verlengd

02 december 2016

De tijdelijke subsidieregeling voor dienstapotheken (avond, nacht en zondag) is verlengd. In het kader van deze regeling komen de dienstapotheken met een terhandstellingstarief boven de € 45 in aanmerking voor een subsidie. Zo wil VWS voorkomen dat de kosten voor de patiënt zo hoog worden dat deze ‘een belemmering vormen voor de toegang van de farmaceutische zorg’, aldus de minister in een Tweede Kamer-brief d.d. 29 november 2016. De subsidieregeling werd vorig jaar ingesteld en is nu in afwachting van oplossingen met een jaar verlengd.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

De tijdelijke subsidieregeling voor dienstapotheken (avond, nacht en zondag) is verlengd. In het kader van deze regeling komen de dienstapotheken met een terhandstellingstarief boven de € 45 in aanmerking voor een subsidie. Zo wil VWS voorkomen dat de kosten voor de patiënt zo hoog worden dat deze ‘een belemmering vormen voor de toegang van de farmaceutische zorg’, aldus de minister in een Tweede Kamer-brief d.d. 29 november 2016. De subsidieregeling werd vorig jaar ingesteld en is nu in afwachting van oplossingen met een jaar verlengd.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Gezocht: succesvolle voorbeelden inzet POH-jeugd

02 december 2016

In toenemende mate rijzen er vragen over de inzet van de POH GGZ-jeugd. Valt de zorg door deze POH onder jeugdzorg, huisartsenzorg of een combinatie van beiden? Anders gezegd: valt het onder de financiering door de gemeente, de zorgverzekeraar of een combinatie? InEen is op zoek naar succesvolle (regionale) voorbeelden over afspraken die hierover met de gemeente of de zorgverzekeraar zijn gemaakt. Graag toesturen aan Mariska Smit of Ella Benedictus (beide InEen).

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

In toenemende mate rijzen er vragen over de inzet van de POH GGZ-jeugd. Valt de zorg door deze POH onder jeugdzorg, huisartsenzorg of een combinatie van beiden? Anders gezegd: valt het onder de financiering door de gemeente, de zorgverzekeraar of een combinatie? InEen is op zoek naar succesvolle (regionale) voorbeelden over afspraken die hierover met de gemeente of de zorgverzekeraar zijn gemaakt. Graag toesturen aan Mariska Smit of Ella Benedictus (beide InEen).

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Online vragenlijst WNT hoeft niet ingevuld

02 december 2016

Eerstelijnszorgverleners en apothekers hoeven de online vragenlijst over de Wet Normering Topinkomens niet in te vullen. Na spoedoverleg met KNMP, LHV, KNMT en KNGF heeft de minister het CIBG opdracht gegeven de uitvraag van 11 november voorlopig on hold te zetten. Eerst wil minister Schippers de gerezen vragen beantwoorden. Voor zorgverleners die de lijst al hebben ingevuld zijn er geen consequenties

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Eerstelijnszorgverleners en apothekers hoeven de online vragenlijst over de Wet Normering Topinkomens niet in te vullen. Na spoedoverleg met KNMP, LHV, KNMT en KNGF heeft de minister het CIBG opdracht gegeven de uitvraag van 11 november voorlopig on hold te zetten. Eerst wil minister Schippers de gerezen vragen beantwoorden. Voor zorgverleners die de lijst al hebben ingevuld zijn er geen consequenties

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Geslaagde netwerkbijeenkomst P&O op 29 november

02 december 2016

Ruim 50 P&O/HRM-adviseurs, managers en directeuren van alle ledengroepen namen afgelopen week deel aan de InEen-netwerkbijeenkomst P&O en oordeelden daar positief over. Aan thematafels werd gediscussieerd over de onderwerpen Doen is de beste manier van denken  (nieuwe perspectieven op werken), flexibele arbeidsrelaties  (welke vormen zijn er en wanneer is welke vorm effectief?) en de stand van zaken modelovereenkomsten (wet DBA). Na de pauze was er in twee interactieve sessies aandacht voor de ervaringen van de Huisartsenposten Oost-Brabant met werving, selectie en opleiden van triagisten  en voor de stand van zaken rond de cao’s  Gezondheidscentra/AHG 2015-2017 en Huisartsenzorg.  In 2017 vinden de netwerkbijeenkomsten P&O plaats op 23 mei en 28 november.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Ruim 50 P&O/HRM-adviseurs, managers en directeuren van alle ledengroepen namen afgelopen week deel aan de InEen-netwerkbijeenkomst P&O en oordeelden daar positief over. Aan thematafels werd gediscussieerd over de onderwerpen Doen is de beste manier van denken  (nieuwe perspectieven op werken), flexibele arbeidsrelaties  (welke vormen zijn er en wanneer is welke vorm effectief?) en de stand van zaken modelovereenkomsten (wet DBA). Na de pauze was er in twee interactieve sessies aandacht voor de ervaringen van de Huisartsenposten Oost-Brabant met werving, selectie en opleiden van triagisten  en voor de stand van zaken rond de cao’s  Gezondheidscentra/AHG 2015-2017 en Huisartsenzorg.  In 2017 vinden de netwerkbijeenkomsten P&O plaats op 23 mei en 28 november.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

InEen-meldweek houdt vinger aan de pols

30 november 2016

uitvraagJaarlijks organiseert InEen voor haar leden een meldweek contractering, met ook dit jaar waardevolle signalen. Bijvoorbeeld over de werkdruk van huisartsen op de huisartsenpost. Het afgelopen jaar werd dit onderwerp weer actueel, in het veld en in de media. Verschillende ontwikkelingen grijpen in elkaar en onderzoek – recent nog de LHV-enquête over de ANW-uren  – laat zien dat het dienstdoen in de ANW-uren in toenemende mate zijn tol vraagt. De InEen-meldweek 2017 toont dat niet alle zorgverzekeraars doordrongen lijken van de ernst van de zaak. Om dergelijke signalen op te vangen is de jaarlijkse meldweek belangrijk.

De nieuwe bekostiging van de huisartszorg in 2015 was aanleiding voor het instellen van een jaarlijkse meldweek. Hoe verloopt de contractering? Tegen welke grote en kleine problemen lopen InEen-leden aan tijdens het contracteringsproces? Wat gaat goed? Zo ontstaat in een vroeg stadium – de week wordt in het najaar gehouden – een beeld van het verloop van de contractering voor het daaropvolgende jaar. Voor InEen is het een middel om tijdens de lopende contracteringsronde te beoordelen welke ondersteuning de leden nodig hebben. De meldingen kunnen bijvoorbeeld aanleiding zijn om met specifieke zorgverzekeraars om de tafel te gaan zitten.

Veel zorggroepen sloten in 2015 een tweejarig contract en hoefden in 2016 niet te onderhandelen. Voor gezondheidscentra gold – in afwachting van de uitkomsten van het O&I-traject – in principe hetzelfde. Ook kwamen er positieve meldingen over vruchtbare onderhandelingen. Al met al kreeg InEen – zoals verwacht – minder meldingen binnen dan vorig jaar, wat niet betekent dat er geen signalen naar voren kwamen. Onder meer vanuit de huisartsenposten.

Bij een aantal verzekeraars lijkt er sprake van onwil de aanvraag van extra budget te honoreren, budget dat huisartsenposten in staat stelt de toegenomen werkdruk op te vangen. Zorgverzekeraars verlangen een sluitende businesscase waarin de oorzaak van de toegenomen werkdruk wordt aangetoond. Deze businesscase valt op dit moment niet hard te maken, terwijl enquêtes en onderzoek ondubbelzinnig wijzen in de richting van een toename van de zorgvraag. InEen vindt het belangrijk dat zorgverzekeraars maatschappelijke trends tijdig onderkennen en de bewijslast daarvoor niet in het veld leggen: de toenemende complexiteit van de zorg, de toenemende urgentie van de zorgvragen, de toenemende ervaren werkdruk, het toenemende tekort aan waarnemers, de signalen zijn meer dan duidelijk. Voorkomen moet worden dat huisartsen en huisartsenorganisaties, en uiteindelijk patiënten de prijs betalen. Wanneer gesignaleerde problematiek geen oplossing krijgt en in de contractering voor een daaropvolgend jaar (of twee jaar) blijft bestaan, gaan maatschappelijke veranderingen een risico vormen voor de kwaliteit van zorg.

De meldweek leverde meer signalen. Zo neemt de druk op de tarieven van eerstelijns diagnostische centra verder toe en ervaren de EDC’s weinig ruimte bij zorgverzekeraars om te praten over nieuwe vormen van diagnostiek en innovatieve methodieken waarmee in Nederland de diagnostiek ook in de toekomst op een hoogwaardig niveau blijft. Ook dit vormt een bedreiging van de kwaliteit van de eerstelijnszorg.

InEen gaat zorgverzekeraars en VWS informeren over de geconstateerde knelpunten, en met de meest genoemde zorgverzekeraars over de gemelde kritiekpunten overleggen.

[...]

uitvraagJaarlijks organiseert InEen voor haar leden een meldweek contractering, met ook dit jaar waardevolle signalen. Bijvoorbeeld over de werkdruk van huisartsen op de huisartsenpost. Het afgelopen jaar werd dit onderwerp weer actueel, in het veld en in de media. Verschillende ontwikkelingen grijpen in elkaar en onderzoek – recent nog de LHV-enquête over de ANW-uren  – laat zien dat het dienstdoen in de ANW-uren in toenemende mate zijn tol vraagt. De InEen-meldweek 2017 toont dat niet alle zorgverzekeraars doordrongen lijken van de ernst van de zaak. Om dergelijke signalen op te vangen is de jaarlijkse meldweek belangrijk.

De nieuwe bekostiging van de huisartszorg in 2015 was aanleiding voor het instellen van een jaarlijkse meldweek. Hoe verloopt de contractering? Tegen welke grote en kleine problemen lopen InEen-leden aan tijdens het contracteringsproces? Wat gaat goed? Zo ontstaat in een vroeg stadium – de week wordt in het najaar gehouden – een beeld van het verloop van de contractering voor het daaropvolgende jaar. Voor InEen is het een middel om tijdens de lopende contracteringsronde te beoordelen welke ondersteuning de leden nodig hebben. De meldingen kunnen bijvoorbeeld aanleiding zijn om met specifieke zorgverzekeraars om de tafel te gaan zitten.

Veel zorggroepen sloten in 2015 een tweejarig contract en hoefden in 2016 niet te onderhandelen. Voor gezondheidscentra gold – in afwachting van de uitkomsten van het O&I-traject – in principe hetzelfde. Ook kwamen er positieve meldingen over vruchtbare onderhandelingen. Al met al kreeg InEen – zoals verwacht – minder meldingen binnen dan vorig jaar, wat niet betekent dat er geen signalen naar voren kwamen. Onder meer vanuit de huisartsenposten.

Bij een aantal verzekeraars lijkt er sprake van onwil de aanvraag van extra budget te honoreren, budget dat huisartsenposten in staat stelt de toegenomen werkdruk op te vangen. Zorgverzekeraars verlangen een sluitende businesscase waarin de oorzaak van de toegenomen werkdruk wordt aangetoond. Deze businesscase valt op dit moment niet hard te maken, terwijl enquêtes en onderzoek ondubbelzinnig wijzen in de richting van een toename van de zorgvraag. InEen vindt het belangrijk dat zorgverzekeraars maatschappelijke trends tijdig onderkennen en de bewijslast daarvoor niet in het veld leggen: de toenemende complexiteit van de zorg, de toenemende urgentie van de zorgvragen, de toenemende ervaren werkdruk, het toenemende tekort aan waarnemers, de signalen zijn meer dan duidelijk. Voorkomen moet worden dat huisartsen en huisartsenorganisaties, en uiteindelijk patiënten de prijs betalen. Wanneer gesignaleerde problematiek geen oplossing krijgt en in de contractering voor een daaropvolgend jaar (of twee jaar) blijft bestaan, gaan maatschappelijke veranderingen een risico vormen voor de kwaliteit van zorg.

De meldweek leverde meer signalen. Zo neemt de druk op de tarieven van eerstelijns diagnostische centra verder toe en ervaren de EDC’s weinig ruimte bij zorgverzekeraars om te praten over nieuwe vormen van diagnostiek en innovatieve methodieken waarmee in Nederland de diagnostiek ook in de toekomst op een hoogwaardig niveau blijft. Ook dit vormt een bedreiging van de kwaliteit van de eerstelijnszorg.

InEen gaat zorgverzekeraars en VWS informeren over de geconstateerde knelpunten, en met de meest genoemde zorgverzekeraars over de gemelde kritiekpunten overleggen.

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Regio Rotterdam experimenteert met meekijkconsult

30 november 2016

meekijkenAfgelopen september startte in de regio Rotterdam een bijzondere pilot rond het Meekijkconsult. In deze pilot wordt het meekijkconsult georganiseerd vanuit het primaire proces van de betrokken huisarts en wordt recht gedaan aan de eigenheid en diversiteit van de betrokken organisaties, aldus de initiatiefnemers. Matine van Schie, projectleider vanuit de ROS ZorgImpuls: ‘We hebben hier in de regio alleen al twaalf soorten zorggroepen.’

Een regionale infrastructuur waarlangs huisartsen en huisartsorganisaties op maat hun meekijkconsulten vorm kunnen geven, is het uiteindelijk doel van de pilot, een initiatief van de Regiotafel Zuidwest waaraan Zilveren Kruis, LHV en huisartsenorganisaties in de regio overleggen over zorgvernieuwing. Het meekijkconsult – consultatie van een medisch specialist waarbij de huisarts de hoofdbehandelaar blijft – stond op de agenda als een manier om onnodige doorverwijzingen naar de tweede lijn te voorkomen, elkaars wereld te leren kennen en de deskundigheid in de eerste lijn te verhogen. Huisartsen, specialisten en patiënten zijn het erover eens dat het meekijkconsult de kwaliteit van de zorg verbetert. Maar hoe kan dit het beste georganiseerd worden? Welke afspraken zijn nodig?

Aan de Regietafel concludeerde men al snel dat het ontwikkelen van één blauwdruk voor iedereen geen kans van slagen heeft. Van Schie: ‘De diversiteit in onze regio is heel groot. Qua omvang variëren onze zorggroepen van 200 tot vier huisartsen. Elke organisatie heeft zijn eigen visie en manier van werken. Bovendien hebben we ook nog eens zeven ziekenhuizen met allemaal hun eigen netwerk en invulling.’ Besloten werd deze diversiteit uit te buiten en een uitdagend experiment aan te gaan waarin 40 praktijken elk anderhalf jaar gaan proefdraaien met verschillende vormen van het meekijkconsult. Zij doen dat binnen een regionaal kader dat de begeleidingsgroep die de pilot monitort, heeft ontwikkeld.

Van Schie: ‘Niet alleen de organisaties verschillen, ook zorgverleners hebben elk hun eigen affiniteit en aanpak. Daarom wilden we een open pilot met een regionaal kader waarbinnen de huisartsen hun eigen proces inrichten.’ In het regionale kader zijn vier consultvormen benoemd: telefonisch, digitaal, beeldbellen en fysiek. De deelnemende organisaties bepalen zelf welke vorm het beste aansluit bij de werkwijze en de behoefte. In het regionaal kader vinden zij verder afspraken over de financiering, de (digitale) gegevensuitwisseling en de verdeling van verantwoordelijkheden. Deze punten zijn inmiddels vertaald tot een samenwerkingsovereenkomst die huisartsen en medisch specialisten als basis kunnen gebruiken. Van Schie: ‘Met de zorgverzekeraar is nu een tarief afgesproken dat de huisarts vanuit de S3-gelden betaalt aan de medische specialist.’ Over deze keuze bestaat nog wel discussie, vertelt ze. Is dit huisartsengeld wel bedoeld om de medisch specialist te financieren? ‘Sommige huisartsen doen daarom niet mee aan de pilot.’

Van Schie verwacht dat de ‘kracht van diversiteit’ vruchten gaat afwerpen. Het feit dat elke zorggroep of huisartspraktijk vanuit eigen kracht en werkwijze aan de slag gaat, levert veel kennis op. ‘In het experiment gaan we met elkaar leren wat in welke situatie het eenvoudigst aansluit bij het primaire proces.’ Aan de hand van de ervaringen past de begeleidingsgroep het regiokader aan. Aangevuld met afspraken met de zeven ziekenhuizen in de regio ontstaat zo in 2018 de gewenste regionale infrastructuur. Ook de ervaringen van patiënten wordt onderzocht: wat zijn hun ervaringen? Sluit het minder snel doorgestuurd worden naar een specialist ook aan bij de behoefte van patienten? In hoeverre speelt het (niet belasten van het) eigen risico een rol?

De begeleidingsgroep bestaat uit vertegenwoordigers van zorggroep IZER, gezondheidscentrum Gezond op Zuid, de hoed Nieuwerkerk a/d IJssel en gezondheidscentrum Parkzoom. Zorgimpuls is facilitator van de pilot.

[...]

meekijkenAfgelopen september startte in de regio Rotterdam een bijzondere pilot rond het Meekijkconsult. In deze pilot wordt het meekijkconsult georganiseerd vanuit het primaire proces van de betrokken huisarts en wordt recht gedaan aan de eigenheid en diversiteit van de betrokken organisaties, aldus de initiatiefnemers. Matine van Schie, projectleider vanuit de ROS ZorgImpuls: ‘We hebben hier in de regio alleen al twaalf soorten zorggroepen.’

Een regionale infrastructuur waarlangs huisartsen en huisartsorganisaties op maat hun meekijkconsulten vorm kunnen geven, is het uiteindelijk doel van de pilot, een initiatief van de Regiotafel Zuidwest waaraan Zilveren Kruis, LHV en huisartsenorganisaties in de regio overleggen over zorgvernieuwing. Het meekijkconsult – consultatie van een medisch specialist waarbij de huisarts de hoofdbehandelaar blijft – stond op de agenda als een manier om onnodige doorverwijzingen naar de tweede lijn te voorkomen, elkaars wereld te leren kennen en de deskundigheid in de eerste lijn te verhogen. Huisartsen, specialisten en patiënten zijn het erover eens dat het meekijkconsult de kwaliteit van de zorg verbetert. Maar hoe kan dit het beste georganiseerd worden? Welke afspraken zijn nodig?

Aan de Regietafel concludeerde men al snel dat het ontwikkelen van één blauwdruk voor iedereen geen kans van slagen heeft. Van Schie: ‘De diversiteit in onze regio is heel groot. Qua omvang variëren onze zorggroepen van 200 tot vier huisartsen. Elke organisatie heeft zijn eigen visie en manier van werken. Bovendien hebben we ook nog eens zeven ziekenhuizen met allemaal hun eigen netwerk en invulling.’ Besloten werd deze diversiteit uit te buiten en een uitdagend experiment aan te gaan waarin 40 praktijken elk anderhalf jaar gaan proefdraaien met verschillende vormen van het meekijkconsult. Zij doen dat binnen een regionaal kader dat de begeleidingsgroep die de pilot monitort, heeft ontwikkeld.

Van Schie: ‘Niet alleen de organisaties verschillen, ook zorgverleners hebben elk hun eigen affiniteit en aanpak. Daarom wilden we een open pilot met een regionaal kader waarbinnen de huisartsen hun eigen proces inrichten.’ In het regionale kader zijn vier consultvormen benoemd: telefonisch, digitaal, beeldbellen en fysiek. De deelnemende organisaties bepalen zelf welke vorm het beste aansluit bij de werkwijze en de behoefte. In het regionaal kader vinden zij verder afspraken over de financiering, de (digitale) gegevensuitwisseling en de verdeling van verantwoordelijkheden. Deze punten zijn inmiddels vertaald tot een samenwerkingsovereenkomst die huisartsen en medisch specialisten als basis kunnen gebruiken. Van Schie: ‘Met de zorgverzekeraar is nu een tarief afgesproken dat de huisarts vanuit de S3-gelden betaalt aan de medische specialist.’ Over deze keuze bestaat nog wel discussie, vertelt ze. Is dit huisartsengeld wel bedoeld om de medisch specialist te financieren? ‘Sommige huisartsen doen daarom niet mee aan de pilot.’

Van Schie verwacht dat de ‘kracht van diversiteit’ vruchten gaat afwerpen. Het feit dat elke zorggroep of huisartspraktijk vanuit eigen kracht en werkwijze aan de slag gaat, levert veel kennis op. ‘In het experiment gaan we met elkaar leren wat in welke situatie het eenvoudigst aansluit bij het primaire proces.’ Aan de hand van de ervaringen past de begeleidingsgroep het regiokader aan. Aangevuld met afspraken met de zeven ziekenhuizen in de regio ontstaat zo in 2018 de gewenste regionale infrastructuur. Ook de ervaringen van patiënten wordt onderzocht: wat zijn hun ervaringen? Sluit het minder snel doorgestuurd worden naar een specialist ook aan bij de behoefte van patienten? In hoeverre speelt het (niet belasten van het) eigen risico een rol?

De begeleidingsgroep bestaat uit vertegenwoordigers van zorggroep IZER, gezondheidscentrum Gezond op Zuid, de hoed Nieuwerkerk a/d IJssel en gezondheidscentrum Parkzoom. Zorgimpuls is facilitator van de pilot.

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

‘Minder voorschrijven werkt echt’

30 november 2016

antibioticaSamen met de Scandinavische landen is Nederland koploper in Europa als het gaat om het terughoudend voorschrijven van antibiotica. Dit jaar plaatste Nederland het tegengaan van antibioticaresistentie  hoog op de EU-agenda om tot nauwere Europese samenwerking te komen: het kan en moet beter, ook in Nederland, zowel in de tweede als in de eerste lijn. Diagnostische centra hebben de taak huisartsen hierbij te ondersteunen, vindt Barbara Kesztyüs, arts-microbioloog bij Certe.

Jaarlijks sterven al zo’n 25.000 mensen in Europa aan de gevolgen van antibioticaresistentie, meldde VWS in januari bij het lanceren van de publiekscampagne ‘Antibiotica zijn geen antigriep’. Radiospotjes en een website leggen uit dat antibiotica geen wondermiddellen zijn. Geen overbodige luxe, zegt Kesztyüs die zelf heeft ervaren hoe groot de druk van patienten kan zijn: ‘Als huisarts had ik soms gewoonweg agressieve mensen tegenover me die een antibioticum eisten.’ Anderzijds legt ook het voorschrijfgedrag van de zorgverlener gewicht in de schaal. Ze vertelt dat de Finse overheid enkele jaren terug tijdelijk een rigoureus regime afkondigde voor huisartsen. Hoe meer antibiotica zij voorschrijven, hoe minder budget ze krijgen. Kesztyüs: ‘Na een paar jaar – want het duurt altijd een paar jaar – zag je daar de resistentie dalen. Minder voorschrijven werkt echt.’

Zo ver als in Finland gaan de Nederlandse plannen niet, maar de doelstellingen van het overheidsbeleid (onder meer halvering van de hoeveelheid onjuist voorgeschreven antibiotica in 2019) vragen wel een actieve aanpak. Juist in de eerste lijn, zegt Kesztyüs, die meer en meer met de problematiek te maken krijgt: mensen worden ouder, blijven langer in de eerste lijn en hebben vaker antibiotica nodig. Voor het voorkomen van antibioticaresistentie ontwikkelde Certe een integrale aanpak die steunt op drie pijlers: het voorschrijfbeleid (antibiotic stewardship), toepassen van de juiste diagnostiek (diagnostic stewardship) en infectiepreventie (hygienic stewardship). Spil is de nauwe samenwerking en kennisuitwisseling tussen diagnostisch centrum en zorgverleners.

In de eerste lijn staat wat Certe betreft direct contact met de huisarts voorop. Zo wordt de huisarts persoonlijk gebeld als een kweek uit oogpunt van resistentie alarmerend is. Andersom is er 24/7 een arts-microbioloog bereikbaar voor consultering, een dienst waar veel gebruik van wordt gemaakt. Ook het relatiemanagement waarbij Certe-medewerkers huisartspraktijken bezoeken, werpt vruchten af (‘We doen het nu twee jaar en zien een veel beter aanvraaggedrag’). In het Diagnostisch Toets Overleg (DTO) komen de lijnen bij elkaar en worden specifieke thema’s besproken. Kesztyüs: ‘Bijvoorbeeld urineweginfecties. Elke deelnemer krijgt van mij de eigen spiegelinformatie. Hoeveel urinekweken worden aangevraagd, hoe resistent de bacteriën zijn, enzovoort. Voor een huisarts is dat leerzame informatie. We praten erover en na een half jaar koppelen we terug hoe het dan gaat.’ Ze noemt als voorbeeld mannen met een vergrote prostaat die vaak infecties hebben, kuur na kuur krijgen en nooit gekweekt worden. ‘Dat is vragen om resistentie. Wij zeggen: neem dan in elk geval een kweek af!’

Mogelijk speelt ook het eigen risico voor diagnostisch onderzoek een rol. Patiënten hebben liever ‘gewoon’ een antibioticum. Kesztyüs heeft geen informatie over de mate waarin dit gebeurt, maar weet dat bijvoorbeeld studenten met angst voor een soa, voor een kweek liever anoniem naar de GGD gaan. ‘Dat heeft alles te maken met het eigen risico.’ De druk van een patiënt kan groot zijn, herhaalt ze. ‘Elke arts weet dat 95% van de verkoudheden bij kinderen viraal is. Antibiotica doen niets daarvoor. Maar leg dat maar eens uit. Daarom ben ik blij met die radiospotjes!’

[...]

antibioticaSamen met de Scandinavische landen is Nederland koploper in Europa als het gaat om het terughoudend voorschrijven van antibiotica. Dit jaar plaatste Nederland het tegengaan van antibioticaresistentie  hoog op de EU-agenda om tot nauwere Europese samenwerking te komen: het kan en moet beter, ook in Nederland, zowel in de tweede als in de eerste lijn. Diagnostische centra hebben de taak huisartsen hierbij te ondersteunen, vindt Barbara Kesztyüs, arts-microbioloog bij Certe.

Jaarlijks sterven al zo’n 25.000 mensen in Europa aan de gevolgen van antibioticaresistentie, meldde VWS in januari bij het lanceren van de publiekscampagne ‘Antibiotica zijn geen antigriep’. Radiospotjes en een website leggen uit dat antibiotica geen wondermiddellen zijn. Geen overbodige luxe, zegt Kesztyüs die zelf heeft ervaren hoe groot de druk van patienten kan zijn: ‘Als huisarts had ik soms gewoonweg agressieve mensen tegenover me die een antibioticum eisten.’ Anderzijds legt ook het voorschrijfgedrag van de zorgverlener gewicht in de schaal. Ze vertelt dat de Finse overheid enkele jaren terug tijdelijk een rigoureus regime afkondigde voor huisartsen. Hoe meer antibiotica zij voorschrijven, hoe minder budget ze krijgen. Kesztyüs: ‘Na een paar jaar – want het duurt altijd een paar jaar – zag je daar de resistentie dalen. Minder voorschrijven werkt echt.’

Zo ver als in Finland gaan de Nederlandse plannen niet, maar de doelstellingen van het overheidsbeleid (onder meer halvering van de hoeveelheid onjuist voorgeschreven antibiotica in 2019) vragen wel een actieve aanpak. Juist in de eerste lijn, zegt Kesztyüs, die meer en meer met de problematiek te maken krijgt: mensen worden ouder, blijven langer in de eerste lijn en hebben vaker antibiotica nodig. Voor het voorkomen van antibioticaresistentie ontwikkelde Certe een integrale aanpak die steunt op drie pijlers: het voorschrijfbeleid (antibiotic stewardship), toepassen van de juiste diagnostiek (diagnostic stewardship) en infectiepreventie (hygienic stewardship). Spil is de nauwe samenwerking en kennisuitwisseling tussen diagnostisch centrum en zorgverleners.

In de eerste lijn staat wat Certe betreft direct contact met de huisarts voorop. Zo wordt de huisarts persoonlijk gebeld als een kweek uit oogpunt van resistentie alarmerend is. Andersom is er 24/7 een arts-microbioloog bereikbaar voor consultering, een dienst waar veel gebruik van wordt gemaakt. Ook het relatiemanagement waarbij Certe-medewerkers huisartspraktijken bezoeken, werpt vruchten af (‘We doen het nu twee jaar en zien een veel beter aanvraaggedrag’). In het Diagnostisch Toets Overleg (DTO) komen de lijnen bij elkaar en worden specifieke thema’s besproken. Kesztyüs: ‘Bijvoorbeeld urineweginfecties. Elke deelnemer krijgt van mij de eigen spiegelinformatie. Hoeveel urinekweken worden aangevraagd, hoe resistent de bacteriën zijn, enzovoort. Voor een huisarts is dat leerzame informatie. We praten erover en na een half jaar koppelen we terug hoe het dan gaat.’ Ze noemt als voorbeeld mannen met een vergrote prostaat die vaak infecties hebben, kuur na kuur krijgen en nooit gekweekt worden. ‘Dat is vragen om resistentie. Wij zeggen: neem dan in elk geval een kweek af!’

Mogelijk speelt ook het eigen risico voor diagnostisch onderzoek een rol. Patiënten hebben liever ‘gewoon’ een antibioticum. Kesztyüs heeft geen informatie over de mate waarin dit gebeurt, maar weet dat bijvoorbeeld studenten met angst voor een soa, voor een kweek liever anoniem naar de GGD gaan. ‘Dat heeft alles te maken met het eigen risico.’ De druk van een patiënt kan groot zijn, herhaalt ze. ‘Elke arts weet dat 95% van de verkoudheden bij kinderen viraal is. Antibiotica doen niets daarvoor. Maar leg dat maar eens uit. Daarom ben ik blij met die radiospotjes!’

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Beter worden met goed toezicht

30 november 2016

toezichtDe samenleving vraagt om nieuwe organisatievormen en meer maatschappelijke verantwoording. Hoe kunnen eerstelijnsorganisaties de toezichtfunctie op een goede manier vormgeven? Deze vraag stond centraal op de werkconferentie ‘Beter worden met goed toezicht’ die InEen eind oktober organiseerde samen met de Nederlandse Vereniging van Toezichthouders (NVTZ). Doel was bestuurders en toezichthouders te informeren over actuele ontwikkelingen rond good governance. Drie deelnemers vertellen met welke eyeopeners zij naar huis gingen.


ton-weberTon Weber, voorzitter Raad van Toezicht Cohesie
Vijf jaar geleden koos de Coöperatie Cohesie, die onder meer de Stichting Huisartsenposten Noord-Limburg en Cohesie Cure & Care BV voor chronische ketenzorg omvat, voor een Raad van Toezicht. Op de werkconferentie was Ton Weber zeer te spreken over Bas Baanders (NVTZ) die in zijn zeven principes de maatschappelijk doelstelling van de organisatie (‘het bieden van goede zorg aan cliënten’) centraal stelt. Ook diens aanbeveling om in de organisatie van tijd tot tijd ‘een stevige strategiediscussie’ te voeren neemt hij zich ter harte. ‘Voor mij was de kwintessens van de werkconferentie dat je bewust bezig moet zijn met de kwaliteit van de organisatie en dus van de mensen die in die organisatie werken en dat je de klant werkelijk centraal stelt. Bij dat laatste is nog best wel wat werk aan de winkel’, aldus Weber.

Vooralsnog heeft Cohesie de patiënteninspraak geïnstitutionaliseerd in Huis voor de Zorg. De andere pijler naast de Raad van Bestuur en het Huis voor de Zorg is de Raad van Afgevaardigden (huisartsen). Weber: ‘Dat geeft een driehoek waarmee je probeert de organisatie en het maatschappelijk omveld met elkaar in contact te brengen.’ Bewust kiest de Raad van Toezicht voor een actieve opstelling, naar de verschillende raden en ook door acte de présence te geven op formele en informele bijeenkomsten. Weber: ‘Je moet als Raad van Toezicht gevoel ontwikkelen voor wat er werkelijk aan de orde is in de organisatie, zodat je niet óver, maar mét mensen praat.’ Overigens, zegt hij, maakte Paul Zwietering (IGZ) die ook sprak op de conferentie, hem weer bewust van de kwetsbaarheid van de mensen die in de zorg werken ‘vanuit een enorme gedrevenheid en met meer dan gemiddelde motivatie’. ‘Hoe kunnen we hen ondersteunen als er iets gebeurt wat voor verbetering vatbaar is?’ aldus Weber.


eugen-zuiderwijkEugen Zuiderwijk, directeur KetenzorgNU
Voor Eugen Zuiderwijk betekende het vierdimensionale governance model van Dite Husselman, dat de verschillende niveaus van governance toont, een mooie theoretische onderbouwing van de keuzes die zijn organisatie maakte. Zuiderwijk: ‘Naarmate je als huisartsenorganisatie professionaliseert, ontstaat er automatisch een opwaartse kracht, waarbij het bestuur en het toezicht verder van de werkvloer af komen te staan.’ De grote vraag, zegt Zuiderwijk, is hoe je enerzijds de maatschappelijke verantwoording en anderzijds het draagvlak bij de achterban, de zorgverleners, met elkaar in balans brengt. ‘Elke huisartsenorganisatie heeft daarmee te maken.’

Met een raad van commissarissen voor KetenzorgNU, de werk-bv van de coöperatie ZorgNU, is het toezicht laag in de organisatie belegd. Door de maatschappelijke verantwoording en de professionele waarden op te nemen in de missie en de visie waaraan de algemene ledenvergadering van de coöperatie zich heeft gecommitteerd, ontstaat een organische wisselwerking. Daarin zijn de belangen van de zorgverleners en de organisatie gelijkwaardig betrokken. ‘Af en toe is er wrijving tussen de toezichthouder en de coöperatie die aandeelhouder is in de werk-bv. Als het bijvoorbeeld gaat om de winstuitkering ontstaat de discussie over wat voor de leden is en wat voor de zorg, maar dat zijn gezonde discussies.’ De organisatie heeft een jaar nodig gehad om op deze structuur uit te komen. ‘Neem die tijd’, adviseert Zuiderwijk. ‘Praat vanuit je visie over je wensen voor de toekomst, gegeven de stakeholders waar je mee te maken hebt, de zorgverleners, de verzekeraar et cetera. Dat moet goed aansluiten. Als je een goede organisatiestructuur hebt en een goede visie, dan volgt daaruit vanzelf het goede governance model.’


susan-wiegmanSusan Wiegman, huisarts-bestuurslid ROHA
Voor Susan Wiegman was deelname aan de werkconferentie, samen met een medebestuurslid en de directeur, vooral oriënterend aangezien ROHA, Zorggroep Amsterdam op dit moment nog niet met interne toezichthouders werkt. De discussie daarover ontstond afgelopen periode uit een discussie over het toedelen van de eindverantwoordelijkheden in de organisatie. ‘Bovendien’, aldus Wiegman, ‘heeft onze directie soms behoefte aan een blik van buiten de zorg’. Die kan je los inhuren, maar als het vaak voorkomt, kun je beter iemand in de organisatie hebben’. De werkconferentie gaf haar vooral inzicht in de mogelijkheden van de verschillende governance modellen: ‘We werken met 180 huisartsen en we willen graag dat de neuzen in de organisatie en van de huisartsen dezelfde kant op staan.’ De werkconferentie heeft van de optie om naar toezichthouders toe te gaan, een serieuze overweging gemaakt. Maar, zegt Wiegman, de belangrijkste eyeopener was dat – mochten we die keuze maken – we dat in een langzaam tempo moeten doen. ‘Weloverwogen en stap voor stap.’


[...]

toezichtDe samenleving vraagt om nieuwe organisatievormen en meer maatschappelijke verantwoording. Hoe kunnen eerstelijnsorganisaties de toezichtfunctie op een goede manier vormgeven? Deze vraag stond centraal op de werkconferentie ‘Beter worden met goed toezicht’ die InEen eind oktober organiseerde samen met de Nederlandse Vereniging van Toezichthouders (NVTZ). Doel was bestuurders en toezichthouders te informeren over actuele ontwikkelingen rond good governance. Drie deelnemers vertellen met welke eyeopeners zij naar huis gingen.


ton-weberTon Weber, voorzitter Raad van Toezicht Cohesie
Vijf jaar geleden koos de Coöperatie Cohesie, die onder meer de Stichting Huisartsenposten Noord-Limburg en Cohesie Cure & Care BV voor chronische ketenzorg omvat, voor een Raad van Toezicht. Op de werkconferentie was Ton Weber zeer te spreken over Bas Baanders (NVTZ) die in zijn zeven principes de maatschappelijk doelstelling van de organisatie (‘het bieden van goede zorg aan cliënten’) centraal stelt. Ook diens aanbeveling om in de organisatie van tijd tot tijd ‘een stevige strategiediscussie’ te voeren neemt hij zich ter harte. ‘Voor mij was de kwintessens van de werkconferentie dat je bewust bezig moet zijn met de kwaliteit van de organisatie en dus van de mensen die in die organisatie werken en dat je de klant werkelijk centraal stelt. Bij dat laatste is nog best wel wat werk aan de winkel’, aldus Weber.

Vooralsnog heeft Cohesie de patiënteninspraak geïnstitutionaliseerd in Huis voor de Zorg. De andere pijler naast de Raad van Bestuur en het Huis voor de Zorg is de Raad van Afgevaardigden (huisartsen). Weber: ‘Dat geeft een driehoek waarmee je probeert de organisatie en het maatschappelijk omveld met elkaar in contact te brengen.’ Bewust kiest de Raad van Toezicht voor een actieve opstelling, naar de verschillende raden en ook door acte de présence te geven op formele en informele bijeenkomsten. Weber: ‘Je moet als Raad van Toezicht gevoel ontwikkelen voor wat er werkelijk aan de orde is in de organisatie, zodat je niet óver, maar mét mensen praat.’ Overigens, zegt hij, maakte Paul Zwietering (IGZ) die ook sprak op de conferentie, hem weer bewust van de kwetsbaarheid van de mensen die in de zorg werken ‘vanuit een enorme gedrevenheid en met meer dan gemiddelde motivatie’. ‘Hoe kunnen we hen ondersteunen als er iets gebeurt wat voor verbetering vatbaar is?’ aldus Weber.


eugen-zuiderwijkEugen Zuiderwijk, directeur KetenzorgNU
Voor Eugen Zuiderwijk betekende het vierdimensionale governance model van Dite Husselman, dat de verschillende niveaus van governance toont, een mooie theoretische onderbouwing van de keuzes die zijn organisatie maakte. Zuiderwijk: ‘Naarmate je als huisartsenorganisatie professionaliseert, ontstaat er automatisch een opwaartse kracht, waarbij het bestuur en het toezicht verder van de werkvloer af komen te staan.’ De grote vraag, zegt Zuiderwijk, is hoe je enerzijds de maatschappelijke verantwoording en anderzijds het draagvlak bij de achterban, de zorgverleners, met elkaar in balans brengt. ‘Elke huisartsenorganisatie heeft daarmee te maken.’

Met een raad van commissarissen voor KetenzorgNU, de werk-bv van de coöperatie ZorgNU, is het toezicht laag in de organisatie belegd. Door de maatschappelijke verantwoording en de professionele waarden op te nemen in de missie en de visie waaraan de algemene ledenvergadering van de coöperatie zich heeft gecommitteerd, ontstaat een organische wisselwerking. Daarin zijn de belangen van de zorgverleners en de organisatie gelijkwaardig betrokken. ‘Af en toe is er wrijving tussen de toezichthouder en de coöperatie die aandeelhouder is in de werk-bv. Als het bijvoorbeeld gaat om de winstuitkering ontstaat de discussie over wat voor de leden is en wat voor de zorg, maar dat zijn gezonde discussies.’ De organisatie heeft een jaar nodig gehad om op deze structuur uit te komen. ‘Neem die tijd’, adviseert Zuiderwijk. ‘Praat vanuit je visie over je wensen voor de toekomst, gegeven de stakeholders waar je mee te maken hebt, de zorgverleners, de verzekeraar et cetera. Dat moet goed aansluiten. Als je een goede organisatiestructuur hebt en een goede visie, dan volgt daaruit vanzelf het goede governance model.’


susan-wiegmanSusan Wiegman, huisarts-bestuurslid ROHA
Voor Susan Wiegman was deelname aan de werkconferentie, samen met een medebestuurslid en de directeur, vooral oriënterend aangezien ROHA, Zorggroep Amsterdam op dit moment nog niet met interne toezichthouders werkt. De discussie daarover ontstond afgelopen periode uit een discussie over het toedelen van de eindverantwoordelijkheden in de organisatie. ‘Bovendien’, aldus Wiegman, ‘heeft onze directie soms behoefte aan een blik van buiten de zorg’. Die kan je los inhuren, maar als het vaak voorkomt, kun je beter iemand in de organisatie hebben’. De werkconferentie gaf haar vooral inzicht in de mogelijkheden van de verschillende governance modellen: ‘We werken met 180 huisartsen en we willen graag dat de neuzen in de organisatie en van de huisartsen dezelfde kant op staan.’ De werkconferentie heeft van de optie om naar toezichthouders toe te gaan, een serieuze overweging gemaakt. Maar, zegt Wiegman, de belangrijkste eyeopener was dat – mochten we die keuze maken – we dat in een langzaam tempo moeten doen. ‘Weloverwogen en stap voor stap.’


Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Weekbericht – 25 november 2016

25 november 2016

Overzicht van de belangrijkste berichten uit het weekbericht van 25 november 2016.

Het integrale weekbericht staat ook op het  Ledenplatform van InEen.

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Huisartsen gezocht voor groepsgesprek protocollaire boeken

25 november 2016

Het NHG gaat een kort onderzoek doen naar het gebruik van de protocollaire boeken en zoekt huisartsen om daaraan deel te nemen. Hoe kunnen de protocollaire boeken beter aansluiten op de informatiebehoefte van de huisarts en de praktijkondersteuner? Het onderzoek bestaat uit twee groepsgesprekken met per gesprek twee huisartsen en zes praktijkondersteuners die één of meer protocollaire boeken in hun praktijk gebruiken. Er hebben zich voldoende praktijkondersteuners aangemeld, gezocht wordt nog naar huisartsen. De gesprekken vinden plaats in Utrecht (’s avonds). De deelnemers ontvangen een vacatievergoeding (€ 110) en de huisartsen daarnaast twee accreditatiepunten. Belangstellenden kunnen dit aan Job de Boer (NHG) laten weten.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Het NHG gaat een kort onderzoek doen naar het gebruik van de protocollaire boeken en zoekt huisartsen om daaraan deel te nemen. Hoe kunnen de protocollaire boeken beter aansluiten op de informatiebehoefte van de huisarts en de praktijkondersteuner? Het onderzoek bestaat uit twee groepsgesprekken met per gesprek twee huisartsen en zes praktijkondersteuners die één of meer protocollaire boeken in hun praktijk gebruiken. Er hebben zich voldoende praktijkondersteuners aangemeld, gezocht wordt nog naar huisartsen. De gesprekken vinden plaats in Utrecht (’s avonds). De deelnemers ontvangen een vacatievergoeding (€ 110) en de huisartsen daarnaast twee accreditatiepunten. Belangstellenden kunnen dit aan Job de Boer (NHG) laten weten.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Verlenging overgangsperiode nieuwe modelovereenkomst

25 november 2016

De overgangsperiode voor de invoering van de nieuwe modelovereenkomst als opvolger van de VAR wordt verlengd tot 1 januari 2018. Aanvankelijk zou de overgangsperiode naar de wet DBA tot 1 mei 2017 duren. Staatssecretaris Wiebes meldt de verlenging in de tweede voortgangsrapportage over de wet DBA aan de Tweede Kamer. Tot 1 januari 2018 worden aan ZZP’ers en opdrachtgevers geen boetes of naheffingen opgelegd. InEen adviseert de modelovereenkomsten op de website van de Belastingdienst te blijven gebruiken. De Belastingdienst heeft de twee specifieke modelovereenkomsten die InEen heeft voorgelegd – voor het inhuren van waarnemend huisartsen op de huisartsenpost en voor de kaderarts –helaas nog niet goedgekeurd.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

De overgangsperiode voor de invoering van de nieuwe modelovereenkomst als opvolger van de VAR wordt verlengd tot 1 januari 2018. Aanvankelijk zou de overgangsperiode naar de wet DBA tot 1 mei 2017 duren. Staatssecretaris Wiebes meldt de verlenging in de tweede voortgangsrapportage over de wet DBA aan de Tweede Kamer. Tot 1 januari 2018 worden aan ZZP’ers en opdrachtgevers geen boetes of naheffingen opgelegd. InEen adviseert de modelovereenkomsten op de website van de Belastingdienst te blijven gebruiken. De Belastingdienst heeft de twee specifieke modelovereenkomsten die InEen heeft voorgelegd – voor het inhuren van waarnemend huisartsen op de huisartsenpost en voor de kaderarts –helaas nog niet goedgekeurd.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Oproep: ervaringen met opvang kwetsbare ouderen in acute zorg

25 november 2016

InEen is gevraagd deel te nemen aan een quickscan die de NZa op verzoek van het ministerie van VWS nog dit jaar gaat uitvoeren. Gekeken wordt naar de relatie tussen enerzijds de zorginkoop van spoedeisende hulp, het eerstelijns verblijf (ELV) en de huisartsenposten en anderzijds de opvang van kwetsbare ouderen in de acute zorg. De minister gaf hiertoe opdracht naar aanleiding van een motie uit de Tweede Kamer. Zorgverzekeraars hebben de taak de acute zorg zo in te richten dat alle verzekerden goede zorg (kunnen) krijgen. Dit geldt in het bijzonder voor kwetsbare ouderen. In de quickscan onderzoekt NZa of de zorgverzekeraars op dit punt aan hun zorgplicht voldoen. Om een goede bijdrage te kunnen leveren is InEen – op korte termijn – op zoek naar de ervaringen (positief en negatief) die leden hiermee hebben. Mail naar Margot Lenos (InEen).

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

InEen is gevraagd deel te nemen aan een quickscan die de NZa op verzoek van het ministerie van VWS nog dit jaar gaat uitvoeren. Gekeken wordt naar de relatie tussen enerzijds de zorginkoop van spoedeisende hulp, het eerstelijns verblijf (ELV) en de huisartsenposten en anderzijds de opvang van kwetsbare ouderen in de acute zorg. De minister gaf hiertoe opdracht naar aanleiding van een motie uit de Tweede Kamer. Zorgverzekeraars hebben de taak de acute zorg zo in te richten dat alle verzekerden goede zorg (kunnen) krijgen. Dit geldt in het bijzonder voor kwetsbare ouderen. In de quickscan onderzoekt NZa of de zorgverzekeraars op dit punt aan hun zorgplicht voldoen. Om een goede bijdrage te kunnen leveren is InEen – op korte termijn – op zoek naar de ervaringen (positief en negatief) die leden hiermee hebben. Mail naar Margot Lenos (InEen).

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Position paper voor gezondheidscentra

21 november 2016

Deze week stemde de DLV gezondheidscentra in met de position paper voor gezondheidscentra. Hiermee laten de leden gezondheidscentra van InEen zien dat zij in 40 jaar tot netwerkorganisaties zijn uitgegroeid die gebruik maken van elkaars kennis van integrale wijk- en buurtgerichte zorg en zorginnovaties. Het beproefde concept van de gezondheidscentra sluit naadloos aan bij de zorg van vandaag en morgen: zorg waarbij de gezondheid van patiënten en burgers centraal staat, die betaalbaar is en kwalitatief goed en toegankelijk.

Zowel het definitieve document als de beknopte versie met de 14 kernelementen zijn voor alle leden van InEen beschikbaar en te gebruiken als onderlegger voor gesprekken met bijvoorbeeld zorgverzekeraars of voor interne beleidsbepaling.

Eerder hebben ook de regionale ondersteuningsstructuren (ROS’en) een position paper uitgebracht.

[...]

Deze week stemde de DLV gezondheidscentra in met de position paper voor gezondheidscentra. Hiermee laten de leden gezondheidscentra van InEen zien dat zij in 40 jaar tot netwerkorganisaties zijn uitgegroeid die gebruik maken van elkaars kennis van integrale wijk- en buurtgerichte zorg en zorginnovaties. Het beproefde concept van de gezondheidscentra sluit naadloos aan bij de zorg van vandaag en morgen: zorg waarbij de gezondheid van patiënten en burgers centraal staat, die betaalbaar is en kwalitatief goed en toegankelijk.

Zowel het definitieve document als de beknopte versie met de 14 kernelementen zijn voor alle leden van InEen beschikbaar en te gebruiken als onderlegger voor gesprekken met bijvoorbeeld zorgverzekeraars of voor interne beleidsbepaling.

Eerder hebben ook de regionale ondersteuningsstructuren (ROS’en) een position paper uitgebracht.

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Presentaties Netwerkbijeenkomst Kwaliteit - 10 november 2016

21 november 2016

De Nederlandse zorg scoort hoog in internationaal onderzoek

18 november 2016

De Amerikaanse denktank The Commonwealth Fund (CWF) heeft tien hoogontwikkelde Westerse landen langs de meetlat gelegd. De Nederlandse zorg scoort onder andere als hoogste als het gaat om snelle toegankelijkheid van zorg en toegang tot zorg buiten kantooruren. Ook hebben Nederlanders het patiëntendossier het beste op orde. Hoge scores ook voor het beperkte gebruik van de spoedeisende hulp door goede alternatieven. Nederland zit in de middenmoot als het gaat om leefstijladvisering en de gezamenlijke besluitvorming van arts en patiënt. Gisteren nam minister Schippers in Washington een rapport van een Amerikaanse denktank op het gebied van zorg in ontvangst, waarbij de Nederlandse zorg geïntroduceerd werd als het ‘voorbeeld van een stelsel dat werkt’. Het CWF is een private stichting en zet zich in de VS in voor een toegankelijk en efficiënt zorgstelsel van goede kwaliteit. Meer informatie en het rapport.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

De Amerikaanse denktank The Commonwealth Fund (CWF) heeft tien hoogontwikkelde Westerse landen langs de meetlat gelegd. De Nederlandse zorg scoort onder andere als hoogste als het gaat om snelle toegankelijkheid van zorg en toegang tot zorg buiten kantooruren. Ook hebben Nederlanders het patiëntendossier het beste op orde. Hoge scores ook voor het beperkte gebruik van de spoedeisende hulp door goede alternatieven. Nederland zit in de middenmoot als het gaat om leefstijladvisering en de gezamenlijke besluitvorming van arts en patiënt. Gisteren nam minister Schippers in Washington een rapport van een Amerikaanse denktank op het gebied van zorg in ontvangst, waarbij de Nederlandse zorg geïntroduceerd werd als het ‘voorbeeld van een stelsel dat werkt’. Het CWF is een private stichting en zet zich in de VS in voor een toegankelijk en efficiënt zorgstelsel van goede kwaliteit. Meer informatie en het rapport.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Kostenonderzoek huisartsenzorg van start

18 november 2016

De NZa is gestart met het kostenonderzoek huisartsenzorg, gericht op het herijken van de tarieven voor de basishuisartsenzorg. Alle huisartspraktijken, ook in gezondheidscentra, ontvangen een dezer dagen een toelichting op het onderzoek. De uiteindelijke steekproef omvat ruim 200 praktijken. Begin december krijgen de geselecteerde praktijken een informatieverzoek. In het kostenonderzoek huisartsenzorg worden ook inkomsten uit en afspraken over multidisciplinaire zorg meegenomen. InEen maakt deel uit van de klankbordgroep voor dit onderzoek.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

De NZa is gestart met het kostenonderzoek huisartsenzorg, gericht op het herijken van de tarieven voor de basishuisartsenzorg. Alle huisartspraktijken, ook in gezondheidscentra, ontvangen een dezer dagen een toelichting op het onderzoek. De uiteindelijke steekproef omvat ruim 200 praktijken. Begin december krijgen de geselecteerde praktijken een informatieverzoek. In het kostenonderzoek huisartsenzorg worden ook inkomsten uit en afspraken over multidisciplinaire zorg meegenomen. InEen maakt deel uit van de klankbordgroep voor dit onderzoek.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Oproep ZonMw: aanpak sociaaleconomische gezondheidsverschillen

18 november 2016

Mensen met een lage sociaaleconomische status (SES) hebben vaker gezondheidsproblemen en vaak ook meerdere problemen op verschillende gebieden. De multiproblematiek maakt aanpak lastig, waardoor de gezondheidsachterstanden blijven bestaan. ZonMw zoekt daarom projectideeën die de kennis en inzicht over dit onderwerp vergroten. De ene subsidiegroep richt zich op de ondersteuning en evaluatie van lokale multidisciplinaire programma’s (zorg en welzijn) en de andere op voorstellen voor nieuw breed onderzoek naar het verband tussen gezondheid en sociaaleconomische gezondheidsverschillen.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Mensen met een lage sociaaleconomische status (SES) hebben vaker gezondheidsproblemen en vaak ook meerdere problemen op verschillende gebieden. De multiproblematiek maakt aanpak lastig, waardoor de gezondheidsachterstanden blijven bestaan. ZonMw zoekt daarom projectideeën die de kennis en inzicht over dit onderwerp vergroten. De ene subsidiegroep richt zich op de ondersteuning en evaluatie van lokale multidisciplinaire programma’s (zorg en welzijn) en de andere op voorstellen voor nieuw breed onderzoek naar het verband tussen gezondheid en sociaaleconomische gezondheidsverschillen.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Afwegingsinstrument voor opname eerstelijns verblijf 2.0

18 november 2016

In opdracht van VWS is het afwegingsinstrument voor opname in een eerstelijns verblijf (ELV) herzien, zodat het aansluit bij de overheveling van het ELV naar de Zorgverzekeringswet. Het beknopte instrument ondersteunt de inhoudelijke professionele afwegingen bij het samen met de patiënt vinden van passende zorg (gedeelde besluitvorming). Er zijn twee delen:

  1. de afwegingsondersteuning in situaties waarin geen medische interventie nodig is, maar wél aanvullende zorg en
  2. een vertaling van de verschillende voorzieningen naar de financiële kaders.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

In opdracht van VWS is het afwegingsinstrument voor opname in een eerstelijns verblijf (ELV) herzien, zodat het aansluit bij de overheveling van het ELV naar de Zorgverzekeringswet. Het beknopte instrument ondersteunt de inhoudelijke professionele afwegingen bij het samen met de patiënt vinden van passende zorg (gedeelde besluitvorming). Er zijn twee delen:

  1. de afwegingsondersteuning in situaties waarin geen medische interventie nodig is, maar wél aanvullende zorg en
  2. een vertaling van de verschillende voorzieningen naar de financiële kaders.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Nog SBOH-gelden voor aios op de post beschikbaar

18 november 2016

Het afgelopen jaar is nauwelijks beroep gedaan op de SBOH-gelden voor de opleiding van aios op de huisartsenpost, de zogeheten tweede tranche gelden. Het SBOH doet daarom nogmaals de oproep om – samen met het opleidingsinstituut – aanvragen in te dienen. Dit kan tot het eind van dit jaar. De tweede tranchegelden zijn onder andere in te zetten voor onderwijs aan aios en medewerkers van de post (AED/BLS, cursussen triage, ABCDE-systematiek) en extra inzet van waarnemers. Neem met vragen contact op met Annette van der Laan (SBOH).

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Het afgelopen jaar is nauwelijks beroep gedaan op de SBOH-gelden voor de opleiding van aios op de huisartsenpost, de zogeheten tweede tranche gelden. Het SBOH doet daarom nogmaals de oproep om – samen met het opleidingsinstituut – aanvragen in te dienen. Dit kan tot het eind van dit jaar. De tweede tranchegelden zijn onder andere in te zetten voor onderwijs aan aios en medewerkers van de post (AED/BLS, cursussen triage, ABCDE-systematiek) en extra inzet van waarnemers. Neem met vragen contact op met Annette van der Laan (SBOH).

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

LHV-enquête over werkdruk op de huisartsenpost bevestigt zorgen

18 november 2016

De werkdruk op de huisartsenpost onder zowel triagisten als huisartsen is een voortdurend aandachtspunt van InEen. Verschillende onderzoeken zijn in de afgelopen periode uitgezet en op 13 december staat het onderwerp op de agenda van de dlv huisartsenposten. Deze week lieten de eerste uitkomsten van de LHV-enquête over ANW-uren nog eens het belang van deze aandacht zien. Driekwart van alle huisartsen, aldus de enquête, ervaart de werkdruk op de huisartsenpost als een probleem. Deze werkdruk staat niet op zichzelf, maar is nauw verbonden met de drukte in de dagzorg, de transities in de zorg en hoe patiënten op dit moment gebruik maken van de huisartsenpost. Aan de enquête namen zo’n 2800 praktijkhouders, 800 waarnemers, 200 hidha’s en 140 hids deel. De LHV laat de uitkomsten momenteel nog verder analyseren. Op korte termijn vindt overleg plaats tussen de LHV en InEen over de uitkomsten en mogelijke scenario’s. Ook VPHuisartsen en zo nodig andere stakeholders (patiëntenorganisaties, VWS, zorgverzekeraars) worden daarbij betrokken.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

De werkdruk op de huisartsenpost onder zowel triagisten als huisartsen is een voortdurend aandachtspunt van InEen. Verschillende onderzoeken zijn in de afgelopen periode uitgezet en op 13 december staat het onderwerp op de agenda van de dlv huisartsenposten. Deze week lieten de eerste uitkomsten van de LHV-enquête over ANW-uren nog eens het belang van deze aandacht zien. Driekwart van alle huisartsen, aldus de enquête, ervaart de werkdruk op de huisartsenpost als een probleem. Deze werkdruk staat niet op zichzelf, maar is nauw verbonden met de drukte in de dagzorg, de transities in de zorg en hoe patiënten op dit moment gebruik maken van de huisartsenpost. Aan de enquête namen zo’n 2800 praktijkhouders, 800 waarnemers, 200 hidha’s en 140 hids deel. De LHV laat de uitkomsten momenteel nog verder analyseren. Op korte termijn vindt overleg plaats tussen de LHV en InEen over de uitkomsten en mogelijke scenario’s. Ook VPHuisartsen en zo nodig andere stakeholders (patiëntenorganisaties, VWS, zorgverzekeraars) worden daarbij betrokken.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Week tegen Kindermishandeling

18 november 2016

Ter afsluiting van de Week tegen Kindermishandeling bracht VWS een handreiking uit die professionals ondersteunt bij het verkrijgen van toestemming van ouders wanneer er een vermoeden is van kindermishandeling. De handreiking past in een serie producten die NHG, LHV, InEen en Augeo heeft gemaakt of geactualiseerd om de hulpverlening aan kinderen verder te verbeteren. Op de website van InEen zijn verschillende hulpmiddelen en tools bij elkaar gezet, waaronder de Landelijke Eerstelijns SamenwerkingsAfspraak (LESA) en het NHG-scholingsaanbod.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Ter afsluiting van de Week tegen Kindermishandeling bracht VWS een handreiking uit die professionals ondersteunt bij het verkrijgen van toestemming van ouders wanneer er een vermoeden is van kindermishandeling. De handreiking past in een serie producten die NHG, LHV, InEen en Augeo heeft gemaakt of geactualiseerd om de hulpverlening aan kinderen verder te verbeteren. Op de website van InEen zijn verschillende hulpmiddelen en tools bij elkaar gezet, waaronder de Landelijke Eerstelijns SamenwerkingsAfspraak (LESA) en het NHG-scholingsaanbod.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Weekbericht – 11 november 2016

15 november 2016

Overzicht van de belangrijkste berichten uit het weekbericht van 11 november 2016.

Het integrale weekbericht staat ook op het  Ledenplatform van InEen.

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Akkoord bereikt over een nieuwe Cao Gezondheidscentra/AHG 2015-2017

11 november 2016

Op 10 november is er een akkoord bereikt over de nieuwe Cao Gezondheidscentra/AHG 2015-2017. Ook de achterban van FBZ heeft bij meerderheid van stemmen hun goedkeuring gegeven aan het principeakkoord de blauwdruk. Over de technische uitwerking van de nieuwe cao wordt op donderdag 8 december een informatiebijeenkomst georganiseerd (10.00-16.00 uur, omgeving Utrecht, meer informatie volgt). De leden van InEen – P&O’ers  en andere belangstellenden –  zijn van harte welkom. Aan de definitieve cao-tekst wordt momenteel hard gewerkt. Neem met vragen contact op met Michaela de Gelder.

De nabetaling over 2015 en 2016 kan nu plaats vinden. Alle werknemers ontvangen een eenmalig bedrag van 800 euro bruto naar rato van de gemiddelde omvang van het dienstverband in 2015 en het aantal maanden dat de medewerker in 2015 in dienst was. Als onderdeel van de structurele salarisstijging in 2016 stijgt per 1 januari 2016 het salaris van alle werknemers met 1,5% en per 1 september 2016 met 1%. In 2016 gaat ook de eindejaarsuitkering omhoog met 0,5% (naar 5,5%). Let op: de uitbreiding van een 36-urige naar een 38-urige werkweek gaat in op 1 januari 2017 en heeft dus geen invloed op de nabetaling over 2015 en 2016.

[...]

Op 10 november is er een akkoord bereikt over de nieuwe Cao Gezondheidscentra/AHG 2015-2017. Ook de achterban van FBZ heeft bij meerderheid van stemmen hun goedkeuring gegeven aan het principeakkoord de blauwdruk. Over de technische uitwerking van de nieuwe cao wordt op donderdag 8 december een informatiebijeenkomst georganiseerd (10.00-16.00 uur, omgeving Utrecht, meer informatie volgt). De leden van InEen – P&O’ers  en andere belangstellenden –  zijn van harte welkom. Aan de definitieve cao-tekst wordt momenteel hard gewerkt. Neem met vragen contact op met Michaela de Gelder.

De nabetaling over 2015 en 2016 kan nu plaats vinden. Alle werknemers ontvangen een eenmalig bedrag van 800 euro bruto naar rato van de gemiddelde omvang van het dienstverband in 2015 en het aantal maanden dat de medewerker in 2015 in dienst was. Als onderdeel van de structurele salarisstijging in 2016 stijgt per 1 januari 2016 het salaris van alle werknemers met 1,5% en per 1 september 2016 met 1%. In 2016 gaat ook de eindejaarsuitkering omhoog met 0,5% (naar 5,5%). Let op: de uitbreiding van een 36-urige naar een 38-urige werkweek gaat in op 1 januari 2017 en heeft dus geen invloed op de nabetaling over 2015 en 2016.

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Terugblik netwerkbijeenkomst Kwaliteit

11 november 2016

Gisteren vond de netwerkbijeenkomst Kwaliteit plaats. Drie huisartsenposten – Groningen, Apeldoorn en omgeving Zwolle – hebben toegelicht hoe zij erin slaagden de telefonische bereikbaarheid op de huisartsenpost te vergroten. Opgeroepen werd nog meer goede voorbeelden aan InEen te melden.
Onderzoeksbureau ARGO presenteerde vervolgens actiepunten voor de zorg aan ouderen en Rolf Boot, huisarts in Bergen, liet zien hoe zorggroep HZNK hier concrete invulling aan geeft. Onder leiding van Corine Jansen gingen de 90 aanwezigen tot slot met elkaar in gesprek gaan over persoonsgerichte zorg. Aan de hand van een empathie map wisselden zij ideeën en standpunten uit vanuit persoonlijk en organisatie perspectief. Dit leverde behalve geïnspireerde gesprekken ook vragen op waarmee InEen de komende periode aan de slag gaat. De netwerkbijeenkomsten kwaliteit voor 2017 zijn gepland op 30 maart (in plaats van 6 april) en 23 november.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Gisteren vond de netwerkbijeenkomst Kwaliteit plaats. Drie huisartsenposten – Groningen, Apeldoorn en omgeving Zwolle – hebben toegelicht hoe zij erin slaagden de telefonische bereikbaarheid op de huisartsenpost te vergroten. Opgeroepen werd nog meer goede voorbeelden aan InEen te melden.
Onderzoeksbureau ARGO presenteerde vervolgens actiepunten voor de zorg aan ouderen en Rolf Boot, huisarts in Bergen, liet zien hoe zorggroep HZNK hier concrete invulling aan geeft. Onder leiding van Corine Jansen gingen de 90 aanwezigen tot slot met elkaar in gesprek gaan over persoonsgerichte zorg. Aan de hand van een empathie map wisselden zij ideeën en standpunten uit vanuit persoonlijk en organisatie perspectief. Dit leverde behalve geïnspireerde gesprekken ook vragen op waarmee InEen de komende periode aan de slag gaat. De netwerkbijeenkomsten kwaliteit voor 2017 zijn gepland op 30 maart (in plaats van 6 april) en 23 november.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Aansluiting bij landelijke geschilleninstantie SKGE

11 november 2016

Zoals bekend moeten zorgaanbieders per 1 januari 2017 verplicht aangesloten zijn bij een landelijke geschilleninstantie. InEen heeft zich ervoor ingezet dat alle leden zich kunnen aansluiten bij de Stichting Klachten en Geschillen Eerstelijnszorg (SKGE). Inschrijven bij de SKGE is vanaf nu mogelijk via skge.nl . Ook leden van de LHV en de KNMP kunnen zich aansluiten. Bij inschrijving kan worden gekozen voor deelname aan alleen de geschilleninstantie of voor de combinatie met een klachtenfunctionaris. De tarieven zijn inmiddels bekend. Uitgangspunt voor de tarieven zijn het solidariteitsbeginsel en het feit dat eerstelijnsorganisaties door een goede organisatie het aantal klachten en geschillen kunnen beperken. De stichting heeft geen winstoogmerk. Op voordracht van InEen neemt Dite Husselman zitting in de Raad van Toezicht van SKGE. Meer informatie over de Wkkgz.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Zoals bekend moeten zorgaanbieders per 1 januari 2017 verplicht aangesloten zijn bij een landelijke geschilleninstantie. InEen heeft zich ervoor ingezet dat alle leden zich kunnen aansluiten bij de Stichting Klachten en Geschillen Eerstelijnszorg (SKGE). Inschrijven bij de SKGE is vanaf nu mogelijk via skge.nl . Ook leden van de LHV en de KNMP kunnen zich aansluiten. Bij inschrijving kan worden gekozen voor deelname aan alleen de geschilleninstantie of voor de combinatie met een klachtenfunctionaris. De tarieven zijn inmiddels bekend. Uitgangspunt voor de tarieven zijn het solidariteitsbeginsel en het feit dat eerstelijnsorganisaties door een goede organisatie het aantal klachten en geschillen kunnen beperken. De stichting heeft geen winstoogmerk. Op voordracht van InEen neemt Dite Husselman zitting in de Raad van Toezicht van SKGE. Meer informatie over de Wkkgz.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Nieuws rond signalering kindermishandeling

11 november 2016

Zoals elk jaar organiseert de ‘Taskforce kindermishandeling en seksueel misbruik’ van 14-20 november de Week tegen Kindermishandeling. In deze week organiseert een groot aantal organisaties door het hele land activiteiten. Afgelopen oktober publiceerde de Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde al de richtlijn Signalering kindermishandeling in de spoedeisende medische zorg. Deze richtlijn geeft professionals in de spoedzorg handvatten voor de signalering van kindermishandeling: welke screeningsinstrumenten zijn beschikbaar? Wat is hun validiteit? Welke specifieke letsels kunnen wijzen op kindermishandeling en welke vervolgstappen zijn nodig bij een vermoeden van kindermishandeling? InEen heeft op een rij gezet welke producten huisartsen nog meer ondersteunen in de strijd tegen kindermishandeling. Kijk op de website.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Zoals elk jaar organiseert de ‘Taskforce kindermishandeling en seksueel misbruik’ van 14-20 november de Week tegen Kindermishandeling. In deze week organiseert een groot aantal organisaties door het hele land activiteiten. Afgelopen oktober publiceerde de Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde al de richtlijn Signalering kindermishandeling in de spoedeisende medische zorg. Deze richtlijn geeft professionals in de spoedzorg handvatten voor de signalering van kindermishandeling: welke screeningsinstrumenten zijn beschikbaar? Wat is hun validiteit? Welke specifieke letsels kunnen wijzen op kindermishandeling en welke vervolgstappen zijn nodig bij een vermoeden van kindermishandeling? InEen heeft op een rij gezet welke producten huisartsen nog meer ondersteunen in de strijd tegen kindermishandeling. Kijk op de website.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Huisartsenpost mag waarnemer weren

11 november 2016

Op 28 oktober 2016 boog de Hoge Raad zich voor het eerst over de positie van huisartsenposten en dienstdoende huisartsen. Het betrof een kwestie waarin de huisartsenpost weigerde een huisarts te accepteren omdat deze voorwaardelijk was geschorst door het Centraal Tuchtcollege. De huisartsenpost wilde patiënten niet bloot stellen aan het risico dat deze huisarts opnieuw een fout zou maken. De Hoge Raad oordeelde dat huisartsenposten als uitgangspunt een vrije beoordelingsruimte hebben bij de vraag wie zij als waarnemer willen registreren, waarbij het de post vrij staat de belangen van patiënten de doorslag te laten geven. De uitspraak van de Hoge Raad heeft gevolgen voor zowel de selectieprocedure voor waarnemers als het proces rondom disfunctioneren. InEen verwerkt de uitspraak in de ‘Handreiking waarnemers op de post’ en het ‘Protocol Vermeend disfunctionerende huisarts op de huisartsenpost’ die momenteel worden herzien.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Op 28 oktober 2016 boog de Hoge Raad zich voor het eerst over de positie van huisartsenposten en dienstdoende huisartsen. Het betrof een kwestie waarin de huisartsenpost weigerde een huisarts te accepteren omdat deze voorwaardelijk was geschorst door het Centraal Tuchtcollege. De huisartsenpost wilde patiënten niet bloot stellen aan het risico dat deze huisarts opnieuw een fout zou maken. De Hoge Raad oordeelde dat huisartsenposten als uitgangspunt een vrije beoordelingsruimte hebben bij de vraag wie zij als waarnemer willen registreren, waarbij het de post vrij staat de belangen van patiënten de doorslag te laten geven. De uitspraak van de Hoge Raad heeft gevolgen voor zowel de selectieprocedure voor waarnemers als het proces rondom disfunctioneren. InEen verwerkt de uitspraak in de ‘Handreiking waarnemers op de post’ en het ‘Protocol Vermeend disfunctionerende huisarts op de huisartsenpost’ die momenteel worden herzien.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Stappen zetten met persoonsgerichte zorg - De Eerstelijns, oktober 2016

09 november 2016

De Eerstelijns, oktober 2016 – Werk maken van persoonsgerichte zorg. Die ambitie zijn InEen en haar leden eind september overeengekomen tijdens een tweedaags congres van de brancheorganisatie in St. Michielsgestel. Vanaf nu moet het streven worden vertaald in concrete activiteiten. Van ambitie naar actie.

[...]

De Eerstelijns, oktober 2016 – Werk maken van persoonsgerichte zorg. Die ambitie zijn InEen en haar leden eind september overeengekomen tijdens een tweedaags congres van de brancheorganisatie in St. Michielsgestel. Vanaf nu moet het streven worden vertaald in concrete activiteiten. Van ambitie naar actie.

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Bijeenkomst over toekomst ANW-zorg

09 november 2016

De toekomst van ANW-zorg stond op 3 november centraal tijdens een ronde tafel bijeenkomst georganiseerd door de Coöperatie Praktijkhoudende Huisartsen. Vertegenwoordigers van huisartsen (CPH, VPH, LHV), zorgverzekeraars en InEen wisselden van gedachten over de ontwikkelingen in de ANW-zorg en mogelijke oplossingen. Afgesproken is samen een aantal toekomstscenario’s te ontwikkelen, waarbij ook wordt gekeken naar juridische en financiële randvoorwaarden. Het streven is deze scenario’s begin 2017 gereed te hebben. De DLV huisartsenposten op 13 december staat ook geheel in het teken van de (werk)druk in de ANW-zorg en mogelijke oplossingsrichtingen.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

De toekomst van ANW-zorg stond op 3 november centraal tijdens een ronde tafel bijeenkomst georganiseerd door de Coöperatie Praktijkhoudende Huisartsen. Vertegenwoordigers van huisartsen (CPH, VPH, LHV), zorgverzekeraars en InEen wisselden van gedachten over de ontwikkelingen in de ANW-zorg en mogelijke oplossingen. Afgesproken is samen een aantal toekomstscenario’s te ontwikkelen, waarbij ook wordt gekeken naar juridische en financiële randvoorwaarden. Het streven is deze scenario’s begin 2017 gereed te hebben. De DLV huisartsenposten op 13 december staat ook geheel in het teken van de (werk)druk in de ANW-zorg en mogelijke oplossingsrichtingen.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Tweede KIS Goedgekeurd

04 november 2016

In 2016 zijn in het kader van het toestinstrument de meeste KIS’en gekeurd. De keuring ondersteunt leveranciers en zorggroepen bij het verzorgen van een goede rapportage voor de benchmark Ketenzorg. Na de keuring krijgen de KIS-leveranciers aanbevelingen voor verbetering. Wanneer deze aanbevelingen zijn doorgevoerd, ontvangt de KIS een certificaat van goedkeuring. De zorggroepen die van een goedgekeurde KIS gebruik maken, kunnen er vanuit gaan dat de rapportage voor de benchmark Ketenzorg vergelijkbare en betrouwbare gegevens oplevert. Na de goedkeuring van Caresharing in juni, is nu ook Care2U goedgekeurd. Op de website van Insights staat een volledig overzicht van de status van de verschillende KIS’en.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

In 2016 zijn in het kader van het toestinstrument de meeste KIS’en gekeurd. De keuring ondersteunt leveranciers en zorggroepen bij het verzorgen van een goede rapportage voor de benchmark Ketenzorg. Na de keuring krijgen de KIS-leveranciers aanbevelingen voor verbetering. Wanneer deze aanbevelingen zijn doorgevoerd, ontvangt de KIS een certificaat van goedkeuring. De zorggroepen die van een goedgekeurde KIS gebruik maken, kunnen er vanuit gaan dat de rapportage voor de benchmark Ketenzorg vergelijkbare en betrouwbare gegevens oplevert. Na de goedkeuring van Caresharing in juni, is nu ook Care2U goedgekeurd. Op de website van Insights staat een volledig overzicht van de status van de verschillende KIS’en.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Stageverbeterplan van SSFH

04 november 2016

De SSFH pakt de komende maand activiteiten op die de kwaliteit en kwantiteit van stages voor doktersassistenten en praktijkondersteuners verhogen. Er zijn nog steeds meer stageplaatsen nodig en bovendien vragen huisartsen meer kwaliteit, zowel van de stagiairs als in de ondersteuning van de stagebegeleiding. De SSFH gaat aan de slag met activiteiten die huisartsen ontzorgen, verbetering van de matching tussen vraag en aanbod en het ontwikkelen van een regionaal aanbod van cursussen praktijkbegeleiding. Meer informatie in het Stageverbeterplan SSFH.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

De SSFH pakt de komende maand activiteiten op die de kwaliteit en kwantiteit van stages voor doktersassistenten en praktijkondersteuners verhogen. Er zijn nog steeds meer stageplaatsen nodig en bovendien vragen huisartsen meer kwaliteit, zowel van de stagiairs als in de ondersteuning van de stagebegeleiding. De SSFH gaat aan de slag met activiteiten die huisartsen ontzorgen, verbetering van de matching tussen vraag en aanbod en het ontwikkelen van een regionaal aanbod van cursussen praktijkbegeleiding. Meer informatie in het Stageverbeterplan SSFH.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Annex voedingsrichtlijn diabetes

04 november 2016

De NDF heeft samen met haar leden een ‘annex’ ontwikkeld met antwoorden op de meest gestelde vragen over de Voedingsrichtlijn Diabetes uit 2015. Evidence based voedingszorg is een essentieel onderdeel van goede diabeteszorg. De NDF Voedingsrichtlijn Diabetes is daarin leidend. Niet lang na het verschijnen van de nieuwe editie in februari 2015 kwamen ook enkele andere voedingsrichtlijnen met een nieuwe versie zoals de Richtlijnen Goede Voeding van de Gezondheidsraad en de Schijf van Vijf van het Voedingscentrum. De verschillende richtlijnen zijn niet altijd eensluidend. Dat riep vragen op bij diabeteszorgverleners en mensen met diabetes, ook op het concrete niveau van het gebruik van voedingsmiddelen. De nu gepubliceerde annex beantwoordt enkele veel gestelde vragen. Deze annex, in de vorm van een FAQ Professionals en een FAQ Patiënten, staat op zorgstandaarddiabetes.nl.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

De NDF heeft samen met haar leden een ‘annex’ ontwikkeld met antwoorden op de meest gestelde vragen over de Voedingsrichtlijn Diabetes uit 2015. Evidence based voedingszorg is een essentieel onderdeel van goede diabeteszorg. De NDF Voedingsrichtlijn Diabetes is daarin leidend. Niet lang na het verschijnen van de nieuwe editie in februari 2015 kwamen ook enkele andere voedingsrichtlijnen met een nieuwe versie zoals de Richtlijnen Goede Voeding van de Gezondheidsraad en de Schijf van Vijf van het Voedingscentrum. De verschillende richtlijnen zijn niet altijd eensluidend. Dat riep vragen op bij diabeteszorgverleners en mensen met diabetes, ook op het concrete niveau van het gebruik van voedingsmiddelen. De nu gepubliceerde annex beantwoordt enkele veel gestelde vragen. Deze annex, in de vorm van een FAQ Professionals en een FAQ Patiënten, staat op zorgstandaarddiabetes.nl.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Onderzoek ANW-zorg in OESO landen

04 november 2016

De organisatie voor economische samenwerking en ontwikkeling (OESO) bracht in september een rapport  uit over de organisatie van eerstelijns ANW-zorg in 27 OESO landen. Tegen welke uitdagingen loopt men aan, hoe is de zorg georganiseerd en welke oplossingsrichtingen worden gekozen. Het rapport signaleert twee uitdagingen:

  1. toenemende terughoudendheid van huisartsen om dienst te doen als gevolg van hoge werklast en onvoldoende beloning en
  2. geografische variatie in de toegankelijkheid.

Oplossingen worden gevonden in organisatorische en financiële ondersteuning van huisartsen, inzet van andere professionals zoals nurse practitioners, verplichte deelname, gebruik van een triagesysteem, gebruik van nieuwe technologieën en goede informatietechnologie.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

De organisatie voor economische samenwerking en ontwikkeling (OESO) bracht in september een rapport  uit over de organisatie van eerstelijns ANW-zorg in 27 OESO landen. Tegen welke uitdagingen loopt men aan, hoe is de zorg georganiseerd en welke oplossingsrichtingen worden gekozen. Het rapport signaleert twee uitdagingen:

  1. toenemende terughoudendheid van huisartsen om dienst te doen als gevolg van hoge werklast en onvoldoende beloning en
  2. geografische variatie in de toegankelijkheid.

Oplossingen worden gevonden in organisatorische en financiële ondersteuning van huisartsen, inzet van andere professionals zoals nurse practitioners, verplichte deelname, gebruik van een triagesysteem, gebruik van nieuwe technologieën en goede informatietechnologie.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Aanmelden voor de Algemene Ledenvergadering op 29 november 

04 november 2016

Welke gevolgen heeft de Wkkgz (invoering per 1 januari 2017) voor de inrichting van organisaties? Tijdens de ALV van 29 november besteden we hier aandacht aan. Voorts presenteert het bestuur het InEen-werkplan 2017, waarbij een aantal actuele thema’s worden uitgelicht: goed werkgeverschap, vertrouwen in professionals en de ontwikkeling van de organisaties. Na de pauze staat de verenigings- en bestuurskracht van InEen centraal. Hoe sterk staan we als InEen en wat is er voor nodig om onze kracht te versterken? Daarvoor is in de ALV van mei extra aandacht gevraagd. Alle leden van InEen zijn van harte uitgenodigd op 29 november aanwezig te zijn.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Welke gevolgen heeft de Wkkgz (invoering per 1 januari 2017) voor de inrichting van organisaties? Tijdens de ALV van 29 november besteden we hier aandacht aan. Voorts presenteert het bestuur het InEen-werkplan 2017, waarbij een aantal actuele thema’s worden uitgelicht: goed werkgeverschap, vertrouwen in professionals en de ontwikkeling van de organisaties. Na de pauze staat de verenigings- en bestuurskracht van InEen centraal. Hoe sterk staan we als InEen en wat is er voor nodig om onze kracht te versterken? Daarvoor is in de ALV van mei extra aandacht gevraagd. Alle leden van InEen zijn van harte uitgenodigd op 29 november aanwezig te zijn.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Blauwdruk nieuwe Cao Gezondheidscentra/AHG

04 november 2016

Op 31 oktober heeft een zeer ruime meerderheid van de werkgevers van de gezondheidscentra de Blauwdruk (het principeakkoord) voor een nieuwe Cao Gezondheidscentra/AHG goedgekeurd. De achterban van FNV Zorg en Welzijn gaf al eerder akkoord. Het wachten is nu op de achterban van FBZ. Als ook deze de Blauwdruk accordeert, is de nieuwe Cao Gezondheidscentra/AHG een feit. Vanaf dat moment kan de nabetaling over 2015 en 2016 plaats vinden. Allereerst ontvangen alle werknemers een eenmalig bedrag naar rato van de omvang van het dienstverband in 2015 en het aantal maanden dat de medewerker in 2015 in dienst was. Als onderdeel van de structurele salarisstijging in 2016 stijgt per 1 januari 2016 het salaris van alle werknemers met 1,5% en per 1 september 2016 met 1%. In 2016 gaat ook de eindejaarsuitkering omhoog met 0,5% (naar 5,5%). Neem met vragen contact op met Michaela de Gelder (InEen).

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Op 31 oktober heeft een zeer ruime meerderheid van de werkgevers van de gezondheidscentra de Blauwdruk (het principeakkoord) voor een nieuwe Cao Gezondheidscentra/AHG goedgekeurd. De achterban van FNV Zorg en Welzijn gaf al eerder akkoord. Het wachten is nu op de achterban van FBZ. Als ook deze de Blauwdruk accordeert, is de nieuwe Cao Gezondheidscentra/AHG een feit. Vanaf dat moment kan de nabetaling over 2015 en 2016 plaats vinden. Allereerst ontvangen alle werknemers een eenmalig bedrag naar rato van de omvang van het dienstverband in 2015 en het aantal maanden dat de medewerker in 2015 in dienst was. Als onderdeel van de structurele salarisstijging in 2016 stijgt per 1 januari 2016 het salaris van alle werknemers met 1,5% en per 1 september 2016 met 1%. In 2016 gaat ook de eindejaarsuitkering omhoog met 0,5% (naar 5,5%). Neem met vragen contact op met Michaela de Gelder (InEen).

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Reactie InEen op uitspraak CBb tariefbeschikkingen voor huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg

03 november 2016

Utrecht, 3 november 2016 — Donderdag 3 november heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven uitspraak gedaan in de procedure die de VPH en de LHV hadden aangespannen tegen de NZa. De procedure ging over het bezwaar van VPH en LHV tegen de contractvereiste voor huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg en tegen de 24-uursverplichting als voorwaarde bij het inschrijvingstarief. Het CBb heeft geoordeeld dat de NZa het contractvereiste bij enkele verrichtingen moet schrappen waaronder de ketenzorg. InEen maakt zich zorgen over de  consequenties van de uitspraak voor de kwaliteit en samenhang in de chronische zorg.

Het CBb stelt dat de contractvereiste voor enkele zorgprestaties, zoals ketenzorg,  een hinderpaal vormen voor de verzekerde/patiënt bij de uitoefening van zijn recht op vrije keuze van zorgverlener. InEen onderschrijft het belang van de vrije artsenkeuze. Echter, onduidelijk is of met deze uitspraak het huidige hoge kwaliteitsniveau van zorg voor mensen met een chronische aandoening  in de toekomst gehandhaafd blijft. Verder maken wij ons zorgen over mogelijke versnippering van het aanbod. Goed nieuws is dat het CBb onderkent dat enkel samenwerkingsverbanden in aanmerking komen voor een declaratietitel en dus uitvoering van multidisciplinaire zorg.

In het persbericht dat het CBb inmiddels heeft uitgebracht wordt alleen gerept over multidisciplinaire zorg voor bepaalde chronische aandoeningen (DM, VRM, COPD, astma). De interpretatie van InEen is dan ook dat de GEZ buiten de reikwijdte van de uitspraak valt.

Verder heeft de uitspraak van het CBb ook betrekking op de verantwoordelijkheid van huisartsen voor het regelen van 24-uurs zorg. Het CBb heeft enkele tekstuele aanpassingen in de prestatiebeschrijving aangebracht, maar de verbinding tussen de ANW én het inschrijftarief in stand gehouden. InEen hecht aan het vastleggen van de 24/7 verantwoordelijkheid voor de zorg en het CBb lijkt dit te erkennen.

Wij zullen de uitspraak verder bestuderen. De volledige uitspraak is te lezen op rechtspraak.nl

[...]

Utrecht, 3 november 2016 — Donderdag 3 november heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven uitspraak gedaan in de procedure die de VPH en de LHV hadden aangespannen tegen de NZa. De procedure ging over het bezwaar van VPH en LHV tegen de contractvereiste voor huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg en tegen de 24-uursverplichting als voorwaarde bij het inschrijvingstarief. Het CBb heeft geoordeeld dat de NZa het contractvereiste bij enkele verrichtingen moet schrappen waaronder de ketenzorg. InEen maakt zich zorgen over de  consequenties van de uitspraak voor de kwaliteit en samenhang in de chronische zorg.

Het CBb stelt dat de contractvereiste voor enkele zorgprestaties, zoals ketenzorg,  een hinderpaal vormen voor de verzekerde/patiënt bij de uitoefening van zijn recht op vrije keuze van zorgverlener. InEen onderschrijft het belang van de vrije artsenkeuze. Echter, onduidelijk is of met deze uitspraak het huidige hoge kwaliteitsniveau van zorg voor mensen met een chronische aandoening  in de toekomst gehandhaafd blijft. Verder maken wij ons zorgen over mogelijke versnippering van het aanbod. Goed nieuws is dat het CBb onderkent dat enkel samenwerkingsverbanden in aanmerking komen voor een declaratietitel en dus uitvoering van multidisciplinaire zorg.

In het persbericht dat het CBb inmiddels heeft uitgebracht wordt alleen gerept over multidisciplinaire zorg voor bepaalde chronische aandoeningen (DM, VRM, COPD, astma). De interpretatie van InEen is dan ook dat de GEZ buiten de reikwijdte van de uitspraak valt.

Verder heeft de uitspraak van het CBb ook betrekking op de verantwoordelijkheid van huisartsen voor het regelen van 24-uurs zorg. Het CBb heeft enkele tekstuele aanpassingen in de prestatiebeschrijving aangebracht, maar de verbinding tussen de ANW én het inschrijftarief in stand gehouden. InEen hecht aan het vastleggen van de 24/7 verantwoordelijkheid voor de zorg en het CBb lijkt dit te erkennen.

Wij zullen de uitspraak verder bestuderen. De volledige uitspraak is te lezen op rechtspraak.nl

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Presentaties Werkconferentie Good Governance 'Beter worden met goed toezicht'

02 november 2016

Hieronder vindt u de beschikbare presentaties van de Werkconferentie Good Governance georganiseerd door InEen en NVTZ op donderdag 27 oktober 2016:

Plenair

  • Dite Husselman, adviseur Husselmanadvies, geeft een terugkoppeling van haar onderzoek dat ze in opdracht van InEen heeft gedaan naar governance in de eerste lijn. Door vanuit een breder perspectief naar governance te kijken wordt duidelijk op welke gebieden en op welke dimensies je van andere collega’s kunt leren. Bekijk hier de presentatie.

Carrousselsessies

[...]

Hieronder vindt u de beschikbare presentaties van de Werkconferentie Good Governance georganiseerd door InEen en NVTZ op donderdag 27 oktober 2016:

Plenair

  • Dite Husselman, adviseur Husselmanadvies, geeft een terugkoppeling van haar onderzoek dat ze in opdracht van InEen heeft gedaan naar governance in de eerste lijn. Door vanuit een breder perspectief naar governance te kijken wordt duidelijk op welke gebieden en op welke dimensies je van andere collega’s kunt leren. Bekijk hier de presentatie.

Carrousselsessies

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Bestuur in beeld

02 november 2016

In dit rapport wordt het onderzoek naar de feitelijke situatie van governance bij de leden van InEen en de daarbij voorkomende dilemma’s uiteengezet en geduid. Conclusie van het onderzoek is dat voor de leden van InEen door de onderlinge verschillen veel te leren van elkaar is. Verder wordt in dit rapport geconcludeerd dat het interne debat zich kan richten op de wijze waarop er een verbinding aangebracht kan worden tussen de formele governance-eisen en de waarden die bij professionals in het klinische proces dominant zijn. Het ‘hoe gaan we dit doen?’ vormt de kern van het gesprek met als doel de kwaliteit, de toegankelijkheid en de betaalbaarheid van de zorg in de eerste lijn te stimuleren en te borgen.

[...]

In dit rapport wordt het onderzoek naar de feitelijke situatie van governance bij de leden van InEen en de daarbij voorkomende dilemma’s uiteengezet en geduid. Conclusie van het onderzoek is dat voor de leden van InEen door de onderlinge verschillen veel te leren van elkaar is. Verder wordt in dit rapport geconcludeerd dat het interne debat zich kan richten op de wijze waarop er een verbinding aangebracht kan worden tussen de formele governance-eisen en de waarden die bij professionals in het klinische proces dominant zijn. Het ‘hoe gaan we dit doen?’ vormt de kern van het gesprek met als doel de kwaliteit, de toegankelijkheid en de betaalbaarheid van de zorg in de eerste lijn te stimuleren en te borgen.

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Meldweek contractering 2017

28 oktober 2016

Net als vorig jaar organiseert InEen een meldweek contractering: 31 oktober t/m 4 november. We zijn geïnteresseerd in zowel de eventuele knelpunten als de positieve ervaringen met de contractering voor 2017. Specifiek benieuwd zijn we naar:

  • De timing (Good contracting practices: afronding onderhandelingen met zorggroepen uiterlijk 1 oktober en met gezondheidscentra uiterlijk 7 november).
  • Het overgangsjaar voor GEZ-bekostiging.
  • Ervaringen met substitutie en goedgekeurde/afgewezen businesscases.
  • De indexering.

InEen gebruikt de geaggregeerde informatie in de gesprekken met verzekeraars en stakeholders. Bij voorkeur ontvangen we de meldingen via het meldingsformulier. Aarzel niet om met vragen contact op te nemen met Margot Lenos (InEen).

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Net als vorig jaar organiseert InEen een meldweek contractering: 31 oktober t/m 4 november. We zijn geïnteresseerd in zowel de eventuele knelpunten als de positieve ervaringen met de contractering voor 2017. Specifiek benieuwd zijn we naar:

  • De timing (Good contracting practices: afronding onderhandelingen met zorggroepen uiterlijk 1 oktober en met gezondheidscentra uiterlijk 7 november).
  • Het overgangsjaar voor GEZ-bekostiging.
  • Ervaringen met substitutie en goedgekeurde/afgewezen businesscases.
  • De indexering.

InEen gebruikt de geaggregeerde informatie in de gesprekken met verzekeraars en stakeholders. Bij voorkeur ontvangen we de meldingen via het meldingsformulier. Aarzel niet om met vragen contact op te nemen met Margot Lenos (InEen).

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Benchlearning bijeenkomst op 13 december 2016

28 oktober 2016

Voorafgaand aan de DLV huisartsenposten organiseert InEen op 13 december een bijeenkomst over de huidige opzet en de doorontwikkeling van de benchmark huisartsenposten(14.00-15.30 uur). Directeuren van huisartsenposten zijn van harte welkom, desgewenst samen met de medewerker die in de organisatie nauw betrokken is bij de benchmark. Bij de start van de bijeenkomst geeft onderzoeksbureau Totta, de beheerder van de benchmarkomgeving, een korte demonstratie van de mogelijkheden voor het ophalen van informatie, trends en vergelijkingen uit het benchmarksysteem. Vanaf 14.30 uur richt de bijeenkomst zich op de strategische waarde van de benchmark als instrument voor zowel individuele huisartsenposten als de sector als geheel. Graag willen we de mogelijkheden verkennen om de huidige benchmark geleidelijk door te ontwikkelen tot een breder brancherapport voor de ANW-zorg in 2018. Het is mogelijk om alleen het tweede programmaonderdeel bij te wonen. Aanmelden.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Voorafgaand aan de DLV huisartsenposten organiseert InEen op 13 december een bijeenkomst over de huidige opzet en de doorontwikkeling van de benchmark huisartsenposten(14.00-15.30 uur). Directeuren van huisartsenposten zijn van harte welkom, desgewenst samen met de medewerker die in de organisatie nauw betrokken is bij de benchmark. Bij de start van de bijeenkomst geeft onderzoeksbureau Totta, de beheerder van de benchmarkomgeving, een korte demonstratie van de mogelijkheden voor het ophalen van informatie, trends en vergelijkingen uit het benchmarksysteem. Vanaf 14.30 uur richt de bijeenkomst zich op de strategische waarde van de benchmark als instrument voor zowel individuele huisartsenposten als de sector als geheel. Graag willen we de mogelijkheden verkennen om de huidige benchmark geleidelijk door te ontwikkelen tot een breder brancherapport voor de ANW-zorg in 2018. Het is mogelijk om alleen het tweede programmaonderdeel bij te wonen. Aanmelden.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Vergoedingen Stichting Sociaal Fonds Gezondheidscentra (SSFG)

28 oktober 2016

In het kader van de begeleiding van stagiairs ontplooit SSFG (het voormalige FOAG) momenteel verschillende activiteiten. Zo kunnen gezondheidscentra die studenten begeleiden in het kader van het coschap huisartsgeneeskunde in aanmerking komen voor een tegemoetkoming over het jaar 2016. Het betreft een tegemoetkoming in de bruto stagevergoeding die aan de student is uitbetaald. De declaraties voor deze tegemoetkoming over 2016 kunnen het eerste kwartaal 2017 worden ingediend bij SSFG (meer informatie over de procedure en de bedragen volgt begin 2017). Naar verwachting geldt de regeling ook over 2017. Voorts zet SSFG binnenkort een korte vragenlijst uit om inzicht te krijgen in het aantal mbo- en hbo-studenten dat jaarlijks stage loopt in een gezondheidscentrum. Als de financiële middelen dat toelaten streeft SSFG naar een stagevergoeding aan stagiairs vanuit erkende beroepsopleidingen en hun stagebieders (vergelijkbaar met de afspraken in de Cao Huisartsenzorg 2015-2017). Beide activiteiten gelden alleen voor gezondheidscentra die vallen onder de Cao Gezondheidscentra/AHG. Meer informatie bij Michaela de Gelder (InEen).

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

In het kader van de begeleiding van stagiairs ontplooit SSFG (het voormalige FOAG) momenteel verschillende activiteiten. Zo kunnen gezondheidscentra die studenten begeleiden in het kader van het coschap huisartsgeneeskunde in aanmerking komen voor een tegemoetkoming over het jaar 2016. Het betreft een tegemoetkoming in de bruto stagevergoeding die aan de student is uitbetaald. De declaraties voor deze tegemoetkoming over 2016 kunnen het eerste kwartaal 2017 worden ingediend bij SSFG (meer informatie over de procedure en de bedragen volgt begin 2017). Naar verwachting geldt de regeling ook over 2017. Voorts zet SSFG binnenkort een korte vragenlijst uit om inzicht te krijgen in het aantal mbo- en hbo-studenten dat jaarlijks stage loopt in een gezondheidscentrum. Als de financiële middelen dat toelaten streeft SSFG naar een stagevergoeding aan stagiairs vanuit erkende beroepsopleidingen en hun stagebieders (vergelijkbaar met de afspraken in de Cao Huisartsenzorg 2015-2017). Beide activiteiten gelden alleen voor gezondheidscentra die vallen onder de Cao Gezondheidscentra/AHG. Meer informatie bij Michaela de Gelder (InEen).

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Werkconferentie Good Governance van InEen succesvol

28 oktober 2016

Gistermiddag op 27 oktober organiseerde InEen samen met de Nederlandse Vereniging van Toezichthouders (NVTZ) de interactieve werkconferentie Good Governance ‘Beter worden met goed toezicht’.  Ongeveer 100 bestuurders en toezichthouders lieten zich onder leiding van dagvoorzitter Han Mulder, zelf huisarts en toezichthouder, op interactieve wijze informeren over de actuele ontwikkelingen. Veel aandacht ging uit naar een terugkoppeling van het onderzoek naar governance in de eerste lijn dat Husselman Advies uitvoerde in opdracht van InEen. Een van de conclusies luidde dat de interne discussie zich zou moeten richten op het aanbrengen van een verbinding tussen de formele governance-eisen en de professionele waarden van de professionals. Ruimschoots is gebruik gemaakt van de gelegenheid te netwerken met collega bestuurders en toezichthouders. De komende week worden de verschillende presentaties op de website van InEen geplaatst.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Gistermiddag op 27 oktober organiseerde InEen samen met de Nederlandse Vereniging van Toezichthouders (NVTZ) de interactieve werkconferentie Good Governance ‘Beter worden met goed toezicht’.  Ongeveer 100 bestuurders en toezichthouders lieten zich onder leiding van dagvoorzitter Han Mulder, zelf huisarts en toezichthouder, op interactieve wijze informeren over de actuele ontwikkelingen. Veel aandacht ging uit naar een terugkoppeling van het onderzoek naar governance in de eerste lijn dat Husselman Advies uitvoerde in opdracht van InEen. Een van de conclusies luidde dat de interne discussie zich zou moeten richten op het aanbrengen van een verbinding tussen de formele governance-eisen en de professionele waarden van de professionals. Ruimschoots is gebruik gemaakt van de gelegenheid te netwerken met collega bestuurders en toezichthouders. De komende week worden de verschillende presentaties op de website van InEen geplaatst.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Reminder: netwerkbijeenkomst Kwaliteit op 10 november

28 oktober 2016

Het programma voor de netwerkbijeenkomst Kwaliteit op 10 november (13.30-20.00 uur in De Bilt) is veelzijdig. Deelnemers kunnen bij aanmelding aangeven welke programmaonderdelen zij willen bijwonen. Er zijn sessie die zich speciaal richten op de huisartsenposten of op gezondheidscentra en zorggroepen. Ook is er een plenair onderdeel, aangevuld met drie subsessies (1. Inventarisatie palliatieve spoedzorg, 2. Opstellen prospectieve risicoanalyse en 3. Pilot patiëntervaringsonderzoek in de chronische zorg).  Naast de kwaliteitsmedewerkers van huisartsenposten, gezondheidscentra en zorggroepen, zijn ook de ROS’en van harte welkom. Noteer vast de bijeenkomsten van 2017: 6 april en 23 november.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Het programma voor de netwerkbijeenkomst Kwaliteit op 10 november (13.30-20.00 uur in De Bilt) is veelzijdig. Deelnemers kunnen bij aanmelding aangeven welke programmaonderdelen zij willen bijwonen. Er zijn sessie die zich speciaal richten op de huisartsenposten of op gezondheidscentra en zorggroepen. Ook is er een plenair onderdeel, aangevuld met drie subsessies (1. Inventarisatie palliatieve spoedzorg, 2. Opstellen prospectieve risicoanalyse en 3. Pilot patiëntervaringsonderzoek in de chronische zorg).  Naast de kwaliteitsmedewerkers van huisartsenposten, gezondheidscentra en zorggroepen, zijn ook de ROS’en van harte welkom. Noteer vast de bijeenkomsten van 2017: 6 april en 23 november.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Meldplicht kindermishandeling van de baan

28 oktober 2016

De meldplicht kindermishandeling die VWS begin dit jaar aankondigde, is definitief van de baan. Dit is op 12 oktober tijdens het Algemeen Overleg Kindermishandeling/GIA besloten. Het alternatieve voorstel van de Artsencoalitie tegen kindermishandeling, waarvan ook InEen deel uitmaakt, is in de Kamer goed ontvangen. Het voorstel pleit voor oplossingen waarin directe hulp aan het mishandelde kind centraal staat. Daarnaast vraagt de Artsencoalitie heldere normen en pragmatische handvatten om, binnen de huidige verplichte KNMG-meldcode, werk te maken van een vermoeden van kindermishandeling. Nieuwsbericht KNMG.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

De meldplicht kindermishandeling die VWS begin dit jaar aankondigde, is definitief van de baan. Dit is op 12 oktober tijdens het Algemeen Overleg Kindermishandeling/GIA besloten. Het alternatieve voorstel van de Artsencoalitie tegen kindermishandeling, waarvan ook InEen deel uitmaakt, is in de Kamer goed ontvangen. Het voorstel pleit voor oplossingen waarin directe hulp aan het mishandelde kind centraal staat. Daarnaast vraagt de Artsencoalitie heldere normen en pragmatische handvatten om, binnen de huidige verplichte KNMG-meldcode, werk te maken van een vermoeden van kindermishandeling. Nieuwsbericht KNMG.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Wet Cliëntenrechten - InEen: extra werkbelasting voorkomen

27 oktober 2016

digitaalNa een lange voorgeschiedenis heeft de Eerste Kamer op 4 oktober 2016 het wetsvoorstel ‘Cliëntenrechten bij elektronische verwerking van gegevens’ geaccordeerd. De wet regelt, onder meer, de (gespecificeerde) toestemming van patiënten voor de uitwisseling van hun medische gegevens en ten tweede het recht van patiënten om langs elektronische weg hun medische gegevens in te zien. De verplichting om deze toestemming en inzage te regelen wordt over drie jaar van kracht. InEen zet zich in voor een toepassing die geen nodeloze belasting van zorgverleners met zich meebrengt.

Ondanks alle voorbehouden is de nieuwe wet, zo vindt InEen, een belangrijke ontwikkeling. Met het digitaliseren van de samenleving, digitaliseert de zorg onvermijdelijk ook. Rechten, plichten en randvoorwaarden moeten daarom goed geregeld worden. Samen met de andere zorgkoepels, zoals LHV en KNMG, en de Patiëntenfederatie werkt InEen aan technische oplossingen die enerzijds de praktijken ontlasten en anderzijds patiënten verantwoordelijk maken voor het beheer van hun toestemmingen.

De gespecificeerde toestemming voor gegevensuitwisseling moet uitvoerbaar zijn. Dat is nog niet zo eenvoudig omdat het de bedoeling was om patiënten het recht te geven om op persoonsniveau (fysiotherapeut A wel, maar fysiotherapeut B niet) te differentiëren. Een dergelijke aanpak verwordt echter snel tot een spaghetti van toestemmingen die noch voor patiënten, noch voor zorgverleners is te overzien: voor iedereen onwenselijk en onwerkbaar. Hoe dan te voldoen aan de wettelijke eisen? Met die vraag zijn de zorgkoepels nu aan het werk. Eind 2016 moet duidelijk zijn wat de meest kansrijke manier is om de ‘gespecificeerde toestemming’ in de zorgpraktijk vorm te geven.

De elektronische inzage van patiënten in de eigen medische gegevens is in feite een uitbreiding van het recht om het (papieren) dossier in te zien ingevolge de Wet op de geneeskundige behandelovereenkomst (Wgbo). Om dit recht te kunnen effectueren is het nodig dat de informatie in de elektronische systemen van huisartsen, ziekenhuizen, fysiotherapeuten en apotheken toegankelijk wordt. De Patiëntenfederatie heeft hiervoor het voortouw genomen. In het project MedMij werken de Patiëntenfederatie en de zorgkoepels samen om een set van eisen, standaarden en afspraken op te leveren waarmee de medische gegevens in digitale persoonlijke gezondheidsomgevingen (portaal) van hun huisarts, fysiotherapeut, apotheek of ziekenhuis toegankelijk worden. Het portaal moet patiënten ook in staat stellen om bijvoorbeeld zelfmeetgegevens en gebruikte medicatie voor hun zorgverleners toegankelijk te maken, en uiteraard moet MedMij toegang bieden tot het toestemmingenportaal.

InEen verwacht dat een dergelijke aanpak ook bijdraagt aan de betrokkenheid van patiënten bij hun omgang met ziekte en zorg, met name van chronische patiënten. De mogelijkheid om de eigen informatie in te zien en te corrigeren versterkt het nemen van eigen verantwoordelijkheid en vergroot de patiëntveiligheid, denk aan een actueel medicatieoverzicht.

De komende drie jaar is nog veel werk nodig. InEen houdt hierover nauw contact met de achterban. Uitgangspunt is en blijft dat de digitalisering geen onnodige bureaucratie of extra werkbelasting voor zorgverleners met zich mee mag brengen.

[...]

digitaalNa een lange voorgeschiedenis heeft de Eerste Kamer op 4 oktober 2016 het wetsvoorstel ‘Cliëntenrechten bij elektronische verwerking van gegevens’ geaccordeerd. De wet regelt, onder meer, de (gespecificeerde) toestemming van patiënten voor de uitwisseling van hun medische gegevens en ten tweede het recht van patiënten om langs elektronische weg hun medische gegevens in te zien. De verplichting om deze toestemming en inzage te regelen wordt over drie jaar van kracht. InEen zet zich in voor een toepassing die geen nodeloze belasting van zorgverleners met zich meebrengt.

Ondanks alle voorbehouden is de nieuwe wet, zo vindt InEen, een belangrijke ontwikkeling. Met het digitaliseren van de samenleving, digitaliseert de zorg onvermijdelijk ook. Rechten, plichten en randvoorwaarden moeten daarom goed geregeld worden. Samen met de andere zorgkoepels, zoals LHV en KNMG, en de Patiëntenfederatie werkt InEen aan technische oplossingen die enerzijds de praktijken ontlasten en anderzijds patiënten verantwoordelijk maken voor het beheer van hun toestemmingen.

De gespecificeerde toestemming voor gegevensuitwisseling moet uitvoerbaar zijn. Dat is nog niet zo eenvoudig omdat het de bedoeling was om patiënten het recht te geven om op persoonsniveau (fysiotherapeut A wel, maar fysiotherapeut B niet) te differentiëren. Een dergelijke aanpak verwordt echter snel tot een spaghetti van toestemmingen die noch voor patiënten, noch voor zorgverleners is te overzien: voor iedereen onwenselijk en onwerkbaar. Hoe dan te voldoen aan de wettelijke eisen? Met die vraag zijn de zorgkoepels nu aan het werk. Eind 2016 moet duidelijk zijn wat de meest kansrijke manier is om de ‘gespecificeerde toestemming’ in de zorgpraktijk vorm te geven.

De elektronische inzage van patiënten in de eigen medische gegevens is in feite een uitbreiding van het recht om het (papieren) dossier in te zien ingevolge de Wet op de geneeskundige behandelovereenkomst (Wgbo). Om dit recht te kunnen effectueren is het nodig dat de informatie in de elektronische systemen van huisartsen, ziekenhuizen, fysiotherapeuten en apotheken toegankelijk wordt. De Patiëntenfederatie heeft hiervoor het voortouw genomen. In het project MedMij werken de Patiëntenfederatie en de zorgkoepels samen om een set van eisen, standaarden en afspraken op te leveren waarmee de medische gegevens in digitale persoonlijke gezondheidsomgevingen (portaal) van hun huisarts, fysiotherapeut, apotheek of ziekenhuis toegankelijk worden. Het portaal moet patiënten ook in staat stellen om bijvoorbeeld zelfmeetgegevens en gebruikte medicatie voor hun zorgverleners toegankelijk te maken, en uiteraard moet MedMij toegang bieden tot het toestemmingenportaal.

InEen verwacht dat een dergelijke aanpak ook bijdraagt aan de betrokkenheid van patiënten bij hun omgang met ziekte en zorg, met name van chronische patiënten. De mogelijkheid om de eigen informatie in te zien en te corrigeren versterkt het nemen van eigen verantwoordelijkheid en vergroot de patiëntveiligheid, denk aan een actueel medicatieoverzicht.

De komende drie jaar is nog veel werk nodig. InEen houdt hierover nauw contact met de achterban. Uitgangspunt is en blijft dat de digitalisering geen onnodige bureaucratie of extra werkbelasting voor zorgverleners met zich mee mag brengen.

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Cultuur-sensitieve zorg

27 oktober 2016

SGEiBijna een jaar geleden kwam op Strijp-S in Eindhoven het gezondheidscentrum SGE international (SGEi) uit de startblokken. Op het voormalige Philips-bedrijfsterrein vestigden zich sinds 2006 veel creatieve en innovatieve ondernemers. SGE-clustermanager Robert Hazenberg: ‘Een van onze huisartsen vroeg me: waarom zitten wij daar eigenlijk niet? Zo begon het.’

SGEi speelde vervolgens in op twee ontwikkelingen. Allereerst liet de gemeente Eindhoven weten het vestigingsklimaat voor internationals te willen verbeteren. Vertrouwen in de zorg vormt daarvan een belangrijk aspect. De regio Eindhoven kent al decennia een groot aantal internationals. Alleen al ASML, de opvolger van Philips en grootste werkgever van de regio, is goed voor 600 tot 800 nieuwe expats per jaar, uit de VS, uit China, uit Korea en vele andere windstreken. Voorts kwam SGE in contact met Dirk Jan Frijling, eigenaar van International Health Services (IHS), een consultancybureau dat onderzocht hoe de international de Nederlandse (huisartsen)zorg ervaart. De uitkomsten waren niet mis: maar 30% van de internationals heeft vertrouwen in de rol van de huisarts (Nederlanders: 85%).

‘Ons zorgsysteem’, aldus Hazenberg, ‘hoort tot de besten in Europa. Daar geloven we in. SGEi verleent dus zorg volgens de Nederlandse richtlijnen en standaarden.’ Het gebrek aan vertrouwen in de huisartsenzorg gaat daar ook niet over, zegt hij. Het oordeel is geen kwaliteitsoordeel, maar een andere beleving veroorzaakt door culturele verschillen. Om deze verschillen boven tafel te krijgen werkte SGEi in de voorbereidingsfase met een panel van 10 internationals. Dat leverde veel eyeopeners op. Hazenberg: ‘Ik verwachtte bijvoorbeeld dat er veel vraag zou zijn naar E-oplossingen, dat is ook zo, maar bovenal – en dat was de eyeopener – is er behoefte aan een goede persoonlijke relatie.’ Dit leidde onder meer tot de beslissing om te gaan werken met een intakegesprek van 40 minuten waarin behalve naar de gebruikelijke zaken als voorgeschiedenis en medicatie veel aandacht uitgaat naar de wederzijdse verwachtingen en mogelijkheden. Dat deze investering, die niet door de zorgverzekeraar wordt vergoed, een goede basis legt voor vertrouwen en zichzelf uiteindelijk terugbetaalt, blijkt uit de bijna uitsluitend positieve evaluaties die SGEi sinds de opening vorig jaar november van patiënten kreeg.

De eyeopeners van SGEi vinden hun weg naar de andere gezondheidscentra van SGE. Zo is de international ook een incubator voor verandering. Meestal gaat het om kleine dingen, zoals een iets andere aanpak van de triage die voortkomt uit het feit dat veel internationals de doktersassistente als een obstakel ervaren. Hazenberg: ‘Het tegendeel is natuurlijk waar, zij leiden de patiënt juist naar de huisarts toe. We hebben de volgorde in de triage iets omgedraaid, een heel kleine verandering die voor iedereen prettig is. We zeggen: natuurlijk maken we nu eerst een afspraak met de huisarts voor u, maar mogen we daarna een paar vragen stellen om de reden goed vast te stellen? In de praktijk kan het dan zijn dat mensen tevreden zijn met het advies van de assistente en de afspraak niet meer hoeft door te gaan.’

Het centrum omvat momenteel een huisarts en een doktersassistente. Ze werken samen met een groeiend netwerk van eerstelijns zorgverleners die zijn ingericht op zorg aan internationals (onder andere Engels sprekend): verloskundigen, psychologen, podotherapeuten, fysiotherapeuten, diëtisten. Als volgende stap wil SGEi nu het zorgconcept via het kennisnetwerk Healthcare4Interntionals (H4i) delen met andere grote steden. Hazenberg: ‘Er ligt een mooi innovatief product waar anderen veel aan kunnen hebben. De samenleving wordt overal steeds diverser.’ Hij wijst onder meer op de training die SGEi samen met het KIT ontwikkelde gericht op interculturele screening. ‘Je hoeft niet alle zorgsystemen te kennen. Het gaat erom je ideeën over andere culturen los te laten en open het gesprek aan te gaan. Dat is vooral een attitudeverandering. We hebben over dit concept veel overleg met de aanbieders in andere grote steden waaronder de SAG in Amsterdam. Samen noemen we het concept inmiddels cultuur-sensitieve zorg, dit dekt nog beter de lading.

Over de eigen toekomst van SGEi is de discussie nog gaande. Een optie is doorgroeien, maar ook de optie een klein innovatief centrum te blijven en te fungeren als een broedplaats voor zorg over culturele verschillen heen, is aantrekkelijk.

[...]

SGEiBijna een jaar geleden kwam op Strijp-S in Eindhoven het gezondheidscentrum SGE international (SGEi) uit de startblokken. Op het voormalige Philips-bedrijfsterrein vestigden zich sinds 2006 veel creatieve en innovatieve ondernemers. SGE-clustermanager Robert Hazenberg: ‘Een van onze huisartsen vroeg me: waarom zitten wij daar eigenlijk niet? Zo begon het.’

SGEi speelde vervolgens in op twee ontwikkelingen. Allereerst liet de gemeente Eindhoven weten het vestigingsklimaat voor internationals te willen verbeteren. Vertrouwen in de zorg vormt daarvan een belangrijk aspect. De regio Eindhoven kent al decennia een groot aantal internationals. Alleen al ASML, de opvolger van Philips en grootste werkgever van de regio, is goed voor 600 tot 800 nieuwe expats per jaar, uit de VS, uit China, uit Korea en vele andere windstreken. Voorts kwam SGE in contact met Dirk Jan Frijling, eigenaar van International Health Services (IHS), een consultancybureau dat onderzocht hoe de international de Nederlandse (huisartsen)zorg ervaart. De uitkomsten waren niet mis: maar 30% van de internationals heeft vertrouwen in de rol van de huisarts (Nederlanders: 85%).

‘Ons zorgsysteem’, aldus Hazenberg, ‘hoort tot de besten in Europa. Daar geloven we in. SGEi verleent dus zorg volgens de Nederlandse richtlijnen en standaarden.’ Het gebrek aan vertrouwen in de huisartsenzorg gaat daar ook niet over, zegt hij. Het oordeel is geen kwaliteitsoordeel, maar een andere beleving veroorzaakt door culturele verschillen. Om deze verschillen boven tafel te krijgen werkte SGEi in de voorbereidingsfase met een panel van 10 internationals. Dat leverde veel eyeopeners op. Hazenberg: ‘Ik verwachtte bijvoorbeeld dat er veel vraag zou zijn naar E-oplossingen, dat is ook zo, maar bovenal – en dat was de eyeopener – is er behoefte aan een goede persoonlijke relatie.’ Dit leidde onder meer tot de beslissing om te gaan werken met een intakegesprek van 40 minuten waarin behalve naar de gebruikelijke zaken als voorgeschiedenis en medicatie veel aandacht uitgaat naar de wederzijdse verwachtingen en mogelijkheden. Dat deze investering, die niet door de zorgverzekeraar wordt vergoed, een goede basis legt voor vertrouwen en zichzelf uiteindelijk terugbetaalt, blijkt uit de bijna uitsluitend positieve evaluaties die SGEi sinds de opening vorig jaar november van patiënten kreeg.

De eyeopeners van SGEi vinden hun weg naar de andere gezondheidscentra van SGE. Zo is de international ook een incubator voor verandering. Meestal gaat het om kleine dingen, zoals een iets andere aanpak van de triage die voortkomt uit het feit dat veel internationals de doktersassistente als een obstakel ervaren. Hazenberg: ‘Het tegendeel is natuurlijk waar, zij leiden de patiënt juist naar de huisarts toe. We hebben de volgorde in de triage iets omgedraaid, een heel kleine verandering die voor iedereen prettig is. We zeggen: natuurlijk maken we nu eerst een afspraak met de huisarts voor u, maar mogen we daarna een paar vragen stellen om de reden goed vast te stellen? In de praktijk kan het dan zijn dat mensen tevreden zijn met het advies van de assistente en de afspraak niet meer hoeft door te gaan.’

Het centrum omvat momenteel een huisarts en een doktersassistente. Ze werken samen met een groeiend netwerk van eerstelijns zorgverleners die zijn ingericht op zorg aan internationals (onder andere Engels sprekend): verloskundigen, psychologen, podotherapeuten, fysiotherapeuten, diëtisten. Als volgende stap wil SGEi nu het zorgconcept via het kennisnetwerk Healthcare4Interntionals (H4i) delen met andere grote steden. Hazenberg: ‘Er ligt een mooi innovatief product waar anderen veel aan kunnen hebben. De samenleving wordt overal steeds diverser.’ Hij wijst onder meer op de training die SGEi samen met het KIT ontwikkelde gericht op interculturele screening. ‘Je hoeft niet alle zorgsystemen te kennen. Het gaat erom je ideeën over andere culturen los te laten en open het gesprek aan te gaan. Dat is vooral een attitudeverandering. We hebben over dit concept veel overleg met de aanbieders in andere grote steden waaronder de SAG in Amsterdam. Samen noemen we het concept inmiddels cultuur-sensitieve zorg, dit dekt nog beter de lading.

Over de eigen toekomst van SGEi is de discussie nog gaande. Een optie is doorgroeien, maar ook de optie een klein innovatief centrum te blijven en te fungeren als een broedplaats voor zorg over culturele verschillen heen, is aantrekkelijk.

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

‘Je moet het erover blijven hebben’

27 oktober 2016

signalering-kindermishandelingIn de regio Westland-Schieland-Delfland (WSD) werd het afgelopen jaar geëxperimenteerd met een huisarts-aandachtsfunctionaris om op de huisartsenpost en in de dagpraktijk het toepassen van de meldcode kindermishandeling te ondersteunen, en te verbeteren. De pilot was een succes: het aantal meldingen nam toe en – minstens zo belangrijk – de algehele alertheid op het onderwerp groeide sterk.

Wanneer een dienstdoende huisarts een acuut geval van kindermishandeling of huiselijk geweld constateert, is het duidelijk wat er moet gebeuren. Veel vaker is er sprake van zorg en twijfel. De dienstdoende huisarts geeft hiervan blijk op het sputovamo-formulier en in het waarneembericht aan de eigen huisarts van de patiënt. Vera Raaijen, beleidsmedewerker huisartsenposten WSD, vertelt dat de ingevulde sputovamo echter vaak snel uit het zicht van de dienstdoende huisarts verdween. En ook het waarneembericht aan de eigen huisarts kwam lang niet altijd goed door. In de pilot wordt de geconstateerde leemte opgevuld met een huisarts-aandachtsfunctionaris die zich actief met de zorgmeldingen bemoeit.

Een alarm van de LHV vormde de aanleiding voor de pilot: het aantal meldingen liep terug en de organisatie van het melden zou te wensen overlaten. Samen met de LHV-kring WSD ontwikkelde huisarts Marianne Rosenveldt de huisarts-aandachtsfunctionaris voor zowel de huisartsenposten als de dagpraktijken in de regio. Een jaar lang zag zij alle sputovamo’s die op de huisartsenpost Westland werden ingevuld: ‘Ik stuur de huisarts die heeft gemeld en ook de eigen huisarts van de patiënt een mailtje: luister, er is een zorgmelding geweest, mag ik je daar nog even over bellen, hoe is het gegaan, waarom had je zorg?’ Haar interventies worden hogelijk gewaardeerd. Het aantal meldingen nam toe: elf keer zocht Rosenveldt contact na een zorgmelding, tweemaal was er aanleiding Veilig Thuis in te schakelen en in alle gevallen pakte de eigen huisarts de melding op. Er ontstond, zegt Rosenveldt, meer feeling met het onderwerp, en daar gaat het om. Steeds vaker weten huisartsen haar (overdag) te vinden als zij advies nodig hebben. Dat in de regio WSD de aandachtsfunctionaris een huisarts is, vormt ook een succesfactor. Raaijen: ‘Ik heb het zelf gemerkt, als beleidsfunctionaris spreek je toch een andere taal. Huisartsen praten gewoon makkelijker met huisartsen.’ Rosenveldt: ‘Je hebt dezelfde medische kennis. Voor een niet-huisarts is het moeilijker om iets te zeggen over bijvoorbeeld het type letsel.’

Scholing staat hoog op de prioriteitenlijst. Rosenveldt schoolde alle doktersassistenten en triagisten op de WSD-posten. Daarnaast greep en grijpt ze de halfjaarlijkse kwaliteitsavonden met de huisartsen aan. ‘Ik krijg op elke bijeenkomst ruimte. De laatste keer hebben we meldingen besproken die assistenten deden maar die geen gehoor vonden bij de huisarts. Ik doe dat niet bekritiserend, maar lerend: laten we nog eens kijken, misschien denken we er nu anders over. Dat wordt bij ons heel goed opgepikt.’

WSD gaat door. Per 1 januari 2017 functioneert op alle drie de posten in de regio (Westland, Delft en Nieuwe Waterweg Noord) twee uur per week een huisarts-aandachtsfunctionaris. Rosenveldt: ‘Het hoeft niet in één keer helemaal goed. Ik ben meer het olievlek-type. Als het zich langzaam uitbreidt, ben ik heel tevreden. Belangrijk vind ik dat ook zorggroep ZEL mij heeft gevraagd de aanpak te implementeren. Dat gaat het komende jaar gebeuren.’ Raaijen: ‘Je moet het er over blijven hebben, want anders zakt het weg. Daarom is een actiemaand Signalering kindermishandeling zoals dit jaar is georganiseerd, heel goed!’

[...]

signalering-kindermishandelingIn de regio Westland-Schieland-Delfland (WSD) werd het afgelopen jaar geëxperimenteerd met een huisarts-aandachtsfunctionaris om op de huisartsenpost en in de dagpraktijk het toepassen van de meldcode kindermishandeling te ondersteunen, en te verbeteren. De pilot was een succes: het aantal meldingen nam toe en – minstens zo belangrijk – de algehele alertheid op het onderwerp groeide sterk.

Wanneer een dienstdoende huisarts een acuut geval van kindermishandeling of huiselijk geweld constateert, is het duidelijk wat er moet gebeuren. Veel vaker is er sprake van zorg en twijfel. De dienstdoende huisarts geeft hiervan blijk op het sputovamo-formulier en in het waarneembericht aan de eigen huisarts van de patiënt. Vera Raaijen, beleidsmedewerker huisartsenposten WSD, vertelt dat de ingevulde sputovamo echter vaak snel uit het zicht van de dienstdoende huisarts verdween. En ook het waarneembericht aan de eigen huisarts kwam lang niet altijd goed door. In de pilot wordt de geconstateerde leemte opgevuld met een huisarts-aandachtsfunctionaris die zich actief met de zorgmeldingen bemoeit.

Een alarm van de LHV vormde de aanleiding voor de pilot: het aantal meldingen liep terug en de organisatie van het melden zou te wensen overlaten. Samen met de LHV-kring WSD ontwikkelde huisarts Marianne Rosenveldt de huisarts-aandachtsfunctionaris voor zowel de huisartsenposten als de dagpraktijken in de regio. Een jaar lang zag zij alle sputovamo’s die op de huisartsenpost Westland werden ingevuld: ‘Ik stuur de huisarts die heeft gemeld en ook de eigen huisarts van de patiënt een mailtje: luister, er is een zorgmelding geweest, mag ik je daar nog even over bellen, hoe is het gegaan, waarom had je zorg?’ Haar interventies worden hogelijk gewaardeerd. Het aantal meldingen nam toe: elf keer zocht Rosenveldt contact na een zorgmelding, tweemaal was er aanleiding Veilig Thuis in te schakelen en in alle gevallen pakte de eigen huisarts de melding op. Er ontstond, zegt Rosenveldt, meer feeling met het onderwerp, en daar gaat het om. Steeds vaker weten huisartsen haar (overdag) te vinden als zij advies nodig hebben. Dat in de regio WSD de aandachtsfunctionaris een huisarts is, vormt ook een succesfactor. Raaijen: ‘Ik heb het zelf gemerkt, als beleidsfunctionaris spreek je toch een andere taal. Huisartsen praten gewoon makkelijker met huisartsen.’ Rosenveldt: ‘Je hebt dezelfde medische kennis. Voor een niet-huisarts is het moeilijker om iets te zeggen over bijvoorbeeld het type letsel.’

Scholing staat hoog op de prioriteitenlijst. Rosenveldt schoolde alle doktersassistenten en triagisten op de WSD-posten. Daarnaast greep en grijpt ze de halfjaarlijkse kwaliteitsavonden met de huisartsen aan. ‘Ik krijg op elke bijeenkomst ruimte. De laatste keer hebben we meldingen besproken die assistenten deden maar die geen gehoor vonden bij de huisarts. Ik doe dat niet bekritiserend, maar lerend: laten we nog eens kijken, misschien denken we er nu anders over. Dat wordt bij ons heel goed opgepikt.’

WSD gaat door. Per 1 januari 2017 functioneert op alle drie de posten in de regio (Westland, Delft en Nieuwe Waterweg Noord) twee uur per week een huisarts-aandachtsfunctionaris. Rosenveldt: ‘Het hoeft niet in één keer helemaal goed. Ik ben meer het olievlek-type. Als het zich langzaam uitbreidt, ben ik heel tevreden. Belangrijk vind ik dat ook zorggroep ZEL mij heeft gevraagd de aanpak te implementeren. Dat gaat het komende jaar gebeuren.’ Raaijen: ‘Je moet het er over blijven hebben, want anders zakt het weg. Daarom is een actiemaand Signalering kindermishandeling zoals dit jaar is georganiseerd, heel goed!’

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Nieuw: GEZ Netwerk Utrecht

27 oktober 2016

gez
De elf GEZ’en in de stad Utrecht presenteren hun activiteiten op een gezamenlijke website. Gezutrecht.nl
biedt zo een overzicht van alle lopende projecten, zowel aan huisartsen, als aan bewoners. Huisarts in Oog in Al en mede-initiatiefnemer Bart van Pinxteren: ‘We hopen dat de projecten zo goed op elkaar afgestemd raken.’

De website is belangrijk voor zorgprofessionals en hun (multidisciplinaire) samenwerking, maar richt zich ook nadrukkelijk op bewoners. Van Pinxteren: ‘Je ziet dat moderne ondernemingen zich tegenwoordig online met hun klanten verbinden. Ook als zorg stoeien we met de vraag hoe we onze patiënten kunnen laten weten waar we mee bezig zijn. Ik vind dat wel belangrijk, het gaat toch om het besteden van zorggelden. Maar we willen het niet op een commerciële manier aanpakken. Hoe dan wel? De website is een stap in die zoektocht.’

Vooralsnog vormen zorgprofessionals echter de primaire doelgroep. In de wandelgangen, zegt Van Pinxteren, kwamen vaak mooie initiatieven voorbij, maar het overzicht ontbrak waardoor het voorkwam dat organisaties gelijktijdig met hetzelfde bezig waren. De website, die ontstond op de jaarlijkse heidag van de GEZ’en in Utrecht en de HUS (Huisartsen Utrecht Stad), geeft het gewenste overzicht en voorkomt zo hopelijk dubbel werk. ‘In feite is het dus ook een middel om zorggelden zuinig in te zetten,’ aldus Van Pinxteren. Dit voorjaar ging gezutrecht.nl live en de eerste reacties zijn positief. Ook de gemeente is bijvoorbeeld blij met het overzicht dat hen meer grip geeft op de materie.

Bezoekers kunnen via verschillende ingangen zoeken: op project, op thema of op GEZ, en op een kaart. Van Pinxteren stelt zich voor dat als een GEZ een activiteit wil ontwikkelen, zij als eerste de website raadplegen. Met het contactformulier kunnen zij direct contact opnemen als er al een vergelijkbaar project bestaat. Van Pinxteren: ‘Kunnen we met jullie meedoen? Kunnen we van jullie leren? Mogen we het kopiëren? We hopen dat de projecten zo goed op elkaar afgestemd raken.’ De kosten voor de website – €2.500 voor ontwerp en bouw, € 1.000 voor hosting en onderhoud – worden gedragen door de elf deelnemende GEZ’en.

Bij het lanceren van de website kozen de GEZ’en het meest aansprekende project van 2016 (de cursus In Beeld van Blauwlicht samen met Overvecht Gezond en de Hogeschool Utrecht) en de bedoeling is deze verkiezing jaarlijks te herhalen. Ook gaan de initiatiefnemers vier keer per jaar bij een project op bezoek en plaatsen daarvan een videoverslag op de website. Van Pinxteren: ‘Manieren om de activiteiten meer te laten leven en te verbinden. Ik denk en merk ook bij de mensen in onze GEZ dat je meer trots gaat voelen als je terugziet wat je doet.’

Meer informatie bij Bart van Pinxteren, huisarts en mede-initiatiefnemer.

[...]

gez
De elf GEZ’en in de stad Utrecht presenteren hun activiteiten op een gezamenlijke website. Gezutrecht.nl
biedt zo een overzicht van alle lopende projecten, zowel aan huisartsen, als aan bewoners. Huisarts in Oog in Al en mede-initiatiefnemer Bart van Pinxteren: ‘We hopen dat de projecten zo goed op elkaar afgestemd raken.’

De website is belangrijk voor zorgprofessionals en hun (multidisciplinaire) samenwerking, maar richt zich ook nadrukkelijk op bewoners. Van Pinxteren: ‘Je ziet dat moderne ondernemingen zich tegenwoordig online met hun klanten verbinden. Ook als zorg stoeien we met de vraag hoe we onze patiënten kunnen laten weten waar we mee bezig zijn. Ik vind dat wel belangrijk, het gaat toch om het besteden van zorggelden. Maar we willen het niet op een commerciële manier aanpakken. Hoe dan wel? De website is een stap in die zoektocht.’

Vooralsnog vormen zorgprofessionals echter de primaire doelgroep. In de wandelgangen, zegt Van Pinxteren, kwamen vaak mooie initiatieven voorbij, maar het overzicht ontbrak waardoor het voorkwam dat organisaties gelijktijdig met hetzelfde bezig waren. De website, die ontstond op de jaarlijkse heidag van de GEZ’en in Utrecht en de HUS (Huisartsen Utrecht Stad), geeft het gewenste overzicht en voorkomt zo hopelijk dubbel werk. ‘In feite is het dus ook een middel om zorggelden zuinig in te zetten,’ aldus Van Pinxteren. Dit voorjaar ging gezutrecht.nl live en de eerste reacties zijn positief. Ook de gemeente is bijvoorbeeld blij met het overzicht dat hen meer grip geeft op de materie.

Bezoekers kunnen via verschillende ingangen zoeken: op project, op thema of op GEZ, en op een kaart. Van Pinxteren stelt zich voor dat als een GEZ een activiteit wil ontwikkelen, zij als eerste de website raadplegen. Met het contactformulier kunnen zij direct contact opnemen als er al een vergelijkbaar project bestaat. Van Pinxteren: ‘Kunnen we met jullie meedoen? Kunnen we van jullie leren? Mogen we het kopiëren? We hopen dat de projecten zo goed op elkaar afgestemd raken.’ De kosten voor de website – €2.500 voor ontwerp en bouw, € 1.000 voor hosting en onderhoud – worden gedragen door de elf deelnemende GEZ’en.

Bij het lanceren van de website kozen de GEZ’en het meest aansprekende project van 2016 (de cursus In Beeld van Blauwlicht samen met Overvecht Gezond en de Hogeschool Utrecht) en de bedoeling is deze verkiezing jaarlijks te herhalen. Ook gaan de initiatiefnemers vier keer per jaar bij een project op bezoek en plaatsen daarvan een videoverslag op de website. Van Pinxteren: ‘Manieren om de activiteiten meer te laten leven en te verbinden. Ik denk en merk ook bij de mensen in onze GEZ dat je meer trots gaat voelen als je terugziet wat je doet.’

Meer informatie bij Bart van Pinxteren, huisarts en mede-initiatiefnemer.

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Netwerkbijeenkomst P&O op 29 november

21 oktober 2016

Op dinsdag 29 november zijn de directeuren en ook de adviseurs en managers op het terrein van P&O/HRM van alle ledengroepen van InEen welkom op een netwerkbijeenkomst P&O (12.00-15.30 uur in Utrecht). Na de inlooplunch (vanaf 12.00 uur) start het programma om 12.30 uur. Op het programma staan onder meer drie thematafels, waaraan roulerend kan worden deelgenomen, en twee interactieve sessies. In de ene sessie deelt Huisartsenposten Oost-Brabant de ervaringen met werving en opleiding van triagisten; in de andere staan de nieuwe Cao Gezondheidscentra/AHG (mits goedgekeurd) en de voorbereiding van de nieuwe Cao Huisartsenzorg centraal. De bijeenkomst eindigt rond 15.30 uur. Vragen: Ludeke van der Es of Michaela de Gelder (beiden InEen). Graag even aanmelden.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden. 

[...]

Op dinsdag 29 november zijn de directeuren en ook de adviseurs en managers op het terrein van P&O/HRM van alle ledengroepen van InEen welkom op een netwerkbijeenkomst P&O (12.00-15.30 uur in Utrecht). Na de inlooplunch (vanaf 12.00 uur) start het programma om 12.30 uur. Op het programma staan onder meer drie thematafels, waaraan roulerend kan worden deelgenomen, en twee interactieve sessies. In de ene sessie deelt Huisartsenposten Oost-Brabant de ervaringen met werving en opleiding van triagisten; in de andere staan de nieuwe Cao Gezondheidscentra/AHG (mits goedgekeurd) en de voorbereiding van de nieuwe Cao Huisartsenzorg centraal. De bijeenkomst eindigt rond 15.30 uur. Vragen: Ludeke van der Es of Michaela de Gelder (beiden InEen). Graag even aanmelden.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden. 

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Netwerkbijeenkomst Kwaliteit op 10 november

21 oktober 2016

De aanmelding voor de InEen-netwerkbijeenkomst Kwaliteit op 10 november is gestart. Het programma  voor deze tweede bijeenkomst van 2o16 is behalve voor kwaliteitsmedewerkers van huisartsenposten, gezondheidscentra en zorggroepen ook interessant voor ROS-adviseurs. In het plenaire programma staat onder meer de omslag naar persoonsgerichte zorg op de agenda: hoe komen we van ambitie naar actie? Naast de plenaire bijeenkomst zijn er deelbijeenkomsten rond acute zorg en rond chronische ketenzorg. Overigens zijn inmiddels ook de data voor 2017 bekend: donderdag 6 april en donderdag 23 november 2017. Noteer ze vast!

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

De aanmelding voor de InEen-netwerkbijeenkomst Kwaliteit op 10 november is gestart. Het programma  voor deze tweede bijeenkomst van 2o16 is behalve voor kwaliteitsmedewerkers van huisartsenposten, gezondheidscentra en zorggroepen ook interessant voor ROS-adviseurs. In het plenaire programma staat onder meer de omslag naar persoonsgerichte zorg op de agenda: hoe komen we van ambitie naar actie? Naast de plenaire bijeenkomst zijn er deelbijeenkomsten rond acute zorg en rond chronische ketenzorg. Overigens zijn inmiddels ook de data voor 2017 bekend: donderdag 6 april en donderdag 23 november 2017. Noteer ze vast!

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Resultaten onderzoek mededinging

21 oktober 2016

Onderzoeksbureau SEO Economisch Onderzoek heeft in opdracht van VWS onderzoek gedaan naar samenwerking in de eerstelijnszorg, en de eventuele belemmeringen die de Mededingingswet daarbij opwerpt. De minister heeft de resultaten van het onderzoek onlangs aangeboden aan de Tweede Kamer. De conclusie luidt dat de Mededingingswet genoeg ruimte biedt voor samenwerking in de zorg in het belang van patiënt en verzekerde. Het onderzoekrapport is lijvig en bevat op de pagina’s i t/m iv een samenvatting. De autoriteit Consument en Markt (ACM) geeft op haar website meer informatie over de (on)mogelijkheden rond samenwerking in de eerste lijn.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Onderzoeksbureau SEO Economisch Onderzoek heeft in opdracht van VWS onderzoek gedaan naar samenwerking in de eerstelijnszorg, en de eventuele belemmeringen die de Mededingingswet daarbij opwerpt. De minister heeft de resultaten van het onderzoek onlangs aangeboden aan de Tweede Kamer. De conclusie luidt dat de Mededingingswet genoeg ruimte biedt voor samenwerking in de zorg in het belang van patiënt en verzekerde. Het onderzoekrapport is lijvig en bevat op de pagina’s i t/m iv een samenvatting. De autoriteit Consument en Markt (ACM) geeft op haar website meer informatie over de (on)mogelijkheden rond samenwerking in de eerste lijn.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Vilans (onder)zoekt zorggroepen, zorgketens en -netwerken

21 oktober 2016

Met een eenmalige digitale enquête in november gaan Vilans en TIAS (Universiteit Tilburg en TU Eindhoven) in kaart brengen hoe de samenwerking in de zorg- en welzijnssector is ingericht. Het onderzoek richt zich met name op de governance (sturing, verantwoording, toezicht, inkoop). Ook de effectiviteit daarvan en mogelijke verbeteringen worden onderzocht. De onderzoekers roepen de coördinatoren of andere vertegenwoordigers van samenwerkingsverbanden op om mee te doen. Deelnemen betekent bijdragen aan de algemene kennis over samenwerking en de governance van samenwerkingsverbanden en kan ook leiden tot meer inzicht in de eigen samenwerking. Meer informatie en aanmelden (uiterlijk 3 november) bij Vilans-onderzoeker Anne Deelen.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Met een eenmalige digitale enquête in november gaan Vilans en TIAS (Universiteit Tilburg en TU Eindhoven) in kaart brengen hoe de samenwerking in de zorg- en welzijnssector is ingericht. Het onderzoek richt zich met name op de governance (sturing, verantwoording, toezicht, inkoop). Ook de effectiviteit daarvan en mogelijke verbeteringen worden onderzocht. De onderzoekers roepen de coördinatoren of andere vertegenwoordigers van samenwerkingsverbanden op om mee te doen. Deelnemen betekent bijdragen aan de algemene kennis over samenwerking en de governance van samenwerkingsverbanden en kan ook leiden tot meer inzicht in de eigen samenwerking. Meer informatie en aanmelden (uiterlijk 3 november) bij Vilans-onderzoeker Anne Deelen.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Onderzoek röntgendiagnostiek op de HAP

21 oktober 2016

IQ Healthcare doet onderzoek naar de mogelijkheid röntgendiagnostiek vanuit de eerste lijn in te zetten op de huisartsenpost. In Medisch Contact van deze week worden in een inventarisatie de kenmerken van 20 huisartsenposten die toegang hebben tot röntgendiagnostiek beschreven. De onderzoekers brengen in beeld op welke manier de toegang tot röntgendiagnostiek georganiseerd is. De auteurs verwachten dat de directe inzet van röntgendiagnostiek op de huisartsenpost een positief effect heeft. In vervolgonderzoek brengt IQ Healthcare het  effect van een directe toegang tot röntgendiagnostiek op substitutie, patiëntenstromen, patiëntervaringen en wachttijden in kaart.  Een eerste publicatie van dit onderzoek verwachten we begin 2017. Voor meer informatie kun je contact opnemen met Martijn Rutten (Radbouw MC).

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

IQ Healthcare doet onderzoek naar de mogelijkheid röntgendiagnostiek vanuit de eerste lijn in te zetten op de huisartsenpost. In Medisch Contact van deze week worden in een inventarisatie de kenmerken van 20 huisartsenposten die toegang hebben tot röntgendiagnostiek beschreven. De onderzoekers brengen in beeld op welke manier de toegang tot röntgendiagnostiek georganiseerd is. De auteurs verwachten dat de directe inzet van röntgendiagnostiek op de huisartsenpost een positief effect heeft. In vervolgonderzoek brengt IQ Healthcare het  effect van een directe toegang tot röntgendiagnostiek op substitutie, patiëntenstromen, patiëntervaringen en wachttijden in kaart.  Een eerste publicatie van dit onderzoek verwachten we begin 2017. Voor meer informatie kun je contact opnemen met Martijn Rutten (Radbouw MC).

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Reminder: mantelovereenkomst met Tele2 voor telefoniediensten

21 oktober 2016

InEen verlengde eerder dit jaar de mantelovereenkomst die de LVG destijds had met Tele2. Nu kunnen behalve de gezondheidscentra, ook de andere leden van InEen in aanmerking komen voor forse besparingen. Daarbij biedt het Nederlands Facilitair Inkoop Advies Bureau (NFIAB) een gratis quick scan aan (inventarisatie van de huidige situatie) met een advies op maat over hoe optimale bereikbaarheid en een aanzienlijke kostenbesparing gerealiseerd kunnen worden. Meer informatie. Laat het ons weten als er interesse is in een afspraak met Tele2 (we verzamelen alle gegevens en nemen contact op met Tele2).

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

InEen verlengde eerder dit jaar de mantelovereenkomst die de LVG destijds had met Tele2. Nu kunnen behalve de gezondheidscentra, ook de andere leden van InEen in aanmerking komen voor forse besparingen. Daarbij biedt het Nederlands Facilitair Inkoop Advies Bureau (NFIAB) een gratis quick scan aan (inventarisatie van de huidige situatie) met een advies op maat over hoe optimale bereikbaarheid en een aanzienlijke kostenbesparing gerealiseerd kunnen worden. Meer informatie. Laat het ons weten als er interesse is in een afspraak met Tele2 (we verzamelen alle gegevens en nemen contact op met Tele2).

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Update activiteiten Wkkgz

21 oktober 2016

De implementatie van de Wkkgz vordert.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

De implementatie van de Wkkgz vordert.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Werkgeversvergadering gezondheidscentra op 31 oktober 2016

17 oktober 2016

Onderstaand tref je de agenda en agendastukken aan voor de werkgeversvergadering gezondheidscentra op maandag 31 oktober 2016 van 13.30 tot 15.30 uur in de Domus Medica te Utrecht. Werkgevers van gezondheidscentra of een koepel van gezondheidscentra zijn van harte uitgenodigd. Op de agenda staat de Blauwdruk voor een nieuwe Cao Gezondheidscentra/AHG en er wordt over deze Blauwdruk gestemd! Als een meerderheid van de achterbannen van de Cao-partijen de Blauwdruk goedkeurt, hebben we een nieuwe Cao Gezondheidscentra/AHG. Schrijf je alsnog in voor de vergadering. Mocht je onverhoopt verhinderd zijn, breng dan in ieder geval je stem uit. Voor meer informatie – bijvoorbeeld over de stemprocedure en het machtigen van een andere deelnemer aan de werkgeversvergadering – kun je contact opnemen met Michaela de Gelder (InEen).

[...]

Onderstaand tref je de agenda en agendastukken aan voor de werkgeversvergadering gezondheidscentra op maandag 31 oktober 2016 van 13.30 tot 15.30 uur in de Domus Medica te Utrecht. Werkgevers van gezondheidscentra of een koepel van gezondheidscentra zijn van harte uitgenodigd. Op de agenda staat de Blauwdruk voor een nieuwe Cao Gezondheidscentra/AHG en er wordt over deze Blauwdruk gestemd! Als een meerderheid van de achterbannen van de Cao-partijen de Blauwdruk goedkeurt, hebben we een nieuwe Cao Gezondheidscentra/AHG. Schrijf je alsnog in voor de vergadering. Mocht je onverhoopt verhinderd zijn, breng dan in ieder geval je stem uit. Voor meer informatie – bijvoorbeeld over de stemprocedure en het machtigen van een andere deelnemer aan de werkgeversvergadering – kun je contact opnemen met Michaela de Gelder (InEen).

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Registratie vuurwerkslachtoffers op de huisartsenpost

17 oktober 2016

Een behoorlijk aantal huisartsenposten heeft zich na onze oproep begin september aangemeld voor de registratie van vuurwerkslachtoffers op de huisartsenpost. Deze registratie wordt door VeiligheidNL georganiseerd op 31 december en 1 januari. Voor de bruikbaarheid van de gegevens is het belangrijk dat zoveel mogelijk huisartsenposten meedoen. Daarom vragen we degenen die zich nog niet hebben aangemeld, dit alsnog te doen. Meedoen kan op twee manieren. Je kunt alleen het aantal slachtoffers turven, of je kunt daarnaast ook aanvullende gegevens registreren over type vuurwerk, toedracht, diagnose en eventuele doorverwijzing (voorbeeldformulier). Meld je aan bij Ella Benedictus (InEen). Graag even aangeven welke registratievorm je voorkeur heeft.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Een behoorlijk aantal huisartsenposten heeft zich na onze oproep begin september aangemeld voor de registratie van vuurwerkslachtoffers op de huisartsenpost. Deze registratie wordt door VeiligheidNL georganiseerd op 31 december en 1 januari. Voor de bruikbaarheid van de gegevens is het belangrijk dat zoveel mogelijk huisartsenposten meedoen. Daarom vragen we degenen die zich nog niet hebben aangemeld, dit alsnog te doen. Meedoen kan op twee manieren. Je kunt alleen het aantal slachtoffers turven, of je kunt daarnaast ook aanvullende gegevens registreren over type vuurwerk, toedracht, diagnose en eventuele doorverwijzing (voorbeeldformulier). Meld je aan bij Ella Benedictus (InEen). Graag even aangeven welke registratievorm je voorkeur heeft.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

InEen-netwerkbijeenkomst voor controllers

14 oktober 2016

De BAC bekostiging en bedrijfsvoering organiseert in november een netwerkbijeenkomst voor controllers en financieel beleidsmakers. Een netwerkbijeenkomst is bedoeld om kennis uit te wisselen en elkaar te leren kennen. We willen het inhoudelijke programma zoveel mogelijk afstemmen op jullie behoeften. Wat leeft er op het moment? Welke informatiebehoefte kunnen we invullen en waarin kunnen jullie elkaar verder helpen? Welke onderwerpen, kortom, zien jullie graag op de agenda van de netwerkbijeenkomst? We horen graag jullie suggesties. Mail naar Margot Lenos (InEen).

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

De BAC bekostiging en bedrijfsvoering organiseert in november een netwerkbijeenkomst voor controllers en financieel beleidsmakers. Een netwerkbijeenkomst is bedoeld om kennis uit te wisselen en elkaar te leren kennen. We willen het inhoudelijke programma zoveel mogelijk afstemmen op jullie behoeften. Wat leeft er op het moment? Welke informatiebehoefte kunnen we invullen en waarin kunnen jullie elkaar verder helpen? Welke onderwerpen, kortom, zien jullie graag op de agenda van de netwerkbijeenkomst? We horen graag jullie suggesties. Mail naar Margot Lenos (InEen).

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Contractering

14 oktober 2016

Deze week opnieuw aandacht voor de contractering waar jullie middenin zitten, met drie onderwerpen: indexering, geschillencommissie en de meldweek.

Indexering: voor NZa-tarieven geldt de NZa-beleidsregel 2017. InEen vindt dat zorgverzekeraars de tarieven behoren te indexeren. We kunnen en mogen echter niet sturen op de contractonderhandelingen. Op statline van CBS  staan veel verschillende indexcijfers. Je kunt voor verschillende kostensoorten een geschikte index zoeken. De NZa gebruikt verschillende indexcijfers voor de huisartstarieven:

  •  voor de personele kosten de overheidsbijdrage in de arbeidskostenontwikkeling (OVA). Zie de website van NZa.
  • voor de materiele kosten een index gebaseerd op de tabel middelen en bestedingen uit het Centraal Economisch Plan (CEP) van het Centraal Plan Bureau. Ook deze index is terug te vinden bij de prijsindexcijfers van de NZa.

Geschillen instantie: wanneer jullie er echt niet uitkomen met de zorgverzekeraar kun je een beroep doen op de onafhankelijke geschilleninstantie voor contractering.

Meldweek: begin november gaan we jullie ervaringen met de contractering 2017 ophalen in een meldweek.

[...]

Deze week opnieuw aandacht voor de contractering waar jullie middenin zitten, met drie onderwerpen: indexering, geschillencommissie en de meldweek.

Indexering: voor NZa-tarieven geldt de NZa-beleidsregel 2017. InEen vindt dat zorgverzekeraars de tarieven behoren te indexeren. We kunnen en mogen echter niet sturen op de contractonderhandelingen. Op statline van CBS  staan veel verschillende indexcijfers. Je kunt voor verschillende kostensoorten een geschikte index zoeken. De NZa gebruikt verschillende indexcijfers voor de huisartstarieven:

  •  voor de personele kosten de overheidsbijdrage in de arbeidskostenontwikkeling (OVA). Zie de website van NZa.
  • voor de materiele kosten een index gebaseerd op de tabel middelen en bestedingen uit het Centraal Economisch Plan (CEP) van het Centraal Plan Bureau. Ook deze index is terug te vinden bij de prijsindexcijfers van de NZa.

Geschillen instantie: wanneer jullie er echt niet uitkomen met de zorgverzekeraar kun je een beroep doen op de onafhankelijke geschilleninstantie voor contractering.

Meldweek: begin november gaan we jullie ervaringen met de contractering 2017 ophalen in een meldweek.

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Concept agenda gezond ouder worden

14 oktober 2016

Gezond ouder worden willen we allemaal. Maar hoe geef je ondersteunend beleid voor gezond ouder worden effectief vorm? ZonMw heeft tekstvoorstellen gepubliceerd voor een conceptagenda ‘Gezond ouder worden’. Tot 17 oktober 10.00 uur kan iedereen aanvullingen geven op deze tekstvoorstellen (in de vorm van kennisvragen) via een digitale vragenlijst. De tekstvoorstellen zijn gepubliceerd op de website van ZonMw. De zorg voor kwetsbare ouderen is voor de leden van InEen een belangrijk onderwerp. Maak daarom van deze gelegenheid gebruik om kennisvragen te agenderen.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Gezond ouder worden willen we allemaal. Maar hoe geef je ondersteunend beleid voor gezond ouder worden effectief vorm? ZonMw heeft tekstvoorstellen gepubliceerd voor een conceptagenda ‘Gezond ouder worden’. Tot 17 oktober 10.00 uur kan iedereen aanvullingen geven op deze tekstvoorstellen (in de vorm van kennisvragen) via een digitale vragenlijst. De tekstvoorstellen zijn gepubliceerd op de website van ZonMw. De zorg voor kwetsbare ouderen is voor de leden van InEen een belangrijk onderwerp. Maak daarom van deze gelegenheid gebruik om kennisvragen te agenderen.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Specificatie en operationalisering indicatoren 2016

14 oktober 2016

Op 22 april zijn de indicatoren voor de Benchmark Transparante Ketenzorg over het verslagjaar 2016 gepubliceerd. InEen en NHG hebben de omschrijvingen en specificaties van deze indicatoren inmiddels uitgewerkt. Het NHG publiceerde vorige week de aangepaste omschrijving en specificaties die zorggroepen en leveranciers in hun systemen kunnen verwerken. Begin deze week publiceerde InEen de invulformats en de voorlopige versie van de ‘Aanscherping specificaties indicatoren 2016’ op haar website.

Harmoniseren
De benchmark-indicatoren zijn onderdeel van de NHG indicatorenset. In de indicatorenset 2016 is een volgende stap gemaakt om de omschrijvingen en de specificaties te harmoniseren. Hoewel het NHG en InEen gebruik maken van dezelfde zorginhoudelijke indicatoren, is er verschil in de populatie waarover wordt gerapporteerd. Een eerste stap is nu gezet om de aansluiting tussen beide populatiedefinities te verbeteren. Het is de bedoeling de omschrijvingen en specificaties vanaf 2017 verder in elkaar te schuiven, zodat de zorggroeppopulatie een duidelijk af te bakenen onderdeel vormt van de huisartsenpraktijkpopulatie die het NHG hanteert.

Operationaliseren
Om de zorggroepen en leveranciers te ondersteunen bij de operationalisatie van de benchmark-indicatoren, zijn de invulformats voor de Benchmark Transparante Ketenzorg 2016 alvast op de website van InEen gezet. Als toelichting op deze invulformats is ook een aangepaste versie van het document ‘Aanscherping specificaties indicatoren 2016’ gepubliceerd. Deze documenten hebben tot 1 november 2016 nog een review status, zodat eventuele onduidelijkheden vroegtijdig kunnen worden aangegeven en weggenomen. Neem voor het doorgeven van opmerkingen contact op met benchmarkketenzorg@ineen.nl. Na het verwerken van de reacties worden de definitieve documenten voor het einde van het jaar gereed gemaakt. Jullie kunnen ze dan voor de Benchmark Transparante Ketenzorg 2017 gebruiken.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Op 22 april zijn de indicatoren voor de Benchmark Transparante Ketenzorg over het verslagjaar 2016 gepubliceerd. InEen en NHG hebben de omschrijvingen en specificaties van deze indicatoren inmiddels uitgewerkt. Het NHG publiceerde vorige week de aangepaste omschrijving en specificaties die zorggroepen en leveranciers in hun systemen kunnen verwerken. Begin deze week publiceerde InEen de invulformats en de voorlopige versie van de ‘Aanscherping specificaties indicatoren 2016’ op haar website.

Harmoniseren
De benchmark-indicatoren zijn onderdeel van de NHG indicatorenset. In de indicatorenset 2016 is een volgende stap gemaakt om de omschrijvingen en de specificaties te harmoniseren. Hoewel het NHG en InEen gebruik maken van dezelfde zorginhoudelijke indicatoren, is er verschil in de populatie waarover wordt gerapporteerd. Een eerste stap is nu gezet om de aansluiting tussen beide populatiedefinities te verbeteren. Het is de bedoeling de omschrijvingen en specificaties vanaf 2017 verder in elkaar te schuiven, zodat de zorggroeppopulatie een duidelijk af te bakenen onderdeel vormt van de huisartsenpraktijkpopulatie die het NHG hanteert.

Operationaliseren
Om de zorggroepen en leveranciers te ondersteunen bij de operationalisatie van de benchmark-indicatoren, zijn de invulformats voor de Benchmark Transparante Ketenzorg 2016 alvast op de website van InEen gezet. Als toelichting op deze invulformats is ook een aangepaste versie van het document ‘Aanscherping specificaties indicatoren 2016’ gepubliceerd. Deze documenten hebben tot 1 november 2016 nog een review status, zodat eventuele onduidelijkheden vroegtijdig kunnen worden aangegeven en weggenomen. Neem voor het doorgeven van opmerkingen contact op met benchmarkketenzorg@ineen.nl. Na het verwerken van de reacties worden de definitieve documenten voor het einde van het jaar gereed gemaakt. Jullie kunnen ze dan voor de Benchmark Transparante Ketenzorg 2017 gebruiken.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Aankondiging NZa marktscan acute zorg

14 oktober 2016

Veel acute zorgaanbieders (ambulance, huisartsenpost en SEH) kampen met een hoge werkbelasting. De Nza gaat daarom een marktscan acute zorg uitvoeren. Deze marktscan moet resulteren in een actuele kwantitatieve analyse van de acute zorgketen. Op dit moment zijn er diverse kwalitatieve signalen over de werkbelasting. De marktscan is een van de acties die de minister begin deze maand aankondigde in een brief aan de Tweede Kamer. De brief is een reactie op een brandbrief vanuit de spoedeisende hulpen. Een toenemend aantal zorgvragen in de acute zorg blijkt ook uit de Benchmark Huisartsenposten die we onlangs publiceerden. We houden over de marktscan contact met de NZa. De resultaten van de scan zijn rond juli 2017 te verwachten.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Veel acute zorgaanbieders (ambulance, huisartsenpost en SEH) kampen met een hoge werkbelasting. De Nza gaat daarom een marktscan acute zorg uitvoeren. Deze marktscan moet resulteren in een actuele kwantitatieve analyse van de acute zorgketen. Op dit moment zijn er diverse kwalitatieve signalen over de werkbelasting. De marktscan is een van de acties die de minister begin deze maand aankondigde in een brief aan de Tweede Kamer. De brief is een reactie op een brandbrief vanuit de spoedeisende hulpen. Een toenemend aantal zorgvragen in de acute zorg blijkt ook uit de Benchmark Huisartsenposten die we onlangs publiceerden. We houden over de marktscan contact met de NZa. De resultaten van de scan zijn rond juli 2017 te verwachten.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Vernieuwde zorgbrede governance-code

14 oktober 2016

Eind september is een nieuwe Zorgbrede Governance Code (ZGC)  gepresenteerd. Dit najaar leggen de leden van de initiatiefnemer (BoZ) de tekst voor aan hun achterban. Naar verwachting vervangt de nieuwe code per 1 januari 2017 de huidige ZGC 2010. De minister heeft laten weten dat de code na goedkeuring ook voor andere zorgaanbieders in de eerstelijnszorg zal gelden. De actuele ontwikkelingen rond good governance zijn ook het onderwerp van onze werkconferentie ‘Beter worden met goed toezicht’ op 27 oktober (12.00-18.00 uur) in Zeist. De middag is bedoeld voor directeuren/bestuurders en hun toezichthouders. Meer informatie en aanmeldenLees verder over de nieuwe ZGC 2017.

[...]

Eind september is een nieuwe Zorgbrede Governance Code (ZGC)  gepresenteerd. Dit najaar leggen de leden van de initiatiefnemer (BoZ) de tekst voor aan hun achterban. Naar verwachting vervangt de nieuwe code per 1 januari 2017 de huidige ZGC 2010. De minister heeft laten weten dat de code na goedkeuring ook voor andere zorgaanbieders in de eerstelijnszorg zal gelden. De actuele ontwikkelingen rond good governance zijn ook het onderwerp van onze werkconferentie ‘Beter worden met goed toezicht’ op 27 oktober (12.00-18.00 uur) in Zeist. De middag is bedoeld voor directeuren/bestuurders en hun toezichthouders. Meer informatie en aanmeldenLees verder over de nieuwe ZGC 2017.

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Wet Cliëntenrechten bij elektronische verwerking van gegevens

07 oktober 2016

1 Wet Cliëntenrechten bij elektronische verwerking van gegevens Na een lange voorgeschiedenis heeft de Eerste Kamer op 4 oktober de wet ‘Cliëntenrechten bij elektronische verwerking van gegevens’ aangenomen. De nieuwe wet regelt, onder meer, het recht van patiënten om inzage te krijgen in hun dossiers. Een heet hangijzer voor de zorg was lange tijd het vereiste van de gespecificeerde toestemming. Patiënten moeten gericht en gespecificeerd toestemming geven voor het delen van gegevens tussen zorgprofessionals. Er waren grote zorgen over de uitvoerbaarheid in de zorgpraktijk. Daarom is de inwerkingtreding van deze twee onderdelen van de wet drie jaar uitgesteld zodat het veld de noodzakelijke technische voorzieningen kan treffen.

InEen is samen met andere koepels nauw betrokken bij het ontwikkelen van een praktische manier waarop patiënten hun toestemmingen voor gegevensuitwisseling kunnen beheren, zowel voor de langere termijn als voor de overgangsperiode de komende drie jaar. Het voordeel van het beheer van de toestemming door de patiënt zelf is dat deze last niet (ten volle) bij de zorgverleners komt te liggen.

Onder titel MedMij ontwikkelen de Patiëntenfederatie en de zorgpartijen samen de mogelijkheid voor een betrouwbare en verantwoorde wijze van inzage in zorgen medicatiedossiers. MedMij moet uitgroeien tot een set van eisen, standaarden en afspraken voor ‘persoonlijke gezondheidsomgevingen’ waarin, naast de inzage, patiënten ook de mogelijkheid krijgen om informatie met zorgverleners te delen. Meer informatie over de nieuwe wet vinden jullie op website van de KNMG. Neem met vragen contact op met Arthur Eyck (InEen).

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

1 Wet Cliëntenrechten bij elektronische verwerking van gegevens Na een lange voorgeschiedenis heeft de Eerste Kamer op 4 oktober de wet ‘Cliëntenrechten bij elektronische verwerking van gegevens’ aangenomen. De nieuwe wet regelt, onder meer, het recht van patiënten om inzage te krijgen in hun dossiers. Een heet hangijzer voor de zorg was lange tijd het vereiste van de gespecificeerde toestemming. Patiënten moeten gericht en gespecificeerd toestemming geven voor het delen van gegevens tussen zorgprofessionals. Er waren grote zorgen over de uitvoerbaarheid in de zorgpraktijk. Daarom is de inwerkingtreding van deze twee onderdelen van de wet drie jaar uitgesteld zodat het veld de noodzakelijke technische voorzieningen kan treffen.

InEen is samen met andere koepels nauw betrokken bij het ontwikkelen van een praktische manier waarop patiënten hun toestemmingen voor gegevensuitwisseling kunnen beheren, zowel voor de langere termijn als voor de overgangsperiode de komende drie jaar. Het voordeel van het beheer van de toestemming door de patiënt zelf is dat deze last niet (ten volle) bij de zorgverleners komt te liggen.

Onder titel MedMij ontwikkelen de Patiëntenfederatie en de zorgpartijen samen de mogelijkheid voor een betrouwbare en verantwoorde wijze van inzage in zorgen medicatiedossiers. MedMij moet uitgroeien tot een set van eisen, standaarden en afspraken voor ‘persoonlijke gezondheidsomgevingen’ waarin, naast de inzage, patiënten ook de mogelijkheid krijgen om informatie met zorgverleners te delen. Meer informatie over de nieuwe wet vinden jullie op website van de KNMG. Neem met vragen contact op met Arthur Eyck (InEen).

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

In januari 2017 extra aandacht voor eHealth

07 oktober 2016

De eHealthweek van 21 tot en met 27 januari 2017 biedt de gelegenheid om te kijken wat er op het terrein van de e-health zoal gebeurt, maar het biedt ook een platform om interessante initiatieven in het zonnetje te zetten. ECP | Platform voor de InformatieSamenleving en het ministerie van VWS zijn nog op zoek naar mooie voorbeelden vanuit de praktijk van de zorg. Er worden verschillende mogelijkheden geboden om die voorbeelden naar voren te brengen. Meer informatie: www.ehealthweek.net. In de publicatie ‘Beginnen met eHealth? Dit moet u weten’ vinden jullie de gebundelde ervaringen van de stichting Zorg binnen Bereik. Aan bod komen alle onderwerpen die van belang zijn voor het succesvol ontwerpen, implementeren en opschalen van eHealth-toepassingen: van de ontwikkeling van een platform tot samenwerking tussen disciplines, succesvol projectmanagement en onderzoeksmethodieken. Meer informatie over de stichting Zorg binnen Bereik.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

De eHealthweek van 21 tot en met 27 januari 2017 biedt de gelegenheid om te kijken wat er op het terrein van de e-health zoal gebeurt, maar het biedt ook een platform om interessante initiatieven in het zonnetje te zetten. ECP | Platform voor de InformatieSamenleving en het ministerie van VWS zijn nog op zoek naar mooie voorbeelden vanuit de praktijk van de zorg. Er worden verschillende mogelijkheden geboden om die voorbeelden naar voren te brengen. Meer informatie: www.ehealthweek.net. In de publicatie ‘Beginnen met eHealth? Dit moet u weten’ vinden jullie de gebundelde ervaringen van de stichting Zorg binnen Bereik. Aan bod komen alle onderwerpen die van belang zijn voor het succesvol ontwerpen, implementeren en opschalen van eHealth-toepassingen: van de ontwikkeling van een platform tot samenwerking tussen disciplines, succesvol projectmanagement en onderzoeksmethodieken. Meer informatie over de stichting Zorg binnen Bereik.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Resultaten eHealth-monitor 2016

07 oktober 2016

De eHealth Monitor 2016 van Nictiz en Nivel laat zien dat eHealth in de zorg is geland, maar dat er nog veel mogelijkheden onbenut blijven. Zorgverleners moeten patiënten actief stimuleren om gebruik te maken van online zorgdiensten, zoals het maken van een afspraak, het inzien van gegevens of online consulten. Veel mensen blijken niet te weten dat hun zorgverlener deze diensten aanbiedt. Om de voordelen van eHealth voluit te benutten is kortom méér nodig dan techniek. Patiënten moeten eHealth ook gaan omarmen en de mogelijkheden op het netvlies krijgen. De monitor laat verder zien dat voor artsen het feit dat systemen slecht op elkaar aansluiten een drempel vormt. Volgens Nictiz ligt hier een regierol voor de overheid. De eHealth monitor wordt jaarlijks gepubliceerd.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

De eHealth Monitor 2016 van Nictiz en Nivel laat zien dat eHealth in de zorg is geland, maar dat er nog veel mogelijkheden onbenut blijven. Zorgverleners moeten patiënten actief stimuleren om gebruik te maken van online zorgdiensten, zoals het maken van een afspraak, het inzien van gegevens of online consulten. Veel mensen blijken niet te weten dat hun zorgverlener deze diensten aanbiedt. Om de voordelen van eHealth voluit te benutten is kortom méér nodig dan techniek. Patiënten moeten eHealth ook gaan omarmen en de mogelijkheden op het netvlies krijgen. De monitor laat verder zien dat voor artsen het feit dat systemen slecht op elkaar aansluiten een drempel vormt. Volgens Nictiz ligt hier een regierol voor de overheid. De eHealth monitor wordt jaarlijks gepubliceerd.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Nieuwe training over huiselijk geweld

07 oktober 2016

NHG en Augeo hebben samen een nieuwe gecombineerde training ontwikkeld die handreikingen geeft voor een nieuwe manier van werken in het geval van huiselijke geweld. Het pakket bestaat uit de nascholing ‘Thuis niet pluis: wat kan ik vragen, wat kan ik doen?’ waarin huisartsen en POH’s-ggz kennismaken met systeemgericht werken (vier uur). Bij de nascholing horen een individuele e-learning en online oefencasussen. Uitgangspunt bij het ontwikkelen van de training was dat huisartsen en POH’s in de praktijk wel weten wat ze moeten doen, maar dat de manier waarop ze dit kunnen doen vaak lastig is.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

NHG en Augeo hebben samen een nieuwe gecombineerde training ontwikkeld die handreikingen geeft voor een nieuwe manier van werken in het geval van huiselijke geweld. Het pakket bestaat uit de nascholing ‘Thuis niet pluis: wat kan ik vragen, wat kan ik doen?’ waarin huisartsen en POH’s-ggz kennismaken met systeemgericht werken (vier uur). Bij de nascholing horen een individuele e-learning en online oefencasussen. Uitgangspunt bij het ontwikkelen van de training was dat huisartsen en POH’s in de praktijk wel weten wat ze moeten doen, maar dat de manier waarop ze dit kunnen doen vaak lastig is.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Contractering 2017

07 oktober 2016

De contractering 2017 is in volle gang. We wijzen jullie op de afspraken over de Good Contracting Practices die begin dit jaar in het kader van Het Roer Moet Om zijn gemaakt met de zorgverzekeraars. Huisartsenorganisaties, eerstelijnsorganisaties en zorgverzekeraars hebben elf nieuwe afspraken gemaakt. De basis voor de afspraken is dat alle partijen voldoende tijd en ruimte hebben voor evaluatie, overleg, afwegingen, eventuele aanpassingen en administratieve verwerking. De gezondheidscentra wijzen we op de gezamenlijke afspraak met verzekeraars in het O&I project over het overgangsjaar 2017. Deze afspraken zijn dit voorjaar gemaakt. Binnenkort gaan we in een meldweek jullie ervaringen met de contractering 2017 ophalen.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

De contractering 2017 is in volle gang. We wijzen jullie op de afspraken over de Good Contracting Practices die begin dit jaar in het kader van Het Roer Moet Om zijn gemaakt met de zorgverzekeraars. Huisartsenorganisaties, eerstelijnsorganisaties en zorgverzekeraars hebben elf nieuwe afspraken gemaakt. De basis voor de afspraken is dat alle partijen voldoende tijd en ruimte hebben voor evaluatie, overleg, afwegingen, eventuele aanpassingen en administratieve verwerking. De gezondheidscentra wijzen we op de gezamenlijke afspraak met verzekeraars in het O&I project over het overgangsjaar 2017. Deze afspraken zijn dit voorjaar gemaakt. Binnenkort gaan we in een meldweek jullie ervaringen met de contractering 2017 ophalen.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Presentaties InEen Tweedaagse - 28 en 29 september 2016

06 oktober 2016

Hieronder vindt u de tot nu toe beschikbare presentaties van de InEen Tweedaagse Persoonsgerichte zorg op woensdag 28 en donderdag 29 september 2016:


Woensdag 28 september

Plenaire sessie


Donderdag 29 september

Workshopsessies

Ronde 1

  1. Anderstaligheid, Laaggeletterdheid en e-Health, persoonlijke zorg op maat, een reis van droom naar werkelijkheid | Hans Nederhof, huisarts en initiatiefnemer Nedtalk
  2. Community participatie | Peter Groenewegen, onderzoeker Nivel en Community participatie |Jan van Dongen, huisarts Gezondheidscentrum America
  3. Dag bureaucratie, hallo zelfregie! | Siert Wieringa, Initiatiefnemer en Voorzitter Wijzelf Achterhoek Wijzelf Zorgcoöperatie en Willemien Visser, Initiatiefnemer Wijzelf in Nederland Wijzelf Zorgcoöperatie
  4. Patiënt centraal, hoe doe je dat nu echt? | Anouk Knops, beleidsmedewerker Patiëntenfederatie Nederland en Nathalie Koopman, senior projectleider Zorgbelang
  5. Persoonsgerichte zorg op de huisartsenpost, wat kan er wel? | Frank Roos, marketingcommunicatiestrateeg Roos & van de Werk
  6. Toekomst van de financiering | Guy Schulpen, medisch directeur ZIO
  7. Toekomstverkenning eerste lijn tot in 2030 – sessie 1 | Stephan Hermsen, senior adviseur Vilans
  8. Toekomstverkenning eerste lijn tot in 2030 – sessie 2 | Jeroen Havers, senior adviseur Vilans
  9. Zien en gezien worden – persoonsgerichte consultvoering In de chronische zorg | Petra Wopereis, Huisartsopleiding Radboud UMC en Nathalie Eikelenboom, stafmedewerker zelfmanagement & eHealth Zorggroep DOH

Ronde 2

  1. Financieringsvraagstukken en -mogelijkheden bij persoonsgerichte zorg | Sander Kooiman, Relatiemanager Zorg en Welzijn, Triodos Bank en Patty Zuidhoek, senior relatiemanager bij Triodos Bank
  2. Inzicht in de effecten van vernieuwing | Marian Schoone, senior projectmanager en consultant, TNO
  3. Oefenen met het Mentalitymodel | Pieter Paul Verheggen, algemeen directeur Motivaction
  4. Positieve gezondheid: hoe verder? | Matthijs Zwier, senior adviseur Raedelijn
  5. Project Medische Ouderenzorg de klok rond | Gerben Welling, voorzitter Raad van Bestuur Coöperatieve Huisartsenposten Oost-Brabant U.A. en Jorrit van Kampen, specialist Ouderengeneeskunde Novicare
  6. Toekomstverkenning eerste lijn tot in 2030 – sessie 3 | Stephan Hermsen, senior adviseur Vilans
  7. Toekomstverkenning eerste lijn tot in 2030 – sessie 4 | Jeroen Havers, senior adviseur Vilans
  8. Why me? Jouw persoonlijke missie in de persoonsgerichte zorg | Marjan Verschuur en Ilonka Brugemann, beiden projectleiders training persoonsgerichte zorg NHG-InEen
  9. eHealth visie en praktijk | Jan Erik de Wildt, directeur De Eerstelijns en Barbara Breeuwer, secretaris RvB Saltro

Ronde 3

  1. Cliëntenraden, wettelijk en/of wenselijk in de eerste lijn? | Tiske Boonstra, adviseur LOC zeggenschap in zorg
  2. Hoera, een nieuwe samenwerkingspartner!? | Annette Pietersen, Wethouder Samenleving, Dienstverlening, Duurzaamheid Gemeente Nieuwkoop (presentatie niet aanwezig)
  3. Toekomstverkenning eerste lijn tot in 2030 – sessie 5 | Stephan Hermsen, senior adviseur Vilans
  4. Waar is de afslag zelfzorg? Routes naar meer eigen regie door patiënten | John Hoenen, adviseur Reos
  5. Wat maakt gepersonaliseerde zorg succesvol? | Janneke Steijns, adviseur Samenwerken Common Eye en Diek Scholten, directeur EMC Nieuwegein (geen presentatie gebruikt)
  6. Zorg op maat door implementatie op maat Van visie naar implementatie en borging; hoe doe je dat? | Corinne Stoop, Projectmanager, PoZoB en Jolanda Haegens, Praktijkondersteuner PoZoB
  7. Zorgverlener of coach? Wat is het verschil? | Bas van de Goor, Bas van de Goor Foundation
  8. Hoe ziet persoonsgerichte zorginkoop in 2025 eruit?| Lynn Rulkens, programmamanager zorginnovatie CZ
  9. Zorg voor kwetsbare ouderen | Peter van Linschoten, directeur ARGO, en Eugen Zuiderwijk, directeur en huisarts Ketenzorg NU en Helga Koelemij, manager GHO-GO
[...]

Hieronder vindt u de tot nu toe beschikbare presentaties van de InEen Tweedaagse Persoonsgerichte zorg op woensdag 28 en donderdag 29 september 2016:


Woensdag 28 september

Plenaire sessie


Donderdag 29 september

Workshopsessies

Ronde 1

  1. Anderstaligheid, Laaggeletterdheid en e-Health, persoonlijke zorg op maat, een reis van droom naar werkelijkheid | Hans Nederhof, huisarts en initiatiefnemer Nedtalk
  2. Community participatie | Peter Groenewegen, onderzoeker Nivel en Community participatie |Jan van Dongen, huisarts Gezondheidscentrum America
  3. Dag bureaucratie, hallo zelfregie! | Siert Wieringa, Initiatiefnemer en Voorzitter Wijzelf Achterhoek Wijzelf Zorgcoöperatie en Willemien Visser, Initiatiefnemer Wijzelf in Nederland Wijzelf Zorgcoöperatie
  4. Patiënt centraal, hoe doe je dat nu echt? | Anouk Knops, beleidsmedewerker Patiëntenfederatie Nederland en Nathalie Koopman, senior projectleider Zorgbelang
  5. Persoonsgerichte zorg op de huisartsenpost, wat kan er wel? | Frank Roos, marketingcommunicatiestrateeg Roos & van de Werk
  6. Toekomst van de financiering | Guy Schulpen, medisch directeur ZIO
  7. Toekomstverkenning eerste lijn tot in 2030 – sessie 1 | Stephan Hermsen, senior adviseur Vilans
  8. Toekomstverkenning eerste lijn tot in 2030 – sessie 2 | Jeroen Havers, senior adviseur Vilans
  9. Zien en gezien worden – persoonsgerichte consultvoering In de chronische zorg | Petra Wopereis, Huisartsopleiding Radboud UMC en Nathalie Eikelenboom, stafmedewerker zelfmanagement & eHealth Zorggroep DOH

Ronde 2

  1. Financieringsvraagstukken en -mogelijkheden bij persoonsgerichte zorg | Sander Kooiman, Relatiemanager Zorg en Welzijn, Triodos Bank en Patty Zuidhoek, senior relatiemanager bij Triodos Bank
  2. Inzicht in de effecten van vernieuwing | Marian Schoone, senior projectmanager en consultant, TNO
  3. Oefenen met het Mentalitymodel | Pieter Paul Verheggen, algemeen directeur Motivaction
  4. Positieve gezondheid: hoe verder? | Matthijs Zwier, senior adviseur Raedelijn
  5. Project Medische Ouderenzorg de klok rond | Gerben Welling, voorzitter Raad van Bestuur Coöperatieve Huisartsenposten Oost-Brabant U.A. en Jorrit van Kampen, specialist Ouderengeneeskunde Novicare
  6. Toekomstverkenning eerste lijn tot in 2030 – sessie 3 | Stephan Hermsen, senior adviseur Vilans
  7. Toekomstverkenning eerste lijn tot in 2030 – sessie 4 | Jeroen Havers, senior adviseur Vilans
  8. Why me? Jouw persoonlijke missie in de persoonsgerichte zorg | Marjan Verschuur en Ilonka Brugemann, beiden projectleiders training persoonsgerichte zorg NHG-InEen
  9. eHealth visie en praktijk | Jan Erik de Wildt, directeur De Eerstelijns en Barbara Breeuwer, secretaris RvB Saltro

Ronde 3

  1. Cliëntenraden, wettelijk en/of wenselijk in de eerste lijn? | Tiske Boonstra, adviseur LOC zeggenschap in zorg
  2. Hoera, een nieuwe samenwerkingspartner!? | Annette Pietersen, Wethouder Samenleving, Dienstverlening, Duurzaamheid Gemeente Nieuwkoop (presentatie niet aanwezig)
  3. Toekomstverkenning eerste lijn tot in 2030 – sessie 5 | Stephan Hermsen, senior adviseur Vilans
  4. Waar is de afslag zelfzorg? Routes naar meer eigen regie door patiënten | John Hoenen, adviseur Reos
  5. Wat maakt gepersonaliseerde zorg succesvol? | Janneke Steijns, adviseur Samenwerken Common Eye en Diek Scholten, directeur EMC Nieuwegein (geen presentatie gebruikt)
  6. Zorg op maat door implementatie op maat Van visie naar implementatie en borging; hoe doe je dat? | Corinne Stoop, Projectmanager, PoZoB en Jolanda Haegens, Praktijkondersteuner PoZoB
  7. Zorgverlener of coach? Wat is het verschil? | Bas van de Goor, Bas van de Goor Foundation
  8. Hoe ziet persoonsgerichte zorginkoop in 2025 eruit?| Lynn Rulkens, programmamanager zorginnovatie CZ
  9. Zorg voor kwetsbare ouderen | Peter van Linschoten, directeur ARGO, en Eugen Zuiderwijk, directeur en huisarts Ketenzorg NU en Helga Koelemij, manager GHO-GO
Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

InEen en haar leden gaan voor persoonsgerichte zorg

30 september 2016

Leden van InEen formuleren gezamenlijke ambities voor het organiseren van persoonsgerichte zorg
Utrecht, 29 september 2016 — De leden van InEen hebben tijdens een tweedaags congres de ambitie uitgesproken werk te maken van het organiseren van persoonsgerichte zorg. De eerstelijnszorgorganisaties nemen daarbij het gedachtegoed van positieve gezondheid als uitgangspunt. De komende tijd vindt de vertaalslag plaats naar concrete activiteiten.

Persoonsgerichte zorg draait om de interactie tussen patiënt en zorgverlener. De leden van InEen willen hieraan een bijdrage leveren. Het gedachtegoed van Machteld Huber over positieve gezondheid nemen ze daarbij als uitgangspunt. Huber beschrijft positieve gezondheid als het vermogen om je aan te passen en je eigen regie te voeren, in het licht van de sociale, fysieke en emotionele uitdagingen van het leven. In het huidige tijdsgewricht verwachten veel patiënten in toenemende mate een behandelbeleid dat rekening houdt met hun eigen wensen en omstandigheden. Eigen regie is een sleutelwoord. Ook maatschappelijke ontwikkelingen als vergrijzing, het toenemend aantal chronisch zieken en beperkte budgettaire middelen vragen om nieuwe oplossingen.

De leden van InEen leveren een bijdrage aan het realiseren van persoonsgerichte zorg door:

  • patiënten en patiëntervaringen actief te betrekken bij het inrichten van de organisatie van de zorg;
  • te vertrouwen op de professionaliteit van zorgverleners en hen te motiveren en te inspireren om maatwerk aan patiënten te bieden;
  • passende ondersteuning te bieden gericht op gezamenlijke besluitvorming en een effectieve samenwerking tussen patiënt en zorgverleners;
  • ruimte te creëren voor de benodigde capaciteit aan tijd, mensen en middelen en deze gericht in te zetten voor het vormgeven van persoonsgerichte zorg.

InEen en de leden zijn met elkaar in gesprek geweest over dit thema tijdens een tweedaagse bijeenkomst. De komende periode gaan de aangesloten organisaties en InEen aan de slag met de verdere uitwerking van deze gezamenlijke ambities. Als eerste stap publiceert InEen volgende week een special over persoonsgerichte zorg met een toelichting op bestaande en voorgenomen activiteiten.

Lees alvast meer over gezamenlijke besluitvorming.

Lees ook

[...]

Leden van InEen formuleren gezamenlijke ambities voor het organiseren van persoonsgerichte zorg
Utrecht, 29 september 2016 — De leden van InEen hebben tijdens een tweedaags congres de ambitie uitgesproken werk te maken van het organiseren van persoonsgerichte zorg. De eerstelijnszorgorganisaties nemen daarbij het gedachtegoed van positieve gezondheid als uitgangspunt. De komende tijd vindt de vertaalslag plaats naar concrete activiteiten.

Persoonsgerichte zorg draait om de interactie tussen patiënt en zorgverlener. De leden van InEen willen hieraan een bijdrage leveren. Het gedachtegoed van Machteld Huber over positieve gezondheid nemen ze daarbij als uitgangspunt. Huber beschrijft positieve gezondheid als het vermogen om je aan te passen en je eigen regie te voeren, in het licht van de sociale, fysieke en emotionele uitdagingen van het leven. In het huidige tijdsgewricht verwachten veel patiënten in toenemende mate een behandelbeleid dat rekening houdt met hun eigen wensen en omstandigheden. Eigen regie is een sleutelwoord. Ook maatschappelijke ontwikkelingen als vergrijzing, het toenemend aantal chronisch zieken en beperkte budgettaire middelen vragen om nieuwe oplossingen.

De leden van InEen leveren een bijdrage aan het realiseren van persoonsgerichte zorg door:

  • patiënten en patiëntervaringen actief te betrekken bij het inrichten van de organisatie van de zorg;
  • te vertrouwen op de professionaliteit van zorgverleners en hen te motiveren en te inspireren om maatwerk aan patiënten te bieden;
  • passende ondersteuning te bieden gericht op gezamenlijke besluitvorming en een effectieve samenwerking tussen patiënt en zorgverleners;
  • ruimte te creëren voor de benodigde capaciteit aan tijd, mensen en middelen en deze gericht in te zetten voor het vormgeven van persoonsgerichte zorg.

InEen en de leden zijn met elkaar in gesprek geweest over dit thema tijdens een tweedaagse bijeenkomst. De komende periode gaan de aangesloten organisaties en InEen aan de slag met de verdere uitwerking van deze gezamenlijke ambities. Als eerste stap publiceert InEen volgende week een special over persoonsgerichte zorg met een toelichting op bestaande en voorgenomen activiteiten.

Lees alvast meer over gezamenlijke besluitvorming.

Lees ook

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

InEen en haar leden gaan voor persoonsgerichte zorg

30 september 2016

gaan-voor-klAan het slot van de InEen-Tweedaagse spraken de aanwezige leden de gezamenlijke ambitie uit zich in te zetten voor het organiseren van persoonsgerichte zorg. Zij achten voor de toekomst het vormgeven van persoonsgerichte zorg cruciaal voor een kwalitatief hoogwaardige eerstelijnszorg.

Persoonsgerichte zorg draait om de interactie tussen patiënt en zorgverlener. Het concept positieve gezondheid van Machteld Huber vormt, wat InEen en haar leden betreft, de basis voor persoonsgerichte zorg. Gezondheid is, aldus Huber, het vermogen je aan te passen en je eigen regie te voeren, in het licht van de sociale, fysieke en emotionele uitdagingen van het leven. In het huidige tijdsgewricht verwachten veel patiënten in toenemende mate een behandelbeleid dat rekening houdt met hun eigen wensen en omstandigheden. Eigen regie is een sleutelwoord. Ook maatschappelijke ontwikkelingen als vergrijzing, het toenemend aantal chronisch zieken en beperkte budgettaire middelen vragen om nieuwe oplossingen.

De leden van InEen leveren een bijdrage aan het realiseren van persoonsgerichte zorg door:

  • patiënten en patiëntervaringen actief te betrekken bij het inrichten van de organisatie van de zorg.
  • te vertrouwen op de professionaliteit van zorgverleners en hen verder te motiveren en te inspireren om patiënten maatwerk te bieden.
  • passende ondersteuning te bieden gericht op gezamenlijke besluitvorming en een effectieve samenwerking tussen patiënt en zorgverleners.
  • ruimte te creëren voor de benodigde capaciteit aan tijd, mensen en middelen en deze gericht in te zetten voor het vormgeven van persoonsgerichte zorg.

Het formuleren van deze gezamenlijke ambities betekent niet dat er geen discussiepunten meer zijn. Want hoe weten we hoeveel capaciteit er precies voor nodig is? En wat is eigenlijk de rol van de mantelzorger bij persoonsgerichte zorg, hoe kan die het beste betrokken worden? In elk geval moet duidelijk zijn dat de concrete vormgeving van persoonsgerichte zorg in de spreekkamer gebeurt. De inzet van de leden van InEen is gericht op het realiseren van de bovenstaande elementen.

Het komende voorjaar komt er een vervolg op deze Tweedaagse en de uitgesproken ambities. Lees het nieuwsbericht dat is uitgegaan. Voor leden en relaties van InEen verschijnt begin oktober ook een Special.

[...]

gaan-voor-klAan het slot van de InEen-Tweedaagse spraken de aanwezige leden de gezamenlijke ambitie uit zich in te zetten voor het organiseren van persoonsgerichte zorg. Zij achten voor de toekomst het vormgeven van persoonsgerichte zorg cruciaal voor een kwalitatief hoogwaardige eerstelijnszorg.

Persoonsgerichte zorg draait om de interactie tussen patiënt en zorgverlener. Het concept positieve gezondheid van Machteld Huber vormt, wat InEen en haar leden betreft, de basis voor persoonsgerichte zorg. Gezondheid is, aldus Huber, het vermogen je aan te passen en je eigen regie te voeren, in het licht van de sociale, fysieke en emotionele uitdagingen van het leven. In het huidige tijdsgewricht verwachten veel patiënten in toenemende mate een behandelbeleid dat rekening houdt met hun eigen wensen en omstandigheden. Eigen regie is een sleutelwoord. Ook maatschappelijke ontwikkelingen als vergrijzing, het toenemend aantal chronisch zieken en beperkte budgettaire middelen vragen om nieuwe oplossingen.

De leden van InEen leveren een bijdrage aan het realiseren van persoonsgerichte zorg door:

  • patiënten en patiëntervaringen actief te betrekken bij het inrichten van de organisatie van de zorg.
  • te vertrouwen op de professionaliteit van zorgverleners en hen verder te motiveren en te inspireren om patiënten maatwerk te bieden.
  • passende ondersteuning te bieden gericht op gezamenlijke besluitvorming en een effectieve samenwerking tussen patiënt en zorgverleners.
  • ruimte te creëren voor de benodigde capaciteit aan tijd, mensen en middelen en deze gericht in te zetten voor het vormgeven van persoonsgerichte zorg.

Het formuleren van deze gezamenlijke ambities betekent niet dat er geen discussiepunten meer zijn. Want hoe weten we hoeveel capaciteit er precies voor nodig is? En wat is eigenlijk de rol van de mantelzorger bij persoonsgerichte zorg, hoe kan die het beste betrokken worden? In elk geval moet duidelijk zijn dat de concrete vormgeving van persoonsgerichte zorg in de spreekkamer gebeurt. De inzet van de leden van InEen is gericht op het realiseren van de bovenstaande elementen.

Het komende voorjaar komt er een vervolg op deze Tweedaagse en de uitgesproken ambities. Lees het nieuwsbericht dat is uitgegaan. Voor leden en relaties van InEen verschijnt begin oktober ook een Special.

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

InEen-werkconferentie Good Governance geaccrediteerd voor 4 punten

30 september 2016

De accreditatieaanvraag voor de interactieve werkconferentie Good Governance ‘Beter worden met goed toezicht’ op donderdag 27 oktober heeft 4 punten opgeleverd voor de deelnemende huisartsen. De werkconferentie, die we samen met de Nederlandse Vereniging van Toezichthouders (NVTZ) organiseren, is bedoeld voor directeuren/bestuurders en hun toezichthouders. De middag bestaat uit enkele korte inleidingen en een afwisselend interactief carrouselprogramma. Laat je inspireren: hoe kunnen organisaties in de eerste lijn (nog) beter worden met goed toezicht? Meer informatie en aanmelden.

[...]

De accreditatieaanvraag voor de interactieve werkconferentie Good Governance ‘Beter worden met goed toezicht’ op donderdag 27 oktober heeft 4 punten opgeleverd voor de deelnemende huisartsen. De werkconferentie, die we samen met de Nederlandse Vereniging van Toezichthouders (NVTZ) organiseren, is bedoeld voor directeuren/bestuurders en hun toezichthouders. De middag bestaat uit enkele korte inleidingen en een afwisselend interactief carrouselprogramma. Laat je inspireren: hoe kunnen organisaties in de eerste lijn (nog) beter worden met goed toezicht? Meer informatie en aanmelden.

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Gezonde leefstijl en bewonersparticipatie in de Schilderswijk

30 september 2016


leefstijlEen gezonde leefstijl maakt ons gezonder: makkelijk gezegd en moeilijk gedaan. In de Haagse Schilderswijk loopt een traject waarin professionals en wijkbewoners samen oplossingsrichtingen zoeken: de Gezondheidsdialoog. Paul Uitewaal, initiatiefnemer en huisarts bij gezondheidscentrum De Rubenshoek: ‘Mensen willen graag anders, maar zitten gebakken in een situatie waar ze moeilijk uit kunnen komen.’

‘De basis is altijd leefstijl, zeker bij mensen die chronisch ziek zijn. Maar leefstijladviezen zijn moeilijk’, zegt Uitewaal, ‘terwijl je daar echt het verschil kunt maken.’ Hij stelt vast dat huisartsen slecht toegerust zijn. Het ontbreekt hen aan zowel technieken als tijd en dat geldt – een beetje tot zijn verbazing – ook voor de POH. Die heeft daarvoor weliswaar de opleiding, maar eveneens een groot gebrek aan tijd. ‘Tegelijkertijd’, zegt Uitewaal, ‘kun je met mensen praten tot de blaren op je tong staan, maar uiteindelijk moeten ze het zelf doen, zelf gaan voelen dat het hun eigen verantwoordelijkheid is.’

In de Rubenshoek zorgde dit inzicht een paar jaar terug voor een omslag. Men besefte dat er met de wijkbewoners zelf gepraat moest worden. Juist ook in de Schilderswijk, waar een hoog percentage inwoners een niet-westerse achtergrond heeft en een zwakke sociaaleconomische status. Uit onderzoek weten we dat in deze groepen het aantal chronische zieken hoog is en dat mensen niet automatisch de neiging hebben om zelf aan de slag te gaan.

In samenspraak met de GGD en de welzijnsorganisatie Zebra kwam het tot focusgesprekken, om te beginnen met de (grote) Turkse bevolkingsgroep in de wijk. Hoe denken zij over hun leefstijl? Wat zien zij als hun belangrijkste probleem met betrekking tot gezondheid? Verrassend genoeg bleken professionals en wijkbewoners het eens te zijn over de waarde van gezonde voeding, meer bewegen en een gezonde levensstijl. Ook in latere gespreksrondes werd dit bevestigd. ‘Dat hoeven we dus niet meer duidelijk te maken’, aldus Uitewaal. Als belangrijkste probleem en oorzaak van veel gezondheidsklachten, wordt stress genoemd.

De volgende stap is met de verschillende bewonersgroepen te praten over passende oplossingsrichtingen. Welke programma’s en activiteiten zijn zinvol en spreken de doelgroep aan? Het blijkt een weg van vallen en opstaan. ‘Mensen vinden het lastig om boven hun eigen situatie uit te stijgen en zien vooral waarom zij het zelf niet kunnen. Ik kan toch geen eten weigeren als ik bij anderen ben? Ik kan niet anders gaan koken, want mijn gezin wil dit. Het is te moeilijk om goede strategieën te bedenken.’ Omdat veel oorzaken voor stress (schulden, werk, relatie, opvoeding) buiten het bereik van de huisarts liggen, verschuift het accent in het project gaandeweg richting de welzijnsorganisatie Zebra. Ook de ROS Lijn1 is inmiddels aangehaakt, onder andere om te adviseren over manieren om de dialoog met de wijk verder vorm te geven. Zo wordt nu gesproken over het opzetten van een wijknetwerk.

Eind september vindt er weer een wijkgesprek plaats. Waar halen Uitewaal en zijn collega’s de motivatie vandaan om door te gaan? ‘Onze onderlinge gesprekken zijn elke keer stimulerend en we geloven nog steeds dat het kan. Als het lukt om een actief netwerk te creëren met een groot bereik, ook onder kwetsbare wijkbewoners, dan hebben we iets heel goeds in handen!’ Uitewaal: ‘Je hoort wel dat mensen gewoon niet willen, dat het geen zin heeft. Gevoelsmatig was ik het daar al nooit mee eens en de Gezondheidsdialoog onderbouwt dat. Mensen zien heel duidelijk het probleem, ze willen graag anders, maar zitten gebakken in een situatie waar ze moeilijk uit kunnen komen.’

Meer informatie bij Paul Uitewaal.

 

[...]


leefstijlEen gezonde leefstijl maakt ons gezonder: makkelijk gezegd en moeilijk gedaan. In de Haagse Schilderswijk loopt een traject waarin professionals en wijkbewoners samen oplossingsrichtingen zoeken: de Gezondheidsdialoog. Paul Uitewaal, initiatiefnemer en huisarts bij gezondheidscentrum De Rubenshoek: ‘Mensen willen graag anders, maar zitten gebakken in een situatie waar ze moeilijk uit kunnen komen.’

‘De basis is altijd leefstijl, zeker bij mensen die chronisch ziek zijn. Maar leefstijladviezen zijn moeilijk’, zegt Uitewaal, ‘terwijl je daar echt het verschil kunt maken.’ Hij stelt vast dat huisartsen slecht toegerust zijn. Het ontbreekt hen aan zowel technieken als tijd en dat geldt – een beetje tot zijn verbazing – ook voor de POH. Die heeft daarvoor weliswaar de opleiding, maar eveneens een groot gebrek aan tijd. ‘Tegelijkertijd’, zegt Uitewaal, ‘kun je met mensen praten tot de blaren op je tong staan, maar uiteindelijk moeten ze het zelf doen, zelf gaan voelen dat het hun eigen verantwoordelijkheid is.’

In de Rubenshoek zorgde dit inzicht een paar jaar terug voor een omslag. Men besefte dat er met de wijkbewoners zelf gepraat moest worden. Juist ook in de Schilderswijk, waar een hoog percentage inwoners een niet-westerse achtergrond heeft en een zwakke sociaaleconomische status. Uit onderzoek weten we dat in deze groepen het aantal chronische zieken hoog is en dat mensen niet automatisch de neiging hebben om zelf aan de slag te gaan.

In samenspraak met de GGD en de welzijnsorganisatie Zebra kwam het tot focusgesprekken, om te beginnen met de (grote) Turkse bevolkingsgroep in de wijk. Hoe denken zij over hun leefstijl? Wat zien zij als hun belangrijkste probleem met betrekking tot gezondheid? Verrassend genoeg bleken professionals en wijkbewoners het eens te zijn over de waarde van gezonde voeding, meer bewegen en een gezonde levensstijl. Ook in latere gespreksrondes werd dit bevestigd. ‘Dat hoeven we dus niet meer duidelijk te maken’, aldus Uitewaal. Als belangrijkste probleem en oorzaak van veel gezondheidsklachten, wordt stress genoemd.

De volgende stap is met de verschillende bewonersgroepen te praten over passende oplossingsrichtingen. Welke programma’s en activiteiten zijn zinvol en spreken de doelgroep aan? Het blijkt een weg van vallen en opstaan. ‘Mensen vinden het lastig om boven hun eigen situatie uit te stijgen en zien vooral waarom zij het zelf niet kunnen. Ik kan toch geen eten weigeren als ik bij anderen ben? Ik kan niet anders gaan koken, want mijn gezin wil dit. Het is te moeilijk om goede strategieën te bedenken.’ Omdat veel oorzaken voor stress (schulden, werk, relatie, opvoeding) buiten het bereik van de huisarts liggen, verschuift het accent in het project gaandeweg richting de welzijnsorganisatie Zebra. Ook de ROS Lijn1 is inmiddels aangehaakt, onder andere om te adviseren over manieren om de dialoog met de wijk verder vorm te geven. Zo wordt nu gesproken over het opzetten van een wijknetwerk.

Eind september vindt er weer een wijkgesprek plaats. Waar halen Uitewaal en zijn collega’s de motivatie vandaan om door te gaan? ‘Onze onderlinge gesprekken zijn elke keer stimulerend en we geloven nog steeds dat het kan. Als het lukt om een actief netwerk te creëren met een groot bereik, ook onder kwetsbare wijkbewoners, dan hebben we iets heel goeds in handen!’ Uitewaal: ‘Je hoort wel dat mensen gewoon niet willen, dat het geen zin heeft. Gevoelsmatig was ik het daar al nooit mee eens en de Gezondheidsdialoog onderbouwt dat. Mensen zien heel duidelijk het probleem, ze willen graag anders, maar zitten gebakken in een situatie waar ze moeilijk uit kunnen komen.’

Meer informatie bij Paul Uitewaal.

 

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Subsidie voor valpreventie in Midden-Kennemerland

30 september 2016

In-balansMeer Veerkracht, Langer Thuis is het subsidieprogramma van Fonds NutsOhra (FNO) dat zich richt op initiatieven waardoor ouderen langer en prettiger thuis kunnen blijven wonen. De vijfde en laatste call loopt tot 10 oktober. In eerdere calls werden al 79 projecten gehonoreerd, waaronder dat van de ROS ZONH: implementatie van de valpreventiecursus In Balans in Midden-Kennemerland. ‘Daar zijn we blij mee, want veel van onze zorgaanbieders willen graag iets doen met valpreventie, maar de zorgverzekeraar vergoedt dit meestal niet’, aldus projectmanager Ineke Zekveld.

In de regio Midden-Kennemerland blijken bovengemiddeld veel ouderen te vallen en letsel op te lopen. De oorzaak is onbekend, maar de narigheid niet minder. Naast het langdurige fysieke ongemak ontstaat er vaak een blijvende angst om te vallen. Bovendien, zegt Zekveld, veroorzaakt een val met letsel hoge zorgkosten, gemiddeld € 9.100 per valincident. Reden genoeg om de call van FNO op te pakken. ZONH besloot niet zelf een project te ontwikkelen, maar te kiezen uit de shortlist van FNO. Zekveld: ‘We wilden niet nog een keer het wiel uitvinden en bovendien zijn er aanwijzingen dat de effectiviteit van de projecten op de shortlist goed is. Dat vinden we belangrijk.’

In de groepscursus In Balans sprak vooral de claim dat het valrisico met 60% afneemt aan, evenals de erkenning door RIVM Centrum Gezond Leven. Het programma In Balans is van Veiligheid.nl en wordt gegeven door getrainde fysiotherapeuten en oefentherapeuten. De cursus – voor thuiswonende 70-plussers met een hoog valrisico – bestaat uit enkele voorlichtingsbijeenkomsten en een beweegprogramma (tien bijeenkomsten) dat is gebaseerd op Tai Chi. Het is gericht op het verbeteren van de algehele fitheid, spierkracht en balans en biedt een gerichte training voor opstaan en lopen. Behalve de fysiotherapeuten in de regio (via de regionale afdeling van de KNGF) waren in de voorbereiding de huisartsenvereniging Midden-Kennemerland en het Rode Kruis Ziekenhuis in Beverwijk belangrijke partners.

Zekveld: ‘Het gezag van de huisarts die adviseert om de cursus te doen heeft voor veel patiënten belangrijke meerwaarde. Ook omdat ouderen vaak een verkeerd idee hebben over valpreventie. Ze denken dat ze moeten leren vallen en schamen zich daarvoor in een groep.’ Deelname van de huisarts biedt bovendien de kans de doelgroep gericht te benaderen. De bedoeling is om de POH te trainen het valrisico van oudere patiënten te screenen. Screening gebeurt al in het Rode Kruis Ziekenhuis waar alle 70-plussers bezoek krijgen van een geriatrieteam. Samenwerking met dit team gaat zorgen voor een goede en warme overdracht naar de eerste lijn en eventueel de cursus In Balans. ‘Nu zien we nog wel eens dat een patiënt helemaal gericht is op bijvoorbeeld zijn hartkwaal, waardoor – eenmaal weer thuis – het bijbehorende valrisico tussen wal en schip belandt’, aldus Zekveld.

Ook de betrokkenheid van de ouderen zelf is een waardevol aspect van In Balans. In de voorlichtingsfase spelen zij een cruciale rol als ervaringsdeskundige, beantwoorden ze vragen en helpen ze collega-ouderen de drempel over. En elke cursus leidt weer nieuwe ervaringsdeskundigen op. In Midden-Kennemerland staat men inmiddels in de startblokken. Nog dit najaar begint de training van fysiotherapeuten, oefentherapeuten en de POH’s van de 26 deelnemende huisartspraktijken. Daarna, begin 2017, start de eerste cursus. ‘Best spannend’, zegt Zekveld, ‘het is een langlopend project waar we veel van verwachten!’

Informatie

  • Met vragen kunt u contact opnemen met Ineke Zekveld, projectmanager ZONH
  • De 5e call van het Fonds NutsOhra programma Meer Veerkracht, Langer Thuis loopt nog tot maandag 10 oktober, 15:00 uur. Lees verder
[...]

In-balansMeer Veerkracht, Langer Thuis is het subsidieprogramma van Fonds NutsOhra (FNO) dat zich richt op initiatieven waardoor ouderen langer en prettiger thuis kunnen blijven wonen. De vijfde en laatste call loopt tot 10 oktober. In eerdere calls werden al 79 projecten gehonoreerd, waaronder dat van de ROS ZONH: implementatie van de valpreventiecursus In Balans in Midden-Kennemerland. ‘Daar zijn we blij mee, want veel van onze zorgaanbieders willen graag iets doen met valpreventie, maar de zorgverzekeraar vergoedt dit meestal niet’, aldus projectmanager Ineke Zekveld.

In de regio Midden-Kennemerland blijken bovengemiddeld veel ouderen te vallen en letsel op te lopen. De oorzaak is onbekend, maar de narigheid niet minder. Naast het langdurige fysieke ongemak ontstaat er vaak een blijvende angst om te vallen. Bovendien, zegt Zekveld, veroorzaakt een val met letsel hoge zorgkosten, gemiddeld € 9.100 per valincident. Reden genoeg om de call van FNO op te pakken. ZONH besloot niet zelf een project te ontwikkelen, maar te kiezen uit de shortlist van FNO. Zekveld: ‘We wilden niet nog een keer het wiel uitvinden en bovendien zijn er aanwijzingen dat de effectiviteit van de projecten op de shortlist goed is. Dat vinden we belangrijk.’

In de groepscursus In Balans sprak vooral de claim dat het valrisico met 60% afneemt aan, evenals de erkenning door RIVM Centrum Gezond Leven. Het programma In Balans is van Veiligheid.nl en wordt gegeven door getrainde fysiotherapeuten en oefentherapeuten. De cursus – voor thuiswonende 70-plussers met een hoog valrisico – bestaat uit enkele voorlichtingsbijeenkomsten en een beweegprogramma (tien bijeenkomsten) dat is gebaseerd op Tai Chi. Het is gericht op het verbeteren van de algehele fitheid, spierkracht en balans en biedt een gerichte training voor opstaan en lopen. Behalve de fysiotherapeuten in de regio (via de regionale afdeling van de KNGF) waren in de voorbereiding de huisartsenvereniging Midden-Kennemerland en het Rode Kruis Ziekenhuis in Beverwijk belangrijke partners.

Zekveld: ‘Het gezag van de huisarts die adviseert om de cursus te doen heeft voor veel patiënten belangrijke meerwaarde. Ook omdat ouderen vaak een verkeerd idee hebben over valpreventie. Ze denken dat ze moeten leren vallen en schamen zich daarvoor in een groep.’ Deelname van de huisarts biedt bovendien de kans de doelgroep gericht te benaderen. De bedoeling is om de POH te trainen het valrisico van oudere patiënten te screenen. Screening gebeurt al in het Rode Kruis Ziekenhuis waar alle 70-plussers bezoek krijgen van een geriatrieteam. Samenwerking met dit team gaat zorgen voor een goede en warme overdracht naar de eerste lijn en eventueel de cursus In Balans. ‘Nu zien we nog wel eens dat een patiënt helemaal gericht is op bijvoorbeeld zijn hartkwaal, waardoor – eenmaal weer thuis – het bijbehorende valrisico tussen wal en schip belandt’, aldus Zekveld.

Ook de betrokkenheid van de ouderen zelf is een waardevol aspect van In Balans. In de voorlichtingsfase spelen zij een cruciale rol als ervaringsdeskundige, beantwoorden ze vragen en helpen ze collega-ouderen de drempel over. En elke cursus leidt weer nieuwe ervaringsdeskundigen op. In Midden-Kennemerland staat men inmiddels in de startblokken. Nog dit najaar begint de training van fysiotherapeuten, oefentherapeuten en de POH’s van de 26 deelnemende huisartspraktijken. Daarna, begin 2017, start de eerste cursus. ‘Best spannend’, zegt Zekveld, ‘het is een langlopend project waar we veel van verwachten!’

Informatie

  • Met vragen kunt u contact opnemen met Ineke Zekveld, projectmanager ZONH
  • De 5e call van het Fonds NutsOhra programma Meer Veerkracht, Langer Thuis loopt nog tot maandag 10 oktober, 15:00 uur. Lees verder
Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

'Als ik vraag hoe het onderdeel leefstijl er uitziet, wordt het stil.'

30 september 2016

bas-vd-goorNadat top-volleyballer Bas van de Goor op het hoogtepunt van zijn (onder meer Olympische) carrière de diagnose diabetes type 1 kreeg, ondervond hij aan den lijve de grote waarde van sport en beweging voor zijn kwaliteit van leven. Dit inzicht bracht hem ertoe om drie jaar na de diagnose de Bas van de Goor Foundation op te richten. Doel: het in beweging brengen van mensen met diabetes. Op dinsdag 22 november viert de foundation het tienjarig bestaan met het jubileumcongres ‘Breng beweging in de praktijk’.

Inmiddels is de Nationale Diabetes Challenge uitgegroeid van een kleine side-event in Nijkerk tot een nog steeds groeiende nationale uitdaging. De Challenge van 2016 telt maar liefst 125 locaties. Zo’n 2800 mensen met diabetes, hun familie, vrienden en zorgverleners trainden vier tot vijf maanden en lopen van 12 t/m 15 oktober vier dagen lang 5, 10, 15 of zelfs 20 km. De finish is een groot evenement op het Loo in Apeldoorn.

We vragen Bas van de Goor hoe je 2800 mensen aan het lopen krijgt: ‘Toen we drie jaar geleden begonnen met de challenge verbaasden we ons eigenlijk dat zoiets er niet al was. Je hoort vaak dat mensen met type 2 niet in beweging zijn te krijgen, we gingen het bijna geloven. Maar het is gewoon niet zo. Wandelen is makkelijk en laagdrempelig, je hebt alleen een paar schoenen nodig, en het is heel leuk om samen te doen.’ Belangrijk is natuurlijk de goede stimulans. De samenwerking met de gezondheidscentra blijkt daarbij van onschatbare waarde.

Van de Goor: ‘Ja, het is een extra activiteit, maar volgens mij vinden zorgverleners het stiekem erg leuk. Zorgverleners houden van zorgen en wandelen is een actieve vorm van zorgen. Voor de challenge hoeven ze qua organisatie alleen het minimum te doen, de rest doen wij. De zorgverlener kan lekker wandelen en gewoon weer eens in gesprek gaan met mensen die waarschijnlijk veel meer vertellen dan in de spreekkamer. Je loopt naast elkaar, hoeft elkaar niet steeds aan te kijken en dat maakt het makkelijker om te praten.’ De challenge bestaat bij de gratie van de ambitie en de wil van de zorgverleners, zegt hij. ‘Zij maken dit tot een succes.’

‘Op informatiebijeenkomsten pak ik altijd de NHG-standaard erbij’, aldus Van de Goor. ‘Daarin staat voor mensen met type 2 eerst educatie, dan leefstijl en als dat niet lukt medicatie. Als ik aan de zaal vraag hoe het onderdeel leefstijl er uitziet, wordt het stil. Kort door de bocht: sommigen dóen iets met beweging, sommigen zéggen dat je iets met beweging moet doen, maar als dat twee keer niet lukt gaan we naar stap 3. Ik verwijt de huisarts niets, hij heeft gewoon te weinig tools en tijd voor het in beweging brengen van mensen. Dus daarom dacht ik: laten wij in het gat springen.’

Van de Goor: ‘Ik heb in een sportteam gezeten en daar hebben spelers en coach allebei dezelfde doelstelling, namelijk winnen. Maar toch liggen ze vaak met elkaar in de clinch. Dat gebeurt vermoed ik ook tussen huisarts en patiënt. Ze willen hetzelfde, namelijk dat de patiënt zich beter gaat voelen, maar soms lijkt het alsof ze elkaar niet verstaan. De speler voelt zich onbegrepen, de coach vindt dat de spelers niet goed hun best doen. Het is interessant om er vanuit die invalshoek naar te kijken.’ Het begint, zegt hij, bij ontdekken wat, volgens de patiënt zelf, niet en wél de mogelijkheden van de patiënt zijn.

Deelnemers zeggen dat ze door de challenge beter in hun vel zitten en minder medicatie nodig hebben. Dit jaar heeft de Foundation hier onderzoek naar gedaan: wat levert de Challenge op aan gezondheid en kwaliteit van leven? Vierhonderd deelnemers met diabetes en twintig praktijken deden mee. Het onderzoek bestaat uit vragenlijsten, somatische gegevens (gewicht, buikomvang, medicatie, HbA1C) en de gegevens uit de stappentellers die de deelnemers tijdens de onderzoeksperiode gebruikten. De resultaten worden bekend gemaakt op het Jubileumcongres. Van de Goor: ‘Naast de zachte feedback van enthousiaste reacties en de vele individuele ervaringen die we horen, krijgen we nu de harde wetenschappelijke data. Heel spannend!’

[...]

bas-vd-goorNadat top-volleyballer Bas van de Goor op het hoogtepunt van zijn (onder meer Olympische) carrière de diagnose diabetes type 1 kreeg, ondervond hij aan den lijve de grote waarde van sport en beweging voor zijn kwaliteit van leven. Dit inzicht bracht hem ertoe om drie jaar na de diagnose de Bas van de Goor Foundation op te richten. Doel: het in beweging brengen van mensen met diabetes. Op dinsdag 22 november viert de foundation het tienjarig bestaan met het jubileumcongres ‘Breng beweging in de praktijk’.

Inmiddels is de Nationale Diabetes Challenge uitgegroeid van een kleine side-event in Nijkerk tot een nog steeds groeiende nationale uitdaging. De Challenge van 2016 telt maar liefst 125 locaties. Zo’n 2800 mensen met diabetes, hun familie, vrienden en zorgverleners trainden vier tot vijf maanden en lopen van 12 t/m 15 oktober vier dagen lang 5, 10, 15 of zelfs 20 km. De finish is een groot evenement op het Loo in Apeldoorn.

We vragen Bas van de Goor hoe je 2800 mensen aan het lopen krijgt: ‘Toen we drie jaar geleden begonnen met de challenge verbaasden we ons eigenlijk dat zoiets er niet al was. Je hoort vaak dat mensen met type 2 niet in beweging zijn te krijgen, we gingen het bijna geloven. Maar het is gewoon niet zo. Wandelen is makkelijk en laagdrempelig, je hebt alleen een paar schoenen nodig, en het is heel leuk om samen te doen.’ Belangrijk is natuurlijk de goede stimulans. De samenwerking met de gezondheidscentra blijkt daarbij van onschatbare waarde.

Van de Goor: ‘Ja, het is een extra activiteit, maar volgens mij vinden zorgverleners het stiekem erg leuk. Zorgverleners houden van zorgen en wandelen is een actieve vorm van zorgen. Voor de challenge hoeven ze qua organisatie alleen het minimum te doen, de rest doen wij. De zorgverlener kan lekker wandelen en gewoon weer eens in gesprek gaan met mensen die waarschijnlijk veel meer vertellen dan in de spreekkamer. Je loopt naast elkaar, hoeft elkaar niet steeds aan te kijken en dat maakt het makkelijker om te praten.’ De challenge bestaat bij de gratie van de ambitie en de wil van de zorgverleners, zegt hij. ‘Zij maken dit tot een succes.’

‘Op informatiebijeenkomsten pak ik altijd de NHG-standaard erbij’, aldus Van de Goor. ‘Daarin staat voor mensen met type 2 eerst educatie, dan leefstijl en als dat niet lukt medicatie. Als ik aan de zaal vraag hoe het onderdeel leefstijl er uitziet, wordt het stil. Kort door de bocht: sommigen dóen iets met beweging, sommigen zéggen dat je iets met beweging moet doen, maar als dat twee keer niet lukt gaan we naar stap 3. Ik verwijt de huisarts niets, hij heeft gewoon te weinig tools en tijd voor het in beweging brengen van mensen. Dus daarom dacht ik: laten wij in het gat springen.’

Van de Goor: ‘Ik heb in een sportteam gezeten en daar hebben spelers en coach allebei dezelfde doelstelling, namelijk winnen. Maar toch liggen ze vaak met elkaar in de clinch. Dat gebeurt vermoed ik ook tussen huisarts en patiënt. Ze willen hetzelfde, namelijk dat de patiënt zich beter gaat voelen, maar soms lijkt het alsof ze elkaar niet verstaan. De speler voelt zich onbegrepen, de coach vindt dat de spelers niet goed hun best doen. Het is interessant om er vanuit die invalshoek naar te kijken.’ Het begint, zegt hij, bij ontdekken wat, volgens de patiënt zelf, niet en wél de mogelijkheden van de patiënt zijn.

Deelnemers zeggen dat ze door de challenge beter in hun vel zitten en minder medicatie nodig hebben. Dit jaar heeft de Foundation hier onderzoek naar gedaan: wat levert de Challenge op aan gezondheid en kwaliteit van leven? Vierhonderd deelnemers met diabetes en twintig praktijken deden mee. Het onderzoek bestaat uit vragenlijsten, somatische gegevens (gewicht, buikomvang, medicatie, HbA1C) en de gegevens uit de stappentellers die de deelnemers tijdens de onderzoeksperiode gebruikten. De resultaten worden bekend gemaakt op het Jubileumcongres. Van de Goor: ‘Naast de zachte feedback van enthousiaste reacties en de vele individuele ervaringen die we horen, krijgen we nu de harde wetenschappelijke data. Heel spannend!’

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Transparant, laagdrempelig en oplossingsgericht

30 september 2016

samen-eensOp 1 januari 2017 is elke zorgaanbieder verplicht aangesloten te zijn bij een erkende geschilleninstantie en daarnaast een onafhankelijke klachtenfunctionaris beschikbaar te hebben. Zo staat het in de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz). Doel van deze wet is een transparante, laagdrempelige en oplossingsgerichte klachtenafhandeling met als uiteindelijk doel verbetering van de kwaliteit van de zorg door van klachten te leren.

Nieuw in de Wkkgz is de geschilleninstantie. De afgelopen maanden hebben LHV, InEen en andere eerstelijnsorganisaties gewerkt aan een landelijke geschilleninstantie waar alle huisartsen en huisartsenorganisaties zich bij kunnen aansluiten. Hiertoe vormt de al bestaande Stichting Klachtenregeling Huisartsenzorg Zuid-Nederland, gebruik makend van haar grote ervaring met klachtenafhandeling, zich om tot de Stichting Klachten en Geschillen Eerstelijnszorg (SKGE). Voor twee commissies van de landelijke geschilleninstantie die SKGE inrichtte is onlangs erkenning aangevraagd bij de minister. Jiske Prinsen (directeur SKHZN/SKGE): ‘We vragen nu erkenning voor de geschillencommissie huisartsenzorg en de geschillencommissie apothekers. De E van eerstelijnszorg staat er niet voor niets. We hebben de organisaties dusdanig ingericht dat in de toekomst ook andere takken van zorg zich kunnen aansluiten. Daar komen de aanvragen al voor binnen’.

In het kort: de Wkkgz presenteert een drietrapsraket. Idealiter komen patiënt en zorgverlener er in de spreekkamer uit, lukt dat niet dan moet de patiënt zich kunnen wenden tot een klachtenfunctionaris die onafhankelijk en onpartijdig werkt en adviseert en bemiddelt tussen zorgverlener en klager. Als ook dat geen soelaas biedt, staat als tenslotte de deur naar de geschillencommissie open. De wet geeft de relatie tussen zorgverlener en patiënt dus een belangrijk accent en dat sluit aan bij het adagium zorg dichtbij huis. Wat betreft de klachtenafhandeling in de eerste twee fasen verandert er niet ingrijpend veel. Veel zorgaanbieders werken al volgens deze uitgangspunten. Voor zorgaanbieders die nog geen beschikking hebben over een klachtenfunctionaris die onafhankelijk kan opereren, zijn er verschillende mogelijkheden.

Regionale oplossing
De Huisartsenposten Oost-Brabant werkt al sinds vorig jaar aan een regionaal initiatief dat voortkwam uit een bestuurlijke conferentie over patiëntveiligheid. Directeur Harrie Geboers: ‘We willen toe naar goed veiligheidsbeleid voor de patiënt. Onderdeel daarvan is leren van klachten. We hebben al heel wat jaren een klachtenfunctionaris en dus al belangrijke ervaring opgedaan.’ Vanuit die ervaring gaat Huisartsenposten Oost-Brabant aanbieden ook de klachtbemiddeling in de dagzorg voor hun rekening nemen.

Geboers zet zijn aanbod breed in: hij richt zich nadrukkelijk ook op ondersteuning bij het onderzoek naar incidenten en calamiteiten en de ondersteuning van zorgverleners in geval van ernstige gebeurtenissen. Ook het registratiesysteem wordt van meet af aan breed opgezet: niet alleen voor het registreren van klachten, maar ook van incidenten en VIM-meldingen, en ook geschikt voor benchmarking. ‘Voor de ANW-uren functioneert het al zo, maar het is natuurlijk veel interessanter om het 24/7 in te zetten’, aldus Geboers. De meerwaarde van een regionale oplossing is wat hem betreft ‘dat we heel dicht bij de dagelijkse praktijk werken.’ ‘We kennen de huisartsen uit de ANW-uren en zijn geworteld in de regio. We zijn dus goed in staat in de beslotenheid van de relatie tussen patiënt en huisarts, aan de keukentafel bij wijze van spreken, een klacht te bespreken en te bemiddelen. Ook de leermomenten komen in die beslotenheid naar voren. Dat geeft een directe waarde.’

Netwerk klachtenfunctionarissen
Huisartsen en huisartsenorganisatie die nog niet zelf een klachtenfunctionaris hebben, kunnen ervoor kiezen een klachtenfunctionaris in te huren. Dat kan bijvoorbeeld regionaal (zie het voorbeeld van de Huisartsenposten Oost Brabant), via de SKGE, maar zeker ook via het netwerk dat SKGE aan het opzetten is en dat openstaat voor alle klachtenfunctionarissen in Nederland. Prinsen: ‘We moeten er tenslotte samen voor zorgen dat de uitgangspunten van de Wkkgz tot hun recht komen. In een netwerk is plaats voor kennisuitwisseling, intervisie, scholing, enzovoort.’ Ze denkt aan netwerkbijeenkomsten op verschillende plaatsen in het land, zodat men elkaar goed leert kennen. ‘Zorgaanbieders kunnen dan makkelijk een klachtenfunctionaris in het netwerk benaderen voor hun klachtenafhandeling. Dat zou zelfs tijdelijk kunnen, als bijvoorbeeld de eigen klachtenfunctionaris door ziekte niet beschikbaar is.’

Vanaf half oktober gaat de SKGE alle huisartsen, huisartsenorganisaties en apothekers informeren over de geschilleninstantie en het landelijke netwerk klachtenfunctionarissen. Prinsen ziet het netwerk ook als een van de wegen om te komen tot een uniforme manier van werken. ‘Het moet in principe niet zo zijn dat de klager in Groningen volstrekt anders uitkomt dan de patiënt die een klacht neerlegt in Maastricht.’ Kijkend naar de toekomst zou Prinsen daarom ook willen streven naar een landelijk registratiesysteem voor klachten. ‘Het ultieme doel van de Wkkgz is toch het verbeteren van de zorg door te leren van klachten. We hebben nu een kans om de analyse van klachten naar een hoger niveau te trekken en daar qua beleid zowel regionaal als landelijk iets mee te doen.’

Modelklachtenregeling
Als sluitstuk zijn InEen en LHV bezig met het opstellen van een model klachtenregeling, om de leden te ondersteunen en om te borgen dat klachten binnen de wettelijke kaders worden behandeld. Een klachtenregeling is bovendien noodzakelijk om de onafhankelijkheid van de klachtenfunctionaris te borgen. Geboers: ‘Klachtbemiddeling moet gebeuren in de veiligheid tussen patiënt en zorgverlener, maar het proces moet wel transparant worden ingericht. Een goede klachtenregeling verschaft duidelijkheid en borgt de onafhankelijke rol van de klachtenfunctionaris’. Naar verwachting is de modelklachtenregeling in oktober beschikbaar.

[...]

samen-eensOp 1 januari 2017 is elke zorgaanbieder verplicht aangesloten te zijn bij een erkende geschilleninstantie en daarnaast een onafhankelijke klachtenfunctionaris beschikbaar te hebben. Zo staat het in de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz). Doel van deze wet is een transparante, laagdrempelige en oplossingsgerichte klachtenafhandeling met als uiteindelijk doel verbetering van de kwaliteit van de zorg door van klachten te leren.

Nieuw in de Wkkgz is de geschilleninstantie. De afgelopen maanden hebben LHV, InEen en andere eerstelijnsorganisaties gewerkt aan een landelijke geschilleninstantie waar alle huisartsen en huisartsenorganisaties zich bij kunnen aansluiten. Hiertoe vormt de al bestaande Stichting Klachtenregeling Huisartsenzorg Zuid-Nederland, gebruik makend van haar grote ervaring met klachtenafhandeling, zich om tot de Stichting Klachten en Geschillen Eerstelijnszorg (SKGE). Voor twee commissies van de landelijke geschilleninstantie die SKGE inrichtte is onlangs erkenning aangevraagd bij de minister. Jiske Prinsen (directeur SKHZN/SKGE): ‘We vragen nu erkenning voor de geschillencommissie huisartsenzorg en de geschillencommissie apothekers. De E van eerstelijnszorg staat er niet voor niets. We hebben de organisaties dusdanig ingericht dat in de toekomst ook andere takken van zorg zich kunnen aansluiten. Daar komen de aanvragen al voor binnen’.

In het kort: de Wkkgz presenteert een drietrapsraket. Idealiter komen patiënt en zorgverlener er in de spreekkamer uit, lukt dat niet dan moet de patiënt zich kunnen wenden tot een klachtenfunctionaris die onafhankelijk en onpartijdig werkt en adviseert en bemiddelt tussen zorgverlener en klager. Als ook dat geen soelaas biedt, staat als tenslotte de deur naar de geschillencommissie open. De wet geeft de relatie tussen zorgverlener en patiënt dus een belangrijk accent en dat sluit aan bij het adagium zorg dichtbij huis. Wat betreft de klachtenafhandeling in de eerste twee fasen verandert er niet ingrijpend veel. Veel zorgaanbieders werken al volgens deze uitgangspunten. Voor zorgaanbieders die nog geen beschikking hebben over een klachtenfunctionaris die onafhankelijk kan opereren, zijn er verschillende mogelijkheden.

Regionale oplossing
De Huisartsenposten Oost-Brabant werkt al sinds vorig jaar aan een regionaal initiatief dat voortkwam uit een bestuurlijke conferentie over patiëntveiligheid. Directeur Harrie Geboers: ‘We willen toe naar goed veiligheidsbeleid voor de patiënt. Onderdeel daarvan is leren van klachten. We hebben al heel wat jaren een klachtenfunctionaris en dus al belangrijke ervaring opgedaan.’ Vanuit die ervaring gaat Huisartsenposten Oost-Brabant aanbieden ook de klachtbemiddeling in de dagzorg voor hun rekening nemen.

Geboers zet zijn aanbod breed in: hij richt zich nadrukkelijk ook op ondersteuning bij het onderzoek naar incidenten en calamiteiten en de ondersteuning van zorgverleners in geval van ernstige gebeurtenissen. Ook het registratiesysteem wordt van meet af aan breed opgezet: niet alleen voor het registreren van klachten, maar ook van incidenten en VIM-meldingen, en ook geschikt voor benchmarking. ‘Voor de ANW-uren functioneert het al zo, maar het is natuurlijk veel interessanter om het 24/7 in te zetten’, aldus Geboers. De meerwaarde van een regionale oplossing is wat hem betreft ‘dat we heel dicht bij de dagelijkse praktijk werken.’ ‘We kennen de huisartsen uit de ANW-uren en zijn geworteld in de regio. We zijn dus goed in staat in de beslotenheid van de relatie tussen patiënt en huisarts, aan de keukentafel bij wijze van spreken, een klacht te bespreken en te bemiddelen. Ook de leermomenten komen in die beslotenheid naar voren. Dat geeft een directe waarde.’

Netwerk klachtenfunctionarissen
Huisartsen en huisartsenorganisatie die nog niet zelf een klachtenfunctionaris hebben, kunnen ervoor kiezen een klachtenfunctionaris in te huren. Dat kan bijvoorbeeld regionaal (zie het voorbeeld van de Huisartsenposten Oost Brabant), via de SKGE, maar zeker ook via het netwerk dat SKGE aan het opzetten is en dat openstaat voor alle klachtenfunctionarissen in Nederland. Prinsen: ‘We moeten er tenslotte samen voor zorgen dat de uitgangspunten van de Wkkgz tot hun recht komen. In een netwerk is plaats voor kennisuitwisseling, intervisie, scholing, enzovoort.’ Ze denkt aan netwerkbijeenkomsten op verschillende plaatsen in het land, zodat men elkaar goed leert kennen. ‘Zorgaanbieders kunnen dan makkelijk een klachtenfunctionaris in het netwerk benaderen voor hun klachtenafhandeling. Dat zou zelfs tijdelijk kunnen, als bijvoorbeeld de eigen klachtenfunctionaris door ziekte niet beschikbaar is.’

Vanaf half oktober gaat de SKGE alle huisartsen, huisartsenorganisaties en apothekers informeren over de geschilleninstantie en het landelijke netwerk klachtenfunctionarissen. Prinsen ziet het netwerk ook als een van de wegen om te komen tot een uniforme manier van werken. ‘Het moet in principe niet zo zijn dat de klager in Groningen volstrekt anders uitkomt dan de patiënt die een klacht neerlegt in Maastricht.’ Kijkend naar de toekomst zou Prinsen daarom ook willen streven naar een landelijk registratiesysteem voor klachten. ‘Het ultieme doel van de Wkkgz is toch het verbeteren van de zorg door te leren van klachten. We hebben nu een kans om de analyse van klachten naar een hoger niveau te trekken en daar qua beleid zowel regionaal als landelijk iets mee te doen.’

Modelklachtenregeling
Als sluitstuk zijn InEen en LHV bezig met het opstellen van een model klachtenregeling, om de leden te ondersteunen en om te borgen dat klachten binnen de wettelijke kaders worden behandeld. Een klachtenregeling is bovendien noodzakelijk om de onafhankelijkheid van de klachtenfunctionaris te borgen. Geboers: ‘Klachtbemiddeling moet gebeuren in de veiligheid tussen patiënt en zorgverlener, maar het proces moet wel transparant worden ingericht. Een goede klachtenregeling verschaft duidelijkheid en borgt de onafhankelijke rol van de klachtenfunctionaris’. Naar verwachting is de modelklachtenregeling in oktober beschikbaar.

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Meld je aan voor de Leesservice

30 september 2016

De stichting Lezen & Schrijven heeft een nieuwe campagne: de Leesservice. De stichting organiseert programma’s en campagnes om laaggeletterdheid een halt toe te roepen. De effecten van laaggeletterdheid op de gezondheid zijn bekend: laaggeletterde mensen hebben meestal ook lage gezondheidsvaardigheden (met onder meer een gemiddeld zes jaar kortere levensduur als gevolg). De Leesservice heeft als doel het promoten van lekker lezen voor iedereen. Organisaties die zich aanmelden krijgen elk jaar acht leuke verhalen van bekende schrijvers (onder andere Floortje Dessing en Kader Abdolah) voor medewerkers en patiënten. Iets voor jullie? Meer informatie.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

De stichting Lezen & Schrijven heeft een nieuwe campagne: de Leesservice. De stichting organiseert programma’s en campagnes om laaggeletterdheid een halt toe te roepen. De effecten van laaggeletterdheid op de gezondheid zijn bekend: laaggeletterde mensen hebben meestal ook lage gezondheidsvaardigheden (met onder meer een gemiddeld zes jaar kortere levensduur als gevolg). De Leesservice heeft als doel het promoten van lekker lezen voor iedereen. Organisaties die zich aanmelden krijgen elk jaar acht leuke verhalen van bekende schrijvers (onder andere Floortje Dessing en Kader Abdolah) voor medewerkers en patiënten. Iets voor jullie? Meer informatie.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

ZonMw organiseert digitale raadpleging 'Gezond ouder worden’

30 september 2016

Hoe geef je ondersteunend beleid voor gezond ouder worden effectief vorm? ZonMw werkt aan een agenda voor dit belangrijke thema en heeft daarvoor input nodig uit het veld. De agenda moet duidelijk maken op welke thema’s het beleid zich zou moeten richten, over ministeries en domeinen heen. Doel is een integraal levensloopbeleid voor Nederland, dat alle generaties meeneemt. Op 5 oktober publiceert ZonMw de conceptagenda ‘Gezond ouder worden’ en tot en met 12 oktober kunnen zorgverleners en zorgorganisaties daarop reageren via een digitale vragenlijst. Als InEen juichen we deelname aan deze raadpleging toe. Meer informatie.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Hoe geef je ondersteunend beleid voor gezond ouder worden effectief vorm? ZonMw werkt aan een agenda voor dit belangrijke thema en heeft daarvoor input nodig uit het veld. De agenda moet duidelijk maken op welke thema’s het beleid zich zou moeten richten, over ministeries en domeinen heen. Doel is een integraal levensloopbeleid voor Nederland, dat alle generaties meeneemt. Op 5 oktober publiceert ZonMw de conceptagenda ‘Gezond ouder worden’ en tot en met 12 oktober kunnen zorgverleners en zorgorganisaties daarop reageren via een digitale vragenlijst. Als InEen juichen we deelname aan deze raadpleging toe. Meer informatie.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Advies en ondersteuning bij investeringen

30 september 2016

Dit jaar werd een vastgoedfonds voor de zorg gerealiseerd  dat gaat investeren in de oprichting en renovatie van huisvesting van onder andere eerstelijns-zorgcentra. Een van de grote investeerders in het fonds is de Stichting Pensioenfonds voor Huisartsen (SPH), dat 80 miljoen euro gaat investeren. SPH, LHV en InEen zijn in gesprek geraakt over een onafhankelijk adviespunt, waar zorgverleners en organisaties met plannen om te gaan (ver)bouwen terecht kunnen voor informatie en advies. Niet alleen over de feitelijke bouw, maar ook over wat daar allemaal bij komt kijken in termen van gezamenlijke visievorming, samenwerkingsafspraken tussen zorgverleners, financierings- en juridische vraagstukken. Onafhankelijke advisering is daarbij belangrijk, aldus partijen. Deze week is weer een stap gezet doordat partijen een intentieovereenkomst hebben getekend. De komende maanden wordt onderzocht hoe een dergelijk onafhankelijk informatieportaal vorm kan krijgen. Meer informatie hierover verwachten we in de loop van november.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Dit jaar werd een vastgoedfonds voor de zorg gerealiseerd  dat gaat investeren in de oprichting en renovatie van huisvesting van onder andere eerstelijns-zorgcentra. Een van de grote investeerders in het fonds is de Stichting Pensioenfonds voor Huisartsen (SPH), dat 80 miljoen euro gaat investeren. SPH, LHV en InEen zijn in gesprek geraakt over een onafhankelijk adviespunt, waar zorgverleners en organisaties met plannen om te gaan (ver)bouwen terecht kunnen voor informatie en advies. Niet alleen over de feitelijke bouw, maar ook over wat daar allemaal bij komt kijken in termen van gezamenlijke visievorming, samenwerkingsafspraken tussen zorgverleners, financierings- en juridische vraagstukken. Onafhankelijke advisering is daarbij belangrijk, aldus partijen. Deze week is weer een stap gezet doordat partijen een intentieovereenkomst hebben getekend. De komende maanden wordt onderzocht hoe een dergelijk onafhankelijk informatieportaal vorm kan krijgen. Meer informatie hierover verwachten we in de loop van november.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Publieksenquête tevredenheid huisartsenposten

26 september 2016

De NOS heeft in samenwerking met verschillende regionale zenders een enquête uitgezet onder het Nederlandse publiek over hun ervaringen op huisartsenposten. Verspreid over het land zijn 119 huisartsenposten. De enquêtes zijn per provincie gehouden. InEen en haar leden hebben met interesse de resultaten bekeken en zijn verheugd te zien dat de respondenten in meerderheid tevreden zijn over de huisartsenpost en de manier waarop zij geholpen zijn. Ook nu de druk op de posten, mede als gevolg van de stelselwijzigingen in de zorg, toeneemt.

De huisartsen die dienst doen op de posten verdienen complimenten. Een ruime meerderheid van de respondenten is tevreden over hoe de arts hen heeft geholpen. En grote tevredenheid is er ook over hoe er naar de patiënten is geluisterd. Minder positief zijn de respondenten over de onzekerheid over wanneer ze aan de beurt zijn. Ook is niet altijd duidelijk voor ze waarom andere mensen eerder worden geholpen.

Huisartsenposten werken met een triage-systeem. De uitkomsten van de triage bepalen hoe snel iemand geholpen moet worden. Iemand met een hoge urgentie moet sneller door een dokter gezien worden dan iemand met een lagere urgentie. Dat maakt het voorspellen van de wachttijd van mensen met een lagere urgentie soms moeilijk. Door altijd te bellen met de huisartsenpost en op basis van de triage een afspraak op de huisartsenpost te maken worden wachttijden op de huisartsenpost zelf zoveel mogelijk voorkomen.

De uitkomsten van de enquête laten zien dat goede uitleg over de werkwijze op de huisartsenpost en de triage van groot belang zijn. Huisartsenposten zullen samen met InEen bekijken hoe dit verbeterd kan worden.

[...]

De NOS heeft in samenwerking met verschillende regionale zenders een enquête uitgezet onder het Nederlandse publiek over hun ervaringen op huisartsenposten. Verspreid over het land zijn 119 huisartsenposten. De enquêtes zijn per provincie gehouden. InEen en haar leden hebben met interesse de resultaten bekeken en zijn verheugd te zien dat de respondenten in meerderheid tevreden zijn over de huisartsenpost en de manier waarop zij geholpen zijn. Ook nu de druk op de posten, mede als gevolg van de stelselwijzigingen in de zorg, toeneemt.

De huisartsen die dienst doen op de posten verdienen complimenten. Een ruime meerderheid van de respondenten is tevreden over hoe de arts hen heeft geholpen. En grote tevredenheid is er ook over hoe er naar de patiënten is geluisterd. Minder positief zijn de respondenten over de onzekerheid over wanneer ze aan de beurt zijn. Ook is niet altijd duidelijk voor ze waarom andere mensen eerder worden geholpen.

Huisartsenposten werken met een triage-systeem. De uitkomsten van de triage bepalen hoe snel iemand geholpen moet worden. Iemand met een hoge urgentie moet sneller door een dokter gezien worden dan iemand met een lagere urgentie. Dat maakt het voorspellen van de wachttijd van mensen met een lagere urgentie soms moeilijk. Door altijd te bellen met de huisartsenpost en op basis van de triage een afspraak op de huisartsenpost te maken worden wachttijden op de huisartsenpost zelf zoveel mogelijk voorkomen.

De uitkomsten van de enquête laten zien dat goede uitleg over de werkwijze op de huisartsenpost en de triage van groot belang zijn. Huisartsenposten zullen samen met InEen bekijken hoe dit verbeterd kan worden.

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Vruchtbare werkbijeenkomst Veilig Incident Melden

23 september 2016

Veilig Incident Melden (VIM) is een onderdeel uit de Wkkgz en sinds 1 juli 2016 verplicht voor elke zorgaanbieder. In dit kader organiseerde InEen op 15 september een interactieve werkbijeenkomst Veilig Incident Melden. Bijna 50 leden uit verschillende geledingen van InEen kwamen samen om kennis te halen, kennis te delen en elkaar te moeten. De bijeenkomst beantwoordde vragen en leverde ook nieuwe vragen op over bijvoorbeeld de verantwoordelijkheid van de zorggroep en het anonimiseren van meldingen. We gaan met deze vragen aan de slag; in oktober kunnen jullie tips en antwoorden verwachten. Daarnaast roepen we jullie op om je ervaringen en vragen rond het implementeren van VIM op de werkvloer te delen via het  netwerk Kwaliteit of door te geven via Ludeke van der Es (InEen).

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Veilig Incident Melden (VIM) is een onderdeel uit de Wkkgz en sinds 1 juli 2016 verplicht voor elke zorgaanbieder. In dit kader organiseerde InEen op 15 september een interactieve werkbijeenkomst Veilig Incident Melden. Bijna 50 leden uit verschillende geledingen van InEen kwamen samen om kennis te halen, kennis te delen en elkaar te moeten. De bijeenkomst beantwoordde vragen en leverde ook nieuwe vragen op over bijvoorbeeld de verantwoordelijkheid van de zorggroep en het anonimiseren van meldingen. We gaan met deze vragen aan de slag; in oktober kunnen jullie tips en antwoorden verwachten. Daarnaast roepen we jullie op om je ervaringen en vragen rond het implementeren van VIM op de werkvloer te delen via het  netwerk Kwaliteit of door te geven via Ludeke van der Es (InEen).

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Samenwerken met de wijkverpleging en het sociale domein

23 september 2016

Op een boeiende inspiratiebijeenkomst (15 september) wisselden ruim 30 leden van gedachten over de samenwerking met de wijkverpleging en het sociale domein. Welke knelpunten worden ervaren, waar liggen de kansen en hoe is het de al bestaande projecten gelukt tot samenwerking te komen? Martien Bouwmans, beleidsadviseur van ZN gaf een toelichting op de totstandkoming van de samenwerkingsagenda die ZN samen met VNG ontwikkelde. Aansluitend vertelden Marjan Hoeijmakers (Coöperatie Wijkverpleegkundige Zorg Rotterdam) en Edith de la Fuente (Raedelijn) hoe de tripartite samenwerking in hun regio vorm krijgt. InEen gaat op basis van alle input aan de slag met de uitvoering van het plan van aanpak voor het bevorderen van samenwerking in de driehoek eerstelijnszorg, wijkverpleging en het sociale domein. Verder attenderen we jullie op de recente Monitor Wijkverpleging waarin verslag wordt gedaan van een onderzoek naar de contractering van wijkverpleging.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Op een boeiende inspiratiebijeenkomst (15 september) wisselden ruim 30 leden van gedachten over de samenwerking met de wijkverpleging en het sociale domein. Welke knelpunten worden ervaren, waar liggen de kansen en hoe is het de al bestaande projecten gelukt tot samenwerking te komen? Martien Bouwmans, beleidsadviseur van ZN gaf een toelichting op de totstandkoming van de samenwerkingsagenda die ZN samen met VNG ontwikkelde. Aansluitend vertelden Marjan Hoeijmakers (Coöperatie Wijkverpleegkundige Zorg Rotterdam) en Edith de la Fuente (Raedelijn) hoe de tripartite samenwerking in hun regio vorm krijgt. InEen gaat op basis van alle input aan de slag met de uitvoering van het plan van aanpak voor het bevorderen van samenwerking in de driehoek eerstelijnszorg, wijkverpleging en het sociale domein. Verder attenderen we jullie op de recente Monitor Wijkverpleging waarin verslag wordt gedaan van een onderzoek naar de contractering van wijkverpleging.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Vervolg media-aandacht huisartsenposten

23 september 2016

Inmiddels zijn de resultaten van de enquêtes die regionale media hielden rondom de tevredenheid met huisartsenposten zo’n beetje duidelijk geworden. Het is in belangrijke mate goed nieuws. De respondenten zijn in meerderheid tevreden over de huisartsenpost en de manier waarop zij geholpen zijn. Wel klagen mensen niet te weten hoe lang ze moeten wachten voor ze geholpen worden en vaak begrijpen ze niet waarom andere mensen eerder worden geholpen. Dit lijken aanknopingspunten voor verbetering waar we samen over in gesprek kunnen. Na het weekend komen enkele directeuren van huisartsenposten in verschillende lokale media aan het woord.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Inmiddels zijn de resultaten van de enquêtes die regionale media hielden rondom de tevredenheid met huisartsenposten zo’n beetje duidelijk geworden. Het is in belangrijke mate goed nieuws. De respondenten zijn in meerderheid tevreden over de huisartsenpost en de manier waarop zij geholpen zijn. Wel klagen mensen niet te weten hoe lang ze moeten wachten voor ze geholpen worden en vaak begrijpen ze niet waarom andere mensen eerder worden geholpen. Dit lijken aanknopingspunten voor verbetering waar we samen over in gesprek kunnen. Na het weekend komen enkele directeuren van huisartsenposten in verschillende lokale media aan het woord.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

SSFH-onderzoek naar de functie van triagist

23 september 2016

De SSFH heeft bureau Van Leeuwendaal en Totta Research gevraagd onderzoek te doen naar de functie van triagist. Doel is een scherpe ‘foto’ van functie (inhoud, eisen), werkomstandigheden en werkbeleving, zowel vanuit de triagisten als vanuit de huisartsenpost. De werknemersorganisaties hebben de bij hen aangesloten triagisten al geïnformeerd en hen gevraagd om mee te doen. Voor een betrouwbaar en representatief resultaat is het belangrijk dat zo veel mogelijk triagisten en hun werkgevers meedoen. Voor de duidelijkheid: het SSFH-onderzoek is iets anders dan een medewerkers-tevredenheidsonderzoek (MTO). Het belangrijkste verschil is dat het SSFH-onderzoek landelijk is. Duidelijk moet worden waar de onrust onder triagisten precies in zit. De diepteanalyse op basis van kenmerken van triagisten en huisartsenposten verheldert de problematiek en helpt handvatten voor verbetering te vinden. De vragenlijst voor werkgevers geeft naar verwachting aanknopingspunten voor verbetering van de werving en opleiding. Als InEen steunen we dit onderzoek van harte. Het start in de week van 10 oktober en we vragen jullie je volledige medewerking te geven. Vragen kun je stellen aan Ludeke van der Es (InEen).

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

De SSFH heeft bureau Van Leeuwendaal en Totta Research gevraagd onderzoek te doen naar de functie van triagist. Doel is een scherpe ‘foto’ van functie (inhoud, eisen), werkomstandigheden en werkbeleving, zowel vanuit de triagisten als vanuit de huisartsenpost. De werknemersorganisaties hebben de bij hen aangesloten triagisten al geïnformeerd en hen gevraagd om mee te doen. Voor een betrouwbaar en representatief resultaat is het belangrijk dat zo veel mogelijk triagisten en hun werkgevers meedoen. Voor de duidelijkheid: het SSFH-onderzoek is iets anders dan een medewerkers-tevredenheidsonderzoek (MTO). Het belangrijkste verschil is dat het SSFH-onderzoek landelijk is. Duidelijk moet worden waar de onrust onder triagisten precies in zit. De diepteanalyse op basis van kenmerken van triagisten en huisartsenposten verheldert de problematiek en helpt handvatten voor verbetering te vinden. De vragenlijst voor werkgevers geeft naar verwachting aanknopingspunten voor verbetering van de werving en opleiding. Als InEen steunen we dit onderzoek van harte. Het start in de week van 10 oktober en we vragen jullie je volledige medewerking te geven. Vragen kun je stellen aan Ludeke van der Es (InEen).

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Spreiden verantwoordelijkheid ANW-zorg

23 september 2016

Onder de kop ‘ANW-zorg niet alleen door praktijkhouders’ schreef VPHuisartsen deze week een opiniërend artikel in Medisch Contact. In het artikel schrijft VPH dat de huidige situatie waar in de verantwoordelijkheid voor het doen van diensten vooral bij praktijkhouders ligt niet meer toekomst bestendig is. Ze willen met betrokken partijen in gesprek en daar zijn we blij mee. InEen en de huisartsenposten herkennen de problemen zoals die door VPH worden beschreven en  zoeken  graag naar oplossingen om werkdruk te verlichten. Net als de LHV aan gaf lijkt het goed om verschillende scenario’s te onderzoeken, wij sluiten daar graag bij aan. Daarbij gebruiken we graag de ervaring die al is opgegaan bij op meerdere plaatsen in het land.  Verschillende posten zijn al bezig met het exploreren van oplossingsrichtingen. InEen zal het initiatief nemen het overleg met VPH en LHV op te starten.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Onder de kop ‘ANW-zorg niet alleen door praktijkhouders’ schreef VPHuisartsen deze week een opiniërend artikel in Medisch Contact. In het artikel schrijft VPH dat de huidige situatie waar in de verantwoordelijkheid voor het doen van diensten vooral bij praktijkhouders ligt niet meer toekomst bestendig is. Ze willen met betrokken partijen in gesprek en daar zijn we blij mee. InEen en de huisartsenposten herkennen de problemen zoals die door VPH worden beschreven en  zoeken  graag naar oplossingen om werkdruk te verlichten. Net als de LHV aan gaf lijkt het goed om verschillende scenario’s te onderzoeken, wij sluiten daar graag bij aan. Daarbij gebruiken we graag de ervaring die al is opgegaan bij op meerdere plaatsen in het land.  Verschillende posten zijn al bezig met het exploreren van oplossingsrichtingen. InEen zal het initiatief nemen het overleg met VPH en LHV op te starten.

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):

Uitverkocht huis tijdens Tweedaagse

23 september 2016

Alle stoelen tijdens de Tweedaagse zijn bezet. Meer dan 200 mensen komen volgende week naar De Ruwenberg in Sint Michielsgestel om aan de Tweedaagse deel te nemen. We zijn heel blij met deze grote belangstelling. Sinds gisteren staat het volledige programma inclusief alle 27 deelsessies op de Tweedaagse-app. Aan het begin van de tweede dag kunnen deelnemers zich via de app inschrijven voor drie rondes. Gelijke kansen dus voor iedereen. Voor het maken van een gerichte keuze is het verstandig de app alvast even te bekijken. Je ziet dan meteen welke collega’s nog meer aanwezig zijn. Je kunt de app ook gebruiken om onderling afspraken te maken. Tot volgende week!

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

[...]

Alle stoelen tijdens de Tweedaagse zijn bezet. Meer dan 200 mensen komen volgende week naar De Ruwenberg in Sint Michielsgestel om aan de Tweedaagse deel te nemen. We zijn heel blij met deze grote belangstelling. Sinds gisteren staat het volledige programma inclusief alle 27 deelsessies op de Tweedaagse-app. Aan het begin van de tweede dag kunnen deelnemers zich via de app inschrijven voor drie rondes. Gelijke kansen dus voor iedereen. Voor het maken van een gerichte keuze is het verstandig de app alvast even te bekijken. Je ziet dan meteen welke collega’s nog meer aanwezig zijn. Je kunt de app ook gebruiken om onderling afspraken te maken. Tot volgende week!

Dit bericht is overgenomen uit berichtgeving aan leden.

Dit artikel is gekoppeld aan het/de volgende onderwerp(en):